Tag: plastic

  • Startups gaan schimmels inzetten om plastic af te breken

    Startups gaan schimmels inzetten om plastic af te breken

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Nieuwe reistrend wint steeds meer aan populariteit: microvakanties 

    » Onderzoek: gratis OV heeft het imago van Duinkerken sterk verbeterd

    Vanuit milieuoogpunt zou deze oplossing zeker kunnen aanslaan

    Wereldwijd belanden er jaarlijks zo’n 157 miljard luiers op vuilstortplaatsen, wat resulteert in miljoenen tonnen afval. Het kost weinig tijd om ze te verschonen, maar het kan eeuwen duren voordat ze ecologisch afgebroken zijn. Nu worden schimmels ingezet om dit proces te versnellen, schrijft Financial Times

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Startups beweren dat schimmels materialen kunnen afbreken waar traditionele recyclingmethoden niet tegen opgewassen zijn, zoals plastic en petrochemische reststoffen. Zo biedt de Texaanse startup Hiro een luier aan waarin de gebruiker een zakje met schimmels kan stoppen voordat de vieze luier wordt weggegooid. Na een week of twee worden de schimmels geactiveerd door vocht en beginnen ze de plastic componenten van de luier af te breken. 

    Gezien de stijgende stortkosten, strengere regelgeving en de druk op bedrijven om hun ecologische voetafdruk te verkleinen zouden schimmels in de toekomst maar zo een niche voor onconventionele afvalverwerkingstechnieken kunnen creëren.

  • Onderzoek: plastic veel dodelijker voor zeedieren dan gedacht

    Onderzoek: plastic veel dodelijker voor zeedieren dan gedacht

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: gezondheidsdienst CDC neemt misleidende vaccintheorie over

    » Trump roept op tot doodstraf voor Democraten die zijn gezag ondermijnen

    Elke minuut belandt meer dan een vuilniswagen aan plastic in de oceaan

    Wetenschappers van Ocean Conservancy hebben gemeten hoeveel plastic zeedieren moeten inslikken om een sterf​​risico van 90 procent te lopen. Ze ontdekten dat een relatief kleine hoeveelheid plastic voldoende was om verschillende zeedieren te doden, schrijft The Guardian.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Zo zijn drie suikerklontjes aan plastic voldoende om een ​​papegaaiduiker te doden, hebben karetschildpadden 90 procent stervenskans na het eten van slechts twee honkballen aan plastic en kan pakweg een plastic voetbal zeezoogdieren zoals bruinvissen doden. ‘Dat is verontrustend als je bedenkt dat er elke minuut meer dan een vuilniswagen aan plastic in de oceaan belandt,’ aldus de leider van het onderzoek.

    Dieren krijgen vaak per ongeluk plastic binnen tijdens de jacht op voedsel; drijvende plastic zakken lijken bijvoorbeeld op de kwallen die zeeschildpadden graag eten.

  • ‘Plasticcrisis’ veroorzaakt elk jaar 1,5 biljoen aan gezondheidsschade

    ‘Plasticcrisis’ veroorzaakt elk jaar 1,5 biljoen aan gezondheidsschade

    Dinsdag start een zesde VN-top over een wereldwijd plasticverdrag

    De wereld kampt met een ‘ernstige, groeiende en onderbelichte plasticcrisis’ die jaarlijks minstens 1,5 biljoen dollar aan gezondheidsschade veroorzaakt. Dat meldt The Guardian op basis van een nieuw rapport in medisch tijdschrift The Lancet. Plasticproductie is sinds 1950 meer dan 200 keer toegenomen en dreigt tegen 2060 bijna te verdrievoudigen. Vooral wegwerpplastic, zoals flessen en voedselverpakkingen, is sterk in opmars. 

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Plastic vormt in elke fase een gevaar voor mens en milieu, aldus het rapport, van de winning van de fossiele brandstoffen waarvan plastic wordt gemaakt tot de productie, het gebruik ervan en afvalverwerking. Het leidt tot luchtvervuiling, blootstelling aan giftige stoffen en opname van microplastics in het lichaam. Deze deeltjes zijn aangetroffen in bloed, hersenen, placenta’s en moedermelk. Plasticvervuiling kan zelfs zorgen voor meer ziekteverspreidende muggen, omdat water dat in weggegooid plastic blijft staan een goede broedplaats vormt.

    Het rapport verscheen kort voor de zesde en vermoedelijk laatste onderhandelingsronde voor een wereldwijd, juridisch bindend plasticverdrag. De VN-top start dinsdag in Genève, Zwitserland.

  • De hardnekkige mythes over afvalverwerking

    De hardnekkige mythes over afvalverwerking

    Afval scheiden is essentieel voor een circulaire economie. Maar wie denkt dat papier altijd beter is dan plastic, of dat ‘biologisch afbreekbaar’ zonder meer een duurzame keuze is, komt bedrogen uit.

    Afvalscheiding is in Duitsland een heuse volkssport. Toch blijven er mythes en misvattingen over afval bestaan. Het is dan ook geen gemakkelijk onderwerp, omdat het vaak afhangt van waar je waarde aan hecht. Papieren verpakkingen bijvoorbeeld worden niet van aardolie gemaakt zoals plastic, maar zijn vaak zwaarder en zorgen dus voor meer transportemissies.

    Verpakkingen zijn ook belangrijk om voedsel te beschermen en afval te verminderen – we kunnen dus niet zonder. Maar het is wel mogelijk om als consument enkele richtlijnen te volgen. Hoog tijd dus om veelvoorkomende misvattingen over afval uit de wereld te helpen.

    Afval

    Restafval wordt verbrand, dat klopt. Warmtekrachtcentrales gebruiken het voor stadsverwarming en om elektriciteit op te wekken. Maar het meeste restafval in Duitsland bestaat uit recyclebare materialen die niet verbrand hoeven te worden: ongeveer een derde is echt restafval, zoals oude stofzuigerzakken of luiers, terwijl twee derde bestaat uit recyclebare materialen. Daaronder vallen gebruikt glas, plastic en organisch afval. Op de juiste manier weggegooid glas wordt opnieuw gesmolten, zij het tegen hoge energiekosten. Ook plastic vindt zijn weg naar recycling.

    Moderne sorteerinstallaties scheiden plastic en aluminium afval, maar de meeste fabrieken zijn afhankelijk van scheiding vooraf door huishoudens. Neem een tube tandpasta. Die bestaat uit vele soorten plastic en bevat aan de binnenkant vaak een dunne coating van aluminium. De dop is op zijn beurt gemaakt van harder plastic dan de tube. Om te voorkomen dat die verbrand wordt of in dezelfde shredder terechtkomt als de tube, moet de dop eraf geschroefd worden. Hetzelfde geldt voor shampooflessen en voor metaalfolie dat yoghurtpotten afsluit. Haal bij twijfel de verpakking uit elkaar. Veel fabrikanten zorgen er al voor dat de verpakking niet is samengesteld, maar uit één materiaal bestaat.

    Plastic afval wordt in Duitsland niet volledig gerecycled. Het grootste deel bestaat uit verpakkingsmateriaal, en daarvan wordt ongeveer 60 procent gerecycled. De rest wordt verbrand. Het recyclingpercentage omvat ook afval dat naar het buitenland wordt geëxporteerd. Of het daar ook altijd gerecycled wordt, is onduidelijk. Milieuvereniging Nabu stelt dat ongeveer tien procent van het Duitse plastic afval in 2022 legaal werd geëxporteerd. Toch is het zo dat degenen die afval scheiden eraan bijdragen dat in ieder geval een groot deel van de recyclebare materialen ook echt wordt gerecycled, zegt Katharina Istel, verpakkingsexpert bij Nabu: ‘Plastic, organisch afval of glas bij het restafval betekent een verspilling van grondstoffen.’

    In gewone supermarkten zijn wegwerpverpakkingen vaak de enige mogelijkheid

    Dat materiaal slechts één keer wordt gebruikt, is altijd de nadeligste optie. Toch zijn in gewone supermarkten wegwerpverpakkingen vaak de enige mogelijkheid, bijvoorbeeld voor pasta. Vraag jezelf af, adviseert Katharina Istel van Nabu, hoeveel meer papier je nodig hebt in vergelijking met plastic verpakkingen. ‘We hebben noedels en muesli getest en de volledig papieren verpakking deed het goed omdat deze maar twee tot drie keer zwaarder is dan de plastic verpakking. Dat is heel anders met een papieren zak voor los fruit of groenten: die is ongeveer acht keer zwaarder dan een dunne plastic zak.’ Hetzelfde geldt voor papieren boodschappentassen die maar één keer worden gebruikt. Een net van gerecycled polyester scoort het beste in de Nabu-test voor los fruit.

    Het gewicht van de verpakking is belangrijk omdat het de transportemissies verhoogt. Noedels in kartonnen dozen zijn bijvoorbeeld onnodig zwaar. Consumenten moeten er ook op letten dat papieren zakken geen plastic coating hebben, want die horen in de gele zak voor plastic afval. Wie over het algemeen de voorkeur geeft aan papier boven plastic, moet dit weten: papier ziet eruit als een natuurproduct, maar dat is het maar ten dele. Het wordt gemaakt van hout, maar de bomen komen vaak van geïrrigeerde monoculturen en er zijn chemicaliën, water en energie nodig om het te produceren. Dit maakt het materiaal te waardevol om direct af te voeren.

    Bovendien is papier niet per definitie beter te recyclen dan plastic en moet het ook aan bepaalde voorwaarden voldoen, zegt Istel. ‘In Duitsland moet papier dat in contact komt met voedsel nieuw zijn. Daarom hebben gerecyclede papieren zakken of kartonnen dozen een nieuwe laag papier nodig op de plek waar bijvoorbeeld het fruit terechtkomt.’ En: ‘Recyclagefabrieken worden aangedreven met fossiele energie, dat moeten we niet vergeten.’

    Afbreken

    Sommige producten en verpakkingen dragen het label ‘biologisch afbreekbaar’. In Duitsland geldt de regel: bioplastics en conventionele plastics mogen niet bij het organisch afval. Verpakkingsdeskundige Istel vindt de term misleidend, want ‘er vallen allerlei soorten materialen onder: afbreekbaar, niet-afbreekbaar, gemaakt van hernieuwbare of fossiele grondstoffen of zelfs combinaties daarvan. Niemand kan dat uit elkaar houden.’ Plastic verpakkingen gemaakt van biogrondstoffen kunnen dezelfde structuur hebben als goed recyclebare plastic verpakkingen die zijn gemaakt van fossiele grondstoffen. In dat geval kunnen ze samen gerecycled worden. ‘Maar ons afvalsysteem is niet ontworpen voor biologisch afbreekbaar plastic, dus dat wordt verbrand.’

    Dunne, biologisch afbreekbare zakken voor organisch afval worden ook als twijfelgeval gezien omdat ze kennelijk te lang nodig hebben om af te breken. Volgens fabrikanten is dat niet langer het geval, zegt Istel, maar ligt het probleem ergens anders: afvalverwerkingsbedrijven moeten plastic scheiden van organisch afval, maar ze kunnen geen onderscheid maken tussen de organische zakken en conventionele plastic zakken, en daarom verwijderen ze beide uit het recyclingproces, vaak met inhoud en al. In de regel mogen dunne biozakken dus niet gebruikt worden. Sommige afvalverwerkingsbedrijven staan ze echter expliciet toe, omdat het organisch afval van de gemeente zo schoon is dat er geen plastic uit hoeft te worden gevist.

    ‘Statiegeldflessen vormen de meest hoogwaardige stroom van afvalplastic die momenteel voorhanden is’

    Sportkleding, schoenen of rugzakken worden vaak aangeprezen als gemaakt van oude plastic flessen – ook statiegeldpetflessen uit Duitsland. En laat die nu juist bijzonder waardevol zijn; omdat ze met drinkbare vloeistof gevuld worden, moeten ze aan hoge kwaliteitscriteria voldoen. ‘Statiegeldflessen van dranken vormen de meest hoogwaardige stroom van afvalplastic die momenteel voorhanden is in Duitsland. Daar kunnen weer drankflessen van worden gemaakt,’ zegt Istel. Fabrikanten zoals Coca-Cola bekritiseren het feit dat er ook rugzakken of schoenen van worden gemaakt en eisen het recht van voorrang op de waardevolle petflessen. Ze voeren onder andere aan dat rugzakken uiteindelijk in de vuilnisbak belanden, terwijl PET (polyethyleentereftalaat) steeds opnieuw een fles kan worden en vele recyclingcycli kan doorlopen. Je zou daartegen kunnen aanvoeren dat schoenen en rugzakken jarenlang meegaan. De realiteit laat echter zien dat de meeste mensen hun kleding helemaal niet of maar heel kort gebruiken.

    Omdat plastic een slecht imago heeft, geven sommige fabrikanten hun verpakkingen een uiterlijk dat doet denken aan papier of karton – vaak bevatten ze er ook delen van. ‘Onze nieuwe milieuvriendelijke verpakking’ of ‘Deze verpakking is recyclebaar’ staat er dan bijvoorbeeld op. Er is nog niet vastgelegd wat bedrijven op hun producten mogen schrijven; EU-commissies discussiëren bijvoorbeeld over wat ‘recyclebaar’ eigenlijk betekent. Regelgeving is zinvol, zegt verpakkingsexpert Istel. ‘Voor consumenten is het lastig om door de eigen beweringen van bedrijven heen te kijken.’

    Zelfs als de materialen van een verpakking in theorie recyclebaar zijn, zijn ze dat in de praktijk niet per se: de meeste afvalverwerkers zijn niet uitgerust om complexe verpakkingen te verwerken en kunnen de recyclebare afzonderlijke delen niet op een zinvolle manier van elkaar scheiden. Hoe meer van hetzelfde materiaal er in een afvalinstallatie terechtkomt, hoe gemakkelijker en efficiënter het kan worden gesorteerd en gerecycled. Onconventionele, gemengde materialen vallen daar niet onder, zoals zonnecrèmes in papier-kunststof tubes. Als deze verpakking in de juiste bak terechtkomt, namelijk die voor plastic, ‘wordt zij waarschijnlijk gewoon verbrand’, zegt Istel.

    Wegwerpglas

    Neem tomatensaus: die zit in wegwerppotjes, -blikjes en Tetra Paks. Vooral in biologische supermarkten zie je veel glas dat het milieuvriendelijke alternatief lijkt voor plastic verpakkingen. Toch is wegwerpglas problematisch: het is zwaar en veroorzaakt hoge transportemissies. Als het op de juiste manier wordt weggegooid bij oud glas, kan het zo vaak als gewenst worden omgesmolten, maar die verwerking vraagt om veel fossiele energie. Zo’n waardevol materiaal als glas maar één keer gebruiken is best zonde voor het milieu. Blikjes daarentegen zijn ook energie-intensief om te produceren, maar ze zijn gemakkelijker te recyclen. 

    Blijft over het voedselkarton, beter bekend onder de fabrieksnaam Tetra Pak. Als je alleen kunt kiezen uit wegwerpverpakkingen, is voedselkarton het beste alternatief, zegt Istel. ‘Dat blijkt duidelijk uit onze test.’ Het materiaal is licht en kan gerecycled worden, ook al bestaat het uit gemengd materiaal. ‘Voedingsmiddelenkarton is opgebouwd zoals sap- of melkverpakkingen. Het wordt herkend in het afvalsorteersysteem en naar aparte recyclingbedrijven gebracht,’ aldus verpakkingsexpert Istel. In het herbruiksysteem is glas het meest zinvol, maar je moet er dan wel op letten dat je lokale producten koopt – anders wegen de transportemissies zwaarder dan de voordelen. 

  • Onderzoek: plastic veroorzaakt honderdduizenden doden per jaar

    Onderzoek: plastic veroorzaakt honderdduizenden doden per jaar

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Israël: regering ziet af van plannen om veiligheidschef te ontslaan

    » Canada: liberalen behalen net geen absolute meerderheid in het parlement

    Plastics veroorzaken onder andere hartziekten

    Dagelijkse blootstelling aan DEHP, een specifiek ftalaat dat in veel huishoudelijke artikelen van plastic voorkomt, ‘zou in 2018 alleen al wereldwijd verantwoordelijk kunnen zijn geweest voor ruim 356.000 sterfgevallen door hartziekten’, aldus onderzoek dat dinsdag in het tijdschrift The Lancet eBioMedicine is gepubliceerd. Volgens de auteurs van het onderzoek vertegenwoordigt dit ‘meer dan 13 procent van de wereldwijde sterfte door hartziekten in 2018 onder mannen en vrouwen tussen de 55 en 64 jaar’.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Driekwart van de sterfgevallen vond plaats in het Midden-Oosten, Zuid- en Oost-Azië en de Stille Oceaan. Mensen in landen met een hoog inkomen worden minder aan deze stoffen blootgesteld. De onderzoekers benadrukken dat er ‘al decennia’ verbanden zijn gelegd in onderzoeken tussen gezondheidsproblemen en blootstelling aan ftalaten ‘in cosmetica, schoonmaakmiddelen, oplosmiddelen, plastic buizen en insecticiden’.

  • In Myanmar wordt afval van over de hele wereld gedumpt

    In Myanmar wordt afval van over de hele wereld gedumpt

    In de Myanmarese stad Yangon stapelt het vuilnis zich op tot aan de huizen. Het veroorzaakt stankoverlast en gezondheidsproblemen. Veel van dit afval is van eigen bodem, maar een deel ervan wordt van over de hele wereld ernaartoe verscheept. ‘We hebben soms moeite met ademen.’

    Frontier heeft zes maanden lang onderzoek gedaan naar de handel in plastic afval en is erin geslaagd een ondoorzichtige wereldwijde toeleveringsketen bloot te leggen, waar buitenlandse bedrijven gemakkelijk misbruik van maken. In samenwerking met onderzoekscollectief Lighthouse Reports en mediaorganisaties in vijf landen vond Frontier bewijs dat Myanmar wordt gebruikt als dumpplaats voor rijke landen. Het land loopt het risico om de komende jaren overspoeld te worden met nog meer buitenlands plastic.

    In de lucht hangt een stank die door een windvlaag wordt meegevoerd vanaf de bergen vuilnis die langs de straten van de noordwestelijke township Shwepyithar in Yangon opgestapeld liggen. Sommige zijn meer dan drie meter hoog – net zo hoog als de huizen die langs dezelfde betonnen wegen staan.

    ‘De geur van de stortplaats is sterk. ’s Nachts, als de deuren dicht zijn, kunnen we de lucht buiten houden, maar als de wind uit het oosten komt, is het echt erg,’ zegt U Zeya Kyaw Moe*, een inwoner van Shwepyithars elfde district. ‘Zelfs volwassenen hebben soms moeite met ademen en het is erg gevaarlijk voor jonge kinderen.’

    Zeya Kyaw Moe woont met zijn vrouw en dochter in een huis van twee verdiepingen dat tegenover een vuilnisbelt ligt. Hij vertelt dat de stortplaats eerder dit jaar is ontstaan en dat hij gaat verhuizen als er niet snel iets verandert.

    Maar niet al het afval komt uit Myanmar. Een deel wordt verscheept vanuit landen die tienduizenden kilometers verderop liggen. Dat wordt gedaan door buitenlandse bedrijven die op zoek zijn naar gemakkelijke manieren om afval te dumpen dat in eigen land alleen tegen hoge kosten of zelfs onmogelijk te recyclen is.

    Frontier heeft Shwepyithar tussen januari en juni meerdere keren bezocht en vond plastic dat niet afkomstig was van consumenten uit Myanmar en niet verkrijgbaar was in plaatselijke supermarkten, zoals wikkels en verpakkingen van bedrijven uit het Verenigd Koninkrijk, Polen en Canada.

    Veel lokale recyclers verwelkomen weliswaar buitenlands plastic afval om er consumentengoederen van te maken. Maar het gemak waarmee binnenlandse en internationale regels kunnen worden omzeild en misbruikt, brengt zowel de gemeenschappen als het milieu in gevaar.

    Toch vertelde de meeste inwoners van Shwepyithar die met Frontier spraken doodsbang te zijn om een klacht in te dienen bij de plaatselijke autoriteiten, omdat dit de aandacht zou kunnen trekken van het wrede militaire regime dat de macht greep tijdens een coup in februari 2021. 

    In de tweeënhalf jaar die sindsdien zijn verstreken, begon het leger van Myanmar een campagne van massaal geweld tegen dissidenten, waarbij duizenden mensen zijn gedood of gearresteerd. Gedwongen om te kiezen tussen de bruutheid van de militairen en een vuilnisbelt voor hun deur, hebben veel inwoners van Shwepyithar ervoor gekozen te leven met de onaangename geur en de bijbehorende gezondheidsrisico’s.

    ‘Ideaal’

    Shwepyithar was niet altijd een enorme vuilnisbelt. Het is een van Yangons meest recent gebouwde townships: het werd opgericht in 1986. De naam betekent ‘gouden en aangename plek’, maar vandaag de dag is het dat allerminst. Bijna elk woonblok is vervuild door hopen plastic en ander afval. Samen met Hlaing Tharyar in het zuiden is Shwepyithar een van de grootste industriegebieden van de voormalige hoofdstad geworden. Er zijn andere stortplaatsen in Yangon, maar het unieke stedelijke ontwerp van de township maakt het bijzonder aantrekkelijk voor mensen die van overtollig afval af willen.

    Jacques Michel*, milieuonderzoeker in Myanmar, legt uit dat Shwepyithar zo is ontworpen dat er voor elke honderd huizen één grote groene ruimte zou zijn – een ambitieus plan om openluchtrecreatie aan te moedigen. Door een gebrek aan geld en wilskracht van de gemeente zijn deze plekken echter leeg gebleven, waardoor ze ‘ideaal’ zijn om afval op te dumpen, aldus Michel. In tegenstelling tot Shwepyithar is Hlaing Tharyar ‘zeer dichtbebouwd, dus is er minder lege ruimte en is het dumpen van afval moeilijker’, voegt hij eraan toe.

    De fabrieken in Shwepyithar zorgen voor een groot deel van het afval dat in de gemeenschap gedumpt wordt, maar ze zijn niet de enige verantwoordelijke partij. Onder het afval dat Frontier onderzocht, bevonden zich verpakkingen van Lidl, Unico Penne Rigate, Foremost, Kasztelan, Spomlek en Oikos. Geen van deze bedrijven levert goederen aan Myanmar.

    U Htun Khaing*, een plasticrecycler en afvalimporteur gevestigd in Mandalay, zegt dat er in Myanmar ook afval ligt dat afkomstig is uit de VS, Japan, Maleisië, Zuid-Korea, Australië en, in mindere mate, Vietnam en enkele Afrikaanse landen die hij niet bij naam kon noemen.

    Volgens een woordvoerder van Spomlek, een Pools kaasmerk, exporteert het bedrijf geen goederen naar Myanmar en is onbekend hoe de verpakkingen van hun producten in het land terecht zijn gekomen. De woordvoerder verkondigt dat het afvalbeheer van het bedrijf ‘in overeenstemming met de regels’ is. 

    Ook Carlsberg Polska, dat Kasztelan (bier) produceert, zegt dat het geen afval exporteert en geen producten aan Myanmar levert. Het bedrijf suggereert dat het aangetroffen afval door individuele consumenten kan zijn weggegooid.

    De Canadese bedrijven Unico Penne Rigate en Foremost reageerden niet op een verzoek om commentaar. Ook Danone North America, dat Oikos (yoghurt) produceert, reageerde niet. Tegen Danone, dat wordt beschouwd als een van de grootste producenten van plastic wereldwijd, loopt momenteel in Frankrijk een vervuilingsrechtszaak.

    Ooit was China de grootste ontvanger van plastic afval, goed voor meer dan 45 procent van alle invoer wereldwijd

    De grootste hoeveelheid buitenlandse verpakkingen die Frontier in Shwepyithar vond, kwam van de Britse tak van Lidl, een Duitse supermarktketen met winkels in heel Europa die zich beroemt op een sterk milieubeleid. De verpakkingen van Lidl UK zijn afkomstig van massagoederen die in pakhuizen worden opgeslagen en die niet aan Myanmar worden geleverd. Volgens voormalig supermarktmedewerkers die de beelden hebben bekeken, betekent dit dat het plastic niet is gedumpt door lokale klanten, maar door het bedrijf zelf. Desondanks beweert Lidl UK dat al het plastic afval van het bedrijf ‘wordt verwerkt in het Verenigd Koninkrijk en dat Lidl een strikt beleid heeft tegen het versturen van afval of recyclebare materialen naar enig land in Azië’.

    In Shwepyithar is ook verpakkingstape van Lidl Polen gevonden. Een vertegenwoordiger van Lidl Polen beweert echter dat het bedrijf afval overdraagt aan derden, en dat in elk contract wordt opgenomen dat ‘verpakkingsafval binnen de Europese Unie wordt gerecycled’.

    Miljoenenhandel

    Maar het plastic dat Frontier vond, is slechts het topje van de ijsberg. Volgens gegevens van United Nations Comtrade, wereldwijd de grootste handelsdatabase, hebben landen aangegeven dat ze tussen 2017 en 2022 voor meer dan 70 miljoen dollar aan plastic afval naar Myanmar hebben geëxporteerd. Dat is 143.000 ton plastic afval, waarvan meer dan 114.000 ton afkomstig is uit Thailand. Hoewel dit slechts een fractie is van de tweeduizend ton die elke dag in Myanmar wordt gegenereerd, is het een aanzienlijke hoeveelheid, die bovendien in de loop van de tijd zou kunnen toenemen als regelgeving genegeerd blijft worden.

    Thailand en Myanmar waren niet altijd de favoriete bestemming voor buitenlands afval. Ooit was China de grootste ontvanger van plastic afval, goed voor meer dan 45 procent van alle invoer wereldwijd. Doordat de afvalverwerkingsindustrie kromp en de lucht- en watervervuiling toenam, kondigde China in 2017 echter een verbod aan op de invoer van plastic afval. Op zoek naar een nieuwe dumpplaats wendden veel exporteurs zich tot het nabijgelegen Zuidoost-Azië.

    Als een van de armste landen in de regio en een land dat bovendien bekendstaat om zijn zwakke wetshandhaving was Myanmar een gemakkelijke keuze. In het eerste jaar na het Chinese verbod meldde Myanmar een enorme toename van de invoer van plastic afval: van 1855 ton in 2017 tot maar liefst 71.050 ton in 2018. Het jaar daarop werd plastic afval toegevoegd aan de Negative Import List van Myanmar en werd de handel formeel verboden. Maar dat had weinig effect. 

    Westerse landen zoals de VS, die voorheen dagelijks naar schatting vierduizend containers met afval naar China stuurden, begonnen ook zendingen naar Maleisië en Vietnam te verschepen, maar deze twee landen voerden al snel hun eigen invoerverbod op plastic afval in.

    Terwijl de verontwaardiging wereldwijd groeide, werd in 2021 een amendement over plastic afval ingediend bij het Verdrag van Bazel, het wereldwijde verdrag dat de internationale afvalhandel reguleert. Alle VN-lidstaten ondertekenden het amendement, met uitzondering van de VS, Oost-Timor, Fiji en Zuid-Soedan. 

    De nieuwe wijziging in het verdrag verbiedt de export van gevaarlijk plastic en verplicht dat gemengd afval alleen mag worden verscheept naar landen die over de middelen beschikken om het adequaat op te ruimen. Bovendien moeten deze landen hier vooraf over worden ingelicht.

    Maar in Myanmar wordt het afval simpelweg gedumpt in wijken zoals Shwepyithar. Landen blijven plastic afval naar het land verschepen zonder het er vooraf over in te lichten.

    ‘Het is een geldprobleem, een machtsprobleem, een probleem van de politieke wil’

    Sinds Canada in 2021 is begonnen met het bijhouden van de export heeft Frontier niets gevonden wat aantoont dat bedrijven die plastic afval van Canada naar Myanmar exporteren, het land hier vooraf over hebben ingelicht. Sterker nog: Canada heeft volgens Environment and Climate Change sindsdien geen vergunningen afgegeven voor Myanmar of Thailand, terwijl het wel nog 5900 ton plastic afval naar Thailand heeft geëxporteerd en bijna 24 ton naar Myanmar.

    Spanje heeft, volgens gegevens die het aan UN Comtrade verstrekte, vorig jaar meer dan 470 ton plastic afval naar Myanmar verscheept. Frontier vond echter geen bewijs dat Spanje de zendingen vooraf had aangekondigd. Het Spaanse ministerie van Ecologische Transitie heeft bij het ter perse van deze rapportage gaan nog niet gereageerd.

    De Myanmarese autoriteit die toezicht houdt op het Verdrag van Bazel valt onder het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen en Milieubehoud, dat onder leiding staat van de junta. De autoriteit heeft niet gereageerd op verzoeken om commentaar per telefoon, e-mail en post.

    De EU heeft in 2021 haar eigen regelgeving ingevoerd, waarbij de export van gemengd of verontreinigd afval naar landen die geen deel uitmaken van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling [OESO], verboden wordt. De OESO is een groepering van 38 landen die voor het grootste deel welvarend zijn. De EU overweegt ook een volledig verbod op de export van alle plastic afval naar welk land dan ook.

    Jim Puckett, uitvoerend directeur van het Basel Action Network, een Amerikaanse organisatie die zich inzet tegen de export van giftig afval, legt uit dat Myanmar geen lid is van de OESO en dat daarom ‘al het gebruikte verpakkingsmateriaal wat van de EU naar Myanmar komt, vrijwel zeker illegale afvalhandel is’.

    ‘Regeringen willen zich niet houden aan de plasticamendementen. Het gaat gewoon om te veel geld. Ze kiezen ervoor om de andere kant op te kijken. De VN organiseert allerlei trainingen voor ambtenaren over de nieuwe afvalwijzigingen, maar het is geen educatief probleem. Het is een geldprobleem, een machtsprobleem, een probleem van de politieke wil,’ aldus Puckett.

    Op basis van gegevens van UN Comtrade is er een daling in de export geweest na de invoering van het verbod. In 2021 daalde de hoeveelheid plastic afval die naar Myanmar werd geëxporteerd van meer dan 13.084 ton naar ongeveer 9300 ton. Toch heeft geen enkel land aan deze praktijken een einde gemaakt en worden er nog steeds duizenden tonnen per jaar naar Myanmar verscheept. 

    Om die reden vinden campagnevoerders dat het VN-verdrag over kunststoffen – waarover momenteel wordt onderhandeld en dat naar verwachting eind volgend jaar wordt afgerond – alle export van plastic afval moet verbieden.

    ‘De plasticamendementen van Bazel hebben niet gewerkt. Elk land moet zijn verantwoordelijkheid nemen. Het is zo hypocriet – je moet je afval thuis houden. En misschien ook zorgen dat je er minder van produceert,’ zegt Jan Dell, oprichter van The Last Beach Cleanup, een Amerikaanse organisatie die zich richt op bewustwording over plasticvervuiling. ‘Er is geen enkele manier om deze praktijk te rechtvaardigen; export van plastic afval is simpelweg niet verantwoord.’

    ‘We want more’

    Enerzijds willen buitenlandse bedrijven hun plastic graag lozen in een ongereguleerde omgeving. Anderzijds nemen lokale recyclers in Myanmar het graag in ontvangst, vooral omdat de vraag naar gerecycled plastic – dat vaak goedkoper is dan nieuw plastic – is gestegen sinds de staatsgreep. 

    Htin Kyaw Win mengt buitenlands plastic afval met lokale grondstoffen om er polypropyleenzakken van te maken voor het verpakken van rijst en bonen. U Aung Kyi She*, die eigenaar is van een recyclingfabriek in Mandalay, gebruikt geïmporteerd afval om plastic pellets te maken – kleine stukjes plastic van vaak niet meer dan een paar centimeter breed, die worden gebruikt voor de fabricage van nieuwe producten. Die palets verkoopt hij vervolgens door aan andere fabrieken.

    ‘In alle gesprekken die we met recyclers hebben gehad, was de strekking: “We willen meer buitenlands plastic afval.” Het is op lange termijn goedkoper, het is van hogere kwaliteit, gemakkelijker te gebruiken, minder vies, betrouwbaarder,’ aldus Michel. Zo vertelt Htun Khaing, eigenaar van twee recyclingfabrieken in Mandalay, dat hij de voorkeur geeft aan buitenlands plastic omdat het ‘schoner’ is. ‘We geven de voorkeur aan geïmporteerd afval, ook al moeten we er meer voor betalen. Als we het lokale afval gebruiken, zijn er meer stappen nodig om het te wassen en te reinigen,’ zegt Htun Khaing.

    Hij legt uit dat plastic waterflessen in veel landen na één keer gebruik worden weggegooid, maar dat ze in Myanmar ‘meerdere keren worden hergebruikt’. Tegen de tijd dat ze in zijn fabriek in Mandalay belandt, moet een plastic waterfles uit eigen land veel uitgebreider worden schoongemaakt – wat dus meer tijd en middelen kost – dan een fles die uit het buitenland is geïmporteerd.

    ‘Als we het geïmporteerde afval gebruiken, kunnen we het direct in de machine stoppen, zodat het proces sneller verloopt en de kwaliteit van de producten beter is,’ zegt hij.

    Aye Thway Ni*, eigenaar van een plasticfabriek in Mandalay, zegt dat sommige artikelen die ze produceert ‘alleen vervaardigd kunnen worden met buitenlandse grondstoffen’. Ze legt uit dat binnenlandse materialen van ‘slechte kwaliteit’ zijn en daarom alleen kunnen worden gebruikt om kleine voorwerpen te maken, zoals flessendoppen. Met buitenlandse grondstoffen kunnen daarentegen hele waterflessen worden gemaakt.

    Je mag niets doen waarbij POP’s vrijkomen, omdat ze nooit verdwijnen

    Maar het importeren van plastic brengt ook risico’s met zich mee. Hoewel buitenlandse ladingen meestal schoner afval van hogere kwaliteit bevatten, is niet elk stuk bruikbaar en het is bijna onmogelijk om plastic van lagere kwaliteit terug te sturen. Plastic dat niet kan worden gebruikt, belandt op stortplaatsen, in waterwegen of, in het geval van Shwepyithar, direct voor de huizen van mensen.

    ‘Om het geïmporteerde afval te krijgen, moeten we een hele container kopen, waar veel gemengd afval in zit. Dus halen we er het een en ander uit en dat maken we schoon. Maar we kunnen het onbruikbare afval niet terugbrengen, dus moeten we het weggooien, en dat betekent minder winst voor ons,’ zegt Ko Win Tun Tun*, die bij een grote recyclingfabriek in Yangon werkt.

    Win Tun Tun zegt dat zijn fabriek de gemeentelijke autoriteiten tussen de zestigduizend en honderdtwintigduizend kyat (tussen de 27 en 54 euro) betaalt om ‘het afval op stortplaatsen te lozen’. Hij vertelt dat ze per maand normaal gesproken één groot voertuig vol met plastic afval dumpen. Min Hset Myat zegt dat zijn fabriek in Yangon ongeveer 10 procent van het geïmporteerde buitenlandse afval opruimt door het te begraven of te verbranden. ‘Meestal verbranden we het,’ zegt hij.

    Het verbranden van afval is gangbaar in Myanmar, maar kan ernstige gezondheidsrisico’s met zich meebrengen. Kunststof van polyvinylchloride (pvc) bijvoorbeeld, dat in allerlei materialen wordt gebruikt, van raamkozijnen tot afvoerbuizen, stoot bij verbranding giftige dampen uit die met borstkanker en andere vormen van kanker in verband worden gebracht.

    ‘Deze chemicaliën staan bekend als POP’s – persistent organic pollutants [persistente organische verontreinigende stoffen]. Ze zijn wereldwijd verboden. Je mag niets doen waarbij POP’s vrijkomen, omdat ze nooit verdwijnen. Als ze in de lucht terechtkomen, nestelen ze zich op alles – op voedsel, op water, alles wat je binnenkrijgt. Zo komen ze in je lichaam en daar blijven ze,’ zegt Michel. ‘In deze plastic afvalbergen zit altijd PVC – de vraag is hoeveel.’

    Van de buitenlandse kunststoffen die in Shwepyithar zijn gevonden, kwam polyethyleen (PE) het meeste voor. PE, dat in plastic zakken en de meeste voedselverpakkingen zit, is het meest gebruikte plastic ter wereld en kan in zijn pure vorm relatief gemakkelijk gerecycled worden. Maar zuiverheid is zeldzaam – Michel legt uit dat PE-producten vaak 10 tot 30 procent andere chemicaliën bevatten, waardoor ze veel moeilijker te recyclen zijn en schadelijker zijn in het geval van verbranding. ‘Telkens als je plastic verbrandt, stoot je deze chemische cocktail uit in de lucht,’ zegt Michel. ‘Maar mensen verbranden het afval omdat ze geen idee hebben wat ze ermee moeten doen.’

    ‘Het water wordt vies en donker. Als we het aanraken, beginnen onze benen te jeuken’

    Afval wordt ook gedumpt in waterwegen en riolen, zoals in Shwepyitars zevenentwintigste district. Daw Aye Mi, die sinds 2018 in de nederzetting woont, zegt dat het dumpen de afgelopen twee jaar een ernstig gevaar voor de gezondheid van de gemeenschap is geworden. ‘Als er ergens een stortplaats is, denken mensen dat ze hun afval daar kunnen lozen, en dat doen ze dan ook. Daarna drijft het via waterwegen naar andere woonwijken. Het water wordt vies en donker. Als we het aanraken, beginnen onze benen te jeuken,’ zegt ze. Ze laat zweren op haar been zien die ze naar eigen zeggen heeft opgelopen door zich in het water te wassen.

    Het gebrek aan bewustzijn over veilige afvalverwerking wordt nog eens verergerd door onvoldoende toezicht en corruptie, vooral sinds de staatsgreep. Drie bewoners van twee districten in Shwepyitar vertellen dat ambtenaren van het district hen onder druk zetten om overeenkomsten te ondertekenen die het dumpen van afval in hun gemeenschap mogelijk maken. 

    ‘Alle bewoners tekenden, dus ik ook. Ik wilde niet de enige zijn die bezwaar maakte. Ik zou niet durven,’ zegt Daw Thwe Kyi Kyi*, een alleenstaande moeder die als voedselverkoper in het negende district werkt.

    Michel legt uit dat het in Myanmar niet gangbaar is om de autoriteiten te confronteren met milieukwesties. Zelfs vóór de coup was er onder verkozen regeringen weinig protest vanuit de getroffen gemeenschappen. Maar sinds de militaire machtsovername is de terughoudendheid veel groter, waardoor Myanmar ‘de perfecte plek is voor het dumpen van afval en voor elke andere vorm van uitbuiting’, aldus Michel.

    Weinig vertrouwen

    ‘Veel mensen zijn bang om zich uit te spreken over hun zorgen, uitdagingen en problemen. Er is veel minder ruimte voor,’ zegt hij. ‘Er is niemand met wie mensen kunnen praten en daarom doen ze dat ook niet. Er is weinig vertrouwen in de instellingen die hun problemen zouden moeten oplossen, dus proberen ze het niet eens.’

    Zeya Kyaw Moe, de 55-jarige inwoner van het elfde district, heeft voorgesteld dat de districtsbeheerder een bijeenkomst zou houden met alle leden van de gemeenschap om samen te beslissen hoe het afval moet worden beheerd. Maar hij heeft nooit iets gehoord en is bang om op de kwestie aan te dringen. ‘In normale tijden, onder een burgerregering, zouden dit soort problemen makkelijk op te lossen zijn. Maar nu krijgen we moeilijkheden als we ergens over klagen,’ zegt Zeya Kyaw Moe. ‘Niemand durft zich uit te spreken, dus moet ik dit ondergaan totdat ik kan verhuizen. Mijn buren hebben me geadviseerd om niets meer tegen het bestuur over de stortplaats te zeggen, omdat ze bang zijn dat ik in de problemen kom.’

    ‘Op mijn leeftijd kan ik het niet meer verdragen om geslagen of gemarteld te worden. Ik kan alleen nog maar hopen. Mijn geest is niet meer zo sterk als toen ik jong was.’

    * Om veiligheidsredenen is er een pseudoniem gebruikt.

    Kyaw Zin, Nandi Theint, Charlotte Alfred, Eva Constantaras, Nalinee Maleeyakul, Mia Rabson en Mariusz Sepiolo hebben bijgedragen aan deze reportage.

    De productie van dit onderzoek werd ondersteund door een subsidie van het fonds Investigative Journalism for Europe (IJ4EU). Dit artikel is gepubliceerd in samenwerking met Prachatai, The Canadian Press, Front Story, The Independent en Politico.

  • Een dag zonder plastic

    Een dag zonder plastic

    Plastic is slecht voor de planeet, en toch is het overal. De bevindingen van een Amerikaanse journalist die een dag zonder probeert te leven.

    Keuze uit het archief

    Volgens onderzoek dat deze week in het tijdschrift The Lancet eBioMedicine is gepubliceerd, is plastic verantwoordelijk voor honderdduizenden doden per jaar. Zo zouden in 2018 alleen al wereldwijd ruim 356.000 mensen gestorven zijn door hartziekten als gevolg van dagelijkse blootstelling aan DEHP, een toxische stof die in veel plastic spullen zit.
    We zouden plastic uit ons leven moeten bannen, maar dat is onmogelijk, want het is overal. Daar kom je pas achter als je probeert één dag zonder plastic te leven. Journalist Arnold Jacobs nam de proef op de som en schreef zijn ervaringen op in deze longread van The New York Times.

    Toen ik wakker werd op de dag dat ik ging proberen geen plastic producten te gebruiken – of zelfs maar aan te raken – zette ik vrijwel meteen mijn blote voeten op het tapijt. Het is gemaakt van nylon; een soort plastic. Mijn experiment was net tien seconden bezig en ik was al in overtreding.

    Sinds plastic meer dan een eeuw geleden werd uitgevonden, is het in elke vezel van ons leven binnengedrongen. Het is moeilijk om ook maar een paar minuten niet met dit onverwoestbare, lichte, veelzijdige materiaal in aanraking te komen. Plastic heeft elk modern gemak mogelijk gemaakt en kan op duizenden manieren worden toegepast. Maar het heeft ook nadelen, vooral voor het milieu. Vorige week probeerde ik als experiment om vierentwintig uur lang helemaal zonder plastic te leven. Zo wilde ik erachter zien te komen welke plastic spullen we niet kunnen missen en welke eventueel overbodig zijn.

    Meestal check ik ’s morgens nadat ik wakker word mijn iPhone. Op die bewuste dag was dat niet mogelijk, want elke iPhone bevat behalve aluminium, ijzer, lithium, goud en koper ook plastic. Ter voorbereiding op het experiment had ik mijn toestel in een kast opgeborgen. Al snel voelde ik me gedesoriënteerd maar ook stoutmoedig, alsof ik een soort onverschrokken tijdreiziger was.

    Ik liep naar de badkamer, maar ging niet meteen naar binnen. ‘Kun je de deur voor me opendoen?’ vroeg ik aan Julie, mijn vrouw. ‘Op de deurknop zit een plastic coating.’ Ze deed voor me open en zuchtte: ‘Dit wordt een lange dag.’

    Routine

    Mijn ochtendroutine moest compleet op de schop. Daarvoor had ik de dagen voorafgaand aan mijn experiment zorgvuldige voorbereidingen getroffen. Zo kon ik mijn normale tandpasta, tandenborstel, shampoo en vloeibare zeep alvast niet gebruiken.

    Gelukkig is er een enorm aanbod van plasticvrije producten voor milieubewuste consumenten. Ik had er een hele trits van aangeschaft, waaronder een bamboe tandenborstel met haren van wilde zwijnen van Life Without Plastic. ‘De borstelharen zijn volledig gesteriliseerd,’ vertelde Jay Sinha, mede-eigenaar van het bedrijf, toen ik hem de week ervoor sprak.

    In plaats van tandpasta gebruikte ik mijn potje grijze tandpastakorrels van houtskool met munt. Ik kauwde erop, nam een slok water en poetste mijn tanden. De smaak was lekker, mijn askleurige spuug oogde minder fris.

    Het shampooblok dat ik had aangeschaft beviel me wel. Een shampooblok is precies dat: een blok shampoo. De mijne ruikt naar roze grapefruit en vanille, en schuimt goed. Voorstanders van het shampooblok zeggen dat het per wasbeurt goedkoper is dan shampoo in flessen (een blok kan 80 keer gebruikt worden). En dat is mooi, want het plasticvrije leven kan duur zijn. Package Free, een stijlvol verkooppunt in de NoHo-buurt van Manhattan dat grenst aan de Goop-winkel van Gwyneth Paltrow, verkoopt scheermessen van zink en roestvrijstaal voor 84 dollar, ongeveer 77 euro. Ze verkopen er overigens ook ‘de eerste biologisch afbreekbare vibrator ter wereld’.

    Op advies van een blogger heb ik een doe-het-zelfdeodorant gemaakt van tea tree-olie en zuiveringszout. De geur doet denken aan een middeleeuwse kathedraal, maar is niet geheel onaangenaam. Je eigen spullen maken is zeker een manier om plastic te vermijden, maar je hebt er wel vrije tijd voor nodig – een luxe. Voordat ik in de badkamer klaar was, had ik de regels een tweede keer overtreden; ik moest naar de wc.

    Op basis van onderzoek schat ik dat ik ongeveer 800 plastic voorwerpen per jaar in de vuilnisbak gooi

    Ook aankleden was een uitdaging, aangezien zoveel kledingstukken plastic bevatten. Ik had een wollen broek besteld, maar die was nog niet gearriveerd. In plaats daarvan koos ik een oude, comfortabele chino van Banana Republic. Op het label staat ‘100 procent katoen’, maar toen ik het de dag ervoor navroeg bij een behulpzame vertegenwoordiger van Banana Republic, bleek het iets ingewikkelder te liggen. De hoofdstof is inderdaad 100 procent katoen, maar er zit plastic in de rits, en verder in de tailleband, het geweven label, de zakken en de draden, aldus de vertegenwoordiger. Ik sneed in mijn duim toen ik probeerde het zwarte merklabel eraf te snijden met een volledig metalen mes. In plaats van een pleister – ja, plastic – moest ik gegomde tape van papier gebruiken om het bloeden te stoppen.

    Gelukkig was ik met mijn ondergoed niet in overtreding: blauwe boxers van Cottonique van 100 procent biologisch katoen met een katoenen koord in plaats van de elastische tailleband, die vaak van plastic is. Na een zoektocht op internet koos ik het uit een lijst met ‘14 Hot & Sustainable Underwear Brands for Men’.

    Verder had ik het geluk dat onze vriendin Kristen als verjaardagscadeau voor mijn vrouw een trui had gebreid met blauwe en paarse rechthoeken van 100 procent merinowol. ‘Mag ik die trui van Kristie een dagje lenen?’ vroeg ik aan Julie. ‘Maar dan lubbert ie uit,’ zei ze. ‘Het is voor de planeet, hè?’ antwoordde ik.

    Kunststoffen

    Volgens een rapport van de Verenigde Naties produceert de wereld jaarlijks ongeveer 400 miljoen ton plastic afval. Ongeveer de helft wordt na eenmalig gebruik weggegooid. Het rapport merkt op dat ‘we verslaafd zijn geraakt aan plastic producten voor eenmalig gebruik – met ernstige gevolgen voor het milieu, de maatschappij, de economie en de gezondheid’.

    Ik ben een van die verslaafden. Op basis van onderzoek schat ik dat ik ongeveer 800 plastic voorwerpen per jaar in de vuilnisbak gooi – verpakkingen voor afhaaleten, pennen, bekers, verpakkingsmateriaal van Amazon met piepschuim erin en nog veel meer. Voor mijn Dag Zonder Plastic verdiepte ik me in een aantal no-plastic en zero waste-boeken, video’s en podcasts. Een van die boeken, Life Without Plastic: The Practical Step-by-Step Guide to Avoiding Plastic to Keep Your Family and the Planet Healthy van Jay Sinha en Chantal Plamondon, was door Amazon verpakt in doorzichtig plastic, als een stuk kaas. Toen ik dit aan Sinha vertelde, beloofde hij erachteraan te gaan.

    Ik belde ook met Gabby Salazar, een sociaal wetenschapper die zich verdiept in wat mensen motiveert om milieuzaken te steunen. Ik vroeg haar om advies voor mijn plasticvrije dag. ‘Het is misschien beter om klein te beginnen,’ zei Salazar. ‘Eerst één gewoonte – bijvoorbeeld altijd een roestvrijstalen waterfles meenemen. Als je dat onder de knie hebt, doe je er iets bij. Je neemt bijvoorbeeld altijd een tasje mee naar de supermarkt. Als je geleidelijk opbouwt, kom je tot echte veranderingen. Anders raak je alleen maar overweldigd.’ ‘Misschien dat dat wel verhelderend werkt?’ opperde ik. ‘Dat zou mooi zijn,’ zei Salazar.

    Verontrustende effecten zijn onder meer gedragsproblemen

    Toegegeven, helemaal zonder plastic leven is waarschijnlijk een absurd idee. Ondanks de nadelen vormt de stof een cruciaal onderdeel van medische apparatuur, rookmelders en helmen. De slagzin van de plasticindustrie uit de jaren negentig bevat een waarheid: ‘Kunststoffen maken het mogelijk’.

    In veel gevallen kan plastic het milieu helpen. Zo zijn plastic vliegtuigonderdelen lichter dan metalen, wat minder brandstof en minder CO₂-uitstoot betekent. Zonnepanelen en windturbines hebben kunststof onderdelen. Maar de aarde ligt bezaaid met het spul, vooral in wegwerpvorm. Het Earth Policy Institute schat dat mensen er jaarlijks een biljoen plastic tassen voor eenmalig gebruik doorheen jagen.

    De crisis zat er al lang aan te komen. Er is enige discussie over wanneer plastic zijn intrede deed, maar velen houden 1855 aan, toen de Britse metaalbewerker Alexander Parkes een thermoplastisch materiaal patenteerde als waterdichte coating voor stoffen. Hij noemde de stof ‘Parkesine’. In tientallen jaren tijd zijn in laboratoria over de hele wereld andere soorten ontstaan, allemaal gebaseerd op soortgelijke chemie. Het zijn polymeerketens en de meeste worden gemaakt van aardolie of aardgas. Door chemische toevoegingen variëren kunststoffen enorm. Ze kunnen ondoorzichtig of transparant zijn, schuimend of hard, rekbaar of breekbaar. Ze zijn bekend onder vele namen, zoals polyester en piepschuim, en met afkortingen als PVC en PET.

    Prefab-afval

    De productie van kunststof nam een hoge vlucht tijdens de Tweede Wereldoorlog. Kunststof was cruciaal voor de oorlogvoering, denk aan nylon parachutes en plexiglas vliegtuigramen. Na de oorlog ontstond een ware hausse, aldus Susan Freinkel, auteur van Plastic: A Toxic Love Story, een boek over de geschiedenis en de wetenschap van plastic. ‘Plastic werd verwerkt in dingen als formica toonbanken, koelkastzakken, auto-onderdelen, kleding, schoenen, kortom in alles wat werd ontworpen om lange tijd mee te gaan,’ volgens Freinkel.

    En toen kwam de ommekeer. ‘We zijn in de problemen gekomen toen we overgingen op spullen voor eenmalig gebruik,’ aldus Freinkel. ‘Ik noem dat prefab-afval.’ De overdaad aan rietjes, bekertjes, zakjes en andere kortstondig te gebruiken zaken heeft geleid tot rampzalige gevolgen voor het milieu. Volgens een studie van de Pew Charitable Trusts komt er elk jaar meer dan 11 miljoen ton plastic in de oceanen terecht.

    Bijna een vijfde van het plastic afval wordt verbrand, waarbij CO2 in de lucht terechtkomt, aldus de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling. Deze meldt ook dat slechts 9 procent van het plastic wordt gerecycled. Sommige plastics zijn niet rendabel om te recyclen, andere soorten nemen door recycling af in kwaliteit.

    Plastic kan bovendien schadelijk zijn voor onze gezondheid. Bepaalde plastic additieven – zoals BPA en ftalaten – kunnen volgens het National Institute of Environmental Health Sciences het endocriene systeem bij mensen verstoren. Verontrustende effecten zijn onder meer gedragsproblemen en een lagere testosteronspiegel bij jongens en een lagere hormoonspiegel van de schildklier en vroeggeboorten bij vrouwen.

    ‘Het oplossen van het plasticprobleem mag niet volledig in de schoot van de consument worden geworpen,’ vindt Salazar. ‘We moeten er op alle fronten aan werken.’

    Rauw voedsel

    Al aan het begin van mijn dag zonder plastic, begon ik de wereld anders te bekijken. Alles zag er bedreigend uit, alsof overal polymeren in zaten. Vooral de keuken was bijzonder beladen. Alles wat ik kon gebruiken om te koken was verboden terrein – broodrooster, oven, magnetron. Mijn zoon zwaaide met een plastic zakje gevuld met wentelteefjes. ‘Wil je hier wat van?’ En of ik dat wilde. Maar in plaats daarvan ging ik op zoek naar rauw voedsel.

    Ik verliet mijn woning via de trap, in plaats van de lift met zijn plastic knoppen, en liep naar een natuurvoedingswinkel in de buurt van ons appartement aan de Upper West Side in Manhattan.

    Ik probeer altijd een stoffen tas mee te nemen als ik ga winkelen. Deze keer had ik wel zeven tassen van verschillende grootte bij me, allemaal van katoen. Ik had ook twee glazen bakjes meegenomen.

    In de winkel vulde ik een van mijn katoenen tassen met appels en sinaasappels. Bij nadere inspectie zag ik dat op elke schil een sticker met een code zat. Een mogelijke overtreding, die ik negeerde. Met een schone stalen pollepel die ik van huis had meegenomen, schepte ik walnoten en havermout in mijn glazen bakjes. Dat de winkelbakken van plastic waren, negeerde ik, want ik had honger.

    Ik ging naar de kassa om af te rekenen. Maar dat was een probleem. Creditcards konden niet. Apple Pay met mijn iPhone kon ook niet. Ook papiergeld zou een overtreding zijn. Want ook al is Amerikaans papiergeld voornamelijk gemaakt van katoen en linnen, elk biljet bevat ongetwijfeld synthetische vezels, en de grotere biljetten bevatten een veiligheidsdraad van plastic om vervalsing te voorkomen.

    Voor de zekerheid had ik een katoenen zak vol munten meegenomen. Ja, een grote zak vol kwartjes, dubbeltjes en centen – ongeveer 60 dollar die ik had opgenomen bij Citibank en uit de spaarpotten van mijn kinderen had gehaald. Bij de kassa begon ik vliegensvlug de muntjes te stapelen, terwijl ik af en toe een nerveuze blik wierp naar de klanten achter me in de rij.

    ‘Het spijt me echt dat dit zo lang duurt,’ zei ik. ‘Dat geeft niks,’ zei de man achter de kassa. ‘Ik mediteer elke ochtend om met dit soort dingen om te kunnen gaan.’ Hij voegde eraan toe dat hij mijn inzet voor het milieu waardeerde. Het was mijn eerste positieve feedback. Ik telde 19 dollar en 2 cent neer – allemaal muntjes! – en ging naar huis om te ontbijten: noten en sinaasappels op een metalen koekblik, dat ik op schoot hield.

    De passagiers waren zo verdiept in hun telefoon dat de aanblik van een man op een houten stoel hen ontging

    Een paar uur later liep ik, op zoek naar een plasticvrije lunch, naar Lenwich, een broodjes- en saladezaak bij mij in de buurt. Ik was er al vroeg in de middag, met een rechthoekige glazen schaal en bamboebestek. ‘Kunt u de salade in deze glazen schaal bereiden?’ vroeg ik, terwijl ik het geval omhoog hield. ‘Ogenblik alstublieft,’ zei de man achter de toonbank kortaf. Hij riep een manager, die het oké vond. Maar mijn volgende verzoek, om mijn stalen schep te gebruiken, wees de manager af.

    Na de lunch ging ik naar Central Park, in de veronderstelling dat dit de plek in Manhattan zou zijn waar ik kon ontspannen in een plasticvrije omgeving. Ik nam de metro, wat me nog meer overtredingen opleverde, aangezien de treinen zelf plastic onderdelen hebben en je een MetroCard of smartphone nodig hebt om op het perron te komen. Maar de plastic oranje stoelen vermeed ik. Ik had mijn eigen stoel meegenomen: een ongeverfde, opklapbare teakhouten stoel in Scandinavische stijl, hard en strak. Die had ik ook al in mijn appartement gebruikt om het plastic van stoelen en banken te omzeilen. Ik zette mijn stoel neer bij een paal in het midden van de wagon. Een van de passagiers had zo’n spreek-me-alsjeblieft-niet-aan-blik in de ogen, de andere waren zo verdiept in hun telefoon dat de aanblik van een man op een houten stoel hen ontging.

    Tijdens mijn parkwandeling zag ik plastic tandenstokers op de grond liggen, een zwart plastic mes en een plastic tas.

    Microplastics

    Thuisgekomen legde ik enkele van mijn indrukken vast. Ik schreef op papier met een ongeverfd cederhouten potlood uit een ‘Zero Waste Pencil tin set’ (gewone potloden bevatten namelijk met plastic gevulde gele verf). Na een tijdje haalde ik wat water. En toen kreeg ik te maken met misschien wel het meest alomtegenwoordige probleem van alle: microplastics. Die kleine deeltjes zijn echt overal – in ons drinkwater, in de lucht die we inademen, de oceanen. Microplastics zijn onder meer afkomstig van plastic afval dat is vergaan.

    Zijn ze schadelijk voor ons? Ik sprak met verschillende wetenschappers, en over het algemeen was het antwoord: we weten het nog niet. ‘Ik denk dat we hier de komende jaren een beter inzicht in zullen krijgen,’ aldus Todd Gouin, consultant op het gebied van milieuonderzoek. Voor wie extra voorzichtig wil zijn, bestaan er producten die beweren microplastics uit water en lucht te filteren.

    Ik had een kan gekocht van LifeStraw waar een membraanmicrofilter in zit. Natuurlijk bevatte de kan zelf plastic onderdelen, dus kon ik hem niet gebruiken op de grote dag. In plaats daarvan stond ik de avond ervoor enige tijd aan het aanrecht om water te filteren en er weckpotten mee te vullen. Onze keuken zag eruit alsof we ons voorbereidden op de apocalyps.

    Het water smaakte bijzonder zuiver, wat volgens mij een soort placebo-effect was. Ik zat een tijdje op mijn houten stoel te schrijven. Zonder telefoon. Zonder internet. Julie had medelijden met me en bood aan een kaartspelletje te doen. Ik schudde mijn hoofd. ‘Plastic coating,’ zei ik.

    Rond negen uur ’s avonds nam ik onze hond mee voor haar avondwandeling. Ik had online een riem gekocht van 100 procent katoen. De poepzakjes had ik thuisgelaten, want zelfs de duurzame die ik had zijn gemaakt van gerecycled of plantaardig plastic. In plaats daarvan had ik een metalen spatel bij me. Gelukkig hoefde ik die niet te gebruiken.

    ‘Vergeet niet dat plastic niet de vijand is. Eenmalig gebruik is de vijand’

    Om halfelf ging ik uitgeput op mijn geïmproviseerde bed liggen: katoenen lakens op de houten vloer, want mijn matras en kussens bevatten plastic. De volgende ochtend werd ik wakker, blij dat ik mijn beproeving had overleefd en mijn telefoon weer terug had – maar ergens voelde ik me ook verslagen. Ik had 164 overtredingen begaan.

    Zoals Salazar had voorspeld, was het overweldigend geweest. En er was nog veel onduidelijk, zelfs nadat ik me wekenlang in het onderwerp had verdiept. Welke plasticvrije artikelen maken echt het verschil, en wat is louter greenwashing? Is het een goed idee om tandenborstels met zwijnenhaar te gebruiken, deodorant van tea tree, apparaten die microplastics filteren en papieren rietjes, of maakt al die moeite ons zo gek dat we de zaak uiteindelijk juist schaden? Ik belde Salazar voor peptalk.

    ‘Je kunt jezelf zeker gek maken,’ zei ze. ‘Maar het gaat niet om perfectie, het gaat om vooruitgang. Geloof het of niet, individueel gedrag is belangrijk. Het telt op. En vergeet niet,’ ging ze verder, ‘dat plastic niet de vijand is. Eenmalig gebruik is de vijand. De cultuur om iets maar één keer te gebruiken en dan weg te gooien.’

    Ik dacht terug aan iets wat Susan Freinkel me had verteld: ‘Ik ben helemaal geen absolutist. Als je in mijn keuken zou komen, zou je zeggen, wat krijgen we nou? Je hebt dit boek geschreven en kijk eens hoe je leeft!’ Maar Freinkel doet wel moeite, vertelde ze. Ze vermijdt onder andere wegwerpzakjes, bekers en verpakkingen.

    Ondanks mijn niet geheel geslaagde poging tot een eendagsonthouding beloof ik dat ook te proberen. Ik begin met kleine dingen, om eraan te wennen. Zoals het shampooblok. En ik kan zakjes voor groente en fruit meenemen naar de supermarkt. Misschien neem ik zelfs mijn stalen waterfles en bamboe bestek mee als ik naar Lenwich ga. En daarna, wie weet? Ik draag in ieder geval met trots het T-shirt met de tekst ‘Keep the Sea Plastic Free’ dat ik online kocht in de dagen voorafgaand aan mijn experiment. Het bevat maar 10 procent polyester.

  • In Katwijk beschermen opstijgende luchtbellen het strand tegen plastic afval

    In Katwijk beschermen opstijgende luchtbellen het strand tegen plastic afval

    Bij de monding van de Oude Rijn experimenteert The Great Bubble Barrier met de zogenaamde ‘bellenbarrière’; een 120 meter lange vloed van opstijgende luchtbellen moet plastic afval naar één kant duwen zodat het kan worden ingezameld. ‘Met het bellenscherm verwachten we dat tussen de 86 en 90 procent van het plastic wordt verwijderd.’

    Vijf jaar geleden rees bij Claar-els van Delft het vermoeden dat veel plastic afval op het strand van Katwijk niet was achtergelaten door bezoekers, noch uit de zee kwam, maar uit de monding van een nabijgelegen rivier.

    ‘Bij het opruimen van zwerfvuil zagen we bij de riviermonding allerlei stukjes plastic die uit zoet water kwamen,’ zegt ze. ‘Tamponhulzen, borstelharen, maar ook verpakkingen van chips en dranken, van alles.’

    En jawel, toen vrijwilligers een olievat met rivierwater uit de Oude Rijn doorziftten, ontwaarden ze tussen het kroos kleine plastic deeltjes. ‘We schrokken van alle vervuiling die we zagen,’ zegt Van Delft, medeoprichter van de plaatselijke liefdadigheidsinstelling Coast Busters.

    Katwijk is ’s werelds eerste plek waar een ‘bellenbarrière’ in een rivier wordt geïnstalleerd

    Fast forward naar juli 2022: Katwijk is ’s werelds eerste plek waar een ‘bellenbarrière’ in een rivier wordt geïnstalleerd – een experiment waarbij een 120 meter lange vloed van opstijgende luchtbellen, tezamen met de stroming, plastic afval naar één kant duwt, zodat het kan worden ingezameld.

    The Great Bubble Barrier 1.2.3
    De Great Bubble Barrier aan het werk in Amsterdam. © The Great Bubble Barrier

    ‘We leggen een geperforeerde buis schuin op de bodem van de waterweg en pompen daar perslucht doorheen: de opstijgende luchtbellen veroorzaken een opwaartse stroom die plastic uit de waterkolom naar de oppervlakte tilt, waarna het aan de oppervlakte – met behulp van de stroming – allemaal naar één kant wordt geduwd,’ legt Philip Ehrhorn uit, hoofd technologie bij de Nederlandse startup The Great Bubble Barrier. ‘Hier zorgt het gemaal voor de doorstroom. Ook de wind kan afval in het opvangsysteem dwingen.’

    Het bedrijf, dat wordt gerund door een team van enthousiaste zeilers, surfers en andere waterliefhebbers, won in 2018 een zogeheten internationale Postcode Lottery Green Challenge en startte het jaar daarop zijn eerste permanente proefproject in een gracht in Amsterdam. Dat pakte zo veelbelovend uit dat het waterschap Rijnland, twaalf gemeenten en de regio’s Holland Rijnland en Zuid-Holland – samen met Coast Busters en lokale fondsenwervers – besloten om 470.000 euro te investeren in de bouw van een rivierbellenbarrière.

    Oude Rijn

    Jacco Knape, locoburgemeester van de gemeente Katwijk, vertelt hoe hij met eigen ogen zag hoe groot de plaatselijke plasticproblematiek is tijdens een strandafvalopruimingsactie waarvoor hij was uitgenodigd. ‘Plasticvervuiling is wereldwijd een groeiend probleem,’ zegt hij. ‘Ze treft zowel leefgemeenschappen als het milieu. Katwijk is helaas geen uitzondering. We zien plasticvervuiling door strandbezoekers die wikkels en ander plastic achterlaten, maar we zijn ook het laatste station voordat al het met de Oude Rijn meegenomen plastic in zee vloeit. Met dit bellenscherm kunnen we die plastic invasie een halt toeroepen.’

    Bubble Barrier Amsterdam in Westerdok Credits The Great Bubble Barrier.JPG
    Zo zal de grote bellenblaasmachine eruitzien van bovenaf. – © The Great Bubble Barrier

    Bas Knapp, bestuurslid bij Waterschap Rijnland, denkt dat de bellenbarrière de trek van vissen niet zal hinderen en investeert 42.000 euro per jaar om de vinding te laten draaien. ‘We hebben een test gedaan waaruit bleek dat in het gemaal slechts een op de 233 stukjes plastic groter dan 1 millimeter uit het water wordt gefilterd,’ zegt hij. ‘Met het bellenscherm verwachten we dat tussen de 86 en 90 procent van het plastic wordt verwijderd. Het was enorm veelbelovend. Dit is een van onze grootste riviermondingen en een heel goede plek om door middel van zo’n proef te proberen het plastic dat naar zee gaat, terug te dringen.’

    ‘Er is ons ook gevraagd om iets te doen voor een grote internationale haven als Rotterdam’

    Anne Marieke Eveleens, medeoprichter van The Great Bubble Barrier, houdt zich bezig met uitbreiding van de techniek. Mogelijk komt er een barrière in een estuarium in Portugal. Ook zijn er plannen voor een project in Zuidoost-Azië. ‘Er is ons ook gevraagd om iets te doen voor een grote internationale haven als Rotterdam – daar is het 20 meter diep, maar dat is nu nog niet te realiseren,’ erkent ze. ‘Ook de aanwezigheid van veel schepen en het meerdere keren per jaar baggeren maken het lastig.’

    Hoe het ook zij, velen denken dat deze techniek voor specifieke scenario’s zeer veelbelovend is. Frans Buschman, onderzoeker milieuhydrodynamica van het onafhankelijke instituut Deltares, heeft de barrière in Amsterdam getest met zo’n duizend gemarkeerde mandarijnen. ‘We hebben ze op diverse punten geloosd en geteld hoeveel er werden gevangen,’ zegt hij. ‘Aan de zijde van het opvangsysteem was dat tot negentig procent; aan de andere zijde was het percentage soms aanzienlijk lager, waarschijnlijk omdat daar een plek is waar de bubbelintensiteit niet zo hoog is. Daar glipten nogal wat mandarijnen ertussendoor.’

    Plastic sorting 13
    Plastic afval uit de rivier wordt gesorteerd als onderdeel van het onderzoek  – © The Great Bubble Barrier

    Hij voegt eraan toe dat objecten die op het water blijven drijven door de wind over de bellenbarrière kunnen worden geblazen, waardoor deze minder effectief is. Toch gaat het volgens hem om een ‘veelbelovende techniek met groot potentieel’.

    Portfolio van oplossingen

    Enkele onderzoekers wijzen er echter op dat rivierplastic niet altijd in zee terechtkomt maar wel schade toebrengt aan ecosystemen en de leefomgeving van de mens. Tim van Emmerik, universitair docent bij de groep hydrologie en kwantitatief waterbeheer van Wageningen University, zegt dat niet elk riviersysteem hetzelfde is. ‘Rivieren wereldwijd kunnen sterk variëren: van smalle grachten in Amsterdam en Leiden tot grote delta’s zoals de Mekong. Dit betekent dat één enkele technische oplossing, zoals de bellenbarrière, zeker niet overal is toe te passen. Er zal altijd behoefte blijven bestaan aan een ‘portfolio’ van oplossingen. Het effectiefst is natuurlijk minder plasticgebruik, waar ook ter wereld.’

    ‘Het effectiefst is natuurlijk minder plasticgebruik’

    In Katwijk zijn er plannen om een ​​bezoekers- en educatiecentrum te bouwen naast de bellenbarrière, met precies die boodschap. De hoop is voelbaar wanneer onder de zomerzon een stroom van zachte bubbels door het rivieroppervlak breekt, een beetje als een jacuzzi. ‘We keken er enorm naar uit,’ zegt Van Delft, heel serieus, ‘om in zwemkleding naar de opening te komen!’

    Lees ook:

  • Canada: wegwerpplastic vanaf december verboden

    Canada: wegwerpplastic vanaf december verboden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Engeland hoort op 5 september wie Boris Johnson opvolgt als premier

    » VN: steeds meer Oekraïners keren terug naar huis

    Canada verbiedt als eerste land ook uitvoer van plastic

    Canada heeft bekendgemaakt dat er een definitief verbod komt op plastic zakjes, rietjes, verpakkingen voor afhaalmaaltijden en ander wegwerpplastic, meldt The Guardian. ‘Slechts 8 procent van het plastic afval wordt gerecycled,’ aldus de Canadese minister van Volksgezondheid Jean-Yves Duclos. Hij voegde eraan toe dat jaarlijks 43.000 ton plastic voor eenmalig gebruik in het milieu terechtkomt, voornamelijk in waterwegen.

    Het verbod op de productie en invoer van plastic wegwerpzakjes, bestek, rietjes, roerstaafjes, bekertrays en meeneemverpakkingen gaat december dit jaar in en het verbod op de verkoop daarvan een jaar later. Eind 2025 gaat Canada ook de uitvoer verbieden; het is daarmee het eerste land dat dit internationaal doet, volgens een persbericht van de regering.

    In de nieuwe regelgeving ontbreekt een verbod op plastic verpakkingen voor consumptiegoederen – de belangrijkste bron van plastic afval wereldwijd – maar Canada belooft ervoor te zorgen dat alle plastic verpakkingen in 2030 voor zeker de helft uit gerecycleerd materiaal zullen bestaan.

    Lees ook:

  • Kraanwater moet weer cool worden

    Kraanwater moet weer cool worden

    Waarom wordt overal ter wereld water uit flessen gedronken, zelfs in gebieden waar kraanwater betrouwbaar, veilig en bijna gratis is? Antwoord: omdat water uit de kraan niet het gigantische marketingbudget heeft waar multinationals 217 miljard dollar per jaar mee omzetten.

    Het Penrose Recreation Center in het noorden van Philadelphia heeft een nieuwe lik verf gekregen. Na de onthulling afgelopen september zien de omwonenden nu op een van de muren een helblauw portret van een heuse buurtgenote die met een grijns op haar gezicht een slok neemt uit haar navulbare drinkfles. Het is een van de twee muurschilderingen die het drinkwaterbedrijf van Philadelphia heeft laten maken om het plaatselijke kraanwater te promoten, toen aan het licht kwam dat veertig procent van de inwoners thuis uitsluitend flessenwater dronk. Ook bleek dat flessenwater vooral werd gekocht door mensen met een Afro-Amerikaanse of Zuid-Amerikaanse achtergrond en uit de lagere inkomensklasse.

    Dat was een zorgwekkende ontdekking, ‘vooral in een stad als Philadelphia, waar het kraanwater van verbazingwekkend goede kwaliteit is’, zegt Maura Jarvis van het plaatselijke drinkwaterbedrijf. De drinkwatervoorziening in de Verenigde Staten als geheel behoort tot de veiligste ter wereld en het water in Philadelphia voldoet aan de officiële veiligheidsnormen en valt binnen de geadviseerde grenzen voor bepaalde synthetische stoffen waarvoor nog geen regels bestaan. Het drinkwaterbedrijf heeft zich ten doel gesteld het vertrouwen in het plaatselijke kraanwater te herstellen. Maar dat zal niet meevallen.

    ‘Het slaat gewoon nergens op dat de kwetsbaarste gemeenschappen geld spenderen aan iets waarvoor ze niet zouden hoeven betalen’

    ‘We moeten concurreren met een gigantische flessenwaterindustrie die haar status quo wil behouden,’ zegt Jarvis. ‘Maar het slaat gewoon nergens op dat de kwetsbaarste gemeenschappen geld spenderen aan iets waarvoor ze niet zouden hoeven betalen.’

    De flessenwaterindustrie is wereldwijd goed voor een omzet van 217 miljard dollar, een bedrag dat jaarlijks 11 procent stijgt. En van de 29 miljard waterflessen die Amerikanen jaarlijks kopen wordt maar een op de zes gerecycled. De rest heeft duizend jaar nodig om te vergaan, waarbij de nodige vervuilende stoffen in de watersystemen terechtkomen. Volgens het Barcelona Institute for Global Health is de impact van het drinken van flessenwater op onze ecosystemen veertienhonderd keer hoger dan die van kraanwater en zijn er alleen om aan de vraag in de VS te voldoen al zeventien miljoen vaten olie per jaar nodig. Een zaak dus met grote gevolgen voor zowel milieu en volksgezondheid als sociale gelijkheid.

    Maar hoewel we weten dat flessenwater een aanslag is op onze portemonnee, onze gezondheid en onze planeet blijven we het kopen, zelfs in gebieden waar de toevoer van kraanwater betrouwbaar, veilig en bijna gratis is. Dus hoe kunnen we ervoor zorgen dat mensen voor het alternatief kiezen?

    Hoe massaal werd overgestapt op flessenwater

    Het idee om water te bottelen en naar nieuwe bestemmingen te transporteren ontwikkelde zich tot een commercieel fenomeen in de jaren zeventig van de vorige eeuw, toen Perrier agressief reclame begon te maken voor haar flessen bruisend H₂O als een chic, ambitieus alternatief voor kraanwater. In de jaren negentig volgden Coca-Cola en Pepsi, die hun distributienetwerken gebruikten om de markt te overspoelen met hun eigen merken flessenwater.

    Wat er in deze flessen zit is niet per se beter, zoals tests uitwijzen. Maar flessenwater heeft iets heel belangrijks wat kraanwater mist: een gigantisch marketingbudget. Richard Wilk, hoogleraar antropologie aan Indiana University, schreef in 2006 in het Journal of Consumer Culture dat de alomtegenwoordigheid van flessenwater te danken is aan marketeers, of zoals hij het uitdrukt, ‘tovenaars die alledaagse en in overvloed aanwezige zaken in exotische kostbaarheden veranderen’. Tegenwoordig zijn er zelfs chique hotels en restaurants die watersommeliers aanstellen.

    ‘Overal waar ik kom in Duitsland zeggen mensen me dat ze het beste kraanwater van het land hebben’

    Door lyrische verhalen op te hangen over natuurlijke bronnen en hun flessen te versieren met plaatjes van gletsjers en bossen, hebben ze ons ervan overtuigd dat wat zij verkopen gezonder, smakelijker en natuurlijker is dan wat via leidingen ons huis binnenkomt. Die strategie is zo succesvol dat velen zich niet realiseren dat de bron van hun water veelal dezelfde is als die van ons. ‘Deze bedrijven kunnen miljarden dollars aan reclame besteden,’ zegt Wilk. ‘Een staats- of gemeentebestuur dat met zijn beperkte middelen ook nog duizend andere dingen moet doen, kan met geen mogelijkheid op tegen de marketing van een softdrinkbedrijf.’

    Sam Höller werkt voor a tip: tap, een non-profitorganisatie die kraanwater promoot in Duitsland. Hij zegt: ‘Overal waar ik kom in Duitsland zeggen mensen me dat ze het beste kraanwater van het land hebben. Dat is geweldig nieuws, zeg ik dan. Ik ken meer mensen zoals jullie.’ Toch is flessenwater een bloeiende bedrijfstak die aan veel mensen werk biedt, zodat het promoten van een gratis alternatief minder makkelijk is dan je zou denken. Maar a tip: tap doet zijn best. In Berlijn heeft de organisatie sinds 2010 het aantal openbare waterfonteintjes helpen groeien van zestien tot meer dan tweehonderd.

    Hoe de kraan terrein wint

    Langzaam maar zeker worden consumenten zich bewuster van het afval dat flessenwater produceert en stappen ze over op navulbare waterflessen of eisen ze betere verpakkingsalternatieven. Toen Kim Kardashian haar Instagramvolgers in 2020 een rondleiding gaf in haar keuken, zullen ze hebben gezien dat haar koelkast uitsluitend water bevatte van merken die glas of karton als verpakking gebruiken en geen plastic. In 2019 promootte Gwyneth Paltrow gebotteld water van Flow, een B-merk dat recyclebare Tetra Pak-verpakkingen gebruikt.

    PepsiCo verwierf in 2020 voor 3,2 miljard dollar SodaStream, een merk dat van kraanwater bruiswater maakt

    Ook grote bedrijven beginnen zich aan te passen aan de veranderende consumentenvoorkeur. Volgens Euromonitor is de verkoop van flessenwater in Duitsland (de op een na grootste Europese consument van het product) in 2021 met drie procent gedaald. Dit leidde ertoe dat Coca-Cola in 2021 zijn merk Apollinaris uit de Duitse supermarkten haalde, nadat de verkoop van hun segment ‘hydrateringsproducten’ met 11 procent was gedaald. PepsiCo verwierf in 2020 voor 3,2 miljard dollar SodaStream, een merk dat van kraanwater bruiswater maakt. Ondertussen lanceert zowel Danone als Nestlé zijn eigen systeem om thuis kraanwater een smaakje te geven, te laten bruisen en te filteren.

    Maar de Europese campagnegroep Break Free From Plastic klaagt dat de reactie van de grote bedrijven op het plasticprobleem meestal voorbijgaat aan de kern van de zaak. In plaats daarvan besteden ze de meeste energie aan het hypen van onbewezen technieken, het verleggen van de verantwoordelijkheid naar de consument of het simpelweg aankondigen van projecten die nooit zullen worden gerealiseerd. Wat echt nodig is, is een transitie naar nieuwe systemen die zijn gebaseerd op hergebruik, aldus de campagnegroep.

    Hoe de regels worden veranderd

    Vorig jaar heeft de Europese Unie verscheidene plastic items voor eenmalig gebruik in de ban gedaan, maar geen flessen. De VN hebben zich voorgenomen een eind te maken aan de plasticvervuiling, maar een bindende overeenkomst laat nog op zich wachten. Toch is er op plaatselijk niveau al een aantal succesverhalen. In Cape Cod, Massachusetts, heeft de campagnegroep Sustainable Practices actie gevoerd om de verkoop van flessenwater binnen de gemeentegrenzen te verbieden. Negen gemeenten hebben het idee inmiddels overgenomen en toegepast. ‘Flessenwater komt uit een bron in iemands gemeente. Het komt niet van een andere planeet,’ zegt Madhavi Venkatesan, verbonden aan de economische faculteit van Northeastern University in Boston en directeur van Sustainable Practices. ‘Dus zitten er dezelfde vervuilende stoffen in als in je plaatselijke water, maar met een plastic fles vererger je die vervuiling.’

    Het verbieden van plastic flessen is een voortdurende strijd: zo gaat het dorp Sandwich in Massachusetts binnenkort voor de derde keer over de kwestie stemmen, nadat het verbod vorig jaar tot tweemaal toe door de gemeenteraad was goedgekeurd en vervolgens weer verworpen. Volgens Venkatesan maken tegenstanders van het verbod (dat tijdens de laatste campagne 38 van de 300 stemmen tekortkwam) zich vooral zorgen over de gevolgen voor winkeliers of willen ze het gemak behouden van het kopen van flessenwater.

    In 2019 verbood de luchthaven van San Francisco de verkoop van plastic waterflessen voor eenmalig gebruik

    In 2019 verbood de luchthaven van San Francisco de verkoop van plastic waterflessen voor eenmalig gebruik. Voor 95 procent van de in plastic gebottelde waterproducten kon de luchthaven een geschikte alternatieve verpakking bieden. ‘De winstmarge voor onze verkopers is nagenoeg gelijk gebleven,’ zegt Erin Cooke, directeur duurzaamheid van de luchthaven. ‘En we hebben ze de mogelijkheid geboden meer premiumproducten te verkopen, zoals herbruikbare flessen van glas of ander materiaal.’ Om het makkelijker voor consumenten te maken om hun eigen waterfles mee van huis te nemen, heeft de luchthaven honderd navullocaties geïnstalleerd en wordt reizigers meegedeeld dat ze met een lege waterfles moeiteloos door de security komen.

    Waar San Francisco een ongebruikelijk verbod op plastic flessen heeft ingesteld, ondernemen veel andere luchthavens stappen om alternatieven aan te bieden. De luchthaven van Manchester in het VK heeft zich aangesloten bij het landelijke programma Refill, dat mensen met behulp van een app helpt de dichtstbijzijnde plek te vinden om hun fles te vullen.

    Terug naar Philadelphia, waar het drinkwaterbedrijf blijft peilen hoe inwoners over kraanwater denken, om te zien of de boodschap doorkomt. Het is nog te vroeg om de effectiviteit van de campagne te kunnen beoordelen, zegt Maura Jarvis, maar de houding is al een klein beetje positiever geworden. ‘Mensen moeten zelf kiezen wat het beste is voor hun gezin en hun huishouden,’ zegt ze. ‘Maar ik wil niet dat ze voor flessenwater kiezen zonder dat ze de feiten kennen.’

  • Wereldnieuws: Hittegolf in de Middellandse Zee & Meer

    Wereldnieuws: Hittegolf in de Middellandse Zee & Meer

    Canada doet plastic in de ban

    Canada heeft eind juni bekendgemaakt dat er een definitief verbod komt op plastic zakjes, rietjes, verpakkingen voor afhaalmaaltijden en ander wegwerpplastic, meldt The Guardian. ‘Slechts 8 procent van het plastic afval wordt gerecycled,’ aldus de Canadese minister van Volksgezondheid Jean-Yves Duclos. Hij voegde eraan toe dat jaarlijks 43.000 ton plastic voor eenmalig gebruik in het milieu terechtkomt, voornamelijk in waterwegen. Het verbod op de productie en invoer van plastic wegwerpzakjes, bestek, rietjes, roerstaafjes, bekertrays en meeneemverpakkingen gaat december dit jaar in en het verbod op de verkoop daarvan een jaar later. Eind 2025 gaat Canada ook de uitvoer verbieden; het is daarmee het eerste land dat dit internationaal doet, volgens een persbericht van de regering.

    In de nieuwe regelgeving ontbreekt een verbod op plastic verpakkingen voor consumptiegoederen – de belangrijkste bron van plastic afval wereldwijd – maar Canada belooft ervoor te zorgen dat alle plastic verpakkingen in 2030 voor zeker de helft uit gerecycleerd materiaal zullen bestaan.

    tanvi sharma 4bD2p5zbdA unsplash kopie
    © Unsplash

    Oekraïners keren terug naar huis

    Ondanks het aanhoudende bloed-vergieten in het oosten van hun land, keren veel Oekraïners terug naar huis, aldus de vluchtelingenorganisatie van de VN, die bijhoudt hoeveel vluchtelingen de grenzen zijn overgestoken. Op 16 juni bedroeg het aantal migraties vanuit Oekraïne naar de buurlanden 7,7 miljoen. Maar het aantal teruggekeerden bedraagt 2,6 miljoen, wat suggereert dat een derde van degenen die waren vertrokken, weer is teruggekeerd, aldus The Economist.

    De VN denkt dat mensen terugkeren naar delen van het land waar de gevechten zijn afgenomen

    De cijfers vertellen niet het hele verhaal, want soms gaat het om snelle bezoekjes om de situatie ter plaatse te beoordelen, familieleden te bezoeken of andere mensen te helpen om te vertrekken. Hulporganisatie International Rescue Committee meldt dat sommige werknemers pendelen tussen Moldavië en Odessa. Toch denkt de VN dat mensen terugkeren naar delen van het land waar de gevechten zijn afgenomen, omdat deze veilig genoeg worden geacht om in ieder geval tijdelijk te verblijven.


    Hittegolf in de Middellandse Zee

    Het Middellandse Zeegebied wordt geteisterd door een mariene hittegolf (MHW): de temperatuur was op 10 mei vier graden hoger dan het gemiddelde in de periode 1985-2005, meldt ANSA. De temperatuur van het oppervlaktewater bereikte pieken van meer dan 23° Celsius. Dit blijkt uit de eerste resultaten van het CAREHeat-project dat wordt gefinancierd door het Europees Ruimteagentschap. Het project heeft tot doel MHW’s te identificeren en het effect ervan te onderzoeken op mariene ecosystemen en op economische activiteiten zoals de visserij.

    De resultaten bevestigen de bevindingen van het rapport Mare Caldo (Hete zee) van Greenpeace, waarin staat dat de gevolgen van de klimaatcrisis sterk voelbaar zullen zijn in de zeeën rond Italië, onder meer omdat stijgende watertemperaturen drastische veranderingen in de mariene biodiversiteit zullen veroorzaken.

    freddie marriage o7 oinSBcfo unsplash kopie
    © Unsplash


    Alexa bootst stemmen van overledenen na

    Amazon werkt aan een techniek waarbij gebruikers via spraakassistent Alexa met familieleden kunnen spreken, zelfs nadat deze zijn overleden. Op een conferentie van Amazon in Las Vegas presenteerde Rohit Prasad, senior vicepresident en hoofd wetenschap van het Alexa-team, een functie die de spraakassistent in staat stelt om een specifieke menselijke stem na te bootsen, meldt CNBC.

    Alexa kan op basis van geluidsopnames van ‘minder dan een minuut’ een stem van hoge kwaliteit produceren

    In een demonstratievideo zegt een kind: ‘Alexa, can Grandma finish reading me the Wizard of Oz?’ Dat verzoek wordt door Alexa eerst beantwoord met de standaard robotachtige stem en daarna met een zachtere, menselijkere stem, die het familielid van het kind lijkt te imiteren. Volgens Prasad heeft zijn team een model ontwikkeld waarmee Alexa op basis van geluidsopnames van ‘minder dan een minuut’ een stem van hoge kwaliteit produceren. Het is niet bekend wanneer die functie beschikbaar zal zijn voor het publiek. 

    Hoewel de techniek gebruikt kan worden om elke stem te imiteren, suggereerde Prasad dat deze zou kunnen worden toegepast als hulpmiddel om een overleden familielid te herdenken. Kunstmatige intelligentie natuurlijker en gezelliger maken, is een belangrijk aandachtspunt geworden, vooral gezien het feit dat ‘zo velen van ons een geliefde hebben verloren’ tijdens de pandemie, aldus Prasad.

    Het bedrijf wil conversaties met Alexa in het algemeen natuurlijker maken, en heeft al een reeks functies uitgerold die de spraakassistent in staat stellen om menselijkere gesprekken te voeren, waarbij Alexa zelfs vragen zal kunnen stellen aan gebruikers.


    Achterstallig onderhoud dreigt voor westerse vliegtuigen in Rusland

    Internationale luchtvaartexperts zullen steeds sneller aarzelen om in Rusland aan boord van een vliegtuig te gaan omdat ze weten wat er mis kan gaan, aldus Wired. Dat zit zo. Eind mei telde de Russische commerciële luchtvaart 876 vliegtuigen, eind februari waren dat er nog 968. De meeste zijn van Airbus of Boeing, en beide bedrijven hebben vanwege sancties de levering van reserveonderdelen aan Russische luchtvaartmaatschappijen stopgezet. ‘Ze kunnen geen enkel onderdeel van Boeing of Airbus krijgen,’ aldus Bijan Vasigh, van de Embry-Riddle Aeronautical University in Florida. ‘En ook het leveren van technische expertise is verboden.’ 

    En dat terwijl vliegtuigen voortdurend onderhoud en reparaties nodig hebben, sommige onderdelen moeten zelfs zeer regelmatig worden vervangen. Banden bijvoorbeeld moeten om de 120 tot 400 landingen worden vervangen. Voor binnenlandse vluchten betekent dat om de een, twee of drie maanden. Boeing stopte de levering aan de Russische markt op 1 maart, Airbus volgde een dag later. ‘Die banden gaan slijten,’ zegt Max Kingsley-Jones, van Ascend by Cirium, een adviesbureau voor de luchtvaart, ‘en ze kunnen niet aan vervanging komen; dat is een potentieel risico.’

    ‘Sommige van die onderdelen hebben een beperkte levensduur’

    Ook computersystemen vereisen regelmatig onderhoud, evenals vliegtuigmotoren en hulpaggregaten. ‘Sommige van die onderdelen hebben een beperkte levensduur,’ zegt Kingsley-Jones. ‘Ze moeten letterlijk uit het vliegtuig worden gehaald en worden vervangen, na een bepaalde tijd of een bepaald aantal vluchten.’

    De Russische capaciteit op het gebied van luchtvaarttechniek moet niet worden onderschat, voegt hij eraan toe. ‘Ze zijn zeer capabel, hebben een eigen luchtvaartindustrie en zijn goed in staat om hun vliegtuigen te onderhouden.’ Maar naarmate de voorraad officiële reserveonderdelen van de Russische luchtvaartmaatschappijen slinkt, zullen zij gedwongen worden tot alternatieve maatregelen. Als de situatie de komende twee, drie maanden niet verandert, zouden vliegtuigen ofwel aan de grond moeten worden gehouden, ofwel de lucht in moeten met niet-goedgekeurde of niet-geautoriseerde onderdelen, voorspelt Vasigh.

    ANP 449691676
    Sjeremetjevo International Airport is na Luchthaven Domodedovo de grootste luchthaven van Moskou en Rusland. ©  Ivan Vodop’janov/Kommersant/Sipa

  • VS: wegwerpplastic vanaf 2032 verboden

    VS: wegwerpplastic vanaf 2032 verboden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Biden belooft economische hulp en ‘ambitieuze acties’ voor Latijns-Amerika

    » Oekraïens graan: Turks voorstel stuit op bezwaren van Kyiv en Moskou

    VS doen plastic voor eenmalig gebruik in de ban

    De VS gaan plastic voor eenmalig gebruik verbieden tegen 2032, kondigde de regering-Biden woensdag aan. Nu zullen degelijke producten op federaal grondgebied van de VS, met inbegrip van nationale parken, al geleidelijk worden beperkt, met als doel dat wegwerpplastic tegen 2032 helemaal niet meer geleverd of verkocht worden, aldus San Francisco Chronicle. De maatregel omvat onder meer plastic flessen en tassen. Het plastic zal vervangen moeten worden door bijvoorbeeld papieren zakken, biologisch afbreekbare of 100 procent gerecyclede materialen, of glazen flessen.

    Milieuactivisten juichen de aankondiging toe. Onlangs hebben honderden milieuorganisaties bij minister van Binnenlandse Zaken Deb Haaland erop aandrongen het gebruik van wegwerpplastic in natuurgebieden te verbieden. ‘Onze nationale parken zijn per definitie beschermde gebieden, en toch zijn we er al veel te lang niet in geslaagd om ze te beschermen tegen plastic,’ zei Christy Leavitt, directeur van de antiplasticcampagne van Oceana, een groep die opkomt voor de natuur.

    Slechts 9 procent van al het plastic wereldwijd wordt gerecycled

    Het gebruik van plastic is de afgelopen decennia explosief gestegen en heeft een ravage aangericht in zeeën en het milieu, merkt San Francisco Chronicle op. Meer dan 14 miljoen ton plastic stroomt jaarlijks de oceaan in, volgens een rapport van de International Union for Conservation of Nature. Dat komt doordat slechts 9 procent van al het plastic wereldwijd wordt gerecycled, en omdat het materiaal niet biologisch afbreekbaar is.

    Lees ook:

  • Onderzoek: gifstoffen verergeren wereldwijde obesitasepidemie

    Onderzoek: gifstoffen verergeren wereldwijde obesitasepidemie

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Succesvolle testlancering van passagiersruimteschip Boeing

    » Oscarwinnende componist Vangelis overlijdt op 79-jarige leeftijd

    Gifstoffen uit plastics en pesticiden zorgen voor zwaarlijvigheid

    Chemische vervuiling in het milieu vergroot de wereldwijde obesitasepidemie, zo blijkt uit een belangrijk wetenschappelijk onderzoek dat The Guardian aanhaalt. Verontreinigende stoffen die volgens de onderzoekers zwaarlijvigheid doen toenemen zijn onder meer bisfenol A (BPA), dat op grote schaal aan plastics wordt toegevoegd, alsook sommige pesticiden, vlamvertragers en luchtverontreiniging. De meest verontrustende conclusie uit het onderzoek is dat sommige gifstoffen die het gewicht doen toenemen de werking van de genen veranderen en zo van generatie op generatie kunnen worden doorgegeven, schrijft de Britse krant.

    Wereldwijd is obesitas sinds 1975 verdrievoudigd, waarbij meer mensen nu zwaarlijvig zijn en meer mensen hebben dan ondergewicht. In elk land dat in het onderzoek is meegenomen neemt obesitas toe. Bijna 2 miljard volwassenen zijn nu te zwaar en 40 miljoen kinderen onder de vijf jaar hebben obesitas of overgewicht.

    Obesogenen verstoren de energiebalans, waardoor aankomen gemakkelijker wordt en afvallen moeilijker

    Obesogenen, zoals de gifstoffen worden genoemd, werken door de ‘metabole thermostaat’ van het lichaam te verstoren, aldus de onderzoekers, waardoor aankomen gemakkelijker wordt en afvallen moeilijker. De balans van het lichaam tussen energie-inname en -verbruik berust op het samenspel van verschillende hormonen uit het vetweefsel, de darmen, de alvleesklier, de lever en de hersenen.

    De verontreinigende stoffen kunnen het aantal en de grootte van de vetcellen rechtstreeks beïnvloeden, de signalen die mensen een vol gevoel geven verstoren, en de schildklierfunctie en de dopamineniveaus veranderen, aldus de wetenschappers. Ze kunnen ook het microbioom in de darm beïnvloeden en gewichtstoename veroorzaken door de opname van calorieën door de darmen efficiënter te maken.

    Lees ook:

  • Californië start groot onderzoek naar ‘misleiding’ door plasticindustrie

    Californië start groot onderzoek naar ‘misleiding’ door plasticindustrie

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Taiwanezen gaan massaal op cursus zelfverdediging uit angst voor oorlog

    » Science: klimaatopwarming heeft massa-extinctie oceaanleven tot gevolg

    Industrie wordt verantwoordelijk gehouden voor plasticcrisis

    Californië heeft het Amerikaanse olieconcern Exxon Mobile gedagvaard omdat het de consumenten decennialang zou hebben misleid over de recyclebaarheid van plastic. Dit is een eerste stap in een grootschalig onderzoek naar de fossiele brandstofindustrie en diens rol in de wereldwijde plasticcrisis, meldt Los Angeles Times.

    ’Meer dan een halve eeuw lang heeft de kunststoffenindustrie een agressieve campagne gevoerd om het publiek te misleiden en de mythe in stand te houden dat recycling de plasticcrisis zou kunnen oplossen. De waarheid is als volgt: de overgrote meerderheid van het plastic kan niet worden gerecycled’, verklaarde de Californische procureur-generaal Rob Bonta donderdag.

    Het onderzoek zal betrekking hebben op ’vroegere en huidige inspanningen van de petrochemische industrie’ om het publiek te misleiden en zal bepalen hoe ’deze acties mogelijk in strijd zijn met de wet’, aldus Bonta in een verklaring.

    Lees ook:

  • Hoe slecht is plastic nou eigenlijk echt?

    Hoe slecht is plastic nou eigenlijk echt?

    Plastic is schadelijk voor de gezondheid, het milieu en de mensenrechten – en fungeert als een vooralsnog niet te beteugelen aanjager van klimaatverandering. Een geschiedenis van het vermaledijde materiaal.

    Dit lijkt me niet echt een goed moment om over plastic te beginnen, denk ik als mijn vader na afloop van het samenzijn na een begrafenis over de vuilnisbak gebogen staat. Hij wenkt me, met een discreet maar dwingend gebaar. Hij heeft een doorzichtige plastic beker uit het vuilnis gehaald, met een geribbelde, rechte wand. ‘Polystyreen,’ grinnikt hij. Hij draait de beker om en kijkt naar de identificatiecode (een 6 in het midden van het recyclinglogo). ‘Maar niet mijn soort.’

    Mijn vader heeft in de jaren 1960 een veerkrachtige variëteit van polystyreen ontwikkeld voor Union Carbide, een van de belangrijkste plasticfabrikanten van de twintigste eeuw, inmiddels overgenomen door Dow Chemical Company. En nu staan we in de hal van de parochie en heb ik het gevoel dat hij dit glas elk moment stuk kan knijpen. Alsof hij mijn gedachten kan lezen, verstevigt hij zijn greep. Een beker van dit soort polystyreen versplintert tot een merkwaardige ster van scherven, geschakeerd rond de ronde bodem van de beker – en dat is precies wat hij me wil laten zien.

    Geen butadieen, denk ik. ‘Geen butadieen,’ zegt hij. In de productielijnen waarover hij de scepter voerde, werd butadieen toegevoegd om de kunsthars iets rubberachtigs te geven. Butadieen is een van de ruwweg tienduizend bestanddelen die plastics zoals wij ze vandaag de dag kennen, mogelijk hebben gemaakt. Mijn vader gaat op zoek naar een plasticbak, al weet hij ook wel dat deze beker weinig kans maakt op een volgend leven. Dat geldt vooral voor polystyreen, dat in talloze variëteiten op de markt is. Zoals antropoloog Tridibesh Dey opmerkt zijn plastics een chemisch complex allegaartje, meer ontworpen met het oog op gebruik dan op hérgebruik.

    Een tweede kans

    Mijn vader dacht ooit dat plastics tot in het oneindige hergebruikt zouden kunnen worden. Ik kan me zo voorstellen dat hij dacht dat plastic, net als de makers, een tweede kans verdiende. Toen Union Carbide in de jaren zeventig ging inkrimpen, nam mijn vader ontslag en bleef thuis bij de kinderen, totdat hij had bedacht hoe een leven zonder plastic eruit zou kunnen zien. Het antwoord bleek te schuilen in de ambtenarij: mijn vader stond een tijdlang aan het hoofd van het recyclingprogramma in mijn geboortestad. Maar hij heeft nooit zijn dromen kunnen verwezenlijken in de recycling. Van alle plastic die er tijdens zijn leven zijn geproduceerd, is nog geen tien procent op effectieve wijze hergebruikt.

    De vraag naar plastic is net zo kunstmatig als plastic zelf

    Deze teleurstellende uitkomst wordt – net als zoveel andere aspecten van onze relatie met plastic – vaak geweten aan individuele tekortkomingen. De pijlen worden zelden gericht op de plasticproducenten, of op de geopolitiek waardoor plastic over de hele wereld is verspreid. Maar wie zich verdiept in de geschiedenis van plastics, stuit op een ander verhaal: de vraag naar plastics is net zo kunstmatig als plastic zelf. Dat onze samenleving is vergeven van wegwerpplastic is niet veroorzaakt door de logica van de vraag, maar door de logica van de geschiedenis en geïntegreerde industriële systemen.

    De industrie werkt al tientallen jaren aan de illusie dat het alle problemen onder controle heeft, maar ondertussen worden zowel de productie als de promotie steeds meer aangezwengeld. De afgelopen twintig jaar zijn er meer plastics geproduceerd dan in de hele tweede helft van de twintigste eeuw. Recycling is een gebrekkig systeem – en toch wordt het gepresenteerd als wondermiddel. Maar een slimme truc aan het einde van de keten is geen oplossing voor de massale hoeveelheid plastic die wordt geproduceerd, voor de complexe toxiciteit en de erfenis van vervuiling en schade die de industrie al langere tijd aan de menselijke gezondheid en de mensenrechten toebrengt.

    Dat geldt natuurlijk allemaal al veel langer, maar nu is het moment daar om het gesprek over plastic ook echt aan te gaan. Naar verwachting zal plastic een zwaar stempel drukken op de eenentwintigste eeuw, als een vooralsnog niet te beteugelen aanjager van klimaatverandering.

    Materie

    Toen mijn vaders voormalige werkgever eind jaren 1920 plastic ging maken, was er niet echt sprake van een gretige afzetmarkt. Maar in zekere zin kon het bedrijf niet anders dan plastic vervaardigen. De nieuw ontwikkelde antivries, Prestone, werd gemaakt van aardgas en leverde een restproduct op, ethyleendichloride, een stof waarvoor geen praktische toepassing was en die dus op het terrein werd opgeslagen. Al snel had men er onvoorstelbare, ‘gênante’ hoeveelheden van opgeslagen, zoals het later werd verwoord in een nieuwsbrief van Carbide. De beste optie was, besloot het bedrijf, om er vinylchloride van te maken, waarvan al in de jaren 1970 werd vastgesteld dat het kankerverwekkend was, maar dat destijds werd gebruikt als bouwsteen voor een schadelijk soort plastics dat nog niet eerder op de markt was gebracht: vinyl.

    Dit is geen op zichzelf staan geval, maar eerder een voorbeeld van hoe de productontwikkeling bij chemische stoffen en plastics maar al te vaak verloopt. Voor Carbide en andere petrochemische fabrieken in de twintigste eeuw, vereiste elk nieuw product een reeks opeenvolgende reacties, en elke stap leverde weer een nieuw bijproduct op. Door die bijproducten te ontwikkelen waaieren de productielijnen uit en ontstond er uiteindelijk een bijna fractale structuur van onderling verwante producten. Alles wat het systeem binnenkomt moet ergens blijven, legt Ken Geiser, een beleidsexpert op het gebied van chemische industrie, uit in zijn boek Materials Matter. Materie is materie, het wordt gecreëerd noch vernietigd. En dus moet het worden omgezet: er wordt brandstof van gemaakt, het wordt afgedankt en veroorzaakt vervuiling, of het wordt te gelde gemaakt. Na vele herhalingen van dit proces komt Carbide uit bij Vinylite, dat uiteindelijk bruikbaar wordt gemaakt door de versmelting van twee typen vinyl: polyvinylchloride (pvc) en polyvinylacetaat.

    Volgens een intern marketingrapport heeft Carbide jarenlang geprobeerd nieuwe klanten te ‘synthetiseren’ en nieuwe toepassingen te bedenken voor Vinylite, terwijl een kredietafdeling de financiële last verlichtte door het product te adopteren. Uiteindelijk stuurde het bedrijf zelfs technische teams het land in om fabrikanten te leren hoe ze kunsthars moesten gebruiken – allemaal met matig succes. Celluloid, voorheen Bakeliet, en later ook polystyreen, kende vergelijkbare problemen.

    Door de Tweede Wereldoorlog kreeg de ontwikkeling van opkomende kunstharsen de wind in de zeilen

    Maar toen brak de Tweede Wereldoorlog uit. Door de oorlogscontracten kreeg de ontwikkeling van opkomende kunstharsen de wind in de zeilen. Zo hielp de Amerikaanse marine DuPont en Union Carbide om een licentie te krijgen van Britain’s Imperial Chemical Industries, zodat een begin kon worden gemaakt met de vervaardiging van polyethyleen voor de isolatie van draden en kabels (waarmee radar mogelijk werd). Het zogeheten Manhattan Project was de aanzet voor DuPont om het nieuwe gefluorideerde plastic in massaproductie te nemen, en dat zou uiteindelijk Teflon worden. Wat voorheen werd gewogen in grammen werd nu gewogen in tonnen. In de oorlog werden ook de al bestaande kunstharsen volwassen: aan het einde van de oorlog werd tweeëndertig keer zoveel polystyreen geproduceerd als bij het uitbreken van de oorlog.

    Maar polystyreen heeft enkele basisingrediënten gemeen met een ander materiaal dat van cruciaal belang bleek voor de moderne, gemechaniseerde oorlogsvoering: styreen-butadieenrubber, ook wel SBR genoemd. Rubber werd gebruikt voor rupsbanden. Vrachtwagenbanden. De zolen van de soldatenkistjes. 

    Rubber

    Het gigantische, Duitse IG Farben had al het zogeheten Buna S-rubber gesynthetiseerd, een versie van SBR op kolenbasis, toen de verstoring van de handel in natuurlijk rubber Amerika dwong om een inhaalslag te maken. Er werd razendsnel een onderzoeks- en ontwikkelingstraject in gang gezet en dat leverde het Amerikaanse alternatief op: GR-S, ofwel Government Rubber-Styrene. Volgens historicus Peter J. T. Morris deed dit traject niet onder voor de wedloop om een atoombom te maken. Om te kunnen beantwoorden aan de vraag naar rubber aan het front werd er styreen geproduceerd op een schaal die ‘haast onvoorstelbaar’ was, zoals valt te lezen in een Dow-reclame uit de jaren 1940 – al helemaal gezien de moeite die het tot dan toe had gekost om styreen te produceren.

    Maar er waren ook risico’s verbonden aan styreen. Het kan kanker veroorzaken, net als vinylchloride. Dat gold ook voor het andere belangrijke bestanddeel van synthetisch rubber: butadieen, ook een monomeer die later kankerverwekkend bleek te zijn, en een chemische stof die symbool staat voor de versmelting van twee ooit afzonderlijke domeinen – petroleum en chemicaliën– tot de petrochemische industrie.

    Amerika had de keuze tussen twee verschillende manieren om butadieen te maken. Het kon gemaakt worden uit graanalcohol (ethanol) of uit petroleum. De olie-industrie bond de strijd aan met de boeren om overheidscontracten binnen te slepen voor de nieuwe rubbermachine. Het graan hield stand tijdens de oorlog, maar toen de oorlog eenmaal ten einde was, dwarsboomde de door de overheid gesteunde petroleumindustrie elke mogelijkheid om een door koolhydraten gedreven chemicaliën-en-plasticsindustrie op te zetten. De graanoogsten werden te grillig geacht, te zeer aan de seizoenen gebonden, te gevoelig voor overstromingen en droogte, en dus vatbaar voor prijsfluctuaties. 

    Rond 1950 had de overheid de rubberfabrieken uit de oorlog verkocht aan particuliere investeerders. Styreen, zo meldde Dow, had ‘eervol ontslag’ gekregen om ‘een wereld van vrede’ te kunnen dienen. Verschillende bedrijven, waaronder Union Carbide, konden nu styreen en butadieen produceren in hoeveelheden die veel groter waren dan wat de rubberindustrie in vredestijd aankon. De oplossing voor een overdaad aan styreen: polystyreen, waarvan een deel later gemodificeerd zou worden tot hoogwaardig polystyreen. Het polystyreen van mijn vader.

    De zonnige toekomst van plastics school in wegwerpartikelen

    ‘De naoorlogse domesticatie van plastic verliep grillig, met horten en stoten’, schrijft cultuurhistoricus Jeffrey Meikle in zijn boek American Plastic. Om de vraag op te stuwen, investeerde de bedrijfstak op grote schaal in advertentiecampagnes en groeide zelfs uit tot een van de grootste klanten van reclamebureaus. Aanvankelijk richtte de advertenties zich op vrouwen, om hen te doordringen van de voordelen van plastic en om hun te leren hoe ze de verschillende namen moesten uitspreken – zelfs de Society of the Plastics Industry (SPI) ontkende niet dat het tongbrekers waren. (‘Polly en Vin Wie?’ staat te lezen in een pamflet dat de SPI in 1953 uitgaf, in samenwerking met het vrouwenblad McCall’s. ‘Nou, het is geen Polly maar Poly: Poly-styreen en Vin-yl.’) Toen de bedrijfstak geen nieuwe markten meer wist te bereiken, zoals voorheen lukte met bijvoorbeeld de Tupperware-party’s, waagde men zich op andere terreinen, door de concurrentie aan te gaan met leer, katoen, glas en metaal. Toch waren de verkoopcijfers halverwege de jaren 1950 nog van dien aard dat men niet langer probeerde het plastic de huizen binnen te krijgen, maar eerder het erdoorheen te jagen, zoals plasticexpert Max Liboiron uitlegt. De zonnige toekomst van plastics school in wegwerpartikelen – of, zoals Lloyd Stouffer, redacteur bij Modern Packaging Magazine, het formuleert, ‘in de vuilnisbak’ – en polystyreen was een van de kunststoffen die daarvoor in aanmerking kwam.

    Het duurde niet lang of Scott plaatste een reeks advertenties in Life, met daarin het eerste ‘wegwerpglas,’ zoals het bedrijf het noemde – mooi genoeg om gasten voor te zetten. Het bedrijf beloofde dat het ‘absoluut, zonder enige twijfel, honderd procent verantwoord’ was om dit glas, gemaakt van ‘puur polystyreen en glad als porselein’, weg te gooien. Rond 1960, aan het begin van het decennium waarin mijn vader plastics maakte, kocht het leger ook weer polystyreen, dit keer voor de vervaardiging van het zeer brandbare napalm-B, maar de verpakkings- en de wegwerpartikelenindustrie zouden de grootste afzetmarkten vormen voor plastics. De productiecijfers stegen ‘tot ongekende hoogten’, schreef een analist van wie de woorden in 1971 werden vastgelegd in de notulen van het Amerikaanse Congres. In de supermarkt werden papieren verpakkingen stuk voor stuk verdrongen door plastic: de eierdoos, de broodzak, het vleesbakje en uiteindelijk, zij het schoorvoetend, de boodschappentas, schrijft wetenschapsjournalist Susan Freinkel in haar boek Plastic: A Toxic Love Story.

    ‘Consumenten,’ legt Meikle uit, ‘konden alleen kiezen tussen de artikelen die in de schappen lagen.’ En tegen het einde van de twintigste eeuw lagen de schappen vol plastic.

    Alternatieven

    In mijn werkkamer staan kasten vol polystyreen bekers in alle mogelijke vormen, maten en kwaliteiten. Allemaal cadeautjes van mijn vader, die de merkwaardige gewoonte heeft ze voor me mee te nemen. Hij kan het niet aan om ze weg te gooien, en hij heeft zo zijn twijfels over recyclen.

    Het kan lastig zijn om je een voorstelling te maken van het web waarin de alledaagse plastic bekertjes zijn verbonden met de nauw verweven mondiale crises van gifstoffen, milieu-onrecht en klimaatverandering, en het kan zelfs nog lastiger zijn om te bepalen waar moet worden ingegrepen. Want ja, door sommige plastics worden goederen en voertuigen lichter en daarmee efficiënter. En plastic componenten helpen bij het ontwikkelen van technologieën die hernieuwbare energie weten op te slaan en te distribueren. Maar daarentegen zit tegenwoordig meer dan veertig procent van het plastic in doosjes, bekertjes, verpakkingsmaterialen en andere toepassingen voor kortdurend gebruik. Ondanks aansporingen om waar mogelijk wegwerpartikelen te weigeren en je eigen tasje of bakje mee te nemen, hebben de meeste mensen in de meeste gevallen weinig te zeggen over de hoeveelheid plastic verpakkingen in hun leven. Op sommige plekken is het haast onvermijdelijk om een aanzienlijke hoeveelheid wegwerpplastic (zoals zakjes) te gebruiken, zeker op het platteland en op afgelegen plekken, waar nauwelijks alternatieven voorhanden zijn, of in ieder geval geen betaalbare alternatieven.

    Bovendien is het alomtegenwoordige plastic niet altijd even goed zichtbaar. Google maar eens can lining and drain cleaner (blikje en gootsteenontstopper) en kijk zelf hoe de gootsteenontstopper de metalen laag van het blikje afbijt, tot er een plastic koker overblijft. Of nog beter: leg je kartonnen koffiebekertje volgende keer in een bak water. Het paper zal loslaten, waarna je het dunne laagje polyethyleen aan de binnenkant ziet.

    De industrie heeft er zelfs voor gelobbyd dat staten zich konden onttrekken aan het verbod op plastic tasjes

    Begin jaren 1970 waren er al vijftien staten die probeerden te bedenken hoe ze de snelle opmars van plastic bakjes een halt konden toeroepen. De bedrijfstak schakelde over van reclame op zelfverdediging. Lobbygroepen probeerden de twee cent belastingheffing op flesjes te verijdelen, en in de jaren erna verzette men zich in het nabijgelegen Suffolk County tegen maatregelen om het aantal polystyreen bekertjes en andere wegwerpplastics terug te dringen. De industrie heeft er zelfs voor gelobbyd dat staten zich konden onttrekken aan het verbod op plastic tasjes. En zodra uit peilingen bleek dat het draagvlak afkalfde, of wanneer er regelgeving dreigde, gooiden de industrie en haar handelspartners er extra advertentiegelden tegenaan.

    Niet eerder in de geschiedenis heeft plastic zo onder vuur gelegen. Vorig jaar maart hebben twee Democratische congresleden wetsvoorstellen ingediend om de plasticvervuiling tegen te gaan. Ten minste twee derde van de lidstaten van de Verenigde Naties (waaronder, sinds kort, de Verenigde Staten) zijn voorstander van onderhandelingen om te komen tot een bindende overeenkomst om de wereldwijde gevolgen van plastics aan te pakken. En de National Academies of Sciences, Engineering, and Medicine heeft Amerikaanse producenten opgeroepen om de hoeveelheid plastics terug te dringen die in winkels terechtkomt, en vervolgens in het milieu. Zelfs mijn vader was betrokken bij een poging om in de hele stad een verbod af te kondigen op wegwerppolystyreen.

    Al deze inspanningen trekken de ongelimiteerde productie van plastics in twijfel, maar er is ook nog een andere reden om nu stil te staan bij de plasticsproductie – de hoge CO2-uitstoot van de bedrijfstak is een aanjager van de klimaatverandering.

    De plasticindustrie heeft zich flexibel getoond – aanvankelijk werden er producten gemaakt van ruwe grondstoffen zoals guttapercha en houtpulp, en later van restproducten uit andere industrietakken, zoals katoenvezels, landbouwafval en de overgebleven gassen uit gascentrales of kolenovens van staalfabrieken. Tegenwoordig worden plastics gemaakt in een nauw verweven netwerk van raffinaderijen, frackinginstallaties en petrochemische fabrieken – complexen die opnieuw zijn uitgerust of zijn verplaatst om beter in staat te zijn nieuwe of andere olie- en gasvoorraden aan te boren. Tegenwoordig wordt 98 tot 90 procent van het plastic – dus vrijwel alle plastic – gemaakt uit fossiele brandstoffen.

    Verfrackingen

    Historisch gezien zou je de markt voor fossiele brandstoffen een verstoorde markt kunnen noemen, gezien het grote aantal verschillende vormen van overheidssteun: hulp bij technologieoverdracht, belastingvoordelen, subsidies, zachte financieringen, prijsafspraken en, zoals hierboven beschreven, oorlogscontracten – dit alles samen bepaalt de prijs van plastic, en dus de productie. De plasticindustrie zelf heeft nooit de werkelijke kosten van de productie voor haar rekening hoeven nemen, dus de prijs van alles wat er is verbruikt, opgeslagen, gedumpt, in zee gestort, begraven, geïnjecteerd, verkwist, verbrand, door de schoorsteen gejaagd of uit leidingen weggelekt.

    Maar de aard van de petrochemische industrie brengt haar eigen wetmatigheden met zich mee. Plastic moest wel op grote schaal worden geproduceerd om de enorme investeringen terug te verdienen die noodzakelijk waren geweest om dergelijke grote en gecompliceerde fabrieken op te zetten en in bedrijf te nemen. Deze fabrieken behoren tot de grootste, duurste en meest energieverbruikende bedrijven in de producerende en verwerkende industrie. Zo diende zich weer het aloude probleem aan: meer plastic vereiste meer toepassingen en meer afzetmarkten.

    Dankzij fracking is Amerika nu de belangrijkste producent van olie en gas ter wereld

    De Amerikaanse ‘fracking boom’, ook wel de schaliegasrevolutie genoemd, is de aanjager van de meest recente expansie van plastic. Dankzij fracking is Amerika nu de belangrijkste producent van olie en gas ter wereld, wat resulteert in een ‘oververzadiging’, aldus Kathy Hipple, senior research fellow aan het Ohio River Valley Institute. Door dit overaanbod van grondstof is een nieuwe ronde investeringen in plasticfabrieken in gang gezet waardoor, zo legt Hipple uit, de markt is overvoerd met plastic verpakkingsmateriaal – er is meer aanbod dan vraag. Door deze plastic, nu voornamelijk polyethylenen en polypropylenen die zijn vervaardigd uit aardgascondensaten, is polystyreen gedegradeerd tot een kleine speler op de verpakkings- en wegwerpartikelenmarkt – met een marktaandeel van zo’n twee procent. De producten die de plasticindustrie nu op de markt brengt, noem ik soms grappend ‘verfrackingen’ in plaats van verpakkingen.

    Maar in economische zin is er opnieuw sprake van een verandering in de wereld van plastic. Nu de energie- en transportsector steeds meer afstand neemt van fossiele brandstoffen, zien veel olie- en gasproducenten in plastic nog een van de weinige kansen om te groeien, om te blijven bestaan. Sommige nieuwe ‘megafabrieken’, zoals de Zhoushan Green Petrochemical Base in China, gebruiken ruwe olie, in plaats van geraffineerde bijproducten, voor de productie van chemicaliën en plastic.

    De plasticindustrie zal in 2050 zo’n 15 procent van het wereldwijde emissiebudget voor haar rekening nemen

    En dat is (deels) de reden dat een groter deel van de mondiale CO2-uitstoot op het conto zal komen van plastic. Als de Amerikaanse plasticproductie blijft groeien zoals de industrie nu voorspelt, dan zal de klimaatbijdrage van plastics in 2030 die van de kolencentrales voorbij zijn gestreefd, concludeert Jim Vallette, de hoofdauteur van een nieuw Beyond Plastics-dossier. Of, anders gezien: de huidige groeicijfers betekenen dat de de plasticindustrie in 2050 zo’n 15 procent van het wereldwijde emissiebudget voor haar rekening zal nemen – en misschien nog wel meer. Hoeveel meer is afhankelijk van de grondstof en het soort plastic, maar gemiddeld genomen levert elke ton plastic zo’n 1,89 ton op aan koolstofdioxide-equivalent (een maat voor broeikasgassen).

    Emissies ontstaan door de winning en het gebruik van fossiele brandstoffen. Maar er zijn ook zorgen dat er zelfs nog meer uitstoot zou kunnen plaatsvinden aan het andere uiteinde van de levenscyclus, als verschillende staten het groene licht zouden geven voor voorstellen uit de industrie om nog sterker in te zetten op CO2-intensieve afvaltechnologieën, zoals verbrandingsovens, het winnen van brandstoffen uit afval, en moleculaire, chemische en zogeheten hoogwaardige vormen van recycling. Deze onbewezen technologieën maken gebruiken van extreem hoge temperaturen en andere methoden om afval om te zetten in grondstof om nog meer plastic te produceren. Dergelijke technologieën ‘verplaatsen de afvalstortplaatsen van de grond naar de lucht’, aldus Yobel Novian Putra, die werkt aan een Asia Pacific klimaat- en energiebeleid voor de Global Alliance for Incinerator Alternatives. En dat zal zowel gevolgen hebben voor de luchtkwaliteit als voor het klimaat.

    Maar de petrochemische industrie zelf gebruikt ook veel energie – en staat zelfs in de top twee van energieverbruikers in de verwerkende sector. Zelfs als de bedrijfstak zou overschakelen op energiebronnen met een laag koolstofgehalte (of zou overschakelen op problematische technologieën voor het afvangen en opslaan van CO2, de zogeheten CCS-technologieën), zouden plastics nog altijd een belangrijk aandeel leveren in de uitstoot van broeikasgassen, volgens analisten van het Center for International Environmental Law (CIEL).

    Plastic is klimaatverandering, maar dan in vaste vorm

    Toch is er in het klimaatbeleid nog altijd betrekkelijk weinig aandacht voor de productie van plastics. En de proliferatie van plastics kan van ondergeschikt belang lijken nu de klimaatrampen elkaar in steeds hoger tempo opvolgen. Plastic en klimaat zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en de structureel verweven problemen werken ook op elkaar in: de plasticindustrie stuwt de uitstoot van broeikasgassen op en door het extreme weer komt er nog meer plastic in het milieu terecht. Er wordt onderzoek gedaan naar die wisselwerking – men kijkt bijvoorbeeld hoe temperatuurstress van invloed is op de manier waarop diersoorten reageren als ze worden blootgesteld aan gifstoffen. Hoe dan ook hebben ze dezelfde wortels. ‘Plastic is koolstof’, fossiele brandstof in een andere vorm, zegt Carroll Muffett, die aan het hoofd staat van CIEL. Of, zoals Deirdre McKay het stelt: plastic ís klimaatverandering, maar dan in vaste vorm.

    Wetenschappers zijn nog altijd aan het onderzoeken op welke niveaus er allemaal sprake is van schade – hoe er broeikasgassen vrijkomen uit plastic dat in de zon ligt te bakken, hoe plankton microplastics binnenkrijgt, waarmee het vermogen van plankton kan worden aangetast om zuurstof te leveren en CO2op te nemen en dat vervolgens mee te nemen naar de zeebodem. ‘Het onderzoek naar deze [klimaat]effecten staat nog in de kinderschoenen,’ valt te lezen in een rapport van CIEL en enkele andere groepen, ‘maar er zijn aanwijzingen dat plasticvervuiling de grootste natuurlijke CO2-opslag op aarde verstoort, wat een bron van zorg is en wat onze onmiddellijke aandacht vereist.’

    Zodoende denk ik terug aan die begrafenis, denk ik weer aan het glas in zijn hand, de golven van verdriet. Terwijl overal natuurbranden ontstaan, terwijl de rook van het ene continent naar het andere drijft, terwijl het zeewater stijgt en kustlijnen zich terugtrekken, terwijl we kampen met droogte en overstromingen, kankers en uitstervende diersoorten, dodelijke hittegolven en dodelijke pandemieën, lijkt dit misschien niet hét moment om te beginnen over plastics – over het feit dat we worden overspoeld door in de oorlog tot wasdom gekomen wegwerpartikelen die ons zijn opgedrongen en die inmiddels niet meer uit ons bestaan zijn weg te denken, die overal en altijd aanwezig zijn. Maar dit is precies het moment om dat nou juist wél te doen. En de wereld heeft geen seconde meer te verliezen.

    Lees ook: