De Ivoriaanse schrijfster Aude Konan heeft niets tegen porno. Maar ze verzet zich tegen religieuze hypocrisie, vrouwen die worden neergezet als willoze objecten en de dubbele standaard over wie er porno mag kijken.
Ik was elf toen ik mijn eerste pornofilm keek. Iemand had hem op een videoband opgenomen en in huis laten rondslingeren. Ik weet nog dat ik het walgelijk vond maar tegelijkertijd opgewonden raakte van die mensen die voor mijn ogen seks hadden. Ze leken geen van allen op mij, dus ik associeerde porno altijd met de ‘ander’. Het was een andere wereld. Vernederend, bespottelijk en toch beschamend. Keurige Afrikaanse meisjes keken geen porno. Dat kreeg ik tenminste van mijn Ivoriaanse familie te horen toen ik werd betrapt.
In veel Afrikaanse landen, zoals Nigeria en Ghana, heerst de algemene opvatting dat porno ‘on-Afrikaans’ is. Zoals blogger Cosmic Yoruba schreef: ‘Nolly-wood [de Nigeriaanse filmindustrie] is tijdenlang gezien als de uitdrager van Afrikaanse cultuur en mores. Expliciete seksscènes zijn volgens moraalridders Afrika onwaardig, omdat daarmee het westerse gebrek aan ethische waarden het Afrikaanse bewustzijn binnendringt.’ Roepen dat porno per definitie on-Afrikaans is gaat volledig voorbij aan het feit dat porno – of we het nu leuk vinden of niet – in veel Afrikaanse landen gretig aftrek vindt. Het is een populair ‘vies’ publiek geheim. Mijn tantes klaagden voortdurend dat hun echtgenoten porno keken en soms tijdens het avondeten per ongeluk het geluid aanzetten, zodat de kinderen werden getrakteerd op het luidkeelse gekreun van de acteurs. Deze vrouwen klaagden steen en been over de uitdijende pornoverzameling, op dvd of in mappen op de computer. Maar ondanks hun eeuwige klaagzang deden mijn tantes het fenomeen altijd vergoelijkend af met het bekende excuus: ‘Het zijn mannen. Zo zijn ze nu eenmaal.’ En dus werd ik als enige afgeschilderd als perverseling.
De Afrikaanse hypocrisie wat porno betreft wordt vaak toegeschreven aan het hoge aantal gelovigen
Ik kreeg altijd te horen dat ik braaf moest zijn: ik moest hoge cijfers halen, me goed gedragen, zorgen dat mijn familie trots op me was, niet als een blanke doen (wat dat ook mocht betekenen). Telkens als ik online in privémodus mijn favoriete pornosites bezocht, was ik ongehoorzaam. Ik vond het heerlijk om opstandig te zijn. Wie niet? Porno kijken deed ik niet alleen omdat ik het spannend vond, het was ook een manier om me af te zetten tegen het opgelegde keurslijf.
De Afrikaanse hypocrisie wat porno betreft wordt vaak toegeschreven aan het hoge aantal gelovigen. Inderdaad is meer dan de helft van de Ivorianen religieus: 30 procent is moslim, 22 procent christen en 17 procent hangt traditionele Afrikaanse religies aan. Porno is een publiek geheim dat in Ivoorkust redelijk goed verkoopt en overal verkrijgbaar is. Pornobladen liggen in de winkelschappen, illegale filmkopieën zijn op de markt te koop, je kunt een abonnement nemen op erotische kanalen via het televisienetwerk of op Canal Plus Horizon (een aanbieder van on demand-satelliet-tv), en dan is er natuurlijk nog het internet.
Samen met westerse export zijn amateurfilmpjes het populairst. Af en toe haalt zo’n filmpje de krant, en het schandaal bevredigt onze sensatielust. Zo lekte in 2009 een filmpje uit van een ambtenaar die seks had met zijn getrouwde stagiaire. Het seksfilmpje kwam online en de vrouw in kwestie werd publiekelijk aan de schandpaal genageld. Het is treurig dat de meeste mensen zo makkelijk over het hoofd zien dat ze als ondergeschikte misschien wel slachtoffer was, mogelijk tot seks gedwongen om haar baan te behouden. Nadat de vrouw door haar man was verlaten deed ze een zelfmoordpoging.
In 2010 raakte Abiba, een voormalige deelnemer van de realityshow Stars Tonnerre (de Ivoriaanse X Factor) in opspraak toen op internet een filmpje opdook waarin ze seks had met twee gemaskerde mannen. De reacties waren vernietigend. De jonge vrouw werd genadeloos neergesabeld en vluchtte uiteindelijk naar Frankrijk. Het verhaal ging dat ze was verstoten door haar islamitische familie, die het gerucht weersprak en onthulde dat Abiba vóór de verspreiding van het filmpje was gechanteerd en een zelfmoordpoging had gedaan. Zij verdachten haar ex-man van het uitlekken van het filmpje. Abiba is sindsdien niet meer in de openbaarheid verschenen. En haar gemaskerde sekspartners? Die bleven ongemoeid.
Abiba’s verhaal geldt als een waarschuwing: vrouwen moeten zich niet laten filmen tijdens de seks, want ze lopen het risico zichzelf en hun familie te schande te maken. Bij porno, zoals op zoveel andere gebieden, zijn het de vrouwen die worden veroordeeld. Vrouwen die genieten van seks worden afgestraft en publiekelijk vernederd.
Alsof niemand zich realiseert dat er voor seks twee mensen nodig zijn: als de vrouw zich zou moeten schamen, dan haar sekspartner ook. Bij veel seksfilmpjes die in Ivoorkust uitlekken gaat het om wraakporno, verspreid door afgewezen geliefden. Dat er zo veel amateuropnames worden gemaakt komt wellicht door de publieke afkeuring van vrouwen in pornofilms, waardoor vrouwen het niet eens aandurven om de professionele wereld in te gaan. Vrouwen uit seksfilms worden op populaire Ivoriaanse websites beledigd en afgekraakt. Het gaat soms zo ver dat hun familie wordt lastiggevallen, of dat hun werkgever wordt benaderd. Soms worden ze fysiek aanvallen. Er zijn mannen die er een dagtaak van maken om het internet af te speuren naar informatie om deze vrouwen te grazen te nemen.
Ivoriaanse mannen hebben bepaalde verwachtingen wat seks betreft: vrouwen moeten zich als porno-actrices gedragen, klaarstaan als de man het wil en aan al zijn wensen tegemoetkomen. Door een verkrachtingscultuur en porno zijn mannen minder in staat vrouwen als autonome seksuele wezens te zien. Ze zijn geneigd vrouwen als sekspoppen te beschouwen die alleen seks zouden moeten hebben wanneer de man het wil. Desondanks probeert een groeiend aantal jonge mannen en vrouwen pornoster te worden. Ze onderzoeken de mogelijkheden op internet, plaatsen advertenties en bellen soms zelfs met infolijnen voor meer informatie over het onderwerp. Voor de gelukkigen die ervoor betaald krijgen biedt porno een snelle manier om geld te verdienen en faam te verwerven.
De Nigeriaanse pornoactrice Judith Chichi Okpara Mazagwu, a.k.a. Afro Candy.
In de meeste Afrikaanse landen is seksuele voorlichting op school geen prioriteit. Voor veel Afrikanen vervult porno die rol. Dat geldt ook voor Ivoorkust, waar geruchten de ronde doen over ‘initiatiebijeenkomsten’ die in privéappartementen worden georganiseerd, waarbij jongeren pornofilms bekijken en door ‘seksvoorlichters’ worden ingewijd. Hier is natuurlijk sprake van regelrecht misbruik, waarbij zogenaamde leraren onder het mom van educatie zelf aan hun trekken komen.
De porno-industrie draait om de verkoop van een fantasie, een erg stereotiepe fantasie, en als dat de enige beschikbare voorlichting is, is dat funest. Het heeft invloed op de manier waarop veel Afrikanen, tieners (de grootste consumenten) dan wel volwassenen, tegen seks aankijken. Het geeft mannen ook een excuus om hun onrealistische verwachtingen ten aanzien van seks en vrouwen goed te praten. Afrikaanse vrouwen krijgen in de meeste pornofilms waarin ze figureren nauwelijks tekst. Ze worden neergezet als willoze objecten. Deze films en het gebrek aan autonomie van de actrices voeden een gevaarlijk maar wijdverbreid geloof dat vrouwen geen zeggenschap hebben over hun eigen lichaam en hun sekslust (of gebrek daaraan). Buitenlandse pornoproducenten zijn openlijk racistisch en kunnen ongestoord hun films verspreiden, die een duidelijke impact hebben op ons dagelijkse leven. Dit betekent dat we geen controle hebben over de complexe manier waarop onze seksualiteit wordt neergezet. Zal de in opkomst zijnde Afrikaanse porno uitgroeien tot een volwaardige industrie, waardoor we niet meer afhankelijk zijn van buitenlandse films?
Droomscenario
Het droomscenario zou natuurlijk een eigen Ivoriaanse porno-industrie zijn, zoals Zuid-Afrika – en tot op zekere hoogte Nigeria – een eigen industrie kent, met films als Destructive Instincts, geregisseerd door een van de weinige vrouwelijke regisseurs, AfroCandy. Hoewel het positief is dat er onafhankelijke, bewuste pornomakers bestaan, blijft porno een patriarchaal product. Ik juich de pogingen van talloze pornosterren, producers en regisseurs om alternatieven te creëren van harte toe, maar het maakt deze industrie er niet minder seksistisch – en dus schadelijk – op. Ik vraag me af of we wel geholpen zijn met een betere, humanere benadering, vooral de zwarte vrouw die in de media zo vaak ontmenselijkt wordt. We zijn veel meer dan seksbeesten die mannen moeten bevredigen. De porno-industrie is nog steeds in handen van mensen die zich niet bekommeren om de Afrikaanse consument, laat staan om Afrikaanse vrouwen. En zolang daar niets aan verandert, zal porno helaas een industrie zijn die vrouwen en het heersende beeld van hen schaadt.
Twee geliefden vertellen elkaar in de slaapkamer verhalen. Op basis van dit klassieke gegeven schreef de Egyptische auteur Ezzedine Chroukri Fishere een ophefmakende roman over de sluimerende Egyptische revolutie.
Sinds het verschijnen van The Yacoubian Building (2002) van Alaa al-Aswany heeft geen boek in Egypte tot zo veel ophef geleid als de zesde roman van Ezzedine Choukri Fishere – het dystopische Exit Door, waarin een lid van de Moslimbroederschap president wordt, om vervolgens door zijn minister van Defensie ten val te worden gebracht. Het boek verscheen in 2012, nog voor de verkiezing en de uiteindelijke val van president Mohamed Morsi, een Moslimbroeder.
Fishere had het vervolg – waarnaar reikhalzend werd uitgekeken, en dat een paar dagen geleden is verschenen bij Al-Karma – ‘Post-revolutionary bed-time stories from Egypt’ kunnen noemen, of ‘The most dangerous tales of Shahrazad’. Maar dat heeft hij niet gedaan, het boek heet Kol Hasa al-Haraa (‘Al die onzin’), en net als in het rauwe Exit Door spaart hij zichzelf noch de lezer. Het is een ambitieuze roman, een wilde verzameling van alle belangrijke revolutionaire gebeurtenissen die de afgelopen zes jaar in Egypte hebben plaatsgevonden, met thema’s zoals de buitenlandse financiering van activisten, seksueel geweld, politiegeweld, homoseksualiteit, corruptie en terrorisme. Alle protagonisten zijn betrokken bij gebeurtenissen als de revolutie van 25 januari, de rellen in Mohamed Mahmoud Street of de bloedbaden van Maspero, Port Said of Rabea al-Adaweya.
Ze leveren zich over aan een koortsachtige stroom van verhalen, slechts onderbroken door slaap, seks of eten
Zo’n aanpak kan al snel doorschieten, maar de vijftigjarige Fishere heeft met schijnbaar gemak een kleverig spinnenweb gesponnen dat de lezer al snel inkapselt. Al meteen vanaf de openingsscène – waarin Omar en Amal, die elkaar niet lijken te kennen, in hetzelfde bed ontwaken, kort nadat Amal is vrijgekomen uit de gevangenis – was deze lezer in ieder geval 324 pagina’s lang nauwelijks meer in staat het boek weg te leggen.
Amal is een negenentwintigjarige Egyptisch-Amerikaanse jurist die gevangen is gezet omdat ze werkte voor een organisatie die illegaal door het buitenland werd gefinancierd (er wordt een impliciete parallel getrokken met de ngo’s die in 2011 keihard werden aangepakt). Ze heeft afstand gedaan van haar Egyptische staatsburgerschap zodat ze maar één jaar de gevangenis in hoefde (een detail dat ontleend zou kunnen zijn aan het lot van de Al Jazeera English -producer Mohamed Fahmy) en moet nu binnen 48 uur het land verlaten. Omars situatie is volkomen anders: hij is tweeëntwintig, van arme komaf, en hij werkt als taxichauffeur. Hij gaat ermee akkoord om tot Amals vertrek bij haar te blijven, in haar appartement in Zamalek, en haar verhalen te vertellen om haar op die manier bij te praten over wat er allemaal is gebeurd in het jaar dat zij heeft vastgezeten. Ze leveren zich over aan een koortsachtige stroom van verhalen, slechts onderbroken door slaap, seks of eten.
De roman bestrijkt de 48 uur die ze in haar appartement doorbrengen en is opgedeeld in acht hoofdstukken. In zes van die hoofdstukken vertelt Omar verhalen over vrienden of familieleden, en de andere twee hoofdstukken zijn gewijd aan Amal en hem, die elkaar over zichzelf vertellen. Omars verhalen worden zo nu en dan onderbroken door Amal, met vragen of cynische opmerkingen, waarmee ze Omars sombere kijk op de wereld probeert te doorbreken. Haar Egyptische Arabisch is niet al te best, dus zij praat in het Engels, dat omwille van de lezer wordt omgezet in klassiek Arabisch, en niet in spreektalig Arabisch – behalve wanneer ze vloekt. Hun grappige gesprekken en Fishere zelf die af en toe als verteller tussenbeide komt met een ironische opmerking, bieden enig tegenwicht aan de zwaarte van Omars verhalen – de meeste van zijn vrienden zijn vermoord, gevangengezet of verbannen. In de vele dampende seksscènes tussen de twee verwijst Fishere naar geslachtsdelen als ‘lichaamsdelen waarvoor een rechter je gevangen kan zetten als je ze hardop benoemt’, alsof hij op die manier de zelfingenomen moraalridders onder zijn lezers – van de soort die Naji voor de rechter hebben gesleept – wil tarten.
‘Hoe is het mogelijk dat een taal die door driehonderd miljoen mensen wordt gesproken geen algemeen aanvaarde synoniemen kent voor de helft van de lichaamsdelen die ze herhaaldelijk en dagelijks aanraken, of voor de handelingen die ze verrichten?’ vraagt Omar zich af in het eerste hoofdstuk. ‘Alsof een of andere gezaghebber de Arabieren heeft veroordeeld tot een totaal stilzwijgen, waardoor ze al deze dingen doen, al deze lichaamsdelen aanraken en zien, zonder erbij te praten, zonder ook maar een woord te zeggen. Wat is dat voor vorm van onderdrukking?’
Ezzedine Choukri Fishere.
Soms zegt Amal spottend Mawlay (mijn heer) tegen Omar, een omkering van het Sheherazade-motief. Misschien vertelt Omar de verhalen domweg om in de buurt te kunnen zijn van Amal, op wie hij verliefd begint te worden. Maar anders dan in De vertellingen van Duizend-en-een-nacht, waarin Shererazade Sjahriaar het ene na het andere verhaal vertelt zodat de koning haar zal sparen, wijst Fishere er in het voorwoord op dat zowel hijzelf als zijn fictionele protagonisten door deze verhalen in de gevangenis kunnen belanden. Fishere dreigt spottend degenen die het op hem hebben voorzien in zijn volgende boek op te voeren en zo wraak te nemen.
Herdenken is natuurlijk ook een motief in dit werk. Misschien wil Fishere ons domweg herinneren aan iets wat de afgelopen drie jaar systematisch naar de achtergrond is gedrongen: de revolutie van 25 januari en alle gruwelijkheden die zijn begaan in de strijd tegen de revolutionairen. Het lijkt niet toevallig dat zijn boek is verschenen vlak na de zesde herdenkingsdag van de revolutie.
All That Rubbish is, net als Exit Door, een politieke roman waarin fictie en realiteit in elkaar overlopen. In het vierde hoofdstuk haalt Fishere een artikel aan van Mada Masr, uit 2014, over veiligheidstroepen die op gruwelijke wijze een activiste hebben verkracht. Fishere voert haar ten tonele als een van zijn gekwelde personages en laat zien wat voor effect de verkrachting op haar leven heeft. Door het in een literaire vorm te gieten helpt hij ons eraan herinneren welk lot leden van de oppositie kan treffen. Een goed boek kan eeuwig meegaan, terwijl nieuwsfeiten vaak gedoemd zijn om in de vergetelheid te raken – al helemaal wanneer niemand verantwoordelijk wordt gehouden voor de misdaden. Omdat Amal herhaaldelijk Omars geloofwaardigheid in twijfel trekt, en hem ervan beschuldigt het allemaal te verzinnen, worden we er juist aan herinnerd dat de misdaden maar al te reëel zijn, doordat zijn verhalen van geen wijken weten.
Niet alle verhalen zijn echter even sterk. In het derde hoofdstuk vertelt Omar over het lot van drie ‘ultra’s’ van Ahly Football Club, van wie er twee zijn omgekomen tijdens het bloedbad van Port Said in 2012. Maar hier romantiseert Fishere te zeer – de mannen worden enkel afgeschilderd als hardwerkende, heldhaftige en onschuldige jongens. Het is zelfs zo erg dat ik die stukken bijna heb overgeslagen. Het is duidelijk dat de verteller sympathie wil kweken, aangezien de ultra’s door de staatsmedia herhaaldelijk zijn weggezet als tuig en herrieschoppers, maar hier slaat Fishere door.
Het zette mij ertoe aan me een voorstelling te maken van zijn lezerspubliek. All That Rubbish is een roman die uitgesproken pro-revolutie is, een boek dat vermoedelijk zal worden gelezen door gelijkgestemden. Afhankelijk van de reacties die het oproept, zullen misschien meer mensen geneigd zijn in dit boek te duiken – een boek dat meerdere thema’s kent, zoals overspel, huwelijksproblemen en het groeiende zelfinzicht van twee jonge geliefden.
Er zijn ook hoofdstukken die een oorspronkelijke kijk bieden op de sociale mechanismen die onze perceptie vormgeven. Een voorbeeld daarvan is de pijnlijke coming out van een homostel, een ander voorbeeld is de tragische liefdesgeschiedenis van een sympathisante van de Broederschap en haar vriendje. Dit zijn momenten waarop Fishere met het vergrootglas van de schrijver inzoomt op de microvezels waaruit onze dagelijkse opvattingen en gedragingen bestaan.
Ander pad
All That Rubbish heeft alles in zich om een bestseller te worden, wat hopelijk weer andere schrijvers aanmoedigt om ook een ander pad in te slaan dan in de meeste romans die tot nog toe over de revolutie zijn verschenen, en die vooral dystopisch van aard zijn – van Basma Abdel Aziz’ The Queue tot Mohamed Rabies Otared — wellicht omdat er een soort consensus bestond dat het nog te vroeg was om onverbloemd te schrijven over iets wat nog altijd gaande was.
Uit Exit Door sprak een optimistische toekomstvisie, ondanks alle politieke onrust. All That Rubbish is veel soberder. De roman begint met een wijs gezegde: ‘Je kunt maar beter slapen op de ellendige dagen.’ Omar en Amal lijken te hebben besloten dat ze zich maar het beste gedeisd kunnen houden en domweg moeten proberen te overleven zonder al te zware persoonlijke verliezen. Zeven van de acht hoofdstukken beginnen ermee dat de een de ander vraagt of hij al wakker is, waarmee Fishere lijkt te willen zeggen dat we, om het einde te halen van deze winterslaap waaraan geen einde lijkt te komen, best af en toe even wakker mogen worden om te eten, te vrijen en verhalen te vertellen, zolang we maar niet vergeten. Maar Amal en Omar lijken geen moment in staat zich echt over te geven aan de slaap.
Een Egyptisch blog dat onder auspiciën staat van de journalisten van de Egypt Independent (de Engelse versie van Al Masry al-Youm). ‘Mada Masr’ betekent: over Egypte.
Eind deze maand verschijnt de Nederlandse vertaling van I Love Dick, een Amerikaanse cultroman uit 1997 van auteur en filmmaker Chris Kraus. Het boek – een mengeling van memoir en fictie over een vrouw en haar grote liefde – werd aanvankelijk koeltjes ontvangen, maar groeide in de loop der jaren uit tot een feministische klassieker. 360 publiceert voor.
Scènes uit een huwelijk
3 december 1994
Chris Kraus, een negenendertigjarige experimentele filmmaker, en Sylvère Lotringer, een zesenvijftigjarige hoogleraar uit New York, gaan met Dick, een goede kennis van Sylvère, uit eten in een sushibar in Pasadena. Dick is een Engelse cultuurcriticus die zich recentelijk vanuit Melbourne opnieuw in Los Angeles heeft gevestigd.
Chris en Sylvère hebben Sylvères sabbatical doorgebracht in een huisje in Crestline, een klein plaatsje in de San Bernardino Mountains op zo’n negentig minuten van Los Angeles. Omdat Sylvère in januari weer moet beginnen met lesgeven, zullen ze algauw naar New York terugkeren. Tijdens het eten hebben de mannen het over recente trends in de postmoderne kritische theorie en Chris, die geen intellectueel is, merkt dat Dick voortdurend oogcontact met haar maakt. Dicks aandacht geeft haar een gevoel van macht, en wanneer de rekening komt haalt ze haar Diners Club-card tevoorschijn. ‘Toe,’ zegt ze. ‘Laat mij betalen.’
De radio voorspelt sneeuw op de snelweg van San Bernardino. Dick nodigt hen beiden genereus uit de nacht door te brengen in zijn huis in de Antelope Valley-woestijn, zo’n 50 kilometer verderop. Chris wil zichzelf losmaken van haar stelletje-zijn, dus ze overtuigt Sylvère ervan dat hij het geweldig zou vinden om in Dicks indrukwekkende vintage Thunderbird-cabriolet te rijden. Sylvère, die een T-bird niet van een kolibrie kan onderscheiden en dat ook niet belangrijk vindt, gaat akkoord, verbijsterd. Geregeld.
Dick geeft haar uitgebreide, bezorgde routeaanwijzingen. ‘Maak je geen zorgen,’ onderbreekt ze hem, terwijl ze haar haren schudt en lachjes flitst, ‘ik volg jullie.’ En dat doet ze. In een lichte roes houdt ze het gaspedaal van haar pick-uptruck constant ingedrukt, en ze moet denken aan een performance, Car Chase, die ze deed bij het St. Mark’s Poetry Project in New York toen ze drieëntwintig was. Zij en haar vriendin Liza Martin hadden op Highway 95 de ijzig knappe bestuurder van een Porsche door heel Connecticut gevolgd. Uiteindelijk was hij bij een parkeerplaats langs de snelweg gestopt, maar toen Liza en Chris uitstapten, reed hij weg.
Chris vertelt Sylvère dat ze gelooft dat zij en Dick een Conceptuele Neukpartij hebben beleefd
De performance eindigde toen Liza Chris per-ongeluk-maar-wel-echt op het podium in haar hand stak met een keukenmes. Het bloed vloeide, en iedereen vond Liza begeesterend sexy en gevaarlijk en mooi. Liza, met haar buik die onder een pluizig topje uit piepte en netkousen die ze openhaalde aan haar groene, vinyl minirokje toen ze naar achteren wiegde om haar kruis te tonen, zag eruit als de goedkoopste soort hoer. Een ster werd geboren.
Niemand had die avond bij de show Chris’ bleke, lusteloze voorkomen en doordringende blik ook maar in de verste verten innemend gevonden. Was dat überhaupt mogelijk? Dat was een vraag die tijdelijk werd uitgesteld. Maar nu was het een hele nieuwe wereld. De verzoekjeslijn van 92.3 The Beat dreunde, post-riot Los Angeles, een stad strakgespannen aan oogzenuwen van glasvezel. Dicks Thunderbird bevond zich altijd in haar blikveld, de twee voertuigen waren onzichtbaar verbonden in de betonnen rivierbedding van de snelweg, als John Donnes oogbollen. Maar dit keer was Chris in haar eentje.
Bij Dick thuis ontspint de nacht zich als de dronken kerstavond in Éric Rohmers film Ma nuit chez Maud. Chris merkt dat Dick met haar flirt, zijn onmetelijke intelligentie strekt zich uit voorbij de pomoretoriek en woorden, en betoont een soort essentiële eenzaamheid die alleen zij en hij kunnen delen. Chris gaat er onbesuisd in mee. Om twee uur ’s nachts toont Dick hun een video van zichzelf, verkleed als Johnny Cash, gemaakt in opdracht van de Engelse publieke omroep. Hij praat over aardbevingen en omwentelingen en zijn rusteloze verlangen naar een plek die hij thuis kan noemen. Chris’ reactie op Dicks video, hoewel ze die op dat moment niet onder woorden brengt, is complex. Als kunstenaar vindt ze Dicks werk hopeloos naïef, maar ze houdt van sommige soorten slechte kunst, kunst die een doorkijkje biedt in de hoop en verlangens van degene die haar maakte. Slechte kunst maakt de toeschouwer veel actiever. (Jaren later zou Chris zich realiseren dat haar voorliefde voor slechte kunst precies is als Jane Eyres verlangen naar Rochester, een gemene junk met een paardengezicht: slechte personages openen de deur voor verzinsels.) Maar Chris houdt deze gedachten voor zichzelf. Want ze drukt zich niet uit in theoretische taal, niemand verwacht al te veel van haar en ze is het gewend in volslagen stilte te trippen op lagen van complexiteit.
Chris’ onuitgesproken dubbele salto bij Dicks filmpje trekt haar nog meer naar hem toe. Ze droomt de hele nacht van hem. Maar wanneer Chris en Sylvère de volgende ochtend op de slaapbank wakker worden, is Dick verdwenen.
4 december 1994: 10 uur
Sylvère en Chris verlaten die ochtend, alleen en met tegenzin, Dicks huis. Chris neemt de uitdaging aan om het bedankbriefje, dat achtergelaten moet worden, te improviseren. Zij en Sylvère ontbijten bij de Antelope IHOP. Aangezien ze geen seks meer hebben, onderhouden ze hun intimiteit door deconstructie, d.w.z. door elkaar alles te vertellen. Chris vertelt Sylvère dat ze gelooft dat zij en Dick een Conceptuele Neukpartij hebben beleefd. Zijn verdwijning die ochtend is het sluitstuk, en doordringt dit alles met de subtekst van de subcultuur die zij en Dick delen: ze denkt aan alle wazige onenightstands met mannen die de deur al uit waren voor ze haar ogen opendeed. Ze declameert een gedicht van Barbara Barg over dit onderwerp voor Sylvère:
Wat doe je anders met een Kerouac
Je gaat terug steeds terug naar de zak
met Jack
Hoe weet je dat Jack
klaarkwam?
Je kijkt op je kussen
en Jack is weg…
En dan was er nog het bericht op Dicks antwoordapparaat. Toen ze het huis binnenkwamen deed Dick zijn jas uit, schonk drankjes voor hen in en drukte op play. De stem van een zeer jonge, zeer Californische vrouw weerklonk:
Hé Dick, Kyla hier. Dick, ik – het spijt me dat ik je thuis blijf bellen, en nu krijg ik je antwoordapparaat, maar ik wilde gewoon zeggen dat het me spijt dat het die avond allemaal niets werd, en – ik weet dat het niet jouw schuld is, en ik denk dat ik je gewoon wilde bedanken omdat je zo aardig bent…
‘Nu schaam ik me absoluut,’ mompelde Dick charmant terwijl hij de wodka opende. Dick is zesenveertig. Betekent dit bericht dat hij de weg kwijt is? En zo ja, zou een conceptuele romance met Chris hem dan kunnen redden? Was de conceptuele seks pas de eerste stap? Dat is wat Chris en Sylvère de komende paar uur bespreken.
4 december 1994: 20 uur
Terug in Crestline kan Chris alleen nog maar aan de avond bij Dick denken. Ze begint er een verhaal over te schrijven, getiteld ‘Abstracte romantiek’. Het is het eerste verhaal dat ze schrijft in vijf jaar.
‘Het begon in het restaurant’, schrijft ze. ‘Het was het begin van de avond en we lachten allemaal net iets te veel.’ Af en toe richt ze dit verhaal tot David Rattray, omdat ze ervan overtuigd is dat Davids geest tijdens de autorit afgelopen nacht bij haar was toen ze haar pick-uptruck steeds verder Highway 5 opstuurde. Chris, Davids geest en de truck waren één voorwaarts bewegende entiteit geworden.
‘Afgelopen nacht’, schreef ze Davids geest, ‘voelde ik, zoals altijd wanneer er nieuwe spannende perspectieven, aan de horizon verschijnen, dat jij hier was: naast me zwevend, verdicht, ergens tussen mijn linkeroor en mijn schouder, samengebald als gedachten.’ Ze dacht voortdurend aan David. Het was griezelig hoe Dick, alsof hij haar gedachten had gelezen, tijdens het dronken gesprek gisteravond op een gegeven moment had gezegd hoezeer hij Davids boek bewonderde. David Rattray was een roekeloze avonturier geweest en een genie en een moralist, had zich aan de meest onmogelijke bevliegingen overgegeven, bijna tot aan het moment van zijn dood op zevenenvijftigjarige leeftijd. En nu voelde Chris Davids geest haar aanmoedigen om verliefdheid te begrijpen, hoe degene die bemind wordt een wachtruimte kan worden voor alle rafelige eindjes van de herinneringen, ervaringen en gedachten die je ooit hebt gehad. Dus ze begon aan een beschrijving van Dicks gezicht, ‘bleek en beweeglijk, goede botstructuur, rossig haar en diepliggende ogen’. Chris haalde zich al schrijvend zijn gezicht voor de geest, en toen ging de telefoon en het was Dick. Chris voelde zich in verlegenheid gebracht. Ze vroeg zich af of het telefoontje niet eigenlijk voor Sylvère was, maar Dick vroeg niet naar hem, dus ze bleef aan de krakende lijn. Dick belde om zijn verdwijning na afgelopen nacht te verklaren. Hij was vroeg opgestaan en naar Pearblossom gereden om wat eieren en spek te halen. ‘Ik lijd een beetje aan slapeloosheid, zie je.’
Toen hij thuiskwam in Antelope Valley was hij oprecht verrast dat ze al weg waren. Precies op dat moment had Chris aan Dick haar eigen vergezochte interpretatie kunnen vertellen: had ze dat gedaan, dan was dit verhaal heel anders verlopen. Maar er was zo veel ruis op de lijn, en nu al was ze bang voor hem. Ze overwoog koortsachtig om een volgende ontmoeting voor te stellen, maar dat deed ze niet, en toen had Dick de verbinding verbroken. Chris stond daar in haar geïmproviseerde kantoor, zwetend. Toen rende ze naar boven, op zoek naar Sylvère.
Terug in Crestline, alleen, bespreken Sylvère en Chris voor het grootste deel van de vorige avond (zondag) en deze ochtend (maandag) Dicks drie minuten durende telefoontje. Waarom gaat Sylvère hierin mee? Misschien omdat Chris voor het eerst sinds vorige zomer bezield en levendig lijkt, en omdat hij van haar houdt kan Sylvère het niet verdragen haar droevig te zien. Misschien is hij in een impasse beland in het boek dat hij over het modernisme en de Holocaust schrijft, en vreest hij de terugkeer naar het lesgeven volgende maand. Misschien is hij pervers.
6 – 8 december 1994
Dinsdag, woensdag, donderdag worden deze week niet vastgelegd, gaan in een waas voorbij. Als de herinnering betrouwbaar is waren Chris Kraus en Sylvère Lotringer in die periode op dinsdag in Pasadena om les te geven aan het Art Center College of Design. Zullen we ons aan een reconstructie van de gebeurtenissen wagen?
Ze staan om acht uur op, rijden de heuvel af, Crestline uit, halen koffie in San Bernardino, schieten de 215 op, door naar de 10 en rijden negentig minuten, bereiken la net na de spits. Waarschijnlijk praatten ze het grootste deel van de rit over Dick. Maar aangezien het plan is om binnen tien dagen uit Crestline te vertrekken, op 14 december (Sylvère naar Parijs voor de feestdagen, Chris naar New York), moeten ze het ook kort over logistieke zaken hebben gehad.
Een Rusteloos Verlangen… Ze reden door Fontana en Pomona, door een betekenisloos landschap, een onzekere toekomst doemt voor hen op. Terwijl Sylvère zijn lezing over poststructuralisme gaf, reed Chris naar Hollywood om wat publiciteitsfoto’s voor haar film op te halen en kocht ze kaas bij Trader Joe’s. Toen reden ze terug naar Crestline, kronkelden de berg op door duisternis en dichte mist.
Woensdag en donderdag verdwijnen. Het is duidelijk dat Chris’ nieuwe film geen groot succes zal worden. Wat zal ze hierna doen? Haar eerste ervaring met kunst was als deelnemer aan een paar hallucinogene psychodrama’s in de jaren zeventig. Het idee dat Dick mogelijk een soort spel tussen hen heeft voorgesteld is erg opwindend. Ze legt het keer op keer uit aan Sylvère. Ze smeekt Sylvère hem te bellen, te vissen naar een teken dat Dick zich van haar bewust is. En als dat er is, zal ze hem bellen.
Vrijdag 9 december 1994
Sylvère, een Europese intellectueel die Proust doceert, is vaardig in de analyse van de bijzonderheden van de liefde. Maar hoelang kan iemand één avond en één telefoongesprek van drie minuten blijven analyseren? Sylvère heeft al twee onbeantwoorde berichten op Dicks antwoordapparaat achtergelaten. En Chris is veranderd in een gespannen bonk emoties, voor het eerst in zeven jaar seksueel
opgewonden. En dus stelt Sylvère uiteindelijk voor, op vrijdagochtend, dat Chris Dick een brief schrijft. Omdat ze zich enigszins schaamt vraagt ze hem of hij er ook een wil schrijven. Sylvère gaat akkoord. Is het gebruikelijk voor getrouwde stellen om samen te werken aan billets-doux? Als Sylvère en Chris niet zo militant tegen psychoanalyse gekant waren, hadden ze dit misschien als een omslagpunt gezien.
Crestline, Californië
9 december 1994
Lieve Dick,
Het moet de woestijnwind zijn geweest die ons die avond naar het hoofd steeg of misschien het verlangen om het leven een klein beetje te fictionaliseren. Ik weet het niet. We hebben elkaar een paar keer ontmoet en ik voel veel genegenheid voor je en wil je beter leren kennen. We mogen dan wel van verschillende plekken komen, we hebben allebei geprobeerd met ons verleden te breken. Jij bent een cowboy; ik was tien jaar lang een nomade in New York. Dus laten we teruggaan naar de avond bij jou thuis: de glorieuze rit in je Thunderbird van Pasadena naar het Einde van de Wereld, ik bedoel, Antelope Valley. Het is een ontmoeting die we bijna een jaar hadden uitgesteld. En echter dan ik me had voorgesteld. Maar hoe kom ik daarop? Ik wil het hebben over die avond bij jou thuis. Ik had het gevoel dat ik je op de een of andere manier al kende en we gewoon onszelf konden zijn, samen. Maar nu klink ik als de bimbo wier stem we ongewild hoorden die avond op je antwoordapparaat…
Sylvère
Crestline, Californië
9 december 1994
Lieve Dick,
Omdat Sylvère de eerste brief heeft geschreven, zit ik nu in een vreemde positie. Reactief – zoals Charlotte Stant tegenover Sylvères Maggie Verver, als we in de roman The Golden Bowl van Henry James hadden geleefd – de Suffe Kut, een fabriek van emoties die alle mannen oproepen. Dus het enige dat ik kan doen is het ‘Verhaal van de Suffe Kut’ vertellen. Maar hoe? Sylvère denkt dat het niets meer dan een pervers verlangen naar afwijzing is, de liefde die ik voor je voel. Maar ik ben het daarmee oneens, diep vanbinnen ben ik een heel romantisch meisje. Wat me raakte waren alle vensters van kwetsbaarheid in je huis… Zo spartaans en bedacht. De hoes van de Some Girls-plaat die daar was neergezet, de donkere muren – zo achterhaald en declassé. Maar ik val op wanhoop, op het wankele – dat moment waarop de façade valt, ambitie faalt. Ik hou ervan en voel me schuldig dat het me opvalt, maar dan stroomt de warmste onbeschrijfbare affectie door me heen, die het schuldgevoel verdrinkt. Jarenlang bewonderde ik Shake Murphy in Nieuw-Zeeland om deze redenen, een hopeloos geval. Maar jij bent niet echt hopeloos: je hebt een reputatie, zelfbewustzijn en een baan, en zo kwam het in me op dat er misschien voor ons beiden iets te leren valt door deze romance op een wederkerig onbehaaglijke manier uit te spelen.
Abstracte romantiek? Het is vreemd, ik heb me nooit afgevraagd of ik ‘je type’ ben. (Want vroeger, in de tijd van de Empirische Romantiek, omdat ik noch mooi, noch moederlijk ben, was ik nóóit het type van ‘Cowboymannen’.) Maar misschien zijn acties het enige wat nu telt. Wat mensen samen doen is sterker dan Wie Ze Zijn. Als ik je niet verliefd op me kan laten worden door wie ik ben, dan kan ik je misschien interesseren voor wat ik begrijp. Dus in plaats van me af te vragen ‘Zou hij me leuk vinden?’ vraag ik me af ‘Speelt hij mee?’
Toen je zondagavond belde, was ik net bezig aan een beschrijving van je gezicht. Ik wist niet wat ik moest zeggen, en hing op als de onbekende in een romantische vergelijking, met bonkend hart en zwetende handpalmen. Het is heerlijk om je zo te voelen. Tien jaar lang was mijn leven ingericht om die pijnlijke, primitieve staat te vermijden. Ik wilde dat ik net als jij kon rondscharrelen in romantische mythes. Maar dat kan ik niet, want ik verlies altijd en nu ook al, drie dagen van deze compleet gefabriceerde romance en ik begin ziek te worden. En ik vraag me af of het ooit mogelijk zal zijn om jeugd en leeftijd met elkaar te verzoenen, of de anorectische open wonde die ik was met de geld sjacherende oude heks die ik ben geworden. We vermoorden onszelf om te kunnen overleven. Is er een mogelijkheid om in het verleden te duiken en eromheen te cirkelen zoals je dat kunt in kunst? Sylvère, die dit uittypt, zegt dat deze brief een punt mist. Wat voor soort reactie zoek ik? Hij denkt dat deze brief te literair is, te baudrillardiaans. Hij zegt dat ik alle bibberige kleine dingetjes die hij zo aandoenlijk vond kapot knijp. Het is niet de Suffe Kut-Exegese die hij had verwacht. Maar Dick, ik weet dat jij, terwijl je dit leest, weet dat deze dingen waar zijn. Jij snapt dat dit spel echt is, of zelfs beter dan de realiteit, en ‘beter dan’ is waar het allemaal om draait. Welke seks is beter dan drugs, welke kunst is beter dan seks?
‘Beter dan’ betekent naar buiten treden, tot complete intensiteit. Verliefd zijn op jou, klaar zijn voor deze rit, en ik voelde me net zestien, verborgen in mijn leren jas in een hoekje met m’n vrienden. Een verdomd tijdloos beeld. Het gaat erom dat het je geen ruk uitmaakt, dat je alle dreigende gevolgen ziet en toch iets doet. En ik denk dat jij – ik – daarnaar blijft zoeken en het is opwindend wanneer je dat in andere mensen vindt. Sylvère denkt dat hij dat soort anarchist is. Maar dat is hij niet.
Ik hou van je, Dick.
Chris
‘Misschien is dat hoe je betere vrienden wordt. Door gedachten te delen die niet gedeeld mogen worden…’
Maar toen ze deze brieven af hadden, vonden Chris en Sylvère allebei dat ze beter konden. Dat er nog dingen waren die gezegd moesten worden. Dus ze begonnen aan een tweede ronde en brachten het grootste deel van de vrijdag door op de grond van hun woonkamer in Crestline, en gaven de laptop aan elkaar door. En ze schreven beiden een tweede brief, Sylvère over jaloezie, Chris over de Ramones en de Kierkegaardse derde beweging.
‘Misschien zou ik net als jij willen zijn’, schreef Sylvère, ‘en helemaal alleen in een huis in het midden van een kerkhof wonen. En ja, waarom zou ik ook een omweg maken? Dus ik liet me echt meeslepen in de fantasie, ook op erotische wijze, want verlangen is iets wat uitstraalt, zelfs als het niet voor jou is, en het heeft een zekere energie en schoonheid, en ik denk dat ik opgewonden was omdat Chris opgewonden was door jou. En na een tijdje werd het moeilijk me te herinneren dat er eigenlijk niets was gebeurd. Ik denk dat ik in een duister hoekje van mijn geest besefte dat als ik niet jaloers wilde zijn, ik alleen nog de optie had op een soort perverse manier in deze fictionele verhouding te stappen. Hoe kon ik het anders verdragen dat m’n vrouw smoorverliefd is op jou? De gedachten die je hierbij te binnen schieten zijn nogal smakeloos: ménage à trois, de gewillige echtgenoot… We zijn alle drie te gesofisticeerd om in zulke trieste archetypes te denken. Probeerden we nieuw terrein te ontginnen?
Jouw cowboypersona past zo goed bij Chris’ droombeeld van de verscheurde en stille, wanhopige mannen door wie ze werd afgewezen. Doordat je niet reageert op berichten, is je antwoordapparaat een blanco scherm geworden waarop we onze fantasieën kunnen projecteren. Dus op een bepaalde manier heb ik Chris aangemoedigd, want dankzij jou is ze aan het grotere geheel herinnerd, op dezelfde manier als vorige maand na haar bezoek aan Guatemala, en potentieel zijn we allemaal meer dan we zijn. Er is zo veel waar we niet over gepraat hebben. Maar misschien is dat gewoon hoe je betere vrienden wordt. Door gedachten te delen die niet gedeeld mogen worden…’
Chris’ tweede brief was minder nobel. Ze begon wederom een lofzang af te steken op Dicks gezicht: ‘Ik begon op je gezicht te letten die avond in het restaurant – hé wow, is dat niet de eerste zin uit dat liedje van de Ramones, Needles & Pins? “I saw your face / It was the face I loved / And I knew” – en ik voelde me precies zoals ik me altijd voel als ik dat liedje hoor, en toen je belde bonkte mijn hart en toen dacht ik dat we misschien iets konden gaan doen samen, iets wat voor de adolescentenromance is wat de Ramones-cover van dat liedje voor het origineel is. De Ramones geven Needles & Pins de mogelijkheid tot ironie, maar de ironie ondermijnt de emotie niet, het maakt het sterker en echter. Kierkegaard noemt dit de “derde beweging”. In zijn boek Crisis in het leven van een actrice stelt hij dat geen enkele actrice de veertienjarige Juliette kan spelen voor ze minstens tweeëndertig is. Omdat acteren kunst is en kunst het overbruggen van een afstand impliceert. De vibraties tussen het hier en daar en toen en nu bespelen. En denk je niet dat de werkelijkheid het best bereikt kan worden door dialectiek? Ps: je gezicht is beweeglijk, onverzettelijk, prachtig…’
Tegen de tijd dat Sylvère en Chris hun tweede brieven af hebben, is de middag bijna voorbij. Lake Gregory glinstert in de verte, omzoomd door besneeuwde bergen. De landschappen zijn vurig en veraf. Voorlopig zijn ze beiden tevreden. Herinneringen aan huiselijkheid toen Chris jong was, twintig jaar geleden: een porseleinen eierdopje en een theekop, waar geschilderde mensen omheen cirkelen, blauw met wit. Op de bodem zie je, door de amberkleurige thee, een sialiavogeltje. Al het mooie in de wereld in deze twee objecten vervat. Wanneer Chris en Sylvère de Toshiba-laptop wegleggen is het al donker. Zij maakt het avondeten. Hij werkt verder aan zijn boek.
Crestline, Californië 10 december 1994
Lieve Dick,
Vanochtend werd ik wakker met een idee. Chris zou je een kort briefje moeten sturen om uit dit verstofte, referentiële delirium te breken.
Dit is wat erin zou moeten staan:
‘Lieve Dick, ik breng Sylvère woensdagochtend naar het vliegveld. Ik moet met je praten. Kunnen we bij jou afspreken?
Liefs, Chris’
Ik denk dat het een briljante coup is: een stukje werkelijkheid dat dit gestoorde broeinest van emoties aan gruzelementen slaat. (…)
Auteur: Chris Kraus
I love Dick verschijnt deze maand bij uitgeverij Lebowski. Auteur Chris Kraus komt op 22 mei naar Nederland, en zal op 26 mei bij Spui 25 worden geïnterviewd door Niña Weijers.
Onlangs verbood de Indiase regering 900 pornosites, om direct weer op dat besluit terug te komen. Het bewijst nog maar eens dat het land in verwarring verkeert als het om seks gaat.
Om negen uur ’s morgens verbiedt de regering pornografie. Om vijf uur ’s middags trekt ze het verbod in. Wij Indiërs hebben nooit een keuze kunnen maken wat seks betreft. We doen net of we er niet aan doen, maar we doen het de hele tijd.
Ik ga terug naar 1995. Ik zit op de universiteit. Ik heb een vriendinnetje. We willen het doen, maar we weten niet waar. Ik woon in een pension waar geen meisjes mogen komen. Zij woont bij haar ouders, dus die mogelijkheid komt ook niet in aanmerking. Waar moeten we heen? We gaan naar een park bij de universiteit van Delhi. Het is er vol met stelletjes. Oudere mannen en vrouwen, studenten, schoolkinderen… iedereen doet het. Eunuchen regelen hier het liefdesbedrijf. Je betaalt vijftig roepies en je krijgt je eigen bosje toegewezen. Niet erg beschaafd, hè?
Er is ook een plan B. Ik smokkel haar mijn pensionkamer binnen. Dat is een ingewikkelde procedure, waarbij een aantal goede vrienden de wacht moet houden. Als de kust veilig is, stormt ze struikelend de trap op naar mijn kamer. Daarna doet mijn vriend een slot op de deur. Vriendin en ik hebben de hele middag geluidloze seks. Het slot is een uitstekend idee. Een jaar later werd een student met zijn vriendin betrapt in zijn kamer. Hij werd weggestuurd van de universiteit.
Stel je de volgende scène voor. Deze jongen en zijn vriendin delen een intiem moment, in hun eigen omgeving. De decaan en een aantal docenten beginnen op de deur te bonken. Ik ga je huisje omverblazen. De doodsbange jongen wikkelt zijn vriendin in een matrasje en schuift haar onder het bed. Hij doet de deur open. De pijlers van
de maatschappij, allen van middelbare leeftijd, drommen samen in de kamer. Ze vinden het meisje. Zij barst in tranen uit. De decaan geeft de jongen een klap.
Is dit beschaafd gedrag? Hebben volwassenen niets beters te doen? Kennelijk niet.
Het is iets wat we nooit onder ogen hebben durven zien. Er is niets verkeerds aan twee mensen die met elkaar vrijen. Dat is iets moois. Wat echt verkeerd is, is mensen lastigvallen omdat ze seks hebben. Het is barbaars om je kinderen te dwingen het in de bosjes te doen, zich te verschuilen onder een bed. Je hoort simpelweg niet iemands kamer binnen te vallen.
Neem bijvoorbeeld het verbod op pornografie. Weer valt de staat je slaapkamer binnen. Pornografie is een onschuldige fantasie. Ook de manier waarop de regering pornografie probeerde te verbieden was in zekere zin onschuldig. Het heeft namelijk geen zin om dat te doen. Zelfs als je alle pornosites in de hele wereld verbiedt, nemen de piraten het wel over. Precies wat er in de jaren tachtig van de vorige eeuw gebeurde, vóór het internettijdperk.
Ik ben het niet eens met mensen die zeggen dat pornografie vrouwen tot een object maakt. Misschien hebben ze wel gelijk, maar het geldt net zo goed voor mannen. De ‘dekhengst’ in een pornofilm is even onecht als de vrouwen die erin spelen. Leidt het tot verkrachting? Dat weten we niet. Je kunt aanvoeren dat pornografie als een veiligheidsklep fungeert; het biedt uitkomst. Het kan zelfs verkrachting voorkomen.
De wereld van de pornografie is complex, complexer dan de regering denkt. Veel pornografie gaat tegenwoordig niet meer over de daad zelf, maar om fetisjen en fantasieën. Een paar jaar geleden was er een krantenartikel waarin stond dat schapen hot waren in Afghanistan. Je kunt dit hooguit grappig of bespottelijk vinden, maar Een Grote Bedreiging voor de Morele Structuur van de Maatschappij is het zeker niet. Op Capitol Hill in Seattle vind je winkels die seksspeeltjes verkopen naast speelgoedwinkels. Getatoeëerde homo’s wandelen in hetzelfde park waar jonge moeders achter kinderwagens lopen. Ik hoor al zeggen: wat daar werkt, werkt hier niet. Dat is een provinciale houding waar we vanaf moeten.
Horizon verbreden
Het is tijd dat we ons ontwikkelen, want alleen in waarachtig open maatschappijen worden verschillen getolereerd. Daarin kun je je seksualiteit uitdragen. Wij vegen alles onder het tapijt. Maar god weet wat er in ons hoofd omgaat. Je kunt iemands fantasie niet onderdrukken.
Martin Robbins schreef een uitstekend artikel over porno in The Guardian. Hij zegt hierin: ‘Porno is een van de belangrijkste maatschappelijke onderwerpen, waar het minst over wordt geschreven. Het is een industrie waarin miljarden dollars omgaan en die de kern vormt van de menselijke seksualiteit in de eenentwintigste eeuw. Veel mensen kijken ernaar, weinigen praten erover. Porno oefent hoe dan ook een grote invloed uit op onze cultuur. We weten er echter relatief weinig vanaf.’
Het wordt tijd dat we onze horizon verbreden.
Palash Krishna Mehrotra
De auteur schrijft vanuit Delhi en Mumbai over (vaak) controversiële onderwerpen. In 2012 publiceerde hij The Butterfly Generation.
De Chinese sociologe Li Yinhe (63) probeert haar landgenoten te bevrijden van hun preutsheid. Dat lijkt aardig te lukken.
Een van haar laatste artikelen heet: ‘Hoe je werk vermijdt en beter kunstwerken kunt gaan maken’. Het grootste kunstwerk van allemaal natuurlijk: je eigen leven. Want mevrouw de professor doceert niet, mevrouw de professor leeft. Het gaat erom de mensen de ogen te openen, juist voor het vanzelfsprekende, voor wat ze niet meer zien. De 63-jarige Li Yinhe, woonplaats Beijing, voedt in zekere zin een heel volk op. Ze laat de Chinezen zien hoe je ook tegen seks kunt aankijken en tegen het leven in het algemeen. Hierbij moet ze niet alleen opboksen tegen zes decennia communistische moraal, maar ook tegen de tweeënhalfduizend jaar daarvoor. Li Yinhe onderwijst door zichzelf als voorbeeld te nemen. Dat heeft ook als voordeel dat ze na alle inspanningen in elk geval zichzelf heeft gered. Hoewel je het nauwelijks inspanningen kunt noemen als je er lol in hebt. Inzicht nummer één is dus: de mens is vrijer dan hij denkt. Hij mag dan geboren zijn in de ketenen van de familie, van de maatschappij, maar wat weerhoudt hem er als volwassene eigenlijk van deze af te schudden, vandaag nog, op dit moment?
Li Yinhe kijkt op: ‘Niets’.
Inzicht nummer twee: als god niet be-staat en het leven geen zin heeft, dan kun je het ook aan de liefde wijden, en elke ademtocht aan het genieten van woeste schoonheid. Doe wat je leuk vindt. Stort je in het avontuur. En ja, zegt Li Yinhe, dat kan ook in China.
Inzicht nummer drie: een man en een vrouw, goed. Ook goed: een man en een man. Een vrouw en een vrouw. Of twee mannen en twee vrouwen. Of een vrouw en een man die vroeger een vrouw was.
Opboksen tegen zes decennia communistische moraal
Ridder
Deze laatste situatie geldt voor Li Yinhe zelf, ze heeft haar ridder gevonden. Zo noemt ze hem echt: ridder. Hij heeft haar gered uit een ‘zee van verdriet’. Zij, de atheïste, zit in een theehuis aan de rand van Beijing, drinkt groene thee, kauwt zonnebloempitten en spreekt over haar levenspartner als over een door God gezonden engel die met de kracht van tienduizend donderslagen op haar is neergedaald. Toen Li Yinhe eind vorig jaar bekendmaakte een verhouding te hebben met de nu 50-jarige Zhang Hongxia, was ze een tijdlang nog meer onderwerp van gesprek dan anders. Het stel stond op de cover van het populaire magazine People Weekly, het partijblad Renmin Ribao leverde commentaar op de relatie en ook op internet stonden de twee in de schijnwerpers. Wat een verhaal.
Zij: de vrouw die iedereen kende. Hij: de man die zeventien jaar lang haar geheim was. Maar vooral was hij de man die als vrouw was geboren. Terwijl dit liefdesverhaal als je er goed over nadenkt eigenlijk anders moet worden verteld. Vrouw houdt van transseksueel? Zeker, maar het minstens even verbazingwekkende aspect is toch eigenlijk: beroemde sociologe houdt van taxichauffeur. Voor Li Yinhe mocht Zhang Hongxia dan een ridder zijn die aan kwam galopperen, zijn hoofdberoep was taxichauffeur en in veel opzichten een van de typisch Beijingse soort. Dus iemand die het liefst tot diep in de nacht mahjong speelt en die met een grote boog om boeken heen loopt. Zhang is tegenwoordig haar assistent, doet het huishouden (‘Ik zorg ervoor dat ze geen vinger hoeft uit te steken!’), maar leest nog altijd geen letter van haar. Van haar, de intellectueel, van wie het ene na het andere boek furore maakte, wier ideeën de vensters wijd openzetten in dit land dat aan verplichte preutsheid dreigde te verstikken.
Op die dag in 1997 toen ze hem ontmoette, treurde ze nog om haar eerste grote liefde, die haar nog maar net was ontvallen: Wang Xiaobo, de dappere, pas na zijn vroege dood gevierde absurdistisch schrijver, die het woeste leven van het vlees in de kooi van ideologie en traditie op eigen wijze had gevierd. Met Wang Xiaobo was ze jarenlang getrouwd geweest, met hem had ze in 1992 een baanbrekende studie over homoseksualiteit gepubliceerd. Zolang hij leefde, stond zij, de afgestudeerd sociologe, in zijn schaduw. Pas in de jaren daarna werd ze een autoriteit in het liefdesleven van de natie, nadat ze met haar trilogie van studies over de seksualiteit van de vrouw, over de liefde tussen mensen van hetzelfde geslacht en over het sadomasochisme, de grenzen van waarover in China kon worden gesproken weer eens een heel stuk had verlegd. Het tijdschrift Asian Weekly rekende haar destijds onder de ‘vijftig invloedrijkste Chinezen’.
Verboden liefde
Het maakt Li Yinhe niet zoveel uit. ‘Schoonheid en liefde zijn het belangrijkste in het leven,’ zegt ze. ‘De rest interesseert me eerlijk gezegd niet.’ Dat klopt niet helemaal, want ten eerste wil ze natuurlijk haar inzicht dat geluk mogelijk is met zo veel mogelijk landgenoten delen. En ten tweede is alleen al het streven naar persoonlijk geluk een zeer politieke daad in China: het woord ‘hedonisme’ was in het woordenboek van de Communistische Partij steeds synoniem met ‘individualisme’ en ‘egoïsme’, een verwerpelijk burgerlijk streven. Toen Li Yinhe in de jaren tachtig aan een manuscript werkte met de titel ‘Genieten van het leven’, was haar moeder verbijsterd over zo’n aanstootgevend plan. ‘Hoe kun je toch zo positief schrijven over genot?’ Een paar jaar later en wat kalmer geworden, noemde ze haar dochter alleen nog maar spottend ‘Dokter Seks’. Li Yinhe en Wang Xiaobo waren allebei kinderen van de Culturele Revolutie, die China tussen 1966 en 1976 verwoestte. In die tijd veranderden de Chinezen op bevel van Mao Zedong in een volk van aseksuele revolutieschepsels (terwijl de grote roerganger zelf zich met ontelbare liefjes vermaakte). Liefde was als burgerlijk concept verboden, betekende verraad aan de revolutie en was alleen toegestaan in de vorm van totale overgave aan Mao. Een ontdekte liefdes-brief kon een openbare vernedering, een pak slaag of zelfs werkkamp betekenen. De ouders van Li Yinhe werkten bij Renmin Ribao, het partijblad. Haar vader was zelf een communist, zij het sceptisch van aard. Na haar terugkomst uit Binnen-Mongolië, waar ze in het kader van de Culturele Revolutie naartoe was gestuurd, stuitte Li bij een collega van haar ouders op een goudmijn: een bibliotheek van meer dan tienduizend boeken, de hele verzameling wereldliteratuur, allemaal verboden werken. De 20-jarige Li sloot zich maandenlang op met de boeken en verslond er zoveel als ze kon.
Twee boeken lieten haar niet meer los. Het ene was The Catcher in the Rye. ‘Sommigen vrienden van me kenden het uit hun hoofd.’ Het andere was 1984.
Haar moeder noemt haar spottend ‘Dokter Seks’
Seksuele revolutie
China is niet altijd preuts geweest. Vroeger gaven de Chinezen, met name de taoïsten, zich over aan de ‘harmonie van yin en yang’. Seks gold als gezond en natuurlijk, en bepaalde praktijken – bijvoorbeeld wanneer de man zich de ejaculatie ontzegde – stonden als levensverlengend te boek. Tijdens de Song-dynastie (960-1279) stonden waarden als kuisheid en reinheid hoog in het vaandel. Onder de Mantsjoes, die van 1644 tot 1911 de laatste keizerlijke dynastie vormden, werd het land nog een stuk bedeesder. Maar zelfs in die tijd werden homoseksualiteit en prostitutie beschouwd als normaal en werd het toegestaan. Mao’s Communistische Partij predikte enerzijds de vooruitgang door de gearrangeerde huwelijken te verbieden en de vrije partnerkeuze bij wet vast te leggen, maar tegelijkertijd bereikte de door de overheid opgelegde preutsheid onder deze partij haar hoogtepunt.
‘De partij kwam aan de macht met de belofte de hongerende Chinezen te verzadigen,’ zegt Li Yinhe.
‘In hun ogen was seks een overbodige luxe, een gevaarlijke afleiding, verdorven.’ De Chinezen zijn inmiddels verzadigd, en warm aangekleed zijn ze ook. Er ontstaat dus een verlangen naar meer. In 1989, net na haar studie in de Verenigde Staten, deed Li Yinhe onderzoek naar het seksleven van de Beijingers. Slechts 15 procent van de ondervraagden had seks voor het huwelijk, de meesten met hun verloofde. In 2013 deed ze hetzelfde onderzoek landelijk. Nu was het al meer dan 70 procent. ‘Het is een revolutie,’ zegt Li Yinhe. ‘De Chinezen hebben meer seks. Ze gaan met meer partners naar bed. En ze leren steeds meer verschillende seksuele handelingen.’ Natuurlijk zijn er ook critici die deze ontwikkeling en Li Yinhe verdorven noemen. ‘Maar wordt hierdoor nu de maatschappij te gronde gericht?’ vraagt ze. ‘Nee, het maakt de mensen gelukkiger.’ Zoals met alles is het China van tegenwoordig ook rond het thema seks een vat vol tegenstrijdigheden. Enerzijds bevrijdt een nieuw generatie zich in rap tempo van banden en taboes, anderzijds sprak Li Yinhe onlangs weer een vrouw die geen idee had hoe ze zwanger was geworden en wat de seks met haar echtgenoot daarmee te maken had. De onwetendheid is groot. Op scholen is seksuele voorlichting in theorie verplicht, maar valt het in de praktijk meestal uit. Zo groot is de schaamte van de onderwijzers en zo groot de angst van de ouders dat hun kinderen hierdoor verpest raken.
Zelfs het partijblad Renmin Ribao wenste haar geluk met haar relatie
Middeleeuwen
Er valt veel te doen voor iemand als Li Yinhe. Op Weibo, China’s tegenhanger van Twitter, heeft ze meer dan een miljoen volgers, en op haar blog zijn bijna vierhonderdduizend mensen geabonneerd. Hier breekt Li Yinhe een lans voor de legalisering van prostitutie en pornografie, en voert ze strijd voor het recht op groepsseks en een partner van dezelfde sekse. ‘Waarom moet iemand worden gestraft voor iets wat niemand schade berokkent?’ Al twee decennia probeert ze elk jaar weer afgevaardigden in het Chinese Volkscongres te winnen voor de legalisering van het homohuwelijk. Tot aan haar pensioen, twee jaar geleden, werkte Li Yinhe aan de Academie voor Sociale Wetenschappen, de belangrijkste denktank van de Chinese regering. Van het beleid op het gebied van seks heeft ze geen hoge pet op, want dat blijft ver achter bij de ontwikkelingen in de samenleving en is deels ‘in de middel-eeuwen’ blijven steken. Toch waardeert Li Yinhe de vooruitgang, mijlpalen zoals het schrappen van de ‘onzedelijkheidsparagraaf’ in 1997, die vooral homoseksuelen achter de tralies deed belanden.
Prostitutie wordt nog altijd gecriminaliseerd en sinds kort voor lastercampagnes gebruikt, maar de laatste veroordeling van een bordeelhoudster dateert ook alweer van twintig jaar geleden. Als het gesprek op de televisiesoap Keizerin van China komt, rolt Li Yinhe met haar ogen. De kostbare serie over keizerin Wu Zetian was een hit bij de kijkers, tot ze in december door de censoren van de buis werd gehaald. Toen de uitzendingen werden hervat, waren de royale decolletés van de knappe hofdames van de Tang-dynastie digitaal weggewerkt.
Tolerant
Sinds 17 jaar woont Li Yinhe samen met Zhang Hongxia. De twee hebben een jongen geadopteerd, die nu veertien jaar is. Al toen hun zoon zes was, zegt Li Yinhe, heeft ze hem verteld hoe het zat met zijn ouders. De buitenwereld was nu pas aan de beurt. Op internet deden geruchten de ronde dat ze lesbisch was en dus ging Li opnieuw aan de slag om het land voor te lichten. In december schreef ze op haar blog dat ze zich aangetrokken voelde tot mannen, niet tot vrouwen. Haar partner was ‘zowel qua voorkomen als psychologisch een man’ en wel ‘een stereotiepe man, van wie vrouwen schrikken als hij in het damestoilet opduikt’. Ook al is hij als vrouw geboren. ‘Ze is geen zij. Ze is een hij,’ schreef Li Yinhe. Alleen al in de eerste 24 uur werd haar tekst 33.000 keer op Weibo gedeeld. Het overgrote deel van de commentaren was positief, men prees haar moed en dankte haar voor haar openheid. Zelfs het partijblad Renmin Ribao wenste haar geluk en appelleerde aan tolerantie.
‘Ieder is uniek op zijn eigen manier, laten we allemaal ons best doen om de samenleving gelijke tred te laten houden met de stand van de wetenschappelijke inzichten,’ schreef de krant op haar microblog. Het debat over haar en haar partner is weer een les voor haar land, zegt Li Yinhe. ‘Twintig jaar geleden heb ik de Chinezen uitgelegd wat homoseksuelen zijn en nu maak ik hun duidelijk wat transseksuelen zijn. En al met al is het toch verbazingwekkend hoe tolerant de mensen zijn.’ Niettemin heeft Li Yinhe onlangs na drie jaar werken een dik manuscript voltooid dat, zoals ze zelf zegt, ‘nul kans’ heeft op publicatie in China. ‘Te pornografisch.’ Ze giechelt, maar is vervolgens weer serieus: ‘Nu verschijnt het in Hongkong.’ Het zijn korte verhalen, met als belangrijkste thema sadomasochisme. De 63-jarige somt op: ‘Vrouwelijke meesteressen en manne-lijke slaven, allemaal net andersom, met z’n tweeën, met z’n drieën, met z’n vieren, een hoop orgasmen, het staat er allemaal in.’ […] Het is het eerste literaire werk van Li Yinhe.
Kai Strittmatter
Storm in een glas water
‘Li Yinhe veroorzaakt storm over seks’, luidde de kop in het Kantonese blad Nanfang Renwu Zhoukan. In december 2014 deden op internet geruchten de ronde dat Li Yinhe homoseksueel zou zijn. Een onbekende commentator beweerde dat ze een lesbiënne was die ‘al jarenlang samenwoont met een tomboy’. Hij vroeg zich ook af of de zoon die Li en haar partner hadden geadopteerd wel ‘naar school kon en vriendjes kon maken’ vanwege ‘de abnormale gezinsomstandigheden’ waarin hij opgroeide. De seksuologe, die eerder vrijwel nooit iets losliet over haar privéleven, antwoordde op haar blog dat ze samenwoonde met een persoon die als vrouw was geboren, maar die zich nu als man beschouwde. Zijzelf, preciseerde ze, was volledig heteroseksueel. Er volgde een ‘storm’ van commentaren op de Chinese sociale media. Los van haar eigen voorkeuren is Li er overigens van overtuigd dat China op termijn het homohuwelijk zal invoeren. ‘Het is een trend in de wereld. China zal zich hier zeker bij aansluiten, in weerwil van de obstakels waarmee we nu geconfronteerd worden.’
Al toen ze 19 was, had Emer een vriendje én een vriendinnetje. Pas later leerde ze wat ze is: polyamoreus. Samen met haar vrienden getuigt ze over haar ervaringen.
Op de verjaardag van een vriend, vorig jaar zomer, kwam een man naast me zitten die vertelde dat hij had gehoord dat ik polyamoreus was en dat hij daar graag met me over wilde praten. Hij legde uit dat hij ook poly aangelegd was maar dat zijn partner daar nooit in zou meegaan: daarom bedroog hij haar.
Ik vroeg of hij had geprobeerd met haar een gesprek te voeren over het soort relatie dat hij eigenlijk wilde. Nee. Dat kon hij niet. Zijn partner was te traditioneel, te conservatief. Ik vroeg hoe hij het zou vinden als zij iets zou krijgen met een ander. Dat was een hypothetische kwestie – dat zou ze gewoon nooit doen. Lieve help. Polyamorie wordt meestal omschreven als ethisch verantwoorde non-monogamie – dat wil zeggen, non-monogamie met medeweten en toestemming van alle betrokkenen. Maar dat kun je op oneindig veel manieren interpreteren. Welke ethiek? Voor welke handelingen is toestemming nodig? Wat willen of moeten we precies weten?
Interessante vraag
Het is niet altijd eenvoudig om te zeggen wat polyamorie nu precies is, maar wel wat polyamorie niet is. Polyamorie is geen overspel. Het is geen bedrog. Het is geen minachting van de afspraken die je hebt gemaakt met degenen van wie je houdt. En het is zeker niet de bedoeling dat je de monogamisten in de hoek zet van mensen die alleen maar klakkeloos de traditie volgen of emotioneel minder ontwikkeld zijn dan jij. Ondanks de ongelukkige poging van die bovengenoemde man om polyamorie te gebruiken als excuus voor de slechte behandeling van zijn vriendin, wierp dat gesprek wel een interessante vraag op. Zijn sommige mensen ‘polyamoreus aangelegd’ terwijl anderen fundamenteel monogaam zijn? Is polyamorie een identiteit of alleen gedrag?
Als hoogopgeleide die te veel Judith Butler heeft gelezen [Amerikaanse filosofe en feministe, auteur van verschillende boeken over gender], neig ik ertoe om gedrag en identiteit in één adem te noemen. Volgens mij wordt ons gedrag in de loop van de tijd onze identiteit. Er is niet zoiets als ‘diep vanbinnen’, er is niet zoiets als ‘aanleg’: als je voortdurend onaardig doet, ben je onaardig, als je aardig doet, ben je aardig.
Volgens deze theorie over identiteit heeft iedereen de mogelijkheid in zich om monogaam of polyamoreus te zijn. Maar gegeven het feit dat monogamie sociaal geaccepteerd is terwijl er veel argwaan en afkeuring bestaat omtrent polyamorie, is het interessant dat er überhaupt nog iemand poly is of zich zo gedraagt. Wellicht heeft polyamorie net als seksuele voorkeur een genetische component. In ieder geval voelen sommige mensen zich meer aangetrokken tot polyamorie dan anderen, of het nu door levenservaring, biologische aanleg of beide is. Het begin van mijn amoureuze leven werd gekenmerkt door seriële monogamie, zoals bij zovelen. Op mijn negentiende had ik al vier ‘serieuze’ relaties achter de rug, van tussen de zes en achttien maanden, en telkens weer was ik er heilig van overtuigd de enige ware liefde gevonden te hebben.
In die tijd beleefde ik echter ook een polyperiode. Ik had er geen woord voor, maar een tijdje had ik iets met twee mensen die dat van elkaar wisten en die er vrede mee leken te hebben. ‘Emer heeft een vriendje en een vriendinnetje!’ plaagden mijn vrienden me, opmerkelijk relaxed over mijn zonderlinge polyamorie in een Iers stadje waar de meeste mensen onmiddellijk zouden zeggen dat de duivel uit me gedreven moest worden. Terugkijkend zou ik willen dat ik er wel een woord voor had gehad. En wat literatuur erover, een exemplaar van What Does Polyamory Look Like? of een internetstrip over polyamorie zoals Kimchi Cuddles. Ik beschikte niet over de middelen om er op een liefdevolle, respectvolle manier over te praten en me ook op die manier te gedragen, om polyamorie recht te doen. Niet gek dat ik er een zootje van maakte. Net zoals bij een monogame relatie moet er aan een polyrelatie gewerkt worden. Maar misschien anders dan bij monogamie is het handig om wat theoretische informatie te hebben. Je kan niet gewoon de patronen volgen die je om je heen ziet.
Dat werpt nog een andere vraag op: waarom komt polyamorie steeds vaker voor? Als er zoveel over gepraat moet worden en als je dan iets bereikt hebt wat werkt voor jou en je geliefden maar wat voortdurend wordt veroordeeld door de buitenwereld, waarom zou je er dan in vredesnaam aan beginnen?
Ik probeer niemand te bekeren. En ik weet dat wanneer ik het heb over de potentiële voordelen van polyamorie, dat vaak wordt opgevat als een aanval op monogamie: alsof de uitspraak ‘Polyamoreuze mensen doen hun uiterste best om de negatieve emotie jaloezie uit te schakelen’ eigenlijk betekent ‘alle monogame mensen zijn jaloerse klootzakken’.
Toch is een voor de hand liggend antwoord op de vraag ‘Waarom polyamorie?’ dat het voordelen biedt die monogamie niet heeft (net zoals monogamie voordelen biedt die polyamorie niet heeft). Het werken aan onvoorwaardelijke eerlijkheid en aan je emoties stimuleert de ontwikkeling van je zelfkennis, zelfvertrouwen en compassie. Ik zeg niet dat een dergelijke intimiteit niet in een monogame relatie bereikt kan worden, alleen dat veel polymensen vinden dat de nadruk op een eerlijke en open emotionele communicatie duidelijk verschilt van hun eerdere ervaringen.
Polygezin
Je kunt de vraag ‘Waarom polyamorie?’ ook beantwoorden door niet zozeer te kijken naar de individuele keuzen maar naar bredere sociale structuren. Als je de Marxistische lijn volgt dat het kerngezin een voorwaarde is voor het kapitalisme, omdat het principe van toenemend privébezit alleen standhoudt als rijkdom erfelijk is, dan is het interessant dat we leven in een tijd waarin het gezin in snel tempo steeds meer verschillende samenstellingen kent: het stiefgezin, het homogezin, het eenoudergezin, en – hoewel minder algemeen dan de voorafgaande, maar wel in opkomst – het polygezin. Misschien zijn die niet zozeer het gevolg van individuele keuzes, als wel een teken dat de economische fundamenten van onze maatschappij in beweging zijn. Misschien bevinden we ons in (of naderen we) de nadagen van het kapitalisme en is polyamorie een van de tekenen daarvan.
Genoeg gefilosofeerd! Na de korte, on-bedoelde polyperiode in mijn tienerjaren volgde weer een tijd van seriële monogamie, waarbij ik van iedere relatie weer probeerde dé relatie te maken, met alle opwindende, euforische hoogtepunten en de huilerige, intens treurige dieptepunten van dien. Vaak was er jaloezie – van mij en van anderen – in het spel. Ook ben ik twee keer aan een relatie begonnen waarbij me aan het begin werd gevraagd monogaam te zijn. Liever had ik een open relatie gehad, maar dat was niet bespreekbaar. Telkens gaf ik toe aan de behoeften van mijn partners omdat ik om hen gaf, en omdat ik me er schuldig over voelde dat ik überhaupt iets anders wilde.
Waarom komt polyamorie steeds vaker voor?
Tegen het einde van mijn verblijf in Londen, vlak na een rampzalig nare scheiding, besloot ik zo lang mogelijk vrijgezel te blijven. Ik had wel iets met een paar geweldige mensen, maar mijn emotionele behoeften werden niet vervuld. Gelukkig verhuisde ik toen naar Montreal in Canada: een stad waar het barstte van de zonderlinge, polyamoreuze, anarchistische yoga-veganisten. Montreal bood me allerlei voorbeelden van polyrelaties: relaties die werkten, niet werkten en waaraan werd gewerkt. Misschien zit ik op een roze wolk maar mijn liefdesleven is nu fantastisch. Ik ga nu voor het eerst samenwonen, iets wat ik nog nooit serieus heb overwogen. Sterker nog, ik kon deze relatie opbouwen zonder een andere belangrijke relatie te hoeven beëindigen. In plaats van dat ik het gevoel heb dat ik word ingeperkt door een aantal regels, heimelijk verlangend naar stiekeme dingen, voel ik me nu alsof we samen de regels opstellen. Maar dat geldt alleen voor mij en ik ben maar één iemand. Omdat er net zoveel vormen van polyamorie bestaan als er polyamoreuze mensen zijn, heb ik vier vrienden gevraagd of ze me ook hun verhaal willen vertellen.
Ik verhuisde naar Montreal, een stad waar het barst van de zonderlinge, polyamoreuze, anarchistische yoga-veganisten
1. De monogaamachtigen
Layla en haar man Dylan leerden elkaar kennen op de universiteit. Ze zijn nu vijftien jaar samen waarvan twaalf jaar getrouwd. Ze hebben een kind. Ze zijn nog steeds dol op elkaar. ‘In het begin van onze relatie kwamen we er samen achter dat we weliswaar de rest van ons leven bij elkaar wilden blijven, maar dat trouw voor ons niet zo belangrijk was,’ vertelt Layla. Layla had ieder vriendje voor Dylan bedrogen. Ze was bang dat als ze dat weer deed, ze haar relatie met Dylan zou verknallen.
Dylan had maar één serieuze relatie gehad voor Layla en hij had het gevoel, deels omdat hij homo is, dat hij belangrijke ervaringen in het leven zou missen. Dus werden ze monogaamachtig. In die vijftien jaar samen heeft Dylan twee keer seksueel geëxperimenteerd, terwijl Layla ontdekte dat ze minder behoefte aan andere relaties had, nu ze wist dat ze die erbij mocht hebben. Ze heeft twee liefdesrelaties gehad – niet echt als minnaars, maar het was meer dan alleen vriendschap. Layla en Dylan praten er altijd met elkaar over wanneer ze gevoelens hebben voor een ander en ze gaan niet verder met een flirt als de ander het niet goedvindt. ‘We zijn redelijke volwassenen,’ zegt Layla, ‘en dit werkt voor ons.’ Ze vertellen niet aan veel mensen dat ze polyamoreus zijn, want ze zijn bang voor kritiek van anderen en zelfs voor consequenties voor hun carrière.
2. De single-achtigen
‘Ik ben altijd verliefd geweest op anderen,’ vertelt Sage. ‘Vroeger voelde ik me daar schuldig over.’ Nu niet meer. In haar eerste relaties was Sage degene die werd bedrogen. Dat was pijnlijk, maar tegelijk dacht ze verstandelijk: ‘Waarom zorgen we niet dat het oké is om zoiets te doen?’ Geleidelijk werd ze polyamoreus; in het begin noemde ze het niet zo, maar ze voelde zich steeds meer tevreden in relaties waarin ze toch onafhankelijk kon liefhebben. Ik ken bijna geen vrouwen die het net zo druk hebben als Sage. Als ze geen gratis workshops geeft over stadstuinieren, organiseert ze wel feministische protestacties of repeteert ze met haar band. In vorige relaties zorgde dat voor problemen, en logischerwijs voelt ze zich aangetrokken tot partners die haar de tijd en de ruimte gunnen die ze nodig heeft om zichzelf te kunnen zijn. Veel polymensen hebben een primaire relatie en secondaire relaties, maar een dergelijke hiërarchie is niets voor Sage. Ze heeft twee partners en veel heel goede vrienden. Polyamorie is niet altijd makkelijk geweest voor Sage. Er was een periode dat ze met problemen te kampen had en haar twee partners haar niet de steun konden geven die ze nodig had. ‘Wanneer het psychisch niet goed met me gaat, kan polyamorie extra stress opleveren,’ vertelt ze. Polyamorie vraagt extra inspanningen en soms je heb je daar de emotionele energie niet voor. ‘Maar,’ zo peinst ze hardop, ‘een monogame relatie is ook makkelijker vol te houden als je heel stabiel bent.’
Polyamorie is geen overspel. Het is geen bedrog
3. Het polyamoreuze gezin
Altijd als Yuli over haar partner praat, verschijnt er een dromerige glimlach op haar gezicht. Ze is moeder van drie kleine kinderen. Nog maar een jaar geleden is ze van haar ex gescheiden, hoewel het al een tijdje niet best ging. Haar nieuwe relatie heeft haar niet alleen een nieuwe liefde gegeven, maar ook een polyamoreus gezin. Ze is verliefd op Helen, die een stabiele, gelukkige en langdurige primaire relatie heeft. De primaire partner van Helen, Sam, heeft ook een secondaire partner, Bea. Als gescheiden ouder met een fulltime baan kan Yuli de extra volwassenen in haar leven wel gebruiken.
Ze vertelt dat ze een keer had geprobeerd voor het uitgebreide gezin een brunch te organiseren, maar ze was doodop na een lastige nacht met haar kinderen. Helen, Sam en Bea kwamen binnen en zeiden dat ze moest gaan zitten. Ze maakten het klaar, zetten alles op tafel, ruimden daarna alles weer op en namen de kinderen mee naar het park. Yuli voelt zich gesteund als moeder, geliefde en vriendin, en ze ziet Helen en Sam als voorbeeld van hoe goed een polygezin kan functioneren. ‘Ik bewonder Helen en Sams relatie, zonder dat ik voor mezelf zoiets zou willen. En het is fijn om te merken dat ik oprecht om de partner van mijn partner geef.’ In het verleden heeft ze ook wel non-monogame relaties gehad, maar dit is Yuli’s eerste echte polyamoreuze ervaring en ze voelt zich gelukkig, dankbaar en is echt verliefd.
De tijd dat we bij liefde en seks alleen aan mannetje-vrouwtje denken is voorbij
4. De boemerang
‘Polyamorie is heel belangrijk voor me,’ vertelt Claire. Vanaf haar twintigste heeft ze al polyrelaties, afgewisseld met korte monogame periodes. Haar relatie met Fred, haar primaire partner, heeft de afgelopen vijftien jaar allerlei vormen gekend. Toen ze elkaar leerden kennen, maakte Fred Claire duidelijk dat hij geen polyrelatie wilde: het was monogamie of niets. Die relatie duurde vier jaar. ‘Ik was strikt monogaam,’ zegt Claire, ‘maar kon mezelf toch niet in het keurslijf wurmen dat strak genoeg was voor hem om zich zeker te voelen. Dus maakte ik het uit, hoe pijnlijk ik dat ook vond. Daarna zagen we elkaar jaren niet meer en werden we allebei volwassener. Ik was altijd van hem blijven houden en toen we elkaar weer tegenkwamen was de passie nog steeds even heftig. Maar dit keer stelde ik het ultimatum: poly of niks.’ Claire wist dat ze zich anders uiteindelijk toch tekort gedaan zou voelen.
‘Bovendien is er nog het hogere principe dat mijn lichaam van mij is.’ Als lesbienne wil ze haar seksualiteit geen beperkingen opleggen. Als ‘kinkster’ wil ze naar ‘play-party’s’ blijven gaan en deel blijven uitmaken van die gemeenschap. Als iemand die ook wel eens in de seksindustrie heeft gewerkt, wil ze dat werk als mogelijkheid openhouden. Kortom, ze vindt dat zij de enige is die beslist wat ze met haar lichaam doet. Toen hun relatie zich verdiepte, keerden ook Freds onzekere gevoelens in alle hevigheid terug. Hoewel ze zielsveel van elkaar houden, weten Claire en Fred niet zeker of ze hun verschillende behoeften met elkaar kunnen verzoenen. Maar ze doen hun best. We wensen hun daarbij veel succes. Want daar gaat het bij polyamorie om: de zoektocht naar een werkzame manier om elkaar lief te hebben.
Emer O’Toole
Sommige namen zijn veranderd
Vloeibare seksualiteit
Je seksuele voorkeur is geen vaststaand feit, seksualiteit kan ‘fluïde’ zijn. Dat stelt de Amerikaanse psychologe Lisa Diamond in een interview met het blad New Scientist. Diamond, verbonden aan de Universiteit van Utah, is auteur van het boek Sexual Fluidity: Understanding Women’s Love and Desire. Ze ontkent niet dat mensen met een bepaalde seksuele oriëntatie worden geboren, maar daarnaast kunnen we volgens haar flexibel zijn. ‘Er zijn homoseksuelen die heel erg gay zijn, en er zijn homoseksuelen voor wie het allemaal minder eenduidig is. Hetzelfde geldt voor heteroseksuelen. Dat betekent dat mensen zich soms aangetrokken voelen tot personen buiten de groep waar hun primaire voorkeur ligt.’
Seks vóór het huwelijk is taboe in Algerije, dankzij de islam en eeuwenoude tradities. Tegelijk is tweederde van de bevolking jonger dan 35 jaar, en wordt er steeds later getrouwd. De Franse journalist Pierre Daum ondervroeg tientallen Algerijnse jongeren over de ‘lange jaren’ tussen puberteit en huwelijk.
De 23-jarige Rabah uit Tifelfel in het Aurèsgebergte is pas afgestudeerd in de wiskunde aan de Universiteit van Batna. Net als de meeste van zijn leeftijdsgenoten met wie we spraken over seksualiteit, begint ook hij binnen vijf minuten over religie. Hij vertelt dat hij voortdurend voor zichzelf de afweging maakt tussen hasanaat (pluspunten die je krijgt voor elke goede daad die je verricht) en sayyi’aat (minpunten). Van het verschil tussen die twee hangt af of hij naar het paradijs zal gaan. ‘Ik bid vijf keer per dag in de moskee, want daar verdien je 27 keer zoveel hasanaat mee als wanneer je thuis bidt.’
Rabah heeft al drie vriendinnetjes gehad; de laatste heette Dhikra. ‘Ik ben anderhalf jaar met haar gegaan. Ze was erg mooi en had een rijke vader. Maar ik heb haar nooit op haar mond gezoend, alleen op haar hand of op haar wangen. We zijn nu een half jaar uit elkaar en ik hoor dat ze een nieuwe vriend heeft die ze wel op zijn mond zoent. Nu vind ik haar een hoer.’
Vóór het huwelijk met een vrouw naar bed gaan is voor hem ‘absoluut ondenkbaar’, want in Gods ogen is dat een misdaad. Wel masturbeert hij ‘elke dag’. ‘Ik weet dat dat haram [verboden] is, maar de aandrang is te groot. Voor masturberen krijg je minder sayyi’aat dan wanneer je je door een vrouw laat strelen.’
Met haar naar bed gaan? Nooit! Dat is tegen de islam
We weten natuurlijk niet zeker of Rabah wel de hele waarheid vertelt. Maar aan de andere kant, tegen een buitenlandse journalist kun je tenminste openhartig zijn zonder meteen veroordeeld te worden (alle voornamen in dit stuk zijn overigens gefingeerd). Zijn verhaal lijkt bovendien erg veel op dat van de vijftig andere jongeren uit het hele land met wie wij spraken. Natuurlijk zijn er ook individuele verschillen. De 26-jarige Noureddine bijvoorbeeld, vijfdejaarsstudent in Ouargla, heeft een zeer serieuze relatie met de tweedejaarsstudente Sarah. ‘We zijn al zes jaar bij elkaar. Onze vaders kennen elkaar en we gaan trouwen, insjallah [als God het wil].
In tegenstelling tot de meeste van zijn vrienden heeft deze jonge student een auto, zodat het stel er af en toe samen op uit kan trekken. ‘We tongzoenen met elkaar. Ik streel haar, zij streelt mij, maar er is een rode lijn waar je niet overheen mag gaan. Met haar naar bed gaan? Nooit! Dat is tegen de islam. Daarvoor respecteer ik haar ook te veel. We wandelen en kletsen eigenlijk vooral. We spelen in het park, gaan naar de dieren kijken en om zes uur breng ik haar weer terug naar de campus. Daarna hebben we contact via de mobiele telefoon.’
Net als zijn vrienden bezit Noureddine meerdere mobiele telefoonnummers. Een voor zijn ouders, een voor zijn geliefde, met een onbeperkt aantal belminuten tussen middernacht en zes uur ’s ochtends, en nog een derde… voor zijn vriendinnetjes. ‘Ik geef toe, ik dribbel er ook naast,’ lacht hij besmuikt. ‘Maar met die anderen speel ik alleen maar een beetje, dat stelt niets voor.’
‘Dribbelen’ betekent flirten met meisjes die je op internet ontmoet (op Facebook, Skype etc.) of van wie je via vrienden het telefoonnummer krijgt. Soms lukt het ook om op straat met een overtuigende babbel een telefoonnummer los te krijgen. ‘Met hen is het duidelijk dat het alleen om de seks gaat.’ ‘Seks’ wil zeggen: een rustig plekje opzoeken om te zoenen, elkaars huid te strelen… ‘Soms kan het zelfs tot penetratie van achteren komen, eh, sodomie dus.’ Maar tot vaginale penetratie komt het nooit, ‘want dat is haram! En trouwens, ik wil mijn lid puur houden voor de huwelijksnacht met Sarah.’
Jonger dan 35 jaar
Tweederde van de bevolking is jonger dan 35 jaar. Amira is Algerijnse, draagt een hoofddoek en woont alleen in een kleine woning in het centrum, ver van de buurt van haar ouders. De 30-jarige promovenda in de archeologie is ‘uiteraard’ nog maagd. Ze is net als de meeste vrouwen van haar leeftijd niet getrouwd. ‘Maar ik krijg soms wel zin in seks, dat is waar. Dan kijk ik een pornofilm en masturbeer ik.’
Een echte geliefde heeft de jonge academica nog niet gevonden, maar wel een goede vriend, die binnenkort bij haar op bezoek komt, ‘zonder over mij te oordelen.’ ‘Ik heb hem twee keer opgebeld, we hebben elkaar aangeraakt, dat was fijn. Maar verder zijn we natuurlijk niet gegaan.’ Niemand weet ervan. ‘Als je in Algerije wilt overleven, moet je tegen iedereen liegen, tegen je ouders, je vrienden, je vriend, soms zelfs tegen jezelf.’
Er bestaat geen enkele studie over het liefdes- en seksleven dat jonge Algerijnen vóór het huwelijk hebben. In 2006 was voor antropoloog Abderrahman Moussaoui een klein berichtje in de Algerijnse pers aanleiding om onderzoek te gaan doen naar de hernieuwde populariteit van het ‘huwelijk bij afspraak’, waarmee een stel zich aan het islamitische verbod op seks kan onttrekken.
Hij meldde echter niet hoe wijdverbreid het fenomeen is. Uit gesprekken met jonge Algerijnen in vijftien steden (waaronder Algiers, Oran, Annaba, Béjaïa, Tizi Ouzou, Ouargla en Chlef) komt telkens hetzelfde beeld naar voren, met minimale regionale verschillen, wat ook bevestigd wordt door onderzoekers en andere deskundigen met wie wij spraken.
‘Voor de meeste jonge Algerijnen is de maagdelijkheid van een meisje een grens waar je niet overheen gaat,’ beaamt Djelloul Hammouda, arts in Oran. ‘Maar verder beoefenen jonge ongehuwden elke denkbare vorm van seks.’ Dat komt onder andere omdat de afgelopen twintig jaar mensen gemiddeld veel later zijn gaan trouwen, vooral omdat het steeds moeilijker wordt om werk en een woning te vinden.
Inmiddels ligt die leeftijd voor vrouwen op 30 jaar en voor mannen op 34. Onder studenten, van wie het aantal razendsnel groeit – het zijn er momenteel anderhalf miljoen – ligt die leeftijd nog hoger.
In Algerije geldt een dertiger nog als ‘jong’ (en dat terwijl 66 procent van de bevolking jonger is dan 35 jaar). Het komt geregeld voor dat vrouwen tot na hun veertigste maagd blijven. Vooral onder hoogopgeleide vrouwen met goede banen zie je dat veel: zij hebben moeite om een man te vinden die hun intellectuele en financiële onafhankelijkheid accepteert.
‘Ik heb een eigen woning, maar ik kan er niet intrekken,’ vertelt de 43-jarige journaliste Khadija, afkomstig uit een goede familie in Annaba. ‘Omdat ik niet getrouwd ben zou iedereen dan vanzelf gaan denken dat ik thuis allerlei mannen ontvang. Dat zou ook voor mijn familie heel beschamend zijn.’
Jongeren vervelen zich dood, er is geen georganiseerd vermaak in Algerije
Hoe moet je gedurende al die lange jaren met je seksualiteit omgaan, vanaf het moment van je allereerste seksuele ontwaken tot aan de huwelijksdatum ver in de toekomst? Op deze vraag rust een enorm taboe: over seksualiteit praat je noch met je ouders, noch met broers en zusters, zelfs niet met je beste vrienden. Zoals de jonge Idir uit Tizi Ouzou het schertsend uitdrukt: ‘De eerste keer dat je met een meisje samen bent, komt alles wat je weet uit pornofilms.’
Niets houdt jonge Algerijnen dan ook zozeer bezig als dit beklemmend nauw met religie verbonden onderwerp. ‘Het is het enige waar ze zich zorgen over hoeven maken,’ verduidelijkt sterjournalist Kamel Saoed van de Quotidien d’Oran. ‘Ze wonen bij hun ouders, krijgen drie maaltijden per dag en geld van de staat dankzij de olie-inkomsten.
Maar tegelijk vervelen jongeren zich dood: er is geen georganiseerd vermaak in Algerije. Je zou in elke stad een zwembad moeten hebben, een bibliotheek, sportvelden, een bioscoop, een theater, enzovoorts. Maar er is he-le-maal niets!’
Als zijlijntje van haar promotieonderwerp, prostitutie, begon Keltouma Aguis zich te interesseren voor het seksuele leven van haar jonge landgenoten. De promovenda aan het Onderzoekscentrum voor Sociale- en Culturele Antropologie in Oran verontschuldigt zich voor het feit dat ze de naam van haar promotor niet kan noemen: ‘Dat zou haar in de problemen kunnen brengen.’ Bij het uitleven van hun seksualiteit krijgen jonge Algerijnen met drie – perfect op elkaar afgestemde – typen van verboden te maken: een religieus, een zedelijk en een wettelijk verbod.
Artikel 333 van het Algerijnse Wetboek van Strafrecht stelt dat ‘elke persoon die zich in het openbaar niet aan de goede zeden houdt, wordt bestraft met een gevangenisstraf van twee maanden tot twee jaar, of met een boete van 500 tot 2000 dinar [5 tot 20 euro].’ Dit wetsartikel wordt door Algerijnse rechters veelvuldig tegen jonge ongehuwden gebruikt die zijn betrapt bij het in het openbaar kussen of vrijen.
Traditie en sociale controle
Een buitenlander merkt het bij aankomst in Algerije meteen: de islam neemt weliswaar in de publieke ruimte een bescheiden plaats in, maar het is gespreksonderwerp nummer één, vooral wanneer het over seksualiteit gaat. De islam verbiedt namelijk elk seksueel contact vóór het huwelijk. Psychoanalist Khaled Aït Sidhoum uit Algiers (de enige in Algerije die is aangesloten bij de International Psychoanalytic Association) legt uit waarom het onderwerp de gemoederen zo bezighoudt: ‘Jonge Algerijnen, zowel mannen als vrouwen, hebben het erg moeilijk, omdat ze hun seksuele verlangens nooit echt kunnen bevredigen.
En als ze zichzelf soms toch een seksuele escapade veroorloven, worden ze daarna verteerd door schuldgevoel. De islam biedt hun zowel de sociaal geaccepteerde rechtvaardiging van dat verbod, als ook een collectief kader om met de spanning om te gaan die het oproept. Het gaat ongeveer net zo als bij padvinders of bij voetbalsupporters.’
Een anekdote kan dit illustreren. Een kleine groep Algerijnse activisten riep in september 2013 jonge stellen op om, naar voorbeeld van de hangslotjes aan de bruggen van Parijs, een liefdesslot aan het hekwerk van de Télemlybrug in het centrum van Algiers op te hangen. Tot dan toe stond die plek juist bekend als de ‘zelfmoordbrug’. Diezelfde avond nog kwamen er echter jonge islamisten uit de buurt naartoe, gekleed in islamitische gewaden, om de sloten er weer af te slopen. In hun ogen waren het ‘ketterse symbolen van westerse decadentie’.
Dat lokte vervolgens weer een storm van protesten uit op de plek die daar bij uitstek geschikt voor is: sociale netwerken. ‘Wij hebben in Kabylië een spreekwoord: wie hooi in zijn buik heeft, is bang voor vuur,’ zegt Aït Sidhoum. ‘Als je iemand op zijn zwakke plek raakt, reageert hij alsof hij door een wesp is gestoken. Beide partijen hebben te maken met dezelfde erotische en agressieve driften. Het enige verschil is dat de islamitische beweging over grote sommen geld beschikt. Uiteindelijk winnen ze het daarmee altijd.’
De Algerijnse jeugd heeft nog een ander juk te torsen: dat van de traditie en de daarmee gepaard gaande onophoudelijke sociale controle. De 24-jarige Saïd, die we spreken in een café in Béjaïa, legt uit: ‘Je kunt al die verboden niet overtreden, je kunt niet met een meisje naar bed gaan, je kunt niet schelden tegen je ouders. Dat wordt je onmogelijk gemaakt, omdat ze je dan meteen de deur uitzetten.
Dan sta je op straat, zonder familie, zonder wat dan ook, en wat moet je dan? Het kan gewoon niet!’ In elk dorp, in elke buurt, in elke flat let iedereen op elkaar. Jonge geliefden vinden dan ook maar moeilijk een plek om elkaar te ontmoeten.
Op het platteland of in een dorp is het sowieso ondenkbaar, maar zelfs in de stad is het knap lastig om ergens een beetje privacy te vinden. Theehuizen zijn nog de beste ontmoetingsplekken, daar kun je elkaar rustig urenlang in de ogen kijken en misschien zelfs elkaars hand vasthouden. Als je nog verder wilt gaan (knuffelen, een beetje zoenen), is er in elke stad wel een plek te vinden waar dat kan: in het centrum van Algiers in het Gallandpark of de Jardin d’Essai bijvoorbeeld, in Béjaïa de Brise de Mer, in Oran de zeeboulevard, enzovoorts.
Maar het toppunt van romantiek is voor inwoners van Algiers toch wel een bezoekje aan de Romeinse ruïnes van Tipara. Maar pas op! Overal waar gezinnen met kinderen komen, lopen oppassers rond die liefdespaartjes dicht op de huid zitten, zelfs een kusje geldt als een ‘affront voor de familie’.
Jonge stellen kussen vurig tussen het vuilnis, terwijl hun handen de blote huid van de ander zoeken
Nog lastiger wordt het wanneer je een plek zoekt om nog verder te gaan dan een beetje knuffelen. Je geliefde mee naar huis nemen is ondenkbaar (er is altijd wel iemand thuis, en anders verklikken de buren het wel) en maar weinigen kennen iemand die voor een paar uurtjes een appartement te leen heeft.
Al even onmogelijk is het om ‘het’ op een studentenkamer te doen. Campussen lijken op ommuurde vestingen en zijn niet gemengd. Een uitzondering is de campus van Béjaïa, die doorgaat voor ‘gemengd’ omdat de studentenhuizen van de vrouwen er zich op hetzelfde terrein bevinden als die van de mannen. Niet dat dat het probleem oplost: de gebouwen zelf zijn evengoed verboden terrein voor leden van het andere geslacht.
’s Avonds na zonsondergang ontmoeten geliefden elkaar daarom in de ‘love street’, een donker straatje achter de kleine sporthal. Daar zie je jonge stellen elkaar vurig kussen tussen het vuilnis, terwijl hun handen de blote huid van de ander zoeken, onder kleren die nooit worden uitgetrokken.
In december 2013 vertoonde de zender Ennahar TV met een verborgen camera gefilmde opnamen van bier drinkende studentes, die na het ingaan van de avondklok achter de mannen aan gingen. De documentaire veroordeelde dit al, en de meeste Algerijnen spraken er schande van.
Om ‘seks te hebben’, zoals Noureddine het uitdrukt, gaat er niets boven de eigen auto. Dan kun je tenminste naar een afgelegen plek rijden en in de auto je gang gaan. Wie daar geen geld voor heeft, heeft dan nog de optie om de bus te nemen naar een van de immense parken, die bekend staan om hun discrete struikgewas.
In de buitenwijken van Algiers roept de naam Ben Aknoenpark onmiddellijk allerlei erotische associaties op. Er blijken daar inderdaad vanuit kleine zijpaadjes voortdurend koppeltjes aan te komen wandelen, de vrouwen onberispelijk gekleed in hijab, lange jas of djellaba, de overheersende kledingstijl in Algerije, tot norm geworden na de periode van islamitisch terrorisme begin jaren negentig.
‘Maar zowel in de auto als in parken liggen er altijd twee vijanden op de loer: de politie en dieven,’ vertelt Moerad, die we op een laan in het Ben Aknoenpark tegenkomen. ‘Als de politie je snapt, riskeer je de gevangenis of, erger voor het meisje, een agent kan haar vader bellen op om haar te komen halen.’ Ook stikt het van de dieven: ‘Ze zetten je een mes op de keel, plukken je kaal, zitten aan je vriendin en weten heel goed dat je nooit aangifte tegen ze zult doen.’
Degenen die het zich kunnen veroorloven huren zo nu en dan een hotelkamer. Of liever gezegd, twee, want een tweepersoonskamer krijg je in geen enkel hotel in Algerije zonder trouwboekje. Prostituees zijn voor de meeste jonge mannen te duur; dat is meer iets voor getrouwde mannen. Ook bezoeken veel jongemannen van het platteland op gezette tijden een prostituee. Maar in de seksuele leerschool van de gemiddelde Algerijn spelen ze toch niet echt een rol.
Er bestaan dan ook maar drie officiële bordelen, een in Oran, een Skikda en een in Tindoef. De prostitutie speelt zich vooral af in merkez (een soort tot bordelen getransformeerde villa’s, die in meerdere of mindere mate gedoogd worden, al naar gelang de relatie van de eigenaar met de lokale gezagsdragers), in clubs langs het strand van Oran, Algiers en Béjaïa en in sommige hotels.
“Hoer” is een term die om de haverklap valt in Algerije
‘Jonge Algerijnen zijn seksueel buitengewoon gefrustreerd,’ merkt dr. Hammouda op. ‘Zelfs als ze een seksleven hebben zonder rol voor de vagina blijft het heel beperkt, en het niveau van frustratie is hier veel hoger dan in Europa.’ Een tijdlang konden de verlangens enigszins worden gereguleerd dankzij de opkomst van internet en mobiele telefonie (‘Het paradijs voor afspraakjes!’ noemt de jonge, charmante Dihya uit Béjaïa het enthousiast), maar die magische apparaten hebben ook een keerzijde.
‘In tegenstelling tot wat je zou verwachten, is door de opkomst van internet de frustratie van jongeren er niet minder op geworden, maar juist erger. Ze hebben een beeld gekregen van wat er allemaal mogelijk is, terwijl ze daarvóór geen idee hadden. Maar er zijn tegelijkertijd geen nieuwe mogelijkheden ontstaan om de opgewekte begeerte te bevredigen,’ stelt psychoanalyticus Aït Sidhoum.
In het Algerije van 2014 brengen jonge Algerijnen hun tijd vooral door in ‘cyberspace’. In elke stad en in elk dorp zijn er spaarzaam ingerichte ruimtes te vinden met daarin een twintigtal computers, met het scherm naar de muur toe gericht. Ze ademen triestheid, niemand praat er met elkaar. In plaats daarvan is men ‘in gesprek’ met – vaak onbekende – ‘vrienden’, die ze via Facebook, Skype of chatruimtes hebben opgeduikeld. Of anders worden er wel ongezien een paar nieuwe pornofilmpjes gedownload. Ook zijn er steeds meer locaties die wifi aanbieden, wat jongeren in staat stelt overdag of ’s avonds een paar uur het huis te ontvluchten.
Een van de meest in het oog springende gevolgen van de oplopende frustratie is de agressie waarmee jonge mannen in drukke straten van de grote steden meisjes nakijken of hen aanspreken. Nordine en Bachir, twee leerling-loodgieters van 22 en 23 jaar, hangen rond onder de arcades van Larbi Ben M’Hidi, de belangrijkste winkelstraat van Oran.
Er lopen twee ‘normaal’ geklede meisjes voorbij, het hoofd bedekt met een hijab en de lichaamsvormen verhuld onder meerdere lagen: een jurk, een trui en een djellaba. Onmiddellijk beginnen de twee jongemannen hen in grove bewoordingen lastig te vallen. Wanneer ze geen antwoord krijgen, wordt het tweetal voor ‘hoer’ uitgemaakt.
Het is een term die om de haverklap valt in Algerije, niet alleen in de zin van ‘prostituee’, maar eerder in die van ‘gemakkelijke vrouw’. Ketlouma Aguis geeft daar de volgende uitleg aan: ‘Het woord “hoer” [qahaba in het Arabisch] wordt gebruikt voor elke vrouw die zich niet conformeert aan de sociale normen, al is het maar een klein beetje. Dat kan binnenshuis zijn (weigeren het huishouden te doen of te koken) of buitenshuis, door middel van kleding, sigaretten, manier van lopen of het zich op bepaalde tijdstippen op bepaalde plekken bevinden.
Zodra een vrouw een van die vele niet-seksuele normen overschrijdt, wordt ervan uitgegaan dat zij ook de seksuele normen wel zal overschrijden zodra de situatie zich voordoet.’ Meerdere jonge mannen die we spreken noemen desgevraagd dochters van naar Frankrijk geëmigreerde Algerijnen ‘hoeren’. ‘Tuurlijk’, zegt Mokhtar uit Oran, die het ‘obscurantisme’ van de Algerijnse maatschappij te lijf zegt te willen gaan. ‘Ze gaan uit wanneer ze maar willen, doen geen hoofddoek om, ze roken, kussen hun vriend midden op straat. Dus zijn het hoeren.’
Voetbal en relletjes als uitlaatklep
‘De seksuele frustratie gaat samen met een sterke mate van latente agressie,’ vertelt klinisch psychologe Nalia Hamiche van het Bab El-Oued-ziekenhuis in Algiers. ‘De geschiedenis van Algerije is een aaneenschakeling van gewelddadige trauma’s, die nooit goed verwerkt zijn: de koloniale overheersing, de bevrijdingsoorlog en daarna de burgeroorlog van de jaren negentig. Door al die geweldstrauma’s, met daarbij opgeteld de seksuele frustraties, hebben Algerijnen hun driften niet goed onder controle. Jongens staan op straat constant op de loer, klaar voor de aanval.’
In elke stad zijn er wel plaatsen – de meeste eigenlijk – waar een ongeschreven wet het vrouwen verbiedt om zich er na een bepaald tijdstip te wagen, meestal na zonsondergang. ‘En wee degene die zich daar niet aan houdt: dan loopt ze de kans om seksueel belaagd te worden!’ Veel van de vrouwen die we spreken zijn meermaals betast, sommigen zelfs verkracht. ‘In mijn praktijk in het ziekenhuis kom ik veel gevallen van pedofilie en incest tegen,’ vertelt Nalia Hamiche. ‘Binnen het gezin, op school, in de moskee, enzovoorts. En de slachtoffers zwijgen erover, want er wordt toch niet naar hen geluisterd.’
Met dit seksuele leven van de Algerijnse jeugd in het achterhoofd worden veel sociale en politieke verschijnselen opeens begrijpelijker. ‘Seksuele onvolwassenheid en financiële afhankelijkheid, het is allemaal met elkaar verbonden,’ oppert psychologe Hamiche. ‘Door de oliegelden bevindt de jeugd zich in een positie van totale afhankelijkheid ten opzichte van de staat.
Jongeren hoeven niet echt te werken, de regering biedt voorzieningen waardoor ze toch altijd wel wat geld ontvangen, zonder er iets voor te hoeven te doen. Die situatie van afhankelijkheid zie je ook terug in de familiekring. Het recht van kinderen op seksuele en politieke autonomie wordt tot aan hun dertigste, vijfendertigste of zelfs veertigste niet erkend.’
Onze politici willen niet begrijpen hoe gevaarlijk al die spanning is
Het grootste deel van de jongeren heeft nooit gestemd. Ze ‘walgen’ ervan dat hun elke mogelijkheid tot sociale of politieke activiteit ontzegd wordt. Wat blijft er dan nog over? Een voetbalavondje, of anders een incidentele rel in de stad. Elke dag, behalve vrijdag, gaan er wel ergens in het land mannen schreeuwend de straat op, hitsen de buren op, steken autobanden en prullenbakken in de fik, bijvoorbeeld omdat het water in hun buurt is afgesloten, de gasaansluiting op zich laat wachten, beloftes van renovatie niet worden nageleefd of het vuilnis niet wordt opgehaald. En daarna gaan ze gelaten weer naar huis.
Volgens Aït Sidhoum vormen ‘deze relletjes een uitlaatklep om met de opgelopen spanningen om te gaan. Maar tegelijk is het onvoldoende om de beangstigend hoog opgelopen spanningen te kanaliseren. En onze politici willen maar niet begrijpen wat een gevaarlijke tijdbom al die spanning toch is.’
Het voetbal en de uitbarstingen van uitzinnige vreugde na een overwinning van het nationale elftal op het WK fungeren ook als bliksemafleider. Hamiche vermoedt dat ‘voetbalstadions en de straat na een overwinning tot ruimtes worden waar mannen de melancholie te lijf gaan. Door zo te keer te gaan, creëren zij de illusie dat ze leven.’
Maar zulke gelegenheden om zich uit te leven bieden zich maar zelden aan. Dan resteert alleen nog de droom om naar Frankrijk te verhuizen (het Franse consulaat kreeg in 2013 een half miljoen visa-aanvragen te verwerken, op een inwoneraantal van 38 miljoen), het eigen leven te wagen op zee om zo zelf Europa te bereiken, of in Syrië op jihad te gaan. Zelfmoordcijfers schijnen recordhoogten te bereiken, maar ook daarover geeft de staat geen gegevens vrij.
Seksuele blokkades nestelen zich ook op plekken waar je ze het minst zou verwachten. De 34-jarige journalist en activist Mohand is lid van Barakat, een kortgeleden opgericht platform van de meest uitgesproken militanten van het land. Guitig vertelt hij: ‘Wanneer er militanten bij mij thuis komen, stuur ik mijn vrouw naar haar familie in Kabylië.’
Waarom? ‘Ach, ziet u, we drinken, we roken, ze zou zich maar slecht op haar gemak voelen.’ Politicologe Naoual Belakhdar, die aan een Berlijnse universiteit onderzoek doet naar Algerijnse sociale bewegingen, vat het als volgt samen: ‘Pas wanneer je in Algerije demonstranten met hun vriendin, zus of moeder de straat op ziet gaan, zul je merken dat er echt iets veranderd is.’
Auteur: Pierre Daum
Vertaler: Valentijn van Dijk
Le Monde diplomatique Frankrijk, maandblad, oplage 300.000
‘Le Diplo’ heeft een linkse blik op de internationale politiek en cultuur. Kritisch op de wereldwijde effecten van het neoliberalisme. Met tien buitenlandse edities komt het lezersaantal op 1 miljoen.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.