Tag: referendum

  • De grote Britse Brexitroof

    De grote Britse Brexitroof

    Onlangs kon u in 360 het verhaal lezen van datamiljardair Steve Mercer, die de campagnes van Trump en de Brexit probeerde te beïnvloeden. De auteur van dat verhaal, Carole Cadwalladr, spitte verder en ontdekte dat Mercers rol bij het Brexitreferendum misschien wel beslissend was. Met de verkiezingen voor de deur roept dat de vraag op: voldoet het Britse kiesstelsel nog wel? 

    In juni 2013 liep Sophie, een jonge Amerikaanse promovenda, door Londen, en belde de baas van een bedrijf waar ze ooit stage had gelopen. Dat bedrijf, SCL Elections, was inmiddels overgenomen door Robert Mercer, een eenzelvige hedgefundmiljardair, die het bedrijf had omgedoopt tot Cambridge Analytica. Het bedrijf zou naam maken als hét data-analysebedrijf dat een belangrijke rol speelde tijdens de campagnes van Trump en die van de Brexit. Maar zover was het allemaal nog niet. In 2013 was Londen nog aan het nagenieten van de Olympische Spelen. Er was nog geen sprake van een Brexit. De wereld stond nog niet op zijn kop.

    ‘Dat was voordat we uitgroeiden tot dit duistere, dystopische databedrijf dat de wereld heeft opgezadeld met Trump,’ zegt een voormalig Cambridge Analytica-medewerker. Ik noem hem Paul. ‘Het was de tijd dat we alleen nog in psychologische oorlogsvoering deden.’

    Noemden jullie het echt zo, wil ik weten. Psychologische oorlogsvoering? ‘Reken maar. Dat is het ook. Psyops. Pschychological operations – dezelfde methoden die het leger gebruikt om de emoties van grote groepen mensen te beïnvloeden. Dat is wat er onder het winnen van de hearts and minds wordt verstaan. We zetten het vooral in om verkiezingen te winnen in ontwikkelingslanden waar maar weinig regels golden.’

    Waarom zou iemand stage willen lopen bij een bedrijf dat zich specialiseert in psychologische oorlogsvoering, vraag ik hem. Hij kijkt me aan of ik gek ben. ‘Het was alsof je voor de Britse geheime dienst werkte. Maar dan met veel meer vrijheid. Het was heel deftig allemaal, heel Brits, met iemand van Eton aan het hoofd, en we deden allemaal te gekke dingen. Je vloog de hele wereld over. Je werkte samen met de president van landen als Kenia of Ghana. Het is heel anders dan verkiezingscampagnes in het Westen. Je moet allerlei waanzinnige dingen doen.’

    Palantir

    Op die dag in juni 2013 had Sophie een afspraak met de chief executive van SCL, Alexander Nix, en ze reikte hem de kiem aan van een idee. ‘Je zou echt iets met data moeten doen,’ zei ze. ‘Zij heeft Alexander daar echt van doordrongen. Ze opperde dat hij een keer moest gaan praten met een bedrijf van iemand die zij weer via haar vader kende.’

    Wie is haar vader?

    ‘Eric Schmidt.’

    Eric Schmidt – de topman van Google?

    ‘Ja. Ze opperde ook dat Alexander eens moest gaan praten met een ander bedrijf, Palantir.’

    Ik voerde al maanden gesprekken met voormalig medewerkers van Cambridge Analytica en ik had verhalen gehoord die je de haren te berge doen rijzen, maar toch kon ik mijn oren nauwelijks geloven. Voor iedereen die zich met surveillance bezighoudt, is Palantir een begrip. Het dataminingbedrijf heeft contracten met regeringen over de hele wereld – zoals GCHQ, het Engelse Government Communications Headquarters, en de NSA. Het bedrijf is eigendom van Peter Thiel, de miljardair die medeoprichter is van eBay en PayPal, de eerste in Silicon Valley die openlijk zijn steun voor Trump uitsprak.

    In zekere zin is het feit dat de dochter van Eric Schmidt voor de link met Palantir zorgt een van de vele krankzinnige details in het meest krankzinnige verhaal waar ik ooit in ben gedoken.

    Een krankzinnig maar veelzeggend detail. Omdat het raakt aan de essentie – waarom het verhaal van Cambridge Analytica een van de meest verontrustende verhalen van dit moment is. Sophie Schmidt werkt inmiddels voor een ander megabedrijf in Silicon Valley: Uber. Het is duidelijk dat de macht en de dominantie van Silicon Valley – Google en Facebook en nog een handjevol andere bedrijven – de stuwende kracht is achter de wereldwijde tektonische verschuiving waarvan we momenteel getuige zijn.

    Het toont tevens een cruciale, levensgrote lacune in het politieke debat in Engeland. Want de gebeurtenissen in Amerika en die in Engeland zijn verstrengeld. De banden van de regering-Trump met Rusland en Engeland zijn verstrengeld. En Cambridge Analytica is een van de gezichtspunten van waaruit we kunnen zien hoe al die banden in elkaar grijpen; dat maakt ook het probleem duidelijk waarvoor we het liefst de ogen sluiten terwijl we op verkiezingen afstevenen: Engeland verbindt zijn toekomst aan een Amerika dat onder Trump een – radicale en ingrijpende – metamorfose ondergaat.

    Een van mijn bronnen liet me weten dat het adres en het telefoonnummer van AggregateIQ overeenkwamen met dat van een bedrijf dat op de website van Cambridge Analytica wordt vermeld als een overzeese vestiging: “SCL Canada”. Een dag later was die online verwijzing verdwenen

    Er lopen drie lijnen door dit verhaal. Dat in de Verenigde Staten de fundamenten worden gelegd voor een surveillancemaatschappij. Dat de Britse democratie is uitgehold door een heimelijk, verstrekkend plan tot coördinatie, mogelijk gemaakt door een Amerikaanse miljardair. En dat er een verwoede strijd gaande is tussen miljardairs, met onze data als inzet. Data die in alle stilte worden verzameld, vergaard en opgeslagen. Wie die data in handen heeft, heeft de toekomst in handen.

    Zoals het zo vaak gaat, kwam ik dit verhaal op het spoor via een avondje googelen. Vorig jaar december kwam ik via ‘automatische aanvullen’ van Google toevallig terecht op de zoekopdracht: ‘Heeft de Holocaust echt plaatsgevonden?’ En ik ontdekte dat er een hele pagina vol zoekresultaten was die beweerden van niet.

    Googles algoritme was gemanipuleerd door extremistische sites. Jonathan Albright, professor communicatie aan Elon-universiteit, in North Carolina, hielp me om mijn bevindingen te duiden. Hij was de eerste die een compleet ‘alt-right’nieuws en informatie-ecosysteem blootlegde en in kaart bracht, en hij was degene die me op het spoor zette van Cambridge Analytica.

    Hij noemde het bedrijf een spil in de ‘propagandamachine’ van rechts, een term die ik ook heb gebruikt in relatie tot de werkzaamheden die ze verrichten voor de verkiezingscampagne van Trump en het Britse Leave-kamp. Dat leidde tot een tweede artikel over Cambridge Analytica – als spil in het nepnieuws- en informatienetwerk dat volgens mij is opgezet door Robert Mercer en Steve Bannon, een van Trumps naaste medewerkers die het zelfs tot chief strategist heeft weten te schoppen. Ik stuitte op bewijzen dat het bedrijf bezig was met een strategische operatie om de mainstream media een kopje kleiner te maken en te vervangen door een systeem dat alternatieve feiten, gefingeerde geschiedkundige informatie en rechtse propaganda zou verspreiden.

    Mercer is een briljant computerkundige, een pionier op het gebied van artificiële intelligentie, en mede-eigenaar van een van de meest succesvolle hedge funds ter wereld (met een jaarlijks rendement van 71,8 procent, wat alle economische wetten lijkt te tarten). Ik kwam tot de ontdekking dat hij tevens goed is bevriend met Nigel Farage.

    Andy Wigmore, hoofd communicatie van Leave.EU, wist me te vertellen dat Mercer ervoor had gezorgd dat het bedrijf, Cambridge Analytica, het Leave-kamp zou ‘helpen’.

    Dit tweede artikel zette twee onderzoeken in gang, die allebei nog lopen: een onderzoek van het Information Commissioner’s Office naar het mogelijk illegale gebruik van data. En een tweede onderzoek, van de kiesraad, dat zich ‘richt op de vraag of een of meerdere donaties – waaronder diensten – die zijn aangenomen door Leave.EU “ontoelaatbaar” waren.’

    Ukip-leder Nigel Farage, aanjager van de Brexit en een goede bekende van Robert Mercer en Steve Bannon. – © Gareth Fuller
    Ukip-leder Nigel Farage, aanjager van de Brexit en een goede bekende van Robert Mercer en Steve Bannon. – © Gareth Fuller

    Wat ik toen ontdekte was dat Mercers rol bij het referendum nog veel verder ging. Veel verder dan de jurisdictie van welke Engelse wet dan ook. De sleutel om te begrijpen hoe een gedreven en vastberaden miljardair onze verkiezingswetten kan omzeilen, is te vinden bij AggregateIQ, een duister webanalysebedrijfje dat is gevestigd boven een winkel in Victoria, in Brits-Columbia.

    Vote Leave (de officiële Leave-campagne) besloot 3,9 miljoen te spenderen aan AggregateIQ, dus meer dan de helft van het officiële campagnebudget van 7 miljoen. Hetzelfde geldt voor drie andere aangesloten Leave-campagnes: BeLeave, Veterans for Britain en de Democratic Unionist Party, die nog eens 757.750 pond uitgaven. ‘Coördinatie’ tussen verschillende campagnes is verboden binnen de Engelse kieswet, tenzij de campagnekosten gezamenlijk worden opgegeven. Dat was niet het geval. Volgens Vote Leave heeft de kiesraad ‘de zaak bekeken’ en een ‘gezondheidsverklaring’ afgegeven.

    Hoe kan een duister Canadees bedrijf zo’n belangrijke rol hebben gespeeld bij de Brexit? Met die vraag worstelde ook Martin Moore, hoofd van het centrum voor onderzoek naar communicatie, media en macht aan King’s College, in Londen. ‘Ik heb alle facturen bekeken van de Leave-campagne, toen die in februari door de kiesraad online zijn gezet. En ik stuitte steeds maar weer op gigantische bedragen die werden overgemaakt aan een bedrijf waarvan ik niet alleen nog nooit had gehoord, maar waarvan ook op internet vrijwel niets was te vinden. Er werd meer geld betaald aan AggregateIQ dan aan welk ander bedrijf ook, of welke campagne ook, tijdens de aanloop naar het referendum. Het enige wat ik destijds kon vinden was een website van één pagina. Meer niet. Het was een groot raadsel.’

    Moore leverde een bijdrage aan een rapport dat in april werd gepubliceerd, en waarin werd geconcludeerd dat de Engelse kieswet ‘krachteloos en machteloos’ was, met alle nieuwe vormen van digitaal campagnevoeren. Offshorebedrijven, geld dat in databases wordt gestoken, ongebonden derde partijen… de geldstromen waren niet zo duidelijk meer gemarkeerd. De wetten die sinds jaar en dag de Britse kieswet hadden geschraagd, waren niet langer toereikend. Wetten, zo stond te lezen in het rapport, die ‘nodig moeten worden herzien’ door het parlement.

    AggregateIQ is ook de sleutel om een ander complex netwerk van invloedssferen te ontrafelen dat door Mercer in het leven is geroepen. Een van mijn bronnen liet me weten dat het adres en het telefoonnummer van AggregateIQ overeenkwamen met dat van een bedrijf dat op de website van Cambridge Analytica wordt vermeld als een overzeese vestiging: ‘SCL Canada’. Een dag later was die onlineverwijzing verdwenen.

    Er moest een verband zijn tussen de twee bedrijven. Tussen de verschillende Leave-campagnes. Tussen het referendum en Mercer. Het was gewoon té toevallig. Maar iedereen – AggregateIQ, leave.EU, Vote Leave – ontkende. AggregateIQ had gewoon een kortlopende opdracht gedaan voor Cambridge Analytica. Daar was niets op tegen. Wij publiceerden de feiten. Op 29 maart trad artikel 50 in werking.

    Gestoord

    Dan ontmoet ik Paul, de eerste van twee bronnen die in het verleden bij Cambridge Analytica hebben gewerkt. Hij is ergens eind twintig, en getekend door zijn ervaringen bij het bedrijf. ‘Ik heb bijna posttraumatische stress. Het was zo… gestoord. Het ging allemaal zo snel. Van de ene op de andere dag bleken we te zijn veranderd in de Republikeinse fascistenpartij. Ik kan het nog altijd nauwelijks geloven.’

    Hij moet lachen wanneer ik hem vertel over het frustrerende mysterie van AggregateIQ. ‘Kijk of je Chris Wylie kunt vinden,’ zegt hij.

    Wie is Chris Wylie?

    ‘Hij is degene die Cambridge Analytica op het spoor heeft gezet van data en microtargeting [op maat gesneden politieke boodschappen]. Hij komt uit het westen van Canada. Zonder hem zou AggregateIQ niet eens hebben bestaan. Het zijn zijn vriendjes. Hij heeft ze erbij gehaald.’

    Er was niet zomaar een terloopse link tussen Cambridge Analytica en AggregateIQ, vertelt Paul me. Ze waren innig verstrengeld, vervulden sleutelposities binnen Robert Mercers uitgestrekte rijk. ‘De Canadezen waren ons backoffice. Zij beheerden onze database. Als AggregateIQ erbij betrokken is, dan is Cambridge Analytica er ook bij betrokken. En als Cambridge Analytica erbij betrokken is, dan zijn Robert Mercer en Steven Bannon erbij betrokken. Kijk of je Chris Wylie kunt vinden.’

    Ik wist Chris Wylie op te sporen. Hij weigerde me te woord te staan.

    Om te begrijpen hoe data een bedrijf kunnen veranderen, moet je weten waar ze vandaan komen. Ik werd daarbij geholpen door een brief van de ‘Director of Defence Operations, SCL Group’. Hij is afkomstig van ‘commandant Steve Tatham, PhD, MPhil, Royal Navy (buiten dienst)’ die zijn beklag doet over het gebruik van het woord ‘desinformatie’ in mijn artikel over Mercer.

    Ik schreef hem terug en wees hem erop dat hij in bepaalde artikelen zelf had geschreven over ‘misleiding’ en ‘propaganda’, wat naar mijn idee ‘min of meer hetzelfde’ was als desinformatie. Pas later dringt tot me door hoe vreemd het is dat ik correspondeer met een gepensioneerde marinecommandant, over militaire strategieën die al dan niet zouden zijn gebruikt tijdens Britse en Amerikaanse verkiezingen.

    Wat uit beeld is verdwenen in de Amerikaanse kijk op dit ‘data-analyse’-bedrijf is de achtergrond van het bedrijf: het is diepgeworteld in de militair-industriële wereld. Een opmerkelijk hoekje binnen deze wereld wordt bevolkt door Tories van de oude stempel, zoals dat ook geldt voor het militaire establishment in Engeland. Geoffrey Pattie, een voormalig parlementslid dat een hoge positie bekleedde bij Defensie en dat aan het hoofd stond van Marconi Defence Systems, zat in de raad van bestuur, net als Lord Marland, David Camerons voormalige handelsgezant die pro-Brexit is, en die aandeelhouder was.

    Steve Tatham stond aan het hoofd van de psychologische operaties van de Britse strijdkrachten in Afghanistan. The Observer beschikt over brieven waarin hij wordt aanbevolen door het Engelse ministerie van Defensie, Buitenlandse Zaken en de NAVO.

    SCL/Cambridge Analytica is niet een of andere start-up van een stel jongens met een Mac Powerbook. Het maakt echt deel uit van het Britse defensiesysteem. En nu dus ook van het Amerikaanse defensiesysteem. Dit is meer dan een verhaal over sociale psychologie en data-analyse. Het moet gezien worden in het kader van een militaire aannemer die militaire strategieën loslaat op een burgerbevolking. David Miller, hoogleraar sociologie aan Bath-universiteit en een autoriteit op het gebied van psyops en propaganda, noemt het ‘een ongehoord schandaal dat dit mogelijk is binnen een democratie. De kiezers behoren te weten waar bepaalde informatie vandaan komt, en als dat niet helder en transparant is, moeten we ons de vraag stellen of we daadwerkelijk in een democratie leven.’

    Paul en David, een andere voormalig medewerker van Cambridge Analytica, werkten bij het bedrijf in de tijd dat het op grote schaal vergaren van data deel ging uitmaken van de psychologische-oorlogsvoeringstrategie. ‘Het was een nieuwe, krachtige synergie van psychologie, propaganda en techniek,’ zegt David.

    © Courrier International
    © Courrier International

    En dat alles werd mogelijk gemaakt door Facebook. Cambridge Analytica kreeg zijn immense hoeveelheid data in eerste instantie van Facebook. Al eerder hadden psychologen van Cambridge Analytica (legaal) gegevens van Facebook geanalyseerd voor onderzoeksdoeleinden, en ze hadden peer-reviewed artikelen gepubliceerd over Facebook-‘likes’, en wat daaruit valt af te leiden over iemands karaktereigenschappen, politieke voorkeuren, seksualiteit en nog veel meer. SCL/Cambridge Analytica huurde een hoogleraar in, dr Aleksandr Kogan, om nog meer Facebookdata te vergaren. Hij deed dat door mensen tegen betaling een persoonlijkheidstest te laten maken, waarbij niet alleen hun Facebookprofiel boven tafel kwam, maar ook dat van hun vrienden – ook dat maakte het sociale netwerk destijds mogelijk.

    Facebook was de bron van de psychologische inzichten die het Cambridge Analytica mogelijk maakte zich specifiek te richten op individuen. Het was ook het mechanisme dat het Cambridge Analytica mogelijk maakte hier op grote schaal in te handelen.

    Het bedrijf kocht ook (volkomen legaal) consumentendata – gegevens over van alles en nog wat, van tijdschriftabonnementen tot aangeschafte vliegtickets – en combineerde deze voor het eerst met psychologische gegevens en lijsten van kiesgerechtigden. Al deze informatie werd vervolgens gekoppeld aan het adres en telefoonnummer van mensen, en vaak ook aan hun e-mailadres. ‘Het doel was om alle gegevens in kaart te brengen van de informatieomgeving van alle stemgerechtigden,’ zegt David. ‘Met die persoonlijkheidsgegevens kon Cambridge Analytica op maat gesneden berichten sturen.’

    De zoektocht naar ‘beïnvloedbare’ kiezers is de sleutel tot elke campagne en met zijn schat aan data was Cambridge Analytica bijvoorbeeld in staat mensen die tamelijk angstig waren aangelegd te benaderen met beelden van immigranten die het land ‘overspoelden’. De truc is om bij elke individuele kiezer de emotionele trigger te vinden.
    Cambridge Analytica werkte aan campagnes voor een Republikeins actiecomité, in verschillende staten. Het voornaamste doel, blijkt uit een memo dat in handen is van The Observer, was ‘desinteressse kweken’ en ‘Democratische kiesgerechtigden zo ver zien te krijgen dat ze thuis blijven’: een ongekend verontrustende tactiek. Er is al eerder gezegd dat er ontmoedigingstechnieken werden gebruikt in de campagne, maar dit document levert de eerste echte bewijzen.

    Maar werkt zo’n aanpak ook echt? Een van de kritiekpunten op de artikelen van mij en anderen, is dat de ‘specialiteit’ van Cambridge Analytica te veel is opgeblazen. De meeste politieke consultancy’s gaan toch niet zo heel anders te werk?

    ‘Het is geen politiek consultancybureau,’ zegt David. ‘Wat je goed moet begrijpen, is dat dit op geen enkele manier een normaal bedrijf is. Volgens mij kan het Mercer niet eens schelen of er ook maar een cent winst wordt gemaakt. Het is het product van een miljardair die een vermogen heeft gespendeerd om een experimenteel wetenschappelijk lab op te zetten, waarin hij kan kijken wat aanslaat, waarin hij op zoek kan gaan naar minieme vormen van beïnvloeding die een verkiezingsuitslag kunnen bepalen. Robert Mercer heeft pas geld in het bedrijf gestoken na een aantal pilotprojecten – gecontroleerde experimenten. We hebben het hier over een van de slimste computerkundigen ter wereld. Die gooit echt geen vijftien miljoen over de balk.’

    ‘Het is een huiveringwekkende gedachte dat er zo veel data in handen zijn van een groep internationale plutocraten, die ermee kunnen doen en laten wat ze willen’

    Tasmin Shawn, universitair docent filosofie aan New York-universiteit, schetst een breder kader voor me. Ze heeft onderzoek gedaan naar de financiering van het Amerikaanse leger en naar het gebruik van psychologisch onderzoek bij martelingen. ‘Het is wel aangetoond dat deze wetenschap ingezet kan worden om emoties te manipuleren. Het gaat hier om technologie die oorspronkelijk afkomstig is van het leger en die nu is ingelijfd door een mondiale plutocratie, en die wordt gebruikt om verkiezingen te beïnvloeden op een manier waar mensen geen enkel zicht op hebben, en zelfs geen weet van hebben,’ zegt ze. ‘Het gaat hier om het exploiteren van bestaande fenomenen die vervolgens worden gebruikt om mensen in de marge te manipuleren. Het is een huiveringwekkende gedachte dat er zo veel data in handen zijn van een groep internationale plutocraten, die ermee kunnen doen en laten wat ze willen. We zitten midden in een informatieoorlog en deze bedrijven worden opgekocht door miljardairs, die vervolgens worden binnengehaald in het hart van de overheid. Dat is een zeer zorgwekkende situatie.’

    In 2013 heeft Cambridge Analytica een project uitgevoerd in Trinidad, waarin alle verhaallijnen bij elkaar komen. Net op het moment dat Robert Mercer ging onderhandelen met Alexander Nix, de baas van SCL, werd SCL in de arm genomen door verschillende ministers in Trinidad en Tobago. De opdracht was onder meer het ontwikkelen van een zogeheten microtargetingprogramma voor de partij die op dat moment aan de macht was. En AggregateIQ – hetzelfde bedrijf dat zich voor Vote Leave had ingezet bij de Brexit – werd ingehuurd om het targetingplatform te bouwen.

    David zegt hierover: ‘De standaardaanpak van SCL/CA is dat je een overheidscontract sluit met de regerende partij. Daarmee is het politieke werk gedekt. Het is vaak een of ander onzinnig gezondheidsproject, dat slechts dient als dekmantel om te zorgen dat de minister wordt herverkozen. Maar in dit geval werden de contracten niet gesloten met de overheid, maar met de nationale veiligheidsraad van Trinidad.’

    Het werk voor de informatiedienst was de prijs voor het politieke werk. The Observer heeft documenten in handen waaruit blijkt dat het ging om een voorstel om de zoekgeschiedenis van de gehele bevolking te achterhalen, om telefoongesprekken vast te leggen en spraaksoftware los te laten op de verkregen data teneinde een landelijke politiedatabase aan te leggen, compleet met een inschatting per individuele burger van de waarschijnlijkheid dat hij of zij een misdaad zou plegen.

    ‘Het plan dat aan de minister is voorgelegd heette Minority Report. Het was Pre-Crime. En het feit dat Cambridge Analytica nu werkzaam is binnen het Pentagon, is zonder meer beangstigend, als je het mij vraagt,’ zegt David.

    Datamiljardair Robert Mercer met zijn dochter Rebekah. – © Patrick McMullan / Getty Images
    Datamiljardair Robert Mercer met zijn dochter Rebekah. – © Patrick McMullan / Getty Images

    Deze documenten werpen licht op een belangrijk en onderbelicht aspect van de regering-Trump. Het bedrijf dat Trump in eerste instantie aan de macht heeft geholpen, is beloond met contracten binnen het Pentagon en het ministerie van Buitenlandse Zaken. De voormalige vicepresident van dat bedrijf zit nu in het Witte Huis. Naar verluidt speelt het bedrijf ook een rol in gesprekken over ‘militaire aangelegenheden en binnenlandse veiligheid’.

    In Amerika is de overheid gebonden aan strenge wetten waar het gaat om het verzamelen van gegevens van individuele burgers. Maar particuliere bedrijven kunnen doen en laten wat ze willen. Is het irrationeel om hierin de mogelijke fundamenten te zien van een autoritaire surveillancestaat?

    Een regering die bedrijfsbelangen binnenhaalt en aan de borst drukt. Er zijn documenten waaruit blijkt dat Cambridge Analytica banden heeft met vele andere miljardairs met rechtse sympathieën, onder wie Rupert Murdoch. Uit een memo blijkt dat Cambridge Analytica heeft geprobeerd een artikel geplaatst te krijgen in Murdochs Wall Street Journal. ‘RM heeft het via een andere weg aangeboden en contact gelegd met Jamie McCauley van Robert Thomson News Corp’, staat er te lezen.

    Dat doet mij weer denken aan het verhaal waarin Sophie Schmidt, Cambridge Analytica en Palantir een rol spelen. Is het een veelzeggend detail, of is het een aanwijzing dat er nog iets anders speelt? Cambridge Analytica noch Palantir wilde ingaan op de vraag, in verband met dit artikel, of er sprake is van onderlinge banden. Maar getuigenverklaringen en mails bevestigen dat er in 2013 besprekingen hebben plaatsgevonden tussen Cambridge Analytica en Palantir. Een mogelijke samenwerking is in ieder geval aan de orde geweest.

    The Observer beschikt ook nog over andere documenten, die bevestigen dat tenminste één senior medewerker van Palantir gesprekken heeft gevoerd met Cambridge Analytica in verband met het Trinidad-project en latere politieke werkzaamheden in de Verenigde Staten. Maar destijds heeft Palantir besloten, zo wordt me verteld, dat de kans op imagoschade te groot werd geacht om echt met elkaar in zee te gaan. Er stond te weinig tegenover. Palantir is een bedrijf dat wordt vertrouwd met grote hoeveelheden data van Engelse en Amerikaanse burgers, in dienst van zowel GCHQ en NSA, en vele andere landen.

    Maar nu zijn beide bedrijven in handen van ideologisch gedreven miljardairs: Robert Mercer en Peter Thiel. De Trump-campagne heeft gezegd dat Thiel heeft geholpen met data. Een campagne die werd geleid door Steve Bannon, die destijds bij Cambridge Analytica zat.

    Een hooggeplaatst iemand van QC, die veel tijd heeft doorgebracht bij het Britse onderzoekstribunaal IPT, zegt dat het grootste probleem bij deze technologie is dat het er vooral om gaat wíé de gegevens in handen heeft.

    ‘Aan de ene kant gaat het om bedrijven en overheden die zeggen “vertrouw ons nou maar, we hebben het hart op de goede plaats en we zijn democratisch en in het weekend bakken we gezellig koekjes”. Maar dezelfde technologie kan worden verkocht aan willekeurig welk repressief regime.’

    In Engeland hebben we nog altijd vertrouwen in de overheid. We gaan ervan uit dat de autoriteiten zich aan de wet houden. We hebben vertrouwen in de wet. We geloven dat we in een vrij en democratisch land leven. En juist daarom is naar mijn gevoel het laatste deel van dit verhaal zo ongekend verontrustend.

    Dominic Cummings

    De details van het Trinidad-project ontsloten eindelijk het mysterie van AggregateIQ. Trinidad was het eerste project van SCL waarbij gebruik werd gemaakt van big data voor microtargeting, voordat het bedrijf werd overgenomen door Mercer. Om dit model was het Mercer te doen. Alle partijen kwamen hier samen: Aleksandr Kogan, de psycholoog van Cambridge, AggregateIQ, Chris Wylie, en de twee andere mensen die een rol zouden spelen in dit verhaal: Mark Gettleson, een focusgroupspecialist die in het verleden voor de liberalen had gewerkt, en Thomas Borwick, de zoon van Victoria Borwick, het conservatieve parlementslid uit Kensington.

    Toen in februari mijn artikel verscheen waarin ik Mercer en Leuve.EU met elkaar in verband bracht, was niemand zo boos als voormalig Tory-adviseur Dominic Cummings, de campagnestrateeg van Vote Leave. Hij ging flink tekeer op Twitter. Het artikel stond ‘vol fouten & verspreidt zelf desinformatie’. Of: ‘CA speelde ~0% rol in Brexit-referendum.’

    Een week later toonde The Observer het vermoedelijke verband aan tussen AggregateIQ en Cambridge Analytica. Cummings Twitteraccount zweeg in alle talen. Hij reageerde niet op mijn berichten of mijn mails.

    Er speelden al langer vragen over een mogelijke coördinatie tussen de verschillende Leave-campagnes. In de week voorafgaand aan het referendum doneerde Vote Leave geld aan twee andere Leave-groeperingen – 625 duizend pond aan BeLeave, een initiatief van modestudent Darren Grimes, en 100 duizend pond aan Veterans for Britain. Beide campagnes hebben dit geld besteed aan AggregateIQ.

    De kiesraad heeft AggregateIQ aangeschreven. Een bron dicht bij het onderzoek heeft gezegd dat AggregateIQ heeft gereageerd met de mededeling een geheimhoudingsverklaring te hebben getekend. En aangezien het niet onder de Engelse jurisdictie valt, was de zaak daarmee afgedaan. Dit is waar Vote Leave naar verwijst wanneer ze zeggen dat de kiesraad ‘een gezondheidsverklaring’ heeft afgegeven.

    Dominic Cummings heeft op zijn blog duizenden woorden gewijd aan de referendumcampagne. Wat ontbreekt zijn details over zijn data-analisten. Het enige wat hij daarover zegt is dat hij ‘specialisten heeft ingehuurd’.

    Eindelijk, na weken van berichten, krijg ik een mail van hem. We bleken het over één ding eens te zijn. Hij schreef: ‘De wetgeving/handhavende instanties zijn een lachertje, en de werkelijkheid is dat iedereen die een loopje met de wet wil nemen dat kan doen zonder dat ook maar iemand het doorheeft.’ Maar, zegt hij: ‘door de aandacht te vestigen op onzinnige verhalen als de denkbeeldige rol van Mercer bij het referendum, leid je de aandacht af van deze belangrijke kwesties’.

    En om dan eindelijk antwoord te geven op de vraag hoe Vote Leave terecht is gekomen bij deze duistere firma aan de andere kant van de aardbol, schrijft hij: ‘Iemand stuitte op internet op AIQ [AggregateIQ] en belde hen op, en zei vervolgens tegen mij – laten we met die lui in zee gaan. Ze waren duidelijk veel competenter dan de mensen die we in Londen hadden gesproken.’

    Het ongelukkige aan dit verhaal – voor Dominic Cummings – is dat het ongeloofwaardig is. Het is een paar minuten werk om een datumfilter in Google search te installeren en te zien dat ‘AggregateIQ’ eind 2015 of begin 2016 helemaal geen hits opleverde. Er is niets over geschreven in de media. Het bedrijf wordt nergens genoemd. De website verschijnt niet eens op mijn scherm. Ik heb Dominic Cummings betrapt op wat een alternatief feit lijkt te zijn.

    Een kleine groep mensen, die zij hadden bestempeld als “te overreden”, werd bedolven onder advertenties, in totaal meer dan een miljard, waarvan verreweg de meeste in die paar laatste dagen

    Een controleerbaar feit is dat Gettleson en Borwick, die voorheen werkzaam waren als consultant voor SCL en Cambridge Analytica, beiden een spilfunctie bekleedden in het Vote Leave-team. Ze staan beiden vermeld in de officiële Vote Leave-documenten die zijn gedeponeerd bij de kiesraad, al omschrijven ze hun eerdere werkzaamheden heel bescheiden als ‘microtargeting in Antigua en Trinidad’ en ‘direct communications voor verschillende politie-actiecomités, senaats- en gouverneurscampagnes’.

    En Borwick was niet zomaar een medewerker. Hij was het hoofd technologie van Vote Leave.

    Dit verhaal omvat een complex netwerk van verbinding, met als spin in het web Cambridge Analytica. Alle lijntjes komen uit bij Mercer. Want de banden moeten overduidelijk zijn geweest. ‘Misschien was AggregateIQ niet van Mercer, maar het speelde zich wel allemaal af binnen zijn domein,’ zegt David. ‘Bijna al hun contracten waren afkomstig van Cambridge Analytica of van Mercer. Zonder hen hadden ze geen bestaansrecht. Gedurende de hele aanloop naar het referendum werkten zij elke dag met Mercer en Cambridge Analytica aan de campagne van [Ted] Cruz. AggregateIQ bouwde en beheerde de databaseplatforms van Cambridge Analytica.’

    Cummings wil niet zeggen wie voor hem de websites bouwde. Maar op facturen die zijn overhandigd aan de kiesraad zien we betalingen aan een bedrijf dat luistert naar de naam Advanced Skills Institute. Het duurt weken voordat ik het belang daarvan inzie, aangezien het bedrijf meestal wordt aangeduid als ASI Data Science, een bedrijf waar steeds roulerende data-analisten werkzaam zijn, die vervolgens aan de slag gaan bij Cambridge Analytica, en omgekeerd. Er is beeldmateriaal van ASI data-analisten die persoonlijkheidsmodellen van Cambridge Analytica presenteren, en er zijn documenten over evenementen die de twee bedrijven samen hebben georganiseerd. ASI heeft tegen The Observer gezegd geen officiële banden te onderhouden met Cambridge Analytica.

    Waar het om gaat is het volgende: tijdens de Amerikaanse voorverkiezingen heeft AggregateIQ contractueel afstand gedaan van het intellectueel eigendom (IE). Het bedrijf was echter geen eigenaar van dat IE: dat was Robert Mercer. Om met een ander bedrijf in Engeland te kunnen samenwerken, moest AggregateIQ expliciet toestemming hebben van Mercer. Op de vraag of hij commentaar wil geven op de financiële of zakelijke banden tussen ‘Cambridge Analytica, Robert Mercer, Steve Bannon, AggregateIQ, Leave.EU en Vote Leave’, zegt een woordvoerder van Cambridge Analytica: ‘Cambridge Analytica heeft geen betaalde of onbetaalde werkzaamheden verricht voor Leave.EU.’

     Witte Huis-adviseur Steve Bannon. – © Jonathan Ernst / Reuters
    Witte Huis-adviseur Steve Bannon. – © Jonathan Ernst / Reuters

    Dit verhaal gaat niet over de geslepen Dominic Cummings die een paar mazen heeft ontdekt in de regels van de kiesraad. Die her en der een paar miljoen heeft weggezet. Dit verhaal gaat ook nog niet eens om wat een heimelijke coördinatie lijkt te zijn tussen Vote Leave en Leave.EU bij het inhuren van AggregateIQ en Cambridge Analytica. Dit verhaal gaat over gedreven Amerikaanse miljardairs – Mercer en zijn voornaamste ideoloog, Bannon – die medeverantwoordelijk zijn voor de grootste constitutionele verandering in Engeland van de afgelopen eeuw.

    Wie wil begrijpen hoe, en in welke mate, de Brexit is verbonden met Trump, is hier op het goede spoor. Deze lijnen, die dwars door Cambridge Analytica lopen, zijn het resultaat van een trans-Atlantisch partnerschap dat vele jaren teruggaat. Nigel Farage en Bannon werken nauw samen, zeker al sinds 2012. Bannon heeft in 2014 de Londense poot van zijn nieuwswebsite Breitbart geopend om Ukip te steunen – het nieuwste front ‘in de culturele en politieke oorlog die momenteel wordt gevoerd’, zei hij tegen The New York Times.

    Engeland was altijd al een cruciaal onderdeel geweest van Bannons plannen, hoor ik van een andere ex-Cambridge-medewerker, die anoniem wil blijven. Het was een speerpunt van zijn strategie om de hele wereldorde te veranderen.

    ‘Hij is ervan overtuigd dat je eerst de cultuur moet omvormen voordat je de politiek kunt omvormen. En daarin speelde Engeland een sleutelrol. Hij meende dat Amerika het voorbeeld van Engeland zou volgen. De Brexit was voor hem van enorme symbolische waarde.’

    Op 29 maart, de dag dat artikel 50 in werking trad, belde ik een van de kleinere campagnes, Veterans for Britain. Cummings strategie was om in de laatste dagen van de campagne mensen gericht te benaderen en de kleinere groep kreeg in de laatste week honderdduizend pond van Vote Leave. Een kleine groep mensen, die zij hadden bestempeld als ‘te overreden’, werd bedolven onder advertenties, in totaal meer dan een miljard, waarvan verreweg de meeste in die paar laatste dagen.

    Ik vraag David Banks, het hoofd communicatie van Veterans for Britain, waarom ze dat geld aan AggregateIQ hebben uitgegeven.

    ‘Ik ben niet op AggregateIQ afgestapt, zij zijn op ons afgestapt. Ze hebben ons gebeld en een pitch gehouden. Er is geen sprake van een complot. Het was gewoon een Canadees bedrijf dat een vestiging opende in Londen, om binnen de Britse politiek te gaan werken, en zij deden dingen die geen enkel Engels bedrijf ons kon bieden. Hun targeting was gebaseerd op een aantal technologieën die nog niet tot Engeland waren doorgedrongen. Ze hadden een manier gevonden om mensen te targeten op grond van inzicht in hun gedrag. Zij benaderden ons.’

    Naar mijn idee was David Banks zich er niet van bewust dat er iets niet helemaal in de haak was. Het is een vaderlandslievende man, die gelooft in de Britse soevereiniteit, Britse waarden en de Britse wetgeving. Ik denk dat hij niet wist dat er overlap was tussen de verschillende campagnes. Ik kan alleen maar concluderen dat hij om de tuin is geleid.

    En dat wij, het Britse volk, om de tuin zijn geleid. In zijn blog schrijft Dominic Cummings dat de Brexit op het conto komt van ‘zo’n 600 duizend mensen – net iets meer dan 1 procent van alle geregistreerde kiezers’. Het is niet zo’n heel grote stap om te denken dat een lid van de mondiale 1 procent een manier heeft gevonden om deze beslissende 1 procent van de Britse kiezers te beïnvloeden.

    Rusland

    Het referendum was een open doel, onweerstaanbaar voor de Amerikaanse miljardairs. Of moet ik zeggen: de Amerikaanse miljardairs en andere geïnteresseerde spelers? Want als we inzien dat Engeland en Amerika, Brexit en Trump, nauw zijn verbonden door trans-Atlantische connecties, dan moeten we ook inzien dat Rusland een plek heeft binnen deze innige verstrengeling.

    De afgelopen tijd heb ik geschreven over de banden tussen rechts in Engeland, de regering-Trump en rechts in Europa. En deze lijnen lopen op een of andere manier allemaal richting Rusland. Vanuit Nigel Farage en Donald Trump en Cambridge Analytica.

    The Observer heeft een kaart te zien gekregen met daarop de vele plekken op de wereld waar SCL en Cambridge Analytica werkzaam zijn geweest: onder meer in Rusland, Litouwen, Letland, Oekraïne, Iran en Moldavië. Verschillende bronnen binnen Cambridge Analytica hebben andere banden met Rusland aan het licht gebracht, zoals reisjes naar Rusland, besprekingen met topmannen van Russische staatsbedrijven, en verklaringen van SCL-medewerkers dat ze voor Russische rechtspersonen hebben gewerkt.

    Artikel 50 is in werking getreden. AggregateIQ valt niet onder de Engelse jurisdictie. De kiesraad staat machteloos. Een volgende verkiezing, met dezelfde regels, staat voor de deur. Het is niet zo dat de autoriteiten zich niet realiseren dat er reden is tot zorg. The Observer heeft gehoord dat het openbaar ministerie een speciale aanklager heeft aangesteld om vast te stellen of er grond is om over te gaan tot vervolging omdat er campagnefinancieringswetten zijn overtreden. Het openbaar ministerie heeft de zaak terugverwezen naar de kiesraad. Iemand dicht bij de commissie, die zich bezighoudt met de veiligheidsdiensten, weet me te vertellen dat ‘er wordt gewerkt’ aan een mogelijke inmenging van Rusland bij het referendum.

    Gavin Miller, werkzaam bij QC en gespecialiseerd in kieswetgeving, noemt de situatie ‘hoogst verontrustend’. Hij denkt dat de waarheid alleen valt te achterhalen door een openbaar onderzoek. Maar daar moet de regering opdracht toe geven. Een regering die net verkiezingen heeft uitgeschreven om haar machtsbasis te versterken. Verkiezingen die zijn bedoeld om meer op één lijn te komen met Trumps Amerika.

    Martin Moore van King’s College in Londen wijst erop dat verkiezingen tegenwoordig meer en meer worden gebruikt als middel om een autoritair bewind in het zadel te helpen. ‘Kijk naar Erdogan in Turkije. Wat Theresa May doet is in zekere zin heel antidemocratisch. Ze is doelbewust bezig haar macht te vergroten. Het gaat niet om een verschil in beleid tussen twee politieke partijen.’

    Dit in Engeland in 2017. Een Engeland dat steeds meer wegheeft van een democratie die wordt ‘gemanaged’. Bekostigd door een Amerikaanse miljardair. Gebruikmakend van militaristische technologie. In kaart gebracht door Facebook. En mogelijk gemaakt door ons. Als we de uitslag van het referendum honoreren, stemmen we daar impliciet mee in. Het gaat hier niet over Remain of Leave. Dit overstijgt partijpolitiek. Het gaat over de eerste stap in een brave new world, die steeds minder democratisch is.

    Auteur: Carole Cadwalladr
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    Openingsbeeld: © Getty Images

    The Observer
    Verenigd Koninkrijk | zondagskrant | oplage 449.000

    Oudste kroonjuweel van de Britse kwaliteitspers. Uit dezelfde groep als The Guardian maar met liberale signatuur.

  • 7. Er komen twee moeilijke jaren

    7. Er komen twee moeilijke jaren

    Politicoloog Faruk Alpkaya, die kortgeleden bij de universiteit is ontslagen, vreest de onstabiliteit die voor Turkije dreigt als de ja-stem wint.

    Wat kunnen we verwachten als in Turkije een presidentieel regime wordt ingevoerd?

    Of dat nieuwe regime nu wordt ingevoerd of niet, ik denk dat we twee zeer moeilijke en roerige jaren tegemoet gaan. Niemand kan in de toekomst kijken, maar de economie zal afhankelijk worden van de binnenlandse consumptie. Binnen zes of zeven maanden zullen de mensen in hun dagelijks leven de gevolgen ondervinden van de val van de Turkse lira ten opzichte van de dollar. Bovendien belooft de campagne voor het referendum bijzonder gewelddadig te worden. Het zou absurd zijn te denken dat een machthebber die zelfs geen parlementaire oppositie meer duldt en elke vorm van protest verbiedt zijn burgers vrijelijk hun stem laat uitbrengen.

    Afgezien van de politieke polarisering en de economische crisis zal er de komende maanden vermoedelijk een nieuwe omslag komen in het Turkse buitenlandbeleid. Daar kun je vraagtekens bij zetten: gisteren veegde de Turkse regering Moskou de mantel nog uit en nu zijn ze de beste vrienden op de wereld. Behoort de historische wens van Rusland om toegang te krijgen tot de warme zeeën en de Bosporus te controleren tot het grijze verleden, of zullen onze leiders op een dag moeten erkennen dat ze zich in de luren hebben laten leggen?

    Ik ben ook van mening dat de Verenigde Staten een periode van ernstige instabiliteit tegemoetgaan

    Ik ben ook van mening dat de Verenigde Staten een periode van ernstige instabiliteit tegemoetgaan. De precieze gevolgen van Trumps aanwezigheid in het Witte Huis zijn nu nog niet te overzien. Voeg daar de situatie in Irak nog bij en de jihadistische groeperingen op ons grondgebied die zeer goed georganiseerd zijn, over ruime financiële steun beschikken en bezig zijn zich te bewapenen. Ten slotte is er de alliantie met de ultranationalistische MHP die de AKP in staat stelt ‘de man in de straat’ aan zich te blijven binden.

    Als je dat allemaal bij elkaar optelt, zie je dat er ons twee uiterst moeilijke jaren te wachten staan. De AKP kan het zich niet meer permitteren een verkiezing te verliezen. Zodra ze macht verliest, zullen de politieke gevolgen zo ernstig zijn dat de leiders zich op de een of andere manier voor de rechter zullen moeten verantwoorden voor de malversaties waaraan ze zich hebben schuldig gemaakt.

    Auteur: Kemal Göktas
    Vertaler: Peter Bergsma

    Beeld: Ook tijdens de regionale verkiezingen van 2014 waren door heel Turkije verspreid posters van Erdogan in het straatbeeld te vinden. Dit spandoek hing aan een gebouw boven een snelweg. – © Tanya Talaga / Toronto Star via Getty

  • 3. Stem nee bij het referendum

    3. Stem nee bij het referendum

    Wanneer het volk de autoritaire volmacht van president Erdogan legitimeert, betekent dat een afscheid van de Turkse rechtsstaat, aldus intellectueel Ahmet Insel.

    In de nieuwe grondwetstekst die de regering op 16 april via een referendum [zie kader beneden] wil laten bekrachtigen, krijgt de president van de republiek drie petten op, die van staatshoofd, die van regeringsleider en die van leider van de meerderheidspartij, zodat er een autocratisch regime zal ontstaan waarin de belangen van de meerderheidspartij en de staat op één hoop worden gegooid. De uitkomst van dit referendum hangt af van de stem van de kiezers van de AKP en haar belangrijkste bondgenoot, de extreemrechtse, anti-Koerdische MHP.

    Beseffen deze kiezers wel welke dreiging deze grondwetsherziening inhoudt? Er wordt gediscussieerd over de vraag of die alleen maar afschaffing van het parlementaire stelsel betekent of een verandering van het politieke systeem, maar daar gaat het niet om. Door al onze politieke macht en instellingen in de handen van één man te leggen, Recep Tayyip Erdogan, brengen we niet alleen de politieke en culturele toekomst van ons land in gevaar, maar ook de economische, wat de onzekerheid en instabiliteit die gepaard gaan met een despotisch en arbitrair bewind ernstig zal doen toenemen. Daar kunnen we in de maanden die ons nog scheiden van het referendum niet genoeg op hameren.

    Hoe verdedig je de rechtsstaat tegen een man die als leider van de staat en de partij alle macht zou hebben om leden van de hoogste rechtsinstanties te benoemen?

    De discussie gaat veel verder dan de intenties of kwaliteiten van de man aan wie we alle teugels van de macht in handen gaan geven. Iedereen, zowel voor- als tegenstanders, zou zijn overgeleverd aan de genade van een regering met steeds meer despotische, gecentraliseerde en arbitraire trekken. Rechtszekerheid en vrijheid zouden op losse schroeven komen te staan. Hoe verdedig je de rechtsstaat tegen een man die als leider van de staat en de partij alle macht zou hebben om leden van de hoogste rechtsinstanties te benoemen? Welke garanties biedt een systeem dat het nationale parlement tot een rompparlement degradeert?

    Turkije heeft al heel wat bittere ervaringen opgedaan met extreme machtsconcentraties en de gevolgen daarvan voor de publieke vrijheid, lees de dissidenten, of het nu gaat om de nadagen van een staatsgreep, een eenpartijstaat of een regerende meerderheidspartij. Allemaal formuleren ze hun grieven op grond van hun ideologische voorkeuren, zodat het scenario altijd hetzelfde blijft: een steeds autoritairder regime dat berust op onrechtvaardigheid en onderdrukking. Elke keer wordt alle macht in de handen van één enkele persoon gelegd. Dat deze ontwikkeling de zegen van het volk heeft maakt haar niet minder rampzalig; de tekst die in het referendum wordt voorgelegd is het zoveelste voorbeeld van deze autoritaire ontsporing die onze geschiedenis kenmerkt.

    Demonstranten bij een bijeenkomst in Keulen van Erdogans AKP, begin maart. Herhaaldelijk probeerden Turkse politici de meer dan een miljoen in Duitsland wonende Turken ervan te overtuigen 'ja' te stemmen op het referendum. –  © Lukas Schulze / Getty
    Demonstranten bij een bijeenkomst in Keulen van Erdogans AKP, begin maart. Herhaaldelijk probeerden Turkse politici de meer dan een miljoen in Duitsland wonende Turken ervan te overtuigen ‘ja’ te stemmen op het referendum. – © Lukas Schulze / Getty

    Dat de AKP bij de verkiezingen op 7 juni 2015 haar absolute meerderheid verloor kwam doordat een deel van het electoraat, verontrust door de manier waarop Erdogan de partij naar zijn hand zette en de campagne inzet maakte van de regimeverandering die hij voorstond, liever op een andere partij stemde of zich van stemming onthield. De oproep om te voorkomen dat Erdogan de absolute leider werd vond gehoor. We kennen het vervolg: door vijf maanden later vervroegde verkiezingen uit te schrijven is de AKP erin geslaagd de verloren stemmen terug te winnen.

    De huidige situatie in Turkije is veel erger dan die tijdens de lente en zomer van 2015, te meer omdat de noodtoestand de regering de macht geeft rechten en vrijheden naar hartenlust in te perken. Het zal dan ook veel moeilijker zijn om AKP– of MHP-kiezers ervan te overtuigen dat ze tegen de grondwetsherziening moeten stemmen. Op de schouders van de nee-stemmers rust een zware verantwoordelijkheid. Ze moeten de aanhangers van de AKP en de MHP duidelijk maken dat zelfs degenen die in een goed blaadje bij de machthebbers staan onder de overwinning van het ja zullen lijden. Laten we niet bang zijn om een les uit onze gemeenschappelijke geschiedenis te trekken.

    Auteur: Ahmet Insel
    Vertaler: Peter Bergsma

    CONTEXT: Wat staat er op het spel op 16 april?

    Sinds het eind van de Tweede Wereldoorlog is Turkije altijd bestuurd door een parlementair stelsel. De echte macht berustte bij de premier, de leider van de parlementaire meerderheid. De president had een symbolische rol als hoeder van de instituties. Maar sinds Erdogan, premier van 2003 tot 2014, zich tot president heeft laten verkiezen dringt zijn partij AKP aan op een herziening van dit systeem, zodat het staatshoofd een grotere rol krijgt.

    Op 16 april wordt er een referendum gehouden over een tekst waarin een grondwetsherziening wordt voorgesteld. Doel is om het land onder presidentieel bestuur te brengen. Voorstanders van de nieuwe grondwet, die de rol van de premier inperkt en de president de uitvoerende macht geeft, hopen dat daarmee in de toekomst de institutionele impasses worden voorkomen die het land tijdens de coalitieregeringen heeft gekend, met name aan het eind van de jaren negentig. Tegenstanders vrezen dat het plan, waarin de rol van het parlement wordt gemarginaliseerd en de president alle uitvoerende macht krijgt en kan ingrijpen in juridische aangelegenheden, zal uitdraaien op een totalitair regime.

  • Het knettert binnen de Israëlische regering

    Het knettert binnen de Israëlische regering

    Het is lastig laveren voor premier Netanyahu. Nu eens wordt hij op rechts ingehaald door minister van Onderwijs Naftali Bennett. Dan weer wordt hij op links gepasseerd door minister Avigdor Lieberman, die nochtans ook als extreemrechts bekendstaat.

    Bleek in het gezicht en met de onhandige houding van een puber die op bezoek moet bij een vervelende oom en tante, verscheen premier Benjamin Netanyahu op 16 november in de Knesset. Het was voor de stemming over het ‘hasdara’-wetsvoorstel [dat – volgens de Israëlische wet – illegale nederzettingen op Palestijnse privégrond moet gaan legaliseren]. De weerzin dat hij in deze kwestie was meegesleept door minister van Onderwijs Naftali Bennett was hem duidelijk aan te zien. Hij stemde vóór alle drie de wetsvoorstellen en verliet vervolgens haastig weer het parlement.

    Netanyahu kon het zich niet veroorloven rechts te worden ingehaald door Bennett, temeer omdat de overgrote meerderheid van de Likoedpartij zich in het parlement opstelt als een kopie van het extreemrechtse Joodse Huis. Het lastige is dat het Joodse Huis een nichepartij is, terwijl Likoed al tientallen jaren regeert.

    Het is niet de eerste keer dat Netanyahu nationale en strategische belangen ondergeschikt maakt aan machtspolitiek. Maar zo openlijk als nu lapte al heel lang niemand het Israëlisch en het internationaal recht aan zijn laars. Het sowieso al discutabele Joodse-nederzettingenbeleid op de rechter Jordaanoever wint er ook niet bepaald mee aan legitimiteit.


    En met welk resultaat? De leiders van alle coalitiepartijen geven off the record toe dat deze wet tot geen enkele concrete beleidsmaatregel zal leiden. Maar Bennett ruikt electoraal gewin. Hij kan tegen zijn achterban zeggen dat hij nergens voor terugschrikt, zelfs niet voor het ten val brengen van de regering. En de premier zal er de schuld van krijgen.

    Netanyahu heeft gezegd ermee te zitten dat een aantal van zijn ministers, hijzelf incluis, genoemd worden als potentiële verdachten voor het Internationaal Strafhof in Den Haag. Maar toch verkwanselde hij voor een handjevol virtuele zetels in de Knesset maar eventjes ’s lands reputatie.

    Op 14 november was hij nog met een brede lach op de wekelijkse fractievergadering van zijn Likoedpartij verschenen. Hij bracht het nieuws dat de regering de vorige dag het wetsvoorstel had goedgekeurd over de muezzins [dat het volume van de oproep tot gebed van moskeeën omlaag moet brengen] en was zeer opgetogen, alsof hij zojuist de vernietiging van het Iraanse nucleaire programma had aangekondigd.

    Een paar dagen later stemde deze leider van een land dat zich op het vlak van veiligheid en diplomatie in een extreem lastige situatie bevindt voor een wet waarmee hij zijn buren voor het hoofd stoot. Niet alleen waren sommige Likoedministers niet overtuigd van het nut van de wet, maar Netanyahu ging vooral in tegen de oppositie van de ultraorthodoxe partij Shas. Aryeh Deri herinnerde Netanyahu eraan dat er in de [gemengd Joods-Arabische] steden Haïfa, Ramallah en Acre al lokale overeenstemming was bereikt.

    Muezzins

    Daarnaast betoonde Shas zich gevoelig voor een argument van de Arabische Knessetleden. Die riepen in herinnering dat toen er gestemd moest worden over de dienstplicht voor de charedim [religieuze Joden], zij door de ultraorthodoxen waren gevraagd zich van stemming te onthouden, omdat dit thema de orthodoxen zo ‘nauw aan het hart ging’. De Arabische afgevaardigden legden uit dat het thema van de muezzin hun even nauw aan het hart ging. Ze wezen erop dat een dergelijke wet evengoed gebruikt zou kunnen gaan worden om de sirenes te verbieden die religieuze Joden oproepen tot de sabbat.

    Shas, dat geen voorstander was van de wet op de regularisering van de illegale nederzettingen, dwong Netanyahu toen om de wet op de muezzins op te geven, in ruil voor de Arabische stemmen voor de hasdara. De stemming over de wet op de muezzin werd uitgesteld, waarschijnlijk voorgoed.

    Het toppunt is dat de wet op de regularisering van de nederzettingen heel goed tijdens een plenaire zitting kan sneuvelen, of anders simpelweg door het Hooggerechtshof herroepen kan worden. Daar komt nog bij dat het lot van de illegale vooruitgeschoven nederzettingen wat de extreemrechtse minister van Defensie Avigdor Lieberman [niet-religieus] betreft getekend is en ze binnenkort ontruimd zullen worden.

    Lieberman heeft een strategische koerswijziging ingezet

    Dat heeft ermee te maken dat Lieberman een strategische koerswijziging heeft ingezet. Twee maanden voordat er in Washington een nieuwe regering aantreedt, kwam hij tegenover de pers met een opmerkelijke suggestie. Hij stelde voor om de brief waarin George W. Bush bouwactiviteiten binnen Israëlische blokken van nederzettingen toestond, maar de bouw van geïsoleerde nederzettingen afwees, weer als uitgangspunt te nemen. Een politieke uitspraak als deze had geen enkele andere minister in de huidige regering durven doen, zelfs niet een uit meer gematigde hoek.

    De boodschap van Lieberman is dat Israël en de aantredende regering-Trump in de Verenigde Staten het eens zullen moeten worden over het te volgen beleid in de regio. In ruil voor het staken van bouwactiviteiten in geïsoleerde nederzettingen krijgt Israël de vrijheid om verder te bouwen binnen de belangrijkste nederzettingenblokken, waar zo’n tachtig procent van de kolonisten woont. Lieberman positioneert zich daarmee aan de uiterste linkerzijde van Netanyahu’s kabinet.

    Nationale eenheid

    Precies op deze kwestie waren de eindeloze onderhandelingen stukgelopen tussen Netanyahu en de socialistische leider Herzog over de vorming van een regering van nationale eenheid. En nu wordt het onderwerp dus weer op de agenda gezet door Lieberman, de man van wie gezegd werd dat zijn aantreden het Midden-Oosten in vuur en vlam zou zetten. Hij was degene die zei voorstander te zijn van de oprichting van een Palestijnse staat, waar hij de Arabisch-Israëlische steden vlak bij de ‘groene lijn’ naartoe wilde ‘overhevelen’.

    Met deze nieuwe lijn geeft hij in feite de strijd met Netanyahu en Bennett om de extreemrechtse stem op. Toegegeven, hij zal wel nooit als ‘links’ te boek komen te staan. Maar nu het tijdperk-Trump is aangebroken en Europa weinig opheeft met Liebermans anti-Arabische racisme, zullen zijn voorstellen wellicht in goede aarde vallen.

    Auteur: Yossi Verter

    Haaretz
    Israël | dagblad | oplage 80.000

    De eerste Hebreeuwse krant die in 1919 onder Engels mandaat uitkwam. ‘Het land’ is dé krant voor Israëlische politici en intellectuelen.

  • Bewaar ons voor keizer Renzi

    Bewaar ons voor keizer Renzi

    Op 5 december stemt Italië in een referendum over een grondwetswijziging én over de politieke toekomst van premier Renzi, die heeft beloofd bij een overwinning van het nee-kamp af te treden. De bekende journalist Marco Travaglio maakt zich vooral zorgen over wat er gebeurt mocht Renzi het referendum wél winnen.

    Doordat we voortdurend te horen krijgen welke rampen er zullen plaatsvinden als het nee-kamp het referendum wint, zijn we vergeten te bedenken wat er zou kunnen gebeuren als het ja-kamp wint. Een nachtmerriescenario. Matteo Renzi, toch al niet gespeend van eigendunk, zal zich inbeelden dat hij Napoleon is en zich daar ook naar gedragen. Ook omdat er op zijn koppie iets zal komen te staan dat het midden houdt tussen een kroon en een aureool.

    De Grondwet, ooit een voorbeeld van beknoptheid en helderheid, zal verworden tot een huishoudelijk reglement, geschreven in het Soemerisch, vol verwijzingen naar artikelen, paragrafen, subparagrafen, cijfers en letters waarvan niemand meer een jota zal snappen. Een totale warboel die zal leiden tot conflicten over competenties en bevoegdheden tussen de verschillende instituten: Kamer versus Senaat, parlement versus regio’s, Staat versus Europese Unie, en vice versa. Als die allemaal voortdurend met elkaar overhoop liggen, zal dat ten goede komen aan de man die alleen aan het roer staat en die, profiterend van de algehele chaos, precies zal kunnen doen wat in zijn straatje te pas komt.

    De nieuwe Kamer zal het domein worden van verantwoordelijke, coöperatieve krachten, verenigd rond de Heilige Matteo, redder van Italië, verlosser van Europa en trooster van de bedroefden

    Om te beginnen zal hij, voordat Europa de tijd heeft gehad de trucs en gaten in zijn laatste begrotingsontwerp te ontdekken, meteen vervroegde verkiezingen afkondigen, waarbij hij zal benadrukken dat die slechts één mogelijke uitkomst zullen hebben. Vlak daarvoor zal hij, op basis van de peilingen, daartoe een noodverordening uitvaardigen om de kieswet aan te passen. Geen tweede stemronde meer, om te voorkomen dat die gewonnen wordt door Beppe Grillo’s Vijfsterrenbeweging. En de zetelpremie voor de meerderheid niet meer naar de grootste partij, maar naar de coalitie.

    Die zou gevormd moeten worden door Renzi’s Democratische Partij, plus adepten van oud-premier Monti, minister van Binnenlandse Zaken Alfano en nog wat afgezanten van knipmessend links. En mocht dat niet volstaan, dan kan ook Berlusconi’s Forza Italia altijd nog worden opgeroepen om een verantwoordelijke bijdrage te leveren aan de collectieve inspanning om de overwinning van de verschrikkelijke populisten af te wenden (want dat zijn, zoals we weten, altijd de anderen).

    Demonstranten in Napels zijn het niet eens met de voorgestelde hervormingen van Renzi. – © HH
    Demonstranten in Napels zijn het niet eens met de voorgestelde hervormingen van Renzi. – © HH

    De nieuwe Kamer zal dus het domein worden van verantwoordelijke, coöperatieve krachten, verenigd rond de Heilige Matteo, redder van Italië, verlosser van Europa en trooster van de bedroefden die hem, elke keer dat Hij daarom vraagt, hun vertrouwensstem zullen geven. Automatisch.

    De nieuwe Senaat daarentegen zal het domein worden van de Democratische Partij. De vijftien regionale raden (van de twintig) die onder zeggenschap van centrumlinks vallen, zullen er een honderdtal aangeklaagde raadsleden en burgemeesters naartoe sturen om die zo te vrijwaren van arrestatie, huiszoeking of afluistering. Zij zullen de Heilige Matteo, elke keer dat hij even aanwipt, maar al te graag met een staande ovatie verwelkomen.

    President Mattarella zal er het zwijgen toe doen (al zal vermoedelijk niemand het verschil merken). Ook omdat – op basis van de nieuwe grondwet – de stemmen van de meerderheid, plus die van een handjevol parlementariërs van de minderheid (die door de meerderheid zijn geworven nadat ze zich bewust zijn geworden van hun volstrekte nutteloosheid) volstaan om hem in staat van beschuldiging te stellen.

    Ook de kieswet voor de gemeenten zal worden gewijzigd, waarbij de tweede stemronde met terugwerkende kracht zal worden afgeschaft. In Rome, Turijn en alle andere steden die worden bestuurd door de Vijfsterrenbeweging, zal dus opnieuw gestemd moeten worden. En daar zal net zo lang mee worden doorgegaan tot er coöperatieve en verantwoordelijke burgemeesters zullen zijn gekozen.

    Intussen zal Rome zich opnieuw kandidaat stellen voor de Olympische Spelen van 2024, maar ook voor die van 2028, van 2032, van 2036 enzovoort.

    Vertaler: Yond Boeke

    il Fatto Quotidiano
    Italië | dagblad | oplage 37.633 (print), 9797 (digitaal)

    Onafhankelijke krant sinds 2009, opgericht door Antonio Padellaro, die zich o.a. ook inspande in de rechtszaak tegen Berlusconi vanwege belastingfraude.

  • Vrede sluiten om de pijn van het verleden te vergeten

    Vrede sluiten om de pijn van het verleden te vergeten

    Voor de Colombiaanse schrijver Héctor Abad is de waarheid over de guerillamoorden belangrijker dan de straffen die daar normaliter voor gelden. Ook al hebben de paramilitairen zijn vader vermoord en werd zijn neef twee keer gegijzeld. Hij stemt dus voor het vredesakkoord. Zijn neef stemt tegen.

    Mijn kennis van de recente geschiedenis van mijn land is niet theoretisch, die heb ik uit de eerste hand via familiegeschiedenissen opgedaan. Als je uit een grote familie komt heb je haast geen fictie nodig, alles heeft zich wel een keer voorgedaan. Aan de hand van familiegeschiedenissen heb ik me een beeld kunnen vormen van wat er gebeurd is en nog steeds gebeurt in Colombia, zodat mijn gevolgtrekkingen niet alleen politiek-ideologisch bepaald zijn, maar ook worden gevoed door verbeelding en levenservaring. Ik probeer me in te denken hoe we beter samen kunnen leven, zonder elkaar op zo grote schaal af te maken, met minder menselijk leed en meer gemoedsrust.

    Vredesakkoord

    Om uit te leggen waarom ik zo blij ben met het vredesakkoord tussen de Colombiaanse regering van Santos en het commando van de FARC zal ik proberen om samen met u, lezers, mijn gedachten te laten gaan over, wederom, een familiegeschiedenis.

    Ik heb nooit sympathie gehad voor de FARC. Een van mijn zwagers, Federico Uribe (geen familie van de Colombiaanse ex-president), werd twee keer door de guerrilla gegijzeld. De eerste keer door Frente 36, een guerrillagroep binnen de FARC, achtentwintig jaar geleden, toen hij vijfendertig was. Elf jaar later werd hij opnieuw, door een andere groep, gegijzeld, en die lui die hem toen in de bergen moesten bewaken waren zo jong dat ze hem, een man van zesenveertig, ‘opa’ noemden.

    Federico was en is niet rijk. Misschien had hij de verkeerde achternaam. Hij was ook niet arm, en het zou me niet verbazen als de allerarmsten in Colombia hem als een rijkaard zagen.

    De guerrilla was zo aardig hem drie jaar de tijd te geven om alles te betalen

    Mijn zwager (ex-zwager inmiddels, want in alle families komen scheidingen voor) had en heeft 120 melkkoeien in een dorpje op 2600 meter hoogte in de bergen van Oost-Antioquia. Na een maand gegijzeld te zijn geweest en na een ‘eerste aanbetaling’ te hebben gedaan voor zijn vrijlating, moest hij drie jaar lang de rest van het losgeld in (niet al te grote) maandelijkse termijnen afbetalen. De guerrilla was zo aardig hem drie jaar de tijd te geven om alles te betalen.

    Nu zult u vragen: Maar waarom ging hij niet naar de politie? Waarom riep hij niet de hulp in van het leger of de plaatselijke overheid? Dan zou hij antwoorden: ‘Neem me niet kwalijk, maar daar moet ik een beetje om lachen.’ Op het Colombiaanse platteland bestond de overheid niet. Er zijn nu nóg streken waar de overheid niet bestaat: hoe verder weg van de grote steden, hoe minder overheid er is. Als Federico zijn losgeld niet betaalde kon hij ook zijn koeien niet melken en daarvan leefde hij. Als hij zijn losgeld niet betaalde konden ze hem tussen zijn eigen koeien vermoorden. Als hij zijn losgeld niet betaalde konden ze een van zijn kinderen, een van mijn neefjes, ontvoeren.

    Enfin, bij afwezigheid van een overheid die haar burgers beschermt had hij geen andere keus dan maar te betalen. Of te doen wat andere veehouders deden: zich inlaten met een paramilitaire groep die hen beschermde in ruil voor een ongeveer evenveel maandgeld. Federico Uribe was niet iemand die licht dacht over het vermoorden van mensen en de paramilitairen doodden zonder eerst te vragen. Bovendien hadden de paramilitairen zijn schoonvader, mijn vader, vermoord en het gaf geen pas een verbond te sluiten met die moordenaars.

    Federico – ik heb hem zojuist gebeld om het hem te vragen – gaat Nee stemmen bij het referendum over het vredesakkoord. ‘Ik ben niet tegen vrede,’ vertelde hij me, ‘maar ik wil dat die lui minstens twee jaar de cel in gaan: in de tijd dat ze mij gegijzeld hielden vermoordden ze twee gijzelaars.’ Ik begrijp hem, ik waardeer hem en ik beschouw hem niet als een vijand van de vrede, ook al ben ik het niet met hem eens. Het is niet aan mij om hem te veroordelen en hij heeft het volste recht Nee te gaan stemmen. Maar van de andere kant hoop ik dat hij mij ook begrijpt als ik nu schrijf dat ik vóór ga stemmen.

    Ik begrijp zijn standpunt over straffeloosheid. Maar toch vind ik dat ik het recht heb te zeggen dat het me niet uitmaakt dat de FARC-leden geen gevangenisstraf krijgen, omdat ik, toen president Uribe vrede sloot met de paramilitairen, een artikel schreef waarin ik betoogde dat het me niet interesseerde of de moordenaars van mijn vader wel of niet de gevangenis in gingen, al was het maar voor één dag. Dat ze maar de waarheid vertelden en daarmee uit, dat ze maar op vrije voeten werden gesteld en van ouderdom stierven.

    Foto midden, vlnr.: de ouders van Héctor Abad, zijn zus Eva met baby op schoot en de toenmalige echtgenoot van Eva, Federico Uribe.
    Foto midden, vlnr.: de ouders van Héctor Abad, zijn zus Eva met baby op schoot en de toenmalige echtgenoot van Eva, Federico Uribe.

    Van de 28.000 paramilitairen die zich tijdens het presidentschap van Uribe lieten demobiliseren zijn er maar een handvol tot gevangenisstraf veroordeeld, en niet omdat de president het wilde, maar omdat het Constitutionele Hof het afdwong. De president wilde aanvankelijk totale amnestie. Wij hebben de tekst van het Verdrag van Ralito (waarbij de paramilitairen zich overgaven) nooit kunnen inzien. Wij slachtoffers van de paramilitairen hebben nooit de kans gekregen met hen in dialoog te gaan en hun recht in het gezicht te zeggen welk verdriet ze ons hebben aangedaan en hen te verwelkomen in de burgermaatschappij, zoals wij in onze familie graag hadden willen doen. Evenmin is dat verdrag in een referendum aan het Colombiaanse volk voorgelegd. Dat is geen verwijt, maar slechts een vergelijking.

    Santos heeft het Verdrag van Havana (een ontzettend lange, brijige tekst) in extenso gepubliceerd, hij heeft groepen van slachtoffers uitgenodigd om deel te nemen aan de dialoog (ook mij heeft hij uitgenodigd, maar ik bedankte voor de eer, omdat ik me geen slachtoffer meer voel) en nu legt hij het verdrag in een referendum aan het Colombiaanse volk voor.

    Als ik er in het geval van de moordenaars van mijn vader mee eens was dat de daders amnestie kregen op voorwaarde dat de paramilitairen de waarheid vertelden en ophielden met moorden, dan denk ik dat ik nu moreel in de positie ben om te zeggen dat ik het ook eens ben met het Vredesverdrag dat is gesloten met de FARC, de ontvoerders van mijn zwager. Ook ten aanzien van de FARC ben ik bereid een fikse dosis straffeloosheid te aanvaarden in ruil voor de waarheid.

    De FARC had op haar hoogtepunt 20.000 geüniformeerde leden onder de wapenen

    Bedenk ook dat het niet zeker is dat het verdrag voor zware misdrijven, waaronder ook ontvoering valt, volledige amnestie bepaalt. De verantwoordelijken (alleen als ze alles vóór aanvang van hun rechtszaak bekennen) moeten ten hoogste acht jaar in ‘effectieve beperking van hun vrijheid’ doorbrengen, niet in een gewone gevangenis, maar in omstandigheden die het Buitengewoon Vredestribunaal nog dient te bepalen. Als de verantwoordelijken hun daden pas tijdens hun rechtszaak bekennen, moeten ze die acht jaar in een gewone gevangenis doorbrengen. En als ze niet bekennen maar hun rechtszaak verliezen, krijgen ze een gevangenisstraf van twintig jaar in een staatsgevangenis.

    Dus ik verschil van mening met mijn ex-zwager, die ik wel begrijp en op wie ik even gesteld blijf, over het feit dat er een akkoord is bereikt waarin sprake is van totale amnestie. Het akkoord is ongetwijfeld heel genereus ten opzichte van de FARC en ik zou, net als Federico, ook wel willen dat de guerrilla een gevangenisstraf van minstens twee jaar voor alle daders had geaccepteerd. Maar dit was het beste wat de regering eruit kon slepen, na vier jaar onderhandelen met een guerrilla die nog steeds niet volledig verslagen is.

    Als ik voor Spaanse media schrijf, of als ik met Spanjaarden praat, krijg ik altijd het voorbeeld voorgeschoteld van de ETA, om het argument kracht bij te zetten dat de staat terroristen geen duimbreed mag toegeven en ze ook geen vergeving mag schenken. Ik vind dat die twee gevallen onvergelijkbaar zijn. De FARC ontstond in een gewelddadig land met een grote ongelijkheid en een gebrekkig justitieel apparaat, wat geen rechtvaardiging is, maar wel voor een deel haar succes verklaart. De FARC had op haar hoogtepunt 20.000 geüniformeerde leden onder de wapenen, ze kreeg de hoofdstad Mitú van het departement Vaupés in handen en voerde de heerschappij uit over uitgestrekte gebieden, als een alternatieve staat die ‘recht’ sprak en plaatselijke geschillen beslechtte.

    Héctor Abad (r) naast het lichaam van zijn vermoorde vader in 1987. Op de achtergrond wordt zijn huilende moeder getroost door haar dochter Clara en haar toenmalige man. – © Gabriel Buitrago
    Héctor Abad (r) naast het lichaam van zijn vermoorde vader in 1987. Op de achtergrond wordt zijn huilende moeder getroost door haar dochter Clara en haar toenmalige man. – © Gabriel Buitrago

    De FARC is zonder meer een wrede, meedogenloze, bloederige guerrillabeweging. Een guerrillabeweging die rotsvast en met een messianistisch fanatisme gelooft in de laatste religie van de twintigste eeuw: het marxistisch-leninistisch communisme. Ik geloof dat de guerrilla zich in haar gewapende strijd, haar ideologie, haar terreurdaden gruwelijk heeft vergist. Maar in meer dan een halve eeuw waarin ze de staat uitdaagde is de staat er niet in geslaagd haar met de wapenen te verslaan. Colombia heeft het hoogste defensiebudget van heel Latijns-Amerika en het grootste staande leger, en wat we aan wapens uitgeven, geven we niet uit aan gezondheidszorg en onderwijs.

    We hebben een president gehad, Álvaro Uribe, wiens grootste obsessie gedurende acht jaar was het uitroeien van de guerrilla die zijn vader had gedood. Hij heeft de FARC zo ernstig verzwakt dat ze nog geen 10.000 actieve strijders meer over had, maar ook hij heeft haar niet kunnen verslaan. Zijn minister van Defensie, Juan Manuel Santos, kwam aan de macht en bood de FARC in haar verzwakte toestand aan wat alle voorgaande presidenten (inclusief Uribe) haar hadden aangeboden: om de tafel gaan zitten voor vredesbesprekingen. En Santos slaagde waar alle vorige presidenten hadden gefaald: hij kreeg de FARC zover dat ze bereid was de wapens neer te leggen en zichzelf in een politieke partij te veranderen, op voorwaarde van een vrijgeleide en zelfs met een kleine vertegenwoordiging in het parlement bij de volgende verkiezingen.

    Kinnesinne

    In alle families komt onderlinge kinnesinne voor: zelfs broers en zussen zijn jaloers op elkaar. Daarom begrijp ik zo goed, daarom vind ik het zo invoelbaar en zo menselijk, dat de twee voorafgaande presidenten (Pastrana en Uribe) jaloers zijn op Santos. Hij is geslaagd waar zij hebben gefaald. Ook is het te begrijpen dat ze hun afgunst willen bedekken met een allernobelst masker, het masker van de ‘straffeloosheid’ waar zij zogenaamd zo tegen zijn. Maar ik weet zeker dat als zij aan de macht waren geweest, ze evenveel straffeloosheid of nog meer zouden hebben geboden.

    Een veel oudere president, van bijna honderd jaar, die nog niets aan intellectuele scherpte verloren heeft en nog voor de duvel niet meer bang is, Belisario Betancourt, een president bovendien die dertig jaar geleden op het punt stond een vredesakkoord met de guerrilla te sluiten, dat echter gesaboteerd werd door extreemrechts – een samenraapsel van paramilitairen, grootgrondbezitters en een deel van het leger, die alle linkse kopstukken uitroeiden en zelfs een hele politieke partij, de Unión Patriótica –, deze oude president, die conservatief en katholiek is, gaat daarentegen vóór stemmen. Ook de ex-presidenten Gaviria en Samper gaan campagne voeren vóór het vredesakkoord.

    Op de een of andere manier had ik het gevoel dat ik gerechtigheid kon doen geschieden door precies te vertellen wat er gebeurd was

    Tot besluit: het zijn familiegeschiedenissen, waargebeurde romans als het ware, die me gevoel voor de gebeurtenissen hebben bijgebracht en me goed hebben leren nadenken over lijden en gerechtigheid en machteloosheid, over vernedering en woede, over wraak en vergeving. Schrijven over het onrecht dat mijn vader is aangedaan, de moord op een mens van goede wil, heeft me genezen van de behoefte om in de realiteit gerechtigheid te doen geschieden: alle moordenaars achter de tralies. Op de een of andere manier had ik het gevoel dat ik gerechtigheid kon doen geschieden door precies te vertellen wat er gebeurd was.

    Ik ben ervan overtuigd dat als mijn zwager het verhaal van zijn ontvoering had kunnen vertellen zoals Ingrid Betancourt of Clara Rojas dat konden, hij nu veel gelijkmoediger zou zijn geweest en zich bij ons kamp zou hebben geschaard, het kamp dat vóór het vredesakkoord is. Daarom zou ik, nu ik het verhaal van Federico heb verteld en mijn positie in een Spaanse krant heb uiteengezet, aan mijn ex-zwager het volgende willen vragen: Is ons land niet beter af wanneer jouw ontvoerders de politiek in gaan, in plaats van dat ze in de buurt van je landgoed komen rondhangen, waar ze je kinderen, mijn neefjes en nichtjes, en de kinderen van je kinderen, je eigen kleinkinderen, met de dood bedreigen?

    Vrede sluit je niet om volledige genoegdoening te krijgen. Vrede sluit je om de pijn van het verleden te vergeten, om de pijn van het heden te verminderen en de pijn van de toekomst te voorkomen.

    Auteur: Héctor Abad
    Vertaler: Jos den Bekker

    El País
    Spanje | dagblad | oplage 397.000

    Zes maanden na de dood van Franco opgericht. Prachtige tabloidkrant met exquise journalisten en bijdragen van grote Spaanse schrijvers.

  • Een referendum op z’n Italiaans

    Een referendum op z’n Italiaans

    De Italiaanse premier Matteo Renzi zette zwaar in op een referendum over een grondwetswijziging. Hij beloofde zelfs af te treden als hij zou verliezen. Maar toen begonnen de peilingen zich tegen hem te keren…

    Een triomf van de duidelijkheid. Het einde van de halve maatregelen. De definitieve toetreding van Italië tot de club van de westerse democratieën waar je in de nacht na de verkiezingen weet wie er heeft gewonnen. Zeventig jaar na het referendum van 2 juni 1946, toen er gekozen werd tussen de monarchie of de republiek en de koning werd verbannen, is er nu opnieuw een duidelijke keuze, namelijk tussen verandering of de status quo. Dit was het scenario dat Matteo Renzi in gedachten had vanaf het moment dat hij in februari 2014 zijn intrek nam in het Palazzo Chigi [de residentie van de Italiaanse premier].

    Nadat hij de top van de uitvoerende macht had bereikt [niet via verkiezingen, maar na een interne stemming binnen de Democratische Partij tussen hem en premier Enrico Letta], wilde de Florentijnse outsider uiteindelijk de Grondwet herzien te midden van politieke, economische en morele chaos (een parlement dat niet in staat was een president van de Republiek te kiezen, een voormalig premier, Berlusconi, die veroordeeld werd tot een taakstraf, de recessie). En zijn klim naar de top bekronen met een volksstemming.

    Circus

    Tot voor een paar maanden geleden leek het een uitgemaakte zaak. De premier riep op tot het oprichten van ‘ja’-comités in heel Italië. Hij droomde dat hij de Italiaanse Charles de Gaulle was, in burgerkleding in plaats van in uniform en communicerend via livestreams op Facebook in plaats van radiotoespraken.

    Maar in de zomer van 2016 kwam alles op losse schroeven te staan: zowel in Italië als in Europa. We hebben te maken met landen die al acht maanden zonder regering zitten (Spanje), waar de presidentsverkiezingen ongeldig worden verklaard en moeten worden overgedaan (Oostenrijk) of die hebben besloten definitief op te stappen (Groot-Brittannië). Ook Renzi’s project is vervlogen. Het was gemaakt van dromen en heeft slechts kort geleefd, om plaats te maken voor een typisch Italiaans scenario.

    Helemaal geen historische keuze dus, maar een opeenvolging van subtiliteiten. Van onduidelijkheden. Van onzekerheden. ‘Ja’ dat klinkt als ‘nee’, ‘nee’ dat zomaar kan veranderen in ‘ja’, en allemaal gedoemd om te verbleken in een groot ‘misschien’.

    Beetje bij beetje is het debat over de hervorming, die voorziet in het herschrijven van 45 artikelen van de Grondwet van 1948, veranderd in een circus: sprekers die op tournee gaan, theatrale voordrachten, een lawine van pamfletten in de boekhandels en handtekeningen die worden ingezameld. Het is een voorproefje van het nieuwe televisieseizoen, wanneer wat er over is van de talkshows terugkeert op tv.

    Slechts één ding is zeker: deze stemming, die door een deel van het land wordt gezien als de overgang naar een nieuw tijdperk, en door een ander deel als de voorbode van toenemende autoriteit, is nu al veranderd in iets heel anders. Het is een afrekening geworden tussen partijen, stromingen, professoren, intellectuelen, regisseurs, waaraan iedereen zijn steentje bijdraagt terwijl de kern van de zaak wordt genegeerd. Het voorwerp van de hervorming is nagenoeg onbekend. Een referendum op z’n Italiaans, kortom.

    Dit referendum is als een fladderende vlinder. Zelfs over de dag van het armageddon bestaat geen zekerheid meer

    Dit referendum is als een fladderende vlinder. Zelfs over de dag van het armageddon bestaat geen zekerheid meer. In november 2015 had Renzi nog stellig aangekondigd dat ‘het referendum zal worden gehouden in oktober 2016’. Maar op 27 juni, na de verkiezingsnederlaag in Rome en Turijn [waarbij twee burgemeesters werden gekozen van de Vijfsterrenbeweging, de belangrijkste oppositiepartij] en de eerste duidelijke twijfels over zijn eigen positie, liet de premier andere opties doorschemeren. ‘Oktober? Ongeveer in die periode. Misschien tegen het eind van de maand.’ Op 11 juli verandert hij opnieuw van gedachten: ‘Misschien zou het ook 6 november kunnen worden.’ Volgens de laatste berichten denkt de regeringsleider er nu over om de datum te verplaatsen naar 27 november. Technisch gesproken zou het ook nog december kunnen worden, voor Kerstmis.

    Volgens de achterdochtige leden van de Vijfsterrenbeweging en het ‘nee’-comité is deze omtrekkende beweging over de datum een spelletje, speelt Renzi ‘balletje-balletje’ om het beste karmische moment te kiezen, namelijk de dag dat de planeten gunstig staan om hem als winnaar uit de bus te laten komen. Wat zeker is, is dat Renzi geschrokken is van de nederlaag bij de lokale verkiezingen en dat zijn gezwalk over de consequenties die hij persoonlijk zou verbinden aan het referendum hem geen goed heeft gedaan in de peilingen (hij beloofde eerst af te treden als het ‘nee’-kamp zou winnen, maar kwam daar later op terug). Het is eveneens duidelijk dat de regering mikt op uitstel om de ‘ja’-campagne meer tijd te geven.

    De aanhangers van het ‘nee’-kamp zullen het meest gemotiveerd zijn om wel te gaan stemmen. – © Paola Visone
    De aanhangers van het ‘nee’-kamp zullen het meest gemotiveerd zijn om wel te gaan stemmen. – © Paola Visone

    Maar er spelen ook inhoudelijke argumenten mee, zoals de begroting voor 2017. Volgens de nieuwe voorschriften moet deze voor 12 oktober 2016 door de ministerraad worden goedgekeurd om voor 15 oktober naar Brussel te kunnen worden gestuurd. Het gevaar is, zo onderstreepte de voorzitter van de begrotingscommissie van de Kamer, dat een overwinning van het ‘nee’-kamp het parlement zal lamleggen. ‘Italië kan zich geen chaos veroorloven’, schreven de commentatoren van The Times en Die Welt. ‘De economische kwetsbaarheid (de banken, ontbrekende groei, een recordaantal werklozen, de bureaucratie) en het risico dat de begroting niet op tijd wordt aangenomen, roept bezorgdheid op bij alle EU-partners.’

    Mocht de begroting pijnlijke ingrepen bevatten om de huidige economische groei van minder dan 1 procent op te krikken, dan zou dat de genadeslag voor de referendumcampagne kunnen zijn. Natuurlijk gaat de tegenovergestelde redenering ook op: als Renzi van Europa meer ruimte krijgt voor overheidsuitgaven, dan zou hij een zou hij een genereuze begroting kunnen presenteren waarmee hij een verkiezingsslag kan slaan.

    Het nieuwe mantra van de renzianen is nu geworden om ‘de begrotingswet veilig te stellen’ door deze te laten goedkeuren door ten minste een van de twee takken van het parlement voordat het referendum plaatsvindt. Niet iedereen is het echter eens met de premier: een referendum eind november of begin december, wanneer het sneeuwt en vriest, geeft de campagne misschien meer tijd zodat de strategie beter kan worden bijgesteld en er terrein kan worden gewonnen, maar brengt anderzijds het risico met zich mee dat er minder Italianen naar de stembus zullen gaan. En degenen die het meest gemotiveerd zijn zullen in elk geval wel gaan stemmen: de aanhangers van het ‘nee’-kamp.

    Andere boodschap

    De aanhangers van ‘ja’ hebben de afgelopen maanden hun tactieken, strategieën, slogans en verkiezingsjingles veranderd en daarmee iedereen in verwarring gebracht, inclusief de journalisten. Aanvankelijk was het verhaal van Renzi, minister Maria Elena Boschi en de Democratische Partij gefocust op ‘vereenvoudiging’ van het Italiaanse constitutionele bestel en op ‘verlaging van de uitgaven van de politiek’, wat erg populair is. Maar critici hebben deze propaganda snel doorgeprikt: het geplande wegbezuinigen van tweehonderd senatoren zal slechts een druppel op de gloeiende plaat zijn van de totale uitgaven van de Senaat (volgens de Italiaanse Algemene Rekenkamer zal de besparing slechts 9 procent bedragen.)

    Het enthousiasme is onmiddellijk verstomd. Een aantal intellectuelen zal ‘ja’ stemmen, zij het met kromme tenen, anderen zullen zeggen dat ze geen prijs stellen op een hervorming die het democratische evenwicht verzwakt. Nu de constitutionalisten zich in het kamp van de tegenpartij scharen en deze steeds zekerder wordt van haar zaak, hebben de ‘ja’-aanhangers hun boodschap veranderd en richten ze zich op zaken van een hogere orde. Minister van Justitie Andrea Orlando heeft uitgelegd dat een overwinning het terugwinnen van de controle betekent op ‘grote economische en financiële machten die onze instituties hebben beroofd van hun functies’. Zijn collega Boschi heeft geprobeerd de antifascisten te rekruteren door uit te leggen dat als de ANPI [Associazione Nazionale Partigiani d’Italia – Nationale Vereniging van Partizanen van Italië] ‘nee’ zal stemmen, ‘de échte partizanen “ja” zullen stemmen’. En ze heeft de troef van het terrorisme op tafel gelegd: ‘We hebben een sterker Italië nodig en een Europa dat in staat is als eenheid te antwoorden op het internationale terrorisme … om een sterker Italië te krijgen hebben we een nieuwe grondwet nodig die ons stabieler maakt.’ Ook de Confindustria [Confederazione generale dell’industria Italiana – Algemene Confederatie van de Italiaanse industrie], die zich achter ‘ja’ heeft geschaard, voorspelt doemscenario’s als het ‘nee’-kamp wint.

    De premier weet dat hij een wet die hij zelf heeft betiteld als een wet “waar heel Europa jaloers op is”, niet kan veranderen omdat de belangrijkste oppositiepartij zou kunnen winnen

    De belangrijkste datum om het referendum te begrijpen, is niet die van de stemming zelf, maar die van de nieuwe kieswet, de zogenaamde ‘Italicum’, die een merkwaardig lot beschoren lijkt. De wet werd op 1 juli ingevoerd, is nooit door het electoraat getoetst, maar lijkt twee maanden later alweer dood en begraven. Voormalig president Napolitano was hierover pijnlijk duidelijk. In een interview met Il Foglio vroeg hij onomwonden om de wet te herzien: volgens hem is het risico te groot dat deze het land overlevert aan de Vijfsterrenbeweging, en moet Renzi zich vooral haasten om de wet te veranderen [de Italicum is bedoeld om sterkere meerderheden te creëren in de Kamer; een partij die 40 procent van de stemmen haalt krijgt een bonus die het totaal op 55 procent brengt].

    De premier heeft zich tot nu toe echter op de vlakte gehouden. Ook omdat hij een wet die hij zelf heeft betiteld als een wet ‘waar heel Europa jaloers op is’, niet kan veranderen met als reden dat de belangrijkste oppositiepartij zou kunnen winnen. Het is beter om de cruciale datum van 4 oktober af te wachten: dan komt het Constitutioneel Hof bijeen om te bepalen of de ‘Italicum’ geldig is. Eén codicil is genoeg om de Italicum ongrondwettelijk te verklaren. Het is mogelijk dat die uitspraak het referendum voor is. En daarmee zou de uitslag van de stemming nog onduidelijker worden: bij een overwinning van ‘ja’ zou de Kamer de kieswet moeten herschrijven, bij een meerderheid van ‘nee’ heeft de Kamer een verminkte kieswet en behoudt de Senaat [waarover de Italicum niet gaat] het oude systeem van evenredige vertegenwoordiging. Een middeleeuws feest der zotten, met de groeten aan de stabiliteit van de regering.

    Auteurs: Marco Damilano en Emiliano Fittipaldi
    Vertaler: Etta Maris

    L’Espresso
    Italië | weekblad | oplage 295.350

    Dit moderne nieuwsmagazine heeft naam gemaakt met doorwrochte enquêtes en vooral met het aan de kaak stellen van politieke en economische schandalen.

  • Over politiek met hand en vuist

    Over politiek met hand en vuist

    In Oekraïne wordt reikhalzend uitgekeken naar het Nederlandse referendum op 6 april. Kwaliteitskrant Den skypete met de Oekraïense ambassadeur in Den Haag, Oleksandr Horin, om de stemming te peilen.

    Een van de grootste uitdagingen op het gebied van buitenlandse politiek voor Oekraïne dit jaar is het Nederlandse referendum over het Associatieverdrag tussen ons land en de EU dat op 6 april zal worden gehouden. Als enige land in de Europese gemeenschap besloot Nederland, na de ratificatie van het verdrag door beide parlementen, alsnog een volksraadpleging te houden over de relevantie van dit internationale document.

    Bijna 448 duizend Nederlanders spraken zich uit voor het referendum, en op dit moment is nog altijd een meerderheid van de bevolking tegen het verdrag. Met het oog op het referendum publiceerde de Nederlandse regering op 19 februari een strategie over het Associatieverdrag tussen Oekraïne en de EU. Dagblad Den [Dag] voerde via Skype een gesprek over het document met de Oekraïense ambassadeur in Nederland, Oleksandr Horin.

    In het document worden ministers opgeroepen de Nederlandse kiezers te vertellen dat het Verdrag voordelig is voor de handel en voor ‘de gewone Oekraïner’. Ze moeten duidelijk maken dat het referendum niet gaat over het conflict met Rusland en Poetin, en dat de stembusgang niet bedoeld is om ongenoegen te uiten over de EU. Wat vindt u daarvan?

    Dit is een reactie op de tegenstanders van het verdrag, die stellen dat ratificatie en implementatie zullen leiden tot een conflict met Rusland. Welnu, dat willen de Nederlanders absoluut niet. Ze vinden dat er met Rusland onderhandeld moet worden om een oplossing te vinden voor de problemen. Daarbij neemt de Nederlandse overheid al een behoorlijk harde positie in ten opzichte van Rusland. Zij heeft meermaals herhaald dat het land de territoriale integriteit van Oekraïne moet respecteren. Ook is Nederland bereid op Europees niveau de sancties tegen Rusland te versterken als Rusland het verdrag van Minsk niet nakomt en zijn gedrag niet verandert.

    We moeten de Nederlanders laten zien dat Oekraïne voor Europa geen last is, maar een kans

    En wat is de motivatie van de drie partijen die het initiatief hebben genomen tot dit referendum dat The Economist ‘vreemd’ noemde en dat volgens de voorzitter van de Europese Commissie, Jean-Claude Juncker, bij een tegenstem kan leiden tot een ‘continentale crisis’?

    Ten eerste is Nederland een van de landen met een groot aantal eurosceptici. Nederlanders zijn historisch gezien zelfvoorzienend en daarnaast behoorlijk succesvol in hun zoektocht naar medestanders om de verschillende uitdagingen uit noord, west en oost het hoofd te bieden. Daaruit volgt dat zij een principieel eigen aanpak hebben, die niet altijd overeenkomt met de zienswijze van de andere EU-leiders.

    Aan de ene kant erkennen ze volmondig het belang van de Europese Unie als een project voor de Europese eenwording. Aan de andere kant staan zij extreem negatief tegenover enkele uitwassen van de EU, zoals de bureaucratie. De meerderheid van de Nederlanders is dan ook tegen de Europese bureaucratie, en ook de uitbreiding van de EU wordt gezien als een bureaucratische daad van een unie die simpelweg steeds meer landen wil opnemen teneinde steeds machtiger te worden. Volgens de Nederlanders leidt dit ertoe dat iedere nieuwe regering een stuk van de taart opeist en zo een last vormt voor de overige lidstaten. En daarmee weigeren de Nederlanders akkoord te gaan.

    Comité GeenPeil, bang voor uitbreidingsdrift van de EU, verzamelde e benodigde 300.000 handtekeningen voor het referendum. – © Peter Hilz / HH
    Comité GeenPeil, bang voor uitbreidingsdrift van de EU, verzamelde e benodigde 300.000 handtekeningen voor het referendum. – © Peter Hilz / HH

    Interessant in dit verband is het feit dat de eerste vicepresident van de Europese Commissie en de Europese Commissaris voor regulering, rule of law en fundamentele rechten, de Nederlander Frans Timmermans is. Op deze manier proberen Nederlanders toch invloed uit te oefenen binnen de EU.

    Dit referendum is voor Nederlanders dus grotendeels een middel om hun relatie met de EU uit te drukken. Nederlanders vertelden mij: dit referendum is niet tegen jullie gericht, maar tegen de Europese Unie. Neem het niet persoonlijk, het associatieverdrag met Oekraïne was gewoon de eerste kwestie om een referendum over te houden.

    Natuurlijk, als we helemaal eerlijk zijn was de eerste kwestie de associatieovereenkomst met Georgië, de tweede met Moldavië en kwam Oekraïne pas als derde. Maar om de een of andere reden kozen ze Oekraïne. Dat betekent dat er nog andere factoren zijn die verklaren waarom nu juist het Oekraïense verdrag tot onderwerp van dit referendum is gemaakt. Veel mensen zeggen het openlijk: er is een sterke invloed van onze [Russische] buren.

    ‘De argumenten van Geenstijl zijn voor 99 procent Russische argumenten’

    Hoe komt dit tot uiting?

    Website GeenStijl en de andere partijen die tegen de associatie zijn, herhalen voor 99 procent Russische argumenten. Ze hebben het over de mogelijkheid van een confrontatie, over de interne breuklijn die in Oekraïne zou bestaan tussen het oosten en het westen, over de onmogelijkheid van corruptiebestrijding. Het zijn allemaal argumenten die de samenleving in zijn geslingerd door hen die wij zo naïef onze broeders noemden, en die op dit moment onze ergste vijanden zijn geworden.


    Hoe wordt in Nederland gekeken naar de oorlog in Oost-Oekraïne?

    De Russisch-Oekraïense oorlog wordt in de Nederlandse pers niet zo behandeld als wij zouden willen. De Nederlandse media zijn meer gericht op de eigen binnenlandse problemen, die er genoeg zijn. En aan de andere kant willen de Nederlanders niet het conflict ingezogen worden. Over het algemeen is hun positie als volgt: wij drijven handel, en op een gegeven moment zal dit alles ten einde zijn en kunnen wij onze handel voortzetten.

    Wel is het zo dat iedereen in Nederland begrijpt dat Russische annexatie van de Krim een onwettige daad was. Den Haag positioneert zich als hoofdstad van het internationale recht, en als de Russische Doema afspraken niet nakomt, valt dat hier slecht. Op alle leugenachtige stemmen die zeggen dat Rusland het internationale recht niet heeft geschonden, wordt met sarcasme, of in ieder geval met ironie gereageerd.

    U zei dat de media deze onderwerpen mijden, maar zijn er in Nederland dan geen filosofen en publicisten die Oekraïne steunen? Mensen als Robert van Voren, die een artikel schreef onder de titel: ‘Ik schaam mij voor de Nederlanders en hun houding ten opzichte van Oekraïne’?

    Mensen als Van Voren, die zich publiekelijk en openlijk uitlaten, zijn er niet zo veel. Maar er zijn heel wat mensen die ons steunen, alleen al afgaand op de brieven die wij op de ambassade ontvangen. De ambassade ontving zelfs verzoeken om te mogen dienen in het Oekraïense leger of de luchtmacht. We krijgen ansichtkaarten van mensen die hun sympathie voor het Oekraïense volk betuigen of medeleven tonen met de moeilijke situatie waarin wij ons bevinden, en van mensen die zeggen dat ze voor het verdrag zullen stemmen.

    Daarbij moet ik opmerken dat ondanks alle pogingen van onze grote buur om ons land te compromitteren tijdens de ramp met de MH17, het niet gelukt is om Oekraïne werkelijk in een kwaad daglicht te stellen.

    Enkele Nederlandse politici probeerden politieke munt te slaan uit de ramp met de MH17, maar na de publicatie van het technische rapport – op dit moment wachten we op de resultaten van het juridische onderzoek – zijn dergelijke pogingen op niks uitgelopen. Op dit moment wordt het bewijsmateriaal zorgvuldig onderzocht. De Nederlanders zullen het presenteren op het moment dat zij daar klaar voor zijn, maar nu al kan worden gesteld dat de resultaten voor Rusland zeer verontrustend zullen uitpakken.

    Ik denk dat Nederland nog een half jaar nodig heeft voor de voltooiing van het rapport. Wij moeten proberen te voorkomen dat er straks weer twijfel gezaaid wordt over de bevindingen.

    Oleksandr Horin.
    Oleksandr Horin.

    We weten dat Rusland de oprichting van een MH17-tribunaal heeft tegengehouden in de VN- Veiligheidsraad. Hoe kijken Nederlanders aan tegen de oprichting van een dergelijk tribunaal?

    De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Bert Koenders, zei dat de optie via de Veiligheidsraad is afgevallen vanwege de Russische positie. Daarom blijven nu twee opties open. De eerste is de oprichting van een tribunaal door één staat, bijvoorbeeld Nederland of Maleisië, dat ook slachtoffers aan boord van het vliegtuig had. De tweede is de oprichting van een tribunaal door meerdere landen.

    Overheden stellen volgens u geen middelen ter beschikking voor het referendum. Maar de BBC stelde onlangs dat er bijna 50 duizend euro Nederlands belastinggeld gaat naar een bedrijf dat toiletpapier zal verspreiden tegen de ratificering van het Associatieverdrag tussen Oekraïne en EU.

    Ja, dat klopt. Maar daarbij gaat het niet om overheidsdeelname in een campagne. De referendumwet voorziet in subsidies om campagnes te voeren met een voor-, tegen- en zelfs met neutraal standpunt. De gedachte is dat kiezers zich zo kunnen informeren over het onderwerp om tot een juiste keuze te komen.

    Je kunt je wel afvragen hoe relevant het is om een wet ter discussie te stellen die gaat over de ratificatie van een internationaal verdrag. Dat is hetzelfde als de bevolking vragen om zich uit te spreken over de vraag of iemand schuldig is aan een misdaad. De belangrijkste campagnes die op dit moment door Nederlandse organisaties worden gevoerd (en daarbij hebben zich Oekraïense maatschappelijke organisaties aangesloten), zijn erop gericht om burgers de mogelijkheid te geven hun keuze tenminste een heel klein beetje te motiveren, zodat zij ten minste begrijpen waar het over gaat. De praktijk laat zien dat veel mensen in eerste instantie tegen het verdrag zijn, maar dat ze hun standpunt veranderen als hen duidelijk wordt waar het precies over gaat. Dat geeft reden tot optimisme, aangezien het uiteindelijk gaat om de vraag wie werkelijk baat heeft bij het verdrag.

    ‘Het moet de pragmatische Hollanders duidelijk gemaakt worden dat zij als enige zullen verliezen’

    Een Belgische expert op het gebied van Europees recht publiceerde een goed artikel over de mogelijke gevolgen van een nee-stem. Volgens hem is er in dat geval maar één verliezer, namelijk Nederland. Alle anderen landen zullen juist gebruikmaken van de positieve elementen van het verdrag. Met andere woorden: het moet de pragmatische Hollanders duidelijk gemaakt worden dat zij als enige zullen verliezen. De ambassade kan niet deelnemen aan campagnes in de aanloop naar het referendum. We kunnen slechts objectieve informatie geven over het verdrag, maar mensen oproepen het te steunen dat mogen wij niet. De Weense Conventie van 1961 verbiedt ons dit.

    Oekraïense activisten in Nederland.  – © STR / NurPhoto
    Oekraïense activisten in Nederland. – © STR / NurPhoto

    Onze minister van Buitenlandse Zaken, Pavlo Klimkin, zei dat het Nederlandse referendum een van de grootste uitdagingen vormt voor Oekraïne in dit jaar. Hij zei ook dat we, om een positieve uitslag voor ons land te bewerkstelligen, het echte Oekraïne moeten laten zien. Hoe ziet u de Oekraiense strategie in deze kwestie?

    Allereerst moeten we laten zien wat we hebben bereikt en wat Oekraïners voor mensen zijn. En we moeten laten zien wat er op het Maidan-plein is gebeurd [waar in 2013 de protesten begonnen die de val inluidden van president Viktor Janoekovitsj. De film Winter on Fire: Ukraine’s Fight for Freedom werd genomineerd voor een Oscar. Het idee is om de film aan zo veel mogelijk Nederlanders te tonen, omdat hij antwoord geeft op veel vragen die leven. Dat is een belangrijke zet die we moeten uitvoeren.

    Ten tweede is het belangrijk om Nederlanders te laten zien dat Oekraïne voor Europa geen last is, maar een kans. Wij maken veilige producten, hebben grote voorraden uranium, en dan heb ik het nog niet over onze vruchtbare aarde. Toen de Nederlandse minister van Landbouw in 2010 Oekraïne bezocht, kwam hij terug met de boodschap: alles wat je in deze aarde stopt, zal groeien.

    Precies dat is wat minister Klimkin bedoelde: we laten zien wat wij kunnen en overtuigen zo de Nederlanders ervan dat het verdrag ook voor hen nieuwe perspectieven creëert. Nederland is nu al de op een na grootste investeerder in Oekraïne, ná Cyprus. De handel tussen onze landen beslaat momenteel 1,5 miljard dollar.


    Hebt u gesproken met de leiders van de partijen die tegen het associatieverdrag zijn?

    De Nederlanders die het verdrag steunen, willen niet in discussie met mensen die al bij voorbaat tegen het verdrag zijn. Dat heeft weinig zin. Ze proberen liever mensen te overtuigen die nog geen beslissing hebben genomen.

    Als argument vóór het verdrag kunnen we een citaat van de Amsterdamse professor in de financiële geografie, Ewald Engelen, opvoeren die zei: ‘Burgers kunnen eenvoudig tegen het verdrag stemmen, maar de genialiteit van het referendum bestaat erin dat er geen enkele consequentie aan verbonden is: het verdrag zal hoe dan ook worden geratificeerd. Het is een zuiver politieke enquête: bent u voor of tegen de politieke kaste – dát is de vraag.’ Wat zegt u daarop?

    Als Nederland geen land was geweest met een ontwikkelde democratie, dan zou ik het daarmee eens zijn. Want het klopt: de regering zou gebruik kunnen maken van het feit dat de uitslag van het referendum niet de facto bindend is. Onder dergelijke omstandigheden zou de regering kunnen zeggen dat het ten uitvoer brengt wat in de wet over het raadgevend referendum staat, dat wil zeggen dat het de wil van het volk heeft gehoord. Rekening houdend met het feit dat het associatieverdrag al was getekend op het moment dat de referendumwet werd aangenomen, zou de regering kunnen zeggen: wij bedanken iedereen voor het uiten van zijn mening, wij achten het raadgevend referendum een zeer belangrijk democratisch instrument, maar in dit geval moeten wij de verplichtingen nakomen die we op ons hebben genomen en waar we niet zomaar vanaf kunnen stappen.

    ‘Oekraïne heeft een uitstekende reputatie op het gebied van het teruggeven van waardevolle spullen’

    Daarna – ook Nederlandse juristen beamen dit – zou de regering het proces kunnen afronden en de ratificatietekst naar Brussel sturen. Immers, de stemming over het verdrag heeft plaatsgevonden in beide parlementen, er is getekend door de koning en de tekst was zelfs al officieel gepubliceerd. Maar hiervoor is serieuze politieke wil nodig, want in maart volgend jaar zijn er verkiezingen. Als de regering het zo doet, dan zullen er zeker politieke partijen zijn die de zeggen dat de coalitiepartijen niet luisteren naar de wens van de bevolking en daarom geen recht hebben vertegenwoordigd te zijn in het parlement. De coalitiepartijen zullen stemmen verliezen.

    Maar leidt dat dan niet tot een continentale crisis?

    De Nederlanders waren heel ongelukkig met die uitspraak van Juncker. Zij beschouwen zichzelf als onafhankelijk en willen niet dat iemand de beslissing voor hen neemt en al helemaal niet, zoals enkelen het ervoeren, hen bedreigt.

    Een van uw interviews in de Oekraïense media droeg de titel ‘Het Nederlandse referendum is de laatste kans voor Rusland’. Vindt u dat werkelijk?

    Waarschijnlijk is het Ruslands laatste kans om een rem te zetten op onze beweging richting een normaal leven. In de loop van vele maanden hebben we onze Nederlandse collega’s ervan weten te overtuigen dat dit een geopolitiek probleem is, dat er onvoorziene problemen kunnen optreden bij ratificering. We hamerden op een zo snel mogelijke afhandeling van het proces. Idealiter was dat in mei 2015 geweest, toen in Riga de top plaatsvond van het Oostelijk Partnerschap. Maar het liep anders, ze stelden de ratificatie twee keer uit en uiteindelijk kwam het pas op 7 juli door de Eerste Kamer. En dat terwijl de Tweede Kamer al op 7 april had geratificeerd.

    Hebt u een Plan B in het geval dat het verdrag tijdens het referendum wordt weggestemd, of gelooft u dat er geen problemen zullen zijn bij de afronding van de ratificatie?

    In deze kwestie is een Plan B niet nodig, het verdrag zal sowieso in werking treden. En bovendien, 80 procent van het verdrag valt onder competentie van de EU. Dat betekent dat Nederland in geval van een tegenstem zelf de verliezer zal zijn. Uiteraard zal Oekraïne ook de mogelijkheid verliezen om wat dan ook te ontwikkelen met Nederland in het kader van de implementatie van het verdrag. Maar dat is geen ramp. Een andere kwestie, moet ik erkennen, is dat het politieke aspect van een tegenstem onze vijanden serieus in de kaart zal spelen. Zij zullen zeggen: ‘Zien jullie wel, Europa zit niet op jullie te wachten.’


    Hoe gaat het eigenlijk met de kwestie van de Nederlandse schilderijen?

    Die zal niet kunnen worden afgesloten voordat de schilderijen gevonden en teruggebracht zijn naar Nederland. Oekraïne, en dat herhaal ik in al mijn gesprekken, heeft een uitstekende reputatie op het gebied van het teruggeven van waardevolle spullen. In 2005 gaf Oekraïne eenzijdig de stukken uit de Koenigscollectie terug die in de Tweede Wereldoorlog vanuit Nederland waren meegenomen en deels in Oekraïne terug werden gevonden. Dat is in mijn ogen het meest overtuigende argument dat de schilderijen zullen worden teruggegeven zodra ze zijn gevonden.

    Auteur: Mykola Syruk
    Vertaler: Eva Cukier

    Den
    Oekraïne, dagblad, oplage 39.000
    ‘De Dag’ profileert zich als de nieuwe generatie binnen de Oekraïense pers: kritischer, moderner en professioneler.

  • Catalaanse toestanden

    Catalaanse toestanden

    In de Spaanse autonome regio Catalonië heerst – niet voor het eerst – chaos. De verkiezingen van 27 september worden een soort referendum over onafhankelijkheid.

    ‘Leg me eens uit wat er aan de hand is in Catalonië,’ vraagt een vriend van mij uit Madrid. Ik wil hem niet vermoeien met de allerlaatste strategische zetten en geef hem een ruwe samenvatting. Onder invloed van de crisis die heel Zuid-Europa in zijn macht heeft, is er in de autonome regio Catalonië een verwoede interne machtsstrijd losgebarsten. Partijen vallen uiteen, de brokstukken liggen verspreid over de regio en er heerst grote verwarring. De ‘nieuwe orde’ zal nog lang op zich laten wachten.

    Het is in zekere zin een terugkeer naar de jaren tachtig, leg ik hem uit. De overgang naar democratie na de dood van Franco begon in Catalonië met een zeer sterk links front in de regio Barcelona. De vakbonden waren sterk. De socialisten en communisten concurreerden met elkaar en vormden een op het oog onverslaanbare tweekoppige draak, totdat er in 1980 vanuit de midden-klasse in het binnenland tegenstand kwam, waarmee de weg werd opengelegd voor een lange periode van gezonde frictie en evenwicht.

    Vooral de georganiseerde arbeiders en de jonge stedelingen die werkzaam waren in de sectoren die belangrijk waren voor de zich ontplooiende verzorgingsstaat, genoten bescherming van de linkse vleugel. Hun grote moment was het succes van de Olympische Spelen in Barcelona [de hoofdstad van Catalonië]. Tegenover dit front – dat uiteindelijk werd aangevoerd door de socialisten – bevonden zich de kleine en middelgrote ondernemers, de middenstanders, de professionals en de ambtenaren die niets ophadden met links; zij vestigden hun hoop op de na de dood van Franco opnieuw geïnstalleerde Generalitat de Catalunya, de Catalaanse deelregering. Jordi Pujol, de machtigste Catalaanse politicus uit de periode van de overgang naar democratie, vlocht die losse eindjes in elkaar en verbond ze met het politieke midden en de verlichte centrum-rechtse krachten uit Barcelona. Als president van de Generalitat (van 1980 tot 2003) gaf Pujol Catalonië de nodige structuur.

    Een man gehuld in ‘estaladavlag’ tijdens een onafhankelijksbetoging op het Plaza Catalunya in Barcelona (oktober 2014). – © Joan Valls / Hollandse Hoogte
    Een man gehuld in ‘estaladavlag’ tijdens een onafhankelijksbetoging op het Plaza Catalunya in Barcelona (oktober 2014). – © Joan Valls / Hollandse Hoogte

    Links creëerde ondertussen een sterke sociaal-democratische achterban in de belangrijkste steden. En in de zomer van 1998 stortte Pasqual Maragall zich als kandidaat van de socialistische partij in een lange, hevige verkiezingsstrijd om het presidentschap; deze werd nog op het nippertje gewonnen door Pujol, maar in 2003 kwam Maragall alsnog aan de macht.

    Ontwrichting

    Vijfendertig jaar na het linkse front van 1980 zorgen de economische crisis, een financiële impasse in de Generalitat, slijtage van de raderen van de macht plus de generatiekloof voor ontwrichting. In 2012, zes jaar na de socialistische regeringsperiode van Maragall en zijn driepartijencoalitie, heerst er bij de CiU (Convergència i Unió), de in 1978 gevormde federatie van de CDC (Convergència Democràtica de Catalunya) en de UDC (Unió Democràtica de Catalunya), opnieuw angst. Oorzaak daarvan is de crisis. De partij besluit zich niet te laten kisten door het neocentralisme van de PP (Partido Popular), en ook niet door de onverzettelijkheid van premier Mariano Rajoy, de puinhoop in de Generalitat, de sociale protesten, de generatiekloof, de corruptie en de onrust in de wereld.

    De huidige president van de Generalitat, Artur Mas, de beschermeling van Pujol, omarmt definitief het onafhankelijkheidsstreven, voordat datzelfde streven – populair onder de gewone man én de hipster, in de provincie en in Barcelona – hem boven het hoofd groeit en verplettert.

    We gaan verder. Artur Mas stelt voor om voor de verkiezingen van september 2015 een zogenaamde lista cívica of civiele lijst op te stellen (een lijst die niet gelieerd is aan enige politieke partij en die slechts de onafhankelijkheid van Catalonië beoogt), en koestert daarmee de ambitie om twee miljoen kiezers op de been te krijgen en zodoende een klinkende overwinning te behalen waarmee een onderhandeling met de Spaanse staat kan worden afgedwongen. Verder zijn zijn plannen erop gericht te voorkomen dat zich net als in 1980 een links front vormt, dat in dit geval gevoed zou worden door de nieuwe grootstedelijke stroming die de motor is achter de jonge partij Podemos. Dat de linkse politica Ada Colau in mei 2015 burgemeester van Barcelona is geworden, is in die context veelzeggend.

    De ‘nieuwe orde’ zal nog lang op zich laten wachten

    Nu het huwelijk met de UDC is stuk-gelopen, blijkt de CDC bereid zichzelf volledig uit elkaar te halen, om aan de andere kant van de spiegel weer te verrijzen als een grote, leidende partij. Dat is wat ze gaat proberen, maar daarbij neemt de partij twee ernstige risico’s: het gevaar bestaat dat de top van de CiU uit elkaar valt en dat de verkiezingsdag van 27 september uitmondt in een surrealistisch avontuur, waarin zal blijken dat een groot deel van de Catalanen geen risico’s meer wil nemen. Griekenland verhit niet alleen de gemoederen. Griekenland wakkert ook de angst aan. ‘Ik geloof dat ik het begrijp,’ zegt mijn vriend. ‘Het is een strijd tussen Genovezen.’


    ‘Hoe bedoel je?’ vraag ik.

    ‘Nou, je weet wel, een typisch mediterraan conflict.’

    Enric Juliana schrijft voor verschillende 
Spaanse kranten en is gespecialiseerd 
in binnenlandse politiek, waarover hij 
ook enkele boeken publiceerde.