Tag: Sadiq Khan

  • De echte reden waarom Remain verloren heeft

    De echte reden waarom Remain verloren heeft

    Nu het Verenigd Koninkrijk de EU heeft verlaten, maakt gevierd columnist Fintan O’Toole de balans op. Hoe kon het dat een stel witte mannen van middelbare leeftijd meer stemmen trok dan een jong en divers team?

    Aan de vooravond van de laatste campagnedag voor het brexitreferendum van juni 2016 bracht BBC het Grote Debat, live vanuit de Wembley Arena. De twee campagnes hadden elk drie sprekers afgevaardigd. De ene kant had een trio parlementsleden uit de gevestigde partijen: allemaal boven de vijftig, geen van drieën vertegenwoordigde een kiesdistrict buiten het zuiden en midden van Engeland. Hun tegenstanders schoven geen parlementsleden naar voren, maar kozen voor een jonger, diverser team dat veel meer overeenkomst vertoonde met het hedendaagse Groot-Brittannië.

    Als je niet beter wist en je had begrepen dat er in het land ontevredenheid over de status quo heerste, had je uit dit rijtje sprekers makkelijk kunnen afleiden wie over twee dagen de meeste stemmen zou krijgen. Natuurlijk zouden de middelbare establishment-types verliezen.

    Alleen: dat gebeurde niet. De drie witte, middelbare parlementsleden waren Gisela Stuart, Andrea Leadsom en Boris Johnson. Hun tegenstanders waren Ruth Davidson, Sadiq Khan en Frances O’Grady.

    Je kunt je goed voorstellen hoe ingenomen de Remain-campagne moet zijn geweest met de samenstelling van haar trio: een Schotse die ook lesbienne, ex-militair en lid van de Conservatieve Partij is, een Londenaar uit de arbeidersklasse met Brits-Pakistaanse wortels en de eerste vrouw ooit in de top van de Britse vakbondsbeweging. Het plaatje dat zij samen lieten zien had nauwelijks inclusiever kunnen zijn of beter afgestemd op de complexe werkelijkheid van Groot-Brittannië in 2016.

    Remainers werden bezield door veel verschillende dingen. Leavers werden gedefinieerd door één groot ding

    Het was natuurlijk ook tamelijk zinloos. Complexiteit en variatie leidden Remain in 2016 niet naar de overwinning. Ook in de strijd om een zeer harde brexit te voorkomen bleken deze kwaliteiten niet alleen ineffectief, maar zelfs duidelijk contraproductief.

    In normale tijden lijkt het duidelijk dat een brede alliantie in een democratie altijd beter is dan een smalle beweging. Het probleem voor Remain was dat het geen normale tijden waren. Wanneer nationale identiteit het overheersende onderwerp wordt, verstoort dat de vertrouwde melodie. Het wordt veel gemakkelijker om op één noot te blijven hameren dan om een orkest met te veel instrumenten te willen dirigeren.

    Je kunt bijna niet anders dan met het oude (en ja, clichématige) Griekse beeld komen van de vos die veel dingen weet en de egel die één belangrijk ding weet. Remainers werden bezield door veel verschillende dingen. Leavers werden gedefinieerd door één groot ding.

    Weggaan uit de Europese Unie was eruit zijn. Blijven was erin zijn. Maar wáárin precies? Er waren veel te veel antwoorden op die vraag en de meeste botsten met elkaar.

    Wat voor staatsvorm, wat voor plek, wat voor imaginaire gemeenschap konden Nicola Sturgeon en Keir Starmer, Gerry Adams en Dominic Grieve, Caroline Lucas en David Cameron met zijn allen bedenken? Die was er niet, omdat die er niet kon zijn. De Remainers hadden over vrijwel alles behalve over de wenselijkheid om niet uit de EU te vertrekken, diepgaand verschillende opvattingen van wat het Verenigd Koninkrijk zou moeten zijn en ze verschilden zelfs hevig van mening over de vraag of dat Verenigd Koninkrijk überhaupt zou moeten bestaan.

    Het is ook heel moeilijk om een overtuigend idee van het hedendaagse Groot-Brittannië te belichamen. Is Ruth Davidson het soort Tory met wie de meeste Engelse conservatieven zich kunnen identificeren? Roept de arbeidersklasse-achtergrond van Sadiq Khan een gevoel van solidariteit op onder kiezers uit de arbeidersklasse in de Midlands? Hoeveel politiek gewicht legt de vakbeweging van Frances O’Grady werkelijk nog in de schaal?

    In elk land is het lastig om een collectieve identiteit te definiëren, maar het is nog veel moeilijker in een multinationaal koninkrijk met verschuivende en onzekere opvattingen over zijn eigen verleden, zijn plaats in de wereld, de relaties tussen de verschillende delen waaruit het bestaat, sociale politiek en houding tegenover migratie en globalisering.

    Collectieve identiteit

    De grote ironie van brexit is dat die voor Remainers wel degelijk een soort collectieve identiteit genereerde. Maar alleen als reactie op de nederlaag. Remain verloor omdat zijn enige echte verbindende factor een gevoel van verlies was. Het moest eerst verslagen worden voordat het een collectief zelf kon vinden. Dat was per definitie te laat.

    Natuurlijk is het zo dat Leavers het niet met elkaar eens waren over wat de brexit echt betekende. Maar het cruciale verschil is dat zij dat ook niet hoefden te zijn. Want het enige belangrijke dat nationalistische bewegingen weten is niet wie ‘wij’ zijn. Het is wie we níet zijn. Leavers hadden een diepgeworteld besef van hun Ander: hun afkeer van en wantrouwen tegen de EU. Voor Remainers waren alleen de Leavers de Ander. Als, zoals W.B. Yeats beweerde, er ‘meer substantie zit in onze vijandschappen dan in onze liefde’, dan hadden de Leavers het grote voordeel dat de substantie van hun vijandschappen in eeuwen was gevormd en niet in enkele jaren.

    Voor een Ier, zoals ik, was het heel grappig om te zien dat de brexiteers Engeland (en het was heel erg Engeland) neerzetten als een onderdrukte natie, een gekoloniseerd land dat nu de kans kreeg om zijn imperialistische overheersers omver te werpen. (De afbeelding op de deur van Nigel Farages kantoor in het Europees Parlement was geen portret van hemzelf, maar van de negentiende-eeuwse Ierse nationalist Charles Stewart Parnell.)

    Ik weet nog dat ik hardop moest lachen toen Johnson bij zijn laatste woord in dat Grote Debat zei dat ‘donderdag de onafhankelijkheidsdag van ons land kan worden’, een bewering die Farage dan ook herhaalde toen de uitslag van het referendum binnenkwam. Dit beeld van Engeland als Kenia of Ierland of India aan het eind van het Britse koloniale rijk leek mij een te overdreven vertoon van slachtofferschap om de kiezers te kunnen aanspreken.

    Ik had het mis. Blijkbaar was het idee van brexit als de opstand van een geknechte natie voor veel kiezers wel heel reëel. En is dat eenmaal het geval, dan zit je in een heel andere wedstrijd. Want als Ier weet je ook dat nationale opstanden een groot voordeel hebben. Ze presenteren het idee van vrijheid als doel op zich – ze hoeven niet te zeggen wat je dan vrij zult zijn om te doen.

    Eerst worden we onafhankelijk. Daarna besluiten we wat we met onze vrijheid gaan doen

    Is eenmaal het geloof gewekt dat we ons op een weg naar onafhankelijkheid bevinden, dan ontstaat er een volgorde in tijd. Eerst worden we onafhankelijk. Daarna besluiten we wat we met onze vrijheid gaan doen. Er kunnen verschillende beloften worden gedaan over de dingen die we willen doen als we ons van onze onderdrukker hebben bevrijd, maar die bestaan in een andere tijdzone, de tijd die pas duidelijk wordt nadat we onze ketenen hebben verbroken.

    Remainers, verward door de absurditeit die besloten lag in het idee van een tot slaaf gemaakt Groot-Brittannië, hebben dit nooit helemaal begrepen. Zij hielden vast aan twee aannames die niet langer opgingen toen het de Leavers eenmaal gelukt was het idee van de brexit als nationalistische revolutie te scheppen. De ene was dat het toch zeker van het grootste belang moest zijn dat de brexiteers hun beloftes verbraken. De andere was dat het iets uitmaakte dat ook de brexiteers geen eensluitend idee hadden over de vorm die Groot-Brittannië moest krijgen.

    Dus toen de brexiteers heel snel de beruchte belofte op de zijkant van de bus – 350 miljoen pond per week voor de National Health Service – lieten vallen, verwachtten de Remainers woede bij de kiezers die zo cynisch waren misleid. Die kwam niet, omdat de belofte over het leven erna ging, de tijd aan de andere kant van het grote bepalende moment van onafhankelijkheid. Die had zich toch altijd al in een andere categorie van de werkelijkheid bevonden.

    Hetzelfde geldt trouwens voor alle dreigementen van de Remain-kant, zelfs als die goed onderbouwd waren, in tegenstelling tot het Project Fear-visioen van een onmiddellijk enkeltje naar de hel. Ook die bestonden voor de Leavers alleen in dat vage Land van Ooit van de toekomst, een ander land, een land waar ze de dingen anders doen.

    De brexiteers beloofde herwonnen soevereiniteit, gouden tijden, zonnige verten

    Het brexitproject werd ook niet werkelijk verzwakt door de dingen waardoor het in een ander politiek discours tot mislukken gedoemd zou zijn geweest. De diepe interne verdeeldheid over de vraag of het VK binnen, of tenminste nauw verbonden met de Europese interne markt moest blijven, wekte de schijn dat het Leave-kamp onder de druk van zijn eigen tegenstellingen zou imploderen. Het leek niet zo gek om dit te geloven terwijl de onhandigheid van Theresa May verlamming werd, die overging in anarchie.

    Maar in feite vormde zelfs deze wanorde een soort kracht voor de Leave-kant. Dankzij de totale onzekerheid over wat vertrekken in werkelijkheid zou betekenen, kon de brexit blijven wat hij was: een gebaar, een idee, een eenmalige bevrijdingsactie. Daardoor kon hij op het niveau blijven waar hij het meest onkwetsbaar was, niet gehinderd door nuchtere details: herwonnen soevereiniteit, gouden tijden, zonnige verten.

    Vaagheid

    Denk daarentegen eens aan de vraag waarom de SNP in 2014 het referendum over de Schotse onafhankelijkheid verloor. De partij leverde de details: 900 pagina’s waarin beschreven stond hoe een onafhankelijk Schotland eruit zou zien. Dit was een makkelijke schietschijf en unionisten konden alle zwakke plekken zien waarop ze hun pijlen konden richten. Juist de vaagheid van de brexit redde hem van zijn ondergang. Remainers wisten tot aan het eindspel toe nooit wat de deal zou worden. Ze joegen op een schaduw.

    Wat hadden de Remainers anders kunnen doen? Nou, zoals we in Ierland zeggen: je zou niet hier beginnen. Als er een echt groot debat kwam over de vraag hoe de volkeren van het VK zichzelf zien, dan zou je niet beginnen met David Camerons gladde belofte van een referendum over Europa om zijn interne strubbelingen te sussen. Je zou niet beginnen met een arrogante aanname dat identiteitskwesties wel de kop ingedrukt konden worden met dreigende waarschuwingen over handel.

    Je zou begonnen zijn met de erkenning dat na het Akkoord van Belfast in 1998 en de instelling van de decentrale regeringen in Wales in Schotland het jaar daarop, het gevoel ergens bij te horen binnen het VK zwaar verstoord was. Je zou je vooral ook hebben beziggehouden met de groeiende tekenen sinds de eeuwwisseling van een opkomend maar ongevormd Engels nationalisme en erover nagedacht hebben hoe dat vorm kon krijgen, niet alleen maar als ‘niet zij’, maar als een positief ‘wij’.

    Leave bood een soort antwoord – al was het een heel slecht antwoord. Remain snapte de vraag nauwelijks

    De Leavers hadden het over identiteit, ook al was dat voornamelijk op een reactionaire en vaak absurde manier. Remainers wezen dat soort gepraat meestal minachtend af als verwerpelijk. Maar een identiteitscrisis verdwijnt niet als je haar negeert. Leave bood een soort antwoord – al was het een heel slecht antwoord. Remain snapte de vraag nauwelijks.

    Kijkend vanaf de andere kant van de vijver heb ik de indruk dat de werkelijke reden waarom Remain verloor was dat de Remainers nooit hun best hebben gedaan om een tegenargument te bieden tegen de echte motivatie voor Leave: de soevereine macht weghalen bij de onverkozen bureaucraten in Brussel en teruggeven aan het verkozen parlement in Westminster. Er kwam geen erkenning dat er soevereiniteit verloren was gegaan in ruil voor de voordelen van het EU-lidmaatschap, zo geformuleerd dat dat werd gepresenteerd als voordelige ruil voor de gemiddelde burger van het VK. In plaats daarvan was het tegenargument (en nogmaals, dit is hoe het er vanuit de verte uitzag) dat de enige mogelijke motivaties om Leave te steunen vooroordelen tegen Oost-Europeanen en een romantische nostalgie naar het Empire zouden zijn en beide verdacht te maken. Niet echt een argument waar je mee wint.

    Openingsbeeld: Drie pro-brexitdemonstranten voor het Britse parlement op 29 maart 2019, de dag dat het VK de EU in eerste instantie zou verlaten. De deadline werd uiteindelijk uitgesteld naar 31 januari 2020 om 11 uur ’s avonds.

    Over de auteur

    Fintan O’Toole (Dublin, 1958) is auteur en politiek commentator voor onder andere The Irish Times, waarvoor hij sinds 1988 scherpe columns schrijft. Voor zijn bijdragen over brexit ontving hij de European Press Prize. O’Toole is ook toneelcriticus en schrijft regelmatig voor The New York Review of Books.

    fintan zw 1
  • Yes, we Khan

    Yes, we Khan

    Sadiq Khan is vorige week gekozen tot burgemeester van Londen Het is voor het eerst sinds 2008 dat Labour in plaats van de Conservatieven de stad leidt.

    Wie is hij? En, belangrijker nog, wat wil hij?

    Onlangs stapte Sadiq Khan de ring binnen op de Earlsfield Amateur Boxing Club in Wandsworth in Zuid-Londen. Hij begon te sparren met een van de vaste bezoekers: duiken, ontwijken, stoten uitdelen. Als jongetje leerde Khan boksen, ook uit zelfverdediging; twee van zijn broers zijn coach op de door vrijwilligers gerunde academie bij Tooting, het kiesdistrict dat hij sinds 2005 vertegenwoordigt. ‘Boksen is niet hetzelfde als vechten,’ legde Khan uit toen ik hem twee dagen daarvoor interviewde. ‘Dat is een klassieke vergissing – boksen is een sport. De vaardigheden die je leert zijn levensvaardigheden: grootmoedigheid, wat je moet eten, hoe je in conditie blijft, hoe je voor elkaar moet zorgen. Het eerste wat je bij boksen leert is de verdediging – je moet jezelf verdedigen… In mijn familie hebben we allemaal gebokst en dat geeft je zelfvertrouwen als je op straat in de problemen komt.’

    Een winnaar

    Khan beweegt zich met een soepelheid die je zelden aantreft bij parlementsleden. Als gelovig moslim drinkt hij niet en in 2014 deed hij mee aan de marathon van Londen. Tijdens onze coolingdown komen we langs een weg waar zijn vader met bus 44 reed. Niet ver hiervandaan is de sociale huurwoning waar Khan opgroeide. Hij betwijfelt of buschauffeurs tegenwoordig in die wijk kunnen wonen en vindt het triest dat de veryupping het gemeenschapsgevoel in Londen heeft verstoord.

    Geen enkele Europese politicus heeft een groter persoonlijk mandaat dan de burgemeester van Londen. De leider van de stad gaat over een begroting van 16 miljard pond en het beleid wat betreft huisvesting, stadsplanning en vervoer. Khan is, zoals collega’s vaak zeggen, een ‘winnaar’.

    Bij de algemene verkiezingen van 2010 verdedigde hij zijn Tooting-zetel tegen een agressieve en ruim gefinancierde tegencampagne van zijn conservatieve uitdager. In datzelfde jaar leidde hij de campagne van Ed Miliband om partijleider van Labour te worden en was hij de strateeg achter de overwinning op David, de oudere broer van Ed Miliband. Toen deze hem bij de lokale verkiezingen van 2014 de post van schaduwminister voor Londen had toebedeeld, behaalde Khan voor Labour het beste resultaat sinds 1972. Bij de algemene verkiezingen van vorig jaar won de Labourpartij op een in andere opzichten sombere avond zeven zetels in Londen, het beste resultaat sinds 2001.


    Toen Khan in mei vorig jaar aankondigde dat hij de Labourkandidaat wilde worden voor het burgemeesterschap van Londen, verwachtten velen dat hij dat niet zou halen. Daar was Khan het absoluut niet mee eens. De linksere koers die de partij was ingeslagen, was gunstig voor hem. Khan was tegen de oorlog in Irak geweest, een heikel punt voor actievoerders, en had er hard voor gewerkt om de steun van de vakbonden te krijgen. Zijn voordracht – steun zelfs – van Jeremy Corbyn als leider van Labour en zijn verzet tegen de hervor- mingen op het gebied van de uitkeringen vergrootten zijn kansen bij het ‘selecto- raat’ van de partij. Toen op 11 september 2015 de uitslag van de selectieprocedure bekend werd gemaakt, waren velen verbijsterd door zijn verpletterende overwinning. ‘Ik heb nooit gedacht dat het een nek-aan-nekrace zou worden,’ vertelde hij vlak na die bekendmaking. Niemand die ik heb gesproken betwij- felde Khans politieke kwaliteiten, maar sommigen zetten wel vraagtekens bij zijn integriteit. Nadat hij Corbyn had voorgedragen als partijleider, werd Khan beschimpt vanwege zijn harde verwijten aan het adres van de nieuwe leider in een interview in de Mail on Sunday. Khan waarschuwde dat Corbyns ontmoetingen met leden van Hamas en Hezbollah het anti-joodse imago van Labour versterkten, verweet hem dat hij niet meezong bij het volkslied (‘Dat was heel dom van hem. Je probeert immers premier te worden.’) en verklaarde dat hij ‘nauw zou samenwerken met een Tory-regering als dat in het belang van Londen zou zijn’.

    Een dergelijke kritiek, suggereren tegenstanders, zou nooit geuit zijn tijdens de selectieprocedure voor de burgemeesterkandidatuur.

    De Tory’s hebben onlangs veel zwaarder geschut in stelling gebracht: dat Khan een vriend is van islamitische extremisten. In februari meldde de S_unday Times_ dat Khan vier bijeenkomsten van de groepering Stop Political Terror had bijgewoond, die werd gesteund door Anwar al-Awlaki, de omgekomen geestelijke van Al-Qaida. De London Evening Standard merkte op dat Khans ex-zwager, Makbool Javaid, bijeenkomsten had bijgewoond die in de jaren negentig waren georganiseerd door de extremistische groepering Al-Muhajiroun (de twee hebben al tien jaar geen contact meer met elkaar). Daarna meldde MailOnline dat Khan in 2008 een toespraak had gehouden op het Global Peace and Unity-festival waar de ‘zwarte jihad-vlag wapperde’.

    ‘Ik ben altijd heel duidelijk geweest in mijn opvattingen met betrekking tot mensen die beweren hetzelfde geloof aan te hangen als ik maar er afschuwelijke opvattingen op na houden’

    Khans verklaring was: ‘Vaak heb je geen idee wie er voor jou spreekt en wie er na jou spreekt. Niemand zou toch in alle ernst kunnen denken dat ik instem met de ideeën die werden geuit door andere mensen die op diezelfde bijeenkomst spraken: zo werkte dat niet. Ik ben altijd heel duidelijk geweest in mijn opvattingen met betrekking tot mensen die beweren hetzelfde geloof aan te hangen als ik maar er afschuwelijke opvattingen op na houden.’ Khan is door extremisten met de dood bedreigd vanwege zijn betrokkenheid bij democratische politiek en omdat hij onlangs voor het homohuwelijk had gestemd.

    Vrienden zeggen dat hij ondanks de politieke en fysieke risico’s die het uiten van zijn mening met zich meebrengt, nooit heeft overwogen zijn mond te houden. Als voormalig mensenrechtenadvocaat en voorvechter van de burgerrechten, was dat een automatische keuze.

    In een toespraak voor de parlementaire pers in november, een week na de aanslagen in Parijs, verweet Khan opeenvolgende regeringen dat ze de segregatie in de Britse samenleving hadden toegestaan en de omstandigheden waarin extremisme kon gedijen ongemoeid hadden gelaten. Hij waarschuwde: ‘We hebben het recht van mensen om te leven volgens hun eigen cultuur beschermd, maar hebben dat ten koste laten gaan van het kweken van het gevoel dat ze deel uitmaken van een grotere gemeenschap. Te veel Britse moslims groeien op zonder iemand te kennen met een andere achtergrond.’

    Arbeidsethos

    Sadiq Aman Khan werd geboren op 8 oktober 1970 in het St George’s Hospital in Tooting. Zijn ouders waren kort daarvoor geëmigreerd van Pakistan naar Londen. Khan was het vijfde van acht kinderen. Zijn nu overleden vader, Amanullah, was meer dan vijfentwintig jaar buschauffeur; zijn moeder, Sehrun, naaister. Khan schrijft zijn arbeidsethos toe aan zijn opvoeding. ‘Mijn vader zat alle uren die God hem toestond op de bus. Mijn moeder bracht niet alleen acht kinderen groot, maar naaide thuis ook nog kleren terwijl ze ons opvoedde, kookte. Mijn vader en moeder waren altijd aan het werk, dus ook ik ging zo snel mogelijk werken. Ik had een krantenwijk, een baantje op zaterdag – enkele zomers heb ik als bouwvakker gewerkt.’

    De kinderen groeiden op in het Henry Prince-complex van sociale huurwoningen, waar Khan en zijn zeven broertjes en zusjes bij elkaar gepropt zaten in een vierkamerwoning. Pas op zijn drieëntwintigste reisde hij naar het buitenland en tot zijn vierentwintigste sliep hij in een stapelbed. Het gezin werd dagelijks geconfronteerd met racisme. Buspassagiers scholden zijn bebaarde vader uit voor ‘Paki Santa’ en vielen hem lastig. Dergelijke beledigingen dwongen Khan soms zijn bokstechnieken te gebruiken. ‘We rolden vechtend over de grond,’ vertelde hij Mail on Sunday over zo’n confrontatie. ‘Daarna heeft hij nooit meer “Paki” tegen me gezegd.’

    Khan en zijn broers kregen ook met racisme te maken op de voetbaltribune. ‘Ik bij Wimbledon, mijn broers bij Chelsea,’ vertelde hij me. Maar nu was het wel beter geworden in Londen. ‘Mijn dochters zijn zestien en veertien en zijn eigenlijk in dezelfde buurt opgegroeid als ik. Tegen hen is nooit “Paki” gezegd, zij zijn nooit het slachtoffer geworden van openlijke racistische beledigingen. Dat laat zien dat het beter is geworden.’

    Sadiq Khan op weg naar zijn nieuwe baan vanuit zijn huis in de wijk Tooting, waar hij al zijn hele leven woont. – © Jack Taylor / Getty Images
    Sadiq Khan op weg naar zijn nieuwe baan vanuit zijn huis in de wijk Tooting, waar hij al zijn hele leven woont. – © Jack Taylor / Getty Images

    Op school zei een docent tegen Khan, die een zwaar B-pakket had met biologie, scheikunde en wiskunde: ‘Jij gaat altijd de discussie aan. Waarom word je geen advocaat in plaats van tandarts?’ Die opmerking, en de tv-serie LA LAW, inspireerden hem om de advocatuur in te gaan. In 1994 werd hij advocaat-stagiaire bij Christian Fisher onder de hoede van de bekende mensenrechtenadvocate Louise Christian. Drie jaar later werd hij partner op dat kantoor – uitzonderlijk snel voor iemand van zijn leeftijd en achtergrond.

    Als mensenrechtenadvocaat trad hij op voor wat hij onlangs beschreef als ‘onverkwikkelijke types’, zoals Louis Farrakhan, de leider van de Nation of Islam, en Babar Ahmad, die in 2013 in de VS bekende schuldig te zijn aan ‘het verschaffen van materiële ondersteuning aan het terrorisme’. Ahmad, tegen wiens uitzetting Khan en andere parlementariërs zich hadden verzet, was een jeugdvriend. Khans tegenstanders hebben geprobeerd dat uit te buiten. ‘We kwamen nooit bij elkaar over de vloer – we ontmoetten elkaar in de moskee,’ vertelde Khan me. ‘Als je mensen spreekt in de moskee, praat je niet over politiek en zo. Wel weet ik dat er veel ophef was rondom zijn arrestatie, want hij was het slachtoffer van wangedrag van de politie. Hij diende een schadeclaim in en kreeg een vergoeding toegewezen – hem was ernstig letsel toegebracht.’

    Dwars

    In 2005 werd Khan gekozen als parlementslid voor Tooting, waar hij zijn hele leven heeft gewoond. Zes maanden na zijn intrede in het parlement lag hij dwars bij Tony Blairs poging om het wettelijk mogelijk te maken dat iemand die van terrorisme werd verdacht negentig dagen kon worden vastgehouden zonder dat er een rechter aan te pas kwam. Dat was de eerste botsing van vele met de toenmalige premier.

    In 2006 ondertekende hij een open brief waarin ervoor werd gewaarschuwd dat de buitenlandse politiek van de regering ‘munitie leverde voor extremisten’. Op de tiende herdenkingsdag van de bomaanslag die op 7 juli 2005 in Londen plaatsvond, vertelde hij dat Blair ‘de vier islamitische parlementsleden had opgeroepen om naar Downingstreet 10 te komen en ons daar vertelde dat het onze verantwoordelijkheid was. “Dat is het niet,” zei ik. “Waarom hebt u ons opgeroepen? Ik geef u toch ook niet de schuld van de Ku Klux Klan? Waarom doet u dat dan wel bij ons voor de vier daders van de bomaanslagen van 7/7?”’

    In 2008 werd Khan benoemd tot minister van Binnenlands Bestuur, en werd de tweede moslim als bewindsman. Het jaar daarop werd hij minister van Transport: de eerste moslim die deel uitmaakte van het kernkabinet en lid werd van de Privy Council (de geheime adviesraad van de koningin). ‘Het paleis belde me op en vroeg: “Op wat voor Bijbel wilt u de eed afleggen?” Ik antwoordde: “De Koran”, waarop zij zeiden: “Die hebben we niet.” Toen heb ik er zelf maar een meegenomen.’

    De verkiezing van een Britse moslim als burgemeester zou een gebeurtenis van internationaal belang zijn, en symbool staan voor het kosmopolitisme van Londen. ‘Ik ben het zat om te verliezen. Ik geloof niet in heldhaftig falen,’ zei hij. ‘Ik heb de juiste politiek, ik heb de juiste principes. Nu hebben we alleen nog de macht nodig om Londen te verbeteren.’

    Auteur: George Eaton
    Vertaler: Paul Bruijn

    New Statesman
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 23.900

    Sinds 1913 hét tijdschrift voor de Britse linkse intelligentsia. Bekend om zijn diepteanalyses en stevige maatschappijkritiek. In de columns en andere opiniërende stukken stelt het blad zich ook open voor andere dan linkse geluiden.