Tag: Orbán

  • Het einde van het Orbán-tijdperk. Wat betekent dat voor Hongarije en Europa?

    Het einde van het Orbán-tijdperk. Wat betekent dat voor Hongarije en Europa?

    Om de week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar Hongarije. Na zestien jaar aan de macht te zijn geweest, heeft Viktor Orbán de verkiezingen verloren van oppositieleider Péter Magyar. Betekent zijn nederlaag daadwerkelijk een breuk met het verleden, en wat zijn de gevolgen voor Hongarije en Europa?

    Waarom verloor Orbán juist nu?

    De uitslag van de Hongaarse verkiezingen maakt een einde aan een lange periode van politieke dominantie door Viktor Orbán en zijn partij Fidesz, een rechts-nationalistische partij die sinds 2010 de Hongaarse politiek beheerst, aldus BBC News. Orbán wist zijn macht in die jaren geleidelijk te consolideren door de rechtspraak te hervormen en zijn invloed op het medialandschap te versterken. Daardoor werd zijn positie lange tijd nauwelijks uitgedaagd. 

    Toch wijzen verschillende internationale media erop dat de onvrede in het land al langer groeide. Zo beschrijft The Guardian de verkiezingen als een fel bevochten campagne waarin Orbán voor het eerst echt onder druk stond van een serieuze tegenstander, oppositieleider Péter Magyar. Magyar is een relatief nieuwe politieke speler en voormalig lid van Orbáns Fidesz-partij. Zijn kritiek op corruptie en machtsmisbruik leidde tot een breuk met de regering, waarna hij zich profileerde als hervormer en alternatief voor het bestaande systeem. 

    Magyar legde de nadruk op binnenlandse problemen, zoals corruptie en economische stagnatie

    Tegelijkertijd plaatst de Hongaarse nieuwssite 444.hu daar een nuance bij: volgens de redactie is Orbáns nederlaag minder het gevolg van een plotselinge politieke omslag dan van een proces dat al langer gaande was, waarbij steun geleidelijk afbrokkelde door economische problemen, politieke vermoeidheid en wantrouwen tegenover instituties. Ook wijst de site erop dat de oppositie beter georganiseerd was dan bij eerdere verkiezingen.

    Terwijl Orbán zich in de campagne vooral richtte op geopolitieke dreigingen, zoals de oorlog in Oekraïne, legde Magyar de nadruk op binnenlandse problemen, zoals corruptie, economische stagnatie en verslechterende publieke voorzieningen. Daarmee wist Magyar kiezers aan te spreken die ontevreden waren over de economische situatie in eigen land, aldus The Guardian.

    De oppositie behaalde een ruime meerderheid, goed voor een duidelijke machtswisseling in het parlement, waarmee een einde kwam aan zestien jaar Orbán-bewind. De opkomst – bijna 80 procent – wijst er volgens analisten op dat de Hongaren toe waren aan verandering. Het percentage ligt aanzienlijk hoger dan bij eerdere verkiezingen en wordt gezien als teken van mobilisatie aan beide kanten van het politieke spectrum.

    Waar internationale media dus de nadruk leggen op het historische karakter van de uitslag, benadrukt de binnenlandse berichtgeving dat deze verandering al enkele jaren gaande was. 

    Wat betekent deze verkiezing voor Europa?

    Buiten Hongarije wordt de verkiezingsuitslag vooral gelezen als een geopolitiek keerpunt. Orbán stond binnen de Europese Unie bekend als een lastige partner, die regelmatig botste met Brussel over de rechtsstaat, migratie en sancties tegen Rusland. Zo blokkeerde Hongarije onder zijn leiding meermaals gezamenlijke EU-besluiten, onder meer over steun aan Oekraïne.

    Volgens The Washington Post heeft de verkiezing dan ook gevolgen die verder reiken dan Hongarije zelf. De krant beschrijft de uitslag als een politieke aardverschuiving met wereldwijde impact, omdat Orbán niet alleen een nationale leider was, maar ook een belangrijke figuur binnen internationale rechts-populistische netwerken en een bondgenoot van zowel Donald Trump als Vladimir Poetin. 

    Het terugdraaien van hervormingen op het gebied van media en rechtspraak kan juridisch en politiek complex zijn

    In dezelfde analyse wordt benadrukt dat de overwinning van Péter Magyar kan leiden tot een heroriëntatie richting de EU en de NAVO, en daarmee tot een nauwere aansluiting bij de Europese samenwerking.

    Zo heeft oppositieleider Péter Magyar onder meer beloofd de relatie met de Europese Unie te herstellen en corruptie aan te pakken, maar het terugdraaien van hervormingen op het gebied van media en rechtspraak kan juridisch en politiek complex zijn, aldus The Washington Post.

    De verkiezingen worden daarom door internationale media, behalve als een kans op politieke heroriëntatie, ook gezien als een test: in hoeverre kan een land daadwerkelijk van koers veranderen na jaren van geconcentreerde macht?

    Is dit echt een nederlaag voor het populisme?

    In The New York Times stelt de Amerikaanse journalist en auteur Michelle Goldberg dat Orbáns verlies symbool staat voor een mogelijke tegenreactie tegen rechts-populistische leiders wereldwijd. Orbán gold jarenlang als een voorbeeld voor politici die een ‘illiberale democratie’ nastreven, en zijn nederlaag zou een signaal zijn dat dit model niet onaantastbaar is.

    Orbáns nederlaag kan worden gezien als een klap voor de internationale beweging rond Donald Trump

    Volgens journalist Isaac Stanley-Becker in The Atlantic moet Orbáns nederlaag worden gezien als een klap voor de internationale beweging rond Donald Trump, voor wie hij lange tijd gold als voorbeeld van hoe een democratisch systeem naar eigen hand kan worden gezet.

    Toch klinkt er vanuit Hongarije zelf ook scepsis. Zo benadrukt 444.hu dat het te vroeg is om te spreken van een definitieve breuk met het populisme of met het systeem dat Orbán heeft opgebouwd. Veel van zijn hervormingen – van media-invloed tot institutionele veranderingen – blijven namelijk bestaan en kunnen ook onder een nieuwe regering doorwerken. Bovendien heeft Orbán nog altijd een aanzienlijke achterban, waardoor zijn politieke ideeën niet verdwijnen, maar waarschijnlijk in aangepaste vorm of vanuit de oppositie blijven voortbestaan.

  • EU bezorgd over mogelijk bezoek van Orbán aan Moskou

    EU bezorgd over mogelijk bezoek van Orbán aan Moskou

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Israël stuurt delegatie naar Qatar om met Hamas te onderhandelen

    » Labour behaalt verpletterende overwinning bij Britse verkiezingen

    Het bericht is nog door niemand officieel bevestigd

    De website van Radio Free Europe / Radio Liberty meldde gisteren dat de Hongaarse premier Viktor Orbán vandaag in Moskou de Russische president Vladimir Poetin zal ontmoeten. De informatie is noch door Hongarije, noch door Rusland bevestigd en is ook niet officieel meegedeeld aan de Europese Unie. Maar dit mogelijke bezoek ‘werd al snel veroordeeld door de leiders van het blok’, aldus de website.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Het bericht komt ‘slechts enkele dagen nadat Hongarije het roulerend voorzitterschap van de Europese Unie heeft overgenomen, wat veel EU-leden zorgen baart vanwege Orbáns regelmatige pro-Russische uitspraken’. Als het bericht wordt bevestigd, is dit het eerste bezoek van een Europese leider aan Moskou sinds dat van de Oostenrijkse kanselier Karl Nehammer in april 2022.

    De voorzitter van de Europese Raad, Charles Michel, reageerde als eerste door op X te benadrukken dat ‘het roulerende voorzitterschap van de EU geen mandaat heeft om namens de EU een dialoog met Rusland aan te gaan’. Op dinsdag, tijdens een verrassingsbezoek aan Kyiv, riep Orbán op tot een staakt-het-vuren tussen Oekraïne en Rusland, een optie die werd afgewezen door de rest van de EU-lidstaten en door de Oekraïense president Volodymyr Zelensky.

  • Orbán feliciteert Poetin als enige Europese leider met herverkiezing

    Orbán feliciteert Poetin als enige Europese leider met herverkiezing

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Rusland en China sluiten deal met Houthi’s over Rode Zee

    » Gevluchte Catalaan Puigdemont wil weer regiopresident worden

    EU-leiders noemen de verkiezingen een schijnvertoning

    De Hongaarse premier Viktor Orbán heeft de Russische president Vladimir Poetin gefeliciteerd met zijn herverkiezing, als enige leider in Europa, schrijft Euronews. Sommige EU-ministers hadden die verkiezingen een schijnvertoning genoemd.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Maar de Hongaarse regeringswoordvoerder Zoltán Kovács zei dat Orbán in een brief aan Moskou ‘Vladimir Poetin had gefeliciteerd met zijn herverkiezing en had gezegd dat de samenwerking tussen Hongarije en Rusland, gebaseerd is op wederzijds respect’. China, India en Noord-Korea hebben Poetin ook gefeliciteerd.

    Hongarije onderhoudt nauwere banden met Rusland dan andere EU-landen. Afgelopen oktober zei Orban dat hij ‘trots’ was op zijn contacten met Poetin, die hij in China had ontmoet. Hongarije zei donderdag dat het zich niet zou aansluiten bij een door Tsjechië geleid munitie-initiatief om wapens aan te schaffen en naar Oekraïne te sturen.

  • Hongarije geeft groen licht voor NAVO-lidmaatschap Zweden

    Hongarije geeft groen licht voor NAVO-lidmaatschap Zweden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Macron sluit het sturen van westerse troepen naar Oekraïne niet uit

    » President Macky Sall van Senegal kondigt amnestiewet aan

    De meerderheid was verbluffend: 188 voor en 6 tegen

    Het Hongaarse parlement heeft gisteren zijn steun uitgesproken voor de toetreding van Zweden tot de NAVO. ‘Een reuzenstap’, schrijft het Zweedse dagblad Dagens Nyheter. Na maanden wachten ‘stemde het Hongaarse parlement met een overweldigende meerderheid in met de kandidatuur van Zweden’.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Dit betekent dat de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie binnenkort zijn tweeëndertigste lid erbij krijgt. Net als Recep Tayyip Erdoğan voor hem liet Viktor Orbán nog enige twijfel bestaan over de beslissing van zijn land voordat hij uiteindelijk het lidmaatschap accepteerde. Het waren de verhoogde spanningen met Rusland die hem deden besluiten om zich voor de toetreding uit te spreken.

    Nu het parlement ja heeft gezegd, hoeft de nieuw gekozen Hongaarse president (of mogelijk de waarnemend president) alleen nog maar te tekenen. Het document wordt dan naar Washington gestuurd en het Zweedse NAVO-lidmaatschap is dan een feit.

  • Regeringspartij Hongarije blokkeert NAVO-stemming over Zweden

    Regeringspartij Hongarije blokkeert NAVO-stemming over Zweden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Trump daagt Biden uit voor rechtstreeks debat

    » Britse koning Charles III heeft kanker

    De partij van Orbán kwam niet opdagen bij de stemming

    De regerende Fidesz-partij in Hongarije heeft een zitting van het parlement geboycot die door de oppositie was belegd om het NAVO-lidmaatschap van Zweden te ratificeren. Dat schrijft Dagens Nyheter. Zelfs toen een groep westerse ambassadeurs in het gebouw aankwam om aan te dringen op een stemming, veranderde er niets.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Maandenlang zei de Hongaarse premier Viktor Orbán dat het land niet als laatste zou tekenen voor het Zweedse lidmaatschap. Maar toen Turkije vorige maand het Zweedse lidmaatschap ratificeerde, is Orbán daarop teruggekomen, waardoor Hongarije momenteel als enige de toetreding van Stockholm tegenhoudt.

    De Hongaarse leider beloofde vervolgens publiekelijk aan de secretaris-generaal van de NAVO, Jens Stoltenberg, dat hij er bij het parlement op zou aandringen om ‘de ratificatie bij de eerst mogelijke gelegenheid af te ronden’, om vervolgens die belofte maandag te breken door niet te komen opdagen bij de stemming, tot woede van westerse diplomaten.

  • EU zet Orbán buitenspel om onderhandelingen over toetreding Oekraïne te starten

    EU zet Orbán buitenspel om onderhandelingen over toetreding Oekraïne te starten

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Steenkoolverbruik wereldwijd op recordhoogte in 2023

    » Finland sluit opnieuw de grens met Rusland

    ‘Diplomatiek debacle voorkomen’

    De Europese regeringsleiders hebben donderdag tijdens een top in Brussel besloten formele toetredingsonderhandelingen met Oekraïne te beginnen. Dit werd ’s avonds bekendgemaakt door voorzitter van de Europese Raad Charles Michel. Ook met de Republiek Moldavië zullen toetredingsonderhandelingen worden gestart. Het ‘historische’ besluit is ‘een duidelijk teken van hoop’ voor de bevolking in de landen, zei Michel.

    ‘Met dit besluit heeft de EU ternauwernood een diplomatiek debacle weten te voorkomen’, aldus Süddeutsche Zeitung. De Hongaarse premier Viktor Orbán had aangekondigd dat hij niet zou instemmen met het openen van de onderhandelingen voor een Oekraïens EU-lidmaatschap. Dat zou tegen het zere been van de Europese Commissie zijn, die deze stap een paar weken geleden had aanbevolen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Hij zou ook een besluit hebben tegengehouden dat alle andere 26 EU-regeringen koste wat het kost wilden, hij zou de eerdere eenheid van de EU in het Oekraïneconflict hebben opgeblazen, hij zou Oekraïne massaal in verlegenheid hebben gebracht, de Russische president Vladimir Poetin een politieke overwinning hebben bezorgd – en hij zou zichzelf in de EU hebben geïsoleerd in een uiterst belangrijke kwestie’, somt de krant uit Beieren op.

    Uiteindelijk verliet Orbán de kamer toen de belangrijkste beslissing – die unaniem moest zijn – werd genomen door de leiders van de andere 26 lidstaten. Volgens diplomatieke bronnen was de afwezigheid van Orbán ‘van tevoren besproken en constructief’, aldus SZ. Orbán zelf bevestigde deze procedure, die hem een onthouding of een veto bespaarde, even later op X. Hij noemde de start van de toetredingsgesprekken met Oekraïne ‘een slechte beslissing’ en voegde eraan toe: ‘Hongarije heeft niet deelgenomen aan deze beslissing.’

    Lees ook:

  • EU geeft 10 miljard vrij voor Hongarije in de aanloop naar gespannen top

    EU geeft 10 miljard vrij voor Hongarije in de aanloop naar gespannen top

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Israël wil Gaza-oorlog voortzetten ‘met of zonder’ internationale steun

    » Joe Biden formeel doelwit van een onderzoek naar afzetting

    EU probeert Orbán te overtuigen Oekraïne te steunen

    De Europese Commissie heeft woensdag 10,2 miljard euro aan bevroren cohesiefondsen vrijgegeven die bestemd waren voor Hongarije, meldt Politico. De aankondiging kwam een dag voor de top waar Europese regeringsleiders ‘verdere hulp aan Oekraïne en het openen van toetredingsonderhandelingen voor Kyiv zullen bespreken, waartegen premier Viktor Orbán fel gekant is’.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De Hongaarse regering ligt al lange tijd overhoop met Brussel, ‘dat miljarden aan Europese fondsen die bestemd zijn voor Hongarije heeft bevroren vanwege zorgen over de mensenrechten en de rechtsstaat in het land’, aldus de politieke nieuwssite. De cohesiefondsen zijn bedoeld om armere lidstaten te helpen investeren in hun economieën, maar om daar aanspraak op te maken moesten landen bepaalde hervormingen doen, zo ook Hongarije.

    Volgens de Europese Commissie heeft Hongarije nu enkele goede stappen gezet, waardoor het een deel van de middelen ontvangt. Zo hebben de Hongaarse autoriteiten enkele wetswijzigingen doorgevoerd om de rol en de bevoegdheden van de Nationale Raad voor Justitie – een orgaan dat toezicht houdt op het bestuur van de Hongaarse rechtbanken – en de onafhankelijkheid van het Hooggerechtshof te versterken.

    De timing van het vrijgeven van de miljarden is volgens de Europese Commissie ‘pure toeval’, tekent Politico op bij monde van vicevoorzitter Věra Jourová. Aan de vooravond van de top van vandaag dreigde de Hongaarse leider verdere EU-steun aan Oekraïne te blokkeren. Verschillende Europese leiders zijn een charmeoffensief gestart om Orbán te overtuigen toch groen licht te geven aan extra geld voor Oekraïne. Zo ontving de Franse president Emmanuel Macron de Hongaarse leider vorige week in Parijs voor een diner.

    Lees ook:

  • Na Polen ook Hongarije: EU geeft bevroren fondsen vrij

    Na Polen ook Hongarije: EU geeft bevroren fondsen vrij

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Wapenstilstand Gaza later ingegaan vanwege nieuwe eisen van Hamas

    » Zuid-Koreaans hof: Japan moet compensatie voor troostmeisjes betalen

    Het land kreeg geen geld vanwege antidemocratische wetten

    De Europese Unie heeft donderdag 900 miljoen euro aan betalingen aan Hongarije goedgekeurd, afkomstig uit het tot nu toe bevroren deel van de herstelfondsen. Dat meldt Bloomberg. Met de tegemoetkoming probeert de EU het veto van Hongarije tegen verdere hulp aan Oekraïne te neutraliseren.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De Europese Commissie had Hongarije na de pandemie uitgesloten van economische steun, vanwege de toegenomen bezorgdheid over corruptie en antidemocratische wetten die premier Viktor Orbán doorvoerde. Daar kwam bij dat Hongarije EU-hulp aan Oekraïne blokkeerde. Zo gebruikte het land zijn veto om tot 2027 50 miljard euro aan economische hulp te geven en toetredingsonderhandelingen met Kyiv te beginnen. Ook een plan om de militaire steun van de EU aan Oekraïne met 20 miljard euro te verhogen haalde het niet.

    Orbán heeft nooit een geheim gemaakt van zijn banden met Rusland. Toch lijkt de EU nu te willen proberen Hongarije met fondsen te overtuigen voor Europa te kiezen. Eerder kreeg ook Polen bevroren fondsen uitgekeerd. Dat had te maken met de nieuwe democratische weg die lijkt te zijn ingeslagen na de laatste verkiezingen.

    Lees ook:

  • Hongaarse oppositie verenigd tegen Orbán | Cannabis voor ‘religieuze doeleinden’

    Hongaarse oppositie verenigd tegen Orbán | Cannabis voor ‘religieuze doeleinden’

    Hongaarse partijen vormen blok tegen Orbán

    Jobbik, de voormalige extreemrechtse partij van Hongarije die tegenwoordig als ‘conservatief’ door het leven gaat, heeft aangekondigd sociaaldemocratische kandidaten in Boedapest en elders te zullen steunen, zo schrijft Euractiv. De stap is een bevestiging van een eerdere belofte, die inhield dat de oppositiepartij in de aanloop naar de algemene verkiezingen van volgend jaar samen zal werken met andere partijen, in de hoop de almachtige Fidesz-partij van de radicaal-rechtse premier Viktor Orbán te kunnen verslaan.

    Jobbik zegt voormalig televisiepresentator Kálmán Olga, de kandidaat van de Democratische Coalitie (DK), te zullen steunen in de voorverkiezingen van de oppositie in het tweede district van de hoofdstad, zo maakte de partij afgelopen weekeinde bekend. De partij heeft zich eerder al teruggetrokken ten gunste van andere DK-kandidaten, maar ook van socialistische en liberale kandidaten.

    De zes grootste oppositiepartijen kwamen vorig jaar overeen om in alle kiesdistricten slechts één kandidaat voor te dragen tegen Fidesz

    De aankondiging van Jobbik is het meest recente teken dat de oppositiepartijen stellig van plan zijn te blijven samenwerken in aanloop naar de parlementsverkiezingen van 2022. Een dergelijke samenwerking wordt algemeen beschouwd als een noodzakelijke voorwaarde om de macht van Fidesz en Orbán te kunnen breken.

    De zes grootste oppositiepartijen van Hongarije, de socialistische MSZP en de centrumlinkse DK, de groene partijen LMP en Párbeszéd, het liberale Momentum en Jobbik, kwamen in december vorig jaar overeen om in alle 106 kiesdistricten van Hongarije slechts één kandidaat voor te dragen tegen Fidesz. Daarnaast hebben ze het voornemen om gezamenlijk een kandidaat voor het premierschap voor te dragen en een gemeenschappelijk verkiezingsprogramma op te stellen.

    Om te beslissen wie in elk van de kiesdistricten tegen Fidesz zal strijden, gaat het oppositieblok zelf voorverkiezingen organiseren in het komende najaar. Hongarije heeft een eenkamerstelsel waarin parlementsleden worden gekozen door middel van een gemengd systeem: 106 parlementariërs zijn de winnaars van de kiesdistricten en 93 parlementsleden worden gekozen uit de partijlijsten.


    Rome: 21 werkdagen per jaar in de file

    Met 663 auto’s per 1000 inwoners staat Italië op de tweede plaats in de ranglijst van Europese landen die het meest afhankelijk zijn van auto’s. Het is de vraag of inwoners van Rome hier blij mee moeten zijn, want het wijdverbreide autobezit zorgt in de Italiaanse hoofdstad voor ellenlange files waarin Romeinen jaarlijks tientallen uren doorbrengen, zo bericht Radio Roma.

    Romeinen staan per jaar gemiddeld 170 uur stil met hun auto, ‘starend in het niets’, aldus Radio Roma. Een recent onderzoek van het Italiaanse instituut Nomisma bevestigt de reputatie van Italianen als fervente autoliefhebbers. Maar een beetje lekker doorrijden is er niet bij: de uren die een Romein doorbrengt in de file staat gelijk aan 21 achturige werkdagen per jaar.

    Het Italiaanse wagenpark is de afgelopen twintig jaar met ongeveer 7 miljoen voertuigen gegroeid

    De studie is uitgevoerd door Luigi Scarola en Giulio Santagata, twee specialisten op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling en sociale economie. Ze stelden vast dat het Italiaanse wagenpark de afgelopen twintig jaar met ongeveer 7 miljoen voertuigen is gegroeid, een toename van meer dan 20 procent. Terwijl er in 2000 in Italië nog 572 auto’s per duizend inwoners waren, steeg dit aantal tot 663 in 2019. Daarmee is het Zuid-Europese land op de tweede plaats beland in de ranglijst van Europese landen die het meest afhankelijk zijn van auto’s, achter nummer één Luxemburg.

    De Italiaanse hoofdstad is de drukste stad van het land, en heeft een concentratie van 1376 auto’s per vierkante kilometer. Van de duizend inwoners hebben er 623 een auto, tegen 360 in Londen en 250 in Parijs. Voor een tripje waar maximaal dertig minuten voor zou moeten staan heeft een Romein bijna een uur nodig, aldus Radio Roma. Desondanks hebben inwoners amper de neiging om met de bus of de metro te gaan. De schuld daarvoor ligt volgens Radio Roma bij de falende openbare voorzieningen in de hoofdstad. Het radiostation wijst op ‘de tekortkomingen en het inconsistente beheer van het openbaar vervoer’ in de stad.

    ‘In Rome sterf je door de luchtvervuiling, of je wordt oud in het verkeer’

    Tijdens de eerste lockdowns in het voorjaar van 2020 nam het autoverkeer aanvankelijk aanzienlijk af, maar daarna kwamen de verkeersvolumes al snel terug op het prepandemische niveau en stonden de Romeinen weer als vanouds vloekend en tierend in de file. Of, zoals Radio Roma het cynisch uitdrukt, ‘In Rome sterf je door de luchtvervuiling, of je wordt oud in het verkeer’.


    Legalisering cannabis ‘voor religieuze doeleinden’

    Voor rastafari’s is de consumptie van cannabis inherent aan de beoefening van hun geloof, maar in Kenia is dat een probleem, want cannabis is bij wet verboden. Daarom heeft de Rastafarian Society of Kenya (RSK), onlangs een verzoekschrift ingediend voor ontheffing, zo schrijft The Daily Nation uit Nairobi. Het ‘zeldzame’ verzoek is ingediend bij het Keniaanse Hooggerechtshof.

    De RSK, die zegt de landelijke vertegenwoordiger van de spirituele beweging te zijn, en een geestelijke met de bijnaam ‘Ras Prophet’, verzoeken de rechtbank om de wet op te schorten die het gebruik van cannabis verbiedt, aldus de krant. Ze willen toestemming om cannabis te consumeren ‘voor religieuze doeleinden’, en zijn van mening dat de huidige wetgeving ‘het spirituele gebruik van cannabis door rastafari’s strafbaar stelt’.

    ‘Rastafari’s worden als religieuze minderheid gedwongen om in Kenia in angst te leven’

    ‘RSK-leden worden als religieuze minderheid gedwongen om in Kenia in angst te leven, omdat het huidige wettelijke kader vijandig staat tegenover hun praktijken en geen rekening houdt met het gebruik van marihuana als middel om hun geloof te uiten en om in contact te komen met de almachtige schepper’, citeert The Daily Nation uit het verzoek dat aan de rechtbank is gestuurd. De groep roept ook op tot de opschorting van arrestaties en vervolging van leden die cannabis kweken of een op marihuana gebaseerde drank consumeren die bekend staat als ‘bhang’.

    De RSK stelt zich op het standpunt dat de huidige wetgeving in strijd is met de grondwet, die de religieuze praktijk van minderheden zoals die van hen zou moeten beschermen. ‘Sinds de grondwet van 2010 bevinden we ons in een nieuw constitutioneel kader, dat diversiteit erkent en dat gemarginaliseerde groepen zoals leden van de RSK zou moeten beschermen’, aldus het verzoek. Daarom wil de groep dat de president van het Hooggerechtshof hun verzoek in behandeling neemt.

    Mocht de RSK in het gelijk worden gesteld, dan is dat niet de eerste keer, want in 2019 kreeg de groep ook al eens een aanpassing van de wet voor elkaar. In dat jaar werd een jong meisje van school gestuurd omdat ze dreadlocks droeg. RSK slaagde erin om officieel erkend te krijgen dat scholieren en studenten het recht hebben om hun haar te stylen zoals ze willen, dus ook als ze kiezen voor dreadlocks, een van de onderscheidende kenmerken van Rastafari’s die weigeren hun haar te knippen. Twee jaar geleden werd rastafari in Kenia officieel aangemerkt als een religie.

  • Politiek en lobbyisme: de draaideur van Brussel

    Politiek en lobbyisme: de draaideur van Brussel

    De afstand tussen EU-ambtenaren en 35.000 lobbyisten in Brussel is schrikbarend klein. Sterker nog, na een functie voor de EU te hebben vervuld, stapt een fors aantal ambtenaren over naar de lucratieve lobbywereld. De EU prijst zichzelf vanwege ‘transparante’ regelgeving op dit gebied, maar ophef rond voormalig EU-commissaris Günther Oettinger roept de vraag op of die tevredenheid terecht is. 

    ‘De EU heeft een autoriteit voor ethiek nodig!’, is de kop boven een artikel dat financieel redacteur Harald Schumann eind januari voor de Duitse krant Der Tagesspiegel schreef.

    Volgens Schumann zijn EU-politici te zelfgenoegzaam over het feit dat de activiteiten van lobbyisten in Brussel geregistreerd dienen te worden en daardoor dus redelijk controleerbaar zouden moeten zijn. Hij verwijst in dit verband naar een uitspraak van Katharina Barley, vicevoorzitter van het EU-parlement: ‘Wat transparantie omtrent lobbyen betreft, gaat de EU resoluut voorwaarts.’

    In eerste instantie begrijpt Schumann die uitspraak. ‘Commissarissen en hoge parlementariërs volgen inderdaad een mooi principe. Iedereen die met hen over een project wil praten, moet met naam en budget worden vermeld in het officiële lobbyregister. Zonder inschrijving kan er geen afspraak volgen, althans niet officieel. Bovendien moeten vergaderingen in toegankelijke databases worden ingevoerd. Wie zich te eenzijdig informeert, kan onder druk komen te staan‘, aldus Schumann. De procedure klinkt prima, maar, zegt Schumann, er is sprake van schone schijn.

    35.000 lobbyisten

    ‘Deze zogenaamd schone omgang met het leger van ongeveer 35.000 lobbyisten heeft een vuile keerzijde’, schrijft de Duitse journalist. ‘Voor honderden EU-functionarissen, commissarissen en parlementariërs is de afstand die ze tot lobbyisten houden slechts show. In werkelijkheid staan ze zo dicht bij elkaar dat ze na het vertrek uit hun ambt maar al te graag overstappen om hun kennis te gelde te maken.’ 

    Volgens Schumann zijn na 2014 maar liefst 185 EU-parlementsleden overgestapt van het parlement naar een baan bij lobbykantoren. Van de 27 commissarissen die in 2014 aftraden, zijn er 13 ingehuurd door lobbyagentschappen en bedrijven.

    Veel verontwaardiging was er over de nieuwe functie van voormalig Commissievoorzitter José Manuel Barroso. Na zijn vertrek trad hij aan als directeur bij de Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs. Al tijdens zijn voorzitterschap bleek hij ‘buitengewoon vruchtbare ontmoetingen’ met Goldmans topmanager Blankfein te hebben gehad, zonder die te melden.

    ‘Wat echt verwerpelijk is, is de schade aan de democratie’

    De Europese Commissie eist een wachttijd van twee jaar, zodat topfunctionarissen kunnen ‘afkoelen’ om belangenconflicten te vermijden. Maar ook die maatregel is niet serieus te nemen, volgens Schumann, zoals blijkt uit de activiteiten van voormalig EU-commissaris Günther Oettinger. 

    Oettinger, een Duitse CDU-politicus, was van 2010 tot 2019 EU-commissaris en tekende na zijn vertrek arbeidscontracten met niet minder dan dertien bedrijven en verenigingen. Daarvoor ontving hij speciale toestemming van de zittende Commissie onder leiding van partijvriendin Ursula von der Leyen, op voorwaarde dat hij niet zou lobbyen.

    Maar de groene Europarlementariër Daniel Freund vindt de gang van zaken ongeloofwaardig. Volgens hem staan slechts ‘zeven van de nieuwe werkgevers van Oettinger vermeld in het lobbyregister’.

    Schumann concludeert dat het probleem van de nauwe band tussen de hoogste ambtenaren met de ‘geldmachtigen’ niet alleen de mogelijke manipulatie van wetgeving betreft. ‘Wat echt verwerpelijk is, is de schade aan de democratie.’ Want de overstap van politiek naar lobbyisme wekt volgens hem de verkeerde indruk dat politiek kan worden gekocht, ‘en daardoor worden kiezers naar de antidemocraten van rechts gedreven’.

    Oettinger

    Drie weken na het artikel van Schumann bevestigt de Oostenrijkse krant Die Presse hoe schimmig de lobbywegen van oud-Commissaris Günther Oettinger zijn. Afgelopen weekend publiceerde de krant een artikel met als kop ‘Kritik an Oettinger-Job für Tabaklobby’ (‘Kritiek op Oettingers baan voor de tabakslobby’). Kern van de zaak is dat Oettinger sinds begin van dit jaar voor een lobbybureau werkt waarvan de grootste klant het tabaksbedrijf Philip Morris is.

    ‘De wisselwerking tussen tabaksregulering en lobbywerk levert opnieuw problemen op voor de Europese Commissie’, zo schrijft Die Presse. ‘Emily O’Reilly, de EU-ombudsman, roept Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, op om zorgvuldig te controleren of Günther Oettinger, de Duitse EU-commissaris tot 2019, zich aan de afspraken houdt en niet lobbyt voor het tabaksbedrijf Philip Morris.’

    Volgens de krant zullen binnenkort drie belangrijke EU-wetten die de tabaksmarkt reguleren door de Commissie worden herzien. De eerste richtlijn betreft de grensoverschrijdende verkoop van tabaksproducten aan particulieren. De tweede is gericht op de minimumaccijnzen op sigaretten. Naar verwachting zal de derde richtlijn de productie, presentatie en verkoop van tabaksproducten betreffen, te denken valt aan afschrikwekkende afbeeldingen op verpakkingen en het verbod op gearomatiseerde sigaretten. De herzieningen zullen volgens O’Reilly met argusogen worden gevolgd door de tabakslobby.

    Problematisch

    Precies daarom zijn de dertien recent goedgekeurde banen van Oettinger volgens de Ombudsman zo problematisch. De voormalige minister-president van de deelstaat Baden-Württemberg, die in 2010 EU-commissaris voor energiebeleid werd, daarna voor de digitale economie en als laatste voor begroting en personeel, kreeg op 11 november vorig jaar toestemming van de Commissie om aan de slag te gaan bij communicatie- en lobbybureau Kekst CNC als ‘global consultant’. 

    Hij aanvaardde deze functie op 1 januari van dit jaar. O’Reilly waarschuwt Von der Leyen in een brief: ‘Aangezien Philip Morris International de grootste klant is van dit adviesbureau, dat is opgenomen in het EU-transparantieregister, kunt u begrijpen dat het publiek er zeker van moet kunnen zijn dat de Commissie alle noodzakelijke maatregelen neemt om ervoor te zorgen dat de verplichtingen worden nagekomen om toe te zien op de naleving van de voorwaarden die de voormalige commissaris zijn opgelegd.’

    Oettinger maakte bekend dat de nieuwe functie hem ‘de kans zal geven om ervaring en kennis door te geven aan adviseurs en klanten’

    In de praktijk is dit echter onmogelijk, volgens Die Presse, zeker als Oettinger ervoor zorgt dat hij geen schriftelijke sporen nalaat die op een schending van zijn niet-lobbyplicht zouden kunnen wijzen. Het is volgens de krant overigens duidelijk dat Kekst CNC hem vooral heeft ingehuurd vanwege zijn specifieke ervaring. Oettinger windt daar ook geen doekjes om, want hij maakte zelf op de website van het bureau bekend dat de nieuwe functie hem ‘de kans zal geven om ervaring en kennis door te geven aan adviseurs en klanten’.

    Als antwoord op vragen van Die Presse verwees een woordvoerder van de EU-commissie naar de restricties waaronder Oettinger de baan heeft mogen aannemen. ‘De Commissie zal de Ombudsman antwoorden, net als in alle andere gevallen’, voegde de woordvoerder eraan toe.

    Geen roker

    Ook de politieke website Politico besteedde dit weekeinde aandacht aan het geval-Oettinger, en voegt nog meer informatie toe aan het verhaal. Volgens Politico vermeldde het EU Transparantie Register dat Kekst CNC in 2019 tussen de € 200.000 en € 299.999 aan inkomsten ontving van tabaksgigant Philip Morris.

    De site wijst op informatie die Oettinger aan de Commissie heeft verstrekt om deel te mogen uitmaken van de adviesraad van Kekst CNC. Volgens Oettinger helpt de adviesraad ‘de wereldwijde reputatie en zichtbaarheid van Kekst CNC te verbreden en te verbeteren bij opinieleiders en besluitvormers’. Daarnaast ondersteunt de raad ‘activiteiten voor bedrijfsontwikkeling’, volgens Oettinger.

    ‘In haar brief van 11 februari aan de voorzitter van de Commissie Ursula von der Leyen’, zo schrijft Politico, ‘herinnert Ombudsman Emily O’Reilly eraan dat de EU als deelnemer aan het Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging van de Wereldgezondheidsorganisatie “zich heeft verbonden het volksgezondheidsbeleid te beschermen tegen de tabaksindustrie”.’ 

    Oettinger vertelde Politico desgevraagd dat zijn werkzaamheden ‘niets met tabak te maken zullen hebben’. ‘Ik ben geen roker’, zo liet de Duitse politicus weten, eraan toevoegend dat hij geen contact heeft gehad met Philip Morris en ook ‘geen ambitie’ heeft om in de toekomst in contact met het bedrijf te treden. ‘Ik ben perfect op de hoogte van mijn beperkingen en mijn verplichtingen.’

    Thomas Empt, algemeen directeur van Kekst CNC, valt hem daarin bij: ‘We willen geen commentaar geven op de brief van de Ombudsman, maar we willen wel benadrukken dat het voor ons bedrijf van het grootste belang is om de Gedragscoderegels voor voormalige leden van de Europese Commissie strikt te volgen.’

    Hongarije

    Hoe zuiver op de graat Oettinger zal blijken, valt nog te bezien, maar enige waakzaamheid lijkt op z’n plaats, gezien zijn eerdere activiteiten. Volgens Politico liet het Staatsblad van Hongarije een jaar geleden weten dat de Hongaarse premier Viktor Orbán Oettinger heeft aangewezen als covoorzitter van een nieuw op te richten Nationale Raad voor Wetenschapsbeleid, die de Hongaarse regering adviseert over innovatie en onderzoek. Deze controversiële wetenschapsraad is opgericht door de premier zelf.

    Als covoorzitter zou Oettinger samenwerken met de Hongaarse minister van Innovatie en Technologie László Palkovics, die de instelling leidt. Oettinger zou het enige niet-Hongaarse lid in de raad zijn.

    Volgens critici is de raad onderdeel van de inspanningen van de Hongaarse regering om strengere controle uit te oefenen op de academische sector, bijvoorbeeld door financiering in te houden voor onderzoekers die tegen het beleid van Orbán zijn.

    ‘Het is vreselijk dat een voormalig EU-commissaris geloofwaardigheid verleent aan een regime dat de onafhankelijkheid van de wetenschap aanvalt’

    Met name linkse en groene leden van het Europees Parlement beschuldigen Oettinger ervan de ambities van Orbán te legitimeren om wetenschap onder controle van de regering te krijgen. De Hongaarse regering weerspreekt dat en stelt dat het doel is de wetenschapssector van het land innovatiever te maken.

    Dat Hongaarse verweer is niet bijster geloofwaardig. De beschuldigingen van gebrek aan academische vrijheid in Hongarije zijn de afgelopen jaren toegenomen, vooral sinds de gerenommeerde Centraal-Europese Universiteit, gefinancierd door de Hongaars-Amerikaanse miljardair George Soros, naar Wenen moest verhuizen vanwege beperkingen die werden opgelegd door de Hongaarse autoriteiten.

    Oettinger is zich ondertussen van geen kwaad bewust. Aan Politico liet hij weten dat hem niet was verteld hij een vergoeding zou krijgen voor de baan en dat hij ‘de agenda van bijeenkomsten wil vormgeven en bijdragen aan discussies’, om de wetenschap in Hongarije een impuls te geven.

    ‘Wetenschap, innovatie en onderzoek moeten een zorg zijn voor heel Europa en moeten daarom ook beter worden gepromoot in de afzonderlijke landen’, aldus Oettinger. ‘De afgelopen jaren heb ik Europa altijd bekritiseerd omdat het niet genoeg aan onderzoek doet. We moeten 3 procent van ons bruto nationaal product in onderzoek steken, in plaats daarvan zitten we constant op 2 procent.’

    ‘Erg vergezocht’

    De groene Europarlementariër Daniel Freund kijkt er anders tegenaan. ‘Het is vreselijk dat een voormalig EU-commissaris geloofwaardigheid verleent aan een regime dat de onafhankelijkheid van de wetenschap aanvalt’, zei Freund vorig jaar. ‘En dat in een situatie waarin ngo’s en journalisten zwaar onder druk staan, er schaamteloze corruptie is in het land, er een artikel 7-procedure tegen Hongarije loopt en Orbáns regeringspartij Fidesz is geschorst uit zijn partijfamilie, de Europese Volkspartij’ – nota bene de Europese partij waar Oettingers CDU deel van uitmaakt.

    Oettinger wijst die kritiek af. ‘De naam zegt het al: de Nationale Raad voor Wetenschapsbeleid heeft een adviserende rol, maar neemt geen beslissingen’, was zijn commentaar. ‘Vrijheid van wetenschap en onderwijs is altijd erg belangrijk voor me geweest. Daarom accepteer ik deze kritiek niet. Het is erg vergezocht.’

    Volgens Kontext: Wochenzeitung was de EU er twee maanden geleden nog niet uit of Oettinger de klus in Hongarije mag aannemen: ‘De Europese Commissie is nog steeds aan het piekeren of ex-commissaris Günther Oettinger de controversiële premier van Hongarije, Viktor Orbán, kan bijstaan als hoofd van zijn nieuwe Innovatieraad.’

    Wellicht speelt bij het geaarzel mee dat Oettinger eerder ook al onder vuur is komen te liggen vanwege zijn nauwe banden met Orbán. In 2016, toen hij commissaris voor digitale economie was, gebruikte hij de privéjet van een pro-Russische Duitse zakenman die voor de Hongaarse regering werkte om naar een diner met Orbán te vliegen. Volgens Oettinger gebeurde dat omdat er op dat moment geen commerciële vlucht was om hem op tijd naar het diner in Boedapest te brengen. De Europese Commissie accepteerde zijn uitleg destijds.

    Of de Commissie in Oettingers onschuld blijft geloven bij de beslissing over zijn Hongaarse baan, valt nog te bezien. Margarida Silva van Corporate Europe Observatory, een nonprofitorganisatie die de connectie tussen EU-beleid en lobbyisten in de gaten houdt, zei vorig jaar: ‘Er zijn zorgen dat deze nieuwe baan op de een of andere manier het resultaat zou kunnen zijn van de betrokkenheid van Oettinger, als Europees commissaris, bij beslissingen die van invloed waren op de Hongaarse regering. Mocht dit het geval blijken te zijn, dan zou dit een onderzoek vereisen door OLAF’, het fraudebestrijdingsbureau van de EU.

  • Mogen daklozen worden opgepakt?

    Mogen daklozen worden opgepakt?

    Een nieuwe wet in Hongarije verbiedt daklozen op straat te slapen, op straffe van een taakstraf of opsluiting. De VN is tegen en ook in Hongarije zelf is de wet niet onomstreden.

    JA

    Op zondag 14 oktober, de dag voordat de wet in werking trad die daklozen verbiedt om op straat te slapen, demonstreerde de liberale linkse intelligentsia er nog eenmaal tegen. Enkele 
honderden personen verzamelden zich voor het parlement in Boedapest om het Hongaarse volk hun grootmoedigheid te tonen. Maar bovenal verdedigden de demonstranten het onvervreemdbare recht van daklozen om op straat dood te vriezen. Oppositiemedia liepen te hoop tegen de criminalisering van een permanent verblijf in de publieke ruimte en de schaamteloze ‘jacht’ op daklozen.

    De realiteit is echter anders. De regering wil in de eerste plaats proberen om mensen die geen permanent woonadres hebben weer te integreren in de maatschappij. Nu 
al bestaan er opvangcentra voor daklozen, waar zij medisch onderzocht kunnen worden, in een goed bed slapen en een douche nemen. Sommigen vinden zelfs werk en hebben op den duur de opvang niet meer nodig. Uiteraard gelden er in deze centra elementaire regels die de bewoners moeten respecteren. Dronkaards wordt de toegang geweigerd en consumptie van alcohol is strikt verboden.

    Er zijn zo’n driehonderd individuen die de regels van de opvangcentra niet respecteren en dagelijks onze pleinen, straten en metrostations bevuilen. Ze urineren tegen de muren. We moeten met een boog om hen heen lopen en soms zelfs over hen heen stappen, wanneer ze weer eens dronken en agressief aanspraak maken op onze generositeit in plaats van zelf hun brood te 
verdienen. Onze kinderen moeten hen zien vechten, ze aarzelen niet om een van hun miserabele kameraden een knal te verkopen om hun territorium op het Jászai Mariplein bij de Donau te 
verdedigen.

    De zevenduizend personen voor wie nu al wordt gezorgd, bewijzen dat de overheid hen niet vervolgt

    Zij weigeren geschreven en ongeschreven wetten 
te respecteren die het maatschappelijk verkeer in goede banen leiden. De boze kunstenaars op het Kossuthplein demonstreren voor zwervers die het schamele inkomen dat zij met bedelarij weten te bemachtigen, onmiddellijk spenderen aan drank. De regering wil deze mensen vooral tegen zichzelf beschermen door hun weer een plek binnen het ‘systeem’ te geven. Ja, zelfs hun leven redden, door hun een warm onderdak te geven en ervoor te zorgen dat ze niet doodvriezen.

    De zevenduizend personen voor wie nu al wordt gezorgd, bewijzen dat de overheid hen niet vervolgt. Integendeel, daklozen worden juist zo goed en humaan als maar mogelijk is beschermd tegen de funeste consequenties van het verlies van hun woning. Deze zevenduizend personen bewijzen de driehonderd die nog in de marge verblijven, dat er een andere oplossing mogelijk is dan in de kou op straat te creperen of aan alcoholisme te bezwijken. De linkse intelligentsia mogen zoveel protesteren als ze willen voor het recht van daklozen om dood te vriezen op het trottoir. Van nu af aan zal de regering deze ongelukkigen echter behoeden voor een zekere dood.

    Auteur: Bence Apáti

    Bence Apáti is een Hongaarse balletdanser, die sinds 2000 als solist is verbonden aan de Hongaarse Staatsopera. Sinds kort is hij ook verslaggever, onder andere in een Hongaars tv-programma over politici en sterren.

    Magyar Idök | Hongarije | magyaridok.hu
    Opgericht in 2015, pro-Orbán en zelfbenoemde stem van conservatief Hongarije.

    1. Bence Apáti; 2. Bálint Misetics.
    1. Bence Apáti; 2. Bálint Misetics.

    NEE

    15 oktober zal altijd herinnerd worden als de dag waarop 
Hongarije besloot om dakloosheid te verbieden in naam van een grondwetswijziging die van bedelarij een misdaad maakt. De nieuwe wet verbiedt het om op straat te verblijven, zonder verder de vraag te stellen of een dakloze anderen in de openbare ruimte tot last is of normoverschrijdend gedrag vertoont.

    De praktische gevolgen van dit nationale verbod zijn nog 
onduidelijk. We kunnen ervan uitgaan dat veel politiemensen 
het met deze criminalisering oneens zijn en een oogje zullen dichtknijpen. Ook zij zullen begrijpen dat we beter ernstige en lang genegeerde sociale problemen kunnen oplossen dan 
ongelukkige slachtoffers van asociaal beleid straffen.

    De Hongaarse staat zou zich moeten schamen voor de manier waarop hij sinds 2010 met deze problematiek is omgegaan. 
De laatste acht jaar heeft de regering onophoudelijk wetten, decreten en amendementen uitgevaardigd die onevenredig streng zijn voor daklozen. De staat was zeer fanatiek in de 
vervolging van bedelarij. Wat zou er gebeurd zijn als de machthebbers zich even serieus van de taak hadden gekwijt dit 
fenomeen te voorkomen als het te bestraffen?

    Deze criminalisering van overheidswege is niet alleen onverantwoordelijk, maar ook diep immoreel en mensonwaardig. Bovendien vergt de handhaving van zo’n verbod enorm veel van de 
toch al overvraagde overheidsdiensten.

    Als de Hongaarse staat de afgelopen acht jaar een werkelijk sociaal beleid had gevoerd dat er vooral op was gericht mensen onderdak te bieden, was het aantal mensen dat op straat moet leven veel lager geweest

    Als de Hongaarse staat de afgelopen acht jaar een werkelijk sociaal beleid had gevoerd dat er vooral op was gericht mensen onderdak te bieden, in plaats van naar believen het strafrecht en de grondwet te wijzigen, zou het aantal mensen dat 
vandaag de dag in Hongarije op straat moet leven zonder 
twijfel veel lager zijn geweest. Alle partijen zouden tevreden 
zijn gesteld, in de eerste plaats de daklozen zelf. Veel van hen hadden zich in dat geval niet hoeven te verlagen tot bedelarij.

    Ook alle mensen die simpelweg medelijden hebben met dak-lozen, zich onwillekeurig afvragen of de bedelaar die zij op hun weg naar huis tegenkwamen morgenochtend nog wel in leven is, zouden dolblij zijn geweest met deze geste tegenover hulp-behoevende mensen. Hetzelfde geldt voor ouders die geen goed antwoord klaar hebben op de simpele vraag van hun kind: ‘Waarom heeft die mevrouw die daar op straat ligt geen huis?’ Idem voor al diegenen die zich niet thuis kunnen voelen in een stad waar niet iedereen een thuis heeft. En zelfs zij die niets anders willen dan dat ‘die luie zwervers eindelijk eens oprotten’, waren op hun wenken bediend.

    Auteur: Bálint Misetics

    Bálint Misetics studeerde sociologie aan Bard College (New York) en Berkeley (Californië) en behaalde zijn master aan Oxford. Momenteel promoveert hij in Hongarije op politieke wetenschappen en de welvaartstaat.

    Heti Világgazdaság | Hongarije | weekblad | oplage 110.000
    Economisch weekblad dat wordt gezien als de Hongaarse The Economist.

  • Extreemrechts 
 Vox heeft zijn stem gevonden

    Extreemrechts 
 Vox heeft zijn stem gevonden

    Santiago Abascal van Vox is hard op weg naar 
het Spaanse parlement. Maar eerst nog even vrienden worden met Viktor Orbán.

    Santiago Abascal zit waarschijnlijk binnenkort op het pluche. 
De voormalige leider van de 
Baskische Partido Popular en huidige politieke leider van de extreemrechtse partij Vox heeft een plan uitgedacht dat hem na de volgende landelijke 
verkiezingen – wanneer die worden gehouden is nog onduidelijk – in het Congreso de los Diputados [het Spaanse parlement] moet brengen.

    Maar eerst is er de lakmoesproef: de Europese 
Parlementsverkiezingen in mei 2019. Abascal hoopt dan te kunnen optrekken met ultraconservatieve Europese leiders als de Hongaarse premier 
Viktor Orbán.

    Stapje voor stapje. Peiling na peiling. Hoe dichter de stembusgang nadert, hoe rooskleuriger de peilingen worden voor Vox. Abascal droomt niet van [de premierswoning] La Moncloa, hij wil de sleutel naar het parlement zien te krijgen. Dit is geen sprint. Dit is een marathon. Het is voor het eerst dat het Centro de Investigaciones Sociológicas [Sociaal Wetenschappelijk Onderzoeksinstituut] de partij in zijn maandelijkse barometer vermeldt, met 1,4 procent van de stemmen.

    Santiago Abascal, Jose Ostega Smith, Rocio Monasterio en Ortega Lara van de extreemrechtse partij Vox op een partijbijeenkomst in het Palacio de Vistalegre in Madrid. 
© HH
    Santiago Abascal, Jose Ostega Smith, Rocio Monasterio en Ortega Lara van de extreemrechtse partij Vox op een partijbijeenkomst in het Palacio de Vistalegre in Madrid. 
© HH

    In de peilingen die hij uitvoerde voor Público, kwam 
verkiezingsanalist Jaime Miquel uit op twee zetels voor Vox, dezelfde prognose als waar politicoloog Pablo Simón op uitkomt. Vox begint zowaar een factor van belang te worden. ‘Of we het erg vinden dat men ons extreemrechts noemt? Absoluut niet. We willen onze tijd niet langer verdoen met onszelf te verdedigen. We zijn de Spaanse politiek ingegaan om de schuldigen aan te wijzen, niet om excuses te maken’, steekt Abascal van wal in een telefonisch interview. Hij voegt eraan toe dat de toevoeging waarmee hij in krantenkoppen wordt omschreven, hem niet meer raakt. ‘Wat ons echt interesseert, zijn de 
commentaren van lezers onder die krantenartikelen.’

    Politicoloog Simón aarzelt niet om 
Vox in te delen bij de stroming ‘nieuwe extreemrechtse en populistische politieke partijen’, zoals de anti-immigratiepartij Zweden-Democraten of de Partij voor de Vrijheid van de Nederlandse xenofoob Geert Wilders.

    Zweden en Nederland zijn voorbeelden van 
landen waar ultrarechts het goed doet. Spanje daarentegen is samen met 
Ierland en Portugal ‘een van de landen waar zulke partijen geen parlementaire vertegenwoordiging hebben. Spanje is daarin altijd een buitenbeentje geweest’, benadrukt Simón. De tijd zal het leren.

    ‘Als we van ons land houden, noemen ze ons fachas [fascisten], als we onze grenzen willen bewaken, zijn we vreemdelingenhaters’, zegt Abascal. De oud-parlementariër komt oorspronkelijk uit Amurrio [in Baskenland], maar is de laatste tijd vaker in Madrid te vinden, zijn standplaats. Niet toevallig bevindt een van de minirijkjes van Vox zich in de Spaanse hoofdstad. Langzaam maar zeker beginnen ze mee te tellen binnen de patriottische niche en zelfs ook daarbuiten. ‘Al moet je ze niet verwarren met de falangistische partijen van weleer, die hebben altijd een beperkte electorale impact gehad’, benadrukt Simón.

    Anti-establishment

    De strategie van Abascal en zijn medepartijleden is zo veel mogelijk stemmen wegkapen bij de Partido Popular, zijn voormalige partij die hij nu ‘rechtse schijtebroeken’ noemt, en bij Ciudadanos, de jonge partij rechts van het midden. ‘We doen er nu toe in debatten over onderwerpen waarmee deze twee partijen zich profileren’, aldus Abascal. Trots komt hij met gunstige cijfers: eind september 2017 telde de partij nog drieduizend leden, een jaar later is 
het ledental opgeklommen tot 10.681. ‘Ook het aantal geregistreerde sympathisanten van de partij is enorm 
toegenomen, van twintig- naar tachtigduizend.’

    Intussen probeert Vox haar nieuwe banden met belangrijke politieke 
partijen buiten Spanje te verstevigen. Er waren contacten met [de EP-fracties] Europa van Naties en Vrijheid, waar-
onder de Italiaanse Lega Nord, en 
Europese Conservatieven en Hervormers, met ultraconservatieve partijleden als de Finse Partij en het Poolse Recht en Rechtvaardigheid. Maar nu mikken ze hoger. ‘We proberen contact te leggen met de fractie van Viktor Orbán, die in de Europese Volkspartij zit.’ Orbán is als premier van Hongarije fel voorstander van het sluiten van de grenzen voor vluchtelingen – precies dezelfde eis die Vox in Spanje heeft.

    Intussen probeert Vox haar nieuwe banden met belangrijke politieke 
partijen buiten Spanje te verstevigen. Er waren contacten met [de EP-fracties] Europa van Naties en Vrijheid, waar-
onder de Italiaanse Lega Nord, en 
Europese Conservatieven en Hervormers, met ultraconservatieve partijleden als de Finse Partij en het Poolse Recht en Rechtvaardigheid. Maar nu mikken ze hoger. ‘We proberen contact te leggen met de fractie van Viktor Orbán, die in de Europese Volkspartij zit.’ Orbán is als premier van Hongarije fel voorstander van het sluiten van de grenzen voor vluchtelingen – precies dezelfde eis die Vox in Spanje heeft.

    ‘Aan de partij kleeft het etiket ‘anti-establishment’, wat de facto een etiket binnen het establishment zelf is’

    Al een paar maanden wijst analist Miquel op de groei van Vox. ‘Aan de partij kleeft het etiket “anti-establishment”, wat de facto een etiket binnen het establishment zelf is.’ Hij voorspelt wat er kan gebeuren bij de volgende Europese verkiezingen. ‘Er komen twee Europarlementariërs van Vox, en die gaan dit merk op de markt brengen.’ Miquel denkt dat er ‘electorale ruimte ontstaat voor een rechtse anti-establishmentpartij, en dat die op middellange termijn groot zal zijn’. Hij verwacht dat als Vox vaste grond onder 
de voeten krijgt, de Partido Popular onvermijdelijk met 15 procent zal inkrimpen. De redenering van het electoraat zal als volgt zijn: ‘Als Pablo Casado [partijleider van de Partido Popular] niet doet wat ik wil, dan ga 
ik naar Vox.’ Miquel verwacht dat de partij 250.000 stemmen in Madrid kan krijgen, een ‘gigantisch aantal’.

    Het worden drukke maanden voor Vox. Meer en meer rood-geelgekleurde vlaggen zullen de bijeenkomsten en toespraken opluisteren, steeds hardere kritiek zal klinken jegens de Spanjaarden die niet tot elke prijs de ‘eenheid van Spanje’ verdedigen, en er zal 
ongemeen fel oppositie worden gevoerd tegen wat Vox marxismo cultural [cultuumarxisme] heeft gedoopt en waartoe de partij ook het ‘radicale feminisme’ rekent. Tijdens deze 
marathon zal de leider van de Spaanse ultrarechtse partij zich vooral richten op de strijd om zetels in het Europees Parlement. ‘De Europese verkiezingen zijn voor ons de lakmoesproef en 
de toegangspoort tot de landelijke instituties’, aldus Abascal. De peilingen beginnen hem gelijk te geven.

    Auteur: Danilo Albin

    Público
    Spanje | publico.es

    De Madrileense site Público richt zich specifiek op jongeren. Onafhankelijk en progressief. De site heeft een pluralistisch karakter: meerdere medewerkers komen bij het conservatieve El Mundo vandaan.

  • 6. ‘We moeten tot de verbeelding van de nieuwe meerderheid spreken’

    6. ‘We moeten tot de verbeelding van de nieuwe meerderheid spreken’

    Als je verandering wilt, moet je een officiële organisatie op de been brengen die daar dagelijks aan werkt, aldus de Hongaarse activist Márton Gulyás.

    Márton Gulyás bracht in april jongstleden een bezoek aan Bratislava om een Face 
to Face-conferentie bij te wonen en te praten over de mogelijkheid om het publieke protest in fatsoenlijke banen te leiden. In een interview met The Slovak Spectator vertelt hij waarin de Hongaarse protestbeweging momenteel tekortschiet en waarom ze niet heeft kunnen voorkomen dat 
Viktor Orbán de recente Hongaarse verkiezingen met een tweederdemeerderheid won.

    Hoe zou een ‘fatsoenlijk publiek protest’ eruitzien?

    Voor een ontwikkelde, beschaafde samenleving zijn alleen niet-gewelddadige betogingen acceptabel. Maar als een protestbeweging het zonder officiële vertegenwoordigers, een duidelijke agenda en een vastomlijnde achterban moet stellen, kunnen mensen die aan betogingen deelnemen verder 
nergens heen. Ook al gaan er in Boedapest op dit moment honderdduizenden mensen de straat op, 
er zit geen officiële organisatie achter de betogingen die dag in dag uit aan een agenda werkt. Dat is iets wat we moeten leren van andere protestbewegingen: als je voor verandering strijdt, moet je je focussen op een officiële organisatie, of desnoods op niet-officiële groeperingen, en zorgen dat die hun voordeel kunnen doen met de massale betogingen. Verandering bereik je alleen als je je daar elke dag voor inzet.

    Hoe komt het dat er in Hongarije geen officiële protestbeweging is?

    Om te beginnen krijgen alle oppositiepartijen de schuld van het verkiezingsresultaat. Ze hebben natuurlijk enorm gefaald en worden daarom 
gewantrouwd. Uit hun kringen zou nooit een goede vertegenwoordiger van het verzet kunnen komen. Aan de andere kant zijn er geen massabewegingen 
of grote vakbonden die door de mensen in mijn land worden gerespecteerd. De vraag is op dit moment wie de eerste beweging zal vormen die zal proberen de mensen te verenigen en hun een agenda te 
bezorgen waaraan ze dagelijks kunnen werken. Er zijn kleine bewegingen die dat doen, maar daar zijn slechts enkele tientallen mensen bij betrokken. Voor echte verandering hebben we een massabeweging van tienduizenden mensen nodig. Daar moeten we over nadenken, en we moeten leren van onze eerdere fouten: zonder politieke vertegenwoordiging kunnen we de problemen waarmee we op dit moment worden geconfronteerd niet oplossen.

    En een burgerlijke, niet-politieke beweging?

    Het zou ook een politieke beweging kunnen zijn. 
We zullen moeten vertrouwen op partijen. Het probleem is dat deze partijen met een enorm gebrek aan vertrouwen en authenticiteit kampen. Vakbonden, die ook politieke organisaties kunnen zijn, zijn niet toegerust voor dit soort werk. Het belangrijkste is dat mensen die nu furieus zijn, niet alleen in Hongarije maar ook in Slowakije, zich inzetten voor de vorming van een beweging of organisatie die de problemen aan de orde blijft stellen. Met alleen maar boze mensen op straat schiet je niks op.

    Massaal protest tegen de regering in Boedapest. – © Zoltan Balogh / HH
    Massaal protest tegen de regering in Boedapest. – © Zoltan Balogh / HH

    In Slowakije zijn recentelijk enkele kleinere organisaties opgestaan die niet bij de ‘Beweging voor een fatsoenlijk Slowakije’ horen. Bestaat 
met zoveel bewegingen niet het risico dat de kern van het probleem ondergesneeuwd raakt en het hele verzet instort?

    Ik ben niet zo goed bekend met de situatie in 
Slowakije, maar één ding is zeker: deze bewegingen of organisaties die voor verandering strijden moeten een duidelijke agenda en ideologie hebben. Mensen moeten niet bang zijn voor ideologische verschillen. Daar gaat politiek tenslotte over: op een vreedzame manier tegen andere ideologieën strijden. Maar 
als er te veel organisaties zijn, kan dat schadelijk 
zijn voor het grotere doel waarvoor ze strijden. Mijn advies zou zijn: heb een duidelijke agenda voor de specifieke politieke kwesties en zoek ruimte voor gemeenschappelijke doelen.

    Sommige Slowaakse politici, onder wie de ex-premier, impliceerden dat deze protesten vanuit het buitenland georganiseerd konden zijn, met name door George Soros. Beschouwt u zulke retoriek als een veeg teken?

    Allereerst moeten alle protestbewegingen volstrekt transparant zijn wat al hun inkomsten en uitgaven betreft. Ze mogen geen kosten verzwijgen die ze hebben gemaakt en ook niet waar hun geld vandaan komt, of het nou om kleine of grote donateurs gaat. Maar waar ik de Slowaakse samenleving voor wil waarschuwen is het volgende: sta niet toe dat politici de mensen die zich tegen hen verzetten en hen bekritiseren, afdoen als ‘soldaten van Soros’. Dat is in Hongarije gebeurd. Eerst waren het alleen maar een paar politici die burger-ngo’s, activisten, advocaten en anderen die voor verandering strijden ervan 
probeerden te beschuldigen dat ze naar de pijpen 
van Soros dansten.

    En op dit moment doet de hele Hongaarse staat niets anders dan mensen zoals ik, op reclameborden, op televisie, radio en in kranten, ervan beschuldigen dat ze door Soros worden betaald of dat we op een oneerlijke manier tegen de regering vechten en dat we de werkelijke reden waarom we dat doen verzwijgen. Niets daarvan is waar. Ik heb verscheidene processen gewonnen waarin werd bepaald dat deze beweringen moesten worden herroepen. Je moet je focussen op politici die met deze beschuldigingen begonnen zijn en alles uit de kast halen om te voorkomen dat het uit de hand loopt.

    Voorafgaand aan de parlementsverkiezingen 
in Hongarije heeft u alles in het werk 
gesteld om te voorkomen dat Fidesz met een tweederdemeerderheid zou winnen. Wat was 
de belangrijkste reden voor het mislukken 
van deze pogingen?

    Het gebrek aan samenwerking tussen de oppositiepartijen. Die waren niet alleen arrogant, maar ook uitermate dom om de realiteit zo te negeren. We hadden minstens vier kandidaat-premiers om het tegen Orbán op te nemen. De verkiezingsuitslag was volstrekt in strijd met de realiteit van de Hongaarse samenleving. We hebben geprobeerd met de oppositie in gesprek te raken en haar duidelijk te maken 
dat ze in de afzonderlijke kiesdistricten moest samenwerken om de tweederdemeerderheid te voorkomen. Maar zelfs daar waren ze niet toe in staat.

    Het is duidelijk dat Fidesz de partij met de grootste aanhang is, maar toch verbaasde het ons hoeveel stemmen ze op nationaal niveau behaalden: 49 
procent, wat ongeëvenaard is. Maar ze kregen de tweederdemeerderheid door bedrog en geknoei met het kiesstelsel. De oppositiepartijen hadden dat kunnen voorkomen als ze rationeler en coöperatiever waren geweest. Dit is hun fout geweest. Nu zitten 
we in een volstrekt andere situatie. We hoeven niet meer na te denken over hoe ze over vier jaar moeten samenwerken, want dat is een gepasseerd station. We moeten van voren af aan beginnen om een nieuwe kijk op het land en de samenleving te ontwikkelen, die de kijk van Fidesz zal kunnen verslaan. We moeten een nieuwe meerderheid tegenover die van Orbán vormen.

    Is er een reële kans op verandering?

    Jazeker. Het beleid dat Orbán voorstaat is onhoudbaar. De welvaart van de EU-economie heeft hem flink geholpen. Maar als je onze welvaart vergelijkt met die van andere landen in de regio, zoals Slowakije, de Tsjechische Republiek of Roemenië, dan hebben we nog heel wat in te halen. Dit zal op een dag ophouden, er zullen nieuwe wereldcrises komen, want we leven nog steeds in een kapitalistisch systeem waarin dit soort dips zijn ingebakken. Als dat gebeurt zal Orbán zijn onaantastbare positie van dit moment verliezen. Maar dat zal niet genoeg zijn. Daarom moeten we er van nu af aan voor zorgen dat we tot de verbeelding van de nieuwe meerderheid spreken.

    Met welke concrete stappen denkt u dat te bereiken?

    Daar denk ik op dit moment over na. Ik moet een paar maanden uit de publiciteit blijven. Als we alleen maar op ons instinct afgaan zullen we onze fouten voortdurend herhalen. We moeten ons focussen op de intellectuele arbeid die we de afgelopen acht jaar hebben verwaarloosd. Het is tijd voor analyses en het ontwikkelen van een nieuwe strategie. Alleen dan kunnen we met ons land aan een nieuw hoofdstuk beginnen.

    Gulyás debateert over het belang van artistieke en democratische vrijheid op 31 mei
    20:30 in De Balie

    Marton Gulyas, foto van B1 Blog
    Marton Gulyas, foto van B1 Blog

    Wie is Márton Gulyás?

    Een Hongaarse activist die door de regering aldaar als veiligheidsrisico wordt bestempeld. Na een betoging tegen een wetswijziging om de Central European University van George Soros aan te pakken werd hij drie dagen gevangengezet en tot een taakstraf van driehonderd dagen veroordeeld. Na zijn vrijlating richtte Gulyás de beweging ‘Land voor iedereen’ 
op, die het huidige Hongaarse kiesstelsel probeert te veranderen door de invoering van een 
nieuwe wet.

    Vertaler: Martinette Susijn

    The Slovak Spectator
    Slowakije | maandblad | oplage nb

    De enige Engelstalige krant in Slowakije. Wordt eens in de maand als bijlage 
gepubliceerd bij het dagblad Sme en biedt behalve cultuur lokaal en financieel nieuws.

  • 1. De claim op het ‘echte volk’

    1. De claim op het ‘echte volk’

    De Duitse professor Jan Werner-Müller wil het populisme precies omschrijven, zonder ‘vage anti-establishment sentimenten’. Sleutel in zijn analyse is de pretentie van populisten dat zij het ‘echte’ volk vertegenwoordigen. Ze geloven in regeren bij meerderheid, maar niet in verscheidenheid.

    Tegenwoordig lijkt de diepere betekenis van alle verkiezingen in Europa (en misschien zelfs in de wereld) zich tot één enkele 
vraag te beperken: heeft het populisme gewonnen of verloren? Tot de Nederlandse verkiezingen van maart 2017 werd het publieke debat gedomineerd door het beeld van een onstuitbare golf – of tsunami, zoals Nigel Farage het noemde – van populisme. En vooral na de grote zeges van Macron hoor je nu vaak dat we misschien al in het ‘post-populistische tijdperk’ zijn beland. 
Die diagnoses zijn allebei fout en verdienen het etiket dat het populisme zelf vaak krijgt opgeplakt: simplistisch.

    Bij het beeld van een onhoudbare golf gaat men er klakkeloos van uit dat zowel de Brexit als het presidentschap van Trump een triomf voor het populisme betekende. En natuurlijk, Farage en Trump zijn populisten, al zijn ze 
dat niet omdat ze, zoals het cliché wil, ‘afgeven op de elite’. Niet iedereen met kritiek op de elite is automatisch een populist. Een kritische houding tegenover de elite kun je net zo goed opvatten als teken van democratische betrokkenheid van de burger. Populisten in de oppositie hebben allicht kritiek op de regering. Maar belangrijker is dat ze ook beweren dat zij en zij alleen opkomen voor wat populisten vaak ‘echte mensen’ of ‘de zwijgende meerderheid’ noemen.

    Daarmee zeggen ze eigenlijk dat alle andere partijen in wezen geen recht van spreken hebben. Het gaat 
de populisten nooit om een verschil 
van mening over het beleid of zelfs over normen en waarden, het soort meningsverschil dat in een democratie natuurlijk heel normaal is (en in het beste geval ook productief). Nee, populisten spelen in ieder politiek conflict meteen op de man en maken er een morele kwestie van: de anderen zijn volgens hen simpelweg ‘slecht’ en 
‘corrupt’. Die spannen zich niet in voor ‘het volk’ maar alleen voor zichzelf (voor de gevestigde orde) of voor multinationals of voor de EU of noem maar op. 
In dat opzicht was de campagneretoriek van Trump een extreem geval, maar 
niet echt een uitzondering.

    ‘Echte mensen’

    Minder in het oog springend is de 
suggestie van populisten dat mensen die het niet eens zijn met hun opvatting van wat ‘het volk’ is, en die hen dus niet steunen, eigenlijk niet tot dat volk behoren. Denk aan Farage, die op de avond van het beslissende referendum riep dat de Brexit een ‘victory for real people’ was. Daarmee impliceerde hij dat de 48 procent die tegen een Brexit hadden gestemd geen ‘echte mensen’ zijn, ofwel: niet echt tot het Britse volk behoren. Of denk aan Trump, die op een verkiezingsbijeenkomst vorig jaar zei: ‘Het gaat erom dat we de mensen verenigen – want die andere mensen doen er niet toe.’ De populist bepaalt dus 
wie de echte mensen zijn.

    Vage ‘anti-establishment sentimenten’ vormen dus geen lakmoesproef voor 
wat populisme is: kritiek op de elite kan terecht of onterecht zijn, maar is niet per se antidemocratisch. Waar het om gaat, is het antipluralisme van de populisten. Ze doen altijd aan uitsluiting op twee niveaus. Op het niveau van de partijpolitiek presenteren ze zichzelf als de enige legitieme spreekbuis van het volk, om zo alle politieke rivalen op zijn minst moreel uit te sluiten. En iets subtieler wordt op het niveau van de mensen zelf, zo je wilt, iedereen buitengesloten die hun symbolische fictie van ‘de echte mensen’ niet onderschrijft (en dus niet achter de populisten staat). Anders gezegd: populisme maakt per definitie aanspraak op het morele alleenrecht om de wil te vertolken van de zogenaamde echte mensen – en vervalt daardoor per definitie tot een radicaal wij-zij-denken.

    Merk daarbij op dat populisten ook zonder te regeren grote schade kunnen toebrengen aan de politieke cultuur. Populistische partijen die slecht presteren bij de stembus worden immers met een evidente paradox geconfronteerd: hoe kan hun partij aanspraak maken op een rol als enige echte spreekbuis van het volk, als ze geen overweldigende meerderheid bij de stembus halen? Niet alle populisten kiezen voor de makkelijkste uitweg 
uit dit dilemma, maar velen wel: zij suggereren dat ze niet zozeer een 
zwijgende meerderheid vertegenwoordigen, als wel een meerderheid die het zwijgen is opgelegd. Als die meerderheid zich kon uiten, zouden de populisten per definitie aan de macht zijn, maar iets of iemand heeft deze meerderheid de mond gesnoerd. Anders gezegd: populisten suggereren op meer of minder subtiele wijze dat ze de verkiezingen helemaal niet echt verloren hebben, maar dat het hele proces door verdorven elites achter de schermen is gemanipuleerd. Denk weer aan Trump: toen hij in het midden liet of hij een verkiezingszege van Hillary Clinton zou accepteren, plaatste hij impliciet vraagtekens bij de deugdelijkheid van het Amerikaanse kiesstelsel. Veel van zijn kiezers begrepen die boodschap heel goed. Uit een peiling bleek dat zeventig procent van zijn aanhang dacht dat het doorgestoken kaart zou zijn als Clinton de verkiezingen won.

    Het is dus een misvatting om te denken dat populisten ons de grote objectieve waarheid over onze samenleving onthullen

    Nu mag iedereen kritiek hebben op het Amerikaanse kiesstelsel, daar is duidelijk genoeg reden toe. Ook zulke kritiek kan een teken zijn van oprechte 
democratische betrokkenheid. Wat niet democratisch is, is de houding van populisten die in feite neerkomt op de bewering: ‘Omdat wij niet gewonnen hebben, moet het systeem wel fout 
en verrot zijn.’ Zo zullen populisten 
het vertrouwen van burgers in hun instituties systematisch ondermijnen, en daarmee het politieke klimaat 
verzieken, ook zonder zelf ooit aan de macht te komen.

    Ik wil niet beweren dat alle populisten hun gebrek aan electoraal succes afdoen met een beroep op complot-theorieën. Maar ze zullen op zijn minst geneigd zijn onderscheid te maken tussen de empirisch vastgestelde en de morele uitslag van verkiezingen. (Denk aan de Hongaarse rechtse populist Viktor Orbán, die na zijn verkiezingsnederlaag in 2002 zei dat ‘het land niet in de oppositie kan zitten’; of aan Andrés Manuel López Obrador, die na zijn nederlaag bij de Mexicaanse presidentsverkiezingen van 2006 zei dat ‘de zege van rechts moreel onbestaanbaar’ was en hijzelf de enige ‘legitieme president van Mexico’.) Zo blijven populisten zich beroepen op een onbestemde groep ‘echte mensen’ die een andere keuze zouden hebben gemaakt. De extreemrechtse populist Norbert Hofer zei na zijn nederlaag bij de Oostenrijkse presidentsverkiezingen van 2016 bijvoorbeeld dat de winnaar, de groene politicus Alexander Van der Bellen, ‘gezählt, aber nicht gewählt’ was: hij insinueerde dus dat zijn tegenstander weliswaar de meeste stemmen had gekregen, maar toch niet echt gekozen was (alsof een ‘echte keus’ op een of andere wijze tot stand kan komen bij acclamatie of zoiets, en niet in het stemhokje). In veel gevallen zullen populisten de cijfers afzetten tegen sentimenten, zonder oog voor het feit dat juist die cijfers, een correcte telling van het aantal stemmen, het enige is waar democratie uit bestaat.

    Door in te zien dat populisme een 
specifieke vorm van antipluralisme is, voorkomen we misschien dat we 
kritiekloos het beeld blijven herhalen van ‘het volk’ dat overal in opstand komt tegen ‘de gevestigde orde’. Dat is geen onschuldige, laat staan neutrale beschrijving van de politieke ontwikkelingen. Het is in feite populistisch jargon. Met zo’n omschrijving accepteer je impliciet dat de populisten 
werkelijk ‘het volk’ vertegenwoordigen. Maar types als Farage of Geert Wilders slagen er in de verste verte niet in om zelfs maar een kwart van het electoraat aan te spreken.

    populism no c

    Toch vallen politici en journalisten vreemd genoeg vaak van het ene uiterste in het andere als het om populisten gaat: van de opvatting dat het allemaal demagogen zijn die per definitie onzin uitkramen, naar de gedachte dat 
populisten in feite de ‘echte zorgen’ van de mensen vertolken. De populist een monopolie geven op de vertolking van wat mensen bezighoudt, getuigt van een diepgaand gebrek aan inzicht in hoe democratische vertegenwoordiging werkt. Die vertegenwoordiging moet niet gezien worden als een mechanische afspiegeling van objectief bestaande belangen en identiteiten. Die belangen en identiteiten krijgen dynamisch vorm naarmate politici 
(en het maatschappelijk middenveld, vrienden, buren, enz.) bepaalde stappen zetten en burgers daarop reageren. Het is dus niet dat alles wat populisten zeggen per se verzonnen is, maar het is een vergissing om te denken dat alleen zij weten wat er echt in de maatschappij leeft. Zo is Trump er zonder twijfel in geslaagd een aantal Amerikanen het gevoel te geven dat ze deel uitmaken van zoiets als een blanke identiteits-
beweging. Maar het zelfbeeld van 
burgers kan ook weer veranderen.

    Het is dus een misvatting om te denken dat populisten ons de grote objectieve waarheid over onze samenleving onthullen. Toch gaan veel 
niet-populisten daarvan uit. Denk maar aan hoe sommige socialisten 
en sociaaldemocraten in Europa 
tegenwoordig lijken te denken: ‘De arbeidersklasse heeft het gewoon niet op buitenlanders. Het succes van de rechtse populisten toont dat wel aan. Niks aan te doen.’

    Er bestaat nog een andere denkfout met betrekking tot de verkiezingswinst van populisten. Je moet er niet van uitgaan dat alle kiezers die op een populistische partij stemmen zelf 
ook populist zijn, dat wil zeggen: de antipluralistische ideeën van hun populistische leider delen.
    Een kiezer kan het bijvoorbeeld volstrekt oneens zijn met de kritiek van Marine Le Pen dat andere partijen immoreel zijn en hun land verraden, maar toch op het Front National stemmen vanwege het landbouwbeleid dat die partij voorstaat. Oké, dat is wat vergezocht, maar het punt blijft dat we er niet klakkeloos van uit mogen gaan dat iedereen die op een populistische politicus of partij stemt, per se ook het hele antipluralistische programma daarvan onderschrijft. Dat is een elementair empirisch feit, maar het heeft ook gevolgen voor de politieke strategie. Denk maar aan de desastreuze uitwerking van 
Hillary Clintons opmerking over ‘deplorables’. Ze had beter alleen genadeloze kritiek kunnen leveren op haar tegenstander, zonder te generaliseren over de kiezers die hij aanspreekt.

    Maar zit er niet toch iets in, in dat idee van een populistische golf, al is die nu even op zijn retour? Nee, dat beeld was altijd al zeer misleidend. Nigel Farage heeft de Brexit immers niet in zijn eentje tot stand gebracht. Hij had hulp nodig van Conservatieven uit het 
establishment, zoals Boris Johnson en Michael Gove (die nu allebei in May’s kabinet zitten). Het was Gove die in 
het voorjaar van 2016, als reactie op 
de vele sombere voorspellingen van deskundigen over een eventuele Brexit, zei dat het Britse volk de buik vol had van deskundigen. Het grappige was 
dat Gove zelf juist lange tijd als een intellectueel binnen de Tory-gelederen gold. Het was dus niet zomaar iemand die de mensen vertelde dat deskundigheid werd overschat – er was een 
deskundige voor nodig om die conclusie te trekken.

    Trump is natuurlijk geen president geworden dankzij een brede volksbeweging van boze blanke arbeiders. 
Hij vertegenwoordigde een gevestigde partij en had de zegen nodig van 
Republikeinse zwaargewichten als Rudy Giuliani, Chris Christie en Newt Gingrich. Die laatste zei tegen een verslaggever van CNN op het Republikeins partijcongres in de zomer van 2016 dat hij de misdaadcijfers niet vertrouwde, maar geloofde in de beleving van mensen. Hij flikte dus hetzelfde kunstje als Gove in Engeland, want wat je ook van Gingrich mag vinden, onder Amerikaanse conservatieven gaat hij voor een soort intellectueel door. Dus net als in het Verenigd Koninkrijk was er een deskundige nodig om de waarde van deskundigheid in twijfel te trekken.

    Polarisatie

    Wat zich op 8 november 2016 voltrok was geen op zichzelf staande 
triomf voor het populisme, maar een bevestiging van de polarisatie van de Amerikaanse politiek: 90 procent van de Republikeinse kiezers had op Trump gestemd. Ook al bleek uit peilingen dat veel Republikeinse kiezers grote bedenkingen bij deze kandidaat hadden, het was voor hen duidelijk ondenkbaar om op een Democraat te stemmen. De manier waarop Hillary Clinton door veel Republikeinen werd gedemoniseerd, had daar natuurlijk ook iets mee te maken – en die 
demonisering dateerde al van ver voor Trump. Die was al begonnen in de jaren negentig, toen Bill Clinton door rechts steevast werd aangeduid als ‘jullie president’, alsof hij niet het hele volk vertegenwoordigde. Feit is dat tot op de dag van vandaag geen enkele rechtse populist in West-Europa 
of Noord-Amerika aan de macht is 
gekomen zonder hulp van de gevestigde conservatieve elite.

    Na de verkiezingen in Frankrijk en Nederland waren commentatoren er als de kippen bij om te spreken van 
een post-populistische beweging. 
Het veronderstelde ‘nieuwe normaal’, van de ene populistische verkiezingszege na de andere, wordt alweer
 achterhaald genoemd. Maar dan wordt er onvoldoende onderscheid gemaakt tussen enerzijds het populisme als een moreel monopolie op 
de vertegenwoordiging van het echte volk, en anderzijds specifieke programmapunten die aan rechts populisme kunnen raken – zoals een strenger immigratiebeleid – maar op zichzelf niet populistisch zijn. Met andere woorden: antipluralisme en inhoudelijke programmapunten zijn twee 
verschillende zaken.

    Wilders, een echte populist, deed het in Nederland minder goed dan verwacht. Maar zijn officiële ‘mainstream’ rivaal, de rechts-liberale premier Rutte, sloeg veel Wilders-achtige taal uit, door onder meer tegen immigranten te zeggen dat ze maar moesten vertrekken als ze niet ‘normaal’ wilden doen. Rutte is geen populist geworden, 
hij pretendeert niet de enige echte 
vertegenwoordiger van het eigenlijke Nederlandse volk te zijn. Maar hij doet iets ongebruikelijks en volgens mij onaanvaardbaars: het is niet aan de Nederlandse premier om te bepalen wat in de Nederlandse cultuur 
‘normaal’ is (met de bijbehorende implicatie dat je enerzijds een ‘echt’ Nederlands volk hebt en anderzijds mensen die zich ‘abnormaal’ gedragen). Als gevolg van zulke opportunistische concessies aan populisten schuift de hele politieke cultuur naar rechts op, zonder behoorlijke democratische machtiging van de burger. Misschien zitten we dus niet zozeer in een post-populistische tijd, maar zijn de populisten eigenlijk aan het winnen, ook al verliezen ze nominaal. In plaats van officieel met de populisten samen te werken, kopiëren de conservatieven immers gewoon hun ideeën. Diezelfde dynamiek kon je in het voorjaar van 2017 zien in de campagne voor de 
parlementsverkiezingen van Theresa May, die erop gokte dat ze UKIP kon vermorzelen door Farage na te doen.

    Een kloof tussen populistische kiezers in de regio en kosmopolitische en liberale kiezers in de steden is helemaal niet 
zo onvermijdelijk als men vaak denkt

    Naast samenwerking en imitatie hebben conservatieven nog een derde manier om rechts populisme te 
vergoelijken. Denk maar aan hoe de Europese Volkspartij (EVP), de mainstream partijfamilie van overwegend christendemocraten en gematigde conservatieven in het Europarlement, Viktor Orbán beschermen tegen kritiek (van onder meer de Europese Commissie). Orbán was de pionier van het populisme in Europa. Hij had zijn inmiddels in veel opzichten autoritaire bewind nooit kunnen opbouwen zonder de rugdekking van de EVP. En wederom, het is niet dat de leden van de EVP zelf populisten zijn geworden, verre van dat. Maar met hun strategische keuzes, vooral ingegeven door hun wens om de grootste partij in het Europarlement te blijven, hebben de conservatieven de opkomst van rechts populisme mogelijk gemaakt.

    In dat verband is het ook de moeite waard even terug te kijken naar een recente verkiezingsstrijd waarin veel conservatieven zich vooraf tegen samenwerking met de populisten hebben uitgesproken. Het hele beeld van een niet te stuiten golf van populisme was eigenlijk al ontkracht door dit ene tegenvoorbeeld: Oostenrijk, waar alom een zege voor Norbert Hofer was voorspeld. Veel conservatieve 
politici spraken zich expliciet tegen hem uit. Dat betrof vooral burgemeesters en andere provinciale politieke grootheden, die bij kiezers in de regio het vertrouwen genoten dat groene bobo’s uit Wenen duidelijk misten. Een kloof tussen populistische kiezers in de regio en kosmopolitische en liberale kiezers in de steden is helemaal niet 
zo onvermijdelijk als men vaak denkt.

    De stabiliteit van democratieën in Europa heeft, zoals de politicoloog Daniel Ziblatt betoogt, altijd sterk afgehangen van het gedrag van de conservatieve elites. In het interbellum kozen die voor samenwerking met autoritaire en zelfs fascistische partijen, wat op veel plekken tot de dood van de democratie leidde. Na de oorlog besloten ze zich aan de regels van het democratische spel te houden, ook al was dat niet altijd bevorderlijk voor wat zij als conservatieve kernwaarden beschouwden. We leven in een heel andere samen-leving dan in de naoorlogse periode en de populisten van nu zijn geen fascisten, maar het is nog steeds zo dat het lot van een democratie even sterk afhangt van de keuzes van de gevestigde orde als van opstandige outsiders. Larry Bartels, een vooraanstaand 
Amerikaans politicoloog, wijst erop dat er ook weinig empirisch bewijs is voor een toename (laat staan een ‘tsunami’) van rechts populistische sentimenten. Wat uit onderzoek wel blijkt, is dat zowel politieke avonturiers als gevestigde partijen in de loop der tijd steeds weer voor de keuze hebben gestaan 
om dergelijke sentimenten te bezweren, dan wel te mobiliseren en uit te buiten. Het is van belang om ons niet uitsluitend op de populisten zelf te fixeren (waarbij we hun kracht regelmatig onder- dan wel overschatten). We moeten juist de elites ter verantwoording roepen die met populisten samenwerken of hun ideeën overnemen of hun gedrag in feite vergoelijken en ze zo uit de wind houden.

    Brexit volgens Banksy, 2017.
    Brexit volgens Banksy, 2017.

    Wat kan er tegen populisten zelf worden gedaan? Wat de laatste jaren 
in ieder geval duidelijk is geworden, 
is wat er niet werkt. Een volledig isolement bijvoorbeeld, en zeker het soort morele uitsluiting waarnaar populisten zelf vaak grijpen (in de trant van: ‘wij goede demoraten willen niet samen met populisten op tv’ of ‘als er in het parlement een populist aan het woord komt, loop ik naar buiten,’, enz.). Dat is dom, zowel in strategisch als – minder in het oog springend – in moreel opzicht. Het is als strategie tot mislukken gedoemd omdat het alleen maar bevestigt wat populisten hun aanhang steeds voorhouden: dat de corrupte elite nooit naar hen luistert of bepaalde zaken niet ter discussie durft te stellen. (En niet in de laatste plaats dat deze elites tegen de populisten samenspannen om hun onverdiende voorrechten te beschermen: ‘Eén tegen allen, allen tegen één’.)

    Ook vanuit democratisch oogpunt kleeft er een groot bezwaar aan deze aanpak: zeker als de populisten al in het parlement zitten en je sluit hun partij uit van het debat, dan sluit je 
ook al hun kiezers daarvan uit. En zoals hierboven gezegd: je mag er niet van uitgaan dat alle kiezers van populistische partijen overtuigde antipluralisten zijn die de regels van het democratische spel afwijzen.

    En dan is er het andere uiterste: in plaats van de populisten uit te sluiten of te negeren, ga je achter ze aan hollen. Maar hoe hard je ook holt, je haalt ze natuurlijk nooit in. Wat je als zogenaamde ‘politicus van het midden’ ook over immigratie zegt, het zal toch nooit genoeg zijn voor partijen als Alternative für Deutschland of de Deense Volkspartij. Maar ook hier is het probleem niet alleen strategisch van aard, ook hier speelt een normatieve kwestie mee. Het imiteren van populisten vloeit immers vaak voort 
uit de hierboven genoemde misvatting over democratische vertegenwoordiging. Dan gaat men er simpelweg van uit dat de populisten eindelijk de ware politieke voorkeuren van veel burgers blootleggen, in plaats van te beseffen dat politieke vertegenwoordiging een dynamisch proces is. Denk weer aan Trump: veel Europeanen zullen op 
8 november 2016 met enig leedvermaak hebben vastgesteld dat hun lang gekoesterde vermoeden over de VS nu officieel was bevestigd: het is een land met 63 miljoen racisten! Maar zoals enkele sociale wetenschappers al snel zeiden: er zijn genoeg racisten in de VS, maar racisme kan de zege van Trump niet volledig verklaren. Sommige 
kiezers hebben op Trump gestemd nadat ze dat eerder twee keer op Obama hadden gedaan.

    Er is geen andere keuze dan met 
populisten de strijd aan te gaan. Maar praten met populisten wil nog niet zeggen dat je moet praten áls een populist. Je hoeft hun beschrijving van politieke, economische en sociale problemen niet over te nemen om in debat met hen overeind te blijven. Tegelijkertijd is het belangrijk om in te zien dat een hele reeks standpunten waar links grote moeite mee heeft, binnen een democratie niettemin toelaatbaar zijn – en dat je zulke standpunten moet bestrijden met feiten en de best mogelijke argumenten, niet met het polariserende verwijt van ‘populisme’. Anderzijds, wanneer populisten zichzelf nadrukkelijk als populist manifesteren – dat wil zeggen: als ze het recht van spreken van hun tegenstander of van bepaalde burgers in twijfel proberen te trekken of vraagtekens plaatsen bij de regels van het democratische spel – 
dan is het van groot belang dat andere politici daar een grens trekken. Denk weer even terug aan die eerste keer dat de ‘gevestigde orde’ niet voor de ‘golf’ van het populisme bezweek: Oostenrijk. De winnende kandidaat wist in zijn campagne veel kiezers te mobiliseren door duidelijk te maken dat zij niet alle programmapunten van de Groenen hoefden te onderschrijven om op hem te stemmen; ze moesten het er alleen mee eens zijn dat de extreemrechtse kandidaat een reële bedreiging voor de Oostenrijkse democratie vormde. Nog belangrijker was dat kiezers door zijn campagne werden gestimuleerd om uit hun vertrouwde kringetje te stappen, om in dialoog te gaan met mensen uit andere milieus met wie ze anders niet snel in contact kwamen – en vooral 
om dan niet al na vijf minuten met 
verwijten van ‘racisme’ en ‘fascisme’ 
te smijten.

    Ook dit is misschien alleen vrome hoop van de theoretici. Uit sociologisch onderzoek blijkt vaak dat de zogenaamde contacthypothese te mooi is om waar te zijn: contact met mensen die sterk van ons verschillen is op 
zichzelf nog niet genoeg om tolerantie en respect voor pluralisme te kweken. Maar alles wat kan helpen om de 
populistische fantasie van een volledig verenigd en homogeen volk te ontkrachten, is meegenomen. In tegenstelling tot wat links soms gelooft, is niet alles wat populisten zeggen per se leugenachtig of demagogisch, maar hun zelfgeschapen imago berust uiteindelijk wél op een leugen: dat er 
één ondeelbaar volk is waarvan alleen zij de wil vertolken. Om ze te bestrijden, is het nodig die cruciale claim 
te doorzien en te ontkrachten.

    Auteur: Jan-Werner Müller
    Vertaler: Frank Lekens

    ‘Understanding the populist turn’.
    Grote Zaal Frascati, 2 juni 15.00

    Project Syndicate
    Tsjechische Republiek | project-syndicate.org

    Het in 1994 opgerichte non-profit contentdistributiemodel voorziet lezers uit alle windstreken van originele, boeiende en tot nadenken stemmende commentaren van schrijvers en denkers die de economie, politiek, wetenschap en cultuur van de wereld vormgeven.

  • 5. De Tsjechen zijn een geval apart

    5. De Tsjechen zijn een geval apart

    De landen van Midden-Europa proberen weliswaar hun gemeenschappelijke positie te verdedigen, maar vormen zeker geen ideologisch homogene groep.

    In een Hongaars dagblad poneerde historicus Márton Békés onlangs het idee dat Midden-Europa – natuurlijk met Hongarije aan het hoofd – Europa zou kunnen helpen om weer op het juiste pad te geraken, nu West-Europa de fundamentele waarden van zijn beschaving heeft verloren. Zijn collega Stefano Bottoni wees dit idee echter van de hand, en benadrukte zelfs dat waarden zoals religie, gezin en burgerlijke vrijheden tegenwoordig in de samenlevingen van Midden-Europa niet steviger verankerd zijn dan in het Westen.

    Het is goed om de herverkiezing in januari van Milos Zeman, de pro-Russische en eurosceptische president van Tsjechië, te bezien in de context van dit debat. Ook is het nodig dat deze discussie eindelijk breed wordt gevoerd, zoals dat al jaren gebeurt in Polen en Hongarije, waar ze een grote invloed heeft op de manier van denken van zowel de politici als de kiezers.

    In Slowakije is het debat uitgemond 
in een concrete conclusie: de meerderheid van de Slowaken is het erover eens dat ze zich liever verbinden aan wat het Westen hun te bieden heeft dan te proberen een alternatieve ideologie te vormen. Degenen die zich niet in die opstelling kunnen vinden, voelen zich aangetrokken tot de neonazi’s rond Marian Kotleba, de vroegere gouverneur van de regio Banská Bystrica (Centraal Slowakije) en leider van de Volkspartij Ons Slowakije.

    Migranten in een Tsjechisch detentiecentrum in september 2015. – © Getty Images
    Migranten in een Tsjechisch detentiecentrum in september 2015. – © Getty Images

    De Hongaarse premier werpt zich graag op als verdediger van de traditionele waarden, en heeft het over het gevaar dat de migranten met zich meebrengen, terwijl zijn eigen regering in het geheim asielverzoeken inwilligt. Ondanks de genegenheid 
die hij voelt voor Rusland en China heeft Victor Orbán de behoefte om een deur open te houden naar een Europa dat hij, samen met de Poolse conservatieven, wil veranderen in een Europa van sterke landen.

    Te midden van dat alles blijven de Tsjechen verbazingwekkend koersvast en nemen zij dus geen migranten op, ook niet in het geniep. Anders dan de Hongaren en de Polen, koesteren zij geen verlangen naar een nationale wederopstanding en luiden zij niet de noodklok in naam van zogenaamde verheven principes, net zomin als ze zich druk maken over de plek van hun land in Europa, zoals de Slowaken. Nee, de Tsjechen vertrouwen liever op ‘ervaren politici’, zoals Milos Zeman er een zou kunnen zijn, en op degenen die ‘in een team werken’, onder leiding van de populistische premier Andrej Babis.

    Deze afwezigheid van ideeën en het pragmatisme van de Tsjechen vormen een opvallend contrast met de debatten die in de omringende landen gaande zijn. Polen, bijvoorbeeld, begrijpen helemaal niets van het pragmatisme, dat voornamelijk voortkomt uit ervaringen in het verleden.

    Auteur: Martin Ehl
    Vertaler: Annemie de Vries

    Martin Ehl, een van de meest gerespecteerde kroniekschrijvers van de Tsjechische Republiek, is hoofd van de internationale sectie van het Tsjechische financieel-economische dagblad Hospodárské Noviny.Hij is gespecialiseerd in Midden-Europa, het Europese veiligheidsbeleid en trans-Atlantische verhoudingen. Voorheen werkte hij op het instituut voor internationale betrekkingen in Praag, en hij is auteur van een verzameling analyses en reportages onder de titel Het derde Decennium. Een essay over het leven, de politiek en de mensen tussen Brussel en Gazprom.

    Hospodárske Noviny
    Tsjechië | dagblad | oplage 68.000

    Deze kwaliteitskrant werd opgericht in 1957. Hij richt zich vooral op mensen uit de zakenwereld en biedt uitstekende politieke, economische en financiële berichtgeving. Er bestaat ook een Slowaakse versie van.