Tag: schulden

  • Je schulden aflossen door aan het klimaat bij te dragen, het kan

    Je schulden aflossen door aan het klimaat bij te dragen, het kan

    Door financiële deals aan te gaan, krijgen ontwikkelingslanden mogelijk een grotere rol in de strijd tegen klimaatverandering. Met natuurbehoud kunnen landen als Belize hun schulden aflossen.

    Belize stond aan de rand van een economische afgrond. Door de pandemie belandde het land in de ergste recessie die het ooit meemaakte, waardoor de regering dreigde failliet te gaan.

    De oplossing kwam uit onverwachte hoek, toen een lokale zeebioloog aan premier Johnny Briceño een vernieuwend voorstel deed. Haar nonprofitbedrijf zou het land geld lenen waarmee het schuldeisers kon terugbetalen, zolang de regering beloofde een deel van het uitgespaarde bedrag te gebruiken om de zee te beschermen.

    In Belize vallen daaronder oceanen, bedreigde mangroves en kwetsbare koraalriffen.

    Het is een nieuw soort aanpak. Door deals als deze, die bekendstaan als blue bonds, kan een groeiend aantal ontwikkelingslanden hun schuld aflossen door in natuurbehoud te investeren. Zo krijgen ze langzaamaan een grotere rol in de strijd tegen klimaatverandering.

    ‘Nu verdwijnt ons geld niet meer in de zakken van obligatiehouders, maar werken we mee aan milieubescherming’

    ‘De deal gaf ons ademruimte,’ vertelt Briceño. ‘Nu verdwijnt ons geld niet meer in de zakken van obligatiehouders, maar werken we mee aan milieubescherming.’

    Simpel gezegd hebben blue bonds hetzelfde effect als de herfinanciering van een hypotheek. Net als vele andere landen heeft Belize de overheidsuitgaven lange tijd deels gefinancierd door internationale obligaties te verkopen. Met de obligaties, die in feite een soort schuld zijn, kan een overheid wel kapitaal aantrekken maar wordt zij vaak decennialang opgezadeld met hoge rentebetalingen.

    In concrete zin houdt de bluebondsdeal in dat de Amerikaanse non-profitorganisatie Nature Conservancy aan Belize meer dan 350 miljoen dollar leent, waarmee het internationale obligaties ter waarde van meer dan een half miljard dollar terug moet kopen.

    Nature Conservancy kon die lening financieren via Credit Suisse, een bank in Zürich, die het geld op zijn beurt ophaalde door nieuwe obligaties te verkopen aan milieubewuste klanten.

    Evenwicht

    De deal levert Βelize 200 miljoen dollar op, wat bijna een tiende is van de jaarlijkse nationale productie. Het geld kan aan allerlei zaken besteed worden, mits Belize van 30 procent van zijn wateren een beschermd gebied maakt door industrieën als visserij en de bouw in te perken. Het land heeft tevens toegezegd jaarlijks 4,2 miljoen dollar uit te geven aan het behoud van biodiversiteit in deze beschermde gebieden.

    Kleine en arme landen kampen vaak met een reeks van onderling samenhangende problemen: buitensporige schulden enerzijds en milieuaantasting anderzijds. Voorstanders van de deal hopen dat financiële en milieu-georiënteerde stimulansen dergelijke problemen kunnen tegengaan en kunnen bijdragen aan duurzame groei.

    Toch blijft de roep om milieubehoud in de knel komen met de eisen van de toerisme- en visserij-industrie, beide essentieel voor de Belizaanse economie. Milieufinanciering kent dus nog altijd een aantal grote uitdagingen.

    ‘Je kunt niet zomaar overal aan natuurbehoud gaan doen en voor ons geen werkplek overlaten,’ zegt Ian Palacio, een Belizaanse visser.

    Palacio (43) woont in het schitterende Turneffe Atoll, een groot, marien reservaat met talloze eilandjes waarop mangroven groeien. Het is sinds de deal een beschermd gebied. De eilandengroep ligt aan het grootste koraalrif van het westelijk halfrond en wemelt van de soorten vis, van kreeft  dolfijnen en zeekoeien, en er groeien zeldzame bomen.

    ‘Behoud is goed, maar we moeten de voordelen ervan wel kunnen voelen’

    ‘Behoud is goed, maar we moeten de voordelen ervan wel kunnen voelen,’ aldus Palacio.

    Vanuit eenvoudige, houten kampen tussen de mangroven varen Palacio en zijn collega’s tijdens het visseizoen dagelijks uit om kreeften te vangen. Die vormen het belangrijkste aandeel van de Belizaanse visserij.

    De vissers gebruiken technieken die door de eeuwen heen weinig zijn veranderd: ze duiken naar houten platforms die op de zeebodem liggen en grijpen daar schaaldieren. Ook gebruiken ze lange stokken om kreeftenvallen mee naar hun boten te slepen.

    Zo’n twaalf toezichthouders patrouilleren in het reservaat. Ze controleren visvergunningen en gaan de grootte van gevangen kreeften na, zodat de kreeftpopulatie op peil wordt gehouden. Naar eigen zeggen hebben ze meer benzine, personeel, portofoons en wapens nodig om het reservaat beter te kunnen beschermen. Door het tekort aan brandstof kunnen de kustwachters het zich nauwelijks veroorloven hun uitkijkpost te verlaten.

    ‘Als we de middelen eenmaal hebben, kunnen we het nodige evenwicht in het ecosysteem bereiken,’ zegt Valdemar Andrade, de beheerder van het reservaat.

    Recordtempo

    Nature Conservancy sloot in september haar derde bluebondsdeal met Barbados, een ander klein land in de Cariben, dat net als Belize grote schulden heeft en de dreiging van klimaatverandering voelt. Ook landen met grotere economieën, waaronder Ecuador en Sri Lanka, gingen soortgelijke deals aan.

    Regeringsambtenaren en milieugroeperingen hopen dat dergelijke regelingen gemeengoed worden. Zo zou klimaatverandering een belangrijke factor kunnen worden binnen de manier waarop particuliere investeerders, multilaterale organisaties zoals het Internationaal Monetair Fonds en soevereine schuldeisers zoals China, leningen van soms wel biljoenen dollars aanbieden aan en terugvorderen van armere landen.

    ‘Door de manier waarop financiën wereldwijd geregeld zijn, kunnen landen gewoon geen werkelijk voordeel behalen door in de natuur te investeren,’ aldus Slav Gatchev, hoofd van de afdeling duurzame schulden bij Nature Conservancy.

    De zogenaamde schuld-voor-klimaatruil stond lang bekend als een financiële niche. Tijdens de pandemie kwam de deal echter op de voorgrond te staan. Doordat economieën wereldwijd op instorten stonden, werden ontwikkelingslanden gedwongen in recordtempo nieuwe schulden aan te gaan. Ondertussen kregen ze steeds minder inkomsten binnen, waardoor de kans op terugbetaling afnam.

    Het idee om ontwikkelingslanden schuldverlichting te bieden in ruil voor klimaatstappen ontstond in de jaren tachtig en was hoofdzakelijk bedoeld voor de bescherming van regenwouden.

    Volgens Gatchev is het verschil dat landen in het bluebondsmodel geen bescheiden, eenmalige schuldvermindering krijgen. Sterker nog, wereldwijde financiële markten zetten hun middelen in om de financiering van natuurbehoud mogelijk te maken.

    Het eerste land dat een bluebondsdeal aanging is de Seychellen, een eilandengroep in de Indische Oceaan. Inmiddels is het land er volgens Nature Conservancy in geslaagd 30 procent van zijn wateren te beschermen, waardoor kwetsbare soorten nu een toevluchtsoord hebben. In ongeveer de helft van de beschermde gebieden is menselijke activiteit ofwel verboden ofwel sterk beperkt.

    Bij elkaar opgeteld hebben Belize en Barbados inmiddels 683 miljoen dollar aan schulden terugbetaald

    Toch zeggen economen en natuurbeschermers dat deze financiële deals slechts een fractie van de oplossing zijn voor alle dringende, wereldomvattende problemen.

    Bij elkaar opgeteld hebben Belize en Barbados inmiddels 683 miljoen dollar aan schulden terugbetaald. Volgens de Wereldbank is dat maar 0,03 procent van wat ontwikkelingslanden eind 2020 verschuldigd waren aan particuliere schuldeisers.

    En de 134 miljoen dollar die de twee landen de komende twintig jaar voor het behoud van de zee hebben uitgetrokken, is een nog kleinere fractie van de 125 biljoen dollar die volgens de Verenigde Naties wereldwijd besteed moet worden om tegen 2050 een nettonuluitstoot te bereiken en de ergste gevolgen van klimaatverandering terug te draaien.

    Aantrekkelijk

    Volgens sommige economen kan schuldverlichting geen blijvend effect hebben op kleine landen die van toerisme afhankelijk zijn, tenzij ze meer variatie aanbrengen in hun economie en de nationale productiviteit verhogen.

    Het algemene effect dat de bluebondsdeals op het klimaat hebben, is bovendien maar beperkt. Regeringen krijgen jaren de tijd om aan te tonen dat hun natuurbehoud verbeterd is en zijn niet verplicht de menselijke activiteiten in hun wateren fors in te perken.

    Toch kunnen dergelijke initiatieven wel degelijk voor klimaatactie zorgen. Volgens voorstanders zorgt milieu-georiënteerde schuldverlichting ervoor dat de financiële belangen van internationale investeerders en kleine landen op één lijn komen te liggen, waardoor regeringen meer overheidsuitgaven kunnen doen en in de richting van duurzame groei worden geduwd.

    ‘Hoe zou erosie van stranden ooit een politieke prioriteit kunnen worden als we tegelijkertijd dringend de scholings- en vaccinatiegraad moeten verhogen?’ vraagt Henry Mooney, een Caribisch econoom bij de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank, zich af. ‘Het geld dat nu voor natuurbehoud opzij is gezet, was anders ergens anders aan besteed.’

    Volgens mensen die bluebondsdeals afsluiten, moeten landen zich wel aan de overeenkomsten houden: schuldeisers kunnen claims indienen bij internationale rechtbanken als regeringen hun financiële verplichtingen en afspraken rondom natuurbehoud niet nakomen. Dat maakt de regelingen minder riskant voor grote vermogensbeheerders en pensioenfondsen.

    De blue bonds zijn daardoor extra aantrekkelijk voor westerse investeerders die geld willen verdienen aan positieve doelen, zoals natuurbehoud.

    ‘Investeren is geen altruïstische aangelegenheid, investeerders geven niet zomaar geld weg,’ zegt Ajata Mediratta, partner van Greylock Capital Management, een Amerikaanse investeerder die betrokken was bij de Belizaanse blue bonds-deal.

    Volgens Christopher Coye, een belangrijke financiële ambtenaar in Belize, hebben de deals ervoor gezorgd dat het land zijn schuld aanzienlijk heeft kunnen verminderen en dit jaar de grootste begroting ooit heeft kunnen opstellen. De sociale uitgaven zijn weer op hetzelfde niveau als vóór de pandemie en de economie zal dit jaar naar verwachting met bijna 6 procent groeien.

    Om aan de voorwaarden van de overeenkomst te voldoen, verbood het land de eilandjes waarvan een groot deel van het koraalrif in overheidsbezit is, te verkopen. Daarnaast is er 2070 vierkante kilometer aan beschermd zeegebied bij gekomen en heeft de regering zich voorgenomen tegen 2026 een aanvullende 5000 vierkante kilometer te gaan beschermen.

    ‘Investeren is geen altruïstische aangelegenheid, investeerders geven niet zomaar geld weg’

    Natuurbehoud is er dus op vooruitgegaan. Toch zijn veel eilanden in het nieuw beschermde gebied al verkocht en veranderd in resorts of privévilla’s. Ondanks de bluebondsdeals zijn bovendien veel visgebieden grotendeels intact gelaten, wat grote schade toebrengt aan het zeelandschap.

    De grootste aanwinst van de bluebondsdeal zijn volgens Julie Robinson, inwoner van Belize en landelijk manager bij Nature Conservancy, niet alleen de financiële voordelen en het natuurbehoud, maar vooral de kans om de nationale identiteit opnieuw vorm te geven. Door de pandemie kwam de toerismesector van de ene op de andere dag stil te liggen, wat veel inwoners naar de visserij en landbouw dreef. Dat bracht de waarde en kwetsbaarheid van de natuurlijke rijkdom van Belize aan het licht, zo stelt ze.

    ‘Als Belizaan wil ik ervoor zorgen dat we als land kunnen groeien en bloeien,’ vervolgt Robinson. ‘Ik hoop dat we met deze obligatieovereenkomst een stap terug kunnen doen en kritisch nadenken over onze toekomst. Wat voor soort ontwikkeling willen we doormaken?’

  • Rusland betaalt zijn schulden en voorkomt wanbetaling

    Rusland betaalt zijn schulden en voorkomt wanbetaling

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Peruaanse ex-president Alberto Fujimori vervroegd vrijgelaten

    » Oekraïense draagbaby’s kunnen niet naar biologische ouders in buitenland

    Ondanks sancties voldoet Rusland aan renteverplichtingen

    De internationale financiële gemeenschap keek met spanning uit naar woensdag 16 maart, de deadline voor de betaling van een tranche van 117 miljoen dollar aan rente op Russische obligaties. Zou Rusland, financieel verstikt door het Westen na de invasie van Oekraïne, over de nodige fondsen beschikken? Zou het in roebels of dollars betalen? Zou het kunnen besluiten zijn schuld niet na te komen, als vergelding voor de internationale economische sancties?

    Moskou realiseerde zich dat de prijs voor wanbetaling nog hoger zou zijn en koos eieren voor zijn geld, analyseert investeringsstrateeg Timothy Ash op de site van CNBC. De Russische minister van Financiën Anton Siloeanov overwoog om de schikking in roebels te doen, een munteenheid die sterk in waarde is gedaald sinds de Oekraïense invasie, maar veranderde van gedachten ‘omdat het obligatiecontract het niet toestond’.

    Rusland is echter financieel gezien nog niet uit de gevarenzone

    De intermediaire bank, JP Morgan, bevestigde donderdag dat ze de gelden had ontvangen en overgemaakt aan haar zusterbedrijf Citigroup, dat verantwoordelijk is voor het betalen van de schuldeisers.

    Rusland is echter financieel gezien nog niet uit de gevarenzone omdat er nog andere deadlines naderen. Het moet deze maand nog eens 614 miljoen dollar betalen en in april ruim 2 miljard dollar.

    Lees ook:

  • Waarom de hel van Squid Game bij Koreaanse kijkers veel minder afgrijzen wekt

    Waarom de hel van Squid Game bij Koreaanse kijkers veel minder afgrijzen wekt

    De Zuid-Koreaanse politiek filosoof Park Lee Dae-seung stelt dat de hitserie Squid Game van Netflix veel realistischer is dan zij lijkt. En die neiging tot ‘anti-fantasy’ is kenmerkend voor de Zuid-Koreaanse populaire cultuur.

    Een van de geheimen van de populariteit van Squid Game ligt in de speciale relatie met de realiteit. De serie is waarachtiger dan je zou denken. Het idee dat een machtig en mysterieus wezen mensen insluit om hun dodelijke spelletjes op te leggen, is al eerder verbeeld, maar dan vooral in het fantasygenre. Het geweld in deze serie daarentegen, hoe extreem ook, is realistisch, waardoor het geheel meer thriller dan horror is.

    Een van de schokkendste scènes is die waarin de gastheren van het spel hun maskers afzetten. Het blijken geen almachtige wezens te zijn, maar gewone mensen, net als de gamers. Achter het geweld waarbij bloed in het rond spatte en inwendige organen zijn gemutileerd, zit niet een transcendent wezen, maar zitten echte mensen met een gezicht.‘

    Opvallend is dat de Zuid-Koreaanse pers minder aandacht heeft besteed aan de inhoud van de serie dan aan de grote zegetocht van de nationale culturele industrie die Squid Game belichaamt. Misschien is de hel die in de serie wordt weergegeven niet heel schokkend of vreemd voor Koreaanse kijkers, maar de buitenlandse pers kijkt er gefascineerd en met afgrijzen naar.

    De wereldwijde rage die de serie heeft ontketend, toont de breedgedragen angst dat zo’n hel bestaat of dat die ons in de toekomst misschien wacht. Invloedrijke internationale media als The New York TimesThe GuardianLe Monde en Der Spiegel publiceerden artikelen waarin de ongelijkheden en het geweld in de Zuid-Koreaanse samenleving worden belicht. En dat heeft Koreaanse kijkers op hun beurt perplex doen staan. Ze zijn er niet meer zo zeker van of ze het wereldwijde succes van dit nationale product moeten vieren of dat ze hun wenkbrauwen moeten optrekken omdat de serie hun samenleving als een hel neerzet.

    ‘Squid Game is een allegorie van de Koreaanse samenleving, en die is op haar beurt een allegorie van het mondiale kapitalisme’

    Die neiging tot ‘anti-fantasy’ is kenmerkend voor de Zuid-Koreaanse populaire cultuur. Scheppers uit Hollywood of Japan geven eerder de voorkeur aan een andere planeet of een verre toekomst om eenvoudig en schaamteloos een metafoor voor sociaal geweld neer te zetten, omdat dat geweld in het echte leven vaak verborgen is. Sommige waarheden kunnen ze niet anders weergeven dan door middel van dystopische of apocalyptische fictie.

    Koreaanse kunstenaars daarentegen blinken juist uit door zich te richten op de realiteit. Het kelderappartement in de film Parasite van Bong Joon-ho uit 2019 werkt beter om sociale ongelijkheid te illustreren dan de laatste treinwagon die kriskras over een verwoeste planeet rijdt in Snowpiercer, een film van de Koreaanse regisseur uit 2013. Aangezien het verleden en het heden van Zuid-Korea er zelf van getuigen hoe sociaal geweld werkt, is het niet nodig is om toevlucht te zoeken in het fantasygenre.

    Het is lastig om een andere samenleving dan Zuid-Korea te vinden die zo duidelijk laat zien hoe het kapitalisme sociaal geweld reproduceert. Mensen in de toekomst hoeven alleen maar naar de geschiedenis van het land te kijken om het kapitalisme van de eenentwintigste eeuw te begrijpen, vooral als ze willen weten hoe mensen louter als object worden behandeld. Squid Game is een allegorie van de Koreaanse samenleving, en die is op haar beurt een allegorie van het mondiale kapitalisme.

    De personages Gi-hun (gespeeld door Lee Jung-jae) en Sang-woo (Park Hae-soo) nemen niet deel aan de games omdat ze arm zijn. Ze worden niet gedreven door een zucht naar rijkdom, maar hopen op een waardig leven zodra hun schulden zijn afbetaald. De spelleider belooft de winnaar niet zomaar winst, maar een morele beloning, namelijk teruggave van de menselijke waardigheid. Maar daarmee stelt hij de deelnemers voor het dilemma of ze bereid zijn te moorden om hun waardigheid terug te krijgen. Het morele gebod om schulden af te lossen drijft hen tot extreem geweld en verandert hen in moordenaars.

    Schuld of geen schuld

    Armoede en grote schuldenlast liggen in elkaars verlengde, maar veroorzaken op verschillende manieren ongelijkheid en geweld. Veel van de tragedies die zich in arme landen hebben voorgedaan, ontstonden door hun schulden aan westerse landen. Het sociale geweld dat ontstond in Zuid-Korea na de economische crisis van 1997 was niet te wijten aan de armoede van de staat, maar aan de schuldenlast. Het huidige kapitalisme is niets anders dan een mondiaal systeem van schulden waarin het financiële kapitaal heerst, dankzij het lenen van geld.

    Het verschil tussen schuld of geen schuld is niet hetzelfde als het verschil tussen arm en rijk, want ook iemand die rijk is kan in de schulden komen. Sterker, schrijft hij, je kunt alleen maar rijk worden door schulden aan te gaan. Want een ‘rijke’ is niet alleen iemand met veel geld, maar ook iemand die grote schulden aankan.

    Het daadwerkelijke probleem schuilt niet in de enorme kloof tussen arm en rijk, maar in de ongelijkheid tussen degenen die steeds meer verdienen aan schulden en degenen die verpletterd worden onder een schuldenberg. Het meest extreme geweld begint niet wanneer een kapitalist de armen uitbuit, maar wanneer financiers geld lenen aan de armen. Het verschil tussen ‘uitbuiting’ en te betalen ‘rente’ is net zo groot als het verschil tussen arbeider en slaaf.

    ‘De publieke opinie richt haar aandacht en woede ondertussen niet op sociale ongelijkheid, maar op de kloof tussen degenen die de jackpot hebben gewonnen en degenen met een enorme schuldenlast’

    En dit alles wordt weerspiegeld in Zuid-Korea. Ongelijkheid op de arbeidsmarkt, een groot aantal kleine tot zeer kleine ondernemingen, stijgende vastgoedprijzen, een bbp dat een ontwikkeld land waardig is en de drang naar financieel gewin hebben gezamenlijk investeringen en het aangaan van leningen aangejaagd. Reclame moedigt dit nog eens aan.

    Online zijn tal van verhalen te vinden over mensen die te veel schulden hebben gemaakt. De publieke opinie richt haar aandacht en woede ondertussen niet op sociale ongelijkheid, maar op de kloof tussen degenen die de jackpot hebben gewonnen en degenen met een enorme schuldenlast, als het gaat om onroerend goed, de aandelenmarkt of bitcoin.

    Falen betekent dat je niet opnieuw kunt beginnen, maar dat je in de afgrond van schulden wordt gestort. In Squid Game is Gi-hun het slachtoffer van een bedrijfsreorganisatie. Hij gaat ondernemen met een lening, faalt en leent opnieuw om de vorige lening af te betalen, enzovoort. Kapitaalverschaffers staan niet toe dat een verslagene bewegingloos en inactief blijft. Zolang hij nog kracht over heeft, zijn ze bereid hem terug te brengen in het economische systeem. Leningen zijn het instrument waarmee het kapitalisme de mens het meest effectief kan vangen.

    Financieel kapitalisme wordt vaak omschreven als een occult systeem dat het begrip van gewone mensen te boven gaat; als een geheim dat alleen kan worden onthuld met statistische formules die zijn bedacht door een wiskundige op Wall Street. Maar als je de aard ervan wilt begrijpen, hoef je alleen maar de route te bekijken die de kleine ondernemer in deze Koreaanse serie aflegt om hoe dan ook van zijn schulden af te komen: ziedaar het sociale wezen dat het kapitalisme heeft gefabriceerd uit schulden.

    Lees ook:

  • De Chinese crisis is een schuldencrisis

    De Chinese crisis is een schuldencrisis

    Na jaren van voorspoed 
zit de klad in de Chinese economie. Lagere over
heden en particuliere bedrijven gaan gebukt onder schulden. Zelfs staatsbedrijven moeten zich zorgen gaan maken, want de regering lijkt haar handen van ze af 
te trekken.

    In 2015 heeft de Chinese economie een ‘stabiele groei’ van 6,9 procent gerealiseerd, tegen 7,3 procent in 2014. Maar de noodzaak tot hervorming blijft stijgen. In 2014 stonden de fabrieken in het kustgebied onder druk, die een voor een hun deuren sloten; nu voelt iedereen het in zijn portemonnee.

    In 2016 zal de Chinese economie, die wordt uitgehold door haar schuldenlast, absoluut manieren moeten zien te vinden om de kredietcrisis beter te beteugelen, de financiële risico’s te beperken, de investeringen rendabel te maken en ondertussen de onverkochte voorraden te slijten. Gezien de omvang van de problemen zal China daar niet altijd in slagen. Toch zal het alle vragen moeten beantwoorden.

    Het jaar 2015 stond vooral in het teken van de moeizame schuldaflossing. De torenhoge schulden die door het bedrijfsleven zijn aangegaan, en die hebben geresulteerd in 
de sluiting van tal van verwerkingsbedrijven in het kustgebied die insolvent waren geworden door de financiële crisis, raken nu ook een betrekkelijk groot aantal staatsbedrijven. In maart 2014 had de betalingsachterstand van Chaori, een fabriek van zonnepanelen die de rente over zijn schulden niet meer kon opbrengen, de markt al heimelijk verontrust.

    Een staalfabriek in Qingquan die in 2014 zijn deuren sloot. – © Kevin Frayer / Getty Images
    Een staalfabriek in Qingquan die in 2014 zijn deuren sloot. – © Kevin Frayer / Getty Images

    In april maakte Baoding Tianwei, een producent van elektrische apparatuur, op zijn beurt bekend de jaarlijkse rente over zijn obligatieleningen niet te kunnen voldoen. Dit was nog nooit voorgekomen bij een staatslening, en het incident 
werd dan ook als bijzonder symbolisch beschouwd: nu bleken ook staatsbedrijven wanbetalers te kunnen zijn.

    Na de instorting van de internationale grondstoffenprijzen in het vierde trimester moest Hidili International Development Limited op 3 november bekendmaken dat het zijn schulden niet kon voldoen. Hidili, een op de Kaaimaneilanden geregistreerd exploratiebedrijf met een beursnotering in Hongkong, heeft talrijke filialen in China.

    Kettingreactie

    Volgens Li Weijie, analist bij de China Securities Company, ‘kunnen de problemen bij Hidili een kettingreactie uitlokken in de reële Chinese economie, waar het aandeel van dubieuze vorderingen toeneemt. Talrijke midden- en kleinbedrijven die gelieerd zijn met Hidili riskeren een faillissement.’

    De schuldproblemen in de olie- en 
gassector weerspiegelen in het klein 
de problemen van het hele Chinese bedrijfsleven. Volgens de laatste gegevens van het Chinese ministerie van Financiën zijn de winsten van de staatsbedrijven in een jaar met 9,5 procent gedaald. In de eerste elf maanden van 2015 hebben de staatsbedrijven op het gebied van olie, petrochemie en bouwmaterialen hun winsten zien inzakken, terwijl de staal-, steenkool- en non-ferrometaalsector zelfs verliesgevend waren. Er is dus goede reden om aan te nemen dat een aantal daarvan als ‘zombiebedrijven’ moet worden beschouwd, die op sterven na dood zijn. Volgens econoom Stephen Green hebben de Chinese bedrijven met een te hoge schuldenlast twee opties: of ze worden failliet verklaard op verzoek van hun crediteuren, of ze blijven doordraaien en halen zich nog meer schulden op de hals, wat ten koste zal gaan van de financiële gezondheid van hun geldverstrekkers. Het is duidelijk dat een groot aantal staatsbedrijven tot de tweede categorie behoort.

    Sinds het jaar 2000 is de schuldenlast met ongeveer 50 procent toegenomen

    De centrale regering aarzelt niet meer om met de beschuldigende vinger naar deze zombiebedrijven te wijzen, evenals naar degene die kampen met productionele overcapaciteit; op deze laatste categorie is de ‘structurele hervorming van het aanbod’ gericht die momenteel in gang wordt gezet. In het geval van de zombiebedrijven die de hervorming van de economische structuur in de weg staan neigt men naar liquidatie of herstructurering. Dat is eveneens een onmisbare fase in de hervorming van de staatsbedrijven, een onderwerp dat sinds de jaren negentig tot op het bot is afgekloven.

    Desondanks is het risico bij de lagere overheden in 2015 nog groter geworden, wat het ministerie van Financiën ertoe heeft gedwongen hun schuldenlast ter waarde van 3 biljoen yuan [ongeveer 420 miljard euro] te saneren, voornamelijk door middel van herschikking. Als de schulden zo hoog oplopen kan er dus te veel geld uit het financiële systeem worden gehaald, en dat wordt zeer duur betaald. Dat geldt zowel voor bedrijven als lagere overheden.

    Maar als de lagere overheden zich 
eruit kunnen redden door middel van schuldoverdracht (aan de centrale overheid) en als de staatsbedrijven geherstructureerd of onder curatele gesteld kunnen worden, dan kan men zich afvragen wat er met particuliere bedrijven met te hoge schulden gebeurt.

    Trucks staan weg te roesten bij de verlaten staalfabriek in Qingquan. – © Kevin Frayer / Getty Images
    Trucks staan weg te roesten bij de verlaten staalfabriek in Qingquan. – © Kevin Frayer / Getty Images

    Die moeten zich helemaal zelf redden, aldus een bron uit de bankwereld. 
Ze hebben de situatie de afgelopen twee jaar lijdzaam moeten ondergaan. Volgens Liu Yuanchun van de Volksuniversiteit van Beijing moeten ze wachten tot de huidige ‘chirurgische ingreep’ is voltooid voordat hun problemen langzaam maar zeker kunnen worden opgelost. Ze maken dus moeilijke tijden door. In 2016 kunnen ze het nog zwaarder te verduren krijgen en zal het hele financiële systeem worden bedreigd, aldus Li Xunlei, hoofdeconoom van Haitong Securities.

    De tweede grote vraag waarvoor de Chinese economie zich gesteld ziet, is hoe het krediet kan worden beteugeld. Sinds het jaar 2000 is de schuldenlast met ongeveer 50 procent toegenomen. Daardoor worden de bedrijfswinsten en de openbare financiën uitgehold 
en gaat geld verloren dat anders aan nieuwe investeringen had kunnen worden besteed.

    Volgens een Amerikaanse studie uit 2015 zou het financiële risico van China overigens het gevolg zijn van 
de enorme schuldenlast van de staatsbedrijven, die geschat wordt op 78 biljoen yuan [ongeveer 11 biljoen euro]. Het goedkoopste geld leen je bij de bank. Maar om te kunnen lenen moet je garanties bieden, liefst van de kant 
van de staat. Om die reden worden de meeste bankleningen aan staatsbedrijven verstrekt en moeten de midden- en kleinbedrijven andere, kostbaardere kanalen aanboren, zoals schaduwbanken, die wat duurder zijn maar relatief betrouwbaar. Een laatste mogelijkheid is privékrediet, dat het kostbaarst en gevaarlijkst is.

    Het ontstaan van deze min of meer occulte kanalen na de financiële crisis van 2008 heeft gevolgen gehad die tot dan toe onbekend waren: het massaal afsluiten van leningen door lagere overheden, een sterke toename van de particuliere leningen en de opkomst van een systeem van schaduwbanken dat het krediet huizenhoog heeft opgedreven.

    Een specialist uit de financiële sector vat de situatie als volgt samen: waar het aanvankelijk de bedrijven waren die een beroep deden op de banken, zijn de plaatselijke bankfilialen al heel snel bedrijven gaan benaderen om ze leningen aan te smeren en hebben ze geprobeerd hun uitstaande tegoeden bij trustmaatschappijen onder te brengen.

    Virtuele economie

    Toen in 2011 de crisis in de particuliere leningensector uitbrak, zijn talloze 
privéondernemingen verdwenen. Dit valt voornamelijk te verklaren uit de aanscherping van het monetaire beleid in 2010 en het feit dat het privékapitaal de reële economie verruilde voor de onroerendgoedmarkt en de virtuele economie.

    Uiteindelijk zijn ook de leningen aan staatsbedrijven riskant geworden. 
Tussen eind 2010 en 2013 is de schuld van lagere overheden met 63 procent toegenomen, die op hun beurt minder bereid zijn geworden om garant te staan voor bedrijven. Tel daar de lagere groei bij op, en je begrijpt waarom de staatsbedrijven steeds minder in staat zijn hun verplichtingen na te komen. De financiële sector heeft alleen maar de positieve kant van de zaak gezien.

    Volgens Liu Yuanchun zijn de uitstekende resultaten van de financiële wereld niet zozeer te verklaren uit de structurele hervormingen en de verandering van de economische dynamiek (de concentratie op de binnenlandse vraag die sinds enkele jaren wordt aanbevolen), maar eerder uit het vermoedelijke wegsluizen van bepaalde winsten van de reële economie. Een onderzoek uit 2014 naar de winsten van beursgenoteerde Chinese bedrijven toont aan dat meer dan de helft voor rekening van de financiële sector komt. Terwijl het netto resultaat van de industrie maar met 3 procent toenam, steeg dat van de bancaire sector naar meer dan 9 procent; in het eerste semester van 2015 is de toegevoegde waarde van de industrie met maar 6 procent gestegen, en die van de gehele financiële sector met 17,41 procent.

    ‘Voor een wereldwijde economische opleving moeten de dienstensector en de financiële sector gelijke tred houden met de reële economie,’ onderstreept Liu Yuanchun.
    Op dit moment zijn de banken gedwongen voorzorgsmaatregelen te treffen. Meer dan 2 procent van hen zou niet aan zijn financiële verplichtingen kunnen voldoen vanwege het toenemende aantal dubieuze vorderingen. Halverwege 2014 verwachtte de Industriële Bank 25 à 40 procent te moeten afschrijven op zijn onroerendgoedportefeuille ten opzichte van 2013. Na de financiële crisis heeft men inderdaad in talloze regio’s aankopen goedgekeurd zonder eigen inbreng, maar vanaf 2013 dalen de onroerendgoedprijzen en is de economie duidelijk gaan haperen.

    CONTEXT 1: INVLOED POLITIEK

    #In Beijing worden economische beslissingen sterk beïnvloed door politieke factoren. De leiders van de Communistische Partij vrezen dat een hervorming hun legitimiteit ter discussie kan stellen. Bovendien heeft president Xi Jinping het laatste woord, en hij maakt zich zorgen over de plaats van China in de wereld. Ten slotte laten de hervormingen die bij de komst van Xi in 2012 werden aangekondigd lang op zich wachten. Veel rijke Chinezen emigreren. Het aantal stakingen is tussen 2014 en 2015 verdubbeld. Dit alles zal de manier beïnvloeden waarop Beijing zijn economie weer op poten hoopt te zetten.#

    De derde grote vraag waarvoor de Chinese economie zich gesteld ziet, is hoe gecontroleerd kan worden of er sprake is van productionele overcapaciteit. Li Xunlei heeft kortgeleden gerapporteerd wat een provinciale bestuurder hem meldde over de ‘structurele hervorming van het aanbod’ (die centraal staat in het beleid van de regering). Deze is zo lang uitgesteld dat er in feite sprake is van een ‘structurele verandering’, aldus de bestuurder. Daar ben ik het mee eens, schreef Li, want het verbeteren van het aanbod, het verhogen van de productiviteit en het beter aanwenden van human resources, kapitaal en techniek voor het bbp vereist een herstructurering.

    De economische situatie wordt steeds complexer: structurele problemen, productionele overcapaciteit, financiële risico’s, ongunstige markttendensen, dalende indicatoren… China heeft sinds 2008 afscheid moeten nemen van een groei van meer dan 10 procent en is in 2015 bij een nieuw keerpunt aangeland, een groei van minder dan 7 procent. Maar tijdens deze bewogen periode zijn de investeringen altijd een heel belangrijke motor geweest om tegenwicht te bieden aan neerwaartse druk.
    Toen de regering in 2008 een groot 
stimuleringspakket ter waarde van 4 biljoen yuan lanceerde, ging al het geld naar onroerend goed; nu gaat het naar stedelijke infrastructuur, zoals ondergrondse drinkwater- en rioolnetten. Deze verandering van oriëntatie zegt veel over de onvervangbare rol 
van publieke investeringen als economische stabilisator, ook al zijn die momenteel op consumptie gericht.

    Sociale huisvesting

    Om een halt toe te roepen aan de overproductie en de markt weer gezond te maken, zijn talloze aanpassingen binnen de bedrijven vereist. Volgens Guan Qingyou, hoofd van de financiële redactie van deze krant, moet eerst worden bezien hoe de faillissementswet kan worden toegepast (die dateert uit 2007 maar weinig wordt gebruikt), met aandacht voor de begeleiding van het personeel en de liquidatie van activa. Fusies van staatsbedrijven moeten worden bevorderd volgens technische of ecologische maatstaven.

    Ook pleit de econoom voor intensivering van de pogingen om onverkocht onroerend goed van de hand te doen door het financieren van sociale huisvesting voor minderbedeelde stedelingen en plattelandsbewoners. Daarnaast stelt hij voor om programma’s te ontwikkelen voor de vestiging van bejaardenhuizen en toeristencentra.
    Over de manieren waarop de situatie weer gezond kan worden gemaakt wordt veel gediscussieerd. Maar volgens Guan Qingyou moet er eerst van hogerhand een duidelijker plan worden ontwikkeld om de reële economie op een inventievere manier te herstructureren.

    Auteur: Li Xiaodan
    Vertaler: Peter Bergsma

    Jingji Guancha Bao
    China | dagblad | oplage 400.000
    ‘Economic Information Daily’, opgericht door het officiële agentschap Xinhua, besteedt aandacht aan structurele problemen die worden veroorzaakt door het hervormingsbeleid en de economische ontwikkeling van het land.

    CONTEXT 2: CONSUMPTIE

    In Beijing worden economische beslissingen sterk beïnvloed door politieke factoren. De leiders van de Communistische Partij vrezen dat een hervorming hun legitimiteit ter discussie kan stellen. Bovendien heeft president Xi Jinping het laatste woord, en hij maakt zich zorgen over de plaats van China in de wereld. Ten slotte laten de hervormingen die bij de komst van Xi in 2012 werden aangekondigd lang op zich wachten. Veel rijke Chinezen emigreren. Het aantal stakingen is tussen 2014 en 2015 verdubbeld. Dit alles zal de manier beïnvloeden waarop Beijing zijn economie weer op poten hoopt te zetten.

    CONTEXT 3: MINDER KOLEN EN STAAL

    100 à 150 miljoen ton ruwstaal minder
    Dat doel formuleerde premier Li Keqiang op 22 januari om de overcapaciteit te verminderen. Met 803 miljoen ton is de staalproductie in 2015 voor het eerst sinds 1981 gedaald, volgens de economische site Caijing Wang.
    Het equivalent van 4,24 miljard ton steenkool
    Dat is de hoeveelheid energie die in 2015 door China is verbruikt, een daling van 0,5 procent. De steenkoolconsumptie zou met 3,8 procent zijn gedaald.

    CONTEXT 4: CHRONOLOGIE

    2008 november De financiële crisis spaart ook China niet. Het land kondigt een stimuleringspakket van 4 biljoen yuan (ongeveer 550 miljard euro) aan.

    2009 Vanaf dit jaar worden honderden fabrieken gesloten en komen miljoenen gastarbeiders op straat te staan.

    2014 China sticht de Aziatische Investeringsbank voor infrastructuur om tegenwicht te bieden aan het IMF en de Wereldbank.

    2015 augustus Beijing devalueert de yuan binnen een week met bijna 5 procent. Op 24 augustus keldert de beurs met 8,47 procent. De wereldmarkt siddert.

    2016
    7 januari Voor de tweede keer binnen vier dagen keldert de beurs van Shanghai met 7 procent en wordt de handel in aandelen bevroren. Achtste devaluatie van de yuan sinds augustus (- 0,51 procent).

    19 januari De regering maakt bekend dat het bbp in 2015 met 6,9 procent is gestegen.

    26 januari Wang Baoan, chef van het Chinese Bureau voor de Statistiek – en verantwoordelijk voor de economische indicatoren van het land – wordt beschuldigd van corruptie.

    CONTEXT 5: GRILLIG WISSELKOERSBELEID

    De afgelopen zes maanden hebben investeerders zich verbaasd over het grillige Chinese wisselkoersbeleid, aldus The Wall Street Journal. Eerst was er in augustus een plotselinge devaluatie van de yuan en de aankondiging dat de spilkoers voortaan elke ochtend zou worden bepaald aan de hand van de slotkoers van de vorige dag. Daarna verankerde de Chinese bank de yuan niet langer alleen aan de dollar, maar ook aan andere deviezen. En op 7 januari werd de munt opnieuw gedevalueerd. ‘De fluctuaties van de yuan zijn het gevolg van marktschommelingen en hebben niets met devaluatie te maken,’ verzekerde de Chinese vicepresident Li Yuanchao. Maar de Financial Times schrijft: ‘De Chinese leiders mogen dan expliciet ontkennen dat ze aansturen op een sterke devaluatie, ze leggen niet uit hoe ze de koers willen stabiliseren terwijl er een grote kapitaalvlucht plaatsvindt en de economie stagneert. Door de strijd tegen corruptie en de zwakke plaatselijke investeringsmogelijkheden sluizen veel Chinezen hun geld het land uit. En deze tendens wordt versterkt door de vrees voor devaluatie.’

    Een renteverhoging om Chinezen in hun eigen land te laten investeren zou de economische groei alleen maar meer afremmen. De yuan nog verder laten dalen zou een enorme schok betekenen voor de wereldeconomie

    Resultaat: vorig jaar noteerde het land een netto kapitaalvlucht van meer dan 676 miljard dollar. Om zijn munt te steunen heeft de Chinese centrale bank zijn valutareserve voor bijna 700 miljard dollar moeten aanspreken. En ook al blijft er dan nog 3,3 biljoen dollar over, het is veel geld. Wat kan Beiijng doen? ‘Er zijn weinig aantrekkelijke opties’, erkent de Financial Times. Een renteverhoging om Chinezen in hun eigen land te laten investeren zou de economische groei alleen maar meer afremmen. De yuan nog verder laten dalen zou een enorme schok betekenen voor de wereldeconomie. Dus rest er maar één mogelijkheid: ‘Een strenger toezicht op de kapitaalmarkt totdat de situatie verbetert.’ Het probleem is dat China daarmee zou terugkomen op zijn recente liberalisering van de economie, die ertoe heeft geleid dat het IMF de yuan eind november heeft opgenomen in het exclusieve mandje van internationale valuta die de zogenoemde special drawing rights (SDR) vertegenwoordigen, een soort virtuele reservemunt. ‘Dat zou zeker gezichtsverlies voor China betekenen. Maar het zou daarmee wel de tijd krijgen om zijn financiële instellingen voor te bereiden op de vluchtigheid van de geldmarkt,’ concludeert The Economist.

    (Lambiek Berends)

  • Wat Griekenland van Afrika kan leren

    Wat Griekenland van Afrika kan leren

    Op fora in Afrika wordt vaak de vraag gesteld wat het continent van Griekenland kan leren. Ecoloog en Afrikaspecialist Ian Scoones betoogt dat Griekenland, net als alle andere landen met schulden, veel kan leren door naar Afrika te kijken.

    Niet alleen in Griekenland, in de hele wereld nemen de schulden toe. Door teruglopende prijzen van grondstoffen en de sterker wordende Amerikaanse dollar zijn de schulden in veel economieën onhoudbaar geworden. Hierdoor gaat een stijgend deel van de overheidsinkomsten naar de aflossing van schulden, en gaan schulden een steeds groter deel uitmaken van het totale bbp. Zo extreem als in Griekenland – waar de schuld ongeveer 178 procent van het bbp bedraagt, en inmiddels waarschijnlijk nog meer door het instorten van de economie – komt zelden voor, maar rooskleurig is het ook elders niet. Zimbabwe heeft een enorme buitenlandse schuld, die tot zo’n 40 procent van het bbp is opgelopen, terwijl andere landen in de regio, Mozambique en Tanzania bijvoorbeeld, hun schulden laten stijgen om groei aan te jagen. Maar zoals wordt gesteld in het precies op het goede moment verschenen nieuwe rapport van Jubilee Debt Campaign [JDC is onderdeel van een wereldwijde beweging die zich verzet tegen de slavernij van de schuldenlast en pleit voor alternatieve geldsystemen], verhult een dergelijke groei de toenemende ongelijkheid, evenals het feit dat overheidsuitgaven door het aflossen van de schulden jarenlang onder zware druk komen te staan. Gaan we terug naar de jaren tachtig en negentig, toen veel landen in Afrika – net als Griekenland vandaag de dag – opgezadeld zaten met een onhoudbare schuldenlast? Destijds hadden de Afrikaanse landen de bittere pil van de bezuinigingsmaatregelen van de internationale financiële instellingen gewoon maar te slikken. Griekenland en andere landen die kwetsbaar zijn voor schulden, kunnen de nodige lessen trekken uit die tijd en de nasleep ervan. De nieuwe Griekse minister van Financiën, Euclid Tsakalotos, weet waar het over gaat. In 1994 publiceerde hij in het Journal of Development Studies een artikel over de reikwijdte en de grenzen van financiële liberalisering in ontwikkelingslanden. In het Cambridge Journal of Economics bepleitte hij dat we ook in 
de economie oog moeten hebben voor waarden waar we in de samenleving belang aan hechten.

    Schade

    In de jaren tachtig en negentig werden in Afrika de bezuinigingsmaatregelen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank niet ter goedkeuring aan de bevolking voorgelegd – net als in Griekenland zouden ze anders zonder meer zijn verworpen. In plaats daarvan werden regeringen van verschillende politieke pluimage gedwongen zich te onderwerpen aan vergaande structurele aanpassingen. Zimbabwe is een goed voorbeeld. De strategie die gericht was op weloverwogen groei en rechtvaardigheid, werd in 1991 verlaten ten gunste van het Economic Structural Adjustment Programme (ESAP), in Zimbabwe beter bekend als Economic Suffering for African People. We kennen de gevolgen van deze rampzalige periode, zowel op economisch als op politiek gebied [inmiddels is Zimbabwe vanwege een hyperinflatie van miljarden procenten officieel overgestapt op de Amerikaanse dollar. De werkeloosheid is nog steeds torenhoog, de landbouw functioneert niet goed en het land is in veel opzichten een dictatuur]. Wat zou er in Afrika gebeurd zijn als de structurele aanpassingen (c.q. bezuinigingen) waren vervangen door een uitgebalanceerde schuldsanering die investering en hervorming zou stimuleren en tegelijkertijd de basisvoorzieningen en kwetsbaren zou beschermen? Het antwoord kennen we niet. Zeker is wel dat de bezuinigingen langdurige schade hebben aangericht – niet alleen aan de economieën, die al decennia lang zwakke groeicijfers vertonen, maar direct aan de bevolking zelf. Velen kregen geen onderwijs. En door een sterk verminderde gezondheidszorg waren de gevolgen van de hiv/aids-epidemie die zich in dezelfde tijd over het continent verspreidde, bijvoorbeeld veel en veel erger. Er zijn lessen uit getrokken en in sommige kringen is de Washington Consensus afgedankt. [De Consensus 
is een in 1989 ontwikkeld standaardhervormingspakket door in Washington gevestigde instituten als het IMF en de Wereldbank voor landen die in een crisis verkeren.] Aan het begin 
van deze eeuw werd in ontwikkelingslanden met veel armoede en hoge schulden bij het aflossingsprogramma meer rekening gehouden met armoedebestrijding. Daar hadden sommige Afrikaanse landen baat bij, al was het maar tijdelijk.

    Bijeenkomst van de VN in Addis Ababa, Ethiopië, 31 augustus 2015. – © Mohammed Abdu Abdulbaqi / Getty
    Bijeenkomst van de VN in Addis Ababa, Ethiopië, 31 augustus 2015. – © Mohammed Abdu Abdulbaqi / Getty
    Afrika heeft tegenwoordig nieuwe perspectieven, niet enkel het uitgebluste, falende medicijn van het IMF

    Een lesje

    Het is beslist mogelijk om een ondermijnende schuldenlast te voorkomen en bovendien groei en sociale rechtvaardigheid te stimuleren. Dat was ook wat na het eind van de Tweede Wereldoorlog in Europa werd vastgelegd. Griekenland was een van de partijen die het akkoord voor kwijtschelding van de schuld van Duitsland ondertekende, waarmee het voor het door de oorlog geruïneerde land weer mogelijk werd volop te groeien. De internationale conferentie in Londen in 1953 [met de Londense Schuldenovereenkomst tot gevolg] was een doorbraak voor Europa, waaraan in Brussel jammer genoeg geen voorbeeld werd genomen. Net als een paar decennia geleden in Afrika blijven de schuldeisers van Griekenland een duurzame oplossing afwijzen. Ze lijken erop uit een koppig land een lesje te leren, te vernederen zelfs. De retoriek van de betrokkenen is ronduit schokkend. Christine Lagarde, directeur van het IMF, riep op tot een overleg met adults in the room [een overleg onder volwassenen]. Afrikaanse onderhandelaars zullen zich herinneren hoe ook zij werden vernederd 
en gekleineerd door de internationale organisaties die hun pleidooi voor een evenwichtiger aanpak destijds afwezen. Zij zullen ongetwijfeld meeleven met de Grieken.

    Nieuwe perspectieven

    Afrika heeft de periode van structurele aanpassingen achter zich gelaten. De Washington Consensus is afgezwakt en er zijn nieuwe spelers – en nieuwe ideeën – op het veld. Anders dan Griekenland zijn Afrikaanse landen niet zo afhankelijk van een overheersende macht als Duitsland, 
en zijn ze minder gebonden aan een specifiek regionaal politiek project. Dat is een goede zaak. Afrika heeft tegenwoordig nieuwe perspectieven, niet enkel het uitgebluste, falende medicijn van het IMF en andere organisaties. Nieuwe ideeën – en financiën – komen vooral uit landen als China, Brazilië, India, Maleisië en Zuid-Korea. Op dit moment is het nieuwe door de overheid geleide developmentalism de trend. In Rwanda en Ethiopië wordt een nieuwe omschrijving van een zogeheten developmental state geformuleerd. [In een developmental state stuurt de overheid de economische ontwikkeling actief en probeert ze het midden te vinden tussen economische groei en sociale ontwikkeling.] Andere landen zijn daarin geïnteresseerd, misschien Zimbabwe ook. Ze maken allemaal gebruik van de kennis en ervaring van de opkomende landen, met name van China. Voorafgaand aan de vaststelling van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen [SDG’s] van de VN in september, kwamen in 
de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba regeringsvertegenwoordigers uit de hele wereld bij elkaar om de financiering van een verdere ontwikkeling in deze landen te bespreken.

    Productiviteit en sociale zekerheid, dat zijn nu de sleutelwoorden

    Het discussiestuk voor de conferentie stond bol van de mooie woorden, maar was echt anders geformuleerd dan in de laatste twee decennia van de vorige eeuw. Duurzame financiering, kapitaal en investeringen voor de lange termijn, het in evenwicht brengen van productiviteit en sociale zekerheid, dat zijn nu de sleutelwoorden. Het document is veel meer geïnspireerd op Keynes [die onder meer meende dat een overheid moet investeren in de economie om hiermee herstel te stimuleren] dan op Friedman [grondlegger van het monetarisme en de vrijemarkteconomie], en focust op duurzame ontwikkeling voor de lange termijn, niet op korte, krachtige crisisinterventies die samengaan met ideologische disciplinering en onderdrukking. De discussies van de VN in Addis Abeba raakten echter maar een klein deel van het grotere geheel. Financiering door de BRICS-landen (Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika) komt in de stukken nauwelijks aan de orde, terwijl de bank van de BRICS-landen en de nationale Aziatische, Chinese en Braziliaanse investeringsbanken steeds belangrijkere spelers worden. Dat geldt ook voor de enorme private geldstromen: de mondiale kapitaalmarkten reorganiseren zich en houden Afrika daarbij goed in het oog. Het in balans brengen van deze investeringen, het afdekken van risico’s en het vermijden van onhoudbare schulden zal de komende jaren, bij een afnemende groei van de grondstoffenmarkt, voor alle Afrikaanse landen een knap lastige evenwichtsoefening zijn. Net als veel landen in Afrika heeft Griekenland geleden onder de langetermijngevolgen van een combinatie van structurele onderontwikkeling, slecht economisch bestuur en een corrupte elite die de rijkdom door vererving binnen de familie houdt. Het wordt een moeilijke opgave om zonder bijkomend leed een oplossing te vinden voor de dilemma’s die spelen. Zonder nieuwe ideeën en nieuwe bondgenoten lukt dat niet.

    Ian Scoones

    De auteur is verbonden aan het Institute 
of Development Studies, Universiteit van Sussex.

    Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd 
op www.zimbabweland.net/blog.