Volgens The Guardian start Japan Airlines in mei met een test op luchthaven Haneda in Tokio, waarbij robots bagage en vracht verplaatsen op het platform. De proef loopt tot 2028 en moet de fysieke werkdruk voor personeel verminderen.
De robots, ontwikkeld door het Chinese bedrijf Unitree, kunnen zelfstandig werken maar moeten na enkele uren worden opgeladen. Belangrijke taken zoals veiligheidscontrole blijven in handen van mensen.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De inzet van robots komt op een moment dat Japan kampt met een snel vergrijzende bevolking en een groeiend tekort aan arbeidskrachten. Tegelijkertijd neemt het aantal toeristen sterk toe, wat extra druk legt op luchthavenpersoneel.
Volgens betrokken bedrijven kunnen robots helpen om zwaar en repetitief werk over te nemen, terwijl ze ook op termijn voor andere taken kunnen worden ingezet, zoals het schoonmaken van vliegtuigen.
In de wijk Pudong in Shanghai staat een ‘trainingsbasis’ van drieduizend vierkante meter waar meer dan honderd mensachtige robots 24 uur per dag worden opgeleid.
Net als bij baby’s ervaren deze robots de fysieke wereld vooral door aanraking, en dat gaat met veel vallen en opstaan: ze vouwen broeken op en strijken kleding in de slaapkamer; ze maken maaltijden klaar, persen sap en wassen af in de keuken en ze schikken bloemen, dweilen en ruimen tafels af in de woonkamer. Elke robot heeft een eigen ‘trainer’ – een soort docent met een VR-headset. Met een controller doet zo’n trainer allerlei verschillende handelingen voor: optillen, vasthouden, trekken, gieten enzovoort. Elke beweging wordt ongeveer tweehonderd keer herhaald.
Dit is de superfabriek voor datacollectie in Zhiyuan, een van de grootste centra voor de verzameling van robotgegevens in de hele wereld. Hij is opgedeeld in vijf verschillende scenario’s: industrie, detailhandel, kantoor, horeca en particulier. Honderd trainers draaien dag- en nachtdiensten, samen met meer dan dertig analisten en tien beheerders die de data verzamelen en verwerken.
Af en toe treden er kleine foutjes op: een robot kan een waterkoker bijvoorbeeld niet rechtop houden
De faciliteit produceert per dag tussen de dertig- en vijftigduizend datapunten: stukjes multidimensionale informatie die worden vastgelegd door de bewegingen van de robots, informatie zoals waar een arm zich bevindt, hoe snel hij beweegt en wat voor effect dat heeft.
Af en toe treden er kleine foutjes op: een robot kan een waterkoker bijvoorbeeld niet rechtop houden, doet te veel kruiden in een gerecht of stoot een vaas omver. De trainers stellen hun bewegingen dan geduldig bij.
Hoe effectief is deze robottraining? Yao Maoqing, een directeur van Agibot, legt uit: ‘We bevinden ons nog in een vroeg stadium. Een robot kan op dit moment negen van de tien keer een glas water inschenken op een tafel die hij eerder is tegengekomen.’
Beperkingen
Toch wil het bij onbekende scenario’s of objecten nog wel eens misgaan. Bovendien betreft het hier vooral op zichzelf staande vaardigheden; de robots zijn nog niet in staat om meerdere bewegingen te combineren.
Om de robots algemener te laten functioneren moet hun omgeving voortdurend worden aangepast en verfijnd. Zo veranderen de trainers regelmatig de verlichting, gebruiken ze objecten met verschillende vormen en verandert alles constant van plek.
Het uitbreiden van de AI-capaciteit (het ‘denkvermogen’) van een robot vereist veel data. Eerst worden multidimensionale fysieke gegevens – zoals beeld, fysieke impulsen en exacte bewegingen – geregistreerd en in een computerprogramma verwerkt, waarna ze weer in de robot zelf worden geïmplementeerd.
Toch blijft een gebrek aan gegevens de grootste bottleneck in de ontwikkeling van mensachtige intelligente robots.
De Über-Machine
In Louisiana verrijst voor meer dan tien miljard dollar Meta’s grootste datacentrum ooit. Volgens Mark Zuckerberg zal wat daar gebeurt ingrijpender zijn dan boekdrukkunst, stoommachine of internet.
Het doel: een kunstmatige superintelligentie, die ziektes geneest, files oplost en energieproblemen bezweert. Critici vrezen dat deze ‘Über-Maschine’ oncontroleerbaar kan worden, schrijft Der Spiegel. Pessimisten wijzen op de gevaren van zelflerende systemen die eigen doelen stellen, van cyberaanvallen tot het ontwikkelen van nieuwe wapens. Geoffrey Hinton, pionier van neurale netwerken, waarschuwt zelfs voor een ‘existenzielles Risiko’: een AI die controle en overleving nastreeft en de mens buitenspel zet.
Naast utopieën en ondergangsfantasieën klinken praktische zorgen, zoals de uitbesteding van moderatiewerk voor lage lonen in landen als Kenia en Venezuela. Volgens ethicus Rainer Mühlhoff ligt de échte dreiging minder in uitroeiing van de mensheid, dan in de concentratie van geld en macht bij enkele techgiganten.
Bovendien is de milieu-impact aanzienlijk. Uit cijfers van MIT News blijkt dat een enkele ChatGPT-vraag al vijf keer zo veel elektriciteit verbruikt als een standaard zoekopdracht in Google. De miljoenen dagelijkse que- ries zorgen voor een groeiende ecologische voetafdruk. De koeling van de enorme datacenters van de taalmodellen draaien op grote hoeveelheden water, vaak in regio’s waar de watervoorraad al onder druk staat.
Ook de CO2-uitstoot is fors. Het trainen van GPT-3.5, een voorloper van de huidige modellen, stootte naar schatting 500 ton CO2 uit – gelijk aan de jaarlijkse emissies van tientallen huishoudens. Zolang datacenters grotendeels afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen, vergroot AI de mondiale uitstoot, waarschuwt het VN-milieuprogramma (UNEP). Volgens andere experts is de impact niet onvermijdelijk. Earth.org, een internationale non-profitorganisatie die zich richt op het milieu, schrijft dat de overstap naar hernieuwbare energie en efficiëntere algoritmes de schade kan beperken.
Dit geeft Yao Maoqing ook zonder meer toe: ‘Datasets voor robots zijn veel te klein om grote taalmodellen (LMM’s) op te kunnen toepassen.’ Dit komt door fundamentele verschillen in het soort data: LLM’s baseren zich op een enorme hoeveelheid tekst die afkomstig is van het internet, terwijl data voor robots afhankelijk zijn van fysieke interacties met de wereld. Om een robot bijvoorbeeld aan te leren een glas water in te schenken moeten trainers allerlei informatie nauwkeurig registreren waaronder het armtraject, de kracht van de robothand, de temperatuur van het water, en zo voort.
Het is dan ook ongelooflijk duur om dit soort data te verzamelen. Nvidia Research maakte onlangs bekend dat voordat Tesla’s mensachtige robot Optimus een accu in een doos kon plaatsen, er een team van veertig personen nodig was om data te verzamelen. Optimus ‘fabrieksklaar’ maken zou miljoenen uren aan training en honderden miljoenen dollars vereisen.
Alternatieven
Om deze uitdaging directer aan te gaan hebben verscheidene roboticabedrijven over de hele wereld hun datasets openbaar gemaakt om technologische uitwisseling en vooruitgang te bevorderen, zo ook AgiBot en Fourier Robotics.
Naast een-op-eeninstructie, waarbij een mens de training verzorgt, wordt er ook gewerkt aan goedkopere methodes, zoals robots foto’s en video’s leren interpreteren zodat ze bekender worden met menselijke handelingen.
AgiBot onthulde in maart het eerste Chinese ‘General Embodied Base Model’. Door online video’s van huishoudelijke taken te bekijken, zoals kookinstructies, kunnen robots de basisprincipes van het koken afleiden zonder voorafgaande praktische ervaring (zogeheten zero-shot learning). Zo kan een robot bijvoorbeeld herkennen dat water borrelt als het kookt, en dat je aardappels eerst moet schillen. Daarna is het alleen nog een kwestie van oefenen in de praktijk.
Techpioniers voorspellen gouden tijden voor mensachtige robots. Maar machines hoeven geen mensen te imiteren om van grote waarde te zijn.
Aangezien de tech-industrie niet uitgepraat raakt over de ontwikkelingen omtrent AI, is het geen gekke gedachte dat er binnenkort menselijke robots op aarde zullen rondlopen.
Elon musk heeft het marktaandeel van Optimus, Tesla’s poging tot een mensachtige huishoudrobot, op 10 biljoen dollar geschat. Jensen Huang, directeur van Nvidia [een grote producent van computerhardware] voorspelde dat dit ‘de grootste tech-industrie ooit’ zal worden.
Met het grote aantal beginnende roboticabedrijven en de vloedgolf aan online filmpjes van tweevoetige robots die allerlei menselijke taken verrichten, lijkt de robotrevolutie een feit. LLM’s kunnen nu al complexe logische problemen oplossen, en het lijkt misschien eenvoudig om zo’n model ook in een robot te installeren, waarna deze simpelweg kan worden hertraind om zich in de wereld te handhaven. Klaar is Kees.
Dankzij talloze sciencefictionverhalen die al jaren de ronde doen ‘gaan veel mensen ervan uit dat AI iets lichamelijk is’
Dit is een zware onderschatting. Dankzij talloze sciencefictionverhalen die al jaren de ronde doen ‘gaan veel mensen ervan uit dat AI iets lichamelijk is’, aldus Peter Varrett, investeerder in Playground Global. In werkelijkheid is het een immense stap om intelligentie naar de fysieke wereld te vertalen.
Daarvoor zal de manier waarop AI momenteel wordt getraind radicaal moeten veranderen. Als sterke, autonome machines in contact worden gebracht met mensen is er bijvoorbeeld geen ruimte voor de ‘hallucinaties’ waar LLM’s doorgaans last van hebben [kleine foutjes in hun handelingen]. En zo moeten robotbouwers nog ontelbare andere uitdagingen overkomen om het menselijk lichaam in een machine na te bootsen.
Door de verwachtingen over de praktische haalbaarheid van kunstmatige mensen op te schroeven, maken robotbouwers het zichzelf alleen maar moeilijker. Ze lopen bovendien het risico een veel haalbaardere en zeer belangrijke markt mis te lopen: die voor robots die geen twee benen hebben of proberen de mens in al zijn complexiteit na te bootsen.
Obstakels
Op het gebied van kunstmatige intelligentie komen robotontwikkelaars veel obstakels tegen waar de makers van LLM’s helemaal geen last van hebben. Zo zijn diensten zoals ChatGPT getraind op datasets die vooral van het internet afkomstig zijn, zonder dat daar data over de fysieke wereld aan te pas komen.
Ook is het veel moeilijker om een machine te bouwen die met de wereld interacteert en objecten gebruikt en oppakt dan om een simpelere autonome machine te maken zoals een zelfrijdende auto. Voertuigen hebben enkel de opdracht door de wereld heen te bewegen zonder tegen dingen op te botsen; een robot moet dingen op precies de juiste manier aanraken om zelfs maar de simpelste taken uit te kunnen voeren.
Daar komt nog de kwestie van ‘planning’ bij kijken: in real time beslissingen nemen over een handelwijze op basis van een stroom aan zintuiglijke data uit de echte wereld – een van de moeilijkste problemen in de robotica. Zelfrijdende auto’s beginnen weliswaar eindelijk op de openbare weg te verschijnen, maar het heeft jaren langer geduurd dan door optimisten in de techindustrie werd voorspeld. Robots vormen nog een veel grotere uitdaging.
AI in de klas
AI verovert niet alleen de techwereld, maar ook het klaslokaal. In juli kondigden OpenAI, Microsoft en Anthropic een samenwerking van 23 miljoen dollar aan met grote Amerikaanse lerarenvakbonden om docenten te trainen in het gebruik van AI, schrijft MIT Technology Review. Via de nieuwe National Academy for AI Instruction leren leraren AI inzetten voor lesvoorbereiding, toetsing en directe begeleiding van leerlingen. Bedrijven beloven maatwerk en efficiëntie, maar critici wijzen op de risico’s: scholieren gebruiken AI minstens zo vaak om te spieken als om te leren, en studies suggereren dat kritisch denken eronder lijdt.
Nog radicaler is het experiment van de private Alpha School in Austin, Texas, waar AI het merendeel van de dagelijkse lessen overneemt, aldus Courrier International.
Leerlingen krijgen twee uur per dag AI-geleide instructie en besteden de rest van de tijd aan workshops rond communicatie, financiën en persoonlijke ontwikkeling. Volgens oprichter MacKenzie Price kan AI onderwijs beter personaliseren dan mensen ooit kunnen. Critici vrezen echter een ‘modieuze’ hype en waarschuwen voor een verarming van de sociale dimensie van onderwijs. Die Zeit vraagt zich af of we straks überhaupt nog hoeven te leren. AI neemt steeds meer cognitieve taken over: lezen, samen-vatten, schrijven, vertalen. Is die afname van eigen inspanning wel goed voor ons?
In Singapore zijn ze daarvan overtuigd, en worden kinderen al vanaf drie jaar vertrouwd gemaakt met AI. In Denemarken wordt AI binnenkort toegestaan tijdens het staatseindexamen.
Nvidia kaartte deze problemen aan bij de jaarlijkse technologieconferentie in Silicon Valley, afgelopen maart. Het bedrijf heeft een systeem ontwikkeld genaamd Cosmos dat een virtuele wereld kan genereren om robotbreinen in op te leiden, maar het is nog onduidelijk hoe en of deze synthetische data de echte wereld kan nabootsen. Ook is de chipfabrikant begonnen aan een ‘physics engine’ waarmee een robot kan leren over de fysieke wereld, zoals het verschil tussen harde en zachte objecten. Deze engine wordt gemaakt door Disney en Google DeepMind. Deze samenwerking spreekt boekdelen over hoe technologie en fantasie elkaar in de robotrevolutie opzoeken.
Nvidia presenteerde overigens ook een veelbelovend besturingssysteem voor robots, dat als opensourceproject wordt ontwikkeld zodat andere potentiële ontwikkelaars kunnen aansluiten. Dit kan een grote impuls vormen voor het vakgebied – al dreigt het tegelijkertijd de vele anderen die zich haastig op dit terrein hebben gestort buitenspel te zetten. Bovendien is er een groot verschil tussen het uitstippelen van een ontwikkelingsplan en daadwerkelijk resultaten boeken.
Misschien hoeft de mens niet per se te worden nagebootst, maar liggen er juist meer mogelijkheden in de ontwikkeling van saaiere machines, die eenduidige taken kunnen uitvoeren of kunnen werken in op maat gemaakte omgevingen zoals warenhuizen of fabrieken. Zo zijn er automatische warenhuizenkarretjes ontwikkeld door Robust.ai, een bedrijf van Rodney Brooks, medeoprichter van het bedrijf achter de Roomba-stofzuiger en voormalig professor in kunstmatige intelligentie bij MIT. Een vaatwasser heeft geen handen nodig om de mens een handje te kunnen helpen. Als de nieuwste AI-technologieën en goedkope hardware worden benut, kan men allerlei robots bouwen die heel nuttig kunnen zijn – ook al lijken ze in geen enkel opzicht op de mens.
360 kiest een door de buitenlandse pers beschreven sportevent, van voetbal tot Grieks-Romeins worstelen. Deze keer: Olympisch cricket en robotkampioenschappen.
Tweede sport ter wereld wordt in 2028 eindelijk weer Olympisch
CRICKET – Na een lange en intensieve campagne keert cricket in 2028 tijdens de Spelen in Los Angeles na 128 jaar terug als Olympische Sport, meldt India Today. Het IOC heeft dat inmiddels officieel bevestigd. Om te voorkomen dat wedstrijden te lang duren, bestrijden zes landenteams (mannen én vrouwen) elkaar binnen het zogenoemde T20-format: ieder team krijgt 20 overs (zes gebowlde ballen) om zo veel mogelijk runs tussen de wickets te maken.
Andere nieuwe Olympische sporten zijn squash, lacrosse, flag football, honkbal en softbal. Volgens het Indiase dagblad heeft Jay Shah, voorzitter van de wereldcricketbond, een sleutelrol vervuld tijdens de cricketlobby. Het Amerikaanse SportingNews houdt het erop dat de Olympische rentree van cricket, ‘met 2,5 miljard tv-kijkers de op voetbal na de populairste sport in de wereld’, vooral te danken is aan de Indiase cricketvedette Virat Kohli. ‘Hij staat op de derde plaats van meest gevolgde atleten, na Messi en Ronaldo, maar vóór Lebron James, Tiger Woods en American football-speler Tom Brady.’
Sean Ingle beschrijft in The Guardian welke voorwaarden het IOC hanteert om sporten wel of geen Olympische status te verlenen. Hij citeert Casey Wasserman, voorzitter van het organisatiecomité van de Spelen in LA: ‘We kijken naar relevantie, innovatie en hoe een sport binnen gemeenschappen wordt beoefend: op straat, rond het schoolplein of in een buurtcentrum. Daarnaast willen we verschillende fanbases met elkaar verbinden en onze aanwezigheid in de digitale wereld vergroten.’
Maar volgens Ingle geven zakelijke belangen de doorslag: ‘De uitzendrechten in India voor de Spelen in Parijs leverden de sportkoepel in 2024 20 mil- joen US dollar op. Volgens experts loopt dat bedrag op tot 150 miljoen nu er straks wordt gecricket in LA.’
Ingle wijst er ook op dat het toelaten van vijf extra sporten het IOS voor een dilemma stelt omdat het maximale aantal Olympische sporters op 10.500 is gesteld. ‘Dat betekent dat traditionele sporten straks minder deelnemers mogen inschrijven.’
Robots voetballen, kickboksen en storten in elkaar tijdens de eerste ‘robot-Olympische Spelen’ in China
Rennen, tafeltennissen, dansen, voetballen, kickboksen. Alleen niet door mensen, maar door robots. Deze zomer vonden de eerste ‘World Humanoid Robot Games’ plaats in China. Volgens Global Times namen er tijdens het driedaagse evenement in Beijing 280 teams uit 16 landen deel aan 487 wedstrijden. Ook studententeams van de TU Delft en de Universiteit van Amsterdam waren aanwezig.
Sommige robots maakten achterwaartse salto’s en legden met succes hindernisbanen af. Daarnaast gingen ze ‘robot-specifieke uitdagingen aan, van het sorteren van medicijnen en het verwerken van materialen tot schoonmaakdiensten’, aldus CNN. Volgens The Guardian ‘toonden de wedstrijden de bekwaamheid van China op het gebied van humanoïde robotica, een technologisch gebied dat naar de voorgrond is geschoven in de kunstmatige intelligentie-industrie van het land’.
Al verliep niet alles even soepel. ‘Eén robot moest de 1500 meter opgeven omdat zijn hoofd halverwege de race afviel’, meldt The Guardian. De afstand werd gewonnen door een robot van het Chinese Unitree Robotics in een tijd van 6 minuten en 34,40 seconden. Het wereldrecord onder de mensen is in handen van de Noorse Jakob Ingebrigtsen (3:29,63). Toch was de robot volgens The New York Times sneller dan veel niet-professionele menselijke hardlopers.
En er waren meer technische probleempjes. Zo schrijven internationale media dat robots tijdens de voetbalwedstrijden over elkaar struikelden en als dominostenen omvielen. ‘Ook botste een robot van het Chinese Unitree Robotics tijdens een atletiekwedstrijd tegen een menselijke medewerker terwijl hij sprintte, waardoor deze omver werd gelopen’, meldt de New Yorkse krant.
Toch schrijft CNN dat ‘ondanks dat de robots vaak omvielen en menselijke hulp nodig hadden om weer op te staan, veel robots erin slaagden om zelfstandig weer rechtop te komen, wat applaus van het publiek opleverde’.
Al met al zouden de wedstrijden ‘waardevolle mogelijkheden bieden om gegevens te verzamelen voor de ontwikkeling van robots voor praktische toepassingen, zoals fabriekswerk’, aldus CNN. Zo zouden bijvoorbeeld de voetbalwedstrijden helpen bij het trainen van de coördinatievaardigheden van robots, wat nuttig kan zijn voor het werk waarbij de samenwerking tussen verschillende eenheden nodig is.
De lokale politie wil de robots behangen met explosieven
Een toezichthoudende raad in San Francisco heeft ingestemd met het gebruik van op afstand bestuurbare robots door de lokale politie. Dergelijke robots zouden in potentie dodelijk kunnen zijn, daar ze mogelijk worden behangen met explosieven, meldt persbureau AP. Met het besluit wordt San Francisco voor zover bekend de eerste stad ter wereld met lokale wetten die de inzet van killer robots door agenten rechtvaardigen.
Het besluit kon op felle tegenstand rekenen van onder meer mensenrechtengroepen, die vrezen dat de inzet van robots de lokale politie verder militariseert. Zo zei de openbare aanklager van San Francisco dat het ‘op afstand doden’ van inwoners van San Francisco indruist tegen de progressieve waarden van de stad.
Het politiedepartement zegt dat de robots kunnen worden ingezet ‘om gewelddadige, gewapende of gevaarlijke verdachten aan te spreken, uit te schakelen of te desoriënteren’. De politie in San Francisco heeft momenteel twaalf robots, die vooral worden gebruikt om explosieven onschadelijk te maken. Agenten die de nieuwe robots zullen gebruiken, krijgen een aparte opleiding.
Na het dodelijke ongeluk met een zelfrijdende auto van Uber in Arizona, laait het debat over de veiligheid van de voertuigen weer op.
JA
Voor het eerst heeft een zelfrijdende auto een voetganger doodgereden. Een vrouw in Arizona overleed nadat ze was aangereden door een Uber-auto. Hoe kon dat gebeuren? Zelfrijdende auto’s waren toch veiliger dan auto’s bestuurd door feilbare mensen? Of zijn ze dat ook? Zoals veel mensen schreven op sociale media, werden er in 2016 meer dan 37.000 mensen gedood door auto’s met menselijke bestuurders. Daarbij vergeleken is één dode voetganger, hoe droevig ook, nog niet zo’n slechte score. Maar hoe aantrekkelijk dit argument misschien ook klinkt, het is helaas onjuist.
Dodelijke auto-ongelukken worden berekend op basis van afgelegde ‘voertuigkilometers’. In 2016 was er 0,73 dode te betreuren voor elke 100 miljoen kilometer die Amerikaanse auto’s reden. Dat klinkt als heel weinig, maar aangezien alle Amerikaanse auto’s in dat jaar samen zo’n 5 biljoen kilometer aflegden, komt dat toch neer op tienduizenden doden. Om uit te vinden of zelfrijdende auto’s veiliger zijn dan traditionele, moeten we weten hoeveel kilometers zij reden voordat ze hun eerste dodelijke ongeluk maakten. Het antwoord is: veel minder dan 100 miljoen. Marktleider Waymo maakte kort geleden bekend zijn 6 miljoenste kilometer op de weg te hebben afgelegd. Die ritjes vonden veelal plaats in westelijke Amerikaanse staten, waar de rijomstandigheden gunstig zijn. Uber haalde onlangs met zijn autonome programma de 3 miljoen kilometer. Er werken ook andere bedrijven aan autonome voertuigen, maar al hun ritjes bij elkaar opgeteld komen lang niet aan de 100 miljoen.
Eén dode bij dit geringe aantal gereden kilometers wijst er niet bepaald op dat zelfrijdende auto’s veiliger zijn dan mensen. Integendeel: het lijkt eerder een flinke stap terug te zijn
Eén dode bij dit geringe aantal gereden kilometers wijst er niet bepaald op dat zelfrijdende auto’s veiliger zijn dan mensen. Integendeel: het lijkt eerder een flinke stap terug te zijn.
Dat wil niet zeggen dat we het autonome rijden maar beter kunnen vergeten. Er zijn allerlei andere voordelen aan verbonden, en het is de moeite waard om daaraan te blijven werken, ongeacht of deze auto’s op het moment misschien minder veilig zijn dan auto’s met menselijke chauffeurs.
We weten niet eens goed welke veiligheidsrisico’s er aan deze manier van rijden verbonden zijn. De veelgehoorde bewering dat zelfrijdende auto’s veiliger zijn dan door mensen bestuurde auto’s mag dan ongefundeerd zijn – maar een tegenreactie die roept dat ze duidelijk gevaarlijker zijn, is dat evengoed.
Gelukkig kan software verbeterd worden, en als zelfrijdende auto’s momenteel nog niet veiliger zijn dan door mensen bestuurde, dan zijn ze dat op een dag zonder twijfel wel. We hebben die toekomst alleen geen dienst bewezen door de indruk te wekken alsof we al zo ver zijn. Als we mensen gaan vertellen dat zelfrijdende auto’s hartstikke veilig zijn, en dat blijkt dan niet het geval, dan kan dat een felle tegenreactie uitlokken. Het uiteindelijk resultaat kan zijn dat zij, nog voordat ze zichzelf kunnen bewijzen, van de weg gehaald worden.
Megan McArdle werkt voor de opinieredactie van The Washington Post. Eerder schreef ze voor onder meer The Economist,The Atlantic,Newsweek/The Daily Beast en Bloomberg View.
1. Megan McArdle; 2. Michael Krüger.
NEE
Vroeger of later moest het gebeuren. Voor het eerst heeft een zelfrijdende auto een mens gedood. Een testauto van het taxibedrijf reed een vrouw op de fiets aan, die kort daarna overleed. Software-ontwikkelaars en managers waarschuwden al lang dat dit stond te gebeuren, al schreeuwden ze het niet van de daken. De interactie tussen de vele verkeersdeelnemers is immers zo complex dat een ongeluk onmogelijk valt uit te sluiten.
Degenen die sceptisch zijn over zelfrijdende auto’s zullen dit als een bevestiging zien. Ze kunnen zelfs nog een argument aan hun principiële bezwaren toevoegen. Hier ging het immers niet om de situatie waar ethici zo vaak over spreken, dat de computer moet beslissen of een onvermijdelijke botsing nu de overstekende vrouw, een willekeurige omstander of de passagier zelf treft.
Toch bewijs je de verkeerszekerheid geen dienst als je dit ongeval aangrijpt om nu een kruistocht tegen de zelfrijdende auto te beginnen. Want over één ding zijn ingenieurs, verkeersveiligheidsexperts en verzekeringswiskundigen het eens: de sensoren of de software van een robotauto maken misschien wel fouten, maar de kans dat een menselijke bestuurder dat doet ligt dramatisch veel hoger.
Experts gaan ervan uit dat het aantal ongelukken met negentig procent zou dalen als alleen computers auto’s zouden besturen
Experts gaan ervan uit dat het aantal ongelukken met negentig procent zou dalen als alleen computers auto’s zouden besturen. Aan dit cijfer ligt een simpele observatie ten grondslag: negentig procent van alle ongelukken zijn te wijten aan menselijke fouten.
Een computerchauffeur is zo veel betrouwbaarder dan zijn menselijke tegenhanger dat je je eigenlijk niet moet afvragen of computers auto’s mogen besturen, maar waarom ze dat nog steeds niet doen.
Bij het recente ongeluk met de Uber-testauto uitte de politie na een eerste inspectie van het bewijsmateriaal twijfel of een menselijke bestuurder dit ongeluk wel had kunnen verhinderen. De vrouw duikt op de beelden van de camera van de Uber-auto pas in de allerlaatste seconde op. Politiechef Sylvia Moir vertelde de San Francisco Chronicle dat de video laat zien dat ‘de vrouw direct uit de schaduw de rijweg’ op kwam. ‘Het is duidelijk dat deze botsing in alle gevallen, of het nou met een autonome of een door een mens bestuurde auto was, moeilijk te voorkomen was geweest.’ Het is overigens ook aan de moderne techniek te danken dat de oorzaken van dit ongeluk precies kunnen worden opgehelderd (en in de toekomst in vergelijkbare situaties met extra programmaregels eventueel verhinderd). Een bestuurder van vlees en bloed was waarschijnlijk pas na ruggespraak met zijn advocaat met een zorgvuldig geformuleerde statement gekomen, om zo te proberen zijn verantwoording voor het ongeluk te ontlopen.
Het tijdperk van de cyborgs en intelligente robots komt eraan. Alleen door daar nu goed op in te spelen, kunnen we de toekomst creëren die we zelf willen.
Het tijdperk van zelfdenkende technologie is ophanden en twee enorme technologische trends komen daarin samen: onze zelfgemaakte omgevingen worden zo intelligent dat ze over bewustzijn lijken te beschikken, en wij mensen integreren zoveel technologie in onszelf dat we cyborgs worden, cybernetische organismen. Net als iedere andere revolutie in de geschiedenis van de mensheid – van de agrarische tot de industriële en de internetrevolutie – zal de opkomst van denkende technologie zowel voor- als nadelen hebben. Zijn we in staat om nu we de gevolgen van die zelfdenkende technologie nog kunnen sturen, diep en verstandig na te denken over de toekomst die we willen?
Cyborgs
Mensen worden cyborgs omdat er steeds meer technologie in onze biologische samenstelling wordt geïntegreerd. We produceren nu al microtechnologie die we op en in ons lichaam dragen. De komende decennia zullen we onze eigen fysieke en cognitieve vermogens opvoeren zoals we nu nieuwe hardware en software op computers installeren. Daardoor zal ons denkvermogen aan het geniale gaan grenzen en kunnen we onze hersenen straks direct aansluiten op informatienetwerken en systemen van kunstmatige intelligentie.
Onze zelfgemaakte omgeving zal steeds meer kunstmatige intelligentie bevatten. Ten behoeve van het internet stoppen we chips en sensoren in voorwerpen, zodat ze op zelfdenkende wezens beginnen te lijken, bijvoorbeeld om de centrale verwarming, het licht en de muziek in huis met spraakcommando’s te bedienen. Als deze steeds intelligentere omgeving verbinding kan maken met de cyborgs die wij worden, zal ons bewustzijn steeds meer met de technologie verweven raken. En naarmate mens en machine nauwer met elkaar verbonden raken, zal de grens tussen de twee vervagen.
Levensvragen
Zelfdenkende technologie zal ons met grote levensvragen confronteren. Het is van alle tijden en culturen dat er enerzijds mystici zijn die zich verdiepen in de aard van het bewustzijn en de zin van het leven, en anderzijds technocraten die vooral willen werken aan technologie en een betere toekomst. Maar de leden van die twee groepen leven vaak langs elkaar heen en bezien elkaar met wantrouwen. Om de kwaliteit van het Tijdperk van Zelfdenkende Technologie te waarborgen, moeten ze meer naar elkaar toegroeien.
Men kan een stad bijvoorbeeld beschouwen als een machine die ons voorziet van elektriciteit, water, onderdak, vervoer en inkomen. Of men kan de stad zien als een verzameling denkende wezens die zich geestelijk ontwikkelt en ons bewustzijn prikkelt. Beide zienswijzen zijn nodig. Zonder technocratisch management zou de stedelijke infrastructuur instorten. Zonder bloeiend geestesleven is de stad een dooie boel. En zoals een muzikant bij een geslaagd optreden het gevoel krijgt dat zijn bewustzijn versmelt met de muziek en met zijn instrument, zo kan men de toekomstige ‘uitvoeringspraktijk’ van een stad, of van een beschaving als geheel, beschouwen als een holistische synthese van bewustzijn en technologie die met elkaar versmelten.
Er kunnen onbegrensde mogelijkheden voor zelfontplooiing ontstaan
De geschiedenis leert ons dat beschavingen een soort ‘levensbeschouwelijke lijm’ nodig hebben om die beschaving bij elkaar te houden. Die lijm kan de vorm hebben van religieuze mythen of van een sage over oorsprong en lotsbestemming van de natie. Het concept van een wisselwerking tussen bewustzijn en technologie als pad naar een betere beschaving kan de levensbeschouwelijke lijm worden waarmee de talrijke culturen van de wereld harmonisch opgaan in een nieuwe wereldbeschaving.
Grote gevaren
Het pad naar een beschaving van zelfdenkende technologie kent grote gevaren. Waarschijnlijk komen de ontwikkelingen op een gegeven moment in een stroomversnelling: als kunstmatige intelligentie op basis van de feedback van wereldwijde sensornetwerken zijn eigen programmatuur kan herschrijven, zal die van minuut tot minuut intelligenter worden. Dan kan die intelligentie zo ver evolueren dat wij er onze greep op verliezen, en dat kan zowel positieve als verwoestende gevolgen hebben. Kunnen we nu, door het bedenken van verschillende scenario’s voor de toekomstige ontwikkeling van kunstmatige intelligentie, verstandige beslissingen nemen over welk soort nieuwe software en vermogens we moeten ontwikkelen?
De technologie voor het vergroten van onze cognitieve vermogens zal leiden tot een wereld vol genieën. Hun technologische, kunstmatig-biologische en zintuiglijke vermogens zullen zo groot zijn, dat één genie massavernietigingswapens kan produceren en gebruiken. Zo’n hypothetische figuur wordt wel een SIMAD genoemd: Single Individual Massively Destructive. We hebben inmiddels controlemechanismen, hoe onvolkomen ook, om de verspreiding van massavernietigingswapens onder naties en andere groeperingen tegen te gaan. Maar met welk controlemechanisme kun de dreiging van SIMAD’s worden ingedamd?
En zodra we onze hersenen direct kunnen aansluiten op informatienetwerken en kunstmatige-intelligentiesystemen, rijst de vraag of ze ook gehackt en gemanipuleerd kunnen worden. Wat doen we met het gevaar van een perceptie- en informatieoorlog, en het risico van massale paranoia?
Verder zal voortschrijdende automatisering veel werk overbodig maken. Zelfsturende auto’s maken taxi-, bus- en vrachtwagenchauffeurs overbodig. Zorgrobots kunnen veel taken van verpleegkundigen en andere zorgverleners overnemen. Kunstmatige intelligentie kan menselijke inbreng zelfs overbodig maken in de rechtspraak en het wetenschappelijk onderzoek. Zullen er door zelfdenkende technologie meer banen bij komen dan er verdwijnen? Of is massale structurele werkloosheid onafwendbaar en moeten we anders over economie en werk gaan denken?
Vooruitdenken
Als we vooruitdenken en verstandig plannen, kan de beschaving van zelfdenkende technologie nog beter worden dan we ons nu kunnen voorstellen. De kwaliteit van het maatschappelijk bestuur kan door collectieve informatiesystemen enorm worden verbeterd. Het kan eenvoudiger worden misdaad te voorkomen en op te sporen. Middelen en behoeften kunnen beter op elkaar worden afgestemd. Er kunnen onbegrensde mogelijkheden voor zelfontplooiing ontstaan. En ga zo maar door. Maar het is wel zaak om de mogelijkheden van het Tijdperk van Zelfdenkende Technologie nu goed te doordenken, zodat we de ontwikkeling van de beschaving waar we naartoe willen, zelf kunnen vormgeven.
Auteur: Jerome Glenn
Jerome Glenn is een van de bekendste futuristen ter wereld en ceo van The Millennium Project.
(Foto boven David Vespoli / Flickr Creative Commons)
Onafhankelijke non-profitdenktank van futuristen, wetenschappers, beleidsmakers en zakenlui. Het ambitieuze doel is, kort gezegd, een betere wereld voor de gehele mensheid, het middel is het verschaffen en verkrijgen van informatie, zodat zowel regeringen als individuen betere beslissingen kunnen nemen ten aanzien van de planeet en van elkaar. Onderwerpen van onderzoek zijn schoon water, demografie, inkomstenongelijkheid, energie, voedsel, ethiek, onderwijs, georganiseerde misdaad, genderverhoudingen, oorlog en vrede. En meer. Het project is in 1996 opgericht als initiatief van enkele grote universiteiten en onderzoeksinstituten in Amerika, waaronder UNU en Smithsonian Institution, en men werkt inmiddels samen met meer dan zestig landen. Jaarlijks worden vaste rapporten uitgegeven – State of the Future, Futures Research Methodology – en daarnaast vele losse studies. De financiering komt van sponsors, waaronder universiteiten maar ook megaconcerns als Shell en Monsanto.
Een hapje eten buiten de deur, daaraan zal niet zoveel veranderen, toch? Mis, aldus de Amerikaanse restaurantsite Eater.com.
We schrijven 2040. De vernieuwende Generatie Y loopt tegen de vijftig, de milieuvriendelijke Generatie Z begint ook over haar hoogtepunt heen te raken, en nu stort de marketingwereld zich op de scholieren en studenten van ‘Generatie Alfa’ met al hun eigenaardigheden.
Je staat voor een van de nieuwste fast-casual broodjes- en pastazaken in de stad, met een vriendin die wel vaker bij deze keten komt. Zij gaat je voor door de automatische deuren, en eenmaal binnen valt je op dat de zaak hypermodern is ingericht, met een aardse, ecologische touch: wanden die uit planten lijken te bestaan, panelen van bamboe, vloeren van kurk en verlichting op zonne-energie, met flikkerende ledlampjes in vrolijke kleuren. Prachtig hoor – alleen heb je dit schaamteloze geflirt met de milieubewuste Generatie Z al tig keer eerder gezien in dit soort zaken. Geruststellender is de kakofonie van geroezemoes en elektronische bliepjes die de ritmische klanken van de retro-hiphop overstemt.
Smartpad
Je vriendin haalt haar smartpad (zo’n ding dat vroeger een telefoon heette) uit haar broekzak en ontgrendelt het scherm. ‘Welkom, fijn dat je weer bij ons bent’, staat te lezen op het apparaat. Dat berichtje krijgt ze als deelnemer aan het vasteklantenprogramma van deze keten, een fenomeen dat steeds gebruikelijker wordt. Je kijkt om je heen of je ergens de zwarte beacon-paal ziet die de smartpad van je vriendin heeft gedetecteerd en haar nu die automatische berichtjes stuurt. ‘Je krijgt 10 spaarpunten! Nog 50 en je hebt recht op een gratis broodje.’
Tijd om een plekje te zoeken. Onderweg naar het zitgedeelte achterin zie je rechts van je een paar zelfbedieningsautomaten staan. Onwillekeurig denk je terug aan 2015, toen fastfoodketens als McDonalds in reactie op de protestacties tegen het lage minimum‑ loon dit soort automaten introduceerden.
Nu merk je dat die rare elektronische bliepjes die je net al hoorde, afkomstig zijn van die automaten, waar een paar haastige yuppentypes een snelle hap bestellen en afrekenen. Je ziet een jonge vrouw haar smartpad langs de automaat halen. ‘Dank je wel. Je betaling is geslaagd.’ Dan verschijnt het cijfer 34 op het scherm.
Nu loopt de vrouw jullie voorbij, naar een groene, met mos begroeide muur met een stuk of vijftig luikjes erin. Zo’n luikjesmuur ken je van ketens als Eatsa, die een kwarteeuw geleden personeelloze restaurants openden geïnspireerd op de aloude Nederlandse automatiek. De vrouw gaat naar luikje 34, dat voorzien is van een touchscreen. Als ze ertegenaan tikt, gaat het open en haalt ze er een bruin papieren zakje uit.
Het tafelblad, ook al een touchscreen, splitst zich in tweeën en je krijgt een menu te zien
Intussen hebben jullie een tafeltje achterin gevonden. Je wilt al gaan zitten als je vriendin je tegenhoudt. ‘Bah, het is vies,’ zegt ze. En inderdaad, de tafel ligt vol kruimels. Je vriendin tikt op het tafelblad, dat ook al een touchscreen blijkt te zijn. Als de tafel uit zijn sluimerstand ontwaakt, tikt je vriendin op een knop met het woord ‘schoonmaken’. Meteen komt er iemand van het personeel opdraven, die volgens zijn naamplaatje Jaime heet. Jaime is gewapend met een doekje en een aluminium spuitbus. Je vraagt je af hoe lang hij hier nog zal werken, want 90 procent van de restaurants wordt tegenwoordig op afstand aangestuurd vanuit een ver computercentrum, waardoor er ter plaatse nog hooguit drie tot vijf mensen nodig zijn. Jaime heeft hier een van de weinige overgebleven minimumloonbaantjes, realiseer je je, en je denkt even terug aan je eigen eerste baantje in een fastfoodtent, toen je nog op de middelbare school zat.
Dan valt je oog op Jaimes neongroene smartwatch. Het ding trilt en knippert terwijl hij de tafel schoonveegt. Als hij klaar is, kijkt hij naar het schermpje van zijn smartwatch, dat ‘tafel 7’ aangeeft. Voordat Jaime zich naar tafel 7 spoedt, waar dat ook wezen mag, bedank je hem voor de moeite.
‘Waar heb je zin in?’ vraagt je vriendin, en ze legt haar smartpad op tafel. Weer komt de smarttable tot leven: ‘Welkom, fijn dat je weer bij ons bent! We bevelen je de volgende selectie aan, op basis van je vorige bezoek.’
Om duidelijk te maken dat je vriendin ditmaal gezelschap heeft, tik je op jouw kant van het tafelblad. Nu splitst het scherm zich in tweeën en krijg je een menu te zien. Al swipend bekijk je het aanbod van biologische volkorenpasta’s en verse broodjes ‘in ambachtelijke stijl’ die duurzaam zijn bereid met lokale ingrediënten. Vroeger werd met ‘ambachtelijk’ nog bedoeld dat iets daadwerkelijk met de hand was gemaakt, bedenk je met een wrang lachje; nu betekent het dat het in elkaar is geflanst door robots die recepten van beroemde koks kopiëren – en die duur keukenpersoneel vervangen.
Als je op verschillende gerechten tikt om de voedings‑ waarde en ingrediëntenlijstjes te bekijken, merk je dat praktisch alles is afgestemd op het vegetarische dieet van je gezelschap, dus swipe je door naar het complete menu. Na enig wikken en wegen zijn jullie zover om jullie keuze aan te geven.
‘Hoe wil je betalen?’ Je vriendin veegt met haar smartpad over het tafelblad. De menu’s verdwijnen en er komen nieuwe vensters voor in de plaats. Een nieuwslezer somt de hoofdpunten op uit het nieuws van de dag, maar dat kan je weinig boeien. Je vriendin ziet je verveeld kijken en swipet naar links. Op het scherm verschijnt een of ander dom quizje. Nu swipe je zelf naar links en krijg je een soort Zeeslagje voorgeschoteld.
Dan ontdek je het oplaadpunt naast de tafel en besluit je meteen maar je smartpad op te laden. Je steekt de stekker van het ding in de universele oplader op zonne- energie en stort je op het spel op het tafelblad.
Na een minuut of vijf krijg je een melding dat je bestelling klaar is. Aan jouw kant van de tafel verschijnt nummer 21 in beeld. Je loopt naar de groene muur met de luikjes en zoekt naar nummer 21. Daar moeten je broodje en je drankje klaarstaan. Je tikt tegen het luikje, maar het gaat niet open. In plaats daarvan krijg je een berichtje te zien: ‘Download de app van ons vasteklantenprogramma en krijg 2 dollar korting bij je volgende bezoek.’ Je ziet af van de optie ‘Nee dank je’ en veegt met je smartpad langs het scherm, waarna het ding trillend de app downloadt. Nu gaat het luikje open en kun je je dienblad pakken. Je loopt terug naar je tafeltje, waar je vriendin al klaarzit met haar eigen dienblad. Het volgende uur zitten jullie gezellig te eten en spelletjes te doen, genietend van de lekker ouderwetse hiphop.
‘Zullen we gaan?’ vraagt je vriendin ten slotte, en ze logt de smarttable alvast uit. Jullie gaan met de dienbladen naar het recyclepunt bij de plantenwand en kieperen het grotendeels papieren afval in de recycle‑ bakken, die ook al op zonne-energie werken. Als je naar buiten loopt, voel je je smartpad trillen. ‘Was alles naar wens? Geef je bezoek een beoordeling.’ Het berichtje is verstuurd via de app die je net hebt gedownload. Je geeft vijf sterren, neemt afscheid van je vriendin en gaat naar huis, zonder je te realiseren dat dit hightechrestaurant al is voorbereid op je volgende bezoek – exact op de hoogte van je favoriete menu, tijdverdrijf en eetgezelschap.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.