Tag: protesten

  • Roep om verandering in Cuba houdt aan

    Roep om verandering in Cuba houdt aan

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Gaddafi’s zoon wil president worden

    » Brits onderzoek: Beste bedtijd is rond 22.30 uur

    Vandaag vindt er opnieuw een demonstratie plaats tegen het regime

    Een verbond van verschillende oppositiegroepen in Cuba roept op tot een vreedzame betoging op maandag 15 november voor vrijheid en tegen de dictatuur. Onder de naam Archipiélago (‘Archipel‘) pretendeert de beweging niet in één klap een dictatoriaal regime omver te werpen dat sinds 1959 in het zadel zit, de eis is bovenal verandering en de vrijlating van politieke gevangenen, met name van degenen die na de protesten van 11 juli 2021 zijn gearresteerd en veroordeeld, schrijft Courrier International.

    Op die dag sloeg een kleine spontane demonstratie via sociale media over naar de rest van het eiland, met als gevolg dat tienduizenden mensen in honderden steden en dorpen de straat op gingen om te protesteren tegen de dalende koopkracht, het slechte coronabeleid, maar ook om meer vrijheden te eisen.

    Lees ook:

    Archipiélago, dat bestaat uit vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld, kunstenaars en intellectuelen, heeft officieel toestemming gevraagd om te demonstreren. Het recht op demonstreren is in de grondwet verankerd, maar sinds 1959 zijn alleen demonstraties toegestaan die door de PCC (Communistische Partij van Cuba) worden georganiseerd.

    Het voor 15 november geplande evenement is dan ook illegaal verklaard. In het officiële dagblad van de PCC, Granma, rechtvaardigt een officiële advocaat het verbod:

    ‘De grondwet […] bepaalt in de artikelen 1 en 4 dat Cuba een socialistische rechtsstaat is, die zich inzet voor sociale rechtvaardigheid, en bevestigt het onherroepelijke karakter van het systeem, zodat alles wat daartegen indruist als illegaal wordt beschouwd.’

    ‘De Castro-bobo’s zijn erg bang sinds de monsterdemonstraties van 11 juli’

    Het regime is van plan om aanstaande maandag op het hele eiland het grote geschut in stelling te brengen: algemene inzet van leger en politie, afsluiten van het internet en huisarrest voor de leiders van Archipiélago, waaronder voorman Yunior García. ‘De Castro-bobo’s zijn erg bang sinds de monsterdemonstraties van 11 juli’, schrijft de website Cubanet.

    De onafhankelijke website 14ymedio gelooft dat ondanks alles ‘het [Castro-regime] niet angstaanjagender is dan de Sovjet-Unie was, die bovendien over kernwapens beschikte; zelfs de Cubaanse veiligheidsdienst werkt niet efficiënter dan de Oost-Duitse Stasi deed […]. Als deze twee groteske entiteiten [de USSR en de Stasi] niet meer bestaan, waarom zouden we dan geloven dat Castro eeuwig zal blijven bestaan? […] Dat hangt van ons af.’

    Lees ook:

  • De regering en de betogers in Colombia lijken elkaar nauwelijks te verstaan

    De regering en de betogers in Colombia lijken elkaar nauwelijks te verstaan

    Er lijkt geen oplossing in zicht voor Colombia. Het wantrouwen van de betogers in de politiek is groot en de communicatiekanalen zitten potdicht. De regering weigert op haar beurt het gesprek aan te gaan met ‘terroristen’.

    Voortdurend hoor je mensen zeggen hoe verbaasd ze zijn dat de protesten in Colombia al zo lang duren en zo heftig zijn. De staking duurt nu een maand en de regering lijkt geen duidelijk plan te hebben om tegemoet te komen aan de eisen van de betogers, waardoor die geen reden zien om te stoppen met protesteren. Het lijkt wel of de regering en de betogers een andere taal spreken en elkaar niet meer begrijpen. De regering spreekt de taal van law-and-order, heeft het over terrorisme en het in gevaar brengen van de veiligheid, de betogers hebben het over armoede, werkgelegenheid en onderwijs. Ze lijken elkaar nauwelijks te horen. 

    In een land waar het deel van de bevolking dat in armoede leeft met 6,8 procent is gegroeid, waar bijna 30 miljoen Colombianen moeten leven van nog geen 330.000 peso per maand [ca. 75 euro], waar vrouwen sneller arm worden dan mannen, en waar jongeren steeds moeilijker toegang krijgen tot de arbeidsmarkt en het onderwijs, is de onverschillige houding van de regering steeds lastiger te begrijpen. Natuurlijk zijn er aan beide kanten mensen die erbij gebaat zijn meer chaos te creëren. Maar blijven volhouden dat die paar relschoppers het probleem vormen en zo de legitieme eisen negeren van een wanhopige, in armoede levende bevolking, zal alleen maar meer frustratie veroorzaken en meer mensen de straat op jagen. 

    De jongeren hebben het gevoel nergens bij te horen, een gevoel dat versterkt wordt als er geen kans is op werk en onderwijs

    In de arme wijken van de grote steden zijn de demonstraties massaler en soms ook gewelddadiger geworden. Als gevolg van de pandemie is de situatie verslechterd. Vaak zijn er illegale groepen actief (guerrillagroeperingen, partijen die zich bezighouden met het kruimelwerk in de drugshandel of met andere vormen van criminaliteit) die kansen zien om deze jongeren te rekruteren. Het gaat om wijken waarnaar ontheemde gezinnen, die huis en haard hebben verlaten, uitwijken op zoek naar bescherming in de anonimiteit van de grote stad. De jongeren daar hebben het gevoel nergens bij te horen, een gevoel dat versterkt wordt als er geen kans is op werk en onderwijs. 

    Alsof dat nog niet genoeg is, staat hun verhouding met de politie constant onder hoogspanning: achtervolgingen, onwettige aanhoudingen en machtsmisbruik zijn aan de orde van de dag. Het probleem is nog erger geworden doordat de ordetroepen tijdens de pandemie extra bevoegdheden kregen om de naleving van de maatregelen omtrent bioveiligheid te waarborgen. Terwijl de jongeren en hun families thuiszaten en steeds armer werden, was de politie op straat heer en meester van de publieke ruimte. Toen de economische situatie onhoudbaar werd, botsten de gefrustreerde jongeren en de politie op een manier die in het recente verleden zijn weerga niet kent.

    Lees ook:

    Er is nog een bijkomend probleem. Onder de Colombiaanse bevolking groeit het wantrouwen in de instituties en politieke partijen. In 2004 was 57,7 procent van de bevolking tevreden over de instituties, inmiddels is dat nog maar 18,2 procent, aldus het Observatorio de la Democracia (Democratieobservatorium). Daar komt bij dat het vertrouwen in de media en maatschappelijke organisaties is afgenomen, wat weer met zich meebrengt dat het Comité del Paro (Stakingscomité) de stem van de demonstranten niet lijkt te vertolken. Er is nog geen oplossing gevonden voor het feit dat de stakers zich niet vertegenwoordigd voelen. Vandaar dat veel Colombianen alleen via protestdemonstraties hun eisen kenbaar kunnen maken. 

    Ze hebben er geen vertrouwen meer in dat hun volksvertegenwoordiging adequaat zal reageren. Als gevolg hiervan zitten de communicatiekanalen tussen de regering en de demonstranten potdicht. Alle partijen benadrukken dat onderhandelen de enige oplossing is voor deze staking, die nu dus al een maand duurt. Maar onderhandelaars aanwijzen blijkt een hels karwei. Intussen heeft de regering haar kaarten gezet op hardhandige ordehandhaving: ze criminaliseert de demonstraties, legt disproportioneel veel nadruk op de materiële schade en beweert slachtoffer te zijn van electorale belangen. En dus zijn de betogers de enigen die iets kunnen doen en hun stem kunnen laten horen. 

    Als je daarbij optelt dat de regering zelf deel is van het probleem, en dat ze het grove politiegeweld niet veroordeelt, kun je slechts concluderen dat ze zelf bijdraagt aan het voortduren en almaar massaler worden van de staking. De bijzonder zwakke regering van Iván Duque, wiens eigen partij niet eens de belastinghervorming steunt die de directe aanleiding was voor de protestdemonstraties, vormt het grootse obstakel om uit deze impasse te komen. Ze is niet in staat om op te roepen tot een dialoog over de noodzakelijke maatregelen die genomen moeten worden. Het gevolg is weinig perspectief en veel repressie.

    De aanleiding van de protesten

    De rechtse regering van Iván Duque wil onder meer de mogelijkheden tot belastingaftrek terugschroeven, de inkomstenbelasting voor sommige groepen verhogen en de btw-vrijstellingen voor een aantal goederen en diensten afschaffen. Met de hervormingen hoopte de regering 5 miljard euro te besparen, om de staatsfinanciën te stabiliseren. Dat maakte ze eind april bekend.

    Het plan bevatte ook een soort basisinkomen voor de allerarmsten. Sinds het uitbreken van de pandemie kregen drie miljoen Colombianen dankzij de Ingreso Solidario maandelijks zo’n 40 euro. Na de hervormingen zouden zelfs 4,7 miljoen inwoners in aanmerking komen voor deze steun.

    Toch bleek uit peilingen dat 82 procent van de Colombianen niet zou stemmen op congresleden die voorstander waren van belastingverhogingen. Er klonk vooral kritiek vanuit de middenklasse, die vreesde erop achteruit te gaan, omdat de hervorming lagere inkomens eerder zou belasten. Na hevige protesten zegde Duque toe zijn plan te herzien.

    Maar die repressie vergroot de kans op politiegeweld en zal door de internationale reactie op de mensenrechtenschendingen in Colombia steeds meer ter discussie komen te staan. Een besluit zonder precedent illustreert dit: eerst weigerde de regering het verzoek van de Comisión Interamericana de Derechos Humanos (Inter-Amerikaanse Mensenrechtencommissie) om de situatie in het land ter plekke te bekijken, later stemde ze er alsnog mee in. Het schrijnende van dit alles is dat elke dag die verstrijkt een gemiste kans is om noodmaatregelen te nemen, om de radeloos makende economische situatie van al die arme gezinnen enigszins te verbeteren. 

    De ordetroepen zijn marionetten van de regering geworden

    Elke dag die verstrijkt zal de manier waarop de regering meent te moeten handelen het vertrouwen in de beschadigde instituties verder ondermijnen. De ordetroepen, die erop moeten toezien dat de rechten van de burgers niet worden geschonden, zijn marionetten van de regering geworden en kunnen niet langer functioneren als handhavers. De politiek heeft alleen oog voor haar electorale belangen in de verkiezingen in 2022. Linkse politici, die altijd een leidende rol hebben bij sociale protesten, zijn voorzichtig; ze willen niet beschuldigd worden van medeplichtigheid aan de excessen. Rechtse politici wachten rustig het moment af waarop ze een betoog kunnen afsteken waarin ze verwijzen naar Castro en Chávez, en pleiten voor hard optreden. En het politieke midden heeft dit moment uitgekozen voor een crisis. 

    De overige maatschappelijke sectoren blijven zich verschansen in soortgelijke veroordelingen, die niet of nauwelijks bijdragen aan een oplossing. Verontwaardiging helpt ons niet om iets voor elkaar te krijgen; daarmee plaatsen we ons in deze netelige situatie alleen maar op een voetstuk van morele superioriteit. Oproepen tot eenheid en terugkeren naar hoe het was, zoals docent Andrés Parra suggereert in een onlangs verschenen artikel, zal geen soelaas bieden als er geen oplossing komt voor de armoede en werkloosheid die als gevolg van de pandemie zijn toegenomen. Met andere woorden, zoals Parra zelf stelt: het probleem is juist de situatie van vóór de pandemie. 

    Openingsbeeld: Duizenden mensen wonen de inhuldiging bij van een monument dat in de volksmond Puerto Resistencia wordt genoemd; het epicentrum van protesten tegen politiegeweld en de regering van Ivan Duque, in Cali, Colombia. – © EFE / Ernesto Guzman

  • De Chileense kiezer rekent af met traditionele partijen

    De Chileense kiezer rekent af met traditionele partijen

    Chili is toe aan een nieuwe grondwet. Over wie die mag gaan maken, werd op 15 en 16 mei gestemd. Het resultaat noemen de kranten een ‘politieke aardverschuiving’. ‘Nu is het onze taak om een nieuw politiek systeem te creëren dat in staat is om aan de eisen van het volk te voldoen.’

    ‘Politieke aardverschuiving in Chili’, kopte El País op maandag 17 mei. De Chilenen mochten zaterdag 15 en zondag 16 mei stemmen voor een nieuwe volksvertegenwoordiging die binnen een jaar een volledig nieuwe grondwet zal opstellen. Een historische primeur in Chili. De oude grondwet is een erfenis van de lange dictatuur onder Augusto Pinochet, die van 1973 tot 1990 heeft geduurd.

    ‘Volgens velen was gisteren de dag waarop eindelijk de overgang naar democratie werd voltooid’, zei Verónica Figueroa Huencho, politicoloog aan de Universiteit van Chili, tegen The Guardian.

    Het besluit is het antwoord op de massale protestbeweging die eind 2019 ontstond tegen de in zichzelf gekeerde politieke elite van het land. Als gevolg van het neoliberale model dat tijdens dictatuur werd ingevoerd, is de ongelijkheid in Chili groot.

    Nederlaag voor rechts

    De Chile Vamos-coalitie van rechtse en radicaal-rechtse partijen, onder leiding van president Sebastián Piñera, heeft een zware nederlaag geleden. Tot voor kort hoopte deze coalitie een derde van de stemmen binnen te slepen, om zo als ‘blokkerende minderheid’ in de toekomstige grondwetgevende vergadering op te treden. Elk wetsontwerp moet namelijk met een tweederdemeerderheid worden goedgekeurd om in de grondwet te worden opgenomen. Maar rechts behaalde slechts 37 van de 155 zetels, berichtte La Tercera op de uitslagenavond van zondag 16 mei.

    President Piñera: ‘We hebben niet genoeg naar de wensen van het volk geluisterd’

    President Piñera gaf diezelfde avond al zijn nederlaag toe: ‘We hebben niet genoeg naar de wensen van het volk geluisterd,’ aldus de president. ‘De burgers hebben een duidelijk en krachtig signaal gegeven aan de regering en aan alle traditionele politieke formaties.’ ‘Chilenen rekenen af met de traditionele politieke partijen’, schreef ook El País in een ander artikel. De twee linkse coalities – waarvan een tot die traditionele partijen behoort – hebben in totaal 53 zetels bemachtigd, maar zijn onderling sterk verdeeld.

    ‘Dit weekend hebben we de categorische verwerping gezien van de [oude] grondwet en de politieke cultuur die deze heeft voortgebracht’, zei Fernando Atria, die als leider van de nieuwe linkse partij Fuerza Común verkozen is in de grondwetgevende vergadering, tegen The Guardian. ‘De huidige grondwet was ontworpen om verandering en vooruitgang te voorkomen. Nu is het onze taak om een nieuw politiek systeem te creëren dat in staat is om aan de eisen van het volk te voldoen.’

    Er gaan maar liefs 48 zetels naar onafhankelijke ­– veelal nieuwe – partijen, in een zeer versnipperd politiek landschap: in totaal deden zeventig partijen mee aan de verkiezingen. De overige 17 zetels zijn bestemd voor vertegenwoordigers van de inheemse gemeenschappen van het land, zoals de Mapuches en Aymara’s.

    Als gevolg heeft geen enkele partij de meerderheid in de grondwettelijke vergadering, die ‘door de oppositie zal worden gedomineerd, met een rechtervleugel die geen rol van betekenis zal spelen in de discussie’, verwacht El País.

    Lees ook:

    Bovendien, zo schreef de website El Mostrador vóór de verkiezingen, heeft bijna driekwart van de kandidaten (zelfs degenen die deel uitmaken van partijcoalities) nog nooit een politieke of zelfs administratieve functie bekleed: ‘Sinds de maatschappelijke onrust [van 2019] eisen de burgers dat het niet “de politici van vroeger” zijn’ die de nieuwe grondwet opstellen.

    Woelige tijden

    Bij gebrek aan betrouwbare opiniepeilingen, schreef El País, had geen enkele analist zo’n goed resultaat van de onafhankelijke kandidaten of zo’n slecht resultaat van de regerende rechterzijde verwacht.

    ‘Chili maakt op bijna elk niveau woelige tijden door’, schreef El País bij aanvang van de verkiezingen. Het Congres is sterk verdeeld en voor de presidentsverkiezingen aanstaande november hebben zich ten minste zestien kandidaten gemeld.

    ‘Chili staat nu, 31 jaar na de terugkeer van de democratie, voor een historisch moment van onzekerheid (…) terwijl er bovendien geen consensus bestaat (…) over de vraag of een nieuwe grondwet er al dan niet in zal slagen de chaos in goede banen te leiden’, schrijft de krant. Niemand kan nu al zeggen welke resultaten de nieuwe grondwettelijke vergadering, waarvan de werkzaamheden naar verwachting een jaar zullen duren, zal opleveren. Over de nieuwe grondwet wordt in 2022 via een referendum gestemd.

    Maar de opkomst van de massale volksbeweging voor democratische vernieuwing heeft niet geleid tot een grotere bereidheid om te gaan stemmen. Ondanks, of misschien wel dankzij, de politieke crisis van 2019 en het schijnbare gebrek aan legitimiteit van de traditionele partijen, kan ook het percentage kiezers dat niet heeft gestemd als ‘historisch’ worden bestempeld, aldus El País: 61,5 procent.

    Het ligt voor de hand om naar de coronapandemie te wijzen als mogelijke oorzaak van de lage opkomst. Maar Chili is het Latijns-Amerikaanse land met de hoogste vaccinatiegraad – 50 procent van de bevolking – en bovendien vonden dankzij corona de verkiezingen dit keer op twee dagen plaats. Wantrouwen in de politiek lijkt een meer voor de hand liggende verklaring.

    Overwinning van links

    De Communistische Partij, die deel uitmaakt van het linkse blok dat nauw betrokken was bij de protesten, boekte een aantal belangrijke overwinningen bij de gemeentelijke verkiezingen, die in hetzelfde weekend werden gehouden. De partij won het burgemeesterschap van de Santiago, de hoofdstad. De gekozen burgemeester, Irací Hassler, een econoom, is ‘dertig jaar oud en vrouw’, berichtte El País. Nooit eerder maakten de communisten hier de dienst uit, zelfs niet tijdens de regering van Salvador Allende (1970-1973), waarvan zij deel uitmaakten.

    ‘Dit is de triomf van sociale en politieke eenheid’, citeerde The Guardian Irací Hassler, die op uitslagenavond haar overwinning vierde op het Plaza de Armas in Santiago, geflankeerd door een aantal van de vrouwen die ook werden verkozen.

    ‘De protestbeweging, de feministische stakingen en de sociale en milieubewegingen zijn niet meer weg te denken’

    ‘Dit is het begin van een belangrijke verandering in de manier waarop wij politiek bedrijven. De protestbeweging, de feministische stakingen en de sociale en milieubewegingen zijn niet meer weg te denken.’

    Het resultaat zorgt ervoor dat Daniel Jadue, de presidentskandidaat van de Communistische Partij, de grootste kanshebber is om president Piñera te verslaan in de verkiezingen van november, aldus El País. Jadue werd op 16 mei met 64 procent van de stemmen herkozen als burgemeester van Recoleta, dat onderdeel uitmaakt van de metropoolregio van Santiago.

    Het linkse Frente Amplio, de groep partijen en bewegingen die in 2011 ontstond uit de universiteitsprotesten die in 2011 plaatsvonden, is een van de andere grote winnaars van de dubbele verkiezingsdag. Onder leiding van afgevaardigden als Gabriel Boric en Giorgio Jackson, overvleugelde deze formatie centrum-links en rechts, waarvan zij belangrijke gemeenten afsnoepte.

    De kandidaten van Frente Amplio hebben ten minste twee zeer symbolische burgemeestersposten van rechts weggekaapt: die van het dichtbevolkte Maipú, ook in de metropoolregio van Santiago, en die van Viña del Mar (ongeveer 100 kilometer van de hoofdstad). Ook in Ñuñoa, een welvarende gemeente in het oosten, heeft de Frente Amplio het burgemeesterschap binnengesleept. Met deze resultaten heeft de amper 35-jarige Boric, presidentskandidaat van de linkse formatie, zo schreef El País, een nieuwe impuls voor zijn race naar La Moneda, het presidentieel paleis.

    Chili zal zichzelf herdefiniëren op een aantal fundamentele punten, analyseerde El País. De grondwettelijke vergadering zal de politieke vertegenwoordiging en het regeringsstelsel hervormen, omdat er een zekere consensus bestaat over het feit dat het Chileense presidentialisme niet in staat was adequaat te reageren op de protesten van 2019.

    Ook zullen de thema’s decentralisatie en regionalisatie ter tafel komen, verwachtte El País. Chili wordt nu sterk gecentraliseerd bestuurd vanuit Santiago. De 155 volksvertegenwoordigers zullen het eens moeten worden over verschillende kwesties in verband met de inheemse bevolkingsgroepen, zoals hun uitdrukkelijke erkenning in de grondwet of hun plurinationaliteit. Dit is een brandende kwestie, gezien de problematische relatie uit het verleden tussen het Mapuche-volk en de Chileense staat, aldus de Spaanse krant.

    Grandón deed mee aan de demonstraties in een Pokémonpak en staat daarom bekend als ‘tante Pikachu’

    De grondwettelijke vergadering zal daarnaast discussiëren over het economische systeem, rechtstatelijke instituties als het Constitutioneel Hof, de verzorgingsstaat – economische en sociale rechten zijn hete hangijzers – en kwesties die bijzonder gevoelig liggen bij de financiële markten, zoals de autonomie van de Centrale Bank.

    ‘Tante Pikachu’

    Een van de nieuw verkozen deelnemers aan die vergadering is Giovanna Grandón, als vertegenwoordiger van de politieke formatie La Lista, die ontstond uit de protesten. De 45-jarige Grandón deed mee aan de demonstraties in een Pokémonpak en staat daarom bekend als ‘tante Pikachu’, schreef het linkse dagblad El Diario.

    ‘Giovanna Grandón is het perfecte prototype van de nieuwe politieke klasse die de zorgen van de ontevreden Chilenen deelt. Tot Chili in lockdown ging, was “tante Pikachu” bestuurder van een schoolbus en zat ze in de schulden voor de medische behandeling van haar zoon (meer dan 5 miljoen peso’s, ongeveer 6000 euro). Het geld dat ze gespaard had om door te leren, had ze aan de studie van haar dochter besteed.’

    ‘Ik ken de situatie van de mensen, omdat ik een van hen ben,’ zei Grandón tegen El Diario.

    Lees ook:

  • Hoe Ortega van idealistische vrijheidsstrijder in onderdrukker veranderde

    Hoe Ortega van idealistische vrijheidsstrijder in onderdrukker veranderde

    De Nicaraguaanse president Daniel Ortega krijgt steeds meer dictatoriale trekjes. Protesten tegen sociale hervormingen worden hard neergeslagen, met inmiddels ruim driehonderd doden tot gevolg.

    In een soort geteleviseerde vergadering kondigde Daniel Ortega in april 2018 aan dat de hervorming van het sociale zekerheidsstelsel werd ingetrokken. Dezelfde hervorming die een paar dagen eerder tot een golf van geweld had geleid, die door de regering met harde hand werd onderdrukt en waarbij meer dan tien doden vielen. ‘Ik deel het Nicaraguaanse volk mede dat ik heden het besluit heb ontvangen van het Directoraat Sociale Zekerheid (…) om de maatregel in te trekken (…) die tot zoveel protest heeft geleid.’ De aankondiging was niet het einde, maar het begin van een nieuwe etappe die Nicaragua op zijn grondvesten deed schudden.

    ‘Als je iemands karakter wilt testen, geef hem dan macht’

    Lange tijd werd ervan uitgegaan dat macht corrumpeert, een theorie die onder meer was gebaseerd op het beroemde Stanford-gevangenisexperiment uit 1971.

    Een onderzoek van Smithsonian Institution kwam echter tot een andere conclusie: macht corrumpeert niet, maar versterkt al bestaande ethische tendensen. Of in de woorden van Abraham Lincoln: ‘Bijna iedereen kan tegenspoed doorstaan, maar als je iemands karakter wilt testen, geef hem dan macht.’
    De volgende machthebbers doorstonden de test niet:

    ▪ Abiy Ahmed, sinds 2018 premier van Ethiopië, kreeg in 2019 de Nobelprijs voor de Vrede, onder andere omdat hij erin geslaagd was het langlopende grensconflict met Eritrea op te lossen. Inmiddels voert hij een oorlog tegen de noordelijke regio Tigray, waarbij meldingen worden gedaan van wijdverbreide plunderingen en mensenrechtenschendingen.

    ▪ Asma al-Assad had mooie dromen voor Damascus, Syrië, toen ze er vanuit Londen heen trok om bij haar man Bashar te zijn. Het zou een welvarende, culturele wereldhoofdstad worden. Maar terwijl niet veel later vele onschuldige burgers als gevolg van een oorlog tegen rebelse groepen omkwamen, leek zij vooral bezig met het uitbreiden van haar schoencollectie.

    ▪ ‘Dit is een leider die ons land vooruit wil helpen’, zeiden veel Indiërs in 2014 over Narendra Modi, die dat jaar de verkiezingen won. Hij zou in tegenstelling tot tegenstander Rahul Ghandi niet uit zijn op eigenbelang. Zeven jaar later is duidelijk dat Modi wel degelijk zijn ‘eigen groepering’, de hindoebevolking, voortrekt. Met maatregelen als het abrupt afschaffen van een deel van de bankbiljetten in 2016 en een al even abrupte lockdown vorig jaar, benadeelt hij bovendien het overgrote armere deel van de bevolking.

    ▪ Aleksander Loekasjenka won de eerste democratische verkiezingen van Belarus in 1994 als ‘corruptiebestrijder’. Maar hij duldt geen tegenspraak. Na beschuldigingen van stembusfraude in 2020 ontstonden massale protesten, die ‘de laatste dictator van Europa’ met harde hand neersloeg. Meer dan 32.000 mensen zouden zijn gearresteerd.

    Het systeem van sociale zekerheid in Nicaragua kent ruime uitkeringen, maar kampt sinds 2013 met tekorten. Door de hervorming werden de pensioenen verlaagd van 80 procent naar 70 procent van het gemiddelde inkomen over een bepaalde periode. Tevens werd onder andere de werkgeverspremie in 2020 verhoogd van 19 procent naar 22,5 procent en de werknemerspremie van 6,25 procent naar 7 procent.

    ‘Illegaliteit en geweld kunnen niet bestreden worden met meer illegaliteit en geweld, dat doet een krachtige staat niet’

    Volgens een rapport van het CELAG (Centrum voor Geopolitieke en Sociaal-Economische Studies in Latijns-Amerika) vereist het pensioensysteem zoals voorgesteld in de Nicaraguaanse hervorming – in grote lijnen hetzelfde als de vigerende systemen in Argentinië, Colombia en Uruguay – een verdubbeling van het aantal premiejaren. Met andere woorden: de hervorming was geen disproportionele aanpassing in een land als Nicaragua, dat in vergelijking met de andere Midden-Amerikaanse landen over zeer positieve macro-economische en sociale indicatoren beschikt.

    Het bnp groeide in 2008 met 2,9 procent en met 4,7 procent in 2016. Het percentage geweldsdelicten met dodelijke gevolgen, dat Honduras, El Salvador en Guatemala tot de meest gewelddadige landen ter wereld maakt, is in Nicaragua relatief erg laag: in de buurlanden schommelde het in 2010 tussen de 77,5 en 41 procent, terwijl het in Nicaragua maar 9,1 procent was. De sociale programma’s, zoals Hambre Cero (Nul Honger), Usura Cero (Nul Woekerpraktijken) en Desempleo Cero (Nul Werkloosheid), hielpen het percentage van de bevolking dat onder de armoedegrens leefde naar beneden te brengen: volgens de officiële cijfers daalde het van 45 procent in 2006 naar 24,9 procent in 2016 en hetzelfde gebeurde met de ongelijkheidsindex.

    ANP 360238985 2
    Een gemaskerde demonstrant houdt een zelfgemaakte mortier vast. Hij neemt deel aan een protestmars tegen de regering Ortega in Managua, op 2 september 2018. – © Inti Ocón / AFP

    Toch veroorzaakte de hervorming een explosie van protesten onder een bepaald deel van de bevolking, met name jonge studenten van de belangrijkste Nicaraguaanse universiteiten. Jongeren die de revolutie niet hadden meegemaakt. Op 18 april 2018 begonnen ze zich te mobiliseren en gingen ze de straat op om barricades op te werpen en scholen te bezetten. De repressie van de overheid was buitensporig.

    De verklaring voor deze crisis moet niet in sociaal-economische factoren gezocht worden. Als het een politieke crisis was, dan was de grootste fout van de overheid wel dat ze de oplossing zocht in geweld, want daardoor werden de mensenrechtenactivisten, de vrouwen, de families van de slachtoffers, vertegenwoordigers van de Katholieke Kerk en een heel groot deel van de bevolking juist extra gemobiliseerd. Ondanks het intrekken van de hervorming sloeg de opstand razendsnel over naar andere steden en naar delen van het platteland, vooral de zone langs de Pacifische kust en het centrale noorden van Nicaragua. Het leek erop dat de mensen het aftreden wilden van het presidentieel paar, en de reactie van de overheid was verhoogde repressie en criminalisering van het protest.

    Er volgden massale demonstraties, twee landelijke stakingen, bezettingen van universiteiten, en overal werden wegversperringen opgeworpen, sommige permanent, andere met tijdelijke doorgang. Die blokkades, een van de meest karakteristieke aspecten van het conflict, werden verdedigd met zelfgemaakte mortieren en ander wapentuig. Medio mei, op het hoogtepunt van de crisis, werd een rondetafelconferentie georganiseerd, onder auspiciën van de Katholieke Kerk en met deelname van de regering en de recent opgerichte ‘Burgerlijke Alliantie voor Democratie en Recht’, een amalgaam van studenten- en boerenorganisaties, leden van de burgerij en werkgeversorganisaties, zoals de COSEP (Hoge Raad van Privé-Ondernemingen). Op de eerste vergadering eiste de Alliantie het aftreden van de regering Ortega en vervroegde verkiezingen. En de regering eiste verwijdering van de wegversperringen. De onderhandelingen liepen vast en zijn nog steeds niet vlot getrokken.

    Patroon

    Het geweld van de staat was er vooral op gericht deelname aan demonstraties te ontmoedigen, wegversperringen te ontmantelen en de uitingen van politieke onvrede de kop in te drukken. Het CIDH, het Inter-Amerikaans Comité voor Mensenrechten, zag een patroon: excessief en willekeurig geweld door de politie en de anti-oproereenheden, alsmede het inzetten van parapolitionele eenheden of knokploegen, met oogluikende toestemming en zelfs medewerking van het openbaar gezag. De eenheden maakten gebruik van vuurwapens, traangasgranaten en rubberkogels. Die repressieve reactie van de staat heeft geleid tot verhoogde spanning onder de demonstranten, de veiligheidstroepen en de oproerpolitie en heeft de polarisatie in de hand gewerkt, met als gevolg grote onlusten, botsingen met de demonstranten en allerlei soorten geweld in het hele land.

    In feite heeft de reactie van de regering-Ortega op het sociaal protest een nieuwe spiraal van politiek geweld in de geschiedenis van het land in gang gezet en het klimaat overrijp gemaakt voor het ontstaan – aan beide kanten van het conflict – van gemaskerde en gewapende burgermilities die terreur onder de bevolking zaaien. Volgens het rapport van het CIDH heeft het repressieve beleid van de overheid, met excessief en arbitrair gebruik van de politiemacht, geleid tot 220 doden in de periode 18 april tot 1 juli 2018. Begin augustus van dat jaar was het dodental opgelopen tot bijna driehonderd. Het comité telde in de periode tot 6 juni ook 1337 gewonden en 507 arbitraire arrestaties.

    Aan de andere kant, bij de overheid en het FSLN (het Sandinistisch Nationaal Bevrijdingsfront), telde het comité in de periode tot 6 juni minstens 5 dode en 65 gewonde politieagenten. Inmiddels is het dodental bij de politie opgelopen tot minstens 9, waarvan 4 agenten op 12 juli het leven lieten bij de aanval op Morrito, in het departement Río San Juan. Ook vielen er volgens het CIDH 17 slachtoffers onder mensen die gelieerd waren aan de overheid of het FSLN en die door geweld of een regelrechte moordaanslag om het leven waren gekomen. Verder 40 gevallen van brandstichting of andere schade aan eigendommen van de regering of het FSLN, plus 29 ontvoeringen, merendeels van politieagenten of mensen die voor de lokale overheid werkten. Vermeld dient te worden dat er bij zes van de aangegeven ontvoeringen tekenen van marteling werden gemeld.

    De staat verloor het vermogen om ‘geweldloos gehoorzaamheid’ af te dwingen

    Deze nieuwe verharding van het politiek geweld duidt op twee dingen: 1) dat de overheid niet in staat is gebleken een structuur op te zetten die het monopolie op de uitgeoefende machts- en dwangmiddelen vast in handen hield, 2) dat de regering faalt in de uitoefening van beleid, en 3) dat de staat nog steeds zwak is.

    De Midden-Amerikaanse socioloog Edelberto Torres-Rivas hangt de theorie aan dat uit de kleinschalige guerrilla van de Contra’s – georganiseerd en ondersteund door de Verenigde Staten – tegen de Sandinistische revolutie een electorale democratie ontstond met een zwak staatsapparaat. Die minimale democratie, een noodzakelijke maar onvoldoende voorwaarde voor een democratische politiek, leidde tot een labiel regime dat vanaf 2008 door het FSLN werd ondermijnd, waarna een proces van delegitimering volgde. De staat verloor het vermogen om, in de woorden van Weber, geweldloos gehoorzaamheid af te dwingen.

    Daniel Ortega maakte deel uit van de Regering van Nationale Wederopbouw (1979-1985), hij was van 1985 tot 1990 president van Nicaragua en kwam in 2006 opnieuw aan de macht door middel van verkiezingen, nadat hij een verbond met de leiders van de Contra’s had gesloten. In 2011 werd hij door middel van een hoogst kwestieuze grondwetswijziging herkozen en wederom in 2016, samen met zijn vrouw, Rosario Murillo, als vicepresident. Hij had de verkiezingen met meer dan 72 procent van de stemmen gewonnen en het FSLN won een meerderheid in het Congres met 67 procent van de stemmen. Maar volgens sommige waarnemers werd er tijdens die verkiezingen alleen gediscussieerd over de opkomst: de oppositie stelde dat minder dan 35 procent van de kiezers naar de stembus was gegaan, terwijl het officiële opkomstpercentage op 68,2 procent stond. De legitimiteit van de uitslag werd betwist.

    Geen vernieuwing

    Na 2008 waren er in het politieke speelveld geen tegenkrachten meer, zoals sommige politicologen hebben aangetoond. De Hoge Kiesraad had de Conservatieve Partij en de MRS, de Sandinistische Hervormingsbeweging, een afsplitsing van het FSLN, een wettelijke status onthouden. De MRS was in 1995 opgericht door de pragmatisch-vernieuwende vleugel van het FSLN en werd geleid door Sergio Ramírez, ex-vicepresident onder Daniel Ortega. Sindsdien draaide het FSLN grotendeels om de persoon van Daniel Ortega en werd elke ‘vernieuwing’ van het partijbestuur aan de kant geschoven, iets wat in 2002 in de partijstatuten werd vastgelegd.

    In 2006 wees de sandinistische socioloog Orlando Núñez de MRS aan als een van de grote vijanden van de regering, samen met de ‘conservatieve oligarchie’, de Amerikaanse ambassade, de bankiers, de krant La Prensa en de ondernemers verenigd in de COSEP. Destijds was hij van mening dat die coalitie weinig in de melk te brokkelen had, omdat ze de leiding had verloren van het leger, de politie en de Katholieke Kerk. Volgens Núñez, de mentor van Hambre Cero, had die coalitie in 2006 tot doel Nicaragua opnieuw te polariseren en uiteen te rijten tussen ‘democraten en ethisch gezinden’ aan de ene kant en ‘corrupte konkelaars en terroristen’ aan de andere kant. Twaalf jaar later lijkt het erop dat het discours onveranderd is gebleven, want Daniel Ortega beweert dat sommige groeperingen uit zijn op ‘omverwerping van de constitutionele en institutionele orde’ om ‘het gezag en de wettig gekozen regering te vervangen’. Het lijkt erop dat dit de rechtvaardiging was voor het buitensporig gebruik van geweld.

    Ortega knoopte betrekkingen aan met Rusland en versterkte de relatie met China

    Die interpretatie behoeft nog wel enige nuancering. De eerste is dat het bedrijfsleven in 2007 wat dichter tegen de regering aan begon te schurken (de ‘Publiek-Private Alliantie’ heette dat, maar die ging in april 2018 weer ter ziele). De tweede is dat de Katholieke Kerk gaandeweg haar handen van de regering aftrok, met als klap op de vuurpijl een expliciete veroordeling van de regering wegens haar vervolgingspraktijken en twijfels van het bisdom Nicaragua of het nog door zou gaan met bemiddelen in de nationale dialoog. En de derde is de toenadering van de Nicaraguaanse regering tot de Verenigde Staten, om gesprekken te openen over cruciale onderwerpen als migratie en drugshandel.

    Torres-Rivas zei dat het niet de consensus is die de staatsmacht democratisch maakt, maar het succesvol overbruggen van de verschillen, zodat conflicten binnen de kaders van de wet worden opgelost en het inzetten van de machtsfactor gelegitimeerd is. ‘Illegaliteit en geweld kunnen niet bestreden worden met meer illegaliteit en geweld, dat doet een krachtige staat niet.’

    ANP 358621712
    Demonstranten houden een spandoek vast met de tekst ‘Ortega en Murillo moordenaars’, verwijzend naar de Nicaraguaanse president Daniel Ortega en zijn vrouw, vicepresident Rosario Murillo, tijdens een bedevaart in Managua op 28 juli 2018. – © Marvin Recinos / AFP

    In januari 2007 wachten Evo Morales, Daniel Filmus, Rafael Correa en Manuel Zelaya op de inauguratie van Daniel Ortega, die na zeventien jaar weer president van Nicaragua wordt. De ceremonie was al met een uur uitgesteld: de nieuwe gezaghebbers hadden besloten op Hugo Chávez te wachten, die opgehouden was. Onder de genodigden bevonden zich ook Tom Shannon, onderminister voor Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten, en tien andere staatshoofden. Chávez, de commandant van de Bolivariaanse Revolutie, en Ortega, de president van de Sandinistische Revolutie, tekenden de volgende dag een aantal samenwerkingsverdragen: voor de levering van olie, voor landbouwleningen, voor de bouw van krachtcentrales, voor kwijtschelding van schulden. Het was het hoogtepunt van het ‘Roze Tij’ of de ‘Draai naar Links’, de ‘nationaal-populistische’ of ‘post-neoliberale’ regeringen, die na de crisis van het neoliberalisme in Latijns-Amerika opkwamen.

    Evo Morales ‘keert terug’

    Morales moest in 2019 aftreden als president na protesten tegen zijn herverkiezing. Er zou sprake zijn van verkiezingsfraude. Nu is de voormalig cocaboer bezig met een comeback.

    Evo Morales werd als kandidaat van de socialistische MAS-partij in 2006 de eerste Boliviaanse president van inheemse afkomst. Bij zijn aantreden beloofde hij: ‘We zullen een einde maken aan de koloniale staat en het neoliberale model. Vijfhonderd jaar van verzet door de inheemse volkeren van Amerika zijn voorbij.’

    De gedeeltelijke nationalisatie van olie en gas betaalde royale sociale programma’s die het armoedecijfer terugbrachten van 59 tot 35 procent. Het armste land van Zuid-Amerika werd het snelst groeiende land, met een gemiddelde toename van 5 procent per jaar gedurende meer dan tien jaar.

    Maar de voormalig leider van de vakbond van cocaboeren kreeg al snel autoritaire trekjes. Hij voerde in 2014 een nieuwe grondwet in om een derde presidentstermijn mogelijk te maken. Een referendum in 2016 voor een vierde termijn, werd verworpen. Maar een jaar later oordeelde het constitutionele hof – bestaande uit door zijn partij aangestelde rechters – dat hij het toch nog eens kon proberen.

    De bij voorbaat controversiële verkiezingen van 2019 verliepen chaotisch, onder andere doordat de voorlopige telling van de stemmen abrupt werd onderbroken nadat de elektriciteit uitviel. Vierentwintig uur later, bij het hervatten van de telling, had Morales ineens de 10 procentpunt voorsprong die nodig was om zijn rivaal, Mesa, in de eerste ronde te verslaan, overschreden.

    Na de massale protesten die deze gang van zaken opleverde, gesteund door de grootste vakbond van het land, het leger en de politie, trad Morales af en vluchtte naar Mexico en later Argentinië.

    Een zelfbenoemde interim-regering onder leiding van Jeanine Áñez, een evangelisch christen die werd ingezworen met een bijbel zo groot als een koelkast, moest zo snel mogelijk nieuwe verkiezingen organiseren. Morales’ vertrouweling Luis Arce en zijn MAS-partij wonnen die verkiezingen, waarop Morales terugkeerde naar Bolivia. Arce werd president.

    In maart werden Áñez en haar voormalige interim-ministers gearresteerd voor terrorisme en opruiing vanwege hun rol in de protesten van 2019. ‘Politieke vervolging,’ volgens de voormalig conservatieve interim-president, ‘in de stijl van een dictatuur.’

    En nu is er een campagne op touw gezet die Morales weer terug aan het hoofd van de regering moet krijgen, als opvolger van president Arce: ‘Evo vuelve’; ‘Evo keert terug’. Hij wil immers nog die vierde termijn uitdienen, waar hij recht op heeft. Want, zoals een commentator in de Boliviaanse krant Los Tiempos schrijft: ‘Volgens Morales en zijn volgelingen is Evo het magische antwoord op elk probleem.’

    In Washington fronste men de wenkbrauwen. Midden-Amerika is een cruciale regio in de veiligheidsdoctrine van de VS. Nicaragua was, vanaf zijn politieke onafhankelijkheid, een belangrijke issue in de Amerikaanse buitenlandse politiek. De terugkeer aan de macht van het FSLN kon een versterking betekenen van de ‘Bolivariaanse Alliantie’, een regionaal blok dat door Venezuela was opgezet als alternatief voor de ‘Vrijhandelszone van Amerika’, die in 2005, op een mislukte onderhandelingstop in Mar del Plata, ten grave werd gedragen – maar niet in Midden-Amerika, waar een jaar eerder, in 2004, een vrijhandelsverdrag werd getekend tussen de VS, Midden-Amerika, en de Dominicaanse Republiek (CAFTA-DR in het Engels: Dominican Republic – Central America Free Trade Agreement).

    Handelspartner VS

    De Verenigde Staten hadden ook nog andere plannen, zoals het ‘Puebla-Panama Plan’ (PPP), later omgedoopt tot ‘Mesoamerica Project’, ter bevordering van de grondstofwinning, de bouw van infrastructuur, de export van regionale goederen, controle over migratie en uitbreiding van het zogeheten ‘Mérida Initiatief’ en het ‘Plan Colombia’ naar Midden-Amerika. Washington wilde de door Cuba en Venezuela opgezette allianties ontkrachten. Het was tekenend dat Honduras, vanouds een bondgenoot van de Verenigde Staten, zich na de militaire staatsgreep tegen Manuel Zelaya uit de Bolivariaanse Alliantie terugtrok.

    Ortega trok zich niet terug uit de ‘Vrijhandelszone van Amerika’ en ook niet uit het ‘Mesoamerica Project’. Hij steunde de VS zelfs in zijn migratiepolitiek en zijn war on drugs. De VS bleef de belangrijkste handelspartner van Nicaragua. Maar Ortega sloot zich wel onmiddellijk aan bij de Bolivariaanse Alliantie en intensifieerde de politiek economische banden met Chávez. Hij knoopte betrekkingen aan met Rusland en versterkte de relatie met China. Vervolgens kondigde hij de aanleg aan van het Nicaraguakanaal, een project dat uitgevoerd zou worden door de Chinese HKND Group en dat aanleiding heeft gegeven tot talloze speculaties. Met die besluiten toonde Nicaragua zijn onafhankelijkheid op het terrein van internationale betrekkingen, en deze uitingen van nationale soevereiniteit, die tegen de belangen van de VS ingaan, zijn een klap in het gezicht van de Noord-Amerikanen, met hun traditionele politieke arrogantie en hun systematische streven om hun wil aan de regio op te leggen.

    Politieke landschap

    In de periode tussen het opnieuw aan de macht komen van Ortega en de huidige crisis, die zijn regime doet wankelen, is het politieke landschap in Latijns-Amerika veranderd: van de ‘Draai naar Links’ naar de ‘Conservatieve Restauratie’. In Argentinië en Chili kwam rechts via verkiezingen aan de macht. In Haïti (2004), Honduras (2009), Paraguay (2012) en Brazilië (2016) gebeurde dat door middel van allerlei vormen van machtsontzetting, meestal, maar niet altijd, in samenwerking met hun Noord-Amerikaanse tegenhangers. Venezuela, de grote steunpilaar van Nicaragua, beleeft een van de zwaarste crises in zijn geschiedenis: bovenop de binnenlandse factoren komt nog eens de systematische druk die de Verenigde Staten en zijn Latijns-Amerikaanse bondgenoten sinds de staatsgreep van 2002 op de Bolivariaanse revolutie uitoefenen. De overwinning van Trump bemoeilijkte het dubbelspel van Ortega nog verder. Eind 2017 werd in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden de ‘NICA Act’ (Nicaragua Investment Conditionality Act) aangenomen, die additionele internationale leningen aan Nicaragua – van groot belang voor de economische groei van het land – moest blokkeren. Het is binnen die regionale context dat de Nicaraguaanse regering op de massale protesten van de bevolking met toenemend geweld reageert.

    Eens te meer bleek hoe ingrijpend de Noord-Amerikaanse inmenging was

    ‘Ik voelde me vereerd in het gezelschap te verkeren van de Nicaraguaanse studentenleiders die hun leven wagen voor de vrijheid…’, zo luidt de tweet bij de foto waarop drie Nicaraguaanse studenten poseren met de Texaanse Republikein Ted Cruz. Nog breder is hun glimlach op de foto met Ileana Ros-Lehtinen (de drijvende kracht achter de NICA Act) of met Marco Rubio, twee mensen met wie ze zich ook lieten fotograferen tijdens hun bezoek aan de VS, dat gefinancierd werd door Freedom House, de aan de CIA gelieerde organisatie die in de jaren tachtig een vinger in de pap had van de zogenaamd ‘anticommunistische’ psychologische oorlog in Midden-Amerika en die zich tegenwoordig ook bemoeit met bepaalde groeperingen binnen de Venezolaanse oppositie. Dezelfde organisatie die de Argentijnse mediamagnaat Héctor Magnetto in 2016 vereerde met de Prijs voor Vrijheid van Meningsuiting. Ook het National Democratic Institute (NDI) en de National Endowment for Democracy (NED), twee studentenorganisaties uit de VS, zijn actief in Nicaragua.

    Volgens officiële cijfers heeft de NED tussen 2014 en 2017 4,2 miljoen dollar aan verschillende lokale organisaties uitgedeeld. De Nicaraguaanse studenten brachten ook een bezoek aan El Salvador, waar ze een ontmoeting hadden met de burgemeester van de hoofdstad en gedeputeerden van ARENA, de Nationalistische Republikeinse Alliantie, die de harde kern vormt van politiek rechts in het land. De tournee zorgde voor heftige discussies binnen de Nicaraguaanse studentenorganisaties, want eens te meer bleek hoe ingrijpend de Noord-Amerikaanse inmenging was, terwijl tevens het gebrek aan leiderschap en de complexiteit van de binnenlandse verhoudingen aan het licht kwamen. Daarin schuilt het grootste obstakel voor een democratisch-politieke uitweg uit de crisis, die zowel het pact tussen de sociaal-economische elites als de Noord-Amerikaanse inmenging het hoofd kan bieden.

    Ontoereikende stap

    Nadat Daniel Ortega eind juli 2018 een deel van de wegversperringen en blokkades had weggeruimd, gaf hij te kennen open te staan voor het uitschrijven van een referendum over het vervroegen van de presidentsverkiezingen van 2021 naar 2019. Dat idee was een goede, maar ontoereikende politieke stap. Zonder politieke veranderingen die het democratisch bestel, op het vlak van de mensenrechten en de soevereiniteit van het volk, geloofwaardig maken, kan de crisis elk moment weer losbarsten. 

  • Australië wil games subsidiëren | Velen ontvluchten Hongkong

    Australië wil games subsidiëren | Velen ontvluchten Hongkong

    Uber doet aankoop voor $ 1.100.000.000

    Voor $1,1 miljard, circa €910 miljoen, koopt Uber de Amerikaanse alcoholbezorgdienst Drizly. Daarmee breidt Uber de tak voedsel- en andere bezorgdiensten verder uit, schrijft The Verge.

    Drizly bemiddelt online voor lokale slijterijen. Het bedrijf schakelt bezorgers in om voor lokale verkopers bezorging af te handelen, vergelijkbaar met Uber Eats. Drizly is nu in ruim 1400 Amerikaanse steden actief.


    Suzuki stopt in Myanmar 

    De Japanse autofabrikant Suzuki heeft de productie in zijn twee autofabrieken in Myanmar stopgezet om de veiligheid van zijn werknemers te kunnen waarborgen na de militaire staatsgreep in het land, een dag eerder. Andere grote Japanse bedrijven in Myanmar, zoals auto-onderdelenfabrikant Denso en Aeon, de grootste retailer in Azië, beraden zich nog.

    In de Suzuki-fabrieken in Yangon werken 400 mensen. Het bedrijf levert 60 procent van de auto’s in Myanmar. In 2019 werden er 13.200 verkocht, volgens Japan Times.

    Afgelopen maandag nam het leger van Myanmar de macht over van de democratisch gekozen regering van Aung San Suu Kyi. Nadat de partij van Suu Kyi in 2015 met grote overmacht de verkiezingen won en de eerste burgerregering in een halve eeuw aantrad, vestigden steeds meer Japanse bedrijven zich in het land, een groei die ook doorging ten tijde van de vervolging van de Rohingya-moslimminderheid.

    Aangetrokken door een potentiële markt van meer dan 50 miljoen mensen telt Myanmar momenteel zo’n 400 Japanse bedrijven.


    Twitteraars in India geblokkeerd

    In India zijn afgelopen maandag honderden Twitteraccounts, waaronder die van nieuwswebsites, activisten en acteurs, voor meer dan twaalf uur bevroren op verzoek van de regering. Die beschuldigt de gebruikers ervan inhoud te publiceren die aanzet tot geweld.

    Het verzoek van de regering aan Twitter kwam na wekenlange protesten van Indiase boeren tegen een nieuwe landbouwwet, aldus The Guardian. De protesten werden vorige week gewelddadig afgebroken toen de oproerpolitie werd ingezet. Een demonstrant werd gedood en honderden mensen raakten gewond, waaronder politieagenten.

    Opschorting

    Volgens een Indiase regeringswoordvoerder heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken om opschorting gevraagd van ‘bijna 250 Twitter-accounts’. ‘Het bevel werd uitgevaardigd tegen accounts die de hashtag #modiplanningfarmersgenocide [‘Modi plant genocide op boeren’] gebruikten sinds 30 januari’, aldus de overheidsbron.

    Onder de geblokkeerde accounts bevinden zich die van de onderzoekssite Caravan India, politiek commentator Sanjukta Basu, activist Hansraj Meena, acteur Sushant Singh en Shashi Shekhar Vempati, de CEO van staatsomroep Prasar Bharti.


    Australische gamesector wil steun 

    Door gebrek aan steun van de federale overheid loopt Australië ver achter bij de ontwikkelingen op het gebied van computergames. Buitenlandse investeerders blijven weg omdat Australië slechts goed is voor een extreem klein deel van een wereldmarkt, die nu zo’n €158 miljard bedraagt. Dit zegt Ron Curry, CEO van de Interactive Games & Entertainment Association in Australië, in Sydney Morning Herald.

    ‘Elke andere ontwikkelde natie in de wereld heeft stimuleringspakketten van de overheid voor game-ontwikkelaars. Behalve Australië’, aldus Curry.

    ‘Onze regering houdt van film, van tv, van theater. Maar niet van computergames’

    In 2016 pleitte een Senaatscommissie voor belastingvoordelen en directe steun voor de game-industrie, vergelijkbaar met steun die aan andere media wordt gegeven. Belangenorganisaties deden soortgelijke aanbevelingen, maar er is volgens Curry niets van terechtgekomen.

    ‘Onze regering houdt van film, van tv, van theater. Maar niet van computergames.’ En dat terwijl de lokale industrie binnen tien jaar miljarden dollars waard zou kunnen zijn, als Australië hetzelfde niveau van ondersteuning zou kennen als andere ontwikkelde landen.


    Duizenden verlaten Hongkong

    Volgens de Amerikaanse nieuwszender ABC News hebben duizenden Hongkongers inmiddels besloten om naar Groot-Brittannië te verhuizen, sinds Beijing afgelopen zomer een strikte nationale veiligheidswet oplegde. Hun aantal zal naar verwachting toenemen tot honderdduizenden.

    Sommigen vertrekken uit angst gestraft te worden voor steun aan de prodemocratische protesten die de voormalige Britse kolonie in 2019 overspoelden. Anderen menen dat China’s inbreuk op hun levenswijze en burgerlijke vrijheden ondraaglijk is geworden, en willen in het buitenland op zoek naar een betere toekomst voor hun kinderen. De meesten zeggen dat ze niet van plan zijn ooit terug te gaan.

    Het proces zal naar verwachting versnellen nu 5 miljoen Hongkongers in aanmerking komen voor een visum voor Groot-Brittannië, waardoor ze daar kunnen wonen, werken en studeren en uiteindelijk aanspraak kunnen maken op Brits staatsburgerschap. Sinds zondag kunnen aanvragen officieel worden ingediend bij British National Overseas.


    Banenverlies in Spanje

    De derde coronagolf eist zijn tol op de Spaanse arbeidsmarkt, bericht El País. In januari gingen 218.953 banen verloren en raakten 76.216 mensen hun werk kwijt, zo blijkt uit cijfers die deze week werden gepubliceerd door de ministeries van Werkgelegenheid en Sociale Zaken.

    De cijfers suggereren dat de Spaanse economie nog lang zal blijven lijden onder de gevolgen van de pandemie. Bij Spaanse sociale diensten staan nu 3,9 miljoen mensen geregistreerd als werkloos. Daarnaast zijn nog eens 738.969 werkenden met verlof gestuurd. In Andalusië steeg het aantal werklozen in januari het sterkst, met 18.249 geregistreerden, gevolgd door Catalonië (10.470) en Valencia (10.094).


    Uruguay gunstige uitzondering

    Transparency International heeft de corruptie-index voor 2020 gepubliceerd en die is niet bijster positief over Latijns-Amerika. Uruguay is de grote uitzondering en volgt Canada als beste van Noord- en Zuid-Amerikaanse landen, schrijft MercoPress. Uruguay staat op plaats 21 van de lijst met 180 landen, met een score van 71 van de 100.  De eerstvolgende Latijns-Amerikaanse landen zijn Argentinië op plaats 78 en Brazilië (94).

    De kop van de ranglijst laat weinig veranderingen zien vergeleken met de vorige index. Nieuw-Zeeland is koploper, gevolgd door Denemarken, Finland, Zwitserland, Singapore, Zweden, Noorwegen, Nederland, Luxemburg, Duitsland, Canada, het VK en Australië.

  • Doorgeschoten politieke correctheid

    Doorgeschoten politieke correctheid

    Volgens de conservatieve Wall Street Journal zijn de studentenprotesten een bedreiging voor het recht op vrije meningsuiting.

    Het oproer aan Yale University en de Universiteit van Missouri zich heeft uitgebreid naar andere campussen, van Californië tot New Hampshire. De klachten van de studenten en hun roep om ‘een veilige plek’ [safe space] variëren, maar de kwaal is dezelfde: faculteiten en bestuurders die rassen- en genderdiversiteit boven alle andere waarden stellen, inclusief de vrijheid van meningsuiting.

    De rondgang begint bij Yale, waar het een paar weken geleden tot een uitbarsting kwam nadat een faculteitslid opperde dat het niet aan het bestuur was om uit te maken wat een passend kostuum voor Halloween is. In betere tijden zou ze op elk campusfeestje gratis bier hebben gekregen, maar dit keer leidde het tumult ertoe dat een student de socioloog van Yale uitschold omdat ze ‘gevoelloos’ zou zijn.

    De reactie? ‘Ik heb me nog nooit tegelijkertijd zo ontroerd, uitgedaagd en bemoedigd gevoeld door onze gemeenschap,’ schreef bestuursvoorzitter Peter Salovey van Yale in een brief aan de hele universiteit. Hij beloofde een centrum dat onderzoek zou doen naar ‘ras, 
etniciteit en andere aspecten van sociale identiteit’, meer aandacht voor deze onderwerpen, meer training in het onderkennen van racisme op wat ongetwijfeld een van de meest rassengevoelige plekken op aarde is. Salovey beloofde 50 miljoen dollar in te zetten voor diversificatie van zijn universiteit – en je kunt er donder op zeggen 
dat hij geen intellectuele diversificatie bedoelde.


    Het is ook hommeles in Missouri, waar studenten de bestuursvoorzitter wegjoegen vanwege beschuldigingen dat hij rassenincidenten op de campus niet adequaat zou hebben opgelost. Groepen studenten van naar schatting honderd andere universiteiten volgden hun voorbeeld, allemaal omdat er sprake zou zijn van systematische rassen‑
ongelijkheid. Een dieptepunt was de universiteit in Dartmouth, waar demon‑
stranten de bibliotheek bestormden 
en andere studenten voor racistische onderdrukkers uitmaakten omdat ze liever wilden studeren. Bestuursvoorzitter Phil Hanlon zou de oproerkraaiers moeten wegsturen wegens overtreding van de gedragscode van de universiteit en hen moeten vervangen door enkelen van de duizenden afgewezen gegadigden die de doelstellingen van een universiteit misschien wel onderschrijven.

    Studenten willen de Amerikaanse geschiedenis herschrijven als die niet aansluit bij de huidige politieke mores

    Maar wel heel bont maakte Princeton University het. Daar drongen studenten het kantoor van de bestuursvoorzitter binnen en eisten dat de universiteit iedere verwijzing naar wijlen president Woodrow Wilson zou schrappen, omdat deze een racist was die de segregatie steunde. Wilson was bestuursvoorzitter van Princeton voordat hij opklom tot het Witte Huis. De huidige bestuursvoorzitter van Princeton, Christopher Eisgruber, beloofde naast andere concessies een discussie in gang te zetten over de nalatenschap van Wilson. Vroeger waren universiteiten trots op de prestaties van hun alumni, maar nu willen studenten de Amerikaanse geschiedenis herschrijven als die niet aansluit bij de huidige politieke mores. Maar als men ziet op welk een gepolitiseerde manier Amerikaanse geschiedenis tegenwoordig wordt onderwezen, kan men dit vak misschien maar beter schrappen. Eisgruber moest zich schamen dat hij de kapers van zijn campus hun zin heeft gegeven.

    Studenten in Missouri gingen in hongerstaking. – © Michael B. Thomas / Getty Images
    Studenten in Missouri gingen in hongerstaking. – © Michael B. Thomas / Getty Images

    De voorbeelden zijn eindeloos, met een speciale oneervolle vermelding voor de Smith University: daar verhinderden studenten journalisten om verslag te doen van de demonstraties als ze niet op voorhand bereid waren dat ‘op een positieve manier’ te doen. ‘Journalisten en media die een neutraal standpunt innemen, schaden onze strijd,’ aldus een organisator tegenover een nieuwszender in Massachusetts.

    De capitulerende bestuursvoorzitters zeggen allen pal te staan voor ‘de vrije en open uitwisseling van ideeën’ – om Salovey van Yale te citeren. Misschien moet hij Orwell eens herlezen. De demonstranten en hun vrienden binnen de media zeggen dat bezorgdheid over de vrijheid van meningsuiting een tactiek is om hun het zwijgen op te leggen en de aandacht af te leiden van klachten over rassendiscriminatie. Maar juist dankzij een samenleving die vrijheid van meningsuiting garandeert, kan iedereen zijn klachten uiten. Er zijn maar weinig betere tactieken om 
mensen het zwijgen op te leggen dan een dreigende meute.

    De progressievelingen van na 1960 
die tegenwoordig de universiteiten besturen, roemden in hun hoogtij‑
dagen de vrijheid van meningsuiting, dus waarom doen ze dat ook nu dan niet? Wellicht omdat het opkomen 
voor het Eerste amendement op de Amerikaanse grondwet de erkenning inhoudt dat de westerse beschaving, die de luxe van het leven op de campus heeft voortgebracht, het verdedigen waard is.

    Vertaler: Peter Bergsma

    The Wall Street Journal
    VS | oplage 2.000.000

    Van Dow Jones & Co. Lezers zijn voor 60 procent topmanagers van gemiddeld 55 jaar, met een gemiddeld inkomen van $ 191.000.

    BEGRIPPENLIJST

    Safe space
    ‘De gedachte achter de safe spaces is dat iedereen, met welke identiteit dan ook, recht heeft op een tolerante omgeving om zich te kunnen gedragen naar eigen aard’, zo vat The Guardian het samen. Het idee 
is ontstaan in kringen van de 
LHBT-beweging. Het gaat erom 
alles te vermijden wat sommige leden van een gemeenschap zouden kunnen opvatten als gewelddadig, ook verbaal of symbolisch.

    Trigger Warnings
    Een waarschuwing vooraf die betrekking heeft op een gevoelig onderwerp, waarbij sommige 
leerlingen zich ongemakkelijk zouden kunnen gaan voelen, of dat bij hen pijnlijke herinneringen zou kunnen wekken. Het gaat soms 
om onschuldige zaken als het werkwoord ‘schenden’ in de betekenis van ‘een wet schenden’.

    Microagressie
    Elk gezegde, elke uitdrukking of verbale agressie, vaak herhaald, 
die een persoon of groep denigreert of omlaaghaalt.

    ‘Let op je woorden’
    In september wijdde The Atlantic het omslagverhaal aan de vrijheid van meningsuiting op de universiteit. In een lang artikel onderschreef het blad de stelling dat ‘politieke correctheid bezig is het onderwijs te ruïneren’. Volgens The Atlantic vragen studenten steeds vaker van de docenten om ‘microagressie’ ten koste van alles te vermijden. De docenten dienen vooraf te waarschuwen dat zij een gevoelig onderwerp gaan aansnijden waarbij studenten zich slecht op hun gemak zouden kunnen gaan voelen of dat bij hen pijnlijke herinneringen zou kunnen wekken. Volgens de schrijvers van het artikel – een sociaal psycholoog en een advocaat gespecialiseerd in onderwijs – is deze tendens om studenten overmatig in bescherming te nemen gevaarlijk. Jonge Amerikanen worden erdoor belemmerd een kritische geest te ontwikkelen en om te gaan met nieuwe ideeën.

  • Waarom de studentenprotesten een keerpunt zijn voor Zuid-Afrika

    Waarom de studentenprotesten een keerpunt zijn voor Zuid-Afrika

    De recente demonstraties van Zuid-Afrikaanse studenten gaan over veel meer dan een verhoging van het collegeld. Ze laten zien dat ook de nieuwe zwarte politieke elite moet oppassen dat zij het contact met de samenleving niet verliest.

    Het was de eenendertigste president van Amerika, Herbert Hoover, die ooit spottend zei dat ‘jongeren gezegend zijn omdat zij de nationale schuld zullen erven’.

    Die opmerking maakte hij een paar jaar nadat Franklin Roosevelt hem in 1932 van een herverkiezing had afgehouden. Hoover kreeg toentertijd de schuld in de schoenen geschoven voor de Grote Depressie, die samenviel met het begin van zijn ambtstermijn.

    Het citaat kwam in me op toen ik de minister van Financiën, Nhlanhla Nene, hoorde aankondigen dat de regering 200 miljoen rand [ruim 13 miljoen euro] opzij had gezet voor ‘voorbereidende werkzaamheden’ 
aan het Zuid-Afrikaanse kernenergieproject.

    Dat voorgestelde project – waarvan president Jacob Zuma de spil vormt – zal naar verwachting inderdaad miljoenen rand gaan kosten – één biljoen als we sommigen mogen geloven. Dat geld zullen we ergens moeten lenen.

    Op het moment dat Nene dit eind oktober aankondigde in zijn begrotingsspeech, hadden duizenden gefrustreerde studenten zich verzameld bij de hekken van het parlement om te eisen dat naar hen zou worden geluisterd. Nene repte met geen woord over de crisis die letterlijk voor de deur stond.

    In wat nu al een historisch moment is, baanden de studenten zich een weg over het parlementsterrein, en kwamen zelfs helemaal tot aan de deuren van het Lagerhuis waar Zuma, zijn kabinet en andere parlementariërs bijeen waren om naar Nene’s verklaring over het budgetbeleid te luisteren. In het Lagerhuis deed iedereen alsof er buiten niets aan de hand was, afgezien van de Economic Freedom Fighters [EFF, de partij van de voormalige president van de ANC-Jeugdliga, Julius Malema]. Zij werden weggestuurd omdat de partij eiste dat over de studentenprotesten zou worden gesproken.

    Ondertussen eisten de studenten dat de minister van Hoger Onderwijs, Blade Nzimande, naar buiten zou komen om te spreken over hun eis de voor 2016 voorgestelde verhoging van het collegegeld met 6 procent te bevriezen. De daaropvolgende taferelen – schermutselingen, stungranaten en arrestaties – hoef ik niet nog eens te beschrijven.

    gettyimages 493987154

    Keerpunt

    De gebeurtenissen van 21 oktober vormden een keerpunt in het politieke debat in het Zuid-Afrika van na de apartheid. Voor het eerst sinds 1994 daagden studenten de heersende elite uit, en ze verstoorden de maatschappelijke orde op een nog nooit vertoonde wijze.

    Als ze hadden gewild, hadden ze het Lagerhuis kunnen binnenvallen, maar ik betwijfel of ze dat van plan waren. Het symbolisch uitdagen van de heersende macht en de status quo was 
voldoende. En het spreekt ook voor de studenten dat ze zich afkeerden van politieke opportunisten die probeerden de legitieme strijd tegen de verhoging van het collegegeld uit te buiten voor politiek gewin.

    Leiders van de [liberale] Democratische Alliantie en de EFF werden uitgejouwd toen ze probeerden een slaatje te slaan uit de situatie.

    Zelfs het ANC, dat pas laat besefte dat het verkeerd bezig was en de situatie probeerde te redden door Blade Nzimande alsnog naar buiten te sturen om de studenten voor het parlement toe te spreken, was niet welkom. Het was te laat. Zijn poging om hen via een luidspreker te bereiken, werd overstemd door demonstranten die ‘Blade must fall’ schreeuwden [naar het voorbeeld van de slogan #RhodesMustFall, waarmee studenten strijden voor het weghalen van een standbeeld van de koloniaal Cecil Rhodes bij de universiteit van Kaapstad]. Zijn zesprocentvoorstel werd ronduit afgewezen door de studenten. Eerder had Nzimande journalisten laten weten dat de protesten niet op een ‘crisis’ wezen.

    Het lijkt erop dat het ANC zich weer in eenzelfde positie bevindt als in 1976, toen het te laat in de gaten had dat zich een politieke vloedgolf over het land verspreidde – studentenopstanden die men niet in de greep had en waar men geen invloed op kon uitoefenen.


    Wantrouwen

    Nzimande en andere ANC-kopstukken behandelen de studenten net zoals de toen in ballingschap levende ANC-leiders de jonge Steve Biko [een van de kopstukken in de strijd tegen de apartheid]: met wantrouwen. Pas na de opstand in Soweto vroeg het ANC de jonge Thabo Mbeki contact te maken met mensen als Biko. Dat is nooit gebeurd, want Biko werd in 1977 vermoord.

    De taferelen in het parlement hebben de positie van het ANC, dat zichzelf toch profileert als de stem van het volk, op ernstige en gewelddadige manier ondermijnd. Het was beschamend.

    Door politieke invloed van buitenaf 
van de hand te wijzen, hebben de protesterende studenten de boodschap af-gegeven dat zij zichzelf zullen bevrijden. Niet dat ze apolitiek zijn – een groot aantal van hen maakt deel uit van verschillende politieke organisaties – maar ze hebben duidelijk ge-maakt dat ze een gemeenschappelijke strijd voeren voor toegang tot onderwijs, en er niet op uit zijn om op een makkelijke manier een politiek punt te scoren.

    In een land met een maatschappij die zo ongelijk is als de onze, waren dergelijke protesten al een hele tijd te verwachten. De studenten voeren strijd voor hun toekomst en die van dit land. Per slot van rekening zijn zij het die dit land en zijn schuld zullen erven.


    Toekomstige leiders

    Bij afwezigheid van een substantiële bijdrage van de private sector aan de verbetering van het onderwijs, moet de regering zichzelf een serieuze vraag stellen. Wil zij toekomstige generaties belasten met de schuld van een ambitieus kernenergieproject – waarvan slechts weinigen in de regeringspartij veel kennis lijken te hebben – of zou het verstandiger zijn een deel van het geld te steken in de opleiding van de toekomstige leiders van het land? Al 
in het volgende financiële jaar zal de staatsschuld stijgen tot naar verwachting 49,8 procent van het bruto binnenlands product.

    Wat ook het resultaat van de protesten zal zijn – de invoering van een onderwijsbelasting, een tijdelijke opschorting van de collegegeldverhoging of meer staatssubsidie voor universiteiten – het is duidelijk dat de dingen nooit meer hetzelfde zullen worden.

    Sibusiso Ngalwa

  • Libanese jeugd pikt het niet langer

    Libanese jeugd pikt het niet langer

    In Libanon keren jongeren zich steeds feller tegen de maffiose politieke kaste, die zich niets aantrekt van wat het volk wil.

    In Libanon is het woord ‘politicus’ een belediging. Voor fatsoenlijke Libanezen, die geen vleiers en meelopers zijn, is een politieke functie synoniem met verwerpelijk gedrag, diefstal en criminaliteit. Het is weliswaar een kenmerk van populisme om je af te zetten tegen politici, maar de Libanese politici doen er dan ook alles aan om het volk zo ver te krijgen. Deze politici, die oorlogen en haatgevoelens steeds weer aanwakkeren, die oproepen tot sektarisme, die zich storten op het neoliberalisme, die iets heilig verklaren wat uiteindelijk altijd neerkomt op heiligverklaring van hun eigen persoon, wier positie berust op geld en ‘verzet’ [verwijzing naar het programma van Hezbollah] maar vooral op de hechte banden van hun gemeenschap, doen niets anders dan zichzelf in stand houden.
    Deze categorie politici is in de jaren negentig op maffiose wijze ontstaan, op grond van bloedbanden. Door de verdeling tussen de ‘families’ is er een politieke klasse ontstaan die verdeeld is in twee takken. De ene is opgericht door Ghazi Kanaan en Abdel-Halim Khaddam [twee Syriërs die in de jaren 1980-1990 belast waren met het dossier-Libanon], en de andere door Rustum Ghazaleh [hoofd Syrische inlichtingen in Libanon tot 2005]. 
De gemeenschappelijke aanpak van deze politieke klasse, die steeds ongevoeliger is voor de burgers wier levenstandaard inmiddels is gedaald tot de armoedegrens, bestaat erin hun aanhangers één of twee maal per jaar in Beiroet bijeen te roepen om hun leiders, die zich prinsen voelen, toe te juichen. Dit ritueel is gericht op instandhouding van de kudde als natuurlijke politieke praktijk. [Heel wat politici hebben hun zoon of schoonzoon benoemd tot opvolger].

    Het is lastig om woorden te vinden die negatief genoeg zijn om deze politici te beschrijven

    Ogen geopend

    Libanese politici zijn nooit het toonbeeld van rechtschapenheid geweest. Maar nooit eerder was de politieke klasse zo slecht dat ze het land als 
haar eigendom beschouwde, zoals 
de Romeinen de Middellandse Zee ‘Mare Nostrum’ noemden. Als ware calvinisten geloven deze politici dat God hen al voor hun geboorte heeft voorbestemd voor het paradijs, maar 
in tegenstelling tot de calvinisten bestaat hun religie uit verkwisting. Het is lastig om woorden te vinden die negatief genoeg zijn om deze politici 
te beschrijven. De tegen hen gerichte woede gaat elk vocabulaire te boven, vooral voor dat deel van de Libanezen dat lijnrecht tegenover hen staat. 
Duizenden mannen en vrouwen van 30 tot 40 jaar, met goede opleidingen en moderne opvattingen, die hebben gestudeerd aan de beste universiteiten, vaak in het Westen, laten zich gelden als individu en als fatsoenlijk burger en weigeren het hoofd te buigen voor een of andere machtige man of generaal. Zíj hadden eigenlijk de beleidsmakers van het land moeten zijn, maar vinden privileges, macht en corruptie op hun weg. Deze generatie heeft de wereld de ogen geopend over de grote verdeeldheid tussen twee Libanese kampen: het pro-Iraanse kamp geleid door Hezbollah, en het pro-Saoedi-Arabische kamp onder leiding van de Hariri-clan. Ze sloten zich aan bij het ene of het andere kamp en geloofden lang in hun respectieve slogans om uiteindelijk beide hevig gedesillusioneerd te raken. Het eerste kamp wilde hen als kanonnenvlees in Libanon of Syrië laten dienen [Hezbollah strijdt in Syrië aan de zijde van het Syrische regime], terwijl ze volgens het andere kamp gewoon de handelaren en zakenlui moesten verrijken. Voor deze mannen en vrouwen volstaan de geijkte leuzen niet meer om de ware aard van de Libanese politieke klasse te verhullen.

    Libanese demonstranten roepen slogans tegen de regering tijdens een recente protestbijeenkomst. 
© Marwan Tahah / Corbis
    Libanese demonstranten roepen slogans tegen de regering tijdens een recente protestbijeenkomst. 
© Marwan Tahah / Corbis
    De woede van de jongeren is niet alleen legitiem, het is zelfs hun plicht

    Het ‘verzet’ tegen Israël is geen reden meer om Hezbollah te steunen en de moord op Hariri [ex-premier van Libanon, gedood in 2005] volstaat niet meer om het optreden van het pro-Hariri-kamp te vergoelijken. De Syrische revolutie heeft aangetoond dat de portretten van Assad konden worden verscheurd en dat zijn standbeelden konden worden neergehaald. Dat is een inspiratiebron. De woede van de jongeren is niet alleen legitiem, het is zelfs hun plicht. Ze zullen ongetwijfeld vergissingen begaan, maar daartoe hebben ze het volste recht. En ieder van ons heeft het recht en de plicht hun fouten te bekritiseren, maar niet nu. Vandaag de dag zijn de krachten waartegen zij het moeten opnemen veel talrijker en machtiger dan zij, want die vormen een goed geoliede wereld vol privileges. Die krachten gaan proberen met repressie, met leugens, of met een combinatie daarvan, de Libanese leiders en hun duistere zaakjes wit te wassen, net zoals zwart geld wordt witgewassen. Ze zullen de aard van het probleem verdraaien door het te vervangen door de valse voorstelling van zaken waar we al jaren mee worstelen en die ons verplettert. De droom zou opnieuw kunnen stranden, maar ons hart gaat uit naar die jonge mensen die het opnemen tegen deze bende afgestompte hypocrieten. Of ze nu winnen of verliezen, of ze nu gelijk of ongelijk hebben.

    Hazem Saghieh