Tag: Saoedie-Arabië

  • Ethiopische migranten liggen onder het vuur van Saudische grenswachten

    Ethiopische migranten liggen onder het vuur van Saudische grenswachten

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Britse premier Starmer weet Trump gunstiger te stemmen tijdens bezoek aan VS

    » Meta ontslaat twintig werknemers wegens het lekken van informatie

    Honderden Ethiopische migranten systematisch gedood in 2023

    De grenstroepen van Saudi-Arabië worden beschuldigd van het plegen van geweld tegen migranten aan de grenzen. De migranten lagen onder vuur van machinegeweren en zagen lichamen rotten in het grensgebied. Dit verklaren Ethiopische migranten aan The Guardian.

    De Ethiopiërs probeerden vanuit buurland Jemen tussen 2019 en 2024 over te steken. ‘Een van mijn benen werd weggeblazen door het Saudische vuur. Overal om me heen lagen lichaamsdelen van gewonden en doden’, zo vertelt een Ethiopische migrant over zijn nachtelijke vlucht in 2022. Hij probeerde met tientallen anderen over te steken naar de Saudische provincie Najran. ‘Ik zag drie mensen naast me sterven.’

    Een andere Ethiopische man vertelt ook zijn verhaal aan The Guardian. ‘De kogels van de grenswachten raakten twee jonge vrouwen. De ene werd geraakt in de borst en de andere in de achterkant van haar nek. Beide meisjes waren op slag dood. Veel migranten vielen van een klif toen ze probeerden te ontsnappen. Anderen werden gevangen genomen of raakten gewond door geweervuur. We hebben geen idee wat er met hen is gebeurd. We weten niet of de twee meisjes ooit begraven zijn.’

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Deze getuigenissen weerspiegelen een rapport van Human Rights Watch (HRW) uit 2023. Saudische grenswachten hebben honderden Ethiopische migranten en asielzoekers gedood aan de zuidelijke grens met Jemen ‘in een systematisch en wijdverspreid patroon’, luidt het verslag van HRW. Dit gaat over maart 2022 tot juni 2023. Er werd gebruik gemaakt van vuurwapens en explosieven. Volgens het HRW is er sprake van misdaden tegen de menselijkheid.

    De Saoedische grenswachten schoten een man neer die weigerde twee vrouwen te verkrachten, zo deed de HRW verslag. In een ander incident vroegen de Saoedische grenswachten op welk lichaamsdeel Ethiopische migranten het liefst neergeschoten wilden worden.

    Nadia Hardman, auteur van het HRW-rapport: ‘Er is een toestand van onberekenbaarheid en straffeloosheid aan de grens. Niemand heeft onafhankelijk toegang tot deze gebieden.’ Volgens haar is het om deze reden onmogelijk om het aantal doden vast te stellen.

  • In Jemen sterven meer mensen van honger dan door geweld

    In Jemen sterven meer mensen van honger dan door geweld

    De Verenigde Arabische Emiraten voeren een eindeloze oorlog tegen de Houthi-rebellen in het noorden van Jemen. In plaats van alles in goede banen te leiden, helpen ze het land te gronde te richten. Een reportage vanuit Al Mukalla, een zuidelijke stad in crisis.

    Al Mukalla is een afgelegen havenstad in het uiterste zuidoosten van Jemen. De trage witte stad balanceert tussen rotskust en zee en is de laatste pleisterplaats voor een onmetelijke woestijnvlakte die zich uitstrekt tot de grens met Oman. Het leven van de stad speelt zich voornamelijk af op de kustboulevard, net als in de omringende vissersdorpen.

    Voordat hij in de oude stad verdwijnt, beschrijft deze boulevard een smalle bocht: daar heeft zich in de ochtend van woensdag 5 september een kleine menigte demonstranten verzameld. Ze protesteren al twee dagen tegen de koersval, afgelopen zomer, van de Jemenitische munt. De rial heeft sinds januari een derde van zijn waarde verloren. Daardoor belandt Al Mukalla, net als het hele land dat het armste van de Arabische wereld is, in een nieuwe crisis. Het maakt ook een eind aan de dromen over autonomie van deze vreedzame regio, die zich al sinds eind 2014 van het in oorlog verkerende Jemen heeft losgemaakt, en ook aan die van de Verenigde Arabische Emiraten die er dankzij het conflict in feite een protectoraat van hebben gemaakt.

    De Jemenitische regering van Abd Rabbuh Mansur Al-Hadi, die al in maart 2015 naar de Saoedische hoofdstad Rijad is uitgeweken, lijkt machteloos. Ze heeft al drie jaar geen begroting meer opgesteld. De schaarse inkomsten, afkomstig van olie en in- en uitvoerrechten, zijn onvoldoende om de ambtenarensalarissen te betalen. Om een illusie van stabiliteit in stand te houden laat de regering sinds eind 2016 rials in Rusland drukken. De laatste lading biljetten is in april afgeleverd in de haven van Aden, een andere zuidelijke havenstad die sinds 2015 fungeerde als tijdelijke hoofdstad van Jemen. Maar niemand wil ze meer hebben. In Al Mukalla eisen de verhuurders dat de huur voortaan in Saoedische rials wordt betaald.

    Deze crisis is van kapitaal belang voor een land waar de gevechten minder levens eisen dan de ineenstorting van de staat en de economie, die zorgt voor toenemende risico’s van hongersnood en epidemieën. Hoeveel doden eigenlijk? Niemand die het weet. Volgens een hoge VN-functionaris heeft de militaire interventie van een door Saoedi-Arabië geleide coalitie tegen de door Iran gesteunde Houthi-rebellen tussen maart 2015 en augustus 2016 aan meer dan tienduizend burgers het leven gekost. Maar dit cijfer weerspiegelt allang de werkelijkheid niet meer. In het noorden van het land hebben de rebellen de hoofdstad Sanaa in handen. Ze vormen er een rebellenkabinet en controleren de dichtstbevolkte regio’s.

    Onontwarbare situatie

    De coalitie erkent dat het onmogelijk is de rebellen militair te verslaan. Ze isoleert de belegerde zones door middel van een gedeeltelijke blokkade, waardoor acht miljoen mensen niet meer bereikbaar zijn voor humanitaire hulp en een hongerdood dreigen te sterven. De Saudische hoofdstad Rijad bombardeert het noorden vanuit de lucht, maar zet geen fronttroepen in. De Verenigde Arabische Emiraten, de belangrijkste strijdmacht ter plaatse, vinden dat ze met meer dan honderd doden al te veel verliezen hebben geleden.

    Ze kunnen hun Jemenitische bondgenoten in het zuiden er maar niet van overtuigen dat ze het verre noorden, dat hun zo vreemd is, moeten ‘bevrijden’. Maar weinigen zijn bereid om vanwege hun rivaliteit met het sjiitische Iran, dat de Houthi-rebellen van verre en tegen weinig kosten steunt, te sterven voor de soennitische monarchieën in de Perzische Golf. Het is een onontwarbare situatie. De Emiraten wachten geduldig af. Ze spelen een beetje de baas over het zuiden en laten het vaak aan zijn lot over. Ze rivaliseren met de regering van Hadi, die ze incapabel en corrupt vinden en te zeer gelieerd aan de politieke islam van de Moslimbroeders, hun zwarte schapen.

    In deze chaos mag Al Mukalla nog van geluk spreken. De regio is decentraal gelegen en solidair. Burgers mogen in de stad geen wapens dragen: een zeldzaamheid in dit land waar een automatisch geweer vaak als een natuurlijk verlengstuk van mannelijkheid wordt beschouwd. Hier kunnen de Emiraten zich tegenover hun grote Amerikaanse bondgenoot beroemen op het succes van hun antiterroristische politiek in Jemen. In de lente van 2016 hebben ze de jihadisten van Al-Qaida op het Arabisch Schiereiland (AQAS), de lokale afdeling van de terroristische organisatie die door Washington als een van de gevaarlijkste ter wereld wordt beschouwd, uit Al Mukalla verdreven. Dankzij de oorlog had AQAS de facto een jaar lang een staat kunnen stichten in de haven en omgeving voordat het zich onder druk van de Emiraten moest terugtrekken.

    Moeders en kinderen in het ziekenhuis van al-Khoukha, Jemen. De voorraden van het ziekenhuis zijn op, 40 procent van de kinderen is ondervoed. Door de oorlog zijn vluchtroutes afgesneden. – AP Photo / Nariman El-Mofty
    Moeders en kinderen in het ziekenhuis van al-Khoukha, Jemen. De voorraden van het ziekenhuis zijn op, 40 procent van de kinderen is ondervoed. Door de oorlog zijn vluchtroutes afgesneden. – AP Photo / Nariman El-Mofty

    De inwoners waren hun ‘bevrijders’ en beschermers bijzonder dankbaar. Maar nu, bijna twee jaar later, worden ze ongeduldig. ‘Op de lange termijn willen de Emiraten blijven en investeren, maar ze pakken het verkeerd aan’, zegt een treurige Badr Basalmah, een voormalige Jemenitische minister van Transport die afkomstig is uit Al Mukalla. ‘Kijk zelf maar: de regio heeft nog geen cent aan ontwikkelingsgeld ontvangen en ze zijn niet in staat een stabiele regering te vormen. De mensen beginnen hun vlag op straat te verbranden.’ Een reusachtig portret van Mohammed Ben Zayed, de sterke man van de Emiraten, dat op een reclamezuil in Al Mukalla prijkte, is tijdens de betogingen begin september verscheurd.

    De Emiraten hebben meebetaald aan het opknappen van de gevangenis van de stad. Ze hebben de kustwacht van snelle boten voorzien die onder hun gezag patrouilleren, en volgens de plaatselijke autoriteiten hebben ze het equivalent van 15,7 miljoen euro voor gezondheidszorg gestort en ook op andere vlakken hulp beloofd. In de haven hebben ze ervoor gezorgd dat de enige sleepboot weer functioneert. Dat is onmisbaar voor de handel, maar de plaatselijke ondernemers schieten er niets mee op.

    ‘De prijzen zijn te hoog en onze salarissen te laag. Ik kan niet eens meer suiker kopen. We redden het niet meer’

    Even voor het middaguur op die vijfde september hebben tientallen leden van de veiligheidstroepen van de stad, sommigen met een bivakmuts, de boze burgers met stokslagen uiteengedreven. Ze hebben op de boulevard pick-uptrucks met zware mitrailleurs opgesteld en nieuwsgierigen verjaagd. Een uur later weigert een honderdtal betogers op een kruispunt tegenover het centrale ziekenhuis zich te verspreiden. ‘De prijzen zijn te hoog en onze salarissen te laag. Ik kan niet eens meer suiker kopen. We redden het niet meer. De autoriteiten hebben ons gezegd dat ze er niets aan kunnen doen, dus zijn we de straat op gegaan’, zegt Anwar Ali (40), die werkt als arbeider in de fabriek voor tonijnconserven in de oude stad en in het ziekenhuis wordt behandeld aan een wond op zijn voorhoofd als gevolg van een stokslag. Aan de te dure benzine is al een tekort: voor de pompen staan wachtrijen van enkele uren.

    De volgende dag houden de winkeliers wantrouwig hun rolluiken dicht. Net als elders in het zuiden van het land, in Aden en in de provincies Abiyane en Lahij, beginnen de betogingen opnieuw en de gouverneur van Al Mukalla, Faraj Salmen Al-Bahsani, heeft uiteindelijk zijn steun aan de betogers toegezegd. Voor de microfoon van het plaatselijke radiostation heeft hij de plaatselijke regering gedreigd de volgende levering van ruwe olie vanuit zijn provincie Hadramaout, voorzien voor begin oktober (de regio is met dertigduizend vaten per dag goed voor meer dan de helft van de nationale productie), te zullen blokkeren als er geen serieuze reactie komt op de valutacrisis.

    Onhandigheid of onverschilligheid?

    In de enorme baai waar het water kalm is, ligt altijd een tiental schepen voor anker. De bemanning moet soms enkele weken wachten voordat ze aan land kan gaan in de haven, een uitgestrekt terrein met twee kades dat door kokende hitte wordt geteisterd en waar het te ondiep is voor schepen met een zeer grote tonnage. Arbeiders doden de verveling in de schaduw van krappe hangars en enkele silo’s.

    In januari heeft de coalitie een mobiele hijskraan beloofd, die node wordt gemist op de kades. De coalitie had de ambitie de havens van Al Mukalla en Aden verder te ontwikkelen om het scheepsverkeer in de houthistische zone in het noorden te beperken. Nu de VN er niet in is geslaagd begin september in Genève de vredesonderhandelingen te hervatten, bombardeert de coalitie Hodeida, de grootste haven van het land, en dreigt ze de stad te bestormen. Ondertussen wacht Al Mukalla nog altijd op zijn hijskraan.

    Is het onhandigheid of onverschilligheid? Diverse grote importeurs in Al Mukalla geven de coalitie de schuld van de trage toegang tot de haven. Uit vrees voor illegale wapenleveranties aan de Houthi-rebellen moet elke lading vóór het lossen van een blanco volmacht van Rijad zijn voorzien. Sinds kort zouden de Emiraten hetzelfde doen vanaf hun militaire basis op de luchthaven van Al Mukalla, die ze nog steeds niet heropenen voor burgergebruik. Diverse ondernemers hebben zich bij de gouverneur beklaagd over pogingen tot afpersing. ‘We betalen ons blauw’, klaagt Abubaker Mohammad Bajersh, een grote importeur van voedingswaren. ‘Die vertragingen leveren ons boetes van de verzekeraars op. Uiteindelijk zullen ze het enige internationale bedrijf dat ons nog in Al Mukalla wil leveren, de Mediterranean Shipping Company, ook tegen ons in het harnas jagen.’

    De Emiraten weigeren dit slechte functioneren voor hun rekening te nemen. ‘In Zuid-Jemen hebben we de pech dat we met een inefficiënte Jemenitische regering moeten samenwerken’, verklaarde een hoge functionaris van de Emiraten afgelopen augustus op doorreis in Parijs. ‘We hebben een politieke oplossing nodig voor het conflict met de houthisten. In de tussentijd gaan we Aden en de Jemenieten niet drijvende houden: dat is een verloren zaak. We hebben de middelen niet om het land te reorganiseren.’

    Deze afwachtende houding werkt het uiteenvallen van het land in de hand. In Aden laten de Emiraten hun plaatselijke bondgenoten, gewapende separatisten en salafisten, dromen van de wedergeboorte van een onafhankelijke staat in het zuiden, die in 1990 aan het eind van de Koude Oorlog is verdwenen. In Al Mukalla mikken ze op een regionalistischer sentiment: de provincie wordt de facto autonoom.


    Gouverneur Faraj Salmen Al-Bahsani voelt zich verantwoordelijk: hij wantrouwt zowel Sanaa als Aden. Hij noemt zich een legitimist, maar op zijn gouvernementsgebouw wappert geen enkele vlag, noch die van het verenigde land, noch die van het oude zuiden. Dit graatmagere mannetje met holle ogen, wiens wervelkolom wordt geteisterd door slaapgebrek, is een van de weinige Jemenitische bestuurders die niet van corruptie wordt beticht. Als militair koestert hij een instinctief wantrouwen jegens de politiek, die hem in 1994 twintig jaar naar Saoedi-Arabië heeft verbannen aan het eind van een burgeroorlog tussen het noorden en het zuiden. Hij houdt zijn provincie op de been ‘zonder ook maar één cent van de centrale regering te ontvangen’, benadrukt hij. Hij houdt 20 procent van de olie-inkomsten en de havenbelasting van Al Mukalla in.

    Voor de toekomst mikt Bahsani vooral op investeringen van degenen die uit zijn regio Hadramaout zijn vertrokken en zich in de middeleeuwen en daarna sinds de achttiende eeuw met succes in de Golfregio en Zuid-Azië hebben gevestigd. Sommigen behoren tot de rijkste families van Saoedi-Arabië, zoals de Bin Ladens en de Bugshans. Deze grote neven spreken hem moed in, maar ze investeren niet: Al Mukalla is niet zeker genoeg. Voorlopig keren er vooral mensen zonder geld terug. Sinds een jaar worden duizenden arbeidsmigranten door de Saoedische autoriteiten het land uitgezet. Zo ook de familie van Faiz Bajaber, een 19-jarige student. Zijn twee ooms en hun gezinnen hebben zich net bij hem gevoegd, na verjaagd te zijn uit Rijad. ‘Mijn vader is nog in Djedda, hij heeft een carrosseriebedrijfje. Maar aan het geld dat hij stuurt hebben we niet genoeg’, zegt hij wanhopig.

    De salarissen die arbeidsemigranten aan hun gezinnen overmaken zijn onmisbaar voor Jemen, maar het worden er steeds minder. Bahsani schat dat over een jaar minimaal 500 duizend van hen in het land zullen zijn teruggekeerd. Dat kan een enorme schok veroorzaken. De regering-Hadi in Rijad heeft haar grote beschermheer daarvoor gewaarschuwd, maar zonder succes.

    Auteur: Louis Imbert
    Vertaler: Peter Bergsma

    Le Monde
    Frankrijk | dagblad | oplage 345.000

    In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders). Om recht te doen aan de titel ‘De wereld’ houdt Le Monde een groot netwerk van correspondenten in stand.

  • 3. Maak kennis met de nieuwe generatie Saoedische heersers

    3. Maak kennis met de nieuwe generatie Saoedische heersers

    Mohammed bin Salman weet dat hij niet alles alleen kan – daarom koestert hij stilletjes een groep jonge prinsen die achter zijn beleid staan.

    Kroonprins Mohammed bin Salman heeft de heersende ideeën over hoe Saoedi-Arabië wordt geregeerd flink opgeschud. Om zijn macht te consolideren liet hij enkele maanden geleden alle voorzichtigheid en elke consensusvorming varen, terwijl dat toch de methoden zijn waarvan het Saoedische leiderschap zich traditioneel bedient. In plaats daarvan ging hij met bijna roekeloze vaart te werk, en leek het erop dat de steun van zijn ooms en talloze neven hem gestolen konden worden. De arrestaties van naar verluidt elf prinsen, op beschuldiging van corruptie, doen vermoeden dat de koninklijke familie, het Huis van Saoed, niet langer boven de wet staat.

    De reacties op de recente stappen van Mohammed bin Salman lopen uiteen. Men voorspelt dat hij het land als een dictator gaat regeren. Men voorziet een opstand binnen zijn familie. Zorgvuldige bestudering van zijn maatregelen en uitspraken in het afgelopen jaar leert ons evenwel dat hij eerder berekenend dan onstuimig is. De Saoedische procureur-generaal zei deze week dat het onderzoek naar corruptie al drie jaar aan de gang was, terwijl Mohammed bin Salman zelf al in een interview in mei aankondigde ferm tegen corruptie te zullen optreden: ‘Ik verzeker u dat niemand die betrokken is bij een corruptiezaak de dans zal ontspringen, of het nu een minister, een prins of iemand anders is.’

    Sinds april heeft de tweeëdertigjarige kroonprins achter de schermen de benoemingen op machtsposities voorbereid van een reeks prinsen van zijn eigen leeftijd of iets jonger. Ze zijn waarschijnlijk doorslaggevend voor het welslagen van zijn hervormingsbeleid en zullen misschien nog tientallen jaren bepalen wie in de macht mogen delen. Het zijn allemaal kleinzonen of achterkleinzonen van de oprichter van het koninkrijk, Ibn Saoed, die in 1953 overleed.

    Zoals in alle monarchieën is afstamming vaak belangrijker dan bekwaamheid als het gaat om het verwerven van leiderschap in Saoedi-Arabië

    Mohammed bin Salman heeft deze jongere neven heel behoedzaam naar voren geschoven. Hij speelt in op hun ambitie en ijdelheid en verzekert zich zo van hun loyaliteit. Dat is een slimme manier om de concurrentiestrijd in de familie te controleren – Ibn Saoed had meer dan veertig zonen, en het aantal kleinzonen loopt in de honderden. Zodoende heeft Mohammed bin Salman tot nu toe een collectieve familieopstand weten af te wenden, indachtig een oud gezegde: verdeel en heers.

    Zoals in alle monarchieën is afstamming vaak belangrijker dan bekwaamheid als het gaat om het verwerven van leiderschap in Saoedi-Arabië. Mohammed bin Salman wil waarschijnlijk talent wel zo veel mogelijk een kans geven, maar moet er ook op letten dat hij niet tegen al te veel haren instrijkt. Zonen naar voren schuiven kan de pijn van buitenspel gezette vaders verzachten.

    Het Huis van Saoed heeft eerder moeilijke overgangsperioden doorstaan. Anders is deze keer dat leeftijd niet langer gelijkstaat aan gezag en zelfs een handicap lijkt te zijn geworden. Relatieve jeugd betekent een relatief gebrek aan ervaring, maar schijnbaar is dat een risico dat Mohammed bin Salman bereid is te nemen.

    Auteur: Simon Henderson
    Vertaler: Carl Stellweg

    KADER: Jonge opkomende prinsen om rekening mee te houden:

    ▶ Abdoelaziz bin Fahd, achterkleinzoon van Ibn Saoed en sinds juni 2017 plaatsvervangend gouverneur van de regio Jawf, grenzend aan Jordanië. Zijn vader, een militair, werd in april 2017 commandant van de Saoedische grondtroepen.

    ▶ Faisal bin Sattam, in juni 2017 benoemd tot ambassadeur in Italië. Hij toonde zich al vroeg ingenomen met de opkomst van Mohammed bin Salman: als lid van de Raad van Getrouwheid (de groep vooraanstaande familieleden) stemde hij in 2014 tegen de rol van prins Moekrin als plaatsvervangend kroonprins, waaruit bleek dat hij tot het Salman-kamp behoorde. (Moekrin – de jongste zoon van Ibn Saoed, de stichter van Saoedi-Arabië, werd kroonprins na de dood van koning Abdoellah in januari 2015, maar koning Salman verving hem drie maanden later.) De overleden koning Abdoellah had naar verluidt een voorkeur voor zijn broer Salman boven zijn jongere broer Moekrin, om Miteb, een zoon van de koning, de kans te geven kroonprins te worden. Die werd echter onlangs als minister van de nationale garde ontslagen, en gevangengezet. [Hij is inmiddels, naar het schijnt na betaling van een ‘boete’ van een miljard dollar, weer vrij.]

    ▶ Abdoelaziz bin Saoed, dertigjarige minister van Binnenlandse Zaken, benoemd in juni 2017. Hij verving zijn oom en de toenmalige kroonprins, Moehammad bin Nayef, die gedwongen werd af te treden. De vader van Abdoelaziz bin Saoed is gouverneur van de olierijke Oostelijke Provincie, waar sjiieten de meerderheid vormen. Zijn nieuwe bevoegdheden werden enkele dagen na zijn benoeming ingeperkt door de overdracht van sommige van zijn taken naar een nieuwe organisatie voor staatsveiligheid.

    ▶ Abdoelaziz bin Toerki, 34, in juni 2017 benoemd tot plaatsvervangend voorzitter van de Algemene Instantie voor Sport. Zijn vader, Toerki bin Faisal, was ambassadeur in Washington en Londen, en tevens hoofd van de buitenlandse inlichtingendienst van het koninkrijk, het General Intelligence Presidency. De laatste tijd heeft Toerki bin Faisal openlijk besprekingen gevoerd met voormalige Israëlische functionarissen.

    ▶ Ahmed bin Fahd, een achterkleinzoon van Ibn Saoed, in april 2017 benoemd tot plaatsvervangend gouverneur van de Oostelijke Provincie. Zijn vader vervulde dezelfde functie al van 1986 tot 1993.

  • Saoedi-Arabië is ons vijgenblad

    Saoedi-Arabië is ons vijgenblad

    Saoedi-Arabië wordt vaak gezien als bron van alle kwaad in de islamitische wereld. Maar wie van het land een zondebok maakt, ontslaat moslims van zelfkritiek, vindt een Marokkaanse journalist.

    Terrorisme? IS? Vervolging van minderheden en cultureel conservatisme? Allemaal de schuld van Saoedi-Arabië. Het koninkrijk is de bron van alle kwaad, het kwaad dat we nog niet kennen inbegrepen, dat is welbekend. Je vraagt je bijna af hoe men het een eeuw geleden klaarspeelde om misstanden te verklaren, want in die tijd was Riyad [de hoofdstad] niet meer dan een door woestijn ingesloten vorstendom.

    Irrationele ‘saoedifobie’ en blinde ‘saoedifilie’ bestaan naast elkaar. Van dat laatste verschijnsel kennen we de oorzaak, of menen we die te kennen: oliedollars hebben Riyad wereldwijd trouwe volgelingen opgeleverd. Wat de haat betreft die alleen al het woord ‘Saoedi-Arabië’ opwekt: die zou voortkomen uit het bondgenootschap van de Saoedi’s met westerse imperialisten, en uit hun hardnekkige homofobie en onderdrukking van vrouwen.

    Islamitisch reveil

    Deze kijk op de wereld schiet op zijn zachtst gezegd ernstig tekort. Hoe rijk en ondernemend het koninkrijk ook is, niet alle gebreken van de huidige islamitische wereld kunnen eraan worden toegeschreven. Waarom wordt dat dan toch zo gretig te pas en te onpas gedaan?

    Omdat een zondebok ons vrijwaart van zelfkritiek. Wanneer we van het wahabisme de belangrijkste bron van neurotisch islamitisch hyperconservatisme maken, de Saoedische politiek als enige oorzaak opvoeren voor de depolitisering van omringende landen, het Saoedische geld als voornaamste reden noemen voor het succes van de politieke islam, dan kopen we ons voor een zacht prijsje vrij van alle schuld aan wat er mis met de huidige Arabisch-islamitische samenlevingen en hoeven we geen tijd te besteden aan pijnlijk zelfonderzoek.

    Het brede religieuze reveil en de daaropvolgende strijd om culturele en sociale hegemonie die de islamisten met overige politieke krachten uitvochten, staan los van Saoedi-Arabië. Want dat stelde In de negentiende eeuw, toen deze strijd grotendeels zijn beslag kreeg, nog bitter weinig voor. De islamitische heropleving voltrok zich in Caïro, Damascus, Tripoli, Libanon. Het wahabisme – de religieuze doctrine van Saoedi-Arabië – is dan alleen nog een primitief en aan de rand van de islamitische wereld werkzaam onderdeel van deze heropleving.

    Riyad, de hoofdstad van Saoedie-Arabië, was een eeuw geleden  nog een door woestijn ingesloten vorstendom. – © Wikimedia
    Riyad, de hoofdstad van Saoedie-Arabië, was een eeuw geleden nog een door woestijn ingesloten vorstendom. – © Wikimedia

    In de negentiende eeuw waren noch de Syrisch-Egyptische salafisten en hun volgelingen in de Maghreb en op het Indiase subcontinent, noch de politieke activisten van de Moslimbroederschap (in 1928 in Egypte opgericht) Riyad ook maar een beetje schatplichtig. Het pad was al lang en breed door anderen geëffend toen de Saoedi’s in de jaren tachtig op financieel, cultureel en diplomatiek gebied wat in de melk te brokkelen kregen. De Saoedische en Qatarese financiële steun aan conservatieve sociale bewegingen was welkom, maar de sterke invloed van de islamisten op de islamitische wereld bestond al, en dus veranderde er weinig. Als er van Saoedisch succes sprake is, dan komt dat door een reeds aanwezige rot in de landen die het koninkrijk probeert te beïnvloeden. Een diepe rot. Ja, onze samenlevingen zijn gecorrumpeerd door Saoedisch geld: niet alleen omdat ze corrumpeerbaar waren, ze waren reeds gecorrumpeerd. Conservatisme is een lokaal verschijnsel. Riyad bood alleen een helpende hand. Lang is Saoedi-Arabië gezien als de gewapende en rechtschapen arm van de islam tegen liberale of communistische machinaties. Nu vervult het een andere rol: dat van vijgenblad voor onze eigen ondeugden.

    Auteur: Omar Saghi
    Vertaler: Carl Stellweg

    TelQuel
    Marokko | weekblad | oplage 20.000

    Franstalig tijdschrift dat zich onderscheidt van zijn concurrenten door ruim baan te geven aan taboeonderwerpen als seksualiteit en door afstand te nemen van partijpolitiek.

  • Meer brand- dan vredestichter

    Meer brand- dan vredestichter

    De nieuwe kroonprins van Saoedi-Arabië, Mohammed bin Salman, staat bekend als een onvoorspelbare man die denkt dat geld alle problemen oplost. Een profiel.

    Zoals verwacht heeft koning Salman zijn jonge zoon Mohammed (31) tot kroonprins benoemd nadat hij de vorige kroonprins, Mohammed bin Nayef, de laan uit had gestuurd. Volgens officiële bronnen had deze laatste om ‘privéredenen’ verzocht van zijn kroonprinselijke taken te worden ontheven.

    De koning heeft ook de Saoedische basiswet van 1990 gewijzigd: de verticale troonopvolging van vader op zoon komt in de plaats van de horizontale opvolging van broer op broer die door de stichter van het koninkrijk, Abdulaziz bin Saud, in 1933 was ingesteld.

    De nieuwe troonpretendent Mohammed bin Salman denkt dat geld alle problemen oplost, hoewel hij er geen overwinningen mee heeft kunnen afdwingen in de oorlogen en conflicten die hij is begonnen.

    Tot nog toe is het onduidelijk waarom de koning niet ook een plaatsvervangende kroonprins heeft benoemd, zoals de gewoonte is. Evenmin is er vooralsnog antwoord op de kernvraag: zal de zieke koning spoedig afstand van de troon doen en zijn zoon het hoogste ambt gunnen terwijl hij zelf nog in leven is? Dat zou een primeur zijn, want nog nooit is een Saoedische vorst vrijwillig afgetreden. De tweede koning, Saud bin Abdulaziz, werd in 1964 afgezet na een belegering van het paleis, waarop hij een vrijgeleide kreeg naar Griekenland.

    Mohammed bin Salman zal alle dissidente stemmen het zwijgen opleggen en tegelijkertijd beperkte persoonlijke vrijheden toestaan

    De nieuwe aanstelling kwam vlotjes tot stand. In een vloek en een zucht ‘stemden’ 31 van de 34 koninklijke leden van het Comité van Trouw, een soort koninklijk adviesorgaan, voor de nieuwe functie van Mohammed bin Salman. Het Saoedische nieuwsagentschap gaf onmiddellijk beelden vrij waarop de jonge Mohammed zijn neef Bin Nayef bedankt dat deze zich zonder morren heeft teruggetrokken, een erkentelijkheid die hij nog eens benadrukt met een (beleefd afgeweerde) poging de voeten van de afgedankte kroonprins te kussen.

    Er was een pleister op de wonde: een gelijktijdige koninklijke benoeming betrof die van Abdulaziz bin Saud bin Nayef tot nieuwe minister van Binnenlandse Zaken. Deze Bin Nayef is de neef van de afgetreden kroonprins en kleinzoon van de overleden prins Nayef, minister van Binnenlandse Zaken van 1975 tot zijn overlijden in 2012. Met deze aanstelling wordt de controle van de Nayef-tak over het belangrijkste ministerie inzake binnenlandse veiligheid bestendigd.

    De benoeming van de nieuwe troonopvolger kan de toekomst van het koninkrijk op vele wijzen beïnvloeden. Maar in alle gevallen is die toekomst onzekerder geworden door het grillige karakter van de nieuwe kroonprins.

    In de eerste plaats wordt er een straf binnenlands bewind verankerd. Mohammed bin Salman zal alle dissidente stemmen het zwijgen opleggen en tegelijkertijd beperkte persoonlijke vrijheden toestaan. Zijn nieuwe ‘vermaakscommissie’ moet ervoor zorgen dat de Saoedi’s zich in de toekomst binnen redelijke grenzen mogen amuseren.
    Het is niet ongewoon dat dictators hun gemarginaliseerde onderdanen bepaalde vormen van gereglementeerd vermaak gunnen, om te voorkomen dat ze geestelijk imploderen. Vrouwen zullen uitgroeien tot symbolen van een nieuw, modern Saoedisch consumentisme. Wellicht krijgen ze spoedig het recht auto te rijden. Saoedi’s zullen een beetje plezier mogen hebben zonder dat de religieuze politie hun voortdurend op de huid zit.

    Mohammed bin Salman zal een overbodig, gemarginaliseerd en in ongenade gevallen wahabitisch religieus establishment blijven negeren. Maar de kroonprins kan er maar beter niet van uitgaan dat hij de wind er heel gemakkelijk onder houdt. Hij zal rekening moeten houden met landgenoten die zich bij de Islamitische Staat hebben aangesloten, van wie mogelijk een deel zal terugkeren uit Syrië.

    Mohammed bin Salman eerder dit jaar op een bijeenkomst van defensieministers uit de Golfregio in Saoedi-Arabië. – © Saudi Interior Ministry / HH
    Mohammed bin Salman eerder dit jaar op een bijeenkomst van defensieministers uit de Golfregio in Saoedi-Arabië. – © Saudi Interior Ministry / HH

    Toen Al-Qaeda na 2001 uit Afghanistan was verdreven, gingen veel Saoedische leden van deze beweging weer naar huis en richtten daar de hevigste terreurcrisis aan die het land heeft gekend. IS heeft sinds 2015 de verantwoordelijkheid opgeëist voor diverse aanslagen in Saoedi-Arabië, wat niet wegneemt dat het sektarische karakter van de beweging Mohammed bin Salman van pas kan komen in de huidige crisis met Iran.

    Daarnaast valt er nóg meer rammelend beleid tot economische liberalisering te verwachten, waaronder het afbouwen van de Saoedische afhankelijkheid van olie tegen 2020, een inkrimping van 
de verzorgingsstaat, privatisering en – heel belangrijk – de internationale verkoop van 5 procent van de Saoedische oliemaatschappij Aramco in september 2017.

    Dit betekent dat Mohammed bin Salman de ene dag zijn onderdanen zal voorhouden dat ze de broekriem moeten aanhalen, en hen de andere dag zal belonen voor hun volgzaamheid door ambtenarensalarissen vrij te geven en met extra vakantiedagen te strooien. Maar het zal een wonderbaarlijke prestatie vergen om een neoliberaal paradijs met minder werkdagen en productiviteit aan de praat te houden.

    Ten derde zal het Mohammed bin Salman grote moeite kosten om als regionale macht op te boksen tegen Turkije, Iran en Israël, stuk voor stuk landen die op dit moment hun spierballen tonen in hun streven de diverse conflicten in de Arabische wereld naar hun hand te zetten. Turkije en Iran heeft hij al van zich vervreemd – het eerstgenoemde land heeft in de jongste crisis de zijde van Qatar gekozen. De prins heeft ook beloofd de oorlog diep in Iran te planten, een uitspraak die neerkomt op een oorlogsverklaring.

    Voorbereiding en coördinatie

    Mohammed bin Salman lijkt het effect van zijn flamboyante uitspraken niet te beseffen. Maar hij en IS zouden, gezien de sektarische instelling die ze delen, goed kunnen samenwerken, met name als IS zijn doelwitten in Syrië en Irak kwijtraakt. IS kan worden geïnstrueerd om na het verlies van Mosoel en Raqqa zijn terreurcampagne naar Iran te verplaatsen.

    Mogelijk zal hij wel de betrekkingen verbeteren met Israël, dat nu schertsend de jongste soennitische staat wordt genoemd. Dit houdt verband met de pogingen van de kroonprins een pan-islamitische alliantie te vormen tegen én Qatar én Iran. Israël beschouwt dat laatste land als zijn grootste bedreiging, dus maakt het impliciet deel uit van deze alliantie. Bin Salman zal heimelijk met Israël blijven samenwerken op 
militair en economisch gebied. Maar dat wil nog niet zeggen dat de Israëlische vlag spoedig in Riyad zal wapperen. Zoiets vergt de nodige voorbereiding en coördinatie. Bovendien staat er bij een dergelijke controversiële stap veel op het spel.

    Ten slotte zal Mohammed bin Salman de Amerikaanse president Donald Trump het hof blijven maken. Het draait daarbij om wapendeals en investeringsbeloften, in ruil voor aanhoudende steun – althans voor de bühne. Net als Mohammed bin Salman is Trump onvoorspelbaar. De twee mannen zouden om kleinigheden ruzie kunnen krijgen. Maar ze zullen wel een schijn van eensgezindheid blijven ophouden totdat zij hun doelen hebben bereikt, zowel in eigen land als daarbuiten.

    schermafbeelding 2017 07 12 om 2 47 54 pm

    De nieuwe kroonprins heeft op dit moment kennelijk geen tijd voor Europa. Dat werelddeel zal hij blijven zien als een vakantiebestemming voor zijn onlangs aangeschafte jacht (voor 500 miljoen euro), en als leverancier van wapens die hij niet elders kan aanschaffen. Dit betekent dat Europese wapenfabrikanten en de Britse en Franse regering om de aandacht van 
de jonge prins zullen wedijveren.

    Beide landen lijken wel hun favoriete Saoedische kandidaat te zijn kwijtgeraakt. Ex-kroonprins Mohammed bin Nayef had een goede verstandhouding met de westerse geheime diensten weten op te bouwen. Hij werd gezien als cruciaal in de strijd tegen het terrorisme. De Britse premier Theresa May zal ook de nieuwe kroonprins nodig hebben, en dan vooral om economische redenen, want voor Groot-Brittannië dreigt na de Brexit zowel een economische als een politieke neergang.

    Het moet gezegd dat het koninkrijk van Salman al een beetje vorm begint te krijgen, ondanks levensgrote nationale en regionale problemen. Andere prinsen of groepen in het land zullen de nieuwe benoeming waarschijnlijk niet aanvechten. Ook dan ziet de toekomst er echter bewolkt uit.

    Mohammed bin Salman is geen kundig bestrijder van regionale brandjes, noch is hij een groot strateeg. Hij denkt dat geld alle problemen oplost, hoewel hij er geen overwinningen mee heeft kunnen afdwingen in de oorlogen en conflicten die hij is begonnen. Hij zal eerder nog meer brandjes en branden in de regio stichten dan er nu al woeden.

    Auteur: Madawi Al-Rasheed

    Madawi Al-Rasheed is gasthoogleraar aan het Middle East Centre van de London School of Economics.

    Middle East Eye
    Verenigd-Koninkrijk | middleeasteye.net

    Gebeurtenissen in ‘Midwest-Azië’, o.l.v. David Hearst, afkomstig van The Guardian.

  • Qatar: het probleemkind van de Golf

    Qatar: het probleemkind van de Golf

    Het is niet de eerste keer dat de buurlanden de betrekkingen met Qatar verbraken. Maar ditmaal zijn er ook economische sancties ingezet en lijkt het spel harder te worden gespeeld.

    De diplomatieke breuk tussen Qatar en vijf andere landen in de regio – Bahrein, Egypte, Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) en Jemen (althans de internationaal erkende regering-in-ballingschap van die Golfstaat-in-problemen) – heeft een al lang sluimerend conflict over de aanpak van regionale kwesties naar de oppervlakte gebracht.

    De vorige keer dat Bahrein, Saoedi-Arabië en de VAE hun banden met Qatar verbraken was in 2014, toen ze hun ambassadeurs voor een periode van negen maanden terugtrokken. De jongste confrontatie is duidelijk ernstiger. Er is nu sprake van economische sancties – en aangezien Qatar alleen met Saoedi-Arabië een grens deelt, kan een onderbreking van verkeer van goederen en mensen, ter land, ter zee of door de lucht, de economie snel ontwrichten en dus ook leiden tot sociale en politieke onrust.

    Het is nog onduidelijk wat Saoedi-Arabië en de Emiraten uiteindelijk beogen. In ieder geval dateren de spanningen tussen Qatar en zijn buren niet van gisteren. Ze bestonden al vóór de Arabische Lente van 2011 en Qatars spraakmakende steun aan islamisten die in die periode de macht in Noord-Afrika en Syrië probeerden te grijpen. Goed beschouwd was Qatar de afgelopen kwart eeuw betrokken bij elke ‘crisis’ in de zes leden tellende Raad voor Samenwerking in de Golf (Gulf Cooperation Council of GCC). Nu lijken de overige leiders in de Golf helemaal hun bekomst te hebben gekregen van het soms tegendraadse regionale beleid van Doha.

    Emir Tamim. – © Jordan Pix / Getty
    Emir Tamim. – © Jordan Pix / Getty

    Qatar is een schiereiland dat in noordelijke richting in de Perzische Golf steekt. Halverwege de negentiende eeuw ontpopte de familie al-Thani zich er als de voornaamste machthebbers. In 1868 kwam het tot een akkoord met Groot-Brittannië, destijds de machtigste politieke en militaire speler in de Golf, die de familie het leiderschap over het schiereiland gunde. Voorafgaand aan hun opkomst waren delen van het schiereiland bewoond door de familie al-Khalifa, die sinds 1783 heerst over Bahrein, een eiland ten westen van Qatar, maar ook aanspraak maakte op de Hawar-eilandjes, die vlak voor de kust van Qatar liggen. In 1986 kwam het bijna tot een militaire botsing. De kwestie sleepte zich voort tot aan een bindend schikkingsbesluit in 2001 van het Internationaal Hof van Justitie in Den Haag. De twee staten onderhielden toen nog niet zo lang diplomatieke betrekkingen. Die waren ze pas in 1997 aangegaan, 26 jaar nadat ze onafhankelijk waren geworden.

    Qatars enige landsgrens is nooit precies vastgesteld. Hoe gevaarlijk zoiets kan zijn, bleek in september 1992, toen er drie doden vielen bij een schotenwisseling met Saoedi-Arabië. De twee landen ondertekenden in 1965 een grensverdrag, dat nooit echt werd geratificeerd. Bovendien zegde Qatar het op na het grensincident. Op vele andere fronten kwamen beide landen in botsing. Qatar en Saoedi-Arabië steunden verschillende partijen in de korte Jemenitische burgeroorlog van 1994, en Qatar maakte fel bezwaar tegen de voorgestelde benoeming van een Saoedi als secretaris-generaal van de GCC in 1995. Vanwege deze kwestie verliet de delegatie van Qatar de slotzitting van de jaarlijkse top van de GCC, waarbij het voornemen kenbaar werd gemaakt alle door de secretaris-generaal bijgewoonde vergaderingen te zullen boycotten. Naar verluidt overwoog Qatar zelfs het lidmaatschap van de Golfclub op te zeggen.

    Zelfstandige politiek

    Een groot deel van het ongenoegen dat de betrekkingen tussen Qatar en zijn buren sinds 2011 kenmerkt, komt voort uit het beleid van de emir van Qatar, sjeik Hamad bin Khalifa al-Thani, die de macht overnam van zijn vader na een geweldloze paleiscoup in juni 1995. Samen met zijn minister van Buitenlandse Zaken, sjeik Hamad bin Jassim al-Thani, speelde de emir een belangrijke rol in de spectaculaire opkomst van Qatar sinds de jaren negentig van de vorige eeuw. Hij versnelde de ontwikkeling van de infrastructuur voor vloeibaar aardgas en sloot langlopende energiecontracten met geïndustrialiseerde en opkomende economieën wereldwijd.

    De troonsbestijging van de emir werd elders in de Golf niet met gejuich begroet. Saoedi-Arabië was betrokken bij een mislukte poging tot een tegencoup in februari 1996, waarbij de afgezette sjeik Khalifa weer de macht in handen had moeten krijgen. Na een tweede poging in 2005, waar volgens Qatar de Saoedi’s opnieuw achter zaten, ontnam de Qatarese overheid zo’n vijfduizend leden van de Bani Murra-stam hun burgerschap. Een aantal leden van de stam, waarvan het traditionele woongebied voor een deel in Saoedi-Arabië ligt, zou bij beide coups betrokken zijn geweest.

    Het huidige Qatarese leiderschap heeft altijd groot belang gehecht aan een zelfstandige regionale politiek, waarmee het land uit de schaduw van Saoedi-Arabië kon treden. Aanleiding tot intense frictie waren ook de steun van Qatar aan islamisten in de regio – met name aan de Moslimbroederschap – en het podium dat het in Doha gevestigde tv-station Al Jazeera bood aan allerlei groeperingen die staten in de regio bekritiseerden. In 2002 trok Saoedi-Arabië zijn ambassadeur terug uit Doha. Dat was een reactie op de wijze waarop Al Jazeera verslag deed van wat er zich in het naburige koninkrijk afspeelde. Vijf jaar duurde het voordat de zaak was bijgelegd. De spanningen namen opnieuw toe door de steun van Qatar aan islamistische bewegingen voor, tijdens en na de Arabische Lente. Wat de aanpak van de Moslimbroederschap betreft kwamen Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten lijnrecht tegenover elkaar te staan. Egypte en Libië werden slagvelden waar Doha en Abu Dhabi om regionale invloed streden door verschillende partijen te steunen.

    Vooral de Emiraten, die de Moslimbroederschap hard aanpakten, waren des duivels toen ze ontdekten dat leden van al-Islah, een in de Emiraten actieve tak van de Broederschap, een veilige haven in Doha hadden gevonden

    Toen emir Hamad in juni 2013 de macht overdroeg aan zijn 33-jarige zoon, emir Tamim, hoopten Riyad en Abu Dhabi dat de nieuwe jonge heerser Qatars regionale politiek zou bijstellen. Maar in november 2013 – Tamim was nog maar vijf maanden aan de macht – werden de leiders van Saoedi Arabië en de Emiraten opgeschrikt door berichten in Amerikaanse media dat leden van de Moslimbroederschap zich in Doha hergroepeerden nadat de Egyptische president Mohamed Morsi ten val was gebracht en de militaire dictatuur er was hersteld. Emir Tamim moest bij koning Abdoellah van Saoedi-Arabië op het matje komen. De eis luidde dat hij Qatar weer op het rechte pad zou brengen. Het land moest weer in de pas lopen bij de overige leden van de GCC als het ging om regionale vraagstukken. Tamim kreeg verder te horen dat hij een aanvullend veiligheidsakkoord diende te ondertekenen dat ‘non-interventie’ behelsde in de ‘interne aangelegenheden van de andere landen van de GCC’.

    De crisis bereikte in maart 2014 een hoogtepunt nadat Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten hadden geoordeeld dat Qatar de door Tamim aangegane overeenkomst onvoldoende naleefde. Ze trokken hun ambassadeurs terug uit Doha. Bahrein volgde hun voorbeeld. Vooral de Emiraten, die de Moslimbroederschap hard aanpakten, waren des duivels toen ze ontdekten dat leden van al-Islah, een in de Emiraten actieve tak van de Broederschap, een veilige haven in Doha hadden gevonden nadat ze de Emiraten in 2012 hadden moeten verlaten. Maanden van animositeit volgden, met af en toe pogingen tot onderhandelen waarbij de emir van Koeweit, sjeik Sabah, die nauwe banden met emir Tamim schijnt te hebben, als bemiddelaar optrad.

    De zaak werd in november 2014 bijgelegd door enkele Qatarese concessies: deportatie van Moslimbroeders naar Turkije, het bevel aan dissidenten uit de Emiraten om Qatar te verlaten, uitvoering van een Intern Veiligheidspact van de GCC, en nauwe samenwerking op het gebied van inlichtingen en politietaken. Ook het plaatselijke bureau van Al Jazeera werd opgeheven [en nog altijd wordt de website van Al Jazeera in zowel de Emiraten als in Saoedi-Arabië geblokkeerd].

    500 miljoen

    De huidige crisis heeft zich dus al jarenlang opgebouwd. Aanleiding was deze keer mogelijk een ingewikkelde gevangenenruil, die Qatar in april tot stand bracht om een 26-koppig Qatarees jachtgezelschap, dat veel leden telde van de regerende familie, vrij te krijgen. De groep was in december 2015 in Irak ontvoerd en werd vastgehouden door Kata’ib Hezbollah, een sjiitische militie die banden onderhoudt met Iran. Qatar had naar verluidt onderhandeld met Iran, Hezbollah en de Syrische rebellengroep Jabhat al-Nusra om hun vrijlating te bewerkstelligen.

    Het gerucht dat Qatar wel 500 miljoen dollar had betaald voor de gevangenenruil wekte grote woede in regionale hoofdsteden, waaronder Bagdad. Volgens de Iraakse premier Haider al-Abadi was de deal tot stand gekomen zonder medeweten en goedkeuring van de Iraakse regering. De exacte inhoud van de overeenkomst is onbekend. Voor de Golfstaten volstaat de verdenking dat er enorme bedragen zijn betaald aan milities in Irak die geen deel uitmaken van de overheid en stilzwijgend steun krijgen van Iran. Daarmee is het idee versterkt dat Qatars contact met dergelijke groepen een bedreiging vormt voor de stabiliteit en veiligheid in de regio.

    De maatregelen lijken tot op heden niet tot een echte oorlog te voeren, maar alle partijen hebben hun hakken in het zand gezet. Of ze hun va-banque politiek nog willen terugdraaien, is zeer de vraag. De beleidsmakers van Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten kunnen evenwel maar beter niet te veel rekenen op steun van de regering-Trump. De Verenigde Staten hebben in Qatar grote belangen op het gebied van defensie, veiligheid en energie, die niet zomaar zijn af te bouwen of naar elders kunnen worden overgebracht.

    Hoe dan ook zit Washington door deze plotselinge opleving van regionale spanningen met een probleem opgescheept dat niet eenvoudig is op te lossen. Het is een domper op de feestvreugde, na het bezoek dat Trump vorige maand aan de Golf bracht.
    Kristian Coates Ulrichsen

    Auteur: Kristian Coates Ulrichsen
    Vertaler: Carl Stellweg

    Openingsbeeld: De Villagio shopping mall in Doha, Qatar. – © Sarfraz Abassi

    The Atlantic
    Verenigde Staten | maandblad | oplage 430.000

    Voorheen The Atlantic Monthly. Halverwege de negentiende eeuw opgericht door schrijvers Harriet Beecher Stowe en Ralph Waldo Emerson. Boekte in 2010 voor het eerst winst dankzij een krachtige onlinestrategie. Naast journalistiek ook ruimte voor poëzie en beeld.

  • Wat heeft koning Salman in de twee jaar van zijn bewind bereikt?

    Wat heeft koning Salman in de twee jaar van zijn bewind bereikt?

    Volgens de islamitische kalender is de Saoedische koning Salman precies twee jaar aan de macht. Misschien wel zijn belangrijkste verdienste is het aanwijzen van zijn opvolger.

    In de twee jaar dat hij op de troon zit, is koning Salman bin Abdoel-Aziz Al-Saoed een vernieuwende leider geweest die een aantal belangrijke problemen van Saoedi-Arabië heeft aangepakt. In zijn buitenlands beleid ging hij de confrontatie aan: geen van zijn voorgangers trad Iran zo onverzoenlijk tegemoet als hij. De oorlog in Jemen, die geen succes is geworden, draagt zijn politieke stempel nog het meest.

    Onlangs vierde Salman dat hij, gemeten naar de islamitische kalender, twee jaar geleden de troon besteeg. De Saoedische leider oogstte lof voor een fundamentele koersverandering in het landsbestuur. Misschien was zijn belangrijkste beslissing wel om het opvolgingsproces zodanig bij te stellen dat een jongere generatie daarin eindelijk aan bod komt. Vanaf zijn eerste dag op de troon richtte de 81-jarige koning zich op de keuze van zijn opvolger.

    Kort na zijn kroning benoemde Salman prins Mohammed bin Nayef tot vicekroonprins. Twee maanden later zette hij zijn halfbroer, prins Moeqrin, af, waardoor de 57-jarige Nayef kroonprins werd. Wanneer Nayef de troon bestijgt, zal hij de eerste Saoedische vorst zijn die geen zoon is van de oprichter van het moderne Saoedi-Arabië: koning Abdoel-Aziz Al-Saoed, die in 1953 overleed. Dit betekent een eerste generatiewisseling in het leiderschap.

    Hij overleefde vier moordaanslagen door Al-Qaeda en ontwikkelde wereldwijd intensieve contacten met veiligheidsdiensten

    Kroonprins Mohammed bin Nayef is zonder twijfel de meest gekwalificeerde prins van zijn generatie. Hij speelt al tien jaar een leidende rol in de oorlog van het koninkrijk tegen terrorisme. Hij overleefde vier moordaanslagen door Al-Qaida en ontwikkelde wereldwijd intensieve contacten met veiligheidsdiensten. Als kroonprins heeft hij de kans om zijn ervaring en deskundigheid te verbreden.

    De zoon van de koning, vicekroonprins en minister van Defensie Mohammed bin Salman, heeft een creatief plan ontwikkeld om het koninkrijk tussen nu en 2030 te transformeren. Koning Salman heeft zijn zoon ongekende bevoegdheden toebedeeld, waaronder de leiding over de economie. Uit het plan ‘Saudi Vision 2030’ spreekt het inzicht dat de Saoedische verzorgingsstaat niet eeuwig op lage olieprijzen kan drijven. Een groot deel van het programma moet nog worden uitgevoerd, maar het is van cruciaal belang dat het koninkrijk de noodzaak van verandering erkent. Dit jaar is het zaak de visie verder uit te werken en de beginfase ervan uit te voeren.

    De koning heeft zich gehouden aan de belofte van zijn voorganger, koning Abdoellah, om Saoedische vrouwen het recht te geven te stemmen en zich verkiesbaar te stellen voor de gemeenteraden in het land. Dat is een belangrijke symbolische stap voor de monarchie. Ingrijpender beslissingen over vrouwenrechten zijn van cruciaal belang, wil Saudi Vision 2030 werken.

    Het buitenlands beleid van Abdoellah was risicomijdend en behoedzaam. Tijdens de Arabische Lente voerde het koninkrijk de contrarevolutie in Bahrein en Egypte aan. In Jemen probeerde het Ali Abdoellah Saleh te vervangen door een volgzaam regime dat de Saoedische dominantie zou aanvaarden. In Syrië zag het koninkrijk een kans de oudste bondgenoot van Iran in de Arabische wereld ten val te brengen.

    De koning van Saoedi-Arabië, Salman bin Abdoel-Aziz. – © Bandar Algaloud / HH
    De koning van Saoedi-Arabië, Salman bin Abdoel-Aziz. – © Bandar Algaloud / HH

    Salman heeft zich, nogmaals, veel agressiever en confronterender getoond dan zijn broer. De betrekkingen met Iran zijn verbroken, waardoor Iraniërs de hadj naar Mekka niet meer kunnen maken. Er is een veertig leden tellend islamitisch militair bondgenootschap (onder leiding van de Saoedische minister van Defensie) in het leven geroepen, zonder deelname van Iran en Irak. Vorige maand trad Oman, dat lange tijd geprobeerd heeft de spanningen in de Golf te verminderen, officieel toe tot de Saoedische militaire alliantie. Er is een agressieve inlichtingencampagne gelanceerd tegen Iraanse onderaannemers als Hezbollah. En er is geld gestuurd naar de rebellen die vechten tegen de Syrische president Bashar al-Assad.

    De Saoedische betrekkingen met Washington waren onder Abdoellahs bewind bekoeld. Riyad was geschokt toen de Amerikaanse president Barack Obama de Egyptische president Hosni Moebarak tot aftreden trachtte te bewegen. Abdoellah voelde zich tot actie genoopt door de Amerikaanse druk op de soennitische monarchie van Bahrein om tegemoet te komen aan de hervormingseisen van de sjiitische meerderheid. Hij stuurde troepen over de Koning Fahddijk (die het eiland Bahrein met het Arabisch schiereiland verbindt) om de soennieten te steunen en de sjiieten te onderdrukken. Bijna zes jaar later zitten die troepen er nog steeds.

    Salman deelt de scepsis van zijn voorganger over Obama. Hij wees een uitnodiging om naar Washington te komen af. Het koninkrijk heeft gedempte kritiek geuit op het Iraanse nucleaire akkoord en de opheffing van de sancties tegen Teheran. Toch heeft de regering-Obama in acht jaar tijd meer dan 110 miljard dollar aan wapens aan de Saoedi’s verkocht.

    Slechts twee maanden nadat hij de troon had bestegen, intervenieerde Salman in Jemen. Dat was naar aanleiding van de inname van de hoofdstad door loyalisten van Saleh en de sjiitische Houthi-rebellen. Riyad vreesde dat de Iraniërs op het punt stonden een satellietstaat aan hun zuidgrens te creëren. Een door de Saoedi’s geleide coalitie heeft Jemen een blokkade opgelegd en in Aden een bevriende regering geïnstalleerd.

    Elke tien minuten

    Twee jaar later verhongert volgens Unicef elke tien minuten een Jemenitisch kind. Miljoenen Jemenieten zijn ondervoed en hebben geen medische zorg. Alle strijdende partijen dragen schuld aan deze humanitaire ramp. Maar de realiteit is dat de rijkste landen in de Arabische wereld het armste land in hun midden hebben aangevallen.

    De internationale gemeenschap heeft vrijwel niets gedaan om het bloedbad te stoppen. De Verenigde Staten en Groot-Brittannië hebben de oorlog gefaciliteerd door vliegtuigen, munitie, logistiek en inlichtingen te verschaffen. De Saoedi’s hebben de steun gekregen die ze nodig hadden om een oorlog te voeren. Slechts incidenteel hoeven zij zich in te houden, meestal als gevolg van druk van het Amerikaanse Congres en publieke verontwaardiging. Salman moet een manier vinden om de oorlog eervol te beëindigen. Saudi Vision 2030 wordt waarschijnlijk een illusie als het koninkrijk er niet in slaagt zich aan het Jemenitische moeras te ontworstelen.

    Auteur: Bruce Riedel
    Vertaler: Carl Stellweg

    Al-Monitor
    Verenigde Staten | al-monitor.com

    Website die is opgericht door Jamal Daniel en zijn basis heeft in Washington DC. Nieuws en analyses uit het Midden-Oosten in zowel eigenhandige als vertaalde artikelen. Werkt samen met de grootste nieuwsorganisaties in het Midden-Oosten.

  • Opdeling Jemen is de beste oplossing

    Opdeling Jemen is de beste oplossing

    De enige manier om de oorlog in Jemen te beëindigen, is om het land in tweeën te delen, schrijft Saoedi-Arabië- expert Simon Henderson.

    Het beleid van Saoedi-Arabië ten opzichte van Jemen stoelt sinds lange tijd op paranoia. Eerst betrof het paranoia ten aanzien van de Jemenieten zelf, nu zijn het de Iraniërs. De Houthi-rebellen in Jemen worden afwisselend ‘geholpen’, ‘gesteund’ of ‘geregisseerd’ door Iran. Het is duidelijk dat de Houthi’s een directe bedreiging vormen voor de internationaal erkende Jemenitische regering van president Abdu Rabbo Mansur Hadi, die nauwe banden 
heeft met Saoedi-Arabië. De rebellen hebben hem gedwongen het land te ontvluchten, nadat ze de krachten 
hadden gebundeld met de voormalige Jemenitische president (en lange tijd 
de grote tegenstander van de Saoedi’s) Ali Abdullah Saleh (die aanvankelik tegen de Houthi’s was, tot hij in 2012 onder dwang opstapte). Maar het valt sterk te betwijfelen of die rebellen, los van de Saoedische paranoia, echt een directe bedreiging vormen voor Riyad.

    Desalniettemin heeft Riyad in ruil voor Amerika’s herstel van de betrekkingen met Teheran de VS om steun gevraagd bij de pogingen van de door de Saoedi’s geleide coalitie om Hadi weer aan de macht te brengen. (Vooralsnog prefereert Hadi nog even de veiligheid van een hotelsuite in Riyad.) Daarvoor heeft Riyad nog een extra troef in handen: Washington wil betrokkenheid en goedkeuring van de Saoedi’s bij de strijd tegen Islamitische Staat in Syrië en Irak, een strijd die wordt gevoerd door een coalitie onder aanvoering van de VS.

    Angst, zo niet regelrechte paranoia, kenmerkt de Amerikaanse houding ten opzichte van Jemen

    Angst, zo niet regelrechte paranoia, zou ook de omschrijving kunnen zijn van de Amerikaanse houding ten opzichte van Jemen. In het rotsgebergte van Jemen heeft Al-Qaida zijn regionale trainingskampen voor het Saoedische schiereiland, waar de acties werden voorbereid van de ‘ondergoed’-terrorist die in 2009 een vliegtuig van Northwest Airlines wilde opblazen en van de mannen die in 2015 de aanslag op Charlie Hebdo uitvoerden. Een in Jemen voorbereide terroristische 
aanslag is een reële mogelijkheid, en de Amerikanen zijn bereid heel te ver te gaan om zoiets te voorkomen. Ook een succesvolle aanslag op een Amerikaans marineschip, zoals in 2000 met een zelfmoordduikboot op de USS Cole in 
de haven van Aden, zou als zeer ernstig worden ervaren.

    Tot vorig jaar de oorlog met de Houthi’s uitbrak, opereerden Special Forces van de VS vanuit de luchtmachtbasis Anad, even ten noorden van Aden. Ze speelden een kat-en-muisspel met de jihadi’s en waren soms wat succesvoller, zoals bij de moord met een Hellfire-raket op Anwar al-Awlaki, de fanatieke prediker (en Amerikaans staatsburger), in 2011. Nu worden VS-operaties opgezet vanuit het Afrikaanse Djibouti, aan de andere kant van de Rode Zee. De acties worden nog steeds voornamelijk door drones uitgevoerd. Ook zijn er verscheidene half-illegale operaties van Amerikaanse Special Forces op de grond.

    Jemenitische jongens op een gebombardeerde brug in de hoofdstad Sanaa. – © HH
    Jemenitische jongens op een gebombardeerde brug in de hoofdstad Sanaa. – © HH

    Maar een cruciaal verschil tussen de belangen van Saoedi-Arabië en die 
van de VS springt meteen in het oog. Terwijl de aandacht van Riyad zich voornamelijk richt op de Iraanse steun aan de Houthi-rebellen die de hoofdstad en Noord-Jemen onder controle hebben, focussen de VS hun bezorgdheid op het zuiden.

    Die twee aparte oorlogen van Riyad en Washington zijn met elkaar verbonden op een manier die voor buitenstaanders misschien niet meteen duidelijk is. 
De Saoedische en de Amerikaanse luchtmacht delen het luchtruim van Jemen. De twee landen moeten dus samenwerken en daarom het gedrag van de andere partij tolereren.

    Maar die tolerantie staat onder druk. Al voor het afschuwelijke bombardement op een uitvaartcentrum in Sanaa op 8 oktober, met meer dan 140 doden 
en honderden gewonden, had de 
Amerikaanse bezorgdheid over de Saoedische gevechtstactiek al geleid 
tot het terugschroeven van de samenwerking. Er werd minder informatie uitgewisseld over de zwaarte van de bommen, en over van welke hoogte, 
uit welke richting en op welk moment van de dag deze zouden worden ingezet (belangrijk bij het beperken van de 
collateral damage, ofwel het aantal 
burgerslachtoffers). De Saoedi’s hadden al klinieken en scholen gebombardeerd, en hun rechtvaardiging daarvan, namelijk dat de Houthi’s daar (of er vlakbij) militaire opslagplaatsen en hoofdkwartieren hadden gevestigd, was zeer discutabel.

    Verstandig

    Het bombarderen van een begrafenisplechtigheid op 8 oktober was zowel een humanitaire ramp als een grote tactische catastrofe voor de oorlog tegen de Houthi’s. Ook al was het doelwit een politicus die nauwe banden had met de Houthi’s, het bombarderen van zo’n plechtigheid was strijdig met de ethiek van het Amerikaanse leger. De Saoedi’s lieten alleen weten dat 
er een ‘vliegtuig van de coalitie’ bij betrokken was, een formulering die ongelukkigerwijs suggereerde dat het om door Amerika geleverde F-15’s ging, die munitie van Amerikaanse makelij bij zich hadden. De machtscentra in Washington – het Witte Huis, het 
Congres en de media – schreeuwden moord en brand.

    De opdeling van Jemen, een wens die Ibn Saud [de stichter van Saoedi-Arabië] op zijn sterfbed uitsprak, zou voor alle partijen de verstandigste oplossing zijn. Het Zuiden wil het. Hadi geeft er zelf waarschijnlijk ook de voorkeur aan. 
De cruciale buitenlandse macht in de regio, de Verenigde Arabische Emiraten, zou het ook de beste optie vinden. Omdat Iran het druk heeft met problemen elders, is dat land er waarschijnlijk ook niet tegen. Dan hangt het er dus waarschijnlijk van af of Saoedi-Arabië, en in het bijzonder Mohammad bin Salman (de minister van Defensie en plaatsvervangend kroonprins), van 
de wijsheid van zijn grootvaders laatste woorden overtuigd kan worden. Om een volgende catastrofe met burgerslachtoffers in Jemen of een terroristische aanslag in de Verenigde Staten 
te kunnen voorkomen zal Washington waarschijnlijk te veel in beslag worden genomen door de presidentswisseling. Maar het probleem van Jemen, of van de twee Jemens, ligt al te wachten op 
de volgende president.

    Auteur: Simon Henderson
    Vertaler: Paul Bruijn

    Foreign Policy
    Verenigde Staten | tweemaandelijks tijdschrift | oplage 106.000

    Wetenschappelijk tijdschrift, opgericht in 1970 om het ‘debat te stimuleren over belangrijke kwesties van de Amerikaanse buitenlandse politiek’. Sinds 2008 eigendom van The Washington Post.

  • Moedigt Saoedi-Arabië het jihadisme aan?

    Moedigt Saoedi-Arabië het jihadisme aan?

    Saoedi-Arabië stak al honderd miljard dollar in het financieren van islamitische instellingen – ook in Nederland. Helpen die mee aan de verspreiding van het islamisme?

    JA

    De Saoedische koningen hebben met de wahabieten – aanhangers van een puriteinse, intolerante interpretatie van de islam – een faustiaans pact gesloten dat heeft geleid tot de grootste religieuze campagne in de geschiedenis. Naar schatting heeft Saoedi-Arabië honderd miljard dollar besteed aan de financiering van islamitische culturele instellingen overal ter wereld en aan het aanknopen van nauwe banden met niet-wahabitische moslimleiders en geheime diensten in diverse islamitische landen.
Zo kreeg het wahabisme in de jaren tachtig van de vorige eeuw zijn plaats in de wereldwijde moslimgemeenschap en ontstonden er allerlei islamistische bewegingen en organisaties. De beïnvloedingscampagne – niet los te zien van de strijd om de macht met Iran – heeft resultaat gehad, vooral in landen als Maleisië, Indonesië, Bangladesh en Pakistan, waar het religieus sektarisme en de opstelling tegenover minderheden en tegenover Iran steeds harder wordt.

    De Saoedi’s hebben het wahabisme gebruikt om het Arabisch nationalisme en de Iraanse revolutie tegen te werken. Maar bij de door hen gefinancierde instellingen stonden anderen aan het roer, vaak met eigen agenda’s, zoals de Moslimbroeders, nog militantere islamisten of zelfs jihadisten. Met hun campagne kwam de geest uit de fles.

    In westerse politieke en inlichtingenkringen heerst de onuitgesproken mening dat de crisis in Syrië deels is veroorzaakt doordat de internationale gemeenschap Saoedi-Arabië zijn gang heeft laten gaan

    
Toen bleek dat de meeste aanslagplegers van 11 september uit Saoedi-Arabië kwamen, werden er kritische blikken op het land gericht. Maar de Saoedi’s hadden niet verwacht dat de kritiek zich zou richten op het wahabisme en het salafisme zelf. Twee grote Nederlandse politieke partijen hebben hun regering onlangs gevraagd of er een verbod mogelijk is op wahabitische of salafistische organisaties en opleidingen die vanuit Saoedi-Arabië of Koeweit worden gefinancierd.

    De Duitse onderkanselier Sigmar Gabriel beschuldigde Saoedi-Arabië er vorig jaar van moskeeën en gevaarlijke extremistische groeperingen te financieren en zei dat het daarmee moest stoppen. ‘We moeten de Saoedi’s duidelijk maken dat de tijd van wegkijken voorbij is. Saoedi-Arabië financiert overal ter wereld wahabitische moskeeën. Heel wat islamisten uit zulke gemeenschappen komen naar Duitsland,’ zei hij.


    Een teken van de veranderende houding tegenover het Saoedische religieuze sektarisme is dat in westerse politieke en inlichtingenkringen de onuitgesproken mening heerst dat de crisis in Syrië deels is veroorzaakt doordat de internationale gemeenschap Saoedi-Arabië zijn gang heeft laten gaan bij de verspreiding van het wahabisme.

    Kortom, de complexe relatie tussen de Saoedi’s en het wahabisme leidt tot politieke dilemma’s en compliceert de relaties met de VS en de opstelling tegenover Syrië, IS en Jemen. 


    Auteur: James M. Dorsey
    Vertaler: Tess Visser

    James M. Dorsey (rechts op de foto) is senior fellow aan de S. Rajaratnam School of International Studies in Singapore. Ook is hij columnist en auteur van het blog The Turbulent World of Middle East Soccer.

    The Straits Times 
    Singapore, dagblad, oplage 380.000

    De meest gelezen Engelstalige krant in Zuidoost-Azië. In die regio geniet het dagblad een invloedrijke status. Schurkt tegen de Singaporese overheid aan maar staat garant voor goede analyses.

    schermafbeelding 2016 09 21 om 20 19 08

    NEE

    Al decennialang loopt er een polemiek over de wereldwijde steun van Saoedi-Arabië aan de salafisten. Dankzij de opkomst van IS is dit debat nu weer uiterst actueel. Maar meestal lopen daarbij nogal wat zaken door elkaar. Je kunt Saoedi-Arabië niet gelijkstellen met het salafisme, ook al is dat in het land sterk aanwezig. Net zomin als je het salafisme gelijk kunt stellen aan het jihadisme. Er is inderdaad een tak die de wapens tegen de leiders wil opnemen. Maar er is ook een tak die de politieke autoriteit absoluut niet ter discussie wil stellen. 


    Ook wordt vaak gezegd dat het salafisme voor Saoedi-Arabië een soft power is en richting geeft aan zijn politieke allianties. Maar Saoedi-Arabië gaf en geeft nog steeds steun aan neutrale prominenten en instellingen. Zoals aan Abdullah Saleh in Jemen, aan Rafik Hariri in Libanon tot 2005 en aan de politieke partij die nu wordt geleid door diens zoon Saad Hariri, aan Iyad Allawi in Irak, en aan het leger [van Al-Sisi] in Egypte.

    Wat er over de hele moslimwereld is geëxporteerd, is niet salafistisch of wahabitisch, maar een mix van het militante islamisme van de Moslimbroederschap en het salafisme

    Het salafisme is voor Saoedi-Arabië nooit een politieke soft power geweest zoals het sjiisme is voor Iran. Want dat laatste eist trouw aan de Iraanse leider Ali Khamenei.

    
Overigens is de Saoedische islam heel breed; er zijn soennitische hanbalisten, hanafieten, malekieten, sjafeieten en ook sjiieten. Maar belangrijker is: het jihadisme is niet zozeer een product van het salafisme als wel van het samengaan van het salafisme en de in Egypte ontstane Moslimbroederschap. Wat er over de hele moslimwereld is geëxporteerd, is niet salafistisch of wahabitisch, maar een mix van het militante islamisme van de Moslimbroederschap en het salafisme. En juist die heeft steun gekregen van religieuze leiders en vooraanstaande zakenlieden in diverse Golfstaten, maar ook van theoretici in vele andere moslimlanden.

    De verschillen met het traditionele salafisme in Saoedi-Arabië zijn vooral politiek van aard. Het traditionele salafisme wantrouwt de overheid, maar keert zich er niet tegen. Het kan kritiek hebben op de leiders, maar zal nooit de wapens tegen hen opnemen en predikt juist gehoorzaamheid aan de politieke autoriteit. Kortom, het is apolitiek.


    Daartegenover staat het activistische islamisme dat juist zeer politiek is. Het predikt ‘het rijk Gods’, een concept dat ver van Saoedi-Arabië is uitgedacht door Maududi in Pakistan en Said Qutb in Egypte.


    En moet ik nog zeggen dat wereldwijd het activistische islamisme dat daaruit is voortgekomen, zich sinds de Golfoorlog tegen Saoedi-Arabië heeft gekeerd?

    Auteur: 
Badr Al-Rached
    Vertaler: Tess Visser

    Badr Al-Rached (links op de foto) is de Saoedische correspondent van Al-Arabi Al-Jadid. Hij publiceerde onder meer in Al Monitor en Al-Hayat. Ook was hij redacteur bij Al-Ekhbariya TV en Qawafil magazine.

    Al-Arab Al-Jadid
    VK | alaraby.co.uk

    Opgericht in Londen, gefinancierd door Qatar. De nieuwssite wordt geleid door Azmi Bishara, een Palestijnse academicus, en vertrouweling van de Emir Sheikh Tamim bin Hamad al-Thani.