Tag: Seks

  • Hoe we de orgasmekloof kunnen dichten. ‘Stel seks en penetratie niet gelijk’

    Hoe we de orgasmekloof kunnen dichten. ‘Stel seks en penetratie niet gelijk’

    Mannen komen bij heteroseksuele seks vaker tot een orgasme dan vrouwen. Maar als we ons alleen maar richten op de grote O, dreigen we andere vormen van seksueel genot over het hoofd te zien.

    Rachel Bilson, ooit de ster van het tienerdrama The OC dat zo’n twintig jaar geleden op de buis was, en meer recent presentator van een podcast over die show, vertelde dat ze pas op haar achtendertigste een orgasme kreeg door penetratie. Daarmee wakkerde ze een smeulende discussie aan over ‘de orgasmekloof’.

    Deze term verwijst niet naar de periode tussen het ontdekken van seks en het ontmoeten van iemand die weet hoe het moet. Dat zou zoiets zijn als levenslange gevangenisstraf een tussenjaar noemen. Nee, het is eerder een woordspeling op de loonkloof: het verschil in het aantal orgasmes dat mannen en vrouwen tijdens heteroseks zeggen te hebben.

    Heteromannen hebben volgens onderzoek van condoomfabrikant Durex vier keer zo veel orgasmes als heterovrouwen. Maar die cijfers vertroebelen de boel een beetje: 20 procent van de mannen en 5 procent van de vrouwen antwoordt ‘altijd’ op de vraag of ze een orgasme krijgen tijdens seks.

    De International Academy of Sex Research deed in 2017 meer gedegen onderzoek. Van de heteroseksuele mannen zei 95 procent meestal of altijd een orgasme te krijgen tijdens seks, gevolgd door 89 procent van de homoseksuele mannen, 88 procent van de biseksuele mannen, 86 procent van de lesbische vrouwen, 66 procent van de biseksuele vrouwen en 65 procent van de heterovrouwen. Wil je orgasmegelijkheid bereiken tussen mannen, vrouwen en seksuele voorkeuren? Dan zou je dus kunnen zeggen dat vrouwen seks moeten hebben met vrouwen en dat heteromannen moeten stoppen met liegen. Iedereen zou in dat geval in ongeveer 90 procent van de gevallen een climax bereiken.

    Objectieve schaal van uitmuntendheid

    Maar voordat hetero’s om deze orgasmedoelen te halen stoppen seks met elkaar te hebben, moeten we even een aantal misvattingen uit de weg ruimen. Ten eerste, als penetratie voor jou het enige is wat telt bij seks, zal het voor mannen altijd gemakkelijker zijn om tot een climax te komen – en dat is niet omdat ze egoïstisch zijn of niet hun best doen. ‘De eikel van de penis is zeer gevoelig, dus elke beweging is zeer aangenaam en maakt het gemakkelijker om te ejaculeren,’ zegt sekstherapeut Silva Neves. ‘De clitoris zit niet echt op de juiste plek om middels penetratie een hoogtepunt te bereiken.’ Maar een climax na clitorale stimulatie via andere manieren telt nog steeds als een orgasme. ‘Penetratie is geweldig – veel mensen vinden het zeer aangenaam – maar het is belangrijk om seks en penetratie niet gelijk te stellen,’ aldus Neves. ‘Orale seks is ook seks, wederzijdse masturbatie is ook seks, seksspeeltjes gebruiken met je partner is ook seks.’

    Mensen zeggen vaak dat het probleem hem zit in een gebrek aan communicatie tussen partners, die niet over de juiste taal en openheid beschikken om duidelijk te zijn over wat ze willen. Maar ik denk dat daaronder nog iets schuilt, namelijk de Henri Ford-manier om over seks te denken; dat iedereen hetzelfde in elkaar zit en hetzelfde wil. ‘Mensen proberen online te ontdekken wat het beste standje is en hoe je de beste minnaar wordt,’ zegt Neves. Volgens die redenering – dat er een objectieve schaal van uitmuntendheid bestaat en een orgasme een belangrijke indicator is van succes – is zelfs alleen aangeven wat goed voelt al impliciete kritiek, omdat iemand die er goed in zou zijn dat immers allang zou weten.

    ‘We moeten echt af van het idee dat seks goed of slecht is. Het gaat erom dat twee mensen plezier aan elkaar beleven’

    Het is een irrationele kijk op seks. Geen twee mensen zijn hetzelfde; zelfs binnen één persoon bestaan er grote variaties in wat hij of zij opwindend vindt, afhankelijk van met wie iemand is en hoe iemand zich die dag voelt. ‘We moeten echt af van het idee dat seks goed of slecht is. Het gaat erom dat twee mensen plezier aan elkaar beleven,’ zegt Neves.

    Natuurlijk zijn veel van deze denkkaders contraproductief. Door te spreken over een orgasmekloof, plaatsen we seks in een discours van ongelijkheid, waarbij heterovrouwen de verliezers zijn en heteromannen de winnaars. Dat is geen goed startpunt voor een open, intiem gesprek. Als we de climax tijdens geslachtsgemeenschap als doel beschouwen, sluiten we de deur voor eigenzinnigheid en experimenten, die juist de bron zijn van seksueel genot.

    Nog één ding, zegt Neves. ‘Veel mensen hebben ’s avonds seks, nadat ze gegeten hebben. Dat is niet het beste moment, want dan ben je moe en voldaan.’ Hij stelt voor om seks te hebben vóór het eten. Want sommige dingen zijn inderdaad wel universeel; na het eten zijn we allemaal wat luier.

  • ‘Kinderen zullen hoe dan ook naar porno kijken, of je nu met ze praat of niet’

    ‘Kinderen zullen hoe dan ook naar porno kijken, of je nu met ze praat of niet’

    Meer jongeren dan ooit kijken naar pornografie en met kunstmatige intelligentie en andere technologieën zal de virtuele sekservaring steeds persoonlijker en intenser worden. Wat ontbreekt, zeggen wetenschappers, zijn openhartige gesprekken en ‘pornogeletterdheid’.

    Als ouders zich ongemakkelijk voelen, weet Brian Willoughby dat hij goed werk doet. Een deel van zijn werk houdt namelijk in dat hij hun vertelt dat hun tieners naar pornografie kijken – hardcore, expliciet, vaak gewelddadig. Soms voert hij zo’n gesprek met een kerkelijke groep.

    Willoughby is sociaal wetenschapper aan de Brigham Young University, waar hij onderzoek doet naar de pornografische gewoonten van adolescenten en de invloed daarvan op relaties. Wanneer hij zijn toehoorders uitlegt hoe de moderne wereld in elkaar zit, spreekt hij duidelijke taal.

    ‘Ik moet altijd voorzichtig zijn als ik dingen wil formuleren. Dan zeg ik: “Ik zeg niet dat porno goed is – maar ik zeg wel dat het overal om ons heen is,”’ vertelt hij. ‘Je kunt je kop in het zand steken en doen alsof het niet bestaat, en zeggen dat het slecht is en nog meer gaan bidden, of meteen van een verslaving spreken, maar het gaat erom een realistisch begrip te hebben van wat er gebeurt.’

    In het verleden hebben veel ouders geprobeerd om het feit dat hun kinderen naar pornografie kijken te negeren, het gebruik ervan te verbieden of te hopen dat het overgaat. Maar wetenschappers die de omgang met online pornografie door adolescenten bestuderen, zeggen dat het inmiddels zo gewoon en onvermijdelijk is, dat een meer pragmatische aanpak beter werlt. Daarom willen ze erover praten.

    ‘Veel ouders denken bij porno nog steeds aan Playboy

    Het doel: adolescenten leren dat de expliciete inhoud die ze tegenkomen onrealistisch is, vaak een misleidend beeld geeft van seksuele relaties en daardoor potentieel schadelijk is. De aanpak vergoelijkt de inhoud niet en moedigt het gebruik ervan ook niet aan, benadrukt Willoughby. Maar deze erkent wel de alomtegenwoordigheid en het onrealistische, harde karakter ervan. De tijd van naaktbladen die veel aan de verbeelding overlieten, is allang voorbij.

    ‘Dat was naakt, geseksualiseerd,’ aldus Willoughby over de pornografie van vroeger. ‘Veel ouders denken bij porno nog steeds aan Playboy.’

    Gemiddeld zien Amerikanen voor het eerst online pornografie op twaalfjarige leeftijd, volgens een onderzoek van 2023 onder adolescenten door Common Sense Media, en 73 procent van degenen van zeventien jaar en jonger heeft het weleens gezien, een cijfer dat overeenkomt met ander onderzoek. Van degenen die opzettelijk of per ongeluk naar pornografie kijken, zegt meer dan de helft geweld te hebben gezien, waaronder verkrachting, verstikking of iemand die pijn lijdt.

    Recente wetenschappelijke artikelen pleiten ervoor dat adolescenten ‘pornogeletterdheid’ wordt bijgebracht, dat artsen jonge mensen vragen stellen over hun pornokijkgedrag en dat er gesprekken worden gestart tussen tieners en hun ouders.

    Ongemakkelijk

    Een artikel dat afgelopen januari werd gepubliceerd in het Journal of Family Medicine and Community Health, bepleit een praktijk die bijdraagt aan ‘een objectieve kijk op het pornografiegebruik van adolescenten, richtlijnen voor het screenen van pornografiegebruik en manieren om gesprekken over het gebruik tussen adolescenten en verzorgers te vergemakkelijken’.

    ‘Het is ongelooflijk hoeveel kritiek we kregen op dat artikel,’ zegt Emily Pluhar, klinisch psycholoog en docent aan de Harvard Medical School en auteur van het artikel. ‘Mensen dachten dat we porno goedkeurden. Wat we zeiden is: “Het is er.”’

    ‘Dit is een onderwerp dat zo ongemakkelijk is dat niemand erover wil praten,’ voegt ze eraan toe. ‘En het zal alleen maar erger worden.’ Met kunstmatige intelligentie en andere technologieën zal de virtuele sekservaring steeds persoonlijker en intenser worden, zegt ze. ‘We moeten hierover gaan praten.’

    Maar wat moeten volwassenen zeggen? Tot nu toe heeft de wetenschap nog geen duidelijk antwoord gegeven op de vraag of online pornografie – bij onderzoekers bekend als seksueel expliciet internetmateriaal – schadelijk is en voor wie.

    Jongeren wachten gemiddeld langer om te experimenteren met echte seks

    ‘Wat we al wel kunnen zeggen is dat het voor sommige mensen problemen kan veroorzaken in hun seksualiteit, relaties enzovoort,’ zegt Beata Bothe, psycholoog aan de Universiteit van Montreal, waar ze pornografiegebruik bestudeert. ‘Maar we hebben niet genoeg wetenschappelijk bewijs om te zeggen dat het schadelijk is, in ieder geval niet voor iedereen.’

    In februari was Bothe auteur van een artikel waarin werd vastgesteld dat sommige soorten pornografie het seksuele welzijn van kijkers kunnen beïnvloeden. Het onderzoek, een enquête onder 827 jongvolwassenen, toonde aan dat mensen die gepassioneerde of romantische pornografie keken een hogere seksuele tevredenheid in hun relaties rapporteerden, terwijl het kijken naar ‘pornografie waarin macht, controle en ruwe seks een rol spelen in verband werd gebracht met een lagere seksuele tevredenheid’. (In het onderzoek werd ook opgemerkt dat het gepassioneerde, romantische materiaal op grotere schaal werd bekeken dan de meer gewelddadige categorieën.)

    In 2021 toonde een onderzoek onder 630 Nederlandse adolescenten aan dat zij die meer pornografie bekeken op jongere leeftijd meer gevorderd seksueel gedrag vertoonden, zoals intiem contact en orale seks. Maar, zo merkten de onderzoekers op, het was onduidelijk of seksueel meer gevorderde adolescenten zich aangetrokken voelden tot pornografie of dat de pornografie hun gedrag aanstuurde. 

    ‘Adolescenten kunnen in de praktijk brengen wat ze hebben gezien en geleerd, en dat pornografiegebruik en seksueel gedrag kunnen elkaar na verloop van tijd versterken,’ merken de auteurs op. 

    Terwijl het pornografiegebruik onder Amerikaanse adolescenten is toegenomen, wachten jongeren gemiddeld langer om te experimenteren met echte seks. In 2021 gaf volgens de Centers for Disease Control and Prevention ongeveer een derde van de middelbare scholieren aan dat ze seks hadden gehad, een scherpe daling ten opzichte van tien jaar eerder, toen het cijfer dichter bij 50 procent lag. Experts hebben gesuggereerd dat het aantal activiteiten van adolescenten die een probleem kunnen vormen voor de volksgezondheid, zoals drinken en seks, mogelijk daalt omdat adolescenten meer tijd online doorbrengen. Maar volgens deskundigen is het terugdringen van gedrag als comazuipen, roken en seksuele experimenten mede te danken aan publieke voorlichtingscampagnes.

    Niet de werkelijkheid

    Volgens de experts die het gebruik van pornografie bestuderen, begint het onderwijzen van adolescenten over pornografie met een onbetwistbare waarheid: online pornografie is onrealistisch.

    ‘Porno is een film; wat we zien is niet de werkelijkheid,’ aldus Bothe. ‘Zelfs als mensen het leuk lijken te vinden wat ze doen, genieten ze er misschien niet echt van, of is het bijvoorbeeld pijnlijk.’ Dit kan vanzelfsprekend zijn voor sommige oudere adolescenten, zegt ze, maar niet voor de jongere consumenten van pornografie ‘die nog geen echte seksuele ervaring hebben opgedaan’.

    Hoewel het onderzoek bescheiden is, zegt ze dat zij en andere wetenschappers vermoeden dat ‘pornogebruik het seksuele gedrag van mensen kan beïnvloeden of veranderen’.

    Pluhar vertelt dat pornografie voor de naïeve kijker als een documentaire kan overkomen. Maar in de echte wereld, merkt ze op, ‘komen vrouwen niet onmiddellijk tot een hoogtepunt, draait het niet alleen om de man, is er sprake van toestemming, is er een relatie, gaat het niet alleen om fysieke verbinding’. Ze voegt eraan toe: ‘Deze mensen zijn allemaal dun en gespierd, en dat is ook niet hoe het er in het echt uitziet. Seks kan rommelig zijn. Online ziet het eruit alsof het allemaal van een leien dakje gaat. Het is mooier gemaakt.’

    En dan hebben we het nog niet eens over gewelddadige pornografie, die volgens Pluhar het schadelijkst kan zijn voor de kijker. ‘We hebben het dan over een vrouw die wordt neergegooid en verkracht,’ zegt ze. Ze behandelde eens een man die, toen hij jonger was, regelmatig werd blootgesteld aan gewelddadige pornografie en als gevolg daarvan bang was om intiem om te gaan met vrouwen, uit angst dat hij zou doen wat hij had gezien.

    In het ideale geval zou de maatschappij manieren vinden om pornografie te ontmoedigen

    Willoughby vertelt dat hij in gesprekken met groepen ouders of leerlingen soms anale seks aanhaalt als een voorbeeld van hoe misleidend pornografie is. Zo vertelt hij zijn publiek dat veel vrouwen niet van anale seks houden en het pijnlijk vinden, en dat deze vorm in de pornografie toch grotendeels is genormaliseerd. Daardoor gaan koppels, en vooral mannen, er vaak van uit dat het erbij hoort. Willoughby stelt zich vooral tot doel om realistische verwachtingen te scheppen, zodat partners een gedeelde visie hebben op wat er in de slaapkamer zal gebeuren.

    Hij vertelt dat hij soms ‘tegengas’ krijgt van ouders die bang zijn dat praten over het onderwerp het probleem zal verergeren, misschien door het consumeren van pornografie aan te moedigen. Maar dat idee noemt hij een mythe, die niet is gebaseerd op onderzoek en naïef is aangezien jongeren het materiaal nou eenmaal kennen en weten te vinden.

    Pornogeletterdheid is pas de eerste stap, voegt hij eraan toe, en misschien zelfs ‘een beetje een zwaktebod’; in het ideale geval zou de maatschappij manieren vinden om pornografie te ontmoedigen, en daarbij onder andere effectievere middelen inzetten om het te blokkeren.

    ‘Kinderen zullen hoe dan ook naar porno kijken, of je nu met ze praat of niet,’ zegt hij. ‘Als je daar enige invloed op wilt hebben, dan moet je dit gesprek voeren.’

  • Medellín, het walhalla van de sekstoerist

    Medellín, het walhalla van de sekstoerist

    De Colombiaanse stad Medellín wordt overspoeld door seks­toeristen, zoals de 36-jarige man die in een hotel werd ontdekt met twee meisjes van 12 en 13 jaar. ‘Er heerst hier een zeldzame vrijheid. Je kunt doen wat je wilt.’

    Yenifer staat op een hoek in de wijk San Diego, op 15 minuten lopen van het stadhuis van Medellín, met vijf andere meisjes. Ze hebben allemaal tatoeages, ze laten allemaal veel ontblote huid zien, ze zien er allemaal uit als tieners: het zijn allemaal minderjarige prostituees. Yenifer zegt dat ze Yenifer heet, maar dat lijkt een verzonnen naam te zijn. Ze zegt ook dat ze vijftien jaar oud is, en dat lijkt wel te kloppen. Ze heeft een meisjeslichaam, een meisjesgezicht: het is echt nog een meisje. En ze is nerveus. Een giechel onthult haar blauwe beugel. Ze draagt een paars topje en minirokje. Die bedekken haar buik en de getatoeëerde vlinder op haar heup niet. Ze zegt dat ze om negen uur is aangekomen en tot vier uur ’s ochtends gaat ‘werken’. Het is halftien. Het regent. Er staat haar een lange nacht te wachten.

    Ze legt uit dat ze twee maanden geleden is begonnen met dit werk, ‘vanwege problemen’, en kijkt naar de grond. Achter haar staan haar vriendinnen; ze zijn druk in de weer met hun mobiele telefoon en zien eruit zoals andere tieners. Yenifer zegt dat ze geen baas heeft, dat ze elke avond drie of vier – pedofiele – klanten bedient en dat de meesten van hen gewoon uit Colombia komen. Een half uur kost 100.000 peso’s [ongeveer 24 euro], het gangbare tarief in San Diego. Als er een buitenlander komt, wat ‘soms’ gebeurt, maakt ze de prijs drie keer zo hoog.

    ‘En wat gebeurt er als je hun je leeftijd vertelt?’

    ‘Dat hangt ervan af waarvoor ze komen.’ 

    De meisjes worden omringd door vrachtwagens, gesloten garages, slecht verlichte straten. Ze zijn niet de enigen: er zijn zo’n vijftig prostituees in de buurt. De meesten van hen zien er nog jonger uit dan Yenifer. Allemaal zijn ze het slachtoffer van seksuele uitbuiting en misbruik door klanten. Ze zijn slank, meisjesachtig, hun lichaam heeft zich nog niet gevormd. Vorig jaar werden er in Medellín meer dan 320 slachtoffers van seksuele uitbuiting van minderjarigen gemeld, volgens de ngo Valientes Colombia. Hier in San Diego staan er zo nog minstens dertig die aan die lijst kunnen worden toegevoegd.

    Ze worden vergezeld door een paar ­koffieverkopers die in de straat wonen, maar niet door de politie. Tijdens de anderhalf uur dat we in een taxi rondjes rijden door de buurt, komt er één keer een motor met twee agenten in uniform langs. Ze vragen niet naar ID’s, spreken niemand aan, stoppen niet: ze lijken niet geïnteresseerd. Volgens Yenifer en haar vrienden is dit normaal: ‘Het gebeurt elke avond. Ze kijken naar ons en dan gaan ze weer weg.’ 

    ANP 324347167
    Tippelende jonge meisjes in Medellín wachten op de volgende klant. – © ANP

    Anderhalf uur later, om elf uur, is het spitsuur in San Diego. Er komen steeds meer auto’s aan en beetje bij beetje verdwijnen de meisjes. De taxichauffeur, die zijn auto heeft geparkeerd en dit alles gadeslaat, doet een bekentenis: ‘Ik ben hier twee keer geweest omdat buitenlandse klanten me daarom vroegen. Beide keren pikten we meisjes op, heel jonge meisjes, elf of twaalf jaar oud. Beide keren heb ik ze afgezet bij een Airbnb.’

    Arrestatiebevel

    Eind maart werd in Medellín een 36-jarige inwoner van de VS door de politie betrapt in een hotel in de wijk El Poblado met twee meisjes van twaalf en dertien jaar. Volgens de Colombiaanse wet kan er alleen sprake zijn van seksuele toestemming van iemand onder de zestien jaar als de ander nog geen drie jaar ouder is. Ondanks het leeftijdsverschil van ruim twintig jaar werd Timothy Alan Livingston kort daarna vrijgelaten door de autoriteiten en twee dagen later teruggestuurd naar Florida. Op een video die op sociale media is geplaatst, is te zien hoe de twee meisjes geld aan het tellen zijn terwijl ze met de lift naar beneden gaan. Begin april vaardigde een Colombiaanse rechter een arrestatiebevel uit tegen Livingston. Het Openbaar Ministerie heeft de Nationale Politie gevraagd om Interpol een internationaal arrestatiebevel te laten uitvaardigen.

    De zaak leidde tot woede in het land en burgemeester Fico Gutiérrez moest in actie komen. De sheriff, zoals hij zichzelf noemt, ondertekende vervolgens twee decreten die tippelen in El Poblado, een zeer toeristische wijk, voor zes maanden verbieden – prostitutie is in Colombia niet illegaal en wordt ook niet bestraft. Tijdens een persconferentie zei Gutiérrez dat Parque Lleras, een omheind gebied vol nachtclubs en restaurants die populair zijn bij toeristen, een plek is geworden voor misdaden als mensenhandel, drugshandel en de uitbuiting van minderjarigen. Hij bepaalde ook dat alle bars in Parque Lleras de rest van de maand om één uur ’s nachts moesten sluiten, in plaats van om vier uur, de wettelijke sluitingstijd.

    Je lichaam verkopen

    Diezelfde nacht, voordat het decreet van kracht wordt, staat Alexa Gómez in Calle 10 in El Poblado, één blok verwijderd van Parque Lleras. Ze draagt een minuscuul zwart jurkje en wordt vergezeld door twee identiek geklede vrouwen. Na nog geen vijf minuten praten geeft ze zonder veel moeite de details van haar beroep prijs: ‘Ik regel meisjes, lieverd.’

    Gómez zit op het terras van een bar in El Poblado. Het regent hard. Onder een grote gele paraplu en met een biertje in haar hand begint ze te vertellen. ‘Weet je hoe moeilijk het is om je lichaam te verkopen, hoe vreselijk het is om bij mannen te zijn die je helemaal niks interesseren?’ vraagt ze. Ze heeft steil donker haar, donkere ogen, een doordringende blik, volle lippen, een slank lichaam en op haar rechterhand is het woord ‘biljoen’ getatoeëerd. Ze rilt en doet een rood jack aan dat bij haar sportschoenen past.

    Groene zones

    Medellín staat niet alleen bekend om geweld, drugshandel en prostitutie, de stad transformeerde het afgelopen jaar tot een pionier in stedelijke innovatie en duurzaamheid.

    De Colombiaanse stad maakt gebruik van zogeheten groene corridors om de temperatuur te verlagen en de leefbaarheid te verbeteren, schrijft Reasons to Be Cheerful. Deze groene zones, gevuld met inheemse planten en bomen, hebben sinds de start van het project in 2016 gezorgd voor een temperatuurverlaging van twee graden. Het project begon onder voormalig burgemeester Federico Gutiérrez en omvatte de aanleg van dertig groene corridors, goed voor ruim 70 hectare nieuwe of verbeterde groene ruimte. Deze corridors verbinden verschillende soorten groen, zoals parken, pleinen, verticale tuinen en zelfs de zeven heuvels rond de stad.

    De groene infrastructuur biedt naast verkoeling ook andere voordelen. Het aantal planten en bomen is sinds 2016 explosief gestegen, wat bijdraagt aan een betere luchtkwaliteit en een toename van de stedelijke biodiversiteit. Daarnaast spelen stadsboeren een cruciale rol in het onderhoud van deze groene ruimtes, wat weer werkgelegenheid biedt aan kansarme groepen.

    De aanpak van Medellín wordt, ondanks de uitdagingen die erbij komen kijken zoals hoge onderhoudskosten, wereldwijd erkend en heeft andere steden zoals Bogotá en São Paulo geïnspireerd om soortgelijke projecten te lanceren.

    Gómez heeft een ingewikkeld leven. Ze vertelt dat ze is geboren in Manizales, in het departement Caldas, en opgegroeid in Medellín, in Villa Hermosa, een populaire maar niet onveilige wijk vlak bij het centrum. ‘Ik kom uit een eenvoudig gezin,’ zegt ze. Ze leidt een groep van veertig prostituees en gaat drie keer per week met klanten naar bed. Om dat te kunnen doen, zegt ze, moet ze drugs gebruiken: tusi – roze cocaïne – helpt het best. ‘Je wordt er vrolijk van en iedereen houdt nu eenmaal van een glimlach,’ zegt ze. Ze gebruikt ook cocaïne als ze erg moe is. Haar dagen zijn niet makkelijk: ‘Ik ben alleen. Ik ben mijn hele leven alleen geweest. Mijn moeder stierf toen ik heel jong was. Ik heb vier broers en zussen, maar daar praat ik niet mee, die doen illegale dingen.’ 

    ‘Goed, maar jij bent een pooier.’ 

    ‘Ja, maar ik hou niet van die term. Ik word liever dealer genoemd.’

    ‘En hoe werkt dat, een dealer zijn?’

    ‘Dat zal ik je vertellen.’

    Ze zegt dat 90 procent van haar klanten buitenlanders zijn die ze ontmoet in disco’s, voornamelijk in Parque Lleras. Ze benadert ze en stelt zich voor. ‘Ik probeer altijd eerst vriendschap te sluiten. Het is niet alleen maar zakelijk,’ zegt ze. Als ze eenmaal aan de praat zijn, vraagt ze of ze op zoek zijn naar een meisje; ze biedt eerst haar vrouwen aan, voordat ze zichzelf aanbiedt. ‘Als zes van mijn meisjes bij mannen zijn, verdien ik hetzelfde als wanneer ik het zelf doe, maar dan zonder dat ik het hoef te doen,’ verklaart ze. Ze zegt dat ze ongeveer 4000 dollar per maand verdient als ze 120 dollar per uur rekent: de prostituee krijgt dan 100 en zij 20 dollar. Voor die prijs kunnen ze ‘orale en gewone seks hebben. Alles moet met bescherming.’ Als ze eenmaal een klant heeft, moet die een meisje kiezen, of meerdere.

    ‘Hoe doe je dat?’

    ‘Dat zal ik je laten zien.’ 

    Ze haalt haar mobiel tevoorschijn, opent WhatsApp en gaat naar de appgroep ‘Bichotas’, naar een nummer van Karol G, de favoriete zangeres van de Colombiaanse meisjes. ‘Wie is er vanavond beschikbaar?’ vraagt ze aan de groep. Binnen vijf seconden reageren er al een paar. Zeker zes antwoorden ‘ik’. Gómez typt ‘Foto’s’ en ineens wordt haar telefoon overspoeld met foto’s. De vrouwen sturen selfies, sommige heel expliciet. Plotseling verandert de dynamiek. Nu is Gómez degene die de vragen stelt.

    ‘Hoe wil je het hebben?’

    ‘Hoe bedoel je?’

    ‘Qua lichaam, hoe wil je dat ze eruitziet?’

    ‘Ik weet het niet…’

    ‘Hoe bedoel je, ik weet het niet?’

    ‘Ik heb dit nog nooit gedaan.’

    Gómez opent een chat met een meisje dat Maria heet. Ze laat verschillende foto’s zien die Maria haar heeft gestuurd. Op de ene is ze in een badkamer, op de andere in een poolcentrum, op weer een andere bij een zwembad. ‘Als je een klant was, zou je vanavond bij haar langs kunnen, maar dan moet je eerst een paar dingen doen,’ zegt ze, om te laten zien dat ze anders te werk gaat dan andere pooiers.

    GettyImages 2148692930
    Demonstratie tegen seksuele uitbuiting van minderjarigen in Medellín, na de zaak van sekstoerist Timothy Alan Livingston. – © Getty Images

    Ze legt uit dat alle klanten bij haar hun volledige naam moeten opgeven en het adres waar ze verblijven. Daarna moeten ze het geld vooruitbetalen, ook voor het vervoer van het meisje. Als dat is gebeurd, zegt Gómez, haalt ze het meisje op en zet haar af op de plek waar die haar werk gaat doen. 

    Na een uur belt ze haar op. Als ze klaar zijn haalt ze haar op, of ze spreekt met de klant af om de service te verlengen.

    Gómez omschrijft haar werkwijze als een ‘virtuelere en veiligere’ manier voor zowel de klanten als de werknemers. Medellín, de geboorteplaats van Pablo Escobar en ooit een van de gevaarlijkste steden ter wereld, is de laatste jaren een hotspot geworden voor internationale reizigers. In Colombia staat Medellín bekend als stad van innovatie, schoonheid, feesten en drugskartels. Dit heeft zowel positieve gevolgen gehad als negatieve, zoals sekstoerisme en seksuele uitbuiting van minderjarigen.

    In januari waarschuwde de Amerikaanse ambassade haar burgers om in Medellín geen gebruik te maken van datingapps zoals Tinder, Bumble en Grindr, nadat in de stad in twee maanden tijd acht Amerikaanse mannen onder bizarre omstandigheden om het leven waren gekomen. Er was geen bewijs voor een verband tussen de gevallen, maar er was een terugkerende factor: meerdere van hen hadden in hun laatste levensuren gedatet met mensen die ze via datingapps hadden ontmoet. ‘Talloze Amerikaanse burgers zijn gedrogeerd, beroofd en zelfs vermoord op hun afspraakjes in Colombia’, stond in de waarschuwing te lezen. 

    Het geweld treft ook Colombiaanse vrouwen: in Medellín zijn het afgelopen jaar meerdere vrouwen vermoord door buitenlandse mannen. Gómez zegt dat haar meisjes daar niets mee te maken hebben. Bij haar, zegt ze, werkt alles gesmeerd. Volgens haar zijn haar meisjes braaf, ouder dan achttien, stelen ze niet en doen ze hun werk goed.

    ‘En wat voor klanten heb jij?’

    ‘Ze zijn vaak dronken en verlegen. Ze zijn op zoek naar dingen die ze thuis niet kunnen krijgen.’ 

    ‘Zijn de meesten gescheiden?’

    ‘Schat, de meesten zijn getrouwd,’ antwoordt ze en barst in lachen uit.

    Iets verderop, in Parque Lleras, zit Bob, een van haar potentiële klanten. Bob komt uit de VS, is 78 jaar oud, heeft een Amerikaans hoofd, een witte baard, kort haar en een zwart T-shirt met vlekken. Hij is lang en heeft een dikke buik.

    ‘Er is geen andere plek in de wereld zoals deze,’ zegt hij in het Engels.

    ‘Waarom zegt u dat?’

    ‘Nou, kijk om je heen.’

    Overal getatoeëerde benen. Zo’n tweehonderd vrouwen schuilen voor de regen onder de luifels van Parque Lleras: één groot openluchtbordeel. Ze dragen doorschijnende T-shirts, superkorte rokjes, roken sigaretten en snuiven tusi uit hun make-uptasjes. Een paar buitenlanders wandelen tussen al deze ontblote huid door. Ze beginnen gesprekken met de meisjes in gebrekkig Spaans. ‘Me gusta’, zegt er een, terwijl hij naar het achterwerk van een van hen wijst. Een andere man kijkt verlekkerd terwijl hij de hand van een vrouw pakt die hem mi amor noemt. Niet veel later verdwijnen ze samen. En hier zit Bob van de ‘show’ te genieten met drie Venezolaanse vrouwen die volhouden dat ze geen prostituees zijn, maar ‘gezelschapsdames’. Ze leggen hun hand op zijn been aan en proberen hem over te halen nog een nachtje met hen door te brengen – de tweede in zes dagen. Maar Bob twijfelt of hij met hen mee zal gaan. Hij zegt dat hij van afwisseling houdt.

    Meer controle

    Bob vertelt dat hij al jaren de wereld rondreist. Betalen voor seks is hem bepaald niet vreemd en Parque Lleras is voor hem een speciale plek, zegt hij: ‘Er heerst hier een zeldzame vrijheid. Je kunt doen wat je wilt.’ Het is maandag, elf uur ’s avonds. Over twee uur wordt prostitutie hier verboden, maar Bob maakt zich daar geen zorgen over; hij zegt dat het beter is voor toeristen zoals hij. ‘Er zal meer controle zijn over de meisjes, minder kans om beroofd te worden. We kunnen nog steeds op zoek blijven gaan,’ zegt hij. Terwijl hij dit allemaal vertelt, streelt Yuliet, een meisje uit de Venezolaanse plaats Valencia, zijn gezicht. Ze vertelt dat ze 24 jaar is en sinds twee jaar als ‘gezelschapsdame’ werkt.

    ‘Wat deed je daarvoor?’

    ‘Bedelen op straat.’

    Twee uur lang zit Bob naast Yuliet en twee andere meisjes. Ze drinken bier, roken sigaretten en communiceren via Google Translate. Aan de volgende tafel doet zich een soortgelijke situatie voor. Een meisje in een Chicago Bulls-shirt streelt het kale hoofd van een witte man. Die zit er samen met twee mannen van zeker zestig jaar die geen Spaans spreken en ook niet met de media willen praten. ‘Alstublieft, we zijn op vakantie. We willen geen vragen beantwoorden. We willen ons hier gewoon vermaken,’ zeggen ze.

    Om 00.50 uur komt de politie – er is hier wél politie – om iedereen weg te sturen. Onder het geloei van de sirenes begeven de mensen zich massaal naar de uitgang die naar Calle 10 leidt. Het lijkt wel een religieuze bedevaart, maar dan met heel andere waarden. Meisjes haasten zich om nog met een buitenlander mee te gaan; ze kunnen het zich niet veroorloven om een nacht werk te verliezen. Net buiten de uitgang staat Yuliet nog steeds naast Bob, die niet met haar mee wil. De man wijst naar twee andere meisjes, zegt ‘hotel’ in het Engels en ze vertrekken. Yuliet zit vanavond zonder werk.

    #SOS

    Twee dagen later ziet de plek er heel anders uit. Het is 23.30 uur. Tippelen is inmiddels verboden in Parque Lleras, dat vol hangt met grote gele posters tegen de maatregel. ‘#SOS. Wij steunen de seksuele uitbuiting van kinderen niet. Nee tegen decreet 0247 van 2024. Vijfduizend gezinnen zonder werk,’ staat er te lezen. Volgens de werkgevers zal het decreet hun veel geld kosten. Volgens Alexa zijn veel van hen ‘hoerenlopers’.

    Ondanks het decreet zijn er nog steeds veel vrouwen in Parque Lleras: zo’n zeventig, vergezeld door een twintigtal buitenlanders. Ze wisselen telefoonnummers uit, drinken biertjes in de bars, houden elkaars hand vast en lopen in stelletjes weg. Het tafereel wordt gadegeslagen door ambtenaren van de gemeente, die de toeristen tegenhouden om de nieuwe maatregelen uit te leggen. Ook zijn er veel politieagenten. Maar die houden niemand tegen: ze controleren alleen de identiteitspapieren van de meisjes bij de ingang.

    ‘Pardon, agent, is prostitutie hier sinds maandag niet verboden?’ 

    ‘Ja, maar we kunnen niet bewijzen dat ze zich prostitueren.’  

  • De pornoparadox

    De pornoparadox

    Hervormers vrezen dat steeds meer buitensporige pornosites de verlangens van gebruikers vervormen. Maar het overschrijden van grenzen is altijd een deel van de aantrekkingskracht geweest.

    Sommige mensen vinden dat inhoud altijd vrij moet zijn, net als mensen zelf. Die gedachte lijkt te worden bevestigd door de ruim 9 miljard bezoeken per maand aan pornowebsites en ‘tubes’, waar professionals en amateurs seksvideo’s uploaden die anderen kunnen bekijken, op elk gewenst tijdstip en zonder ervoor te betalen, zoals veel lezers waarschijnlijk al weten.

    Werkt non-stop gratis porno bevrijdend? Of beperkt het ons en maakt het ons minder menselijk? Het is een van de hedendaagse vragen die sociologe Kelsy Burke onderzoekt in The Pornography Wars: The Past, Present, and Future of America’s Obscene Obsession [De Pornografieoorlogen: verleden, heden en toekomst van de obscene obsessie van Amerika]. Het antwoord hangt af van hoe je ‘ons’ definieert, want pornoproducenten – net als andere content makers die in digitale sweatshops werken komen er nauwelijks van rond. Pornhub trekt weliswaar meer bezoekers per maand dan Netflix of TikTok, maar volgens een online gids voor beginnende porno-ondernemers levert een video met een miljoen views nog geen 500 dollar op.

    Anders dan in de jaren zeventig en tachtig – de hoogtijdagen van XXX-films met meerdere draaidagen en budgetten voor catering, en met grote winsten en florerende sterren – genereert de nieuwe porno-economie haar inkomsten hoofdzakelijk uit advertenties. Dat geld komt ten goede aan de eigenaars van de sites, niet aan de makers. De betaalsite OnlyFans levert slechts enkele sterren veel geld op, maar voor de meeste valt dat nogal tegen: pornoacteurs worden als het ware dubbel genaaid. Daarom creëren ze nu nieuwe content, laat Burke zien: een-op-eeninteractie met klanten in ‘camming’-sessies bijvoorbeeld, als aanvulling op content waarvoor ze amper betaald worden. En ook dat materiaal komt dan vaak weer op gratis sites terecht.

    Gepolariseerd

    Of de alomtegenwoordige pornografie ons degradeert of juist emancipeert, hangt ook af van met wie je erover praat, aldus Burke. Ze is minder geïnteresseerd in porno als zodanig dan in de aanhoudende discussie erover. De discussie over het feit dat pornoconsumptie slecht is voor de gezondheid, is alleen maar verder gepolariseerd sinds het Congres in 1842 de eerste van talloze niet-werkende maatregelen aannam tegen de verspreiding van obsceen materiaal.

    In haar veelomvattende boek begeeft Burke zich tussen pornoproducenten, kijkers, activisten en diverse deskundigen (inclusief zelfbenoemde experts). De kern van haar project wordt gevormd door interviews met een kleine, niet-willekeurige selectie van betrokkenen bij de pornostrijd: 52 ondervraagden die antiporno zijn en 38 die zij ‘pornopositief’ noemt. Burke benadert de geïnterviewden ‘eerder nieuwsgierig dan oordelend’ en laat ze hun tegengestelde opvattingen meestal op papier uitvechten; daarbij trekt ze de mythes van beide kanten in twijfel en signaleert ze waar de uiteenlopende overtuigingen soms samenkomen.

    De antipornogroep is grotendeels mannelijk, religieus en verbonden aan hulpprogramma’s voor pornoverslaafden. Er zitten zowel cliënten als clinici bij, en Burke sprak ook met niet-gelieerde bekeerlingen en activisten. Die beweren dat kijken naar porno fysieke en emotionele schade toebrengt. Velen denken zelfs dat kijken naar porno biologisch verslavend is, onze hersenen binnendringt en onze grijze massa verandert. Of dat de reactie van het dopaminesysteem op online porno dwangmatig gedrag in de hand werkt. Er zijn meer dan genoeg wetenschappelijk klinkende theorieën. Hier merkt Burke op dat ze geen definitief bewijs heeft gevonden voor dergelijke neurobiologische beweringen.

    Maar, zegt ze, het is ook een lastig onderwerp om onder laboratoriumomstandigheden te bestuderen: een subjectief onderwerp als gedragsverslaving valt ‘nagenoeg onmogelijk’ te beoordelen met objectieve metingen zoals hersenscans. En, zoals de socioloog Gabriel Abend het ooit zei: onderzoekers zijn nooit neutraal of objectief over de moraliteit van menselijk gedrag. Zijn onze hersenen zo gemaakt dat mannen seks gescheiden zien van romantiek, terwijl vrouwen ervan dromen de twee op gelukzalige wijze te verenigen? Het antwoord op die vraag laat Burke over aan Cordelia Fine, een psychologe die haar carrière besteedt aan het ontkrachten van dergelijke theorieën; Fine bedacht er de term neuroseksisme voor.

    Bij de antiporno-ondervraagden van Burke – een ‘opmerkelijke alliantie’ die evenredig politiek-ideologisch verdeeld is, merkt ze op – is ook een seculiere groep feministen die meer leunt op argumenten over vrouwenhaat en de verwording van seks tot handelswaar. Er is volgens hen geen aandacht voor het plezier van vrouwen, of dat plezier wordt geveinsd om mannen te behagen. Ook daar keert Burke zich tegen. Zij noemt dit ongefundeerd activisme dat slechts steunt op persoonlijke opvattingen over goede en slechte seks en ideeën over ‘hoe authentieke seksualiteit voor vrouwen eruit zou moeten zien’.

    Zelfs de discussie over pornoverslaving, merkt ze scherpzinnig op, weerspiegelt genderongelijkheid. Een vrouw die van porno houdt wordt eerder als ziekelijk weggezet dan een man die van porno houdt: haar voorkeur wordt gezien als een teken van trauma of slachtofferschap in het verleden. Bij mannen, schrijft Burke, wordt overdadige aandacht voor porno vaak toegeschreven aan een sterke geslachtsdrift en worden hun pogingen om ervan af te kicken gezien als een bewijs dat ze hun driften kunnen beheersen.

    ‘We nemen onze kinderen ook niet mee naar Fast and the Furious met de verwachting dat ze dan leren rijden als Vin Diesel’

    Burke richt zich in het bijzonder op het groeiende aantal mannelijke millennials dat het ‘fappen’ – een klanknabootsing voor masturbatie – wil overwinnen. (Een forum op Reddit met de naam NoFap heeft bijna een miljoen volgers.) Een opvallende onthulling in het boek is hoe zwaar de retoriek over pornoverslaving is in de wit-nationalistische en online subculturen, waar de alomtegenwoordigheid van porno wordt toegeschreven aan liberalen, feministen, socialisten en Joden; voor deze meute zijn dat inwisselbare schurken. En dat terwijl veel liberale feministen en Joodse socialisten ongetwijfeld zelf verontrust zijn dat porno kijken bij jonge mannen de plaats inneemt van daadwerkelijke seks en echte relaties.

    Burke bezit de gave om buitengewoon onverstoorbaar te blijven over zelfs de meest heikele onderwerpen, inclusief de vraag of kinderen – die naar verluidt voor het eerst worden blootgesteld aan online porno op de leeftijd van tien tot vijftien jaar – worden beschadigd door pornografie. Het is een zorg die de beide kampen het dichtst bij elkaar brengt. ‘Alle opvoeders, therapeuten, religieuze leiders en activisten die ik interviewde, ongeacht hun standpunt over porno zijn het erover eens dat het slechte seksuele voorlichting oplevert’, schrijft ze, vooral het gratis gestreamde spul waartoe kinderen het gemakkelijkst toegang hebben. Iedereen benadrukt de noodzaak van betere communicatie tussen ouders en kinderen over porno. Dat geldt ook voor Andre Shakti, sekswerker en seksuele opvoeder, die overigens wel benadrukt dat porno entertainment is en geen handleiding: ‘We nemen onze kinderen ook niet mee naar Fast and the Furious met de verwachting dat ze dan leren rijden als Vin Diesel.’

    Tegenstanders van pornografie die verontrust zijn over de normalisering van handelingen als klaarkomen in het gezicht, waardoor tienermeisjes zich onder druk gezet kunnen voelen om eraan mee te moeten doen, vinden dat de gevaren van porno al vroeg moeten worden ingeprent (‘Zie je een “erge” foto, blijf dan niet kijken, maar keer je ervan af en praat erover!’). Sommigen zijn er voorstander van om ’s nachts alle elektronische apparaten uit slaapkamers van kinderen te verwijderen – het digitale equivalent van het victoriaans aanprijzen van gadgets tegen masturbatie.

    De ‘sekspositieve’ benadering, voortkomend uit bezorgdheid over dates en seksueel geweld, moedigt ‘pornogeletterdheid’ aan in plaats van vermijding, en steunt ouders in gesprekken met tieners over het verschil tussen echte seks en porno. De progressieven en sociale wetenschappers met wie Burke praat zijn doorgaans realisten. Seksueel expliciete media zijn er in overvloed in onze samenleving, vinden ze, en porno is niet de enige bron van vrouwenhaat en slechte seks; de prioriteit moet liggen bij het onderwijzen van instemming en context. Conservatieven (van zowel religieuze als seculiere snit) benadrukken de schadelijkheid: ‘Pornografie dringt je hersenen binnen en richt daar schade aan’, aldus een christelijk prentenboek voor kinderen vanaf zes jaar.

    Fantasie

    De ‘pornopositieve’ geïnterviewden, van wie de meesten vrouw en seculier zijn, leggen over het algemeen de nadruk minder op pornoconsumptie dan op de productiekant van de industrie. Burke sprak met sekswerkers en activisten die zich verzetten tegen de recente vermenging van de antipornobeweging met de beweging tegen mensenhandel, waardoor alle sekswerk met mensenhandel wordt gelijkgesteld. Dat sluit instemming uit – een vorm van paternalisme waar ook Burke tegen is. Ondertussen maken activisten bezwaar tegen het besluit van creditcardmaatschappijen om hun banden met Pornhub te verbreken. Hun argument is dat de winst van Pornhub, afkomstig van advertenties, niet noemenswaard zal verminderen, evenmin als het aantal video’s waarbij geen sprake is van instemming. Maar die stap heeft wel directe gevolgen voor legale, bewuste pornomakers van wie velen zich juist tot het internet hebben gewend op zoek naar meer veiligheid en controle over hun werk.

    Burke sprak met een feministische pornograaf voor wie controle over de camera een manier is om haar eigen seksualiteit te herwinnen. Ook sprak ze met een groep die de branche wil hervormen en die een ‘Makershandvest’ heeft gepubliceerd, waarin instemming prioriteit heeft. Het probleem, zo erkennen ze, is dat de ‘feministische’ en ‘ethische’ porno die door progressieve pornografen wordt geproduceerd, uiteindelijk als de zoveelste niche op pornosites belandt, en het daar moet opnemen tegen ‘anaal’ en ‘Aziatisch’. Niemand mag overigens concluderen dat hervormers daadwerkelijk de porno-industrie hervormen: Burke heeft een aantal huiveringwekkende en ongetwijfeld veelvoorkomende verhalen over seksuele en financiële uitbuiting van jonge vrouwen die proberen door te breken in de business. Ze lenen zich bij uitstek voor manipulatie door iedereen die zichzelf ‘manager’ noemt en zich daarbij onder andere tot taak stelt zelf de mannelijke hoofdrol te spelen in de eerste film van zijn cliënt.

    Een ander probleem voor wie zich ‘ethisch’ door het doolhof van online porno probeert te bewegen, is dat onze seksuele verlangens niet altijd stroken met onze waarden of opvattingen. Een queer feministische socioloog betreurt het dat ze minder opgewonden raakt van vertrouwde feministische porno dan van de ranzige mainstream porno, terwijl ze zich heel bewust is van seksisme, racisme en slechte werkomstandigheden. Een christelijke vrouw die vertelt verslaafd te zijn aan masturbatie, moest zelfs stoppen met het kijken naar libido-schadende series als The Handmaid’s Tale, omdat ze vreesde opnieuw de fout in te gaan. Dat is het probleem met fantasie: alles kan porno zijn. En porno die jou opwindt komt niet noodzakelijk overeen met de seksuele identiteit die je omarmt. Denk maar aan de schrijnend hilarische scène in The Kids Are All Right waarin twee lesbische moeders naar porno met homomannen kijken om hun seksleven op te peppen. In 2017 zei Pornhub dat 37 procent van de personen die naar porno met mannelijke homo’s kijken, vrouw was.

    Porn-on-demand belooft overvloed, onbegrensdheid en misschien zelfs wel enige transcendentie

    Net zoals ik zelf soms verwonderd ben over mijn keuzes voor bepaalde onderwerpen, vraag ik me altijd af welke persoonlijke drijfveer achter ogenschijnlijk wetenschappelijke boekprojecten schuilt. Burke laat ons niet in het ongewisse over die van haar. Als wedergeboren christen ontdekte ze in haar tienertijd dat ze graag naar de verstopte Playboys van haar vader keek, wetende dat ze ‘de zonde van de lust’ beging. Bovendien werd ze belaagd door homoseksuele fantasieën, ofwel ‘homoseksuele perversie’ in de taal van haar gezindte. Nu ze volwassen is, wijdt ze haar academische carrière aan het navigeren tussen diezelfde uitersten. ‘Sociologie werd het instrument dat ik gebruikte om niet alleen mijn seksualiteit en geloof te begrijpen, maar ook de hardnekkige wijze waarop seks en religie meer in het algemeen botsen in de Amerikaanse cultuur en politiek.’

    Hoewel ik blij ben voor Burke dat ze dit dilemma zo productief weet aan te pakken, vraag ik me ook af of die tienerverboden niet tot bepaalde conceptuele lacunes hebben geleid toen ze haar onderzoek in kaart bracht. Door haar focus op de tegenstellingen zoek je in haar boek tevergeefs naar iemand – man of vrouw – die gewoon van porno houdt zonder er een therapeutische missie of een zaak van te maken. Ook leer je van Burke niet veel over de werkelijke inhoud van porno, hoewel ze na bestudering concludeert dat porno uit de eenentwintigste eeuw gewelddadiger is dan die van vroeger, en dat de slachtoffers van dat geweld onevenredig vaak uit gemarginaliseerde groepen afkomstig zijn. (De populaire cultuur in het algemeen is natuurlijk ook gewelddadiger geworden, maar dat wordt niet vermeld.) Details die wel naar boven komen suggereren enkele interessante thema’s die onaangeroerd blijven. In 2014 behoorde incestporno tot de top van de zoekopdrachten op Pornhub, merkt ze terloops op. Je zou kunnen zeggen – buiten het feit dat sexy stiefmoeders een eeuwige fantasie zijn – dat porno er altijd al op was gericht taboes te doorbreken en onfatsoenlijk te zijn. Wellicht is dat iets wat wij regelzieke mensen leuk vinden.

    Alsof te veel naar porno kijken nog steeds verboten zou zijn, wil Burke niet al te veel nadenken over de waaromvraag, afgezien van de mogelijkheden tot fappen die al die toegewijde kijkers geboden wordt. Je zult haar niet betrappen op de vraag of er misschien meer complexiteit en emotionele verlokkingen ten grondslag liggen aan deze ervaring, of misschien zelfs wel enkele diepere menselijke verlangens.

    Die verlokkingen brengen me bij dat andere onderwerp waarvan ik verwachtte dat Burke het zou aansnijden, gezien de grondige religiositeit die haar werk doordringt: het terrein dat porno en religie delen. Zeker, religie biedt doelen en troost die vreemd zijn aan porno. Toch richten beide zich op een gemeenschappelijk verlangen om buiten onszelf te treden, om los te komen van deze wereld, al is het maar tijdelijk. Porno hoeft niet alleen letterlijk genomen te worden: vrouwen kunnen fantaseren over man zijn en andersom en ze kunnen fantaseren over op andere potentieel bevrijdende en gevaarlijke manieren in opstand komen. Porn-on-demand belooft overvloed (wat je maar wilt, wanneer je het maar wilt), onbegrensdheid (een wereld zonder remmingen), en misschien zelfs wel enige transcendentie of anders op z’n minst een nooduitgang.

    In een essay genaamd Tongues Untied: Memoirs of a Pentecostal Boyhood [Losgemaakte tongen: jongensjaren bij de Pinkstergemeente] schrijft de literator en queer theoreticus en inmiddels atheïst Michael Warner van Yale dat ‘religie dingen bewerkstelligt waarbij de seculiere cultuur hooguit alleen maar in de buurt kan komen’. Zonder religie te willen reduceren tot seks, vindt hij net als anderen overlappingen bij onder meer Georges Bataille en Harold Bloom. Religie biedt verrukking; ze ‘stelt een taal van extase beschikbaar’, geeft ons de ‘stroboscopische afwisseling van genot en verwoesting’. Net als seks in zijn meest intense vorm.

    Hoewel het christendom in het verhaal van Warner altijd behoorlijk queer is (‘Jezus was mijn eerste vriendje’), klinken de worstelingen van zijn tienerjaren als die van Burke. De ‘twee soorten extase’ die in de aanbieding waren, vormden ook voor hem een kwellend dilemma; het was ondraaglijk om elke nacht te moeten kiezen tussen orgasme en religie; ‘Ik was er zeker van dat God niet wilde dat ik klaarkwam.’ Tegelijkertijd bood de viering van extase middels religie een manier om ‘overtredingen tegen de normale orde van de wereld’ te zien als iets goeds.

    Utopie

    Burke kiest een minder zondige weg om zich met haar eigen innerlijke tegenstrijdigheden te verzoenen. Het anti- en pro-pornokamp zetten zich eigenlijk voor hetzelfde in, concludeert ze: ‘Mensenrechten, seksuele instemming en een bevredigend leven.’ Iedereen streeft naar ‘echte en authentieke seksualiteit’ en wil zich losmaken van de ‘nepseks die ons omringt’. Ze biedt een geruststellend perspectief, en ongetwijfeld is de authenticiteit van tedere, zorgzame seks met een ander zeer aan te bevelen. Maar voor velen is dit buiten bereik, en klinkt het ook een beetje saai.

    Het immense pornopubliek suggereert dat velen van ons ook nog graag even wat uitstel van authenticiteit willen. Porno biedt een wereld waarin je niet hoeft stil te staan bij de persoonlijkheid en verwachting van anderen, een wereld waarin (nog fantastischer) mannen en vrouwen in bed dezelfde dingen willen, een wereld ook waarin net als in het freudiaanse onbewuste geen ‘nee’ of seksuele remmingen bestaan. Het is een utopie in de ware zin van het woord: een wereld die niet bestaat.

    We zullen nooit in een wereld leven waarin de grote porno-oorlog zal zijn beslecht, noch in een wereld waarin de seksuele moraal zegeviert, of in een zonder seksuele verboden. De strijdenden zelf zijn zich hier goed van bewust, ontdekte Burke tijdens haar interviews. Niemand denkt het gevecht te zullen winnen. Waar beide kampen het wel over eens zijn, is dat iedereen beter af zou zijn zonder pornosites die je gratis kunt streamen. Nu de gebruikers nog overtuigen.

  • Het einde van de seksscène: ‘Seks op tv doet te vaak nep, abstract of verdorven aan’

    Het einde van de seksscène: ‘Seks op tv doet te vaak nep, abstract of verdorven aan’

    Als intimiteit in films pas achteraf met de computer wordt toegevoegd, krijgen we cynische, halfalgoritmische stellen zonder chemie voorgeschoteld. Terwijl we juist échte liefdesverhalen nodig hebben, schrijft cultuurcriticus Sophie Gilbert.

    Check deze theorie: vergeet seks, vergeet naaktheid, vergeet het jazzy soft-focus neuken in Red Shoe Diaries en de slierten speeksel in Top Gun. Want zoals de geschiedenis van film en televisie laat zien, is gewoon naar elkaar kijken soms het meest sexy wat twee mensen op het scherm kunnen doen. Kijken, langere tijd, net zolang tot de lucht om hen heen begint te knetteren: begeerte en begeerd worden ineen. Het maakt niet uit dat wij toekijken en onze eigen gedachten en ervaringen projecteren op de geladen negatieve ruimte tussen de personages.

    Als we het hebben over de ‘chemie’ tussen twee acteurs op het scherm, doelen we meestal op hun vermogen om elkaar aan te kijken en ons te laten geloven in wat zij zien. Maar het valt op hoe weinig de twee hoofdpersonen elkaar überhaupt lijken te zien in de recente Netflix-film You People. Ezra (gespeeld door Jonah Hill) en Amira (Lauren London) hebben aan het begin van de film een vertederende ontmoeting die is geladen met micro-agressie: hij springt achter in haar Mini in de veronderstelling dat zij zijn Uber-chauffeur is. Hij charmeert haar, om geen andere reden dan dat het in het script staat. Het is niet geheel correct om te stellen dat Hill voortdurend uitstraalt dat hij zich gedwongen voelt, maar we kunnen ook niet naar waarheid beweren dat het niet zo is. Ezra en Amira kijken tijdens hun lunchdate en uitstapjes naar van alles en nog wat, behalve naar elkaar: sneakers, een kunsttentoonstelling, iets grappigs op iemands telefoon. Vanwege een shot van zijn in sokken gehulde voeten die de hare raken, vermoeden kijkers dat de twee seks hebben. De volgende ochtend zegt Amira tegen Ezra dat ze vanaf nu exclusief daten. Dat doet ze tijdens het flossen van haar tanden – waarschijnlijk het minst sexy wat iemand kan doen in het bijzijn van een ander.

    Ongemakkelijk gevoel

    De twee personages hebben een nagenoeg negatieve chemie. Het maakt de recente bewering van een van de acteurs aannemelijk dat de enige kus van het stel, helemaal aan het einde van de film, in de postproductie is gegenereerd met de computer, kennelijk vanwege coronavoorschriften. Dat lijkt logisch. We leven immers al in een tijd van deepfake porno, dus waarom dan ook geen deepfake zoenscènes, als alle betrokkenen daarmee instemmen? Sterker nog, waarom schrappen we gefilmde liefdesscènes niet helemaal? Acteur Penn Badgley, die in de Netflix-serie You speelt, zei onlangs in een interview met Variety dat het vierde seizoen van de serie op zijn verzoek minder seksscènes bevat, omdat die hem een ongemakkelijk gevoel gaven. Acteurs hebben doorgaans een hekel aan intieme scènes; regisseurs gebruikten ze van oudsher om hun macht te misbruiken. Als ze zouden verdwijnen, wat verliezen we daar dan eigenlijk mee?

    Misschien alles. Vroeger was de opwindende intimiteit van de wederzijdse blik overal aanwezig in films en op televisie. Cecilia en Robbie zijn in Atonement gevangen in elkaars blik, nadat Cecilia drijfnat uit een fontein is geklommen. Monica ontmoet in Love & Basketball eindelijk de ogen van Quincy en kan niet wegkijken als hij de riem van haar jurk grijpt. Die interactie is trouwens bijna identiek aan een van de beste televisiescènes aller tijden: het moment waarop Connell en Marianne in Normal People onderhandelen over hoe ze voor het eerst de liefde zullen bedrijven. Ze kijken elkaar aan met een intrigerende erotische intensiteit die niet onderbroken wordt door gelach of ongemakkelijkheid. Vrijwel de hele film Portrait of a Lady on Fire is een experiment met beladen kijken, poseren en gezien worden. Zelfs sitcoms doen het soms goed – denk aan Nick in New Girl, die met een duidelijk oprecht verlangen naar Jess staart nadat hij haar onverwacht voor het eerst heeft gekust.

    Seks op tv doet te vaak nep, abstract of verdorven aan

    Zonder gefilmde verkenningen van romantische liefde en erotisch verlangen wordt hedendaagse seks grotendeels bepaald door porno. En porno verhoudt zich tot echte menselijke ervaringen als de Londense dakscène in Mission: Impossible-Fallout zich verhoudt tot mijn dagelijkse woon-werkverkeer. Porno doet alsof seks slechts simpele mechanica is: een gechoreografeerde uitstalling van lichaamsdelen in strikte volgorde – vreugdeloos en algoritmisch. De invloed ervan is doorgedrongen tot vrijwel elk aspect van het menselijk leven, inclusief de televisie, die de laatste tijd meer aandacht besteedt aan schreeuwerige sekspositieve docuseries dan aan fantasierijke portretteringen van wederzijds verlangen.

    Seks op tv doet te vaak nep, abstract of verdorven aan. Denk aan de gigantische prothetische penissen in The White Lotus en Pam & Tommy, de pornografische hoorn des overvloeds vol genotloze, afstandelijke seksuele ervaringen in Euphoria; de inhalige, disfunctionele seks in Succession en Industry. Love Life, een van de weinige series die retro genoeg was om romantische relaties tussen volwassenen te ontleden, werd geannuleerd; over een andere serie, Modern Love, verkeren we momenteel in het ongewisse. Alleen Heartstopper en Never Have I Ever – beide verkenningen van liefde en identiteit onder opgroeiende tieners – blijven dan over voor het serieuze, volwassen werk, waaruit ook kan blijken wat mensen voor elkaar betekenen.

    De liefdeloosheid van de hedendaagse popcultuur is vooral opmerkelijk als je bedenkt wat er ondertussen op TikTok is te zien: een eindeloze, gretige viering van romantiek in al haar verschijningsvormen, en dan vooral in literaire fictie. BookTok hielp Colleen Hoover, auteur van ongegeneerd expliciete en oprechte verhalen over liefde en relaties, naar de top van de bestsellerlijsten. Een publiciteitsmedewerker van Hoover vertelde aan NPR dat GenZ ‘een enorm publiek voor romantiek’ is, deels omdat ‘hun jeugd werd gekenmerkt door wereldwijde sociale verwarring en onrust’ die hen ‘op zoek heeft doen gaan naar een “ze leefden nog lang en gelukkig”’. Maar Hoovers succes gaat niet alleen over escapisme. Ze onthult in haar meest besproken boek tot nu toe, It Ends With Us, ook langzaam dat haar stereotype alfamannetje een misbruiker is.

    Amper 1 procent

    Dat is volgens mij precies de reden waarom we meer verkenningen van liefde, seks en verlangen in de kunst nodig hebben. Het zijn fundamentele elementen van wat het betekent om mens te zijn, om intimiteit te hebben, om kwetsbaarheid te accepteren, om risico’s te lopen. Maar de televisie presenteert seks momenteel eerder op dezelfde manier als porno: als iets wat behaald is, iemand die veroverd is. Romantische fictie oppert op haar best dat seks kan gaan over verbinding en bevestiging, waarbij ook de complicaties, het gedoe en de problemen worden erkend. Deze fictie laat zien dat mensen elkaars leven kunnen verrijken, in plaats van zichzelf te kwellen met affaires die ze liever vergeten. Romantische fictie biedt vooral voor jonge vrouwen die opgroeien met pornografie een wereld waarin hun plezier vooropstaat, in plaats van dat hun seksualiteit wordt voorgesteld als onderdanig, vernederend of pijnlijk.

    De lusten die fictie biedt, worden in bioscopen grotendeels verwaarloosd. Volgens Kate Hagen van The Black List bevat minder dan 1 procent van de in 2022 uitgebrachte films een seksscène, en vlaggendrager Magic Mike’s Last Dance – met vlammend wederzijds geflirt tussen Salma Hayek Pinault en Channing Tatum – stelde teleur, hoewel nog niet zo erg als de zwaar gepromote gay rom-com Bros. Waarom zou je het risico nemen voor publiek dat alleen nog seksloze Marvel-films, volledig geklede heldenverhalen van Christopher Nolan, kuise actiethrillers en cocaïneberen voorgespiegeld krijgt? (Niet voor niets wordt het Bennifer-epos [de perikelen tussen Ben Affleck en Jennifer Lopez] momenteel beschouwd als het meest allesverslindende liefdesverhaal van onze tijd.)

    En toch hebben we liefdesverhalen nodig – liefdesscènes, beelden van mensen die om elkaar geven, die elkaar willen en elkaar veranderen. Geen cynische, bijna-algoritmische stellen zonder chemie, maar verkenningen van diepe intimiteit en onuitsprekelijke menselijke verbondenheid. Daarvoor zijn niet per se niets-verhullende, prikkelende seksscènes nodig die tepelbeschermers en intimiteitscoördinatoren vereisen. (De ‘Atonement bibliotheekzoenscène’ heeft 5,1 miljoen views op TikTok, verwijzend naar dit historische moment in Atonement, zonder naakt.) Het gaat om scènes waarin personages zo’n intense interesse in elkaar tonen, zo elementair, dat we niet kunnen stoppen met kijken, uit angst voor wat we zouden kunnen missen.

    Lees ook:

  • Doe meer aan seks, alsjeblieft!

    Doe meer aan seks, alsjeblieft!

    Seks is goed. Seks is gezond. Seks is een essentieel onderdeel van ons sociale leven. En vooral jij moet er waarschijnlijk vaker aan doen. Een vurig betoog van Magdalene J. Taylor in The New York Times.

    Middenin onze eenzaamheidsepidemie hebben Amerikanen niet genoeg seks. In bijna elke demografische groep hebben Amerikaanse volwassenen – oud en jong, single en gebonden, rijk en arm – minder seks dan op enig ander moment in de afgelopen drie decennia.

    Seks is niet de enige vorm van bevredigende menselijke interactie en zeker geen remedie tegen alle vormen van eenzaamheid. Toch moet seks worden gezien als een cruciaal onderdeel van sociaal welzijn in plaats van als verwennerij of bijzaak. De toename van eenzaamheid sluit nauw aan bij de afname van seks. Toen de General Social Survey er voor het laatst naar vroeg, in 2021, bleek meer dan een kwart van de Amerikanen in het jaar ervoor geen enkele keer seks te hebben gehad. Dat was het hoogste niveau van seksloosheid in de geschiedenis van de enquête.

    Het aantal sekslozen is drie keer zo hoog als in 2008, en bijna 30 procent van de mannen onder de dertig valt daaronder. In de jaren negentig had ongeveer de helft van de Amerikanen wekelijks of vaker seks – nu ligt dat aantal onder de 40 procent. Bij veel mensen die nog wel seks hebben, is de frequentie sterk gedaald. En dat geldt niet alleen voor seks: ook het aantal mensen dat een relatie heeft of samenwoont nam af. Minder tijd doorbrengen met vrienden en geliefden is geen losstaand probleem maar een symptoom van culturele malaise. Isolement verwoest het sociale leven, het liefdesleven en ook ons geluk.

    Feedback loop

    De schattingen lopen uiteen, maar tussen een derde en twee derde van de Amerikanen zegt eenzaam te zijn. Eenzaamheid zorgt voor een feedback loop: het verschijnsel verergert door verbrokkelde culturele banden, slechtere fysieke gezondheid en verminderd sociaal contact. Deze aspecten nemen vervolgens door de eenzaamheid nog verder af, tot het punt dat zelfs de levensverwachting omlaag gaat.

    Eenzaamheid is voor onderzoekers een moeilijk te kwantificeren fenomeen, maar veel lijkt te wijzen op een samenleving die de weg kwijt is. Het aantal Amerikanen dat aangeeft helemaal geen goede vrienden te hebben is sinds 1990 verviervoudigd, zo blijkt uit onderzoek door het Survey Center on American Life. De gemiddelde Amerikaan bracht in 2021 58 procent minder tijd door met vrienden dan in 2013, aldus het Census Bureau.

    Corona heeft zeker bijgedragen aan de piek in eenzaamheid en de afname van seks, maar is niet de enige oorzaak. Tussen 2014 en 2019 verminderde de tijd die mensen met vrienden doorbrachten sterker dan tijdens de pandemie. Tijdens de pandemie zette deze trend door. Jongere Amerikanen hebben minder vaak seks dan de generatie van hun ouders – en als ze seks hebben, hebben ze minder verschillende partners.

    Tijdens mijn werk als schrijver over seks en cultuur sprak ik tientallen mannen voor wie een gebrek aan seks een grote rol speelt in hun dagelijks leven. Het bepaalt hun interesses, hun motivatie, hun hoop. Sommigen zijn incels – ‘onvrijwillige celibatairen’, aanhangers van een giftige, misogyne ideologie – maar het merendeel is dat niet. Sommigen geloven dat hun zoektocht naar seks volkomen zinloos is. Als gevolg daarvan zien ze ook uitgaan, tijd doorbrengen met vrienden en nieuwe mensen ontmoeten vaak als zinloos. Al snel vrezen ze niet alleen geen sekspartner te vinden maar vinden ze zelfs platonische sociale interacties beangstigend. Seks is slechts één onderdeel van hun totale isolement, maar is in veel gevallen wel het onderdeel waar het probleem om draait.

    Gebrek aan seks laat zich gemakkelijk vertalen in niet alleen minder gezinnen maar ook minder socialisatie en meer ziekte

    Het is gemakkelijk om deze mannen af te doen als afwijkend, of de situatie te wijten aan persoonlijke tekortkomingen of zelfs moderne mannelijkheid. Want hoewel veel van het onderzoek naar de afname van seks is gericht op jonge mannen, heeft bijna elke groep Amerikanen ermee te maken. Als gebrek aan seks de culturele en sociale participatie van deze jonge mannen beïnvloedt, geldt dat dus waarschijnlijk ook voor de rest van ons. Gebrek aan seks laat zich gemakkelijk vertalen in niet alleen minder gezinnen maar ook minder socialisatie en meer ziekte, want seks vermindert pijn, verlicht stress, verbetert de slaap, verlaagt de bloeddruk en versterkt de gezondheid van het hart.

    Schrijvers zoals ik hebben met name de seksloosheid bij mannen onder de aandacht gebracht, maar vrouwen zitten in hetzelfde schuitje. Gegevens van de General Social Survey suggereren zelfs dat zij nog minder seks hebben dan mannen. In 2021 gaf ongeveer een kwart van de vrouwen onder de 35 jaar aan in het voorafgaande jaar geen seks te hebben gehad. Bij mannen was dat 19 procent. En vrouwen die wel seks hebben, zijn minder gelukkig met de seks die ze hebben. Zowel mannen als vrouwen melden gevoelens van spijt en neerslachtigheid na losse seksuele contacten, maar deze doen zich vaker voor bij vrouwen – waarschijnlijk deels vanwege culturele opvattingen over seksuele autonomie. Seks kan mensen samenbrengen, maar alleen als het goede seks is.

    Niet alleen worden zowel vrouwen als mannen steeds vaker seksloos, ze worden beide ook vaker eenzaam. Jonge vrouwen lieten vaker dan mannen weten dat ze tijdens de pandemie het contact met vrienden kwijtraakten, en uit een Britse studie blijkt dat vrouwen vaker dan mannen aangeven dat ze zich ‘vaak’ of ‘altijd’ eenzaam voelen. In het Amerika van de eenentwintigste eeuw is eenzaamheid in wezen alomtegenwoordig, en het cliché van de middelbare scholier die bang is ‘dat alle anderen wél seks hebben’ gaat meer op dan ooit.

    Zeldzame kans

    Er is niet één oplossing. De eenzaamheidsepidemie is het gevolg van talloze factoren die in de loop van tientallen jaren zijn verergerd. Sociale media zijn een van de boosdoeners, de manier waarop we onze steden inrichten is een andere. Naarmate eenzaamheid toeneemt, houdt ze zichzelf in stand: onze huidige maatschappelijke eenzaamheid – en seksloosheid – is een gevolg van sociale en culturele verschuivingen, en zal op haar beurt voor verdere verschuivingen zorgen.

    Maar deze epidemie kan ten minste voor een deel worden opgelost in de slaapkamer (of ergens anders). Degenen van ons die meer seks kunnen hebben, zouden dat ook moeten doen. Dit is een zeldzame kans om de wereld om je heen te verbeteren door te genieten van een van de meest essentiële genoegens van de mensheid.

    Meer seks is niet alleen een persoonlijk advies – je dokter zal het ermee eens zijn – maar ook een politiek statement. De Amerikaanse samenleving is steeds minder verbonden en bestaat uit individuen die zich steeds meer lijken te willen isoleren. Hierbinnen kan je seks hebben zien als een daad van sociale solidariteit.

    Niet iedereen die meer seks wil, kan hier zo makkelijk aan voldoen. Handicaps, religieuze bezwaren, aseksualiteit en allerlei belemmeringen en verantwoordelijkheden beperken de mogelijkheden voor sommigen van ons. In sommige gevallen sluiten ze seks zelfs volledig uit. Er zijn misschien ook mensen die gewoon niet meer seks willen, of helemaal geen seks. Maar ook zij moeten uitkijken voor apathie.

    Veel mensen – zoals sommige van de jonge mannen die ik voor mijn werk sprak – hebben zich erbij neergelegd dat hun seksuele verlangens niet worden bevredigd. Ze zijn afhankelijk van porno of andere online prikkels. Maar als balsem tegen eenzaamheid is digitale seks amper beter dan digitale vriendschap. Sterker: deze vorm is een bron van afgunst, wrok en wrevel, eerder een aanjager van eenzaamheid dan een remedie ervoor. Online seks komt geenszins in de buurt van het echte werk.

    Dus: iedereen die daartoe in staat is moet seks hebben – zo veel mogelijk, zo aangenaam mogelijk, zo vaak mogelijk.

    Dit artikel werd geselecteerd en vertaald in samenwerking met 360 Magazine.

  • Zuid-Korea: Rechter schrapt veroordeling van twee homoseksuele soldaten

    Zuid-Korea: Rechter schrapt veroordeling van twee homoseksuele soldaten

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Russische autoriteiten overspoelen de ether met ‘positieve’ nieuwsverhalen

    » Afghanistan: Ten minste zestien doden bij twee aanslagen door IS

    Artikel 92-6 verbiedt homoseksueel gedrag onder soldaten

    Het Zuid-Koreaanse hooggerechtshof heeft een uitspraak van de militaire rechtbank te niet gedaan die twee homoseksuele soldaten veroordeelde voor het hebben van seks buiten militaire faciliteiten. De rechtbank is van mening dat de veroordeling de alom bekritiseerde militaire anti-homowet van het land te breed interpreteerde, meldt The Guardian.

    De beslissing van de rechtbank afgelopen donderdag om de zaak terug te sturen naar het militaire hooggerechtshof werd toegejuicht door mensenrechtenorganisaties. Mensenrechtenactivisten protesteerden al lang tegen artikel 92-6 van de militaire strafwet van 1962, die homoseksueel gedrag tussen soldaten in het overwegend mannelijke leger van het land verbiedt.

    ‘De specifieke opvattingen over wat onfatsoenlijkheid is, zijn met de tijd en de samenleving mee veranderd’

    Het artikel voorziet in een maximale gevangenisstraf van twee jaar voor ‘anale geslachtsgemeenschap‘ en ‘alle andere onfatsoenlijke handelingen‘ tussen militairen. Na de beraadslaging van het hooggerechtshof, zei opperrechter Kim Myeong-su dat zij tot de conclusie waren gekomen dat de bepalingen niet moeten worden toegepast op consensuele seks tussen mannelijke militairen die buiten militaire faciliteiten plaatsvindt tijdens de uren dat zij geen dienst hebben. ‘De specifieke opvattingen over wat onfatsoenlijkheid is, zijn met de tijd en de samenleving mee veranderd,’ zei Kim in een besluit dat online werd uitgezonden.

    De twee verdachten – een luitenant en sergeant van verschillende eenheden van de landmacht – waren in 2017 door militaire aanklagers beschuldigd van het hebben van seks buiten diensturen in een woning buiten hun bases in 2016.

    Lees ook:

  • Waarom we slechte seks serieuzer moeten nemen

    Waarom we slechte seks serieuzer moeten nemen

    Consent, oftewel nadrukkelijke instemming, wordt afgeschilderd als de oplossing voor maatschappelijke problemen als seksueel geweld en #MeToo. Maar wat als het gebod ‘weet wat je wilt’ gewoon een andere vorm van dwang is?

    Ergens begin jaren tien van deze eeuw maakte de pornoacteur James Deen een film met een fan die hij Meisje X noemde. Dat deed hij wel vaker; fans schreven hem dat ze seks met hem wilden of hij deed een oproep: ‘Speel een scène met James Deen’. De resultaten kwamen op zijn website.

    In een interview van mei 2017, maar een paar maanden voordat de media zouden worden overspoeld met discussies over aanranding en seksuele intimidatie door Harvey Weinstein en anderen – en maar twee jaar nadat Deen zelf was beschuldigd (maar niet aangeklaagd) wegens diverse aanrandingen (die hij ontkende) – zei hij: ‘Ik heb een “Speel een scène met James Deen”-prijsvraag, waar vrouwen aan kunnen meedoen en pas na een heel lang gesprek en nadat ik maandenlang heb gezegd “Denk goed na, het kan invloed hebben op je toekomst” en haast heb geprobeerd het uit hun hoofd te praten, nemen we een scène op.’

    In maar een klein deel van de Meisje X-video is sprake van seks. Op de video zie je vooral een lang, flirterig, beladen gesprek dat draait om de vraag of ze het al dan niet gaan doen: seks hebben, opnames maken en online zetten. Meisje X aarzelt; ze is afwisselend aanhalig en schuchter; ze is stoer en dan weer gepijnigd; ze gaat overstag en houdt weer af. Ze weet niet wat ze moet doen, denkt na, piekert. Ze spreekt haar dilemma’s hardop uit en Deen probeert haar daarin te volgen.

    Slet

    Vermoedelijk was ze gewoon in voor ‘een scène met James Deen’ maar als hij de deur voor haar opendoet spelen de zenuwen op. Ze loopt het appartement binnen in een vinyl legging en een dichtgeknoopte crème zijden bloes met een zwart detail – wij kijken mee met de camera, met Deen, die haar filmt – en stapt opgewonden rond met een hoog, nerveus lachje terwijl ze ‘Oh my God, oh my God’ zegt. Nu en dan brengt hij de camera dicht bij haar gezicht; ze draait weg. Hij plaagt haar – ‘Je bent een studentje, je bent slim, aan jou heb je niks’ – terwijl ze rondlopen in de keuken met het glimmende kookeiland, in de gang met de witte plinten en dieprode muren.

    Ze is koket, nerveus – ‘Ik durf niet eens naar je te kijken’ – terwijl ze achterover leunt en weer voorover. Ze zit inmiddels aan een glimmend chromen tafeltje op een witte bank. Ze bespreken het contract en het beeld zoemt uit – de details gaan ons niet aan. Dan wordt weer in gezoemd en ze neemt een selfie. Ze staat op het punt om te tekenen maar stopt ineens en zegt ‘Waar ben ik in jezusnaam mee bezig? Wat de fuck doe ik met mijn leven?’ Ze kan altijd nog afhaken, zegt hij; ze kunnen het contract verscheuren. Opnieuw in en uit zoemen; we zien haar tekenen. ‘We verzinnen later wel een artiestennaam,’ zegt hij, ‘tenzij je gewoon Meisje X wilt zijn?’ ‘Ik weet het niet,’ zegt ze kribbig, aarzelend, ‘ik heb geen idee, ik heb dit nog nooit gedaan.’

    ‘Je heb met hen geneukt, waarom dan niet met mij?’

    Als Meisje X uiting geeft aan haar ambivalentie – ‘Ik wil seks met je,’ zegt ze, ‘maar ik weet niet of ik wil dat de wereld dat ziet’ – is hij begripvol: ‘Je wilt niet als slet bekend staan,’ zegt hij. Ze gaat er op in: ‘Zo van,’ zegt ze met een zware stem, ‘ik zag dat je met hem neukte, waarom dan niet met mij?’ Dit is niet helemaal paranoïde gedacht. Een van de beschuldigden in de rechtszaak tegen de rugbyverkrachters in 2018 in Noord-Ierland verzocht de aanklaagster toen hij de kamer binnenkwam nadat twee andere mannen seksuele handelingen met haar hadden gepleegd seks met hem te hebben en hij had naar het schijnt toen ze weigerde gezegd: ‘Je heb met hen geneukt, waarom dan niet met mij?’ Het (veronderstelde) verlangen van een vrouw – ook al is het eenmalig, naar één bepaalde man – maakt haar kwetsbaar. Haar verlangen diskwalificeert haar voor bescherming. Als een vrouw wordt geacht eens ja tegen iets te hebben gezegd, kan ze nergens meer nee tegen zeggen.

    We zullen waarschijnlijk nooit weten wat er precies gebeurde nadat Deen de camera had uitgezet; wat er gebeurde in de pauzes tussen de gefilmde onderdelen; wat er is weggelaten, welke gesprekken we niet hebben gehoord, welke seks we niet zagen. We zullen waarschijnlijk nooit weten wat Meisje X van de beschuldigingen tegen Deen vond en of er die dag dingen waren die haar ongemakkelijk maakten en verdrietig of kwaad. Ik ken het verhaal van Meisje X niet. Maar in de film herken ik de pijnlijke – en vertrouwde – ervaring naar alle kanten te worden getrokken; te moeten balanceren tussen verlangen en risico; te moeten stilstaan bij van alles in de nasleep van het genot.

    Vrouwen weten dat hun seksuele verlangen tegen hen kan werken en kan worden aangevoerd als bewijs dat geweld eigenlijk niet aan de orde was (ze wou het zelf). Maar Meisje X laat zien dat het niet alleen gaat om de uiting van verlangen maar om het verlangen op zich, dat al dan niet wordt geëntameerd door de omstandigheden. Hoe kunnen we weten wat we willen als weten wat we willen iets is dat van ons wordt geëist en ons op straf kan komen te staan. Geen wonder dat Meisje X gemengde gevoelens heeft en is verlamd door onzekerheid. Deen begrijpt niets van het melancholieke belang van seks voor Meisje X – dat hoeft hij niet. Meisje X is echter opgegroeid met tegenstrijdige belangen. Ze zit in de spagaat waarmee vrouwen hebben te leven: dat nee zeggen moeilijk kan zijn, maar ja zeggen ook.

    #MeToo

    Daarna overspoelde #MeToo – een slogan die Tarana Burke in 2006 bedacht om aandacht te vragen voor seksueel geweld tegen jonge vrouwen van kleur – de media en wekte vrouwen op hun verhaal over seksuele intimidatie te vertellen. De maanden erna stonden de media er bol van, met name over machtsmisbruik op de werkvloer. In die sfeer werd het feit dat je je uitsprak over je ervaringen als een vanzelfsprekend en noodzakelijk goed beschouwd.

    Ik was blij met de omvang maar ik was er ook bang voor en zette soms snel het nieuws en de onverbiddelijke parade akelige verhalen uit. Op het hoogtepunt van #MeToo was het soms of we onze verhalen móésten vertellen. De toevloed van verhalen online – op Facebook, op Twitter – en ook live gaf een gevoel van druk, van verwachting. Wanneer kom jij met het jouwe? Je moest wel blind zijn om niet te zien hoe collectief werd gehongerd naar dit soort verhalen, een honger die was ingebed in een taal van betrokkenheid en verontwaardiging die mooi aansloot bij het geloof dat het vertellen van de waarheid een grondrecht en de grondslag van het feminisme is. #MeToo legaliseerde het geluid van de vrouw niet alleen maar dreigde het ook verplicht te stellen; je moest en zou uiting geven aan je persoonlijke feminisme, aan je besluit het niet langer te nemen, aan je vermogen tot een krachtig antwoord op alle smaad. Hiermee werd ook tegemoet gekomen aan een ranzig soort honger naar verhalen over misbruik en vernedering van vrouwen – al was dat niet de opzet.

    Wanneer vragen we vrouwen om hun mond open te doen en waarom? Wie heeft er belang bij? Wie wordt om te beginnen gevraagd haar mond open te doen – en naar welke stemmen wordt geluisterd? Weliswaar stuit iedere beschuldiging van seksueel geweld tegen een vrouw algauw op krachtige weerstand, maar de verhalen van rijke witte vrouwen over seksueel geweld hadden tijdens #MeToo een streepje voor op die van bijvoorbeeld jonge zwarte vrouwen van wie de families hun gram probeerden te halen op de zanger R. Kelly, die tientallen jaren vrouwen misbruikte (hij heeft de beschuldigingen tegen hem ontkend). Studies laten zien dat zwarte vrouwen met klachten over seksueel geweld minder kans hebben geloofd te worden dan hun witte seksegenoten (waarbij zwarte meisjes als volwassener en seksueel rijper worden beschouwd dan hun witte leeftijdgenoten) en dat verklaringen over verkrachting die te maken hebben met witte slachtoffers serieuzer worden genomen dan die welke zwarte vrouwen aangaan. Niet ieder geluid is evenveel waard.

    ‘Het is onze plicht als vrouwen jegens onszelf en onze partners ons beter uit te spreken over wat we willen in bed’

    De afgelopen jaren was ineens sprake van twee vereisten voor goede seks: toestemming – consent – en zelfkennis. Vrouwen moeten zich inzake seks, waar toestemming althans idealiter vooropstaat, uitspreken – ook over wat ze willen. Zij moeten dus ook wéten wat ze willen.

    In wat ik de consent-cultuur zal noemen – de wijdverspreide aanname dat toestemming de manier is om al het kwaad uit onze seksuele cultuur te bannen – wordt de stem van vrouwen over wat ze willen vereist en geïdealiseerd en gelabeld als een teken van progressieve politiek. ‘Weet wat je wilt en ontdek wat je partner wil,’ luidde het dringende advies in een artikel in The New York Times, juli 2018, met de belofte dat ‘goede seks plaatsvindt waar twee agenda’s op elkaar zijn afgestemd’.

    Dit soort retoriek is niet helemaal nieuw; al sinds de jaren negentig wordt in de feministische strijd sterk gefocust op toestemming met heftige commentaren als gevolg. Rachel Kramer Bussel schreef niet zo lang geleden dat ‘het onze plicht als vrouwen jegens onszelf en onze partners is ons beter uit te spreken over wat we willen in bed en ook met de ander te delen wat we niet willen. Je kunt het je als deelnemer niet veroorloven passief te zijn en gewoon af te wachten hoe ver de ander wil gaan.’

    Deze dringende aanbeveling aan vrouwen om goed te weten en verwoorden wat ze willen zou vanzelf leiden tot bevrijding aangezien het vermogen van de vrouw tot – en het recht op – seksueel genot ermee gemoeid is.

    Seks als bevrijding

    In het progressieve denken zijn seksualiteit en genot lang neergezet als equivalenten van emancipatie en bevrijding. Het was precies dat wat de filosoof Michel Foucault in 1976, in De wil tot weten, bekritiseerde toen hij schreef dat ‘morgen seks weer goed zal zijn’. Hij parafraseert hier smalend de houding van de tegencultuur en seksuele bevrijdingsbewegingen in de jaren zestig en zeventig; de marxisten, revolutionairen, freudianen – iedereen die geloofde dat we om te worden bevrijd uit de betuttelende klauwen van het verleden, uit een repressief Victoriaans verleden, voorgoed de waarheid moesten vertellen over seksualiteit.

    Foucault was juist sceptisch over de manier ‘waarop we het heden ijverig wegtoveren en een beroep doen op de toekomst’ en betoogde dat die stoffige Victorianen eigenlijk heel spraakzaam waren over seks, ook al nam die spraakzaamheid de karikaturale vorm aan van ziekelijkheid, abnormaliteit en dwaling. Niet alleen herzag hij de klassieke aanname dat de Victorianen preuts, onderdrukt en gebonden aan stilzwijgen zouden zijn, hij nam ook stelling tegen gemeenplaatsen als zou praten over seks tot bevrijding leiden en zwijgen tot onderdrukking. ‘We moeten niet denken,’ schreef hij, ‘dat ja zeggen tegen seks betekent dat je nee zegt tegen de macht.’

    Seks was, en is nog steeds, op talloze manieren omringd met verboden en regels, en met name rond de seksualiteit van vrouwen golden er altijd sterke beperkingen en bepalingen. Maar toestemming en de idée fixe van absolute duidelijkheid dreigt de druk van goede seksuele interactie te koppelen aan het gedrag van de vrouw – aan wat zij wil en aan wat zij over haar verlangens zegt; aan haar vermogen een vrijmoedig seksueel zelfbeeld te creëren om te waarborgen dat seks over en weer plezierig en niet-afgedwongen is. Wee wie zichzelf niet kent en die taal niet spreekt.

    Antiverkrachtingscampagnes schetsen het beeld van de vrouw als kwetsbaar, goedgelovig en angstig

    Eind jaren tachtig en begin jaren negentig, toen activisten probeerden de publieke opinie te doen omslaan, waren de media vooral gefocust op ‘verkrachting tijdens een date’ of ‘verkrachting in de huiselijke sfeer’. In 1993 zorgde een beleidsstuk ter voorkoming van seksuele vergrijpen op het Antioch College, een klein Amerikaans instituut voor liberal arts, voor opschudding. In dat stuk, dat werd geschreven door vrouwelijke studenten die ontzet waren over verkrachtingen op een campus die zich voorstond op z’n progressieve inclusiviteit, werd gesteld dat ‘consent inhoudt met zoveel woorden toestemming vragen én met zoveel woorden verlenen of weigeren, en wel in alle stadia van de seks’. Toestemming diende steeds worden herhaald en was vereist ongeacht de relatie tussen partners, ongeacht de seksuele voorgeschiedenis of actuele activiteit. Verder kon iemand die dronken, buiten bewustzijn of in slaap was geen toestemming geven. Zoals de laatste jaren in toenemende mate in wetten en richtlijnen is vastgelegd, impliceert deze bepaling dat het ontbreken van een ‘nee’ niet wijst op toestemming en dat wederkerigheid bij seks van levensbelang is. Enorme heibel was het gevolg.

    In haar boek The Morning After: Sex, Fear, and Feminism, dat in hetzelfde jaar werd gepubliceerd als het beleidsstuk van het Antioch College, betoogde Katie Roiphe dat de antiverkrachtingscampagne van het instituut een ouderwets beeld van de vrouw schetste dat eerdere feministen met succes hadden bestreden: het beeld van de vrouw als kwetsbaar, goedgelovig en angstig. Twintig jaar later geldt dat argument nog steeds; in Unwanted Advances, dat in 2017 verscheen, betoogde Laura Kipnis dat richtlijnen voor het geven van toestemming hebben geleid tot een cultuur van hulpeloosheid en slachtofferschap op de Amerikaanse campussen. 

    Lees ook:

    Roiphe en Kipnis erkennen het onrecht en leed dat vrouwen wordt aangedaan, maar ze zoeken de oplossing in een geïdealiseerde figuur: de sterke vrouw die het allemaal aan kan – die het leed van zich af kan schudden en harder is, zeg maar minder kinderachtig. Hun kritiek geeft met andere woorden perfect uiting aan een zelfverzekerd feminisme – een feminisme dat de last legt bij de individuele vrouw en haar vermogen om uitdagingen aan te kunnen en te slagen in een ongelijke wereld.

    Slechte seks

    Voor deze critici weten ‘volwassen’ vrouwen hoe ze met de onvermijdelijke ups-and-downs bij seks moeten omgaan in plaats van moord en brand te schreeuwen. De uitdrukking ‘slechte seks’ speelt in dit soort gesprekken een belangrijke rol. Jonge vrouwen worden, aldus Kipnis, aangemoedigd om bureaucratische middelen in te zetten ‘om over seksuele twijfels en akelige seksuele ervaringen heen te komen’. Voor haar en haar geestverwanten was seks ‘hoe slecht ook (en dat is vaak zo)’ nog altijd ‘leerzaam’. Het idee dat vrouwen harder moeten worden strekt zich uit naar het politieke veld; de journaliste Bari Weiss formuleerde iets soortgelijks in haar reactie op de beschuldigingen aan het adres van de komiek Aziz Ansari in 2018. Die beschuldigingen, die werden geuit in een account op babe.net, veroorzaakten tumult – niet in het minst omdat de kennelijk versnelde publicatie niet lijkt te hebben voldaan aan de gangbare journalistieke normen, bijvoorbeeld Ansari’s recht op wederhoor. (Later verklaarde hij dat alles erop wees dat de seks ‘volkomen vrijwillig was geweest’ maar dat hij ‘zich haar woorden aantrok’.)

    ‘Grace’ (een pseudoniem) vertelde dat ze zich tot seks geprest voelde en – verbaal en non-verbaal – probeerde aan te geven dat ze niet wou, en ze beschuldigt Ansari ervan dat bij herhaling te hebben genegeerd. Velen klonk haar verhaal in de oren als een typisch voorbeeld van een seksbeluste bullebak zonder veel belangstelling voor het genot van de vrouw (of misschien zelfs van hemzelf?).

    ‘Er is een bruikbare term voor wat deze vrouw die nacht met Ansari meemaakte. Die term is “slechte seks”’

    Volgens anderen verwachtte ‘Grace’ dat Ansari gedachten kon lezen en was ze er niet in geslaagd hem haar verlangens of gebrek aan genot duidelijk te maken: ze had gefaald om enthousiast ja te zeggen en gefaald om duidelijk nee te zeggen. Er is, zegt Weiss, ‘een bruikbare term voor wat deze vrouw die nacht met Ansari meemaakte. Die term is “slechte seks”. Jammer dan.’ Weiss gaf toe dat vrouwen van oudsher geneigd zijn ‘de verlangens van de man boven die van henzelf te stellen’. Maar de oplossing hiervoor, stelde ze, is niet mannen kwalijk nemen ‘dat ze haar “non-verbale taal” niet begrijpen. Het is aan vrouwen verbaal sterker te zijn. Dat je zegt “nu ik”. Of “wil ik niet”.’ Weiss vermaant ‘Grace’ met opgestoken vinger: ‘Als hij jou wil dwingen tot iets wat jij niet wilt, gebruik dan een vierletterwoord, spring overeind en verlaat zijn huis.’ In dezelfde trant klaagt Kipnis in Jessa Crispin’s Public Intellectual Podcast over het feit dat studentes 30 seconden of 15 minuten slechte seks ‘niet kunnen verwerken’. En Megan Daum schreef in The Guardian over een kloof tussen de publieke steun van vrouwen aan #MeToo en hun privégesprekken. Ze schrijft: ‘”Wordt volwassen, dit is het echte leven,” hoor ik dezelfde feministen zeggen.’ Hier staan noodkreten van zwakke, gekwetste kinderen tegenover de geluiden van zelfverzekerde volwassen vrouwen, en het is duidelijk wie we verondersteld worden te willen zijn.

    In dit feminisme is het de plicht van iedere vrouw assertief en zelfverzekerd te zijn, en je vooral niet voor te doen als gekwetst en verongelijkt. Het feit alleen al dan je je gekwetst voelt is een teken van zwakte in dit regime van individueel kunnen. Sterker nog, slechte seks wordt voorgesteld als iets dat er onvermijdelijk bij hoort; iets onplezierigs en hardnekkigs waarmee je als vrouw te dealen hebt.

    Uiteenlopende critici als Kipnis en Weiss kunnen zichzelf als progressief profileren omdat ze er op hameren dat vrouwen macht en leiderschap kunnen en moeten uitoefenen. Toch leggen ze met hun luchtige houding ten aanzien van de onvermijdelijkheid van jeugdige, slechte seks een onevenredige druk op vrouwen om met de risico’s om te gaan. Zij zien mannelijke minachting van vrouwelijk genot en autonomie als een gegeven, terwijl ze de manier waarop vrouwen daarmee omgaan als een gebod brengen – en zij richten hun hoon op vrouwen die er niet in slagen gepast frivool te reageren.

    Experimenteren

    In 1993 stond in het opiniestuk van The New York Times over het consent-beleid op het Antioch dat adolescentie, met name de studentenjaren, de tijd bij uitstek is ‘voor experimenteren en experimenteren betekent fouten maken’; geen beleid kan ooit ‘alle jonge menen beschermen tegen dit soort katers’, momenten waarvan ‘mensen leren’. 

    Maar als ‘mensen’, zoals de New York Times het uitdrukt, leren van slechte seks, zijn dan de lessen die mannen en vrouwen trekken dezelfde? Het kan best zijn dat mannen leren dat ze ermee wegkomen als ze niet geven om het genot van een vrouw, en dat vrouwen leren dat ze het plezier van de man boven dat van zichzelf moeten stellen. Wie leren er dat het hun rol is om koste wat het kost genot te beleven, en wie dat ze de gevolgen van de seks in hun eentje moeten dragen?

    Toestemming is ten minste iets – het absolute minimum bij seks. En expliciete toestemming voldoet, zoals de seksuoloog Joseph Fischel in Screw Consent betoogt, in de wet bij grensoverschrijdend gedrag als criterium beter dan de criteria geweld, verzet of weigering. Vragen om een minimaal, niet per se verbaal teken dat de ander positief staat tegenover seks getuigt van respect voor iemands seksuele autonomie en is veelzeggender dan zwijgen of verzet. Maar toestemming stelt op zich weinig voor terwijl de impact ervan enorm is en niet valt te overzien welke onoverkomelijke problemen zich wellicht voordoen.

    Slechte seks verdient vanwege het ongelijke genot beslist aandacht

    Uit frustratie over de consent-cultuur en de gang van zaken op campussen en rond #MeToo komen critici tot het verbijsterde inzicht dat veel seks die met instemming en zelfs een volmondig ja tot stand komt slecht is: miserabel, onplezierig, vernederend, eenzijdig, pijnlijk. ‘Slechte seks’ hoeft geen aanranding te zijn om angstaanjagend, beschamend, misselijkmakend te zijn. Het daagt ze dat toestemming als wettig concept niet instaat is te verklaren hoe seks slecht kan zijn zonder dat het per se om aanranding gaat. Maar ze lijken wel verlamd door hun inzichten en laten na te onderzoeken (of zich er zelfs maar echt druk om te maken) wat de dynamiek is achter slechte seks – seks die vanwege het ongelijke genot beslist aandacht verdient. In plaats van ons neer te leggen bij de onvermijdelijkheid van slechte seks of deze zelfs te romantiseren als louter jeugdig gestuntel, moeten we zulke slechte seks serieus nemen en aan een zorgvuldig onderzoek onderwerpen.

    Slechte seks ontstaat in een context waarin vrouwen niet in gelijke mate seks kunnen najagen en mannen koste wat het kost recht hebben op bevrediging. De oorzaak is onvermogen en ongelijkheid in seksuele kennis en toegang tot seksuele opvoeding en gezondheidszorg.

    Machtsdynamiek

    Het gaat om ongelijke machtsdynamiek tussen de partijen en racistische opvattingen over onschuld en schuld. Slechte seks is een politieke kwestie, het gaat om ongelijke toegang tot genot en zelfbeschikking, en het is als een politieke kwestie dat we er naar zouden moeten kijken, liever dan de kwestie reduceren tot geïndividualiseerde, schouderophalende kritiek van jonge vrouwen die over de middelen beschikken om met de pijn van hun seksleven om te gaan.

    Het idee van niet alleen willige maar ‘enthousiaste’ toestemming legt de lat bij de beleving van seks hoger; we willen niet alleen dat vrouwen instemmen met seks die door mannen wordt geïnitieerd maar dat ze zelf seks willen, er opgewonden van zijn, hun eigen verlangens en eisen kenbaar maken. Vandaar de upgrade van instemming bij seks naar iets ambitieuzers: verlangen, genot, enthousiasme, een positieve houding.

    Het probleem met instemming is niet dat seks niet of nooit op contractbasis zou mogen plaatsvinden – de veiligheid van sekswerkers drijft op het idee van een contract en de mogelijkheid dat het wordt geschonden, zodat verkrachting kan worden aangetoond. Het probleem is ook niet dat instemming niet sexy of romantisch zou zijn.

    Veel seks waar vrouwen mee instemmen is ongewenst want zij stemmen in onder dwang

    Het probleem is dat we bij een wetsartikel over instemming als code voor onze manier van denken over seks – het probleem dat we er door ‘gemagnetiseerd’ zijn, zoals Fischel zegt – iets cruciaals over het hoofd zien van wat het is een mens te zijn: de machtsverhouding tussen individuen is zelden gelijkwaardig. Zo’n wet als overkoepelend kader voor het denken over goede en slechte seks komt neer op vasthouden aan de droom van het liberalisme, waarin, zoals Emily A. Owens zegt, ‘gelijkheid gewoon bestaat’.

    Veel seks waar vrouwen mee instemmen is ongewenst want zij stemmen in onder dwang, of uit behoefte aan voedsel of kleding voor zichzelf of hun gezin, of uit veiligheidsoverwegingen. Overal, iedere dag, stemmen vrouwen in met seks omdat ze voelen dat ze geen keus hebben; omdat ze bij een man in het krijt staan; omdat hij hen heeft bedreigd; omdat het een ramp kan zijn als hij hen aan de dijk zet, wegstuurt, hun illegale status verraadt of hen aangeeft voor een overtreding (bijvoorbeeld prostitutie waar dat strafbaar is). In veel instemmingswetten staat de bepaling dat instemming niet afgedwongen mag zijn, maar in werkelijkheid staan vrouwen seks toe die ze liever niet hadden, uit angst voor de consequenties.

    Daarom is het cruciaal het verschil tussen instemming en enthousiasme te handhaven, juist om te kunnen beschrijven wat er speelt in zo’n ongelijke machtsdynamiek.

    Iedere vorm van instemming verliest z’n waarde als een man niet openstaat voor een eventueel nee

    Bij ongelijke machtsverhoudingen zegt toestemming op zich niets over het verschil tussen goede en slechte seks, al kun je er tot op zekere hoogte seks mee onderscheiden van verkrachting. Toestemming kan sexy zijn wordt ons herhaaldelijk voorgehouden – een opmerking die wellicht komt is van critici die er een spelbreker in zien. Toestemming zou deel moeten uitmaken van de eerste speelse aftasting bij seks; toestemming kan, aldus de website Xojane.com, ‘dienen als een soort voorspel en uitgroeien tot een onlosmakelijk onderdeel van een seksueel samenzijn waarbij partners elkaar aftasten en prikkelen en bij elkaar nagaan wat ze wel (en niet) gaan doen’.

    Maar dit werkt alleen als we uitgaan van een bepaald soort partner die al volledig openstaat voor de complexe autonomie van de ander. Het hangt er allemaal van af of de vrouw voelt dat ze de optie heeft om te weigeren – iets dat niet is beperkt tot de wettelijke dwangsituatie. Het hangt er onder meer van af of de man met wie zij is in staat is een nee te verstaan; in staat is te onderhandelen zonder zijn vaak grotere fysieke en sociale macht te misbruiken; niet misbruik maakt van de wetenschap dat vrouwen zelden aangifte doen van verkrachting en de schijn vaak tegen hebben als ze het doen. Vraagt hij om seks terwijl hij openstaat voor haar eventuele nee? Kan hij leven met een nee? Zal hij opstuiven, haar negeren, op haar inpraten, haar vleien, kleineren, straffen? Iedere vorm van instemming verliest z’n waarde als een man niet openstaat voor het eventuele nee van zijn partner of haar veranderlijke verlangens en hij reageert met uit vernedering geboren woede. Een vrouw kan nog altijd uit een seksueel samenzijn komen met het terechte gevoel onjuist behandeld te zijn, terwijl de man zich veilig voelt in de wetenschap dat hij haar instemming had ‘verworven’.

    Hij vroeg het, zij zei ja. Dit betekent al met al niet dat we de toestemming overboord moeten gooien – toestemming is cruciaal en het absolute minimum. Maar er kan niet het hele gewicht van al onze emancipatieverlangens door worden gedragen; we moeten duidelijk zijn over de beperkingen.

    Toestemming – instemmen met seks – moet niet op een hoop worden gegooid met seksueel verlangen, plezier of enthousiasme; niet omdat we zouden moeten berusten in slechte seks, maar juist omdat we dat niet moeten doen. Dat vrouwen zoveel treurigmakende seks beleven is een door en door maatschappelijke en politieke kwestie, en instemming kan het niet voor ons oplossen.

    Lees ook:

  • Brandmelding in ruimtestation ISS | Colombia sluit kritische schrijvers uit

    Brandmelding in ruimtestation ISS | Colombia sluit kritische schrijvers uit

    Colombia weert gerenommeerde schrijvers van boekenbeurs

    De boekenbeurs van Madrid, die vandaag van start gaat, heeft dit jaar Colombia als gastland. Het zou een feestelijke aangelegenheid moeten zijn, maar het besluit van de regering van president Iván Duque om enkele grote namen uit de hedendaagse Colombiaanse literatuur, waaronder Laura Restrepo, Fernando Vallejo, William Ospina, Piedad Bonet en Héctor Abad Faciolince, uit te sluiten van de lijst van auteurs die het land vertegenwoordigen, heeft veel stof doen opwaaien, schrijft de Mexicaanse krant La Jornada.

    Sinds Duque in 2018 aan de macht kwam, heeft hij een slechte relatie met de cultuurwereld

    De regering verklaart dat ze van de beurs geen politiek evenement wil maken ‘noch voor de ene, noch voor de andere partij‘, en daarom heeft men ervoor gekozen ‘neutralere’ stemmen uit te nodigen. De auteurs spreken over ‘zwarte lijsten’ en ‘censuur’ en beweren dat de regering probeert te voorkomen dat tijdens het literaire evenement de ernstige problemen die het land doormaakt sinds het presidentschap van Duque, zoals geweld, armoede en de toename van de ongelijkheid , aan de orde worden gesteld.

    Sinds Duque in 2018 aan de macht kwam, heeft hij een slechte relatie met de cultuurwereld, aldus La Jornada, onder meer vanwege zijn belastinghervorming op het hoogtepunt van de pandemie en zijn intolerantie voor kritiek. Al meer dan vier maanden lang vinden er op verschillende plaatsen in Colombia demonstraties plaats tegen het beleid van Duque onder de noemer van een ‘nationale staking’.

    Lees ook:


    Brandmelding in internationaal ruimtestation

    Donderdagochtend (9 september) is aan boord van het internationaal ruimtestation (ISS) een brandalarm afgegaan. De bemanning zou rook en verbrand plastic hebben geroken in het Russische deel van het ISS. Aangenomen wordt dat het incident verband houdt met het opladen van de accu’s van de module.

    ‘Hoewel Roscosmos het incident snel bagatelliseert, is het duidelijk geen grap’

    ‘Een luchtfilter werd vervangen om de vervuiling door de rook te elimineren en de kunstmatige atmosfeer te verversen’, bericht nieuwsplatform Gizmodo. Roscosmos, het Russische equivalent van de NASA, zegt dat alles aan boord normaal werkt. ‘Hoewel Roscosmos het incident snel bagatelliseert, is het duidelijk geen grap’, aldus de site. ‘Hopelijk komen er in de komende dagen meer details naar buiten om te bevestigen dat alles echt in orde is en dat de bemanning veilig is.’


    Seks en drugs in coronahospitaal

    De politie heeft in Samut Prakan, net ten zuidwesten van Bangkok, een inval gedaan bij een veldhospitaal voor covid-19-patiënten na berichten dat de patiënten drugs gebruikten en deelnamen aan orgieën. Bij de inval werden geen illegale drugs gevonden, maar de agenten vonden wel 23 pakjes sigaretten en elektronische sigaretten, die tegen de regels in de faciliteit waren binnengesmokkeld, bericht de Thaise website Thaiger.

    Op beelden van bewakingscamera’s was duidelijk te zien dat mannelijke en vrouwelijke patiënten naar elkaars afdeling gingen. Ook lijkt het erop dat sommigen drugs gebruikten, maar de beelden zijn niet al te duidelijk en patiënten konden niet worden geïdentificeerd.

  • Seks is alomtegenwoordig – toch doen we hét minder

    Seks is alomtegenwoordig – toch doen we hét minder

    De wereld wordt seksueel gezien steeds losser en opener. En toch wordt er minder gevreeën. Seks? Ach, laten we nog maar een serie kijken. Waar dat aan kan liggen onderzocht Sebastian Hermann.

    Op handen en voeten kruipen de twee vrouwen naar elkaar toe, midden op het gigantische bed komen ze bij elkaar, gaan liggen, drukken hun kruis tegen dat van de ander en bewegen ritmisch op de muziek. De Amerikaanse zangeressen Cardi B en Megan Thee Stallion dragen strakke, metalig glanzende bikini’s die sterk aan Barbarella doen denken, maar ook geschikt zijn voor een alien-party in een parenclub. Het duo zingt hun gezamenlijk rap ‘WAP’. De afkorting WAP staat voor wet ass pussy. Cardi B, een voormalige stripper, rapt: ‘Ask for a car when you ride that dick’, en: ‘Put this pussy right in your face/ Swipe your nose like a credit card’.

    Je kunt zeggen dat hun song en hun show hyperseksueel zijn, of obsceen. Maar hij zit echt niet verstopt in de duistere pornohoekjes van het internet: hun optreden vond plaats op een felverlicht podium tijdens de uitreiking van de Grammy’s, tegelijk de belangrijkste en de populairste muziekprijzen. Puur mainstream.

    In your face, recht voor zijn raap, seks, seks, seks. En toch halen de meeste van de miljoenen kijkers hooguit hun schouders op. Het optreden past in de recente traditie van extreme seksuele openheid. De zangeressen laten alleen iets zien wat de afgelopen jaren is gegroeid. Seks als imago, als verwachting, als prestatiedruk is al jaren overal aanwezig. Naakte lichamen zijn overal, op tv, in Game of Thrones en Bridgerton, in elk geval in de reclame en helemaal op internet.

    Dat seks voor het huwelijk ooit een serieus taboe was, begrijpt niemand meer

    Oppervlakkig gezien heeft de grote seksuele openheid een vaste plaats in onze samenleving gekregen. Voor elk wat wils. Het belangrijkste is dat de deelnemers een hoogtepunt bereiken. Dat seks voor het huwelijk ooit een serieus taboe was, begrijpt niemand meer. Orale en anale seks zijn de kwade reuk van het abnormale kwijt. Datingapps als Tinder hebben het zoeken naar een partner fundamenteel veranderd. Vlogsters en auteurs schrijven zonder enige terughoudendheid over hun seksuele avonturen. Porno is permanent beschikbaar. We worden overspoeld met nieuws over polyamorie, open relaties en de voor niet-ingewijden inmiddels onoverzichtelijke hoeveelheid seksuele identiteiten – alloseksueel, sapioseksueel, panseksueel enzovoort – zo dol zijn de mensen erop. En in elk geval sinds het succes van de sm-kitsch Fifty Shades of Grey heeft ook het onderwerp bdsm een vaste plaats in de slaapkamers van de Vinex-wijken gekregen.

    Zo lijkt het althans.

    DO 2.2 1 1 1

    Heeft er de afgelopen twintig à dertig jaar soms een soort tweede seksuele revolutie plaatsgevonden? Als die vraag betrekking heeft op de liberalisering in het publieke domein, dan is het antwoord: ja. Maar als de vraag betrekking heeft op hoe mensen hun seksualiteit daadwerkelijk beleven, dan wordt het ingewikkelder. Dan ontstaat er opeens een vreemd en kennelijk paradoxaal beeld: de mensen lijken ondanks al die vrijheid van tegenwoordig wat minder seks en ook minder plezier in seks te hebben dan een paar jaar geleden. Alles mag, maar het gaat niet vanzelf.

    Maken we een seksuele recessie mee zoals Amerikaanse media al aankondigden? ‘De teruggang die we hebben waargenomen, is niet groot, maar gezien de korte periode wel opvallend,’ zegt psychologe Juliane Burghardt. Er is geen aanleiding voor paniek. ‘Maar als een grote groep van vooral jonge mensen aangeeft niet seksueel actief te zijn, is dat op zich al opmerkelijk,’ zegt ook Elmar Brähler van de univer-siteit van Leipzig. ‘Gezien de liberalisering van de seksuele moraal zou je een andere trend verwachten.’

    De wetenschap

    Steeds meer jonge mensen zijn single. Vanwege het wilde, avontuurlijke leven? Wel, in een relatie heb je nog altijd de meeste seks.

    Waarom dat zo is? In popmuziek of in gesprekken met bekenden zul je het antwoord niet vinden. Ondanks alle taboes die zijn gesneuveld, blijft het moeilijk om eerlijk te zijn over dit onderwerp. De een zwijgt, de ander overdrijft, of stelt het mooier voor dan het is, of jokt. Om de vraag naar de nieuwe seksuele vermoeidheid te benaderen, moeten we het terrein van de publiekelijke supererotiek en de ongeloofwaardige privéverhalen verlaten en afdalen naar de nuchterste en minst opwindende van alle werelden: de wetenschap.

    De wetenschap zegt dat in de nieuwe seksuele revolutie veel meer mensen zijn achtergebleven dan je zou denken. Althans volgens de Amerikaanse psychologe Jean Twenge. In het vaktijdschrift met de fraaie naam Archives of Sexual Behaviour zetten zij en haar collega’s uiteen dat het deel van de jonge Amerikanen dat heel weinig of helemaal geen seks heeft de afgelopen jaren is gestegen. Vergeleken met oudere generaties hadden Amerikanen die in de jaren negentig zijn geboren het minst seks. In elk geval de heteroseksuele mannen en vrouwen, om wier lust en verlangens het in dit en in de hierna genoemde onderzoeken vooral gaat. Nu heeft Jean Twenge onder wetenschappers de naam haar onderzoeksresultaten nogal dramatisch te presenteren en haar bevindingen zo toe te spitsen dat ze zich goed lenen voor haar lezingen. Haar verhaal over de tanende lust vormt daarop geen uitzondering.

    Maar zo makkelijk vallen haar waarnemingen niet te negeren. Juliane Burghardt van de Oostenrijkse Karl-Landsteiner-Universität en Manfred Beutel van de universiteit van Mainz en hun collega’s hebben twee rapporten gepubliceerd over seksuele activiteit en lustgevoelens van Duitse mannen en vrouwen. Daarvoor hebben ze de gegevens van meer dan duizend vrouwen en evenveel mannen vergeleken die in 2005 en in 2016 zijn geïnterviewd over hun seksleven. In 2016 gaf 73 procent van de ondervraagde mannen aan het afgelopen jaar seksueel actief
    te zijn geweest; in 2005 was dat percentage nog 81 procent. Bovendien zei 13 procent van de mannen dat ze geen zin in seks hadden gehad, een toename van vijf procentpunten ten opzichte van 2005. De antwoorden van de vrouwen gaven een vergelijkbaar beeld: het aandeel seksueel actieve vrouwen daalde in dezelfde periode van 67 naar 62 procent en het aantal vrouwen dat geen zin in seks had, steeg naar 26 procent (eerder 24 procent).

    De data van de enquête zijn een beetje grofmazig, veel blijft onduidelijk. ‘Bent u de afgelopen twaalf maanden met iemand intiem geweest?’ luidde een van de enquêtevragen. Dat laat nogal wat speelruimte: hoe vaak heeft iemand dan seks? Met hoeveel partners? Wat verstaan de ondervraagden onder ‘intiem’? Was het in 2005 moeilijker om toe te geven dat je geen zin of een niet bestaand seksleven had dan een goede tien jaar later? En, heel belangrijk,
    hoe tevreden of ontevreden waren de ondervraagden daar eigenlijk over?

    Zelfs in de wetenschap is seks een complex onderwerp en veel vragen blijven onbeantwoord. ‘De bevindingen op zich zijn in elk geval relatief hard,’ zegt psychiater Peer Briken, hoofd van het Institut für Sexualforschung, Sexualmedizin und Forensische Psychiatrie van het academisch ziekenhuis UKE in Hamburg. ‘Dat blijkt uit verschillende onderzoeken.’ In veel andere industrielanden zien we dezelfde resultaten. Bijna alle onderzoeken geven hetzelfde beeld: ‘Het is een generatie-effect,’ schrijven Juliane Burghardt c.s.

    Generatiefenomeen

    De afname in seksuele activiteit en het minder zin hebben in seks zijn het duidelijkst waarneembaar onder jonge en iets oudere mannen en vrouwen onder de veertig. En afhankelijk van het onderzoek geldt het wat meer voor mannen of wat meer voor vrouwen. Ook de in juni 2020 in het vaktijdschrift Jama gepubliceerde cijfers uit de Verenigde Staten pleiten voor een generatiefenomeen. Het aandeel van de – vrijwillig of onvrijwillig – seksueel niet-actieve mannen tussen 18 en 24 jaar lag daar tussen 2000 en 2002 nog op 18,9 procent; 15 jaar later was dat in dezelfde leeftijdscategorie 30,9 procent. Onder vrouwen steeg het aandeel van de groep zonder seks van 15,1 naar 19,1 procent.

    Een van de redenen: ‘Het aandeel singles onder jonge mensen is duidelijk gestegen,’ zegt sekstherapeut Uwe Hartmann van de Medizinische Hochschule Hannover. Ze aarzelen veel meer dan hun voorgangers uit eerdere generaties om een vaste relatie aan te gaan en – pas op: cliché! – mensen met een vaste partner hebben nu eenmaal het vaakst seks. Het idee van de promiscue single die het ene avontuurtje na het andere beleeft, is een karikatuur. Dat bleek ook uit de door Burghardt, Brähler en Beutel geanalyseerde data uit 2015: daaruit bleek dat 87 procent van de ondervraagde vrouwen met partner de afgelopen twaalf maanden seks had gehad en maar 37 procent van degenen zonder vaste relatie. Bij de ondervraagde mannen waren die percentages 88 procent, respectievelijk 54 procent.

    Het klinkt paradoxaal dat uitgerekend de jongens en meisjes van de Tinder-generatie met hun online datings en schijnbaar onbegrensde mogelijkheden schipbreuk lijden als het gaat om de bevrediging van hun lusten. Mogelijkheden te over en op het net wemelt het van de zoekenden. Maar misschien is dat juist het probleem. Zo heeft de Nederlandse sociaal psychologe Tila Pronk van de Universiteit Tilburg geconcludeerd dat met het aantal potentiële datingpartners ook de neiging toeneemt om zich terug te trekken en vrijwel iedereen af te wijzen. Hoe meer mogelijkheden, hoe kritischer die worden bekeken. Begrippen als Tinder fatigue en dating burn-out gonzen al over het net. Iemands tevredenheid over een beslissing neemt af naarmate er meer opties zijn, als er überhaupt al een beslissing wordt genomen.

    77 procent van de singles hadden in de vier weken voor de enquête geen seks gehad

    Sites als Tinder zijn nu eenmaal geen altruïstische relatiebemiddelaars: het concept is zodanig ontworpen dat gebruikers blijven en doorgaan met zoeken in plaats van met een partner in het analoge geluk te verdwijnen. Het is juist een kick om profielen van andere zoekenden door te nemen, je begeerd te voelen als een ander interesse in je heeft en bij twijfel gewoon weer verder te zoeken omdat nu eenmaal ooit je droompartner kan opduiken.

    Als je je een weg baant door de sites die expliciet het faciliteren van seksuele avontuurtjes ten doel hebben, krijg je algauw de indruk dat vrouwen omkomen in de reacties en dat mannen zo ongeveer alle vrouwen aanschrijven in de vergeefse hoop eindelijk, eindelijk iemand te vinden. Veel gebruikers doen maar alsof, ze bezoeken de sites alleen om hun fantasie te prikkelen en fantasieavontuurtjes te hebben. ‘Geen sekspraatjes please’ staat er dan ook in veel profielen.

    Noorse psychologen hebben bovendien geobserveerd dat op datingsites vooral de mensen succesvol zijn, die ook in de analoge wereld zonder veel moeite een scharrel of een partner vinden. ‘Het internet is vooral een speelplaats voor mensen met sociale remmingen,’ zegt Manfred Beutel. Veel onderzoekers hebben het al over ‘seksuele ongelijkheid’, die door datingsites nog zou worden versterkt. ‘Door op deze manier naar een partner te zoeken, wordt het nog belangrijker hoe iemand eruitziet,’ zegt Ruben Arslan, die zich op het Max-Planck-Institut für Bildungsforschung bezighoudt met vragen rond seksualiteit. Het uiterlijk krijgt op het net extra aandacht. Want andere eigenschappen zijn bij het vluchtig bekijken van een profiel moeilijk vast te stellen: of iemand humor heeft, hartelijk en betrouwbaar is, zie je niet zo makkelijk. Wie er op het eerste gezicht niet goed uitziet, is al afgevallen voor zijn eventuele goede karaktertrekken in beeld kunnen komen.

    77 procent van de singles hadden in de vier weken voor de enquête geen seks gehad, terwijl dat bij de mensen met een relatie maar 20 procent was. Dat blijkt uit een onderzoek onder bijna 5000 personen tussen oktober 2018 en september 2019 door het Academisch ziekenhuis UKE in Hamburg.

    ‘Veel jonge mensen stellen tegenwoordig extreem hoge eisen’

    Mannen hadden naar eigen zeggen gemiddeld 9,8 vrouwelijke sekspartners, vrouwen hadden slechts 6,1 partners. De onderzoekers van het UKE gaan ervan uit dat mannen zich eerder als seksueel actief profileren. Als vrouwen een groot aantal partners opgeven, lopen ze daarentegen nog steeds het risico negatief beoordeeld te worden en ze zijn dan ook geneigd een lager aantal partners te vermelden.

    ‘Veel jonge mensen stellen tegenwoordig extreem hoge eisen,’ weet Uwe Hartmann van de Medizinische Hochschule Hannover uit zijn therapeutische praktijk. Alles moet en zal kloppen. ‘Maar de juiste partner,’ zegt Hartmann, ‘staat eerder aan het eind dan aan het begin van een relatie. Je ontwikkelt je samen en groeit naar elkaar toe, maar daar is geduld voor nodig en de bereidheid compromissen te sluiten. Veel mensen zijn daar niet toe bereid.’ Hij ziet dat zelfbeschikking vaak voor alles gaat. ‘Ik, in plaats van wij.’ Een relatie aangaan impliceert
    verlies van individuele autonomie, dat kan nu eenmaal niet anders.

    Met de hoge eisen neemt mogelijk ook de angst toe om te worden afgewezen. Een dergelijke faalangst kan jonge mensen ertoe brengen alleen te blijven – en weer naar het internet brengen, maar dan naar een ander soort sites. ‘Juist op jonge, onzekere mannen oefent seks op internet een enorme aantrekkingskracht uit,’ zegt Manfred Beutel. ‘Voor onervaren, bang aangelegde mensen is in je eentje te mastur-beren makkelijker dan het risico lopen te worden afgewezen.’ Een van zijn patiënten zat hele nachten voor het scherm om naar een vrouw te kijken die seksuele handelingen verricht, live en tegen betaling. Die vrouw verdient goed aan klanten zoals hij. De jonge patiënt heeft zich diep in de schulden gestoken, verschijnt vaak niet op zijn werk en echte intimiteit zal hij zeker niet vinden. Sommige camgirls doen zelfs alsof ze een relatie met hun klant hebben. Ze sturen elkaar WhatsAppberichtjes en
    creëren zo een illusie van bij elkaar zijn. En als hij zich een tijdje niet meer laat zien en niet meer voor haar internetshows betaalt, blijft ze hem achterna zitten.

    Onzeker

    Maar ook hier geldt: of porno je zin in seks vermindert, zoals vaak wordt verondersteld, staat wetenschappelijk niet vast. Zo blijft ook de vraag of mensen wellicht wat minder seks met hun partner hebben omdat ze in plaats daarvan seks met zichzelf hebben, dus masturberen, voorlopig niet meer dan een vermoeden. Data over de frequentie van masturbatie vertonen op zijn best grote tekortkomingen. Mannen, zeggen sommige onderzoekers, blijven de laatste decennia met ongeveer dezelfde frequentie masturberen, vrouwen doen het sinds de jaren zestig vaker. Waarbij het een open vraag is of er tegenwoordig niet gewoon makkelijker over wordt gesproken. Onder onderzoekers lijkt een zekere consensus te zijn ontstaan dat soloseks een zelfstandige vorm van seksualiteit is, die parallel aan seks met een partner kan plaatsvinden.

    Om porno te kijken moet je handelingen verrichten, maar voor veel uitingen van de liberale seksuele moraal in het algemeen hoef je helemaal niets te doen. Die vinden jou wel, bijna continu en overal, wat er makkelijk toe kan leiden dat mensen zich onzeker gaan voelen. ‘De seksualisering van de publieke ruimte gaat mogelijk gepaard met ontseksualisering in het privédomein,’ vertelt Bernhard Strauβ van de universiteit van Jena. Als psycholoog en seksonderzoeker komt hij in zijn dagelijkse praktijk regelmatig patiënten tegen die over zichzelf en hun lustgevoelens twijfelen. Al die beelden en verhalen op het internet en uit andere bronnen vormen een belasting voor de mannen en vrouwen die naar de polikliniek van Strauβ komen. ‘Ze vinden zichzelf te normaal, te saai en te gewoontjes,’ zegt hij. Moet hun seksleven niet wat meer kleur en afwisseling krijgen dan het nu heeft? Moeten ze niet meer lust ervaren, net als alle anderen die kennelijk hun bdsm-fantasieën op frivole fetisjfeestjes uitleven of in als spirituele workshops vermomde tantraweekends de toppen van hun zeer persoonlijke gelukzaligheid bereiken? ‘Dat betreft typisch mensen die al jaren een vaste relatie hebben, met een routineus seksleven,’ zegt Strauβ, ‘en dan vertellen vrienden over allerlei wilde praktijken, wat ervoor zorgt dat ze gaan twijfelen en zich afvragen of ze geen saaie muts zijn en van alles missen.’

    ‘Overal draait het om seks, behalve in hun eigen slaapkamer’

    Want uiteraard hebben anderen altijd de beste seks. Daardoor slaat hun fantasie op hol, beelden ter inspiratie zijn massaal voorhanden. ‘Overal draait het om seks, behalve in hun eigen slaapkamer,’ zegt schrijfster Susanne Wendel. Daaruit ontstaan de extreme verwachtingen waar veel individuen en stellen last van hebben. Verschillende van zulke door hun (gebrek aan) zin in seks geteisterde mensen hebben zich al bij haar gemeld. Eigenlijk heeft ze voedingsleer gestudeerd, maar in plaats van met diëten houdt ze zich nu met erotiek bezig. Ook dat weerspiegelt wellicht de tijdgeest: in plaats van de voeding wordt nu de seksualiteit geoptimaliseerd.

    Sekscoach

    Susanne Wendel schrijft boeken met titels als Naai je gezond in twaalf weken. Als coach en ervaren swinger adviseert ze vooral cliënten wier seksbeleving geen gelijke tred houdt met hun verwachtingen. De stellen die bij haar komen, zegt Susanne Wendel, zijn eigenlijk overwegend heel gelukkig met elkaar. ‘Ze houden van elkaar, ze zijn op elkaar gesteld, maar de seks is ingedut, en meestal zou een van de twee graag weer wat meer willen.’

    Juist in deze tijd van pandemie en langdurige lockdown doet het probleem zich in gezinnen in geconcentreerde vorm voor. ‘Hoe moet je ’s avonds zin in gezamenlijke bedsport krijgen, als je al de hele dag op elkaars lip zit en ook de kinderen steeds je aandacht vragen,’ zegt Susanne Wendel. Een van haar klanten vertelde dat ze vaak opgelucht is als haar man op de bank voor de tv in slaap valt en niet meer naar haar slaapkamer komt. Dan is er in elk geval ook geen moment van twijfel of ze het nu wel of niet moesten doen, ook al had ze geen zin. ‘Om zin te hebben is afstand nodig,’ zegt Wendel. Verlangen ontstaat als je niet bij elkaar bent. Alleen als je je kunt terugtrekken, verlang je ook weer naar de lichamelijke nabijheid van je partner, met wie je misschien al jaren samenwoont en leven en bed deelt.

    Soms is het al voldoende om ergens anders te zijn, naar een hotel te gaan bijvoorbeeld, zegt Wendel. Of een vaste afspraak te maken om seks te hebben. ‘Dat klinkt misschien raar en banaal, maar het werkt wel.’ Als diëtiste heeft ze daar een passend spreekwoord voor: ‘Al etende krijgt men trek.’ Stellen die bij haar komen, stuurt ze naar een studentenhotel, seksshops of, voor gevorderden, naar een parenclub of een seksfeest. In een dergelijke aanpak zit veel tijdgeest en er is wat geluk en de echte wil tot verbetering bij nodig. Daar is Susanne Wendel zich heel goed van bewust. De vraag is of dit recept succes zal hebben bij de grote massa. Kunnen alle gefrustreerde stellen zich, excusez le mot, in twaalf weken gezond of in elk geval tevreden naaien?

    Als je alles kunt krijgen, kom je tot niets meer en hou je aan het eind alleen twijfel over

    Sommige dingen verliezen misschien hun magie als ze expliciet besproken en georganiseerd worden. Misschien ook slachten sommige van de hunkeraars hun kip met gouden eieren: wie altijd alles wil verbeteren en hebben, strandt uiteindelijk op een innerlijk eiland van eenzaamheid en ontevredenheid. Uit psychologisch onderzoek is bekend dat een expliciete zoektocht naar meer geluk en grotere tevredenheid paradoxale resultaten oplevert. Door de focus op
    persoonlijk geluk wordt juist de nadruk gelegd op de omstandigheden waar dat geluk ontbreekt. Misschien gaat het met seksualiteit ook zo. De eis dat iemand zijn verlangens per se bevredigd wil zien, wordt zo belangrijk dat hij de teleurstelling al in zich draagt. Was dat nou alles, kan het niet beter, bestaat er echt geen grotere climax? Als je alles kunt krijgen, kom je tot niets meer en hou je aan het eind alleen twijfel over: niets dus.

    Bovendien moet de wens van een vervuld seksleven tegenwoordig concurreren met andere verlangens. Er bestaan nog andere genoegens. ‘We hebben tegenwoordig vrijetijdsstress,’ zegt Uwe Hartmann, ‘vroeger waren er maar drie tv-programma’s en was seks een van de weinige andere vrijetijdsbestedingen.’ Nu ziet hij daarentegen een fenomeen dat hij Netflixlusteloosheid noemt. Een van de stellen uit Hartmanns praktijk leerde elkaar kennen tijdens de vakantie en had een tijd een latrelatie waarbij in het weekend seks en erotiek centraal stonden. Toen gingen ze samenwonen en zaten ze – in figuurlijke zin – steeds vaker samen lusteloos op de bank. Seks? Ach, laten we nog maar een serie kijken.

    Ook carrièrestress en werkloosheid benemen je de zin in seks. En juist de jongere generatie werkt vaak noodgedwongen als kwetsbare zzp’er of met een tijdelijke aanstelling. Financiële onzekerheid, vage carrièrepaden, soms ook nog kritische ouders in je nek: het zou allemaal een deel van de lustdip van deze generatie kunnen verklaren.

    Als je veel gamet, heb je geen tijd voor andere dingen

    En bovenaan de lijst prijkt de usual suspect: het mobieltje. ‘Digitale media zijn zeker relevant,’ zegt Juliane Burghardt, ‘maar het zou goed kunnen dat ze een heel andere invloed hebben dan vaak wordt verondersteld.’ Een smartphone vermindert het libido niet door zijn geheimzinnige straling, veel vaker is het zo dat het de aandacht vasthoudt die anders naar je partner en haar lichaam zou kunnen uitgaan. Surfen leidt af, wat voor soort apparaat je ook gebruikt. Onderzoekers in de Verenigde Staten hebben verbluffende resultaten gepubliceerd, die daarop wijzen. In de onderzochte regio’s correleerde het teruglopen van tienerzwangerschappen met het uitrollen van breedbandinternet. Waar sneller internet kwam, waren de meisjes meer bezig op internet, dan dat ze in de analoge wereld op avontuurtjes uit gingen, is de interpretatie van de onderzoekers. Voor jonge mannen daarentegen kan de teruglopende seksuele activiteit worden verklaard door computergames: als je veel gamet, heb je geen tijd voor andere dingen. Daar komt nog bij dat de consumptie van alcohol, vanouds een grote drempelverlager, lijkt terug te lopen, in het bijzonder bij jongeren, zoals sociologe Lei Lei van Rutgers University aanvoert. Als je wat gedronken hebt, spring je makkelijker over je schaduw heen en overwin je eerder je angst om afgewezen te worden.

    Mannen en vrouwen tussen 18 en 35 hebben gemiddeld vijf keer per maand seks, de 36- tot 55-jarigen ongeveer vier keer. De ‘eerste keer’ is voor bijna de helft van de 18 tot 25-jarigen nog voor hun zeventiende verjaardag (44 procent van de mannen en 42 procent van de vrouwen). Deze percentages zijn de laatste jaren niet erg veranderd, aldus de onderzoekers van het UKE.

    13 procent van de ondervraagde mannen in Duitsland zei geen zin in seks te hebben, een toename van ongeveer 5 procentpunten ten opzichte van 2005. Bij de vrouwen was een vergelijkbaar beeld te zien: het aantal seksueel actieve vrouwelijke ondervraagden nam af tot 62 procent (was 67 procent), het percentage vrouwen die geen zin hadden, steeg naar 26 procent (was eerder 24 procent).

    Seksuele moraal

    Oversexed and underfucked – misschien is het gewoon wel een naïef idee dat de liberalisering van de seksuele moraal en de seksualisering van de openbare ruimte de mensen bevrijd heeft. Seks is en blijft nu eenmaal iets machtigs, iets dat te maken heeft met controleverlies, iets dat de gevoelshuishouding ontregelt, het zelfbeeld ter discussie stelt, afgronden openbaart, het dierlijke in de mens opwekt. Iets dat, net als vroeger, met angst en schaamte te maken heeft, hoe naakt de wereld rondom ons ook mag zijn.

    ‘Ben ik mooi genoeg, ben ik te dik, hoe denken anderen over mij: al die twijfels heb je in een parenclub natuurlijk ook,’ vertelt een ervaren vrouwelijke swinger die op internet over haar seksuele avonturen en haar open relatie schrijft. En: ‘Het is heel, heel moeilijk voor me geweest om ook mijn onderdanige kant te laten zien,’ zegt ze, tenslotte is ze ‘door en door en feminist’. Zoals veel seksblogsters maakt ze het private (ook) publiek, om het te politiseren, net zoals dat in 1968 werd gedaan. Het gaat hun om de bevrijding van de vrouwelijke lust: zo lijkt het in
    elk geval. Maar vaak kan die strategie ook ter rechtvaardiging van het eigen handelen dienen. Wie zijn lust offensief ten dienste van een hoger doel stelt, voorkomt aanvallen van anderen. Want ondanks alle maatschappelijke vooruitgang stellen onderzoekers vast, dat vrouwelijke promiscuïteit nog altijd kritiek uitlokt.

    ‘Het is een teken van seksuele zelfbeschikking als vrouwen hardop zeggen dat ze geen zin hebben’

    In elk geval staat inmiddels wel vast dat vrouwen ‘tegenwoordig een aanzienlijk hoger seksueel zelf-bewustzijn hebben,’ zegt Bernhard Strauβ van de universiteit van Jena. Zowel als ze seks willen als wanneer ze dat niet willen: ‘Het is een teken van seksuele zelfbeschikking als vrouwen zich veroorloven geen zin te hebben en dat ook hardop zeggen.’ Kortgeleden is er een boek verschenen van de paren- en seksueel therapeute Anica Plaβmann waarvan de titel dit fenomeen, geheel conform de tijdgeest, bevestigt: Sexfrei. Warum es okay ist, keine Lust zu haben [‘Seksvrij. Waarom het oké is als je geen zin hebt’ (niet in het Nederlands vertaald)]. ‘Iedereen heeft recht op geen seks!’ staat op de flaptekst.

    Ook al hebben we het nu niet over mannen die geen zin hebben, toch zijn die er wel degelijk, zegt Uwe Hartmann. Als je die vraag aan therapeuten stelt, hoor je dat parallel aan het toegenomen seksuele bewustzijn van vrouwen, bij mannen juist de onzekerheid is toegenomen. De prestatiedruk die ze ervaren en seksuele faalangst hebben hen misschien een stille aftocht doen blazen. Liever helemaal geen lust, dan er een beetje dom bijhangen. De mannelijke seksualiteit wordt in het #MeToo-heden vooral als een duistere, destructieve kracht beschouwd. Veel mensen zien deze discussie als een maatschappelijke kans om de verhouding tussen de geslachten opnieuw te ijken. Maar op minder theoretisch vlak vergroot ze bij veel mensen ook de onzekerheid.

    ‘Mannen zijn hier juist enigszins in het defensief,’ zegt Manfred Beutel. Een van Hartmanns patiënten is bijvoorbeeld volkomen in paniek geraakt omdat hij bang is in de omgang met vrouwen iets te doen of te zeggen dat als seksueel geweld zou kunnen worden geïnterpreteerd. Ook in de bdsm-scene is een nieuwe terughoudendheid te bespeuren. Daar is een ‘enorm tekort aan dominante mannen,’ zegt Hartmann.

    De eeuwige vraag blijft: wat gaat er mis?

    Vermoedelijk ontstaat bij beide geslachten ook onzekerheid door de druk om hun eigen individuele vorm van seksualiteit te moeten definiëren. Hetero, homo, bi, aseksueel, alloseksueel, panseksueel: seksuele zelfdiagnose heeft een naam nodig. Misschien is het voor jongeren moeilijk een keus te maken uit al die identiteitssjablonen. Onderzoekers zien als tegenbeweging een terugkeer naar de traditie: het superklassieke beeld van een relatie met eerst een verloving en later een trouwdag die zo op Instagram kan.

    De eeuwige vraag blijft: wat gaat er mis?

    De neiging om seks te problematiseren is van alle tijden en niet afhankelijk van hoe je er tegenaan kijkt. Te veel seks? O nee, het einde der tijden nadert. Te weinig seks: O nee, het einde van de wereld zoals wij die kennen nadert! Cultuurpessimisme-light.

    Maar wellicht is er helemaal geen probleem. Want veel mensen kunnen er tegenwoordig goed mee omgaan dat ze minder zin hebben, zoals Manfred Beutel in de praktijk waarneemt. Dat de seks minder was geworden, dat haar lustgevoel was ingedommeld, vertelde een patiënte hem bijvoorbeeld slechts heel terloops. In de jaren tachtig zou het een complete opstand bij zijn patiënte hebben teweeggebracht. Toen was gebrek aan lust en een ingeslapen liefdesleven nog een regelrechte catastrofe, als het überhaupt al expliciet en als zodanig werd benoemd en niet schuilging onder andere onderwerpen. Over zijn jonge patiënten die doelloos door hun singleleven dwalen zegt Beutel: ‘Bij veel van hen heb ik de indruk dat ze helemaal niet zo in seks geïnteresseerd zijn.’

    ‘Misschien hebben we nu wel de optimale hoeveelheid seks die we als samenleving nodig hebben,’ zegt psychologe Juliane Burghardt. Er zijn veel redenen om seks te hebben, en die zijn niet allemaal goed. De psychologen Cindy Meston en David Buss hebben jaren geleden de inmiddels klassieke studie Waarom mensen seks hebben gepubliceerd en daarin het overgesimplificeerde idee weersproken dat mensen alleen seks hebben omdat ze het lekker vinden, kinderen willen of omdat hun hormonen zich roeren. Meer dan vijfhonderd proefpersonen hebben in dat onderzoek honderden redenen gegeven om met iemand fysiek intiem te willen zijn.

    Er bestaan ook slechte redenen om seks te hebben. Bijvoorbeeld om je partner plezier te doen of om haar niet teleur te stellen. Onvrijwillig seks hebben, bijvoorbeeld in combinatie met alcohol, die zoals hierboven al geschetst, niet alleen op onschadelijke wijze ontremmend werkt. Misschien is het tegenwoordig voor veel mensen wel makkelijker om nee te zeggen als ze niet willen, maar hebben ze op een of andere manier toch het gevoel dat ze het moeten doen, zegt Burghardt. Ja, misschien.

    Vast staat alleen dat het ingewikkeld blijft, heel ingewikkeld. Het gaat tenslotte om seks.

  • De verborgen lust van de vrouw. Of hoe de clitoris langzaam uit de geschiedenisboeken verdween

    De verborgen lust van de vrouw. Of hoe de clitoris langzaam uit de geschiedenisboeken verdween

    Veel biologie- en anatomieboeken tonen in detail de anatomie van de penis, de bijbehorende zenuwen, bloedvaten en fasces. Maar afbeeldingen van het vrouwelijk lustorgaan, de clitoris, zijn onvolledig, foutief – en vaak ontbreken ze helemaal. Waarom speelt het vrouwelijk geslachtsorgaan in de wetenschap zo’n ondergeschikte rol?

    In een snijzaal in het zuiden van Australië waar anatomen sinds eeuwen menselijke lichamen onderzoeken, werkt aan het eind van de jaren negentig een jonge arts. Ze heeft juist haar opleiding tot uroloog aan de universiteit van Melbourne voltooid – als eerste vrouw in een door mannen gedomineerd specialisme.

    Ter voorbereiding op haar examen boog ze zich dagenlang over de boeken, ook om de anatomie van de urinewegen en de geslachtsorganen te leren. Daarbij viel haar iets op wat alle mannen vóór haar blijkbaar was ontgaan: de boeken tonen op vele pagina’s in detail de anatomie van de penis, de bijbehorende zenuwen, bloedvaten en fasces. Maar de afbeeldingen van het vrouwelijk lustorgaan, de clitoris, zijn onvolledig, foutief – en vaak ontbreken ze helemaal.

    Uitgerust met een camera, een scalpel en een pincet wil de jonge vrouw dat nu recht zetten. Ze ontleedt tien vrouwenlijken en fotografeert de structuren van het vrouwelijk geslachtscomplex, vagina en vulva, zenuwen, bloedvaten – en de clitoris. Later schuift ze gezonde vrouwen in een MRI-scan om deze organen ook bij levende mensen te onderzoeken.

    Het kleine knopje dat vaak als de clitoris wordt afgebeeld, is alleen maar de zichtbare clitoriseikel met voorhuid en kapje

    Haar resultaten publiceert ze in het Journal of Urology: het kleine knopje dat vaak als de clitoris wordt afgebeeld, is alleen maar de zichtbare clitoriseikel met voorhuid en kapje. Het geheel strekt zich uit in het bekken, in het meestal ongeveer tien centimeter lange clitorislichaam en twee gewelfde zwellichamen links en rechts, elk steunend op een aan urinebuis en vagina grenzend voorhofzwellichaam.

    In vakkringen wordt ze voor dit werk overladen met prijzen, krantenartikelen bejubelen de jonge vrouw: ‘Haar werk dwingt tot herschrijving van de anatomieboeken en een omslag in het denken in de medische beroepen’, schrijft bijvoorbeeld de BBC.

    Nu, bijna vijfentwintig jaar later, is Helen O’Connell professor Urologie aan de universiteit van Melbourne. Ze zegt: ‘Het is interessant om te zien of er vooruitgang geboekt wordt.’ Want nog altijd gebruiken studentes en studenten anatomie- en chirurgieboeken waarin gedetailleerde afbeeldingen van de clitoris en haar zenuwen ontbreken. Wat de vrouwelijke anatomie betreft, lijkt er sprake van stilstand.

    Hoe is dat te verklaren? Als het om de vrouwelijke geslachtsorganen gaat, begint de verwarring vaak al bij de begrippen: de vagina is alleen de verbinding van de schede-ingang naar de baarmoedermond en niet de uitwendige geslachtsorganen, zoals vaak abusievelijk wordt aangenomen. Het anatomisch correcte begrip daarvoor is vulva – daartoe behoren schaamlippen, venusheuvel en dat kleine deel van de clitoris dat van buiten te zien is.  Het negeren, of het alleen maar afbeelden van het zichtbare deel van het lustorgaan van de vrouw, is in vakboeken tegen beter weten in een traditie.

    Want wat Helen O’Connell in haar studie vond, bevestigt kennis die twee eeuwen oud is: al in het jaar 1844 onderzocht de Duitse anatoom Georg Ludwig Kobelt de vrouwelijke ‘wellustorganen’, zoals hij ze noemde. Zijn gedetailleerde tekeningen van de clitoris en haar bloed- en zenuwvoorziening gelden tot op heden als een meesterlijke prestatie. Sindsdien is de kennis over de structuren van de clitoris eigenlijk aanwezig. Toen al hadden Kobelts inzichten een revolutie kunnen veroorzaken in de anatomische blik op het vrouwelijk lustorgaan, maar hem overkwam toen hetzelfde als later Helen O’Connell: zijn kennis kwam de snijzaal nauwelijks uit.

    De clitoris paste niet in het victoriaanse tijdperk, waarin vrouwen de rol van huisvrouw en moeder kregen toebedeeld

    Integendeel: in een in het jaar 1901 geactualiseerde editie van de belangrijkste anatomie-atlas, Gray’s Anatomy, verdwijnt zelfs een afbeelding die de clitoris nog in dwarsdoorsnede als een klein puntje voorstelt. Dat documenteerden de sociologen Adele Clarke en Lisa Jean Moore in een uitgebreid onderzoek. De clitoris paste niet in het victoriaanse tijdperk, waarin vrouwen de rol van huisvrouw en moeder kregen toebedeeld. Centraal staan voortplanting en reproductie, de baarmoeder geldt als het belangrijkste seksuele orgaan van de vrouw. De vermeend onbeduidende lust van de vrouw – en daarmee ook de clitoris – zien de medici in die tijd als overbodig, of zelfs als ziekelijk en gevaarlijk. 

    Freud

    Beslissend voor deze zienswijze is de bijdrage van de psychoanalyticus Sigmund Freud: hij onderscheidt in de door hem ontwikkelde theorie van de seksualiteit clitorale en vaginale seksualiteit en postuleert dat alleen de laatste volwassen en gezond is. Voor een succesvolle seksuele ontwikkeling, dus de rijping van kind tot vrouw, was daarom een verschuiving van de erogene zone nodig, weg van de clitoris naar de vagina.

    Zijn hoogtepunt vindt dit denken in de door de Engelse gynaecoloog Isaac Brown ontwikkelde verwijdering van de clitoris, de clitoridectomie. Die geldt als therapie voor als pervers beschouwde zelfbevrediging, voor nymfomanie, voor elke vorm van zogenaamde vrouwelijke ‘hysterie’. 

    Deze therapie speelt in Europa en de VS tegenwoordig geen rol meer. Maar nog altijd geldt de vagina als de vrouwelijke tegenhanger van de penis; de clitoris daarentegen blijft als een oninteressant onderzoeksobject vrijwel geheel verbannen uit voorlichtings- en anatomieboeken. Terwijl wetenschappers en activisten al decennia lang werken aan de rehabilitatie van dit orgaan. Maar de grote anatomie-atlassen die wereldwijd nog steeds door miljoenen studenten gebruikt worden, bereiken tot op heden nog steeds niet het niveau van Georg Ludwig Kobelts tekeningen.

    ‘De geschiedenis van de clitoris is een parabel van de cultuur’ – met die zin eindigt Helen O’Connell het verslag van haar onderzoek. Voor haar is het duidelijk: veel nieuwe edities van de boeken nemen steeds opnieuw de inhoud over van de eerdere uitgaven – zonder kritische toetsing.

    Gouden puntjes

    Dit merkt ook de Zwitserse bioloog Daniel Haag-Wackernagel op wanneer hij met het onderzoek naar het vrouwelijk lustorgaan begint. Voor een voordracht over de lustorganen bij chimpansees doorzocht hij de anatomieboeken op afbeeldingen van de lustorganen van de dieren en ter vergelijking ook die van mensen.

    Mannelijke geslachtsorganen van chimpansees en mensen vindt hij zonder problemen. Maar de speurtocht naar afbeeldingen van de vrouwelijke lustorganen verloopt moeizaam. Pas in de bibliotheek van het anatomisch instituut in Bazel stuit hij op correcte, gedetailleerde afbeeldingen – op het werk van Kobelt uit 1844.

    Sindsdien heeft Daniel Haag-Wackernagel afbeeldingen en modellen van de clitoris verzameld; in zijn boekenkast staan ze tussen dikke anatomieboeken. Intussen heeft hij – in zijn vrije tijd als emeritus professor – op basis daarvan een 3D-model ontwikkeld dat de voor de vrouwelijke lust verantwoordelijke structuren laat zien.

    Onderzoekssubsidies zou hij voor dit werk waarschijnlijk niet gekregen hebben, is zijn overtuiging. De interesse voor dit thema is te gering. Want zelfs een zo nuchtere, descriptief lijkende wetenschap als de anatomie is gevormd door ‘culturele en sociale omstandigheden en machtsstructuren’, zoals Adele Clarke en Lisa Jean Moore in hun onderzoeksverslag schrijven. Beide sociologen zijn het eens met Haag-Wackernagel en O’Connell: het moet als een maatschappelijk fenomeen begrepen worden dat de vrouwelijke geslachtsorganen in de anatomie met zoveel minachting behandeld worden. 

    Als je aan Helen O’Connell vraagt of medici en leken genoeg weten over de vrouwelijke geslachtsorganen, lacht de uroloog. ‘Er is nog enorm veel te onderzoeken,’ zegt ze.  Daniel Haag-Wackernagel haalt bij wijze van antwoord nog een model uit de boekenkast achter hem. Daarop zijn kleine gouden puntjes getekend – nauwelijks onderzochte kleine sensoren die in de huid van de clitoriseikel en –voorhuid, en ook in de kleine schaamlippen zitten. Bij vibratie of aanraking geven ze lustsignalen door aan de hersenen.

    De lijst van structuren in de genitale zone van de vrouw waarover opvallend weinig bekend is, laat zich waarschijnlijk moeiteloos uitbreiden – vaak in verband met een maatschappelijk debat, zoals bijvoorbeeld over het beroemde G-plekje.

    ‘Alle als typisch vrouwelijk of typisch mannelijk begrepen structuren komen steeds ook bij het andere geslacht voor’

    Helen O’Connell onderzocht het vaginale weefsel in 2017 op het bestaan van zo’n plek en vond geen aanwijzingen voor het bestaan ervan. Een ander voorbeeld is de strijd over de vraag of het door Freud gepostuleerde vaginaal orgasme uiteindelijk toch slechts een mythe is – en de clitoris het enige lustorgaan dat een orgasme kan oproepen.

    Vaak gaat het in het wetenschappelijk debat daarover om anatomische structuren bij de vrouw die analoog zijn aan die van de man: ‘Wij staan als geslachten niet zover van elkaar af,’ zegt Daniel Haag-Wackernagel. ‘Alle als typisch vrouwelijk of typisch mannelijk begrepen structuren komen steeds ook bij het andere geslacht voor.’

    Bij mannen bijvoorbeeld bevindt zich een tegenhanger van de vagina in de prostaat. Die op zijn beurt ook bij vrouwen te vinden is – een opeenhoping van klierweefsel om de urinebuis die in het anatomie-onderwijs vaak niet eens vermeld wordt, hoewel die verantwoordelijk is voor de vrouwelijke ejaculatie. Bij sommige vrouwen scheiden deze klieren bij het orgasme een melkachtige vloeistof af. Die secretie bevat – net als de mannelijke pendant – specifieke prostaatantigenen.

    Dat, zegt Haag-Wackernagel, wisten onderzoekers eigenlijk al sinds de oudheid. Toch zijn de details van de vrouwelijke ejaculatie tot op heden nauwelijks onderzocht.

    Als het chirurgen ontbreekt aan precieze kennis van het verloop van de zenuwen in de vrouwelijke genitaliën, werken ze mogelijk in het ongewisse

    Met moderne methoden zou het goed mogelijk zijn deze hiaten in het onderzoek op te vullen. ‘Met MRI en ultrasone apparatuur kunnen we inmiddels de anatomie bestuderen bij levende proefpersonen,’ zegt Helen O’Connell. Maar de blinde vlek blijft. En dat heeft gevolgen. ‘Anatomie is een basiswetenschap voor veel andere medische disciplines,’ zegt ze.

    Disciplines waarin deze basiskennis dan ontbreekt. Zoals chirurgie. Veel zenuwen in het vrouwelijk onderlijf kunnen bij operaties beschadigd raken – bijvoorbeeld bij ingrepen aan de urinebuis, de bekkenbodem of de baarmoeder. ‘In het bekken ligt alles heel dicht bij elkaar,’ zegt Ricarda Bauer, uroloog aan de universiteitskliniek in München. Maar als het chirurgen ontbreekt aan precieze kennis van het verloop van de zenuwen in de vrouwelijke genitaliën, werken ze mogelijk in het ongewisse. Zenuwen die bij operaties beschadigd of doorgesneden zijn, kunnen er dan in het ergste geval toe leiden dat een vrouw geen opwinding meer voelt of geen orgasme meer kan krijgen.

    Inderdaad werden seksuele stoornissen na operaties bij vrouwen lange tijd als bijkomende schade voor lief genomen, zegt Ricarda Bauer. ‘En anders dan bij de man, bij wie na een ingreep standaard naar erectiestoornissen wordt geïnformeerd, vragen veel collega’s na een operatie bij vrouwen nog altijd niet naar het seksueel functioneren.’ 

    Anticensuur

    Maar de chirurgen zijn niet de enigen met gebrekkige kennis. Er zijn opvallend veel gynaecologen, psychologen en seksuele therapeuten die de workshop over de anatomie van de vrouwelijke lustorganen van Daniel Haag-Wackernagel bezoeken. Velen van hen behandelen stoornissen in de opwinding en de lustbeleving van vrouwen zonder genoeg geleerd te hebben over de daarvoor verantwoordelijke organen. En het grote aantal vrouwen dat zulke klachten heeft – vermoedelijk de helft van de vrouwen – doet vermoeden dat er niet altijd een psychologische, maar soms ook een tot op heden onbekende lichamelijke oorzaak achter kan zitten.

    En afgezien van operatie- en spreekkamers ontbreekt het in het bijzonder ook jonge mensen aan kennis over hun eigen lichaam en dat van hun seksuele partners. Want details over de geslachtsorganen van de vrouw die ontbreken in de vakliteratuur, duiken ook in de biologie- en voorlichtingsboeken niet meer op. Het ontbreekt leraren aan geschikt lesmateriaal, zegt Haag-Wackernagel. In de les seksuele voorlichting gaat het dan over de penis, de vagina en de baarmoeder, maar niet over de clitoris, en daarmee ook niet over de vrouwelijke lust. Dat blijft een taboethema – en het onderzoek laat dat liever onaangetast. ‘Er moet een grote verandering komen,’ zegt Helen O’Connell.  

    Anticensuur

    Een soort anticensuur in de literatuur, zoals Daniel Haag-Wackernagel die verlangt, zou een begin kunnen zijn: geen leerboeken meer zonder een verantwoorde afbeelding van de clitoris. In elk geval neemt de kwaliteit van de afbeeldingen in de grote anatomiewerken na al die jaren weer toe, volgens de Zwitserse bioloog. En ook in kunst en cultuur komt het orgaan steeds vaker voor. Op het internet zijn bakvormpjes en bedeltjes in de vorm van de vagina te vinden. ‘Na 2000 jaar dominantie van het fallussymbool,’ zegt Haag-Wackernagel, ‘is het hoog tijd om de clitoris bekender te maken.’   

    De clitoris in de modere anatomie

    b386e01a7c96b03a58d3f9399f27b8101ee95180

    1. eierstokken (ovaria)
    2. eileider (tuba uterina)
    3. baarmoeder (uterus)
    4. endeldarm (rectum)
    5. blaas (vesica urinaria)
    6. schede (vagina)
    7. urineleider (ureter)
    8 schaambeen (symphysis pubica)
    9. schedevoorhof (vestibulum vaginae)
    10. Buitenste schaamlippen (labiamajora pudendi)

    Een dwarsdoorsnede van het bekken van de vrouw uit een hedendaagse anatomie-atlas. Van links naar rechts zijn te zien: de ruggengraat met de wervels, de aangesneden darmlussen met de overgang naar het rectum, de vagina met de verbinding naar de dikwandige baarmoeder en de erboven liggende eileider en de blaas als een groot hol orgaan. Ook nu nog tonen veel leerboeken de clitoris slechts vaag en onvolledig.  In dit voorbeeld is ze afgebeeld als een kleine, liggende L.

    3-D model:  prof. dr. Daniel Haag-Wackernagel en Amos Haag

    2ccb062728c2899348d88b3b181e861ef34a3cad 1

    1. clitoriseikel (glans clitoridis)
    2. RSP infra-corporeal (Residual Spongy Part)
    3. voorhof zwellichaam (bulbus vestibuli)
    4. clitorale zwellichamen (crus clitoridis)
    5. opgaand clitorislichaam (corpus clitoridis pars ascendens)
    6. neergaand clitorislichaam (corpus clitoridis pas descendens)
    7. clitorale hoek (angulus clitoridis)
    8. kobelts adercomplex (pars intermedia)
    9. urinebuis (urethra)
    10. schede (vagina)
    11. schedevoorhof (vestibulum vaginae)
    12. binnenste schaamlippen (nymphe)  (labium minus pudendi)
    13. clitorisvoorhuid (preputium clitoridis)
    14. clitorishoed
    15. clitoristoompje (frenulum clitoridis)
    16. suspensorisch ligament (ligamentum suspensorium clitoridis)

    Het zogenaamde bulbo-clitoraal orgaan 1 t/m 8 is opgebouwd uit verschillende, nauw met elkaar verbonden structuren. Onder het orgaan liggen de urinebuis (9) en de schede (10). De clitoriale zwellichamen (4) alsook het opgaande en neergaande deel van het clitorislichaam (5 en 6) bestaan uit zwellichamen zoals die ook in de penis voorkomen. Die worden bij seksuele opwinding door het opstuwen van bloed eveneens hard: net als bij de man, komt het tot een erectie.

    De sponsachtige lichamen, waartoe de clitoriseikel (1), het RSP (2) en het voorhof zwellichaam (3) behoren, vullen zich gedurende de opwinding ook met bloed, maar blijven zacht omdat daar een vast bindweefselomhulsel ontbreekt. De voorhof zwellichamen zetten bij seksuele opwinding uit en omklemmen de vagina. De enige van buiten zichtbare structuur van het bulbo-clitoraal orgaan is het voorste deel van de clitoriseikel, doorgaans vaak als ‘clitoris’ of ‘kittelaar’ aangeduid. Dat zit als een kapje op het eind van het neergaand clitorislichaam (6).

    Met zijn ongeveer 8000 zenuwuiteinden is het de centrale structuur voor de vrouwelijke opwinding. Bij het orgasme persen de spieren van de clitorale zwellichamen (4) en het voorhof zwellichaam (3) ritmisch bloed via het zogeheten Kobelts adercomplex (8) in het clitorislichaam (5-7) en de clitoriseikel (1). 

    Een soortgelijk effect veroorzaakt het stoten met de penis bij het geslachtsverkeer: ze drukken het voorhof zwellichaam (3) en de clitorale zwellichamen (4) samen en stimuleren via de verhoogde druk de talrijke aanwezige ‘lustreceptoren’. Dit neemt de vrouw waar als seksuele opwinding.

    Hoe het vrouwelijk lustorgaan uit het standaardwerk verdwijnt

    Schermafbeelding 2021 02 12 om 12.03.25

    Vroeg meesterwerk

    ‘De mannelijke en vrouwelijke lustorganen van de mens en enkele zoogdieren in anatomisch en fysiologisch opzicht’: zo luidt de uitvoerige titel van het onderzoek dat de anatomieprofessor Georg Ludwig Kobelt al in 1844 publiceerde.

    De hier afgebeelde tekeningen van Kobelt laten de zwellichamen van de clitoris zien in zij-aanzicht, ingebed in het bek (boven), en frontaal (onder), alsook een op het eerste gezicht aan de penis herinnerende, tot dan toe unieke, zeer gedetailleerde vergroting met bloedvaten en zenuwen.

    De clitoris in Gray’s Anatomy

    In de uitgave van de in 1858 voor het eerst verschenen anatomie-atlas, genoemd naar de uitgever, de anatoom Henry Gray, geïllustreerd door Henry Vandyke Carter, komt de afbeelding van de clitoris in de dwarsdoorsnede van het vrouwelijk bekken in hoge mate overeen met wat Georg Ludwig Kobelt vier decennia daarvoor had ontdekt: de van buiten zichtbare clitoriseikel en de verborgen liggende clitorislichamen zijn ingetekend, het clitoris zwellichaam is tenminste aangeduid.

    514a5bb069fdcd97c1551d0eab1fe904193fabc5 1

    1901:  Een klein knopje

    Vagina en uterus blijven, het lustorgaan krimpt: aan het begin van de twintigste eeuw is in het standaardwerk van de anatomie van de oorspronkelijke afbeelding van de clitoris in dwarsdoorsnede nog slechts een kleine welving aan de voorkant overgebleven. Die komt ongeveer overeen met het deel van het orgaan dat van buiten zichtbaar is. De anatomisch correcte grootte en vorm van de clitoris zijn niet meer te zien.

    c208c7ff544442ebb6719416a37a8aa41a1b9bb2 1

    1913:  Geen spoor meer

    Zelfs het kleine, als clitoris aangeduide bultje uit de vorige uitgave is verdwenen. In deze uitgave van de anatomie-atlas ontbreekt in de betreffende afbeelding elke verwijzing naar het vrouwelijk lustorgaan. Ter vergelijking: in deze uitgave van Gray’s Anatomy treffen medische studenten en artsen nog steeds wel uitvoerige afbeeldingen van de penis aan.

  • Marokko in greep van wraakporno | Britse musici zingen brexitblues

    Marokko in greep van wraakporno | Britse musici zingen brexitblues

    Marokko windt zich op over buitenechtelijke seks

    Marokkaanse rechtbanken hebben een jonge vrouw veroordeeld voor haar rol in een seksfilmpje die op grote schaal op het internet is verspreid. De video werd zonder haar toestemming online geplaatst, maar toch was zij degene die werd aangeklaagd, aangezien het Marokkaanse strafrecht seks buiten het huwelijk strafbaar stelt.

    In Marokko heeft een ‘digitale sit-in’ op sociale media de aandacht getrokken van het Marokkaanse weekblad TelQuel. De hashtag #STOP490trending topic in Marokko – is duizenden keren gedeeld. Om daar tegengewicht aan te bieden is de hashtag #KEEP490 in het leven geroepen. 490 is het nummer van het artikel in het Marokkaanse Wetboek van Strafrecht dat buitenechtelijke seksuele relaties strafbaar stelt.

    De zaak van Hanaa, een 24-jarige alleenstaande moeder, die op 4 januari tot een maand gevangenisstraf werd veroordeeld, lag aan de basis van de socialemediastorm. Ze is door de rechtbank veroordeeld omdat ze, gekleed in een niqab, seks had met een man waarmee ze niet is getrouwd. Daar is een filmpje van gemaakt dat in december op een pornowebsite is geplaatst.

    De video, die zich als een lopend vuurtje over het Marokkaanse web verspreidde, is zonder haar toestemming gepubliceerd en, volgens haar advocaat, ook zonder haar medeweten gefilmd, schrijft TelQuel in een tweede artikel.

    ‘Hier in Marokko is het de vrouw die tegen haar zin werd gefilmd – het slachtoffer dus – die veroordeeld wordt tot een maand gevangenisstraf en een boete van 500 dirham’

    Volgens de advocaat gaat het om zogeheten ‘wraakporno’: het chanteren van of wraak nemen op een persoon door middel van belastende beelden.

    Aujourd’hui le Maroc betreurt dat fundamentele rechten in Marokko nog niet zijn gegarandeerd: ‘Artikel 490 is een soort van grote grap in het Wetboek van Strafrecht. De realiteit is anders. Men heeft het over het legaliseren van cannabis terwijl de basale vrijheden om over je eigen lichaam te beschikken niet eens zijn gewaarborgd.’

    ‘Hier in Marokko is het de vrouw die tegen haar zin werd gefilmd – het slachtoffer dus – die veroordeeld wordt tot een maand gevangenisstraf en een boete van 500 dirham’, aldus de Marokkaanse site Le360.

    Toch is een deel van de Marokkanen fel voorstander van de wet. ‘De conservatieven zien rood van woede’, schrijft TelQuel. “#Keep490 of ga het land uit’, schrijft een voorstander van artikel 490 op Twitter.

    De man die het filmpje heeft gemaakt woont in Nederland, verklaart de advocaat van Hanaa tegenover de Franse krant Le Monde. Omdat Nederland en Marokko geen uitleveringsverdrag kennen, is de man, in tegenstelling tot de vrouw, niet veroordeeld voor seks buiten het huwelijk, aldus de advocaat. Zij is wel van plan om in Nederland een aanklacht in te dienen tegen de man.


    Tweede impeachment van Trump is grondwettelijk

    Zesenvijftig van de honderd senatoren (vijfig Democraten, zes Republikeinen) hebben ermee ingestemd dat de voormalige president van de VS wel degelijk aan een impeachmentprocedure kan worden onderworpen, ook al is hij nu een gewone burger.

    De stemming vond plaats ‘na een emotioneel beladen dag’, meldt Politico. De democratische aanklagers begonnen hun pleidooi met een videomontage van de bestorming van het Capitool op 6 januari. Zij beschuldigen het voormalige staatshoofd ervan in zijn toespraak, enkele minuten voor de incidenten, de menigte te hebben aangezet tot geweld.

    Voor het Trump-kamp is het proces ‘politiek theater’ dat ‘het land zal verscheuren’ en is het er uitsluitend op gericht te voorkomen dat de voormalige president zich in 2024 herkiesbaar stelt, bericht Politico. Impeachment zou volgens Trumps verdediging zinloos zijn aangezien hij niet meer in functie is.

    De Democratische afgevaardigde uit Colorado, Joe Neguse, verwerpt dat argument: ‘Dat zou betekenen dat een president zijn land zou kunnen verraden, zijn ambt zou kunnen neerleggen en zijn straf volledig zou kunnen ontlopen.’

    Volgens CNN was Trump niet blij met het ietwat onsamenhangende optreden van zijn advocaat Bruce Castor ten overstaan van de Senaat. De stemverhouding van 56-44 bevestigt niettemin dat Trump alle kans maakt om opnieuw te worden vrijgesproken, merkten de Amerikaanse media op. Er is een tweederde meerderheid nodig om hem te veroordelen.


    Post-brexitblues voor Britse muzikanten

    ‘Britse muzikanten zingen de blues’, kopt Financial Times. Sinds het begin van de coronapandemie wordt het ene na het andere concert afgelast. Zelfs Glastonbury, het emblematische muziekfestival dat gewoonlijk in juni in het zuiden van Engeland plaatsvindt, is al van de kalender gehaald. Voor het tweede jaar op rij. ‘Het besluit heeft de somberheid alleen maar doen toenemen door de hoop op een opleving van het festivalseizoen deze zomer te temperen’, aldus de zakenkrant.

    Zeker nu naast de onrust over de coronacrisis ook de gevolgen van brexit te voelen zijn. Sinds 1 januari kunnen Britse en Europese onderdanen niet langer onbelemmerd reizen tussen beide kanten van het Kanaal. Concerten en tournees die op het continent zijn gepland, zullen daardoor moeilijker te organiseren zijn, vreest de pers. Financial Times noemt bijvoorbeeld het geval van ‘John Smith, een folkzanger voor wie brexit tien jaar werk om een fanbasis op te bouwen in landen als Duitsland en Nederland, waar hij regelmatig optreedt, vrijwel teniet heeft gedaan’.

    Volgens The Guardian ‘moeten Britse muzikanten nu visa, werkvergunningen en importvergunningen voor hun apparatuur aanvragen wanneer zij naar de EU reizen om te werken, een vervelende en dure administratieve procedure die vooral opkomende muzikanten dreigt te treffen’.

    Zoals Sky News uitlegt, geven Brussel en Londen elkaar de schuld van deze blinde vlek in de brexitonderhandelingen die eind 2020 werden afgerond. Tijdens de besprekingen stelde de EU ‘een wederzijdse vrijstelling van administratieve formaliteiten voor reizen van maximaal negentig dagen voor kunstenaars, sportlieden en journalisten’ voor. Maar dat was onverenigbaar met de belofte van de regering om de controle over de grenzen van het Verenigd Koninkrijk terug te krijgen, antwoordde Londen.

  • Betty Dodson, evangelist van het vrouwelijk orgasme

    Betty Dodson, evangelist van het vrouwelijk orgasme

    Zelfs feministen ging de leer van Betty Dodson (90) in de jaren zeventig te ver. Essentieel voor haar boodschap is een volledige afwijzing van romantische liefde. Het gaat om plezier, en om een actieve deelname daaraan. Een interview met een subversieve ‘seksgoeroe’.

    Wat is er voor nodig om Gwyneth Paltrow te doen blozen? Niet veel meer, zo blijkt, dan expliciete instructies om haar bekkenbodem te versterken. Haar leraar, Betty Dodson, de kunstenaar die seksueel voorlichter werd en evangelist voor vrouwelijke zelfstimulatie, predikte de voordelen van de Kegel-achtige oefening die volgens haar helpt bij het verkrijgen van een ​​orgasme. ‘Omhoog, knijpen, loslaten,’ zegt ze, waarmee ze Paltrow, verkoper van een kaars van $ 75 met de naam This Smells Like My Vagina, van haar kaaklijn tot haar voorhoofd roze doet kleuren.

    Die scène, uit The Goop Lab op Netflix, een inkijk in de millennial-vriendelijke levensstijl van Paltrow, was een mijlpaal voor Dodson. Nooit eerder sinds ze een halve eeuw geleden vrouwen begon te onderwijzen hoe ze tot een hoogtepunt kunnen komen, was ze zo zichtbaar en ook zo relevant. ‘Er zijn inmiddels jongere goeroe’s,’ zegt Annie Sprinkle, de pornoster uit de jaren zeventig die seksuele voorlichter werd en al jarenlang lesheeft van Dodson, ‘maar tegen Betty kunnen ze nog altijd niet op.’

    Vuurwerk

    Dodson, die al ‘disruptor’ was voordat die term in trek raakte, verkondigt al sinds de jaren zeventig consequent haar seksuele idealen en moedigt deelnemers aan haar Bodysex-workshops aan om plaats te nemen op haar vloerbedekking en elkaars vulva’s te bestuderen, waarna ze een lesje effectief masturberen krijgen.

    Zelfs voordat de stad New York met ‘U bent zelf uw veiligste sekspartner’ begon te adverteren, stond Dodson, nu negentig, weer volop in de aandacht. Haar boodschap verspreidt ze via de handleiding die ze in 2017 samen met Carlin Ross schreef, Bodysex Basics, en via een heruitgegeven versie van haar memoires uit 2010, Sex by Design: The Betty Dodson Story; in de populaire workshops die ze elke maand houdt in haar appartement in Midtown Manhattan (momenteel vervangen door online groepschats); in de erotische kunst waar het allemaal mee begon (haar beelden van copulerende partners worden binnenkort tentoongesteld in het Museum of Sex (als en wanneer het heropent), waar ze een van de adviseur is); en op dodsonandross.com, de website die ze samen met Ross, haar 46-jarige zakenpartner en troonopvolger onderhoudt.

    Op The Goop Lab ligt Ross op haar buik in een verduisterde kamer. Dodson staat over haar heen gebukt, helpt haar haar geslachtsdelen in te smeren met olie, demonstreert haar een massagetechniek en mompelt zachtjes terwijl ze Ross naar een climax begeleidt.

    Niet dat daarvan iets is te zien. Afgezien van wat versnelde ademhaling en zacht beven, leek haar ervaring geenszins op het auditieve en visuele vuurwerk dat lange tijd een steunpilaar vormde van heteroseksuele pornografie.

    ‘De benen trillen, het hele lichaam trilt. Ik heb dat nog nooit in pornografie gezien’

    Als het tam overkwam, zegt Ross, ‘is dat is omdat het geen demonstratief orgasme was’.

    We spraken haar, voordat het coronavirus New Yorkers isoleerde, in de slaapkamer en tevens kantoor waar zij en Dodson hun projecten schrijven en plannen.

    Een vergulde, gevleugelde penis, een van de curieuze onderscheidingen die Dodson kreeg, neemt een ereplaats in op de hoge plank van een boekenkast die verder bezaaid is met zelf uitgebrachte videocassettes zoals Viva la Vulva en werken als Sex for One: The Joy of Self-Loving, haar baanbrekende handleiding uit 1987 over vrouwelijke masturbatie.

    Dodson draagt een slordige badjas, met op de borstzak de letters BAD, ‘mijn initialen, Betty Anne Dodson,’ zegt ze met een grijns. Dan gaat ze verder.

    image 1
    Carlin Ross (rechts), Betty Dodson (midden) en Elise Loehnen tijdens een opname in New York, januari 2020. – © JP Yim / Getty Images

    Natuurlijk kan een orgasme soms luidruchtig zijn. ‘Maar gewoonlijk komen de geluiden veel meer uit de keel, zijn ze dieper, dierlijker,’ zegt ze. ‘De benen trillen, het hele lichaam trilt. Ik heb dat nog nooit in pornografie gezien.’

    Waarom voelen zoveel vrouwen zich dan verplicht om een ​​show op te voeren met een soundtrack van gekreun en oorverdovend geschreeuw? ‘De jongens willen geen echte orgasmes zien, ze willen het porno-orgasme,’ zegt Dodson droogjes. ‘Het is een ego-ding. Ze willen zien wat voor effect ze hebben op een vrouw.’

    ‘Een echt orgasme,’ voegt ze eraan toe, waarbij ze zich naar me toe bukt om haar woorden nadruk te geven, ‘houdt een vrouw voor zichzelf, waar het ook vandaan komt.’

    Actieve deelnemer

    Het staat centraal in haar onderwijs. Ze beveelt vrouwen ‘You’ve got to run’-geslachtsgemeenschap aan: neem de leiding, dat wil zeggen, word een actieve deelnemer aan je eigen plezier. Als je met een partner bent, ‘laat die dan doen wat je wilt,’ blaft ze zowat. ‘Gebruik het standje dat jij wilt.’

    Handmatig of op batterijen, masturbatie is volgens haar de hoeksteen van seksuele bevrediging, een katalysator voor plezier en, meer dan dat, de betrouwbare basis van sociale en emotionele onafhankelijkheid.

    ‘Mijn instinct zei me’, schrijft ze in haar memoires, ‘dat seksuele mobiliteit hetzelfde is als sociale mobiliteit. Iets wat mannen hadden en vrouwen niet.’

    Haar overheersende houding, subversief en zelfs opruiend in de vroege jaren zeventig, sprak niet alle feministen aan. Sommigen vonden haar aanpak te mechanisch en afstandelijk. Ze waren bovendien veel te druk met het benadrukken van de misstanden en vernederingen die mannen veroorzaakten. ‘Ze waren altijd aan het klagen,’ herinnerde ze zich getrouw.

    Ze reageerde onverschrokken met een soort seksuele bewustwording; essentieel voor haar boodschap was een volledige afwijzing van romantische liefde. ‘Romantiek is zo serieus,’ zegt ze. ‘Ik neem afstand van dat paradigma, waarin ik van jou moet houden en jij van mij.’

    Ross stemt ermee in: ‘Seks kan speels zijn, gewoon zo van: “Laten we wat plezier hebben”.’

    Dodsons openbaring kwam in de nasleep van een woelig en op seksueel vlak lauw huwelijk in de vroege jaren zestig met reclameman Frederick Stern. Het echtpaar had geen kinderen, en Dodson, die opgroeide met drie broers en zussen, was ook niet van plan om ze in de toekomst te krijgen. ‘Ik heb gezien wat mijn moeder heeft moeten doorstaan,’ zegt ze. ‘Het is de meest ondankbare taak ter wereld.’

    ‘Georganiseerde groepsseks is een soort bowlingtoernooi’

    Ze was vrij om te experimenteren en verkende groepsseks met vrouwen en mannen met als doel, zei ze in 1970 in een interview met The New York Times, om jaloezie en bezitterige gevoelens los te laten, om ‘te begrijpen dat ik van meer dan één persoon zou kunnen houden’.

    Op een gegeven moment was de betovering eraf. ‘Georganiseerde groepsseks is een soort bowlingtoernooi,’ zei ze destijds. ‘Het is nogal gedwongen – en een beetje hectisch. Het is raar.’

    Van een kleine schikking na haar scheiding financierde ze de eerste van de seksworkshops voor vrouwen die haar broodwinning en roeping zouden worden. Ze spoorde de vaak schichtige deelnemers aan om zich uit te kleden, hun lichaam te ontdekken en zich te onderwerpen aan onder meer clitorale massage en het gebruik van de Magic Wand, de ietwat logge maar zeer efficiënte vibrator die ze promoot en verkoopt via haar website.

    Met haar achterovergekamde witte haren en alwetende houding doet Dodson denken aan Dr. Ruth Westheimer, de gezellige, vermakelijke seksgoeroe uit de jaren tachtig. Dodson ziet het niet zo. ‘Dr. Ruth is als je grootmoeder met een grappig accent,’ placht ze te zeggen. ‘Je luistert nooit naar wat ze zegt.’

    Maar de vergelijking klopt – tot op zekere hoogte, zegt Sprinkle: ‘Dr. Ruth is veilig, terwijl Betty verkennender is, een progressieve ontdekkingsreiziger op het gebied van seksualiteit. Ze heeft het soort ervaringen dat zelfs haar jongere volgers nooit zullen hebben.’

    Dodson, van huis uit kunstenaar, heeft een personage ontwikkeld dat tegelijkertijd nors, sarcastisch en geniaal is, en ze is een ster in wrange grapjes. Sinds ze vorige maand na een routinecontrole een goede-gezondheidsverklaring van haar arts heeft gekregen, is ze voor het eerst sinds jaren weer gaan met roken.

    ‘Waarom niet?’ roept ze uit. ‘Ik heb het eeuwige leven.’ Maar als Ross zegt dat ze er wanneer ze maar wil een op kan steken, staart ze nors voor zich uit. ‘Ik bepaal zelf wel wanneer ik rook.’

    Een vorm van zelfzorg

    Hoe baanbrekend ze destijds ook waren, haar lessen zullen jonge vrouwen, die opgroeiden met popidolen als Miley Cyrus, Nicki Minaj en anderen die zichzelf in video’s en op het concertpodium strelen, nauwelijks schokken.

    Ook in hun teksten is zelfstimulatie haast net zo routineus als een uitstapje naar het winkelcentrum. ‘Oh what an ordinary day,’ zegt Annie Clark, professioneel bekend als St. Vincent, op ‘Birth in Reverse’, haar single uit 2014. ‘Take out the garbage, masturbate. . . ’ (‘Wat een doodgewone dag. De vuilnis buiten zetten, masturberen’.

    De jongere generatie heeft bovendien direct toegang tot online gidsen zoals ‘Hoe masturbeer ik in vrouwelijke stijl: 8 stappen naar een orgasme’. De instructies zijn, zoals de auteur schrijft, handig ‘omdat iedereen het vermogen zou moeten hebben om zichzelf te bevredigen.

    Een soortgelijke bewering doet Flo Perry, een 27-jarige Britse schrijver en illustrator, die How to Have Feminist Sex: A Fairly Graphic Guide schrijft dat masturbatie een ‘vorm van zelfzorg’ is.

    Toch lijken sommige jongere vrouwen de voorkeur te geven aan de hands-on-benadering van Dodson. Haar online lessen zitten vol met vrouwen tussen de 24 en 40, vertelt Ross. Sommigen daarvan worden misschien aangetrokken door de bozige toon uit Dodsons boeken en haar onverbloemde manier van spreken.

    Ze noemt als voorbeeld een verhaal in haar memoires waarin een oudere vriend handtastelijke avances maakt naar haar beste vriendin. Ze grist een mes van een snijplank en sist: ‘Je kunt hier maar beter weggaan voordat ik dit mes in je maag douw.’

    ‘Mannen zijn zo tweedimensionaal. Als er al iets interessants aan ze is, komt dat door de vrouwen met wie ze zijn geweest’

    Maar op andere momenten is Dodson juist weer verbijsterend meegaand. Zo beschrijft ze ook een ontmoeting in de achtertuin met een halfgeklede vreemdeling, die haar van achter besloop. Ze voelde dat hij op het punt stond toe te slaan, draaide zich om, maakte zijn riem los, duwde hem in een stoel en beklom hem.

    Het is, helemaal in het #MeToo-tijdperk, enigszins bevreemdend om te lezen. De schijnbaar dienende houding van Dodson komt haast over als ketterij. Maar ze staat er nog altijd achter. ‘Tenzij je een getrainde vechter bent,’ zegt ze, kun je een een man ​​tijdens een aanval zelden verslaan. Mannen zijn groter en sterker. Wat je motivatie ook is – vechten werkt niet.’

    Ze stelt zich vaak afwijzend op ten opzichte van het andere geslacht. ‘Mannen zijn zo tweedimensionaal,’ zegt ze. ‘Als er al iets interessants aan ze is, komt dat door de vrouwen met wie ze zijn geweest.’

    25-jarige minnaar

    Ross brengt Dodson in herinnering dat ze halverwege de zeventig een 25-jarige minnaar had met wie ze tien jaar samenwoonde. Als Dodson eraan terugdenkt begint ze te schitteren.

    ‘Hij was zo mooi,’ zegt ze tussen twee weemoedige trekjes van een Marlboro Light door. ‘Hij had het perfecte lichaam, brede schouders, grote geslachtsdelen en strakke botten. En oh, hij rook zo lekker – die jeugd, en veel zeep en water.’

    ‘Partnerseks, dat is nu voorbij,’ gaat ze verder. ‘Al zou ik een knappe kerel niet afwijzen als hij nu binnenkwam.’

    Zonder partner zijn is geen reden om het veld te verlaten, voegt ze er op zakelijke toon aan toe, en ze vertrouwt me toe dat ze nog steeds af en toe marihuana rookt (‘Zonder zou ik hier niet meer zijn’), wat wel eens als opmaat kan dienen voor een incidentele partij soloseks.

    Het heeft geen zin om achterover te leunen en te hopen dat de lust je bevangt. ‘Het verlangen komt pas als je opgewonden bent,’ zegt ze. ‘Wacht niet tot de geest je aanspoort, want dat gaat niet gebeuren.’

  • Japans gegoochel met kinderlijkheid

    Japans gegoochel met kinderlijkheid

    Ook in Japan is pedofilie illegaal en mag kinderporno niet worden verhandeld. Maar een afgeleide daarvan, zoals filmpjes met als schoolmeisjes verklede actrices, is maatschappelijk acceptabel en vaste prik in de erotische mainstream.

    In haar vrije tijd heeft ze oogschaduw en lippenstift op, maar nu er gefilmd wordt, arriveert Hikaru Matsuki zonder make-up. ‘Want welke basisschoolleerlinge maakt zich nou op?’ zegt ze op een toon alsof dat vanzelf spreekt. Op de set doet ze niet alleen haar typische schooluniform, een matrozenpakje, aan, maar draagt ze ook gedekte kleuren, omdat Japanse moeders vooral dat soort kleuren uitkiezen voor hun dochters. En voor ze begint, scheert ze zich nog even snel tussen haar benen. Het zijn van die dingen die van een jonge vrouw een meisje maken.

    Hikaru Matsuki kan het weten, want op dit gebied is ze een expert. Het is laat op de middag in het westen van het centrum van Tokio, ze is bezig zich voor te bereiden op een scène waarin ze gekneveld wordt. De bar Arcadia, in Kabukicho, de hoerenbuurt, is vandaag extra vroeg opengegaan voor deze rijzende ster aan het Japanse pornofirmament. Gewoonlijk worden in deze AM-kelder pas ’s avonds laat bezoekers toegelaten, maar ze maken graag een uitzondering voor een cameraploeg van een lolicon-film, waarin ‘lolicon’ staat voor lolitacomplex, mannen die zich aangetrokken voelen tot vrouwen die er kinderlijk uitzien. En een kind dat aan de muur wordt vastgebonden? Dat is echt wat bijzonders.

    De regisseur, een gezette man van middelbare leeftijd met bril en stoppelbaard, en de manager van Matsuki, een magere adolescent in een pak waarvan hij het jasje heeft uitgedaan, zijn stipt op tijd. Ook de eigenaar van de bar is keurig gekleed, hij rookt een sigaret zonder filter en draagt een zonnebril, zodat niet goed te zien is waar hij naar kijkt. De anderhalve meter grote ster van de dag, Hikaru Matsuki, drinkt gerstthee met een ijsblokje. Er heerst een prettige, losse sfeer op de set. ‘Veel mensen kijken graag naar jonge meisjes die seks hebben,’ zegt Shisui Usuba, de regisseur, terwijl hij de touwen inspecteert die in de muur zijn vastgemaakt.

    Spelend meisje

    Een zinnetje als dit komt de regisseur makkelijk over de lippen. De bareigenaar, de manager en de regisseur reageren met een flauw knikje, niemand maakt de indruk zich ongemakkelijk te voelen. Usuba richt zich tot zijn opzettelijk onopgemaakte ster: ‘Hikaru-san, ik wil je graag daar voor op de bank hebben. Ga eerst maar eens op je knieën zitten, als een spelend meisje, en dan zien we wel wat er gebeurt. Ongedwongen. Oké?’ ‘Oké!’ roept ze met een hoog stemmetje. ‘Super. Want met je volgende film wil ik je een beetje pushen, snap je?’ ‘Echt? Dank je wel!’

    Tot nu toe heeft Hikaru Matsuki vooral in films gespeeld waarin ze als een meisje van een jaar of tien eerst door een volwassen man wordt achternagezeten en vervolgens wordt verleid of beter gezegd, verkracht. Dat soort scènes, met muriyari, dwang, voelen voor haar niet heel vreemd. ‘Van alle genres doe ik die het liefst,’ zegt Matsuki vanaf de bank, ze kijkt er vrolijk bij en gebaart alsof ze een kind wil nadoen dat haar verjaardagscadeautjes zit uit te pakken. ‘Ik heb er vooral schik in als ik een basisschoolleerling speel. Dan mag ik zo heerlijk naïef zijn.’

    Meent ze dat echt? In het echte leven is Hikaru Matsuki twintig, is ze nooit verkracht en heeft ze haar schooltijd al lang achter zich. Maar als ze, zonder dat haar ouders het weten, als pornoactrice in de rol van een minderjarige kruipt, verandert er iets. Voor de camera kan ze haar wildste fantasieën uitleven en tegelijk die van de kijker bevredigen. Hoe realistisch het is wat er gefilmd wordt, komt voor haar op de tweede plaats. ‘Ik wil er zo jong mogelijk uitzien. Dat is mijn selling point voor de kijkers.’

    Hikaru Matsuki, die er in de ogen van ons westerlingen als een meisje van dertien uitziet, ervaart het als een compliment dat als je naar haar kijkt het verschil tussen fictie en realiteit nauwelijks te zien is.

    Van de vijftig tot zestig films per week waarvoor Bambi Promotions de actrices regelt, bestaat ongeveer een derde uit dit soort pseudokinderporno

    Aan de overkant steekt Kazuya Mitsui, haar manager, een sigaret op. Tegelijkertijd beantwoordt hij een telefoontje dat over een andere actrice gaat die voor de camera eveneens een jongere indruk maakt dan ze toch al doet. ‘Ja, dat kunnen we doen,’ zegt Mitsui druk gebarend, ‘daar hebben we het nog wel over, oké? Tot later.’

    Van de meer dan driehonderd actrices die door Mitsuis werkgever Bambi Promotions worden vertegenwoordigd, speelt ongeveer de helft lolicon-films. Voor Mitsui is daar niets vreemds aan. ‘Er is heel veel vraag naar deze modellen.’ Wat in de westerse wereld een van de allergrootste taboes is en iemands maatschappelijke positie onmiddellijk en voor altijd kan ruïneren, ondervindt in Japan een zeker begrip. Ook hier is pedofilie illegaal en kinderporno mag je niet verhandelen of zelfs maar in bezit hebben. Maar een afgeleide daarvan, zoals seksvideo’s met als kind verklede actrices, is maatschappelijk gezien redelijk geaccepteerd.

    Ook in andere landen worden films gemaakt met actrices die eruitzien als kinderen, maar in Japan is het een opvallend populair genre. Seksshops adverteren met schooluniformfilms en met zogenaamde meisjes tijdens de zwemles. Talloos veel manga’s gaan over seks tussen kinderen onder elkaar. Een ander businessmodel biedt ‘tijd met schoolmeisjes’ aan, die klanten al wandelend of met hun hoofd bij een van de dienstverleensters op schoot kunnen doorbrengen.

    Zulke dingen, die legaal zijn omdat er geen seks plaatsvindt en de seksuele handelingen niet door echte kinderen worden verricht, behoren in Japan tot de erotische mainstream. Wilde meisjes zijn, na het thema van de ontrouwe huisvrouw, het meest succesvolle pornogenre. Van de vijftig tot zestig films per week waarvoor Bambi Promotions de actrices regelt, bestaat ongeveer een derde uit dit soort pseudokinderporno.

    Pseudokinderporno

    Shisui Usuba, de regisseur van vanmiddag, zegt dat hij pedofilie verwerpelijk vindt. Maar tezelfdertijd begrijpt hij de opwinding over lolicon-films niet. Hij doet dit werk al jaren, pseudokinderporno is een van zijn lievelingsgenres. En hij vindt dat hij zich nergens voor hoeft te schamen. ‘Natuurlijk zijn er mensen die pedofiel zijn. Die afwijking raken ze ook niet kwijt. Maar misschien kunnen wij met deze films hun behoefte bevredigen.’

    Bij een laatste rondgang door de donkere, benauwde bar vol met folterinstrumenten kijkt Usuba nog eens goed naar een partij handboeien en wat maskers. Als hij klaar is gaat hij aan de bar zitten, waar aan het plafond een rek voor AM-speeltjes hangt. Usuba ademt diep uit. ‘Ik geloof dat we met ons werk goede dingen doen.’ Alweer zo’n zin die in westerse oren, met het beeld van een kind op ons innerlijke en op een of andere manier ook op ons echte netvlies, onvoorstelbaar klinkt. Pseudopedofilie als geneesmiddel voor pedofilie?

    Het eerste wat in je opkomt, is dat op die manier misdaden worden gebagatelliseerd, en dat in plaats van een duister verlangen te bevredigen misschien juist inspiratie voor toekomstige misdrijven wordt geboden. Want wordt pedofilie niet vooral alledaags en acceptabel gemaakt als je het zo in de winkel kunt kopen? Lokt het laten zien van zulke neigingen niet uit dat iets fictiefs in realiteit wordt omgezet?

    Ook Hikaru Matsuki, die vertelt dat de gedachte aan een verkrachting haar inspiratie geeft, begrijpt al het gedoe niet zo, maar de opwinding des te beter. Toen ze twee jaar geleden in de plattelandsprovincie Akita in het noorden van het land haar schoolopleiding had afgerond vertrok ze, omdat ze geïnteresseerd was in mode, naar Tokio. Aanvankelijk werkte ze in een modezaak, maar stiekem was ze altijd al in porno geïnteresseerd. Toen iemand haar op straat aansprak, heeft ze het na enige bedenkingen een keer geprobeerd. ‘Nu ik weet hoe veilig en zorgvuldig er wordt geproduceerd, zie ik er geen enkel probleem in.’

    Kabukich is an entertainment and red-light district in Shinjuku. – © HH
    Kabukich is an entertainment and red-light district in Shinjuku. – © HH

    Alleen de omstandigheden waarin wordt gefilmd vindt ze belangrijk, dat het eindproduct niet noodzakelijk veel gemeen heeft met de werkelijkheid maakt haar niet uit, het is tenslotte kunst. In het halfjaar dat Hikaru Matsuki in de branche werkt heeft ze in zo’n veertig à vijftig films meegedaan. ‘Meneer Usuba bedenkt steeds weer iets nieuws.’ Die geeft meteen een paar voorbeelden: ‘De ene keer wordt ze tijdens de spits betast in de metro, een andere keer heeft ze als scholiere een affaire met haar leraar. We gebruiken allerlei story’s.’ De steeds terugkerende logica: de toeschouwer moet in Matsuki een kind zien.

    De regisseur was vanaf het eerste moment verliefd op Matsuki. Op een professionele manier natuurlijk, haast hij zich te zeggen. En de actrice die hij in zijn netten heeft verstrikt, giechelt als ze hoort hoe hij haar beschrijft: ‘Ze is op een heel natuurlijke manier kinderlijk. Als ze theedrinkt, houdt ze het glas met twee handen vast. Als ze zit, denk je meteen dat ze zo dadelijk met een blokkendoos zal gaan spelen. Ook lichamelijk past ze met haar kleine borsten goed in het beeld.’

    Kazuya Mitsui, haar manager, schiet nog iets te binnen: ‘Hikaru-san praat ook als een klein meisje.’ Ze zit alweer hevig te gesticuleren. ‘Dank je!’

    Natuurlijk is dit gegoochel met kinderlijkheid een wankel evenwicht. Wie wat Hikaru Matsuki doet niet alleen schattig maar ook aantrekkelijk vindt, zal dat niet hardop zeggen, ook niet in Japan. Het is eigenlijk als met elke andere fetisj: een privéaangelegenheid die je kunt uitleven zonder je er schuldig over te hoeven voelen. Obsceen? Ja. Afkeurenswaardig? Niet echt.

    En de gedachte die Shisui Usuba formuleert, is buitengewoon aantrekkelijk: als pedofielen kinderporno kunnen bekijken terwijl het eigenlijk helemaal geen kinderporno is, is bij de productie daarvan geen kindermisbruik gepleegd. En als het kijken naar deze films bovendien kindermisbruik voorkomt, kunnen de producers zichzelf haast als kinderbeschermers op de borst kloppen. Alleen: is dat wensdenken of werkelijkheid?

    Zo’n pak slaag helpt hen om de dag door te komen. Ze voelen zich erdoor bevrijd

    Onderzoeksresultaten zijn tot nog toe niet eenduidig. Een onderzoek onder Amerikaanse gevangenen uit 2009 concludeert dat 98 procent van degenen die naar kinderporno kijken ook in werkelijkheid kinderen hebben misbruikt.

    Maar een studie uit hetzelfde jaar onder Zwitserse delinquenten laat zien dat het bekijken van kinderporno alleen niet betekent dat ze een risicofactor voor daadwerkelijke handtastelijkheden vormen. Met betrekking tot Japan, waar seksueel getinte afbeeldingen van kinderen makkelijker verkrijgbaar zijn dan in de Verenigde Staten, maar het aantal geregistreerde gevallen van seksueel kindermisbruik aanzienlijk lager ligt, schreef de japanoloog Patrick Galbraith in een artikel: ‘De drang om afbeeldingen van geseksualiseerde meisjes te zien, weerspiegelt niet noodzakelijk de drang van de kijker, en beïnvloedt deze ook niet, om meisjes te misbruiken.’

    Wellicht verschilt ook het vermogen om realiteit van fictie te onderscheiden van cultuur tot cultuur. Een bekend voorbeeld zijn de gevolgen van geweld in de popcultuur. In de Verenigde Staten, waar door videospelletjes, films en dergelijke overal geweld te zien is, worden bijvoorbeeld relatief veel mensen gedood door mannen die plotseling doordraaien. In Zwitserland, waar net als in de Verenigde Staten veel gezinnen een vuurwapen in huis hebben en het weergeven van geweld al net zo normaal is, komt dat veel minder voor. Een mogelijke reden daarvoor is dat Zwitsers zich minder dan Amerikanen geneigd voelen om schietpartijen op tv ook in werkelijkheid uit te voeren.

    Zo zou het ook met pornografie kunnen zijn. Zo zien ze het in elk geval in Arcadia, onze bar. De eigenaar, Doyoma Tessin, ziet in lolicon zelfs een fetisj in de beste psychoanalytische zin. ‘Het is net als elke avond bij mijn klanten,’ mompelt hij terwijl hij met zijn beringde vingers de as van zijn zoveelste filterloze sigaret tipt. ‘’s Avonds komen de mensen hier om met de zweep te krijgen of om iemand anders er met de zweep van langs te geven. En die zijn heus niet meer of minder gewelddadig dan andere mensen. Maar zo’n pak slaag helpt hen om de dag door te komen. Ze voelen zich erdoor bevrijd.’ Dat kinderporno een vergelijkbare functie heeft, kan Tessin niet bewijzen, maar zijn jarenlange ervaring als SM-meester heeft hem dat geleerd.

    Orient Industry Love Doll Orient Industry 40th Anniversary-Love Doll, Tokyo, Japan - 19 May 2017 – © HH
    Orient Industry Love Doll Orient Industry 40th Anniversary-Love Doll, Tokyo, Japan – 19 May 2017 – © HH

    De crew gaat de shoot voorbereiden. Kazuya Mitsui maakt met zijn aktetas onder de arm een buiging. Hikaru Matsuki zwaait glimlachend met beide handen en Shisui Usuba steekt me zijn rechterhand toe. Doyoma Tessin geeft me een knikje en blaast nog wat rook uit. Buiten wordt de hemel langzaam donker, de lantaarnpalen en reclames van Kabukicho zijn feller dan de zon. Hier en daar stralen kindergezichten van de muren. Zijn dat echte kinderen, of doen ze maar alsof?

    Een snel bezoek aan Akihabara, in het noordoosten, aan de andere kant van het centrum. Daar tekent zich, zeven verdiepingen hoog, M’s Pop Life Adult Department Store, de grootste seksshop van Tokio, af tegen de donkere hemel.

    Op deze vrije avond is de winkel vol klanten. Het aanbod gaat van dildo’s in alle mogelijke maten en kleuren via kleding en SM-artikelen tot draagbare vagina’s en latexpoppen. En ook hier weer: video’s die eruitzien als kinderporno. Op de cover jonge actrices met zo te zien nog niet volgroeide borstjes, in schooluniform en ondergoed met polkadots en ruches.

    Voor een van de schappen is een door zijn blauwe stofjas als medewerker herkenbare man met dvd’s in de weer. Hij zet ze soort bij soort. Meneer Fujiyoshi, zoals zijn naambordje laat zien, glimlacht vol verwachting naar de bezoeker, alsof hij zich op ieder gesprek over zijn vak evenveel verheugt. ‘Kan ik u ergens mee helpen?’ Op de vraag hoe oud de jongste actrices in de films hier zijn, antwoordt hij zelfverzekerd: ‘Vroeger hadden we nog echte meisjes, die in badpak poseerden. Ze hadden natuurlijk geen seks, en naakt waren ze ook niet, ze waren gewoon sexy. Maar die hebben we helaas niet meer.’

    Strengere regels

    De regels zijn strenger geworden, waarschijnlijk vanwege de Olympische Spelen in de zomer van 2020, vermoedt meneer Fujiyoshi. Als de hele wereld in Tokio te gast is, wil de regering natuurlijk niet de indruk wekken dat pedofilie hier oké is. Hoe oud de jongste actrices nu zijn?

    ‘Tegenwoordig moeten ze allemaal minstens achttien zijn.’ Video’s van echte, schaars geklede meisjes zijn nog wel te koop, maar niet meer hier, in de uitstalkasten van een seksshop tussen de echte pornografie.

    En deze films, waarin basisschoolleerlingen seks hebben, hoe worden die dan gemaakt? Fujiyoshi moet glimlachen. ‘U bedoelt lolicon? Maar u ziet toch wel dat die actrices in het echt volwassenen zijn? Als u een paar van die films bekijkt, herkent u dat meteen.’ Voor wie echte kinderen wil, is lolicon na een tijdje niet echt spannend meer, zegt meneer Fujiyoshi.

    Auteur: Felix Lill

    Neue Zürcher Zeitung
    Zwitserland | dagblad | oplage 155.000

    Een van de oudste kranten ter wereld. Dagblad van wereldklasse bekend om zijn intellectuele diepgaande stijl en zijn liberale signatuur.

  • Het gevaarlijke liefdesleven van wenkkrabben

    Het gevaarlijke liefdesleven van wenkkrabben

    Door de zeespiegelstijging komen verschillende soorten wenkkrabben met elkaar in contact. Voor de banaanwenkkrab pakt dat niet zo goed uit – omdat hij te aardig is.

    De meeste wenkkrabbensoorten houden er vergelijkbare levensstijlen op na. Toch is de tolerantie van deze krabben voor hoe lang, hoe vaak en op welke manier hun hol bij vloed volstroomt heel verschillend. In de strook kust die bij eb droogvalt kan een paar centimeter hoogte al een groot verschil maken; daardoor is de habitat van elke soort heel smal.

    Twee wenkkrabbensoorten, Tubuca elegans en Tubuca signata, zoeken bij Darwin Harbour in Noord-Australië noodgedwongen hogergelegen gebieden op, waar ze een hol kunnen graven waar ze minder last van het water hebben.

    Helaas dringen ze daarbij het leefgebied binnen van weer een derde wenkkrabbensoort, Austruca mjoebergi, de banaanwenkkrab. Uit recent onderzoek blijkt dat deze soort veel last heeft van zijn nieuwe buren – omdat hij zo aardig is.

    Helaas zwaaien banaanwenkkrabmannetjes ook vrolijk naar voorbij wandelende vrouwtjes van andere soorten

    De mannetjes van alle wenkkrabbensoorten bakenen een territorium af, graven dan een hol en verdedigen dat fel tegen indringers. Gedurende twee weken in de zomer gaan de vrouwtjes op zoek naar een partner en paraderen daarbij langs deze holen, terwijl de mannetjes ervoor staan. Die trekken dan aandacht door met hun grote scharen te zwaaien (vandaar de naam wenkkrabben). Dit systeem werkt prima zolang er maar één wenkkrabbensoort in een gebied leeft. Maar helaas zwaaien banaanwenkkrabmannetjes ook vrolijk naar voorbij wandelende vrouwtjes van andere soorten.

    Soms verlaten ze zelfs hun hol om zo’n passerend vrouwtje een stukje te volgen, waarbij ze een gemakkelijke prooi zijn voor meeuwen, ijsvogels en andere kustvogels. Achtervolgen ze een vrouwtjeskrab van hun eigen soort, dan is dat het risico wel waard. Maar met de nieuwkomers kunnen deze weinig kieskeurige mannetjes niet paren. Zij verspillen dus veel tijd en energie – en riskeren zelfs hun leven.

    Nog ingewikkelder is voor de banaanwenkkrab de interactie met andersoortige mannetjes. Onder wenkkrabben gaat het onderling bepalen van territoriumgrenzen vaak met veel geweld gepaard. Het is dus makkelijker om een buurman te hebben met wie de strijd al is gestreden dan om een nieuwe te krijgen. Soms helpt een mannetje zijn buurman zelfs om diens territorium tegen indringers te verdedigen, maar alleen als ze een goede kans hebben om de strijd te winnen – is de indringer te groot en belooft het een zwaar gevecht te worden, dan denken ze daar wel twee keer over na.


    Banaanwenkkrabben zijn kleiner dan de twee soorten met wie zij nu hun leefgebied moeten delen. Zodra deze grotere krabben hun opwachting maken, zullen de banaanwenkkrabben dus minder vaak solidair zijn om hen te verdrijven. Soms eindigt het zelfs nog dramatischer.

    Banaanwenkkrabben maken namelijk niet altijd even goed het onderscheid tussen hun buren. De bioloog Fabio Sanches van de universiteit van de staat São Paulo in Brazilië, een van de auteurs van het onderzoek, vertelt dat het kan gebeuren dat ze een buur van een andere soort helpen en daarmee een mannetje van hun eigen soort verdrijven.

    Voor een krab is het een regelrechte ramp uit zijn hol verdreven te worden. Als veel banaanwenkkrabben hun territorium aan de nieuwkomers verliezen, kan het resultaat zelfs zijn dat deze populatie zijn natuurlijke habitat kwijtraakt.

    Overlevingsstrategie

    Als gevolg van de zeespiegelstijging, en de daarmee gepaard gaande vernietiging van natuurlijke habitats, worden verschillende soorten vaker in krimpende gebiedjes opeen gedreven. Voor soorten die zich niet kunnen aanpassen kan dat het einde betekenen. Sanches: ‘Het zou goed kunnen dat sommige soorten daar meer onder te lijden hebben dan andere.’

    En de banaanwenkkrabben kunnen nergens heen. De aanleg van gebouwen, wegen en dammen langs de vloedlijn creëert onoverkomelijke barrières voor soorten die het hogerop zoeken wanneer het water stijgt.

    Het is moeilijk te voorspellen hoe deze drie krabbensoorten de beschikbare ruimte uiteindelijk zullen verdelen. ‘Wenkkrabben beschikken over allerlei strategieën om hun soortgenoten te herkennen,’ vertelt bioloog Daniela Perez van de Australian National University, die overigens niet bij het onderzoek betrokken was. Volgens haar zouden de banaanwenkkrabben er op de lange termijn beter in kunnen worden soorten uit elkaar te houden. De redding komt misschien wel van de vrouwtjes. Vrouwtjes lijken geschikte partners namelijk beter te kunnen herkennen dan mannetjes. Ze herkennen bijvoorbeeld de kleur van de scharen van hun eigen mannetjes en de manier waarop zij ermee wuiven.

    Een andere goede overlevingsstrategie is om te letten op het tijdstip waarop de hofmakerij begint. De drie soorten kiezen net een iets ander moment uit om te paren, vertelt Sanches. Paren kost veel energie, dus de mannelijke banaanwenkkrabben krijgen misschien op den duur wel door dat het niet slim is om te wuiven naar elke vrouwelijke wenkkrab die voorbij wandelt, ongeacht de soort waar zij toe behoort.

    De tragedie die zich hier aan de kust afspeelt hoeft dus niet per se slecht af te lopen. Als de mannetjes van de banaanwenkkrab zich weten te beheersen, is er nog hoop op een happy end.

    Auteur: K.N. Smith
    Vertaler: Valentijn van Dijk

    Hakai Magazine
    Canada | www.hakaimagzine.com

    Wetenschap, maatschappij en milieu, met een nadruk op de zeeën. Het tijdschrift is onderdeel van Tula Foundation en Hakai Institute. De naam is geïnspireerd op Hakai Lúxvbálís Conservancy, een groot beschermd gebied aan de westkust van Canada.