De wereld wordt herschapen naar het beeld van Silicon Valley, terwijl Europa vanaf de zijlijn toekijkt. Zonder ingrijpende veranderingen dreigt het continent achterop te raken in de race.
Je kunt de recente geschiedenis van de Europese economie in twee cijfers uitdrukken.
In 1992, gecorrigeerd naar koopkracht, betekende een bbp per hoofd van de bevolking van 44.933 dollar (35.530 pond) dat de gemiddelde Duitser iets beter af was dan de gemiddelde Amerikaan, met een voorsprong van 257 dollar.
In 2024 heeft de Amerikaan bijna 12.000 dollar voorsprong. De economische mislukking van Duitsland is schokkend als je haar op zichzelf bekijkt. In het kader van de bredere stagnatie in Europa, schetst ze het verhaal van een tragisch continent.
In 2008 was het Amerikaanse bbp per hoofd van de bevolking iets meer dan 14.000 dollar hoger dan dat van de EU. In 2023 is het bijna 20.000 dollar hoger. De VS zijn met 21 procent gegroeid; de EU, met alle voordelen van inhaalgroei over een groter gebied, met 15 procent. Ondanks het feit dat er 100 miljoen mensen meer wonen, is de economie van de EU nu kleiner in waarde dan die van de VS. De voorsprong die in 1990 nog meer dan 3 biljoen dollar bedroeg, is in 2020 verkwanseld.
Sterfelijk
Voor een generatie Europese politici is het concept van ‘strategische autonomie’ – het vermogen van de EU om als geheel op te treden zonder afhankelijk te zijn van andere landen – van symbolisch belang geworden.
In de krachtige bewoordingen die we gewend zijn verklaarde de Franse president Emmanuel Macron eerder dit jaar dat ‘ons Europa sterfelijk is. Het kan sterven, en alles hangt af van onze keuzes.’ De periode waarin ‘de EU haar energie en kunstmest van Rusland kocht, haar productie aan China uitbesteedde en voor haar veiligheid afhankelijk was van de VS’, was voorbij, aldus de president.
Maar om deze visie op onafhankelijkheid te verwezenlijken, moet Europa in staat zijn om voor zijn eigen leger te zorgen, zijn eigen industrie op te bouwen en zijn eigen concurrentievermogen op nieuwe gebieden te behouden. Europa moet niet langer simpelweg meeliften op de Verenigde Staten, die een onoverbrugbare voorsprong hebben op het gebied van de technologieën van de toekomst.
Neem bijvoorbeeld AI. De Europese Rekenkamer heeft beweerd dat de resultaten van Europa’s inspanningen op dit gebied ‘waarschijnlijk het pad zullen bepalen van de toekomstige economische ontwikkeling van de EU’. En in de eerste helft van 2024 slaagde de EU erin om 6 procent van de 35 miljard dollar die wereldwijd in startende AI-bedrijven werd gestoken, naar zich toe te trekken.
Haar beste onderzoekers en meest veelbelovende studenten hebben de vervelende gewoonte om naar de VS te vertrekken. En de rest van de technologiesector doet het niet veel beter.
Europese bedrijven worden zwaar belast door de regeringen en instellingen die juist hun belangen zouden moeten beschermen. Dit begint al bij de energiekosten. Na aftrek van belastingen betalen Duitse bedrijven bijna 22 cent per kilowattuur voor elektriciteit, Franse bedrijven betalen een vergelijkbaar bedrag, terwijl Italiaanse bedrijven 26 cent per kilowattuur moeten neerleggen. Ter vergelijking: hun Amerikaanse concurrenten betalen slechts 8 cent.
Bij deze verhoudingen maakt het niet echt uit of je een ouderwets industrieel bedrijf bent of juist in de voorhoede van de softwaresector zit. Energie is na grondstoffen de duurste input voor autofabrikanten (en op zijn beurt een belangrijke input voor de verwerking van materialen). Voor datacenters – of het nu gaat om AI-tools of klantbeheersystemen – is energie goed voor 46 à 60 procent van de bedrijfskosten.
Sommige landen lijken totaal blind te zijn voor de omvang van het probleem
Maar terwijl Donald Trump het heeft over het aanboren van koolwaterstoffen en het halveren van de energieprijzen, is Europa nog steeds vooral gericht op decarbonisatie en de groene economie.
Voorstanders beweren dat de energieprijzen hierdoor zullen dalen, vooral gezien de onderbreking van de levering van Russisch gas – en hoe minder er gesproken wordt over de blunders op het gebied van buitenlands beleid die in de eerste plaats geleid hebben tot de afhankelijkheid van die levering, hoe beter. Maar terwijl het effect op groothandelsprijzen op heldere, zonnige dagen duidelijk is, lijkt het effect van plotselinge kostenpieken dat minder te zijn.
De recente ‘dunkelflaute’ in Duitsland – een reeks windstille, sombere dagen – stuwde de elektriciteitsprijs voor een korte periode naar 800 euro per megawattuur. Voor bedrijven die niet kunnen kiezen wanneer ze hun klanten willen bedienen, of waarvoor de mogelijkheid om de productie op en af te schalen beperkt is, is dit niet ideaal.
Bovendien lijken sommige landen totaal blind te zijn voor de omvang van het probleem. In een verbijsterende daad van zelfverwonding heeft Duitsland vorig jaar drie werkende kerncentrales gesloten. Het contrast in aanpak met Amerika, waar het energiehongerige Microsoft de heropening van stilgelegde eenheden op Three Mile Island wil financieren – de thuisbasis van het meest beruchte civiele kernongeval in de Amerikaanse geschiedenis – kan niet schriller zijn.
Bovenop de energiekosten hebben Europese regelgevers de vervelende gewoonte om bedrijven die proberen te groeien met bureaucratische rompslomp op te zadelen. Zoals de voormalige president van de Europese Centrale Bank (en Italiaanse premier) Mario Draghi aangeeft, heeft de EU tussen 2019 en 2024 13.000 stukken wetgeving aangenomen, de wetten van de afzonderlijke lidstaten niet meegerekend. De VS daarentegen hebben er ongeveer 5500 aangenomen. Draghi merkt op dat in Denemarken, tussen Brussel en Kopenhagen, het aantal regels waar bedrijven mee te maken krijgen tussen 2001 en 2023 met 63 procent is gestegen.
Voor startende bedrijven kunnen deze wetten bijzonder hinderlijk zijn. Vooral de nieuwe AI-wet kan een remmend effect hebben op bedrijven die producten willen ontwikkelen in de EU en bedrijven die nog winst moeten maken, opzadelen met nalevingskosten. De veel gehate GDPR is niet veel beter.
Herschapen
Dit alles tot grote frustratie van sommigen in Europa. Het huidige Hongaarse voorzitterschap van de Raad van de EU heeft herhaaldelijk geprobeerd om de aandacht van het blok te vestigen op het onvermogen om groei te bewerkstelligen. De Verklaring van Boedapest die eerder deze maand door de EU-leiders werd ondertekend – in navolging van het rapport van Draghi – zet een reeks stappen uiteen die erop gericht zijn om ‘bedrijven te laten bloeien zonder buitensporige regelgeving’.
Om dit te bereiken moet de EU echter fundamenteel worden geherstructureerd. Regelgeving is vast verankerd in het zelfbeeld van de EU en sommige beleidsmakers hebben zelfs bewust het idee omarmd dat het blok een ‘supermacht op het gebied van regelgeving’ is. Door gebruik te maken van de aanzienlijke omvang van de Europese markt hopen ze bedrijven overzee over te halen om de regels uit Brussel te volgen, de belangen van het blok te behartigen en een aantal van de voordelen van economische dynamiek te bieden zonder het zware werk.
Deze aanpak heeft gemengde resultaten opgeleverd. Sommige Europese standaarden zijn wereldwijd overgenomen en het blok is in staat geweest hoge boetes op te leggen aan Amerikaanse bedrijven die de regels zouden hebben overtreden.
Tegelijkertijd heeft Nvidia ruwweg dezelfde beurswaarde als de achttien grootste EU-bedrijven samen, lijkt de technologiesector van het blok op sterven na dood, met uitzondering van semaglutidefabrikant Novo Nordisk, Spotify en de Nederlandse machinebouwer ASML, en wordt de wereld herschapen naar het beeld van Silicon Valley terwijl de EU vanaf de zijlijn toekijkt.
Ondanks alle mooie woorden zal de EU geen ‘strategische autonomie’ hebben als ze eindigt als de romp van een door China gedomineerd continent of als een aanhangsel van een grotere Amerikaanse invloedssfeer – een bekoorlijk, economisch stagnerend themapark voor rijke toeristen.
Om dat scenario te vermijden zijn binnenlandse capaciteiten nodig – in plaats van rivalen weg te laten lopen met technologische ontwikkelingen die de wereld vormgeven – en een betekenisvolle economische groei.
Holmes is veroordeeld tot elf jaar cel vanwege fraude
Elizabeth Holmes, de oprichter van de frauduleuze start-up Theranos, heeft zich woensdag gemeld in een vrouwengevangenis in Texas. Dat schrijft The New York Times. Holmes werd eerder veroordeeld tot elf jaar gevangenisstraf vanwege fraude met haar bedrijf, in wat wordt gezien als een van de meest emblematische zaken rondom oplichting in Silicon Valley.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Holmes richtte Theranos in 2003 op, een bedrijf dat in korte tijd miljarden dollars waard werd vanwege de belofte dat het met een unieke testmethode via een druppel bloed de meest uiteenlopende ziekten kon detecteren. Uiteindelijk bleek uit onderzoek dat deze testmethoden gekopieerd waren van reeds bestaande apparatuur en veel ziekten niet gedetecteerd werden. Investeerders hadden desondanks honderden miljoenen geïnvesteerd.
Deze geldschieters raakten hun investering kwijt en patiënten waren opgelicht met onjuiste en onnauwkeurige testresultaten. Holmes probeerde haar gevangenisstraf meerdere malen uit te stellen door in beroep te gaan en bodemprocedures te starten, maar moest zich dinsdag uiteindelijk toch melden.
Nu in de komende decennia elektrisch rijden de strandaard wordt, zijn accu’s de industrie van de toekomst. De VS en Europa steken veel geld in nieuwe fabrieken. Maar, stelt Robin Harding van Financial Times, rijke landen zullen het afleggen tegen China.
Accu’s, accu’s, accu’s. De wedloop om deze industrie van de toekomst binnen te halen en de elektrische voertuigen aan te drijven die de wegen zullen overheersen is even hectisch als de jacht op AAA-batterijen nadat een achtjarige zijn verjaardagscadeautjes heeft uitgepakt.
Dankzij een orgie van subsidies in het kader van president Bidens Inflatiereductiewet worden er overal in de VS gigafabrieken gebouwd, terwijl het Verenigd Koninkrijk worstelt met de mislukking van zijn enige grote accuproject. Een teken van de door accu’s veroorzaakte onzekerheid is het aantal start-ups dat zich onder deze vlag schaart, met namen als Britishvolt (inmiddels failliet) of American Battery Factory.
De accugekte laat zich simpel verklaren. In de toekomst zullen alle auto’s elektrisch zijn. En elektrische voertuigen hebben een accu nodig. Ergo, een bloeiende auto-industrie heeft accufabrieken nodig. Dit is tot op zeker hoogte waar en de verkoop van accu’s zal ongetwijfeld een hoge vlucht nemen. Maar waar de gekte aan voorbijgaat is dat vele jaren ervaring hebben aangetoond dat accu’s slechte handel zijn: lage winstmarge, kapitaalintensief, smerig en onderhevig aan ernstige fysieke beperkingen die technologische vooruitgang in de weg staan. Investeerders en landen die zich massaal op deze bedrijfstak storten, zullen op de blaren moeten zitten.
Misleidend
De grootste accuproducenten, die niet prat gaan op gigafabrieken, zijn allemaal gevestigd in Azië. Sony pionierde in de jaren negentig met de lithium-ion-accu, maar stopte na jarenlange pogingen om de productie winstgevend te maken. Het Japanse Panasonic en het Zuid-Koreaanse Samsung SDI en LG Energy Solution, de meest gevestigde namen in de bedrijfstak, hebben hun verkoop de pan uit zien rijzen, maar zelfs in goede jaren hebben ze grote moeite om op een omzet van tientallen miljarden dollars een brutowinstmarge van tien procent te behalen. De meest winstgevende en snelst groeiende accuproducent is het Chinese CATL, een goede aanwijzing voor hoe het uiteindelijk met deze bedrijfstak zal aflopen.
De economische basiswetten van de accuproductie verklaren de financiële resultaten. Je moet een grote hoeveelheid schaarse grondstoffen inslaan – waarvan nikkel en lithium nog tot de minst exotische behoren – en die op grote schaal tot cellen verwerken met behulp van miljoenen dollars kostende machines. De resulterende productie verkoop je op een markt die vrijwel volledig business-to-business is en geen merkbekendheid of aftersales-inkomsten kent. De onderhavige processen zijn gelinkt aan de chemische industrie. Lichte industrie kun je het niet noemen.
Door de snelheid waarmee elektrische voertuigen veranderen is de indruk ontstaan dat accu’s zich snel ontwikkelen. Maar dat is misleidend. De basistechnologie bestaat al meer dan een eeuw en heeft slechts trage, lineaire vooruitgang geboekt. Accu’s zijn een kwestie van chemie. Je kunt ze niet gewoon maar kleiner maken, zoals een transistor.
Schaal, kapitaal en kosten: dat wijst allemaal in de richting van China
De chemie van elke accu – de combinatie van anode- en kathodemateriaal – beperkt de hoeveelheid energie die deze kan bevatten: zijn elektrochemische potentieel. De grootste prestatiesprongen zijn geboekt dankzij nieuwe chemische oplossingen, zoals de overstap op lithium. Maar een accu moet werken als het warm is en als het koud is; hij moet voldoende snel een voldoende aantal keren een voldoende hoeveelheid energie laden en afgeven; hij moet veilig zijn; en hij moet betaalbaar zijn. Elke beperking aanpakken met geheel nieuwe technologie is ongelooflijk moeilijk.
Er is sprake van een gestage, toenemende innovatie op anode-, kathode- en scheidingsgebied, al komt de meerwaarde daarvan dikwijls ten goede aan gespecialiseerde chemische bedrijven en niet aan accuproducenten. De meeste winst in de hedendaagse industrie wordt geboekt door ‘al doende te leren’ en daarmee kosten te besparen terwijl de volumes groeien, maar daarbij schuilt het geheim van het succes opnieuw in enorme schaalvergroting en kapitaalinvesteringen, en niet in specifieke technische doorbraken.
Toekomst
Schaal, kapitaal en kosten: dat wijst allemaal in de richting van China. Gigantische accufabrieken in rijke landen zullen vermoedelijk door hetzelfde lot worden getroffen als fabrieken van zonnepanelen en televisies en, inderdaad, een vorige generatie accufabrieken in rijke landen. Zeker is in elk geval dat er geen tiental nationale accufabrieken zal zijn om een tiental nationale autofabrieken te bevoorraden.
Wat moet een rijk land met een grote auto-industrie dan doen? Accu’s zijn zwaar dus er kan een voordeel schuilen in plaatselijke fabricage, vooral als er handelsbelemmeringen zijn. Ook kan de groei van de Chinese export worden belemmerd door geopolitieke risico’s. Wordt de accu echter een basisproduct, dan zullen landen die er grote hoeveelheden geld in steken de echte meerwaarde van toekomstige voertuigen mislopen. Die zal gelegen zijn in de software, vooral voor zelfrijdende voertuigen; in de data die een bestuurder genereert; in design, merkbekendheid en interieurkwaliteit; en in de veiligheid van wat altijd een grote metalen doos zal blijven die snel gaat.
Silicon Valley heeft dat allemaal al bedacht en wacht op zijn kans. Het zal niet lang meer duren voordat ze zich daar in de strijd om de toekomst van de auto-industrie werpen. En die zal niet worden gewonnen door nationale gigafabrieken.
Volgens Holmes bood haar start-up baanbrekende technologie
Elizabeth Holmes, die de frauduleuze start-up Theranos begon, is vrijdag veroordeeld tot 11 jaar celstraf. Daarnaast moet ze een boete van 400 dollar betalen. Dat heeft de rechtbank in Californië bepaald, schrijft CNN.
Holmes was in januari veroordeeld op vier gevallen van fraude. Zo had ze investeerders, die miljoenen in haar bedrijf hadden gestopt, opgelicht. Ook waren klanten van het bedrijf misleid. Ze had in beide gevallen beloftes gedaan over haar apparatuur die ze niet kon waarmaken. Daarnaast loog Holmes tegen investeerders over de financiële gezondheid van Theranos.
De revolutionaire apparatuur van Holmes bleek echter gewoon herbruikte technologie van Siemens te bevatten
Het paradepaardje dat Holmes verkocht was technologie die met één druppel bloed verschillende medische aandoeningen kon opsporen. De revolutionaire apparatuur van Holmes bleek echter gewoon herbruikte technologie van Siemens te bevatten. Investeerders die de Theranos-apparaten wilden bekijken, kregen te horen dat dit vanwege bedrijfsprivacy niet mogelijk was. Ze sprak ook van samenwerkingen en deals met farmaceuten als Pfizer en het Ministerie van Defensie.
Theranos werd in zijn hoogtijdagen gewaardeerd op 9 miljard dollar. Het bedrijf werd in 2003 opgericht door Holmes en haalde al snel honderden miljoenen aan investeringsgeld binnen, mede vanwege het rooskleurige plaatje dat Holmes schetste van de medische apparatuur van haar bedrijf.
Erik Finman, met zijn tweeëntwintig jaar naar eigen zeggen ’s werelds jongste bitcoinmiljonair, bracht de Freedom Phone op de markt, een smartphone die is bedoeld om de ‘censuur’ van Silicon Valley te ontlopen. Finman is aanhanger van Donald Trump.
‘Hij hield een toespraak die was bedoeld voor een bepaald soort publiek’, schrijft The New York Times in een artikel over de jonge, conservatieve miljonair. Erik Finman plaatste afgelopen juli een gelikte video op Twitter, voorzien van een bombastische soundtrack waarin hij, tegen een achtergrond van Amerikaanse vlaggen en verwijzend naar Abraham Lincoln en Donald Trump, de Freedom Phone aankondigde. Het is een nieuw type smartphone die volgens Finman is bedoeld om Amerikanen te bevrijden van de ‘bigtech-despoten’. Conservatieve commentatoren besteedden ruimschoots aandacht aan de presentatie, waardoor de video 1,9 miljoen keer werd bekeken en duizenden bestellingen binnenkwamen voor zijn mobieltje à 500 dollar.
Maar toen kwam het lastige deel: de telefoons moesten worden geproduceerd en geleverd. Finmans plan om zijn software gewoon op een goedkope Chinese telefoon te zetten viel niet in goede aarde. En het verzenden van de telefoons, het opzetten van een klantservice, het innen van betalingen en het voldoen aan alle regelgeving viel ook niet mee. ‘Ik dacht dat ik aan alles had gedacht’, aldus Finman, ‘maar ik denk dat het een beetje lijkt op hopen op wereldvrede, in die zin dat je denkt dat die er ook nooit zal komen.’
Rechtse digitale sector
Zelfs de best gefinancierde startups hebben moeite om te concurreren met techreuzen die een beurswaarde hebben van miljarden dollars en een formidabele greep op de markt. Toch maakt Finman deel uit van een groeiende rechtse digitale sector, die de uitdaging met big tech aangaat door meer te vertrouwen op de afkeer die conservatieve klanten hebben van Silicon Valley, dan op expertise en ervaring.
Zo zijn er inmiddels aanbieders die rechtse websites hosten, is er de videosite Rumble die concurreert met YouTube en die zichzelf ‘site voor vrijheid van meningsuiting’ noemt en zijn er minstens zeven conservatieve sociale netwerken die proberen te concurreren met Facebook.
Zoals Parler, een extreemrechts sociaal netwerk dat wordt gefinancierd door de schatrijke, extreem conservatieve Rebekah Mercer, dochter van miljardair Robert Mercer die onder meer achter het schandaal rond Cambridge Analytica stak. Parler stortte eerder dit jaar bijna in nadat Apple, Google en Amazon besloten de site niet langer aan te bieden. Een ander sociaal netwerk dat populair is bij extreemrechts, Gab, heeft ook moeite om zich te vestigen zonder door de appstores van Apple en Google te worden toegelaten. En Gettr, een sociaal netwerk dat werd gecreëerd door voormalige medewerkers van de regering-Trump werd onmiddellijk gehackt.
De Republikeinse partij klaagt over de censuur van big tech, maar doet er weinig aan, vindt Finman
Finman, met peroxideblond haar en baardje, ziet zichzelf als een revolutionair die verandering teweeg zal brengen in zowel de techwereld als in de Republikeinse politiek. In een gesprek met The New York Times sprak hij over de Britse politiek, citeerde hij de Romeinse keizer Marcus Aurelius en modeontwerper Karl Lagerfeld en legde hij uit waarom hij de huidige Republikeinse Partij ‘pathetisch’ vindt. Partijleiders klagen over de censuur van big tech, maar doen er weinig aan, vindt Finman.
New York Magazine portretteerde Finman al in 2014 als een zestienjarige jongen uit Coeur d’Alene, Idaho, die rijk was geworden toen hij een paar jaar eerder de duizend dollar die zijn grootmoeder hem cadeau had gedaan, had omgezet in bitcoins.
In 2017 overschreed zijn vermogen de grens van 1 miljoen dollar en liet hij op Instagram zien hoe hij poseerde met YouTube-sterren, in en uit privéjets sprong en biljetten van 100 dollar in brand stak. Maar hij begon zich te vervelen in de wereld van cryptocurrency. ‘Ik heb er eigenlijk een hekel aan om over bitcoin te praten’, zegt hij. ‘Het is zoiets als, hé Rolling Stones, speel je grootste hits weer eens.’
Hij besloot zich in de politiek te storten. Op twaalfjarige leeftijd beschouwde hij zichzelf als een libertariër. Tijdens een ontmoeting met Ron Paul, de voormalige presidentskandidaat voor de Libertarisch partij, hoorde Finman voor het eerst over bitcoin. Met de komst van Trump op het nationale politieke toneel veranderde zijn politieke voorkeur. ‘In 2016 liet ik me overtuigen’, zegt hij.
Rechtse smartphone
In de jaren erna begon Finman zich zorgen te maken over wat hij ziet als het het censureren van conservatieve opvattingen door Silicon Valley. Toen hij merkte dat andere Republikeinen zijn zorgen deelden, realiseerde hij zich dat er zakelijke kansen lagen. Hij besloot de dominantie van Apple en Google aan te vallen en ontwikkelde het idee om een nieuwe ‘rechtse’ smartphone te maken. Die heeft zeker kans van slagen, want ‘politiek is het nieuwe tijdverdrijf van Amerika’, denkt hij.
Maar om een smartphone te maken was hij aangewezen op Google. De Android-software van het bedrijf werkt al met miljoenen apps en Google biedt een gratis, vrij toegankelijke versie van de software aan die andere ontwikkelaars kunnen aanpassen. Dus huurde Finman ingenieurs in om de software te ontdoen van alle sporen van Google en deze te laden met conservatieve sociale netwerken en media-applicaties. Vervolgens downloadde hij de software op telefoons die hij in China had gekocht.
Tegelijkertijd begonnen rechtse figuren de telefoon aan te prijzen. Ze verdienden 50 dollar voor elke klant die hun kortingscodes gebruikte.
Het duurde niet lang voordat media onthulden dat de Freedom Phone in feite een goedkope telefoon was van Umidigi, een Chinese fabrikant die eerder chips had gebruikt die kwetsbaar bleken te zijn voor hacking. Finman, die zijn apparaat in zijn video bestempelt als ‘de beste telefoon ter wereld’, werd in de verdediging gedwongen. In juli moest hij toegeven dat Umidigi de telefoon inderdaad produceert, maar hij blijft volhouden er ‘honderd procent’ zeker van te zijn dat zijn telefoon veiliger is dan de nieuwste iPhone.
In navolging van zijn politieke voorbeeld Donald Trump, besloot Finman zijn mobiele telefoonbedrijf te delegeren
Finman zegt dat de kritiek hem niet zozeer verraste, wel het hoge aantal verkopen. Daardoor kreeg hij onverwachte verantwoordelijkheden, zo moest hij gecertificeerd worden door de Federal Communications Commission en speciale regels volgen voor het verzenden van apparaten die lithiumbatterijen bevatten.
Minder dan een maand na de release van zijn telefoon had Finman een oplossing gevonden voor zijn problemen. In navolging van zijn politieke voorbeeld Donald Trump, die Trump-steaks en Trump-wodka verkoopt zonder ooit een boerderij of distilleerderij te hebben hoeven runnen, besloot Finman zijn mobiele telefoonbedrijf te delegeren. De gedachte is simpel: verkoop gewoon de telefoon die iemand anders produceert en pas die zodanig aan dat je je eigen merk ermee kunt promoten.
Finman is gaan samenwerken met ClearCellular, een bedrijf uit Utah met dertien jaar ervaring, dat al eerder een telefoon produceerde die losgekoppeld was van Apple en Google. En het bedrijf heeft ervaring met logistiek, verzending en klantenservice.
Aan een toestel van ClearCellular wordt een achtergrondje met de Amerikaanse vlag toegevoegd en allerlei conservatieve apps. Finman krijgt commissie op de verkoop van deze Freedom Phones, onduidelijk is hoeveel.
De eerste reacties op de nieuwe telefoon zijn niet erg positief. Volgens Cnet, een site die nieuwe producten beoordeelt, is dit apparaat van 500 dollar niet beter dan ‘een Android-telefoon van 200 dollar’. Desondanks zijn er volgens Finman begin september al zo’n twaalfduizend Freedom Phones besteld, hetgeen zou neerkomen op een omzet van ongeveer 6 miljoen dollar in iets meer dan zeven weken.
Door de samenwerking met ClearCellular kan Finman zich nu meer richten op zijn politieke doelen. Vanuit Washington, waar hij potentiële investeerders ontmoette, kondigde hij het voornemen aan om bij de komende verkiezingen Freedom Phone-gebruikers naar de dichtstbijzijnde stembureaus te leiden. Hij is ook van plan een nieuwsfeed op te zetten met conservatieve verhalen.
Volgens Finman kan zijn Freedom Phone niet alleen liberalen bestrijden, maar bevrijd hij zijn klanten ook van big tech. ‘Voor mij is dit het politieke instrument bij uitstek. Iedereen heeft er wel een op zak.’
De voormalige president van de VS, Donald Trump, kondigde woensdag de lancering aan van zijn eigen sociale netwerk, genaamd Truth Social. ‘Een bètaversie voor genodigden wordt in november 2021’ uitgerold, en vervolgens ‘landelijk in het eerste kwartaal van 2022’, aldus Axios.
Censuur door traditionele sociale netwerken was een van Trumps ‘belangrijkste talking points’ geworden, ‘zelfs voordat ze zijn accounts verwijderden’ na de bestorming van het Capitool op 6 januari, aldus de nieuwssite.
‘We willen terugvechten tegen de Big Tech-bedrijven van Silicon Valley die tegenstemmen het zwijgen opleggen’
Volgens het bedrijf achter Truth Social, Trump Media & Technology Group, is het zijn missie ‘een concurrent te creëren voor het liberale mediaconsortium en terug te vechten tegen de Big Tech-bedrijven van Silicon Valley, die hun eenzijdige macht hebben gebruikt om tegenstemmen in Amerika het zwijgen op te leggen’.
Singapore is hard op weg het Silicon Valley van de foodtech te worden. De kleine stadstaat wil vanaf 2030 30 procent van zijn voedsel lokaal produceren – met behulp van alternatieve eiwitbronnen, kweekvlees en verticale boerderijen.
Het is een warme avond in Singapore en bij restaurant 1880 aan de oever van de rivier genieten chique gasten van gerechten met intrigerende namen als ‘bosgrond’ en ‘overstroomde toekomst’. Maar de echte sterren van de avond zijn twee minder flamboyant klinkende hoofdgerechten: chicken and waffles en chicken bao.
De gebakken kip op de borden is stevig en gemakkelijk met een vork uit elkaar te trekken. Maar dit is geen gewoon kippenvlees. Het is gemaakt van stamcellen uit een kippenveer en opgekweekt in een speciale bioreactor.
De aanwezigen in het restaurant behoren tot de eerste betalende gasten die kippenvlees uit een laboratorium voorgeschoteld krijgen.
‘Ik had niet verwacht dat ik dit ooit nog eens op het bord van een consument zou zien liggen’
Kaimana Chee, chef-kok bij Eat Just, de in San Francisco gevestigde culinaire start-up die de kip heeft gefabriceerd, heeft geholpen bij de bereiding van het diner. ‘Ik was tot tranen toe geroerd, want ik had niet verwacht dat ik dit ooit nog eens op het bord van een consument zou zien liggen,’ zegt hij tegen Nikkei Asian Review.
Vanwege alle belemmerende regels en het wereldwijde wantrouwen tegenover in het laboratorium gekweekt vlees was de 43-jarige Chee ervan overtuigd dat het jaren zou duren voor er groen licht kwam. Hij dacht dat het bij Eat Just, waar hij in 2016 kwam werken, zijn missie was om inspirerende gerechten te bedenken die ‘het zaadje moesten planten voor een volgende generatie’. Dus toen Singapore in december 2020 als eerste land de verkoop van dit type eiwit goedkeurde, was Chee stomverbaasd.
Veel waarnemers in deze bedrijfstak waren minder verrast. ‘Het is geen toeval dat Singapore de eerste markt ter wereld voor kweekvlees is,’ verklaart Mirte Gosker van het non-profit Good Food Institute Asia Pacific (GFI APAC). ‘De overheid heeft geïnvesteerd in een gunstig ecosysteem voor voedselinnovatie.’
Betrouwbare voedselvoorziening
Dat Singapore zich op het terrein van laboratoriumvlees en eiwitalternatieven – gemaakt van planten, insecten, algen en schimmels – begeeft, is onderdeel van een welbewust beleid om in de toekomst veerkrachtiger te zijn als er zich schommelingen voordoen in het voedselaanbod.
De stadstaat heeft in Azië het voortouw genomen in de zoektocht naar een betrouwbare voedselvoorziening. Volgens schattingen van de Verenigde Naties zijn in deze regio meer dan 350 miljoen mensen ondervoed, terwijl zo’n 1 miljard mensen in 2019 te kampen kregen met matige of ernstige voedselonzekerheid, waarbij het moeilijk was om aan eten te komen of ze daadwerkelijk zonder voedsel kwamen te zitten, soms dagenlang. De uitdaging is nog urgenter geworden sinds het coronavirus toesloeg, waardoor de voedselonzekerheid in Azië nog groter is geworden en overheden alarmerende voorproefjes hebben gekregen van de manier waarop een crisis de voedselvoorraden kan bedreigen.
Een van de maatregelen die Singapore heeft genomen is dat het nu voedsel importeert uit meer landen dan voorheen: ongeveer 170 landen en regio’s, zo’n 30 meer dan in 2004.
In het jaar 2030 moet 30 procent van de Singaporese voedselbehoefte lokaal geproduceerd zijn
Singapore streeft er ook naar om zelfvoorzienender te worden. In maart 2019 kondigde de stadstaat de doelstelling ‘30 in 30’ aan: in het jaar 2030 moet 30 procent van de Singaporese voedselbehoefte lokaal geproduceerd zijn, terwijl dat nu 10 procent is.
‘Veerkracht betekent het vermogen hebben om verstoringen in de voedseltoevoer op te vangen,’ zegt Paul Teng, expert op het gebied van voedselzekerheid bij de Nanyang Technological University (NTU) in Singapore.
Toen Teng en zijn collega’s rond 2005 onderzoek gingen doen naar voedselveerkracht, lag de focus vooral op voedselzekerheid. ‘Niemand luisterde toen naar ons,’ vertelt hij.
Het is een subtiel, maar belangrijk verschil. Als het om voedselzekerheid gaat, is de situatie in het rijke Singapore behoorlijk gunstig: het staat negentiende op de lijst van landen met de hoogste voedselzekerheid die in 2020 is opgesteld door de Economist Intelligence Unit – maar dat wil niet zeggen dat Singapore achterover kan leunen. ‘De strategie van de overheid was indertijd: ‘Als we ons bbp vergroten en de middelen hebben om voedsel te kopen, dan hoeven we ons geen zorgen te maken, want er zal altijd wel ergens voedsel te koop zijn,’ vertelt Teng. ‘Dat is allemaal goed en wel als er geen verstoringen plaatsvinden in de voedselproductie en in de aanvoerketen.’
Maar grote prijsschommelingen tijdens de financiële crisis van 2008, de exportstop van Maleisië op vis in 2014 en andere gebeurtenissen hebben kwetsbaarheden blootgelegd. En toen kwam de pandemie.
Buffer
‘Covid-19 heeft wereldwijd verstoringen veroorzaakt, doordat sommige exportlanden de uitvoer van bepaalde voedingswaren gingen verbieden om aan hun eigen binnenlandse behoefte te kunnen voldoen, of doordat ze in lockdown gingen,’ zegt Melvin Chow, topman bij de afdeling voedselinfrastructuur, -ontwikkeling en -management van de Singapore Food Agency. Volgens hem zou het vergroten van de voedselproductie volgens de ‘30 in 30’-strategie zorgen voor een buffer om verstoringen in het buitenland op te vangen. Maar meer voedsel kweken is gemakkelijker gezegd dan gedaan in Singapore, dat 50 bij 27 kilometer groot is. Dit op twee na dichtst bevolkte gebied ter wereld heeft maar 1 procent van zijn land beschikbaar voor landbouw.
De stadstaat, die altijd behendig heeft weten om te gaan met zijn beperkte ruimte en hulpbronnen, wil nu zijn ‘capaciteiten op het gebied van wetenschap en technologie aanwenden om innovatieve oplossingen te ontwikkelen’, zegt Chow. En daar komen Eat Just en vergelijkbare start-ups om de hoek kijken. ‘Voor eiwitten die gebaseerd zijn op planten en cellen heb je veel minder ruimte en hulpmiddelen nodig om toch evenveel voedsel te produceren als met traditionele voedselbronnen,’ zegt Bernice Tay, hoofd voedselfabricage bij Enterprise Singapore, een overheidsorganisatie die zich bezighoudt met de ontwikkeling van kleine en middelgrote bedrijven.
De overheid wil de voedseltechnologie graag stimuleren en heeft tot 2025 144 miljoen Singaporese dollar (ruim 90 miljoen euro) vrijgemaakt voor voedselgerelateerde R&D-programma’s. Enterprise Singapore is ook een samenwerking aangegaan met verscheidene mondiale investeringsmaatschappijen, waaronder Big Idea Ventures, dat een fonds van 50 miljoen dollar (ruim 42 miljoen euro) heeft voor alternatieve eiwitten.
‘Singapore begint zich een plek te veroveren als het Silicon Valley van de foodtech’
In april heeft Singapore de Future Ready Food Safety Hub (FRESH) opgericht, een samenwerkingsverband tussen overheid, bedrijfsleven en de academische wereld, om onderzoek te doen naar de veiligheid van nieuwe voedingsmiddelen en het onderzoek van de bedrijven zelf te ondersteunen. En vanaf september 2021 biedt NTU in samenwerking met GFI APAC studenten de mogelijkheid om een semester lang eiwitalternatieven te bestuderen en kennis op te doen over de commerciële mogelijkheden ervan.
Andre Menezes, medeoprichter van Next Gen Foods, een in Singapore gevestigd bedrijf dat in maart 2021 op soja gebaseerde kippendijen op de markt bracht, noemt de stad een ‘compleet ecosysteem op een heel klein, dichtbevolkt eiland’.
‘Singapore begint zich een plek te veroveren als het Silicon Valley van de foodtech, zegt Menezes, wiens kippendijproduct nu in meer dan 45 plaatselijke restaurants op de kaart staat. In februari haalde Next Gen Foods 10 miljoen dollar op bij een groep investeerders, waaronder de Singaporese maatschappij Temasek International. Het is het grootste investeringsbedrag tot nu toe voor een bedrijf in op planten gebaseerde voedseltechnologie. In juni opende Next Gen Foods nieuwe vestigingen in Hongkong, Macao en Kuala Lumpur.
Binnenboerderijen
Er zijn in Singapore de afgelopen twee jaar meer dan vijftien bedrijven gestart die ‘nieuwe’ eiwitten produceren. Naast Eat Just en Next Gen Foods zijn dat internationale spelers zoals de Californische producent van zuivelvervangers Perfect Day en de bedrijven Shiok Meats en Gaia Foods, die in Singapore zelf zijn opgekomen en respectievelijk werken aan de productie van gekweekte vis, schelp- en schaaldieren en gekweekt rood vlees.
Nog een pijler onder de ‘30 in 30’-doelstelling van Singapore is hightech indoorlandbouw in stedelijk gebied. Er bestaan al 31 van dergelijke ‘boerderijen’, 28 voor groenten en 3 voor vis.
Het feit dat de boerderijen binnen zijn, maakt ze ‘bestand tegen enkele van de gevolgen van klimaatverandering’, zegt Chow. Ze maken gebruik van smart technologieën die ‘het mogelijk maken om meer te verbouwen met minder’, met opbrengsten die per hectare grond tien tot vijftien keer zo hoog liggen als bij traditionele landbouw of op land gevestigde viskwekerijen.
Een van die boerderijen, Commonwealth Greens, kan jaarlijks wel honderd ton groenten oogsten, bijna 1 procent van alle bladgroenten die ter plaatse worden verbouwd. In hoge ruimtes van een groot bedrijfspand verbouwt het bedrijf rijen groene mosterdplanten, snijbiet, zuring en verschillende soorten sla in plastic bakken. Elke groeibak is ongeveer een meter lang en heeft zijn eigen strip felle ledlampen die vanaf het plafond omlaaghangen als verticale jaloezieën.
‘Met het Internet der Dingen kunnen we grote hoeveelheden data verzamelen die van levensbelang zijn voor de planten’
Voor in elke ruimte liggen de ‘hersens’ van de boerderij: twee sensoren. De ene regelt luchttemperatuur, vochtigheidsgraad, koolmonoxidegehalte en zuurgraden. De andere bepaalt de hoeveelheid en de samenstelling van de vloeibare voedingsstoffen die aan de planten worden toegediend.
‘Onze technologie maakt gebruik van het Internet der Dingen, waardoor we grote hoeveelheden data kunnen verzamelen die van levensbelang zijn voor de planten,’ vertelt Sven Yeo, medeoprichter en hoofd technologie van Archisen, het agritechbedrijf dat deze boerderij runt. ‘Voor elk gewas dat we verbouwen hebben we iets dat we een recept noemen.’ Dit is in wezen een reeks parameters: licht, pH, temperatuur enzovoort, die Yeo en zijn team precies afstemmen om een plant zo te laten groeien dat die ‘zijn maximale voedingswaarde en smaakprofiel haalt’.
Het op hydrocultuur gebaseerde systeem verbruikt 95 procent minder water en 85 procent minder meststoffen dan traditionele, op aarde gebaseerde systemen. Volgens voorstanders bieden indoorboerderijen en alternatieve eiwitten betere opbrengsten en schoner vlees, met minimaal of helemaal geen gebruik van de pesticiden, antibiotica of hormonen die in de tegenwoordige voedselproducten zitten.
‘Klanten staan tegenwoordig veel kritischer tegenover het voedsel dat ze eten’
‘Klanten staan tegenwoordig veel kritischer tegenover het voedsel dat ze eten,’ zegt Aileen Supriyadi, onderzoeker van marketingresearchbureau Euromonitor International. Met name sinds de recente coronapandemie, en nu de Afrikaanse varkensgriep de veestapels in de regio bedreigt, maken consumenten zich meer zorgen over voedselveiligheid. Toch zijn veel mensen ook sceptisch, vooral tegenover gekweekt vlees. In een YouGov Omnibus-onderzoek onder 1068 inwoners van Singapore in december 2020 zei 48 procent van de ondervraagden dat ze zulk vlees niet zouden eten. Uit een onderzoek van Euromonitor in 2020 bleek dat 36,5 procent van de consumenten in Azië/Oceanië een voorkeur had voor geheel natuurlijke producten, tegen 33,3 procent in Europa en 28,4 procent in Noord-Amerika.
Maar voor Singapore bieden de hightechboerderijen goede mogelijkheden om de voedselproductie op te voeren.
Sommige experts denken dat ook andere Aziatische landen er profijt van zouden kunnen hebben. Indoorboerderijen zijn niet nieuw. Volgens Teng van NTU bestaan er in heel Azië al zo’n vierhonderd. Maar deze compacte landbouwmethode met haar hoge opbrengsten komt vooral goed van pas in sterk verstedelijkte gebieden waar de koopkracht groot is en vastgoedprijzen hoog zijn, aldus Yeo van Archisen.
Jakarta is een goed voorbeeld, zegt Christian Prokscha, oprichter van Eden Towers, dat daar in februari een verticale boerderij begon. ‘Je kunt dingen verbouwen op de heuvels buiten Jakarta,’ zegt hij, ‘maar het probleem is dat je logistieke lijnen dan heel lang zijn.’
Voor indoorboerderijen zijn vooral de kosten van de gebouwen en de geavanceerde apparatuur een grote uitdaging, zegt Yeo. Singapore heeft de afgelopen jaren genereuze subsidies verstrekt, en lanceerde nog in april een fonds van 60 miljoen Singaporese dollar (37,5 miljoen euro), dat ondernemers die een boerderij willen beginnen helpt de eerste bouwkosten op te brengen. Maar weinig Zuidoost-Aziatische landen hebben zulke diepe zakken als Singapore.
Als het om ‘nieuwe’ eiwitten gaat vormen de hoge verkoopprijzen ook een hoge horde om te nemen. Niettemin is Azië bij uitstek geschikt om te profiteren van de verschuiving naar eiwitalternatieven, aldus Gosker van GFI APA, die wijst op de ‘vruchtbare landbouwgronden, uitgebreide infrastructuur en productiekracht, wereldvermaarde innovatiecentra en ongeëvenaarde marktvolume. Lokale producenten kunnen nu een vrijwel ongelimiteerd aantal verschillende ingrediënten krijgen, die volgens nieuwe en innovatieve methodes verwerken en zo de volgende generatie plantaardige vleesvervangers maken – allemaal op hetzelfde stukje van de wereld.’
Is het Indonesische Silicon Valley gedoemd te mislukken?
‘In de digitale wereld wordt God Algoritme genoemd. Zijn almacht wordt uitgedrukt in wiskundige reeksen die ons gedrag kunnen voorspellen. Misschien is dat de reden waarom de Indonesische politicus van de Democratische Partij Budiman Sudjatmiko en zijn partner, zakenman Danny Handoko, besloten een technologisch onderzoekscentrum te bouwen in Sukabumi, West-Java, dat zij Bukit Algoritma [‘Algoritmeheuvel’] noemden’, schrijft weekblad Tempo.
Bijna 1,8 biljoen Indonesische roepiah (meer dan 100 miljoen euro) is geïnvesteerd in de eerste fase van de ontwikkeling van Algorithm Hill, een onderzoekscentrum voor neurowetenschappen, nanotechnologie, kwantumtechnologie, zonneceltechnologie, landbouw, gezondheidszorg, luchtvaart- en ruimtevaarttechnologie. De twee projectontwikkelaars, die onlangs een partnerschap zijn aangegaan met het staatsbouwbedrijf PT Amarta Karya, zijn schijnbaar niet te stoppen.
‘Zelfs niet door de coronapandemie’, schrijft The Jakarta Post, ‘die juist de verschuiving van consumenten naar digitale platforms heeft versneld, onder meer in de gezondheids- en onderwijssector, als gevolg van mobiliteitsbeperkingen. Hierdoor groeide de bruto handelswaarde (GMV) van de online-economie [in Indonesië] met 11 procent, en verdubbelden de investeringen in de sector tot 2,8 miljard dollar in de eerste helft van 2020, volgens het “E-Conomy SEA 2020 Report” van Google, Temasek en Bain & Company.’
Handicaps
Maar het terrein van 888 hectare, gelegen in een bergachtig gebied op meer dan twee uur van Jakarta, aan het eind van een hobbelige weg, omgeven door palmolieplantages, heeft een slechte internetverbinding, vooral via mobiele breedband. Deze en andere handicaps kunnen gemakkelijk worden overwonnen, zegt Budiman Sudjatmiko tegen The Jakarta Post. Hij geeft aan in gesprek te zijn met een Amerikaanse investeerder die het project van kapitaal wil voorzien.
‘Zou dit megalomane project een truc zijn van de projectontwikkelaars om te profiteren van belastingvoordelen?’
‘Zou dit megalomane project een truc zijn van de projectontwikkelaars om te profiteren van belastingvoordelen?’ vraagt Tempo zich af. Bij een recente presidentiële verordening zijn buitenlandse investeringen in startende ondernemingen binnen speciale economische zones namelijk vrijgesteld van belastingen.
TheJakarta Post is zeer sceptisch over het vermogen van Algorithm Hill om Indonesische en buitenlandse wetenschappers aan te trekken: ‘Vooral omdat het aantal wetenschappers per hoofd van de bevolking in het land constant is gebleven op ongeveer 215 per 1 miljoen, volgens de gegevens van 2017 en 2018 van de UNESCO.’
Tempo schrijft dat Silicon Valley ook niet van de ene dag op de andere tot stand is gekomen, maar zich in de jaren dertig begon te ontwikkelen dankzij een professor van de Stanford-universiteit, Frederick Terman, die twee van zijn studenten, William Hewlett en Dave Packard, aanmoedigde een bedrijf in het gebied op te richten.
‘Het voordeel van Silicon Valley is het bestaan van een ecosysteem: de campus van de Stanford-universiteit, bedrijven die voortdurend miljoenen dollars injecteren in startende bedrijven, een netwerk van onderling verbonden technologiebedrijven en een reeks wetten die mobiliteit en concurrentie aanmoedigen’, analyseert Tempo.
‘Onze politici vallen al snel voor mooie woorden over technologie en IT’
Voor Algorithm Hill gaat dit niet op, aldus het weekblad: ‘Onze politici vallen al snel voor mooie woorden over technologie en IT. Zij hebben hun mond vol van Indonesiës digitale transformatie, maar niet het geduld om de kiem te leggen voor langetermijninvesteringen in een ecosysteem van onderzoek en onderwijs.’
Congolese president geeft het leger de macht in het oosten van het land
Het was een campagnebelofte van de president van de Democratische Republiek Congo (DRC), Félix Tshisekedi: een einde maken aan de onveiligheid. Terwijl de staat machteloos is geworden, zullen de provincies Noord-Kivu en Ituri vanaf 6 mei gedurende dertig dagen volledig aan het leger worden toevertrouwd. In dit wetteloze gebied rust alle hoop op deze nieuwe radicale oplossing.
‘Félix Tshisekedi is klaar om te vechten’, jubelt het Congolese dagblad La Prospérité. ‘Dertig dagen om vrede te brengen in het Oosten!’, kopt site AfricaNews.
Een staat van beleg van een maand, afgekondigd door de Congolese president Félix Tshisekedi, gaat op 6 mei van kracht in Noord-Kivu en Ituri, twee regio’s die worden omschreven als ‘broeinesten van gewapende groepen die er al jaren de scepter zwaaien’, aldus de Burkinese krant Le Pays. Het was in de regio Noord-Kivu dat de Italiaanse ambassadeur in de DRC op 22 februari 2021 werd vermoord.
‘Het doel is snel een einde te maken aan de onveiligheid die de plaatselijke bevolking dagelijks decimeert’
Concreet houdt het besluit van de Congolese president in dat de civiele autoriteiten in Noord-Kivu en Ituri volledig worden vervangen door het leger, gesteund door de Congolese Nationale Politie (PNC). Deze neemt de controle over op alle administratieve niveaus. Voor de gelegenheid werden op bevel van president Félix Tshisekedi twee militaire gouverneurs aan het hoofd van deze regio’s benoemd. Het doel is ‘snel een einde te maken aan de onveiligheid die de plaatselijke bevolking dagelijks decimeert’, aldus Radio Okapi.
De volledige overdracht van de regio aan het leger is voorgesteld als een proportioneel antwoord op de macht van de ongeveer honderd gewapende groepen die de regio teisteren. Onder hen bevinden zich de Geallieerde Democratische Strijdkrachten, Oegandese rebellen die banden hebben met de Islamitische Staat (IS); de Democratische Strijdkrachten voor de Bevrijding van Rwanda, die hun toevlucht hebben gezocht in de bossen van Kivu; maar ook andere milities, aangetrokken door de rijkdommen van de mijnen.
Duitsland verzet zich tegen het vrijgeven van patenten op coronavaccins
Angela Merkel heeft donderdag (6 mei) het aanbod van de VS om de patenten op coronavaccins op te heffen, afgewezen. Een standpunt dat niet veel goeds voorspelt voor de besprekingen over dit onderwerp binnen de Wereldhandelsorganisatie (WTO).
Voor de Duitse regering zijn ‘de productiecapaciteit en de kwaliteitscontrole de belangrijkste belemmeringen voor een bredere toegang tot vaccins – niet de intellectuele eigendomsrechten’, schrijft Deutsche Welle.
‘De bescherming van intellectueel eigendom is een bron van innovatie en moet dat ook blijven’, aldus de Duitse regeringswoordvoerder.
Meningsverschil
Dit ‘meningsverschil’ tussen Duitsland en de Verenigde Staten – dat zich woensdag voorstander verklaarde van het vrijgeven van patenten, nadat het zich daar eerder fel tegen had verzet – is ‘het eerste grote geschil tussen de twee economische grootmachten, en dreigt de besprekingen in de WTO te blokkeren en de betrekkingen binnen de G7 te verzuren’, analyseert The Guardian, die verder schrijft dat een WTO-besluit over het eventueel opheffen van patenten unaniem moet worden genomen.
Dit weerhield de directeur-generaal van de WTO, Ngozi Okonjo-Iweala, er niet van om de aankondiging van de VS ‘van harte’ te verwelkomen, aldus Reuters.
‘We moeten dringend actie ondernemen tegen covid-19, omdat de wereld toekijkt en er mensen sterven’
‘We moeten dringend actie ondernemen tegen covid-19, omdat de wereld toekijkt en er mensen sterven’, zei Okonjo-Iweala, voordat ze India en Zuid-Afrika – de initiatiefnemers van het verzoek om vrijstelling van vaccinpatenten – opriep om ‘zo snel mogelijk’ een herziene versie van hun voorstel in te dienen, ‘zodat de onderhandelingen kunnen beginnen’.
Europese ambtenaren en diplomaten hebben gewaarschuwd dat ‘dergelijke besprekingen maanden in beslag zullen nemen en slechts zullen resulteren in het gedeeltelijk vrijgeven van de patenten, omdat de Europese Unie en de Verenigde Staten waarschijnlijk niet zullen instemmen met het afstaan van de revolutionaire mRNA-technologie [die onder andere gebruikt wordt in de vaccins van BioNtech/Pfizer en Moderna] aan China’, aldus Bloomberg.
Een huiveringwekkend verslag van hoe eBay haar best doet om ‘personen van belang’ – lees: die zich ooit negatief over het techbedrijf uitlieten – kapot te maken. ‘Wat er ook voor nodig is.’
Veronica Zea is er vrij zeker van dat ze de site slechts één keer had gebruikt voordat ze voorjaar 2017 voor eBay ging werken. Ze kocht een surfposter. Die belandde in haar kast. Hoewel Zea opgroeide in Santa Clara, Californië, in het hart van Silicon Valley, gaf ze weinig om technologische snufjes. Ze had criminologie gestudeerd. Nadat ze was afgestudeerd, en een jaar lang van een knieoperatie had hersteld, verraste ze zichzelf door te reageren op een vacature van de e-commercepionier.
Zeas eerste baan bij eBay was inlichtingenoperator. In een raamloze kamer op het hoofdkantoor in San Jose bekeek ze beelden van camera’s. Zea (spreek uit Zé) was 23 en had geen speciale vaardigheden, maar ze werkte hard. Al snel kreeg ze promotie tot inlichtingenanalist, belast met het voorkomen van geopolitieke en individuele bedreigingen.
Haar afdeling, Global Security and Resiliency, bestond uit tientallen mensen, waaronder een gepensioneerde politiechef en voormalige beveiligingsadviseurs. Toch was het een verrassend hecht team.‘We zijn een familie,’ zeiden James Baugh, de baas, en Stephanie Popp, haar directe supervisor, tegen de analisten. ‘Wij zijn mama en papa.’
Een beetje eng
Toegegeven, papa kon best een beetje eng zijn. Meneer Baugh was een gedrongen man van middelbare leeftijd met dunner wordend haar, die graag praatte en niet van vragen hield. Hij zei vaak dat hij vroeger voor de CIA werkte. Soms zei hij dat zijn vrouw nu voor de CIA werkte. Eens vond hij een mes op een barbecue op de campus. Het had wel door een gestoord persoon gebruikt kunnen worden om iemand pijn te doen, zei hij tegen de analisten, om het vervolgens in een stoel te steken. Dat mes werd nooit weggehaald, als een soort waarschuwing. (Via zijn advocaat weigert meneer Baugh commentaar te geven.)
Zea had nooit eerder op een kantoor gewerkt. Haar enige echte baan daarvoor was in de Grizzly-achtbaan in het pretpark Great America in Californië. Dus was ze geneigd mee te gaan in hoe het ging. Zoals dat eBay regelmatig een soort filmfestival was. Baugh bracht de analisten dan naar een vergaderruimte om scènes te laten zien uit American Gangster, waarin Denzel Washington in alle kalmte een man voor een menigte doodschiet om zijn punt te maken. Of een fragment uit The Wolf of Wall Street, waarin de FBI duistere zaken onderzoekt maar geen van de betrokkenen zich iets kan herinneren. Of het stukje uit Meet the Fockers over de ‘vertrouwenskring’ van een gepensioneerde CIA-agent.
Vertrouwenskring
Die kwam vaak terug. ‘Niemand mag dit weten,’ zei Baugh bijvoorbeeld tegen de analisten over een of andere kantoorroddel. ‘We houden het in de vertrouwenskring.’ Net als de andere analisten was Zea een uitzendkracht. Haar ambitie was om in dienst te komen bij eBay. Eén fout kan die hoop tenietdoen en zelfs levens in de waagschaal stellen. Het was haar verantwoordelijkheid om ‘personen van belang’ – personen die een gevaar voor eBay konden vormen – op te sporen en in een bedreigingsmatrix te rangschikken. Zoals de vrouw die in april 2018 drie mensen van YouTube neerschoot aantoonde, bestonden er mensen die een wrok koesterden tegenover technologie.
‘Op dat moment was ik doodsbang en zat ik vast. Het spijt mij enorm’
‘We moeten voorbereid zijn,’ zei meneer Baugh vaak. ‘Wij zijn de enigen die kunnen voorkomen dat het echt helemaal misgaat.’ Op momenten dat de analisten het het minst verwachtten, vonden er plotseling oefeningen plaats. ‘Er is een schutter actief in Gebouw Twee!’ kregen ze ineens te horen. Waarop iedereen onmiddellijk deed wat er van hem of haar werd verwacht.
Meestal waren er zes analisten, maar het verloop was groot. Zea merkte dat vooral de mannen steeds schaarser werden. In mei 2018 bestond de groep volledig uit vrouwen. Baugh had ook daar een video bij: Sheryl Sandberg van Facebook die uitlegt ‘waarom we te weinig vrouwelijke leiders hebben’.
Sandberg zei er niet bij dat deze vrouwen allemaal jong en blond moesten zijn – ‘Charlie’s Angels’ en ‘Jim’s Angels’ werden ze in de bestuurskamer genoemd –, maar Zea wilde dat niet aankaarten. Ook vrouwen werden ontslagen, waarna de achterblijvers over de redenen smoezelden. Een vertrokken analist was berispt omdat ze niet glimlachte in het bijzijn van leidinggevenden. Een ander moest weg omdat ze tijdens de nachtdienst zong om wakker te blijven. Een derde omdat ze op haar pen kauwde.
Loyaliteit
In januari 2019 werd de sfeer bij Global Security and Resiliency nog gespannener. Elliott Management, een hedgefonds dat zelfs volgens Wall Street-maatstaven als genadeloos gold, kocht een stuk eBay en verlangde enkele aanpassingen. Niemand was veilig – vooral de algemeen directeur, Devin Wenig, niet. Een medeoprichter van een bedrijf dat eerder de aandacht van Elliott had getrokken, vergeleek zijn online zoektocht naar het fonds met ‘Googelen wat dat rare plekje op je arm eigenlijk is met als uitkomst: “Je gaat dood”’. Wenig en andere eBay-managers, die vrienden met het hedgefonds wilden blijven, duldden geen enkele kritiek op het bedrijf. Dat kon immers voor problemen zorgen. En als een criticus volhield? Dan moet ie zijn mond houden, indien nodig door hem de stuipen op het lijf te jagen.
Een andere verplichte video was van die van Billions, het televisiedrama over hoe meedogenloos het er op Wall Street aan toe gaat. Minstens vijf keer werd Zea gedwongen een scène te bekijken waarin een miljardair een ondergeschikte aanpakt die hij erop betrapt heeft een baan bij een concurrent te overwegen. ‘Loyaal zijn is niet iets wat je probeert,’ snauwt de miljardair de medewerker toe. ‘Je bent het gewoon.’
Loyaliteit. Dat was een van de grondbeginselen van Global Security and Resiliency. In de zomer van 2019 deed Zea wat haar baas, de baas van haar baas en de chief executive van het bedrijf van $28 miljard van haar verlangden – ook toen die verlangens steeds bizarder werden en ze werden meegesleept in het meest lugubere schandaal in de geschiedenis van Silicon Valley. Een jaar later, op 15 juni 2020, beschuldigde het Amerikaanse ministerie van Justitie zes voormalig eBay-medewerkers, die allemaal deel uitmaakten van het beveiligingsteam van het bedrijf, van samenzwering en cyberstalking en het beïnvloeden van getuigen. Hun vermeende doelwitten waren bijna komisch onbeduidend – een bloggend duo uit een buitenwijk in Boston en een Twitter-fanaat die vaak commentaren bij hen achterliet. Volgens de regering waren hun methoden kinderlijk en theatraal, met kakkerlakken, pornografie, nauwelijks verhulde dood- en geweldsbedreigingen, fysiek toezicht en nachtelijke pizzabezorgingen.
‘Dit was een vastberaden, systematische poging van senior medewerkers van een groot bedrijf om het leven van een echtpaar in Natick te verwoesten,’ zei de Amerikaanse advocaat in Boston, Andrew Lelling, op een persconferentie, ‘allemaal omdat ze content publiceerden die de leidinggevenden van het bedrijf niet beviel.’
Op elke aanklacht staat een gevangenisstraf van maximaal vijf jaar. Baugh, wiens leeftijd 45 zou zijn, en zijn plaatsvervanger David Harville, 48, werden gearresteerd. De andere beklaagden zijn Zea, nu 26, Popp, 32; Stephanie Stockwell, 26; en Brian Gilbert, 51. Een zevende werknemer, Philip Cooke, 55, werd in juli aangeklaagd. Na contact met de advocaten wilde niemand behalve Zea commentaar geven. Zij gaf aan dat ze schuld zou bekennen. Van Popp, Stockwell, Gilbert en Cooke wordt verwacht dat ze hetzelfde doen. De zaak loopt nog steeds.
‘Het leek wel een sekte’
Dit verslag is gebaseerd op gerechtelijke documenten en tientallen interviews met mensen die het stalkingschandaal op de voet hebben gevolgd, waaronder zes mensen die bij Global Security and Resiliency werkten. Het plan dat ze beschrijven was zowel volkomen moedwillig als uitermate onbeholpen – vol idiote veronderstellingen van de kant van eBay over een niet-bestaand complot. Het is een waarschuwing voor hoe gemakkelijk technologiebedrijven zich gekrenkt kunnen voelen, en de chaos die daaruit voort kan komen. En het laat duidelijk zien hoe het internet mensen gek maakt, vaak zonder dat ze het ooit doorhebben.
Paul Florence was CEO van Concentric Advisors, het uitzendbureau dat Zea bij eBay plaatste. ‘Het voelde alsof eBay de analisten psychologisch aan het breken was – waardoor ze aan zichzelf gingen twijfelen –, ze isoleerden, tegen elkaar opzetten,’ zei hij. In achttien maanden tijd ontsloeg eBay minstens een dozijn analisten. Toen Florence protesteerde, lag zijn firma er ook uit. ‘Ik was opgelucht,’ zei hij. ‘Het leek wel een sekte.’
‘Crush This Lady’
Zoals veel mensen tijdens de dotcom-boom eind jaren negentig, maakten Ina en David Steiner van hun hobby hun beroep. Ina werkte bij een uitgeverij en verzamelde boeken. David, een videoproducent, ging al van kinds af aan naar rommelmarkten. Hij hield ervan verzamelobjecten en antiek gereedschap aan te prijzen – alles wat zijn aandacht trok. In 1999, vier jaar na de oprichting van eBay, toen het idee van online transacties met vreemden nog in opkomst was, begonnen ze een bescheiden website om kopers te adviseren. Ze noemden hem AuctionBytes, wat later veranderde in EcommerceBytes. Doordat ze hun best deden trends en beleidsupdates in de branche bij te houden, veranderde het bedrijf gaandeweg in een hulpmiddel voor verkopers op een aantal platforms, van Etsy tot Amazon – een soort vakblad voor iedereen die geld verdient door items uit een garage of opslagruimte te veilen. Tegenwoordig is Ina eind 50 en schrijft ze de teksten. David is begin 60 en is de uitgever. Geen van beiden heeft met de pers gesproken sinds eBay’s vermeende complot tegen hen aan het licht is gekomen.
EcommerceBytes was misschien niet zo bekend, maar in de hoogste rangen van eBay was het verplichte lectuur. Begin 2019 bracht mevrouw Steiner het nieuws dat eBay een nieuwe communicatiechef had aangenomen, Steve Wymer, die aan Wenig zou rapporteren. Beide mannen hielden er een agressieve aanpak op na. Wenig had het grootste deel van zijn loopbaan in de financiële media van de East Coast doorgebracht, als advocaat en directeur bij Thomson Reuters, en hij bezat nog altijd een zekere New Yorkse arrogantie. Wymer had voor zijn baan als technologiecommunicator voor drie Republikeinse senatoren in Washington gewerkt en was nog altijd geïnteresseerd in politiek. Toen afgevaardigde John Lewis bijvoorbeeld tweette over het maatschappelijk belang om soms ‘in goede problemen, noodzakelijke problemen’ te geraken, antwoordde Wymer dat ook hij ‘een andere kijk had op hoe de VS zouden moeten worden bestuurd. Mijn mening is gelijk aan de jouwe.’
In het openbaar hield Wenig zich braaf aan de vijf waarden van eBay – waaronder ‘Mensen zijn in wezen goed’ en ‘Behandel anderen zoals jij behandeld wilt worden’. Maar samen werkten hij en Wymer aan een strijdbaarder eBay, dat minder gestoeld was op de Gulden Regels en meer op The Sopranos. (Ze reageerden niet op meerdere verzoeken om commentaar en eBay stelde geen leidinggevenden beschikbaar voor interviews.) Hoewel noch Wenig noch Wymer zijn aangeklaagd – beiden hebben hun betrokkenheid bij de intimidatiecampagne ontkend – hadden ze duidelijk een hekel aan mevrouw Steiner. In april 2019 schreef zij iets over de vergoeding van de chief executive, en stipte aan dat zijn inkomsten van $18 miljoen 152 keer zo groot waren als die van de gemiddelde werknemer, waarbij ze voorzichtig suggereerde dat dit ten koste ging van eBay-verkopers. Nadat haar stukje was gepubliceerd, stuurde Wymer een link naar Wenig met de opmerking: ‘We gaan deze dame verpletteren’.
Of mevrouw Steiner nu iets opzienbarends schreef over twijfelachtige uitgaven, zoals een eBay-pub die op de campus werd gebouwd, of meer onschuldige ontwikkelingen aankaartte, Wenig kon haar niet verdragen. Op 31 mei 2019 schreef ze dat hij ‘had beloofd verkopers meer bescherming te bieden’ tegen frauduleuze kopers.
‘Schokkend redelijk,’ schreef Wymer aan Wenig. ‘Het kan me niet schelen wat ze zegt,’ antwoordde de CEO, en voegde eraan toe: ‘Ze moet weg.’ Als er één persoon was die Wenig net zozeer verafschuwde als de Steiners, dan was het een Twitterfanaat die vooral bekendstaat onder de naam ‘Fidomaster’. Zijn vrouw verkocht op eBay en hij vond dat de site vaak oneerlijk was tegenover verkopers, waar hij over tweette. Elk bericht kreeg misschien niet meer dan een dozijn vind-ik-leuks, maar de analisten van Global Security and Resiliency hielden een dossier bij dat snel dikker werd. Baugh was ervan overtuigd dat er een geheime relatie bestond tussen de Steiners en Fidomaster – dat ze actief samenzweerden om eBay te beschadigen. (Hij verspreidde zelfs een theorie dat Fidomaster het geheime alter ego van de Steiners was.) Acht dagen nadat Wenig het ‘Ze moet weg’-bericht had ontvangen, vloog een lid van het beveiligingsteam richting het huis van de Steiners, een rijtjeshuis met steil dak in een rustige straat. Op hun hek, zeggen de aanklagers, krabbelde hij het woord ‘FIDOMASTER’. Het was zowel belachelijk als bedreigend, en een voorproefje van hoe raar dingen zouden worden. Ebay heeft de echte naam van Fidomaster nooit achterhaald. Ik ook niet, hoewel we veel hebben gesproken via telefoon, e-mail en Twitter. Fidomaster vertelde een soortgelijk verhaal over eBay-aanvallen, dat in de strafrechtelijke klacht over de intimidatie van de Steiners slecht terzijde wordt genoemd.
Marissa
Halverwege 2019 ontving Fidomaster een ongevraagd bericht van een nieuwe Twitter-gebruiker die zichzelf Marissa noemde. Op haar foto was ze ongeveer 25 jaar oud. Ze beweerde een voormalig eBay-medewerker te zijn en zei dat ze ‘extreem schadelijke video’s had van leidinggevenden die zich misdragen’ – en wilde hulp om ze door te geven aan de Steiners.
Ze wilde Fidomaster zover krijgen toe te geven dat hij met hen samenzweerde. Toen Fidomaster wees op de voor de hand liggende manieren waarop Steiner, wiens e-mailadres openbaar was, kon worden bereikt, stelde Marissa voor om de video’s op een USB-stick achter te laten bij ‘een hotel in de stad van uw keuze’. Hoe wilder haar suggesties werden, hoe meer Fidomaster zich verzette. Zoek een advocaat, zei hij steeds. Volgens Zea bestond ‘Marissa’ uit twee van haar collega-analisten. Fidomasters weigering om zich naar het hotel te laten lokken, had duidelijk kunnen maken dat eBay misschien overtrokken reageerde. In plaats daarvan concludeerden de leiders van het beveiligingsteam dat ze hun inspanningen moesten verdubbelen.
‘HEB IK NU JE AANDACHT ????’
Op 1 augustus 2019 schreef Ina Steiner een bericht over een rechtszaak die eBay had aangespannen tegen Amazon. Hoewel het maar een paar alinea’s waren en slechts een lichte scepsis verried ten opzichte van de strategie van Wenig, was de algemeen directeur woedend. Drieëndertig minuten nadat het artikel op EcommerceBytes was verschenen, sms’te hij Wymer: ‘Dit is het moment op tot uitschakeling over te gaan.’ ‘On it,’ antwoordde Wymer. Hij stuurde Baugh een sms. ‘Haat is een zonde,’ schreef Wymer, de zoon en kleinzoon van baptistenpredikanten. ‘Ik ben erg zondig.’ Baugh gaf aan dat hij klaar was om tot actie over te gaan. ‘Amen. Ik wil dat ze UITGESCHAKELD wordt,’ schreef Wymer. ‘Ze is een bevooroordeelde trol die VERNIETIGD moet worden.’
Wenig vertrok in augustus voor een sabbatical naar Italië. Met EcommerceBytes moest voordat hij terugkeerde worden afgerekend. De strategie van de intimidatiecampagne begon uiteraard met een film. Baugh liet de analisten een fragment zien uit Johnny Be Good, een tienerkomedie uit 1988, waarin bij een gemene voetbalcoach in één keer van alles thuis arriveert: een bezorger met honderden dollars aan ongewenste pizza’s, zingende en dansende hare krishna’s en hun olifant, een verdelger van knaagdieren, een mannelijke stripper. Baugh vroeg de analisten om inspiratie. Een van hen stelde voor de Steiners een doodskist te sturen.
En zo begon op 10 augustus om 16.00 uur een hele parade van verontrustende leveringen
De beveiligingschef maakte duidelijk dat het management van eBay het ondernemen van actie steunde en stuurde een bericht van Wymer door waarin hij verklaarde dat mevrouw Steiner en Fidomaster ‘schijnbaar hun leven hebben gewijd aan het, zonder enige reden, kapotmaken van ons’. De heer Wymer vervolgde: ‘Ik geloof oprecht dat deze mensen uit boosaardigheid handelen en we moeten ALLE manieren om hen te stoppen, onderzoeken.’ Hij sluit af met: ‘Wat er ook voor nodig is.’ [Whatever it takes.]
Volgens aanklagers hebben Baugh en leden van het beveiligingsteam een ingewikkelde en onwaarschijnlijke strategie bedacht: de Steiners in het geheim lastigvallen en vervolgens eBay’s hulp bieden bij het stoppen van de aanvallen – hun vertrouwen winnen en vervolgens manipuleren zodat eBay een dekmantel had. Ze noemden dit ‘de White Knight-strategie’. Onvermijdelijk hoorde er een filmvertoning bij: Body of Lies, een CIA-thriller over een undercover die een terrorist ontmanteld. Aanklagers zeggen dat Popp – de ‘mama’ – op 7 augustus begon met het sturen van Twitter-berichten naar mevrouw Steiner via een nepaccount: @Tui_Elei. De profielfoto was een doodshoofd, en hij moest een eBay-gebruiker uit Samoa voorstellen die vond dat EcommerceBytes zijn verkoop had geschaad. Mevrouw Steiner negeerde de berichten, zelfs toen de toon steeds bozer en groffer werd. @Tui_Elei schreef: ‘Ik geloof dat ik een andere manier moet gebruiken om je aandacht te krijgen trut. . . ’ En zo begon op 10 augustus om 16.00 uur een hele parade van verontrustende leveringen bij de Steiners thuis met de bezorging van een pakket met een bloederig varkensmasker erin. Veertien minuten later schreef @Tui_Elei: ‘HEB IK NU JULLIE AANDACHT ????’
De Steiners ontvingen een boek met de titel Grief Diaries: Surviving the Loss of a Partner [Rouwbegeleiding. Hoe om te gaan met het verlies van een partner] en een rouwkrans. Ze ontvingen vliegenlarven en levende spinnen en een doos kakkerlakken. Exemplaren van het septembernummer van Hustler: Barely Legal, waarin ‘oogverblindende achttienjarigen’ werden aangeprezen, arriveerden bij de buren met David Steiners naam erop. Het Twitter-bombardement ging door, en @Tui_Elei begon toespelingen te maken op geweld: ‘als je onze zaken schaadt, schaad je onze familie. . . Ik zal ALLES doen om de familie te beschermen!!!!’ Op zijn eigen Twitter-account haalde Wymer Fred Rogers aan – hij zei dat een film over de inspirerende tv-persoonlijkheid hem aan het huilen had gemaakt, en dat hij ooit een zin van Rogers retweette: ‘Als er iets is dat me stoort, is het iemand die een ander vernedert.’ Maar op eBay gooide Wymer wat olie op het vuur. ‘Ze moeten kapot,’ zei hij op 11 augustus tegen Baugh. ‘Hoe lang het ook duurt. Koste wat het kost.’
Baugh deelde het bericht met zijn plaatsvervanger, David Harville, en voegde eraan toe: ‘Ik heb opdracht gekregen om tot vernietiging over te gaan.’
Spoken
Na de dreigleveringen en de Twitter-aanvallen begon fase 3 van eBay’s campagne tegen de Steiners: fysieke surveillance in Natick. Op 15 augustus vlogen Baugh en Zea er eersteklas heen. Ze moest gaan, had ze te horen gekregen. Laat die avond, nadat ze hadden ingecheckt in het Ritz-Carlton in Boston en zich bij Harville hadden gevoegd, reden ze in een gehuurd voertuig naar het huis van de Steiners. Hun missie was om een GPS-apparaat op de auto van het stel te installeren, maar ze ontdekten al snel dat de auto in de garage stond, die op slot was. Daarop ging Harville naar een ijzerhandel, aldus de aanklagers, en kocht een koevoet en handschoenen om te kunnen inbreken. (Wat uiteindelijk niet nodig was.) Hun handelingen hadden effect. ‘Het was psychologisch verwoestend,’ vertelt Lelling, de Amerikaanse advocaat. De Steiners sliepen niet goed meer, werden angstig en maakten zich zorgen dat ze werden achtervolgd. Ze zochten hulp bij de lokale politie, die ermee instemde hen in de gaten te houden.
Op de tweede dag dat het team in Massachusetts verbleef keerden Baugh, Zea en Harville terug naar Natick om de auto van de Steiners te volgen. Ze luisterden naar een internetfeed van de Natick-politieradio, en stopten hun achtervolging toen ze doorhadden dat ze waren opgemerkt.
Maar de pesterijen gingen door. Om 04.30 uur bezorgde een 24-uurs pizzeria de Steiners 70 dollar aan pizza’s – en een verzoek om betaling. @Tui _Elei zette zijn scheldpartijen voort, met gedetailleerde seksuele verwijzingen. Meer pizza. Er werden advertenties geplaatst met de aankondiging van de verkoop van onroerend goed (‘Alles moet weg!’) en nachtelijke swingersfeesten in het huis van Steiner (‘Bel aan op elk moment van de dag of nacht’). @Tui _Elei openbaarde hun woonadres. Harville keerde terug naar Californië en Popp nam zijn plaats in Boston in. Het eBay-team deed op 18 augustus opnieuw een poging tot een achtervolging, dit keer met een andere huurauto – die David Steiner wist te fotograferen. De vierde keer dat ze naar Natick reisden om de Steiners te achtervolgen, stond er een jeep met getinte ramen voor het huis geparkeerd, makkelijk te herkennen als die van een undercoveragent. Tevreden schreef Baugh op WhatsApp: ‘Ze zien nu spoken. Lol.’
Maar het lachen was een vergissing – de politie van Natick handelde snel en efficiënt. Een rechercheur kwam erachter dat voor sommige pizza’s een betaling was gedaan met een cadeaubon uit Silicon Valley, slechts een paar kilometer van het hoofdkantoor van eBay, en het kenteken van een van de huurauto’s leidde naar Zea. Het was niet moeilijk te achterhalen waar ze werkte. Op 21 augustus kwam een rechercheur haar opzoeken in het Ritz-Carlton. Nadat Zea hem had afgeschud, belde de rechercheur haar terwijl Baugh haar naar het vliegveld bracht. Baugh antwoordde, deed alsof hij haar echtgenoot was, en alsof hij dom was. Het duurde nog uren voordat Zea zou gaan vliegen, dus kregen ze een hotelkamer op de luchthaven om zich te verstoppen. Baugh zat op de bank en keek een fragment uit de komedie Old School uit 2003, waarin een echtgenoot de deur opendoet en een man tegen hem zegt: ‘Ik ben hier voor de gangbang.’ Hij herhaalde het eindeloos en zei tegen Zea dat ze zich niet zo druk moest maken.
Wat er ook voor nodig is
De politie van Natick schakelde de FBI in, evenals de advocaten van eBay, die hun eigen onderzoek startten. Volgens aanklagers begon het beveiligingsteam van Baugh nu aan een dekmantel te werken. Voor een verklaring waarom een cadeaukaart die in Natick werd gebruikt in de achtertuin van eBay was gekocht, kamden ze hun lijst van ‘personen van belang’ uit op zoek naar iemand die ze erin konden luizen. Ze overwogen ook om een stalker te creëren op wie ze alles af konden schuiven, bij voorkeur een Samoaan, aan wie het nep-account van @Tui_Elei was toe te schrijven. Managers legden nepdossiers aan over de Steiners die eveneens personen van belang zouden zijn en deelden deze met de politie – zodat ze ‘gek leken’, zoals een van hen het verwoordde, en hun klachten over intimidatie ongeloofwaardiger werden.
Ondertussen schreven leden van het beveiligingsteam elkaar e-mails die de indruk wekten dat ze de @Tui_Elei-tweets pas net hadden ontdekt, en een van hen, Brian Gilbert, belde de Steiners, zogenaamd om eBay’s steun aan te bieden – de laatste stap van de ‘witte ridder’-strategie. ‘Ik heb net telefonisch contact opgenomen,’ liet Gilbert het team na afloop weten. ‘Ze waren totaal van slag en verwezen me onmiddellijk door naar de politie van Natick.’
Volgens de aanklagers werkte het team urenlang aan coververhalen om de autoriteiten van Natick te misleiden, en op een gegeven moment overwoog het om een ’vriend’ op een politiebureau in de Bay Area in te schakelen om vervalste camerabeelden te leveren. De volgende dag, 22 augustus, had Gilbert een ontmoeting met Natick-rechercheurs. Volgens de aanklagers veranderde de zelfverzekerde toon van de communicatie van het beveiligingsteam vrijwel onmiddellijk.
Op 25 augustus schreef Baugh Wymer op zoek naar ondersteuning op hoog niveau dat zijn team ‘onze vriend in Boston’ had gepolst. De politie had er lucht van gekregen, zei hij, en zelfs de advocaten van eBay stelden vragen. ‘Als er een manier is om een topcover te krijgen, zou dat geweldig zijn,’ schreef hij. De reactie van Wymer is niet bekend.
Het team van Baugh probeerde bedrijfsonderzoekers tegen te houden. Toen de juridische afdeling van eBay Zea de volgende dag via de speakerphone interviewde, wisten de advocaten niet dat Popp haar op de achtergrond stond te coachen. Zea loog en zei dat ze in Boston was geweest om een conferentie bij te wonen. Naderhand gaf Baugh het team volgens de aanklagers de opdracht om gegevens van hun telefoons te wissen. Tegen het einde van de maand wisten eBay-advocaten genoeg om de eerste leden van Global Security and Resiliency, waaronder Baugh, met administratief verlof te sturen.
Op 18 september kreeg Zea een bericht van haar uitzendbureau: ‘We zien ons genoodzaakt uw dienstverband met ingang van vandaag te beëindigen.’ Ze kreeg geen ontslagvergoeding. Wymer werd ook ontslagen. Wenig nam later die maand ontslag en zei dat het duidelijk was dat hij ‘niet op één lijn stond’ met het bestuur van eBay. Er was geen spoor van een schandaal. Zijn exit-pakket was 57 miljoen dollar.
In juni 2020, toen de FBI haar onderzoek afrondde en de beschuldigingen openbaar werden, zei Wenig in een verklaring dat hij niets verkeerds had gedaan. ‘Er was geen sprake van aansturing, kennis, persoonlijk begrip, stilzwijgende goedkeuring. Nooit,’ zei hij. In een aparte verklaring zei Wymer dat hij ‘nooit zou instemmen met of zou deelnemen aan’ activiteiten tegen de Steiners. Ina Steiner blijft groot en klein nieuws over eBay brengen. De aandelen van het bedrijf zijn bijna verdubbeld sinds het dieptepunt in maart, dankzij het coronavirus dat de online verkoop stimuleert. Elliott Management heeft een substantiële winst geboekt.
Zea maakt het minder goed. Ze kreeg afgelopen najaar een baan als analist bij een groot sociaalmediabedrijf, maar toen de Steiner-zaak openbaar werd, werd ze ontslagen. Ze is weer bij haar ouders ingetrokken. Ze gebruikte de vaardigheden voor het naspeuren van mensen die ze op eBay had opgedaan om zichzelf van internet te wissen. Op sommige dagen heeft ze het gevoel dat ze nauwelijks bestaat.
Zea wist zichzelf van internet te wissen. Op sommige dagen heeft ze het gevoel dat ze nauwelijks bestaat
‘Het is gemakkelijk om te zeggen: “Waarom ben ik niet weggegaan?”’ zegt ze. ‘Maar op dat moment was ik doodsbang en zat ik vast. Het spijt mij enorm. Ik heb er spijt van dat ik hier zelfs maar een kleine rol in heb gespeeld. Als ik terug in de tijd zou kunnen gaan en op enigerlei wijze zou kunnen voorkomen dat de Steiners dit zouden ervaren, zou ik dat onmiddellijk doen.’
Ze zegt dat ze in Massachusetts weinig deed, behalve dat ze soms in de gehuurde auto’s rondreed in Natick en haar moeder belde en huilde om hoezeer ze haar baan haatte. Het was er waarlijk sadistisch aan toe gegaan: één keer haalde een bewaker alle persoonlijke bezittingen van de analisten uit hun kluisjes en gooide ze in vuilniszakken om ze te leren dat ze geen privacy op het werk konden verwachten. Hierop volgde een fragment over lockerdiscipline uit de Vietnam-film Full Metal Jacket.
Techplatforms worden voortdurend gebruikt om misdaden te plegen, maar de ervaring van Zea is iets nieuws: gevraagd worden een misdaad te plegen om het platform zelf te beschermen, of in ieder geval de leidinggevenden die het runnen. Als je er iets tegenin brengt – zoals een van haar collega’s deed – word je ontslagen. Als je erin meegaat en erop vertrouwt dat de ex-politiechefs in je team het verschil kennen tussen goed en kwaad, kan je lot nog veel erger zijn. ‘Ik weet niet of ik ooit nog een werkgever zal vertrouwen – en of een werkgever mij ooit zal vertrouwen,’ zei Zea.
Wenig en Wymer hebben zulke zorgen niet. In juni werd Wenig herkozen in de raad van bestuur van General Motors, een functie die 317.000 dollar per jaar betaalt. Mary Barra, de CEO van GM, noemde het cyberstalkingschandaal ‘betreurenswaardig’, maar merkte op: ‘Dit had niks met GM te maken.’
Wymer heeft een nieuwe baan, als algemeen directeur van de Boys & Girls Clubs van Silicon Valley. De voorzitter van de raad van bestuur zei dat de non-profitorganisatie ‘op de hoogte’ was van wat er binnen eBay is gebeurd, maar gelooft dat Wymer ‘een integere leider’ is en de unanieme keuze voor de baan.
In een tweet van de organisatie waarin zijn werving werd aangekondigd, was als hashtag de kenmerkende zin van Wymer: Whatever It Takes. Voor de kinderen van Silicon Valley is dat in dit sombere jaar de nieuwe Gulden Regel.
Op social media heeft hij meer volgers dan Madonna en Oprah Winfrey, maar u hebt waarschijnlijk nog nooit van hem gehoord. Opiniemaker Kai-Fu Lee, ex-chef van Google in China, is hét gezicht van de Chinese techsector. Zijn naam is synoniem met een opkomende economie die staat te popelen om de rest van de wereld te veroveren.
In zijn beginjaren hielp Kai-Fu Lee bedrijven als Microsoft en Apple hun innovatiestrategie uit te stippelen. Maar pas toen onder zijn aanvoering een poging om Google naar de Chinese markt te brengen mislukte, veranderde alles. Hij verliet Google in 2009 om ter bevordering van de Chinese techsector zijn eigen durfkapitaalfonds Sinnovation op te zetten. Lee, in eigen land machtig en invloedrijk, heeft zo’n 50 miljoen volgers die op de microblogsite Weibo aan zijn lippen hangen. Het China dat hij promoot bruist van innovatie. Maar het Westen staat nog weifelend tegenover dit mysterieuze, economisch reusachtige land, dat druk doende is zijn rol in de wereld te bepalen.
Volgens Lee hoeven we ons over China echter geen zorgen te maken. Hij wil zijn invloed juist aanwenden om te waarschuwen voor een naderende ‘AI-ramp’. Hij schat dat kunstmatige intelligentie wereldwijd zo’n 40 tot 50 procent van de banen overbodig zal maken, maar dat we dat gedeeltelijk kunnen afwenden als we genoeg creativiteit en compassie inzetten. Volgens Lee is het menens. Regeringen wereldwijd zijn gewaarschuwd, maar zouden met goed beleid maatschappelijke onrust kunnen voorkomen.
We spraken met Kai-Fu Lee over het raadselachtige China, over waarom Google het moeilijk zal krijgen in dit grootste techland ter wereld en over waarom overheden AI serieus moeten nemen.
52 Insights: Om er maar geen doekjes omheen te winden: komt het betoog in uw boek AI Superpowers er niet op neer dat de Chinese techsector Silicon Valley voorbij zal streven omdat de Chinezen beter zijn in kopiëren en stelen?
Kai-Fu Lee: Nee, helemaal niet, ik denk dat u dat verkeerd hebt begrepen. Daar klopt niets van.
Kunt u me dan uitleggen waar uw betoog wél op neerkomt?
‘Volgens mij is wat China doet wel degelijk te danken aan kopiëren, maar geëvolueerd tot iets wat net zo goed is als Silicon Valley. Het zijn twee systemen die zich totaal anders hebben ontwikkeld. Het is alsof je aan iemand vraagt wat belangrijker voor hem is, lucht of water, of wat het meeste waard is, diamant of goud. Zowel Silicon Valley als het Chinese systeem heeft intrinsieke waarde, want beide zorgen voor enorme welvaart en beide zullen over een eeuw nog van groot belang zijn. Maar ik ga geen voorspellingen doen welke van de twee de ander gaat overschaduwen.
Het is geen wapenwedloop, ze functioneren in parallelle universums. Het Chinese model draait om het opwerpen van een hoge drempel om kopieergedrag en een prijzenoorlog te voorkomen. Het gaat om aandacht voor detail, operational excellence, werken voor een gigantische markt, directe feedback uit de markt en net zo vaak herhalen tot het innovatief wordt. Zo doe je dat. Ik denk wel dat het met kopiëren is begonnen.’
Ik wil de manier van denken van Chinese ondernemers proberen te doorgronden. U zegt dat die draait om herhalen en details. In het Westen hebben we meer waardering voor ideeën en het belang van innovatie. Is er een groot verschil?
‘Ik denk dat waarde in China het einddoel is. Hoe je daar komt, doet er minder toe. Of jij het idee bedacht hebt, is onbelangrijk. Dus je neemt een eigen idee, of dat van iemand anders, of van wie ook. Vaak hééft een beginnend bedrijf niet eens een idee; zodra je van start gaat en feedback krijgt van je gebruikers, verwerf je inzicht en krijg je uiteindelijk een wereldschokkend product.
‘De vijf beste Chinese apps zijn niet ontstaan doordat er bij iemand een lichtje opging: “Laat ik er daar eens een van gaan bouwen.” Na een jaar of vijf zes aanpassen zijn ze ongelooflijk krachtig en doen ze niet onder voor Amerikaanse apps. Het is lastig ze te beschrijven zonder ze te laten zien, maar ik heb een top drie in gedachten die u versteld zou doen staan, zoals toen u YouTube, Google Maps of Snapchat voor het eerst zag.’
Stelt het succes tegen elke prijs en het veel hogere arbeidsethos waarover u schrijft, Chinese techbedrijven in staat een hoge vlucht te nemen en het andere sectoren, zoals Silicon Valley, moeilijk te maken?
‘Omdat ze niet voor dezelfde markt werken, beconcurreren ze elkaar niet. Maar ik heb onlangs nog gezegd dat wanneer er internetgebruikers op Mars zouden zijn en Chinese én Amerikaanse bedrijven daar voet aan de grond zouden zetten, ik mijn geld op de Chinezen zou inzetten. In de echte wereld behoren Europa en de VS volledig tot het Amerikaanse “ecosysteem”. Hun mobieltjes zitten vol Amerikaanse apps, daar kun je niet zomaar een Chinese tussen zetten. Dat is niet alleen een kwestie van taal, maar ook van researchpatronen en betaalmethoden. Het heeft te maken met liefde voor een merk, geloof in je bedrijf, dat soort dingen.’
Sommige mensen denken daar heel anders over. Ze denken dat er een wapenwedloop gaande is, dat je alleen maar hoeft te kijken naar de grotere defensie-uitgaven van Amerikanen en naar China, dat zich op de borst slaat en beweert dat het in 2030 leider wil zijn op het gebied van AI. Er heerst ook iets van scepsis en ongerustheid als het gaat om China. Dat komt misschien doordat we niet zo veel van dat land weten, omdat het nog altijd achter zo’n zwaar gordijn schuilgaat.
‘Elk land heeft zijn ambities. Donald Trump werd tot president gekozen met zijn slogan “Make America great again”, Obama zei “Yes we can” en China zegt dat het tot de beste op AI-gebied wil behoren. Hopelijk wil de Chinese overheid dat het Chinese volk beter wordt van de vooruitgang op dat gebied. En Amerika zou van hetzelfde moeten dromen voor zijn burgers. Het gaat hier niet om een strijd om grondstoffen, olie of land. Elk land ontwikkelt zijn talenten. Verder is het ook niet alsof ze allebei hun waar aan Zuid-Amerika proberen te slijten en erover bakkeleien welk product Brazilië bijvoorbeeld zal kiezen. Het zijn echt twee naast elkaar bestaande ruimten, twee landen die het uitstekend doen op basis van verschillende methodologieën.’
Maar sommige mensen associëren China met een autoritaire overheid, met schendingen van mensenrechten. Staat dat volgens u ware innovatie en originaliteit niet in de weg?
‘Ik ben geen expert op het gebied van overheidsbeleid en mensen hebben uiteraard recht op hun mening. Het belangrijkste is volgens mij dat er innovatieve producten uit China komen. Dat is een realiteit die niet valt te ontkennen. Als ik u WeChat zou laten zien, zou u zeggen: “Wauw, dat is nog eens inno-vatief!” Heiligt het doel niet de middelen? Er is geen idee gestolen, alles is in China ontwikkeld. Daar was veel geld en ondernemingszin voor nodig. Het is gewoon een andere manier om een resultaat te bereiken.’
‘AI zal wereldwijd zo’n 40 tot 50 procent van de banen overbodig maken’
*U schrijft dat de Chinese overheid via een durfinvesteringsconstructie steeds meer geld in de techsector pompt; in acht jaar is dit bedrag gestegen van 7 miljard tot 27 miljard dollar. Wat verwacht de Chinese overheid van de techsector, aangezien ze er zo veel geld in investeert? *
‘Het Chinese durfkapitaalsysteem heeft zich min of meer op eigen kracht ontwikkeld, bijna zonder overheidssteun, dankzij kapitaal uit Amerika en Europa, die beseften dat China in de lift zat. Over het geheel genomen is 27 miljard dollar over vijftien jaar ook niet zo veel. Het helpt, je stookt het vuurtje ermee op, maar het is niet de ware katalysator. En het geld kwam laat; tegen de tijd dat de overheid ging meedoen, wás er al durfkapitaal. Maar ik geef toe dat de overheid bijdraagt aan het Chinese ondernemers-klimaat. Nieuwe technologieën worden niet met wetten aan banden gelegd, waardoor ze tot bloei kunnen komen. Betalen met je mobieltje is een goed voorbeeld.’
‘Nieuwe technologieën worden niet met wetten aan banden gelegd, waardoor ze tot bloei kunnen komen’
*Denkt u dat Chinese bedrijven tot de Amerikaanse en Europese markt willen doordringen? *
‘Amazon, Google en Facebook hebben zo’n sterke marktpositie dat het voor Chinese bedrijven heel moeilijk zal zijn om te concurreren. Maar China zou in opkomende economieën mogelijk in het voordeel kunnen zijn. Chinese bedrijven dringen tot Zuidoost-Azië, Afrika en het Midden-Oosten door via samenwerkingen en investeringen.’
Zou u iets zou willen zeggen over de terugkeer van Google op de Chinese markt na zo’n lange afwezigheid? Onlangs haalde hun zoekmachine Dragonfly alle kranten omdat de technologie het mogelijk maakt zoekopdrachten van gebruikers te koppelen aan hun telefoonnummer, waardoor ze op de radar van de overheid blijven. Wat vindt u daarvan?
‘Ik ben negen jaar geleden bij Google weggegaan. Het is voor Google heel moeilijk om naar China te komen. Om dezelfde redenen kunt u zich voorstellen dat Chinese bedrijven weinig succes zullen hebben in het Verenigd Koninkrijk. Het wordt een harde strijd voor Google. Ik stond dertien jaar geleden aan het hoofd van dat bedrijf en toen waren de parallelle universums lang niet wat ze nu zijn. Wat toen nog kon, is tegenwoordig heel moeilijk.’
In een opinieartikel in The New York Times schrijft u dat AI allerlei banen overbodig zal maken: bankemployees, medewerkers van klantenservices, telemarketeers. Hoe serieus moeten overheden die dreiging nemen?
‘Het begint waarschijnlijk pas echt over een paar jaar, omdat de technologie dan verder is. We horen bijvoorbeeld van bedrijven dat ze erover denken de operationele staf de komende drie jaar te halveren. Dat zijn voortekenen. Maar veel bedrijven moeten eerst nog aanpassings- en technische problemen oplossen. Ik denk dat het een jaar of vijftien duurt voordat grote aantallen banen overbodig zullen worden. Overheden moeten gaan beseffen wat er aan de hand is. Als ook maar 1 procent van de bevolking het slachtoffer wordt, is het te laat om over de kwestie na te gaan denken. Dat moeten we voor zijn.’
U schrijft: ‘Ik vrees dat er voor werknemers steeds minder vaste voet onder de grond overblijft, als dieren die zich moeten terugtrekken voor een overstroming, springend van de ene rots naar de andere.’ Dat is een beangstigend beeld.
‘Ja, op basis van onderzoek voorspel ik dat dat zal gebeuren.’
U zegt dat China zich niet druk maakt over die kwestie.
‘Amerikanen en Europeanen denken het meest over deze kwestie na. Dat doen maar heel weinig Chinezen. Ze vertrouwen op de Chinese overheid, die zich meestal met dit soort zaken bezighoudt. De belangrijkste reden waarom Chinezen zich niet druk maken, is omdat de Chinese overheid de transitie van landbouw naar maakindustrie effectief heeft aangepakt door die van bovenaf op te leggen. Dat is een verschil met de westerse aanpak. Ik zeg niet of dat goed of slecht is. Maar omdat de overheid het eerder goed heeft gedaan, geloven mensen dat ze zich ook wel weer over een volgende grote verandering zal ontfermen.
‘Chinezen zijn veel meer gericht op geld verdienen. De “goudkoorts” is begonnen toen Deng Xiaoping een aantal jaren geleden zei: “Laat sommige mensen eerst maar eens rijk worden.” We bevinden ons nu in het vierde decennium van die zucht naar rijkdom. Er zijn nog steeds veel mensen uit families die al tien of twintig generaties lang rijk of arm zijn, en de verwachting is nog altijd groot dat het volgende kind de familie zal opstoten naar de middenklasse of naar een zeker welvaartspeil. Die verwachting zet het Chinese volk aan tot hard werken en tot die genoemde manier van ondernemen. Het zorgt er ook voor dat mensen materiële welvaart hoger aanslaan. Die cultuur verdwijnt over een jaar of vijftig vanzelf, wanneer de middenklasse zal zijn gegroeid.’
Zonder twijfel is China voor het Westen een interessant land. Wij kijken ernaar met een mengeling van nieuwsgierigheid, angst en fascinatie. Wat zijn de grote uitdagingen voor China? Het land telt bijna 1,4 miljard inwoners, de middenklasse rijst de pan uit en wordt steeds veeleisender, terwijl sommigen waarschuwen voor een uiteindelijke economische terugval.
‘Het onderwijs is verbeterd, maar er bestaat nog steeds een grote kloof tussen onze universiteiten en de beste in de VS en het Verenigd Koninkrijk. Vooral de VS weet fantastische jonge mensen aan zich te binden die er willen studeren, er geweldig onderzoek doen en er vervolgens blijven hangen. China heeft dat voordeel niet. De VS trekt mensen van heinde en verre, China heeft bijna alleen Chinezen. En hoe groot het land ook is, het is maar een fractie van de wereld. Dus om een wereldspeler te zijn en ervoor te zorgen dat Chinezen willen blijven, moet China mensen uit andere landen trekken.’
Wat zal er gebeuren wanneer technologie zo diep in onze samenleving doordringt dat alle fabrieksbanen sneuvelen?
‘Als we daarop willen anticiperen, komt het aan op twee dingen: creativiteit en compassie. Bij crea- tiviteit draait het om onderwijsbeleid voor slimme, talentvolle mensen: die moet je al vroeg laten specialiseren en hun passie laten volgen, zodat ze optimaal presteren in hun creatieve domein. Maar dat is maar voor een klein percentage weggelegd, waardoor het banenprobleem niet wordt opgelost. Dan blijft compassie als enige oplossing over. Daarmee bedoel ik compassie in brede zin: in staat zijn een band met iemand aan te gaan. Daarbij denk ik aan banen als au pair, leraar, verpleegkundige, sociaal werker en psychiater, waarbij veel menselijke interactie komt kijken.
‘Overheden moeten er alles aan doen om het aantal banen in die sector te vergroten. Zelfs al kunnen machines ze nabootsen – denk aan een robot- verpleegkundige – dan willen mensen ze niet echt. Ik denk dat AI aan dat soort banen kan bijdragen als analytische machine die mensen in staat stelt te doen waar ze het beste in zijn: andere mensen aandacht geven. Daarom is die sector waarschijnlijk de enige die groot genoeg is om de verschuiving op de arbeidsmarkt op te vangen. In de komende 15 tot 25 jaar zijn sociaal ondernemerschap, maatschappelijk verantwoord investeren en vrijwilligerswerk noodzakelijk.
‘Als we over tachtig jaar terugkijken, als routine-matige banen zijn overgenomen door machines, kunnen we doen waar we goed in zijn, waar we van houden, dan kunnen we bijvoorbeeld nadenken over de zin van het leven. Maar eerst moeten we door de komende 25 jaar heen, waarin ons een uitdagende transitie staat te wachten.’
Opgericht in 2015 vanuit de behoefte om mensen te informeren over fundamentele veranderingen in de wereld door middel van diepgaande discussies. Het format bestaat uit een interview per week met een schrijver, designer, onderzoeker, leider of anderszins innoverende persoon die onze visie op de wereld kan veranderen.
De Italiaanse romancier Alessandro Baricco waande zich een tamelijk onwetende archeoloog die onderzoek ging doen naar alle grote digitale bolwerken alsof het ruïnes zijn van een geheimzinnige verdwenen beschaving. Op het Forum spreekt hij over zijn nieuwe creatie. In La Repubblica schreef hij er alvast over.
De vraag of ons met de digitale revolutie nou eigenlijk een oor wordt aangenaaid bleef me bezighouden. Bovendien was er intussen heel veel nieuws te melden en was alles een stuk duidelijker geworden. In 2006, toen ik De Barbaren schreef, tastten we nog in het duister, zogezegd. De iPhone bestond nog niet eens. En ook Youporn niet, en van twitteren had nog nooit iemand gehoord. Kortom, hoog tijd voor een update.
Dus heb ik me in de materie verdiept en her en der mijn licht opgestoken. En nu ben ik bezig met de laatste bladzijden. Enigszins uitgeput, maar op de manier van iemand die in zijn eentje rond de wereld is gereisd en zich helemaal top voelt, afgezien van een vreemde trilling in zijn oog en terugkerende nachtmerries. Voor het schrijven van de laatste bladzijden van De Barbaren ben ik indertijd afgereisd naar de Chinese Muur: toen wilde ik trachten duidelijk te maken dat het optrekken van muren tegen de digitale vloedgolf net zo’n schitterend en stompzinnig idee was als dat van die muur, die er in de geschiedenis nooit in was geslaagd een invasie van volkeren uit het noorden tegen te houden. En dus zat ik eerst urenlang in een vliegtuig en liep vervolgens zeven uur lang over de Chinese Muur. Op een gegeven moment kruiste ik twee Amerikanen die hem helemaal rennend aflegden. Wat voor idiote dingen je ook doet, er is altijd iemand die nog idioter is dan jij.
Dit keer ben ik naar Silicon Valley gegaan. Een mythische plek, maar van een heel ander kaliber, dat moge duidelijk zijn. Ik heb het gedaan omdat een van de dingen die ik me de afgelopen twee jaar tijdens mijn onderzoek heb gerealiseerd is dat het echt allemaal dáár is begonnen, binnen een straal van luttele kilometers, en dat het nog steeds allemaal daar gebeurt, binnen diezelfde straal van luttele kilometers. De navel van de wereld. Een soort Florence in de renaissance, of Parijs in de jaren twintig.
Ik bestudeerde ze al twee jaar op afstand, die vaders van de digitale revolutie. Allemaal Amerikanen, allemaal wit, allemaal man, bijna allemaal ingenieur. Ik had inmiddels het idee dat ik hen begreep: ik kende hun tics, hun mythen, wat ze deden toen ze jong waren en hoe hun geest werkte. Het enige wat ik niet wist was wat ze zagen als ze uit het raam keken en hoe de plekken eruitzagen waar ze ontbeten. En daarom ging ik erheen. Het stelt niet veel voor. Wat ze zien als ze uit het raam kijken, bedoel ik. Het stelt niet veel voor. Silicon Valley is zo’n plek in Amerika die overal in Amerika zou kunnen zijn. Het is het soort plek waar je de snelweg neemt om naar de kapper te gaan. Anders raak je verdwaald in gigantische, als kruiswoordraadsels ontworpen woonwijken.
Tekenen van een mensheid
De namen van de steden zijn inmiddels legendarisch: Palo Alto, Mountain View, Cupertino, Menlo Park. Je stelt je daar megahippe plekken bij voor, maar uiteindelijk vind je er, naast bungalows en villa’s, niet veel meer dan een aardige hoofdstraat, downtown, waar de restaurants er aantrekkelijk uitzien maar de meubelwinkels bijvoorbeeld een aanfluiting zijn, met interieurs die zelfs in de provincie diep in de vorige eeuw al volstrekt gedateerd waren. Het valt moeilijk te begrijpen: je zoekt naar tekenen van een mensheid die jaren op de rest voor zou moeten lopen en vindt jezelf uiteindelijk terug tussen de divans in gothic country style. Tja… Ook kwam ik door een geestig misverstand terecht in een motel in indianenstijl, in die zin dat ze er lederen schemerlampen hadden, nachtkastjes met houten vossen erop en portretten van Pawnee-indianen aan de muur: maar geen etnisch of politiek correct spul, nee, echt van die goedkope namaakrommel die je in de jaren vijftig wel bij vrouwen met krulspelden in de zitkamer aantrof. In de hal hing een foto van de opening, uit 1959 inderdaad, iedereen in zwart-wit lachend naar de fotograaf. Ook nu hangt er nog steeds een zweem van trots in de lucht, net als er koeienhuiden aan de muren hangen en nep-Comanchetapijten op de vloer liggen. Het zette me aan het denken, want tien minuten verderop bevindt zich het hoofdkwartier van Apple, om maar iets te noemen, en dus kwam ik tot de volgende overweging: als deze mensen, die op steenworp afstand wonen van Google, Apple, Facebook, en van duizenden digitale startups, als deze mensen nog steeds in huizen wonen met een lederen schemerlamp, pijl en boog aan de muur en houten minibizons als snuisterij, waarom maken we er ons op duizenden kilometers afstand dan zorgen over dat ze er met onze Vlaamse primitieven en de muziek van Schubert vandoor zullen gaan? Nee, ik meen het, die paranoia van ons zal toch niet onterecht zijn?
Want paranoïde zijn we, dat lijkt me duidelijk, en daarom heb ik dit boek ook geschreven: in zekere zin is het een vervolg op De Barbaren, maar toch ook weer niet. Dit keer ben ik namelijk verder gegaan, of dichterbij gebleven, dat hangt ervan af hoe je het bekijkt – het resultaat had een betrouwbare en voor zover mogelijk mooie atlas moeten worden van de aarde die we zijn gaan bewonen nadat we de rampzalige twintigste eeuw achter ons hadden gelaten. En inderdaad zag ik na een tijdje dat er onder mijn ogen een kaart ontstond, onnauwkeurig, zeker, maar tamelijk geloofwaardig, vol met dingen die ik niet wist, met continenten waarvan ik het bestaan vermoedde maar waar ik nooit een goed beeld van had gehad, of met oceanen waarvan ik niet wist dat ze bestonden maar die er opeens waren. En naarmate die kaart groeide – en me af en toe verbaasd deed staan, door bepaalde combinaties van gebeurtenissen, of wonderen van mental design – naarmate die groeide zag ik ergens, ik weet niet waarvandaan, een naam opduiken die volstrekt niet van zins was weer te verdwijnen, zodat ik uit-eindelijk tot de slotsom kwam dat het waarschijnlijk de naam is van de maatschappij waarin we leven.
Hoe het ook zij, toeval bestaat niet: als The Game daar is ontstaan, in Silicon Valley, dan was daar een reden voor. In een straal van enkele kilometers had je er militairen, de ruimtevaartindustrie, een stortvloed aan producenten van microchips, een universiteit als Stanford, Hollywood (zonder dromen kom je nergens), de pioniers van de science computer (Hewlett-Packard), en bovenal een groot aantal gestoorde hippies: de Californische tegencultuur. Stop dat allemaal bij elkaar, even goed schudden en je krijgt Steve Jobs. Het heeft even geduurd voordat ik het doorhad: ik dacht dat het een revolutie was die geheel werd geleid door ingenieurs en technocraten, maar ik had geen rekening gehouden met de afwijkende Californische manier van leven. Bij ons was het in de jaren zeventig zo dat als je een zwager had die informatica had gestudeerd, je niet avond aan avond joints met hem zat te roken, en je ook niet dacht dat hij misschien wel van plan was het systeem omver te werpen. Het was al heel wat als hij niet naar de kerk ging. Maar daar, in Californië, had een informatica-zwager vaak lang haar, waste zich zelden, had nerdachtige neigingen, noemde zichzelf hacker, bracht al zijn tijd door in duistere computerlabs en had een elementaire opvatting over de wereld: die moest vernieuwd. Echt, in die tijd had je op dat soort plekken tien twintigers die walgden van de way of life van hun ouders, vijf die demonstreerden tegen de Vietnamoorlog, drie die de vrije liefde praktiseerden in een Volkswagenbusje en twee die in een lab videogames aan het programmeren waren. Het is goed te beseffen dat we in een beschaving leven die door die laatste twee is verbeeld.
Ze wilden de wereld veranderen, zo werd me duidelijk, en dat deden ze met behulp van een door ingenieurs bedacht systeem, waarvan ik uit- eindelijk veel heb geleerd. Het werd het duidelijkst samengevat in een interview met Stewart Brand, een man van wie ik tot een paar maanden geleden niets wist. Hij was (is) een soort profeet, heel bekend in Silicon Valley, een beatnik die rondliep in een leren jack met franje, de effecten van lsd bestudeerde en ondertussen rondhing in de beste computerlabs. Welnu, op een keer zei hij dit in een interview: ‘Je kunt proberen het hoofd van de mensen te veranderen, maar daar verdoe je alleen maar je tijd mee. Wat je wél kunt doen is de instrumenten veranderen die ze gebruiken. Doe het en je zult de beschaving veranderen.’ Laat dat tot je doordringen en opeens begrijp je veel beter wat er de laatste dertig jaar is gebeurd.
Stewart Brand is ook de eerste mens die het idee zwart op wit heeft gezet dat ieder mens een eigen computer op zijn bureau moest hebben staan. Hij zei het toen dat nog klonk als ‘over twintig jaar kan iedereen thuis voor de televisie met zijn blote handen zijn eigen amandelen knippen’.
Een paar jaar later, op een congres voor designers, werd Steve Jobs gevraagd een speech te houden. Hij was toen nog niet Steve Jobs, hij ging gewoon omdat ze hem betaalden. Toen hij de zaal betrad, realiseerde hij zich dat niemand, maar dan ook niemand wist wat software was. Oké, ik zal het proberen uit te leggen, zei hij. En welk voorbeeld gebruikte hij om het uit te leggen? Pong, een videogame, je weet wel, dat gekmakende spel met die twee rackets die omhoog en omlaag gingen en dat ellendige balletje. O ja, wie herinnert zich nog ‘Stay hungry, stay foolish’, de beroemde zin die bij alle afbeeldingen van Steve Jobs staat? Nou, die kwam niet van hem. Hij gaf het zelf toe. Van wie die wel was? Stewart Brand.
The Game is het verhaal van een tamelijk onwetende archeoloog geworden die onderzoek gaat doen naar alle grote digitale bolwerken – van Google tot Apple, van Facebook tot YouTube – alsof het ruïnes zijn van een geheimzinnige verdwenen beschaving. Hij graaft, onderzoekt, bestudeert, brengt aan de oppervlakte, tart eeuwenoude vloeken, stoft fossielen af, zet zijn leven op het spel, en dat alles om te proberen erachter te komen wie die mensen waren, op wat voor manier ze dachten, waar ze bang voor waren, wat ze wilden en hoe het met ze af is gelopen. Het interessante is dat wíj die mensen zijn, die beschaving is de onze, en die geschiedenis is onze geschiedenis.
Sinds 1976 de krant voor de intellectuele en zakelijke elite van Italië, staat politiek dicht bij de Democratische Partij (PD). Uitte gedurende Berlusconi’s laatste termijn steeds meer kritiek op de regering. Qua oplage concurrent van Corriere della Sera.
Suggesties voor een ander sociaal netwerk, en meer.
Belastingen: Brussel komt in actie
Op 21 maart presenteerde de Europese Commissie een plan om de internetreuzen zwaarder te gaan belasten. Een dergelijke belasting zou de Europese Unie bij een tarief van 3 procent jaarlijks 5 miljard euro kunnen opleveren, zo bericht de Financial Times.
Brussel probeert door deze maatregelen de grote internetbedrijven, die van belastingontduiking worden beschuldigd en inderdaad weinig aan de fiscus in Europa afdragen, alsnog te laten dokken. Het plan maakt deel uit van een veel breder initiatief, geleid door de OESO, om de belastingwetgeving te hervormen in een sector waarvan de activiteiten nu veelal nog tussen de mazen van het net van nationale belastingwetgevingen door glippen.
De Commissie wil met name ‘de regels met betrekking tot het belasten van ondernemingen zodanig aanpassen dat de winsten worden geregistreerd en belast daar waar de ondernemingen een belangrijke interactie hebben met de gebruikers’.
Voorlopige belasting
De Europese Commissie is overigens van plan een voorlopige belasting te gaan opleggen voor activiteiten op het internet die vandaag de dag nog onbelast zijn. Dat betreft dan de opbrengsten uit reclame, de kosten die door gebruikers voor diensten worden betaald zoals bij Apple en Spotify het geval is, en ook het geld dat de verkoop van persoonsgegevens aan derden oplevert. De belasting zou alleen gelden voor ondernemingen met een bruto jaaromzet van ten minste 750 miljoen euro wereldwijd, en 50 miljoen euro binnen de EU.
‘Wij nemen absoluut niet speciaal Amerikaanse ondernemingen op de korrel,’ bezwoer de Eurocommissaris voor Economische Zaken en Financiën, de Fransman Pierre Moscovici, bij de presentatie van de nieuwe belastingmaatregelen. In dezelfde week onderhandelden de Europeanen met de Amerikanen over een uitzonderingspositie bij de heffing van invoerrechten op staal en aluminium, die door Donald Trump in het leven zijn geroepen. Maar Brussel moet toegeven dat van de 120 tot 150 ondernemingen die te maken krijgen met de gevolgen als de voorstellen van de Commissie worden aangenomen, de helft Amerikaans is en eenderde Europees.
Geen hamerstuk
Onder de grote namen uit Silicon Valley bevinden zich bijvoorbeeld Google en Facebook, maar van Europese kant alleen het Zweedse Spotify. De internethandel – dus Amazon – zou in eerste instantie deels worden gevrijwaard van de nieuwe belasting, meldt de Financial Times.
Het aanvaarden van de maatregelen die de Commissie voorstelt, wordt overigens geen hamerstuk. Alle 28 lidstaten van de EU moeten hun akkoord geven. Maar de landen die tot dusverre een fiscale politiek hebben gevoerd die zeer gunstig is voor het bedrijfsleven, zoals met name Ierland en Luxemburg, zouden wel eens dwars kunnen gaan liggen.
Mark Zuckerberg, oprichter en hoogste baas van Facebook, ligt zwaar onder vuur sinds het aan het licht treden van de affaire- Cambridge Analytica.
Maar al op 17 maart verwierp hij categorisch het idee om terug te treden. ‘Ik heb dit bedrijf opgezet. Ik heb de leiding. En ik ben verantwoordelijk voor wat hier gebeurt,’ verklaarde hij. ‘Ik probeer niet de schuld te leggen bij wie dan ook.’
Het sociale netwerk wilde een paar dagen later, op 4 april, ternauwernood toegeven dat de gegevens van mogelijk wel 87 miljoen Facebookgebruikers terecht waren gekomen bij Cambridge Analytica, een adviesbureau dat in 2016 had gewerkt voor de campagne van Donald Trump. Aanzienlijk meer dus dan de 50 miljoen die waren genoemd door The New York Times en The Observer, de Amerikaanse krant en het Britse weekblad die op 17 maart de affaire hadden onthuld.
De nummer twee van Facebook, Sheryl Sandberg, die zoals de Financial Times in herinnering roept, bij Google en voor het Amerikaanse ministerie van Financiën heeft gewerkt, erkende dat het bedrijf ‘vergissingen’ heeft begaan en te lang heeft gewacht met een reactie op de onthullingen. Terwijl op de beurs de aandelen Facebook omlaag denderden en de politiek uitleg eiste, wachtten Zuckerberg en Sandberg vijf dagen eer ze iets van zich lieten horen.
Als gevolg van de onthullingen heeft Facebook maatregelen genomen om de toegang van ontwikkelaars van apps tot gebruikersgegevens te beperken. Een instrument voor adverteerders is eveneens geblokkeerd en de onderneming heeft haar beleid op het punt van vertrouwelijkheid herzien.
Suggesties voor een ander sociaal netwerk
Nationalisatie
Facebook vaarwel zeggen is een luxe die niet iedereen zich kan permitteren, betoogt Blayne Haggart, hoogleraar Politicologie aan Brock University in St. Catharines (Canada) op de website The Conversation. Of het nu om persoonlijke of professionele redenen is, sommige mensen hebben bijna een levensbehoefte aan de sociale media. Maar ‘een organisatie die voortdurend problemen schept en waarvan de verdwijning de maatschappij in een chaos zou storten, is duidelijk geen normale onderneming. Facebook is een essentieel onderdeel geworden van onze communicatieve infrastructuur, en als zodanig zullen we het verschijnsel moeten behandelen.’
Haggart vindt dat Facebook daarom genationaliseerd moet worden. Wie anders, zo luidt zijn argument, dan de democratische staat heeft de legitimiteit om regels vast te stellen inzake expressiviteit en gegevensbeheer voor de maatschappij als geheel?
Maar, zo moet Haggart toegeven, het is een voorstel dat in de Verenigde Staten moeilijk serieus zal worden genomen. ‘Daar staat ingrijpen door de staat in een kwade reuk.’ In het merendeel van de overige landen daarentegen meent men ‘dat het staatstoezicht meer rechtvaardigheid en gelijkheid garandeert op gebieden waar de sociale stabiliteit belangrijker is dat het monopolistische streven naar geldelijk gewin’.
Een organisatie zonder winstoogmerk
‘Facebook in in wezen een controleapparaat, en hopen dat dit verandert, getuigt van een misplaatst optimisme’, schrijft Tim Wu in een column in The New York Times. Volgens deze advocaat en hoogleraar Rechten aan de Columbia-universiteit in New York, een erkend specialist op het gebied van internet en schrijver van het boek The Attention Merchants (in Nederland verschenen onder de titel Aandacht is het nieuwe goud) is het onbegonnen werk Facebook te willen ‘repareren’: het moet vervangen worden. Maar door wat?
Om te kunnen concurreren met de schepping van Mark Zuckerberg en die vervolgens te overvleugelen, zal het nieuwe sociale netwerk een kritische massa gebruikers moeten zien aan te trekken. Volgens Wu zou dat nieuwe netwerk op poten kunnen worden gezet door oud-medewerkers van Facebook – van wie velen zich hebben aangesloten bij het Center for Humane Technology, een beweging die tot doel heeft de cultuur van Silicon Valley te veranderen – in de vorm van een organisatie zonder winstoogmerk.
Wikipedia, dat evenveel gebruikers – ‘traffic’ in vaktermen – trekt als Facebook, kan daarbij als model dienen. En het project zou gefinancierd kunnen worden door de Corporation for Public Broadcasting, een niet-gouvernementele organisatie in de Verenigde Staten die tot doel heeft de Amerikaanse publieke media te ondersteunen.
De gebruikers aan de macht
Het zal Mark Zuckerberg, die zo ‘hard gevochten heeft om de controle over Facebook te behouden’, allerminst bevallen, maar waarom niet gedacht aan een sociaal netwerk dat wordt beheerd door de gebruikers zelf, stelt columnist Kevin Roose in The New York Times voor.
Nathan Schneider, hoogleraar Mediastudies aan de Universiteit van Colorado, opperde in 2016 al dat de gebruikers van Twitter het platform zouden moeten opkopen om het verder zelf te gaan beheren, een manier om te laten zien dat het sociale netwerk ‘de democratie serieus neemt’.
Het zou mogelijk moeten zijn dat bestanden van gebruikers automatisch worden gewist na een bepaald aantal maanden of desnoods jaren, tenzij die gebruiker formeel aangeeft dat de gegevens bewaard moeten blijven
Een federatie
In plaats van ‘een dik, vet Facebook’ zou het ook een idee kunnen zijn een federatie van sociale netwerken in het leven te roepen die ‘een gemeenschappelijk protocol’ overeenkomen, volgens het model dat ook gebruik wordt voor e-mail, zo luidt een ander idee van Kevin Roose. Dan zou bijvoorbeeld Mammabook kunnen ontstaan, en Sportbook of Gamebook, die onafhankelijk zouden opereren en zich zouden aanpassen aan de behoeften van hun gebruikers. En als een van die netwerken ‘zich verkeerd zou ontwikkelen’, zou het uit de federatie gezet kunnen worden ‘zonder dat men genoodzaakt zou zijn het hele netwerk te sluiten’.
Een resetknop
Nog een suggestie van Kevin Roose, en wel de meest radicale: bied de gebruikers van sociale netwerken de mogelijkheid hun sporen uit te wissen, een soort ‘zelfreinigingsoptie’, zodat iedereen zijn profiel kan wissen, of applicaties die niet meer worden gebruikt, ‘vrienden’ kan verwijderen die geen vrienden meer zijn of bestanden kan wissen waaraan de gebruiker geen behoefte meer heeft. Of het zou mogelijk moeten zijn dat bestanden van gebruikers automatisch worden gewist na een bepaald aantal maanden of desnoods jaren, tenzij die gebruiker formeel aangeeft dat de gegevens bewaard moeten blijven.
De valstrik
‘Nog niet zo heel lang geleden stonden de sociale media bekend als fantastische wapens voor het verspreiden van liberale waarden,’ schrijft het Duitse weekblad Der Spiegel. De baas van Facebook, Mark Zuckerberg, bleef maar uitventen dat zijn onderneming als ‘missie’ had ‘de wereld open te breken’ en ‘de mensen tot elkaar te brengen’.
Maar nu blijkt het een valluik te zijn dat zich boven ons sluit, aldus het blad op 24 maart, enkele dagen na de onthulling van het schandaal rond Cambridge Analytica. Facebook is ‘een gevaar voor de democratie geworden’. ‘Iedere gebruiker moet zelf beslissen of hij dit systeem wil blijven voeden met zijn eigen gegevens’, aldus het blad, dat blijft aandringen op de noodzaak om regels voor de sociale media op te stellen.
Het monopolie van de titanen
‘Hoe temmen we de titanen van de technologie?’ vroeg The Economist zich op 20 januari af. Het Britse weekblad komt tot de bittere constatering dat de overheersing door giganten als Google, Facebook en Amazon niet goed is voor de consument, noch voor de concurrentie, en dat er geen eenvoudige oplossingen voorhanden zijn om aan die hegemonie een einde te maken.
‘Het ontbreken van een eenvoudige oplossing berooft politici van gemakkelijke slogans, maar niet in die mate dat de tegenstanders van de monopolisten nu alle wapens uit handen geslagen zijn’, schrijft het blad, dat meent dat een beter gebruik van het concurrentiebeding Facebook bijvoorbeeld had kunnen beletten Instagram op te slokken, of Google om de navigatie-app GPS Waze op te kopen.
In navolging van Berlijn, Dublin en Barcelona proberen ook de Portugese steden Lissabon en Porto technologiebedrijven aan te trekken. De lage loonkosten zijn allang niet meer hun enige troef.
Wie zei er dat Portugal nooit technologiereuzen als Google en Amazon aan zou kunnen trekken, ondanks zijn zon en stranden? Google is van plan om een centrum voor technische ondersteuning in Oeiras [in Groot-Lissabon] te openen en daar 535 banen te creëren. Het beeld van ons land in het buitenland beperkt zich dus niet tot het toerisme en de goals van Cristiano Ronaldo.
Dankzij het gunstige economische tij, de geografische ligging, de relatieve veiligheid, de goede infrastructuur en het Portugese talent, ondersteund door een overheidsbeleid dat inzet op digitale technologie, biedt Portugal opeens een uiterst moderne aanblik. En gezien de snelheid waarmee momenteel grote investeringen worden gedaan, lijkt de innovatiestrategie van de overheid zijn vruchten af te werpen.
Google, dat twintig jaar geleden door twee studenten uit Stanford werd opgericht, is niet het eerste internetzwaargewicht dat zich in Portugal vestigt. Maar het bedrijf is zo groot dat er waarschijnlijk andere hightechmultinationals zullen volgen, Amazon bijvoorbeeld. Dit Amerikaanse bedrijf onderhandelt al een jaar over de opening van een servicecentrum in Porto, met 250 hooggekwalificeerde banen. Het moet veel meer dan een eenvoudig logistiek centrum worden, een echte technologische hub van waaruit de marktleider van de onlineverkoop zijn expansie naar Afrika wil uitrollen. De miljardair en zakenman Jeff Bezos, die behalve van Amazon ook eigenaar is van The Washington Post en zich opmaakt om ook in de gezondheidszorg actief te worden, wil in de havenwijk Boavista een kantoor bouwen. Hij haakt daarmee aan bij de opvallende creatieve activiteit in Noord-Portugal.
Google heeft zijn oog op Lagoas Park in Oeiras laten vallen omdat het bedrijf binnen de regio Lissabon alleen daar genoeg kantooroppervlak en groen vindt en de huren er redelijk zijn. In juni zullen zich 535 werknemers installeren in zevenduizend vierkante meter moderne bureauruimte. De leden van de Portugese regering die zich met het dossier hebben bemoeid, weten sinds het Web Summit in november [een groot jaarlijks congres van de internetsector in de Portugese hoofdstad] dat Lissabon het won van andere steden als het Poolse Krakau, dat een felle strijd leverde om de investering naar zich toe te trekken.
De Amerikaanse internetreus wil op termijn tweeduizend banen creëren, waaronder zo’n vijfhonderd hooggekwalificeerde banen, voor ingenieurs en voor informatici, die applicaties moeten gaan ontwikkelen. Daarnaast zijn er administratief en financieel medewerkers nodig en mensen voor werving en selectie, marketing en klantenservice, naast natuurlijk technisch personeel voor Googles primaire dienstverlening.
‘We hebben geen enkele steun of subsidie toegezegd’, vertelt minister van Economie Manuel Caldeira Cabral, die bij de gesprekken betrokken was. ‘We hebben dit soort servicecentra sowieso weinig prikkels te bieden. Europese subsidies zijn vooral bestemd voor industrie en toerisme. En van belastingvoordelen is ook geen sprake geweest.’
Tweeduizend informatici
Google heeft, net als andere technologiereuzen, de warme belangstelling van de Eurocommissaris voor Mededinging Margrethe Vestager. Het bedrijf kwam niet weg met de belastingvoordelen die het genoot in Ierland, waar het zijn Europese hoofdkwartier heeft gevestigd.
De komst van de nieuwe hightechcentra roept de vraag op of Portugal eigenlijk wel het gekwalificeerde personeel bezit om aan de plotseling gestegen vraag te voldoen.
‘Er is momenteel in de informatie-technologiesector een tekort aan tweeduizend informatici,’ geeft de voorzitter van de Portugese ingenieurs-vereniging Carlos Mineiro Aires toe. Het probleem is de laatste jaren zelfs verergerd. Op het hoogtepunt van de crisis, tussen 2011 en 2014, verlieten 40.000 à 50.000 informatici Portugal. ‘Landen als Groot-Brittannië, Duitsland, Denemarken en Noorwegen organiseerden in Portugal professionele bijeenkomsten en kaapten onze beste mensen weg, door ze goede salarissen en arbeidsomstandigheden te bieden. Ze kiezen de beste uit, en deze jonge hoogopgeleiden verlaten Portugal zonder enige compensatie voor de studie van 40.000 à 50.000 euro die ze hebben genoten’, zegt Mineiro Aires grimmig.
Volgens recent onderzoek van het wervingsbureau Michael Page zijn de salarissen voor informatici in Portugal het afgelopen jaar met vijftien procent gestegen. Maar Mineiro Aires noemt ze ‘nog steeds erg laag’. ‘Gemiddeld verdienen die hoogopgeleiden netto minder dan duizend euro per maand. Met zulke lage salarissen wordt het lastig om ze in Portugal te houden.’ Maar als de vraag naar informatici door de komst van de grote internet-bedrijven gaat groeien, zullen de salarissen snel stijgen.
Alexandre Vaz van de ‘Digital Delivery Hub’ die Mercedes-Benz vorig jaar in Portugal opende en dat al snel een onafhankelijk bedrijf werd, Mercedes-Benz.io Portugal, zegt geen enkele moeite te hebben om gekwalificeerd personeel te vinden. ‘Vóór het eind van dit jaar willen we honderd werknemers hebben. We hebben al veel cv’s ontvangen, waaronder ook van kandidaten uit het buitenland. Veel jongeren ontdekken Portugal en willen er graag gaan wonen; sowieso is de markt voor programmeurs steeds internationaler.’
Nu Lissabon en Portugal in trek zijn, krijgen directies van digitale multinationale bedrijven meer aandacht voor wat er in ons land gebeurt. Vaak gebeurt dat tijdens het Web Summit, dat afgelopen november voor de tweede keer plaatsvond in het Parque das Nações in Lissabon. Vaak zijn ze voor het eerst in Portugal. Ze zien het levendige ecosysteem van start-ups en andere initiatieven dat in Lissabon floreert, waarderen de creatieve sfeer, kijken rond en pakken hun rekenmachientjes erbij. Niet alleen de goedkope Portugese arbeidskrachten zijn voor hen aantrekkelijk; ze zoeken een investering die op wereldwijde schaal concurrerend is. Het land voldoet aan dat criterium en heeft bovendien hoogopgeleid personeel, wat een extra pluspunt is.
‘Deze buitenlandse bedrijven willen die talenten graag aan zich binden,’ vertelt directeur Rui Coelho van Invest Lisboa, een organisatie opgezet om investeerders naar de regio toe te halen. ‘In de technologiesector vindt een wereldwijd gevecht om talent plaats, omdat de sector leeft van innovatie en zowel de producten als de diensten steeds complexer worden. Het is dus belangrijk voor zulke bedrijven om zich ergens te vestigen waar de allerbesten graag willen komen werken’.
‘We moeten aan alle natuurwetenschappen meer aandacht besteden, aan wiskunde en techniek, het middelbaar onderwijs in die vakken verbeteren’
De werkomstandigheden zijn in Lissabon uitstekend en de stad kan op dat vlak prima concurreren met Barcelona, Berlijn of Dublin. ‘In Barcelona is de politieke situatie niet stabiel’, gaat Coelho verder, ‘en wat Berlijn betreft, kan ik je garanderen dat je een Duitse informaticus eerder naar Lissabon krijgt dan daarnaartoe. In Dublin is er, ondanks de taal en het gunstige belastingklimaat, een sterk verloop van personeel, omdat de concurrentie tussen al die hightechbedrijven moordend is. En de huren zijn erg hoog.’
De opening van de innovatiehub in Beato [waar voor het einde van dit jaar 35.000 vierkante meter voorzien is] stelt ook andere buitenlandse bedrijven in staat om zich hier te installeren. Alleen al in 2017 begeleidde Invest Lisboa 526 bedrijven, investeerders en ondernemers daarbij.
Voor voormalig staatssecretaris van Innovatie Carlos Oliveira, tegenwoordig directeur van InvestBraga [een economisch stimuleringsbureau voor de stad Braga] profiteert het land momenteel van het ‘multiplier effect’ dat de toeloop van buitenlandse investeerders met zich meebrengt. ‘Er gebeurt veel in Portugal, en we hebben op dit moment precies wat investeerders zoeken: gekwalificeerd personeel, in veel grotere aantallen dan onze concurrenten.’ Zowel voor de callcenters, waar mensen uit krimpende sectoren komen werken, als voor onderzoek en ontwikkeling en voor technische afdelingen. ‘Die mensen zoeken interessant werk dat betaalt.’ Carlos Oliveira valt hem bij: ‘Wanneer een investeerder personeel wil aantrekken, is het belastingklimaat niet het belangrijkste criterium.’
Is deze vijver aan talent onuitputtelijk? ‘Het wordt hoog tijd om over die vraag te gaan nadenken,’ vindt Oliveira. ‘We moeten aan alle natuurwetenschappen meer aandacht besteden, aan wiskunde en techniek, het middelbaar onderwijs in die vakken verbeteren en meer plaatsen bij de technische vakken aan de universiteit creëren. Dat zal binnen vijf jaar zijn effect hebben op de arbeidsmarkt.’ Dat geeft de andere internetgiganten nog even tijd om zich te bezinnen.
Auteur: Clara Teixeira en Paulo M. Santos
Vertaler: Valentijn van Dijk
In 1993 onderging het zwart-wit weekblad_ O Jornal_ op tabloidformaat een metamorfose: het veranderde in een fullcolourmagazine, een soort Portugese Newsweek. Inmiddels is de titel uitgegroeid tot het tweede actualiteitenmagazine van het land, na Expresso.
De studio’s in Hollywood en de techbedrijven in Silicon Valley hebben de achtervolging ingezet op Netflix, het platform met 117,8 miljoen abonnees. Wie te laat is gestart, zal de eindstreep wellicht niet halen.
Plotseling wil iedereen Netflix zijn. Er zijn al streamingdiensten te over, denkt u misschien, zowel voor televisieprogramma’s als voor films. In de Verenigde Staten kun je jezelf vierkante ogen kijken op Amazon Prime, YouTube, HBO, starz, Showtime, Hulu, CBS en All Access. Andere landen beginnen hun eigen diensten te lanceren. Maar wie nu al van een tv-hausse (Peak TV) spreekt, heeft nog niets gezien. Want we staan nog maar aan het begin van de streamingrevolutie. In 2018 zullen alle grote spelers uit Hollywood en Silicon Valley hun best doen om u meer tv via internet te verkopen, of naar hartenlust content produceren om dat in 2019 te doen.
Disney, Warner Bros, 21st Century Fox en AMC richten zich steeds meer op de verkoop van tv via internet. Apple heeft meer dan een miljard dollar opzijgezet om nieuwe programma’s te produceren. Facebook, dat al een continue stroom tv-programma’s aanbiedt (net als Twitter en Snapchat), zal meer inzetten op video. Er wordt een miljardenoorlog gevoerd om de tv-kijker te strikken. Waar de strijd zich vroeger op het grote en (vooral) kleine scherm afspeelde, gebeurt dat nu op de smartphone en de tablet. De nieuwe technologiereuzen met hun diepe zakken tasten flink in de buidel om de aandacht van de gebruikers van deze apparaten te trekken. Voor de traditionele Hollywoodstudio’s is het een strijd op leven en dood. In de Verenigde Staten verliezen ze abonnees aan betaalkanalen, nu de tv-kijker dure kabelpakketten verruilt voor video via internet.
Vier vooraanstaande studio’s hebben al enkele miljarden dollars geïnvesteerd in Hulu, een streamingdienst waarvan ze mede-eigenaar zijn en die in 2017 zijn visitekaartje afgaf met The Handmaid’s Tale.CBS lanceerde een thuisservice en produceerde een nieuwe Star Trek om de abonnees 9,99 dollar per maand uit de zak te kloppen. HBO, eigendom van productie- en distributiemaatschappij Warner, produceert al enkele van de duurste tv-series ter wereld, zoals Game of Thrones en Westworld, die minstens tien miljoen dollar per uur kosten. Jeff Bezos van Amazon heeft de wens te kennen gegeven ook succesvolle series van het kaliber Game of Thrones te produceren. De series zullen steeds gedurfder worden… en steeds kostbaarder.
Disney
De streamingwedloop raakte in augustus 2017 in een stroomversnelling toen Bob Iger, de baas van Disney, bekendmaakte dat de groep in 2019 een streamingdienst ging lanceren, en dat hij voortaan minder films aan Netflix zou verkopen. Diezelfde week maakte John Landgraf, baas van Fox-kabelzender FX, die series als Fargo en The Americans produceert, de lancering bekend van een reclamevrije streamingdienst. Warner op zijn beurt mikt op nieuwe programma’s voor de lancering van zijn streamingdienst DC Entertainment, die voor dit jaar is voorzien. Rest de vraag wat tv-kijkers bereid zijn te betalen om dat alles te bekijken.
FX-baas John Landgraf, die de term ‘Peak TV’ heeft gemunt, vreest dat de streamingmarkt verzadigd zal raken, zoals momenteel al het geval is bij de kabelzenders. Er valt dus een enorme afroming te verwachten, en daarbij zullen de techgiganten in het voordeel zijn. Waar Netflix en Amazon er warmpjes bij zitten en een grote voorsprong hebben op de streamingmarkt, zullen de studio’s moeite hebben hun achterstand in te lopen. De ironie, verzucht Landgraf, is dat studio’s en zenders als de zijne hebben geholpen Netflix groot te maken door ze hun beste films en series te verkopen.
Even ironisch is dat Disney zich op de streaming werpt. Jaren geleden wilden sommigen bij Disney dat het bedrijf Netflix zou opkopen, wat toen heel wat betaalbaarder zou zijn geweest dan nu. Maar de grote bazen van de groep bleven in Netflix een partner en distributeur zien, en geen concurrent op het gebied van content. Momenteel is Disney een van de weinige wereldmerken die groot genoeg is om met een levensvatbaar alternatief te komen. The Mouse zou de komende schifting dus wel overleven.
In de voormalige hippiekolonie Big Sur, onder San Francisco, wemelt het tegenwoordig van de techies. Met chant-sessies, yoga en gitaarmuziek proberen ze hun twijfels over de zin van hun werk te bezweren.
Het is een zwaar jaar geweest voor de techindustrie. Voormalige Facebooktopmannen als Sean Parker en Justin Rosenstein hebben hun ontsteltenis getoond over de gevolgen van al die technologie en felle kritiek geuit op bedrijven als Facebook, waaraan ze zelf hun rijkdom te danken hebben. En daarom zoekt Silicon Valley nu zijn toevlucht tot het Esalen Institute, een voormalig hippiehotel op een helling boven de Stille Oceaan, ten zuiden van de Californische stad Carmel. Vorig voorjaar liep het oord grote schade op door een storm, en in de daaropvolgende zomer draaide het met een sterk ingekrompen team. Maar sinds de heropening in oktober is het instituut weer volop in bedrijf, met een nieuwe directeur en een nieuwe missie: het moet een plek zijn waar mensen uit de techwereld zich thuis voelen en zich kunnen bezinnen op de resultaten van hun werk.
Dit is een radicale omslag voor het al jarenlang bestaande centrum met zijn verzameling gebouwtjes. Sinds de oprichting in 1962 heeft het Esalen Institute een belangrijke rol gespeeld in de popularisering van yoga, biologisch voedsel en meditatie in Amerika. Grote namen uit de humanistische psychologie hebben vanuit de lodge gewerkt, en ook [de journalist] Hunter S. Thompson schijnt er ooit te hebben rondgelopen, gewapend met een jachtgeweer. Naakt was de norm.
Esalen heeft een ware apocalyps doorstaan. In het voorjaar vaagden drie landverschuivingen alle toegangswegen rond het centrum weg en moest een helikopter de deelnemers aan een massageworkshop van een heuveltop evacueren. Terwijl het instituut gesloten was omdat het half onder water stond en per maand 1 miljoen dollar verlies leed, voltrokken zich grote veranderingen binnen de bedrijfsleiding. Toen de weg in oktober weer werd geopend, had het instituut een nieuwe directeur, Ben Tauber, en een nieuwe missie.
‘Er daagt een nieuw bewustzijn in Silicon Valley. Mensen realiseren zich dat hun wereldse succes niet per se een betere wereld met zich meebrengt,’ zegt de 34-jarige Ben Tauber, voormalig productmanager van Google en adviseur voor start-ups. ‘De CEO’s hebben pijn in hun hart. Ze slapen slecht.’
Tauber heeft wel enige concurrentie in de omgeving. In mei begon de voormalige directeur van Juniper Networks, Scott Kriens, met de bouw van zijn eigen ‘tech- en soulcentrum’, genaamd 1440 Multiversity, dat in februari af moet zijn. Het doel van dit centrum is om ‘het besef te laten doordringen dat het enorme succes van het internet wel op grote schaal verbinding mogelijk heeft gemaakt, maar mensen niet heeft geholpen om met zichzelf in contact te komen.’
Maar er is waarschijnlijk genoeg zielenpijn om beide centra succesvol te laten worden. Tauber heeft de agenda van Esalen volgepland met sessies onder leiding van Silicon Valley-grootheden, en die raken snel volgeboekt. Zo zal Dave Morin, durfkapitalist en Facebookmedewerker van het eerste uur, een programma leiden over depressie en tech, voormalig Google-ethicus Tristan Harris [de ‘afkickexpert van Silicon Valley’, zie 360 nr. 112] leidt een weekend over internetverslaving en techfuturologen presenteren een conferentie over virtual reality en spiritualiteit. Buiten zijn laadpalen voor elektrische Tesla’s geïnstalleerd, en meestal staat daar een rij wachtenden voor. De sessies voor 2018 richten zich op mensen die betrokken zijn bij de ontwikkeling van van virtual reality, kunstmatige intelligentie en sociale netwerken. ‘Ze vragen zich af of ze wel het goede doen voor de mensheid,’ zegt Tauber. ‘Zulke vragen kunnen we alleen achter gesloten deuren beantwoorden.’
Bakker en masseur
Zo’n drie uur rijden van San Francisco over Highway 1 naar het zuiden, voorbij honderden toeristen die stilstaan langs de kant van de weg, komt na een bocht Esalen in zicht. Er is ruimte voor honderdtwintig gasten, die in hutjes langs de ruige kust verblijven en vandaar naar de lessen, de warme baden en de eetzaal wandelen. De keuken is beroemd om zijn brood, vooral om het zuurdesem-roggebrood, dat dag en nacht als snack verkrijgbaar is met abrikozenspread en pindakaas. Dit is geen health spa.
In de bar schenkt men kombucha [een gezondheidsdrankje], kokoswater, wijn en bier. Op een avond zit hier een man op slippers en met warrig grijsblond haar achter een koude kombucha; het is de 47-jarige Bodhi Kalayjian, die in Big Sur woont. ‘Het gaat erom Silicon Valley weer in contact te brengen met zichzelf,’ zegt hij. ‘Iedereen heeft een ziel. Het gaat erom die te vinden.’
Kalayjian had in het verleden een leidinggevende positie bij Google, maar ‘na de beursgang werd het minder leuk,’ vertelt hij. Nu is hij bakker en masseur bij Esalen. ‘De oude hippies zijn geschiedenis geworden, maar waarom zou je de dingen willen houden zoals ze zijn? Zolang je je werk doet, zijn dingen altijd in verandering.’
‘Hier werp je je kleren en je remmingen af en blijft alleen de rauwe waarheid over’
Vanavond wordt Gopi Kallayil, de marketinggoeroe van Google, in Esalen verwacht voor een sessie genaamd ‘Connect to Your Inner-Net’. Maar kennelijk is hij te laat. Zijn assistenten zijn druk bezig alles klaar te zetten. ‘We moeten het zo neerzetten dat twee technici die tegenover elkaar zitten niet het gevoel hebben dat er te veel ruimte tussen hen is,’ zegt Jnanada Schalk, die vroeger Jennie heette en nu als vrijwilliger voor Kallayil werkt.
Dan komt Kallayil zelf binnen in een roze overhemd en met een grote Android-smartwatch om zijn pols. Hij kent Tauber nog uit de tijd dat ze allebei voor Google Plus werkten, het sociale netwerk van de zoekmachine. Hij laat de deelnemers plaatsnemen in een kring en zich aan elkaar voorstellen. Onder hen zijn een investeerder in gezondheidstechnologie, een productmanager, verscheidene softwarebouwers en -ontwikkelaars, een ondernemer die onlangs zijn maaltijdstart-up heeft verkocht, een verpleegkundige, een pleitbezorger voor sociale woningbouw en twee advocaten. Kallayil spreekt hen toe in de taal van Silicon Valley. ‘Wat brengt de technologie naar waar je inner net in beweging komt?’ vraagt hij. ‘Gelukkig hebben anderen de operating manual ontwikkeld.’
Kallayil vertelt dat veel mensen die bij hem komen een moeilijk jaar achter de rug hebben, en dat ook hijzelf de laatste tijd twijfels heeft over de impact van zijn werk. ‘Wat doet al deze technologie?’ zegt de marketinggoeroe, die ook workshops geeft bij 1440. ‘Beslissingen die wij nemen hebben invloed op meer dan een miljard mensen. Hier werp je je kleren en je remmingen af en blijft alleen de rauwe waarheid over.’
Het Inner-Net-schema is ontspannen ingevuld. Op het programma voor de volgende dag staan mindful wandelen, mindful eten, nadenken over de integratie van werk en leven, gevolgd door oefeningen in compassie, in zelfcompassie en tot slot yoga. Na het avondeten wordt er gewerkt aan kijken naar je leven zoals het is en zoals je wilt dat het is. Daarna gaat Kallayil voor in een chant-sessie. ‘Een van de portals die we gebruiken om de technologie voor het lichaam een topprestatie te laten leveren is muziek,’ zegt hij. ‘Sierra speelt op de fluit, Jennie op de viool.’
Elke ochtend begint met dance awake, een sessie met chakrameditatie en gitaarspel, waarbij de gasten van Esalen over de grote hardhouten vloer dansen. Beneden in de keuken vult Kallayils assistent een grote zak rozijnen die de deelnemers tijdens de meditatie kunnen eten. ‘Ik heb onlangs mijn start-up verkocht en had een plek nodig om na te denken,’ vertelt de 31-jarige Sam McBride uit Chicago. ‘Om weer perspectief te krijgen.’
De warme baden van Esalen zijn de hele dag prettig, maar ze staan vooral bekend om het schouwspel dat ze ’s nachts bieden, wanneer ze tussen 1 en 3 uur voor het publiek geopend zijn. Een weekendje met zijn tweeën in Esalen kan wel 2890 dollar kosten, dus wie een wat minder ruim budget heeft zoekt ergens in de omgeving goedkoop onderdak en komt dan na middernacht met zijn handdoek hierheen gewandeld. Het zandpad naar de baden leidt naar een betonnen gang en een kleedkamer. Nog een hoek om en je staat in het stikdonker, waar een overweldigende zwavellucht hangt. Zijn je ogen eenmaal gewend, dan zie je bij het licht van de sterren grote, dampende betonnen warmwaterbaden, eenpersoonsbaden op pootjes en enkele tientallen naakte lichamen. Hier mag niet gefotografeerd worden.
‘Ik had genoeg van mijn leven,’ zegt de 32-jarige Marina Kurikhina, die op een ranch in de buurt woont. ‘Vroeger werkte ik als vertegenwoordiger van Zuid-Amerikaanse kunst voor een galerie in Londen. Nu geef ik hier lessen creatief schilderen vanuit het onderbewuste.’ Volgens haar komen mensen naar Esalen ‘voor een transformatie’. Binnenkort wil ze op het terrein een gezondheidsbar openen met rauwe desserts, koudgeperste sappen en exclusieve koffiesoorten.
Nu het centrum zich op het gevoelsleven van topzakenlieden richt, is Esalen van plan om Gazebo, de kleuterschool die al veertig jaar op het terrein gevestigd is, te sluiten. ‘Dat was de ziel van het instituut Esalen – al die kindertjes en hoe zij zich zullen ontwikkelen,’ zegt Zoe Garcia, een gast die ook in de omgeving woont en al dertig jaar in Esalen komt.
Die sluiting is gedeeltelijk een teken van de demografische verandering in het gebied. Nu steeds meer huizen in Big Sur als tweede huis worden gekocht door topmensen uit de techwereld, zijn er niet veel jonge kinderen meer, dus het aantal kinderen op het schooltje was al van dertig naar vijftien geslonken, voordat het door de overstroming helemaal dicht ging. ‘Dat is ongelooflijk jammer,’ zegt Cortlan Robertson. Zijn dochter heeft vroeger op Gazebo gezeten en hij vertelt dat de bewoners van Big Sur hebben aangeboden om de voortzetting van de kleuterschool te financieren. ‘Ben zegt altijd: het is maar kinderopvang. Maar het was zoveel meer.’
Iedereen moet tien minuten een vreemde in de ogen kijken en in zichzelf zinnen herhalen als “deze persoon heeft gevoelens, net als ik”
De sluiting van Gazebo is ook tekenend voor een veranderende cultuur en nieuwe regels. ‘Vroeger konden we op het terrein topless rondlopen,’ vertelt Garcia. ‘Maar toen kwamen er meer conservatieve mensen, dus kwamen er nieuwe regels. Nu krijgen we mindfulness en technologie. Dus wie weet?’
De keus voor Tauber als directeur van een retraiteoord lag niet voor de hand. Hij was oprichter van Just Spotted, een app waarmee gebruikers in realtime beroemdheden konden volgen, en in 2011 nam Google hem en zijn team in dienst. Al snel daarna ging hij met vakantie naar Big Sur, en daar besefte hij dat zijn werk schadelijk was, zegt hij zelf. ‘Ik realiseerde me dat ik mensen verslaafd maakte aan hun telefoon. Ze komen in een crisis terecht: meedoen aan de enorme succescultuur en ondertussen vanbinnen doodgaan.’
Op een avond leerde hij in de warme bron een van de directieleden van Esalen kennen en die nodigde hem uit voor een evenement over verantwoord zakendoen. Tauber nam ontslag bij Google en begon voor zichzelf als coach voor start-upoprichters. Hij ontwikkelde de technologiestrategie van Esalen en werd in 2015 lid van de directie. Na de overstroming van afgelopen voorjaar slonk de Esalen-staf van 330 tot 50 medewerkers en nam Tauber de leiding over. Hij wil de programmering van het instituut afstemmen op de behoeften van topmensen uit het bedrijfsleven. ‘Hoe vergroten wij als organisatie onze impact? Door impact te hebben op de mensen met invloed.’
Zijn huis is een in de helling gebouwde halfronde constructie van hout en steen, die door de cipressen heen uitkijkt op het water. Voor een mooier uitzicht heeft hij de cipressen laten snoeien. Naast de sofa liggen een ukelele, een gebedsschaal en wat massagespullen. Bij de nog nagloeiende sintels van het vuur dat hij elke ochtend aansteekt, leest hij een boek over de geschiedenis van Esalen en een koffietafelboek over de Summer of Love.
Boven is de Inner-Net-klas bezig met een compassieoefening. Iedereen moet tien minuten een vreemde in de ogen kijken en in zichzelf zinnen herhalen als ‘deze persoon heeft gevoelens, net als ik’, ‘deze persoon heeft pijn en verdriet ervaren, net als ik’, ‘deze persoon zal sterven, net als ik’. Ze zijn blootsvoets. Sommigen hebben een ruwe deken om zich heen geslagen. De kunstdocente beneden heeft een ketel vol warme, schuimende paddenstoelendrank klaargemaakt.
De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.