Tag: rechts

  • Ivan Krastev: ‘Populisme normaal vinden is gevaarlijk. Hysterie ook’

    Ivan Krastev: ‘Populisme normaal vinden is gevaarlijk. Hysterie ook’

    Wat doe je als, zoals in Polen, een populistische partij democratisch aan de macht komt? Met passie je waarden verdedigen, schrijft Ivan Krastev, maar ook je gevoel voor verhoudingen bewaren.

    Keuze uit het archief

    Afgelopen zondag vonden in Polen, Roemenië en Portugal verkiezingen plaats. Op 1 juni zullen in Polen de rechts-conservatieve kandidaat Karol Nawrocki en de links-liberale kandidaat Rafał Trzaskowski het tegen elkaar opnemen in de tweede en definitieve stemronde. De Polen staan voor de keuze tussen de populistische en nationalistische partij PiS en de liberale partij Platforma Obywatelska.
    Wat nu als PiS de verkiezingen wint, een partij die erom bekendstaat dat ze de afgelopen acht jaar de rechtsstaat en de onafhankelijkheid van rechters en media probeerde uit te hollen? Politiek waarnemer Ivan Krastev legt in dit artikel uit 2018 van The New York Times uit wat je in ieder geval niet moet doen: de tactieken van rechts overnemen waarbij populisten juist gedijen.

    De tv-film Burning Bush uit 2014 van de legendarische Poolse filmmaakster en Solidariteit-activiste Agnieszka Holland was een van de belangrijkste culturele evenementen van de laatste jaren in Midden-Europa. Het is een thriller die zich afspeelt in 1969, kort nadat de Tsjechische student Jan Palach zichzelf in brand heeft gestoken uit protest tegen de Sovjetbezetting van zijn land en om de aandacht te vestigen op de pogingen van de autoriteiten om het leven in Tsjecho-Slowakije daarna te ‘normaliseren’. Palach wilde met zijn daad een eind maken aan deze banalisering van het kwaad.

    Drie jaar na het verschijnen van de film, in de middag van 19 oktober, stak de 54-jarige Piotr S., vader van twee kinderen, zichzelf in brand voor het Cultuurpaleis in Warschau, dat nog uit de Sovjettijd dateert. Het protest van S. was gericht tegen het beleid van de uiterst rechtse Poolse regeringspartij Recht en Rechtvaardigheid, die in zijn ogen een dodelijk gevaar vormde voor de democratie in Polen. In een pamflet dat hij voor zijn zelfmoord uitdeelde, was hij vastberaden: ‘Ik heb de vrijheid boven alles lief en daarom heb ik besloten mezelf op te offeren; ik hoop dat mijn dood het geweten van veel mensen wakker zal schudden.’

    Ik weet niet of Piotr S. ooit Burning Bush heeft gezien, maar zijn daad was zeker een echo van het offer dat Jan Palach bijna een halve eeuw eerder had gebracht. De zelfverbranding van S. leidde in Polen tot verhitte discussies. Volgens sommigen was zijn zelfmoord eerder het gevolg van een depressie dan van de politiek. Anderen vreesden dat dit de aanzet was tot een golf van dergelijke zelfmoorden en vonden dat de media niet over deze choquerende daad moesten berichten. En dan waren er nog degenen, onder wie Agnieszka Holland zelf, die S. op het schild hieven als de ware opvolger van Palach, en zijn gebaar zagen als een wanhopige poging om de Polen de ernst van de huidige situatie duidelijk te maken. ‘Vuur vernietigt,’ zegt Holland, ‘maar het verlicht ook. Net als woede.’

    Lastige vragen

    Dit Poolse debat onderstreept de lastige vragen waarmee de tegenstanders van populistisch rechts zich geconfronteerd zien: wat is de beste manier om te strijden tegen een regering die je verafschuwt, maar die niemand heeft vermoord, slechts weinigen (of misschien wel niemand) gevangen heeft gezet en die op een legale manier aan de macht is gekomen – maar wel een bedreiging vormt voor de liberale democratie zoals wij die kennen? Waar trek je de grens tussen leven in een democratie waarin de partij die jij verschrikkelijk vindt de vrije verkiezingen heeft gewonnen, en leven in een dictatuur waarin de oppositie misschien nooit meer wordt toegestaan om te winnen? Is de ‘normalisatie’ van populisten de grootste bedreiging voor Europa, of moeten we ook de hysterie van hun tegenstanders vrezen? En kunnen de vormen van verzet die effectief waren tegenover de communistische en fascistische dictaturen ook effect hebben tegenover de democratisch gekozen, onliberale regeringen van vandaag?

    Helaas zijn er in de geschiedenis niet veel antwoorden op deze vraag te vinden. De herinneringen van degenen die de jaren dertig van de vorige eeuw overleefden – een heel goed voorbeeld is Kanttekeningen bij Hitler van Sebastian Haffner – waarschuwen voor het gevaar dat een dictatuur genormaliseerd raakt, zeker wanneer de nieuwe dictator door het volk is gekozen. Dat klinkt logisch. Maar er is ook een veelzeggend tegenvoorbeeld: in de jaren zeventig waren jonge linkse radicalen zo geobsedeerd door hun idee dat er geen grote verschillen bestonden tussen nazi-Duitsland en de naoorlogse Bondsrepubliek, dat ze totaal verkeerde keuzes maakten en soms uiteindelijk terroristen werden en vijanden van de democratie.

    Wat kunnen we hieruit leren? Wie de grens wil trekken tussen democratie en dictatuur moet de passie en de bereidheid hebben om zijn waarden te verdedigen. Maar hij of zij moet ook gevoel voor verhoudingen bezitten.

    Het populisme gedijt wanneer de politiek meer over symbolen gaat dan over inhoud

    Verzet tegen de huidige populistische regeringen is vooral moeilijk omdat de winst van deze populisten in de democratische politiek allereerst een overwinning is van intensiteit op consistentie. Het populisme gedijt wanneer de politiek meer over symbolen gaat dan over inhoud. De harde kern van de populistische kiezers – in Polen en elders – zal het haar leiders gemakkelijk vergeven als maatregelen mislukken of ze van koers veranderen. Maar die kiezers pikken het niet wanneer hun populistische kruisvaarders zich als ‘normale politici’ gaan gedragen. Daarom past het doen alsof we terug zijn in het Duitsland van de jaren dertig of in het Oost-Europa van de jaren zeventig paradoxaal genoeg prima in het straatje van de populisten.

    Anders dan hun fascistische voorgangers streven de populisten van vandaag niet naar een verandering van de samenleving. Zij willen dat die wordt behouden en bevroren. Zij staan voor het verzet tegen de veranderingen in het moderne leven – technologische, economische en demografische – die gezien worden als een permanente revolutie. En de enige oplossing die ze te bieden hebben, is afbraak. Zo combineren de huidige populisten een revolutionaire intensiteit met een zeer magere ideologie.

    Toen Piotr S. zichzelf in brand stak, wilde hij iets doen tegen de normalisatie van het huidige regime in Polen, een regime dat hij kennelijk bijna even gevaarlijk vond als het communistische regime dat eraan voorafging. Maar wat hij niet zag was dat de populisten van vandaag, anders dan de communisten uit de jaren zeventig, niet op zoek zijn naar normalisatie – ze zijn er bang voor. Na vele maanden van protesten in Polen is de steun voor de regering alleen maar toegenomen. De regeringspartij wil de samenleving juist diep gepolariseerd houden. Die verdeeldheid en die hoge inzet imiteren is niet de manier om de populisten te verslaan.

  • Tijd voor een cordon sanitaire rond Orbán

    Tijd voor een cordon sanitaire rond Orbán

    De Hongaarse premier Viktor Orbán is dikke vrienden met Vladimir Poetin, en hij wil populistisch rechts in Europa gaan leiden. Website Napi.hu roept de Europese conservatieven op om hier een stokje voor steken.

    Keuze uit het archief

    De Hongaarse premier stond deze week weer volop in het nieuws omdat hij tijdens een top van Europese regeringsleiders de toetredingsgesprekken met Oekraïne wilde blokkeren en zijn veto heeft uitgesproken over een financieel steunpakket aan het door oorlog geteisterde land.
    Volgens dit artikel uit 2017 hoeven we daar niet vreemd van op te kijken. De tegenstem van Orbán past in een patroon dat al jarenlang zichtbaar is: Hongarije zoekt toenadering tot Rusland en wil een Europa waarin het populisme de scepter zwaait, aldus analyticus Sandór Komócsin.

    Op 2 februari ontving Hongarije voor de tweede keer in twee jaar de Russische president Vladimir Poetin op zijn grondgebied [de vorige keer was op 17 februari 2015]. ‘Geen enkel land in Europa schurkt zo tegen hem aan sinds de annexatie van de Krim in het voorjaar van 2014, en Viktor Orbán heeft sinds 2013 jaarlijks een persoonlijk onderhoud met hem,’ aldus politicoloog Péter Krekó, lid van de Hongaarse denktank Political Capital en gastprofessor aan de Universiteit van Indiana.

    De Hongaarse minister-president is bondgenoot nummer één geworden in Poetins diplomatie jegens de lidstaten van de Unie. Tot nu toe onderdrukte Orbán zijn ‘poetinofilie’ op het Europese politieke toneel, maar sinds Donald Trump in het Witte Huis zit, gooit hij het over een andere boeg. In een toespraak eind januari op een forum in Brussel dat was georganiseerd door de Konrad Adenauer-stichting, pleitte Orbán voor een algehele herziening van de Russisch-Europese betrekkingen.

    Péter Szijjártó, zijn minister van Buitenlandse Zaken, sloot zich naadloos bij hem aan toen hij in een recent interview met Reuters verklaarde dat de sancties die Brussel had afgekondigd om Rusland te veroordelen wegens de invasie van de Krim simpelweg zinloos waren. Hij zei ook dat de Amerikaanse pressie die tot nu toe was uitgeoefend naar aanleiding van de nauwer aangehaalde banden tussen Boedapest en Moskou, ongetwijfeld zou afnemen nu de regering-Trump was geïnstalleerd.

    Schimmige voorwaarden

    De belangrijke akkoorden die de afgelopen jaren zijn gesloten tussen beide hoofdsteden, hebben de politiek-economische afhankelijkheid van Hongarije ten opzichte van Rusland vergroot. Het akkoord over de uitbreiding van de kerncentrale Paks [ondertekend in 2014 met een Russische lening van 10 miljard euro, inmiddels geherwaardeerd op 12 miljard euro] is een van de meest frappante voorbeelden hiervan. De schimmige voorwaarden van het akkoord doen twijfels rijzen over de transparantie en voeden vermoedens van corruptie. De onderhandelingen op 2 februari gingen ook over de verlenging van het langetermijncontract voor Russische gasleveranties, een onderwerp dat naar verwachting een cruciale rol gaat spelen in de volgende parlementsverkiezingen in 2018. Als de Hongaarse regering probleemloos kan blijven profiteren van het Russische gas zonder al te ingrijpende gevolgen voor de financiën, kan ze proberen de kiezers te verleiden met een nieuwe verlaging van hun energierekening.

    De Hongaars-Russische vriendschap beperkt zich niet tot het politiek-economische terrein. Procureur-generaal Péter Polt begaf zich onlangs naar Moskou om een eventueel samenwerkingsverband op te zetten met zijn Russische collega’s. Volgens het officiële verslag ging het om verdediging van gezamenlijke belangen en corruptiebestrijding. Maar deze nobele intenties laten onverlet dat de regering-Orbán stelselmatig het Russische voorbeeld volgt om buitenlandse ngo’s op de korrel te nemen.

    Hoewel ook andere landen, zoals Cyprus, Griekenland of Slowakije, het goed met Rusland kunnen vinden, volgt alleen het Hongarije van Viktor Orbán het Russische model werkelijk op bijna alle terreinen na. Zowel ideologisch, economisch als bestuurlijk zijn de overeenkomsten verbluffend. En de overwinning van Trump heeft niet alleen tot gevolg dat Orbán nu openlijk kan uitkomen voor zijn goede banden met Poetin. Ook het populisme van bepaalde eurosceptische groeperingen heeft nu vrij spel.

     Vladimir Poetin (l.) en Viktor Orbán tijdens hun gezamenlijke persconferentie op 2 februari. – © Getty
    Vladimir Poetin (l.) en Viktor Orbán tijdens hun gezamenlijke persconferentie op 2 februari. – © Getty

    In oktober 2016 wilde Orbán een discussie met de voorzitter van de Oostenrijkse rechts-populistische FPÖ, Heinz-Christian Strache, maar moest daarvan afzien onder druk van de Europese Volkspartij [EVP, fractie van christen-democratische en conservatieve partijen in het Europees Parlement]. De Hongaarse leider denkt dat de Europese elites die nu aan de macht zijn, verjaagd zullen worden door de woede van het volk, zodat ‘eerlijke’ politici, zoals Marine Le Pen, Geert Wilders en Strache, het nieuwe Europa dat hij opeist en waarvan hij de aanvoerder wil zijn, zullen leiden.

    Volgens de analyse van Péter Krekó is Amerika sterk genoeg om het presidentschap van Trump te overleven, maar is Europa veel minder bestand tegen de harde kritiek die het van alle kanten ondervindt. De EVP heeft een bijzondere verantwoordelijkheid en zou een cordon sanitaire moeten aanleggen om interne bedreigingen te neutraliseren. Sommige deskundigen raden de EVP aan de partij van Viktor Orbán uit te sluiten, maar Europees rechts is van mening dat een dergelijk initiatief meer schade zou berokkenen dan dat het nut zou hebben.

    Een van de zeldzame successen van de EVP is dat zij Orbán heeft laten inbinden met betrekking tot de herinvoering van de doodstraf. De EVP moet duidelijke grenzen stellen om te voorkomen dat Orbán doorgaat met het destabiliseren van de gematigde conservatieven. De warme ontvangst van Poetin in Boedapest is hier een perfect voorbeeld van, want die druist in tegen de wil van de EVP. Als de EVP niet krachtig stelling neemt, zullen de klassieke partijen de populistische koers kiezen die de Hongaarse regering al sinds 2010 volgt.

    CONTEXT: Waarom de Russen nog aanmoedigen?

    Bevestiging van toegezegde kredieten voor de Hongaarse kerncentrale Paks, renovatie van orthodoxe kerken in Boedapest, intensivering van gezamenlijk ruimteonderzoek, ‘verdediging van de christelijke wortels’ in Syrië en afstemming van de standpunten over Oekraïne… De ontmoeting tussen Orbán en Poetin op 2 februari kende geen verrassingen. De kleine linkse partij Együtt, die tegen de Hongaars-Russische romance is, had haar militanten opgeroepen fluitconcerten te geven bij het parlement. De overgrote meerderheid van de plaatselijke waarnemers uitte ernstige kritiek op de komst van wat zij beschouwen als een ongemakkelijke vriend – ook ter rechterzijde.

    ‘Waarom zouden we de Russische arrogantie nog moeten aanmoedigen? Het kille cynisme van Poetin toont aan dat hij de broek aanheeft in deze relatie,’ schrijft Bálint Ablonczy in weekblad Heti Válasz. Péter Magyari van de oppositiesite 444.hu doet het nog eens dunnetjes over: ‘Poetin wil de hele wereld laten zien dat een NAVO– en EU-lidstaat de rode loper voor hem uitrolt, gewoon om deze organisaties van binnenuit te verzwakken. Orbán is de belangrijkste bondgenoot in deze ondermijningsoperatie.’

    ‘Poetin is geen klootzak, geen dwaze dictator, noch een Nero,’ werpt politicoloog Dávid Szabó tegen op het regeringsgezinde 888.hu. ‘Volgens mij slokt hij Hongarije helemaal niet met huid en haar op. Moskou is een regionale grootmacht die bruggenhoofden wil bouwen in zijn omgeving, met name in de EU. Ik vind het de normaalste zaak van de wereld.’

  • Het knettert binnen de Israëlische regering

    Het knettert binnen de Israëlische regering

    Het is lastig laveren voor premier Netanyahu. Nu eens wordt hij op rechts ingehaald door minister van Onderwijs Naftali Bennett. Dan weer wordt hij op links gepasseerd door minister Avigdor Lieberman, die nochtans ook als extreemrechts bekendstaat.

    Bleek in het gezicht en met de onhandige houding van een puber die op bezoek moet bij een vervelende oom en tante, verscheen premier Benjamin Netanyahu op 16 november in de Knesset. Het was voor de stemming over het ‘hasdara’-wetsvoorstel [dat – volgens de Israëlische wet – illegale nederzettingen op Palestijnse privégrond moet gaan legaliseren]. De weerzin dat hij in deze kwestie was meegesleept door minister van Onderwijs Naftali Bennett was hem duidelijk aan te zien. Hij stemde vóór alle drie de wetsvoorstellen en verliet vervolgens haastig weer het parlement.

    Netanyahu kon het zich niet veroorloven rechts te worden ingehaald door Bennett, temeer omdat de overgrote meerderheid van de Likoedpartij zich in het parlement opstelt als een kopie van het extreemrechtse Joodse Huis. Het lastige is dat het Joodse Huis een nichepartij is, terwijl Likoed al tientallen jaren regeert.

    Het is niet de eerste keer dat Netanyahu nationale en strategische belangen ondergeschikt maakt aan machtspolitiek. Maar zo openlijk als nu lapte al heel lang niemand het Israëlisch en het internationaal recht aan zijn laars. Het sowieso al discutabele Joodse-nederzettingenbeleid op de rechter Jordaanoever wint er ook niet bepaald mee aan legitimiteit.


    En met welk resultaat? De leiders van alle coalitiepartijen geven off the record toe dat deze wet tot geen enkele concrete beleidsmaatregel zal leiden. Maar Bennett ruikt electoraal gewin. Hij kan tegen zijn achterban zeggen dat hij nergens voor terugschrikt, zelfs niet voor het ten val brengen van de regering. En de premier zal er de schuld van krijgen.

    Netanyahu heeft gezegd ermee te zitten dat een aantal van zijn ministers, hijzelf incluis, genoemd worden als potentiële verdachten voor het Internationaal Strafhof in Den Haag. Maar toch verkwanselde hij voor een handjevol virtuele zetels in de Knesset maar eventjes ’s lands reputatie.

    Op 14 november was hij nog met een brede lach op de wekelijkse fractievergadering van zijn Likoedpartij verschenen. Hij bracht het nieuws dat de regering de vorige dag het wetsvoorstel had goedgekeurd over de muezzins [dat het volume van de oproep tot gebed van moskeeën omlaag moet brengen] en was zeer opgetogen, alsof hij zojuist de vernietiging van het Iraanse nucleaire programma had aangekondigd.

    Een paar dagen later stemde deze leider van een land dat zich op het vlak van veiligheid en diplomatie in een extreem lastige situatie bevindt voor een wet waarmee hij zijn buren voor het hoofd stoot. Niet alleen waren sommige Likoedministers niet overtuigd van het nut van de wet, maar Netanyahu ging vooral in tegen de oppositie van de ultraorthodoxe partij Shas. Aryeh Deri herinnerde Netanyahu eraan dat er in de [gemengd Joods-Arabische] steden Haïfa, Ramallah en Acre al lokale overeenstemming was bereikt.

    Muezzins

    Daarnaast betoonde Shas zich gevoelig voor een argument van de Arabische Knessetleden. Die riepen in herinnering dat toen er gestemd moest worden over de dienstplicht voor de charedim [religieuze Joden], zij door de ultraorthodoxen waren gevraagd zich van stemming te onthouden, omdat dit thema de orthodoxen zo ‘nauw aan het hart ging’. De Arabische afgevaardigden legden uit dat het thema van de muezzin hun even nauw aan het hart ging. Ze wezen erop dat een dergelijke wet evengoed gebruikt zou kunnen gaan worden om de sirenes te verbieden die religieuze Joden oproepen tot de sabbat.

    Shas, dat geen voorstander was van de wet op de regularisering van de illegale nederzettingen, dwong Netanyahu toen om de wet op de muezzins op te geven, in ruil voor de Arabische stemmen voor de hasdara. De stemming over de wet op de muezzin werd uitgesteld, waarschijnlijk voorgoed.

    Het toppunt is dat de wet op de regularisering van de nederzettingen heel goed tijdens een plenaire zitting kan sneuvelen, of anders simpelweg door het Hooggerechtshof herroepen kan worden. Daar komt nog bij dat het lot van de illegale vooruitgeschoven nederzettingen wat de extreemrechtse minister van Defensie Avigdor Lieberman [niet-religieus] betreft getekend is en ze binnenkort ontruimd zullen worden.

    Lieberman heeft een strategische koerswijziging ingezet

    Dat heeft ermee te maken dat Lieberman een strategische koerswijziging heeft ingezet. Twee maanden voordat er in Washington een nieuwe regering aantreedt, kwam hij tegenover de pers met een opmerkelijke suggestie. Hij stelde voor om de brief waarin George W. Bush bouwactiviteiten binnen Israëlische blokken van nederzettingen toestond, maar de bouw van geïsoleerde nederzettingen afwees, weer als uitgangspunt te nemen. Een politieke uitspraak als deze had geen enkele andere minister in de huidige regering durven doen, zelfs niet een uit meer gematigde hoek.

    De boodschap van Lieberman is dat Israël en de aantredende regering-Trump in de Verenigde Staten het eens zullen moeten worden over het te volgen beleid in de regio. In ruil voor het staken van bouwactiviteiten in geïsoleerde nederzettingen krijgt Israël de vrijheid om verder te bouwen binnen de belangrijkste nederzettingenblokken, waar zo’n tachtig procent van de kolonisten woont. Lieberman positioneert zich daarmee aan de uiterste linkerzijde van Netanyahu’s kabinet.

    Nationale eenheid

    Precies op deze kwestie waren de eindeloze onderhandelingen stukgelopen tussen Netanyahu en de socialistische leider Herzog over de vorming van een regering van nationale eenheid. En nu wordt het onderwerp dus weer op de agenda gezet door Lieberman, de man van wie gezegd werd dat zijn aantreden het Midden-Oosten in vuur en vlam zou zetten. Hij was degene die zei voorstander te zijn van de oprichting van een Palestijnse staat, waar hij de Arabisch-Israëlische steden vlak bij de ‘groene lijn’ naartoe wilde ‘overhevelen’.

    Met deze nieuwe lijn geeft hij in feite de strijd met Netanyahu en Bennett om de extreemrechtse stem op. Toegegeven, hij zal wel nooit als ‘links’ te boek komen te staan. Maar nu het tijdperk-Trump is aangebroken en Europa weinig opheeft met Liebermans anti-Arabische racisme, zullen zijn voorstellen wellicht in goede aarde vallen.

    Auteur: Yossi Verter

    Haaretz
    Israël | dagblad | oplage 80.000

    De eerste Hebreeuwse krant die in 1919 onder Engels mandaat uitkwam. ‘Het land’ is dé krant voor Israëlische politici en intellectuelen.