Tag: Ortega

  • Daniel Ortega gebruikt illegale migratiestroom naar de VS als politiek wapen

    Daniel Ortega gebruikt illegale migratiestroom naar de VS als politiek wapen

    In twaalf maanden tijd ontving de Nicaraguaanse hoofdstad Managua meer dan duizend vluchten met migranten uit Libië, Marokko, Oezbekistan, India en Tadzjikistan. Na de landing gaan ze via verschillende routes naar de noordelijke grens.

    Sinds de regering van Daniel Ortega en Rosario Murillo in 2021 de deuren van het Augusto C. Sandino International Airport openden voor de massale komst van chartervluchten, is het aantal aankomsten in Managua uit landen die normaal gesproken geen verbinding hebben met Nicaragua, zoals Suriname, Libië, Marokko, Oezbekistan, India en Tadzjikistan, verveelvoudigd. En dan hebben we het nog niet eens over de vluchten met migranten uit Cuba, de Dominicaanse Republiek, El Salvador, Curaçao en Haïti, die als eerste deze route naar de Verenigde Staten gebruikten om niet door de jungle van Darién te hoeven reizen. Volgens een schatting van de denktank El Diálogo Interamericano waren het er meer dan duizend tussen mei 2023 en mei 2024.

    De meeste gebruikers van deze door het regime van Ortega en Murillo opgezette springplank voor migratie zijn Cubanen, Haïtianen, Afrikanen en Aziaten. Niet alleen heeft het sandinistische apparaat een lucratieve handel gevonden in deze migrantenstroom, zoals El País heeft kunnen documenteren door middel van belastingen en onofficiële heffingen, ook beginnen de Verenigde Staten deze stroom als een bedreiging te zien voor hun nationale veiligheid. In november 2023 lanceerde het State Department een nieuw visumrestrictiebeleid ‘tegen eigenaars, leidinggevenden en/of hoge functionarissen van bedrijven die chartervluchten naar Nicaragua aanbieden die vooral zijn ontworpen voor gebruik door illegale migranten naar de Verenigde Staten’.

    Het beleid van Washington werd in februari 2024 uitgebreid in het licht van een ‘groeiende trend van chartermaatschappijen die vluchten tegen woekerprijzen aanbieden’. Terwijl de beperkingen voorheen alleen van toepassing waren op luchtvervoer, gelden ze sindsdien ook voor vervoer over zee en land. Op 13 juni kondigde het State Department aan dat het visumbeperkingen had opgelegd aan een leidinggevende van een chartermaatschappij, zonder de naam van de bestrafte persoon of de maatschappij in kwestie te noemen.

    Maar tijdens de eerste twee weken van juni arresteerden de Amerikaanse autoriteiten acht vermoedelijke terroristen uit Tadzjikistan in New York, Philadelphia en Los Angeles. Veiligheidsbronnen, geciteerd door NBC News, zeiden dat de arrestanten mogelijk banden hebben met de terreurorganisatie Islamitische Staat (IS), maar het meest opvallende aspect van de zaak is dat ze in 2023 de VS binnenkwamen via de zuidelijke grens.

    Mensenhandel

    Het sandinistische regime heeft de waarschuwingen van Washington in de wind geslagen en gaat door met mensensmokkel. Manuel Orozco, migratiedeskundige en analist bij de Inter-American Dialogue, vertelt El País dat hij tussen mei 2023 en mei 2024 1150 chartervluchten en ‘pseudo-commerciële’ vluchten heeft kunnen traceren. Hij berekent dat gemiddeld 200 passagiers per vlucht de internationale luchthaven Augusto C. Sandino binnenkwamen, dat wil zeggen ongeveer 200.000 mensen in de genoemde periode.

    In minder dan een maand, tussen mei en juni, kwamen er bijvoorbeeld drie chartervluchten vol migranten aan in Managua vanuit Tripoli. De vlucht werd uitgevoerd door een Boeing 777-200, de grootste van de luchtvaartmaatschappij Ghadames Air. Ghadames Air vliegt niet rechtstreeks naar de Nicaraguaanse hoofdstad, dus dit zijn privévluchten. Bovendien zijn haar aankomsten op Augusto C. Sandino International Airport niet – en worden ze ook niet – geregistreerd door de National and International Airports Administration Company (EAAI).

    Eerder, in december 2023, werd een vliegtuig uit Dubai met eindbestemming Managua aangehouden op de luchthaven van Châlons-Vatry (Frankrijk). Aan boord waren 276 passagiers van Indiase nationaliteit, op een totaal van 303 passagiers die van plan waren te landen in Managua. De charter werd door de Fransen aangehouden op beschuldiging van mensenhandel. Vijfentwintig van de passagiers vroegen politiek asiel aan in Frankrijk, maar twee werden aangehouden omdat er duizenden dollars in contanten en paspoorten van andere migranten bij hen werden gevonden. Volgens Frankrijk huurden de Indiërs smokkelaars in om de VS te bereiken, waarbij Nicaragua als sluiproute werd gebruikt.

    Naast Cubanen, Haïtianen en Afrikanen zijn er de afgelopen maanden honderden migranten van andere nationaliteiten gezien die Managua verlieten en via Centraal-Amerika naar de zuidgrens van de Verenigde Staten gingen. Volgens gegevens van het Hondurese nationale migratie-instituut (INMH) kwamen alleen al in 2023 ten minste 373 burgers uit Tadzjikistan het grondgebied binnen via de Nicaraguaanse grens. Tussen januari en mei 2024 kwamen nog eens 73 Tadzjieken Honduras binnen via dezelfde route. Vóór 2022 registreerden de Hondurezen geen Tadzjieken die Honduras binnenkwamen.

    Orozco legt uit dat een andere manier om de illegale migratiestroom in kaart te brengen, is om te kijken naar het verschil tussen het aantal passagiers dat aankomt in Managua en weer vertrekt. ‘Het verschil is negatief,’ zegt hij. ‘In 2023 landden er 890.000 passagiers in Nicaragua, 650.000 buitenlandse toeristen landden per luchtvervoer en 570.000 passagiers vertrokken allemaal in hetzelfde jaar. De gemiddelde verblijfsduur van internationale toeristen is zeven dagen. Er is dus een tekort van ten minste 80.000 mensen die niet per luchtvervoer terugkeren, en een overschot van 890.000 mensen die in hetzelfde jaar in Nicaragua landen, in een land waar de emigratie op haar hoogst is.’

     ‘De propaganda op sociale netwerken in Afrika en Haïti om via Nicaragua naar de Verenigde Staten te reizen is gigantisch’

    Politiek analisten die op voorwaarde van anonimiteit werden geraadpleegd, zijn het erover eens dat de familie Ortega-Murillo deel zou uitmaken van een internationaal netwerk van ‘mensenhandelaars’. Anderen, zoals de voormalige ambassadeur van Nicaragua bij de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), Arturo McFields, stelden in een opiniestuk dat Daniel Ortega ‘internationaal in verband gebracht moet worden met een internationaal netwerk van mensenhandelaars’.

    ‘De Nicaraguaanse dictatuur stempelt niet alleen geen paspoorten [van migranten], ze geeft ook geen [ontvangstbewijzen], ze accepteert alleen contant geld van illegale migranten (…). De propaganda op sociale netwerken in Afrika en Haïti om via Nicaragua naar de Verenigde Staten te reizen is gigantisch. Dit wekt de verdenking dat Ortega niet alleen handelt,’ hekelde McFields.

    Orozco stelt dat een van de doelstellingen van het regime van Ortega-Murillo is om ‘de Verenigde Staten te provoceren’ door de druk op de administratie van migranten die aankomen vanaf de zuidgrens op te voeren; een lastige kwestie voor de Amerikanen, vooral in een verkiezingsjaar.

    ‘Ortega zei dat ze migranten naar de VS zouden sturen. De motivatie is dus fundamenteel politiek en ideologisch vanwege Ortega’s haat tegen de Verenigde Staten. De gevolgen zijn aanzienlijk. Een daarvan is de bedreiging voor de veiligheid van de Verenigde Staten, gezien het feit dat Nicaragua minimale controle heeft over wie van deze nationaliteiten binnenkomt,’ legt Orozco uit.

    De onderzoeker van de Inter-American Dialogue zei dat de Verenigde Staten de verschillende opties die ze hebben aan het onderzoeken zijn, waaronder een reactie met maatregelen die verder gaan dan sancties. ‘Wat de Amerikaanse regering op dit moment probeert vast te stellen is in hoeverre Nicaragua medeplichtig is aan het hele smokkelproces. En als ze ontdekken dat Nicaragua niet alleen de chartervluchten faciliteerde, maar dat er ook een netwerk op nationaal niveau actief is om deze mensen over te brengen naar derde landen, dan bevestigt dat niet alleen dat de staat corrupt is, maar dat er bovendien sprake is van een zeer functionele criminele staat. Drugs aan de ene kant [naar Rusland], mensensmokkel aan de andere kant,’ zegt Orozco.

    Record

    Wanneer een illegale migrant het Augusto C. Sandino International Airport binnenkomt, vragen de ambtenaren elk tussen de 150 en 200 dollar in contanten om binnen te komen. Er komt geen papierwerk aan te pas; alles gebeurt zonder enige registratie van de betalingen, volgens getuigenissen die El País heeft verzameld.

    Bij het verlaten van de luchthaven vertrekken de illegale migranten naar Honduras. Uit een verslag van het mediakanaal Divergentes blijkt dat buiten de luchthaventerminal elke dag tientallen taxichauffeurs staan te wachten om de nieuwkomers naar Honduras te brengen. ‘Voor vijftig dollar breng ik je naar Honduras,’ zeggen ze in vervormd Engels. De taxichauffeurs beweren dat ze toestemming hebben van de vliegveldautoriteiten, aan wie ze een vergoeding betalen om op het terrein te mogen werken.

    In 2023 heeft het regime van Ortega-Murillo 1664 miljard córdoba’s [ruim 4 miljard euro] geïnd door migranten op weg naar de Verenigde Staten te ‘beboeten’. Het geld is weggestopt onder de categorie ‘andere servicekosten’ en was goed voor 64,3 procent van de inkomsten van de Algemene Directie Migratie en Buitenlanders (DGME), volgens een handhavingsrapport dat in april 2024 werd gepubliceerd.

    De krant Confidencial meldde dat de DGME een aanhoudende stijging heeft gerapporteerd in het innen van ‘andere servicekosten’, waarvan de herkomst niet vermeld wordt. ‘Deze stijging viel samen met de doorgang van duizenden migranten naar de Verenigde Staten, evenals de openstelling van Nicaragua voor burgers uit Cuba, Haïti en Afrikaanse landen, die het land gebruiken als springplank om Amerikaans grondgebied te bereiken. Het bedrag dat in 2023 met boetes is binnengehaald is een record en het is de eerste keer dat een bedrag van 1 miljard córdoba’s is overschreden. In 2022 en 2021 werden respectievelijk 966 miljoen en 608 miljoen córdoba’s geïnd,’ aldus de krant.

  • VN: Nicaragua pleegt misdaden tegen de menselijkheid

    VN: Nicaragua pleegt misdaden tegen de menselijkheid

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Finse parlement maakt weg vrij voor NAVO-lidmaatschap

    » Protesten na dodelijke treinramp in Griekenland

    Onderzoekers spreken van executies en martelingen

    Het Nicaraguaanse regime onder leiding van president Daniel Ortega en zijn vrouw en vicepresident Rosario Murillo maakt zich schuldig aan misdaden tegen de menselijkheid. Dat schrijft UN News op basis van een rapport van onderzoekers van de VN. Volgens het rapport doet de regering er alles aan om de oppositie onschadelijk te maken.

    De onderzoekers spreken in het rapport van ‘wijdverspreide en systematische mensenrechtenschendingen tegen burgers’ die sinds 2018 zijn gepleegd en ‘zijn ingegeven door politieke motieven’. Als voorbeelden worden buitengerechtelijke executies, politieke vervolgingen, martelingen en preventieve detenties aangehaald. De nationale politie en aan de regering gelieerde milities worden hiervoor verantwoordelijk gesteld.

    De VN-onderzoekers vinden dat de internationale gemeenschap moet ingrijpen. Zo wordt er geopperd dat er sancties worden ingesteld tegen Nicaragua en dat degenen die zich schuldig hebben gemaakt aan mensenrechtenschendingen moeten worden gestraft.

    Lees ook:

  • Redactie La Prensa gedwongen Nicaragua te verlaten wegens vervolging door regime Ortega

    Redactie La Prensa gedwongen Nicaragua te verlaten wegens vervolging door regime Ortega

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van deze week:

    » Liz Truss en Rishi Sunak laatste twee kandidaten voor Brits premierschap

    » Leonor Zalabata Torres wordt de eerste inheemse vrouw die Colombia vertegenwoordigt bij VN

    Drie directeuren van het dagblad zitten al in de gevangenis

    De redactie van het Nicaraguaanse dagblad La Prensa wordt ‘gedwongen te vertrekken’ uit Nicaragua. Het besluit is ingegeven door ‘de vervolging die het regime-Ortega heeft geïntensiveerd tegen het personeel’, verklaarde de La Prensa op donderdag.

    De afgelopen twee weken zijn journalisten, fotografen en medewerkers het land ontvlucht, soms zonder paspoort omdat de overheid weigert hun reisdocumenten te vernieuwen, meldt de krant. Drie directeuren van het dagblad en een journalist zijn al in de gevangenis beland. Twee andere werknemers werden op 6 juli gearresteerd zonder dat de aanklacht tegen hen werd toegelicht. Ook werden daarbij de huizen van andere personeelsleden doorzocht.

    Sinds 2018 hebben de autoriteiten het aantal invallen in de redactiekantoren van La Prensa verhoogd

    Sinds 2018 hebben de autoriteiten, op bevel van president Daniel Ortega, het aantal invallen in de redactiekantoren van La Prensa maar ook van 100% Noticias en Confidencial verhoogd. De redactie reorganiseert zich in het buitenland ‘om de Nicaraguanen te blijven informeren zoals zij dat al meer dan 95 jaar doet’.

    Lees ook:

  • Hoe Ortega van idealistische vrijheidsstrijder in onderdrukker veranderde

    Hoe Ortega van idealistische vrijheidsstrijder in onderdrukker veranderde

    De Nicaraguaanse president Daniel Ortega krijgt steeds meer dictatoriale trekjes. Protesten tegen sociale hervormingen worden hard neergeslagen, met inmiddels ruim driehonderd doden tot gevolg.

    In een soort geteleviseerde vergadering kondigde Daniel Ortega in april 2018 aan dat de hervorming van het sociale zekerheidsstelsel werd ingetrokken. Dezelfde hervorming die een paar dagen eerder tot een golf van geweld had geleid, die door de regering met harde hand werd onderdrukt en waarbij meer dan tien doden vielen. ‘Ik deel het Nicaraguaanse volk mede dat ik heden het besluit heb ontvangen van het Directoraat Sociale Zekerheid (…) om de maatregel in te trekken (…) die tot zoveel protest heeft geleid.’ De aankondiging was niet het einde, maar het begin van een nieuwe etappe die Nicaragua op zijn grondvesten deed schudden.

    ‘Als je iemands karakter wilt testen, geef hem dan macht’

    Lange tijd werd ervan uitgegaan dat macht corrumpeert, een theorie die onder meer was gebaseerd op het beroemde Stanford-gevangenisexperiment uit 1971.

    Een onderzoek van Smithsonian Institution kwam echter tot een andere conclusie: macht corrumpeert niet, maar versterkt al bestaande ethische tendensen. Of in de woorden van Abraham Lincoln: ‘Bijna iedereen kan tegenspoed doorstaan, maar als je iemands karakter wilt testen, geef hem dan macht.’
    De volgende machthebbers doorstonden de test niet:

    ▪ Abiy Ahmed, sinds 2018 premier van Ethiopië, kreeg in 2019 de Nobelprijs voor de Vrede, onder andere omdat hij erin geslaagd was het langlopende grensconflict met Eritrea op te lossen. Inmiddels voert hij een oorlog tegen de noordelijke regio Tigray, waarbij meldingen worden gedaan van wijdverbreide plunderingen en mensenrechtenschendingen.

    ▪ Asma al-Assad had mooie dromen voor Damascus, Syrië, toen ze er vanuit Londen heen trok om bij haar man Bashar te zijn. Het zou een welvarende, culturele wereldhoofdstad worden. Maar terwijl niet veel later vele onschuldige burgers als gevolg van een oorlog tegen rebelse groepen omkwamen, leek zij vooral bezig met het uitbreiden van haar schoencollectie.

    ▪ ‘Dit is een leider die ons land vooruit wil helpen’, zeiden veel Indiërs in 2014 over Narendra Modi, die dat jaar de verkiezingen won. Hij zou in tegenstelling tot tegenstander Rahul Ghandi niet uit zijn op eigenbelang. Zeven jaar later is duidelijk dat Modi wel degelijk zijn ‘eigen groepering’, de hindoebevolking, voortrekt. Met maatregelen als het abrupt afschaffen van een deel van de bankbiljetten in 2016 en een al even abrupte lockdown vorig jaar, benadeelt hij bovendien het overgrote armere deel van de bevolking.

    ▪ Aleksander Loekasjenka won de eerste democratische verkiezingen van Belarus in 1994 als ‘corruptiebestrijder’. Maar hij duldt geen tegenspraak. Na beschuldigingen van stembusfraude in 2020 ontstonden massale protesten, die ‘de laatste dictator van Europa’ met harde hand neersloeg. Meer dan 32.000 mensen zouden zijn gearresteerd.

    Het systeem van sociale zekerheid in Nicaragua kent ruime uitkeringen, maar kampt sinds 2013 met tekorten. Door de hervorming werden de pensioenen verlaagd van 80 procent naar 70 procent van het gemiddelde inkomen over een bepaalde periode. Tevens werd onder andere de werkgeverspremie in 2020 verhoogd van 19 procent naar 22,5 procent en de werknemerspremie van 6,25 procent naar 7 procent.

    ‘Illegaliteit en geweld kunnen niet bestreden worden met meer illegaliteit en geweld, dat doet een krachtige staat niet’

    Volgens een rapport van het CELAG (Centrum voor Geopolitieke en Sociaal-Economische Studies in Latijns-Amerika) vereist het pensioensysteem zoals voorgesteld in de Nicaraguaanse hervorming – in grote lijnen hetzelfde als de vigerende systemen in Argentinië, Colombia en Uruguay – een verdubbeling van het aantal premiejaren. Met andere woorden: de hervorming was geen disproportionele aanpassing in een land als Nicaragua, dat in vergelijking met de andere Midden-Amerikaanse landen over zeer positieve macro-economische en sociale indicatoren beschikt.

    Het bnp groeide in 2008 met 2,9 procent en met 4,7 procent in 2016. Het percentage geweldsdelicten met dodelijke gevolgen, dat Honduras, El Salvador en Guatemala tot de meest gewelddadige landen ter wereld maakt, is in Nicaragua relatief erg laag: in de buurlanden schommelde het in 2010 tussen de 77,5 en 41 procent, terwijl het in Nicaragua maar 9,1 procent was. De sociale programma’s, zoals Hambre Cero (Nul Honger), Usura Cero (Nul Woekerpraktijken) en Desempleo Cero (Nul Werkloosheid), hielpen het percentage van de bevolking dat onder de armoedegrens leefde naar beneden te brengen: volgens de officiële cijfers daalde het van 45 procent in 2006 naar 24,9 procent in 2016 en hetzelfde gebeurde met de ongelijkheidsindex.

    ANP 360238985 2
    Een gemaskerde demonstrant houdt een zelfgemaakte mortier vast. Hij neemt deel aan een protestmars tegen de regering Ortega in Managua, op 2 september 2018. – © Inti Ocón / AFP

    Toch veroorzaakte de hervorming een explosie van protesten onder een bepaald deel van de bevolking, met name jonge studenten van de belangrijkste Nicaraguaanse universiteiten. Jongeren die de revolutie niet hadden meegemaakt. Op 18 april 2018 begonnen ze zich te mobiliseren en gingen ze de straat op om barricades op te werpen en scholen te bezetten. De repressie van de overheid was buitensporig.

    De verklaring voor deze crisis moet niet in sociaal-economische factoren gezocht worden. Als het een politieke crisis was, dan was de grootste fout van de overheid wel dat ze de oplossing zocht in geweld, want daardoor werden de mensenrechtenactivisten, de vrouwen, de families van de slachtoffers, vertegenwoordigers van de Katholieke Kerk en een heel groot deel van de bevolking juist extra gemobiliseerd. Ondanks het intrekken van de hervorming sloeg de opstand razendsnel over naar andere steden en naar delen van het platteland, vooral de zone langs de Pacifische kust en het centrale noorden van Nicaragua. Het leek erop dat de mensen het aftreden wilden van het presidentieel paar, en de reactie van de overheid was verhoogde repressie en criminalisering van het protest.

    Er volgden massale demonstraties, twee landelijke stakingen, bezettingen van universiteiten, en overal werden wegversperringen opgeworpen, sommige permanent, andere met tijdelijke doorgang. Die blokkades, een van de meest karakteristieke aspecten van het conflict, werden verdedigd met zelfgemaakte mortieren en ander wapentuig. Medio mei, op het hoogtepunt van de crisis, werd een rondetafelconferentie georganiseerd, onder auspiciën van de Katholieke Kerk en met deelname van de regering en de recent opgerichte ‘Burgerlijke Alliantie voor Democratie en Recht’, een amalgaam van studenten- en boerenorganisaties, leden van de burgerij en werkgeversorganisaties, zoals de COSEP (Hoge Raad van Privé-Ondernemingen). Op de eerste vergadering eiste de Alliantie het aftreden van de regering Ortega en vervroegde verkiezingen. En de regering eiste verwijdering van de wegversperringen. De onderhandelingen liepen vast en zijn nog steeds niet vlot getrokken.

    Patroon

    Het geweld van de staat was er vooral op gericht deelname aan demonstraties te ontmoedigen, wegversperringen te ontmantelen en de uitingen van politieke onvrede de kop in te drukken. Het CIDH, het Inter-Amerikaans Comité voor Mensenrechten, zag een patroon: excessief en willekeurig geweld door de politie en de anti-oproereenheden, alsmede het inzetten van parapolitionele eenheden of knokploegen, met oogluikende toestemming en zelfs medewerking van het openbaar gezag. De eenheden maakten gebruik van vuurwapens, traangasgranaten en rubberkogels. Die repressieve reactie van de staat heeft geleid tot verhoogde spanning onder de demonstranten, de veiligheidstroepen en de oproerpolitie en heeft de polarisatie in de hand gewerkt, met als gevolg grote onlusten, botsingen met de demonstranten en allerlei soorten geweld in het hele land.

    In feite heeft de reactie van de regering-Ortega op het sociaal protest een nieuwe spiraal van politiek geweld in de geschiedenis van het land in gang gezet en het klimaat overrijp gemaakt voor het ontstaan – aan beide kanten van het conflict – van gemaskerde en gewapende burgermilities die terreur onder de bevolking zaaien. Volgens het rapport van het CIDH heeft het repressieve beleid van de overheid, met excessief en arbitrair gebruik van de politiemacht, geleid tot 220 doden in de periode 18 april tot 1 juli 2018. Begin augustus van dat jaar was het dodental opgelopen tot bijna driehonderd. Het comité telde in de periode tot 6 juni ook 1337 gewonden en 507 arbitraire arrestaties.

    Aan de andere kant, bij de overheid en het FSLN (het Sandinistisch Nationaal Bevrijdingsfront), telde het comité in de periode tot 6 juni minstens 5 dode en 65 gewonde politieagenten. Inmiddels is het dodental bij de politie opgelopen tot minstens 9, waarvan 4 agenten op 12 juli het leven lieten bij de aanval op Morrito, in het departement Río San Juan. Ook vielen er volgens het CIDH 17 slachtoffers onder mensen die gelieerd waren aan de overheid of het FSLN en die door geweld of een regelrechte moordaanslag om het leven waren gekomen. Verder 40 gevallen van brandstichting of andere schade aan eigendommen van de regering of het FSLN, plus 29 ontvoeringen, merendeels van politieagenten of mensen die voor de lokale overheid werkten. Vermeld dient te worden dat er bij zes van de aangegeven ontvoeringen tekenen van marteling werden gemeld.

    De staat verloor het vermogen om ‘geweldloos gehoorzaamheid’ af te dwingen

    Deze nieuwe verharding van het politiek geweld duidt op twee dingen: 1) dat de overheid niet in staat is gebleken een structuur op te zetten die het monopolie op de uitgeoefende machts- en dwangmiddelen vast in handen hield, 2) dat de regering faalt in de uitoefening van beleid, en 3) dat de staat nog steeds zwak is.

    De Midden-Amerikaanse socioloog Edelberto Torres-Rivas hangt de theorie aan dat uit de kleinschalige guerrilla van de Contra’s – georganiseerd en ondersteund door de Verenigde Staten – tegen de Sandinistische revolutie een electorale democratie ontstond met een zwak staatsapparaat. Die minimale democratie, een noodzakelijke maar onvoldoende voorwaarde voor een democratische politiek, leidde tot een labiel regime dat vanaf 2008 door het FSLN werd ondermijnd, waarna een proces van delegitimering volgde. De staat verloor het vermogen om, in de woorden van Weber, geweldloos gehoorzaamheid af te dwingen.

    Daniel Ortega maakte deel uit van de Regering van Nationale Wederopbouw (1979-1985), hij was van 1985 tot 1990 president van Nicaragua en kwam in 2006 opnieuw aan de macht door middel van verkiezingen, nadat hij een verbond met de leiders van de Contra’s had gesloten. In 2011 werd hij door middel van een hoogst kwestieuze grondwetswijziging herkozen en wederom in 2016, samen met zijn vrouw, Rosario Murillo, als vicepresident. Hij had de verkiezingen met meer dan 72 procent van de stemmen gewonnen en het FSLN won een meerderheid in het Congres met 67 procent van de stemmen. Maar volgens sommige waarnemers werd er tijdens die verkiezingen alleen gediscussieerd over de opkomst: de oppositie stelde dat minder dan 35 procent van de kiezers naar de stembus was gegaan, terwijl het officiële opkomstpercentage op 68,2 procent stond. De legitimiteit van de uitslag werd betwist.

    Geen vernieuwing

    Na 2008 waren er in het politieke speelveld geen tegenkrachten meer, zoals sommige politicologen hebben aangetoond. De Hoge Kiesraad had de Conservatieve Partij en de MRS, de Sandinistische Hervormingsbeweging, een afsplitsing van het FSLN, een wettelijke status onthouden. De MRS was in 1995 opgericht door de pragmatisch-vernieuwende vleugel van het FSLN en werd geleid door Sergio Ramírez, ex-vicepresident onder Daniel Ortega. Sindsdien draaide het FSLN grotendeels om de persoon van Daniel Ortega en werd elke ‘vernieuwing’ van het partijbestuur aan de kant geschoven, iets wat in 2002 in de partijstatuten werd vastgelegd.

    In 2006 wees de sandinistische socioloog Orlando Núñez de MRS aan als een van de grote vijanden van de regering, samen met de ‘conservatieve oligarchie’, de Amerikaanse ambassade, de bankiers, de krant La Prensa en de ondernemers verenigd in de COSEP. Destijds was hij van mening dat die coalitie weinig in de melk te brokkelen had, omdat ze de leiding had verloren van het leger, de politie en de Katholieke Kerk. Volgens Núñez, de mentor van Hambre Cero, had die coalitie in 2006 tot doel Nicaragua opnieuw te polariseren en uiteen te rijten tussen ‘democraten en ethisch gezinden’ aan de ene kant en ‘corrupte konkelaars en terroristen’ aan de andere kant. Twaalf jaar later lijkt het erop dat het discours onveranderd is gebleven, want Daniel Ortega beweert dat sommige groeperingen uit zijn op ‘omverwerping van de constitutionele en institutionele orde’ om ‘het gezag en de wettig gekozen regering te vervangen’. Het lijkt erop dat dit de rechtvaardiging was voor het buitensporig gebruik van geweld.

    Ortega knoopte betrekkingen aan met Rusland en versterkte de relatie met China

    Die interpretatie behoeft nog wel enige nuancering. De eerste is dat het bedrijfsleven in 2007 wat dichter tegen de regering aan begon te schurken (de ‘Publiek-Private Alliantie’ heette dat, maar die ging in april 2018 weer ter ziele). De tweede is dat de Katholieke Kerk gaandeweg haar handen van de regering aftrok, met als klap op de vuurpijl een expliciete veroordeling van de regering wegens haar vervolgingspraktijken en twijfels van het bisdom Nicaragua of het nog door zou gaan met bemiddelen in de nationale dialoog. En de derde is de toenadering van de Nicaraguaanse regering tot de Verenigde Staten, om gesprekken te openen over cruciale onderwerpen als migratie en drugshandel.

    Torres-Rivas zei dat het niet de consensus is die de staatsmacht democratisch maakt, maar het succesvol overbruggen van de verschillen, zodat conflicten binnen de kaders van de wet worden opgelost en het inzetten van de machtsfactor gelegitimeerd is. ‘Illegaliteit en geweld kunnen niet bestreden worden met meer illegaliteit en geweld, dat doet een krachtige staat niet.’

    ANP 358621712
    Demonstranten houden een spandoek vast met de tekst ‘Ortega en Murillo moordenaars’, verwijzend naar de Nicaraguaanse president Daniel Ortega en zijn vrouw, vicepresident Rosario Murillo, tijdens een bedevaart in Managua op 28 juli 2018. – © Marvin Recinos / AFP

    In januari 2007 wachten Evo Morales, Daniel Filmus, Rafael Correa en Manuel Zelaya op de inauguratie van Daniel Ortega, die na zeventien jaar weer president van Nicaragua wordt. De ceremonie was al met een uur uitgesteld: de nieuwe gezaghebbers hadden besloten op Hugo Chávez te wachten, die opgehouden was. Onder de genodigden bevonden zich ook Tom Shannon, onderminister voor Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten, en tien andere staatshoofden. Chávez, de commandant van de Bolivariaanse Revolutie, en Ortega, de president van de Sandinistische Revolutie, tekenden de volgende dag een aantal samenwerkingsverdragen: voor de levering van olie, voor landbouwleningen, voor de bouw van krachtcentrales, voor kwijtschelding van schulden. Het was het hoogtepunt van het ‘Roze Tij’ of de ‘Draai naar Links’, de ‘nationaal-populistische’ of ‘post-neoliberale’ regeringen, die na de crisis van het neoliberalisme in Latijns-Amerika opkwamen.

    Evo Morales ‘keert terug’

    Morales moest in 2019 aftreden als president na protesten tegen zijn herverkiezing. Er zou sprake zijn van verkiezingsfraude. Nu is de voormalig cocaboer bezig met een comeback.

    Evo Morales werd als kandidaat van de socialistische MAS-partij in 2006 de eerste Boliviaanse president van inheemse afkomst. Bij zijn aantreden beloofde hij: ‘We zullen een einde maken aan de koloniale staat en het neoliberale model. Vijfhonderd jaar van verzet door de inheemse volkeren van Amerika zijn voorbij.’

    De gedeeltelijke nationalisatie van olie en gas betaalde royale sociale programma’s die het armoedecijfer terugbrachten van 59 tot 35 procent. Het armste land van Zuid-Amerika werd het snelst groeiende land, met een gemiddelde toename van 5 procent per jaar gedurende meer dan tien jaar.

    Maar de voormalig leider van de vakbond van cocaboeren kreeg al snel autoritaire trekjes. Hij voerde in 2014 een nieuwe grondwet in om een derde presidentstermijn mogelijk te maken. Een referendum in 2016 voor een vierde termijn, werd verworpen. Maar een jaar later oordeelde het constitutionele hof – bestaande uit door zijn partij aangestelde rechters – dat hij het toch nog eens kon proberen.

    De bij voorbaat controversiële verkiezingen van 2019 verliepen chaotisch, onder andere doordat de voorlopige telling van de stemmen abrupt werd onderbroken nadat de elektriciteit uitviel. Vierentwintig uur later, bij het hervatten van de telling, had Morales ineens de 10 procentpunt voorsprong die nodig was om zijn rivaal, Mesa, in de eerste ronde te verslaan, overschreden.

    Na de massale protesten die deze gang van zaken opleverde, gesteund door de grootste vakbond van het land, het leger en de politie, trad Morales af en vluchtte naar Mexico en later Argentinië.

    Een zelfbenoemde interim-regering onder leiding van Jeanine Áñez, een evangelisch christen die werd ingezworen met een bijbel zo groot als een koelkast, moest zo snel mogelijk nieuwe verkiezingen organiseren. Morales’ vertrouweling Luis Arce en zijn MAS-partij wonnen die verkiezingen, waarop Morales terugkeerde naar Bolivia. Arce werd president.

    In maart werden Áñez en haar voormalige interim-ministers gearresteerd voor terrorisme en opruiing vanwege hun rol in de protesten van 2019. ‘Politieke vervolging,’ volgens de voormalig conservatieve interim-president, ‘in de stijl van een dictatuur.’

    En nu is er een campagne op touw gezet die Morales weer terug aan het hoofd van de regering moet krijgen, als opvolger van president Arce: ‘Evo vuelve’; ‘Evo keert terug’. Hij wil immers nog die vierde termijn uitdienen, waar hij recht op heeft. Want, zoals een commentator in de Boliviaanse krant Los Tiempos schrijft: ‘Volgens Morales en zijn volgelingen is Evo het magische antwoord op elk probleem.’

    In Washington fronste men de wenkbrauwen. Midden-Amerika is een cruciale regio in de veiligheidsdoctrine van de VS. Nicaragua was, vanaf zijn politieke onafhankelijkheid, een belangrijke issue in de Amerikaanse buitenlandse politiek. De terugkeer aan de macht van het FSLN kon een versterking betekenen van de ‘Bolivariaanse Alliantie’, een regionaal blok dat door Venezuela was opgezet als alternatief voor de ‘Vrijhandelszone van Amerika’, die in 2005, op een mislukte onderhandelingstop in Mar del Plata, ten grave werd gedragen – maar niet in Midden-Amerika, waar een jaar eerder, in 2004, een vrijhandelsverdrag werd getekend tussen de VS, Midden-Amerika, en de Dominicaanse Republiek (CAFTA-DR in het Engels: Dominican Republic – Central America Free Trade Agreement).

    Handelspartner VS

    De Verenigde Staten hadden ook nog andere plannen, zoals het ‘Puebla-Panama Plan’ (PPP), later omgedoopt tot ‘Mesoamerica Project’, ter bevordering van de grondstofwinning, de bouw van infrastructuur, de export van regionale goederen, controle over migratie en uitbreiding van het zogeheten ‘Mérida Initiatief’ en het ‘Plan Colombia’ naar Midden-Amerika. Washington wilde de door Cuba en Venezuela opgezette allianties ontkrachten. Het was tekenend dat Honduras, vanouds een bondgenoot van de Verenigde Staten, zich na de militaire staatsgreep tegen Manuel Zelaya uit de Bolivariaanse Alliantie terugtrok.

    Ortega trok zich niet terug uit de ‘Vrijhandelszone van Amerika’ en ook niet uit het ‘Mesoamerica Project’. Hij steunde de VS zelfs in zijn migratiepolitiek en zijn war on drugs. De VS bleef de belangrijkste handelspartner van Nicaragua. Maar Ortega sloot zich wel onmiddellijk aan bij de Bolivariaanse Alliantie en intensifieerde de politiek economische banden met Chávez. Hij knoopte betrekkingen aan met Rusland en versterkte de relatie met China. Vervolgens kondigde hij de aanleg aan van het Nicaraguakanaal, een project dat uitgevoerd zou worden door de Chinese HKND Group en dat aanleiding heeft gegeven tot talloze speculaties. Met die besluiten toonde Nicaragua zijn onafhankelijkheid op het terrein van internationale betrekkingen, en deze uitingen van nationale soevereiniteit, die tegen de belangen van de VS ingaan, zijn een klap in het gezicht van de Noord-Amerikanen, met hun traditionele politieke arrogantie en hun systematische streven om hun wil aan de regio op te leggen.

    Politieke landschap

    In de periode tussen het opnieuw aan de macht komen van Ortega en de huidige crisis, die zijn regime doet wankelen, is het politieke landschap in Latijns-Amerika veranderd: van de ‘Draai naar Links’ naar de ‘Conservatieve Restauratie’. In Argentinië en Chili kwam rechts via verkiezingen aan de macht. In Haïti (2004), Honduras (2009), Paraguay (2012) en Brazilië (2016) gebeurde dat door middel van allerlei vormen van machtsontzetting, meestal, maar niet altijd, in samenwerking met hun Noord-Amerikaanse tegenhangers. Venezuela, de grote steunpilaar van Nicaragua, beleeft een van de zwaarste crises in zijn geschiedenis: bovenop de binnenlandse factoren komt nog eens de systematische druk die de Verenigde Staten en zijn Latijns-Amerikaanse bondgenoten sinds de staatsgreep van 2002 op de Bolivariaanse revolutie uitoefenen. De overwinning van Trump bemoeilijkte het dubbelspel van Ortega nog verder. Eind 2017 werd in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden de ‘NICA Act’ (Nicaragua Investment Conditionality Act) aangenomen, die additionele internationale leningen aan Nicaragua – van groot belang voor de economische groei van het land – moest blokkeren. Het is binnen die regionale context dat de Nicaraguaanse regering op de massale protesten van de bevolking met toenemend geweld reageert.

    Eens te meer bleek hoe ingrijpend de Noord-Amerikaanse inmenging was

    ‘Ik voelde me vereerd in het gezelschap te verkeren van de Nicaraguaanse studentenleiders die hun leven wagen voor de vrijheid…’, zo luidt de tweet bij de foto waarop drie Nicaraguaanse studenten poseren met de Texaanse Republikein Ted Cruz. Nog breder is hun glimlach op de foto met Ileana Ros-Lehtinen (de drijvende kracht achter de NICA Act) of met Marco Rubio, twee mensen met wie ze zich ook lieten fotograferen tijdens hun bezoek aan de VS, dat gefinancierd werd door Freedom House, de aan de CIA gelieerde organisatie die in de jaren tachtig een vinger in de pap had van de zogenaamd ‘anticommunistische’ psychologische oorlog in Midden-Amerika en die zich tegenwoordig ook bemoeit met bepaalde groeperingen binnen de Venezolaanse oppositie. Dezelfde organisatie die de Argentijnse mediamagnaat Héctor Magnetto in 2016 vereerde met de Prijs voor Vrijheid van Meningsuiting. Ook het National Democratic Institute (NDI) en de National Endowment for Democracy (NED), twee studentenorganisaties uit de VS, zijn actief in Nicaragua.

    Volgens officiële cijfers heeft de NED tussen 2014 en 2017 4,2 miljoen dollar aan verschillende lokale organisaties uitgedeeld. De Nicaraguaanse studenten brachten ook een bezoek aan El Salvador, waar ze een ontmoeting hadden met de burgemeester van de hoofdstad en gedeputeerden van ARENA, de Nationalistische Republikeinse Alliantie, die de harde kern vormt van politiek rechts in het land. De tournee zorgde voor heftige discussies binnen de Nicaraguaanse studentenorganisaties, want eens te meer bleek hoe ingrijpend de Noord-Amerikaanse inmenging was, terwijl tevens het gebrek aan leiderschap en de complexiteit van de binnenlandse verhoudingen aan het licht kwamen. Daarin schuilt het grootste obstakel voor een democratisch-politieke uitweg uit de crisis, die zowel het pact tussen de sociaal-economische elites als de Noord-Amerikaanse inmenging het hoofd kan bieden.

    Ontoereikende stap

    Nadat Daniel Ortega eind juli 2018 een deel van de wegversperringen en blokkades had weggeruimd, gaf hij te kennen open te staan voor het uitschrijven van een referendum over het vervroegen van de presidentsverkiezingen van 2021 naar 2019. Dat idee was een goede, maar ontoereikende politieke stap. Zonder politieke veranderingen die het democratisch bestel, op het vlak van de mensenrechten en de soevereiniteit van het volk, geloofwaardig maken, kan de crisis elk moment weer losbarsten. 

  • In Nicaragua bestaat geen politieke wil voor vrije verkiezingen

    In Nicaragua bestaat geen politieke wil voor vrije verkiezingen

    De enige zekerheid die er momenteel is in Nicaragua is dat Ortega en zijn vrouw, tevens vicepresident, herkozen willen worden. Dit betekent dat ze de totale macht houden over de overheid, de economie, de politie en het leger.

    Onlangs sprak ik via Zoom met mijn vriend de Canadese schrijver John Ralston Saul, oud-voorzitter van PEN International, die een paar jaar geleden in Nicaragua was geweest. De PEN, vroeger de PEN CLUB, werd in 1921 in Londen opgericht met niemand minder dan Joseph Conrad, George Bernard Shaw en H.G. Wells als leden van het eerste uur. De schrijversorganisatie verenigt nu schrijvers van over de hele wereld en houdt zich vooral bezig met het verdedigen van de vrijheid van meningsuiting en de mensenrechten. 

    John belde me omdat hij benieuwd was hoe het in Nicaragua is, waar de Nicaraguaanse PEN-afdeling onder voorzitterschap van schrijfster Gioconda Belli onlangs haar deuren moest sluiten. We spraken lang over Nicaragua en haalden herinneringen op aan toen ik hem een keer meenam om een kijkje te nemen in de krater van de actieve vulkaan Masaya. Een voor toeristen angstaanjagende diepte waaruit dikke zwaveldampen opstijgen, alsof we in dit land wonen in de bek van de hel, zoals kroniekschrijver Fernández de Oviedo de vulkaankrater omschreef.  

    Om te beginnen zei ik dat de ene gekozen regering van Latijns-Amerika het beter doet dan de andere en dat de ene democratischer is dan de andere maar dat de democratieën de afgelopen decennia zich hebben kunnen wortelen omdat de kiessystemen vertrouwen wekken en verhalen over fraude, stembussen vol valse stembiljetten – met name van dode mensen – en klunzig vervalste bewijsstukken tot het verleden behoren. 

    ANP 360036887
    De Nicaraguaanse president Daniel Ortega en zijn vrouw, vicepresident Rosario Murillo, ballen hun vuisten tijdens de herdenking van de eenenvijftigste verjaardag van de guerrillacampagne Pancasan in Managua, op 29 augustus 2018. – © AFP

    Niemand zal de legitimiteit van de overweldigende verkiezingszege van president Nayib Bukele in El Salvador in twijfel trekken. Of hij die absolute meerderheid die hem de totale controle over het land geeft, zal gebruiken om de democratie te bestendigen of om zeep te helpen, zal moeten blijken. De stemmen die hij heeft gekregen zijn eerlijk geteld. En als in Peru het vertrouwen in de politiek in een voortdurende crisis verkeert, komt dat niet door verkiezingsfraude maar doordat de verkozen leiders keer op keer corrupt blijken te zijn. 

    Anders is het in Nicaragua waar de grondwet dicteert dat er in november van dit jaar presidentsverkiezingen en parlementaire verkiezingen worden gehouden. Over een paar maanden dus, maar er worden geen voorbereidingen getroffen die de indruk wekken van een eerlijk electoraal proces om een democratische transitie mogelijk te maken.  

    In een resolutie van de Algemene Vergadering van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) van november vorig jaar staan de basisvoorwaarden waaraan onze verkiezingen moeten voldoen om eerlijk te verlopen: ‘deugdelijke’ onderhandelingen tussen de regering en de oppositie ‘waarvan niemand wordt uitgesloten’; ‘grondige’ electorale hervormingen die voldoen aan internationale normen; herstructurering en modernisering van de Verkiezingsraad zodat onafhankelijk, transparant en verantwoord optreden is gewaarborgd; actualiseren van het register kiesgerechtigden; aanwezigheid van nationale en internationale waarnemers. 

    Voorwaarden

    Daarnaast staat er in de resolutie dat er sprake moet zijn van een pluriform politiek proces ‘ter waarborging van de burgerlijke en politieke rechten, inclusief de vrijheid van vreedzame vergadering en samenscholing, het recht op vrijheid van meningsuiting. Tevens moeten nieuwe politieke partijen zich kunnen registreren in het kiesregister’.

    Aan deze voorwaarden had eind mei voldaan moeten zijn, maar tot nu toe heeft de regering geen vinger uitgestoken. Voorlopig weten we alleen dat Ortega en zijn vrouw, de vicepresident, zich klaarmaken om te worden herkozen, wat betekent dat ze, zoals al vijftien jaar het geval is, de totale controle houden over de burgers, de economie, de politie en het leger. Vooralsnog wijst niets erop dat er ook maar de minste politieke wil bestaat om die totale macht te onderwerpen aan vrije verkiezingen. 

    De Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties die dit jaar in Genève vergaderde, liet weten ‘zeer bezorgd te zijn over het feit dat Nicaragua geen pogingen doet om het kiessysteem en de instituties zodanig te hervormen dat er eerlijke en transparante verkiezingen kunnen plaatsvinden’.    

    Hoe kun je in dit klimaat verkiezingscampagnes houden?

    Ook eist de Mensenrechtenraad dat men ‘stopt met het opjagen en belagen van de oppositie‘; ‘met arbitraire arrestaties, bedreigingen en andere vormen van intimidatie om critici te onderdrukken’; ‘de gearresteerden vrijlaat die illegaal en arbitrair zijn opgepakt’. Daarnaast eist de Raad dat de wetten die een schending zijn van de mensenrechten worden ingetrokken. Denk alleen maar de wet Cybercriminaliteit, de ‘Buitenlandse Agentenwet’ (organisaties die geld krijgen uit het buitenland moeten zich laten registreren en zeggen wat ze met het geld gaan doen; ze worden uitgesloten van politieke activiteiten) en de levenslange gevangenisstraf voor ‘haat zaaien’. 

    Kun je een acceptabele politieke situatie creëren in een land met meer dan 120 politieke gevangenen, voornamelijk jonge mensen, en met duizenden jonge ballingen, die zijn gevlucht toen er vanaf 18 april 2018 sprake was van ongebreidelde repressie? 

    Hoe kun je in dit politieke klimaat verkiezingscampagnes houden? De politie patrouilleert op straat en slaat elke poging tot vreedzame manifestatie neer, sluit zonder daartoe gerechtigd te zijn oppositieleden op in hun huis en verbiedt hen naar buiten te gaan, en valt zaaltjes binnen waar politieke bijeenkomsten worden gehouden. 

    Van diverse media en televisiestations is de apparatuur in beslag genomen en andere media, zoals Radio Darío in León hangt hetzelfde boven het hoofd. 

    We staren nog steeds in de krater van de actieve vulkaan, zeg ik tegen John. Het zal heel lastig zijn om de weg te vinden die ons weg leidt van de bek van de hel, maar we houden hoop.