Tag: Spanje

  • Wereldbeeld: Babyspringen

    Wereldbeeld: Babyspringen

    De meeste katholieke baby’s worden door de doop verlost van de erfzonde. Maar op het El Colacho-festival in het Spaanse Castrillo de Murcia pakken ze het anders aan.

    Hier worden pasgeboren op straat gelegd, waarna mannen verkleed als de duivel over ze heen springen. Dit ritueel dateert al uit begin zeventiende eeuw, en wordt jaarlijks herhaald op de tweede donderdag na Pinksteren. Paus Benedictus is er niet blij mee. Alleen een traditionele doop is volgens hem geldig.

    © Samuel de Roman / Getty Images
    © Samuel de Roman / Getty Images
  • De lange weg van politieke wonderboy Pedro Sánchez

    De lange weg van politieke wonderboy Pedro Sánchez

    Hoe de leider van de Spaanse Socialistische partij, die ten dode was opgeschreven, zich in een jaar tijd ontpopte tot de politicus die het kabinet van premier Rajoy omver heeft geworpen.

    Keuze uit het archief

    Afgelopen woensdag kondigde de premier van Spanje, Pedro Sánchez, aan dat hij overweegt ontslag te nemen, nadat een rechtbank een onderzoek was gestart naar zijn vrouw wegens vermeende beïnvloeding en corruptie. In een brief die hij op X plaatste zei hij onder meer dat de aanklacht tegen zijn vrouw op valse berichtgeving was gebaseerd.
    In dit artikel van El Mundo van zes jaar geleden wordt de opkomst van ‘wonderboy’ Sánchez in de politiek geanalyseerd. Journalist Raúl Conde gaat stap voor stap na hoe deze ‘vastberaden rebel’ met een master in Economie en Bedrijfskunde het tot premier van Spanje schopte nadat oud-premier Mariano Rajoy wegens een corruptieschandaal moest aftreden.

    In januari 2013 kreeg Pedro Sánchez een telefoontje. Hij was op weg naar Huesca, zijn vrouw zat achter het stuur. Cristina Narbona zou de Tweede Kamer verlaten en iemand van de socialistische partij (PSOE) liet hem weten dat hij haar Kamerzetel kon krijgen. Nog diezelfde avond nam hij het besluit. ‘Als ik de Tweede Kamer inga wil ik het maximale eruit halen, als ik terugkeer ga ik het groots aanpakken,’ zei Sánchez tegen zijn vrouw Begoña Gómez. Hij besloot zich kandidaat te stellen voor de lijsttrekkersverkiezingen van de PSOE. Daar begon zijn reis naar de macht.

    Het was geen gemakkelijke tocht. ‘Ik heb hard moeten buffelen,’ krijgen journalisten altijd te horen. Niets wat Sánchez in de politiek aanpakte lukte meteen. Bij de verkiezingen in 2008 stond hij voor Madrid op de eenentwintigste plek van de kandidatenlijst van de PSOE, maar hij haalde het niet. Een jaar later kreeg hij de vrijgekomen Kamerzetel van Pedro Solbes en stelde zich opnieuw verkiesbaar in 2011, maar ook toen greep hij naast het pluche. Pas twee jaar later bood het vertrek van Narbona Sánchez een nieuwe kans.

    Politieke wonderboy

    Zijn tocht naar het premierschap verliep ongeveer net zo. In december 2015 tekende lijsttrekker Sánchez voor het slechtste resultaat dat de PSOE ooit had gehaald bij algemene verkiezingen: negentig parlementsleden. Toen er vanwege een mislukte kabinetsformatie een halfjaar later opnieuw verkiezingen werden uitgeschreven raakte de partij onder zijn leiding nog verder in het slop. Met pijn en moeite wisten de socialisten 85 zetels binnen te slepen, het aantal zetels waarmee Sánchez wil regeren nu premier Rajoy een motie van wantrouwen niet heeft overleefd. Het maakt de kersverse premier weinig uit. Hij staat inmiddels bekend als een doorbijter, gehard door de ongezouten kritiek die hij van zijn partijgenoten te verduren heeft gekregen.

    Twintig maanden nadat hij door zijn eigen partij was platgewalst keert Sánchez nu terug naar het parlement met een fractie die dit keer met ijzeren hand door hem wordt geleid en die haar euforische stemming nauwelijks weet te verbergen. Niemand betwist zijn status van de politieke wonderboy meer die zich in een jaar tijd van een politiek leider die ten dode was opgeschreven heeft ontpopt tot de politicus die het kabinet van premier Rajoy omver heeft geworpen.

    ‘Ik zou liegen als ik zeg dat ik niet ambitieus ben, maar ik ben niet iemand die zich door ambitie laat verblinden,’ zei hij aan de vooravond van de laatste verkiezingen. Wraak op de socialisten die hem een mes in zijn rug staken, kwam in drievoud: hij is premier geworden, is een alliantie aangegaan met Podemos en hij heeft de steun van de Catalaanse independistas. Zijn overwinning is het resultaat van een lange en pijnlijke weg.

    De toen nog leider van de Spaanse Socialistische Partij, Pedro Sánchez op de Dag van de Arbeid in Madrid. – © Oscar Gonzalez / Getty
    De toen nog leider van de Spaanse Socialistische Partij, Pedro Sánchez op de Dag van de Arbeid in Madrid. – © Oscar Gonzalez / Getty

    Pedro Sánchez groeide op in de Madrileense wijk Tetuán. Hij is getrouwd en vader van twee dochters. Toen hij op de middelbare school ‘Ramiro de Maeztu’ zat kon hij tegelijkertijd zijn talent als basketbalspeler ontwikkelen bij de jeugd van club Estudiantes [hij is 1 meter 90] . Hij heeft een master in Economie en Bedrijfskunde aan de Universidad Complutense in Madrid en promoveerde aan de Universidad Camilo José Cela.

    Zijn werkend leven verdeelde hij over de politiek en een docentenbaan aan de Madrileense universiteit waar hij promoveerde. Sánchez is een vastberaden rebel, een knappe man om te zien maar saai om naar te luisteren. Zonder kennis van de context is de stap die Sánchez heeft gezet moeilijk te bevatten. Het ontbrak de partijleiding aan pragmatisme, en de harde interne strijd binnen de partij tastte de fundamenten van de sociaaldemocratie aan.

    Zonder te beschikken over de leiderschapskwaliteiten van een politiek zwaargewicht als Felipe González (premier van 1982 tot 1996) of het charisma van José Luis Zapatero (premier van 2004 tot 2011) werd de bestuurder uit Madrid in 2014 tot partijleider van de PSOE gekozen met steun van Susana Díaz en het partijestablishment. Hij kreeg 48,6 procent van de stemmen. De gemeente- en regionale verkiezingen in mei van datzelfde jaar waren koren op de molen van de partijleider, want de PSOE kreeg een deel van de institutionele macht terug die ze hadden verloren.

    De vreugde was van korte duur. Bij de verkiezingen van 2015 ging hij met Rajoy de strijd om het premierschap aan. Tijdens een verkiezingsdebat verweet hij de premier dat hij geen fatsoen had. Rajoy maakte hem op zijn beurt uit voor inconsistent, beperkt houdbaar, kleinzielig en vals. De slechte stembusuitslag en de duizelingwekkende opkomst van Podemos verdeelde de Socialistische Partij. Sánchez aanvaardde de opdracht van koning Felipe om zich op 2 maart 2016 kandidaat te stellen voor het premierschap. Hij kreeg onvoldoende steun van het parlement. Slechts 130 stemden vóór (PSOE, Ciudadanos en Coalición Canaria) en 219 parlementsleden stemden tegen.
    Hierdoor kwamen de socialisten voor het duivelse dilemma te staan om al dan niet mee te werken aan de kandidaatstelling van Rajoy, leider van de Partido Popular. Sánchez zou in dat geval zijn campagneslogan ‘nee is nee’ moeten intrekken. Er ontstond in het hart van de partij een schisma dat haar partij nog steeds verdeelt. De historische leiders en de kopstukken uit de regio, waaronder Susana Díaz, wilden dat de partij deze draai maakte. Sánchez slaagde er niet in om met zachte hand deze crisis te managen en heel Spanje was er getuige van dat er op 1 oktober 2016 een oorlog uitbrak in de partijtop. De bloedige strijd die volgde eindigde met het aftreden van Sánchez als partijleider.

    Door zijn val had hij in elk geval een goed verhaal voor zijn medestanders: hij was slachtoffer geworden van de mensen die de touwtjes in handen hebben en van de socialistische mastodonten. Tijdens een persconferentie waarbij hij zijn tranen niet kon bedwingen gaf hij zijn parlementszetel op om te voorkomen dat hij blanco moest stemmen bij de kandidaatstelling van Rajoy.

    Zijn overwinning is gebaseerd op het ‘nee is nee’ in de kwestie Rajoy, waar hij onverschrokken achter is blijven staan. In bijna al het andere is hij van mening veranderd

    Hij stapte zijn Peugeot weer in en reed naar alle uithoeken van het land om te spreken op partijbijeenkomsten. Zijn wederopstanding werd een feit op 21 mei 2017. Met meer dan 50 procent van de stemmen won hij de lijsttrekkersverkiezingen van Susana Díaz (39,9 procent) en Patxi López (9,8 procent). Opnieuw werd hij leider van de PSOE. Hij was niemand van de partij meer iets verschuldigd, maar hij zat wel met een partij die werd verscheurd door interne twisten.

    Zijn overwinning is gebaseerd op het ‘nee is nee’ in de kwestie Rajoy, waar hij onverschrokken achter is blijven staan. In bijna al het andere is hij van mening veranderd: hij wilde een constitutionele hervorming waar hij het nu niet meer over heeft; hij beloofde bepaalde wetten – over de arbeidshervormingen of de pensioenen – af te schaffen, maar daar heeft hij tijdens de motie van wantrouwen niet meer over gerept; hij was voorstander van een plurinationaal Spanje maar verdedigt nu met hand en tand artikel 155 van de grondwet.

    Sánchez, basketballiefhebber en fan van bands als Love of Lesbian en Supersubarina, heeft nooit onder stoelen of banken gestoken wat hem drijft. ‘Politiek zit in je bloed. Het maakt deel uit van mij, ook al heb ik niet altijd in de frontlinies gestaan,’ zei hij op een politieke bijeenkomst. Nu wel. Hij is premier van Spanje.

    CONTEXT: Sánchez: een overgangsfiguur?

    De nieuwe leider van de Spaanse regering, de socialist Pedro Sánchez, bekleedt de functie sinds zaterdag 2 juni als gevolg van zijn geslaagde motie van wantrouwen die Mariano Rajoy van de rechtse Volkspartij (Partido Popular), al zesenhalf jaar aan het bewind, tot aftreden dwong. Maar de partij (Partido Socialista) van Sánchez beschikt in het parlement slechts over 84 van de 350 zetels. De motie tegen Rajoy werd aangenomen door een absolute, maar veelkleurige meerderheid van 180 afgevaardigden, qua politieke herkomst variërend van radicaal links (Podemos) tot de Catalaanse onafhankelijkheidspartij en de regionale partijen uit Baskenland en de streek rond Valencia.

    Sánchez heeft ‘op middellange termijn’ nieuwe verkiezingen toegezegd, maar de Spaanse pers is unaniem van mening dat hij onmogelijk lang aan de macht kan blijven. ‘De huidige crisis zal heviger worden naarmate Sánchez volhardt in zijn streven om voorlopig te regeren met de geringe ondersteuning van slechts 84 parlementsleden’, schrijft de linkse krant El País. ‘Alleen de stembus kan de sociaaldemocraten de noodzakelijke legitimiteit bezorgen om de veranderingen in gang te zetten waar Spanje behoefte aan heeft. (…) De regering die Sánchez nu vormt, met een meerderheid van vrouwelijke ministers (elf) – een unicum in Europa maar niet in Spanje, waar het kabinet van premier Zapatero ook voor de helft uit vrouwen bestond – kan noodzakelijkerwijs slechts gedurende een korte overgangsperiode aan het bewind blijven.’

    De politieke toekomst van ex-premier Rajoy blijft in nevelen gehuld

    De nieuwe regeringsleider ‘is afhankelijk van degenen die hem aan de macht hebben gebracht en die daarvoor hun rekening zullen presenteren’, luidt het commentaar in het conservatieve dagblad ABC.

    De leden van de nieuwe Catalaanse regering zijn eveneens sinds 2 juni in functie, waarmee automatisch een einde is gekomen aan het rechtstreekse bestuur vanuit Madrid over Catalonië, zoals dat sinds 27 oktober vorig jaar bestond als antwoord op de eenzijdige Catalaanse onafhankelijkheidsverklaring.

    De politieke toekomst van ex-premier Rajoy blijft inmiddels in nevelen gehuld. Sommige kopstukken in zijn partij eisen het bijeenroepen van een buitengewoon partijcongres om een nieuwe secretaris-generaal te kiezen.

  • Gibraltar vreest de Brexit

    Gibraltar vreest de Brexit

    In het Britse Gibraltar heeft de naderende Brexit de altijd sluimerende angst voor Spanje weer aangewakkerd. Maar één ding is zeker: ‘We zijn en blijven Brits. We zullen overleven.’

    Op het menubord van het café om de hoek van het regeringsgebouw van Gibraltar staan niet alleen dagschotels – onder meer gebakken kaas-en-chorizoballetjes en Schotse egg-and-chips – maar ook adviezen: ‘Keep calm en eet Britse fish-and-chips’, lezen we op een bord bij de deur. ‘Keep calm en drink tinto de verano’, raadt een ander aan.

    Er werden veel comfort food-schotels en wijnspritzers besteld toen de zon op 24 juni 2016 boven de Rots opkwam. Maar de vreugde en opluchting waarmee het nieuws werd begroet dat 96 procent van de kiezers in Gibraltar zich had uitgesproken voor het EU-lidmaatschap, zakten in naarmate de referendumnacht langer duurde. ‘Het werd langzaam duidelijk dat het elders niet dezelfde kant uitging,’ herinnert vicepremier dr. Joseph Garcia zich met gevoel voor understatement. ‘We zitten in een positie waarin we niet willen zitten,’ aldus Garcia. ‘Wij vertrekken ook [uit de EU], en we willen nu een zo goed mogelijke deal sluiten.’

    Een winkelstraat in Gibraltar, waar men het liefst wil dat alles bij het oude blijft. – © Pablo Blazquez Dominguez / Getty Images
    Een winkelstraat in Gibraltar, waar men het liefst wil dat alles bij het oude blijft. – © Pablo Blazquez Dominguez / Getty Images

    Gibraltar liet er geen gras over groeien: eind 2016 presenteerde het een rapport over de economische effecten van het vertrek uit de EU, en recentelijk sloot het een overeenkomst met de Britse regering over de toegang tot de Britse markt voor zijn sectoren ‘financiële diensten’ en ‘onlinekansspelen’.

    Omdat naar schatting twintig procent van de autoverzekeringen in het VK wordt verkocht door verzekeraars in Gibraltar, en zestig procent van alle inzetten op onlinekansspelen wordt afgesloten bij bedrijven op de Rots, heeft de overeenkomst de belangrijkste Brexit-angsten wat getemperd.

    ‘Het is een geruststelling dat alles nu is uitgekristalliseerd, en dat we onze klanten kunnen vertellen dat alles gewoon doorgaat,’ zegt Christian Hernandez, voorzitter van de Kamer van Koophandel van Gibraltar.

    Minder zeker is wat er met de grens gaat gebeuren. De grensovergang werd in 1969 op bevel van Franco gesloten en werd pas weer geopend in 1985, toen Spanje zich voorbereidde op toetreding tot de Europese Economische Gemeenschap.

    Enkele uren nadat de resultaten van het Brexit-referendum bekend werden, stelde de toenmalige Spaanse minister van Buitenlandse Zaken, José Manuel García-Margallo, dat Spanje een hard standpunt zou innemen in de Brexit-onderhandelingen. Volgens hem had de uitslag het vooruitzicht om de Spaanse vlag te zien wapperen boven het lang betwiste gebied dichterbij gebracht.

    ‘Wij zullen nooit een soevereiniteitsprijs betalen voor toegang tot een markt,’ reageerde de premier van Gibraltar, Fabian Picardo. ‘Gibraltar zal nooit Spaans zijn, noch in zijn geheel, noch gedeeltelijk.’

    ‘Onze angst is dat Spanje, zodra we niet meer worden beschermd door het EU-recht, gebruik zou kunnen maken van de grens en erg lastig zou kunnen doen’

    Margallo is intussen vertrokken en vervangen door een gewiekstere carrièrediplomaat, Alfonso Dastis. Die heeft uitgesloten dat de grens wordt gesloten. Onlangs zei Dastis dat Spanje hoopte vóór oktober met Groot-Brittannië een bilaterale overeenkomst over Gibraltar te sluiten om een overgangsovereenkomst over de Brexit niet in de weg te staan.

    ‘We willen de besprekingen tussen de Europese Unie en het VK niet gijzelen,’ zei hij tegen Reuters.

    Maar toch blijven mensen zich zorgen maken. ‘Onze angst is dat Spanje, zodra we niet meer worden beschermd door het EU-recht – als EU-burgers vallen we onder het vrij personenverkeer –, gebruik zou kunnen maken van de grens en erg lastig zou kunnen doen,’ aldus Garcia. ‘We weten niet welke mate van doorstroming er zal zijn aan de grens. Wij willen een frictieloze grens, of eentje die zo frictieloos mogelijk is.’

    De regering van Gibraltar hamert erop dat handhaving van de huidige situatie het best zou zijn voor de mensen aan weerszijden van de grens. Garcia wees erop dat dertienduizend mensen – onder wie achtduizend Spanjaarden – dagelijks de grens met Gibraltar passeren om er te werken.

    En, wat nog belangrijker is, al het bouwmateriaal komt uit Spanje. Deze factoren, samen met de uitgave van jaarlijks 500 miljoen euro aan Spaanse goederen en diensten, maken Gibraltar tot de op een na grootste werkgever in het naburige Andalusië, na de regionale overheid.

    Altijd Brits

    Garcia en Picardo hebben bijeenkomsten gehad met Spaanse politici, vakbonden en Kamers van Koophandel om het belang van een zachte grens te benadrukken, evenals van ‘een verstandige, ordelijke en zorgvuldig gemanagede Brexit’.

    Maar als de huidige goede betrekkingen verzuren en als Spanje zijn veto gebruikt om Gibraltar uit te sluiten van een Brexit-deal tussen de EU en het VK, sluit de regering [van Gibraltar] niet uit dat de rechten en privileges van de Spanjaarden en andere EU-burgers die in het gebied wonen en werken worden herroepen.

    Een ‘harde’ grens en een scherpe controle van grensarbeiders zou desastreus zijn voor de Spaanse stad La Línea de la Concepción, die is opgeleefd door de handel met Gibraltar. ‘La Línea is een tafel met maar drie poten,’ zegt Juan José Uceda van de vereniging van Spaanse werknemers in Gibraltar. ‘Twee ervan vormen samen de economie van Gibraltar, met de handel en de banen. Als die afbreken, stort de tafel in elkaar.’

    De grens ‘is altijd mikpunt geweest van de woede van de Spaanse regering over Gibraltar,’ voegt hij eraan toe. ‘In La Línea maken de mensen zich nu zorgen dat de stad weer in het slop zou raken zoals toen Franco de grens sloot. Dan zouden we weer in 1969 zitten en daar is iedereen bang voor. Er is geen ander werk hier, voor niemand, jong of oud.’

    Anderen zijn minder ongerust over de komende maanden en jaren. ‘Als je de grenzen dichtgooit, komen er rellen,’ aldus Alex Park, eigenaar van de Victoria Tavern in de hoofdstraat. ‘Natuurlijk zou één man ervoor kunnen zorgen dat Gibraltar vastloopt, als ze iedere auto gaan controleren. Maar de afgelopen maanden ging het prima.’

    Park geeft toe dat er onzekerheid is – ‘what will be, will be’ – en plaatst vraagtekens bij de toezeggingen van Madrid aan Andalusië: ‘Het is altijd een lastige regio geweest.’
    Maar over één ding is hij kristalhelder: ‘Over onze soevereiniteit wordt niet onderhandeld. We zijn Brits en we zullen altijd Brits blijven. Die vlag zal nooit worden gestreken. We zijn Britser dan de Britten en we zijn echte overlevers.’

    Auteur: Sam Jones
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 146.766

    Onafhankelijk kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten. Online een van de grootste kranten ter wereld.

  • De bloedende wond van Al-Andalus

    De bloedende wond van Al-Andalus

    Dat jihadisten juist Spanje als doelwit kozen, heeft te maken met de geschiedenis 
van het Iberisch Schiereiland. 
De mythe van 
‘Al Andalus’, zoals 
zij Spanje liever noemen, wordt als rechtvaardiging gebruikt bij de verwezenlijking 
van het kalifaat.

    In de ogen van de ideologen van het jihadterrorisme blijft Spanje ‘het verloren Al-Andalus’, een paradijselijk oord dat met geweld is afgepakt van de islam en dat hoe dan ook moet worden terugveroverd. Voorlopig is dat streven nog toekomstmuziek, eerst moet er een aantal andere doelen worden gerealiseerd. Zo moet de moslimwereld worden bevrijd van alle westerse invloed en moet het kalifaat de plaats innemen van de huidige regimes, zodat een effectieve invoering van de sharia is gewaarborgd. Toch zal de enorme omvang van deze eerste opdrachten de noodzaak om de ‘bloedende wond Al-Andalus’ te helen niet verminderen.

    Dat Spanje wordt genoemd is niet toevallig. Militante groeperingen putten uit een oude doctrine met een lange traditie die deze episode uit de geschiedenis aanwijst als de bron van al het kwaad in de door interne verdeeldheid geplaagde islamitische wereld, maar ook als een toetssteen op basis waarvan belangrijke lessen voor de toekomst van de moslimgemeenschap kunnen worden getrokken en wordt voorkomen dat de fouten uit het verleden opnieuw worden gemaakt.

    Verloren land

    De terroristen hebben de ideeën die al een tijd lang leefden bij vooraanstaande radicaal-islamitische intellectuelen op agressieve wijze eigengemaakt en nieuw leven ingeblazen. In zijn eerste publieke videoboodschap na de aanslag van 11 september aarzelde Osama Bin Laden niet om het volgende te zeggen: ‘Dat de hele wereld weet dat wij niet zullen toestaan dat de tragedie van Al-Andalus zich in Palestina herhaalt.’ Waarmee hij twee afzonderlijke gebeurtenissen die maar liefst vijf eeuwen van elkaar zijn gescheiden met elkaar verbond alsof het één enkele tragedie betrof waartegen hij op leven en dood zou strijden.

    Het discours van Islamitische Staat heeft niet alleen het merendeel van de door Al-Qaida uitgewerkte argumenten overgenomen, maar heeft ze ook meer kracht gegeven dankzij hun hyperactieve propagandamachine, die zijn gelijke niet kent in de geschiedenis van het terrorisme. In weerwil van de voortdurende strijd om het leiderschap van de globale jihadbeweging met de groep die nu wordt geleid door de Egyptenaar Ayman al-Zawahiri, blijft Al-Andalus krachtig klinken in het discours van IS. Niet alleen als legitimatie van het nietsontziende geweld waar we in Barcelona en Cambrils getuige van zijn geweest, maar Al-Andalus wordt ook gebruikt als wapen om de aan Al-Qaida gelieerde Noord-Afrikaanse jihadistische groeperingen aan te vallen, die wordt verweten zich niet genoeg in te spannen om de islam te verspreiden op het Iberisch Schiereiland en de rest van Europa, waarbij de Arabische veroveraars uit het verleden als glorieus bewijs van stal worden gehaald.

    De mythe van het verloren land en de territoriale honger naar de Spaanse enclaves Ceuta en Melilla in Noord-Afrika verklaren waarom Spanje onevenredig vaak opduikt in de jihadpropaganda. De extra hoge dreiging in Spanje is structureel en zal niet veranderen, wat er ook binnen of buiten ons land zal gebeuren. De aanhoudende propaganda die op internet wordt verspreid zal tot gevolg hebben dat in de gewelddadige fantasieën van de huidige en toekomstige extremisten de woorden zullen blijven weerklinken van allen die op enig moment de mythe van Al-Andalus hebben gebruikt ter rechtvaardiging van hun doel en van de dood van eenieder die verzet biedt bij de verwezenlijking van het kalifaat, het nieuwe ideaal. Het doet er weinig toe dat de jihadistische protostaat die IS de laatste jaren heeft proberen op te bouwen uiteen aan het vallen is: het erfgoed waaraan IS ten koste van alles wil vasthouden is virtueel van aard.

    De video’s die een utopisch leven tonen in het nieuwe kalifaat dat in Syrië en Irak van de grond begon te komen, zullen worden gebruikt om de toekomstige generaties extremisten op te roepen tot wraak tegen de landen die, zoals Spanje, actief bijdroegen aan de mislukking van het nieuwe kalifaat. Ons land zal de komende decennia extra worden bedreigd vanwege twee onwrikbare argumenten: dat Spanje in het verleden het middeleeuwse kalifaat zijn kostbaarste deel heeft afgepakt, en dat het in het heden de realisering van de nieuwe jihadistische droom in de kiem heeft gesmoord.

    Auteur: Manuel R. Torres

    Manuel Torres is politicoloog. Hij geeft les aan de Universiteit van Sevilla en schreef onder andere: El eco del terror, over ideologie en propaganda in jihadterrorisme.

    Beeld: © De overgave van Granada. Francisco Pradilla, 1882. Granada is door de Reyes Catolicos in 1492 heroverd op de Moren

    El País
    Spanje | dagblad | oplage 397.000

    Zes maanden na de dood van Franco opgericht. Prachtige tabloidkrant met exquise journalisten en bijdragen van grote Spaanse schrijvers.

  • Opgroeien of kind blijven

    Opgroeien of kind blijven

    Het huwelijk tussen Spanje en Catalonië staat al lange tijd op springen. Maar de scheiding wordt slechts door één partner geëntameerd. Een verklaring.

    Getroffen door de tederheid waarmee de taxichauffeur over zijn vrouw sprak, vroeg ik hem hoe lang ze al samen waren. Twintig jaar, zei hij, en we houden elk jaar een beetje meer van elkaar.

    ‘Wat is het geheim?’ vroeg ik door, wachtend op een handjevol kant-en-klare recepten waarmee auteurs van zelfhulpboeken hun zakken vullen.

    ‘Dat weet ik niet.’ Hij moest stoppen vanwege het verkeer op El Paseo de la Castellana in Madrid. ‘Geen flauw idee, daar heb ik nooit over nagedacht. Mijn vrouw en ik spreken niet over dat soort dingen. We zijn gelukkig, dat is alles wat ik weet.’

    Toen hij weer kon optrekken, probeerde hij, schijnbaar voor het eerst in zijn leven, de belangrijkste feiten in zijn liefdesleven te doorgronden. Hij was eerder getrouwd geweest, zijn vrouw was eerder getrouwd geweest en had twee kinderen uit haar eerste huwelijk. Beide huwelijken bleken een verschrikking. Wat ging er met die anderen niet goed dat nu wel goed ging? Ook dat wist hij niet. Op de radio hadden ze het over Catalonië en Spanje, of ze wel voor elkaar gemaakt waren. Dat er iets niet helemaal lekker zat, dat Catalonië zich niet happy voelde bij Spanje en Spanje evenmin een goede band met Catalonië had weten op te bouwen, was wel gebleken bij de jongste regionale verkiezingen in Catalonië. Die lieten een vijandigheid jegens Spanje zien die echter niet zo sterk was als werd gehoopt door die vreemde coalitie van eeuwig regerend rechts en republikeins links in Catalonië, die meer werd verenigd door een gemeenschappelijk gevoel dan door een programma.

    De vraag “Hoe gaat het?” beantwoorden ze doorgaans met een nieuw rondje bier

    ‘Voor elkaar gemaakt zijn’, de romantische woorden bleven door mijn hoofd spoken. Dat was het, bedacht ik, wat de taxichauffeur niet kon uitleggen over zijn leven en zijn huwelijk. Tegen alle voorspellingen in en zonder goed te weten waarom waren zijn vrouw en hij voor elkaar gemaakt. Zij was deel van zijn leven, hij van dat van haar en toch waren ze twee verschillende personen.

    Het is iets waar ik me al jarenlang over verbaas, maar dat de laatste tijd met de Catalaanse kwestie meer opvalt. Wanneer ze het over hun huwelijk, hun avontuurtjes, hun kinderen hebben gebruiken Spanjaarden realistische termen. Ze prefereren feiten boven beweringen en schamen zich om met min of meer redelijke argumenten uit te leggen of ze iets of iemand liefhebben of haten. De vraag ‘Hoe gaat het?’ beantwoorden ze doorgaans met een nieuw rondje bier.

    Het beste van de Spaanse literatuur is het ontwapenende realisme waarmee gevoelens altijd in verband worden gebracht. Weergaloos plastisch legt Miguel de Cervantes uit hoe de hersenen van Alonso Quijano (Don Quichot) opdroogden door het weinige slapen en het vele lezen. Geen woord over zijn jeugd, een trauma of een oedipuscomplex. Je zou verwachten dat dit plastisch en aards realisme zich probleemloos in wetten en regeringen zou weerspiegelen. Maar in die domeinen manifesteert de vloedgolf aan gevoelens en wrok zich in volle glorie.

    Turó de la Rovira, beter bekend als ‘Bunkers del Carmel’, dateert uit de Spaanse Burgeroorlog en werd gebruikt als luchtafweergeschut. Nu biedt de plek een van de mooiste panaromas over de stad Barcelona.
    Turó de la Rovira, beter bekend als ‘Bunkers del Carmel’, dateert uit de Spaanse Burgeroorlog en werd gebruikt als luchtafweergeschut. Nu biedt de plek een van de mooiste panaromas over de stad Barcelona.

    Spanje bestaat al vijfhonderd jaar, maar dat wordt niet zo ervaren – juist omdat het een onomstotelijk feit is. Dat Barcelona niet op Madrid lijkt is waar. Maar dat Barcelona, met het voortdurende geratel van de rolkoffers in het kielzog van de toeristen en het onvruchtbare intellectuele debat, niet op Barcelona lijkt, is wellicht de beste verklaring voor de Catalaanse onafhankelijkheidskoorts. Het Catalaanse en Baskische nationalisme ontstond eind negentiende eeuw uit de angst van de gebieden om overspoeld te worden door goedkope arbeidsimmigratie uit het zuiden van Spanje – die overigens wel de economie uit het slop haalde. De euro, de toeristen, de hogesnelheidstrein, ze roepen bij menig Catalaan de vraag op: Wat is er over van de wereld waarvoor ik ben grootgebracht? Het stierenvechten afschaffen om modern te zijn is ook een manier om af te rekenen met je eigen tradities, die toch al waren gesloopt door vijfentwintig jaar voorspoed en vergetelheid, door non-stop infantilisering en luxe, wat uitmondde in de regeringsperiode van José Luis Rodríguez Zapatero, wiens regeringsprogramma veel weghad van de brieven die kinderen schrijven aan de secretaris-generaal van de Verenigde Naties.

    De gedachte dat zowel de Europese Unie als Spanjes regionale deelstaten het gevolg zijn van vrijwillige gesloten pacten wil slecht postvatten in de hoofden van veel Spaanse politici. In zekere zin hebben ze gelijk. Toen Spanje vijfentwintig jaar geleden Franco achter zich liet, de castrerende vader, was het nog een kind. Vijftien jaar geleden was het nog steeds een kind. Wat je er verder ook allemaal over kan zeggen, de crisis in 2008 leerde dat ouders ook kinderen zijn, want de enige verantwoordelijken waren de politici zelf. Zij moesten opdraaien voor de rekening van het autonomiebeleid.

    Dit is de definitie waarmee psychiaters volwassenheid omschrijven: het moment waarop je inziet dat ouders net zo kunnen falen als jij, en misschien nog een graadje erger. Hoe onredelijk de driftbuien en woedeaanvallen waarmee een nieuwe leeftijdsfase gepaard gaat ook zijn, er zit iets redelijks in dat achterlijke nationalisme van de Catalanen. Het puberlijf zoekt wanhopig naar een plek waar zijn lijf, dat tot zijn eigen, grote verbazing van hemzelf is, in past. Hij kan de verandering accepteren, of zijn slaapkamerdeur sluiten en kind blijven.

    Auteur: Rafael Gumucio
    Vertaler: Henriëtte Arons

    Rafael Gumucio is een Chileense schrijver en komiek. Hij resideert in Spanje.

    Letras Libres
    Spanje/Mexico | maandblad | oplage 30.000

    Opvolger van Vuelta, het beroemde blad van Octavio Paz. In de grote traditie van literaire tijdschriften in Latijns-Amerika. Verschijnt in een Mexicaanse en een Spaanse editie.

  • Moet het stierengevecht overal verboden worden?

    Moet het stierengevecht overal verboden worden?

    In Valencia lieten onlangs duizenden voorstanders van het stierengevecht hun stem weer eens horen. Twee gerenommeerde Spaanse schrijvers verschillen van mening over het omstreden onderwerp.

    JA

    Een flink aantal intellectuelen, onder wie personen die ik hoog heb zitten, heeft verschillende manifesten vóór het stierenvechten ondertekend. De krant El Mundo interviewde de ‘eminente Franse filosoof Francis Wolff’, die ook voorstander is.

    Van Wolff heb ik nooit een letter gelezen, geen idee of hij werkelijk eminent is. Maar ook al was hij de intelligentste mens op aarde, dan kan hij er toch domme ideeën op nahouden, want culturele tradities maken ons blind. De o zo grote Kant zei bijvoorbeeld dat ‘hard studeren en diep nadenken funest zijn voor het typisch vrouwelijke’; een fraai staaltje onnozelheid, ingegeven door het machismo van zijn tijd.

    Terug naar het stierenvechten. Filosoof Ortega y Gasset protesteerde in 1928 tegen een wet die een buikpantser voor het paard van de picador verplicht stelde. Voordien reten stieren op één dag de buiken van wel zes paarden open. De arme dieren vertrapten hun eigen ingewanden die, zo schrijft de Spaanse schrijver Valle-Inclán, terug in de dieren werden gepropt, waarna men de paarden zonder verdoving dichtnaaide en terugstuurde naar de arena. En toch beweerde Ortega verontwaardigd dat er anders niets aan was. En hij gold in zijn tijd als een wijs man.

    Dat is volwassen worden: de fijngevoeligheid ontwikkelen die bij beschaving hoort

    Vandaag de dag zou de hele arena bij zoiets overgeven; gelukkig zijn we een dergelijke mate van wreedheid ontstegen. Ik ben de dochter van een stierenvechter, ik weet dat de dingen niet zo simpel zijn als ze lijken. Net als zoveel andere stierenvechters was mijn vader gek op dieren, en ik hield erg van stierenvechten, tot ik over mijn culturele blindheid heen groeide en me bewust werd van de slachtingen die werden aangericht.

    Dat is volwassen worden: de fijngevoeligheid ontwikkelen die bij beschaving hoort. Ik eis niet dat het stierenvechten verboden wordt. Ik zeg alleen: kijk eens goed wat er aan de hand is. Dat is wat de mensen trouwens ook doen. In 1978 was in Spanje 45 procent liefhebber. In 2008 was dat slechts 28 procent, en onder de jongeren nog maar 19 procent. Dit is een aflopende zaak. En daarom worden er manifesten vóór het stierenvechten ondertekend.

    Auteur: Rosa Montero

    Rosa Montero (1951) is een gerennomeerde Spaanse schrijver. Ze studeerde psychologie en journalistiek en publiceerde talloze romans en is sinds lange tijd commentator voor El País.

    rosamontero

    NEE

    Het stemt moedeloos te merken hoezeer de dictatoriale geest van het franquisme voortleeft in onze samenleving en in onze demagogische politici. Iedereen heeft de mond vol van vrijheid van meningsuiting, maar bijna niemand kan ertegen dat hij wordt tegengesproken, laat staan – en dat is nog erger – dat iets wat hij afkeurt bestaansrecht heeft.

    Laat ik vooropstellen dat ik geen liefhebber ben van stierenvechten en dat je de keren dat ik naar een stierengevecht ben geweest op de vingers van één hand kunt tellen, en dan zouden er nog een of twee vingers overblijven. Zou het stierenvechten overal verboden worden, dan zou dat van generlei invloed zijn op mijn leven en mijn gewoontes; daarbij heb ik geen enkel persoonlijk of professioneel belang bij het voortbestaan ervan. Ik heb er ook niets op tegen.

    Het is absoluut niet mijn bedoeling om het te hebben over ‘traditie en cultuur’ of over ‘het nationale feest’, zoals het stierenvechten in Spanje wordt genoemd; ik ben allergisch voor dat soort chauvinistische argumenten. Maar er worden twee dingen door elkaar gehaald: enerzijds de stompzinnigheid en welbewuste kortzichtigheid van de nationalisten, aan de andere kant de extreme lichtzinnigheid van de zogenaamde ‘dierenactivisten’ en de milieuactivisten.

    Wat de tweede groep betreft: de filosoof Gómez Pin stelde onlangs vast dat volgens milieubeschermers, economen, veehouders en dierenartsen ‘het behoud van nogal wat dehesas [natuurparken in de ware zin van het woord, waar een door mensen gefokt dier in natuurlijke omstandigheden kan leven] zonder het bestaan van het stierengevecht niet mogelijk zou zijn’. Waren er geen stierenfokkerijen, dan zouden die dehesas allang afzichtelijke buitenwijken zijn geworden, van het type waar de milieuactivisten zo tegen strijden.

    Wie het stierenvechten wil afschaffen, draagt onbewust mee aan het uitsterven van een diersoort

    De dierenactivisten zijn, vrees ik, de ergste vijand en de grootste bedreiging van de vechtstier. Waarom bestaat dit dier dan nog steeds?

    Alleen omdat er stierengevechten en andere stierenspektakels in ons land bestaan, worden ze gefokt en goed verzorgd. Komen ze soms voor in Duitsland, Italië, Engeland of Rusland, de paar exemplaren die als fokstieren worden gebruikt daargelaten? De stier zou niet zelf kunnen overleven. Het is geen dier dat los kan lopen zonder een groot gevaar te zijn voor de bevolking; en hij kan ook niet volledig voor zichzelf zorgen. Als het stierenvechten zou worden afgeschaft en er zouden geen stierenfokkerijen meer zijn, wie zou dan naar de dieren omkijken, ze voederen, verzorgen en in de gaten houden? Die ‘dierenactivisten’? Geen denken aan. De overheid? Ik kan me niet voorstellen dat de overheid zo’n kostbare en improductieve taak op zich zou nemen; en deed ze dat wel, dan zouden de tegenstanders van het stierenvechten protesteren tegen de nutteloze uitgaven waarvoor de belastingbetaler moet opdraaien.

    Samenvattend: wie het stierenvechten wil afschaffen, draagt onbewust mee aan het uitsterven van een diersoort. Er zouden hoogstens een paar fokstiertjes overblijven, en ik durf er bijna gif op in te nemen dat het overgrote deel van de mannetjes bij hun geboorte wordt afgemaakt. In plaats van in de arena – na een vol en vrij leven van meer dan vier jaar – zou dit in het geheim gebeuren, meteen nadat ze ter wereld komen. Als de tegenstanders van het stierenvechten daardoor niet in gewetensnood komen, dan mogen ze me uitleggen waarom niet. Want als we ervan uitgaan dat de voorstanders van het stierenvechten dierenbeulen zijn, dan zijn de tegenstanders dierenuitroeiers. En eerlijk gezegd, als ik moest kiezen was ik voor de dierenbeulen, die tenminste tijdens een gevecht de vechtstier doden nadat hij heeft geleefd. De dierenuitroeiers zouden de vechtstier niet eens laten leven of voortbestaan.

    Auteur: Javier Marías

    Javier Marías (1951) is de belangrijkste Spaanse schrijver van zijn generatie. Hij won ontelbare literaire prijzen en wordt alom gezien als kandidaat voor de Nobelprijs voor de Literatuur.

    javiermarias

    Vertaler: Henriëtte Aronds

    El País
    Spanje | dagblad | oplage 397.000

    Zes maanden na de dood van Franco opgericht. Prachtige tabloidkrant met exquise journalisten en bijdragen van grote Spaanse schrijvers.

  • 4. Projectontwikkelaars buitenspel

    4. Projectontwikkelaars buitenspel

    De initiatiefnemers van een nieuw coöperatief woonproject in Madrid hopen zich te wapenen tegen speculanten.

    Het wordt een appartementencomplex waar bewoners in 
de lift niet alleen een praatje maken over het weer, of wat zout of een kurkentrekker bij elkaar komen lenen. Een appartementencomplex waar iedereen verantwoordelijkheid draagt voor de gemeenschappelijke ruimtes en waar beslissingen met zijn allen worden genomen. Een appartementencomplex met een moestuin, een speelzaal voor kinderen en een bibliotheek. Dat is wat de coöperatie Entre Patios in Madrid in de Calle Milagros wil bouwen. De twintig toekomstige bewoners van de wooneenheden (vrijgezellen en stellen, soms met kleine kinderen, in leeftijd variërend van dertig tot zestig jaar) zoeken nog vijf belangstellenden voor de resterende wooneenheden om de utopie werkelijkheid te laten worden.

    Je kunt je appartement niet verkopen, want het is niet je eigendom

    Waar in de traditionele woningbouw de projectontwikkelaar het voor het zeggen heeft – er wordt gebouwd en vervolgens naar kopers gezocht – beslist nu een aantal personen allereerst ‘waar ze willen wonen, welke woonvorm ze kiezen, hoe ze het project gaan financieren (in dit geval is dat met de Triodos Bank) en welke bestemming de gemeenschappelijke ruimtes krijgen,’ zegt Leo Bensadón van Lógica Éco, een consultancybedrijf voor duurzaam ondernemen dat Entre Patios begeleidt bij de ontwikkeling en het aan de man brengen van het project.

    Schets van Entre Patios.
    Schets van Entre Patios.

    De juridische vorm is een mengeling van kopen en huren. Bij ‘traditionele’ coöperaties verwatert de samenwerking als het gebouw er eenmaal staat. Hier blijft de coöperatie altijd eigenaar van het appartementencomplex. De leden zijn allemaal actief betrokken bij de coöperatie en hebben daarnaast recht op het gebruik van de gemeenschappelijke ruimtes zoals een washok of een grote eetzaal die ze kunnen reserveren voor feesten en partijen. ‘Je kunt je 
appartement niet verkopen, want het is niet je eigendom. Als je vertrekt, besluit de coöperatie volgens criteria die door de meerderheid zijn vastgesteld wie de volgende bewoners worden. Zo blijft het gemeenschappelijke project voortbestaan en werk je speculatie niet in de hand,’ vat Bensadón samen.

    De praktijk

    Hoe vertaal je dit naar de praktijk? Is de aankoop van de bouwgrond eenmaal geformaliseerd, dan legt elk lid een bedrag in van ongeveer 45.000 euro. Vervolgens betaal je maandelijks rond de 650 euro voor een appartement van tussen de 70 en 75 vierkante meter. 
In de statuten van Entre Patios is de bepaling opgenomen dat niemand 
de coöperatie de eerste vijf jaar mag verlaten. Is die termijn eenmaal verstreken en besluit een van de leden te vertrekken, dan krijgt hij of zij het ingelegde geld terug. Overlijdt hij of zij, dan vervalt het recht op gebruik aan de erfgenamen. Deze woonvorm, die in Spanje nauwelijks bekend is, bestaat al meer dan vijftig jaar in Noorwegen, Duitsland en Denemarken, waar meer dan 10 procent van de woningbouw op deze manier tot stand komt.

    In Spanje lopen intussen meer dan honderd van dit soort bouwprojecten. Het aantal wooneenheden schommelt 
bijna overal tussen de acht en de vijfentwintig. Op één uitzondering na: de coöperaties voor ouderen. Veel ouderen die hun kinderen niet tot last willen zijn en bedanken voor een bejaardenhuis, hebben zelf initiatieven ontwikkeld. Een voorbeeld is El Centro Trabensón, in een berggebied rondom Madrid, of de nog maar enkele maanden oude Cooperativa Convivir, in Horcajo de Santiago (Cuenca).


    Nacho García, lid van het eerste uur en oprichter van het Instituto Internacional Acción No Violenta [Internationaal Instituut voor Geweldloze Actie], licht de verschillende fasen van een project toe. ‘Eerst had je de beginfase, waarin alles nog een droom was en we ons probeerden voor te stellen hoe we deze droom werkelijkheid konden laten worden. We organiseerden workshops over architectuur, economie en vloeren leggen. Toen kwam de overlegfase en het samenstellen van werkgroepen.’ Een daarvan is de werkgroep werving, die belangstellenden probeert te overtuigen door ze te laten zien dat ze deel gaan uitmaken van iets wat het individu overstijgt. Een aanpak die zich bijvoorbeeld vertaalt in een solidariteitsfonds, waarop je een aantal maanden een beroep kunt doen als je werkeloos wordt.

    Auteur: María Crespo
    Vertaler: Henriëtte Aronds

    Beeld bovenaan: © Hajo

    El Mundo
    Spanje, dagblad, oplage 266.290
    Opgericht in 1989 met de missie serieuze onderzoeks- journalistiek te bedrijven, maar slaat soms door naar de sensationele kant. Kiest geen duidelijk standpunt in het
    politieke spectrum, wat soms verrassende inzichten oplevert.

  • Met dreadlocks in het parlement, mag dat?

    Met dreadlocks in het parlement, mag dat?

    De een in sweatshirt, een ander met een baby op de arm, een derde met dreadlocks: de afgevaardigden van het links-radicale Podemos maakten medio januari op opvallende wijze hun entree in het Spaanse parlement. Moet dit allemaal zomaar kunnen?

    JA

    De deuren van het Lagerhuis gingen open en de barbaren dromden naar binnen. Mannen zonder das, met wilde bossen haar, vrouwen zonder mantelpakje, zonder parelketting, en zelfs iemand met een baby. ‘Wat krijgen we nou?’ dachten de conservatieven van de Partido Popular, aan hun stoelen genageld, ‘een volksvertegenwoordiger met dreadlocks?’ Inderdaad, die was er. Zelfs premier Mariano Rajoy trok een zuinig gezicht. De afgevaardigden van Podemos hingen hun jassen over de rugleuning van hun stoelen, waardoor de vergaderzaal meer de sfeer van een collegezaal kreeg.

    Het is jammer dat de media deze opening van het parlementaire jaar een belediging van de goede democratische gewoonten vonden. De grote schare opiniemakers – voor informatie is in de kranten steeds minder plaats – gaf met geringschattende termen blijk van een flink superioriteitsgevoel en van angst voor de nabije toekomst. Lieve hemel, wat afschuwelijk, sommige afgevaardigden waren zelfs op de fiets naar het parlement gekomen.

    Democratische instituties zouden ons niet aan een circus moeten doen denken, maar ze moeten evenmin associaties opwekken met een begraafplaats. Welnu, ons parlement is al lang een begraafplaats geworden. Van alle voorbeelden die er te geven zijn, is er één echt frappant: in 2013 oordeelde het Europese Hof voor de Rechten van de Mens dat onze hypotheekwet onrechtvaardig was en huizenkopers geen bescherming bood. Het schandaligst was nog wel dat Spanje een Europese richtlijn had genegeerd die al twintig jaar eerder was aangenomen. Al die jaren hebben de elkaar opvolgende parlementen niet de tijd gehad om de Spaanse wetten aan te passen aan de richtlijn, of zo’n aanpassing van de regering te eisen. Ze hadden het te druk met respectabel zijn in hun keurige pakken.

    Democratische instituties zouden ons niet aan een circus moeten doen denken, maar ze moeten evenmin associaties opwekken met een begraafplaats

    Omdat Spanje in de fout in bleef gaan met een wetswijziging die de banken nog steeds meer bescherming bood dan de huizenkopers, riep Straatsburg de staat opnieuw tot de orde. Al die tijd hebben de afgevaardigden elke verantwoordelijkheid afgewezen. Zoals op zoveel andere terreinen is de wetgever ook hier de handige loopjongen van de uitvoerende macht geworden. Regeringen zijn nooit bang geweest voor het Lagerhuis (om nog maar te zwijgen van de Senaat), dat in Spanje even passief heeft gefunctioneerd als in talloze presidentiële regimes.

    Maar als we moeten kiezen is een circus eigenlijk toch beter dan een begraafplaats. Al die zombies, die afgevaardigden die er twintig jaar over doen om een onrechtvaardige wet te herzien – en dat dan uiteindelijk alleen nog maar doen omdat een Europese rechterlijke instantie hun dat opdraagt.

    Auteur: Iñigo Sáenz de Ugarte
    Vertaler:

    El Diario
    Spanje | eldiario.es
    Digitaal dagblad met politiek en economisch nieuws, achtergronden en opinie. Oprichter is politiek commentator Ignacio Escolar, voorheen verbonden aan de eveneens Madrileense krant Publico, die zich specifiek op jongeren richt. Onafhankelijk en progressief.

    Spaanse koning Felipe VI, links, schudt de hand van Podemos-leider Pablo Iglesias. – © AP
    Spaanse koning Felipe VI, links, schudt de hand van Podemos-leider Pablo Iglesias. – © AP

    NEE

    Het parlement is aan zijn zittingstermijn begonnen met de verkiezing van de socialist Patxi López tot voorzitter. Het is voor het eerst dat de parlementsvoorzitter niet van dezelfde politieke kleur is als de meerderheid van de volksvertegenwoordiging, een gezonde zaak die de politieke pluraliteit ten goede komt. Maar dat unicum werd overschaduwd door de bijna belachelijk te noemen vertoning van Podemos bij zijn aantreden in het parlement.

    Eerst richtte leider Pablo Iglesias zijn pijlen op ‘de drie van de bunker’ – een ongelukkig gekozen verwijzing naar het einde van de Francotijd – en daarna kwam hij op de radio met een ongekend harde aanval op Pedro Sánchez en Alberto Rivera [leiders van de socialisten resp. de eveneens nieuwe partij Ciudadanos]. Vervolgens beklaagde hij zich bitter over zijn mislukte poging om vier groepen parlementariërs te vormen om zo tegemoet te komen aan de eisen van zijn bondgenoten in Catalonië, Valencia en Galicië.

    Podemos heeft die woede als alibi gebruikt om een zorgvuldig georkestreerde show op te voeren aan de Carrera de San Jerónimo. Een aantal parlementsleden arriveerde op de fiets en er kwam een fanfare spelen. En dan hebben we het nog niet over Pablo Iglesias zelf, die wild gebarend de eed aflegde, daarmee bewijzend dat hij het parlement verwart met een televisieshow en democratische vernieuwing met een tweederangs operette. Maar het hoogtepunt van de voorstelling was wel de afgevaardigde Carolina Bescansa, die met haar baby arriveerde. Volgens Podemos staat deze nooit eerder vertoonde situatie symbool voor het gebrek aan mogelijkheden voor vrouwen om werk en gezin te combineren.

    Podemos moet de gewoonten van het parlementaire stelsel accepteren, en intussen zou de prioriteit voor alle partijen moeten liggen bij het hervormen van het parlement, uit naam van een gezonde democratie

    In feite is deze manoeuvre om de politiek tot iets alledaags te maken pure demagogie. Niet alleen omdat het parlement een kinderopvang heeft, maar vooral omdat wanneer je mannen en vrouwen in staat wilt stellen om een werkzaam leven te combineren met een gezinsleven, je dat efficiënt moet aanpakken – en niet alleen met flauwekulacties moet komen om de voorpagina van de kranten te halen.

    Podemos moet de gewoonten van het parlementaire stelsel accepteren, en intussen zou de prioriteit voor alle partijen moeten liggen bij het hervormen van het parlement, uit naam van een gezonde democratie. Zowel de rechtse als de linkse regeringen hebben de wetgevende macht omgevormd tot een simpel verlengstuk van de uitvoerende macht, waardoor het parlementaire werk volledig is uitgehold, met als dieptepunt het excessieve absolutisme van Mariano Rajoy.

    In een land waarin de mensen geen of heel weinig vertrouwen meer in de politiek hebben, is het democratisch gezien dringend noodzakelijk om de autonomie van het parlement te herstellen. Het parlement moet wetten maken en zijn plaats heroveren in het centrum van het politieke debat. Maar daar schittert het nu door afwezigheid.

    Vertaler: Tess Visser

    El Mundo
    Spanje, dagblad, oplage 266.290
    Opgericht in 1989 met de missie serieuze onderzoeks- journalistiek te bedrijven, maar slaat soms door naar de sensationele kant. Kiest geen duidelijk standpunt in het
    politieke spectrum, wat soms verrassende inzichten oplevert.

  • Microinformatie, microkreten, micropolitiek

    Microinformatie, microkreten, micropolitiek

    De Spaanse schijver Jordi Soler vergelijkt de communicatie van politici in zijn land met de tuinmetaforen van meneer Chance in Jerzy Kosinski’s Being There: een verzameling oneliners die overal en eindeloos kunnen worden herhaald.

    In zijn roman Being There (1970) vertelt Jerzy Kosinski het verhaal van een man die buiten de samenleving opgroeide. Van jongs af aan woont hij met een rijke man en diens personeel in een huis waar hij nooit een voet buiten de deur zet. Straatgeluiden en wat hij toevallig op tv ziet geven hem een vermoeden van de wereld aan de andere kant van de tuinmuur. Omdat hij als tuinman werkt, weet hij alles van de verschillende groeistadia van bomen, van bloemen, struiken en de wereld die zij vormen. Geen wonder dus dat hij alleen tuintaal spreekt.

    Op een dag moet Chance het huis en de tuin verlaten, de enige werkelijkheid die hij kent. Dankzij Kosinski’s verhaalkunst vindt hij een nieuw onderkomen bij een erg invloedrijke man, een vriend van de president van de Verenigde Staten, die verbijsterd is door de manier waarop Chance zich uitdrukt. Hij spreekt uitsluitend in tuintermen.

    Metaforen

    Het personage praat zo omdat hij geen andere werkelijkheid kent, maar de mensen horen in zijn taalgebruik lumineuze allegorieën en wijze metaforen. Zo is de president vol bewondering als Chance hem vertelt hoe hij denkt over de economische crisis die de Verenigde Staten doormaakt: ‘Elke tuin maakt een bloeiperiode door. Je hebt het voorjaar en de zomer, maar ook de herfst en de winter, daarna komen het voorjaar en de zomer weer. Zolang je de wortels niet doorsnijdt is alles goed en zal alles goed blijven.’

    Zijn metaforische taal – die dat in feite niet is – maakt van Chance een gewilde adviseur met een briljante toekomst in de Amerikaanse politiek. [Hieronder is een fragment te bekijken. De hele film bekijkt u hier.]

    Meneer Chance is zo’n romanpersonage dat je de werkelijkheid vanuit een ander perspectief laat zien: zijn tuinmetaforen vormen een zeer klein, maar effectief arsenaal aan ideeën, te vergelijken met wat de Spaanse politici onlangs tijdens de verkiezingscampagne hebben laten horen. Wat een politicus in de eenentwintigste eeuw te zeggen heeft bestaat welbeschouwd uit niet meer dan een verzameling oneliners die dienst kunnen doen als krantenkoppen en eindeloos kunnen worden herhaald op de radio, op televisie en, vooral, op de sociale media; in Spanje zijn bijna 24 miljoen mensen online.


    Zoals kranten tegenwoordig geen eenheid meer zijn maar een samenraapsel van duizenden nieuwsberichten, zoals platen zijn verworden tot een kakofonie van losse nummers en speelfilms in stukken worden gehakt om er televisieseries van te maken, zo moet wat de politicus te zeggen heeft verpakt worden in een handzaam setje korte, welluidende oneliners die pakkend, licht en gestroomlijnd zijn zodat ze probleemloos door cyberspace kunnen vliegen. De lange toespraken van Fidel Castro voor een stadion vol bekeerlingen waar hij acht à tien uur lang aan een stuk door oreerde – zonder ook maar een slok water te drinken en dus zonder te plassen – behoren tot de twintigste eeuw.

    Als Twitter mijn enige informatiebron was geweest had ik gezworen dat Podemos de verkiezingen zou gaan winnen

    Maar wat is de houdbaarheidsdatum van een politicus die in een sporthal een uur lang de longen uit zijn lijf staat te schreeuwen in een wereld waarin we zonder dat we uit onze stoel hoeven te komen een piano kunnen kopen, nieuwe vrienden kunnen maken of (virtuele) seks kunnen hebben? De dag van de verkiezingen volgde ik Mariano Rajoy, Pedro Sánchez, Pablo Iglesias en Albert Rivera op Twitter. Als Twitter mijn enige informatiebron was geweest had ik gezworen dat Podemos de verkiezingen zou gaan winnen. 
De verspreiding van microinformatie, van microkreten, de uitputtende manier waarop deze partij micropolitiek bedrijft, de hyperactiviteit op de sociale media; dat is zonder enige twijfel de basis van hun succes.


    Het is uiteraard een mondiaal fenomeen. Overal op de wereld maken politici gebruik van de sociale media om permanent in contact te staan met hun volgers, om hen vierentwintig uur per dag te bestoken met een klein repertoire oneliners. Het is een wereld van verschil met hoe het een volgeling van een politicus in de vorige eeuw verging: zodra de bijeenkomst was afgelopen, hoorde hij niets meer van de kandidaat.

    Micropolitiek, dat handjevol oneliners van een verkiesbare politicus dat eindeloos rondzingt op de sociale media, heeft in Spanje een pervers trekje. In een land waar men niet gewend is om te debatteren, om rustig ideeën en opvattingen met elkaar te bespreken, waar iedereen maar dan ook iedereen zijn mening luidkeels en ongenuanceerd opdringt – of dit nu in het parlement is, in praatprogramma’s op tv of aan de bar in het café –, heeft micropolitiek veel meer gewicht dan in landen waar de kiezer de mogelijkheid heeft om dankzij een ruim aanbod aan debatten kennis te nemen van de ideeën, de stijl, de taal, de cultuur en het reactievermogen van een politicus met regeerambities die op zijn falie krijgt.

    Van een openbaar debat tussen kandidaten word je in Spanje niet veel wijzer en in de sporthallen vind je tegenwoordig alleen nog maar mensen die in staat zijn om in levenden lijve urenlang 
hysterische politieke retoriek aan te horen. De overgrote meerderheid – een meerderheid die almaar toeneemt omdat een nieuwe generatie kiezers zich aandient – moet het doen met dat half dozijn algemeenheden online die met elkaar het versimpelde, tot hapklare brokken teruggebrachte verkiezingsprogramma vormen. Zes stellige uitspraken, die de kandidaat persoonlijk naar de accounts van zijn volgers stuurt, moeten het voor de rest vaak vage 
verkiezingsprogramma maskeren.

    In een onbewaakt ogenblik

    Terug naar de roman van Jerzy Kosinski. Had meneer Chance niet in de jaren zestig van de vorige eeuw maar in onze tijd triomfen gevierd, dan had hij ongetwijfeld zijn kleine ideeënarsenaal op Twitter en Facebook rondgestrooid. Zijn tuinmetaforen hadden hem duizenden volgers opgeleverd. Met zijn populariteit op de sociale media en zijn aanzien zou hij, zonder verdere inhoud, een verkiezingscampagne hebben kunnen voeren en, in een onbewaakt ogenblik, de verkiezingen hebben gewonnen.

    Halverwege de roman merkt een vrouw het volgende op over meneer Chance: ‘Hij is geen huichelachtige idealist en geen routineuze technocraat.’ Oftewel, hij wentelt zich in een prettige politieke middelmatigheid en is kort van stof: aan die handvol ambigue metaforen kan hij zich geen buil vallen. Daar gaan de verkiezingscampagnes naartoe. De kandidaten hoeven niet langer in sporthallen de longen uit hun lijf te schreeuwen. Ze zijn alleen te zien in een gecontroleerde setting, in radio- en televisiestudio’s, in lange portretten in de pers terwijl hun spindokters op de sociale media vierentwintig uur per dag hun zeer kleine, maar effectieve repertoire aan ideeën herhalen. Micropolitiek baart micropolitici.

    Auteur: Jordi Soler
    Vertaler: Henriëtte Aronds

    Jordi Soler (1963) is auteur van twee dichtbundels en tien romans. Hij is een van de belangrijkste literaire stemmen van zijn generatie.

    Beeld bovenaan: Filmstill uit Being There.

    El País
    Spanje | oplage 397.000
    Zes maanden na de dood van Franco opgericht. Prachtige tabloidkrant met exquise journalisten en bijdragen van grote Spaanse schrijvers.

  • Deze verkiezingen zouden anders zijn

    Deze verkiezingen zouden anders zijn

    De uitslag van de Spaanse verkiezingen bevestigt de complexe situatie waarin de politiek zich bevindt. Een met alleen maar ijdele winnaars die zich een mandaat toe-eigenen, volgens schrijver Javier Marías.

    Ik schrijf dit nog geen week na de verkiezingen in Spanje van 20 december, en weet daarom niet hoe de zaken ervoor staan wanneer deze column wordt gelezen. Of er is meer duidelijkheid en de partijen zijn er min of meer uit wie er mag gaan regeren, of we kunnen over een paar maanden een oproep verwachten om opnieuw naar de stembus te gaan. Zo kort na de verkiezingen bespeur ik echter al een fenomeen waar ik niet van opkijk, maar dat ik wel zorgelijk vind: veel mensen hebben een beetje of een heleboel spijt van de stem die ze na veel wikken en wegen hebben uitgebracht. Verwacht had ik dat wel, en wel hierom: volgens de peilingen waren er vlak voor 20 december zo’n 40 procent zwevende kiezers, en velen maakten de ene week een keuze om daar de volgende week weer op terug te komen. Vreemd is het niet dat je, nadat je hebt gestemd omdat dat nu eenmaal moet op die ene dag, blijft twijfelen, van mening verandert en het betreurt dat je uiteindelijk dan toch maar het stembiljet hebt ingevuld. Ik reken mezelf tot de halve spijtoptanten, al weet ik niet op wie ik zou stemmen als ik op mijn schreden kon terugkeren. (Niet stemmen of blanco stemmen heb ik altijd de slechtst mogelijke oplossing gevonden: dan beslissen anderen voor jou.)

    Meeblazen

    Naast wat vanzelfsprekend en te verwachten was – de niet-aflatende twijfel nadat je hebt gestemd – heeft zich volgens mij een diepe teleurstelling meester gemaakt van het land. Deze verkiezingen zouden anders zijn, zo hoopte men. Voor het eerst in tientallen jaren zouden er meer dan twee partijen zijn die konden rekenen op een verkiezingszege of in elk geval op genoeg stemmen om een stevig partijtje mee te blazen bij het vormen van een regering. Er zouden ‘frisse winden waaien’, zoals nooit eerder was gebeurd. Maar alle partijen reageerden zoals we gewend zijn, maar dan nog erger, en de nieuwkomers deden daarin niet onder voor de oude garde. 
Zoals te doen gebruikelijk gaf bijna niemand toe dat hij verloren had en trok niemand dan toch op zijn minst het boetekleed aan; iedereen probeerde zo goed mogelijk voor de dag 
te komen om zonder gezichtsverlies zijn wonden te kunnen likken, hoezeer hij de waarheid daarbij ook geweld moest aandoen. Deze keer zijn 
de partijen nog een stapje verder gegaan: bijna allemaal hebben ze zich uitgeroepen tot onherroepelijke winnaar en vonden hun lijsttrekkers dat ze in de positie waren om eisen te kunnen stellen. Patent hierop heeft de antisysteempartij CUP, die zich sinds de regionale verkiezingen in Catalonië in september deze houding aanmeet (uiteraard met de kruiperige zegen van Mas, Junqueras, Romeva en Forcadell). Met maar tien zetels doen ze alsof zij de dienst uitmaken (deels omdat het eerder genoemde gezelschap hun dat mogelijk heeft gemaakt). Als je ondemocratisch bent en de boel chanteert vind je vanzelf navolging, dat heeft Podemos duidelijk laten zien. Hun ijdele leider Pablo Iglesias wist niet hoe gauw hij voorwaarden moest stellen aan de rest toen niemand hem nog had uitgenodigd om samen te gaan werken. Maar zo ook Pedro Sánchez van de PSOE en, in mindere mate, Albert Rivera van Ciudadanos en niet te vergeten Mariano Rajoy, op wie het meest is gestemd. Misschien is het die hooghartige en irreële opstelling waardoor veel kiezers spijt hebben gekregen. Is er dan niemand bij machte te beseffen wat zijn werkelijke positie is? Ligt de oorzaak wellicht in de regionale ‘volksraadpleging’ in Catalonië van nog maar 
een paar maanden geleden: als je bij 47 procent van de stemmen zonder blikken of blozen victorie kraait, waarom zou je dat dan niet doen als je 20 procent haalt? Als ze het pikken, waarom dan niet? En verbazingwekkend genoeg pikken en slikken ze hier de grootste onwaarschijnlijkheden, de flagrantste ontkenningen van wat de cijfers en de werkelijkheid laten zien.

    Wie zich op het ‘mandaat’ beroept, laat alleen maar blijken dat hij ‘sans gêne’ zal regeren

    De Catalaanse politici zijn ook de eersten geweest die een woord hebben gebruikt en misbruikt dat onze politiek niet kende, en dat een ieder die het gebruikt ontmaskert als gevaarlijk 
en autoritair. Het gaat om het woord ‘mandaat’. We hebben een duidelijk 
en democratisch mandaat gekregen, 
zo herhaalden Mas, Junqueras & co eindeloos, daarbij doelend op die 47 procent die allesbehalve evident 
en democratisch was. En zie, het 
verachtelijke woord ligt nu op ieders lippen, met name op die van Pablo Iglesias en Pedro Sánchez. En van 
wie krijgen ze dat ‘mandaat’? Van het volk natuurlijk, dat alles rechtvaardigt. Juist bij democratische verkiezingen zijn er geen homogene ‘mandaten’ – een bij uitstek dictatoriale en angstaanjagende term. Mensen stemmen meestal op het minst slechte, niet meer en niet minder. Met gematigd enthousiasme, met gespleten ziel en met pijn in het hart. Instemmend met sommige maatregelen en niet met andere, van zins om de gekozen politici goed in de gaten te houden. Het gebruik van het woord is een botte manier om jezelf de vrije hand te geven en te zeggen: wat wij willen doen, daarvoor heeft het volk ons mandaat gegeven; wij zijn slechts het instrument van een hogere wil waaraan wij gehoor moeten geven; daarom doen we waar we zin in hebben, want in feite voeren wij alleen maar de opdracht uit van de meerderheid of van onze eigen minderheid (de enige die ertoe doet), wat kan het schelen. CUP en Podemos zijn nog erger: het 
zijn massavergadertijgers die om de haverklap referenda willen houden (uiteraard met de media erbij), om dat mandaat keer op keer te bestendigen en te claimen. Je vraagt je af waarom 
ze dan eigenlijk willen regeren, want regeren heeft altijd betekend: beslissingen nemen – die soms, mocht dat nodig zijn, impopulair zijn – en er meer visie op nahouden dan de gewone burger, die je niet onophoudelijk kunt ‘raadplegen’. Laat hierover geen misverstand bestaan: wie zich op het ‘mandaat’ beroept, laat alleen maar blijken dat hij ‘sans gêne’ zal regeren, zoals oud-premier Aznar graag zei als hij ‘zonder scrupules’ bedoelde, oftewel naar eigen goeddunken en willekeur.

    Auteur: Javier Marías

    Javier Marías (Spanje, 1951) is de belangrijkste Spaanse schrijver van zijn generatie. 
Hij won ontelbare literaire prijzen en wordt alom gezien als kandidaat voor de Nobelprijs voor de Literatuur.

    El País
    Spanje | oplage 397.000

    Zes maanden na de dood van Franco opgericht. Prachtige tabloidkrant met exquise journalisten en bijdragen van grote Spaanse schrijvers.

  • Catalaanse toestanden

    Catalaanse toestanden

    In de Spaanse autonome regio Catalonië heerst – niet voor het eerst – chaos. De verkiezingen van 27 september worden een soort referendum over onafhankelijkheid.

    ‘Leg me eens uit wat er aan de hand is in Catalonië,’ vraagt een vriend van mij uit Madrid. Ik wil hem niet vermoeien met de allerlaatste strategische zetten en geef hem een ruwe samenvatting. Onder invloed van de crisis die heel Zuid-Europa in zijn macht heeft, is er in de autonome regio Catalonië een verwoede interne machtsstrijd losgebarsten. Partijen vallen uiteen, de brokstukken liggen verspreid over de regio en er heerst grote verwarring. De ‘nieuwe orde’ zal nog lang op zich laten wachten.

    Het is in zekere zin een terugkeer naar de jaren tachtig, leg ik hem uit. De overgang naar democratie na de dood van Franco begon in Catalonië met een zeer sterk links front in de regio Barcelona. De vakbonden waren sterk. De socialisten en communisten concurreerden met elkaar en vormden een op het oog onverslaanbare tweekoppige draak, totdat er in 1980 vanuit de midden-klasse in het binnenland tegenstand kwam, waarmee de weg werd opengelegd voor een lange periode van gezonde frictie en evenwicht.

    Vooral de georganiseerde arbeiders en de jonge stedelingen die werkzaam waren in de sectoren die belangrijk waren voor de zich ontplooiende verzorgingsstaat, genoten bescherming van de linkse vleugel. Hun grote moment was het succes van de Olympische Spelen in Barcelona [de hoofdstad van Catalonië]. Tegenover dit front – dat uiteindelijk werd aangevoerd door de socialisten – bevonden zich de kleine en middelgrote ondernemers, de middenstanders, de professionals en de ambtenaren die niets ophadden met links; zij vestigden hun hoop op de na de dood van Franco opnieuw geïnstalleerde Generalitat de Catalunya, de Catalaanse deelregering. Jordi Pujol, de machtigste Catalaanse politicus uit de periode van de overgang naar democratie, vlocht die losse eindjes in elkaar en verbond ze met het politieke midden en de verlichte centrum-rechtse krachten uit Barcelona. Als president van de Generalitat (van 1980 tot 2003) gaf Pujol Catalonië de nodige structuur.

    Een man gehuld in ‘estaladavlag’ tijdens een onafhankelijksbetoging op het Plaza Catalunya in Barcelona (oktober 2014). – © Joan Valls / Hollandse Hoogte
    Een man gehuld in ‘estaladavlag’ tijdens een onafhankelijksbetoging op het Plaza Catalunya in Barcelona (oktober 2014). – © Joan Valls / Hollandse Hoogte

    Links creëerde ondertussen een sterke sociaal-democratische achterban in de belangrijkste steden. En in de zomer van 1998 stortte Pasqual Maragall zich als kandidaat van de socialistische partij in een lange, hevige verkiezingsstrijd om het presidentschap; deze werd nog op het nippertje gewonnen door Pujol, maar in 2003 kwam Maragall alsnog aan de macht.

    Ontwrichting

    Vijfendertig jaar na het linkse front van 1980 zorgen de economische crisis, een financiële impasse in de Generalitat, slijtage van de raderen van de macht plus de generatiekloof voor ontwrichting. In 2012, zes jaar na de socialistische regeringsperiode van Maragall en zijn driepartijencoalitie, heerst er bij de CiU (Convergència i Unió), de in 1978 gevormde federatie van de CDC (Convergència Democràtica de Catalunya) en de UDC (Unió Democràtica de Catalunya), opnieuw angst. Oorzaak daarvan is de crisis. De partij besluit zich niet te laten kisten door het neocentralisme van de PP (Partido Popular), en ook niet door de onverzettelijkheid van premier Mariano Rajoy, de puinhoop in de Generalitat, de sociale protesten, de generatiekloof, de corruptie en de onrust in de wereld.

    De huidige president van de Generalitat, Artur Mas, de beschermeling van Pujol, omarmt definitief het onafhankelijkheidsstreven, voordat datzelfde streven – populair onder de gewone man én de hipster, in de provincie en in Barcelona – hem boven het hoofd groeit en verplettert.

    We gaan verder. Artur Mas stelt voor om voor de verkiezingen van september 2015 een zogenaamde lista cívica of civiele lijst op te stellen (een lijst die niet gelieerd is aan enige politieke partij en die slechts de onafhankelijkheid van Catalonië beoogt), en koestert daarmee de ambitie om twee miljoen kiezers op de been te krijgen en zodoende een klinkende overwinning te behalen waarmee een onderhandeling met de Spaanse staat kan worden afgedwongen. Verder zijn zijn plannen erop gericht te voorkomen dat zich net als in 1980 een links front vormt, dat in dit geval gevoed zou worden door de nieuwe grootstedelijke stroming die de motor is achter de jonge partij Podemos. Dat de linkse politica Ada Colau in mei 2015 burgemeester van Barcelona is geworden, is in die context veelzeggend.

    De ‘nieuwe orde’ zal nog lang op zich laten wachten

    Nu het huwelijk met de UDC is stuk-gelopen, blijkt de CDC bereid zichzelf volledig uit elkaar te halen, om aan de andere kant van de spiegel weer te verrijzen als een grote, leidende partij. Dat is wat ze gaat proberen, maar daarbij neemt de partij twee ernstige risico’s: het gevaar bestaat dat de top van de CiU uit elkaar valt en dat de verkiezingsdag van 27 september uitmondt in een surrealistisch avontuur, waarin zal blijken dat een groot deel van de Catalanen geen risico’s meer wil nemen. Griekenland verhit niet alleen de gemoederen. Griekenland wakkert ook de angst aan. ‘Ik geloof dat ik het begrijp,’ zegt mijn vriend. ‘Het is een strijd tussen Genovezen.’


    ‘Hoe bedoel je?’ vraag ik.

    ‘Nou, je weet wel, een typisch mediterraan conflict.’

    Enric Juliana schrijft voor verschillende 
Spaanse kranten en is gespecialiseerd 
in binnenlandse politiek, waarover hij 
ook enkele boeken publiceerde.