Zweden is met een rokerspercentage van 5,6 procent het Europese land waar het minst gerookt wordt en hard op weg om het eerste rookvrije land van Europa te worden. Maar het lijkt erop dat met die cijfers enigszins wordt gesmokkeld.
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) vierde op 31 mei de Werelddag zonder tabak. Op dat moment was Zweden – dat het laagste percentage rokers in de Europese Unie telt – dicht bij de status ‘rookvrij’, een definitie die geldt voor een bevolking met minder dan 5 procent dagelijkse rokers.
Veel deskundigen schrijven het lage percentage van Zweden toe aan tientallen jaren van antirookcampagnes en -wetgeving. Anderen wijzen op de prevalentie van snus, een rookloos tabaksproduct dat elders in de EU verboden is maar dat in Zweden verkrijgbaar is als alternatief voor sigaretten. Wat de reden ook is, de mijlpaal van 5 procent is binnen bereik.
Slechts 6,4 procent van de Zweden boven de vijftien jaar rookte dagelijks in 2019. Dat is het laagste percentage in de EU en ligt volgens statistiekbureau Eurostat ver onder het gemiddelde van 18,5 procent in het blok van 27 landen. Uit cijfers van het Zweedse Bureau voor de Volksgezondheid blijkt dat het percentage rokers sindsdien is blijven dalen, tot 5,6 procent vorig jaar.
‘We houden van een gezonde manier van leven, ik denk dat dat de reden is,’ zegt Carina Astorsson, die in Stockholm woont. Roken heeft haar nooit geïnteresseerd, voegt ze eraan toe. ‘Ik houd niet van de geur en ik ben zuinig op mijn lichaam.’
Gezondheidsvoordelen
De gezondheidsbewuste Zweden lijken de risico’s van roken goed te begrijpen, en dat geldt ook voor de jongere generaties. Twintig jaar geleden rookte bijna 20 procent van de bevolking, wat toen wereldwijd een laag percentage was. Sindsdien hebben maatregelen om roken te ontmoedigen – zoals een rookverbod in restaurants – het aantal rokers in heel Europa omlaaggebracht.
Frankrijk zag tussen 2014 en 2019 een recorddaling van het aantal rokers, maar dat succes bereikte een plateau op het hoogtepunt van de pandemie, die wordt aangewezen als een van de oorzaken van de stress die mensen ertoe aanzette om te gaan roken. Ongeveer een derde van de mensen in de leeftijdscategorie van 18 tot 75 jaar in Frankrijk verklaarde in 2021 te hebben gerookt – een lichte stijging ten opzichte van 2019. Ongeveer een kwart rookt dagelijks.
Zweden is verder gegaan dan de meeste andere landen met het uitbannen van sigaretten en zegt dat dit heeft geresulteerd in een reeks gezondheidsvoordelen, waaronder een relatief laag aantal gevallen van longkanker. ‘We waren vroeg met het beperken van roken in openbare ruimtes – eerst op schoolpleinen en naschoolse opvang, en later in restaurants, openluchtcafés en openbare gelegenheden zoals busstations,’ zegt Ulrika Årehed, secretaris-generaal van de Zweedse Kankerbestrijding. ‘Tegelijkertijd hebben belastingen op sigaretten en strenge beperkingen op de marketing van deze producten een belangrijke rol gespeeld.’ Ze voegt eraan toe dat ‘Zweden er nog niet is’, en dat het percentage rokers in achtergestelde sociaaleconomische groepen hoger is.
Het is steeds zeldzamer om mensen te zien roken in dit land van 10,5 miljoen inwoners. Roken is verboden bij bushaltes, op treinperrons en bij de ingangen van ziekenhuizen en andere openbare gebouwen. Net als in het grootste deel van Europa is roken in cafés en restaurants niet toegestaan, maar sinds 2019 geldt het rookverbod in Zweden ook voor zitgedeeltes buiten.
Op de avond van 30 mei zaten de terrassen van Stockholm vol met mensen die genoten van eten en drinken in de laat ondergaande zon. Van sigaretten was geen spoor te bekennen, maar op sommige tafels stonden wel blikjes snus. Tussen de biertjes door drukten sommige gasten kleine zakjes met de vochtige tabak onder hun bovenlip.
De WHO merkt wel op dat meer dan 20 procent van de volwassen bevolking in Zweden tabak gebruikt
Zweedse producenten van snus hebben hun product lange tijd aangeprezen als een minder schadelijk alternatief voor roken en eisen de eer op voor het dalende aantal rokers in het land. Maar Zweedse gezondheidsautoriteiten zijn huiverig om rokers te adviseren over te stappen op snus, dat een ander zeer verslavend nicotineproduct is. ‘Ik zie geen reden om twee schadelijke producten tegenover elkaar te zetten,’ zegt Årehed. ‘Het is waar dat roken schadelijker is dan de meeste andere producten, inclusief snus. Maar ook met snus zijn er veel gezondheidsrisico’s.’ Sommige onderzoeken brengen snus in verband met een verhoogd risico op hartaandoeningen, diabetes en met vroeggeboorten bij gebruik tijdens de zwangerschap.
Zweden zijn zo dol op hun snus – een verre neef van Amerikaanse diptabak – dat ze een uitzondering eisten op het EU-verbod op rookloze tabak toen ze in 1995 toetraden tot de Unie. ‘Het is een deel van de Zweedse cultuur en het Zweedse equivalent van Italiaanse parmaham of andere culturele gewoonten,’ zegt Patrik Hildingsson. Hij is woordvoerder van Swedish Match, de belangrijkste Zweedse producent van snus, die vorig jaar werd overgenomen door tabakgigant Philip Morris. Volgens hem zouden beleidsmakers de tabaksindustrie moeten aanmoedigen om minder schadelijke alternatieven voor roken te ontwikkelen, zoals snus en e-sigaretten. ‘Er zijn nog steeds 1,2 miljard rokers in de wereld. Zo’n honderd miljoen mensen in de EU roken dagelijks. Ik denk dat er een grens is aan hoever we kunnen gaan met beleidsregels,’ zegt hij. ‘Je zult de rokers een reeks andere, minder schadelijke alternatieven moeten bieden.’
De WHO zegt dat Turkmenistan, met een tabaksgebruik van minder dan 5 procent, voorligt op Zweden als het gaat om het uitbannen van roken. Maar de WHO voegt eraan toe dat dit grotendeels komt door het feit dat daar bijna niet gerookt wordt door vrouwen. Van de mannen rookt 7 procent.
De WHO schrijft het dalende percentage rokers in Zweden toe aan een combinatie van ontmoedigingsmaatregelen – zoals voorlichtingscampagnes en een verbod op reclame – en ondersteuning voor mensen die willen stoppen met roken. De WHO merkt wel op dat meer dan 20 procent van de volwassen bevolking in Zweden tabak gebruikt, als je snus en soortgelijke producten meetelt. Dat komt neer op het wereldwijde gemiddelde.
Wie weet morgen
‘Overschakelen van het ene schadelijke product op het andere is geen oplossing,’ schrijft de WHO in een e-mail. ‘Door een zogenaamd minder schadelijke variant van het roken te promoten, probeert de tabaksindustrie mensen te misleiden wat betreft de inherent gevaarlijke aard van deze producten.’
Tove Marina Sohlberg, onderzoeker aan het departement Volksgezondheid van de Universiteit van Stockholm, zegt dat het antirookbeleid in Zweden heeft geleid tot de stigmatisering van roken en rokers die uit openbare ruimten zijn verjaagd naar achtertuinen en speciale rookzones. ‘We geven aan rokers signalen af dat het niet wordt geaccepteerd door de samenleving,’ zegt ze.
Paul Monja, een van de weinige overgebleven rokers in Stockholm, zegt, terwijl hij op het punt staat om een sigaret op te steken, na te denken over zijn gewoonte. ‘Het is een verslaving waar ik op een gegeven moment mee wil stoppen,’ zegt hij. ‘Vandaag nog niet, wie weet morgen.’
Meer dan driehonderd miljoen Chinezen roken. De regering moedigt verslaving aan in plaats van die te bestrijden, omdat roken een hoop geld in het laatje brengt. Ondanks de toezeggingen van de overheid en de bewustwording van de gezondheidsrisico’s bestaat het tabaksimperium nog steeds.
Weer een nieuwe lichting studenten aan de Bachelor Tabakwetenschap rookt binnenkort de eerste sigaretten in de collegezaal. Docenten van de Landbouwuniversiteit in Kunming, in het zuidwesten van China, zorgen voor asbakken en aanstekers.
Een jaar geleden begon de eenentwintigjarige Min Li hier met haar studie. ‘In het eerste semester bezochten we de velden, oogstten we tabak en plantten we nieuwe tabaksplanten op de heuvel achter de universiteit,’ vertelt ze, terwijl ze over de campus loopt. Haar echte naam geeft ze liever niet. Het gaat hier immers over sigaretten, oftewel: over het echt grote geld.
Deze universiteit in de provincie Yunnan neemt elk jaar circa honderdveertig nieuwe studenten aan en leidt de nieuwe lichting op voor de sigarettenindustrie in de Volksrepubliek. Hier leren ze om sigaretten machinaal te produceren en hoe ze tabak moeten planten en verwerken.
Terwijl roken in West-Europa en in de VS nagenoeg taboe is, zijn sigaretten in China nog alomtegenwoordig. Men lijkt zich er nauwelijks van bewust dat ze dodelijke ziekten kunnen veroorzaken. Het is normaal om een topmerk als Chunghwa of Panda cadeau te doen aan de gastheer van een feestje, een leraar na de examens of als nieuwjaarsgeschenk voor een portier. Op bruiloften worden pakjes van het merk ‘Dubbel Geluk’ uitgedeeld. Bruid en bruidegom gaan van tafel tot tafel om de sigaretten aan te bieden. Longen vol rook voor een lang, gelukkig huwelijk.
Op de derde verdieping van het Tabaksinstituut is een museum ingericht. Achter een met ijzer beslagen deur liggen honderden pakjes sigaretten in vitrines. In een hoek staat een waterpijp, op de vergadertafel staat een enorme kristallen asbak en aan de muren hangen foto’s van staatsoprichter Mao Zedong met een sigaret in zijn hand en natuurlijk van Deng Xiaoping, de patriarch van de hervorming – een kettingroker die er graag een opstak tijdens het eten.
Oorlogsschepen
Aan het begin van de jaren tachtig richtte Deng het staatsbedrijf China National Tobacco Corporation op, een monopolist die 96 procent van alle sigaretten in het land verkoopt. Op de wereldmarkt heeft het bedrijf een aandeel van ongeveer 46 procent: China Tobacco is veruit het grootste tabaksbedrijf ter wereld. Het verkoopt ook farmaceutische producten en mineraalwater, doet autoreparaties en heeft een eigen reclamebureau. Maar bovenal controleert dit wijdvertakte conglomeraat de teelt, inkoop, productie en distributie van tabak. Het is een staat in een staat, een organisatie die onderzoek aan de universiteit in Yunnan ondersteunt, boeren op het land betaalt en geld inzamelt voor het bewind in Beijing. De regering van de op een na grootste economie ter wereld financiert zichzelf met de verslaving van haar bevolking. Aan de kosten die daaruit voortvloeien wordt geen aandacht besteed.
ROKEN IN ZWEDEN
Zweden telt het laagste percentage rokers in de EU en is dicht bij de status ‘rookvrij’: een definitie die geldt voor een bevolking met minder dan 5 procent dagelijkse rokers, schrijft de Britse online krant The Independent. Slechts 6,4 procent van de Zweden boven de 15 rookte dagelijks in 2019. Dat is het laagste percentage in de EU en ligt ver onder het gemiddelde van 18,5 procent in het EU-blok van 27 landen. Het percentage rokers is sindsdien blijven dalen, tot 5,6 procent vorig jaar.
Vooral de jongere generaties lijken doordrongen van de risico’s van roken en het is inmiddels zeldzaam om een van de 10,5 miljoen inwoners te zien roken. Maatregelen om roken te ontmoedigen hebben het aantal rokers in heel Europa omlaaggebracht, maar Zweden is verder gegaan. Zo is roken verboden bij bushaltes, op treinperrons en bij ingangen van ziekenhuizen en andere openbare gebouwen. Net als in het grootste deel van Europa is roken in cafés en restaurants niet toegestaan, maar sinds 2019 geldt er ook een rookverbod voor zitgedeeltes buiten. Het aantal gevallen van longkanker in Zweden is inmiddels dan ook relatief laag. Overigens zijn Zweden wel dol op hun snus – een verre neef van Amerikaanse diptabak.
De handel in rook levert meer op dan de inkomstenbelasting, blijkt uit een gezamenlijk onderzoek van Der Spiegel, het onderzoeksplatform The Examination en het Chineestalige nieuwsportaal Initium Media. Bij elkaar opgeteld brachten winst en belastingen van het bedrijf ongeveer 213 miljard dollar in het laatje van de staat. Dat is ongeveer 7 procent van alle overheidsinkomsten en bijna evenveel als het defensiebudget van de Volksrepubliek – vanwege deze vergelijking grappen sommige Chinezen als ze een sigaret opsteken dat ze ‘de overheid helpen oorlogsschepen te bouwen’.
Via Tabaksmonopolie Beheer – zijn regelgevende pendant, met kantoren in elke uithoek van China – controleert China Tobacco de complete toeleveringsketen van tabak. Op papier lijken de twee organisaties afzonderlijke entiteiten, maar de regelgevende instantie en het tabaksbedrijf zijn in praktijk één en dezelfde onderneming. Ze hebben dezelfde leiding, hetzelfde personeel en hetzelfde hoofdkantoor in Beijing.
De bureaucraten van Tabaksmonopolie Beheer stellen quota vast voor boeren, geven vergunningen af aan honderdduizenden sigarettenverkopers en bepalen welke truckers tabaksproducten mogen vervoeren. Ambtenaren vervolgen sigarettenvervalsers en leggen regels op aan de groeiende e-sigarettenindustrie in het land, die wordt gedomineerd door de particuliere sector.
In Beijing en Shanghai is de afgelopen jaren een rookverbod ingesteld in openbare gebouwen en restaurants om de indruk te wekken dat er iets wordt gedaan voor de volksgezondheid. Maar buiten de grote steden wordt er nog steeds volop gerookt. Neem Chongqing: deze metropool aan de Yangtze wilde zich aansluiten bij het bescheiden rijtje Chinese steden die roken in het openbaar hebben verboden. In augustus 2020 bracht Zhang Jianmin, hoofd Tabaksmonopolie Beheer, een bezoek aan de burgemeester en de lokale voorzitter van de Communistische Partij.
In een lobbyhandboek van China Tobacco, dat gewoon te koop is in de boekhandel, staat dat roken een ‘mensenrecht’ is
Toen de nieuwe antirookwet van Chongqing een maand later werd aangenomen, bevatte deze een belangrijke uitzondering waar het bedrijf om had gevraagd: roken werd in aangewezen gebieden toegestaan in restaurants, hotels en ‘uitgaansgelegenheden’ zoals bars en karaokeclubs. In een memo die het bedrijf in juni verstuurde, stond dat ‘controle op roken’ een acceptabel doel is, maar een ‘rookverbod’ niet. In een lobbyhandboek van China Tobacco, dat gewoon te koop is in de boekhandel, staat dat roken een ‘mensenrecht’ is.
Studenten aan het Tabaksinstituut in Kunming horen iets soortgelijks. Maar praten ze in de seminars ook over de schadelijke aspecten van roken? Komen verslaving, hartaanvallen of kanker aan de orde? Student Min Li zegt: ‘Sommigen van ons maakten zich er zorgen over, maar we hebben begrepen dat de tabaksproductie een belangrijke bijdrage levert aan de lokale economie en belastinginkomsten. Onze professoren praten over de sociale impact van de tabaksindustrie en benadrukken de voordelen ervan. De tabaksteelt is een belangrijke bron van inkomsten en heeft gezinnen uit de armoede geholpen.’ Haar eigen familie verbouwde vroeger tabak. Overal in China is roken normaal, zegt ze.
‘De meesten van mijn mannelijke medestudenten roken. Ze beginnen doorgaans op de middelbare school, zo rond hun veertiende of vijftiende.’ Vrouwen roken zelden; ook Min Li is een niet-roker. De Wereldbank schat dat bijna de helft van alle volwassen mannen in de Volksrepubliek rookt, tegenover minder dan twee procent van de vrouwen. ‘De meeste mensen zijn zich bewust van de schadelijke gezondheidseffecten van tabak, maar ze zijn vrij om te beslissen of ze willen roken of niet,’ meent Min Li. ‘Uiteindelijk is het een persoonlijke keuze.’
Elk jaar sterven er in China meer dan een miljoen mensen aan tabakgerelateerde oorzaken. Noch de regering in Beijing, noch China Tobacco hebben schriftelijke vragen hierover beantwoord.
DE TABAKSLOBBY RICHT ZICH OP AFRIKA
Sigarettenfabrikanten zien vooral Afrika als dé afzetmarkt voor de toekomst. De bevolking van het continent groeit jaarlijks met 2,4 procent, en zal naar verwachting in 2050 zijn verdubbeld. Terwijl de afzetmarkt voor tabak in geïndustrialiseerde landen krimpt, worden in Afrika aanzienlijke groeicijfers verwacht, schrijft o.a. Neue Zürcher Zeitung. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) daalde het aantal rokers in de laatste twintig jaar wereldwijd tot ongeveer 1,3 miljard, maar in Afrika steeg het aantal rokers van 64 tot 73 miljoen.
Er is dus al sprake van een opwaartse trend. Veel tabaksfabrikanten springen daarop in en doen dat lang niet altijd netjes. De BBC zond in 2015 een programma uit over de Brit Paul Hopkins, die – na dertien jaar in Kenia te hebben gewerkt voor tabaksconcern British American Tobacco (BAT) – klokkenluider was geworden. ‘BAT koopt mensen
om, en ik organiseerde dat,’ ver- telde hij. ‘Als de regels overtreden moeten worden, dan doen ze dat.’ Hopkins toonde documenten die bewijzen dat het concern via hem illegale betalingen deed aan ver- tegenwoordigers van een antitabakscampagne van de WHO. Vorig jaar maakte de BBC documenten openbaar die aannemelijk maken dat er door medewerkers van Bri- tish American Tobacco smeergeld is betaald aan de Zimbabwaanse regeringspartij ZANU-PF.
Het bedrijf zwijgt ook over zijn uitbreidingsplannen. Sinds de jaren negentig heeft China Tobacco wereldwijd dochterondernemingen opgericht: in Zuid-Amerika, Afrika en Europa. In Zwitserland is het een onopvallend bedrijf dat ooit tabaksmerken registreerde maar dat verder alleen in het handelsregister lijkt te bestaan. Ook in Duitsland was het een tijdlang geregistreerd.
In Roemenië krijgt de groep wel voet aan de grond; ongeveer honderdveertig kilometer ten zuiden van Boekarest heeft een dochteronderneming een eigen fabriek geopend. De sigaretten die daar geproduceerd worden, worden legaal verkocht en je ziet ze nu steeds vaker in belastingvrije winkels op luchthavens. Soms worden ze ook gesmokkeld, naar Italië bijvoorbeeld. Uit documenten en verhoren van het Openbaar Ministerie blijkt dat gangsters maandenlang met een werknemer van China Tobacco overlegden hoe ze de tabaksaccijns zouden kunnen ontduiken.
Gewend
Het is zes uur ’s ochtends, maar de zon staat nog niet boven de velden van Yuxi, ongeveer honderd kilometer ten zuiden van de provinciehoofdstad Kunming. Boerin Zheng Guicun, 55, is al vroeg op, zoals elke zomerdag van juli tot september.
De kachel bepaalt haar tempo. Naast een stapel kolen heeft ze een veldbed staan. Om de paar uur pookt ze de kachel op zodat de temperatuur niet daalt in dit drooghuis, waar ze rij na rij tabaksbladeren heeft opgehangen, als overhemden aan een waslijn. Tabak heeft een temperatuur van 49 graden nodig om goed te kunnen drogen: het vocht verdampt en de groene plant verandert in een bundel sterk ruikende en rimpelige geelbruine bladeren. Het goud van Zheng Guicun.
Tabak domineert het leven van haar familie. Haar man werkt in een door de staat gerund inkoopstation voor tabaksbladeren, haar oudste zoon verkoopt kunstmest voor de tabaksplanten in de stad. Een jongere zoon droogt ook tabak namens China Tobacco.
De provincie Yunnan in het zuidwesten van China aan de grens met Vietnam is voor tabak wat Beieren is voor bier. In 2021 werd hier bijna 850.000 ton tabak geproduceerd: ruim 14 procent van de wereldwijde teelt. Zheng Guicun oogst al dertig jaar; ze bezit 8000 planten op een perceel in de bergen, op drie kilometer van het dorp. In de zomer rijdt ze om de paar dagen naar haar veld en laadt dan de tractor vol. Dan begint het opnieuw: drogen, 49 graden, kolen scheppen en die tabaksgeur. ‘Ik hou er niet van. Maar ik ben eraan gewend geraakt.’
Tegen de herfst zal ze ongeveer anderhalve ton tabak gefermenteerd hebben. ‘Voor elke kilo krijg ik ongeveer 30 yuan.’ Ze verdient 45.000 yuan per jaar, het equivalent van 5700 euro. ‘Als je arbeidskosten, huur en transport ervan aftrekt, blijft er niet veel over.’ Zelf rookt ze niet. ‘Ik verdien mijn inkomen met de tabaksteelt, het is mijn levensonderhoud,’ zegt ze. ‘Maar roken is slecht voor je gezondheid. Bovendien weet ik hoeveel kunstmest we gebruiken, chemisch en organisch, alles wat voorhanden is. En dan zijn er nog de pesticiden. Je moet er niet aan beginnen.’
Nadat ze haar verschrompelde bladeren aan China Tobacco heeft geleverd, worden die een tweede keer gedroogd, fijngehakt en dan in sigarettenhulzen gestopt. Het is heel goed mogelijk dat er ooit ‘Hongtashan’ op zo’n pakje sigaretten komt te staan, een merk uit Yuxi. Bijna iedereen in China kent Hongtashan, de berg met de rode pagode.
SIGARETTEN UIT ZWITSERLAND
Naast chocolade, horloges en kaas maakt Zwitserland nog een ander succesvol exportproduct: sigaretten. In 2016 produceerde Zwitserland 34,6 miljard sigaretten, waarvan driekwart bestemd was voor de export. Sigaretten vormen dus een stabiele inkomstenbron voor de Zwitserse economie, vergelijkbaar met de export van kaas (578 miljoen Zwitserse frank) of chocolade (785 miljoen Zwitserse frank). De voornaamste exportbestemmingen zijn Japan, Marokko en Zuid-Afrika. Onderzoek van de actiegroep Public Eye toont aan dat vrijwel alle Zwitserse sigaretten voor Marokko zwaarder, verslavender en giftiger zijn dan die in eigen land of Frankrijk worden verkocht.
Zo is er een groot verschil tussen de nicotinewaarden van Zwitserse sigaretten die in Marokko of in Zwitserland worden verkocht: uit testen blijkt dat er 1,28 mg nicotine zit in een Camel van Zwitserse makelij die wordt verkocht in Marokko, tegenover 0,75 mg in Camels voor de Zwitserse markt. Ook koolmonoxide, dat de hoeveelheid zuurstof in het bloed doet afnemen, verschilt sterk: Winston Blues voor Marokko bevatten 9,62 mg per sigaret tegenover 5,45 mg in de voor Zwitserland bestemde sigaretten van hetzelfde merk. Een Camel Light in Casablanca blijkt – ondanks de geruststellende toevoeging ‘light’ – ronduit schadelijker dan het roken van een ‘gewone’ Camel in Lausanne. Is dit alles kwade opzet om rokers in Marokko verslaafd te maken? Nee hoor, zegt de tabaksindustrie, ‘consumenten over de hele wereld hebben nu eenmaal andere voorkeuren’.
Eind jaren vijftig werd een sigarettenfabriek van China Tobacco aan de voet van de pagode uit de Yuan-dynastie geopend. Alleen was de pagode toen nog niet rood, maar wit. Als blijk van trouw aan de Communistische Partij gaf een kaderlid in de fabriek toen opdracht om het eeuwenoude gebouw de kleur van het socialisme te geven. De kleur van de overwinning.
Vanaf de berg heb je goed uitzicht op de sigarettenfabriek, die bestaat uit moderne gebouwen met staal en glas. Je ziet heftrucks rondrijden, vrachtwagens worden geladen. Voor de hoofdingang rijzen acht slanke, metalen pilaren op van tien, twaalf meter hoog: het zijn gigantische sigaretten. Op de heuvel vlak naast de pagode bevindt zich het bedrijfsmuseum. Een bezoek voelt als een reis terug in de tijd naar de jaren vijftig: fraai uitgelichte sigarettenpakjes liggen in de vitrines en aan de muren hangen foto’s. Audrey Hepburn, met een sigarettenpijpje. Winston Churchill met een sigaar.
‘De enorme inkomsten uit tabaksaccijnzen maken het moeilijk voor de regering om ervan los te komen’
In de collectie van de fabriek ontbreekt Xi Jinping. Er is geen enkele foto van hem, hoewel hij elders voortdurend overal zichtbaar is, op televisie, in de kranten. Er zijn ook geen citaten of aforismen van hem te zien. Een ruimte zonder Xi is een zeldzaamheid in China. Maar Xi rookt niet.
In 2012, toen hij nog vicepresident was, kreeg hij Microsoft-oprichter Bill Gates op bezoek. ‘Tijdens die ontmoeting zei Gates tegen Xi dat China het ontmoedigen van tabak serieuzer zou moeten nemen,’ vertelt Ray Yip, destijds hoofd van de Gates Foundation in Beijing. Xi antwoordde destijds aan Gates: ‘Ik ben het met je eens – het is niet goed voor het land.’ Zelf had hij ook gerookt, maar ‘was er twintig jaar geleden mee gestopt’.
Xi vertelde aan Gates dat de economische kosten en de schade voor de volksgezondheid door roken in China aanzienlijk waren, zo herinnert Yip zich. Tijdens een bijeenkomst liet Gates zich fotograferen met Peng Liyuan, de vrouw van Xi. Beiden droegen een felrood sweatshirt met daarop in witte Chinese karakters: ‘Passief roken? Ik zeg nee.’ Toen de twee afscheid van elkaar namen, deed Xi een belofte: ‘Wat het roken betreft, zal ik op het juiste moment ingrijpen.’ Het was zijn afscheidsboodschap, aldus Yip. Maar hij hield zich niet aan zijn woord.
Voordat Xi in 2013 president werd, had hij de leiding over de Centrale Partij Universiteit in Beijing. Met zijn goedkeuring schreef een team onderzoekers van die universiteit destijds een rapport van 239 pagina’s over de strategie van China om het roken van sigaretten te beteugelen. In krachtige bewoordingen, die ongebruikelijk zijn voor de hoogste gezondheidsfunctionarissen van China, noemden de auteurs tabak ‘een giftig product’. Maar ze gaven ook eerlijk toe: ‘De enorme inkomsten uit tabaksaccijnzen maken het moeilijk voor de regering om ervan los te komen.’ En dat, zeiden ze, is ‘de belangrijkste reden waarom de overheid niet veel vooruitgang boekt op het gebied van tabaksontmoediging’.
Experts van de Hogeschool van de Partij riepen destijds op tot ingrijpende hervormingen, waaronder het scheiden van de commerciële tak van het bedrijf van de regulerende tak en het beëindigen van het staatsmonopolie. Ontmanteling van het systeem, kortom.
Maar het imperium bestaat nog steeds, en het is nog net zo machtig als voorheen.
Wereldwijd slinkt het aantal rokers, maar in Afrika neemt het juist toe. De tabaksindustrie ziet groeikansen en deinst er niet voor terug om politici om te kopen.
Mahooana Khati, de belangrijkste politicus op economisch gebied in Lesotho, zit in de tuin van een hotel en maakt zich zorgen over zijn herverkiezing. Nerveus schuift hij heen en weer op een witte plastic stoel. De hele ochtend heeft de parlementariër in het gebouw ernaast met andere parlementariërs gedebatteerd over een wet die hij eigenlijk niet wilde. De accijns op tabak moet ingevoerd worden. Eindelijk – Lesotho is een van de laatste landen in Afrika waar sigaretten verkocht worden zonder tabaksaccijns, waardoor ze ongekend goedkoop zijn.
In zijn land bestaat een eenvoudige regel, zegt Kathi, voorzitter van de economiecommissie in het parlement. ‘Wie de sigaretten duur maakt, wordt niet herkozen.’ Op dit moment kost een pakje omgerekend 1 euro 50. Via criminele kanalen worden ze op straat zelfs vaak voor de helft van de prijs aangeboden. Maar ten slotte hadden de wetgevers van Lesotho geen andere keuze. Het land heeft tijdens de pandemie het IMF om financiële steun verzocht. Het viel de experts van het IMF op dat Lesotho vrijwel geen gebruik maakt van de accijns op tabak als instrument om de overheidskas te vullen, waarna een snelle invoering als voorwaarde voor steun werd gesteld.
Vijf ontmoetingen met lobbyisten
In een eerste wetsontwerp van de regering was een accijns van 30 procent voorzien. Ten slotte bedroeg hij slechts 6 procent. Waarom? Kathi geeft toe dat er in de laatste maanden vijf ontmoetingen zijn geweest tussen de economiecommissie en vertegenwoordigers van de tabakslobby. Hij wil niet op details ingaan. Maar overleg met vertegenwoordigers van gezondheidsorganisaties zijn er niet geweest, hoewel die er sterk op aangedrongen hebben. Blijkbaar hebben grote tabaksconcerns er zelfs in kleine Afrikaanse landen als Lesotho met zijn 2 miljoen inwoners veel voor over om te groeien.
Het aantal rokers in Afrika nam de laatste 20 jaar van 64 miljoen tot 73 miljoen toe
Afrika geldt voor sigarettenfabrikanten als een belangrijke markt voor de toekomst. De bevolking van het continent groeit jaarlijks met 2,4 procent, ze zal zich naar verwachting in 2050 hebben verdubbeld. Terwijl de afzetmarkt in geïndustrialiseerde landen krimpt, lokken in Afrika aanzienlijke groeicijfers. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is het aantal rokers in de laatste twintig jaar wereldwijd gedaald tot nu nog ongeveer 1,3 miljard. In Afrika nam het ondertussen toe van 64 miljoen tot 73 miljoen. Weliswaar wordt op het continent nog altijd minder gerookt dan in andere werelddelen, maar er is sprake van een opwaartse trend – en veel tabaksfabrikanten zien hierin een kans.
Activiste vindt geen gehoor
In een vervallen gebouw in Lesotho’s hoofdstad Maseru heeft Mphonyane Mofokeng haar kantoor. Toen haar vader, een kettingroker, aan kanker overleed, richtte ze een ngo op die de bevolking onder andere wil waarschuwen voor de risico’s van het gebruik van tabak. De zestigjarige wil daarmee vooral bij jongeren bereiken wat haar bij haar vader niet is gelukt: dat ze de gevaren van het roken gaan inzien.
Maar de laatste dagen begint ze te betwijfelen dat dit een haalbaar doel is. Tevergeefs verzocht ze de economiecommissie om een gesprek. Ze hoopte op hogere prijzen, grotere hindernissen voor de toegang tot sigaretten. Ze wilde vertellen over de jongen die op achtjarige leeftijd in het ziekenhuis belandde – met longkanker. Zijn ouders hadden in huis gerookt. Ze wilde vertellen over de ontelbare herdersjongens voor wie het roken op de velden nog altijd dagelijkse praktijk is. Tevergeefs.
‘Wij koersen af op een dodelijke pandemie als de tabak niet duurder wordt’
Op een bepaald moment nodigde ze zichzelf maar uit en ging naar een vergadering van de commissie. Die werd geschorst. ‘Wij koersen af op een dodelijke pandemie van rokers als de tabak niet duurder wordt,’ aldus de activiste. Bovendien zou men de bestaande wetten, zoals de rookverboden in openbare gebouwen of verkoopverboden in de buurt van scholen, ook eens moeten gaan handhaven. Dat gebeurt nauwelijks.
Een insider die de andere kant koos
Toen ze er ten slotte achter kwam dat de politici maar een vijfde van de oorspronkelijk geplande accijns op tabak wilden invoeren, dacht ze meteen aan corruptie. ‘Altijd als er zoiets gebeurt, zit daar iets achter,’ zegt ze. Er zou in Lesotho een bepaalde manier bestaan waarop de tabakslobby dat aanpakt. Daarbij wordt ook wel eens een stuk land gekocht voor een politicus. Bewijzen heeft ze niet. Maar het zijn geen nieuwe beschuldigingen tegen de tabaksindustrie in Afrika. In 2015 zond de BBC een programma uit over Paul Hopkins. De Brit had in Kenia dertien jaar gewerkt voor het tabaksconcern British American Tobacco (BAT) – en werd daarna klokkenluider. ‘BAT koopt mensen om, en ik organiseerde dat,’ zei hij in een interview. ‘Als ze daarvoor de regels moeten overtreden, dan overtreden ze de regels.’
Hopkins liet documenten zien die volgens de BBC bewijzen dat het concern via hem illegale betalingen deed aan volksvertegenwoordigers van een antitabakscampagne van de WHO. In Burundi zou een hoge ambtenaar zijn omgekocht van wie men blijkbaar hoopte dat hij een antirookwet zou afzwakken. De zender maakte bovendien een stiekem gemaakte geluidsopname openbaar waarop te horen zou zijn hoe een BAT-advocaat smeergeldbetalingen goedkeurt. BAT sprak de beschuldigingen tegen en het afgelopen jaar oordeelde het Britse Openbaar Ministerie na langdurig onderzoek dat er niet genoeg bewijs was voor een aanklacht.
De gezondheidseffecten van het toegenomen tabaksgebruik in Lesotho zijn te zien in het ziekenhuis van Mafeteng, een provinciestadje 80 kilometer ten zuiden van Maseru. Hier heeft de vrouwelijke arts Waheeba Madani weer eens te maken met patiënten met longproblemen. Ze heeft zojuist de 71-jarige Moshao Setlaba behandeld, die bijna vijftig jaar lang dagelijks rookte. Niet veel, zoals hij zegt; vijf tot tien sigaretten. Ook toen de mijnwerker tweemaal tbc kreeg, hield hij niet op. In de mijnen hoort tabak er gewoon bij. Een poosje geleden was hij toch maar gestopt met roken. ‘Ik hoest de hele nacht en heb pijn in de borst,’ klaagt de vermagerde gepensioneerde.
80 procent van dokter Madani’s mannelijke patiënten zijn actieve of voormalige rokers. Onder de vrouwen zijn het er, zoals in de meeste landen, duidelijk minder. Alles bij elkaar schat de regering van Lesotho het aantal rokers nu op wel 47,9 procent van de volwassenen. Ter vergelijking: in Duitsland rookt 23,8 procent, in Zwitserland 27 procent. ‘We hebben steeds meer patiënten met zware luchtwegaandoeningen,’ zegt Madani. De mensen beginnen als kind al te roken en vaak verergert dat andere aandoeningen, zoals tuberculose en hiv, of de gevolgen van ondervoeding.’
Vroeger zouden de artsen in Lesotho luchtwegaandoeningen bij mijnwerkers als Setlaba automatisch geweten hebben aan de zware omstandigheden onder de grond. ‘Intussen is het duidelijk dat roken bij de meeste patiënten de belangrijkste factor is,’ zegt Madani. Dat is een van de grootste gezondheidsrisico’s voor de bevolking – veel meer dan de hart- en vaatziekten die in geïndustrialiseerde landen de belangrijkste doodsoorzaak zijn.
In het ziekenhuis van Mafeteng ontbreken de middelen en de apparaten voor een nauwkeurige diagnose. De arts zal Setlaba daarom naar de hoofdstad Maseru sturen. Maar ook daar zijn de mogelijkheden beperkt. Uiteindelijk moet de patiënt zijn hoop vestigen op een afspraak in een overheidsziekenhuis in het buurland Zuid-Afrika, waar af en toe patiënten uit Lesotho opgenomen worden. Voordat een precieze diagnose is gesteld, zullen er dus weken voorbijgaan. Op z’n minst.
Zuidelijk Afrika ontwikkelt zich maar langzaam tot een relevante afzetmarkt voor tabak. Maar zijn geschiedenis als regio van tabaksteelt gaat eeuwen terug. Ook op dit terrein is de reputatie van de branche op z’n zachtst gezegd dubieus. Een paar maanden geleden maakte de BBC documenten openbaar die aannemelijk maken dat er door medewerkers van British American Tobacco smeergeld is betaald aan de Zimbabwaanse regeringspartij ZANU-PF. Het gaat om betalingen van 300.000 dollar, bedoeld om de sluiting van concurrerende sigarettenfabrieken te bewerkstelligen. Bovendien heeft het Britse bedrijf andere fabrikanten laten bespioneren.
Ingecalculeerde schandalen
Johann van Loggerenberg is niet verbaasd over deze praktijken. Hij deed lang onderzoek voor de Zuid-Afrikaanse belastingdienst naar smokkelaars en tabaksconcerns die belasting ontduiken. ‘Dat zal geen consequenties hebben, dat kan ik u verzekeren,’ zegt de 52-jarige Loggerenberg als we hem in Johannesburg spreken. ‘Zulke schandalen en de negatieve pr zijn in het businessmodel van deze bedrijven ingecalculeerd. Gewoon even een slechte werkdag, en dan weer door.’
In geïndustrialiseerde landen worden topmanagers volgens Van Loggerenberg al evenmin persoonlijk ter verantwoording geroepen. In het ergste geval krijgt het bedrijf een boete – ‘en dan weer over tot de orde van de dag’. Als dit in geïndustrialiseerde landen al normaal is, dan kun je je wel voorstellen hoe het er in ontwikkelingslanden aan toegaat. ‘Ze zijn te machtig, te groot, hebben te goede relaties.’
Dit onderzoek werd gefinancierd door het European Journalism Centre, via het ‘Global Health Journalism Grant Program for Germany’.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.