Tag: regime

  • Honderdduizenden wereldwijd de straat op om ​​regimewissel in Iran te eisen

    Honderdduizenden wereldwijd de straat op om ​​regimewissel in Iran te eisen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Hongarije: Orbán belooft af te rekenen met ‘agenten van Brussel’

    » VK: rechtbank vindt verbod op Palestine Action ‘disproportioneel’

    Een van de demonstranten was sjahzoon Reza Pahlavi

    Zo’n 250.000 mensen namen zaterdag in München deel aan ‘de grootste demonstratie ooit georganiseerd in Europa door tegenstanders van het Iraanse regime’, meldt Radio Free Europe-Radio Liberty (RFE-RL). Deze bijeenkomst in München, in de marge van de Veiligheidsconferentie, ‘maakte deel uit van een wereldwijde actiedag die werd georganiseerd door Reza Pahlavi, de jongste zoon van de sjah van Iran, die tijdens de Islamitische Revolutie van 1979 werd afgezet’, legt de website uit.

    ‘Pahlavi, een vooraanstaand lid van de Iraanse oppositie in ballingschap’, was naar München gereisd om deel te nemen aan de conferentie. Hij werd met ‘een staande ovatie’ ontvangen door de demonstranten. ‘Ik ben hier om een ​​overgang naar een democratische en seculiere toekomst te garanderen’, verklaarde de Iraanse monarch. Hij benadrukte de transitie naar een ‘democratisch en transparant proces, via de stembus’ te willen leiden.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    München was slechts een van de vele steden waar tegenstanders van het Iraanse regime zaterdag demonstreerden. In Toronto trok een nog grotere menigte, volgens schattingen van de politie zo’n 350.000 mensen, over een van de belangrijkste verkeersaders van de Canadese metropool voor ‘een van de grootste demonstraties in de geschiedenis van de stad’, aldus de Toronto Star. Ook in Sydney, Londen, Berlijn en Los Angeles werden demonstraties gehouden.

    Deze wereldwijde mobilisatie vindt plaats terwijl Donald Trump tegenstrijdige signalen naar Iran stuurt: enerzijds beweert hij een diplomatieke aanpak van de nucleaire kwestie na te streven, anderzijds versterkt hij de Amerikaanse militaire aanwezigheid aan de Iraanse grens.

    De Amerikaanse president verklaarde vrijdag vanuit het Witte Huis dat hij een tweede vliegdekschip naar het Midden-Oosten zou sturen en voegde eraan toe dat een regimeverandering in Iran het beste zou zijn wat er kon gebeuren, meldt Al-Jazeera.

  • Gaan de VS het Hongarije van Orbán achterna?

    Gaan de VS het Hongarije van Orbán achterna?

    MAGA-conservatievelingen zijn dol op Viktor Orbán. Maar dankzij hem is Hongarije inmiddels corrupt en verarmd en is de economie gestagneerd. Als Orbáns autoritaire overname als voorbeeld wordt genomen, ziet Anne Applebaum de toekomst van Amerika somber in.

    Sjieke hotels en dure restaurants bepalen tegenwoordig het aanzien van het centrum van Boedapest, een stad die ooit bekendstond om haar vervallen gevels. In het centrum van de stad zijn ook nieuwe monumenten verrezen. Een daarvan, een imitatie van het Vietnammonument in Washington D.C., is een eerbetoon aan het verloren gegane, negentiende-eeuwse Hongaarse Rijk. In plaats van namen van oorlogsslachtoffers staan er namen op van voormalige ‘Hongaarse’ plaatsen – dorpen en steden die nu in Roemenië, Slowakije, Oekraïne of Polen liggen. De in lange granieten muren gegraveerde namen vormen een plechtig eerbetoon met een eeuwig brandende vlam.

    Maar achter de nationalistische kitsch en de toeristische attracties gaat een heel andere realiteit schuil. Hongarije, dat ooit werd gezien als het rijkste land van Centraal-Europa (‘de gelukkigste barak in het socialistische kamp’ zoals het land tijdens de Koude Oorlog werd genoemd), en dat later het Centraal-Europese land was waar investeerders het meeste heil in zagen, is tegenwoordig een van de armste landen, om niet te zeggen hét armste land, van de Europese Unie.

    Orbán in Amerika

    De industriële productie neemt jaar na jaar af. De productiviteit is de laagste in de wijde omtrek. De werkloosheid neemt steeds meer toe. Ondanks alle grote woorden van de regeringspartij over traditionele waarden, krimpt de bevolking. Misschien komt dat doordat jonge mensen geen kinderen willen krijgen in een land waar twee derde van de inwoners het landelijke onderwijssysteem als ‘slecht’ betitelt en waar afdelingen van ziekenhuizen sluiten omdat er zo veel artsen zijn uitgeweken naar het buitenland. Misschien dat getalenteerde mensen niet in een land willen blijven dat al drie jaar op rij als het meest corrupte land binnen de EU wordt gezien. Zelfs de Index van Economische Vrijheid – die wordt gepubliceerd door de Heritage Foundation, de aan MAGA-gelieerde denktank achter Project 2025 – plaatst Hongarije helemaal onderaan de EU-lijst waar het de integriteit van de overheid betreft.

    Toeristen in het centrum van Boedapest merken niets van deze neergang. Net zo min als rechts Amerika, kennelijk. Want hoewel de premier van Hongarije, Viktor Orbán, geen minerale rijkdommen heeft weg te geven en niet over een noemenswaardig leger beschikt, speelt hij een buitenproportionele rol in het politieke debat in Amerika. Tijdens de presidentiële campagne van 2024 had Orbán diverse ontmoetingen met Donald Trump.

    Een Republikeins Congreslid omschreef het land als ‘een van de succesvolste modellen van conservatief bestuur’

    In mei 2022 organiseerde een pro-Orbán-denktank de rechtse Conservative Political Action Conference (CPAC) in Boedapest, en drie maanden later ging Orbán naar Texas om te spreken op de CPAC-conferentie in Dallas. Tijdens de derde editie van CPAC-Hongarije, vorig jaar, omschreef een Republikeins Congreslid het land als ‘een van de succesvolste modellen van toonaangevende conservatieve opvattingen en bestuur’. In een videoboodschap noemde Steve Bannon Hongarije ‘een inspiratiebron voor de hele wereld’. Kevin Roberts van de Heritage Foundation heeft, in weerwil van de analyse die zijn eigen instituut heeft gemaakt van de manier waarop Hongarije wordt bestuurd, het moderne Hongarije geprezen als ‘niet zomaar een model voor moderne staatskunde, maar hét model’.

    Orbáns autocratische overname

    Wat is dit dan voor model, dat zo veel bewondering oogst? Op de eerste plaats heeft het niets van doen met moderne staatskunde. Het is een zeer oude, zeer bekende blauwdruk voor een autocratische machtsovername, die is gehanteerd door zowel rechtse als linkse leiders, van Recep Tayyip Erdoğan tot Hugo Chávez.

    Na Orbáns herverkiezing in 2010 heeft hij stelselmatig ambtenaren vervangen door loyalisten; economische drukmiddelen en regelgeving ingezet om de vrije pers de mond te snoeren; universiteiten hun onafhankelijkheid ontnomen en zelfs een universiteit gesloten; het rechtssysteem gepolitiseerd; en meer dan eens de grondwet aangepast voor zijn eigen electorale gewin. 

    Orbáns autocratische overname is precies waar ze in Amerika zo’n bewondering voor koesteren

    Tijdens de coronaepidemie verleende hij zichzelf noodbevoegdheden, die hij tot op de dag van vandaag heeft gehouden. Hij is openlijk banden aangegaan met Rusland en China, heeft zich op EU-vergaderingen doen gelden als spreekbuis van het Russische buitenlandsbeleid en heeft schimmige Chinese investeerders toegang geboden tot zijn land.

    Deze autocratische overname is precies waar onder meer Bannon en Roberts zo’n bewondering voor koesteren, en het is precies wat ze nu zelf proberen te bewerkstelligen in Amerika. De uitholling van het ambtenarenapparaat is al gaande, de druk op de pers en de universiteiten wordt opgevoerd en er wordt ook al gesproken over grondwetswijzigingen. Maar we horen de pleitbezorgers van deze ideeën zelden over hoe het de Hongaarse economie is vergaan, of de gewone Hongaar, toen die wijzigingen eenmaal waren doorgevoerd. Evenmin kijken ze naar de tegenstellingen tussen Orbáns retoriek en de realiteit van zijn beleid. Orbán heeft het bijvoorbeeld heel veel over het weren van emigranten, maar op zeker moment heeft zijn regering visa verstrekt aan willekeurig welke inwoner van een land buiten de EU, als diegene voor 300.000 euro aan staatsobligaties kocht van geheimzinnige offshorebedrijven.

    Orbán en de oligarchie

    Orbán heeft de mond vol van familiewaarden, al geeft zijn regering per hoofd van de bevolking minder uit aan gezondheidszorg dan welk ander EU-land ook. Hij heeft ook de toegang tot IVF aan banden gelegd. En dan is er nog het beruchte geval van een man die seksueel misbruik van kinderen in tehuizen bleek te hebben toegedekt, maar die Orbán evengoed gratie verleende. 

    Orbán praat ook graag over ‘het volk’, terwijl hij zijn vrijwel absolute macht niet gebruikt om de Hongaarse welvaart te bevorderen maar om nog meer geld toe te spelen aan een klein groepje rijke zakenlieden, van wie sommige familie van hem zijn. In Boedapest worden deze oligarchen soms NER genoemd, of NER-mensen, of NERistani – bijnamen die zijn afgeleid van Nemzeti Együttműködés Rendszere, ofwel het Systeem van landelijke samenwerking, de Orwelliaanse naam die Orbán zijn politieke systeem heeft gegeven – en deze NERistani profiteren direct van hun nauwe banden met de leider.

    Direkt36, een van de weinige overgebleven teams van onderzoeksjournalisten in Hongarije, heeft onlangs een documentaire gemaakt, The Dynasty, waarin onder meer is te zien hoe aanbestedingen voor staats- en EU-contracten vanaf ongeveer 2010 bewust zo zijn opgezet dat Elios Innovatív, een energiebedrijf dat deels in handen is van Orbáns schoonzoon István Tiborcz, de opdrachten in de wacht zou slepen. De EU heeft uiteindelijk 35 contracten onderzocht en in vele daarvan onrechtmatigheden aangetroffen, naast bewijzen van belangenverstrengeling. (In een verklaring uit 2018 zei Elios dat hij alle wet- en regelgeving had nageleefd, wat ongetwijfeld waar is; het punt van dit systeem is nu juist dat het allemaal legaal is gemaakt.)

    Lőrinc Mészáros, ooit de rijkste man van Hongarije, heeft zijn rijkdom toegeschreven aan ‘God, geluk en Viktor Orbán’

    Dit is slechts een van de vele verhalen die Hongaren elkaar vertellen, maar niet in het openbaar. The Dynasty gaat ook over het Kisfaludy Tourism Development Programme, dat het toerisme diende te bevorderen en daartoe 316 miljard Hongaarse forinten (860 miljoen dollar) aan subsidies mocht verdelen. Twee derde daarvan ging naar 0,5 procent van de aanvragers; bijna een vijfde ging naar projecten waar Tiborcz iets mee van doen had, of mee van doen zou krijgen.

    Niet dat Tiborcz de enige is die zich mag verheugen in de vrijgevigheid van de overheid. Lőrinc Mészáros, ooit de rijkste man van Hongarije, een gasinstallateur die later ondernemer is geworden, en tevens een oude vriend van de premier, heeft zijn rijkdom ooit toegeschreven aan ‘God, geluk en Viktor Orbán.’ Andere gunstelingen komen en gaan, al naar gelang Orbáns grillige voor- en afkeuren. Een Hongaarse zakenman zei ooit tegen me dat ‘je kunt merken wie in de gunst is en wie niet door te kijken welke ondernemingen floreren. Als je in de gunst bent, groeit je bedrijf. Als je eruit ligt, zal je bedrijf krimpen. Dat is binnen een jaar of twee merkbaar.’

    Orbán en de ‘onvoorstelbare successen’

    Dergelijke vormen van corruptie zijn, zoals gezegd, meestal legaal omdat de wetten, contracten en aanbestedingsregels zo zijn opgesteld dat die ruimte er is. En zelfs als bepaalde activiteiten illegaal zouden zijn, zouden door de overheid gecontroleerde aanklagers geen onderzoek instellen. De corruptie vindt plaats op een dermate grote schaal dat de rest van de economie erdoor wordt verstoord. De Hongaarse zakenman en een Hongaarse econoom met wie ik heb gesproken – en die beiden absoluut anoniem wilden blijven, uit angst voor represailles – hadden onafhankelijk van elkaar berekend dat NERistan zo’n twintig procent van de Hongaarse economie uitmaakt.

    Dat wil zeggen, zo legde de econoom me uit, dat twintig procent van de Hongaarse bedrijven niet draait ‘op basis van marktwerking, niet op basis van verdiensten, maar feitelijk op basis van loyaliteit.’ De bedrijven hebben geen normaal personeelsbeleid en ze gebruiken geen echte businessmodellen, omdat ze niet zijn opgezet om efficiënt te zijn en winst te maken, maar om de kleptocratie te faciliteren – het doorsluizen van overheidsgeld naar de eigenaars van de bedrijven.

    Het Sovereignty Protection Office is een sinister orgaan dat onafhankelijke Hongaarse organisaties intimideert en zwartmaakt

    Niet dat het regime ooit zal toegeven dat de oligarchie een rol speelt binnen het systeem, of zelfs maar zal onderkennen dat Hongarije mogelijk aan de vooravond staat van een structurele crisis. Een andere Hongaarse econoom vertelde me dat Orbán altijd ‘een stralende toekomst’ voorspelt, met ‘successen, onvoorstelbare successen.’

    ‘Schenk ons alstublieft uw vertrouwen,’ zei Orbán begin 2023 tijdens zijn jaarlijkse toespraak. ‘Gelooft u mij: Tegen het einde van dit jaar zal de inflatie niet langer dubbele cijfers bedragen.’ Maar in 2023 bedroeg de jaarlijkse inflatie maar liefst dik 17 procent. In 2024 voorspelde de regering een groei van 4 procent; de werkelijkheid was 0,6 procent. Wie met tegengeluiden komt, zal vermoedelijk nauwelijks gehoord worden. Onafhankelijke economen worden zelden gevraagd in televisieprogramma’s en ze komen ook nauwelijks aan bod in de verschillende door de regeringspartij gecontroleerde media.

    Orbáns onderdrukking

    In februari 2024 heeft het regime het Sovereignty Protection Office in het leven geroepen, een sinister orgaan dat onafhankelijke Hongaarse organisaties intimideert en zwartmaakt. Sinds de Amerikaanse verkiezingen en de aanval op USAID heeft deze dienst haar inspanningen verdubbeld. De dienst richt zijn pijlen onder meer op de Hongaarse tak van Transparency International, de anticorruptieonderzoeksgroep, en op het portal voor onderzoeksjournalistiek Atlatszo.hu – en op willekeurig welke instelling die de waarheid zou kunnen vertellen over hoe het land werkelijk functioneert.

    Maar voor wie bereid is te kijken is die waarheid overal zichtbaar, aangezien de gunstelingen van dit corrupte systeem er geen enkel probleem mee hebben om te pronken met hun rijkdom. Toen ik tegen een Hongaarse vriend begon over alle glimmende hotelgevels in de binnenstad van Boedapest, snoof hij: ‘Ja, wat wil je, daar wonen al die NER-lui. Die willen dat alles blinkt.’ Bovendien hebben ze zelf een groot deel van die hotels in bezit. In The Dynasty, de documentaire, zitten ook beelden van de Hongaarse elite die feest in clubs en paleizen. De film is binnen een maand meer dan 3 miljoen keer bekeken, wat veel is voor een land met 9,6 miljoen inwoners. In de duizenden reacties op YouTube worden de Direkt36-journalisten bedankt dat ze de ‘echte waarheid’ hebben getoond, die nergens anders te zien is.

    Hongarije is in veel opzichten haast het tegenovergestelde van Amerika: het land is klein, arm en homogeen. Maar de film riep bij mij een angstig voorgevoel op. Terwijl Elon Musk, die door de overheid is ingehuurd, ons ambtenarenapparaat ontmantelt en beslissingen neemt over de ministeries die hem reguleren; terwijl de FBI en het ministerie van Justitie worden overgenomen door partizanen die nooit hun collega’s zullen vervolgen voor corruptie; terwijl inspecteurs-generaal worden ontslagen en wetgeving over belangenverstrengeling aan de laars wordt gelapt, tolt Amerika in sneltreinvaart richting Hongaars populisme, Hongaarse politiek en een Hongaars rechtssysteem. Dat betekent ook dat ons Hongaarse stagnatie, Hongaarse corruptie en Hongaarse armoede staan te wachten.

  • Het harde optreden van het Iraanse regime leidt tot een afkeer van religie

    Het harde optreden van het Iraanse regime leidt tot een afkeer van religie

    Volgens deze Jemenitische auteur heeft de focus van het Iraanse regime op religie in plaats van op de materiële nood van de bevolking een averechts effect. ‘Iran noemt zichzelf de “Islamitische Republiek”, maar het atheïsme is wijdverbreid.’

    Lees ook de andere artikelen uit het Dossier ‘Vrouw, leven vrijheid’ over de protesten in Iran:

    » In Iran is ‘Dood aan Amerika’ veranderd in ‘Dood aan de dictator’

    » Verschillende sociale klassen slaan handen ineen

    » ‘Vrouwenrechten zijn onverenigbaar met religie’

    Hoewel de dood van Mahsa Amini op 16 september jongstleden tot grote woede heeft geleid, weten de Iraniërs dat de aanstoot die het regime nam aan een ontsnapte haarlok illustreert hoe graag het met een overmaat aan religie tegenwicht wil bieden aan de materiële nood van de bevolking. 

    Omdat het regime er niet in is geslaagd de belangen van de Iraniërs hier op aarde naar behoren te behartigen, probeert het dat in een andere wereld te doen. Met andere woorden, in plaats van de mensen de mogelijkheid te geven hun leven hier beneden te verbeteren, wordt hun het walhalla daarboven voorgespiegeld.

    De opleving van het Koerdisch nationalisme

    De Iraanse Koerden, die deelnemen aan de protestbeweging, worden met harde hand onderdrukt. Deze volksopstand heeft hun oude aanspraak op territoriale autonomie weer doen opleven.

    De Iraanse Koerden zien de betogingen in Iran, waaraan ze actief deelnemen, als een mogelijkheid voor het land om zich te ontdoen van een religieus regime en de mensenrechtensituatie te verbeteren, maar ook als een mogelijkheid om hun oude aanspraak op autonomie weer van stal te halen, die aansluit bij het nationalistische streven van de Koerden in het Midden-Oosten naar een transnationale politieke gemeenschap van Turkse, Syrische, Iraakse en Iraanse Koerden, legt de pan-Arabische krant Daraj uit.

    De slogans – zoals ‘Koerdistan zal een begraafplaats voor de fascisten zijn’ – en de meegevoerde portretten van Abdul Rahman Ghassemlou – een van de meest vooraanstaande leiders van de Democratische Partij van Iraans Koerdistan, die in 1989 in Wenen is vermoord door de Iraanse inlichtingendienst tijdens een speciale operatie waaraan ook de Iraanse ex-president Ahmadinejad deelnam – laten zien dat de huidige beweging een Koerdisch nationalistisch tintje heeft.

    Deze etnische minderheid, die lange tijd is gemarginaliseerd, ziet bovendien raakvlakken tussen de Koerdische en de feministische beweging. ‘De meeste Koerdische feministen die in Iran gevangenzitten zijn gearresteerd om twee redenen, hun feministische betrokkenheid en hun [Koerdisch] nationalisme’, aldus de auteur van het artikel, die zelf een Syrische Koerd is.

    Daraj herinnert eraan dat deze wil om actiever in het geweer te komen tegen het regime al voor de huidige twisten bestond. De Democratische Partij van Iraans Koerdistan en de Democratische Partij van Koerdistan in Iran, de twee grootste Koerdische partijen in Iran, hadden zich afgelopen augustus al verenigd na een schisma van zestien jaar.

    De twee partijen, die over een militaire vleugel beschikken, de Peshmerga, hebben toen het begin van een nieuwe fase aangekondigd ‘in de strijd tegen het regime van de Islamitische Republiek Iran en tegen ieder plan dat het pluralisme en de rechten van minderheden ontkent’.

    Teheran zegt bovendien dat er Peshmerga-strijders deelnemen aan de betogingen in Koerdische steden, wat door de Koerden wordt ontkend. Het is vermoedelijk een excuus om de repressie op te voeren, besluitDaraj..

    De tegenstelling tussen discours en praktijk is schrijnend. Het is de tegenstelling tussen de ‘Islamitische Republiek’ en een moordzuchtige handhaving van de ‘goede zeden’. Tussen de bewering dat men de islam wil koesteren als het licht in de ogen en het met harde hand uitdragen van de religieuze ideologie.

    Voor een groot deel van de samenleving lijkt religie dus een eenvoudig instrument in handen van het regime om ieder streven naar een beter leven de kop in te drukken. Dat werkt een afkeer in de hand van alles wat naar religie riekt. In die zin is de opstand tegen het verplicht dragen van een hoofddoek in feite een afwijzing van de ideologische fundamenten van het regime, met zijn velayat-e faqih-doctrine [de voorrang van religie op politieke macht].

    Deze doctrine vormt de basis van het bewind van opperste leider Ali Khamenei, wiens beeltenis in tal van Iraanse steden door betogers in brand is gestoken. Khamenei vertegenwoordigt een militair-religieuze macht, die het resultaat is van een verbond tussen de sjiitische geestelijkheid en het leger rond de Revolutionaire Garde.

    Afkeer

    De afkeer komt ook tot uiting in een reeks verschijnselen die hand over hand toenemen: atheïsme, drugsgebruik, meer criminaliteit, stijgende emigratie. Het zijn verschijnselen die zich ook in andere moslimlanden voordoen, om soortgelijke redenen. Deze redenen houden verband met de vervlogen hoop op democratisering, met economische tegenslag en met werkloosheid. Maar daar komt het cynische gebruik van religie voor politieke doeleinden nog bij.

    73 procent van de Iraniërs is tegen het verplicht dragen van een hoofddoek

    Toch vormt Iran een geval apart, vanwege de duidelijke afkeer van religie die er in het land heerst. Tijdens een peiling in juni 2020, zo meldde de in Londen gevestigde televisiezender Iran International, zei 73 procent van de ondervraagden tegen het verplicht dragen van een hoofddoek te zijn en verklaarde slechts 26 procent te geloven in imam Mahdi, wiens terugkeer van het einde der tijden een belangrijk element vormt van het hedendaagse sjiisme. Van de 61 procent van de ondervraagden die zei uit een gelovige familie te komen verklaarde 60 procent nooit meer te bidden.

    Daar komt nog bij dat de sjiieten in Ahwaz, een regio in het zuidwesten van Iran met een grote Arabischtalige bevolking, zich in groten getale tot het soennisme bekeren. Daarmee willen ze afstand nemen van het staatssjiisme van de Iraanse machthebbers, dat ze associëren met het streven naar hegemonie van Iraanse nationalisten. Het soennisme daarentegen verenigt hen in hun ogen met de andere Arabische landen, waar de soennieten veruit in de meerderheid zijn.

    De voetballers

    Net als veel andere bekende Iraniërs hebben diverse voetballers zich solidair verklaard met de protestbeweging.

    Op 27 september, tijdens een vriendschappelijke wedstrijd van Iran tegen Senegal in Wenen, hebben de Iraanse spelers tijdens het spelen van de volksliederen hun shirt onder een zwarte parka verborgen. Sterspeler Sardar Azmoun heeft boodschappen op Instagram gepost om de betogers te steunen, zoals deze: ‘Schandalig dat jullie het volk zo moeiteloos hebben vermoord en leve de vrouwen van Iran.’ Boodschappen die hij uiteindelijk heeft moeten verwijderen onder druk van de autoriteiten, die hebben beloofd ‘beroemdheden te zullen aanpakken die olie op het vuur gooien’. Volgens de Iraanse krant Javan hebben de Instagramposts van een andere legendarische voetballer, Ali Karimi, ‘heel wat meer invloed dan universiteitsdocenten’.

    Terwijl de vertegenwoordigers van religieuze instanties rijkelijk profiteren van de eerder genoemde overmaat aan religie, leeft meer dan de helft van de bevolking onder de armoedegrens. Toch is Iran een van de landen met de grootste natuurlijke hulpbronnen ter wereld en zou de economie moeten floreren, ware het niet dat het militair-religieuze verbond in alle lagen van de maatschappij is doorgedrongen om deze hulpbronnen aan zijn eigen politieke en geopolitieke ambities te verspillen.

    Zo geeft het verhaal van Mahsa Amini en duizenden andere Iraanse vrouwen inzicht in de ware aard van een regime waarvan de uitspraken niet stroken met de praktijk. Het gebruikt de zedenpolitie als dekmantel voor het plegen van moorden en ontketent oorlogen onder de vlag van islamitische eenheid. Het noemt zichzelf ‘Islamitische Republiek’ maar het atheïsme is wijder verbreid dan onder het monarchistische bewind van de sjah. 

    Lees ook:

  • Was de Syrische revolutie een vergissing?

    Was de Syrische revolutie een vergissing?

    Hadden de Syriërs beter niet in opstand kunnen komen tegen president Assad? Het lijkt gezien alle slachtoffers misschien een terechte vraag, maar dat is het niet, schrijft Youssef Bazzi. ‘De schuld ligt niet bij de bevolking, maar bij het regime.’

    ‘De revolutie had nooit mogen uitbreken,’ zeggen miljoenen Syriërs en andere Arabieren. Een opvatting die stoelt op de rampspoed en de verschrikkingen die alle Syriërs hebben bezocht. Het contrast tussen de dromen die de aanhangers van de revolutie koesterden en wat er op die revolutie volgde, is dan ook ondraaglijk.

    Als er geen revolutie was geweest, zo luidt de verleidelijke redenering, waren er geen 500.000 Syriërs omgekomen en geen 2 miljoen mensen door kogels of granaatscherven verwond, zouden er geen 250.000 gevangenen zijn gemarteld noch 5 miljoen burgers zijn gevlucht of in ballingschap gegaan, waren er geen 6 miljoen anderen ontheemd geraakt en geen tientallen steden en honderden dorpen verwoest.

    Zeven jaar van pijn, van tranen, van honger, van angst en moeten vluchten hadden voorkomen kunnen worden als de Syriërs deze vervloekte revolutie niet waren begonnen. Het leven was doorgegaan zoals het zich generaties lang had voltrokken, in een prachtig, bruisend, rijk en kalm Syrië. Zelfs een meedogenloze tirannie zou verre te verkiezen zijn geweest boven een vernietigd, verscheurd, verloren land.

    De noodzakelijke uitkomst van een dergelijke logica is dat het bewind niet verantwoordelijk is voor wat deze oorlog heeft aangericht

    De overtuigingskracht van een dergelijke voorstelling van zaken berust op een typisch menselijk instinct, waarvan het Syrische regime en zijn aanhangers gebruik hopen te maken om de meerderheid van de bevolking de schuld van de burgeroorlog in de schoenen te schuiven. Deze burgers hadden de vastbeslotenheid van het regime en de middelen die het tot zijn beschikking had onderschat door het aanvankelijk, in al zijn wreedheid, met een civiele opstand te tarten. Vervolgens grepen die burgers naar de wapens om hun huis en haard en dierbaren te verdedigen, en vernietigden ze het land.

    De Syriërs verwijten dat zij een bloedige tragedie hebben uitgelokt omdat zij in opstand kwamen, dat zij voor politiek realisme hadden moeten kiezen, is een zuivere vorm van hypocrisie: het regime treft geen blaam, juist vanwege zijn brute aard. De schuld ligt dus bij de Syriërs, die na tientallen jaren van repressie beter hadden moeten weten. De noodzakelijke uitkomst van een dergelijke logica is dat het bewind niet verantwoordelijk is voor wat deze oorlog heeft aangericht.

    De Syriërs die spijt hebben van de revolutie die in maart 2011 uitbrak, hadden liever continu onder het juk van een tirannie geleefd. Dat was immers altijd beter dan de dood die nu al zeven jaar lang om zich heen grijpt in het land. Ze vergeten één ding: vanaf 1970, toen Hafez Assad, vader van de huidige president, de macht greep, hebben Syriërs herhaaldelijk het risico van een revolutie en de prijs van de onderdrukking tegen elkaar afgewogen. Ruim veertig jaar lang aanvaardden ze dat een afschuwelijk regime beter was dan oorlog en vernietiging, dat stilte en angst de voorkeur genoten boven de strop. Degenen die zich thans in spijt wentelen zijn vergeten dat het Syrische volk gedurende het bewind van de Baath-partij het hoofd boven water hield met wijsheden als ‘liever vernedering dan het graf’ of ‘liever onderwerping dan de dood’.

    De Syriërs hadden de lessen geleerd van de in bloed gesmoorde opstanden van Hama, Jisr al-Shoeghoer en Aleppo in de vroege jaren tachtig. Maar de wapenstilstand die ze daarop met Assad sloten omwille van civiele vrede en stabiliteit werd op den duur ondraaglijk. Zijn we al vergeten dat de Syriërs afzagen van een opstand in 2000, na het overlijden van president Hafez Assad, en in 2005, toen de Syrische troepen zich gedwongen uit Libanon terugtrokken? Tweemaal werd de ‘Damasceense lente’ afgezegd uit vrees dat deze in een uitslaande brand zou ontaarden.

    Beelden van Damascus voor en na de oorlog. – © Business Insider

    Je kunt het ook zo zien: het regime heeft de revolutie zelf veroorzaakt. Het heeft er zelf voor gezorgd dat de mensen van Deraa, Homs en de buitenwijken van Damascus niet meer konden zwijgen. Het heeft de demonstraties aangegrepen om de woede op te stoken en te verspreiden. Het onderdrukte de protestbeweging op buitensporige wijze, om alle Syriërs te pijnigen. Met andere woorden, de revolutie is door het regime gefabriceerd. Dit was het moment waarop het had gewacht om het land de oorlog te verklaren.

    Voor iedereen die het discours van loyalisten van het Syrische regime de afgelopen zeven jaar heeft gevolgd, de speeches van Bashar Assad heeft gehoord, alsmede de lof die ‘dichters’ en ‘kunstenaars’ hem toezongen, was het duidelijk hoe mateloos zij de Syriërs minachtten, hoe hartgrondig ze het volk haatten en hoezeer zij het wensten uit te roeien. Het regime en zijn handlangers wilden niet langer gedwongen samenleven met de meerderheid van de bevolking. In de ogen van het bewind was de revolutie een oorlog waard. Er deed zich onverhoopt de kans voor om Syrië buit te maken, het te koloniseren zelfs. Deze oorlog is namelijk een ware kolonisatieoorlog, compleet met uitroeiing, zuivering van hele gemeenschappen en demografische herschikking.

    Nu, na zeven jaar, na wat in formele diplomatieke taal wordt gekenschetst als ‘de ergste humanitaire ramp sinds de Tweede Wereldoorlog’, luidt de eis aan de Syriërs dat zij een eind maken aan het bloedvergieten en het land beschermen – wat ervan is overgebleven. Niet alleen worden zij geacht te capituleren en hun nederlaag te erkennen (een kwestie van tijd), ook dienen zij, en dat is het allermoeilijkste, terug te keren in de schoot van het regime. Onder twee voorwaarden: ten eerste dat het regime wordt schoongewassen van alles wat het heeft aangericht en dat de schanddaden van zijn leger, zijn milities en zijn bondgenoten worden vergeten. De tweede eis, nog erger dan stilzwijgen, spijt en berouw, is de verplichting om van dit regime te houden. De zegevierende macht is niet langer tevreden met een geterroriseerd en onderdanig volk, want dat levert geen duurzame loyaliteit op. Elke terugkeer onder de vleugels van het bewind die een gedwongen indruk maakt, wordt streng bestraft. Aan de machthebbers de taak om ieders geest en geweten te doorzoeken op mogelijke kiemen van toekomstige opstandigheid.

    Absolute liefde

    Absolute liefde als voorwaarde voor overleving. Erger nog, de slachtoffers moeten uit het collectieve geheugen verdwijnen. Het is zaak dat de doden hun dood verbergen en dat de gefolterden hun beulen bedanken en hun handen kussen. Wat de levenden betreft: zij moeten zich schamen dat ze het hebben overleefd. Het regime eist van de Syriërs dat zij de door hun president tegen hen gepleegde misdaden beschouwen als een zegen, omdat hij ze van de zonde en de zelfmoord heeft gered.

    Daarom is het idee dat de revolutie had moeten worden vermeden, niets anders dan een veroordeling tot slavernij. Het is het onveranderlijke antwoord op de vraag die de handlangers van Assad stelden toen zij de hoofden van de demonstranten met hun laarzen verpletterden: ‘Ach, is dat wat jullie willen? Vrijheid?’

    Auteur: Youssef Bazzi
    Vertaler: Carl Stellweg

    Twee mannen spelen een potje backgammon in de beroemde soek van Damascus, 2010. – © HH

    SYRIA TV
    Syrië | www.syria.tv

    Syria TV is een van de vele particuliere Syrische nieuwskanalen met een multimediasite. Het is gevestigd in Turkije en propageert de ‘waarden van de revolutie’ door op te roepen tot inclusief burgerschap en zowel de dictatuur als religieus extremisme te verwerpen. Syria TV is in 2017 opgericht door een groep jonge Syrische journalisten.

  • De mysterieuze vrijgezellenclub die Ethiopië platlegde

    De mysterieuze vrijgezellenclub die Ethiopië platlegde

    Ze zijn jong, ongetrouwd en boos. De Ethiopische Qeerroo-beweging wist met stakingen en protestacties de premier van een van Afrika’s meest dictatoriale regimes ten val te brengen.

    Tegenwoordig is Desalegne bankier. Maar ooit was hij een Qeerroo: een jonge, energieke, ongetrouwde man afkomstig uit Ethiopiës grootste etnische groep, de Oromo, en gebonden aan wat hij noemt ‘een verantwoordelijkheid om het volk te verdedigen’.

    Twaalf jaar geleden hielp hij mee om massaprotesten te organiseren tegen een verkiezingsuitslag die volgens velen gemanipuleerd was door het regerende Ethiopian Ethiopisch Volksrevolutionair Democratisch Front (EPRDF). Hierdoor belandde hij in de gevangenis wegens terrorisme.

    Sindsdien is hij getrouwd en heeft hij, zoals velen van zijn generatie, de politiek grotendeels gemeden. Tot 12 februari, toen hij samen met vele anderen in Adama en de regio Oromia meedeed aan een staking voor de vrijlating van oppositieleiders en de beëindiging van het autoritaire regime.

    De boycot, die drie dagen duurde en een groot deel van Centraal-Ethiopië stillegde, resulteerde op 13 februari in de vrijlating van Bekele Gerba, een prominente Oromo-politicus die in Adama woont, en binnen 48 uur in het aftreden van Ethiopiës veel bekritiseerde premier, Haile Mariam Desalegne. De geschokte regering riep daarna op 15 februari voor de tweede keer in twee jaar de noodtoestand uit.

    ‘Alles lag plat,’ zegt Desalegne over de staking in Adama. ‘Bijna iedereen deed mee – zelfs ambtenaren.’ Voor hem en veel andere inwoners van Adama is er maar één verklaring waarom deze normaal zo rustige stad zich aansloot bij de opstand die zich sinds 2014 over delen van Ethiopië heeft verspreid: de Qeerroo.

    Jonge vrijgezellen

    Wie de Qeerroo precies zijn, en hoe ze hebben geholpen om een van Afrika’s sterkste en meest autocratische regeringen op de knieën te krijgen, is niet zo eenvoudig te begrijpen. In de traditionele Oromo-cultuur staat de term voor een jonge vrijgezel. Maar tegenwoordig staan de Qeerroo symbool voor zowel de Oromo-beweging – een strijd om meer politieke vrijheid en een grotere, etnische vertegenwoordiging in landelijke structuren – als voor een hele generatie Ethiopische jongeren die de laatste tijd assertiever is geworden.

    ‘Zij zijn de stem van het volk,’ verklaart Debela, een tweeëndertigjarige taxichauffeur in Adama. Hij zegt dat hij te oud is om een van hen te zijn, maar dat hij hun protest begrijpt. ‘Zij zijn de voorhoede van de Oromo-revolutie.’

    De identiteit van de Oromo is veel sterker geworden sinds het EPRDF in 1994 een model van etnisch gebaseerd federalisme instelde. ‘In het verleden was het een schande om als Oromo te worden beschouwd,’ zegt Desalegne, wijzend op de etnische assimilatiepolitiek van de twee voorgaande Ethiopische regimes, keizerlijk en communistisch. ‘Maar nu zijn mensen er trots op om Oromo te zijn. Dat heeft de Qeerroo aangemoedigd.’

    Naarmate de Oromo-beweging de afgelopen jaren een groter zelfvertrouwen kreeg, trok de rol van de Qeerroo in het organiseren van onrust steeds meer de aandacht van de staat. Begin dit jaar kondigde de politie plannen aan om hard op te treden tegen de Qeerroo, met het argument dat het een clandestiene groep was die het land wilde destabiliseren en controle wilde krijgen over lokale overheidskantoren. Ze werden zelfs beschuldigd van terrorisme. Hoewel veel mensen dat tegenspreken, twijfelen weinigen aan de huidige kracht van de Qeerroo als undergroundgroep.


    Sinds de vorige noodtoestand in augustus 2017 werd opgeheven, organiseerden Qeerroo-netwerken stakingen en protestacties in verschillende delen van Oromia. Dit ondanks het feit dat de overheid vanaf eind vorig jaar het complete mobiele internet heeft platgelegd in alle regio’s behalve de hoofdstad.

    Bekele Gerba, de oppositieleider, schrijft zijn vrijlating uit de gevangenis toe aan de Qeerroo. Zij stuurden ook honderden mensen naar zijn huis in Adama om hem geluk te wensen. Maar net als vele oudere activisten bekent hij dat hij maar weinig weet van hoe ze zich organiseren. ‘We weten niet wie de leiders zijn en we weten niet of ze een centraal commando hebben.’

    Maar in een recent interview met The Guardian lichtten twee lokale leiders in Adama, Haile en Abiy (niet hun echte namen), hun methoden toe. Volgens de twee mannen, beiden achter in de twintig, heeft elk district van de stad één Qeerroo-leider met minstens twintig ondergeschikten die allemaal verantwoordelijk zijn voor het verspreiden van boodschappen en informatie over komende stakingen. Ze zeggen dat hun netwerken de afgelopen maanden beter georganiseerd zijn. Er is nu een hiërarchische commandostructuur en zelfs één enkele leider voor het hele Oromia. ‘Dat zorgt voor discipline en stelt ons in staat met één stem te spreken,’ zegt Abiy.

    Hun taak is moeilijker geworden door de afwezigheid van internet. ‘Via sociale media kun je een boodschap in enkele seconden verspreiden,’ zegt Abiy. ‘Nu kan het wel twee weken duren omdat we van deur tot deur moeten gaan.’ In plaats van WhatsApp en Facebook te gebruiken, distribueren ze nu papieren flyers, vooral op universiteitscampussen.

    ‘De Qeerroo zijn als een voetbalteam. Jawal is misschien de doelman, die helpt en aanwijzingen geeft, maar wij zijn de aanvallers’

    De rol van Oromo-activisten in de diaspora, vooral die in de VS, blijft eveneens van cruciaal belang, ondanks de stillegging van internet. Zecharias Zelalem, een in Canada wonende Ethiopische journalist, zegt dat de Qeerroo dankzij prominente socialemedia-activisten het politieke gewicht hebben gekregen waaraan het jeugdbewegingen in andere delen van het land nog steeds ontbreekt. Vooral het werk van Jawar Mohammed, de controversiële stichter van het in Minnesota gebaseerde Oromia Media Network (in Ethiopië verboden), heeft volgens hem de stem van de Qeerroo versterkt.

    ‘Jawar geeft ons politieke analyses en advies,’ legt Haile uit. ‘Hij kan toegang krijgen tot informatie, zelfs van binnen de regering, die hij deelt met de Qeerroo. Wij evalueren die informatie en beslissen dan of we er iets mee gaan doen.’

    Hij en Abiy ontkennen allebei dat Jawar vanuit het buitenland de protesten zou leiden, een vermoeden dat in Ethiopië wijdverbreid is. ‘De Qeerroo zijn als een voetbalteam,’ reageert Haile. ‘Jawal is misschien de doelman, die helpt en aanwijzingen geeft, maar wij zijn de aanvallers.’

    De herinstelling van de noodtoestand heeft kwaad bloed gezet bij veel Qeerroo in Adama en elders in Oromia. Die stap wordt algemeen beschouwd als een tactloze poging om het protest te stoppen.

    Leden van de Oromo-beweging protesteren in de hoofdstad Addis Abeba tegen de regering in oktober 2017. – © Minasse Wondimu Hailu / Getty Images
    Leden van de Oromo-beweging protesteren in de hoofdstad Addis Abeba tegen de regering in oktober 2017. – © Minasse Wondimu Hailu / Getty Images

    Sommige analisten vrezen dat de leden van een nu nog voornamelijk vreedzame, politieke beweging door nog meer repressie hun toevlucht zullen nemen tot geweld en extremisme.

    Veel mensen binnen de regering, en ook elders in het land, maken zich zorgen over een toename van etnisch gemotiveerde aanvallen op mensen en gebouwen, en speciaal op etnische Tigray die zo’n zes procent van de bevolking vormen, maar toch de politiek en het zakenleven zouden domineren.

    Eind vorig jaar werden er staatstroepen naar universiteitscampussen gestuurd vanwege het escalerende etnische geweld waarbij meerdere doden vielen. Soortgelijke incidenten werden gemeld tijdens protesten in de afgelopen maand.

    Jibril Ummar, een plaatselijke zakenman en activist, zegt dat hij en anderen hebben geprobeerd de protesten in Adama vreedzaam te laten verlopen. Ze kalmeerden de verhitte jongeren die gebouwen wilden vernielen en mensen die geen Oromo’s waren wilden aanvallen. ‘Het baart me zorgen,’ geeft hij toe. ‘Die jongens zijn nog niet volwassen. Als je emotioneel bent, breng je de strijd in gevaar.’

    Ook Gerba zegt ongerust te zijn over geweld, inclusief dat van de etnische soort. ‘We weten met zekerheid dat Tigrays door het hele land het vaakst op de korrel worden genomen. Dat verontrust me zeer en daar moet iets aan gedaan worden.’

    In de komende tijd zal de EPRDF beslissen wie de nieuwe premier wordt, en velen hopen dat het iemand uit de Oromo Volksdemocratische Organisatie (OPDO) zal zijn, de Oromo-vleugel van de heersende coalitie. Dat zou sommige Qeerroo gunstiger stemmen, op de korte termijn tenminste. Maar waarschijnlijk is dat op zich niet genoeg om de woede te temperen.

    ‘Als we getrouwd zijn, trekken we ons terug uit de Qeerroo,’ zegt Haile. ‘Maar als we onze vrijheid niet krijgen, zal dat nooit gebeuren.’

    Auteur: Tom Gardner
    Vertaler: Astrid Staartjes

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 146.766

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten. Online een van de grootste kranten ter wereld.

    © Courrier International
    © Courrier International