De Tsjechische stad Ostrava staat nog steeds boven aan de lijst van meest vervuilde steden in Europa. De Poolse stad Krakau kampte met hetzelfde probleem, maar dankzij een verbod op kolen- en houtverwarming is de luchtkwaliteit daar merkbaar verbeterd. Dezelfde strategie zou ook de Tsjechische stad Ostrava kunnen inspireren, waar het verbod op de oudste verwarmingsketels wordt afgewacht.
‘Vroeger hoestte ik en jeukten mijn ogen. Net als veel andere mensen die al hun hele leven in een land met zulke vervuilde lucht wonen, dacht ik dat het normaal was,’ zegt milieuactiviste Magdalena Kozlowska.
We ontmoeten elkaar op het kantoor van de milieuorganisatie Krakowski Alarm Smogowy (Krakau Smogalarm). Aan de muren hangen foto’s van vervuilde longen en in de gang spandoeken met de eenvoudige boodschap ‘Krakau wil ademhalen!’
Kozlowska herinnert zich het moment dat ze thuiskwam en besefte dat de geur uit haar kleren niet zomaar een wintergeur was, zoals ze eerder had gedacht, maar smog. Nadat ze de eerste bijeenkomst van Krakowski Alarm Smogowy had bijgewoond, veranderde ze van een gewone burger in een voorvechter van schone lucht.
Kozlowska maakt sinds de oprichting in 2012 deel uit van de organisatie. In die tijd was het een opkomende burgerbeweging voor schone lucht, die als doel had uit te zoeken hoe de lokale bevolking gewaarschuwd kon worden voor de slechte staat van de lucht en hoe politici tot effectieve maatregelen konden worden gebracht.
In die tijd voerde Krakau de Europese ranglijst van meest vervuilde steden aan, zo blijkt uit onderzoek van het Europees Milieu-agentschap. Honderdvijftig dagen per jaar overschreed Krakau de Europese limieten voor luchtvervuiling. Soms was de luchtvervuiling wel acht keer zo hoog als de wettelijke limieten toestonden.
Het begon op Facebook
De stad was vaak letterlijk adembenemend. De meeste gevaarlijke verontreinigende stoffen, zoals benzo(a)pyreen, waren afkomstig van de verbranding van goedkope kolen van lage kwaliteit, hout en zware stookolie in oude en inefficiënte kachels, stookruimten en open haarden in huizen. Deze warmtebronnen leverden de grootste bijdrage aan de concentraties zwevende deeltjes in de lucht.
De sleutel tot verandering was dan ook een drastische vermindering van de uitstoot van vervuilende stoffen door de gemeentelijke en particuliere sectoren. ‘De oorzaak was duidelijk en er waren deskundigen die wisten wat eraan kon worden gedaan. De beste oplossing was een volledig verbod op vaste brandstoffen. Maar experts waarschuwden dat dit niet kon worden geïmplementeerd vanwege een gebrek aan publieke steun,’ aldus Kozlowska.
Maar Krakowski Alarm Smogowy besloot daar verandering in te brengen. ‘We vonden de inspanningen van de stad om de uitstoot te verminderen ontoereikend en de middelen die voor deze strijd werden uitgetrokken onevenredig met de omvang van het probleem’, zo staat te lezen op de website van de organisatie. ‘Daarom besloten we het heft in eigen handen te nemen en een bewustwordingscampagne te starten onder de burgers. We realiseerden ons dat alleen zij de gemeentelijke en provinciale autoriteiten onder druk kunnen zetten om effectieve maatregelen te nemen’, vervolgt de tekst.
Voordat Krakau Smog Alert een organisatie werd, was het een groep vrienden die praatte over luchtvervuiling, sprak over de negatieve invloed ervan op hun leven en zich zorgen maakte over het leven van hun kinderen. Gaandeweg sloten andere inwoners van Krakau zich bij hun aan en zo ontstond een lokale beweging voor schone lucht.
‘We maakten een Facebook-pagina aan. Al snel wisten mensen ons te vinden en boden ze hulp en steun. We organiseerden marsen en demonstraties, verzamelden handtekeningen voor petities en kregen veel publieke steun. Mensen demonstreerden met ons mee, honderden inwoners van Krakau gingen met ons de straat op en begonnen veranderingen te eisen,’ zegt activiste Ewa Lutomska, nu projectmanager van de organisatie.
‘We leerden journalisten hoe ze over lucht moesten schrijven, omdat het in die tijd een nieuw onderwerp voor hen was’
De beweging begon openbare evenementen op te zetten om de aandacht van het publiek in Krakau te vestigen op de kritieke toestand van de lucht in de stad. In 2013 liepen bijvoorbeeld duizenden inwoners van Krakau mee in een rouwende menigte en droegen ze een doodskist met het woord ‘lucht’ erop naar Wojciech Kozak, de voormalige plaatsvervangend gouverneur van het woiwodschap Klein-Polen. De symbolische begrafenis was een van de gebeurtenissen die de lokale politici aan het denken moesten zetten over de nijpende situatie.
De beweging werd gesteund door artsen, wetenschappers en journalisten. ‘We leerden journalisten hoe ze over lucht moesten schrijven, omdat het in die tijd een nieuw onderwerp voor ze was. Marketingconsultants gaven ons op hun beurt advies om campagnes zo opvallend en visueel mogelijk te maken, om mensen zo bewust te maken van de werkelijke gevolgen van smog,’ legt Kozlowska uit.
Uiteindelijk kreeg de activistische groep zowel het publiek als de politici aan hun kant. ‘Dat kwam vooral door sociale druk en wetenschappelijk onderzoek dat aantoonde dat jaarlijks inwoners vroegtijdig sterven en longziektes krijgen als gevolg van luchtvervuiling,’ voegt de Krakause verslaggeefster Katarzyna Kojzar van OKO.press toe, een onderzoeksbureau dat gespecialiseerd is in milieubescherming.
Het succes van het initiatief voor schone lucht werd in oktober 2013 onderstreept door een openbare raadpleging over het verbod op vaste brandstoffen binnen het woiwodschap, dat verantwoordelijk is voor de invoering van dit soort decreten. Burgers kregen de kans om commentaar te geven op de regionale strategie voor betere lucht, die nog in de kinderschoenen stond. Er werd toen een recordaantal van 2500 reacties ingediend, waarvan in 90 procent voor een totaalverbod op vaste brandstoffen werd gepleit.
‘Geen enkele eerdere raadpleging, zelfs niet de ontwikkelingsstrategie voor Klein-Polen, heeft zo veel reacties en meningen opgeleverd. We kunnen uw stemmen niet negeren. Daarom zullen we een resolutie indienen die gehoor geeft aan de verwachtingen van het publiek,’ zei Marek Sowa, de toenmalige gouverneur van Klein-Polen.
Smogalarm
Het verbod op het gebruik van vaste brandstoffen in Krakau werd al in november 2013 goedgekeurd door de gemeenteraad van Klein-Polen: tweeëntwintig raadsleden waren voor, elf tegen en vijf onthielden zich van stemming.
‘Dit gebeurde na een jaar van intensieve informatiecampagnes. Dit was nooit gebeurd als de mensen die betrokken zijn bij deze strijd niet zo vastberaden waren en de straat op waren gegaan,’ zegt activist Ewa Lutomska.
Dit was ook het moment waarop de informele groep een organisatie werd. ‘We besloten om een vereniging op te richten, zodat we de acties van de autoriteiten in de gaten konden houden, maar ook om over de grenzen van Krakau heen te kijken en ons in te zetten voor schone lucht in heel Klein-Polen,’ zegt ze.
Tegenwoordig bestaat er een netwerk van soortgelijke initiatieven in Polen, samengebracht door de organisatie Pools smogalarm. In bijna elke stad, groot en klein, zijn er zogenaamde smogalarmen.
Het goedgekeurde verbod zou in 2018 van kracht worden. De hoogste administratieve rechtbank trok het echter in 2015 in omdat het woiwodschap bij de invoering van het verbod zijn boekje te buiten was gegaan.
Maar nog geen maand na de uitspraak van de rechtbank werden de bevoegdheden van de lokale overheden gewijzigd. President Andrzej Duda ondertekende een amendement op de milieubeschermingswet dat gemeenten de mogelijkheid geeft om ketels te verbieden die op kolen en bepaalde andere brandstoffen werken.
Begin 2016 namen de raadsleden van Klein-Polen daarom opnieuw een resolutie aan tegen smog. Negentien waren voor, vijftien onthielden zich van stemming. Maar ook de tweede keer kwam het verbod er maar moeizaam doorheen.
De regionale administratieve rechtbank ontving vier klachten tegen de nieuwe wetgeving van burgers en van vertegenwoordigers van de ketelindustrie, maar verwierp ze allemaal.
Het verbod geldt sinds september 2019. Sindsdien mogen mensen hun huis niet meer verwarmen met vaste brandstoffen. Dit is het resultaat van samenwerking tussen activisten, de stad en de provincie. Naast de eenvoudige invoering van het verbod heeft de stad ook de nodige sociale programma’s gelanceerd en informatiecentra opgezet zodat burgers weten hoe ze hun huizen op een andere manier kunnen verwarmen.
Het verzet tegen het verbod is inmiddels vrijwel verdwenen uit de stad, volgens journalist Katarzyna Kojzar. ‘Het volledige verbod is sinds 2019 van kracht, dus we hebben geen verwarmingssystemen meer die afhankelijk zijn van vaste brandstoffen,’ zegt ze. Er is, licht ze toe, dus geen reden meer om te klagen.
‘Er zijn altijd kritische geluiden, maar het merendeel van de inwoners van Krakau erkent het probleem van luchtvervuiling en constante blootstelling aan hoge concentraties gevaarlijke stoffen, vooral in de winter. Daarom hebben ze de ingevoerde veranderingen geaccepteerd,’ legt stadswoordvoerder Katarzyna Misiewicz uit.
Een paar maanden voordat het verbod van kracht werd, liet de stad een enquête uitvoeren onder de inwoners. Meer dan 80 procent van de respondenten beoordeelde de invoering positief. Volgens Kojzar is het voornaamste probleem nu nog dat het verbod destijds niet in de hele regio is ingevoerd, en in de rest van het woiwodschap nog wel omstreden is.
Het aantal smogdagen is gedaald van 116 in 2012 naar 16 in 2023
Er zijn meer dan vier jaar verstreken sinds het verbod in Krakau werd ingevoerd en de resultaten zijn letterlijk voelbaar. Het aantal smogdagen is gedaald van 116 in 2012 naar 16 in 2023. De gemiddelde jaarlijkse concentraties van grove PM10-deeltjes zijn in 2020 met 50 procent gedaald als gevolg van de genomen maatregelen. Er werd ook een significante daling waargenomen voor fijne PM2,5-deeltjes.
De effectiviteit van beperkingen die gelden voor vaste brandstoffen is ook aangetoond door een analyse die in opdracht van Krakowski Alarm Smogowy tussen 2012 en 2020 werd uitgevoerd door experts van de AGH Krakow University. Uit tabellen blijkt dat de luchtkwaliteit in Krakau aanzienlijk sneller verbetert dan in de rest van het woiwodschap, waar het verbod niet geldt.
Onderzoek van Ewa Czarnobilska, hoofd van het Centrum voor Klinische en Omgevingsallergieën van het Universitair Ziekenhuis in Krakau, toonde ook aan dat veranderingen in de lucht een positief effect hebben op de gezondheid van kinderen en jongeren in Krakau. Sinds duizenden plaatselijke verwarmingssystemen zijn vervangen, is het aantal gevallen van astma en allergische rhinitis onder hen afgenomen.
Maar de verandering in de wetgeving is niet de enige reden, zegt ze. ‘Het is duidelijk dat het bewustzijn van de inwoners van Krakau ook heeft bijgedragen aan de verbetering. Dankzij de inspanningen voor schone lucht door ngo’s en de lokale overheid neemt het bewustzijn over de effecten van smog toe en hebben we apps die rapporteren wat de concentratie fijnstof in de lucht is, zodat mensen niet met hun kinderen gaan wandelen als de normen worden overschreden,’ legt Czarnobilska uit.
Toerisme
De activisten speelden een cruciale rol in het overtuigen van de bevolking met campagnes als ‘Smogvrij Krakau’ of ‘We willen ademhalen’. Kozlowska zegt echter dat Krakau Smog Alert in het begin ook op weerstand stuitte, vooral bij lokale politici.
Sommigen zouden leden van de beweging ervan hebben verdacht een politieke campagne te voeren en hun politieke belangen te bedreigen. Tegelijkertijd, zegt ze, zijn er pogingen geweest om de campagne voor schonere lucht te onderdrukken met het argument dat ze een bedreiging zou kunnen vormen voor toerisme in de stad.
‘Paradoxaal genoeg wilde de stad wel toeristen aantrekken, maar bekommerde ze zich blijkbaar niet om de gezondheid van de plaatselijke bevolking. Politici wilden het positieve imago van de stad aanvankelijk niet laten bederven. Langzaamaan kregen ze echter door dat het beter was om de problemen onder ogen te zien, harde maatregelen te nemen en de situatie te presenteren als een succes en een inspiratiebron voor anderen,’ meent Kozlowska.
Volgens Lutomska waren kritiek op Krakowski Alarm Smogowy en de bezorgdheid over de potentiële politieke macht van de organisatie vooral te horen in privégesprekken en waren ze gebaseerd op roddels. ‘Maar feit is dat we voorstellen kregen van politieke partijen om mee te doen aan lokale verkiezingen. Natuurlijk weigerden we dat, omdat onze drijfveren heel anders zijn,’ legt ze uit.
‘Er waren ook kleine lokale protesten, vooral van mensen die verbonden zijn met de houtindustrie en van openhaardverkopers die hun business probeerden te beschermen tegen een volledig verbod op houtverwarming,’ legt Kozlowska uit. ‘Wat steenkool betreft waren de meesten zich bewust van de schadelijke effecten. Maar hout werd beschouwd als een natuurlijke, aangename warmtebron,’ voegt ze eraan toe.
Zelfs volgens Jacek Majchrowski, sinds 2002 burgemeester van Krakau, waren de maatregelen in het begin moeilijk uit te leggen en te handhaven, maar met het groeiende milieubewustzijn onder politici en burgers is dat veranderd. De burgerbeweging die in die tijd opkwam, heeft hier in belangrijke mate aan bijgedragen, vertelt hij. ‘Ze vestigden de aandacht op het smogprobleem, zetten zich in om de luchtkwaliteit te verbeteren en steunden de actie van de stad,’ zegt hij. In zijn woorden waren ze eerder partners dan een politieke bedreiging voor elkaar.
Het succes zou niet mogelijk zijn geweest zonder de burgerorganisaties en de grote betrokkenheid van de inwoners van Krakau
‘Als burgerbeweging waren we ons er vanaf het begin van bewust dat de armste mensen financiële steun nodig hadden om boilers te vervangen, dus hebben we daarvoor gepleit,’ zegt Kozlowska. Lokale politici boden daarin steun.
Nog voordat het verbod van kracht werd, kwam de stad met een programma waarin 100 procent van de kosten werd gedekt voor burgers die hun cv-ketel wilden vervangen door een exemplaar op gas, een centrale verwarming wilden aansluiten of wilden overstappen op hernieuwbare energie. In 2017 daalde deze steun naar 80 procent en de laatste twee jaar voor het verbod was dat 60 procent. De daling van de steun had geen gevolgen voor sociaal kwetsbare huishoudens en personen. Voor hen introduceerde de stad een sociaal bijstandsprogramma.
Zo werden tussen 2012 en 2019 ongeveer dertigduizend verwarmingsinstallaties op vaste brandstoffen verwijderd en bijna tweeduizend hernieuwbare energiebronnen geïnstalleerd. Dit alles heeft Krakau meer dan 300 miljoen zloty (ruim 72 miljoen euro) gekost. Naast het geld uit de eigen begroting gebruikte de stad ook steun van externe bronnen, waaronder subsidies en leningen tegen gunstige voorwaarden.
Daarnaast dekt de stad het verschil in de kosten voor het gebruik van goedkopere, maar vuilere kolen en schoner maar duurder gas. Ze biedt ook een subsidieprogramma om gebouwen te isoleren om de verwarmingskosten zo laag mogelijk te houden. Het besluit van het stadhuis om deze programma’s te lanceren was belangrijk om ook op regionaal niveau steun te krijgen.
Energieadviseurs in Krakau voerden ook warmtebeeldtests uit op huizen om uit te zoeken waar warmte uit de huizen ontsnapt en mensen ertoe aan te zetten meer te investeren in het verbeteren van de warmte-isolatie van hun huizen.
Tegelijkertijd vonden er milieu-educatieactiviteiten plaats in Krakau. Dit waren eco-picknicks waar mensen elkaar ontmoetten in de natuur en leerden over het milieu. De stad verspreidde educatief materiaal onder scholen en zorgde voor lesmateriaal over milieubescherming voor kinderen of training voor leerkrachten.
Tot 2019 waren er in totaal drie adviespunten in Krakau waar mensen zogenaamde eco-consulenten konden ontmoeten en problemen konden bespreken rond het opgelegde verbod, de vervanging van hun verwarming of hernieuwbare energiebronnen. Volgens de gegevens van de stad werd in totaal meer dan honderdvijftigduizend keer advies gegeven.
‘Voorlichtingsactiviteiten hebben altijd een belangrijke rol gespeeld omdat ze het milieubewustzijn van de bewoners hebben vergroot. Het succes zou niet mogelijk zijn geweest zonder de deelname van burgerorganisaties en de grote betrokkenheid van de inwoners van Krakau bij de vervanging van verwarmingssystemen,’ meent Misiewicz, de woordvoerder van Krakau. Momenteel is er nog maar één informatiepunt voor energieadvies.
In het verleden bezochten teams van stadsadviseurs ook achtergestelde groepen inwoners om informatie te geven over hoe ze konden overstappen van vaste brandstofkachels op milieuvriendelijke verwarming en hoe ze financiering konden krijgen voor een dergelijke investering.
Geografische ligging
De consequente uitvoering van het programma voor de afschaffing van gemeentelijke verwarmingsinstallaties op vaste brandstoffen leverde volgens het Poolse hydrometeorologische bureau de belangrijkste bijdrage aan de vermindering van de concentraties zwevende deeltjes in de lucht in Krakau. Er spelen echter nog meer factoren mee.
‘We mogen niet vergeten dat weersomstandigheden ook een zeer belangrijke rol spelen bij het bepalen van de uitstoot van verontreinigende stoffen. De opwarming van het klimaat, die al vele jaren merkbaar is, zorgt ervoor dat weersomstandigheden die de ophoping van verontreinigende stoffen in de hand werken minder vaak voorkomen. Daardoor is de luchtkwaliteit in Krakau verbeterd’, schrijft de instantie.
Waarom zijn er dan nog steeds dagen in Krakau waarop de lucht zwaar vervuild is, ook al zijn vrijwel alle kolen- en houtketels verwijderd?
Het probleem is de geografische ligging van de stad in de vallei van de rivier de Wisła. Hierdoor hopen verontreinigende stoffen uit naburige gemeenten waar het verbod op het verbranden van vaste brandstoffen niet geldt, zich op in de stad. Dit gebeurt in perioden waarin hoge en lage temperaturen elkaar afwisselen. ‘Meer dan tienduizend ketels op vaste brandstoffen in de gemeenten rond Krakau moeten nog worden ontmanteld,’ aldus de woordvoerder van de stad.
Tegelijkertijd geeft zelfs het stadhuis toe dat enkel het verbieden van boilers niet genoeg is. Krakau staat nog steeds boven aan de smogkaart van de wereld. De volgende stap in de strijd voor schone lucht is het verminderen van de transportemissies door het invoeren van een zogenaamde schone transportzone. ‘Het is goed dat er een schone transportzone wordt ingevoerd in Krakau. Ik reken er ook op dat uitgebreide controles van huishoudelijke verwarmingssystemen in de steden rond Krakau effect zullen hebben en dat de bevoegde autoriteiten forse financiële steun zullen geven aan inwoners die willen investeren in schone warmtebronnen. We moeten niet vergeten dat een groot percentage van de vervuiling die boven de stad hangt, afkomstig is uit voorstedelijke gebieden,’ aldus arts Czarnobilska.
De inwoners van de Tsjechische stad Ostrava, die vlak bij de grens met Polen ligt, zien luchtvervuiling als een van de grootste problemen van het stadsleven. Dit blijkt uit ten minste twee enquêtes die in opdracht van het stadsbestuur zijn gehouden. In de online enquête van vorig jaar, die werd uitgevoerd voor het Strategisch Ontwikkelingsplan voor de stad Ostrava tussen 2024 en 2030, was 61 procent van de respondenten ontevreden over de luchtkwaliteit. Maar hoewel meer dan vijfduizend mensen deelnamen aan dat onderzoek, was het niet representatief.
In 2019 en 2020 werd een enquête uitgevoerd voor het Clairo-project, dat zich inzet voor schone lucht en het planten van groene zones. Bij deze enquête, die wel representatief was, was de meerderheid van de respondenten uit de agglomeratie Ostrava ook ontevreden over de luchtkwaliteit. Ongeveer 60 procent van de ondervraagden zei bereid te zijn om bij te dragen aan het verbeteren van de luchtkwaliteit. Meer dan een vijfde van hen had zijn verwarmingsmethode al veranderd of overwoog dit te doen.
Volgens de laatste gedetailleerde metingen van meteorologen wordt de luchtvervuiling in Ostrava, behalve in Radvanice, voornamelijk veroorzaakt door huishoudens die hun huis met vaste brandstoffen verwarmen. Door de verbranding van kolen en biomassa is Ostrava de regio met de vuilste lucht in Tsjechië, ondanks de zachte winters en een geleidelijke afname van de industrie. Zo werd 87 procent van de bevolking in de agglomeratie Ostrava, Karviná en Frýdek-Místek in 2022 blootgesteld aan concentraties van het kankerverwekkende benzo(a)pyreen die boven de limiet lagen.
Het vuil in de lucht kan ook niet langer worden toegeschreven aan de naburige Polen. ‘In Ostrava is de meeste vervuiling afkomstig van huiselijke bronnen. De Poolse invloed was vroeger groter, tijdens langdurige perioden met slechte verspreidingsomstandigheden, wanneer de wind uit het noordoosten waaide. Deze meteorologische omstandigheden zijn de afgelopen vijf jaar echter aanzienlijk afgenomen, en daarmee is ook de Poolse bijdrage aan de vervuiling sterk verminderd,’ legt Radim Seibert van het Tsjechische Hydrometeorologische Instituut uit, hoofdauteur van de analyse van de oorzaken van luchtvervuiling in de regio Ostrava.
‘We gaan een campagne opzetten met de bedoeling dat mensen donkere rook uit schoorstenen bij ons komen melden’
Raadslid Aleš Boháč van Starostové pro Ostravu (Burgemeesters voor Ostrava), die namens de stad verantwoordelijk is voor het milieu, wijst erop dat de bijdrage van vervuilende industriële bedrijven, zoals de verbrandingsoven voor gevaarlijk afval in Mariánské Hory of de chemische en cokesfabrieken in Přívoz, ook een grote rol speelt in hun omgeving. De eerdergenoemde meteorologische metingen bewezen dat een deel van Radvanice, waar hij burgemeester van is geweest, het meest te lijden heeft van de vervuiling die bij de smelterij Liberty vandaan komt [de metingen zijn gedaan in 2021].
Ook in Ostrava en in Krakau onderzochten wetenschappers hoe vervuilde lucht de gezondheid van mensen beïnvloedt. Dit was nog voordat het maatschappelijk middenveld in de Poolse stad stelling nam tegen smog. Tussen oktober 2010 en maart 2011 duurde de smogsituatie in de stad bijvoorbeeld ongeveer dertig dagen, en meer dan vijftig dagen lang gaven meteorologen waarschuwingen uit over de mogelijkheid van smog.
Zo keek Radim Šrám, geneticus en moleculair epidemioloog aan het Instituut voor Experimentele Geneeskunde van de Academie van Wetenschappen, met zijn team naar ziektegevallen bij kinderen die het gevolg waren van de vuile lucht. In 2010 verbleven de wetenschappers enkele weken in Ostrava op een moment dat de stad hoge concentraties van het kankerverwekkende benzo(a)pyreen bevatte van ongeveer 15 nanogram per kubieke meter [tegenwoordig is de limiet één nanogram]. Ze ontdekten dat hun DNA hierdoor beschadigd was.
Hoe reageerde de stad toen? Het stadhuis dreigde met juridische stappen tegen Šrám en zijn team, eiste excuses en een verklaring dat hij de resultaten van het wetenschappelijk onderzoek had overdreven. De burgemeester van die tijd was Petr Kajnar (ČSSD) en zijn plaatsvervanger voor het milieu Dalibor Madej (ODS). Een van hun argumenten, dat ook in Krakau werd gebruikt, was de angst voor een uitstroom van toeristen.
In de Poolse stad slaagden het maatschappelijk middenveld en de politici er echter in om het eens te worden over een oplossing voor het probleem. In Ostrava ligt zo’n radicale ‘bezuiniging’ als een verbod op het verbranden van vaste brandstoffen in woningen nog niet in het verschiet, hoewel gemeenten in heel Tsjechië dit mogelijk al in 2020 gaan doen.
Wethouder Boháč wil met verdere actie wachten tot de effecten van het verbod op de oudste ketels bekend zijn. Sinds september geldt in Tsjechië een verbod op ketels van de eerste en tweede emissieklasse.
‘Ik durf te stellen dat 70 procent van de kolen in deze oude ketels wordt verbrand. Dankzij dit verbod komen we van deze oude ketels af en tegelijkertijd “sparen” we de verantwoordelijken die bij eerdere ketelsubsidies ketels op vaste brandstoffen hebben vervangen door ketels met betere emissieklassen,’ zegt hij. Volgens Boháč is de luchtkwaliteit in de stad verbeterd dankzij de vervanging van oude ketels, waarvoor de staat zich sinds 2015 met hulp van Europese subsidies inzet.
Jan Kozina van milieuorganisatie Clean Sky is ook van mening dat een volledig verbod op vaste brandstoffen in Ostrava minder zinvol zou zijn dan in Krakau, waar de omstandigheden anders zijn en waren. ‘In Polen was het ook gebruikelijk om kolenstof te verbranden, wat toen al verboden was in Tsjechië. Zij liepen daarin achter op ons,’ zegt hij.
In 2011 gaven ongeveer tweeënhalfduizend huishoudens in Ostrava aan dat ze een ketel op vaste brandstof gebruiken. Eind vorig jaar waren er 1908 van deze ketels vervangen. De overige huishoudens lijken echter niet erg geïnteresseerd. Tussen augustus 2023 en eind februari 2024 hebben meer dan vijftig huishoudens in Ostrava geld voor een nieuwe ketel aangevraagd bij de regio of het Staatsmilieufonds.
Dit jaar heeft de stad de toelage voor mensen met een laag inkomen verhoogd van 10.000 naar 20.000 Tsjechische kronen (400 naar 800 euro) en motiveert ze de bewoners met een renteloze lening. De regio keert ook 7500 kronen aan aanvragers uit voor het vervangen van de verwarmingsketel. Dankzij de overheidssubsidie kunnen huishoudens met een laag inkomen bijna het hele bedrag voor een nieuw verwarmingssysteem betalen. Anderen krijgen de helft.
Volgens Boháč wordt een massale overstap op een nieuw verwarmingssysteem door huishoudens verhinderd door onzekerheid vanuit de staat. Bijvoorbeeld door de vervanging door gasketels eerst te steunen en die steun later in te trekken, of door het eerder genoemde verbod op oude ketels te verzetten van de oorspronkelijke deadline in 2022 naar 2024.
‘Na het verbod op boilers van de eerste en tweede klasse zullen we stevig gaan handhaven, we gaan een campagne opzetten met de bedoeling dat mensen donkere rook uit schoorstenen bij ons komen melden,’ zegt hij. Hij voegt eraan toe dat het stadsbestuur van Ostrava op basis van de voortdurende controles die in het verleden zijn uitgevoerd, van ongeveer honderdvijftig huishoudens weet dat ze deze oudste ketels gebruiken.
‘En als blijkt dat er niets is gebeurd en de meeste vervuiling nog steeds afkomstig is van huiselijke verwarming, dan moeten er verdere, drastischere maatregelen worden genomen,’ vervolgt Boháč. Hij wil hiermee wachten tot minstens een jaar na het verbod op de oudste boilers.