Tag: Rotterdam

  • Dit Rotterdams industriegebied is omgetoverd tot getijdenpark

    Dit Rotterdams industriegebied is omgetoverd tot getijdenpark

    Het Rotterdamse architectenbureau De Urbanisten heeft een antwoord gevonden op de overvloed van water dat ‘van vier kanten komt’. De monding van de Keilehaven, ooit een somber industriegebied, is dankzij een natuurlijke stormvloedkering nu een natuurvriendelijk reservaat.

    Ooit was het gebiedje een Rotterdamse industriehaven. Inmiddels heeft het een transformatie ondergaan tot getijdenpark, aangelegd om de rivier midden in de stad te laten stijgen en dalen, tot heil van de natuur. De zwanen voelen zich al thuis op het sprankelende water van de Keilehaven en ook andere vogels, zoals futen, scholeksters, wilde eenden en ijsvogels, ondekten er al snel een gastvrije plek in.

    Landschapsarchitect Dirk van Peijpe van architectenbureau De Urbanisten voorziet een mooie toekomst voor dit soort projecten. ‘We werken steeds meer aan een ecologische agenda, waarbij we niet alleen rekening houden met het klimaat, maar ook met de natuur. Wat doen we voor de niet-menselijke bewoners van deze stad?’

    We zoeken naar een balans tussen natuurlijke processen en het park als culturele interventie

    Het bekroonde getijdenpark, op een steenworp afstand van zijn kantoorgebouw, is een antwoord op die vraag. Ooit was het een sombere industriële haven zoals er zoveel zijn. Nu leidt een zandstrand naar water dat omringd is door houten plateaus van verschillende hoogtes en barrières van tegels uit Rotterdamse tuinen, waar inheemse planten zullen worden gezaaid en kunnen gedijen.

    ‘Door de komst van de natuurvriendelijke oevers duiken er nieuwe soorten op, zoals waadvogels die in het slib komen foerageren,’ zegt landschapsarchitect Marit Janse van De Urbanisten. ‘De aanleg van getijdenparken grijpt ook terug naar het verleden van deze regio als natuurlijke riviermonding. We zoeken naar een balans tussen natuurlijke processen en het park als culturele interventie.’

    Stem van het water

    Het project is geen overbodige luxe. Zoals de meeste mensen of plekken in Nederland heeft Rotterdam een band met het water. Die band is historisch. Immers: ‘God heeft de wereld geschapen, maar de Nederlanders hebben Nederland geschapen.’ Hendrik Marsman dichtte in de jaren dertig: ‘En in alle gewesten/ wordt de stem van het water/ met zijn eeuwige rampen/ gevreesd en gehoord.’ 

    Die band zal er ook in de toekomst zijn, aangezien de zeespiegel stijgt en de klimaatcrisis gepaard gaat met hevige regenbuien. ‘In Rotterdam komt het water van alle vier de kanten,’ zegt Van Peijpe. ‘Deltasteden staan sterk bloot aan klimaatverandering, vooral vanwege de stijging van de zeespiegel, die sneller gaat dan verwacht, maar ook door wat er uit de rivieren komt. We hebben te maken met een toename van hevige regenval én van droogte én van stijgend grondwater, vaak in combinatie met bodemdaling.’

    In december noopten storm Pia en extreme regenval Rotterdam ertoe voor het eerst de Maeslantkering te sluiten, om zich tegen stormvloed te beschermen. In andere gebieden werden zandzakken opgestapeld tegen het uitzonderlijk hoge water in de Maas en de Rijn en in het IJssel- en Markermeer.

    Het is nu uitdrukkelijk overheidsbeleid dat niet alleen het waterbeheer, maar ook de stedelijke ontwikkeling ‘geleid wordt door water en grond’, aldus Frans Klijn, specialist in overstromingen bij instituut Deltares. ‘Het weer wordt steeds ruwer,’ zegt hij. ‘We hebben de waterstanden en ook de grondwaterstanden binnen zeer krappe grenzen kunnen houden, maar waarschijnlijk is dat in de toekomst niet meer mogelijk. Onze waterschappen zeggen dus al tegen nieuwe ontwikkelaars: we moeten meer ruimte hebben voor waterberging en meer flexibiliteit om het waterpeil aan te passen. Er is meer fluctuatiepotentieel en een groter vrijboord nodig, dus blijf uit de natte gebieden. En er moet meer ruimte komen voor opslag en afvoer.’

    Het project ‘Ruimte voor de rivier’ – kosten: 2,3 miljard euro – voorziet in de aanleg van uiterwaarden op meer dan dertig locaties langs vier rivieren. Het heeft het land dit jaar al gered van de ergste overstromingen. In het kader van het nationale Deltaprogramma wordt er geld gestopt in maatregelen om de veiligheid tot 2050 te garanderen. Een miljarden euro’s kostend hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) omvat honderd projecten om kilometers dijken te versterken. Dat is volgens Rijkswaterstaat allemaal nodig om te voorkomen dat 60 procent van het land regelmatig onder water komt te staan. 

    ‘Het gaat hier om veranderingsgericht deltabeheer, niet om hier en daar wat zaken bijstellen’

    Maar ook in de steden moet waterbescherming samengaan met stadsontwerp om een aantrekkelijke, klimaatbestendige stad te creëren, zegt Arnoud Molenaar, Chief Resilience Officer bij de gemeente Rotterdam. Er is enorm veel werk verricht: de stad heeft waterpleinen en groene en blauwe daken gebouwd en er staat een 2 kilometer lang park boven op een voormalig spoorwegviaduct gepland [het Hofbogenpark]. De waterpleinen, eveneens ontworpen door De Urbanisten, zijn heel eenvoudig aangelegd in overloopgebieden; als er te veel regenwater is, lopen ze vol en vervolgens lopen ze weer langzaam leeg, zodat de stormafvoer niet overstroomd raakt. En als het water weg is, wordt het plein weer een openbare ruimte.

    ‘Het belangrijkste is dat we investeren in geenspijtmaatregelen,’ zegt Molenaar [maatregelen die in elk denkbaar scenario goed uitpakken en waarmee je minstens twee vliegen in één klap slaat]. ‘Het gaat hier om veranderingsgericht deltabeheer, niet om hier en daar wat zaken bijstellen. We moeten over waterveiligheid praten tegen de achtergrond van alle andere transities. Maar woningen die aan het water liggen hebben ook een hogere waarde; we willen dat een groenere stad aantrekkelijk wordt voor gezinnen met hogere inkomens, voor bedrijven. En door slim te werken aan een klimaatbestendige stad kunnen we ook de aantrekkelijkheid vergroten.’

    Macrofauna

    Ook voor de natuur kan dit goed uitpakken, zegt Niels de Zwarte, adjunct-directeur van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam: mosselen en algen, vissen en macrofauna kunnen onder drijvende huizen schuilen, groene gevels bevorderen het plantenleven. ‘We zullen in onze speciale planning stroomgebieden voor water moeten creëren en ontwerpen. Dit zijn ook de locaties waar natuur en recreatie een plek kunnen krijgen en stedelingen zich kunnen vermaken.’

    ‘We lijken de prinses op de erwt te zijn geworden: als we een beetje nat worden, schreeuwen we al moord en brand’

    Friso de Zeeuw, emeritus hoogleraar gebiedsontwikkeling aan de TU Delft, ziet één gevaar van overmatige stadsplanning op dit gebied: het land moet wel realistisch blijven en niet vergeten dat het vroeger elk jaar met overstromingen te maken kreeg. Hij pleit ervoor de dijken te versterken en ruimte te geven aan rivieren, maar zegt dat het beter is om incidentele kleine overstromingsschade te accepteren dan om allerlei ‘dicterende’ nieuwe planningsregels in te voeren. ‘We lijken de prinses op de erwt te zijn geworden: als we een beetje nat worden, schreeuwen we al moord en brand.’

    Maar velen verwelkomen een verandering in het tij van het stadsontwerp – zeker aan de Keilehaven. ‘Ik ben verliefd op natuurprojecten die getijdeneffecten mogelijk maken,’ aldus De Zwarte. ‘Bijna nergens ter wereld vind je een stad met dit getij in de rivier waarbij je van zoet naar zout gaat. Dat maakt Rotterdam uniek.’ 

  • De Hollandse windmolen 2.0: duurzaam én esthetisch

    De Hollandse windmolen 2.0: duurzaam én esthetisch

    Zo gaat hij er ooit uitzien, de windturbine die de komende jaren in de haven van Rotterdam gebouwd moet worden. Want ook de energietransitie vraagt om esthetiek. ‘Wat we nu moeten formuleren, is een soort Futuristisch manifest 2.0.’

    Midden in de haven van Rotterdam moet de komende jaren een 174 meter hoge windturbine worden gebouwd waarin je ook kunt wonen. Maar het futuristische gebouw, in de vorm van een enorme ring die enerzijds een archaïsche indruk wekt, maar anderzijds doet denken aan het gigantische lanceerplatform uit de sciencefictionfilm Contact, gunt je vooral een blik in de toekomst. 

    De Windwheel Corporation, het consortium dat de windturbine in het land van de windmolens – waar anders? –symbolisch wil heruitvinden als spektakel van duurzaamheid, bestaat uit het team architecten rond Duzan Doepel en een ploeg investeerders die wordt aangevoerd door Johan Mellegers. De Technische Universiteit Delft levert knowhow in de vorm van een prototype, waarin de windturbine, die geen rotor of wieken heeft en dus niet het typische windgeluid en ook geen vibraties produceert, sinds 2013 proefdraait.

    Het Rotterdamse project is al een paar jaar bekend. De realisatie is, zeer optimistisch, op zijn vroegst gepland in 2025, en gaat tussen de 200 en 500 miljoen euro kosten, wat eveneens erg optimistisch lijkt. Het bouwwerk moet vooral als symbolische eco-architectuur dienen, maar ook als marktconform woongebouw, hotel, horecagelegenheid, uitkijktoren, hotspot voor toeristen en als een zichzelf bedruipende attractie voor selfies tegelijk. Op de tekening bestaat de gevel vrijwel geheel uit zonnepanelen. Ook elektrostatisch geladen waterdamp, binnen een elektrisch veld door wind in beweging gehouden, moet energie gaan produceren.

    Is hier ooit een deel van de oplossing of alleen een deel van het probleem te bewonderen?

    Tot zover de theorie. Of die in deze mate ook werkelijk functioneert, is nog niet te zeggen. En wat de vogels ervan vinden, weten we ook niet. Dat zouden we ze moeten vragen. Los van onze gevederde vrienden is het trouwens de vraag of hier iets futuristisch staat te gebeuren of dat er alleen sprake is van greenwashing, een project dat zich duurzamer voordoet dan het feitelijk is: is hier ooit een deel van de oplossing of alleen een deel van het probleem te bewonderen?

    Als dit visionaire, maar geenszins onrealistische project met succes wordt gerealiseerd, zou het een unieke hybride zijn: windkrachtcentrale en zonne-architectuur ineen. En zodoende precies wat Markus Söder (de Beierse minister-president) nu nodig heeft: een letterlijk bezienswaardige, zelfs blij stemmende oplossing voor twee actuele problemen. Want zowel met zonne- als met windenergie zitten we soms behoorlijk in onze maag.

    Groene wind

    Op deze twee natuurlijke energiebronnen is in de kwestie van het veranderende klimaat al onze hoop gevestigd. Maar veel deskundigen (zoals architecten) en hoeders van het stedenschoon houden niet van daken met zonnepanelen. En veel leken (zoals gewone mensen) en hoeders van het landschapsschoon houden niet van windturbines. Terwijl de politiek eindelijk wakker wordt en – met uitzondering van de gebruikelijke, bijna niet van idiotie te onderscheiden rechtse nostalgie – in alle verkiezingsprogramma’s een duidelijk groenere wind waait, heeft de samenleving moeite om akkoord te gaan met een energietransitie die aan hun kijkgewoonten raakt. En in die zin ook een kwestie van smaak is.

    Misschien biedt juist de waanzin waarin over het rationele op een irrationele en over het objectieve op een subjectieve manier wordt meebeslist, een uitweg uit het dilemma. Misschien heeft de energietransitie, waarvan de feitelijke noodzaak meer dan genoeg is aangetoond, niet nog meer feiten nodig. Maar moeten we die met eigen ogen kunnen zien. Misschien moet de push die nog nodig is niet zozeer uit de kracht van argumenten komen, maar uit de kracht van suggestie. Misschien heeft de klimaatverandering, die steeds sneller steeds apocalyptischer beelden produceert, ook symbolen van hoop en veelbelovende architectuur nodig.

    Na de overstromingsramp in West-Duitsland werden de talkshows op tv overspoeld met mensen die de noodzaak van een radicaal andere klimaat- en milieupolitiek verkondigden. Alweer. Het onderwerp ligt allang waar het thuishoort: op straat, de straat die eigenlijk een weiland had moeten zijn. Alleen bestaat er voor groene oplossingen weliswaar veel ostentatief verkondigde goede wil, maar aan het einde van de verkiezingsdag blijkt merkwaardigerwijs dat er tot nu toe nog steeds geen politieke meerderheid voor is. Daarom krijgen windturbines en zonnedaken een betekenis die de functionele betekenis verre overstijgt. In het gunstigste geval worden ze het emblematische handelsmerk van de energietransitie. Betekenisvolle symbolen en daarmee transformatoren naar een nieuw tijdperk.

    Futuristisch manifest 

    De kritiek op alle pogingen om de energiehonger van de mensheid te stillen door een pact te sluiten met zon en wind, zodat de nu al levensbedreigende klimaatverandering niet nog erger wordt, is nog steeds opmerkelijk robuust. De energietransitie, van fossiele, CO2-uitstotende energiedragers naar regeneratieve, schone bronnen, is allang geen technisch vraagstuk meer, maar een probleem van maatschappelijke acceptatie. En precies op dat punt komt er een factor in het spel die er ogenschijnlijk niets mee te maken heeft: de esthetiek.

    Wat we nu moeten formuleren, is een soort Futuristisch manifest 2.0. Om het geheugen wat op te frissen: het oprichtingsmanifest van het Futurisme, op 20 februari 1909 gepubliceerd in Le Figaro, is te danken aan de enerzijds door het fascisme en anderzijds door het anarchisme beïnvloede, krankzinnige ideeën van Filippo Tommaso Marinetti, dichtend advocaat van beroep en daarnaast actief als revolutionair. In het manifest bezweert hij op eloquente wijze het moderne tijdperk: als een tijd waarin de overlevering wordt vervloekt en reikhalzend wordt uitgekeken naar het per se ‘nieuwe’. En dat zo allesomvattend dat het opkomende totalitarisme er net zozeer in zit als het verlangen naar een niet alleen nieuwe, maar ook betere wereld.

    Er is nu niet alleen behoefte aan een nieuw ecologisch evenwicht, maar ook aan een nieuwe esthetiek

    Vanuit hedendaags gezichtspunt moet de manifeste onzin in het manifest – waarin wordt geconcludeerd dat raceauto’s mooier zijn dan antieke beeldhouwwerken en dat musea moeten worden gesloopt en parkeergarages moeten worden gebouwd, en waarin dynamiek en versnelling de nieuwe middelen tegen alle kwalen zijn – niet al te serieus worden genomen. Maar het manifest maakte toch enorm veel los. Zowel in de doelstellingen van het Bauhaus van Walter Gropius als in veel andere op esthetiek gebaseerde stromingen in het begin van de twintigste eeuw zijn er elementen van terug te vinden. Futurisme, Bauhaus, rationalisme: ze waren (en zijn in principe nog steeds) allemaal succesvol mede omdat ze de stromingen van hun tijd een gemeenschappelijke en zichtbare noemer gaven. Het nieuwe denken was ook altijd een nieuw verlangen. En een nieuwe manier van kijken.

    Daarom is nu niet alleen behoefte aan een nieuw ecologisch evenwicht, maar ook aan een nieuwe esthetiek, aan nieuwe architecten, landschapsarchitecten en ontwerpers. Zij beheersen de kunst om zon en wind tot de beelddragers van een op zijn beurt vernieuwde tijd te maken. Het gaat niet alleen om ingenieurstechniek, het gaat ook om de overtuigingskracht van de vorm. De wind, zie Rotterdam, kan ook een beeldbepalend oriëntatiepunt zijn; de zon, zie Rotterdam, moet niet leiden tot stuitend gepruts op de daken. Ecologie kan ook een kracht worden, juist van de esthetiek. Goed leven is wellicht niet voldoende, het moet ook mooi leven zijn. 

  • Bahram Sadeghi: ‘Deze aanslag veranderde onze levens’

    Bahram Sadeghi: ‘Deze aanslag veranderde onze levens’

    Tijdens zijn lessen Nederlands voor gevorderden begrijpt de oorspronkelijk Iraanse programmamaker Bahram Sadeghi meteen wat ‘van de regen in de drup’ betekent. Vijfendertig jaar later schreef hij een aangrijpend boek over hoe hij als deserteur uit het Iraanse leger aankwam in de Rotterdamse haven – en de lange weg die daarop volgde. Een voorpublicatie.

    Op 5 oktober 1985 schiet een Egyptische dienstplichtige politieagent op een groep vakantie vierende Israëlische toeristen in de Sinaï, vlak bij de grens met Eilat. Zeven toeristen, onder wie vier kinderen, worden gedood.

    Twee maanden later lukt het mij, achttien jaar jong én dienstplichtig tijdens de bloedige oorlog tussen mijn land Iran en buurland Irak, om als verstekeling uit Iran te vluchten, samen met drie andere jonge landgenoten. Nadat we een paar dagen diep in het ruim van een Filipijns vrachtschip verscholen gezeten hebben, is onze voorraad eten en drinken op. We verlaten onze schuilplek en maken ons bij de bemanning bekend. We worden in aparte hutten opgesloten en een paar dagen later krijgen we te horen wat de kapitein van plan is: het schip zal naar Europa varen en na haar vracht te hebben opgehaald terugkeren naar Iran. Daar zal de kapitein ons overdragen aan de Iraanse autoriteiten. En in de tussentijd blijven we opgesloten in onze hutten. Een paar jaar later zal ik meteen begrijpen wat ‘van de regen in de drup’ betekent, als die uitdrukking tijdens de lessen Nederlands voor gevorderden behandeld wordt.

    Een kleine week na de start van mijn vlucht vaart het schip door het Suezkanaal. Egyptische douanebeambten komen aan boord om de documenten van de opvarenden te controleren. In het Engels vertel ik de twee besnorde douaniers dat ik niet terug gestuurd wil worden naar Iran, want met de straf die in die tijd op ‘desertie in oorlogstijd’ stond (een extra jaar dienstplicht plus een aantekening in de overheidsadministratie als ‘deserteur’) heb je eigenlijk geen toekomst in Iran.

    De volgende dag: een sympathieke rossige Egyptische tolk die Perzisch met een zangerige Arabische tongval spreekt, probeert me gerust te stellen door een paar keer te zeggen dat een gevluchte Iraanse deserteur goede kans maakt om in Egypte te mogen blijven. Na de Islamitische Revolutie zagen de Iraanse leiders Egypte als de verrader van de Palestijnse zaak omdat Egypte al een paar jaar toenadering zocht tot Israël, de aartsvijand van Iran. ‘Als je voor de Iraanse regering vlucht, kun je op onze clementie rekenen,’ is zijn heldere samenvatting van de geopolitieke verhoudingen. Maar als we op hun clementie kunnen rekenen, waarom zitten er dan gewapende militairen voor onze hutten? Aan het einde van de dag komt de aap uit de mouw. De tolk vertelt dat de meegekomen ambtenaren ons ervan verdenken spionnen van de Iraanse regering te zijn, die na die aanslag in de Sinaï voor nóg meer onrust in Egypte willen zorgen. Met stomheid geslagen word ik teruggebracht naar mijn hut. Met tranen in mijn ogen zie ik door de patrijspoort de palmbomen, die met hun groene bladeren zo mooi afsteken tegen het goudkleurige zand, aan me voorbijgaan: we varen weer.

    Een paar weken later wordt de schutter veroordeeld tot 25 jaar gevangenisstraf plus dwangarbeid, en op zaterdag 11 januari 1986 komt het schip in Rotterdam aan, aan de Wilhelminakade om precies te zijn.

    De daaropvolgende dag lukt het ons met meer geluk dan wijsheid om uit het schip te ontsnappen en melden we ons bij de politie.

    Vlindereffect

    De Amerikaanse wiskundige en meteoroloog Edward Lorenz bedacht in 1961 de metafoor van het butterfly effect, het vlindereffect: de vleugels van een vlinder kunnen in Brazilië voor een minuscule luchtverplaatsing zorgen die maanden later een tornado in Texas kan veroorzaken.

    Niet de vleugels van een vlinder maar de dodelijke kogels die een Egyptische agent op een zonnige zaterdag om 16:40 uur op een zandduin in de Sinaï afvuurde, zorgden ervoor dat ik, als deserteur/bootvluchteling uit Iran, in Nederland ben beland.

    Maar als een aanslag, waar ik part noch deel aan had, een van de belangrijkste gebeurtenissen uit mijn leven is gebleken, wat is dan de impact van die aanslag op de direct betrokkenen geweest?

    Zoals de toen vijfjarige Tali, die de aanslag overleefde doordat haar moeder Anita zich op haar wierp en de kogels opving die anders Tali zouden hebben geraakt? Hoe heeft die aanslag de verdere levensloop van Ehud bepaald, die er als twaalfjarige in slaagde om drie kinderen te redden, terwijl zijn jongere broer Amir werd doodgeschoten? Wat is er eigenlijk van de dader, de Egyptische Suleiman Khater, terechtgekomen?

    Praten over de aanslag was geen makkelijke opgave voor sommigen van de betrokkenen

    Algauw na de start van mijn research kom ik erachter dat er, afhankelijk van of je pro-Egypte of pro-Israël bent, verschillende versies bestaan over wat er op die fatale dag in oktober 1985 is gebeurd. Verder blijkt, niet geheel verrassend, dat praten over de aanslag geen makkelijke opgave is voor sommigen van de betrokkenen, zoals enkele van de Israëlische nabestaanden me mailden:

    I received your request, I am sorry I did not answer. I can not be interviewed on the subject matter. I hope you understand me.

    – Sorry, I wish you success with the book but do not want to discuss this. Good luck.

    I do not wish to share anything about me with the world. Hope you respect my wish.

    – Hello, I would like to keep my silence. Thank you.

    Het vlindereffect speelt een belangrijke rol in de chaostheorie, die op haar beurt het gedrag van ‘niet-lineaire dynamische systemen’ onderzoekt, leert Wikipedia.

    Soms heb ik het idee dat ik begrijp wat de bovenstaande zinnen betekenen. Met dit boek probeer ik enige grip te krijgen op het waanzinnigste dynamische systeem met al zijn niet-lineaire gedragingen, onvoorspelbaarheid en willekeur dat ik ken: mijn leven.

    21 september 1980, Abadan, Iran

    Ik ben bijna dertien jaar oud en heb met mijn vriendjes afgesproken om deze laatste dag van de zomervakantie voetballend in het park door te brengen. Maar je kunt plannen wat je wilt, er is altijd iets waar je geen rekening mee kunt houden, en in ons geval was het niet de hond van een parktoezichthouder (altijd een nachtmerrie in een land waar je als moslim weinig ervaring met honden hebt), nat gras (betekent vieze kleren dus straf van moeder) of oudere kinderen (die ons altijd wegjagen en de beste voetbalplekken inpikken), om maar een paar veel voorkomende voorbeelden te noemen.

    Ik denk dat het zo rond elf uur in de ochtend moet zijn geweest dat we het luchtalarm hoorden, gevolgd door knallen in de verte. Worden we nou gebombardeerd? Zou de oorlog nu écht begonnen zijn?

    In de maanden voorafgaand aan de oorlog drongen Iraakse gevechtsvliegtuigen geregeld het luchtruim van Iran binnen, altijd ’s nachts. Midden in de nacht rende ik dan met mijn twee oudere broers het dak van ons huis op om de rode kogels van luchtafweergeschut te zien die de donkere hemel doorkliefden terwijl ze gebroederlijk naar hetzelfde punt (een voor ons onzichtbaar Iraaks vliegtuig) zweefden.

    Het was een prachtig schouwspel, moet ik eerlijk bekennen. Mijn geboortestad Abadan was een mooi doelwit voor een aanvaller die snel resultaat wilde boeken: een grote stad met een paar honderdduizend bewoners (altijd slim om burgerdoelen te bombarderen, want chaos verzekerd), een olieraffinaderij waar het hele land van afhankelijk was (economie in het hart raken plus oliebranden die bijna niet te blussen zijn) en lekker dichtbij (slechts gescheiden door een rivier van een paar honderd meter breed).

    ‘Mam, de oorlog is uitgebroken! Moeten we morgen toch naar school?’

    Mijn moeder is al een paar dagen eerder begonnen met het klaarmaken van het huis voor de aanvang van het nieuwe schooljaar. Op die laatste dag zijn de tapijten aan de beurt. Nou hadden we in die tijd wel een stofzuiger, een Amerikaanse Hoover, maar mijn moeder gelooft niet echt in de moderne technieken en daarom komt er een paar keer per jaar een aantal ‘tapijtkloppers’ naar ons huis om de tapijten op professionele wijze uit te kloppen en, waar nodig, te reinigen. Uiteraard heeft mijn moeder geen idee dat dit de laatste keer is dat de tapijten schoongemaakt zullen worden.

    Ik ren door de stofwolk die de tapijtkloppers in ons voortuintje opwerpen, vind mijn moeder naast de wasmachine (net als bij de stofzuiger heeft mijn moeder weinig vertrouwen in de werking van de wasmachine en daarom blijft ze er soms naast staan om de boel in de gaten te houden) en roep: ‘Mam, de oorlog is uitgebroken!’ Gevolgd door een zin die alleen van een bijna dertienjarige jongen kan komen: ‘Moeten we morgen toch naar school?’

    12 oktober 1980, Abadan, Iran

    Met mijn twee oudere broers, een paar neven en hun vrienden slaap ik sinds een aantal dagen op de stoep van ons huis. Ik vind het fijn om zo op de stoep te slapen, want met alle bommen en raketten die op onze stad afgevuurd worden, is het veiliger om buiten te slapen – bij een inslag kan het plafond naar beneden komen. Maar veiligheid is niet de enige reden waarom ik buiten slapen fijn vind. Het is vooral heel stoer om naast oudere jongens met hun wapens te liggen. Maar aan de andere kant vind ik het ook vies: niet de stoep zelf, want we liggen op onze Perzische tapijten, maar vanwege de roetdeeltjes die ’s nachts neerdalen en alles zwart maken. Die roetdeeltjes zijn ontstaan doordat de raffinaderij al weken in de fik staat. Je moet het meegemaakt hebben of op de tv gezien hebben (denk aan de beelden van de hevige bosbranden aan de Amerikaanse westkust anno 2021) om het te kunnen geloven, maar soms duurt het een paar dagen voordat we de blauwe hemel weer zien.

    Begin november 1980, Mahshahr, Iran

    Abadan is praktisch, maar gelukkig niet hermetisch omsingeld door de Iraakse troepen. Als je erin slaagt om de eerste dertig tot veertig kilometer (niemand weet precies hoeveel) door de woestijn te lopen en daarmee de Irakezen te omzeilen, kom je op een gegeven moment Iraanse troepen tegen die je meenemen naar het veilige Mahshahr, zo’n honderd kilometer verderop. In de ochtendschemering brengen mijn broers ons gezin met de auto naar de rand van de stad, tot aan de plek waar een auto niet verder kan omdat hij anders door het zand zou zakken.

    Mijn vader had ik wel eens met een pet op gezien, want als lasser werkzaam in de olie-industrie in het zuidwesten van Iran moest hij vaak onder de felle zon werken en daarom had hij meerdere petten. Maar mijn moeder met een pet op, over haar hoofddoek? Er zijn van die beelden die je niet gauw vergeet.

    4 november 1980, VS

    Jimmy Carter, de eerste Amerikaanse president die ik bewust heb meegemaakt, verliest op die dag de presidentsverkiezingen van Ronald Reagan. Net als vele andere Iraniërs heb ik geen idee wie Reagan is, maar die vervloekte Carter ken ik wel degelijk: sinds de aanloop naar de Islamitische Revolutie in de zomer van 1978 (die een halfjaar later tot de val van de sjah van Perzië leidde), is Carter als supporter van de sjah niet van de Iraanse radio en tv weg te slaan. Natuurlijk hebben we nu, midden in de oorlog met Irak, andere zaken aan ons hoofd dan de Amerikaanse verkiezingen, maar het bericht van Carters smadelijke nederlaag (hij wint slechts in
    zes staten!) vormt een kleine pleister op de oorlogswonde. Niet alleen door zijn steun aan de sjah werd Carter in Iran gehaat, maar ook omdat hij de architect was van de schandelijke Camp David-akkoorden, waarmee Egypte en Israël een jaar eerder vrede met elkaar hadden gesloten en waarmee ze, in onze ogen, de Palestijnse zaak in de uitverkoop hadden gedaan.

    Zonder de bemiddeling van president Carter zou Israël zich misschien niet uit de Sinaï teruggetrokken hebben en zou de schutter Suleiman Khater niet in de Sinaï gestationeerd zijn geweest, waar hij, vijf jaar na de ondertekening van de Camp David-akkoorden, een bloedbad zou aanrichten.

    Oktober 1982, Bandar Abbas, Iran

    Na een jaartje als vluchteling eerst in Mahshahr en later in Khorramabad gewoond te hebben en af en toe familie in andere steden bezocht te hebben, denk ik zo ongeveer te weten wat discriminatie betekent. Maar pas als we ons in de loop van 1982 permanent in Bandar Abbas vestigen (mijn vader ging ons voor en wij volgden later) ervaar ik hoe verschrikkelijk het is om ergens te – moeten – wonen waar je niet oorspronkelijk vandaan komt. Neem mijn gemiddelde dag als scholier in Bandar Abbas: de busrit van ongeveer een halfuurtje naar school is al een ware nachtmerrie. Ik reis met een paar andere vluchtelingenkinderen per bus en er zijn altijd oudere lokale jongens die direct aan ons kunnen zien (hier hebben wij een lichtere huid dan de oorspronkelijke bevolking) en horen dat we niet uit Bandar Abbas komen. Het treiteren begint in de bus, met soms een vechtpartij bij het uitstappen. En aangezien we een lange middagpauze hebben waarin we naar huis gaan, kan het gebeuren dat ik soms op één dag meerdere keren in een vechtpartij terechtkom.

    Mei 1985, Bandar Abbas, Iran

    Ik zet op een rijtje wat de opties zijn voor een scholier als hij zijn diploma heeft gehaald, want met mijn bijna achttien jaar en de dienstplicht die in mijn nek hijgt, heb ik de tijd niet mee:

    1) Je gaat direct het leger in:

    • In het ergste geval ga je gedurende de twee jaar durende dienst dood.

    Iran telde zo veel oorlogsgehandicapten dat wij op de Paralympische Spelen bij de grootste sportnaties hoorden

    • Als je méér pech hebt, raak je gewond, waarbij het verlies van benen (geen ondenkbaar vooruitzicht met eindeloze mijnenvelden die dagelijks honderden slachtoffers eisen) het vaakst voorkomt. Op een gegeven moment telde Iran zo veel oorlogsgehandicapten dat wij op de Paralympische Spelen bij de grootste sportnaties hoorden: olympisch goud voor het zit-volleybalteam in 1984, 1988, 1992, 1996 en 2000 om maar een voorbeeld te noemen.

    • En als je nóg meer pech hebt, raak je gewond bij een chemische aanval, met levenslange gevolgen voor je huid, longen en ogen.

    2) Je wordt aangenomen op een universiteit:

    Tijdens de studietijd krijg je vrijstelling van de dienstplicht, maar na het behalen van je bul, en dat kan je tot zes jaar oprekken, moet je alsnog het leger in.

    Klinkt niet slecht, want wie weet is die vervloekte oorlog tegen de tijd dat je afgestudeerd bent, afgelopen, maar de kans om toegelaten te worden, zelfs op een onbeduidende universiteit ergens in het achtergebleven zuidoosten van het land, is in die tijd even groot als de kans dat het Iraans elftal wereldkampioen voetbal wordt. En met honderdduizenden dienstplichtigen die via die route de dienstplicht willen omzeilen, is de concurrentie moordend.

    3) Je wordt aangenomen op de lerarenopleiding:

    Tijdens de opleiding van twee jaar krijg je vrijstelling van de dienstplicht en zolang je daarna lesgeeft hoef je ook niet het leger in. Maar je moet wel tegen het streng islamitische regime van de lerarenopleiding bestand zijn. In mijn laatste jaar van de middelbare school deed het verhaal van een aanstaande leraar de ronde die de islamitische regels op de lerarenopleiding zo zat werd dat hij zich vlak voor het afstuderen officieel voor gek liet verklaren (vergelijkbaar met het Nederlandse S5) om van de opleiding af te mogen gaan. Om vervolgens alsnog het leger in te moeten, want je kunt het zo gek niet bedenken, de oorlog weet wel raad met alle soorten kanonnenvlees.

    4) Je vlucht naar het buitenland:

    Afhankelijk van je budget en de route (via land, naar Turkije of Afghanistan/Pakistan, of via de zee, naar Dubai) schat ik mijn slagingskans ergens tussen nul en nihil in, vanwege het feit dat wij als armlastige vluchtelingen niet genoeg geld hebben om een dergelijke onderneming te betalen en de grenzen bovendien heel streng gecontroleerd worden. Als je als dienstplichtige opgepakt wordt, krijg je een ‘vermelding’ in de overheidsadministratie als deserteur (oftewel: einde verdere carrière) en moet je daarbovenop een extra jaar aan de grens met Irak dienen. En de grens met Irak is op dit moment de laatste plek in het universum waar je wil zijn.

    Geen vlucht naar het buitenland dus.

    5 oktober 1985, Ras Burqa, Egypte

    Suleiman Khater, volledige naam: Suleiman Mohammed Abdul-Hamid Khater, werd geboren in 1961 in het plaatsje Ikayyad, in het noorden van Egypte, op zo’n tweeënhalf uur rijden van de hoofdstad Caïro. Hij was het jongste kind van een gezin met drie zoons en twee dochters. Op 4 oktober 1982 begint de dienstplicht van Suleiman en hij wordt op 1 mei 1983 bij de centrale veiligheidstroepen in Zuid-Sinaï gestationeerd, bij Ras Burqa, of zoals het leger het officieel noemt: Point 46. Point 46 bestaat uit twee gebouwen om te slapen en te werken, en één gebouw waarvandaan de omgeving in de gaten gehouden wordt. Suleiman werd, en wordt nog steeds vaak ‘soldaat’ genoemd terwijl er volgens de Camp David-akkoorden van 1979 geen soldaten op die plek mochten zijn (en de Egyptenaren die er wel waren mochten geen automatische wapens dragen zoals Suleiman deed). De term die later gebruikt zal worden om zijn functie aan te geven, is police conscript serving in a special border patrol unit, wat je als ‘dienstplichtige politieagent werkzaam bij de grensbewaking’ kunt vertalen.

    Schoot Suleiman Khater, zoals veel Arabische bronnen melden, op een groep Israëlische spionnen die verkleed als toeristen én met kinderen als ultieme afleidingsmanoeuvre zijn geavanceerde communicatieapparatuur wilden stelen? Waren het eigenlijk wel kinderen? Sommigen van hen waren behoorlijk lang voor hun leeftijd, vond een aantal Egyptische journalisten en schrijvers die later over de schietpartij schreven. Of was Suleiman een geradicaliseerde moslim die een steeds grotere hekel kreeg aan Israëli’s die onbeschaamd in de Sinaï vakantie kwamen vieren nadat hun regering een vernederend akkoord had gesloten met Egypte? Of zou hij door zijn lange verblijf in de Sinaï simpelweg zijn doorgedraaid (bevangen door kwaadaardige woestijndjinns)?

    Rond 16 uur beginnen drie volwassenen, Ilana, Haman en Anita, en negen kinderen aan de beklimming van de zandduin waarop de uitkijkpost van de Egyptische militairen zich bevindt.

    Omstreeks 16.20 begint Suleiman Khater te schieten.

    • Haman Shelach (44) wordt in zijn buik geraakt. Later verklaart de Israëlische minister van Gezondheid Mordechai Gur namens de artsen die de dodelijke slachtoffers hebben onderzocht dat de wond van Haman ernstig was, maar dat hij, als hij (en dat gold ook  voor een aantal andere slachtoffers) snel naar een ziekenhuis was gebracht, de aanslag zou hebben overleefd.

    • Ilana Shelach (43) wordt in het hoofd geraakt en overlijdt direct.

    • Tzlil Shelach (12) wordt in haar ruggengraat getroffen en overlijdt door bloedverlies. Volgens de artsen was ze te redden geweest, maar zou ze verlamd zijn geraakt.

    • Ofri Turel (12) wordt in het hoofd geraakt en overlijdt direct.

    • Dina Barri (10) wordt in haar been geraakt en overlijdt door bloedverlies.

    • Amir Baum (10) wordt in zijn been geraakt en overlijdt door bloedverlies.

    • Ook Anita Griffel (35) overlijdt uiteindelijk door bloedverlies, nadat ze is geraakt in de arm en de heup.

    Dat zijn de doden.

    • Ehud, de broer van Amir, wordt in zijn keel geraakt door rondvliegende scherven. Bloedend, maar verrassend kalm weet hij achter een rots te schuilen en hij roept naar de andere kinderen om hem te volgen. Zo leidt de twaalfjarige Ehud zijn broertje Moshi (vijf jaar, geraakt aan zijn rechter schouder door een afgeketste kogel), Amnon Barri (zeven jaar, ongedeerd) en Na’ama Korn (acht jaar, ongedeerd) naar beneden.

    • Tali Griffel (vijf jaar) overleeft de schietpartij doordat haar moeder Anita zich over haar heen werpt en de kogels opvangt die anders Tali zouden hebben geraakt.

    Net als de verschillende verhalen over wat voorafging aan de schietpartij (zoals de als kind verklede spionnen) zijn er verschillende verhalen over wat er in de eerste uren na de schietpartij is gebeurd.

    In grote lijnen zijn de meeste bronnen het eens over de volgende punten:

    • In de eerste uren na de schietpartij mocht niemand bij de lichamen komen die op de zandduin lagen. Over de reden daarvan verschillen de bronnen (van ‘zorgen dat de plaats delict niet vervuild raakt’ tot ‘Egyptenaren zien graag Joden sterven’) maar het heeft volgens de Israëlische artsen waarschijnlijk geleid tot onnodig bloedverlies en het overlijden van sommige slachtoffers.

    • Ergens tussen 19.30 uur en 20.30 uur geeft Suleiman zich over. Hij wordt vastgehouden in de Fanara-gevangenis, vlak bij de stad Suez.

    • De doden en een aantal gewonden worden eerst naar een ziekenhuis in Nuweiba, Egypte, gebracht (één uur rijden ten zuiden van Ras Burqa), en uit-eindelijk naar het Yoseftal-ziekenhuis in Eilat, Israël (45 minuten rijden ten noorden van Ras Burqa).

    • Bij Ras Burqa kwam op zaterdag 5 oktober 1985 de zon om 05.36 uur op en ging om 17.23 uur onder. De temperatuur schommelde overdag rond de dertig graden Celsius.

    December 1985, Bandar Abbas, Iran

    Nooit heb ik een wonderlijker kerel gekend dan Nasser. Met Nasser, een man van begin dertig en net als ik een vluchteling uit Abadan die als ‘lader’ in de haven werkt, maak ik kennis tijdens een van mijn inspectierondjes als tallyman. We raken met elkaar in gesprek: hij blijkt overal en nergens in Abadan gewoond te hebben, strooit met namen van dealers, pooiers, verzetsstrijders (zowel uit de tijd van de sjah als van na de revolutie), topvoetballers, gokkers, corrupte politiechefs, illegale bierbrouwers en tapijthandelaren etc. die allemaal uit mijn geboortewijk komen en vergeet blijkbaar dat ik een jongetje van dertien was toen ik Abadan verliet en dus geen weet had van wat er in – de onderwereld van – Abadan gebeurde. Ik vertel Nasser dat ik mijn middelbareschooldiploma heb gehaald en over een paar maanden in dienst moet. Volgens Nasser is het ontzettend stom als ik met al mijn ervaring in de haven de mogelijkheid om te ontsnappen niet benut en in plaats daarvan een ongewisse toekomst in het leger tegemoetga.

    Maar wat als ik opgepakt word? vraag ik hem. We gaan het heel slim aanpakken, zegt Nasser.

    Zei hij nou ‘wij’?

    17 december 1985, Bandar Abbas, Iran

    Onder het streng toeziende oog van de Filipijnse bemanning beginnen de Iraanse laders het schip te verlaten, maar dat gaat zoals altijd langzaam en tamelijk chaotisch, met als voordeel dat alle aandacht van de bemanning naar de arbeiders uitgaat, waardoor ik ongestoord via het luik dat Nasser op een kiertje heeft gezet, het ruim in kan gaan. Op klaarlichte dag.

    Naast Nasser zitten Hafez en Jalil, mijn twee andere reisgenoten. Hafez is al één jaar en Jalil al twee jaar op de vlucht voor de dienstplicht, en net als ik hebben zij geen geld voor een smokkelaar. Nog altijd, na 35 jaar, kan ik er met mijn hoofd niet bij dat ik een van de gevaarlijkste dingen in mijn leven heb ondernomen met drie mensen die ik amper kende. Maar misschien is dat iets wat je alleen kunt doen als je jong bent en geen echt besef van de gevaren hebt. Tijdens de research voor dit boek vind ik in de krantenarchieven afschuwelijke berichten over verstekelingen die overboord zijn gegooid in de periode dat ik als verstekeling Iran verliet. Zo werden kapitein Antonis Plytzanopoulos van het schip Garifalia en zijn crew opgepakt en veroordeeld omdat ze elf Afrikanen voor de kust van Somalië in het water hadden gegooid. Die zaak kwam aan het rollen omdat de scheepskok het geheim niet voor zich kon houden en naar de politie stapte.

    Na ongeveer één week varen bereiken we het Suezkanaal, waar tot mijn onbeschrijfelijke ontsteltenis een rossige Egyptenaar met zangerig Perzisch accent me vertelt hoe een aanslag in zijn land tussen mij en mijn vrijheid staat. De volgende dag kijk ik uit de patrijspoort en zie ik Egypte aan me voorbijtrekken.

    Eind december 1985, Egypte/Israël

    Op 28 december 1985 veroordeelt de rechtbank Suleiman Khater tot 25 jaar gevangenis plus dwangarbeid. Twee dagen later wordt hij van de gevangenis in Suez naar een militaire gevangenis in Caïro gebracht.

    Kerst 1985, Limasol, Cyprus

    Jalil, die in de keuken werkt, hoort van de kok dat we onderweg zijn naar Cyprus. Daar herhaalt zich bijna hetzelfde tafereel als bij het Suezkanaal; als de Cypriotische douanebeambten onze hut binnenkomen, vertel ik namens ons allemaal dat we uit Iran gevlucht zijn én dat de kapitein ons terug wil brengen naar Iran zodra hij zijn vracht heeft opgehaald in Europa (we weten nog steeds niet in welk land, maar volgens de kok wordt het zeker een Europese haven).

    Ik weet niet meer welke reden ze daarvoor hebben gegeven, of ze überhaupt een reden hebben gegeven, maar na drie dagen voor anker gelegen te hebben voor de haven van Limasol vertellen de Cyprioten dat we – ‘so sorry, sad situation unfortunately’ – niet welkom zijn in hun land. Hoe kunnen deze mensen, die gedurende drie dagen onze verhalen hebben gehoord, ons in de steek laten?

    In 2019 publiceert onderzoeksjournalist Linda Polman een boek over tachtig jaar Europees vluchtelingenbeleid met de veelzeggende titel Niemand wil ze hebben.

    7 januari 1986, Egypte

    De Egyptische staatsradio maakt bekend dat een bewaker van de ochtendploeg in de militaire gevangenis in Nasr City bij Caïro het lichaam van Suleiman Khater in zijn cel heeft gevonden, met een laken opgehangen aan de raamtralies.

    Half januari 1986, Rotterdam

    Op zaterdag 11 januari 1986, vier dagen na het over-lijden van Suleiman, meert ons schip aan bij de Wilhelminakade in Rotterdam-Zuid. Er wordt op de deur van onze hut geklopt, en nadat de barricadebalk verwijderd en de deur van het slot is gehaald, lopen twee geüniformeerde douanebeambten onze hut binnen. Hun hoofden raken bijna het plafond, waarmee voor mij het bewijs is geleverd: inderdaad, we zijn nu echt in Holland. De blonde reuzen vertellen dat ze al door de kapitein op de hoogte gebracht zijn van onze situatie, maar willen voor de zekerheid van onszelf weten wat ons verhaal is. ‘En graag kort en bondig.’

    Ten einde raad smeek ik om in Nederland te mogen blijven

    Ten einde raad smeek ik om in Nederland te mogen blijven want gedwongen terugkeer naar Iran, zoals de kapitein dat wil, zou een ramp voor ons zijn. Als we na een dag nog niets van de Hollanders hebben gehoord, vrezen we hetzelfde scenario als in Egypte en Cyprus. Maar gelukkig hebben we een ongelooflijke meevaller: ondanks het feit dat de patrijspoort in onze hut vrij klein is, waardoor we de omgeving niet goed kunnen verkennen, zien we dat er midden in het hekwerk op de kade (dat minstens drie meter hoog en dus niet te beklimmen is) een lichtmast staat. We bedenken een plan om de muurplanken van onze hut los te schroeven en via de aangrenzende hut, die leegstaat, te ontsnappen en één verdieping hoger naar het dek te gaan, de loopplank af te lopen, een meter of vijftig naar de lichtmast te rennen, de lichtmast op te klimmen zoals je een ladder op klimt, en aan de andere kant weer naar beneden te klimmen. Wie plaatst er in godsnaam een lichtmast in het hekwerk?

    April 2019, Jeruzalem, Israël

    Op het moment dat ik haar opzoek, is Tali 38 jaar oud, lichaamstherapeut van beroep met een eigen praktijk, moeder van vier kinderen en getrouwd met de Amerikaan Mitch, die als vertaler werkt. ‘Een paar weken na de aanslag ben ik met mijn Amerikaanse vader naar de VS gegaan. Het eerste jaar verkeerde ik in een shocktoestand, was echt bang voor alles, maar het scheelde enorm dat ik in Amerika was, want daar was ik veilig. Na een paar sessies met de kinderpsychiater kreeg ik te horen dat alles goed was. ‘In de VS gedroeg ik me als een all American girl: ik deed erg mijn best op school, sportte fanatiek en had veel vrienden. Een overachiever, zoals wij Amerikanen dat noemen. Maar ik vertelde niemand over wat mij als kind was overkomen, de trauma’s die ik daaraan had overgehouden: zo was ik en ben ik nog altijd bang voor vuur. Zelfs het aansteken van de kandelaars voor de viering van sjabbat vind ik angstaanjagend. In de eerste jaren na de aanslag raakte ik behoorlijk van slag als ik harde knallen hoorde, vooral als die klinken als geweerschoten.’

    Ik vertel Tali dat ik van plan ben om ook de familie van Suleiman Khater op te zoeken om te kijken wat de impact van die aanslag én zijn zelfmoord op hun leven is geweest. Zal ik je op de hoogte houden van die kant van het verhaal, vraag ik haar. ‘Nee hoor, ik hoef dat allemaal niet te weten. Die man heeft mijn moeder van mij afgenomen, de vrouw die de kogels heeft opgevangen die anders mij zouden hebben geraakt. Ik zie wel eens oma’s met hun kleinkinderen in het park en denk dan: als mijn moeder nog had geleefd, had zij dat ook kunnen meemaken. Ik hoef echt niet te weten hoe het met de familie van die man gaat.’

    November 2019, Caïro – Ismaïlia, Egypte

    Terwijl ik duizend doden sterf omdat mijn Egyptische fixer die achter het stuur zit twee telefoons in zijn handen houdt waarmee hij om de haverklap belt of waarop hij gebeld wordt, berichtjes ontvangt én verstuurt, en wonderbaarlijk genoeg in staat blijkt tegelijkertijd te roken, ben ik onderweg van Caïro naar Ismaïlia, de dichtstbijzijnde stad bij het geboortedorp van de schutter Suleiman Khater die over hotels beschikt. ‘Ik hoorde op de radio dat iemand uit onze provincie zeven Israëli’s had gedood. Pas de daaropvolgende dag hoorde ik dat Suleiman de schutter was geweest, toen er iemand langskwam die zich voorstelde als collega van Suleiman en ons vertelde dat Suleiman zeven Israëli’s had gedood. Met mijn moeder en zus zijn we direct met de auto naar Nuweiba gegaan,’ vertelt Abd Almoneim, de broer van Suleiman. Suleiman verzekert zijn familie dat ze zich geen zorgen hoeven te maken. Hij heeft alleen maar gedaan wat een goede militair zou doen. Drie maanden later hoort Abd Almoneim, wederom op de radio, dat zijn broer zelfmoord heeft gepleegd. ‘We hebben om een tweede autopsie gevraagd, maar de regering weigerde. Er werd gezegd dat kolonel Khadafi, de toenmalige  leider van Libië, artsen wilde sturen om het lichaam van Suleiman te onderzoeken, maar daar gaf Mubarak geen toestemming voor. Wat ik het ergste vind, is dat we nog altijd geen doodsakte hebben. Er is niemand van de regering geweest die officieel heeft verteld hoe Suleiman is overleden. Mijn broer leeft officieel nog.’

    Bahram Sadeghi

    Bahram Sadeghi (1967, Iran) schrijft voor landelijke dag-bladen, is programmamaker en een veelgevraagd presentator. In het jaar dat covid-19 zijn mooi opgebouwde freelance-bestaan deed instorten, schreef hij een boek dat in november verschijnt bij uitgeverij Atlas Contact.

  • ‘De ’Ndrangheta zit overal’. De wereldwijde invloed van een maffiamultinational

    ‘De ’Ndrangheta zit overal’. De wereldwijde invloed van een maffiamultinational

    Het Italiaanse dagblad Il Sole 24 Ore onderzocht hoe de ’Ndrangheta haar tentakels over de hele wereld heeft uitgestrekt. Zo is Rotterdam een een belangrijke aanvoerlijn voor de cocaïnehandel in Europa.

    Dit artikel verscheen eerder in #176

    Woensdag verscheen het eerste artikel van dit tweeluik over de ’Ndrangheta. Op 13 januari begon het grootste maffiaproces van de afgelopen dertig jaar tegen deze Calabrese ‘familie’.

    Sanne de Boer, auteur van het onlangs verschenen Mafiopoli, over het proces:

    Op 13 januari begon in een speciaal gebouwde bunker het grootste maffiaproces van de afgelopen dertig jaar tegen de ‘Ndrangheta, tegen maar liefst 355 verdachten. Het proces kreeg de naam Rinascita, ‘Wedergeboorte’, als een gebaar naar de bewoners van de prachtige regio Calabrië, die gebukt gaat onder de verstikkende invloed van de clans.

    Het gigantische strafproces is op een andere manier hoopgevend dan het succesvolle maxiproces tegen de Siciliaanse maffia van eind jaren tachtig, omdat in Rinascita niet de top van de Calabrese Ndrangheta terechtstaat, zoals tien jaar geleden in het proces Crimine, maar het uitgebreide netwerk van een aantal machtige clans, waarvan de Mancuso-clan uit Vibo Valentia de belangrijkste is. Opvallend aan het aangeklaagde netwerk is het grote aantal witte boorden (ondernemers, lokale, regionale en nationale politici en bestuurders, en zelfs politiecommandanten) en de nationale en internationale reikwijdte.

    Zo vonden de arrestaties eind 2019 niet alleen plaats in elf verschillende Italiaanse regio’s, maar ook in Duitsland, Zwitserland en Bulgarije. Het is illustratief voor de ‘Ndrangheta-succesformule: infiltratie in alle lagen van de Italiaanse maatschappij, en een steeds steviger voet aan de grond in het buitenland.

    Als het megaproces slaagt, kan dat hoopgevend zijn voor Calabrië – maar let wel: alleen als het bewustzijn over de invloed van de Ndrangheta ook in de rest van Europa groeit.

    Sanne de Boer woont als Nederlandse journaliste sinds eind 2006 deels in Calabrië en is auteur van het onlangs verschenen boek Mafiopoli: Een zoektocht naar de ’Ndrangheta, de machtigste maffia van Italië (zie ook onder aan dit artikel).

    Rijker dan Deutsche Bank, met een hogere omzet dan McDonald’s: over de ’Ndrangheta doen veel duistere verhalen de ronde, maar het meest genoemd worden de fabuleuze inkomsten van de organisatie.

    In de praktijk is het schatten van de winst van een criminele organisatie een onderneming vol valkuilen en onzekerheden: moeten alleen de vruchten van clandestiene operaties worden meegerekend, of ook die van de legale activiteiten die, helaas, plaatsvinden onder toezicht van de maffiaclan? De nationale maffia-aanklager Federico Cafiero de Raho heeft verklaard dat in de Italiaanse maffiabusiness jaarlijks in totaal 420 miljard euro omgaat, waarvan 220 miljard in de illegale economie. Er wordt voor ongeveer 97 miljard aan belasting ontdoken, en de drugshandel alleen is al goed voor een omzet van 60 miljard.

    ’Ndrangheta

    De oorsprong van het woord is aan discussie onderhevig. Het zou kunnen zijn afgeleid van het Griekse andragatos, dat met ‘moedige man’ of ‘verdienstelijk man’ kan worden vertaald.

    Deze maffiaorganisatie, zoals de Siciliaanse Cosa Nostra en de Napolitaanse Camorra, ontwikkelde zich in de tweede helft van de negentiende eeuw en trok daarbij profijt uit de nieuwe machtsdynamiek die was ontstaan door de Italiaanse eenheid (1861). Het staat niet vast op welk moment de ’Ndrangheta ontstond, maar de maffiaclan uit Calabrië heeft zijn eigen ontstaansmythe. Hij voedt de ‘legende’ dat zijn wortels teruggaan tot de vijftiende eeuw. In die tijd ontvluchtten drie Spaanse edellieden, Osso, Mastrosso en Carcagnosso het Iberisch schiereiland nadat hun zuster was verkracht, en zij emigreerden naar het zuiden van Italië. Het drietal ging vervolgens uiteen en stichtte, ieder voor zich, de Siciliaanse maffia, de Camorra in Napels en de ’Ndrangheta in Calabrië.

    ’Ndrina en locale

    De maffia uit Calabrië organiseert zich in zogeheten ’ndrine in verschillende gebieden.

    Een ’ndrina is dus een soort lokale afdeling van de ’Ndrangheta, die beschikt over een grote mate van zelfstandigheid in het regelen van zijn zaken. Elke ’ndrina is gewoonlijk verbonden met een maffiafamilie, die haar naam aan de afdeling geeft.

    Een locale is een een onderdeel van de ’Ndrangheta waarin verschillende ’ndrine zijn verenigd die in eenzelfde wijk, eenzelfde stad of eenzelfde gebied opereren.

    Alleen al in de provincie Reggio di Calabria onderscheidt men 72 locali. Er zijn er meer dan 100 in heel Italië (waarvan 30 alleen al in Lombardije, de regio rond Milaan). Er zijn buiten de Italiaanse landsgrenzen ook talloze locali werkzaam. In Duitsland bijvoorbeeld zijn er enkele tientallen.

    Terwijl de Cosa Nostra heeft geboet voor haar in de jaren negentig door een te hiërarchisch gestructureerde cupola gelanceerde uitdaging aan de staat, en de Camorra te kampen heeft met anarchistische invloeden, heeft de ’Ndrangheta aangetoond in de pas te lopen met de tijd. Ze heeft zich voorzien van een schimmige en tegelijkertijd onbetwistbare top, die zich ertoe beperkt de fundamenten te leggen voor een ‘criminele grondwet’, zonder zich te bemoeien met de zaken van de afzonderlijke clans: de raad van bestuur van McDonald’s houdt zich immers ook niet bezig met het functioneren van een restaurant aan een of andere afgelegen snelweg, maar eist een zekere winst van elk knooppunt in zijn netwerk, en kan – in het geval van improductiviteit of een overtreding van de centrale regels – mechanismen activeren die leiden tot onmiddellijke sluiting. Ten slotte is de – uit een volk van emigranten voortgekomen – ’Ndrangheta een organisatie van internationale omvang, en misschien maakt juist die wereldwijde uitstraling het fenomeen nog gevaarlijker.

    Europa

    Midden-Europa, en met name Duitsland, zijn niet langer alleen een investeringsgebied waar men met zijn illegale handel terecht kan. Steden zoals Wiesbaden en Duisburg zijn inmiddels heuse operationele bases, waar clans hun business opzetten, waarbij ze gebruikmaken van tweetalige en biculturele personen die in staat zijn zich onder de Duitsers te mengen en betrekkingen met het moederbedrijf in Calabrië te onderhouden.

    In fictie

    De films die over de maffia van Siciliaanse oorsprong gaan, zijn niet meer te tellen en in de film, het boek en de tv-serie Gomorra komt de Napolitaanse Camorra uitgebreid aan bod. Weinig filmmakers hebben echter de maffia uit Calabrië tot onderwerp genomen. Maar de faam van die organisatie als discrete multinational kan voor inspiratie zorgen. Zo is de nieuwe televisieserie ZeroZeroZero van Canal+ gebaseerd op een gedocumenteerde roman van Roberto Saviano over de wereldwijde smokkelroutes voor cocaïne vanuit Calabrië, waar een leider van de ’Ndrangheta een leverantie van 5000 kilo van het witte poeder naar Mexico voorbereidt met Amerikaanse tussenpersonen.

    1583735326 BTVPKPAGHLSTWELI65O2JMJSIQ 1 1
    Still uit de Italiaanse televisieserie ZeroZeroZero.

    De wijdverbreidheid van de multinational die de ’Ndrangheta is, heeft kwetsbare democratieën in Oost-Europese landen geschaad – zoals in Slowakije, waar ’Ndrangheta-clans hun ervaring inzake fraude deelden met corrupte politici, met alle gevolgen van dien voor de fondsen van de EU. Ook worden er cellen geïnstalleerd in Nederland en België, de ingedommelde centra van de Europese drugshandel. En langs de Spaanse kust maken langdurige overeenkomsten met drugskartels het de ’Ndrangheta mogelijk te zorgen voor een continue stroom aan cocaïneleveringen.

    Latijns-Amerika

    Elke zichzelf respecterende multinational heeft zijn eigen landmanagers, mensen die al jaren in een vreemd land wonen, vooral als dat een land is dat grondstoffen en commodity’s levert. De ’Ndrangheta beschikt al lang over mensen die in contact staan met Latijns-Amerikaanse drugskartels, mensen zoals Rocco Morabito, beter bekend als ‘Il Tamunga’, voortvluchtig sinds 1995, gevangen genomen in 2017 en in juni 2019 opnieuw ontsnapt uit een gevangenis in Montevideo. Il Tamunga wordt beschouwd als een van de machtigste cocaïnemakelaars ter wereld: hij heeft tientallen jaren gependeld tussen Uruguay en Brazilië en heeft partijen cocaïne met een waarde van honderden miljoenen euro’s verscheept, allemaal naar verschillende Europese havens.

    Maar Morabito staat niet alleen: onder de Calabrese drugshandelaren die vruchtbare en duurzame relaties met kartels kunnen aangaan, bevinden zich ook Vincenzo Roccisano en zijn neef Giulio Schirripa, die als een van de eersten in het begin van de jaren 2000 een rechtstreeks kanaal met het gevreesde Golfkartel in Mexico opende. Naast deze drie figuren bevinden ook een heleboel andere leden van de ’Ndrangheta zich al generaties lang op het immense Latijns-Amerikaanse continent.

    Noord-Amerika

    In de American dream van de ’Ndrangheta spelen de Verenigde Staten wel een rol, maar het echte land van onbegrensde mogelijkheden is Canada: volgens onderzoeken uit de vroege jaren tien beschikt Toronto over ten minste negen ’Ndrangheta-cellen. Vanuit Toronto en zijn satellietsteden spannen families als de Musitano’s, de Luppino’s en vooral de Commisso’s zich in om Montreal te veroveren, de belangrijkste haven van Canada, die ze al jaren proberen te ontfutselen aan de Cosa Nostra.

    Sinds het begin van deze eeuw heeft die strijd in rustige buitenwijken in Ontario en Quebec tot een aanzienlijke reeks liquidaties geleid.

    Maar de Canadese ’Ndrangheta-clans verwaarlozen hun oude bazen niet, net zomin als de controle over transportvakbonden, het gokken en – natuurlijk – de drugshandel: in het kader van een lang onderzoek naar de wereld van het wegtransport en de handel in verdovende middelen werd eind juni 2019 zelfs nog de oude boss Cosimo Commisso gearresteerd.

    Azië

    Een mysterieus en cultureel vijandig continent, maar de bazen van de Calabrese clans zijn erin geslaagd om zelfs te profiteren van het economisch meest dynamische gebied ter wereld: onderzoek door de Milanese maffiabestrijding heeft aangetoond dat bazen die actief zijn in het Milanese achterland verschillende financieringsmaatschappijen in cruciale financiële knooppunten als Dubai en Hongkong hebben gebruikt om illegaal kapitaal wit te wassen en terug te brengen naar Europa, klaar voor de volgende investering.

    Afrika

    Een nuttige logistieke basis voor drugshandel als de Europese en Latijns-Amerikaanse havens te veel de aandacht trekken van de Europese politiemachten. De hiervoor genoemde Rocco Morabito, die voor sommige transporten Ivoorkust gebruikte, weet daar alles van. Maar dat geldt ook voor mensen als de 74-jarige Angelo Filippini, die zich meer dan twintig jaar verborgen hield in Temara, een stad aan de Marokkaanse kust op een paar kilometer van Rabat, waarvandaan hij partijen hasj verhandelde.

    Australië

    De ’Ndrangheta is al sinds minstens drie generaties in Australië aanwezig en kan er bogen op oude politieke banden. Onderzoeken van eind jaren tachtig hebben aangetoond dat de opbrengsten van ontvoeringen door clans uit Platì opnieuw zijn geïnvesteerd in de aankoop van grond in Griffith in New South Wales, een van de vruchtbaarste gebieden van Australië. Van daaruit heeft de ’Ndragheta belangrijke betrekkingen aangeknoopt met vooraanstaande figuren als Al Grassby, minister van Immigratie van de Labour Party, die in de jaren tachtig tot ereburger van Platì werd benoemd.

    Cruciale financiële knooppunten als Dubai en Hongkong worden gebruikt om illegaal kapitaal wit te wassen

    In 2007 werd Pasquale ‘Pat’ Musitano gearresteerd in verband met de grootste lading xtc aller tijden, vier ton, afkomstig uit Italië, in beslag genomen in de haven van Melbourne. In 2018 is rijzende ster van de Liberal Party Matthew Guy te gast bij een fondsenwervingsdiner dat is georganiseerd door Tony Madafferi, een later aangeklaagde ondernemer in de voedingsmiddelensector. Het evenement vindt plaats in een exclusief restaurant dat kreeft serveert, en het voorval zal de geschiedenis ingaan als ‘Lobster with the mobster’.

    Recent Italiaans onderzoek heeft aangetoond dat de ‘Ndrangheta een alomtegenwoordig fenomeen is. Ogenschijnlijk gezonde omgevingen worden geïnfiltreerd, er wordt geknoeid met aanbestedingen, de politiek wordt voortdurend vervuild.

    Op dit moment is het niet zozeer van belang om de omzet van de ’Ndrangheta vast te stellen, als wel om te erkennen wat de organisatie in feite is: een virus dat zichzelf kan aanpassen aan de omstandigheden van het moment. En dat kortsluiting dreigt te veroorzaken in de mechanismen van open economieën.

    De heerschappij van de Siciliaanse maffia is voorbij

    ‘Ik herinner het me als de dag van gisteren: 23 mei 1992, de dag waarop het leven van de Sicilianen voorgoed veranderde. Ik herinner me de tranen van mijn moeder bij de aanblik van een verwoesting die leek op een aardbeving.’

    Met deze woorden, die de moord op rechter Giovanni Falcone beschrijven – samen met zijn echtgenote en drie leden van zijn staf gedood door een lading van drie kilo explosieven waarmee zijn auto werd opgeblazen – begint de correspondent van de Britse krant The Guardian zijn reportage over de Siciliaanse maffia.
    Het verhaal van een neergang. De journalist, die is opgegroeid in een tijd waarin kinderen op straat voetbalden ‘onder het toezicht van soldaten met machinegeweren’, vertelt over het verval van de organisatie van Totò Riina. Sinds de moord op Falcone arresteerde de Italiaanse politie meer dan 4000 maffiosi, en het gevangenisregime van eenzame opsluiting van gedetineerde maffialeden heeft een klein legertje van ‘spijtoptanten’ op de been gebracht.
    Beroofd van zijn charismatische leider is de Siciliaanse organisatie, die in de jaren zeventig 30 procent van de heroïne voor de Amerikaanse markt produceerde, ook de controle kwijtgeraakt over de drugssmokkel, die is overgegaan in handen van de smokkelaars uit Calabrië. Bijna dertig jaar na de gebeurtenissen van 1992 ‘is Palermo uit de as herrezen’, constateert The Guardian.

    omslag voorkant klein 1
    ‘Indringend portret van de grootste criminele multinational ter wereld’ – de Volkskrant.

  • Gepaste trots

    Zo’n dertig jaar geleden doken voor het eerst berichten op over klimaatverandering door opwarming van de aarde en een daarmee gepaard gaande stijging van het zeeniveau. Het waren kleine berichtjes, snippertjes, buitenissigheidjes, bijvangst in de wandelgangen van wetenschappelijke congressen – nieuwtjes die soms wel, maar doorgaans niet de krant haalden.

    In betrekkelijk korte tijd is er op dat punt wel iets veranderd – in elk geval in de nieuwsvoorziening met betrekking tot ‘het klimaatvraagstuk’. Voor Nederland is dat probleem, en dan vooral de stijging van het zeeniveau, tamelijk urgent omdat we met 17 miljoen mensen op een heel klein stukje grond verblijven, waarvan een groot deel al sinds mensenheugenis onder de zeespiegel ligt. En als die zeespiegel stijgt, hebben we collectief kieuwen nodig om te overleven.

    Daar wordt vast ook al aan gewerkt.

    Feit is dat Nederland voorloopt in geavanceerde technieken om dit onheil te voorkomen en deze expertise internationaal vermarkt – want zo zijn we ook wel weer. Dat vervult ons met gepaste trots en verbindt – om dat inmiddels versleten woord toch maar weer eens te gebruiken – als de elftallen het laten afweten.

    De filosofie dat je mét water moet leven in plaats van het te willen verslaan, is vrij uniek in de wereld

    In het buitenland wordt met belangstelling gekeken hoe we dit waterland in bedwang weten te houden. En terecht, want de filosofie dat je mét water moet leven in plaats van het te willen verslaan, is vrij uniek in de wereld. Aanpassen aan het klimaat, zeker als het vakkundig wordt gedaan, levert uiteindelijk een betere bescherming op.

    The New York Times stuurde een van zijn sterverslaggevers, Michael Kimmelman, van huis uit zowel architectuurcriticus als concertpianist, naar de Rotterdam om te onderzoeken hoe die Nederlanders het klimaatprobleem met dat wassende zeewater aanpakken. Kimmelman, die eerder dit jaar met dezelfde vraag China (‘Rising Waters Threaten China’s Rising Cities) en Mexico (‘Mexico City, Parched and Sinking, Faces 
a Water Crisis) bezocht, werd laaiend enthousiast over wat hij in de Maasstad hoorde en vooral zag. Zijn conclusie: ‘The Dutch Have Solutions to Rising Seas’.

    Vooral over de Maeslantkering in de Nieuwe Waterweg raakte de Amerikaan buiten adem van bewondering: ‘… een verbluffend staaltje ingenieurswerk … een constructie van een onvergetelijke schoonheid … een van de minder bekende wonderen van het moderne Europa…’ Allang geen snippertje meer dus, en ook al is het ongebruikelijk dat 360 opent met een artikel over Nederland, deze pluimen wilden we u niet onthouden.

    Auteur: Katrien Gottlieb
    gottlieb@360international.nl

    Beeld: Het Dakpark in Rotterdam. – © Hollandse Hoogte

  • Klimaatgidsland

    Klimaatgidsland

    Het gebeurt zelden of nooit dat we 360 openen met een stuk over Nederland, maar dit artikel wilden we u niet onthouden. Een verslaggever van The New York Times maakte in Rotterdam een jubelende reportage over het Nederlandse klimaatbeleid. ‘Vanuit Nederlands perspectief is de klimaatverandering geen hypothese of een rem op de economie, maar een kans.’

    De wind zorgt voor schuimkoppen op de rivier en laat de parasols op het terras klepperen. Roeiers roeien zwoegend naar de finish en toeschouwers staan langs het water. Henk Ovink, een tanige man met een kaal hoofd en scherpe gezichtstrekken, kijkt toe vanaf een VIP-steiger. Met één oog houdt hij de boten in de gaten en met het andere zoals gewoonlijk zijn telefoon.

    Ovink is de eerste internationale gezant voor de vermarkting van de Nederlandse expertise op het gebied van het stijgende water en de klimaatsverandering. Net zoals met kaas in Frankrijk of auto’s in Duitsland valt in Nederland aan de klimaatverandering geld te verdienen. Maand in, maand uit komen delegaties uit Jakarta, Ho Chi Minhstad, New York en New Orleans een kijkje nemen in de haven van Rotterdam. Vaak huren ze daarna Nederlandse bedrijven in, die de top vormen van de wereldmarkt in geavanceerde techniek en watermanagement.

    Nationale identiteit

    Sinds de eerste mensen die zich hier vestigden water begonnen weg te pompen om land voor hun boerderijen en huizen te creëren, is water in Nederland een realiteit geweest waar alles in het bestaan om draaide, een zaak van overleven en nationale identiteit. Geen plek heeft aan grotere gevaren blootgesteld gestaan dan dit waterland aan de rand van het vasteland van Europa. Het land ligt grotendeels onder de zeespiegel en zakt ook langzaam weg. En nu krijgt de aarde dankzij het broeikaseffect in de toekomst te maken met een hogere zeespiegel en heftigere stormen.

    Vanuit Nederlands perspectief is de klimaatverandering geen hypothese of een rem op de economie, maar een kans. Terwijl de Amerikaanse regering onder Trump zich terugtrekt uit het akkoord van Parijs, banen de Nederlanders zich verwoed een weg naar voren.

    Het komt erop neer dat ze het water willen toelaten, niet dat ze Moeder Natuur willen onderwerpen: dus om mét water te leven in plaats van het uit alle macht proberen te verslaan. De Nederlanders richten meren, garages, parken en pleinen niet alleen in voor de gemakken van het dagelijks leven, maar ook om als reusachtig reservoir te dienen als de zee en de rivieren overstromen. Je kunt natuurlijk net doen alsof de stijgende zeespiegel een grap is afkomstig van wetenschappers en de goedgelovige media. Of je kunt gigantische dijken gaan bouwen. Maar uiteindelijk bieden geen van beide voldoende bescherming, is de redenering van de Nederlanders.

    En wat geldt voor het managen van de klimaatverandering geldt ook voor de sociale structuur. De veerkracht van het milieu en van een sociale gemeenschap zouden hand in hand moeten gaan, is de mening van de overheid hier: verbeter wijken, spreid het risico en bedwing het water tijdens een ramp. Aanpassen aan het klimaat, als het tenminste rechtstreeks en vakkundig wordt aangepakt, zou een sterker en rijker land opleveren.

    ‘Je kan zeggen dat we onze expertise vermarkten, maar per jaar komen er duizenden mensen om vanwege het stijgende water en de wereldgemeenschap faalt collectief bij de aanpak van de crisis, wat zowel geld als levens kost’

    Dat is de boodschap die de Nederlanders uitdragen. Nederlandse consultants die de overheid van Bangladesh hebben geadviseerd over noodopvang en evacuatieroutes, hebben ertoe bijgedragen dat tijdens recente overstromingen het aantal doden enkele honderden bedroeg waar het er voorheen duizenden waren, zo vertelt Ovink ons.

    ‘Dat is precies wat we proberen te doen,’ zegt hij. ‘Je kan zeggen dat we onze expertise vermarkten, maar per jaar komen er duizenden mensen om vanwege het stijgende water en de wereldgemeenschap faalt collectief bij de aanpak van de crisis, wat zowel geld als levens kost.’ Hij somt de laatste feiten op: 2016 was het warmste jaar dat ooit was gemeten, de gemiddelde zeespiegel steeg tot recordhoogte.

    Trots laat hij de nieuwe roeibaan net buiten Rotterdam zien, waar vorig jaar zomer de wereldkampioenschappen roeien werden gehouden. De baan maakt deel uit van een gebied dat de Eendragtspolder heet, een negen hectare grote lappendeken van herwonnen land en sloten – een uitstekend voorbeeld van een plek die zowel voor recreatieve doeleinden is aangelegd als, in geval van nood, voor retentiedoeleinden. Het is bijna het laagst gelegen punt in Nederland, zo’n zeven meter beneden de zeespiegel. Met de fietspaden en alle gelegenheid voor watersport is de Eendragtspolder een populair toevluchtsoord geworden. Nu dient het ook als retentiebekken voor het stroomgebied van de Rotte als de naburige Rijn overstroomt, wat vanwege de klimaatverandering naar verwachting eens in de tien jaar zal gebeuren.

    Ontspannen aan het water bij de Wilhelminapier en de Erasmusbrug. – © Rotterdam Partners
    Ontspannen aan het water bij de Wilhelminapier en de Erasmusbrug. – © Rotterdam Partners

    Het project is een van de vele uit ‘Ruimte voor de rivier’, een nationaal programma waar al jaren geleden aan is begonnen en dat de eeuwenoude strategie waarbij land werd gewonnen van rivieren en meren door dammen en dijken te bouwen overboord gooide. Nederland ligt eigenlijk in de goot van Europa, laagland dat aan één kant aan de Noordzee grenst en waar grote rivieren als de Rijn en de Maas uit Duitsland en Frankrijk het land binnenstromen. De strategie van de Nederlanders is veranderd na de gedwongen evacuatie van honderdduizenden mensen tijdens de overstromingen in de jaren negentig van de vorige eeuw. Die overstromingen ‘hebben ons doen inzien dat we beter wat van de ruimte die we hadden gewonnen konden teruggeven aan de rivieren’, zoals Harold van Waveren, een belangrijke adviseur van de overheid, uitlegt.

    ‘We kunnen niet maar gewoon steeds de dijken blijven verhogen, want dan wonen we uiteindelijk achter tien meter hoge muren,’ zegt hij. ‘We moeten de rivieren meer ruimte geven om te stromen. De verdediging tegen de klimaatverandering is zo sterk als de zwakste schakel in de keten, en in ons geval bestaat die keten niet alleen uit grote sluizen en dammen bij de zee, maar uit een totale filosofie van ruimtelijke ordening, crisismanagement, onderwijs, apps en openbare ruimtes.’

    Van Waveren vertelt over een gps-gestuurde app waarop inwoners altijd precies kunnen zien hoe diep ze onder de zeespiegel zitten. Om vrij te kunnen zwemmen in een openbaar zwembad moeten Nederlandse kinderen eerst een diploma halen waarvoor ze met hun kleren en schoenen aan moeten kunnen zwemmen. ‘Dat behoort tot onze cultuur, net als fietsen,’ vertelt Rem Koolhaas, de Nederlandse architect.

    Geen paradijs

    In Nederland zorgen wetenschappelijke artikelen over de smeltende Noordpoolkap voor grote koppen in de krant. Lang voordat klimaatontkenners actie begonnen te voeren tegen de wetenschap in de VS, bereidden Nederlandse ingenieurs zich al voor op de apocalyptische eens-in-de-duizend-jaarstormen. ‘Voor ons staat klimaatverandering boven de politieke ideologie,’ vertelt Ahmed Aboutaleb, de burgemeester van Rotterdam. Op een ochtend heeft hij me meegenomen naar een nieuw oeverproject in een voormalig arme industriebuurt, om te laten zien hoe stadsvernieuwing aansluit bij strategieën om de effecten van klimaatverandering te verzachten.

    ‘Als er een schietpartij is geweest in een café, krijg ik talloze vragen,’ zegt Aboutaleb. ‘Maar als ik zeg dat iedereen een boot zou moeten hebben omdat we voorspellen dat er een enorme toename zal zijn in zware regenbuien, krijgt de politiek geen vragen. Rotterdam ligt in het kwetsbaarste deel van Nederland, zowel economisch als geografisch. Als het water komt, uit de rivier of uit zee, kunnen we misschien vijftien op de honderd mensen evacueren. Dus evacuatie is geen optie. We kunnen hoge gebouwen in vluchten. Een andere keuze hebben we niet. We moeten leren leven met water.’

    Aboutaleb is een in Marokko geboren moslim en een rijzende ster in de Nederlandse politiek, een man die godsdienstextremisten en reactionaire nationalisten gelijkelijk de mantel uitveegt. Hij bestuurt een traditioneel lastige arbeidersstad. Het huidige Rotterdam is absoluut geen paradijs.

    Er is een grote kloof tussen arm en rijk en er is veel onenigheid over immigratie. Maar de afgelopen tijd is er wel een verbetering in gang gezet: de stad is groener en diverser geworden. Als ik hem vraag naar de gevaren van de klimaatverandering, heeft de burgemeester het over het creëren van een minder verdeelde, aantrekkelijkere, gezondere stad – beter in staat om de spanning aan te kunnen die de klimaatverandering voor de maatschappij met zich mee zal brengen.

    ‘Een kwestie van logisch nadenken,’ zegt Aboutaleb. De Eendragtspolder is volgens hem een voorbeeld waar de investeringen van Rotterdam worden terugbetaald met groene ruimtes en een roeibaan, die nog wat extra gewicht in de schaal legt bij de kandidaatstelling van Nederland als organiserend land van de Olympische Spelen in 2028.

    Het Benthemplein in Rotterdam-Noord: het eerste grootschalige waterplein ter wereld, waar regenwater uit de omgeving kan worden opgevangen. – © David Rozing
    Het Benthemplein in Rotterdam-Noord: het eerste grootschalige waterplein ter wereld, waar regenwater uit de omgeving kan worden opgevangen. – © David Rozing

    Zwaar getroffen door de Duitse bombardementen in de Tweede Wereldoorlog is Rotterdam niet zo pittoresk en toeristisch als Amsterdam, maar bedrijvig en nuchter, een verrassend stijlvol succes onder Europa’s culturele centra, met een erfgoed aan hypermoderne architectuur die jonge ontwerpers en ondernemers aantrekt. Door de Rotterdamse vrijheidstraditie werd het een magneet voor mensen van buitenaf en kon het herstellen van de moeilijke jaren tijdens de jaren zeventig, tachtig en negentig, toen de misdaad er hoogtij vierde, de stad vervuilde en de rijken wegvluchten.

    In de afgelopen tijd heeft de stad die eraan gewend is om opnieuw te beginnen een nieuwe start gemaakt als stad van ondernemingszin en inventiviteit op het gebied van het milieu. De stad heeft als eerste parkeergarages gebouwd die noodreservoirs kunnen worden, waardoor de riolen alles toch nog kunnen verwerken als de stormen die één keer in de vijf of tien jaar worden verwacht zich gaan voordoen. Ook heeft Rotterdam pleinen met fonteinen aangelegd, parken en basketbalveldjes in achterstandswijken die kunnen dienen als retentiemeertjes. In de havens en op stukken oever waar voorheen industrie gevestigd was komen nu nieuwe ondernemingen, scholen, woningen en parken.

    Die plekken worden bij de standaardrondleiding van buitenlandse delegaties allemaal aangedaan: stedelijke proof-of-conceptinterventies, of beter gezegd totaaloplossingen, waarmee klimaatbedreigingen worden aangepakt op een manier die in toenemende mate de economie en de maatschappelijke behoeften dient.

    ‘Een op innovaties gerichte stad, een zogenaamde smart city, moet een holistische visie hebben die verder reikt dan dijken en sluizen,’ stelt Arnoud Molenaar, de klimaatbaas van de stad. ‘De uitdaging bij het aanpassen aan het klimaat is om daar veiligheid, riolering, woningen, wegen, rampen en hulpdiensten bij te betrekken. Je kunt niet zonder de aandacht van het publiek. Ook heb je een veilig internet nodig, want dat is de volgende uitdaging bij klimaatveiligheid. De systemen die zeesluizen, bruggen en riolen bedienen moeten niet kwetsbaar zijn. En je hebt goed beleid nodig, op hoog en op laag niveau.’

    ‘Het begint met kleine dingen, zoals mensen zover proberen te krijgen dat ze de tegels uit hun tuin weghalen waardoor de grond regenwater kan opnemen,’ zegt Molenaar. ‘Het eindigt bij de reusachtige stormvloedkering bij de Noordzee.’

    Maeslantkering

    Dat is dan de Maeslantkering, gebouwd aan de zeemonding, ongeveer een half uur rijden van het centrum van Rotterdam – de eerste verdedigingslinie. De buizenconstructie van de kering heeft de vorm van twee omgevallen Eiffeltorens.

    In de twintig jaar dat de kering bestaat, is de Maeslantkering nog niet nodig geweest om een overstroming te voorkomen, maar de sluis wordt natuurlijk wel regelmatig getest. Picknickers zitten op de kant toe te kijken. De proefsluitingen zijn een beetje de Nederlandse variant van Macy’s Thanksgiving Day Parade.

    Op een dag ben ik er met Van Waveren heen gereden om het zelf te zien. Het is niet ongebruikelijk om hier naar het spektakel van de hoog boven je uit torende zeeschepen te gaan kijken. Dit is een land waar de snelwegen vaak beneden de zeespiegel liggen.

    De Maeslantkering is het gevolg van een lange historie van rampen. In 1916 overspoelde de Noordzee de Nederlandse kust, wat de aanzet gaf tot de aanleg van extra bescherming, maar die bleek onvoldoende om het water tegen te houden in 1953 , toen ’s nachts een zuidwesterstorm meer dan 1800 mensen het leven kostte. De Nederlanders noemen het nog steeds de Watersnoodramp. Ze verdubbelden de nationale inspanningen en begonnen aan de Deltawerken waarbij twee grote waterwegen werden afgesloten en de Maeslantkering werd gebouwd – een reusachtige zeesluis, die klaar was in 1997, houdt de grote waterweg open die toegang verleent tot de hele haven van Rotterdam.

    De bescherming van de haven is prioriteit nummer een. Eens was het de drukste haven van de wereld, nu is Rotterdam de belangrijkste haven van Europa, waar ieder jaar tienduizenden schepen van overal ter wereld aankomen om staal te leveren voor Duitsland, petrochemicaliën voor Zuid-Amerika en wat al niet meer voor overal ter wereld. De haven is volgens de havenautoriteiten nog steeds de kernindustrie in deze stad met meer dan 600.000 inwoners, goed voor 90.000 banen, en nog eens werk voor 90.000 mensen wier werk eveneens afhankelijk is van de haven. De haven ondersteunt vijf olieraffinaderijen, die behoren tot bedrijven zoals Shell en Koch Industries en ook een grote kolencentrale. De haven zou goed zijn voor zeventien procent van Nederlands CO2-voetafdruk. In de zelfpromotie als milieustad schuilt een paradox – en voor sceptici de ultieme hypocrisie – namelijk dat het hart van de Rotterdamse economie nog steeds wordt gevormd door de fossiele brandstofindustrie.

    Hoe de haven uiteindelijk moet overstappen naar een groenere economie, zo geven de autoriteiten toe, is de grootste uitdaging die hun te wachten staat, samen met de klimaatverandering. Ze beschrijven plannen voor immense windmolenparken in de Noordzee en methodes om de warmte op te vangen in fabrieken die draaien op fossiele brandstoffen en daarmee de kassen te verwarmen die weer tuinbouwproducten voor het land opleveren. Nederland exporteert 100 miljard dollar aan tuinbouwproducten, alleen de VS exporteert meer.

    Wim Quist, de architect, ontwierp een constructie van een onvergetelijke schoonheid, een van de minder bekende wonderen van het moderne Europa

    Maar goed, de veiligheid van het transport van al die grondstoffen, maar ook de verantwoordelijkheid voor de droge voeten van de mensen in de stad zijn nu en ook in de toekomst afhankelijk van de Maeslantkering.

    Het idee erachter, dat tientallen jaren geleden voor het eerst ter tafel kwam, was uniek – een immense zeesluis met twee armen die aan beide kanten van de waterweg rusten, iedere arm zo lang als de Eiffeltoren maar twee keer zo zwaar. Het is een verbluffend staaltje ingenieurswerk. Wim Quist, de architect, ontwierp een constructie van een onvergetelijke schoonheid, een van de minder bekende wonderen van het moderne Europa.

    Van Waveren legt uit hoe de waterkering werkt. Als de sluis wordt gesloten drijven de armen de waterweg op en sluiten ze in elkaar; de buizen vullen zich met water, zinken op een betonnen bedding en vormen zo een ondoordringbare stalen muur tegen de Noordzee. Dat proces duurt tweeëneenhalf uur. De druk vanuit de zee wordt dan van de muur overgedragen op de grootste balscharnieren ter wereld, elk verankerd in een oever van de rivier.

    Computers, die een gesloten elektronisch systeem gebruiken om cyberaanvallen te voorkomen, monitoren ieder uur het zeeniveau en kunnen de sluisdeuren automatisch sluiten – of openen. Dat laatste is ook heel belangrijk: dertig pompen in de sluis zijn verbonden met een van de elektriciteitsnetten van het land. Ze pompen water uit de buizen als de Maeslantkering geopend moet worden.

    Als het elektriciteitsnet uitvalt, is er een reservenet en uiteindelijk is er ook nog een generator, want nog gevaarlijker dan een sluis die niet dichtgaat is een sluis die niet meer opengaat. In dat geval zou het water uit de Rijn en de Maas niet meer de zee in kunnen stromen en zou Rotterdam nog sneller onder water staan dan bij een stormvloed vanuit zee. Ontsnappen kan dan niet meer, zoals burgemeester Aboutaleb opmerkte.

    ‘In het uiterste geval moeten we de sluis opblazen,’ zegt Ovink half schertsend. De Maeslantkering is duidelijk gebouwd met een rampenfilmscenario voor ogen: overal zijn driedubbele beveiligingen ingebouwd en de kering is berekend op de extreemste klimaatveranderingsmodellen, met zeespiegels die stijgen boven de huidige voorspellingen.

    Desalniettemin hebben de Rotterdamse havenautoriteiten plannen klaarliggen om de sluis nog een halve meter hoger te maken.


    Achter de Maeslantkering liggen in de stad talloze versterkingen, groot en klein, weggewerkt in straten en pleinen. Op een zonnige middag heb ik in het Dakpark afgesproken met Wynand Dassen, manager van het Rotterdamse resilience-team, en Paul van Roosmalen, die toezicht houdt op de ontwikkelingen op daken in de stad. Het Dakpark is een dijk in een arme, voornamelijk door immigranten bewoonde wijk die grenst aan de industriële oever. Vroeger was het een spoorwegemplacement, een akelige verlaten plek vlak naast een wijk vol sociale woningbouw. Daar lag de rosse buurt, berucht vanwege de drugsdealers en misdaden.

    De dijk doet meer dan alleen het water tegenhouden. Er is ook een winkelcentrum, waar de buurt behoefte aan had, en een park op het dak. De winkels kijken uit op het water en dragen financieel bij aan het onderhoud van het park. Het park glooit van het dak naar de straten en de huizen, zodat er een grashelling ontstaat die park en buurt verbindt.

    Bij mooi weer liggen mensen te zonnebaden op het gras en zijn ze aan het frisbeeën. Het park is een kilometer lang. En schitterend. Het succes – niet alleen als kering maar ook als een toevoeging voor het bedrijfsleven en de buurt – heeft de gemeente overgehaald om buurtbewoners te raadplegen en geld opzij te zetten voor door de buurt geïnitieerde projecten. ‘We hebben ons tot doel gesteld om meer mensen te betrekken bij allerlei stedelijke problematiek,’ vertel Dassen. ‘En water zal onvermijdelijk integraal deel gaan uitmaken van dat proces. Wij zijn ervan overtuigd dat je de slimste oplossing krijgt als de buurten erbij betrokken worden en helpen de verbinding te maken tussen water en de ontwikkeling van de buurt.’

    Daar is Van Roosmalen het mee eens. ‘Dat is een voorbeeld van wat je kan doen als je het controleren van een stormvloed verbindt met het sociaal welzijn en met het aanbrengen van verbeteringen in de buurt,’ zegt hij. ‘Dat bedoelen we hier in Rotterdam met “resilience planning”.’

    In een buurt vlakbij, waar drugsverslaafden wonen die helemaal uit Frankrijk hierheen trokken om goedkoop heroïne te kunnen kopen, raak ik in gesprek met Marleen ten Vergert, een alleenstaande moeder met een dochtertje die moet leven van een bescheiden ambtenarensalaris. Vrouwen met hoofddoekjes sjouwen met boodschappen, oude mannen zitten op parkbankjes en kinderen zijn aan het skateboarden op brokkelige betonnen paden, langs oude huizenblokken. Een huizenblok omringt een waterplein dat is aangelegd om overtollig water op te vangen. Jonge gezinnen werden met spotprijsjes gelokt om leegstaande huizen eromheen te kopen. Veel gezinnen kwamen en gingen weer. Het waterpark had veel te verduren van vandalisme. Maar langzaam, heel langzaam, werd het plein toch door de buurt in de armen gesloten.
    ‘Nu werkt het grotendeels wel,’ vertelt Vergert. ‘De mensen willen het waterplein, dus ze zorgen er beter voor. Vlakbij is een kas die wordt beheerd door de Turkse gemeenschap. De waarde van de huizen in deze buurt is gestegen.’

    Als ik Van Wingerden vraag of het niet een beetje eng is om in een stad te wonen die grotendeels onder de zeespiegel ligt, zegt hij: “Het lijkt ons minder gevaarlijk dan om op de San Andreasbreuk te wonen”

    Een paar straten verderop is in een verbouwd industrieel gebouw aan de Maasoever een nieuw bedrijfje varende drones op zonne-energie aan het ontwikkelen die plastic afval uit de zee moeten gaan verzamelen, en in het centrum van de stad hebben een pakhuis met een Brooklynachtige mix aan ambachtelijke eetkraampjes, een circusschool en een flipperkastmuseum een voormalige vervallen pier nieuw leven ingeblazen. Waar het oude hotel New York, een honderd jaar oud statig herkenningspunt, vroeger het hoogste gebouw aan de Maasoever was, zijn nu wolkenkrabbers omhoog geschoten. Hier is een compleet nieuw zakendistrict gebouwd, met een fotomuseum tegenover de meest kenmerkende kantoortoren van de stad, De Rotterdam, van Remco Koolhaas, en de op een harp lijkende Erasmusbrug van Ben van Berkel.

    Rotterdam probeert duidelijk zichzelf te profileren als voorbeeld van inventief urbanisme. Een Rotterdamse zakenman, Peter van Wingerden, heeft een toekomstbeeld van drijvende zuivelboerderijen langs de Maasoever. Een op de drie vrachtwagens die de stad in komen, vervoert etenswaar. Drijvende boerderijen zouden het vrachtverkeer en de CO2-uitstoot verminderen door de stad van eigen melk te voorzien. Met subsidie van de stad bouwt hij een prototype van 2,2 miljoen dollar voor veertig koeien, die een half miljoen liter melk per jaar produceren. ‘De rivier is niet langer alleen voor de industrie,’ zegt hij. ‘We moeten nieuwe gebruiksmogelijkheden zoeken, die ons beveiligen tegen de klimaatverandering, en de stad helpen groeien en bloeien.’

    Dat is de mantra van de stad. Als ik Van Wingerden vraag of het niet een beetje eng is om in een stad te wonen die grotendeels onder de zeespiegel ligt, zegt hij: ‘Het lijkt ons minder gevaarlijk dan om op de San Andreasbreuk te wonen. Als er een overstroming dreigt, worden we tenminste gewaarschuwd voordat onze voeten nat worden.’

    Hij vertelt dat de Nederlanders echt niet begrijpen dat er in New York na de orkaan Sandy zo weinig actie wordt ondernomen om de inwoners te beschermen tegen de volgende ramp. Nederlanders vinden dat plekken waar de meeste mensen wonen en waar economisch het meest te verliezen valt, de beste bescherming moeten hebben. Het idee dat een mondiaal economisch centrum zoals Lower Manhattan, dat tijdens de orkaan Sandy overstroomd werd wat de gemeenschap miljarden dollars heeft gekost, toch zo weinig bescherming heeft, vinden klimaatdeskundigen hier verbijsterend.

    Arnoud Molenaar, de klimaatbaas van Rotterdam, vat de Nederlandse visie samen: ‘We hebben het aanpassen aan de klimaatverandering hoog op de publieke agenda kunnen zetten terwijl we al jaren geen ramp hebben gehad, omdat we de voordelen hebben kunnen aantonen van het verbeteren van de openbare ruimte – de toegevoegde economische waarde van het investeren in resilience.’

    ‘Het zit in onze genen,’ zegt hij. ‘Watermanagers waren de eerste bestuurders van het land. De stad zo inrichten dat we het water kunnen verwerken was onze eerste taak om hier te kunnen overleven, en dat bepaalt ook wie we zijn. Het is een proces, een beweging. Het is niet zomaar een stelletje dammen en dijken, het is een manier van leven.’

    Auteur: Michael Kimmelman
    Vertaler: Paul Bruijn

    Openingsbeeld: De Maeslantkering bij Rotterdam. – © Josh Haner /The New York Times

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402

    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium

  • Ahmed Aboutaleb: een baken voor progressief Europa

    Ahmed Aboutaleb: een baken voor progressief Europa

    Wat progressieven in 
het vluchtelingendebat nodig hebben, is een 
sterk verhaal, zegt Financial Times-columnist Simon Kuper. Aboutaleb heeft dat.

    Laatst was ik in Leiden, het Nederlandse stadje waar ik opgroeide, om te luisteren 
naar een zeldzame politicus die een pro-vluchtelingenverhaal vertelde. Ahmed Aboutaleb kwam vanuit 
Marokko naar Nederland toen hij 15 was. Hij is nu de sociaaldemocratische burgemeester van Rotterdam en, 
volgens een peiling in maart, 
de populairste Nederlandse politicus.

    Aboutaleb liep de Pieterskerk in Leiden binnen omringd door uit de kluiten gewassen blonde beveiligers – een scène die in het vredige Nederland van mijn jeugd ondenkbaar zou zijn geweest.
 Hij begroette de deelnemers aan het symposium van de VeerStichting met de woorden: ‘Aardig van u dat u deze vluchteling vandaag onderdak wilt 
verlenen.’

    Ik was nieuwsgierig naar wat Aboutaleb te vertellen had, want zijn geluid is bijna uniek in het Europa van nu. De vluchtelingenstroom heeft de politieke orde op het continent veranderd. In plaats van rechts tegenover links, 
zien we nu dat de nativisten (de anti-immigrantenbeweging) tekeergaan tegen de zwijgende kosmopolitische progressieven.

    De nativisten kwamen al in opstand voordat de vluchtelingenstroom begonnen was. In Europa is het afgelopen decennium het vertrouwen onder de bevolking dramatisch afgenomen, aldus een nieuw rapport van Political Capital, een in Boedapest gevestigd onderzoeks- en adviescentrum. Het vertrouwen in het nationale parlement, bijvoorbeeld, is in alle ‘oude’ Europese lidstaten gedaald.

    Maar nu stijgt het nativisme tot record‑
hoogte. Afgelopen maand heeft bij 
verkiezingen in Zwitserland de ultraconservatieve Volkspartij haar positie als grootste partij van het land verstevigd. Het Franse Front National beweert in zes van de dertien regio’s te zullen winnen bij de verkiezingen in december. In Polen heeft de rechtse partij PiS net de macht overgenomen.

    Democratie is niet: ‘Wat willen jullie?’ ‘Taart!’ ‘Dan gaan we dat regelen’

    ‘In Oost-Europa slaat het politieke midden uiterst rechtse taal uit,’ vertelt Cas Mudde, deskundige op het gebied van het Europese populisme aan de Universiteit van Georgia. Als de sociaaldemocratische president van Tsjechië, Milos Zeman, zegt dat vluchtelingen de sharia zullen introduceren, wie heeft 
er dan nog een Front National nodig?

    Europese nativisten hebben een dui‑
delijk verhaal. Zelfs het woord vluchtelingencrisis komt ze te pas omdat het, deels terecht, impliceert dat overheden de controle kwijt zijn.

    Ook wildere varianten van het nativisme gedijen. ‘De vluchtelingencrisis heeft tot een ongekend aantal complot-
theorieën geleid,’ aldus Political Capital. Een populaire theorie op de sociale media luidt dat de Joden IS hebben gesticht. De zogenaamde ‘vluchtelingen’ die Europa binnenkomen zijn door Israël gesteunde IS-agenten, gefinancierd door George Soros, wat verklaart waarom ze allemaal een smartphone hebben. Uiteindelijk draait het uit op ‘#whitegenocide’. Intussen (volgens deze theorie) verzwijgen de ‘zionistische media’ de feiten. Als je van complotten houdt, is het een mooi verhaal.

    Daar zetten volgens Mudde de Europese progressieve politici geen eigen verhaal tegenover. Hun basisideologie ‘nooit meer Auschwitz’ stierf rond 2000 een zachte dood toen Europeanen niet meer bang waren dat de nazi’s terug zouden komen. Tegenwoordig durft geen enkele progressieve politicus nog een lans te breken voor het kosmopolitisme. Omdat ze zich niet gesteund wanen, zitten ze te mokken in hun salons. Catherine Fieschi, hoofd van de denktank Counterpoint, reageert op de klacht van mensen dat ‘het debat vergiftigd is’, met de vraag ‘welk debat?’.

    Zelfs in Zweden en Duitsland trekken de progressieven zich terug. Jaren 
geleden vertelde een Zweedse sociaaldemocratische minister dat hij op straat zelden iemand tegenkwam die tekeerging tegen buitenlanders. Ze zeiden dingen als: ‘Zoals jullie die arme immigranten behandelen lijken jullie precies op nazi’s!’ Maar nu overweegt Zweden grenscontroles. In Duitsland zou het vluchtelingenprobleem Angela Merkel wel eens ten val kunnen brengen, vooral als haar grootste angst bewaarheid wordt en Pakistanen deze kant op komen.

    Multiculturele visie

    Enkele dinosauriërs onder ons verkondigen in de progressieve media nog steeds onze in diskrediet geraakte multiculturele visie. De reactie die ik vaak krijg is dat ik deel uitmaak van de elite die het contact met de wereld verloren is en niet tussen de moslims hoeft te wonen. Maar eigenlijk is die sneer misplaatst. De laatste progressieve bastions in Europa zijn nu juist grote kosmopolitische steden vol moslims. Nativisten krijgen geen voet aan de grond in Londen, Parijs of Amsterdam. De gemeenteraadsverkiezingen in Wenen van vorige maand, die werden gehouden tijdens de grote instroom van vluchtelingen in de stad, werden gewonnen door de sociaaldemocraten. Maar bij nationale verkiezingen krijgen de kosmopolitische progressieven klop.

    Ze hebben een verhaal nodig. En nu komt Aboutaleb in beeld. De avond voor zijn toespraak in Leiden woonde hij een woedende bijeenkomst bij over een beoogd nieuw asielzoekerscentrum. (Er is tegenwoordig veel woede in Europa, deels omdat de immigratiepolitiek nog steeds progressiever is dan de retoriek.) Op een gegeven moment schorste Aboutaleb de bijeenkomst omdat er werd geschreeuwd en gefloten. Maar toen men weer rustig was geworden, luisterde hij. Volgens hem willen mensen graag weten of er nog wel aandacht aan ze wordt geschonken. Maar, zo voegt hij eraan toe, we moeten daarna zelf een beslissing nemen. Democratie is niet: je doet het raam open en 
je roept: ‘Wat willen jullie?’ ‘Taart!’ ‘Dan gaan we dat regelen.’

    Wanneer het op vluchtelingen aankomt, gaat Aboutaleb geen taart regelen. 
In Leiden citeerde hij in het Arabisch de Koran. Ook zei hij: ‘Veel talenten van overal ter wereld vliegen over onze hoofden heen naar New York en Londen,’ want veel buitenlanders voelen zich 
niet welkom in Nederland. En hij zei: ‘Het is fantastisch om in de positie te zijn dat je anderen kunt helpen.’

    Aboutaleb sprak in praktische, rustige bewoordingen over de vluchtelingenstroom als iets wat Nederland aankan. Het voornamelijk blanke publiek gaf hem een staande ovatie. Misschien is de progressieve zaak nog niet verloren, als een progressief echt zijn nek uitsteekt.

    Auteur: Simon Kuper
    Vertaler: Paul Bruijn

    (Foto boven: © Marc Nolte)

    Financial Times
    Verenigd Koninkrijk, dagblad, oplage 448.000
    Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld.