Tag: soldaten

  • Moet Europa troepen naar Oekraïne sturen?

    Moet Europa troepen naar Oekraïne sturen?

    Noord-Korea erkende deze week officieel dat het soldaten naar Rusland heeft gestuurd om in Koersk tegen Oekraïne te vechten. Moeten Europese landen ook grondtroepen naar Oekraïne sturen om het land te helpen de oorlog met Rusland te winnen?

    ‘De aanwezigheid van Europese troepen zou het moreel van Oekraïne verhogen’

    In februari 2024 doorbrak de Franse president Emmanuel Macron een groot taboe toen hij zei dat de inzet van Europese troepen in Oekraïne ‘niet kon worden uitgesloten’, aldus Alex Crowther, Jahara Matisek en Phillips O’Brien in Foreign Affairs. Macrons opmerking vond met name weerklank bij de Finse minister van Defensie en de Poolse minister van Buitenlandse Zaken. ‘Steeds meer landen staan open voor een directe Europese interventie in de oorlog.’ 

    Volgens de drie experts – Crowther is gepensioneerd kolonel, Matisek hoogleraar Krijgswetenschap en O’Brien hoogleraar Strategische Studies – zou een Russische overwinning op Oekraïne een bedreiging voor de veiligheid zijn die Europa niet kan negeren. Daarom moet Europa niet langer op de VS leunen, maar daadkracht tonen door troepen naar Oekraïne te sturen voor logistieke steun en training, de bescherming van grenzen en kritieke infrastructuur of zelfs om Oekraïense steden te verdedigen. 

    Europese troepen zouden de Oekraïners kunnen ontlasten door logistieke taken van hen over te nemen

    Het Kremlin heeft gedreigd dat het sturen van troepen een directe confrontatie met Rusland zou betekenen. Volgens de experts hoeven we daar echter niet zo bang voor te zijn. ‘Het sturen van Europese troepen zou een normale reactie zijn op een dergelijk conflict. De invasie van Rusland heeft het regionale machtsevenwicht verstoord en Europa heeft er groot belang bij dat dit evenwicht wordt hersteld. De voor de hand liggende manier om dit te doen is door een reddingslijn te bieden aan het Oekraïense leger (…) en de beste reddingslijn zouden Europese soldaten zijn.’ 

    Ze zouden de Oekraïners kunnen ontlasten met logistieke taken, zoals het onderhouden en repareren van gevechtsvoertuigen. Verder zouden ze de Oekraïense luchtverdediging kunnen versterken door personeel in te zetten, apparatuur te leveren of zelfs het commando en de controle over het Oekraïense luchtverdedigingssysteem over te nemen, aldus Crowther, Matisek en O’Brien. 

    De Europese troepen kunnen patrouilleren langs delen van de Oekraïense grens waar geen Russische troepen zijn gestationeerd, zoals de Zwarte Zeekust en de grenzen met Wit-Rusland en Transnistrië. Zo nemen ze Oekraïne werk uit handen en zouden er 20.000 extra Oekraïense troepen beschikbaar zijn om aan de frontlinies te vechten. ‘De aanwezigheid van Europese troepen zou het moreel van de Oekraïense bevolking verhogen en hen geruststellen dat de toekomst van hun land in Europa ligt.’ 

    Ten slotte moet Europa volgens de experts een directe gevechtsmissie overwegen die het Oekraïense grondgebied ten westen van de Dnjepr helpt beschermen. ‘De aanwezigheid van Europese troepen zou niet alleen de last van het Oekraïense leger in deze regio’s verlichten, maar het ook onwaarschijnlijk maken dat Russische troepen de rivier zouden oversteken, en zo een groot deel van Oekraïne beschermen tegen een Russische overname.’  

    De slappe houding van Europa heeft de Russische hoop op een overwinning aangewakkerd

    De risico’s op escalatie zouden volgens de experts minimaal zijn, aangezien Europese strijdkrachten ‘weinig kans zouden hebben om de Russische militaire piloten te doden die vanuit het Wit-Russische en Russische luchtruim munitie naar Oekraïne lanceren’. Ook heeft Rusland honderdduizenden soldaten, tienduizenden gevechtsvoertuigen en de overgrote meerderheid van zijn meest geavanceerde wapensystemen verloren. 

    Bovendien is de Russische wapenproductie bemoeilijkt en duurder geworden door de sancties en heeft Rusland door de inzet van troepen in Oekraïne nauwelijks genoeg troepen om de rest van zijn lange grens te bewaken, ‘laat staan om een belangrijke operatie tegen andere Europese staten op te zetten’. 

    De slappe houding van Europa, dat Oekraïne als een buitenbeentje behandelt, heeft volgens de experts de Russische hoop op een overwinning aangewakkerd. De komst van Europese troepen naar Oekraïne zou die hoop de grond in boren. ‘Europa moet doen wat nodig is om zijn eigen toekomst veilig te stellen en dat begint met ervoor te zorgen dat Oekraïne deze oorlog wint.’ 


    ‘De doelen van de EU botsen met de realiteit van haar beperkte capaciteiten’

    Achter de opmerking van Emmanuel Macron dat de inzet van westerse troepen in Oekraïne ‘niet langer kan worden uitgesloten’, gaat volgens journalist Harrison Stetler een gebrek aan visie en beleid schuil. Zijn uitspraken zijn ‘een onbesuisde uithaal van het soort dat de afgelopen jaren een kenmerk is geworden van Macrons diplomatie: goedkope spierballentaal als goedmakertje voor de afwezigheid van echte strategieën en politieke opties’, schrijft hij in Jacobin.

    Het verbaast Stetler niets dat maar weinig Europese landen zich achter Macron hebben geschaard. Duitsland antwoordde dat zijn soldaten onder geen beding naar Oekraïne zouden worden gestuurd, een standpunt dat werd herhaald door andere EU-staten. De Duitse vicekanselier Robert Habeck zei, licht snerend in de richting van Macron: ‘Ik ben blij dat Frankrijk overweegt hoe het Oekraïne beter kan steunen, maar als ik een suggestie mag doen, stuur dan meer wapens.’

    Hoewel Macrons bewoordingen daadkrachtig overkomen, verhullen ze de besluiteloosheid van de EU

    De VS waren er ook snel bij om Macrons suggestie van tafel te vegen: ‘Geen boots on the ground in Oekraïne,’ zei woordvoerder Matthew Miller van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Zelfs ambtenaren van het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken probeerden terug te komen op de verklaring van Macron door te suggereren dat de president niet zinspeelde op meevechten, maar op taken als het opruimen van mijnen en logistieke operaties.

    Hoewel Macrons bewoordingen daadkrachtig overkomen, verhullen ze volgens Stetler de besluiteloosheid van de EU in alles wat te maken heeft met haar eigen internationale beleid. ‘De doelen van de EU – een totale overwinning op Moskou – botsen met de realiteit van haar beperkte capaciteiten. Ze is nog de wonden aan het likken die ze heeft opgelopen door haar decennialange afhankelijkheid van het NAVO-bondgenootschap en de veiligheidsparaplu van het Pentagon.’ 

    De unie wordt geconfronteerd met de grenzen van haar eigen macht en haar onvermogen om middelen en planning te combineren, aldus Stetler. ‘Terwijl het blok bereidwillig is geweest om Oekraïne financieel te steunen, heeft het moeite om het tempo van de wapenleveranties op te voeren. Dit ondermijnt de hoogdravende retoriek over Europa als een autonome geopolitieke macht die voor zijn eigen veiligheid kan zorgen en onafhankelijk van de VS kan optreden in de wereldpolitiek.’ 

    Recente cijfers over militaire productie laten zien dat de EU achterloopt op haar eigen doelstellingen

    Als de EU autonoom wil worden, moet ze haar eigen militaire industriële basis versterken. Maar recente cijfers over militaire productie en de plaats van de unie in de versnellende wereldwijde wapenwedloop laten volgens Stetler juist zien dat ze achterloopt op haar eigen doelstellingen. In 2023 namen de militaire uitgaven in de EU volgens een rapport van het International Institute for Strategic Studies met 4,5 procent toe, wat neerkwam op een gemiddelde van 1,6 procent van het bbp in het hele blok.

    Dat is lager dan de militaire uitgaven elders in de wereld en nog steeds ruim onder de drempel van 2 procent van het bbp. Volgens The Guardian zal de jaarlijkse productie van Russische artilleriegranaten naar verwachting stijgen tot 2,5 à 5 miljoen granaten. Europese planners schatten nu in dat ze slechts de helft van de beloofde 1 miljoen granaten aan Oekraïne kunnen leveren tegen maart 2024.

    Deze cijfers zijn duizelingwekkend. Maar ondanks Macrons ‘geneuzel’ heeft Frankrijk volgens Stetler toch iets bereikt: het land heeft het Tsjechische voorstel aanvaard om gezamenlijk artilleriemunitie voor Oekraïne te kopen van niet-Europese voorraden of leveranciers. Daarmee heeft het land gebroken met zijn eerdere jarenlange beleid om militair materieel uitsluitend bij Europese bedrijven te kopen. ‘Macron mag dan graag spierballentaal bezigen, maar dat is geen vervanging voor een geloofwaardige routekaart om Europa los te weken van de NAVO of om daadwerkelijke toezeggingen na te komen om Oekraïne te steunen.’

  • Tien Britten beschuldigd van oorlogsmisdaden in Gaza

    Tien Britten beschuldigd van oorlogsmisdaden in Gaza

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Nieuw rapport: Estland is het EU-land met de beste luchtkwaliteit

    » Algerije: steeds meer meisjes gaan op boksen dankzij sportheld Imane Khelif

    Het merendeel van het rapport is opgesteld uit open-source bewijsmateriaal en getuigenissen

    Tien Britten zijn beschuldigd van oorlogsmisdaden in het Israëlische leger in Gaza. De zaak werd opgesteld door een team juridische experts in naam van het Palestijnse Centrum voor Mensenrechten (PCHR) en Juridisch Centrum voor het Publiek Belang (PILC). Zij zullen op maandag een rapport van 240 pagina’s overhandigen aan het departement oorlogsmisdaden van de Metropolitan Police. De tien Britten worden beschuldigd van moord, executie, aanvallen op burgers en het deporteren van mensen met geweld, meldt Middle East Eye.

    Hoewel sommige van de beschuldigden een dubbele nationaliteit hebben, Israël en Groot-Brittannië, is het verboden voor Britse burgers om zich te mengen in de oorlog tussen Hamas en Israël. Michael Mansfield, een mensenrechtenadvocaat en medewerker aan het rapport hoopt dat de Metropolitan Police de beschuldigingen en het bewijs ervoor serieus neemt en elk individu terecht stelt. ‘In de laatste achttien maanden hebben er internationale misdaden plaatsgevonden. Onze leiders hebben vrijwel niks gedaan om het lijden van miljoenen onschuldige Palestijnen te stoppen.’

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Sean Summerfield, een advocaat die meehielp bij het samenstellen van het rapport, zegt dat het merendeel van het rapport is opgesteld uit open-source bewijsmateriaal en getuigenissen, bericht The Guardian. ‘De mensen zullen schrikken, verwacht ik, wanneer ze horen dat er bewijs is dat Britten medeplichtig waren aan deze wreedheden,’ zei hij. Israël blijft volhouden dat er geen oorlogsmisdaden worden gepleegd in Gaza.

    Steeds meer Israëlische soldaten worden opgespoord en vervolgd voor hun misdaden tegen de mensheid, merkt Middle East Eye. Het Brusselse Hind Rajab Foundation heeft inmiddels honderd zaken lopen tegen Israëlische soldaten en officieren in meer dan tien verschillende landen. In januari van vorig jaar werden Israëlische soldaten door het leger geadviseerd om niet naar het buitenland te reizen.

  • Oekraïne maakt eerste twee Noord-Koreaanse soldaten krijgsgevangen

    Oekraïne maakt eerste twee Noord-Koreaanse soldaten krijgsgevangen

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: dodental van branden in Los Angeles opgelopen tot 24

    » Kroatië: president Milanović met ruime meerderheid herkozen

    Daarmee is Noord-Koreaanse deelname nu echt bewezen

    Oekraïne heeft nu onweerlegbaar bewijs van de betrokkenheid van Noord-Korea in de oorlog met Rusland in handen, schrijft The Kyiv Independent. Oekraïense troepen hebben ‘twee Noord-Koreaanse soldaten krijgsgevangen gemaakt in de Russische oblast Koersk’, meldt de website, die de Oekraïense president Volodymyr Zelensky citeert.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘De taak was niet gemakkelijk,’ zei hij zaterdag op sociale netwerken. ‘Gewoonlijk maken Rusland en andere Noord-Koreaanse militairen hun gewonden af en doen ze er alles aan om ervoor te zorgen dat er geen bewijzen bewaard blijven van de betrokkenheid van een andere staat bij de oorlog tegen Oekraïne,’ legde hij uit. Zuid-Korea bevestigde de gevangenneming van de twee soldaten en verklaarde dat het samen met de Oekraïense diensten deelnam aan hun ondervraging.

  • Oekraïne mobiliseert 160.000 mannen om Russische opmars in te dammen

    Oekraïne mobiliseert 160.000 mannen om Russische opmars in te dammen

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Gaza: Israëlische aanval in het noorden kost aan 93 mensen het leven

    » EU gaat elektrische auto’s uit China belasten met 35 procent extra heffingen

    Rusland heeft de laatste weken successen geboekt

    Terwijl de Russische troepen de afgelopen weken een reeks successen hebben geboekt, kondigde de secretaris van de Oekraïense Nationale Veiligheids- en Defensieraad, Oleksandr Lytvynenko, dinsdag voor de parlementsleden aan dat Kyiv 85 procent van de legers zal gaan opvullen. Ondertussen bevestigde Washington dinsdag voor het eerst de aanwezigheid van een ‘klein aantal’ Noord-Koreaanse soldaten in de Russische regio Koersk, aan de grens met Oekraïne.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Zo’n tweeduizend extra soldaten’ staan op het punt te arriveren, zei generaal Pat Ryder, woordvoerder van het Pentagon. Volgens het Amerikaanse ministerie van Defensie zijn er in totaal tienduizend Noord-Koreaanse troepen in Rusland.

    De elitetroepen die door Pyongyang zijn gestuurd, kunnen echter ‘moeite hebben om zich aan te passen aan moderne oorlogvoering’, vertelde Hyunseung Lee, een uitgeweken Noord-Koreaanse mensenrechtenactivist, aan The Washington Post. ‘Ze zijn niet getraind met de beste technologie of met geavanceerde apparatuur,’ merkte hij op.

  • Pentagon: Noord-Korea heeft 10.000 soldaten naar Rusland gestuurd

    Pentagon: Noord-Korea heeft 10.000 soldaten naar Rusland gestuurd

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » De egel is nu ’bijna met uitsterven bedreigd‘

    » Iran executeert Iraans-Duitse dissident Jamshid Sharmahd

    Inzet van Noord-Koreaanse troepen zou een grote stap betekenen

    Het Pentagon beweert dat Pyongyang tienduizend soldaten heeft gestuurd om in Rusland te trainen. Deze inzet zal ’waarschijnlijk‘ resulteren in ’een opbouw van Russische troepen in de buurt van Oekraïne in de komende weken‘, zei Sabrina Singh, plaatsvervangend woordvoerster van het Amerikaanse ministerie van Defensie, maandag.

    Deze schatting van het aantal soldaten ligt drie keer zo hoog als de vorige. De Oekraïense president Volodymyr Zelensky schat op basis van zijn inlichtingendiensten dat de Noord-Koreaanse troepen ’binnenkort twaalfduizend man zullen tellen‘.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Moskou en Pyongyang hebben hun militaire samenwerking opgevoerd sinds het begin van de Russische invasie in Oekraïne in februari 2022, maar de betrokkenheid van Noord-Koreaanse troepen bij de gevechten zou een forse stap betekenen. ’Rusland heeft naarmate de oorlog vorderde steeds meer vertrouwd op Noord-Korea voor de levering van artilleriegranaten en raketten‘, merkt Politico op.

    ’De komst van Noord-Koreaanse troepen naar Russisch grondgebied brengt deze relatie nog verder en baart zorgen over een mogelijke overdracht van Russische militaire knowhow – inclusief onderdelen voor kernwapens – naar Kims regime in Pyongyang‘, concludeert het tijdschrift.

  • Hoe je meer mensen in een legeruniform krijgt

    Hoe je meer mensen in een legeruniform krijgt

    De dreiging van een Russische invasie in Europa spookt en doet discussies oplaaien over de herinvoering van de dienstplicht. Volgens The Economist kan militaire dienstplicht in sommige landen zinvol zijn, maar is het niet de enige oplossing.

    In Europa wordt de militaire dienstplicht heroverwogen. Waarom? De mogelijkheid dat Oekraïne de oorlog verliest, hangt ons boven het hoofd, evenals Donald Trumps dreigement dat hij, bij een eventuele herverkiezing, de NAVO zal verlaten. Boris Pistorius, de Duitse minister van Defensie, zegt dat Europa voor het einde van dit decennium klaar moet zijn voor een oorlog. Volgens hem was het afschaffen van het jaar dienstplicht voor schoolverlaters in 2011 een ‘vergissing’. Generaal Patrick Sanders, opperbevelhebber van het Britse leger, vraagt om de mobilisatie van gewone burgers.

    Er zijn verschillende manieren om de dienstplicht vorm te geven: bijvoorbeeld door burgers van alle leeftijden oproepbaar te maken, mobilisatie via lotingen te laten plaatsvinden of een vaste periode in te stellen voor jonge mensen die net van school komen. Het verplicht stellen van militaire dienst wordt overwogen omdat veel rijke landen moeite hebben om genoeg mensen te werven voor hun beroepslegers. Sommige landen kijken bewonderend naar de noordelijke en Baltische lidstaten, die allemaal een bepaalde vorm van dienstplicht kennen, waarvoor veel steun onder de bevolking bestaat. Zweden had de dienstplicht in 2011 afgeschaft, maar heeft die in 2018 weer ingevoerd.

    Zouden andere landen het voorbeeld van de Zweden moeten volgen? Kort door de bocht: nee, nog niet. Bij het vormgeven van een leger moet zowel rekening worden gehouden met de geografische ligging van een land als met de beoogde manier van vechten. In landen met een relatief kleine bevolking die dicht bij Rusland liggen, zoals Estland en Finland, bestaat veel steun voor de dienstplicht en is de militaire training gericht op de zogenaamde ‘stekelvarkenstrategie’ tegen een invasie. In dit soort landen heerst een sterk saamhorigheidsgevoel. Om vergelijkbare redenen staat de dienstplicht in Israël, waar de nationale veiligheid voortdurend wordt bedreigd, niet ter discussie (al is er wel verontwaardiging over het feit dat het ultraorthodoxe deel van de bevolking is vrijgesteld van dienst). Ook in Taiwan en Zuid-Korea bestaat de militaire dienstplicht, omdat deze staten zich eveneens dicht bij oorlogszuchtige machten bevinden.

    Maatregelen

    De inwoners van de meeste andere rijke landen voelen zich nog niet direct bedreigd. Om de dienstplicht daar succesvol te kunnen invoeren, zouden de redenen ervoor duidelijk moeten worden uitgedragen en breed worden erkend. En dat is niet het geval in landen als Groot-Brittannië en Frankrijk, waar niet zo voor de hand ligt wat dienstplichtigen zouden kunnen betekenen in een modern, technologisch geavanceerd leger. Bovendien zou elk land ‘in het geval van een crisis’ binnen dertig dagen een volledige divisie (30.000 man plus zwaar geschut) moeten kunnen opstellen als de NAVO hierom vraagt. Dan zouden grote aantallen dienstplichtigen juist belemmerend kunnen werken.

    Omdat het oproepen van jonge mensen voor militaire dienst een ernstige inbreuk op hun vrijheid vormt, is voor dit beleid een breed maatschappelijk draagvlak nodig. Zelfs in Oekraïne, dat in acuut gevaar verkeert, bleek het deze maand een netelige kwestie om de leeftijdsgrens voor mobilisatie van 27 naar 25 jaar te verlagen. Het is duidelijk dat er iets moet worden gedaan aan de problemen die de meeste krijgsmachten in Europa ervaren bij het rekruteren van beroepsmilitairen en het opbouwen van bekwame reservetroepen, maar ze kunnen grotendeels worden opgelost door middel van maatregelen in plaats van dwang.

    ‘Oudere generaties klagen soms over het gebrek aan ruggengraat bij jonge mensen die het leger niet in willen’

    Ten eerste kan worden overwogen het loon van soldaten te verhogen. Oudere generaties klagen soms over het gebrek aan ruggengraat bij jonge mensen die het leger niet in willen. Maar de grootste obstakels voor rekrutering zijn de lage lonen en ongunstige arbeidsvoorwaarden, aangezien werkzoekenden veel andere opties hebben. Defensiebegrotingen groeien, maar ze stijgen niet snel genoeg. De afspraak van de NAVO-lidstaten om 2 procent van hun bbp te spenderen aan defensie zal niet genoeg zijn om de hogere lonen plus nieuwe uitrustingen te financieren. Er zou ook meer moeten worden geëxperimenteerd, bijvoorbeeld met een eenjarige proefperiode waarin de dienstplicht kan worden gecombineerd met een universitaire studie of een andere opleiding. En hoewel over het onderwerp veel is gepraat, hebben weinig legers hard genoeg hun best gedaan om vrouwen te rekruteren en seksuele intimidatie tegen te gaan.

    Ten tweede is er meer steun vanuit de samenleving nodig, zodat ook mensen worden aangetrokken met de specialistische vaardigheden die vereist zijn in noodsituaties. Behalve in te zetten op meer vrijwilligers voor uitbreiding van het beroepsleger, zouden krijgsmachten hun reservetroepen kunnen aanvullen door militairen die het leger verlaten tot halverwege de veertig elk jaar enkele trainingsdagen te laten volgen. Op die manier zou Groot-Brittannië indien nodig wel 300.000 reservisten kunnen mobiliseren. In Frankrijk en Duitsland zou het zelfs om meer mensen gaan, aangezien deze landen een groter leger hebben.

    In deze spannende tijden zouden landen altijd een plan achter de hand moeten hebben om, in het ergste geval, een nog veel bredere mobilisatie te kunnen organiseren. Om de gevaarlijkste vijanden af te schrikken moet je paraat staan voor een oorlog die je liever niet uitvecht – zoals de dappere Oekraïners maar al te goed weten.

  • Vijf Britse elitesoldaten gearresteerd op verdenking van oorlogsmisdaden

    Vijf Britse elitesoldaten gearresteerd op verdenking van oorlogsmisdaden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Super Tuesday pakt voordelig uit voor zowel Biden als Trump

    » Rusland installeert Servische geheim agent in de EU

    Het vijftal zou de misdaden in Syrië hebben gepleegd

    Vijf leden van de Britse Special Air Service (SAS) zijn gearresteerd door de militaire politie op verdenking van het plegen van oorlogsmisdaden tijdens operaties in Syrië. Dat schrijft The Guardian. De SAS-leden werden opgepakt vanwege hun vermeende betrokkenheid bij de moord op een vermoedelijke jihadist in Syrië twee jaar geleden.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De beschuldigingen richten zich op het gebruik van buitensporig geweld tijdens het incident. De soldaten zelf zouden hebben gezegd dat ze de overledene als een legitieme bedreiging zagen. De SAS is actief betrokken bij geheime operaties tegen Islamitische Staat in Syrië en steunt daar Koerdische bondgenoten van het Westen.

    De SAS opereert in het grootste geheim en voert risicovolle missies uit op locaties waar het Verenigd Koninkrijk officieel militaire aanwezigheid ontkent. De directeur van de speciale strijdkrachten, de hoogste officier van de SAS, legt alleen verantwoording af aan de minister van Defensie en de premier. Mogelijk moeten de militairen voor een krijgsraad verschijnen.

  • De vrouwelijke soldaten die waarschuwden voor Hamas – maar genegeerd werden

    De vrouwelijke soldaten die waarschuwden voor Hamas – maar genegeerd werden

    Het afgelopen jaar waarschuwden de spotters van de Israel Defense Forces aan de grens met Gaza – allemaal vrouwen – dat er iets vreemds aan de hand was. Ze werden niet serieus genomen. ‘Het was anders geweest als er mannen achter die schermen hadden gezeten.’

    Drie dagen na het door Hamas aangerichte bloedbad van 7 oktober in het zuiden van Israël kreeg Mai – een spotter in de Gaza-divisie van de Israëlische strijdkrachten (IDF) die de aanval op haar basis nabij de grens overleefde – thuis een telefoontje.

    Aan de lijn was iemand van de personeelsafdeling van het leger. ‘Als je niet terugkeert naar je post,’ kreeg ze te horen, ‘is dat verzuim in oorlogstijd, en dat kan je tien jaar gevangenisstraf opleveren.’ Collega’s van haar kregen hetzelfde bericht. Ook zij hadden op Zwarte Zaterdag op hun legerbasis opgesloten gezeten in een controlekamer, slechts gewapend met hun mobiele telefoons, terwijl Hamas-terroristen amok maakten.

    ‘We probeerden ze aan het verstand te brengen dat we niet meer terug konden,’ vertelt Mai. ‘We zijn onze kameraden kwijtgeraakt, hebben urenlang geschuild tussen dode lichamen in die controlekamer.’

    Volgens Mai (een pseudoniem, net als de namen van alle anderen die in dit verhaal aan het woord komen) krijgen sommige jonge vrouwen die de aanval hebben overleefd psychiatrische zorg; anderen kunnen het nog niet eens aan om zich te laten behandelen. ‘Geen van de bevelhebbers heeft ons tot nu toe bezocht; niemand van het leger is ons komen vragen hoe we ons voelen. Ze negeren simpelweg ons bestaan.’ Misschien moet die laatste verklaring worden aangescherpt: ze negeren niet zozeer hun bestaan als militairen, maar als mensen.

    (De taak van de spotters, tatzpitanit in het Hebreeuws, is om naar ongewenste activiteiten te speuren door urenlang beelden van bewakingscamera’s op een scherm te bekijken. Tegenwoordig doen alleen vrouwelijke soldaten dit werk.)

    De spotters besloten na 7 oktober thuis te blijven. Daar kwam pas half november een reactie op, toen ze allemaal dezelfde brief kregen, waarin hen werd gesommeerd de volgende woensdag weer terug op hun post te zijn, op straffe van ernstige consequenties.

    ‘Ze zeiden tegen me: “Je moet terugkomen, je positie is weer op orde,” aldus een andere spotter, Shir. ‘Het kan niemand iets schelen hoe ik eraan toe ben en of ik nog in staat ben om dit te doen – het belangrijkste voor hen is dat ik mijn dienst weer draai en weer negen uur per dag naar schermen zit te kijken.’

    Shir heeft besloten zich weer op de basis te melden, maar niet vanwege de dreigementen en intimidatie die ze heeft ondervonden.

    ‘Laat vooral duidelijk zijn dat we alleen terugkeren vanwege onze kameraden die zijn vermoord of ontvoerd,’ zegt ze, ‘en niet om al diegenen die ons daar in de steek hebben gelaten.’

    Waarschuwingen

    Shir en haar collega’s zijn niet eens verrast door die houding jegens hen, alleen verontrust door de intensiteit ervan. In al die jaren militaire dienst zijn ze er naar eigen zeggen aan gewend geraakt dat ze ‘niet meetellen’. Er was ook geen aandacht voor hun herhaalde waarschuwingen aan de vooravond van Zwarte Zaterdag dat Hamas iets in zijn schild voerde. Waarschuwingen die, zo is hun indruk, het ene IDF-oor in en het andere weer uit gingen.

    Waaruit die waarschuwingen bestonden? Uit berichten over allerlei voorbereidselen van Hamas nabij het grenshek, de drone-activiteit van de afgelopen maanden, de pogingen om camera’s uit te schakelen, een intensief verkeer van bestelwagens en motorfietsen, en zelfs oefeningen voor het beschieten van tanks.

    Volgens de spotters was Hamas zelfs behoorlijk slordig: de organisatie probeerde niets te verbergen en deed alles vol in het zicht. Maar deze hele periode, zo zeggen spotters, weigerden de hoge officieren van de Gaza-divisie en het Zuidelijk Commando van de IDF naar hun waarschuwingen te luisteren. En dat, zo menen ze, kwam deels voort uit arrogantie, maar ook uit seksisme.

    De spotters, soldaten en commandanten zijn uitsluitend jonge vrouwen, legt een van hen uit. ‘Het zou er nu zeker anders uitzien als er mannen achter die schermen hadden gezeten.’

    De uren die voorafgingen aan de ochtend van 7 oktober verliepen vrijwel als normaal. Noga, een spotter van de IDF-inlichtingeneenheid bij de kibboets Kissufim, dicht bij de grens met Gaza, zag een onbekende, verdacht uitziende man voor een van de poorten van het hek staan dat Gaza omheint.

    Haar verslag bereikte luitenant-kolonel Meir Ohayon, commandant van het 51e bataljon van de Golani Brigade, die zich om drie uur ’s ochtends naar de locatie begaf en traangas op de man afvuurde. Die draaide zich om en ging naar een Hamas-observatiepost op ongeveer 300 meter van het hek, de afstand die Palestijnen moeten bewaren. De spotter zag daar ook andere mensen. Het leek alsof er een briefing werd gehouden.

    Dat alles vond ze ongebruikelijk en verontrustend, en ze vertelde dit aan de andere spotters en de dienstdoende commandant. Na een gesprek van ongeveer een minuut in de controlekamer, werd in overleg met de divisie besloten te doen alsof er niets aan de hand was.

    ‘Het spijt me dat ik je op dit uur wakker moet maken,’ verontschuldigde de spotter zich bij Ohayon, ‘maar ik denk nog steeds dat er hier iets vreemds aan de hand is.’  

    Ohayon maakte zich geen zorgen. Hij zei wel dat het goed is altijd waakzaam te zijn, om verrassingen te voorkomen. Een paar uur later bleek deze ‘waakzaamheid’ niet bestand tegen de verrassing die Hamas in petto had. 

    Dit was slechts het laatste stukje van de puzzel. Achteraf, nadat de omvang van de ramp volledig tot haar was doorgedrongen en ze tientallen kameraden had verloren die Hamas had vermoord of ontvoerd, begreep ze hoe rampzalig de miscommunicatie tussen haar en haar collega’s enerzijds en hun superieuren anderzijds was geweest.

    Terwijl ze erachter probeerde te komen wie de verdachte figuur was en wat hij in zijn schild voerde, hadden de veiligheidsdienst van de IDF en Shin Bet (de Israëlische binnenlandse veiligheidsdienst) al overlegd in verband met een waarschuwing voor terroristische infiltratie. Die vonden de hogere functionarissen ernstig genoeg om op vrijdagavond te besluiten de aanwezigheid van speciale troepen in het zuiden uit te breiden en een team uit te zenden dat getraind was in het bestrijden van terreurgroepen.

    ‘Niemand heeft ons verteld dat er zo’n hoog alarmniveau was’

    Een ander team van de operationele eenheid van Shin Bet en een deel van de commando-eenheid werden ook gemobiliseerd. Een eliteonderdeel van Sayeret Matkal (een speciale commando-eenheid van het Israëlische leger, gericht op infiltraties) werd eveneens naar het gebied gestuurd. Niemand in het Zuidelijk Commando of de Gaza-divisie nam echter de moeite de tientallen jonge vrouwen die als spotters dienstdeden op de legerbases bij de kibboetsen Kissufim en Nahal Oz, hiervan op de hoogte te stellen. Ook niet om vier uur ’s ochtends, toen werd besloten de Israëlische gemeenten en kibboetsen rond Gaza zelf te waarschuwen voor mogelijke infiltratie.

    ‘Als we ervan hadden geweten, zou deze hele ramp anders hebben uitgepakt,’ zegt Yaara tegen Haaretz. ‘Niemand heeft ons verteld dat er zo’n hoog alarmniveau was.’

    Volgens Yaara zouden de jonge spotters aan drie of zelfs twee uur genoeg tijd hebben gehad om zich voor te bereiden. ‘Niemand heeft eraan gedacht het ons te vertellen. De IDF lieten ons als schietschijven achter. De leden van gevechtseenheden hadden tenminste nog wapens en stierven als helden. De door het leger in de steek gelaten spotters werden simpelweg afgeslacht, met niet de minste kans om zich te verdedigen.’

    Rond 06.30 uur kon Noga nog net verslag uitbrengen over het ‘infiltratieprotocol’ voor gemeenten en militaire bases, terwijl het geweervuur en het geschreeuw van de terroristen buiten het commandocentrum waar ze was gestationeerd al te horen waren.

    In de WhatsApp-groep van de spotters meldden collega’s uit Nahal Oz al dat er overal terroristen waren, dat er mensen waren vermoord en ontvoerd, en dat ze nergens heen konden. Om 07.17 uur kwam het laatste bericht in de groep, namens alle spotters van Nahal Oz: ‘Vertel iedereen dat we van ze houden en dankjewel voor alles.’

    De harde woorden van de spotters voor hun superieuren zijn niets nieuws. Haaretz publiceerde vorig jaar een onderzoeksrapport over met name de neerbuigende houding jegens hen van hun bevelhebbers. Destijds sprak deze verslaggever met spotters van bases in heel Israël, waaronder die in de Gaza-divisie.

    Een van de problemen die ze aan de orde stelden, was dat hun stem gewoon niet werd gehoord en dat hun professionele mening onvoldoende gewicht in de schaal legde. Elke onderzoekscommissie die de gebeurtenissen van 7 oktober bestudeert, zou moeten beginnen met de getuigenissen van de overlevende spotters.

    Spotten

    Twee tot drie maanden. Langer heeft een nieuwe spotter niet nodig om haar sector ‘beter te leren kennen dan wie dan ook in de IDF,’ zegt Talia, die zo’n achttien maanden als spotter in de Gaza-divisie diende en daarom als ‘veteraan’ te boek staat. ‘In mijn sector ken ik elke steen, elk voertuig, elke herder, elk Hamas-trainingskamp, alle arbeiders, vogelaars, paden en buitenposten.’ Volgens haar heeft een ervaren spotter ‘8200’ (een befaamde inlichtingeneenheid) niet nodig om meteen te kunnen zeggen of er iets ongebruikelijks in haar sector gebeurt.

    Het is zwaar werk. Vaak sisyfusarbeid. De dienst van een spotter duurt negen uur. Dan zit ze voor een scherm en probeert ze alles in de gaten te houden dat ook maar enigszins ongewoon lijkt, zelfs al is het iets heel kleins. Een dergelijke gebeurtenis moet onmiddellijk worden geregistreerd in een operationeel verslag, dat naar de commandanten van de basis gaat, en van daaruit naar de inlichtingencentra van de relevante divisies en commandocentra.

    Wat gebeurt er in de praktijk met de informatie die ze hebben doorgegeven? Die vraag vinden de spotters lastig te beantwoorden.

    Dit was ook zo toen er Hamas-drones in hun sector begonnen rond te vliegen.

    ‘De afgelopen maanden begonnen ze elke dag, soms twee keer per dag, drones op te laten die heel dicht bij de grens kwamen,’ zegt Ilana, een andere spotter. ‘Tot driehonderd meter van het hek – soms nog minder. Anderhalve maand voor de oorlog zagen we dat ze in een van de trainingskampen een precieze replica hadden gebouwd van een gewapende observatiepost, zoals wij die hebben. Ze gingen daar trainen met drones, om de observatiepost te raken.’

    Ilana vertelt dat ze deze informatie volgens het protocol doorgaven, maar nog verder gingen: ‘We schreeuwden tegen onze commandanten dat ze ons serieuzer moesten nemen, dat hier iets ergs aan de hand was. We beseften dat het gedrag dat we zagen heel vreemd was, dat ze echt aan het trainen waren voor een aanval op ons. Tot nu toe heeft niemand ons verteld wat er met deze informatie is gedaan.’

    Toen ze op Zwarte Zaterdag de drones de ene na de andere (onbemande) elektronische observatiepost zagen opblazen, begrepen de spotters onmiddellijk waar dit heen ging. ‘Dit was precies wat we in de laatste anderhalve maand van hun training hadden gezien,’ zegt Ilana.

    Er waren ook andere tekenen, zeggen de spotters. Er werden meer verslagen geschreven en verzonden. Het is niet bekend waar die zijn beland.

    ‘Ze hebben me nooit verteld wat er gebeurd is met de informatie die we doorgaven,’ zegt spotter Adi. ‘Ons werd steeds voorgehouden dat een terroristische infiltratie tot de mogelijkheden behoorde.’ Het ligt voor de hand dat de IDF daarop voorbereid moesten zijn, maar blijkbaar werd er geen concrete dreiging onderkend – ongeacht hoeveel concrete aanwijzingen de spotters daarvoor hadden aangeleverd.

    ‘Het afgelopen jaar hebben ze stukken ijzer uit het hek verwijderd,’ citeert Adi uit weer een verslag dat misschien onder in een la terecht is gekomen. En er is meer.

    ‘In mijn sector bouwden ze een nauwkeurig model van een Merkava IV-tank en trainden ze er voortdurend mee,’ zegt een spotter van de Gaza-divisie. ‘Ze trainden hoe ze die moesten raken met een granaatwerper, wáár ze hem precies moesten raken, en daarna trainden ze voor onze ogen hoe ze de bemanning gevangen konden nemen.’

    Ze zegt dat de spotters probeerden te waarschuwen dat deze oefeningen in intensiteit toenamen, ‘dat er meer mensen meededen, en dat ze werden uitgevoerd met extra Hamas-eenheden uit andere gebieden’.

    ‘Iedereen die nu zegt dat het onvermijdelijk was of onmogelijk om ervan op de hoogte te zijn – die liegt’

    Ook viel het hun op dat er veelvuldig gebruik werd gemaakt van busjes en motorfietsen. En toen er protesten waren aan de grens (in de maanden voorafgaand aan de aanval), merkten ze dat ‘Hamas-agenten voortdurend de plekken onderzochten waar onze camera’s minder effectief waren. Ze hebben echt alles tot in de kleinste details gepland. Iedereen die nu zegt dat het onvermijdelijk was of onmogelijk om ervan op de hoogte te zijn – die liegt.’

    In april zat Smadar op haar post in Kissufim en merkte iets nieuws op in een van de trainingskampen van Hamas. ‘Ze hadden een nauwkeurig model van het grensgebied gebouwd,’ zegt ze. ‘Daar trainden ze hoe ze door het hek moesten breken. In tegenstelling tot wat de IDF dachten, was hun training bedoeld voor infiltratie bovengronds, niet vanuit tunnels. Naarmate de tijd verstreek, werd hun training intensiever.’

    Ongeveer anderhalve maand voor de aanval schakelde die training zo te zien een versnelling hoger.

    ‘We zagen ze op driehonderd meter afstand van het hek komen, en hun trainers stonden er met stopwatches om te meten hoeveel tijd het kostte om naar het hek te rennen en terug te keren naar hun posities. We wisten dat er iets te gebeuren stond,’ zegt Liat. ‘De troepen die we stuurden deden haast niets, ook al waren er ongeregeldheden bij het hek – zelfs de waarschuwingsschoten hielden op. Er kwamen soldaten, die traangas inzetten en weer vertrokken. Dat was alles.’

    Iemand die de sector minder lang kent – maar wel degelijk diepgaand – is Einat, een spotter van Nahal Oz. Die zaterdag was ze thuis, maar ze wist meteen wat er zou gebeuren.

    Toen begonnen de berichten van kameraden op de basis binnen te druppelen, plus de foto’s en video’s van Palestijnen op Telegram. ‘We zagen hoe ze onze kameraden vermoordden en hoe die naar Gaza werden gebracht,’ vertelt ze. ‘Ik kan de frustratie, het gevoel in de steek te zijn gelaten door hogere officieren niet beschrijven. We hadden gewaarschuwd, we hadden het ze verteld, maar we staan nu eenmaal onderaan de voedselketen van de divisie.’

    In reactie op dit artikel verklaarde een IDF-woordvoerder: ‘De IDF en hun bevelhebbers volgen alle mannelijke en vrouwelijke soldaten die de gebeurtenissen van 7 oktober hebben meegemaakt nauwlettend. Zij worden begeleid door professionals uit de geestelijke gezondheidszorg. Daarnaast is er voortdurend contact met hun oversten, die een ondersteunend systeem vormen en een luisterend oor bieden. De terugkeer naar hun posten zal geleidelijk en zorgvuldig verlopen, onder toezicht en afhankelijk van de persoonlijke toestand van elke soldaat. Het is niet de bedoeling om tegen wie dan ook disciplinaire maatregelen te nemen. Mochten er gesprekken zijn geweest die anders doen vermoeden, dan zijn die in strijd met de richtlijnen en zullen ze dienovereenkomstig worden afgehandeld.’

  • Poetin stuurt onevenredig veel etnische minderheden naar het front

    Poetin stuurt onevenredig veel etnische minderheden naar het front

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zeker 21 doden bij brand in vluchtelingenkamp Gaza

    » Nancy Pelosi niet herkiesbaar als voorzitter Huis

    De kans om te sterven in oorlog veel hoger voor een Boerjaat

    Russische slachtoffers van de oorlog in Oekraïne vallen voornamelijk onder minderheden die door Poetin zijn gemobiliseerd, aldus Victoria Maladaeva van de ngo Free Buryatia Foundation (FBF), een belangenvereniging van tegenstanders van de oorlog uit de autonome Russische republiek Boerjatië in Siberië, bericht Al Jazeera.

    Volgens Maladaeva noemt Poetin zichzelf een nationalist, ‘hij praat altijd over hoe geweldig de Russische cultuur en de Russische taal zijn, maar ontkent dat er meer dan 20 miljoen mensen van andere nationaliteiten in Rusland zijn’. Uit onderzoek van FBF zou zelfs ‘etnische genocide’ blijken. ‘Statistisch gezien hebben Dagestan, de autonome republiek Toeva en de republiek Boerjatië, waar minderheden wonen, het hoogste dodental.’

    Moskou, met 17 miljoen inwoners, telt krap 50 slachtoffers. Boerjatië, 980.000 inwoners, al 364. ‘De kans dat een Boerjaat sterft in de oorlog is 7,8 keer groter dan die voor een etnische Rus; voor een Toevaan is dat 10,4 keer.’

    Lees ook:

  • In deze Oekraïense kelder ontstond een mogelijke oplossing voor de oorlog

    In deze Oekraïense kelder ontstond een mogelijke oplossing voor de oorlog

    Een Oekraïense familie bracht tijdens de invasie drie weken door met vijf Russische soldaten. Ze aten samen, ze wandelden en ze praatten. De kelder in Loekasjivka werd een soort microkosmos van het oorlogspropagandafront. Algauw was niet meer duidelijk wie de slachtoffers waren.

    Toen het Russische leger een begin maakte met de beschieting van Loekasjivka, een dorp in Noord-Oekraïne, vluchtten tientallen bewoners naar de kelder van de familie Horbonos. Kinderen, zwangere vrouwen, bedlegerige gepensioneerden en de familieleden zelf scholen er onder de perzikenboomgaard en de groentebedden van de familie en wachtten af. Tien dagen lang hoorden ze meermalen per uur granaten boven hun hoofd fluiten en inslaan. Door de aanvallen ontstonden diepe kraters in het land, werd de auto van de familie in de as gelegd en werd het dak van hun huis verwoest. Op 9 maart was uiteindelijk te horen hoe zwaar wapentuig en tanks het dorp binnenrolden: het Russische leger had Loekasjivka ingenomen.

    Soldaten sommeerden de verschrikte dorpelingen tevoorschijn te komen en gooiden vervolgens een granaat in de kelder, voor het geval daar nog Oekraïense soldaten verborgen zaten. De familie Horbonos – Irina van vijfenvijftig, Sergej van negenenvijftig en hun vijfentwintig jaar oude zoon Nikita – brachten de nacht erna door in de kelder van een buurman, maar het was daar zo nat en koud dat ze besloten naar die van henzelf terug te gaan. Toen ze daar aankwamen, ontdekten ze dat er inmiddels vijf Russische soldaten bivakkeerden. 

    ‘En waar moeten wij dan heen? Dit is ons huis’

    ‘En waar moeten wij dan heen?’ vroeg Irina. ‘Dit is ons huis.’ De soldaten vertelden de familie dat ze terug konden komen – ze konden daar met z’n allen wonen. En dus trok het drietal weer in.

    Ze zouden zo’n drie weken met die vijf Russische soldaten doorbrengen en samen eten, wandelen en praten. De Russen legden onzinnige verklaringen af over hun vermeende missie en stelden verbijsterend onnozele vragen over Oekraïne, maar ze gaven ook inzicht in hun motivatie en moreel. Vader, moeder en zoon ontzenuwden hun beweringen, gaven luid uiting aan hun woede, maar hieven ook het glas met hen en gebruikten dat blijk van vertrouwen om het geloof van de soldaten in Vladimir Poetins oorlog af te zwakken.

    Gedurende die weken, vertelde de familie mij en mijn collega Andri Basjtovy, veranderde de kelder in Loekasjivka in een soort microkosmos van het oorlogspropagandafront. Aan de ene kant had je de Russen die niets anders deden dan de onjuistheden herhalen die hun over hun invasie op de mouw waren gespeld; aan de andere kant was daar de Oekraïense familie die zich afvroeg hoe het bestond dat hun huis was kapotgeschoten door agressors die handelden vanuit een waanidee. 

    Maar toen ik de familie Horbonos en in dezelfde week hun nationale leider, president Volodymyr Zelensky, had gesproken, drong in volle hevigheid tot me door dat de ervaringen van de familie ook interessant waren in verband met een vraag die al die politici, functionarissen, journalisten en activisten in Oekraïne en daarbuiten, die wanhopig proberen deze oorlog tot een einde te brengen, bezighoudt: hoe krijg je Russen die een oneindige reeks leugens door de strot is geduwd zover dat ze hun steun voor Poetins invasie in Oekraïne laten vallen?

    Elkaar leren kennen

    In het begin waren de familie Horbonos te bang om hun mond open te doen tegen hun Russische huisgenoten. De soldaten van hun kant hielden hun geweren de hele tijd stevig vast. Ze verlieten de kelder enkel als ze in actie moesten komen, net als hun gastheren bang voor het spervuur boven hun hoofd terwijl het Oekraïense en Russische leger strijd leverden om de regio rond de nabijgelegen stad Tsjernihiv. 

    De groepen leerden elkaar beter kennen door het gesprek te beperken tot onderwerpen die als neutraal werden ervaren

    Maar na enkele dagen leerden de twee groepen elkaar beter kennen door aanvankelijk het gesprek te beperken tot onderwerpen die als neutraal werden ervaren, zoals eten en populaire Oekraïense recepten. De familie Horbonos kwam erachter dat de vijf soldaten militaire technici waren. Een van hen, met 31 jaar de jongste, was kapitein. Drie anderen waren in de veertig. Twee van hen hadden in Syrië gediend; het gezicht van de ene was verbrand toen een voertuig waarin hij zat een mijn onklaar maakte op de weg naar Loekasjivka en hij vloekte wanneer hij zijn gezicht met zalf insmeerde. Ze kwamen alle vier uit Siberië. De vijfde was eveneens een veertiger, een Tataar, een etnische groepering met haar eigen grote republiek in Centraal-Rusland. De anderen vonden het irritant dat hij almaar Tataarse liedjes zong en plaagden hem met zijn klaarblijkelijke lafheid, want hij leek altijd als eerste de kelder in te rennen als het spervuur begon. 

    Aanvankelijk kraamde de kapitein fervent Kremlin-propaganda uit: hij en zijn landgenoten waren in Oekraïne om de familie Horbonos te redden, zei hij; de soldaten vochten niet tegen de Oekraïners maar tegen de Amerikanen; dit was geen oorlog maar een ‘speciale militaire operatie’. Was die eenmaal voorbij, dan konden ze allemaal met elkaar in vrede leven onder Poetins bewind, zei hij.

    Lik op stuk

    Irina gaf hem lik op stuk. Zij hoefde niet gered te worden, zei ze. Er waren geen Amerikaanse soldaten of bases in Loekasjivka of waar ook in Oekraïne. Ze wilde niet onder Poetin leven. Toen de kapitein zei dat hij had gehoord dat Oekraïners geen Russisch mochten spreken, vertelde zij hem dat ze iedere taal die ze wilden mochten spreken. (Ik spreek Russisch met de familie Horbonos.)

    Gaandeweg begon hij wat in te binden, niet alleen vanwege Irina’s protesten maar ook door de grimmige realiteit van de oorlog. In de begindagen van het conflict was hij goedgehumeurd en verkeerde in de veronderstelling dat de overwinning nooit lang kon uitblijven. Hij stormde soms de kelder binnen met kreten als ‘Kyiv is omsingeld! Tsjernihiv staat op vallen!’ Maar naarmate de weken verstreken en Kyiv noch Tsjernihiv viel, werd hij somberder. Sergej vertelde me dat hij de kapitein op een gegeven moment Kyiv op de kaart had moeten aanwijzen en dat de Rus verbaasd was geweest toen hij zag dat de stad niet in de buurt lag, zoals hij had aangenomen, maar zeker 150 kilometer verderop. 

    Langzaam maar zeker ontstond er een soort vertrouwensband

    De andere soldaten waren minder fanatiek dan hun kapitein. Twee van hen namen hun toevlucht tot cynisme en waren net zo min bereid verslagen of berichten te vertrouwen van de kant van de Russen als van de Oekraïners. De man met het verbrande gezicht was net zo fel anti-Poetin als de kapitein pro. Hij vervloekte de president openlijk en noemde hem een pias. Hij had nog nooit op zijn partij gestemd. 

    Langzaam maar zeker ontstond er een soort vertrouwensband. Op een avond zwalkte er een dronken Russische sergeant-majoor in een leren jack met een Sovjet-insigne door Loekasjivka die dreigde lokale bewoners te vermoorden als wraak voor de soldaten die hij had verloren. Hij was te dronken om zijn dreigement gestand te doen, maar het incident stond niet op zichzelf: de jongere soldaten dronken veel en riepen als ze aangeschoten waren naar de Oekraïners dat ze stuk voor stuk moesten worden ‘gestraft’. Vader, moeder en zoon waagden zich zelden buiten hun boomgaard. Ze voelden zich veiliger in de kelder, bij hun vijf soldaten.

    Als de Russen de kelder verlieten om iets te drinken of te roken, vroegen ze Sergej mee. De groep lengde pure alcohol aan met een beetje water en Sergej rolde tabak in krantenpapier. Hun gesprekken kregen een meer bespiegelend karakter. ‘Wat doen jullie hier eigenlijk?’ vroeg Sergej bijvoorbeeld. ‘Waar slaat deze oorlog op?’ Het moedeloze antwoord van de Russen was dat ze geen gevecht hadden verwacht, maar een viering. Ze waren, zei een van hen, gekomen ‘voor een overwinningsmars in Kyiv’.

    Lage moreel

    Het lage moreel van de soldaten en hun cynisme en wantrouwen zijn niet echt verrassend. Poetins beruchte propagandamachine draaide altijd minder om het wekken van enthousiasme dan om het zaaien van twijfel en onzekerheid door zo veel versies van ‘de waarheid’ te verspreiden dat het volk de weg kwijt raakt en zich tot een autoritaire leider wendt om hen door de duisternis te leiden. In een binnenlandse politieke context kan zo’n tactiek goed uitpakken: het volk blijft passief, onzeker over wat er nu echt gebeurt. Maar deze aanpak voldoet duidelijk niet wanneer een land moet worden opgezweept tot de laaiende geestdrift die nodig is voor een oorlog.

    Ik woonde en werkte als tv-producent en documentairemaker in Rusland gedurende Poetins eerste twee termijnen als president, van 2000 tot 2008. Zoals een van Poetins spindoctors me toen vertelde, heeft het Kremlin altijd moeite gehad met het motiveren van de bevolking. Altijd als het nodig was om een proregeringsdemonstratie te organiseren, werden functionarissen gedwongen om ambtenaren tegen extra betaling te charteren. Opvallend is dat ondanks de buitensporige censuur duizenden mensen zijn vastgezet vanwege protesten tegen de oorlog. Ondanks alle binnenlandse steun die het Kremlin voor de invasie zegt te hebben, zijn massale demonstraties ten gunste van de regeringsmaatregelen in de straten van de Russische steden achterwege gebleven. 

    Hoe langer de oorlog zich voortsleept, des te meer de bevolking zich zal afvragen of het Kremlin wel weet waar het mee bezig is

    Zelfs voor al die Russen die geloven in de complottheorieën – dat hun land wordt bedreigd door de VS, dat Rusland een wereldrijk verdient – blijft het de vraag of het Kremlin competent genoeg is om zijn ambities na te streven. Hoe langer de oorlog zich voortsleept, des te meer de bevolking zich zal afvragen of het Kremlin wel weet waar het mee bezig is. Mannen zoals de officier die bij de familie Horbonos woonde zullen op een gegeven moment gaan twijfelen aan wat het land nog kan wanneer het met de werkelijkheid wordt geconfronteerd.

    Er zijn ook tekenen die erop wijzen dat de Russen niet helemaal overtuigd zijn door het verhaal dat het Kremlin de wereld in stuurt. Een paar van de populairste recente zoekopdrachten op het Russische internet betroffen de vraag naar het verblijf van de minister van Defensie, Sergej Sjojgoe, die op mysterieuze wijze een poosje verdween nadat hij verantwoordelijk was gesteld voor tegenslagen aan het front. Andere populaire zoekopdrachten betroffen de gruwelijkheden die werden toegeschreven aan het Russische leger toen het zich terugtrok uit Boetsja, een voorstad van Kyiv. Onderzoekers aan het Publiek Sociologisch Laboratorium, een onafhankelijke instelling, hielden 134 diepte-interviews met Russen en kwamen tot de bevinding dat zelfs degenen die op zich geloof hechtten aan het idee dat hun land omringd was door vijanden en dat de oorlog in Oekraïne de schuld was van de NAVO, twijfels hadden over de bewijzen waar Moskou mee kwam. Een van de onderzoekers die de studie leidden, Natalja Savaljeva, concludeerde: ‘Bij velen schommelt hun houding tussen steun en verzet. Ze begrijpen de redenen voor de invasie niet en praten anderen na. Ze geven blijk van verwarring als het gaat over een “informatieoorlog” die wordt gevoerd door alle betrokken partijen en “propaganda” die van beide kanten komt.’ 

    Onnodige schade

    Enquêtes in een dictatuur zijn op hun best een hachelijke zaak. Hoe eerlijk verwacht je dat mensen zijn als zelfs het gebruik van het woord ‘oorlog’ een gevangenisstraf van vijftien jaar kan betekenen? Toch lijkt het erop dat het moreel niet alleen laag is onder soldaten, zoals de vijf die verbleven bij de familie Horbonos, maar ook onder gewone Russen. Vlak na het begin van de invasie toonde onderzoek dat circuleerde onder een kleine groep academici en waar ik de hand op legde dat weliswaar bijna de helft van de deelnemers aan een landelijk representatieve enquête Poetins ‘speciale operatie’ steunde, maar dat de emoties die daarmee gepaard gingen oppervlakkig waren: hoop en trots. Daarentegen gaf de 20 procent die tegen de oorlog was uiting aan veel intensere gevoelens, zoals schaamte, schuld, woede en ook verontwaardiging. Ongeveer een kwart zei geen duidelijke mening te hebben of steunde de oorlog met enige reserve, maar gewaagde ook van bedroefdheid. 

    De familie Horbonos merkte dat de Russische soldaten doorkregen hoeveel onnodige schade ze hadden aangericht

    Naarmate de weken verstreken merkte de familie Horbonos dat de Russische soldaten doorkregen hoeveel onnodige schade ze hadden aangericht. Het huis van de familie, dat dertig jaar daarvoor was gebouwd, was volledig verwoest; hun boekenkasten smeulden twee dagen na en eindigden in een hoopje puin. Als Irina het te kwaad had, moest ze huilen en schreeuwde ze de soldaten in het donker van de kelder toe: ‘We hadden alles wat ons hartje begeerde! Wat doen jullie hier?’ De Russen gaven geen antwoord en zaten daar maar, in het donker.

    Op een ochtend nam zij hen mee om wilde kruiden te zoeken voor de thee. Terwijl ze wandelden door het weinige dat over was van het leven van de familie Horbonos verontschuldigden de soldaten zich voor alle vernieling. Het zou zo veel beter zijn, zei er een, als ze hen op een dag konden bezoeken als gasten. Sergej was witheet. ‘Jullie zijn hier gekomen om mij te doden en mijn huis kapot te schieten,’ zei hij, ‘en dan worden we verondersteld vrienden te zijn? We kunnen alleen maar vijanden zijn.’ De Russen verontschuldigden zich opnieuw en algauw zei de een na de ander dat de oorlog zinloos was. Ze begonnen het zelfs een ‘oorlog’ te noemen.

    De soldaten werden niet gedreven door nationale trots of expansiedrift, maar door geld

    De familie Horbonos kreeg ook een ongewoon inkijkje in de motieven van de Russen. Toen ik Sergej vroeg wat hen volgens hem dreef, was hij ondubbelzinnig. De soldaten, zei hij, werden niet gedreven door nationale trots of expansiedrift, maar door geld. De soldaten vertelden stuk voor stuk dat ze schulden hadden – hypotheken, leningen, doktersrekeningen – en hun soldij nodig hadden. En zelfs dat was niet toereikend. Het was hun taak als technici om tanks te repareren, maar met hun deskundigheid konden ze die dingen ook uit elkaar halen. Als het schieten even stillag zochten ze naar beschadigde of vernielde Russische voertuigen en smolten ze platen met gouden bedrading om. Eén zo’n stuk metaal zou thuis 15.000 roebel of ongeveer 200 dollar opleveren.

    Andere soldaten waren minder creatief. Op de dag dat het Russische leger het dorp verliet, graaiden velen van hen alles bij elkaar wat ze te pakken konden krijgen; hun tanks waren hoog opgetast met matrassen en koffers, hun pantservoertuigen volgeladen met lakens, speelgoed en wasmachines. (Toen de Tataarse soldaat afscheid kwam nemen, vertelde hij Sergej dat hij binnenkort het leger zou verlaten en beloofde hij de familie een deel van zijn pensioen te sturen.)

    Oppervlakkig beschouwd bejubelen Russische functionarissen Poetins nieuwe model van splendid isolation en beweren ze dat hun mensen niet geven om sancties, dat ze geen enkel ander land nodig hebben, dat Rusland zichzelf kan bedruipen. Maar het gedrag van de Russen suggereert iets anders: zie de enorme toeloop bij IKEA voordat de Zweedse meubelketen zijn winkels in het land sloot of het wijdverspreide gebruik van VPN-verbindingen en mirror sites om op Instagram en Netflix te kunnen. 

    Van westerse makelij

    Economen maken verschil tussen aangegeven voorkeuren – wat mensen zeggen te willen – en verborgen voorkeuren, wat zij op grond van hun handelingen echt blijken te willen. Russen kunnen wel beweren dat zij het Westen niet nodig hebben, maar uiteindelijk waren verreweg de meeste producten waarop die Russische soldaten bij hun plunderingen in Oekraïne gebrand waren van westerse makelij. 

    Bijna niemand denkt zo veel na over de vraag hoe je het Russische publiek kunt bespelen als Volodymyr Zelensky. Hij roept sympathie op door naar raakvlakken met zijn publiek te zoeken. Dat deed hij als acteur, als stand-upcomedian en als satiricus in sketchshows. Ik ontmoette hem samen met Jeffrey Goldberg en Anne Applebaum voor een interview voor The Atlantic. Zodra ik hem had verteld dat ik in Kyiv was geboren, praatte hij tegen me zonder één ogenblik het oogcontact te verbreken – hij had zijn raakvlak met mij gevonden. Dat is de sleutel tot zijn communicatiestrategie op alle niveaus, met mensen en met landen. Iedere keer dat hij zich tot het parlement van een ander land richt, doen hij en zijn team onderzoek naar de geschiedenis van dat land om overeenkomsten te vinden met wat Oekraïne momenteel doormaakt: voor Groot-Brittannië was dat de Blitzkrieg, voor de VS was het 9/11.

    Vanaf het allereerste begin van de invasie heeft hij geprobeerd Russen rechtstreeks aan te spreken door te zeggen dat hij weet dat er onder hen ook goede mensen zijn. Natuurlijk, vertelde hij ons in ons interview, zijn er altijd Russen geweest die dachten dat Oekraïne geen echt land was, maar velen zagen dat anders en gingen graag in Oekraïne op vakantie. Het probleem, zei hij verder, was dat deze laatste groep niet meer door zijn berichten werd bereikt. Afgezien van bij een kleine kring verbannen Russische democraten lijken zijn appèl en dat van andere Oekraïners niet aan te komen. Enquêtes, hoe problematisch ook, laten in Rusland een overweldigende steun voor de invasie zien, en verhalen over Oekraïners die bekenden in Rusland opbellen om hun over de oorlog te vertellen zijn ontmoedigend – de meesten lijken zelfs bewijsmateriaal dat hun eigen familie aandraagt te verwerpen. Rusland zit in een ‘informatiebunker’, zei Zelensky tegen ons, in zowel psychologisch als technologisch opzicht.

    Waar het Kremlin bijzonder goed in is, is verantwoordelijkheid afschuiven

    ‘Russen,’ aldus Zelensky, ‘huiveren om schuld te bekennen. Hoe ga je daarmee om? Ze moeten leren de waarheid te accepteren.’ Hij beschreef drie stappen die hiervoor nodig zijn: een omslag in het mediaklimaat, een politieke elite die erkent schuldig te zijn aan de agressie en tot slot gewone mensen die zelf verantwoordelijkheid nemen.

    Waar het Kremlin bijzonder goed in is, is verantwoordelijkheid afschuiven. Rusland had ‘geen keus’ en moest zijn ‘speciale operatie’ in Oekraïne wel beginnen, zei Poetin onlangs. Het is aan de cultuur, de media, het onderwijs en de rechtspraak om daar verandering in te brengen. Maar zulke processen kosten tijd. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog zagen de meeste Duitsers zichzelf niet als daders maar als slachtoffers – zowel van de nazileiding als van de bombardementen door de geallieerden. Pas na de oorlogstribunalen in Neurenberg, waarbij de Holocaust in zijn volle verschrikking aan het licht kwam, en na decennialange culturele en educatieve inspanningen kwam daar verandering in. 

    De situatie in de kelder van de familie Horbonos was uniek. Het komt niet vaak voor dat Russen zo rechtstreeks met de werkelijkheid of met hun slachtoffers worden geconfronteerd. Maar de ervaring van de familie wijst ook op een mogelijke manier om het Russische volk te bereiken – en het einde van Poetins oorlog te bespoedigen.

    Motivatie

    Anders dan je zou denken is de oorlog niet per se het thema om op te focussen. Het gaat eerder om kwesties die de Russen in hun dagelijks leven raken en die hun gedrag bepalen: hypotheken, medicijnen, scholen, de toekomst van hun kinderen en hun verlangen deel uit te maken van een grotere wereld. 

    Voor de doeltreffendheid van zijn systeem is Poetin afhankelijk van miljoenen mensen, inclusief dokters, soldaten, academici en politieagenten, die allemaal gemotiveerd moeten blijven om mee te doen. Die motivatie is langzaam uit het systeem aan het sijpelen. Of Poetin voldoende repressieve middelen heeft om louter door angst te zaaien aan te blijven is niet duidelijk: de gevangenissen zitten al vol. Het meest dramatische eindspel dat zich in Rusland kan voltrekken is een machtswisseling, of zelfs een revolutie. Het volk hoeft alleen maar zijn steun in te trekken omdat het inziet dat de regering niet langer bekwaam is of in hun belang handelt. (Iets dergelijks gebeurde halverwege de jaren tachtig in de Sovjet-Unie: het systeem liep vast doordat het volk afhaakte, wat de top ertoe bracht hun koers te veranderen. Toen was het een zinloze oorlog in Afghanistan die de moedeloosheid katalyseerde. Vandaag de dag zou Oekraïne een overeenkomstige rol kunnen spelen.)

    Democratisch gezinde media en berichtgeving – vanuit onafhankelijke Russische bronnen, het Westen of Oekraïne – kunnen dit proces versnellen. Ondanks de sluiting van websites en bepaalde socialemediaplatforms zijn er wel degelijk technische middelen om het Russische volk te bereiken: radio, Telegram-kanalen, satelliet-tv, beveiligde berichtendiensten, mirror sites en VPN’s.

    Desastreus

    De Russische staatsmedia verspreiden momenteel kamerbrede politieke propaganda, wat altijd desastreus uitpakt. De Russen zullen spoedig naar ander vermaak uitzien. Dat soort behoefte biedt mogelijkheden om onconventionele bronnen te steunen. Steun aan de (nu grotendeels verbannen) onafhankelijke Russische media is van vitaal belang. Deze exponenten van de vrije meningsuiting spraken in het verleden met name een al prodemocratisch publiek aan. Zij en anderen moeten worden aangemoedigd om groepen buiten de liberale bubbel, met hun eigen prioriteiten, voor zich te winnen.

    Maar niet alleen de agenda’s en doelgroepen behoeven nadere beschouwing; het gaat ook om de manier waarop. We weten allemaal hoe het Kremlin zijn informatieoorlog met het buitenland voert, door middel van trollenfabrieken, complotten spuiende staatsmedia en smalende woordvoerders die iedereen die kritiek op hen durft te uiten kleineren en uitschelden. De pogingen van democratische regeringen om de gewone Rus te bereiken moeten hier totaal van verschillen. Denk aan onlineburgerberaden met deelname van doorsnee-Russen waar westerse beroemdheden met een grote Russische aanhang, zoals Arnold Schwarzenegger (wiens recente video-oproep aan zijn Russische fans miljoenen keren werd bekeken) een ander Rusland voorspiegelen. Denk aan praatprogramma’s waarin Russen kunnen vragen naar bijzonderheden over wat er aan het front gebeurt en antwoorden krijgen die op aantoonbare feiten zijn gebaseerd. Denk aan onlineplatforms waar dokters uiteenzetten hoe gewone mensen het hoofd kunnen bieden aan de dreigende crisis in de Russische gezondheidszorg, of aan YouTube-kanalen waar psychologen ingaan op de psychische spanningen waarmee Russen te kampen hebben.

    De familie Horbonos had ons aanknopingspunten getoond om een eind te maken aan deze oorlog

    Terug naar Loekasjivka, waar Irina Horbonos me vertelde dat ze zich soms bizar genoeg gelukkig voelde. Haar dorp waren de ergste gruwelen die zich voordeden terwijl het leger van Poetin de aftocht blies uit Kyiv en Tsjernihiv bespaard gebleven. Ja, zei ze, haar huis was in puin geschoten en alles waar Sergej en zij hun hele leven voor hadden gewerkt was weg, maar het had nog erger gekund.

    Terwijl ik terugreed naar Kyiv dacht ik na over haar verhaal en over wat Zelensky ons een paar dagen daarvoor had verteld. Irina leek te geloven dat het enige wat zij had gedaan overleven was, maar eigenlijk hadden zij en haar gezin veel meer gedaan. Zelensky, met zijn onvermoeibare streven naar empathie en verantwoordelijkheidsgevoel, en de familie Horbonos, met de lessen die ze hadden geput uit hun opmerkelijke gesprekken met hun Russische vijanden, hadden ons aanknopingspunten getoond om een eind te maken aan deze oorlog en zelfs te fantaseren over een ander Rusland.

  • Zuid-Korea: Rechter schrapt veroordeling van twee homoseksuele soldaten

    Zuid-Korea: Rechter schrapt veroordeling van twee homoseksuele soldaten

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Russische autoriteiten overspoelen de ether met ‘positieve’ nieuwsverhalen

    » Afghanistan: Ten minste zestien doden bij twee aanslagen door IS

    Artikel 92-6 verbiedt homoseksueel gedrag onder soldaten

    Het Zuid-Koreaanse hooggerechtshof heeft een uitspraak van de militaire rechtbank te niet gedaan die twee homoseksuele soldaten veroordeelde voor het hebben van seks buiten militaire faciliteiten. De rechtbank is van mening dat de veroordeling de alom bekritiseerde militaire anti-homowet van het land te breed interpreteerde, meldt The Guardian.

    De beslissing van de rechtbank afgelopen donderdag om de zaak terug te sturen naar het militaire hooggerechtshof werd toegejuicht door mensenrechtenorganisaties. Mensenrechtenactivisten protesteerden al lang tegen artikel 92-6 van de militaire strafwet van 1962, die homoseksueel gedrag tussen soldaten in het overwegend mannelijke leger van het land verbiedt.

    ‘De specifieke opvattingen over wat onfatsoenlijkheid is, zijn met de tijd en de samenleving mee veranderd’

    Het artikel voorziet in een maximale gevangenisstraf van twee jaar voor ‘anale geslachtsgemeenschap‘ en ‘alle andere onfatsoenlijke handelingen‘ tussen militairen. Na de beraadslaging van het hooggerechtshof, zei opperrechter Kim Myeong-su dat zij tot de conclusie waren gekomen dat de bepalingen niet moeten worden toegepast op consensuele seks tussen mannelijke militairen die buiten militaire faciliteiten plaatsvindt tijdens de uren dat zij geen dienst hebben. ‘De specifieke opvattingen over wat onfatsoenlijkheid is, zijn met de tijd en de samenleving mee veranderd,’ zei Kim in een besluit dat online werd uitgezonden.

    De twee verdachten – een luitenant en sergeant van verschillende eenheden van de landmacht – waren in 2017 door militaire aanklagers beschuldigd van het hebben van seks buiten diensturen in een woning buiten hun bases in 2016.

    Lees ook:

  • De waarheid over de Oekraïens-Russische oorlog.  Eerbetoon aan een verloren soldaat

    De waarheid over de Oekraïens-Russische oorlog. Eerbetoon aan een verloren soldaat

    Als de Oekraïense soldaat met wie hij vriendschap heeft gesloten in de strijd sneuvelt, stelt oorlogsjournalist Nolan Peterson zichzelf als missie de waarheid te vertellen over de strijd aan de Russische grens. Want maar weinigen lijken te beseffen wat zich hier afspeelt: een van de grootste humanitaire crises op het continent.

    Als érgens blijkt uit wat voor hout een soldaat is gesneden, is het wel in een loopgravenoorlog. Er valt niet te ontsnappen aan het gevaar. Je kunt net zo makkelijk aan je einde komen op weg naar de wc als in een kogelregen terwijl je je positie verdedigt. Je weet nooit wanneer het granaatvuur zal losbarsten of wanneer een sluitschutter je in het vizier heeft. Je overlevingskans is meestal een kwestie van geluk – het gaat er vooral om dat je niet op het verkeerde moment op de verkeerde plek bent. Het is belangrijker om onder een gelukkig gesternte te zijn geboren dan om goed te kunnen schieten, wordt wel gezegd.

    Na zeven jaar onophoudelijke strijd in Donbas, het zwaar geteisterde oosten van Oekraïne, hebben sommige Oekraïense soldaten geleerd te lachen om het gevaar, geleerd om de oorlog als een spel te zien. Andere soldaten zijn naar binnen gekeerd en somber, zien voortdurend voor zich hoe ze aan hun einde zullen komen. En dan zijn er ook nog de uitzonderlijke jongens die de oorlog zien voor wat hij is – een regelrechte tragedie – en toch de strijd niet opgeven.

    ‘Je zou beter als oude man naar het front kunnen gaan’

    In de zomer van 2015 ben ik embedded bij het Oekraïense leger, in het dorpje Pisky, aan de frontlinie. Daar sluit ik vriendschap met een jonge soldaat, Daniel Kasjanenko, een van die uitzonderlijke mensen. Daniel is dan pas negentien, maar beschikt over een griezelig goed vermogen om de oorlog in een breder perspectief te plaatsen. Hij begrijpt welke tol zijn jonge ziel betaalt voor deze oorlog, en hij begrijpt ook dat de oorlog niet zwart-wit is. ‘Ik denk niet dat het allemaal slechte mensen zijn,’ zegt hij over zijn vijanden.

    Maar toch, als het moet, haalt Daniel de trekker over. De dingen die hij in de oorlog heeft gedaan en gezien, blijven hem achtervolgen. Hij zegt tegen me dat de oorlog hem ‘kapot heeft gemaakt’ en zijn ‘kijk op het leven’ voorgoed heeft verpest. Je zou beter als oude man naar het front kunnen gaan, vertrouwt hij me toe.

    Als ik weer vertrek van de frontlinie, beloven Daniel en ik contact te houden. We hebben het erover dat hij misschien ooit naar de VS zou kunnen komen; zijn grote droom. Maar een paar dagen nadat ik ben teruggekeerd naar Kiev, krijg ik een wat warrig bericht van Daniel. Hij is gewond geraakt door een mortiergranaat, schrijft hij, en hij heeft wat in de Oekraïense ziekenboeg een ‘hersenkneuzing’ wordt genoemd, waarmee vermoedelijk een hersenschudding wordt bedoeld, of, waarschijnlijker, traumatisch hersenletsel. Hoe dan ook, Daniels commandant geeft hem een paar weken verlof om hem terug te laten gaan naar zijn woonplaats Zaporizja, op nog geen drie uur rijden van het front.

    Daniel schrijft dat hij onderweg naar huis zonder geld is komen te zitten en vraagt of ik hem kan helpen een buskaartje te kopen. Hij heeft niet veel geld nodig en ik ben blij hem te kunnen helpen, dus ik maak wat over. Dat is het minste wat ik kan doen, in de omstandigheden.

    Daniel blijft een paar weken thuis, bij zijn ouders, Marina en Konstantin. Het is een zware tijd voor Daniels ouders, die hun zoon keer op keer proberen te overtuigen dat hij niet terug hoeft naar het front.

    En ze hebben gelijk, dat hoeft ook niet.

    Plicht

    Toen Rusland in de zomer van 2014 Oekraïne binnenviel, ging Daniel namelijk, als zoveel andere jonge mannen en vrouwen, uit eigen beweging naar het front. Hij sloot zich aan bij de ongeorganiseerde militie die de Russische inval probeerde af te slaan. De vrijwilligers leerden aan het front hoe ze moesten vechten, zonder enige formele opleiding. Er werd grappend gesproken over de ‘natuurlijke selectie’-opleiding. Daniel was pas negentien toen hij ten strijde trok. Hij belandde rechtstreeks vanuit zijn ouderlijk huis in het artillerievuur en tussen de sluipschutters. Hij werd soldaat voor hij ooit de kans had gekregen een man te worden. 

    Marina vertelt me later dat ze naar haar slapende zoon keek toen hij vanwege die hersenschudding met verlof was. In de paar maanden dat hij weg was geweest, was hij een ander mens geworden, zegt ze. ‘Hij ging als een jongen naar het front en hij keerde terug als een wijze, oude man.’

    Op de dag dat hij terug naar het front ging, smeekte Marina haar zoon om thuis te blijven. ‘Je bent nog veel te jong,’ zei ze. 

    ‘Mam, ik kan niet anders,’ antwoordde Daniel. ‘Ik moet terug naar mijn vrienden. Het is mijn plicht.’

    En hij ging. Twee weken later werd Daniel bij de strijd in Pisky gedood door een mortiergranaat. Hij was nog maar negentien.

    Na Daniels dood zoek ik contact met zijn ouders, en samen met mijn vrouw ga ik naar Zaporizja om hen te ontmoeten. Ik vraag Marina of ze het goed vindt dat ik haar verhaal gebruik om mensen iets duidelijk te maken over de oorlog in Oekraïne, over de strijd waarvoor haar zoon zijn leven heeft gegeven.

    ‘Doe wat je kunt om te voorkomen dat onze jongens sterven,’ zegt ze. ‘De hele wereld moet de waarheid horen over de oorlog in Oekraïne.’

    Dit is die waarheid.

    Het leek alsof het allemaal een geheim was. En zo lijkt het nog altijd

    De oorlog in Oekraïne is geen burgeroorlog. Dat is het nooit geweest. Het was, en is, een Russische inval.

    Ik heb zeven jaar in Oekraïne gewoond om verslag te doen van de oorlog. In die tijd heb ik, met eigen ogen, een oorlog gezien die heftiger is dan enige andere oorlog die heb meegemaakt in Irak en Afghanistan, zowel als special operations-piloot (wat ik vroeger was) als aan de grond, als oorlogscorrespondent.

    Zo zag ik in september 2014 vanaf een heuveltop een tankgevecht in de kustplaats Marioepol. Ja, een tankgevecht. In Europa. In deze tijd. Het was alsof ik naar een Hollywoodfilm keek. Alleen was dat niet zo. Dit gebeurde echt.

    De volgende dag bezocht ik het slagveld. Het was 5 september 2014, de dag waarop het eerste staakt-het-vuren werd getekend. Wat ik zag was een grote ravage van kapotgeschoten tanks en pantservoertuigen. En talloze dode soldaten, deels verkoolde, kapotgeschoten lichamen verspreid over het terrein, verstard in de bewegingen van het moment van sterven, als de gipsen beelden van overledenen in Pompeii.

    Ik had nooit eerder een dergelijke oorlog gezien. Maar wat misschien nog wel schokkender was: het leek alsof het allemaal een geheim was. En zo lijkt het nog altijd.

    Ook nu nog liggen de Oekraïense troepen ingegraven langs een kleine 400 kilometer frontlinie in de regio Donbas, in het oosten van het land. Daar blijft het Oekraïense leger verwikkeld in een statische loopgravenoorlog tegen de gecombineerde strijdkrachten van pro-Russische separatisten, buitenlandse huurlingen en Russische soldaten. En met de Russische troepenopbouw van tienduizenden manschappen aan de grens met Oekraïne [in april 2021] lijkt de mogelijkheid van een veelomvattender oorlog ineens wel erg reëel. 

    Overal in Oekraïne werd het straatbeeld bepaald door pijlen op gebouwen die de weg wezen naar de dichtstbijzijnde schuilkelder

    Tot nog toe heeft de oorlog zo’n veertienduizend Oekraïense levens geëist – meer dan de helft van de slachtoffers is gevallen nádat in februari 2015 de Minsk II-wapenstilstand werd gesloten. En met 1,7 miljoen mensen die nog altijd niet kunnen terugkeren naar huis, is dit niet alleen de enige landoorlog die momenteel nog in Europa woedt, maar tevens een van de grootste humanitaire crises op het continent.

    Onder het mom van een separatistische opstand annexeerden Russische speciale eenheden en veiligheidsdiensten in het voorjaar van 2014 de Donbas-regio. Even daarvoor, in februari, hadden Oekraïense demonstranten de sluipschutters getrotseerd op het centrale plein van Kiev, tijdens een opstand om Viktor Janoekovitsj, de pro-Russische president, tot aftreden te dwingen. In de kern ging die revolutie erom dat het land zich afkeerde van Rusland en een meer pro-Europese, prowesterse, prodemocratische koers zou gaan varen.

    Maar met een doelbewuste campagne van gemilitariseerde propaganda wist Rusland de annexatie van de Krim en het daaropvolgende conflict in Donbas af te schilderen als een opstand die was georganiseerd en geleid door onbetrouwbare, Russisch sprekende Oekraïners die van mening waren dat de nieuwe regering in Kiev onrechtmatig was.

    Voor Kiev zag het er niet goed uit in de zomer van 2014. Gecombineerde Russisch-separatistische troepen rukten op en er waren zorgen dat Oekraïne in tweeën zou worden gedeeld, of dat Rusland zou overgaan tot een grootschalige inval. Het Oekraïense leger was danig verzwakt na vele decennia van corruptie, en slechts in staat zesduizend gevechtsklare manschappen op de been te brengen. Overheden adviseerden de inwoners van Kiev om bij een Russische aanval de metrostations als schuilkelder te gebruiken. Overal in Oekraïne werd het straatbeeld bepaald door pijlen die op gebouwen waren gespoten en die de weg wezen naar de dichtstbijzijnde schuilkelder.

    In die eerste maanden van de oorlog vormden gewone Oekraïners, op de hielen gezeten door het reguliere leger van Oekraïne, de gelederen van de ongeregelde gevechtseenheden. Ondertussen waren hele legioenen vrijwilligers bezig om spullen in te zamelen en die naar de troepen aan de frontlinie te brengen – waarbij ze vaak een groot risico liepen. De oorlogsinspanningen werden gedragen door de bevolking, waarmee weer eens duidelijk werd dat Oekraïners in tijden van crisis eerder geneigd zijn zelf in actie te komen dan te wachten tot de regering iets doet. 

    In juli 2014 hadden de ongeregelde troepen van Oekraïne (de Bad News Bears van de oorlog, zoals ik ze ben gaan noemen) weer 23 van de 36 districten in handen die onder gecombineerd Russisch-separatistisch bewind hadden gestaan. Met de oprukkende troepen zag het er – heel even – naar uit dat Kiev al het terrein zou kunnen herwinnen dat het had moeten prijsgeven aan de troepen die voor de Russen streden. Maar toen, in augustus, stuurde Rusland zelf duizenden manschappen en ongekende hoeveelheden wapens en militair materieel naar het conflictgebied.

    Veel Oekraïners vreesden dat er een grootscheepse Russische invasie ophanden was; een aanval op de havenstad Marioepol leek onafwendbaar. Dankzij de wapenstilstand van september 2014 leek te zijn voorkomen dat de oorlog zou escaleren tot een rampzalig niveau. Die wapenstilstand werd echter al snel geschonden, maar door de Minsk II-wapenstilstand in februari 2015 concentreerde het conflict zich uiteindelijk rond het huidige grensgebied.

    Maar daarmee is er nog geen einde gekomen aan de oorlog.

    Persoonlijk

    De patstelling in de loopgraven in het oosten van Oekraïne is uitgegroeid tot een broze impasse, waarbij de twee grootste landlegers van Europa – gerekend naar manschappen – dagelijks beschietingen uitvoeren. Het is een langeafstandsstrijd die voornamelijk wordt uitgevochten met indirecte vuurwapens zoals mortieren en artillerie. In de meeste gevallen zien de soldaten nauwelijks op wie ze schieten – afgezien van de sluipschutters, die ik altijd al het meest angstaanjagende aspect van deze oorlog heb gevonden. In tegenstelling tot de willekeurige, lukrake dreiging van artillerievuur is het op een bepaalde manier persoonlijk om door een sluitschutter onder vuur te worden genomen – hij kijkt echt naar jou, door een vizier, en probeert je te doden. 

    Er zijn plekken waar het niemandsland enkele kilometers breed is. Op andere plekken zitten de Oekraïners en hun vijanden zo dicht op elkaar dat ze elkaar verwensingen kunnen toeschreeuwen. Zo heb ik in 2015 in Sjirokino kunnen zien hoe dronken soldaten van het Russische kamp ’s nachts naar de Oekraïense linies kropen en de Oekraïners uitdaagden voor gewapende gevechten, van man tot man, tot de dood erop volgde. Een soort gladiatorengevechten. 

    Het is al met al een bizar conflict waarin moderne technologie – zoals drones en elektronische oorlogsvoering – samengaat met fysieke omstandigheden die doen denken aan de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog, zij het op veel kleinere schaal. Als de Oekraïners niet in die loopgraven zitten, leven ze in de kelders van verlaten huizen. Het is domweg te gevaarlijk om veel tijd bovengronds door te brengen, met de onophoudelijke granaatbeschietingen en overal sluipschutters.

    In je achterhoofd leeft voortdurend de gedachte dat je elk moment dood kunt gaan. Die constante achtergrondruis van gevaar is iets heel anders dan wat ik heb meegemaakt toen ik was uitgezonden naar Irak en Afghanistan. Daar hadden we betrekkelijk veilige plekken om tussen onze verschillende missies door even op adem te komen.

    In Marioepol is een restaurant, uitgebaat door een veteraan, dat pizza’s bezorgt aan het front

    Maar ondanks alle ontberingen hebben de Oekraïense troepen geleerd zich aan te passen. Oorlog voeren is een manier van leven geworden. Hetzelfde geldt voor de Oekraïense burgers die zijn achtergebleven in het oorlogsgebied. Ik sta er altijd van te kijken dat in tijden van oorlog het dagelijks leven zo goed en zo kwaad als het gaat voortgang vindt. Kinderen gaan gewoon naar school, al zijn er dagelijks beschietingen. Winkels zijn gewoon open. Familieleden komen nog altijd samen voor de avondmaaltijd. Zo is er in Marioepol een restaurant, uitgebaat door een veteraan, dat pizza’s bezorgt aan het front.

    Een van de indringendste voorbeelden van het gewone leven in tijden van oorlog heb ik gezien in Lobacheve, een plaats aan de frontlinie. De stad wordt in tweeën gedeeld door een rivier – de Oekraïners hebben de ene kant van de stad in handen, de Russische separatisten de andere. Maar er is maar één school. Dus hebben de strijdende partijen besloten tot een kortstondig staakt-het-vuren, twee keer per dag, zodat de kinderen het pontje over de rivier kunnen nemen, van en naar school.

    In 2016 was ik getuige van zo’n bizarre, kortstondige time-out van de oorlog. Het had iets surrealistisch om de Oekraïense soldaten op hun dooie gemak aan de oever een sigaretje te zien roken, terwijl ze hun vijanden op de andere oever zagen staan. Maar zodra het moment voorbij was namen de sluitschutters weer hun positie in, zochten de soldaten dekking en was het weer oorlog. ‘Oorlog is een duistere komedie,’ zei Andriy, een Oekraïense soldaat die dag tegen me, terwijl we een veilig heenkomen zochten.

    De twee partijen moeten duidelijk weinig van elkaar hebben, al hebben veel Oekraïners familie in Rusland, en omgekeerd. Sterker nog, enkele oudere Oekraïense soldaten hebben in de Sovjettijd in het Rode Leger gediend, samen met de Russen. Ik heb zelfs Oekraïense soldaten gezien die Facebookberichten aan hun vijanden stuurden, die ze nog kenden uit hun jeugd, of van hun studie.

    ‘Het is lastig vechten tegen een vijand die dezelfde taal spreekt en hetzelfde geloof heeft,’ zegt Oleksandr Derevyanko, een 54-jarige Oekraïense soldaat en veteraan uit het Sovjetleger. ‘Maar we moeten dit gevecht wel leveren – er zit niets anders op. Rusland heeft ons aangevallen en we moeten ons vaderland verdedigen.’

    Derevyanko vocht in de jaren tachtig als Sovjetsoldaat in Afghanistan. ‘In Afghanistan heb ik geleerd dat het niet zo moeilijk is om een oorlog te beginnen, maar wél om een oorlog te beëindigen,’ zegt de oude soldaat. Ik ben zelf ook Afghanistan-veteraan en ik had het niet beter kunnen zeggen.

    De oorlog in Oekraïne is momenteel niets minder dan een zwaard van Damocles dat boven Oost-Europa hangt – elk moment kan de vlam in de pan slaan en kan het vuur om zich heen grijpen. Als de zon vanavond onder is, zullen de lichtspoorkogels de hemel uiteenrijten. Het artillerievuur zal donderen. En de soldaten en burgers, die allemaal oorlogsmoe zijn, zullen wegduiken in schuilkelders en loopgraven, en proberen hun angst de baas te blijven – net als de afgelopen zeven jaar.

    De oorlog gaat maar door. Wanneer zal er ooit een einde aan komen? 

    De oorlog in Oekraïne is een frontlinie ter verdediging van de geest, en de belofte, van de democratie

    Het is makkelijk om te denken dat de geschiedenis uiteindelijk altijd wel weer ten goede zal keren – dat het tijdperk van de wereldoorlogen achter ons ligt. Dat het nooit weer zal gebeuren. In Oekraïne voelt dat heel anders.

    Vergeet niet dat Oekraïne nog maar twee generaties terug het dodelijkste strijdtoneel was in een van de dodelijkste oorlogen in de geschiedenis van de mensheid. Sommige van de soldaten die in die oorlog hebben gevochten, en de burgers die het hebben overleefd, zijn momenteel nog in leven. Dus laat niemand denken dat een dergelijke oorlog nu niet meer mogelijk is, of dat de ontwikkelingen in de tijd waarin we nu leven op de een of andere manier immuun zijn voor de onophoudelijke cycli van oorlog en vrede die de geschiedenis typeren.

    De Amerikaanse oorlogscorrespondent Martha Gellhorn schreef ooit: ‘Tenzij ze tot de directe slachtoffers behoren, gedraagt de meerderheid van de mensheid zich alsof oorlog een kwestie is van overmacht, iets wat niet voorkomen had kunnen worden; of ze doen alsof een oorlog elders niet hun probleem is. Het zou een wrede kosmische grap zijn als we onze eigen ondergang bewerkstelligen door het wegkwijnen van de verbeelding.’

    De oorlog in Oekraïne is namelijk veel meer dan alleen een frontlinie tegen de Russische militaire agressie. Het is ook een frontlinie ter verdediging van de geest, en de belofte, van de democratie.

    Amerikaanse steun, in welke vorm ook – diplomatieke maatregelen of wapens – geeft een signaal aan de Oekraïense soldaten en burgers: dat ze niet zijn vergeten, en dat de democratische wereldorde, waar ze zo graag deel van willen uitmaken, nog altijd de strijd waard is. Vandaag de dag lijkt dat een boodschap die de hele wereld zou moeten horen.

    Met de geschiedenis als leidraad lijkt één ding duidelijk: als de oorlog in Oekraïne escaleert tot een veel groter en dodelijker conflict, zullen de gevechten niet beperkt blijven tot Oekraïners en Russen.