De onkreukbare strafrechtadvocaat Inez Weski zou drugsbaron Ridouan Taghi hebben geholpen om berichten uit de gevangenis te smokkelen. De zaak laat zien hoe de georganiseerde misdaad de Nederlandse rechtsstaat tot het uiterste drijft, aldus het Duitse dagblad.
Wist ze wat haar te wachten stond? Op de ochtend van 19 april houdt advocaat Inez Weski een spectaculair pleidooi in de Amsterdamse rechtbank. Eigenlijk zou haar cliënt Ridouan Taghi de gelegenheid krijgen voor een ‘laatste woord’. Hij en zestien medeverdachten worden beschuldigd van zes moorden, vier pogingen tot moord, drugshandel en het vormen van een criminele organisatie. Het proces is bijna afgelopen en het Openbaar Ministerie wil Taghi levenslang opsluiten. Volgens het OM is alles gezegd en bewezen.
Maar Weski ziet het anders. Ze wil vrijspraak en lanceert een van haar kenmerkende tegenaanvallen: ze kondigt aan dat Ridouan Taghi aangifte heeft gedaan wegens ontvoering. De man die wereldwijd werd gezocht, werd in 2019 in Dubai gearresteerd. Men had hem daar willen ‘neutraliseren’, aldus Weski. Ze verzocht om nieuwe getuigen te mogen horen.
Waarschijnlijk was dat het laatste optreden van de achtenzestigjarige steradvocaat. Twee dagen later werd ze gearresteerd op een van de ergste beschuldigingen die men tegen een advocaat kan uiten: ze had berichten van haar cliënt uit de isoleercel gesmokkeld. Daarmee veranderde ze zelf in een crimineel.
Circus
De val van Weski is de laatste van vele wendingen in het Marengo-proces, een proces dat niet alleen de rechtsstaat tot het uiterste drijft, maar dat ook waarnemers en deelnemers verbijstert door de gruwelijke details. Marengo (de naam werd door een willekeurige gerechtelijke computer voorgesteld) ‘tart elke verbeelding’, luidde het oordeel van een krant. De advocaat van een getuige sprak van het ‘meest vergiftigde en zieke proces dat er ooit is gehouden’. Anderen mopperen over het ‘Marengo-circus’.
Toch valt er niets te lachen. Dat blijkt al uit de locatie van het proces in een industriegebied in het westen van Amsterdam: een voormalig kantoorgebouw, opgetrokken uit lichtgekleurde klinkers en omgebouwd tot een streng beveiligde rechtbank die niet alleen vanwege de permanent gesloten luiken ‘de bunker’ is gedoopt. Gemaskerde speciale eenheden in vier terreinwagens met draaiende motor houden op procesdagen de wacht achter de barricades. Hier stonden islamitische terroristen van de Hofstadgroep terecht. En enkele zware criminelen uit de Amsterdamse onderwereld.
In het grootste strafproces in de Nederlandse geschiedenis staan hier nu Taghi en zestien handlangers terecht. Tegen Taghi loopt nog een vervolgprocedure, betreffende eerdere delicten. De vijfenveertigjarige Taghi, geboren in Marokko en opgegroeid in Utrecht, begon als wietdealer, ging vervolgens smokkelen en gaf uiteindelijk leiding aan een bende die trans-Atlantische cocaïnehandel organiseerde. Nederland is het Europese knooppunt voor de drug uit Zuid-Amerika, maar in toenemende mate ook voor synthetische drugs als LSD en ecstasy.
De handel breidde zich de afgelopen tien jaar verder uit en het geweld nam navenant toe. Want de bende van Taghi is niet de enige – de concurrentie is genadeloos. Meer dan tien jaar geleden escaleerde de oorlog binnen de Amsterdamse ‘Mocro Maffia’ nadat de politie een lading cocaïne in beslag had genomen. Ontvoeringen, brandstichtingen, schietpartijen op straat en een reeks moorden waren het gevolg. Soms worden buitenstaanders vermoord of wordt een verkeerde persoon als doelwit gekozen. De Nederlandse term daarvoor is ‘vergismoord’.
Wat betekent het voor de rechtsstaat als zelfs iemand als Inez Weski niet tegen de druk bestand is?
Taghi’s organisatie is vrij klein: de kern wordt gevormd door familieleden en goede vrienden. Hijzelf geldt als uiterst gewiekst en voor hem tellen mensenlevens blijkbaar niet. Iedereen die hem in de weg staat of die praat, moet dood. De onderzoekers denken – op basis van gecodeerde gsm-berichten – dat hij voor die moorden jonge helpers heeft ingehuurd. In 2017 meldde een van Taghi’s helpers, Nabil B., zich bij de politie als kroongetuige. Toen het OM dat in 2018 bekendmaakte, werd eerst de broer van Nabil doodgeschoten en vervolgens zijn advocaat.
Kort daarvoor had de politiebond alarm geslagen: Nederland ging steeds meer lijken op een ‘narcostaat’, op een land ‘waar de rechtsstaat wordt ondermijnd door een machtige parallelle drugseconomie’. In diezelfde periode verscheen een rapport van sociaal wetenschapper Pieter Tops, waarin wordt beschreven hoe hele delen van het land in de greep zijn gekomen van de georganiseerde misdaad. Dat de zorgen terecht zijn, bleek in 2021 ook uit de moord op de bekende misdaadverslaggever Peter R. de Vries, die als vertrouweling van de kroongetuige fungeerde. Een golf van verontwaardiging ging door het land.
De macht van Taghi lijkt nog niet gebroken, zoals de moord op De Vries duidelijk maakte, ook al zit hij in Vught, in de best beveiligde gevangenis van het land. Van daaruit blijft hij regeren. Blijkbaar laat hij nog steeds tegenstanders uitschakelen. Hij smeedde er zelfs ontsnappingsplannen met zijn neef en advocaat Youssef Taghi, die hem ook hielp contact te onderhouden met zijn familie en zakelijke partners. De politie kwam Youssef Taghi op het spoor toen hij werd afgeluisterd – begin 2023 werd hij veroordeeld tot vijf en een half jaar gevangenisstraf. Tijdens dat proces uitte een advocaat voor het eerst verdenkingen tegen Weski, die zij krachtig weersprak.
Onder druk
Weski was toen al in het vizier gekomen van de onderzoekers, die profiteerden van de ontcijfering van cryptodienst SkyECC, waardoor ze communicatie binnen de familie Taghi konden lezen. Daaruit blijkt dat al voordat Youssef Taghi zijn oom hielp, er vanuit de gevangenis berichten waren verstuurd, onder meer naar de Italiaanse maffiabaas Raffaele Imperiale. De onderzoekers zijn er zeker van dat alleen Weski dat kan hebben gedaan. Eerst aarzelde het Openbaar Ministerie om actie te ondernemen tegen de advocaat, maar inmiddels lijkt er voldoende bewijs te zijn.
Is Inez Weski mogelijk onder druk gezet? En zo ja, waarmee? Dat vragen mensen in justitiële kringen zich af. Weski is een kritische advocaat, die misstanden bij de politie aan de kaak stelt en zo nodig resoluut de rechtsstaat zijn plek wijst. Ze geldt als integer en eerlijk en zit al meer dan veertig jaar in het vak, eerst met haar zus, daarna alleen. Weski heeft een voorliefde voor ingewikkelde strafzaken en strijdt tot het uiterste voor haar vaak prominente cliënten. Ze werd bekend door televisieoptredens en door haar verschijning: dikke kohl rond haar ogen, zwarte kleding, zwarte Porsche. Er wordt gezegd dat ze altijd afstand houdt tot haar cliënten en zich door hen nooit laat tutoyeren.
Aanvankelijk, zo blijkt uit de gedecodeerde berichten, hield ze daaraan vast – ook tegenover Taghi – en weigerde ze blijkbaar informatie te delen, wat enige wrevel in de familie veroorzaakte. Dus waarom zou ze van gedachten zijn veranderd? Ze werd bedreigd, is de meest gehoorde theorie. Weski is ‘zeer ervaren, integer en een zeer sterke persoonlijkheid’, aldus de advocaat van Youssef Taghi. Er zijn aanwijzingen in het strafdossier dat ze zich aanvankelijk verzette, maar dat ze ‘de druk’ niet kon weerstaan. Welke druk, vragen de media zich af. En wat betekent het voor de rechtsstaat als zelfs iemand als Inez Weski daar niet tegen bestand is?
In de zaak van de moorden rond kroongetuige Nabil B. ging nagenoeg alles mis wat er mis kon gaan
Haar detentie is verlengd tot juni. De zaak-Taghi gaf ze op en de Orde van Advocaten heeft haar geroyeerd. Om formele redenen, werd er nadrukkelijk bij vermeld; lang niet iedereen is overtuigd van haar schuld. Het OM kan overdreven gereageerd hebben, wat niet de eerste keer zou zijn. Beschuldigingen tegen andere advocaten van de bende Taghi zijn al vaker ongegrond gebleken. In een recent proces tegen een vermeende corrupte lokale politicus in Den Haag heeft het OM zich volgens de algemene opinie echt belachelijk gemaakt.
Ook wordt het OM en de politie verweten kwetsbare mensen die het doelwit zijn van de georganiseerde misdaad, slecht te beschermen. In de zaak van de moorden rond kroongetuige Nabil B. ging nagenoeg alles mis wat er mis kon gaan, zo blijkt uit een officieel onderzoek. Waarschuwingen werden genegeerd en het dreigingsniveau werd chronisch onderschat. Zo is men er altijd van uitgegaan dat advocaten geen doelwit konden zijn omdat ze vervangbaar zijn.
Taghi wil zich nu voorlopig zelf verdedigen. Het valt nog te bezien of er in het najaar een uitspraak komt, zoals gepland. Ook de parallelle procedure in de moordzaak-De Vries loopt vertraging op. De uitspraak tegen twee verdachten, die vermoedelijk door Taghi of zijn vertrouwelingen zijn ingehuurd, stond gepland voor juli 2022, maar kort daarvoor kwam er nieuw bewijsmateriaal boven water en werden meer verdachten aangehouden. Omdat een rechter wegens verblijf in het buitenland afwezig was, moest het hele proces worden heropend.
Al wekenlang demonstreren Israëliërs tegen de plannen van de rechtse regering om het Hooggerechtshof buitenspel te zetten. Historicus Yuval Noah Harari is een van hen. ‘De regering is bezig met een antidemocratische staatsgreep.’
We bevinden ons midden in een historische orkaan. Deze orkaan wekt geen woede of haat op, maar angst. We slapen ’s nachts niet, we zijn gewoon doodsbang. En dat is prima. Er zijn momenten in de geschiedenis dat angst de verstandigste reactie is. Er zijn momenten in de geschiedenis dat angst nodig is om aan te zetten tot actie.
We hebben nu een uitstekende reden om bang te zijn en we hebben een uitstekende reden om te handelen. Laat niemand u voor de gek houden: wat deze regering uitvoert is geen hervorming van het rechtssysteem, maar een antidemocratische staatsgreep. Dit is precies hoe een staatsgreep eruitziet.
Coups worden niet altijd uitgevoerd met tanks in de straten. Veel staatsgrepen in de geschiedenis werden achter gesloten deuren uitgevoerd met pen en papier, en tegen de tijd dat de mensen begrepen wat er op die papieren stond was het te laat voor verzet.
‘Vertrouw ons’
In de geschiedenis waren er talloze dictaturen van mensen die aanvankelijk met legale middelen aan de macht kwamen. Het is een oude truc: eerst gebruik je de wet om macht te verkrijgen, dan gebruik je je macht om de wet aan te passen. Als je de wetten die deze regering nu aan het opstellen is in hun geheel bekijkt, hebben ze één simpele betekenis (en je hoeft geen doctor in de rechten te zijn om dat te begrijpen): als ze worden aangenomen, zal de regering de macht hebben om onze vrijheid volledig te vernietigen.
Dan kunnen eenenzestig leden van de Knesset [het Israëlische parlement, met honderdtwintig leden] elke racistische, onderdrukkende en antidemocratische wet aannemen die zij bedenken; eenenzestig leden van de Knesset kunnen het kiesstelsel zo veranderen dat we het regime niet meer kunnen vervangen. Wanneer wij de leiders van deze staatsgreep vragen wie de regering dan in toom houdt en fundamentele mensenrechten beschermt, dan hebben zij slechts één antwoord: ‘Vertrouw ons’.
Premier Netanyahu, minister van Justitie Levin, parlementslid Rothman, voorzitter van de grondwetcommissie, wij vertrouwen jullie niet! Jullie verscheuren het contract dat onze samenleving vijfenzeventig jaar lang op de een of andere manier bij elkaar heeft gehouden, en jullie verwachten vertrouwen van ons?
We vertrouwen jullie niet, omdat we heel goed weten wat jullie willen. Jullie willen onbeperkte macht. Jullie willen ons de mond snoeren en ons vertellen hoe te leven, wat te eten, wat te dragen, wat te denken en zelfs van wie te houden.
Wij Israëliërs zijn koppig, we zijn vrijgevochten en niemand is er ooit in geslaagd ons de mond te snoeren
Maar jullie begrijpen niet met wie jullie te maken hebben. Van Israëliërs kan je geen goede slaven maken [de slavernij van de oude Hebreeërs is een kernonderdeel van de Joodse heilige teksten dat vooral op het feest van Pesach wordt herdacht]. Wij Israëliërs zijn koppig, we zijn vrijgevochten en niemand is er ooit in geslaagd ons de mond te snoeren. Wij zullen niet toestaan dat jullie van Israël een dictatuur maken.
Dus wat gaat er de komende weken gebeuren?
De regering zal blijven proberen haar dictatoriale wetten door te voeren. Ze zal ons ook ‘anarchisten’ en ‘verraders’ blijven noemen, en extreme gebeurtenissen uitbuiten of zelfs initiëren om verzet te onderdrukken. Aan onze kant zullen wij blijven protesteren. En we zullen ervoor zorgen dat de rechters van het hooggerechtshof zowel de steun als de vastberadenheid van de bevolking hebben om deze dictatoriale wetten te schrappen.
En wat als de regering weigert de uitspraak van het hooggerechtshof te accepteren? Dan belanden we in een constitutionele crisis, op onbekend terrein, zonder duidelijke regels en wetten. Van wie zal de politie orders aannemen – van de regering of van het hof? Van wie krijgen de Shin Bet en de Mossad bevelen? Aan wie zullen de Israel Defence Forces [IDF, de Israëlische strijdkrachten] gehoorzamen? En de allerbelangrijkste vraag: wat zullen de burgers doen?
De opiniepeilingen zijn duidelijk: een grote meerderheid van de Israëli’s steunt de acties van de regering niet. Maar peilingen houden dictaturen niet tegen. De geschiedenis leert ons dat jullie, de burgers, de laatste en belangrijkste verdedigingslinie zijn in elke democratie.
Geen tweede kans
Een democratie is een overeenkomst, die voorschrijft dat burgers de besluiten van de regering moeten respecteren, op voorwaarde dat de regering de fundamentele vrijheden van burgers respecteert. Als de ene partij de afspraak verbreekt, hoeft de andere partij haar deel niet na te komen. Wanneer een regering probeert een dictatuur in te stellen, mogen burgers zich verzetten.
Dit is een historische test voor de burgers van Israël, en als we falen, krijgen we geen tweede kans. We moeten ons nu oprichten – of de rest van ons leven ons hoofd naar beneden houden. We moeten nu onze stem verheffen – of de rest van ons leven onze mond houden. Dit is het moment om te protesteren, te schreeuwen én om stil te staan.
Als universitair docent hoop ik bijvoorbeeld dat, zolang deze antidemocratische staatsgreep voortduurt, alle academische instellingen in Israël gaan staken. We moeten natuurlijk onze studenten blijven steunen in deze onrustige tijden, maar dit is het moment om alle reguliere cursussen stop te zetten, en alleen les te geven over democratie, mensenrechten en vrijheid.
Hebben sommigen van ons moeite met een officiële staking? Ik ben ervan overtuigd dat wij Israëli’s creatieve manieren zullen vinden om te vertragen en bevelen te negeren. Ieder van ons kan een kleine spaak in het wiel van deze antidemocratische staatsgreep steken.
Het is waar dat jullie vierenzestig vingers in de Knesset hebben, maar dat betekent niet dat jullie die vingers overal in mogen steken
Aangezien ik de microfoon heb gekregen, wil ik, als typische Israëli, van de gelegenheid gebruik maken om enkele persoonlijke boodschappen over te brengen. Aan Esther Hayut, opperrechter van het hooggerechtshof en aan Gali Baharav-Miara, de procureur-generaal: aan u is een van de moeilijkste en belangrijkste missies in de geschiedenis van Israël toevertrouwd. Dit is een grote verantwoordelijkheid, maar ook een groot voorrecht. Dit is uw moment om geschiedenis te schrijven. Aarzel niet en deins niet terug: bescherm onze vrijheid.
Aan president Herzog en de leiders van de oppositiepartijen: bescherm onze vrijheid en sluit geen compromissen. Als een tijger ons komt verslinden, kunnen we niet onderhandelen over een compromis waarbij de tijger slechts de helft van ons lichaam opeet. Aan reserve IDF-soldaten die overwegen iets te doen – dien geen dictators! Jullie hebben een contract met de Israëlische democratie, niet met degenen die haar willen begraven.
Aan de IDF, de Shin Bet, de Mossad en de Israëlische politie – als het moment van de waarheid komt, maak dan de juiste keuze. Ga de geschiedenis in als beschermers van burgers en niet als dienaren van despoten.
Tegen alle demonstranten die hier vanavond zijn gekomen en tegen degenen bij de tientallen andere protesten in heel Israël wil ik alleen maar zeggen dat ik van jullie hou.
En last but not least wil ik een duidelijke boodschap van ons allen overbrengen aan Netanyahu, Levin, Rothman en hun collega’s – het is waar dat jullie vierenzestig vingers in de Knesset hebben, maar dat betekent niet dat jullie die vingers overal in mogen steken. Blijf met je handen van onze vrijheid af.
Stop de staatsgreep – of wij stoppen het land.
Yuval Noah Harari is historicus en auteur van Sapiens, Homo Deus en Unstoppable Us.
Deze tekst sprak Yuval Noah Harari uit tijdens een prodemocratische demonstratie in Tel Aviv op 4 maart.
Hongarije is een ‘electorale autocratie’, concludeert EU-rapport
Hongarije kan niet langer als een democratie worden beschouwd en de Europese waarden in het land worden systematisch bedreigd, aldus het Europees Parlement in een donderdag aangenomen verslag, bericht Politico. Momenteel, concludeert het rapport, is Hongarije een ’electorale autocratie’ geworden.
De actie van het Parlement zal waarschijnlijk niet leiden tot specifieke straffen
De motie – die werd aangenomen met 433 stemmen voor, 123 tegen en 28 onthoudingen – ‘is de zoveelste symbolische berisping van de EU-instellingen aan het adres van Hongarije, dat al jaren te kampen heeft met verwijten over de rechtsstaat’, schrijft de website. Maar de actie van het Parlement zal waarschijnlijk niet leiden tot specifieke straffen.
In hun verslag noemen de parlementsleden een reeks punten van zorg – van het functioneren van het kiesstelsel van het land tot de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. Ze uiten ook hun bezorgdheid over de academische en religieuze vrijheid en de rechten van kwetsbare bevolkingsgroepen, aldus Politico.
Onder voormalig leider Hugo Chávez zijn de eerste stappen gezet op weg naar het gewelddadige pact tussen politiek en misdaad in Venezuela en in de rest van Latijns-Amerika, aldus dit heldere betoog. Hoe kan de rest van de wereld leren van zijn fouten?
Met de conflicten tussen rechtsstaat en criminaliteit beleeft Venezuela wellicht de ernstigste veiligheidscrisis in de geschiedenis van het continent. Uit de Venezolaanse situatie zijn belangrijke lessen te trekken voor heel Latijns-Amerika in de strijd van regeringen om het gezag over hun grondgebied. Venezuela is een extreem voorbeeld van de ene fout na de andere en in die zin een volmaakt handboek voor wat je niet moet doen.
Veiligheid is mensenrecht nummer één. Aan gezondheid, onderwijs of andere grondrechten heb je niets als je wordt bedreigd of in angst leeft. Criminelen gedogen, formeel of daadwerkelijk een pact met hen sluiten, betekent burgers hun rust ontnemen en misdadigers ruim baan geven.
De veiligheidspolitiek van het huidige Venezuela gaat terug op 1999, toen Hugo Chávez de volgende publieke verklaring aflegde: ‘Als ik arm was, zou ik stelen.’ Hij zag delinquenten als slachtoffers van sociaal onrecht. Chávez hervormde de openbare veiligheid door haar te politiseren, ontmantelen en militariseren. Politieke tegenstanders werden gevaarlijker geacht dan criminelen. De oppositie werd vervolgd, misdaad werd getolereerd en de rechtsstaat verzwakte. Als gevolg groeide de misdaad exponentieel en inmiddels vecht de regering tegen honderden criminele bendes in het hele land.
Vóór Chávez gold Venezuela als een relatief veilig land, waar jarenlang miljoenen Colombianen hun toevlucht zochten om te ontsnappen aan de gewelddadigheden in eigen land. In 1990 stond het aantal moorden in Venezuela op 10 per 100.000 inwoners, rond 2002 steeg dat aantal naar 45 en in 2018 naar 81,4; het hoogste cijfer op het continent en wereldwijd een van de hoogste.
Vier regeringsbesluiten
Samenvattend zijn het vier regeringsbesluiten geweest die deze ontwikkeling in de hand hebben gewerkt: de ontmanteling van de politie, de afspraken met de stedelijke gangs, het gevangenisbeheer door delinquenten en het beleid om guerrillastrijders uit Colombia onderdak te bieden. Hierover zei een linkse Braziliaanse vriend die werkzaam was bij de beveiliging van zijn land: ‘Het duurde even voor we doorhadden dat het kwaad bestaat en universeel is, en dat je misdadigers, preventieprogramma’s of niet, altijd moet vervolgen.’
De oorspronkelijke partij van Chávez heette Movimiento Quinta República (Beweging van de Vijfde Republiek). De eerste drie republieken eindigden met de dood van Bolívar. De vierde werd door Chávez getypeerd als oligarchisch, neoliberaal, et cetera. Net als alle andere populisten ontkende hij het recente verleden en bepaalde hij dat de nieuwe geschiedenis begon met hem en zijn Vijfde Republiek, gebaseerd op een ‘revolutionair, links nationalisme’ dat de ‘bolivariaanse revolutie’ met zich meebracht. Chávez’ politieke hervorming hield onder andere de ontbinding in van alle bestaande politiecapaciteit. Dit leidde tot een afbraak van de veiligheid, evenals een afbraak van expertise, middelen, kennis en operationele capaciteit.
Het veiligheidssysteem werd ontmanteld en omgebogen om de regering te beschermen, niet de burgers
Chávez pleitte voor een civiele hervorming van de politie om schending van mensenrechten te voorkomen, maar in de praktijk droeg hij de beveiliging over aan loyale militairen. Tweeduizend officieren werden bevorderd tot generaal. Deze politisering ging ten koste van de grondwettelijke basis, de discipline, de kwaliteit van de evaluaties, het promotiestelsel en alle denkbare professionele daadkracht. Het eind van het liedje was dat het veiligheidssysteem werd ontmanteld, van z’n professionaliteit ontdaan, gecorrumpeerd en omgebogen om de regering te beschermen, en niet de burgers. De delinquenten verdwenen naar het tweede plan, de prioriteit lag voortaan bij het bespioneren, controleren, vervolgen, gevangennemen en dagvaarden van tegenstanders, ook binnen het leger zelf. Ondertussen werden er concessies gedaan aan de delinquenten, die werden gedoogd en ongecontroleerd in aantal toenamen.
Om sociaal en politiek nader te komen tot de arme wijken waar misdaad voorkwam, werden in eerste instantie de zogenaamde círculos bolivarianos opgericht, sociale verbanden met een culturele en ideologische grondslag, daarna de beruchte colectivos, die een heel belangrijke rol hebben gespeeld bij de onderdrukking van tegengeluiden, en tot slot, toen de onveiligheid toenam, werd geprobeerd de buurten te pacificeren door zogenaamde ‘vredeszones’ te creëren. De connectie tussen sociale politiek en misdaad ontstond doordat Chávez zijn beleid voorstelde als een gewapende revolutie die verdedigd moest worden door middel van volksmilities. Maar zijn regering had een electorale basis, er was nooit sprake van een echte revolutie geweest. Het chavismo kon rekenen op stemmers, volgers en sympathisanten, maar er had geen strijd plaatsgevonden die voldoende ideologische activisten opleverde, er bestond geen revolutionaire mystiek, maar geld en cliëntelisme op grote schaal. Vandaar dat het chavismo, toen het erop aankwam de verdediging van de revolutie te organiseren, uiteindelijk gewelddadige figuren in de volkswijken ging rekruteren, onder wie de zwaarste delinquenten, die uiteraard eindigden als leiders die hun gemeenschappen controleerden uit naam van de bolivariaanse revolutie. Bij gebrek aan een revolutionair leger kocht Chávez de militairen om en bij gebrek aan volksmilities bewapende hij delinquenten.
Politiek en misdaad
Alles wat het chavismo op sociaal en politiek vlak in de gemeenschappen wilde doen, ging via de colectivos, die bovendien werden bewapend door de regering zelf. Op een gegeven moment stonden tienduizenden inwoners onder toezicht van beruchte delinquenten, aanvankelijk vrienden maar inmiddels vijanden van de regering. Uiteindelijk verloor het chavismo de controle over haar eigen monster en vond een late repressieve reactie plaats die uitliep op een bloedige oorlog, die de veiligheidsdiensten nu aan het verliezen zijn. In een poging het geweld een halt toe te roepen zag de regering zich genoodzaakt om een pact met de delinquenten te sluiten door middelen, diensten en toezicht aan hen over te dragen in gebieden waar de staat zich niet langer waagt.
De vermenging van politiek en misdaad is niet voorbehouden aan Venezuela. Het paramilitairisme in Colombia liep uit op criminaliteit en drugshandel, denk aan de FARC en de ELN. In Nicaragua doken na de contrarevolutionaire oorlog bandieten op die de benaming recompas, recontras en revueltos kregen. In Mexico had je de Zetas, die voortkwamen uit de Fuerzas Especiales del Alto Mando, de hoogste speciale militaire eenheid in het Mexicaanse leger. In Argentinië ontpopten militairen uit de dictatuur zich als ontvoerders. In Guatemala werden de kaibiles, die de guerrilla’s in de jungle hadden verslagen, geronseld door Mexicaanse drugsdealers. In de jaren negentig gebruikten Zuid-Amerikaanse guerrillastrijders ontvoeringen als inkomstenbron in Brazilië en Mexico. Maar wat in Venezuela opvalt, is de massale schaal waarop met de criminelen wordt samengewerkt en de mate van macht die ze van de regering hebben gekregen.
Vanwege de overbevolkte gevangenissen en de veelvuldige opstanden bedacht het chavismo een reclasseringsprogramma dat stoelde op het idee van de delinquent als slachtoffer. Ze creëerden een soort zelfbestuur in de gevangenissen, gevormd door de gevangenen zelf. Al met al kwamen de gevangenissen in handen van de zwaarste en gewelddadigste bajesklanten, want die waren het geschiktst om hun gezag te doen gelden en de onderlinge orde te handhaven. Maar het geweld en de opstanden hielden aan en de gevangenissen veranderden op den duur in domeinen onder crimineel toezicht. De gevangenen zijn gewapend, ze plannen delicten, organiseren feesten, beschikken over zwembaden en een pinautomaat om het geld van afpersingen en ontvoeringen te innen. De regering van Venezuela heeft op grotere schaal herhaald wat in Colombia in 1991 met Pablo Escobar gebeurde, die zijn eigen gevangenis mocht ontwerpen, die bekendstond als La Catedral [De Kathedraal].
De vraag was niet langer of je criminelen moest verslaan, maar of je ertoe in staat was of niet
Uiteraard vond niet iedereen dit de juiste weg. Er waren chavistische leiders die verklaarden dat je niet moest samenwerken met de maffia, maar het was te laat. De vraag was niet langer of je criminelen moest verslaan, maar of je ertoe in staat was of niet. Er zijn honderden bulletins, essays en al dan niet officiële video’s die getuigen van de grote misdaadexplosie en de oorlog waaronder Venezuela gebukt gaat. Laten we proberen een paar van de meest dramatische feiten samen te vatten.
Naar de precieze hoeveelheid bestaande bendes kan je natuurlijk slechts gissen. Bovendien splitsen ze zich vaak op, hergroeperen zich en wisselen constant van leider, zoals altijd en overal gebeurt met criminele groeperingen. Maar er is overweldigend bewijs dat het er honderden zijn. Ze zijn, zoals de Venezolaanse politie zelf erkent, in 18 van de 24 staten van het land werkzaam en operationeel verbonden met de zogeheten pranes die de gevangenissen controleren. De bendes hebben tienduizenden jongeren van gemiddeld 25 jaar en zelfs kinderen in hun gelederen. Ze beschikken over automatische geweren, handgranaten, pistolen, de nieuwste communicatiemiddelen, drones en soms nog zwaarder geschut, zoals raketwerpers en zware mitrailleurs.
De meeste bendes gebruiken namen die passen bij een criminele groepering, bijvoorbeeld Cara de Perro (Hondekop), Culón (Dikke Reet), Los Morochos (De Bruinen), Cara de Hulk (Hulkenkop), et cetera. Andere groepen zijn een duidelijk mengsel van misdaad en politiek; zo was er één die een politieke partij werd met de naam Tupamaros, die Maduro begon te bekritiseren. Maduro ontnam ze hun legaliteit, maar de Tupamaros belegden een gewapende bijeenkomst en kregen prompt hun legaliteit terug, met posities in het Nationaal Congres en al. In één geval creëerden de delinquenten hun eigen geldmiddel, de panal, met het gezicht van Chávez erop. De criminelen organiseren kinderfeesten, houden toezicht, vermoorden dieven die zich op hun terrein wagen, delen voedselpakketten uit die ze van de regering krijgen of stelen, organiseren begrafenissen, sportevenementen en concerten voor de bewoners, maar doen tegelijkertijd aan ontvoeringen, overvallen en afpersing. Ze handelen in drugs en voeren oorlog met andere bendes en met de politie als die hun territorium betreedt.
Precaire vrede
In een artikel in The New York Times heet het dat ‘Maduro in zijn redevoeringen stabiliteit wil uitdragen terwijl het land ineenstort’. De gangs heersen in de wijk 23 januari, op maar vijftien minuten van het Palacio de Miraflores, de presidentiële residentie. Daar doet Maduro alle mogelijke concessies om een precaire vrede te handhaven. Vanaf 2015 heeft de politie pogingen gedaan om de belangrijke leider Carlos Luis Revete, alias el Koki, te pakken te krijgen. Zijn machtsgebied ligt in de zogenaamde Cota 905, op maar drie kilometer van het presidentiële paleis, maar el Koki sluit bondgenootschappen met andere bendes om zijn gezag uit te breiden naar andere wijken van Caracas. Acties om hem te stoppen zijn op niets uitgelopen. Er zijn veel doden gevallen, inclusief politiemannen en burgers. In juli dit jaar viel el Koki een kazerne van de nationale garde aan, waarna er drie dagen lang confrontaties plaatsvonden die zich uitstrekten tot belangrijke verkeersaders in de hoofdstad. Aan eerdere onderhandelingen met deze bende nam vicepresident Delcy Rodríguez deel, hierbij werd afgesproken dat de politie zich niet op het terrein van el Koki zou begeven.
De grens tussen Venezuela en Colombia – in de deelstaten Táchira, Apure en Amazonas – is aan het veranderen in een soort derde land, beheerst door diverse Colombiaanse criminele groeperingen die dik geld verdienen aan de handel in drugs en goud en andere misdadige activiteiten. Deze groeperingen hebben zich ook uitgebreid naar de deelstaat Bolívar, op de grens met Brazilië. Net als in de stedelijke gebieden hebben de bendeleiders het op deze plekken voor het zeggen. Maar zoals te verwachten was, begonnen de FARC-dissidenten uiteen te vallen en raakten ze met elkaar in conflict over grondgebied en geld. Maduro besloot partij te kiezen, de controle te herwinnen en het geweld dat door zijn vrienden werd veroorzaakt te stoppen. Hij stuurde mei dit jaar het leger met geblindeerde voertuigen en zwaar geschut naar de deelstaat Apure, maar Maduro’s troepen leden een verpletterende nederlaag. De soldaten stapten op landmijnen, de geblindeerde voertuigen werden in hinderlagen gelokt en vernietigd; de teller stond op zestien doden, talrijke gewonden en acht militaire gevangenen. Uiteindelijk liep het uit op een onderhandeling met de Colombiaanse criminelen: ze lieten de gevangenen vrij en het leger trok zich terug en liet het gebied in handen van de FARC-dissidenten, die daar hun eigen republiek aan het stichten zijn onder de naam Segunda Marquetalia, naar de voormalige communistische boerenenclave.
Al met al is duidelijk dat het moreel bij de cipiers in de gevangenissen, de politiemensen en de militairen in Venezuela ernstig is aangetast. Van een strijdbare houding kan geen sprake zijn, want het heeft geen zin je leven te wagen om criminelen te bestrijden wie de regering zelf de hand heeft gereikt en gesteund. Anderzijds willen de corrupte en rijk geworden leiders een goed leven zonder gedoe, met als gevolg duizenden deserties. Maduro’s oplossing was het opzetten van een nieuw politiekorps onder de naam Fuerza de Acciones Especiales de la Policía Nacional Bolivariana, algemeen bekend als FAES, bedoeld voor speciale acties. Deze politie-‘elite’ houdt het gezicht bedekt, draagt geen legitimatie behalve een doodshoofd op het uniform, en vormt in feite een doodseskader. Volgens de cijfers die de regering overhandigde aan het team van de hoge commissaris voor de rechten van de mens van de Verenigde Naties, Michelle Bachelet, stierven alleen al in 2018 omstreeks 5300 mensen wegens ‘verzet tegen het gezag’. Deze agenten verdienen meer en hebben toestemming om zonder represailles te plunderen en te moorden.
Als de regering qua gezag gaten laat vallen, vullen criminelen die vanzelf op
Hun slachtoffers zijn inwoners van de arme wijken die voorheen het chavismo onvoorwaardelijk steunden. De FAES bestaat in feite uit moordenaars, en dat was de enige oplossing die Maduro kon bedenken om te proberen een halt toe te roepen aan de criminele explosie waarvoor het chavistische beleid verantwoordelijk was. De FAES is er echter niet ter bescherming van de burgers maar van de regering, want de delinquenten ontvoeren graag familieleden van militairen of leden van de chavistische elite. Het uiteindelijke gevolg van Chávez’ politiehervorming is dat de politie en de bendes inmiddels moreel quitte staan. Ze bestaan beide uit gewelddadige, meedogenloze sujetten. Op 20 november 2020, tijdens een interview dat door de officiële televisie werd uitgezonden, gaf de hoofdaanklager van Venezuela, Tarek William Saab, toe dat de politiemensen van de FAES met behulp van delinquenten roofovervallen, autodiefstallen en ontvoeringen plegen. Het bewijst hoe een veiligheidspolitiek gebaseerd op toegeeflijkheid jegens de misdaad niet alleen het moreel van politiemensen aantast, maar hen uiteindelijk zelfs in delinquenten verandert.
Dat de concentratie van rijkdom onveiligheid met zich meebrengt mag vanzelfsprekend lijken, maar het feit dat de onveiligheid toeneemt bij herverdeling van de rijkdom, zoals in Venezuela gebeurde, maakt een einde aan de hardnekkige mythe dat armoede zou samenhangen met onveiligheid. India telt meer armen dan de Verenigde Staten, toch zijn er in de Verenigde Staten meer moorden per inwonersaantal. Armoede genereert niet automatisch onveiligheid; wat wel onveiligheid genereert is moreel verval, een zwakke staat, een cultuur van corruptie en politiek-sociale polarisatie. Een lange periode van politieke instabiliteit, van interne verdeeldheid of de vervorming of verkwanseling van de burgerlijke waarden kunnen een veel negatiever effect op de veiligheid hebben dan ernstige ongelijkheid. Het klassieke, emblematische voorbeeld is Sicilië, waar een direct verband bestaat tussen de geschiedenis van oorlogen, instabiliteit en geweld enerzijds en een afkeer van staatsbemoeienis en de macht van de maffia anderzijds.
Privatisering van geweld
Het is gebruikelijk dat er in het politieke debat zorgen worden geuit over de privatisering van de gezondheid, het water, het onderwijs, et cetera, maar er is maar heel weinig aandacht voor de privatisering van het geweld, dat een monopolie van het landsbestuur hoort te zijn. Als de regering qua gezag gaten laat vallen, vullen criminelen die vanzelf op. Wanneer de misdaad floreert, ontneemt ze de staat drie essentiële monopolies: geweld via gewapende groepen, rechtspraak via executie en belastingheffing via afpersing. De georganiseerde misdaad bereikt haar hoogste ontwikkelingsniveau als ze kan bogen op financiële armslag, gewapende macht, gecoöpteerde of geïnfiltreerde autoriteiten, grondgebied, een sociale basis, globale connecties en een expanderende criminele cultuur. Die criminele cultuur uit zich wanneer er een hoge graad van territoriale controle en maatschappelijke worteling hebben plaatsgevonden; als het eenmaal zover is, geldt de crimineel als een succesvol iemand en wordt zijn relatie met de gemeenschap normaal. De drugsballades, de spreektaal en de lichaamstaal van de Midden-Amerikaanse gangs, de indrukwekkende graven van de drugsbaronnen in Culiacán, de verheerlijking van Pablo Escobar, de bandiet Malverde die een volksheilige werd of de beeldjes van de bendeleden van el Koki die in Caracas worden verkocht zijn voorbeelden van een criminele cultuur.
Territoriale controle geeft misdaad de kans om zich te versterken, te reproduceren en te vermenigvuldigen. Als de staat accepteert dat de criminaliteit een gebied controleert, duldt ze dat de burgers die in zulke gebieden wonen ongestraft worden vermoord en afgeperst, dat de jongens worden geronseld en de meisjes verkracht en dat de criminelen zich de bedrijven van de werkende bevolking toe-eigenen. In zo’n situatie gaat het niet meer over openbare veiligheid ja of nee, maar is de weg ingeslagen naar een failliete rechtsstaat.
Onverschilligheid of handjeklap met de misdaad lijken de snelste weg naar resultaat
Dat is op dit moment gaande in Haïti, en daarom was de moord op president Jovenel Moïse in feite een aangekondigde dood. Volgens gegevens van de Nationale Commissie voor Ontwapening in Haïti bestaan in dit kleine land minstens 77 gewapende misdadige groeperingen, en het Nationale Net van Mensenrechten heeft het over een ‘vergangstering’ van de politiek. Gabriel Gaspar, de voormalige staatssecretaris van Buitenlandse Zaken in de regering van de ex-president van Chili, Ricardo Lagos, wijst erop dat ‘de gangs in Haïti zwaar bewapend zijn, hun macht tentoonspreiden en hele gebieden controleren, met name in de hoofdstad. De bendes zijn gegroepeerd in een criminele federatie die bekendstaat als de G9, met aan het hoofd Jimmy Barbecue Cherizier, een ex-politieman die populistische taal uitslaat om de “oligarchen” te kritiseren. Alleen al in juni waren deze gangs verantwoordelijk voor tweehonderd ontvoeringen en de moord op dertig politiemannen. Veel armoede, een zwakke rechtsstaat en een politie die verzuimt het grondgebied te controleren hebben geleid tot een sterke criminele macht.’ In die context is het onvermijdelijk dat de criminelen een instrument worden binnen de economische en politieke macht, en dat de economische en politieke macht op haar beurt uiteindelijk verandert in een instrument van de criminelen. Op sommige plaatsen in Latijns-Amerika is de macht van de misdaad al onlosmakelijk met die van de politiek verbonden.
Zulke pacten met delinquenten, formeel of de facto,komen voort uit een zwakke rechtsstaat of uit publieke electorale pressie om het aantal moorden en het geweld terug te dringen. Onverschilligheid of handjeklap met de misdaad lijken de snelste weg naar resultaat, maar dit gaat ten koste van een nog grotere misdaadexplosie in de toekomst. De staat blijft zwak en de misdaad heeft steeds meer middelen om zich te versterken. Misdaad is geen statisch maar een expansief fenomeen, of het nu gaat om grote kartels of kleinere bendes; de criminaliteit neemt toe als ze niet wordt bestreden. Er zijn geen objectieve redenen om te veronderstellen dat criminelen vrijwillig hun activiteit zullen inperken. Alleen een sterke staat kan hen stoppen.
De naïeve visie van het chavismo op misdaad doet denken aan de fabel over de schorpioen die de kikker om hulp vraagt bij het oversteken van de rivier. De kikker gaat akkoord op voorwaarde dat hij niet wordt geprikt. Midden in de rivier prikt de schorpioen toch, waarop de kikker verbaasd vraagt: ‘Waarom deed je dat? Nu gaan we allebei dood.’ De schorpioen antwoordt: ‘Sorry, het is mijn natuur.’
Joaquín Villalobos is ex-guerrillaleider in El Salvador en adviseur inzake veiligheid en conflictbeheersing. Hij adviseert de Colombiaanse regering bij het vredesproces.
De recente moord op de Servische politicus Oliver Ivanovic bevestigt de status van de regio als het ‘zwarte gat van de Balkan’, aldus het Kroatische dagblad Jutarnji List.
We noemen de westelijke Balkan gewoonlijk het ‘zwarte gat’ van Europa. En Kosovo wordt dan weer het ‘zwarte gat van de Balkan’ genoemd, en Noord-Kosovo het ‘zwarte gat van Kosovo’. Toch had het nooit zover mogen komen. Als je Brussel mag geloven, dat zich voorstaat op de succesvolle dialoog tussen Kosovo en Servië, en als je kijkt naar alle hulp die Noord-Kosovo heeft ontvangen, zou dit de meest ontwikkelde regio moeten zijn en eerder het Liechtenstein van de Balkan! Eerlijk gezegd zijn ze nogal royaal geweest voor deze kleine, dunbevolkte regio. De Europese Unie heeft speciale middelen toegekend aan de regio, de regering van Kosovo heeft specifieke projecten voor het noorden, en ook de Servische regering wijst, met toestemming van Pristina en Brussel, speciale middelen toe voor de ontwikkeling van deze regio.
Met al dit geld en al deze projecten voor het noorden van Mitrovica en de aangrenzende gemeenten met in Kosovo wonende Serviërs, zou deze streek dus welvarend moeten zijn. En omdat de veiligheid van de regio een topprioriteit is van KFOR [vredeshandhavingsmissie van de NAVO in Kosovo] en Eulex [civiele missie van de Unie ter bevordering van de rechtsstaat], en de EU zich voorstaat op de succesvolle dialoog over het vrije verkeer in dit deel van het land, zou de veiligheid ook geen probleem mogen zijn.
Rechteloos gebied
Maar dat zijn maar indrukken, want de werkelijkheid is heel anders. Iedereen die in Noord-Kosovo is geweest of die er woont, of in het zuiden van Mitrovica, aan de andere kant van de brug tussen het Albanese deel en het Servische deel van de stad, kan ervan getuigen.
Het is moeilijk in Europa een plek te vinden die zo sterk op een rechteloos gebied lijkt. Kosovo kan niet bogen op veel eerbied voor de wet en het functioneren van de rechtsstaat. Maar de auto’s hebben er tenminste wel nummerborden, de politie patrouilleert er, bekeurt auto’s die te hard rijden, de burgers betalen er hun water- en elektriciteitsrekening en de straatnamen worden aangeduid in het Albanees en het Servisch. Dat is niet het geval in Noord-Kosovo. De auto’s rijden er rond zonder nummerbord of met een Servisch nummerbord. De wetten van Kosovo worden er dus niet nageleefd – ondanks het ‘historische akkoord’ onder auspiciën van Brussel –, net zomin als de wetten van Servië. Feitelijk maakt Servië sinds het einde van de oorlog in 1999 de dienst uit in dit deel van Kosovo, hetzij door de aanwezigheid van zijn politie, waarin de NAVO en de EU stilzwijgend hebben toegestemd, hetzij door zijn steun aan de parallelle machtsstructuren, zoals de ‘bewakers van de brug’.
Hoe is het mogelijk dat de EU dit heeft laten gebeuren en dat zij haar ogen sluit voor deze situatie? Als er zo slordig wordt omgesprongen met de macht, is het niet verbazingwekkend dat niemand weet wie er auto’s van politici in brand steekt, wie er gestolen auto’s verkoopt (zelfs aan de eigenaren van die gestolen auto’s), en nog minder wie er opdracht geeft voor het executeren van politici of wie deze opdrachten uitvoert.
Zo is het waarschijnlijk ook gegaan met de moord op Oliver Ivanovic, een van de belangrijkste en opvallendste Servische politici in Kosovo. Natuurlijk, er worden ook politici vermoord in Zweden, een van de ontwikkeldste en veiligste landen ter wereld. Maar de afgelopen twintig jaar blijven er te veel moorden en aanslagen op politici en journalisten onopgehelderd in Kosovo, zowel in het noorden als in het zuiden. Dit kun je niet alleen de ‘wettelijke Kosovaarse autoriteiten’ aanrekenen, omdat ook de NAVO– en Eulex-functionarissen in Kosovo over de middelen en het juridisch mandaat beschikken om tegen dit soort zaken op te treden.
De internationale gemeenschap heeft deze situatie in Noord-Kosovo zo lang getolereerd omdat het haar om politieke redenen goed uitkwam.
Helaas kan de moord op Oliver Ivanovic politieke consequenties hebben. Ondanks de komst van de internationale gemeenschap en de instelling van een internationaal protectoraat in Kosovo heeft Belgrado Noord-Kosovo feitelijk nog steeds in zijn greep. Met als doel om het land op te delen. Aangetoond moest worden dat Pristina niet in staat was zijn autoriteit te laten gelden in Noord-Kosovo, en dat Pristina zich neer moest leggen bij deze situatie. Dankzij het akkoord van Brussel is er een bijzondere status verleend aan Noord-Kosovo – het is een afzonderlijke entiteit geworden binnen Kosovo, die meer bij Belgrado hoort dan bij Pristina.
Deze situatie is koren op de molen van de criminele groeperingen die er actief zijn. De plaatselijke bevolking kan getuigen van de ‘voorbeeldige’ samenwerking tussen Serviërs en Albanezen op het gebied van de georganiseerde criminaliteit. Volgens de reacties in Belgrado kan de moord op Ivanovic worden gebruikt als bewijs dat noch Pristina, noch de internationale gemeenschap in staat zijn Noord-Kosovo te controleren. En dit ondanks het feit dat Ivanovic een politieke tegenstander was van de Servische regering. Bij de Kosovaarse verkiezingen in 2017 had hij het opgenomen tegen de Lijst Srpska, die gesteund werd door Belgrado. Alle Serviërs die het opnamen tegen deze lijst werden beschouwd als ‘verraders’. Bij de lokale verkiezingen heeft deze Servische lijst in negen gemeenten een meerderheid behaald, waardoor ze de machtigste politieke formatie in Kosovo werd qua aantal gewonnen gemeenten – meer dan de partijen die de Albanese bevolking vertegenwoordigen, die toch in de meerderheid zijn. Belgrado heeft dit succes geïnterpreteerd als een overwinning, maar ook als een signaal aan al degenen die hun eigen lijsten of partijen hadden opgericht. Oliver Ivanovic was een van hen.
Veel moorden in Kosovo zijn nooit opgelost. In de meeste gevallen gaat het om liquidaties van Albanese politici die zijn gepleegd in de eerste jaren na de oorlog. Momenteel wordt daar veel over gepraat. Sommige zaken worden aanhangig gemaakt bij het Kosovotribunaal dat is opgericht in Den Haag.
Zelfs bij de EU-missie laten ze doorschemeren dat er in sommige processen van Kosovaarse rechtbanken is gesjoemeld, uit vrees voor de eventuele repercussies voor lopende politieke processen
Tegenwoordig zijn er steeds meer getuigen die er publiekelijk voor uitkomen dat ze lid zijn geweest van criminele organisaties die na de oorlog belast werden met het elimineren van bepaalde personen, hetzij voor het geld, hetzij omdat ze gedwongen werden om de orders van machtige politici uit te voeren. Het is duidelijk dat talloze moorden of aanslagen, of ze nu gepleegd werden om etnische of andere redenen, bewust nooit zijn opgehelderd, omdat de waarheid de politieke stabiliteit dreigde te verstoren. Officieel wordt het ontkend en wordt er geschermd met een ‘gebrek aan bewijs’, maar zelfs bij de EU-missie laten ze doorschemeren dat er in sommige processen van Kosovaarse rechtbanken is gesjoemeld, uit vrees voor de eventuele repercussies voor lopende politieke processen.
Het is duidelijk dat er ook veel gewelddadige incidenten in Noord-Kosovo in de doofpot verdwijnen om de door de EU in Brussel gestarte dialoog niet in gevaar te brengen. De moord op Ivanovic heeft een schok teweeggebracht, temeer daar Kosovo al sinds lange tijd niet te maken had gehad met etnisch gemotiveerd geweld. Deze moord zou ernstige gevolgen kunnen hebben voor de stabiliteit van Kosovo als de internationale gemeenschap niet vastberaden optreedt tegen degenen die ervan zouden kunnen profiteren.
Opgericht na de onafhankelijkheid in 1991. Op een na grootste krant van het land, liberaal georiënteerd en veel ruimte voor columns van nieuw Kroatisch schrijftalent.
De Duitse historica en filosofe Ulrike Guérot weet het zeker: er moet een Europese Republiek komen. Dan is uiterlijk in 2045 het politieke gelijkheidsbeginsel voor alle Europese burgers verwezenlijkt.
Iedereen kraakt de Europese Unie af, niemand lijkt nog van haar te houden. Mevrouw Guérot, u gelooft stoïcijns in een vreedzaam, verenigd Europa. Legt u eens in de lengte van een tweet uit wat u wilt.
Ulrike Guérot: Eén markt, één munt, één Europese democratie, dat wil zeggen een gemeenschap van staatsburgers, waarbinnen iedere burger in Europa dezelfde rechten heeft.
U heeft begin dit jaar het boek Der neue Bürgerkrieg. Das offene Europa und seine Feinde gepubliceerd. Bent u echt van mening dat er al sprake is van burgeroorlog?
Het begrip burgeroorlog heeft mij theoretisch sterk bezig gehouden. Ik wilde in het boek laten zien dat we ons niet in een proces van renationalisatie bevinden, maar in een heel ander proces.
In wat voor proces dan?
We zetten burgers tegenover elkaar. En dat komt doordat we in de EU wel één markt en één munt hebben, maar geen democratie.
Omdat het in Europa ontbreekt aan een uniform sociaal systeem worden de burgers economisch tegen elkaar uitgespeeld. Bedoelt u dat met burgeroorlog?
Het gaat nog verder. De Italiaanse filosoof Giorgio Agamben schrijft dat er burgeroorlog heerst wanneer het politieke lichaam uiteenvalt en er geen enkele groep meer aanspraak kan maken op vertegenwoordiging van het politieke lichaam in zijn geheel.
Kunt u een voorbeeld geven?
Bij de Brexit is het al zichtbaar: wie is nou de Britse natie, zij die voor de Brexit zijn of zij die ertegen zijn? Het land valt uiteen. Dat wilde ik analyseren om het argument te weerleggen dat Europa zich in een proces van renationalisatie bevindt. Want het klopt niet. Eerder beleven we een splijting van naties. Niet alleen in Groot-Brittannië, maar ook in Oostenrijk, in Frankrijk of in Polen.
Het moment dat ik zelf ontwaakte, kwam met de top van juni 2012. Toen dacht ik; Met deze EU komt het niet meer goed
De Zeit heeft geschreven dat u uw levensverzekering zou hebben ingezet om de EU te redden. Hoe werd u zo’n Europa-activist?
Aanvankelijk was er gewoon niemand die geld in mijn project wilde steken. Maar ik moet bij het begin beginnen. Het was 2012, het hoogtepunt van de Europese crisis. Er werd fel geprotesteerd tegen Europa en de Europese centrale bank, EU-vlaggen werden verbrand. Op dat moment stortte voor mij persoonlijk iets ineen.
Waarom?
Duitsland, Frankrijk, Europa – dat was vanaf 1992 zowel mijn privéleven als mijn beroep. Ik heb voor Lamers en later voor Jacques Delors, de voormalige voorzitter van de Europese Commissie, gewerkt. The ever closing union, de unie die steeds nauwer aaneengroeit, dat was mijn ding, daarvan was ik vijfentwintig jaar lang overtuigd. En toen begreep ik: C’est fini, het functioneert niet langer.
Pas toen, van de ene op de andere dag?
Natuurlijk heb ik in de jaren nul ook wel gemerkt dat het niet meer zo gemakkelijk ging, zeker na het Franse nee tegen de Europese Grondwet in 2005. Toen kwam de financiële crisis en daarna de eurocrisis. In het begin dacht ik nog: Dat lukt ons wel. In 2010 begon de Griekse crisis. Met Duitsland ging het steeds beter, maar de anderen gleden af. Alles werd ineens heel onaangenaam. Het moment dat ik zelf ontwaakte, kwam met de top van juni 2012. Toen dacht ik: Met deze EU komt het niet meer goed.
Wat gebeurde er destijds op die top?
Het werd duidelijk dat er een fiscale noch een politieke unie zou komen. Ondanks alle intentieverklaringen werd de vicieuze cirkel van bank- en staatsschulden niet doorbroken.
Hoe reageerde u daarop?
Voor de grap heb ik toen briefkaarten laten drukken met de tekst: ‘The European Republic is under construction’. Ik sleepte die briefkaarten altijd met me mee en liet ze overal achter. Daarna schreef ik mijn eerste teksten over Europa als republiek. Na het ochi, het Griekse nee bij het referendum in februari 2015, merkte ik dat de mensen op mijn bijdragen begonnen te reageren. Ik kreeg de eerste uitnodigingen om te spreken over ‘Europa als republiek’. En toen ging het ineens snel. Ik ontving veel reacties, kreeg het contract voor mijn boek en uitnodigingen bij de vleet. Tegenwoordig heb ik gemiddeld negentig uitnodigingen per maand, waaronder ook heel prestigieuze, zoals voor de Europagroep van het wereldeconomisch forum van Davos. Het stadium van uitgelachen en genegeerd worden heb ik dus al achter me.
Toen de idee van de republiek in 2015 echt begon aan te slaan, merkte ik dat ik het in mijn eentje niet zou redden. Ik wilde voor de republiek iets van een start-up oprichten, het European Democracy Lab, simpelweg omdat er zo veel belangstelling was. Bij verschillende stichtingen vroeg ik om geld, maar ving ik bot. Dus heb ik 25.000 euro van mijn levensverzekering genomen en in het Gorki-theater een ruimte afgehuurd. Die plek betekent heel veel voor mij. Na de Maartrevolutie van 1848 schreef de Pruisische Nationale Vergadering er zijn eerste democratische grondwet. Ertegenover wordt op dit moment een slot gebouwd, het Hohenzollernslot. Stel je dat eens voor! Alsof het Duitsland van 2017 op een slot zit te wachten. Voor mij is het heel belangrijk dat ik aan de overkant mijn boodschap publiek maak: hier komt de Europese Republiek van de grond!
Beschikt uw Lab momenteel over voldoende middelen?
Tot nu toe was het krap, hoewel er een kleine eerste subsidie was. Voor de komende vijf jaar ziet het er nu beter uit, dan kan ik rekenen op projectgelden.
Welke projecten wilt u in de komende vijf jaar oppakken?
Wij gaan werken aan de rol van regionale parlementen binnen de EU en tevens in 2019 bij de verkiezingen voor het Europese parlement een campagne opzetten voor Europese kiesrechtgelijkheid.
Welke instituties zou uw republiek kennen?
In mijn concept zijn er twee kamers. In de eerste – het Europese huis van afgevaardigden – zitten de Europese volksvertegenwoordigers die door heel Europa in een en dezelfde stembusgang worden gekozen. Naar de tweede kamer sturen de Europese regio’s hun senatoren. De president van Europa wordt rechtstreek gekozen.
U zou de Europese Raad afschaffen?
Absoluut, hij is immers bij uitstek verantwoordelijk voor het nationale moment in de EU. In de Raad zitten de regeringsleiders van de individuele EU-staten. Die regeringsvertegenwoordigers hebben in de eerste plaats verplichtingen tegenover hun eigen land. Ze zullen geen besluiten treffen die goed zijn voor alle Europeanen, maar misschien niet zo goed voor hun eigen land. Deze nationale opeenhoping van macht doet Europa zelden goed.
In alle EU-stukken wordt steeds gesproken over European citizenship, maar in werkelijkheid bestaat dat niet
Zou er in de Europese Republiek nog plaats zijn voor een nationaal staatsburgerschap?
Dat is een heel belangrijk punt. In alle EU-stukken wordt steeds gesproken over European citizenship, maar in werkelijkheid bestaat dat niet.
Hoe groot is de kans dat er zoiets als een Europees staatsburgerschap gerealiseerd wordt?
Moeilijk te zeggen, het zou wel een complete doorbraak betekenen. Wanneer er Britten zijn die burger van de Unie zouden willen blijven, met alle concrete rechten die daarbij horen, is de idee van de republiek niet langer virtueel. En ik zou de eerste zijn om de volgende dag bij het Europese gerechtshof aan de telefoon te hangen met de boodschap: zo’n Europees staatsburgerschap wil ik ook.
De idee van de republiek klinkt logisch. Wie zijn uw tegenstanders?
Wel eigenlijk iedereen die vanuit een nationale of een EU-context naar Europa kijkt, zoals nationale of Europese ambtenaren en parlementariërs, maar ook journalisten van nationale media. Die kunnen nog geen afscheid nemen van de natiegedachte omdat ze financieel afhankelijk zijn van de natiestaat. Toen ik me met de idee van de republiek ging bezighouden, merkte ik dat de kringen waarin ik voor die tijd beroepsmatig vertoefde – de Europese denkfabrieken rond de EU – mij opeens uit de weg gingen. Dat was mijn grootste teleurstelling. Uitgerekend diegenen die betaald werden om Europa te maken, gingen de discussie uit de weg. Maar in plaats daarvan was ik ineens terug te vinden op Duitse theaterpodia, op de kunstbiënnale in Moskou of in de schouwburg van Wenen om over de republiek te spreken. De discussie die ik wilde voeren sloeg aanvankelijk in de reëel politieke ruimte niet aan, maar in de creatieve, progressieve, kunstzinnige ruimte des te meer. Dat was, om het maar eens pathetisch te zeggen, voor mij de mooiste tijd.
Waarom?
Ik heb begrepen dat politiek niet alles is. De maatschappij is veel meer, er zijn kerken, geëngageerde jongeren, vakbonden en kunstenaars die belangstellend luisteren. Enkele jaren was ik als een kleinkunstenaar met de republiek op tournee. En toen kreeg ik ineens weer uitnodigingen uit de reëel politieke ruimte. Maar daarvoor was nodig dat ik een omweg maakte via de kunstzinnige ruimte. Wat heel mooi was, omdat deze mensen gewoon hipper en opener zijn.
Wie zijn uw bondgenoten?
Vooral jonge mensen, maar ook oudere die de oorlog nog hebben meegemaakt. En heel concreet bijvoorbeeld regioparlementen en -regeringen. Jean-Claude Juncker heeft als voorzitter van de Europese Commissie in maart vijf hervormingsscenario’s voor de EU gepresenteerd. Hij heeft ook de regio’s gevraagd zich uit te spreken. Bij dat proces ben ik nu officieel betrokken, als hoogleraar of expert, zowel in Oostenrijkse regio’s als in een aantal Duitse deelstaten. Maar om op de tegenstanders terug te komen: het zijn natuurlijk ook degenen die niet bereid zijn te betalen.
Wie, de grote concerns?
De Duitse of beter gezegd de Europese exportindustrie heeft natuurlijk geen belang bij een Europese werkloosheidsverzekering. Zij zou meer moeten betalen voor een Europa dat ze op dit moment afroomt zonder de Europese burgers er iets voor terug te geven.
Wat zou het doel zijn van uw republiek?
Dezelfde leefomstandigheden voor elke Europese burger. Zoals dit voor Duitsland in de Duitse grondwet is vastgelegd. Het streven naar convergentie is eigenlijk ook al opgenomen in het verdrag van Maastricht.
Is dat niet illusoir? Het oosten en het rijke zuiden van Duitsland hebben immers evenmin dezelfde leefomstandigheden.
Essentieel is dat de Duitse burgers gelijk zijn voor de wet. Ze krijgen dezelfde uitkering bij werkloosheid, hebben dezelfde verzekering tegen ziektekosten en een uniform cao-stelsel, zodat burgers niet met elkaar om hun loon hoeven te concurreren. Dat moet in de toekomst ook voor de eurozone gelden. Maar u heeft natuurlijk gelijk, er zijn nog altijd verschillen tussen West- en Oost-Duitse pensioenen. Essentieel is echter dat een gelijkstelling op termijn juridisch is vastgelegd. Daarom zien we in de Bondsdag ieder jaar weer een debat over het verder optrekken van de pensioenen in het oosten naar het westelijke niveau.
Hoe wilt u dit op Europees vlak realiseren?
Dat zal niet van vandaag op morgen gaan. Maar het einddoel zou nu al bindend kunnen worden vastgelegd. We zouden bijvoorbeeld een driefasenplan kunnen ontwikkelen, zoals dat ook bij de invoering van de euro is gebeurd.
In mijn eentje ga ik dat niet veranderen. Maar als veel mensen de idee ondersteunen, zouden we wel zo ver kunnen komen
Hoe ziet uw spoorboekje eruit?
Uiterlijk in 2025 hebben we kiesrechtgelijkheid – one man, one vote – voor elke Europese burger; uiterlijk 2035 belastinggelijkheid en uiterlijk 2045 eenzelfde toegang tot sociale rechten. Dan zou het algemene politieke gelijkheidsbeginsel voor alle Europese burgers zijn verwezenlijkt. Voor de eurozone is dit voorstelbaar, omdat we economisch helemaal niet zo van elkaar verschillen. De eigenlijke verschillen bestaan immers niet tussen landen. Brandenburg is net zo arm als Andalusië. Met Hessen en Lombardije daarentegen gaat het goed. Het gaat dus niet om Italië versus Duitsland, maar om centrum versus periferie en om stad versus land. Daarom zouden we de economische verschillen in Europa niet meer langs nationale grenzen moeten benaderen. We zouden Europa op zijn kop moeten zetten en vanuit de burgers en de regio’s moeten gaan denken.
Maar hoe wilt u dat verwerkelijken?
Die vraag wordt mij vaak gesteld. Dan zeg ik altijd heel ontspannen: ‘In mijn eentje ga ik dat niet veranderen. Maar als veel mensen de idee ondersteunen, zouden we wel zo ver kunnen komen.’
Wat gebeurt er als de Europese Republiek er niet komt?
Als we de Europese democratie niet met een duidelijk tijdplan snel een impuls geven, zullen we wat we op dit moment hebben waarschijnlijk niet kunnen vasthouden. Mevrouw Merkel vergist zich met haar ‘wanneer de euro mislukt, mislukt Europa’. Die uitspraak is eerder andersom: als de euro blijft zoals hij is, mislukt de Europese democratie. En dat is precies wat we nu meemaken. Ze is nu al mislukt in Polen en Hongarije. Zuid-Europa is nog altijd politiek en sociaal fragiel. En dat geldt ook voor Frankrijk, wanneer het Emmanuel Macron nu niet lukt. Ik ben bang dat het juist in Duitsland aan bewustzijn ontbreekt hoe erg de dingen in veel andere Europese landen eigenlijk al zijn.
Hoe staan de partijen tegenover uw voorstellen?
Op dit moment heeft nog geen enkele grote partij de Europese Republiek in haar program opgenomen. Maar mijn argument is structureel, niet partijpolitiek. De republiek is er voor iedereen.
Ook de republiek verhindert niet dat kiezers de verkeerde mensen aan de macht te brengen.
Maar ze zou wel voorkomen dat de euro- of de vluchtelingencrisis binnen Europa wordt misbruikt om nationale staten tegen elkaar uit te spelen. En ze zou voorkomen dat de verliezers van de moderniteit overal misbruikt worden door nationale elites.
U denkt dat Europa dat vreedzaam voor elkaar krijgt?
De geschiedenis leert dat grote politieke breuken zelden zonder bloedvergieten zijn verlopen. Behalve in 1989 toen het socialistische oosten van Europa ineenstortte. Dan zouden we de Europese republiek toch ook vreedzaam voor elkaar moeten kunnen krijgen.
Auteur: Susan Boos
Historica en filosoof Ulrike Guérot (1964) werkte twintig jaar van haar leven als politiek adviseur voor de Europese Unie. In 2012 voorspelde ze het einde van diezelfde unie. Ze richtte het European Democracy Lab op met als doel ideeën te vergaren en te ontwikkelen over een nieuw Europees politiek systeem, de ‘Republiek Europa’.
Wanneer het volk de autoritaire volmacht van president Erdogan legitimeert, betekent dat een afscheid van de Turkse rechtsstaat, aldus intellectueel Ahmet Insel.
In de nieuwe grondwetstekst die de regering op 16 april via een referendum [zie kader beneden] wil laten bekrachtigen, krijgt de president van de republiek drie petten op, die van staatshoofd, die van regeringsleider en die van leider van de meerderheidspartij, zodat er een autocratisch regime zal ontstaan waarin de belangen van de meerderheidspartij en de staat op één hoop worden gegooid. De uitkomst van dit referendum hangt af van de stem van de kiezers van de AKP en haar belangrijkste bondgenoot, de extreemrechtse, anti-Koerdische MHP.
Beseffen deze kiezers wel welke dreiging deze grondwetsherziening inhoudt? Er wordt gediscussieerd over de vraag of die alleen maar afschaffing van het parlementaire stelsel betekent of een verandering van het politieke systeem, maar daar gaat het niet om. Door al onze politieke macht en instellingen in de handen van één man te leggen, Recep Tayyip Erdogan, brengen we niet alleen de politieke en culturele toekomst van ons land in gevaar, maar ook de economische, wat de onzekerheid en instabiliteit die gepaard gaan met een despotisch en arbitrair bewind ernstig zal doen toenemen. Daar kunnen we in de maanden die ons nog scheiden van het referendum niet genoeg op hameren.
Hoe verdedig je de rechtsstaat tegen een man die als leider van de staat en de partij alle macht zou hebben om leden van de hoogste rechtsinstanties te benoemen?
De discussie gaat veel verder dan de intenties of kwaliteiten van de man aan wie we alle teugels van de macht in handen gaan geven. Iedereen, zowel voor- als tegenstanders, zou zijn overgeleverd aan de genade van een regering met steeds meer despotische, gecentraliseerde en arbitraire trekken. Rechtszekerheid en vrijheid zouden op losse schroeven komen te staan. Hoe verdedig je de rechtsstaat tegen een man die als leider van de staat en de partij alle macht zou hebben om leden van de hoogste rechtsinstanties te benoemen? Welke garanties biedt een systeem dat het nationale parlement tot een rompparlement degradeert?
Turkije heeft al heel wat bittere ervaringen opgedaan met extreme machtsconcentraties en de gevolgen daarvan voor de publieke vrijheid, lees de dissidenten, of het nu gaat om de nadagen van een staatsgreep, een eenpartijstaat of een regerende meerderheidspartij. Allemaal formuleren ze hun grieven op grond van hun ideologische voorkeuren, zodat het scenario altijd hetzelfde blijft: een steeds autoritairder regime dat berust op onrechtvaardigheid en onderdrukking. Elke keer wordt alle macht in de handen van één enkele persoon gelegd. Dat deze ontwikkeling de zegen van het volk heeft maakt haar niet minder rampzalig; de tekst die in het referendum wordt voorgelegd is het zoveelste voorbeeld van deze autoritaire ontsporing die onze geschiedenis kenmerkt.
Dat de AKP bij de verkiezingen op 7 juni 2015 haar absolute meerderheid verloor kwam doordat een deel van het electoraat, verontrust door de manier waarop Erdogan de partij naar zijn hand zette en de campagne inzet maakte van de regimeverandering die hij voorstond, liever op een andere partij stemde of zich van stemming onthield. De oproep om te voorkomen dat Erdogan de absolute leider werd vond gehoor. We kennen het vervolg: door vijf maanden later vervroegde verkiezingen uit te schrijven is de AKP erin geslaagd de verloren stemmen terug te winnen.
De huidige situatie in Turkije is veel erger dan die tijdens de lente en zomer van 2015, te meer omdat de noodtoestand de regering de macht geeft rechten en vrijheden naar hartenlust in te perken. Het zal dan ook veel moeilijker zijn om AKP– of MHP-kiezers ervan te overtuigen dat ze tegen de grondwetsherziening moeten stemmen. Op de schouders van de nee-stemmers rust een zware verantwoordelijkheid. Ze moeten de aanhangers van de AKP en de MHP duidelijk maken dat zelfs degenen die in een goed blaadje bij de machthebbers staan onder de overwinning van het ja zullen lijden. Laten we niet bang zijn om een les uit onze gemeenschappelijke geschiedenis te trekken.
Sinds het eind van de Tweede Wereldoorlog is Turkije altijd bestuurd door een parlementair stelsel. De echte macht berustte bij de premier, de leider van de parlementaire meerderheid. De president had een symbolische rol als hoeder van de instituties. Maar sinds Erdogan, premier van 2003 tot 2014, zich tot president heeft laten verkiezen dringt zijn partij AKP aan op een herziening van dit systeem, zodat het staatshoofd een grotere rol krijgt.
Op 16 april wordt er een referendum gehouden over een tekst waarin een grondwetsherziening wordt voorgesteld. Doel is om het land onder presidentieel bestuur te brengen. Voorstanders van de nieuwe grondwet, die de rol van de premier inperkt en de president de uitvoerende macht geeft, hopen dat daarmee in de toekomst de institutionele impasses worden voorkomen die het land tijdens de coalitieregeringen heeft gekend, met name aan het eind van de jaren negentig. Tegenstanders vrezen dat het plan, waarin de rol van het parlement wordt gemarginaliseerd en de president alle uitvoerende macht krijgt en kan ingrijpen in juridische aangelegenheden, zal uitdraaien op een totalitair regime.
Waarom moest de noodtoestand worden verankerd in de grondwet? Om wetten grondwettelijk te maken terwijl ze het niet zijn, schampert weekblad Politis.
Momenteel worden er twee artikelen van de grondwetswijziging behandeld door de leden van de Franse Nationale Vergadering, waarvan de verankering van de noodtoestand in de grondwet het belangrijkste is. Maar het debat gaat eigenlijk alleen over artikel 2 van het wetsontwerp: de ontneming van de nationaliteit.
Voorbijgegaan wordt aan artikel 1. Dat dreigt zonder slag of stoot te worden aangenomen. Dit eerste artikel is echter een vlucht naar voren op het gebied van de veiligheid, in aansluiting op de wet op de inlichtingendiensten en de toekomstige wet ‘ter versterking van de bestrijding van de georganiseerde misdaad en de financiering ervan, en met de doeltreffendheid en de waarborgen van de strafrechtelijke procedure’. Over het uit elkaar halen van de behandeling van die onderling samenhangende wetten heeft de regering nog amper uitleg hoeven geven.
Vraag der vragen
Waar dient deze verankering van de noodtoestand in de grondwet toe? Op deze essentiële vraag heeft premier Manuel Valls de commissie wetgeving van het Franse parlement op 27 januari drie antwoorden gegeven:
De eerste reden is van juridische aard. Het gaat er volgens de premier om ‘een onwrikbare grondwettelijke basis te verschaffen aan de noodtoestand’. Deze regeling ‘die wordt toegepast in uitzonderlijke omstandigheden en die het vaakst is toegepast in de Vijfde Republiek’, is de enige die niet is verankerd in de grondwet. Er zou dus juridische leemte worden opgevuld: ‘Vanuit het oogpunt van grondwettelijke jurisprudentie moeten dus alle tijdelijke bevoegdheden die aan de autoriteiten worden verleend in het kader van de noodtoestand kunnen worden gewettigd. Een grondwettelijke basis verschaffen aan de noodtoestand houdt in dat de maatregelen van de administratieve politie als bepaald in de wet van 1955 worden geconsolideerd.’
Valls geeft toe dat de noodtoestand strijdig is met de grondwet
Het is in verband met deze leemte dat Manuel Valls op 20 november in de Senaat zei dat het ‘riskant’ zou kunnen zijn om de Grondwettelijke Raad te raadplegen over het wetsontwerp ter verlenging van de noodtoestand en ter aanscherping van de bepalingen ervan.
Met andere woorden: Valls geeft toe dat de noodtoestand strijdig is met de grondwet.
Toch is dat argument zeer discutabel. Zoals de groen-linkse parlementariër Sergio Coronado al zei: ‘De Grondwettelijke Raad heeft al in 1985 erkend dat het feit dat de noodtoestand niet in de grondwet is opgenomen de wetgever niet hoeft te beletten hem af te kondigen. Ook heeft de Raad, toen hem de vraag werd gesteld of het huisarrest zoals dat wordt toegestaan door de wet op de noodtoestand van november 2015 in overeenstemming is met de grondwet, dit bevestigd. Bovendien heeft de Raad van State (Conseil d’État) in zijn advies over het voorontwerp van de wet inzake de verlenging van de noodtoestand gesteld, dat de noodtoestand niet in de grondwet hoefde te worden opgenomen. Om vervolgens het tegenovergestelde te stellen in zijn advies over de ontwerp-grondwet die nu werd ingediend. Het leek dus juridisch niet echt noodzakelijk de noodtoestand in de grondwet te verankeren.
De tweede reden is dat de gelegenheid zich voordoet. Manuel Valls stelt dat hij ‘de herziening van de wet van 1955 wil voltooien’. ‘Sommige maatregelen konden niet worden opgenomen in de wet van 20 november om redenen van jurisprudentiële aard,’ zo verklaarde hij tegenover de commissie wetgeving van de Nationale Vergadering, en hij kondigde aan op korte termijn een wetsontwerp te zullen indienen. Wat zou dus nóg een reden kunnen zijn om de noodtoestand in de grondwet te verankeren?
We weten niet wie er morgen misbruik zou kunnen maken van zijn bevoegdheden
Een gedachtewisseling tussen het parlementslid Alain Chrétien (Les Républicains) en de minister van Binnenlandse Zaken, Bernard Cazeneuve, tijdens een debat over de noodtoestand en het strafrecht, begin januari, kan wellicht opheldering geven. De afgevaardigde beklaagde zich over het feit dat zijn amendement in november werd verworpen. Dat amendement was erop gericht bij huiszoekingen computerapparatuur in beslag te mogen nemen in plaats van alleen een kopie te maken van de gegevens.
Terloops verzekerde hij dat de voorzitter van de commissie wetgeving, Jean-Jacques Urvoas, die inmiddels is benoemd tot minister van Justitie, had ‘erkend dat dit amendement zeer zinvol geweest zou zijn’.
Hetgeen ook de opvatting was van Cazeneuve in zijn antwoord: ‘Zelf zie ik geen enkele reden om bezwaar te maken tegen een maatregel waarvan ik wel degelijk het nut en het belang inzie (…) De reden dat uw amendement door de regering is verworpen toen u het indiende, was onze overtuiging, op basis van een juridische analyse die volgens mij zeer weloverwogen was, dat het ongrondwettelijk was. Dat wij nu voorstellen de noodtoestand in de grondwet op te nemen is juist om dergelijke amendementen te kunnen aannemen.’
Artikel 36-1
In de ontwerp-grondwet werd na artikel 36 een artikel 36-1 toegevoegd: ‘Artikel 36-1. – De noodtoestand wordt afgekondigd door de ministerraad, op het gehele grondgebied van de Republiek of een deel ervan, hetzij ingeval van een onmiddellijk dreigend gevaar ten gevolge van een ernstige verstoring van de openbare orde, hetzij in geval van gebeurtenissen die door hun aard en hun ernst het karakter van een openbare calamiteit hebben.
De wet stelt de maatregelen van de administratieve politie vast die de civiele autoriteiten kunnen nemen om dit gevaar te voorkomen of deze gebeurtenissen het hoofd te bieden.
Voor verlenging van de noodtoestand voor een periode langer dan twaalf dagen kan alleen bij wet toestemming worden verleend. In de wet wordt de duur vastgesteld.’
Doel van de opneming van de noodtoestand in de grondwet is dus wetten grondwettelijk te maken terwijl ze het niet zijn, door de grondwet te veranderen. En dat komt neer op vervanging van de rechtstaat door het recht van de staat.
De duur van de noodtoestand wordt niet beperkt
Dan de laatste reden die door Manuel Valls werd genoemd: het zou erom gaan ‘te voorkomen dat de noodtoestand wordt gebanaliseerd of dat er overmatig gebruik van wordt gemaakt’. Een lofwaardig streven, waar je echter om drie redenen een vraagteken bij kunt zetten.
In de eerste plaats: het feit dat de noodtoestand wordt ‘afgekondigd’ in de ministerraad, impliceert niet dat de ministers debatteren over de vraag of het wel zinvol is. Sommige parlementariërs, onder wie de nieuwe voorzitter van de commissie wetgeving, Dominique Raimbourg, hadden er de voorkeur aan gegeven ‘te schrijven dat er over de noodtoestand wordt “besloten”, een term die lijkt te bevorderen dat er collectief over wordt beraadslaagd.’
In de tweede plaats omdat de duur van de noodtoestand in het wetsvoorstel van de regering niet wordt beperkt. Toen hij hierop werd aangesproken toonde Manuel Valls – die recentelijk tegenover de BBC had verklaard dat ‘de noodtoestand moet worden verlengd totdat we zijn verlost van IS’ – zich niet bereid in te stemmen met amendementen die de verlenging van de noodtoestand door parlementariërs – tot bijvoorbeeld vier maanden – zouden beperken. De premier zag er een beperking van de prerogatieven van het parlement in, dat zich niet zou kunnen aanpassen aan bepaalde maatschappelijke crises.
Delicaat
Ten derde kun je alleen maar ongerust zijn wanneer je Manuel Valls tegen onze volksvertegenwoordigers hoort zeggen dat het ‘delicaat’ zou zijn in de grondwet te verbieden dat het parlement wordt ontbonden tijdens de noodtoestand, een voorzorgsmaatregel waarop met name wordt aangedrongen door Roger-Gérard Schwartzenberg (PRG) en Jean-Christophe Lagarde (UDI).
Tegen hen voerde de premier zelfs een argument aan dat wijlen [de zeer rechtse oud-minister] Charles Pasqua niet verworpen zou hebben: als de noodtoestand in mei en juni 1968 was afgekondigd, had generaal De Gaulle dan de Nationale Vergadering kunnen ontbinden? Waarop de voorzitter van de UDI antwoordde: ‘Het punt is dat we niet weten wie er morgen misbruik zou kunnen maken van zijn bevoegdheden.’
Dat is inderdaad de hele vraag van de verankering van de noodtoestand in de grondwet. In dit geval hadden de afgevaardigden en senatoren er goed aan gedaan het voorzorgsbeginsel toe te passen.
Politis Frankrijk, weekblad, oplage 30.000
Links weekblad, opgericht in 1988 en het eerste Franse tijdschrift met een vaste rubriek Ecologie.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.