Tag: slavernij

  • Moeten de VS nazaten van slaven compenseren?

    Moeten de VS nazaten van slaven compenseren?

    In de Verenigde Staten sleept de discussie zich voort rond herstelbetalingen aan de nazaten van de slavernij. Aan het woord zijn twee voor- en twee tegenstanders van compensatie. ‘Niets zal ooit opwegen tegen de schade die is aangericht.’

    Keuze uit het archief

    Op zaterdag 1 juli wordt tijdens Ketikoti de daadwerkelijke afschaffing van de slavernij in Nederland herdacht, 150 jaar geleden. Tijdens de herdenking in het Amsterdamse Oosterpark willen verschillende actiegroepen met de protestmars ‘Geen heling zonder herstel’ de discussie aanzwengelen over mogelijke herstelbetalingen van Nederlandse nazaten van tot slaaf gemaakten. In de Verenigde Staten is dit debat al langer bezig. Herstelbetalingen zouden een erkenning zijn voor het onrecht dat ook de nazaten van slavernij is aangedaan, stelt schrijver Ta-Nehisi Coates. ‘Zodra u mij een schadevergoeding betaalt, verandert u mij in een slachtoffer, tegen mijn wil’, brengt Coleman Hughes daartegenin.

    Ja: ‘Er is een morele plicht om het aangedane onrecht goed te maken’

    Om tal van redenen heeft de beweging die schadeloosstelling eist voor de nazaten van Afro-Amerikaanse slaven zich niet als een olievlek uitgebreid. Voor de meeste Amerikanen staat slavernij symbool voor een ver verleden dat niets met de huidige tijd te maken heeft. Bankiers, kooplieden en industriëlen hebben allemaal van de slavenhandel geprofiteerd, evenals rederijen die voor de aanvoer van zwarte werkkrachten zorgden. En meer dan tien Amerikaanse universiteiten hebben inmiddels erkend banden met de slavernij te hebben gehad.

    In het schrijnende geval van de Universiteit van Georgetown zijn ontkenningen simpelweg onmogelijk. In 1838 verkochten jezuïeten 272 Afro-Amerikaanse mannen, vrouwen en kinderen aan de hel van de suikerplantages in het zuiden om de oprichting van hun universiteit te financieren. Dankzij deze verkoop kon een van de meest prestigieuze katholieke universiteiten van het land ontstaan.

    Degenen die naar de jezuïetenplantages in Maryland en naar New Orleans werden gestuurd zijn met naam en toenaam bekend. Het feit dat sommige van hun afstammelingen inmiddels ook bekend zijn is een argument te meer om zich over een van de ernstigste misdaden tegen de menselijkheid te buigen.

    De afstammelingen willen dat hun voorouders blijvend herinnerd worden

    Georgetown heeft de morele plicht om het aangedane onrecht goed te maken en beurzen in het leven te roepen voor de afstammelingen van degenen die werden verkocht om de oprichting van de universiteit mogelijk te maken. In Georgetown waren slavernij en financiën verbonden. De universiteit was voor haar financiering aangewezen op haar plantages. Toen ze in de problemen kwam, werd ze voor de ondergang behoed door de verkoop van Afro-Amerikaanse mannen, vrouwen en kinderen. De zwarte families van Georgetown zouden waarschijnlijk vergeten zijn als de jezuïeten hun namen niet hadden geregistreerd.

    Het Georgetown Memory Project is naar hun afstammelingen op zoek gegaan. Van de 272 slaven van toen zouden momenteel tussen de twaalf- en vijftienduizend afstammelingen in leven zijn. Na studentenprotesten heeft de universiteit de twee campusgebouwen die de naam van de twee organisatoren van de verkoop droegen omgedoopt. Tegelijkertijd doet een werkgroep onderzoek naar de mogelijkheden die de universiteit heeft om dit verleden te erkennen, maar ook om het onrecht goed te maken.

    Volgens Richard Cellini, betrokken bij de oprichting van het Memory Project, barstten sommige afstammelingen in tranen uit toen ze hun familiegeschiedenis vernamen. Geen van de mensen met wie hij sprak had ooit ook maar een cent schadeloosstelling ontvangen. De afstammelingen willen dat hun voorouders blijvend herinnerd worden.

    – Hoofdredactioneel commentaar van The New York Times

    schermafbeelding 2016 06 29 om 09 30 27

    Nee: ‘Niets zal ooit opwegen tegen de schade die is aangericht’

    Als de geschiedenis van de dertienjarige Cornelius Hawkins, die samen met 271 andere zwarte slaven door de universiteit van Georgetown werd verkocht, ons zo fascineert, dan is het omdat het zo kortgeleden lijkt. Initiatieven als het Georgetown Memory Project, dat de afstammelingen van deze slaven wil terugvinden, tonen aan dat instellingen die momenteel bloeien zich vroeger aan onmenselijke praktijken hebben schuldig gemaakt. Praktijken waar het nageslacht de gevolgen nog van ondervindt.

    Toch moeten we ons afvragen of dit soort projecten de aangewezen weg is. Hoewel de universiteit onder andere van plan is de afstammelingen van de slaven vrij te stellen van collegegeld, zal niets ooit opwegen tegen de schade die is aangericht. De wat gemakkelijke morele redenering dat de zwarte afstammelingen van de slaven recht hebben op genoegdoening wordt tegengesproken door een ingewikkelder vraag: hebben de afstammelingen van miljoenen andere verkochte slaven dan niet recht op eenzelfde genoegdoening?

    Het heeft onmiskenbaar iets poëtisch om de afstammelingen van deze slaven op te sporen en hun gratis toegang tot de universiteit te bieden. Maar hoewel wij geneigd zijn ons voortdurend persoonlijk verantwoordelijk te voelen voor onze geschiedenis en het ‘raciale kapitalisme’, komen we daarbij dikwijls bedrogen uit.

    De schuld jegens de Afro-Amerikanen hangt niet samen met een specifieke gebeurtenis

    De schuld jegens de Afro-Amerikanen hangt niet samen met een specifieke gebeurtenis. Het notoire ontbreken van gedetailleerde informatie over de onderwerping van zwarte mensen droeg zelfs bij aan de witte suprematie. Namen werden vaak veranderd, familiebanden verbroken. De registers waar de namen van de slaven en hun kopers werden vastgelegd zijn nooit voldoende bijgehouden om er betrouwbare conclusies uit te trekken. Evenmin hangt de schuld jegens de Afro-Amerikanen samen met de financiële draagkracht van de schuldigen, die in het geval van Georgetown aanzienlijk is. Het feit dat het fortuin dat over de ruggen van de zwarte slaven is verdiend is verspild, witgewassen of verduisterd, maakt de schuld er niet minder op.

    Toch verdienen de pogingen van Georgetown om het verleden goed te maken instemming, al was het alleen maar omdat de politiek daar niet in slaagt. Maar de les van het Memory Project is niet dat een achtenswaardige instelling zich vroeger aan een moreel schandaal heeft bezondigd, maar veel meer dat slavernij een alomaanwezig maatschappelijk verschijnsel was, waaraan zelfs humanistische instellingen als jezuïtische universiteiten meededen. Men liet zich leiden door een universele logica. In dat licht moeten de gevolgen worden bezien, en moet deze schuld worden ingelost.

    – James Lartey in The Guardian


    Ja: ‘Ook na de slavernij werden zwarte mensen onderworpen aan een meedogenloze campagne van terreur’

    Tijdens een hoorzitting in het Amerikaanse Congres over herstelbetalingen aan de nazaten van de zwarte slaven, kwam de Republikeinse fractieleider Mitch McConnell met het bekende antwoord: Amerika kan niet aansprakelijk worden gesteld voor iets wat 150 jaar geleden is gebeurd.

    Toch hebben de Verenigde Staten nog tot in deze eeuw pensioenen uitbetaald aan de nakomelingen van soldaten uit de Burgeroorlog [van 1861 tot 1865]. We eerbiedigen verdragen die tweehonderd jaar oud zijn, ook al leven de ondertekenaars van die verdragen al lang niet meer. Zoals historicus Ed Baptist schrijft, heeft de slavernij ‘elk wezenlijk aspect van de Amerikaanse economie en politiek gevormd’.

    In 1836 was meer dan 600 miljoen dollar, bijna de helft van de toenmalige economische activiteit in de Verenigde Staten, direct of indirect afkomstig van de katoen die door de ruim 1 miljoen slaven werd geproduceerd. Voordat de tot slaaf gemaakten hun vrijheid kregen, vormden zij als groep het grootste vermogensbestanddeel in Amerika: in 1860 in totaal 3 miljard in toenmalige dollars waard, meer dan alle andere activa in het hele land destijds bij elkaar. Dat vermogen was verkregen door marteling, verkrachting en kinderhandel. De slavernij heerste 250 jaar lang in deze contreien. Toen er een einde aan kwam, had dit land zijn geheiligde principes – leven, vrijheid en het streven naar geluk – kunnen laten gelden voor iedereen, ongeacht kleur.

    Want de echte vraag is niet of we verbonden zijn met het ‘iets’ uit ons verleden, maar of we moedig genoeg zijn om ons met het geheel daarvan te verbinden

    Maar Amerika had andere principes voor ogen. En dus werden zwarte mensen na de Burgeroorlog een eeuw lang onderworpen aan een meedogenloze campagne van terreur, een campagne die nog tot ver in het leven van de huidige Republikeinse Senaatsfractieleider McConnell voortduurde.

    Het is verleidelijk om deze moderne campagne van terreur, van beroving, te onderscheiden van slavernij, maar het mechanisme van het slaven houden houdt zich niet aan zulke grenzen en de slavernij kreeg vele opvolgers. Dwangarbeid door gevangenen, Vagrancy Laws [tegen de vele vrijverklaarde zwarte Amerikanen die na de Burgeroorlog dak- en thuisloos rondzwierven] en schuldenslavernij, Redlining [het weigeren van kredieten aan inwoners van zwarte wijken in de jaren dertig van de vorige eeuw] en racistische veteranenwetten, hoofdelijke belastingen en door de staat gesteund terrorisme. De afschaffing van de slavernij deed weliswaar de deur op slot voor de bandieten van Amerika, maar Jim Crow gooide de ramen wijd open [de zogenaamde Jim Crow-wetten regelden vanaf 1870 de rassenscheiding].

    En dat is het probleem met dat ‘iets’ van senator McConnell: het is 150 jaar geleden. En het is nu. Want de echte vraag is niet of we verbonden zijn met het ‘iets’ uit ons verleden, maar of we moedig genoeg zijn om ons met het geheel daarvan te verbinden.

    – Ta-Nehisi Coates in The Atlantic


    Nee: ‘Het zou onrecht doen aan vele zwarte Amerikanen om een prijskaartje te hangen aan het lijden van hun voorouders’

    Natuurlijk wil ik de verschrikkingen van de slavernij of het geweld van de Jim Crow-wetten niet bagatelliseren. Racisme is een smet op de geschiedenis van ons land en dat de vrijgemaakte slaven na de Burgeroorlog niet schadeloos zijn gesteld, vind ik een van de grootste onrechtvaardigheden die de federale Amerikaanse staat ooit heeft begaan.

    Maar ik ben bang dat deze behoefte om het verleden goed te maken ons vermogen om problemen van nu aan te pakken zal aantasten. Bedenk eens wat we nu aan het doen zijn: we houden ons bezig met het debat over een wetsvoorstel waarin het woord ‘slavernij’ vijfentwintig keer voorkomt, terwijl het woord ‘gevangenschap’ er maar één keer in staat. Welnu, we leven in een tijd zonder zwarte slaven, maar met bijna een miljoen zwarte gevangenen. Dit wetsvoorstel rept met geen woord over moorden, terwijl moord volgens de Centers for Disease Control de belangrijkste doodsoorzaak onder jonge zwarte mannen is.

    Ik zeg niet dat we het niet over onze geschiedenis moeten hebben. Die is belangrijk. Ik zeg dat we ons niet door de geschiedenis moeten laten afleiden van de huidige problemen.

    In 2008 heeft het Congres officieel zijn verontschuldigingen aangeboden voor de slavernij en de Jim Crow-wetten. In 2009 heeft de Senaat hetzelfde gedaan. Zwarte Amerikanen hebben geen behoefte aan wéér excuses. Wij zwarte Amerikanen hebben behoefte aan veiligere wijken en betere scholen. Wij hebben behoefte aan minder onderdrukkend strafrechtsysteem. We hebben behoefte aan een betaalbare gezondheidszorg. En herstelbetalingen voor de slavernij gaan dat soort veranderingen niet opleveren.

    Maar ik ben bang dat deze behoefte om het verleden goed te maken ons vermogen om problemen van nu aan te pakken zal aantasten.

    Het zou onrecht doen aan vele zwarte Amerikanen om een prijskaartje te hangen aan het lijden van hun voorouders. De relatie tussen zwarte en witte Amerikanen zou niet langer gelijkwaardig zijn, maar een transactie worden, en de band tussen burgers zou een proces tussen aanklagers en aangeklaagden worden.

    Wel zouden we zwarte Amerikanen schadeloos moeten stellen die de segregatie hebben gekend en werden beschouwd als tweederangsburgers, mensen zoals mijn grootouders. Maar het zou een vergissing zijn om aan alle nakomelingen van slaven herstelbetalingen te doen.

    Zodra u mij een schadevergoeding betaalt, verandert u mij in een slachtoffer, tegen mijn wil. En tegelijkertijd maakt u een derde van de zwarte Amerikanen, die in enquêtes hebben aangegeven dat ze niet voor herstelbetalingen zijn, ook tegen hun wil tot slachtoffer. Zwarte Amerikanen hebben lang gestreden voor het recht zichzelf te definiëren, zij verdienen beter dan zo’n neerbuigende houding.

    De vraag is niet wat de Verenigde Staten mij schuldig zijn vanwege mijn afkomst, maar wat alle Amerikanen elkaar verschuldigd zijn als burgers van eenzelfde land.

    – Coleman Hughes in Quillette

  • Documentaire doet boekje open over slavernijverleden Catalonië

    Documentaire doet boekje open over slavernijverleden Catalonië

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Opnieuw zware bootramp voor kust Libië

    » Arrestaties in Iran na vergiftigingen schoolmeisjes

    Catalonië zou slavenhandel hebben voortgezet na afschaffing

    De regering van Catalonië heeft gezegd dat de rijke Spaanse regio ‘het racisme uit haar slavernijverleden’ moet aanpakken. Dit naar aanleiding van een documentaire van Televisió de Catalunya, waarin werd onthuld hoe Catalaanse industriëlen en zeelieden profiteerden van de trans-Atlantische slavenhandel toen de Britten deze praktijk in 1807 afschaften. Hoewel Spanje al snel na Groot-Brittannië de slavernij officieel afschafte, werd de clandestiene handel voortgezet, veelal op schepen die eigendom waren van en bemand werden door Catalanen, schrijft The Guardian.

    Tussen 1817 en 1867 waren Catalanen betrokken bij het vervoer van 700.000 slaven

    Het is al lang bekend dat veel Catalanen – waaronder Antonio Gaudí’s beschermheer Eusebi Güell – steenrijk zijn geworden dankzij de slavenarbeid op de tabaks-, suiker- en katoenplantages van Cuba en, in mindere mate, Puerto Rico. Veel minder bekend is dat Catalaanse magnaten en zeelieden nog tientallen jaren na de afschaffing van de slavenhandel en de slavernij door Groot-Brittannië grof geld bleven verdienen met deze praktijken.

    De genoemde documentaire, die vorige maand op de Catalaanse publieke televisie werd uitgezonden, wil recht doen aan de geschiedenis. Ze belicht wat historici al tientallen jaren aantonen: dat tussen 1817 en 1867 Catalanen direct of indirect betrokken waren bij het vervoer van 700.000 slaven uit West-Afrika naar het Caribisch gebied en dat deze handel een groot deel van de industrialisatie van Catalonië en de negentiende-eeuwse grootschalige bouwactiviteiten in Barcelona financierde.

    Lees ook:

  • Deze mensen weigeren hun erfenis – want die is afkomstig uit slavernij of fossiele brandstoffen

    Deze mensen weigeren hun erfenis – want die is afkomstig uit slavernij of fossiele brandstoffen

    Een groeiende groep van rijke erfgenamen geeft uit schuldgevoel hun familiekapitaal weg aan goede doelen. Vaak omdat het is verdiend met slavernij of olie, of afkomstig van ouders die niet naar hen omkeken. ‘Dat geld is niet van mij, maar van de planeet.’

    Het levensverhaal van Morgan Curtis is de Amerikaanse Droom in omgekeerde volgorde. Haar over-over-overgrootvader was bankier in New York aan het begin van de negentiende eeuw. Hij investeerde in spoorwegen, zijn broer investeerde in Centraal-Amerikaanse mijnen. Het familievermogen groeide in de loop der generaties, en Curtis’ vader deed er nog een schepje bovenop met zijn inkomen als managementconsultant voor ‘grote’ bedrijven. Natuurlijk had Curtis een gouden jeugd: opgeleid aan privéscholen in West-Londen, jaarlijks op skivakantie in Zwitserland, haar eigen pony. Maar vandaag woont ze, dertig jaar oud, op een boerderij in Californië met veertig anderen. Ze leeft van 25.000 dollar, zo’n 24.000 euro, per jaar.

    Dat komt niet doordat Curtis haar geld op een onverstandige manier investeerde, of het familiekapitaal erdoorheen heeft gejaagd in Las Vegas. Ze heeft ervoor gekozen om afstand te doen van 100 procent van haar erfenis en 50 procent van het inkomen dat ze als coach verdient, door het te ‘herverdelen‘ over sociale volksbewegingen, zwarte bevrijdingsorganisaties, inheemse landprojecten en klimaatactivisten. Ze maakt zelfs een openbaar toegankelijke, kleur-gecodeerde spreadsheet van haar jaarlijkse donaties.

    De bankiervoorouder van Curtis begon namelijk niet met niets – en ze beseft maar al te goed dat wat de Amerikaanse Droom is voor de een, een Amerikaanse nachtmerrie is voor de ander. De vader van haar bankierende voorvader bezat een katoenfabriek in New York die volgens haar ‘niet los kan worden gezien van plantagearbeid’, terwijl de grootvader van haar grootmoeder een 4450 hectare grote suikerplantage in Cuba bezat. ‘Mijn voorouders hebben schadelijke en immorele keuzes gemaakt door deel te nemen aan slavernij en kolonisatie’, zegt ze, ‘en daarom zie ik dit geld als niet van mij, maar als behorend tot die gemeenschappen waarvan het land en de arbeid zijn gestolen.’

    ‘De grote vermogensoverdracht’

    We staan aan het begin van een fenomeen dat de bijnaam ‘De grote vermogensoverdracht’ heeft gekregen. Volgens financiële dienstverlener Sanlam zullen millennials in de komende tien jaar 327 miljard pond, ruim 380 miljard euro, van hun ouders erven. Het probleem is dat niet iedereen dit geld wil hebben. Een kleine, maar schijnbaar groeiende groep jongeren voelt zich schuldig en schaamt zich voor deze erfenissen. Als reactie gaan sommigen in therapie, sommigen zoeken het in drugs en weer anderen zetten zich in voor sociale verandering. Vorig jaar maakte een man de fout om het op Twitter te zoeken.

    ‘Een paar dagen geleden nam ik een halve dosis LSD’, begon hij een draadje op het sociale kanaal. Het bericht kreeg veel meer reactis dan likes of retweets, wat meestal een teken is dat er iets controversieels is gezegd. In zesendertig tweets onthulde de man dat hij het zijn moeder ‘kwalijk nam’ dat ze hem 100.000 dollar had geschonken. Dit was hoe het hoorde te gaan: ‘Je verricht arbeid, krijgt een eerlijk loon voor je arbeid en zo verdien je het recht om te bestaan en deel uit te maken van de samenleving.’ Dat dat nooit op hem van toepassing was geweest, besefte hij door de LSD en maakte dat hij zich ‘schuldig’ voelde.

    Er volgden duizenden min of meer unanieme antwoorden: ten eerste kreeg de man te horen dat hij beter om zich heen moest kijken en moest beseffen tegen wie hij het had en ten tweede volgde er een stroom van variaties op de reactie ‘Als je je geld haat, geef het dan aan mij‘. Hoe dan ook bood de Twitter-draad een zeldzaam inzicht in de geest van een rijke met schuldgevoel.

    ‘Wat we zien bij sommige zeer, zeer rijke families is behoorlijke verwaarlozing’

    ‘Wat we zien bij sommige zeer, zeer rijke families is behoorlijke verwaarlozing,’ zegt Robert Batt, oprichter van het Recovery Centre, een kliniek in Londen voor geestelijke gezondheidszorg gericht op rijke cliënten. ‘En dan niet verwaarlozing in de zin van een kind dat geen eten krijgt.’ Batt vertelt over een tiener die zichzelf begon te verwonden na een moeilijke dag op school. ‘Ze gaat terug naar het grote huis in Belgravia en er is niemand thuis. Er is waarschijnlijk wel ergens een huishoudster, maar geen gezinslid… Het is misschien vreemd om dat verwaarlozing te noemen, maar ik denk dat het emotioneel toch echt als zodanig geldt.’ Sinds de jaren negentig stelde Suniya S. Luthar, expert in kinderontwikkeling, herhaaldelijk vast dat drank- en drugsgebruik, angst en depressie in verhoogde mate aanwezig zijn bij kinderen aan beide uiteinden van het sociaaleconomische spectrum.

    Batt zelf werd op vijfjarige leeftijd, toen zijn vader stierf, lord van achttien dorpen in Norfolk. Op vijftienjarige leeftijd was hij een ‘lastpost’ die ‘eigenlijk niets met mijn leven deed behalve geld uitgeven en chaos veroorzaken’. Hij raakte verslaafd aan cocaïne, alcohol en winkelen. ‘Al die verantwoordelijkheid, die rijkdom en die geschiedenis, het leidde tot verval, wanhoop en ellende,’ zegt hij. Hij vindt het verontrustend wanneer gezinnen zich richten op ‘bescherming van de rijkdom en niet van het kind’.

    Is het dan verwonderlijk dat sommige kinderen een afkeer van geld krijgen? ‘Ik heb net een sessie gehad met de kleindochter van een van de rijkste mensen ter wereld,’ zegt Batt, ‘en ze is gewoon niet geïnteresseerd in het geld. Ze zei: “Het hoort niet bij me, het heeft nooit bij me gehoord.” Ik hou daarvan, ik vind het geweldig – maar het is vrij zeldzaam.’

    Rijken met schuldgevoel

    Toch groeit het aantal rijken met schuldgevoel, althans, meer spreken zich uit. MacKenzie Scott, de ex-vrouw van ’s werelds op een na rijkste man, Jeff Bezos, heeft de afgelopen twee jaar 12 miljard dollar aan non-profitorganisaties geschonken. ‘Zoals velen heb ik de eerste helft van 2020 met een mengeling van hartzeer en afschuw gadegeslagen,’ schreef Scott in een blogpost in juli van dat jaar. Ze voegde eraan toe dat ze hoopte dat ‘mensen die door de recente gebeurtenissen in de problemen zijn gekomen, nieuwe verbanden zullen leggen tussen privileges die ze hebben genoten en de voordelen die ze altijd als vanzelfsprekend beschouwden’. Abigail Disney, wier familie geen introductie behoeft, verkondigde dat ze ervoor heeft gekozen om geen miljardair te zijn. En als het aan haar lag zou er een wereldwijd verbod op privéjets komen.

    Resource Generation is een gemeenschap van de rijkste achttien- tot vijfendertig-jarigen in Amerika die zich ‘inzetten voor een rechtvaardige verdeling van rijkdom, land en macht’. Opgericht in de jaren negentig, heeft de organisatie recent een snelle groei doorgemaakt, resulterend in 65 procent meer leden in 2021 dan in 2019. Vorig jaar hebben meer dan 800 leden toegezegd om 100 miljoen dollar te geven aan bewegingen voor sociale rechtvaardigheid. De Britse tegenhanger van de organisatie, Resource Justice, werd in 2018 opgericht. Een van de oprichters ervan, de eenendertigjarige Leonie Taylor uit Londen, is dochter van een man die zijn miljoenen met olie verdiende.

    ‘Er is sprake van een oprecht schuldgevoel dat voortkomt uit het daadwerkelijk profiteren van een daadwerkelijk onrechtvaardig systeem,’ aldus Taylor. ‘Ik beschouw dat geld niet als mijn geld, maar als van de planeet.’ Resource Justice verzorgt het zes maanden durende programma Praxis. Daarin leren rijken over ongelijkheid en kunnen ze hun persoonlijke verhalen delen. ‘Het helpt mensen om in actie te komen in plaats van zich te verbergen en zich schuldig en beschaamd te voelen,’ zegt Taylor.

    ‘O ja, die zijn zeer winstgevend. Je grootvader heeft er zelfs in geïnvesteerd’

    Natuurlijk staat niet iedereen te trappelen om zich in te schrijven. Taylor kreeg tegenwerking van mensen met een ‘meer rechtse blik’. Curtis, de millennial die 100 procent van haar erfenis doneert, verdient de kost met het coachen van mensen met geërfd vermogen, door hen te helpen research naar hun voorouders te doen en plannen over herverdeling te maken. Ze heeft twee broers; een van hen ziet ook af van zijn erfenis.

    Curtis werd zich voor het eerst bewust van haar privilege toen ze acht jaar oud was, en haar familie een tweede huis kocht op het Isle of Wight. ‘Ik kreeg het gevoel dat we anders waren,’ zegt Curtis. In haar tienerjaren nam een goede vriendin een baantje om haar moeder te kunnen helpen met de huur. ‘Voor mij was dat “O, wow”. Ik hoefde er nooit aan te denken dat ik ons gezin zou moeten onderhouden.’

    Rond dezelfde tijd werd Curtis klimaatbewust. Ze las in een tijdschrift over de Canadese teerzanden –olievelden groter dan Engeland –, was geschokt en sprak haar vader erover aan. Hij zei: ‘O ja, die zijn zeer winstgevend. Je grootvader heeft er zelfs in geïnvesteerd.’

    Schaamte

    Later, toen ze milieutechniek studeerde aan Dartmouth College, begon Curtis een campagne om de universiteit te bewegen aandelen in Chevron en Exxon af te stoten. Toen kreeg ze de schok van haar leven. Ze verkocht haar auto en haar vader zei dat ze het geld mocht houden als ze het in aandelen zou beleggen. In de hoop bedrijven in zonnepanelen te kunnen helpen, wilde ze een beleggingsrekening openen, om er vervolgens achter te komen dat ze er al een had. Er stond 350.000 dollar op haar naam, geïnvesteerd in ‘precies die bedrijven waartegen ik campagne voerde’.

    ‘Ik voelde schuld, schaamte, woede… en een vurig verlangen om dat te veranderen,’ zegt Curtis. Haar geld vermeerderde zich tot 600.000 dollar voordat ze in 2020 volledige zeggenschap kreeg en sindsdien heeft ze twee derde ervan herverdeeld. Ze schreef een gedicht getiteld ‘On Shame’. Daarin staat onder meer: Misschien heb jij, net als ik, een voorouder / waar je je te erg voor schaamt om er zelfs maar over te spreken.’ En later: ‘Waar we ons het meest voor schamen / is niet voor wat zij deden / maar wat wij nog moeten doen.’

    Voor Curtis en Taylor was het gevoel van schuld een nuttige emotie die hen bewoog tot actie. Maar zo werkt het niet altijd. Stephen is een millennial die 750.000 dollar erfde van een grootvader die in de farmaceutische industrie en onroerend goed werkte. Sinds zijn grootvader tien jaar geleden overleed is dat kapitaal aangegroeid tot 2 miljoen dollar.

    ‘Zwijgen over klasse is een van de redenen waarom er zoveel ongelijkheid is’

    ‘Mijn grootste schuldgevoel komt eruit voort dat ik andere mensen zie worstelen en dat ze fulltime moet werken,’ aldus Stephen – niet zijn echte naam. Vanwege de erfenis kostte het hem moeite werk te blijven doen waar hij voldoening uit kreeg, totdat hij in het buitenland werk vond als leraar Engels.

    Toch zegt Stephen dat schuldgevoel hem ‘niet noodzakelijkerwijs aanzet tot actie, zoals een hoop geld doneren. In plaats daarvan motiveert het hem om wat meer uren te werken, omdat andere mensen dat ook doen. Hij zegt dat gesprekken met een therapeut zijn gevoel van eigenwaarde hebben vergroot, wat op zijn beurt zijn perspectief heeft veranderd. ‘Het heeft geholpen om de schuldgevoelens te verminderen,’ zegt hij. ‘Ze heeft me echt geholpen om in te zien dat ik kan leven zoals ik wil en niet per se hoef toe te geven aan de sociale druk dit geld te gebruiken voor het welzijn van iedereen. Ik kan het nu echt gebruiken om de dingen te bereiken die ik wil bereiken.’ Stephen zou in de toekomst graag liefdadigheidswerk willen doen en zegt daarover: ‘Voordat je anderen kunt helpen moet je eerst leren jezelf te helpen.’

    Scepsis

    Rachel Sherman is sociologe en auteur van Uneasy Street: The Anxieties of Affluence. Ze werkt momenteel aan een boek over rijke mensen die het systeem proberen te veranderen dat hen bevoordeelt. Sherman: ’De scepsis bestaat dat het hier alleen maar om woke gedrag zou gaan; dat de bewering te balen van je geld een andere vorm van statusgedrag is. Maar, voegt ze eraan toe: ‘Zwijgen over klasse is een van de redenen waarom er zoveel ongelijkheid is.’ Sherman is ervan overtuigd dat ‘deze gevoelens politiek cruciaal zijn’ en dat verandering mogelijk is als de rijken er openlijk over praten.

    Curtis woont nu in een commune die zichzelf omschrijft als een ‘intergenerationeel, interraciaal, interreligieus’ collectief dat boerderijen runt en activistische workshops leidt. ‘Ik hou van mijn leven. Het is rijk aan betekenis en heeft een doel,’ zegt ze. ‘Ik koop niet veel en ik ga niet op luxe vakanties, maar ik heb niet het gevoel dat ik meer wil of meer nodig heb.’ Ik opper dat dit komt omdat ze het allemaal al heeft gehad.

    ‘Absoluut,’ zegt ze, ‘ik denk dat ikzelf en anderen die uit rijke gezinnen komen zien dat je wanneer je naar een vijfsterrenhotel kunt gaan nog niet automatisch een gelukkige gezinsvakantie hebt. Onze voldoening in het leven, en ons gevoel van geluk, komt meer voort uit onze relaties en de kwaliteit ervan, dan uit de kwaliteit van de spullen die ons omgeven.’

    Lees ook:

  • Amerikaans onderzoek: huizen in straten met ‘foute’ namen staan langer te koop

    Amerikaans onderzoek: huizen in straten met ‘foute’ namen staan langer te koop

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Australische oliebedrijf Santos verdrievoudigd winst door hoge brandstofprijzen

    » Directeur Indiase beurs was ‘marionet in handen van goeroe’

    Controversiële straatnaam kost geld

    Meer dan veertienhonderd straten in de VS dragen namen van omstreden figuren zoals Jefferson Davis, Robert E. Lee en Thomas ‘Stonewall’ Jackson. Dat waren generaals die tijdens de Amerikaanse burgeroorlog de legers aanvoerden van de confederatie, de zuidelijke staten die de slavernij wilden behouden. Hun namen op straatnaambordjes lijken een prijs te hebben, volgens een recent gepubliceerde studie: ze kosten sommige huiseigenaren een klein fortuin, schrijft Bloomberg.

    ‘In “Confederatie-straten” worden namelijk gemiddeld 3 procent minder huizen verkocht dan vergelijkbare woningen in straten zonder zo’n beladen naam. De straatnaam zorgt ook voor een gemiddelde vermindering van de verkoopprijs met ongeveer 7000 dollar voor een huis van 240.000 dollar. Huizen met dergelijke adressen staan ook langer te koop dan vergelijkbare woningen, volgens onderzoek van verkoopgegevens in vijfendertig van de vijftig Amerikaanse Staten. Discussies over naamgeving waren vooral principieel, aldus T. Clifton Green, hoogleraar financiën aan de Emory-universiteit en de hoofdauteur van het onderzoek. ‘Maar er kunnen dus ook economische redenen zijn om tot verandering over te gaan.’

    Lees ook:

  • Vliegveld Parijs niet uitgebreid om klimaatdoelen  | Maleisië beperkt persvrijheid

    Vliegveld Parijs niet uitgebreid om klimaatdoelen | Maleisië beperkt persvrijheid

    Persbreidel in Maleisië

    De hoogste rechtbank van Maleisië heeft nieuwsportaal Malaysiakini veroordeeld, in een rechtszaak die wordt gezien als lakmoesproef voor de mediavrijheid in het land, meldt het Aziatische nieuwsplatform AsiaOne. Vorig jaar spande de Maleisische procureur-generaal een zaak aan tegen Malaysiakini en hoofdredacteur Steven Gan wegens minachting van het Hof. Dit vanwege vijf commentaren die door lezers op de website waren gepost. Volgens de procureur-generaal ondermijnen deze teksten het vertrouwen van het publiek in de rechterlijke macht, en de rechtbank geeft hem daarin dus gelijk. De rechter legde het nieuwsportaal een boete op van 500.000 ringgit [ruim 100.000 euro].

    Maleisië is een land met sterk gereguleerde media, die meestal in handen zijn van door de staat gecontroleerde groepen. Als platform voor de oppositie en criticus van het establishment is Malaysiakini een uitzondering.


    Aanslag op vrouwelijke ontwikkelingswerkers

    Zeker vier vrouwelijke ontwikkelingswerkers zijn omgekomen bij een gerichte aanslag in het Pakistaanse district Noord-Waziristan, meldt Al Jazeera. Volgens een politiewoordvoerder wisten de aanvallers te ontkomen. ‘Het is hier vergeven van militanten, de dreiging is overal,’ zei de woordvoerder op de vraag van Al Jazeera of er in het gebied een specifieke dreiging is tegen ontwikkelingswerkers.

    Noord-Waziristan was ooit in handen van de Pakistaanse Taliban (TTP), een organisatie van gewapende groepen die in 2007 werd opgericht met als doel de Pakistaanse regering omver te werpen en een streng religieus bestuur te installeren. Bewegingsvrijheid van vrouwen werd ernstig beperkt en de meeste ontwikkelingsactiviteiten door niet-gouvernementele organisaties werden verboden.

    In 2014 slaagde het Pakistaanse leger erin de leiders van de groep te verjagen. Sinds vorig jaar keren ontheemden weer terug naar het gebied en neemt het aantal gerichte aanslagen toe.


    Uitbreiding vliegveld Parijs is van de baan

    Frankrijk schrapt het plan om luchthaven Roissy-Charles de Gaulle bij Parijs uit te breiden, zo heeft minister van Ecologische Transitie Barbara Pompili laten weten, aldus de Europese tak van de politieke nieuwswebsite Politico. ‘De regering heeft luchthavenexploitant Aéroports de Paris gevraagd het project te staken en met voorstellen te komen voor een ander project, dat in overeenstemming is met de doelstellingen om klimaatverandering te bestrijden en het milieu te beschermen,’ aldus Pompili.

    In plaats van het vergroten van de capaciteit moet uitstootvermindering het doel worden. ‘We zullen altijd vliegtuigen nodig hebben, maar we moeten naar een redelijker gebruik van de luchtvaart, om een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen in de sector te bereiken.’

    Het plan voorzag in de bouw van een vierde terminal bij de grootste lucht-haven van het land, die jaarlijks een extra stroom van 35 tot 40 miljoen passagiers moest verwerken. De bouwkosten zouden 7 tot 9 miljard euro bedragen.


    Iconisch dier op postzegel

    Deze zomer zal de Amerikaanse post een nieuwe postzegel introduceren. Dat is op zich niets bijzonders; wel bijzonder is dat het ontwerp voor het eerst is gemaakt door een Tlingit-/Athabaskische kunstenaar, schrijft kunstblog Colossal.

    Rico Lanáat’ Worl koos voor een grafisch afgebeelde raaf, in de inheemse cultuur van Alaska een iconisch dier dat is ontsnapt uit de duisternis. Het motief is gebaseerd op ‘Raven and the Box of Daylight’, een traditioneel verhaal van de Tlingit, een inheems volk in het zuidoosten van Alaska. Worl: ‘Het verbeeldt een uitzinnig moment van adrenaline. De raaf is nog half menselijk terwijl hij de sterren steelt. We kennen het allemaal, het moment tussen falen en volbrengen.’


    British Museum gaat eigen geschiedenis onderzoeken

    Het British Museum (BM) heeft Isobel MacDonald aangesteld als speciaal conservator. Zij wordt verantwoordelijk voor onderzoek naar de geschiedenis van de ruim 260 jaar oude collectie, bericht The Art Newspaper. Haar aanstelling is geen overbodige luxe, want het BM ziet zich geconfronteerd met een toenemend aantal claims over betwiste objecten in de collectie. Zo eist Griekenland al sinds de negentiende eeuw de teruggave van de zogenoemde Elgin Marbles, marmeren objecten afkomstig van de Akropolis in Athene, die in 1816 in bezit van het BM kwamen.

    Veel betwiste objecten in de collectie zijn het resultaat van koloniale operaties door het Britse Rijk, zoals die in het Ethiopische Maqdala (1868), het Asante-koninkrijk in Ghana (1874) en Benin City in Nigeria (1896). Ook inheemse gemeenschappen uit Australië, Nieuw-Zeeland en Noord-Amerika eisen voorwerpen op die in de koloniale tijd zijn meegenomen. Recentelijk liet Paaseiland (Rapa Nui) weten een grote Moai-sculptuur terug te willen die in 1868 werd geroofd.

    Tel daarbij op dat enkele van de eerste donateurs van het museum, zoals oprichter Hans Sloane, blijken te hebben geprofiteerd van de slavenhandel, en het is duidelijk dat het BM een charmeoffensief nodig heeft. 

    Een woordvoerder zegt, zo citeert The Art Newspaper, dat ‘het niet de bedoeling van deze nieuwe functie is om de specifieke geschiedenis van betwiste objecten te onderzoeken’, maar noemt het ‘waarschijnlijk dat kwesties zoals de rol van de slavenhandel en het imperium relevant zijn voor een deel van het onderzoek’.

    Het BM is in zekere zin ‘een verzameling verzamelingen’; het vergaarde veelal niet zelf en rechtstreeks, maar verkreeg veel objecten uit andere collecties. Dat maakt de problematiek rond de teruggave ingewikkeld. Het onderzoek van MacDonald moet nu inzicht gaan verschaffen in het ontstaan van de collectie; het zal ongetwijfeld nauwlettend worden gevolgd door eisers wereldwijd.


    Extremist wil simpelheid

    Over de hele wereld hebben extremisten met zwart-witte denkbeelden moeite met complexe mentale taken. Dat blijkt uit een onderzoek door de Universiteit van Cambridge, gebaseerd op eerdere studies, onder ruim 330 deelnemers in de VS tussen de 22 en 63 jaar, schrijft The Guardian. De onderzoekers wilden weten of cognitieve dispositie (het verschil tussen waarneming en verwerking van informatie) bepalend is voor de vorming van ideologische wereldbeelden, zoals politieke, nationalistische en dogmatische overtuigingen, los van factoren als leeftijd, ras en geslacht.

    De deelnemers kregen neutrale, niet-emotionele opdrachten, zoals het onthouden van visuele vormen. Computermodellen haalden uit die gegevens informatie over de waarnemingscapaciteit en het leervermogen van de deelnemers.

    ‘Individuen of hersenen die moeite hebben met het plannen en verwerken van complexe acties, lijken eerder aangetrokken tot extreme of autoritaire ideologieën die de wereld vereenvoudigen,’ menen de onderzoekers. Mensen die neigen tot extremisme lijken moeite te hebben met het reguleren van hun emoties, zijn impulsief en hebben de neiging om emotie oproepende ervaringen op te zoeken. Tot dogmatisme neigende deelnemers
    die relatief afwerend zijn tegen geloofwaardig bewijs, blijken problemen
    te hebben met het verwerken van informatie op perceptieniveau.

    De studie, die naar zestien verschillende ideologische oriëntaties keek, kan veelbetekenend zijn bij het identificeren van mensen die het kwetsbaarst zijn voor politieke of religieuze radicalisering.


    Wat zegt de buitenlandse pers over de nieuwsblokkade van Facebook in Australië

    Kara Swisher, techredacteur, The New York Times:

    ‘In de confrontatie tussen nieuwsmedia en sociale media in Australië, sta ik aan de kant van Rupert Murdoch. Tenzij ik voor Mark Zuckerberg ben. De keuze is vreselijk. 

    Steun ik de verschrompelde mediatycoon en zijn pogingen macht te ontfutselen aan techreuzen die gehakt hebben gemaakt van de nieuwseconomie? Of sta ik achter de koning van Facebook en het internetprincipe dat het delen van hyperlinks gratis moet zijn, ook al is de creatie van Zuckerberg de belangrijkste verspreider van leugens en haatzaaierij en dreigt hij ons allemaal te overspoelen?’


    Lenore Taylor, Australië-redacteur, The Guardian:

    ‘De nieuwsblokkade onderstreept de gevaren voor derden die ervan afhankelijk zijn: Facebook is bereid is om van de ene op de andere dag de stekker eruit te trekken, zonder waarschuwing. Sommige organisaties denken al na over hoe ze terug kunnen keren naar de basis en hoe ze de manier waarop ze hun werk verspreiden kunnen diversifiëren. De gok van Facebook is dat Australië niet zonder het bedrijf zal kunnen leven. Stel je voor wat de gevolgen zijn als we bewijzen dat we dat wel kunnen.’


    Paul Smith, technologieredacteur, The Australian Financial Review:

    ‘De gevolgen zijn vooral vreselijk voor de vele kleine Australische uitgevers die hun bedrijfsmodellen hadden opgebouwd rond inhoud die mensen graag delen op sociale media. Ze zijn terecht boos zijn op de regering, veronderstellend dat ze zijn opgeofferd voor de belangen van grotere gevestigde uitgevers.

    Maar het grootste deel van hun woede moet Facebook gelden, dat hun toewijding jarenlang heeft toegejuicht, maar hen nu plotseling vertelt dat ze niet zo belangrijk zijn, om zo eerlijke en gelijkwaardige onderhandelingen uit de weg te kunnen gaan.’


    Stephen Scheeler, ex-CEO Facebook Australië en Nieuw- Zeeland, The Sydney Morning Herald:

    ‘Overheden houden er niet van om gepest te worden, en nog belangrijker, ze houden er niet van om in het openbaar gepest te worden. Meesters in de duistere kunsten van overheidsrelaties weten dat druk en dreiging over het algemeen achter gesloten deuren moeten plaatsvinden. Wanneer je de broek van een regering naar beneden trekt voor het oog van de wereld, laat je haar weinig keus dan zich in te graven. De impasse tussen Australië en Facebook kan de katalysator zijn voor echte wereldwijde hervormingen.’

    Facebook sluit deal met Australië

    Facebook maakte maandag bekend dat het het delen en bekijken van nieuwslinks in Australië zou herstellen nadat het meer tijd had gekregen om te onderhandelen over het wetsvoorstel dat de techreus zou verplichten te betalen voor nieuwsinhoud die op het sociale netwerk verschijnt, bericht The New York Times.

  • Waarom deze classicus klaar is met de Klassieken

    Waarom deze classicus klaar is met de Klassieken

    De Amerikaanse classicus Dan-el Padilla Peralta is niet de eerste, maar momenteel wellicht wel de meest uitgesproken criticaster van het nog steeds zeer breed gedragen idee dat de klassieke wereld van de Grieken en Romeinen een ‘zuivere’, witte wereld was, die het fundament legde voor onze ‘superieure’, witte westerse civilisatie. Dit idee, dat in extreemrechtse kringen gretig wordt omhelsd, is aan grondige revisie toe, vindt Peralta. Wat hem betreft gaat de studie van de Klassieken volledig op de schop.

    De 36-jarige Dan-el Padilla Peralta, een immigrant afkomstig uit de Dominicaanse Republiek, is als zwarte man een witte raaf in de doorgaans roomwitte wereld van de klassieke wetenschap. Maar hij is niet zomaar een verdwaalde in het academische klassieke bolwerk: hij is professor aan de prestigieuze universiteit van Princeton en een autoriteit op het gebied van de Romeinse geschiedenis. Rachel Poser, plaatsvervangend hoofdredacteur van Harper’s Magazine, die vaak schrijft over de relatie tussen verleden en heden, schreef zijn verhaal op als longread voor The New York Times.

    Extreemrechts

    Lang bewierookt als de studie naar de grondslagen van de westerse beschaving, aldus Poser, probeert de klassieke wetenschap momenteel zijn ‘elitaire’ reputatie van zich af te schudden, evenals de notie dat het een domein is van voornamelijk witte mannen. ‘Die poging kreeg onlangs nieuwe urgentie, want de Klassieken worden omarmd door aanhangers van extreemrechts, die de oude Grieken en Romeinen beschouwen als de grondleggers van de zogenaamde witte cultuur. Relschoppers in Charlottesville, Virginia, droegen vlaggen met het symbool van de Romeinse staat; online reactionairen nemen klassieke namen als pseudoniem; de wit-racistische website Stormfront toont een afbeelding van het Parthenon naast de slogan “Elke maand is een witte-geschiedenismaand.”’

    Padilla spreekt sinds een aantal jaren openlijk over de schade die classici hebben aangericht in de twee millennia sinds de oudheid, door de Klassieken als rechtvaardiging te gebruiken voor slavernij, rassenwetenschap, kolonialisme, nazisme en andere twintigste-eeuwse vormen van fascisme. De wetenschap van de Klassieken was een discipline waaromheen de moderne westerse universiteit groeide, en Padilla gelooft dat daarmee racisme is gezaaid in het hoger onderwijs.

    Mythen over de Oudheid

    In de afgelopen jaren hebben gelijkgestemde classici zich verenigd om schadelijke mythen over de Oudheid aan te pakken, schrijft Poser. ‘Op sociale media, in tijdschriftartikelen en blogposts leggen ze uit dat, in tegenstelling tot rechtse propaganda, de Grieken en Romeinen zichzelf niet als ‘wit’ beschouwden, en dat hun marmeren sculpturen, waarvan de bleke huid sinds de achttiende eeuw is gefetisjeerd, in de oudheid vaak beschilderd waren. Ze wijzen erop dat in Athene, bejubeld als de geboorteplaats van de democratie in de vijfde eeuw voor Christus, deelname aan de politiek was beperkt tot mannelijke burgers; dat duizenden slaven werkten en stierven in zilvermijnen ten zuiden van de stad, en dat de regels dicteerden dat vrouwen uit de hogere klasse het huis niet mochten verlaten tenzij ze gesluierd waren en vergezeld werden door een mannelijk familielid. Ze hebben aangetoond dat het concept van de westerse beschaving een eufemisme werd voor ‘witte beschaving’ in de geschriften van mannen als Lothrop Stoddard, eugeneticus en lid van de Ku Klux Klan. Sommige classici zijn tot het inzicht gekomen dat hun vakgebied deel uitmaakt van het schavot van witte suprematie, maar ze beginnen daarin ook kansen te zien.’ Omdat de Klassieken een rol speelden bij de constructie van de witte mythe, kan de discipline misschien ook een rol spelen bij de ontmanteling ervan.

    Witte suprematie

    Volgens Poser is Padilla ‘compromisloos’ in zijn visie op de medeplichtigheid van classici aan systemisch onrecht, ‘zelfs volgens de normen van sommige van zijn bondgenoten. Hij betitelt het vakgebied als ‘gelijke delen vampier en kannibaal’, als een gevaarlijke kracht die is gebruikt om te moorden, tot slaaf te maken en te onderwerpen. ‘Hij zegt niet zeker te weten of het vakgebied een toekomst verdient,’ aldus Denis Feeney, een Latinist aan Princeton. Padilla gelooft dat de Klassieke wetenschap zo verweven is met witte suprematie dat ze er onafscheidelijk van is.

    Tijdens een congres in 2019 was Padilla panellid van het onderdeel ‘De toekomst van de Klassieken’. Tijdens het vragenrondje na Padilla’s toespraak, betoogde Mary Frances Williams, een classica uit Californië: ‘We moeten opkomen voor ons vakgebied.’ Volgens haar is het absoluut noodzakelijk om te staan voor de Klassieken als de politieke, literaire en filosofische basis van de Europese en Amerikaanse cultuur: ‘Het is westerse beschaving. Het doet ertoe omdat het over het Westen gaat.’ De Klassieken hebben ons immers de begrippen vrijheid, gelijkheid en democratie gegeven, aldus Williams.

    Padilla had een dergelijke reactie verwacht en antwoordde: ‘Dit is wat ik te zeggen heb over de visie op de Klassieken die je schetst. Ik wil er niets mee te maken hebben. Ik hoop dat het veld dat je hebt geschetst sterft, en dat dat zo snel mogelijk gebeurt.’ Die opmerking kwam niet zomaar uit de lucht vallen.

    Athene van de Nieuwe Wereld

    In zijn vroege jeugd noemden Padilla’s ouders Santo Domingo, de hoofdstad van de Dominicaanse Republiek, trots het ‘Athene van de Nieuwe Wereld’, een cultureel en educatief centrum. Dat idee werd gevoed door Rafael Trujillo, de dictator die het land regeerde van 1930 tot hij werd vermoord in 1961. Net als andere twintigste-eeuwse fascisten zag Trujillo zichzelf en zijn volk als erfgenamen van een grootse Europese traditie die zijn oorsprong vond in Griekenland en Rome. In een toespraak uit 1932 prees hij het oude Griekenland als de ‘meesteres van schoonheid, eeuwig weergegeven in de onberispelijke witheid van haar marmer’. Trujillo’s verering van witheid stond centraal in zijn boodschap. Door een beroep te doen op de klassieke erfenis, kon hij de inwoners van buurland Haïti wegzetten als inferieur, want hun huidskleur was donkerder. Dit leidde in 1937 tot een moorddadig hoogtepunt met het Parsley-bloedbad, ofwel El Corte (‘het snijden’) in het Spaans, waarbij Dominicaanse troepen volgens sommige schattingen zeker dertigduizend Haïtianen en zwarte Dominicanen vermoordden.

    Padilla’s familie sprak niet veel over hun leven onder de dictatuur. Ze leefden in wat Padilla beschrijft als ‘verlammende armoede’, maar genoten door hun lichtere huidskleur een zekere mate van privilege in de Dominicaanse samenleving. Ze woonden generaties lang in Pimentel, een stad in de buurt van het bergachtige noordoosten waar tot slaaf gemaakte Afrikanen in de zestiende en zeventiende eeuw marrongemeenschappen hadden gesticht.

    Net als hun tegenhangers in de Verenigde Staten gaven slavenhouders in de Dominicaanse Republiek hun slaven soms klassieke namen als bewijs van hun ‘beschavingsideaal’. Daarom is de verstrengeling van de Klassieken met het slavernijverleden vandaag de dag nog steeds terug te vinden in de namen van veel Dominicanen. ‘Waarom zijn er Dominicanen die Themístocles heten?’ vroeg Padilla zich af als kind. ‘Waarom is Aristides de tweede naam van honkballer Manny Ramirez?’ De tweede naam van dictator Trujillo was Leónidas, naar de Spartaanse koning die met driehonderd van zijn soldaten martelaar werd in Thermopylae. Leónidas is inmiddels een icoon van extreemrechts geworden.

    Immigranten

    Toen Padilla vier was, vloog het gezin naar New York omdat zijn moeder medische zorg nodig had vanwege zwangerschapscomplicaties. Maar nadat zijn broer, Yando, was geboren, besloot het gezin te blijven. Ze verhuisden naar de Bronx en hoopten stilletjes hun immigratiestatus te kunnen normaliseren, hetgeen hen al hun spaargeld kostte. Zonder papieren was het moeilijk om vast werk te vinden. Zijn vader ging terug naar de Dominicaanse Republiek en de rest van het gezin belandde in een daklozenopvang.

    In zijn memoires Undocumented uit 2015 omschreef Padilla de opvang als uiterst goor. Een plek van rust was voor hem de kleine bibliotheek. Sinds hun vertrek uit de Dominicaanse Republiek was hij nieuwsgierig geworden naar de Dominicaanse geschiedenis, maar hij kon in de bibliotheek geen boeken vinden over het Caribisch gebied. Wat hij wel vond, was een boekje met de titel Hoe mensen leefden in het oude Griekenland en Rome.

    ‘De westerse beschaving is ontstaan uit de vereniging van vroege Griekse wijsheid en het sterk georganiseerde juridische denken van het vroege Rome’, zo begon het boek. ‘Het Griekse geloof in iemands vermogen om zijn verstand te gebruiken, in combinatie met het Romeinse geloof in militaire kracht, leidde tot een resultaat dat tot ons is gekomen als erfenis, als een geschenk uit het verleden.’ Dertig jaar later kan Padilla die openingszinnen nog steeds opdreunen. Hij nam het leerboek mee naar de kamer die hij deelde met zijn moeder en broer en bracht het nooit meer terug naar de bibliotheek.

    De familie verhuisde naar een opvangcentrum in Bushwick. In 1994 trof Jeff Cowen, een fotograaf die daar kunstlessen gaf, de negenjarige Padilla aan, weggedoken in een hoekje met een biografie over Napoleon. ‘Terwijl de kinderen na de lunch rondrenden als gekken, zat in de hoek een jongen met dat enorme boek,’ aldus Cowen. ‘Hij stond op en schudde mijn hand als een kleine heer, sprekend alsof hij een soort Ivy League-professor was.’ Cowen was verbouwereerd. ‘Binnen vijf minuten was het duidelijk dat deze jongen de beste opleiding verdiende die hij kon krijgen. Het voelde als een verantwoordelijkheid.’

    Princeton

    Cowen werd mentor van Padilla en later ook zijn peetvader. Hij bracht boeken en puzzels mee, ging rolschaatsen in Central Park met Padilla en Yando en hielp Padilla uiteindelijk met de aanmelding voor Collegiate, een New Yorkse particuliere school voor de elite. Padilla werd toegelaten met een volledige beurs en raakte er bevangen door de emotionele kracht van klassieke teksten in het Latijn en Grieks, door de Griekse filosofie, en door de vurigheid en actie van het epos.

    Daarna werd hij met een volledige studiebeurs aangenomen op Princeton, waar hij vaak de enige zwarte was tijdens cursussen Latijn en Grieks. ‘In de tijd dat ik me als student verloor in de Klassieken, was eenzaamheid het moeilijkste’, aldus Padilla. Toen het tijd werd om een hoofdvak te kiezen, kwam het krachtigste verzet tegen zijn keuze van zijn goede vrienden, van wie velen ook immigranten waren, of kinderen van immigranten. Ze stelden Padilla vragen die hij niet kon beantwoorden. Waarom dit wittengedoe? Hoe helpt dit ons?

    Padilla meende dat hij bepaalde keuzes niet moesten schuwen enkel omdat de buitenwereld vond dat ze niet voor zwarte en bruine mensen waren. Maar hij merkte dat hij niet helemaal tevreden was met zijn eigen argumenten. De vraag over het nut van de Klassieken was niet triviaal. Zou hij een opleiding Latijn en Grieks kunnen doen en er iets bevrijdends van kunnen maken? ‘Die urgente vraag vergezelde me door het begin van mijn studie en daarna’, zo zegt Padilla.

    Padilla studeerde in 2006 als een van de besten af aan Princeton en behaalde daarna een masterdiploma aan Oxford en een doctoraat aan Stanford. In die tijd probeerden steeds meer wetenschappers niet alleen de elite te begrijpen die de Griekse en Latijnse literatuur hadden geschreven, maar ook de mensen uit de oudheid zonder stem: vrouwen, de lagere klassen, slaven en immigranten. Leergangen over gender en ras in de oudheid werden gemeengoed en bleken populair, maar het was nog onduidelijk of ze blijvend hun stempel zouden drukken. 

    ‘Ja, we zijn het eens met uw kritiek. Maar laten we nu maar weer precies gaan doen wat we altijd hebben gedaan’

    Classicus Ian Morris, adviseur van Padilla aan Stanford, zegt daarover: ‘Er zijn classici die zeggen: “Ja, we zijn het eens met uw kritiek. Maar laten we nu maar weer precies gaan doen wat we altijd hebben gedaan.” Er zijn ook tal van classici die weigeren om de rol van hun vakgebied in het ‘witwassen’ van de oudheid te erkennen. ‘Classici zien zichzelf over het algemeen als liberaal’, aldus Joel Christensen, professor Griekse literatuur aan de Brandeis University. ‘Maar ze kunnen dat alleen volhouden doordat ze meestal niet omgaan met mensen die dat liberalisme en de betekenis ervan bevragen.’

    Slavernij

    Denkend aan de geschiedenis van zijn eigen familie, raakte Padilla geïnteresseerd in Romeinse slavernij. Decennialang richtte onderzoek zich op het gegeven dat slaven vrij konden worden en dat dat veel vaker voorkwam in Rome dan in andere samenlevingen met slavenhouders. Maar er waren talloze slaven die geen kans maakten, vooral degenen die op het veld of in de mijnen werkten, ver weg van de machtscentra.

    ‘Er zijn zoveel getuigenissen van hoe diep vernederend slavernij was,’ vertelt Padilla in het interview met Poser. Slaven in het oude Rome konden worden gemarteld en gekruisigd; gedwongen tot een huwelijk; aan elkaar geketend in werkploegen; gedwongen om met gladiatoren of wilde dieren te vechten; naakt tentoongesteld worden op markten met borden om hun nek die hun leeftijd, karakter en gezondheid aan potentiële kopers vermeldden.

    Eigenaren konden hun voorhoofd laten tatoeëren zodat na een vluchtpoging zouden worden herkend. In graven van slaven hebben archeologen metalen kragen gevonden die om de nek van skeletten waren geklonken, zoals een ijzeren ring met een bronzen plaatje, nu in het Museo Nazionale in Rome. Daarop staat de tekst: ‘Ik ben weggelopen. Als je me terugbrengt naar mijn meester Zoninus, ontvang je een gouden munt.’

    In 2015 begon Padilla als postdoctoraal onderzoeker bij de Columbia Society of Fellows. Classici vergoelijkten niet langer de slavernij in de oudheid, maar velen betwijfelden wel of de werelden van slaven konden worden gereconstrueerd, omdat ooggetuigenverslagen over slavernij de eeuwen niet hadden overleefd. Dat bevredigde Padilla niet. In 2017 publiceerde hij een artikel in het tijdschrift Classical Antiquity, waarin hij bewijsmateriaal uit de oudheid en van de slaventransporten over de Atlantische Oceaan met elkaar vergelijkt om een meer samenhangend beeld te krijgen van het religieuze leven van de Romeinse slaven.

    Donald Trump

    Rond de tijd dat Padilla aan dat artikel werkte, maakte Donald Trump tijdens zijn presidentscampagne zijn eerste opmerkingen over Mexicaanse ‘criminelen, drugsdealers, verkrachters’ die de VS binnenkwamen. Padilla, die twintig jaar lang met een onzekere immigratiestatus had geleefd, had net een Green Card aangevraagd. Nu zag hij alt-rechtse figuren zoals Richard Spencer, die fantaseerde over het creëren van een ‘blanke etno-staat op het Noord-Amerikaanse continent’ die ‘een reconstructie van het Romeinse Rijk’ moest worden.

    Spencer groeide uit tot nationale bekendheid. Als reactie op het toenemende anti-immigrantengevoel in Europa en de VS, schreef Mary Beard, misschien wel de beroemdste classica ter wereld, in The Wall Street Journal dat de Romeinen ‘verbaasd zouden zijn over onze moderne problemen met migratie en asiel’, omdat hun rijk immers was gebaseerd op ‘principes van incorporatie en van het vrije verkeer van mensen’.

    Padilla raakte gefrustreerd door de manier waarop wetenschappers probeerden de trumpiaanse retoriek te bestrijden. Hij schreef een essay voor Eidolon waarin hij duidelijk maakt dat in Rome, net als in de VS, lofzangen op multiculturalisme samengaan met haat tegen buitenlanders. Padilla betoogt ook dat het signaleren van onwaarheden over de oudheid, hoewel belangrijk, niet voldoende is.

    ‘Ik ben niet geïnteresseerd in sloop omwille van de sloop. Ik wil iets bouwen’

    De uitleg dat er nooit een almachtig, leliewit Romeins Rijk heeft bestaan, zal witte nationalisten niet doen stoppen met hun hunkering naar die mythe. Het is niet de taak van classici om ‘de schreeuwers aan te wijzen’, zei hij op een panel van 2017. ‘De positie innemen van leraar, van de gekwalificeerde classicus die dingen weet en op fouten wijst, is niet voldoende.’ Het ontmantelen van machtsstructuren die de klassieke traditie gebruiken als ondersteuning, vereist meer dan alleen het toetsen van feiten; het vereist een geheel nieuw verhaal over de oudheid, en over wie we nu zijn.

    Om dat verhaal te vinden, pleit Padilla voor hervormingen die ‘de canon doen exploderen’ en die ‘het vakgebied tot in de details herzien’, inclusief het volledig afschaffen van het label ‘Klassieken’. ‘Sommige studenten en collega’s hebben me verteld dat dit ofwel te deprimerend is, ofwel op een bepaalde manier bedreigend. Mijn enige antwoord is dat ik niet geïnteresseerd ben in sloop omwille van de sloop. Ik wil iets bouwen’, zegt Padilla.

    Hij werd doelwit van rechtse woede vanwege de verzengende taal die hij bezigt en, volgens velen, vanwege het lichaam dat hij bewoont. Hij kreeg racistische mails. ‘Wellicht past Afrikaanse Studies beter bij je als je niet kunt leven met de realiteit van hoe geavanceerd Europeanen waren’, schreef iemand. De extreemrechtse site Breitbart van Steve Bannon publiceerde een verhaal waarin Padilla wordt beschuldigd van het ‘vermoorden’ van de Klassieken. ‘Als er één leergebied was dat gegarandeerd nooit zou worden gekaapt door de krachten van onwetendheid, politieke correctheid, identiteitspolitiek, sociale rechtvaardigheid en domheid, zou je denken dat het de Klassieken waren’, aldus de site. Maar nee hoor: ‘Welkom, barbaren! De poorten van Rome staan wagenwijd open!’

    De Verlichting

    Hoe de Oudheid centraal kwam te staan in het Amerikaanse intellectuele leven, is een verhaal dat niet in de oudheid begint, en ook niet in de Renaissance, maar tijdens de Verlichting. De Klassieken zoals we die nu kennen, zijn een creatie van de achttiende en negentiende eeuw. In die periode, toen de Europese universiteiten zich bevrijdden van de controle van de kerk, bood de studie van Griekenland en Rome het continent een nieuw, seculier wordingsverhaal. Griekse en Latijnse geschriften tastten het morele gezag van de Bijbel aan en dat gaf ze een bevrijdende kracht. Denkers als Diderot en Hume ontleenden ideeën over vrijheid aan klassieke teksten, waarin ze verklaringen over politieke en persoonlijke vrijheden vonden.

    Een van de meest invloedrijke teksten werd de rede van Perikles bij de graven van de Atheense oorlogsslachtoffers in 431 v.Chr., opgetekend door Thucydides. Daarin prijst de staatsman zijn ‘glorieuze’ stad voor het garanderen van ‘gelijke gerechtigheid voor iedereen’. ‘Onze regering bootst onze buren niet na’, aldus Perikles, ‘maar fungeert juist als een voorbeeld voor hen. Het is juist dat we een democratie worden genoemd, want het bestuur is in handen van velen en niet van enkelen.’

    De bewondering voor de Oudheid nam grillige, manische vormen aan. Mannen kleedden zich in Romeinse toga’s om in het openbaar te spreken, ondertekenden hun brieven met de namen van beroemde Romeinen en vulden handleidingen, preken en schoolboeken met lessen van de Klassieken. Johann Joachim Winckelmann, een Duitse antiquair uit de achttiende eeuw, verzekerde zijn landgenoten dat ‘de enige manier waarop we groot kunnen worden, of zelfs onnavolgbaar indien mogelijk, is door de Grieken te imiteren.’

    Winckelmann, die wel de ‘vader van de kunstgeschiedenis’ wordt genoemd, vond dat de Griekse marmeren beeldhouwkunst het toppunt van menselijk kunnen was, onovertroffen door enige andere samenleving, oud of modern. Hij schreef dat de ‘nobele eenvoud en stille grootsheid’ van de Atheense kunst de ‘vrijheid’ weerspiegelde van de cultuur die haar voortbracht. Die verstrengeling van artistieke en morele waarden zou Over de esthetiek van Hegel beïnvloeden en zou ook terugkeren in de poëzie van de romantici. Zo schreef Keats in ‘Ode aan een Griekse vaas’: ‘Schoonheid is waarheid, waarheid schoon, dit is al wat gij op aarde weet, en hoeft te weten.’

    Hiërarchie

    Historici benadrukken dat dergelijke ideeën niet los kunnen worden gezien van de vertogen over nationalisme, colorisme en vooruitgang, die vorm kregen tijdens de koloniale periode, toen Europeanen in contact kwamen met andere volkeren en hun tradities. ‘Hoe witter het lichaam, hoe mooier het is’, schreef Winckelmann. Terwijl Renaissance-geleerden gefascineerd waren door de veelheid aan culturen in de antieke wereld, creëerden Verlichtingsdenkers juist een hiërarchie, met bovenaan Griekenland en Rome, gecodeerd als wit en de rest daaronder.

    ‘Die uitsluiting was de kern van de Klassieken als project’, volgens Paul Kosmin, Harvard-professor in oude geschiedenis. De overtuiging van Aristoteles dat sommige mensen ‘van nature’ slaven waren, werd gretig omarmd in het Amerikaanse Zuiden van vóór de Burgeroorlog, om het houden van slaven te verdedigen tegenover de kritiek van de voorstanders van afschaffing.

    De Klassieken zien zoals Padilla ze ziet, betekent dat die spiegel gebroken moet worden. Het betekent dat we de klassieke erfenis moeten afwijzen als een van de schadelijkste verhalen die we onszelf hebben verteld. Voor Padilla verdient de wetenschap van de Klassieken het alleen om te overleven als ze ‘een plek van polemiek’ kan worden voor de gemeenschappen die er in het verleden door zijn gekleineerd. Mocht dat niet lukken dan zijn Padilla en anderen bereid om het vakgebied op te geven.

    Instituten als Howard en Emory hebben de Klassieken nu geïntegreerd in Oude Mediterrane wetenschap, waarbij wordt gekeken naar Egypte, Anatolië, de Levant en Noord-Afrika

    ’Ik zou het helemaal opdoeken’, stelt Walter Scheidel, een andere voormalige adviseur van Padilla aan Stanford. ‘Ik denk niet dat het als academisch vakgebied zou moeten bestaan.’ Een mogelijke manier zou zijn de faculteiten op te heffen en onderdelen toe te wijzen aan afdelingen geschiedenis, archeologie en taal.

    Maar veel classicisten pleiten voor zachtere benaderingen om het vakgebied te hervormen, door vooral grenzen te verleggen. Instituten als Howard en Emory hebben de Klassieken nu geïntegreerd in Oude Mediterrane wetenschap, waarbij wordt gekeken naar Egypte, Anatolië, de Levant en Noord-Afrika. Het idee is het hiërarchische denken van de Verlichting te verlaten en terug te gaan naar het Renaissancemodel van de oude wereld als een plaats van diversiteit en vermenging. ‘Er is een interessanter verhaal te vertellen over de geschiedenis van wat wij het Westen noemen, zonder specifieke culturen erin te bejubelen’, meent Josephine Quinn, hoogleraar Oude Geschiedenis aan Oxford. ‘Het lijkt mij dat de cruciale aanjager in de geschiedenis altijd de relatie tussen mensen, tussen culturen is.’ Classicus Ian Morris stelt het wat botter. ‘De Klassieken is een Euro-Amerikaanse stichtingsmythe. Willen we die echt?’

    Molon labe

    Op 6 januari zette Padilla de televisie aan, enkele minuten nadat de ramen van het Capitool waren ingeslagen. In de menigte zag hij een man met een Griekse helm met daarop TRUMP 2020 in wit geschilderd. Hij zag een man in een T-shirt met daarop een steenarend op een fasces, symbolen van de Romeinse wet en bestuur, onder het logo 6MWE, ofwel ‘Six Million Wasn’t Enough’, een verwijzing naar het aantal vermoorde Joden in de Holocaust. Hij zag vlaggen met daarop de zin geborduurd die Leónidas zou hebben uitgesproken toen de Perzische koning hem beval zijn wapens neer te leggen: ‘Molon labe’, klassiek Grieks voor ‘Kom ze maar halen’. Het is de slogan geworden van Amerikaanse wapenrechtenactivisten. Afgevaardigde Marjorie Taylor Greene, een net gekozen Republikein uit Georgia die berichten om democraten te vermoorden ondersteunde op sociale media, droeg een week na de bestorming van het Capitool een masker met diezelfde zin erop, toen ze tegen impeachment van Trump stemde in het Huis van Afgevaardigden.

    Padilla vermoedt dat hij op een dag afscheid zal moeten nemen van de Klassieken en de academische wereld om harder te kunnen vechten voor de veranderingen die hij in de wereld wil zien. Hij heeft zelfs overwogen de politiek in te gaan.

    ‘Als kind had ik nooit gedacht dat de positie die ik nu bekleed haalbaar was,’ zegt hij. ‘Maar het gegeven dat dit een klein wonder is, doet niets af aan mijn diepere overtuiging dat dit ook tijdelijk is.’

    ‘Dan-el Padilla heeft veel mensen geprikkeld’, meent Rebecca Futo Kennedy, professor Klassieke Studies aan de Denison University. Joel Christensen, de professor Griekse literatuur aan Brandeis University, vindt het zijn ‘morele, ethische en intellectuele verantwoordelijkheid’ om de Klassieken te onderwijzen op een manier die de racistische geschiedenis blootlegt. ‘Anders doen we gewoon mee aan propaganda.’ Hij begrijpt de angst van veel classici om het verhaal van hun levenswerk te moeten herschrijven. Maar, zegt hij, ‘die toekomst komt er, met of zonder Dan-el’.

    Naschrift

    Padilla en de classici die hem steunen liggen al langer onder vuur. Niet alleen van extreemrechts maar ook van het meer behoudende deel van de classici. Ook op dit artikel volgde weldra kritiek. Slechts drie dagen na de publicatie in The New York Times, reageerde blogger Andrew Sullivan op The Weekly Dish met een artikel onder de kop ‘De Ondraaglijke witheid van de Klassieken’. De ondertitel is veelzeggend: ‘De woke beweren dat de studie van het oude Griekenland en Rome weggegooid moet worden’.

  • Was de Syrische revolutie een vergissing?

    Was de Syrische revolutie een vergissing?

    Hadden de Syriërs beter niet in opstand kunnen komen tegen president Assad? Het lijkt gezien alle slachtoffers misschien een terechte vraag, maar dat is het niet, schrijft Youssef Bazzi. ‘De schuld ligt niet bij de bevolking, maar bij het regime.’

    ‘De revolutie had nooit mogen uitbreken,’ zeggen miljoenen Syriërs en andere Arabieren. Een opvatting die stoelt op de rampspoed en de verschrikkingen die alle Syriërs hebben bezocht. Het contrast tussen de dromen die de aanhangers van de revolutie koesterden en wat er op die revolutie volgde, is dan ook ondraaglijk.

    Als er geen revolutie was geweest, zo luidt de verleidelijke redenering, waren er geen 500.000 Syriërs omgekomen en geen 2 miljoen mensen door kogels of granaatscherven verwond, zouden er geen 250.000 gevangenen zijn gemarteld noch 5 miljoen burgers zijn gevlucht of in ballingschap gegaan, waren er geen 6 miljoen anderen ontheemd geraakt en geen tientallen steden en honderden dorpen verwoest.

    Zeven jaar van pijn, van tranen, van honger, van angst en moeten vluchten hadden voorkomen kunnen worden als de Syriërs deze vervloekte revolutie niet waren begonnen. Het leven was doorgegaan zoals het zich generaties lang had voltrokken, in een prachtig, bruisend, rijk en kalm Syrië. Zelfs een meedogenloze tirannie zou verre te verkiezen zijn geweest boven een vernietigd, verscheurd, verloren land.

    De noodzakelijke uitkomst van een dergelijke logica is dat het bewind niet verantwoordelijk is voor wat deze oorlog heeft aangericht

    De overtuigingskracht van een dergelijke voorstelling van zaken berust op een typisch menselijk instinct, waarvan het Syrische regime en zijn aanhangers gebruik hopen te maken om de meerderheid van de bevolking de schuld van de burgeroorlog in de schoenen te schuiven. Deze burgers hadden de vastbeslotenheid van het regime en de middelen die het tot zijn beschikking had onderschat door het aanvankelijk, in al zijn wreedheid, met een civiele opstand te tarten. Vervolgens grepen die burgers naar de wapens om hun huis en haard en dierbaren te verdedigen, en vernietigden ze het land.

    De Syriërs verwijten dat zij een bloedige tragedie hebben uitgelokt omdat zij in opstand kwamen, dat zij voor politiek realisme hadden moeten kiezen, is een zuivere vorm van hypocrisie: het regime treft geen blaam, juist vanwege zijn brute aard. De schuld ligt dus bij de Syriërs, die na tientallen jaren van repressie beter hadden moeten weten. De noodzakelijke uitkomst van een dergelijke logica is dat het bewind niet verantwoordelijk is voor wat deze oorlog heeft aangericht.

    De Syriërs die spijt hebben van de revolutie die in maart 2011 uitbrak, hadden liever continu onder het juk van een tirannie geleefd. Dat was immers altijd beter dan de dood die nu al zeven jaar lang om zich heen grijpt in het land. Ze vergeten één ding: vanaf 1970, toen Hafez Assad, vader van de huidige president, de macht greep, hebben Syriërs herhaaldelijk het risico van een revolutie en de prijs van de onderdrukking tegen elkaar afgewogen. Ruim veertig jaar lang aanvaardden ze dat een afschuwelijk regime beter was dan oorlog en vernietiging, dat stilte en angst de voorkeur genoten boven de strop. Degenen die zich thans in spijt wentelen zijn vergeten dat het Syrische volk gedurende het bewind van de Baath-partij het hoofd boven water hield met wijsheden als ‘liever vernedering dan het graf’ of ‘liever onderwerping dan de dood’.

    De Syriërs hadden de lessen geleerd van de in bloed gesmoorde opstanden van Hama, Jisr al-Shoeghoer en Aleppo in de vroege jaren tachtig. Maar de wapenstilstand die ze daarop met Assad sloten omwille van civiele vrede en stabiliteit werd op den duur ondraaglijk. Zijn we al vergeten dat de Syriërs afzagen van een opstand in 2000, na het overlijden van president Hafez Assad, en in 2005, toen de Syrische troepen zich gedwongen uit Libanon terugtrokken? Tweemaal werd de ‘Damasceense lente’ afgezegd uit vrees dat deze in een uitslaande brand zou ontaarden.

    Beelden van Damascus voor en na de oorlog. – © Business Insider

    Je kunt het ook zo zien: het regime heeft de revolutie zelf veroorzaakt. Het heeft er zelf voor gezorgd dat de mensen van Deraa, Homs en de buitenwijken van Damascus niet meer konden zwijgen. Het heeft de demonstraties aangegrepen om de woede op te stoken en te verspreiden. Het onderdrukte de protestbeweging op buitensporige wijze, om alle Syriërs te pijnigen. Met andere woorden, de revolutie is door het regime gefabriceerd. Dit was het moment waarop het had gewacht om het land de oorlog te verklaren.

    Voor iedereen die het discours van loyalisten van het Syrische regime de afgelopen zeven jaar heeft gevolgd, de speeches van Bashar Assad heeft gehoord, alsmede de lof die ‘dichters’ en ‘kunstenaars’ hem toezongen, was het duidelijk hoe mateloos zij de Syriërs minachtten, hoe hartgrondig ze het volk haatten en hoezeer zij het wensten uit te roeien. Het regime en zijn handlangers wilden niet langer gedwongen samenleven met de meerderheid van de bevolking. In de ogen van het bewind was de revolutie een oorlog waard. Er deed zich onverhoopt de kans voor om Syrië buit te maken, het te koloniseren zelfs. Deze oorlog is namelijk een ware kolonisatieoorlog, compleet met uitroeiing, zuivering van hele gemeenschappen en demografische herschikking.

    Nu, na zeven jaar, na wat in formele diplomatieke taal wordt gekenschetst als ‘de ergste humanitaire ramp sinds de Tweede Wereldoorlog’, luidt de eis aan de Syriërs dat zij een eind maken aan het bloedvergieten en het land beschermen – wat ervan is overgebleven. Niet alleen worden zij geacht te capituleren en hun nederlaag te erkennen (een kwestie van tijd), ook dienen zij, en dat is het allermoeilijkste, terug te keren in de schoot van het regime. Onder twee voorwaarden: ten eerste dat het regime wordt schoongewassen van alles wat het heeft aangericht en dat de schanddaden van zijn leger, zijn milities en zijn bondgenoten worden vergeten. De tweede eis, nog erger dan stilzwijgen, spijt en berouw, is de verplichting om van dit regime te houden. De zegevierende macht is niet langer tevreden met een geterroriseerd en onderdanig volk, want dat levert geen duurzame loyaliteit op. Elke terugkeer onder de vleugels van het bewind die een gedwongen indruk maakt, wordt streng bestraft. Aan de machthebbers de taak om ieders geest en geweten te doorzoeken op mogelijke kiemen van toekomstige opstandigheid.

    Absolute liefde

    Absolute liefde als voorwaarde voor overleving. Erger nog, de slachtoffers moeten uit het collectieve geheugen verdwijnen. Het is zaak dat de doden hun dood verbergen en dat de gefolterden hun beulen bedanken en hun handen kussen. Wat de levenden betreft: zij moeten zich schamen dat ze het hebben overleefd. Het regime eist van de Syriërs dat zij de door hun president tegen hen gepleegde misdaden beschouwen als een zegen, omdat hij ze van de zonde en de zelfmoord heeft gered.

    Daarom is het idee dat de revolutie had moeten worden vermeden, niets anders dan een veroordeling tot slavernij. Het is het onveranderlijke antwoord op de vraag die de handlangers van Assad stelden toen zij de hoofden van de demonstranten met hun laarzen verpletterden: ‘Ach, is dat wat jullie willen? Vrijheid?’

    Auteur: Youssef Bazzi
    Vertaler: Carl Stellweg

    Twee mannen spelen een potje backgammon in de beroemde soek van Damascus, 2010. – © HH

    SYRIA TV
    Syrië | www.syria.tv

    Syria TV is een van de vele particuliere Syrische nieuwskanalen met een multimediasite. Het is gevestigd in Turkije en propageert de ‘waarden van de revolutie’ door op te roepen tot inclusief burgerschap en zowel de dictatuur als religieus extremisme te verwerpen. Syria TV is in 2017 opgericht door een groep jonge Syrische journalisten.

  • Slavernijmonument verdeelt Portugezen

    Slavernijmonument verdeelt Portugezen

    In Lissabon bestaan plannen voor een slavernijmonument, maar ook voor een museum gewijd aan de ontdekkingsreizen. Vallen die twee wel te combineren?

    In 2019 zal in Lissabon een monument onthuld worden dat herinnert aan de Portugese rol bij de handel in zes miljoen slaven. Maar het plan verdeelt nu al de publieke opinie. Het monument werd voorgesteld door een vereniging van Portugezen van Afrikaanse afkomst en moet verrijzen aan de Ribeira dos Naus, het oude marinekwartier van de stad. Tegelijk wordt in het verkiezingsprogramma van burgemeester Fernando Medina gepleit voor een ambitieuzer plan: de bouw van een museum voor ontdekkingsreizen. Sommigen vinden dat de twee initiatieven verenigbaar zijn, maar dit gaat niet zonder polemiek.

    ‘Om racisme te bestrijden is het nodig om symbolische gedenkplaatsen neer te zetten. Wij voelen sterk de noodzaak om juist een monument tegen de verheerlijking van de ontdekkingsreizen op te richten,’ vertelt Beatriz Dias, president van DJASS – de vereniging van mensen van Afrikaanse afkomst die met het plan voor het monument kwam.

    Lissabons cultuurwethouder Catarina Vaz Pinto vertelt dat de gemeenteraad van het monument een ‘plek van erkenning en hommage wil maken, maar ook van reflectie over mensenrechten en educatie over dit thema’. Verder wordt het volgens haar ‘een symbolische veroordeling van alle huidige vormen van onderdrukking, bevooroordeling en discriminatie, vooral wanneer die ook nu nog een erfenis van de slavernij vormen.’ Maar als haar gevraagd wordt of het oprichten van een monument niet in tegenspraak is met het stichten van een museum voor ontdekkingsreizen, geeft ze geen direct antwoord. Ze verzekert slechts dat de raad ‘de geschiedenis van slavernij in de stad Lissabon wil onderkennen en belichten’.

    Een tegelafbeelding van een kokende slaaf in het stadsmuseum van Lissabon. – © Maurizio Borgese / HH
    Een tegelafbeelding van een kokende slaaf in het stadsmuseum van Lissabon. – © Maurizio Borgese / HH

    Nadat duizend inwoners van Lissabon stemden voor de oprichting van een slavernijmonument en het plan werd aangenomen, kwam er 100.000 euro beschikbaar voor de verwezenlijking ervan. Beatriz Dias erkent dat er met deze som niet veel meer dan een beeldhouwwerk kan komen, al was de ambitie van de DJASS oorspronkelijk om een ruimte te creëren om ‘de dialoog te stimuleren en zichtbaarheid te geven aan dat deel van de bevolking dat nu naar de rand van de stad gedrukt wordt’.

    Voordat zij met het plan voor een monument kwam, bezocht Beatriz Dias andere steden waar de slavernij herdacht wordt. In Amsterdam en Liverpool bestaan bijvoorbeeld al slavernijmusea [dit klopt niet, Amsterdam onderzoekt momenteel de mogelijkheden van zo’n museum]. ‘Het is onze wens dat dit monument een eerste van een serie herdenkingsplaatsen wordt waar de nationale verbeelding van het Portugese koloniale project bevraagd kan worden,’ legt zij uit.

    ‘De viering van de afschaffing van de slavernij en het daarbij horende verzet van tot slaaf gemaakte volken berust grotendeels op fictie’

    João Pedro Marques, een historicus die meerdere boeken over de koloniale tijdperk schreef, is het niet helemaal met haar eens. Op zich vindt hij het een goed idee om de door de Portugezen vanuit Afrika over de hele wereld verscheepte slaven eer te bewijzen. Wat hem betreft zou het ideaal zijn om een museum voor ontdekkingsreizen te creëren met daarin ‘een zaal, vleugel of ruimte waar de slavernij in objecten zichtbaar wordt gemaakt’. Volgens hem berust echter ‘de viering van de afschaffing van de slavernij en het daarbij horende verzet van tot slaaf gemaakte volken grotendeels op fictie. Het is een verdraaiing van de geschiedenis, omdat er tijdens het abolitionisme in de Afrikaanse Portugese koloniën geen openlijk verzet tegen de slavernij bestond.’

    De eerste groep Afrikaanse slaven stapte in 1444 in Portugal van boord. Na een decreet van koning Manuel I in 1512 kreeg Lissabon het monopolie op de slavenhandel in het hele rijk, waarna het land kon uitgroeien tot de belangrijkste steunpilaar van deze handel ter wereld. Vijf eeuwen later zorgt het thema nog steeds voor polemiek, zoals bleek uit een stuk op de Amerikaanse site Politico van vorige maand. Onder de titel ‘Portugal confronts its slave trade past’ vertelt het over de reis van Marcelo Rebelo de Sousa naar het eiland Gorée bij Senegal, van waaruit de slavenschepen vertrokken. Het herinnert er fijntjes aan dat de Portugese president ervoor koos om geen excuses te maken voor de rol van zijn land in de slavenhandel.

    Auteur: Christiana Martins
    Vertaler: Valentijn van Dijk

    Expresso
    Portugal | weekblad | oplage 71.465

    Het eerste weekblad voor de moderne Portugees kwam uit in 1973. Het wist direct lezers aan zich te binden door zijn kwaliteit, onafhankelijkheid en het originele, grote formaat. Tegenwoordig verschijnt de krant op Berliner.

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.


    FILM | Verveelde officier in 
koloniaal Argentinië

    Comeback van regisseur Lucretia Martel

    Tien jaar na haar laatste, juichend ontvangen film La mujer sin cabeza maakt de Argentijnse Lucretia Martel haar comeback met Zama, naar de gelijknamige roman van landgenoot Antonio di Benedetto uit 1956. Het verhaal draait om een Spaanse legerofficier in het achttiende-eeuwse koloniale Argentinië. In een desolate buitenpost wacht hij al tijden vergeefs op instructies van de Spaanse koning.

    Filmrecensent Pablo Scholz beschouwt Zama in het Argentijnse dagblad Clarín als ‘een betoverende filmervaring waarbij alle zintuigen worden geprikkeld’.

    Guy Lodge van Variety had de nodige moeite om in de film te komen. ‘In de rusteloze eerste helft worstelt de kijker met het uit elkaar houden van de personages. Of de hoofdpersoon nu de lokale gouverneur ontmoet, een rondtrekkende, zich klem zuipende koopman of een flirtende edelvrouw; geen idee wie wat doet ten opzichte van wie.’ Daarnaast maakt Lodge gehakt van het sound design: ‘Al het geluid klinkt hetzelfde: zoemend, akelig, anachronistisch gejengel (…) waardoor het lijkt of er voortdurend ergens een vliegtuig neerstort.’

    Manohla Dargis, criticus van The New York Times, heeft meer plezier beleefd aan Zama. Ze heeft het over ‘een mooie, hypnotiserende en elliptische film over een man die overhoopligt met de wereld’.

    Volgens Darcis vertelt Martel op een ‘vaak verrassend komische manier hoe kolonialisme en vaderlandsliefde uit elkaar getrokken worden.’

    Zama van Lucretia Martel is vanaf 5 april te zien in de bioscoop

    © Getty
    © Getty

    LITERATUUR – Road trip door slavernijverleden van Mississippi

    Nieuwe roman van Jesmyn Ward

    In de Verenigde Staten werd met spanning uitgekeken naar de nieuwe roman van Jesmyn Ward. Zou ze het hoge niveau en het eclatante succes evenaren van Salvage the Bones waarmee ze op 34-jarige leeftijd de National Book Award won en ook internationaal doorbrak?

    Ron Charles van The Washington Post vindt van wel. In zijn recensie noemt hij Sing, Unburied, Sing een ‘directe antecedent’ van Beloved, de klassieker van Toni Morrison. Charles beschouwt Ward als een van de ‘krachtigste dichterlijke schrijvers van Amerika’.

    Net als in haar vorige boek en ook in Morrisons oeuvre staat het rassenconflict centraal in het verhaal. Dat leest als een ‘road trip’ waarin de Afro-Amerikaanse, aan drugs verslaafde Leonie met haar dertienjarige zoon Jojo en driejarige dochter Kayla door Mississippi reist om haar echtgenoot op te halen uit de gevangenis.

    Wat een vreugdevolle reünie moet worden ontaardt in een nachtmerrie. Onderweg worden de hoofdpersonen geteisterd door geesten uit het verleden die de gruwelijkste verhalen vertellen over moorden, verminkingen en verkrachting van hun voorouders. Alsof de slavernijperiode in de zuidelijke staten niet een paar generaties achter ons ligt maar nog altijd voortduurt.

    In Der Spiegel plaatst Anne Haeming de roman net als The Underground Railroad van Colson Whitehead uit 2016 binnen het actuele kader van de rassenrellen in Charlottesville van vorig jaar en de opmars van neonazi’s. Tegelijkertijd vindt de Duitse recensente dat de ‘liefde tussen broer en zus nog nooit zo raak en hartverscheurend is verbeeld’ als Ward heeft gedaan. Voor Haeming was het boek wegleggen absoluut geen optie ‘omdat de zinnen van Ward nissen in ons hoofd laten zien, waarvan we geen idee hadden dat ze bestonden’.

    Eoin McNamee schrijft in The Irish Times hoe ze werd overdonderd door de kracht van het boek: ‘De stijl van Ward loopt over van medelijden en daardoor is het een wonder dat ze kans heeft gezien het allemaal op te schrijven.’

    De criticus van het Amerikaanse literaire magazine Kirkus Review vindt dat Ward ‘duidelijk haar best heeft moeten doen om de hoofdpersonen niet al te poëtisch hun verhaal te laten vertellen’. Maar die enkele kritische kanttekening valt compleet in het niet bij de ‘intense beelden die Ward oproept, de muzikale retoriek en de warme en gulle sympathie voor haar personages, zelfs voor de meest verbitterde en onuitstaanbare onder hen’.

    De Nederlandse vertaling Het lied van de geesten verschijnt half april bij Atlas Contact.


    MUZIEK – Virtuoze 
jazztrompettist

    Avishai Cohen in het Concertgebouw

    Zo vaak gebeurt het niet dat het Amsterdamse Concertgebouw een jazzartiest in de Grote Zaal programmeert. Maar in het geval van de Israëlische trompettist Avishai Cohen kan dat niet anders. Het gaat namelijk om een muzikant van de buitencategorie. Zijn laatste album Cross My Palm With Silver behoorde volgens The New York Times tot de allerbeste muziek van 2017. Terwijl het gezaghebbende Amerikaanse jazzmagazine DownBeat Cohen al een paar jaar achter elkaar beschouwt als de onbetwiste ‘Rising Star’ op trompet.

    De ‘battles’ tussen Cohens trompet en de tenorsax van zijn broer Yuval doen John Fordham van The Guardian denken aan de ‘60s Dialogues’ van Miles Davis en Wayne Shorter. ‘De brede muzikale interpretaties maken hun optredens onweerstaanbaar voor de fans. Maar ook voor ieder ander is het buitengewoon mooie eigentijdse muziek’, schrijft Fordham.

    Voor de minder doorgewinterde jazzliefhebber is het oppassen geblazen

    Barry Davis roemt in The Jerusalem Post Cohens veelzijdige muziektalent. Volgens de recensent kwam dat in december vorig jaar ook tot uiting in zijn rol als artistiek directeur van het Jerusalem Jazz Festival. Daar zorgde hij met een ‘breed scala aan onconventionele en ongebonden jazz en slechts af en toe een voorzichtige neiging naar een commerciëlere richting voor de derde keer op rij voor een succesvolle editie’.

    Voor de minder doorgewinterde jazzliefhebber is het trouwens oppassen geblazen. Verwar trompettist Avishai Cohen (rossig, stevige baard) niet met zijn voor- en achternaamgenoot die als bassist, zanger en componist furore maakt. De ‘andere Avishai’ (gladgeschoren kruin en kin) toert de komende maanden eveneens door Europa en staat in juli tot twee keer toe in de line-up van het North Sea Jazz Festival. Zijn muziek valt te beschouwen als cross-over van jazz en klassiek met mediterrane en Latijns-Amerikaanse invloeden.

    Tournee Avishai Cohen Quartet: 14 april Kaiserslautern; 16 april Amsterdam; 17 april Zürich; 18 en 19 april Londen

    Auteur: Diederik Samwel

    Openingsbeeld: © HH

  • Rodeo helpt zwarte cowboys weer in het zadel

    Rodeo helpt zwarte cowboys weer in het zadel

    In de tijden van het Wilde Westen waren zwarte cowboys heel gewoon, maar op rodeo’s zijn ze schaars. Behalve op de Bill Picket Invitational.

    Afgezien van de songs van Missy Elliot en Ludacris die in plaats van countrydeuntjes door de speakers schallen, klinkt en oogt de Bill Pickett Invitational als een echte rodeo. In de arena klampen cowboys en cowgirls zich vast aan halfwilde paarden die hen proberen af te werpen. Ze vangen kalveren met een lasso en slalommen om houten vaten. De tribunes zitten vol fans met cowboyhoeden op hun hoofd en cowboylaarzen aan hun voeten, die op gegrilde kippenboutjes knabbelen en naar adem snakken als ruiters op de grond worden geworpen. In de pauze kunnen de kinderen ‘schaaprijden’ – een evenement waarbij ze op de rug van een schaap worden gezet en zich daar stevig aan vast moeten houden terwijl hun wollige rijdieren door de piste stuiven. Het grootste verschil is dat alle deelnemers – en het merendeel van het publiek – zwart zijn.

    De Bill Picket Invitational, die plaatsvond in Denver op Martin Luther King Day en dit jaar nog vijf andere steden zal aandoen, Hij werd in 1984 opgezet door Lu Vason, een muziekpromotor, nadat hij op een rodeo in Cheyenne, Wyoming, was geweest ‘en geen enkele ruiter had gezien die er net zo uitzag als hij’, vertelt Valeria Vason-Cunningham, die de rodeo organiseert sinds de dood van haar man in 2015.

    Vason besloot de rodeo naar Bill Pickett te noemen. Pickett, die in 1870 werd geboren in Texas, was de zoon van een bevrijde slaaf die de sport van het stierworstelen ofwel ‘bulldogging’ uitvond. Pickett galoppeerde op zijn paard achter een stierkalf aan, sprong eraf, trok de kop van het kalf aan de horens tegen zijn eigen gezicht aan en zette zijn tanden in de lip van de stier, zoals hij herdershonden had zien doen. Die beet bracht de stier dusdanig in de war dat Pickett hem alleen met zijn kaak opzij kon trekken, terwijl hij zijn handen in de lucht hield.

    Pickett trad verder op met mannen als Buffalo Bill en Will Rogers onder het pseudoniem ‘De Duistere Duivel’. Hij was de eerste zwarte man die ooit is toegelaten tot de Pro Rodeo Hall of Fame. Picketts talent was zeldzaam, maar zwarte cowboys waren dat in zijn tijd niet. Die waren van essentieel belang voor de kolonisatie van het Westen, als slaven en als vrije mannen. In de eerste helft van de negentiende eeuw trokken blanke Amerikanen op zoek naar een goedkoop stuk land naar Texas, dat toen Spaans was en, na 1821, Mexicaans gebied. Sommigen namen slaven mee om te werken op hun pas opgezette katoenplantages en veeboerderijen. Nadat de slavernij was afgeschaft, namen boeren hun voormalige slaven aan als betaalde arbeidskrachten.


    Zwarten uit het oosten trokken eveneens westwaarts omdat ze ook een graantje mee wilden pikken van de hausse in de veehouderij. ‘Werken op een ranch was uitdagend, mannelijk en bood zwarten de gelegenheid om evenveel te verdienen als blanken. Het gaf ze de kans iets te doen wat hun gezinnen een zekere mate van gelijkheid verschafte,’ zegt William Loren Katz, schrijver van The Black West en veertig andere boeken over de Afrikaans-Amerikaanse geschiedenis. Historici schatten dat van de 35.000 cowboys die tussen 1866 en 1895 – op het hoogtepunt van de veehouderij – rondzwierven in het Westen er tussen de vijfduizend en negenduizend zwart waren.

    Biefstuk

    In de tijd van de Jim Crow-wetten, die de rassenscheiding legaliseerden, mochten zwarten niet meedoen aan de meeste rodeo’s. De cowboys in de boeken en films die de rest van Amerika vertrouwd maakten met het Westen waren bijna altijd blank. Zonder een plek waar ze hun krachten konden meten en zonder sterren die jonge, zwarte cowboys konden inspireren, werd de traditie uitgehold. Terwijl Valeria Vason-Cunningham wacht tot de Bill Picket-rodeo gaat beginnen, schat ze dat minder dan vijf procent van de cowboys in de Professional Rodeo Cowboys Association, de grootste rodeo-organisatie in het land, zwart zijn. De organisatie zegt dat ze de etniciteit van de ruiters niet natrekt, maar er wordt wel naar hun lievelingseten gevraagd: ‘Ik kan jullie vertellen dat negenennegentig procent het liefst een biefstuk eet.’

    Het eerste evenement van die avond in Denver is heel toepasselijk stierworstelen. Voor hij de arena ingaat, zet Tory Johnson, een tweeëndertigjarige man uit Oklahoma City, zijn cowboyhoed iets vaster op zijn hoofd, verplaatst zijn gewicht heen en weer in zijn stijgbeugels en grijpt de teugels iets steviger beet. Hij haalt diep adem en knikt bijna onmerkbaar met zijn hoofd. De hekken springen open. Op een goudkleurige Palomino met golvende manen en een brede, witte bles schiet Johnson de arena in achter een stierkalf aan dat vóór hem is losgelaten. Hij buigt zich naar voren op zijn paard tot zijn armen om de nek van de stier liggen; dan schopt hij de stijgbeugels van zijn voeten, leunt op de stier en drukt hem tegen de grond – zonder zijn tanden te gebruiken, dient hierbij opgemerkt te worden. De hele beproeving neemt 5,6 seconden in beslag.

    Vertaler: Tineke Funhoff

    Openingsbeeld: De Bill Pickett Invitational Rodeo in Memphis. – © Scott Olson / Getty Images

    The Economist
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 1.337.180

    Sinds jaar en dag de bijbel voor iedereen die zich interesseert voor internationaal nieuws. Liberaal, niet te verwarren met conservatief.