Tag: PSOE

  • Moet een politicus altijd aftreden bij een schandaal?

    Moet een politicus altijd aftreden bij een schandaal?

    In Spanje heeft een mondkapjesaffaire een discussie op gang gebracht over politieke verantwoordelijkheid. Mercedes Cabrera, voormalig minister van Onderwijs, en José María Lassalle, voormalig staatssecretaris van Cultuur, geven hun visie op de vraag: moet een politicus zijn verantwoordelijkheid nemen, ook al is hij strafrechtelijk onschuldig?

    De affaire die bekend werd als de ‘zaak-Koldo’ was het gevolg van de aankoop van mondkapjes tijdens de pandemie door een adviseur van voormalig minister José Luis Ábalos, inmiddels parlementslid. Naar aanleiding hiervan heeft zijn partij PSOE hem gevraagd om af te treden, hoewel Ábalos niet is aangeklaagd. Twee voormalig bewindslieden gaan in El País met elkaar in debat over de vraag of het gerechtvaardigd is om hem te vragen afstand te doen van zijn parlementszetel.

    Nee: ‘Het lost de problemen niet op’

    ‘Het is een makkelijke vraag om te stellen, maar niet om te beantwoorden,’ vindt Mercedes Cabrera, voormalig minister van Onderwijs (2006-2009). Volgens haar mag je van een democratische rechtsstaat verwachten dat geschreven regels en wetten in dit soort situaties houvast bieden. ‘En ja, dat doen ze. Maar ze lossen niets op.’ Ze maken volgens haar geen einde aan de controverse die is ontstaan door de corruptiezaak-Koldo. ‘Als zelfs strafrechtelijke verantwoordelijkheid op basis van wetboeken en regels, en toegepast door onafhankelijke rechters, onderhevig is aan interpretatie, hoe zit het dan wel niet met politieke verantwoordelijkheid?’

    Cabrera verwijst naar de Duitse socioloog Max Weber, die in 1919, in de ‘extreem turbulente’ tijd van de pas ontstane democratische Weimarrepubliek, het essay Politiek als beroep schreef. Weber sprak over de ethiek van overtuiging, waarbij politici zouden moeten handelen volgens hun idealen, en de ethiek van verantwoordelijkheid, waarbij politici handelen volgens de soms complexe realiteit en met de gevolgen van hun daden in hun achterhoofd. ‘Het was niet zijn bedoeling om het een tegenover het ander te stellen, maar juist om de twee complementair te maken.’

    Ook How Democracies Die van Steven Levitsky en Daniel Ziblatt helpt volgens Cabrera bij het beantwoorden van de vraag. Volgens Levitsky en Ziblatt zijn er in een gezonde democratie twee ongeschreven regels. ‘Omdat trouw verklaren aan de grondwet niet genoeg is, moet er ook sprake zijn van wederzijdse tolerantie,’ legt Cabrera uit. ‘Je moet de tegenstander accepteren als concurrent, zolang die de grondwettelijke regels respecteert. En er moet sprake zijn van institutionele terughoudendheid, wat inhoudt dat acties worden vermeden die weliswaar de geschreven wet accepteren, maar de geest ervan schenden.’ Levitsky en Ziblatt hameren er verder op dat we de term ‘democratie’ niet moeten opvatten als zelfstandig naamwoord, maar als werkwoord. ‘Het voortbestaan van de democratie is niet vanzelfsprekend, iedereen is er verantwoordelijk voor.’

    ‘Een goede politicus weet wanneer hij moet aftreden, zonder te hoeven wachten tot een onderzoek is afgerond’

    ‘Moest ik dit er allemaal bij halen om de vraag te kunnen beantwoorden? Wat mij betreft wel,’ schrijft Cabrera. Ze benadrukt dat ze het niet heeft over deelnemers aan een complot, ‘maar over degenen die gedoogden, of niet zagen wat er gebeurde terwijl ze dat wel hadden moeten zien. Een goede politicus weet wanneer hij moet aftreden, zonder af te wachten tot een onderzoek is afgerond.’

    Het is dan ook essentieel om snel en transparant te reageren, stelt Cabrera, aangezien ‘de PSOE van de strijd tegen corruptie haar handelsmerk maakte, precies op het moment dat er een geval van corruptie aan het licht kwam’.  

    Ook de Partido Popular maakt volgens haar misbruik van de situatie. ‘De politieke verantwoordelijkheid geldt evengoed voor degenen die deze zaak benutten om af te rekenen met een politiek tegenstander.’ Volgens Cabrera lost de eis dat iemand aftreedt niet alles in één keer op. ‘Voor de gezondheid van een democratie en het herstel van het vertrouwen van het publiek is het gedrag van de oppositie net zo belangrijk als dat van de regering.’

    Mercedes Cabrera is hoogleraar aan de Complutense-universiteit van Madrid en was van 2006 tot 2009 minister van Onderwijs in de regering van José Luis Rodríguez Zapatero.

    Ja: ‘Het vertrouwen van het publiek moet worden hersteld’

    De gezondheid van de democratie wordt volgens José María Lassalle, voormalig staatssecretaris van Cultuur, aan veel aspecten afgemeten. ‘Maar een daarvan, misschien wel het belangrijkste, is dat de mensen erop kunnen vertrouwen dat degenen die regeren dat in de naam van het volk doen en uitsluitend handelen in het voordeel en belang van dat volk.’ Dat vertrouwen kent volgens hem ups en downs, maar mag in wezen nooit verbroken worden. ‘Anders zou de democratie haar belangrijkste kern verliezen.’ Hij haalt Zygmunt Bauman aan, die gelooft dat we momenteel een crisis van de democratie doormaken. Het vertrouwen zou zijn ingestort ‘doordat de mensen ervan overtuigd zijn dat hun leiders “corrupt, dom of onbekwaam” zijn’.

    ‘Niet alleen de dader is strafrechtelijk schuldig, maar ook degenen die hem hadden kunnen en moeten controleren’

    En deze crisis is volgens Lassalle de reden dat verantwoording afleggen als politicus noodzakelijker is dan ooit. ‘Ik heb het niet over de strafrechtelijke vervolging van vermeende corrupte politici, want daar zijn de rechtbanken voor, maar over politieke verantwoordelijkheid nemen als iemand ongeschikt blijkt om te regeren.’ Volgens hem moeten binnen een democratie degenen die een openbaar ambt bekleden betrouwbaar en competent zijn. ‘Daarom heeft een hoge ambtenaar, wanneer zich omstandigheden voordoen die zijn betrouwbaarheid in twijfel trekken, geen andere keuze dan zijn politieke verantwoordelijkheid te nemen en het vertrouwen van het publiek in zijn persoon te herstellen.’

    Lassalle benadrukt dat door het nemen van politieke verantwoordelijkheid de ‘ongeschiktheid bij het uitoefenen van het politieke ambt’ wordt gecompenseerd. Volgens Lassalle wordt vertrouwen niet hersteld door een beroep te doen op iemands eer en geweten, maar doordat iemand de gevolgen van zijn fouten aanvaardt. ‘Het lijdt geen twijfel dat dit vertrouwen geschonden kan worden zonder dat de persoon in kwestie juridisch aansprakelijk wordt gesteld.’

    Daarnaast is een politicus niet alleen verantwoordelijk voor zichzelf. ‘In een democratie is niet alleen de dader strafrechtelijk schuldig, maar ook degenen die hem vertrouwden, degenen die hem hadden kunnen en moeten controleren maar dat niet deden.’ Lassalle geeft Willy Brandt als voorbeeld, die midden in de Koude Oorlog aftrad als bondskanselier van Duitsland omdat een van zijn persoonlijke assistenten, Günter Guillaume, een communistisch spion bleek te zijn. ‘Het is waar dat hij daarna doorging als parlementslid en voorzitter van de SPD, maar hij nam zijn politieke verantwoordelijkheid door afstand te doen van zijn functie van kanselier, waarin hij had gefaald.’

    Lassalle vreest echter dat deze tijden voorbij zijn, en dat deze vorm van politieke verantwoordelijkheid nemen verloren is gegaan ‘nu het populisme onze democratieën bedwelmt’.

    José María Lassalle was van 2011 tot 2016 staatssecretaris van Cultuur en van 2016 tot 2018 staatssecretaris van Digitale Agenda. Hij diende beide termijnen onder premier Mariano Rajoy.

  • Waarom is er zo veel woede in Spanje tegen amnestie voor Catalaanse separatisten?

    Waarom is er zo veel woede in Spanje tegen amnestie voor Catalaanse separatisten?

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar Spanje, waar premier Sánchez de Catalaanse separatisten amnestie heeft beloofd in ruil voor steun aan een nieuwe regering. Waarom roept dat zo veel weerstand op?

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €5 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.

    Waarom verleent Sánchez de Catalaanse separatisten amnestie?

    Nog maar een paar maanden geleden zou bijna niemand in Spanje het geloofd hebben. Het akkoord dat op donderdag 9 november in Brussel werd bereikt tussen de Spaanse Socialistische Arbeiderspartij (PSOE) van Pedro Sánchez en de Catalaanse pro-onafhankelijkheidspolitici van Junts, de partij van Carles Puigdemont, betekent een ‘draai van 180 graden’ in de Spaanse politiek, zoals El Periódico de Catalunya opmerkt.

    Dit pact, dat ‘in het diepste geheim’ is gesloten, opent een ‘nieuwe fase’ in de relatie tussen Spanje en de opstandige regio Catalonië, aldus het dagblad uit Barcelona. De Spaanse premier heeft zijn politieke toekomst verbonden aan die van de verbannen Catalaanse Europarlementariër Puigdemont en de komende regeringsperiode ‘zal allesbehalve gemakkelijk zijn’. Sánchez is bereid amnestie te verlenen aan de kopstukken uit de Catalaanse beweging die betrokken waren bij het illegale onafhankelijkheidsreferendum van 2017, in ruil voor steun aan zijn regering.

    Hoewel de peilingen voorspelden dat hij de parlementsverkiezingen van 23 juli zou verliezen, beperkte Sánchez de schade en hield hij de opmars van de rechtse alliantie binnen de perken. Doordat het de leider van de Partido Popular (PP), Alberto Núñez Feijóo, niet lukte om een regering te vormen, kon de sociaaldemocratische premier onderhandelen over een regeringsakkoord over links. Maar voor een meerderheid in het parlement had hij wel de stemmen van de zeven parlementsleden van Junts (Catalaans centrumrechts) nodig. 

    ANP 483333122 1
    De gevluchte voormalig leider van Catalonië en EU-parlementslid Carles Puigdemont speelt een sleutelrol in de Spaanse regeringsformatie. – © John Thys / AFP

    Op 5 september stelde Puigdemont, de facto de leider van Junts, zijn voorwaarden in ruil voor zijn steun aan Sánchez. In het bijzonder eiste hij amnestie voor zichzelf en de verantwoordelijken voor het onafhankelijkheidsproces van Catalonië, dat in de herfst van 2017 leidde tot zijn vlucht naar België.

    Vandaag en morgen verdedigt Sánchez zijn regeerakkoord in het Spaanse Congres. Door het akkoord met Junts kan niets een nieuwe regering onder leiding van de huidige premier in de weg liggen. De Spaanse premier vergaarde na de verkiezingen van juli al de steun van andere kleine partijen. 

    Wat is de reactie in Spanje op het amnestieakkoord? 

    Sinds naar buiten kwam dat PSOE en Junts een akkoord hadden bereikt over amnestie zijn de spanningen in Spanje hoog opgelopen. Zo kopte het conservatieve dagblad ABC op 10 november: ‘PSOE vernedert de staat’. Verspreid over het land vonden verschillende demonstraties tegen de maatregel plaats, met in het bijzonder de veelvuldige geweldsuitbarstingen voor het partijkantoor van PSOE in Madrid, waarbij neonazistische en fascistische groepen betrokken waren. Zo raakten op 7 november bij een confrontatie tussen demonstranten en de politie 39 mensen gewond, waaronder 29 politieagenten, berichtte La Vanguardia. Zes mensen werden gearresteerd.

    ‘De concessies die de PSOE heeft gedaan om aan de macht te blijven, overtreffen de grootste angst’, schrijft het conservatieve dagblad El Mundo. ‘Pedro Sánchez heeft Spanje en alle acties van zijn volgende regering overgeleverd aan de willekeur van de voortvluchtige van Justitie, die de grootste slag heeft toegebracht aan onze samenleving in de afgelopen veertig jaar.’ ABC voegt hieraan toe dat de acties van PSOE het ‘politieke, economische en juridische evenwicht dat de basis vormt van de rechtsstaat’ verstoren. En dit alles ‘in ruil voor zeven stemmen’.

    Het akkoord bevat ‘geen toezegging dat de PSOE de grondwet terzijde zal schuiven’, werpt El País tegen. Volgens de centrumlinkse krant hebben beide partijen concessies gedaan. ‘Het doel is om van politiek en dialoog weer de enige wapens te maken om conflicten op te lossen.’

    OA0YhOwzw3uDzHcYPAftF1Z3KS17t0 VLE64V6VX2uotuCW79xsfGwXGoRyxRpQb76AIIgIfGMn2MT XuKCLsO98BRJehtCJMRvsMbI7Oi2py5RjuDZJbFLMutZRdXaSmGVQQWGRkWi6EDxMb dPW 8
    Op 7 november raakten extreemrechtse groepen slaags met de politie bij een demonstratie tegen de amnestiewet. – © Gurino Tuney / LaPresse / Shutterstock

    PP-leider Alberto Núñez Feijóo, die afgelopen zondag in heel Spanje demonstraties hield om te protesteren tegen de amnestiewet, beloofde de wet aan te vechten bij de rechtbank. ‘Dit is een nieuwe vernedering,’ zei PP-bestuurslid Miguel Tellado tijdens een persconferentie. Tellado zei dat er nieuwe verkiezingen moesten worden gehouden omdat de amnestie niet was opgenomen in het verkiezingsprogramma van PSOE en drong er bij Sánchez op aan om ‘Spanje te ontvluchten in de kofferbak van een auto’, zoals de voormalige Catalaanse president Carles Puigdemont deed in de nasleep van de onafhankelijkheidsstemming in 2017, schrijft Politico.

    Xavier Antich, voorzitter van de Catalaanse pro-onafhankelijkheidsorganisatie Òmnium, zei tegen Politico dat het feit dat zo veel partijen hadden toegezegd om voor het wetsvoorstel te stemmen ‘de wijdverspreide sociale consensus toont aan dat politieke conflicten moeten worden opgelost door middel van politiek, niet met rechters of repressie’.

    Vorige week zei de door conservatieven gedomineerde Algemene Raad voor de Rechtspraak, het orgaan dat toprechters benoemt, dat de amnestie zou kunnen leiden tot ‘de degradatie, zo niet afschaffing, van de rechtsstaat in Spanje’. Enkele dagen eerder beweerde de Beroepsvereniging van Magistraten – een conservatieve groep die de meeste rechters van het land vertegenwoordigt – dat de stap ‘het begin van het einde van de democratie’ was en ‘de rechtsstaat zou vernietigen’, bericht The Guardian. Dit was voordat de details van de overeenkomst duidelijk waren. Volgens El Mundo voorkomt de amnestiewet van PSOE dat de rechters de onmiddellijke terugkeer van Puigdemont en andere Catalaanse separatisten kunnen tegenhouden.

    O6qPL
    Premier Sánchez verdedigt zijn controversiële amnestiedeal voor de Catalaanse separatisten in het parlement. – © Manu Fernandez / AP Photo

    Wat zijn de gevolgen voor de komende Spaanse regering?

    Uit peilingen blijkt dat meer dan twee derde van de Spanjaarden tegen amnestie is. PSOE-aanhangers zijn ook sceptisch en sommige regionale baronnen van de partij zijn tegen. ‘Sánchez zou deze weg niet inslaan als zijn baan niet op het spel stond’, schrijft Financial Times. Volgens de zakenkrant is de amnestiewet een goede stap in de richting van een oplossing voor de Catalaanse kwestie. Catalaans Republikeins Links (ERC) heeft al gezegd dat het alleen een onafhankelijkheidsreferendum zou houden in overeenstemming met Madrid en ook de hardliners van Junts lijken bereid dit voorbeeld te volgen.

    Door de vergevingsgezinde houding van Sánchez lijkt ook de steun in Catalonië voor onafhankelijkheid af te nemen, schrijft de krant uit Londen. Dit bleek al uit de gestegen populariteit in Catalonië van de Catalaanse evenknie van PSOE in de afgelopen parlementsverkiezingen, PSC, die zich niet uitspreekt voor een onafhankelijk Catalonië.

    ‘Als politiek de kunst van het sluiten van akkoorden is, dan heeft Pedro Sánchez zojuist laten zien dat hij daar een meester in is’, aldus El Periódico de Catalunya in een ander artikel. Sánchez heeft zojuist het ‘sterkste staaltje politiek ingenieurswerk in de geschiedenis van de Spaanse democratie’ verricht, aldus het centrumlinkse Catalaanse dagblad. Dankzij regeringsakkoorden met Sumar (radicaal-links) en partijen uit Catalonië, Baskenland, Galicië en de Canarische Eilanden zal hij waarschijnlijk een ‘meervoudige meerderheid’ en een absolute meerderheid van 179 van de 350 zetels in het Congres krijgen, schrijft de linkse website Público.

    Maar El Mundo schrijft in een commentaar dat het regeerakkoord ‘uiterst complex en zwak’ zal zijn, en afhankelijk is van ‘nationalistische minderheden die de kernaspecten van de grondwet ontkennen: de eenheid van de natie, de parlementaire monarchie als staatsvorm en de gelijkheid van de Spanjaarden’. Ook zouden de partijen die de regering-Sánchez steunen heel verschillende belangen hebben. Zo zijn Junts en ERC elkaars politieke concurrenten in Catalonië, is het Baskische PNV een rechtse christendemocratische partij met ‘supremacistische wortels’ en Bildu, uit dezelfde regio, een nationalistische links partij onder leiding van een ‘veroordeelde terrorist’ – een ex-ETA-strijder.

    Lees ook:

  • Zit Spanje na de verkiezingen in een politieke patstelling?

    Zit Spanje na de verkiezingen in een politieke patstelling?

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar Spanje, waar zondag verkiezingen hebben plaatsgevonden. Zowel het linkse blok van premier Sánchez als het rechtse blok heeft geen meerderheid gekregen. Hoe moet het nu verder voor Spanje?

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €4 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.

    Wat is de uitslag van de Spaanse parlementsverkiezingen?

    ‘De eerste algemene verkiezingen in Spanje met sandalen, een waaier, korte broek en een omslagdoek’, schrijft El País over de Spaanse parlementsverkiezingen van afgelopen zondag. Voor het eerst vonden de verkiezingen midden in de zomer plaats – en nog wel tijdens een hittegolf. Verbazingwekkend genoeg heeft dat geen negatief effect op de opkomst gehad, die met 70,4 procent 4 procentpunten boven de opkomst lag van de vorige landelijke verkiezingen in 2019. 

    De stembusgang vond plaats op zo’n abnormale tijd van het jaar omdat premier Pedro Sánchez vervroegde verkiezingen had uitgeschreven nadat de PSOE een dreun kreeg bij de regionale en gemeentelijke verkiezingen in mei. De premier gokte erop dat hij zijn kiezers kon mobiliseren door een strijd te organiseren tegen het reactionair conservatisme van rechts, in het bijzonder de extreemrechtse partij Vox, aldus The Guardian

    Maar een paar dagen geleden leek het een uitgemaakte zaak dat een coalitie van rechtse partijen de vervroegde verkiezingen in Spanje zou winnen. Een grote meerderheid was geen garantie, maar de meeste peilingen wezen in die richting.

    De rechtse Partido Popular (PP) kwam inderdaad als grootste uit de bus. ‘Maar de overwinning is zo klein (…) dat ze een bittere smaak achterlaat in de mond van de leiders van de PP’, aldus politiek redacteur Carlos E. Cué van El País in een andere analyse.

    dSfsaBs9I2APnsuAYiHSEdvQQJ9nqyN60EkMzRJLG emJDNRaZN6nePZfsyqsbcXy
    De Spaanse premier Pedro Sánchez (links), leider van de PSOE, en PP-leider Alberto Núñez Feijóo begroeten hun aanhangers op verkiezingsavond. – © Javier Soriana, Oscar Del Pozo / AFP

    Hoewel de conservatieve partij onder leiding van Alberto Núñez Feijóo een echte triomf verwachtte, hebben de verkiezingen haar geen rechtse meerderheid opgeleverd om een regering te vormen. De PP behaalde 136 van de in totaal 350 zetels in het Congres van Afgevaardigden, terwijl Vox, haar enige potentiële bondgenoot, er 33 veroverde. Dit betekent dat ze samen slechts 169 zetels hebben, ver onder de absolute meerderheid van 176.

    Aan de kant van het linkse blok heeft de Partido Socialista Obrero Español (PSOE) van Pedro Sánchez 122 zetels behaald – twee meer dan bij de vorige verkiezingen – en Sumar, haar radicaal-linkse bondgenoot, 31. Paradoxaal genoeg bevindt de socialistische premier, die al vijf jaar aan de macht is, zich in een betere uitgangspositie dan zijn conservatieve rivaal: hij kan hopen aan de macht te blijven, omdat hij de mogelijkheid heeft om de steun te krijgen van de Baskische en Catalaanse partijen, die een samenwerking met het nationalistische Vox uitsluiten.

    Welke opties voor regeringsvorming zijn er?

    ‘Spanje staat weken van onderhandelen en koehandel te wachten, terwijl de rivaliserende kampen hun opties voor een regering verkennen’, schrijft The Guardian. De onderhandelingen tussen de twee blokken om een regering te vormen zullen van start gaan nadat op 17 augustus een nieuw parlement bijeenkomt. Koning Felipe VI zal de leider van de PP, Alberto Núñez Feijóo, uitnodigen om te proberen het premierschap in de wacht te slepen. In een vergelijkbare situatie in 2015 wees PP-leider Mariano Rajoy de uitnodiging van de koning af met het argument dat hij die steun niet kon verwerven.

    De PP kan nu alleen regeren met de steun van Vox en andere regionale partijen. Het beleid van Vox betekent echter dat veel andere fracties een rode lijn hebben getrokken om met de partij in een coalitie te gaan.

    Als Feijoo weigert, kan de koning zich met hetzelfde verzoek wenden tot premier Pedro Sánchez. Als geen enkele kandidaat binnen twee maanden na de eerste stemming over de premier een meerderheid behaalt, moeten er nieuwe verkiezingen worden gehouden.

    cNeBvVMHy40UXH1rX9n J6io6rQHF3HsePdkf
    Santiago Abascal, leider van Vox, houdt een toespraak na het bekendmaken van de verkiezingsuitslag op het partijhoofdkwartier in Madrid. Zijn partij behaalde een tegenvallend resultaat, waardoor een rechtse regering uitgesloten lijkt. – © Thomas Coex / AFP

    Sánchez daarentegen heeft veel meer opties wat betreft andere partijen die hij om steun kan vragen. De krappe overwinning van rechts zou dus kunnen betekenen dat links aan de macht blijft. Maar daarvoor zal Pedro Sánchez de ‘duivelse politieke puzzel’ moeten oplossen die is ontstaan door de Spaanse volksstemming van zondag, merkt dagblad ABC op.

    Naast de steun van verschillende regiopartijen zoals de Catalaanse ERC en de Baskische EH Bildu, heeft de premier ook ‘de instemming – in de vorm van een onthouding [tijdens de stemming over de installatie van het kabinet] – nodig van Junts, de partij van (…) Carles Puigdemont’, aldus El Mundo

    De Catalaanse pro-onafhankelijkheidspartij is nu een ‘belangrijke speler’ in de onderhandelingen, schrijft El Periódico. Junts heeft al aangegeven dat er een prijskaartje hangt aan zijn hulp om de socialisten weer aan de macht te krijgen. De partij zei amnestie te willen voor veroordeelde Catalaanse politici, evenals een echt referendum over Catalaanse onafhankelijkheid. Sánchez heeft echter herhaaldelijk gezegd dat er geen referendum komt.

    Als Pedro Sánchez niet aan al deze voorwaarden zou kunnen voldoen, zou Spanje, dat tussen 2015 en 2019 al vier algemene verkiezingen heeft gehouden, in een politieke impasse terechtkomen en veroordeeld zijn tot nieuwe verkiezingen.

    Een groep van oudgedienden en partijbestuurders van PSOE roept op tot een brede coalitie met de PP, bericht ABC. De partijmastodonten, onder leiding van de oud-secretaris van de Baskische afdeling van de partij Nicolás Redondo Terreros, is faliekant tegen samenwerking met Junts. ‘Het is onmogelijk om te onderhandelen over welke kwestie dan ook met een persoon die gevlucht is voor de Spaanse justitie. Punt uit,’ stelde Redondo nadrukkelijk tijdens een persconferentie. Tegen Puigdemont loopt een arrestatiebevel vanwege zijn rol in het organiseren van het Catalaanse onafhankelijkheidsreferendum in 2017.

    Wat betekent de Spaanse verkiezingsuitslag voor Europa? 

    ‘De liberale en gematigde gevestigde orde in Europa haalde maandag opgelucht adem nadat de nationalistische Vox-partij in Spanje bij de verkiezingen van zondag het onderspit delfde. Daarmee werd de opmars van extreemrechtse partijen op het hele continent, die zelfs het progressieve bolwerk Spanje leek te willen overspoelen, voorlopig tot staan gebracht’, analyseert The New York Times.

    ‘Het sombere resultaat van de partij onder leiding van Santiago Abascal [Vox] maakt het onwaarschijnlijk dat een coalitieregering van PP-Vox Spanje zich tot de groeiende groep EU-landen zal rekenen met een regering geleid door of samengesteld uit extreemrechtse en eurosceptische partijen’, schrijft El País. ‘De tegenvallende uitslag van Alberto Núñez Feijóo’s PP dwingt ook de Europese Volkspartij om de electorale kosten te beoordelen van haar toenadering tot krachten van twijfelachtige democratische allooi.’

    BGVDFNVuAgPEp1 oU9JJtW90ksBrBc WsnkbCfgyI731w8jd2muwIBPSS4K2HloqZNssmFPuuBtCOLI Ng 36yNyW2VnlK950F9puq2DiOMZt7iw0u7pkYAPpwxa A XW3h0sA2I5btsZjjMaHjC Mo
    De Italiaanse premier Giorgia Meloni neemt per videoverbinding deel aan een campagnebijeenkomst van Vox in de regio Valencia op 13 juli. De uiterst rechtse premier hoopte dat Vox deel uit zou maken van de Spaanse regering om zo het rechtse blok in de EU uit te breiden. – © Biel Alino / EPA

    Verschillende uiterst rechtse Europese leiders, zoals de Italiaanse premier Giorgia Meloni, de Poolse premier Mateusz Morawiecki en de Hongaarse premier Viktor Orbán, hebben Vox publiekelijk gesteund tijdens de campagne. ‘De verschuiving van Spanje naar extreemrechts zou die formatie een enorm gewicht geven in de Europese Raad [met de Europese regeringsleiders], met meer dan 35 procent van de stemmen, wat de drempel is voor het blokkeren van elk initiatief van de Europese Commissie’, aldus de Spaanse krant. ‘Een dergelijke alliantie tegen de EU zou desastreus zijn geweest voor de vooruitgang van de EU.’

    ‘Spanje is essentieel om het evenwicht te bewaren ten gunste van de meer pro-Europese krachten, aangevoerd door het Duitsland van de socialistische kanselier, Olaf Scholz, en door het Frankrijk van de liberale president, Emmanuel Macron’, concludeert het Spaanse dagblad.

    ‘Pro-Europese politici zagen de uitslag als een bemoedigend teken dat de Europese verkiezingen van volgend jaar ook door het midden zullen worden gewonnen, wat een tegenslag zou betekenen voor de extreemrechtse krachten die winst hebben geboekt in Zweden, Finland, Duitsland, Frankrijk en Italië’, aldus The New York Times.

    Lees ook:

  • Onduidelijkheid over politieke toekomst Spanje na verkiezingen

    Onduidelijkheid over politieke toekomst Spanje na verkiezingen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Israël neemt omstreden hervorming Hooggerechtshof aan

    » Cambodjaanse leider Hun Sen blijft langer aan de macht na doortrapte verkiezingen

    De twee grootste partijen, PSOE en PP, zoeken samenwerkingen

    Na de parlementsverkiezingen van zondag in Spanje is er veel onzekerheid over hoe het de komende maanden verder moet. ABC meldt dat de centrumrechtse partij Partido Popular (PP) zoekt naar akkoorden met regionale partijen om een meerderheidscoalitie te kunnen vormen, maar dat die partijen tot nu toe nul op rekest geven vanwege de samenwerking van de PP met de extreemrechtse Vox.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Het is mijn plicht om een stabiele regering te vormen,’ zei PP-leider Alberto Núñez Feijóo vlak na de verkiezingen, maar hij weet dat het een moeilijk verhaal wordt. Zijn partij won 136 zetels en zou met een samenwerking met Vox uitkomen op 169 zetels, terwijl er 176 zetels nodig zijn voor een meerderheid. Regionale partijen zijn echter huiverig voor een samenwerking met Vox, juist omdat die partij zeer nationalistisch is en tegen de regionale identiteit van bijvoorbeeld Catalaanse of Baskische partijen.

    Intussen probeert regeringspartij PSOE van premier Pedro Sánchez ook met de regionale partijen tot een akkoord te komen voor een samenwerking. Sumar, een samenwerkingsverband van linkse partijen, heeft al toegezegd te willen samenwerken, maar zal daarvoor flinke toezeggingen verwachten van Sánchez. Volgens politiek experts moeten nieuwe verkiezingen vanwege de grote onzekerheid niet uitgesloten worden.

    Lees ook:

  • Spaanse lokalen verkiezingen lopen uit op ‘debacle’ voor links en premier Sánchez

    Spaanse lokalen verkiezingen lopen uit op ‘debacle’ voor links en premier Sánchez

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Turkije: Erdogan herkozen voor nog eens vijf jaar

    » Peruaanse politie neemt 58 kilo cocaïne in beslag met afbeeldingen van nazivlaggen

    Premier Sánchez wordt afgestraft door kiezer

    Een ‘debacle’, dat is het woord waarmee ABC de nederlaag van de PSOE, de socialistische partij van premier Pedro Sánchez, in de gemeentelijke en regionale verkiezingen van zondag beschrijft. Het Spaanse volk ‘heeft hem zwaar gestraft’, aldus het conservatieve dagblad, terwijl de Partido Popular (PP) in negen van de twaalf autonome regio’s won.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De krant ziet ook een signaal in het feit dat Emiliano García Page, ‘de socialistische baron die het meest afstand nam en kritiek had op Pedro Sánchez’, als enige zijn absolute meerderheid behield in de regio Castilla-La Mancha, in het centrum van het land.

    ‘Het debacle dat de PSOE uiteindelijk heeft moeten incasseren, wijst op het wegvallen van de publieke steun voor de regeringsleider in de laatste week van de verkiezingscampagne, na het schandaal dat is ontstaan door de opname van voormalig ETA-leden op de lijsten van EH Bildu [een coalitiegenoot van de PSOE] en de pogingen tot verkiezingsfraude in verschillende gemeenten door socialistische kandidaten en ambtenaren’, analyseert ABC.

    Lees ook:

  • De lange weg van politieke wonderboy Pedro Sánchez

    De lange weg van politieke wonderboy Pedro Sánchez

    Hoe de leider van de Spaanse Socialistische partij, die ten dode was opgeschreven, zich in een jaar tijd ontpopte tot de politicus die het kabinet van premier Rajoy omver heeft geworpen.

    Keuze uit het archief

    Afgelopen woensdag kondigde de premier van Spanje, Pedro Sánchez, aan dat hij overweegt ontslag te nemen, nadat een rechtbank een onderzoek was gestart naar zijn vrouw wegens vermeende beïnvloeding en corruptie. In een brief die hij op X plaatste zei hij onder meer dat de aanklacht tegen zijn vrouw op valse berichtgeving was gebaseerd.
    In dit artikel van El Mundo van zes jaar geleden wordt de opkomst van ‘wonderboy’ Sánchez in de politiek geanalyseerd. Journalist Raúl Conde gaat stap voor stap na hoe deze ‘vastberaden rebel’ met een master in Economie en Bedrijfskunde het tot premier van Spanje schopte nadat oud-premier Mariano Rajoy wegens een corruptieschandaal moest aftreden.

    In januari 2013 kreeg Pedro Sánchez een telefoontje. Hij was op weg naar Huesca, zijn vrouw zat achter het stuur. Cristina Narbona zou de Tweede Kamer verlaten en iemand van de socialistische partij (PSOE) liet hem weten dat hij haar Kamerzetel kon krijgen. Nog diezelfde avond nam hij het besluit. ‘Als ik de Tweede Kamer inga wil ik het maximale eruit halen, als ik terugkeer ga ik het groots aanpakken,’ zei Sánchez tegen zijn vrouw Begoña Gómez. Hij besloot zich kandidaat te stellen voor de lijsttrekkersverkiezingen van de PSOE. Daar begon zijn reis naar de macht.

    Het was geen gemakkelijke tocht. ‘Ik heb hard moeten buffelen,’ krijgen journalisten altijd te horen. Niets wat Sánchez in de politiek aanpakte lukte meteen. Bij de verkiezingen in 2008 stond hij voor Madrid op de eenentwintigste plek van de kandidatenlijst van de PSOE, maar hij haalde het niet. Een jaar later kreeg hij de vrijgekomen Kamerzetel van Pedro Solbes en stelde zich opnieuw verkiesbaar in 2011, maar ook toen greep hij naast het pluche. Pas twee jaar later bood het vertrek van Narbona Sánchez een nieuwe kans.

    Politieke wonderboy

    Zijn tocht naar het premierschap verliep ongeveer net zo. In december 2015 tekende lijsttrekker Sánchez voor het slechtste resultaat dat de PSOE ooit had gehaald bij algemene verkiezingen: negentig parlementsleden. Toen er vanwege een mislukte kabinetsformatie een halfjaar later opnieuw verkiezingen werden uitgeschreven raakte de partij onder zijn leiding nog verder in het slop. Met pijn en moeite wisten de socialisten 85 zetels binnen te slepen, het aantal zetels waarmee Sánchez wil regeren nu premier Rajoy een motie van wantrouwen niet heeft overleefd. Het maakt de kersverse premier weinig uit. Hij staat inmiddels bekend als een doorbijter, gehard door de ongezouten kritiek die hij van zijn partijgenoten te verduren heeft gekregen.

    Twintig maanden nadat hij door zijn eigen partij was platgewalst keert Sánchez nu terug naar het parlement met een fractie die dit keer met ijzeren hand door hem wordt geleid en die haar euforische stemming nauwelijks weet te verbergen. Niemand betwist zijn status van de politieke wonderboy meer die zich in een jaar tijd van een politiek leider die ten dode was opgeschreven heeft ontpopt tot de politicus die het kabinet van premier Rajoy omver heeft geworpen.

    ‘Ik zou liegen als ik zeg dat ik niet ambitieus ben, maar ik ben niet iemand die zich door ambitie laat verblinden,’ zei hij aan de vooravond van de laatste verkiezingen. Wraak op de socialisten die hem een mes in zijn rug staken, kwam in drievoud: hij is premier geworden, is een alliantie aangegaan met Podemos en hij heeft de steun van de Catalaanse independistas. Zijn overwinning is het resultaat van een lange en pijnlijke weg.

    De toen nog leider van de Spaanse Socialistische Partij, Pedro Sánchez op de Dag van de Arbeid in Madrid. – © Oscar Gonzalez / Getty
    De toen nog leider van de Spaanse Socialistische Partij, Pedro Sánchez op de Dag van de Arbeid in Madrid. – © Oscar Gonzalez / Getty

    Pedro Sánchez groeide op in de Madrileense wijk Tetuán. Hij is getrouwd en vader van twee dochters. Toen hij op de middelbare school ‘Ramiro de Maeztu’ zat kon hij tegelijkertijd zijn talent als basketbalspeler ontwikkelen bij de jeugd van club Estudiantes [hij is 1 meter 90] . Hij heeft een master in Economie en Bedrijfskunde aan de Universidad Complutense in Madrid en promoveerde aan de Universidad Camilo José Cela.

    Zijn werkend leven verdeelde hij over de politiek en een docentenbaan aan de Madrileense universiteit waar hij promoveerde. Sánchez is een vastberaden rebel, een knappe man om te zien maar saai om naar te luisteren. Zonder kennis van de context is de stap die Sánchez heeft gezet moeilijk te bevatten. Het ontbrak de partijleiding aan pragmatisme, en de harde interne strijd binnen de partij tastte de fundamenten van de sociaaldemocratie aan.

    Zonder te beschikken over de leiderschapskwaliteiten van een politiek zwaargewicht als Felipe González (premier van 1982 tot 1996) of het charisma van José Luis Zapatero (premier van 2004 tot 2011) werd de bestuurder uit Madrid in 2014 tot partijleider van de PSOE gekozen met steun van Susana Díaz en het partijestablishment. Hij kreeg 48,6 procent van de stemmen. De gemeente- en regionale verkiezingen in mei van datzelfde jaar waren koren op de molen van de partijleider, want de PSOE kreeg een deel van de institutionele macht terug die ze hadden verloren.

    De vreugde was van korte duur. Bij de verkiezingen van 2015 ging hij met Rajoy de strijd om het premierschap aan. Tijdens een verkiezingsdebat verweet hij de premier dat hij geen fatsoen had. Rajoy maakte hem op zijn beurt uit voor inconsistent, beperkt houdbaar, kleinzielig en vals. De slechte stembusuitslag en de duizelingwekkende opkomst van Podemos verdeelde de Socialistische Partij. Sánchez aanvaardde de opdracht van koning Felipe om zich op 2 maart 2016 kandidaat te stellen voor het premierschap. Hij kreeg onvoldoende steun van het parlement. Slechts 130 stemden vóór (PSOE, Ciudadanos en Coalición Canaria) en 219 parlementsleden stemden tegen.
    Hierdoor kwamen de socialisten voor het duivelse dilemma te staan om al dan niet mee te werken aan de kandidaatstelling van Rajoy, leider van de Partido Popular. Sánchez zou in dat geval zijn campagneslogan ‘nee is nee’ moeten intrekken. Er ontstond in het hart van de partij een schisma dat haar partij nog steeds verdeelt. De historische leiders en de kopstukken uit de regio, waaronder Susana Díaz, wilden dat de partij deze draai maakte. Sánchez slaagde er niet in om met zachte hand deze crisis te managen en heel Spanje was er getuige van dat er op 1 oktober 2016 een oorlog uitbrak in de partijtop. De bloedige strijd die volgde eindigde met het aftreden van Sánchez als partijleider.

    Door zijn val had hij in elk geval een goed verhaal voor zijn medestanders: hij was slachtoffer geworden van de mensen die de touwtjes in handen hebben en van de socialistische mastodonten. Tijdens een persconferentie waarbij hij zijn tranen niet kon bedwingen gaf hij zijn parlementszetel op om te voorkomen dat hij blanco moest stemmen bij de kandidaatstelling van Rajoy.

    Zijn overwinning is gebaseerd op het ‘nee is nee’ in de kwestie Rajoy, waar hij onverschrokken achter is blijven staan. In bijna al het andere is hij van mening veranderd

    Hij stapte zijn Peugeot weer in en reed naar alle uithoeken van het land om te spreken op partijbijeenkomsten. Zijn wederopstanding werd een feit op 21 mei 2017. Met meer dan 50 procent van de stemmen won hij de lijsttrekkersverkiezingen van Susana Díaz (39,9 procent) en Patxi López (9,8 procent). Opnieuw werd hij leider van de PSOE. Hij was niemand van de partij meer iets verschuldigd, maar hij zat wel met een partij die werd verscheurd door interne twisten.

    Zijn overwinning is gebaseerd op het ‘nee is nee’ in de kwestie Rajoy, waar hij onverschrokken achter is blijven staan. In bijna al het andere is hij van mening veranderd: hij wilde een constitutionele hervorming waar hij het nu niet meer over heeft; hij beloofde bepaalde wetten – over de arbeidshervormingen of de pensioenen – af te schaffen, maar daar heeft hij tijdens de motie van wantrouwen niet meer over gerept; hij was voorstander van een plurinationaal Spanje maar verdedigt nu met hand en tand artikel 155 van de grondwet.

    Sánchez, basketballiefhebber en fan van bands als Love of Lesbian en Supersubarina, heeft nooit onder stoelen of banken gestoken wat hem drijft. ‘Politiek zit in je bloed. Het maakt deel uit van mij, ook al heb ik niet altijd in de frontlinies gestaan,’ zei hij op een politieke bijeenkomst. Nu wel. Hij is premier van Spanje.

    CONTEXT: Sánchez: een overgangsfiguur?

    De nieuwe leider van de Spaanse regering, de socialist Pedro Sánchez, bekleedt de functie sinds zaterdag 2 juni als gevolg van zijn geslaagde motie van wantrouwen die Mariano Rajoy van de rechtse Volkspartij (Partido Popular), al zesenhalf jaar aan het bewind, tot aftreden dwong. Maar de partij (Partido Socialista) van Sánchez beschikt in het parlement slechts over 84 van de 350 zetels. De motie tegen Rajoy werd aangenomen door een absolute, maar veelkleurige meerderheid van 180 afgevaardigden, qua politieke herkomst variërend van radicaal links (Podemos) tot de Catalaanse onafhankelijkheidspartij en de regionale partijen uit Baskenland en de streek rond Valencia.

    Sánchez heeft ‘op middellange termijn’ nieuwe verkiezingen toegezegd, maar de Spaanse pers is unaniem van mening dat hij onmogelijk lang aan de macht kan blijven. ‘De huidige crisis zal heviger worden naarmate Sánchez volhardt in zijn streven om voorlopig te regeren met de geringe ondersteuning van slechts 84 parlementsleden’, schrijft de linkse krant El País. ‘Alleen de stembus kan de sociaaldemocraten de noodzakelijke legitimiteit bezorgen om de veranderingen in gang te zetten waar Spanje behoefte aan heeft. (…) De regering die Sánchez nu vormt, met een meerderheid van vrouwelijke ministers (elf) – een unicum in Europa maar niet in Spanje, waar het kabinet van premier Zapatero ook voor de helft uit vrouwen bestond – kan noodzakelijkerwijs slechts gedurende een korte overgangsperiode aan het bewind blijven.’

    De politieke toekomst van ex-premier Rajoy blijft in nevelen gehuld

    De nieuwe regeringsleider ‘is afhankelijk van degenen die hem aan de macht hebben gebracht en die daarvoor hun rekening zullen presenteren’, luidt het commentaar in het conservatieve dagblad ABC.

    De leden van de nieuwe Catalaanse regering zijn eveneens sinds 2 juni in functie, waarmee automatisch een einde is gekomen aan het rechtstreekse bestuur vanuit Madrid over Catalonië, zoals dat sinds 27 oktober vorig jaar bestond als antwoord op de eenzijdige Catalaanse onafhankelijkheidsverklaring.

    De politieke toekomst van ex-premier Rajoy blijft inmiddels in nevelen gehuld. Sommige kopstukken in zijn partij eisen het bijeenroepen van een buitengewoon partijcongres om een nieuwe secretaris-generaal te kiezen.