Tag: roofkunst

  • India viert terugkeer van de Piprahwa-edelstenen na 127 jaar

    India viert terugkeer van de Piprahwa-edelstenen na 127 jaar

    De edelstenen zouden geveild worden bij Sotheby’s in Hongkong

    India viert de historische terugkeer van de Piprahwa-edelstenen, een verzameling van 334 kostbare artefacten die na 127 jaar weer in het land van herkomst zijn. Dat meldt The Times of India. Premier Narendra Modi sprak op X van ‘een vreugdevolle dag voor ons culturele erfgoed’.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De edelstenen maakten oorspronkelijk deel uit van een grafvondst die gelinkt zou zijn aan overblijfselen van Boeddha, in zijn vermoedelijke geboorteplaats Piprahwa. Ze werden in 1898 opgegraven door de Britse koloniale landhouder William Claxton Peppé. De relieken kwamen dit jaar opnieuw in het vizier toen ze werden aangeboden bij veilinghuis Sotheby’s in Hongkong.

    De Indiase regering wist de verkoop te voorkomen en werkte samen met het Indiase bedrijf Godrej Industries om de relieken terug te halen. Volgens het ministerie van Cultuur is dit de eerste keer dat een publiek-private samenwerking is ingezet om cultureel erfgoed te repatriëren.

    De edelstenen arriveerden woensdag op het vliegveld van Delhi en worden voorlopig tentoongesteld in het National Museum.

  • Wereldnieuws: Oude films leggen Bollywood geen windeieren & meer

    Wereldnieuws: Oude films leggen Bollywood geen windeieren & meer

    Megafraude met antieke kunst

    De openbaar aanklager van Manhattan heeft een arrestatiebevel uitgevaardigd tegen ‘een vooraanstaande, aan Princeton opgeleide antiekhandelaar die nu in Italië woont’. Dat schrijft The New York Times nadat de krant inzage heeft gehad in het tachtig pagina’s tellende arrestatiebevel. Het zou gaan om Edoardo Almagià; hij wordt beschuldigd van het doorverkopen van gestolen kunst die toebehoort aan de Italiaanse staat. 

    Volgens de aanklagers deed hij zaken met grafrovers en probeerde hij de geroofde kunst wit te wassen

    Volgens de krant zou het gaan om zo’n 1700 kunstobjecten, waaronder Romeinse sculpturen en Etruskisch aardewerk. Als kunsthandelaar zou Almagià kunstwerken verkopen aan belangrijke musea en verzamelaars, maar volgens de aanklagers deed hij ook zaken met grafrovers en probeerde hij de geroofde kunst wit te wassen en via het legale circuit te verkopen. 

    Er zijn al 221 antieke kunstobjecten teruggevonden die zijn gelinkt aan Almagià, met een gezamenlijke waarde van bijna 6 miljoen dollar. Er werden voorwerpen teruggevonden uit het Cleveland Museum of Art en diverse andere instellingen. 

    merlin 199312302 8e2cd8a5 2767 491e 9ed8 0a7c20c0c0f8 superJumbo

    Kunst van achter de tralies

    Jesse Krimes was net afgestudeerd aan de kunstacademie toen hij werd veroordeeld voor een drugsdelict. Tijdens zijn eerste jaar in de gevangenis probeerde hij met de weinige beschikbare middelen zijn artistieke talent verder te ontwikkelen. Haargel, papier, touwtjes, elastiekjes: alles kon van pas komen. 

    Na zijn vrijlating richtte Krimes een centrum op dat kunstenaars in de gevangenis ondersteunt

    Krimes drukte foto’s uit The New York Times af op natte resten zeep, stopte vervaagde, omgekeerde portretten in uitgesneden speelkaarten en lijmde ze aan elkaar met tandpasta. Purgatory werd een verzameling van 292 werken. Galerie Jack Shainman in New York exposeerde zijn Apokaluptein: 16389067. Na zijn vrijlating richtte Krimes een centrum op dat kunstenaars in de gevangenis ondersteunt. De installatie Naxos maakte hij met 9000 steentjes die van verschillende luchtplaatsen werden geraapt, aldus It’s Colossal.

    foto katrien

    Minister bang voor bananen

    De Zweedse minister voor Gelijkheid, Paulina Brandberg, heeft ‘de raarste fobie ter wereld’: bananen, zo schrijft Expressen. De angst van de liberale minister is een nationaal gespreksonderwerp geworden, nadat e-mails hadden onthuld dat haar afkeer zo sterk is dat haar assistenten ruimtes controleren op het verboden fruit voordat ze ergens binnenkomt.

    In een gelekte e-mail aan het kantoor van de Zweedse parlementsvoorzitter staat dat er ’geen sporen van bananen in de kamer mogen zijn’ voordat Brandberg een vergadering met een collega bijwoont, vanwege een ‘sterke allergie’. Tegen de Zweedse krant zegt de minister nu dat haar angst voor bananen inderdaad ‘lijkt op een soort allergie’ en dat ze er professionele hulp voor heeft gezocht. 

    ‘Ik vind het verontrustend als een hardwerkende minister bijna wordt gereduceerd tot een fobie’

    De premier van Zweden, Ulf Kristersson, zei donderdag dat het probleem van Brandberg geen invloed had gehad op het werk van de regering. ‘Ik heb alle respect voor mensen met verschillende fobieën,’ zei hij. ‘Ik vind het verontrustend als een hardwerkende minister bijna wordt gereduceerd tot een fobie en mensen er de draak mee steken. Ik vind dat je daar boven moet staan.’ 

    Brandbergs bananenfobie was onlangs nog onderwerp van een grap in het satirische programma Svenska nyheter (’Zweeds nieuws’, een soort Zweedse variant van De avondshow met Arjen ­Lubach) van de Zweedse publieke omroep SVT.


    Oude films leggen Bollywood geen windeieren

    Bollywood, India’s veelgeprezen, in Moembai gevestigde filmindustrie, is getuige van een ongekende opleving van rereleases (heruitgaven) van beroemde films uit het verleden. Tientallen van dit soort films zijn dit jaar in veel Indiase steden in de bioscoop te zien geweest, veel meer dan ooit tevoren. De filmindustrie van het land, die goed is voor 200 miljard dollar, probeert haar omzet veilig te stellen, nadat ze de afgelopen jaren diverse klappen heeft gekregen.

    In een land als India, dat meer films per jaar produceert dan Hollywood, ‘is cinema in wezen een massamedium’, schrijft Al Jazeera. ‘Het overgrote deel van de films wordt in de donkere en dromerige beslotenheid van een bioscoop ervaren, waar het nieuwste aanbod op een 70mm-scherm wordt vertoond.’ 

    Veel heruitgebrachte films brengen nu meer op dan toen ze voor het eerst in de bioscopen te zien waren

    De coronapandemie trof de Indiase filmindustrie hard, een crisis die nog verergerd is door de opkomst van streamingkanalen. Tijdens de pandemie moesten 1500 tot 2000 bioscopen sluiten. De meeste daarvan beschikten over maar één zaal en waren niet opgewassen tegen de grote filmtheaters die in winkelcentra in het hele land als paddenstoelen uit de grond schoten, aldus het Qatarese nieuwsnetwerk. Daarnaast hebben enkele grote filmstudio’s het afgelopen jaar flink moeten toeleggen op kostbare films die niet het publiek bereikten waarop gehoopt werd, wat leidde tot verliezen bij studio’s én grote bioscoopketens die het moeten hebben van hoge bezoekersaantallen. 

    Tegen die achtergrond besloten bioscoopeigenaren en filmmakers om oude films opnieuw uit te brengen. Veel van de films die opnieuw in de bioscoop te zien zijn, waren in eerste instantie ook een groot succes, maar andere niet – tot nu toe. Volgens de Indiase filmindustrie-analist Taran Adarsh werkt het model van rereleases goed, zo zegt hij tegen Al Jazeera. Veel heruitgebrachte films brengen nu meer op dan toen ze voor het eerst in de bioscopen te zien waren.

    Gangs of Wasseypur re release Anurag Kashyaps film is all set to return to big screen

    Bots op X beïnvloeden verkiezingen

    Met de Ghanese presidentsverkiezingen van 7 december in aantocht hebben onderzoekers op X een netwerk van 171 botaccounts ontdekt die ­ChatGPT gebruiken om berichten te schrijven die gunstig zijn voor de zittende New Patriotic Party (NPP). Volgens onderzoek door NewsGuard, een website die tools biedt om de nauwkeurigheid en betrouwbaarheid van nieuwsbronnen te beoordelen, promoten de bots NPP-kandidaat Mahamudu Bawumia, tevens de zittende president, en zijn rechtse standpunten, waarbij ze vaak de hashtags #Bawumia2024, #NPP en de NPP-slogan #ItIsPossible gebruiken. ‘Het primaire doel van het netwerk lijkt te zijn om pro-NPP-berichten te versterken, de regering-Bawumia te promoten en de oppositie aan te vallen,’ zei McKenzie Sadeghi van NewsGuard tegen Rest of World. Volgens NewsGuard is het aantal botaccounts op X die nepnieuws verspreiden toegenomen sinds de overname van Twitter door Elon Musk in 2022.


    Honger door hogere voedselprijzen

    De voedselprijzen hebben in oktober het hoogste niveau in anderhalf jaar bereikt, aldus de FAO, de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN. ‘Een nieuwe klap voor landen met minder financiële middelen’, aldus El País. Gewapende conflicten en extreme weersomstandigheden zijn verantwoordelijk voor de stijging van de voedselprijzen. De situatie wordt verergerd door de financiële spanningen in het Mondiale Zuiden, waar regeringen weinig middelen hebben om te reageren op voedseltekorten. In landen als Soedan, Zuid-Soedan, Palestina, Haïti en Mali is de situatie bijzonder ernstig en zijn ‘dringende maatregelen’ nodig om acute hongersnood te voorkomen, aldus de FAO. De prijsindex van de organisatie steeg in oktober met 2 procent, een stijging van ongeveer 5,5 procent ten opzichte van een jaar geleden.

    fresh vegetables fruit market stall
  • De friezen van het Parthenon blijven in Londen

    De friezen van het Parthenon blijven in Londen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS en Japan versterken militaire samenwerking om China af te schrikken

    » Peru: onderzoek naar ‘genocide’ geopend tegen president

    Griekenland dringt al tientallen jaren op terugkeer

    De Britse minister van Cultuur Michelle Donelan heeft woensdag de Griekse hoop dat de friezen van het Parthenon van het British Museum eindelijk naar Athene zouden terugkeren, de bodem ingeslagen. Er gingen geruchten dat de directeur van het Londense museum voorstander was van een langetermijnlening – honderd jaar – aan het Akropolis Museum, maar de minister hield vol dat de friezen ‘aan het Verenigd Koninkrijk toebehoren’, aldus de BBC.

    Het British Museum verwierf de friezen in 1802 van de Britse diplomaat Lord Elgin – vandaar dat ze ook bekendstaan als de Elgin Marbles –, die ze tijdens de Ottomaanse bezetting uit het Parthenon had meegenomen. De Griekse autoriteiten dringen al tientallen jaren aan op hun terugkeer. ‘Ik ben hier heel duidelijk over geweest: ik vind niet dat ze moeten worden teruggestuurd naar Griekenland’, zei de minister tegen de BBC.

    In een uitgebreid interview zei Donelan dat het sturen van de beelden naar Griekenland ‘een beerput zou openen’ en een ‘gevaarlijk precedent’ zou scheppen. Het zou ‘de gehele inhoud van onze musea op losse schroeven zetten’, aldus de Britse minister van Cultuur.

    Lees ook:

  • De vraag in Nigeria is niet óf roofkunst moet worden teruggegeven, maar aan wie

    De vraag in Nigeria is niet óf roofkunst moet worden teruggegeven, maar aan wie

    Veel Europese landen zijn nog huiverig om geroofde kunst terug te geven aan het land van herkomst, maar in Nigeria spelen heel andere kwesties. Moeten de werken terug naar het paleis waaruit ze gestolen zijn, of eigendom worden van het deelstaatsbestuur?

    Het debat in Nigeria gaat niet over de vraag óf de koloniale buit moet worden teruggegeven, maar aan wie. De meningen zijn verdeeld. De betrokkenen moeten de gelederen sluiten en samen met de regering in Abuja een programma voor cultuurbehoud ontwikkelen, om de kunstschatten daarna zo snel mogelijk naar voorouderlijk grondgebied te laten terugkeren.

    Als je tegenwoordig twee mensen uit het voormalige koninkrijk Benin in de huidige Nigeriaanse deelstaat Edo hoort praten, is de kans groot dat ze het over kunstschatten hebben. Dat koninkrijk blijft me verbazen, omdat de bevolking ervan op zo’n mythische, verbluffende manier geworteld is in het verleden en er tegelijkertijd zulke avant-gardistische ideeën op nahoudt.

    Niet dat de koetjes en kalfjes uit de plaatselijke gesprekken in het Bini zijn verdwenen, of dat veiligheid en geborgenheid niet langer een bron van zorg zijn. Alleen heeft de huidige ellende momenteel op de een of andere manier plaatsgemaakt, zij het tijdelijk, voor het nieuws over de mogelijke teruggave van de kunstschatten die ruim honderdtwintig jaar geleden uit het koninkrijk Benin zijn gestolen. De gesprekken zijn een soort afrekening, die bewijst hoe ver de dagen van Robin Hood achter ons liggen.

    Oorlogsbuit

    Onderdeel van de erfenis van slavernij en kolonialisme was dat de buit aan de overwinnaar toebehoorde. In de wereld van de toenmalige plunderaars bestond de oorlogsbuit uit mensen, dieren en kunstschatten. De oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika en Australië, de zwarten in Afrika en minderheden in andere delen van de wereld zijn eeuwenlang slachtoffer van deze karikatuur geweest.

    De wereld is er sindsdien ontegenzeglijk op vooruitgegaan, maar de sporen van die afschuwelijke periode zijn nog altijd aanwezig. Niet alleen in onze herinnering, maar ook in de privécollecties en musea van particuliere en institutionele dieven die tegelijkertijd geld blijven verdienen aan en excuses blijven maken voor het uitstellen van de teruggave.

    Volgens huidige schattingen vertegenwoordigt de uit Afrika gestolen kunst een waarde van miljarden euro’s. Maar in geestelijke valuta is de waarde nog hoger. Volgens een artikel in The New York Times kocht de Amerikaanse kunstverzamelaar Harry A. Franklin in 1966 voor 29.000 dollar [ca. 25.000 euro] een houten beeld uit Kameroen, de Bangwa Queen, dat na zijn dood in 1983 voor 3,4 miljoen dollar van de hand werd gedaan. Bij het beroemde internationale veilinghuis Sotheby’s werd een Gabonees meesterwerk, een Fang-hoofd uit de Clyman-collectie, vorig jaar te koop aangeboden voor een bedrag tussen de 2,5 en 4 miljoen dollar.

    ‘Afrikaans erfgoed,’ zei Macron, ‘hoort gewoon niet thuis in Europese privécollecties en musea’

    Tijdens een bezoek aan Afrika in 2018 zei de Franse president Emmanuel Macron dat hoewel er historische verklaringen bestaan voor de diefstal van Afrikaanse kunstschatten, een valide, onvoorwaardelijke rechtvaardiging ontbreekt. ‘Afrikaans erfgoed,’ zei hij, ‘hoort gewoon niet thuis in Europese privécollecties en musea.’ Toch bevindt het zich daar nu al eeuwen. Drie jaar na Macrons lippendienst verkommeren de geroofde kunstschatten nog altijd in privécollecties en musea.

    Macron is niet het enige probleem. De eindeloze gesprekken over roofkunst in Nigeria worden niet alleen gevoed door loze beloften, maar ook door nodeloos gekibbel over de oorspronkelijke herkomst ervan.

    Nigeria wacht al sinds 1897 op de teruggave van de bronzen beelden uit het koninkrijk Benin. Tijdens een recent bezoek van een Nigeriaanse delegatie aan Duitsland, onder leiding van minister van Informatie en Cultuur Lai Mohammed, zeiden twee Duitse ministers dat hun regering plannen heeft voor ‘een substantiële’ teruggave van geroofde kunstschatten. De Nigeriaanse regering eist terecht dat de teruggave ‘volledig’ en ‘onvoorwaardelijk’ zal zijn. Volgens rapporten omvat de totale buitgemaakte schat bewerkte slagtanden van olifanten, ivoren luipaardbeelden, houten hoofden en minstens negenhonderd bronzen plakkaten uit de zestiende en zeventiende eeuw. Ook zijn er meer dan drieduizend in de negentiende eeuw gestolen bronzen beelden uit Benin in Europa en de VS beland, waarvan bijna de helft in Duitse musea.

    Geniale zet

    Het debat in Nigeria gaat niet over de vraag óf de koloniale buit moet worden teruggegeven, maar aan wie. De meningen zijn verdeeld. De gouverneur van de deelstaat Edo, Godwin Obaseki, wil dat de kunstschatten weer onder beheer van het deelstaatbestuur komen en heeft een geniale zet gedaan door de zoon van de Oba van Benin, het traditionele opperhoofd van het Edo-volk, voor zijn zaak te winnen. Obaseki heeft tal van ideeën om de kunstschatten te gelde te maken, zoals door het aantrekken van honderden toeristen. Boze stemmen beweren dat hij de verzameling wil kapen en privatiseren voor zijn eigen oude dag.

    Aan de andere kant wil Ewuare II, de Oba van Benin, dat de kunstschatten terugkeren naar het paleis waaruit ze gestolen zijn, terwijl minister van Informatie en Cultuur Lai Mohammed heeft gezegd dat de eerste prioriteit van de Nigeriaanse regering is om de kunstschatten terug te halen naar Nigeriaanse bodem.

    Lees ook:

    Omdat de kunstschatten geen Duits spreken of verstaan, heb ik geprobeerd vast te stellen welke loop de geschiedenis zal kunnen nemen. Het historische antecedent dat voor terugkeer naar het paleis pleit, zijn de Fabergé-eieren die tijdens de Russische Revolutie door de bolsjewieken uit het paleis van de Russische keizerlijke familie werden gestolen. Rond 2004, toen Roman Abramovitsj zijn zinnen op het Engelse Chelsea FC had gezet, deed zijn tegenhanger Viktor Vekselberg een bod van 90 miljoen dollar op de Fabergé-eieren. Het beroemde ei is een complex geweven schatkist van goud en edelstenen waaronder het Kroningsei, met daarin het prototype van de koets waarin tsarina Alexandra in 1897 Moskou binnenreed. Waar het om gaat, is dat het ei werd teruggehaald dankzij een investering van een Russische oliesjeik. Wat die ermee gedaan heeft, gaat niemand wat aan.

    Maar wanneer landen zijn betrokken bij onderhandelingen over de teruggave van geroofde kunstschatten, leert de geschiedenis dat die bij voorkeur worden teruggegeven aan het land van herkomst.

    Toen The Boston Globe acht jaar geleden berichtte dat acht kunstschatten, waaronder een gestolen houten voorouderlijke figuur uit Oron in het zuiden van Nigeria, werden teruggegeven door het Boston Museum, gingen de objecten, inclusief de houten figuur, naar verluidt naar Nigeriaanse musea. Ik weet niet of de Ahta Oro, het opperhoofd van Oron, er aanspraak op heeft gemaakt.

    Laten we de kunstschatten naar huis halen, waar ze horen

    Op dezelfde manier werden kunstschatten die door de Verenigde Staten, Australië en het Verenigd Koninkrijk aan India werden teruggeven in ontvangst genomen door het land, niet door particulieren of de plek waar ze waren geroofd. Nederland deed hetzelfde met de gestolen oudheden uit Indonesië, die soms wel van 500 v.Chr. dateren.

    Toch lijkt het erop dat onder bepaalde jurisdicties rechtstreeks betrokkenen met succes aanspraak kunnen maken op teruggave van ooit gestolen collecties. Zo kennen de Verenigde Staten sinds 1990 een federale wet, de Native American Graves Protection and Repatriation Act, die bepaalt dat musea en federale instanties bepaalde inheemse culturele items zoals stoffelijke overschotten, grafattributen, heilige voorwerpen of voorwerpen die tot het culturele erfgoed behoren, kunnen teruggeven aan de afstammelingen in rechte lijn.

    Australië kent geen wetten die rechtstreeks op teruggave betrekking hebben, maar er bestaat wel een regeringsprogramma dat voorziet in de teruggave van kunstschatten aan Aboriginals. Zweden heeft een door Zweden uit Canada gestolen totempaal teruggegeven aan de oorspronkelijke eigenaars; Italië heeft een schitterende zesde-eeuwse ‘krater’, een klassieke vaas, terug laten plaatsen op zijn oorspronkelijke plek in Rome, nadat hij langdurig aan het nationale museum was uitgeleend.

    Lees ook:

    Sinds de tijd van Erediauwa, de vader van de huidige Oba, heeft het paleis van Benin krachtig campagne gevoerd voor de teruggave van gestolen kunstschatten. Gouverneur Obaseki moet niet de indruk wekken dat hij wil zaaien waar hij niet heeft geoogst of dat hij ernaar snakt de collectie aan de trofeeën in zijn ambtswoning toe te voegen. Het lijkt erop dat de onenigheid over de kunstschatten tussen het paleis en Obaseki een voortzetting van de oorlog is met andere middelen. Tijdens de gouverneursverkiezingen van vorig jaar stak het paleis zijn voorkeur voor Obaseki’s uitdager Ize-Iyamu maar nauwelijks onder stoelen of banken.

    Dat Obaseki niet alleen de verkiezingen heeft gewonnen maar ook nog eens het beheer wil krijgen over onschatbare objecten die mogelijk met hulp van zijn voorvaderen uit het paleis zijn gestolen, is begrijpelijkerwijs onverdraaglijk voor de Oba. Helaas heeft het er alle schijn van dat de winnaarsmentaliteit van de gouverneur een weerspiegeling is van de subversieve houding die het plunderen van het koninkrijk Benin destijds heeft mogelijk gemaakt en gedoogd.

    De betrokkenen moeten de gelederen sluiten en samen met de regering in Abuja een programma voor cultuurbehoud ontwikkelen, om de kunstschatten daarna zo snel mogelijk naar voorouderlijk grondgebied te laten terugkeren. Een aarzelende Robin Hood wil niets liever dan dat de meningen verdeeld zijn.

    Wie de ruzie en de onverzoenlijke meningsverschillen tussen de leden van de elite zo ziet, zou bijna denken dat de gestolen kunstschatten inderdaad veiliger zijn in ballingschap. Laten we de kunstschatten naar huis halen, waar ze horen.

    Benin Bronzes British Museum Joy of Museums kopie 1 1
    Details van de bronzen beelden uit Benin in het British Museum – © Joy of Museums

  • Roofkunst: ook Queen Elizabeth moet kleur bekennen

    Roofkunst: ook Queen Elizabeth moet kleur bekennen

    Bezoek een willekeurig Europees museum en binnen de kortste keren sta je oog-in-oog met objecten die in het koloniale tijdperk zijn geroofd uit Afrika en elders. Al decennia woeden discussies over teruggave. Groot-Brittannië komt steeds meer onder vuur te liggen, zeker nu Duitsland en Nederland hebben besloten delen uit hun collecties terug te geven aan de landen van herkomst. 

    Enkele weken geleden gaf Monika Grütters, de Duitse minister van Cultuur, opdracht aan de voorzitter van de Pruisische Stichting Cultureel Erfgoed, om een route te ontwikkelen die erin voorziet dat roofkunst in Duits bezit wordt teruggegeven aan de oorspronkelijke eigenaren. 

    Centraal staat een groep kunstvoorwerpen die wordt aangeduid met de naam Benin Bronzes. Die complete groep bestaat uit duizenden artefacten, waaronder koperen reliëfs, bronzen sculpturen en ivoorsnijwerk, die door Britse troepen in 1897 uit het huidige Nigeria werden geroofd tijdens een strafexpeditie. 

    Een deel van de Benin Bronzes kwam terecht in Duitsland. Inmiddels heeft een delegatie van het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken Benin City in Nigeria bezocht om permanente restitutie door Duitse musea te bespreken. Naar verwachting zullen de afspraken over teruggave tegen de zomer zijn afgerond.

    Dat is niets minder dan een doorbraak, aldus Deutsche Welle. Het feit dat politici het woord restitutie gebruiken, is het begin van een enorme verandering in de mondiale geografie van kunst, zo citeert Deutsche Welle Benedicte Savoy, een historica die al vele jaren onderzoek doet naar het onderwerp roofkunst.

    ‘Het proces begon in 2016 toen Emmanuel Macron aankondigde binnen vijf jaar objecten naar Afrika terug te willen sturen’, aldus Savoy. Het duurde nog drie jaar voordat het Franse parlement in december 2019 besloot zesentwintig objecten terug te sturen, maar het bracht de bal aan het rollen en zo kwam ook Duitsland in beweging. 

    Eerste stappen

    Het is dan ook hoog tijd, want al sinds Nigeria onafhankelijk werd in 1960, pleit het land voor teruggave van de Benin Bronzes, weet Hyperallergic. De samenwerking van de Duitse delegatie met Nigeriaanse functionarissen over een gecoördineerde restitutiestrategie, betreft honderden Benin Bronzes in de collectie van het Etnologisch Museum in Berlijn.  

    Afrikaanse wetenschappers en activisten verwelkomen de Duitse stappen om de Benin Bronzes in zijn openbare collecties permanent terug te geven, schrijft The Art Newspaper. De verwachting is dat dit zal leiden tot verdere restitutie van artefacten die uit voormalige koloniën zijn geroofd en die zich nu in collecties van westerse musea bevinden.

    ‘De kwestie van teruggave van cultureel erfgoed maakt deel uit van een eerlijke benadering van de koloniale geschiedenis’, zo citeert The Art Newspaper de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Heiko Maas. ‘Het is een kwestie van gerechtigheid. In het geval van de Benin Bronzes werken Nigeria en Duitsland samen om een gedeelde structuur te creëren, vooral wat betreft museale samenwerking met het geplande Museum of West African Art in Benin City.’

    Souleymane Bachir Diagne, een Senegalese filosoof en directeur van het Institute of African Studies aan de Columbia University in New York, prijst het initiatief van de Duitse regering. ‘Duitsland heeft echt het voortouw genomen’, zegt hij. ‘Vooral de bronzen beelden uit Benin zijn belangrijk: het zijn waarschijnlijk de bekendste en meest geroemde kunstvoorwerpen. De terugkeer van deze oorlogsbuit heeft een bijzondere betekenis.’

    Nederland

     Volgens The Art Newspaper is ook Nederland een van de eerste landen die stappen tot restitutie heeft gezet: ‘De Nederlandse regering heeft een plan goedgekeurd om artefacten te repatriëren die uit voormalige koloniën zijn verwijderd, en heeft aanbevelingen overgenomen van een adviescommissie die oproept tot de “erkenning dat er onrecht is gedaan aan de lokale bevolking van voormalige koloniale gebieden toen cultuurgoederen tegen hun wil werden meegenomen”.

    De commissie, voorgezeten door Lilian Gonçalves-Ho Kang You, heeft vorig jaar aanbevolen dat musea niet alleen claims in overweging zouden nemen voor items waarvan bekend is dat ze zijn geplunderd, maar ook verzoeken om teruggave van items zonder volledige herkomstgegevens, vooral in gevallen waarin de objecten van “cultureel, historisch of religieus belang zijn voor het bronland”.’ 

    Volgens Jos van Beurden, auteur van een invloedrijk proefschrift uit 2016 dat in het Engels werd gepubliceerd als Treasures in Trusted Hands, staat Nederland, althans voorlopig, met het nieuwe beleid in de voorhoede van de Europese inspanningen om acquisities uit het koloniale tijdperk te repatriëren, zo schrijft The Art Newspaper.

    ‘Het zal nog even duren, maar de ontwikkeling is niet te stoppen’, meent ook Achille Mbembe, een Kameroense filosoof en professor aan de Universiteit van de Witwatersrand in Johannesburg. ‘Er is gewoon geen enkele morele grond om Afrikaanse artefacten in westerse musea vast te blijven houden.’

    Ook de Universiteit van Aberdeen in Schotland heeft inmiddels aangekondigd een Benin-beeld terug te geven en daarmee is het een van de eerste openbare instellingen die zich tot repatriëring verplicht. Het zijn eerste stappen, maar de echte doorbraak zal pas komen als ook het British Museum in Londen zich committeert, want dat herbergt meer dan negenhonderd Benin-objecten. 

    ‘Er zijn maar weinig voorwerpen die de geschiedenis van roofzuchtig kolonialisme beter illustreren dan de Benin Bronzes’

    Iemand die zeer uitgesproken is over de verplichting tot teruggave is de Brit Dan Hicks, Professor Hedendaagse Archeologie aan de Universiteit van Oxford. Hij publiceerde eind vorig jaar het boek The Brutish Museums (De Brute Musea, in plaats van de Britse Musea). Het boek, dat als ondertitel heeft The Benin bronzes, Colonial violence and Cultural restitution, werd onder meer besproken door The New York Review of Books en The Guardian en het werd door The New York Times opgenomen in de lijst van twintig belangrijkste kunstboeken van 2020. Volgens Hicks zijn de Benin Bronzes verspreid over meer dan honderdzestig museumcollecties wereldwijd, waaronder veel regionale museumcollecties.

    Recent was Hicks te gast in een podcast, waarin de problematiek rond de Benin Bronzes als volgt wordt geïntroduceerd: ‘Er zijn maar weinig voorwerpen die de geschiedenis van roofzuchtig kolonialisme beter illustreren dan de Benin Bronzes, een verzameling van duizenden koperen plaquettes en gebeeldhouwde ivoren slagtanden die de geschiedenis weergeven van het Koninklijke Hof van Benin in Nigeria. De verzameling werd buitgemaakt tijdens een Britse aanval in 1897 en werd overgedragen aan koningin Victoria, het British Museum en talloze privécollecties.

    Nu, meer dan honderdtwintig jaar later, vormt het verhaal van de Benin Bronzes de kern van een verhit debat over culturele restitutie, repatriëring en dekolonisatie van musea. In The Brutish Museums pleit Dan Hicks krachtig voor de spoedige teruggave van dergelijke objecten, als onderdeel van een breder project om de uitstaande schulden van het kolonialisme te vereffenen.’

    Queen Elizabeth

    Na de publicatie van zijn boek pakt Hicks stevig door, want in een opinie-artikel voor The Guardian, getiteld ‘Als de koningin niets te verbergen heeft, moet ze ons vertellen welke kunstvoorwerpen ze bezit’, eiste hij vorige week dat niet alleen musea maar ook de Britse koningin Elizabeth openheid van zaken geeft over de herkomst van haar privécollectie. Hicks schreef zijn artikel uit verbazing over het feit dat de Britse koninklijke familie, met een roemrucht verleden wat betreft de verwerving van geroofde kunstvoorwerpen, is vrijgesteld van een wet ter bescherming van cultureel erfgoed.

    ‘Als Britse musea alle gestolen spullen zouden teruggeven, zouden ze leeg zijn en zouden ze allemaal moeten sluiten.’ Hicks opent zijn artikel met dit in Groot-Brittannië vaak geopperde schrikbeeld. Maar, schrijft hij, deze gedachte verwart noodzakelijke, verlichte hervormingen met een beeldenstorm. Sinds de jaren negentig bekijken we de teruggave van door nazi’s geroofde kunstwerken en van menselijke resten van geval tot geval. Die werkwijze heeft het belang van musea niet kleiner gemaakt, maar heeft ze domweg in overeenstemming gebracht met de eisen van onze tijd.

    Eenzelfde gang van zaken is nu zichtbaar rond verzoeken om de teruggave van gestolen Afrikaans erfgoed, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de aankondiging van de Universiteit van Aberdeen om een geroofd Benin-beeld terug te geven aan Nigeria, aldus Hicks. De tijden veranderen. Er is een aardverschuiving opgetreden in wat museumbezoekers verlangen van de instellingen waar ze van houden.

    We zien een groeiend ethisch besef als het om mode en kleding gaat, en op eenzelfde manier willen mensen tegenwoordig weten waar de cultuur die ze consumeren vandaan komt. Hoe zijn die voorwerpen hier terechtgekomen? Is er iemand die om teruggave vraagt? Hicks merkt op dat er in Duitsland zelfs campagnes zijn gestart om museumarchieven online te openbaren, zodat museumbezoekers zelf de feiten van koloniale plundering kunnen onderzoeken. Kortom, het publiek eist in toenemende mate transparantie over diefstal.

    Verdrag van Den Haag

    Deze vraag naar transparantie, schrijft Hicks, komt scherp in beeld door het opmerkelijke nieuws dat de privébezittingen van Hare Majesteit zijn vrijgesteld van de Wet op Cultureel Eigendom van 2017. Deze wet kan nauwelijks omstreden zijn, want hij is ruim vijftig jaar na dato een bekrachtiging van het Verdrag van Den Haag uit 1954. De Wet op Cultureel Eigendom maakt het strafbaar om onrechtmatig geëxporteerd cultuurgoed te kopen of te ontvangen als schenking of lening, ongeacht de datum van die export

    Het idee dat de politie de koninklijke privélandgoederen Balmoral en Sandringham van de koningin zal doorzoeken naar gestolen goederen lijkt misschien onwaarschijnlijk, maar Hicks wijst er fijntjes op dat een schilderij uit de Nederlandse koninklijke collectie in 2015 werd geïdentificeerd als nazibuit. Net als musea loopt ook de Britse koninklijke familie het risico illegale oudheden, tijdens de Holocaust gestolen kunstwerken of koloniaal roofgoed als lening of geschenk te hebben ontvangen. Voor zowel musea als het koninklijk huis zijn zorgvuldigheid en transparantie een natuurlijke, ethische verantwoordelijkheid. 

    Dan is er ook nog de kwestie van de Royal Collection van de Britse koninklijke familie, de grootste particuliere kunstcollectie ter wereld. ‘Denk bijvoorbeeld aan de gouden tijgerkop met ogen van bergkristal en tanden die van de troon van Tipu Sultan van Mysore werden gerukt tijdens de bestorming van Seringapatam in 1799, waarbij de sultan werd vermoord; in 1831 door ambtenaren van de East India Company geschonken aan William IV’.

    Of, vervolgt Hicks, de ‘krobonkye’, een muts van antilopenleer met stroken van gehamerd goud in de vorm van een krokodil waarvan gezegd wordt dat hij toebehoorde aan Kofi Karikari, de koning van de Ashanti. De muts werd geroofd toen Karikari werd afgezet door Britse troepen in de Ashanti-oorlog van 1874 en Sir Garnet Wolseley toezicht hield op de plundering van de koninklijke paleizen in Kumasi. 

    Er is de gebeeldhouwde houten trommel van Emir Wad Bishara, meegenomen na zijn nederlaag bij de bloedige slag om Omdurman in 1898 waarbij Britse machinegeweren 12.000 mensen neermaaiden en nog eens 13.000 verwondden. De trommel werd als trofee aan koningin Victoria aangeboden door generaal-majoor Herbert Kitchener, de ‘Sirdar’ (opperbevelhebber) van het Egyptische leger.

    Er is een paar uitgesneden ivoren luipaarden, waarvan de vlekken in koper zijn weergegeven. Ze werden in 1897 aan koningin Victoria aangeboden door admiraal Sir Harry Rawson nadat hij op brute wijze Benin City in Nigeria had geplunderd en koning Ovonramwen Nogbaisi had afgezet en hem in ballingschap had gestuurd. 

    Looty (‘Plundertje’)

    Koningin Victoria ging zelfs zo ver dat ze een speciale tentoonstelling liet maken voor dergelijke objecten die waren gestolen bij gewelddadige onttroningen van rivaliserende vorsten. Op vrijdag 18 juni 1897 begon de tiendaagse ‘Koninginneweek’ ter gelegenheid van Victoria’s diamanten jubileum met de opening van een permanente tentoonstelling van gestolen voorwerpen. In de Grand Vestibule van Windsor Castle werden tien elektrisch verlichte vitrines van eikenhout geïnstalleerd, voor wat destijds werd aangekondigd als ‘een museum met relikwieën van voormalige vorsten’. 

    Voorwerpen die waren geroofd van afgezette koningen, emirs en sultans, van India tot Ghana, van Soedan tot Nigeria en elders in het Britse rijk, werden uit de opslag gehaald en geïnstalleerd in het deel van de staatsappartementen dat werd gebruikt om internationale bezoekers te ontvangen. Victoria kreeg zelfs een hondje genaamd Looty (‘Plundertje’), een pekinees die bij de vernietiging van het Zomerpaleis van Peking in 1860 van keizerin-weduwe Cixi werd weggenomen en naar Balmoral werd verscheept.

    De vitrines in de Grand Vestibule zijn er nog steeds. En ook de koninklijke collecties groeien nog steeds, schrijft Hicks. ‘Een voorbeeld in mijn boek The Brutish Museums illustreert het belang van transparantie, aangezien geschenken aan de vorst zo vaak een complexe geschiedenis hebben. Het betreft een bronzen kop van Benin die werd geroofd tijdens de aanval van 1897 en daarna op een veiling werd gekocht door Nigeria voor het nationale museum in Lagos in de jaren vijftig.

    Vervolgens keerde het object volledig legaal terug naar Londen, als geschenk aan de koningin door generaal Yakubu Gowon tijdens een staatsbezoek in 1973. Moet deze koninklijke schat nu voor een tweede keer naar Nigeria worden teruggebracht? Het antwoord is in ieder geval niet te vinden op de website van Royal Collection Trust, waar de uitstallingen van Windsor nog steeds eufemistisch worden beschreven als een illustratie van “de complexe manieren waarop Britse monarchen contact hebben gehad met volkeren over de hele wereld”.’

    Waar het om gaat is hoe we soevereiniteit definiëren in het derde decennium van de eenentwintigste eeuw

    Hoe verbinden we de netelige kwestie van kolonialisme in de victoriaanse musea met de netelige kwestie van aanhoudend feodalisme, die in de vorm van een monarchie nog steeds aanwezig is in het laatkapitalisme? In beide anachronistische domeinen verdient het publiek in ieder geval te weten of cultureel eigendom afkomstig is van diefstal. Want, aldus Hicks, waar het om gaat is hoe we soevereiniteit definiëren in het derde decennium van de eenentwintigste eeuw.

    In het koloniale tijdperk beschouwde de Britse koninklijke macht onteigening als legitiem. In de volstrekt andere wereld van vandaag vereist culturele legitimiteit dat stelen niet triomfantelijk wordt getoond, noch verborgen wordt of toegedekt, maar zichtbaar wordt gemaakt zodat mensen zelf kunnen oordelen.

    De Egyptische schrijfster Ahdaf Soueif stapte in 2019 op als bestuurslid van het British Museum. Soueif besloot daartoe vanwege sponsoring door BP én vanwege de houding van het museum te aanzien van repatriëring van geroofde kunstvoorwerpen. Hicks noemt die stap ‘een indicatie dat eisen over de terugkeer van koloniaal roofgoed, net zoals protesten over sponsoring door oliebedrijven van theaters, musea en kunsthuizen, deel uitmaken van een bredere, groeiende overtuiging dat sociale rechtvaardigheid en klimaatrechtvaardigheid hand in hand moeten gaan met “culturele rechtvaardigheid”.

    Politiek van transparantie moet ook een politiek van inclusiviteit zijn. Hoe kunnen we breken met eenzijdige processen die worden gedicteerd door degenen die gestolen goederen in bezit hebben? Hoe geven we eisers een respectvolle plaats? Van de inventarislijsten van onze nationale musea tot wat het ook is dat aan de muren van Sandringham House hangt: het Britse publiek en de wereld verdienen openheid als het gaat om kwesties van diefstal.’