Tag: rechts

  • Chili: rechts neemt de macht over in het parlement

    Chili: rechts neemt de macht over in het parlement

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VN-Veiligheidsraad keurt Gazaplan van Trump goed

    » Jeff Bezos gaat leiding geven aan een startup met AI als specialisme

    De rechtervleugel kreeg ruim 50 procent van de stemmen

    ‘Tijdens de parlementsverkiezingen’ in Chili, die gelijktijdig met de eerste ronde van de presidentsverkiezingen op zondag werden gehouden, ‘werd duidelijk dat gematigde stromingen, zowel rechts als links, zijn verdrongen door radicalere vormen’, merkt El País op.

    Rechtse partijen die verbonden zijn met de Chileense extreemrechtse presidentskandidaat José Antonio Kast, die het in december in een tweede ronde opneemt tegen zijn linkse rivaal Jeannette Jara, zullen volgens de officiële uitslag van de verkiezingen, die gericht waren op de vernieuwing van de Kamer van Afgevaardigden en de helft van de Senaat, een meerderheid in het parlement hebben.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    In de Kamer van Afgevaardigden wonnen rechts en extreemrechts 76 van de 155 zetels. Kasts Republikeinse Partij wordt de grootste partij in het Lagerhuis met 31 afgevaardigden; bij de vorige verkiezingen waren dat er 9. In de Senaat groeide de rechtse partij van één zetel in 2021 naar vijf. In het Hogerhuis zullen rechtse partijen 25 zetels bezetten, vergeleken met 23 voor linkse partijen.

    De rechtervleugel, die zondag ook drie kandidaten uit verschillende politieke groeperingen naar voren schoof voor het presidentschap, kreeg ruim 50 procent van de stemmen. Volgens peilingen zal de ultraconservatief José Antonio Kast in de tweede ronde een overwinning behalen.

  • We horen steeds weer over ‘legitieme zorgen’ over immigratie. De waarheid is dat die er niet zijn

    We horen steeds weer over ‘legitieme zorgen’ over immigratie. De waarheid is dat die er niet zijn

    ‘Immigranten zijn niet de schuld van een samenleving die is ontworpen om de rijksten te bevoordelen en het is tijd dat Labour het publiek dat gaat vertellen’, schrijft Maya Goodfellow, academicus en auteur van Hostile Environment: How Immigrants Became Scapegoats.

    Immigratie is de reden waarom de lonen laag zijn, of waarom je geen fatsoenlijke baan kunt krijgen. Het is de reden waarom je je ongemakkelijk voelt in je eigen buurt en waarom zo velen vinden dat er te veel veranderd is in een te korte tijd. Mensen die met kleine bootjes arriveren zullen waarschijnlijk niet de ‘Britse waarden’ begrijpen en moslims moeten beter integreren – ‘zij’ zijn niet zoals jij.

    Deze uitspraken vormen de aloude politieke orthodoxie over immigratie. Het is een doctrine die hardnekkig stand houdt, en die frontaal moet worden aangepakt – vooral als politici zo verontwaardigd zijn over het recente geweld als ze zeggen.

    Politieke sfeer

    De meeste mainstream politici zijn het erover eens dat dit de acties zijn van een extreme groep racisten. Maar wat ze over het hoofd zien, is de bredere politieke sfeer waarin zo’n gewelddadige, racistische politiek kon ontstaan. Westminster moet zichzelf eens goed onder de loep nemen: wat veel politici nu veroordelen, hebben ze zelf in de hand gewerkt.

    Het politieke ‘centrum’ reageert meestal op extreemrechts door de methoden van extreemrechts aan de kaak te stellen en zich te distantiëren van de grove, racistische retoriek – maar geven uiteindelijk toe aan de onderliggende argumenten. In de dagen na de algemene verkiezingen adviseerde Tony Blair Keir Starmer dat hij, om extreemrechts af te weren, de positieve aspecten van immigratie moet benadrukken, maar er ook voor moet zorgen dat deze ‘onder controle’ blijft. Hoe respectabel en verstandig zulk advies ook mag lijken voor sommigen binnen onze politieke klasse, het sentiment dat ‘controle’ over immigratie een manier is om sociaal conservatieve kiezers te paaien is een van de oorzaken van de corrosiviteit.

    Waarom? Omdat het impliceert dat de angst voor immigratie een legitieme bezorgdheid is en dat het terugdringen van immigratie de juiste methode is om die angst weg te nemen. Dit sentiment zou wel eens bepalend kunnen zijn voor wat er nu gaat komen. Een conservatieve commentator heeft al gesuggereerd dat het terugdringen van immigratie op zijn minst deel zou moeten uitmaken van de reactie op het geweld. In een ongemakkelijk tv-interview met het onafhankelijke parlementslid Zarah Sultana (inmiddels geschorst uit Labour omdat ze stemde voor het schrappen van de uitkeringslimiet voor twee kinderen) over de rellen, hield Ed Balls vol dat, ‘als je er niet in slaagt immigratie goed te beheersen en te beheren, er dingen misgaan’.

    Anti-immigratiegevoelens zijn geen natuurlijke, onvermijdelijke reactie op verandering

    Zijn zorgen over immigratie ‘legitiem’? Aantoonbaar niet. Mensen die naar het Verenigd Koninkrijk komen zijn niet verantwoordelijk voor een economie die is ontworpen om de rijksten te bevoordelen en de armsten uit te buiten – immigratie is geen belangrijke oorzakelijke factor van lage lonen en het is niet de reden waarom er baanonzekerheid is. Anti-immigratiegevoelens zijn ook geen natuurlijke, onvermijdelijke reactie op verandering. Uit een onderzoek bleek dat in gebieden met een lage immigratiegraad het percentage ‘leave voters’ – een stem die op zijn minst gedeeltelijk werd gemotiveerd door bezwaren tegen immigranten – een van de hoogste was. Nee: het zijn de mainstream politici en bepaalde media die deze gevoelens oproepen. Ze karakteriseren bepaalde groepen mensen, meestal degenen die niet wit zijn (of niet helemaal wit), als een culturele bedreiging – vaak gericht op moslims, ongeacht waar ze geboren zijn.

    De ‘legitieme zorgen’ zijn in dit geval illegitiem. Dit erkennen betekent niet dat je moet verwerpen wat mensen zeggen. Het aanspreken van mensen met deze opvattingen hoeft ook niet te betekenen dat je hun zorgen legitimeert. De keuze is niet simpelweg negeren of accepteren. Politiek gaat over het overtuigen van mensen van een alternatief; de gedachte dat dit niet mogelijk is, is gevaarlijk.

    De regering zou het narratief kunnen veranderen door de geschiedenis van het Britse rijk en migratie verplicht op te nemen in het curriculum, en door racisme actief aan te pakken in de media, bij oppositiepartijen en binnen haar eigen gelederen. Maar de regering zou dit moment ook kunnen gebruiken om de materiële omstandigheden van mensen te verbeteren door het beleid van de ‘vijandige omgeving’ af te schaffen en te zorgen voor veilige reisroutes (een van de enige haalbare oplossingen om te voorkomen dat mensen het Kanaal moeten oversteken). Het zou ook visa goedkoper kunnen maken, voor betere huisvesting kunnen zorgen, de complexe procedures van het ministerie van Binnenlandse Zaken kunnen vereenvoudigen, en een einde kunnen maken aan tijdelijke, uitbuitende visa. Zo krijgen mensen de kans om onder fatsoenlijke voorwaarden hier te komen en te blijven, indien ze dat willen.

    Alternatief

    Deze doortastendheid moet verder gaan dan alleen immigratie. De regering moet de rijksten belasten, investeren in openbare diensten en doen wat nodig is voor een rechtvaardige overgang van fossiele brandstoffen. Dit is niet alleen belangrijk om het leven van mensen te verbeteren, maar ook een noodzakelijke reactie op de recente gebeurtenissen. Het zou een vergissing zijn om de extreemrechtse rellen te karakteriseren als een wanhoopskreet van de armen: dat gaat voorbij aan het feit dat het hier om racisme gaat en aan de vele mensen uit de arbeidersklasse die zich actief verzetten tegen dit soort politiek, waaronder veel minderheden. Maar door het land eerlijker te maken, zodat het makkelijker en beter is om in te leven, kunnen mensen een toekomst creëren waarin ze kunnen investeren – een alternatief voor de xenofobe, naar binnen gerichte allure van rechts.

    Dit zou echter een aanzienlijke koerswijziging vereisen. De Labourregering maakt zich op voor bezuinigingen en een van de strijdpunten van de partij tijdens de verkiezingen was dat de ultravijandige Tories te liberaal waren op het gebied van immigratie. Maar ze zouden een voorbeeld moeten nemen aan de levendige antiracistische demonstraties, die een positievere visie uitdragen van het soort land dat we kunnen zijn.

    De redenen voor het recente geweld zijn talrijk en complex – het kan niet alleen aan het immigratiedebat worden toegeschreven. Maar er moet een einde komen aan de anti-immigrantenretoriek: of het nu gaat om het sussen van ‘legitieme zorgen’, de belofte om ‘de boten tegen te houden’ of de meer acceptabele politieke beloften om ‘de controle op immigratie’ op te voeren. Al deze factoren hebben bijgedragen aan de huidige situatie. Als politici het extreemrechtse geweld willen begrijpen, moeten ze hier beginnen.

  • Portugal: gematigd rechts wint opnieuw de algemene verkiezingen

    Portugal: gematigd rechts wint opnieuw de algemene verkiezingen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: agressieve prostaatkanker ontdekt bij oud-president Joe Biden

    » Onafhankelijke kandidaat Nicușor Dan wint Roemeense verkiezingen

    Het heeft bij lange na geen absolute meerderheid behaald

    Gematigd rechts, dat al een jaar aan de macht is, heeft zondag de vervroegde parlementsverkiezingen in Portugal gewonnen, tegen de achtergrond van een historische opleving van extreemrechts, dat op gelijke voet staat met de socialisten. Volgens de bijna definitieve officiële resultaten won de Democratische Alliantie (AD) van de zittende premier Luís Montenegro 32,7 procent van de stemmen, of 89 van de 230 zetels in het parlement – bij lange na geen absolute meerderheid – vóór de Socialistische Partij (23,4 procent, 58 zetels) en de extreemrechtse Chega-partij (22,6 procent, 58 zetels).

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Het tweepartijenstelsel dat vijftig jaar democratie markeerde is dood, althans voorlopig’, schrijft Público in zijn hoofdartikel. En de AD ‘heeft haar onuitgesproken doel van een absolute meerderheid niet bereikt, zelfs niet in het geval van een coalitie. Het is nu net zo onzeker wat de nieuwe regering van het land wordt als na de verkiezingen van vorig jaar’, voegt de krant eraan toe.

  • De winst van de FPÖ markeert het begin van een nieuw tijdperk in Oostenrijk

    De winst van de FPÖ markeert het begin van een nieuw tijdperk in Oostenrijk

    Voor het eerst heeft de uiterst rechtse FPÖ de Oostenrijkse verkiezingen gewonnen. Dat ze nog eens tot zulke hoogten zou stijgen, dat hadden ze in de partij zelf waarschijnlijk nooit gedacht. Toespelingen op het nationaalsocialisme, democratievijandigheid: er is op dit moment weer veel denkbaar in Oostenrijk.

    Gemma, gemma, hop, hop, hop!’ schreeuwt John Otti in de congreshal van Graz. Heel Oostenrijk kent hem als bandleider, leadzanger en stemmingmaker van de FPÖ, maar het ‘hop, hop, hop!’ wil op deze septemberdag niet zo veel uithalen. De stemming is lauw, het publiek heeft geen zin om op afroep geestdriftig te zijn, de kopstukken zijn er nog niet, en het is ook nog ondraaglijk heet. ‘Borden omhoog!’ brult Otti. En omdat de camera’s lopen, omdat de livestream van de officiële aftrap van de verkiezingscampagne vanuit Graz in het hele land stormen van enthousiasme moet ontketenen, steken de wachtenden, conform hun figurantenrol, hun bordjes omhoog waarop ‘Kickl kan het’ staat. Dat hebben de populisten van rechts weleens beter gekund.

    Het duurt bijna een uur van geforceerde warming-up, een promofilm over een gelukkige FPÖ-republiek, over een ‘vesting Oostenrijk’, het land van ‘volkskanselier’ Herbert Kickl, tot die, voorzien van een map met papieren, het podium beklimt en de hal nog eens extra opwarmt: hij wil ‘de rood-wit-rode boog spannen en de blauwe pijl van de vrijheid afschieten – recht in de roos’. Gemma, gemma, hop, hop, hop!

    Zwelgen in het verleden

    Dat is de ene FPÖ. De andere verzamelt zich in wijnlokalen en plattelandscafés, in openluchtzwembaden en buurthuizen. Daar waar de ‘heimatzomer’ wordt gevierd, die voorafgaat aan de officiële, agressieve verkiezingscampagne van de partij op straat en in de media. Daar zitten dertig, of soms vijftig mensen met een witte spritz en pretzels, of met pastasalade en limonade bij elkaar, die al zolang ze zich kunnen herinneren op rechtse populisten stemmen. Hier kennen de mensen elkaar, hier zwelgen ze in het verleden en kijken ze niet naar de toekomst.

    Dat is de ook reden waarom twee oude heren in een met wijnranken versierd wijnlokaal in het stadje Mödling, niet ver van Wenen, heel snel bij Jörg Haider uitkomen. Dat is bij politieke bijeenkomsten in Oostenrijk ook zestien jaar na de dood van de legendarische stemmentrekker en politicus uit Karinthië nog niet veranderd. Haider, die getalenteerd, van kleur wisselend en schaamteloos populistisch de FPÖ groot maakte en de partij in het jaar 2000 zelfs een bondsregering binnenloodste. Op zeker moment gaat het altijd weer over Jörg Haider.

    Voor in het restaurant wordt nog aan de techniek gesleuteld, want zo dadelijk gaat de lokale minister over ‘veiligheid en asiel’ spreken en zal ze eraan herinneren dat niets anders dan een ‘totale asielstop’ de natie kan redden. Bovendien staat de lokale kandidaat voor de parlementsverkiezingen klaar, een zorgvuldig opgemaakte presentatrice van de eigen zender van de FPÖ die eruitziet als een model, evenals Europarlementariër Petra Steger, in een staalblauwe zomerjurk die past bij de partijkleur, wier spreektempo past bij haar verleden als voormalige topsporter.

    Ze is al lang bezig met leuzen als ‘Vaderlandsliefde in plaats van Marokkaanse dieven’ en ‘Meer moed voor ons Weense bloed’

    Een tamelijk uitgebreid programma voor een kleine, ‘traditionele zomerse wijnproeverij’ op loopafstand van het station, waarbij de stamgasten meer lokale overlijdensberichten en ziektegeschiedenissen uitwisselen dan politieke leuzen, en de door de partij betaalde drankjes drinken. Maar in de gemeenteraad ligt de FPÖ ver achter op de ÖVP, de Groenen en de sociaal-democraten. Dat is haast pijnlijk; eerder haalde de FPÖ in de hele deelstaat Neder-Oostenrijk uiteindelijk 25 procent van de stemmen.

    En deze keer mag er niets fout gaan, alles moet uit de kast worden gehaald. Na het succes bij de verkiezingen voor het Europees Parlement, waarbij de FPÖ eveneens met een kwart van de stemmen net voor de conservatieven en de sociaal-democraten eindigde, moet het bij de landelijke verkiezingen op 29 september definitief gebeuren. De deels extreemrechtse FPÖ wil de grootste partij worden en de kanselier leveren.

    In de Tweede Republiek veroorzaakt dat veel minder opschudding dan bijvoorbeeld het idee van een Björn Höcke als bondskanselier in Duitsland zou veroorzaken. Een paar burgerinitiatieven, een paar open brieven: daar blijft het bij. Want de FPÖ is er al decennialang bij; ze is al te lang bezig met leuzen als ‘Vaderlandsliefde in plaats van Marokkaanse dieven’ en ‘Meer moed voor ons Weense bloed. Te veel vreemds doet niemand goed’, om nog een golf van verontwaardiging op te wekken wanneer iemand als Herbert Kickl het land definitief los wil maken uit zijn liberaal-conservatieve verankering in Europa. In drie deelstaten maken de FPÖ’ers sowieso al deel uit van de regering. En waarschuwingen voor een politiek isolement van Oostenrijk onder een zelfbenoemde ‘volkskanselier’ Kickl vinden in een EU vol grote radicale partijen ook steeds minder gehoor.

    Teloorgang van het vak

    De twee vriendelijke oude heren die zich voorstellen als Peter en Walter – hier tutoyeert iedereen elkaar – hebben een gezellig hoekje gevonden op de houten banken in de overdekte tuin en wisselen anekdotes uit. Walter had vroeger een taxibedrijf; intussen is hij 85, maar nog altijd mobiel, met een knalblauw hoedje. Verontwaardigd vertelt hij over de teloorgang van het vak: te veel Turken, die alle tarieven verpesten, geen Duits kennen en ‘zich tijdens het rijden voortdurend omdraaien naar de achterbank; zo stapt er geen vrouw meer in als ze voortdurend wordt aangesproken’. De concurrentie uit het buitenland is überhaupt te veel, te lawaaiig, te corrupt, te duur. ‘Ze maken de hele business kapot.’ Walter heeft zijn bedrijf allang overgedaan aan zijn zoon; dat de zaken goed lopen zou ook aan de ‘vertrouwde Oostenrijkse naam’ te danken zijn.

    Zijn gesprekspartner stelt zich bescheiden voor als ‘maaltijdbezorger’; toch was hij zelfs ooit bedrijfsleider in een restaurant – in Beieren weliswaar, waar ‘de mensen me kwalijk namen dat ik het witbier voor 10 pfennig meer verkocht, maar wel met een tafelkleedje en een bloemetje’. In Beieren was hij de buitenlander, maar de ‘inheemsen’ hadden voor hem ook ‘alles kapotgemaakt’, daarom was hij naar huis gekomen. Naar waar hij thuishoorde.

    Herbert Kickl geeft leiding aan een daadkrachtige, gewetenloze troep rechtsextremisten

    Walter heeft een petje met Haider-opschrift, maar dat draagt hij niet in het openbaar, zeker niet bij de FPÖ, ‘want dan wil iedereen het meteen hebben’. Dat komt door de mythe van de man die de groep van voormalig nazi’s, die na de oorlog was gevormd, in de jaren negentig omvormde tot een nieuwe machtsfactor met agressieve retoriek, een opdringerig volks karakter en seksueel getint machogedrag. Dat fascineerde, al werkte het ook afstotend. Haiders opkomst duurde bijna twee decennia, zijn val slechts een paar jaar: de eerste regering van ÖVP en FPÖ werd rond de eeuwwisseling zonder hem gevormd; een door hem gestichte concurrerende partij had vooral succes in zijn thuisland Karinthië. Ten slotte racete hij zich dood in zijn limousine. 

    Tegenwoordig heeft de partij Herbert Kickl: ook een Karinthiër, ook een machtspoliticus, maar van een heel ander slag. Hij verandert niet van kleur, rijdt geen snelle auto’s, maar maakt graag trektochten te voet en leeft sober; hij deelt geen bankbiljetten uit op straat – een beroemde actie van Haider – en geldt als onbenaderbaar en arrogant. Maar hij heeft de partij na een terugval weer teruggebracht op 30 procent, hij geeft leiding aan een daadkrachtige, gewetenloze troep rechtsextremisten en zijn retoriek is nog agressiever dan die van Haider. 

    Democratisch gekkenhuis

    Intussen staat op het podium de 36-jarige Europarlementariër Steger achter de microfoon, en die geeft ze een uur lang niet meer af: het Europees Parlement zou een ‘democratisch gekkenhuis’ zijn, Viktor Orbán is met zijn reis naar Vladimir Poetin en Donald Trump een ‘voorbeeld’, en de oorlogshitserij van het Westen moet stoppen. Waar je ook kijkt, overal klimaatcommunisme, welvaartsvernietiging en criminele buitenlanders. Dat de wereld nog overeind staat is een wonder. 

    In het wijnlokaal van Mödling wordt de met water aangelengde sommerspritzer langzaam maar zeker vervangen door een paar kwartliters huiswijn. De eerste bezoekers vertrekken, Peter en Walter zijn moe, en de keurig gekapte persvoorlichter, wiens propagandamateriaal in de kartonnen doos niemand wil hebben, staart op zijn mobieltje. De spreekster benadrukt nu voor de tiende keer: ‘Zodra onze Herbert Kickl volkskanselier wordt, gaat alles anders worden.’ Dat duurt nog vier weken en de stemming is eh… goed. 

    De FPÖ is zeker van de overwinning, meer dan ooit. Al bijna zeventig jaar is ze politiek actief, altijd aan de uiterst rechtse rand, verankerd in het milieu van corpsleden en in nationalistische kringen. Maar dat een partij die zich decennialang moest rechtvaardigen wegens nationaalsocialistische toespelingen en antidemocratische gezindheid, en die elk schandaal tot ‘incident’ verklaarde, door de tijdgeest omhoog gestuwd zou worden, dat hadden zelfs notoire woordvoerders van de ‘blauwen’ niet durven hopen.

    Ze nemen propagandavideo’s op voor het zogeheten ‘Hitlerbalkon’ aan de Hofburg en juichen de ‘remigratie’ toe.

    Blauw als partijkleur past ook goed bij de AfD, waarvan regelmatig vertegenwoordigers te zien zijn in het hoofdkantoor van de FPÖ in de Weense binnenstad, en die denkrichting past weer goed bij de opkomst van de rechtse populisten, nationalisten en racisten in heel Europa, die staan te popelen om ‘het systeem’ en ‘de elites’ te bestrijden. De FPÖ geldt in het concert van de ‘patriotten’, zoals de nieuwe Europese fractie heet, als het model voor succes – ervaren in de defensieve strijd tegen ‘het linkse establishment’ en in de strijd tegen de liberale democratie. 

    Schreeuw van verzet

    Dit jaar ontstond er in Turkije flinke ophef over een ceremonie op 30 augustus, de dag waarop ieder jaar de overwinning van het Turkse leger – in 1922, onder leiding van Atatürk – in de strijd om de onafhankelijkheid wordt gevierd. President Erdogan was present om de diploma-uitreiking van leerling-officiers bij te wonen.

    De scène die de controverse veroorzaakte was niet op de officiële beelden van het ministerie van Defensie te zien. Buiten het protocol om begonnen bijna alle studenten aan het einde van de ceremonie te zingen: ‘Wij zijn de soldaten van Mustafa Kemal!’ Deze slogan wordt al jaren massaal door de seculiere oppositie ingezet als een strijdkreet en een schreeuw van verzet tegen de religieus-nationalistische regering van Erdogan. Vervolgens haalden de leerling-officiers hun ceremoniële zwaarden tevoorschijn en legden ze samen de eed af om een ‘seculier en democratisch’ Turkije te beschermen.

    Het leger, dat altijd zeer gehecht is geweest aan de figuur van Atatürk, heeft tientallen jaren lang staatsgrepen in zijn naam gepleegd om zichzelf op te werpen als beschermer van de orde en het secularisme. Bij de recentste staatsgreep, in 1997, werd de islamistische regering van Necmettin Erbakan, mentor van Erdogan, omvergeworpen. Laatstgenoemde, destijds burgemeester van Istanboel, kreeg vier maanden gevangenisstraf. De verhouding tussen het leger met zijn vele ‘Kemalisten’ – aanhangers van Kemal Atatürk – en Erdogan is dan ook slecht. Erdogan probeert nog altijd militairen voor het gerecht te slepen wegens betrokkenheid bij de staatsgreep in 2016 en wil meer moslims en aanhangers van hemzelf in het leger krijgen.

    De gezichten van de nieuwe FPÖ achter Herbert Kickl hebben kaalgeschoren koppen, ze nemen propagandavideo’s op voor het zogeheten ‘Hitlerbalkon’ aan de Hofburg, waarop de dictator uit Braunau voor een jubelende mensenmenigte de Anschluss vierde, en juichen de ‘remigratie’ toe. Het verkiezingsprogramma van deze nieuwe FPÖ had misschien zelfs Haider, die het antibuitenlandersentiment en de slogan ‘Österreich zuerst’ uitvond, zenuwachtig gemaakt: het recht op asiel moet door een soort wet op de noodtoestand worden uitgehold, migranten dienen nog nauwelijks medische zorg te krijgen, ‘politiek bedrijvende leraren’ moeten worden aangegeven, culturele en etnische homogeniteit moet worden afgedwongen. 

    De kansen op een verkiezingsoverwinning waren nog nooit zo groot. Maar voor een regeringsdeelname zou de ÖVP veel moeten verliezen. Bondskanselier Karl Nehammer benadrukt intussen dagelijks dat met de FPÖ zeker een coalitie te vormen valt, maar in geen geval met voorman Kickl. De ÖVP wil de grootste partij worden en voorwaarden stellen – FPÖ: ja, Kickl als ‘veiligheidsrisico’ voor de republiek: nee.

    Desinformatie

    In de eetzaal van een degelijk restaurant in de minstens zo degelijke Weense wijk Hietzing hebben zich, in het kader van de aftrap van de ‘heimatzomer’-verkiezingscampagne, een paar dozijn zwetende FPÖ-aanhangers verzameld om een voordracht over ‘desinformatie en fake nieuws door de mainstreammedia’ te horen. De ORF, de door de FPÖ bijzonder gehate publieke omroep, zit maar een paar straten verderop. De spreker is Leo Lugner, en die heeft als prominent figuur ondubbelzinnig een extra voordeel. De advocaat is de schoonzoon van Richard Lugner, de bouwondernemer die het Weense Operabal regelmatig heeft verrijkt met sterren – en de lokale society met steeds nieuwe echtgenotes. Richard Lugner is een paar dagen eerder overleden. 

    In Hietzing, bij zijn korte voordracht, beantwoordt de zevendertigjarige de bezorgde vragen naar zijn welbevinden steeds met een kleine buiging en een terloops ‘naar omstandigheden goed’. Dan gaat hij los, hij is daar tenslotte als mediaspecialist, want ‘als linkse mensen waarschuwen voor fake nieuws en ons dat verwijten, maken ze er meestal zelf gebruik van’.

    Leo Lugner, die graag tegen de ‘globohomo-ideologie’ van de lhbti-gemeenschap tekeergaat, raadt met klem aan om alles wat de mainstreammedia schrijven te bevragen; er zijn immers zo veel goede, interessante bronnen – zoals Compact, een extreemrechts tijdschrift waartegen in Duitsland een verbodsprocedure loopt. En het kan helemaal geen kwaad als ook eens een paar Russische meningen zouden worden verdedigd.

    De bondskanselier in spe, Herbert Kickl, beschouwt de klimaatpolitiek van de zittende kanselier van de ÖVP als ‘volledig over de top’

    Trouwens, wat Duitsland aangaat: Solingen. De mainstreammedia hadden het gebagatelliseerd, de herkomst van de dader verzwegen. Nu komt Lugner met de Lügenpresse, en met buitenlanders, en dan met criminaliteit, vervolgens met uitzetting. De stemming zou hier ook uitstekend zijn, als het niet zo heet was. Maar de klimaatverandering en de heetste zomer aller tijden zijn ook nu weer geen thema. In het FPÖ-programma heeft het klimaat alleen een plekje in het hoofdstuk ‘Thuisland, identiteit en milieu’, omdat de bondskanselier in spe, Herbert Kickl, de klimaatpolitiek van de zittende kanselier van de ÖVP, die voor verbrandingsmotoren kiest en zich verzet tegen de natuurherstelwet van de EU, als ‘volledig over de top’ beschouwt.

    Ook de spreekwoordelijk ‘hete aftrap’ van de verkiezingscampagne in Graz wordt overschaduwd door de hitte. Er resteren nu nog drie weken tot de verkiezingen. De heimatzomer is voorbij, Kickl verwacht een ‘hete herfst’ – en dat een ‘frisse blauwe wind van verandering de drek zal terugblazen in het gezicht van degenen die hem over ons willen uitstorten’. De partijleider en opperretoricus was weleens stijlvaster met zijn metaforen.

    Op het moment dat hij ‘een nieuw tijdperk, een koersbepalende verkiezing’ aankondigt, is de aandacht al dramatisch verslapt. Ook Kickl, die die middag in nog het westen van het land heeft gesproken, is duidelijk moe, en moet steeds weer op zijn papier kijken. En als hij ‘de wind van verandering’ belooft, verlangt menigeen naar de avondlucht buiten de deur. Gemma, gemma, gemma liever naar huis. 

  • Arrestaties in Spanje na aanslag op extreemrechtse politicus

    Arrestaties in Spanje na aanslag op extreemrechtse politicus

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Grote onrust na explosie tussen grens Canada en Verenigde Staten

    » Internationale media over verkiezingswinst Wilders: ‘anti-islampopulist’ wint

    Volgens Vidal-Quadras is hij slachtoffer van een aanslag door Iran

    De Spaanse politie heeft drie mensen gearresteerd in verband met het neerschieten van Alejandro Vidal-Quadras, een extreemrechtse politicus, eerder deze maand. Dat meldt El País. Die aanslag wordt onderzocht als ‘terrorisme’. Volgens Vidal-Quadras zit Iran achter de moordpoging.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Vidal-Quadras, een medeoprichter van de Spaanse partij Vox, werd op 9 november in een straat in Madrid in zijn gezicht geschoten. De 78-jarige voormalig politiek leider overleefde de aanval en herstelt in een ziekenhuis met een dubbele kaakfractuur. De politie arresteerde dinsdag twee Spaanse mannen en een Britse vrouw.

    Vidal-Quadras, al lange tijd sympathisant van de Iraanse politieke oppositie, zou zelf hebben gezegd dat hij het regime in Teheran verdenkt van de aanval. Ook de in Parijs gevestigde Iraanse oppositiegroep Comité van de Nationale Raad van Verzet van Iran geeft de Iraanse regering de schuld van de schietpartij. De politie onderzoekt of de gearresteerde verdachten banden hebben met Iran. De schutter zou niet tot de drie arrestanten behoren.

    Lees ook:

  • Links Europa moet vuist maken tegen dubbele rechtse moraal, aldus Frans Timmermans

    Links Europa moet vuist maken tegen dubbele rechtse moraal, aldus Frans Timmermans

    De Nederlandse politicus en voormalig EU-commissaris Frans Timmermans noemt de ommezwaai op klimaatgebied van landen als Engeland ‘verbijsterend’. In een interview met The Guardian vertelt hij hoe hij bouwt aan een groene toekomst in een gefragmenteerd politiek landschap. 

    Frans Timmermans, de politicus die zijn hoge positie bij de EU heeft opgegeven om mee te doen aan de Nederlandse verkiezingen, roept alle progressieve partijen in Europa op om zich te verenigen tegen de ‘verbijsterende’ ondermijning van de klimaatdoelen door rechts. De voormalige vicevoorzitter van de Europese Commissie voert nu de gezamenlijke lijst van GroenLinks en de PvdA aan en is van mening dat links zich moet mobiliseren tegen het streven van radicaal-rechts om klimaatmaatregelen als ‘onbetaalbaar’ weg te zetten. Hij gaf The Guardian een van zijn eerste campagne-interviews en zei daarin dat het Verenigd Koninkrijk een van de eerste landen was waarvan de regering terugkomt op haar klimaatbeloften. 

    De Britse premier Rishi Sunak zwakte de klimaatplannen van zijn regering vorige maand danig af met de mededeling dat het verbod op de verkoop van nieuwe diesel- en benzineauto’s vijf jaar wordt uitgesteld en ook de afschaffing van gasboilers minder snel zal worden ingevoerd. ‘Het grote gevaar is nu dat rechts gaat zeggen, en Sunak is daar een goed voorbeeld van: we kunnen ons geen klimaatbeleid veroorloven, het is te duur, vooral voor mensen met een smalle beurs,’ zegt Timmermans. ‘Het is vrij verbijsterend om te zien dat politici die meestal weinig oog hebben voor mensen met lage inkomens zich ineens wel sterk voor hen maken nu dat in hun strijd tegen het klimaatbeleid past,’ vindt hij. ‘Daar zitten duidelijk economische belangen achter. Het gevaar voor links, voor progressieve partijen, is dat deze tegenstelling tussen sociale rechtvaardigheid en klimaatrechtvaardigheid door rechts wordt uitgebuit en bij links verdeeldheid kan zaaien.’

    ‘Het grote gevaar is nu dat rechts gaat zeggen: we kunnen ons geen klimaatbeleid veroorloven’

    Timmermans wil de Nederlandse uitstoot van broeikasgassen in 2030 hebben teruggebracht met 65 procent (meer dus dan de 55 procent die de EU zich ten doel stelt) en hij denkt dat het bedrijven en consumenten alleen maar in verwarring zal brengen als klimaatmaatregelen nu weer worden afgezwakt. Net als het Verenigd Koninkrijk heeft ook Zweden onlangs aangekondigd in zijn klimaatbeleid te gaan snijden, en in Duitsland wordt geklaagd over de kosten van het isoleren van gebouwen. Maar Timmermans’ scherpste kritiek geldt de beleidsvoornemens van Sunak. Hij waarschuwt dat de Conservatieve Partij ‘door de radicalen lijkt te worden overgenomen’. Uitstel van het verbod op benzineauto’s is volgens hem een schijnbesparing. ‘Ik hoop dat we onze burgers ervan kunnen overtuigen dat hoe langer je wacht met het nemen van klimaatmaatregelen, hoe duurder ze worden en hoe moeilijker het zal zijn om nog te veranderen,’ zegt hij.

    Historisch dieptepunt

    De populaire sociaaldemocraat en oud-minister, die vermaard is om zijn talenkennis en sinds kort met een grijze baard rondloopt, werd vrij recent tot lijsttrekker uitgeroepen en op slag stond de nieuwe fusiepartij bovenaan in de peilingen. Op dit moment moet hij maar twee partijen voor zich laten: de centrumrechtse VVD van de huidige premier Rutte en het pas opgerichte Nieuw Sociaal Contract van de ‘gematigde outsider’ Pieter Omtzigt. Maar het vertrouwen in de politiek bevindt zich op een historisch dieptepunt. Mede dankzij de kritiek van Omtzigt in de Kamer viel het vorige kabinet Rutte in 2021 over een schandaal waarbij duizenden ouders, vaak mensen met een dubbele nationaliteit, onterecht van fraude met kindertoeslagen waren beschuldigd. En het land betaalt momenteel een ereschuld van 22 miljard euro aan de provincie Groningen, waar 85.000 woningen zijn beschadigd door de decennialange gaswinning. 

    Timmermans heeft net een rondgang van vijf weken door het land gemaakt en beloofd de bureaucratie terug te dringen en te streven naar meer vertrouwen tussen burger en overheid. ‘Als iemand die uit een mijnstreek komt, sta ik nog steeds versteld [van Groningen]. Want in de mijnstreek hadden we precies hetzelfde probleem, dat woningen schade opliepen, maar daar werd meteen iets aan gedaan,’ zegt hij. Een recent schandaal waarbij de fiscus zich bij fraude-onderzoek schuldig bleek te hebben gemaakt aan etnisch profileren, waarvan de minister van Financiën achteraf heeft erkend dat het een vorm van ‘institutioneel racisme’ was, wordt door Timmermans genoemd als een andere reden voor het gebrek aan vertrouwen in de Nederlandse politiek. Hij vindt het ‘vreselijk, vreselijk pijnlijke’ onthullingen en erkent dat het ‘een hele tijd zal duren’ voordat het vertrouwen bij de kiezer is hersteld.

    Ruttes huidige vierpartijenkabinet is in juli weliswaar gevallen over ‘onoverbrugbare’ verschillen van mening over de asielproblematiek, maar volgens Timmermans zal immigratie in de aanloop naar de verkiezingen op 22 november geen splijtzwam worden. ‘Onbeheersbare migratie is een van de factoren die bijdragen aan de onzekerheid in onze samenleving, dus daar moet links net zo goed als rechts een aanpak voor vinden,’ zegt hij. ‘We hebben een verantwoord migratiebeleid nodig, en dat begint met onze internationale overeenkomsten.’ En hij neemt het Verenigd Koninkrijk weer op de korrel, waar minister van Binnenlandse Zaken Suella Braverman in een populistische toespraak vorige week waarschuwde voor een ‘orkaan’ van massa-immigratie: ‘Wij zijn Braverman niet. Dat zijn onze grondbeginselen. Dat is waar de hele westerse democratie om draait.’

    Veerkracht

    Zijn verkiezingsprogramma belooft een verhoging van het minimumloon en meer tegemoetkomingen aan de lage inkomens, meer belasting op vervuiling en op de winsten van bedrijven, een nieuw toptarief voor de inkomstenbelasting, een extra ‘miljonairsbelasting’ en hardere aanpak van belastingontduiking. Maar hij heeft ook voorstellen die de gewone burger in de portemonnee zullen raken, zoals de geleidelijke afschaffing van de hypotheekrenteaftrek. Hij beseft dat dit weerstand kan oproepen: ‘Op sommige mensen werkt klimaatbeleid als een rode lap, ze winden zich daar enorm over op, en in de rechtse media word ik al heel lang als “klimaatpaus” weggezet.’ Maar hij zegt te staan voor een ‘betere samenleving’. ‘Er heerst een diep gevoel van onrechtvaardigheid in onze samenleving, en we moeten het vraagstuk van de herverdeling aanpakken,’ meent hij. ‘Dat zal ook tot meer zelfvertrouwen leiden. Onze mentaliteit van “er is niks wat wij niet kunnen oplossen, want wij zijn Nederlanders” is omgeslagen in “er is niks wat wij kunnen oplossen, want wij zijn Nederlanders”.’

    ‘Als je geen vertrouwen meer hebt in je eigen veerkracht, wordt alles een probleem’

    Deze Monty Python-fan, gekleed in een keurig hemd en jasje met daaronder een spijkerbroek en sneakers, schreef na brexit een verdrietige liefdesbrief aan Groot-Brittannië en ziet nog steeds grote overeenkomsten tussen dat land en Nederland. ‘Om het te zeggen zoals mijn kinderen zouden doen: we zijn onze swag kwijt,’ zegt hij. ‘Herinneren jullie je de tijd van Cool Britannia nog? Niemand heeft het daar nog over. Maar als je trots bent op je land, heb je ook meer veerkracht. Als je geen vertrouwen meer hebt in je eigen veerkracht, wordt alles een probleem.’ De kracht van verenigd links, het bouwen aan een groene toekomst in een gefragmenteerd politiek landschap, is zijn oplossing voor dat probleem. ‘Een van de redenen dat ik weer de nationale politiek in ben gegaan,’ zegt hij, ‘is dat we nu een kans hebben om tot een beweging in de andere richting te komen.’

  • Wereldwijd groeit de weerstand tegen immigratie – en daarmee het populisme

    Wereldwijd groeit de weerstand tegen immigratie – en daarmee het populisme

    De val van het Nederlandse kabinet is het zoveelste voorbeeld van wereldwijde ontevredenheid over immigratie, schrijft The Wall Street Journal. Nu immigratie naar een recordhoogte stijgt, worden rechts-populistische partijen in een groot deel van de wereld populairder.

    Een recordaantal immigranten vertrekt naar welvarende landen. Dat leidt wereldwijd tot steeds meer protest, waardoor populistische partijen almaar populairder worden. Regeringen worden onder druk gezet om hun beleid aan te scherpen en de migratiegolf in te dammen.

    In veel landen, waaronder Canada en delen van Europa en Azië, worden migranten aangemoedigd om te komen, zodat ze tekorten aan arbeidskrachten kunnen verlichten en demografische dalingen kunnen compenseren. Maar die grote toestroom zorgt er, in combinatie met de toename van illegale immigratie naar de Verenigde Staten en Europa, tevens voor dat steeds meer kiezers ontevreden worden. Sinds het einde van de coronapandemie is de migratiestroom toegenomen, waardoor samenlevingen veranderen. Veel mensen geven immigranten de schuld van een toename in criminaliteit en hogere woonprijzen.

    Afgelopen vrijdag viel het Nederlandse kabinet. De verschillende partijen konden het niet eens worden over nieuwe maatregelen om de immigratie, die tot een recordhoogte is gestegen, te beperken. In Italië en Finland zijn onlangs anti-immigratiepartijen aan de macht gekomen en in Zweden gedogen ze sinds kort minderheidsregeringen. De extreemrechtse FPÖ [Vrijheidspartij] in Oostenrijk staat momenteel bovenaan in de landelijke peilingen.

    80 procent meer

    Vorig jaar verhuisden er ongeveer vijf miljoen meer mensen naar welvarende landen dan dat er mensen vertrokken. Volgens dataonderzoek van Wall Street Journal is dat 80 procent meer dan vóór de pandemie. De stijging wordt veroorzaakt door versoepeling van de reisbeperkingen die tijdens corona golden, toename van tekorten aan arbeidskrachten in rijke landen en grotere economische problemen in ontwikkelingslanden.

    Opiniepeilingen tonen aan dat de weerstand tegen immigratie in welvarende landen toeneemt – ook in landen die bekendstaan als het meest gastvrij voor nieuwkomers.

    Ruwweg de helft van de Canadezen is het niet eens met nieuwe plannen van de regering, die ongeveer een half miljoen immigranten per jaar wil gaan binnenlaten. Ze vinden dat te veel voor een land met veertig miljoen inwoners. Volgens een peiling van Léger, een onderzoeksbureau uit Montreal, is driekwart van de mensen bang dat het plan een buitensporige vraag naar huisvesting, gezondheidsdiensten en sociale diensten als gevolg heeft.

    In het Verenigd Koninkrijk zijn de regels versoepeld: het doel is om afgestudeerden uit het buitenland aan te trekken om een tekort aan vakkennis op te lossen. Volgens een enquête van onderzoeksbureau Public First vindt de helft van de mensen in het Verenigd Koninkrijk dat er te veel legale migratie plaatsvindt.

    Een groot deel van de bevolking in de Verenigde Staten is al langere tijd tegen immigratie. Die weerstand is het afgelopen jaar toegenomen: volgens Gallup polls ligt de tevredenheid van Amerikanen over immigratie rond de 28 procent, waar dat vorig jaar nog 34 procent was. Het is het laagste cijfer in tien jaar tijd.

    Finland is bezig langs de Russische grens een technologisch geavanceerd hek van tweehonderd kilometer te bouwen

    In Frankrijk vonden dagenlang gewelddadige protesten plaats, omdat de politie er onlangs een tiener van Noord-Afrikaanse afkomst doodschoot. Toch suggereren recente peilingen dat Marine Le Pen, de extreemrechtse leider van Front National, de volgende presidentsverkiezingen van het land zou kunnen winnen. Le Pen is ook voorstander van strengere immigratiewetten.

    Kiezers maken zich over het algemeen vooral zorgen om illegale immigratie, die vaak invloed heeft op lonen en sociale voorzieningen. Illegale immigratie via de Middellandse Zee naar Europa en vanuit Mexico naar de Verenigde Staten heeft de afgelopen maanden een recordhoogte bereikt.

    Maar mensen maken zich ook zorgen over de komst van laag- en zelfs hoogopgeleide legale migranten. De angst bestaat dat de prijzen voor wonen en andere kosten stijgen door hun komst, terwijl er al sprake is van hoge inflatie.

    Europese landen bouwen voort op maatregelen die al vóór de coronapandemie in gang zijn gezet: er worden honderden kilometers aan nieuwe land- en zeebarrières gebouwd om illegale migratie zo veel mogelijk te verhinderen. Finland is bezig langs de Russische grens een technologisch geavanceerd hek van tweehonderd kilometer te bouwen. Kyriakos Mitsotakis, de Griekse premier, beloofde in maart dat er langs de Turkse grens een stalen hek van zo’n honderdvijftig kilometer zou komen om illegale oversteek te voorkomen.

    Vooral in Europa ‘is er absoluut een discrepantie tussen het soort mensen dat onze arbeidsmarkten nodig heeft en het soort mensen dat binnenkomt’, zegt Roland Freudenstein, vicevoorzitter van de onafhankelijke denktank Globsec in Brussel. Veel mensen verhuizen naar Europa vanwege de sociale voorzieningen die worden aangeboden in landen als Zweden en Duitsland, aldus Freudenstein. In de Verenigde Staten ligt dat volgens hem anders: daar komen immigranten meer voor het werk, deels omdat er minder sociale voorzieningen zijn.

    Vacatures

    Het aantal immigranten naar de Verenigde Staten en Europa steeg in 2015 en 2016 enorm. De weerstand daartegen is een van de redenen dat Groot-Brittannië uit de Europese Unie stapte en Donald Trump president kon worden. ‘We zien nu een vergelijkbare ontwikkeling, die nog verder reikende gevolgen zou kunnen hebben,’ zegt Freudenstein.

    Ook in Nederland staan rechtse partijen bovenaan in de peilingen. De conservatieve partij van Mark Rutte heeft onlangs geprobeerd om de stroom asielzoekers naar het land te beperken, maar twee van de coalitiepartners weigerden hierin mee te gaan. Het leidde ertoe dat Rutte, de langstzittende regeringsleider in de Nederlandse geschiedenis, zichzelf gedwongen zag zijn ontslag aan te bieden aan de koning.

    De regering heeft voorspeld dat het aantal asielaanvragen dit jaar kan oplopen tot meer dan zeventigduizend, meer dan het vorige recordaantal uit 2015 [de voorlopige cijfers van de eerste zes maanden van 2023 ligger lagen dan verwacht: 20.122 asielaanvragen]. Met achttien miljoen inwoners is het een dichtbevolkt land en de huisvesting komt hierdoor onder druk te staan. Conservatievere kiezers roepen daarom op tot strengere controles.

    In veel landen is er nog steeds veel steun voor meer migratie, vooral onder bedrijfsleiders die bang zijn dat ze bepaalde functies niet kunnen bezetten zonder talent uit het buitenland. Japan stond lang bekend om zijn anti-immigratiebeleid, maar heeft vorige maand de regels voor buitenlandse werknemers versoepeld. Ook in Duitsland, Spanje en Zuid-Korea worden meer buitenlandse werknemers toegelaten of wordt de wetgeving versoepeld.

    Maar de groeiende weerstand onder de bevolking maakt het voor regeringen steeds moeilijker om een dergelijk beleid door te voeren. Toch is het volgens sommige leiders de enige manier om vacatures op te vullen, nu mensen in rijkere landen ouder worden en met pensioen gaan.

    In Duitsland haalt de anti-immigrantenpartij Alternative für Deutschland (AfD) in de peilingen rond de 20 procent van de stemmen. Dat is twee keer zoveel als bij de nationale verkiezingen van 2021. Het zou betekenen dat de AfD na de christendemocraten de populairste partij van het land is, populairder nog dan de sociaaldemocraten van bondskanselier Olaf Scholz. Uit de peilingen blijkt dat het immigratiebeleid voor de achterban van de AfD de belangrijkste reden is om de partij te steunen.

    Slechts zo’n honderdduizend van de ongeveer miljoen Oekraïners in Duitsland hebben een baan

    Duitsland heeft de afgelopen jaren miljoenen vluchtelingen uit Afghanistan, Syrië en Oekraïne opgenomen. Toch klagen bedrijven nog steeds dat ze meer hoogopgeleide migranten nodig hebben, omdat vluchtelingen moeilijk op te leiden en te integreren zijn. Slechts zo’n honderdduizend van de ongeveer miljoen Oekraïners in Duitsland hebben een baan.

    In Frankrijk heeft de regering van president Emmanuel Macron onlangs plannen opgeschort die het mogelijk maakten voor immigranten zonder papieren om in sectoren met een tekort aan arbeidskrachten te gaan werken. De plannen moeten worden uitgesteld vanwege een geschil met Italië over de illegale oversteek van de Frans-Italiaanse grens.

    Volgens een peiling die na het begin van de rellen door Odoxa-Backbone Consulting voor de krant Le Figaro werd afgenomen, wil ongeveer 60 procent van de Fransen dat de immigratiewetgeving wordt aangescherpt. Le Pen zei in februari dat een groot aantal immigranten ‘ervoor zorgt dat [banen] in eigen land worden “uitbesteed”’. Oftewel: werknemers van Franse afkomst moeten het afleggen tegen werknemers met een buitenlandse afkomst. ‘Als we een fabriek kunnen offshoren, doen we dat. En als dat niet kan, omdat je een restaurant of constructiewerk niet aan het buitenland kan uitbesteden, halen we meer immigranten binnen.’

    Ron DeSantis, gouverneur van Florida en Republikeinse presidentskandidaat, nam in mei een nieuwe wet aan die ongedocumenteerde immigranten in die staat nog verder criminaliseert. Belangrijke figuren uit de agrarische sector en de bouwsector zeggen dat de wet de tekorten aan arbeidskrachten daar zal vergroten.

    Australië en Nieuw-Zeeland haalden al lange tijd veel hoogopgeleide immigranten binnen, maar nu krijgen buitenlanders de schuld van de stijgende woonprijzen. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat de gemiddelde huur- en koopprijzen met ongeveer 1 procent stijgen als het equivalent van 1 procent van de bevolking van een stad daarnaartoe immigreert. Volgens recente opiniepeilingen is ongeveer 60 procent van de Australiërs voorstander van een migratiestop, zodat de woonprijzen kunnen dalen.

    Record

    In het Verenigd Koninkrijk zeggen ministers dat ze het aantal immigranten willen verminderen, hoewel dat aantal het afgelopen jaar door hun eigen beleid tot een recordhoogte is gestegen. Suella Braverman, de Britse minister van Binnenlandse Zaken, zei in mei dat we niet moeten vergeten hoe we zelf dingen kunnen doen. ‘Er is geen goede reden waarom we niet genoeg vrachtwagenchauffeurs, slagers of fruitplukkers zouden kunnen opleiden.’

    Vorig jaar verhuisden ongeveer zeshonderdduizend meer mensen naar het Verenigd Koninkrijk dan er het land verlieten – een record. Het is onwaarschijnlijk dat dit zo door zal gaan, want dat zou het aandeel van immigranten in de bevolking in tien jaar tijd met 5 procent verhogen, tot ongeveer 20 procent. Dat stelt Alan Manning, professor aan de London School of Economics en voormalig voorzitter van het U.K. Migration Advisory Committee [Adviescomité Migratie Verenigd Koninkrijk], dat de Britse regering adviseert over immigratiebeleid. ‘Alle infrastructuur zou dan moeten mee ontwikkelen, omdat er anders opstoppingen ontstaan,’ zegt hij.

    Experts zeggen dat de weerstand tegen immigranten onderdeel is van een zich herhalende cyclus. Bedrijven zetten zich voortdurend in voor soepeler immigratiewetten, omdat dat hun arbeidskosten verlaagt en hun winst verhoogt. Op rechts krijgen ze steun van neoliberale politici en op links van leiders die integratie nastreven. Daardoor wordt er een immigratiebeleid doorgevoerd dat soepeler is dan de gemiddelde kiezer wil.

    Het gevolg daarvan is volgens Manning dat het populisme een enorme boost krijgt. Populistische politici smoren vervolgens de immigratie in de kiem, waardoor de angsten van de kiezers afnemen en de cyclus opnieuw begint.

    Manning ontving honderden reacties van geïnteresseerde partijen toen hij als voorzitter van het U.K. Migration Advisory Committee informatie inwon. Bijna allemaal wilden ze dat er meer immigranten zouden worden binnengelaten. ‘Maar volgens opiniepeilingen wilden de meeste mensen juist minder immigratie,’ aldus Manning.

    Lees ook:

  • Netanyahu vormt nieuwe Israëlische regering

    Netanyahu vormt nieuwe Israëlische regering

    » Elon Musk gaat opstappen als CEO van Twitter

    » Zelensky brengt bliksembezoek aan de VS

    Israël krijgt de meest rechtse regering uit de geschiedenis

    De aankomende Israëlische premier Benjamin Netanyahu heeft woensdag een akkoord gesloten met andere partijen over het vormen van een nieuwe regering, schrijft The Jerusalem Post. Dat heeft Netanyahu aan de huidige president Isaac Herzog laten weten. Netanyahu’s Likud-partij won de verkiezingen in november, maar was sindsdien op zoek naar coalitiepartners.

    Die coalitiepartners heeft Likud gevonden in drie ultra-orthodoxe partijen, waardoor Israël nu de meest rechtse regering in haar geschiedenis krijgt. Dankzij deze steun heeft de regering nu een kleine meerderheid in het Israëlische parlement, met 64 van de 120 zetels in de Knesset. De leiders van deze ultra-orthodoxe partijen zullen waarschijnlijk een rol als minister gaan vervullen in het kabinet.

    De 73-jarige Netanyahu, die van 1996 tot 1999 en vervolgens van 2009 tot 2021 als premier van Israël was, kan zich opmaken voor zeer conservatieve coalitiepartners. Zo streven zij naar een inperking van rechten van vrouwen en lhbtiq’ers, een annexatie van de Westelijke Jordaanoever en een nog grotere rol voor het leger bij het bewaken van de openbare orde. Met name het conflict met de Palestijnen zou hierdoor verder uit de hand kunnen lopen.

    Lees ook:

  • Israël: Netanyahu maakt zich op voor politieke comeback

    Israël: Netanyahu maakt zich op voor politieke comeback

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Bolsonaro zwijgt na overwinning Lula

    » Iraanse autoriteiten gaan duizend betogers openbaar berechten

    Likoed-partij van oud-premier is favoriet bij verkiezingen

    In Israël vinden vandaag verkiezingen plaats en de kans is groot dat Benjamin Netanyahu zijn politieke comeback voltooit. De Likoed-partij van de oud-premier van Israël is de absolute favoriet. Volgens Deutsche Welle wordt vooral de rol van extreemrechtse partijen in de totstandkoming van de nieuwe regering interessant, aangezien Netanyahu deze partijen hard nodig kan hebben bij het vormen van een coalitie.

    De partijen Religieus Zionisme en Joodse Kracht, beiden zeer conservatief, staan er zeer goed voor in de peilingen. Mede dankzij het aanhoudende geweld tussen Israël en de Palestijnse gebieden hebben deze partijen hun aanhang weten te vergroten door campagne te voeren met een boodschap gericht op veiligheid en nationale identiteit.

    De grote tegenstander van Netanyahu, die momenteel verwikkeld is enkele corruptiezaken, is de huidige premier Yair Lapid. Toch lijkt het vast te staan dat de partij van Netanyahu na dinsdag weer de grootste is in Israël. De verwachting is dat de verdeeldheid die de Israëlische politiek de afgelopen jaren kenmerkte, zal blijven bestaan, ook na dinsdag.

    Lees ook:

  • Antiwoke-universiteit of noodzakelijke onderwijsvernieuwing?

    Antiwoke-universiteit of noodzakelijke onderwijsvernieuwing?

    De nieuwste universiteit van de VS was nog geen tien dagen oud of ze moest al in de verdediging. De instelling zou een uiterst rechts bastion zijn in plaats van een neutrale leerplek. Spraakmakende adviseurs van het eerste uur Steven Pinker en Robert Zimmer verlieten de raad van adviseurs, waar ze intellectuele steun gaven aan het idee van een op ‘vrij onderzoek’ gerichte plek.

    ‘We kunnen niet wachten tot universiteiten zichzelf herstellen. Dus beginnen we een nieuwe. Ik heb mijn positie als president van St. John’s College in Annapolis opgegeven om een universiteit in Austin te starten die is gewijd aan het onbevreesd nastreven van de waarheid.’ Zo kondigde Pano Kanelos op 8 november van dit jaar de oprichting aan van een splinternieuwe universiteit in Amerika, de ‘UATX’, University of Austin, Texas.

    Over de noodzaak voor deze nieuwe universiteit schreef hij: ‘Kunnen we echt beweren dat het nastreven van de waarheid – ooit het centrale doel van de universiteit – nog steeds de hoogste deugd is? Geloven we oprecht dat de cruciale middelen daarvoor, vrijheid van onderzoek en een open discours, nog de overhand hebben terwijl illiberalisme een alomtegenwoordig kenmerk van het universitair klimaat is geworden?’

    ‘Onze democratie hapert voor een belangrijk deel, omdat ons onderwijssysteem illiberaal is geworden’

    ‘De realiteit is dat veel universiteiten niet langer worden aangespoord een omgeving te creëren waarin intellectuele afwijkende meningen worden beschermd en modieuze meningen scherp worden bevraagd. Onze meest prestigieuze scholen dienen vooral als eindopleiding voor de aankomende nationale en mondiale elite. Te midden van baksteen en klimop houden deze studenten zich met steeds ontoegankelijkere theorieën bezig.’

    En dat is een groot probleem, aldus Kanelos. ‘Niet alleen worden studenten als individuen hiermee benadeeld; we laten de natie in de steek. Onze democratie hapert voor een belangrijk deel, omdat ons onderwijssysteem illiberaal is geworden.‘

    ‘Universiteiten zijn plekken waar de samenleving denkt, waar de gewoonten en zeden van onze burgers worden gevormd. Als deze instellingen niet open en pluralistisch zijn, als ze uitspraken beperken en degenen met onpopulaire standpunten verbannen, als ze wetenschappers ertoe brengen complete onderwerpen te mijden uit angst, als ze voorrang geven aan emotionele troost boven het vaak ongemakkelijke streven naar de waarheid, wie is er dan nog over om het discours vorm te geven dat nodig is om vrijheid in een zelfsturende samenleving in stand te houden?’

    Ayaan Hirsi Ali

    Kanelos introduceerde een lijst met namen van docenten, betrokkenen en adviseurs. De rechtse tot uiterst rechtse signatuur die hieruit naar voren kwam, leidde in de Amerikaanse universitaire en journalistieke wereld tot opgetrokken wenkbrauwen.

    ‘Ons project begon met een kleine bijeenkomst van degenen die zich zorgen maakten over de staat van het hoger onderwijs’, schreef Kanelos. ‘Niall Ferguson, Bari Weiss, Heather Heying, Joe Lonsdale, Arthur Brooks en ik, en sindsdien hebben ook vele anderen zich aangesloten, zoals de dappere professoren Kathleen Stock, Dorian Abt en Peter Boghossian. Maar ook universiteitsvoorzitters: Robert Zimmer, Larry Summers, John Nunes en Gordon Gee, en vooraanstaande academici, zoals Steven Pinker, Deirdre McCloskey, Leon Kass, Jonathan Haidt, Glenn Loury, Joshua Katz, Vickie Sullivan, Geoffrey Stone, Bill McClay en Tyler Cowen.

    We worden ook vergezeld door journalisten, kunstenaars, filantropen, onderzoekers en publieke intellectuelen, waaronder Lex Fridman, Andrew Sullivan, Rob Henderson, Caitlin Flanagan, David Mamet, Ayaan Hirsi Ali, Sohrab Ahmari, Stacy Hock, Jonathan Rauch en Nadine Strossen.

    Aan die politieke diversiteit van de nieuwe universiteit wordt ernstig getwijfeld

    Wij zijn een toegewijd team dat met de dag groeit. Onze achtergronden en ervaringen zijn divers; onze politieke opvattingen verschillen.’

    En precies over dat laatste ontstond een polemiek in de pers en de universitaire wereld, want aan die politieke diversiteit wordt ernstig getwijfeld.

    Zo schreef columnist Will Bunch in The Philadelphia Inquirer: ‘De echte reden voor het creëren van hun nieuwe bastion van hoger onderwijs is “wokeness”, waarvan zij beweren dat die het intellectuele debat verstikt. Volgens een van de bondgenoten, de conservatieve Ayaan Hirsi Ali: “Ons onderwijssysteem faalt: in plaats van een plek om te leren, zijn universiteiten getransformeerd in plekken van angst”, waarbij ze verwijst naar wat ze beschrijft als obsessies met “micro-agressies” rond huidskleur, geslacht of seksualiteit, de zogenaamde “cancelcultuur”, of het gebruik van de juiste voornaamwoorden.’

    ‘Zeker’, schrijft Bunch, ‘er zijn serieuze problemen rond vrijheid van meningsuiting op de campussen, maar dat ligt veel genuanceerder en gecompliceerder dan ze doen voorkomen. Ze zouden eens een paar dagen op een echte universiteit moeten doorbrengen, in plaats van alleen maar te lezen over de selectieve Breitbart/Fox News-“campus snowflake”-verontwaardiging van de dag.‘

    Onafhankelijkheid

    Voor Politico ging Derek Robertson verder op de zaak in met het artikel ‘Het is de university of Austin tegen iedereen – inclusief zichzelf’. Hij plaatst vraagtekens bij de neutraliteit en onafhankelijkheid die de nieuwe universiteit zegt na te streven.

    ‘Toen UATX begin november werd gelanceerd‘, aldus Robertson, ‘zei oprichter Pano Kanelos, dat “de betekenis van oldskool motto’s terug zouden keren. Licht. Waarheid. De wind van vrijheid” tegenover “universiteiten die er buitengewoon goed in zijn om studenten alles te bieden wat ze nodig hebben… behalve intellectuele durf”. Het was zowel een uitleg van zijn missie als een impliciete kritiek: de University of Austin zal “fel onafhankelijk” zijn, in tegenstelling tot het academische establishment dat hopeloos gevangen wordt gehouden door progressieve, censurerende ideologen.

    De oprichtingsaankondiging ging gepaard met klinkende namen om het project intellectuele glans te geven, zoals historicus Niall Ferguson van de Hoover Institution in Stanford – een van de oprichters van UATX – en voorts voormalig minister van Financiën en voormalig Harvard-voorzitter Larry Summers en econoom Tyler Cowen.

    Steven Pinker van Harvard zwijgt over waarom hij zijn deelname aan UATX heeft beëindigd, maar Robert Zimmer van de Universiteit van Chicago was er duidelijk over: hij is absoluut voor vrije meningsuiting, maar staat niet achter de directe aanval op het bestaande hoger onderwijs. In een verklaring zegt hij dat “de nieuwe universiteit een aantal uitspraken deed over het hoger onderwijs in het algemeen, het merendeel behoorlijk kritisch, die heel sterk afwijken van mijn eigen opvattingen”.

    ‘Het bijna onmogelijk om het project als iets anders te zien dan als politiek’

    Gordon Gee, president van de West Virginia University, een andere adviseur, blijft wel betrokken, maar was nog directer: “Ik ben het er niet mee eens dat andere universiteiten niet langer de waarheid zouden zoeken en ik heb ook niet het gevoel dat het hoger onderwijs onherstelbaar beschadigd is.”

    Al deze onenigheid weerspiegelt de ongemakkelijke tegenstelling in het hart van het ambitieuze project: ondanks de claim van onafhankelijkheid van de University of Austin in het politieke mijnenveld dat hoger onderwijs in 2021 is, is het bijna onmogelijk om het project als iets anders te zien dan als politiek op zich.

    Kanelos, de voormalige president van het St. John’s College, kondigde de lancering aan via de Substack-nieuwsbrief van Bari Weiss, een medeoprichter die geen academicus is, maar een journalist gespecialiseerd in het prikken in de liberale consensus. Medeoprichter en trustee Joe Lonsdale, tevens met Peter Thiel medeoprichter van het data-analysebedrijf Palantir, verdedigde het project in de conservatieve New York Post, en Ferguson schreef zuur bij Bloomberg dat ‘academische vrijheid sterft in wokeness’.

    De expliciet uitgesproken ideologische toewijding van de University of Austin is gericht op een pluralistische, klassiek liberale vrijheid van meningsuiting. Maar, zoals Zimmer en anderen hebben opgemerkt, berust het project van de universiteit in haar huidige vorm op een inherent politieke kritiek op bestaande instellingen. Voor een intellectueel vehikel dat zo toegewijd is aan diversiteit van denken dat het niet eens zou kunnen bestaan ​​in het huidige academische landschap, vormen de erbij aangesloten denkers zelf bijna een monocultuur: het zijn bijna allemaal iconen van hetzelfde confronterende, niet-vooruitstrevende liberale rationalisme.’

    Morele superioriteit

    ‘Het claimen van een open blik en van meritocratische, rationele vrijheid van ideologische dogma’s, is in de Amerikaanse politiek hetzelfde als morele superioriteit claimen’, vervolgt Robertson zijn artikel. ‘Door precies dat te doen, heeft UATX ongewild de kritiek bevestigd van de meeste linkse cultuurcritici die luidkeels opperen dat waarheid of objectiviteit niet bestaat. Op basis van haar huidige intellectuele kliek lijkt de zelfverklaarde “onafhankelijkheid” van UATX veel op een poging de dominantie van de eigen waarden van haar betrokkenen opnieuw te onderstrepen.

    Je hoeft je niet volledig over te geven aan relativisme om te erkennen dat morele superioriteit meer een doel of aspiratie is dan een toestand die je ooit echt kunt bereiken. Wanneer conservatieve figuren zoals senatoren Ted Cruz of Josh Hawley roepen dat Amerikaanse instellingen ideologisch gevangen zijn genomen en moeten terugkeren naar een of ander Eden-achtig, pre-woke ideaal, of wanneer progressieve opiniemakers zoals Nikole Hannah-Jones een objectieve feitelijke basis denken te kunnen claimen voor een project dat fundamenteel ideologisch is, dan verdraaien ze idealen voor hun eigen politieke doeleinden. Dat alles maakt deel uit van de slingerbeweging van het Amerikaanse intellectuele leven. Maar door te beweren daar buiten te staan, leggen UATX en zijn pleitbezorgers de lat onmogelijk hoog voor hun project.

    ‘Wat het project het meest kwetsbaar maakt voor kritiek in dit vroege stadium, is wie er niet bij betrokken zijn’

    Dat wil niet zeggen dat de structurele of ideologische kritiek op de academische wereld inherent verkeerd is; het zal moeilijk zijn om iemand te vinden (die geen goedbetaalde universiteitsbestuurder is) die zal beweren dat het huidige systeem perfect werkt. Maar de lancering van UATX, en de luidruchtige reacties die daarop volgden, kunnen worden gezien als een waarschuwing over de notie van objectiviteit in het moderne Amerikaanse intellectuele leven; over hoe verleidelijk het is aanspraak te maken op neutraliteit, en hoe een krachtig maar gevaarlijk gereedschap dat is geworden in de gereedschapskist van de cultuuroorlog.

    Ook al zijn de oprichtingsadviseurs van de universiteit uniform in hun oppositie tegen een bepaald soort progressieve retoriek, het is wel een beetje een lastig te plaatsen club. Tegenover alle gal die Ferguson verzamelde in zijn Bloomberg-opiniestuk, is er de omzichtigheid van iemand als Cowen; tegenover de zwaarwichtigheid van eikenhouten lambriseringen die een figuur als Gordon Gee omgeeft, is er het blotevuistengepolemiseer van Andrew Sullivan. Dan heb je nog een toneelschrijver, Trump-aanhanger David Mamet, en een geofysicus; Dorian Abbot, die meeschreef aan een opiniestuk waarin positieve discriminatie wordt bekritiseerd en wiens uitnodiging voor een prestigieuze MIT-lezing vervolgens werd afgezegd.

    Wat het project echter het meest kwetsbaar maakt voor kritiek in dit vroege stadium, is wie er niet bij betrokken zijn, namelijk iedereen van progressief links waarvan ze geloven dat die vrijheid van meningsuiting in de academische wereld zouden bedreigen. In een e-mail zei woordvoerder Hillel Ofek dat UATX ”geen enkele politieke of ideologische toegangstest zal doen. Wij zijn van mening dat het een fundamenteel onderdeel is van liberaal onderwijs om rigoureus om te gaan met radicaal alternatieve opvattingen en ideeën, inclusief die welke de vrijheid van meningsuiting in twijfel trekken. We zouden zeker iemand verwelkomen die een criticus is van de vrijheid van meningsuiting van links of rechts, zolang ze zich aan onze universitaire principes van open onderzoek en open en eerlijk debat houden.”’

    Vehikel tegen ‘wokeness’

    ‘Maar wat verklaart dan de rechtse signatuur van al die adviseurs van het eerste uur?’ vraagt Robertson zich af. ‘De meest barmhartige opmerking van critici zou kunnen zijn dat de oprichters van de universiteit progressieve censuur vrezen als een te grote bedreiging of belemmering (zie: Karl Poppers “paradox van tolerantie”). Maar, om Ockhams scheermes te gebruiken: het is veel gemakkelijker voor te stellen dat niemand ter linkerzijde, zeker niet in de moordende wereld van het hoger onderwijs waar reputatie goud waard is, bereid is om zich aan te melden voor een project dat door vakgenoten onvermijdelijk zal worden afgedaan als reactionair.

    “Ik betwijfel of iemand die, bij gebrek aan een betere terminologie, ‘progressief’ is, de kans zou verwelkomen om deel uit te maken van de raad van adviseurs”, denkt ook Nadine Strossen, professor aan de New York Law School en voormalig president van burgerrechtenorganisatie ACLU, die gelooft dat robuuste bescherming van de vrijheid van meningsuiting van het grootste belang is, niet alleen voor de bloei van het liberalisme, maar ook voor raciale rechtvaardigheid op zich.

    Strossen, een UATX-adviseur, zegt lange gesprekken te hebben gevoerd met universiteitsvoorzitter Pano Kanelos. “Ik twijfel er absoluut niet aan dat hij advies zou verwelkomen van iemand die zich uitspreekt en kritisch zou zijn over alles, inclusief de fundamentele missie.”

    En er is inderdaad iemand die de fundamentele missie van vrij onderzoek wil bekritiseren. Maar dat is geen criticus van links; het is Sohrab Ahmari, de aartsconservatieve katholiek die zichzelf omschreef als “postliberaal”. In een essay voor The American Conservative schreef Ahmari dat UATX het vooruitzicht verwelkomde van een traditionalistische interne dissident aan de tafel. “Ik denk dat het gewoon tijd wordt dat wij orthodoxe gelovigen de honneurs moeten gunnen aan liberale instellingen en onze aanwezigheid moeten gebruiken als een test van hun liberalisme, op grond van hun eigen principes.”

    Goedkeuring van iemand als Ahmari – bewonderaar van Viktor Orbans “illiberale democratie”, die ooit schreef dat conservatieve christenen “moeten proberen de waarden van beleefdheid en fatsoen te gebruiken om onze orde en orthodoxie af te dwingen, en nooit moeten doen alsof ze ooit neutraal kunnen zijn”  – is een vrij grimmig bewijs van de bewering van de school dat geen enkel idee te gevaarlijk is om niet ontgonnen te worden in de klas. Maar bij gebrek aan theoretische tegenhangers ter linkerzijde, maakt het van de universiteit ook een gemakkelijke schietschijf als niets meer dan een vehikel voor grieven tegen “wokeness”.’

    Neutraliteit

    ‘In 2018 schreef historicus David Greenberg voor Politico over “het einde van neutraliteit”, met het argument dat “als we niet kunnen vertrouwen op de regering en andere neutrale instanties om betrouwbare informatie te verstrekken en eerlijk te oordelen over verschillende standpunten, we het risico lopen een van de grootste deugden van onze democratie te verliezen, namelijk het vermogen om onze debatten vrij en controversieel te voeren, wetende dat de meesten van ons de uitkomsten uiteindelijk als legitiem zullen accepteren”’, schrijft Robertson tot slot.

    ‘Sommige grondleggers van de University of Austin proberen het type instelling te reconstrueren dat Greenberg beschrijft, maar dan wel naar hun eigen beeld, met alle inherente vooroordelen die dat met zich meebrengt, en met het uitgesproken streven om ze te bestrijden. En dat is uiteindelijk de reden waarom het project zoveel woede opwekt: in een wereld waar iedereen rationele en morele superioriteit claimt in dienst van hun ideologische verplichtingen, is het aannemen van een scheidsrechtersrol meer dan alleen overdreven hybris. Het is bedreigend.

    Daarom is het ook enigszins begrijpelijk dat links het project zoveel meer als een belediging ziet dan rechts. Iedereen houdt van vrijheid van meningsuiting totdat een eigen persoonlijke grens wordt overschreden, en bij afwezigheid van links in Austin heeft de beschuldiging van een intrarechtscentristisch feestje in ieder geval de schijn van waarheid.

    Maar voorlopig bestaat de University of Austin voornamelijk als een idee. Op een gegeven moment zal toewijding aan de kernmissie worden getest, zoals dat ook voor elke andere universiteit geldt, en het is onmogelijk te voorspellen of de verantwoordelijken dat zullen doen met de eerlijkheid en intellectuele gelijkmoedigheid die de oprichters zeggen na te streven.

    Als ze slagen, en daarmee bewijzen dat critici ongelijk hebben, zullen ze iets authentieks en nieuws hebben neergezet in het Amerikaanse intellectuele leven en met terugwerkende kracht het lawaai en de woede rond de aankondiging van de oprichting hebben gerechtvaardigd.’

  • In gepolariseerd Amerika krijgt rechts zijn eigen smartphone: Freedom Phone

    In gepolariseerd Amerika krijgt rechts zijn eigen smartphone: Freedom Phone

    Erik Finman, met zijn tweeëntwintig jaar naar eigen zeggen ’s werelds jongste bitcoinmiljonair, bracht de Freedom Phone op de markt, een smartphone die is bedoeld om de ‘censuur’ van Silicon Valley te ontlopen. Finman is aanhanger van Donald Trump.

    ‘Hij hield een toespraak die was bedoeld voor een bepaald soort publiek’, schrijft The New York Times in een artikel over de jonge, conservatieve miljonair. Erik Finman plaatste afgelopen juli een gelikte video op Twitter, voorzien van een bombastische soundtrack waarin hij, tegen een achtergrond van Amerikaanse vlaggen en verwijzend naar Abraham Lincoln en Donald Trump, de Freedom Phone aankondigde. Het is een nieuw type smartphone die volgens Finman is bedoeld om Amerikanen te bevrijden van de ‘bigtech-despoten’. Conservatieve commentatoren besteedden ruimschoots aandacht aan de presentatie, waardoor de video 1,9 miljoen keer werd bekeken en duizenden bestellingen binnenkwamen voor zijn mobieltje à 500 dollar.

    Maar toen kwam het lastige deel: de telefoons moesten worden geproduceerd en geleverd. Finmans plan om zijn software gewoon op een goedkope Chinese telefoon te zetten viel niet in goede aarde. En het verzenden van de telefoons, het opzetten van een klantservice, het innen van betalingen en het voldoen aan alle regelgeving viel ook niet mee. ‘Ik dacht dat ik aan alles had gedacht’, aldus Finman, ‘maar ik denk dat het een beetje lijkt op hopen op wereldvrede, in die zin dat je denkt dat die er ook nooit zal komen.’

    Rechtse digitale sector

    Zelfs de best gefinancierde startups hebben moeite om te concurreren met techreuzen die een beurswaarde hebben van miljarden dollars en een formidabele greep op de markt. Toch maakt Finman deel uit van een groeiende rechtse digitale sector, die de uitdaging met big tech aangaat door meer te vertrouwen op de afkeer die conservatieve klanten hebben van Silicon Valley, dan op expertise en ervaring.

    Zo zijn er inmiddels aanbieders die rechtse websites hosten, is er de videosite Rumble die concurreert met YouTube en die zichzelf ‘site voor vrijheid van meningsuiting’ noemt en zijn er minstens zeven conservatieve sociale netwerken die proberen te concurreren met Facebook.

    Lees ook:

    Zoals Parler, een extreemrechts sociaal netwerk dat wordt gefinancierd door de schatrijke, extreem conservatieve Rebekah Mercer, dochter van miljardair Robert Mercer die onder meer achter het schandaal rond Cambridge Analytica stak. Parler stortte eerder dit jaar bijna in nadat Apple, Google en Amazon besloten de site niet langer aan te bieden. Een ander sociaal netwerk dat populair is bij extreemrechts, Gab, heeft ook moeite om zich te vestigen zonder door de appstores van Apple en Google te worden toegelaten. En Gettr, een sociaal netwerk dat werd gecreëerd door voormalige medewerkers van de regering-Trump werd onmiddellijk gehackt.

    De Republikeinse partij klaagt over de censuur van big tech, maar doet er weinig aan, vindt Finman

    Finman, met peroxideblond haar en baardje, ziet zichzelf als een revolutionair die verandering teweeg zal brengen in zowel de techwereld als in de Republikeinse politiek. In een gesprek met The New York Times sprak hij over de Britse politiek, citeerde hij de Romeinse keizer Marcus Aurelius en modeontwerper Karl Lagerfeld en legde hij uit waarom hij de huidige Republikeinse Partij ‘pathetisch’ vindt. Partijleiders klagen over de censuur van big tech, maar doen er weinig aan, vindt Finman.

    New York Magazine portretteerde Finman al in 2014 als een zestienjarige jongen uit Coeur d’Alene, Idaho, die rijk was geworden toen hij een paar jaar eerder de duizend dollar die zijn grootmoeder hem cadeau had gedaan, had omgezet in bitcoins.

    In 2017 overschreed zijn vermogen de grens van 1 miljoen dollar en liet hij op Instagram zien hoe hij poseerde met YouTube-sterren, in en uit privéjets sprong en biljetten van 100 dollar in brand stak. Maar hij begon zich te vervelen in de wereld van cryptocurrency. ‘Ik heb er eigenlijk een hekel aan om over bitcoin te praten’, zegt hij. ‘Het is zoiets als, hé Rolling Stones, speel je grootste hits weer eens.’

    Hij besloot zich in de politiek te storten. Op twaalfjarige leeftijd beschouwde hij zichzelf als een libertariër. Tijdens een ontmoeting met Ron Paul, de voormalige presidentskandidaat voor de Libertarisch partij, hoorde Finman voor het eerst over bitcoin. Met de komst van Trump op het nationale politieke toneel veranderde zijn politieke voorkeur. ‘In 2016 liet ik me overtuigen’, zegt hij.

    Rechtse smartphone

    In de jaren erna begon Finman zich zorgen te maken over wat hij ziet als het het censureren van conservatieve opvattingen door Silicon Valley. Toen hij merkte dat andere Republikeinen zijn zorgen deelden, realiseerde hij zich dat er zakelijke kansen lagen. Hij besloot de dominantie van Apple en Google aan te vallen en ontwikkelde het idee om een nieuwe ‘rechtse’ smartphone te maken. Die heeft zeker kans van slagen, want ‘politiek is het nieuwe tijdverdrijf van Amerika’, denkt hij.

    Maar om een smartphone te maken was hij aangewezen op Google. De Android-software van het bedrijf werkt al met miljoenen apps en Google biedt een gratis, vrij toegankelijke versie van de software aan die andere ontwikkelaars kunnen aanpassen. Dus huurde Finman ingenieurs in om de software te ontdoen van alle sporen van Google en deze te laden met conservatieve sociale netwerken en media-applicaties. Vervolgens downloadde hij de software op telefoons die hij in China had gekocht.

    Tegelijkertijd begonnen rechtse figuren de telefoon aan te prijzen. Ze verdienden 50 dollar voor elke klant die hun kortingscodes gebruikte.

    Het duurde niet lang voordat media onthulden dat de Freedom Phone in feite een goedkope telefoon was van Umidigi, een Chinese fabrikant die eerder chips had gebruikt die kwetsbaar bleken te zijn voor hacking. Finman, die zijn apparaat in zijn video bestempelt als ‘de beste telefoon ter wereld’, werd in de verdediging gedwongen. In juli moest hij toegeven dat Umidigi de telefoon inderdaad produceert, maar hij blijft volhouden er ‘honderd procent’ zeker van te zijn dat zijn telefoon veiliger is dan de nieuwste iPhone.

    In navolging van zijn politieke voorbeeld Donald Trump, besloot Finman zijn mobiele telefoonbedrijf te delegeren

    Finman zegt dat de kritiek hem niet zozeer verraste, wel het hoge aantal verkopen. Daardoor kreeg hij onverwachte verantwoordelijkheden, zo moest hij gecertificeerd worden door de Federal Communications Commission en speciale regels volgen voor het verzenden van apparaten die lithiumbatterijen bevatten.

    Minder dan een maand na de release van zijn telefoon had Finman een oplossing gevonden voor zijn problemen. In navolging van zijn politieke voorbeeld Donald Trump, die Trump-steaks en Trump-wodka verkoopt zonder ooit een boerderij of distilleerderij te hebben hoeven runnen, besloot Finman zijn mobiele telefoonbedrijf te delegeren. De gedachte is simpel: verkoop gewoon de telefoon die iemand anders produceert en pas die zodanig aan dat je je eigen merk ermee kunt promoten.

    Finman is gaan samenwerken met ClearCellular, een bedrijf uit Utah met dertien jaar ervaring, dat al eerder een telefoon produceerde die losgekoppeld was van Apple en Google. En het bedrijf heeft ervaring met logistiek, verzending en klantenservice.

    Aan een toestel van ClearCellular wordt een achtergrondje met de Amerikaanse vlag toegevoegd en allerlei conservatieve apps. Finman krijgt commissie op de verkoop van deze Freedom Phones, onduidelijk is hoeveel.

    Lees ook:

    De eerste reacties op de nieuwe telefoon zijn niet erg positief. Volgens Cnet, een site die nieuwe producten beoordeelt, is dit apparaat van 500 dollar niet beter dan ‘een Android-telefoon van 200 dollar’.  Desondanks zijn er volgens Finman begin september al zo’n twaalfduizend Freedom Phones besteld, hetgeen zou neerkomen op een omzet van ongeveer 6 miljoen dollar in iets meer dan zeven weken.

    Door de samenwerking met ClearCellular kan Finman zich nu meer richten op zijn politieke doelen. Vanuit Washington, waar hij potentiële investeerders ontmoette, kondigde hij het voornemen aan om bij de komende verkiezingen Freedom Phone-gebruikers naar de dichtstbijzijnde stembureaus te leiden. Hij is ook van plan een nieuwsfeed op te zetten met conservatieve verhalen.

    Volgens Finman kan zijn Freedom Phone niet alleen liberalen bestrijden, maar bevrijd hij zijn klanten ook van big tech. ‘Voor mij is dit het politieke instrument bij uitstek. Iedereen heeft er wel een op zak.’

    Lees ook:

  • We leven in het rijk van het onfatsoen. Een ode aan onvervalste onderzoeksjournalistiek

    We leven in het rijk van het onfatsoen. Een ode aan onvervalste onderzoeksjournalistiek

    De Mexicaanse auteur Jorge Volpi doet naar aanleiding van de vele rellen die in zijn land plaatsvonden op vrouwendag een aanklacht tegen de huichelachtige tijd waarin we leven.

    Rellen in Mexico-Stad

    Volgens de Mexicaanse autoriteiten hebben 62 politiemensen en 19 vrouwen verwondingen opgelopen toen het tot een confrontatie kwam tussen betogers en de politie bij demonstraties op Internationale Vrouwendag. Demonstranten gingen de agenten te lijf met hamers, schilden en zelfgemaakte vlammenwerpers.

    De vrouwen protesteerden tegen het seksueel geweld waarmee ze dagelijks te maken hebben. Volgens México Evalua, een onafhankelijk onderzoeksbureau, zijn in de tweede helft van 2020 5 miljoen vrouwen in het land slachtoffer geworden van seksueel geweld. Volgens gegevens van de Mexicaanse regering zelf zijn in 2020 939 vrouwen vermoord omdat ze vrouw waren. Tussen 2015 en 2020 steeg het aantal femicidegevallen met 130 procent.

    De woede van de demonstranten richtte zich vooral op president López Obrador. Hij zou te weinig doen tegen het misbruik. Onlangs sprak de president nog zijn steun uit voor een politicus die door een aantal vrouwen is beschuldigd van verkrachting.

    De ex-president die de oorlog begon tegen de drugshandel – de directe oorzaak van honderdduizenden doden en verdwijningen –, juicht de protesten tegen de vrouwenmoorden toe. De spreekbuis van de huidige president noemt de metalen afzetting rond het Palacio Nacional, ons regeringsgebouw, tegen de feministische protesten een ‘vredesmuur’. De verantwoordelijke om de covid-19-pandemie te bestrijden loopt zonder mondkapje en wetend dat hij besmettelijk is, door een openbaar park om vervolgens de media uit te foeteren die inbreuk maken op zijn privacy. Voormalige linkse activisten rechtvaardigen het politieoptreden tegen de feministische demonstranten. De voornaamste oppositiepartij, fel gekant tegen de legalisering van abortus, staat achter de protesten van de #8M-beweging op 8 maart. De president zwijgt in alle talen over het geweld tegen de vrouwen maar toont zich vol lof over het feit dat de barricade rond het regeringsgebouw het heeft gehouden. De partij die de corruptie heeft verheven tot landspolitiek wijst witheet op een Accountantsonderzoek dat diverse onregelmatigheden in het huidige regeringsbeleid blootlegt. Hoge vrouwelijke functionarissen en leiders van MORENA (Movimiento Regeneración Nacional), die zich als feminist voordoen, reppen met geen woord over de poging van hun partij om een politicus voor te dragen die herhaaldelijk van verkrachting is beschuldigd.

    Mensenrechtenactivisten die de overstap hebben gemaakt naar overheidsfunctionaris, dekken het misbruik bij de politie. Mensenrechtenactivisten houden hun mond over de demonstranten die een groep vrouwelijke politieagenten afranselden. Een president die zichzelf progressief noemt – en geen dag voorbij laat gaan om zijn rivalen als conservatief te bestempelen – stelt voor zowel de legalisatie van abortus als de kandidatuur van de politicus die van verkrachting is beschuldigd, afhankelijk te maken van de publieke opinie. De voormalige kandidaat voor het presidentschap, die de conservatieve partij verliet, komt op zijn schreden terug en ambieert een functie in een gebied waar hij nooit heeft gewoond. De partij die zichzelf afficheert als sociaal komt aanzetten met een politicus die openlijk klassenjustitie en machismo voorstaat. Een partij die van oudsher als links bekend staat verbindt zich met de twee partijen die ze haar hele geschiedenis lang heeft bestreden. Een journalist die de politieopstelling steunde haalt dagelijks uit naar de president. De kandidaat die de demilitarisatie van het land beloofde draagt alle macht over aan het leger. Tientallen journalisten en intellectuelen die zich hebben verrijkt aan de vorige regimes, beschuldigen de huidige regering van censuur. 

    Wij burgers krijgen dag in dag uit een emmer domme, verbijsterende wartaal over ons uitgestort

    En er zouden nog veel en veel meer voorbeelden te geven zijn. Als iets het Mexico van nu kenmerkt, al zie je hetzelfde gebeuren in andere delen van de wereld, is het niet zozeer de leugen – of wat we alternatieven feiten zijn gaan noemen – als wel het gebrek aan congruentie. Het feit dat er geen peil te trekken is op onze publieke spelers. Wij burgers krijgen dag in dag uit een emmer domme, verbijsterende wartaal over ons uitgestort: we luisteren naar de tot vervelens toe herhaalde uiteenzettingen in de krakende ochtendpraatjes van de president, naar de opgewonden verklaringen van partijleiders, naar de raadselachtige commentaren van journalisten, woordvoerders en influencers, en bovenal naar de weerzinwekkende bagger op de sociale media, en constateren algauw dat de verkondigers met al hun flux de bouche en poeha over het algemeen precies het tegenovergestelde hebben gedaan van wat ze beweren.

    We leven in het rijk van de incongruentie. En van het cynisme.

    Kloof

    Hoe bestaat het dat we dulden dat Felipe Calderón zegt niets te hebben geweten van de banden met de drugshandel van zijn rechterarm, Genaro García Luna? Of dat Andrés Manuel López Obrador de kandidatuur van Félix Salgado Macedonio [die wordt beschuldigd van verkrachtig] steunt? Of dat de aanhangers van PAN (Partido Acción Nacional) hebben ingestemd met alle slogans die op de gevel van het Paleis werden geprojecteerd, behalve de oproep tot legalisering van abortus? Of dat MORENA zijn politieke macht niet heeft ingezet om die decriminalisering erdoor te krijgen?

    Hoe bestaat het dat we dag in dag uit al deze politici, ondernemers, activisten, journalisten en intellectuelen dulden die het ene zeggen en precies het tegenovergestelde doen? Hoe komt het dat de kloof tussen de boodschapper en de boodschap zo diep is geworden?

    Niemand lijkt last te hebben van ook maar een greintje schaamte: in de arena is alles toegestaan, retorische trucs, leugens, driedubbel bedrog

    Ons openbare leven is ineens veranderd in een obscene setting waarin slechte toneelspelers ageren, die tegenover hun gehoor de ene rol vertolken en, eenmaal veilig thuis, hun masker afrukken om iemand anders te zijn. Niemand lijkt last te hebben van ook maar een greintje schaamte: in de arena is alles toegestaan, retorische trucs, leugens, driedubbel bedrog, zolang de vijand maar in een kwaad daglicht wordt gesteld.

    Al hebben ik en de mijnen veel ergere dingen gedaan dan jij en de jouwen – denk aan PRI (Partido Revolucionario Institucional) en PAN –, nu gooien we het je woedend en verontwaardigd in het gezicht. Of: nu we de macht hebben – MORENA – doen we zelf wat we bij de oppositie het meest bekritiseerden. Of: nu ik ultraconservatieve maatregelen tref – zoals het land extreem militariseren of de slachtoffers negeren –, beschuldig ik alle anderen van conservatisme. Of: nu ik weer in de oppositie zit, bekritiseer ik jou omdat je hetzelfde doet als ik voorheen. 

    Daarom klappen we zo als iemand eens consequent is, zoals Estefanía Veloz, een militante feministe van MORENA, die aankondigde haar partij de rug te zullen toekeren als die doorging met haar steun aan Salgado Macedonio… en inderdaad vertrok. Dat zulk gedrag ons verbaast toont wel aan hoezeer we gewend zijn geraakt aan het tegendeel: gegoochel met woorden om wat niet te rechtvaardigen is te rechtvaardigen.

    We leven in het rijk van het onfatsoen.

    Als aan iets behoefte is in dit bedroevende panorama, dan is het aan onvervalste onderzoeksjournalistiek. Die kan dienen als geheugensteun om de ongerijmdheid of incongruentie te ontmaskeren en ons er, als spiegels van Dorian Gray, aan te helpen herinneren wie er schuilgaan achter die mooie facies van degenen die zo fier en vol overtuiging de anderen beschuldigen van wat zij zelf zijn.  

  • Waarom conservatieven gevoeliger zijn voor complottheorieën dan liberalen

    Waarom conservatieven gevoeliger zijn voor complottheorieën dan liberalen

    Zoals het coronavirus zich in ons lichaam nestelt, nestelen duistere theorieën zich in onze hersenen. De ‘infodemie’ rond covid-19, die in februari vorig jaar door de WHO werd uitgeroepen, is niet de eerste wereldwijde uitbraak van desinformatie. Waar komt dit hardnekkige psychische fenomeen vandaan?

    Dit artikel verscheen eerder in Reader #23

    ‘Artsen moeten drie dingen kunnen: liegen zonder door de mand te vallen; doen alsof ze eerlijk zijn; de dood veroorzaken zonder schuldgevoel.’ Dat schreef Jean Froissart, een dagboekschrijver uit de middeleeuwen, na een uitbraak van de builenpest in de veertiende eeuw. Valse berichten hielden destijds onder andere in dat de pest kon worden genezen door in een riool te zitten, door tien jaar oude stroop te eten of door arseen in te nemen.

    De ‘infodemie’ rond covid-19, die in februari door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) werd uitgeroepen, is niet de eerste wereldwijde uitbraak van desinformatie. Enkele van de mythen die werden verspreid waren het idee dat de ziekte kan worden genezen door het drinken van methanol, wat  tot meer dan 700 doden in Iran heeft geleid, en dat deze wordt verspreid door 5G-zenders, wat alleen al in Groot-Brittannië 90 aanvallen op telefoontorens veroorzaakte door brandstichters. Zoals het virus zich in de longen van mensen nestelt, infecteren gevaarlijke ideeën de geest.

    Plandemic

    Een groot verschil tussen de desinformatie van respectievelijk de jaren 1300 en 2020 is de huidige snelle wereldwijde verspreiding, mogelijk gemaakt door het internet. In maart stelde een onderzoek dat Gallup in 28 landen op vier continenten uitvoerde vast dat in alle landen tenminste 16 procent – en tot wel 58 procent – van de mensen dacht dat covid-19 opzettelijk werd verspreid. Een filmpje genaamd ‘Plandemic’, waarin wordt beweerd dat een schimmige elite de uitbraak vanuit winstoogmerk is begonnen, werd op 4 mei geüpload; binnen een week was het 8 miljoen keer bekeken en stond de hoofdrolspeler, Judy Mikovits, bovenaan de bestsellerlijst van Amazon.

    Sociale media stellen mensen in staat om zowel echt als nepnieuws te delen. Maar de fantasten lijken de overhand te krijgen. Een studie die afgelopen mei in Nature werd gepubliceerd wees uit dat, hoewel er meer Facebook-gebruikers zijn die voor vaccineren zijn dan tegen, de anti’s beter zijn in het aanleggen van contacten met onpartijdige groepen zoals verenigingen van schoolouders, zodat hun aantal sneller groeit. Volgens een recent artikel in de Misinformation Review van Harvard Kennedy School, zullen Amerikanen die sociale media gebruiken eerder geloven dat de regering het virus heeft gemaakt of dat overheden de ernst ervan overdrijven.

    In veel landen hebben omroepen een vergunning nodig om uit te zenden en moeten ze toezichthouders ervan overtuigen dat ze hun best doen hun berichtgeving te staven. Maar zulke beperkingen gelden voor het internet nauwelijks. In april censureerde de Britse omroepwaakhond Ofcom een ​​klein tv-station genaamd London Live vanwege het uitzenden van een deel van een interview met David Icke, een complottheoreticus die gelooft dat de pandemie een hoax is. De uitzending was door slechts 80.000 mensen bekeken. Maar ten tijde van de uitspraak van Ofcom hadden inmiddels 6 miljoen mensen het volledige interview bekeken op YouTube, dat buiten de jurisdictie van Ofcom valt.

    YouTube heeft de video daarna verwijderd, samen met vele andere. Sectie 230 van de Amerikaanse Communications Decency Act stelt internetserviceproviders vrij van juridische aansprakelijkheid voor de content die door derden op het platform wordt gepubliceerd. Maar president Donald Trump wil hier verandering in brengen. En  al wordt hij door de rechtbank tegengehouden, dan nog is de publieke opinie voorstander van meer interventie. In Amerika zegt 84 procent dat sociale netwerken berichten zouden moeten verwijderen waarvan zij vermoeden dat ze onjuiste informatie over covid-19 bevatten. De helft daarvan vindt dat ze dit mogen doen zonder aan te tonen dat de berichten onjuist zijn. Techbedrijven zijn begonnen met het geven van waarschuwingen bij valse informatie en doorverwijzingen naar betrouwbare bronnen.

    Niet zo eenvoudig

    Covid-19 lijkt misschien een relatief eenvoudig onderwerp om aan censuur te onderwerpen.

    Vergeleken met bijvoorbeeld politiek, ‘is het gemakkelijker om een ​​wat zwart-witter beleid op te stellen en strenger op te treden’, zei Mark Zuckerberg, de baas van Facebook, in maart tegen The New York Times. Toch blijkt het lastig. De wetenschap verandert snel. In februari noemde de Amerikaanse Surgeon General gezichtsmaskers in een Tweet ‘NIET effectief om te voorkomen dat het grote publiek het virus oploopt’. Nu zegt hij tegenovergestelde.

    Afgezien van wilde complottheorieën, lijken conservatieven ook vaker dan liberalen het officiële verhaal omtrent de pandemie in twijfel te trekken.

    Erger nog is dat elke hoop dat de pandemie niet vatbaar zou zijn voor politiek is inmiddels verdampt. In maart zei de heer Zuckerberg dat Facebook er geen probleem mee had om ‘dingen als “Je kunt genezen door bleekwater te drinken” te verwijderen. Ik bedoel, dat is gewoon van een andere orde.’ Maar weken later suggereerde Trump op sociale media dat het zou kunnen helpen om desinfectiemiddel te injecteren. Facebook, Twitter en Youtube hebben video’s verwijderd die zijn gepost door de Braziliaanse president, Jair Bolsonaro, waarin wordt verklaard dat hydroxychloroquine een effectieve behandeling is. Filmpjes van Trump die ‘de hydroxy’ prijst (en zelfs beweert toe te passen) blijven vooralsnog rondzwerven op het net – volgens de genoemde bedrijven omdat Trump niet langer beweert dat het medicijn een bewezen remedie is.

    Niet nieuw

    Nepinformatie is niet nieuw, en het politieke gebruik ervan evenmin. In 1964 beschreef historicus Richard Hofstadter in een essay over de ‘paranoïde stijl’ in de Amerikaanse politiek, ‘het gevoel van zware overdrijving, achterdocht en samenzweerderige fantasie’ dat overal in doorsijpelde, van de 18e-eeuwse protesten tegen de Illuminati tot de anti-vrijmetselaars beweging. Maar terwijl Hofstadter betoogde dat de paranoïde stijl even gemakkelijk door links als door rechts werd geadopteerd – hij haalde bijvoorbeeld geruchten aan over een slaveneigenarencomplot, die door abolitionisten werden verspreid – lijkt de infodemie van vandaag zich gemakkelijker onder conservatieven te verspreiden dan onder liberalen.

    In Amerika ontdekte het Pew Research Center in maart dat 30 procent van de Republikeinen geloofde dat het virus opzettelijk was gecreëerd, terwijl van de Democraten iets meer dan de helft dat vermoeden deelde. Vorige maand bleek uit een peiling van Yougov dat 44 procent van de Republikeinen denkt dat Bill Gates covid-19 vaccins wil gebruiken om microchips bij mensen te implanteren; 19 procent van de Democraten is het daarmee eens. In Frankrijk bleek uit een peiling van Ifop dat 40 procent van degenen die de Rassemblement national van Marine Le Pen (eerder het Front National) steunen, van mening is dat het virus opzettelijk was gemaakt, terwijl dat onder aanhangers van de extreem-linkse La France insoumise voor slechts de helft gold. Voor voorstanders van de Nederlandse rechts-populistische Partij van de Vrijheid (PVV) en het Forum voor Democratie (FvD) leeft de gedachte dat covid-19 een biologisch wapen is 40 procent meer dan onder voorstanders van de extreem-linkse Socialistische Partij.

    Afgezien van wilde complottheorieën, lijken conservatieven ook vaker dan liberalen het officiële verhaal omtrent de pandemie in twijfel te trekken. Eind maart, toen Groot-Brittannië net op slot was gegaan, geloofde een kwart van de Tories tegenover slechts 15 procent van de Labour-aanhangers dat covid-19 ‘gewoon een griepje’ was.

    Gebrek aan vertrouwen

    De terughoudendheid onder veel conservatieven om het officiële verhaal van covid-19 te geloven, maakt op sommige plekken deel uit van een algemenere argwaan tegenover reguliere informatiebronnen. In Amerika bestaat er een groot partijgerelateerd gebrek aan vertrouwen. De grootste argwaan betreft journalisten, daarop volgen academici. Deze beroepen vormen al sinds lange tijd het doelwit van conservatieven. Rush Limbaugh, een Amerikaanse talkshowhost, spreekt wel over de ‘vier pijlers van bedrog’: de media, wetenschappers, academici en de regering.

    Zulke uitspraken worden onderschreven door Europese rechtspopulisten. FvD-leider Thierry Baudet verklaarde vorig jaar dat ‘we worden kapotgemaakt door de mensen die ons moeten beschermen en ondermijnd door onze universiteiten, door onze journalisten’. Hij heeft een ‘hotline’ opgezet om linkse wetenschappers te melden en spot met het feit dat de Nederlandse publieke omroep ‘braaf knikt voor de macht’. In Frankrijk beweert Le Pen dat ‘de regering de grootste voorziener van nepnieuws is sinds het begin van deze [covid-]crisis’. En in Groot-Brittannië wordt de onpartijdigheid van journalisten, academici en ambtenaren door Brexiteers in twijfel getrokken. Hun houding werd samengevat door de voormalige secretaris van justitie Michael Gove, die zei dat mensen ‘genoeg hebben van experts van organisaties met acroniemen als naam die zeggen dat ze weten wat het beste is maar het constant mis hebben’. Britse conservatieven hebben minder vertrouwen dan anderen in de meeste media evenals in internationale instellingen. In april bleek uit een Opinium-peiling dat ze twee keer zo vaak als Labour-kiezers Tedros Adhanom Ghebreyesus, het hoofd van de WHO, wantrouwden.

    Maar het zijn niet alleen conservatieven die afgeven op de elite. Andrés Manuel López Obrador, de populistische linkse president van Mexico, heeft het voortdurend op de media voorzien. Zo ook de voormalige leider van Labour, Jeremy Corbyn, die duistere theorieën had over een ‘establishment’ dat er op mysterieuze wijze voor zou zorgen dat hij de verkiezingen verloor. Democraten denken eerder dan Republikeinen dat 9/11 van binnenuit werd georganiseerd. En links neigt eerder naar samenzweringstheorieën over bedrijven, zoals de mythe dat aids is uitgevonden door Big Pharma en de CIA. Een prominent verkondiger van covid-19-mythen is volgens waarheidscontroleur Newsguard het account @Organiclife, dat tweets met veganistische notenmelkrecepten afwisselt met paranoïde berichten over 5G-zenders.

    Conspiracy-overtuigingen worden geassocieerd met ideologisch extremisme van welke aard dan ook, stelt Karen Douglas, expert op het gebied van complottheorieën aan de Universiteit van Kent. Toch zegt ze dat er sprake is van ‘asymmetrie’. Mensen aan de rechterkant gaan er vaker in mee en houden zich bezig met een breder scala aan theorieën, met als favoriete insteek dat de tegenpartij tegen hén samenzweert, of dat nu linkse stemmers, buitenlanders of andere groeperingen zijn.

    Conspiracy-overtuigingen worden geassocieerd met ideologisch extremisme van welke aard dan ook

    Structurele verschuivingen kunnen verklaren waarom conservatieve kiezers gevoeliger lijken te zijn voor de infodemie en waarom conservatieve leiders meer reden hebben om betrouwbare bronnen te ondermijnen, en dat dan ook vaker doen. Om te beginnen zijn de klachten van conservatieven dat de elite niet aan hun kant staat aannemelijker geworden. In veel landen is de oude politieke links-rechts kloof, die was gebaseerd op economie, vervangen door een splitsing tussen liberaal en conservatief, gebaseerd op cultuur. Liberale afgestudeerden komen veelal tegenover hun conservatieve schoolleiders te staan. En elites – of het nu in de media, de overheid, de wetenschap of de academische wereld is – worden gedomineerd door afgestudeerden. Dat maakt ze niet noodzakelijkerwijs vooringenomen. Maar als Brexiteers klagen dat de ambtenarij een nest van Remainers is, of wanneer Republikeinen brommen dat de Amerikaanse universiteiten vol zitten met liberalen, dan hebben ze gelijk.

    Conservatieven hebben hierop gereageerd door hun eigen mediabronnen op te zoeken, die er al snel achter waren dat met het versterken van de angsten geld valt te verdienen. Op Amerikaanse ‘talk-radio’ worden paranoïde praatjes onderbroken door advertenties voor dubieuze gezondheidsremedies (Alex Jones, een radiopresentator uit Texas, kreeg onlangs de opdracht om te stoppen met de verkoop van tandpasta waarvan hij beweerde dat die ‘de hele sars-coronafamilie binnen de kortste keren uitschakelt’). Kabelkanalen zoals Fox News en websites als Breitbart bouwden hun publiek op door marginale theorieën mainstream te maken.

    Algoritmen

    En onlangs hebben de algoritmen van sociale netwerken mensen er nog eens toe aangezet hun berichten te polariseren, zodat het waarschijnlijker is dat ze ‘betrokkenheid’ oproepen en dus advertentievertoningen genereren. In 2018 waarschuwde een intern rapport op Facebook dat gebruikers vooral materiaal onder ogen kregen dat verdeeldheid opwekte. Desondanks werden plannen om minder controversiële berichten te promoten, in een project met de naam ‘Eat Your Veggies’, weer van de baan geveegd, volgens The Wall Street Journal deels vanuit bezorgdheid dat de maatregel vooral conservatieve gebruikers zou treffen. Ongeveer 16 procent van de Amerikanen ontvangt hun covid-19-nieuws rechtstreeks van het Witte Huis, en driekwart van hen meent dat de media de ernst van de pandemie overdrijven.

    Een andere oorzaak van het wantrouwen van de conservatieven is dat in sommige landen het kiesstelsel conservatieve politici stimuleert om polarisatie aan te moedigen. Liberalen zitten overwegend in steden, conservatieven zijn meer verspreid. In winner-takes-all-systemen worden liberale partijen dus benadeeld, aangezien hun aanhang opeengepakt zit, terwijl de conservatieve partijen zetels winnen dankzij lagere marges elders in het land. In Amerika betekent dit dat de Republikeinen de verkiezingen kunnen winnen met een minderheid van de stemmen (zoals in 2000 en 2016). In Groot-Brittannië betekent dit dat Brexit-aanhangers in bijna twee derde van de kiesdistricten in de meerderheid zijn, terwijl ze slechts ongeveer de helft van de kiezers uitmaken. Het resultaat, betoogt [Vox-hoofdredacteur] Ezra Klein in zijn meest recente boek over Amerika, Why We’re Polarized, is dat sterke partijdigheid voor conservatieven beter werkt. Liberalen moeten stemmen van gematigden zien te winnen; conservatieven kunnen zegevieren door hun basis te activeren. Naarmate de politiek meer gepolariseerd raakt, wordt dat laatste steeds makkelijker en het eerste steeds moeilijker.

    Hardnekkig psychisch fenomeen

    De lessen uit de geschiedenis beloven weinig goeds.

    Hofstadter betoogde dat politieke paranoia ‘een hardnekkig psychisch fenomeen is, dat altijd wel een bescheiden minderheid van de bevolking treft’. Maar, waarschuwde hij, ‘bepaalde historische rampen of frustraties kunnen bevorderlijk zijn voor een dergelijke psychische ontwikkeling, waardoor de paranoia massaler kan worden en gemakkelijker door politieke partijen kan worden aangegrepen.’ Net als de oorlog in Irak en de wereldwijde financiële crisis, zou de pandemie wel eens zo’n catastrofe kunnen zijn.

  • De laatste zilverrug van Fleet Street

    De laatste zilverrug van Fleet Street

    Paul Dacre was 26 jaar lang hoofdredacteur van de Daily Mail, de invloedrijkste krant van Groot-Brittannië. Zijn vertrekt betekent het einde van een tijdperk, schrijft voormalig Mail-redacteur Helen Lewis.

    Toen ik bij de Daily Mail werkte, begon ik de krant steeds meer te beschouwen als de chocoladefabriek van Willy Wonka. Niet dat er ‘nooit iemand naar binnen gaat en nooit iemand naar buiten komt’ – de roltrap naar het glazen atrium boven Whole Foods in Kensington vervoert tenslotte een gestage stroom werknemers – maar je voelde je er zo van de buitenwereld afgesloten. Buitenstaanders zagen het als een vreemde citadel, waar politieke reputaties gemaakt en gebroken werden en waar ons nationale debat sterk werd verlevendigd of op boosaardige wijze vergiftigd, al naargelang je gezichtspunt.

    Maar de krant werd nauwelijks blootgesteld aan kritische blikken van buitenaf, zelfs niet naar persmaatstaven. Elke dag laat de Daily Mail zijn blik over de wereld gaan, die in zijn ogen meestal tekortschiet; het gebeurt maar zelden dat de wereld terugstaart. Deze geheimzinnigheid komt, zoals zoveel bij de Mail, rechtstreeks voort uit de psyche van de hoofdredacteur. Daarom spraken, toen bekend werd dat Paul Dacre na 26 jaar zou aftreden, zo veel commentatoren van het einde van een tijdperk.

    De Daily Mail is de invloedrijkste krant in Groot-Brittannië en niemand heeft zo veel pure macht als zijn hoofdredacteur. Dacres opvolger, Georgie Greig van de Mail on Sunday, heeft nauwe banden met eigenaar Lord Rothermere, maar het is ondenkbaar dat de krant zo precies zijn eigen passies, hang-ups, obsessies en vendetta’s zal weerspiegelen. Dacre was de laatste zilverruggorilla van Fleet Street.

    Schreeuwlelijk

    Buitenstaanders zijn geneigd hem als een schreeuwlelijk te zien, een agressieve wervelwind van moeiteloze krachttermen. Maar in de vijf jaar dat ik als redacteur bij de krant heb gewerkt, ontdekte ik dat hij heel wat ingewikkelder in elkaar stak. Diep in zijn hart is Dacre een verlegen man die zich ongemakkelijk voelt in gezelschap, het tegendeel van een causeur. Hij is zo’n 1 meter 85 lang, maar loopt met gebogen hoofd, alsof hij beseft dat hij meer ruimte in beslag neemt dan andere mensen. Het geluid dat ik het meest met hem associeer, is geen geschreeuw maar een diep gegrom. Je had altijd het gevoel dat hij zich elke avond oppepte voor het in de grond boren van zijn onfortuinlijke staf.

    Die spanning tussen terughoudendheid en woede is terug te zien in de krant, die zichzelf presenteert als de voorvechter van de kleine man – de rustige huiseigenaar in de buitenwijk die een tergend gewoon leventje leidt en wiens waarden worden bepaald door het feit dat hij niet tot een glamoureuze, progressieve, kosmopolitische elite behoort.

    De lezers zijn verwikkeld in burenruzies over schuttingen en conifeerhagen (onderwerpen waarover ik elke maand wel een stuk redigeerde; buren waren soms jarenlang met elkaar in oorlog). Ze worden diep geroerd door het lot van in gevangenschap levende orang-oetans, dansende beren en verwaarloosde honden. Ze vinden het fijn om elke winter weer te lezen dat de BBC rond de Kerst te veel herhalingen uitzendt. Ze verslinden het gruwelijke gezondheidskatern, dat een redacteur ooit deed flauwvallen terwijl hij bezig was met een uitzonderlijk bloederig stuk en waarin ooit mijn favoriete Mail-kop aller tijden verscheen: ‘Chirurgen maakten een nieuwe tong voor me van een stuk uit mijn arm’. (Ja, hij was nog een beetje harig. Ja, het is al tien jaar geleden en ik ben er nog steeds niet overheen.)

    We grapten altijd dat boven elk zaterdags hoofdartikel – het belangrijkste commentaar van de krant op de stand van het land – de kop ‘Het grote verraad’ kon worden gezet. Elke necrologie over een kunstenaar of schrijver kwam in wezen neer op dezelfde vraag: ‘Genie of perverseling?’ (Vaak waren ze allebei.) Dat zijn niet de stukjes uit de krant die mensen bereiken die hem niet kopen. Voor velen van hen wordt de Mail gedefinieerd door schokkende voorpagina’s waarop rechters ‘vijanden van het volk’ worden genoemd, waarop Mick Philpott, die zes van zijn zeventien kinderen vermoordde, als ‘een wanproduct van de Britse verzorgingsstaat’ wordt beschreven, en waarop wijlen Ralph Miliband, de vader van politicus Ed Miliband die als Joodse vluchteling vrijwillig dienst nam bij de Britse marine, wordt aangevallen als een man die ‘Engeland haatte’.

    hh 79054153

    Elke poging om aan te tonen dat de Mail meer behelst dan vuige rechtse polemiek, zal onvermijdelijk als een excuus voor die polemiek worden gezien. Maar wie wil begrijpen waarom bijna 1,4 miljoen mensen de krant dagelijks lezen, van wie 15 procent in 2017 op Labour stemde, zal oog moeten hebben voor het vakmanschap waarmee die wordt gemaakt. Mensen die beweerden dat ze de Playboy lazen vanwege de interviews logen misschien, maar er zijn echt mensen die de Mail lezen vanwege de schuttingruzies.

    Om die reden wekt het geen verbazing dat bronnen bij de krant hebben gezegd dat Greig die zal ‘ontgiften’. Een minder machtige hoofdredacteur zou misschien al veel eerder tot de orde zijn geroepen, uit vrees adverteerders af te schrikken op een toch al verstoorde markt.

    Dacre spreekt niet graag in het openbaar en hij heeft maar weinig sporen achtergelaten voor buitenstaanders die hem proberen te begrijpen. Een van de weinige aanwijzingen voor zijn psychische gesteldheid komt uit een aflevering van het BBC-radioprogramma Desert Island Discs uit 2004, waarin hij van leer trok tegen The Guardian vanwege de ‘belerende, onverbloemde, schijnheilige politieke correctheid’. Dat was veelzeggend: zoals progressieven de Mail haten, haat de hoofdredacteur van de Mail progressieven. Beiden ontlenen een zekere mate van bevrediging en energie aan het campagne voeren tegen en karikaturiseren van hun opponent. Ze kunnen niet zonder elkaar, en de frictie die daar het gevolg van is, houdt de motor van het Britse openbare leven draaiend.

    De enorme angst die door de Mail wordt gezaaid, is ook fascinerend omdat daaruit een van de belangrijkste drijfveren voor de moderne politiek blijkt: de strijd om de slachtofferstatus. Progressieven wijzen op de manier waarop de Mail zich uitlaat over immigranten, uitkeringsgerechtigden, beroemde vrouwen die een beetje zijn aangekomen en voetballers die van hun geld durven te genieten. Ze begrijpen niet hoe iemand die bijna 2,5 miljoen pond per jaar verdient, regelmatig een maand op de Britse Maagdeneilanden doorbrengt, buitenhuizen in de Schotse Hooglanden en West Sussex bezit en de luidruchtigste en woedendste Britse krant leidt, zichzelf als een underdog kan beschouwen. Maar dat doet Dacre wel.

    Welsprekendheid is in Dacres ogen verdacht; een gebrek aan elegantie is een teken van ernst

    Hij werd in 1948 geboren in Enfield, in Noord-Londen, en bezocht met een beurs de particuliere University College School en studeerde daarna aan de Universiteit van Leeds. Zijn vader Peter werkte zijn leven lang voor de Sunday Express. Dacre ging na zijn afstuderen werken bij de Daily Express in Manchester en zei later in een van zijn zeldzame interviews: ‘Ik heb nooit enige behoefte gehad om iets anders te worden dan journalist.’ Zijn vrouw is toneeldocent; zijn zoon James runt een theater.

    Volgens het wereldbeeld van Dacre wordt fatsoenlijke Engelsen het zwijgen opgelegd en worden zij gekleineerd door een elite die – zij het niet uitsluitend – bestaat uit leden van het Hogerhuis, ‘steenrijke bankiers’, overijverige ambtenaren, de Europese Unie en de BBC. Onder zijn hoofdredactie waren de politieke standpunten van de Mail niet zo voorspelbaar als je misschien zou denken. De krant flirtte met UKIP, maar de relatie werd niet geconsummeerd.

    Het heeft me altijd verbaasd dat de Mail tijdens de strijd om het leiderschap van de Conservatieven in 2001 Ken Clarke steunde in plaats van Iain Duncan Smith. ‘Is het beter tot een kleine rechtse factie te behoren die wordt gekenmerkt door de zuiverheid van haar verzet tegen Europa maar jaren in de wildernis tegemoetziet?’ vroeg de krant. ‘Of kun je je beter tegen een eenheidsmunt verzetten als onderdeel van een diverse partij die op tal van punten robuuste en hoognodige tegenstand kan bieden aan het verkozen dictatorschap van Tony Blair en een geloofwaardige regering kan vormen?’

    Stockholmsyndroom

    Dacre moest een snelle jongen als Tony Blair wel haten; hij had meer op met de morele ernst van Gordon Brown en bewonderde Theresa May juist vanwege haar gebrek aan charisma. Welsprekendheid is in zijn ogen verdacht; een gebrek aan elegantie is een teken van ernst. Ik weet nog dat tijdens een avonddienst James Purnell ontslag nam [als staatssecretaris] uit het Labourkabinet, na een confrontatie met Brown. De avondploeg stond op het punt de hele krant om te gooien – wat de premier verder in het nauw zou hebben gebracht – totdat dat plotseling werd afgeblazen. Een uitzonderlijk weerzinwekkende moord behield zijn vooraanstaande plek, net als Gordon Brown.

    Daarom is het vertrek van Dacre in november een treurige dag voor May. Het zal ook een uiterst verontrustende ervaring zijn voor de staf van de Mail, die op drie verschillende manieren op zijn terreurbewind reageerde. Een klein aantal bewaarde zijn kalmte en vond de uitbarstingen op een morbide manier zelfs wel amusant; een tweede groep boog grimmig het hoofd totdat ze instortten. En de laatste groep leed aan een soort Stockholmsyndroom en redeneerde dat als ze zo vaak een ‘lul’ werden genoemd, ze dat misschien ook wel waren. Ik verwacht dat deze laatste groep dezelfde moeite zal hebben om aan het leven na Dacre te wennen als langdurige gevangenen aan hun vrijlating, overweldigd door de mogelijkheid dat ze hun eigen lunch kunnen kiezen. Misschien kunnen ze iemand inhuren om hen uit te kafferen.

    Want ja, vergis u niet: de man is angstaanjagend en stond erom bekend dat hij mensen die hem bekritiseerden liet bestoken met sneue berichten. Zonder hem zal de krant verstoken zijn van zijn rusteloze, eeuwig onbevredigde bezielende geest – en mogelijk ook van een deel van de budgetten die hij ter beschikking had. Paul Dacre is de Daily Mail en de Daily Mail is Paul Dacre. Maar aan de andere kant, misschien zullen de lezers niet eens merken dat tegenstanders van de Brexit of progressievelingen zich sluipenderwijs meester maken van de pagina’s, zolang ze de schuttingruzies maar behouden.

    Auteur: Helen Lewis

    New Statesman
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 23.900

    Sinds 1913 hét tijdschrift voor de Britse linkse intelligentsia. Bekend om zijn diepteanalyses en stevige maatschappijkritiek. In de columns en andere opiniërende stukken stelt het blad zich ook open voor andere dan linkse geluiden.

  • ‘Franse Trump’ bindt de strijd aan met Macron

    ‘Franse Trump’ bindt de strijd aan met Macron

    Laurent Wauquiez is de nieuwe voorman van ‘fatsoenlijk rechts’ in Frankrijk. Hij is slechts twee jaar ouder dan Emmanuel Macron, maar in alles diens tegenpool. Door op te schuiven naar rechts poogt hij tevens Marine Le Pen de wind uit de zeilen te nemen.

    Laurent Wauquiez, oud-minister onder president Nicolas Sarkozy in 2011, is brutaal, jong en extreem ambitieus, Begin december werd hij gekozen tot voorzitter van Frankrijks grootste conservatieve partij. Als leider van Les Républicains (LR) zou de tweeënveertigjarige rechtse politicus bij uitstek geschikt zijn om president Emmanuel Macrons centristische partij La République en marche (LaREM) uit te dagen bij de verkiezingen voor het Europese Parlement in 2019 en bij de regionale verkiezingen in Frankrijk in het jaar daarop.

    Wauquiez, een conservatieve ‘bad boy’ (aldus Le Monde) die ooit weigerde als burgemeester van Le-Puy-en-Velay (Auvergne) een homohuwelijk te voltrekken, is van plan zijn ingedutte partij als wapen te gebruiken om Macron aan te vallen. Maar om het op te nemen tegen de president moet Wauquiez eerst LR in vorm zien te krijgen, want sinds de voormalige leider François Fillon in april ten onder ging in de strijd om het Elysée is de partij verdeeld en gedemoraliseerd.

    Maar streven naar eenheid is niet de strategie van de nieuwe partijleider. De man die twee keer minister is geweest en Donald Trump een ‘inspiratie’ noemde, probeert zijn partij een ruk naar rechts te geven door op alle gebieden, van economisch beleid tot de rol van de islam in Frankrijk, standpunten in te nemen die lijnrecht tegen het beleid van Macron ingaan. En wat maakt het daarbij uit of hij vaak de ultrarechtse Marine le Pen van het Front National naar de mond praat en gematigd-rechtse politici als de voormalige premier Alain Juppé tot razernij brengt?

    Wauquiez is eraan gewend vijanden te maken. In een interview met Politico uit de slungelige langeafstandsloper kritiek op Macron, ‘een overschatte president’ die ‘niets voor elkaar krijgt’ voor de Franse economie, en inzake de EU ‘tegen een muur oploopt’.

    Fabeltjes

    ‘Ik wil niet dat we in fabeltjes geloven,’ zegt Wauquiez, die tot dusver voorzitter was van de bestuursraad in de regio Auvergne-Rhône-Alpes in het oosten van Frankrijk. ‘Emmanuel Macron doet niet wat Gerhard Schröder deed 
in Duitsland. Hij doet niet wat David Cameron of Margaret Thatcher deden. De overheidsuitgaven gaan omhoog… En de hervorming van de arbeidswet is, als je naar de besluiten kijkt, maar een geringe hervorming. Ik wil niet dat bedrijven voor de gek gehouden worden of zich illusies gaan maken,’ voegt hij eraan toe. ‘We hebben in geen enkel opzicht te maken met een transformatie die voldoet aan wat Frankrijk nodig heeft.’

    Wauquiez vindt, evenals Fillon, dat de overheidsuitgaven in Frankrijk drastisch omlaag moeten. Hij beschrijft zijn eigen staat van dienst in Auvergne-Rhône-Alpes, een gebied dat hij als een soort ministaatje heeft geleid en waarin hij werkzoekenden steun weigerde en de regionale overheidsuitgaven met 5 procent verlaagde, als het tegenovergestelde van ‘het macronisme’. De president, meent hij, past wat kleinigheden aan en weigert het grote probleem aan te pakken: de overheidsuitgaven die 55 procent van het Franse bruto binnenlands product opslokken. ‘In zijn campagne beloofde hij het aantal ambtenaren terug te brengen tot honderdvijftigduizend,’ zegt Wauquiez. ‘Als hij dit tempo aanhoudt, duurt het twee eeuwen eer hij die belofte kan waarmaken. Ik wens hem een lang leven toe.’

    Als Wauquiez cynisch overkomt, dan 
is dat deels omdat hij zichzelf wil verkopen als Mr. Hyde tegenover Macron als Dr. Jekyll. Waar Macron gematigd is als het om de overheidsuitgaven gaat, kiest Wauquiez een positie ter rechterzijde van wijlen Margaret Thatcher. Waar Macron de integratie van de eurozone predikt, wil Wauquiez ‘een unie van natiestaten’. En waar Macron liberaal is inzake maatschappelijke problemen, is Wauquiez ultraconservatief.

    Macron verwoordt zijn “complexe gedachten” 
in ingewikkelde bijzinnen. Wauquiez cultiveert simpele botheid

    Het is ook een kwestie van stijl. Macron verwoordt zijn ‘complexe gedachten’ 
in ingewikkelde bijzinnen. Wauquiez cultiveert simpele botheid. De oneliners waarmee hij strooide toen hij de afschaffing van de Europese Commissie eiste, komen rechtstreeks uit het draaiboek van Trump. Ze zijn bedoeld om zoveel mogelijk woede op te wekken.

    Wat Wauquiez’ Trump-achtige optreden nog schaamtelozer maakt, is het feit dat hij van minstens even voorname afkomst is als Macron, zo niet voornamer. Ze zijn alle twee opgeleid aan de École nationale d’administration (ENA), een Frans instituut voor 
de elite, maar alleen Wauquiez werd toegelaten tot de ultraselectieve École Normale Supérieure. Wauquiez was het jongste parlementslid van zijn generatie. Voordat Macron president werd, was hij niet eerder in een publiek ambt verkozen.

    Het cruciale verschil is dat Wauquiez een partijman is die het familiebedrijf overneemt, terwijl Macron zijn eigen partij heeft opgericht.

    Door schokkende uitspraken te gebruiken als instrument om vooruit 
te komen, werkte Wauquiez zich omhoog tijdens een lange burgeroorlog die de conservatieve partij bijna verwoest heeft. Terwijl zijn ex-baas Nicolas Sarkozy in 2016 een verloren strijd voerde om de presidentiële nominatie op rechts, baande Wauquiez zich een weg naar een vooraanstaande positie. Op 10 december vorig jaar werd hij al in de eerste stemronde gekozen tot nieuwe leider van LR.

    Laurent Wauquiez bij een training van de spoorwegpolitie in november 2017. – © Nicolas Liponne / Getty
    Laurent Wauquiez bij een training van de spoorwegpolitie in november 2017. – © Nicolas Liponne / Getty

    Op weg naar de top heeft hij heel wat vijanden gemaakt. De huidige minister van Financiën Bruno Le Maire beschuldigde hem er in het verleden van dat hij ‘een schrikbewind’ voerde en hoge pieten binnen de partij noemden hem een ‘kille narcist’ die geen loyaliteit kende en net zo makkelijk weer afstand deed van eerder ingenomen standpunten. Tegen Politico zei Wauquiez ooit dat Michel Barnier, de EU-onderhandelaar over de Brexit, ‘niet alleen maar aardige dingen [over hem] te zeggen zou hebben’.

    Dat zou heel goed kunnen. In 2005 stemde Wauquiez voor het verdrag dat tot een Europese grondwet moest leiden, maar sindsdien heeft hij zich ontpopt tot een euroscepticus-light, en soms niet eens zó light. Nadat de Britten hadden gestemd voor een vertrek uit de EU stelde hij voor de Europese Commissie af te schaffen – een standpunt waarvan hij zich later distantieerde.

    Tegenwoordig heeft Wauquiez kritiek op wat hij de positieve houding van Parijs jegens de Brexit noemt: ‘Het lijkt of iedereen zegt: “Goed, Groot-Brittannië doet niet meer mee, prima”, zonder dat iemand erover nadenkt en zegt: “Kunnen we de EU misschien eens onder handen nemen waarbij we rekening houden met de Britse gevoelens? En tegen hen zeggen dat ze beter in de EU kunnen blijven?” We moeten de onderhandelingsmethoden, die Barnier heel bekwaam hanteert, herzien,’ voegde hij eraan toe. ‘Er komt nog een tijd na de Brexit, en daarom moeten we blijven praten. Misschien vinden we een oplossing waardoor ze weer lid kunnen worden, maar dan op een andere manier.’

    Zo vriendelijk als Wauquiez tegen Groot-Brittannië is, zo somber is hij over Macrons pogingen om de eurozone te herzien. Hij beschuldigt de president ervan dat hij een ‘technocratisch federalisme’ voorstelt waarin de voornaamste oorzaken van het euroscepticisme genegeerd worden, en meent dat Macrons plan ‘Frankrijk doet verdwijnen’ in de groep. ‘Ik denk dat we niet om het fundamentele vraagstuk van de architectuur van 
de lidstaten heen kunnen, en dat we moeten accepteren dat een grote lidstaat en een kleine lidstaat niet hetzelfde gewicht in de schaal leggen,’ meende hij. ‘Frankrijk of Duitsland zijn niet hetzelfde als Litouwen, hoe aardig we dat land ook vinden. Macron zegt dat we Europa gaan opbouwen zonder het volk [via referenda] te raadplegen. Dat is een vreselijke uitspraak voor een politiek leider en het getuigt duidelijk van minachting.’

    Marine Le Pen

    Dit soort beschuldigingen – die voorbijgaan aan het feit dat Macron aan de macht kwam na zijn eigen beweging vanaf de grond te hebben opgebouwd, en dat hij van plan is om volgend jaar in elk Europees land ‘democratische conventies’ te gaan houden – brengen 
Wauquiez dichter in de buurt van Marine Le Pen.

    Het Front National heeft Wauquiez lange tijd gezien als een potentiële bondgenoot, iemand die extreemrechts uit zijn isolement kan halen. Maar hij wees het voorstel van Le Pen af om de handen ineen te slaan en zei dat hij nooit een verbond met ultrarechts zou sluiten.

    Hij mikt er juist op stemmen van Le Pen te stelen door haar stoere praat over immigratie, de islam en terrorisme te imiteren – hij riep op om alle mensen die verdacht worden van banden met terroristen in de gevangenis te gooien – iets wat des te meer aantrekkingskracht heeft omdat hij, in tegenstelling tot Le Pen, ooit aan de macht zou kunnen komen.

    Als hij inderdaad ooit president wordt, zal hij allereerst en vooral de geloofwaardigheid van zijn land versterken, zegt Wauquiez, omdat het daar volgens hem nog steeds aan ontbreekt. ‘Frankrijk moet aan zichzelf gaan werken, want er komen geen Europese hervormingen als Frankrijk zichzelf niet verandert.’

    Macron, zijn Dr. Jekyll, zou het zelf niet beter kunnen verwoorden.

    Auteurs: Maïa de La Baume en Nicholas Vinocur
    Vertaler: Tineke Funhoff

    Politico
    België | politico.eu

    Politiek, beleid en persoonlijkheden van de EU via video’s, columns, beeld en politieke fora.