Tag: Rohingya

  • Aanklager ICC dient aanvraag in voor arrestatiebevel tegen Birmese juntaleider

    Aanklager ICC dient aanvraag in voor arrestatiebevel tegen Birmese juntaleider

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Kamp-Trump maakt melding van bedreigingen tegen verschillende regeringsleden

    » Zwitserland: regering blijft bij flexibele interpretatie van neutraliteit

    Hij zou de Rohingya hebben gedeporteerd en vervolgd

    De aanklager van het ICC, Karim Khan, zei woensdag dat hij ‘redelijke gronden’ had om aan te nemen dat generaal Min Aung Hlaing strafrechtelijk verantwoordelijk zou kunnen zijn voor ‘misdaden tegen de menselijkheid in de vorm van deportatie en vervolging van de Rohingya’, deels in Birma en Bangladesh.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Dit is de eerste keer dat er een arrestatiebevel is aangevraagd voor een leider van de Birmese junta die beschuldigd wordt van misdaden tegen deze vervolgde minderheid. Als het arrestatiebevel wordt goedgekeurd door de rechters van het Internationaal Strafhof, zijn de 124 lidstaten van het Strafhof theoretisch verplicht om de juntaleider te arresteren als hij hun grondgebied bezoekt.

    De kans dat Min Aung Hlaing, die ‘zelden reist’, op een dag voor het Hof in Den Haag komt te staan is echter klein, aldus BBC. ‘Maar voor de honderdduizenden Rohingya die vastzitten in smerige kampen in Bangladesh, zou deze zaak op zijn minst kunnen laten zien dat ze niet vergeten zijn,’ aldus de Britse nieuwszender.

  • Myanmar getroffen door zwaarste cycloon in jaren

    Myanmar getroffen door zwaarste cycloon in jaren

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Duizenden evacuaties na zware regenval in Noord-Italië

    » Gevechten in Soedan gaan door ondanks gesprekken

    Cycloon Mocha heeft honderden slachtoffers gemaakt

    Cycloon Mocha, die dit weekend aan land ging in Myanmar, heeft aan zeker vierhonderd mensen het leven gekost. Volgens de BBC gaat het om een van de zwaarste cyclonen die de regio de afgelopen jaren heeft getroffen. Het merendeel van de slachtoffers zijn Rohingya-vluchtelingen in de provincie Rakhine.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Mocha kwam dit weekend aan land in de grensstreek tussen Myanmar en Bangladesh en haalde daarbij windsnelheden tot 250 kilometer per uur. In de regio bevinden zich veel vluchtelingenkampen waar mensen reeds in erbarmelijke omstandigheden leven en die zwaar zijn geraakt. In de dagen voorafgaand aan de aankomst van de cycloon hadden beide landen al honderdduizenden mensen geëvacueerd.

    Of Myanmar internationale hulp krijgt, is nog maar de vraag, gezien de autocratische regering die momenteel de scepter zwaait in het land. Westerse landen zouden vrezen dat deze regering, die na de militaire coup van 2021 aan de macht kwam, de hulp voor politieke doeleinden zou kunnen gebruiken.

    Lees ook:

  • Twee leiders van Rohingya-kamp vermoord in Bangladesh

    Twee leiders van Rohingya-kamp vermoord in Bangladesh

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Australië erkent Jeruzalem niet langer als hoofdstad Israël

    » Brazilië: Lula en Bolsonaro noemen elkaar leugenaar in televisiedebat

    Veiligheid in vluchtelingenkampen verslechtert

    Een groep van een dozijn mensen heeft zaterdag in Bangladesh twee leiders van de Rohingya-gemeenschap vermoord met messen en bijlen. De moordaanslag laat zien hoe de veiligheid in de vluchtelingenkampen, waar bijna een miljoen mensen wonen, verslechtert, schrijft Al Jazeera.

    Een politieagent uit Bangladesh die belast is met de veiligheid in wat Al Jazeera omschrijft als ‘ellendige kampen’ wijt de moorden aan het Arakan Rohingya Salvation Army (ARSA), een gewapende groep die vecht in Myanmar. ‘De interne conflicten in Myanmar beïnvloeden de veiligheidssituatie in de kampen,’ aldus de agent.

    Bangladesh heeft Rohingya-vluchtelingen ondergebracht in een groot aantal kampen sinds zij in 2017 op de vlucht sloegen voor het militaire optreden tegen de bevolkingsgroep in Myanmar. Het grootschalige staatsgeweld tegen de Rohingya is momenteel onderwerp van een genocideonderzoek door het hoogste VN-tribunaal. De recente moorden maken deel uit van een ‘escalatie van het geweld in de afgelopen maanden, nu bendes proberen de drugshandel te controleren en burgerlijke vluchtelingenleiders te intimideren door middel van moord en ontvoering’, aldus Al Jazeera.

    https://www.youtube.com/watch?v=0xfjr_R_tnc&t=4s&ab_channel=AlJazeeraEnglish

    Lees ook:

  • De VS erkennen genocide op Rohingya

    De VS erkennen genocide op Rohingya

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zelensky is bereid te praten over Donbas en de Krim om einde te maken aan de oorlog

    » Nicaragua: acht jaar gevangenis voor oppositiepolitica

    Onderdrukking in Myanmar bestempeld als volkerenmoord

    De Verenigde Staten erkennen de jarenlange onderdrukking van de Rohingya, een moslimminderheid in Myanmar, als genocide. ’Aanvallen tegen de Rohingya waren wijdverbreid en systematisch’ in 2016 en 2017, zei Antony Blinken afgelopen maandag bij het Holocaust Memorial, meldt The Washington Post.

    ’Er zit een duidelijke bedoeling achter deze gruweldaden, de bedoeling om de Rohingya geheel of gedeeltelijk te vernietigen door middel van moord, verkrachting en marteling’, voegde de staatssecretaris eraan toe. De verklaring, een logische evolutie van verschillende standpunten die de Verenigde Staten sinds 2018 hebben ingenomen, komt ’doordat de regering-Biden aandacht wil blijven besteden aan Azië, met name rondom China, zelfs als de oorlog in Oekraïne een prioriteit blijft’, merkt de krant op.

    ’De Amerikaanse regering vestigt eindelijk de aandacht op wat er al jaren gaande is in Myanmar, en terecht. Het gedrag van het leger daar, helaas met goedkeuring van de burgerregering die in februari vorig jaar door de soldaten omver werd geworpen, jegens de Rohingya, is in feite een misdaad die iedereen treft en met recht genocide genoemd mag worden’, reageert de Frankfurter Allgemeine Zeitung.

    Lees ook:

  • Indonesië neemt tientallen op zee gestrande Rohingya-vluchtelingen alsnog op

    Indonesië neemt tientallen op zee gestrande Rohingya-vluchtelingen alsnog op

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Wikipedia leeft nog in China ondanks verbod

    » Opnieuw prodemocratische journalisten gearresteerd in Hongkong

    Na krachtig protest gaat Indonesië alsnog overstag

    Vierentwintig uur nadat Indonesië had aangekondigd dat het tientallen gestrande Rohingya-vluchtelingen zou terugdrijven naar Maleisische wateren, stemde het er woensdag eindelijk mee in om hen aan land te laten gaan, meldde Al Jazeera.

    De plaatselijke bevolking en de internationale gemeenschap hadden krachtig geprotesteerd tegen de weigering van Indonesië om de boot te laten aanmeren, ‘die elk moment dreigde te zinken’ met honderdtwintig vluchtelingen aan boord, ‘voornamelijk vrouwen en kinderen’. In 2020 waren honderden Rohingya-vluchtelingen – een vervolgde moslimgemeenschap in Myanmar – in Indonesië aangekomen alvorens door te reizen naar Maleisië, waar meer dan honderdduizend Rohingya wonen.

    Lees ook:

  • Biden roept op tot strengere wapenwetgeving na schietpartij | Netanyahu geen meerderheid

    Biden roept op tot strengere wapenwetgeving na schietpartij | Netanyahu geen meerderheid

    Na bloedbad in Boulder, verklaart Joe Biden de oorlog aan aanvalsgeweren

    Het was met een Ruger AR-556 semi-automatisch wapen dat Ahmad Al Aliwi Alissa, de vermeende dader van de schietpartij in Boulder, maandag tien mensen, waaronder een politieagent, zou hebben gedood in een supermarkt, meldt CNN.

    ‘Eerst Atlanta en nu Colorado’, schrijft The New York Times. De dodelijke schietpartij in Boulder, ‘is de tweede massamoord in de Verenigde Staten in minder dan een week’.

    Volgens een getuige die door The Denver Post werd geïnterviewd, kwam de schutter binnen met een aanvalswapen en begon zonder een woord te zeggen te schieten. De motieven van de schutter zijn nog niet vastgesteld, aldus The Daily Camera, een lokale krant.

    ‘Dit is geen partijkwestie en zou dat ook niet moeten zijn. Dit is een Amerikaanse kwestie’

    De recentste massamoord heeft de Amerikaanse president Joe Biden er dinsdag toe aangezet het Congres op te roepen dergelijke aanvalswapens te verbieden. De Democraat riep de Senaat ook op om een wetsvoorstel aan te nemen dat deze maand door het Huis van Afgevaardigden werd goedgekeurd om de achtergrondcontroles bij de aankoop van een wapen te versterken. ‘Dit is geen partijkwestie en zou dat ook niet moeten zijn. Dit is een Amerikaanse kwestie,’ benadrukte Biden. ‘We moeten actie ondernemen.’

    Dinsdag was de Amerikaanse pers echter niet erg optimistisch over het feit dat er daadwerkelijk nieuwe wetgeving wordt aangenomen. Het is ‘een triest ritueel’ geworden, schrijft The New York Times. ‘Met elke nieuwe massamoord, is er een roep om strengere wapenwetgeving. Zonder dat het Congres er echt in slaagt enige vooruitgang te boeken in deze kwestie.’

    Politico merkt op dat Joe Biden tot nu toe geen grote haast leek te hebben om iets te doen aan de wapenwetgeving. ‘President Joe Biden zei dinsdag dat hij “geen minuut langer” wilde wachten om de nationale epidemie van wapengeweld aan te pakken. Maar na 63 dagen presidentschap heeft hij nog geen enkele unilaterale actie ondernomen om het wapenbezit te beperken, hoewel hij dat op zijn eerste ambtsdag had beloofd’, aldus het nieuwsportal.


    Netanyahu de grootste, maar geen regeringsmeerderheid

    De Israëlische premier claimde dinsdagavond een ‘enorme overwinning voor rechts’, de vierde in bijna twee jaar, maar hij zal nog hard moeten werken om genoeg steun te verzamelen om een regering te vormen, schrijft Ha’aretz.

    Hij en zijn Likoed-partij eindigden volgens de prognoses op de eerste plaats, maar de Netanyahu-coalitie heeft nog enkele stemmen nodig om een meerderheid van zetels te behalen, waardoor de schijnwerpers zijn gericht op Naftali Bennett, een vooraanstaande radicaal-rechtse figuur die nog niet heeft gezegd of hij zich al dan niet bij het kamp-Netanyahu zal aansluiten.

    Lees ook:

    Oud-minister Bennet wordt gezien als een sleutelfiguur in de formatie en kan zich ook aansluiten bij oppositieleider Yair Lapid, die rekent op een akkoord met partijen ter linker-, midden- en rechterzijde die teleurgesteld zijn in Netanyahu.

    Op weg naar vijfde verkiezingen

    Maar volgens de laatste stand van zaken, met 87 procent van de stemmen geteld, komt het bloc-Netanyahu zelfs met de steun van Bennet 2 zetels te kort om een meerderheid van 61 zetels in de Knesset te behalen, meldt The Times of Israel. Dat is allemaal te danken aan het behalen van de kiesdrempel door de Arabische partij Ra’am, oftewel de United Arab List.

    ‘De komende twee dagen zullen gespannen zijn, omdat elke getelde stembus de zetelverdeling kan veranderen’, zegt Ha’aretz-journalist Anshel Pfeffer. Voorlopig bevindt Israël zich dus ‘in een nieuwe impasse. En hoe ongelooflijk het ook lijkt’, het is mogelijk dat het land binnenkort ‘op weg is naar vijfde verkiezingen’.

    Lees ook:


    Dodelijke brand Rohingya-vluchtelingenkamp

    Het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR) heeft het aantal mensen dat is omgekomen bij de brand die maandagavond een vluchtelingenkamp in de buurt van de stad Cox’s Bazar in Bangladesh in de as legde, naar boven bijgesteld naar minstens vijftien doden en vierhonderd vermisten, meldt de Britse krant The Times. In een eerder rapport werd het dodental op vijf geschat.

    Het vuur maakte het moeilijk voor de brandweer om ter plaatse te komen, omdat het kamp dichtbevolkt is, vertelde de plaatselijke inwoner Saiful Arakani aan de BBC. Er is een onderzoek ingesteld om de oorzaak van de brand te achterhalen.

    Lees ook:


    Turkije slaat nieuwe diplomatieke koers in

    ‘In de afgelopen maanden hebben woordvoerders van de AKP geprobeerd positieve boodschappen te sturen naar Europa en de Verenigde Staten’, aldus het Turkse dagblad Evrensel. ‘Aan de lange vijandige tirades van president Erdoğan is een einde gekomen, in plaats daarvan laat hij geen gelegenheid meer voorbijgaan om uitspraken te doen als: “Wij kijken naar het Westen, daarheen leidt onze weg, wij hebben geen probleem dat niet door dialoog kan worden opgelost.”’

    De Turkse president, die steeds meer geïsoleerd raakt op het diplomatieke wereldtoneel, probeert, althans in woorden, toezeggingen te doen aan zijn westerse partners. En in het bijzonder aan Frankrijk, waar een nieuwe ambassadeur, Ali Onaner, is aangesteld met de opdracht de breuken te lijmen van een relatie die sinds afgelopen zomer ernstig is verslechterd, met de Franse steun aan Griekenland in de Middellandse Zee tegenover intimidatie door de Turkse marine en de verklaringen van Erdoğan tegen de Franse president.

    ‘De regering maakt een ommekeer in het neo-Ottomaanse buitenlandse beleid dat zij de afgelopen tien jaar heeft gevoerd’, vervolgt de linkse krant Evrensel. ‘En in de afgelopen weken heeft Erdoğan ook een draai gemaakt naar de Arabisch-islamitische wereld, Egypte, de Verenigde Arabische Emiraten, Saoedi-Arabië en ook Israël.’

    Gevechtsdrones

    Zo bestudeert Turkije de mogelijkheid om gevechtsdrones te verkopen aan Saudi-Arabië. Sommige geruchten spreken zelfs van het mogelijke zenden door Ankara van Syrische huurlingen (door Turkije bewapende en opgeleide strijders, reeds ingezet in Libië en Azerbeidzjan).

    Exclusief voor abonnees:Turkije voorloper gebruik dodelijke drones’

    De ommezwaai in het beleid is voor de oppositiepers in de eerste plaats een brevet van onvermogen, zoals de krant Birgün opmerkt: ‘De duizelingwekkende draai in het buitenlands beleid van Erdoğan, zijn de laatste stuiptrekkingen van een macht die in wanhoop verkeert, zowel intern als naar buiten toe. Ook al probeert zij de nieuwe koers aan haar aanhangers te verkopen als een opleving, toch erkent de islamitische macht hiermee impliciet het falen van haar avontuurlijke buitenlandse beleid van de afgelopen tien jaar.’

    Een onderdeel van die nieuwe koers is Egypte. De twee landen knoopten in maart opnieuw diplomatieke betrekkingen aan, maar Caïro wacht nu ‘op acties die in overeenstemming zijn met de belangen en principes van Egypte om de betrekkingen tussen de twee staten te normaliseren’, zo werd de Egyptische minister van Buitenlandse Zaken Sameh Shukri geciteerd door de online krant Gazete Duvar. Een van de geschilpunten is de steun van Ankara aan het Moslimbroederschap, tot woede van Saoedi-Arabië, de VAE en Egypte.

  • In Myanmar help je elkaar, maar niet de moslims

    In Myanmar help je elkaar, maar niet de moslims

    De inwoners van Myanmar staan bekend om hun buitengewone solidariteit. Maar er is ook een donkere keerzijde. In de staat Rakhine, het epicentrum van de crisis in 2017, hielden inwoners humanitaire hulp aan Rohingya tegen.

    Dit artikel verscheen eerder in #138

    Militaire coup

    Het leger van Myanmar heeft op 1 februari door middel van een staatsgreep de macht gegrepen en de noodtoestand afgekondigd, nadat het Aung San Suu Kyi en andere hooggeplaatste leden van de regeringspartij in hechtenis had genomen, bericht The Guardian.

    Telefoon- en mobiele internetdiensten in de stad Yangon waren maandagochtend afgesloten en militaire vrachtwagens, waarvan één met prikkeldraadversperringen, stonden geparkeerd voor het stadhuis. Het door de staat gerunde MRTV-netwerk zei dat het niet in staat was geweest om uit te zenden. Banken waren in het hele land gesloten.

    Het militaire televisiestation verklaarde dat het leger voor een jaar de controle over het land had overgenomen en de macht had overgedragen aan de opperbevelhebber, generaal Min Aung Hlaing. Het leger zou hoge regeringsleiders hebben aangehouden als reactie op de ‘fraude’ tijdens de algemene verkiezingen van vorig jaar, aldus het Britse dagblad.

    De eerste buurt in Yangon waar ik woonde had al vrijwel geen charme toen ik er aankwam. Vlak daarna raakten we het enige wat er nog leuk aan was kwijt toen de gemeenteraad de bomen langs de straat liet kappen om de weg tot zes banen te verbreden. In één klap werd de tot dan toe verwaarloosde straat een drukke verbindingsweg tussen de flats in het centrum en de buitenwijken van de stad in het oosten.

    Op een avond zag ik een auto de hoek om slingeren en een man aanrijden die langs de kant van de weg liep. In minder dan een minuut hadden vele tientallen mensen zich rond de plek van het ongeluk verzameld. Twee van hen verzorgden de gewonde man terwijl tien of vijftien anderen het verkeer gingen regelen. Omdat de politie nergens te bekennen was, haakten weer anderen de handen in elkaar om een versperring te vormen en te voorkomen dat de man achter het stuur, die duidelijk dronken was, ervandoor zou gaan. Algauw kwam er een plaatselijke ambulance, bemand door een groep vrijwilligers, die de gewonde man op een brancard van bamboe afvoerden naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis.

    Zes cijfers

    Ik dacht na over die avond tijdens een recent bezoek aan Phandeeyar, een technologisch centrum in Yangon dat de drijvende kracht is achter Myanmars opkomende, digitale industrie. De afgelopen twee jaar heeft Phandeeyars ‘Accelerator’-programma met succes jonge ontwikkelaars begeleid die op apps gebaseerde bedrijven willen opzetten. In twee van de eerste start-ups worden al investeringen gedaan die tot in de zes cijfers lopen.

    Wat vooral opvallend is aan het programma is de maatschappelijke betrokkenheid van de mensen die eraan meedoen. Eén start-up werkt aan de digitalisering van medische dossiers, wat een steunpilaar kan zijn voor de gezondheidszorg in Myanmar, die onder chronische financiële tekorten lijdt. Een ander werkt aan de start van een nationaal recyclingsysteem, dat van de grond af moet worden opgebouwd. De initiatiefnemers ontlenen hun motivatie aan de treurige aanblik van al het vuil waarmee afvoeren en rivieren door het hele land verstopt raken. De oprichters van RecyGlo werken intussen samen met kantoren en privéscholen om het vuilnis in Yangon op te halen – papier wordt verkocht aan plaatselijke bedrijven terwijl andere recyclebare producten in grote hoeveelheden naar China worden verscheept.

    ‘Dit hoort eigenlijk door de staat te worden gedaan,’ zei RecyGlo’s medeoprichter Yamin Oo. ‘Maar in een ontwikkelingsland kan de staat niet zo veel doen. Daar is een ondersteunend systeem voor nodig.’

    Schermafbeelding 2021 02 03 om 10.44.36 2
    Het technologisch centrum Phandeeyar in Yangon. – © Taylor Weidman / Getty Images

    Myanmar staat bekend als een van de meest liefdadige landen ter wereld als het om giften en vrijwilligerswerk gaat. Maar het is misschien juister om te zeggen dat de mensen hier gewend zijn geraakt een handje te helpen als de staat daar de middelen niet voor heeft. Nadat ongekende overstromingen in 2015 meer dan honderdduizend dorpelingen uit hun huis verdreven, vormden zich rondom Yangon spontaan liefdadigheidsgroepen die geld vroegen aan automobilisten om voorraden te kopen die ze later zelf naar de opvangkampen reden. Vorig jaar, na wanordelijk verlopen onderhoudswerkzaamheden aan een aantal drukke buslijnen, boden vrijwilligers gestrande reizigers een rit in hun auto aan.

    Maar dit verantwoordelijkheidsgevoel jegens de gemeenschap, dat zo vaak een voorbeeld is van Myanmar op zijn best, heeft ook een donkere keerzijde. Het afgelopen jaar heeft het land zich ingegraven als reactie op het massale geweld tegen de Rohingya-minderheid, die nog steeds buiten de grenzen van die collectieve solidariteit valt. Onlineactivisten die Aung San Suu Kyi steunen – de feitelijke leider van het land, wier regering verantwoordelijk is voor de chaotische reactie op de vluchtelingenexodus – hebben geprobeerd om buitenlandse media in diskrediet te brengen en de wereldwijde verontwaardiging over Myanmar af te doen als een samenzwering.

    In de staat Rakhine, het epicentrum van de crisis in het afgelopen jaar, hielden inwoners humanitaire hulp aan Rohingya tegen. In één stad beschuldigden inwoners een boeddhistische winkeleigenares ervan dat ze zaken deed met moslims, waarna ze haar kaalschoren en lieten rondlopen met een bord waarop ‘verrader’ stond.

    Tot nu toe heeft de regering weinig gedaan om haar burgers in het gareel te houden of om de destructievere instincten een halt toe te roepen. Maatschappelijke organisaties zeggen dat ze worden tegengewerkt. Kundige technocraten die geen banden hebben met de partij van Suu Kyi worden wantrouwig bekeken. Mensen die antimoslimagitatie veroordelen worden bedreigd en kunnen niet rekenen op hulp van de politie of steun van de staat. Of, erger nog, ze worden het doelwit van hinderlijke aanklachten.

    Een groot deel van Myanmars recente geschiedenis is een aaneenschakeling van gemiste kansen. Het is moeilijk om het gevoel af te schudden dat we weer zo’n gemiste kans voorbij zien komen.

  • Moet Aung San Suu Kyi de Nobelprijs inleveren?

    Moet Aung San Suu Kyi de Nobelprijs inleveren?

    Aung San Suu Kyi ligt onder vuur vanwege de Rohingyacrisis in Myanmar. Volgens critici laat ze na het geweld te veroordelen en het leger ter verantwoording te roepen. Amnesty heeft haar hoogste onderscheiding al ingetrokken. De roep zwelt aan om haar ook de Nobelprijs voor de Vrede te ontnemen.

    JA

    De enige verklaring dat een vrouw van zulke goede komaf zo hard van haar voetstuk is gevallen, is dat zij altijd iedereen voor de gek heeft gehouden. Zij is de facto de leider van Myanmar, een land dat tienduizenden onschuldige Rohingya vermoordde, hun huizen platbrandde zodat ze in hun slaap omkwamen, hen door mijnenvelden liet lopen om ze bruut en efficiënt neer te maaien. Figuren als Pol Pot, Stalin en Hitler zouden goedkeurend hebben geknikt.

    Volgens de Verenigde Naties waren de acties van Suu Kyi’s regering, die onder één hoedje speelde met het leger en boevenbendes die het op de Rohingya-bevolking gemunt hadden puur en alleen omdat zij moslims waren, een schoolvoorbeeld van etnische zuivering. Naar schatting zijn er in een paar dagen tijd honderdduizend mensen vermoord.

    Toch geniet Suu Kyi nog steeds de grote eer een Nobelprijslaureaat te zijn. De vraag is waarom het Nobelprijscomité haar die prijs niet heeft ontnomen. Iemand die in de nabije toekomst waarschijnlijk aangeklaagd gaat worden voor genocide, verdient die eer niet. Amnesty International had gelukkig wel de moed om haar het hoogste eerbewijs te ontnemen dat deze organisatie verleent: de Ambassador of Consciousness Award.

    Suu Kyi’s vader werd in juli 1947 vermoord, toen Myanmar bezig was zich aan de Britse overheersing te ontworstelen. Een halfjaar later was het land onafhankelijk; zij was toen twee jaar oud. In 1960 ging zij naar India met haar moeder Daw Khin Kyi, die in New Delhi ambassadeur van Myanmar werd. Vier jaar later vertrok Suu Kyi naar Oxford om filosofie, politicologie en economie te studeren. Toen zij in 1988 terugkwam om voor haar ernstig zieke moeder te zorgen, heerste er grote politieke onrust in Myanmar.

    Figuren als Pol Pot, Stalin en Hitler zouden goedkeurend hebben geknikt

    Het leger sloeg de demonstraties met geweld neer en pleegde op 18 december 1988 een coup. Eén jaar later werd Suu Kyi onder huisarrest geplaatst. De nieuwe militaire regering organiseerde in mei 1990 verkiezingen, die overtuigend werden gewonnen door Suu Kyi’s partij. De junta weigerde echter de controle uit handen te geven en Suu Kyi bleef onder huisarrest staan. In 1995 werd ze vrijgelaten, maar in 2000 werd ze opnieuw onder huisarrest geplaatst.

    Dat bleef ze met tussenpozen tot november 2010, toen ze werd vrijgelaten en haar zoon Kim Aris haar voor het eerst in tien jaar weer mocht opzoeken. Terwijl de nieuwe regering een proces van hervormingen begon, wonnen Suu Kyi en haar partij aan macht, wat in 2015 resulteerde in een eclatante meerderheid bij de eerste vrije verkiezingen sinds lange tijd.

    Jammer alleen dat deze overwinning betekent dat het ene brute regime door het andere is vervangen.

    Auteur: Mick O’Reilly

    Mick O’Reilly is senior associate editor bij Gulf News en verslaat buitenlands nieuws vanuit Dubai.

    Gulf News | Verenigde Arabische Emiraten | dagblad | oplage 91.000
    Meest vooraanstaande Engelstalige krant van de Verenigde Arabische Emiraten, met veel ruimte voor economische onderwerpen en financieel nieuws.

    1. Mick O’Reilly; 2. Abhijt Dutta
    1. Mick O’Reilly; 2. Abhijt Dutta

    NEE

    Het belasteren van Aung San Suu Kyi gaat onverminderd door. Of het nu Amnesty International is of de Amerikaanse vicepresident Mike Pence, niemand kan het laten om de eigen deugdzaamheid te bewijzen door haar reputatie te besmeuren. De ernstigste beschuldiging aan haar adres is dat zij zich niet uitspreekt tegen de gewelddadigheden van het leger van Myanmar. Wat een lage verwachtingen heeft men van haar. Toen Suu Kyi onder huisarrest stond, deed zij niet anders dan zich uitspreken.

    Maar nu staat haar iets te doen: een land heropbouwen dat de afgelopen vijftig jaar zijn instellingen systematisch heeft uitgehold, en ervoor zorgen dat de democratische transitie er niet ontspoort. Waarom moet zij zich uitspreken? Een veroordeling van het leger helpt de doodsbange vluchtelingen niet om naar hun land terug te keren, of hun toekomst ook maar een klein beetje beter te maken. Een veilige en harmonieuze omgeving en het vooruitzicht op staatsburgerschap doen dat wel.

    Hoe creëer je een veilige en harmonieuze omgeving? Door wetteloosheid te bestrijden en ieders veiligheid te garanderen. En hoe bestrijd je wetteloosheid in een gebied dat geplaagd wordt door etnisch wantrouwen en haat, waar bovendien de wetshandhavers zelf zich aan geweld schuldig maken? Je vraagt je allereerst af hoe het komt dat dit wantrouwen en deze haat bestaan en waarom wetshandhavers overgaan tot moord, brandstichting en verkrachting.

    Hoe creëer je een veilige en harmonieuze omgeving?

    Suu Kyi’s officiële functie is die van staatsadviseur, maar in de internationale pers wordt zij meestal ‘de facto de leider van Myanmar’ genoemd. Dat impliceert dat ze weliswaar niet het officiële staatshoofd is, maar wel de regering leidt. En dat doet ze inderdaad – ze leidt de regering binnen de grenzen die de Grondwet van 2008 haar stelt – maar haar bewegingsruimte is minimaal. Suu Kyi heeft geen controle over het leger; de hoogste generaal beperkt haar handelen daarentegen wel aanzienlijk.

    Om het wankele evenwicht in de relatie tussen burgers en militairen niet te verstoren, heeft zij welgekozen allianties gesmeed, onder andere met voormalige generaals, en probeert ze via politieke en juridische weg fundamentele hervormingen door te voeren. Dit is een lastig proces, dat nog lang niet klaar is, niet in de laatste plaats omdat er in Myanmar maar weinig sympathie bestaat voor de Rohingya. Als Suu Kyi zich uitspreekt, maakt ze vast goede sier bij de internationale pers, maar het zal haar niet helpen bij de grote uitdagingen waar Myanmar voor staat. De internationale gemeenschap moet haar positie versterken, niet verzwakken.

    Auteur: Abhijit Dutta

    Schrijver en journalist Abhijit Dutta reisde vele malen door het veranderende Myanmar, en schreef Myanmar In The World: Journeys Through a Changing Burma (november 2018).

    Hindustan Times | India | dagblad | oplage 1.032.000
    De populairste krant in New Delhi, naast grote rivaal Times of India. Nuchtere toon. Redactioneel schurkt de krant tegen de macht aan.

  • In Myanmar help je elkaar, maar niet de moslims

    In Myanmar help je elkaar, maar niet de moslims

    De inwoners van Myanmar staan bekend om hun buitengewone solidariteit. Alleen geldt die dus niet voor de Rohingya.

    De eerste buurt in Yangon waar ik woonde had al vrijwel geen charme toen ik er aankwam. Vlak daarna raakten we het enige wat er nog leuk aan was kwijt toen de gemeenteraad de bomen langs de straat liet kappen om de weg tot zes banen te verbreden. In één klap werd de tot dan toe verwaarloosde straat een drukke verbindingsweg tussen de flats in het centrum en de buitenwijken van de stad in het oosten.

    Op een avond zag ik een auto de hoek om slingeren en een man aanrijden die langs de kant van de weg liep. In minder dan een minuut hadden vele tientallen mensen zich rond de plek van het ongeluk verzameld. Twee van hen verzorgden de gewonde man terwijl tien of vijftien anderen het verkeer gingen regelen. Omdat de politie nergens te bekennen was, haakten weer anderen de handen in elkaar om een versperring te vormen en te voorkomen dat de man achter het stuur, die duidelijk dronken was, ervandoor zou gaan. Algauw kwam er een plaatselijke ambulance, bemand door een groep vrijwilligers, die de gewonde man op een brancard van bamboe afvoerden naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis.

    Zes cijfers

    Ik dacht na over die avond tijdens een recent bezoek aan Phandeeyar, een technologisch centrum in Yangon dat de drijvende kracht is achter Myanmars opkomende, digitale industrie. De afgelopen twee jaar heeft Phandeeyars ‘Accelerator’-programma met succes jonge ontwikkelaars begeleid die op apps gebaseerde bedrijven willen opzetten. In twee van de eerste start-ups worden al investeringen gedaan die tot in de zes cijfers lopen.

    Wat vooral opvallend is aan het programma is de maatschappelijke betrokkenheid van de mensen die eraan meedoen. Eén start-up werkt aan de digitalisering van medische dossiers, wat een steunpilaar kan zijn voor de gezondheidszorg in Myanmar, die onder chronische financiële tekorten lijdt. Een ander werkt aan de start van een nationaal recyclingsysteem, dat van de grond af moet worden opgebouwd. De initiatiefnemers ontlenen hun motivatie aan de treurige aanblik van al het vuil waarmee afvoeren en rivieren door het hele land verstopt raken. De oprichters van RecyGlo werken intussen samen met kantoren en privéscholen om het vuilnis in Yangon op te halen – papier wordt verkocht aan plaatselijke bedrijven terwijl andere recyclebare producten in grote hoeveelheden naar China worden verscheept.

    ‘Dit hoort eigenlijk door de staat te worden gedaan,’ zei RecyGlo’s medeoprichter Yamin Oo. ‘Maar in een ontwikkelingsland kan de staat niet zo veel doen. Daar is een ondersteunend systeem voor nodig.’

    Het technologisch centrum Phandeeyar in Yangon. – © Taylor Weidman / Getty Images
    Het technologisch centrum Phandeeyar in Yangon. – © Taylor Weidman / Getty Images

    Myanmar staat bekend als een van de meest liefdadige landen ter wereld als het om giften en vrijwilligerswerk gaat. Maar het is misschien juister om te zeggen dat de mensen hier gewend zijn geraakt een handje te helpen als de staat daar de middelen niet voor heeft. Nadat ongekende overstromingen in 2015 meer dan honderdduizend dorpelingen uit hun huis verdreven, vormden zich rondom Yangon spontaan liefdadigheidsgroepen die geld vroegen aan automobilisten om voorraden te kopen die ze later zelf naar de opvangkampen reden. Vorig jaar, na wanordelijk verlopen onderhoudswerkzaamheden aan een aantal drukke buslijnen, boden vrijwilligers gestrande reizigers een rit in hun auto aan.

    Maar dit verantwoordelijkheidsgevoel jegens de gemeenschap, dat zo vaak een voorbeeld is van Myanmar op zijn best, heeft ook een donkere keerzijde. Het afgelopen jaar heeft het land zich ingegraven als reactie op het massale geweld tegen de Rohingya-minderheid, die nog steeds buiten de grenzen van die collectieve solidariteit valt. Onlineactivisten die Aung San Suu Kyi steunen – de feitelijke leider van het land, wier regering verantwoordelijk is voor de chaotische reactie op de vluchtelingenexodus – hebben geprobeerd om buitenlandse media in diskrediet te brengen en de wereldwijde verontwaardiging over Myanmar af te doen als een samenzwering.

    In de staat Rakhine, het epicentrum van de crisis in het afgelopen jaar, hielden inwoners humanitaire hulp aan Rohingya tegen. In één stad beschuldigden inwoners een boeddhistische winkeleigenares ervan dat ze zaken deed met moslims, waarna ze haar kaalschoren en lieten rondlopen met een bord waarop ‘verrader’ stond.

    Tot nu toe heeft de regering weinig gedaan om haar burgers in het gareel te houden of om de destructievere instincten een halt toe te roepen. Maatschappelijke organisaties zeggen dat ze worden tegengewerkt. Kundige technocraten die geen banden hebben met de partij van Suu Kyi worden wantrouwig bekeken. Mensen die antimoslimagitatie veroordelen worden bedreigd en kunnen niet rekenen op hulp van de politie of steun van de staat. Of, erger nog, ze worden het doelwit van hinderlijke aanklachten.

    Een groot deel van Myanmars recente geschiedenis is een aaneenschakeling van gemiste kansen. Het is moeilijk om het gevoel af te schudden dat we weer zo’n gemiste kans voorbij zien komen.

    Auteur: Sean Gleeson
    Vertaler: Tineke Funhoff

    Nikkei Asean Review
    Japan | weekblad | oplage 12.000

    In 2013 opgericht magazine over politiek, economie, zaken en internationale betrekkingen, vanuit een Aziatisch perspectief. Onderdeel van mediareus Nikkei, onder meer de eigenaar van de Financial Times.

    CONTEXT: VN-bezoek

    Myanmar gaat in beginsel akkoord met het bezoek van de ambassadeurs van de lidstaten van de Veiligheidsraad van de VN, die op dit moment wordt voorgezeten
    door Peru. De internationale vertegenwoordiging gaat op een nog niet vastgesteld tijdstip ook naar Bangladesh, naar de omgeving van Cox’s Bazar, waar zich zevenhonderd- duizend uit Birma gevluchte Rohingya’s bevinden.

    De Birmaanse regering had in februari een dergelijk bezoek nog uitgesloten. Nu, begin april, heeft ze haar toestemming gegeven, maar de details over het bezoek zijn nog niet bekend. Daarom is het onduidelijk of de VN-delegatie ook toegang krijgt tot de Birmaanse deelstaat Arakan (tegenwoordig Rakhine), het woongebied van de Rohingya’s.

  • Wil de ware Aung San Suu Kyi opstaan?

    Wil de ware Aung San Suu Kyi opstaan?

    Aung San Suu Kyi’s reputatie als integere voorvechtster van de universele rechten van de mens is door de Rohingya-vervolging onherstelbaar beschadigd. Maar zo hard vallen, terecht of onterecht, kan alleen als je van grote hoogte komt.

    Nog niet zo lang geleden werd staatsadviseur van Myanmar Aung San Suu Kyi door de internationale pers uitgeroepen tot ‘de dapperste en deugdzaamste mens op aarde… de onbevlekte heldin die ons allemaal nog wat vertrouwen geeft 
in de menselijke natuur’. Ze was vijftien jaar lang politiek gevangene, en in die tijd werd ze alom geprezen voor haar morele en fysieke moed, haar rotsvaste geloof in de beginselen van de universele rechten van de mens en haar voortdurende pleidooi voor vreedzame politieke veranderingen.

    Het deed Aung San Suu Kyi goed dat 
ze door zo veel gerenommeerde instituties werd erkend en ze voelde zich zeer gevleid door de buitensporige lof die haar door vooraanstaande mensen overal ter wereld, door bekende kunstenaars en vele andere fans werd toegezwaaid. Ze bleef echter bescheiden onder al die aandacht. ‘Wij mensen kennen zo veel onvolmaaktheden,’ heeft ze weleens gezegd. Op talloze gelegenheden hield ze haar publiek voor dat ze ‘een politica was, geen democratisch icoon’. Ze drukte haar bewonderaars op het hart: ‘Vergeet alstublieft niet dat ik ben begonnen als leider van een politieke partij. Ik kan me niets politiekers voorstellen.’

    En ze waarschuwde hen ook: ‘Ik ben absoluut geen heilige: dat zou ik ook heel verontrustend vinden, want politici zijn politici, maar ik geloof echt dat er eerlijke politici zijn en daar streef ik naar.’ Als politicus handelde ze op basis van het ‘sluiten van compromissen vanuit principes’. Herhaaldelijk herinnerde ze het publiek aan Myanmars vele ‘onopgeloste problemen’ en toen in 2011 de overgang naar een ‘gedisciplineerde democratie’ was ingezet, waarschuwde ze voor een al te groot optimisme.

    De wereld – de westerse democratieën in het bijzonder – nam dat niet van haar aan. Overheden, internationale organisaties en allerlei actiegroepen plaatsten haar op een voetstuk, als levend symbool van de vreedzame strijd voor de democratie en de mensenrechten in Myanmar, tegen ‘een van de meest repressieve en gesloten regimes ter wereld’. Haar moed werd ‘legendarisch’ genoemd. Voor velen was ze bijna een etherisch wezen, ver weg, zuiver en buiten bereik. In haar eigen land beschouwden boeddhisten haar als een bijna-bodhisattva, wier verlichte werken en lijden het grootst mogelijke ontzag verdienden.

    ‘Heldin van deze tijd’

    Aziatische leiders waren wat voorzichtig in hun steun, maar Aung San Suu Kyi kon de Amerikaanse president George W. Bush en de Britse premier Gordon Brown tot haar grootste fans rekenen. Die laatste omschreef haar als ‘een ware heldin van deze tijd’, die symbool stond voor het begrip moed. Beroemdheden zoals zanger Bono steunden haar vurig. Filmsterren uit Hollywood voerden openlijk campagne voor opheffing van haar huisarrest. Toen ze eenmaal bezoek mocht ontvangen, verdrongen politici en anderen zich voor haar deur, omdat ze graag met haar op de foto wilden, en wilden kunnen zeggen dat ze haar hadden ontmoet.

    Aung San Suu Kyi werd dus niet alleen bewonderd, ze werd verheerlijkt. Waar ze ook kwam, zowel in Myanmar als daarbuiten, werd ze onthaald als een popster. Dankzij die persoonlijkheidscultus werd ze overal ter wereld een begrip en kreeg ze enorm veel steun voor haar zaak, maar er was ook een keerzijde.

    In journalistieke en zelfs in academische kringen werd ze zelden kritisch gevolgd, zoals andere beroemdheden of leden van de militaire regering waartegen ze oppositie voerde. Toen objectievere analytici het waagden om voorbeelden aan te halen van haar inschattingsfouten en tactische missers, of suggereerden dat ze net als ieder ander ook haar zwakke kanten had, werden ze het slachtoffer van een ware scheldkanonnade.

    Een uitgesproken criticaster die geringschattend schreef over The Lady, zoals ze alom genoemd werd, en over de tunnelvisie van haar extremere fans, werd met de dood bedreigd. Daardoor deden vele journalisten die zich bewust waren van haar onvolkomenheden of die het met enkele van haar beslissingen niet eens waren, er het zwijgen toe. Zelfs beroepsanalytici legden zichzelf censuur op. Dat deden ze echter niet alleen uit angst om te worden aangevallen door Aung San Suu Kyi’s fervente fans, die handig gebruikmaakten van internet en sociale media om hun boodschap te verspreiden. Serieuze waarnemers van Myanmar beseften dat openlijke kritiek op Aung San Suu Kyi door het militaire regime tegen haar gebruikt zou kunnen worden. 
Met dat gevaar in hun achterhoofd neigden kritischere en objectievere buitenlandse waarnemers ertoe niet openlijk te schrijven over haar tekortkomingen voor het alternatieve leiderschap van Myanmar. Dus het effect 
van de wereldwijd voor haar gevoerde campagne was de versterking van het beeld dat ze geen onvolkomenheden en geen gelijke kende, dat ze boven het smerige politieke gekrakeel stond.

    Gedurende deze hele periode bleef Aung San Suu Kyi niet passief aan de kant staan. Binnen de grenzen van de mogelijkheden buitte ze op sluwe wijze zowel haar reputatie als pleitbezorger voor de mensenrechten als haar aanzienlijke charisma uit om steun te verwerven voor een democratische verandering in Myanmar. Ze maakte ten volle gebruik van de invloed die ze op regeringen en machtige individuen had om haar doel te bereiken. Deze kwaliteiten gebruikte ze om haar politieke ambities te ondersteunen, die vanaf het begin gericht waren op het leiderschap van het land, ook al ontkende ze dat soms. Ze geloofde er sterk in dat het haar lot was om in de voetstappen van haar vader te treden, Myanmars onafhankelijkheidsheld Aung San, die in 1947 werd vermoord.

    Internationale organisaties en actiegroepen achtten het ook nuttig om haar te steunen in haar strijd tegen Myanmars militaire leiders. In propagandatermen: een mooie en charmante vrouw met een goede opleiding en hoge idealen vormde een prachtig contrast met het agressieve, door mannen gedomineerde militaire establishment, dat gewoontegetrouw door de tegenstanders karikaturaal werd afgeschilderd als een bende corrupte, laag opgeleide dieven, geobsedeerd door macht. Aung San Suu Kyi’s perfect gecommuniceerde boeddhistische vroomheid contrasteerde mooi met hun zogenaamde primitieve bijgeloof.

    © Ajay Aggarwal / Getty
    © Ajay Aggarwal / Getty

    In de roddelbladen en de theebars werd de strijd voor de democratie en de mensenrechten in Myanmar neergezet als een kosmisch gevecht waarin de goedheid en het licht het moesten opnemen tegen de duistere krachten van het kwaad. Dat veranderde allemaal drastisch in 2015, toen de door Aung San Suu Kyi geleide National League for Democracy (NLD) een overweldigende overwinning behaalde bij de relatief vrije en eerlijke algemene verkiezingen. In maart 2016 werd een nieuwe regering geïnstalleerd. Een clausule in de grondwet verhinderde dat Aung San Suu Kyi president werd, omdat haar twee kinderen een buitenlandse nationaliteit hadden. Maar als oplossing voor dat probleem werd speciaal voor haar een functie geschapen: het staatsadviseurschap.

    In de grondwet staat duidelijk dat de president in Myanmar ‘boven alle andere personen staat’, maar al voor 
de verkiezingen had Aung San Suu Kyi verkondigd dat zij boven de president zou staan en aldus kon handelen. ‘Ik zal de regering leiden,’ zou ze hebben gezegd. Bij de uitvoering van die rol werd ze nog wel beperkt door het nationale handvest, dat veel gewicht toekende aan de strijdkrachten, de Tatmadaw. Maar in april 2016, na een strijd die bijna dertig jaar eerder was begonnen en die ze voor de helft van de tijd onder huisarrest had gevoerd, trad ze in de voetsporen van haar gerespecteerde vader, en werd ze de eigenlijke leider van Myanmar.

    De verwachting dat Aung San Suu Kyi en haar partij meteen zouden afrekenen met de resten van vijftig jaar militair bewind en verstrekkende politieke, economische en sociale hervormingen zouden doorvoeren bleek echter al snel niet te worden ingelost. Dat was ook niet echt een verrassing. Het was voor haar onmogelijk om alle hoop en idealen van de mensen te kunnen vervullen. De harde werkelijkheid van de macht in Myanmar, met name de ongekend ingewikkelde problemen van het land en de onverminderde invloed van de strijdkrachten, maakten dat 
onmogelijk.

    De meeste Myanmarkenners wisten dat de nieuwe regering tijd nodig zou hebben om zich in te werken. Of zoals de voormalige Amerikaanse ambassadeur in Myanmar het omschreef: ‘Oppositie voeren tegen een repressief bewind en het leiden van een regering zijn twee heel verschillende vaardigheden.’ Er zouden zeker kinderziektes komen, en gemor over het trage veranderingsproces.

    Desalniettemin hadden weinig mensen verwacht dat Aung San Suu Kyi zo snel uit de gratie zou raken en het doelwit zou worden van zo veel bittere verwijten, vooral van dezelfde buitenlanders en buitenlandse instituties die haar eerst hadden verheerlijkt. Na haar aantreden kwam ze om veel redenen onder vuur te liggen. Een daarvan was haar kennelijke steun aan de voortdurende militaire operaties tegen etnische minderheden, vooral in het noorden van het land. In plaats van een eind te maken aan de gevechten, prees Aung San Suu Kyi de moedige inspanningen van de strijdkrachten en drong ze er bij de etnische groeperingen op aan de wapens neer te leggen.

    Ze verklaarde dat ‘we zelf onze verantwoordelijkheid moeten nemen, want wij zijn degenen die het beste begrijpen wat ons land nodig heeft’

    De voornaamste reden voor de verandering in de publieke opinie over Aung San Suu Kyi, buiten Myanmar althans, is de brute wijze waarop de voornamelijk stateloze islamitische Rohingya in Rakhine sinds oktober 2016 worden behandeld door de veiligheidstroepen van het land. De strijdkrachten en de nationale politie begonnen operaties om het gebied vrij te maken van Rohingya-gemeenschappen, waarbij honderden en misschien wel duizenden slachtoffers vielen. Die operaties waren een reactie op aanvallen van een kleine groep islamitische militanten op drie grensposten van de politie en de moord op een hoge legerofficier.

    In de afgelopen maanden zijn honderdduizenden Rohingya naar Bangladesh gevlucht om aan de strafexpedities te ontkomen. Na voorafgaand onderzoek, met onder andere een reeks interviews in Bangladesh, maakte de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de VN, melding van vreselijke wreedheden tegen de Rohingya-bevolking door de overheid van Myanmar en van misdaden tegen de menselijkheid die daar naar alle waarschijnlijkheid werden gepleegd. De UNHCR deed een oproep om een onderzoeksmissie naar Myanmar te sturen, om de situatie ter plekke beter te kunnen onderzoeken.

    Aung San Suu Kyi heeft bijna geen controle over de veiligheidstroepen van Myanmar en hun operaties, een feit dat door haar critici vaak over het hoofd wordt gezien. Toch heeft ze sinds haar aantreden herhaaldelijk geweigerd zich publiekelijk ook maar enigszins uit te spreken over het probleem van de Rohingya. Op het voorstel van de UNHCR reageerde Aung San Suu Kyi op een manier die griezelig dicht bij de manier kwam waarop het voormalige militaire regime reageerde op de internationale bezorgdheid over haar eigen behandeling. Ze verklaarde dat ‘we zelf onze verantwoordelijkheid moeten nemen, want wij zijn degenen die het beste begrijpen wat ons land nodig heeft’. Naar haar idee was een VN-onderzoek naar de manier waarop de veiligheidstroepen de Rohingya behandelden ‘niet geschikt voor de situatie van ons land’.

    Ondanks de enorme verschillen tussen de twee gemeenschappen en hun omstandigheden, heeft Aung San Suu Kyi voortdurend gezegd dat de boeddhisten en moslims het in Myanmar even slecht hebben. Ze hoedt zich ervoor een enkele etnische of religieuze gemeenschap de schuld te geven, maar na aandringen opperde ze de veronderstelling dat de 
verhoudingen tussen de gemeenschappen waren verslechterd vanwege de schaarste aan middelen en vanwege een ‘angstklimaat’ dat voorkomt uit ‘de wereldwijde opvatting dat de macht van de moslims heel groot is’. Op de vraag van buitenlandse journalisten waarom ze haar grote morele gezag en politieke kapitaal niet gebruikte om zich uit te spreken tegen de mensenrechtenschendingen in Rakhine, of om haar bezorgdheid te uiten over het leed van de Rohingya, ontkende zij (of haar woordvoerders) dat er schendingen hadden plaatsgevonden of verwees ze naar de bevindingen van onder meer de adviescommissie onder leiding van voormalig secretaris-generaal van de VN Kofi Annan. Haar regering beschuldigde de internationale pers ervan ongefundeerde geruchten en nepnieuws te verspreiden. In reactie op beschuldigingen van seksueel misbruik door de veiligheidstroepen werd er op haar officiële Facebookpagina een banner met het woord ‘nepverkrachtingen’ geplaatst.

    ‘Ietwat ontsteld’

    Ondanks de twintig jaar durende campagne van Aung San Suu Kyi om de internationale gemeenschap over te halen druk uit te oefenen op het voormalige militaire regime heeft een woordvoerder van haar regering nota bene verklaard dat het uitoefenen van druk op de leider van een land een duidelijk geval is van inmenging in binnenlandse aangelegenheden. Bovendien zijn er twijfels gerezen over Aung San Suu Kyi’s standpunt ten aanzien van de moslims. Tijdens de rellen in Rakhine in 2012 en de aanvallen op moslims elders in Myanmar in 2013 hulde ze zich in stilzwijgen. Dat bracht een prominente actievoerder ertoe om haar ervan te beschuldigen dat ze de kant koos van de ‘goed georganiseerde anti-islamracisten’.

    Tijdens Aung San Suu Kyi’s bezoek aan de VS in 2016 vertelde een lid van het Congres dat hij ‘ietwat ontsteld’ was na haar ‘afwijzende reactie’ op de problemen met de mensenrechten die hij bij haar had aangekaart. In 2015 besloot zij dat moslims bij de algemene verkiezingen geen kandidaat voor de NLD mochten worden. In 2016 maakte ze een anti-islamopmerking toen ze door een BBC-journalist onder druk werd gezet om het sektarische geweld te veroordelen. In hetzelfde jaar vroeg ze alle ambtenaren en buitenlandse diplomaten in Myanmar om de term ‘Rohingya’ niet te gebruiken. Ze gaf de voorkeur aan de term ‘mensen in de staat Rakhine die het islamitische geloof aanhangen’ – een formulering waarmee hun een eigen etnische identiteit werd ontzegd, en daarmee hun aanspraak op het Myanmarese burgerschap.

    Dat was een populair standpunt in Myanmar, waar de Rohingya op weinig sympathie kunnen rekenen. Maar op veel waarnemers kwam ze over als een chauvinistische etnische Birmese, die bereid was om te heulen met de extremistische boeddhistische monniken die er openlijk naar streefden om alle islamieten uit het land te verdrijven.
    Gezien deze omstandigheden wekt het weinig verbazing dat de internationale gemeenschap zo sterk heeft gereageerd op de recente ontwikkelingen. Een westerse krant keurde openlijk ‘het verraad van de hoop’ in Myanmar af, terwijl een andere onomwonden stelde dat ‘Aung San Suu Kyi haar eigen revolutie heeft verloochend’. Het afgelopen jaar is ze ervan beschuldigd dat ze de genocide legitimeert en de etnische zuiveringen ondersteunt. Verscheidene deskundigen hebben haar een lafaard genoemd en een democratische dictator. Ze is omschreven als ‘het vriendelijkere, gematigdere gezicht van Myanmars tirannie’.

    In soberdere bewoordingen heeft de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN in december 2016 verklaard dat de Myanmarese regering, geleid door Aung San Suu Kyi, een kortzichtige, contraproductieve en zelfs harteloze houding heeft aangenomen ten aanzien van de Rohingya-crisis. The New Republic verwoordde de gedachten van velen toen het in dezelfde maand de vraag stelde: ‘Is dit de ware Aung San Suu Kyi?’

    Buitengewoon schadelijk voor de internationale reputatie van Aung San Suu Kyi was een open brief die in december 2016 door een tiental mede-Nobelprijswinnaars naar de Veiligheidsraad van de VN werd gestuurd, waarin de wrede behandeling van de Rohingya aan de kaak werd gesteld. De ondertekenaars van de brief uitten hun bezorgdheid over ‘een menselijke tragedie ten gevolge van etnische zuiveringen en misdaden tegen de menselijkheid’. Ze waren duidelijk woedend over Aung San Suu Kyi’s weigering om in te grijpen bij de crisis. Het vervolg van de brief luidde: ‘Daw Suu Kyi is de leider en zij heeft de verantwoordelijkheid om de leiding te nemen en dat te doen met moed, medemenselijkheid en compassie.’ Toen een BBC-verslaggever haar in april 2017 vroeg naar deze brief, en naar de beschuldiging van haar mede-Nobelprijslaureaten dat ze was gezakt voor de fundamentele test voor medemenselijkheid, antwoordde Aung San Suu Kyi simpelweg dat dat ook maar een mening was. Vervolgens beschreef ze een aantal politieke initiatieven voor de lange termijn die weinig verband hielden met de huidige situatie in Rakhine of met de specifieke beschuldigingen die tegen haar waren geuit. Dat nam de indruk niet weg van iemand die geen contact heeft met de werkelijkheid, die weigert de feiten onder ogen te zien – of erger.

    Indonesische moslims betuigen hun steun aan de Rohingya. – © Ed Wray / Getty
    Indonesische moslims betuigen hun steun aan de Rohingya. – © Ed Wray / Getty

    Bij discussies over al deze ontwikkelingen is het de leidende gedachte onder Aung San Suu Kyi’s aanhangers en enkele anderen, dat ze met twee belangrijke beperkingen te maken heeft. Ten eerste zou een veroordeling van de acties van de veiligheidstroepen haar broze samenwerking met de opperbevelhebber van de Tatmadaw in gevaar brengen. Gegeven de deling van de macht die de grondwet van 2008 haar heeft opgedrongen is een modus vivendi tussen de burgerregering en 
de strijdkrachten van wezenlijk belang voor de regering om effectief te kunnen functioneren. Zou die wegvallen, dan zouden Aung San Suu Kyi’s kansen op het bereiken van een nationale vredesovereenkomst tussen de verschillende etnische minderheden nog geringer worden, en de enorme obstakels waarmee ze te maken heeft bij het implementeren van het hervormingsprogramma van de NLD nog groter. Ten tweede beseft Aung San Suu Kyi dat 
de overweldigende meerderheid van de Myanmarese bevolking een harde lijn aanhangt ten aanzien van de moslims. Er heerst een uitgesproken antipathie tegen de Rohingya, die over het algemeen worden gezien als illegale immigranten uit Bangladesh. Die mening wordt aangemoedigd door goed georganiseerde extremistische monniken. Openlijk steun aan de Rohingya, of zelfs aan moslims in het algemeen, 
zou haar kunnen vervreemden van 
de kern van haar achterban, die voornamelijk uit boeddhisten bestaat.

    Veel waarnemers hebben die politieke werkelijkheid erkend en zien de moeilijke keuzes die Aung San Suu Kyi moet maken om haar achterban te behouden en haar visie op een vreedzaam, welvarend en democratisch Myanmar te kunnen concretiseren. Maar buiten haar eigen land zien maar weinigen die werkelijkheid als rechtvaardiging voor zo’n pragmatische, zelfs cynische benadering van het Rohingya-probleem.

    Haar huidige relatie met de opperbevelhebber van de strijdkrachten valt moeilijk in te schatten, maar onder buitenlandse commentatoren heerst een sterk gevoel dat ze meer zou kunnen doen om hem over te halen maatregelen te nemen om excessen van de veiligheidstroepen te voorkomen. Dat zou tenslotte ook in het belang van de Tatmadaw en de politie zijn. Ze zou kunnen proberen gebruik te maken van de mogelijkheden die de grondwet biedt bij het uitroepen van de noodtoestand om beter toezicht te hebben op de militaire operaties.

    Een aantal waarnemers heeft ook twijfels rondom Aung San Suu Kyi’s falen om haar sterkste troef in te zetten, namelijk haar immense populariteit onder de Myanmarese bevolking, die ze zou kunnen gebruiken om te proberen populaire opvattingen over het ‘islamitische gevaar’ te veranderen. Het zou haar binnenlandse politieke positie of haar relatie tot de strijdkrachten geen kwaad doen als ze zou pleiten voor grotere tolerantie en wederzijds respect onder alle volken van Myanmar. Dat zou ook het risico op binnenlandse instabiliteit verkleinen.

    De afbrokkelende reputatie van Aung San Suu Kyi heeft internationale gevolgen. Zoals The New York Times in een hoofdartikel in mei 2016 schreef: ‘Haar heilige status is de centrale factor geweest bij Myanmars acceptatie in de wereldgemeenschap na jaren van isolement.’ Er gaan nu stemmen op om het land weer economische sancties op te leggen, die door Obama in september 2016 waren opgeheven. Leiders van 
de AESEAN [de Associatie van Zuidoost-Aziatische Naties] hebben ervoor gewaarschuwd dat de Rohingya-crisis de regionale vrede en stabiliteit kan verstoren. Belangrijke mensenrechtenorganisaties zoals Amnesty International en Human Rights Watch hebben een vernietigend oordeel laten horen over de NLD-regering en haar leider. Buitenlandse regeringen lijken Aung San Suu Kyi (die ook minister van Buitenlandse zaken is) graag te ontvangen en ze krijgt af en toe ook nog weleens een onderscheiding, maar de sfeer is veranderd. Van de kruiperige verering die met haar bezoeken aan het buitenland gepaard ging, is tegenwoordig steeds minder sprake. Zo werden haar publieke optredens in Australië in 2013 geboycot door de plaatselijke Kachin-gemeenschap en zegde ze in 2016 een bezoek aan Indonesië af vanwege de geplande protestdemonstraties van moslims die zich zorgen maakten over hun geloofsgenoten in Myanmar. Protestacties door Rohingya in het buitenland zijn nu schering en inslag.

    Extreme toon

    Aung San Suu Kyi’s ontkenning van de afschuwelijke toestand in delen van Myanmar hebben buitenlandse waarnemers geschokt en teleurgesteld. Men voelt zich in de steek gelaten door iemand die ooit werd beschouwd als de hoedster van hun diep gekoesterde idealen, iemand die anders was dan andere politici, iemand die alle mensen van goede wil volledig konden vertrouwen. Welhaast als afgewezen minnaars halen deze voormalige bewonderaars nu extra hard uit naar iemand die ze ooit hoog achtten, wat hun commentaar een zeer scherp randje meegeeft. Sommige kritiek is misschien ook op andere manieren persoonlijk, omdat politici en activisten die eens pleitbezorgers van Aung San Suu Kyi waren, zich nu proberen te distantiëren van 
hun uit de gratie geraakte idool, omdat ze anders ook het doelwit van kritiek worden of ervan beschuldigd worden goedgelovig of naïef te zijn geweest. Anderen hebben zich simpelweg teruggetrokken. Vooraanstaande fans zoals voormalig presidentsvrouw Laura Bush en voormalig minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton hebben ervoor gekozen zich niet uit te laten over de controversiële aspecten van Aung San Suu Kyi’s leiderschap en haar houding ten opzichte van de Rohingya.

    Een mogelijk resultaat van deze reacties op Aung San Suu Kyi is een veel kritischere analyse van de huidige gebeurtenissen in Myanmar dan anders wellicht het geval was geweest. De vele beschouwingen in kranten en op websites, waarin het eerste regeringsjaar van de NLD onder de loep werd genomen, waren bijna allemaal negatief. Daar was een aantal goede redenen voor, maar het is de vraag of zo veel deskundigen zo kritisch zouden zijn geweest en zo weinig welwillend ten opzichte van de onervaren NLD-regering, als Aung San Suu Kyi nog steeds op zo’n hoog voetstuk had gestaan.

    Ook lijken buitenlandse commentatoren nu vaker te verwijzen naar Aung San Suu Kyi’s arrogantie, afstandelijkheid en neiging om zich bij het leidinggeven erg op de details te richten. Er was al eerder bezorgdheid geuit over haar eigenaardige persoonlijkheid en haar twijfelachtige stijl van leidinggeven, maar woorden als ‘arrogant’, ‘inflexibel’ en ‘dictatoriaal’ zijn nu gemeengoed. Ze wordt ervan beschuldigd iedereen die haar naar de kroon zou willen steken of die het in beleidszaken met haar oneens is monddood te maken. Sinds haar aantreden heeft ze weinig interviews gegeven, maar buitenlandse journalisten lijken nu vaker moeilijke onderwerpen bij haar aan te snijden en haar te confronteren met controversiële kwesties. Zelfs diplomaten, die zich in het verleden zelden zo openhartig uitlieten in het openbaar, hebben haar omschreven als ‘iemand die zich zeer bewust is van haar eigen importantie’ en ‘lastig in de omgang’.

    In zo’n beladen context is het echter belangrijk dat de feiten (voor zover die kunnen worden gekend en er uit betrouwbare bronnen kan worden geput) zo helder en objectief mogelijk worden vastgesteld. Als het verleden iets heeft geleerd, dan is het wel dat dit nog niet zo eenvoudig is. De belangen zijn groot, wat geldt voor de ontwikkelingen zowel in Rakhine als in heel Myanmar. Als zo vaak schreeuwen degenen met de extreemste standpunten het hardst, waardoor afgewogener analyses moeilijk gehoord zullen worden. Onvermijdelijk zal dit de algemene mening over Aung San Suu Kyi en haar historische betekenis beïnvloeden.

    Wat er in de toekomst ook aan analyses van het moderne Myanmar zal verschijnen, Aung San Suu Kyi’s reputatie als voorvechtster van de mensenrechten is beschadigd. In de meeste geschiedenisboeken zal ze waarschijnlijk een gevallen ster worden genoemd, een idool wier voeten uiteindelijk van leem bleken te zijn. Haar bijzondere prestaties van de afgelopen tientallen jaren, als politiek gevangene en als inspiratie voor miljoenen mensen 
in Myanmar en elders, zullen altijd worden overschaduwd.

    Toch moeten we niet vergeten dat 
ze zo diep kon vallen omdat de internationale gemeenschap haar zo de hoogte in had geprezen. Zelden werd ze beoordeeld aan de hand van dezelfde criteria als andere wereldleiders. Natuurlijk speelde er aan beide kanten iets van politiek opportunisme mee, maar minder journalistieke hyperbolen en wat minder scepsis zouden misschien een evenwichtiger kijk op haar natuurlijke sterke en zwakke punten hebben opgeleverd.

    Als haar vele buitenlandse bewonderaars haar meer als een echt persoon hadden kunnen zien, met menselijke tekortkomingen, en als een onverzettelijke politica met een duidelijk doel voor ogen, en minder als een democratisch icoon en de afspiegeling van hun eigen idealen, zouden ze nu misschien niet zo boos en teleurgesteld zijn. Misschien had George Orwell gelijk toen hij in 1949 schreef (over Aung San Suu Kyi’s held Mahatma Gandhi): ‘Heiligen zouden altijd schuldig bevonden moeten worden tot het tegendeel bewezen is.’

    Auteur: Andrew Selth

    ABC
    Spanje | dagblad | oplage 242.000

    De op twee na grootste krant van Spanje is conservatief en koningshuisgezind. Ietwat ouderwetse opmaak. Vermaard om de culturele bijlage.

  • Myanmars onopgeloste kwesties

    Myanmars onopgeloste kwesties

    Volgens historicus Thant Myint-U ligt de oorzaak van het huidige etnische conflict in Myanmar, de exodus van 120.000 Rohingya naar Bangladesh, in het koloniale en xenofobe verleden van het land. Een geschiedenisles.

    In 1935 nam het Britse parlement de Government of Burma Act aan; halverwege 1937 veranderde Birma van een provincie van het Indiase rijk in een soort dominion: een autonoom onderdeel van de Gemenebest, met een deels gekozen regering, een parlement en een gouverneur die rechtstreeks verantwoording schuldig was aan Londen. Het was bedoeld als een eerste stap naar autonomie en een erkenning van Birma’s eigen identiteit.

    De scheiding was het gevolg van jarenlange verhitte discussies. Maar de problemen met betrekking tot identiteitskwesties waren nog maar net begonnen en zouden in de rest van de twintigste eeuw leiden tot oorlog, isolatie en armoede. Tegenwoordig zijn het diezelfde kwesties die een bedreiging vormen voor het vredesproces tussen de overheid en op etniciteit gebaseerde gewapende organisaties, voor het lot van moslimgemeenschappen en zelfs voor de openstelling van het land voor de mondiale handel. Ze blijven grotendeels onopgelost en zijn van immens belang voor de toekomst van Myanmar.

    De afscheiding van India was een overwinning voor het Birmese nationalisme. De Birmezen, ook wel Bamar genoemd, zijn de voornamelijk boeddhistische, Birmees sprekende meerderheid van de Irrawaddyvallei. Drie conflicten in de negentiende eeuw, de Engels-Birmese Oorlogen, hadden hun rijk ernstig verzwakt en vervolgens te gronde gericht, een rijk dat zich uitstrekte van Bhutan tot de buitenwijken van Bangkok. In 1885 hadden de Britten hun duizend jaar oude monarchie afgeschaft en de Irrawaddyvallei bij de nieuwe Indiase provincie ‘Brits-Birma’ gevoegd. Daar is het Birmese volk nooit helemaal overheen gekomen.

    De koloniale overheersing bracht economische groei en daarmee ook een ongereguleerde immigratie van miljoenen mensen uit heel het Indiase subcontinent. Birma was destijds een welvarender land, het ‘eerste Amerika’ voor menig Indiaas gezin, een plek van kansen en een nieuwe start.

    Zelfbewustzijn

    Eind jaren twintig van de vorige eeuw concurreerde Rangoon, het huidige Yangon, met New York als ’s werelds grootste immigratiehaven; in de stad kwamen alleen al in 1927 428.300 mensen binnen (op een totale bevolking van tien miljoen). Rangoon werd een Indiase stad.

    Voor de Birmezen betekende de moderniteit een maatschappij met Europeanen aan het hoofd en Indiërs die de zelfstandige beroepen en de handel domineerden en de nieuwe werkende klasse in de stad verder aanvulden. De Birmezen raakten verbitterd, ook jegens de veel kleinere maar belangrijke Chinese immigrantengemeenschap. Tijdens de Grote Depressie kwam het tot een uitbarsting: de eerste anti-Indiase rellen in Rangoon vonden plaats in 1930, de eerste anti-Chinese in 1931.

    In deze periode stond een nieuwe generatie politici op die het zelfbewustzijn van haar volk wilde herstellen. Een van de radicalere groepen noemde zich Do Bama (‘Wij Birmezen’), vooral geïnspireerd door het Ierse nationalisme van Sinn Féin. In hun lied, dat tegenwoordig het volkslied is, luidt een regel: ‘Dit is ons land’. Met andere woorden: het is niet van jullie. Velen beschouwden buitenlandse bedrijven als uitbuiters en voelden zich zowel aangetrokken tot uiterst rechts als tot uiterst links in Europa. Volgens sommigen werd het boeddhisme bedreigd, en het volksoproer begon rond 1938 steeds meer een anti-islamkarakter te krijgen. Het Birmese nationalisme begon als wat we tegenwoordig een antiglobaliserings- en een anti-immigratiebeweging zouden noemen.

    Zo is het echter niet altijd geweest. In de achttiende en negentiende eeuw claimden Birmese koningen dat ze afstamden van de Sakiyan-stam van Gautama Boeddha; ze beschouwden India als een heilig land en het centrum van de kennis. Tot de val van Mandalay in 1885 werd geprobeerd de Indiase leefwijze na te streven. In dat jaar werd Govinda, een brahmaan uit Benares, gevraagd om de koninklijke rituelen te beoordelen en zo nodig te verbeteren.

    In mei van dit jaar deed Facebook het woord Kala in de ban, omdat het racistisch zou zijn en zou aanzetten tot haat. Nog niet zo lang geleden bezat je als Kala een hoge status. Maar zelfs in de prekoloniale periode groeide de angst voor de Kala. Voor de Birmese rechtbank was dit woord een etnoniem waaronder alle (in de ogen van de plaatselijke bevolking) op elkaar lijkende mensen uit het Westen vielen: vooral Indiërs, maar ook Perzen, Arabieren en Europeanen, zoals de Kala van Bilat (Engeland, van het Urdu-woord Wilayat). Maar in de loop van de negentiende eeuw vatte de gedachte post bij de Birmezen dat ze afstammelingen van Boeddha waren en dat de christelijke en islamitische Kala indringers waren in het heilige land.

    Onder het kolonialisme werd respect gemengd met angst, wat resulteerde in raciale vijandigheid. Met de afscheiding kwam de rem op de immigratie. Toen de Japanners in 1942 Birma binnenvielen, sloegen honderdduizenden Indiërs uit angst voor Birmees nationalistisch geweld op de vlucht en kwamen niet meer terug. Nog vele anderen verlieten het land bij de onafhankelijkheid [in 1948] en in 1960, toen zowel Indiase als Chinese bedrijven werden genationaliseerd als onderdeel van de ‘Birmese weg naar het socialisme’. Tegen die tijd was xenofobie officieel beleid geworden.

    schermafbeelding 2017 09 20 om 12 00 49 pm

    De Burma Act uit 1935 versterkte de interne verdeeldheid. Het Birma van voor het kolonialisme was altijd een plek geweest voor verschillende volkeren en koninkrijken, die bloeiden en dan weer in verval raakten, zoals overal elders. De kaart van het moderne Birma is nieuw. Maar in de nadagen van de koloniale overheersing werd niets gedaan om dit land tot één geheel te maken, etnische en politieke scheidslijnen werden alleen maar verscherpt.

    Via de volkstellingen, die van 1861 tot 1931 iedere tien jaar werden gehouden, probeerden de Britten een beeld te krijgen van de etnische mix. In India waren de mensen verdeeld naar kaste. Een tijdlang werden Birmezen, Arakanezen en enkele andere groeperingen in kastetabellen vermeld als ‘semi-gehindoeïseerde inlanders’. Rond 1900 begonnen de Engelsen de inwoners van Birma te categoriseren naar taal, waarbij ze putten uit destijds populaire ideeën in de vergelijkende taalwetenschap. Dat sloot nauw aan bij prekoloniale opvattingen waarin ook onderscheid werd gemaakt tussen Birmezen, Shan, Mon en andere ‘rassen’ (lu-myo of ‘soorten mensen’). Maar in de twintigste eeuw werd etniciteit gezien als iets onveranderlijks en maakte het onderdeel uit van de staatspolitiek. Sommige ‘rassen’ werden gezien als inheems, andere niet. Sommige groeperingen werden gerekruteerd voor het leger, terwijl andere daar grotendeels van werden gevrijwaard.

    Demonstratie in 1939 tegen de door Engeland voorgetrokken mohammedanen en hindoes. – © Ullstein BildFotograaf / Getty
    Demonstratie in 1939 tegen de door Engeland voorgetrokken mohammedanen en hindoes. – © Ullstein BildFotograaf / Getty

    Er was ook een geografische scheidslijn. De lage landen van Birma werden rechtstreeks onder koloniaal bestuur geplaatst en kregen daarna geleidelijk steeds meer zelfbestuur. Dat was het Birma van de globalisering, de immigratie, de antikoloniale politiek en het opkomende Birmese nationalisme. De grootste ‘inheemse’ minderheid werd gevormd door de Karen, met hun christelijke leiders en hun eigen opkomende nationalistische aspiraties; samen met Indiërs en ‘Anglo-Indiërs’ verkregen ze in 1937 enkele zetels in het parlement.

    In de aanloop naar onafhankelijkheid vroegen Karen-leiders Londen om een eigen etnisch thuisland binnen de Gemenebest. Ze hadden tijdens de oorlog loyaal meegevochten aan de zijde van de Engelsen en voelden zich verraden toen hun dit beleefd werd geweigerd.

    Maar er was ook nog een geheel ander Birma: de ‘Grensgebieden’, die ongeveer de helft van het land besloegen, indirect werden bestuurd, onder overerfbaar leiderschap, en geheel werden uitgesloten van de economische modernisering en van de politieke hervormingen in de jaren dertig. Toen in 1947 de Engelsen hals over kop het land verlieten, kozen de Shan en andere leiders er met enige aarzeling voor om zich bij de rest aan te sluiten in een nieuwe republiek. Er werd hun autonomie beloofd, en zo begonnen begrippen als etniciteit en territorium samen te vallen.

    De tientallen jaren die daarop volgden, waren een tijd van mislukte pogingen om een staat op te bouwen, van onmacht om af te rekenen met de koloniale erfenis, van oorlogen tussen verschillende etnische groeperingen en van de zelfopgelegde isolatie ten opzichte van de buitenwereld.

    De kern van het probleem is hoe het Birmese nationalisme zich verhoudt tot een inclusieve nationale identiteit. Het Birmese nationalisme stelde zich tot doel om het land te verenigen en te beschermen tegen wat werd gezien als een existentiële bedreiging van buiten, vooral van de grote buurvolkeren. De integratie van minderheden die worden geaccepteerd als ‘inheems’, is iets waar veel Birmezen naar streven. Maar voor andere ‘inheemse’ volken vormt het Birmese nationalisme een probleem: ongelijkheid, uitsluiting van economische mogelijkheden en de angst dat hun eigen identiteit zal opgaan in een door Birmezen gedomineerd proces van modernisering.

    De militaire leiders van Myanmar publiceerden rond 1990 een lijst van 135 inheemse “nationaliteiten”

    En wie is inheems? Deels puttend uit gegevens afkomstig uit een volkstelling die in 1921 door de Britten was gehouden, publiceerden de militaire leiders van Myanmar rond 1990 een lijst van 135 inheemse ‘nationaliteiten’. Daar hoorden de Kaman (een islamitisch volk dat afstamt van de lijfwacht van een in de zeventiende eeuw gevluchte Mogolprins) en de Chinees sprekende Kokang (van wie de voorvaderen in de zeventiende eeuw waren gevlucht voor de Mantsjoes) nog net bij. Het oude etnoniem Myanmar werd uit de kast gehaald als naam waaronder al die als inheems beschouwde volken zouden vallen.

    Erbuiten vielen de afstammelingen van Indiase en Chinese immigranten uit de negentiende eeuw. Ook werd de islamitische bevolking van de staat Rakhine buitengesloten, waar moslims ongeveer een derde van de totale bevolking van ruim 3,1 miljoen mensen uitmaken. Birmese nationalisten beschouwen hen als het product van Bengaalse immigranten uit de koloniale tijd, of van recentere illegale immigranten. Zelf nemen ze steeds vaker de naam ‘Rohingya’ aan, waarmee ze te kennen willen geven dat ook zij inheems zijn. Dat wordt echter vurig bestreden; alleen al het woord ‘Rohingya’ vormt een belangrijk strijdpunt in heftige debatten.

    Het sinds 2012 toenemende geweld is deels een lokaal etnisch conflict dat teruggaat tot de Tweede Wereldoorlog, maar de felle discriminatie is nauw verbonden met de anti-immigratiegeschiedenis van de moderne politiek. Aan beide kanten wordt etniciteit als iets vaststaands beschouwd en ziet men etnische groeperingen als groeperingen die wel of niet tot de opkomende natie behoren.

    Hoe ziet de toekomst eruit? Myanmar is een land dat snel verandert. Mensen reizen rond als nooit tevoren, zowel naar het buitenland als binnenslands, ze mengen zich, sluiten gemengde huwelijken. De urbanisatie versnelt en binnenkort wonen de meeste mensen in een klein aantal grote steden. Myanmars leiders zeggen dat ze streven naar democratie, vrede en economische integratie in de rest van de wereld. Maar het land sleept de last van de koloniale etnografie en de postkoloniale anti-immigrantenpolitiek met zich mee, die het etnische conflict en de xenofobie verder kunnen doen oplaaien.

    In dat opzicht schuilt het grootste gevaar voor Myanmar niet in een terugkeer naar de dictatuur, maar in een onverdraagzame democratie in combinatie met een negatief nationalisme. Het is tijd voor een eerlijke en kritische herbeoordeling van de geschiedenis en een nieuw streven naar een inclusievere eenentwintigste-eeuwse identiteit voor Myanmar.

    Auteur: Thant Myint-U

    Openingsbeeld: Rohingya steken de rivier de Naf over op weg naar Bangladesh. – © Getty

    Nikkei Asian Review
    Tokio | weekblad | oplage onbekend

    Nikkei voert zijn berichtgeving over Azië op door wekelijks een publicatie aan deze regio te wijden. Dankzij zijn reportages, analyses en onderzoeksjournalistiek, met name op economisch gebied, is het blad een waardevolle bron voor het volgen van de actualiteit.