Tag: republiek

  • Nagorno-Karabach zal vanaf 2024 niet meer bestaan

    Nagorno-Karabach zal vanaf 2024 niet meer bestaan

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zweden wil leger inzetten in strijd tegen bendes

    » Amerikaanse overheid stevent af op ‘shutdown’

    De Armenen hebben donderdag een decreet ondertekend

    Het etnisch Armeense bestuur in Nagorno-Karabach heeft donderdag aangekondigd dat het zichzelf zal opheffen en dat de niet-erkende republiek tegen het einde van het jaar zal ophouden te bestaan. Dat meldt The Guardian. Inmiddels is al een helft van de etnische Armenen in de enclave gevlucht.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Het decreet werd ondertekend door de separatistische president van de regio, Samvel Shakhramanyan. Volgens de voorwaarden in het decreet wordt het etnische Armeniërs uit de bergachtige regio toegestaan om naar Armenië te vertrekken. Op donderdagavond hadden meer dan 78.300 mensen – meer dan 65 procent van de 120.000 inwoners van Nagorno-Karabach – dat gedaan.

    Zij laten huizen, familiegraven en andere bezittingen achter in een gebied dat dertig jaar als onafhankelijk werd gezien, ondanks dat de internationale gemeenschap het erkende als Azerbeidzjaans grondgebied. Azerbeidzjan had na hun bliksemoffensief vorige week geëist dat separatistische troepen zouden vertrekken, maar zei dat etnische Armenen wel konden blijven.

    Lees ook:

  • Functioneert de democratie beter onder een koning dan onder een president?

    Functioneert de democratie beter onder een koning dan onder een president?

    Afgelopen zaterdag werd koning Charles III in Londen gekroond met veel pracht en praal. Maar de steun voor de monarchie heeft in het Verenigd Koninkrijk een historisch dieptepunt bereikt. Heeft een monarch nog wel een functie in een moderne democratie?

    Naar aanleiding van de kroning van de Britse koning Charles III van afgelopen zaterdag is het debat weer losgebarsten tussen voor- en tegenstanders van de monarchie. Nu uit Britse opiniepeilingen blijkt dat de steun voor de monarchie tanende is en zich zelfs op een historisch dieptepunt bevindt, zoals The Guardian bericht, wijzen voorstanders van een koning als staatshoofd erop dat het hebben van een monarch vele voordelen met zich meebrengt. Een koning zorgt immers voor stabiliteit te midden van het politieke gewoel, zo beweert rechtsgeleerde en politicoloog Tom Ginsburg. Maar als er ondemocratische politici opkomen, is een president geschikter om de democratie te beschermen, aldus republikein Polly Toynbee.

    Ja: ‘Monarchen bieden bescherming tegen politieke onrust’

    ‘De kroning van koning Charles III laat zien waarom de constitutionele monarchie een vitale regeringsvorm blijft in enkele van de succesvolste landen ter wereld’, schrijft de Amerikaanse Tom Ginsburg in een opinieartikel op Project Syndicate. De rechtsgeleerde en politicoloog wijst erop dat er momenteel vierendertig landen zijn met een constitutionele monarchie en dat die landen buitengewoon succesvol zijn. Zo hebben het grootste deel van Scandinavië, Japan en de Benelux, en Charles’ domeinen Australië, Canada en Nieuw-Zeeland allemaal een monarch als staatshoofd. 

    Volgens de Democracy Index 2022 van The Economist uit 2022 zijn tien van de twintig meest democratische landen ter wereld constitutionele monarchieën, evenals negen van de twintig rijkste landen. En in acht van de tien meest bestendige nationale grondwetten is een monarch opgenomen.

    ‘Monarchen bieden bescherming tegen politieke onrust, omdat zij kunnen ingrijpen in perioden van nationale crisis’, aldus Ginsburg. Zo wist Juan Carlos I van Spanje in 1981 een staatsgreep te verijdelen door het leger tot bedaren te brengen. Ook kunnen vorsten ‘in hun rol bij het vormen van regeringen in parlementaire systemen soms subtiele beslissingen nemen die politieke partijen uit een impasse helpen’, vervolgt de politicoloog.

    ‘De symbolische eenheid van de monarchie kan de meest problematische vormen van populisme beperken’

    ‘In ons tijdperk kan de symbolische eenheid van de monarchie de meest problematische vormen van populisme beperken’, brengt Ginsburg naar voren. Volgens hem krijgen populisten weinig ruimte in een constitutionele monarchie. ‘Populistische demagogen als Viktor Orbán in Hongarije, Recep Tayyip Erdogan in Turkije en Jaroslaw Kaczynski in Polen claimen doorgaans een exclusieve, bijna mystieke band met het “volk”, dat alleen zij kunnen beschermen tegen de elites, en demoniseren hun tegenstanders als “vijanden van het volk”. In een constitutionele monarchie zijn dergelijke beweringen echter niet effectief. De functie van belichaming van het volk is al bezet, waardoor de symbolische macht die een ander individu kan vergaren beperkt is.’

    ‘Dus terwijl Erdogan zich voordoet als een nieuwe sultan en Hugo Chávez, de overleden Venezolaanse leider, zich graag beriep op president-voor-het-leven Simón Bolívar, is het moeilijk in te zien hoe een Brits, Deens of Noors equivalent geloofwaardig zou kunnen zijn. Het dichtst in de buurt komt een ontwrichtende leider als de voormalige Britse premier Boris Johnson, die, gefrustreerd door zijn hoofdadviseur, nukkig volhield: “Ik ben de führer. Ik ben de koning die de beslissingen neemt.”’

    ‘Met een monarch aan de top van het systeem valt die bewering weg’, concludeert Ginsburg. ‘Dit wordt bevestigd door gegevens van de Global Populism Database waaruit blijkt dat in constitutionele monarchieën minder populistische retoriek voorkomt in politieke toespraken.’


    Nee: ‘Een ongekozen koningin is niet opgewassen tegen een losgeslagen premier’

    The Guardian-columnist Polly Toynbee is het daar niet mee eens. ‘Groot-Brittannië verliest duidelijk meer dan het wint bij de monarchie.’ Toynbee schreef in februari 2022 in aanloop naar het zeventigjarige jubileum van de inmiddels overleden koningin Elizabeth II een gloedvol betoog voor de afschaffing van de monarchie. ‘De behoefte aan een gekozen president is urgent geworden nu het premierschap van Boris Johnson de grenzen van conventies, wetten en burgerrechten op de proef stelt.’

    Volgens Toynbee is het probleem niet dat de monarch te machtig zou zijn, maar juist dat deze te weinig macht heeft en democratische legitimiteit ontbeert. ‘Presidenten in heel Europa beschermen de grondwet en voorkomen dat al te machtige politici de grondwet overtreden. Een president zou Johnson hebben tegengehouden om illegaal het parlement buitenspel te zetten: om in te grijpen in een constitutionele noodsituatie is de macht van een democratisch mandaat nodig.’

    ‘De ongekozen koningin moet doen wat de premier haar opdraagt’

    ‘Er is geen rem op een losgeslagen premier in een land zonder geschreven grondwet, waar een verwrongen kiesstelsel eerlijke vertegenwoordiging onmogelijk maakt en er geen effectief staatshoofd is om te waken tegen wetsovertredingen. De ongekozen koningin moet doen wat de premier haar opdraagt’, stelt Toynbee.

    Toynbee is van mening dat presidenten beter in staat zijn dan koningen om in te grijpen als een regering haar boekje te buiten gaat. ‘Monarchisten spreken met afschuw over wie een gekozen president mag zijn. (…) Maar (…) kijk eens rond in Europa naar waardige presidenten die hun ceremoniële plichten en de politieke grenzen van hun rol begrijpen, en tegelijkertijd optreden als constitutionele hoeders.’

    Lees ook:

  • Het pro-Russische Transnistrië is nerveus. ‘We willen niet bij het conflict betrokken raken’

    Het pro-Russische Transnistrië is nerveus. ‘We willen niet bij het conflict betrokken raken’

    Het lijkt erop dat de zelfverklaarde republiek Transnistrië, in Moldavië, een strategie is overeengekomen met Rusland om ‘paniek te zaaien’ onder de bevolking, de regio te destabiliseren en aan te dringen op erkenning van de onafhankelijkheid van de enclave.

    Keuze uit het archief

    Afgelopen week won de pro-Europese Partij voor Actie en Solidariteit (PAS) van zittend premier Maia Sandu met een absolute meerderheid de Moldavische parlementsverkiezingen. Daarmee heeft Moldavië duidelijk aangegeven dat het liever met de Europese Unie in zee gaat dan met Rusland, dat een grote desinformatiecampagne had opgezet om de uitslag van de verkiezingen in zijn eigen voordeel te beslechten.
    Deze reportage van El Diario van drie jaar geleden legt uit waarom Rusland belang heeft bij de verkiezingsuitslagen in Moldavië: het wil via de grensregio Transnistrië voet aan de grond krijgen in het Europese binnenland.

    Bij een controlepost tussen Moldavië en de afgescheiden regio Transnistrië controleren grensbeambten buitenlandse paspoorten en visa. Een stel Russische soldaten houdt elk voertuig scherp in de gaten. Op de oostelijke oever van de Dnjestr wappert de tweekleurige vlag met hamer en sikkel naast de driekleur van Rusland. In de hoofdstad waakt een enorm standbeeld van Lenin over de ‘Opperste Sovjet’, het regerings- en parlementsgebouw van de zelfverklaarde republiek die op een strook land tussen Moldavië en Oekraïne ligt, en die internationaal nauwelijks wordt erkend.

    We lijken ons in een communistisch gebied te bevinden dat in het Sovjetverleden is blijven steken. Maar in Transnistrië is niet alles wat het lijkt. 

    Inwoners vrezen dat het gebied weleens bij het conflict in buurland Oekraïne betrokken zou kunnen raken

    In de 25 Oktoberstraat rijden dure auto’s langs het imposante Lenin-beeld en op elke straathoek bevinden zich winkels van het Sheriff-conglomeraat, dat eigendom is van oligarch en voormalig KGB-agent Viktor Goesjan, tevens eigenaar van voetbalclub FC Sheriff. Verder barst het van de hipstercafés in Tiraspol, de hoofdstad van het onafhankelijke gebied, dat sinds het begin van de jaren negentig een eigen regering, parlement, politie, leger en munteenheid heeft. Na de oorlog tussen Moldavië en Transnistrië heeft het Kremlin er ongeveer vijftienhonderd ‘vredeshandhavers’ gestationeerd.

    Toen El Diario het gebied begin april bezocht, contrasteerde de kalmte in het schone en ongerepte centrum nog scherp met berichten in internationale kranten over de angst die de bevolking van de pro-Russische enclave heimelijk zou hebben geuit sinds het begin van de oorlog in Oekraïne. Maar onlangs hebben explosies in de regio de vrees bij inwoners doen toenemen dat het separatistische gebied weleens bij het conflict in het buurland betrokken zou kunnen raken. 

    Verschillende explosies

    Maandag 25 april klonken verschillende explosies bij het hoofdkwartier van het Transnistrische staatsministerie van Veiligheid, dat leeg was wegens de viering van orthodox Pasen. Dinsdag deden andere ontploffingen twee zendmasten in de regio schudden. De aanvallen, die door geen enkele groep of staat zijn opgeëist, hebben geleid tot beschuldigingen over en weer tussen Rusland, Oekraïne, Transnistrië en Moldavië.

    De regering van Transnistrië houdt de Oekraïense autoriteiten verantwoordelijk voor een schietpartij in de buurt van de stad Kobasna, waar zich een belangrijk wapendepot uit het Sovjettijdperk bevindt. De Oekraïense inlichtingendienst beweert dat de explosies in Transnistrië ‘een geplande provocatie door Russische speciale eenheden’ zijn om ‘paniek te zaaien en anti-Oekraïense sentimenten te creëren’.

    Sinds begin april beschuldigt de Oekraïense generale staf Rusland van een ‘herschikking’ van de Russische troepen, die sinds het staakt-het-vuren van 1992 in Transnistrië zijn gelegerd. De Transnistrische en de Moldavische regering ontkennen dit en zeggen dat ze de rust in het gebied handhaven.

    ‘We overwegen nu om weer te vertrekken, maar we weten niet waarheen’

    Maar na verklaringen van een hoge Russische commandant, vorige week, gingen overal de alarmbellen af. Voor het eerst bevestigde Rusland dat het huidige Russische offensief is bedoeld om controle over het zuiden van Oekraïne te krijgen en zo de toegang tot Transnistrië te vergemakkelijken, waar, zo beweerde de commandant, ‘sprake is van onderdrukking van de Russischtalige bevolking’. Amper vier dagen later klonken de eerste explosies, die door niemand werden opgeëist. 

    ‘Ik was in het centrum van Tiraspol, hoorde een explosie en rende naar huis,’ vertelt Yoan (niet zijn echte naam) in een bericht. Hij is een Oekraïner die na het uitbreken van de oorlog in zijn land van Odessa naar de pro-Russische separatistische regio vluchtte. De jongeman heeft familie in Transnistrië en was ervan overtuigd dat het er veilig was. Tot maandag kon hij niet geloven dat het conflict Moldavië zou bereiken. ‘We overwegen nu om weer te vertrekken. Maar we weten niet waarheen. We denken dat het gevaarlijk is om in Transnistrië te blijven.’

    Bij toegangswegen tot de steden in de regio hebben de Transnistrische autoriteiten nu militaire controleposten neergezet. Vanuit zijn huis in Tiraspol reageert de Moldavische zakenman Marc (niet zijn echte naam) die in de enclave woont, kalm maar bezorgd: ‘We zijn op onze hoede. Op veel plaatsen worden auto’s doorzocht door gewapende politie. Mensen zijn nerveus.’

    Nieuwe soldaten

    Op 10 april lieten Britse inlichtingendiensten weten dat de Russische strijdkrachten waren begonnen met het werven van nieuwe soldaten in Transnistrië. Al eerder, in maart, waarschuwde Alex Gutsaga, een reisleider en activist die in de pro-Russische enclave is geboren maar in Moldavië woont, voor ‘activiteiten’ in de regio door Transnistrische autoriteiten en Russische troepen.

    In een video die hij op Facebook zette en die bijna zevenhonderdduizend keer werd bekeken, somt hij een reeks feiten op die volgens hem aantonen dat de regering van Transnistrië bezig is met voorbereidingen om de regio bij het conflict te betrekken. Zijn broer kreeg een oproep om bij het leger te gaan, vertelt hij aan El Diario. ‘Maar hij besloot Transnistrië te verlaten. Hij is met zijn hele gezin vertrokken, want hij wilde het risico niet lopen.’

    ‘Transnistrië is een vreedzame plek. De mensen proberen neutraal te zijn en zich verre te houden van politiek’

    Na de explosies van maandag is Gutsaga ervan overtuigd dat Transnistrië en Rusland een strategie zijn overeengekomen om ‘paniek te zaaien’ onder de bevolking, de regio te destabiliseren en aan te dringen op erkenning van de onafhankelijkheid van de enclave.

    Toen alles nog rustig leek in Pridnestrovische Moldavische Republiek, de officiële naam van Transnistrië, uitte Marc al zijn vrees vanwege de nabijheid van het conflict in Oekraïne. ‘Transnistrië is een vreedzame plek. De mensen proberen neutraal te zijn en zich verre te houden van politiek. Ik probeer er geen deel van uit te maken.’ Marc is in Moldavië geboren en zijn moedertaal is Moldavisch, maar hij groeide op in Tiraspol. ‘Transnistrië ligt tussen verschillende beschavingen met tegengestelde belangen in: Rusland, Oekraïne en Moldavië. De meningen van de Transnistriërs doen er niet toe.’

    Gespannen situatie

    ‘Eerlijk gezegd ben ik bang,’ vervolgt hij. ‘En toen ik op 24 februari wakker werd, was ik écht bang. Ik heb in het Transnistrische leger gediend, ik weet wat wapens zijn en wat de gevolgen ervan kunnen zijn.’ Zijn leven gaat verder, maar hij noemt de situatie ‘gespannen’. 

    Na deze uitspraak werpen enkele oudere mannen hem verontruste blikken toe. ‘Ja, het is gespannen… De huidige situatie in Oekraïne is een oorlog; we moeten de dingen bij de naam noemen. Mensen in Transnistrië, vooral jongeren, moeten dat begrijpen. Niet iedereen denkt er hetzelfde over, maar gelukkig begrijpen veel jongeren dat deze oorlog ook over ons gaat, omdat wij elk moment bij dit conflict betrokken kunnen raken.’

    ‘Terwijl ik dit allemaal zeg, ben ik me ervan bewust dat die oudere meneer daar me vreemd aankijkt’

    Voelt hij zich vrij? Marc lacht. ‘Nee. Nee, ik kan niet vrijuit spreken. Terwijl ik dit allemaal zeg, ben ik me ervan bewust dat die oudere meneer daar me vreemd aankijkt. Er is sprake van een zwijgende meerderheid van mensen die weet wat er aan de hand is, maar er niet in het openbaar over durft te praten.’

    Het is niet gemakkelijk om vrijuit over politiek te spreken in Transnistrië, zeker als het om ideeën gaat die afwijken van een pro-Russisch standpunt of die niet vallen onder het vaandel van neutraliteit.

    Op een mooie stenen promenade die langs de Dnjestr en een grote tuin voert, lopen twee dames van in de zeventig arm in arm. Ze dragen elegante jassen en wollen hoeden. Zij zijn niet bang om zich uit te spreken. Ze verdedigen het Russische standpunt en herhalen de argumenten van het Kremlin. Ze zeggen op televisie te hebben gezien dat de Oekraïense regering Russischtaligen sinds het begin van de oorlog in de Donbas in 2014 ‘discrimineert’, wat in hun ogen de huidige gevechten in het land rechtvaardigt. Ze geven ook toe bang te zijn. Een van de vrouwen barst in tranen uit als ze aan de oorlog van 1992 terugdenkt en zegt dat ze dat niet nog eens wil meemaken.

    Jonge inwoners

    De Russische staatsmedia hebben een sterke invloed op Transnistrië. Sinds het land zich onafhankelijk verklaarde, gaven zij jarenlang de aanzet tot een wijdverbreide pro-Russische houding in de regio. Maar veel jonge inwoners van de enclave, vooral in de hoofdstad, hebben meningen die niet pro-Russisch zijn. Als ze die verkondigen, gaan ze meestal wat zachter praten.

    Drie weken geleden zaten twee negentienjarige geneeskundestudenten op een bankje aan de rivier. ‘Rusland is schuldig aan de oorlog in Oekraïne, maar ik kan mijn mening alleen verkondigen in vertrouwde kring, want die levert nogal wat discussie op. Het is gevaarlijk om dit in het openbaar te zeggen, want het zou consequenties kunnen hebben,’ zei Elena (niet haar echte naam), doelend op de maatschappelijke gevolgen. Haar vriend is minder uitgesproken: ‘Ik weet niet wat ik moet geloven over de oorlog. Er is zo veel informatie dat het me niet lukt mijn eigen mening te vormen.’

    ‘Er is zo veel informatie dat het me niet lukt mijn eigen mening te vormen’

    In de Transnistrische stad Pervomaisk, op de grens met Oekraïne, was de oorlog al op 6 maart van zeer dichtbij hoorbaar. Uit angst voor een mogelijke invasie van Russische troepen via Transnistrië blies het Oekraïense leger de spoorlijn op die Oekraïne met de pro-Russische enclave verbindt. Het huis van Nadejda schudde en haar ramen vlogen open. Haar eigen ruiten bleven heel, maar die van verschillende buren werden door de impact van de drukgolf verbrijzeld. 

    ‘Het was schrikken,’ zegt de vrouw, een kunstenares die in een cultureel centrum werkt. ‘Ik was eerst bang, totdat duidelijk werd dat het niet op ons grondgebied was en dat Oekraïne het had gedaan uit veiligheidsoverwegingen. Daardoor kalmeerde ik.’

    Haar kleine groene huis, het eerste van een rijtje huizen dat het dichtst bij de Oekraïense grens ligt, biedt vanaf de binnenplaats zicht op een vernielde spoorweg; over dat spoor vluchtte Nadejda in 1992 zelf naar het buurland, tijdens de burgeroorlog tussen Moldavië en de separatistische enclave Transnistrië. ‘En nu komen ze hierheen,’ zegt ze, verwijzend naar de Oekraïense vluchtelingen.

    De oorsprong van de onafhankelijkheidsverklaring van Transnistrië gaat terug tot 1989, toen Moldavië het Moldavisch-Roemeens uitriep tot officiële taal van het land. Het land maakte in die tijd weliswaar nog deel uit van de Sovjet-Unie, maar de toenadering tot Roemenië verontrustte een deel van de Slavische bevolking in de regio. Ze waren bang het Russisch als officiële taal te verliezen en vreesden voor marginalisering van Russischtaligen.

    Sindsdien is het conflict bevroren, met een de facto onafhankelijk gebied dat niet internationaal wordt erkend

    Na de onafhankelijkheidsverklaring van Transnistrië in 1990 begonnen er gevechten in de regio. De oorlog brak uit op 2 maart 1992, op dezelfde dag dat Moldavië werd toegelaten als lid van de Verenigde Naties. Een staakt-het-vuren in juli van dat jaar leidde niet tot een oplossing; sindsdien is het conflict bevroren, met een de facto onafhankelijk gebied dat niet internationaal wordt erkend. 

    Russische steun

    De enclave van 470.000 inwoners met een Russischtalige meerderheid krijgt Russische steun op verschillende niveaus, ook al erkent Rusland de republiek zelf niet. Behalve de vijftienhonderd soldaten in de regio, die de status quo handhaven en Moldavië neutraal houden in de voortdurende angst voor een conflict, financiert het Kremlin pensioenen, verstrekt het gemakkelijk paspoorten en betaalt het voor de universitaire opleiding van duizenden Transnistriërs. Maar als zij in Transnistrië studeren, wordt hun diploma niet internationaal erkend.

    Op het grondgebied van Transnistrië staat ook een Russische elektriciteitscentrale die tegen lage kosten de pro-Russische enclave en Moldavië bevoorraadt. De regering heeft al gewaarschuwd dat het land niet zonder Russisch gas kan.

    In Tiraspol, op twintig minuten lopen van het enorme Lenin-beeld voor het regeringsgebouw, toont een klein krakkemikkig gebouwtje hoe weinig er nog over is van het echte communisme in de Pridnestrovische Moldavische Republiek. In dit hoofdkwartier van de Transnistrische Communistische Partij, volgestouwd met foto’s en standbeelden van communistische leiders en andere Sovjetmemorabilia, werken slechts twee mensen. Een van hen is Nadezjda Bondarenko, de huidige waarnemend voorzitter en redacteur van de communistische krant PCPDe vrouw kende de partijleider goed, en slaat haar armen strak over elkaar heen terwijl ze benadrukt dat hij al sinds 2018 in de gevangenis zit.

  • 4. Eerst de grondwet erkennen

    4. Eerst de grondwet erkennen

    Voordat er van integratie sprake kan zijn moeten moslimorganisaties de grondwet erkennen en, zo schrijft Die Welt, hun houding ten aanzien van de Republiek ter discussie te stellen.

    De positie van de islam in Europa is omstreden. Sommigen – vooral toonaangevende politici in Duitsland – zeggen dat de islam, alleen al getalsmatig, deel uitmaakt van Europa. Volgens anderen geldt dat alleen voor seculiere moslims. In Groot-Brittannië, Frankrijk, België, Nederland en ook de andere West-Europese landen is in de laatste vijftig jaar het aantal moslims, moskeeën en bijbehorende organisaties verveelvoudigd. Arbeidsmigratie en immigratie uit voormalige koloniën of van vluchtelingen stellen enorme eisen aan het integratievermogen van de ontvangende samenlevingen. De culturele integratie van met name de moslimmigranten is grotendeels mislukt. Parallelle samenlevingen en rechtssystemen, onderwijsachterstanden, hoge werkloosheid tot en met fundamentalisme en religieus gefundeerd terrorisme bepalen de agenda. De pogingen om de islamitische organisaties te betrekken in een maatschappelijke discussie blijven, zoals duidelijk werd aan de hand van de Duitse islamconferentie, in de aanzet steken. Vooral omdat het de vertegenwoordigers van de islam er in wezen slechts om te doen was dat hun groepsbelangen de maatschappelijke norm zouden worden. Er werd in alle ernst drie jaar lang gediscussieerd over de vraag of van islamitische organisaties mag worden verwacht dat ze de prioriteit van de grondwet boven de Koran, dus boven Alla’s wetten, als bindend erkennen.

    Nu heeft de Franse president Emmanuel Macron een nieuwe aanzet gegeven om de islam in Frankrijk te integreren. Hij wil nog dit jaar een plan presenteren dat ‘het fundament voor de volledig nieuwe inrichting van de islam in Frankrijk moet leggen’. In een interview met de Le Journal du Dimanche zei hij dat hij er op alle niveaus aan werkt ‘om opnieuw te ontdekken wat de kern van het secularisme uitmaakt: de mogelijkheid de gelegenheid te hebben om te geloven, maar ook om niet te geloven’. Het plan, waarvan de bijzonderheden nog niet zijn uitgewerkt, moet meerdere dingen regelen. De moslims moeten zich zo organiseren dat de staat een verantwoordelijke partner heeft die aangesproken kan worden. Macron wil een morele autoriteit instellen, zoiets als een ‘groot-imam’ voor Frankrijk. Deze moet, net als het door Napoleon georganiseerde Grand Sanhedrin, de Franse grondwet als bindend erkennen. Blijkbaar gaat de president ervan uit dat de moslims in Frankrijk in de Franse raad voor het islamitisch geloof vertegenwoordigd zijn.

    Invloed verminderen

    Eén probleem zal zijn dat in Frankrijk, net als in Duitsland, slechts een klein deel (ongeveer 10 procent) van de moslims is vertegenwoordigd in moskeeverenigingen. Ten tweede wil men ‘de invloed van Arabische landen verminderen’. Dat betekent dat een einde gemaakt moet worden aan de financiering van de moskeeën en koranscholen uit de Maghreb, Saoedi-Arabië of Turkije. Ook moeten de financiële zaken van de moskeeën – men gaat er blijkbaar van uit dat via de moskeeën een soort financiële zwarte markt wordt georganiseerd – transparant worden. Het financiële tekort moet dan via een ‘halal’-belasting, een belasting op islamconforme producten, gecompenseerd worden. Daarmee moet dan ook de imamopleiding in Frankrijk gefinancierd worden, zodat er niet, zoals in Duitsland, honderden imams vanuit het buitenland komen. Zulke plannen zijn hier theorie, want de moskeeverenigingen laten tot op heden de aan Duitse universiteiten opgeleide imams links liggen en engageren liever voorgangers uit Turkije of Saoedie-Arabië.

    Macrons plannen worden bij de Franse islamorganisaties enerzijds met instemming ontvangen, hun wordt immers maatschappelijke erkenning in het vooruitzicht gesteld, maar anderzijds wijzen ze invloed van de overheid op de imamopleiding resoluut af. Ook een mogelijke halalbelasting stuit op afwijzing. En de Franse islamorganisaties komen niet op het idee zichzelf of hun houding ten aanzien van de Republiek ter discussie te stellen en aan te zetten tot hervormingen.

    De Duitse politiek heeft – als we uitgaan van het regeerakkoord van de grote coalitie – geen plan hoe in de toekomst om te gaan met de Islam. De islamconferentie heeft een jaar geleden een laatste levensteken gegeven. Ook het initiatief van de CDU-politicus Jens Spahn, in dezelfde geest als Macrons plan, verdween een jaar geleden meteen weer in de vergetelheid. Of de Franse president succesvoller zal zijn, blijft afwachten.

    Auteur: Necla Kelek
    Vertaler: Piet Meeuse

    Die Welt
    Duitsland | dagblad | oplage 202.000

    In 1946 door de Britten opgericht in Hamburg als Duits equivalent van destijds quality newspaper The Times. Sinds 1953 conservatief vlaggenschip van Axel Springer. Op economisch gebied zeer uitgebreid, tevens aandacht voor toerisme en de huizenmarkt.

    Beeld: Mosims bij de Yahya-moskee in Saint-Etienne-du-Rouvray, Normandië, in juli 2016. Ze brachten een eerbetoon aan priester Jacques Hamel, die in dezelfde plaats werd vermoord door IS-aanhangers. – © François Mori / HH

  • 4. En Marche! komt 
naar je toe deze zomer

    4. En Marche! komt 
naar je toe deze zomer

    Na de klinkende verkiezingszege in Frankrijk richt de partij van Macron zich nu op de Europese verkiezingen van 2019. Een leger vrijwilligers gaat het land in om de stemming van de burgers peilen.

    In een cafeetje in een tamelijk armoedige straat achter Montmartre bereikt de powerpoint-
presentatie een hoogtepunt. Op de muur staat geprojecteerd: ‘We kunnen het niet vaak genoeg zeggen: glimlachen!’ De ruim veertig aanwezigen knikken. Ze worden getraind om de politieke buitendienst in te gaan. De komende weken zullen zij en vele andere glimlachende mensen bij honderdduizend huizen aanbellen en de burgers vragen of ze even tijd hebben om over Europa te praten. Begin april gaf La République En Marche! (LRM) het startsein voor de ‘Grote Mars voor Europa’. Toen partijleider Christophe Castaner de ‘Grote Mars’ aankondigde tegenover journalisten in Parijs, zei hij dat LRM ‘de beweging van het luisteren’ is, die ‘de Europese droom wil teruggeven aan de 
Fransen’. Deze vaag klinkende teksten zijn de voorbereiding op de Europese verkiezingen in 2019. President Macron en zijn partij willen laten zien dat ze meer zijn dan verrassende winnaars. Ze willen bewijzen dat het succes bij de presidentsverkiezingen niet alleen te danken was aan stemmen tegen Marine Le Pen. De overwinning van LRM bij de parlementsverkiezingen in de zomer was de eerste consolidatie; nu wil de partij ook in 
het Europees Parlement de grootste politieke kracht worden.

    Woonkamers van de republiek

    Maar met politieke strategie moet je de Fransen 
niet lastigvallen. En evenmin met de woorden ‘EU’ 
en ‘Brussel’. Het gaat ‘om Europa’. In het cafeetje in Parijs worden de ‘marcheerders’, zoals de partij ze noemt, eraan herinnerd dat het niet om een 
verkiezingscampagne gaat: ‘Jullie zijn hier niet om te overtuigen, maar om te luisteren.’ De glimlachende luisteraars worden voorzien van een Europablauwe pullover en een vragenlijst. Hebben ze het tot in de woonkamers van de republiek gebracht, dan moet over de volgende vragen van gedachten worden gewisseld: ‘Waar denkt u aan bij Europa? Wat werkt er volgens u niet in Europa? Vindt u dat Europa een wezenlijke invloed heeft op uw dagelijks leven?’ Alle antwoorden worden genoteerd en moeten worden verwerkt in het verkiezingsprogramma voor 2019.

    Wat Macron betreft is de raadpleging van de Fransen slechts een eerste stap in zijn Europapolitiek. Op 17 april maakte hij in het Europees Parlement in Straatsburg de start van een Europese burgerraadpleging bekend. Dat is in zoverre een voortzetting van de ‘Grote Mars’ dat de burgermaatschappij moet worden aangespoord in discussie te gaan over 
Europese kwesties. Maar anders dan in Frankrijk moet zijn partij niet in verband worden gebracht met deze raadplegingen. Macron hoopt dat van Denemarken tot Roemenië zwemverenigingen, 
vrijwillige brandweerkorpsen en vakbonden zelf in gesprek gaan over Europa. Het mogelijke, tactische neveneffect van deze debatoefening is dat er nieuwe partijen kunnen ontstaan die het voor LRM eenvoudiger maken om bondgenoten te vinden in het 
Europees Parlement.

    Auteur: Nadia Pantel
    Vertaler: Pieter Streutker

    Süddeutsche Zeitung
    München | dagblad | oplage 358.000 | sueddeutsche.de

    Het dagblad voor het zuiden van Duitsland behoort tot de toonaangevende kranten in het land. De links-liberale krant is een energiek verdediger van de mensenrechten en van de rechtsstaat.

  • Eén markt, één munt, één Europese democratie

    Eén markt, één munt, één Europese democratie

    De Duitse historica en filosofe Ulrike Guérot weet het zeker: er moet een Europese Republiek komen. Dan is uiterlijk in 2045 het politieke gelijkheidsbeginsel voor alle Europese burgers verwezenlijkt.

    Iedereen kraakt de Europese Unie af, niemand lijkt nog van haar te houden. Mevrouw Guérot, u gelooft stoïcijns in een vreedzaam, verenigd Europa. Legt u eens in de lengte van een tweet uit wat u wilt.

    Ulrike Guérot: Eén markt, één munt, één Europese democratie, dat wil zeggen een gemeenschap van staatsburgers, waarbinnen iedere burger in Europa dezelfde rechten heeft.

    U heeft begin dit jaar het boek Der neue Bürgerkrieg. Das offene Europa und seine Feinde gepubliceerd. Bent u echt van mening dat er al sprake is van burgeroorlog?

    Het begrip burgeroorlog heeft mij theoretisch sterk bezig gehouden. Ik wilde in het boek laten zien dat we ons niet in een proces van renationalisatie bevinden, maar in een heel ander proces.

    In wat voor proces dan?

    We zetten burgers tegenover elkaar. En dat komt doordat we in de EU wel één markt en één munt hebben, maar geen democratie.

    Omdat het in Europa ontbreekt aan een uniform sociaal systeem worden de burgers economisch tegen elkaar uitgespeeld. Bedoelt u dat met burgeroorlog?

    Het gaat nog verder. De Italiaanse filosoof Giorgio Agamben schrijft dat er burgeroorlog heerst wanneer het politieke lichaam uiteenvalt en er geen enkele groep meer aanspraak kan maken op vertegenwoordiging van het politieke lichaam in zijn geheel.

    Kunt u een voorbeeld geven?

    Bij de Brexit is het al zichtbaar: wie is nou de Britse natie, zij die voor de Brexit zijn of zij die ertegen zijn? Het land valt uiteen. Dat wilde ik analyseren om het argument te weerleggen dat Europa zich in een proces van renationalisatie bevindt. Want het klopt niet. Eerder beleven we een splijting van naties. Niet alleen in Groot-Brittannië, maar ook in Oostenrijk, in Frankrijk of in Polen.

    Het moment dat ik zelf ontwaakte, kwam met de top van juni 2012. Toen dacht ik; Met deze EU komt het niet meer goed

    De Zeit heeft geschreven dat u uw levensverzekering zou hebben ingezet om de EU te redden. Hoe werd u zo’n Europa-activist?

    Aanvankelijk was er gewoon niemand die geld in mijn project wilde steken. Maar ik moet bij het begin beginnen. Het was 2012, het hoogtepunt van de Europese crisis. Er werd fel geprotesteerd tegen Europa en de Europese centrale bank, EU-vlaggen werden verbrand. Op dat moment stortte voor mij persoonlijk iets ineen.

    Waarom?

    Duitsland, Frankrijk, Europa – dat was vanaf 1992 zowel mijn privéleven als mijn beroep. Ik heb voor Lamers en later voor Jacques Delors, de voormalige voorzitter van de Europese Commissie, gewerkt. The ever closing union, de unie die steeds nauwer aaneengroeit, dat was mijn ding, daarvan was ik vijfentwintig jaar lang overtuigd. En toen begreep ik: C’est fini, het functioneert niet langer.

    Pas toen, van de ene op de andere dag?

    Natuurlijk heb ik in de jaren nul ook wel gemerkt dat het niet meer zo gemakkelijk ging, zeker na het Franse nee tegen de Europese Grondwet in 2005. Toen kwam de financiële crisis en daarna de eurocrisis. In het begin dacht ik nog: Dat lukt ons wel. In 2010 begon de Griekse crisis. Met Duitsland ging het steeds beter, maar de anderen gleden af. Alles werd ineens heel onaangenaam. Het moment dat ik zelf ontwaakte, kwam met de top van juni 2012. Toen dacht ik: Met deze EU komt het niet meer goed.

    Wat gebeurde er destijds op die top?

    Het werd duidelijk dat er een fiscale noch een politieke unie zou komen. Ondanks alle intentieverklaringen werd de vicieuze cirkel van bank- en staatsschulden niet doorbroken.

    Hoe reageerde u daarop?

    Voor de grap heb ik toen briefkaarten laten drukken met de tekst: ‘The European Republic is under construction’. Ik sleepte die briefkaarten altijd met me mee en liet ze overal achter. Daarna schreef ik mijn eerste teksten over Europa als republiek. Na het ochi, het Griekse nee bij het referendum in februari 2015, merkte ik dat de mensen op mijn bijdragen begonnen te reageren. Ik kreeg de eerste uitnodigingen om te spreken over ‘Europa als republiek’. En toen ging het ineens snel. Ik ontving veel reacties, kreeg het contract voor mijn boek en uitnodigingen bij de vleet. Tegenwoordig heb ik gemiddeld negentig uitnodigingen per maand, waaronder ook heel prestigieuze, zoals voor de Europagroep van het wereldeconomisch forum van Davos. Het stadium van uitgelachen en genegeerd worden heb ik dus al achter me.

    © Getty
    © Getty

    Hoe zat dat nou met uw levensverzekering?

    Toen de idee van de republiek in 2015 echt begon aan te slaan, merkte ik dat ik het in mijn eentje niet zou redden. Ik wilde voor de republiek iets van een start-up oprichten, het European Democracy Lab, simpelweg omdat er zo veel belangstelling was. Bij verschillende stichtingen vroeg ik om geld, maar ving ik bot. Dus heb ik 25.000 euro van mijn levensverzekering genomen en in het Gorki-theater een ruimte afgehuurd. Die plek betekent heel veel voor mij. Na de Maartrevolutie van 1848 schreef de Pruisische Nationale Vergadering er zijn eerste democratische grondwet. Ertegenover wordt op dit moment een slot gebouwd, het Hohenzollernslot. Stel je dat eens voor! Alsof het Duitsland van 2017 op een slot zit te wachten. Voor mij is het heel belangrijk dat ik aan de overkant mijn boodschap publiek maak: hier komt de Europese Republiek van de grond!

    Beschikt uw Lab momenteel over voldoende middelen?

    Tot nu toe was het krap, hoewel er een kleine eerste subsidie was. Voor de komende vijf jaar ziet het er nu beter uit, dan kan ik rekenen op projectgelden.

    Welke projecten wilt u in de komende vijf jaar oppakken?

    Wij gaan werken aan de rol van regionale parlementen binnen de EU en tevens in 2019 bij de verkiezingen voor het Europese parlement een campagne opzetten voor Europese kiesrechtgelijkheid.

    Welke instituties zou uw republiek kennen?

    In mijn concept zijn er twee kamers. In de eerste – het Europese huis van afgevaardigden – zitten de Europese volksvertegenwoordigers die door heel Europa in een en dezelfde stembusgang worden gekozen. Naar de tweede kamer sturen de Europese regio’s hun senatoren. De president van Europa wordt rechtstreek gekozen.

    U zou de Europese Raad afschaffen?

    Absoluut, hij is immers bij uitstek verantwoordelijk voor het nationale moment in de EU. In de Raad zitten de regeringsleiders van de individuele EU-staten. Die regeringsvertegenwoordigers hebben in de eerste plaats verplichtingen tegenover hun eigen land. Ze zullen geen besluiten treffen die goed zijn voor alle Europeanen, maar misschien niet zo goed voor hun eigen land. Deze nationale opeenhoping van macht doet Europa zelden goed.

    In alle EU-stukken wordt steeds gesproken over European citizenship, maar in werkelijkheid bestaat dat niet

    Zou er in de Europese Republiek nog plaats zijn voor een nationaal staatsburgerschap?

    Dat is een heel belangrijk punt. In alle EU-stukken wordt steeds gesproken over European citizenship, maar in werkelijkheid bestaat dat niet.

    Hoe groot is de kans dat er zoiets als een Europees staatsburgerschap gerealiseerd wordt?

    Moeilijk te zeggen, het zou wel een complete doorbraak betekenen. Wanneer er Britten zijn die burger van de Unie zouden willen blijven, met alle concrete rechten die daarbij horen, is de idee van de republiek niet langer virtueel. En ik zou de eerste zijn om de volgende dag bij het Europese gerechtshof aan de telefoon te hangen met de boodschap: zo’n Europees staatsburgerschap wil ik ook.

    De idee van de republiek klinkt logisch. 
Wie zijn uw tegenstanders?

    Wel eigenlijk iedereen die vanuit een nationale of een EU-context naar Europa kijkt, zoals nationale of Europese ambtenaren en parlementariërs, maar ook journalisten van nationale media. Die kunnen nog geen afscheid nemen van de natiegedachte omdat ze financieel afhankelijk zijn van de natiestaat. Toen ik me met de idee van de republiek ging bezighouden, merkte ik dat de kringen waarin ik voor die tijd beroepsmatig vertoefde – de Europese denkfabrieken rond de EU – mij opeens uit de weg gingen. Dat was mijn grootste teleurstelling. Uitgerekend diegenen die betaald werden om Europa te maken, gingen de discussie uit de weg. Maar in plaats daarvan was ik ineens terug te vinden op Duitse theaterpodia, op de kunstbiënnale in Moskou of in de schouwburg van Wenen om over de republiek te spreken. De discussie die ik wilde voeren sloeg aanvankelijk in de reëel politieke ruimte niet aan, maar in de creatieve, progressieve, kunstzinnige ruimte des te meer. Dat was, om het maar eens pathetisch te zeggen, voor mij de mooiste tijd.

    Waarom?

    Ik heb begrepen dat politiek niet alles is. De maatschappij is veel meer, er zijn kerken, geëngageerde jongeren, vakbonden en kunstenaars die belangstellend luisteren. Enkele jaren was ik als een kleinkunstenaar met de republiek op tournee. En toen kreeg ik ineens weer uitnodigingen uit de reëel politieke ruimte. Maar daarvoor was nodig dat ik een omweg maakte via de kunstzinnige ruimte. Wat heel mooi was, omdat deze mensen gewoon hipper en opener zijn.

    Wie zijn uw bondgenoten?

    Vooral jonge mensen, maar ook oudere die de oorlog nog hebben meegemaakt. En heel concreet bijvoorbeeld regioparlementen en -regeringen. Jean-Claude Juncker heeft als voorzitter van de Europese Commissie in maart vijf hervormingsscenario’s voor de EU gepresenteerd. Hij heeft ook de regio’s gevraagd zich uit te spreken. Bij dat proces ben ik nu officieel betrokken, als hoogleraar of expert, zowel in Oostenrijkse regio’s als in een aantal Duitse deelstaten. Maar om op de tegenstanders terug te komen: het zijn natuurlijk ook degenen die niet bereid zijn te betalen.

    Wie, de grote concerns?

    De Duitse of beter gezegd de Europese exportindustrie heeft natuurlijk geen belang bij een Europese werkloosheidsverzekering. Zij zou meer moeten betalen voor een Europa dat ze op dit moment afroomt zonder de Europese burgers er iets voor terug te geven.

    Wat zou het doel zijn van uw republiek?

    Dezelfde leefomstandigheden voor elke Europese burger. Zoals dit voor Duitsland in de Duitse grondwet is vastgelegd. Het streven naar convergentie is eigenlijk ook al opgenomen in het verdrag van Maastricht.

    Is dat niet illusoir? Het oosten en het rijke zuiden van Duitsland hebben immers evenmin dezelfde leefomstandigheden.

    Essentieel is dat de Duitse burgers gelijk zijn voor de wet. Ze krijgen dezelfde uitkering bij werkloosheid, hebben dezelfde verzekering tegen ziektekosten en een uniform cao-stelsel, zodat burgers niet met elkaar om hun loon hoeven te concurreren. Dat moet in de toekomst ook voor de eurozone gelden. Maar u heeft natuurlijk gelijk, er zijn nog altijd verschillen tussen West- en Oost-Duitse pensioenen. Essentieel is echter dat een gelijkstelling op termijn juridisch is vastgelegd. Daarom zien we in de Bondsdag ieder jaar weer een debat over het verder optrekken van de pensioenen in het oosten naar het westelijke niveau.

    Hoe wilt u dit op Europees vlak realiseren?

    Dat zal niet van vandaag op morgen gaan. Maar het einddoel zou nu al bindend kunnen worden vastgelegd. We zouden bijvoorbeeld een driefasenplan kunnen ontwikkelen, zoals dat ook bij de invoering van de euro is gebeurd.

    In mijn eentje ga ik dat niet veranderen. Maar als veel mensen de idee ondersteunen, zouden we wel zo ver kunnen komen

    Hoe ziet uw spoorboekje eruit?

    Uiterlijk in 2025 hebben we kiesrechtgelijkheid – one man, one vote – voor elke Europese burger; uiterlijk 2035 belastinggelijkheid en uiterlijk 2045 eenzelfde toegang tot sociale rechten. Dan zou het algemene politieke gelijkheidsbeginsel voor alle Europese burgers zijn verwezenlijkt. Voor de eurozone is dit voorstelbaar, omdat we economisch helemaal niet zo van elkaar verschillen. De eigenlijke verschillen bestaan immers niet tussen landen. Brandenburg is net zo arm als Andalusië. Met Hessen en Lombardije daarentegen gaat het goed. Het gaat dus niet om Italië versus Duitsland, maar om centrum versus periferie en om stad versus land. Daarom zouden we de economische verschillen in Europa niet meer langs nationale grenzen moeten benaderen. We zouden Europa op zijn kop moeten zetten en vanuit de burgers en de regio’s moeten gaan denken.

    Maar hoe wilt u dat verwerkelijken?

    Die vraag wordt mij vaak gesteld. Dan zeg ik altijd heel ontspannen: ‘In mijn eentje ga ik dat niet veranderen. Maar als veel mensen de idee ondersteunen, zouden we wel zo ver kunnen komen.’

    Wat gebeurt er als de Europese Republiek er niet komt?

    Als we de Europese democratie niet met een duidelijk tijdplan snel een impuls geven, zullen we wat we op dit moment hebben waarschijnlijk niet kunnen vasthouden. Mevrouw Merkel vergist zich met haar ‘wanneer de euro mislukt, mislukt Europa’. Die uitspraak is eerder andersom: als de euro blijft zoals hij is, mislukt de Europese democratie. En dat is precies wat we nu meemaken. Ze is nu al mislukt in Polen en Hongarije. Zuid-Europa is nog altijd politiek en sociaal fragiel. En dat geldt ook voor Frankrijk, wanneer het Emmanuel Macron nu niet lukt. Ik ben bang dat het juist in Duitsland aan bewustzijn ontbreekt hoe erg de dingen in veel andere Europese landen eigenlijk al zijn.

    Hoe staan de partijen tegenover uw voorstellen?

    Op dit moment heeft nog geen enkele grote partij de Europese Republiek in haar program opgenomen. Maar mijn argument is structureel, niet partijpolitiek. De republiek is er voor iedereen.

    Ook de republiek verhindert niet dat kiezers de verkeerde mensen aan de macht te brengen.

    Maar ze zou wel voorkomen dat de euro- of de vluchtelingencrisis binnen Europa wordt misbruikt om nationale staten tegen elkaar uit te spelen. En ze zou voorkomen dat de verliezers van de moderniteit overal misbruikt worden door nationale elites.

    U denkt dat Europa dat vreedzaam voor elkaar krijgt?

    De geschiedenis leert dat grote politieke breuken zelden zonder bloedvergieten zijn verlopen. Behalve in 1989 toen het socialistische oosten van Europa ineenstortte. Dan zouden we de Europese republiek toch ook vreedzaam voor elkaar moeten kunnen krijgen.

    Auteur: Susan Boos

    Historica en filosoof Ulrike Guérot (1964) werkte twintig jaar van haar leven als politiek adviseur voor de Europese Unie. In 2012 voorspelde ze het einde van diezelfde unie. Ze richtte het European Democracy Lab op met als doel ideeën te vergaren en te ontwikkelen over een nieuw Europees politiek systeem, de ‘Republiek Europa’.