Tag: ramadan

  • Wereldbeeld: Eid-al-Fitr 

    Wereldbeeld: Eid-al-Fitr 

    Om het einde van de Ramadan te vieren worden er heteluchtballonnen opgelaten. De traditie markeert niet alleen het einde van de vastenmaand, maar symboliseert ook het loslaten van zorgen en angsten.

    Om het einde te vieren van de Ramadan worden sinds 1950 jaarlijks heteluchtballonnen opgelaten in Wonosobo, op Midden-Java. De viering staat voor het loslaten van zorgen en angsten en het omarmen van een nieuw begin.

    ANP 495726863
    © ANP
  • Zo is Turkije er twee maanden na de aardbeving aan toe: ‘Je familie, je vrienden zijn dood’

    Zo is Turkije er twee maanden na de aardbeving aan toe: ‘Je familie, je vrienden zijn dood’

    Op 6 februari werden Turkije en Syrië getroffen door zware aardbevingen. Nog steeds wonen miljoenen mensen in tenten en rouwen ze om hun doden. Süddeutsche Zeitung bezocht de gehavende stad Kahramanmaras.

    Een bestuurder van een graafmachine vertelt hoe hij merkt dat zijn schop niet op betonpuin, kabels of kapotte schoolboeken is gestoten, maar op een lichaam. ‘Dan wordt die vochtig,’ zegt hij.

    Hij graaft verder, voorzichtig nu. Vocht in deze stoffige berg, waarin alles is samengeperst van wat ooit iemands huis was. Vocht is een teken van leven, een leven dat voorbij is. ‘Je wordt er voortdurend aan herinnerd,’ zegt hij. Elk moment, elke keer als de schep van zijn machine de berg puin in gaat. Al wekenlang doet hij niets anders. Ligt er een lichaam? Is het een dood dier?

    Wil hij dan niet wegkijken, om niet te hoeven zien wat de schep raakt? ‘Ik let op,’ zegt hij. ‘Vanzelfsprekend. Altijd.’

    Verder

    April in de Turkse stad Kahramanmaras, twee maanden na de aardbevingen. Ze noemen het nu de ramp van de eeuw en dat klinkt groot maar ook passend. Volgens de Turkse regering kwamen iets meer dan vijftigduizend mensen om. In Syrië zou het om ongeveer zevenduizend slachtoffers gaan. De Turkse oppositie wantrouwt de cijfers, nu ze heeft ontdekt dat sinds de bevingen bijna driehonderdduizend mobiele telefoons niet meer bereikbaar zijn.

    Meer dan twee miljoen mensen leven in tenten, volgens president Erdogan. Dat cijfer klopt in ieder geval. Tijdens een urenlange tocht langs Koerdische dorpen tot aan de Middellandse Zee zie je overal verwoesting. Overal tenten. Een vluchtelingenkamp zo groot als half Duitsland, een vluchtelingenkamp op een begraafplaats. ‘We moeten verder.’ Reizend door de regio is er geen zinsnede die je vaker hoort.

    In de kapotte straat, de straat van de graafmachine, ging een kapper weer open. Stofwolken buiten en binnen, en alsof het normaal is: de geur van eau de cologne. Stilte. Alleen het gezoem van een scheerapparaat. Als je langere tijd in het aardbevingsgebied bent, lijkt het normale absurd.

    Je went aan de verwoesting, aan de scheefgezakte flatgebouwen, de opengereten gevels. Wat opvalt is het dagelijks leven. Pendelbussen rijden langs de ruïnes van Kahramanmaras, vol met mensen die van hun werk komen. Juweliers in Adiyaman zijn open en mensen kopen er gouden ringen. Met de ruïnes in hun blikveld.

    Op de vraag hoe dat is, eerst de aardbevingen en dan de overstromingen, komt geen antwoord

    Selma Sarikaya verliet haar woonplaats Adiyaman meteen na de bevingen. Haar familie woonde in de bergen, in een dorp niet ver weg. In Tut. Met haar man kocht Sarikaya een container, die ze op een stuk land bij de rivier in Tut zetten. Sarikaya, eind vijftig en al oma, creëerde een plek voor haar familie voor de eerste tijd. Of voor langer. Tegen haar broer in het dorp zei ze: Hier kunnen we bomen planten.

    Deze avond, na het breken van het vasten – het is ramadan – staat die broer in het donker naast de rivier. Zijn naam is Mehmet Kurt. ‘Het leven moet doorgaan,’ zegt hij.

    Het bericht kwam op 15 maart om half zeven ’s ochtends, anderhalve maand na de aardbevingen. Kort tevoren was een lawine van de berg boven Tut naar beneden gekomen. Een modderstroom.

    Kurt reed weg uit het dorp, naar de container. Die was verdwenen onder een muur van water en modder. ‘Hij werd verpletterd,’ zegt Kurt. Hij doorzocht de heuvel, vertelt hij. Vond een van zijn nichtjes. Zijn zus Selma vond hij ook. Een nichtje en haar kind van nog geen twee jaar oud werden dagen later door reddingswerkers gevonden, enkele kilometers verderop. Van de container was bijna niets meer over. De vier bewoners waren dood.

    Zo gaat het vaak in deze regio. Tussen leven en dood zitten slechts enkele meters, een paar seconden

    De minister van Binnenlandse Zaken kwam over uit Ankara. De pers was er ook. In gele regenponcho’s liep de stoet door Tut. Ergens daartussen liep ook Mehmet Kurt, de broer. Op de vraag hoe dat is, eerst de aardbevingen en dan de overstromingen, komt geen antwoord maar een schouderophalen. ‘Wat moet ik zeggen?’

    Hij wijst naar de modderige aarde in de duisternis. ‘Daar,’ zegt hij, wijzend naar vijf meter verderop. ‘Daar stond haar auto, er is niets mee gebeurd.’ De rivier liep op dat punt onder de weg door via een pijp. Die pijp was niet bestand tegen de plotselinge stroomvloed en brak. De uitbarsting raakte de container van Selma Sarikaya. De weg, zegt haar broer, had nooit zo aangelegd mogen worden. Misschien hadden ze pech. Aan de andere kant: de aanleg van de weg was illegaal.

    Zo gaat het vaak in deze regio. Tussen leven en dood zitten slechts enkele meters, een paar seconden. Je ziet een onaangetast gebouw met daarnaast een hoop puin. Goed gebouwd, slecht gebouwd. Geluk, pech. Voor de een gaat het leven door, bijna zoals normaal; van de ander is de complete familie weggevaagd. De zus van Mehmet Kurt stierf en twee van haar dochters en een kleindochter. Acht mensen uit de container leven nog omdat ze eruit weg wisten te komen. Het gebeurde anderhalve maand na de bevingen en twee weken voor deze avond waarop Mehmut Kurt mensen bij hem thuis heeft uitgenodigd. ‘Thee?’

    Nieuw in de wereld

    Twee maanden is een lange tijd. De journalisten trokken verder – niet alleen de buitenlandse maar ook de Turkse. De mediakaravaan duikt weer op als Recep Tayyip Erdogan een iftarmaaltijd nuttigt met slachtoffers. Het breken van het vasten. De media zijn er bij wanneer hij mensen briefjes van tweehonderd lira, iets minder dan tien euro, toesteekt en zijn arm om hun schouder legt. In het aardbevingsgebied is het nu ook verkiezingstijd.

    In het stof staan de wagens van het Turkse postkantoor, de wagens van de banken, met daarop ‘mobiel filiaal’. Je kan brieven versturen en geld opnemen tussen de ruïnes, en als je wilt kan je bidden in een mobiele moskee. Er zijn containerdorpen ontstaan met winkels en snackbars, want ja: het leven gaat overal door.

    Twee maanden is een korte tijd, de mensen die er niet meer zijn hadden net nieuwjaar gevierd. Op de massabegraafplaats in Kahramanmaras zit een oudere man naast een graf. Hij heeft een luidspreker bij zich, luistert naar een gebed, kijkt naar de grond. Hij is alleen tussen honderden, nee, duizenden graven.

    Is het echt gebeurd? Met zo’n blik lopen de overlevenden over straat. Het leven gaat door maar op hun gezicht staat nog steeds de schok te lezen. Nu, tijdens ramadan, staan ze ’s avonds in de rij, ook in het aardbevingsgebied komen ze bijeen om het vasten te breken. Het leger heeft veldkeukens opgezet voor slachtoffers en hulpverleners.

    Hij arriveert in de middaghitte, als de machinisten van de graafmachines het voor gezien houden. Dan gaat hij op zoek

    Een psycholoog van het ministerie voor Gezinszaken staat in de rij en zegt dat ze hier is om psychologische eerste hulp te verlenen, meer niet. Achter haar spreekt een imam over het leven na de bevingen. ‘Het is alsof je opnieuw geboren wordt,’ zegt hij. ‘Je familie is dood, je vrienden zijn dood. Je bent weer nieuw in de wereld.’

    ‘Ja,’ zegt iemand op een berg puin aan de rand van de stad, ‘we leven.’ Hij stelt zich voor als Mohammed. Hij is degene die kan vertellen waar alles wat op 6 februari is ingestort is gebleven. Het puin van Kahramanmaras ligt onder meer platgewalst in een veld naast een verkeersader, tussen fabrieken en autodealers.

    Er is niemand, lijkt het, als je over draden klautert, balletschoenen, pruiken, schoolboeken en nog veel meer schoolboeken. Alles is door de graafmachines samengeperst tot een massa van een paar meter hoog. Het is een waanzinnig dode plek. Maar dan verschijnt er een mens in het puin: Mohammed.

    Hij draagt een plastic zak over zijn schouder, met restjes koper erin. Hij gaat even zitten. Syrië, Idlib, de oorlog, op de vlucht, nieuw in Turkije, werken in textielfabrieken, werken op een heftruck. Zo somt hij het op. ‘Het leven,’ zegt hij. ‘Maar zonder geluk. Ze zeggen: je bent buitenlander. En je wilt hier niet voor altijd blijven.’

    Hij overleefde de nacht van de aardbeving, net als zijn vrouw en zoon. Ook met zijn flat is bijna niets gebeurd. Maar de fabrieken zijn kapot. Er is geen werk meer, nergens. ‘Kijk mij dan,’ zegt hij. ‘Vierentwintig jaar oud en nu zit ik hier.’ Op de puinhopen van een aardbeving. Strikt genomen is hij een dief. Hij arriveert in de middaghitte, als de machinisten van de graafmachines het voor gezien houden. Dan gaat hij op zoek. Naar koper. Naar alles wat verkocht kan worden.

    Acht jaar na zijn vlucht uit Syrië, twee maanden na de aardbevingen. Wat moet er van zo’n leven worden? Waar streeft Mohammed naar?

    ‘Gewoon rust,’ zegt hij. ‘Meer heb ik niet nodig.’

    Lees ook:

  • Zware ramadan voor moslims in Oekraïne

    Zware ramadan voor moslims in Oekraïne

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » India’s beroemde levende hangbruggen zijn voorgedragen als werelderfgoed

    » Russen verlaten Tsjernobyl – mogelijk vanwege blootstelling aan straling

    Moslimgemeenschap van plan om geld in te zamelen

    Moslims in Oekraïne gaan dit jaar een moeilijke ramadan tegemoet in oorlogstijd, maar toch zijn velen van plan om de vastenperiode te benutten om geld in te zamelen voor mensen in nood.

    ‘We moeten alles anders doen,’ zegt Niyara Nimatova, Krim-Tataarse en hoofd van de Oekraïense Moslimliga tegen Al Jazeera. Op de eerste dag van de vastenmaand, waarschijnlijk zaterdag, wil zij een iftar bereiden met een groep gevluchte gezinnen die bij haar in het islamitisch centrum in Tsjernivtsi verblijven.

    Moslims maken ongeveer één procent uit van de bevolking van Oekraïne

    ‘Veel moslims zijn het land uit gevlucht maar de moslims in Oekraïne hebben steun nodig,’ zegt Nimatova aan de telefoon vanuit de westelijke Oekraïense stad, waar ze naartoe is verdreven vanuit de zuidoostelijke provincie Zaporizja.

    Moslims maken ongeveer één procent uit van de bevolking van Oekraïne, dat overwegend orthodox-christelijk is. De voorbereidingen voor de ramadan zijn dit jaar moeilijk als emotioneel geweest. Families kunnen zich daardoor niet vrij bewegen bij zonsondergang, als de vastendag voorbij is en zij bij elkaar gaan eten.

    ‘Ons huis staat altijd open tijdens de ramadan, oorlog of niet’

    Als Krim-Tataarse moest Nimatova al eerder haar woonplaats verlaten. Toen Rusland in 2014 de Krim annexeerde, werden zij en haar familie gedwongen te vluchten naar Zaporizja.

    Isa Celebi, een Turkse gordijnverkoper die sinds 2010 in Oekraïne woont, zegt dat veel moslims dit jaar tijdens de ramadan niet thuis zullen zijn en dat sommigen ‘zelfs in hun auto zullen wonen’.

    ‘Ons huis staat altijd open tijdens de ramadan, oorlog of niet. ‘We zullen ons brood delen,’ maar hij voegt eraan toe dat de voorraden van sommige voedingsmiddelen schaars zijn, terwijl de prijzen zijn gestegen.

    Lees ook:

  • Algerije zucht onder hoge voedselprijzen | Biden: Rusland achter cyberaanval

    Algerije zucht onder hoge voedselprijzen | Biden: Rusland achter cyberaanval

    Algerije zucht onder hoge voedselprijzen

    Half april, aan het begin van de Ramadan, luidde Mustapha Zebdi, voorzitter van de Algerijnse Vereniging voor Consumentenbescherming (Apoce), al de noodklok over de stijgende voedselprijzen in Algerije. ‘In veel opzichten is deze Ramadan een van de moeilijkste in tijden. We bevinden ons nog steeds in een pandemie en in een moeilijke sociaal-economische situatie met een onstabiele markt.’ Zebdi had een vooruitziende blik, zo blijkt uit een bijdrage van columnist Kenza Adil, in TSA, een online nieuwsmedium uit Algerije. ‘We zien een nieuw scenario. Gewoonlijk stijgen de prijzen van groenten en fruit in Algerije aan het begin van de Ramadan en keren ze na de eerste week terug naar normaal niveau. Maar gedurende deze Ramadan heeft de opwaartse trend zich alleen maar voortgezet.’

    Op de markten in hoofdstad Algiers die Adil vorige week bezocht waren de prijzen allesbehalve gedaald. Sterker nog, schrijft Adil, de prijzen grenzen soms aan het onfatsoenlijke. Fruit is onbetaalbaar. Vers aangevoerde kersen worden verkocht voor bedragen tussen de 2.500 en 5.000 Algerijnse dinar (15 tot 30 euro) per kilo. Een kilo lokaal geteelde appels kost 900 dinar (5,50 euro), perziken gaan voor 750 dinar (4,60 euro) en nectarines voor 850 dinar(5,20 euro).

    ‘Mensen met een bescheiden beurs moeten verhongeren’

    De mensen die Adil op de markten spreekt, zijn vol ongeloof: ‘Ondanks alle beloftes van de overheid over prijsbeheersing, zijn de prijzen nog nooit zo absurd hoog geweest,’ zegt een zestigjarige. ‘Kijk nou. Alles is er, maar alleen de rijken kunnen hun manden vullen en mensen met een bescheiden beurs moeten verhongeren. Er is geen genade voor ons, zelfs niet tijdens de heilige maand! Ik kan alleen nog op God vertrouwen, dat is alles!’

    Op alle markten is het verhaal hetzelfde: er is een grote keuze uit groenten en fruit, maar die is onbetaalbaar voor grote lagen van de bevolking. Volgens een verkoper zijn het vooral buitenlanders die zijn producten kopen. ‘Die hebben meer koopkracht.’

    Lees ook:

    Het leed is te lezen in de ogen van de mensen die over de markt dwalen, schrijft Adil. Veel mensen kopen nu slechts zeer kleine hoeveelheden. ‘Vroeger was alleen het vlees te duur. Nu kunnen we onze mand niet eens met groenten vullen,’ zegt een man tegen hem. ‘En wat fruit betreft, zelfs het zogenaamde seizoenfruit is een luxe geworden.’ Een vrouw mengt zich in het gesprek: ‘Over welk fruit heb je het? De bananen die uit Ecuador komen, kosten evenveel als een kilo mispels die hier worden geproduceerd. Dit gaat nergens meer over!’

    ‘Sinds enkele maanden zijn de prijzen van alle consumentenproducten onderhevig aan aanzienlijke inflatie’, schrijft Adil. ‘Met ongekende prijsstijgingen bracht Ramadan de genadeslag toe aan de middelste lagen van de bevolking. Bij gebrek aan controle, gaven handelaren zich over aan hectische speculatie en ze legden hun dictaat op. Zullen deze idiote prijzen nu kalmeren na Ied al-Fitr [het Suikerfeest]?’ Algerijnen zullen na vandaag, als de Ramadan eindigt, antwoord krijgen op die vraag.


    Biden beschuldigt Rusland van cyberaanval

    De Amerikaanse president Joe Biden beschuldigt hackers, ‘gevestigd in Rusland’, van de recente cyberaanval op Amerikaanse pijpleidingen. ‘Op dit moment hebben onze inlichtingendiensten geen bewijs van Russische betrokkenheid’, zei de Amerikaanse president, maar ‘er zijn aanwijzingen dat actoren en eisers van ransomware zich in Rusland bevinden’.

    De federale politie zei eerder in een verklaring dat het Darkside-netwerk verantwoordelijk was voor de aanval vorige week op de netwerken van Colonial Pipeline, een van de grootste Amerikaanse beheerders van pijpleidingen, die bijna de hele oostkust van benzine en diesel voorziet, aldus CNN. Door veel experts wordt de criminele groep Darkside ervan verdacht onder een hoedje te spelen met Moskou.

    Om de infrastructuur te beschermen heeft Colonial Pipeline afgelopen vrijdag alle operaties stopgezet, waardoor de olievoorziening in het noordoosten van het land in gevaar komt. De situatie blijft ‘wisselvallig’, liet het bedrijf maandag weten. Het netwerk zal ‘gefaseerd’ worden heropend, met als doel de meeste activiteiten tegen het einde van de week weer te kunnen hervatten.

    Lees ook:


    Win-winsituatie als Groot-Brittanië de oorlog met Frankrijk verliest

    Columnist Ed Cumming betoogt op humoristische wijze in The Guardian dat Londen hoe dan ook verslagen tevoorschijn zal komen uit de visserij-oorlog met Parijs. Hij vindt dat aanbevelenswaardig.

    ‘Als deze week iets heeft aangetoond’, schrijft Cumming, ‘is het dat oorlog met Frankrijk een van de weinige dingen is die de steun van alle partijen geniet. Brexiteers zijn blij omdat ze vooral hunkeren naar gewapende conflicten met de arrogant frogs [‘frogs’ is de Britse scheldnaam voor Fransen]. Remainers zijn blij omdat ze altijd zeggen dat Brexiteers hunkeren naar een gewapend conflict met de arrogant frogs, en ze hunkeren naar gelijk, ook al strijden ze voor een verloren zaak.

    ‘In moeilijke tijden moeten we dankbaar zijn voor deze vluchtige momenten van eensgezindheid’

    Behalve dan geld krijgen van de overheid om niet te werken, was het de afgelopen jaren moeilijk om een ander idee te vinden dat door iedereen met zoveel enthousiasme wordt omarmd. In moeilijke tijden moeten we dankbaar zijn voor deze vluchtige momenten van eensgezindheid.

    Ik heb net zoveel zin in het conflict als ieder ander, tenzij je op het Isle of Wight woont, maar ik ben bang dat onze bewindvoerders niet goed hebben nagedacht over de implicaties. Want er zal maar één winnaar zijn: Frankrijk. Ondanks al het gepraat over overgave door de Fransen, kunnen er geen duidelijkere lessen uit de geschiedenis worden getrokken. Telkens als wij Frankrijk versloegen, in de Napoleontische of Zevenjarige Oorlogen, deden we dat met Duitse hulp. Als we het alleen probeerden te doen, moesten we naar huis rennen met onze bulldogstaartjes tussen de benen; tijdens de Honderdjarige Oorlog, de oorlog van 1778, de Normandische verovering. Ik weet niet zeker of mevrouw Merkel daar op zit te wachten.

    Hoop

    Er zullen enkele vroege momenten van hoop zijn. Onder leiding van Dominic Raab in volledige uitrusting met scheenbeschermers, zal de SAS [de Britse commandotroepen] met parachutes uit hun vliegtuigen springen en onze voorouderlijke drankmagazijnen aan de overkant van het Kanaal in beslag nemen. De burgers van Calais zullen onder dwang les burgers Anglais krijgen die ze in de jaren 90 zo grof hadden durven weigeren [Burger King sloot in 1997 negenendertig restaurants in Frankrijk wegens gebrek aan belangstelling].

    Maar het zal niet lang duren. Na verloop van tijd zal het Vreemdelingenlegioen door Oxford Street marcheren, terwijl hun generaals Mr. Bean-dvd’s en Oasis-albums plunderen uit het rokende wrak van winkelketen HMV. Rowan Atkinson zal uiteindelijk in de stijl van Saddam uit zijn bunker worden gehaald, en worden gedwongen om twintig uur per dag Mr. Bean-sketches op te voeren. De koningin zal worden verbannen naar Balmoral in de nieuwe onafhankelijke vazalstaat Schotland, en worden vervangen door marionet Arsène Wenger als overgangsleider. Als Macron uiteindelijk zijn nieuwe onderkomen aan Downing Street binnenstapt, zal hij meewarig zijn hoofd schudden over de verdorven extravagantie van het aanwezige behang, die laatste ademtocht van de huidige kwaadaardige en corrupte regering.

    Mijn familie is komen aanwaaien in 1066 en ik ben in tweestrijd. Ben ik blij dat we de oorlog met Frankrijk zullen verliezen? Het is moeilijk te zeggen. Volgens hun gewoonte zullen onze nieuwe leiders elke open plek van elk plukje gras ontdoen en het vervangen door dat rare roze grind waar ze zo geobsedeerd door zijn. Eton behoudt zijn naam, maar zal een nieuwe rol krijgen als Ecole Technocratique Nationale.

    Omdat onze vakantiesteden niet langer in staat zullen zijn zich te profileren in patriottische oppositie met hun Franse tegenhangers, zullen ze verlaten worden, met desastreuze gevolgen voor de huizenprijzen. Marmite- en baked beans-fabrieken zullen worden opgeblazen. In plaats van een Byzantijnse dans van samenzwering en interviews, zal de nieuwe serie van Line of Duty een zes uur durende versie worden van geile studenten die door agenten in elkaar worden geslagen. Nu Daft Punk is opgeheven, zal er geen hoofdact voor Glastonbury zijn. Koffie wordt ondrinkbaar en, vreemd genoeg, thee ook.

    ‘Overal zal wijn zijn, behalve in McDonald’s, waar bier zal zijn’

    Maar het zal niet allemaal zo beroerd zijn. Frankrijk wordt soms omschreven als een paradijs dat wordt bevolkt door mensen die denken dat ze in de hel leven, het tegenovergestelde van Surrey, dus. Er zullen voordelen zijn: een gekookt ontbijt wordt verboden, en worden vervangen door een ontbijt op kamertemperatuur en lunch wordt verplicht. Pret a Manger wordt in beslag genomen door de staat, tijdelijk worden omgedoopt tot Ready to Eat en vervolgens met de grond gelijk gemaakt om anderen een kans te geven. Gekonfijte eend uit blik hoeft niet meer in de kofferbak van gezinsauto’s te worden gesmokkeld, maar zal in elke kiosk verkrijgbaar zijn.

    Overal zal wijn zijn, behalve in McDonald’s, waar bier zal zijn. De prijs van Greggs worstenbroodjes zal door de staat worden gelimiteerd. Het zal geld kosten om op de snelwegen te rijden, maar ze zullen allemaal in uitstekende staat zijn.

    In plaats van onze politici te berispen voor buitenechtelijke escapades, worden we gedwongen ze te bejubelen en in plaats daarvan zullen we iedereen uitschelden die de fout maakte met hun geliefde te trouwen. Het zal onmogelijk zijn om een baan te krijgen, maar ook om ontslagen te worden. Iedereen zal minder werken, maar op onverklaarbare wijze productiever zijn. Iedereen gaat op 62-jarige leeftijd met pensioen, behalve machinisten die al op 52-jarige leeftijd met pensioen gaan. Alle ouders krijgen toegang tot goedkope kinderopvang. We zullen een volkslied hebben met een herkenbaar deuntje.

    Als we de oorlog met Frankrijk verliezen, is Engeland de winnaar.’

    Lees ook:

  • Ramadanserie doorbreekt taboe

    Ramadanserie doorbreekt taboe

    Drie jaar geleden tijdens de ramadan werd de Saoedische tv-serie Makhraj 7 uitgezonden. De serie blies het debat over een netelig onderwerp in het Midden-Oosten nieuw leven in: het Arabisch-Israëlische conflict.

    Keuze uit het archief

    Tijdens de ramadan komen er ieder jaar weer nieuwe programma’s op de Arabische televisie. Drie jaar geleden opende de serie Makhraj 7 de ogen van veel Arabieren, door in te zoomen op een online vriendschap tussen een jong Saoedisch jongetje en een leeftijdsgenoot uit Israël. Een onderbelicht onderwerp in de Arabische televisiewereld, zo bleek.

    Ramadan betekent: nieuwe televisieprogramma’s. Dat is een moderne traditie geworden in de Arabische wereld. De gedeelde, grensoverschrijdende tv-ervaring zorgt voor saamhorigheid onder Arabischsprekenden wereldwijd. Maar de reacties op deze programma’s lopen soms wel behoorlijk uiteen, en dat leidt tot strubbelingen. Dit jaar vormt daarop geen uitzondering.

    Na de eerste vastendag komen de meeste gezinnen bij elkaar om te zien wat voor ramadanentertainment de satellietkanalen te bieden hebben. Elk jaar zorgen grote productie- en reclamebudgetten voor een overvloed aan programma’s op de eerste dag van de vastenmaand.

    Dit jaar is Nasser Al Qasabi, de beroemdste televisiester van Saoedi-Arabië, terug op MBC met een programma getiteld Makhraj 7 [‘Uitgang 7’]. Het gaat in op recente veranderingen in het moderne Saoedi-Arabië: van vrouwen die de publieke ruimte veroveren tot de gevolgen van videogames, niets laten Al Qasabi’s personages – de ambtenaar Dokhi en diens gezin – onbesproken. Onder de dekmantel van humor komen serieuze kwesties op genuanceerde en invoelende wijze aan de orde.

    Het onderwerp van de derde aflevering maakte niet alleen in Saoedi-Arabië maar in de hele Arabische wereld veel los: de Israëlische bezetting van Palestina en contacten met Israëliërs. Al tientallen jaren lang is dat een taboe-onderwerp, maar de afgelopen jaren zijn er toch vragen gerezen over hoe Arabieren zich tot Israëliërs moeten verhouden, nu de geopolitieke verhoudingen in de regio aan het verschuiven zijn.

    In Makhraj 7 komen serieuze kwesties op genuanceerde en invoelende wijze aan de orde.
    In Makhraj 7 komen serieuze kwesties op genuanceerde en invoelende wijze aan de orde.

    Egypte en Jordanië hebben vredesverdragen gesloten met Israël, maar de meeste andere Arabische landen blijven een boycot van de staat Israël zien als het meest effectieve middel om de illegale bezetting van Palestina te bestrijden. Dit beleid vertoont inmiddels echter haarscheuren.

    De bewuste aflevering van Makhraj 7 begint met Dokhi’s ontdekking dat zijn tienjarige zoon Ziyad via een onlinegame vriendschap heeft gesloten met een Israëliër. Dokhi is zowel boos over deze vriendschap als in de war over hoe jonge mensen die elkaar niet kennen online met elkaar kunnen communiceren. Dokhi neemt zich heilig voor om Ziyad te beletten contact te hebben met de Israëliër, maar realiseert zich dat hij eigenlijk niet weet hoe hij dat moet aanpakken.

    En als hij deze ‘ramp’ voorlegt aan andere familieleden stuit hij op verschillende opvattingen. Op die manier wordt het idee dat alle Saoedi’s hetzelfde standpunt over Israël hebben onderuitgehaald. Dokhi’s echtgenote is niet geïnteresseerd in de implicaties van het contact, maar zijn broer is bang dat de autoriteiten de vriendschap als ‘verraad’ zullen beschouwen. Ondertussen besluit Dokhi’s jonge en idealistische dochter Hadeel om haar broer te boycotten totdat hij ‘elke relatie met de vijand verbreekt’.

    ‘De belangrijkste kwestie’

    De meest veelzeggende reactie is misschien die van een jonge Saoedische bezorger. Tussen hem en Hadeel lijkt er een liefde te ontluiken. Zij zoekt steeds een aanleiding om artikelen uit zijn winkel te bestellen zodat zij hem aan de poorten van de familiewoning kan treffen. Maar in deze aflevering vraagt ze de bezorger naar zijn mening over ‘de belangrijkste kwestie’, waarmee zij doelt op de Israëlische kwestie. Dat zou duidelijk moeten zijn, maar hij antwoordt doodgemoedereerd: ‘Welke?’

    Dokhi’s dochter is geschokt dat de Palestijnse zaak bij haar potentiële geliefde geen prioriteit heeft. De jongeman houdt haar voor dat een behoorlijke baan vinden en elke dag het hoofd boven water houden zijn prioriteit hebben. ‘Dan kan ik de Arabische wereld van mijn problemen verlossen, in plaats van zonder werk te zitten en te praten over zogenaamde kwesties.’

    Het meest controversiële standpunt is dat van Dokhi’s schoonvader, Jabir. Hij beweert dat er geen problemen zijn met Israël, en mijmert over de geweldige zaken die hij er zou kunnen doen. De echte vijand, zo beweert hij, zijn ‘degenen die ons voor lief nemen’.

    Op Dokhi’s vraag wie hij bedoelt, zegt Jabir: de Palestijnen die Saoedi-Arabië bekritiseren en nooit dankbaar zijn geweest voor de jarenlange steun die ze hebben gekregen. Dan volgt een lange monoloog van Jabir vol vooroordelen en onnauwkeurigheden, een scène die vervolgens op social media-accounts werd gepost omdat die de ‘ware’ Saoedische positie jegens Israël zou onthullen.

    Verwarring

    In werkelijkheid is daar geen sprake van. Het uitlichten van deze scène, zonder context of begrip van de complexe ideeën die in het veertig minuten durende programma aan bod komen, leidt alleen maar tot nog grotere verwarring in de Arabische wereld. De realiteit is dat Jabir wordt voorgesteld als een lastpak – een corrupte man die uit elke situatie persoonlijk voordeel probeert te halen, zonder rekening te houden met het welzijn van anderen, zelfs niet dat van zijn eigen kleinkinderen.

    Bovendien is Dokhi’s reactie op Jabir ondubbelzinnig: hij wijst met klem op de morele noodzaak om de Israëlische bezetting te verwerpen en houdt staande dat de Palestijnse zaak zowel rechtvaardig als belangrijk is, ook al bevallen sommige Palestijnse leiders je niet.

    Het script van de aflevering getuigt van durf en gaat zonder omhaal in op misvattingen en grieven die bij Arabieren leven. In plaats van de aflevering in haar geheel te bezien en de daarin uitgemeten, zeer emotionele kwesties te bespreken, was een deel van de onlinereacties bekrompen, onwetend en ongenuanceerd. Dat is een benadering waar de Palestijnen al lang onder lijden en waarvan de Israëlische bezetting alleen maar heeft geprofiteerd.

    Makhraj 7 stelt ons in staat taboes te bespreken

    Tegenwoordig reageren mensen vaak alleen op een kop, een clip van dertig seconden uit een scène van vijf minuten, lezen ze zelden een artikel in zijn geheel of nemen ze niet de moeite een programma van begin tot eind te bekijken om daadwerkelijk iets op te steken of een argument te begrijpen. Door technologie en het gemak waarmee tekst, foto’s en video’s zich verspreiden, worden vooroordelen versterkt. Maar programma’s zoals Makhraj 7 zijn belangrijk omdat ze ons in staat stellen onderwerpen te bespreken die vaak als taboe worden beschouwd.

    Aan het eind van de aflevering houdt ieder vast aan zijn of haar eigen mening. Uit egoïstisch pragmatisme is niemand bereid of in staat om diepgewortelde overtuigingen bij te stellen. Het vermogen om problemen op een genuanceerde manier aan te pakken gaat in het dagelijks leven vaak verloren, maar in Makhraj 7 wordt het hervonden. Ondertussen eindigt het korte contact van Ziyad met zijn Israëlische vriend wanneer hij een bepaald level van de videogame heeft bereikt en simpelweg doorgaat naar het volgende, niets wijzer geworden.

  • Wereldbeeld: Vastenmaand

    Wereldbeeld: Vastenmaand

    Indonesische moslimvrouwen onderbreken het vasten voor een maaltijd in de grote Istiqlal-moskee van Jakarta.

    In Indonesië, het grootste moslimland ter wereld, staat het openbare leven deze maand voor een groot deel in het teken van de ramadan. Gelovigen mogen in deze periode van zonsopgang tot zonsondergang niet eten, drinken, roken of seks hebben. In plaats daarvan richten ze zich op contemplatie, bidden, het gedenken van Allah, en familie en vrienden. Het gezamenlijk onderbreken van het vasten is een Indonesische traditie.

    
© Agoes Rudianto / Getty Images
    
© Agoes Rudianto / Getty Images