Helpt het om samen te zingen, rechts te zijn of in Bhutan te wonen? Of alle drie? Een bewust eclectische keuze uit de recepten van de buitenlandse pers voor een gelukkiger leven.
Op naar Bhutan?
Door in 2008 een ‘nationale geluksindex’ in zijn grondwet op te nemen die de economische ontwikkeling en het welbevinden van de bevolking meet, heeft dit dwergstaatje in de Himalaya de reputatie van ‘gelukskoninkrijk’ verworven. Bovendien heeft het land een negatieve CO2-voetafdruk, schrijft het Japanse dagblad Nihon Keizai Shimbun.
Door in te zetten op duurzame energie en door ontbossing voor commerciële doeleinden te verbieden slaagt het land erin meer broeikasgas op te nemen dan het uitstoot. Ook is er een belasting voor buitenlandse bezoekers ingevoerd om massatoerisme te voorkomen. Hoewel Bhutan een voorbeeld is op milieugebied en een bron van inspiratie voor mensen met milieuangst, leeft bijna een kwart van de bevolking er onder de armoedegrens. Ook hebben bepaalde minderheden het zwaar te verduren, vooral Nepalese vluchtelingen. Een nuancering is dus op zijn plaats: het is niet alleen maar rozengeur en maneschijn in dit geluksland…
‘Laten we het maar toegeven: wij zijn primaten die samen dansen en zingen’, schrijft het Australische blad The Monthly. Dansen en zingen behoorden overigens tot de eerste reacties op de coronapandemie, met ‘de Italianen die zongen op hun balkon en de zorgverleners die in hun beschermende kleding choreografietjes uitvoerden op de spoedeisende hulp’. Niet verwonderlijk dat het isolement deze behoefte heeft aangewakkerd, constateert Frederic Kiernan, lid van de studiegroep creativiteit en welzijn van de Universiteit van Melbourne: ‘Naar muziek luisteren, zingen en dansen zijn de drie doeltreffendste manieren om je beter te voelen.’
Onze stemmen samen laten klinken, de mysterieuze ‘akoestische harmonie’, hoort bij de menselijke natuur. ‘Onze borst zwelt op van vreugde en al onze zorgen verdwijnen. Ons hart gaat sneller kloppen, we halen dieper adem, onze synaptische circuits lichten op als een discobal.’ Al duizenden jaren een beproefde manier om ‘uiting te geven aan onze vreugde over een geboorte’ en ‘ons verdriet te delen na een overlijden’, of om gewoon de tijd te doden ‘door tijdens een lange autorit oude liedjes te zingen waarvan we de woorden proberen terug te vinden in een hoekje van ons brein’. Zodat we het gevoel hebben ‘volop in het leven’ te staan.
In Stutz, een atypische documentaire die te zien is op Netflix, schildert de Amerikaanse acteur en regisseur Jonah Hill een portret van zijn psychiater en laat hij zien hoe diens werkwijze hem door diverse moeilijke periodes in zijn leven heen heeft geholpen. Een film vol humor, meent de Amerikaanse site IndieWire, die een beeld geeft van ‘de manier waarop mensen personen en dingen die hun leven hebben gered plegen te verheerlijken’. Al is het schrijven van zo’n liefdesbrief ook weer niet nodig, je om je geestelijke gezondheid bekommeren kan nooit kwaad.
Luieren op een eiland
In de kolommen van The Daily Telegraph uit Londen laat Mark Easton er geen twijfel over bestaan: het beste recept voor geluk is tijd op een eiland doorbrengen. Als auteur van een boek over dit onderwerp legt hij uit dat het eilandleven ons fysieke mogelijkheden voor geluk verschaft. Aan de ene kant impliceert het vertrek naar een eiland een zekere verwijdering. Deze ‘geografie van het isolement’ helpt om alles los te laten, zoals ‘feesteilanden’ als Ibiza die in de jaren zeventig in de mode raakten bewijzen. Zelfs in het Verenigd Koninkrijk toont onderzoek aan dat mensen die het meest tevreden zijn over hun leven op de meest afgelegen eilanden wonen, zoals de Buiten-Hebriden en de Orkney-eilanden.
Bovendien verkleint het uitzicht op de uitgestrekte blauwe zee en de horizon volgens ‘tal van wetenschappelijke artikelen’ de kans op depressie en stresshormonen. Wetenschappers verklaren dit fenomeen aan de hand van evolutionaire logica: ‘Nadat hij uit de bomen was afgedaald en zijn voedsel op de savanne was begonnen te verzamelen, bereikte de primitieve mens uiteindelijk de kust, waar hij een keur aan vis en schaaldieren ontdekte die rijk waren aan gezonde oliën en vetten.’ Onderzoek heeft aangetoond ‘dat rechtstreeks fysiek contact met het aardoppervlak een positieve invloed heeft op de menselijke gezondheid’. Conclusie: aarzel niet, ga naar een eiland, kijk naar de zee, eet vis, loop over het zand en wees gelukkig.
De Britse site UnHerd legt aan de hand van grafieken uit dat progressieve mensen minder gelukkig zijn dan conservatieve. Dat is de conclusie van de editie 2022 van de American Family Survey, die sinds 2015 door een peilingbureau wordt uitgevoerd voor de site Deseret News in de conservatieve staat Utah. Linkse mensen zouden 15 procent minder gelukkig zijn dan rechtse, en het verschil tussen de twee groepen valt vooral op bij vrouwen. Volgens de studie, die soms met een korreltje zout moet worden genomen, ‘is er bij conservatieven van tussen de 18 en 55 een 20 procent grotere kans dat ze getrouwd zijn, en een 18 procent grotere kans dat ze gelukkig zijn met hun gezin. Daaruit valt een duidelijke les te trekken: huwelijk en gezin zijn een belangrijke voorwaarde voor geluk en geestelijke gezondheid.’ Lekker dan voor vrouwen die blij zijn dat ze vrijgezel zijn en/of geen kinderen hebben.
De aaneenschakeling van feestmalen aan het eind van het jaar is het ideale moment om je te verdiepen in het plezier dat voedsel ons verschaft. Meer dan door de kwaliteit van de gerechten wordt dat plezier veroorzaakt door ‘herinneringen die we eraan hebben’, meldt The New York Times. ‘Met Thanksgiving,’ schrijft de journalist, ‘kan ik niet zonder de geprakte aardappels met room van mijn moeder’, een gerecht dat ‘een jaarlijkse portie pure vreugde’ verschaft. Dit alles stoelt op een wetenschappelijke basis: studies tonen aan dat wij een voorliefde hebben voor gerechten die ons als kind zijn voorgezet door degenen die voor ons zorgden. Soms is alleen de geur al voldoende om ons serotoninegehalte te doen toenemen. Proust heeft de wetenschap niet afgewacht. Voor hem had eenvoudig hapje in thee gedoopte madeleine ‘de wisselvalligheden, de rampen en de kortheid van het leven op slag onverschillig, ongevaarlijk en illusoir gemaakt, op dezelfde manier als de liefde te werk gaat’.*
*Uit Swanns kant op, vertaling Martin de Haan en Rokus Hofstede.
Hoeveel vrienden heb je nodig om gelukkig te zijn?
Volgens antropoloog Robin Dunbar, geciteerd door The Telegraph, zijn echte vrienden op de vingers van één hand te tellen.
Gemiddeld aantal vrienden:
– Van 18 tot 24 jaar: 7,6
– 55 jaar en ouder: 4,8
Waar ontmoet je je vrienden?
– Op school: 41%
– Op het werk: 44%
Hoelang duurt het voordat:
– een kennis een vriend wordt: 34 uur
– die vriend een goede vriend wordt: 90 uur
Dromen van een toekomst zonder patriarchaat
Joanna Russ was een sciencefictionauteur en een bekend literair recensent. Ze merkte op dat vrouwelijke sciencefictionauteurs ‘net als hun politieke evenknieën werden verbonden door gemeenschappelijke doelstellingen en hun kunst gebruikten om de grenzen van de patriarchale cultuur bloot te leggen en gelijkwaardigere oplossingen voor te stellen voor iedereen’. Deze vrouwelijke auteurs stelden zich graag een toekomst voor die was bevrijd van het patriarchaat.
De site Literary Hub heeft precies de goede pagina’s overgenomen van de bloemlezing over vrouwelijke sciencefictionauteurs die is samengesteld door Lisa Yaszek. Die legt daarin uit dat vrouwen vanaf de jaren zeventig zichtbaarder en talrijker zijn geworden in dit literaire genre. In die tijd ‘begonnen vrouwen zich voor het eerst als een politiek en esthetisch coherente groep te presenteren door het creëren van een nieuwe speculatieve kunstvorm die weldra bekend zou worden als feministische sciencefiction’. Een postpatriarchale of antipatriarchale wereld in de vorm van een literaire utopie en een politiek project waarvan iedereen, man of vrouw, gelukkiger wordt.
De Amerikanen zijn weg uit de Filipijnen, maar ‘de brandwonden van hun overheersing’ zijn er nog. Jill Damatac ‘kookte’ een schrijnend en poëtisch essay over haar familie die ‘ver van onze barrio’s, bergen en eilanden oefent in het doorslikken van onze onaangename waarheden, zuur en zwaar van bloed’.
Tinola is een bescheiden gerecht. Het trekt niet de aandacht van foodies, met zijn uiterlijk dat bleek en waterig is, of zijn geur, van gemberachtige gekookte kip, of zijn smaak, die pas bij de tweede hap tot bloei komt, zacht en mild op de tong.
Toen ik klein was, voordat ik de zonnige, Pacifische chaos van onze wereld verruilde voor de kille, Atlantische stilte van de nieuwe wereld, aten we tinola op zondagmiddag thuis bij lolo en lola [opa en oma], waar ik vaak in het weekend was. Vroeg in de morgen wandelden Lolo en ik dan door de straten van de barrio om bij de plaatselijke bakker verse pandesalte kopen, ik huppelend in gemompelde samenzang met de hanen, hij in de lucht stompend met atletische vuisten, net zoals hij dat in de oorlog met de Amerikaanse GI’s had gedaan. In Pennsylvania, waarheen hij ons een jaar na ons vertrek gevolgd was, liep hij altijd met me mee naar en van school en dan snoepten we samen uit een zak kleverige, zure tamarinde waarvan we de gladde, glanzende pitten in onze handpalm spuugden. Hij droeg altijd smetteloos witte Reeboks en had soms een grote cowboyhoed op. Ik herinner me nog mijn schaamte op de dagen dat hij met die hoed op kwam aanzetten.
Tinola
(Gember-kippensoep) Voor 4 personen
1 kilo kippendijen met vel en bot
Kippenklauwen, nekken, hart, lever, spiermaag, als je die wilt gebruiken
1 chayote, geschild, de zaden verwijderd, in blokjes gesneden
1 kop moringabladeren
5 tenen knoflook, geplet
stuk (ongeveer 4 cm) geschilde gemberwortel, in lucifertjes gesneden
1 rode ui, gesnipperd
8 koppen ongezouten kippenbouillon
Patis (vissaus) naar smaak
Het was in die eerste jaren in het land of the free en home of the brave dat ik last had van schaamte, wat honger naar trots is, en van eenzaamheid, wat honger naar ergens bij horen is.
De bescheiden, heldere, met gember doortrokken omhelzing van tinola hielp die honger te stillen, terwijl mijn tong de smaak van eigen bodem opnam.
Fruit de knoflook, gember en ui in een grote pan en roerbak tot ze zacht zijn.
Lola Rosing had een moringaboom in haar voortuin, verwilderd en stakerig, gevoed door de ochtendzon van Manila. Altijd als ze tinola maakte, moest ik verse bladeren van de boom plukken en dan drukte ze me op het hart om alleen de zoete, jonge twijgen te kiezen. Moringa is veel werk: de bladeren zijn een sterrenstelsel van individuele blaadjes die uit de hoofdtak het oneindige in groeien. In de dirty kitchen, waar in Filipijnse huizen het echte kookwerk plaatsvindt, plukten we bladeren tot zij tevreden was met de hoogte van de donkergroene stapel. Met een woordloze glimlach gaf ze me dan toestemming om buiten te gaan spelen.
Eens, op een warme middag rende ik hun huis binnen, kermend om een bloedende knie van het fietsen. Lola trok een handvol bladeren van haar boom en spuugde in haar vijzel. Ze plette de moringabladeren met haar stamper en smeerde de pasta op mijn knie. Het bloeden hield meteen op.
Soms zag ik haar slokjes nemen uit een kop heet water met moringabladeren en dan wist ik dat ze hoofdpijn had. Bij mijn geboorte was ik slecht toegerust voor deze wereld: mijn ledematen waren fragiel, mijn kreten langgerekt en hol. Lola maakte kommen moringasoep voor mijn moeder, die daar gretig van dronk. Al snel zwollen mama’s kleine, bleke borsten op, zodat ze mij kon voeden en de van moringa doortrokken melk versterkte mijn zachte babybotjes.
Zelfs van zijn dromen is papa gescheiden. Die heeft hij achtergelaten op het cruiseschip dat hem naar Amerika bracht
Maar ondanks al haar zorg en ijver bleef lola onbereikbaar. Het leek of haar ogen met die zware oogleden heen en weer schoten tussen werelden, haar blik bleef nooit echt hier op Pugao, ons aardrijk, hangen. Mijn grootmoeders gedachten waren altijd ergens anders, misschien in Kabunian, het hemelrijk waar we vandaan komen, of in Dalom, de onderwereld waar haar jongere broers en zussen en haar twee verloren baby’s wachtten. Toch vulde haar aanwezigheid, rustig en warm, het huis aan Aranga Street. Ze wikkelde haar moeder in dekens, waste de kleren van mijn grootvader en gaf mij te eten terwijl ik op de verwaarloosde oude piano van mijn vader speelde, die in de loop der tijd vals geworden was. Het grootste deel van haar leven hield lola haar woorden binnen; pas na de dood van lolo liet ze ze vrij. En toen zij stierf, ging niet lang daarna ook haar moringaboom dood.
Leg de kip op de knoflook, gember en uien in de pan.
De boom reikte hoger dan lola’s acht zoons, van wie er zes tot mannen opgroeiden. Een van hen was mijn vader, geboren tussen twee broers die deze wereld verlieten voor ze kind werden.
Dit verlaten-zijn heeft hem afgezonderd. Zijn dagen worden doorgebracht in eenzaamheid, een halve wereld verwijderd van zijn vijf overgebleven broers, oceanen van zijn twee dochters. Angstig en hooghartig onthouden we hem onze dankbaarheid en vergeving zodat we hem niet alleen zijn fouten kunnen verwijten, maar ook de onze.
Zelfs van zijn dromen is papa gescheiden. Die heeft hij achtergelaten op het cruiseschip dat hem naar Amerika bracht. Hij heeft door tijd en ruimte gereisd en bracht in zijn inheemse vlees en bloed het verzet van onze voorouders naar de straten van Manila in de jaren zeventig, protesterend tegen het noodtoestandregime van Marcos, de Grote Amerikaanse Marionet. Hij is over werelddelen en oceanen gereisd, terwijl hij met één hand achteruit, naar zijn vrouw en kinderen reikte en met de andere vooruit, naar de ivoren toetsen van zijn melodieën. Door ons onze dromen te geven en de zijne opzij te zetten is papa een heel eind afgedwaald van zijn jongenstijd in de bergen van Tadian.
Dat bergleven was door de goden omlaaggebracht vanuit het hemelrijk. Speels hadden zij de groene toppen van de Cordilleras – hoger dan de Appalachen – gebeeldhouwd met daaronder de ruisende, bruine rivier de Chico, nieuwsgierig wat er zou gebeuren als ze met één deel van de aarde dít deden en met een ander deel dát. Via onze mama-o en onze mumbaki leerden de goden ons de aardse gaven te gebruiken en weer aan te vullen. De grootmoeders van mijn vader gebruikten planten zoals moringa als medicijn, om buikpijn te verzachten, dieper te kunnen ademen en de bloedstroom te verdikken.
Doe de nekken, klauwen, hart, lever en maag erbij, als je die gebruikt.
De grootmoeders van mijn vader zouden het afschuwelijk vinden als ze wisten dat deze gaven nu door verkozen leiders worden geëxploiteerd, tegen de wil van onze inheemse volken in. Om onze trotse bergen te kunnen ontdoen van hun gordels van goud, mineralen en koper worden families uit de dorpen en van het land van hun voorouders verdreven, en zelfs de stromingen van de Chico en de wortels van elke boom worden aan de hoogste internationale bieder verkocht. Onze moringaboom, die steunpilaar van vele generaties, is nu een winstgevend exportproduct. Zijn twijgen en bladeren worden vermalen, als poeder verkocht, door wellness-influencers aangeprezen, tot smoothies gemixt, als capsules geslikt.
En wanneer in het tyfoonseizoen modderige aardverschuivingen van onze kaalgeslagen hellingen stromen, blijft geen mens, huis of dorp onbestraft door de goden. Om aan hun toorn te ontkomen, vluchten onze mensen naar Baguio of naar Manila, of naar de air-bridged harbor, met zijn lamp beside the golden door [verwijzing naar het gedicht The New Colossus van Emma Lazarus, dat vaak wordt aangehaald als het om het verwelkomen van immigranten in Amerika gaat.].
Schenk de kippenbouillon over het vlees en de rest, breng aan de kook en laat dan drie kwartier zachtjes sudderen.
In het voorstedelijk Amerika van de jaren negentig was het onmogelijk om aan moringablad te komen. Mama verving het door wat ze maar had, spinazie of paksoi, afhankelijk van wat er die week bij de supermarkt te koop was. Als ze bij de plaatselijke Aziatische winkel peperbladeren kon kopen, was het mijn taak om het keiharde pakket uit de vriezer op te graven en het in een kom warm water naast de gootsteen te ontdooien terwijl ik mijn huiswerk maakte. Ik schreef opstellen over Columbus, Pizarro en Cortés en hun aanspraken op land dat nooit van hen was. Ik vergat waar ik geboren was.
De grootmoeders van mijn vader zouden het afschuwelijk vinden als ze wisten dat deze gaven nu door verkozen leiders worden geëxploiteerd
Chayote was een geschenk van onze Nahuatl-sprekende broeders en zusters, overgebracht tijdens onze gedeelde kolonisatie. Ten noorden van hun landen van oorsprong, in het gebied dat nu de Verenigde Staten heet, komt de vrucht zelden voor. Het doorschijnende vruchtvlees van de chayote geeft de tinola iets stevigs, een moment van groene zoetheid tegen het zachte zout van de met patis gekruide soep. We misten hem in het allegaartje van de Amerikaanse migrantentinola, smakten tussen de happen door en deden alsof papaja uit Florida even lekker was als chayote uit Benguet.
Laat de chayote tien minuten meesudderen, tot hij zacht en doorschijnend is.
Gember, gedomesticeerd door onze Austronesische voorouders, was in de nieuwe wereld gemakkelijker te vinden, naar het Westen gebracht door de handelsschepen van de Chinezen, die lang voordat Mao en zijn opvolgers met onze eilanden handel dreven, met ons leefden, vochten, trouwden. Hun kinderen, onze kinderen, werden opgenomen in het Spaanse kastensysteem, ingedeeld onder witte huid, maar boven bruin en zwart. Als kind viste ik naarstig de tot lucifertjes gesneden stukjes uit mijn tinola en legde ze zorgvuldig op de verste rand van mijn bord, anders zouden ze al het andere bederven. Als volwassene snijd ik gemberwortel in dunne plakjes, geslepen staal tegen blote handen, en buig me voorover om zijn pittige zoetheid op te snuiven. Het heeft me al mijn zevenendertig jaren gekost om van gember te gaan houden.
Kippenhartjes, maagjes, levertjes, een nek en een of twee stel klauwen: die ongewenste onderdelen geven het gerecht een gelaagde smaak. Lola’s tinola bleef trouw aan zijn onbedwongen noordelijke bergmanieren, net als onze I-pugao-, Bontoc- en Benguet-volken tot aan de vorige eeuw. De kippenklauwen waren alleen voor mijn lolo Pedring. Hij pakte de rubberige, beige klauwen een voor een uit de soep en kloof er dan zichtbaar genietend het krakerige, geribbelde vlees af.
‘Hier, neem er ook een,’ zei hij dan met een grijns tegen mij, terwijl hij met een kippenklauw zwaaide, wetend hoe afschuwelijk ik die vond. ‘Het is goed voor je artritis.’
Laten sudderen tot het vlees van het bot begint te vallen.
Dat herinner ik me nu en ik wou maar dat lolo toen méér kippenklauwen had gegeten: tientallen, honderden, duizenden bij elke maaltijd, want zijn reumatische artritis heeft hem tot zijn laatste dag gepijnigd. Een aandoening geboren uit capitulatie, diepe pijn die naar zijn veteranenbotten uitstraalde vanuit de gebroken beloften van Dwight D. Eisenhower en zijn Rescission Act uit de Tweede Wereldoorlog, want de ontzegging van staatsburgerschap en vrijheid treft ook de bewegingen van het lichaam, die stijf worden van pijn en verlangen [De wet – door Harry Truman ondertekend – bepaalde dat Filipijnse veteranen de voorrechten werden ontnomen die hen waren beloofd toen zij mee moesten vechten tegen Japan in WO II].
Ik wou maar dat we meer tijd samen hadden gehad op deze wereld. De nacht waarin hij het aardrijk verliet, bezocht lolo me voor één laatste geesteswandeling. Op die wandeling, het was een warme middag in Manila, sloeg de regen de gevallen herfstbladeren tot een glibberige bruine smurrie. Ik had moeten zien dat die bladeren niet klopten, maar ik was eenentwintig en ik had hem bijna tien jaar niet gezien. Ik had zijn leeftijdloosheid moeten zien, zijn haar dat even gitzwart was en zijn gezicht dat even Gregory Peck-knap was als toen ik een kind was. We wandelden over de grond waar hij begraven zou worden, in gelijke pas, naast elkaar, mijn blote voeten die houvast vonden op gladde bladeren, Lolo’s witte Reeboks onaangetast door de regen die ik niet op mijn huid voelde. Wat ik wel voelde was zijn begrip: voor mijn mislukkingen, voor afstand en voor de onvermijdelijkheid van de tijd.
Ik vraag me af wat mijn kinderen, die ik misschien nooit krijg, van dit gerecht zouden vinden
We kwamen bij het eind van het pad. Hij keerde zich naar me toe, legde zijn handen op mijn schouders en gaf er een zacht kneepje in.
‘Wees niet bang,’ zei hij. ‘Het zit in je.’
Toen keerde lolo Pedring me de rug toe, stapte het gras op waar ik hem nog niet kon volgen, liep weg, zonder pijn, en verdween in de mist. En op dat moment, terwijl mijn lichaam in voorstedelijk New Jersey sliep, kromp oceanen ver weg het lichaam van mijn grootvader in elkaar van pijn en bloedde dood.
Doe op het laatst de bladeren erin. Laat twee minuten op laag vuur zacht worden.
Nu maak ik tinola en sluit mijn ogen, roerend in de moringabladeren die me over oceanen heen zijn gebracht door dezelfde multinationale krachten die van onze eilanden stelen. Achter mijn oogleden zie ik nog steeds lola Rosings knokige vingers de bladeren van de stengels plukken. Terwijl ik een heldere lepel tinola in de kom van mijn man schep, adem ik in en open mijn longen voor de damp van die warme middagmalen in Manila, met lolo Pedring aan mijn linkerzijde. Ik schuif een bergje zachte kip en luchtige rijst op mijn tong en overdenk waar ik verse kippennekken, harten, magen, levers en klauwen zou kunnen bestellen op internet.
Giet de soep in kommen. Serveer de kip, chayote en moringa op gestoomde witte rijst. Zet patis op tafel.
Ik vraag me af wat mijn kinderen, die ik misschien nooit krijg, van dit gerecht zouden vinden. Ik zie voor me hoe de Yorkshire-puddings van hun vader als schepen in hun kommen tinola drijven, hun bord omkranst door stukjes groene chayote en gele gember, die ze opzij hebben gelegd zoals hun moeder ooit deed. Met gekrulde tong neem ik een hap hete soep, slurpend om mijn gehemelte koelte toe te blazen, en ik stel me gasten uit andere werelden aan tafel voor. Ik slik de brok zoute tranen in mijn keel door en schraap mijn bord schoon.
Sisig
(Varkensvlees op drie manieren) Voor 4 personen
1 kilo varkensbuik
120 g varkensoren
120 g varkenssnuit
120 g kippenlevertjes, in blokjes
4 eieren
5 laurierblaadjes
1 el zwarte peperkorrels
1 rode ui, gesnipperd
6 rawit-pepertjes, gesneden
10 knoflooktenen, gehakt
60 ml suikerrietazijn
2 el calamansi-sap
Zeezout en gemalen
zwarte peper
Groene mango, knoflook, zout, chilipepers, azijn: sisig was in zijn oorspronkelijke vorm vleesloos, vegetarisch, rauw. Het gerecht komt van het volk van mijn moeder, de Kapampangan. Zij waren nakomelingen van Indonesische stammen en vestigden zich in ons centrale laagland, naast onze echte oorspronkelijke bevolking, de Aeta met hun amberkleurige huid. Oorlogvoerende goden vormden al vechtend hun eilanden, een voortdurende krachtmeting tussen ziedende vulkanen en de woedende zee. Geboren op vruchtbare lavagrond waren de Kapampangans vertrouwd met levenschenkende verwoesting, of die nu van de goden kwam of van missionarissen met bijbels. In naam van hun eenzame god stalen de christenen onze zachte, handgeweven zijdes in ruil voor hun ruwe slavenkatoen.
Snij de varkensbuik in blokjes van 1 cm.
Sisig is een geheugensteun. Als het in zijn gietijzeren pan sist, herinnert het je aan transformatie die alleen door vuur wordt gebracht. Terwijl je tanden op het knapperige, knarsende en zachte varkensvlees kauwen, herinnert het je aan alles waarvan het is gemaakt. Als zijn citruszure, gepeperde hitte op je tong blijft hangen, herinnert het je eraan hoe je onaangename waarheden moet doorslikken.
Bak met plantaardige olie goudbruin in een grote koekenpan. Leg apart op een groot bord.
Het volk van mijn moeder was gezegend door zijn goden, die vuur ademden, lava bloedden en het land voedden; in ruil daarvoor eisten ze elke maan een offer. Ze gaven ons sisig, een middel tegen acute verstoringen van het evenwicht: een kater, buikklachten, een scheepslading ongenode conquistadores. En terwijl de collectieve buikpijn van de kolonisatie postvatte, onderging sisig zijn eigen heilige gedaanteverwisseling: van sporadisch gebruikt geneesmiddel werd het dagelijks onderdeel van het door Jezus gezegende familiemaal. Met hun vingers en duim als schepje en hun elleboog steunend op een opgetrokken knie pakten Kapampangans een klompje rijst, wat vlees en een groene brok sisig en de bijtende, zure pittigheid hardde hun maag en gaf tegenwicht aan de bitterheid die, zwijgend, in hun bloed groeide.
Mama’s lievelingssnack komt van dat voorouderlijke geneesmiddel: groene mango’s, wrange azijn, zoute patis. Het is ook mijn lievelingssnack, een versterkend tonicum als je opgroeit in de zoete overvloed van Amerika of je draai moet vinden in de clotted cream van Engeland.
Veeg de koekenpan schoon. Verhit olie op halfhoog vuur en bak daarin de gehakte knoflook, het grootste deel van de gesnipperde rode ui en het grootste deel van de gesneden rawit-pepertjes.
Ik was achtentwintig toen ik voor het eerst varkenssisig at in Amerika. Het was bij Maharlika, in de East Village. De maaltijd was mijn manier om te vieren dat het leven net vier jaar daarvoor was begonnen. Ik was laat op de avond met de bus vanuit New Jersey in Manhattan aangekomen met alleen een halfvolle reistas om de naderende winter mee door te komen. Ik vond onderdak in een opvanghuis voor vrouwen die lijden onder de handen van mannen (die zelf ook weer lijden onder de handen van andere mannen). Ik deed zalf op mijn gebutste gezicht, pleisters op mijn ellebogen en knieën en zette in het inschrijfboek van het opvanghuis een naam die niet de mijne was – een van de weinige kleine voordelen van geen papieren hebben. Mijn rug deed wekenlang pijn op de plek waar hij geschopt was, maar na een tijdje kon ik rechtop staan en lopen.
Geregeld roeren, koken tot alles zacht is. Laat de rauwe geur eruit trekken.
New York is het soort plek waar je kunt beginnen met telefoons beantwoorden in een receptie en je onopgeleide, papierloze, onwiskundige zelf uiteindelijk met cijfers kan goochelen op Wall Street. Met prestatiebonussen, hoeveel ook, zul je nooit je staatsburgerschap kunnen kopen (zelfs trouw betaalde belastingen niet), maar nou ja. Eindelijk had ik geld om te eten.
Doe dan de gesneden kippenlevertjes erbij. Roer drie of vier minuten tot het geheel gaar en romig is.
Aan dat eenpersoonstafeltje bestelde ik een gietijzeren schotel sissende sisig met knoflooksinangág. Instinctief had ik besteld wat mijn voorouders, wat onze goden vroegen, want wij vieren, rouwen en eren met varkensvlees. Terwijl ik at bekeek ik mezelf vanuit een andere wereld. Ik zag dat er meer pelgrimages zouden komen, meer aanpassingen.
Ook sisig heeft zich aangepast. Het brengt niet langer evenwicht of genezing. Het is nu een lokmiddel. Verleiding. Aas. Witte mannen en cameraploegen – Anthony Bourdain, Andrew Zimmern, de foodie-zoon van de hertogin van Cornwall – daalden neer op Jackson Heights of Queens of bij Aling Lucing in Pampanga, riepen onze sisig uit tot hot en nieuw voor foodies over de hele wereld en vonden zo weer een manier om te verkopen wat hun niet toebehoort.
Voeg dan de gesneden varkensoren, snuit en buik toe. Blijf roeren, schenk de azijn en het calamansi-sap erbij. Haal van het vuur.
‘Volgens mij heeft sisig alles om de hele wereld te veroveren’
‘Volgens mij heeft sisig alles om de hele wereld te veroveren,’ heeft Bourdain een keer gezegd. Dat was voor #foodies en #reizigers met hun koloniserende #wanderlust het sein om tickets te kopen en koffers te pakken. Filipino’s juichten bij deze lof van de witte man, maar ik weet dat onze altijd waakzame goden, die eeuwenoude grieven koesteren, wraakzuchtiger ideeën hebben.
‘Als je te veel sisig eet, ga je dood,’ zei mijn tito Arnold een keer tegen me. Het zal je aderen opvullen, je bloed zwaar maken, je hart laten stoppen. Ooit dankten we de goden door een dier te slachten, maar nu zijn varkens voor de pulutandie tot in de vroege ochtend wordt gegeten door zwetende tito’s in hun hemd. Ze spoelen het weg met bier en Frank Sinatra-karaoke, treurend om alles wat we hadden kunnen zijn. Onze goden kijken van bovenaf toe en treuren ook.
Verhit twee eetlepels olie in een gietijzeren pan tot de olie een beetje begint te roken.
Het is toepasselijk dat sisig voor het eerst op een Amerikaanse luchtmachtbasis op Kapampangan-grond in vergif veranderde. Het was in de tijd van Marcos, lang nadat de Amerikanen onze eilanden hadden onderworpen. De zongebruinde GI’s streken neer in Angeles City met hun wapens, hun muziek en hun trek, ook in jonge vrouwen en meisjes, maar niet in varkenspoten, snuiten of oren.
Misschien geloofden ze dat ze door van hetzelfde varken te eten als onze nieuwe bezetters, vanzelf Amerikaans zouden gaan lijken, lopen en praten
Niets verspillend, altijd behoeftig namen de koks van Clark Air Base, plaatselijke Kapampangans, deze versmade delen mee naar huis, die delen zonder welke het varken niet had kunnen horen, ruiken of lopen. Ze roerden deze ongewenstheden in medicinale brouwsels van zure groene mango, stopten er lepels vol van in hun mond en slikten het met gepeperde moeite door. Misschien geloofden ze dat ze door van hetzelfde varken te eten als onze nieuwe bezetters, vanzelf Amerikaans zouden gaan lijken, lopen en praten.
Het duurde niet lang voordat sisig alleen nog maar van varkensvlees werd gemaakt, op drie verschillende manieren bereid, als om zichzelf ervan te overtuigen dat het de moeite waard was om te eten. De zure groentensisig van de goden, ons gegeven als geschenk, was snel vergeten. Wat zullen de goden op Arayat en Pinatubo hier boos om geworden zijn, te moeten toezien hoe de Amerikanen zich tegoed deden aan varkensbuik en -lende, terwijl wij weggegooide kraakbeen en pezen kauwden. Deze offers waren niet bedoeld om er varkenskarbonadediners of baconontbijten of worstjespicknicks van te maken.
Verdeel de varkenssisig zorgvuldig gelijkmatig over de pan.
De wraak van de goden openbaarde zich snel, hun belangen gingen samen met die van Marcos. Vlak na de Tweede Koloniale Oorlog bezaten onze eilanden, met hun hulpbronnen, infrastructuur en goed opgeleide mensen, meer rijkdom en economisch potentieel dan Japan. Niet lang nadat hij dictator was geworden, stortte Marcos met hulp van de Wereldbank en het IMF onze eilanden in schuld en narigheid. Banen werden schaars, van de economie bleef slechts het geraamte van contract-arbeid over. Net als andere Kapampangans leidden mijn grootouders, mijn moeder en haar broers en zussen al snel een moeizaam bestaan in Manila. Ze hadden losse baantjes, woonden onder een afdak dat aan het huis van de broer van mijn grootvader was gebouwd, hun zes ongewenste lichamen dicht tegen elkaar aan gepropt.
‘Soms keken we door het raam naar de tv,’ vertelde mama me een keer. ‘Soms deden ze dan de gordijnen dicht.’
Als het varkensvlees in de hete pan sist, breek er dan de eieren over.
Tito Arnold, de oudste broer van mijn moeder, zal deze herinnering achter zijn gesloten ogen hebben gezien, terwijl hij scheepsdekken schrobde onder de voeten van Britse officieren en Duitse technici. Die herinnering moet een bezwering en een talisman zijn geweest, die hem door die eenzame jaren op zee heen hielp. Zoals velen van onze eilanden was hij door honger en noodzaak uitgestoten, zijn economische ballingschap tot wet getekend door Marcos’ laatste greep naar de macht. Wij waren door onze goden verlaten, want we waren met de punt van een pen, de loop van een geweer gedwongen om hen te verlaten.
Met zijn zuurverdiende overzeese geld bouwde tito Arnold een huis voor zijn vader en moeder. Hij richtte dit huis zo in dat zij binnen konden eten en tv-kijken. Hij trouwde met de vrouw van zijn door zee omsloten dromen, die al zijn brieven bewaarde en op hem wachtte en ze kregen drie kinderen. Hij gaf zijn dromen aan mijn moeder, zodat zij naar de universiteit kon gaan. En toen bouwde hij een restaurant in Quezon City, een hutjemutjezaak die helemaal van hem was. Hij maakte zijn geliefde gerecht in al zijn knapperige, heetzure, vette Kapampagnan-glorie, waar de verkoolde geur van geroosterd varken en de geesten van Angeles City de nevelige lucht verzadigden. Hij vroeg mijn vader en zijn band om te komen spelen, hun liedjes vermengden zich met rook en herinnering.
Strooi de achtergehouden ui en pepertjes erover.
‘Wil je weten waarom mijn sisig zo bijzonder is?’ vroeg Tito me laatst boven een sissende schotel. We zaten samen te eten naast de vulkaan, Taal. Ik was onlangs naar de eilanden teruggekomen, na tweeëntwintig jaar Amerikaanse ballingschap zonder papieren.
‘Omdat ik het met varkensbuik maak. Meestal wordt het met de goedkope delen van het varken gemaakt, ha. Waarom zouden wij alleen goedkope delen eten? En liefde. Ik kook met liefde.’
Sisig wordt niet meer alleen bereid met de ongewilde restjes, maar zijn giftige werking blijft. De Amerikanen zijn weg, maar de brandwonden van hun overheersing zijn er nog. Niet langer gevangen door onze kolonisatoren, houden we onszelf gevangen. We veranderen om te overleven, maar we dragen de gekookte, verkoolde, krakerige overblijfselen van ons verleden nog met ons mee. Ik zal blijven bestaan in een hongerige ruimte tussen verlangen en erbij horen, want mijn lichaam, weggevoerd uit zijn geboorteland, gedeporteerd uit het land van zijn groei, heeft nu alleen maar gevoel en herinnering die het thuis kan noemen.
Roer met twee spatels tot de eieren gestold zijn en dien onmiddellijk op. Lekker met gebakken knoflookrijst.
Ver van onze barrio’s, bergen en eilanden koken we, zodat we kunnen oefenen in het doorslikken van onze onaangename waarheden, zuur en zwaar van bloed. Net als onze eilanden wordt sisig op drie manieren bereid en wij, die afstammen van goden en zijn opgegroeid in dirty kitchens, moeten ze alle drie leren klaarmaken.
Dirty Kitchen, zal in 2023 door Astra House worden uitgegeven. Dit is een uittreksel van deze memoires over voedsel, gezin, migratie en identiteit, dat werd genomineerd voor de 2021 Pushcart Prize.
Rusland ‘straft’ Twitter door het platform te vertragen
Op woensdag 10 maart kondigde Moskou aan de uploadsnelheid van Twitter in het land te zullen verstoren. Deze maatregel heeft tot doel het sociale netwerk te straffen, omdat het verboden inhoud niet heeft verwijderd.
Vorige week, zo meldt de Moscow Times, dreigde de Russische mediawaakhond het sociale netwerk met ‘zware boetes voor het niet verwijderen van drieduizend publicaties met informatie over zelfmoord, kinderpornografie en drugs sinds 2017’. De mediawaakhond zet de dreigementen nu kracht bij door deze nogal bijzondere stap te zetten, volgens experts ‘een nieuwe methode om buitenlandse sociale media te onderdrukken’.
Het artikel citeert Mikhail Klimarev, directeur van de Internet Protection Society, een organisatie die de vrijheid op internet verdedigt: ‘Vanuit overheidsperspectief is het logisch om druk uit te oefenen op Twitter. Er zijn relatief weinig gebruikers in Rusland, maar ze zijn hyperpolitiek.’ Desalniettemin voorspelt Klimarev dat het Kremlin daar niet zal stoppen en dat ‘Facebook en Google zullen volgen’.
Ook The Guardianplaatst het initiatief in de huidige politieke context. ‘Vladimir Poetin was woedend over de rol die sociale netwerken speelden bij het verkrijgen van steun voor de tegenstander Aleksej Navalny’, aldus de Britse krant. ‘De Russische president heeft bij verschillende gelegenheden geklaagd over de Amerikaanse technologieplatforms.’
‘Het is moeilijk om deze verklaring serieus te nemen’
Maar volgens Leonid Kovachich, lid van een Russische denktank, geïnterviewd door de Moscow Times, zou het Kremlin niet over de nodige middelen beschikken om deze strijd aan te gaan.
‘Rusland heeft niet de technologische middelen om sociale mediaplatforms effectief te blokkeren. Zelfs in China, waar de hele internetinfrastructuur is ontworpen om informatie buiten te houden, zijn ze er nog niet zo goed in. Daarom is het moeilijk om deze verklaring serieus te nemen.’
Joe Biden behaalt zijn eerste grote wetgevende overwinning
Het stimuleringspakket van 1,9 biljoen dollar, dat woensdag (10 maart) eindelijk door het Amerikaanse Congres is aangenomen, is ‘de meest vooruitstrevende wetgeving in de Amerikaanse geschiedenis’, aldus het Witte Huis. De meerderheid van de pers juicht een ‘historische’ overwinning voor Joe Biden toe, ondanks de unanieme oppositie van de Republikeinen.
‘Deze wet zal de grootste impact hebben op de sociale en economische rechtvaardigheid sinds decennia, en werd aangenomen aan het begin van het presidentschap’ van Joe Biden, aldus politiek strateeg Bob Shrum in de Los Angeles Times. Hij noemt Biden een fundamenteel ‘transformatieve’ president.
De Corriere della Sera trekt een parallel tussen Biden en een andere Amerikaanse president, die niet erg charismatisch was maar wel een indrukwekkend staat van dienst heeft op het gebied van sociaal beleid: Lyndon B. Johnson. De architect van de Great Society, merkt het Milanese dagblad op, ‘heeft in vijf jaar tijd meer hervormingen doorgevoerd dan al zijn opvolgers in de halve eeuw die volgde’.
VoorThe Guardian heeft Joe Biden ‘het tot zijn missie gemaakt om het vertrouwen in de staat te herstellen’ – dat werd sinds de jaren zestig, met name door Ronald Reagan, ernstig ondermijnd – met een stimuleringsplan voor ‘de grootste uitbreiding van de welvaartsstaat in decennia’.
‘Progressieve stoomwals’
De belangrijkste maatregelen van het plan – een nieuwe cheque van $1400 voor de meeste Amerikanen, de uitbreiding van werkloosheidsuitkeringen van de tientallen miljarden dollars die zijn toegewezen aan de covid-19-vaccinatie en scholen – zijn bekend. Maar het Britse dagblad wijst erop dat de wet ook voorziet in ‘de grootste investering in de geschiedenis voor indianen’ (31 miljard dollar) en ‘de grootste voorziening voor zwarte boeren sinds een halve eeuw’ (5 miljard dollar). De krant noemt het plan de ‘erfenis van Roosevelt’ waardig.
Zorgen
Maar het conservatieve Wall Street Journal maakt zich zorgen. ‘Dit is slechts het begin van de progressieve stoomwals’, aldus de krant, die de wet ‘zelfs tijdens de Obama-jaren ondenkbaar’ noemt. Het zakenblad maakt zich zorgen omdat de Democratische Partij ‘verenigd is rond het meest linkse programma sinds decennia’, terwijl de Republikeinen ‘verdeeld zijn en intellectueel overhoop liggen’.
Misschien willen Republikeinen ‘de economie doen instorten, denkend dat het hen zou kunnen helpen om de tussentijdse verkiezingen in 2022 te winnen’, zegt commentator Dean Obeidallah op de MSNBC-site. Of misschien willen ze ‘alleen beleid ondersteunen dat gunstig is voor hun rijkste donateurs?’
‘Eén ding is zeker: toen miljoenen Amerikanen hun hulp nodig hadden, zeiden ze “nee”. Ik hoop dat de kiezers in 2022 op dezelfde manier op hen zullen reageren.’
Verbod op de import van ananas
Taiwanese internetgebruikers delen massaal ananasgerechten en -recepten sinds China op 26 februari een verbod aankondigde op de import van ananas vanaf het zelfregerende eiland. Als reden werd opgegeven dat ze ongedierte bevatten.
De Taiwanese regering bekritiseerde dit plotselinge besluit van Beijing als een ‘economische intimidatie’, vergelijkbaar met het verbod op Australische wijn vorig jaar.
De Taiwanese Landbouwraad beweert dat vanaf oktober 2020 tot nu alle ananas die vanuit Taiwan naar China wordt geëxporteerd, de veiligheidscontroles heeft doorstaan.
Taiwan exporteert ongeveer 10 procent (45.621 ton) van zijn productie van verse ananas, waarvan 95 procent naar China. Het verbod zou de ananasboeren ernstig schaden, vooral degenen die de hoogwaardige gouden diamantvariant plantten om te voorzien in de Chinese vastelandmarkt.
#FreedomPineapple-campagne
Als reactie op het verbod heeft de Taiwanese regering toegezegd 1 miljard Taiwanese dollar (ongeveer 30 miljoen euro) te investeren in subsidies.
President Tsai Ing-wen drong er bij het publiek op aan lokale ananas te consumeren om boeren te ondersteunen, en het ministerie van Buitenlandse Zaken riep op tot een #FreedomPineapple-campagne op sociale media om Taiwanese ananas te promoten.
Ananasrecepten
Velen steunen de oproep door foto’s van ananasgerechten en de bijbehorende recepten te plaatsen. Een selectie:
「鳳梨燒肉丼」
① 五花肉在醬油、米酒、糖、薑片的醬汁裏醃一下,跟灑一點二砂砂糖的鳳梨,蔥、甜紅椒一起烤。剛剛的醬汁在平底鍋煮滾收汁
Barbecue-ananas met varkensvlees. Marineer buikspek in sojasaus, rijstwijn, suiker, gembersap. Rooster het op de barbecue met ananas, prei en rode paprika. Kook de saus die is gebruikt om het varkensvlees te marineren tot het dikker wordt.
Meng de ingekookte saus met Griekse yoghurt, honing en een beetje mosterd. Varkensvlees geserveerd met ananas is fantastisch, helemaal met Taiwanees bier erbij!
「焦糖蘭姆酒鳳梨蛋糕」
① 蘭姆酒、二砂砂糖、奶油小火煮到糖融化
② 烤模放鳳梨、石榴,淋一層 ①,然後放麵粉、牛奶、蛋、糖、植物油、泡打粉的蛋糕糊。烤箱 170℃ 40 分鐘
Ananastaart met gebrande suiker en rum. 1. Meng rum met suiker en boter en kook tot de suiker gesmolten is. 2. Leg de ananas en granaatappelpitjes in de taartvorm en giet de rum met suiker erop. Meng dan bloem, melk, ei, suiker, plantaardige olie en bakpoeder tot een crème. Smeer het mengsel in de vorm en bak 40 minuten onder de 170 graden Celsius. 3. Haal de taart eruit en giet nog wat rum met suiker eroverheen. Zoals mijn leraar zegt: ‘Een werkelijk heerlijk dessert veroorzaakt revolutie.’
Gebakken rijst met ananas en garnalen. Snijd de garnalen horizontaal (dit maakt het gemakkelijker om de darmen eruit te halen en de garnalen krullen op natuurlijke wijze als ze gaar zijn) en bak de garnalen, kip, asperges en in blokjes gesneden rode paprika in de pan. Roerbak de rijst met eieren, doe dan alle andere gebakken ingrediënten en in blokjes gesneden verse ananas in de pan en roer alles door elkaar. Doe de gebakken rijst in een ananaskom en voeg wat cashewnoten toe. Het beste ananasgerecht wat er is.
Al vanaf de tijd van Tolkien wemelt het in de fantasyliteratuur van de smakelijke voedselbeschrijvingen. Schrijfster Anne Ewbank zocht uit waar die voorliefde voor botertaart en stoofpotjes vandaan komt.
Als jonge tiener verslond ik het ene fantasyboek na het andere. Op een dag bleef mijn oog hangen bij de beschrijving van iets wat er werd gegeten. In Diana Wynne Jones’ A Tale of Time City eten de tijdreizende protagonisten een versnapering, een botertaartje. Het is geel ijs op een stokje, ijskoud vanbuiten en gesmolten vanbinnen, en wordt omschreven als ‘boterig en romig … met een vleugje koffie en twintig andere nog lekkerdere smaken’. Een botertaartje bestaat niet echt, alleen in het verhaal van Jones en in de fantasie van de lezers. Maar het klonk verrukkelijk.
In die tijd was internet nog betrekkelijk nieuw, dus ik kon geen tientallen recepten opdiepen die fans van Jones’ verhalen hadden bedacht. Maar ook toen ik van jeugdfantasy was overgestapt naar de volwassenenfantasy, viel me op dat auteurs uitgebreide beschrijvingen gaven van wat er werd gegeten. Dat wekte niet alleen mijn eetlust, maar ook mijn nieuwsgierigheid op: waarom schrijven fantasy-auteurs zo vaak over eten?
Terwijl ik me fanatiek door de fantasycanon heen las, besefte ik dat het geweldige botertaartje een uitschieter was. Helden en heldinnen eten over het algemeen bekende kost, ook als ze kunnen toveren en draken berijden. Pagina’s lang doen personages die mazzel hebben zich tegoed aan taart en bier. Andere personages krijgen alleen stoofpotten, die vreemd genoeg steeds weer terugkomen. In haar satirische reisgids van de fantasyliteratuur, The Tough Guide to Fantasyland, maakt Jones de grap dat ‘de stoofpot het belangrijkste voedsel is in Fantasyland, dus u bent gewaarschuwd. Binnenkort snakt u misschien naar een omelet, een steak of witte bonen in tomatensaus, maar dat is allemaal niet voorhanden.’
Eten in fantasy gaat terug naar de vroegste mythen en legenden, waarin het wemelt van symbolisch, vaak gevaarlijk voedsel. De Griekse godin Persephone at zes granaatappelpitjes in de onderwereld, waardoor ze zes maanden per jaar bij Hades, de god van de dood, moest doorbrengen. In Europese verhalen en gedichten komt het veelvuldig voor dat mythische feeën of elven voedsel gebruiken om mensen te verleiden. In het gedicht La Belle Dame Sans Merci, in 1819 geschreven door de romantische dichter John Keats, wordt een ridder verliefd op een fee, die hem ‘zoet smakende wortels en wilde honing en hemelse dauw’ te eten geeft. Maar op een dag wordt de ridder wakker en ontdekt hij dat ze hem heeft verlaten en wordt hij half gek van wat hij is kwijtgeraakt. In 1859 schreef Christina Rossetti Goblin Market, over angstaanjagende, bovenaardse wezens die vruchten verkopen waar mensen, als ze er eenmaal van gegeten hebben, alleen maar meer van willen hebben.
De trope van gevaarlijk feeënvoedsel bestaat nog steeds in de moderne fantasy, vertelt dr. Robert Maslen. Maslen is hoofddocent aan de University of Glasgow, waar hij een van ’s werelds eerste masterstudies in de fantasyliteratuur heeft opgezet. Hij geeft twee moderne voorbeelden: de film Pan’s Labyrinth en Ellen Kushners roman Thomas the Rymer. Als voedsel niet zonder gevolgen is, is dat een teken ‘dat we ons in een wereld bevinden waar heel andere regels gelden’.
De vader van het moderne fantasyverhaal, J.R.R. Tolkien, werd in deze traditie gevormd. Als kind las hij de sprookjesboeken van Andrew Lang, een reeks die uit twaalf delen bestond en waren gerangschikt op kleur, van rood naar blauw en van roze naar bruin.
Tolkiens dwergen roepen om frambozenjam, appeltaart, zoete pasteitjes, kaas, vleespasteitjes, salade, koek, bier, koffie, eieren, koude kip en augurken
Tolkiens neiging om voortdurend over het belang van voedsel te schrijven werd ook beïnvloed door zijn schokkende ervaringen in de Eerste Wereldoorlog. Hij was officier en was ervan overtuigd dat hij zou sneuvelen. In de ban van de ring is Tolkiens visie van het ideale dorp, een plek waar wordt gefeest en paddenstoelen in overvloed aanwezig zijn en die zo op het oog niet wordt geteisterd door oorlogen. In het eerste hoofdstuk van De hobbit wordt de weinig avontuurlijke Bilbo Baggins ondersteboven gelopen door de tovenaar Gandalf en een bende hongerige dwergen, die zijn provisiekast plunderen. ‘En misschien een klein beetje rode wijn voor mij,’ vraagt Gandalf. De dwergen roepen om frambozenjam, appeltaart, zoete pasteitjes, kaas, vleespasteitjes, salade, koek, bier, koffie, eieren, koude kip en augurken. Ook al keert Bilbo zijn huis mismoedig ondersteboven om de dwergen te voeden, het is een teken van overvloed dat hij al dat eten in huis heeft.
Een andere beroemde fantasyschrijver, Brian Jacques, was net zo gevormd door de oorlog, in zijn geval door de Tweede Wereldoorlog. Jacques is het bekendst geworden om zijn jeugdfantasyboeken, de Redwall-reeks. In al die eenentwintig boeken strijden geantromorfiseerde dieren tegen het kwaad en richten overdadige feestmalen aan. Een pagina’s lang durend banket behelst twaalf verschillende salades, acht soorten brood, tien drankjes, ‘verse room, zoete room, slagroom, lichte room, custardroom’, en een reusachtige vis. In interviews heeft Jacques gezegd dat de fictieve maaltijden in zijn boeken stammen uit de eetfantasieën van zijn jeugd toen in Engeland het eten op de bon was. Lezers uit de begin jaren genoten van zijn boeken om dezelfde reden.
Als toonaangevend fantasyauteur bereidde Tolkien met zijn aandacht voor eten de weg voor andere fantasyschrijvers. De in Midden-aarde altijd aanwezige kookkunsten en Tolkiens manier van etenswaren beschrijven werden ook standaard omdat die zo geschikt waren voor het creëren van een aparte wereld: eten helpt heel goed bij het neerzetten van een plaats van handeling.
Zowel Tolkien als Jacques werkten hun werelden verder uit met geschiedenis, liedjes en verschillende talen en dialecten. Voor Maslen is voedsel een andere manier om een fantasie werkelijkheid te laten lijken. ‘Veel fantasy is gesitueerd in andere werelden,’ zegt hij. ‘Stel dat je een fantasyverhaal schrijft dat zich afspeelt in een andere wereld, dan wil je die zo volledig, geloofwaardig en voelbaar voor alle zintuigen maken als maar mogelijk is.’ Liedjes appelleren aan het oor, landkaarten aan het oog en voedselbeschrijvingen aan de maag van de lezer.
Maslen gelooft dat voedsel een van de onderscheidende kenmerken van fantasyliteratuur is. Of het nu een botertaartje of een stoofpot is, voedsel dient als anker voor de verschrikkingen en de hoogoplopende spanning. ‘Fantasyschrijvers’, zegt hij, ‘zijn erop uit om niet alleen afgrijzen en angst op te roepen, maar ook verwondering, verrassing, plezier en verbazing.’ Als lezers worden geconfronteerd met het angstwekkende en het vreemde, ‘verankert voedsel die ervaringen in iets wat ze goed kennen.’ Zelfs George R.R. Martins Game of Thrones, dat erom bekendstaat te breken met veel fantasystijlfiguren en tradities, houdt nog steeds vast aan de verplichte breed uitgewerkte voedselbeschrijvingen (vooral van soep).
Maslen geeft een voorbeeld uit In de ban van de ring, waarin Frodo en Sam samen eten op de grens van Mordor, ‘precies op de rand van de ergste plek ter wereld’. Zelfs vlak voor hun wereldreddende missie verzamelt Sam laurierbladeren en salie om konijnenstoofpot te maken. Midden in een prachtig, overwoekerd landschap is er een kort moment van verwondering bij de aanblik van wat Malsen omschrijft als ‘het extreemste voorbeeld van het onbekende en het afschuwwekkende’.
In onzekere tijden is het bereiden van troosteten vlak voor een ramp zeker herkenbaar. Als er zo veel betekenis wordt meegegeven aan fantasyeten is het geen verrassing dat er boeken en blogs in overvloed zijn die zijn gewijd aan het nauwkeurig namaken van lembasbrood en ketelkoek. Dit weekend ga ik ze allemaal doornemen. Ik weet zeker dat er ergens wel een recept voor botertaartjes is te vinden dat net zo wonderbaarlijk lekker is als ik me vijftien jaar geleden had voorgesteld.
Curry mag dan zijn uitgegroeid tot het Britse nationale gerecht, bij de curryrestaurants zit de klad erin. Kan een nieuwe generatie koks uitkomst bieden?
Om twaalf uur ’s middags begint de vertrouwde geur van verhitte kruiden en gekaramelliseerde uien op te stijgen uit het curryrestaurant Spice Rouge aan de hoofdstraat van Stevenage, terwijl het nog zeker zes tot zeven uur duurt voordat de avonddrukte begint. In de wit betegelde keuken, waar hygiënevoorschriften met plakband aan de muren hangen, is het gezellig vol: er is maar nauwelijks genoeg ruimte voor een fornuis met negen pitten, waarboven een paar pannen gestapeld staan, een friteuse, een kleine tandooroven, een werkblad en een gootsteen. Op planken boven het snijgedeelte staan plastic tubes met Patak’s kruiden.
Zes koks uit Bangladesh, allemaal uit het heuvelachtige, subtropische district Sylhet, staan in hun plaatselijke dialect te kletsen terwijl ze bezig zijn met het snijden van vier emmers uien (het is vrijdag en het curryrestaurant zal vanavond twee keer zo veel maaltijden serveren als normaal), een zak met tien kilo wortels en een kilo knoflook.
Dan begint de hoofdkok, de zesendertigjarige Abdul Kadir, met het belangrijkste karwei van de dag: het maken van de ‘basissaus’. Dit magische mengsel zit in een voorraadpot van tien liter die altijd op een hoek van het fornuis staat en is het geheime ingrediënt in vrijwel elke Britse curry. De saus is een mengsel van uien, wortels, knoflook, gember, kurkuma en andere specerijen en kan met een paar snelle handelingen omgetoverd worden tot madras, bhuna, vindaloo of een van de andere standaardgerechten in een curryrestaurant. Hij staat anderhalf uur te pruttelen en dan gaat het vuur uit en blijft de saus tot de avond staan rusten.
Door de zwakke Britse pond zijn de prijzen van de uit India geïmporteerde specerijen verdubbeld
Tegen drie uur in de middag is de hectiek van de voorbereidingen voorbij en trekken de koks zich terug in een appartement van zes kamers boven het restaurant, waar ze een paar uur kletsen, een dutje doen, computerspelletjes spelen of, als belijdende moslims, bidden. Tegen de tijd dat de eerste klanten het restaurant binnenkomen, is alles is klaargemaakt. Als dat niet zo was, zouden de koks nooit de stroom bestellingen kunnen verwerken.
Minder winstgevend
In het nep-Tudorgebouw van de Spice Rouge huisde vroeger de White Hart-pub, maar vijf jaar geleden werd het pand door Oli Khan overgenomen en verbouwd. Khan, ook afkomstig uit Sylhet, is een lange man, met dun, verzorgd sikje, dikke paarse stropdas en smetteloze Land Rover Discovery. Er zijn nog acht curryrestaurants in deze straat, maar Khan had de titel van National Curry Chef of the Year op zijn naam staan en zijn restaurant werd een succes.
Toch gingen de zaken afgelopen jaar slechter dan het jaar daarvoor en Khan maakt zich zorgen over de toekomst. De prijs van een curry, geliefd bij het Britse publiek, dat het echter altijd als een goedkope maaltijd heeft beschouwd, is in twintig jaar tijd nauwelijks veranderd, terwijl de kosten snel stijgen. Door de zwakke Britse pond zijn de prijzen van de uit India geïmporteerde specerijen verdubbeld. Spijsolie en rijst zijn duurder geworden en de personeelskosten blijven stijgen. ‘We zijn veel minder winstgevend. Onze winstmarge was vroeger 20 procent, nu nog maar 10 procent. Personeel is een groot probleem,’ zegt Khan.
Al zeker sinds de jaren veertig van de vorige eeuw is Groot-Brittannië verliefd op curry en in de jaren daarna zijn in het hele land, tot in de kleinste dorpjes, meer dan twaalfduizend curryrestaurants als paddenstoelen uit de grond geschoten. Vroeger hoefden de curryrestaurants alleen te concurreren met Chinese afhaalrestaurants, shoarmazaakjes en fish and chips-snackbars. De afgelopen tien jaar is er een snelle opkomst geweest van ketens als Pizza Express en Nando’s. Curryrestaurants zijn bijna allemaal familiebedrijven en vaak alleen ’s avonds open. In het weekend doen ze de meeste zaken. Ook kregen ze last van het imago dat ze vet en ongezond voedsel zouden serveren aan mannen vol bier.
Ondertussen heeft de trend om voor avontuurlijker voedsel te kiezen zich onder het Britse publiek verspreid, volgens Peter Backman, directeur van het bureau Horizons, dat de ontwikkelingen in de voedingssector bijhoudt. Gerechten uit het oostelijke Middellandse Zeegebied en het Midden-Oosten zijn vorig jaar populairder geworden, net als de Vietnamese keuken, ceviche en het Canadese gerecht poutine. ‘Mensen zijn op zoek naar iets nieuws, iets authentieks en opwindends. Wordt er dan ergens zoiets geopend, dan gaan ze daarheen, in plaats van naar waar ze voorheen altijd gingen eten, zoals curryrestaurants,’ zegt hij. ‘De meest vernieuwende en succesvolle spelers in de markt zijn vaak de ketens. Die hebben meer slagkracht op het gebied van marketing en kunnen de juiste plekken bemachtigen, wat voor een kleinschalig, onafhankelijk curryrestaurant lastiger is.’
Een bekende Indiase restauranthouder heeft, onofficieel, gezegd dat de curry’s van Marks and Spencer beter zijn dan die van de meeste curryrestaurants
De grootste curryverkoper van het land is nu pubketen JD Wetherspoon, maar steeds meer mensen blijven thuis om hun eigen vindaloorecept uit te proberen. Bovendien hebben consumenten dankzij het uitgebreide aanbod van supermarkten een grotere keus aan kant-en-klare maaltijden dan ooit: een bekende Indiase restauranthouder heeft, onofficieel, gezegd dat de curry’s van Marks and Spencer beter zijn dan die van de meeste curryrestaurants.
Er staat veel op het spel. Curryrestaurants bieden werk aan zo’n 100.000 mensen en hebben een jaarlijkse omzet van 4,2 miljard pond, volgens gegevens die vorig jaar verzameld zijn door Lord Karan Bilimoria, de bestuursvoorzitter van Cobra Beer en lid van de currycommissie van het Britse parlement, die de regering adviseert. ‘Het is crisis in de sector,’ zegt hij. ‘Veel restaurants gaan dicht en nog veel meer kunnen amper het hoofd boven water houden.’
Khan is behalve eigenaar van Spice Rouge ook vicevoorzitter van de Bangladesh Caterers Association (BCA), de grootste van de vele vakorganisaties die de currybedrijfstak zeggen te vertegenwoordigen. Ook de BCA gebruikt het woord ‘crisis’ en waarschuwt dat een derde van de curryrestaurants in het land binnenkort failliet dreigt te gaan. Khan gebruikt Stevenage als voorbeeld van wat er in het hele land gebeurt: ‘Vier jaar geleden waren er in Stevenage nog tweeëndertig curryrestaurants. Nu zijn het er nog achttien, denk ik. Veel zijn gesloten.’
Van vader op zoon
De hedendaagse Britse curryrestaurants hebben een smalle stamboom: 80 tot 90 procent van de eigenaren komt uit Sylhet, een stad van zo’n 500.000 inwoners in het oosten van Bangladesh, op de grens met de Indiase regio Assam. Sylhet staat niet bekend om zijn keuken: volgens Lizzy Collingham, schrijfster van Curry: A Biography, is de opvallendste specialiteit van de stad gedroogde puntivis.
Ook waren de mensen die uit Sylhet naar Groot-Brittannië kwamen geen koks: het waren oorspronkelijk zeelieden, ingehuurd als stokers op de Britse stoomschepen. In het Londense East End vestigde zich in de jaren veertig een kleine gemeenschap en enkele ondernemende Sylheti’s begonnen al snel een pension of café en lieten hun familieleden overkomen. ‘Ze serveerden vaak Engels eten, en daarnaast ook wat curry en uiteindelijk ontwikkelden ze zich tot curryrestaurants. In de jaren zestig kwamen er veel immigranten hierheen om in de textiel- of de autoindustrie te werken en in die tijd zag je een hausse aan Indiase restaurants,’ voegt ze eraan toe.
‘Dan zie je dat één persoon die een restaurant heeft, zijn familie inschakelt voor de bediening. Emigranten uit Sylhet komen vaak terecht in een familienetwerk. Daarna gaan ze weg om hun eigen restaurant te openen. Zo werkt het in India. De restaurants gaan over van vader op zoon.’
Maar wat in de jaren zeventig en tachtig een kracht was, is nu een zwakte. Eerstegeneratie-curryondernemers beginnen met pensioen te gaan, maar hun kinderen, die vaak een universitaire opleiding hebben, kiezen liever een ander beroep.
Zelfs Uber, het taxiappbedrijf, heeft volgens Khan schuld aan de moeilijkheden in de currysector. ‘Veel mensen in Londen zijn bij Uber gegaan, waaronder koks, tandoorimakers, kelners, bedrijfsleiders, zelfs restauranteigenaren,’ zegt hij. ‘We halen niet meer de winsten van vroeger en nu hebben veel mensen liever dat vrije leven.’
Mensen die niet uit Bangladesh komen, zijn ook niet happig op werk in deze sector. Khan vertelt dat hij in het verleden wel Oost-Europeanen in dienst heeft genomen, maar dat die snel weer vertrokken. ‘Het is heel simpel: ze willen dit werk gewoon niet doen,’ zegt hij.
Een 1,75 miljoen kostend ‘currycollege’ in 2012, bedoeld om Britse koks op te leiden, werd binnen een jaar alweer afgeblazen
Een 1,75 miljoen kostend ‘currycollege’ in 2012, bedoeld om Britse koks op te leiden, werd binnen een jaar alweer afgeblazen, omdat er niet genoeg deelnemers op af kwamen. Uitgangspunt voor de overheid bij de immigratieregelgeving was in die tijd dat ‘we geen mensen hoeven aan te trekken om werk te doen dat ook door Britse burgers gedaan kan worden, als ze de juiste opleiding en ondersteuning krijgen’. Minister van Financiën George Osborne herhaalde dat standpunt onlangs nog eens: ‘We eten allemaal graag een heerlijke Britse curry, maar we willen dat currykoks in Groot-Brittannië worden opgeleid.’
Volgens de BCA betekent de immigratiepolitiek van de regering ‘het einde van onze bedrijfstak’. Het ministerie van Binnenlandse Zaken publiceert geen gegevens over visa per bedrijfstak, maar het aantal werkvisa dat is verstrekt aan mensen uit Bangladesh is gedaald van 40.393 in 2009 tot 23.278 vorig jaar. Vanaf april dit jaar moeten restaurants aan een kok van buiten de EU een minimumsalaris betalen van 35.000 pond (43.226 euro), of 27.750 pond (34.272 euro) met kost en inwoning, om een visum te kunnen krijgen. Eerder al hadden overheidsmaatregelen ervoor gezorgd dat studenten uit Bangladesh, een belangrijke bron van flexibele arbeidskrachten in drukke weekenden, niet langer in curryrestaurants mogen werken.
Khan betaalt zijn koks nu tussen de 18.000 pond (22.230 euro) en 25.000 pond (30.876 euro) en klaagt dat alleen de meest succesvolle curryrestaurants deze nieuwe hobbel zullen kunnen nemen.
Er is geen landelijke currykampioen opgekomen die het hele Verenigd Koninkrijk bestrijkt. De grootste ketens zijn regionaal, zoals de Aahrah Group, die zestien restaurants heeft in Yorkshire, en de Harlequin Leisure Group, die onlangs vier van zijn veertien restaurants in Schotland heeft verkocht.
Het Indiase subcontinent kent geen traditie van grote restaurantbedrijven, zegt Lawrence Frederick, 41, bedrijfsleider van zes Londense vestigingen van Saravanaa Bhavan, een vegetarisch restaurant uit Chennai, dat overal ter wereld franchisenemers heeft. ‘Een succesvol Indiaas restauranthouder heeft één, hooguit twee restaurants,’ zegt hij.
Zonniger dan ooit
Het mag dan crisis zijn onder de Britse traditionele curryrestaurants, maar er is nog wel hoop voor het eten dat zij maken. Nieuwe bezorgdiensten als Just Eat en Deliveroo hebben volgens Peter Backman de kansen van curryrestaurants ten opzichte van de ketens verbeterd, omdat ze betere afzetmogelijkheden bieden. Ondertussen hebben de vooruitzichten voor nieuwe Indiase restaurants er nooit zonniger uitgezien, nu ondernemers proberen het gat te vullen tussen curryrestaurants en dure, luxueuze Indiase restaurants.
De grootste pizza- en hamburgerketens in het Verenigd Koninkrijk zijn opgezet door Britse ondernemers en niet door Italianen of Amerikanen. Maar bijna iedereen die in de currysector werkt, gelooft dat de band met het land van oorsprong een magisch ingrediënt blijft. ‘Dit is een kunst en je moet Indiaas zijn om die echt te doorgronden: hoe je de specerijen maalt en mengt, hoe je het juiste mengsel precies lang genoeg laat fermenteren,’ zegt Frederick bij Saravanaa Bhavan. ‘Indiaas eten vereist speciale vaardigheden,’ zegt Lord Bilimoria bij Cobra. ‘Daarvoor moet er een Zuid-Aziatische kok zijn. Je kunt niet zomaar iemand aannemen en die een recept laten volgen.’
Khan is het daar niet mee eens. ‘Curry zit mensen in het bloed. Mensen zijn er echt aan verslaafd,’ zegt hij. Curry, zo voorspelt hij, zal zich blijven ontwikkelen. ‘In onze bedrijfstak is iedereen welkom. Kom, en doe mee. Dit is nu Britse curry. Het is niet Bengaals of Indiaas, het is Brits en iedereen kan het.’
Financial Times Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 448.000
Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.