Tag: smokkelen

  • In Bulgarije worden mensensmokkelaars geworven via Telegram

    In Bulgarije worden mensensmokkelaars geworven via Telegram

    Op de Balkan worden via de zwarte markt op berichtendienst Telegram oproepen gedaan om voor een aanzienlijk bedrag immigranten te smokkelen. Bij deze Bulgaarse chauffeur gaat bijna alles mis. En naar het geld kan hij fluiten.

    Vladislav [niet zijn echte naam] leidt geen bijzonder turbulent leven. Hij woont in een stad in het noordoosten van Bulgarije, waar hij in een fabriek werkt, in ploegendienst. De eentonigheid van zijn baan en het magere salaris dat hij verdient brengen hem in de verleiding om dingen te doen die ver buiten zijn dagelijkse routine vallen – in dit geval zelfs buiten de wet. 

    Via een advertentie in een anoniem kanaal op berichtendienst Telegram begint Vladislav in september 2023 een nieuwe loopbaan als ‘handelaar in illegale immigranten’. Hij aarzelt aanvankelijk, maar het geld dat hem in het vooruitzicht wordt gesteld is toch te verleidelijk. Vladislav reageert op een bericht dat gebruiker Dark Haker heeft geplaatst, waarin wordt gezocht naar een ‘vervoerder tegen betaling van een groot bedrag’. Vladislavs’ interesse is daarmee al snel gewekt. Dark Haker biedt eerst 650 euro, dan 750, en uiteindelijk iets meer dan 1000 dollar voor het vervoeren van vier vluchtelingen van Boergas naar Sofia. 

    Internetchats

    Illegale migranten de grens over zetten is niet langer alleen voorbehouden aan professionele smokkelaars; het wordt tegenwoordig ook gedaan door mensen die ‘gewoon geld willen verdienen’. Het werven van dergelijke ‘eendagssmokkelaars’ vindt en plein public plaats in internetchats die voor iedereen toegankelijk zijn.

    Nadat hij akkoord is gegaan met het aanbod om de vluchtelingen te vervoeren, vertrekt Vladislav vrijwel onmiddellijk naar Boergas. De opdracht is relatief eenvoudig: haal de vier vluchtelingen op en rijd dan rechtstreeks naar Sofia, zonder onderweg ergens te stoppen. Er moet bij aankomst in Sofia een video-opname worden gemaakt van het tellen van de migranten, en er worden regelmatig screenshots van zijn locatie verwacht, zodat de organisatoren weten waar hij is.

    Die avond krijgt hij de exacte coördinaten van de plaats waar hij heen moet rijden om de vluchtelingen op te halen. De locatie is een zandweg in Strandzja, tussen Kroesjevets en de Jasna Poljana-dam. 

    Als hij daar aankomt, ziet Vladislav in het schijnsel van mobiele telefoons de eerste vluchteling opdoemen: een man in donkere kleren met een rugzak. Hij heeft een kaalgeschoren hoofd, een baard en een snor. ‘Daarna verschenen er nog zes,’ vertelt Vladislav. Terwijl de afspraak was dat hij er vier mee zou nemen, waren het er opeens zeven. En in zijn sedan passen maar vijf mensen. Uiteindelijk neemt hij ze allemaal mee richting Sofia: vijf achterin en twee naast hem voorin.

    De communicatie met de migranten in de auto verloopt moeizaam. Slechts een van hen spreekt een beetje Engels. ‘Ze maakten voornamelijk selfies met hun telefoons,’ vertelt Vladislav. Met behulp van een vertaalapp begrijpt hij dat ze uit Afghanistan komen en dat hun volgende stop Servië is, met eindbestemming Duitsland. Ze hebben 3000 euro per persoon betaald voor hun reis door Bulgarije. 

    Vage aanwijzingen

    De aanwijzingen die Vladislav onderweg krijgt blijven erg algemeen. Hij moet achter een vrachtwagen gaan rijden en via de app Waze in de gaten houden waar de politie gesignaleerd is. ‘Werd je aangehouden, dan was je er gloeiend bij,’ zegt hij.

    Bij aankomst maakt Vladislav zoals gevraagd een filmpje van de vluchtelingen die uitstappen. Volgens zijn correspondentie met een tweede contactpersoon, met een Pakistaans nummer, is dit een vereiste om betaald te worden. Na het maken van de video stappen de zeven migranten ineens weer in de auto. Een paar minuten later krijgen ze aanwijzingen op hun telefoon en stappen ze alsnog uit. 

    Vladislav was verteld dat hij de helft van het bedrag – 500 euro – van de vluchtelingen zelf zou krijgen. Bij aankomst in Sofia, kort voordat de zeven uiteindelijk de auto verlaten, krijgt hij echter heel andere instructies: hij moet geen geld aannemen van de vluchtelingen, omdat die het misschien nodig hebben voor de rest van de reis naar Duitsland. 

    Maar dan neemt het verhaal nog een andere wending: Vladislav moet wachten op een andere man die betrokken is bij de smokkel en die hem zal betalen. Maar die blijkt nog te slapen, hoort hij van de man achter het Pakistaanse nummer. 

    Op een parkeerplaats in Sofia probeert hij zelf wat te slapen. Als dat niet lukt, neemt hij weer contact op met de contactpersoon met het Pakistaanse nummer, die hem uitlegt dat ‘het doorspelen van het geld’ nog niet heeft plaatsgevonden, ‘maar het is in orde’, ‘geen probleem’ en ‘er is niets aan de hand’. Vladislav antwoordt: ‘Er is nog niets mijn kant op gekomen, zoals we wel hadden afgesproken.’ 

    Desondanks blijft de organisator beweren dat alles in orde is. Latere communicatie met zowel het Bulgaarse als het Pakistaanse nummer maakt duidelijk dat de organisatoren elkaar niet kennen en dat de coördinatie elders plaatsvindt. Het Bulgaarse nummer had gesuggereerd dat Vladislav in Plovdiv zou worden betaald, maar tegen die tijd was hij al vertrokken.

    ‘Er is nog niets mijn kant op gekomen, zoals we wel hadden afgesproken’ 

    Vladislav begint ernstige twijfels te krijgen, maar hij heeft de hoop op zijn honorarium nog niet helemaal opgegeven. In ieder geval heeft geen van zijn twee contactpersonen het contact tot nog toe verbroken.

    Als hij de volgende dagen verschillende aanbiedingen krijgt voor een tweede rit, voor nog meer geld – vier mensen voor 500 euro per persoon, bijvoorbeeld – stemt hij in, onder de voorwaarde dat hij bij aankomst ook de 1000 euro die hij nog tegoed heeft zal ontvangen.

    Tijdens zijn tweede rit, naar een plaats die niet ver van de eerste eindbestemming ligt, raakt Vladislav de weg kwijt. Zijn telefoon heeft geen bereik en daarom kan hij geen verbinding maken met de gps-app, of met zijn contactpersoon. Uiteindelijk, na uren rondzwerven, gaat hij alleen terug. ‘Vreemd genoeg was de organisator op de hoogte van mijn situatie; toen we contact hadden, wenste hij me een goede reis terug.’

    De vergeefse tweede rit is voor Vladislav geen reden om niet toch nog een derde poging te wagen: dit keer met een ander startpunt, een paar kilometer van de grensovergang met Turkije bij Lesovo, in de regio Jambol. Daar moet hij vijf migranten oppikken. Maar er komt niemand opdagen. De contactpersoon belooft dat hij nog 250 euro krijgt en 1000 euro van ‘de Arabier die de mensenhandel heeft georganiseerd’. 

    Kort voordat hij wil vertrekken, wordt Vladislav aangehouden door de grenspolitie. Niet zo verrassend, want in tegenstelling tot de eerste twee locaties ligt deze plek in het zicht van een controlepost. Hij moet zijn telefoon afgeven, met daarop de correspondentie met de organisatoren. Zijn auto wordt van onder tot boven uitgekamd. ‘Ik zei dat het mijn eerste keer was,’ vertelt hij. Maar ze bieden hem direct twee opties: meewerken of gearresteerd worden. Vladislav kiest de eerste.

    Fluiten naar het geld

    Alleen kan hij de grenspolitie nauwelijks van dienst zijn. Er zitten geen vluchtelingen in de auto en zijn contactpersonen zijn allemaal anoniem. Als hij zou worden betrapt met migranten, zou hem een onvoorwaardelijke straf boven het hoofd hangen. ‘Eén ding wisten ze heel zeker: ik zou geen enkele lev [de Bulgaarse munteenheid] krijgen voor mijn werk,’ zegt Vladislav, die naar huis wordt gestuurd.

    Slechts een van zijn drie ritten is succesvol afgerond. Financieel is hij er zelfs op achteruit gegaan, want hij moest zelf de benzine betalen. Na een week besluit Vladislav zijn nieuwe carrière vaarwel te zeggen.

    Financieel is Vladislav er zelfs op achteruit gegaan, want hij moest zelf de benzine betalen

    Achteraf beseft hij dat het behoorlijk naïef was om geld te verwachten, nadat hij voor zijn eerste rit niet betaald kreeg. Bovendien realiseert hij zich nu dat hij zichzelf meerdere keren in gevaar heeft gebracht. Ondertussen ziet hij nog steeds Telegram-feeds voorbijkomen met advertenties voor vluchtelingenvervoer, tussen de aanbiedingen voor drugs, nepparfum en nepdiploma’s.

    Wat hem inmiddels opvalt, is dat ‘het barst van de mensen zoals ik die gaan rijden, maar naar hun geld kunnen fluiten’. Hij probeert anderen sindsdien te waarschuwen ‘om niet gepakt te worden’. 

  • China wil dat Macau afkickt van zijn casino’s, maar dat zal niet meevallen

    China wil dat Macau afkickt van zijn casino’s, maar dat zal niet meevallen

    De casino’s van Macau maakten zes keer zoveel omzet als die van Las Vegas. Tot China’s strenge zerocovidpolitiek elk plezier uitbande. Nu wil Beijing de voormalige kolonie minder afhankelijk maken van de gokindustrie. Een riskant plan.

    Een verhaal over Macau moet beginnen met de Cotai Strip. Buiten stralen de half zo hoge kopieën van de Eiffeltoren en de Big Ben. Binnen, op het parket van de Parisian, een van de grootste casinoresorts van het gokgebied, verspeelt de Aziatische elite op één avond evenveel als anderen in een heel jaar verdienen.

    Het Taiwanese ondernemersechtpaar mevrouw Qiu en meneer Fu zit in designer-T-shirt en sneakers achter speelautomaten in het zogeheten High-Roller-domein, waar alleen de rijken spelen. Meneer Fu heeft zijn machine op automatisch ingesteld, hij hoeft dus geen vinger uit te steken. Met elk spel verdwijnen 176 Hongkongse dollars, omgerekend ongeveer 20 euro, van zijn rekening. Met honderden spelletjes per uur zijn dat meestal duizenden euro’s – verlies. Het huis wint altijd. 

    Het paar was dit jaar al drie keer in Macau, elke keer voor vier tot vijf dagen. Ze hebben iets in te halen, vertellen ze, want de drie voorgaande jaren konden ze vanwege de reisbeperkingen in verband met corona niet komen. Elke dag verloopt volgens dezelfde routine: opstaan, ontbijten, zwemmen in het zwembad, wandelen of wat werken. In de middag beginnen ze te spelen. Tijdens hun verblijf in Macau verlaten ze het resort nauwelijks. ‘We geven de voorkeur aan de automaten,’ zegt mevrouw Qiu. Dat is minder ‘werk’ dan spelletjes als poker, roulette of baccarat, die je hier natuurlijk ook hebt. ‘Je hebt alleen geluk nodig.’ Op deze avond hebben ze dat weer eens niet.

    Reorganisatie

    Slecht voor de spelers, goed voor het casino, en in breder verband ook voor Macau. Want deze Chinese ‘speciale bestuurlijke regio’ is aangewezen op de inkomsten uit gokspelletjes. Voor de pandemie haalden de casino’s zes keer zo veel omzet als die van Las Vegas. Ze droegen meer dan de helft bij aan het bruto binnenlands product van de voormalige Portugese kolonie, en 85 procent van de belastinginkomsten. In 2019 nog verdrongen 39 miljoen bezoekers elkaar in het gebied, dat kleiner is dan Berlijn-Mitte.

    Toen brak de coronapandemie uit: spelers konden niet meer komen, duizenden mensen verloren hun baan, de belangrijkste inkomstenbron van de staat droogde op: 95 procent minder inkomsten uit het gokken. Na beëindiging van de zerocovidpolitiek in China komen de spelers terug, de omzetten in Macau hebben die van Las Vegas alweer ingehaald. Maar naar aanleiding van de fatale ervaring met covid hebben de regeringen van China en Macau besloten dat het Mekka van de gokspelen voortaan minder afhankelijk moet zijn van het gokspel. Macau moet nu een centrum worden voor gezondheid, financiële en hightechbedrijven en jaarbeurstoerisme. Er is alleen één probleem: de reorganisatie die in de speciale bestuurlijke regio moet worden doorgevoerd is niet alleen een enorme klus, ze maakt Macau ook nog afhankelijker van Beijing.

    Nergens zijn de economische gevolgen van de pandemie beter waar te nemen dan aan de grensovergang Portas do Cerco, die het schiereiland verbindt met het Chinese vasteland. Elke dag passeren tienduizenden reizigers de douanecontroles. Velen van hen zijn Chinese arbeiders die ’s morgens binnenkomen en ’s avonds weer teruggaan naar hun woningen op het vasteland. Maar in de afgelopen drie jaar zijn er steeds meer inwoners bij gekomen die de omgekeerde route afleggen. Ze dragen volle zakken en zware koffers de grens over en komen met lege zakken en koffers terug.

    Smokkelaars kunnen in Macau producten inkopen voor een gunstige prijs en die op het Chinese vasteland duurder doorverkopen

    Het zijn smokkelaars, die gebruikmaken van het feit dat Macau geen tol heft op import en het vasteland wel. Zo kunnen ze in de speciale bestuurlijke regio producten inkopen voor een gunstige prijs en die op het vasteland duurder doorverkopen. Al in de Portugese tijd was het smokkelen big business. Tijdens corona bloeide de praktijk weer op. In de kleine, donkere zijstraatjes niet ver van de grensovergang zitten veel winkeltjes voor cosmetica, voedingssupplementen, medicamenten en spiritualia. Veel zaakjes  zijn niet meer dan opslagruimtes, of een loket in de muur. Maar voor elk daarvan vormen zich lange rijen mensen: klanten met bankbiljetten in de hand.

    Mevrouw Chen koopt blikken babyvoeding. Ze woont al bijna dertig jaar in Macau, is gescheiden en heeft een zoon die dit jaar zijn school afmaakt. In december 2021 verloor ze haar baan in een casino. ‘De baas kon ons niet eenvoudig ontslaan, dus heeft hij ons weggepest,’ vertelt ze. Sindsdien heeft ze geen nieuw werk meer gevonden. Er zijn volgens haar zoveel afgestudeerden die ook werk zoeken, ‘wie zou dan iemand van vijftig aannemen?’ In plaats van als croupière, zoals vroeger, werkt ze nu als smokkelaarster.

    ‘Aan een blik melkpoeder verdien je 6 Hongkongdollars,’ zegt Chen. Dat is minder dan een euro. Ze gaat eenmaal per dag de grens over, verdient er een paar euro mee. Van dat geld moet Chen het eten voor haar en haar zoon kopen en de lening voor haar woning afbetalen. Binnenkort loopt de volgende termijn af, ze slaapt nauwelijks nog, vertelt ze. Als ze drie termijnen in gebreke blijft, staan haar zoon en zij op straat.

    Het smokkelen is niet ongevaarlijk. De grenswachten zijn berucht om hun willekeur. In één maand is ze drie keer betrapt, vertelt Chen. 3000 Hongkongse dollars moest ze betalen. Omgerekend 350 euro. En de leveranties van consumptie-ijs, koffie en thee, ter waarde van meer dan duizend dollar zijn ook verloren – in beslag genomen door de controleurs. ‘De regering helpt ons niet,’ zegt ze. ‘Die is niet in ons geïnteresseerd.’ 

    Omscholing

    In werkelijkheid heeft de regering van Macau wel geprobeerd de economische gevolgen van de pandemie te verzachten. Ze heeft directe financiële steun verleend en omscholingsprogramma’s voor werklozen opgezet. Ondernemingen en zelfstandigen kregen belasting terug en subsidies. Tegelijk probeerden de autoriteiten te investeren in de toekomst. Ze knapten bezienswaardigheden op en gaven subsidies aan start-ups. Ten slotte verplichtten ze casino-eigenaren verleden jaar bij de uitgifte van nieuwe licenties om miljarden euro’s te investeren in sectoren buiten de gokwereld. Maar is Macau wel denkbaar zonder casino’s? 

    Een deel van het antwoord is te vinden in de Rua dos Ervanários. Slechts een paar stappen verwijderd van de ruïnes van de Pauluskerk, een van de meest gefotografeerde plekken van de stad, ontmoeten het oude en het nieuwe Macau elkaar hier. De zwart-wit bestrate steeg kent een eeuwenlange geschiedenis. Ooit zat hier het hoofdkantoor van de Portugese douane. Talloze straatverkopers boden hier Chinese vazen en Portugese meubels te koop aan. Ook nu zijn er nog een paar oude zaken die wierookstokjes en antiquiteiten verkopen. Maar daarnaast zijn er in de afgelopen jaren hippe cafés en kleurrijke boetiekjes geopend. Het is een experiment waarvan het succes nog moet blijken.

    Tot in de tachtiger jaren had Macau een relatief diverse economie, waarin naast de gokbedrijven ook de textielindustrie een noemenswaardige rol speelde. Maar toen de kolonie in 1999 terugviel aan China, kwam er korte tijd later ook een einde aan het monopolie van het lokale casinobedrijf STDM. Amerikaanse investeerders in de gokbusiness namen toen de controle over de economie van Macau volledig over. Straten als de Rua dos Evanários in de oude stad van Macau raakten in verval. Dat wil de regering nu herstellen, en daarom steunt ze ondernemers met subsidies als ze daar een zaak openen.

    In de reusachtige shoppingcenters moeten de klanten in de toekomst belastingvrije producten kunnen kopen, net als in Macau

    Het weer verlevendigen van de oude stad is maar één onderdeel van het masterplan voor Macau. Dat behelst verder het voornemen om tot 2040 ongeveer drie vierkante kilometer land te winnen op de zee; een vlakte zo groot als 420 voetbalvelden. Macau is een van de dichtst bebouwde gebieden ter wereld. Hier leven ongeveer 680.000 mensen op 33 vierkante kilometer. Voor het jaar 2040 rekent de regering op 800.000 inwoners. Maar Macaus belangrijkste ontwikkelingsgebied ligt buiten de eigen grenzen, op het naburige eiland Hengqin, dat ongeveer drie keer zo groot is als de speciale bestuurlijke regio en bij het vasteland van China hoort.

    Volgens de planning van de Chinese regering moet het tot voor kort slechts door enkele vissers bewoonde eiland ‘een tweede Macau’ worden. Overal op Hengqin ontstaan nu nieuwbouwwijken. Woontorens en kantoorcomplexen schieten de grond uit. Het potentieel is geweldig: 100.000 nieuwe hotelkamers zouden hier gebouwd kunnen worden, naast de 40.000 die er in Macau al zijn. Een nieuw financieel district met wolkenkrabbers rijst al boven de zee-engte uit. Met het Chimelong-complex ontstaat een van de grootste recreatieparken ter wereld, inclusief een orkashow en kabelbaan. En in de reusachtige shoppingcenters moeten de klanten in de toekomst belastingvrije producten kunnen kopen, net als in Macau.

    Maar de huidige werkelijkheid blijft er nog bij achter. Een lokale vastgoedmakelaar vertelt dat de meeste woningen op het eiland wel verkocht, maar nog onbewoond zijn. Het ontbreekt ook nog aan infrastructuur, ziekenhuizen bijvoorbeeld. Ook daarom waarschijnlijk schiet de regering van Macau nu te hulp door Hengqin voor ondernemers en bewoners aantrekkelijk te maken middels belastingverlagingen en subsidies.

    Waarom zouden Chinese toeristen eerst een visum voor Macau moeten bemachtigen als ze de meeste geneugten straks ook in Hengqin kunnen vinden?

    De centrale regering in Beijing viert het project als een schoolvoorbeeld van goede samenwerking, maar het is duidelijk wie daarbij aan het langste eind trekt. Want terwijl Macau dringend verlegen zit om bezoekers van het vasteland – zij vormen meer dan driekwart van alle toeristen – is Macau voor China in economisch opzicht verwaarloosbaar. En waarom zouden Chinese toeristen eerst een visum voor Macau moeten bemachtigen als ze de meeste geneugten straks ook in Hengqin kunnen vinden – behalve de casino’s die op het vasteland verboden zijn?

    Hoe dan ook heeft Macau geen keus. Dat wordt duidelijk als je in het Parisian-casino praat met een receptionist die zich ‘JJ’ noemt. De jongeman in een grijs uniform draait daar zijn nachtdienst. Eigenlijk is de zoon van Philippijnse immigranten te hoog gekwalificeerd voor dit baantje: hij is universitair afgestudeerd in toerisme. Na zijn examens in 2019 kon hij meer dan drie jaar lang geen baan vinden. Gelukkig kon zijn vader, die in een ander casino werkt, zijn baan tijdens de pandemie behouden en zo het gezin voeden.

    De nachtdiensten zijn zwaar, vertelt JJ. Hij moet er steeds zeven achter elkaar doen voor hij een dag vrij krijgt. Toch is hij gelukkig dat hij eindelijk ergens een kans heeft gekregen. Al ziet hij er achter de receptie van de Parisian vooral vermoeid uit.

    Lees ook:

  • In Iran kost dieselsmokkel mensenlevens. ‘We hebben geen keus’

    In Iran kost dieselsmokkel mensenlevens. ‘We hebben geen keus’

    Vorig jaar vlogen 170 voertuigen met gesmokkelde diesel in brand rond de Iraanse stad Iranshahr, waarbij 168 mensen omkwamen. Ondanks de gevaren zien veel inwoners geen andere uitweg: ‘Hoe moeten we anders in ons levensonderhoud voorzien?’

    In de achtergestelde regio Sistan en Beloetsjistan, in het zuidoosten van Iran, houden inwoners het hoofd boven water met handel in diesel. Voor weinig geld leggen ze hun leven in de waagschaal door een uiterst brandbaar product honderden kilometers lang over slechte wegen te vervoeren.

    In het huis van Mohammad Hossein, in het dorp Karimabad, draagt iedereen zwarte rouwkleding. De reden: de 26-jarige Mohammad verbrandde levend in zijn pick-up. Dat gebeurde toen hij onderweg was als dieselsmokkelaar, het beroep waarmee hij in het levensonderhoud van een achtkoppig gezin voorzag.

    Twee keer per week reed hij midden in de nacht naar het dorp Pir Konar, 480 kilometer verderop. Eerst moest hij uren wachten voordat hij de tank achter zijn auto kon vullen met 2600 liter diesel. Daarna reed hij naar de Pakistaanse grens. Daar deed hij twee dagen over. Hij verkocht zijn lading aan een Pakistaanse dealer en keerde terug naar Karimabad.

    Een andere broer smokkelde eveneens tien jaar lang diesel, tot een auto-ongeluk hem arbeidsongeschikt maakte

    Karimabad ligt in de provincie Sistan en Beloetsjistan, een regio bevolkt door de Beloetsjen, een minderheid die voornamelijk bestaat uit soennieten – dus geen sjiieten, die de dominante religie vormen in Iran, waardoor de soennieten slachtoffer zijn van discriminatie.

    Mohammad Hossein was het enige gezonde lid van de familie. Zijn vader loopt al jaren met een kruk. Zijn oudere broer, die lang hetzelfde werk deed, werd zo bang dat hij ermee moest stoppen. Een andere broer smokkelde eveneens tien jaar lang diesel, tot een auto-ongeluk hem arbeidsongeschikt maakte. Hij herinnert zich nog goed wat er gebeurde op de dag dat het lot van zijn broer werd bezegeld:  ‘Om acht uur ’s ochtends kregen we te horen dat Mohammads auto was gekanteld. Hij vloog in brand nadat hij de vangrail had geraakt. Mohammad zat klem en verbrandde dus ook.’

    In brand 

    In 2022 vlogen 170 voertuigen met gesmokkelde diesel in brand rond de stad Iranshahr en kwamen er 168 mensen om – 147 van hen hadden kinderen.

    ‘We wisten dat het gevaarlijk was, maar we hadden geen keus,’ zegt de vader van Mohammad Hossein. ‘Hoe moesten we anders in ons levensonderhoud voorzien?’

    Begin deze eeuw werden de stad Iranshahr en de omliggende dorpen door rampspoed getroffen: zeven jaar achter elkaar viel er geen druppel regen. Door de ongeorganiseerde aanleg van dammen en een landbouw die niet op de veranderde omstandigheden wist in te spelen werd vruchtbare grond verpest.

    De in de jaren negentig gestichte industriestad Iranshahr biedt tegenwoordig een spookachtige aanblik. Het is er leeg en stil. De kalksteen- en marmermijn is al jaren gesloten. Het geboortecijfer is hier echter hoger dan het landelijk gemiddelde.

    Krediet

    Mohammad Hossein, die al vanaf zijn vijftiende als assistent-chauffeur werkte, kocht twee jaar geleden een pick-up op krediet. Hij zat altijd in de schulden; door diesel te vervoeren, kon hij die maandelijks aflossen én de familie-uitgaven voor zijn rekening nemen.

    Vorig jaar ontploften wekelijks gemiddeld vier pick-uptrucks op de wegen van Iranshahr. Een voertuig dat in brand vliegt betekent het verlies van bestaansmiddelen voor zeker tien mensen.

    Het Khatam-ziekenhuis in Iranshahr, een stad waar zo’n 200.000 mensen wonen, telt landelijk het hoogste aantal operaties en amputaties die aan brandwonden zijn gerelateerd.

    Vorig jaar ontploften wekelijks gemiddeld vier pick-uptrucks op de wegen van Iranshahr

    Alle transporteurs die op de wegen hier in de buurt zijn verbrand, komen in dit ziekenhuis terecht. Met tien bedden en drie operatiekamers is dit het enige brandwondencentrum binnen een straal van 400 kilometer.

    Een arts die er wekelijks twee of drie jonge dieselsmokkelaars met brandwonden behandelt en opereert, betreurt dat ze ‘voor niets sterven’.

    Op de ringweg van Iranshahr heeft zich een kilometerslange rij van pick-ups, bestelwagens en auto’s gevormd. De chauffeurs staan twee rijen dik om een deel van hun vracht te verkopen voor dertig keer zoveel als de normale prijs – meestal twee- à driehonderd liter die ze hebben ingekocht tegen het overheidstarief.

    Hier bevindt zich een depot van gesmokkelde diesel, en de meeste vervoerders van Iranshahr zijn er klant. Hetzij om diesel aan het depot te verkopen, hetzij om er diesel in te kopen, die over de grens wordt gesmokkeld. Kleine overdekte, schemerige, stinkende binnenplaatsen, zwarte, vettige vloeren. Met een zuigpomp en een elektromotor worden tientallen vaten van elk 220 liter gevuld.

    Pinapparaat

    Eslam, de eigenaar, heeft een pinapparaat, contanten en een kluis.

    De prijs voor het kopen en verkopen van diesel verandert meerdere keren per dag. Noch de dieseltransporteurs, noch de verkopers weten wie die prijs bepaalt. Ze weten alleen dat het openen en sluiten van de Pakistaanse grens en zelfs het stijgen en dalen van het peil van de grensrivier er invloed op hebben.

    We moeten door de woestijn en over de bergen om de politie te vermijden

    In dit entrepot in Iranshahr heeft een tankwagen zijn inhoud nog maar net gelost of er arriveert een nieuwe pick-up. De chauffeur, een magere jongeman met een donker gezicht, die een eindje bij zijn auto vandaan staat om een sigaret te roken, maakt zich op om naar Pirkour te rijden. Het zal twee dagen duren voor hij bij de grens is. ‘De weg is zo slecht dat je het leven gaat vervloeken. We moeten door de woestijn en over de bergen om de politie te vermijden.’

    De pick-ups met diesel vormen een konvooi. De chauffeurs kiezen een jonge collega uit als verkenner. Een kwartier voordat de stoet vertrekt gaat hij er op een motorfiets vandoor, en hij keert terug om de chauffeurs te vertellen of er onderweg politie valt te verwachten.

    Leraar worden

    Mohammad Hossein betaalde de studie van zijn negentienjarige neef Chahab. Als hij dit jaar niet naar de universiteit gaat, zal ook hij moeten werken als dieseltransporteur, net als de rest van de jongens in het dorp.

    ‘In ons dorp ben ik de enige die naar de universiteit kan,’ zegt Chahab. ‘De andere jongeren hebben niet eens de middelbare school gedaan. Studeren interesseert ze niet. We hebben hier niet eens een park of een voetbalveld.’

    Een lokale bewoner zegt dat zelfs de clandestiene verkoop van diesel voor veel van deze jongeren te hoog is gegrepen: ‘Ze hebben minimaal 500.000 toman [9 euro] nodig om tanks en twee of drie meter slang te kunnen kopen. Met zo’n bedrag kun je een gezin van zeven een week lang van brood voorzien. En veel gezinnen in het dorp eten alleen brood.’

    Chahab wil alleen maar ‘een goede baan’ en ‘een eenvoudig leven’. ‘Mijn droom is om leraar te worden, maar hier, in dit dorp, is het waarmaken van je dromen een droom.’  

  • Hoe word je een internationale goudsmokkelaar? Gewoon, via Google

    Hoe word je een internationale goudsmokkelaar? Gewoon, via Google

    Goud is zo in trek dat de mijnbouw de vraag niet kan bijbenen. Criminele bendes vullen het tekort nu aan met edelmetaal uit illegale groeves. De Chileen Harold Vilches verhandelde al bijna 80 miljoen euro aan smokkelwaar toen hij nog maar net oud genoeg was om een biertje te mogen bestellen.

    Die middag van 28 april 2015 kijkt Harold 
Vilches onbewogen toe terwijl douanebeambten op de internationale luchthaven van Santiago zijn rolkoffer onder de loep nemen. 
De minuten tikken weg. In de rolkoffer zit 44 pond massief goud, ter waarde van bijna 600.000 euro, 
en de 21-jarige student met zijn babyface wil alleen maar doorgelaten worden om op de nachtvlucht naar Miami te kunnen stappen. Vilches is zes uur eerder al op het vliegveld aangekomen, omdat hij wel verwachtte dat hij opgehouden zou kunnen worden – hij heeft gehoord dat de douane de afgelopen 
tijd verschillende keren een zending van een concurrerende smokkelaar heeft onderschept. Maar hij heeft deze trip al zeker tien keer gemaakt, of anderen gestuurd, en hij heeft extra zijn best gedaan op zijn valse exportpapieren. Vilches is er redelijk zeker van dat hij geen last zal krijgen. Nog terwijl hij staat te wachten, stuurt hij een tekstbericht naar zijn 
contacten in Florida, waarin hij meldt dat hij de 
douane al gepasseerd is.

    Het plan was om het goud op het vliegveld van Miami te overhandigen aan een paar particuliere bewakers, die het dan in een gepantserde truck zouden laden voor het korte ritje naar NTR Metals Miami LLC, een bedrijf dat goud in grote en kleine hoeveelheden inkoopt en het doorverkoopt aan de wereldwijde goudhandelsketen. De bescheidenheid van de sjofele ontvangstruimte van dit bedrijf, waar een receptioniste achter een plexiglas ruit van 2,5 centimeter 
dik zit, is in tegenspraak met de omvang van de zaken die elders in het pand worden gedaan. Rechercheurs van het Amerikaanse ministerie van Justitie geloven dat NTR Metals Miami de afgelopen vier jaar voor minstens 2,5 miljard euro aan Zuid-Amerikaans goud heeft ingekocht, dat grotendeels afkomstig is van illegale mijnactiviteiten.

    Al is hij nog maar net oud genoeg om in Miami een biertje te mogen bestellen, hij heeft al eens een contract van 76 miljoen euro afgesloten voor de levering van goud aan een handelaar in Dubai

    Dit gedoe kan Vilches niet gebruiken. In twee jaar tijd is hij snel opgeklommen in het wereldje van de Latijns-Amerikaanse goudsmokkelaars. Al is hij nog maar net oud genoeg om in Miami een biertje te mogen bestellen, hij heeft al eens een contract van 76 miljoen euro afgesloten voor de levering van goud aan een handelaar in Dubai. Dat is geen groot succes geworden – het bedrijf uit Dubai zit hem inmiddels op zijn nek omdat hij zo’n 4 miljoen euro in eigen 
zak zou hebben gestoken – maar toch, tijdens zijn korte carrière heeft hij al meer dan 4000 pond goud verhandeld, volgens zijn Chileense aanklagers. Net als hun Amerikaanse collega’s vermoeden zij dat al dit goud illegaal was.

    Die avond op de luchthaven komt Vilches op de 
proppen met zijn standaardverhaal: dat het goud afkomstig is van munten die hij van klanten heeft ontvangen en omgesmolten tot staven. De douanebeambten trappen er niet in. Volgens hen is het 
laboratorium dat Vilches heeft gebruikt om het goud te waarborgen niet door de overheid gecertificeerd, en ze twijfelen aan zijn bewering dat het goud afkomstig is van munten. Vilches wordt boos. Hij gelooft zijn oren niet als de man achter de balie 
zijn chef belt en daarna de instructies van hogerhand overbrengt: ‘Als het goud van Vilches is, neem het dan in beslag.’

    Rechercheurs van de Chileense politie hebben 
Vilches dan al maandenlang in het vizier, ze hebben zijn telefoon afgeluisterd en de exportpapieren die hij indiende minutieus bestudeerd. Die jongen was slim, daar waren ze het over eens, maar voor wie werkte hij? ‘Ik dacht eigenlijk dat er altijd nog iemand achter hem stond,’ zegt José Luis Pérez, 
een Chileens officier van justitie op deze zaak.

    Als de ambtenaren op de luchthaven Vilches’ goud 
in beslag hebben genomen, laten ze hem gaan. In 
de vijftien maanden hierna staan de Chileense autoriteiten toe dat Vilches illegaal goud het land in en uit brengt, terwijl ze zijn gangen nagaan, in de hoop handlangers te vinden en mensen die hem aansturen. Ze luisteren verschillende telefoongesprekken af, lezen Vilches’ tekstberichten en volgen koeriers. Ze kijken toe terwijl smokkelaars hun goud vanuit Peru, over afgelegen stukken woestijn en door dalen in het Andesgebergte naar het zuiden brengen, of naar het westen vanuit Argentinië, over de besneeuwde bergpas in de schaduw van de bijna zevenduizend meter hoge Aconcagua, en vandaar naar Santiago en het hoofdkwartier van Vilches, een plek die van de politie de bijnaam ‘de bunker’ krijgt. Daar test, weegt en betaalt Vilches het goud. Hij smelt het om, maakt er staven van en vervolgens vliegt hijzelf of een familielid ermee naar Miami.

    Tot hun stijgende verbazing vinden politiemensen nooit de grotere organisatie waarvan ze dachten dat die Vilches ondersteunde en beschermde. Er is geen grotere vis, voor zover zij kunnen vaststellen. Uiteindelijk, in augustus 2016, arresteren ze hem. 
Volgens rechercheurs hebben ze dan inmiddels voor 60 miljoen euro aan goudzendingen gedocumenteerd die door zijn handen zijn gegaan, via acht 
brievenbusmaatschappijen die hij in Chili en Miami heeft gevestigd – en ze denken dat er nog veel meer is geweest. Vilches en vier medeplichtigen, onder 
wie zijn vrouw en haar vader, worden aangeklaagd wegens oplichting, smokkelarij, douanefraude en witwassen. Geen van hen is nog voor de rechter 
verschenen en de zaak is nog steeds niet afgerond. Vilches’ vrouw en schoonvader hebben via hun 
advocaat geweigerd om aan dit artikel mee te werken. Op dit moment woont Vilches met zijn vrouw in een appartement in een armoedig deel van Santiago; hij heeft van tien uur ’s morgens tot zes uur ’s avonds huisarrest.

    Harold Vilches op weg naar de rechtbank.
    Harold Vilches op weg naar de rechtbank.

    In ruil voor zijn vrijlating uit de gevangenis heeft Vilches uitgebreide verklaringen afgelegd waarmee het Chileense openbaar ministerie en de Amerikaanse justitie een grote, internationale smokkelzaak konden opbouwen. In verhoorverslagen door de 
politie en aanklagers in Chili en de Verenigde Staten en in honderden pagina’s politiedossiers rijst het beeld op van de rol die Vilches speelde in een zwarte markt die elk jaar letterlijk tonnen illegaal gedolven en gesmokkeld goud in de internationale economie pompt.

    De afgelopen vijftien jaar is de wereldwijde goudconsumptie met bijna 1000 ton per jaar toegenomen tot zo’n 4300 ton, volgens de World Gold Council, een in Londen gevestigde brancheorganisatie. Legale mijnbouw kon de toegenomen vraag niet bijbenen, dus hielpen illegale mijnen, in handen van criminele bendes, van de Amazone tot Centraal-Afrika het tekort aan te vullen, zo stelt Verité, een non-profitorganisatie in Amherst, Massachusetts, die onderzoek heeft gedaan naar de illegale goudhandel. 
Uit een onderzoek van Verité in 2016 bleek dat vijf landen in Latijns-Amerika in een jaar tijd 40 ton goud van illegale mijnen naar de Verenigde Staten hebben verscheept, bijna twee keer zoveel als de legale transporten uit die landen. De illegale goudmijnen van Zuid-Amerika, die zich voornamelijk in het Amazonegebied bevinden, zijn giftige groeves waarin groepen arbeiders met behulp van brandweerslangen en kwik klompjes vrijwel puur goud 
uit de rode aarde halen. Volgens de Verenigde Naties drijft de bedrijfstak op kinderarbeid, is hij verwoestend voor de omgeving en tiert de prostitutie welig in de gammele kampementen rond de mijnen. Het goud gaat van smokkelaar over op smokkelaar, en verdwijnt vervolgens in een netwerk van handelaren en goudbewerkers, die samen de onstilbare goudhonger van de wereld voeden.
    Harold Vilches was een jongen uit de stad, die 
hiervan nooit iets had gezien. Maar hij groeide wel op met goud: zijn vader Mario was eigenaar van een juwelierszaak en zijn oom Enrique, evangelisch 
prediker, was de oprichter Joyas Barón, een sierradenketen met achttien vestigingen. Enrique heeft meer dan eens de aandacht van de autoriteiten getrokken. In 1998 betrapte de Chileense douane op het vliegveld een groep Ecuadoraanse smokkelaars met achttien goudstaven die volgens hen voor Enrique bestemd waren. (Hij werd vrijgesproken nadat hij had betoogd dat de politie hem in de val had gelokt.) In maart 2015 werd Enrique door een rechtbank in Santiago tot vijf jaar voorwaardelijk veroordeeld wegens belastingfraude. Vorig jaar 
dienden de autoriteiten nog meer aanklachten tegen hem in, waarin hij ervan wordt beschuldigd dat hij een enorme boekhoudfraude heeft opgezet en nog zo’n 14 miljoen euro aan achterstallige belastingen verschuldigd is.

    Op de Chileense televisie ontkende Enrique Vilches elke betrokkenheid bij de goudsmokkelactiviteiten van zijn neef. ‘Ik heb geen commerciële relatie met de zaak die onderzocht wordt,’ zei hij. ‘Ik ben hier 
op geen enkele manier bij betrokken, dus ik wil me totaal van deze situatie distantiëren.’

    Via Google

    Op zijn vijftiende ging Harold voor de zaak van 
zijn vader werken. Binnen een jaar gaf zijn vader hem een tas met 50 miljoen peso [70.000 euro] aan 
contanten en stuurde hem daarmee naar de bank om stortingen te doen. In 2013 begon Vilches een studie bedrijfsmanagement aan de Universidad Mayor in Santiago. Maar al snel daarna kreeg zijn vader een hersenbloeding en stopte de zoon met studeren om zich op het familiebedrijf te richten. 
Als dit bedrijf zijn toekomst was, besloot hij, dan wilde hij meer doen dan alleen sieraden inkopen 
en verkopen. Hij nam zich voor om echt veel geld 
te gaan verdienen, en daarvoor moest hij bij de groothandel in goud zijn.

    Om te beginnen haalde hij Gonzalo Farias, metalenhandelaar in Santiago, over om hem aan te nemen als leverancier. In september 2013 deed Vilches zijn eerste levering aan Farias – 6,6 pond legaal in Chili verworven goud. Hij deed nog een aantal van dit soort leveranties. Maar hij wilde groter. Hij passeerde Farias en sloot rechtstreeks een deal met Fujairah Gold, een in Dubai gevestigd bedrijf waaraan Farias leverde. In juni 2014 tekende Vilches een contract waarin hij beloofde in de twaalf daaropvolgende maanden 6000 pond goud te zullen leveren aan 
het hoofdkantoor van Fujairah. De eerste levering zou 90 pond omvatten en die hoeveelheid zou elke maand groter worden. Vilches had geen geld om zo veel goud te kopen, dus gaf het bedrijf hem toegang tot een bankrekening met 4 miljoen euro. Dit was zijn grote kans – het contract was in potentie 
meer dan 76 miljoen euro waard. Hij zou zelf 1,5 tot 5 miljoen winst maken.

    Dit was krankzinnig hoog gegrepen – er waren in heel Chili niet genoeg gouden munten en sieraden om aan de bestellingen van Fujairah te voldoen. Dus besloot Vilches smokkelaar te worden. En dat was gemakkelijk: via Google zocht hij goudhandelaren 
in Peru. Hij vond Rodolfo Soria Cipriano, een van de grootste exporteurs van het land, volgens de Peruaanse krant El Comercial. Er kwam al snel antwoord. Vilches heeft later aan zijn ondervragers verteld dat Soria beloofde hem zoveel goud te leveren als hij wilde, zolang hij maar met geld over de brug kwam. Volgens Vilches zelf vroeg hij niet waar het goud vandaan kwam. Wel was hij zo slim om exportcontroles te ontwijken, en volgens de aanklagers bracht hij het goud Chili binnen zonder belasting 
of invoerrechten te betalen.

    Soria introduceerde hem bij een netwerk van leveranciers, met wie Vilches later transacties regelde via WhatsApp. Lag het goud eenmaal klaar om opgehaald te worden, dan vloog hij naar Arica, in Noord-Chili, waar hij een Mazda sedan had staan die speciaal 
was uitgerust voor deze ritten naar Peru. Vanaf 
halverwege 2014, zegt Vilches, hebben hij en zijn schoonvader minstens tien ritten gemaakt naar de stad Tacna, een paar kilometer voorbij de Peruaanse grens, terwijl de deurpanelen van hun auto volgepropt waren met bankbiljetten – wel 1,5 miljoen euro per keer.

    Illegale goudmijnen in La Pampa, Madre de Dios, een regio in het zuidoosten van Peru. Zie ook de toelichting onderaan. – © Sebastian Castaneda / Getty Images
    Illegale goudmijnen in La Pampa, Madre de Dios, een regio in het zuidoosten van Peru. Zie ook de toelichting onderaan. – © Sebastian Castaneda / Getty Images

    Tegenover mensen van justitie schept Vilches graag op over het gemak waarmee hij zich in de criminele wereld bewoog. Smakelijk beschrijft hij een transactie in een safehouse in Tacna. Terwijl zijn schoonvader buiten in de auto bleef wachten, werd Vilches door gewapende mannen via een serie metaaldetectors en afgesloten poorten naar een beveiligde kamer geleid, waarin een grote voorraad goud lag. Hij vermoedde dat het huis ook diende voor cocaïnetransacties, 
vertelt hij de aanklagers, maar hij bleef kalm. Hij 
testte het goud op zuiverheid, ging weer naar buiten, verstopte de smokkelwaar in de deurpanelen van de Mazda en reed terug naar Chili.

    Uiteindelijk maakte Vilches maandelijks wel vijf van dit soort goudritten naar Peru, en hij huurde ook koeriers in die direct aan hem leverden in Santiago. Alles bij elkaar was het genoeg om via luchtvrachtmaatschappijen verscheidene succesvolle leveranties aan Fujairah te doen. Maar toen, in augustus 2014, hielden douanebeambten op het vliegveld in Arica een stel van zijn koeriers aan met 105 pond goud. 
De papieren van het duo en de verklaringen voor de manier waarop ze aan het goud waren gekomen, klopten niet met elkaar. Het goud werd in beslag genomen en Vilches kreeg zijn eerste juridische 
problemen: een belastingontduikingszaak, die nog steeds niet is afgehandeld.

    Vilches besloot niet met Fujairah door te gaan. Als 
hij zich aan het contract wilde houden, zouden er nog tientallen inkoopritten of koeriersvluchten naar Peru nodig zijn, en het vervoer van het goud naar Dubai leverde enorme logistieke problemen op. Toen het bedrijf informeerde waar de afgesproken leveranties bleven, verzon Vilches allerlei uitvluchten. Maar de advocaten van Fujairah waren ervan overtuigd dat hij loog. Ze verdachten hem ervan dat hij ook aan andere bedrijven verkocht. Bovendien kwam Fujairah tot de conclusie dat het goud illegaal was.

    Bijna twee jaar later werd Vilches voor het eerst strafrechtelijk vervolgd, wegens fraude en het zich toe-eigenen van 4 miljoen euro van Fujairah Gold. Via zijn advocaat, Marko Magdic, ontkende Vilches alle aanklachten en zei dat er alleen sprake was van contractbreuk. Fujairah blijft eisen dat hij wordt 
vervolgd, in de hoop het geld alsnog terug te krijgen.

    Terwijl zijn relatie met Fujairah verslechterde, ging Vilches op zoek naar nieuwe afnemers. Hij wist dat sommige van zijn Chileense klanten het goud dat hij uit Peru meebracht, doorverkochten aan NTR Metals in Miami. Het was Soria, zegt hij tegen zijn ondervragers, die hem bij dat bedrijf introduceerde. 
‘Binnen een week of drie kwam ik door de screening van dat bedrijf heen,’ vertelt hij. Volgens Trey Gum, juridisch adviseur van Elemetal LLC, het moederbedrijf van NTR, ging het bedrijf pas een relatie met Vilches aan nadat vertegenwoordigers zijn bedrijven in Chili hadden bezocht. ‘De informatie die NTR Miami ontving, was dat de heer Vilches uit een 
familie van respectabele juweliers kwam die nauwe banden had met de evangelische gemeenschap in Chili’, aldus Gum in een verklaring per e-mail. Soria was niet bereikbaar voor commentaar. De kantoren van zijn bedrijf in Lima lijken gesloten te zijn, en zijn telefoonnummers zijn buiten dienst.

    Uiteindelijk leerden zijn schoonvader en hij hoe ze de staven moesten maken door filmpjes op YouTube te bestuderen

    Vilches zegt tegen de aanklagers dat hij naar Florida ging voor een afspraak met twee directieleden van NTR: Renato Rodríguez, directeur verkoop voor Latijns-Amerika, en Sander Barrage, die aan het hoofd van de vestiging in Miami staat. Ze gingen 
met elkaar eten bij een restaurant in Coral Gables. 
‘Ze wisten dat er iets mis was met mijn goud, omdat het zo zuiver was. Een paar maanden later heb ik ze uitdrukkelijk verteld dat het illegaal goud was,’ 
zei Vilches. Hij heeft ook tegen aanklagers gezegd dat Rodríguez en Barrage hem hielpen om douanepapieren te vervalsen.

    Dit is allemaal niet waar, volgens Rodríguez en 
Barrage. In de lobby van de NTR-vestiging in Miami zegt Rodríguez dat het bedrijf vertrouwde op de documentatie die Vilches verschafte – net als, stelt hij, de autoriteiten in Chili en de VS. ‘Maar al dat spul is nep,’ zegt hij. Barrage verklaarde in een e-mail: ‘Ik wil met nadruk stellen dat ik op geen enkel moment beschikte over enige kennis dat dit metaal afkomstig was van illegale mijnbouw. Er was absoluut geen sprake van hulp voor of betrokkenheid bij dit exportproces of het importproces.’

    Om de schijn van legitimiteit zo groot mogelijk te houden, wilde Vilches zijn goud in staven ter grootte van een baksteen gieten, met een zegel waarop het gewicht en het gehalte stonden. Dat was een uitdaging – hij had het zijn vader wel eens zien doen, maar wist nauwelijks hoe hij het zelf voor elkaar moest krijgen. Hij schafte in het buitenland een machine aan om goud te smelten, maar toen hij die aansloot ontstond er kortsluiting en kwam zijn kantoor vol zwarte rook te staan; hij had er niet aan gedacht dat hij ook een transformator nodig had om het apparaat op het hogere voltage van het Chileense stroomnet 
te laten werken. Uiteindelijk, zegt Vilches, leerden zijn schoonvader en hij hoe ze de staven moesten maken door filmpjes op YouTube te bestuderen.

    In december 2014 leverde Vilches zijn eerste zending aan NTR Metals Miami: een koffer vol goudstaven. 
Zo eindigde hij zijn eerste volle jaar in zaken, een 
jaar waarin hij 3119 pond goud verhandelde voor een geschatte waarde van 44 miljoen euro, zoals blijkt 
uit exportgegevens in de strafrechtelijke dossiers. Volgens de Chileense onderzoekers waren in ieder geval tien zendingen van Vilches aan NTR duidelijk illegaal, gezien de malversaties met douanepapieren en de niet-betaalde belastingen en heffingen bij de aanvankelijke invoer van het goud.

    De Chilenen zeggen bewijs in handen te hebben dat NTR ervan op de hoogte was dat het goud illegaal of gesmokkeld was, en baseren dat op verklaringen van Vilches en zijn communicatie per telefoon, e-mail en tekstberichten, die ze allemaal ook aan Amerikaanse onderzoekers hebben gegeven. ‘NTR weet dat het goud illegaal is. Het is goedkoper dan legitiem 
verkregen goud. Dat is de handel,’ zegt Tufit Bufadel, een Chileense aanklager die bij de zaak betrokken is.

    Begin 2015, zo vertelt Vilches aan de FBI, lieten Rodríguez en Barrage hem naar Miami komen, waar ze hem een gewaagd voorstel deden. ‘Ze vroegen me een goudleverancier in Afrika te gaan zoeken,’ zegt hij. Volgens Vilches stelden de NTR-topmannen voor dat hij zou proberen een smokkeloperatie van 1000 kilo per maand te organiseren.

    Vilches ging er gretig op in. Als dit hem zou lukken, kon hij voor zo’n 15 miljoen euro aan vuil goud per maand verhandelen. Maar het zou erg ingewikkeld worden. ‘Zij vertelden me dat ze, vanwege interne ethische bedrijfsregels, geen Afrikaans goud konden aannemen. Dus stelden ze voor dat ik het goud van Afrika naar Chili zou exporteren en het dan naar 
NTR Metals in Miami zou sturen.’

    Vilches vloog naar Dar es Salaam in Tanzania, waar hij bijna een maand lang bezig was met het bekijken van voorraden goud en onderhandelingen met 
handelaren uit Zuid-Afrika en Kameroen. Hij vertelt aan de FBI dat hij ‘voortdurend in contact stond met Renato en Sander’ over mogelijke routes voor de zendingen. Maar hij werd voor 230.000 euro opgelicht door iemand die hij aanzag voor een leverancier. Die hele Tanzania-operatie zat hem niet lekker. Op een bepaald moment werd hij staande gehouden door twee auto’s vol gewapende mannen – waarschijnlijk veiligheidstroepen van de regering, dacht hij – en urenlang vastgehouden in een smerige ruimte, 
terwijl hij werd ondervraagd over wat hij in Tanzania te zoeken had. Hij was opgelucht dat hij het er levend van afbracht.

    Een mijnwerker probeert met een brandweerslang en kwik klompjes vrijwel puur goud uit de rode aarde halen. – © Tomas Munita
    Een mijnwerker probeert met een brandweerslang en kwik klompjes vrijwel puur goud uit de rode aarde halen. – © Tomas Munita

    Rodríguez en Barrage ontkennen dat ze Vilches hebben voorgesteld om naar Afrika te gaan. ‘Hij vroeg in 2015 juist aan ons of we goud in Afrika kochten’, schreef Rodríguez in een e-mail. ‘Ik heb hem heel duidelijk gezegd dat dat niet zo was en dat het beleid van NTR was om dat niet te doen.’ Barrage schrijft: ‘Er was geen verzoek aan hem om goud uit Afrika te halen.’

    Ondanks de tegenvallers in Tanzania was 2015 voor Vilches een goed jaar. Van het geld dat hij verdiende, kocht hij een huis van 1 miljoen dollar aan een meer met waterlelies en zwanen. Hij investeerde ook 150.000 dollar in een zwaar beveiligd gebouw in Recoletta, een wijk in Santiago waar zwerfhonden tussen het vuilnis in de straten scharrelen. Achter muren van drie meter hoog, overdekt met graffiti en met bovenop ook nog eens prikkeldraad, stond een gebouw met ramen van kogelwerend glas en deuren van gepantserd staal. Met staal versterkte muren en maar liefst 32 beveiligingscamera’s beschermden 
een heiligste der heiligen daarbinnen, dat bovendien ook nog was uitgerust met een pepperspraysysteem. ‘Zelfs banken hebben niet zulke goede beveiligingsmaatregelen,’ zegt Pérez, de Chileense aanklager.

    Dit was de plek waar Vilches, meestal in zijn eentje, zwoegde om zijn goud om te vormen tot staven in de standaardmaat, die geen verdenking zouden wekken bij de douane. Elke staaf merkte hij met het precieze gewicht en gehalte, en gaf hij het zegel van Aurum Metals LLC, een bedrijf dat hij in Miami had opgezet. Het was ook in deze bunker dat Vilches contant geld opsloeg en documenten voor het goud vervalste.

    Vilches vertelt dat de NTR-topmensen hem hadden geadviseerd om video-opnamen te maken van het raffinageproces, om zijn beweringen dat het goud 
uit legale bron kwam, te kunnen staven. Hij deed dat inderdaad en in zijn marketingbrochures prijken foto’s van hemzelf, terwijl hij grijnzend iets vloeibaars uit een smeltkroes giet, als een leerling tijdens de scheikundeles op de middelbare school. Alleen was zijn kroes gevuld met vloeibaar goud.

    NTR Metals Miami is een van de 49 vestigingen van NTR Metals, ook bekend als Elemetal Direct, een van de acht divisies van het in Dallas gevestigde Elemetal LCC. Elemetal Direct verkoopt zijn goud als 99,99 
procent puur, ongemunt goud – met door brancheorganisaties afgegeven certificaten als bewijs dat het afkomstig is van legale mijnen. Een van deze organisaties is de London Bullion Market Association, ofwel de LBMA. Dit is het zelfregulerend orgaan van de bedrijfstak, en in het bestuur zitten functionarissen van grote banken en goudhandelaren. Elemetal wijdt een apart deel van zijn website aan de certificaten voor kwaliteit en oorsprong die het bezit, waaronder een kopie van het responsible gold certificate [certificaat voor verantwoord goud] van de LBMA, behaald na een ‘onafhankelijk duedilligenceonderzoek van de bevoorradingsketen’. LBMA-woordvoerder Aelred Connelly weigerde commentaar op de certificering van Elemetal.

    Een ander certificaat is afkomstig van de Conflict-Free Sourcing Initiative of the Electronic Industry Citizenship Coalition, ofwel de EICC. Dat werd toegekend voor de goudsmelterij van Elemetal in Jackson, Ohio. Om dit certificaat elk jaar te laten vernieuwen, huurt Elemetal auditors in die aankoop- en importgegevens controleren, de smelterij bekijken en medewerkers ondervragen over de bron van het 
aangekochte goud. Dit is bedoeld om er zeker van te kunnen zijn dat er geen goud bij zit dat afkomstig is van illegale mijnen waar sprake is van prostitutie, slavenarbeid en schade aan het milieu, of die 
oorlogsactiviteiten financieren, met name in Latijns-Amerika, zegt Leah Butler, hoofd van het programma voor conflictvrije smelterijen bij de EICC. ‘We weten dat goud uit Latijns-Amerika een hoog risico heeft,’ zegt Butler. Ze wil geen commentaar geven over Elemetal, met een verwijzing naar de EICC-reglementen. De organisatie ‘neemt beschuldigingen van malversaties door een smelterij of raffinaderij die lid van haar programma is, zeer serieus’, zegt ze.

    Audits

    Volgens Ajad Rihan, voormalig auditor bij Ernst & Young die gespecialiseerd is in onderzoek naar de herkomst van bulkgoederen, zijn auditors gemakkelijk om de tuin te leiden. Rihan werkt tegenwoordig voor Martello Risk, een Londens consultancybureau dat bedrijven helpt om illegale handel te filteren uit de aanvoerlijnen van mineralen. ‘Het probleem is dat ze in dit soort audits niet verder kijken dan het papierwerk,’ zegt hij.

    Deze stempels van goedkeuring zijn voor de hele bedrijfstak van levensbelang. Volgens de Amerikaanse en Europese wet moeten bedrijven zich ervan 
verzekeren dat hun leveranciers niet inkopen bij 
mijnen die conflicten financieren. Dus halen ze hun goud bij bedrijven die gecertificeerd zijn als bedrijf met schone aanvoerketens. De gecertificeerde smelterij van Elemetal is een waardevol bezit, waardoor het bedrijf in 2015 aan 68 bedrijven uit de Fortune 500 kon leveren, volgens een analyse door Verité van bedrijfsverslagen over conflictmineralen, waartoe bedrijven volgens de Amerikaanse Dodd-Frank Act verplicht zijn. Verité analyseerde daarvoor onder andere 
verslagen van Alphabet, Apple, GE, GM, en HP, zoals 
uit de meest recente bedrijfsgegevens blijkt.

    Volgens Gum, de advocaat van Elemetal, heeft NTR Metals Miami de zaken met Vilches stopgezet op 1 juni 2016, de dag waarop hij werd aangeklaagd wegens fraude, en ‘heeft het bedrijf de zaak bij de juiste overheidsinstanties gemeld’. Ook geeft 
Elemetal dan ‘als voorzorgsmaatregel’ instructies aan NTR Metals Miami om ‘alle operaties in Chili op te schorten, hangende een onderzoek naar huidige risico’s en procedures in dat land’, aldus Gum.

    Op de avond dat alles in elkaar stort, als agenten 
op het vliegveld van Santiago de vijf staven in zijn rolkoffer aantreffen, belt Vilches onmiddellijk naar NTR, vertelt hij later aan rechercheurs van de FBI. Rodríguez en Barrage zeiden volgens hem dat hij zich er maar bij neer moest leggen dat hij dat goud nooit terug zou zien, en zich er beter op kon richten de volgende keer het papierwerk in orde te hebben. NTR-topmensen ‘instrueerden mij hoe ik kon zorgen dat de Amerikaanse douane niet doorzag dat mijn certificaten van oorsprong vals waren’, zegt Vilches.

    Dat lijkt een tijdlang te werken. De Chileense politie staat te springen om hem op te pakken, maar aanklagers geven de rechercheurs het bevel om niet in 
te grijpen, zodat ze meer bewijsmateriaal kunnen verzamelen. Ze hopen nog steeds iemand te pakken te krijgen die hogerop in de organisatie staat dan Vilches. En dus kan hij ongehinderd besmet goud in- en uitvoeren.

    Begin 2016 begint het net zich te sluiten, als banken in Chili en Miami verdachte activiteiten melden 
vanwege Vilches’ enorme transacties in contanten, en zijn rekeningen afsluiten. Daarna volgt zijn dagvaarding wegens het Fujairah-contract. Uiteindelijk wordt Vilches gearresteerd, waarbij de politie voor 225.000 euro aan contanten in beslag neemt en een kleine hoeveelheid goud uit de bunker. Met het vooruitzicht van een jarenlange gevangenisstraf wegens witwassen en belastingontduiking verklaart Vilches zich bereid om in Chili en de VS mee te werken met de autoriteiten. Ook schrijft hij zich uit bij de 
universiteit. Op dit moment vormen Vilches en NTR Metals het middelpunt van een breed strafrechtelijk onderzoek, waarin de Amerikaanse justitie, het 
Chileense openbaar ministerie voor economische delicten, de politie in Peru en die in Ecuador samenwerken, volgens de Chileense aanklager Pérez. Sarah Schall, woordvoerster van het Amerikaanse openbaar ministerie in Miami, weigert commentaar, omdat het beleid van het OM is om het bestaan van een onderzoek niet te bevestigen of ontkennen.

    In oktober 2016 reizen agenten van de FBI en aanklagers van het om in Miami naar Chili om Vilches 
te verhoren. Als ze ervan overtuigd zijn dat zijn informatie deugt, vertellen ze hem dat hij in de VS vrijgesteld zal worden van vervolging als hij onder ede wil getuigen. Vilches zit uren en uren in de verhoorruimte, waar hij de Amerikaanse en Chileense politiemensen tegelijkertijd boeit en amuseert. Meer dan vijftien politiemensen zitten op elkaar gepropt in een vergaderkamer in het enorme gevangeniscomplex Santiago 1, en Vilches geniet zichtbaar van al die aandacht. Hij lacht veel en bekommert zich kennelijk niet om de ernst van de situatie. Zijn bekentenissen worden een soort theatershow, 
volgens een van de aanwezige rechercheurs. ‘Alleen de popcorn ontbreekt,’ zegt hij lachend. FBI-agent Lourdes McLoughlin, juridisch attaché van de 
Amerikaanse ambassade in Santiago, weigert iets over de verhoren te zeggen, vanwege het beleid om geen commentaar te geven op lopende onderzoeken.

    In december brengen het Amerikaanse OM en de FBI Vilches over naar Miami, waar hij tegen een federale rechtbank zegt dat NTR Metals Miami hem heeft geadviseerd over de beste manier om zijn zaken in de VS op te zetten, gesmokkeld goud te verhandelen en vervolgens de opbrengsten daarvan wit te wassen. Elemetal en NTR Metals Miami geven geen antwoord op vragen over een onderzoek.

    Vilches kan maar kort van zijn rijkdom genieten. Inmiddels moet hij genoegen nemen met een 
appartement aan de Gran Avenida, een doorgaande weg in een ongure wijk van Santiago. Dankzij zijn medewerking aan het onderzoek zal hij waarschijnlijk niet meer naar de gevangenis hoeven voor 
smokkelarij. Maar er hangen hem nog diverse strafklachten boven het hoofd, onder andere wegens belastingontduiking.

    Als Vilches, zonder speciale extra mogelijkheden – afgezien van zijn brutaliteit – zo 
ver kon komen in de illegale goudhandel, wie kan 
dat dan nog meer?

    Naar aanleiding van de zaak-Vilches heeft Chili 
zijn exportregels aangescherpt. Een goudhandelaar beschrijft de nieuwe exportprocedure nu als ‘het bevel om met je handen omhoog tegen de muur te gaan staan’. Douanemensen uit Ecuador, Bolivia en Peru zijn in Chili op bezoek geweest om informatie uit te wisselen en beleid op elkaar af te stemmen. Pérez vindt dat een goede zaak, maar hij maakt zich geen illusies. Als Vilches, zonder speciale extra mogelijkheden – afgezien van zijn brutaliteit – zo 
ver kon komen in de illegale goudhandel, wie kan 
dat dan nog meer? ‘Ik denk dat er in heel Latijns-Amerika wel honderd Vilchessen zijn,’ zegt hij. 
‘Het is gemakkelijker dan het lijkt.’

    Auteurs: Michael Smith en Jonathan Franklin, met medewerking van Ben Bartenstein
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    Toelichting bij beeld

    De Peruviaanse overheid deed meerdere pogingen om de kampementen rond de illegale goudmijnen te ontruimen in La Pampa, Madre de Dios, een regio in het zuidoosten van Peru. Volgens de Verenigde Naties drijft de bedrijfstak op kinderarbeid en prostitutie en is hij verwoestend voor de omgeving.

    Goud is zeldzaam en daarom is het duur. Een kilo goud kost op dit moment ongeveer 35.000 euro. Duurzaam goud is ongeveer 15 procent duurder. Het goud dat in Nederland voor sieraden wordt gebruikt, komt grotendeels uit recycling en grootschalige mijnbouw.

    Bloomberg Businessweek
    Verenigde Staten | weekblad | oplage 993.267

    Businessweek schrijft zinnig en intelligent over het zakenleven wereldwijd. Aarzelt niet om een mening te geven of standpunt in te nemen. Sinds 2009 onderdeel van Bloomberg News, met 15.000 medewerkers.

  • Hoe Libische oliesmokkelaars het land leegzuigen

    Hoe Libische oliesmokkelaars het land leegzuigen

    Libische milities smokkelen olie van hun land naar Europa, met steun van de politie en de kustwacht, en in eendrachtige samenwerking met de maffia.

    Sabratah ligt aan de uiterste westkant van de Libische kust. De stad, ooit gesticht door Feniciërs, staat bekend om zijn Romeinse ruïnes. Recent zwaaiden Moeammar Gaddafi, rebellengroepen en de Islamitische Staat (IS) er beurtelings de scepter.

    Nu biedt Sabratah een vrijhaven aan militanten en brandstofsmokkelaars, die dit historische deel van de Noord-Afrikaanse kust tot hun werkgebied hebben uitverkozen.
    ‘Wacht tot het donker is, dan zie je tientallen mannen schepen vullen met brandstof,’ zegt Davide. Dat is niet de echte naam van deze ingenieur uit Noord-Italië van ergens in de vijftig die jarenlang in het westen van Libië heeft gewerkt en om veiligheidsredenen anoniem wil blijven.

    ‘Tientallen schepen, tientallen tankers heb ik in het volle blikveld van de lokale kustwacht vanuit Sabratah zien vertrekken,’ zegt hij. ‘De milities, die het gebied tussen Zawiya en Sabratah controleren, verdelen onderling de zones die voor hen van belang zijn, met medeplichtigheid van de politie en de lokale kustwacht.’

    Hij vertelt dat de brandstof naar havens in heel Europa gaat, ‘onder de ogen van degenen die de kust zouden moeten controleren. Iedereen weet het.’

    Volgens hem beheersen de Hneesh en de Dabbashi, twee van de machtigste clans in het westen van Libië, de brandstofsmokkel en mensenhandel. Geschillen worden meestal gewapenderhand beslecht. ‘De mensen die de regio in de gaten zouden moeten houden worden met de dood bedreigd,’ zegt Davide. ‘Dus als ze iets zien, melden ze dat niet. Het gebied is afhankelijk van brandstofsmokkel, vooral nu contant geld schaars is geworden in Libië. De hele economie valt ten offer aan wetteloosheid en corruptie.’

    Het geld in Libië is nauwelijks meer waard dan het papier waarop het is gedrukt

    Libië heeft grotere toegang tot ruwe oliereserves dan enig ander land in Afrika. De economie van het land is altijd sterk afhankelijk geweest van de brandstofexport. Eind januari werden er 715.000 vaten olie per dag opgepompt: dat was het hoogste niveau sinds 2014, maar nog altijd minder dan de helft van de dagelijkse productie van 1,6 miljoen vaten vóór de revolutie van 2011. Veel van die olie, gewonnen terwijl er chaos in het land heerst, wordt nu weggesluisd door smokkelaars.

    Volgens de Libische autoriteiten hebben deze praktijken het land meer dan een half miljard dinar – ruim 340 miljoen euro – gekost. Om een idee te geven van wat dat betekent: in 2016 werden de Libische begrotingsinkomsten geraamd op 5,4 miljard euro, terwijl de uitgaven bijna 13 miljard euro bedroegen. De Libische staatskas kampt dus met grote tekorten.

    Volgens de Libische politie gebruiken de smokkelaars zowel kleine boten als tankers die wel 40.000 liter geraffineerde brandstof kunnen vervoeren. De lading van de schepen uit Sabratah wordt in Malta, op 160 mijl van de Libische kust, en ook in Sicilië verkocht, voordat ze het Italiaanse vasteland bereikt.

    Een met olie volgeladen tanker arriveert in de haven van Tripoli. Volgens de Libische politie gebruiken de smokkelaars zowel kleine boten als tankers die wel 40.000 liter geraffineerde brandstof kunnen vervoeren. – © HH
    Een met olie volgeladen tanker arriveert in de haven van Tripoli. Volgens de Libische politie gebruiken de smokkelaars zowel kleine boten als tankers die wel 40.000 liter geraffineerde brandstof kunnen vervoeren. – © HH

    Op 27 januari kondigde Sadiq al-Sour, openbare aanklager van de zogeheten regering van Nationale Overeenstemming, een groot onderzoek aan inzake corruptie in de oliesector, gericht op de smokkel van geraffineerde producten van Libië naar Italië, Malta, Cyprus en Griekenland. De macht van de smokkelaars kan echter ver reiken. Op 4 januari beschuldigde Mustafa Sanalla, hoofd van het nationale Libische oliebedrijf, de Bewakers van Petroliumfaciliteiten – een officiële instantie – van corruptie en medeplichtigheid aan de praktijken van binnenlandse en buitenlandse smokkelaars. Het antwoord liet niet lang op zich wachten. Een dag na deze aantijging werd de belangrijkste elektriciteitscentrale van Zawiya, een stad van zo’n 200.000 inwoners, stilgelegd. Het westen van Libië moest het dagenlang zonder stroom stellen.

    ‘Brandstofkartels bestieren het gebied rond Zawiya,’ zegt Davide. ‘Ik heb gehoord van milities die controleposten opzetten, met de bedoeling wegen te blokkeren voor een ongestoorde doorgang van tankwagens naar de haven. In Sabratah vertelt iedereen me dat de Libische milities overeenkomsten hebben gesloten met Siciliaanse maffiafamilies, die de naar Italië gesmokkelde brandstof beheren.’

    Terwijl de smokkelaars zich verrijken, komt aan het lijden van veel Libiërs voorlopig geen einde. Het geld is er nauwelijks meer waard dan het papier waarop het is gedrukt. En hoe armer het land wordt, hoe meer het misnoegen onder de bevolking groeit. In Tripoli belegeren honderden klanten dagelijks de banken. Ze willen toegang tot hun geld. Maar dat is weg: in Libië is bare munt het privilege van de brandstofsmokkelaars en mensenhandelaars, niet van de gemiddelde Libiër.

    Moe

    Nasser is zestig en heeft zeven kinderen: een paar jaar geleden nog verkocht hij auto’s en was hij rijk. Nu heeft hij niet meer over dan een paar duizend dinar bij de bank. En daar gaat Nasser, die uit oogpunt van veiligheid weigert zijn volledige naam te geven, elke ochtend naartoe. En elke ochtend krijgt hij er hetzelfde te horen: er is geen contant geld.

    Nasser is moe. ‘Geen van jullie Europese regeringen wil ons helpen,’ zegt hij. ‘Vanuit het raam zien jullie mensen sterven in zee. Europese regeringen bedrijven propaganda met hun militaire operaties in de Middellandse Zee die ze namen geven als Sophia, Triton of Frontex. Ondertussen worden onze kusten continu geplaagd door zware misdaad, en niemand die probeert dat op te lossen.’

    Tijdens een EU-top op 3 februari verplichtten Europese leiders zich tot uitgaven van 200 miljoen euro om illegale migratie en mensensmokkel vanuit de Noord-Afrikaanse kust in te dammen. Een maatregel die volgt op operatie Sophia, die was bedoeld de mensensmokkel tegen te gaan maar door diverse regeringen als een mislukking is bestempeld.

    Iedereen, zegt Nasser, heeft er voordeel bij – behalve de man in de straat. ‘Niemand probeert er iets aan te doen omdat er op grote schaal van onze energiebronnen wordt geprofiteerd. Europese landen hebben jarenlang geprofiteerd. Nu zijn de Europeanen hier niet langer welkom. Hun aanwezigheid is verworden tot uitbuiting, diefstal.’

    Een aanval door IS op ENI, het Italiaanse energiebedrijf dat ook in de ‘donkerste momenten van de burgeroorlog’ in Libië in bedrijf blijft. – © HH
    Een aanval door IS op ENI, het Italiaanse energiebedrijf dat ook in de ‘donkerste momenten van de burgeroorlog’ in Libië in bedrijf blijft. – © HH

    Tegenwoordig is de kustweg van Tripoli naar Sabratah – twee van de grootste steden van Libië – afgesloten vanwege gevechten tussen milities, die dagelijks levens eisen en tot ontvoeringen leiden. En toch blijft ENI, het belangrijkste Italiaanse energiebedrijf, hier op volle kracht werken, zelfs in de donkerste momenten van de burgeroorlog.

    Veel werknemers van Mellitah Olil and Gas, ENI’s Libische dochteronderneming, zeggen na wat lokale bewoners beweren: dat de Dabbashi-stam afspraken heeft gemaakt om de veiligheid van de energiereuzen te waarborgen – afspraken die even vertrouwelijk als winstgevend zijn. In een van augustus 2015 daterende brief, die door een bron binnen de Libische geheime dienst is doorgespeeld naar Middle East Eye, staat dat het ‘bataljon van de martelaar Anas Dabbashi een begin heeft gemaakt met de beveiliging en bescherming van de compound. Het zal aanwezig blijven nabij de compoundingang en de weg die het complex verbindt met de westelijke ingangspoort van Sabratah.’

    De brief is ondertekend, aldus de bron, door vertegenwoordigers van Mellitah en de Dabbashi-clan. Zowel ENI als Mellitah Oil and Gas heeft nog niet gereageerd op vragen van de media.

    ‘Het is een domino-effect. We zijn in de steek gelaten, en nu is het land in chaos. Zo lang Libië zo gevaarlijk blijft, zullen westerse regeringen ons links laten liggen’

    Ook zou de Dabbashi-clan betrokken zijn bij mensenhandel, naast brandstof- en wapensmokkel. Dat hebben Libische geheime diensten Middle East Eye verteld. Vorig jaar heeft de burgemeester van Sabratah de Dabbashi-clan er publiekelijk van beschuldigd de aanwezigheid van IS in het gebied te hebben verheimelijkt, en in 2016 opdracht te hebben gegeven tot ontvoering van vier Italiaanse werknemers.

    Vertrouwelijke bronnen in de Libische regering zeggen dat de milities buitenlandse bedrijven dwingen steekpenningen te betalen om in het gebied te kunnen blijven werken: er kan zowel contant als met brandstof worden afgerekend. Libische bronnen binnen de inlichtingendiensten vertelden Middle East Eye dat de corruptie zo alomtegenwoordig is dat hele eenheden van politie en kustwacht openlijk betrokken zijn bij de criminele handel, met name in de regio Zawiya-Sabratah.

    In Tripoli klaagt Abdrazaq Alshneti, een ambtenaar van het ministerie van Binnenlandse Zaken, over het gebrek aan steun van westerse regeringen. ‘Het is een domino-effect,’ zegt hij ‘We zijn in de steek gelaten, en nu is het land in chaos. Er is hier geen enkele veiligheid. Zo lang Libië zo gevaarlijk blijft, zullen westerse regeringen ons links laten liggen.’

    Volgens Alshneti spelen dezelfde milities die brandstof smokkelen ook een grote rol in de mensenhandel in Tripoli. Er zijn, zo zegt hij, zeker zo’n tien illegale detentiecentra, rechtstreeks onder het beheer van milities. Dezelfde milities die moeten worden beteugeld, wil Libië enige vooruitgang boeken.

    ‘Het is veel meer dan een politiek probleem,’ zegt Alshneti. ‘In Libië is een regering van nationale eenheid ondenkbaar zolang er geen krachtig nationaal leger is.’

    Auteur: Francesca Mannocchi
    Vertaling: Carl Stellweg

    Middle East Eye
    Ver.-Kon. | middleeasteye.net

    Gebeurtenissen in ‘Midwest-Azië’, o.l.v. David Hearst, afkomstig van The Guardian.