Per 1 januari geldt in Frankrijk een wet die plastic verpakkingen voor veel soorten groenten en fruit verbiedt, bericht The Guardian. Dertig soorten groenten en fruit, waaronder komkommers, paprika’s, courgettes, prei, bananen, citroenen, sinaasappels en kiwi’s mogen niet langer in plastic worden verkocht. Verpakkingen van meer dan 1,5 kg zijn vrijgesteld, evenals gesneden of verwerkt fruit. Voor sommige soorten, waaronder cherrytomaatjes en zacht fruit zoals frambozen en bosbessen, krijgen producenten tot 2026 de tijd om alternatieven te vinden.
De Franse president Emmanuel Macron noemde het verbod ‘een echte revolutie’. Hij benadrukt dat Frankrijk wereldwijd het voortouw heeft genomen met zijn wet om al het plastic voor eenmalig gebruik te hebben uitgebannen in 2040. Andere landen lijken het voorbeeld te zullen volgen. Zo voert Spanje vanaf 2023 ook een verbod in op plastic verpakkingen voor groenten en fruit. Internationale actievoerders betogen al jaren dat plastic verpakkingen milieuschade en vervuiling van rivieren en oceanen veroorzaken.
Op een zeiltocht in de Caribische zee raakte ondernemer Christian Schiller verstrikt in een draaikolk van plastic. Uit deze schokkende belevenis werd een businessplan geboren: een beurs voor gebruikte kunststoffen.
Een haai, dacht Christian Schiller in eerste instantie. De toen drieëndertigjarige Schiller was in januari 2018 een zeiltocht aan het maken in de Caribische Zee. Zijn benen bungelden van de achtersteven in het water toen ze plotseling op een stevige massa stootten. Geschrokken keek hij naar beneden. Zijn benen waren omsloten door een dicht afvaltapijt van plasticresten en algen, honderden meters lang en breed. Het roer van het jacht zat verstrikt in het stinkende mengsel, de schipper moest het water in duiken om het te vrij te maken. Daarna was Schillers reis van Colombia naar Panama niet meer zorgeloos. De ontmoeting met het tapijt van plasticafval zette de jonge ondernemer aan het denken – en bracht hem op een nieuw businessidee.
‘Ik vroeg me af hoe het kan dat we miljarden uitgeven om aardolie uit de grond te halen en dat uiteindelijk een groot deel daarvan als plasticverpakkingsmateriaal in de oceaan terecht komt,’ zegt Schiller. ‘Met metaal gebeurt dat niet. Dat gooit bijna niemand weg omdat hergebruik geld oplevert.’
Cirplus
Waarom dan geen business opzetten in de recycling van gebruikte kunststoffen? En zo begon Schiller, zesendertig jaar oud, een baard van drie dagen en een Mayatattoo op zijn enkel, in de herfst van 2019 Cirplus, de eerste wereldwijde onlinebeurs voor plasticafval. De naam is samengesteld uit ‘circulair’ (kringloop) en ‘surplus’ (meerwaarde). Zijn zakenpartner, Volcan Bilici, gespecialiseerd in softwareontwikkeling, heeft twee jaar in de kunststofindustrie gewerkt. Samen willen ze, aldus Schiller, ‘een soort Amazon voor gerecyclede kunststoffen en kunststofafval worden’.
De vraag is in elk geval groot: wereldwijd worden ongeveer een miljoen plastic flessen geproduceerd – per minuut. Volgens de Wereldbank ontstaat jaarlijks meer dan 240 miljoen ton plastic afval: verpakkingen, folies, wegwerpbestek. Daarvan wordt tot dusver slechts 14 tot 18 procent gerecycled. Ongeveer 10 miljoen ton kunststof komt uiteindelijk in zee terecht. ‘Dat is elke minuut een vrachtwagenlading plasticafval,’ zegt Schiller.
Ook Duitsland, Europa’s grootste kunststofproducent, heeft ondanks Grüne Punkte [afvalinzamelpunten] en gele zakken [voor het scheiden van plasticafval] geen kringloopeconomie. Een groot deel van de afval uit de gele tonnen eindigt in verbrandingsovens of wordt geëxporteerd naar het buitenland. Volgens de Plastic Atlas van 2019 van de milieuorganisatie BUND schommelt het recyclingquotum rond 15,6 procent.
Gerecyclede artikelen leveren de verkoper meer geld op dan het zogeheten virgin plastic
Bovendien zijn veel kunststoffen uitstekend te hergebruiken, vooral pet [polyethyleentereftalaat], dat vaak voor frisdrankflessen wordt gebruikt. En de gerecyclede artikelen leveren de verkoper meer geld op dan het zogeheten virgin plastic, dus nieuw geproduceerde kunststof. Want er is meer vraag naar oud materiaal dan ooit tevoren.
Daarvoor is enerzijds de politiek verantwoordelijk. Zo schrijft de EU in haar plasticrichtlijn van 2019 voor dat petflessen vanaf 2025 minstens 25 procent gerecyclede kunststof moeten bevatten, en vanaf 2030 moeten alle kunststof flessen voor minstens 30 procent uit hergebruikt materiaal bestaan. Dat zorgt voor een flink stijgende vraag. De Duitse wet op verpakkingen drijft tegelijk het aanbod omhoog. Dat schrijft vanaf komend jaar voor dat kunststofafval van verpakkingen voor minstens 63 procent gerecycled moeten worden.
Anderzijds ziet Schiller ‘echte druk van de markt’. Grote merkproducenten maken reclame met hun gebruik van gerecycled plastic.
De frisdrankgigant Coca-Cola maakt reclame met het gegeven dat zijn in Duitsland verkochte flessen voor ongeveer 70 procent uit gerecycled plastic bestaan. In Zweden, de Benelux en enkele staten in de VS zijn al verkochte Coca-Cola-flessen volgens eigen cijfers al 100 procent van gerecycled plastic. Lidl heeft voor zijn Saskia-mineraalwater een complete kringloop van hergebruikte stoffen opgezet met eigen recyclefabrieken: de flessen bestaan gemiddeld voor meer dan de helft, en deels zelfs helemaal, uit hergebruikt plastic.
Het grootste voedingsmiddelenconcern ter wereld, Nestlé, heeft zich verplicht om tot 2025 het gebruik van nieuw plastic voor de verpakking van levensmiddelen met een derde te verminderen – en bijna 1,8 miljard euro te investeren in de overschakeling op gerecycled materiaal.
Bijzonder gewild
‘De bereidheid om ervoor te betalen is momenteel heel groot,’ zegt Schiller. Sommigen zijn bereid om voor hoogwaardig gerecyclede grondstof tot dubbel zoveel te betalen als voor nieuw materiaal.’ Bijzonder gewild zijn bijvoorbeeld doorzichtige petflessen. Daaruit kun je na het verhakselen en smelten opnieuw doorzichtige flessen maken.
Nog steeds hebben veel inkopers er moeite mee om aan gebruikte kunststoffen te komen in behoorlijke hoeveelheden. ‘De markt is volkomen ondoorzichtig en versnipperd,’ zegt Schiller. Alleen in Europa zijn er al meer dan duizend ondernemingen die gerecyclede grondstof aanbieden – en tienduizenden bedrijven die ze nodig hebben. Ideale voorwaarden om een handelsplatform te beginnen.
Vraag en aanbod samenbrengen, daar weet Schiller alles van. In 2013 nam de Franse start-up BlablaCar, een online carpoolcentrale, hem in dienst. Schiller moest een Duitse versie opzetten. Vier jaar later had BlablaCar in Duitsland zes miljoen leden.
Bij Cirplus zijn plastickorrels van een milimeter tot en met metershoge balen van geplette flessen te koop
En Schiller? Die stapte eruit en reisde de wereld rond, totdat hij het plasticafvaltapijt tegenkwam. Vijftien maanden later startte hij de handel op Cirplus. Intussen zitten er volgens Schiller ongeveer negenhonderd bedrijven op het platform, waar 1,2 miljoen ton plastic wordt aangeboden en gezocht. Dat is ruim eenvijfde van de hoeveelheid die Europa’s recyclingbedrijven jaarlijks kunnen verwerken.
Cirplus rekent nog geen provisie voor elke succesvolle transactie. De onderneming leeft van de investeringen van Britse, Zweedse en Duitse kapitaalverschaffers die risico’s durven nemen, en van subsidies van de overheid.
De Cirplus-app doet denken aan een portal voor het boeken van vluchten of hotels. Links in de zoekpagina geven gebruikers aan wat ze nodig hebben: kunststofsoort, kleur, land van herkomst of een bepaalde toestand van het materiaal. Rechts verschijnen dan bijpassende aanbiedingen: van plastickorrels van een milimeter tot en met metershoge balen van geplette flessen.
De veelvormigheid is het grootste probleem van Cirplus, want die maakt de handel ingewikkeld. Op grondstofbeurzen wordt gewoonlijk gehandeld in gestandaardiseerde eenheidsproducten. Het vat Brentolie, het ounce zilver of het pond suiker hebben altijd dezelfde kwaliteit, dezelfde maten, en de handel daarin is navenant snel en ongecompliceerd.
Gevaar
Bij gerecyclede kunststofof is dat anders. ‘De klanten kopen geen gebruikte waar zolang ze er niet zeker van zijn dat de kwaliteit in orde is,’ zegt Schiller. Zo zouden vreemde stoffen, bijvoorbeeld motorolie in een plastic fles, een hele lading kunnen bederven. Daarom stuurt Cirplus kopers voor de aankoop eerst een proefmonster op. Dat vertraagt niet alleen de transactie. Er schuilt ook het gevaar in dat beide partijen ten slotte buiten de beurs om zaken gaan doen, om provisies te ontlopen die Cirplus in de toekomst wil gaan rekenen.
‘We hebben standaardisering nodig,’ zegt Schiller. Daarom hebben de beide oprichters samen met het Deutsche Institut für Normung het initiatief genomen voor een nieuwe DIN-norm voor kunststofafval. Daarin wordt vastgelegd hoe gebruiksplastic in de toekomst geklassificeerd wordt, bijvoorbeeld naar herkomst, kwaliteit of andere criteria. Leidende spelers in hun branche, van Dualen System Deutschland via Remondis Recycling tot en met bouwbedrijf KraussMaffei hebben aan de norm meegewerkt. Eind 2021 moet die klaar zijn en ingevoerd worden.
‘In de markt komen steeds weer gevallen van bedrog voor’
Dat zal fraude overigens niet verhinderen. ‘In de markt komen steeds weer gevallen van bedrog voor,’ zegt Philipp Sommer, expert op het gebied van kringloopeconomie bij een Duitse milieubeschermingsorganisatie. Omdat gerecycled plastic net even meer geld opbrengt dan nieuw plastic labelen malafide aanbieders virgin plastic als gebruikt plastic. Platforms als Cirplus moeten dus er dus voor zorgen dat herkomst en kwaliteit gegarandeerd zijn. Cirplus wil zijn klanten daarom aanbieden om materiaal door onafhankelijke deskundigen, bijvoorbeeld van het Kunststof Institut Lüdenscheid, te laten testen en certificeren. Het platform wil tests, betaalprocedure en verzending gaan verzorgen en daarmee geld verdienen.
‘Ik ben ervan overtuigd dat kunststofproducten over een paar jaar voor een groot deel uit gerecyclede materialen zullen bestaan. Dat is ook economisch zinvol,’ zegt Schiller.
Dan is er ook geen reden meer om plasticafval in zee te dumpen. Zodat Schiller een meer ontspannen zeiltocht kan maken.
Het Amerikaanse weekblad Newsweek verzamelde 21 gebeurtenissen om naar uit te kijken in 2021. 360 selecteerde er 10 voor u.
Kleur van het jaar: zonovergoten geel
De kleurexperts van Pantone, het bedrijf dat kleurcoderingen publiceert, hebben de afgelopen tweeëntwintig jaar een kleur van het jaar gekozen, die grote invloed had op textiel- en grafisch ontwerp, de mode, woninginrichting en andere producten.
Fashion shoe in de juiste kleuren.
Symbolisch genoeg was Pantones kleur van het jaar van 2020 ‘Classic Blue’. Maar het komende jaar zij dit ‘Illuminating’ en ‘Ultimate Grey’, zodat je alles – ‘van koffiebekers en hondenschalen tot paraplu’s en T-shirts’ – zult tegenkomen in zonovergoten geel in rotsvast grijs.
Beelden van de Hubble Space Telescope, 24 april 2020.
James Webb kijkt verder in de ruimte dan ooit
De meesten onder de veertig hebben de collectieve sensatie van de vroege foto’s van de Hubble Space Telescope niet meegemaakt. De beelden toonden onder andere spectaculaire golvende stof- en gaswolken waaruit sterren worden geboren.
Op 31 oktober 2021, na decennia van vertragingen, kostenoverschrijdingen en politiek gekibbel, zal de James Webb Space Telescope, opvolger van Hubble, eindelijk op een Ariane 5-raket de ruimte in gaan.
De Webb zal ons een glimp bieden van de gouden eeuw van het universum, slechts een miljard jaar na de oerknal
Als alles goed gaat, zal hij zichzelf parkeren op een zwaartekrachtvrije plek in de schaduw van de aarde, afgeschermd van de schittering van de zon, en met zijn krachtige infraroodtelescoop door de kosmische mist heen snijden, waardoor de telescoop verder de ruimte in kan kijken dan al zijn voorgangers. Melkwegstelsels, sterren en nevels zullen worden onthuld.
Waar de Hubble vooral zichtbaar en ultraviolet licht zag, wordt verwacht dat de infraroodsensoren van de Webb ons een glimp bieden van de gouden eeuw van het universum, slechts een miljard jaar na de oerknal, toen veel van de sterren en sterrenstelsels die we vandaag zien de leegte begonnen te vullen. Een welkome afleiding van onze aardse zorgen, aldus Newsweek.
Een jaar met grote films
Na het gebrekkige aanbod van 2020, waarin veel filmmakers afzagen van een première in bijna lege bioscopen – als de filmtheaters al open waren – zullen fans in 2021 profiteren van al dat uitgestelde filmgeweld. De grootste releases, allemaal in december: Dune, een bewerking van de sci-fi klassieker; Steven Spielbergs West Side Story; en The Matrix 4, de eerste nieuwe release in de franchise in zeventien jaar. Plus, voor actiefans is er in april de negende Fast and Furious-film en No Time to Die, de vijfentwintigste Bondfilm, met Daniel Craig in de hoofdrol, die vermoedelijk voor het laatst 007 speelt.
Andere langverwachte titels zijn Marvels Black Widow in mei; In the Heights, de verfilmde versie van Lin-Manuel Miranda’s eerste grote Broadway-hit, in juni; en Elvis in november, geregisseerd door Baz Luhrmann en met Tom Hanks als Presley’s manager Kolonel Tom Parker en een relatieve onbekende (Austin Butler) als ‘The King’ himself.
Weer een bloedmaan dit jaar
Een totale maansverduistering, ofwel bloedmaan, waarbij de maan in de schaduw van de aarde valt, staat gepland op 26 mei 2021, boven de lucht van Japan, Australië, Nieuw-Zeeland, Hawaï en het westen van de VS. Als het weer het toelaat, wordt de maan gedurende 14 minuten diep oranje.
Eurovisie Songfestival en de terugkeer van livemuziek
Zoals zoveel andere livemuziek-evenementen in 2020 werd het Eurovisie Songfestival, waar wereldwijd zo’n 182 miljoen mensen naar kijken, vorig jaar afgelast. Maar de organisatoren zeggen dat ze voor 2021 vastbesloten zijn om het evenement te laten plaatsvinden. En ze hebben verschillende alternatieven achter de hand om die belofte in te kunnen lossen, afhankelijk van in welk stadium de pandemie in Europa zich bevindt tegen de wedstrijddatum van 18-22 mei.
Amerikaanse eigenaren van concertzalen denken aan coronasneltests voor bezoekers en een digitaal vaccinatiepaspoort
Elders zijn er ook voorzichtige tekenen van heropleving in de live-muziekindustrie. Volgend jaar wordt een aantal tournees hervat, waaronder Shawn Colvin (maart), Chris Stapleton (april), Queen, met Adam Lambert op zang (mei) en Justin Bieber (zomer). En juni is de nieuwe datum voor de 50e verjaardag van het Glastonbury Music Festival, dat vorig jaar werd uitgesteld, hoewel dat tijdstip nog steeds onzeker is vanwege de pandemie.
Natuurlijk hangt veel ervan af of locaties voor livemuziek weer veilig open kunnen. Zo denken Amerikaanse eigenaren van concertzalen aan coronasneltests voor bezoekers en een digitaal vaccinatiepaspoort om ‘een tweede laag van veiligheid’ te creëren.
De Olympische Zomerspelen in Tokio
Nog een op lange beter-laat-dan-nooit-lijst van 2021; de Olympische Zomerspelen in Tokio zijn nu gepland voor de periode van 23 juli tot 8 augustus, een jaar nadat ze oorspronkelijk hadden moeten plaatsvinden.
Een van de hoogtepunten: vier nieuwe sporten – karate, skateboarden, sportklimmen en surfen – zullen hun debuut maken en honkbal en softbal, beide populaire sporten in Japan, zullen voor het eerst sinds 2008 weer te zien zijn.
Landing op Mars
Op 18 februari 2021 zal een klein ruimtevaartuig boven Mars een parachute opzetten, vaart minderen tot 3200 kilometer per uur om dan een kleiner, doosachtig apparaat los te laten dat de reis naar beneden zal voortzetten op acht remraketten.
Voordat het de grond bereikt, springt er weer een ander apparaat uit, eraan vastgemaakt met nylon snaren, dat voor een zachte landing zorgt. En dit is allemaal live te bekijken op het YouTube-kanaal van NASA.
Wetenschappers hebben goede hoop dat de rover zichtbare fossielen van oude microben zal vinden
Wat overblijft na de landing zal NASA’s Perseverance-rover zijn, die zal rondneuzen in de 50 kilometer brede Jezero-krater – een riviervallei die miljarden jaren geleden is opgedroogd – en daar de chemische samenstelling van rotsen zal meten, foto’s maken en op zoek zal gaan naar overgebleven organisch materiaal.
Wetenschappers hebben goede hoop dat de rover zichtbare fossielen van oude microben zal vinden.
Ban van plastic in de EU
In juli treedt het verbod van de Europese Unie op plastic artikelen voor eenmalig gebruik in werking. (Hoewel het Verenigd Koninkrijk de EU verlaat, is het van plan in oktober een soortgelijk verbod in te voeren.) Hoewel branchegroepen om uitstel hebben gevraagd, verklaart de EU tot nu toe dat het zich aan de deadline zal houden.
Het idee is om het gebruik van veel van de wegwerpgoederen die uiteindelijk in de oceanen van de wereld terechtkomen te stoppen, waaronder: wegwerp plastic bestek, borden, rietjes en roerstaafjes, polystyreen bekers en voedselcontainers en wattenstaafjes gemaakt van plastic.
Het verbod geldt niet voor plastic flessen, maar de EU heeft hiervoor afzonderlijk strenge inzamelings- en recyclingvereisten vastgesteld.
Eerste wereldtentoonstelling in het Midden-Oosten
De eerste wereldtentoonstelling die in het Midden-Oosten wordt gehouden, Expo 2020 Dubai, werd uitgesteld vanwege de pandemie. Nu staat het event gepland voor 1 oktober 2021 tot maart 2022. De Expo zal exposities uit meer dan 190 landen bevatten in wat bedoeld is als een showcase voor wereldwijde innovatie, technologie en samenwerking en een viering van menselijke prestaties en vooruitgang.
De organisatoren besloten de oorspronkelijke naam van het event aan te houden.
Miljarden luid parende krekels
Een zwerm insecten klinkt niet per se verleidelijk, maar Brood X, een enorme wolk krekels die eens in de zeventien jaar tevoorschijn komt in het Oosten van de VS om te paren en eieren te leggen, is niet zomaar een insect. Deze krekels, die naar verwachting in mei voor het eerst sinds 2004 met miljarden tegelijk uit hun winterslaap komen, paren zo luid dat het geluid wel 100 decibel kan bereiken en van een kilometer afstand te horen is.
Na het leggen van de eieren sterven de insecten – die niet bijten, geen ziekten verspreiden of gewassen schaden. Bij het composteren helpen ze het milieu door de bovengrond aan te vullen met stikstof.
Afvalcrisis
China was tot voor kort het epicentrum van de recycling, een internationale miljardenindustrie waarin tonnen afval omgaan. 270 miljoen per jaar om precies te zijn, een gewicht dat gelijkstaat aan 740 keer het Empire State Building. Maar China houdt ermee op en dwingt het Westen de afvalcrisis zelf op te lossen.
Robert Reed kijkt naar een berg afval van wel drie verdiepingen hoog en ziet ineens in zijn ooghoek een witte plastic tas. Die haalt hij eruit en houdt hem omhoog. ‘Dit is probleemplastic,’ zegt hij ernstig. ‘Dit blijft vastzitten in de machines, en er is geen markt voor.’ Hij wappert even met de tas en laat hem dan weer op de hoop fladderen. We bevinden ons in de grootste recyclingfabriek van San Francisco, waar huisvuil wordt ingezameld, gesorteerd en uiteindelijk tot keurige balen wordt samengeperst. Het knerpt onder onze schoenen terwijl Reed, die al twintig jaar meedraait in dit vak, vol trots uitlegt dat deze fabriek, die in handen is van het plaatselijke afvalverwerkingsbedrijf Recology, de meest geavanceerde is in haar soort aan de hele westkust. Met behulp van lasers, magneten en luchtblazers wordt er dagelijks 750 ton verwerkt. ‘Zie je al dat papier?’ zegt Reed. Hij gebaart naar de afvalberg en wijst op een doos van Amazon. ‘Daar krijgen we er steeds meer van door alle internetbestellingen.’ Een deel van het afvalmateriaal is van waarde, zoals aluminium blikjes, staal en karton. Maar veel is waardeloos, zoals deksels van koffiebekers of traytjes van zwart plastic.
Als we aan het einde van het sorteercentrum komen, zien we de ene na de andere baal gesorteerd plastic tevoorschijn komen. Hiervandaan wordt het verkocht om verder verwerkt te worden, vaak ergens in Azië. China was afgelopen jaar met stip de belangrijkste klant. Volgens gegevens van de Wereldbank wordt mondiaal meer dan 270 miljoen ton afval per jaar gerecycled, een gewicht dat gelijkstaat aan 740 keer het Empire State Building.
Sinds de introductie van plastic- en papierbakken in woonwijken, in de jaren tachtig, wordt recycling gepresenteerd als het milieuverantwoorde antwoord op de groeiende hoeveelheid afval die de mensheid produceert. Het is wereldwijd uitgegroeid tot een miljardenindustrie, ten bedrage van 220 miljard, volgens het Bureau of International Recycling. Bedrijven en makelaars verdringen zich om het afval op te kopen en er nieuwe producten van te maken: een soort goud uit stro spinnen, dat soms ongekend winstgevend kan zijn. Het hele systeem stoelt op een levendige handel in afvalmateriaal dat over de hele wereld wordt verscheept.
Maar begin 2018 is hier verandering in gekomen. Op 31 december 2017 sloot China, dat altijd het middelpunt was van de wereldwijde recyclinghandel, van de ene op de andere dag de deuren voor de import van gerecycled materiaal, met als argument dat grote hoeveelheden afval ‘gevaarlijk’ of ‘vervuild’ waren en daarmee een bedreiging zouden vormen voor het milieu. De prijs van het plastic afval kelderde, net als de prijs van gerecycled papier. Van de ene op de andere dag verkeerde de lucratieve handel die wereldwijd was ontstaan rondom de verscheping van recyclebaar materiaal, in grote crisis.
Veranderde wereld
China’s nieuwe beleid, ‘Nationaal Zwaard’ geheten, was zo ingrijpend dat veel mensen in de industrie aanvankelijk niet konden geloven dat het echt zou worden doorgevoerd. China en Hongkong, die in de eerste helft van 2017 nog 60 procent hadden opgekocht van al het plasticafval dat door de G7-landen werd geproduceerd, namen een jaar later in dezelfde periode nog maar 10 procent af. ‘In zekere zin is de wereld hierdoor veranderd,’ zegt Reed. ‘China was wereldwijd de grootste afnemer van papier en plastic.’
Aan de hand van de beschikbare handelsdata heeft de Financial Times de export van plastic- en papierafval uit de G7-landen in kaart gebracht. Sinds China de deuren heeft gesloten, blijkt er sprake te zijn van een ongekende toename van afvalstromen richting Zuidoost-Azië. Voor dit artikel zijn enkele tientallen mensen geïnterviewd: industriëlen, beleidsmakers, papierhandelaars en milieuactivisten, zowel uit de Verenigde Staten als uit Europa en Azië. Uit deze gesprekken is gebleken dat de bedrijfstak van de afvalrecycling volkomen op zijn kop is gezet, en dat er inmiddels grote vraagtekens worden geplaatst bij het hele fenomeen. De bedrijfstak is gegroeid en er zijn veel winsten gemaakt, zeker sinds de klanten zich meer en meer bewust zijn geworden van de milieueffecten van stortplaatsen, maar ook kleven er al langere tijd onfrisse kanten aan deze industrie. Die kampt al veel langer met beschuldigingen van smokkel, omkoping en vervuiling, maar is door het Nationaal Zwaard-beleid ineens volop in de schijnwerpers komen te staan. Nu China de deuren heeft gesloten voor het afval, wordt ineens pijnlijk duidelijk hoe ongunstig het kostenplaatje is van de recycling van huishoudelijk afval. Dit alles heeft geleid tot een grondige revaluatie van deze vorm van afvalverwerking, iets wat volgens velen al veel eerder had moeten gebeuren.
Dit is het ‘moment van de waarheid’ voor de recyclingindustrie, zegt Don Slager, die aan het hoofd staat van Republic Services, de op een na grootste afvalverwerker van de Verenigde Staten. Hij schat dat alleen al zijn eigen bedrijf dit jaar zo’n 150 miljoen dollar aan inkomsten misloopt door China’s nieuwe beleid. Volgens Eric Kawabata van TerraCycle, een in de VS gevestigd recyclingbedrijf, heeft het door China uitgevaardigde invoerverbod geleid tot een ‘mondiale crisis in plasticafval’. Japan, waar hij is gestationeerd, exporteerde veel naar China, tot aan het invoerverbod. ‘Nu stapelt al het afval zich op in Japan en kunnen we er niets mee; de vuilverbrandingsovens draaien op volle toeren,’ zegt hij.
In theorie is China nog altijd bereid bepaalde vormen van afval toe te laten, maar de lat voor de zuiverheid van het materiaal ligt zo hoog dat de meeste mensen binnen de bedrijfstak spreken van een onvervalst importverbod. In de Verenigde Staten zien veel bedrijven zich genoodzaakt recyclebaar afval naar stortplaatsen te brengen, omdat ze er nergens anders mee naartoe kunnen – een pijnlijke ommekeer na tientallen jaren van investeringen in programma’s voor recycling. In de eerste helft van 2018 exporteerden de Verenigde Staten 30 procent minder plasticafval dan in de eerste helft van het jaar ervoor, blijkt uit gegevens van de Financial Times. Veel van dat materiaal is uiteindelijk op de stortplaats beland. ‘Recycling is hier haast een religie,’ zegt Laura Leebrick van Rogue Disposal & Recycling in Oregon. ‘De mensen in Oregon vinden het belangrijk om te recyclen, het geeft ze het gevoel dat ze iets goeds doen voor onze planeet. Nu voelen ze zich in de steek gelaten.’ Na het Chinese invoerverbod is Rogue Disposal & Recycling beperkingen gaan opleggen aan het huishoudelijk afval dat ze innemen: geen plastic meer (op melkpakken na), geen glas meer en geen gemengd papier (zoals reclamefolders en cornflakesverpakkingen). Nu China niet meer actief is op deze markt, zijn de kosten van de recyclingprogramma’s verdriedubbeld, zegt Leebrick.
Wereldwijd wordt ongeveer de helft van het plastic dat is bedoeld voor recycling overzees verhandeld, blijkt uit een recent onderzoek in wetenschappelijk tijdschrift Science Advances. Dat percentage is zelfs nog hoger aan de westkust van de Verenigde Staten: Californië exporteert tweederde van al het huishoudelijk afval dat in de recyclebakken belandt. Veel steden die in het verleden inkomsten genereerden uit hun recyclingprogramma’s, moeten nu vervoerders inhuren om van het materiaal af te komen. Waar een baal gemengd plastic van niet al te hoge kwaliteit begin 2017 in Californië nog 20 dollar per ton kon opleveren, kost het een jaar later 10 dollar om ervan af te komen. ‘Het Nationaal Zwaard-beleid dwingt ons onder ogen te zien dat recyclen geld kost,’ zegt Zoe Heller van CalRecycle, het overheidsrecyclingbedrijf van Californië. ‘Wat dit uiteindelijk betekent voor Californië, de Verenigde Staten en de rest van de wereld, is dat we een andere manier moeten vinden waarop we mondiaal tegen hergebruik aankijken.’
Niemand is daar méér van doordrongen dan Steve Wong, ooit de plasticafvalkoning van China. Zijn imperium was goed voor zo’n 7 procent van de totale plasticafvalimport van China, met aandelen die volgens Wongs eigen schatting zo’n 900 miljoen dollar waard waren. Maar nu zit hij met schulden, na liquidatie van fabrieken en andere bezittingen. De wallen onder zijn ogen wijzen erop dat hij een zware tijd achter de rug heeft. De Engelsman, opgegroeid in Hongkong en werkzaam vanuit Los Angeles, is altijd onderweg. ‘Het leven is niet makkelijk,’ zegt hij. ‘Ik had wel gehoord van dat Chinese importverbod, maar ik had niet verwacht dat het zo hard zou aankomen, dat de recyclers het zo moeilijk zouden krijgen.’
Wongs loopbaan ging hand in hand met de opkomst van China als recyclingcentrum van de wereld. Toen China eind vorige, begin deze eeuw uitgroeide tot een van de grootste producenten ter wereld, ontstond er een enorme vraag naar grondstoffen. Daarmee vormde het land een prima afzetmarkt voor al het materiaal dat werd vervaardigd in het recyclingprocedé: de plastic korrels die worden gemaakt van gerecycled materiaal, bijvoorbeeld, en waarvan schoenzolen kunnen worden gemaakt, en talloze andere alledaagse voorwerpen. De toenemende vraag viel samen met de toenemende recycling in de westerse wereld. Daarnaast was er nog een logistiek voordeel, dankzij de wereldwijde handel: de schepen die afgeladen met ‘Made in China’-goederen op weg gingen naar het Westen, keerden vaak terug met een vrijwel leeg ruim. Dit was een mooie gelegenheid om de containers te vullen met afval dat kon worden gerecycled. De eerste recyclingbedrijven in China maakten dikke winsten door in te spelen op deze mogelijkheid. De eerste vrouwelijke miljardair van China, Zhang Yin, wist haar imperium Nine Dragons op te bouwen door papier uit de Verenigde Staten te importeren en te verwerken in papierfabrieken in eigen land. De combinatie van een grote vraag, goedkope arbeidskrachten en soepele milieuwetgeving maakte van China de ideale plek om het afval van de wereld te recyclen. China en Hongkong samen importeerden tussen 1988 en 2016 81 miljard dollar aan plasticafval, volgens Science Advances.
Kentering
Enkele jaren geleden kwam er echter een kentering, toen China serieuze maatregelen begon te nemen tegen milieuverontreiniging. De recyclingindustrie raakte uit de gratie, wat deels was te wijten aan de corruptie en het feit dat men zich nauwelijks iets gelegen liet liggen aan het milieu, maar ook aan het feit dat Chinese politici niet langer wilden dat China werd gezien als de vuilnisbelt van de wereld. ‘De spullen die ze importeerden, noemden ze yang laji – “buitenlands afval” – maar hun eigen afval, ook als het van slechte kwaliteit was, noemden ze “grondstof”,’ zegt Wong. Ook wilde China meer grip krijgen op de eigen afvalverwerkingsindustrie. Op steeds meer plekken doken echter slecht geleide recyclingfabrieken op, die afvalwater loosden en de omgeving verontreinigden, ondanks herhaalde pogingen van de overheid om grote schoonmaak te houden binnen de sector. ‘Uiteindelijk drong het tot China door dat het land er al met al bij inschoot door al die troep binnen te laten,’ zegt Jim Puckett, die aan het hoofd staat van het Basel Action Network, een non-profitorganisatie die strijdt tegen de handel in gevaarlijk afval. ‘De verontreiniging van het grondwater en van de lucht brengen hoge kosten met zich mee.’
In 2013 kwam China met een nieuw beleid, ‘Groen Hek’, dat de bestaande regelgeving op het gebied van recycling aanscherpte. Met Wongs bedrijf is het vanaf dat moment bergafwaarts gegaan, vertelt hij. Met de introductie van Nationaal Zwaard werd de situatie nog erger. ‘Ik ken mensen die failliet zijn gegaan,’ zegt hij. Sommige Chinese handelaren in afval zijn in de gevangenis beland als gevolg van de pogingen van de overheid om grote schoonmaak te houden binnen de bedrijfstak. ‘Er is mij te verstaan gegeven dat ik beter kan wegblijven.’ Wong heeft nog altijd een aandeel in de handel en zit meestal al voor zonsopgang aan de telefoon. Op de ochtend van onze afspraak heeft hij al twee containers gekocht met benzinetanks die uit oude auto’s zijn gehaald, en zestig containers met plastic afdekzeilen die in wijngaarden zijn gebruikt. ‘Ik sluit elke dag wel een paar dealtjes,’ zegt hij, al gaat het om veel kleinere bedragen dan hij in het verleden gewend was. Wel heeft hij een cynische kijk op de sector. ‘De handelaren die nog over zijn, zijn of arm, of het zijn sjacheraars,’ zegt hij.
Verzet
Nu China sinds begin dit jaar de deuren heeft gesloten, gaat veel van het plasticafval naar Zuidoost-Azië, dat nu dan ook met een nieuw soort milieucrisis kampt. Van de 1700 officiële importeurs in China heeft zeker eenderde zich inmiddels gevestigd in Zuidoost-Azië, schat Wong. De regio is overspoeld met plasticafval, in veel grotere hoeveelheden dan men aankan. In een periode van slechts een paar maanden is Maleisië uitgegroeid tot de grootste plasticafvalimporteur ter wereld, met hoeveelheden die inmiddels zeker twee keer zo groot zijn als wat China en Hongkong tot voor kort toelieten. Vietnam heeft de hoeveelheid geïmporteerd plasticafval vanaf begin 2017 in een jaar tijd zien verdubbelen, terwijl de scheepsladingen richting Indonesië met 56 procent zijn gestegen, zo blijkt uit gegevens die door de Financial Times zijn verzameld. Thailand is koploper: daar is de import gestegen met maar liefst 1370 procent.
In de haven van Leam Chabang, aan de oostkust van Thailand, staat een verzengende zon boven een zesbaansweg en een spoor voor goederentreinen. Dit is de drukste haven van het koninkrijk en een belangrijke gateway voor vrije handel met de rest van de wereld – een pronkjuweel van de Thaise economie, die voor een belangrijk deel stoelt op export. Maar dit jaar heeft de haven zich ook op de kaart gezet bij Thaise milieugroeperingen: het is de voornaamste invoerhaven geworden voor ongekend grote hoeveelheden plastic, elektronisch afval en alle andere troep van de wereld. In mei 2018 heeft de politie een inval gedaan in terminal C3, waar zeven containers zijn doorzocht en waar elektronisch afval is aangetroffen – gevaarlijk materiaal, als het niet op de juiste wijze wordt verwerkt – dat bij de douane ten onrechte was aangemeld als plastic. Nu de invoer is toegenomen, groeit ook het verzet; de verschillende overheden in Zuidoost-Azië doen pogingen om de hoeveelheid binnenkomend afval in te perken. In Thailand probeert men de uitwassen onder meer tegen te gaan met dit soort invallen in afvalverwerkende industrieën, stortplaatsen en havens.
De Thaise overheid heeft Financial Times laten weten dat er binnen twee jaar een verbod zal komen op de import van plastic. Het meeste plastic is in strijd met de door de overheid opgestelde regelgeving het land binnengekomen, aldus Banjong Sukreeta van het verantwoordelijke ministerie. ‘We zagen dat importeurs niet alleen plastic afval importeerden voor hun eigen fabriek, maar ook om het door te verkopen aan andere fabrieken die het vervolgens verwerken,’ zegt hij. ‘Dat is tegen de regels.’ Zoals ook bleek bij de politie-inval in Laem Chabang, doen sommige importeurs valse aangifte bij de douane en worden containers met plasticafval gebruikt als dekmantel om elektronisch afval het land in te smokkelen. ‘Bij onze inspecties van het plastic bleek dat in 95 procent van de gevallen de regels werden overtreden en er niet aan de gestelde eisen was voldaan,’ aldus Banjong.
Illegale fabriekjes
Ondertussen zijn in de buurt van de haven van Laem Chabang de plastic verwerkende fabriekjes als paddenstoelen uit de grond geschoten, wat leidt tot klachten van de plaatselijke bevolking over verontreiniging. Iemand die deze fabriekjes – die niet allemaal honderd procent legaal zijn – in de gaten houdt, is Penchom Saetang, de vrouw die aan het hoofd staat van non-profitorganisatie Ecological Alert and Recovery Thailand. In de acht provincies rondom de haven telt zij meer dan 1300 bedrijfjes die zich bezighouden met recycling, stortplaatsen of de verwerking van elektronisch afval. ‘Recycling is een goed uitgangspunt en een lovenswaardig streven,’ zegt ze. ‘Maar als recycling zo mooi is, waarom willen Amerika, Europa, Korea en Japan het afval dan per se exporteren naar het buitenland?’
Het is een vraag die steeds meer mensen stellen en waar de overheden in de regio een antwoord op proberen te bedenken. Toen in het voorjaar van 2018 de balen plastic zich ophoopten in de havens van Vietnam, liet het land weten niet ‘de vuilnisbelt van de wereld’ te willen worden. Er werden geen vergunningen meer afgegeven voor de import van papier, plastic, metaal en ander afval. Ook Maleisië probeert iets te doen aan de talloze illegale recyclingfabriekjes die overal in het land opduiken om het plastic te verwerken waarin China geen trek meer heeft.
Minister Yeo Bee Yin liet in de herfst van 2018 weten dat de overheid de import van plasticafval gaat stilleggen.
Greenpeace Unearthed [Greenpeace’ platform voor onderzoeksjournalisme] trof Engels recyclemateriaal aan op Maleisische stortplaatsen, waaronder recyclingzakken uit Londense wijken als Hammersmith, Fulham, Kensington en Chelsea.
Veel van de fabriekjes die uit de grond zijn gestampt, staan voor alles wat er mis is binnen de industrie. ‘We hebben het wel over de “cowboys” binnen de bedrijfstak,’ zegt Max Craipeau, een Franse handelaar in plastic die in Hongkong woont. ‘Hun manier van zakendoen is verwerpelijk. In Zuidoost-Azië zijn die lui nu vrijwel allemaal failliet, omdat de overheid hun handel heeft stilgelegd.’ Dit soort ‘cowboyondernemingen’ weet maar al te vaak onder milieuvoorschriften uit te komen, vertelt hij, zoals de verplichting om het afvalwater te zuiveren. Om plastic te recyclen moet het materiaal worden gewassen, waarbij afvalwater vol giftige stoffen vrijkomt. Ook moet het plastic worden verhit om er korrels van te maken, en daarbij kunnen chemische stoffen en giftige gassen vrijkomen. In Thailand hebben dit soort schimmige bedrijfjes zich inmiddels de woede van de bevolking op de hals gehaald. Begin vorig jaar werden de politie-invallen live op tv uitgezonden, waarna er een landelijk debat op gang kwam over het plastic en de enorme toename van elektronisch afval: oude computeronderdelen, keyboards en telefoons.
Smerige rook
Midden in de cassavevelden van Thathan, aan de oostkust van Thailand, liggen blauwe teerdoeken die de bergen elektronisch afval nauwelijks aan het oog weten te onttrekken. Volgens de plaatselijke bevolking kwamen er vlak na Nieuwjaar vrachtwagens vol e-afval – een stuk of tien, twintig per nacht. In april 2018 begon de Chinees-Taiwanese eigenaar van het bedrijf, He Jia Enterprise, met het verbranden van plastic e-afval, om er koper uit te winnen. Er hing een dikke deken van smerige rook over het dorp en sommige inwoners werden duizelig. ‘Het was echt zo’n lucht die in je neusgaten blijft hangen en waarvan je dan last krijgt,’ zegt Panpuch Srithat, een dorpsbewoner die een klein zaakje heeft. Terwijl zij met ons praat, rijdt er een lange vrachtwagen vol snoeren door het dorp. ‘Ze halen spullen die niemand wil hebben ons land in,’ vervolgt ze. ‘Zij strijken alleen maar winst op. En wie draagt de verliezen? Ons land draagt de verliezen.’
Elektronisch afval is veel giftiger dan het doorsnee huishoudelijk afval, omdat er verschillende schadelijke stoffen in zitten, waaronder zware metalen zoals lood. Maar de factoren die het mogelijk hebben gemaakt dat het e-afval zijn weg kan vinden naar de landen die het slechtst toegerust zijn om het veilig te verwerken, zijn dezelfde die het mogelijk hebben gemaakt dat Zuidoost-Azië vorig jaar is overspoeld met ongewenst plastic. Mensen die zich inzetten voor het milieu, zoals Puckett van het Basel Action Network, zien daarin het bewijs dat het wereldwijde handelssysteem heeft gefaald. ‘Dit kan allemaal als gevolg van de vrije handel, een systeem dat het mogelijk maakt dat je spullen aan boord van een schip laadt en ze ergens naartoe brengt waar de controle veel minder streng is,’ zegt hij.
Het management van He Jia heeft naar eigen zeggen niets verkeerd gedaan. De fabriek is in april 2018 in andere handen overgegaan, nadat er veel protest was gekomen. Winaaithorn Rakkbuathong, de algemeen directeur, vertelt ons dat de fabriek zich aan alle milieuvoorschriften en handelswetten houdt. Hij ontkent dat de fabriek afvalwater in de grond heeft laten lopen, zoals de dorpelingen beweren, en zegt dat alle medewerkers beschermende kledij dragen, zoals brillen, maskers en handschoenen. ‘Ooit van het Verdrag van Bazel gehoord?’ zegt hij, met een beleefde glimlach en een knikje. ‘Volgens dat verdrag is het toegestaan om afval te importeren en te exporteren.’
‘Mensen hebben van alles en nog wat verscheept, naar overal en nergens, zonder zich af te vragen of men daar wel raad weet met al dat afval’
Maar de tekst van het Verdrag van Bazel luidt anders dan wat Rakkbuathong hier beweert. Volgens het verdrag, dat in 1989 is opgesteld om de handel in gevaarlijk afval te reguleren, kan e-afval alleen naar ontwikkelingslanden worden verscheept na toestemming van de betreffende landen. Maar er staat niets in het verdrag over de handel in plastic, en zowel in Thailand als elders op de wereld wordt steeds meer gediscussieerd over de vraag of de huidige maatregelen afdoende zijn. ‘Mensen hebben van alles en nog wat verscheept, naar overal en nergens, zonder zich af te vragen of men daar wel raad weet met al dat afval,’ zegt Surendra Borad Patawari, die aan het hoofd staat van de Gemini Corporation, een Belgisch bedrijf dat handelt in plastic en staal. ‘We zouden verplicht moeten worden na te gaan of de importeurs wel over de nodige faciliteiten beschikken om te recyclen.’
Nieuwe regelgeving zal vermoedelijk niet lang meer op zich laten wachten: begin 2018 diende Noorwegen een voorstel in om bepaalde soorten plastic toe te voegen aan de lijst van materialen die onder het Verdrag van Bazel vallen. Als dat voorstel wordt aangenomen, zal het verschepen van bepaalde soorten plastic afval alleen mogelijk worden als de ontvangende landen daar van tevoren mee instemmen. Ola Elvestuen, de Noorse minister van Milieu, vertelt ons dat het verdrag zou moeten worden aangewend om ‘de stroom van problematisch afval beter onder controle te krijgen’ – en dan wereldwijd. ‘Er worden immense hoeveelheden plasticafval verhandeld, en daarvan is veel gemengd. Het is verontreinigd, het is afval dat niet of nauwelijks in aanmerking komt voor hergebruik; die stroom moeten we beter onder controle zien te krijgen,’ zegt hij.
Het voorstel van Noorwegen heeft al steun gekregen uit meer dan twintig landen, al is de EU tegen, net als veel handelaren in afval. Volgens Adina Adler, hoofd internationale betrekkingen aan het Institute of Scrap Recycling Industries in Washington D.C., zou dit beleid een verstikkende uitwerking hebben op de handel. ‘Afval is geen troep, het is geen rotzooi, het is iets waardevols,’ zegt zij. ‘Als het voorstel van Noorwegen wordt aangenomen, kan dat een precedentwerking hebben en tot meer beperkingen leiden. Een groot deel van de ontwikkelingslanden beschikt niet over de middelen om te recyclen. Dus zullen ze het afval voor zover mogelijk verzamelen en dan verschepen naar een ander land.’ Er zijn mensen die een afvaloorlog vrezen, nu meer en meer landen de deuren sluiten voor het afval. ‘We leven in een tijd van toenemend nationalisme, en deze importverboden horen daarbij,’ aldus Tom Szaky, ceo van TerraCycle, doelend op de stappen die in Zuidoost-Azië zijn genomen.
In de Catharijnesingel voor TivoliVredenburg verschijnt binnenkort een enorme plastic walvis, gemaakt van vijf ton zwerfval uit de oceaan bij Hawaii.
De gevolgen van het besluit van China om de grenzen te sluiten voor westers afval, worden langzaam maar zeker duidelijk. Een van de gevolgen is een hausse aan investeringen in de recyclingfaciliteiten in het Westen. Nu China niet langer het afval van de hele wereld in ontvangst wil nemen, verschuift het zwaartepunt weer meer naar de VS, Europa en Japan. ‘Op de lange termijn zal dat positief uitpakken, omdat we ons sterker zullen moeten richten op onze eigen recyclingfaciliteiten,’ zegt Karmenu Vella, de Eurocommissaris die het milieu in zijn portefeuille heeft. Hij schat dat er in 2025 250 sorteerfaciliteiten extra nodig zullen zijn, en 300 recyclefabrieken. Bedrijven die de benodigde machines maken, zitten in de lift en krijgen meer opdrachten dan ze aankunnen.
Dezelfde trend is zichtbaar in de Verenigde Staten, waar veel van de investeerders Chinezen zijn. Omdat ze in China zelf niet langer in staat zijn te voldoen aan de vraag naar papierpulp of plastic korrels, kopen de grootste recyclingbedrijven van China papiermolens of recyclingfabrieken in de VS. Nine Dragons, de grootste papier- en kartonproducent van China, heeft onlangs aangekondigd twee papiermolens in de Verenigde Staten te kopen, en is van plan daar 300 miljoen dollar in te investeren. Andere Chinese recyclingbedrijven hebben geïnvesteerd in recyclingfabrieken in Georgia, South Carolina, Alabama en Kentucky.
De nieuwe Chinese bepalingen dwingen Amerikaanse afvalhandelaars en producenten ook om meer van het vuile werk zelf te doen, teneinde te voldoen aan de hoge eisen waartegen China nog wel bereid is afval toe te laten. George Adams, ceo van SA Recycling, een van de grootste Amerikaanse handelaren in metaalafval, zegt dat hij onlangs een nieuwe productielijn heeft opgezet om aluminiumafval te wassen voordat het naar China gaat. ‘Je kunt van mijn aluminium eten, zo schoon is het,’ zegt hij. Op andere plekken vinden soortgelijke veranderingen plaats: de Recology-faciliteit in San Francisco heeft onlangs 3 miljoen dollar geïnvesteerd in een optische sensor die het aantal onzuiverheden in de balen kan terugbrengen. En wat de handelaren betreft: velen zijn failliet gegaan of hebben afscheid genomen van de bedrijfstak, maar een enkeling heeft duidelijk garen gesponnen bij de verandering. Zoals Craipeau, de handelaar die opereert vanuit Hongkong. Hij heeft zijn focus verlegd naar de verkoop van plastic korrels – die niet onder de afvalban vallen – aan China. ‘Van de ene op de andere dag heeft China zichzelf getransformeerd van ’s werelds grootste verwerker van plasticafval tot ’s werelds grootse importeur van plastic korrels,’ licht hij toe. De vraag naar plastic korrels is groter dan ooit, omdat de fabrikanten er nog altijd behoefte aan hebben. Craipeau werkt momenteel samen met een recyclingfabriek in Indonesië en hij heeft plannen om binnenkort nieuwe fabrieken te openen in Polen en de VS.
Ondertussen hebben veel recyclingprogramma’s voor huishoudelijk afval manieren gevonden om door te gaan, zij het soms in een licht gewijzigde vorm. ‘Ik krijg wel een beetje hoofdpijn van dat gedoe met China,’ zegt Slager, de ceo van Republic Services. ‘Maar aan de andere kant ben ik zonder meer opgetogen, omdat het ons wakker heeft geschud en ons ervan heeft doordrongen dat er iets moet veranderen binnen deze bedrijfstak.’ Een van de prioriteiten, aldus Slager, is om de toevoer schoner te krijgen, dus ervoor te zorgen dat mensen geen vervuild afval meer in de vuilnisbak gooien.
Wake-upcall
Sinds de jaren vijftig heeft de wereld meer dan 6,3 miljard ton aan plastic afval geproduceerd, waarmee plastic een van meest aanwezige door de mens gemaakte materialen op aarde is, naast staal en cement. De helft van die hoeveelheid is in de laatste zestien jaar geproduceerd, toen gebruiksvoorwerpen van wegwerpplastic een hoge vlucht namen, zo valt te lezen in de wetenschappelijke publicatie Production, Use and Fate of All Plastics Ever Made. Volgens auteur Roland Geyer is het Nationaal Zwaard-beleid een wake-upcall. ‘Ik heb de indruk dat het hergebruik van plastic voor het importverbod van China nooit echt succesvol was,’ zegt hij. Want zelfs vóór het verbod werd maar 10 procent van al het plastic in de Verenigde Staten hergebruikt. ‘Iets meer ons best doen met recyclen is niet voldoende.’ Beleidsmakers zijn al tientallen jaren bezig de inzameling van herbruikbaar afval te stimuleren en ervoor te zorgen dat een steeds hoger percentage van het huishoudelijk afval een andere bestemming kan krijgen dan de stortplaats of de vuilverbrandingsoven. Maar er klinken steeds meer geluiden dat we onze aandacht beter kunnen verleggen.
‘We zijn niet erg succesvol geweest op het gebied van recycling. Na veertig jaar hebben we het nog steeds niet helemaal voor elkaar,’ zegt zeilster Ellen MacArthur, die de Ellen MacArthur Foundation heeft opgezet, een organisatie die zich inzet voor een afname van de hoeveelheid plasticafval. ‘Er moet een fundamentele verandering plaatsvinden,’ zegt ze. Het probleem schuilt in het patroon van lineaire consumptie, waaraan de consument wereldwijd gewend is geraakt: grondstoffen uit de aarde halen, die gebruiken en weggooien. Volgens haar schuilt de oplossing in een ‘circulaire economie’, waarin grondstoffen niet zozeer worden geconsumeerd, maar worden hergebruikt. Haar ogen beginnen te stralen als ze beschrijft hoe dat er in de praktijk zou kunnen uitzien. De schappen in de supermarkt, die nu vol staan met plastic verpakkingen voor eenmalig gebruik, zouden een geheel andere aanblik bieden: eenvijfde van de verpakkingen zou herbruikbaar kunnen zijn, zoals een fles die opnieuw wordt gevuld. En de helft van de verpakkingen zou ontworpen kunnen worden met het oog op hergebruik.
Een beter ontwerp van verpakkingsmateriaal zou een stap op de goede weg zijn, maar sommige mensen pleiten voor nog veel drastischere maatregelen. In de Recology-fabriek in San Francisco bekent Reed aan het einde van onze rondleiding dat hij na twintig jaar in deze branche een groot voorstander is geworden van ‘zero waste’. Hij gebaart naar een baal doorzichtige sandwichverpakkingen en zegt: ‘Ik koop al dat spul niet.’ In plaats daarvan slaat hij alles groot in en neemt hij zijn eigen flessen en zakken mee naar speciale winkels die voedsel en huishoudelijke producten per gewicht verkopen. Die manier van inkopen vindt al langere tijd navolging in Californië, en de laatste tijd ook in Europa. In Frankrijk en Italië is het aantal winkels dat niet-voorverpakte spullen verkoopt het afgelopen jaar enorm toegenomen. ‘Een van de belangrijkste lessen die we hebben geleerd van zero waste, is dat veel oplossingen zijn te vinden in het verleden,’ zegt Reed. ‘Vraag je eens af hoe het leven eruitzag in de tijd van je grootouders. Zij hadden geen wegwerpkoffiebekers, geen waterflesjes. En toch wisten ze in leven te blijven –uitstekend, zelfs.’
Auteurs: Leslie Hook en John Reed
CONTEXT: China treedt hard op tegen overtreders
Per 1 januari 2018 verbood China de import van 24 soorten vaste afvalstoffen, waaronder karton, gemengd papier, sommige resten van de productie van ijzer en staal, bepaalde textielsoorten zoals wol en katoen, en acht soorten plastic, waaronder rollen verpakkingsplastic, polyethyleentereftalaat (pet) en polyvinylchloride (pvc). Per 31 december werden 32 soorten afval aan de lijst toegevoegd: auto- en scheepsonderdelen, houtafval, roestvrij staal, titanium en dergelijke. Vanaf 2020 mag geen enkele vaste afvalstof meer worden geïmporteerd, met uitzondering van afval dat onvervangbare stoffen bevat.
De Chinese regering wil op die manier ‘tegemoet komen aan de bezorgdheid onder de bevolking en streven naar een groene ontwikkeling’, aldus het Chinese staatspersbureau Xinhua. Tegelijkertijd treedt de overheid streng op tegen overtreders, zegt het persbureau: in 2018 werden 718 verdachten gearresteerd die de bepalingen zouden hebben geschonden en werd 1,55 miljoen ton illegaal geïmporteerde vaste afvalstoffen in beslag genomen.
Wereldbank
Drijfscheiding
Wat gebeurt als het afval uit de verschillende recyclingbakken van huishoudens is verzameld?
De details verschillen per regio en per regering, maar meestal komt het grofweg hierop neer: als het afval uit de verschillende recyclingbakken van huishoudens is verzameld, wordt het gesorteerd in balen, die vervolgens worden verkocht, om te worden verwerkt tot iets anders. Een baal karton gaat naar een speciale papiermolen, waar het wordt gereinigd en vermalen tot papierpulp, dat wordt gebruikt om nieuw papier mee te maken. Het bedrijf dat het afval inzamelt, zal het op materiaal sorteren en sommige materialen – die van waarde zijn – verkopen aan handelaren, of aan fabrieken, waar een tweede ronde volgt van sorteren en reinigen. Vervolgens wordt het materiaal verkocht om verder te worden verwerkt, totdat het uiteindelijk bij de eindgebruiker komt: een producent die het materiaal gebruikt als basismateriaal voor een ander product.
Plastic is een van de moeilijkste materialen om te recyclen. We maken in het dagelijkse leven gebruik van tientallen verschillende soorten plastic, en die moeten, voordat ze worden gerecycled, allemaal worden gescheiden. Nadat alles is gesorteerd, worden de balen naar een recyclingfabriek gestuurd, waar alles nogmaals wordt gewassen en gereinigd. En dan wordt het een stuk lastiger. Neem een plastic waterflesje, meestal gemaakt van pet, een van de waardevollere soorten plastic. Als de flessen in de fabriek komen, worden ze gewassen en in een chemisch bad gedompeld om de etiketten te verwijderen, waarna ze in stukken worden gehakt. Met behulp van drijfscheiding wordt het plastic van de doppen gescheiden van het plastic van de flessen. Aan het einde van het procedé heb je drie verschillende materialen over: dopscherven, flesscherven en etiketten. De laatste stap is om de scherven te ‘extruderen’, oftewel om te smelten tot korrels. Het kost energie om de scherven te verhitten, en ook kunnen er schadelijke stoffen bij vrijkomen, door de additieven in het plastic. Tot slot worden de korrels verkocht aan fabrikanten die ze als basismateriaal gebruiken. Het is mogelijk om dit allemaal op een milieuvriendelijke manier te doen: verantwoord omgaan met het afvalwater, de chemicaliën op verantwoorde wijze lozen en zorgen dat er geen giftige gassen vrijkomen. Als dat goed gebeurt, kost het minder energie en is het verbruik van natuurlijke bronnen lager dan bij het vervaardigen van nieuw materiaal. Maar als het niet zorgvuldig gebeurt, kunnen de gevolgen rampzalig zijn. (FT)
Bas Emmen
Nederland
Afvalscheiding cruciaal voor verwerking
In Nederland ontstaat jaarlijks een hoeveelheid afval van 60 miljoen ton. Bijna 80 procent daarvan wordt bewerkt voor hergebruik, de rest wordt verbrand of gestort. Volgens de laatst beschikbare gegevens (over het jaar 2016) blijkt de totale hoeveelheid afval in Nederland nog jaarlijks toe te nemen.
In 2016 steeg de hoeveelheid gestort afval met 20 procent, de hoeveelheid gestorte bouwstoffen met 29 procent, de hoeveelheid verbrand afval met 3 procent, de hoeveelheid vergist en gecomposteerd gft-afval met 6 procent, en de hoeveelheid verwerkte grond met 16 procent. Alleen de hoeveelheid verwerkte baggerspecie daalde: met 1 procent.
Scheiding van soorten afval is in het verwerkingsproces van cruciaal belang. Die scheiding verloopt niet overal even soepel. Zo werd in het Land van Cuyk in 2015 al 89 procent van het afval gescheiden, terwijl dat in de grote steden beduidend minder was: in Amsterdam nauwelijks 28 procent, in Den Haag 27 procent en in Rotterdam 24 procent.
Gemiddeld ligt in Nederland het scheidingspercentage op 58 procent. Het streven is deze hoeveelheid volgend jaar op te krikken naar ten minste 75 procent.
Kenia sluit zich aan bij enkele andere Afrikaanse landen en verbiedt de plastic tas, die tot gigantische milieuvervuiling leidde.
In de afgelopen veertig jaar hebben ecologen en dierenrechtenactivisten in Kenia twee grote overwinningen behaald. In mei 1977 verbood Kenia de jacht op wilde dieren om de toenemende stroperij tegen te gaan. En op 28 augustus van dit jaar dwongen ecologen een verbod af op plastic tasjes. Sindsdien worden de winkels overspoeld met stoffen tassen uit China, wat niet goed is voor de verkoop van lokaal geproduceerde papieren tassen.
Ecologen gingen voorop in de strijd tegen de plastic tas. Zee-ecologen hadden al jaren gewaarschuwd dat plastic zakken schadelijk zijn voor het zeemilieu, omdat dieren het plastic vaak voor voedsel aanzien. Plastic is onverteerbaar en kan hun spijsvertering verstoren, zodat ze van honger kunnen sterven. Het meest frappante voorbeeld is dat van schildpadden, die plastic tassen vaak aanzien voor kwallen.
Verantwoordelijk voor overstromingen
Specialist oceaanvervuiling Habib El-Habr werkt voor het milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) in Nairobi. Eind augustus legde hij aan persagentschap Reuters uit dat ‘het tussen de vijfhonderd en duizend jaar kost om plastic af te breken’. Uiteindelijk komt het ook in onze voedselketen terecht, en niet alleen als we vis eten. In abattoirs in Nairobi bleken sommige dieren wel twintig plastic zakken in hun maag te hebben.
Maar ecologen maken zich vooral zorgen over de plastic tassen die in meren en oceanen terechtkomen. Onderzoekers van UNEP voorspellen dat er, als wij niets doen, ‘in 2050 meer plastic in de oceaan zal zitten dan vis’.
Niemand weet precies hoeveel plastic tassen er al in de natuur terecht zijn gekomen. Een indicatie geeft de stad Kigali in Rwanda, met 900.000 inwoners. Een paar jaar geleden verzamelde men daar bij een schoonmaakactie maar liefst een miljoen plastic tassen. Tegenwoordig is Rwanda een van de schoonste landen ter wereld en heeft het de import en fabricage van polyethyleentassen verboden [net als Zuid-Afrika, Senegal en Ivoorkust].
Ook verstopt plastic vaak afwateringssystemen. Het materiaal wordt verantwoordelijk gehouden voor overstromingen in Bangladesh waarbij tussen 1988 en 1998 duizenden mensen de dood vonden. Twee derde van het land stond onder water en daarom besloot Bangladesh in 2002 als eerste land ter wereld om plastic tassen te verbieden – hoe handig ze ook waren voor de boodschappen.
De ellende begon in de jaren zestig, toen het Zweedse bedrijf Celloplast een patent deponeerde voor een plastic zak uit één stuk, met handvatten eraan. Plastic werd weliswaar al gebruikt sinds het eind van de negentiende eeuw, maar tot in de jaren zestig was het als verpakkingsmateriaal weinig populair. Vanaf dat moment begonnen plastic tassen de papieren varianten in hoog tempo te vervangen.
Jarenlang had Celloplast het monopolie op de verkoop van plastic tassen, totdat het Amerikaanse bedrijf Mobil naar de rechter stapte en het patent aanvocht. Vanaf dat moment lag de markt open, met een ecologische ramp als gevolg. Inmiddels worden er jaarlijks ongeveer een biljoen plastic zakken geproduceerd en achtergelaten in de natuur, in zeeën en oceanen.
In Kenia kwam het fenomeen plastic zak in het midden van de jaren tachtig op, toen supermarktketens papieren zakken door plastic exemplaren begonnen te vervangen. Zo rond 2004 waren rivieren ernstig vervuild geraakt met compacte massa’s bijeengedreven plastic tassen. De toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Moses Wetangula besloot zich toen actief met het thema te gaan bezighouden. Op dienstreis naar Venezuela zag hij hoe dat land, dankzij een verbod op de plastic tas, de bosbouwsector een stimulans had gegeven. ‘We moeten het gebruik van bosbouwproducten als houtpulp en papier voor verpakkingen stimuleren en het gebruik van plastic tassen verbieden,’ verklaarde hij.
In Kenia werden vóór het verbod maandelijks 24 miljoen plastic tassen gebruikt
Toch zou een verbod dus nog dertien jaar op zich laten wachten. In 2007 besloot de Keniaanse regering al om bepaalde typen plastic tassen te verbieden. Een paar parlementsleden vroegen de minister van Milieu en Grondstoffen echter om ‘creatiever te zijn en zich niet tot een eenvoudig verbod te beperken’. Zij voelden meer voor een belasting op plastic tassen, waarvan de opbrengst gebruikt zou kunnen worden om het afval op te ruimen. In 2008 diende een andere parlementslid, Charles Kilonzo, een wetsvoorstel in om productie, distributie, gebruik, recycling en verwerking van plastic tassen beter te reguleren.
Ook de Green Belt Movement (GBM) speelde een rol. De beweging berekende dat er in Kenia vóór het verbod maandelijks 24 miljoen plastic tassen werden gebruikt. Als deze worden weggegooid, voegen ze zich bij allerlei bronnen van afval, met een reusachtig afvalprobleem in grote steden en in rivieren als gevolg. De inmiddels overleden oprichter van de GBM en winnares van de Nobelprijs voor de Vrede in 2004, Wangari Maathai, begon lokaal actie te voeren voor een verbod op de plastic tas. Beslissend was een rede in het parlement in 2007, waarin zij sprak over de bedreiging die wegwerpplastictassen voor het milieu betekenen, en haar zorg uitsprak over het feit dat er nog steeds geen wetsvoorstel lag voor een verbod.
Deze meest gelezen krant van Kenia schroomt niet om zich kritisch uit te laten over de regering en andere autoriteiten in Nairobi. Daily Nation is onderdeel van Nation Media Group, het grootste onafhankelijke mediaconcern van Centraal- en Oost-Afrika.
De funeste levenscyclus van plastic moet doorbroken worden, vindt de Canadese milieuorganisatie Ocean Legacy. Daarom stelde men zich een ambitieus doel: 20 ton plastic afval – een hoeveelheid ter grootte van een blauwe vinvis – volledig recyclen.
Op een zonnige middag in september vaart een grote sloep vol oceaanafval de haven van Delta in Brits-Columbia binnen. Schuimrubber, plastic flessen, rafelig touw: tweehonderd enorme witte bouwzakken vol met alle rotzooi die door tientallen vrijwilligers op de stranden van Vancouver Island is geraapt.
‘Jammer dat daar geen goud in zit,’ roept iemand vanaf de wal.
‘Wacht maar af,’ roept Chloé Dubois vanaf het dek terug. ‘Dat wordt het wel.’
Dubois is de directeur van Ocean Legacy, een van de organisaties die in de zomer van 2016 meededen aan wat al de grootste schoonmaakoperatie in Canada is genoemd. Ze praat met grote bevlogenheid over plastic – iets wat de meeste mensen elke dag weggooien.
Ik heb de vorige maand meegedaan aan de schoonmaakactie van Ocean Legacy in het Brooks Peninsula Provincial Park, waar ik Dubois twaalf uur per dag druk in de weer zag: schuimrubber sorteren, grote slingers van boeien door het hete zand sleuren en rondsjouwen met zulke enorme zakken vol plastic flessen dat ze er met haar anderhalve meter bijna onder verdween. En alles in het volle besef dat de stranden die zij schoonmaakt binnen een week weer vol met zwerfvuil liggen.
Die schoonmaakactie was gefinancierd met wat nog resteerde van een subsidie van 1 miljoen Canadese dollars [700.000 euro] van Japan, bedoeld om afval van de tsunami op te ruimen. Maar ook zonder tsunami drijft er al genoeg plastic in zee rond. Ocean Legacy schat dat slechts een derde van wat zij verzamelen afkomstig is van de ramp uit 2011. Wereldwijd lozen landen die aan zee liggen jaarlijks 4,8 tot 12,7 miljoen ton plastic in de oceaan. Maar Canada, het land met de langste kustlijn ter wereld, kent weinig subsidies of reguliere voorzieningen om alles wat aanspoelt op te ruimen. Het plastic blijft op de kust liggen en valt uiteen in steeds kleinere delen die door dieren worden opgegeten of insecticiden, vlamvertragers en andere gifstoffen in het milieu verspreiden.
Milieuorganisaties zien zich vaak genoodzaakt het zongebleekte, broze plastic dat ze verzamelen uiteindelijk naar de vuilstort te brengen. Maar Ocean Legacy, drie jaar geleden door Dubois en haar partner James Middleton opgericht, neemt daar geen genoegen mee. Hun ambitieuze doelstelling is om de twintig ton afval die ze deze zomer hebben geraapt volledig te recyclen. Om te bewijzen dat plastic afval weer waarde kan krijgen en de funeste levenscyclus van plastic, van fabriek naar oceaan, te doorbreken. Anders blijft er steeds nieuw afval aanspoelen en wordt het schoonmaken van de kust echt de sisyfusarbeid die het nu al lijkt te zijn. Als het hun lukt, leveren ze de grootste alchimistische prestatie die de wereld ooit heeft gezien: goud maken uit afval.
Op een treurig industrieterrein in Vancouver zie ik één loods waar de openstaande deur is vastgezet met een verweerde zeeboei.
‘Hoe gaat het?’ vraag ik de langharige man die daar koffie zit te drinken.
‘Ik kan geen flessendop meer zien,’ zegt hij.
Dit is Eric McGillveray, de technische man bij Ocean Legacy. Iedereen noemt hem Dexter, naar de tekenfilmserie Dexter’s Laboratory, omdat hij net als die maffe uitvinder helemaal in zijn element is in het halfdonker van, bijvoorbeeld, de machinekamer van de trawler vol afval in de haven van Delta. Maar op dit moment heeft de organisatie meer behoefte aan mankracht dan aan technische expertise. Na aankomst van de trawler heeft cosmeticafabrikant Lush de organisatie vorige maand deze loods ter beschikking gesteld om het afval in te sorteren. Ocean Legacy heeft beloofd om behalve het door henzelf verzamelde afval ook alles te recyclen wat is verzameld door drie andere organisaties: de Sail and Life Training Society, de Surfrider Foundation en de Nuu-chah-nulth Tribal Council. En nu hebben Dubois en haar mensen nog maar twee weken om een berg afval ter grootte van een blauwe vinvis geschikt te maken voor recycling.
Wat niet veel mensen weten: recyclebedrijven stellen hoge eisen aan afval. Ze zijn vaak gespecialiseerd in de verwerking van huishoudelijk afval en bang dat hun hypermoderne apparatuur schade oploopt door wat er allemaal tussen dit oceaanafval zit. Bovendien moet je weten welk plastic je in huis hebt, en de in het plastic gedrukte recyclingcode die dat aangeeft is door het zeewater meestal weggesleten. De meeste recyclingbedrijven hebben dus niet de apparatuur, de tijd of de financiële prikkel om dit laagwaardig afval te verwerken. ‘Iedereen roept steeds nee, nee, nee,’ zegt Dubois.
‘We moeten ons nu even vastbijten in deze klus. Dan krijgen we daarna weer een leven’
Daarom zitten Dubois, McGillveray en Middleton elke dag van acht uur ’s ochtends tot acht uur ’s avonds in de loods, waar ze zak na zak op de grond uitstorten en met de hand sorteren. ‘Zolang we nog geen robots met kunstmatige intelligentie hebben die net zo goed kunnen kijken en voelen als wij, moet alles met de hand,’ zegt McGillveray. Vooral aan doodgewone plastic flessen heeft hij inmiddels een broertje dood. Onderop staat een driehoekje met het cijfer 1, de code voor polyethyleentereftalaat, beter bekend als PET. Maar de dop van de fles heeft code 5, voor polypropeen. Voor de recycling moet PET van polypropeen worden gescheiden, om nieuw homogeen plastic te maken dat je zo duur mogelijk kunt verkopen. Maar mensen blijken er enorm bedreven in te zijn om de dop muurvast te schroeven op hun lege fles. Ondertussen hopen de zakken met mysterieus veelkleurig schuim zich op. Als ze daar geen afnemer voor vinden, halen ze hun doelstelling van volledige recycling niet.
Na vier dagen sorteren laat Dubois me zien hoever ze zijn. Ze hebben in de loods achttien vakken, allemaal met een bordje waarop geschreven staat welk materiaal daar ligt: rubber, metaal, glas, schuim, tassen, boeien, enzovoort. In één vak liggen alleen maar schoenen, veelal van slachtoffers van de Japanse tsunami in 2011 (een van de redenen waarom Dubois kwaad wordt als mensen het plastic in de oceaan als ‘vuilnis’ betitelen). Sommige vakken, zoals die met schuim en boeien, zijn weer in kleinere vakken onderverdeeld: voor vies schuim, gemengd schuim en schoon schuim, of goede boeien, kapotte boeien en boeien van kurk.
Dubois en haar team zoeken al jarenlang naar experimentele recyclebedrijven die zich wel aan oceaanafval willen wagen: bedrijven als Lush en Adidas en fabrieken in het naburige Coquitlam en Ohio. Maar daarvoor moeten ze homogene partijen plastic aanleveren, dat door die bedrijven kan worden verdampt tot diesel, omgesmolten tot cosmeticaflesjes of verwerkt tot textiel voor schoenen.
‘We moeten ons nu even vastbijten in deze klus. Dan krijgen we daarna weer een leven,’ zegt Dubois, terwijl haar ogen door de loods dwalen. Ze trekt een zak gemengd schuim open en kijkt naar de blauwe, roze en lichtbruine brokken. Hiervoor hebben ze nog steeds geen afnemer. ‘Dit belandt misschien toch op de vuilstort,’ zegt ze op spijtige toon. Een paar dagen geleden heeft McGillveray de voicemail ingesproken van een chemisch ingenieur met een oude, schijnbaar dode website waarop hij schrijft over zijn systeem voor het recyclen van gemengd schuim. Waarschijnlijk levert het niks op, maar niet geschoten is altijd mis. Overal in de loods liggen hoopjes piepschuim, flessen en touw, en ze hebben nog maar negen dagen om alles uit te zoeken.
Dure grap
Als ik zes dagen later weer langskom, lopen zestig schoolkinderen als ijverige mieren met enorme brokken wit piepschuim rond. De nieuwszender Global News heeft in het weekend aandacht aan de actie besteed en dat heeft tientallen nieuwe vrijwilligers opgeleverd. Dubois vertelt over een Japans stel dat op de koude betonnen vloer heel geduldig schuimkorrels uit een berg aarde zat te pikken. Ocean Legacy ligt ineens drie dagen voor op schema. Na de rust van vorige week is het nu een drukte van belang. Kinderen die op vuilnisvaten roffelen, flessenverzamelaars die af en aanlopen met hun karretje, nieuwe vrijwilligers die zich komen melden. De enorme afvalberg is opgedeeld in keurige hopen die klaar zijn voor verwerking. Zelfs het lastige gemengd schuim komt misschien nog goed terecht: de chemisch ingenieur heeft teruggebeld dat hij binnenkort komt kijken.
Dubois zit op haar knieën de laatste zak uit te zoeken. Ondanks al het goede nieuws is ze somberder dan anders, haar stem klinkt mat. Dit is in het driejarig bestaan van Ocean Legacy de eerste keer dat ze proberen om werkelijk ál het verzamelde afval te recyclen, en dat blijkt een dure grap. De organisatie drijft op donaties, de leden van het team doen in de loop van het jaar allerlei klusjes om rond te komen. Maar de schulden hopen zich op en hun spaartegoed slinkt zienderogen. Al hun tijd gaat hierin zitten. ‘James en ik nemen de extra kosten voor onze rekening,’ zegt Dubois. Zoals een duur onderdeel voor de boot, toen die panne kreeg en het werk even stillag.
Terwijl ze aan het werk is, komt Middleton langs met een rekening van 45 dollar voor een lading verroeste cilinders en ander afval dat niet kon worden gerecycled en naar de vuilstort moest. Weer een rekening erbij. Ze hadden vanaf het begin al zo’n vermoeden dat het niet zou lukken om echt álles te recyclen.
Eén dag voor de deadline is Dubois weer monter als altijd. De berg wit piepschuim is verscheept naar Coquitlam, waar het zal worden verwerkt in gevelbeplating. Drie ton gemengd plastic staat in vierkante pakketten klaar om te worden vervoerd naar een fabriek in Ohio waar ze plastic verdampen tot brandstof. Lush koopt de PET-flessen en het harde plastic om er nieuwe cosmeticaverpakkingen van te maken. En Dubois is opgetogen over een subsidieaanvraag die ze gaat indienen. Als die wordt toegewezen, kunnen ze een apparaat aanschaffen om zelf plastic te reinigen en te vermalen, zodat ze het kunnen verkopen. Dan komt hun ideaal om plastic in goud te veranderen weer een stapje dichterbij.
Rond één uur die middag komt de chemisch ingenieur Kambiz Taheri, een keurig geklede man, naar het gemengd schuim kijken – het ‘laatste grote vraagteken’ volgens Middleton. Als hij dat afneemt, hebben ze van de twintig ton afval in totaal nog geen halve ton naar de vuilstort gebracht. Taheri zegt dat het roze en blauwe schuim gescheiden moet worden van het karamelbruine urethaan waarin hij zich specialiseert: daar kan hij een bruikbare chemische vloeistof aan onttrekken. Hij zegt dat hij dat urethaan wel wil hebben en helpt ze aan de naam van een ander bedrijf dat het roze en blauwe schuim kan afnemen. Gejuich van Dubois, Middleton en McGillveray: ze zijn dolblij, en doodop.
Buiten jagen felle regenvlagen over het parkeerterrein: het staartje van de tyfoon Songda die over de Stille Oceaan raast en weer massa’s plastic naar de kusten drijft.
Dankt zijn naam aan een natuurgebied bij Vancouver. Het specialiseert zich in kustgebieden, ‘waar bijna de helft van de wereldbevolking woont’.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.