De productie van foie gras is al verboden in Zwitserland
De Zwitserse dierenrechtengroep Alliance Animale Suisse kondigde donderdag aan dat het genoeg handtekeningen had verzameld om een referendum over een verbod van de import van foie gras af te dwingen. Volgens Le Temps zal de organisatie de gecertificeerde handtekeningen – er zijn er minstens 100.000 nodig om een volksinitiatief te kunnen lanceren – op 28 december overhandigen aan de Bondskanselarij in Bern.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Voor de productie van foie gras worden ganzen of eenden vetgemest door voedsel via een lange trechter in hun keel te pompen. Deze praktijk is in een aantal landen, waaronder Zwitserland en Nederland, al verboden, omdat zij als dierenmishandeling wordt beschouwd. Toch is de import van foie gras nog steeds toegestaan.
Half september weigerde het Zwitserse parlement de invoer van deze culinaire delicatesse te verbieden, net als de federale regering. Volgens de volksvertegenwoordigers zou een verbod kunnen leiden tot winkeltoerisme naar Frankrijk, ten nadele van Zwitserse bedrijven.
Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar Chili, waar voor de tweede keer in twee jaar tegen een nieuwe grondwet werd gestemd. Waarom lukt het de Chilenen niet om het eens te worden over een grondwet die de oude, onder dictator Pinochet opgestelde constitutie moet vervangen?
Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €5 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.
Waarom stemden de Chilenen tegen een nieuwe grondwet?
Chili brak zondag ‘een record met het verwerpen van twee grondwetsvoorstellen in vijftien maanden’, aldus El País. Met een opkomst van 80 procent stemde 55 procent van de Chilenen tegen de nieuwe grondwet die was opgesteld door de door rechts gedomineerde Constitutionele Raad. De nieuwe grondwet zou de oude, die stamt uit het tijdperk van dictator Augusto Pinochet, moeten vervangen.
In 2022 stelde een Constitutionele Conventie een uitgesproken linkse tekst op; ‘een belofte om opnieuw een “socialistisch” Chili op te bouwen’, zoals de centrumlinkse website El Mostrador het omschrijft. Extreemrechts en traditioneel rechts drukten daarentegen hun stempel op het tweede grondwetsontwerp, dat nu is verworpen. Terwijl de afwijzing van het eerste voorstel werd gezien als een nederlaag voor de president, Gabriel Boric, wordt de afwijzing van het tweede logischerwijs gezien als het falen van de radicaal-rechtse leider, José Antonio Kast, aldus El Mostrador.
Het grondwetsontwerp van rechts was om meerdere redenen weinig populair. In het bijzonder zou één artikel de weg kunnen vrijmaken voor een totaal verbod op abortus – momenteel alleen toegestaan in gevallen van verkrachting, levensbedreigend risico voor de moeder of misvorming van de foetus. Andere artikelen zouden het stakingsrecht kunnen inperken en particuliere sociale verzekeringen en door fondsen gefinancierde pensioenen in de grondwet waarborgen.
Het is dus ‘game over’ voor een nieuwe grondwet, zo kopte het centrumrechtse dagblad La Tercera, dat opmerkt: ‘De einduitslag laat zien dat het land in diepe onenigheid verkeert, die nu alleen nog door de huidige Grondwet kan worden beslecht.’
Toen de uitslag eenmaal bekend was, was Boric’ reactie helder: ‘Het constitutionele proces is voorbij,’ citeert Radio Pauta de president. Er komt geen derde poging: ‘Ondanks deze pogingen is het niet gelukt een nieuwe grondwet te formuleren waarin iedereen zich kan vinden. De prioriteiten zijn veranderd.’
‘Deze twee opeenvolgende afwijzingen tonen vooral aan dat de bevolking weigert zich te laten manipuleren door een wettelijk kader dat doordrenkt is van ideologie’, vervolgt La Tercera. Volgens columnist Ascanio Cavallo verlangden de Chilenen vooral naar een ‘neutrale’ grondwet, zonder politieke kleur.
Waarom werd er een nieuwe grondwet geschreven in Chili?
Op dit moment grijpt Chili terug op de grondwet die is opgesteld onder de dictatuur van Augusto Pinochet (1973-1989). Deze grondwet is echter zo’n zeventig keer gewijzigd, vooral sinds de terugkeer naar de democratie, en is zelfs ondertekend door de voormalige sociaaldemocratische president Ricardo Lagos (2000-2006), zoals El Paísopmerkt.
In 2018, een paar dagen voor het einde van haar mandaat, legde de centrumlinkse president Michelle Bachelet de basis voor een grondwetsherziening, die ze naar het Congres stuurde. Maar haar tekst bleef een dode letter. Toen Sebastián Piñera in 2017 werd verkozen als president, verzette hij zich tegen elke hervorming van de grondwet.
Alles veranderde in de herfst van 2019. De sociale onrust die het land wekenlang overspoelde, waarbij 23 mensen omkwamen en 2000 gewond raakten, schokte de regering tot op het bot. Uiteindelijk lanceerde ze sociale maatregelen – en het voorgestelde referendum over de grondwet.Een jaar later, in oktober 2020, stemde 78 procent van de Chilenen in een referendum voor het opstellen van een nieuwe grondwet.
Tussen 2021 en 2022 stelde een eerste Constitutionele Conventie een tekst op, die in september 2022 door 62 procent van de kiezers werd verworpen. Dit was een tegenslag voor links, vertegenwoordigd door president Gabriel Boric, die het project had gesteund. In mei 2023 ging de Constitutionele Raad opnieuw aan de slag. De nieuwe vergadering werd gedomineerd door radicaal-rechts, dat 22 van de 50 zetels had en zijn stempel drukte op de nieuwe tekst, met de steun van traditioneel rechts.
Na vier jaar keert Chili dus terug naar hetzelfde punt als in november 2019, toen de politiek de samenleving aanbood de grondwet te veranderen ‘om de sociale onrust op deze institutionele wijze te overwinnen’, schrijft El País.
Hoe nu verder?
Chili is dus terug bij af. Hoe kan het land nu verder? Sylvia Eyzaguirre, onderzoeker bij de Chileense denktank Centro de Estudios Públicos, schrijft hierover in El País: ‘We kunnen alleen vooruitgang boeken met eenheid, met breedgedragen overeenkomsten, maar wel zonder onze legitieme verschillen te verliezen.’Dat zal volgens Eyzaguirre nog knap lastig worden: ‘Na twee mislukkingen bevinden we ons nu in een slechtere situatie dan voorheen. We zijn meer verdeeld [en] wantrouwen de instituties steeds meer.’
Ook de socialistische politiek analist Gabriel Gaspar uit zijn bezorgdheid, in een ander artikel in El Mostrador: ‘Een groot deel van de bevolking herkent zich niet meer in de politieke partijen (…). Nu zijn er in Chili twee kloven ontstaan: één tussen politici onderling, de andere tussen politici en burgers.’
President Boric heeft verklaard dat hij de huidige problemen in de Chileense maatschappij nu via andere wetswijzigingen wil aanpakken. ‘De politiek is schatplichtig aan het Chileense volk. En deze schuld wordt afgelost door de oplossingen te vinden die de Chilenen nodig hebben en van ons eisen,’ aldus de president.
Volgens voormalig kamervoorzitter Jorge Schaulsohn betekent het falen van zowel links als rechts in het opstellen van een nieuwe grondwet dat de weg nu openligt voor politici in het centrum. Hij noemt in een interview met de rechtse website Ex-Ante in het bijzonder de voormalig centrumrechtse presidentskandidaat Evelyn Matthei en de centrumlinkse ex-president Michelle Bachelet (2006-2010 en 2014-2018). Matthei en Bachelet namen het ook al tegen elkaar op in de presidentsverkiezingen van 2013.
Journalist Ródrigo Córdova schrijft op El Mostrador dat hij juist denkt dat de radicaal-rechtse José Antonio Kast op rechts zal worden ingehaald. De onafhankelijke senator Rojo Edwards had zich tijdens de campagne verzet tegen een nieuwe grondwet en lijkt populariteit te vergaren door een voorbeeld te nemen aan de extreemrechtse Argentijnse president Javier Milei.
President Boric heeft tot 2025 de tijd om eenheid te creëren in het verdeelde land en het vertrouwen te winnen van kiezers. In dat jaar vinden in Chili de presidents- en parlementsverkiezingen plaats.
In een referendum zondag stemde 95 procent van de Venezolanen voor de inlijving van Essequibo, een olierijk gebied onder bestuur van Guyana, bij Venezuela. Volgens het Venezolaanse dagblad El Nacional lijkt de bevolking echter niet massaal te zijn komen opdagen en bleven veel stembureaus de hele dag leeg. De Venezolaanse kiesraad zei dat het referendum over vijf vragen bijna 10,5 miljoen ‘stemmen’ had gekregen, zonder een opkomstcijfer te geven. Ongeveer 20,7 miljoen Venezolanen werden zondag opgeroepen om naar de stembus te gaan.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
‘Het voornemen van de Venezolaanse regering om dit deel van Guyana, dat tweederde van zijn grondgebied beslaat, over te nemen, leidt tot spanningen met het buurland’, schrijft El País. Guyana heeft vrijdag het Internationaal Gerechtshof van de VN in Den Haag gevraagd het Venezolaanse referendum op te schorten. Chavismo beschouwde het als een overwinning dat het orgaan niet op het verzoek inging, hoewel het VN-hof wel zijn waarschuwingen aan Caracas herhaalde om ‘niets te doen dat de situatie zou veranderen op het grondgebied dat Guyana de facto bestuurt en controleert’.
Er werd massaal voor een grondwetshervorming gestemd
De Oezbeekse president Sjavkat Mirziojev blijft mogelijk tot 2040 president van het land, meldt Eurasianet.org. In een referendum stemde een overgrote meerderheid van de Oezbeekse bevolking voor een hervorming van de grondwet waardoor Mirziojev zich nog tweemaal verkiesbaar kan stellen. Zijn huidige presidentschap loopt af in 2026.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De opkomst bij het referendum was groot (85 procent van de stemgerechtigde bevolking toog naar de stembus) en negen op de tien Oezbeken stemde voor de hervorming. Volgens onafhankelijke waarnemers was er echter sprake van stembusfraude, omdat er geen ruimte was voor kritische tegengeluiden en er met vervalste biljetten gestemd zou zijn.
De vijfenzestigjarige Mirziojev staat sinds 2016 aan het hoofd van Oezbekistan. Daarvoor was hij al dertien jaar premier van de voormalige Sovjetrepubliek. Hij volgde Islam Karimov op, die na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie een autoritair bewind voerde. Sinds het aantreden van Mirziojev is het land een meer prowesterse koers gaan varen, al is er wel kritiek op de corrupte en autoritaire trekjes van de huidige regering.
Het Britse Hooggerechtshof zegt dat Britse toestemming nodig is
Schotland mag geen referendum over onafhankelijk organiseren zonder uitdrukkelijke toestemming van de Britse regering. Dat heeft het Britse Hooggerechtshof unaniem bepaald, meldt BBC. De uitspraak betekent een fikse streep door de rekening van de Schotse premier Nicola Sturgeon, die volgend jaar zo’n referendum wilde houden.
Volgens het hof heeft het Schotse parlement, waar Sturgeon voorzitter van is, geen zeggenschap over de grondwet van het Verenigd Koninkrijk, waar Schotland onder valt. De grondwet valt onder verantwoordelijkheid van het Britse parlement en alleen de Britse regering mag toestemming voor een referendum geven, zelfs als het om een adviserend en niet om een bindend referendum gaat.
De Schotse regering, dat er een moeizame relatie met de Britten op nahoudt, ontving de uitspraak met teleurstelling. ‘Dit is een bittere pil voor elke voorstander van onafhankelijkheid, en zeker voor elke voorstander van democratie,’ zei Sturgeon. ‘We moeten en zullen een andere democratische, wettige manier vinden waarop het Schotse volk zijn wil kenbaar kan maken.’
Boric vervangt getrouwen voor centristische figuren
In Chili vindt een grote kabinetswijziging plaats na de nee-stem tegen de nieuwe grondwet. Gabriel Boric moest ‘zijn inner circle in het kabinet opofferen en zich openstellen voor traditioneel centrum-links’, kopt El País. Twee dagen na de breed gedragen verwerping van zijn ontwerpgrondwet in een referendum (62 procent tegen) heeft de Chileense president, die zes maanden in functie is, ‘zijn medestanders in de frontlinie vervangen door erkende figuren van de democratische overgang [na het aftreden van dictator Pinochet in 1988]’.
De ministers van Binnenlandse Zaken, Volksgezondheid, Wetenschap en Energie en de secretaris-generaal van het Presidentschap zijn vervangen door meer centristische figuren, waardoor ‘de invloed van de generatie die naar La Moneda [het Chileense presidentiële paleis] is gekomen nadat ze samen met Boric de studentenprotesten had geleid, afneemt’, analyseert het Spaanse dagblad. ‘Het moest pijn doen en dat doet het, het is nodig. Dit is een van de moeilijkste momenten die ik ooit heb moeten meemaken’, zei de zesendertigjarige linkse president, waarna hij opnieuw benadrukte dat hij ‘geen stap terug zou zetten’.
Moskou stelt annexatiereferenda uit na tegenaanval Kyiv
‘We wilden het referendum zeer binnenkort houden, maar vanwege de huidige situatie moeten we het voorlopig pauzeren,’ verklaart Kirill Stremoöesov, plaatsvervangend hoofd van de Russische bezettingsautoriteiten in Cherson, aan de Russische publieke televisie. ‘De redenen zijn praktisch van aard, we mogen niet te snel te werk gaan en moeten ons richten op onze belangrijkste taken: de bevolking voeden, en haar veiligheid verzekeren,’ voegde hij eraan toe.
Stremoöesov gaf toe dat ‘de essentiële Antonivka-brug’, over de rivier de Dnipro in de buurt van de stad Cherson, onbegaanbaar was voor auto’s na weken van Oekraïense beschietingen, meldt Euronews in een bericht. Moskou had opgeroepen tot herfstreferenda in de bezette regio’s, die zouden samenvallen met plaatselijke verkiezingen in Rusland. Maar de militaire tegenaanval van Kyiv op Cherson een week geleden heeft die plannen veranderd.
Slechts 27,5 procent van de kiesgerechtigden kwam opdagen
Afgelopen maandag hebben kiezers in Tunesië in een referendum voor een nieuwe grondwet van president Kais Saied gestemd, meldt Al Jazeera. Volgens een exitpoll van Sigma Conseil stemde 92,3 procent van de kiezers voor de grondwetswijziging die ervoor zorgt dat de populistische president veel meer macht krijgt. De opkomst was echter opvallend laag: slechts 27,54 procent van de 9,3 miljoen kiesgerechtigden kwam opdagen.
Aanhangers van Saied gingen na de uitslag de straten op om de verkiezingswinst te vieren. De oppositie had daarentegen opgeroepen tot een boycot van het referendum, ‘om geen tekst te legitimeren die een terugkeer naar een dictatoriaal regime mogelijk zou maken’ in Tunesië, de bakermat van de Arabische lente, aldus Al Jazeera. Afgelopen dagen werden er in de hoofdstad al verschillende demonstraties gehouden tegen president Kais Saied, die een jaar aan de macht is.
Kazachstan is klaar om Nazarbajev de rug toe te keren
Volgens de exitpolls heeft meer dan 70 procent van de Kazachen er in een referendum voor gestemd voormalig president Noersoeltan Nazarbajev en zijn familieleden de macht te ontnemen, aldus Radio Free Europe-Radio Liberty (RFE-RL). De grondwetswijziging die dit mogelijk maakt is door de huidige president, Kassim-Zjomart Tokajev, voorgesteld om de onvrede te sussen die tot de bloedige rellen begin dit jaar leidde.
De hervorming houdt in dat het land overschakelt van een ‘superpresidentieel’ regime naar een ‘presidentiële republiek met een sterk parlement’, aldus RFE-RL. Tokajev werd in 2019 door Nazarbajev als zijn opvolger aangewezen – terwijl de oude leider de facto het land bleef leiden. Inmiddels probeert de nieuwe president zich te distantiëren van de sterke man van de voormalige Sovjetrepubliek.
De politieke chaos rond de Brexit houdt aan in Groot-Brittannië. De huiskrant van de Tories is van mening dat parlementariërs met een oplossing moeten komen – en als ze dat niet kunnen, is het tijd voor nieuwe verkiezingen.
We verkeren in een uitzichtloze constitutionele crisis. Het referendum van 2016 heeft krachten losgemaakt die lastig te bedwingen zijn. De wil van het volk heeft die van de volksvertegenwoordiging overstemd en het parlement weet nu niet goed hoe het daarmee om moet gaan. Dat dilemma is verscherpt door verkiezingen waarin de regeringspartij haar meerderheid verloor, zodat premier May de Brexit die zij zelf voor ogen had, niet meer door het Lagerhuis kan krijgen. De vraag is nu hoe we uit deze janboel kunnen komen, zonder ons staatsbestel helemaal op de helling te zetten.
Sommige staatsrechtgeleerden menen dat het antwoord een nieuw referendum is. Volgens hen kan deze impasse alleen worden doorbroken door het volk opnieuw te raadplegen. Zo schreef hoogleraar Vernon Bogdanor van de Universiteit van Oxford onlangs dat ‘het dilemma dat het volk heeft opgeworpen met de uitkomst van het referendum in 2016 en de verkiezingen van 2017, alleen door het volk kan worden opgelost met een nieuw referendum’. De People’s Vote-campagne voor zo’n referendum heeft deze zomer aan kracht gewonnen, terwijl tegelijkertijd de angst groeit dat Mays Brexit-plan, hoe dat er ook uit zal zien, dit najaar nooit een parlementaire meerderheid zal krijgen. Voor een ‘no deal’ is ook geen steun, en in dat geval zou May zich genoopt zien af te treden, omdat ze dan de centrale taak van haar regering niet heeft weten te volbrengen.
Is een tweede referendum dan de enige uitweg? Velen zijn er fel op tegen: het volk heeft zich toch al uitgesproken? Moeten we de Britse stemmers naar de stembus blijven sturen totdat de ‘juiste’ uitslag er een keer uitrolt, zoals in Ierland en Denemarken? Ja, zeggen de voorstanders van een nieuw referendum: nu we aan den lijve hebben ondervonden hoe gruwelijk het allemaal is, en aan de rand van de afgrond hebben gestaan, laat het volk nu nog maar een keer zeggen wat het wil. Hierbij moet worden aangetekend dat Nigel Farage en andere Leave-aanhangers vooraf een tweede referendum eisten als het eerste met een kleine marge zou worden beslist – omdat zij toen nog dachten dat ze zouden verliezen. Juist het Remain-kamp zei destijds heel stellig ‘eruit is eruit’, omdat het overtuigd was van zijn overwinning. Die rollen zijn nu omgedraaid.
Is een tweede referendum dan de enige uitweg? Velen zijn er fel op tegen: het volk heeft zich toch al uitgesproken? Moeten we de Britse stemmers naar de stembus blijven sturen totdat de ‘juiste’ uitslag er een keer uitrolt, zoals in Ierland en Denemarken? Ja, zeggen de voorstanders van een nieuw referendum: nu we aan den lijve hebben ondervonden hoe gruwelijk het allemaal is, en aan de rand van de afgrond hebben gestaan, laat het volk nu nog maar een keer zeggen wat het wil. Hierbij moet worden aangetekend dat Nigel Farage en andere Leave-aanhangers vooraf een tweede referendum eisten als het eerste met een kleine marge zou worden beslist – omdat zij toen nog dachten dat ze zouden verliezen. Juist het Remain-kamp zei destijds heel stellig ‘eruit is eruit’, omdat het overtuigd was van zijn overwinning. Die rollen zijn nu omgedraaid.
Het referendum van 1975
Veel voorstanders van een nieuw referendum waren bovendien blij toen [ondernemer] Gina Miller via de rechter afdwong dat de premier toestemming moest vragen aan het parlement om artikel 50 in gang te zetten. Toch willen zij die beslissingsbevoegdheid nu weer afnemen van het parlement en teruggeven aan het volk. Als het eerste referendum democratisch was, zeggen ze, zou een tweede referendum dat ook zijn.
Al is het natuurlijk geen tweede referendum dat ze willen, maar een derde. Het is verbazingwekkend hoeveel mensen het referendum van 1975 al zijn vergeten of denken dat het ging over de vraag of we tot de gemeenschappelijke markt moesten toetreden: het ging over de vraag of we erin moesten blijven. Het parlement had twee jaar daarvoor al bij wet tot toetreding besloten. Het referendum van 1975 was de eerste landelijke volksraadpleging in het Verenigd Koninkrijk en daarmee een belangrijke breuk met de geschiedenis en soevereiniteit van het parlement. Dat is ook de reden waarom de Conservatieven er destijds tegen waren. In een toespraak in het Lagerhuis in april 1975 stelde Margaret Thatcher de vraag wat er precies werd bedoeld met ‘overtuigende steun van het volk’.
1. Voorstanders in 1975 van wat de Brexit is gaan heten. 2. Het referendum van 1975 was de eerste landelijke volksraadpleging in het VK en daarmee een belangrijke breuk met de geschiedenis en soevereiniteit van het parlement. 3. Premier Harold Wilson in g
En ze vroeg zich af wat men wilde: ‘Referenda voor elke belangrijke nieuwe wet? Dan hadden we nu geen antidiscriminatiewet, was alle immigratie stopgezet, was abortus nog steeds verboden en zou de doodstraf nog worden uitgevoerd. Ik verwacht dat we die kant opgaan als we dit eerste referendum houden zonder stil te staan bij de betekenis van de eis dat elke wet overtuigende steun vergt, wat normaliter wordt opgevat als de steun van het Huis.’
Het was de bedoeling dat het referendum van 1975 eenmalig zou zijn. Als we referenda blijven houden, wordt het moeilijk om niet af te glijden naar directe democratie. Zoals Thatcher zei: waarom dan geen referenda voor andere kwesties waarbij de mening van het parlement niet in de pas loopt met die van de meerderheid van het volk? Moeten politieke kwesties voortaan worden beslist met een telefoonstemming, zoals bij Strictly Come Dancing? Sommige mensen vinden dat misschien een aantrekkelijk idee. Ik niet.
Parlementaire machteloosheid later dit jaar zal de roep om een nieuw referendum versterken. Bij Labour ligt het idee sinds het laatste partijcongres op tafel, al blijft de partij er tegenstrijdige signalen over afgeven. Brexit-woordvoerder Keir Starmer week af van de officiële partijlijn door met zoveel woorden te zeggen dat de keuze om in de EU te blijven aan het volk moet worden voorgelegd.
Voorstanders van een referendum die beweren dat ze het Brexit-besluit respecteren, dat ze alleen maar willen dat het volk over de inhoud van de Brexit-deal mag stemmen, moeten erkennen dat ze eigenlijk de uitkomst van het eerste referendum willen terugdraaien. Ze willen het debat over EU-lidmaatschap heropenen. De gedachte dat dit een eind zal maken aan de ontstane verdeeldheid, slaat natuurlijk nergens op.
Dit behoort een parlementaire democratie te zijn, geen veredelde spelshow
Een nieuw referendum biedt geen enkel soelaas voor onze staatsrechtelijke crisis, integendeel: als het de uitkomst van het eerste referendum terugdraait, zou dat een ramp zijn voor ons staatsbestel, onze representatieve democratie en het gezag van ons parlement. Het zou grote woede wekken bij miljoenen Leave-kiezers. En we hoeven maar naar het gehakketak op Labours partijcongres te kijken om te beseffen hoe moeilijk het alleen al zou worden om overeenstemming te bereiken over welke vraag nu precies aan het volk moet worden voorgelegd.
Zelden is er in de Britse geschiedenis zo veel onzekerheid geweest over hoe de nabije politiek toekomst eruitziet. Maar het zou van slappe knieën getuigen om het besluit daarover nu weer aan het volk te laten. De parlementariërs moeten dit oplossen. En als het huidige parlement daartoe niet in staat is, moeten er nieuwe verkiezingen worden uitgeschreven. Mensen die zeggen dat dit de EU-kwestie niet zal oplossen, bedoelen eigenlijk dat het de Brexit niet zal terugdraaien. Maar dat besluit is nu eenmaal genomen en ook een nieuwe regering zal zich verplicht zien de EU te verlaten. Labours woordvoerder van Financiën John McDonnell en vakbondsleider Len McCluskey zeiden dat ook op het partijcongres. Als Labour de Brexit echt wil terugdraaien, moet de partij dat expliciet in haar verkiezingsprogramma zetten en proberen daarmee een meerderheid in het parlement te winnen om dat te bereiken. Veel succes daarmee. Maar zo hoort het in dit land wel te gaan. Dit behoort een parlementaire democratie te zijn, geen veredelde spelshow. Onze flirt met het referendum is uitgelopen op een regelrechte ramp. Laten we nooit meer een referendum houden.
Tegenstanders van de Brexit voorspelden ‘koopspijt’ als Groot-Brittannië in een recessie zou belanden. Maar die bleef uit, schrijft Larry Elliott. En de meeste mensen gingen gewoon door met hun leven.
We hebben het allemaal wel eens meegemaakt: het moment waarop je thuiskomt en beseft dat je die nieuwe trui helemaal niet wilde hebben en hem eigenlijk ook niet kon betalen. Dat heet koopspijt, en het was een idee dat de tegenstanders van een Brexit troost gaf toen ze probeerden bij te komen van de schok na het referendum over de Britse lidmaatschap van de Europese Unie in juni 2016.
Wat de Brexit betreft betekende koopspijt dat mensen die vóór het vertrek uit de EU hadden gestemd daar snel spijt van zouden krijgen omdat de economie onmiddellijk in een diepe recessie zou geraken, zoals het ministerie van Financiën in de aanloop naar het referendum had voorspeld. Project Angst was eigenlijk Project Realiteit, werd gezegd, en het zou niet lang duren eer de voorstanders van Brexit zouden aandringen op een kans om zich alsnog te bedenken.
Er waren ongetwijfeld mensen die, ondanks de onmiskenbare zwakke plekken in het Europese project, oprecht dachten dat er nooit iets goeds zou kunnen voortkomen uit een Brexit, en dat vooral de armen en kwetsbaren die vóór een vertrek hadden gestemd, het meest zouden lijden onder de onvermijdelijk geachte funeste gevolgen. Maar die koopspijt-theorie had een snobistische en hatelijke ondertoon, namelijk dat het plebs te stom was om te beseffen waar het vóór stemde.
Geen armageddon
Toch was de kans altijd klein dat er om die redenen een tweede referendum gehouden zou worden, en dat is ook niet gebeurd. We zijn nu anderhalf jaar verder en er zijn weinig tekenen te bespeuren van koopspijt. Dat komt gedeeltelijk doordat mensen om complexe redenen voor blijven of vertrekken stemden. Het referendum heeft nooit alleen om de economie gedraaid, en achteraf gezien was het een strategische blunder van de voorstanders van het lidmaatschap van de EU om het alleen te hebben over de consequenties van de uitslag voor het bruto binnenlands product en de huizenprijzen.
Een andere reden waarom er geen koopspijt is ontstaan, is dat het land – of liever gezegd: dat deel van het land (verreweg het grootste) dat niet geobsedeerd is door de Brexit – gewoon is doorgegaan met wat het altijd deed. Er zijn Brexit-fanatici, er zijn anti-Brexit-fanatici, en daartussenin zijn er miljoenen mensen die in juni 2016 om een beslissing werd gevraagd, die beslissing hebben genomen, en nu verwachten dat de democratie weer zijn loop heeft. Ze denken niet meer aan de Brexit, net zoals ze tussen twee verkiezingen in ook niet aan de politiek denken.
De koopspijt-strategie vereiste dat het Verenigd Koninkrijk in een recessie zou storten, maar daar is het land niet eens bij in de buurt gekomen. De economie was slap – vooral in vergelijking met die van andere grote, ontwikkelde landen – maar om koopspijt te genereren zou die sterk hebben moeten krimpen en hadden de werkloosheidscijfers omhoog moeten schieten. Met een equivalent van 2009 – toen de economie met meer dan 4 procent kromp – zou dat wellicht gebeurd zijn. Maar in plaats daarvan groeit de economie maar iets minder hard dan op de lange termijn was voorspeld en is de werkloosheid sinds 42 jaar niet meer zo laag geweest. Het uitblijven van een economisch armageddon heeft alleen het gebrek aan vertrouwen in deskundige voorspellers vergroot.
De eerste helft van 2017 was na het referendum de meest hachelijke periode voor de economie. De inflatie steeg snel vanwege de devaluatie van het pond na de keus voor een Brexit, maar zelfs toen was de groei gemiddeld nog 0,3 procent per kwartaal. Sindsdien gaat het weer iets beter, en nu de factoren die inflatie in de hand werken minder actief zijn, blijft dat in 2018 waarschijnlijk zo doorgaan. De verwachtingen voor de mondiale economie zijn naar boven bijgesteld, en dat is een steun voor Britse exporteurs van productiegoederen en diensten. Het enthousiasme op de beurzen kan voor een deel doorgeprikt worden, maar we kunnen er zeker van zijn dat 2018 niet weer een 2009 zal worden. Het tij van de mondiale economie is rondom het tijdstip van het Brexit-referendum gekeerd, en die opleving zal nog wel even standhouden.
Er zijn een paar redenen voor die veranderde stemming. Langdurige stimulering in de vorm van een ongekend lage rente en de vergroting van de geldvoorraad, die bekendstaat als ‘kwantitatieve verruiming’, is een van de factoren. Een andere is de verbeterde financiële positie van de banken.
Een derde factor is het natuurlijke ritme van de conjunctuur, hetgeen betekent dat zelfs behoedzame bedrijven moeten gaan investeren omdat hun bestaande apparatuur het begeeft of verouderd is. Om al die redenen ontstond er weer een vechtersmentaliteit. Bedrijven die overeind waren gebleven tijdens de Grote Recessie zagen dat de dingen eerder beter dan slechter gingen. Ze waren het zat om te zeuren.
Dat betekent niet dat de wereld als door een wonder veranderd is en dat alle problemen die ons de afgelopen tien jaar achtervolgden plotseling zijn verdwenen. Verre van dat. Die grote structurele problemen – het aangaan van te grote schulden om de consumptie te bevorderen, de tien jaar waarin de productiviteit niet is gegroeid, de toegenomen inkomensongelijkheid – zijn niet verdwenen en worden alleen maar verhuld door een krachtige, conjuncturele opleving. Een periode van solide groei schept een gunstiger klimaat waarin enkele van die zwakke punten kunnen worden verbeterd. Het staat nog te bezien of die kans wordt benut.
Dat geldt vooral voor Groot-Brittannië, waar de bedroevende productiviteit hét grote probleem van de afgelopen tien jaar is geweest. Als de groei in productie per hoofd van de bevolking sinds 2008 was doorgegaan in de richting van vóór de recessie, dan zou de levensstandaard inmiddels met 20 procent zijn gestegen. Zelfs volgens de meest pessimistische voorspellingen voor de invloed van de Brexit op de lange termijn wordt niet verwacht dat die even kostbaar zal zijn.
De verdedigers hebben er zo lang op gehamerd hoe vreselijk de Brexit zal uitpakken, dat ze vergeten zijn oplossingen te bedenken
Dat brengt ons bij het laatste probleem van de koopspijt-theorie: de verdedigers hebben er zo lang op gehamerd hoe vreselijk de Brexit zal uitpakken, dat ze vergeten zijn oplossingen te bedenken om iets te doen aan de redenen waaróm mensen tegen het EU-lidmaatschap stemden: lage lonen, onzekerheid over hun baan, het gevoel dat er niet naar hen werd geluisterd. Voorstanders van het EU-lidmaatschap grepen zich vast aan elke flard negatief nieuws over de economie – hoe onbeduidend ook – in de hoop dat het tot een ommezwaai zou leiden. Maar ze waren niet in staat om met een plan te komen dat de structurele, economische problemen van Groot-Brittannië zou oplossen, problemen die er al voor 23 juni 2016 waren en die zullen blijven bestaan, of het resultaat van het referendum nu wel of niet alsnog zou worden verworpen.
Het voortdurend blijven benadrukken van de negatieve gevolgen van de Brexit, zonder met oplossingen te komen voor het chronische tekort op de betalingsbalans van Groot-Brittannië, de noord-zuidkloof en het vertrouwen op de door schulden in stand gehouden groei, heeft de indruk gewekt dat sommige ‘blijvers’ een stevige recessie zouden verwelkomen omdat die de kiezers tot bezinning zou brengen.
Maar die blijvers winnen er niets bij als ze het slechte economische nieuws overdrijven. Misschien zou het beter zijn als ze erop wijzen dat de eurozone in 2017 de verwachtingen van de mondiale economie nog overtrof, en dat Mario Draghi als president van de Europese Centrale Bank de aangeboren gebreken van de euro geweldig wist weg te moffelen. De economie van het Verenigd Koninkrijk zal het in 2018 beter doen dan werd verwacht. Dat zulks deels het resultaat is van een sterkere eurozone, is een van die tegenstrijdigheden van het leven.
Auteur: Larry Elliott
Vertaler: Tineke Funhoff
Larry Elliott is economieredacteur van The Guardian.
The Guardian
Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000
Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.
Massoud Barzani, president van Iraaks-Koerdistan, is de aanjager van de volksraadpleging. Hij vertegenwoordigt de wil van het volk, meent de Koerdische journalist Ayub Nuri.
Hoewel er al veel is geschreven over het Koerdische referendum, zijn er weinig woorden vuil gemaakt aan de man achter dit project en aan waar hij voor staat. Het is waar dat de hele Koerdische natie van onafhankelijkheid droomt, maar Massoud Barzani, president van de regio Koerdistan, is de man aan het roer en het publieke gezicht van de onafhankelijkheidscampagne.
Ik weet dat het onafhankelijkheidsstreven aan overtuigingskracht zou winnen als het om een volk zou blijven draaien in plaats van om één man. Maar het is nu eenmaal een feit dat Barzani een Koerdische leider is die zich al vele jaren sterk heeft gemaakt voor een referendum en voor onafhankelijkheid, zeker sinds Bagdad steeds meer neigt naar een autoritair en militair bewind.
Wie vreest dat een Koerdische staat enkel een zaak is van Barzani zelf, kan geruststelling vinden in de woorden van John F. Kennedy: ‘De overwinning heeft duizend vaders.’ Een Koerdische staat zal er voor iedereen zijn, in het bijzonder voor onze toekomstige generaties.
Des te spijtiger is het dat de wereld lijkt samen te spannen om dit project te laten mislukken. Barzani gaat in zijn eentje het gevecht aan, terwijl de ene na de andere barrière voor hem wordt opgeworpen. Sinds de dag dat het besluit viel om in september een referendum te houden, en zelfs daarvoor al, heeft Barzani geen enkele bedreiging geuit aan het adres van Irak, de buren van Koerdistan of wie dan ook. Dialoog, wederzijds begrip en vreedzame afscheiding vormen de basis van zijn plan, dat heeft hij op elke bijeenkomst en in elk interview benadrukt. Ik denk niet dat hij dit alleen zegt omwille van het referendum. Ik geloof echt in wat hij stelt: dat een Koerdische staat voor geen van zijn buren een bedreiging zal zijn en dat Iran, Turkije, Irak en Syrië zich volkomen op hun gemak zullen voelen met Koerdistan als buur.
‘Zelfs als we alle macht van de wereld bezitten, vallen we niemand aan, en zelfs als de hele wereld ons aanvalt, vechten we terug.’ Dat is waar Barzani in gelooft en dat standpunt zou genoeg moeten zijn om het verzet tegen een Koerdische staat te staken. De Koerden willen een eigen staat, en ze willen in vrede leven met hun buren. Dat is alles.
Degenen die het Koerdische referendum proberen te delegitimeren door te zeggen dat het een Barzani-project is, gaan in tegen de wil van heel een volk. Barzani is simpelweg de leider in een stadium van de Koerdische geschiedenis waarin een kans wordt geboden die niet mag worden gemist.
Volgens de website Kurdistan24 kan een ja-stem leiden tot stabiliteit in de regio.
Na een eeuw van stateloosheid maken de Koerden zich deze maand op om zich in een historisch referendum uit te spreken over een onafhankelijk Koerdistan. Velen waarschuwen de Koerden dat ze hiermee voor instabiliteit zullen zorgen en dat hun tijd nog niet is gekomen. Het tegendeel is echter het geval: Koerdische onafhankelijkheid kan om verschillende redenen de stabiliteit bevorderen, zowel in Irak als in de rest van het Midden-Oosten.
In de eerste plaats is het vanuit een Turks, Arabisch of Perzisch perspectief moeilijk te begrijpen dat de Koerden historisch onrecht is aangedaan door hun een staat te onthouden en hen te veroordelen tot decennia van onderdrukking als minderheid. Zolang de Koerden de grootste natie zonder staat blijven, zullen ze nooit in rustig vaarwater komen.
Daarnaast zal het Midden-Oosten altijd rusteloos blijven en een haard van instabiliteit, zolang een van zijn grote dilemma’s onopgelost blijft. Vasthouden aan de mythe dat de kunstmatige grenzen van Irak en van andere landen in de regio onaantastbaar zijn, is een ontkenning van het gegeven dat deze willekeurige grenzen de werkelijke bron van het conflict vormen in het huidige Midden-Oosten.
Instabiliteit voorkomen
Sinds zijn oprichting heeft Irak de grootste moeite gehad om enig gevoel van eenheid te kweken. Afgezien van de sektarische problematiek is een van de oorzaken van de instabiliteit in Irak de weigering van de Koerdische bevolking om zich te onderwerpen aan de Arabische heerschappij of aan een regering in Bagdad. De Koerden hebben wellicht een hoge prijs betaald voor deze trotse houding, maar hun identiteit was nu eenmaal niet te koop.
‘Wij zijn nu een verenigd land,’ zo verklaarde de Iraakse premier Haider al-Abadi onlangs. Met dergelijke uitspraken gaan de autoriteiten in Bagdad voorbij aan decennia van onderdrukking van de Koerden, en aan de instabiliteit die daaruit voortvloeit.
Zolang Koerdistan door Iraakse grenzen wordt ingeperkt, blijven de verhoudingen explosief en zullen de door Arabische onderdrukking veroorzaakte wonden nooit helen. Een onafhankelijke Koerdische staat zou juist een nieuw begin kunnen betekenen voor Irak.
Volgens de president van de regio Koerdistan, Massoud Barzani, leidt uitstel van onafhankelijkheid enkel tot grotere instabiliteit. ‘We hebben bewezen dat we een stabiliserende factor zijn,’ zei hij. ‘Het referendum is een middel om toekomstige instabiliteit te voorkomen.’
‘We willen elk risico op toekomstig bloedvergieten de kop indrukken,’ voegde de president hieraan toe.
Koerdistan heeft sinds 2003 stabiliteit gekend en is een factor van belang geworden, maar of je nu termen als ‘het andere Irak’ bezigt of het beestje nog een andere naam geeft, formeel blijft het gebied deel uitmaken van Irak. Het Iraakse stempel zal de economie, het toerisme en de veiligheid van Koerdistan blijven frustreren.
Als er iets was waarin soennieten en sjiieten elkaar konden vinden, dan was het in het uitspelen van de etnische kaart tegen de Koerden. De schijnwerpers richten op Koerdisch separatisme en maatregelen nemen om het Koerdische aandeel in de begroting te beknotten, waren vaak een tactiek van Bagdad om de aandacht af te leiden van diepgewortelde problemen en corruptie in het land.
Ironisch genoeg zou een onafhankelijk Koerdistan een bindende factor voor de rest van Irak kunnen zijn. De Koerden zouden de rol van betrouwbare bemiddelaar kunnen spelen en de Irakezen kunnen dwingen hun geschillen op te lossen, zonder dat de Koerdische kwestie als een schaduw over Bagdad hangt.
Het is nooit het goede moment om in een chaotische regio de onafhankelijkheid uit te roepen
In plaats van instabiliteit in Turkije te voeden, zou een Koerdische staat kunnen dienen als een stevige buffer tegen de sektarische twisten die de rest van Irak en de regio in hun greep houden, en die de reeds sterke banden met Ankara op het gebied van economie en veiligheid alleen maar verder verstevigen.
Zijn de Amerikaanse of Europese belangen werkelijk gediend bij het dwangmatig vasthouden aan een verenigd Irak? Of kan een pluriforme Koerdische staat een bolwerk zijn tegen extremisme, en daarmee westerse idealen in de regio ondersteunen?
Het is nooit het goede moment om in een chaotische regio de onafhankelijkheid uit te roepen. Even juist is het om te stellen dat de Koerden niet als onruststokers mogen worden gebrandmerkt: Irak en de hele regio hebben immers nooit iets anders dan onrust en instabiliteit gekend.
Als de Iraakse Koerden bij het referendum op 25 september voor onafhankelijkheid stemmen, zijn de gevolgen voor de toch al instabiele regio niet te overzien, waarschuwt de Israëlische krant Ha’aretz.
Hoe vaak zijn de regeringen en regimes in de Verenigde Staten, Rusland, Iran, Turkije, Irak en Syrië het eens over de te voeren politiek? Vrijwel nooit. Nu zijn ze voor één keer eensgezind. Allemaal proberen ze, al dan niet met behulp van dreigementen, de Koerdische regionale regering (KRG) – het semi-autonome bestuur van de Koerdische regio in Noord-Irak – ervan te weerhouden om op 25 september een referendum over onafhankelijkheid te houden.
De KRG heeft verklaard dat het referendum bindend zal zijn: dus als een meerderheid van de vijf miljoen kiezers voor onafhankelijkheid kiest, zoals algemeen wordt verwacht, zal het afscheidingsproces in werking treden. De door sjiieten gedomineerde regering van Irak heeft al laten weten de uitslag van het referendum niet te zullen erkennen, maar hoe ze de Koerdische onafhankelijkheid kan afwenden is vooralsnog onduidelijk. Het Iraakse leger is nog altijd tamelijk zwak, en bovendien verwikkeld in gevechten met IS. Het heeft geen bases in Iraaks-Koerdistan, waar de Koerdische peshmerga’s de veiligheid en de grenzen bewaken.
Machtige buren
Irak kan echter rekenen op veel machtiger buren om de Koerdische desertie te dwarsbomen. Onlangs bracht de chef-staf van de Iraanse strijdkrachten, generaal Mohammad Hossein Bagheri, een zeldzaam bezoek aan Ankara. Op de agenda stond het gezamenlijke verzet van Iran en Turkije tegen Koerdische onafhankelijkheid. Beide landen delen grenzen aan Iraaks-Koerdistan en hebben grote Koerdische minderheden (ongeveer driekwart van alle Koerden in het Midden-Oosten woont in Turkije en Iran). Die zouden kunnen proberen zich af te splitsen om aansluiting te zoeken bij het nieuwe, onafhankelijke Koerdistan.
De Turkse president Erdogan, die tot enkele jaren geleden nog een vredesakkoord met de Koerden in zijn land ondersteunde, voert nu een onbuigzame, nationalistische, anti-Koerdische politiek. Een onafhankelijk Koerdistan zou daarom een welkome steun in de rug zijn voor Koerdische burgers in Turkije.
Iran heeft nog meer redenen om een Koerdische onafhankelijkheid te blokkeren. De Koerden in Irak controleren cruciale grensgebieden met Iran en Syrië, regio’s die Iran van plan is te domineren om zo een corridor van Iran naar de Middellandse Zee te creëren, via Irak, Syrië en Libanon.
Terwijl Erdogan om binnenlandse redenen de mogelijkheden besprak van een Turks-Iraanse actie tegen Koerdische onafhankelijkheid in Irak, probeerde de Iraanse Revolutionaire Garde dergelijke speculaties de kop in te drukken. Die kunnen namelijk schadelijk zijn voor de huidige militaire operaties tegen IS, waarbij samenwerking met Koerdische troepen gewenst is. Maar als de Koerden na het referendum de weg naar onafhankelijkheid serieus inslaan, is het een zeer reële mogelijkheid dat de Iraniërs en de Turken de handen ineen zullen slaan om dat op gewelddadige wijze te verhinderen.
Ook de Amerikaanse minister van Defensie James Mattis erkent dat Koerdische onafhankelijkheid de regio nog instabieler kan maken. Dus was hij onlangs in de Koerdische hoofdstad Erbil om Massoud Barzani, de Iraaks-Koerdische president, tot uitstel van het referendum te bewegen. In de strijd tegen IS in Irak en Syrië hebben de VS nauw samengewerkt met zowel de Iraakse regering als de Koerden. De door de Amerikanen gesteunde Syrische Democratische Krachten, die voornamelijk uit Koerdische strijders bestaan, hebben het voortouw genomen bij de belegering van Raqqa, de belangrijkste machtsbasis van IS in Syrië. De Koerden zullen vermoedelijk ook een voorname rol vervullen in een volgende gevechtsfase: de verovering van de laatste grote IS-bolwerken, in de Eufraatvallei, aan weerszijden van de Syrisch-Iraakse grens.
De oorlog tegen IS is momenteel het enige min of meer samenhangende onderdeel van Trumps Midden-Oostenpolitiek, en Mattis maakt zich begrijpelijkerwijs zorgen dat een conflict over Koerdische onafhankelijkheid tot nog meer onenigheid zal leiden in een nu al onevenwichtige alliantie tegen IS. Dat Barzani met het referendum voor de deur inbindt, is echter zeer onwaarschijnlijk.
De Koerden hebben geprobeerd om op eigen houtje olie te exporteren uit de rijke olievelden rond Kirkuk. De reactie van de Iraakse regering was het dichtdraaien van de geldkraan voor de regio. De problemen rond de olie-export en dalende olieprijzen hebben de Koerdische regio in een diepe financiële crisis gestort. Drie jaar geleden leefde in Iraaks-Koerdistan nog de hoop op een energiehausse en verrezen er hotels en kantoorgebouwen in de belangrijkste steden, die door brede snelwegen werden verbonden. ‘Nu staat alles stil,’ klaagt een zakenman uit de stad Dohuk. ‘De hotels zijn leeg, er wordt niet meer geïnvesteerd. Onafhankelijkheid lijkt de oplossing voor al onze problemen.’
Koerdistan kan niet alleen de Iraniërs hoofdbrekens bezorgen, maar ook andere potentiële rivalen, zoals Irak, Turkije en Syrië
Is een onafhankelijk Koerdistan levensvatbaar? Omsloten door land en afhankelijk van de olie-export, zal het tot een akkoord moeten komen met een van zijn buren om de olie te kunnen uitvoeren. Maar alle buren zijn sterk gekant tegen Koerdische onafhankelijkheid. Dan zijn er ook nog binnenlandse problemen. Het politieke systeem van de Koerdische Autonome Regio wordt ondermijnd door de voornaamste dynastieën die de politieke partijen beheersen. De corruptie is wijdverbreid. En de milities van de peshmerga’s bestaan weliswaar uit dappere strijders, die twee jaar lang, terwijl het Iraakse leger bezig was uit elkaar te vallen, als enigen het hoofd boden aan IS – maar ze tellen ook tienduizenden vergrijsde veteranen die pensioenen opstrijken terwijl ze zwart bijklussen als bewakers. Bij gebrek aan voldoende zware wapens zal het voor de peshmerga’s moeilijk zijn Koerdistan te verdedigen tegen invallen van Turkije of Iran, waartoe deze landen, al dan niet op uitnodiging van de Iraakse regering, kunnen overgaan.
Eén land waarvan de Koerden hopen dat het hen zal steunen is Israël, een van de eerste afnemers van Koerdische olie. Sommige Israëlische politici hebben openlijk steun betuigd aan Koerdische onafhankelijkheid, maar de regering heeft een zeer berekenend neutraal standpunt ingenomen. Een onafhankelijk Koerdistan biedt Israël een aantal voordelen, waarvan de locatie langs Irans route naar Syrië en Libanon het meest voor de hand liggende is. Koerdistan kan niet alleen de Iraniërs hoofdbrekens bezorgen, maar ook andere potentiële rivalen, zoals Irak, Turkije en Syrië. Israëlische zakenlieden zijn nu al welkom in Erbil, en de ontwikkelingsbehoeften van een nieuwe en potentieel pro-westerse natie kunnen miljarden opleveren. Maar Israël wil op dit moment niets doen zonder samenspraak met de Amerikanen.
Israël doet ook omzichtige pogingen de strategische relatie met Turkije te herstellen. De diplomatieke betrekkingen zijn hervat, maar er is nog een lange weg te gaan eer het vroegere niveau van samenwerking is hersteld. Zoals het er nu voorstaat, is Turkije het enige buurland van de Koerden waarmee Israël open verhoudingen heeft en dat als doorvoergebied voor Koerdische olie kan dienen. Op de korte termijn kunnen de Koerden Israëls rivalen een hoop problemen in de regio bezorgen. Op de lange termijn is het voor Israël noodzakelijk dat Turkije en Koerdistan tot een vergelijk komen, wil er een regionale alliantie tot stand komen waarvan aartsvijand Iran buitengesloten blijft. Het referendum zal een dergelijke ontwikkeling zeker niet bespoedigen. Dus als de Koerden verwachten dat Israël hun onafhankelijkheid snel zal erkennen, komen ze waarschijnlijk bedrogen uit.
Al een eeuw strijden de Koerden in Irak voor zelfbestuur. Het referendum dat de Iraaks-Koerdische regering voor 25 september heeft uitgeschreven, biedt een unieke kans.
Sinds de ontmanteling van de Koerdische provincie van het Ottomaanse rijk (als gevolg van de Britse bezetting van het gebied aan het einde van de Eerste Wereldoorlog), haken de Koerden in Irak naar onafhankelijkheid, in welke vorm dan ook. Aanvankelijk, aan het begin van de jaren twintig, richtten Europees georiënteerde nationalisten zich tot de Britse hoeders van het Iraakse mandaatgebied, met wie ze een wisselvallige relatie hadden. Onder auspiciën van de ‘koning van Koerdistan’, Mahmud Al-Hafid Barzanji, verzochten ze op de ‘lijst van nog te bevrijden volken’ te worden geplaatst. Ze wilden hiermee voorkomen dat ze weer onder Turks bewind zouden worden geplaatst.
Nadat in 1932 de onafhankelijkheid van Irak was uitgeroepen – dat een Koerdische provincie kreeg – kwam de Koerdische nationalistische beweging voortdurend in botsing met de heersers in Bagdad. Achtereenvolgens waren dat de Hasjemitische dynastie (1932-1958), de nationalistische Iraakse leider Abdelkarim Al-Qassem (1958-1963) die Irak uitriep tot ‘eeuwige republiek’, en een reeks Baath-regimes: de gebroeders Abdelsalam en Abderrahman Aref (1963-1968), het duo Ahmed Hassan Al-Bakr en diens ‘secondant’ Saddam Hoessein (1968-1979), en tenslotte Saddam Hoessein zelf (1979-2003).
De Amerikaanse invasie van Irak en de val van Saddam Hoessein in 2003 betekenden voor de Koerden dat ze niet meer voor een herstel van de tirannie van Bagdad hoefden te vrezen. Ze hadden al een autonoom gebied in Noord-Irak bevochten nadat de Amerikanen het bewind van Saddam in de nasleep van de Eerste Golfoorlog in 1991 vleugellam hadden gemaakt.
Nu is de Iraaks-Koerdische regering vastbesloten de nationalistische ambities volledig te verwezenlijken door op 25 september een referendum over onafhankelijkheid uit te schrijven. Er wordt openlijk van ‘afscheiding’ gesproken, een kortgeleden nog brandgevaarlijke term die tegenstanders van de Koerden gebruikten om hun autonomie in een kwaad daglicht te stellen.
De situatie in de regio is weinig rooskleurig, maar dat komt de door schade en schande wijs geworden Koerden niet slecht uit. Zij weten immers dat hun omstandigheden verbeteren wanneer de vier staten waarover zij zijn uitgewaaierd (Irak, Iran, Syrië, Turkije) het zwaar te verduren krijgen. Alle spanningen tussen deze landen vormen voor de Koerden evenzovele bressen waarin zij zich kunnen nestelen.
Mede dankzij het in 2006 ingestelde Iraakse federale systeem hebben de lokale autoriteiten van Erbil economische en politieke banden gesmeed met hun buurlanden, in het bijzonder met Iran en Turkije. Dit bewijst dat ze veel pragmatischer zijn dan uit hun nationalistische discours blijkt.
Niet aan de grote klok
Turkije en Iran hangen hun relatie met de Koerden in Irak liever niet aan de grote klok. Deze laatsten geven nu echter signalen af dat zij zich aan de kant van hetzij Ankara, hetzij Teheran zullen scharen, afhankelijk van de vraag welke partij het beste de Koerdische belangen dient. Daarom mijdt zowel Ankara als Teheran op dit moment meer dan ooit een confrontatie met de Iraakse Koerden. Want daarmee zou de ene regionale grootmacht de Koerden in de armen van de ander kunnen drijven, met ernstige economische en politieke schade als gevolg.
De centrale regering in Bagdad is in dit politieke spel nog het minst te benijden, verzwakt als zij is door sektarische verdeeldheid, een neergaande economische situatie en een nog altijd haperende dagelijkse water- en stroomvoorziening. Bagdad – met zijn door sjiieten gedomineerde regering – wordt dermate door de eigen problemen in beslag genomen dat het zich van de rest van de Arabische wereld dreigt te vervreemden. Hierdoor is het minder in staat weerstand te bieden aan het Koerdische streven naar onafhankelijkheid. Het centrale Iraakse gezag is niet bij machte de Koerden zijn wil op te leggen. Het kan al helemaal geen oorlog tegen ze voeren, aangezien het Iraakse leger steeds verder uit elkaar valt. Blijft over: verbale agitatie.
Overigens blijven de Koerden er heilig van overtuigd dat de Amerikanen het laatste woord zullen hebben, naast in mindere mate de Europeanen en de Russen
Iraaks Koerdistan heeft zelf ook problemen, maar die zijn minder ernstig. Een optimistische visie luidt dat de onafhankelijkheid, die eventueel op het referendum volgt, een oplossing voor die problemen kan zijn. Salarissen zouden makkelijker kunnen worden betaald, en de spanningen tussen de regerende Koerdische Democratische Partij (KDP) en oppositiegroepen verminderen er wellicht door. Ook zou onafhankelijkheid een gunstig effect kunnen hebben op een transparant beheer van publieke gelden en op sociale gerechtigheid. Pessimisten vrezen juist dat de onafhankelijkheid vooral de huidige politieke elite ten goede zal komen en dat een nieuw Koerdistan meer zal lijken op Zuid-Soedan dan op een rechtsstaat en een baken van democratie. In dat scenario dient het referendum er alleen maar toe om de problemen te verdoezelen door nationalistische sentimenten op te poken.
Hoe dan ook, voor een overweldigende meerderheid van de Koerden is dit referendum een unieke kans. De regionale Koerdische regering heeft daarom haar uiterste best gedaan haar betrekkingen met Arabische landen, met name de Golfstaten, op te poetsen. Dit om zo veel mogelijk steun voor de Koerdische onafhankelijkheid te verwerven. Toch blijven vooral Iran en Turkije sceptisch: ze zijn beducht voor het effect van die onafhankelijkheid op hun eigen Koerdische minderheden.
Overigens blijven de Koerden er heilig van overtuigd dat de Amerikanen het laatste woord zullen hebben, naast in mindere mate de Europeanen en de Russen. Het Koerdische leiderschap zou het ook wel uit het hoofd hebben gelaten dit referendum te organiseren als het daarvoor geen groen licht van de wereldmachten had gekregen. Sinds 1991 hebben de Koerden geleerd zelfvoorzienend te zijn en rekening te houden met de duistere wetmatigheden die de internationale politiek dicteren.
Evenzeer hebben zij een instinct ontwikkeld om de kansen te grijpen die de omstandigheden bieden. Op die manier zouden ze een einde kunnen maken aan de illusie van de ‘eeuwige’ republiek die de vroegere nationalistische Iraakse president Abdelkarim Al-Qassem koesterde.
Of Koerdistan wordt nu onafhankelijk, of het wordt dat nooit meer: dat is de opvatting in de regio.
‘Het Leven’ is ongetwijfeld de meest toonaangevende krant van de Arabische diaspora en het favoriete podium voor liberale Arabieren die een groot publiek willen bereiken. De krant neigt naar pro-westerse en pro-Saoedische berichtgeving, maar staat ook open voor andere meningen.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.