Op de Balkan worden via de zwarte markt op berichtendienst Telegram oproepen gedaan om voor een aanzienlijk bedrag immigranten te smokkelen. Bij deze Bulgaarse chauffeur gaat bijna alles mis. En naar het geld kan hij fluiten.
Vladislav [niet zijn echte naam] leidt geen bijzonder turbulent leven. Hij woont in een stad in het noordoosten van Bulgarije, waar hij in een fabriek werkt, in ploegendienst. De eentonigheid van zijn baan en het magere salaris dat hij verdient brengen hem in de verleiding om dingen te doen die ver buiten zijn dagelijkse routine vallen – in dit geval zelfs buiten de wet.
Via een advertentie in een anoniem kanaal op berichtendienst Telegram begint Vladislav in september 2023 een nieuwe loopbaan als ‘handelaar in illegale immigranten’. Hij aarzelt aanvankelijk, maar het geld dat hem in het vooruitzicht wordt gesteld is toch te verleidelijk. Vladislav reageert op een bericht dat gebruiker Dark Haker heeft geplaatst, waarin wordt gezocht naar een ‘vervoerder tegen betaling van een groot bedrag’. Vladislavs’ interesse is daarmee al snel gewekt. Dark Haker biedt eerst 650 euro, dan 750, en uiteindelijk iets meer dan 1000 dollar voor het vervoeren van vier vluchtelingen van Boergas naar Sofia.
Internetchats
Illegale migranten de grens over zetten is niet langer alleen voorbehouden aan professionele smokkelaars; het wordt tegenwoordig ook gedaan door mensen die ‘gewoon geld willen verdienen’. Het werven van dergelijke ‘eendagssmokkelaars’ vindt en plein public plaats in internetchats die voor iedereen toegankelijk zijn.
Nadat hij akkoord is gegaan met het aanbod om de vluchtelingen te vervoeren, vertrekt Vladislav vrijwel onmiddellijk naar Boergas. De opdracht is relatief eenvoudig: haal de vier vluchtelingen op en rijd dan rechtstreeks naar Sofia, zonder onderweg ergens te stoppen. Er moet bij aankomst in Sofia een video-opname worden gemaakt van het tellen van de migranten, en er worden regelmatig screenshots van zijn locatie verwacht, zodat de organisatoren weten waar hij is.
Die avond krijgt hij de exacte coördinaten van de plaats waar hij heen moet rijden om de vluchtelingen op te halen. De locatie is een zandweg in Strandzja, tussen Kroesjevets en de Jasna Poljana-dam.
Als hij daar aankomt, ziet Vladislav in het schijnsel van mobiele telefoons de eerste vluchteling opdoemen: een man in donkere kleren met een rugzak. Hij heeft een kaalgeschoren hoofd, een baard en een snor. ‘Daarna verschenen er nog zes,’ vertelt Vladislav. Terwijl de afspraak was dat hij er vier mee zou nemen, waren het er opeens zeven. En in zijn sedan passen maar vijf mensen. Uiteindelijk neemt hij ze allemaal mee richting Sofia: vijf achterin en twee naast hem voorin.
De communicatie met de migranten in de auto verloopt moeizaam. Slechts een van hen spreekt een beetje Engels. ‘Ze maakten voornamelijk selfies met hun telefoons,’ vertelt Vladislav. Met behulp van een vertaalapp begrijpt hij dat ze uit Afghanistan komen en dat hun volgende stop Servië is, met eindbestemming Duitsland. Ze hebben 3000 euro per persoon betaald voor hun reis door Bulgarije.
Vage aanwijzingen
De aanwijzingen die Vladislav onderweg krijgt blijven erg algemeen. Hij moet achter een vrachtwagen gaan rijden en via de app Waze in de gaten houden waar de politie gesignaleerd is. ‘Werd je aangehouden, dan was je er gloeiend bij,’ zegt hij.
Bij aankomst maakt Vladislav zoals gevraagd een filmpje van de vluchtelingen die uitstappen. Volgens zijn correspondentie met een tweede contactpersoon, met een Pakistaans nummer, is dit een vereiste om betaald te worden. Na het maken van de video stappen de zeven migranten ineens weer in de auto. Een paar minuten later krijgen ze aanwijzingen op hun telefoon en stappen ze alsnog uit.
Vladislav was verteld dat hij de helft van het bedrag – 500 euro – van de vluchtelingen zelf zou krijgen. Bij aankomst in Sofia, kort voordat de zeven uiteindelijk de auto verlaten, krijgt hij echter heel andere instructies: hij moet geen geld aannemen van de vluchtelingen, omdat die het misschien nodig hebben voor de rest van de reis naar Duitsland.
Maar dan neemt het verhaal nog een andere wending: Vladislav moet wachten op een andere man die betrokken is bij de smokkel en die hem zal betalen. Maar die blijkt nog te slapen, hoort hij van de man achter het Pakistaanse nummer.
Op een parkeerplaats in Sofia probeert hij zelf wat te slapen. Als dat niet lukt, neemt hij weer contact op met de contactpersoon met het Pakistaanse nummer, die hem uitlegt dat ‘het doorspelen van het geld’ nog niet heeft plaatsgevonden, ‘maar het is in orde’, ‘geen probleem’ en ‘er is niets aan de hand’. Vladislav antwoordt: ‘Er is nog niets mijn kant op gekomen, zoals we wel hadden afgesproken.’
Desondanks blijft de organisator beweren dat alles in orde is. Latere communicatie met zowel het Bulgaarse als het Pakistaanse nummer maakt duidelijk dat de organisatoren elkaar niet kennen en dat de coördinatie elders plaatsvindt. Het Bulgaarse nummer had gesuggereerd dat Vladislav in Plovdiv zou worden betaald, maar tegen die tijd was hij al vertrokken.
‘Er is nog niets mijn kant op gekomen, zoals we wel hadden afgesproken’
Vladislav begint ernstige twijfels te krijgen, maar hij heeft de hoop op zijn honorarium nog niet helemaal opgegeven. In ieder geval heeft geen van zijn twee contactpersonen het contact tot nog toe verbroken.
Als hij de volgende dagen verschillende aanbiedingen krijgt voor een tweede rit, voor nog meer geld – vier mensen voor 500 euro per persoon, bijvoorbeeld – stemt hij in, onder de voorwaarde dat hij bij aankomst ook de 1000 euro die hij nog tegoed heeft zal ontvangen.
Tijdens zijn tweede rit, naar een plaats die niet ver van de eerste eindbestemming ligt, raakt Vladislav de weg kwijt. Zijn telefoon heeft geen bereik en daarom kan hij geen verbinding maken met de gps-app, of met zijn contactpersoon. Uiteindelijk, na uren rondzwerven, gaat hij alleen terug. ‘Vreemd genoeg was de organisator op de hoogte van mijn situatie; toen we contact hadden, wenste hij me een goede reis terug.’
De vergeefse tweede rit is voor Vladislav geen reden om niet toch nog een derde poging te wagen: dit keer met een ander startpunt, een paar kilometer van de grensovergang met Turkije bij Lesovo, in de regio Jambol. Daar moet hij vijf migranten oppikken. Maar er komt niemand opdagen. De contactpersoon belooft dat hij nog 250 euro krijgt en 1000 euro van ‘de Arabier die de mensenhandel heeft georganiseerd’.
Kort voordat hij wil vertrekken, wordt Vladislav aangehouden door de grenspolitie. Niet zo verrassend, want in tegenstelling tot de eerste twee locaties ligt deze plek in het zicht van een controlepost. Hij moet zijn telefoon afgeven, met daarop de correspondentie met de organisatoren. Zijn auto wordt van onder tot boven uitgekamd. ‘Ik zei dat het mijn eerste keer was,’ vertelt hij. Maar ze bieden hem direct twee opties: meewerken of gearresteerd worden. Vladislav kiest de eerste.
Fluiten naar het geld
Alleen kan hij de grenspolitie nauwelijks van dienst zijn. Er zitten geen vluchtelingen in de auto en zijn contactpersonen zijn allemaal anoniem. Als hij zou worden betrapt met migranten, zou hem een onvoorwaardelijke straf boven het hoofd hangen. ‘Eén ding wisten ze heel zeker: ik zou geen enkele lev [de Bulgaarse munteenheid] krijgen voor mijn werk,’ zegt Vladislav, die naar huis wordt gestuurd.
Slechts een van zijn drie ritten is succesvol afgerond. Financieel is hij er zelfs op achteruit gegaan, want hij moest zelf de benzine betalen. Na een week besluit Vladislav zijn nieuwe carrière vaarwel te zeggen.
Financieel is Vladislav er zelfs op achteruit gegaan, want hij moest zelf de benzine betalen
Achteraf beseft hij dat het behoorlijk naïef was om geld te verwachten, nadat hij voor zijn eerste rit niet betaald kreeg. Bovendien realiseert hij zich nu dat hij zichzelf meerdere keren in gevaar heeft gebracht. Ondertussen ziet hij nog steeds Telegram-feeds voorbijkomen met advertenties voor vluchtelingenvervoer, tussen de aanbiedingen voor drugs, nepparfum en nepdiploma’s.
Wat hem inmiddels opvalt, is dat ‘het barst van de mensen zoals ik die gaan rijden, maar naar hun geld kunnen fluiten’. Hij probeert anderen sindsdien te waarschuwen ‘om niet gepakt te worden’.
De casino’s van Macau maakten zes keer zoveel omzet als die van Las Vegas. Tot China’s strenge zerocovidpolitiek elk plezier uitbande. Nu wil Beijing de voormalige kolonie minder afhankelijk maken van de gokindustrie. Een riskant plan.
Een verhaal over Macau moet beginnen met de Cotai Strip. Buiten stralen de half zo hoge kopieën van de Eiffeltoren en de Big Ben. Binnen, op het parket van de Parisian, een van de grootste casinoresorts van het gokgebied, verspeelt de Aziatische elite op één avond evenveel als anderen in een heel jaar verdienen.
Het Taiwanese ondernemersechtpaar mevrouw Qiu en meneer Fu zit in designer-T-shirt en sneakers achter speelautomaten in het zogeheten High-Roller-domein, waar alleen de rijken spelen. Meneer Fu heeft zijn machine op automatisch ingesteld, hij hoeft dus geen vinger uit te steken. Met elk spel verdwijnen 176 Hongkongse dollars, omgerekend ongeveer 20 euro, van zijn rekening. Met honderden spelletjes per uur zijn dat meestal duizenden euro’s – verlies. Het huis wint altijd.
Het paar was dit jaar al drie keer in Macau, elke keer voor vier tot vijf dagen. Ze hebben iets in te halen, vertellen ze, want de drie voorgaande jaren konden ze vanwege de reisbeperkingen in verband met corona niet komen. Elke dag verloopt volgens dezelfde routine: opstaan, ontbijten, zwemmen in het zwembad, wandelen of wat werken. In de middag beginnen ze te spelen. Tijdens hun verblijf in Macau verlaten ze het resort nauwelijks. ‘We geven de voorkeur aan de automaten,’ zegt mevrouw Qiu. Dat is minder ‘werk’ dan spelletjes als poker, roulette of baccarat, die je hier natuurlijk ook hebt. ‘Je hebt alleen geluk nodig.’ Op deze avond hebben ze dat weer eens niet.
Reorganisatie
Slecht voor de spelers, goed voor het casino, en in breder verband ook voor Macau. Want deze Chinese ‘speciale bestuurlijke regio’ is aangewezen op de inkomsten uit gokspelletjes. Voor de pandemie haalden de casino’s zes keer zo veel omzet als die van Las Vegas. Ze droegen meer dan de helft bij aan het bruto binnenlands product van de voormalige Portugese kolonie, en 85 procent van de belastinginkomsten. In 2019 nog verdrongen 39 miljoen bezoekers elkaar in het gebied, dat kleiner is dan Berlijn-Mitte.
Toen brak de coronapandemie uit: spelers konden niet meer komen, duizenden mensen verloren hun baan, de belangrijkste inkomstenbron van de staat droogde op: 95 procent minder inkomsten uit het gokken. Na beëindiging van de zerocovidpolitiek in China komen de spelers terug, de omzetten in Macau hebben die van Las Vegas alweer ingehaald. Maar naar aanleiding van de fatale ervaring met covid hebben de regeringen van China en Macau besloten dat het Mekka van de gokspelen voortaan minder afhankelijk moet zijn van het gokspel. Macau moet nu een centrum worden voor gezondheid, financiële en hightechbedrijven en jaarbeurstoerisme. Er is alleen één probleem: de reorganisatie die in de speciale bestuurlijke regio moet worden doorgevoerd is niet alleen een enorme klus, ze maakt Macau ook nog afhankelijker van Beijing.
Nergens zijn de economische gevolgen van de pandemie beter waar te nemen dan aan de grensovergang Portas do Cerco, die het schiereiland verbindt met het Chinese vasteland. Elke dag passeren tienduizenden reizigers de douanecontroles. Velen van hen zijn Chinese arbeiders die ’s morgens binnenkomen en ’s avonds weer teruggaan naar hun woningen op het vasteland. Maar in de afgelopen drie jaar zijn er steeds meer inwoners bij gekomen die de omgekeerde route afleggen. Ze dragen volle zakken en zware koffers de grens over en komen met lege zakken en koffers terug.
Smokkelaars kunnen in Macau producten inkopen voor een gunstige prijs en die op het Chinese vasteland duurder doorverkopen
Het zijn smokkelaars, die gebruikmaken van het feit dat Macau geen tol heft op import en het vasteland wel. Zo kunnen ze in de speciale bestuurlijke regio producten inkopen voor een gunstige prijs en die op het vasteland duurder doorverkopen. Al in de Portugese tijd was het smokkelen big business. Tijdens corona bloeide de praktijk weer op. In de kleine, donkere zijstraatjes niet ver van de grensovergang zitten veel winkeltjes voor cosmetica, voedingssupplementen, medicamenten en spiritualia. Veel zaakjes zijn niet meer dan opslagruimtes, of een loket in de muur. Maar voor elk daarvan vormen zich lange rijen mensen: klanten met bankbiljetten in de hand.
Mevrouw Chen koopt blikken babyvoeding. Ze woont al bijna dertig jaar in Macau, is gescheiden en heeft een zoon die dit jaar zijn school afmaakt. In december 2021 verloor ze haar baan in een casino. ‘De baas kon ons niet eenvoudig ontslaan, dus heeft hij ons weggepest,’ vertelt ze. Sindsdien heeft ze geen nieuw werk meer gevonden. Er zijn volgens haar zoveel afgestudeerden die ook werk zoeken, ‘wie zou dan iemand van vijftig aannemen?’ In plaats van als croupière, zoals vroeger, werkt ze nu als smokkelaarster.
‘Aan een blik melkpoeder verdien je 6 Hongkongdollars,’ zegt Chen. Dat is minder dan een euro. Ze gaat eenmaal per dag de grens over, verdient er een paar euro mee. Van dat geld moet Chen het eten voor haar en haar zoon kopen en de lening voor haar woning afbetalen. Binnenkort loopt de volgende termijn af, ze slaapt nauwelijks nog, vertelt ze. Als ze drie termijnen in gebreke blijft, staan haar zoon en zij op straat.
Het smokkelen is niet ongevaarlijk. De grenswachten zijn berucht om hun willekeur. In één maand is ze drie keer betrapt, vertelt Chen. 3000 Hongkongse dollars moest ze betalen. Omgerekend 350 euro. En de leveranties van consumptie-ijs, koffie en thee, ter waarde van meer dan duizend dollar zijn ook verloren – in beslag genomen door de controleurs. ‘De regering helpt ons niet,’ zegt ze. ‘Die is niet in ons geïnteresseerd.’
Omscholing
In werkelijkheid heeft de regering van Macau wel geprobeerd de economische gevolgen van de pandemie te verzachten. Ze heeft directe financiële steun verleend en omscholingsprogramma’s voor werklozen opgezet. Ondernemingen en zelfstandigen kregen belasting terug en subsidies. Tegelijk probeerden de autoriteiten te investeren in de toekomst. Ze knapten bezienswaardigheden op en gaven subsidies aan start-ups. Ten slotte verplichtten ze casino-eigenaren verleden jaar bij de uitgifte van nieuwe licenties om miljarden euro’s te investeren in sectoren buiten de gokwereld. Maar is Macau wel denkbaar zonder casino’s?
Een deel van het antwoord is te vinden in de Rua dos Ervanários. Slechts een paar stappen verwijderd van de ruïnes van de Pauluskerk, een van de meest gefotografeerde plekken van de stad, ontmoeten het oude en het nieuwe Macau elkaar hier. De zwart-wit bestrate steeg kent een eeuwenlange geschiedenis. Ooit zat hier het hoofdkantoor van de Portugese douane. Talloze straatverkopers boden hier Chinese vazen en Portugese meubels te koop aan. Ook nu zijn er nog een paar oude zaken die wierookstokjes en antiquiteiten verkopen. Maar daarnaast zijn er in de afgelopen jaren hippe cafés en kleurrijke boetiekjes geopend. Het is een experiment waarvan het succes nog moet blijken.
Tot in de tachtiger jaren had Macau een relatief diverse economie, waarin naast de gokbedrijven ook de textielindustrie een noemenswaardige rol speelde. Maar toen de kolonie in 1999 terugviel aan China, kwam er korte tijd later ook een einde aan het monopolie van het lokale casinobedrijf STDM. Amerikaanse investeerders in de gokbusiness namen toen de controle over de economie van Macau volledig over. Straten als de Rua dos Evanários in de oude stad van Macau raakten in verval. Dat wil de regering nu herstellen, en daarom steunt ze ondernemers met subsidies als ze daar een zaak openen.
In de reusachtige shoppingcenters moeten de klanten in de toekomst belastingvrije producten kunnen kopen, net als in Macau
Het weer verlevendigen van de oude stad is maar één onderdeel van het masterplan voor Macau. Dat behelst verder het voornemen om tot 2040 ongeveer drie vierkante kilometer land te winnen op de zee; een vlakte zo groot als 420 voetbalvelden. Macau is een van de dichtst bebouwde gebieden ter wereld. Hier leven ongeveer 680.000 mensen op 33 vierkante kilometer. Voor het jaar 2040 rekent de regering op 800.000 inwoners. Maar Macaus belangrijkste ontwikkelingsgebied ligt buiten de eigen grenzen, op het naburige eiland Hengqin, dat ongeveer drie keer zo groot is als de speciale bestuurlijke regio en bij het vasteland van China hoort.
Volgens de planning van de Chinese regering moet het tot voor kort slechts door enkele vissers bewoonde eiland ‘een tweede Macau’ worden. Overal op Hengqin ontstaan nu nieuwbouwwijken. Woontorens en kantoorcomplexen schieten de grond uit. Het potentieel is geweldig: 100.000 nieuwe hotelkamers zouden hier gebouwd kunnen worden, naast de 40.000 die er in Macau al zijn. Een nieuw financieel district met wolkenkrabbers rijst al boven de zee-engte uit. Met het Chimelong-complex ontstaat een van de grootste recreatieparken ter wereld, inclusief een orkashow en kabelbaan. En in de reusachtige shoppingcenters moeten de klanten in de toekomst belastingvrije producten kunnen kopen, net als in Macau.
Maar de huidige werkelijkheid blijft er nog bij achter. Een lokale vastgoedmakelaar vertelt dat de meeste woningen op het eiland wel verkocht, maar nog onbewoond zijn. Het ontbreekt ook nog aan infrastructuur, ziekenhuizen bijvoorbeeld. Ook daarom waarschijnlijk schiet de regering van Macau nu te hulp door Hengqin voor ondernemers en bewoners aantrekkelijk te maken middels belastingverlagingen en subsidies.
Waarom zouden Chinese toeristen eerst een visum voor Macau moeten bemachtigen als ze de meeste geneugten straks ook in Hengqin kunnen vinden?
De centrale regering in Beijing viert het project als een schoolvoorbeeld van goede samenwerking, maar het is duidelijk wie daarbij aan het langste eind trekt. Want terwijl Macau dringend verlegen zit om bezoekers van het vasteland – zij vormen meer dan driekwart van alle toeristen – is Macau voor China in economisch opzicht verwaarloosbaar. En waarom zouden Chinese toeristen eerst een visum voor Macau moeten bemachtigen als ze de meeste geneugten straks ook in Hengqin kunnen vinden – behalve de casino’s die op het vasteland verboden zijn?
Hoe dan ook heeft Macau geen keus. Dat wordt duidelijk als je in het Parisian-casino praat met een receptionist die zich ‘JJ’ noemt. De jongeman in een grijs uniform draait daar zijn nachtdienst. Eigenlijk is de zoon van Philippijnse immigranten te hoog gekwalificeerd voor dit baantje: hij is universitair afgestudeerd in toerisme. Na zijn examens in 2019 kon hij meer dan drie jaar lang geen baan vinden. Gelukkig kon zijn vader, die in een ander casino werkt, zijn baan tijdens de pandemie behouden en zo het gezin voeden.
De nachtdiensten zijn zwaar, vertelt JJ. Hij moet er steeds zeven achter elkaar doen voor hij een dag vrij krijgt. Toch is hij gelukkig dat hij eindelijk ergens een kans heeft gekregen. Al ziet hij er achter de receptie van de Parisian vooral vermoeid uit.
Otoniel stond jarenlang aan het hoofd van de Clan del Golfo
Een van ’s werelds meest gezochte drugsbaronnen ter wereld is dinsdag in een Amerikaanse rechtbank veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijfenveertig jaar. Dat schrijft The New York Times. Dairo Antonio Úsuga, ook wel bekend als ‘Otoniel’, stond aan het hoofd van de beruchte Clan del Golfo, of Gulf Clan, en pleitte eerder schuldig aan grootschalige drugssmokkel.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
‘Ik neem de verantwoordelijkheid op me voor de misdaden die ik heb begaan,’ zei Otoniel, wiens Clan del Golfo jarenlang het noorden van Colombia in een greep van geweld hield. Mocht de eenenvijftigjarige Otoniel nog in leven zijn als hij zijn gevangenisstraf heeft uitgezeten, dan staat hem mogelijk nog een jarenlange straf in thuisland Colombia te wachten.
Ten tijde van de burgeroorlog vocht Úsuga mee met zowel linkse als rechtse guerillastrijders voordat hij lid werd van de Clan del Golfo. Voor zijn arrestatie in 2021 was hij de meest gezochte crimineel van het land. De Clan del Golfo, ook bekend als de Gaitanist Self-Defense Forces of Colombia, is de baas over een groot deel van het noorden van Colombia, waar veel illegale mijnbouw, mensensmokkel en drugs- en wapenhandel plaatsvindt.
Volgens politie en justitie maken Oekraïense bedrijven deel uit van een netwerk waarin grote hoeveelheden tabak vanuit Roemenië, Belarus en de Verenigde Arabische Emiraten via Oekraïne naar EU-landen worden gesmokkeld. ‘Zo werkt die smokkel overal ter wereld.’
Vier jaar geleden reed een vrachtwagen met 12,5 miljoen sigaretten de Oekraïense havenstad Odessa binnen. Het leek een doodgewone lading tabak die vanuit Europa werd ingevoerd in Oekraïne, een van de landen met de hoogste aantallen rokers ter wereld. Maar een aantal dingen klopte niet. De sigaretten, van de merken Regina Blue en Regina Red waren niet voorzien van een accijnszegel. De waarschuwende teksten op de pakjes waren niet in het Oekraïens. En op de zijkant stond in kleine lettertjes: ‘For Duty Free Sale Only’. De autoriteiten vermoedden dat deze sigaretten voor de smokkel waren bedoeld.
In het kort
• Regina is de afgelopen jaren een van de meest gesmokkelde sigarettenmerken in Europa geworden.
• China heeft het Protocol tot uitbanning van illegale handel in tabaksproducten van de WHO ondertekend, maar houdt zich daar niet aan.
• ‘Oekraïne is allang een van de voornaamste herkomstlanden van sigaretten die de EU in worden gesmokkeld.’
• Het overgrote deel van de geïmporteerde sigaretten is gekocht in de chaotische eerste maanden na de Russische annexatie van de Krim: alleen al in 2014 tweehonderd miljoen.
Regina, herkenbaar aan de grote witte R met een gouden of zilveren kroontje, is lang niet zo’n bekend merk als Marlboro of Lucky Strike, maar het is de afgelopen jaren een van de meest gesmokkelde sigarettenmerken in Europa geworden. Het is een product van de China National Tobacco Corporation, kortweg China Tobacco of CNTC genoemd, een Chinees staatsbedrijf dat bijna de helft van alle sigaretten ter wereld produceert. Het heeft zich jarenlang alleen op de binnenlandse markt gericht, maar is de laatste tijd begonnen zijn sigaretten ook elders in de wereld nadrukkelijk aan de man te brengen. En die nieuwe markten zijn niet altijd legale markten, zo blijkt uit onderzoek van het Organized Crime and Corruption Reporting Project (OCCRP) en de Kyiv Post.
Vanuit de enige Europese fabriek van China Tobacco, op een paar uur rijden ten noorden van Boekarest, is Oekraïne de afgelopen zeven jaar overspoeld met minstens een half miljard sigaretten. Volgens de fiscus en de vakvereniging van de grootste tabaksproducenten van Oekraïne worden de Chinese merken nergens legaal aangeboden. Uit aan het OCCRP gelekte Roemeense overheidsgegevens blijkt dat de fabriek beweerde de tabak legaal te exporteren naar veertien verschillende bedrijven in Oekraïne. Maar naar ten minste drie van deze bedrijven loopt een onderzoek wegens grootschalige sigarettensmokkel, zo werd door journalisten geconstateerd. Volgens politie en justitie maken ze deel uit van een netwerk waarin grote hoeveelheden tabak vanuit Roemenië, Belarus en de Verenigde Arabische Emiraten via Oekraïne naar EU-landen worden gesmokkeld. ‘Zo werkt die smokkel overal ter wereld,’ zegt Luk Joossens, deskundige op het gebied van tabaksontmoediging. ‘Internationale bedrijven die exporteren naar plaatsen waar de markt niet lijkt aan te sluiten op de vraag.’
Oekraïne als doorvoerhaven voor de smokkel naar Europa
Oekraïne heeft al langer een slechte naam als doorvoerhaven voor illegale sigaretten, en het is nog steeds een van de grootste bronnen van sigarettensmokkel naar de EU.
Door zijn ligging aan de oostelijke rand van het handelsblok en zijn tabaksprijzen, die veel lager zijn dan in de EU, is het land een paradijs voor smokkelaars.
Daar komt bij dat de smokkel van tabak in Oekraïne wel verboden is, maar geen zwaar misdrijf. Onder jarenlange druk van de EU om de straffen te verhogen heeft president Volodymyr Zelensky in april eindelijk een wetsvoorstel ingediend om smokkel te bestraffen met maximaal twaalf jaar cel en een fikse boete.
Het International Consortium of Investigative Journalists onthulde in 2009 dat grote sigarettenfabrikanten het jaar daarvoor bijna 130 miljard sigaretten hadden geproduceerd en ingevoerd: dertig procent meer dan in Oekraïne zelf kan worden geconsumeerd. Al die miljarden sigaretten zijn verdwenen op de markt, en dus mogelijk via illegale handel in de EU terechtgekomen.
Protocol
China heeft het Protocol tot uitbanning van illegale handel in tabaksproducten van de WHO ondertekend, waarin is vastgelegd wat overheden moeten doen om de smokkel en namaak van tabak tegen te gaan. Volgens dat protocol mogen tabaksproducenten bijvoorbeeld pas exporteren als ze hebben bewezen dat er op een bepaalde markt werkelijk vraag naar hun product bestaat. Verder moeten ze hun afnemers aan een achtergrondcheck onderwerpen en controleren of ze over de nodige registraties en vergunningen beschikken. China Tobacco lijkt dit allemaal niet te doen. Het heeft niet gereageerd op vragen. Maar de Roemeense dochteronderneming China Tobacco International Europe Company zegt zich wel aan alle relevante Roemeense en Europese wetgeving te houden en ‘onze risicobeheersingsmaatregelen te verbeteren’, bijvoorbeeld met een in 2019 ingevoerd track-and-tracesysteem om smokkel tegen te gaan. Het bedrijf gaat niet in op vragen over zijn Oekraïense afnemers en de aantijgingen daartegen.
Het Oekraïense justitieonderzoek tegen de tabakssmokkel liep van 2017 tot eind december 2020, toen het werd afgesloten omdat fiscus en justitie geen verdachten hadden die ze konden vervolgen. Het onderzoek werd op 29 april [2021] heropend, een week nadat journalisten er vragen over hadden gesteld aan het OM. Hoewel de opsporingsdiensten vier jaar lang hebben geprobeerd klaarheid in de zaak te brengen, lijkt het erop dat ze belangrijke verbanden over het hoofd hebben gezien. Het is ook nooit gelukt hun onderzoek te coördineren met dat van de Roemeense politie, die aan haar kant van de grens de smokkel van sigaretten uit deze fabriek onderzocht.
Volgens de gegevens van het OCCRP geeft de overheid vaker blijk van zo’n blinde vlek als het om China Tobacco gaat
Na de vondst in Odessa in mei 2017 bezwoer een directeur van Duty Free Odessa, het bedrijf dat de lading illegale Regina’s had gekocht, dat zij nog nooit eerder Chinese sigaretten had ingevoerd. Dat is niet waar. Uit Roemeense exportgegevens blijkt dat Duty Free Odessa een maand eerder, in april 2017, 12,5 miljoen Regina-sigaretten in Oekraïne had ingevoerd – een lading die blijkbaar aan de aandacht van de autoriteiten was ontsnapt. En een bedrijf met dezelfde eigenaar en directeur, Travel Retail Ukraine, importeerde in juli 2015 bijna 15,5 miljoen Chinese sigaretten. Maar justitie lijkt naar dat bedrijf helemaal geen onderzoek te hebben ingesteld, of zelfs maar te hebben opgemerkt dat een en dezelfde persoon eigenaar is van twee bedrijven die allebei grote hoeveelheden Chinese sigaretten hebben ingevoerd zonder daarvoor een importvergunning te hebben.
Volgens de gegevens van het OCCRP geeft de overheid vaker blijk van zo’n blinde vlek als het om China Tobacco gaat. Opsporingsdiensten noemen Chinese sigaretten vaak ‘cheap whites’ (een aanduiding voor illegaal in kleinere fabrieken gemaakte en voor de illegale export bedoelde sigaretten), zonder te erkennen dat ze geproduceerd worden door de grootste sigarettenfabrikant ter wereld, in een periode waarin die zijn internationale afzet probeert te vergroten.
‘Oekraïne is allang een van de voornaamste herkomstlanden van sigaretten die de EU in worden gesmokkeld’
‘Oekraïne is allang een van de voornaamste herkomstlanden van sigaretten die de EU in worden gesmokkeld,’ zegt Allen Gallagher van de Tobacco Control Research Group aan de universiteit van Bath. ‘Uit onderzoek blijkt dat dit mede komt doordat grote internationale tabaksbedrijven het land overspoelen met een overmaat aan producten, die dan doorsijpelen naar de EU. Door de verfijnde methoden waarmee de smokkelaars illegale producten verbergen, kan het voor de autoriteiten lastig zijn om daar paal en perk aan te stellen.’
Zowel Duty Free Odessa als Travel Retail Ukraine is ten dele eigendom van Vadym Sljoesarjev, een invloedrijke oud-medewerker van de grenswacht die nauwe banden onderhoudt met de huidige president van het land. Daarnaast heeft hij ook een naam opgebouwd met minder frisse praktijken. In april werd hij door de voormalige Georgische president Micheil Saakasjvili betiteld als ‘de grootste smokkelaar van de regio Charkiv’ – de noordoostelijke grensregio die een van de belangrijkste smokkelroutes van het land is. ‘Waarom staat hij niet op de lijst?’ vroeg hij zich op de Oekraïense tv af. (Sinds 2015 is Saakasjvili Oekraïens staatsburger en hij is korte tijd gouverneur van Odessa geweest.) Daarmee doelde hij op de aankondiging van sancties tegen vermeende smokkelaars. Wellicht, opperde hij, genoot Sljoesarjev ‘een zekere mate van immuniteit vanwege zijn politieke sympathieën’.
Vadym Sljoesarjev, dienaar van het volk?
Sljoesarjev werd in 2019 campagnemedewerker voor Zelensky, de voormalige tv-ster die eerst een president speelde in een tv-serie, om vervolgens echt president te worden.
Om onduidelijke redenen werd Sljoesarjevs betrokkenheid bij de partij aanvankelijk stilgehouden. Lokale media kwamen erachter en noemden hem een ‘schaduworganisator’ van Zelenky’s team in de regio Charkiv, waar hij stemmen ronselde voor de verkiezingen van 2019. Het Oekraïense programma Schemes van Radio Free Europe/Radio Liberty (RFE/RL) legde verbanden bloot tussen zijn bedrijven en vier parlementskandidaten van Zelensky’s partij. De website Censor.Net onthulde verder dat Sljoesarjev twee hotels zou bezitten op de Krim en daar via Rusland naartoe zou zijn gevlogen, ondanks het Oekraïense verbod.
Dit lijkt zijn politieke carrière allemaal niet te hebben gehinderd. Zelensky bevestigde uiteindelijk aan journalisten van RFE/RL dat Sljoesarjev had samengewerkt met Pavlo Soesjko, het hoofd van zijn campagneteam in Charkiv. Sljoesarjev en Soesjko hebben allebei gewerkt bij het Oekraïense grenswachtagentschap. Na de verkiezingen trad Sljoesarjev uit de schaduw. Eerst werd hij freelance-adviseur voor Serhi Trofimov, adjunct-hoofd van Zelensky’s staf. Momenteel werkt Sljoesarjev niet meer voor Zelensky, aldus de voorlichters van de president. Sinds maart zit hij wel in een nieuwe politieke raad die de politieke strategie voor Zelensky’s partij Dienaar van het Volk moet uitstippelen. De partij heeft niet gereageerd op vragen.
Nauwe banden met Zelensky
Sljoesarjev heeft nauwe banden met president Zelensky, voor wie hij werkt sinds hij in 2015 opstapte als hoofd van de afdeling binnenlandse veiligheid van het Oekraïense grenswachtagentschap. Tot die tijd had hij voor verschillende afdelingen van dat agentschap in de regio Charkiv gewerkt. Bij navraag door een journalist benadrukten opsporingsambtenaren dat ze geen bewijs hebben dat Sljoesarjev persoonlijk weet heeft van de smokkel, ook al zijn er bedrijven van hem bij betrokken. Hij is in 2017-2018 mede-eigenaar geworden van beide bedrijven, en hun betrokkenheid bij sigarettensmokkel dateert van voor die tijd. De andere mede-eigenaar, Ksenia Jabloekovska, verwierf al aandelen in beide bedrijven in 2015 of 2016, toen ze Chinese sigaretten in Oekraïne importeerden. Sljoesarjevs bedrijven hebben niet op vragen gereageerd. Ook pogingen om contact met hem te krijgen via de regeringspartij Dienaar van het Volk zijn op niets uitgelopen.
De enige fabriek van China Tobacco in Europa bevindt zich op enkele uren rijden van de Roemeense hoofdstad Boekarest.
Sljoesarjev werd officieel pas mede-eigenaar van de bedrijven nadat ze zich met smokkel hadden ingelaten, maar hun opkomst in de sigarettensmokkel valt wel samen met zijn loopbaan bij de Oekraïense grenswacht. Travel Retail Ukraine opende in 2012 een taxfreewinkel bij de douanepost in Hoptivka, aan de grens met Rusland. Sljoesarjev was destijds hoofd van de afdeling binnenlandse veiligheid van de regio oost in het grenswachtagentschap, dat meer dan veertig van zulke grensovergangen naar Rusland beheert. In 2017, na zijn ontslag bij de grenswacht, werd hij mede-eigenaar van Travel Retail Ukraine. Datzelfde jaar kocht hij ook het bedrijf Frontera, eigenaar van het gebouw bij de grensovergang dat door de grenswacht van Charkiv wordt geleased, zo bleek uit onderzoek van het radioprogramma Schemes van de radiozender Radio Free Europe/Radio Liberty. Volgens de verslaggevers bezit dit bedrijf van Sljoesarjev ook panden bij de grensovergang van Hoptivka, waarin nu supermarkten en verzekeringsloketten zijn gevestigd.
‘Het is veel interessanter om deze sigaretten, die veel goedkoper zijn, tegen contanten aan smokkelaars te verkopen’
Het OCCRP en de Kyiv Post hebben geen bewijs gevonden dat Sljoesarjev deze winkels voor smokkelpraktijken gebruikt, maar de sigaretten die bij de inval in Odessa in beslag zijn genomen, waren wel aangemerkt als bestemd voor taxfreeverkoop. Dat is een veelgebruikte list om verboden sigaretten het land in te smokkelen, volgens een rapport uit 2020 van consultancybureau Kantar. Volgens een rechercheur die de lading heeft onderzocht, waren die sigaretten duidelijk niet voor de verkoop in taxfreewinkels bedoeld. Hij sprak met de Kyiv Post en het OCCRP op voorwaarde van anonimiteit, omdat hij de media eigenlijk niet te woord mag staan. ‘Taxfreewinkels verkopen zulke sigaretten niet,’ legt hij uit, want de klanten van zulke winkels willen duurdere merken. ‘Waarom taxfree? Omdat je dan geen invoerheffing betaalt. Zo van: we slaan dit in voor onszelf. Maar ze verkopen die sigaretten niet zelf.’
Kostjantyn Krasovsky, hoofd van de afdeling tabakscontrole van het Instituut voor Strategische Studies van het Oekraïense ministerie van Volksgezondheid, zegt dat het officiële toezicht op taxfreewinkels in Oekraïne ‘heel, heel zwak is’. Ze zijn daarom een ideaal kanaal voor de tabakssmokkel. ‘Op papier worden die sigaretten wel verkocht, zo komen ze in de boeken,’ legt hij uit. ‘Maar in werkelijkheid is het veel interessanter om deze sigaretten, die veel goedkoper zijn, tegen contanten aan smokkelaars te verkopen. Die rijden er dan mee naar Polen, Hongarije, Roemenië enzovoort.’
Rivera Grand en Motor Sich
Een van de aandeelhouders van Rivera Grand, Oleh Polisjtsjoek, is betrokken bij een bedrijf dat verwikkeld is in een van de grootste Oekraïense controverses rond de invloed van China in het land.
Hij is mede-eigenaar van Motor Sich Trade, een dochter van Motor Sich, een van de grootste strategischedefensiebedrijven van Oekraïne. In 2015 sloot een Chinees luchtvaartbedrijf met Motor Sich een samenwerkingsovereenkomst die onder meer de overdracht van Oekraïense technologie aan China behelsde. Dat werd een hele rel. Pogingen om een meerderheidsbelang in het bedrijf aan de Chinezen te verkopen zijn uiteindelijk verhinderd door de Oekraïense staatsveiligheidsdienst. In maart is de leiding van Motor Sich overgenomen door de regering, die zegt het bedrijf te willen nationaliseren. Motor Sich heeft niet gereageerd op vragen naar eventuele banden met Polisjtsjoek.
Zwarte markt
Of ze worden in Oekraïne op de zwarte markt verkocht. Verslaggevers hebben online en bij tabakshandelaren in Oekraïne tal van pakjes Regina-sigaretten kunnen kopen waarop stond dat ze ‘For Duty Free Sale Only’ waren. Ze leken allemaal te zijn geïmporteerd door een man die al in mei 2017 samenwerkte met Duty Free Odessa, de in Odessa woonachtige Georgische zakenman Turki Khalaf.
Khalafs bedrijf Global Tobac Co was de leverancier van de in 2017 in Odessa onderschepte lading. Ene Maksym Khalaf, die hetzelfde adres gebruikt als Turki, is eigenaar van weer een ander bedrijf dat tabak importeert, Empire Tobacco, dat in 2019 en 2020 meer dan 66 ton ruwe tabak kocht van China Tobacco’s Roemeense dochter. Op sommige illegale sigaretten troffen verslaggevers het logo van Empire Tobacco aan, met op de zijkant van het pakje een klein etiket met de tekst: ‘Made under authority of Global Tobac Co., Ltd Hong Kong.’ Khalaf wilde geen vragen beantwoorden.
Het is niet duidelijk wat Duty Free Odessa met de in 2017 onderschepte Regina’s van plan was, maar het bedrijf lijkt over de douane-inval te zijn getipt. Toen de agenten van de fiscale opsporingsdienst in mei met hun huiszoekingsbevel bij de grenspost aankwamen, had de directeur van het bedrijf, Joelja Tymosjenko, op het nippertje een manier gevonden om zelf de dans te ontspringen. Ze had per mail een brief verstuurd waarin ze de sigaretten weigerde aan te nemen en de lading doorverwees naar een Canadees bedrijf. Dat bedrijf zou de sigaretten naar de Georgische havenstad Batoemi hebben willen importeren, zo blijkt uit gerechtelijke stukken. Zo stuurde ze de opsporingsdiensten met een kluitje in het riet. Het Canadese bedrijf zei van niets te weten. En zonder duidelijke ontvanger kon er niemand voor deze contrabande worden vervolgd. ‘We hadden geen verdachten,’ zegt de betrokken rechercheur Jan Streljoek.
De fiscale rechercheurs werden ook gehinderd door collega’s van de staatsveiligheidsdienst. Op het moment dat ze de vrachtwagen wilden openmaken, kwamen zij vragen waar ze mee bezig waren, aldus een rechercheur die niet wil worden genoemd. Vervolgens weigerde de douane in Odessa de voor het onderzoek benodigde documenten af te staan, zodat de rechercheurs daarvoor eerst een gerechtelijk bevel moesten aanvragen. (De rechter stelde ze in het gelijk en beval de douane de documenten te overhandigen.) De staatsveiligheidsdienst ontkent deze aantijgingen.
Toen de rechercheurs de documenten dan eindelijk in handen hadden, bleek Tymosjenko’s handtekening op de brief waarin ze de lading afwijst te zijn vervalst. Tymosjenko ‘zou een overeenkomst hebben gesloten met een directeur van China Tobacco, hun contract met de Chinezen. Maar de handtekening op de afwijzingsbrief verschilde van die op dat contract,’ zegt de rechercheur die anoniem wil blijven.
Verslaggevers zijn afgereisd naar Dnipro, de Oekraïense stad op de centrale steppen waar zowel Duty Free Odessa als Travel Retail Ukraine geregistreerd staat. Bij het flatgebouw waar ze officieel staan ingeschreven, was van enige bedrijfsactiviteiten niets te bespeuren – nog geen naambordje. De man die de deur opendeed, wilde de journalisten niet te woord te staan. Joelja Tymosjenko en mede-eigenaar Ksenia Jabloekovska waren allebei niet thuis toen journalisten van de Kyiv Post bij hen langsgingen. Op herhaalde vragen hebben ze niet gereageerd. Ook de staatsveiligheidsdienst wilde geen commentaar geven.
Geneeskunde is androcentrisch
‘In Spanje zijn hart- en vaatziekten de belangrijkste doodsoorzaak bij vrouwen, vóór borstkanker. Vrouwen hebben twee keer zoveel kans om aan een hartaanval te overlijden: het sterftecijfer aan hartinfarcten is 9% bij mannen en 18% bij vrouwen. Daar zijn verschillende redenen voor. Vrouwen wachten langer voordat ze naar het ziekenhuis gaan en hun symptomen worden vaak verward met angsten.’
Dit schrijven Lara Bonilla, Ricard Marfà en Idoia Longan in Woman’s body, man’s medicine, het opmerkelijke artikel waarmee ze dit jaar The Special Award van The European Press Prize wonnen.
Geneeskunde is androcentrisch, ofwel: de man staat centraal. Dat betekent dat de resultaten van onderzoek naar verschijnselen bij mannen, worden geëxtrapoleerd naar vrouwen. Gaandeweg wordt echter steeds meer duidelijk dat dat op z’n zachtst gezegd een rare gang van zaken is, want symptomen, behandelingen en genezing voor eenzelfde ziekte zijn voor mannen en vrouwen misschien niet hetzelfde. Niet alleen hart- en vaatziekten en voortplantingsorganen verschillen, maar bijvoorbeeld ook mentale gezondheid, luchtwegaandoeningen, gewrichten en auto-immuunziekten.
Het is een artikel dat je met stijgende verbazing leest: Huh? Was dit niet al veel langer bekend? Of, zoals een vroedvrouw stelt: ‘De mate van onwetendheid over het lichaam van de vrouw is ontstellend, zelfs bij sommige praktiserend artsen.’
Honderden miljoenen sigaretten
De onderschepte lading Regina’s is uiteindelijk vernietigd. Maar dat was maar een druppel in de zee aan Chinese sigaretten die Oekraïne voortdurend overspoelt. Van 2014 tot 2020 zijn honderden miljoenen sigaretten van de merken Regina, D&B en Dubao, afkomstig uit de Europese fabriek van China Tobacco, verscheept naar twee Oekraïense bedrijven die geen vergunning voor de import of distributie van tabak hebben. Naar beide bedrijven werd onderzoek gedaan in het kader van dezelfde grote smokkelzaak waarvoor Duty Free Odessa werd onderzocht. De onderzoekers verdenken ze ervan te worden ‘gebruikt als kopers of vervoerders’ van Chinese sigaretten voor andere landen.
Oekraïne was al een broeinest van de sigarettensmokkel voordat in 2014 de vijandelijkheden met Rusland uitbraken
Het is moeilijk na te gaan wat er met deze sigaretten na de invoer in Oekraïne is gebeurd, omdat ze niet via legale kanalen zijn verkocht. Maar sinds 2016 is het aantal inbeslagnames van sigaretten van merken van China Tobacco in Italië explosief gestegen – en veel van die sigaretten waren afkomstig uit Oekraïne. Volgens aan het OCCRP verstrekte gegevens van de Italiaanse opsporingsdiensten werd in Italië tussen 2017 en 2019 zo’n 41 ton aan gesmokkelde sigaretten van de merken Regina, D&B en Dubao in beslag genomen, waarvan 17 procent afkomstig uit Oekraïne. Oekraïne was al een broeinest van de sigarettensmokkel voordat in 2014 de vijandelijkheden met Rusland uitbraken, maar daarna is de situatie verder verslechterd, met name in de bezette gebieden, waar beide verdachte afnemers van China Tobacco gevestigd waren.
De grootste afnemer, het bedrijf Rivera Grand Ltd., is gevestigd op de Krim. Het overgrote deel van de door Rivera Grand geïmporteerde sigaretten is gekocht in de chaotische eerste maanden na de Russische annexatie van de Krim: alleen al in 2014 tweehonderd miljoen. Sommige waren voorzien van het etiket ‘For Duty Free Sale Only’. De andere afnemer, Doninvest-99, is gevestigd in Donetsk, de grootste stad in de opstandige Donbas, waar al sinds maart 2014 een gewapend conflict woedt tussen door Rusland gesteunde separatisten en Kyiv-gezinde loyalisten. Bedrijven die op de Krim of in de Donbas waren geregistreerd werden het jaar daarna door Oekraïne verplicht te verhuizen naar gebied dat in handen was van de regering, om hun activiteiten daar wettelijk voort te zetten en belasting te betalen. Dat hebben Rivera Grand en Doninvest-99 niet gedaan. Beide bedrijven waren niet bereikbaar voor commentaar.
Een Italiaanse antimaffia-instantie coördineert de Italiaanse en Europese aanpak van smokkelaars die mensen vanuit Libië naar Europa proberen te krijgen. De aanpak lijkt succesvol en bedient de wensen van de publieke opinie, maar uit onderzoek van The Intercept blijkt dat het voornamelijk migranten zijn die worden opgepakt en veroordeeld. Smokkelbendes blijven grotendeels buiten schot.
‘Afana Dieudonne noemt zichzelf geen held, want hij heeft dingen gedaan waar hij niet trots op is. Zoals iedereen in zijn situatie zou doen om te overleven, zegt hij. Dieudonne reisde van Kameroen naar Tunesië per vliegtuig, vandaar met de auto en te voet door de woestijn naar Libië, en belandde vervolgens in een rubberboot op de Middellandse Zee.’ Zo beginnen Zach Campbell en Lorenzo D’Agostino hun verhaal voor The Intercept. Het verhaal van Afana Dieudonne kenmerkt de huidige aanpak van het migrantendrama.
Mensensmokkelaars in Libië die het onderduikadres beheerden waar Dieudonne verbleef, vroegen om zijn hulp. Hij sprak een beetje Engels en wilde geen problemen, dus hij hielp hen, beducht omdat ze vaak stoned waren en altijd gewapend. Soms vroegen ze hem voedsel en water onder de andere migranten te verdelen. Andere keren verklikte hij degenen die hun bevelen niet opvolgden. Soms dwongen de mensenhandelaars hem tot geweld tegen zijn lotgenoten. Zij of ik, redeneerde hij.
Op 30 september 2014 duwden de smokkelaars Dieudonne en 91 anderen in een rubberboot de zee op. In de pikdonkere nacht zagen ze de lichten van de Libische kust uit het zicht verdwijnen. Na een dag op zee begon de overvolle rubberboot water te maken. De opvarenden werden gered door een schip van een hulporganisatie en overgebracht naar een schip van de Italiaanse kustwacht. Dieudonne werd eruit gepikt voor ondervraging.
Ze krijgen betaald om een reis te organiseren die zo gevaarlijk is dat hij al tienduizenden levens heeft geëist
De eerste vragen die hem werden gesteld waren kort en routineus: naam, leeftijd, nationaliteit. En toen veranderde de ondervraging van toon: de agenten wilden weten hoe de mensenhandel in Libië werkte, zodat ze de betrokkenen konden arresteren. Ze wilden weten wie de rubberboot had bestuurd en wie had genavigeerd.
Hij vertelde alles en wees ook de ‘kapitein’ aan, tussen aanhalingstekens, want er was geen echte kapitein. De echte mensensmokkelaars blijven in Libië, aldus Dieudonne, en degenen die handelen als ‘de “kapiteins” doen dat niet uit vrije wil’.
Het antimaffia-agentschap
Om migratie in het centrale Middellandse Zeegebied aan te pakken waren de inspanningen van de Italiaanse regering en de Europese Unie jarenlang gefixeerd op de achterblijvers in Libië. Die worden afwisselend facilitators, smokkelaars, mensenhandelaars of militieleden genoemd. Ze voorzien in hun levensonderhoud door anderen te helpen op illegale wijze Europa binnen te komen. Ze krijgen betaald om een reis te organiseren die zo gevaarlijk is dat hij al tienduizenden levens heeft geëist.
De Europese poging om deze smokkelnetwerken te ontmantelen wordt aangestuurd door een opmerkelijk instituut: de Direzione nazionale antimafia e antiterrorismo (DNAA): het Italiaanse antimaffia- en antiterreuragentschap. Deze kleine politie-afdeling uit Rome verwierf in de jaren negentig en begin 2000 aanzien door grote delen van de maffia in Sicilië en elders in Italië te ontmantelen.
Uit niet eerder gepubliceerde interne documenten blijkt dat DNAA een belangrijke rol speelde bij het toezicht op de zuidelijke zeegrenzen van Europa, in nauwe samenwerking met het EU-grensagentschap Frontex en Europese militaire missies die voor de Libische kust opereren.
Illegale migratie naar Europa kreeg dezelfde aanpak als de maffia
Onder leiding van de ervaren maffiajager Franco Roberti ontwikkelde DNAA een strategie die uniek was, in ieder geval nieuw voor de instanties die de grenzen moeten bewaken. Illegale migratie naar Europa zou dezelfde aanpak als de maffia krijgen. Hierdoor kregen de Italiaanse en Europese politie, kustwacht en marine, die volgens het internationaal recht verplicht zijn om gestrande vluchtelingen op zee te redden, de mogelijkheid om op zijn minst een aantal arrestaties en veroordelingen te verrichten.
Het idee was om laaggeplaatste handlangers te arresteren en hen met dwang en de belofte van strafvermindering ertoe te brengen hun opdrachtgevers prijs te geven. Zo zouden onderzoekers de mensen een stap hoger op de ladder kunnen identificeren, om uiteindelijk de smokkelbendes in Libië te ontmantelen. Bij elke boot die in Italië arriveerde, verrichtte de politie een handvol arrestaties. Iedereen die tijdens de overtocht een actieve rol had gespeeld, van het sturen tot het vasthouden van een kompas tot het uitdelen van water of het repareren van een lek, kon worden gearresteerd op grond van de nieuwe wettelijke richtlijnen die werden opgesteld door Roberti’s antimaffia-eenheid.
Aanklachten varieerden van smokkel tot transnationale criminele samenzwering en zelfs moord, als opvarenden benedendeks waren gestikt of waren verdronken. Het aantal mensen dat sinds 2013 is gearresteerd wordt in de duizenden geschat.
Voor de politie, aanklagers en betrokken politici waren deze arrestaties een belangrijk binnenlands politiek succes want de publieke opinie in Italië had zich tegen migratie gekeerd, en nu haalden politiefoto’s van vermeende smokkelaars regelmatig de voorpagina‘s.
De meeste ‘succesvolle’ vervolgingen betroffen veelal migranten die voor hun overtocht hadden betaald
The Intercept vroeg documenten op via de Italiaanse Wet openbaarheid van bestuur. Uit notulen van niet-openbare gesprekken tussen leidinggevenden blijkt dat de meeste ‘succesvolle’ vervolgingen alleen betrokkenen op laag niveau betroffen, veelal migranten die voor hun overtocht hadden betaald. Smokkelbazen zelf werden zelden veroordeeld. Uit de documenten blijkt dat veel rechtszaken zijn gebaseerd op overhaaste onderzoeken en ondervragingen waarbij sprake was van dwang.
In de jaren die volgden ging DNAA tot het uiterste om de stroom van arrestaties voort te zetten. Volgens interne documenten coördineerde het bureau een reeks strafrechtelijke onderzoeken naar de civiele hulporganisaties die levens redden in de Middellandse Zee en ervan worden beschuldigd het werk van de politie te belemmeren. DNAA zag ook toe op pogingen om een nieuwe kustwacht in Libië op te richten en op te leiden, wetende dat sommige kustwachtofficieren samenwerken met de smokkelnetwerken die de Italiaanse en Europese diensten juist proberen te bestrijden.
Sinds de oprichting heeft het antimaffia-agentschap ongekende onderzoeksinstrumenten gebruikt en fungeerde het als een brug tussen politici en de rechtbanken. De documenten onthullen tot in de kleinste details hoe het agentschap met Italiaanse en Europese functionarissen, gebruikmaakte van allerlei bevoegdheden om vermeende smokkelaars aan te pakken, terwijl ze wisten dat het in de meeste gevallen ging om wanhopige mensen die op de vlucht waren voor armoede en geweld en die beperkte middelen hadden om zichzelf in de rechtbank te verdedigen.
Tragedie en kansen
DNAA werd begin jaren negentig opgericht na een decennium van escalerend maffiageweld. Tegen die tijd waren honderden aanklagers, politici, journalisten en politieagenten neergeschoten, opgeblazen of ontvoerd, en nog veel meer werden afgeperst door georganiseerde misdaadfamilies die actief waren in Italië en ver daarbuiten.
In Palermo, de Siciliaanse hoofdstad, was officier van justitie Giovanni Falcone een rijzende ster in de Italiaanse rechterlijke macht. Falcone had ongekend succes behaald met een aanpak van de georganiseerde misdaad die gebaseerd was op het volgen van geldstromen, het in beslag nemen van activa en het centraliseren van bewijsmateriaal dat door openbare aanklagers op het eiland was verzameld. Maar toen de maffia uitbreidde naar de rest van Europa, bleek Falcone‘s werk ontoereikend.
In september 1990 reisde een maffiacommando vanuit Duitsland naar Sicilië om een 37-jarige rechter neer te schieten. Weken later, bij een politiecontrole in Napels, bleek dat de Siciliaanse chauffeur van de vrachtwagen vol wapens, explosieven en drugs, ingezetene van Duitsland was. Een maand na diens arrestatie reisde Falcone naar Duitsland om een infrastructuur voor informatie-uitwisseling met de autoriteiten op te zetten. Hij bracht een jongere collega uit Napels mee, Franco Roberti.
Het was een huwelijk tussen politie, justitie, politieke belangen en zogenaamd apolitieke rechtbanken
‘We stonden tegenover een ondoordringbare muur’, aldus een bittere Roberti, die drie decennia later met The Intercept sprak in Napels. Inmiddels 73 jaar oud en met de hese stem van een levenslange roker, beschrijft Roberti het Italiaanse maffiaprobleem in directe bewoordingen. Hij betreurt het gebrek aan internationale samenwerking dat volgens hem tot op de dag van vandaag voortduurt. ‘Ze beweerden dat ze geen onderzoek hoefden te doen,’ aldus Roberti, ‘omdat het aan ons was om Italiaanse maffiosi in Duitsland te traceren.’
Toen de aanklagers met lege handen terugreisden naar Italië, vertelde Falcone hem dat we ‘een gecentraliseerd nationaal orgaan nodig hadden dat rechtstreeks met buitenlandse gerechtelijke autoriteiten kon spreken en onderzoeken in Italië kon coördineren’.
‘Zo ontstond het idee van het antimaffia-agentschap’, aldus Roberti. De twee begonnen met het opzetten van wat de eerste nationale antimaffiastrijdmacht van Italië zou worden.
Destijds was er veel weerstand tegen het project. Critici voerden aan dat Falcone en Roberti ‘superaanklagers’ creëerden met buitensporige macht over de rechtbanken, terwijl ze ondertussen onderhevig waren aan politieke druk van de regering in Rome. Het was, zo luidde de kritiek, een huwelijk tussen politie, justitie, politieke belangen en zogenaamd apolitieke rechtbanken; handig om de maffia te veroordelen, maar gevaarlijk voor de Italiaanse democratie.
Toch werd het project in januari 1992 goedgekeurd door het Italiaanse parlement. Maar Falcone zou er nooit leiding aan geven want enkele maanden later werd hij gedood door een maffiabom, samen met zijn vrouw en de drie agenten die hen begeleidden. Door die aanslag verstomde alle kritiek op het plan van Falcone.
‘Ten overstaan van ons allemaal zetten de smokkelaars een man in een koelkast om te laten zien hoe de volgende zou worden behandeld die zich zou misdragen’
DNAA werd een van de belangrijkste instellingen van Italië, als nationale autoriteit voor alles wat betrekking heeft op de georganiseerde misdaad en als de instantie die verantwoordelijk is voor het gedeeltelijk bevrijden van het land uit de eeuwenlange greep van de maffia. In de decennia na de dood van Falcone deed DNAA wat velen in Italië voor onmogelijk hielden, door grote delen van de vijf belangrijkste Italiaanse misdaadfamilies te ontmantelen en het aantal moorden door de maffia bijna te halveren.
Maar tegen de tijd dat Roberti er de leiding kreeg in 2013, was het alweer jaren geleden dat de laatste spraakmakende maffiavervolging had plaatsgevonden. Tegelijkertijd kreeg Italië te maken met een ongekend aantal migranten dat per boot arriveerde. Zo kwam Roberti op het idee om DNAA te laten optreden tegen wat hij zag als een ander soort maffia. Hij richtte zijn blik op Libië.
‘We moesten beter gecoördineerd handelen om mensensmokkel te bestrijden en dus nodigde ik iedereen aan tafel met als belangrijkste doel om levens te redden, schepen in beslag te nemen en smokkelaars te pakken’, aldus Roberti. ‘En dat hebben we gedaan.’
Gewelddadigheden
Afana Dieudonne bereikte de Libische havenstad Zuara in augustus 2014. Hij hoefde alleen nog de Middellandse Zee over en hij zou in Europa zijn. De smokkelaars die hij voor die stap betaalde, namen hem al zijn bezittingen af en stopten hem in een verlaten gebouw dat diende als onderduikadres om zijn beurt af te wachten.
Dieudonne vertelt zijn verhaal in een klein kantoor in Bari, de Italiaanse havenstad waar hij nu een coöperatie runt die nieuwkomers helpt toegang te krijgen tot lokaal onderwijs. Hij is vurig en charismatisch. Telkens als hij iets betoogt, tikt hij met zijn knokkels op tafel. Hij stond drong er bij The Intercept op aan dat ze zijn echte naam zouden publiceren. Anderen die de reis recenter maakten en in afwachting zijn van beslissingen over hun verblijfsvergunning of vluchtelingenstatus, waren minder bereid om openlijk te spreken.
Dieudonne herinnert zich zijn onderduik in Zuara als een aaneenschakeling van gewelddadigheden. De smokkelaars kwamen één keer per dag met eten en vroegen dan wie hun bevelen niet hadden opgevolgd. De aanwezigen in het gebouw wisten dat ze niet snel zouden worden ontdekt door politie of rivaliserende smokkelaars, maar ze wisten ook dat ze niet vrij waren om te vertrekken.
‘Ten overstaan van ons allemaal zetten de smokkelaars een man in een koelkast om te laten zien hoe de volgende zou worden behandeld die zich zou misdragen‘, herinnert Dieudonne zich verontwaardigd. Hij was getuige van martelingen, schietpartijen en verkrachtingen. ‘De eerste keer dat je het ziet, doet het je pijn. De tweede keer doet het je minder pijn. De derde keer’, zegt hij schouderophalend, ‘wordt het normaal. Het is de enige manier om te overleven.’
‘Daarom moet ik erom lachen dat mensen die een boot bestuurden worden aangehouden en dan als mensensmokkelaar worden behandeld’, zei Dieudonne. Migranten die naar Italië reisden, meldden dat ze onder bedreiging van een vuurwapen hebben moeten sturen. ‘Dat doe je alleen om niet ter plekke te sterven.’
Mare Nostrum
Twee jaar na de val van de regering van Moammar Qadhafi was een groot deel van de noordwestkust van Libië veranderd in een pleisterplaats voor smokkelaars die overtochten naar Europa organiseerden in grote houten vissersboten. Die overvolle schepen, ondermaats bestuurd door amateurs, kapseisden onvermijdelijk, met honderden doden als resultaat. In oktober 2013 eisten twee schipbreuken voor de kust van het Italiaanse eiland Lampedusa meer dan vierhonderd levens, wat tot publieke verontwaardiging leidde in heel Europa. Als reactie hierop lanceerde de Italiaanse staat twee plannen, het ene openbaar en het andere privé.
‘Het was een grote schok toen de tragedie bij Lampedusa plaatsvond’, herinnert de Italiaanse senator Emma Bonino zich, destijds de Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken. De premier ‘belegde een spoedvergadering en we besloten om onmiddellijk met een reddingsprogramma te beginnen’, zei Bonino. ‘Iemand wilde het programma “veilige zeeën” noemen, maar ik zei nee, niet veilig, want er zullen zeker nog andere tragedies volgen. Laten we het Mare Nostrum noemen.’
Mare Nostrum, ‘onze zee‘ in het Latijn, werd de naam voor een reddingsmissie in de internationale wateren voor de kust van Libië die een jaar duurde en die meer dan 150.000 mensen redde. De operatie bracht Italiaanse schepen, vliegtuigen en onderzeeërs dichter dan ooit bij de Libische kust. Franco Roberti, net twee maanden hoofd van DNAA, zag mogelijkheden om het juridische bereik van het land uit te breiden en een dodelijke slag toe te brengen aan smokkelbendes in Libië.
Vijf dagen na de start van Mare Nostrum lanceerde Roberti zijn plan: een reeks coördinatievergaderingen tussen de hoogste echelons van de Italiaanse politie, marine, kustwacht en justitie. Onder leiding van Roberti zouden deze bijeenkomsten vier jaar duren en uiteindelijk vertegenwoordigers van Frontex, Europol, een militaire operatie van de EU en zelfs Libië omvatten.
Iedereen die als bemanningslid optrad of een noodoproep deed op een boot met migranten, moest als medeplichtige aan mensensmokkel worden beschouwd
De notulen van vijf van deze bijeenkomsten, die door Roberti werden gepresenteerd aan een commissie van het Italiaanse parlement en die in handen zijn van The Intercept, bieden een ongekend kijkje achter de schermen van de gebeurtenissen aan de zuidelijke grenzen van Europa sinds het drama van Lampedusa.
Tijdens de eerste bijeenkomst, gehouden in oktober 2013, vertelde Roberti de deelnemers dat de antimaffiabureaus in de Siciliaanse stad Catanië een innovatieve manier hadden ontwikkeld om migrantensmokkel aan te pakken. Door Libische smokkelaars aan te pakken zoals ze de Italiaanse maffia hadden aangepakt, konden aanklagers jurisdictie claimen over internationale wateren tot ver buiten de Italiaanse grenzen. Dat, aldus Roberti, betekende dat ze legaal aan boord konden gaan van schepen op volle zee om ze te onderzoeken en er beslag op te leggen en dat gevonden bewijsmateriaal in de rechtbank kon worden gebruikt.
De Italiaanse autoriteiten weten al sinds lange tijd dat ze volgens de internationale maritieme wetgeving verplicht zijn om mensen die Libië ontvluchten op overvolle boten te redden en in veiligheid te brengen. Toen het aantal mensen dat de oversteek probeerde te maken steeg, raakten veel Italiaanse officieren van justitie en kustwachters ervan overtuigd dat smokkelaars op deze reddingsacties vertrouwden om hun bedrijfsmodel te laten werken. Daarom luidde de antimaffiaredenering: iedereen die als bemanningslid optreedt of een noodoproep doet op een boot met migranten, moet als medeplichtige aan mensensmokkel worden beschouwd en onderworpen worden aan de Italiaanse jurisdictie.
Europese leiders zochten koortsachtig naar een oplossing voor wat zij zagen als een dreigende migratiecrisis. Italiaanse functionarissen dachten dat ze het antwoord hadden en rechtvaardigden hun beslissingen publiekelijk om toekomstige verdrinkingen te voorkomen.
Maar volgens de notulen van de antimaffiavergadering in 2013 was deze nieuwe strategie zeker een week ouder dan de schipbreuken bij Lampedusa. Siciliaanse aanklagers hadden het plan al opgesteld om de migratie over de Middellandse Zee aan te pakken, maar misten de instrumenten en de publieke steun om het in daden om te zetten. Na de tragedie van Lampedusa en de oprichting van Mare Nostrum, hadden ze plotseling allebei.
Scafisti
Dieudonne en 91 anderen werden gered in de internationale wateren voor de kust van Libië door een Europese ngo genaamd MOAS (Migrant Offshore Aid Station). Ze brachten twee dagen door aan boord van het schip van MOAS voordat ze werden overgebracht naar een schip van de Italiaans kustwacht, de Nave Dattilo, om naar Europa te worden gebracht.
Aan boord van de Dattilo vroegen kustwachters aan Dieudonne waarom hij Kameroen had verlaten. Ze lieten hem een foto zien van de rubberboot die vanuit de lucht was genomen. ‘Ze vroegen me wie er stuurde, wie welke rol had en zo’, zegt hij. ‘Toen vroegen ze me of ik kon vertellen hoe mensenhandel in Libië werkt, dan zouden ze me verblijfsdocumenten geven.’
Aanvankelijk wilde hij niet niet graag meewerken. Hij wilde geen lotgenoten beschuldigen, maar was ook bang dat hij verdachte zou kunnen worden. Per slot van rekening had hij de stuurman een paar keer geholpen tijdens de reis. ‘Ik dacht dat ze me pijn zouden doen als ik niet meewerkte‘, zegt hij. ‘Niet zozeer lichamelijk, maar ze zouden me als oneerlijk kunnen beschouwen, als iemand die deel uitmaakt van de mensenhandel.’
Dieudonne kan niet begrijpen waarom Italië mensen zou straffen die zijn gevlucht voor armoede en politiek geweld in West-Afrika
Tot op de dag van vandaag zegt hij dat hij niet kan begrijpen waarom Italië mensen zou straffen die zijn gevlucht voor armoede en politiek geweld in West-Afrika. Hij somt gebeurtenissen van alleen al het afgelopen jaar op: dienstplicht, hongersnood, corruptie, gewapende milities, aanvallen op scholen. ‘En je probeert dan iemand te veroordelen omdat hij erin is geslaagd daaraan te ontkomen?’
Het kustwachtschip legde aan in Vibo Valentia, een stad in Calabrië. Tijdens het ontschepen vertelde een plaatselijke politieagent aan een journalist dat ze vijf mensen hadden gearresteerd. De journalist vroeg hoe de politie de verdachte had geïdentificeerd. ‘Er is veel gedaan door de kustwacht’, antwoordde de agent. ‘De migranten zijn twee dagen geleden opgepikt en de vermeende smokkelaars zijn bekend. En we hebben getuigenverklaringen en video’s.’
Gevallen als deze, waarbij arrestaties worden verricht op basis van foto- of videobewijs en verklaringen van getuigen zoals Dieudonne, komen vaak voor, aldus Gigi Modica, een rechter in Sicilië die veel immigratie- en asielzaken heeft gedaan. ‘Het is meestal hetzelfde verhaal. Ze pakken drie of vier mensen op, niet meer. Ze stellen hen twee vragen: wie bestuurde de boot en wie hield het kompas vast’, aldus Modica. ‘Dat is alles. Zo krijgen ze namen en de rest maakt ze niets uit.’
Als een van de eerste rechters in Italië sprak Modica mensen vrij die beschuldigd waren van het besturen van rubberboten, in het Italiaans bekend als scafisti, op grond van het feit dat ze daartoe gedwongen werden. Dergelijke ‘noodtoestand’-uitspraken komen sindsdien steeds vaker voor. Modica noemt de onregelmatigheden op die hij in soortgelijke gevallen heeft gezien: systemisch racisme, getuigenverklaringen waarvan migranten later zeiden dat ze die niet hadden afgelegd, ondervragingen zonder aanwezigheid van een vertaler of advocaat, en in sommige gevallen aanmoediging door de politie om afstand te doen van het recht om asiel aan te vragen.
‘Heel vaak zijn deze vermeende scafisti gewone mensen die door smokkelaars in Libië gedwongen werden een boot te besturen’, aldus Modica.
Getuigen worden enkele uren na hun redding op zee door de politie verhoord, terwijl ze vaak nog in shock zijn van het overleven van een schipbreuk
Documenten van meer dan een dozijn processen die door The Intercept zijn ingezien, laten zien dat vervolgingen grotendeels zijn gebaseerd op getuigenissen van migranten aan wie een verblijfsvergunning is beloofd in ruil voor medewerking. Getuigen worden al enkele uren na hun redding op zee door de politie verhoord, terwijl ze vaak nog in shock zijn van het overleven van een schipbreuk.
In veel gevallen worden identieke verklaringen, inclusief typefouten, toegeschreven aan verschillende getuigen en gekopieerd en geplakt in verschillende politierapporten. Sommige van deze rapporten zorgden voor decennialange straffen. In andere gevallen weerspraken of ontkenden getuigen de verklaringen van de politie tijdens een kruisverhoor in de rechtbank.
De Italiaanse kustwacht besloot in sommige gevallen redding uit te stellen van boten die in nood verkeerden, in afwachting van schepen om arrestaties uit te voeren
Al in 2015 bespraken de aanwezigen op de antimaffiabijeenkomsten het probleem van dergelijke vervolgingen. Tijdens een bijeenkomst in februari erkende Giovanni Salvi, toen de officier van justitie van Catanië, dat migrantenboten vaak in internationale wateren werden achtergelaten door smokkelaars. Toch zette de Italiaanse politie vaart achter vervolging van degenen die aan boord waren achtergebleven.
Deze vervolgingen werden zo belangrijk geacht dat de Italiaanse kustwacht in sommige gevallen besloot redding uit te stellen van boten die in nood verkeerden, in afwachting van de ‘de komst van institutionele schepen die arrestaties kunnen uitvoeren’, zo vertelde een kustwachtcommandant tijdens de bijeenkomst.
Gevraagd naar de opmerkingen van de commandant, ontkende de Italiaanse kustwacht ‘ooit’ een reddingsoperatie te hebben vertraagd. Het uitstellen van redding om welke reden dan ook is in strijd met het internationale en Italiaanse recht en zou volgens verschillende mensenrechtenadvocaten in Europa aanleiding kunnen zijn voor strafrechtelijke aansprakelijkheid.
Dit is het waargebeurde verhaal van een Koerdische vrouw die, hoogzwanger, samen met haar man en twee kinderen van Turkije naar Griekenland vlucht. De auteur maakte deel uit van dezelfde groep vluchtelingen en tekende haar verhaal op. Deel 1 van een tweeluik.
Keuze uit ons archief
Sinds de aardbeving in Turkije en Syrië stromen er steeds meer verhalen binnen van Syrische vluchtelingen in buurland Turkije die eerst hun huis in eigen land vernietigd zagen worden door de bommen van Assad en nu in hun nieuwe thuisland worden overvallen door natuurgeweld. Ongetwijfeld zullen veel Syrische ontheemden in beide getroffen landen nog meer reden zien om hun heil te zoeken in West-Europa – en geef ze eens ongelijk. Dit aangrijpende verhaal uit de Turkse krant Birgün> geeft een gezicht aan een groep vluchtelingen die met gevaar voor eigen leven de rivier de Maritsa oversteekt naar Turkije. En het maakt eens te meer duidelijk: achter alle kille statistieken met vluchtelingenaantallen en dodentallen schuilt een mens met een verhaal.</p>
Weeën… Hevige weeën. En dat terwijl alles net begonnen is, het maakt me bang, maar ik moet volhouden, er zit niks anders op. Toen ik aan de reis begon was ik er eigenlijk beter aan toe. Waarom moet het nu beginnen? Komt het door het heen en weer geschud tijdens de ‘reis’ in de laadruimte van de vrachtwagen? Of is het de angst, de onrust, de spanning niet te weten wat het onbekende brengt? Hoe komen we over die rivier… Mijn kinderen… Hoe moeten die deze tocht doorstaan, blijft mijn baby in leven?
Voordat ik aan deze onzekere tocht begon, had de dokter gezegd dat ik binnen een week zou kunnen bevallen. Toch ben ik vertrokken, wij allemaal, ons hele gezin. Wat als het kind onderweg ter wereld komt, of als het de reden is dat we worden teruggestuurd? We hebben verhalen genoeg gehoord van mensen die keer op keer de overkant wisten te bereiken en vervolgens werden teruggestuurd, met geweld. Geen idee wat ons te wachten staat. Het enige waar we ons aan vast kunnen klampen is onze hoop, het enige wat we weten is dat we niet terug willen naar waar we vandaan zijn gekomen. Daarom hebben we alle hoop die we in ons hadden aangesproken. Ons nog ongeboren kind. Misschien geeft onze baby aan de overkant houvast.
Uit de reeks Mutual life: The Syrian refugee crisis
Mijn man, mijn twee kleine kinderen, Mizgin en Azad, en mijn nog ongeboren kind. Na een uren durende tocht in de laadruimte van een vrachtwagen, een reis kun je het nauwelijks noemen, komen we bij een grensdorp aan. De mensensmokkelaar die ons van Istanboel hierheen heeft gebracht, stapt uit, doet ons over aan een andere smokkelaar en vertrekt. Het is midden in de nacht, half november. We lopen een tijd door een akker. ‘Stop,’ zegt de smokkelaar, ‘hier blijven we wachten.’ Hij blijkt niet degene te zijn die ons meeneemt.
We wachten in stilte. De weeën zijn hevig, ik kan nauwelijks ademhalen. Ik zak neer in het bedauwde gras, op de vochtige aarde. Een bedroefd, bezorgd, gespannen wachten in het holst van de nacht. Wat zoeken we hier?
De auteur
Vanwege haar kritiek op de oorlogspolitiek die meteen na de verkiezingen van 7 juni 2015 in Turkije oplaaide, ondertekende Umut Güneş (pseudodiem) de Petitie van Academici voor de Vrede. De petitie kwam in januari 2016 uit onder de titel ‘Wij willen geen deel van deze misdaad zijn’.
Als ondertekenaar werd ze krachtens een decreet van februari 2017 ontslagen uit haar functie op de universiteit. Haar leven veranderde van de ene dag op de andere. Ze werd bedreigd, fysiek en verbaal belaagd, er werden rechtszaken tegen haar aangespannen, ze raakte haar baan kwijt, haar paspoort werd ingetrokken, er werd haar verhinderd nieuw werk te zoeken – net als de andere ondertekenaars kon ze haast geen van haar burgerrechten nog uitoefenen.
Om een nieuw hoofdstuk te beginnen en haar laboratoriumonderzoek voort te kunnen zetten, stak ze illegaal de Maritsa over, de rivier tussen Turkije en Griekenland, en reisde naar het buitenland. Ze maakte de tocht met vluchtelingen uit verschillende landen. Wat ze meemaakte en om zich heen zag vormde de basis voor dit verhaal. Daarin beschrijft ze de gebeurtenissen door de ogen van een van haar medereizigers, een zwangere Koerdische vrouw. Ze wil haar een stem geven.
Geen woord
We wachten in stilte. Midden op een akker, twintig mensen die in dezelfde laadruimte van een vrachtwagen zijn vervoerd, als schapen naar de slachtbank.
We wachten in stilte. Allerlei verschillende gezichten, verschillende talen, Kurmanci, Sorani, Arabisch, Afghaans. In de vrachtwagen klonken ze nog door elkaar, nu valt er geen woord.
We wachten in stilte. Mijn man laat mijn hand geen moment los. Mijn hoofd kan ik nauwelijks overeind houden, het rust steeds tegen zijn borst. En dan mijn kinderen. Mijn dochter is acht, mijn zoon zeven. Maar eigenlijk zijn ze al ouder. Wanneer zijn ze zo volwassen geworden? Waarom was dit nodig? De nacht is donker, nat, koud. Nu zitten ze hier, mijn kinderen, in een land dat we niet kennen, tussen mensen die we niet kennen, in een novembernacht op een braakliggende akker bij een dorp aan de grens, doen hun best om wakker te blijven, wachten op het moment dat we op weg zullen gaan, in stilte. Wat heeft hen op deze leeftijd geleerd zo stil te zijn?
Hoe lang we al wachten, geen idee. Uiteindelijk komt de andere smokkelaar. Hij lijkt nog een vrouw bij zich te hebben, maar zeker weet ik het niet, het is donker, de pijn zo hevig dat ik mijn ogen nauwelijks open krijg. Dan hoor ik haar stem, ze praat Turks met hem, ja, een vrouw uit Turkije.
Stel dat een van ons achterblijft of verdrinkt, dan is dat simpelweg één stuk minder bij de telling
In het pikkedonker worden we geteld, als vee. Een som om uit te rekenen met hoeveel stuks we zijn. Ik weet wel dat we nummers voor hen zijn, dat het niet om onze levens gaat. Stel dat een van ons achterblijft of verdrinkt, dan is dat simpelweg één stuk minder bij de telling. Alleen de cijfers tellen, een rekening voor het geld dat ze straks krijgen, ons bestaan zegt ze niks.
We gaan verder. We zouden ongeveer een uur langs de Turkse grens lopen, was er gezegd, dan met een boot de rivier oversteken, daarna was het nog hoogstens drie, vier uur lopen tot de auto die ons naar Athene brengt. In de woorden van de smokkelaar had het heel eenvoudig geklonken. Een korte tocht zou het zijn, het had ons moed gegeven. Net als de wens te leven, die ons de moed gaf op weg te gaan. Zo eenvoudig als het allemaal was, zo menselijk was het ook.
Dikke sokken en slippers
Het moet een uur of drie in de nacht zijn. Naast ons een kanaal. Op de oever zijn bergen zand gestort. We lopen langs het water, over de zandhopen, tenminste, dat proberen we. Waarom? Geen idee. Misschien om niet te verdwalen. De regen heeft kuilen in de grond geslagen, de schrale wind de grond hard gemaakt. Hoe valt hier te lopen?
De smokkelaar gaat voorop, naast hem de vrouw uit Turkije, pal achter hen de Afghanen. Ze worden gevolgd door de Irakezen en de Syriërs. Mijn twee kinderen lopen ieder aan de hand van een jonge Irakees. Jong zeg ik, maar zelf ben ik ook pas 28. Helemaal achteraan komen wij, mijn man en ik. Ik loop op dikke sokken en slippers. De weeën zijn zo hevig dat ik mijn voeten nauwelijks van de grond krijg, mijn man en ik sloffen voort. Proberen vooruit te komen. Niemand weet dat ik zwanger ben, ik weet, wij weten maar al te goed dat de smokkelaars ons anders nooit hadden meegenomen.
stiekem geneert ze zich
en tegelijkertijd is ze bang
dat ze dood zal gaan.
na deze winter zijn we met één ziel meer.
lief kind, waar in mijn lijf verstop ik je?
Ahmed Arif – Aantekeningen uit de burcht van Diyarbekir en wiegelied voor het babietje Adiloş
Mijn man torst 26 kilo op zijn rug: een tas met onze eigen spullen en, zonder dat iemand het weet, die voor onze baby (reistas, deken, luiers, een speen). Zelf heb ik een tas diagonaal over mijn schouders, daar zit wat geld in. Ik heb mijn arm in die van mijn man gehaakt, maar in feite draagt hij mij: hij heeft zijn ene hand onder mijn arm doorgeschoven, heeft me bij mijn middel vast, probeert me zo op de been te houden. In zijn andere hand draagt hij een tweede tas, met wat eten en drinken.
We ploeteren voort, over de bergen zand, het wordt steeds kouder. Ik loop met gebogen hoofd en toch zie ik niks, ik stap in modderpoelen. In het maanlicht lijken de glanzende plekken op de grond droog, de donkere plekken plassen, maar als ik merk dat het precies andersom is, is het al te laat. Mijn sokken zijn doorweekt.
Prachtig, zoals landen hun grenzen trekken
Ik hoor de stem van de smokkelaar, hij is kwaad op de Irakezen omdat ze hardop praten. In de verte het licht van de militaire wachttorens. Plotseling glijdt een lange lichtstraal over het veld. Op bevel van de smokkelaar duiken we allemaal ineen, we zijn stil en doodsbang. Hebben ze ons gezien, of was het een routinecontrole? We weten het niet. We wachten een tijdje, komen dan overeind.
De smokkelaar zegt dat de mannen de boten moeten oppompen. Kennelijk zijn we vlak bij de rivier. Twee grote rubberboten worden opgeblazen, iedere boot wordt door vier mannen gedragen, zo vervolgen we onze tocht. Wij lopen weer achteraan.
Even later zien we dat verderop de hele groep zijn pas inhoudt. Als we bij hen komen, blijkt ons pad afgesneden door een lang kanaal met wanden van beton. De wanden lopen schuin af, steil naar beneden. Op de bodem staat water, niet veel, maar toch. Prachtig, zoals landen hun grenzen trekken. De twee smokkelaars staan te discussiëren. Nemen ze deze route dan voor het eerst, wisten ze niet van dit obstakel?
Als duidelijk is dat we hier niet naar de overkant kunnen, gaan we naar rechts. We lopen langs het kanaal in de hoop ergens een plek te vinden waar we wel kunnen oversteken. Ze hebben het over een brug, een brug met pal daarnaast een toren. Ze zeggen dat we doodstil moeten zijn, dat we anders misschien worden opgepakt. En ze waarschuwen ons: worden we gepakt, dan doen zij alsof ze vluchtelingen zijn. Als we hen verraden ziet het er slecht voor ons uit.
Ik ben bang, we zijn nog maar net onderweg en nu al wordt de tocht steeds langer. Eén uur hadden ze gezegd. Het is misschien al wel drie uur geleden dat we vertrokken en we zijn er nog steeds niet. We lopen bij de groep nu, vlak achter de anderen. Ik wil niet hebben dat mijn kinderen de jonge mannen loslaten die met grote stappen voor ons uit lopen, dat mag niet gebeuren, zeker niet voordat we het kanaal over zijn en die wachttoren voorbij.
Ik dwing mezelf mijn pas te versnellen zodat ik in hun buurt blijf. Gelukkig duurt het niet lang voordat we aankomen bij wat ze een ‘brug’ noemen: een plek waar het kanaal is volgestort met aarde. De toren is vlakbij. Een angstaanjagend moment, ik probeer mijn zenuwen de baas te blijven door de hand van mijn man nog steviger vast te houden. Zo snel en stil mogelijk sluipen we langs de toren, steken het kanaal over en verdwijnen in het desolate donker.
Bijna licht
Nu mijn angst wat is gezakt worden de weeën heviger. Ondraaglijk bijna, ik kan niet meer vooruit. We raken steeds verder achterop. Aan het begin, vooral in de buurt van die militaire toren, hield iedereen af en toe stil om te kijken of de anderen er nog waren, maar nu de dag bijna aanbreekt en iedereen haast heeft, wordt er nauwelijks nog achterom gekeken. Wat moeten we doen, hoe halen we hen weer in?
Mijn kinderen lopen vooraan, maar ik hou het niet meer vol, we raken achterop. Ik laat me op de grond zakken. Mijn man is bij me, hij houdt mijn hand stevig vast, ik krimp ineen van de pijn. De bevalling moet op gang aan het komen zijn. Alsjeblieft, niet nu… We moeten de rivier over. We kunnen niet hier blijven, in handen vallen van het leger, dat moet niet gebeuren. We zijn de tocht juist begonnen om weg te komen. Alsjeblieft, nu nog niet.
volle maan en de weg is lang
een zilveren dolk in mijn rug
ik loop maar doodgaan kan ik niet
uit de anjer druppelt bloed
Behçet Aysan – Gedicht van een kapot potlood
Het is al bijna licht en we zijn een flink eind achterop geraakt. Met een laatste krachtsinspanning sta ik op. We lopen verder, moederziel alleen, in doodse stilte – mijn sloffende voetstappen het enige dat de stilte verbreekt. Waar zijn mijn kinderen, waar zijn de anderen? Na een tijdje zien we vóór ons een paar mensen, twee Syrische vrouwen en een man, ook zij zijn achterop geraakt. We zijn dus op de goede weg.
Opgelucht lopen we verder, maar we zien niemand, horen niks. We lopen maar, naast elkaar, en zijn zo ten einde raad dat we volledig op onszelf worden teruggeworpen, ons aan de anderen vastklampen, ons nog vermoeider voelen en nog eenzamer, totdat we daar, op die dorre grond, in dat barre veld plukken diepgroen riet onderscheiden. Water, staat dat niet voor leven? Dat is wat het riet, de lage bomen ons toeroepen. We hebben de rivier bereikt.
Welke kant nu uit? Konden we maar naar de oever, dan zagen we de anderen vast, maar de bomen, het riet maken dat onmogelijk. Misschien zijn we verdwaald. En mijn kinderen, waar zijn mijn kinderen? Ik krijg geen adem. Mijn man probeert me te kalmeren. ‘Misschien zijn ze doorgelopen op zoek naar een plek waar ze de boten makkelijker te water kunnen laten,’ zegt hij. Hij loopt naar rechts, geen idee waarom, de anderen lopen zonder vragen achter ons aan, de rivier ligt nu links van ons.
Ik probeer mijn krachten weer te verzamelen. We moeten harder lopen, hen zo snel mogelijk zien te vinden. De angst mijn kinderen kwijt te raken overmant me. Een hels kabaal, ik schrik. Is er iemand in het water gevallen, is in de militaire wachttorens in de verte het vuur geopend? Het kabaal houdt maar niet op, steeds hetzelfde geluid.
Pas als we op een plek komen waar we tussen de bomen door de rivier kunnen zien, begrijpen we waar het vandaan komt. Pelikanen! Grote, spierwitte vogels. ‘Ze vangen vis,’ zegt mijn man, ‘ze waden en slaan met hun vleugels op het water, zo maken ze de vissen bang en jagen die op naar de oever.’ Het leven gaat door, ondanks alles. Een gevoel van rust daalt over me neer, heel even, dan is het weer verdwenen.
mijn bladeren zijn weg mijn vogels gevlogen
mijn bergen niets dan puin
ook de liederen die ik kende zijn verdwenen
in mijn stem geen echo van mijn leven
slechts het daveren van het bos klinkt in mijn stem
Ahmet Telli – Vergeet, mijn hart, dit gedicht
De Maritsa
Er is nog steeds niemand te zien. Misschien zijn we de verkeerde kant op gelopen. We draaien om, de rivier ligt nu rechts van ons. Links is het terrein vlak en open zover het oog reikt, de weg die we hebben afgelegd. Ik voel dat ik aan het eind van mijn krachten kom. Mijn man probeert me te bemoedigen, houdt mijn hand vast, zegt dat ik niet bang hoef te zijn, we zullen ze wel vinden.
We lopen en lopen. Achter ons rent iemand onze kant uit. De schrik slaat ons om het hart, maar het blijkt een van de smokkelaars te zijn die ons is komen zoeken. Ik ben dolblij. Mopperend en met snelle passen gaat hij ons voor, wij hollen achter hem aan. Als we bij de anderen aan de oever van de rivier komen, zie ik mijn twee kleintjes terug, zij aan zij in elkaar gedoken, nog kleiner, enkel kwetsbaar en fragiel, niet stil meer maar verstomd, ogen waar de angst uit stroomt, een zee van tranen. Mijn hart is verteerd van verlangen, ik omhels ze, kus ze.
de lente heeft haar stempel gedrukt de seringen
zijn ontloken wat als ik een kersentakje pak
binnen in me draaft een ree
en de papavervelden schreeuwen het uit
Behçet Aysan – Een kersentak
Het is ochtend. De bevalling lijkt nu niet lang meer op zich te laten wachten, hoewel ik eigenlijk nog wat tijd zou hebben. Het lange lopen en de angst om mijn kinderen hebben me uitgeput. Ik krimp ineen van de weeën, ik kan ze niet langer verborgen houden. Net nu we bij de rivier zijn, ons opmaken naar de overkant te gaan, val ik neer op de oever, de oever van een rivier die eigenlijk zo ver van ons weg is. Niet de Tigris, niet de Eufraat, maar de Maritsa, die al haar smart uitstort waar ze langs stroomt. Mijn man komt naast me zitten, neemt mijn handen tussen de zijne, onze blikken kruisen elkaar. De hemel, de wolken lijken neergedaald in zijn ogen, er ligt een sluier over zijn blik. Hij kijkt weg, omhelst me, nog steviger, om mij te bemoedigen en ook zichzelf, dat weet ik wel.
zeg het maar mijn lief! zeg: op een notenbruine dag kom ik eraan
Istanboel zal een wanboel zijn, mijn haren
een wanboel. alles een wanboel!
wees niet bedroefd, mijn lief! we rapen ons bijeen, samen
staan we op, lopen we weg, zeg dat mijn lief
en al heeft het leven een stalen grond met iedere stap doorboren we het!
Küçük İskender – Zeg het maar mijn lief
De vrouw uit Turkije, die de hele tijd vooraan, bij de smokkelaar loopt, is de eerste die me opmerkt. Ze komt naar me toe. Nu pas, in het daglicht, kunnen we elkaars gezicht zien. Ze haalt water uit haar tas en wast mijn gezicht. Dan komt een van de Irakezen, hij zegt dat hij arts is, voelt mijn pols, mijn hartslag is heel laag. Ik ben blij te horen dat hij arts is, en in de hoop dat hij me helpt vertel ik dat ik zwanger ben.
Tumult. De smokkelaar komt naar me toe, duwt me tegen de grond, daar lig ik, op mijn rug in de natte aarde aan de oever van de rivier. ‘Geen denken aan!’ zegt hij. ‘Zo kan ik je niet meenemen, je geeft je maar aan bij de militairen, ga naar een ziekenhuis!’
De Irakese arts geeft hem gelijk. ‘Je moet in geen geval meegaan,’ zegt hij, ‘niet in deze toestand!’
‘Onmogelijk,’ zeg ik, ‘dat kunnen jullie niet doen, we hebben betaald, jullie moeten ons meenemen!’
We kunnen niet meer terug, bovendien, waar zouden we heen moeten, onze huizen liggen in puin, onze straten ruiken naar oorlog, verder hebben we niks. De kinderen, deze kinderen moeten leven. De weeën zijn afgrijselijk, ze snijden me de adem af, ik zet mijn kiezen op elkaar en kom overeind, ik wil hen laten zien dat ik het vol kan houden, ik smeek hen, kijk hen recht aan terwijl er een brand in mijn binnenste woedt.
Ahmet, beste jongen, waarom huilt een zakdoek
niet een tand, niet een nagel, een zakdoek, waarom huilt die
in mijn zakdoek klinkt het bloed.
Edip Cansever – In mijn zakdoek klinkt het bloed
‘Goed,’ zegt de andere smokkelaar uiteindelijk. Hij stemt in. De vrouw uit Turkije geeft me een arm, neemt de tas over die mijn man in zijn hand heeft, en wil dan ook de tas van mijn hals halen. Ik begrijp het wel, ze probeert te helpen, maar dat gaat niet. Hoe moet ik weten of ik haar kan vertrouwen? Terwijl ik het hoofd bied aan de pijn probeer ik haar angstig te doorgronden, dan zie ik haar zwarte nagellak, haar stevige laarzen, die speciaal voor de tocht lijken aangeschaft. Ze zegt iets, eerst in het Turks, dan in het Kurmanci, terwijl ze naar mijn tas reikt. Ik krijg geen woord over mijn lippen, geef haar met mijn blik te verstaan dat ik mijn tas niet kan geven. Ze begrijpt het.
Klein lichaam
De overkant. Een nieuw leven. Zo dichtbij en zo ver weg. Al die omgeslagen boten op zee, op rivieren. Al die mensen die er niet meer zijn. En met die kennis dan op weg gaan, met twee kleine kinderen en een baby in mijn buik. Als we bij de meest geschikte plaats aankomen worden de twee boten aan elkaar vastgebonden, misschien om zo snel mogelijk naar de overkant te kunnen, of om meer weerstand te kunnen bieden aan de sterke stroming.
Ik weet het niet. Ik kan niet nadenken. Ik voel de pijn niet, de weeën niet. Een voor een stappen we in een boot en proberen zo te gaan zitten dat het gewicht gelijk verdeeld is. Het enige wat ik voel is angst. Enorme angst. Ik zie de beelden voor me van al die hartverscheurende gebeurtenissen waarover ik gelezen, gehoord heb, waarvan ik het meeste heb gezien, meegemaakt, gehoord van mijn naasten. Ik ben bang, bang vanwege mijn kinderen, vanwege het kind dat nog geboren moet worden.
Mijn kinderen. Alan heette het peutertje, aan deze kant van de rivier kent men hem als Aylan Kurdi. Is er een verschil tussen die kinderen? ‘Klein lichaam ontzield aangespoeld’ luidden de koppen op 2 september 2015. Dezelfde datum in zekere zin als vandaag, nu, morgen.
‘Klein lichaam.’ Oppervlakkige woorden voor een ziel die is heengegaan. Het kind was nog maar klein, zijn ziel des te groter. In wat voor eenheid meet je het leven, in jaren, de leeftijd van een ziel?
als een rivier was de mens
zonder besef van het bloed dat hij meevoert;
stom bij zijn eigen lied,
blind voor zijn eigen droom,
doof voor zijn eigen schreeuw…
Nihat Behram – Ali is een meisje
Drie jaar duurde het leven van Alan, een berg aan ervaringen, net als de levens van zijn moeder en zijn broer, die samen met hem stierven. Ze vluchtten voor de dood, precies wat ons tot deze tocht bracht, met onze kinderen in onze armen. En we wisten: ‘(…) no one puts their children in a boat / unless the water is safer than the land (…).’ (Warsan Shire – Home)
We doffen ons op alsof we naar een feest gaan
De smokkelaar die tot nu toe met ons was meegelopen, gaat terug. Zijn collega stapt in een van de boten, gaat voorin zitten. De Irakese arts stapt in de tweede, zij zijn degenen met een peddel. Maar de Irakese arts krijgt het niet voor elkaar, hij weet simpelweg niet wat te doen. De rivier is breed, de stroming sterk. De vrouw uit Turkije wil de peddel overnemen, maar de smokkelaar laat haar niet in de andere boot overstappen, bang dat de boot uit balans raakt.
Kwaad probeert hij wat te verschuiven zodat hij in het midden van de twee boten zit. Hoe moet die jongen, zo’n dunne man ingaan tegen de stroming van die brede rivier? Wat als de touwen tussen de twee boten breken? Reddingsvesten hebben we niet. Het enige wat we hebben zijn de grote tassen in onze handen, op onze ruggen. Als we in het water vallen zijn we verloren, dat besef ik maar al te goed.
We hebben al zo vaak gehoord dat op de Egeïsche Zee, hier, op de Maritsa boten omsloegen met reizigers zoals wij en tientallen mensen verdronken. Hier mogen smokkelaars de mensen misschien nog overzetten, op zee is het een heel ander verhaal. Daar laten ze de migranten zien hoe ze een rubberen vaartuig met een goedkope motor moeten besturen, daarna mogen ze het zelf uitzoeken met die ondeugdelijke boten en zwemvesten die geen enkel nut hebben.
Al die mensen die ze zo de dood in hebben gejaagd. Alan was maar een van hen. De gedachten, de gebeurtenissen bezorgen me steken in mijn hart, maar ondertussen is de smokkelaar nog bij ons en hij krijgt het voor elkaar! Met al zijn kracht en één peddel heeft hij ons naar de overkant gebracht.
We stappen uit, het water in, de blubber. De boten worden meteen uit het water getrokken. We rennen naar de bomen op de oever, schuilen onder de takken, proberen onze voeten en schoenen schoon te maken, trekken droge sokken aan. Van sommigen zitten de kleren zo onder de modder dat ze hun broek uittrekken en een schone aandoen. De vrouw uit Turkije heeft een grote doos vochtige doekjes bij zich, die ze aan iedereen uitdeelt.
Iedereen lijkt op te leven, is er wat beter aan toe, opgewekter. Kennelijk waren we allemaal vooral bang voor de rivier. We hebben het gehaald! We doffen ons op alsof we naar een feest gaan. Op de oever, onder de bomen wordt de lucht uit de boten gelaten, eentje wordt er achtergelaten – waarom weet ik niet, misschien hebben we er geen twee meer nodig. We zijn tenslotte aan de overkant, eindelijk, nu zal alles makkelijker zijn – tenminste, dat hoop ik. Misschien heeft de smokkelaar hem nodig voor de terugreis.
Behalve die van ons liggen er nog een paar boten, en modderige broeken, sokken, talloze conservenblikken. Al die mensen die al hierlangs gekomen zijn. Net als onze voorgangers laten ook wij onze modderige spullen liggen, we wachten af tot we achter de smokkelaar aan onze tocht kunnen vervolgen. Het is licht, we kunnen niet verder, zegt hij. We moeten weg van de rivier, ons verstoppen en wachten tot het donker wordt. Urenlang wachten, hoe is het mogelijk, net nu we de grootste hindernis genomen hebben, de rivier hebben weten over te steken, onze angst is gezakt en onze hoop aangewakkerd, net op het moment dat we denken er bijna te zijn.
Terwijl ik me zo wat probeer af te leiden en met gebogen hoofd achter de anderen aan loop, valt mijn oog op de tientallen dode dieren
Terwijl we de brede rivier achter ons laten en tussen de lage bomen door proberen te lopen, moet ik denken aan de mensen die in de winter hun toevlucht zochten tot het bos en in hun dunne kleren zijn bevroren. Ieder moment van deze tocht ligt de dood op de loer. De weeën worden steeds heviger, ik leg mijn hand op mijn buik, denk aan de baby. Die pijn, die hevige pijn zal me uiteindelijk met mijn kind verenigen, dat weet ik toch, zo is het eerder ook gegaan.
Terwijl ik me zo wat probeer af te leiden en met gebogen hoofd achter de anderen aan loop, valt mijn oog op de tientallen dode dieren – karkassen, beter gezegd. Vreemd genoeg liggen de meeste erbij zoals ze zijn neergevallen, de botten op hun plek, alles aan elkaar. Koppen verbonden met de hals, borst en ribben. Heupen aan poten. Talloze hoorns en hoeven. Wat heeft dat te betekenen, waar wijzen die onaangeroerde skeletten op? Zijn de beesten geschoten en vervolgens blijven liggen? Maar wie schiet ze dan? Jagers heb je hier niet. Militairen?
Na een tijdje vinden we tussen de bomen en het struikgewas, ver van de rivier, een vlak stuk. Het is vochtig en koud maar toch gaan we op het gras zitten. Wachten, een gespannen wachten. We proberen allemaal te ontspannen en eten wat van onze meegebrachte etenswaren. Mizgin en Azad krijgen eerst, ze vallen om van de honger. Daarna gaat iedereen ergens liggen en probeert te slapen. De Afghanen lopen het verst weg, gaan in grote zwarte vuilniszakken liggen. Goed idee om die mee te brengen. Zo hebben ze bescherming tegen de kou, de wind, het vocht.
Ik zit hevig te rillen. De Irakese arts, die vlak bij ons is gaan liggen, merkt het, hij haalt een regenjas uit zijn tas, trekt me die aan, doet de knopen een voor een dicht. Dan gaat hij weer liggen, maar hij kan de slaap niet vatten, schrikt iedere keer wakker.
Ook de vrouw uit Turkije kan niet slapen, ze zit met haar rug tegen een boom te wachten. Naast haar ligt de smokkelaar, onder een laken, hij is meteen ingedut. De Syriërs liggen een eindje verderop, links van ons, naast elkaar onder een boom. Een van hen, een vrouw, heeft zich opgerold en, in een poging zich tegen de kou te beschermen, een sjaal over zich heen getrokken.
Zwak gehuil
Door de dunne regenjas ril ik minder, maar nu komen de weeën weer opzetten. Even later voel ik vocht tussen mijn benen lopen, zijn mijn vliezen soms gebroken? Ik vertel het mijn man, ik pak zijn hand en kom overeind, zonder iets tegen iemand te zeggen lopen we met onze kinderen verder het bos in. De vrouw uit Turkije volgt ons met haar ogen, maar ze heeft geen idee wat er aan de hand is. Mijn kind is op komst!
Ver weg van de anderen strek ik me met moeite uit in het natte gras, mijn man houdt mijn hand stevig vast, laat me niet los, Azad en Mizgin kijken me verbaasd aan. Even zie ik Ruhat en Botan in hun ogen. Ik denk weer aan hun moeder, de mooie Muntazam. Toen ze in haar eentje thuis beviel keken haar twee kinderen ook zo verbaasd naar haar, dat vertelde ze naderhand. Zoals ze in haar eentje van haar kind was bevallen, eigenhandig de navelstreng van haar kind had doorgeknipt. Dat zou ik ook kunnen, maar ik ben niet alleen, mijn man is bij me.
Maar nee. Dat prachtige kind, Muntazams baby. Nog geen twee maanden was het toen… Ik krijg het gewoon niet over mijn lippen.
Ik heb iemand nodig, een vrouw. De bevalling begint, echt, het hoofdje komt al. Ik zeg tegen Mizgin dat ze de vrouw uit Turkije meteen moet gaan roepen. De twee Syrische vrouwen spreken Kurmanci en Arabisch en het is makkelijker om met hen in Sorani te communiceren ook al kennen ze die taal niet, maar dat gaat niet, ze hebben zich niet laten zien, kennelijk houdt iets hen tegen, ze zijn bevreesd.
‘Serê zarok,’ roept Mizgin, ‘het hoofd van het kind’, en ze rent weg. De vrouw uit Turkije komt er meteen aan. Ze heeft een klein zakmes bij zich. Ze kijkt me geschokt aan maar herneemt zich snel, gaat bij mijn voeten zitten en trekt voorzichtig aan mijn baby. Daar is hij, in haar handen, mijn man zit bij mijn hoofd, mijn kinderen kijken naar hun nieuwe broertje – het jongetje dat nog steeds met mij verbonden is. Alleen, hij geeft geen kik, wat is er aan de hand?
Mijn hart staat zo in brand dat ik geen woord kan uitbrengen. Dan begint de vrouw onhandig tikjes te geven tegen de billen van mijn kind. Eindelijk hoor ik een zwak gehuil.
er stond een bloem, daar, ergens,
te bloeien als om een fout weer recht te zetten;
boog zich tot vlak bij mijn lippen
en praatte en praatte maar.
Cemal Süreya – Een bloem
De vrouw vraagt iets, zegt wat tegen ons, maar we begrijpen elkaar niet. Gelukkig komt de smokkelaar op dat moment, ze vraagt hem meteen om zijn telefoon. Ze belt iemand, overlegt. Belt dan iemand anders, zet de telefoon op de luidspreker en legt hem op mijn opgeschorte rok. Aan de andere kant van de lijn legt een vrouw met een verbazingwekkende kalmte een en ander uit, haar stem geeft vertrouwen.
De Turkse vrouw snijdt met haar zakmes de navelstreng door. Nu moet die afgebonden worden, maar er is geen draad. Mijn man laat mijn hand heel eventjes los om in de tas te zoeken. Alles voor de baby hebben we bij ons, hoe hebben we draad nou kunnen vergeten. De vrouw stuurt de smokkelaar naar de anderen in de hoop dat die iets hebben.
Een van de Syrische vrouwen komt aangelopen met een klein stukje naaigaren. Een dun stukje naaigaren, daarmee bindt ze de dikke, harde, glibberige navelstreng af. Met wat water probeert ze de baby te wassen, geeft hem dan aan de anderen over zodat die hem aan kunnen kleden.
Op dat moment wordt de verbinding verbroken. Onze blikken kruisen elkaar. Ik voel me gelukkig en dankbaar, op haar gezicht ligt een vage glimlach. Toch valt er angst in haar blik te lezen. Ik voel dat ze niet weet wat te doen maar me tegelijkertijd wil bemoedigen. We spreken niet dezelfde taal, maar proberen elkaar met onze blikken te steunen en moed in te spreken. Dat heeft zij net zo hard nodig als ik.
De bevalling is nog niet voorbij. De nageboorte zit er nog. En tussen mijn benen voel ik de navelstreng, waarmee mijn kind negen maanden lang met mij was verbonden. Mijn lichaam moet dat alles nu kwijt. Zij weet ook wat er te doen staat, ze weet alleen niet hoe. Ze vraagt me iets, maar ik ben niet in staat antwoord te geven, zelfs maar te laten zien wat ze moet doen.
Ze vraagt de smokkelaar nogmaals om zijn telefoon, zet hem op de luidspreker en geeft ook mijn man instructies, laat hem zien hoe hij met kracht op mijn buik moet duwen. Felle pijnscheuten trekken door mijn hele lijf. Terwijl mijn man op mijn buik drukt, lukt het de vrouw met haar blote handen de nageboorte uit me trekken. De pijn zakt een beetje. Ik voel me uitgeput, maar beter. Alles is voorbij, tenminste, dat hoop ik, want ik weet niet hoeveel ik ben ingescheurd, of ik veel bloed heb verloren, of de bloedingen aanhouden.
De regenjas onder me is besmeurd met alles wat met mijn kind is meegekomen. Mijn voeten staan er midden in en trillen, ik kan het niet tegenhouden. Ik heb het ijskoud.
Mijn man haalt mijn kleren uit de tas. De vrouw uit Turkije probeert me met vochtige doekjes schoon te wrijven. Ze stuurt de smokkelaar er nog een keer op uit, hij komt terug met een grote zwarte vuilniszak, van de Afghanen gekregen waarschijnlijk. Ze snijdt het onderste stuk van mijn regenjas en laat dat op de grond liggen – schoonmaken lukt toch niet zonder water of een fatsoenlijke doek. Samen met mijn man tilt ze me op de vuilniszak die ze naast me op de grond heeft uitgespreid.
Dan wrijft ze me helemaal schoon, kleedt me aan. Schone sokken heb ik niet. Het enige reservepaar dat ik had, heb ik aangedaan nadat we de rivier waren overgestoken en in de modder terecht kwamen. Tijdens de bevalling heb ik er geen moment aan gedacht ze uit te trekken. Ze zegt tegen Mizgin dat die haar tas moet brengen. Ze heeft een maillot, die trekt ze me aan.
Ik voel me wat beter, al heb heb ik het nog steeds koud en trillen mijn benen nog. Ze stuurt de smokkelaar naar de Syrische vrouw, die een korte legging bij zich heeft. Ook die trekt ze me aan. Dat scheelt, de legging verwarmt me en houdt mijn ondergoed strakker tegen mijn lijf. Na een bevalling verlies ik veel bloed, ik weet het van de geboorte van Mizgin en Azad. Ik moet er niet aan denken dat op die koude, natte wegen, te midden van al die mensen, het bloed langs mijn benen loopt. En daarbij, bloedverlies betekent je slap voelen, uitgeput, misschien niet verder kunnen lopen.
Niet aan denken. Nu heb ik mijn baby in mijn armen. Ik sla ze nog steviger om hem heen.
In deze categorie wordt journalistieke vernieuwing bekroond. Denk aan nieuwe vertelvormen, grensoverschrijdende samenwerkingen, maar ook aan ideeën die de financiële basis van kwaliteitsjournalistiek zelf versterken.
Jailed for a Like ( Gevangen voor een Like)
De ‘Gevangen voor een Like’-videoreeks vertelt de indrukwekkende verhalen van gewone Russen die vervolgd worden of zelfs gevangen gezet zijn voor hun socialemediagebruik. De video’s, waarin beeld en kunst worden gecombineerd, laten zien hoe het Kremlin probeert de vrije meningsuiting online te onderdrukken.
Enslaved Land (Onderworpen land)
‘Enslaved Land’ onthult de schadelijke praktijken achter de productie van vijf verschillende gewassen die in Europa op grote schaal worden geconsumeerd – palmolie, suiker, koffie, cacao en bananen. Een belangrijk project dat laat zien wat de consequenties zijn van het eten op ons bord.
Finding Bana; Proving the existence of a 7-year-old girl in Eastern Aleppo (Op zoek naar Bana: het bestaan bewijzen van een zeven jaar oud meisje in Aleppo)
Te midden van de fysieke oorlog in Syrië ontstond een informatieoorlog over het Twitteraccount @AlabedBana. Het account beweerde te tweeten namens Bana, een zevenjarig meisje in belegerd Oost-Aleppo. Kan het echt waar zijn dat Bana bestaat?
The Smuggling Game (Het smokkelspel)
Miljoenen mensen ontvluchten conflicten en armoede. Ze leggen hun lot in de handen van mensensmokkelaars die gevaarlijke kat-en-muisspelletjes spelen met grensautoriteiten, bekend als ‘het spel’. ‘Het smokkelspel’ onthult het proces achter de gevaarlijke reis die ondernomen wordt door mensen op zoek naar een veilig leven, en diegenen die daarvan profiteren.
Er zijn sterke aanwijzingen dat China zijn sterke positie binnen de internationale politieorganisatie gebruikt om politieke tegenstanders te criminaliseren.
In november 2016 kwam voor het eerst een Chinees, Meng Hongwei, aan het hoofd te staan van Interpol. Dat was niet zo vreemd: China is een gerespecteerd lid van de organisatie en Meng, die eerder onderminister van Openbare Veiligheid was geweest in Beijing, werd volgens de regels gekozen. Maar Mengs benoeming wekte ook argwaan, vanwege China’s reputatie als land waar de politiek zich nadrukkelijk bemoeit met het werk van de politie – een patroon waarvan wordt gevreesd dat het zich ook zal voordoen bij het werk van Interpol.
Die sluimerende argwaan rispte recent weer op. Toen een Chinese miljardair die zich buiten China had gevestigd corruptiepraktijken in zijn vaderland dreigde te onthullen, vroeg Beijing meteen bij Interpol om een internationaal aanhoudingsbevel, en dat verzoek werd ook ingewilligd. Dat betekent dat door de intergouvernementele organisatie – een samenwerkingsverband van politiediensten uit 190 landen – officieel zijn arrestatie en uitlevering wordt gelast. De timing ervan wekt het vermoeden dat China dat puur uit politieke motieven heeft gedaan en dat Interpol de toch al steeds langere arm van de Chinese staat nog langer dreigt te maken.
Intimidatie
Guo Wengui is een charismatische vastgoedmagnaat die twee jaar geleden China verliet om zich in de VS te vestigen. In maart gaf hij twee interviews aan een vanuit Amerika opererend mediabedrijf dat in het Chinees publiceert, waarin hij stelt dat een van China’s machtigste families zich heeft verrijkt door politieke connecties om te kopen, om zo invloed te krijgen in grote bedrijven.
Guo vertelde dat hij er via zakelijke transacties achter was gekomen dat de familie van He Guoqiang, een voormalig lid van het politbureau, in het geheim een groot belang had in een van China’s grootste makelaarskantoren; hij dreigde nadere details te onthullen over de rijkdom van de familie He. Zijn beschuldigingen waren waarschijnlijk onopgemerkt gebleven als The New York Times op 15 april niet een eigen onderzoek had gepubliceerd waarin ze de belangen van het familiebedrijf van He waren nagegaan en enkele van Guo’s beweringen hadden gestaafd.
Drie dagen later vaardigde Interpol een internationaal arrestatiebevel uit tegen Guo, omdat hij smeergeld zou hebben betaald aan een voormalige Chinese topambtenaar die wordt verdacht van corruptie. Volgens anonieme bronnen die de South China Morning Post heeft gesproken, zou Beijing om dat arrestatiebevel hebben gevraagd. Een woordvoerder van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken heeft het nieuws wel bevestigd, maar maakte geen melding van betrokkenheid van het ministerie. Hij zei alleen: ‘We hebben vernomen dat Interpol een internationaal arrestatiebevel heeft uitgevaardigd met betrekking tot Guo Wengui.’
Omdat Guo tegenwoordig vanuit de VS opereert, kan de Communistische Partij van China hem niets maken, maar hij kan wel worden geïntimideerd via het eenvoudig te misbruiken systeem van Interpol. Internationale aanhoudingsbevelen zijn in wezen een manier om informatie over gezochte criminelen uit te wisselen tussen politiediensten in de aangesloten landen. Die aanhoudingsbevelen zijn juridisch niet bindend, en daar wordt in elk land op verschillende wijze – of helemaal niet – uitvoering aan gegeven.
Maar sommige landen – Rusland, landen in Centraal-Azië, Turkije, Venezuela en China – vaardigen politiek gemotiveerde aanhoudingsbevelen uit tegen dissidenten, activisten en journalisten. Zo’n bevel kan, ook als dat niet tot een arrestatie leidt, iemands reputatie beschadigen, normale financiële praktijken opeens als crimineel bestempelen en het iemand lastig maken om een gewoon leven te leiden. Voorheen weigerde Interpol om dergelijke aanhoudingsbevelen uit te vaardigen vanwege de politieke beladenheid, zoals bij de poging van de Russische overheid om de in Amerika geboren klokkenluider Bill Browder te intimideren.
Het is geen verrassing dat China elk middel aangrijpt om Guo te pakken te nemen. Corruptie in de hoogste gelederen van de overheid is een gevoelig onderwerp in China. President Xi Jinping leidt een radicale anticorruptiecampagne en een politieke zuiveringsactie, waarvan enkele zeer machtige politieke kopstukken het slachtoffer zijn geworden. Xi’s eigen machtsbasis is versterkt door de anticorruptiecampagne die zijn tegenstanders op een zijspoor heeft gezet en hem zo de invloedrijkste Chinese leider van de afgelopen tientallen jaren heeft gemaakt.
He Guoqiang is nog niet officieel in staat van beschuldiging gesteld; hij was de belangrijkste anticorruptieambtenaar onder de voormalige Chinese president Hu Jintao. Alleen de Communistische Partij heeft het recht om te bepalen wie van haar leden zuiver is en wie niet. Beschuldigingen van corruptie afkomstig van buiten de partij worden zelden geduld. Chinese deskundigen en mensenrechtenorganisaties vermoeden dan ook dat de ware reden voor het aanhoudingsbevel van Interpol was om onwelgevallige critici de mond te snoeren. ‘Het Negentiende Partijcongres is al over een halfjaar,’ merkte Bill Bishop op in zijn Sinocism China Newsletter. Hij volgt al jaren de politiek van de Chinese elite. ‘Xi wil de controle over het proces niet verliezen. Iedere geloofwaardige onthulling over een machtsstrijd of over corruptie door de familie van Wang Qishan’ – een andere hoge ambtenaar die Guo in zijn interview noemde – ‘zou genoeg ophef kunnen veroorzaken om Xi’s favoriete benoemingen van personen op het Partijcongres te dwarsbomen.’
De afgelopen jaren heeft China gebruikgemaakt van internationale aanhoudingsbevelen omdat het land zijn anticorruptiecampagne heeft uitgebreid tot over de eigen grenzen. In 2015 zag China honderd verzoeken om een internationaal aanhoudingsbevel voor economische vluchtelingen gehonoreerd. In de Chinese media wordt herhaaldelijk gewezen op het vermogen van de Chinese overheid om overal ter wereld haar macht te doen gelden; die media laten dan beelden zien van voortvluchtige landgenoten, zoals voormalig ambtenaar Yang Xiuzhu, die onder begeleiding van de politie op de luchthaven van Beijing het land binnenkomt.
‘Interpols systeem van internationale aanhoudingsbevelen kan door regimes worden misbruikt omdat die daarmee dissidenten, journalisten, mensenrechtenactivisten en anderen die voor vervolging zijn gevlucht, criminaliseren,’ aldus Rebecca Shaeffer, juridisch en politiek adviseur bij Fair Trials, een in Brussel en Londen gevestigd advocatenkantoor.
Internationale aanhoudingsbevelen zijn maar één instrument dat de Chinese staat tot zijn beschikking heeft om zijn invloed op afvallige burgers in het buitenland verder uit te breiden. Andere instrumenten zijn bedreigingen, dwang en ontvoeringen
Interpol heeft verscheidene zwakke plekken in de organisatie waardoor de dienst kwetsbaar is voor misbruik. Net zoals de politiediensten waaruit Interpol is opgebouwd, is de ondoorzichtige organisatie weinig geneigd om informatie openbaar te maken. De meeste internationale aanhoudingsbevelen worden niet bekendgemaakt, en er is geen openbare database waarin je de meer dan honderdduizend uitstaande aanhoudingsbevelen kunt onderzoeken. De bewijzen die dergelijke bevelen moeten onderbouwen worden vaak ook geheim gehouden, waardoor het moeilijk te achterhalen is of zo’n aanhoudingsbevel nu terecht is of niet. Vóór de recente aanscherping van de procedures binnen de organisatie was het vaak lastig en tijdrovend om politiek gemotiveerde aanhoudingsbevelen van de rol te halen. ‘De timing roept wel sterkte twijfels op over de integriteit van de interne onderzoeksprocedures bij het uitvaardigen van een internationaal aanhoudingsbevel,’ zegt Nicolas Bequelin, directeur bij Amnesty International voor de regio Oost-Azië.
De overgrote meerderheid van die aanhoudingsbevelen is niet politiek gemotiveerd. Maar de aanhoudingsbevelen die dat wel zijn, laten zich er moeilijk tussenuit halen. ‘Meestal is het zo dat als iemand wordt gezocht voor een legitiem aanhoudingsbevel, hij of zij zich schuilhoudt. Ze weten dan dat het een gegrond arrestatiebevel is,’ zegt Michelle Estlund, een gespecialiseerde advocate in Florida. ‘De mensen die onze hulp inroepen om met Interpol te onderhandelen weten dat de aanhoudingsbevelen die tegen hen zijn uitgevaardigd niet deugdelijk zijn.’
Estlund legt uit dat het bij een verzoek om zo’n internationaal aanhoudingsbevel niet de taak van Interpol is om vast te stellen of iemand schuldig of onschuldig is. De dienst stelt alleen vast of het verzoekende land de juiste juridische procedure heeft gevolgd bij de aanvraag. ‘En daarin schuilt juist het probleem voor Interpol: dat kunnen ze niet weten,’ zegt Estlund. ‘Er is een aantal criteria waaraan Interpol zo’n aanvraag moet toetsen, en er is een beoordelingsprocedure, maar het is voor Interpol ondoenlijk om iedere aanvraag op die manier te beoordelen.’
Met andere woorden, het systeem is vooral gebaseerd op vertrouwen – een vertrouwen dat door politiek gemotiveerde aanhoudingsbevelen wordt geschonden. ‘China en Rusland zijn niet de enige die het systeem hebben misbruikt, maar zij hebben ook het vertrouwen misbruikt waarop het systeem berust,’ zegt Bequelin. ‘Interpol speelt een rol in de bestrijding van de internationale misdaad. Als de organisatie wordt gezien als een politiek instrument, zal dat wereldwijd het politiewerk schaden.’
Internationale aanhoudingsbevelen zijn maar één instrument dat de Chinese staat tot zijn beschikking heeft om zijn invloed op afvallige burgers in het buitenland verder uit te breiden – en ze zijn hoogst effectief, resulteren vaak in bevroren banktegoeden en reisbeperkingen. Andere instrumenten zijn bedreigingen, dwang en ontvoeringen.
In 2015 raakten vier boekhandelaren in Hongkong en een in Taiwan vermist. Al deze in China geboren mannen hadden boeken gepubliceerd die voor Beijing onwelgevallige informatie bevatten. Achteraf bleken de vier gevangen te zitten in China. Na zijn vrijlating beschreef een van hen hoe hij was ontvoerd en heimelijk over de grens naar China was gebracht. De ontvoeringen hebben de sfeer verkild in Hongkong, waar men zich buiten bereik van de Chinese politieke onderdrukking waande.
Buitengewoon ernstig
De verkiezing van Meng heeft internationale mensenrechtenadvocaten, onder wie Bequelin, dan ook verontrust. ‘Dit is buitengewoon ernstig, aangezien China al jarenlang probeert om Interpol te gebruiken voor de arrestatie van dissidenten en vluchtelingen in het buitenland,’ vertelde Bequelin destijds. ‘Anders dan de meeste politiediensten in de wereld heeft de Chinese politie boven op het klassieke law-and-ordermandaat ook het politieke mandaat om de macht van de Communistische Partij te beschermen.’
De grootste zorg is dat onwettelijke methodes en politieke motieven internationale regels en instituties binnensluipen, en dat met een Chinese openbareveiligheidsambtenaar op een invloedrijke positie Interpol langzaam wegdrijft van het hoofddoel, namelijk legitiem onderzoekswerk. Volgens Estlung is Mengs verkiezing voornamelijk zorgwekkend vanwege het falende rechtssysteem en de onvoldoende bescherming van de mensenrechten in China. ‘Altijd als de leider van een internationale politiedienst als Interpol uit een land komt waar ernstige problemen met de mensenrechten zijn, baart dat natuurlijk veel zorgen,’ zegt ze. ‘Ik zou dergelijke zorgen hebben bij iedere directeur die afkomstig is uit een van de landen waar systematisch de mensenrechten worden geschonden.’
Chinese staatsmedia hebben gesuggereerd dat Mengs verkiezing een zegen zal zijn voor de internationale uitbreiding van China’s eigen anticorruptiecampagne. In een in november 2016 gepubliceerd artikel in de aan de partij gelieerde Beijing Youth Daily werd Interpol geprezen als het succesvolste platform voor de strijd tegen de internationale misdaad en de opsporing van gestolen goederen. Ook werd benadrukt hoe goed dat paste binnen China’s eigen inzet om de corruptie te bestrijden en goederen en gelden die door corruptie verloren waren gegaan weer terug te krijgen. ‘Tegen deze achtergrond is een Chinees verkozen als hoofd van Interpol’, ging het artikel verder, ‘wat onmiskenbaar aangeeft dat Interpol en de internationale gemeenschap het Chinese rechtssysteem positief beoordelen.’
Een ander teken van de Chinese invloed op de internationale misdaadbestrijdingsorganisatie is dat Taiwan nog steeds uitgesloten wordt. China heeft gestaag getracht de deelname van dat eiland aan internationale organisaties te dwarsbomen, omdat een eventueel lidmaatschap gezien kon worden als blijk van zijn bestaansrecht als natie. Interpol wees Taiwans verzoek af om deel te mogen nemen aan de algemene vergadering van november 2016, waarin Meng werd gekozen.
Rebecca Shaeffer is minder bezorgd over een directe invloed van China op Interpol. Volgens haar is de directeurspositie van Interpol vooral een ceremoniële. ‘Een directeur van Interpol heeft niet de bevoegdheid om aanhoudingsbevelen uit te vaardigen. Die rol is weggelegd voor het secretariaat van Interpol, dat gehouden is aan de regels en statuten van de organisatie, die eind vorig jaar zijn aangescherpt om misbruik te voorkomen.’
Volgens Shaeffer is het probleem dat ieder land een politiek gemotiveerd internationaal aanhoudingsbevel kan laten uitvaardigen als het dat wil. ‘De aangescherpte regels moeten nu worden geïmplementeerd en gehandhaafd, om landen zoals China ervan te weerhouden deze mondiale misdaadbestrijdingsorganisatie te misbruiken.’
Die regels hebben Guo nog niet kunnen beschermen. Maar het aanhoudingsbevel heeft hem niet tot zwijgen gebracht. Op 19 april gaf hij een interview aan Voice of America, waarin hij weer verscheidene hoge Chinese ambtenaren en hun familieleden beschuldigde van corruptie en wangedrag. Of hij dergelijke beschuldigingen kan blijven uiten, en welke andere middelen Beijing tegen hem zal inzetten, is een andere vraag.
Foreign Policy
Verenigde Staten | tweemaandelijks tijdschrift | oplage 106.000
Wetenschappelijk tijdschrift, opgericht in 1970 om het ‘debat te stimuleren over belangrijke kwesties van de Amerikaanse buitenlandse politiek’. Sinds 2008 eigendom van The Washington Post.
In naam van het vrije verkeer van goederen liet Brussel in Europa een markt voor ‘geneutraliseerde’ wapens opbloeien, waarvan terroristen als Amedy Coulibaly dankbaar gebruikmaakten. Ondanks diverse waarschuwingen is de wet niet veranderd, constateerde de Franse onderzoekswebsite Mediapart.
Even na één uur ’s middags op vrijdag 9 januari 2015 wandelt een man in een warm donsjack met een capuchon met bontkraag over het trottoir voor de Hyper Cacher, de joodse supermarkt in de Parijse wijk Porte de Vincennes. Al lopend hangt hij een GoPro-camera voor zijn buik. De man blijft voor de ingang staan. De deur gaat open, hij verroert zich niet. Uiteindelijk zet hij de sporttas die hij over zijn schouder droeg op het asfalt, zoekt erin en haalt er een eerste kalasjnikov uit om beter bij de tweede te kunnen. Hij houdt het gebogen magazijn tegen zijn dij en de wijsvinger van zijn rechterhand gaat naar de trekker terwijl zijn linker de sporttas weer om zijn schouder hangt. Daarna richt Amédy Coulibaly zich weer op met zijn gezicht naar de Hyper Cacher. Hij mikt met de loop van zijn pistoolmitrailleur op het interieur van de winkel en haalt voor de eerste keer de trekker over.
Yohan Cohen (20), die bezig is winkelwagentjes weer bij de ingang te zetten, grijpt de metalen stang van de parkeerplek voor de wagentjes vast en valt dan brullend van de pijn op de grond. Een kogel heeft zijn wang doorboord. De moordenaar gaat het supermarktje binnen en vuurt zijn kalasjnikov diverse keren af. Een tweede kogel belandt in de buik van de werknemer van de Hyper Cacher, die zijn werkgever smeekt hem te helpen. ‘Patrice, kom gauw, ik heb zo’n pijn…’
Het wapen dat Yohan Cohen heeft gedood, het eerste en jongste van de vier slachtoffers van de Hyper Cacher, is een VZ-58 van het Tsjechische merk Ceska Zbrojovka. Alleen al dit geweer zou symbool kunnen staan voor de Europese wapenwetgeving die al tien jaar ernstig tekortschiet in naam van het vrije verkeer van goederen, zoals blijkt uit een onderzoek van de European Investigative Collaborations (EIC), een groep van negen media, waaronder Mediapart.
Hoe ziet het leven van een dood zaaiend wapen eruit, vanaf het moment dat het de fabriek verliet tot het bloedbad dat het aanrichtte in 2015 in Parijs? Op deze vraag heeft de EIC antwoord willen geven met zijn eerste onderzoek, dat iets meer dan drie maanden geleden is gestart.
Binnen de Europese Unie zijn naar schatting tachtig miljoen wapens met een vergunning in omloop. Maar de wettige levenscyclus van een wapen kan gemakkelijk worden verlengd om er een misdadig werktuig van te maken. De kalasjnikov die Coulibaly in staat heeft gesteld Yohan Cohen te executeren en die dateert van 1964, meer dan een halve eeuw geleden, is daar een van. Onder de verschillende lagen verf hebben de politiemensen de stempels aangetroffen van de firma Kol Arms, die momenteel in Slowakije is gevestigd. Net als de overgrote meerderheid van de wapens – geweren of pistolen – waarmee de terroristen in januari en november 2015 hun bloedbaden hebben aangericht, was de VZ-58 van Coulibaly afkomstig uit de wapenvoorraden van het Oostblok.
De overheden daar zijn er in alle jaren sinds de ineenstorting van de Sovjet-Unie niet in geslaagd deze wapens te vernietigen of onklaar te maken. Een buitenkansje voor de zwarte markt en, uiteindelijk, voor criminelen en terroristen, zoals het grote publiek heeft kunnen zien in de film Lord of War (2005), het waargebeurde verhaal van de wapenhandelaar Viktor Bout. In de EU zouden momenteel minstens vijfhonderdduizend verloren of gestolen wapens circuleren, volgens de Europese autoriteiten.
‘Alarmwapens’
De VZ-58 waarmee Yohan Cohen is vermoord, met het serienummer 63622, werd ongevaarlijk geacht nadat het in 2014 in Slowakije was geneutraliseerd zodat er alleen nog maar losse flodders mee konden worden afgevuurd – wat de specialisten een ‘alarmwapen’ noemen. In Slowakije behoort dit type wapens tot de categorie D, wat betekent dat ze vrijelijk kunnen worden aangeschaft door iedere volwassene. Ze zijn verkrijgbaar in wapenwinkels of, voor een paar honderd euro, bij internetbedrijven die ze vervolgens versturen per post.
In de politiearchieven zijn er legio voorbeelden. Bij het ontmantelen van een illegale wapenhandel in een Parijse voorstad eind 2012 stuitte de politie op berichten (onder pseudoniem) op sites voor jagers en scherpschutters. De handelaren boden bij opbod materiaal aan, compleet met foto’s, en maakten soms zelfs reclame met het hoofd van een klant. ‘Binnenkort krijg ik Glocks 17, 3e generatie’, beloofde een van hen. De zeldzame en veelgevraagde AK 47’s gingen als warme broodjes. ‘Je zal nog even moeten wachten want ze vliegen de deur uit en de AK die ze hadden was al gereserveerd. Je hoort van me zodra ik er een heb’, meldde een handelaar spijtig volgens een familielid van een jihadist die samen met Chérif Kouachi en Amédy Coulibaly gevangenzat voor een ander vergrijp. Een andere handelaar beloofde: ‘De AK’s zullen er vóór de kerst zijn.’
‘Deze handel is in Frankrijk volstrekt illegaal, maar in de praktijk gemakkelijk’, onderstreepte het laboratorium van de technische recherche in Parijs, dat het arsenaal van Coulibaly heeft geanalyseerd, op 20 januari 2015 in een rapport. De remilitarisering van een alarmwapen is voor een kenner kinderspel. Van onschuldig verandert het weer in dodelijk. En hoewel talloze gespecialiseerde diensten de afgelopen jaren bij de Europese autoriteiten aan de bel hebben getrokken, houdt de regelgeving van de EU nog altijd geen rekening met dit gevaar. Niet alleen rept de Europese richtlijn voor de controle op wapens uit 2008 met geen woord van de problematiek van alarmwapens, ook heeft de Europese Commissie in 2010 besloten de reikwijdte van die richtlijn te beperken.
In een rapport van de Commissie van 27 juli 2010 staat ook te lezen dat het illegaal ombouwen van alarmwapens, waarvoor de Europese autoriteiten al waren gewaarschuwd, ‘gerelativeerd dient te worden gezien het tamelijk grote aantal alarmpistolen dat binnen de Unie aanwezig is’. Ruim baan dus voor het vrije verkeer van goederen zonder het veiligheidsrisico op een objectieve manier te wegen: ‘Er zijn derhalve weinig aanwijzingen dat een Europese harmonisatie van nationale wetgeving (…) het functioneren van de interne markt zal verbeteren door het vrije verkeer van goederen aan banden te leggen, of door concurrentievervalsing tegen te gaan.’ Resultaat is het chronisch (en dramatisch) ontbreken van reglementaire harmonisatie tussen de EU-landen onderling.
In 2013 drongen sommige politiediensten er desondanks nog sterker op aan de dreiging onder ogen te zien. De Slowaakse overheid verspreidde in september van dat jaar een in het Engels gestelde poster over de risico’s van het weer ombouwen van alarmwapens tot echte wapens – het document is momenteel toegevoegd aan de bewijslast voor het gerechtelijk onderzoek naar de aanslagen van januari 2015. Het land zag zich geconfronteerd met een toenemende remilitarisering van geneutraliseerde wapens, een fenomeen dat zich volgens de Slowaakse politie ook in toenemende mate bij andere EU-leden voordoet. In 2013 maakten de eerste geneutraliseerde Slowaakse wapens hun opwachting in Frankrijk, met name in de regio Marseille, aldus een rapport van de Franse technische recherche.
Op 21 oktober 2013 publiceerde de Europese Commissie een nieuw rapport dat het probleem ditmaal onder ogen leek te zien: ‘De wetshandhavingsdiensten binnen de Unie maken zich zorgen over het feit dat geneutraliseerde vuurwapens worden gereactiveerd en verkocht voor criminele doeleinden, en dat alarmpistolen en luchtdrukgeweren tot illegale en dodelijke wapens worden omgebouwd.’ Wat had deze waarschuwing voor wettelijke consequenties? Geen enkele.
De handel gaat door. En bloeit, dankzij het gebrek aan harmonisatie tussen de verschillende Europese wetgevingsinstanties. In 2013 vertelde een handelaar die gespecialiseerd was in remilitarisering tegen Mediapart dat hij niets moest hebben van wapens die volgens de strikte Franse richtlijnen waren geneutraliseerd: ‘Ik heb ze gehad, er is van alles aan veranderd wat voor het blote oog niet zichtbaar is, het is praktisch onmogelijk om ze weer operationeel te krijgen.’ Maar onklaar gemaakte wapens uit Spanje, Oostenrijk en Duitsland waren een zegen voor illegale wapenhandelaren. Daar was alleen de loop van dichtgelast. ‘Sommigen gaan hun wapens in Spanje kopen of in de vroegere Oostbloklanden, want die zijn makkelijker te remilitariseren’, bevestigt een Franse politiefunctionaris.
In de zomer van 2014 werden in de Parijse regio wapens van Slowaakse origine – zoals dat van Coulibaly – ontdekt tijdens een onderzoek dat niet specifiek op terrorisme was gericht. In deze zelfde periode is op de site van het Slowaakse bedrijf AFG (dat ons niet te woord wil staan) de VZ-58 van Coulibaly aangeschaft door een extreemrechtse ex-militair uit de regio Lille, Claude Hermant.
Hoe verbazingwekkend dat ook lijkt, er valt op Europese schaal geen enkele belangrijke wetsherziening te bespeuren na de aanslagen op Charlie Hebdo en de Hyper Cacher
Hermant, die verdacht werd van handel in gedemilitariseerde wapens, was ook een betaalde politie-informant. Hij bevestigde tegenover de rechters dat hij de kalasjnikov had aangeschaft en doorverkocht die na de dood van Coulibaly in diens arsenaal werd aangetroffen. Maar nadat de VZ-58 was verkocht aan een tussenpersoon in de zware misdaad, een zekere Samir L., ging het spoor algauw verloren, zodat men nog altijd niet zeker weet bij wie Coulibaly het heeft aangeschaft.
De waarschuwingen van de Europese instituties werden intussen steeds dringender. In juni 2014, zes maanden voor de golf aanslagen van januari, waarschuwde een door de Commissie geïnitieerde studie naar een mogelijke verbetering van de wapenwetgeving: ‘De tijdens deze studie verzamelde gegevens wijzen erop dat de veiligheid van Europese burgers op diverse manieren wordt bedreigd, en dat er bepaalde juridische en administratieve obstakels zijn om Europese wetgeving in werking te stellen. Wij bevelen een aantal maatregelen aan om de regels voor bepaalde types wapens aan te scherpen, zoals alarmwapens.’
Een maand eerder, in mei 2014, moest het directoraat-generaal voor Handel en Industrie van de Europese Commissie tijdens een vergadering met een groep experts op het gebied van wapenhandel ronduit toegeven dat de wapenrichtlijn ‘op een principe van minimale harmonisatie was gebaseerd’.
Maar hoe verbazingwekkend dat ook lijkt, er valt op Europese schaal geen enkele belangrijke wetsherziening te bespeuren na de aanslagen op Charlie Hebdo en de Hyper Cacher. Alleen in Slowakije is op 1 juli 2015 een wet van kracht geworden die bepaalt ‘dat gedeactiveerde wapens niet meer op internet mogen worden gekocht’, aldus Petar Lazarov, woordvoerder van het Slowaakse ministerie van Binnenlandse Zaken. ‘Na iedere aanschaf van een gedeactiveerd wapen dient men voortaan over een aankoopbewijs te beschikken, en er zijn nieuwe standaardtechnieken geïntroduceerd om de mogelijkheid te beperken dat ze weer functioneel worden gemaakt’, voegt hij eraan toe.
Jaroslav Nad, defensie-expert bij de Slowaakse veiligheidspolitie, bevestigt dat deze maatregelen zijn bedoeld ‘om het risico te beperken dat deze wapens voor criminele of terroristische doeleinden worden gebruikt’. Maar twee belangrijke knelpunten zijn niet weggenomen: aan de ene kant heb je geen enkele vergunning nodig om een gedeactiveerd wapen te kopen – een aankoopbewijs volstaat –, en aan de andere kant blijft wapenhandel via internet legaal ‘voor houders van een wapenvergunning of mensen die bevoegd zijn om in wapens en ammunitie te handelen’.
Wetsherziening
Het heeft tot de 130 doden van de Parijse aanslagen in november 2015 moeten duren, in de Bataclan, op de terrassen en in Saint-Denis, voordat de Europese Commissie, de enige instantie die een gemeenschappelijk en doeltreffend kader kan bieden om dit fenomeen te beteugelen, serieus werk maakte van een herziening van de wet.
In een voorstel voor een nieuwe richtlijn voor de controle op wapens dat vijf dagen na de aanslagen van 13 november werd gepresenteerd, wordt onomwonden erkend dat de problematiek van alarmwapens ‘onvoldoende helder omschreven is in de regelgeving van de Unie’. De bekentenis in de tekst doet de haren ten berge rijzen: ‘De huidige richtlijn is niet van toepassing op alarmwapens.’ Verderop: ‘Informatie (…) duidt erop dat transformeerbare alarmwapens uit derde landen onbelemmerd toegang kunnen krijgen tot het grondgebied van de Unie, bij gebrek aan uniforme of gemeenschappelijke regels.’ De Commissie bevestigt – eindelijk – dat het ‘van wezenlijk belang is om het probleem op te lossen’, gezien ‘het grote risico dat alarmwapens tot echte vuurwapens kunnen worden getransformeerd, alsook het bewijs dat getransformeerde wapens tijdens enkele terroristische acties zijn gebruikt’.
‘Wij zullen niet langer tolereren dat de georganiseerde misdaad toegang heeft tot wapens voor militair gebruik en daarmee handel drijft in Europa,’ beloofde Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie. Maar voorlopig heeft nog geen enkele wetsherziening het licht gezien, en een woordvoerder van de Europese Unie kan niet zeggen wanneer daarover gestemd zal worden.
Ondertussen lijkt niet iedereen zich bewust van het probleem. ‘Er zijn lobbyisten die druk uitoefenen op Europarlementariërs om de reikwijdte van de toekomstige wapenrichtlijn te beperken en zeggen dat de controle op wapenaankopen alleen maar eerlijke mensen zal treffen, terwijl de terroristen hun gang kunnen blijven gaan. Maar de mazen in de wet zijn al lange tijd bekend’, foetert een anonieme Franse politiefunctionaris die gespecialiseerd is in wapenhandel.
De terroristen zelf zeggen tegen wie het maar horen wil dat ze geen enkele moeite hebben om aan wapens te komen. Dat verklaarde bijvoorbeeld een zekere Reda Hame, een uit Syrië teruggekeerde jihadist, afgelopen augustus tegenover functionarissen van het Franse directoraat-generaal voor de Binnenlandse Veiligheid (DGSI). ‘“Abou Omar” zei dat het geen enkel probleem zou zijn om aan wapens en ander materieel te komen. Ik hoefde maar te vragen wat ik nodig had, in Frankrijk of in Europa. Volgens mij hebben ze hele arsenalen.’ ‘Abou Omar’ is het strijderspseudoniem van Abdelhamid Abaaoud, de coördinator van de aanslagen van 13 november.
Fabrice Arfi, Karl Laske en Matthieu Suc behoren tot het European Investigative Collaborations Network, waarin een aantal vooraanstaande Europese kranten en tijdschriften samenwerken: onder meer L’Espresso,El Mundo,Mediapart,Der Spiegel,Le Soir en Politiken.
Mediapart is een onlinemagazine dat door journalisten wereldwijd met argusogen wordt gevolgd, omdat het op eigen kracht (zonder advertenties) rendabel is geworden. Opgericht door Edwy Plenel, toen hij geen hoofdredacteur van Le Monde kon worden.
Zuid-Korea is niet langer een drugsvrije oase. Vanuit Noord-Korea komen steeds meer – en steeds sterkere – drugs het land binnen.
Zuid-Korea is zijn reputatie aan het verliezen als ‘schoon land’ wat drugs aangaat. Een land geldt als ‘schoon’ als er minder dan twintig drugsgerelateerde delicten per 100.000 inwoners per jaar voorkomen; voor de Zuid-Koreaanse bevolking als geheel komt dat neer op minder dan 10.000 per jaar. Het afgelopen jaar werd die grens net niet bereikt: 9700 personen waren op de een of andere manier bij drugsaffaires betrokken.
Eind juni arresteerde de politie van Gangnam, een wijk in het zuiden van Seoul, twee mensen. Een was een 41- jarige arbeider die onder invloed van drugs amok maakte op het kruispunt voor het metrostation van Gangnam. De ander was een 35-jarige man die in een restaurant in de buurt servies kapot gooide. Hij droeg dertig spuiten bij zich met drugs erin en op zijn armen waren de sporen te zien van minstens tien injecties. Ook drong op 30 juni een man een dameskleedkamer binnen nadat hij methamfetamine had gespoten.
Zuiver en goedkoop
Drugs zijn tot diep in onze samenleving doorgedrongen. De eerste vijf maanden van dit jaar arresteerde de politie 2438 mensen in verband met drugs: 15,7 procent meer dan in dezelfde periode een jaar eerder. De oorzaak van deze stijging is waarschijnlijk de toegenomen handel via internet. Liefst 518 personen hadden via die weg verdovende middelen gekocht of verkocht, twee keer zoveel als vorig jaar.
In juni rekende de politie in Bucheon in de provincie Gyeonggi een 48-jarige man in die tussen augustus 2014 en maart 2015 voor een bedrag van 800 miljoen won [620.000 euro] aan drugs had verhandeld. Hij ontving het spul – xtc, ghb, methamfetamine – per post uit de Verenigde Staten, China en Hongkong, in onopvallende verpakkingen van toiletartikelen of vitaminetabletten. Zijn klanten waren golfleraren, studenten, bureaumedewerkers en zelfs een paar artsen en docenten. De drugs werden aangeboden op een internetforum, waarna klanten via een smartphone-app bestellingen konden plaatsen. Het onderzoek wees uit dat de man de opbrengst doorsluisde naar zijn partners in China en zelf maandelijks slechts 1 à 2 miljoen won [770 à 1550 euro] aan commissie kreeg.
‘De invoer van drugs is sterk gestegen. Internationale criminele organisaties richten zich nu ook op Zuid-Korea; de groei van het internet en vooral van sociale netwerken biedt deze handel een platform. Het land is niet meer de oase van vroeger waar nauwelijks drugs te vinden waren,’ aldus een inspecteur van een belangrijk politiebureau in Seoul. In de eerste vier maanden van dit jaar onderschepte de douane van de stad Incheon meer drugs dan ooit tevoren: zo’n 3,6 ton aan verdovende middelen, waaronder maar liefst 69 verschillende soorten, met een straatwaarde van 4,9 miljard won [3,8 miljoen euro]. Vorig jaar was dat in dezelfde periode nog respectievelijk 5,4 kilo en 240 miljoen won [187.000 euro].
Internationale criminele organisaties richten zich nu ook op Zuid-Korea
Nieuw is ook de aanwezigheid op de markt van Noord-Koreaanse drugs, die een sterker effect hebben dan andere drugs. Het is een publiek geheim dat de Noord-Koreaanse autoriteiten drugs fabriceren en verhandelen om aan hun behoefte aan buitenlandse deviezen te voldoen. De handel is in handen van Bureau 39 van de Arbeiderspartij en van de geheime dienst. Volgens Kim Pok-jun, docent aan de Zuid-Koreaanse politieacademie, komt ‘90 procent van de uit China binnengesmokkelde drugs oorspronkelijk uit Noord-Korea. De productie van methamfetamine is onderdeel van het economisch beleid van Pyongyang. Je kunt rustig aannemen dat de in Zuid-Korea verhandelde drugs voor het grootste deel bestaan uit methamfetamines uit Noord-Korea. De leider van het Zuid Koreaanse drugsbestrijdingsprogramma Jeon Yeong-gu stelt: ‘Noord-Korea fabriceert drugs om uit de economische crisis te raken. Noord-Koreaanse drugs zijn vrij zuiver en relatief goedkoop.’
‘Noord-Korea fabriceert drugs om uit de economische crisis te raken’
In 2012, toen de politie een netwerk oprolde dat drugs smokkelde tussen Noord-Korea, China en Zuid-Korea, werd duidelijk dat er Noord-Koreaanse drugs circuleerden. In Zuid-Korea worden deze drugs eoreum genoemd. De smokkelaars zijn erg actief in de Chinese stad Dandong, vlak bij het Noord-Koreaanse Sinuiju, aan de benedenloop van de rivier de Amnok [ook wel de Yalu]. Na aankomst in Dandong worden de drugs doorgevoerd naar [de Noordoost-Chinese provincie] Heilongjiang en [de Zuid-Chinese provincie] Guangdong.
Jeong Rak-in
Dit jaar werden meer drugs onderschept dan ooit tevoren.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.