Het wordt algemeen aangenomen dat we neerslachtig zijn in de winter. Maar sommige onderzoekers zetten vraagtekens bij de psychologische effecten van de seizoenen.
Velen van ons voelen zich opgewekt als de zomertijd weer ingaat, omdat na maandenlange neerslachtigheid door de koude winter de lente weer aanbreekt. Toch? Het verhaal is dat we de winter hebben doorstaan met als beloning een fonkelende aanloop naar de zomer. De gedachte aan de winter als een seizoen met donkere, deprimerende, koude dagen die mensen ternauwernood overleven, lijkt immer aanwezig. Die gedachte wordt in stand gehouden door artikelen over hoe je de ‘winterblues’ te lijf kunt gaan. Lichttherapie is een miljardenindustrie en in het noordwesten van de VS (waar ik woon) wordt er zelfs afgeteld naar wat wij ‘De Grote Duisternis’ noemen.
Sommige onderzoekers zetten hier echter hun vraagtekens bij en stellen de psychologische effecten van de winter ter discussie. Ze vragen zich af of we niet inmiddels zo vaak hebben gehoord dat de winter vreselijk is voor onze psyche, dat we daar ondubbelzinnig in zijn gaan geloven. Het begrip seasonal affective disorder [seizoensgebonden affectieve stoornis] – of liever nog de pakkende afkorting SAD – is zo populair dat het in alledaagse gesprekken wordt gebruikt.
‘De grafiek bleef het hele jaar door gewoon zo plat als een pannenkoek’
Steve LoBello, psycholoog en onderzoeker aan de Auburn University in Montgomery, wilde vaststellen wat de landelijke omvang is van SAD – een jaarlijkse depressie die strikt de cyclus van de seizoenen volgt, meestal optreedt in de herfst en de winter en weer afneemt in de lente en de zomer. Om te zien of depressies seizoensgebonden zijn, analyseerden LoBello en zijn team de gegevens van een onderzoek naar gedragsrisicofactoren door het CDC, de Amerikaanse tegenhanger van het RIVM. Honderdduizenden Amerikanen worden jaarlijks voor dat onderzoek gevraagd naar hun gezondheid en welzijn, en het bevat een aparte vragenlijst met betrekking tot depressie en angst.
‘We verwachtten dat het aantal gevallen in de winter zou toenemen en in het vroege voorjaar zou afnemen, maar vonden daarover niets in de gegevens,’ aldus LoBello over de studie die in 2016 werd gepubliceerd. ‘De grafiek bleef het hele jaar door gewoon zo plat als een pannenkoek.’ Ze vonden ook geen correlatie tussen een zware depressie en de breedtegraad (of uren daglicht) van de respondent. LoBello publiceerde een paar jaar later, in 2018, een andere studie waarin zelfs geen correlatie werd gevonden tussen milde depressie en de seizoenen. Toch domineert het idee dat we in de winter allemaal meer kans lopen om verdrietig en depressief te worden. Volgens LoBello is die gedachte meer gebaseerd op folklore dan op wetenschap.
SAD betrad de wereld van de psychologie door een artikel uit 1984 waarin een Amerikaans onderzoek onder 29 patiënten wordt beschreven. Deze patiënten hadden zich na een advertentie in de krant vrijwillig aangemeld voor het onderzoek en werden vooraf gescreend zodat alleen diegenen deelnamen die al gediagnosticeerd waren met een ernstige affectieve stoornis. De meesten van hen hadden een bipolaire affectieve stoornis en lieten weten dat ze gedurende ten minste twee voorgaande winters een depressie hebben gehad die in de lente of de zomer afnam.
Al snel werd de specificatie ‘seizoensgebonden’ toegevoegd aan het hoofdstuk over affectieve stoornissen in het Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders. Tevens werden er criteria vastgesteld voor de diagnose SAD: iemand moet tijdens een bepaald seizoen lijden aan een zware depressie, die depressie moet verdwijnen tijdens een ander seizoen en dat patroon moet zich minstens twee jaar lang herhalen. Naar schatting lijdt tegenwoordig 4 tot 6 procent van de Amerikaanse bevolking tijdens de wintermaanden aan SAD – een kleiner percentage van de SAD-gevallen wordt veroorzaakt door de zomer. Deze percentages stemmen niet overeen met hoe gemakkelijk mensen de term op zichzelf toepassen.
‘De koude winterlucht zorgt ervoor dat ik me levendiger en alerter voel, terwijl zomerhitte me juist slaperig maakt’
De vraag hoe de seizoenen onze hersenen beïnvloeden is net als bij andere psychologische onderzoeken gecompliceerd en zeer uiteenlopend. Veel studies suggereren dat er voor sommige mensen enig verband bestaat tussen de seizoenen, blootstelling aan licht en symptomen van depressiviteit. Andere studies betwisten deze bevindingen. Zo is er een literatuuronderzoek uit 2008 van een team in Noord-Noorwegen dat zelfs in die extreme winteromgeving ‘geen correlatie kon vinden tussen depressieve symptomen en de hoeveelheid omgevingslicht’. Nationale gezondheidsdiensten in Zweden en Groot-Brittannië hebben gemeld dat het bewijs voor lichttherapie bij de behandeling van depressieve stoornissen niet overtuigend is. Dat wil niet zeggen dat niemand in de winter vanwege het weer depressieve symptomen ervaart, maar het is moeilijk om vast te stellen dat er voor de hele bevolking een verband bestaat tussen winter en een slecht humeur.
Zeker is in ieder geval dat niet ieders stemming en cognitie op dezelfde manier worden beïnvloed door de seizoenen. Hoewel langere, warmere dagen algemeen worden beschouwd als een soort volksremedie tegen neerslachtigheid, melden sommige mensen die in een klimaat leven waar de zon altijd schijnt dat ze zich niet lekker voelen door de afwezigheid van de winter. Kate Sedrowski, een 42-jarige bergbeklimmer en schrijver, groeide op in Michigan en studeerde in Boston voordat ze naar Los Angeles verhuisde. ‘Het ontbreken van seizoenen – en dan vooral van de winter – voelde voor mij gewoon niet goed,’ laat ze weten per e-mail. ‘De koude winterlucht zorgt ervoor dat ik me levendiger en alerter voel, terwijl zomerhitte me juist zo slaperig als een luiaard maakt. De korte dagen in de winter dwingen me om het daglicht te benutten om dingen voor elkaar te krijgen, voordat ik me kan ontspannen en overgeven aan de winterslaap als het donker wordt.’ Sedrowski, die nu in Golden in Colorado woont, zegt dat ze in de koude wintermaanden vol sneeuw de meeste energie heeft.
Sommige mensen ontdekken zelfs een ander soort productiviteit in de winter. De koelere, zuidelijke winter is nu Muriel Vega’s favoriete tijd van het jaar. Zij heeft als inwoner van Atlanta absoluut niet te lijden van strenge winters, maar is opgegroeid in een tropisch land waar het altijd zonnig en warm was. Vega vindt het prettig dat de hitte en de constante sociale verplichtingen onderbroken worden. ‘De winter is een heel bijzondere tijd om binnen te blijven,’ zegt de 36-jarige productmanager. De zomer staat meestal bol van de uitjes met vrienden, dagen op het strand en bezoeken aan het park, maar in de winter kan ze op andere manieren productief zijn. Dan besteedt ze meer tijd aan haar gezin, aan lezen en huiselijke dingen als schoonmaken en uitgebreid koken.
Tromsø
Hersenonderzoekers besteden ook aandacht aan de vraag of de winter ons mentaal slomer maakt. Timothy Brennen, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Oslo en gespecialiseerd in geheugen en cognitie, onderzoekt of verschillen tussen de seizoenen leiden tot verandering in cognitieve activiteit zoals herinnering, attentie of reactiesnelheid. Hij koos voor zijn onderzoek Tromsø in Noorwegen. Dat ligt boven de poolcirkel en twee maanden per jaar komt de zon er helemaal niet boven de horizon uit. Het maakt de stad bij uitstek geschikt voor dit soort onderzoek. ‘De meeste testen laten geen verschil in prestatie zien tussen zomer en winter, en als ze dat wel doen, suggereren vier van de vijf zelfs dat de winter voordelen heeft’, schrijft Brennen in zijn artikel. Toch schrijven velen van ons slaperigheid of gebrek aan geestelijke productiviteit toe aan een seizoensgebonden depressie. Als we allemaal echt depressief zouden zijn in de winter, aldus Brennen, ‘dan zou dat enorme gevolgen moeten hebben voor de samenleving. Maar dat is niet zo.’
De seizoenen beïnvloeden ons leven wel degelijk, verduidelijkt Brennen, maar steeds meer onderzoeken tonen aan dat de meesten van ons in de winter geen grote psychologische effecten ervaren zoals depressie en cognitieve sloomheid, ook al denken we van wel. Wakker worden op donkere winterochtenden kan bijvoorbeeld moeilijker zijn dan wakker worden in de zomer. ‘Maar suf zijn nadat je bent ontwaakt uit een diepe slaap heeft niets te maken met depressie,’ zegt hij. Je voelt in dergelijke gevallen de effecten van een verstoring van je slaapcyclus. Of je voelt de verleiding van een knus, warm bed op een koude ochtend.
We kunnen ons ongemakkelijk voelen bij lagere temperaturen of bij gevaarlijke weersituaties zoals sneeuwstormen. Ook kunnen we grapjes maken dat we het hele seizoen een winterslaap zouden willen houden. Maar ons zenuwstelsel en ons leven staan niet zomaar stil. Sommige van de drukste reisweekenden vinden plaats tijdens de wintervakantie. Veel mensen trekken in januari en februari naar de bergen om te skiën, snowboarden of sleeën. De winter kan zeker donker zijn en lastig om door te komen, maar voor de meesten van ons heeft het seizoen geen ernstigere effecten dan dat.
Valse blikken, gemene opmerkingen, papieren die zomaar verdwijnen – wie slachtoffer is van pesten, vraagt zich vaak af: ligt het aan mij? Süddeutsche Zeitung zocht uit waar pestgedrag vandaan komt en wat de getroffenen kunnen doen.
Als Tamina aan haar vroegere werkplek denkt, krijgt ze buikpijn. ‘Alleen al de gedachte dat ik er weer heen zou moeten maakt me gespannen. Heel eng,’ zegt de zesentwintigjarige. Op haar werk werd de farmaceutisch technisch assistent herhaaldelijk gepest. Toen het weer eens bijzonder slecht ging, stuurde ze sms’jes naar haar moeder met de tekst: ‘Stop binnenkort, ga langzaam kapot’ of: ‘Heb steeds nachtmerries over pesten op het werk’. Een ander bericht luidt: ‘Ik kan er niet meer tegen, ik doe mezelf binnenkort iets aan’. Tamina is niet haar echte naam. Ze gebruikt een pseudoniem om zichzelf te beschermen.
Ongeveer een op de zes werknemers in Duitsland voelt waarschijnlijk hetzelfde als Tamina. Dat blijkt uit een representatieve enquête van de vereniging Bündnis gegen Cybermobbing [Alliantie tegen Cyberpesten] uit 2021. De vereniging houdt zich ook bezig met pesten in het algemeen en pesten in de werkomgeving. Volgens het onderzoek worden vooral vrouwen en jongeren tot 34 jaar getroffen. Bij ongeveer de helft van alle respondenten van 18 tot 65 jaar vond het pesten plaats in de werkomgeving. De gevolgen kunnen ernstig zijn: depressie, burn-out, eet-, slaap- en angststoornissen en zelfs lichamelijke pijn. Maar hoe begint pesten op het werk precies? Waardoor worden werknemers uitgesloten? En wat kunnen de getroffenen doen?
Methodes die normaal gesproken bijdragen aan een oplossing, werken niet als het om pesten gaat
Tamina worstelt al het grootste deel van haar leven met pesten. Meer dan eens was ze wekenlang met ziekteverlof. Het begon al op de basisschool, zegt ze, omdat ze meer belangstelling had voor pianospelen dan voor speelgoed. Daardoor was ze anders. Later werd ze voor dik uitgemaakt en ontwikkelde ze een eetstoornis. Ze kreeg te maken met pesterijen op verschillende werkplekken, in apotheken en bij farmaceutische bedrijven. Steeds weer zag ze zich gedwongen ontslag te nemen. De laatste keer ‘trok ze voortijdig aan de bel’ vanwege haar eerdere ervaringen.
Ze vertelt over collega’s die lasterpraatjes rondstrooien, documenten vervalsen en recepten laten verdwijnen. Eén keer begon het pesten in een farmaceutisch bedrijf nadat een boze collega een andere collega fysiek had aangevallen. Tamina greep in en meldde het incident. De collega kreeg een waarschuwing. Maar collega’s die bevriend waren met de aanvaller, begonnen geruchten over Tamina te verspreiden. ‘Toen werd ik het doelwit,’ zegt ze. Deze krant is in het bezit van de chatgeschiedenis en een brief aan de werkgever die haar verhaal ondersteunen. Tamina heeft herhaaldelijk te maken gehad met vormen van uitsluiting.
Maar wanneer praten we eigenlijk over pesten? ‘Pesten betekent dat een dader of een groep daders opzettelijk dingen doet om een ander in diskrediet te brengen of in een kwaad daglicht te stellen,’ zegt Sabine Zimmerling. Zij is gespecialiseerd in psychosomatische geneeskunde en psychotherapie en leidt een kliniek voor rehabilitatie in Düsseldorf. Methodes die normaal gesproken helpen om conflicten op te lossen, werken niet als het om pesten gaat, zegt Zimmerling. Als open discussies, compromissen of zelfs bemiddeling niets meer uithalen, is dat een teken dat er sprake is van pesten.
‘In de ogen van de pesters kan de betrokkene geen goed meer doen,’ zegt Zimmerling. Ook het geveinsde ‘het was maar een grapje’ verandert daar niets aan. In extreme gevallen knoeien pesters zelfs het werk van een slachtoffer of uiten ze valse beschuldigingen over strafbare feiten, zegt Zimmerling.
Tamina heeft verschillende keren geprobeerd met haar collega’s te praten, telkens zonder succes. Ook pogingen om haar superieuren bij een gesprek te betrekken mislukten. Toen het uiteindelijk tot een gesprek kwam, was het het ene woord tegen het andere. Tamina ging vanaf dat moment elke dag met buikpijn naar het werk, tot ze uiteindelijk ontslag nam.
Volgens Zimmerling is het geen uitzondering dat slachtoffers van pesten lichamelijke klachten krijgen. ‘Uitsluiting activeert het pijncentrum in de hersenen. Hoofdpijn, buikpijn of rugpijn zijn vaak het gevolg. Daarnaast lopen de getroffenen het risico op allerlei psychische aandoeningen, ‘van depressie tot angst- en eetstoornissen’. Het gebeurt vaak dat slachtoffers aan zichzelf en hun eigen ervaringen beginnen te twijfelen.
Tamina herkent dit. Toen haar collega’s recepten lieten verdwijnen en fouten aanbrachten in haar documenten, vroeg ze zich af of ze die fouten niet zelf had gemaakt. Ze ging nog harder werken en onthield wat ze had gedaan. Maar de recepten bleven verdwijnen. ‘Het pesten heeft me onzekerder gemaakt en gevoeliger voor aanvallen,’ zegt ze. ‘Het is een vicieuze cirkel.’
‘Pestpersoonlijkheid’
Ze bleef zichzelf afvragen of het aan haar lag. Was zij de oorzaak van het pesten? ‘Er bestaat niet zoiets als een “pestpersoonlijkheid”,’ maakt Sabine Zimmerling duidelijk. ‘Iedereen kan gepest worden.’ Wel kan het risico toenemen als je onzeker bent – zoals Tamina – waardoor je misschien voorzichtig, verlegen of onzeker overkomt in een volgende baan, voegt ze eraan toe. Maar ‘zonder dader geen slachtoffer’. En op een gezonde werkplek zouden collega’s of leidinggevenden Tamina hebben gesteund.
We voeren een videogesprek met Carsten Burfeind. Deze vijfenvijftigjarige adviseert bedrijven over geestelijke gezondheidszorg en heeft een boek geschreven over pesten op het werk. Hij draagt een hoodie en airpods. ‘Een leidinggevende die zwijgt wanneer collega’s denigrerende opmerkingen maken of zelfs maar met de ogen rollen als de betrokkene spreekt, is zelf onderdeel van het pestsysteem,’ zegt hij. Maar dat is niet alles. Leidinggevenden moeten actief stress, druk en overbelasting bij hun werknemers voorkomen. Want die factoren vergroten de kans dat medewerkers gaan pesten. ‘Managers moeten een houding van respectvolle, zichtbare interactie faciliteren,’ is de overtuiging van Burfeind. Zodra werknemers zich vreemd gaan gedragen, moeten leidinggevenden al in een vroeg stadium de dialoog aangaan. ‘Een manager die pesten toestaat, maakt zijn of haar eigen zorgverantwoordelijkheid niet waar.’
In meer dan de helft van de gevallen is een leidinggevende betrokken bij het pesten
Ook Isabel heeft pesterijen meegemaakt en ook zij wil niet met haar echte naam in de krant. De zesentwintigjarige werkte op de personeelsadministratie van een gemeentehuis in een kleine stad. Maar in tegenstelling tot Tamina was de leidinggevende van Isabel actief bij het pesten betrokken. Het begon ermee dat Isabel nooit ingewerkt werd. Als ze vragen stelde, kreeg ze te horen: ‘Dat moet jij toch weten, jij hebt toch gestudeerd?’ Toen Isabel vervanging van haar chef moest regelen omdat die op vakantie ging, kreeg ze dat pas een paar dagen voor het vertrek te horen. Meestal groette haar baas haar niet. Als Isabel tijdens de lunchpauze probeerde deel te nemen een het gesprek, stuurde haar baas haar weg of snauwde bijvoorbeeld naar haar: ‘Ach, daar was jij toch helemaal niet bij?’
Op een gegeven moment ging Isabel zo vroeg mogelijk naar haar werk om zo snel mogelijk weer weg te kunnen. ‘Ik kwam thuis, huilde en ging naar bed. Dat was alles in die periode.’ Zelfs nu, nu Isabel het verhaal aan de telefoon vertelt, moet ze huilen. Ook haar ervaringen worden gestaafd door chatgesprekken.
Gedachtekronkels
Wat drijft mensen tot dergelijk gedrag? Zimmerling legt uit dat niemand voor zijn plezier dader wordt. ‘Het zijn vaak mensen die ergens bang voor zijn – zoals verlies van hun positie of gezag, of ze hebben angst om aangevallen of gekleineerd te worden.’ Isabel kwam net van de universiteit. Zij had kennis van digitalisering, haar leidinggevende niet. Misschien voelde haar baas zich daardoor bedreigd. ‘Maar vaak proberen daders ook gewoon hun eigenwaarde te vergroten door anderen te pesten,’ zegt Zimmerling. Dat leidinggevenden zelf pesten lijkt geen randverschijnsel. Volgens het onderzoek van de Bündnis gegen Cybermobbing is een leidinggevende in meer dan de helft van de gevallen op zijn minst betrokken bij het pesten.
Wat kan er worden gedaan als gesprekken niets opleveren en leidinggevenden niets doen of zelf pesten? Zimmerling adviseert om als eerste stap hulp te zoeken. Bij de ondernemingsraad bijvoorbeeld, of bij een pestfunctionaris in het bedrijf – als die er is – maar ook bij een huisarts of psychotherapeut. Ook gezondheidsinstellingen hebben aanspreekpunten voor getroffenen. ‘Mensen die slachtoffer zijn van pesten vragen zich vaak af of ze iets fout hebben gedaan of wat ze anders hadden kunnen doen. Ze geven zichzelf de schuld,’ zegt Zimmerling.
Om dergelijke ‘gedachtenkronkels’ te ontwarren, is het vaak nuttig om er een buitenstaander bij te betrekken. Een volgende stap is ziekteverlof. De betrokkene moet uit de situatie worden gehaald. Je zegt ook niet tegen iemand die is beroofd: ‘Waarom ga je geen koffie drinken met je overvaller?’ Daarna, aldus Zimmerling, is het belangrijk om per individu duidelijk te maken hoe te handelen tegen pesten. Maar volgens haar eindigen de meeste gevallen ermee dat slachtoffer en dader niet meer samenwerken.
Isabel, die door haar leidinggevende werd gepest, herwon haar vertrouwen bij een andere werkgever. ‘Ik was bang dat het weer zou gebeuren,’ zegt ze. Maar de nieuwe collega’s verwelkomden haar met welwillendheid. ‘Ik hoor daar thuis,’ zegt ze zelfverzekerd.
Tamina hoopt dat gevoel ook ooit te mogen meemaken. Nu zijn haar partner en familie de grootste steun voor haar. Ze vindt compensatie in sport, ze schildert en bezoekt musea, en ze heeft het pianospelen nooit opgegeven. Maar dan, een paar dagen na ons telefoontje, vertelt ze over een geslaagd sollicitatiegesprek. ‘Ik had helemaal niet verwacht aangenomen te worden. Ik hoop dat het deze keer beter gaat.’
Geconfronteerd met de toenemende problemen in het dagelijks leven, neemt het aantal gevallen van psychische stoornissen in Rusland toe, evenals in de rest van de wereld trouwens, constateert columnist Georgi Bovt niet zonder ironie. Is de oorzaak een gebrek aan stabiliteit, of angst voor de toekomst? En is er iets aan te doen?
In Moskou gaat een man een administratief gebouw binnen. Hij begint om zich heen te schieten, waarbij hij verschillende mensen doodt. Misschien werd hem gevraagd een mondkapje op te zetten, wat hij weigerde in naam van de wereldwijde samenzwering van Big Pharma, wie weet, maar daar gaat het niet om.
Wat het voorwendsel ook was, hij was gewapend. Het feit is dat deze man, zoals ze in zulke gevallen zeggen, een ‘mafklapper’ bleek te zijn. En mensen zoals hij lopen vrij rond op straat. En kunnen niet voor zichzelf zorgen. Wat te doen? Ze naar een inrichting sturen?
De makkelijkste uitweg zou zijn om de schuld te geven aan het vermaledijde kapitalisme dat de geduchte Sovjetpsychiatrie ten val heeft gebracht; destijds liepen er geen gekken op straat (zo wordt gezegd, ook al had elk oord zijn dorpsgek en alcoholisten), en vooral, niemand stelde, noch in woorden noch in daden, de socialistische werkelijkheid ter discussie. Toen kwam de tijd van de hervormers, die alles optimaliseerden en de gekken vrij los lieten lopen.
Naar mijn mening is Peter de Grote de enige echte schuldige, omdat hij het biechtgeheim heeft afgeschaft
Het is pas sinds het einde van dit Sovjet-zorgmodel – waar een enkel consult bij een psychiater een vervolg in een zorginstelling betekende, met alle juridische gevolgen van dien – dat de Russische psychiatrische geneeskunde geleidelijk aan is ontwikkeld. Maar de tak is nog altijd verre van ideaal, en lijdt onder vooringenomenheid bij de bevolking: ik zal levenslang opgesloten worden, ik zal geen banklening kunnen krijgen, niemand zal me in dienst willen nemen, ik zal de voogdij over mijn kinderen verliezen, enzovoort. Wel zijn mensen inmiddels minder bang om hun rechten kwijt te raken als ze naar een psych gaan. En ze zoeken niet bij het minste naar hulp; er is weinig aandacht voor complexe familieverhoudingen, zoals je die in Hollywoodfilms ziet.
Naar mijn mening is Peter de Grote de enige echte schuldige, omdat hij het biechtgeheim heeft afgeschaft. Zoals iedereen weet, bestaat er in ons land geen betere psychoanalyticus dan een trouwe drinkebroer die weet hoe hij in stilte moet luisteren. Of de beste vriendin, mits ze niet venijnig is of beschikt over de tong van een adder.
Vooral omdat noch de psychiatrische geneeskunde, noch de modieuze psychoanalytici iets kunnen doen aan de groeiende moeilijkheden in het dagelijkse leven. Het aantal gevallen van psychische en psychosomatische stoornissen neemt aanhoudend toe. Over de hele wereld.
Enkele cijfers: waar aan het begin van de twintigste eeuw 0,09 procent van de bevolking in Rusland geestesziek was, is dat een eeuw later reeds 2,6 procent. Wat betreft de groei van gevallen van psychische aandoeningen over de hele wereld is de orde van grootte enigszins vergelijkbaar: van niet meer dan 0,2 procent aan het einde van de negentiende eeuw tot, volgens sommige onderzoekers, zo’n 15 procent van de wereldbevolking eind twintigste eeuw – een cijfer dat wel moet worden gerelativeerd in het licht van de vooruitgang op het gebied van diagnosestelling. Desondanks is de stijging aanzienlijk.
En wat psychopaten betreft: deskundigen zijn het er in het algemeen over eens dat in een menselijke gemeenschap ongeveer 4,5 procent psychopaat is. Volgens het Russische ministerie van Volksgezondheid leden in 2020 ongeveer 5,6 miljoen Russen aan een psychische aandoening. Sommige onderzoekers schatten dat tot 25 procent van de Russen aan meer of minder ernstige psychische stoornissen lijdt. Soms heb ik overigens de indruk dat het hele land eraan lijdt, maar dit idee is niet politiek correct, en onpatriottisch.
‘U moet meer lopen, minder werken en stress vermijden.’ Je meent het
Hoewel het de meesten geen kwaad zou doen om naar de ‘zielenknijper’ te gaan, gaat niemand graag naar een therapeut. En het heeft ook niet altijd evenveel zin. ‘U moet meer lopen, minder werken en stress vermijden.’ Je meent het. Dank u dokter voor dit advies van onschatbare waarde.
Dus, wat zijn de redenen om een psych te bezoeken in Rusland? De gangbare problemen: een zeurende baas, angst voor werkloosheid en ellende, een falende echtgenote of echtgenoot, angst voor de toekomst, en vooral hypothecaire leningen. En dan het virus natuurlijk, dat zich aan alles vastklampt.
Woede viert hoogtij in de samenleving, entropie neemt toe. En het eeuwige Russische mantra dat voortdurend door de media raast: ‘Laten we hopen dat er geen oorlog komt’. Zo hebben we een permanente gelegenheid om bang te zijn. Vooral als je veel televisie kijkt, waarop alle programma’s – of het nu films, soaps, nieuwsprogramma’s of ‘politieke en maatschappelijke schermutselingen’ zijn – ontworpen lijken te zijn met als doel psychopaten en neurotici voort te brengen. Kinderen spenderen hun tijd op computers en met gadgets. Je zou denken dat we idioten aan het creëren zijn, maar bij nader inzien zijn het gewoon aliens, dus dan is het oké.
Kortom, het ontbreekt de wereld aan stabiliteit. En vertrouwen in de toekomst. Stel je voor dat onze prehistorische voorouders plotseling door een tijdmachine in onze immer krankzinnige wereld gedreven zouden worden. Ze zouden allemaal op slag gek worden, dat is zeker.
Naïef en onrealistisch
Ik vergat nog ons afschuwelijke klimaat van oktober tot maart te noemen; in de winter explodeert het gebruik van antidepressiva. Overigens is dat een zeer onthullende markt, die laat zien hoe de wereld langzaam gek aan het worden is.
In feite is het gebruik van antidepressiva in Rusland de afgelopen vijf jaar in financiële termen verdubbeld en in kwantitatieve zin met een derde toegenomen. Toename van depressieve stoornissen is een wereldwijde trend. Bijna 15 procent van de Amerikanen boven de twaalf jaar gebruikt regelmatig antidepressiva. Ook hier zijn de gekken op hol geslagen, en ze richten regelmatig vernielingen aan. Ook op het internationale toneel lijkt Amerika steeds gekker te worden. Het is overduidelijk. Wie is er nog bij zinnen?
Alle voorstellen om latent krankzinnigen beter te signaleren en aan te pakken, of dat nu door middel van medicatie, dagopvang of op een andere manier gebeurt, zijn naïef en onrealistisch. Het feit alleen al dat de samenleving bepaalde individuen tot elke prijs wil isoleren – op de Rusland vertrouwde buitensporige wijze, gezien de daadwerkelijke (on)gevaarlijkheid van deze individuen – is een symptoom van een ziekte die onze samenleving verteert. Overigens wordt meer dan 96 procent van de aanvallen op onze psychische gezondheid gepleegd door mensen die door psychiaters als volkomen normaal worden beschouwd. Dus wat is daaraan te doen? Trouwens, wie is er tegenwoordig nog normaal?
‘O Rusland, waarheen haast u zich?’ vroeg de klassieke Russische schrijver Nicholas Gogol – die volgens de laatste mode nu ook wordt opgeëist door Oekraïne – aan het eind van zijn roman Dode zielen. De clou? ‘Ze geeft geen antwoord.‘ Inderdaad, het is deprimerend.
In plaats van de wereld te verkennen, zaten Europese jongeren thuis. In plaats van verliefd te worden, hielden ze afstand. De pandemie heeft hun een heleboel dingen afgepakt die horen bij jong zijn. Hoe pakken ze de draad weer op? Zesentwintig getuigenissen.
Onze laatste zorgeloze zomer is algauw twee jaar geleden. Als je jong bent, lijkt dat wel een half leven. Die zomer hadden we nog nooit gehoord van besmettingsaantallen. We lagen op het gras, op het strand of bij het zwembad, samen op een badhanddoek en zo dicht bij elkaar als nu verboden is. We wisselden blikken met mensen die we nog niet kenden en die we leuk vonden. We trokken het ene biertje na het andere open, speelden volleybal, voetbalden, omhelsden elkaar na elk doelpunt en na een tijdje gingen we ergens anders heen, tot diep in de nacht. We waren nog niet gearriveerd, natuurlijk niet, we waren pas net op zoek.
Bij volwassen worden hoort dat je nog niet hoeft te weten wie je bent en wie je wilt worden, dat je de plek waar je thuishoort nog mag vinden. Maar wat als de zoektocht al voorbij is voor je de kans hebt om ergens aan te komen?
Uitgerekend in de fase van je leven dat je alles het liefst samen doet, voelden wij ons vooral heel alleen. Erger nog: in de steek gelaten
De pandemie heeft alles wat volwassen worden is, veranderd in het tegendeel: in plaats van dichter bij elkaar te komen, moesten we afstand houden. Grenzen respecteren in plaats van overschrijden, thuis blijven in plaats van de wereld in te trekken. De eerste zoen, voor het eerst alleen met vrienden op vakantie, de eerste stage: allemaal uitgesteld. Voor onbepaalde tijd. En dat kunnen we nooit allemaal inhalen: als je op je achttiende verjaardag thuis zat, kun je een jaar later niet met vrienden en vriendinnen gaan vieren dat je meerderjarig bent geworden. Als je tijdens de pandemie eindexamen hebt gedaan, kun je met je klasgenoten niet meer maanden later proosten op het begin van het nieuwe leven. En als je een studie bent begonnen, kun je waarschijnlijk niet gaan dansen op het introductiefeest.
In plaats van eindelijk rond te kijken in de wereld zaten wij, scholieren, studenten en mensen die voor het eerst gingen werken, weer bij onze ouders aan tafel te luisteren hoe zij zich moed inspraken door herinneringen op te halen aan de goede oude tijd. Terwijl wij jongeren nog amper herinneringen hadden. Uitgerekend in de fase van je leven dat je alles het liefst samen doet, voelden wij ons vooral heel alleen. Erger nog: in de steek gelaten.
Gedesillusioneerde jeugd
Het is een collectief gevoel, dat in heel Europa wordt ervaren. Dat blijkt uit een gezamenlijk enquête van Süddeutsche Zeitung, The Guardian, La Stampa, Le Monde en La Vanguardia. Honderden jongeren hebben in deze enquête verteld hoe het afgelopen jaar hen heeft veranderd, met name in Duitsland, Groot-Brittannië, Italië, Frankrijk en Spanje. De enquête is niet representatief, maar geeft een beeld van een gedesillusioneerde jeugd. In de antwoorden, waarvan we hier een selectie laten zien, is sprake van een verloren jaar, van een leven in vliegtuigmodus. Veel jongeren hebben het afgelopen jaar de hoop verloren dat ze door de politiek worden gezien, en al helemaal dat ze serieus worden genomen.
‘Wij zijn degenen die zogenaamd de regels overtreden en stiekem feestjes houden,’ zegt er een. ‘Dat we alleen thuis zitten, met de last van school of universiteit op onze schouders, maar zonder dat we als compensatie iets van een leven mogen hebben, daar horen we politici niet over.’ Een ander: ‘Ik ben zwaar teleurgesteld en verbijsterd hoe consequent allerlei beslissingen eerst te laat en dan verkeerd worden genomen.’ Nog iemand: ‘Mijn doel is zonder blijvende geestelijke schade uit deze crisis te komen.’
Psychische gezondheid
Een onderzoek van het academisch ziekenhuis van Hamburg-Eppendorf, waarvoor tussen half december 2020 en half januari 2021 meer dan duizend kinderen en jongeren zijn ondervraagd, laat zien dat bijna een derde van de jongeren ‘psychologisch opvalt’. In de loop van de pandemie is hun psychische gezondheid steeds verder achteruitgegaan: veelvoorkomende symptomen zijn depressie en psychosomatische gevolgen als maag- en hoofdpijn. Vergelijkbare resultaten geeft een onderzoek van de Donau-Universität Krems in Oostenrijk van dit voorjaar, dat bij meer dan de helft van de drieduizend ondervraagde jongeren symptomen van depressie heeft geconstateerd en bij de helft angststoornissen. Ongeveer 16 procent had regelmatig suïcidale gedachten, een enorme toename vergeleken met de laatst beschikbare cijfers.
Heeft de pandemie van ons, de jonge mensen die de hele tijd ‘weinig risico’ liepen, te veel gevergd? Is de samenleving, die solidariteit van ons eiste, misschien onvoldoende solidair met ons geweest? Tenslotte moesten scholen en universiteiten sluiten, terwijl veel bedrijven juist open mochten blijven. Tenslotte lijken kinderen en jongeren de laatsten te zijn die door een vaccinatie terug kunnen keren naar een vrij leven.
Antwoorden zijn er haast nog niet, wel voortdurend nieuwe vragen.
Inhaalprogramma om te leven
De belangrijkste vraag is misschien wel: hoe heeft de pandemie ons toekomstbeeld beïnvloed? Wat gaan we doen als alles eindelijk echt voorbij is? Blijven we thuis op de bank zitten, omdat we niet weten dat het ook anders kan? Berusten we, en laten we de politiek de politiek? Of gaan we de straat op om te vechten voor een betere toekomst, voor ons recht om mee te doen, mee te beslissen?
Ook daar is nu nog geen antwoord op te gegeven, maar één reactie heb ik al. Een reactie op het ‘inhaalprogramma’ waartoe de regering onlangs heeft besloten, om met miljarden euro’s de leerachterstanden van de afgelopen maanden in te halen. We hebben geen inhaalprogramma nodig om te leren. We hebben een inhaalprogramma nodig om te leven.
Een inhaalprogramma voor een jaar van gemiste kansen en gemiste vriendschappen. Drukke cafés en feestjes waar je over de hoofden kunt lopen, dat is wat we nodig hebben. We hebben een quotum nodig van dagen dat we mogen spijbelen, van school, van de universiteit, van ons werk, omdat we in plaats van leren en werken nu eerst eens naar het zwembad moeten. Allemaal tegelijk naar het strand, een bergwandeling maken, of gewoon de hele zomer op een picknickdeken liggen, heel dicht bij elkaar. We hebben niet alleen de middagen nodig, of de zomervakantie, maar ook de ochtenden om elkaar te zien en te lachen en eindelijk weer onze armen om elkaar heen te kunnen slaan. Als er één inhaalslag is die we moeten maken, dan echt alleen die ene: leren om weer zorgeloos te zijn.
Antje Fischbach, 23, studente osteopathie in München
‘Ik mis het ongedwongene. Ik mis het uitgaan, onder de mensen zijn, een beetje aangeschoten voor een club hangen met vrienden. Iets idioots doen en er achteraf samen om lachen. Als ik vroeger ontevreden was over mijn leven, veranderde ik iets. Dat kan nu niet. Dit jaar ben ik volwassener geworden, wat niet alleen positief bedoeld is. Ik vind het heel erg dat we voor de politiek geen enkele rol spelen. Wij zijn degenen die zogenaamd de regels overtreden en stiekem feestjes organiseren. Maar dat we in ons eentje thuis zitten, met de last van school of universiteit, zonder enige compensatie waardoor we toch iets van een leven hebben, daar hoor je de politiek niet over. Je hebt het gevoel dat er niet naar je geluisterd wordt en dat je niet serieus wordt genomen. Daar word ik soms echt boos en wanhopig van. Vaak stel ik me voor hoe het is als het leven weer echt begint. Net zoiets als een fantastische vakantie, waar je je al maanden tevoren op verheugt. Maar dan nog beter. Alleen al iedere keer dat je je armen om iemand heen slaat, voelt het een beetje als zomer.
In geloof dat we onderschatten hoeveel kracht deze tijd ons later zal geven. Ik bedoel: nu deze shitpandemie ons niet klein heeft gekregen, kunnen we alles aan. Ooit zijn we er weer, onder de mensen, met harde muziek. Ik weet zeker dat we dan op een gegeven moment allemaal even stilstaat en denken: Fuck, ik heb het gered. Ook al wist ik soms niet of ik het wel aan kon. En nu sta ik hier. Tussen een massa mensen, aan de vooravond van een leven dat nog afwisselender en opwindender zal zijn dan hiervoor.’
Tijdens de crisis heb ik alles wat ik wilde doen ter discussie gesteld en ontdekt dat ik een andere weg wil kiezen
Matthieu Baubry, 19, student vreemde talen in La Roche-sur-Yon, Frankrijk
‘Ik heb de indruk dat we hier nooit uit zullen komen. Het lijkt me een utopie dat we over tien jaar geen mondkapje meer dragen. Ik ben bang dat vandaag of morgen alles voorbij is. En ik ben niet eens boos: tenslotte is het niemands schuld. Ik leg me er gewoon steeds meer bij neer. Tijdens de crisis heb ik alles wat ik wilde doen ter discussie gesteld en ontdekt dat ik een andere weg wil kiezen. Volgend jaar wil ik taal en literatuur gaan studeren om later journalist te worden, gespecialiseerd in videogames. Online wereldkampioenschappen kijken vind ik echt helemaal te gek. Bovendien is het internet een terrein met grote toekomstmogelijkheden, dan hoef ik me geen zorgen te maken of ik wel werk vind.
In elk geval heb ik van de zomer een baan. Ik ga in de bediening werken in een restaurant aan de westkust, aan het strand, bij Saint-Jean-de-Monts in de Vendée. Ik blijf gewoon bij mijn ouders in Challans wonen, maar dat gaat wel lukken omdat ik niet meer 24 uur per dag thuis ben. En als ik werk, staat er eindelijk weer geld op mijn rekening. Tijdens de tweede lockdown ben ik mijn baan in de supermarkt kwijtgeraakt, en ondanks dat ik een beurs had kon ik de huur niet meer betalen. Zonder mijn ouders stond ik op straat.’
Sandra Birner, 26, kinderverpleegkundige in München
‘Wat ik enorm mis, is dansen. Je laten gaan in de roes van het ritme en één zijn met de menigte om je heen. Mensen ontmoeten, ook partners, want ik ben single en heel open over mijn seksleven. Ik prijs me gelukkig dat ik als kinderverpleegkundige kan blijven werken, dat ik iets te doen heb en in mijn levensonderhoud kan voorzien. Toch is het moeilijk om zo vaak alleen te zijn, in een flatje van 24 vierkante meter, zonder balkon, zonder man, zonder medebewoners. Daardoor ben ik gaan roken. Op een vrije dag is roken voor mij de enige reden om op te staan. Afgelopen winter was ik zwaar depressief, ik moest bijna aan de medicijnen, ik at niet meer en deed niets meer. Waarom zou ik? Des te dankbaarder ben ik voor mijn vrienden, we steunen elkaar geweldig in deze moeilijke tijden. Ik kan me niet voorstellen dat ik ooit weer in een disco zal staan, of in een bar of een biertent en kan dansen en zoenen en lachen. Misschien moet ik een poes nemen, want als je voor corona geen partner had, vind je er nooit meer een.’
Dalila Regesta, 19, uit Imperia, Italië, student economie in Straatsburg, Frankrijk
‘Ik ben een van de weinigen die kan zeggen dat het afgelopen jaar positief is geweest. Tijdens de pandemie heb ik begrepen wat echt belangrijk voor me is. Dichtbij mijn vrienden en familie zijn bijvoorbeeld. En ik heb het afgelopen jaar daadwerkelijk weer oude vriendschappen kunnen oppakken. De sociale media hebben daarbij echt geholpen, omdat je over allerlei grenzen heen contacten kunt leggen, al is het maar in een video call of via een story op Instagram. Als ik naar de toekomst kijk, is mijn grote zorg dat er niet naar ons wordt geluisterd. Wij zijn digital natives, en vergeleken met de vorige generatie maken de sociale media voor ons van alles mogelijk. Maar dat betekent nog niet dat er aan de andere kant van het scherm automatisch iemand naar je luistert.’
Conor Spielberg, 23, journalist in Dublin, Ierland
‘Net als veel jonge mensen hier in Dublin woon ik bij mijn ouders, en het ergste is dat ik op mijn drieëntwintigste financieel nog steeds van hen afhankelijk ben. Ik schrijf recensies over stripverhalen, maar dat levert niet echt veel op. Ik kan gewoon geen ander werk vinden. Het afgelopen jaar heb ik in elk geval heel veel geschreven, maar voor een baan met het minimumloon zou ik een moord doen. Het moeilijkste aan de lockdown vond ik dat ik tegenover vrienden nu eenmaal veel opener ben dan tegenover mijn familie. Het is best vreemd dat ik in een camera kan kijken of in een headset kan zeggen: “Ik ben verdomd ongelukkig” en het tegelijk onvoorstelbaar vind om dat tegen iemand te zeggen die tegenover me zit. Het enige goede aan dit verschrikkelijke jaar is, dat we nu het duidelijke bewijs hebben wat er gebeurt als je de wetenschap negeert omwille van de winst. Hopelijk gaan we daardoor anders denken over klimaatverandering. Grote bedrijven en regeringen hebben dat probleem decennialang genegeerd, en ik ben echt verbijsterd dat er nog steeds mensen zijn die proberen te voorkomen dat we een oplossing vinden voor de klimaatcrisis.’
‘De grootste uitdaging voor mijn generatie is om al het geld terug te krijgen dat nu wordt uitgegeven om te voorkomen dat bedrijven failliet gaan’
Mariska Faassen, 17, scholier in Nederland
‘Het gaat er niet om dat ik wil feesten of met mijn vrienden rondhangen. Het gaat me er vooral om dat het niet eerlijk is: ieder bedrijf en ieder restaurant dat dicht ging, heeft geld gekregen van de staat. En nu mogen wij, de jongeren, in de toekomst een kapitaal aan belasting gaan betalen. Onze toekomst staat op het spel, en wij hebben er niets over te zeggen. Ik ben heus bereid mijn stem te laten horen, maar ik zou niet weten hoe. We leven in een democratie, maar beslissingen die extreem veel invloed op ons dagelijks leven hebben, worden zonder enige discussie met de burgers genomen. De burgers in ons land zijn de slachtoffers van de fouten van het kabinet, zoals bij het vaccinatieprogramma en de capaciteit van de ziekenhuizen. De grootste uitdaging voor mijn generatie is om al het geld terug te krijgen dat nu wordt uitgegeven om te voorkomen dat bedrijven failliet gaan.’
Sara-Besme Shabib, 21, scholier in München
‘Tot voor kort zat ik op het mbo, maar door corona heb ik de hoop mijn examen te halen opgegeven en ben ik ermee opgehouden. Terwijl het mijn grootste wens was om scheikunde te studeren. Maar in de huidige omstandigheden kan ik dat niet aan. Het hoogtepunt van de week is mijn uurtje therapie. Mijn therapeut zie ik vaker dan wie ook. Dat is een constante waaraan ik kracht ontleen, omdat ik er het huis voor uit moet. Bovendien is me duidelijk geworden dat ik mijn sociale contacten niet als vanzelfsprekend mag beschouwen, en ben ik dankbaar voor elke minuut die ik met mijn vrienden kan doorbrengen. Over de regering hoef ik het niet te hebben, neem ik aan? Economie voor, economie na, het komt me mijn oren uit. Ik krijg voortdurend het gevoel dat ik in het beeld moet passen dat de maatschappij van ons jongeren heeft. Maar veel jongeren zijn aan het eind van hun Latijn. Toch verwachten ze van leerlingen dat ze studeren, bijblijven en examen doen. En daarna liefst meteen solliciteren of met een opleiding of een studie beginnen. “Jullie zijn de toekomst,” laat me niet lachen. Niemand helpt ons. Ze zouden iedereen die nu van school komt gelijk een tegoedbon voor een burn-outkliniek bij moeten geven.’
Bang voor de toekomst
Volgens een enquête van de Bertelsmann Stiftung vreest 65 procent van de vijftien- tot dertigjarigen in Duitsland dat de politiek geen oog heeft voor hun zorgen over de pandemie. Krap de helft van de zevenduizend ondervraagden is bang voor de toekomst.
Benoît Frimon-Richard, 25, uit Égly, Frankrijk, studeert farmacie in Parijs
‘Voor de pandemie had ik eigenlijk besloten om naast mijn studie farmacie in Parijs ook een master in bestuurskunde te gaan doen om ooit bij een instantie in de gezondheidszorg te gaan werken. Maar toen de pandemie begon, ben ik teruggegaan naar mijn ouders in Égly, in de provincie, in het zuiden van het departement Essonne. Van daaruit studeer ik nu online en daarnaast werk ik parttime in een apotheek. Ook al maak ik grappen dat ik leef als een monnik: sinds ik terug ben op het platteland slaap ik beter, eet ik beter, drink ik helemaal geen alcohol meer en doe ik meer aan sport. Ik heb zelfs spieren gekregen! Ik verdien geld en geef praktisch niets uit omdat ik thuis woon. Ondertussen zijn mijn toekomstpannen radicaal veranderd en heb ik besloten dat ik liever in een apotheek op het platteland werk dan op een kantoor. In het contact met mensen voel ik me nuttiger. Mijn plan is al tamelijk concreet: over twee jaar neem ik vermoedelijk een apotheek over, in de gemeente Angervilliers met vijftienhonderd inwoners.’
Matthias Montesano, 21, barkeeper in Turijn, Italië
‘Ik ben barkeeper en heb lang helemaal niet kunnen werken. Thuis heb ik geprobeerd mijn cocktails te verbeteren en nieuwe technieken uit te proberen. Maar het viel niet mee om me te concentreren. Ik geloof dat de politiek in Italië al met al goed heeft gereageerd, ook al zijn er natuurlijk fouten gemaakt. Waarom waren bijvoorbeeld kerken wel open, terwijl musea en theaters dicht moesten blijven? Waarom was het ja tegen godsdienst en nee tegen cultuur? In allebei die sectoren kunnen ze toch dezelfde veiligheidsmaatregelen nemen? Dan zou het allemaal veel beter zijn gegaan. Het virus heeft ons natuurlijk ook volkomen onverwachts overvallen. Misschien moeten we het allemaal als een waarschuwingssignaal zien. We moeten onze levensstijl veranderen en onze extreme consumptiedrift afremmen. Nadenken over wat echt belangrijk is. Deze pandemie heeft ons te veel afgenomen om het allemaal gewoon achter ons te laten zonder het ook als een kans op verandering te zien. Ook wat betreft mijn familie: ik heb gemerkt dat je die in moeilijke momenten om je heen wilt hebben. In het gewone leven wil je dat nog wel eens vergeten.’
‘Ik wil gewoon dat alles weer normaal is. Ook al kan ik me niet voorstellen hoe dat normaal eruitziet’
Lucas Hoorn, 23, leerling-docent aardrijkskunde en sociale studies in Dresden
‘Tijdens de pandemie heb ik veel tijd voor allerlei beeldschermen doorgebracht. Ik heb er eigenlijk geen moeite mee om alleen te zijn, maar zoveel eenzaamheid doet pijn. Mijn medebewoners en -bewoonsters helpen geholpen, maar steeds vaker voel ik me vanbinnen leeg. Gewoon niets. Op een ander moment ben ik van binnen des te impulsiever, mijn internetbubble maakt dat ik steeds bozer word op wappies en coronaontkenners, maar ook op onze politieke leiders. In wezen ben ik heel dankbaar dat we in een echte democratie leven, en waardeer ik ons federalisme. Eigenlijk was ik er ook van overtuigd dat we hier in Duitsland ondanks allerlei democratische hindernissen snel en efficiënt kunnen handelen. Maar blijkbaar mankeert het ons aan daadkracht. Ik ben zwaar teleurgesteld dat beslissingen constant eerst te laat en daarna verkeerd genomen worden. Het gevoel in de steek gelaten te zijn, geeft dat heel goed weer. Ik wil gewoon dat alles weer normaal is. Ook al kan ik me niet voorstellen hoe dat normaal eruitziet.’
Niet systeemrelevant
Lena Iris Brendel, 25, student muziek in Stuttgart
‘Het afgelopen jaar zou mijn jaar zijn. Ik studeer muziek en zat in mijn buitenlandsemester, klaar om de wereld te veroveren. In plaats daarvan zat ik weer in mijn kinderkamer en moest ik ook nog toekijken hoe mijn beroep verdween. Opeens moest ik me afvragen: ‘Waarom zou ik nog oefenen? Zeven jaar keihard studeren, de allerbeste cijfers. Waarvoor? Opeens was ik bezig op internet te zoeken naar “beroepen voor zij-instromers”, “bedrijfseconomie online” en “met welke opleidingen verdien je het meest?” Wat me daarvan het meest op de zenuwen werkt? Vaak vraag ik andere mensen wat hun leven de moeite waard maakt. Het antwoord is nooit “De winst van mijn bedrijf” of “Het bruto binnenlands product”. Maar: festivals, concerten, film, theater. En wie maakt die hele zooi? Wij, die niet systeemrelevant zijn.
Wat wel heel mooi was: ik heb nog nooit in mijn leven zoveel tijd met mijn vader doorgebracht. Opeens waren we lotgenoten: thuiswerker en thuisstudent. Samen wandelen, samen koffiepauze. Voor het eerst in mijn leven had ik gelegenheid veel over mezelf te vertellen en hij was veel beter in staat begrip te hebben voor zijn gekke kunstenaarsdochter. Als ik ooit iets over deze tijd zou moeten vertellen, zou ik me alleen nog herinneren hoe fijn het was dat ik zo veel met mijn vader was.’
Alba Fernandez, 24, verpleger in Madrid, Spanje
‘Ik ben verpleegster in een ziekenhuis in Madrid. In de afgelopen veertien maanden heb ik het leed en de eenzaamheid van heel dichtbij meegemaakt. En het sterven. Het was afschuwelijk. Niemand is op zoiets voorbereid. Onze gezondheidszorg kon het niet aan, en wij konden van achter onze gezichtsbescherming amper met onze patiënten communiceren. We glimlachten dan en raakten ze aan, ook al was het met latexhandschoenen. Maar wij in de Spaanse ziekenzorg hebben elkaar geholpen, en veel levens gered.’
Phoebe Hanson, 19, uit Staffordshire, Engeland, studeert politiek in Lancaster
‘Mijn hele leven speelt zich af in en rond mijn studentenhuis. Mijn relatie, vrienden, werk, studie, vrije tijd, slaap. Ik voel me net als in een Big Brotherhuis, hermetisch afgesloten van de buitenwereld. Mijn geestelijke gezondheid heeft eronder geleden. Ik was voor het eerst weg van mijn familie in Staffordshire, kon maandenlang niet naar ze toe. In die periode hebben mijn ouders ook nog corona gekregen en zijn ze ziek geworden. En ik kon niets doen. Dat was zwaar.
Door de pandemie heb ik me gerealiseerd hoe afhankelijk wij mensen ervan zijn dat we elkaar zien. Als ik nu een keer naar huis bel, eindigt dat inmiddels altijd met zwijgen, omdat er niets meer is waar we het over kunnen hebben. We zitten allemaal de hele dag thuis. De pandemie heeft me in elk geval laten zien met wie ik plichtmatig verbonden ben en met wie uit oprecht verlangen om dingen te delen. Mijn vriendschappen van school bijvoorbeeld zijn allemaal voorbij.
Echt teleurgesteld ben ik over de politiek en het onderwijssysteem. Eerst zouden de examens gewoon doorgaan, toen weer niet, toen weer wel. Totale chaos. Ik heb het gevoel dat die negenduizend pond collegegeld dit jaar gewoon weggegooid geld is. En na onze studie staan we voor de afgrond: mensen hebben ongelooflijk hoge verwachtingen van afgestudeerden: we moeten jaren ervaring meenemen, maar we kunnen ons in deze crisis absoluut niet permitteren onbetaald stage te lopen of tijdrovend vrijwilligerswerk te doen. Mijn carrière is nu voor mij dan ook het belangrijkste.’
Om de tijd de verdrijven hielp het erg dat de Bundesliga doorspeelde
Leonard Strickler, 24, werkzaam in Freiburg
‘Ik (…) merk in gesprekken met mensen van boven de veertig dat ze me vaak proberen op te vrolijken. Terwijl ik helemaal niet het gevoel heb dat ik opgevrolijkt hoef te worden. Ik heb het geluk dat ik al veel heb beleefd en daar met vrienden met veel plezier herinneringen aan kan ophalen. De hele zaak doet kinderen en jongeren duidelijk meer kwaad. Om de tijd de verdrijven hielp het erg dat de Bundesliga doorspeelde. In het weekend voetbal ik zelf een beetje met een paar vrienden, hoewel 80 procent van mijn sociale contacten de afgelopen maanden online verliep. Mijn gameconsole was een verbazingwekkend zinvolle investering van mijn zestienjarige ik. In plaats van mezelf tijdens een zoomconferentie achter mijn laptop op een fles wijn te trakteren, kon ik met vrienden op mijn Playstation spelen. Alcohol heb ik alleen ’s maandags gedronken wanneer ik met mijn pubquizmaten had afgesproken voor een online quiz. Dat was best geinig, maar er gaat niets boven afspreken in levende lijve. Pas toen dat echt niet meer kon, werd me duidelijk hoe belangrijk het kan zijn om af en toe naar het café te gaan.’
Michela Petrini, 21, student in Bra, Italië
‘Ik zou graag hoop uitstralen, maar eerlijk gezegd ben ik door de pandemie verbitterd geraakt. Inmiddels neem ik niets meer als vanzelfsprekend aan, ook vriendschappen niet. Tijdens de eerste lockdown namen maar weinig vrienden de moeite iets van zich te laten horen. Veel van die oppervlakkige contacten heb ik uiteindelijk beëindigd. Ik geloof dat de regering-Conte heeft gedaan wat mogelijk was; want met een crisis in de gezondheidszorg als deze heeft nog nooit iemand te maken gehad. Maar ik denk steeds vaker dat de regering-Draghi niet doet wat ze zou kunnen. Misschien verliezen wij jongeren nu de hoop, en dat mag eigenlijk niet gebeuren. We moeten vertrouwen hebben in ons land, al is het maar omdat er geen alternatief is. Nu moeten we op de zak van onze ouders teren en die zijn door de pandemie even aangeslagen als wij en hebben moeite om rond te komen.’
Claire-Lyse Thomann, 18, middelbare schoolstudent in Rennes, Frankrijk
‘Begin dit jaar heb ik mijn achttiende verjaardag gevierd. Ik dacht altijd dat ik dan eindelijk naar een nachtclub mocht! Mooi niet. Dat kan ik nooit meer inhalen. En ik ben bang voor de toekomst. Ik vraag me bijvoorbeeld steeds vaker af of het wel een goed idee is om kinderen op deze wereld te zetten. Ik heb het er met vriendinnen over gehad of we kinderen willen of niet. Ik was de enige die het niet wilde of die het in elk geval niet zeker wist. Wat hebben mijn kinderen eraan om in een tijd van klimaatverandering in de ene crisis na de andere te leven? Ik weet dat er als vrouw van je wordt verwacht dat je kinderen krijgt. Maar dat het kan, betekent nog niet dat het moet.’
Egoïsme
Chloé Lassel, 22, rechtenstudent in Versailles, Frankrijk
‘Toen ik alleen nog maar thuis zat, is me duidelijk geworden dat ik al een tijdje niet meer zo enthousiast ben over mijn studie rechten. In het weekend help ik altijd in een boekwinkel hier in de buurt. Die kant wil ik op. Ik wil iets anders, ik hou ervan onder de mensen te zijn, om klanten boeken aan te raden. Ook tijdens de pandemie kwamen er veel mensen in de boekwinkel, om iets te kopen en om een praatje te maken. Al wilden sommige geen mondkapje opdoen of hun handen desinfecteren. Als ik dat dan vriendelijk vroeg, begonnen ze te betogen dat ze jeuk kregen van het desinfectiemiddel, of dat ze last hadden van het mondkapje. We moeten ons afvragen hoe we met dat soort egoïsme willen omgaan. Tenslotte zitten we allemaal in hetzelfde schuitje, en alleen komen we daar niet uit. De crisis heeft veel dingen zichtbaar gemaakt, ook dingen die we eigenlijk niet willen zien.’
Lara Oreiro, 24, student in A Coruña, Spanje
‘Jong zijn is nooit makkelijk geweest, ook tegenwoordig niet. Mijn generatie moet vechten tegen het stigma dat ze “altijd alles had”. Maar op het ogenblik hebben we weinig en verliezen we een heleboel. Dit zou het jaar zijn dat ik volwassen werd. Ik zou mijn studie afronden en gaan werken. Ik wilde groeien, persoonlijk en in mijn beroep. Die droom heb ik ondertussen laten varen. Veel jonge mensen hier in La Coruña zitten vol opgekropte woede. We lijden aan slapeloosheid en voelen ons machteloos en onrustig. We denken dat het ergste leed geleden is, maar we moeten onszelf niets wijsmaken. Het ergste moet nog komen, zodra we met de nawerkingen van de coronacrisis worden geconfronteerd. Wanneer we proberen een baan met een fatsoenlijk salaris te vinden om zelf een onafhankelijk bestaan op te bouwen. We zullen moeten vechten zoals al heel lang geen jong mens meer heeft hoeven vechten.’
Risico op depressie
64 procent van de 18- tot 34-jarigen in de Europese Unie loopt het risico een depressie te ontwikkelen. Dat blijkt uit een enquête uit het voorjaar van 2021 van Eurofound, een agentschap van de Europese Unie. In dezelfde periode in 2020 was dat 53 procent.
Ana Carrasco, 23, student communicatiewetenschappen in Sevilla, Spanje
‘Toen de lockdown begon, kreeg ik paniekaanvallen door het bombardement van cijfers over aantallen besmettingen en doden. Ik ben opgehouden met mijn onlinecursussen en heb de tv uitgezet. In plaats daarvan heb ik de radio aangezet, alleen om naar muziek te luisteren, en ben ik boeken gaan lezen, maar alleen als ze goed aflopen. Ik heb Trivial Pursuit gespeeld met mijn vader, liedjes gezongen met mijn zus en films gekeken met mijn moeder. We aten tussen de middag en ’s avonds altijd met zijn vieren en hebben elkaar op moeilijke momenten gesteund. Zo is het ons gelukt in balans te blijven. Nu ga ik beginnen aan een master journalistiek in Barcelona en heb ik weer zin om te studeren.’
Paula Mols, 23, student maatschappelijk werk in Münster
‘Omdat ik sinds het begin van de pandemie van mijn partner af ben, moest ik eerst uitzoeken wie ik was zonder hem. Dat heeft voor mij de pandemie, stom gezegd, draaglijker gemaakt. Toen ik weer klaar was om andere mensen te leren kennen, voelde het toch oneerlijk dat ik mijn singlebestaan niet kon uitleven. Kortgeleden heb ik via Tinder mijn nieuwe vriend leren kennen. Op onze eerste date gingen we samen wandelen. Wat moet je anders. Nu breng ik de meeste tijd met hem door en helpt hij me door deze moeilijke maanden heen.
Voor de pandemie vond ik politieke onderwerpen taai, maar inmiddels begrijp ik altijd wat er aan de hand is en blijf ik op de hoogte door de corona-update met Christian Drosten en de Tagesschau. Ik moet zeggen dat ik heel teleurgesteld ben over onze regering en het idee heb dat ze gefaald heeft. Het coronajaar heeft me zo uitgeput dat ik haast lethargisch ben. Het liefst zou ik naar bed gaan en slapen tot de pandemie eindelijk voorbij is!’
‘Ik geef de politiek en de regering bijvoorbeeld niet de schuld. Integendeel, zij hebben hun best gedaan’
Greta Carosso, 18, scholier in Bra, Italië
‘Vroeger had ik nooit veel haast om bepaalde ervaringen op te doen. Inmiddels is dat anders geworden en vind ik het belangrijk zodra een gelegenheid zich voordoet die te benutten. Voor mij is niets vanzelfsprekend meer. Een paar van mijn vrienden en ik zijn inmiddels onder behandeling bij een psycholoog. We zijn vanbinnen ontzettend kwaad en weten niet wat we daarmee aan moeten. Ik geef de politiek en de regering bijvoorbeeld niet de schuld. Integendeel, zij hebben hun best gedaan. Wij jongeren moeten nu gewoon weer energie vinden.’
Francesco Piacentini, 20, student in Ferrara, Italië
‘De laatste drie jaar van het gymnasium heb ik op een militaire school gezeten. Tijdens de pandemie was ik gedwongen al mijn tijd daar door te brengen. Toen heb ik gemerkt dat wat ik in het leven echt wil, niets met het leger te maken heeft. Ik wil liever proberen een onbezorgd en vreedzaam leven te leiden, een leven waarin ik anderen kan helpen. Op school heb ik nooit problemen gehad, maar nu ik op de universiteit zit, staat het water me aan de lippen. Eerlijk gezegd geloof ik dat de mensen de coronatijd het liefst zo snel mogelijk willen vergeten. Vooral de arbeidersklasse, die het zwaarst getroffen is. Daarom geloof ik ook dat er uiteindelijk niets verandert, en ik denk ook niet dat dat nodig is.’
Ruaidhrí Ó Conaill, 24, docent sport en Ierse taal in Cork, Ierland
‘Door mijn werk als leraar heb ik geleerd hoe groot de behoefte aan een reorganisatie van het Ierse onderwijssysteem is. Een voorbeeld: alles is gericht op één eindexamen in het laatste schooljaar, het Leaving Cert. Na de catastrofe van het afgelopen jaar toen het centrale eindexamen gewoon doorging, wat zelfs tot processen heeft geleid, is het echt de hoogste tijd om de leerlingen continuer te toetsen.
Een ander probleem: sommige scholieren werken sinds het begin van de pandemie alleen nog op hun smartphone, terwijl we tegelijkertijd proberen de smartphoneverslaving van deze generatie te bestrijden. Ook al wordt Ierland steeds liberaler, de regering heeft de laatste tijd het contact met de jonge mensen verloren. Dat zou wel eens de reden kunnen zijn dat zoveel jonge Ieren nog steeds weg willen. Wat me ook bezighoudt: met het oog op de klimaatverandering moeten we onze manier van leven aanpassen. Hoe we eten, reizen, wat voor kleren we dragen, bijna alles in ons leven moet anders. Kortom: het kapitalisme moet verdwijnen en worden vervangen door een meer bewuste, groenere en meer holistische levenswijze. Had u me tien jaar geleden verteld dat de wereld ten onder zou gaan, dan had ik u voor gek verklaard. Nu beaam ik het.’
Geen student, maar een robot
Victor Volmer, 20, student jazz in Berlijn
‘In september ben ik naar Berlijn gegaan, een compleet vreemde, grote stad, om aan mijn muziekstudie te beginnen. Ik wilde andere musici ontmoeten, in plaats daarvan zat ik opgesloten op mijn veel te dure kamertje en deed ik ongelooflijk mijn best om de virtuele lessen leuk te vinden. Muziek moet het tenslotte hebben van het samen spelen met anderen. Ik heb een tot nog toe onbekend potentieel aan agressie in mezelf ontdekt, wat ik verklaar uit mijn algehele ontevredenheid.
Ik geloof dat de grote uitdaging voor mij is de hedonist in mezelf uit te schakelen ten bate van de ander en tegelijk in de gaten te houden dat het met mij ook goed blijft gaan, vooral mentaal. Daarin een balans vinden is echt heel moeilijk. Jezelf niet helemaal isoleren, maar ook niet naar een feestje van een vriend of een vriendin gaan waar ook nog tien anderen zijn uitgenodigd. Mijn doel is in elk geval om zonder blijvend geestelijk letsel uit deze crisis te komen.’
Isabelle Koch, 22, uit Freiburg, studeert management in München
‘Het voelt alsof je het belangrijkste stuk van je leven gewoon overslaat. De hoorcolleges aan de technische universiteit in München, te midden van studiegenoten en vrienden, zijn veranderd in studie op afstand: in mijn eentje thuis achter mijn laptop. Ik heb mijn kamer in de woongroep, waar ik zoveel heb gefeest, opgezegd en woon weer bij mijn ouders in de buurt van Freiburg, op het platteland. Ik voel me geen student meer, maar een robot. Ik ben dankbaar dat we in deze crisis nog kunnen studeren. Toch heb ik het gevoel dat we door de regering zijn vergeten. Over studenten hebben ze het nooit. Voor de pandemie zou ik gezegd hebben dat het de grootste uitdaging voor mijn generatie is om tot een besluit te komen. Omdat voor ons bijna te veel mogelijkheden open liggen en we zo veel kansen hebben die we moeten benutten. Tijdens de pandemie is dat veranderd. Ons grootste probleem nu is het gebrek aan perspectief. Ik hoop dat dat snel verandert.’
Fotoreeks van Tommaso Ausili
De Itialaanse fotograaf Tommaso Ausili maakte een reeks portretten van jongeren tijdens de lockdown, die hier te bekijken is. ‘De psychologische gevolgen van de pandemie werden vooral opgemerkt bij adolescenten’, aldus de fotograaf op de pagina. ‘In deze levensfase beleeft de persoon een groeiproces, de ontwikkeling van zijn eigen persoonlijkheid en de ontdekking van zichzelf. Adolescenten streven naar een cognitieve en emotionele band met de sociale omgeving en omgeving. Een van de belangrijkste doelstellingen van adolescenten is het bereiken van autonomie, wat een innerlijke reis vereist langs zekerheid en verwarring, tevredenheid en onvrede. (…) De meeste adolescenten ervoeren gevoelens van angst en ontmoediging die hun dagelijkse levensstijl sterk beïnvloedden.’
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.