Tag: provocatie

  • Noord-Korea: Drones vliegen Zuid-Koreaans luchtruim binnen

    Noord-Korea: Drones vliegen Zuid-Koreaans luchtruim binnen

    » Zorgen om geweld in aanloop naar inauguratie Lula

    » Zeker 50 doden in VS door winterweer

    Sinds 2017 voerde Noord-Korea geen dronevluchten meer uit

    Vijf Noord-Koreaanse drones zijn maandag tot ver het Zuid-Koreaanse luchtruim binnengedrongen. Eén van de drones zou zelf tot de hoofdstad Seoul gevlogen zijn, schrijft de BBC. Het zou gaan om onbemande drones die niet in staat waren tot aanvalsacties, maar mogelijk ingezet werden voor surveillancedoeleinden.

    Nadat de drones het luchtruim binnenvlogen, stegen meerdere straaljagers en gevechtshelikopters van het Zuid-Koreaanse leger op. Zij probeerden de drones neer te halen, maar dat lukte niet. Het is voor het eerst sinds 2017 dat drones uit Noord-Korea het luchtruim van hun zuidelijke rivalen binnenvliegen.

    Volgens de Zuid-Koreaanse autoriteiten gaat het om een duidelijke provocatie. De afgelopen maanden zijn het aantal militaire acties vanuit Noord-Korea, of het gaat om dronevluchten of rakettesten, toegenomen. Zuid-Korea heeft zelf naar aanleiding van de dronevluchten een serie surveillancevluchten langs het grensgebied uitgevoerd om te kijken of er sprake is van permanente verhoogde militaire activiteit in Noord-Korea.

    Lees ook:

  • Salvini langs  de fascistometer: staatsman of volksmenner?

    Salvini langs de fascistometer: staatsman of volksmenner?

    De beschuldiging aan het adres van de Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken en politiek leider van de Lega Nord, Matteo Salvini, dat hij fascistische trekjes vertoont, zorgt voor veel opwinding in Italië.

    Er doet een grap over Matteo Salvini de ronde op internet. Aan zijn ex-verloofde Elisa Isoardi wordt gevraagd: ‘Waarom bent u bij hem weggegaan?’ Zij antwoordt: ‘Omdat hij me Claretta noemde…’

    Neem me niet kwalijk dat ook ik de vrijheid neem te verwijzen naar zaken die te maken hebben met het privéleven van onze minister van Binnenlandse Zaken en zijn ex. Dat doe ik anders nooit. Maar dit keer hebben de liefdesperikelen van de twee de voorpagina’s van alle kranten gehaald. En niet door toedoen van de paparazzi, maar omdat de hoofdpersonen zelf Twitter hebben gebruikt om elkaar enkele liefdevolle dan wel geïrriteerde boodschappen te sturen. Logisch dat dat tot veel ironisch commentaar heeft geleid.

    De grap over Claretta Petacci [de jonge minnares van Mussolini] is het gevolg van alles wat Salvini in de afgelopen maanden heeft gezegd en van de discussie die op gang is gekomen over de vraag of er al dan niet een gelijkenis bestaat tussen het ‘geelgroen’ [de kleuren van de regeringspartijen Lega Nord en Vijfsterrenbeweging] en het fascisme, en, meer nog, tussen ‘salvinisme’ en fascisme. Deze discussie is mede ontstaan naar aanleiding van een door de schrijfster Michela Murgia gepubliceerde enquête, de veelbesproken fascistometer.

    Murgia heeft een zestigtal vragen opgesteld en een antwoordsysteem en telling uitgewerkt die het mogelijk maken ‘de mate van antifascisme in onszelf’ te meten. Daarmee heeft ze allerlei polemieken losgemaakt. Zo werd de journalist Massimo Gramellini, die erover schreef op de voorpagina van de Corriere della Sera, woedend omdat hij er na het beantwoorden van de vragen achter kwam dat een lichte vorm van fascisme ook hém niet vreemd is.

    De gezaghebbende en degelijke intellectueel en historicus Paolo Mieli schreef op zijn beurt dat de enquête niet erg zinnig is – al gaf hij ook blijk van waardering voor Murgia – en dat er tussen salvinisme en fascisme geen enkele overeenkomst bestaat.

    Opzet

    Heeft Mieli gelijk? Heeft Murgia gelijk? Hebben al die mensen gelijk die om de haverklap de nieuwe meerderheid of de Lega van fascisme beschuldigen? Of hebben wellicht degenen gelijk die zeggen dat het fascisme iets uit het verleden is, iets wat is afgesloten, en dat het pure propaganda is om er elke keer dat er geen andere argumenten tegen rechts zijn mee op de proppen te komen?

    Ik laat die vragen even open. Ik zeg alleen dat iedereen het recht heeft zichzelf en zijn eigen politieke geloof en politieke partij te noemen bij de naam die hem het best bevalt. Als ik wil verklaren dat ik communist ben, dan doe ik dat, en dan hoef ik niet aan te tonen dat ik de richtlijnen en analyses van Marx of de strategie van Lenin volkomen respecteer. En hetzelfde geldt als ik wil verklaren dat ik liberaal, christendemocraat, populist of wat dan ook ben. En ook als ik mezelf fascist wil noemen. Salvini heeft nooit verklaard dat hij fascist is.

    Maar aangezien hij ongetwijfeld enige politieke vorming heeft genoten en hij erin slaagt binnen enkele dagen verschillende keren en met nadruk uitspraken te doen als ‘Wie stopt, is verloren’ en ‘Veel vijanden, veel eer’, en voorstelt om ‘etnische winkels’ te sluiten, ligt het voor de hand dat hij dat met een bepaalde opzet doet. Ik bedoel: hij zegt dat niet zomaar. En dus is het duidelijk dat Salvini zijn kiezers duidelijk wil maken dat hij een zekere sympathie heeft voor Mussolini en het fascistische regime.

    Vicepremier en minister van Binnenlandse Zaken Matteo Salvini tijdens een talkshow op de Italiaanse tv. – © Hollandse Hoogte
    Vicepremier en minister van Binnenlandse Zaken Matteo Salvini tijdens een talkshow op de Italiaanse tv. – © Hollandse Hoogte

    Is dat oké? Nee. Ik denk het niet. Ik ben altijd een tegenstander geweest van wetten die voorzien in strafmaatregelen voor het uiten van fascistische denkbeelden. Ik ben altijd van mening geweest dat geen enkel denkbeeld door de wet gestraft of verboden mag worden, dat de overgangsbepaling in onze grondwet die fascistische propaganda verbiedt, afgeschaft zou moeten worden en dat de leus ‘fascisme is geen mening maar een misdaad’ stupide en erg tendentieus is.

    En ook erg riskant, omdat die zou kunnen worden uitgebreid naar allerlei andere meningen, aangezien het niet eenvoudig is vast te stellen wie beslist wat een mening is en wat een misdaad. Ik ben er absoluut van overtuigd dat geen enkel denkbeeld en geen enkele mening ooit een misdaad is, en dat misdaden alleen bestaan als er sprake is van concrete misdadige handelingen. Bijgevolg geloof ik niet dat je tegen Salvini kunt zeggen dat hij moet ophouden met het debiteren van mussoliniaanse en fascistische citaten.

    Maar je kunt hem een probleem voorleggen. Namelijk het volgende: is het juist om het Italiaanse populisme, dat heden ten dage tot de regering is doorgedrongen omdat het de verkiezingen heeft gewonnen, te voeden met nostalgische verwijzingen naar het fascistische regime? Waarschijnlijk helpt dat om enige consensus te bereiken binnen extreemrechts, en wellicht ook om het electoraat van de [centrum-rechtse partij] Fratelli d’Italia te paaien. Maar is de prijs niet te hoog? In Italië heeft het fascisme daadwerkelijk geregeerd.

    Het was niet alleen een denkbeeld, een ambitie, maar een zeer concreet politiek fenomeen. En de realiteit is dat het korte metten heeft gemaakt met politieke vrijheden, stemrecht, veel burgerlijke vrijheden en een aantal substantiële onderdelen van de rechtsstaat, dat het ervoor heeft gezorgd dat duizenden dissidenten gevangen werden gezet – en dat alles nog vóórdat het een alliantie aanging met het nazisme en besmeurd raakte met de afgrijselijke misdaden van het racisme en de Holocaust.

    ‘Geen enkel denkbeeld en geen enkele mening is ooit een misdaad’

    Ik stel deze simpele vraag: is twijfel zaaien over het fascisme – oftewel over al deze concrete daden – niet een fout die geen enkele staatsman zich kan permitteren? Is het geen waanzin om het gezonde verstand dat de populistische kant heeft gekozen een autoritaire, onvrije kant op te duwen? En voelt Salvini, die vandaag de dag feitelijk de machtigste man van Italië is en die het lot van de regering in handen heeft, niet de verantwoordelijkheid een staatsman te zijn, en niet alleen een zeer vaardig volksmenner?

    Auteur: Piero Sansonetti

    Il Dubbio
    Italië | dagblad | oplage onbekend

    Opgericht in 2016 door journalist Piero Sansonetti, voormalig directeur van de communistische krant Liberazione. Il Dubbio – Italiaans voor ‘de twijfel’ – brengt algemeen nieuws, maar is onafhankelijk en staat kritisch tegenover de rechterlijke macht.

  • Frans Hals Museum kiest voor de confrontatie

    Frans Hals Museum kiest voor de confrontatie

    In de tentoonstelling Rendez-vous met Frans Hals wordt werk van de oude meester getoond naast dat van nog levende kunstenaars als fotografe Nina Katchadourian, multimediakunstenaar Shezad Dawood en schilder en beeldhouwer Anton Henning.

    Frans Hals, die in de Gouden Eeuw rijke kooplieden en guitige boeven portretteerde, was tijdens zijn leven populair en succesvol, maar raakte al voor zijn dood uit de mode. Zijn losse, 
vrijmoedige penseelvoering was te weinig fijnzinnig naar de smaak van de achttiende eeuw. Maar in de negentiende eeuw werd hij herontdekt door de impressionisten, die hem weer op het schild hesen als een moderne meester.

    Nu evenaart Hals in het pantheon van de kunstgeschiedenis zijn landgenoten Rembrandt en Vermeer, maar Ann Demeester, directeur van het Frans Hals Museum in Haarlem, ziet hem liever als een ‘transhistorische’ figuur, wiens invloed een tijdsprong maakt naar de hedendaagse kunst. Daarom heeft ze de ongebruikelijke stap genomen om hoogtepunten uit de Hals-collectie van het museum en andere 
werken uit de Gouden Eeuw naast het werk te hangen van nog levende kunstenaars, zoals fotografe 
Nina Katchadourian, multimediakunstenaar Shezad Dawood en schilder en beeldhouwer Anton Henning, voor een tentoonstelling getiteld Rendez-vous met 
Frans Hals. Ze hoopt daarmee aan te tonen dat huidige 
kunstenaars zich nog altijd laten inspireren door de 350 jaar oude nalatenschap van Hals.

    ‘Geschiedenis leeft’

    ‘Transhistorisch’ is tegenwoordig een soort modewoord in kringen van curatoren, nu musea naar nieuwe manieren zoeken om publieke belangstelling voor oudere kunst te wekken. Het vermengen van oud en nieuw heeft ook belangstelling gewekt bij verzamelaars op kunstbeurzen als Frieze New York, en ook veilinghuizen doen volop mee: vorig jaar 
verkocht Christie’s tijdens een veiling van moderne kunst Leonardo da Vinci’s Salvator Mundi voor 450 miljoen dollar.

    Het Frans Hals Museum heeft transhistorische 
ideeën onderdeel van zijn beleid gemaakt. De huidige tentoonstelling duurt tot en met september, waarna het museum andere stukken uit de collectie kriskras door elkaar zal hangen, zoals bij de voor februari 2019 geplande tentoonstelling Frans Hals en de Modernen, 
die werken van Hals naast impressionistische en postimpressionistische schilderijen zal tonen.

    ‘De transhistorische trend probeert duidelijk te maken dat geschiedenis leeft,’ zegt Sheena Wagstaff, voorzitter van de afdeling moderne en hedendaagse kunst van het Metropolitan Museum of Art in New York. In een telefonisch interview beschrijft 
Wagstaff haar programmering in het Met Breuer, het filiaal van het museum op Madison Avenue, als ‘bewust transhistorisch’, een term die ze volgens eigen zeggen zo’n zes jaar geleden is gaan gebruiken. ‘Met een mengeling van geschiedenis en hedendaagse kunst kunnen we enkele raadsels oplossen die de kern vormen van grote kunst,’ zegt ze.

    De in 2016 in Breuer gehouden tentoonstelling Unfinished: Thoughts Left Visible toonde onvoltooide schilderijen door de eeuwen heen, van Titiaan tot Lucian Freud, Gerhard Richter en Bruce Nauman. Daarna volgde Like Life: Sculpture, Color and the Body (1300-Now), die nog tot 22 juli te zien is en een 
niet-chronologische kijk geeft op zevenhonderd jaar sculpturen van het menselijk lichaam.

    De tentoonstelling Rendez-vous met Frans Hals, met werk van de oude meester naast dat van hedendaagse kunstenaars. – © Gert Jan van Rooij
    De tentoonstelling Rendez-vous met Frans Hals, met werk van de oude meester naast dat van hedendaagse kunstenaars. – © Gert Jan van Rooij

    Deze tentoonstelling, die niet alleen de schone kunsten omvat maar ook wassen beelden en anatomische modellen, begint met een hyperrealistisch beeldhouwwerk van Duane Hanson uit 1984, springt van een vijftiende-eeuws beeldhouwwerk van Donatello naar een werk van El Greco uit de Spaanse renaissance en plaatst een moderne androïde naast een negentiende-eeuwse beeltenis van Jeremy Bentham, gemaakt met de beenderen van de Britse filosoof zelf. ‘De bedoeling van deze tentoonstelling was om de canon open te stellen en uit te breiden met werk dat 
in een populistischer licht kan worden bezien,’ zegt Wagstaff.

    Suzanne Sanders, de Amsterdamse kunsthistorica die in 2015 en 2016 congressen organiseerde over ‘Het transhistorisch museum’, noemt transhistorische tentoonstellingen ‘de belangrijkste stap van de makers om het museum opnieuw uit te vinden en een nieuw paradigma te creëren. Het kan “trans” 
zijn in alle betekenissen van het woord,’ legt ze uit, ‘van door de geschiedenis heen tot transdisciplinair of excentriek, of door alleen maar dingen te exposeren op een inclusieve manier en zo een evenwicht 
te vinden tussen het erkennen en aanspreken van verschillende standpunten.’

    Maar volgens James Bradburne, directeur van de Pinacoteca di Brera in Milaan, is de trend slechts een nieuwe term voor wat curatoren altijd al hebben gedaan: ‘Mensen proberen terug te brengen naar de tijd dat de kunst hedendaags was. We zijn altijd verplicht om de kunst die we in onze collectie hebben op een hedendaagse manier te presenteren,’ zegt hij, ‘zoals een acteur die een stuk van Shakespeare speelt het aan een hedendaags publiek presenteert, of dat nu in maffiakostuum is 
of in travestie.’

    Een jaar geleden richtte het M-Museum Leuven zijn collectie opnieuw in onder de titel M-collectie: De kracht van beelden, waarbij nieuwe vergelijkingen worden getrokken, zoals tussen een veertiende-eeuwse piëta, een zestiende-eeuws barokschilderij en een conceptuele kunstinstallatie uit 2009. ‘We wilden van die tijdmatige benadering af,’ zegt directeur Eva Wittocx telefonisch. ‘Zelfs mensen die deze werken al heel lang kennen, 
kunnen er nieuwe betekenissen in vinden of er op een andere manier naar leren kijken.’

    Tal van kunstliefhebbers hebben op Instagram gereageerd op het feit dat het museum een zelfportret van Rembrandt naast een color field painting van Mark Rothko heeft gehangen

    Het Kunsthistorisches Museum in Wenen, waarvan de permanente collectie varieert van Oud-Egyptische tot achttiende-eeuwse kunst, leende 22 hedendaagse kunstwerken voor de tentoonstelling The Shape of Time, die tot 8 juli duurt. Een van 1636-1638 daterend naakt dat zichzelf ten dele met een bontjas bedekt, van de Vlaamse meester Peter Paul Rubens, wordt gepresenteerd naast een volledig frontaal naakt van rond 1970 van de Oostenrijkse kunstenares Maria Lassnig.

    ‘Ik beeld me graag in dat we alle ideeën, zorgen, dromen en nachtmerries in alle historische werken die we bezitten wel zo’n beetje hebben achterhaald,’ zegt Jasper Sharp, verantwoordelijk voor het programma voor moderne en hedendaagse kunst van het museum. Maar hij voegt eraan toe dat de curatoren er een paar jaar over hebben gedaan om te bepalen ‘wat voor soorten confrontaties interessant en respectvol zouden zijn’. Édouard Manet koppelen aan Diego Velázquez of een Titiaan in gesprek brengen met 
een J.M.W. Turner leek te werken, zegt hij, omdat 
‘dit zeer goed gedocumenteerde voorbeelden zijn van jongere kunstenaars die bewonderend naar oudere kunstenaars kijken’.

    Maar andere keuzes bleken riskanter. Tal van kunstliefhebbers hebben op Instagram gereageerd op het feit dat het museum een zelfportret van Rembrandt naast een color field painting van Mark Rothko heeft gehangen. ‘De helft vond dit volstrekt niet kunnen, of zei dat Rembrandt zich zou omdraaien in zijn graf,’ aldus Sharp. ‘Sommige verbanden kloppen meteen; andere vergen langduriger kijken.’

    Ann Demeester van het Frans Hals Museum wijst erop dat de kunstgeschiedenis een kakofonie is wat verbanden en invloeden betreft, ‘door mensen die elkaar spreken in salons en cafés, en dingen door elkaar halen.’ ‘Bij het creëren van meer betekenis en nieuwe verhalen voor een publiek,’ voegt ze eraan toe, ‘is het belangrijk dat een museum meer als 
een kunstenaar denkt. Een kunstenaar is vrijer of minder geremd dan een kunsthistoricus om verbanden te leggen die tijden, culturen of geografieën overschrijden. Om te verbinden.’

    Auteur: Nina Siegal

    Openingsbeeld: © Gert Jan van Rooij

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 540.000

    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.

  • Jan Fabre schudt Hermitage op

    Jan Fabre schudt Hermitage op

    De Belgische kunstenaar Jan Fabre veroorzaakte ophef in Rusland door dode dieren te exposeren in de Hermitage. Maar hij laat ontegenzeggelijk een frisse wind waaien door het museum, oordeelt Le Monde.

    Een nog nooit vertoonde eer, tot tweemaal toe: was de Belg Jan Fabre al de eerste hedendaagse kunstenaar die in 2008 een grote persoonlijke expositie mocht presenteren in het Louvre, nu is hij de eerste die hetzelfde mag doen in de Hermitage in Sint-Petersburg. Waarom hij, en alleen hij op deze schaal, in twee van de meest prestigieuze musea ter wereld?

    Allereerst omdat de Hermitage zich er door de ervaringen van het Louvre toe heeft laten overhalen om zich te lenen voor dit confrontatiespel tussen een hommage aan oude meesters en een retrospectief. Daarnaast omdat het een avontuur is dat een combinatie vergt van dwaze trots en een flinke dosis nederigheid, twee tegenpolen waartussen de veelzijdige Jan Fabre (58) zich met natuurlijk gemak beweegt.

    Op de binnenplaats wordt de Hermitagebezoeker ontvangen door een Jan Fabre van verguld brons, ‘De man die de wolken meet’, die gewoonlijk veel hoger wordt opgesteld maar hier bijna is teruggebracht tot menselijke hoogte. Deze kopie van de kunstenaar lijkt dus vooral zichzelf te meten met deze kunsttempel. Verwarrend voor het Russische publiek dat zijn werk ontdekt (het is zijn eerste expositie in het land) is de aanblik van een andere avatar bij een van de ingangen van het expositiegebouw: deze lijkt met zijn neus tegen een werk te zijn gelopen, zodat het bloed druppel voor druppel op zijn blote voeten valt. ‘Dat is mijn zelfportret als dwerg,’ zegt de kunstenaar over dit kleine alter ego van was. ‘Ik ben een dwerg die is geboren in een land van reuzen. Wij Vlamingen moeten zien om te gaan met de grandeur van ons verleden, met een uitzonderlijke traditie.’

    Een onderdeel van de installatie van Fabre in de Hermitage. – © Sergej Konkov / Getty
    Een onderdeel van de installatie van Fabre in de Hermitage. – © Sergej Konkov / Getty

    Net als in Parijs heeft de kunstenaar ervoor gekozen zich te concentreren op de afdeling van het museum die hij het beste kent: die van de Vlaamse meesters van de zestiende en zeventiende eeuw. ‘Ik ben met deze werken opgegroeid, ze zijn een inspiratiebron voor mijn werk,’ aldus de Belg, die zijn tentoonstelling van meer dan tweehonderd werken, waaronder een aantal installaties, de vorm van een ‘dramaturgie’ heeft gegeven.

    In de Snyders-zaal laat hij tussen de monumentale stillevens en jachttaferelen zwarte en iriserende schedels ronddraaien, gemaakt van een van zijn fetisjmaterialen: dekschildjes van mestkevers. Elk ervan heeft een dier tussen zijn kaken: een haas, een fazant… Te midden van deze warboel van pluimen en haar, echt of geschilderd, werken andere skeletten penselen naar binnen om de functie van ‘ijdelheden’ op deze schilderijen te benadrukken. IJdelheden die ook in de Jordaens-zaal flonkeren, waar Jan Fabre grote mestkevermozaïeken heeft aangebracht.

    De Rubens-zaal is uitgevoerd in schemerblauw, indachtig het uur tussen hond en wolf wanneer het leven van de dag plaatsmaakt voor het nachtleven dat een nachtvogel als Jan Fabre zo dierbaar is. Raadselachtige donkerblauwe foto’s onthullen ternauwernood mythologische taferelen. Overal kijken uilen, totemfiguren van de kunstenaar, de bezoekers vorsend aan, terwijl tekeningen die zijn gemaakt met een doodgewone blauwe ballpoint het schemerblauw duizelingwekkend laten oplossen in monumentale installaties.

    Een hommage aan langs de snelweg gevonden honden en katten.
    Een hommage aan langs de snelweg gevonden honden en katten.

    In de vleugel van de Hermitage die aan moderne kunst is gewijd presenteert de kunstenaar een keus uit zijn installaties. Een ervan heeft sinds de opening van de expositie in Rusland tot discussies geleid: in een carnavaleske sfeer zijn honden en katten opgehangen waarvan de kunstenaar de lijken langs autosnelwegen heeft verzameld en waaraan hij op zijn manier een ‘hommage’ brengt. Deze installatie dateert van 2007. Ze past goed in zijn oeuvre, waarin het leven van mens en dier, skeletten en dekschilden, zich om het hardst vermengt en metamorfoseert tot droomvisioenen die de tijd uitdagen.

    Op 21 oktober, de dag van de opening, trad de Russische pers dit universum van verontrustende vreemdheid en verwrongen humor enigszins terughoudend tegemoet: ‘Is dit niet gewelddadig/erg radicaal/kitscherig/choquerend… walgelijk?’ De kunstenaar bestrijdt dit: ‘Wat u gewelddadig voorkomt, roept voor mij de energie van het leven op. Het is een ode aan wat de natuur ons geeft.’ Vooruitlopend op de discussies, waaraan hij gewend is, benadrukt hij bovendien dat ‘geen enkel dier in naam van de kunst is gedood’.

    De kunstenaar.
    De kunstenaar.

    Het idee van een ode neemt nog vrolijker vormen aan in de majestueuze Van Dyck-zaal. Als een echo van de schilderijen van de hofschilder presenteert Jan Fabre daar een nieuwe serie getiteld Mijn koninginnen, levenslustige portretten van zijn medewerksters die zijn uitgehouwen in grote plakken Carrara-marmer. ‘Hiermee wil ik eer bewijzen aan de vrouwen die een leidende rol hebben in mijn atelier en mijn leven. Ik ben trots op dit stuk dat is gewijd aan de macht van vrouwen, het is mijn belangrijkste kanttekening bij een fallocratische samenleving,’ aldus de kunstenaar.

    Dit feestelijke thema zet hij voort in een serie kleine carnavaleske tekeningen die een dialoog aangaan met de rurale feesttaferelen van de Vlaamse primitieven. ‘Carnaval is verankerd in de Belgische cultuur. Bij de Vlaamse schilders gaat het om drinken, dansen, je amuseren. Oftewel om vreugde, om extase, om ondermijning en ironie,’ licht de Antwerpenaar toe, die zichzelf in deze zin als een ‘erg provinciaalse kunstenaar’ omschrijft.

    Wat voor het Louvre gold, geldt ook voor de Hermitage: of het publiek nu gevoelig is voor het woeste bestiarium en de verve van Jan Fabre of niet, hij laat ontegenzeglijk een frisse wind waaien in de luisterrijke zalen waar het publiek zich gewoonlijk zelden verdringt.

    Auteur: Emmanuelle Jardonnet

    Le Monde
    Frankrijk | dagblad | oplage 345.000

    Links-liberaal dagblad. In 1944 opgericht nadat Duitse troepen Parijs verlieten. Journalisten die voor de krant werken zijn ook aandeelhouder.