Het afgelopen jaar waarschuwden de spotters van de Israel Defense Forces aan de grens met Gaza – allemaal vrouwen – dat er iets vreemds aan de hand was. Ze werden niet serieus genomen. ‘Het was anders geweest als er mannen achter die schermen hadden gezeten.’
Drie dagen na het door Hamas aangerichte bloedbad van 7 oktober in het zuiden van Israël kreeg Mai – een spotter in de Gaza-divisie van de Israëlische strijdkrachten (IDF) die de aanval op haar basis nabij de grens overleefde – thuis een telefoontje.
Aan de lijn was iemand van de personeelsafdeling van het leger. ‘Als je niet terugkeert naar je post,’ kreeg ze te horen, ‘is dat verzuim in oorlogstijd, en dat kan je tien jaar gevangenisstraf opleveren.’ Collega’s van haar kregen hetzelfde bericht. Ook zij hadden op Zwarte Zaterdag op hun legerbasis opgesloten gezeten in een controlekamer, slechts gewapend met hun mobiele telefoons, terwijl Hamas-terroristen amok maakten.
‘We probeerden ze aan het verstand te brengen dat we niet meer terug konden,’ vertelt Mai. ‘We zijn onze kameraden kwijtgeraakt, hebben urenlang geschuild tussen dode lichamen in die controlekamer.’
Volgens Mai (een pseudoniem, net als de namen van alle anderen die in dit verhaal aan het woord komen) krijgen sommige jonge vrouwen die de aanval hebben overleefd psychiatrische zorg; anderen kunnen het nog niet eens aan om zich te laten behandelen. ‘Geen van de bevelhebbers heeft ons tot nu toe bezocht; niemand van het leger is ons komen vragen hoe we ons voelen. Ze negeren simpelweg ons bestaan.’ Misschien moet die laatste verklaring worden aangescherpt: ze negeren niet zozeer hun bestaan als militairen, maar als mensen.
(De taak van de spotters, tatzpitanit in het Hebreeuws, is om naar ongewenste activiteiten te speuren door urenlang beelden van bewakingscamera’s op een scherm te bekijken. Tegenwoordig doen alleen vrouwelijke soldaten dit werk.)
De spotters besloten na 7 oktober thuis te blijven. Daar kwam pas half november een reactie op, toen ze allemaal dezelfde brief kregen, waarin hen werd gesommeerd de volgende woensdag weer terug op hun post te zijn, op straffe van ernstige consequenties.
‘Ze zeiden tegen me: “Je moet terugkomen, je positie is weer op orde,” aldus een andere spotter, Shir. ‘Het kan niemand iets schelen hoe ik eraan toe ben en of ik nog in staat ben om dit te doen – het belangrijkste voor hen is dat ik mijn dienst weer draai en weer negen uur per dag naar schermen zit te kijken.’
Shir heeft besloten zich weer op de basis te melden, maar niet vanwege de dreigementen en intimidatie die ze heeft ondervonden.
‘Laat vooral duidelijk zijn dat we alleen terugkeren vanwege onze kameraden die zijn vermoord of ontvoerd,’ zegt ze, ‘en niet om al diegenen die ons daar in de steek hebben gelaten.’
Waarschuwingen
Shir en haar collega’s zijn niet eens verrast door die houding jegens hen, alleen verontrust door de intensiteit ervan. In al die jaren militaire dienst zijn ze er naar eigen zeggen aan gewend geraakt dat ze ‘niet meetellen’. Er was ook geen aandacht voor hun herhaalde waarschuwingen aan de vooravond van Zwarte Zaterdag dat Hamas iets in zijn schild voerde. Waarschuwingen die, zo is hun indruk, het ene IDF-oor in en het andere weer uit gingen.
Waaruit die waarschuwingen bestonden? Uit berichten over allerlei voorbereidselen van Hamas nabij het grenshek, de drone-activiteit van de afgelopen maanden, de pogingen om camera’s uit te schakelen, een intensief verkeer van bestelwagens en motorfietsen, en zelfs oefeningen voor het beschieten van tanks.
Volgens de spotters was Hamas zelfs behoorlijk slordig: de organisatie probeerde niets te verbergen en deed alles vol in het zicht. Maar deze hele periode, zo zeggen spotters, weigerden de hoge officieren van de Gaza-divisie en het Zuidelijk Commando van de IDF naar hun waarschuwingen te luisteren. En dat, zo menen ze, kwam deels voort uit arrogantie, maar ook uit seksisme.
De spotters, soldaten en commandanten zijn uitsluitend jonge vrouwen, legt een van hen uit. ‘Het zou er nu zeker anders uitzien als er mannen achter die schermen hadden gezeten.’
De uren die voorafgingen aan de ochtend van 7 oktober verliepen vrijwel als normaal. Noga, een spotter van de IDF-inlichtingeneenheid bij de kibboets Kissufim, dicht bij de grens met Gaza, zag een onbekende, verdacht uitziende man voor een van de poorten van het hek staan dat Gaza omheint.
Haar verslag bereikte luitenant-kolonel Meir Ohayon, commandant van het 51e bataljon van de Golani Brigade, die zich om drie uur ’s ochtends naar de locatie begaf en traangas op de man afvuurde. Die draaide zich om en ging naar een Hamas-observatiepost op ongeveer 300 meter van het hek, de afstand die Palestijnen moeten bewaren. De spotter zag daar ook andere mensen. Het leek alsof er een briefing werd gehouden.
Dat alles vond ze ongebruikelijk en verontrustend, en ze vertelde dit aan de andere spotters en de dienstdoende commandant. Na een gesprek van ongeveer een minuut in de controlekamer, werd in overleg met de divisie besloten te doen alsof er niets aan de hand was.
‘Het spijt me dat ik je op dit uur wakker moet maken,’ verontschuldigde de spotter zich bij Ohayon, ‘maar ik denk nog steeds dat er hier iets vreemds aan de hand is.’
Ohayon maakte zich geen zorgen. Hij zei wel dat het goed is altijd waakzaam te zijn, om verrassingen te voorkomen. Een paar uur later bleek deze ‘waakzaamheid’ niet bestand tegen de verrassing die Hamas in petto had.
Dit was slechts het laatste stukje van de puzzel. Achteraf, nadat de omvang van de ramp volledig tot haar was doorgedrongen en ze tientallen kameraden had verloren die Hamas had vermoord of ontvoerd, begreep ze hoe rampzalig de miscommunicatie tussen haar en haar collega’s enerzijds en hun superieuren anderzijds was geweest.
Terwijl ze erachter probeerde te komen wie de verdachte figuur was en wat hij in zijn schild voerde, hadden de veiligheidsdienst van de IDF en Shin Bet (de Israëlische binnenlandse veiligheidsdienst) al overlegd in verband met een waarschuwing voor terroristische infiltratie. Die vonden de hogere functionarissen ernstig genoeg om op vrijdagavond te besluiten de aanwezigheid van speciale troepen in het zuiden uit te breiden en een team uit te zenden dat getraind was in het bestrijden van terreurgroepen.
‘Niemand heeft ons verteld dat er zo’n hoog alarmniveau was’
Een ander team van de operationele eenheid van Shin Bet en een deel van de commando-eenheid werden ook gemobiliseerd. Een eliteonderdeel van Sayeret Matkal (een speciale commando-eenheid van het Israëlische leger, gericht op infiltraties) werd eveneens naar het gebied gestuurd. Niemand in het Zuidelijk Commando of de Gaza-divisie nam echter de moeite de tientallen jonge vrouwen die als spotters dienstdeden op de legerbases bij de kibboetsen Kissufim en Nahal Oz, hiervan op de hoogte te stellen. Ook niet om vier uur ’s ochtends, toen werd besloten de Israëlische gemeenten en kibboetsen rond Gaza zelf te waarschuwen voor mogelijke infiltratie.
‘Als we ervan hadden geweten, zou deze hele ramp anders hebben uitgepakt,’ zegt Yaara tegen Haaretz. ‘Niemand heeft ons verteld dat er zo’n hoog alarmniveau was.’
Volgens Yaara zouden de jonge spotters aan drie of zelfs twee uur genoeg tijd hebben gehad om zich voor te bereiden. ‘Niemand heeft eraan gedacht het ons te vertellen. De IDF lieten ons als schietschijven achter. De leden van gevechtseenheden hadden tenminste nog wapens en stierven als helden. De door het leger in de steek gelaten spotters werden simpelweg afgeslacht, met niet de minste kans om zich te verdedigen.’
Rond 06.30 uur kon Noga nog net verslag uitbrengen over het ‘infiltratieprotocol’ voor gemeenten en militaire bases, terwijl het geweervuur en het geschreeuw van de terroristen buiten het commandocentrum waar ze was gestationeerd al te horen waren.
In de WhatsApp-groep van de spotters meldden collega’s uit Nahal Oz al dat er overal terroristen waren, dat er mensen waren vermoord en ontvoerd, en dat ze nergens heen konden. Om 07.17 uur kwam het laatste bericht in de groep, namens alle spotters van Nahal Oz: ‘Vertel iedereen dat we van ze houden en dankjewel voor alles.’
De harde woorden van de spotters voor hun superieuren zijn niets nieuws. Haaretz publiceerde vorig jaar een onderzoeksrapport over met name de neerbuigende houding jegens hen van hun bevelhebbers. Destijds sprak deze verslaggever met spotters van bases in heel Israël, waaronder die in de Gaza-divisie.
Een van de problemen die ze aan de orde stelden, was dat hun stem gewoon niet werd gehoord en dat hun professionele mening onvoldoende gewicht in de schaal legde. Elke onderzoekscommissie die de gebeurtenissen van 7 oktober bestudeert, zou moeten beginnen met de getuigenissen van de overlevende spotters.
Spotten
Twee tot drie maanden. Langer heeft een nieuwe spotter niet nodig om haar sector ‘beter te leren kennen dan wie dan ook in de IDF,’ zegt Talia, die zo’n achttien maanden als spotter in de Gaza-divisie diende en daarom als ‘veteraan’ te boek staat. ‘In mijn sector ken ik elke steen, elk voertuig, elke herder, elk Hamas-trainingskamp, alle arbeiders, vogelaars, paden en buitenposten.’ Volgens haar heeft een ervaren spotter ‘8200’ (een befaamde inlichtingeneenheid) niet nodig om meteen te kunnen zeggen of er iets ongebruikelijks in haar sector gebeurt.
Het is zwaar werk. Vaak sisyfusarbeid. De dienst van een spotter duurt negen uur. Dan zit ze voor een scherm en probeert ze alles in de gaten te houden dat ook maar enigszins ongewoon lijkt, zelfs al is het iets heel kleins. Een dergelijke gebeurtenis moet onmiddellijk worden geregistreerd in een operationeel verslag, dat naar de commandanten van de basis gaat, en van daaruit naar de inlichtingencentra van de relevante divisies en commandocentra.
Wat gebeurt er in de praktijk met de informatie die ze hebben doorgegeven? Die vraag vinden de spotters lastig te beantwoorden.
Dit was ook zo toen er Hamas-drones in hun sector begonnen rond te vliegen.
‘De afgelopen maanden begonnen ze elke dag, soms twee keer per dag, drones op te laten die heel dicht bij de grens kwamen,’ zegt Ilana, een andere spotter. ‘Tot driehonderd meter van het hek – soms nog minder. Anderhalve maand voor de oorlog zagen we dat ze in een van de trainingskampen een precieze replica hadden gebouwd van een gewapende observatiepost, zoals wij die hebben. Ze gingen daar trainen met drones, om de observatiepost te raken.’
Ilana vertelt dat ze deze informatie volgens het protocol doorgaven, maar nog verder gingen: ‘We schreeuwden tegen onze commandanten dat ze ons serieuzer moesten nemen, dat hier iets ergs aan de hand was. We beseften dat het gedrag dat we zagen heel vreemd was, dat ze echt aan het trainen waren voor een aanval op ons. Tot nu toe heeft niemand ons verteld wat er met deze informatie is gedaan.’
Toen ze op Zwarte Zaterdag de drones de ene na de andere (onbemande) elektronische observatiepost zagen opblazen, begrepen de spotters onmiddellijk waar dit heen ging. ‘Dit was precies wat we in de laatste anderhalve maand van hun training hadden gezien,’ zegt Ilana.
Er waren ook andere tekenen, zeggen de spotters. Er werden meer verslagen geschreven en verzonden. Het is niet bekend waar die zijn beland.
‘Ze hebben me nooit verteld wat er gebeurd is met de informatie die we doorgaven,’ zegt spotter Adi. ‘Ons werd steeds voorgehouden dat een terroristische infiltratie tot de mogelijkheden behoorde.’ Het ligt voor de hand dat de IDF daarop voorbereid moesten zijn, maar blijkbaar werd er geen concrete dreiging onderkend – ongeacht hoeveel concrete aanwijzingen de spotters daarvoor hadden aangeleverd.
‘Het afgelopen jaar hebben ze stukken ijzer uit het hek verwijderd,’ citeert Adi uit weer een verslag dat misschien onder in een la terecht is gekomen. En er is meer.
‘In mijn sector bouwden ze een nauwkeurig model van een Merkava IV-tank en trainden ze er voortdurend mee,’ zegt een spotter van de Gaza-divisie. ‘Ze trainden hoe ze die moesten raken met een granaatwerper, wáár ze hem precies moesten raken, en daarna trainden ze voor onze ogen hoe ze de bemanning gevangen konden nemen.’
Ze zegt dat de spotters probeerden te waarschuwen dat deze oefeningen in intensiteit toenamen, ‘dat er meer mensen meededen, en dat ze werden uitgevoerd met extra Hamas-eenheden uit andere gebieden’.
‘Iedereen die nu zegt dat het onvermijdelijk was of onmogelijk om ervan op de hoogte te zijn – die liegt’
Ook viel het hun op dat er veelvuldig gebruik werd gemaakt van busjes en motorfietsen. En toen er protesten waren aan de grens (in de maanden voorafgaand aan de aanval), merkten ze dat ‘Hamas-agenten voortdurend de plekken onderzochten waar onze camera’s minder effectief waren. Ze hebben echt alles tot in de kleinste details gepland. Iedereen die nu zegt dat het onvermijdelijk was of onmogelijk om ervan op de hoogte te zijn – die liegt.’
In april zat Smadar op haar post in Kissufim en merkte iets nieuws op in een van de trainingskampen van Hamas. ‘Ze hadden een nauwkeurig model van het grensgebied gebouwd,’ zegt ze. ‘Daar trainden ze hoe ze door het hek moesten breken. In tegenstelling tot wat de IDF dachten, was hun training bedoeld voor infiltratie bovengronds, niet vanuit tunnels. Naarmate de tijd verstreek, werd hun training intensiever.’
Ongeveer anderhalve maand voor de aanval schakelde die training zo te zien een versnelling hoger.
‘We zagen ze op driehonderd meter afstand van het hek komen, en hun trainers stonden er met stopwatches om te meten hoeveel tijd het kostte om naar het hek te rennen en terug te keren naar hun posities. We wisten dat er iets te gebeuren stond,’ zegt Liat. ‘De troepen die we stuurden deden haast niets, ook al waren er ongeregeldheden bij het hek – zelfs de waarschuwingsschoten hielden op. Er kwamen soldaten, die traangas inzetten en weer vertrokken. Dat was alles.’
Iemand die de sector minder lang kent – maar wel degelijk diepgaand – is Einat, een spotter van Nahal Oz. Die zaterdag was ze thuis, maar ze wist meteen wat er zou gebeuren.
Toen begonnen de berichten van kameraden op de basis binnen te druppelen, plus de foto’s en video’s van Palestijnen op Telegram. ‘We zagen hoe ze onze kameraden vermoordden en hoe die naar Gaza werden gebracht,’ vertelt ze. ‘Ik kan de frustratie, het gevoel in de steek te zijn gelaten door hogere officieren niet beschrijven. We hadden gewaarschuwd, we hadden het ze verteld, maar we staan nu eenmaal onderaan de voedselketen van de divisie.’
In reactie op dit artikel verklaarde een IDF-woordvoerder: ‘De IDF en hun bevelhebbers volgen alle mannelijke en vrouwelijke soldaten die de gebeurtenissen van 7 oktober hebben meegemaakt nauwlettend. Zij worden begeleid door professionals uit de geestelijke gezondheidszorg. Daarnaast is er voortdurend contact met hun oversten, die een ondersteunend systeem vormen en een luisterend oor bieden. De terugkeer naar hun posten zal geleidelijk en zorgvuldig verlopen, onder toezicht en afhankelijk van de persoonlijke toestand van elke soldaat. Het is niet de bedoeling om tegen wie dan ook disciplinaire maatregelen te nemen. Mochten er gesprekken zijn geweest die anders doen vermoeden, dan zijn die in strijd met de richtlijnen en zullen ze dienovereenkomstig worden afgehandeld.’
Seoul Milk verwijdert reclame van YouTube na kritiek
Het grootste zuivelmerk van Zuid-Korea moet diep door het stof vanwege een reclame waarin vrouwen als koeien worden afgebeeld. In de commercial van Seoul Milk is te zien hoe een man in het geheim een groep vrouwen in een weiland filmt, die later in koeien veranderen. Na publieke verontwaardiging verwijderde Seoul Milk de commercial van YouTube, maar het filmpje is sindsdien viraal gegaan omdat het opnieuw werd geüpload door internetgebruikers, bericht BBC. De bezwaren betreffen ook het gedrag van de filmende man vanwege de vergelijking met ‘molka’, de Zuid-Koreaanse term voor de illegale praktijk van het stiekem filmen van vrouwen.
‘Aan iedereen die zich ongemakkelijk voelde bij de melkcommercial die vorige maand werd uitgebracht, bieden we onze oprechte excuses aan’, aldus moederbedrijf Seoul Dairy Cooperative in een online verontschuldiging. ‘We nemen deze zaak serieus en zullen een interne evaluatie uitvoeren om ervoor te zorgen dat soortgelijke incidenten in de toekomst worden voorkomen. Verontschuldigend buigen we onze hoofden.’
De Sloveense premier Janez Janša, bondgenoot van Orbán, noemt journalisten zijn ‘belangrijkste politieke tegenstanders’. Vooral vrouwen zijn het slachtoffer van zijn online intimidaties. Journalist Evgenija Carl vertelt haar verhaal.
Vrouwelijke journalisten, feministen, activisten en mensenrechtenverdedigers over de hele wereld worden geconfronteerd met virtuele intimidatie. In deze serie benadrukt de wereldwijde alliantie van het maatschappelijk middenveld CIVICUS de gendergerelateerde aard van virtuele intimidatie door middel van de verhalen van vrouwen die werken aan het verdedigen van onze democratische vrijheden. Deze getuigenissen worden hier gepubliceerd via een samenwerking tussen CIVICUS en Global Voices.
Sinds de regering van premier Janez Janša in maart 2020 aan de macht kwam, is de persvrijheid in Slovenië in het geding. De premier uit zowel online als offline bedreigingen tegen journalisten en onafhankelijke media.
De omvang van deze aanvallen door de premier en de leidende Sloveense Democratische Partij (SDS) was zelfs aanleiding voor de Raad van Europa om te waarschuwen tegen pesterijen en intimidatie van journalisten.
Ondertussen heeft de regering stappen ondernomen om de media-onafhankelijkheid te verminderen, waarbij kanalen zoals Nova24 TV, Nova24 online en Planet TV in toenemende mate worden gefinancierd door partijen uit de omgeving van de autoritaire premier van Hongarije, Viktor Orbán, die een bondgenoot van Janša is. Ook maatschappelijke organisaties die zich bezighouden met cultuur, mensenrechten, mediavrijheid en het milieu zijn herhaaldelijk beperkingen opgelegd.
Evgenija Carl
Evgenija Carl is een onderzoeksjournalist uit Slovenië. Nadat ze in 2016 een televisiereportage had gemaakt over de oppositiepartij SDS, noemde een vooraanstaand politicus, Janez Janša, haar op Twitter een ‘prostituee’. Toen Janša later premier van Slovenië werd, nam het onlinemisbruik toe.
Dit is het verhaal van Evgenija Carl:
‘Ze zijn in staat ons straffeloos te beledigen’
Hij noemde mijn collega en mij, journalisten die werkzaam zijn op het gebied van internationale politiek voor de nationale Sloveense televisiezender (RTVSLO), ‘gepensioneerde prostituees’ die onze diensten verkopen voor 30 tot 35 euro. En daarna werd hij premier van Slovenië: Janez Janša.
‘Bordelen bieden goedkope diensten aan van gepensioneerde prostituees Evgenija C en Mojca PŠ. Een voor 30 €, de tweede voor 35 €. #PimpMilan.’
Ik ben onderzoeksjournalist en werk al vijfentwintig jaar in de journalistiek. Ik ben aanvallen gewend van degenen die mijn berichtgeving niet bevalt, maar vijf jaar geleden, in 2016, werd ik door het genoemde incident voor het eerst onderwerp werd van een openbare lynchpartij op sociale media.
Evgenija Carl.
Dat begon met een beledigende tweet van Janez Janša, leider van de grootste Sloveense oppositiepartij op dat moment, de Sloveense Democratische Partij (SDS). Hij schreef hierin ook dat de toenmalige president van Slovenië, Milan Kučan, onze pooier was.
Ik wist dat het gekozen pad niet gemakkelijk zou zijn, maar ik had nooit kunnen voorzien wat we allemaal over ons heen kregen – het was een stormloop
U vraagt zich misschien af waar we Janša’s aanval aan te danken hadden? Het betrof een vergelding voor ons tv-item over leden van de SDS-partij van Janša. Hij wilde ons vernederen als journalisten en nog meer als vrouwen, want voor hem zijn we maar gewone ‘hoeren’. Dit is hoe Janša omgaat met vrouwen in het algemeen.
Mijn collega en ik spanden een rechtszaak tegen hem aan en werden opnieuw doelwit van hem en zijn trouwe volgers, waaronder politici en enkele extreemrechtse media. Een nog nooit eerder vertoonde rechtszaak in Slovenië, die nog steeds loopt. Ik wist dat het gekozen pad niet gemakkelijk zou zijn, maar ik had nooit kunnen voorzien wat we allemaal over ons heen kregen.
De kring van Sloveense extreemrechtse populisten – zoals Janša, enkele lokale politici, hun aanhangers, sympathisanten en volgers – belaagden ons via sociale media als Twitter en Facebook. Ze gebruiken extreemrechtse media, die de propaganda van de partij steunen, om vernederende artikelen te schrijven over journalisten die hun politieke opvattingen niet delen. Deze mediakanalen zijn opgericht door leden van de SDS-partij, die het merendeel van de belangen hebben verkocht aan Hongaarse bedrijven met eigenaren die dicht bij Janša’s bondgenoot Orbán staan.
Ook ontving ik regelmatig enveloppen met wit poeder; één keer zat er een stof in de envelop die mijn luchtwegen aantastte
Sinds Janša’s eerste tweet wordt vaak het label ‘prostituee’ aan mijn naam gehecht. Ik ontvang regelmatig openbare beledigingen, cynische opmerkingen, brieven en e-mails van anonieme mensen die mij willen vernederen. Een recente tweet die aan mij was gericht, luidde: ‘Ze is gewoon een ordinaire jihadist (…) journalistiek is prostitutie (…) In Amerika zouden ze haar een “tiendollarhoer” noemen!’
Ook ontving ik regelmatig enveloppen met wit poeder; één keer zat er een substantie in de envelop die mijn luchtwegen aantastte. De brieven bevatten ook doodsbedreigingen en komen bijna altijd binnen na hoorzittingen in de rechtszaak tegen Janša.
En ze vallen mijn kinderen aan, door ze in hun artikelen over mij of op sociale media te noemen. Niets, absoluut niets is heilig voor ze als ze zich op mij uitleven. In de elf maanden sinds Janez Janša opnieuw de leiding over de Sloveense regering heeft, zijn de aanvallen steeds erger geworden.
‘Coalitie van de dood’
Tijdens de pandemie verklaarde de Sloveense president oorlog aan de media in het algemeen en noemde hij journalisten zijn ‘belangrijkste politieke tegenstanders’. Hij manipuleert foto’s en opnames en verspreidt leugens. Vrouwelijke journalisten zijn ‘teven, hoeren of dronkaards’. Dit is kenmerkend voor het mannelijk chauvinisme dat wordt gecultiveerd door de Sloveense politiek onder leiding van de premier.
Een paar weken geleden deelde ik een bericht over een protest van ouders en kinderen tegen de sluiting van scholen. Vervolgens werd ik ervan beschuldigd medeplichtig te zijn aan het veroorzaken van coronadoden: beweerd werd dat de demonstranten het virus verspreidden. Janša noemde mijn collega’s en mij de ‘coalitie van de dood’.
Soms heb ik het gevoel dat ik in een parallel universum leef, omdat dit voor een normaal, redelijk, beschaafd persoon ondenkbaar is
Wat dit met me doet? Soms voel ik me depressief en hopeloos. Soms heb ik het gevoel dat ik in een parallel universum leef, omdat zoiets voor een normaal, redelijk, beschaafd persoon ondenkbaar is. Ik verwonder me over die ‘toetsenbordstrijders’, die altijd maar bereid zijn hun gedachten op een agressieve manier te uiten, en over het feit dat de kleinste kwestie een explosie van seksisme en vrouwenhaat kan veroorzaken.
Diverse Europese instellingen en media over de hele wereld doen hun werk en vestigen aandacht op de ondraaglijke situatie onder het leiderschap van Janša en zijn houding ten opzichte van de media en journalisten, vooral zijn primitieve gedragingen ten opzichte van vrouwen, die door zijn volgelingen worden overgenomen.
Dergelijke uitingen en acties zijn toegestaan in Slovenië. Ze worden nooit bestraft. Onder het mom van vrijheid van meningsuiting nemen de beledigingen enkel toe. De politici zitten vol vooroordelen met betrekking tot vrouwen, alsof we niet al een lange weg hebben afgelegd, alsof er nog geen obstakels waren doorbroken, alsof de gevechten die door de vrouwen voor ons zijn gewonnen, niets hebben opgeleverd.
Ik zou willen dat er juridische kaders kwamen, die een einde kunnen maken aan dergelijke intimidatie. Ik zou willen dat beledigende berichten snel worden verwijderd – veel berichten over mij staan nog altijd online. Ik zou willen dat de media aanvallen op journalisten krachtdadiger veroordelen.
Toen Janša ons ‘gepensioneerde prostituees’ noemde, handelde de directeur van de nationale Sloveense televisie ronduit opportunistisch: hij veroordeelde de daad niet. Het bestuur van het mediahuis waar ik voor werk hield zich een week lang stil, en werd toen door de publieke druk bijna gedwongen de belediging te veroordelen. Janša werd door hen niet genoemd.
De angst voor wraak, opportunisme en pragmatisme dringen door tot in elke porie van ons land, en nemen alleen maar toe.
Voorstanders van gescheiden onderwijs voor jongens en meisjes hameren erop dat hun hersenen fundamenteel anders in elkaar zitten. Dergelijke overtuigingen versterken niet alleen verraderlijke genderstereotypen, maar ook raciale.
Op een heldere herfstochtend in 2017 begaven de ervaren biologieleraar Mary Bozenmayer en haar collega’s zich naar de kantine van hun middelbare school in New Jersey voor een professionele ‘ontwikkelingssessie’, die de hele dag zou duren. De spreker betrad het podium, glimlachte opgewekt en legde uit dat hij er was om hen te vertellen hoe verschillend jongens en meisjes denken.
Bozenmayer was sceptisch. Door haar biologieopleiding wist ze dat de meeste theorieën over seksegerelateerde hersenverschillen al lang geleden waren ontkracht. Toch probeerde ze open te staan voor het verhaal van de trainer, die werkzaam was voor een organisatie genaamd het Gurian Institute, en die de leraren vertelde dat meisjes het beste leren door rustig te zitten en aanwijzingen op te volgen, terwijl jongens competitie en fysieke activiteit nodig hebben om moeilijke concepten onder de knie te krijgen. ‘Mannen kunnen trivia (zoals sportstatistieken) beter opslaan dan vrouwen, en voor een langere periode’, stond op een van de kaarten die hij liet zien. Op een andere stond: ‘Jongens hebben meer tijd nodig om emoties te verwerken dan meisjes, waardoor ze over het algemeen emotioneel kwetsbaarder zijn.’ Moderne klaslokalen, zei de trainer, spelen in op de leerstijl van meisjes – met als gevolg, concludeerde hij, dat meisjes op school slagen terwijl jongens gevaarlijk achterop raken.
‘De opkomende wetenschap van man-vrouwverschillen’
Dat ging Bozenmayer te ver. Ze stak haar hand op en vroeg: ‘Als jongens het zo moeilijk hebben, waarom zien we dan nog steeds dat vrouwen zijn ondervertegenwoordigd in het Congres, en in Fortune 500-bedrijven?’ De trainer reageerde door zijn punten te herhalen. ‘Ik voelde mijn bloeddruk stijgen,’ herinnert Bozenmayer zich. ‘Ik had zoiets van: dit is gewoon te scheef.’ Maar toen ze de ruimte rondkeek, zag ze veel van haar mannelijke en vrouwelijke collega’s instemmend knikken, ijverig de kaarten doornemen en aantekeningen maken.
Het idee dat jongens en meisjes aangeboren kenmerken hebben waardoor ze anders leren, is het afgelopen decennium in een stroomversnelling geraakt. Het Gurian Institute zegt dat het 60.000 leraren heeft opgeleid in 2000 schooldistricten – voor een bedrag van maar liefst 10.000 dollar per sessie. Een andere prominente pleitbezorger van naar geslacht gedifferentieerd onderwijs, psycholoog Leonard Sax, biedt een populaire tweedaagse workshop aan voor scholen over ‘de opkomende wetenschap van man-vrouwverschillen’. Op de Boy Brains & Engagement-conferentie scoren honderden leraren onderwijscredits door te luisteren naar uitleg over de leerstijlen van jongens en meisjes. ‘Wetenschappers hebben ongeveer 100 typische geslachtsverschillen in de hersenen ontdekt,’ aldus de brochure.
De ideeën vonden ook aansluiting bij beleidsmakers. De in 2002 door president George W. Bush ondertekende No Child Left Behind-wet moedigt aparte klaslokalen voor jongens en meisjes aan. Hoewel de regering-Obama zich tegen dat idee heeft verzet, hebben wetgevers op staatsniveau de zaak opgepakt: de gouverneur van Florida, Rick Scott, heeft in 2014 een wet ondertekend die ‘genderspecifieke klaslokalen’ toestaat; Californië heeft in 2017 een soortgelijke wet aangenomen. Het aantal openbare seksespecifieke scholen is de afgelopen twee decennia explosief gestegen, van een handvol begin 2000 tot een paar honderd vandaag.
Achter de beweging die scholen ‘gendervriendelijker’ wil maken, schuilt de angst dat ons onderwijssysteem vooral jongens achterstelt. Een reeks bestsellers over hoe jongens worstelen met leren liet duidelijk zien dat ze achterblijven op het gebied van cijfers, toetsscores en afstudeerpercentages. ‘Het bewijs dat jongens achterop raken stapelt zich op,’ schreef de New York Times-columnist David Brooks in 2012. ‘Dit is een uitgemaakte zaak.’ In een opinieartikel uit 2015 in The Washington Post, getiteld ‘Waarom scholen onze jongens in de steek laten’, schreef een ouder (een moeder): ‘Het gebrek aan beweging en de rigide beperkingen in het moderne onderwijs doden de ziel van mijn zoon.’ Sommige schrijvers zien de zogenaamde jongenscrisis als een gevolg van het feminisme. In een National Review-artikel uit 2017 getiteld ‘De vervrouwelijking van alles gaat ten koste van onze jongens’, beschuldigt conservatief expert David French ‘de gefeminiseerde school, compleet met zijn zerotolerancebeleid, dodelijke angst voor alles wat ook maar enigszins martiaal is, en de niet-aflatende nadruk op medeleven en zorg in plaats van verkenning en avontuur (tenzij de avonturier een vrouw is).’
De stereotypen van meisjes als van nature ijverige huiswerkmakers en jongens als verkeerd begrepen rebellen bieden een handig kader om de matige schoolprestaties van sommige jongens te verklaren. Maar er is één probleem: overweldigend bewijs toont aan dat onze culturele verwachtingen van gender een minstens even grote rol spelen als de zogenaamd kernachtige verschillen in de leerstijlen van jongens en meisjes. Hoewel sommige studies van een paar jaar geleden lieten zien dat meisjes het wat leren betreft beter doen dan jongens, suggereert recenter onderzoek dat deze bevindingen verre van universeel zijn: de genderkloof in schoolprestaties varieert enorm per afkomst, klasse en geografische locatie.
‘Het gebrek aan beweging en de rigide beperkingen in het moderne onderwijs doden de ziel van mijn zoon’
En zelfs als meisjes een voorsprong hebben op school, is de oorzaak misschien niet biologisch: toonaangevend hersenonderzoek trekt het idee van consistente en significante hersenverschillen tussen meisjes en jongens in twijfel, en onderwijsonderzoekers hebben ontdekt dat seksegedifferentieerd onderwijs geen studievooruitgang garandeert. Integendeel, onze vooroordelen over hoe meisjes en jongens leren en zich gedragen, beïnvloeden juist hun schoolervaringen en versterken genderstereotypen. En het meest verontrustende is dat neurologisch onderzoek erop wijst dat deze stereotypen de hersenen van de leerlingen misschien zelfs vórmen.
Bescheiden overwinning
Bozenmayer deelde haar zorgen over de koers van haar school met het schoolhoofd en zijn superieuren. Toen ze geen actie ondernamen, nam ze contact op met Galen Sherwin, een senior advocaat bij de American Civil Liberties Union (ACLU), die leiding geeft aan de ‘Teach Kids, Not Stereotypes’-campagne. De ACLU betoogt dat het scheiden van jongens en meisjes op school bijna altijd oneerlijk is – en in veel gevallen kan het illegaal zijn volgens Title IX, de federale wet die discriminatie op grond van geslacht in het onderwijs verbiedt. Tot dusver heeft de ACLU seksegescheiden onderwijs in vijftien staten betwist, wat heeft geleid tot de sluiting van 36 programma’s. Nadat de ACLU in 2018 contact had opgenomen met het kantoor van de procureur-generaal van New Jersey voor burgerrechten, stopte het district van Bozenmayer met de trainingen.
Sherwin noemt het een bescheiden overwinning.
Maar nieuwe openbare single-sex-scholen blijven opduiken, meestal in arme gemeenschappen van kleur, waar ze volgens haar niet alleen verraderlijke genderstereotypen versterken, maar ook raciale. Uit een Education Week-rapport uit 2017 bleek dat openbare single-sex-scholen bestaan uit een onevenredig groot aantal leerlingen van kleur – ongeveer 90 procent, vergeleken met ongeveer 50 procent door het hele land. Meer dan driekwart van de leerlingen op single-sex-scholen komt daarbij uit arme gezinnen, tegen ongeveer de helft in het hele land.
Voor leraren die worstelen met discipline, overvolle klaslokalen en ondergefinancierde scholen, kan het argument voor leerverschillen tussen jongens en meisjes overtuigend zijn. Zoals Rebecca Bigler, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Texas, Austin, die onderzoek doet naar de genderrolontwikkeling bij kinderen, opmerkt: ‘Het biedt een eenvoudige oplossing voor een in werkelijkheid complex probleem.’
The Wonder of Boys
Deze manier van leren is natuurlijk niet nieuw. Het werd ooit als ongepast beschouwd dat meisjes en jongens samen zouden leren. Toen ik in de jaren negentig naar een middelbare meisjesschool ging, was de heersende gedachte dat jongens de klasgesprekken domineerden en meisjes zich niet van hun slimme kant durfden te laten zien. Maar de overheersende onderwijsfilosofie voor jongens en meisjes die in deze eeuw is ontstaan, is minder gericht op het vergroten van de macht van meisjes dan op het redden van jongens.
In 2006 publiceerde auteur en zelfbenoemd ‘sociaal filosoof’ Michael Gurian The Wonder of Boys, waarin hij betoogt dat de mannelijke hersenstructuur, samen met de ontbinding van traditionele maatschappelijke structuren, jongens vatbaar heeft gemaakt voor ‘bende-activiteiten, seksueel wangedrag en misdaad’. Critici prezen het boek als het mannelijke antwoord op Reviving Ophelia van Mary Pipher, de bestseller uit 1994 over worstelende tienermeisjes. Van The Wonder of Boys zijn meer dan 400.000 exemplaren verkocht en het is vertaald in 17 talen. Op zijn site beweert Gurian het Congres over zijn werk te hebben ‘ingelicht’. In 1996 richtte hij het Gurian Institute op, dat schooldistricten helpt om aparte klaslokalen voor mannen en vrouwen in te richten en sommige ertoe heeft overgehaald om seksegescheiden scholen op te richten.
Gurian, die geen certificaten heeft in onderwijs, psychologie of neurowetenschappen, heeft zijn ‘op de natuur gebaseerde theorie’ over gender in meer dan twee dozijn boeken uitgewerkt. In The Minds of Boys: Saving Our Sons From Falling Behind in School and Life trekt Gurian van leer tegen een onderwijssysteem dat is afgestemd op volgzame, goed opgevoede meisjes, maar dat onstuimige, competitieve jongens achterstelt en buitensluit. ‘Ouders die hun zonen naar hun eerste dag op de kleuterschool brengen, zullen in toenemende mate merken dat ten minste een van hun jongens uiteindelijk een onderwijscrisis krijgt te doorstaan,’ schrijft hij.
Om dit tegen te gaan, zegt Gurian, moeten we klaslokalen en onderwijsstrategieën speciaal voor jongens inrichten. Dit zou moeten beginnen op de kleuterschool, waar leraren in plaats van geweld te verbieden ‘agressiezorg’ moeten onderwijzen, zodat jongens elkaar kunnen slaan en schoppen in plaats van woorden te gebruiken. ‘Gezien de hormonale en neurale samenstelling van mannen,’ schrijft hij, ‘geldt voor jongens (en mannen) vaak dat agressieve gebaren net zo vormend zijn als woorden, en voor net zo veel binding zorgen als een knuffel.’ (Sax, de eerdergenoemde psycholoog, beaamt deze ideeën en raadt slaan aan als straf voor jongens, maar niet voor meisjes.) Gurian stelt een reeks strategieën voor waarvan hij beweert dat ze het leren van jongens op alle niveaus zullen verbeteren: leraren mogen jongens niet in de ogen kijken – het mannelijke brein raakt gefrustreerd door direct oogcontact. Het licht moet altijd fel blijven, want bij weinig licht kunnen jongens ‘zich gaan misdragen’. Om jongens tot lezen te verleiden stelt hij voor om ze handleidingen, businessboeken en strips aan te bieden in plaats van To Kill a Mockingbird of Romeo en Julia.
Gurian stelt dat jongens zeer geschikt zijn voor het soort lessen dat ze een paar eeuwen geleden zouden hebben gekregen: jagen, boer worden of een vak leren bij een ervaren ambachtsman. Hij geeft de Industriële Revolutie de schuld van de ondergang van dat type onderwijs. Amerikaanse scholen, zegt hij, zijn ontwikkeld om leerlingen op te leiden voor fabriekswerk. Gurian, die ook romanschrijver is, verwerpt de moderne nadruk op lezen en verbale taken, waar meisjes, zo beweert hij, van nature beter in zijn. ‘Omdat jongenshersenen van nature niet geschikt zijn voor klaslokalen die de nadruk leggen op lezen, schrijven en complexe woordvorming, ontstaan in elke cultuur die sterk afhankelijk is van die vaardigheden problemen bij de jongens.’ Bovendien, zegt hij, zijn jongens van nature minder veerkrachtig dan meisjes – dus een slecht cijfer kan hun kwetsbare ego’s beschadigen. ‘Het mannelijke lerende brein is meer van porselein dan het vrouwelijke; het vrouwelijk lerende brein is meer van staal.’
Geslachtsmozaïek
Meer dan tien jaar geleden merkte Lise Eliot op dat ouders vaak verwezen naar zogenaamd aangeboren verschillen in hoe jongens en meisjes denken. Dat klonk aannemelijk, vond Eliot, een neurowetenschapper aan de Rosalind Franklin University in Chicago die de plasticiteit van de hersenen bestudeert – het vermogen van onze geest om zich te ontwikkelen en aan te passen. Dus besloot ze er een onderzoeksproject van te maken, waarbij ze een schat aan gegevens vergaarde uit brain imaging-onderzoek van kinderen en volwassenen.
‘Het mannelijke lerende brein is meer van porselein dan het vrouwelijke; het vrouwelijk lerende brein is meer van staal’
Eliot verwachtte consistente verschillen te zien in de structuren van mannelijke en vrouwelijke hersenen, dus ze was perplex toen de beelden iets heel anders onthulden. Sommige kenmerken kwamen inderdaad vaker voor in de hersenen van één geslacht. Bij vrouwen is de buitenste laag van de hersenen, die bekendstaat als de hersenschors, bijvoorbeeld dikker; de hippocampus, een regio die geassocieerd wordt met het geheugen, is bij mannen verhoudingsgewijs vaak groter dan bij vrouwen. Toch ontdekte ze dat individuele hersenen een mix van eigenschappen bevatten die als ‘mannelijk’ of ‘vrouwelijk’ worden beschouwd. In feite vond ze slechts één consistent verschil tussen mannelijke en vrouwelijke hersenen dat voor alle leeftijden gold: mannelijke hersenen zijn ongeveer 11 procent groter dan vrouwelijke hersenen. Maar dat leek niet echt veelzeggend, aangezien alle mannelijke organen iets groter zijn, wat in verhouding staat tot de grotere lichaamsomvang van mannen.
Toen Eliot en haar collega’s naar beelden en studies van de hersenen van kinderen keken, zagen ze nog minder consistente verschillen tussen mannen en vrouwen. ‘Ik stond versteld,’ herinnert ze zich. ‘Mensen beweren dat als we ons anders gedragen, er ook iets anders moet zijn aan de hersenen. Maar dat is aan de grote hersengebieden of zenuwbanen zeker niet te zien.’ Daphna Joel, hoogleraar psychologie en neurowetenschappen aan de universiteit van Tel Aviv, beschrijft het algehele effect als een ‘geslachtsmozaïek’ – elk brein heeft een ‘specifieke configuratie’ van ‘mannelijke’ en ‘vrouwelijke’ kenmerken.
Toen Eliot zich begon te verdiepen in psychologische onderzoeken viel haar iets soortgelijks op. Over het algemeen waren verschillen in gedrag op basis van geslacht bij zowel kinderen als volwassenen statistisch klein. Bij zeer jonge kinderen bestonden ze vrijwel niet, terwijl ze bij tieners en volwassenen iets aanweziger waren: meisjes hadden de neiging om iets op jongens voor te lopen in hun verbale taken, en jongens werden over het algemeen iets beter in ruimtelijke en wiskundige problemen. Tussen de vroege kinderjaren en het einde van de adolescentie ontdekten onderzoekers van de Emory-universiteit dat de voorsprong van jongens op meisjes bij ruimtelijke taken verdrievoudigde, van ‘klein’ tot ‘gemiddeld’. Er is een statistisch significante genderkloof te zien bij leestoetsen die aan Amerikaanse leerlingen worden gegeven, waarbij meisjes hoger scoren, vooral op de middelbare school. Maar zoals een rapport van de Brookings Institution opmerkt, is deze kloof kleiner geworden en kleiner dan de kloof tussen witte en zwarte leerlingen, tussen leerlingen in de stad en leerlingen uit voorsteden, en tussen leerlingen met verschillende sociaaleconomische achtergronden. En deze genderkloof verdwijnt op volwassen leeftijd.
Eliot wist vanuit haar vakgebied dat het menselijk brein uitzonderlijk goed is in zich aanpassen en veranderen als reactie op prikkels van buitenaf. Dat bracht haar ertoe te onderzoeken of we onbedoeld de hersenen van onze kinderen vormgeven volgens genderstereotypen. Hiervoor zijn goede bewijzen te vinden. Wetenschappers hebben bijvoorbeeld ontdekt dat het gebied van Broca, een hersengebied dat verantwoordelijk is voor verbale verwerking, groter is bij meisjes en vrouwen. Toch is aangetoond dat ouders de taalvaardigheid van hun jonge kinderen kunnen verbeteren door met hen te praten – en dat moeders meer met babymeisjes praten dan met babyjongens, wat de ontwikkeling van deze regio zou kunnen stimuleren. ‘Hoe,’ vraagt Joel zich af in haar recente boek Gender Mosaic: Beyond the Myth of the Male and Female Brain (dat ze samen met Luba Vikhanski schreef), ‘kunnen we dan zien of de superieure verbale vaardigheden van de meisjes inderdaad het gevolg zijn van hun geslacht, of dat ze worden beïnvloed door de genderspecifieke zorg die ze krijgen?’ Ze haalt een onderzoek uit 2014 aan, waarin wetenschappers de hersenactiviteit bij ouders van zuigelingen analyseerden. Bij heteroseksuele koppels waren er consistenties langs geslachtslijnen – de vrouwenpatronen wezen de ene kant op, de mannenpatronen de andere kant. Maar bij homoseksuele paren, waar de opvoedingsrollen minder geslachtsgebonden zijn, vertoonden beide ouders typisch mannelijke én vrouwelijke patronen in de hersenactiviteit. Dit, schrijft Joel, roept een interessante vraag op: ‘Zijn dergelijke verschillen voorgeprogrammeerd in onze biologie, of worden ze gedicteerd door de rollen die vrouwen en mannen in onze samenleving krijgen toebedeeld?’
De invloed van onze sociale omgeving op de vorming van ons lichaam, beperkt zich niet tot de hersenen. Terwijl Gurian en Sax beweren dat een overvloed aan testosteron ervoor zorgt dat jongens competitief zijn, kan het omgekeerde ook het geval zijn: studies tonen aan dat competitie zelf tijdelijk de testosteronniveaus verhoogt bij zowel jongens als meisjes.
Essentialistisch denken
Als ik vrienden en kennissen vertel wat ik heb geleerd over het gebrek aan bewijs voor consistente op geslacht gebaseerde hersenverschillen, krijg ik vaak opmerkingen als: ‘Dat kan onmogelijk waar zijn! Ik heb mijn kinderen en hun vriendjes bestudeerd, en vanaf de peuterleeftijd leggen de meisjes de speelgoedtrucks als baby’s in bed en veranderen de jongens poppen in geweren.’ Dat is misschien zo, zegt Joel tegen mij, maar we weten niet hoeveel hiervan te wijten is aan de manier waarop stereotypen onze kinderen vormen. Als mensen hebben we een opmerkelijk vermogen om onze waarnemingen te filteren op informatie die onze overtuigingen versterkt. We zullen dus eerder de kleine meisjes opmerken die de vrachtwagens vertroetelen, dan degenen die het verschil kunnen zien tussen een shovel en een graafmachine. En zodra we gedrag opmerken dat overeenkomt met onze vooroordelen, hebben we de neiging dit te versterken. ‘Is die vrachtwagen jouw baby?’ vragen we het meisje bijvoorbeeld. ‘Wil je hem een flesje geven?’
Studies tonen aan dat competitie zelf tijdelijk de testosteronniveaus verhoogt bij zowel jongens als meisjes
Zulke stereotypen sluipen het klaslokaal binnen. Bigler, de psycholoog, heeft ontdekt dat het simpelweg gebruiken van de termen ‘jongens’ en ‘meisjes’ op school (en elders) de manier kan veranderen waarop kinderen over gender denken. Zelfs de schijnbaar onschadelijke begroeting ‘Goedemorgen, jongens en meisjes!’ bevordert wat psychologen essentialistisch denken noemen – het idee dat mensen in verschillende categorieën ‘op grote, ingrijpende manieren anders zijn’, zegt Bigler. Kinderen worden sterk beïnvloed door de houding van hun ouders en leraren – en, zegt Bigler, volwassenen verwerpen het ‘gendervooroordeel’ van kinderen gewoonlijk als schattig of onschadelijk. Bigler vroeg ooit een klas met basisschoolleerlingen om hun favoriete en minst favoriete klasgenoten te noemen. Veel van de jongens zeiden dat ze niet slechts vijf kinderen konden noemen die ze niet leuk vonden – ze vonden alle meisjes stom. Wanneer Bigler me dit verhaal vertelt, lach ik. ‘Ik vertel deze anekdote al dertig jaar en iedereen lacht,’ zegt Bigler. ‘Maar het is niet grappig. Het probleem is dat als kinderen zulke dingen zeggen, volwassenen er niet tegen ingaan.’
Deze vicieuze cirkel van stereotypeversterking vindt Eliot kwalijk. ‘Als je wilt dat jongens en meisjes meer hetzelfde denken, moet je ze een vergelijkbaardere opleiding geven,’ vertelt ze. ‘Alles wat we weten over de hersenen ondersteunt dit.’ Het is één ding wanneer ouders de gendervooroordelen van hun kinderen beïnvloeden; het is iets anders wanneer die vooroordelen niet alleen weerspiegeld worden, maar bovendien worden gepromoot op onze openbare scholen.
Toch is Gurian niet onder de indruk van de groeiende wetenschappelijke consensus omtrent het sekseneutrale brein – hij verzet zich zelfs vaak tegen de wetenschappers die dit hebben aangetoond. Toen Eliot Gurian op Twitter tagde om zijn bewering te bekritiseren dat vrouwelijke hersenen beter uitgerust zijn voor verbale taken, tweette Gurian terug: ‘Je bent net een klimaatontkenner: een wetenschapper die de wetenschap ontkent.’ (‘Laat me de gegevens zien,’ stuurde ze terug, Gurians misleidende argumentatie rechttrekkend. Hij reageerde niet.)
Grabbelton
Toen ik contact opnam met Gurian was zijn eerste opmerking: ‘Als je achter Lise Eliots ideeën staat, ben ik niet geïnteresseerd in een gesprek.’ Haar onderzoek staat volgens hem te ver af van het klaslokaal om van belang te zijn voor het onderwijs. Hij beweert dat zijn werk ter bevordering van naar geslacht gedifferentieerd onderwijs en single-sex-scholen is gebaseerd op ‘meer dan 1000 onderzoeken naar mannelijke en vrouwelijke hersenen’. De bronnen die op zijn site worden vermeld, zijn op zijn zachtst gezegd een grabbelton: recentere, peer-reviewed studies worden afgewisseld met tientallen jaren oude artikelen met titels als ‘IJsconsumptie, de neiging tot overmatig eten en persoonlijkheid’ en ‘Vrouwelijke voorkeur voor aantrekkelijke make-up veroorzaakt veranderingen in hun testosteron’, en een boek uit 1999 genaamd Why Men Don’t Iron. (Toen ik contact met hem opnam om toelichting te vragen over zijn bronnen, wilde hij geen commentaar geven.)
In tegenstelling tot wat Gurian beweert, wezen de experts met wie ik sprak op recent onderzoek waaruit blijkt dat de genderstereotypering van leraren zichzelf kan versterken. In een studie uit 2014 analyseerde Sarah Theule Lubienski, hoogleraar wiskunde aan de Indiana-universiteit, de manier waarop leraren van basisschoolleerlingen gedrag en leercompetentie beoordeelden. Ze ontdekte dat meisjes even goed in wiskunde konden zijn als ze door leraren werden gezien als hardwerkender en gretiger dan jongens. In een volgende studie toonde Lubienski aan dat de verwachting dat meisjes gehoorzaam zijn, hen ervan weerhoudt het gedurfde, creatieve, probleemoplossende denken te ontwikkelen dat vereist is voor wiskunde op een hoger niveau. Dat zou kunnen verklaren waarom meisjes over het algemeen gelijke tred houden met jongens bij gestandaardiseerde wiskundetoetsen, ook al zijn er onder de toppresteerders onevenredig veel jongens. ‘We leren meisjes om een goede leerling te zijn,’ zegt Lubienski. ‘In plaats daarvan zouden we hen moeten helpen strategieën te ontwikkelen om onbekende problemen op te lossen. Laten we leerlingen belonen als ze moedig zijn in hun denken.’
Onderzoek toont aan dat single-sex-scholing de beweringen van Gurian niet waarmaakt. In 2010 onderzochten Bigler en een team van onderzoekers van de Universiteit van Texas een openbare middelbare school voor meisjes in het zuidwesten. Op papier was de school een lichtend voorbeeld van het succes van gescheiden onderwijs voor jongens en meisjes: de leerlingenpopulatie was divers en de toetsscores waren hoog. Maar toen de onderzoekers dieper in de gegevens doken, ontdekten ze dat de meisjes die werden toegelaten via een zogenaamd willekeurige loting al beter presteerden dan hun leeftijdsgenoten op andere gemengde scholen – terwijl meisjes aan wie de toelating werd geweigerd, lagere scores haalden. De leerlingen van de meisjesschool deden het niet beter op gestandaardiseerde toetsen dan hun leeftijdsgenoten op een gemengde school. In 2014 hebben onderzoekers in een meta-analyse, gepubliceerd door de American Psychological Association, 184 studies van 1,6 miljoen leerlingen over de hele wereld doorgekamd. Niet-gemengde scholen bleken ‘weinig of niets’ voor te hebben op gemengde scholen, waarbij werd opgemerkt dat die bevindingen de veronderstellingen over biologische verschillen tussen jongens en meisjes ondergraven.
Om te zien hoe het er in het single-sex-onderwijs aan toegaat, reis ik naar een van de gebieden waar voor- en tegenstanders een harde strijd voeren. In 2014 diende de ACLU een klacht in bij het ministerie van Onderwijs tegen het schooldistrict Hillsborough County in Tampa, Florida, met het argument dat de betreffende scholen de rechten van leerlingen op grond van Title IX schonden. Het district, zo beweerde de klacht, had bijna 100.000 dollar uitgegeven aan trainingen door het Gurian Institute, Sax en anderen. (Een van die sessies heette Busy Boys, Little Ladies.) Daarop werden in achttien scholen klaslokalen voor jongens dan wel meisjes ingericht, waar leraren op gender gebaseerde instructiestrategieën implementeerden, zoals meisjes een vleugje parfum op hun polsen geven voor het correct uitvoeren van een taak, terwijl jongens die zich goed gedroegen elektronica mee naar school mochten nemen. Dat programma werd uiteindelijk geschrapt. Maar in 2011 werden in het district opnieuw twee niet-gemengde middelbare scholen geopend: Ferrell Girls Preparatory Academy en Franklin Boys Preparatory Academy, die beide zijn benoemd tot Gurian Institute Model School.
Vermoedelijk vanwege de ACLU-klacht heeft Tampa er alles aan gedaan te zorgen dat de single-sex-scholen niet in strijd waren met Title IX, dat over het algemeen verbiedt om kinderen volgens gender of geslacht te scheiden, terwijl het genderspecifieke scholen onder bepaalde omstandigheden toestaat. Zo is geen enkele leerling uit Tampa verplicht naar een jongens- of meisjesschool te gaan – het zijn programma’s waar gezinnen zelf voor moeten kiezen.
Meisjes kregen een vleugje parfum op hun polsen voor het correct uitvoeren van een taak, terwijl jongens die zich goed gedroegen elektronica mee naar school mochten nemen
Franklin Boys Preparatory Academy bevindt zich in een buurt met lage inkomens aan de oostkant van Tampa. Leerlingen zijn gemiddeld armer dan op de meeste scholen in de buurt. Ongeveer 75 procent van de 530 leerlingen krijgt een gratis lunch of lunch met korting. Driekwart van de leerlingen is zwart of van Latijns-Amerikaanse afkomst, vergeleken met 57 procent in de rest van de wijk. Senior beheerder Kathy Wasserman leidt me rond in de school en wijst op de kenmerken die speciaal voor jongens zijn ontworpen. Bij de ingang staat een trofeekast met in het midden een grote beker. Die, vertelt ze, behoort toe aan de winnende afdeling van vorig jaar – de jongens zijn à la Harry Potter verdeeld over drie afdelingen, elk gestructureerd als een bedrijf, met hoofdmonitors die optreden als ‘directeur’. Door resultaten, sport en goed gedrag kunnen de afdelingen punten verzamelen, die elke twee weken worden opgeteld. Het afdelingssysteem, legt Wasserman uit, is een hoeksteen van de school. ‘Jongens gedijen bij concurrentie,’ vertelt ze me.
De gangen worden in tweeën gedeeld door geel met zwart gestreepte lijnen. Wasserman vertelt dat de school tweebaansverkeer heeft ingesteld omdat ‘jongens gedijen bij structuur’. Dat is de sleutel van de aanpak van de school. ‘Alles wat we doen gaat volgens een bepaalde structuur en een bepaalde procedure.’ In een taalvaardigheidsles wijst Wasserman erop dat de bureaus in traditionele rijen zijn gerangschikt – omdat, zegt ze, jongens informatie het beste kunnen assimileren als ze recht vooruit kijken. Een assistent-leraar laat me een timer zien en vertelt dat deze elke 12 minuten afgaat, waarna de jongens naar de drinkfontein in de hal mogen gaan. ‘Jongens reageren heel goed op die timer,’ zegt Wasserman. ‘Schema’s, timers, al deze dingen liggen vast.’
Als ik vraag wat ze denkt van het idee dat traditionele scholen het jongens moeilijk maken, zegt ze na even nadenken: ‘Meisjes zijn goed in zitten en stil zijn en doen wat ik zeg. Ik denk dat onderwijs vaak op dat principe is afgestemd. Maar wij zijn ingesteld op jongens, op beweging. We zijn luidruchtig. We hebben energie. We zorgen dat er tijdens de lunch genoeg tijd is om de jongens naar buiten te laten gaan.’
Maar zelfs de schoolpauzes hier voelen bijna militaristisch aan in hun nadruk op structuur. Tijdens de lunch in de kantine vertelt Wasserman: ‘Als je naar het toilet moet, gaat dat volgens protocol. Als je water wilt, gaat dat volgens protocol. Als je je vork bent vergeten, gaat dat volgens protocol. En het loopt op rolletjes.’
Het Gurian Institute promoot seksuele voorlichting als onderdeel van de oplossing voor de specifieke uitdagingen waarmee jongens van kleur worden geconfronteerd, zoals hoge schooluitval en de gang van-school-naar-de-gevangenis. De aanpak van het instituut wordt gepresenteerd door de lens van de veronderstelde jongenscrisis. ‘De meeste mannelijke problemen, inclusief de problemen waarmee jongens van kleur worden geconfronteerd, houden verband met het onvermogen van onze samenleving om de aard van mannen te koesteren,’ schrijft Gurian. Een recente aflevering van zijn podcast heet: ‘We kunnen raciale en sociaaleconomische hiaten niet oplossen zonder de genderkloof te verhelpen.’
Verontrustende raciale boventonen
Hoewel deze inspanningen worden gedreven door oprechte bezorgdheid over de raciale kloof in prestaties, maakt Sherwin, de ACLU-advocaat, zich zorgen dat het op geslacht scheiden van leerlingen van kleur ‘berust op het stereotiepe idee dat deze kinderen zo weerbarstig en onbeheerst zijn dat jongens en meisjes zich niet samen in één klaslokaal kunnen bevinden’. Dit is bijzonder verontrustend in het licht van de recente geschiedenis van het openbaar onderwijs voor jongens en meisjes in de Verenigde Staten. Juliet A. Williams, hoogleraar genderstudies aan de University of California, Los Angeles, is nagegaan welke schooldistricten leerlingen in het verleden scheidden op basis van geslacht, in opdracht van witte ouders die in opstand kwamen tegen het idee dat hun witte meisjes samen met zwarte jongens werden onderwezen. Ideeën over op sekse gebaseerde verschillen, zegt ze, ‘kunnen een verontrustende racistische ondertoon hebben en het vooroordeel uitdragen dat zwarte en latinojongens chaotischer, onhandelbaarder en onbeheerster zouden zijn’.
Zelfs de schoolpauzes hier voelen bijna militaristisch aan in hun nadruk op structuur
Seksegescheiden schoolprogramma’s worden steeds vaker aangeboden als alternatief voor lokale scholen en ingekaderd als een onderdeel van de schoolkeuzebeweging die door minister van Onderwijs Betsy DeVos wordt gepromoot. Bijgevolg heeft de organisatie van Sax, de National Association for Single Sex Public Education, haar naam veranderd in de National Association for Choice in Education. ‘De realiteit is dat ouders beperkte onderwijskeuzes hebben,’ zegt Bigler. ‘En misschien is een school voor één geslacht in sommige gemeenschappen de beste optie, omdat die meer middelen heeft.’ Het is veelzeggend, benadrukt Sherwin, dat de trend onder elitescholen naar gemengd onderwijs neigt. ‘Als single-sex zo goed zou werken, zou je zien dat het overal werd toegepast, niet alleen in arme minderheidsdistricten.’ Een meta-analyse uit 2014 van dit type onderwijs heeft geen bewijs gevonden dat het arme leerlingen van kleur vooruithelpt.
Ondanks het gebrek aan bewijs, houden de voorstanders van single-sex-onderwijs voet bij stuk. De National Association for Choice in Education heeft in 2011 haar openbare lijst van seksegescheiden klaslokalen en scholen geschrapt om de ‘intimiderende aanpak van ACLU’ te belemmeren. In 2017, twee jaar nadat ACLU een klacht had ingediend tegen een overwegend door latinokinderen bezochte middelbare school in Los Angeles die leerlingen naar geslacht scheidde, hebben wetgevers in Californië een wet aangenomen die de oprichting van zulke scholen legaal maakt. In 2018 verloor ACLU een zaak over de middelbare seksegedifferentieerde scholen in Austin, het schooldistrict met het grootste aantal latinoleerlingen van Texas. Het is niet duidelijk wat de volgende stap in de juridische strijd zal zijn. Tot dusver heeft de Trump-regering geen beleid uitgevaardigd over openbare scholen voor één geslacht, maar de trend lijkt te zijn om schooldistricten maximale speelruimte te geven.
55 procent van de scores van de Ferrell-meisjes in 2018 kwalificeerde zich als bekwaam, tegen 40 procent van de Franklin-jongens
Ik sprak met een lerares Engels uit een groot, veelal arm en niet-wit schooldistrict in Texas, die zich had beklaagd dat ze van de onderwijsinspecteur een training moesten volgen op basis van het werk van Gurian en Sax, waarna haar middelbare school zich enkel nog op jongens richtte. Maandenlang verzette ze zich tegen wat zij zag als een schoolcultuur gebaseerd op valse stereotypen over mannelijkheid – die schadelijk was voor een kwetsbare populatie jongens. Ze maakte zich vooral zorgen over het feit dat een groep homoseksuele leerlingen werd gepest en dat een beginnende lerares seksueel werd lastiggevallen door leerlingen. Haar klachten bleven grotendeels onbeantwoord en aan het einde van het schooljaar werd ze zonder toelichting ontslagen.
Zo’n 3 kilometer van de Franklin Boys Preparatory Academy hangt er in de Ferrell Girls Preparatory Academy, waarvan de leerlingen demografisch vergelijkbaar zijn met die van Franklin, een heel andere sfeer. Hier geen timers, stroken in de gang of bureaus in rijen. Het is er niet zozeer chaotisch maar wel een beetje vriendelijker. En dat is geen toeval. De tegenhanger van Wasserman, Lori Bartholomew, vertelt me dat haar leraren de nadruk leggen op samenwerking en inclusiviteit, en uitzoeken hoe het emotionele leven van meisjes hun leren beïnvloedt. Het is gebruikelijk, zegt ze, dat leraren met de les beginnen met de vraag wat er bij de meisjes speelt. Net als bij Franklin worden de leerlingen verdeeld over verschillende afdelingen, maar hier ligt de focus op samenwerking, niet op concurrentie.
Bartholomew noemt veel generalisaties waarvan ik vermoed dat ze het bloed van Lise Eliot zouden doen koken. Ze wijst erop dat een leraar een ‘zachte toon’ gebruikt omdat ‘meisjes erg gevoelig zijn voor geluid’. De toegewezen zitplaatsen in de kantine worden om de twee weken vervangen omdat de vriendschapsgroepen van meisjes ‘als beton zijn, en je een sloophamer nodig hebt om ze uit elkaar te halen’. Ze vertelt me dat meisjes gevoeliger zijn voor emoties dan jongens. ‘Veel daarvan heeft te maken met moederen en verzorgen,’ zegt ze. ‘Ze zeggen zelfs dat vrouwen oxytocine aanmaken als ze een baby horen huilen, want dat is hun instinct.’
Het resultaat van dit alles is pervers genoeg een educatieve omgeving die echt lijkt te werken. Ik zie hoe de leraar in een wiskundeles meisjes uitdaagt om samen te werken en creatief na te denken. Op een gegeven moment verdeelt ze de klas in verschillende groepen om erachter te komen hoe het concept van absolute waarde zich zou kunnen verhouden tot de echte wereld. Na een paar minuten de koppen bij elkaar te hebben gestoken, delen de meisjes hun ideeën. ‘Als je loopt, loop je nooit negatieve afstanden,’ zegt een meisje. De anderen knikken. Later in de les moedigt de leraar de meisjes aan om samen te werken aan een oefening in grafieken tekenen. ‘Communiceer met je buren. Kijk of ze dezelfde soort grafiek hebben als jij,’ zegt ze. ‘Zo niet, help ze dan.’
Sociaal-emotioneel leren
Het soort onderwijsstrategieën dat ik bij Ferrell heb gezien, legt de nadruk op wat bekendstaat als sociaal-emotioneel leren: kinderen helpen hun emoties te uiten en te beheersen, zelfrespect te ontwikkelen, relaties aan te gaan en empathie te ervaren. Onderzoek toont aan dat sociaal-emotioneel leren de schoolprestaties kan verbeteren. In 2011 analyseerde de nonprofitorganisatie Collaborative for Academic, Social and Emotional Learning meer dan 200 schoolprogramma’s en ontdekte dat hoogwaardige sociaal-emotionele leerprogramma’s correleerden met een sprong van 11 percentiel in de lees- en rekenscores van leerlingen. Uit een vervolgonderzoek in 2017 bleek dat de voordelen van deze programma’s jarenlang aanhielden.
Bij gestandaardiseerde toetsen presteerden Ferrell-meisjes in elk vak beter dan Franklin-jongens. Het verschil was het grootste in wiskunde: 55 procent van de Ferrell-meisjes in 2018 scoorde een ruime voldoende, tegen 40 procent van de Franklin-jongens. Deze kloof tussen mannen en vrouwen op single-sex-scholen in Tampa duidt op een grote ironie: naar geslacht gedifferentieerd onderwijs moest de ‘jongenscrisis’ in het onderwijs oplossen, maar de meeste experts die ik heb gesproken, zijn bang dat precies het tegenovergestelde gebeurt. ‘We leren jongens soms dat het niet oké is om hun emoties te uiten, en dat kan voor hun leerproces verstikkend zijn,’ zegt Justina Schlund, de coördinator veldonderzoek van de Collaborative for Academic, Social and Emotional Learning. Ze is bezorgd dat stereotypen over emotioneel afstandelijke mannelijke hersenen docenten zouden kunnen ontmoedigen om belangrijke lessen te geven die jongens nodig hebben om te slagen: ‘Jongens moeten leren dat ze empathische wezens zijn, dat ze lid van een klas zijn, een gezin, een gemeenschap. Dit zijn cruciale lessen in het echte leven, maar ook in de klas.’
Het bevorderen van kwetsbaarheid
Een onderdeel van het sociaal-emotionele leerplan is het stimuleren van kwetsbaarheid – de bereidheid om mislukkingen te accepteren en om hulp te vragen. Edward Morris, een socioloog van de University of Kentucky, onderzoekt hoe de verwachtingen van mannelijkheid het leven van jongens bepalen. In zijn uitgebreide observatie van middelbareschoolklassen stelde hij een patroon vast van onwil bij jongens om leraren om hulp te vragen als ze iets niet begrijpen. ‘Jongens worden gesocialiseerd om geen zwakte te tonen,’ zegt hij. Die mentaliteit is van grote invloed: niet alleen de schoolprestaties van jongens kunnen erdoor worden belemmerd, ook hun loopbaan en relaties kunnen eronder lijden. ‘Deze beperkende visie op mannelijkheid levert mannen aan de oppervlakte macht op, maar is uiteindelijk vooral schadelijk voor hun eigen welzijn en de gezondheid van de samenleving in het algemeen.’
Tijdens mijn rondleiding in de middelbare jongensschool stoppen we bij het mediacentrum. Een schildering van inspirerende leiders – allemaal mannen – siert de muur. Onder het toeziend oog van Martin Luther King Jr., Benjamin Franklin en Abraham Lincoln zitten twee jongens aan een tafel huiswerk te maken. Wasserman vraagt hen om op te staan en de schoolbelijdenis te reciteren, die de leerlingen elke ochtend in koor opzeggen. De jongens schuifelen zonder te glimlachen overeind.
‘Ik zal een verantwoordelijke, respectvolle, eerlijke en integere man worden,’ zeggen ze. ‘Vertrouwen, doorzettingsvermogen, hoffelijkheid, beoordelingsvermogen en sportiviteit. Zo’n man zal ik worden.’
Wasserman glimlacht en gebaart de jongens weer te gaan zitten. ‘Dank u, heren.’
In Israël heeft een conservatieve stad zijn eerste vrouwelijke burgemeester gekozen. Dat lijkt revolutionair. Maar de opmars van vrouwen in de Israëlische politiek is omgeven door vooroordelen.
Pas toen de allerlaatste stemmen waren geteld, die van de soldaten, de gehandicapten en de mensen in de gevangenis, was de keuze tussen de twee kandidaten duidelijk. Aan het eind van de verkiezingsnacht had de stad Beth Shemesh zichzelf een nieuwe burgemeester gegeven. Deze zeer religieuze en conservatieve stad van bijna 80.000 inwoners koos eind oktober voor het eerst een vrouw als leider van het stadsbestuur.
Aliza Bloch kreeg slechts 533 stemmen meer dan de vertrekkende burgemeester Moshe Aboutboul, een man die bekendstaat om zijn provocerende uitspraken. Sinds zijn controversiële overwinning in 2013, waarbij vermoedens van fraude bestonden, heeft hij zich verheugd uitgesproken over de afwezigheid van homoseksuelen in Beth Shemesh. ‘Dat soort dingen hebben wij hier niet, godzijdank. Deze stad is gezond en zuiver.’
Aliza Bloch, voormalig directeur van een middelbare school, wil een eind maken aan de spanningen tussen niet-religieuzen en religieuzen die Beth Shemesh al tien jaar verscheuren als gevolg van de opkomst van de ultraorthodoxe gemeenschappen. Het lijkt erop dat zij erin is geslaagd duizenden stemmen te winnen van ultraorthodoxen die het stemadvies van hun rabbi in de wind hebben geslagen.
Haar succes is des te veelzeggender omdat lokaal voor een vrouw stemmen niet gebruikelijk is in Israël. Zeker, bij deze gemeenteraadsverkiezingen is ook Einat Kalisch Rotem als eerste vrouw gekozen tot burgemeester van Haifa, de derde stad van het land. Maar volgens het ministerie van Binnenlandse Zaken hadden zich bij de lokale verkiezingen maar 57 vrouwen kandidaat gesteld, tegen 665 mannen.
De rol van vrouwen in de Israëlische politiek komt neer op de eeuwige vraag of het glas half vol is of half leeg. In de Knesset [het parlement] is de opmars opvallend. Daar is 27 procent van de 120 afgevaardigden vrouw, en dat is vijf keer zoveel als dertig jaar geleden. Kijk je echter naar hun verantwoordelijkheden, dan is er minder reden tot vreugde. Vier vrouwen zijn minister, maar slechts een van hen, Ayelet Shaked, heeft een ministerpost op het hoogste niveau.
Als minister van Justitie voor de zionistisch-religieuze partij Habayit Hayehudi [Het Joodse Huis] voert zij een offensief tegen het Hooggerechtshof, dat in haar ogen te veel macht heeft om wetten tegen te houden. In 2006 had het Hooggerechtshof een vrouw als voorzitter: Dorit Beinish. In hetzelfde jaar werd Dalia Itzik de eerste vrouwelijke voorzitter van de Knesset.
Maar het is lastig om in deze individuele verhalen een duidelijke trend te ontwaren. De hele ontstaansgeschiedenis van de staat Israël, vanaf de ondergrondse strijd tegen het Britse protectoraat tot en met de stichting van de kibboetsen, de socialistische gemeenschappen die de nieuwe Jood zouden voortbrengen, stond in het teken van gelijkheid tussen man en vrouw. Niet langer waren vrouwen veroordeeld tot de traditionele rol van moeder en echtgenote. Ze waren ook medestrijdsters en boerinnen die de grond bewerkten.
‘Ik weet niet of vrouwen beter zijn dan mannen, maar ik weet wel dat ze niet slechter zijn’, zei Golda Meir. Zij is nog steeds de enige vrouw die ooit premier is geweest in Israël, tussen 1969 en 1974. Toch zag zij haar carrière niet als een bewijs voor vrouwenemancipatie. David Ben-Goerion, de vader des vaderlands, heeft haar volgens de overlevering ooit ‘de enige man in zijn regering’ genoemd. Volgens haar biografen vond Meir de Amerikaanse feministen ‘krankzinnige vrouwen, die hun beha verbranden, er slonzig bijlopen en mannen haten’. Sterk, onafhankelijk, vrij, streng, kettingroker en geen make-up: Golda Meir was pionier in alles.
Het eind van haar carrière werd een persoonlijk en nationaal trauma. In het najaar van 1973 werd Israël overvallen door de Jom Kipoer-oorlog en verloor het 2700 soldaten. De euforie en verwondering over de verpletterende overwinning op de Arabische landen in 1967 waren verdwenen. De Hebreeuwse staat voelde zich weer kwetsbaar, en dat gebeurde onder leiding van een vrouw – al had die dan gedaan wat de hoogste militairen haar adviseerden. Het is duidelijk dat die associatie een soort collectief stempel werd, en dat leidde weer tot het algemeen heersende idee dat verantwoordelijkheden die van levensbelang waren voor het land, aan mannen moesten worden toevertrouwd.
Dat vooroordeel was ook te merken tijdens de verkiezingscampagne van 2009. Tzipi Livni, die als minister van Buitenlandse Zaken aan het hoofd stond van de centrumpartij Kadima, kreeg de meeste stemmen, maar mocht toch niet de coalitie vormen. De maand voor de verkiezingen was zij in de rug aangevallen door haar tegenstanders, met name door Arbeiderspartij-voorman Ehud Barak, die een grote staat van dienst heeft als militair, om haar zogenaamd zwakke karakter.
In een laat stadium besloot Livni zich te richten op vrouwelijke kiezers. Maar in feite hadden vrouwenrechten voor haar, net als voor Golda Meir, geen hoge prioriteit. Alsof de aanwezigheid van vrouwen eerst gemeengoed moest worden om voor die rechten te kunnen opkomen, in plaats van er nu al eisen aan te stellen. Tegenwoordig leidt Livni de parlementaire oppositie onder de regering-Netanyahu.
Iconische krant, in 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Om zijn naam (‘De Wereld’) eer aan te doen, onderhoudt Le Monde een groot netwerk van correspondenten.
Een vrouwelijk lid van het Libanese parlement krijgt heftige, seksueel getinte beledigingen over zich heen, omdat zij de corruptie uitgaven van de president aan de kaak durft te stellen.
Beledigingen zijn vandaag de dag schering en inslag in politieke kringen in Libanon. Het is in feite een middel geworden voor de machthebbers om tegenstanders te lijf te gaan. Het slachtoffer is in dit geval een vrouwelijke afgevaardigde, die zich zorgen maakt over het welzijn en de levensomstandigheden van haar medeburgers. (En in tegenstelling tot andere vrouwen in de Libanese politiek komt deze voormalige tv-journalist uit de ‘gewone’ samenleving en vloeit haar positie niet voort uit het systeem van politieke partijen of een ‘politieke’ achternaam.)
De afgevaardigde (uit de kieskring Beiroet) is Paula Yacoubian, op wie de machthebbers de meute hebben losgelaten om hun vuile zaakjes in de media op te knappen. Yacoubian heeft niet anders gedaan dan rekening en verantwoording te eisen, nadat de president, Michel Aoun, twee vliegtuigen had gehuurd om met familie en vrienden een uitstapje naar New York te maken. Als antwoord krijgt ze een bak modder over zich heen van vuilspuiters die niet zoveel ophebben met democratie en die anderen graag bekritiseren en door het slijk halen.
Paula Yacoubian deed niet anders dan als volksvertegenwoordiger corruptie aan de kaak stellen. Maar dat is een misdrijf in de ogen van de aanhangers van president Aoun, zoals de regeringsgezinde journalist Joseph Aboe Fadel en de componist Samir Sfeir. Laatstgenoemde twitterde: ‘Op een dag maakte de [Libanese televisiezender] LBC een interview met Gaddafi in Tripoli. Na de opnamen merkte de Libische leider op: “Laat deze journaliste nog een weekje hier blijven.” Aldus geschiedde. En raad eens om wie het ging?’
Paula Yacoubian kondigde daarop aan dat ze een klacht gaat indienen tegen Aboe Fadel en Sfeir, waarbij ze hen kwalificeerde als ‘kleine boeven’ in dienst van ‘de grote schooier’ Gebran Bassil [de minister van Buitenlandse Zaken en schoonzoon van president Ayoun]. Dat kwam haar op nieuwe beledigingen te staan. Aboe Fadel bijvoorbeeld twitterde aan het adres van ‘de bevoorrechte vrouwen met parlementaire onschendbaarheid’: ‘Welke trucjes je ook uithaalt met je onschendbaarheid om je opgebruikte lijf buiten schot te houden, we zullen jullie opwachten. Jullie zullen er spijt van krijgen, hoeren. Mijn god, wat zullen jullie het betreuren en wat zullen jullie janken!’
Gebrek aan respect
Ook de website van de presidentiële partij spaarde haar niet. ‘Ze brengt de strijd van de Libanese vrouwen in gevaar. Door de media schrijden en mooie praatjes verkopen maakt van Paula Yacoubian nog geen heldin. Integendeel, de publieke opinie wordt alleen maar misselijk van een vrouw uit het volk die haar verantwoordelijkheden niet aankan. En dat blijft een hindernis voor de noodzakelijke verandering opdat een zo groot mogelijk aantal vrouwen toegang krijgt tot functies die om verantwoordelijkheidsbesef vragen.’
Het gebrek aan respect voor vrouwen, hen omlaag halen en in hun eer aantasten, vooral als zij ook nog journalist zijn, is binnen de regeringspartij staande praktijk geworden. Men herinnert zich wellicht Ibrahim Kanaan, een parlementslid dat ook uit die kringen afkomstig is. Hij liet in een live-tv-uitzending een stroom van beledigingen los op de journaliste Ghada Eid, waarbij hij haar onder meer toebrulde: ‘Mijn voeten zijn schoner dan jij en jouw programma!’ En: ‘Ik weet waar je vandaan komt, slet!’
Links-liberale website die in 2013 is * opgericht in navolging van de ‘Arabische lente’.* In korte tijd is Al-Modon een van de betrouwbaarste Arabische nieuwsbronnen geworden.
Volgens deze journalist heeft Libanon niet veel meer te bieden dan de schoonheid van haar vrouwen. De missverkiezing is daarom een nationale gebeurtenis, die de mooie tijden uit de jaren zeventig laat herleven, terwijl het land lijdt aan ordeloze lelijkheid.
Libanon en Irak lijken op elkaar wat hun confessionalisme betreft en hun politieke leven dat in duigen ligt. Maar ze verschillen op een wezenlijk punt. In Irak moeten vrouwen hun schoonheid verbergen en lopen degenen die dat weigeren het risico te worden vermoord, zoals de afgelopen maanden vier keer is gebeurd.
In Libanon geldt het tegenovergestelde. Daar is het tonen van hun schoonheid zelfs een soort nationale sport voor vrouwen. Hoogtepunt daarvan was de verkiezing van de Libanese schoonheidskoningin op 30 september jongstleden. Zowel ministers en parlementariërs als vertegenwoordigers van de president van de republiek en de premier waren daarbij aanwezig.
De nationale en internationale pers besteedden er volop aandacht aan. De Libanese televisiezender MTV spaarde kosten noch moeite om alles uitgebreid in beeld te brengen en het evenement een cachet van mondiale importantie te verlenen. Deze zelfde zender deed een beroep op de Amerikaanse universiteit in Beiroet om intensieve opleidingstrajecten te organiseren die het dertigtal kandidaten moesten voorbereiden op metingen van hun ‘intelligentie’. Voorkomen moest worden dat de kandidaten al te domme en onnozele antwoorden gaven, zoals in het verleden nogal eens was gebeurd.
Heimwee
Maya Reaidy kwam als winnares uit de bus. Zodra haar overwinning bekend werd, hebben de twee belangrijkste christelijke partijen in het land, de Libanese Krachten en de Vrije Patriottische Stroming – die de macht over de stad Batroun, waaruit de winnares afkomstig is, onder elkaar betwisten – haar voor zich opgeëist.
Opvallend is de eensgezindheid die er rond haar persoon bestaat, zowel onder de juryleden als onder de duizenden genodigden en op de sociale media, een eensgezindheid die een breuk betekent met wat er tijdens eerdere verkiezingen gebeurde en die in strijd is met de mentaliteit van de Libanezen, die niets liever doen dan met elkaar van mening verschillen. Dit jaar had iedereen alleen maar oog voor Maya Reaidy. Iedereen bewonderde eendrachtig haar schoonheid.
Dat komt misschien doordat ze niet alleen maar mooi is, maar ook nog op Georgina Rizk lijkt, de Libanese schoonheidskoningin van 1970, die het jaar daarop tot Miss World werd uitgeroepen. De huidige winnares steekt niet onder stoelen of banken dat ze ‘die eervolle titel opnieuw in de wacht wil slepen’, oftewel dat ze tot Miss World hoopt te worden gekroond, net als haar voorgangster 47 jaar geleden.
Kortom, we zijn getuigen van een heftige heimwee naar de jaren zeventig. Het toenmalige Libanon was welvarend. Het was een toeristische trekpleister, het was vermaard om zijn ziekenhuizen, zijn universiteiten, zijn onderzoekscentra, zijn cafés en zijn theaters. Beiroet, met zijn kranten en zijn uitgeverijen, was de Arabische hoofdstad van de vrijheid van meningsuiting.
Ook toen werd de schoonheid van de vrouwen al als een van de charmes van Beiroet beschouwd. Bovendien waren de missverkiezingen een symbool van onafhankelijkheid, omdat de eerste plaatsvond in 1943, het jaar dat de Libanezen zich aan het Franse mandaat ontworstelden.
Maar in de jaren zeventig besteedde men er niet al te veel aandacht aan. De staat en de bevolking waren elders met hun gedachten. Georgina Rizk werd pas echt bekend toen ze tot Miss World werd verkozen. Maar over het algemeen werd een missverkiezing als een futiliteit beschouwd, omdat de Libanezen wel wat belangrijkers aan hun hoofd hadden. Ze wilden radicale veranderingen doorvoeren die de levensvreugde zouden bevorderen.
Nu is de situatie anders. Libanon is al zijn rijkdom verloren. De bronnenf zijn opgedroogd, de rivieren zwaar vervuild, de elektriciteitsvoorziening is in handen van bendes, de wegen zijn onbegaanbaar en de straten hebben geen trottoirs. De lucht is vervuild door kachels op stookolie, door de stank van zich almaar ophopend vuilnis en door het oorverdovende lawaai van holle polemiek.
De stranden zijn smerig en vergeven van de bacteriën, de boulevards zijn aan het oog onttrokken en ontoegankelijk geworden voor de gewone man, ten gerieve van enkele zakenmensen en andere machtige lieden, die allemaal bescherming genieten van de partijen die aan de macht zijn, terwijl de bergen worden aangevreten door andere, al even louche ondernemers.
Libanon vandaag de dag is synoniem met leugenachtigheid, hypocrisie, vuilspuiterij en ingewortelde corruptie. Er wordt naar hartenlust geplunderd, er wordt een klimaat van argwaan gecultiveerd, er wordt ingespeeld op de ergste onderbuikgevoelens, men geeft zich over aan grove taal en verwerpelijk gedrag. Lelijkheid kan een nietsontziend vernietigingswapen zijn. In elk geval voor de Libanese ziel.
Zonnestraal
Te midden van al deze ordeloze lelijkheid, is de verkiezing van een schoonheidskoningin als een zonnestraal. De schoonheid van de Libanese vrouwen is de laatste en enige bron van rijkdom. De nieuwe Miss Libanon is de quasi-officiële vertegenwoordiger van het land. Deze verantwoordelijkheid tegenover het vaderland, die op de schouders van vrouwen drukt, manifesteert zich steeds krachtiger in hun gedrag en hun denken naarmate de levensomstandigheden verslechteren. Uit welke sociale klasse ze ook afkomstig is, een Libanese moet mooi zijn. Dat is verankerd in het collectief bewustzijn.
Je ziet het aan de gezichtsuitdrukking van de vrouwen die je tegenkomt, waaruit maar één verlangen spreekt: dat je hun zegt hoe mooi ze zijn. Die kwelling gaat door tot op hoge leeftijd, met alle plastische chirurgie, drankjes en injecties van dien, die hier wat weghalen en daar wat toevoegen. Dat alles in de wetenschap dat hun ‘schoonheid’ zich volgens dezelfde criteria laat meten als die van de schoonheidskoningin: uiterlijk gaat boven intelligentie.
Zo manifesteert de geschiedenis van het land zich eens te meer in het lichaam van vrouwen. Niet in de vorm van moord, verwonding, steniging, verminking, brandmerking of achterstelling. Al ontbreekt het daar niet aan. Maar vooral doordat vrouwen worden verplicht om mooi te zijn, nog altijd.
Auteur: Dalal Al-Bizri
Al-Araby Al-Jadid
VK | dagblad | oplage onbekend
Deze ‘Nieuwe Arabische’ uit 2014 wordt gefinancierd door Qatar en gerund door het voormalige Arabisch-Israëlische parlementslid Azmi Bishara, die de nieuwe adviseur van de emir werd. De verschillende allianties die Bishara aanging, leverden hem de bijnaam Raspoetin van Doha op.
Cheerleaders zijn met hun hotpants en pompons niet meer weg te denken uit de wereld van het American Football. Toch steekt ook in deze wereld het feminisme voorzichtig de kop op.
Elk jaar in april houden een aantal American Football-teams audities voor cheerleaders. Vele vrouwen beproeven dan hun geluk. Maar tegenwoordig, in de wereld van #MeToo, worden er kritische kanttekeningen geplaatst bij de strenge regels en de karige beloning.
Deze maand veertig jaar geleden beschreef een journalist die aanwezig was bij de cheerleading tryouts van de Dallas Cowboys een scène die ‘even zenuwslopend was als een open casting voor een Broadway-show’. Honderdvijftig vrouwen – de meest begeerde, gevierde en gewilde vrouwen van heel Texas – stonden te rillen in een ruimte waar de airco veel te koud stond afgesteld.
De vrouwen vertelden over hongerdiëten, die ze vele weken hadden volgehouden. De verslaggever van The New York Times schreef dat de cheerleaders een vergoeding van niks kregen: vijftien dollar per wedstrijd (14 dollar 72 na aftrek van belasting). Ze moesten zich aan een strak repetitieschema houden – maar liefst vijf uur per avond, en dat vijf keer per week –, ze mochten zich niet vertonen op plekken waar alcohol werd geschonken, ze mochten niet in hun uniform op welk feestje dan ook verschijnen, ze mochten geen sieraden dragen wanneer ze hun uniform aan hadden.
‘De cheerleaders van de Cowboys zijn, boven alles, mooi’, stond in het artikel te lezen. Dit was een tijd waarin deze cheerleaders misschien wel de meest iconische show neerzetten binnen de wereld van het American Football, binnen de hele NFL. Een ‘grote dosis charme en uitstraling’ was een absolute vereiste.
Vier decennia later lijkt de wereld weliswaar te zijn veranderd, maar de regels waaraan professionele cheerleaders zich dienen te houden zijn nog min of meer dezelfde. Toch lijkt, in een tijd waarin de NFL gebukt gaat onder een onophoudelijke stroom verhalen over huiselijk geweld en beschuldigingen van seksueel geweld – en talloze vrouwen zich achter #MeToo scharen – ook in de wereld van cheerleaders het feminisme voorzichtig de kop op te steken. Er worden kanttekeningen geplaatst bij de strenge en naar het zich laat aanzien seksistische regels die op professioneel niveau gemeengoed zijn. Maar tegelijkertijd doen honderden vrouwen, bij verschillende teams, auditie voor cheerleader. Al naar gelang de regels van het team doen ze dat in de voorgeschreven crop top, een huidkleurige panty, hotpants en met ‘geheel verzorgd kapsel en make-up’, zoals staat te lezen in de leidraad van de Arizona Cardinals.
De vrouwen zullen worden beoordeeld op hun techniek, uitstraling en houding, maar ook op hun uiterlijk, zoals in vele handleidingen staat aangegeven. Het mag duidelijk zijn dat ‘ons uniform een slank figuur vereist’, vermeldt de auditiefolder van de Cowboys. Als deze vrouwen geluk hebben worden ze toegelaten tot teams met namen als Ben-gals (een verwijzing naar de Bengals van Cincinnati), de Raiderettes (Oakland), de Falconettes (Atlanta) of de Saintsations (New Orleans). Ze zullen zich moeten houden aan bepaalde reglementen. Zo mogen ze niet al te vriendschappelijk met de spelers omgaan en in sommige gevallen mogen ze er geen stellige meningen op nahouden, of kauwgom kauwen. Toch zullen velen het een fantastische ervaring vinden: het kameraadschap, de kans om zo dicht in de buurt te komen van de helden, de kans om al je technische vaardigheden te tonen (vaardigheden, jawel: vele NFL-cheerleaders zijn getrainde dansers).
‘Ik verdien niet genoeg om mijn hele leven door hen te laten bepalen, ook buiten de Superdome’
‘Het is echt een kick die nergens mee is te vergelijken,’ zegt Flavia Berys, die van 2000 tot 2002 cheerleader is geweest bij de San Diego Chargers en een aantal boeken heeft geschreven over alle geheimen rond cheerleaderaudities. ‘Je voelt echt de energie van elke afzonderlijke fan die daar in het stadion zit.’
‘Je krijgt instant een hechte band met de andere vrouwen,’ aldus Toni Washington, die in de jaren tachtig cheerleader en toursecretaris is geweest bij de Cowboys.
Toch gaat er ook weleens iets mis, te beginnen met de zaak van Bailey Davis, een tweeëntwintigjarige ex-cheerleader van de New Orleans Saints, die in januari werd ontslagen omdat ze een foto op Instagram had gezet waarop ze een kanten bodysuit draagt. Dat druist in tegen de socialmediaregels van het team. Als reactie daarop diende zij een klacht in wegens genderdiscriminatie, bij de Equal Employment Opportunity Commission. Ze beschuldigde de NFL ervan een dubbele moraal te hanteren: er gelden andere regels voor de cheerleaders, vrijwel uitsluitend vrouwen, dan voor de spelers, uitsluitend mannen.
‘Ik verdien niet genoeg om mijn hele leven door hen te laten bepalen, ook buiten de Superdome,’ zei Davis. Veel cheerleaders van de NFL verdienen een schamele vijfenzeventig dollar per wedstrijd, en ze krijgen nog wat extra’s als ze bepaalde events bijwonen. Als Davis in het team was gebleven, had ze tien dollar vijfentwintig per uur verdiend, ofwel drie dollar meer dan het minimumloon in Louisiana.
Davis is niet de eerste die de genderongelijkheid binnen de NFL aan de kaak stelt. Al in de jaren zeventig werd er door de National Organization for Women gedemonstreerd bij de Cowboys’ tryouts voor cheerleaders, en de cheerleaders werden door feministen weggezet als ‘instrumenten van het seksisme’, zoals The New York Times het ooit verwoordde.
De Chicago Bears zijn in 1985 gestopt met hun cheerleaders, de ‘Honey Bears’, toen de dochter van George Halas, de eigenaar en een van de oprichters van de NFL, na de dood van haar vader het team overnam. (George Halas zelf had ooit gezegd: ‘Zolang ik leef, zullen er dansende meisjes zijn.’)
Processen
De afgelopen jaren hebben gewezen cheerleaders processen aangespannen tegen de NFL over hun salaris. In 2016 hebben de New York Jets een regeling getroffen en hun cheerleaders met terugwerkende kracht 325.000 dollar uitgekeerd. De Raiders zijn een schikking van 1,25 miljoen dollar overeengekomen met de Raiderettes. Er zijn zes NFL-teams zonder cheerleaders, waaronder de Buffalo Bills – van wie het cheerteam is ontbonden na een groepsvordering over de betaling – en de New York Giants, van wie de mede-eigenaar, John Mara, heeft gezegd: ‘In filosofische zin hebben we er altijd moeite mee gehad om schaars geklede vrouwen het veld op te sturen ter vermaak van onze fans.’
‘Ik heb twee dochters,’ zegt Drexel Bradshaw, een advocaat die enkele cheerleaders heeft vertegenwoordigd in rechtszaken voor gelijke betaling, tegen de San Francisco 49ers en de Raiders. ‘Ik zou niet graag zien dat mijn dochters worden behandeld zoals deze vrouwen worden behandeld.’
Margery Eagan, een radiopresentatrice, formuleerde het onlangs een stuk directer in een column in The Boston Globe. ‘Het is hoog tijd om kritisch te kijken naar de cheerleaders van de NFL, met hun nauwelijks bedekte borsten, die vanaf de tribunes worden begluurd door dronken mannen met een verrekijker,’ schreef ze. ‘Het is beschamend, voor ons allemaal. Of dat zou het in ieder geval moeten zijn.’
Willen vrouwen in een mannenwereld iets bereiken, zo luidt het gezegde, dan moeten ze alles doen wat mannen doen – maar dan achterwaarts en op hoge hakken. Voor de NFL-cheerleaders komt daar nog iets bij: zij moeten aan de kant staan, op hoge hakken, en de mannen aanmoedigen, voor een schijntje – en dat in een wereld waarin spelers miljoenen binnenhalen en zelfs de mascottes soms vijfenzestigduizend dollar per jaar opstrijken.
Zoals in The New York Times, en op andere plekken, is opgemerkt, roepen de regels waaraan de moderne cheerleaders zich dienen te houden herinneringen op aan een ander tijdperk, waarin vrouwen werden gewogen, een verplichte manicure kregen, instructies kregen hoe ze tampons dienden te gebruiken en werden getraind in het beleefd afwimpelen van fans die te nieuwsgierig of te handtastelijk werden. Wie een blik werpt in de voorschriften uit de jaren zestig voor de Playboy -clubs van Hugh Hefner – regels die waren opgesteld voor de vrouwelijke medewerkers, die ‘bunnies’ werden genoemd – stuit op opmerkelijke gelijkenissen: de bunnies kregen ‘strafpunten’ voor kauwgom kauwen, vuile nagels of ongekamd haar. Maar deze bunnies kregen tenminste wel een salaris en bepaalde voordeeltjes.
‘Je moet niet alleen een goed getrainde danser zijn, maar je moet er ook nog eens goed uitzien terwijl je zeer inspannend werk doet. Je moet het doen op tien centimeter hoge hakken. Volledig opgemaakt, en je moet onafgebroken glimlachen, ook als je alleen maar staat te staan’
‘Het is ontzettend moeilijk om een NFL-cheerleader te zijn, want je moet niet alleen een goed getrainde danser zijn, maar je moet er ook nog eens goed uitzien terwijl je zeer inspannend werk doet,’ zegt Bailey Davis. ‘Je moet het doen op tien centimeter hoge hakken. Volledig opgemaakt, en je moet onafgebroken glimlachen, ook als je alleen maar staat te staan.’
‘Er wordt echt een dubbele moraal gehanteerd,’ zegt Kate Mayfield, een voormalig cheerleader van de Baltimore Ravens, die nu hedgefundconsultant is. ‘Ze wekken de indruk dat de regels zijn opgesteld om te zorgen dat wij niet in de problemen komen, want als er iets gebeurt zal de bond altijd de speler in bescherming nemen. Als puntje bij paaltje komt zijn de spelers belangrijker, hoewel wij ook op het veld staan. Ik geloof niet dat ik daar destijds bij heb stilgestaan. Ik was tweeëntwintig.’
In een etiquettehandboek uit 2012, van de Raiders krijgen cheerleaders het advies om ‘damesachtig te zitten – kruis je enkels of sla je benen over elkaar, maar zorg in ieder geval dat je je benen bij elkaar houdt’. In de voorschriften van de Bengals, gebruikt als bewijsmateriaal tijdens een rechtszaak in 2014, wordt melding gemaakt van ‘een toegestane gewichtsschommeling van ten hoogste anderhalve kilo’, ‘een verbod op kauwgom’, ‘geen hangende borsten’. Beide teams hebben onlangs laten weten de voorschriften te hebben aangepast, maar weigerden op de details in te gaan.
‘Het ergste voor mij, en voor veel van mijn teamgenoten, was een totaal vertekend beeld van je lichaam, een eetstoornis en de depressies en angststoornissen die daarmee gepaard gaan,’ aldus Lyndsey Raucherm, een studente die in 2016 en 2017 cheerleader is geweest bij de New England Patriots. ‘Ik ben bang dat ik nooit meer helemaal de oude zal worden.’
Sport voor mannen
Cheerleading is begonnen als een sport voor mannen – ‘een van de meest waardevolle dingen die een jongen meekrijgt van zijn studietijd,’ schreef The Nation in 1911. Zeker vijf presidenten – Dwight D. Eisenhower, Franklin Roosevelt, Ronald Reagan en de beide Bushes – zijn tijdens hun studie cheerleader geweest, net als andere politici zoals Rick Perry, Tom DeLay en Mitt Romney.
Pas na de Tweede Wereldoorlog namen jonge, parmantige vrouwen met pompoms geleidelijk de plaats in van die mannen met hun megafoons, zoals de sociologe Lisa Wade schrijft. Dat kwam deels doordat cheerleading een van de weinige manieren was waarop vrouwen een rol konden spelen binnen de universitaire sportwereld voordat in 1972 Title IX werd aangenomen, de federale wetgeving waarin gelijke openstelling voor beide seksen werd vastgelegd, betoogt Laura Grindstaff, hoogleraar aan de
University of California in Davis.
In de jaren sinds de invoering van die wet zijn er twee duidelijk verschillende vormen van cheerleading ontstaan: een competitieve versie, voornamelijk voor meisjesstudenten, met een sterk gymnastische component – vol ingewikkelde turnoefeningen, sprongen en menselijke piramides – en de versie met cheerleaders die aan de zijkant van het veld staan en ook dansen. Bij die laatste vorm zijn de cheerleaders binnen de NFL vrijwel uitsluitend vrouwen. (De Baltimore Ravens hebben mannelijke stuntlieden tussen hun cheerleaders, en de Los Angeles Rams hebben enige maanden terug laten weten twee mannen – beiden klassiek geschoolde dansers – aan hun cheerleaderteam toe te voegen.)
‘Dit is een activiteit waarvoor je bijna een gespleten persoonlijkheid moet hebben,’ zegt Kate Torgovnick May, de schrijfster van Cheer!: Inside the Secret World of College Cheerleaders. Aan de ene kant moet je een heel gymnastische, atletische prestatie neerzetten. Er worden allerlei acrobatische oefeningen in de lucht gedaan. Maar er is ook de andere kant, de bijkomende elementen, het publiek opzwepen, de krappe, weinig verhullende kleding, de geladen blikken die daarbij horen. Het gaat dan vooral over pracht en praal. Ik wil geenszins beweren dat het geen echte dansvorm zou zijn – want dat is het zeker – maar op een bepaalde manier is het toch iets heel anders.’
We hebben het dan over het soort cheerleaders, met hotpants en go-go-laarzen, die zijn te herleiden tot de Cowboys uit de jaren zeventig – en dan met name tot Suzanne Mitchell, die meer dan tien jaar de scepter heeft gezwaaid. ‘Je zou haar de peetmoeder van het moderne cheerleading kunnen noemen,’ zegt filmmaakster Dana Adam Shapiro, wiens documentaire over de cheerleaders van de Cowboys – Daughters of the Sexual Revolution – onlangs in première is gegaan op het festival South by Southwest.
Voor de Dallas-cheerleaders kwam het keerpunt in 1976, tijdens Super Bowl X. Een cameraman van de televisie, die op zoek was naar het zogeheten ‘honey shot’, liet zijn camera naar de zijlijn glijden, waar een van de cheerleaders, Gwenda, recht in beeld knipoogde. Van het ene op het andere moment was de hele wereld ‘vergeten dat er een Super Bowl gaande was’, om de woorden van Cowboys-chroniqueur Joe Nick Patoski te gebruiken. Daarmee werd bevestigd wat Tex Schramm, de voorzitter en algemeen manager van de Cowboys, al langer vermoedde: een brutalere, sexy uitstraling zou heel wat commotie veroorzaken.
Onder Suzanne Mitchell prijkten de cheerleaders van de Cowboys op de cover van Esquire, hadden ze een rol in de tv-serie The Love Boat en speelden ze – ongevraagd – een legendarische rol in een pornofilm uit 1978, Debbie Does Dallas. (Volgens Shapiro’s documentaire waren er destijds drie cheerleaders die Debbie heetten. Maar ze waren geen van alle díé Debbie.)
De regels van Suzanna Mitchell werden beroemd: niet aanpappen met de spelers. Geen kauwgom. Geen spijkerbroeken. Er mochten geen papillotten worden gedragen in het openbaar. Men werd standaard eens in de zo veel tijd gewogen, en soms liet Mitchell foto’s rondgaan van bepaalde lichaamsdelen van cheerleaders, om duidelijk te maken waar er wat vet diende te verdwijnen. ‘Je shorts werden op maat gemaakt,’ zei voormalig cheerleader Washington, die inmiddels zevenenvijftig is. Ze zeiden altijd: ‘We snoeren het in, het mag er niet uit. Het was een soort etiquetteschool.’
Maar het verhaal kent ook een donkere kant. In de documentaire horen we voormalig cheerleaders vertellen over stalkers, mannen die brieven schreven, die hen volgden en die hen thuis opbelden – duidelijk een van de redenen dat de cheerleaders van de NFL vandaag de dag niet hun volledige naam mogen gebruiken.
‘De meeste fans gedragen zich fatsoenlijk, maar er zit altijd wel iemand tussen die lijkt te denken dat cheerleaders een soort gebruiksvoorwerpen zijn,’ aldus mevrouw Berys, de voormalig aanvoerder van de cheerleaders van de Chargers. Zij grijpt terug op haar eigen ervaringen tussen 2000 en 2002.
In Philadelphia heeft in 2002 een cheerleader van de Eagles ontslag genomen – en later een rechtszaak aangespannen – nadat was uitgelekt dat teams van de tegenstander de cheerleaders hadden begluurd in hun kleedkamer. Bradshaw, de advocaat die later enkele zaken heeft aangespannen om gelijke betaling af te dwingen, zegt dat twee van zijn cliënten hebben verklaard onzedelijk te zijn betast tijdens het werk op liefdadigheidsbijeenkomsten.
Bailey Davis is overigens niet van mening dat er een einde moet komen aan de praktijk van het cheerleading – ze vindt alleen dat de NFL met zijn tijd moet meegaan.
‘Dit is niet normaal,’ zegt Davis. ‘Volgens mij realiseerde gewoon niemand zich hoe slecht we werden behandeld.’
Patty Jenkins was de eerste vrouw die een film met een superheldin regisseerde. En ze maakt van Wonder Woman ook nog een daverende hit. Maar zal haar succes ook leiden tot meer kansen voor vrouwelijke collega’s?
Probeer voor de grap eens vijf vrouwelijke Amerikaanse regisseurs te noemen. Kathryn Bigelow, Sofia Coppola… Al uitgeteld? Goed, maar er zijn toch heel wat beroemde actrices achter de camera gekropen? Jodie Foster, Angelina Jolie…
En Patty Jenkins? Een paar maanden geleden zouden nog maar weinigen haar naam hebben genoemd. De laatste keer dat die in een aftiteling verscheen was in 2003: Monster, die Charlize Theron de Oscar voor de beste actrice had opgeleverd. Budget: acht miljoen dollar. Maar in 2017 kun je in Hollywood niet meer om Patty Jenkins (47) heen. Haar huzarenstuk: de regie van Wonder Woman, ‘de duurste film die ooit is gemaakt door iemand met twee X-chromosomen,’ aldus The Hollywood Reporter (THR). Budget: 150 miljoen dollar.
De druk was hoog. Bovenmenselijk zelfs. Maar de betrokkene bekende goed voorbereid te zijn omdat ze in het kielzog van haar vader, kapitein bij de Amerikaanse luchtmacht, van de ene naar de andere militaire basis was verhuisd. ‘Om een film te maken moet je betrouwbaar, goed georganiseerd, zelfverzekerd en rustig zijn, allemaal eigenschappen die je in het leger zult tegenkomen’, vertrouwde ze THR toe. En Patty Jenkins heeft haar missie met verve volbracht. Wonder Woman, de eerste film met een superheldin na de flop Elektra (2005), kreeg lovende kritieken en bracht wereldwijd 822 miljoen dollar aan recettes in het laatje. Hij trok een veel groter publiek dan andere films met superhelden en sprak ook veel vrouwen en vijftigplussers aan.
‘Zelfs Warner Bros had niet op zo veel enthousiasme gerekend,’ constateert THR in een ander artikel. ‘Volgens een ingewijde was de studioleiding totaal verrast. En nu zijn de vrouwelijke regisseurs euforisch.’ Veteraan Nancy Meyers, regisseur van What Women Want, reageerde aldus in het weekblad: ‘Nu kunnen ze [de beslissingsnemers] hun kop niet langer in het zand steken. Het succes van Patty Jenkins is onweerlegbaar. Het wordt tijd dat het werk van vrouwen op waarde wordt geschat en dat ze de teugels in handen krijgen bij grote films, kleine films, alle films die ze willen draaien.’
Maar er is nog een lange weg te gaan. Volgens Forbes Magazine is maar vier procent van de regisseurs in Hollywood vrouw. In de onafhankelijke cinema zijn ze al talrijker: 23,7 procent van de cineasten die de afgelopen jaren tijdens het Sundance Festival naar de prijs voor de beste film dongen, bezat twee X-chromosomen. Van Sundance naar Hollywood ‘klinkt als een gat in de pijpleiding. Maar Patty Jenkins helpt dit gat te dichten’, aldus het New Yorkse blad.
In elk geval is het succes van Wonder Woman reden om een discussie te beginnen over het beleid van de filmmaatschappijen Marvel en DC Comics: dat superheldenfilms voornamelijk op een jong mannelijk publiek zijn gericht wordt dikwijls als argument gebruikt voor het ontbreken van vrouwen voor en achter de camera. Maar THR vraagt zich af of dat geen reden is om het roer eens om te gooien in een sector die al zo lang ieder risico mijdt. ‘Ook andere vrouwen hebben bezoekersrecords gebroken zonder dat dat merkbare gevolgen had. Sinds Dorothy Azner in de tijd van de stomme film hebben heel wat vrouwen films gedraaid; de zes lange speelfilms van Meyer hebben wereldwijd meer dan 1,35 miljard dollar opgeleverd, maar evenmin als Sleepless in Seattle van de inmiddels overleden Nora Ephron hebben die voor meer vrouwelijke regisseurs gezorgd.’
Dankzij haar succes deze zomer heeft Patty Jenkins voor het vervolg op Wonder Woman een salaris van tussen de zeven en negen miljoen dollar kunnen bedingen: een record voor een vrouw. Moeten we daar blij om zijn?
Als mens was Weinstein misschien de belichaming van het kwaad, als producent konden weinigen aan hem tippen. Toch zullen zijn opvolgers uit een ander vaatje moeten tappen, schrijft popcultuursite The Ringer.
In februari 2017, toen Moonlight de Oscar voor de beste film kreeg, was het regisseur Berry Jenkins die de leden van de Academy bedankte. Een abnormaliteit die de Amerikaanse website The Ringer niet ontging: ‘De Oscarceremonie is de enige in de kunstwereld waar de hoogste prijs niet aan de kunstenaar wordt uitgereikt, maar aan zijn baas. De prijs voor de beste film wordt niet door de regisseur in ontvangst genomen, maar door de producent.’ Voor The Ringer een teken dat Hollywood ‘een dorp blijft waar vooral de macht in het zonnetje wordt gezet. Het voorlaatste gezicht dat we tijdens de uitreikingsceremonie op ons scherm zien, is van een betrekkelijk anoniem iemand die opereert achter de coulissen en toegang heeft tot het geld en de macht. Blank, meestal, en oud. Iemand als Harvey Weinstein.’
Harvey Weinstein. Begin oktober, toen de beschuldigingen van verkrachting en seksuele intimidatie begonnen, waren er maar weinig mensen die nooit van hem hadden gehoord. En met reden. De films die de medeoprichter van Miramax en daarna de Weinstein Company heeft geproduceerd hebben in drie decennia 81 Oscars in de wacht gesleept. Hij behoort tot de meest bedankte figuren op het toneel van het Dolby Theatre, naast Steven Spielberg, James Cameron, George Lucas, Peter Jackson en God. ‘Dat zijn allemaal makers. Weinstein niet’, merkt The Ringer snedig op.
Inmiddels is Harvey Weinstein de belichaming geworden van veel kwaad dat Hollywood aankleeft. Seksisme, vrouwenhaat. En ook gewelddadigheid en hypocrisie
Inmiddels is Harvey Weinstein de belichaming geworden van veel kwaad dat Hollywood aankleeft. Seksisme, vrouwenhaat. En ook gewelddadigheid en hypocrisie. Maar de site kent de producent in elk geval één verdienste toe: ‘Hij heeft zich vaak verzet tegen de grote studio’s met hun meedogenloze tactiek. Het afgelopen decennium is de Weinstein Company tien keer genomineerd voor een Oscar voor de beste film en hebben ze die twee keer gekregen – een ongekend succes voor een onafhankelijke producent.’
De val van de producent laat dus een gat vallen tijdens de komende Oscaruitreiking. Bovendien staat de Academy zelf volop ter discussie, omdat ze haar relevantie moet verdedigen tegen Netflix en Amazon. Ook wordt ze beschuldigd van een gebrek aan diversiteit: toen er in 2017 voor de tweede keer geen enkele zwarte acteur voor een Oscar was genomineerd, brak op sociale media de polemiek #OscarsSoWhite uit. De organisatoren beloofden toen dat meer mensen uit minderheden zouden mogen meestemmen.
‘Dat heeft in zekere mate succes gehad’, constateert The Ringer. ‘De winst van Moonlight was hoogst onwaarschijnlijk. Maar één keer eerder had een zwarte regisseur de hoogste prijs gekregen (Steve McQueen voor 12 Years a Slave in 2014) en de film werd niet door een grote studio gesteund.’ Toch heeft de schitterende film van Barry Jenkins over een jonge zwarte homo uit Miami La La Land de loef afgestoken.
Zal deze vernieuwingswind in 2018 blijven waaien? The Ringer hoopt van wel: ‘De filmindustrie heeft geen behoefte meer aan een nieuwe Harvey Weinstein, maar aan nieuwe talentvolle producenten.’ Als voorbeeld noemt de site de 48-jarige Jason Blum, een Californische producent die is gespecialiseerd in horrorfilms met een klein budget maar grote recettemogelijkheden. Dit jaar produceerde hij Get Out, geschreven door de zwarte humorist Jordan Peele: een pleidooi tegen racisme dat enorm veel succes heeft geoogst bij zowel kritiek als publiek. Een waardige Oscarkandidaat voor het post-Weinsteintijdperk.
De Franse 360.Sinds twintig jaar een begrip in de kiosk. Bijgenaamd het Pentagon van de journalistiek, omdat Courrier nauwlettend in de gaten houdt wat er over de hele wereld wordt geschreven door de media.
Iedereen in Hollywood wist van het gedrag van Harvey Weinstein en consorten. Maar sinds het schandaal uitbrak is de crisis er niet minder om. Grote vraag is: gaat er nu echt iets veranderen?
Keuze uit ons archief
Zoals zo vaak was Amerika ons voor, vele jaren zelfs. Dit stuk uit het archief over waartoe #MeToo zou kunnen leiden, en wat er speelt, is uit 2017, toen Weinstein net was aangeklaagd. Interessant is o.a. dat van de twee kampen die hierin worden genoemd – degenen die de gevaren van een heksenjacht aanstippen en degenen die zich verzetten tegen grensoverschrijdende gedrag – het eerstgenoemde aanzienlijk stiller is geworden. De consensus lijkt al te zijn verschoven naar dat zulk gedrag ronduit onacceptabel is, en dat de daders hier verantwoordelijkheid in dragen. Daarmee is een deel van de vraag wat er zal veranderen beantwoord.
Dit artikel maakte onderdeel uit van een minidossier over #MeToo. In #134 besteedde 360 eveneens een dossier aan het onderwerp.
De sluier is weggetrokken, en o, wat een puinhoop wordt er zichtbaar.
Hollywood is altijd al gekleurd geweest door schandalen. Roddels. Insinuaties. Verontschuldigingen. Mensen die weer in genade worden aangenomen. Maar de verhalen over seksueel misbruik die de laatste tijd aan het licht komen vormen een bonte verzameling van banale vergrijpen en perverse verlangens, verhalen uit films die werkelijkheid zijn geworden tegen een smakeloze achtergrond.
Door de beschuldigingen van verkrachting en seksueel misbruik aan het adres van Harvey Weinstein, Brett Ratner, James Toback en vele anderen is er in dit prijzenseizoen weinig te merken van de gebruikelijke bravoure in een stad die zichzelf graag mag presenteren als onverschrokken en vrijgevochten, maar die in de praktijk liever alle touwtjes in de hand houdt en het script volgt. De entertainmentindustrie is weggezakt in een meerpolige catharsis van vrouwen die zich gesterkt voelen, mannen die gespannen afwachten, advocaten die dreigen, carrières die zijn stukgelopen en een algehele onzekerheid over hoe het verder moet nu er plots diepe scheuren opduiken in vele façades.
‘Ik denk dat de showbizz voorgoed is veranderd,’ zegt Marcel Pariseau, een publicist die werkt voor Scarlett Johansson en Olivia Munn – een van de vijf vrouwen die onlangs Ratner heeft beschuldigd van seksueel wangedrag. ‘We worden elke ochtend wakker met de vraag wat ons nu weer te wachten staat. Je durft haast niet op je mobiel te kijken wat de laatste onthulling is. Niemand gaat meer naar de hotelkamer van een producent of een regisseur,’ zegt hij. ‘Er vindt geen gesprek meer plaats zonder dat er een derde aanwezig is – om beide partijen te beschermen. Iedereen is op zijn hoede.’ Er worden Instagram-accounts gezuiverd, Facebook-pagina’s bijgewerkt, publicisten geraadpleegd en hersenen gepijnigd over wat er ook al weer precies is gebeurd, en met wie, op die ene schimmige avond, jaren terug.
Dit is het nieuwe Hollywood. Gespannen, onzeker, getekend door een luide roep om rechtvaardigheid, door mensen die zich indekken, mensen die zich afvragen hoe het verder moet
Op borrels heerst een gespannen sfeer; de opwinding rond de Oscars lijkt wat mat. Impresariaten laten klanten vallen en schonen hun adressenbestand op. Studio’s kijken kritisch naar hun contacten, mensen worden ontslagen zodra er ook maar één aantijging in de pers verschijnt.
Bij elke pitch of voortgangsbespreking wil men ‘het erover hebben’, zegt een vrouwelijke scenarioschrijver die liever niet bij naam genoemd wil worden. ‘Het lijkt wel of iedereen in therapie zou moeten. Iedereen is ermee bezig, ofwel omdat ze er direct bij betrokken zijn, ofwel omdat het net zoiets is als langs een auto-ongeluk rijden – je moet er wel naar kijken. Eerst ging het vrijwel de hele tijd over Trump, nu gaat het de hele tijd hierover.’
Dit is het nieuwe Hollywood. Gespannen, onzeker, getekend door een luide roep om rechtvaardigheid, door mensen die zich indekken, mensen die zich afvragen hoe het verder moet na een lange geschiedenis van discriminatie en seksueel geweld, mensen die zich afvragen hoe de verlichte samenleving valt te realiseren die men in de films zo graag mag uitdragen.
‘Het gesprek gaat er nu over of we de mensen in het vak al dan niet in bescherming moeten nemen tegen de mensen die dit geweld plegen,’ zegt komiek en producent Judd Apatow. ‘Ik zou me er persoonlijk niet prettig bij voelen om verkrachters en misbruikplegers de hand boven het hoofd te houden. Iedereen moet zelf beslissen hoe hij zijn geld wil verdienen. Iedereen maakt zijn eigen morele afwegingen. Ik realiseer me dat een misdadiger ook rechten heeft, maar tegelijkertijd brengen we anderen in gevaar.’ Het is lastig om alles glad te strijken wanneer er zelfs gelauwerde namen op de voorpagina verschijnen: Dustin Hoffman heeft zijn verontschuldigingen aangeboden nadat hij ervan is beschuldigd in 1985 een zeventienjarige stagiaire te hebben lastiggevallen. Kevin Spacey heeft gezegd dat hij op zoek gaat naar ‘zelfinzicht en behandeling’ na beschuldigingen van aanranding en ongewenste intimiteiten.
De mensen die worden beschuldigd, worden vrijwel onmiddellijk geconfronteerd met de gevolgen: Netflix heeft Spaceys House of Cards gecanceld en Warner Bros heeft de banden verbroken met Ratner, die de beschuldigingen van aanranding en seksueel wangedrag, afkomstig van meerdere vrouwen, heeft ontkend.
‘Toen die Dustin Hoffman-kwestie naar buiten kwam had ik echt zoiets van, jemig, nu is er een hele verzameling fantastische films die ik niet meer kan bekijken vanwege die nare bijsmaak,’ aldus de scenarioschrijfster.
Zowel publiek als recensenten zijn al begonnen aan een herwaardering van Weinsteins films. Tijdens de opnamen van een van die films, Shakespeare in Love, zegt en de hoofdrolspeelster, Gwyneth Paltrow, in een hotelkamer door de producent te zijn aangerand.
Veel vrouwen worden heen en weer geslingerd tussen afgrijzen en opluchting. Een aantal actrices is van mening dat de golf van beschuldigingen de filmindustrie er eindelijk toe zal dwingen zelfregulerend op te treden, en zich te realiseren welke risico’s een vastgeroest mannenbolwerk met zich meebrengt. In een poging de heersende cultuur te doorbreken, twitterde Ellin Barkin: ‘Ik roep de onverschrokken, machtige zusters in ons vak op om de vrouwen die zich hebben uitgesproken, te omarmen.’
De schokken die L.A. nu op haar grondvesten doen trillen ‘konden eigenlijk niet uitblijven’, aldus Jordana Oberman, actrice en producente. ‘De hele industrie is medeplichtig aan dit soort gedrag en heeft het afgedaan als iets wat nu eenmaal bij Hollywood hoort. Velen van ons hopen dat dit een keerpunt zal zijn, maar dat moet de tijd leren. Ik hoop vooral dat er kritischer zal worden gekeken naar de medeplichtigheid en dat mensen er niet langer het zwijgen toe zullen doen.’
Twee polen
De gebalde vuist van Rose McGowan, die zegt te zijn verkracht door Weinstein, en de bezorgde woorden van Woody Allen, die waarschuwt voor een ‘heksenjacht’ – het zijn de twee polen van dit verontrustende universum. De schandalen raken aan het wezen van de macht in L.A. – wie heeft de macht, en hoe wordt die gebruikt – en deze schandalen volgen op de jaren waarin er veel klachten waren over racisme en discriminatie, uitmondend in de campagne #OscarsSoWhite. Een campagne die er, volgens velen, mede toe heeft geleid dat de Oscar voor de beste film in 2017 naar Moonlight ging, een coming-of-ageverhaal met een homo in de hoofdrol, een zwarte regisseur en een zwarte cast.
Maar de feestvreugde was niet van lange duur. We hebben het tenslotte over Hollywood, in het tijdperk van Donald Trump – een realityshowhost die glamour en politiek aaneen heeft gesmeed, een presidentskandidaat die heeft toegegeven dat hij vrouwen in hun kruis greep, en die vervolgens toch in het Witte Huis belandde. De entertainmentindustrie trok van leer tegen Trump, maar de beschuldigingen aan het adres van Weinstein, Ratner en anderen duiden op een stevig geworteld patroon van misbruik, gepleegd door mannen die zichzelf als kunstzinnig en links beschouwen.
‘Toen ik in de jaren twintig van de vorige eeuw in de showbizz terechtkwam, heerste het idee dat je als rijke, machtige man in Hollywood echt alles kon maken – en dat was ook het geval,’ zei producente Christine Vachon onlangs.
De opkomst van Trump en de stortvloed van beschuldigingen in Hollywood hebben een nieuwe impuls gegeven aan de feministische beweging. De honderden vrouwen in de showbizz die nu een boekje hebben opengedaan, komen uit alle geledingen, variërend van topactrices tot secretaresses. Hun beschuldigingen zijn olie op het vuur van een breder gevoel in heel Amerika, het gevoel dat het maar eens afgelopen moet zijn met dat misbruik. Social media – van #MeToo op Twitter tot ontelbare Facebook-pagina’s – bepalen het gesprek van de dag in L.A., als een soort moderne stadsomroepers die niet alleen de vrouwen op de hoogte stellen van de nieuwste misstanden, maar die ook het gedrag aan de kaak stellen dat tot dan toe werd gedoogd.
‘Of ik nou kijk naar de gesprekken die ik heb gehad met schrijvers, of naar de algehele stemming, ik proef overal oprecht respect en bewondering voor de vrouwen die de stilte hebben doorbroken,’ zegt John Eisendrath, scenarioschrijver en executive producer van The Blacklist. Eisendrath zegt: ‘Ik, en ik weet zeker dat ik niet de enige man ben die dat heeft gedaan, heb de dertig jaar die ik nu in de showbizz werkzaam ben nog eens grondig de revue laten passeren. Ben ik er getuige van geweest? Heb ik er zelf mee te maken gehad? Heb ik het laten gebeuren? Zijn er situaties geweest waarin ik had moeten ingrijpen?’
De beschuldigingen van seksueel misbruik hebben ook geleid tot een debat over juridische kwesties en morele vraagstukken – wie moet wie beschermen bij alle politieonderzoeken, rechtszaken en schikkingen
Alec Baldwin zegt dat de cultuur in L.A. is veranderd en dat er een terugslag zal volgen, met beschuldigingen over en weer. ‘In ieder geval zullen er voorlopig geen castings meer plaatsvinden zonder dat er een derde partij aanwezig is. Uitgesloten,’ zegt hij. ‘Iedereen zal er iemand bij willen hebben, zodat er nooit onduidelijkheid kan ontstaan over wat er precies is voorgevallen.’ Hij voegt eraan toe: ‘Mijn agent heeft contact met me opgenomen. Ze zei dat ze zich zorgen maakt over de mensen die er het zwijgen toe doen, en die als gevolg daarvan opdrachten zullen mislopen. Want ze weten altijd wel een of andere foto boven tafel te krijgen waar je op staat met iemand die is beschuldigd van iets wat niet door de beugel kan.’
De beschuldigingen van seksueel misbruik hebben ook geleid tot een debat over juridische kwesties en morele vraagstukken – wie moet wie beschermen bij alle politieonderzoeken, rechtszaken en schikkingen. Het maakt allemaal al jaren deel uit van de complexe machinerie die carrières heeft gemaakt, heeft doen wankelen en heeft gebroken, in een vuurhaard waar spektakel wordt beschouwd als een vorm van kunst en waar alles in het teken staat van het beeld.
Nathanael West, F. Scott Fitzgerald en Raymond Chandler waren geïntrigeerd, betoverd en vaak tamelijk nuchter over deze stad, met alle ego’s en onzekerheden, alle ambities en gekonkel. Ze waren zich bewust van de schandalen, en in hun ogen waren Los Angeles en Hollywood in elkaar verstrengelde buurten, waar privélevens van de ene buurt overliepen in de andere, en dat alles strekte zich door de canyons uit tot aan zee, onstuitbaar, als een koortsachtige droom. Maar onder de stad, ergens diep in de aarde, schuilt een breuklijn die elk moment naar de oppervlakte kan komen. Niemand weet waar of wanneer hij zal openscheuren.
‘Dit is een lastige tijd om je koers te bepalen,’ zegt Amanda Lenker Doyle, casting director. ‘Het zijn afschuwelijke verhalen die je steeds maar weer hoort en waar het elke dag over gaat. Ik hoop maar dat dit de industrie verandert, verder helpt.’
Meest links georiënteerde van de grote Amerikaanse kranten. Belangrijke nieuwsbron voor de entertainmentindustrie en winnaar van vele Pulitzerprijzen. Eigendom van de Tribune Company in Chicago.
Veel mannen die worden aangeklaagd in het kader van #MeToo blijken plots ‘bezeten door demonen’. Onzin, schrijft Laurie Penny. ‘De taal van de waanzin is de laatste strohalm voor een maatschappij die structurele onderdrukking en geweld niet langer kan negeren.’
We bevinden ons inmiddels áchter de spiegel. Naarmate meer en meer vrouwen zich uitspreken over hun ervaringen met seksueel geweld, lijken alle oude zekerheden weg te vallen over wat al dan niet normaal zou zijn – het is alsof we een oude huid afwerpen.
Mannen met macht en aanzien, mannen die tientallen jaren ongestraft hebben kunnen doen alsof hun omgeving een pakken-wat-je-pakken-kanbuffet was van seksueel geweld, krijgen ineens de rekening gepresenteerd. Er worden namen genoemd. Veel vrouwen zijn gaan inzien dat ze helemaal niet gek waren, en dat zelfs áls ze gek waren, ze toch ook al die tijd gelijk hadden. Zij (wij) zijn – hoe zal ik het zeggen? – kwaad.
‘Het is alsof je erachter komt dat marsmannetjes echt bestaan,’ hoorde ik laatst een vriend zeggen. Hij had twee gin achter de kiezen en hij probeerde te begrijpen waarom hij er altijd het zwijgen toe had gedaan, al twintig jaar lang, over een gezamenlijke vriend die nu wordt aangeklaagd wegens seksueel geweld. ‘We kenden allemaal de verhalen die over hem de ronde deden, maar… tja, de mensen die die verhalen vertelden waren allemaal een tikje gestoord. In de war, zeg maar. Dus werden ze niet geloofd.’
Ik nam een slokje thee om tot bedaren te komen, en zei dat die mensen misschien in de war waren geweest – als dat al zo was – omdát ze seksueel misbruikt waren. Ik bracht hem in herinnering dat sommigen van ons het altijd hadden geweten. Maar hé, wie luistert er nou naar mij? Ik ben gewoon een vrouw die in de war is.
Misbruikplegers hebben de gewoonte om, net als kleine mannetjes in vliegende schotels, hun identiteit te openbaren aan mensen die door niemand worden geloofd – vrouwen die kwetsbaar zijn, vrouwen die niet serieus worden genomen of gewoon, nou ja, vrouwen
Het proces dat we nu doormaken, in onze vriendengroep en in onze samenleving, heeft wel iets weg van een eerste ontmoeting. Misbruikplegers hebben de gewoonte om, net als kleine mannetjes in vliegende schotels, hun identiteit te openbaren aan mensen die door niemand worden geloofd – vrouwen die kwetsbaar zijn, vrouwen die niet serieus worden genomen of gewoon, nou ja, vrouwen. Maar de misbruikplegers komen niet van een andere planeet, ze komen gewoon van ónze planeet. We zijn samen opgegroeid. We hebben met hen samengewerkt. Hen bewonderd. Hen liefgehad. Hen ons vertrouwen geschonken. En nu moeten we ermee leren leven dat de realiteit anders blijkt te zijn dan wij dachten.
Er is iets wezenlijks veranderd. Ineens spreken vrouwen zich uit, en in dermate grote aantallen dat het onmogelijk is ze te negeren. Zowel het publieke verhaal over misbruik en mannen die menen overal recht op te hebben, als de publieke opinie over wie er al dan niet geloofwaardig is, veranderen zo snel dat de naden tussen het ene paradigma en het andere duidelijk zichtbaar zijn – de slordige steken waar de ene versie van de realiteit overgaat in de andere. Niet langer worden de slachtoffers en de overlevers van verkrachting en seksueel geweld weggezet als geestelijk gestoord, maar nu zijn het de misbruikplegers die hulp nodig hebben.
‘Ik probeer me staande te houden,’ zei Harvey Weinstein in de nasleep van alle onthullingen over een patroon van seksueel misbruik, onthullingen die de entertainmentwereld op zijn grondvesten hebben doen schudden, toen het ene na het andere geheim boven tafel kwam. ‘Het gaat niet goed met me, maar ik doe mijn best. Ik moet hulp zoeken. Weet je wat het is – iedereen maakt fouten.’
Enkele dagen eerder had Weinstein andere Hollywoodbonzen een mail gestuurd, omdat hij als de dood was te worden ontslagen. Hij vroeg of ze hem wilden helpen om de raad van commissarissen van de Weinstein Company zover te krijgen dat hij aan zou mogen blijven, en hij smeekte of hij therapie mocht volgen in plaats van ontslagen te worden. Soortgelijke smeekbeden zien we ook bij andere machtige misbruikers in de tech-industrie. Dit is de verklaring van 500 Startups, aangaande de daden van de oprichter, Dave McClure: ‘Hij erkent dat hij fouten heeft gemaakt en hij heeft therapie gevolgd om een herhaling van dit soort onacceptabel gedrag te voorkomen.’
De sociale definitie van geestelijke gezondheid is het vermogen om mee te gaan in de consensus over hoe de maatschappij zou moeten functioneren – en daar valt ook de verhouding tussen mannen en vrouwen onder. Iedereen die zijn vraagtekens plaatst bij die consensus, of ertegenin gaat, is per definitie gestoord. Pas wanneer het misbruik niet langer valt te ontkennen, wanneer zich patronen aftekenen, wanneer er foto’s en videobeelden opduiken die tot een veroordeling kunnen leiden – pas dan wordt er gesmeekt om vergiffenis. Het duurde al met al nog geen twintig minuten. Hij heeft zo’n mooie toekomst voor zich. Denk aan zijn moeder. Denk aan zijn vrouw. Hij had zichzelf niet in de hand.
Deze vergoelijkingen gaan nooit alleen over de misbruiker en zijn reputatie. Het zijn vertwijfelde pogingen om het hoofd te bieden aan een realiteit die in hoog tempo verandert. Het zijn excuses die zijn bedoeld om, gezamenlijk, te ontkennen dat er sprake zou zijn van stelselmatig misbruik. Ineens is Weinstein degene die wordt geplaagd door demonen, en niet de vrouwen die hem een verkrachter en een zwijn noemen. Hij moet in therapie, in plaats van naar de rechtbank. Weinstein is een heel ongelukkige, zieke man. Net als Bill Cosby. Net als Woody Allen. Net als Cyril Smith. Net als de man in jouw vakgebied, die door iedereen op handen wordt gedragen, de man met de stralende lach en al die gestoorde ex-vriendinnen. Hoe noemen we het als heel veel mensen op hetzelfde moment ziek zijn? Dan spreken we van een epidemie. Ik weet niet precies hoe deze epidemie is ontstaan, maar de situatie is behoorlijk verziekt.
De taal van geestesziekten is ook een manier om waarheden onder woorden te brengen die zich buiten het domein van de politieke consensus bevinden. Wie zich verzet tegen die consensus wordt automatisch als gek bestempeld – ook vrouwen die het wagen te zeggen dat misbruikers op hoge posities verantwoording moeten afleggen voor hun daden. Het idee dat vrouwen zouden liegen over seksueel misbruik omdat ze krankzinnig zijn, kent een lange en macabere geschiedenis. Freud was de eerste die binnen de psychiatrie op zoek ging naar een verklaring voor het feit dat zo veel van zijn patiënten beweerden te zijn aangerand of verkracht. Als Freud zou hebben beweerd dat dergelijke dingen gebeurden in een beschaafd milieu, zou dat tot grote verontwaardiging hebben geleid in de welgestelde, intellectuele kringen waarin hij verkeerde. Dus zocht de vader van de moderne psychoanalyse in zijn latere geschriften naar alternatieve verklaringen: misschien waren enkele van deze meisjes onbewust geobsedeerd met het erotische idee van de vaderfiguur, in plaats van met een echte vader die wellicht echt misbruik had gepleegd. Of misschien waren ze gewoon hysterisch. Hoe dan ook, het was nergens voor nodig om de mannen in de herenclub tegen de haren in te strijken door te veel waarde toe te kennen aan de verhalen van ongelukkige jonge vrouwen.
Een eeuw later wordt in werkelijk alle vergelijkbare situaties die ik van nabij heb meegemaakt, nog steeds dezelfde retoriek toegepast. Vrouwen zijn veel te emotioneel. Ze zijn niet te vertrouwen, omdat ze krankzinnig zijn – een woord dat door het patriarchaat wordt gebruikt voor vrouwen die niet weten wanneer ze hun lieve mondje moeten houden. Ze hoeven niet geloofd te worden, want ze zijn ziek – een woord dat door het patriarchaat wordt gebruikt voor vrouwen die boos zijn.
Cultuur van seksueel geweld
Ja, natuurlijk zijn ze boos. Natuurlijk zijn ze gekwetst. Ze zijn getraumatiseerd, eerst door het misbruik zelf en vervolgens door de reactie van hun omgeving. Ze kunnen hun terechte woede niet uiten omdat ze geen man zijn. Als je bent aangerand, bent verkracht, behandeld als een gebruiksvoorwerp; als je op zoek bent gegaan naar rechtvaardigheid, of misschien alleen naar troost, en je stuitte op vrienden en collega’s die de gelederen sloten en jou voor een hysterica en een leugenaar uitmaakten, die zeiden dat je maar beter je mond kon houden – hoe zou jij je dan voelen? Je zou kwaad zijn. Maar die woede kun je maar het beste inslikken. Boze vrouwen zijn niet te vertrouwen, en dat komt zowel de misbruikers als de mensen die hen de hand boven het hoofd houden, maar wat goed uit.
Dit is wat er wordt bedoeld wanneer men het heeft over een cultuur van seksueel geweld – het gaat niet alleen om de daden van afzonderlijke sociopaten, maar om de inrichting van de maatschappij, waarbinnen die sociopaten ongestraft hun gang kunnen gaan – het gaat om een patroon van monddood maken, uit balans brengen en selectief negeren, waardoor de samenleving als geheel niet de realiteit onder ogen hoeft te zien die men liever wegwimpelt. Als alle mensen in je omgeving met vereende krachten proberen de ongemakkelijke waarheid van wat jou is overkomen onder het vloerkleed te vegen, is het moeilijk om daar niet in mee te gaan – zeker als je nog heel jong bent.
De taal van de waanzin is de laatste strohalm voor een samenleving die de bewijzen van geïnstitutionaliseerd geweld niet langer kan ontkennen. We zien hetzelfde gebeuren wanneer er een schietpartij heeft plaatsgevonden, of een aanslag door wit-nationalisten. Het was zo’n aardige jongen. Er is iets bij hem geknapt. We hebben het niet zien aankomen. Hij was depressief en gefrustreerd. We kunnen onmogelijk ontkennen dat het is gebeurd, dus ontkennen we dat er sprake is van een patroon, schrijven we het toe aan aanpassingsproblemen van een individu. Een chemische verstoring in de hersenen, geen systematische onrechtvaardigheid die in onze cultuur is ingebakken. Harvey Weinstein is geen verkrachter, hij is een ‘heel ziek individu’ – tenminste, als we luisteren naar Woody Allen (die hier misschien wel als geen ander verstand van heeft, gezien het feit dat hij bekendstaat om zijn belangstelling voor zowel de psychoanalyse als voor recreatief seksueel misbruik).
De misbruikplegers die nu vergoelijkend als geestesziek worden bestempeld zijn geen monsters, en ze zijn ook niet gestoord. Hun gedrag past naadloos binnen de zieke normen en waarden van een samenleving waarin de veiligheid van vrouwen ondergeschikt is aan de reputatie en de status van mannen
Woody Allen heeft in ieder geval minstens zo te doen met Weinstein als met de dik veertig vrouwen en meisjes die, op het moment dat ik dit schrijf, naar buiten zijn getreden met beschuldigingen van aanranding en verkrachting aan het adres van de filmbons. Ineens moeten we medelijden hebben met verkrachters omdat ze in de war zijn. Nou, we kunnen elkaar een hand geven. We zijn allemaal in de war, en een laag zelfbeeld en een duister verlangen om de vrouwen die je tegen het lijf loopt te intimideren, zijn geen excuus om die vrouwen te misbruiken. In het beste geval zijn het verklaringen, in het slechtste geval zijn het pogingen om de discussie te laten ontsporen – uitgerekend op het moment dat er over de gevoelens van vrouwen wordt gepraat alsof die ertoe doen. Sterker nog, naar de mening van wetenschappers als Lundy Bancroft, die tientallen jaren met seksueel delinquenten heeft gewerkt, zijn misbruikplegers niet vaker of minder vaak geestesziek dan andere mensen. ‘Misbruik heeft weinig van doen met psychologische problemen, maar alles met normen en waarden,’ aldus Bancroft.
De misbruikplegers die nu vergoelijkend als geestesziek worden bestempeld zijn geen monsters, en ze zijn ook niet gestoord. Hun gedrag past naadloos binnen de zieke normen en waarden van een samenleving waarin de veiligheid van vrouwen ondergeschikt is aan de reputatie en de status van mannen. Veel misbruikplegers zijn zich er op een bepaald niveau niet eens van bewust dat het verkeerd is wat ze doen. De meeste mannen die zich aan vrouwen vergrijpen zijn ervan overtuigd dat ze in essentie een goed mens zijn, en zo kijken ook vele anderen tegen hen aan. Ze zijn vele tientallen jaren bevestigd in dat beeld. Het zijn prima kerels, ze hebben alleen een ingewikkelde verhouding met vrouwen, drank of hun moeder – of alle drie.
Een verzoek om begrip op grond van emotionele problemen is verrassend effectief wanneer het mannen zijn die de zaak bepleiten. Momenteel zie ik overal om me heen vrouwen die zich enorm inzetten om de mannen, en elkaar, door deze moeilijke periode heen te slepen. En dat is niet alleen omdat we zo lief zijn, of omdat we ons zo makkelijk laten paaien – al speelt het vermoedelijk allebei een rol.
De norm dat vrouwen, zelfs in een poging af te rekenen met structureel of specifiek geweld, het welzijn van mannen laten prevaleren boven dat van henzelf, is een beproefde methode om vrouwen die voor zichzelf willen opkomen in het gareel te houden. Er wordt van ons verwacht dat we tot op zekere hoogte medeleven tonen voor degenen die ons hebben misbruikt – wat andersom niet eens bij die mannen zou opkomen. Als zij zich ook maar even druk hadden gemaakt over ons welzijn, waren we nooit in deze positie beland.
Door stelselmatig misbruik te bestempelen tot een probleem van de geestelijke gezondheid, wordt het heel handig in de apolitieke hoek gemanoeuvreerd. Het punt is alleen dat het label ziekte de maatschappij niet ontslaat van haar verantwoordelijkheid. Dat is nooit het geval geweest. Ziekte kan ervoor zorgen dat iemand een overweldigende drang ervaart om zich weerzinwekkend te gedragen, maar ziekte dekt niemand tijdens een vergadering, ziekte betaalt geen advocatenrekeningen, ziekte zorgt niet dat bepaalde vrouwen hun rol in een film verliezen: er is een heel dorp voor nodig om een verkrachter te beschermen.
Het is makkelijker om te leven met de gedachte dat bepaalde mannen ziek zijn dan om te erkennen dat de maatschappij ziek is; we hebben veel te lang gewacht met het bestrijden van de symptomen omdat we de diagnose niet wilden aanhoren. De prognose is goed, maar de behandeling is pijnlijk. De mensen die nu dan eindelijk worden geconfronteerd met het feit dat ze vrouwen en meisjes hebben behandeld als gebruiksvoorwerpen, zullen het waarschijnlijk bijzonder onaangenaam vinden. Heel begrijpelijk. Ik zou nu niet graag in de schoenen staan van Harvey Weinstein, maar hoe jammer het ook is voor de producent en voor andere mannen zoals hij, de wereld is aan het veranderen, en dit keer mag, en zal, niet langer alles gericht zijn op het ontzien van de tere ziel van machtige mannen. De veiligheid en de geestelijke gezondheid van overlevers zullen voor de verandering eens niet worden geofferd aan de nachtrust van een paar klootzakken die in het verleden zijn blijven hangen.
Longreads is een website, opgericht in 2009, geheel gericht op de verspreiding van ‘de beste verhalen’ in de wereld, fictie en non-fictie en steeds langer dan 1500 woorden.
Een Britse moeder protesteerde onlangs tegen het voorlezen van het sprookje Doornroosje op school. Het zou haar zoon een verkeerde boodschap geven over het ongevraagd kussen van meisjes. Heeft ze een punt?
JA
Sarah Hall, een moeder uit Newcastle, haalde de krantenkoppen toen zij de lagere school van haar zes jaar oude zoon vroeg om Doornroosje niet meer in de klas voor te lezen omdat het een verkeerde boodschap geeft over het kussen van slapende meisjes. Toen zij dit op sociale media toelichtte, werd zij met hoon overladen (‘Weet je wel dat beren geen pap eten?’ schreef iemand), maar toch had Hall het intuïtief bij het rechte eind.
De versie van Doornroosje met de kuise, liefhebbende kus, die we allemaal kennen van Disney of de gebroeders Grimm, heeft zijn oorsprong in het zeventiende-eeuwse Italiaanse sprookje Zon, Maan en Talia van Giambattista Basile, dat weer gebaseerd is op volkslegendes uit de veertiende eeuw. In deze vroege versies wordt de slapende prinses door een voorbijkomende koning verkracht en bezwangerd. Het loopt goed af: nadat ze wakker is geworden en bevallen van een tweeling, keert de koning terug en trouwt met haar. Eind goed al goed.
Ook ik groeide op met de Grimm- en Disney-versies van Doornroosje. En net als andere kinderen vroeg ik me nooit af of de prins haar wel mocht kussen terwijl ze daar zelf niets over te zeggen had. Het was nu eenmaal zijn rol, net zoals het haar rol was gered te worden. Hadden we de versie van Basile voorgelezen gekregen, dan hadden we misschien wel de wenkbrauwen gefronst. In dat verhaal probeert de eerste vrouw van de koning prinses Talia te vermoorden en haar baby’s te koken om die aan haar overspelige man te serveren (spoiler: de kok verwisselt de kleintjes met lammetjes). Uiteindelijk ben je dan blij voor Talia dat ze nog lang en gelukkig met haar verkrachter zal leven – hij is tenslotte niet de ergste schurk van het verhaal. Net als in Fatal Attraction ontpopt de jaloerse vrouw zich als de vernietiger van de familie, niet de man die zijn lul niet in zijn broek kon houden.
Er zijn wetenschappelijke studies geschreven over de funeste invloed van de “prinsessencultuur” waarmee Disney en consorten jonge meisjes overladen
Zo werken verhalen: iedereen begrijpt dat wat binnen een fictieve wereld normaal of zelfs wenselijk is, dat niet zonder meer is in het echte leven. Toch is Hall niet de eerste die inziet dat sprookjes, met hun eeuwenoude wereldbeeld en machtsstructuren, jonge kinderen een verwrongen beeld geven van de verhouding tussen de seksen. Er zijn wetenschappelijke studies geschreven over de funeste invloed van de ‘prinsessencultuur’ waarmee Disney en consorten jonge meisjes overladen. Disney heeft als reactie hierop de laatste tijd iets daadkrachtigere heldinnen geïntroduceerd, maar het blanke, passieve, heteroseksuele meisje met de onmogelijk smalle taille is nog steeds de norm.
Moeten we dan echt elk verhaal dat relaties ouderwets voorstelt in de ban doen? De oplossing is misschien om deze oude sprookjes een moderne draai te geven. Angela Carter ging ons daarin voor, net als de Shrek-films, en er zijn volop boeken op de markt met positieve rolmodellen. De suggestie dat deze oude sprookjesfiguren aan een revisie toe zijn, is dus zo gek nog niet.
Stephanie Merritt was literair redacteur van The Observer van 1998-2005 en schrijft nu vooral achtergrondverhalen. Ze publiceerde de romans Gaveston en Real en het non-fictieboek The Devil Within.
1. Ella Whelan; 2. Stephanie Merritt.
NEE
Een moeder heeft de lagere school van haar zes jaar oude zoon gevraagd om kinderen niet meer Doornroosje voor te lezen. Het sprookje zou jongetjes verkeerde ideeën over seksuele toestemming bijbrengen.
Ik verzin het niet. Tegenover The Newcastle Chronicle opperde ze zelfs dat oudere kinderen naar aanleiding van het sprookje zouden kunnen gaan discussiëren over ongewenste intimiteiten, ‘en hoe de prinses dit ervaart’. Stephanie Merritt schreef in The Guardian dat deze sprookjes kinderen ‘een verwrongen beeld van de verhouding tussen de seksen geven’ en dus nodig aan revisie toe zijn.
Er deugt niets van deze argumenten. Ze gaan ervan uit dat ouders hun kinderen niet het verschil tussen fictie en het echte leven kunnen uitleggen. Of dat zesjarigen zich al zorgen zouden moeten maken over seksuele toestemming. Of dat kinderen, wanneer ze later hun eerste seksuele relaties aangaan, terug zullen denken aan de sprookjes die ze lazen toen ze zes waren. Of dat er iets volstrekt mis is met het idee een mooie prinses wakker te kussen, dat er iets mis is met een levendige verbeelding.
Kinderen houden van griezelen, van seks en spanning, bijna net zo als volwassenen, al begrijpen ze het niet allemaal even goed
Maar het meest irritante is nog wel hoe weinig deze criticasters van Doornroosje van sprookjes begrijpen. De beste sprookjes voor kinderen gaan altijd over afschuwelijke en beangstigende dingen. De glazen kist, een versie van Doornroosje, gaat over een jonge vrouw die in haar eigen huis gevangen wordt genomen, met chantage tot een huwelijk gedreven, en dan gered door een vreemdeling, die zij in ruil voor haar vrijheid belooft te trouwen. De beste kinderverhalen, helemaal die van vroeger, hebben allemaal donkere ondertonen. Kinderen houden van griezelen, van seks en spanning, bijna net zo als volwassenen, al begrijpen ze het niet allemaal even goed.
Fictie, sprookjes en fantasiespelletjes zijn enorm belangrijk in de ontwikkeling van een kind. We mogen niet toestaan dat politieke modegrillen de magische wereld van de kinderlijke fantasie binnendringen en inperken. De feministische paniek over aanranding dreigt het recht van kinderen aan te tasten om hun fantasie te gebruiken, te dromen en van enge verhalen te gruwen. De meeste jonge jongetjes weten best dat zij een jong meisje beter niet kunnen zoenen als ze ligt te slapen. Het lezen van Doornroosje maakt heus geen aanranders van de volgende generatie – evenmin als het dat met de vorige generatie heeft gedaan.
Ella Whelan is redacteur bij Spiked en radio- en tv-commentator, met name over feminisme en vrije meningsuiting. Ze schreef het boek What Women Want: Fun, Freedom and a End to Feminism.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.