De astronauten willen twee maankraters een naam geven
Het ruimtevaartuig Artemis 2 begon maandag aan de terugreis na een flyby vol gedenkwaardige momenten. De astronauten konden voorheen onbekende maankraters, een zonsopgang en zonsondergang en een zonsverduistering observeren. ‘De belichting was ideaal om de kleuren’ op het maanoppervlak te observeren, aldus de Houston Chronicle. Astronaut Jeremy Hansen beschreef groenachtige tinten rond het Aristarchus-plateau, meldt de Texaanse krant. De Canadees zag ook bruine schaduwen in andere gebieden.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
‘De kleuren die de Artemis 2-astronauten beschreven, kunnen wetenschappers helpen de samenstelling of ouderdom van maanstructuren en -regio’s te bepalen’, legt de Houston Chronicle uit. Tijdens hun flyby langs de maan op maandag maakte de bemanning ook van de gelegenheid gebruik om een speciaal verzoek in te dienen: ze wilden twee maankraters vernoemen, één naar hun ruimtevaartuig genaamd Integrity en de andere naar Carroll Taylor Wiseman, de vrouw van de commandant, die in 2020 aan kanker overleed. Dit verzoek roerde de astronauten tot tranen.
Nooit eerder kwam een ruimtevaartuig zo dicht bij de zon
‘Dit is een van de moeilijkste en meest historische missies die de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie ooit heeft ondernomen,’ aldus astronoom Thomas Zurbuchen in een artikel op de website van The Washington Post. De sonde Parker is bezig aan haar reis en zal als alles goed gaat dinsdag, op kerstavond, binnen 6,2 miljoen kilometer van het oppervlak van de zon komen om de atmosfeer van de zon te bestuderen. Nooit eerder kwam een ruimtesonde zo dicht in de buurt van de zon.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Het ruimtevaartuig Parker werd in augustus 2018 gelanceerd voor een missie van zeven jaar en heeft als doelstelling om de wetenschappelijke kennis van onze ster te verdiepen, in het bijzonder om het geheim van zonnestormen te ontrafelen, die een impact kunnen hebben op communicatielijnen op aarde. Het hitteschild van de sonde is bestand tegen extreme temperaturen van ongeveer 870 tot 930 graden Celsius.
Ze kunnen pas op zijn vroegst eind maart terugkeren
De twee Amerikaanse astronauten die al zes maanden vastzitten in het internationale ruimtestation (ISS) zullen pas ‘op zijn vroegst eind maart’ naar de aarde kunnen terugkeren, kondigde NASA dinsdag aan. Suni Williams en Butch Wilmore sloten zich begin juni aan bij het ISS, toen ze aan boord stapten van de Boeing Starliner tijdens zijn eerste vlucht.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Technische problemen met de capsule dwongen NASA er echter toe SpaceX, het ruimtevaartbedrijf van Elon Musk, te vragen de twee astronauten te repatriëren tijdens de overdracht tussen de missies SpaceX Crew-9 en SpaceX Crew-10 in februari volgend jaar.
Maar SpaceX heeft de geplande lancering in februari uitgesteld met de uitleg dat het ‘meer tijd nodig had om een nieuwe capsule voor te bereiden’, meldt New York Post. ‘Door de vertraging zal het duo pas eind maart of begin april terugkeren, bijna tien maanden na hun vertrek,’ merkt de tabloid op.
Draaiend in de hemel op 3,2 miljoen km afstand van de aarde bevindt zich momenteel een asteroïde, ook wel bekend als 2024 PT5. ‘De asteroïde kwam niet dichtbij genoeg om door de zwaartekracht de baan van de aarde in getrokken te worden,’ schrijft The Guardian.
Toen de Universiteit van Hawaï de minimaan in augustus had waargenomen met behulp van een Zuid-Afrikaanse telescoop, is NASA de asteroïde gaan volgen. Omdat de afstand tussen de aarde en de minimaanzo groot is – maar liefst negen keer de afstand tussen de maan en de aarde – en de asteroïde zo klein is, is deze enkel met sterke telescopen te volgen. ‘Sindsdien is het een verre metgezel van de aarde,’ aldus NASA.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Astronomen vermoeden dat de minimaan eeuwen geleden is afgestoten van de maan door een ruimtesteen: ‘Gezien de gelijkenis tussen de beweging van asteroïde 2024 PT5 en die van onze planeet, vermoeden wetenschappers dat het object een grote brok steen zou kunnen zijn die van het maanoppervlak werd geworpen na een inslag van een asteroïde lang geleden,’ aldus Josh Handal, programma-analist voor het PDCO [Planetary Defense Coordination Office] bij NASA.
Sinds september hangt de kleine maan aan de hemel, maar maandag zal ze beginnen aan haar vertrek richting de zon. Verwacht is dat het rotsblok bijna 1,8 miljoen km van de aarde verreisd zal zijn in januari, vanwege de gravitatiekracht die de zon uitoefent op de asteroïde, meldt The Guardian.
De sonde Europa Clipper steeg maandag op aan boord van SpaceX’s krachtige Falcon Heavy-raket vanaf het Kennedy Space Center in Florida. De sonde zal een lange reis maken en pas in april 2030 in Europa aankomen. Het ruimtevaartuig werd ontwikkeld om de maan Europa te bestuderen door middel van een reeks flyby’s terwijl het in een baan om Jupiter draait.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De missie gaat niet direct op zoek naar tekenen van leven op deze ijzige maan van Jupiter, maar moet antwoord geven op de vraag naar bewoonbaarheid: bevat de maan Europa, die ongeveer net zo groot is als onze maan maar mogelijk twee keer zoveel water bevat als de aarde, de ingrediënten waardoor er leven zou kunnen bestaan? Als dat zo is, zal een andere missie erheen moeten om het te detecteren.
‘Europa Clipper is een van de spannendste en meest ambitieuze missies die NASA ooit heeft ondernomen’, zegt de gespecialiseerde nieuwswebsite Space.com. ‘Dit is een kans voor ons om niet een wereld te verkennen die miljarden jaren geleden bewoonbaar was’, zoals Mars, ‘maar een wereld die vandaag de dag bewoonbaar zou kunnen zijn’, vertelt Curt Niebur, het hoofd van de missie, enthousiast.
Plotseling heeft iedereen het over aliens. Na decennia krijgt de vraag naar buitenaards leven eindelijk de aandacht die het daadwerkelijk verdient. Zo heeft NASA inmiddels een goed gefinancierd astrobiologieprogramma en zal de opvolger van de peperdure James Webb-ruimtetelescoop worden afgesteld om tekenen van buitenaards leven op te sporen. Ufo’s en andere uaps (‘unidentified aerial phenomena’ in het Engels) duiken daarnaast ook steeds vaker op in sensationele krantenartikelen.
Wat is de betekenis van deze twee bewegingen, de wetenschappelijke zoektocht naar buitenaards leven aan de ene kant, en de eindeloze stortvloed aan onverklaarbare waarnemingen aan de andere? Een terugblik op de geschiedenis van discussie over buitenaards leven toont aan dat deze tegenstrijdige benaderingen eigenlijk nauw met elkaar verbonden zijn, maar niet op een goede manier.
Jarenlang werden wetenschappers die serieus nadachten over leven in het universum geconfronteerd met wat nu bekendstaat als de ‘giechelfactor’. Meerdere keren dreigde deze factor de zogeheten ‘search for extraterrestrial intelligence’ ofwel SETI vervroegd te beëindigen. Hoewel nieuwe ontdekkingen en technologie de zoektocht nieuw leven hebben ingeblazen, blijft de giechelfactor nog altijd een obstakel.
Als hoofdonderzoeker van NASA’s allereerste subsidie om tekenen van buitenaards leven op exoplaneten te bestuderen, zoeken mijn collega’s en ik onder andere naar sporen van buitenaardse technologie. Mijn aanname van deze rol is de bekroning van een levenslange fascinatie voor de vraag naar leven in het universum. Deze fascinatie ontstond toen ik als kind in de zeventiger jaren mijn vrije tijd doorbracht met sciencefictionromans, ufo-documentaires en herhalingen van Star Trek. Als tiener die zowel Carl Sagan als Erich Däniken (auteur van het controversiële, pseudowetenschappelijke Waren de Goden Kosmonauten) las, moest ik al vroeg leren hoe ik het kaf van het koren kon scheiden.
Achteraf bleek deze periode in mijn jeugd een trainingsgrond voor het werk dat ik nu verricht. Zo moet ik, als wetenschapper en wetenschapsambassadeur, kunnen begrijpen hoe mensen zonder wetenschappelijke opleiding of kennis vragen over ufo’s en buitenaardse wezens benaderen. Tijdens het schrijven van een recent en populair boek getiteld The Little Book of Aliens keek ik daarom ook zorgvuldig naar de verstrengelde geschiedenis van ufo’s, de wetenschappelijke zoektocht naar leven in het heelal en de allesbepalende vraag naar normen van bewijsvoering.
Wat geldt als bewijs voor het bestaan van buitenaards leven? Deze vraag dook voor het eerst op in het allereerste virale ufo-verhaal. Op 24 juni 1947 was de lucht boven het stadje Mineral in de noordwestelijke staat Washington helder en zonnig. Kortom: een perfecte dag voor amateurpiloot Kenneth Arnold. Fladderend langs de imposante piek van Mount Rainier op weg naar een vliegshow in Oregon hield Arnold een oogje in het zeil voor een sportvliegtuig van de Amerikaanse marine die onlangs vermist was geraakt. Wie het wrak als eerste vond, zou een beloning ontvangen. Denkend aan het prijsgeld draaide Arnold een extra rondje om de berg, niet wetende dat hij op dat moment regelrecht de ufo-geschiedenis invloog.
Terwijl Arnold de berghelling inspecteerde, zag hij plotseling een blauwe lichtflits. In de verte vloog een DC-4, een verkeersvliegtuig, maar daar kwam de flits niet vanaf. Toen verscheen het licht opnieuw, ditmaal van dichterbij. Arnold keek vol verbazing toe hoe negen objecten ‘als de staart van een Chinese vlieger’ in diagonale formatie langs hem vlogen. Voor de amateurpiloot het wist, waren deze objecten echter weer verdwenen. Met een ‘angstaanjagend gevoel’ in zijn onderbuik bracht Arnold zijn vliegtuig vervolgens aan de grond.
‘Schotelachtige vliegtuigen’
Arnolds verhaal, dat hij na het landen met vrienden deelde, verspreidde zich haast net zo snel als de mysterieuze objecten de horizon benaderen. Verslaggevers van een lokale krant, de East Oregonian, nodigden de piloot uit op de redactie en zagen hem als een geloofwaardige getuige en zorgvuldige waarnemer. Zo beschreef hij niet alleen het uiterlijk van de objecten, maar ook hun geavanceerde bewegingen. Zijn historische woordkeuze zou de samenleving voor altijd bijblijven: ‘als schotels die je over het water laat scheren.’
De East Oregonian citeerde Arnolds beschrijving als ‘schotelachtige vliegtuigen’. Toen de Associated Press het verhaal oppakte, werd de krantenkop verder verdraaid: ‘Supersonische vliegende schotels gezien door piloot uit Idaho.’ De sensationele titel veroorzaakte een culturele lawine. In minder dan zes maanden tijd verscheen het artikel in meer dan 140 Amerikaanse kranten en in de jaren daarna werden steeds vaker vliegende schotels waargenomen.
Een van de belangrijkste lessen die ik van het Arnold-incident opstak, was de kracht van een meeslepend verhaal. Arnold was de eerste persoon die vliegende schotels zag en zijn kleurrijke waarneming verklaart waarom zo veel lezers zonder enig verifieerbaar bewijs meegingen in het speculeren over buitenaards leven en ufo’s. Zijn verhaal markeerde het punt waarop het idee van technologisch geavanceerd, interstellair leven het publieke bewustzijn definitief binnendrong. Met de verschijning van de eerste ufo’s verscheen ook de huidige ufo-cultuur: een cultuur die neigt naar ongeloofwaardigheid en paranoia. Natuurlijk waren er ook veel mensen die interesse toonden in ufo’s zonder hun scepticisme op te offeren. Als sociaal fenomeen zouden discussies over ufo’s echter gestuurd worden door twijfelachtig bewijs, samenzweringstheorieën en regelrecht bedrog.
Neem bijvoorbeeld de zogeheten Roswell-affaire. Deze affaire betreft een boer die, slechts een paar weken na de waarnemingen van Arnold en de daaropvolgende mediahype, een stel uit stokken, draad en folie bestaande wrakstukken op zijn landgoed tegenkwam en deze vervolgens als de restanten van een gecrashte ufo aan een lokale krant liet overleveren.
Ruim 30 jaar later werd de affaire nieuw leven ingeblazen door een reeks bestsellers en ‘documentaires’ die wederom beweren dat het vuilnis van deze boer daadwerkelijk uit de hemel was komen vallen. Met ieder boek en iedere film werd het verhaal alsmaar complexer en verwarrender. Zo werden er steeds meer getuigenissen aan het licht gebracht, waaronder begrafenisondernemer Glenn Dennis, die meende dat de boer hem persoonlijk de lijken van aliens heeft laten zien. Sommige bronnen beweren dat er meer schotels en meer buitenaardse passagiers waren dan de oorspronkelijke rapportage had vermeld. Enkele beweren zelfs dat de inmiddels opgeruimde lijken werden bezichtigd door niemand minder dan toenmalig president Dwight Eisenhower.
Bewijsmateriaal
Afwezig in de Roswell-affaire is het belang van bewijsmateriaal. Iedereen die in de verste verte gerelateerd was aan de boer, mocht zijn of haar verhaal vertellen. Nieuwe boeken stapelen zich op oude boeken en de theorieën vermenigvuldigen tot zelfs de hardnekkigste ufo-onderzoekers er geen touw meer aan vast weten te knopen. Ontwikkelingen zoals de Roswell-affaire creëerden zo een ‘alles kan’-mentaliteit wat betreft discussies rondom ufo’s en buitenaards leven in het algemeen.
Deze mentaliteit had ook zeker een invloed op mij als tiener. In mijn puberjaren las ik zowel boeken over ware wetenschap (Sagan) als speculatieve werken over ufo-gerelateerde onderwerpen. Zo was ik een tijdlang gecharmeerd door Von Dänikens Waren de Goden Kosmonauten (1968) en zijn beweringen dat veelal archeologische mysteries verklaard konden worden door buitenaardse wezens die millennia geleden de aarde bezochten. Mijn fascinatie eindigde toen ik op een avond een PBS-documentaire genaamd The Case of the Ancient Astronauts (1977) tegenkwam. De documentaire bestond uit interviews met echte wetenschappers die hun leven hadden gewijd aan onderwerpen waar Von Dänikens enkel over speculeerde. De eenvoud en logica waarmee ze Von Dänikens boeken met de grond gelijk maakten, maakte mij zowel kwaad (ik voelde me door de auteur bedrogen) als opgetogen. Het vaststellen van bewijsmateriaal, dat is wat echte wetenschappers onderscheidt van Von Dänikens en zijn wensdromen.
Als ik niet zo kwaad was geweest, had ik er haast om kunnen lachen. Dit is dan ook precies die giechelfactor die het werk van professionele astrobiologen zoals mijzelf zo moeilijk maakt. Arnold, de Rosswell-affaire en Von Dänikens maakten SETI een kwetsbaar doelwit voor spot.
Het vaststellen van bewijsmateriaal, dat is wat echte wetenschappers onderscheidt van Von Dänikens en zijn wensdromen
Het eerste SETI-project vond plaats in 1960 onder leiding van een jonge astronoom genaamd Frank Drake. Drake gebruikte een radiotelescoop om ‘niet-natuurlijke’ signalen van twee zonachtige sterren op te sporen. Erkenning voor Drakes inspanningen als startpunt van de moderne astrobiologie is een zelden besproken maar cruciaal punt, mede omdat de astronoom de normen voor bewijsmateriaal uiterst serieus nam. Om foutmarge te verminderen, schonken Drake en zijn collega’s tijdens het ontwerp van hun experiment dan ook aandacht aan vragen over signalen, ruis en fout-positieven. Drakes SETI-project en de daaropvolgende projecten trokken enorme publieke aandacht. Toch werd het opbouwen van een samenhangend, blijvend wetenschappelijk onderzoeksteam almaar verhinderd door de ufo-gekte.
Kort na Drakes project hadden verschillende wetenschappelijke instanties nog een gezonde belangstelling voor de zoektocht naar buitenaards leven, intelligent of anderszins. Het was per slot van rekening de Amerikaanse National Academy of Sciences die in 1961 de Interstellar Communications-bijeenkomst organiseerde waar Frank Drake zijn befaamde Drake-vergelijking formuleerde. NASA was eveneens enthousiast in haar onderzoek naar microben op planeten in ons zonnestelsel, mits deze bereikt konden worden. In de zeventiger jaren werken SETI-wetenschappers met NASA aan nieuwe telescooptechnologie, waaronder Project Cyclops: een gigantische opstelling van wel duizend radiotelescopen die ongekend zwakke signalen uit de uithoeken van het heelal kon oppikken.
Al deze projecten confronteerden wetenschappers met de vraag hoe ze het beste bewijs konden verzamelen en evalueren. Op deze vraag was geen duidelijk antwoord. Onderzoekers waren zich er terdege van bewust dat het leven op andere planeten een compleet andere vorm kon aannemen dan hier op aarde. Mensen buiten wetenschappelijke kringen keken daar echter anders naar.
Giechelfactor
William Proxmire was een senator uit Wisconsin die zichzelf graag zag als een strikte bewaker van de staatskas. Te allen tijde stond hij op de loer voor wat hij beschouwde als verspilling van belastinggeld. In 1978 stuitte de senator op NASA’s financiering van een handvol SETI-projecten waar hij de zin niet van kon inzien en daarom besloot hij de geldkraan dicht te draaien. Proxmire trok zich pas terug toen Sagan, op dat moment al een gerespecteerd schrijver, wetenschapper en wetenschapsambassadeur, hem persoonlijk benaderde. Hoewel de overheidsfinanciering van SETI-projecten in 1983 weer doorging, was de reputatie van de onderzoekers permanent aangetast. De doorsnee burger zag SETI als geldverspilling en onzin, impliciet verbonden met de ufo-gekte.
Financiële steun voor SETI bleef miniem in de periode na Proxime. Toen NASA in 1990 haar bijdrage aan onderzoek naar het microgolfgebied van het elektromagnetische spectrum van 4 miljoen naar 12 miljoen dollar probeerde te verhogen, kwamen volgelingen van de senator opnieuw in actie. ‘We hoeven dit jaar geen 6 miljoen dollar uit te geven om bewijs van deze schurkachtige wezens te vinden,’ spotte congreslid Silvio Conte uit Massachusetts. ‘Een roddelblad in de supermarkt kost slechts 75 cent.’
Toen die 12 miljoen dollar drie jaar later alsnog werd toegewezen, zette het debat zich voort. Zo zag senator Richard Bryan uit Nevada een kans om wat krantenkoppen te genereren en sponsorde hij daarom een campagne om het microgolfproject de das om te doen. ‘Beëindig het jachtseizoen op Mars op kosten van de belastingbetaler,’ luidde zijn slogan. Dat NASA helemaal niet bezig was met Mars, deed er niet toe. Bryans met humor aangedikte campagne vond een groot publiek en legde wederom een verband tussen SETI en de culturele randgebieden waar het ufo-enthousiasme rondzweefde. De giechelfactor had de zoektocht naar buitenaards leven zwaar benadeeld.
Tussen deze zeer openbare afstraffingen door leerde NASA dat SETI politiek vergif was. Hoewel SETI-onderzoekers zoals Drake en de onvermoeibare Jill Tarter hun best deden om aan te tonen dat hun veld wel degelijk een vorm van wetenschap was, dacht de rest van de maatschappij daar anders over. Toch lieten de onderzoekers zich niet klein maken. Als ze niet meer in aanmerking konden komen voor overheidssubsidies, zouden zij een sponsor vinden in de privésector.
De giechelfactor had de zoektocht naar buitenaards leven zwaar benadeeld
De afknelling van overheidssubsidies had echter wel degelijk grote gevolgen voor de zoektocht naar leven in het universum. Het bouwen, onderhouden en gebruiken van ruimtetelescopen kost veel geld en zonder stabiele financiering kwam de zoektocht uiteindelijk tot een stilstand. Dankzij aardse politiek bleef de hemel in andere woorden jarenlang onontdekt.
De rol die ufo’s in dit tragische verhaal hebben gespeeld, valt niet te ontkennen. Historicus Stephen Garber schreef in een artikel over SETI en NASA dat de astrobiologie ‘slachtoffer werd van een “giechelfactor” die voortkwam uit een door de pers gelegde associatie met de speurtocht naar “kleine groene mannetjes” en ongeïdentificeerde vliegende objecten’. Door deze associatie kregen astronomen lange tijd geen kans om hun echte zoektocht uit te voeren.
In het begin van de negentiger jaren leek het inderdaad alsof niemand geïnteresseerd was in de wetenschappelijke mogelijkheden van buitenaards leven. De Viking-missies van NASA uit 1975-1976 voerden biologische experimenten uit op Mars die de deur leken te sluiten voor de rode planeet als een thuis voor zelfs microbieel leven. Het spoor naar leven van welke aard dan ook leek te zijn gekoeld.
Exoplaneten
Een verrassende wending arriveerde in 1995 toen wetenschappers verkondigen dat ze zojuist de allereerste exoplaneet, een planeet die om een andere ster draaide dan de zon, hadden gevonden. Het bleek een historisch moment. Na 2500 jaar discussiëren over het bestaan van andere werelden hadden we eindelijk bewezen dat de planeten in ons zonnestelsel niet uniek waren. Binnen de kortste keren werden overal in het heelal nieuwe exoplaneten ontdekt. Nu weten we dat vrijwel elke ster die je ’s nachts ziet, vergezeld wordt door een familiekring van werelden.
Een tweede omwending arriveerde toen wetenschappers een stukje van Mars tegenkwamen in Antarctica. De meteoriet, die ooit van de rode planeet was afgebroken door een asteroïde-inslag, leek tekenen van fossiel leven te tonen. Hoewel deze conclusie nu niet langer wordt geaccepteerd, gaf toenmalig president Bill Clinton aan NASA een opdracht om terug te keren naar Mars om daar de zoektocht naar leven te hervatten. De geldkraan ging weer open, waardoor onderzoekers nieuwe experimenten konden voorstellen en uitvoeren.
Vandaag de dag kunnen we precies zien welke exoplaneten zich bevinden in de bewoonbare zone van hun ster, een regio waar vloeibaar water (de sleutel voor leven, aldus wetenschappers) kan bestaan. Dit betekent dat we ook precies weten waar de grootste kans is om buitenaards leven tegen te komen, iets waar Drake alleen maar van kon dromen.
Nog opmerkelijker is dat astronomen inmiddels weten hoe ze naar buitenaards leven op exoplaneten kunnen zoeken zonder ze met een raket te bezoeken. Dit doen ze door middel van het analyseren van sterrenlicht dat door de atmosfeer van deze planeten is afgereisd en door verschillende chemicaliën in de atmosfeer is geabsorbeerd. Onder wetenschappers staan dit soort sporen bekend als biosignaturen: tekenen van stoffen die alleen in de atmosfeer kunnen zitten als ze daar door een vorm van leven zijn geplaatst.
Spectaculaire vooruitgang in de jacht op biosignaturen leidde tot een diepgaande verfijning van onderzoekscriteria. Een vroege vorm van signaturen was de aanwezigheid van zuurstof in een buitenaardse atmosfeer. Op aarde maakt zuurstof onderdeel uit van de atmosfeer enkel omdat fotosynthetische organismen het produceren. Echter hebben astronomen in de afgelopen tien jaar alternatieve mechanismen ontdekt waardoor planeten zonder leven mogelijk zuurstofrijke lucht kunnen produceren. Dit was een grote sprong in de ontwikkeling van methoden voor het evalueren van fout-positieven: de manieren waarop we denken dat we ergens bewijs voor buitenaards leven hebben gevonden terwijl dat leven er in werkelijkheid helemaal niet is.
Astronomen hebben in de afgelopen tien jaar alternatieve mechanismen ontdekt waardoor planeten zonder leven mogelijk zuurstofrijke lucht kunnen produceren
Deze nieuwe ontdekkingen herstelden de reputatie van SETI. Zo is er tegenwoordig een nieuw onderzoeksveld voor de zoektocht naar wat wetenschappers als ik ‘technosignaturen’ noemen, waarbij klassieke SETI-methoden worden omarmd en de zoektocht naar buitenaards leven nieuwe richtingen inslaat. In plaats van een baken opzetten en onze aanwezigheid aan het universum verkondigen, zoals de eerste generatie SETI-wetenschappers dat deed, proberen we nu zelf contact te leggen met buitenaards leven. Door te zoeken naar sporen van de dagelijkse activiteiten van buitenaardse samenlevingen (oftewel technosignaturen) stellen we een nieuwe gereedschapskist samen om intelligent, beschavingsvormend leven te vinden.
Het was in 2019 dat NASA mijn collega’s de eerste subsidie toekende om atmosferische technosignaturen te bestuderen. Hoewel er nog steeds maar een handvol technosignatuur-subsidies zijn in vergelijking met onderzoek naar biosignaturen, was dit een duidelijk teken dat de giechelfactor eindelijk afnam. Sindsdien is onze groep hard aan het werk om voorbeelden van mogelijke technosignaturen op te pikken, onder andere met behulp van de James Webb Space Telescope. Bovendien hebben we aangetoond dat er geen goede reden is om aan te nemen dat biosignaturen vaker voorkomen dan technosignaturen. Juist omdat we allemaal dezelfde technieken gebruiken, is het logisch om beide zoekopdrachten tegelijk uit te voeren.
De criteria voor zoekopdrachten naar biosignaturen zijn bovendien relevant voor zoekopdrachten naar technosignaturen. Ons team, onder leiding van de astrofysicus Manasvi Lingam van het Florida Institute of Technology, publiceerde onlangs een van de allereerste studies waarin wordt geprobeerd een basismethode op te stellen voor het evalueren van fout-positieven in technosignaturen. Projecten als deze stellen ons in staat om volledig te begrijpen hoeveel vertrouwen we kunnen hechten aan ieder spoor van intelligent leven.
Maar wat betekent de afname van de giechelfactor dan eigenlijk voor ufo’s en uaps? Daar blijven de wateren ietwat troebel. Natuurlijk is het fijn dat piloten het gevoel hebben dat ze hun waarnemingen kunnen melden aan de autoriteiten zonder angst voor represailles of vernedering, helemaal met betrekking tot luchtveiligheid en defensie. Een transparant en agnostisch onderzoek naar uaps fungeert bovendien als een masterclass voor hoe wetenschappers kennis van geloof onderscheiden.
Als mijn collega’s en ik beweren leven op een andere wereld te hebben gevonden, dan zouden we ons verplicht voelen om bewijs te leveren dat aan de hoogste wetenschappelijke standaarden voldoet. Op dit moment is er simpelweg geen overtuigend bewijs rondom ufo’s en uaps. Een recente hoorzitting van het NASA-uap-panel onthulde dan ook dat een groot percentage van de gemelde waarnemingen niets met aliens te maken kon hebben.
Wat telt, is dat na duizenden jaren aan speculeren over leven in het universum, onze collectieve wetenschappelijke inspanningen ons eindelijk op een punt hebben gebracht waar rigoureuze wetenschappelijke studie van het onderwerp van start kan gaan. De volgende grote ruimtetelescoop van NASA zal het Habitable Worlds Observatory gaan heten. Die naam vertelt je alles wat je over het apparaat moet weten. We gaan ons binnenkort volledig inzetten voor de zoektocht naar buitenaards leven omdat we eindelijk over de middelen beschikken die zo’n zoektocht mogelijk maken. Kortom, de giechelfactor is officieel geschiedenis.
Onderzoekers hebben een flinke stap gezet in de richting van een oplossing voor een van de grootste kosmische mysteries die er zijn. De hubbleconstante is het getal dat aangeeft hoe snel het heelal uitdijt. Sterrenkundigen worstelen al jaren met de vraag wat de waarde van deze constante is. Verschillende metingen leveren namelijk verschillende getallen op. Nu lijken de twee belangrijkste methoden om de uitdijingssnelheid van het heelal te meten bij elkaar te komen. De eerste manier om de hubbleconstante te meten, is gebaseerd op minuscule lokale variaties in de kosmische achtergrondstraling, de ‘restwarmte’ van de oerknal. Deze variaties kunnen, samen met ons theoretische model van de kosmos, worden gebruikt om de huidige uitdijingssnelheid van het heelal te berekenen. Deze methode geeft een hubbleconstante van 67 kilometer per seconde per megaparsec: de uitdijingssnelheid neemt daarbij met 67 kilometer per seconde toe, voor elke megaparsec afstand tot de aarde (1 megaparsec is ongeveer 3,26 miljoen lichtjaar). De andere methode wordt de lokale afstandsladder genoemd. Hierbij worden objecten op verschillende afstanden van de aarde – verschillende ‘sporten’ van de ladder – gebruikt om de uitdijing te meten van het gebied in de ruimte dat relatief dicht bij ons is. De twee belangrijkste soorten objecten op de ladder zijn de Cepheïden, een bepaald type ster, en type Ia-supernova’s, een soort sterexplosies. Van deze objecten weten we heel precies hoe helder ze schijnen. Deze helderheid kunnen we vergelijken met hun zogeheten schijnbare helderheid – hoe helder wij ze op aarde zien – om te bepalen hoe ver weg ze van ons staan. De lokale afstandsladder geeft een hubbleconstante van ongeveer 73 kilometer per seconde per megaparsec. Het verschil tussen de twee metingen wordt de hubblespanning genoemd. ‘Mijn grote zorg was dat, wanneer je maar één methode gebruikt, je geen manier hebt om vast te stellen wat de systematische onzekerheden in die methode zijn’, zegt astronoom Wendy Freedman van de Universiteit van Chicago.
Meer laddersporten
Freedman en haar collega’s hebben de James Webb-ruimtelescoop gebruikt om twee methoden aan de lokale afstandsladder toe te voegen. Ze hebben twee andere soorten sterren geobserveerd: koolstofsterren en zogeheten top-van-de-rode-reuzentak-sterren. Ook deze twee hebben een goed voorspelbare helderheid, afhankelijk van hun massa. De onderzoekers gebruikten James Webb ook om nog meer Cepheïden te bekijken. Daarnaast analyseerden ze alle archiefgegevens van de Hubble-ruimte-telescoop die eerder zijn gebruikt voor metingen van de lokale afstandsladder. Met behulp van deze nauwkeurigere afstandsladder berekenden ze een hubble-constante van ongeveer 69 kilometer per seconde per megaparsec. Dat komt overeen met de achtergrondstralingmetingen. ‘Het verschil tussen een hubbleconstante van 73 en 69 lijkt misschien klein, maar het is echt belangrijk om dit soort dingen nauwkeurig vast te pinnen,’ zegt Freedman. Freedman presenteerde het onderzoek op 6 april tijdens een bijeenkomst van de American Physical Society in Californië. ‘Deze veel nauwkeurigere gegevens wijzen erop dat we geen nieuwe fysica nodig hebben om de hubblespanning op te lossen,’ zegt Freedman. ‘We komen eindelijk dichter bij elkaar. Het is echt opwindend.’
Niet alle kosmologen zijn het erover eens dat de oplossing gevonden is. ‘Als de hubblespanning verdwijnt, is dat heel belangrijk. Het zou betekenen dat onze van-begin-tot-eindtest van de kosmologie eindelijk slaagt,’ zegt kosmoloog Daniel Scolnic van de Duke-universiteit in de Verenigde Staten. ‘Maar… het voelt niet alsof dat de situatie is waarin we ons nu bevinden.’ Scolnic wijst erop dat het aantal sterrenstelsels dat met James Webb is waargenomen relatief klein is. Bovendien komen andere groepen op basis van de James Webb-gegevens juist op een hogere hubbleconstante uit. Astronoom Adam Riess van de Johns Hopkins-universiteit in de VS, het hoofd van een van die groepen, is ook sceptisch. ‘De hubblespanning is niet veranderd, het verschil ligt in de manier waarop we supernova’s analyseren. Dat verschil wordt veroorzaakt door het gemeten verschil in de hubbleconstante,’ zegt hij. ‘Ik denk niet dat het eerlijk of nauwkeurig is om de grootte van de spanning te bepalen aan de hand van alleen de laagste of hoogste meting.’ De getallen komen erg dicht bij elkaar te liggen, erkent astronoom Rocky Kolb van de Universiteit van Chicago. ‘Er is geen haalbare verklaring om de spanning op te lossen, als die er al is.’ Kolb vermoedt dat één groep zijn fouten onderschat.
Binnen de marges
Feit blijft dat het moeilijk is om de huidige kosmologische modellen te rijmen met de hogere hubbleconstante die gevonden is bij eerdere metingen van de lokale afstandsladder, zegt astronoom Lloyd Knox van de Universiteit van Californië. ‘Deze nieuwe resultaten lijken een grote stap in de richting van een oplossing’, zegt hij. Freedman en haar collega’s zijn nog niet klaar met het berekenen van de onzekerheden van hun meting. Op dit moment valt hun hubbleconstante binnen de marges van de hubbleconstante die volgt uit de achtergrondstraling, maar ook binnen de marges van de eerdere metingen met de afstandsladder. Er zijn meer verschillende methoden nodig om de hubblespanning echt vast te stellen, zegt Freedman. ‘Is dit het einde van de spanning? Niets sterft zo gemakkelijk. Maar deze gegevens wijzen wel die kant op.’
Februari jongstleden werd Washington DC opgeschrikt door het nieuws dat de VS op de hoogte waren van Russische plannen om nucleaire wapens te gebruiken in de ruimte. En hoewel de leiders van het Amerikaanse Congres en de regering-Biden de ontstane paniek snel wisten te bedwingen, zijn met deze onthulling toch een paar belangrijke feiten onder de aandacht gekomen.
De militaire dreiging in de ruimte is een feit en wordt met de dag groter. En zoals de strijd in Oekraïne laat zien, is moderne oorlogsvoering bijna geheel afhankelijk van ruimtetechnologie, waarbij aan beide kanten satellieten worden gebruikt voor communicatie, situatiebewustzijn en het mikken op vijandelijke stellingen.
Maar deze verhoogde militaire afhankelijkheid van de ruimte brengt nieuwe gevaren en uitdagingen met zich mee.
Het is geen geheim dat Rusland en China grote investeringen doen in de ontwikkeling van nucleaire ruimtewapens. Beide landen hebben ruchtbaarheid gegeven aan hun tests met antisatellietraketten. Van Rusland is bovendien bekend dat het laserwapens bezit die ontworpen zijn om vanaf de aarde satellietsensoren te verblinden. Moskou heeft zelfs ronduit gezegd dat westerse commerciële satellieten in een toekomstig conflict als legitiem doelwit zullen worden beschouwd.
De ontwikkeling van nucleaire antisatellietwapens in de ruimte zou echter een aanmerkelijke escalatie betekenen – en tevens in strijd zijn met het Ruimteverdrag van 1967, dat het verbiedt om nucleaire wapens of andere massavernietigingswapens in een baan rond de aarde te brengen.
Bovendien bestaat het gevaar dat landen die geen geavanceerde ruimtetechnologie bezitten – zoals Iran – die achterstand zouden proberen te compenseren door bij een toekomstig conflict vanaf de aarde projectielen af te vuren op doelwitten in de ruimte. In dat geval zouden vooral satellieten die zich dicht bij de aarde bevinden risico lopen.
Kwetsbaar ecosysteem
Wie kwaad in de zin heeft, zou ook een paar ‘lage’ satellieten kunnen vernietigen om een gevaarlijke hoeveelheid ruimteschroot te veroorzaken. Hierdoor zouden andere satellieten dan weer worden uitgeschakeld, waarbij niet alleen schade zou worden toegebracht aan militaire operaties, maar aan alle diensten wereldwijd die gebruikmaken van satellietverbindingen.
Westerse beleidsmakers moeten dringend inspelen op deze nieuwe dreigingen.
Allereerst moet Rusland duidelijk te kennen worden gegeven wat de consequenties zullen zijn van een escalatie in de ruimte. De NAVO heeft op dit punt een belangrijke stap gezet in 2021, toen besloten werd dat ook bij ‘aanvallen op, vanuit of binnen de ruimte’ een beroep kan worden gedaan op de clausule inzake wederzijdse verdediging van artikel 5.
Vervolgens moeten er, net als op alle andere terreinen, veiligheidsmaatregelen worden genomen, om de boodschap af te geven dat we in de ruimte stabiliteit willen bewaren.
Ten tweede moet de ruimte worden behandeld als cruciale infrastructuur. Ruimteactiviteiten en -technologie zijn van essentieel belang voor onze nationale veiligheid, economie en ons dagelijks leven, en daarom moeten militaire strategen nauwer samenwerken met toezichthouders en ruimteagentschappen. De ruimte is een kwetsbaar ecosysteem, en een militaire escalatie zou ernstige gevolgen hebben voor alle andere activiteiten waarbij satellietverbindingen worden gebruikt.
Tot slot moeten we er ons rekenschap van geven dat menselijke activiteit in de ruimte niet alleen wordt bedreigd door vijandige staten, maar ook door activiteiten waarbij een verhoogd risico bestaat op het creëren van ruimteschroot. NASA onderkent dit probleem door te stellen dat ‘het allergrootste gevaar voor ruimteschepen, satellieten en astronauten wordt gevormd door ruimteschroot’.
Megaconstellaties
Aangezien het aantal objecten dat we de ruimte in zenden de komende jaren exponentieel zal groeien, schiet ook het risico op dit soort botsingen omhoog. In 2018 waren er ongeveer 2000 satellieten actief in de ruimte. Dat aantal is inmiddels meer dan verdrievoudigd, en tegen het eind van dit decennium zouden het er wel eens 100.000 of meer kunnen zijn. Deze groei is vooral te wijten aan de commerciële megaconstellaties van satellieten die door bedrijven als SpaceX of Amazon worden gelanceerd.
Wanneer wordt het te druk in de ruimte? Daarvan hebben we tot op heden geen duidelijk beeld. Voor een inschatting van de algemene risico’s moeten beleidsmakers ook kijken naar de consequenties van de hoeveelheid objecten die in een baan rond de aarde wordt gebracht – niet alleen naar het potentiële gevaar van nieuwe antisatellietwapens. Het is een denkfout om aan te nemen dat een constellatie beter bestand zou zijn tegen aanvallen als er meer satellieten aan worden toegevoegd. Integendeel, daarmee zou deze juist kwetsbaarder kunnen worden, want gevoeliger voor een kettingreactie van botsingen die door een aanval op gang kan worden gebracht.
De ruimte wordt vaak beschreven als het nieuwe geopolitieke krachtveld. In werkelijkheid ís de ruimte al het voornaamste gebied waarop strategische concurrentie tussen landen plaatsvindt. Toch bevindt het thema zich al lange tijd aan de uitersten van ons politieke bewustzijn. Gezien de centrale rol die onze activiteiten in banen rond de aarde spelen voor onze economieën, gemeenschappen en veiligheid, moet daar verandering in komen – en wel nu meteen.
Anders Fogh Rasmussen was secretaris-generaal van de NAVO (2009-2014) en minister-president van Denemarken (2001-2009). Momenteel werkt hij pro bono voor de Oekraïense regering als adviseur op het gebied van veiligheid.
In de ruimte blijft al je gepraat over soft power in het luchtledige hangen. Vraag het maar aan Colombia. Daar werd in 1976 een top belegd met Brazilië, Ecuador, Oeganda, Kenia, Indonesië, Congo en toenmalig Zaïre. Die landen gaven een verklaring af waarin ze stelden dat het luchtruim boven hun land tot aan de geostationaire baan niet bij de ruimte hoort, maar bij het grondgebied van hun land. Die Verklaring van Bogotá was een flop. Colombia mag zijn aanspraak op dat deel van de ruimte dan in zijn grondwet hebben verankerd, internationaal vond de verklaring geen weerklank en ‘hun’ ruimte wordt nog onverminderd geëxploiteerd.
Al deze landen hadden dezelfde klacht: dat de internationale wetgeving over het gebruik van de ruimte niet de belangen dient van alle landen ter wereld, maar vooral die van de grootmachten. En ze hadden gelijk, al zal dat een schrale troost zijn. In het internationale Ruimteverdrag staat dat verkenning van de ruimte zal worden uitgevoerd ‘in het belang van alle landen’. Maar sinds dat verdrag werd aangenomen en ondertekend (in 1967, met de VS, de Sovjet-Unie en het Verenigd Koninkrijk voorop) is de macht van landen in de ruimte altijd nauw verbonden geweest met hun macht op aarde. Een goed voorbeeld daarvan zijn de wetten die de VS unilateraal opstelt over zaken die in het verdrag van 1967 niet of niet duidelijk genoeg geregeld zijn, zoals commerciële mijnbouw op asteroïden en de maan.
Kostendaling
De maanlanding van Chandrayaan-3 eind augustus was belangrijk als romantische illustratie van iets wat we al wisten: dat India deze eeuw een grootmacht in opkomst is. Maar het was ook een belangrijk moment om een andere reden: naar verluidt had India de nog niet eerder verkende zuidpool van de maan weten te bereiken voor slechts 74 miljoen dollar, nauwelijks meer dan Arsenal heeft betaald voor de Duitse voetballer Kai Havertz. Dat kunnen veel andere landen ze niet nadoen, en dat is deels te danken aan de kennis die India in de loop van zijn nu al 54 jaar oude ruimteprogramma heeft opgebouwd.
Maar het past ook binnen de bredere kostendaling in de ruimtevaart die wordt aangewakkerd door commerciële bedrijven als SpaceX. Het succes van India is deels te danken aan zijn eigen macht. Maar ook aan het feit dat het mede dankzij Indiase innovaties nu zelfs mogelijk wordt om een eigen maanmissie op te tuigen voor grootmachten op hun retour zoals het Verenigd Koninkrijk. En voor commerciële bedrijven en privépersonen met veel minder geld dan Elon Musk of Amazon-oprichter Jeff Bezos, die in zijn toespraak bij de diploma-uitreiking op de middelbare school al blijk gaf van zijn belangstelling voor het koloniseren van de ruimte.
Met de dalende kosten van raketten is nog maar één hindernis voor die kolonisatie uit de weg geruimd. In hun voortreffelijke nieuwe boek A City on Mars leggen Kelly en Zach Weinersmith op geestige en overtuigende wijze uit waarom je wel krankzinnig optimistisch of oliedom moet zijn om binnen afzienbare tijd een kolonie in de ruimte te willen vestigen. Helaas zijn velen van ons een van de twee of allebei.
‘De ruimte lijkt de mens tot nu toe geen verlangen naar vrede in te boezemen’
Diverse wedlopen tussen grote mogendheden in het verleden hebben aangetoond dat landen tot akelig veel stommiteiten in staat zijn om maar niet achter te blijven bij de ander. En het zou kunnen dat er op de zuidpool van de maan nog onvermoede schatten worden ontdekt. Maar het is net zo goed mogelijk dat die droom net zo’n illusie blijkt als het mythische El Dorado in het hartje van Afrika. Een van de gevolgen van de kolonisatiewedloop in Afrika was dat miljoenen Afrikanen vermoord of op de vlucht gejaagd werden. Er zijn gelukkig geen maanbewoners of marsmannetjes die we van hun land kunnen beroven. Maar een ander uitvloeisel waren directe conflicten tussen de Europese mogendheden. De race om een al dan niet reële voorsprong in de ruimte te behalen begint al hetzelfde effect te krijgen.
Dat India de doelstelling van zijn ruimteprogramma verlegd heeft van binnenlandse ontwikkeling naar maanmissies en de verdediging van Indiase satellieten, is een reactie op de proeven die China uitvoert met antisatellietwapens. En dat de VS weer met maanmissies bezig is, heeft meer te maken met de zekerheid dat China mensen naar de maan wil sturen dan de minieme kans dat er op de zuidpool van de maan iets waardevols te vinden is.
Door de dalende kosten van raketten is het verkennen van de ruimte niet langer alleen voorbehouden aan de grote mogendheden, zoals tijdens de Koude Oorlog. Het verdrag van 1967 op basis waarvan de ruimte nu met anderen gedeeld wordt, gaat nog steeds uit van een wereld waarin dit vooral een bezigheid is van de Amerikanen en de twee voormalige grote mogendheden Groot-Brittannië en de Sovjet-Unie. Terwijl de huidige koplopers in de ruimtewedloop de VS en China zijn. ‘De ruimte lijkt de mens tot nu toe geen verlangen naar vrede in te boezemen,’ schrijft het echtpaar Weinersmith. Nu de wereld zich opmaakt voor een race naar Mars, is de ruimtevaart hard toe aan nieuwe internationale regels.
Ruimtevaartuig is onderweg naar internationaal ruimtestation
Bijna twee en een half jaar nadat de eerste lancering mislukte, is het nieuwe passagiersruimteschip van Boeing op donderdag 19 mei vanaf Cape Canaveral (Florida) met succes gelanceerd, meldt The Verge. De CST-100 Starliner bereikte vervolgens de juiste baan die nodig is om het internationale ruimtestation ISS te kunnen bereiken.
‘De succesvolle lancering markeert het begin van een cruciale testvlucht voor de Starliner, die zich de komende week in de ruimte zal afspelen, en die zal helpen aantonen of de capsule in staat is om op een dag mensen naar de ruimte te vervoeren’, aldus de The Verge.
NASA wil eerst dat Boeing aantoont dat de capsule alle taken kan uitvoeren zonder bemanning aan boord
Starliner is een commercieel ruimtevaartuig dat Boeing in samenwerking met NASA heeft ontwikkeld, voornamelijk om de astronauten van het bedrijf te vervoeren van en naar het internationale ruimtestation (ISS) in een lage baan om de aarde. De capsule is een van de twee voertuigen, samen met Crew Dragon van SpaceX, die de NASA heeft helpen financieren om ruimtevervoer over te hevelen van de overheid naar commerciële bedrijven. Maar voordat NASA’s astronauten een ritje kunnen maken in de Starliner, wil de ruimtevaartorganisatie dat Boeing aantoont dat de capsule alle taken van een normale ruimtevaartmissie kan uitvoeren zonder bemanning aan boord.
Vanaf 20 september kunnen Amerikanen die de coronavaccins van Moderna of Pfizer hebben gekregen, een derde boosterdosis krijgen, meldt The Wall Street Journal. Het plan van de Amerikaanse regering, dat woensdag bekend werd gemaakt, moet nog worden goedgekeurd door de Amerikaanse geneesmiddelenautoriteit (FDA) – een formaliteit, aldus de krant. ‘Dit is de beste manier om ons te beschermen tegen nieuwe varianten die kunnen opduiken’, zei president Joe Biden.
Toename satellieten leidt tot ruimteafvalberg
In 2019 cirkelden er minder dan tweeduizend hightechapparaten in een baan om de aarde, nu zijn het er zesduizend en in 2030 zullen het er zo’n vijftigduizend zijn, schrijft The Hustle. Decennialang ging het om objecten van regeringen en miljardenbedrijven zoals Boeing, Lockheed Martin en AT&T. Die gebruiken satellieten voor weersvoorspellingen, het volgen van pakketbezorgers en het uitzenden van live sportprogramma’s. Maar dat verandert razendsnel, want raketlanceringen en satellieten worden goedkoper en software voor gegevensanalyse geavanceerder.
De snelle opkomst van satellieten roept vragen op over ruimtevervuiling
Veel nieuwe particuliere spelers betreden de markt, met als gevolg een explosie van direct beschikbare satellietbeelden met hoge resolutie. Zogenaamde NewSpace-innovators ontwikkelen nieuwe toepassingen, die bijvoorbeeld helpen Oeigoerse interneringskampen in China te signaleren, of inheemse gemeenschappen kunnen helpen bij het bestrijden van ontbossing.
Maar de snelle opkomst van satellieten roept vragen op over ruimtevervuiling en critici willen nu daadwerkelijk actie om de problemen op te lossen die worden veroorzaakt door de snel evoluerende technologie, aldus The Hustle.
MGM Resorts veilt elf werken van de Spaanse schilder Pablo Picasso met een waarde tot 104 miljoen dollar in een casino in Las Vegas. De elf werken van Picasso waren eigendom van voormalig casinomagnaat Steve Wynn, schrijft Business Insider. Wynn verkocht zijn Mirage Resorts-bedrijf in 2000 aan MGM en verliet de casinobusiness in 2018 na beschuldigingen van aanranding en intimidatie.
De landing van een Chinees ruimteschip op de achterkant van de maan begin januari betekent een doorbraak voor de ruimtevaart. China liep altijd achter op grootmachten VS en Rusland, maar zijn de rollen nu omgedraaid?
JA
De recente Chinese landing op de achterkant van de maan is meer dan alleen een wetenschappelijke doorbraak. Beijing geeft met zijn uitdijende ruimtevaartprogramma ook een sterk signaal af. ‘Dit is veel meer dan alleen een landing,’ zegt Alan Duffy, ruimtevaartdeskundige bij de Royal Institution of Australia. ‘Het bewijst hoe volwassen de Chinese ruimtevaarttechnologie is geworden.’
De geslaagde landing kwam voor veel wetenschappers als een verrassing: zij hadden verwacht dat die zou mislukken. Geen enkel land was ooit eerder op de achterkant geland. De moeilijkheid is dat die altijd van de aarde afgekeerd staat, wat direct radioverkeer onmogelijk maakt. Chinese onderzoekers wisten dit probleem echter te omzeilen door speciaal voor de communicatie met het Chang’e 4-ruimteschip en zijn verkenner een verbindingssatelliet te lanceren.
Begin deze eeuw had vrijwel niemand verwacht dat China zo snel een koppositie in de ruimte zou gaan innemen, aangezien het land nooit veel interesse in ruimtevaart toonde. Toen China in 2003 voor het eerst astronauten in een baan om de aarde bracht, deden westerse waarnemers dit af als een futiele poging om achterstand op de Verenigde Staten en Rusland in te lopen. Maar terwijl het Chinese ruimtevaartprogramma steeds groter werd, nam in de twee landen die al succesvolle programma’s hadden het enthousiasme voor ruimtevaart juist af. In de Verenigde Staten en Rusland kromp het budget, in China groeide het. Al in 2007, lang voordat het land de krantenkoppen haalde met baanbrekende prestaties in de ruimte, lanceerde het verkenningsmissies om de achterkant van de maan te onderzoeken.
En ondanks het veel kleinere budget staat het Chinese programma in veel opzichten nu al op gelijke hoogte met het Amerikaanse. Vorig jaar lanceerde China veertig ruimtemissies, ruim twee keer zoveel als in 2017. Deze verrassend snelle vooruitgang is volgens onderzoekers verklaarbaar doordat het land zich bewust richt op prestigeprojecten. Die moeten het land de status van ruimtegrootmacht bezorgen.
China benadrukt dat het met de missies louter vredelievende bedoelingen heeft. Het Pentagon is daar echter minder van overtuigd en schreef in augustus vorig jaar dat het Chinese ruimtevaartprogramma ‘een cruciale rol speelt in moderne oorlogsvoering’. En terwijl de nasa nauw samenwerkt met Rusland, heeft het Amerikaanse Congres dergelijke samenwerkings-projecten met het Chinese ruimtevaartagentschap uit angst voor spionage verboden.
De succesvolle Chinese landing is mogelijk een bedreiging voor het tanende Amerikaanse leiderschap in de ruimte, zij het niet op dezelfde manier als in 2007. ‘Dit gaat meer over prestige,’ aldus Duffy.
Washington Post | Verenigde Staten | dagblad | oplage 475.000
De grootste krant van Washington en een van ’s werelds meest toonaangevende titels.
Rick Noack is als buitenlandcorrespondent voor The Post grotendeels gevestigd in Berlijn, van waaruit hij schrijft over Australië, Nieuw-Zeeland en internationale veiligheid.
Adam Minter is columnist voor Bloomberg. Hij schreef het boek Junkyard Planet: Travels in the Billion-Dollar Trash Trade, over de miljarden-industrie van onze afvalbergen.
NEE
De landing van het Chinese Chang’e-4 ruimteschip op de achterkant van de maan is een indrukwekkende technische prestatie die laat zien dat China een grootmacht in de ruimte is geworden. Het komende decennium wil het land een ruimtestation in een baan om de aarde brengen, sondes naar Mars en Jupiter sturen en asteroïdenmissies uitzenden. Voor 2030 staat een bemande maanmissie gepland en voor halverwege deze eeuw een permanente kolonie.
De ambities van de nasa lijken daar schril bij af te steken. Sinds de laatste maanlanding van de Apollo in 1972 zijn Amerikaanse astronauten niet verder gekomen dan een baan om de aarde. Na ontmanteling van het spaceshuttleprogramma kunnen de Verenigde Staten het internationale ruimtestation ISS niet langer op eigen kracht bereiken. Nieuwe presidenten verlegden vaak hun prioriteiten, zodat de nasa dure missies, die al jaren gepland stonden, moest afbreken of herzien.
Toch gaat het in veel opzichten ook wel goed met het Amerikaanse ruimtevaartprogramma. Een jaar of twaalf geleden stelde het Congres de nasa in staat om publiek-private samenwerkingen aan te gaan. Sindsdien adviseert het overheidsagentschap private ruimtevaartbedrijven en investeert het in hun activiteiten. Elon Musks SpaceX is het bekendste, maar er zijn tientallen bedrijven in de commerciële ruimte-industrie actief. Hun specialisme varieert van de lancering van kleine satellieten tot maanverkenning. De resultaten zijn spectaculair: naar schatting van de nasa zelf kostte de ontwikkeling van de Falcon 9-raket door SpaceX maar tien procent van wat het de nasa zou hebben gekost om die te bouwen. Ook elders levert de steun van de nasa veel op. In de komende weken lanceert SpaceX een capsule die Amerikaanse astronauten naar het iss-ruimtestation kan brengen. Ten minste twee andere bedrijven hebben plannen voor een eigen, commercieel, ruimtestation. Tegelijk is de nasa de pure wetenschap niet uit het oog verloren. Er zijn vier missies naar Mars gaande en een naar Jupiter, er cirkelt een sonde om de zon en twee ruimteschepen hebben de interstellaire ruimte bereikt. Geen enkel ander land, ook China niet, kan zich hiermee meten: de wetenschappelijke en technologische knowhow ontbreekt simpelweg.
Zolang de vs de commerciële ruimtevaart blijft stimuleren en tegelijk met wetenschappelijke onderzoeksmissies steeds verder reikt, hoeft het land voorlopig niet bang te zijn om ingehaald te worden. Uiteraard heeft ook China het grote potentieel van de commerciële ruimtevaart ingezien en ontwikkelt het een eigen ruimte-industrie. Maar barst er inderdaad een nieuwe ruimterace los, dan hebben de Verenigde Staten alle kans die te winnen.
Bloomberg World View | Verenigde Staten | website | bloomberg.com
Bloombergs blog World View schrijft uitvoerig over de opkomende markten, en wordt met toonaangevende schrijvers wereldwijd erkend als autoriteit op het gebied van Rusland, India en China.
Aan de Tsinghua-universiteit in Beijing is een nieuwe koolstofvezel ontwikkeld met een trekkracht die 45 keer zo groot is als die van welk ander materiaal dan ook. Komt de lift naar de ruimte er nu echt?
Onderzoekers aan de Tsinghua-universiteit in Beijing beweren een koolstofvezel te hebben ontwikkeld die zo sterk is dat er zelfs een ruimtelift mee kan worden gebouwd. Eén kubieke centimeter van deze vezel – gemaakt van koolstofnanobuizen – kan volgens hen het gewicht dragen van 160 olifanten, ofwel meer dan 800 ton. En dat kleine stukje kabel weegt dan zelf maar 1,6 gram. Wang Changqing, die aan de Northwestern Polytechnical University in Xian onderzoek naar ruimteliften doet en niet bij deze studie betrokken was, noemt het ‘een doorbraak’.
Wat de onderzoekers hebben ontwikkeld, is een nieuwe ‘ultralange’ vezel van koolstofnanobuizen die naar hun zeggen sterker is dan enig ander materiaal. Ze hebben de technologie dit jaar gepatenteerd en een deel van hun onderzoeksresultaten gepubliceerd in het tijdschrift Nature Nanotechnology.
‘De treksterkte van koolstofnanobuisbundels is zeker 9 tot 45 keer zo groot als die van andere materialen’, schrijven ze in dat artikel. Ze voorspellen een grote vraag naar deze nieuwe vezel ‘voor tal van high-end toepassingen zoals bijvoorbeeld sportuitrustingen, kogelwerende kleding, lucht- en ruimtevaart, en zelfs ruimtevaartliften.’
Ruimtelift
Een lift van de aarde naar de ruimte: het lijkt misschien sciencefiction, maar het idee bestaat al meer dan een eeuw en wetenschappers hebben er de afgelopen decennia verschillende ontwerpen voor bedacht. Eén idee is bijvoorbeeld om een grote satelliet in een geostationaire baan om de aarde te brengen, en van daaruit een kabel aan één kant te verankeren in de aarde en aan de andere kant in de ruimte te laten zweven met een contragewicht eraan.
Die kabel wordt strak gehouden door de zwaartekracht van de aarde en de middelpunt- vliedende kracht van het contragewicht, als een touw met een loodje dat je rondzwaait. Daarlangs kan de lift dan op en neer gaan.
Tot nu toe komen ideeën voor een ruimtelift niet verder dan de tekentafel, omdat er nog geen materiaal bestaat dat sterk genoeg is voor de superlichte en ultrasterke kabels die zo’n project vereist. Volgens de NASA moeten die kabels, om niet te veel uit te rekken, een treksterkte hebben van maar liefst 7 gigapascal.
In 2005 schreef het Amerikaanse ruimtevaartagentschap zelfs een wedstrijd uit om dat materiaal te ontwikkelen. De winnaar kon rekenen op twee miljoen dollar. Niemand heeft de prijs opgeëist. Maar het team van Tsinghua onder aanvoering van hoogleraar chemische technologie Wei Fei zegt nu dat hun nieuwe koolstofnanobuisvezel een treksterkte heeft van 80 gigapascal.
Voor een ruimtelift is meer dan 30.000 km aan kabel nodig
Koolstofnanobuizen zijn opgerolde plaatjes grafeen, de koolstof met atomen in een honingraatstructuur: zeshoeken met een diameter van hooguit één nanometer. Het is een van de sterkste materialen die we kennen, de treksterkte kan in theorie oplopen tot 300 gigapascal. Maar om praktisch toepasbaar te zijn, moeten deze buizen tot een soort kabels worden gebundeld: dat is moeilijk te realiseren en heeft weer een negatief effect op de totale treksterkte van het eindproduct.
Volgens ruimtevaartdeskundige Wang is voor een ruimtelift meer dan 30.000 km aan kabel nodig, plus ander materiaal voor onder meer een rail en een schild tegen ruimtepuin en ander omgevingsgevaar. ‘Als de kabel niet sterk genoeg is, zou hij zijn eigen gewicht niet eens kunnen dragen.
Tot nu toe was er geen materiaal bekend dat hier sterk genoeg voor was’, zegt Wang, adjunct-hoofd van het China-Rusland International Space Tether System Research Centre. Hoe sterk de kabels voor een ruimtelift moeten zijn, hangt van het ontwerp af. Volgens Wang lijkt de vezel van koolstofnanobuis op dit moment de meest veelbelovende kandidaat, maar moeten nadere berekeningen en simulaties uitwijzen hoe die werkelijk zal presteren.
‘De kabel is een van de grote problemen voor een ruimtelift, maar niet het enige probleem’, zegt hij bovendien. Zo zijn Chinese en Russische ruimtewetenschappers ook samen op zoek naar een veilige en effectieve manier om een dunne, vederlichte kabel van buiten de atmosfeer naar de aarde te laten zakken.
Bij binnenkomst in de dampkring ontstaat zo veel wrijvingshitte dat de kabel kan verbranden, en om de lijn strak te houden moet het contragewicht zo groot als een asteroïde zijn. Het Internationaal Ruimtestation ISS valt qua omvang en complexiteit in het niet bij zo’n project, aldus Wang. Maar landen als China, de Verenigde Staten, Rusland en Japan blijven er onderzoek naar doen. De kabeltechniek kan ook inzetbaar zijn voor militaire doeleinden, zoals de onderschepping van ‘niet-coöperatieve doelen’ (vijandelijke satellieten).
Twee satellieten
Japan heeft vorige maand twee satellieten gelanceerd voor het allereerste experimentele onderzoek naar de beweging van een lift in de ruimte. Ze laten een minilift aan een kabel heen en weer gaan tussen deze twee satellieten. De uitkomst van dat experiment is nog niet bekend. Ook China heeft al tests met kabels in de ruimte gedaan, maar die onderzoeksgegevens zijn staatsgeheim.
Een lift naar de ruimte kan nog jaren op zich laten wachten, maar volgens Wei wil zijn team wel proberen tot massaproductie van de nieuwe vezel te komen, voor militaire en andere toepassingen. ‘Dit kan weleens een gamechanger gaan worden voor veel sectoren’, zegt hij. Hij wijst bijvoorbeeld op de methode om energie op te slaan in mechanische batterijen, met een supersnel elektromagnetisch vliegwiel in een vacuüm.
Hoe lichter en sterker het materiaal waarvan zo’n vliegwiel is gemaakt, hoe sneller het kan draaien. Met deze nieuwe koolstofvezel zou zo’n batterij volgens Wei veertig keer zoveel energie kunnen opslaan als een vergelijkbare lithiumaccu. Dan zou een Tesla Model S met één volle accu 16.000 kilometer kunnen rijden: van Londen naar Sydney.
Maar de technologie zal waarschijnlijk eerst worden ingezet voor militaire doeleinden, aldus Wei: ‘Nieuwe wapensystemen zoals rail- en laserkanonnen vergen vaak enorm veel stroomopslag, en daarvoor biedt onze technologie een potentiële oplossing.’ In 2013 ontwikkelde zijn team al de langste koolstofnanobuis ter wereld, van een halve meter lang. Onlangs hebben ze er een van zeventig centimeter gemaakt.
Als de massa- productie van deze vezel eenmaal mogelijk is en de energiedichtheid van mechanische batterijen daardoor stijgt, wordt dat ‘de doodsteek voor de fossiele brandstofmotor’. Dat zegt Song Liwei, die aan het Harbin Institute of Technology in Heilongjiang onderzoek doet naar mechanische batterijen. ‘Maar die vliegwielen zijn zo groot als een vat, zodat je een vezel van meerdere kilometers nodig hebt om zo’n batterij te bouwen’, zegt hij. ‘Zo ver zijn we nog lang niet.’
Deze Engelstalige krant, die banden heeft met het zakenmilieu van de Britse oud-kolonie, geeft een goed beeld van met name Zuid-China en de economische ontwikkelingen in de regio.
Van kilobytes naar petabytes, van nullen en enen naar qubits: onze toekomstmogelijkheden nemen zulke vormen aan dat de alarmbellen afgaan bij befaamde futuristen als Ray Kurzweil en Max Tegmark, en inmiddels ook bij Michio Kaku, een van de pioniers van de snaartheorie en schrijver van goedverkopende populairwetenschappelijke boeken. Kaku is een van de populairste wetenschappers ter wereld en een van de zeer weinigen die zo over wetenschap kan praten dat bijna iedereen het begrijpt.
In zijn laatste boek, The Future of Humanity, waagt hij zich aan het voorspellen van onze toekomst. Hij schetst een toekomst waarin nieuwe wetenschappelijke inzichten en technologie de mens zo machtig zullen maken dat we ons moeten herbezinnen op onze plaats in het universum. Een toekomst waarin Mars kan worden bewoond, de mens niet langer het enige intelligente leven is, onsterfelijkheid meer dan alleen een vergezochte fantasie wordt en we uiteindelijk ook zullen uitzwermen naar andere universums. Maar, zegt Michio Kaku, de eerste stap is dat we deze binnenkort onbewoonbare planeet aarde verlaten. Dan begint onze verkenningstocht.
Uw vorige boek, Physics of the Future, sprak me enorm aan. Sindsdien ben ik gefascineerd door de schaal van Kardasjov [zie onderstaand kader]. In uw nieuwe boek borduurt u daarop voort door te zeggen dat we langzaam naar een Type 1-beschaving toe bewegen. Kunt u uitleggen wat dat betekent en waarom we de aarde misschien al snel moeten verlaten als we willen overleven?
Een Type 1-beschaving is planetair, in de zin dat zo’n beschaving alle planetaire energiebronnen beheerst: al het zonlicht kan oogsten dat op de planeet valt, het weer kan aansturen. Het duurt nog zo’n honderd jaar voor we daar zijn. Het is simpel te berekenen wat de totale energieproductie van de wereld is, uitgedrukt in joules, en als je de energieproductie van een Type 1-beschaving berekent, zie je dat we rond het jaar 2100 zover zijn. Daarna komt Stella, Type 2, dan hebben we de energie van een ster. Dan spelen we met sterren. Denk aan de Federatie van Planeten in Star Trek, dat zou een Type 2-beschaving kunnen zijn. En dan heb je Type 3-beschavingen, dat is zoals in Star Wars. Elke beschaving is ongeveer tien miljard keer geavanceerder dan de vorige. Dus de energieproductie van het ene type vermenigvuldigd met tien miljard is de energieproductie van het volgende type.
Waarom is dat van belang? Omdat we op het punt staan een Type 1-beschaving te worden. Het internet is de eerste Type 1-technologie die werkelijk planetair is. Daarom is het internet zo belangrijk. Het is de eerste Type 1-technologie op aarde. Je ziet overal tot wat voor ingrijpende cultuuromslag dat leidt. Een Type 0-beschaving heeft nog de primitiviteit van de holbewoner. Wij kampen ook nog steeds met nationalisme en fundamentalisme en zo. Maar als we eenmaal het stadium van Type 1 bereiken, hebben we de meeste van die problemen opgelost. Tegen de tijd dat we bij Type 2 komen, worden we onsterfelijk. De wetenschap kent geen middel dat een beschaving van Type 2 kan vernietigen.
In uw boek ontvouwt u een verstrekkende toekomstvisie. Vol boude ideeën en technologische en wetenschappelijke hoogstandjes. Sterrenschepen die aan terravorming doen, onsterfelijkheid, een hogere beschaving. Dat is toch ook een enorme stap in het onbekende?
Inderdaad. Maar ik ben natuurkundige, dus we kunnen wel een begin maken met de kwantificering van het onbekende. Als ik sciencefiction schreef, zou ik allerlei maffe dingen bij elkaar kunnen fantaseren die de natuurwetten met voeten treden. Maar ik ben natuurkundige, ik weet wat de energieproductie is en wat er voor deze technologieën verder nodig is.
Om een van de specifieke ideeën te noemen waarover u schrijft: lasertransport. Kunt u kort uitleggen wat dat is?
Ja, hoor. Tegen het einde van deze eeuw gaan we onszelf digitaliseren. Alle gegevens over ons, onze persoonlijkheid, zelfs onze herinneringen, worden dan gedigitaliseerd. Kijk naar het Connectome Project, dat is opgestart onder president Obama, om alle neurale verbindingen in de hersenen in kaart te brengen.
Je hebt nu al een digitale voetafdruk. Al je betalingen, je Instagram-foto’s, filmpjes. Een fikse digitale voetafdruk. Maar tegen het einde van deze eeuw kan er ook een afdruk worden gemaakt van je hersenen. Zo krijg je een compositiefoto van wie je bent. Dat kunnen we digitaliseren en met een laserstraal naar de maan schieten. In een seconde ben je op de maan, in twintig minuten ben je op Mars, in een dag ben je op Pluto en in vier jaar heb je de sterren bereikt. Zonder je te hoeven bekommeren om stuwraketten, ongelukken, gewichtloosheid of kosmische straling. En vooruit, laat ik mijn nek eens uitsteken en zeggen dat het volgens mij al bestaat. Buitenaardse wezens die veel verder dan wij zijn, gaan echt niet zitten rotzooien met vliegende schotels. Vliegende schotels zijn zo achterhaald. Zij transporteren zich per laser door het heelal. Misschien loopt er vlak naast de aarde wel een lasersnelweg waarover miljarden zielen zich door de Melkweg teleporteren, en zijn wij gewoon te dom om het te zien.
Vliegende schotels zijn zo achterhaald. Het is veel geavanceerder om op een laserstraal door de ruimte te reizen
Is dat domheid? Of gewoon het feit dat we nog steeds ergens tussen 0 en 1 op de Kardasjov-schaal zitten?
Allebei. Er is sprake van een zekere domheid omdat we arrogant zijn. We denken dat we alles weten. We denken dat we buitenaards leven kunnen vinden door naar de radio te luisteren. Dat vind ik vrij dom. Als we op een primitieve beschaving stuiten, kunnen wij wel denken dat ze morse gebruiken, maar uiteindelijk zullen ze het hele elektromagnetische spectrum gebruiken. Wij gaan er in principe van uit dat buitenaardse wezens in morse seinen, dat ze hooguit van Type 1 zijn. We gaan ervan uit dat ze misschien honderd jaar verder zijn dan wij. Dat ze vliegende schotels hebben. Maar waarom? Dat is twintigste-eeuws denken. Het is veel geavanceerder om op een laserstraal door de ruimte te reizen.
Bestaan er in wetenschappelijke kringen grote bezwaren tegen de ideeën in uw boek?
Nee. Ik ben natuurkundige en heb er collega’s naar laten kijken. Geen van mijn ideeën druist tegen de natuurwetten in. Als dat wel zo was, zou ik het natuurlijk met andere wetenschappers aan de stok krijgen. Maar niets in mijn boek druist tegen de natuurwetten in. Alles wat ik beschrijf, valt binnen de natuurwetten.
Een van de dingen waar uw boek veel nadruk op legt, is de gedachte dat de macht verschuift van de overheid naar particuliere burgers. Het idee dat we het lot van de wereld in eigen hand hebben, mensen als Jeff Bezos en Elon Musk dan, al hebben die natuurlijk vele miljarden meer dan de gemiddelde burger. Maar zij zien een nieuwe tijd aanbreken, en de NASA lijkt ook overbodig te worden. Is dit het tijdperk waarin grote ondernemers het heft in handen nemen, zoals u in het boek suggereert?
Ik denk dat het hand in hand kan gaan. Toen president Obama het spaceshuttleprogramma schrapte, wist hij dat de particuliere sector in die leemte kon voorzien. De NASA is voorzichtig omdat het een bureaucratie is. Veiligheid staat daar voorop. Voor kapitalisten is veiligheid, nou ja, ook wel belangrijk, maar misschien niet de eerste zorg. Die willen dingen snel en efficiënt van de grond krijgen. De particuliere sector kan met frisse ideeën en deadlines komen waardoor dingen sneller gebeuren dan bij de NASA. En omdat de NASA een bureaucratie is, is alles daar ook een compromis. Ga maar na, toen de spoorwegen werden opgesplitst in maatschappijen voor goederenvervoer en reizigersvervoer, werden ze veel gestroomlijnder, zuiniger en efficiënter. De bureaucraten wilden één ding voor iedereen, en dat werd niets voor niemand. Zo is de bureaucratie met de spaceshuttle ontspoord.
Dus als ik het goed begrijp, zijn dat de dromers van deze wereld: Jeff Bezos, Elon Musk, Richard Branson? En nu spelen zij met de gedachte om terravorming uit te proberen op een andere planeet. Kunt u eens schetsen op welke termijn ik dat voor me moet zien?
Ten eerste zijn we nu al bezig met terravorming op aarde, dus dat gebeurt al.
Maar micro-organismen hebben geen agenda.
We kunnen het in stapjes doen. Eerst moet je met methaangas de atmosfeer een beetje opwarmen. Dan heb je zonnespiegels in de ruimte nodig om de ijskappen te laten smelten. En als je de temperatuur eenmaal zes graden kunt laten stijgen, krijg je een vliegwieleffect. Dan jaagt het zichzelf aan. Dus meer hoef je niet te doen. De planeet zes graden opwarmen. Wij warmen de aarde nu al één graad op, zonder het zelf te beseffen. Op Mars zouden we de temperatuur doelbewust met een graad of zes moeten verhogen. En dan moet je het natuurlijk nog leefbaar maken, met genetisch gemodificeerde planten die kunnen leven in een atmosfeer van kooldioxide. Die passen we genetisch zo aan dat ze op Mars kunnen overleven. Dan halen we water en raketbrandstof uit het aanwezige ijs, we ontwikkelen genetisch gemodificeerde gewassen die je daar kunt telen, we smelten de ijskappen. Over zo’n honderd jaar kunnen we daarmee beginnen. Niemand zegt dat we dat nu al kunnen doen, maar in de volgende eeuw, als we eenmaal een kolonie op Mars hebben, kunnen we ermee beginnen.
Dit is een heel serieus idee dat weerklank begint te vinden. Het vooruitzicht dat we de aarde gaan verlaten zou waarschijnlijk nogal wat angst veroorzaken onder de meer dan zeven miljard mensen die haar nu bevolken. U lijkt onder de indruk te verkeren dat we tussen twee ijstijden in zitten. Sommige sceptici zouden zeggen dat verhuizen naar een andere planeet in feite neerkomt op het verlaten van de aarde, maar dat we iets moeten doen omdat de aarde uitgeput raakt. Wat zegt u tegen die critici?
Volgens mij slaan ze allemaal de plank mis. Niemand zegt dat we de aarde moeten verlaten om naar Mars te gaan. Dat gaat niet gebeuren. Er zijn te veel mensen op aarde en Mars is heel ver weg. Het is alleen iets om op terug te vallen. Maar mensen zien het helemaal verkeerd. We moeten de opwarming van de aarde bestrijden en niet denken dat we kunnen vluchten door naar Mars te gaan.
U stelt veel vertrouwen in de vierde golf van technologie en wetenschap, die volgens u tot een nieuwe welvaartsrevolutie zal leiden. Maar de aarde verlaten en Mars bewoonbaar maken zal ook weer tot hoogmoed en egoïsme leiden, die we moeten beteugelen. Is er een soort verdrag nodig?
Ik denk dat we verdragen nodig hebben. Kijk naar het Ruimteverdrag van 1967. Dat voorziet niet in de mogelijkheid dat particulieren een stuk van de maan claimen. Toch is dat nu mogelijk. Als ik in 1967 tegen je had gezegd dat ooit een particulier zijn eigen maanraket zou bouwen om een vlag op de maan te planten en dat te claimen, had je me voor gek verklaard. Maar nu is het zover. Daarom zaten vorige maand miljoenen mensen naar die beelden te kijken. Omdat het een maanraket was. En hoeveel heeft die raket de belastingbetaler gekost? Niets. Geen cent. Dat had niemand in 1967 kunnen denken. Daarom heb je nieuwe verdragen nodig, want je weet nu al dat China naar de maan gaat. China heeft al gezegd dat het zijn vlag op de maan gaat planten. We hebben verdragen nodig, want particuliere ondernemers zullen hoe dan ook naar de maan gaan. Het kost niet zoveel om naar de maan te gaan. In de toekomst zullen de mensen op huwelijksreis gaan naar de maan. Honeymoon op de maan, een toeristische attractie.
De exploitatie van al die nieuwe technologie zal volgens u een heel nieuw tijdperk van ontdekkingen inleiden. Een van de hoogleraren die u in uw boek aanhaalt, doet een fascinerend uitspraak waar ik u graag eens over wil horen. Ze zegt: ‘We hebben nog steeds geen kopieën van ons zonnestelsel gevonden, we hebben zelfs zoveel vreemde resultaten dat de astronomen te weinig theorieën hebben om ze te kunnen verklaren. Hoe meer we vinden, hoe minder we ervan begrijpen. Het is één grote puinhoop.’ Kunt u dat alstublieft wat nader uitleggen?
Op de lagere school leerden wij nog dat alles netjes en overzichtelijk was. Dat ons zonnestelsel bestond uit rotsachtige planeten zoals de aarde en Mars, uit gasreuzen zoals Saturnus, en uit kometen. Alles was heel simpel. Alle planeten cirkelden in een baan om de zon en alles was pais en vree. Van dat hele idee is niets meer over. Waarom? Omdat er zonder zo’n mooie cirkelende baan om de zon geen leven mogelijk is. Leven is in het heelal heel zeldzaam. Er is rust en een gematigde omgeving nodig om het ontstaan van leven mogelijk te maken. Het is een ruwe bedoening in het heelal, hemellichamen beschrijven grillige banen, planeten botsen de hele tijd op elkaar. Wij zijn de uitzondering. Waarom? Hier is leven. Leven op een planeet is enorm moeilijk. Dat vereist een stabiele, rustige omgeving. Miljarden jaren van stabiliteit. Maar in het heelal vindt om de zoveel duizend jaar weer ergens een ramp plaats. Waarin verschilt de aarde dan zo van alle andere zonnestelsels die we zien? Dat hier leven is. DNA kan alleen onder heel strikte voorwaarden ontstaan. Als kinderen bijvoorbeeld leren dat het heelal heel oud is, vragen ze: ‘Waarom is het heelal zo oud?’ De meeste mensen staan dan met de mond vol tanden, hè. Maar de reden dat het heelal zo oud is, is dat het zo lang heeft geduurd om DNA van de grond te krijgen. Vlak na de oerknal was er geen DNA, het heeft ongeveer 13 miljard jaar geduurd om in deze sector van het melkwegstelsel DNA van de grond te krijgen.
De dinosauriërs hadden geen ruimtevaartprogramma. Daarom zijn zij er nu niet meer
Maar het feit dat wij hier zijn ontstaan en het al zo lang volhouden is toch vreemd? Past uw multiversumtheorie wel in dat idee?
Ja, dat is de oplossing voor het probleem van de fijnafstemming. Het leek wel of het universum wist dat wij eraan kwamen. Alle krachten in het heelal waren precies goed afgestemd om leven op aarde mogelijk te maken. Als de kracht van kernfusie sterker was geweest, zou de zon miljarden jaren geleden al zijn opgebrand. Als die zwakker was geweest, zou de zon nooit ontbrand zijn. Dus de kernkracht is precies goed voor het produceren van zonlicht, wat heel zeldzaam is. Zo kun je een heel lijstje afgaan van allerlei toevalligheden. Dus ofwel God bestaat of het is één groot dobbelspel.
Kunt u het idee van een multiversum kort uitleggen?
Het heelal is een zeepbel. Wij leven in het vlies van die bubbel en die is aan het groeien. Dat is de oerknaltheorie. Nu geloven wij in een heel bubbelbad, tal van universums die rondzweven en soms tegen elkaar botsen, dat is de oerknal. Dus wat is er gebeurd voor Genesis 1:1, toen God zei dat er licht was? Wat gebeurde er daarvoor? Vlak daarvoor zijn universums op elkaar gebotst. En op een dag gaan we met behulp van zwaartekrachtgolfdetectoren babyfoto’s van het heelal maken. Ik denk dat we over een paar jaar foto’s hebben van het heelal in de babyfase. Dan zien we het heelal uit de baarmoeder komen, en misschien zien we ook de navelstreng die ons babyuniversum dan nog verbindt met een moederuniversum.
Daarover zegt u: ‘De natuurwet is een doodvonnis voor al het intelligente leven.’ Dus uiteindelijk, over vele triljoenen jaren, zal het universum uitsterven. Bedoelt u dat die zeepbellen op den duur uiteen zullen spatten en plaatsmaken voor nieuwe zeepbellen?
Nou, uiteenspatten kunnen ze niet, want dat druist in tegen de theorie van Einstein, maar ze worden steeds groter en groter en kouder en kouder. En als die expansie zich eeuwig voortzet vriezen we uiteindelijk allemaal dood. Dat wordt de Big Freeze genoemd. Dat staat nog niet vast, want het proces kan ook worden omgekeerd, maar op dit moment lijkt het universum te versnellen. Het loopt gierend uit de klauw. Het universum is op hol geslagen.
Dan rijst natuurlijk de gedachte dat we dit universum moeten verlaten, vandaar uw hoofdstukken over interstellaire ruimtevaart. U zegt dat die mogelijk wordt als we gebruik kunnen maken van Planck-energie. Kunt u een idee geven van wat dat is en wat je daaraan hebt?
Planck-energie is de ultieme energie. Tien tot de negentiende macht elektronvolt. Een biljard keer zo krachtig als de Hadron Collider. Bij zo veel energie wordt de stabiliteit van de ruimte aangetast. Als je water verhit, gaat het toch uiteindelijk koken? Als je lege ruimte verhit, begint die ook te koken. Dan vormen zich luchtbellen en die bellen zijn universums. De meeste daarvan springen weer terug in het vacuüm en verdwijnen voorgoed, maar sommige blijven uitdijen, en dat is ons universum. Waarschijnlijk is ons universum zo begonnen. Maar op een dag wordt ons universum zo groot en koud dat er niets meer kan leven, en wij fysici hebben veel artikelen geschreven over hoe er leven kan blijven bestaan als het universum echt heel, heel koud wordt. Als deze uitdijing doorgaat, zal uiteindelijk al het leven op aarde sterven. Ik vind: als het universum gaat sterven, moeten wij het universum verlaten.
U sprak heel toepasselijk van een dobbelspel. Hoeveel kans geeft u ons dat we de komende honderd jaar in onze huidige staat overleven?
99,9 procent van al het leven op aarde is al uitgestorven. Uitsterven is de norm. Wij denken dat Moeder Natuur warm en knuffelbaar is, maar de natuur kan net zo goed wreed en onverschillig zijn. Het kan de natuur niet schelen of wij een voetnoot in de geschiedenis van het leven worden. Maar ik denk dat wij verschillen van de 99,9 procent die is uitgestorven. De dinosauriërs hadden geen ruimtevaartprogramma. Daarom zijn zij er nu niet meer. Ze horen bij de 99,9 procent. Toen hier een meteoor insloeg, hadden zij geen idee wat te doen. Wij hebben een ruimtevaartprogramma, wij kunnen onze maatregelen nemen.
Toen bijna honderd jaar geleden de kwantumfysica werd ontdekt, druiste dat in tegen de logica van het wereldbeeld dat natuurkundigen tot dan toe hadden. Denk u dat er weer zoiets kan worden ontdekt, een nieuw soort energie of een aspect van het heelal waardoor we ineens dingen zien waar we nu blind voor zijn?
Ik denk niet dat we fundamenteel nieuwe dingen gaan ontdekken. Als zich nog opzienbarende en verbluffende nieuwe ontwikkelingen voordoen, zal dat eerder op het vlak van de techniek dan de natuurkunde zijn. We begrijpen namelijk redelijk goed hoe het heelal natuurkundig in elkaar zit, van protonen tot de oerknal. Van het binnenste van een proton tot de uiterste randen van het universum. Dus daar verwachten we niet echt verrassingen meer van, tenzij we natuurlijk in een proton kunnen doordringen naar wormgaten of zoiets, of naar dingen buiten ons universum zoals de hyperruimte. Maar in de techniek, ja, op dat vlak kun je nog allerlei opzienbarende vernieuwingen verwachten, en ook op het gebied van bio-engineering.
Astrofysicus Guy Consolmagno is de baas van de sterrenwacht van het Vaticaan. Wetenschapsjournalist Stefan Klein van Die Zeit sprak met hem over de vraag of wetenschap en religie te verenigen zijn, het verschil tussen mens en dier, en buitenaards leven.
Als we de wereld met natuurwetten kunnen verklaren, waar blijft God dan? Wie zich bezighoudt met het ontstaan en de opbouw van het universum wordt onvermijdelijk met dit soort vragen geconfronteerd. In het lastige grens-gebied tussen weten en geloven beweegt zich de astrofysicus Guy Consolmagno. Hij is jezuïet en zwaait de scepter over de sterrenwacht van de paus in diens zomerresidentie Castel Gandolfo bij Rome, waar de telescoopkoepel al van verre is te zien. Het Vaticaanse observatorium werd in de huidige vorm in 1891 gesticht om de uitwisseling tussen wetenschap en religie te bevorderen; als internationaal onderzoeksinstituut heeft het ook een grote telescoop in de woestijn van Arizona.
Consolmagno komt uit Detroit. Hij is expert in meteorieten en doet onderzoek naar het ontstaan van de hemellichamen in het zonnestelsel. Hij heeft een lange witte baard, draagt een sweatshirt, praat snel en lacht veel. Als ik niet beter wist, dan zou ik denken dat hij een professor van een Amerikaanse universiteit in het Midwesten is.
Met ruimteobservatoria kunnen we tegenwoordig het eerste licht van het universum na de oerknal opvangen, de kosmische achtergrondstraling. De Amerikaanse astrofysicus George Smoot heeft enkele jaren geleden bij een presentatie over deze straling gezegd: ‘Als je religieus bent, dan is het alsof je oog in oog staat met God.’ Bent u dat met hem eens?
Guy Consolmagno: Smoot heeft die ervaring heel nauwkeurig beschreven. Plotseling zie je iets waarvan je nooit gedacht had het ooit te kunnen zien. Dat heeft inderdaad veel weg van een religieuze beleving.
Wat voelt u als u naar de sterrenhemel kijkt?
Dezelfde verwondering die ik als kind voelde, maar met het voordeel meer te weten. Door wat ik weet waardeer ik de dingen die ik waarneem nog meer. Ik heb zelf een kleine telescoop. Wie daardoor naar de Orionnevel kijkt, zal zeggen: wat prachtig! Ikzelf kijk echter naar de Orionnevel in de wetenschap dat daar sterren worden geboren. Met een grotere telescoop kun je zelfs de processen waarnemen die leiden tot het ontstaan van planetenstelsels. Het is vergelijkbaar met naar muziek luisteren of een zonsondergang bewonderen. De bloedrode zon is mooi en hetzelfde geldt voor de maxwellvergelijkingen die beschrijven hoe haar licht ons bereikt. Die elegantie van de natuur ervaar je echter alleen als je kennis hebt van de wetenschap erachter.
Ik begrijp wat u bedoelt, een bijna extatische verwondering over het feit dat de schoonheid van de wereld zich op zo veel terreinen aan ons vertoont.
Het simpelste woord daarvoor is ‘vreugde’. Als ik me niet goed voel, kijk ik door de telescoop. Daarna ben ik gelukkiger.
Zou u dat geluk een religieus gevoel willen noemen?
Ja. Met de nadruk op gevoel. Religie is meer dan emoties. Maar de vreugde die ik ervaar bij een blik door de telescoop of ook wanneer ik gegevens uit de computer heb geprint en plotseling iets doorzie, is vergelijkbaar met de vreugde die ik in het gebed heb beleefd.
U hebt twintig jaar als wetenschapper gewerkt voordat u jezuïet werd. Hoe bent u bij de orde gekomen?
Ik ben opgegroeid in een katholiek gezin en heb me altijd zeer op mijn gemak gevoeld bij mijn Ierse moeder en mijn Italiaanse vader. En ik had bewondering voor mijn leraren, dat waren jezuïeten. Religie was een belangrijk deel van ons leven, maar ik heb me er nooit met schuldgevoelens beladen of onderdrukt door gevoeld. Integendeel, ik geniet van de religie. De dagelijkse gang naar de mis geeft me nog altijd grote voldoening en als ik niet ga, ervaar ik dat als een gemis.
U bent gelovig uit hedonisme.
Zou ik dat woord gebruiken? Maar inderdaad, ik heb nooit dingen gedaan die ik niet leuk vond. Toen we achttien waren dronken mijn vrienden whisky. Ik vond dat naar mondspoeling smaken. Waarom zou ik die rommel drinken?
Je moet wennen aan de smaak van whisky. Net als aan de mis.
Bij de mis heeft het in elk geval voor me gewerkt. Wetenschapper werd ik omdat ik sciencefictionfan ben. Dat was ik al in mijn tienerjaren. Toen ik in Boston de bibliotheek van de Science Fiction Society in het Massachusetts Institute of Technology (MIT) zag, wilde ik per se daar studeren. In een bevlieging schreef ik me in voor geowetenschappen. Het was geweldig. Wij studenten mochten onderzoek doen en ik schreef mijn eindscriptie over de oceanen op de ijsmanen van Jupiter. Destijds, in de jaren zeventig, was dat allemaal nog speculatie. De ruimtesondes die daar in de afgelopen jaren zijn geweest, hebben mijn voorspellingen over vloeibaar water onder de ijskorsten bevestigd. Mijn verklaringen ervoor waren evenwel onjuist. Toen ik naar de dertig liep, haalde ik geen voldoening meer uit onderzoek. Ik vroeg me af: wat ben je eigenlijk aan het doen met je leven? Hoe kun je je het hoofd breken over manen van Jupiter als mensen op aarde verhongeren?
En tot welke conclusie kwam u?
Ik nam ontslag bij het MIT en meldde me aan bij het Peace Corps, dat Amerikaanse vakmensen naar andere landen stuurt. Ik ging naar Nairobi om les te geven in astronomie, maar ik had wel gedacht praktischer bezig te zullen zijn voor de armen. In het weekend trok ik met mijn kleine telescoop door afgelegen dorpen. En de mensen daar, die nauwelijks in hun primaire levensbehoeften konden voorzien, waren verrukt als ze door het oogglas mochten kijken. Ze ervoeren natuurlijk precies die vreugde waarover we zojuist spraken. Toen begreep ik dat de vreugde om het universum te zien alle mensen verenigt.
In het weekend trok ik met mijn kleine telescoop door afgelegen dorpen. En de mensen daar, die nauwelijks in hun primaire levensbehoeften konden voorzien, waren verrukt als ze door het oogglas mochten kijken
Omdat we zien dat we deel uitmaken van een groter geheel. Ik denk dat daar een diep verlangen achter schuilgaat: we willen weten wie we eigenlijk zijn en waar we vandaan komen. Veel mensen hopen een antwoord te krijgen in de religie, anderen zoeken dat in de wetenschap.
Een vriend van mij zoekt de verklaring daarvoor in de omvang van onze hersenen. Kennelijk zitten daar delen in die meer willen dan alleen maar dat er de volgende ochtend genoeg te eten is. En ja, u kunt het verlangen toeschrijven aan het bewustzijn van onszelf, op wat de grote filosofen de menselijke ziel noemden. Ik zou dat gevoel omschrijven als de vreugde om dicht bij God te zijn. Maar ik probeer dat niet te verklaren. Ik observeer de vreugde alleen maar en neem die serieus. Ze hoort bij het menselijk leven. Met die gevoelens onderscheiden we ons van weldoorvoede runderen.
Maar dat is niet de reden dat u jezuïet bent geworden.
Nee. Nadat ik na twee jaar was teruggekeerd uit Kenia heb ik een paar jaar lesgegeven aan een Amerikaans college. Ik was gelukkig. Maar toen liep mijn relatie op de klippen en werd me duidelijk dat een gezin hebben niet strookt met mijn persoonlijkheid. De tijd leek me rijp om toe te treden tot de orde. Hier kan ik het onderzoek doen dat ik altijd al wilde doen en tegelijkertijd mijn geloof beleven.
U zag geen contradictie in het als wetenschapper afleggen van de kloostergelofte?
Waarom zou dat moeten?
Omdat een wetenschapper alleen gebonden zou moeten zijn aan kennis. Als jezuïet hebt u uw kerk echter onvoorwaardelijke gehoorzaamheid gezworen. ‘Wat in mijn ogen wit lijkt te zijn, beschouw ik als zwart als de hiërarchische kerk dat zo beslist,’ heeft Ignatius, de stichter van uw orde, geschreven. Niet bepaald een heel wetenschappelijke instelling.
Een metafoor. Hopelijk.
Waarom denkt u dat Ignatius dat niet zo heeft bedoeld?
U moet die zin in zijn context zien. Wij jezuïeten hebben altijd al de naam gehad rebels te zijn. Maar rebellie en overgave zijn niet in strijd met elkaar. Het een brengt het ander met zich mee.
Soms.
In mijn geval is er geen sprake van tegenstrijdigheid. Onze missie bij het Vaticaanse observatorium is heel eenvoudig om goede wetenschap te bedrijven. Niemand geeft ons opdracht waarnaar we onderzoek moeten doen en met welke resultaten.
In 1996 bent u voor de sterrenwacht van de paus in Antarctica geweest om naar meteorieten te zoeken.
Ja. Meteorieten bieden informatie over de geschiedenis van het zonnestelsel. Maar de meeste meteorieten die op aarde terechtkomen worden niet als zodanig herkend. De mensen denken dat het doodgewone stenen zijn en op een gegeven moment verdwijnen ze in de bodem. Maar in Antarctica beweegt het ijs zich vanuit het midden naar de rand van het continent, waar het smelt. Daarbij komen meteorieten tevoorschijn die duizenden jaren geleden zijn ingevroren. Je hoeft alleen maar je ogen open te houden: de zwarte stenen die zich tegen het blauwe ijsoppervlak aftekenen, zijn meteorieten.
Hoe lang bent u in die ijswereld geweest?
Maanden. Meestal waren we met z’n zessen, telkens twee onderzoekers in een tent. Elke ochtend reden we met de sneeuwmobiel verder naar een ander gebied. Als je langere tijd in zo’n kale omgeving doorbrengt, verandert je waarneming. Kleuren worden intenser, geuren worden krachtiger. Je begint zelfs de lucht te proeven. Hoewel je je een vreemde voelt in die natuur besef je dat ook die bij onze wereld hoort. En dat het universum veel rijker en gecompliceerder is dan we ons voorstellen.
Heb je nog behoefte aan religie als je dat soort ervaringen in de natuur hebt?
Ik wel. Ik had een plastic doosje met geconsacreerde hosties bij me. Elke nacht om twee uur nam ik er eentje en sprak een gebed uit. Voor mij was het in die volledige afzondering zelfs nog belangrijker om verbinding te zoeken, mezelf eraan te herinneren dat de wereld groter is dan onze drie tenten.
Omdat ik altijd wakker word rond dat uur. En omdat ik niet wilde dat mijn reisgenoten het zouden meekrijgen. Wat ik deed was te belangrijk en te intiem. Wie in die mate op elkaar is aangewezen, zoals wij dat waren, kan het best al het persoonlijke overboord zetten.
Uw collega’s in de tent zouden u waarschijnlijk ook niet hebben begrepen. Ik ken maar heel weinig wetenschappers die religieus zijn.
Die ervaring deel ik niet. Normaal gesproken schrikken wetenschappers ervoor terug om over religie te spreken. Maar toen ik toetrad tot de orde vertelden veel collega’s me over hún geloof. Wetenschappers zijn even religieus als andere mensen.
Onderzoeken leiden tot een andere conclusie. In de VS gelooft bijvoorbeeld bijna 90 procent van de bevolking in God, maar slechts 30 procent van de hoogleraren. En van de geleerden die vanwege bijzondere prestaties in de Amerikaanse Academie van Wetenschappen zijn gekozen, is zelfs maar 7 procent religieus.
Ik denk dat wetenschappers de vraag bij dergelijke onderzoeken anders interpreteren dan andere mensen, niet of ze geloven maar of ze regelmatig bidden en naar de kerk gaan. Zo komt u natuurlijk op lagere percentages. En de Academie is een verzameling oude mannen. Wie in zo’n instituut wordt gekozen, heeft buiten zijn research nooit een leven gehad.
Wat mij betreft is er een veel voor de hand liggendere verklaring voor deze cijfers. De wetenschappers zijn niet gelovig omdat de religie hun niet plausibel voorkomt. De kerk verkondigt een leer die meer dan tweeduizend jaar geleden is ontstaan, in een heel andere wereld. En dat doet ze bovendien nog in een taal die geen mens meer begrijpt. Toen het Oude Testament werd geschreven, dacht men dat de aarde plat was. En men kon zich geen andere voorstelling maken dan dat een hoger wezen de mensen op de wereld had gezet. Tegenwoordig hebben we betere verklaringen.
Maar ook een rijkere theologie. In Babylon, waar het scheppingsverhaal van het boek Genesis zijn oorsprong vindt, dachten de mensen dat de aardschijf werd begrensd door gebergten en dat daaroverheen een firmament was gespannen. Men vroeg zich af wat daarachter zou zijn. Tegenwoordig weten we dat de horizon, waar we niet achter kunnen kijken, miljarden lichtjaren verwijderd is.
Zo’n horizon is er omdat het licht uit nog verder verwijderde delen van de ruimte sinds de oerknal niet genoeg tijd heeft gehad om ons te bereiken. Maar daarachter gaat het heelal verder. We kunnen alleen niet weten hoe het er daar uitziet.
We moesten astronomie bedrijven om daarachter te komen. In elk geval houdt de vraag wat er aan de andere kant van de horizon is ons nog altijd bezig. Die vraag is er alleen maar fascinerender op geworden. Er wordt vaak gezegd dat wij astronomen met onze telescopen naar de laatste antwoorden zoeken. Dat is niet zo. In werkelijkheid geven we de aanzet tot het stellen van filosofische vragen.
Hoe nuttig zijn geloofsbegrippen uit een tijd waarin de mensen dachten dat de wereld in zeven dagen is geschapen?
Ik geloof niet dat we te maken hebben met nieuwe vragen. We zien de oude vragen alleen op een nieuwe manier. Het boek Genesis verhaalt niet over wetenschap, want die was er toen nog niet. Maar alles wat er over de schepping in de Bijbel staat, heeft één thema gemeen: het universum is het werk van een bovennatuurlijke god die deze wereld wilde en liefheeft. Dat is een diepzinnige overweging die overeind blijft, ook al breidt onze kosmologische kennis zich uit.
Eens. In een wereldse taal zou ik die gedachte als volgt uitdrukken: het universum is in beginsel goed. Maar een dergelijk geloof heeft helemaal niets te maken met wat we over het ontstaan van de kosmos kunnen ontdekken.
Een ander voorbeeld: in de oudheid vermoedde men de aanwezigheid van monsters op de onbekende continenten aan de andere kant van de oceanen. Natuurlijk weten we nu dat die monsters er niet zijn. Maar in de afgelopen jaren zijn er wel bijna duizend planeten in andere zonnestelsels ontdekt. En het zou heel, heel merkwaardig zijn als niet op enkele van deze exoplaneten intelligente wezens wonen. Hoe denken die schepsels over de grote vraagstukken? Welke ideeën hebben zij over de reden van hun bestaan en het ontstaan van het universum? Dan kijk ik naar mijn religie en besef dat de wereld niet alleen maar uit de mensheid bestaat.
Als ik me goed herinner, spelen andere schepsels van de natuur nauwelijks een rol in de Bijbel.
De christenen in de middeleeuwen geloofden in elk geval helemaal niet dat de mensheid het middelpunt van alles vormde. Die fout hebben de humanisten pas veel later gemaakt.
Een aanzienlijk deel van het christelijk geloof bestaat erin te beseffen dat er ontelbare versies van God zijn waarin je niet kunt geloven
In de Middeleeuwen geloofden de mensen in engelen. Die wilt u toch niet gelijkstellen met buitenaardse wezens?
Wie zich een voorstelling kan maken van engelen, heeft geen problemen met buitenaardse intelligentie.
Ik heb nooit echt begrepen wat het woord ‘god’ eigenlijk betekent.
Er zijn veel voorstellingen van God, verkeerde en zelfs gevaarlijke voorstellingen. Een aanzienlijk deel van het christelijk geloof bestaat erin te beseffen dat er ontelbare versies van God zijn waarin je niet kunt geloven.
En waarin kunt u geloven? Laten we het met een betekenis proberen waarover we het misschien eens kunnen worden: ‘god’ is de oorzaak van alles. Het woord is een omschrijving van de onbeantwoordbare vragen waarom de wereld bestaat en waarom die is zoals hij is.
Eens. Maar voor mij is het meer dan dat. De God die verantwoordelijk is voor de supernova’s en de natuurwetten hóúdt ook van mij.
Waarom zou hij uitgerekend in u geïnteresseerd zijn? Of in mij?
Tja, waarom vinden mijn vrienden me leuk? Als ik daarvoor een lijst van argumenten moet opstellen, ben ik verloren. Eigenlijk zijn er geen redenen. Desondanks is de vraag beslist niet triviaal. De liefde komt voor al het andere.
Gevoelens zijn menselijke emoties. Ik vind het moeilijk te begrijpen hoe je zoiets kunt toekennen aan een oergrond van het universum. Wilt u ook beweren dat God een wil heeft en handelend optreedt?
Ja.
Alsof hij een persoon is? De gedachte dat achter de laatste onbeantwoorde vraag uitgerekend een wezen met menselijke trekken schuilgaat, lijkt me zachtjes uitgedrukt onwezenlijk.
Onwezenlijk, ja. Zelfs wonderbaarlijk: God verricht wonderen. Maar dat vind ik niet ongelooflijk.
Dan moeten we maar eens een wonder tegen het licht houden. Gelooft u in de opstanding van het vlees?
Ja. Als het eenmaal gebeurd is, dan kan het opnieuw.
Wat doet u aannemen dat Jezus na zijn dood fysiek is opgestaan?
De mensen die de Verrezene hebben gezien, geloofden er zo heilig in dat ze liever zouden sterven dan die gebeurtenis te verloochenen.
Hebt u een verklaring voor het fenomeen?
Natuurlijk niet.
En als ik zeg dat ik mensen heb ontmoet die bij hun leven zweren dat ze een werkend perpetuum mobile hebben gezien, zou u dat geloven?
Nee. De opstanding gaat samen met alles wat ik verder over God weet. Het perpetuum mobile daarentegen is onverenigbaar met alles wat ik over machines weet.
Zowel de opstanding als het perpetuum mobile zijn onverenigbaar met alles wat we over de natuurwetten weten.
Inderdaad. Beide zijn in tegenspraak met het natuurwetenschappelijke model dat we van het universum hebben. Dus kloppen ofwel de data of het model niet.
Welke data?
De getuigenissen van de mensen die de Verrezene en naar u beweert het perpetuum mobile hebben gezien. Nu gaat u me natuurlijk vragen waarom ik in het ene geval de getuigenissen wel geloof en in het andere niet.
Of waarom u in de opstanding gelooft, maar niet in het scheppingsverhaal zoals het in de Bijbel staat.
Omdat er niet zomaar iemand is opgestaan en omdat de getuigen met hun leven instonden voor de waarheid van hun verklaring. En vooral omdat de opstanding de kern vormt van een hele theologie die het universum zinvol maakt en omdat die mij waarachtig in de oren klinkt.
Ik wil graag geloven dat de discipelen Jezus na de kruisiging echt hebben gezien. Ze moeten in een enorme shock hebben verkeerd en hallucinaties na een traumatische ervaring zijn een bekend verschijnsel. Ook ik vind dat de opstanding een krachtig verhaal is, maar ik kan dat verhaal niet letterlijk opvatten. Ik lees het als een parabel die laat zien hoe het goede soms op verbazingwekkende wijze de haat en het geweld overwint. Zoals ook u Genesis figuurlijk en niet letterlijk opvat.
Maar wat is dan het verschil tussen uw lezing en de mijne? Het komt op het volgende neer: als de opstanding daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, dan mogen ook wij die verwachten. En als God tegen mij zegt dat er een eeuwig leven is, dan zeg ik geen nee.
Twijfelt u wel eens aan uw geloof?
Natuurlijk. Een religieus leven zonder twijfel bestaat niet. Maar ik twijfel niet vaak. In wezen ligt het aan mijn hedonisme. Ik vraag me dan af wat ik eraan heb als ik afstand doe van mijn geloof.
Eerlijkheid. Waarheid is niet iets wat ik zo wil draaien dat het me het best uitkomt.
Goed. Maar dan moet u me eens vertellen waarom u zo veel waarde hecht aan de waarheid dat u er geen afstand van wilt nemen. Ik zou zeggen dat u ook daarmee een religieus besluit hebt genomen.
Tolerant en liberaal met grote politieke analyses. Bij controversiële thema’s worden verschillende meningen en auteurs tegenover elkaar gezet.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.