Netanyahu noemt de door Qatar gefinancierde zender ‘ophitsend’
De Israëlische autoriteiten hebben zondag de plaatselijke kantoren van Al Jazeera gesloten, op dezelfde dag dat de regering instemde met een nieuwe wet om de activiteiten van het netwerk in het land te sluiten. Dat schrijft Al Jazeera. De zender noemt de sluiting een ‘zwarte dag voor de media’ en wijst erop dat de vrijheid van meningsuiting onder premier Netanyahu in het geding is.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Israëlische woordvoerders noemden de maatregel gerechtvaardigd, omdat Al Jazeera een bedreiging zou vormen voor de nationale veiligheid. ‘De ophitsende zender Al Jazeera zal worden gesloten in Israël’, schreef Netanyahu op sociale media na de unanieme stemming van het kabinet. De regering kondigde aan Al Jazeera’s kantoren in Israël te sluiten, uitzendapparatuur in beslag te nemen, de zender af te sluiten van kabel- en satellietbedrijven en zijn websites te blokkeren.
Het netwerk, dat gefinancierd wordt door Qatar, is de enige zender die dag en nacht verslag doet van de oorlog. De zender wordt beschuldigd van het uitzenden van ‘propaganda voor Hamas’. Al Jazeera zei verder dat de beschuldiging dat het de Israëlische veiligheid bedreigde een ‘gevaarlijke en belachelijke leugen’ was die haar journalisten in gevaar bracht.
Voor een land dat elke dag een stap terug doet op het gebied van persvrijheid en vrijheid van meningsuiting, denk ik dat we het beter kunnen hebben over ‘personderdrukking’ in plaats van ‘persvrijheid’, schrijft de Koerdische journalist Mehmet Fırat Özgür, die in 2022 uit Turkije vluchtte en sinds een jaar in Nederland woont.
free press unlimited
360 Magazine publiceert met ondersteuning van Free Press Unlimited elke maand een artikel over de staat van de persvrijheid in een bepaald land.
RFG Magazine
Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met RFG, een organisatie voor gevluchte journalisten.
De architect van deze personderdrukking is de AKP, de Turkse politieke partij die ruim twintig jaar aan de macht is en erin slaagde om de media vorm te geven, in samenwerking met commerciële bedrijven. Maar sinds de kapitalistische kringen die zich verzetten tegen de AKP de macht hebben verloren, is er zelfs geen sprake meer van mainstream media als tegenmacht (die nochtans afhankelijk zijn van het kapitaal). Toen tv-zenders en kranten geleidelijk aan van eigenaar veranderden, werden mediawerkers rond 2018 geconfronteerd met een dilemma: ‘Omarm de AKP of ga weg’. Veel medewerkers van de reguliere media werken sindsdien voor tv-zenders, kranten of websites van de oppositie of andere politieke partijen. Ook deze mediaorganisaties hebben te maken met voortdurende online blokkades, opschorting van uitzendingen en arrestatie en detentie van hun werknemers.
Volgens het rapport 2023 van Verslaggevers zonder Grenzen zijn de vooruitzichten voor Turkije steeds verontrustender. In het rapport, waarin 180 landen worden geanalyseerd, stond Turkije in 2023 op de 165e plaats, 16 plaatsen lager dan in 2022. Turkije stond op de 99e plaats toen de AKP in 2002 aan de macht kwam. Hoewel de persvrijheid eerder als beter werd beschouwd, stonden veel kranten en tijdschriften van de oppositie, vooral de Koerdische pers, ook onder zware druk vóór de komst van de AKP en waren veel journalisten het slachtoffer van onopgeloste moorden.
Een beschrijving van de repressie die journalisten in slechts één jaar ervaren, zou van dit artikel een lang epistel maken. Ongeveer dertig journalisten worden momenteel gevangengehouden, in weerwil van hun recht op persvrijheid en vrijheid van meningsuiting. Bovendien wordt niet alleen hun rechtszekerheid, maar ook hun veiligheid bedreigd. Onlangs werd journalist Sinan Aygül geslagen en met de dood bedreigd vanwege een artikel dat hij had geschreven. De aanvallers, die voor de show werden vastgehouden, werden kort daarna weer vrijgelaten.
De huiszoekingen waren tevergeefs, want ik was niet thuis
Mijn huis werd in 2019 ook binnengevallen door de politie, onder het voorwendsel dat mijn antioorlogsuitspraken bestraft zouden worden. De huiszoekingen waren tevergeefs, want ik was niet thuis. Ze hadden echter een grote impact op mijn familieleden, die wel thuis waren, en leidden er zelfs toe dat mijn broer in het ziekenhuis werd opgenomen vanwege psychische klachten. In de periode daarna zorgden de druk en de bedreigingen ervoor dat ik het land in augustus 2022 verliet.
Ondanks deze verontrustende situatie gaan onafhankelijke mediaorganisaties en journalisten door met hun werk. Zoals Mezopotamya Agency, dat de stem blijft voor mensenrechten, tegen corruptie en voor de door het Koerdische volk gestelde eis van een gelijkwaardig leven. En er zijn onafhankelijke mediaorganisaties zoals T24, Medyascope en Bianet, die blijven publiceren in naam van het algemeen belang.
Mehmet Fırat Özgür werd in 1997 geboren in Bursa in Turkije. Hij studeerde af aan de Universiteit van Mersin, afdeling journalistiek. Hij begon aan zijn master, maar moest het land verlaten voor hij zijn studie had afgerond. Zijn artikelen zijn gepubliceerd in Evrensel, Yeni Yaşam, İleri Haber en Siyasi Haber.
De pers aan de ketting leggen is meestal het eerste wat een totalitair regime doet om de macht te behouden. In Afghanistan bepaalt nu één man wat er naar buiten mag komen, schrijft de Afghaanse journalist Ghulamullah Habibi, die in augustus 2021 naar Nederland vluchtte.
Free Press Unlimited
360 Magazine publiceert met ondersteuning van Free Press Unlimited elke maand een artikel over de staat van de persvrijheid in een bepaald land.
Onder de Taliban verdween de persvrijheid in Afghanistan als sneeuw voor de zon. Daarvóór was werken als journalist in het land ook al niet eenvoudig, maar lukte het nog wel.
In 2019 beschikten de naar schatting veertig miljoen inwoners van Afghanistan nog over een breed en divers medialandschap. Ze hadden de keuze uit maar liefst 107 televisiekanalen, 284 radiozenders, een duizendtal gedrukte media en ruim 1800 onlinekanalen. Veruit de meeste media publiceren in het Pashto en het Dari, de officiële talen van Afghanistan.
De machtsovername van de Taliban, medio augustus 2021, veranderde alles. De vrijheid van meningsuiting in het land is sindsdien sterk ingeperkt, de toegang tot informatie is gering. In verschillende provincies van Afghanistan werden journalisten gearresteerd, gevangengezet, geslagen en na onderzoek op borgtocht vrijgelaten.
Door wetgeving van de Taliban werden heel wat Afghaanse journalisten die de afgelopen twintig jaar voor binnen- en buitenlandse media hebben gewerkt, gedwongen om hun baan op te zeggen. Het aantal journalisten in Afghanistan is dan ook sterk afgenomen. Velen zijn uit veiligheidsoverwegingen het land ontvlucht. Dat deed ik ook: samen met mijn vrouw en kinderen woon ik nu tweeënhalf jaar in Nederland.
Kritische stukken over de Taliban zijn verboden, interviews met regeringsfunctionarissen worden geweigerd
Voor de achterblijvers is het werk moeilijk, zo niet onmogelijk. Kritische stukken over de Taliban zijn verboden, interviews met ministers of andere regeringsfunctionarissen worden consequent geweigerd. Alle vragen aan de overheid, hoe groot of klein ook, moeten aan een en dezelfde persoon worden gesteld: Zabihullah Mujahid, de woordvoerder van de Talibanregering. Vragen die niet in zijn straatje passen, worden niet beantwoord.
Nog lastiger is het leven van vrouwelijke journalisten. Wanneer zij in de media verschijnen, moeten ze een hidjab dragen en moet hun gezicht bedekt zijn.
De Afghaanse regering die vóór de Taliban aan de macht was, heeft twintig jaar lang veel werk verzet voor de persvrijheid. Journalisten konden opereren binnen het kader van de Afghaanse grondwet en de wet op de media. Toch was ons werk niet eenvoudig. Informatie was vaak niet toegankelijk en soms werden we geïntimideerd door de overheid, om van de problemen op het vlak van veiligheid nog te zwijgen.
Dat heb ik zelf ook ondervonden, toen ik een reportage maakte over de illegale smokkel van auto-onderdelen van Afghanistan naar Pakistan, waarbij verschillende overheidsfunctionarissen waren betrokken. Ondanks aandringen kreeg ik nooit een reactie van de overheid – ze probeerden de publicatie van het artikel zelfs te verhinderen.
Toch was het, terugkijkend, geen slechte tijd, want op dit moment is de persvrijheid in het land volstrekt nihil. Alle journalisten moeten hun berichtgeving met de Taliban delen. Pas na hun goedkeuring mag die, wat het ook is, worden gepubliceerd of uitgezonden. Dat maakt het werk van journalisten er op dit moment zo goed als onmogelijk.
Dit artikel kwam tot stand met ondersteuning van RFG, een organisatie voor gevluchte journalisten.
Ondanks de vage nationale veiligheidswet, die autoriteiten het recht geeft afwijkende meningen met levenslange celstraffen de mond te snoeren, blijft de onafhankelijke pers in Hongkong volharden in zijn missie. ‘Ik wil verhalen brengen vanuit het perspectief van Hongkong.’
Het onlinenieuwsmedium Hong Kong Court News, dat begin dit jaar van start ging, opereert vanuit een gehuurde coworkingspace in Wong Chuk Hang, een artistieke wijk in het zuiden van Hongkong. Er is net genoeg ruimte voor de twee oprichters van de site – Cheung Lai San en Alvin KM Chan – en drie verslaggevers. Twee katten van de buren komen even langs voor wat aandacht. Op een muur staat het woord
平安 (ping on), dat ‘veilig en wel’ betekent; het is samengesteld uit felgekleurde velletjes papier die bij rechtszittingen worden uitgedeeld aan verslaggevers.
Als ik op bezoek kom, zitten Cheung en Chan aan hun bureau, schakelend tussen computerscherm en telefoon. Cheung is in de veertig, heeft schouderlang haar en draagt een bril met dik montuur. Tot voor kort was ze redacteur bij Citizen News – ‘een vluchtelingenkamp’, zoals een medewerker het omschreef, voor leden van de onafhankelijke pers van Hongkong. Citizen News maakte eerder vooral analyses, maar in de zomer van 2019, toen de stad in de greep was van prodemocratische protesten, ging de redactie zich meer toeleggen op verslaggeving. In 2020 vaardigde de regering van het Chinese vasteland een nationale veiligheidswet uit – een vage, ruime wet die de autoriteiten het recht gaf afwijkende meningen de mond te snoeren, met als maximumstraf levenslang. De media behoorden tot de eerste slachtoffers; meer dan duizend verslaggevers in Hongkong verloren hun baan. Citizen News ging begin vorig jaar op zwart. ‘Ik moest dus kiezen,’ zegt Cheung. ‘Teruggaan en een baan zoeken in deze sector, een carrièreswitch maken, onafhankelijk worden’ – lees: freelance gaan werken – ‘of voor mezelf beginnen.’
Jimmy Lai kreeg dertien maanden gevangenisstraf voor zijn vermeende betrokkenheid bij een herdenking van het bloedbad op het Tiananmenplein
Op dat moment waren al minstens tienduizend Hongkongers gearresteerd in verband met de protesten. Minder dan eenderde werd formeel aangeklaagd, maar de veiligheidswet gaf de regering een vrijbrief om iedereen aan te klagen, ook een twintigtal journalisten. De stadsrechtbank liep grote achterstanden op. Cheung besloot Hong Kong Court News op te richten om het verloop van die zaken bij te houden, ook die waarbij de persvrijheid op het spel stond.
Onder de nieuwsorganisaties die hun deuren sloten na het begin van de veiligheidswet waren Apple Daily – een belangrijke krant waar Chan vroeger werkte – en Stand News, bekend om zijn controversiële politieke verhalen. De oprichter van Apple Daily, Jimmy Lai, werd veroordeeld tot dertien maanden gevangenisstraf voor zijn vermeende betrokkenheid bij een wake ter herdenking van het bloedbad op het Plein van de Hemelse Vrede. Chung Pui-kuen, voormalig hoofdredacteur van Stand News, en zijn opvolger Patrick Lam werden beschuldigd van opruiing.
Toen Cheung en Chan met Hong Kong Court News begonnen, diende net de zaak van Chung en Lam bij de rechtbank. Dagelijks publiceerde Hong Kong Court News updates, inclusief transcripties van het kruisverhoor, wat nogal onorthodox is voor media in Hongkong. Laura Ng, de hoofdaanklager, vroeg aan Chung of de medewerkers van Stand News ‘geel’ waren – de kleur die symbool staat voor het prodemocratische kamp. ‘Dat zou ik niet zeggen,’ antwoordde Chung.
Op kantoor vertelt Chan, een veertiger met kort haar, snor en een zwart omrande bril, dat het een strategische stap was om zich te concentreren op de rechtszaal in plaats van op de bredere politieke context in Hongkong. ‘Het risico is iets kleiner,’ zegt hij.
Cheung is het daarmee eens. ‘Er is geen ruimte om iets te veranderen of te duiden,’ zegt ze. ‘We schrijven over dat wat er in de rechtbank wordt gezegd.’ Door rechtstreeks te transcriberen wat er tijdens de hoorzittingen gebeurt, denken ze de harde politieke realiteit van Hongkong te kunnen laten zien, zonder beschuldigd te worden van vooringenomenheid. Er is zeker geen tekort aan zaken; elke avond nadat de medewerkers naar huis zijn gegaan, bekijkt het tweetal de lijsten van de rechtbanken in Hongkong en overleggen ze in een groepschat wat ze de volgende dag zullen verslaan. ‘We proberen geen enkele rechtszaak van algemeen belang te missen,’ zegt Cheung.
180 abonnementen
Vóór Hong Kong Court News was Chan verantwoordelijk voor de planning en distributie van de laatste editie van Apple Daily. In zijn huidige baan neemt hij een groot aantal taken op zich. Cheung wijst naar hem en zegt: ‘Ziehier de HR-afdeling, de redactie, de boekhouding, de IT, de administratie en de vormgeving.’
‘Klopt,’ zegt Chan. De site moet het van abonnementen hebben. Dat zijn er zo’n honderdtachtig, maar die leveren onvoldoende op om de kosten van de redactie te dekken. Cheung en Chan betalen hun verslaggevers en nemen zelf genoegen met een karig salaris; ze moeten hun inkomen aanvullen met freelance schrijfwerk. Toch blijven ze plannen maken: ze willen een wekelijkse krant maken met een overzicht van de belangrijkste zaken.
‘Maar ja, wie weet wat er morgen gebeurt?’ zegt Cheung. Ze lacht en werpt me een veelbetekenende blik toe. ‘Als we zes maanden kunnen overleven, is dat al een mijlpaal.’
Hun doel – zoeken naar mogelijkheden binnen een strak gereguleerde omgeving – is gebruikelijk onder journalisten in Hongkong. In een industrieel gebouw in Kowloon, gelegen tussen de volkswijken in het noorden van de stad, bezoek ik een studio die wordt gedeeld door Ryan Lai en Jacky Cheung, twee voormalige verslaggevers van Citizen News. Het is er gezellig; bijna het volledige interieur – tafels, stoelen, computerschermen – hebben ze overgenomen van het oude Citizen News-kantoor. Een tv-scherm dat vroeger toebehoorde aan het China Team – ooit een elitegroep van verslaggevers die zich richtte op nieuws van het vasteland en die massaal opstapte na een leiderschapswissel – is nu ViuTV te zien, een lokale zender die velen als ‘geel’ beschouwen. Als ik arriveer, zendt ViuTV tekenfilms met Barbie uit.
Journalisten zoeken naar mogelijkheden binnen een strak gereguleerde omgeving
Lai, een lange, slanke man van zesentwintig met een bril, heeft iets dromerigs als hij spreekt, alsof hij net een dutje heeft gedaan. Er staat een koffiezetapparaat in de studio, maar hij drinkt liever instantkoffie uit een papieren beker, want ‘schoonmaken is te veel moeite’, zegt hij. Hij besteedt zijn tijd liever aan andere dingen. Zijn carrière begon in een politieke context die steeds autoritairder werd. Zijn eerste baan was videoverslaggever voor Citizen News, maar dat werk duurde slechts enkele maanden.
Vorig jaar lanceerde hij een YouTubekanaal met de naam The WELL. Die naam ontleende hij aan een gedicht van een Chinese advocaat, die het op zijn beurt had ontleend aan het gedicht van Martin Niemöller uit het nazitijdperk: ‘Eerst kwamen ze voor…’ Het eerste couplet in de Chinese versie luidt: ‘De mijnwerkers bleven sterven, maar ik kwam niet voor hen op, want ik hoefde niet af te dalen in de schacht [the well].’ Toen Citizen News aankondigde te gaan sluiten, plaatsten medewerkers afscheidsbrieven aan lezers op de website; in de zijne citeerde Lai het gedicht. ‘Ik wil de persoon zijn die in de schacht afdaalt’, schreef hij.
In de studio werkt Lai aan een documentaire over de jonge werkende armen van Hongkong. Eerder maakte hij films over de daklozen van de stad en over mensen die naar de afgelegen eilanden van Hongkong waren verhuisd. Het zijn allemaal sympathieke humaninterestverhalen. Maar bij het aansnijden van ‘gevoelige onderwerpen’, zoals de verjaardag van de sluiting van Apple Daily, censureert hij zichzelf en richt zich dan op de emotionele toestand van de geïnterviewden, in plaats van op beladen feiten. ‘Het is onmogelijk om deze onderwerpen te vermijden,’ zegt hij, ‘maar je moet wel heel voorzichtig zijn.’
‘Het is goed om te weten dat er nog steeds mensen zijn die zich bekommeren om media-ethiek’
Aan de andere kant van de kamer zit Cheung (28). Hij spreekt zacht en draagt een zwart honkbalpetje dat zijn halve gezicht bedekt. ‘Ik wil verhalen brengen vanuit het standpunt van Hongkong,’ zegt hij. ‘Dingen die de buiten Hongkong gevestigde media niet kunnen doen.’ Na de veiligheidswet en het verdwijnen van de meeste nieuwszenders van eigen bodem werden de reguliere media – waaronder Radio Television Hong Kong (RTHK), de publieke omroep van de stad – onder toezicht van de regering geplaatst. Cheung zag de verhalen uit de stad verschuiven naar stemmen van buiten. De berichtgeving kwam van Flow HK, gevestigd in Taiwan, van Green Bean Media in het Verenigd Koninkrijk en van sites als Commons Hong Kong en The Points, die op afstand worden gerund door voormalige leden van de Hongkongse pers. ‘Je kunt het sentiment van mensen niet voelen als je je niet vlakbij bevindt,’ zegt Cheung. Afgelopen maart begon hij met een eigen site: Hong Kong City Creation.
Hong Kong City Creation behandelt algemeen nieuws en cultuur. Met zijn artikelen – over verboden films, over een winkel in Kwai Chung Plaza die uit de gevangenis ontslagen demonstranten in dienst neemt en over ene Thomas die door de stad trekt in een dinosauruspak – produceert Cheung niet dezelfde soort directe politieke verslaggeving als in zijn vorige baan. Maar hij wil verhalen over de stad vertellen en belangrijke politieke onderwerpen aansnijden op manieren die, althans oppervlakkig gezien, niet zo controversieel zijn. Vorig jaar spoorde hij een jongen op die hij had zien huilen op een politiebureau tijdens een aanval van een knokploeg in Yuen Long in 2019. ‘Hij vertelde dat vrienden die altijd met hem gingen fietsen de afgelopen jaren allemaal Hongkong hadden verlaten. Maar hij stond erop om te blijven,’ zegt Cheung. ‘Door zijn ogen kon je de veranderingen in Hongkong goed zien.’
Bijbaantjes
Zowel The WELL als Hong Kong City Creation leeft van donaties, waarmee een deel van de studiohuur kan worden voldaan. Om hun activiteiten te kunnen volhouden moesten ze tot nu toe bijbaantjes nemen; Cheung gaf les aan een journalistenclub op een basisschool. Hoelang ze hun passie en hun projecten kunnen volhouden is onzeker. ‘We leven van dag tot dag,’ zegt Cheung.
Aan de andere kant van Kowloon stap ik uit op metrostation Prince Edward, waar het wemelt van de eetgelegenheden en winkelcentra. Tijdens de protesten deden geruchten de ronde dat de politie hier activisten had doodgeslagen. Agenten vergrendelden de plek, versperden journalisten en ambulancepersoneel de toegang en ontkenden de beschuldigingen. Sindsdien laten Hongkongers elke maand bloemen achter bij het station. Vlakbij, in een oud winkelpand, is een onafhankelijke boekwinkel gevestigd met de naam Have a Nice Stay. Die werd afgelopen mei geopend door een groep journalisten wier werkgevers waren opgeheven.
De naam van de winkel is een boodschap aan degenen die in Hongkong zijn gebleven tijdens de emigratiegolf – een duidelijk politieke golf die zich niet beperkte tot leden van de pers. In 2022 meldden de lokale autoriteiten het vertrek van zestigduizend inwoners. Kris Lau, een van de oprichters van Have a Nice Stay, die tien jaar lang het lokale nieuws versloeg, zegt dat het doel van de groep is om een plek te creëren waar Hongkongers boeken kunnen lezen, wijn kunnen drinken en zich op hun gemak kunnen voelen. Ze zien de winkel ook als een ontmoetingsplaats om de schamele onafhankelijke pers die de laatste tijd weer opkomt, te promoten. ‘Fragmentatie is de toekomst,’ zegt hij. ‘Als je een geïntegreerd nieuwsmedium bent’ – lees: een algemeen nieuwskanaal – ‘zul je bepaalde dingen moeten vermijden, zijn er dingen die je niet kunt doen.’ Focussen op één onderwerp lijkt het makkelijker te maken om verboden zaken te omzeilen. ‘Idealiter zou de totale hoeveelheid informatie voor de lezers hetzelfde moeten blijven als voorheen – het is de verantwoordelijkheid van de lezers om hun eigen krant samen te stellen, van de voorpagina tot entertainment en sport.’
Eerste editie Apple Daily
Lau – drieëndertig jaar, met een rond brilletje en kort krullend haar – leidt me rond. Have a Nice Stay is bescheiden ingericht. Aan de muur hangt een verzameling voorpagina’s van kranten, onder andere die van de eerste editie van Apple Daily en van South China Morning Post uit juli 1997 over de Britse overdracht van Hongkong aan China. Houten planken staan vol met literaire non-fictie en boeken met nieuws-verslaggeving voor dummy’s. Bijna elk weekend nodigen de oprichters journalisten uit om hun werk te delen, zoals Alvin KM Chan, Jacky Cheung en Bao Choy, een voormalige freelance-documentairemaker van RTHK. Zij werd veroordeeld voor het afleggen van valse verklaringen tijdens haar verslaggeving over de prodemocratische protesten. Onlangs is ze begonnen met een start-up voor onderzoeksjournalistiek onder de naam The Collective HK. Veel van de vaste klanten van de winkel zijn aspirant-verslaggevers, zegt Lau.
Voor een workshop ontving Have a Nice Stay in februari In Voices Strong, een groep documentairemakers. Dora Choi, vrijwilliger bij In Voices Strong, was eerder werkzaam bij Hong Kong Connection, een langlopend documentair nieuwsprogramma van RTHK. Choi en haar collega’s werden vroeger opgeleid door oudere makers; nu RTHK zijn onafhankelijkheid kwijt is, is het voor nieuwkomers lastig om kennis te verwerven over productietechniek, montage en ethiek. ‘Het is moeilijk voor hen, want de senior verslaggevers met verstand van documentaires zijn vertrokken,’ zegt Choi.
Tijdens een recente sessie besprak Choi de complexe relatie tussen filmmakers en geïnterviewden. Zijn we werkpartners? Kunnen we vrienden zijn? Hoe win je vertrouwen? Waarom zou iemand ermee instemmen gefilmd te worden? Een student vroeg: ‘Is het maken van documentaires wel moreel verantwoord?’ Choi had daar geen sluitend antwoord op. ‘Alles hangt af van de aanpak en de werkwijze van de persoon achter de camera,’ zegt ze.
Choi was ontroerd door de aanwezigheid van jonge filmmakers. ‘Het is goed om te weten dat er nog steeds mensen zijn die zich bekommeren om media-ethiek en dit soort zeer inhoudelijke problemen,’ zegt ze. ‘En het is goed dat we nog steeds bijeen kunnen komen.’
Toen de veiligheidswet werd ingevoerd, zegt Lau, waren Hongkongers depressief en bang. Maar na verloop van tijd ‘hadden de mensen zoiets van: o, ik kan eigenlijk wel raden waar de grens ligt en hoe ik het spel moet meespelen’. Het blijft altijd gissen. ‘Soms is het verstikkend,’ zegt hij. ‘Maar er is altijd nog ruimte om te ademen.’
Griekenland is in één jaar maar liefst achtendertig plaatsen gezakt op de internationale persvrijheidsindex van Verslaggevers Zonder Grenzen en staat nu het laagst van alle Europese landen. Journalist Stavros Malichudis, die zelf door de inlichtingendienst in de gaten werd gehouden, weet wel hoe dat komt.
Laten we een spelletje doen: pak een pen of potlood en een stuk papier. Ik weet dat je het niet zult doen. Maar ik meen het. Geef het een kans: pak een pen of potlood en een stuk papier.
Zit je klaar? Laten we doen van wel. Bedenk nu welke vijftien bedrijven de meeste invloed hebben op je dagelijks leven en schrijf ze op. Neem bijvoorbeeld de bedrijven waar je op een gewone dag het meest mee in aanraking komt.
Ik begin wel: Cosmote (mobiele telefoon). Vodafone (vaste lijn). De Piraeus Bank (geld). E-food en Wolt (eten). Public en Plaisio (loop ik tegenaan zodra ik mijn huis uit kom). OPAP (ik kom langs de eerste vestiging van dit kansspelbedrijf nog voor ik tegen de Public en Plaisio aanloop). Athenian Brewery, Olympic Brewery, Coca-Cola (grote kans dat ik tijdens een zakelijke afspraak of ’s avonds in een bar een van deze merken bestel). Aegean Airlines. Hellenic Petroleum. Energiebedrijf DEI. Mytilineos. En natuurlijk de bouwbedrijven: Ellaktor, GEK Terna en opnieuw Mytilineos.
Bedenk nu wanneer je voor het laatst een programma van een publieke of commerciële omroep hebt gezien dat onderzoek deed naar een van deze bedrijven. Wanneer heb je voor het laatst een reportage gezien – over arbeidsovereenkomsten waar het niet zo nauw mee wordt genomen, over een vermoedelijke voorkeursbehandeling van de staat, over een eventueel oneerlijke houding tegenover kleine spelers op de markt – op een groot mediakanaal?
Rotte appels
Waarschijnlijk is dat heel lang geleden. Wat is hier aan de hand? In Griekenland kom je waar je ook kijkt rotte appels tegen. Kan het zo zijn dat op magische wijze alleen de belangen van de grote spelers onaangetast blijven? Hebben alleen andere bedrijven last van de kwalen waarvan we allemaal op de hoogte zijn?
Noteer nu eens welke van deze bedrijven je weleens hebt zien adverteren op grotere media, of welke de evenementen sponsorden die je hebt bezocht.
Lijkt alles nu niet ineens een stuk duidelijker?
Voor bedrijven in Griekenland dient adverteren bij mediakanalen één doel: een afhankelijkheidsrelatie creëren. Voor veel Grieken is dat natuurlijk niets nieuws, maar het is interessant om te zien hoe buitenlandse bedrijven zich aan deze realiteit aanpassen.
In september 2021 ontstond er ophef over e-food, het Duitse bedrijf dat pizza, souvlaki en zelfs boodschappen thuisbezorgt. Toen een ongelukkig bericht uitlekte waarin bepaalde bezorgers werden geïnformeerd dat ze niet langer in loondienst zouden werken, en dat ze ofwel verder konden gaan als freelancer of e-food vaarwel konden zeggen, werden de bezorgers op sociale media massaal gesteund.
‘In Europa is maar één land waar onlangs een journalist is vermoord’
De media besteedden niet alleen veel aandacht aan het nieuws, maar ook aan de eisen en acties van de werknemers. Door deze publiciteit daalde de rating van het bedrijf in een paar uur tot één ster – en werden de ontslagen teruggedraaid.
Tijdens die eerste dagen, toen ik het enthousiasme zag waarmee de binnenlandse media de kwestie maar bleven behandelen, vroeg ik me iets af. Kort daarna wist een bron die goed op de hoogte was mijn vraag te beantwoorden: nee, e-food adverteerde niet bij de binnenlandse mediakanalen. Aangezien het zakenmodel van e-food gericht is op internetgebruikers – die terwijl ze naar een YouTubefilmpje of posts van hun vrienden op Facebook kijken vroeg of laat wel iets zullen bestellen – werd adverteren op radio en tv niet nodig gevonden voor de groei van het bedrijf. Dit verklaarde deels de ongekende vrijheid waarmee de mediakanalen zich tegen het bedrijf richtten.
In het tussenliggende jaar heeft e-food zijn les geleerd: tegenwoordig adverteert het bedrijf op grote landelijke tv- en radiozenders. Daarmee heeft het zijn eigen beschermingscontract getekend en voorkomen dat de pers, en daarmee de consument, zich met toekomstige misstanden zal bemoeien.
Gezakt
In 2022 stond Griekenland op plek 108 van de 180 landen op de jaarlijkse internationale persvrijheidsindex van Verslaggevers Zonder Grenzen (VZG). Het was achtendertig plaatsen gezakt ten opzichte van het jaar ervoor en stond nu het laagst van alle Europese landen.
Sinds de dag dat de lage plek op de index bekend werd gemaakt, is er in Griekenland iets eigenaardigs aan de hand. Een deel van de oppositie gedraagt zich alsof de uitkomst onverwacht was, bijna alsof het woord ‘Griekenland’ voor hen tot vorig jaar gelijkstond aan persvrijheid. Dit terwijl de regering niet alleen het rapport maar ook de instantie die het publiceert geheel in twijfel trekt.
Inspelend op de inlandse neiging om ngo’s te wantrouwen (volgens de peilingen wantrouwen Griekse burgers ngo’s het meest van alle instituties) verwijst de regering denigrerend naar Verslaggevers Zonder Grenzen als ‘een ngo’, terwijl de premier het rapport als ‘rotzooi’ heeft bestempeld.
Het is moeilijk te begrijpen waarom de rechtsvorm ‘non-profitorganisatie’ bepalender zou zijn voor de kwaliteit van het jaarlijkse rapport, dat wereldwijd van belang wordt geacht, dan bijvoorbeeld het feit dat VZG onderscheiden is door het Europees Parlement. In plaats van de index te erkennen wordt er in Griekenland gewezen op de Afrikaanse landen die hoger op de lijst staan en wordt er gevraagd: hoe is het mogelijk dat Griekenland het slechter doet dan die landen?
Op een internationaal journalistiek congres dat in 2022 in Athene werd georganiseerd gaf Pavol Szalai, die bij de journalistieke non-profitorganisatie iMedD verantwoordelijk is voor de Balkanlanden en de EU, een antwoord dat met applaus werd ontvangen. Hij zei dat we nu eindelijk eens moeten ophouden met het als vanzelfsprekend beschouwen dat er in Afrikaanse landen minder persvrijheid heerst dan in Europese landen.
In november 2021 werd onthuld dat ik in de gaten werd gehouden door de nationale inlichtingendienst
Szalai lichtte toe dat Griekenland vandaag de dag alle problemen in zich verenigt die je in andere Europese landen aantreft. ‘Er is maar één land waar onlangs een journalist is vermoord, waar journalisten willekeurig in de gaten worden gehouden en waar mensen die verslag doen van de immigrantenkwestie worden aangevallen en geïntimideerd. Ook zijn er veel SLAPP-gevallen [acroniem voor het door middel van rechtszaken intimideren van journalisten], is er politiegeweld, heerst er een gebrek aan onafhankelijkheid van publieke nieuwsmedia – en zo kan ik nog wel even doorgaan,’ zei hij.
Internationale journalistieke organisaties (naast VZG) en buitenlandse Europarlementariërs blijven onvermoeibaar opheldering eisen over de moord op Giorgos Karaivaz [een Griekse onderzoeksjournalist die was gespecialiseerd in de georganiseerde misdaad en in april 2021 in Athene werd doodgeschoten]. En dat is het eerste wat er zou moeten gebeuren, wil de regering het imago van het land verbeteren. Maar ruim anderhalf jaar later is er, ondanks de aanvankelijke aankondigingen, geen enkele vooruitgang geboekt.
Het directe gevolg van deze ongekende gebeurtenis – de moord op een misdaadverslaggever op klaarlichte dag – is het vermoeden dat zoiets opnieuw kan gebeuren.
Als er geen haast wordt gemaakt met de opheldering van de moord op een vooraanstaande journalist, die zelfs bij de bewoners van het meest afgelegen Griekse dorp bekend was door zijn dagelijkse televisieoptredens, wat valt er dan te verwachten als er iets met een van ons zou gebeuren?
In november 2021 onthulde een reportage in [de Griekse krant] Efimerida ton Syntakton dat ik in de gaten werd gehouden door de nationale inlichtingendienst, in het kader van een reportage voor Solomon.
Onder toezicht
We weten niet waarom ik onder toezicht kwam te staan. Aanvankelijk werd het ontkend, terwijl maanden later bleek dat het omwille van de ‘nationale veiligheid’ was gebeurd (net als jaarlijks minstens vijftienduizend andere burgers overkomt). Uit het gepubliceerde document kwam naar voren dat de geheime dienst in die periode interesse had in een reportage waaraan we werkten, over een twaalfjarige vluchteling uit Syrië die opgesloten zat in een kamp op Kos.
Daarop volgde een verklaring van de Journalistenbond van Atheense Dagbladen. Ook de Buitenlandse Persvereniging en internationale journalistenverenigingen kwamen met verklaringen. Er werden vragen gesteld in het Europees Parlement en internationale media die als betrouwbaar bekendstaan kwamen met reportages.
Toen de zaak meer bekendheid kreeg, maakte ik met mijn collega’s bij Solomon de volgende afspraak: we zouden ons niet overhaast tot linkse media of kanalen van de oppositie wenden, die uit principe of uit opportunisme belangstelling voor de zaak zouden tonen. In plaats daarvan zouden we wachten en andere media de kans geven een kwestie te belichten die in strijd is met vrijheden die in de grondwet verankerd zijn.
We wachten nog steeds.
Het is merkwaardig: de nieuwswebsites in Griekenland hebben journalisten in dienst die op een werkdag per persoon soms wel vijfentwintig verschillende nieuwsberichten moeten plaatsen. Maar nergens werd het nodig gevonden om tien minuten vrij te maken en een werknemer een nieuwsbericht van honderd woorden te laten tikken over de verklaring van onze vakbond – of toch ten minste over het feit dat een collega-journalist in de gaten werd gehouden.
Journalist Thanasis Koukakis bleek te worden afgeluisterd met de spyware Predator
De impact van het volledig verzwijgen van een gebeurtenis door de media is enorm: het betekent dat de gebeurtenis voor de lezers nooit heeft plaatsgevonden.
Dit werd nog duidelijker in het geval van Thanasis Koukakis, een redacteur economie die voor Griekse en buitenlandse media als Financial Times bankschandalen onderzoekt. Hij bleek niet alleen onder toezicht te staan van de Griekse inlichtingendienst, maar ook te worden afgeluisterd met de spyware Predator. Ondertussen paste de regering decennia oude wetgeving zo aan dat hij niet meer te weten kon komen waarom dit heeft plaatsgevonden.
Ondanks de informatie die hierover naar buiten kwam, werd ook hiervan amper verslag gedaan. Heel weinig mediakanalen zonden een nieuwsbericht uit over het feit dat een van hun collega’s, iemand die ze kenden, in de gaten werd gehouden.
Onderzoeksjournalist Eliza Triantafillou van journalistencollectief Inside Story, die samen met Reporters United ruim een half jaar wijdde aan de onthulling van het schandaal dat vandaag de dag in binnen- en buitenland bekend is als Predator Gate, maakte een heel relevante opmerking. Volgens haar zagen de Griekse media zich gedwongen te erkennen (en hun publiek ervan op de hoogte te stellen) dat er daadwerkelijk iets aan de hand was toen het afluisteren van Nikos Androulakis aan het licht kwam – want hoe kun je verzwijgen dat een verkozen Europarlementariër en leider van de derde politieke partij van het land werd bespioneerd?
Overheidsagentschap
Wil een nieuwsbericht in Griekenland kans maken om het grote publiek te bereiken, dan moet het worden geplaatst door het Atheens-Macedonische Persbureau (AMNA), het enige overheidsagentschap. Het bedrijfsmodel van honderden websites in het hele land is gebaseerd op de reproductie van de berichten van AMNA; ze hebben verder weinig tot geen eigen nieuws. Misschien wel acht van de tien nieuwsberichten die we dagelijks op het internet lezen zijn afkomstig van dit persbureau.
Onmiddellijk na zijn verkiezing in juli 2019 plaatste premier Kyriakos Mitsotakis, als een van zijn eerste handelingen, AMNA, de publieke omroep ERT en de nationale inlichtingendienst EYP onder zijn toezicht.
Zijn besluit om EYP onder zijn directe verantwoordelijkheid te plaatsen is omstreden, omdat de lijst met journalisten, burgers en instanties die vermoedelijk onder toezicht van de geheime dienst staan almaar langer wordt. Maar het besluit van de premier om de publieke omroep en AMNA onder zijn verantwoordelijkheid te plaatsen, kan als geheel onnodig worden beschouwd. Beide overheidsinstellingen hebben immers altijd de belangen van de zittende regering behartigd, in plaats van de belangen van het publiek dat ze financiert.
Dit is vandaag de dag nog steeds zo. Wanneer buitenlandse media als The Guardian en Le Monde de goed gedocumenteerde resultaten publiceren van maandenlang onderzoek naar de pushbacks van vluchtelingen door Griekenland, houdt AMNA zich stil. Maar wanneer diezelfde media korte reisreportages publiceren waarin ze de stranden van een Grieks eiland ophemelen, neemt het persbureau een heel andere houding aan en plaatst het een nieuwsbericht dat vervolgens door honderden websites wordt overgenomen.
Griekse burgers werden ingelicht over de problematische stand van de persvrijheid in Rusland, China en elders – zonder dat ze iets lazen over hun eigen land
Een voorbeeld waaruit het unieke vermogen van het overheidsagentschap blijkt om gebeurtenissen buiten de journalistiek te houden, waardoor ze schijnbaar niet hebben plaatsgevonden, is het interview van Washington Post-journalist Lally Weymouth met de premier. Toen AMNA het interview had vertaald en geherpubliceerd, ontbraken de momenten waarop de journalist Mitsotakis het vuur na aan de schenen had gelegd door hem op te roepen een door zijn regering ingevoerde problematische wet tegen nepnieuws in te trekken. De Griekse lezers hebben nooit meegekregen dat iets dergelijks had plaatsgevonden, hoewel Mitsotakis het jaar daarop zelf ook toegaf dat de regering de wet verkeerd had ingeschat.
Maar het meest verhelderende voorbeeld van de rol van AMNA brengt ons weer bij Verslaggevers Zonder Grenzen en de manier waarop het staatspersbureau de jaarlijkse index bekendmaakte. Het was op zijn zachtst gezegd een hele uitdaging om de index in Griekenland te presenteren zonder te vermelden dat Griekenland nu op de laatste plek in Europa stond.
Maar het is de redacteurs van AMNA toch gelukt. En zo kwam het dat de Griekse burgers werden ingelicht over de problematische stand van de persvrijheid in Rusland, China en elders – zonder dat ze iets lazen over die in hun eigen land.
In de winter van 2019 zaten er in Griekenland circa 2500 onbegeleide minderjarige vluchtelingen vast onder erbarmelijke omstandigheden. De toenmalige minister van Burgerveiligheid, Michalis Chrisochoidis, stuurde een brief naar zijn Europese ambtgenoten waarin hij een plan voorstelde om de minderjarigen naar rato te verdelen over alle EU-landen. Het plan van de Griekse minister stuitte op de onverschilligheid van andere regeringen, maar waar het hier om draait is de inhoud van de brief en de uitkomst van de poging om die te achterhalen.
Investigate Europe, een pan-Europees journalistenteam, vroeg de brief op bij de achtentwintig Europese regeringen. De helft daarvan reageerde. Hoewel het naar buiten brengen van de zaak in het belang van Griekenland kon zijn, weigerden de Griekse autoriteiten de brief vrij te geven.
De houding van bijvoorbeeld Finland daarentegen getuigt van een compleet andere bestuurscultuur. De brief werd er niet alleen vrijgegeven, de betreffende e-mail was zelfs ondertekend door een stagiair bij het verantwoordelijke ministerie.
Toegang krijgen tot openbare gegevens heeft heel wat voeten in aarde
Het verwerven van toegang tot openbare gegevens heeft in Griekenland heel wat voeten in aarde. Instellingen en diensten behandelen deze gegevens bijna als hun persoonlijke geheimen. Wij, journalisten die deelnemen aan internationale onderzoeken, moeten onze collega’s er continu van overtuigen dat het geen kwestie is van luiheid dat we geen toegang kunnen krijgen tot gegevens die zij in hun eigen land moeiteloos (vaak binnen een dag!) verkrijgen.
Datajournalistiek is in het buitenland al jaren in opkomst, en er bestaan teams die zich specialiseren in aanvragen voor toegang tot openbare informatie. Dat geen van de grote media in Griekenland een dergelijke afdeling heeft, is tekenend. Zo’n afdeling zou namelijk nutteloos zijn.
Deze kwesties hebben niet alleen maar betrekking op de huidige regering. Maar alleen een regering kan een kader bieden waarin redacteurs zichzelf niet censureren omdat ze weten dat een reportage de eigenaar van het mediakanaal waarvoor ze werken, of de adverteerders, in het verkeerde keelgat zal schieten. Alleen een regering kan de grondvesten leggen waardoor de grote spelers niet langer buiten schot blijven – en voor nationale media zorgen die het publiek informeren en niet het imago van de regering van dat moment dienen.
Klokkenluiders
En alleen een regering kan wetten maken om klokkenluiders te beschermen wanneer dat in het algemeen belang is. Hoewel hier EU-richtlijnen voor bestaan, blijft Griekenland weigeren deze in het nationale recht op te nemen. De regering volstaat met de herhaalde mededeling dat ‘er niets aan de hand is met de persvrijheid in Griekenland’, en benadrukt dat de persvrijheid in de grondwet verankerd ligt. De regering weigert het bestaan van deze kwesties te erkennen.
Door te weigeren ze onder ogen te zien, ontzegt de regering burgers het recht om vrij van deze kwesties te leven. Het is dan ook veel doeltreffender wanneer de persvrijheid ondermijnd kan worden zonder bloedvergieten of conflicten, wanneer de persvrijheid in theorie gewaarborgd wordt en alleen stilletjes wordt betwist. Wanneer journalisten weten dat er in ons land bepaalde verhalen, onderwerpen en domeinen bestaan ‘waar je simpelweg niet aankomt’.
Iedere dag worden vrouwelijke journalisten bedreigd en geïntimideerd. In Duitsland, in door Rusland bezette gebieden, in Noord-Ierland, in Mexico en elders. Wie zitten erachter en wat kan er tegen het geweld worden gedaan? Vier vrouwen doen verslag van de dagelijkse dosis haat.
‘We zullen je vinden en vermoorden.’ Deze zin las Nastia Zhvik op het Russische sociale netwerk VKontakte. Een andere gebruiker schreef haar: ‘We steken je neer en begraven je.’ De zinnen waren voor haar bedoeld. Als waarschuwing.
Zhvik is journalist, een jonge vrouw met een kalme stem. Ze komt uit Sebastopol, een havenstad op het door Rusland bezette schiereiland Krim. Politieagenten hadden kort voor de onlinebedreigingen de tweekamerwoning doorzocht die ze met haar ouders deelt en haar laptop en smartphone in beslag genomen. De agenten dreigden haar met een strafzaak wegens extremisme, gevolgd door enkele jaren gevangenisstraf in Rusland, vertelt Zhvik. De beschuldiging: Zhvik had na de explosie op de Krimbrug op Instagram een Engelstalig bericht gedeeld waarin ze de aanslag onderschreef en de brug, een prestigeproject van Poetin, illegaal noemde.
Forbidden Stories
Dit onderzoek werd uitgevoerd in het kader van het project Story Killers van de non-profit Forbidden Stories, dat verhalen van bedreigde journalisten publiceert. Veel verzoeken om interviews bleven onbeantwoord of werden geweigerd uit angst voor verdere repressie, vooral in China, Rusland en Iran. Alleen al in januari werden in Iran verschillende vrouwelijke journalisten gearresteerd.
Zhvik noemt zichzelf Oekraïens met Russische en Belarussische wortels. Ze studeerde journalistiek in Moskou, Passau en Venetië, woonde in het buitenland en schrijft voor media die kritisch staan tegenover het Kremlin, zoals het nieuwsportaal Meduza. Meduza is door Rusland geclassificeerd als ‘buitenlandse agent’. De site bekritiseert de machthebbers in Moskou of bericht over gevoelige onderwerpen als de stigmatisering van lhbtq+-mensen in Rusland. De agenten vroegen op het bureau aan Zhvik: Wie zijn je klanten in het buitenland? Wie betaalt je? Hoeveel geld krijg je?
Een Russisch Telegram-kanaal had een aantal uren eerder het contract van Zhvik met Meduza over haar honorarium gepubliceerd. Later die dag verscheen op een nationalistische website een artikel over haar, waarin ze een ‘door het Westen betaalde beïnvloedingsagent’ en een ‘gek’ werd genoemd. Ze trok zich daar eerst niet veel van aan, zegt Zhvik. Toen kwamen de haatberichten. Vrienden en collega’s drongen er bij haar op aan de situatie serieus te nemen: ‘Je moet snel vertrekken.’ Zo begon de vlucht van Nastia Zhvik door Europa, die vooralsnog is geëindigd op een zolderflat in Heidelberg.
Lastercampagnes
Zhvik is niet de enige journaliste die gevaar loopt. Vrouwelijke journalisten zijn overal ter wereld het doelwit van lastercampagnes en intimidatie. Zo is er Maria Ressa, journalist op de Filipijnen en winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede in 2021, die in haar thuisland wordt uitgemaakt voor heks en hoer. Of Patricia Devlin, een verslaggever in Noord-Ierland, die werd bedreigd met verkrachting van haar zoon. Of Marion Reimers, een sportpresentatrice in Mexico, die tienduizenden haatberichten ontvangt op Twitter, Facebook en Instagram – een lawine van haat die in gang wordt gezet door botnetwerken.
Mannelijke journalisten worden ook bedreigd als ze kritiek hebben op de machthebbers en de rijken. Maar het wordt zelden zo bruut en persoonlijk als bij vrouwelijke journalisten.
Het gaat niet alleen om geweld in de digitale ruimte, hoewel de dreiging met marteling, verkrachting en moord al traumatiserend genoeg is voor de betrokkenen. Het gaat ook om geweld in het echte leven. Vrouwelijke journalisten worden fysiek aangevallen en vijandig benaderd, gedwarsboomd, lastiggevallen en vastgehouden door officiële instanties.
Een team van Der Spiegel deed onderzoek in een tiental landen en sprak met vrouwelijke journalisten die regelmatig te maken krijgen met geweld. In Noord-Ierland, Mexico, Colombia, Ghana, de geannexeerde Krim en de Filipijnen, maar ook in Duitsland. Het team ontmoette vrouwen die worden bedreigd door bendes, vervolgd door overheden en geïntimideerd door religieuze fanatici. Het onderzoek werd uitgevoerd in het kader van het project Story Killers van de non-profit Forbidden Storiesdat verhalen van bedreigde journalisten publiceert. Veel verzoeken om interviews bleven onbeantwoord of werden geweigerd uit angst voor verdere repressie, vooral in China, Rusland en Iran. Alleen al in januari werden in Iran verschillende vrouwelijke journalisten gearresteerd.
‘Ik wilde tastbaar bewijs leveren van de omvang en wreedheid van onlinegeweld tegen vrouwelijke journalisten’
Julie Posetti weet als geen ander hoe funest de situatie is voor haar vrouwelijke collega’s. Posetti was vroeger verslaggever bij de Australische omroep ABC en is nu wereldwijd onderzoeksdirecteur bij het International Center for Journalists (ICFJ), een in Washington gevestigde belangenorganisatie voor journalisten. Ze documenteerde de afgelopen jaren hoe vrouwelijke journalisten online worden belasterd. Soms privé, soms voor een miljoenenpubliek, maar bijna altijd met het doel hun stem te smoren. Posetti en een internationaal team van onderzoekers ondervroegen meer dan 700 vrouwelijke journalisten uit 125 landen en analyseerden meer dan 2,5 miljoen Facebook- en Twitterberichten. Hun bevindingen staan in het Unesco-ICFJ-rapport getiteld The Chilling ofwel Het afschrikken.
‘Ik wilde tastbaar bewijs leveren van de omvang en wreedheid van onlinegeweld tegen vrouwelijke journalisten,’ zegt Posetti. De resultaten zijn schokkend: drie op de vier vrouwelijke journalisten zeiden tijdens hun werk slachtoffer te zijn geweest van digitaal geweld, en een op de vier is bedreigd met fysiek geweld, zelfs met moord. In 37 procent van de gevallen zaten politiek betrokkenen achter de aanvallen. VN-secretaris-generaal António Guterres heeft inmiddels uit de studie geciteerd.
De digitale aanvallen op vrouwelijke journalisten escaleren, merkt Posetti op. Ze worden professioneler, verraderlijker en zijn vaak georkestreerd. En veel te vaak worden ze afgedaan als geïsoleerde incidenten.
Nastia Zhvik, 26 (Krim/Oekraïne)
Het verhaal van Nastia Zhvik laat zien hoe staatsrepressie en digitale desinformatie elkaar versterken.
Politieagenten verschenen op 24 oktober 2022 om zeven uur ’s ochtends voor Zhviks deur in Sebastopol. Een paar maanden later zit ze aan de keukentafel in Heidelberg in een spijkerbroek en een beige trui. Nadat ze weken op de vlucht is geweest, gaf een vriend haar onderdak. Haar labrador Molly ligt aan haar voeten.
Zhvik vertelt zachtjes hoe er berichten op haar telefoon verschenen kort nadat het eerder genoemde artikel op die nationalistische website verscheen. Doodsbedreigingen, beledigingen, geweldsfantasieën. Zhvik vermoedt dat het misschien toch niet allemaal toeval was: haar tijdelijke arrestatie, het verhoor op het politiebureau, de lasterlijke tekst, de online-agitatie tegen haar – het gebeurde allemaal op dezelfde dag. Ze weet nu dat iemand haar mailbox heeft gehackt en haar contract met het Kremlin-kritische medium Meduza online heeft gezet om haar in diskrediet te brengen. Meduza staat sinds eind januari op de lijst van ‘ongewenste organisaties’ die Russische autoriteiten hebben opgesteld. Auteurs die voor Meduza schrijven riskeren gevangenisstraffen van meerdere jaren.
Zhviks advocaat Galina Arapova, een bekende media-advocaat in Rusland die ook juridisch advies geeft aan Der Spiegel, spreekt van een gecoördineerde aanval door de veiligheidsautoriteiten. ‘De manier waarop dit is georganiseerd – dat kan alleen de binnenlandse inlichtingendienst FSB zijn.’ Zhvik past goed in hun vijandprofiel: journalist, in het buitenland gestudeerd, kritisch over Moskou, woont op de geannexeerde Krim.
Het optreden tegen kritische journalisten is massaal toegenomen sinds de Russische aanval op Oekraïne en de censuurwetten, aldus Arapova. Ze worden belasterd en beledigd op ultranationalistische Telegram-kanalen. ‘De bedoeling is journalisten psychologisch zo te beschadigen dat ze het land verlaten.’
Zhvik werd op die bewuste oktoberdag gewaarschuwd door collega’s. ‘Slaap vannacht niet thuis, verstop je paspoort,’ schrijven vrienden. ‘Breng jezelf in veiligheid.’ Ze ruziet en haar moeder bagatelliseert de boel – haar ouders staan achter Rusland. Nastia Zhvik stapt twee dagen later met haar hond in haar gele Lada en rijdt weg.
Telegram-kanaal
Ze leest later op het Telegram-kanaal ‘Colonelcassad’ dat ze is opgeleid door medewerkers van de CIA. Dat kanaal wordt gerund door de bekende Russische militaire hardliner Boris Roschin en heeft meer dan 830.000 abonnees. Iemand heeft haar mobiele telefoonnummer gepost, talloze commentatoren roepen op haar te vermoorden en vragen naar haar adres. Zhvik zegt met woede in haar stem: ‘Mensen wensen me dood. Wat heb ik ze in godsnaam aangedaan?’
Geweld beperkt zich vaak niet tot het web, zoals blijkt uit het geval van de Maltese journalist Daphne Caruana Galizia, die in oktober 2017 door een autobom om het leven kwam. Galizia had jarenlang verslag gedaan van de corruptie in haar thuisland en werd daarvoor op internet belasterd. Twee broers werden vijf jaar na de moord schuldig bevonden. Ze bekenden Galizia voor een bedrag van vijf cijfers te hebben vermoord. Het is nog steeds onduidelijk wie er achter de moord zat. Een onafhankelijk onderzoek stelde later dat de staat medeplichtig was aan de dood van de journalist: de regering had een ‘sfeer van straffeloosheid’ gecreëerd en verzuimd Galizia te beschermen tegen bedreigingen.
Vrouwen die een publieke rol spelen en machtige mensen bekritiseren worden vooral in conservatieve culturen gezien als een bedreiging voor de sociale orde. Ook religie en afkomst spelen een rol. Zwarte vrouwelijke journalisten, maar ook vrouwelijke verslaggevers uit bijvoorbeeld Azië of de Arabische wereld worden op internet bijzonder fel aangevallen.
Het geldt ook voor vrouwelijke journalisten die over politieke kwesties berichten. Dat heeft wellicht te maken met het feit dat zij in de meeste gevallen onderzoek doen naar mannen die veel te verliezen hebben. Dat was het geval met Maria Ressa, een journalist uit de Filipijnen die in 2021 samen met de Russische journalist Dmitri Moeratov, hoofdredacteur van de onafhankelijke krant Novaya Gazeta, de Nobelprijs voor de Vrede kreeg.
Maria Ressa, 59 (Filipijnen)
Ressa was lange tijd onderzoeksjournalist voor CNN en richtte in 2011 met collega’s in Manilla het nieuwsportaal Rappler op. Ressa werd een van de bekendste critici van Rodrigo Duterte, die van 2016 tot 2022 president van de Filipijnen was, met name wat betreft zijn war on drugs, waarbij duizenden mensen werden vermoord door huursoldaten. Duterte viel Rappler meermaals publiekelijk aan. Meer dan twintig Filipijnse journalisten en medewerkers van media-instellingen werden tijdens zijn ambtstermijn vermoord.
Julie Posetti en haar team analyseerden in hun studie bijna vijfhonderdduizend berichten over Ressa op Facebook en Twitter. Bijna 60 procent was erop gericht de geloofwaardigheid van de journalist in diskrediet te brengen. Ze vonden in bijna elke tweede post persoonlijke aanvallen: ‘heks’, ‘hoer’ en de hashtag #Presstitute, een samentrekking van press en prostitute, deden de ronde. Onbekenden hadden op foto’s die van haar op het net circuleerden in opzichtige letters de woorden ‘veroordeelde crimineel’ gezet. Ressa werd in 2018 beschuldigd van belastingfraude in haar hoedanigheid als directeur van Rappler. Ze werd onlangs vrijgesproken, maar er lopen nog andere zaken tegen haar.
‘Totdat ik begreep dat het niet gaat om fouten, maar dat ze ons het zwijgen wilden opleggen’
Duterte is sindsdien afgetreden, maar Ressa blijft vechten tegen de politieke toestanden in haar thuisland. Ze neemt tijdens een boekpresentatie in Londen even de tijd om met ons te praten. Ze zegt dat sociale media haar in het begin een zegen leken. Maar toen kwam de haat. ‘Ik dacht: wat heb ik verkeerd gedaan?’ Steeds weer, zegt ze, controleerde ze of zij en haar team fouten hadden gemaakt. ‘Totdat ik begreep dat het niet gaat om fouten, maar dat ze ons het zwijgen wilden opleggen.’
Ressa zou het zichzelf gemakkelijk kunnen maken door naar de VS te verhuizen, want ze heeft ook een Amerikaans paspoort. Maar als ze toegeeft – als ‘ik mijn mond houd’ –, dan laat ze haar land en de democratie in de steek. Dat is voor haar ondenkbaar. En dus blijft ze werken in Manilla, waar ze een schone kussensloop en een tandenborstel in haar auto bewaart voor het geval ze weer gearresteerd wordt. Als ze de deur uitgaat, draagt ze een kogelvrij vest.
Patricia Devlin, 36 (Noord-Ierland)
Ongeveer een op de tien journalisten zegt dat hun omgeving en hun kinderen ook worden bedreigd. Dat raakt een gevoelige snaar bij de betrokkenen – vooral als ze, zoals Patricia Devlin, werken in een regio waar vaak gewelddadige excessen plaatsvinden en een dode journalist als nevenschade wordt beschouwd. Hoewel er sinds het Goede Vrijdagakkoord van 1998 officieel vrede heerst in Noord-Ierland, controleren paramilitaire groepen nog steeds hele stadsdelen.
Patricia Devlin heeft de auto van haar man geleend om naar het protestantse oosten van Belfast te rijden. Hier wonen veel loyalisten die willen dat Noord-Ierland zo veel mogelijk onderdeel wordt van het Verenigd Koninkrijk. Het gebied wordt ook gekenmerkt door georganiseerde misdaad. Steeds weer, vertelt Devlin, zijn er conflicten tussen paramilitaire groepen. Ze rijdt met de auto over Holywood Road, langs bakstenen huizen met muurschilderingen die stille getuigen zijn van het Noord-Ierse conflict. Onderweg wijst ze: daar werd een man op straat vermoord, hier werd een vrouw door een menigte doodgeslagen.
Ze stopt bij een drukke weg, stapt uit, bedekt haar donkere haar met een geruite sjaal en loopt naar een van de muren waarop ooit haar naam naast een schietschijf was gespoten. Er zijn slechts twee minuten verstreken als een man vanaf de overkant van de straat schreeuwt: ‘Devlin! Hoer!’ Hij lacht kwaadaardig. Devlin rent trillend terug naar de auto. ‘Je weet nooit waartoe dit soort mensen in staat zijn.’
Patricia Devlin heeft lang voor lokale media geschreven over gewapend bendegeweld. ‘In het begin accepteerde ik gewoon de haat, ik dacht dat het normaal was in mijn werk,’ zegt ze. Toen werden meerdere malen haar woonplaats, mobiele telefoonnummer en e-mailadres online verspreid. Ze voelde zich jarenlang nergens veilig. De situatie escaleerde toen ze zwanger was van haar derde kind. ‘Een vrouw schreef me dat ze hoopte dat ik binnenkort mijn kinderen zou moeten begraven.’ Iemand bedreigde haar in een Facebookbericht met misbruik van haar zoon: ze moest een bepaalde plek mijden of ‘je zult toekijken hoe je pasgeboren jongetje wordt verkracht’.
Maandenlang
Ze ging de deur maandenlang niet uit en sliep of at nauwelijks. Ze nam het zichzelf kwalijk dat ze door haar werk haar gezin in gevaar had gebracht. De politie belde eind 2020 bij haar aan. De agenten zeiden dat ze informatie hadden dat Devlin in de komende 48 uur zou worden doodgeschoten. Ze zeiden ook dat haar kinderen gevaar liepen. Devlin was eerder in een Facebookbericht beschuldigd van het plaatsen van pijpbommen onder auto’s van vrouwen met kinderen in Belfast. De politie ondernam nauwelijks iets tegen de daders, ondanks vele tips. Ze voelde zich ook op andere manieren in de steek gelaten, zegt Devlin. ‘Mijn baas zei alleen maar dat ik van Twitter weg moest blijven. Mijn vakbond adviseerde me over te stappen naar een ander vakgebied.’
Wie zijn de mensen die vrouwelijke verslaggevers aanvallen? En vooral, waarom doen ze het?
Onderzoeker Posetti zegt dat sommige daders, meestal mannen, zich organiseren in netwerken om vrouwelijke journalisten op de korrel te nemen. De aanvallen zijn bijna altijd anoniem. Posetti noemt vrouwenhaat en seksisme als motieven. In een Canadees onderzoek uit 2019 zei 85 procent van de meer dan 100 ondervraagde vrouwelijke journalisten uit Noord-Amerika dat hun baan de afgelopen jaren minder veilig was geworden.
Er wordt wereldwijd onderzoek gedaan naar de oorzaken. Het gaat vaak om rechts-extremisme en populisme, maar ook om wat deskundigen een ‘desinfodemie’ noemen: een epidemie van desinformatie door middel van samenzweringsmythes die hele landen vergiftigen. Deze mythes circuleerden vooral tijdens de pandemie, ook in Duitsland.
Het is nog nooit zo erg geweest, zegt de Duitse verslaggever Sophia Maier, die verschillende keren berichtte over demonstraties tegen de coronamaatregelen. Ze schreef bijvoorbeeld het artikel ‘Woede op straat – is onze democratie in gevaar?’ Ze kreeg als reactie binnen twee dagen zo’n vijfduizend berichten op Instagram, waaronder veel vrouwenhaat. Ooit ontving ze dit bericht: ‘Op een dag zal iemand je wegrossen. Duizenden kennen je smoel en je wordt zeker niet gespaard. Bitch!’ Ondertussen, zegt ze, kan ze alleen nog met beveiliging verslag doen van protesten. Niettemin werd haar een microfoon uit de handen geslagen en één keer greep een demonstrant haar tussen de benen, vertelt ze.
Marion Reimers, 37 (Mexico)
Er is wereldwijd een markt voor mensen die critici het zwijgen willen opleggen. Een Amerikaanse ngo telde in 2021 in totaal 87 trollenacties tegen vrouwelijke journalisten, ruim een vijfde meer dan het jaar ervoor. De aanvallen op Marion Reimers laten zien hoe vrouwen onzeker worden gemaakt en uit het openbare leven worden gemanoeuvreerd.
Reimers is een van de bekendste vrouwelijke sportjournalisten in Mexico en een pionier in Latijns-Amerika. Ze was de eerste Spaanstalige vrouw die het commentaar deed bij een Champions League-finale in 2019. Haar penthouse bevindt zich in Mexico-Stad, in de chique wijk Condesa. Twee katten hebben het zich makkelijk gemaakt op de bank. Ze spreekt alsof ze voor de camera staat: heldere stem, perfecte intonatie, intense blik. Maar ze verliest even haar professionele afstand als ze beschrijft hoe de haatreacties haar hebben geraakt. ‘Ik begon aan mezelf te twijfelen,’ zegt ze zacht, ‘terwijl ik toch een getrainde voetbalcoach ben.’
Zodra ze commentaar geeft bij een wedstrijd op tv beginnen de aanvallen: honderden bots beledigen en belasteren haar op Twitter. Tienduizenden reacties zorgen ervoor dat haar naam trending topic wordt in Mexico: ouwe heks, stinkerd, zet haar uit!
Ze zegt dat ze werd bedreigd met groepsverkrachting, ze kreeg foto’s toegestuurd van dode vrouwen
Voetbal is in Latijns-Amerika nog steeds het domein van het patriarchaat. Een vrouw moet zich aanpassen, behagen en sexy zijn. Marion Reimers kwam daartegen in opstand, kwam uit de kast als lesbienne, richtte een initiatief op tegen discriminatie in de sportjournalistiek – en betaalde er een hoge prijs voor.
Ze zegt dat ze werd bedreigd met groepsverkrachting, ze kreeg foto’s toegestuurd van dode vrouwen en gevilde mensen en er werd beweerd dat ze haar ex-vriendin had geslagen. Ze zegt dat haar omgeving haar adviseerde dit allemaal niet zo serieus te nemen, dat het gewoon internet was. ‘Ja,’ zegt Reimers, ‘het is een parallel universum, maar ik ben wel een echt mens.’
Ze werd afgelopen augustus achterdochtig tijdens een wedstrijd van Real Madrid tegen Eintracht Frankfurt. Er rolde opnieuw een golf van haat over haar heen op Twitter. Maar deze keer was het niet zijzelf die de de wedstrijd becommentarieerde, maar een vrouwelijke collega van haar. Ze liet haar account analyseren door deskundigen. Die ontdekten dat de aanvallen waarschijnlijk afkomstig waren van beruchte botfarms in Mexico, waar exploitanten tegen betaling ook politieke campagnes voeren. Er verschenen soms wel zo’n 160 haattweets per minuut en in totaal zo’n 70.000 commentaren, onder meer afkomstig van circa 400 botaccounts. De deskundigen vermoeden dat die door ongeveer 40 personen worden geëxploiteerd, wat enkele tienduizenden euro’s kost.
Nu weet Reimers dat de haat tegen haar wordt betaald. Maar door wie? Zitten er aartsconservatieve groeperingen achter, die een lesbische presentator willen schaden? Een concurrerende omroep? Ze heeft geen antwoord op deze vragen.
Zwijgen over aanvallen
Veel vrouwelijke journalisten kiezen ervoor te zwijgen over de aanvallen. Uit schaamte, maar ook uit angst om de dader of daders op te hitsen. Ze proberen zelf de situatie onder controle te houden door reacties te verwijderen en accounts te blokkeren. Velen trekken zich definitief terug van sociale netwerken. Slechts weinigen melden de aanvallen. Wat moet er gebeuren? Zoals zo vaak het geval is, ligt de oplossing in de eerste plaats bij de politiek. De Europese Unie wil een richtlijn invoeren ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. De Berlijnse organisatie HateAid, die opkomt voor slachtoffers van digitaal geweld, ziet daarin een kans om ‘seksistische aanvallen en vernedering van vrouwen te stoppen’ en strafbaar te stellen.
De Digital Services Act werd in november op EU-niveau van kracht. Techbedrijven moeten er dankzij deze nieuwe verordening voor zorgen dat ze hun gebruikers beter beschermen tegen haatzaaien en desinformatie. Twitter, Instagram en Facebook hebben tot nu toe geweigerd om door gebruikers gemelde haatberichten te melden aan instanties voor rechtshandhaving en gebruikersgegevens van daders vertrouwelijk aan hen over te dragen. Tegelijkertijd ontbreekt het de autoriteiten nog altijd aan de digitale vaardigheden en het personeel om op internet consequent criminelen op te sporen. Bovendien wordt er te weinig over landsgrenzen heen samengewerkt.
Elke journalist die uit angst haar baan opzegt, voedt de twijfel bij collega’s: waarom doe ik mezelf dit nog aan?
Er is ook op nationaal niveau ruimte voor verbetering. Hoewel haatzaaien in veel Europese landen als een strafbaar feit wordt beschouwd, valt vrouwvijandigheid daar vaak niet onder, constateert het onderzoek van Posetti.
Vrouwelijke journalisten zijn onmisbaar voor het publieke debat. Als ze hun baan opzeggen, houden minder mensen de machthebbers in de gaten. Elke journalist die uit angst haar baan opzegt, voedt de twijfel bij collega’s: waarom doe ik mezelf dit nog aan?
De bedreigingen tegen Patricia Devlin in Belfast zijn afgenomen sinds ze is gestopt als verslaggeefster. Ze produceert nu een podcast met interviews met ex-terroristen en slachtoffers van het Noord-Ierse conflict.
Marion Reimers uit Mexico heeft er vaak aan gedacht haar baan op te zeggen. ‘Maar ik hou van mijn werk,’ zegt ze, ‘en ik ben er echt goed in.’ Ze kijkt niet meer op haar Twitter-account.
Nastia Zhvik uit de door Rusland bezette Krim staat sinds enkele weken op plaats 508 van de lijst met ‘agenten’ van het Russische ministerie van Justitie. Ze is nu officieel een vijand van de staat. Toch is ze teruggekeerd naar haar vaderland. ‘Ik kon gewoon niet anders,’ zegt ze.
In Hongkong is de mediamagnaat Jimmy Lai zaterdag veroordeeld tot bijna zes jaar gevangenisstraf, schrijft de Washington Post. Lai was oprichter van de Apple Daily, een online krant die zich uitsprak voor democratie in Hongkong. De krant schreef regelmatig kritisch over de Chinese invloed op Hongkong. Lai werd in 2020 gearresteerd toen agenten de redactie van de Apple Daily binnenvielen. Een jaar later stopte de krant te bestaan, nadat de rechter beslag had gelegd op alle bankrekeningen.
De meeste aanklachten tegen Lai lijken politiek gemotiveerd. Zo zegt de rechter dat Lai de redactie van Apple Daily onder illegale voorwaarden onderverhuurde aan andere bedrijven. Eerder had Lai al ruim anderhalf jaar gevangenisstraf gekregen omdat hij, ondanks coronabeperkingen, meeliep in een herdenking van de Tiananmen-opstand.
Naar verwachting zal de gevangenisstraf van Lai nog oplopen. Onder de veiligheidswet die het pro-Chinese bestuur in Hongkong arresteerde, wordt de activist verdacht van “samenspanning met buitenlandse mogendheden”. Indien hij schuldig wordt bevonden, kan hij levenslang krijgen.
Leiner Montero (37) en Dilia Contreras (39) reden op een weg in het noorden van Colombia toen twee motorrijders hen midden op de dag neerschoten. Zij waren journalisten voor de website Sol Digital en keerden terug uit een dorp waar ze verslag hadden gedaan van een feest ter ere van de beschermheilige, bericht het Catalaanse dagblad El Periódico.
Volgens de politie raakte nog een persoon gewond, die momenteel onder medisch toezicht staat. Het is nog niet bekend of de moord verband hield met hun werk, maar El Periódico meldt dat tijdens het dorpsfeest ‘een “daad van intolerantie” [een uitdrukking die door de Colombiaanse autoriteiten wordt gebruikt om vechtpartijen te beschrijven] plaatsvond, die nog nader wordt onderzocht. De Foundation for Press Freedom (FLIP), een Colombiaanse ngo, riep de autoriteiten op ‘in het onderzoek rekening te houden met het journalistieke werk van Leiner en Dilia’.
Drie directeuren van het dagblad zitten al in de gevangenis
De redactie van het Nicaraguaanse dagblad La Prensa wordt ‘gedwongen te vertrekken’ uit Nicaragua. Het besluit is ingegeven door ‘de vervolging die het regime-Ortega heeft geïntensiveerd tegen het personeel’, verklaarde de La Prensa op donderdag.
De afgelopen twee weken zijn journalisten, fotografen en medewerkers het land ontvlucht, soms zonder paspoort omdat de overheid weigert hun reisdocumenten te vernieuwen, meldt de krant. Drie directeuren van het dagblad en een journalist zijn al in de gevangenis beland. Twee andere werknemers werden op 6 juli gearresteerd zonder dat de aanklacht tegen hen werd toegelicht. Ook werden daarbij de huizen van andere personeelsleden doorzocht.
Sinds 2018 hebben de autoriteiten het aantal invallen in de redactiekantoren van La Prensa verhoogd
Sinds 2018 hebben de autoriteiten, op bevel van president Daniel Ortega, het aantal invallen in de redactiekantoren van La Prensa maar ook van 100% Noticias en Confidencial verhoogd. De redactie reorganiseert zich in het buitenland ‘om de Nicaraguanen te blijven informeren zoals zij dat al meer dan 95 jaar doet’.
Khaled Drareni, zelf meermaals gevangengezet om zijn journalistieke werk, beantwoordt vragen over de situatie van andere journalisten en de persvrijheid in Algerije.
Waarom is Rabah Karèche gevangengezet en waarom is hij nu weer vrij? Kwam zijn vrijlating plotseling of werd die al verwacht?
‘Rabah Karèche was gevangengezet vanwege artikelen in Liberté Algérie, de krant waarvoor hij correspondent is in Tamanrasset, een stad in het uiterste zuiden van Algerije. In die artikelen schreef hij over de nieuwe bestuurlijke indeling, die door een deel van de zuidelijke bevolking is verworpen.
Hij werd aangeklaagd wegens “verspreiding van onjuist nieuws op sociale netwerken”, alleen omdat hij had meegewerkt aan een artikel over de nieuwe indeling dat in Liberté verscheen. Maar ook wegens “schending van de nationale eenheid”. Berichten over het volksprotest in dat deel van het land zijn pijnlijk voor de Algerijnse autoriteiten. Daarom is hij gevangengezet, ook al erkent de Algerijnse grondwet in theorie geen persdelicten meer. Hij is op 19 oktober vrijgelaten omdat hij de straf van zes maanden had uitgezeten waartoe hij veroordeeld was.’
Waarom ligt het onderwerp waaraan hij werkte zo gevoelig bij de Algerijnse autoriteiten?
‘Het ligt gevoelig omdat het volgens de autoriteiten om een schending van de nationale eenheid gaat. De meeste zuidelijke inwoners zijn Toearegs en het gebied ligt dicht bij Libië en Mali. Het is een regio die met eigen problemen kampt, vandaar het verzet tegen de nieuwe bestuurlijke indeling.’
Hoe is de huidige situatie voor journalisten in Algerije?
‘De situatie voor Algerijnse journalisten is slecht en ik denk dat ze nog nooit zo zorgelijk is geweest. Op ditzelfde moment zitten er drie journalisten gevangen en bijna vijftien van hen worden momenteel vervolgd door justitie. Velen zijn al eens gevangengezet en anderen worden continu door justitie op de huid gezeten, zoals Mustapha Benjamaa, de hoofdredacteur van het regionale dagblad Le Provincial in de stad Annaba. Journalisten zijn vogelvrij, ook al worden ze in theorie beschermd door de grondwet en bestaan persdelicten officieel niet meer in Algerije. Toch blijven de autoriteiten hen arresteren, hun het werken onmogelijk maken, hen aan een ware justitiële kwelling onderwerpen. Ze zijn met velen want we leven in een land dat nog steeds niet begrepen heeft dat je zonder persvrijheid geen echte rechtsstaat kunt opbouwen.’
Heeft men het alleen op de persvrijheid gemunt, of ook op journalisten die berichten over de in het noorden van Marokko actieve mensenrechtenbeweging Hirak Al-Hoceima?
‘Allebei een beetje. Over Hirak berichten is inderdaad moeilijk. Websites als Casbah Tribune en TSA zijn nog altijd uit de lucht in Algerije. Journalisten die ervoor kozen Hirak te volgen en erover te berichten zijn van het begin af aan gerechtelijk vervolgd en gearresteerd maar ze zijn er nooit mee opgehouden. Maar ook journalisten die de corruptie aan de kaak stellen, worden aangeklaagd, zoals de eerder genoemde Mustapha Benjamaa. Mensen van wie men vindt dat ze de binnenlandse belangen van het land schaden worden systematisch vervolgd.’
Ziet u een verharding bij de Algerijnse autoriteiten wat het buitenlands (Marokko) en het binnenlands (de kwestie-Kabylië) beleid betreft?
‘Ja, er wordt harder opgetreden tegen journalisten, maar meer in het algemeen. Het spitst zich niet toe op een bepaalde kwestie maar bestond al voordat de crisis met Marokko uitbrak. Wat de Kabylische kwestie betreft, Kabylië is een integraal onderdeel van Algerije. Maar de regering plakt elke militant systematisch het etiket van de autonomistische beweging MAK (Beweging voor Kabylisch zelfbestuur) op. Dat heeft Amnesty International ook al veroordeeld. Nu is het tijd om de persvrijheid in Algerije te waarborgen, zodat journalisten vrij zijn in hun doen en laten zonder dat ze een willekeurig etiket opgeplakt krijgen. Er zitten er momenteel al heel wat in de gevangenis op arbitraire gronden, zoals lidmaatschap van een terroristische beweging.’
Hoe ervaart u dit alles persoonlijk? Zelf bent u in augustus 2020 ook gevangengezet wegens ‘het oproepen tot ongewapende samenscholing en het schenden van de integriteit van het nationaal grondgebied’.
‘Ik heb het niet moeilijker dan mijn collega’s. Ik ben in februari 2021 voorwaardelijk in vrijheid gesteld. Ik blijf mijn journalistieke werk doen, op een onafhankelijke en onpartijdige manier, en ik zal mijn collega’s blijven verdedigen die slachtoffer zijn van vervolging door justitie.’
Washington stuurt nieuwe troepen nu taliban Kaboel naderen
De taliban beweerden vrijdag Kandahar, de op een na grootste stad van Afghanistan, te hebben ingenomen na de val van Herat en Ghazni op donderdag. De opstandelingen staan nu aan de poorten van Kaboel en de Amerikanen, die vrezen voor hun onderdanen, maken zich op om opnieuw duizenden soldaten naar het land te sturen.
De laatste vierentwintig uur zijn ‘desastreus geweest voor de Afghaanse regeringstroepen’, schrijft The New York Times. ‘Kandahar en Herat werden hevig verdedigd en er werd wekenlang gevochten. Maar elke dag werden de veiligheidstroepen verder teruggedrongen, en veel soldaten deserteerden, of liepen op sommige plaatsen zelfs over naar de andere kant.’
‘Slechts vier grote steden – waaronder de hoofdstad Kaboel – zijn nog in handen van de regering’
Volgens het New Yorkse dagblad ‘zijn slechts vier grote steden – waaronder hoofdstad Kaboel – nog in handen van de regering, en twee daarvan worden belegerd door de taliban’.
Uit vrees voor hun onderdanen en in het bijzonder het diplomatiek personeel hebben de Verenigde Staten donderdag aangekondigd dat zij drieduizend soldaten sturen om de luchthaven van Kaboel te verdedigen en ‘evacuaties te vergemakkelijken’, meldt The Washington Post.
De Verenigde Staten sturen volgende week ook vierduizend soldaten naar Koeweit en duizend naar Qatar om als mogelijke versterking te dienen. In totaal zullen er bijna achtduizend Amerikaanse soldaten aanwezig zijn in de regio, terwijl de terugtrekking van de internationale troepen uit Afghanistan op 31 augustus moet eindigen – momenteel zijn er nog 650 Amerikaanse soldaten in het land.
Ontheemd
De Britse regering heeft aangekondigd ook 650 soldaten te zullen sturen om westerlingen te helpen repatriëren, bericht The Guardian.
Het conflict heeft reeds zware humanitaire gevolgen voor de burgerbevolking, volgens El País. ‘De VN schat dat sinds het begin van het jaar bijna 390.000 mensen ontheemd zijn geraakt door het geweld. Duizenden Afghanen zijn de afgelopen dagen naar Kaboel vertrokken, terwijl anderen hun toevlucht in Pakistan proberen te zoeken.’
Algerijnse journalist Rabah Karèche veroordeeld tot celstraf
Rabah Karèche zit sinds 19 april in de gevangenis en is donderdag veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf, waarvan acht maanden onvoorwaardelijk. ‘Hij zal nog vier maanden in de gevangenis doorbrengen’, aldus Liberté, waarvoor Rabah Karèche correspondent in Tamanrasset, in het zuiden van Algerije, is.
‘Een nieuwe klap voor de persvrijheid in Algerije’
De journalist werd vervolgd voor ‘het opzettelijk verspreiden van valse informatie die de openbare orde kan ondermijnen’ voor het publiceren van een verslag van een Toeareg-demonstratie. Amnesty International hekelde ‘een nieuwe klap voor de persvrijheid in Algerije’.
Dieptepunt voor Spaans toerisme
De eerste helft van het jaar was een nieuw dieptepunt voor de Spaanse toeristische sector, die nog steeds herstellende is van de pandemie. Cijfers van het Spaanse bureau voor statistiek tonen dat er tussen januari en juni 5,4 miljoen buitenlandse bezoekers naar het land kwamen, ongeveer de helft van het aantal bezoekers in dezelfde periode in 2020, toen 10,7 miljoen buitenlanders het land aandeden, schrijft El País. Die cijfers staan in schril contrast met de 38,1 miljoen bezoekers in de eerste helft van topjaar 2019.
Ondertussen vreest de industrie dat de hoge besmettingsgraad in Spanje zal leiden tot nieuwe reisbeperkingen door met name Duitsland, Frankrijk en het VK.
Pools parlement neemt wet aan in die persvrijheid bedreigt
Het Poolse parlement heeft een omstreden mediawet aangenomen die de persvrijheid bedreigt. De wet, die op woensdagavond werd aangenomen, zou de Amerikaanse groep Discovery kunnen dwingen het grootste deel van haar belang in de commerciële televisiezender TVN, dat vaak kritisch staat tegenover de conservatieve regering, te verkopen. In het wetsvoorstel staat dat alleen bedrijven uit de Europese Economische Ruimte een uitzendvergunning mogen bezitten.
‘Washington had Warschau gevraagd deze wet niet in stemming te brengen, maar de nationalistische regeringspartij liet zich niet afschrikken’, merkt de Europese editie van de website Politico op. Het besluit van het parlement is ‘een ongekende aanval op de vrijheid van meningsuiting en onafhankelijkheid van de media’, zo reageerde de directie van TVN, die de Poolse Senaat en de president opriep de wet te verwerpen.
Vicepremier Jaroslaw Gowin werd ontslagen vanwege zijn verzet tegen de omstreden wet
De wet was een van de oorzaken van de val van de regeringscoalitie op dinsdag. Vicepremier Jaroslaw Gowin werd door premier Mateusz Morawiecki ontslagen vanwege zijn verzet tegen de omstreden wet en zijn fractie van tien zetels stapte op. Toch wisten de overgebleven regeringspartijen de wet erdoor te krijgen met steun van kleine partijen in de 460 zetels tellende Sejm, de Poolse Tweede Kamer, schrijft Politico.
Het Chinese techbedrijf Huawei investeert de komende drie jaar 100 miljoen dollar in het startup-ecosysteem in Azië-Pacific, bericht YourStory. Al eerder werd geïnvesteerd in start-uphubs in Singapore, Thailand, Sri Lanka en Maleisië en Huawei wil dit zogenoemde Spark-programma uitbreiden in India als de coronapandemie in het land is afgenomen.
Pensioenfonds APG waarschuwt Korea voor bouw kolencentrales
Het in Amsterdam gevestigde APG Asset Management, onderdeel van het Nederlandse pensioenfonds APG, heeft de Zuid-Koreaanse regering gewaarschuwd dat het niet schrappen van een plan om drie kolencentrales te bouwen een ‘aanzienlijke risicofactor’ zal vormen voor haar investeringen in Korea, bericht The Korea Herald. De brief heeft betrekking op drie centrales met een gecombineerd vermogen van 6,3 gigawatt die in aanbouw zijn in de provincie Gangwon.
‘De kolencentrales zullen onvermijdelijk een belasting vormen voor de toekomst van de mensheid’
Park Yookyung, hoofd verantwoord beleggen Azië van APG Asset Management, schrijft in de brief dat de centrales in de nabije toekomst een bedreiging zullen vormen voor het streven naar CO2-neutraliteit. ‘In het licht van de klimaatcrisis zullen kolencentrales onvermijdelijk een belasting vormen voor de Koreaanse economie en de toekomst van de mensheid’, aldus de in het Koreaans opgestelde brief. ‘De uitstoot van broeikasgassen in Korea zal niet alleen een zware last vormen voor de particuliere sector, maar ook voor andere binnenlandse bedrijven in dit op export gerichte land.’
De Britse premier zit tot 26 juli in quarantaine nadat hij contact heeft gehad met minister Sajid Javid van Volksgezondheid, die zaterdag bekendmaakte dat hij positief had getest op covid-19. Boris Johnson had aanvankelijk geprobeerd aan de quarantaine te ontkomen door te zeggen dat hij zou deelnemen aan een proef met dagelijkse tests als alternatief voor isolatie. Maar vanwege de daarover ontstane ‘golf van woede’, werd hij uiteindelijk ‘gedwongen tot een vernederende ommezwaai’, aldus The Independent.
In een zondag vrijgegeven video riep de premier op tot ‘voorzichtigheid’ aan de vooravond van de opheffing van coronabeperkingen in Engeland, terwijl het land kampt met een groeiend aantal besmettingen. Hij verzekerde niettemin dat het ‘het juiste moment’ was om door te gaan met deze belangrijke stap in het afbouwen van de maatregelen, omgedoopt tot ‘Freedom Day’. Een groep invloedrijke internationale wetenschappers heeft vrijdag de regering opgeroepen op haar besluit terug te komen, dat ‘de inspanningen om de pandemie onder controle te krijgen dreigt te ondermijnen, niet alleen in het VK maar ook in andere landen’.
Volgens het Amerikaanse National Center for Health Statistics stierven in 2020 ruim 93.000 mensen in de VS aan een overdosis van medicijnen en drugs als opioïde pijnstillers, amfetamine en cocaïne, bericht CNN. Dat komt neer op één sterfgeval per 5,6 minuten. Het aantal steeg met 29,4 procent ten opzichte van 2019, toen 72.151 mensen stierven aan een overdosis.
Zes activisten vrijgelaten in Egypte na internationale kritiek
Zaterdag werden zes Egyptische activisten uit de gevangenis vrijgelaten, waaronder journalist en blogger Esraa Abdel-Fattah, een van de symbolen van de revolutie van 2011, meldt Al-Jazeera. Zij was in oktober 2019 gearresteerd en zat bijna 22 maanden vast wegens ‘verspreiding van nepnieuws’ en ‘collaboratie met een terroristische groepering’.
Analisten zeggen dat de vrijlating van de activisten een manier is om de internationale gemeenschap tegemoet te komen, nadat de VS de arrestaties veroordeelden en zeiden dat de onderhandelingen over wapenverkoop tussen de twee geallieerde landen hierdoor zouden worden beïnvloed.
De Egyptische regering van generaal Sisi heeft de afgelopen jaren op grote schaal opgetreden tegen dissidenten en duizenden mensen gevangengezet. Ook journalisten zijn het doelwit geweest: tientallen zijn in de gevangenis beland en sommige buitenlandse journalisten zijn het land uitgezet. Volgens het Committee to Protect Journalists is Egypte het land waar de meeste journalisten worden gevangengezet, samen met Turkije en China, schrijft Al-Jazeera.
Deense Mohammed-cartoonist overleden
Kurt Westergaard is op 86-jarige leeftijd in zijn slaap na een lang ziekbed overleden, zo heeft zijn familie aan Berlingske laten weten. De tekenaar was verantwoordelijk voor de beroemdste van de twaalf tekeningen die op 30 september 2005 door het conservatieve Deense dagblad Jyllands-Posten werden gepubliceerd onder de titel ‘Het gezicht van Mohammed’. Zijn bijdrage toonde de Profeet met een bomvormige tulband.
De spotprent leidde in februari 2006 tot anti-Deense demonstraties in de moslimwereld, die in Denemarken werden gezien als de ernstigste crisis in het buitenlands beleid van het land sinds de Tweede Wereldoorlog. Het geweld bereikte in 2015 een hoogtepunt met de aanslag op Charlie Hebdo in Parijs, dat de cartoons in 2012 had heruitgegeven.
De Sloveense premier Janez Janša, bondgenoot van Orbán, noemt journalisten zijn ‘belangrijkste politieke tegenstanders’. Vooral vrouwen zijn het slachtoffer van zijn online intimidaties. Journalist Evgenija Carl vertelt haar verhaal.
Vrouwelijke journalisten, feministen, activisten en mensenrechtenverdedigers over de hele wereld worden geconfronteerd met virtuele intimidatie. In deze serie benadrukt de wereldwijde alliantie van het maatschappelijk middenveld CIVICUS de gendergerelateerde aard van virtuele intimidatie door middel van de verhalen van vrouwen die werken aan het verdedigen van onze democratische vrijheden. Deze getuigenissen worden hier gepubliceerd via een samenwerking tussen CIVICUS en Global Voices.
Sinds de regering van premier Janez Janša in maart 2020 aan de macht kwam, is de persvrijheid in Slovenië in het geding. De premier uit zowel online als offline bedreigingen tegen journalisten en onafhankelijke media.
De omvang van deze aanvallen door de premier en de leidende Sloveense Democratische Partij (SDS) was zelfs aanleiding voor de Raad van Europa om te waarschuwen tegen pesterijen en intimidatie van journalisten.
Ondertussen heeft de regering stappen ondernomen om de media-onafhankelijkheid te verminderen, waarbij kanalen zoals Nova24 TV, Nova24 online en Planet TV in toenemende mate worden gefinancierd door partijen uit de omgeving van de autoritaire premier van Hongarije, Viktor Orbán, die een bondgenoot van Janša is. Ook maatschappelijke organisaties die zich bezighouden met cultuur, mensenrechten, mediavrijheid en het milieu zijn herhaaldelijk beperkingen opgelegd.
Evgenija Carl
Evgenija Carl is een onderzoeksjournalist uit Slovenië. Nadat ze in 2016 een televisiereportage had gemaakt over de oppositiepartij SDS, noemde een vooraanstaand politicus, Janez Janša, haar op Twitter een ‘prostituee’. Toen Janša later premier van Slovenië werd, nam het onlinemisbruik toe.
Dit is het verhaal van Evgenija Carl:
‘Ze zijn in staat ons straffeloos te beledigen’
Hij noemde mijn collega en mij, journalisten die werkzaam zijn op het gebied van internationale politiek voor de nationale Sloveense televisiezender (RTVSLO), ‘gepensioneerde prostituees’ die onze diensten verkopen voor 30 tot 35 euro. En daarna werd hij premier van Slovenië: Janez Janša.
‘Bordelen bieden goedkope diensten aan van gepensioneerde prostituees Evgenija C en Mojca PŠ. Een voor 30 €, de tweede voor 35 €. #PimpMilan.’
Ik ben onderzoeksjournalist en werk al vijfentwintig jaar in de journalistiek. Ik ben aanvallen gewend van degenen die mijn berichtgeving niet bevalt, maar vijf jaar geleden, in 2016, werd ik door het genoemde incident voor het eerst onderwerp werd van een openbare lynchpartij op sociale media.
Evgenija Carl.
Dat begon met een beledigende tweet van Janez Janša, leider van de grootste Sloveense oppositiepartij op dat moment, de Sloveense Democratische Partij (SDS). Hij schreef hierin ook dat de toenmalige president van Slovenië, Milan Kučan, onze pooier was.
Ik wist dat het gekozen pad niet gemakkelijk zou zijn, maar ik had nooit kunnen voorzien wat we allemaal over ons heen kregen – het was een stormloop
U vraagt zich misschien af waar we Janša’s aanval aan te danken hadden? Het betrof een vergelding voor ons tv-item over leden van de SDS-partij van Janša. Hij wilde ons vernederen als journalisten en nog meer als vrouwen, want voor hem zijn we maar gewone ‘hoeren’. Dit is hoe Janša omgaat met vrouwen in het algemeen.
Mijn collega en ik spanden een rechtszaak tegen hem aan en werden opnieuw doelwit van hem en zijn trouwe volgers, waaronder politici en enkele extreemrechtse media. Een nog nooit eerder vertoonde rechtszaak in Slovenië, die nog steeds loopt. Ik wist dat het gekozen pad niet gemakkelijk zou zijn, maar ik had nooit kunnen voorzien wat we allemaal over ons heen kregen.
De kring van Sloveense extreemrechtse populisten – zoals Janša, enkele lokale politici, hun aanhangers, sympathisanten en volgers – belaagden ons via sociale media als Twitter en Facebook. Ze gebruiken extreemrechtse media, die de propaganda van de partij steunen, om vernederende artikelen te schrijven over journalisten die hun politieke opvattingen niet delen. Deze mediakanalen zijn opgericht door leden van de SDS-partij, die het merendeel van de belangen hebben verkocht aan Hongaarse bedrijven met eigenaren die dicht bij Janša’s bondgenoot Orbán staan.
Ook ontving ik regelmatig enveloppen met wit poeder; één keer zat er een stof in de envelop die mijn luchtwegen aantastte
Sinds Janša’s eerste tweet wordt vaak het label ‘prostituee’ aan mijn naam gehecht. Ik ontvang regelmatig openbare beledigingen, cynische opmerkingen, brieven en e-mails van anonieme mensen die mij willen vernederen. Een recente tweet die aan mij was gericht, luidde: ‘Ze is gewoon een ordinaire jihadist (…) journalistiek is prostitutie (…) In Amerika zouden ze haar een “tiendollarhoer” noemen!’
Ook ontving ik regelmatig enveloppen met wit poeder; één keer zat er een substantie in de envelop die mijn luchtwegen aantastte. De brieven bevatten ook doodsbedreigingen en komen bijna altijd binnen na hoorzittingen in de rechtszaak tegen Janša.
En ze vallen mijn kinderen aan, door ze in hun artikelen over mij of op sociale media te noemen. Niets, absoluut niets is heilig voor ze als ze zich op mij uitleven. In de elf maanden sinds Janez Janša opnieuw de leiding over de Sloveense regering heeft, zijn de aanvallen steeds erger geworden.
‘Coalitie van de dood’
Tijdens de pandemie verklaarde de Sloveense president oorlog aan de media in het algemeen en noemde hij journalisten zijn ‘belangrijkste politieke tegenstanders’. Hij manipuleert foto’s en opnames en verspreidt leugens. Vrouwelijke journalisten zijn ‘teven, hoeren of dronkaards’. Dit is kenmerkend voor het mannelijk chauvinisme dat wordt gecultiveerd door de Sloveense politiek onder leiding van de premier.
Een paar weken geleden deelde ik een bericht over een protest van ouders en kinderen tegen de sluiting van scholen. Vervolgens werd ik ervan beschuldigd medeplichtig te zijn aan het veroorzaken van coronadoden: beweerd werd dat de demonstranten het virus verspreidden. Janša noemde mijn collega’s en mij de ‘coalitie van de dood’.
Soms heb ik het gevoel dat ik in een parallel universum leef, omdat dit voor een normaal, redelijk, beschaafd persoon ondenkbaar is
Wat dit met me doet? Soms voel ik me depressief en hopeloos. Soms heb ik het gevoel dat ik in een parallel universum leef, omdat zoiets voor een normaal, redelijk, beschaafd persoon ondenkbaar is. Ik verwonder me over die ‘toetsenbordstrijders’, die altijd maar bereid zijn hun gedachten op een agressieve manier te uiten, en over het feit dat de kleinste kwestie een explosie van seksisme en vrouwenhaat kan veroorzaken.
Diverse Europese instellingen en media over de hele wereld doen hun werk en vestigen aandacht op de ondraaglijke situatie onder het leiderschap van Janša en zijn houding ten opzichte van de media en journalisten, vooral zijn primitieve gedragingen ten opzichte van vrouwen, die door zijn volgelingen worden overgenomen.
Dergelijke uitingen en acties zijn toegestaan in Slovenië. Ze worden nooit bestraft. Onder het mom van vrijheid van meningsuiting nemen de beledigingen enkel toe. De politici zitten vol vooroordelen met betrekking tot vrouwen, alsof we niet al een lange weg hebben afgelegd, alsof er nog geen obstakels waren doorbroken, alsof de gevechten die door de vrouwen voor ons zijn gewonnen, niets hebben opgeleverd.
Ik zou willen dat er juridische kaders kwamen, die een einde kunnen maken aan dergelijke intimidatie. Ik zou willen dat beledigende berichten snel worden verwijderd – veel berichten over mij staan nog altijd online. Ik zou willen dat de media aanvallen op journalisten krachtdadiger veroordelen.
Toen Janša ons ‘gepensioneerde prostituees’ noemde, handelde de directeur van de nationale Sloveense televisie ronduit opportunistisch: hij veroordeelde de daad niet. Het bestuur van het mediahuis waar ik voor werk hield zich een week lang stil, en werd toen door de publieke druk bijna gedwongen de belediging te veroordelen. Janša werd door hen niet genoemd.
De angst voor wraak, opportunisme en pragmatisme dringen door tot in elke porie van ons land, en nemen alleen maar toe.
Tsjadische president Idriss Déby Itno wordt herkozen voor een zesde termijn
De Tsjadische Idriss Déby Itno werd bij de presidentsverkiezingen van 11 april herkozen voor een zesde termijn met 79,32 procent van de uitgebrachte stemmen, volgens de voorlopige officiële resultaten die maandag door het nationale verkiezingsorgaan Alwihdainfo.com bekend werden gemaakt. De voormalige en laatste premier van Déby, Albert Pahimi Padacké, werd tweede met 10,32 procent van de uitgebrachte stemmen. De opkomst bij deze verkiezing was 64,81 procent, zoals eveneens is te lezen op de site.
Eerdere verkiezingen werden door oppositiepartijen bestempeld als een farce. Ook dit keer kwam zijn herverkiezing niet als een verrassing, aangezien zijn rivalen bij de verkiezingen niet veel politiek gewicht in de schaal konden brengen, schrijft o.a. het Zuid-Afrikaanse Mail&Guardian. Het Afrikaanse land wordt al sinds Déby in 1990 met een staatsgreep aan de macht kwam met ijzeren vuist geleid.
In Tunesië zijn journalisten in oorlog met hun nieuwe CEO
De benoeming van Kamel Ben Younes tot hoofd van het officiële Tunesische persbureau, Tunis Afrique Presse (TAP), heeft een ernstige crisis veroorzaakt. Afgelopen dinsdag schakelde de nieuwe baas zelfs de politie in om zijn kantoor te bereiken, waar journalisten de ingang blokkeerden, meldt de site van Business News.
Dit is ongehoord in de geschiedenis van het persbureau. De journalisten demonstreerden tegen zijn recente benoeming door de regering. Een aantal van hen werd door de politie met geweld aangepakt.
De kersverse CEO van TAP, die zich al lange tijd dicht bij de macht bevindt van voormalig president Zine El-Abidine Ben Ali, wordt er door zijn werknemers van beschuldigd in dienst te zijn van de islamistische beweging Ennahda.
Volgens de Tunesische site Kapitalismaakt Kamel Ben Younes deel uit van de RCD, de partij van ex-dictator Ben Ali; ‘De crème de la crème van wetteloze benalisten, opportunisten die klaarstaan om hun vaders en moeders op de politieke markt te verkopen.’
Bedreiging voor de persvrijheid
‘Waarom is het zo erg dat Kamel Ben Younes aan het hoofd van TAP wordt geplaatst?’ vraagt de site Webdo.tn zich af.Mounir Souissi, journalist en lid het persbureau, legt het uit: ‘De TAP is de locomotief van de publieke media. Hichem Mechichi (het hoofd van de regering) weet dit en wil hier op deze manier invloed kunnen uitoefenen.’
De krachtige interventie van de politie bij het gebouw van TAP lokte sterke reacties uit binnen de beroepsgroep, in het bijzonder bij de Internationale Federatie van Journalisten, die van mening is dat wat er is gebeurd niet alleen ‘een bedreiging is voor de gevestigde journalisten, maar [ook] voor de persvrijheid in Tunesië’.
Kamel Ben Younes vertrok uiteindelijk zonder zijn kantoor te hebben bereikt. De journalisten blijven om de beurten sit-ins houden om de regering te dwingen haar besluit te herzien.
In Ghana worden homoseksuelen achtervolgd als nooit tevoren
Afgelopen zondag kwam in Ghana een interreligieuze groep christelijke hoogwaardigheidsbekleders – priesters, pastors, dominees, bisschoppen – bijeen tijdens een nationale gebedsbijeenkomst in Accra. Het centrale thema en de titel van hun gebeden luidde: ‘Homoseksualiteit: een verfoeilijke zonde voor God.’
Het evenement werd georganiseerd met de steun van Ghanese media en bracht vertegenwoordigers van de islam, traditionele religies, het maatschappelijk middenveld en het parlement samen. Deze invloedrijke figuren spraken ook over de criminalisering van de LGBTQI+ gemeenschap en ‘de heropvoeding, hulp en ondersteuning’ van deze ‘verloren zielen’.
‘Onnatuurlijke relaties’
De golf van homofobie begon eind januari, toen LGBT+ Rights Ghana een ontmoetingsruimte in Accra opende. Het was de eerste in zijn soort en de ruimte bleef er niet lang, want het nieuws werd snel opgepakt door de lokale media.
De eerste ronde van protest behelste een campagne waarin de regering werd opgeroepen het centrum te sluiten en de verantwoordelijken te arresteren. Leden van de regering haastten zich om zich bij het homofobe discours aan te sluiten.
In de zeldzame interviews met homo’s vroegen journalisten hen of ze niet zelf verantwoordelijk waren voor het geweld waarmee ze te maken hadden
Tegelijkertijd geven Ghanese media parlementsleden alle ruimte om hun homofobe opvattingen te uiten. In de zeldzame interviews met homo’s vroegen journalisten hen of ze niet zelf verantwoordelijk waren voor het geweld waarmee ze te maken hadden, door gelijke rechten te eisen.
Op 24 februari zorgden al deze gebeurtenissen tezamen ervoor dat de politie het kantoor van de vereniging sloot, waarvan het team vervolgens onderdook. Sinds de sluiting is volgens activisten het aantal verbale en fysieke aanvallen op homoseksuelen toegenomen, vooral op het afgelegen platteland.
Homoseksualiteit, een ‘westers kwaad’
Eind februari liet president Nana Akufo-Addo uit het niets weten dat hij legalisering van het homohuwelijk nooit zou toestaan. Begin maart hebben acht afgevaardigden van de regering een nieuwe versie van een eerder ingediend wetsvoorstel voorgesteld, waarin expliciet wordt opgeroepen tot strafbaarstelling van homoseksualiteit en verplichte ‘seksuele heroriëntatietherapie’ voor degenen die ervan worden ‘verdacht’.
Veel homofoben beweren dat homoseksualiteit een product van westerse import is. Maar, zoals in veel voormalige koloniën, zijn de homofobe wetten van Ghana een residu van de Europese overheersing. De Commissie voor christelijk huwelijk en gezinsleven (CCMFL), die pleit voor het heteroseksuele gezinsmodel, werd in 1966 opgericht met financiering van een Britse organisatie, Christian Aid. Meer recentelijk hebben organisaties zoals de National Coalition for Appropriate Sexual Rights and Family Values het discours van Amerikaanse evangelisten herhaald, onder meer met de officiële steun van het World Congress of Families, een organisatie gevestigd in de Verenigde Staten.
Schaduwgevecht
LGBT+ Rights Ghana heeft een geldinzamelingsactie gelanceerd om een permanent pand te verwerven voor de huisvesting van een nieuw sociaal centrum. De vereniging heeft tot nu toe meer dan 40.200 dollar opgehaald.
Andere verenigingen oefenen druk uit op afgevaardigden om te voorkomen dat nieuwe wetgeving wordt aangenomen die homoseksualiteit expliciet strafbaar stelt. Vanwege het risico op vervolging organiseren de meeste activisten zich ondergronds.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.