Om de week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar de persvrijheid in Europa. Recente rapporten laten zien dat bezuinigingen, politieke inmenging en groeiend wantrouwen de onafhankelijke journalistiek steeds verder onder druk zetten.
Hoe staat de persvrijheid ervoor in Europa?
Voor het eerst sinds Reporters Without Borders in 2002 begon met het publiceren van een jaarlijkse persvrijheidsindex, wordt de toestand in meer dan de helft van alle landen ter wereld nu ingedeeld als ‘kwetsbaar’ of ‘zeer ernstig’. Volgens het rapport, geciteerd door Al Jazeera, is dat ‘een duidelijk teken dat journalistiek wereldwijd steeds meer als misdaad wordt bestempeld’. De Verenigde Staten staan op de vierenzestigste plaats in de categorie ‘problematisch’, een daling van zeven plaatsen sinds Donald Trump weer president is. Slechts zeven landen ontvingen een ‘goed’, met Noorwegen, Nederland en Estland in de top drie.
The Civil Liberties Union for Europe (Liberties) sloeg vorige maand eveneens alarm: de persvrijheid binnen de EU staat ‘onder voortdurende druk’, aldus The Guardian. De belangenorganisatie waarschuwt in een rapport dat de publieke media gestaag worden uitgehold door politieke bemoeienis en bezuinigingen, en dat journalisten steeds vaker stuiten op beperkingen van de vrijheid van meningsuiting en de toegang tot informatie.
In Athene werd een explosief geplaatst bij de woning van de hoofdredacteur van het weekblad To Vima
In 2025 bereikte de veiligheid van journalisten in Europa wat het rapport ‘een crisispunt’ noemt: steeds vaker kregen zij te maken met ‘extreem fysiek geweld en systematische juridische intimidatie’. In Athene werd een explosief met vijf kilo TNT geplaatst bij de woning van Yannis Pretenteris, de hoofdredacteur van het weekblad To Vima. In Italië ontplofte een bom onder de auto van Sigfrido Ranucci, een vooraanstaande onderzoeksjournalist.
Ook in Nederland verslechterde de veiligheid van journalisten: voor het derde jaar op rij nam het aantal aanvallen op journalisten toe, met 106 bedreigingen, 67 gevallen van intimidatie en 55 gevallen van fysiek geweld.
Waardoor staat de onafhankelijke journalistiek onder druk?
Financiële instabiliteit vormt een groeiende bedreiging voor de publieke media, stelt het rapport van Liberties. In Frankrijk zijn er plannen om alle publieke omroepen samen te voegen; in Duitsland sloten zestien radiostations en twee tv-nieuwszenders; en in België werd fors bezuinigd op de publieke omroep. Ook het publieke vertrouwen in de media staat onder druk: slechts drie van de tweeëntwintig onderzochte EU-landen scoorden ‘relatief hoog’, terwijl Griekenland, Roemenië en Bulgarije een ‘kritisch lage’ beoordeling kregen.
Volgens El País worden de publieke omroepen in het nauw gedreven door de opkomst van extreemrechts. ‘Extreemrechts heeft veel doelwitten: immigranten, belastingen, eigenlijk alles wat met links te maken zou hebben. Nu hebben ze hun pijlen gericht op publieke omroepen’, aldus de Spaanse krant.
Paolo Cesarini, directeur van het European Digital Media Observatory, vindt vooral ‘ontslagen, politieke inmenging, bezuinigingen en pogingen om controle te centraliseren of de geloofwaardigheid van publieke media te ondermijnen’ uiterst zorgwekkend. Volgens hem spelen deze factoren ook op in landen waar de persvrijheid eerder als stabiel werd beschouwd, zoals Spanje, Frankrijk en Duitsland. Cesarini betreurt bovendien dat ‘het democratische debat steeds meer wordt bedreigd door desinformatie, versterkt door kunstmatige intelligentie, vijandige propaganda en algoritmes van sociale media’, aldus El País.
‘Het normaliseren van extreemrechts heeft ernstige gevolgen’
Georgios Samaras roept de media bovendien op kritisch naar zichzelf te blijven kijken. Hij is universitair docent Public Policy aan King’s College London en een vooraanstaand onderzoeker die gespecialiseerd is in rechtsextremisme, politieke communicatie en Europese en Griekse politiek. Volgens hem helpen media radicaal-rechtse bewegingen soms onbedoeld vooruit. ‘Redacties grijpen steeds vaker naar alternatieve begrippen, op zoek naar bewoordingen die veiliger aanvoelen of minder snel tot verontwaardiging leiden: extreemrechts, alt-right, nieuw rechts, religieus-conservatief, nationaal-conservatief, traditionalistisch… De lijst wordt steeds langer’, schrijft hij in POLITICO. Dit zorgt voor veel onduidelijkheid. ‘De begrippen zijn vaag en verdoezelen de ideologie erachter. Het normaliseren van deze ideeën heeft ernstige gevolgen.’
Nu extreemrechtse partijen in grote delen van Europa bovenaan de peilingen staan, zijn we de fase van normaliseren eigenlijk al voorbij, meent hij. ‘Elke onkritische vermelding van extreemrechtse retoriek is een redactionele beslissing met politieke gevolgen. Elke kop, elk filmpje, elke klik draagt bij aan het gewicht ervan. Zo vervaagt de grens tussen verslaggeving en versterking. En zo brengen sommige media niet langer alleen verslag uit over extreemrechts, maar geven ze de beweging ook een podium.’
Wat wordt ertegen gedaan?
Halverwege 2025 trad de Europese Media Freedom Act (EMFA) in werking. De wet moet vooral zorgen voor meer transparantie, minder politieke invloed en betere bescherming van journalistieke onafhankelijkheid. Overheden moeten bijvoorbeeld openbaar maken hoeveel geld ze uitgeven aan advertenties en op basis van welke criteria dat gebeurt.
De wet ‘maakt de weg vrij voor een veiliger, transparanter en pluralistischer medialandschap – een landschap waarin burgers erop kunnen vertrouwen dat het nieuws op feiten is gebaseerd, en niet op zakelijke of politieke belangen’, verklaarde Michael McGrath, commissaris voor Democratie, destijds tegen POLITICO. Maar POLITICO plaatste daar meteen vraagtekens bij: ‘Zonder daadwerkelijke politieke wil van de Europese Commissie en de nationale regeringen dreigt de wet niet veel meer te zijn dan een belofte op papier, terwijl de onafhankelijkheid van de media in sommige delen van Europa steeds verder wordt uitgehold.’
Hij sprak van een ‘leugenfabriek’ waarvan de berichtgeving leek op de propaganda uit Noord-Korea of nazi-Duitsland
Vooralsnog krijgen ze gelijk: veel EU-lidstaten slagen er niet in de wet naar behoren uit te voeren, blijkt uit het rapport van The Civil Liberties Union for Europe. De EMFA wordt ‘veel te traag omgezet in nationale wetgeving’, luidt de conclusie.
Alle ogen zijn momenteel gericht op Hongarije. De mediastrategie die Viktor Orbán jarenlang aanhield was bijzonder succesvol, schreef Reporters Without Borders begin dit jaar. ‘Zonder ook maar één journalist gevangen te zetten of te vermoorden, heeft hij de onafhankelijke journalistiek in Hongarije bijna volledig uitgeroeid’, luidde het commentaar van directeur-generaal Thibaut Bruttin destijds.
Maar nu Orbán de verkiezingen heeft verloren van Péter Magyar, dreigen de eens zo machtige staatsmedia te verdwijnen. Kort na de verkiezingen van vorige maand beloofde Magyar om ze op te schorten. Hij sprak van een ‘leugenfabriek’ waarvan de berichtgeving leek op de propaganda uit Noord-Korea of nazi-Duitsland. ‘Hoe veel mensen worden ontslagen? Iedereen is bang,’ zei een medewerker van de staatsradio tegen The Guardian. ‘Niemand weet wat er gaat gebeuren,’ liet een ander weten. Volgens Krisztina Balogh, die van 2016 tot 2018 bij de Hongaarse staatsmedia werkte, heeft het land nu veel te verwerken. ‘Een systeem van leugens, voortdurende manipulatie en op angst gebaseerde communicatie heeft diepe littekens achtergelaten.’
Het herstellen van het vertrouwen in de media zal geen eenvoudige opgave zijn, aldus de Britse krant. De ontwikkelingen zullen dan ook wereldwijd met veel aandacht worden gevolgd.
















