Tag: staatsgreep

  • Duitse acteurs komen uit de kast | Corruptieschandaal  Spaanse oud-premier

    Duitse acteurs komen uit de kast | Corruptieschandaal Spaanse oud-premier

    185 Duitse acteurs komen in manifest uit de kast

    Hondervijfentachtig lesbische, homoseksuele, biseksuele, queer, non-binaire en trans acteurs komen in SZ-Magazine uit voor hun seksuele oriëntatie of genderidentiteit, ‘en eisen meer erkenning en diversiteit in theater, film en televisie’.

    ‘Tot nu toe konden we niet open zijn over ons privéleven zonder te vrezen voor professionele gevolgen’, schrijven de acteurs in het manifest #ActOut. Enkele bekende namen zijn Ulrich Matthes (Der Untergang), Godehard Giese (Transit) en Mark Waschke (Dark).

    ‘Mij is altijd verteld dat ik niet publiekelijk uit de kast moet komen,’ zegt Tatort-actrice Karin Hanczewski tegen SZ-Magazin. ‘Er zijn bijvoorbeeld castingdirectors die zeggen: als je uit de kast komt, kan ik je geen rollen meer geven.’

    Ook heerst er volgens Hanczewski angst onder lesbische actrices om overgeslagen te worden voor rollen waarbij ze een begeerlijke vrouw moeten spelen. ‘Dat is precies de grote angst voor lesbische actrices: dat ze niet meer als sexy gezien worden en daarom niet zullen worden gecast.’

    De groep ageert hier nu tegen in hun manifest: ‘Alsof we bepaalde personages en relaties niet zouden kunnen spelen als we uitkomen voor onze seksuele oriëntatie en genderidentiteit. (…) Wij zijn acteurs. Wij hoeven niet samen te vallen met de personages die we spelen. We doen alsof – dat is de essentie van ons werk.’

    De ondertekenaars van het manifest roepen de Duitse film-, televisie- en theaterwereld op eindelijk meer diversiteit te omarmen. ‘De [Duitse] maatschappij is er allang klaar voor. De kijkers zijn er klaar voor.’ Nu de industrie nog.


    Bekentenis in Spaans corruptieschandaal raakt oud-premier Rajoy

    Spanje is opgeschrikt door een nieuwe ontwikkeling in de al jaren voortslepende corruptiezaak rondom de rechtse Partido Popular. Volgens een bekentenis van de voormalig penningmeester van de PP, Luis Bárcenas, heeft toenmalig partijleider en oud-minister president Mariano Rajoy bewijs van illegale financiering van de partij vernietigd en was Rajoy op de hoogte van een zwarte boekhouding, bericht El País.

    Bárcenas staat op 8 februari voor de rechter in een zaak over de illegale financiering van de partij van oud-premiers José María Aznar en Rajoy, die plaatsvond van 1990 tot 2009. In de verklaring die de oud-penningmeester naar de rechtbank heeft gestuurd, belooft hij met justitie samen te werken in de nog lopende onderzoeken, aldus El País.

    Mogelijk leidt dit tot verdere aanklachten tegen de partijtop van de PP, waarvan al meerderen, waaronder Bárcenas zelf, veroordeeld zijn in corrupties- en fraudeschandalen met publieke aanbestedingen.

    ‘Dit is de erfenis van Rajoy. Bij hem moet jullie zijn’

    Het Spaanse Openbaar Ministerie twijfelt alleen aan de woorden van Bárcenas, meldt het Spaanse dagblad El Mundo. Het OM is van mening dat zijn bekentenis rijkelijk laat is en eist bewijzen die zijn beweringen ondersteunen. De bekentenis van Bárcenas is ‘weinig geloofwaardig’ gezien hij al meerdere keren zijn verhaal heeft gewijzigd, aldus het OM.

    Bárcenas stelt dat hij bandopnames heeft waarop een andere voormalig penningmeester, Álvaro Lapuerta, vertelt dat hij zwarte betalingen in contant geld deed aan PP-kopstukken, waaronder Rajoy, aldus El Mundo in een ander artikel.

    De huidige partijleiding van de PP verklaart tegen El Mundo in een derde artikel, dat zij niets meer te maken hebben met de illegale praktijken uit het verleden. ‘Bárcenas heeft geen enkel lid van de huidige partijleiding genoemd omdat hij dat niet kan. We kennen hem niet, we weten niet wie die meneer is en we hebben niets met hem te maken. Dit is de erfenis van Rajoy. Bij hem moet jullie zijn.’


    Myanmarezen protesteren online en offline tegen staatsgreep

    Donderdag werden de Myanmarezen wakker zonder toegang tot Facebook. De nieuwe regering die na de staatsgreep van 1 februari door het leger is geïnstalleerd, had ’s nachts de belangrijkste internetproviders gevraagd het sociale netwerk te blokkeren. Facebook was een belangrijk kanaal voor verzet tegen de door het leger gepleegde coup, die weigerde de uitslag te erkennen van de verkiezingen die Aung San Suu Kyi in november 2020 een verpletterende overwinning opleverden, schrijft Courrier International.

    Sinds maandag kleuren veel Myanmarezen hun Facebookprofielfoto zwart en rood als steunbetuiging aan de Nationale Liga voor Democratie (NLD) en haar gearresteerde leider.

    Het protest tegen de militaire coup werd gecoördineerd via internet. Campagnes die opriepen tot burgerlijke ongehoorzaamheid, aanvankelijk gelanceerd door gezondheidswerkers, hebben zich als een lopend vuurtje via sociale media verspreid, meldt Frontier Myanmar.

    Democratiekliniek

    ‘Werknemers van honderd ziekenhuizen kwamen woensdag niet opdagen op het werk,’ aldus het nieuws- en zakenblad. Studenten geneeskunde in Yangon en Mandalay volgenden hun voorbeeld. Een Facebook-pagina die was gelanceerd om hun campagne te steunen, verzamelde in de loop van de dag meer dan 170.000 volgers.

    ‘Om de continuïteit van de zorg te waarborgen, hebben de gezondheidswerkers een “democratiekliniek” opgezet waar online consulten worden gegeven’, aldus Frontier.

    Ook professoren, studenten en ingenieurs die voor de aan het leger gelieerde mobiele operator Mytel werken, weigerden woensdag naar hun werk te gaan. Donderdag circuleerden op Twitter beelden van ambtenaren van het ministerie van Landbouw die zich bij de beweging aansloten.

    Het sluiten van Facebook betekent dat de militairen niet de duizenden video’s en beelden hoeven te zien van de lawaaiprotesten die de Myanmarezen sinds dinsdag elke avond om acht uur organiseren. Op balkons en voor hun huizen komen families en buren samen, terwijl ze op potten en pannen slaan. Een gezamenlijk gebaar om nee te zeggen tegen een terugkeer naar de dictatuur, aldus CI.

  • 2. Het einde van een utopie

    2. Het einde van een utopie

    Journalist Marc Saghié van Courrier International schetst de opmerkelijke ontwikkeling die Recep Tayyip Erdogan het afgelopen decennium doormaakte.

    In 2003 ontdekte de wereld tot haar verbijstering dat Recep Tayyip Erdogan, de nieuwe premier van Turkije, afkomstig was uit de islamistische beweging die sinds 11 september 2001 zo veel onrust had gebaard. Maar waar Osama bin Laden het Westen deed trillen door het zaaien van terreur, leek Erdogan een vredelievende islam voor te staan en de breuk tussen de twee werelden te kunnen helen. Want ook al lieten beide mannen zich inspireren door de islam, ze waren in alles elkaars tegendeel.

    De een was de zoon van een Saoedische miljardair, de ander verkocht op zijn dertiende broodjes in de straten van Istanboel. Bin Laden werd gespekt met oliedollars, Erdogan had als burgemeester van Istanboel in 1994 naam gemaakt als bestrijder van corruptie. Bin Laden was een vijand van burgerlijke vrijheden, Erdogan werd in 1998 tot tien maanden gevangenisstraf veroordeeld wegens het voordragen van een gedicht. En waar Bin Laden uit was op de vernietiging van het Westen, steunde Erdogan de integratie van Turkije in de Europese Unie en nam hij een voorbeeld aan de christelijke democratie. Want het was in naam van de Europese integratie dat de Turkse pers, die nauwe banden onderhield met de nieuwe machthebbers, kritiek leverde op de verheerlijking van Atatürk en diens duizenden standbeelden overal in het land, op de alomtegenwoordigheid van het leger in het politieke leven en op het schenden van de rechten van de Koerden. De eerste maatregelen die Erdogan nam waren liberaal getint: vermindering van de gevangenisstraffen wegens belediging van het leger, culturele en politieke rechten voor de Koerden.

    Plotseling zag de premier zich gesteund door westerse ambassades en door verlichte moslims die zich sterk maakten voor een nieuw imago en nieuwe leiders. En de economische bloei van Turkije stond in schril contrast met de stagnatie in talrijke Europese landen. De Turkse stemmen die dit idyllische portret wilden nuanceren en wezen op de autoritaire trekken van Erdogan, op zijn wens het land te islamiseren en zijn afkeer van de kemalistische erfenis, werden niet langer gehoord.

    Klucht

    Maar binnen enkele jaren liep het plan om de politieke islam te verzoenen met de democratie, de mensenrechten en de moderniteit uit op een klucht. Nadat hij in 2014 president was geworden zag Erdogan zichzelf eerder als een nieuwe Ottomaanse sultan die de orde zou herstellen in een chaotische moslimwereld dan als leider van een Europese staat. In naam van de godsdienstvrijheid stond hij het dragen van religieuze symbolen – uitsluitend moslimsymbolen – toe in openbare functies en verklaarde hij dat het de taak van vrouwen was om kinderen te baren, terwijl zijn vrouw de lof zong van de harem.

    In 2008 stelde hij, in strijd met zijn Europese afspraken, dat de assimilatie van Turken in Duitsland een ‘misdaad tegen de menselijkheid’ was. De mislukte staatsgreep van 2016 leidde tot een nog autoritairder regime en tot een onderdrukking van alle maatschappelijke lagen die Turkije al decennia niet meer had meegemaakt. Het Turkije van Erdogan ontpopte zich als een vriend van Poetin en wonderlijk genoeg ook van Trump en nam steeds meer afstand van Europa, het oude continent dat nog maar weinigen kan bekoren. Mooie puinhoop.

    Auteur: Marc Saghié
    Vertaler: Peter Bergsma

    Beeld: Erdogan in 1994, in gesprek met activisten. – © Antoine Gyori / Sygma via Getty Images

    Courrier International
    Frankrijk | weekblad | oplage 205.000

    Courrier international, zusterblad van 360, is een begrip in Frankrijk. Het weekblad brengt al ruim twintig jaar ‘het beste uit de internationale pers’. In die twee decennia wisselde Courrier meerdere keren van eigenaar, om zich ten slotte in de armen te laten sluiten door de Groupe Le Monde, van het gelijknamige dagblad. Het Franse publiek blijft belangstelling houden voor het (verre) buitenland, maar net als alle printmedia worstelt Courrier met de overstap naar het digitale tijdperk en teruglopende advertentieinkomsten. Naast 360 heeft Courrier zusterbladen in Japan en Portugal.

  • 1. Hoe moeilijk het is om geen ‘pinguïnmedia’ te worden

    1. Hoe moeilijk het is om geen ‘pinguïnmedia’ te worden

    Aydan Engin, commentator van Cumhuriyet, beschrijft de deplorabele staat van de Turkse media onder de noodtoestand.

    Er is me gevraagd de situatie van de Turkse media uit de doeken te doen en iets te vertellen over de journalistiek tijdens de noodtoestand. Dat zal niet meevallen. Wat ik vertel zal Noord-Koreanen of Chilenen die het tijdperk-Pinochet hebben meegemaakt vertrouwd in de oren klinken, maar ik vrees dat het voor Europeanen moeilijker te begrijpen is. Maar laten we het toch maar proberen.

    Het is gemeengoed geworden in Turkije, en elders op wereld, dat staten of grote concerns op bestelling artikelen over bepaalde onderwerpen laten schrijven door ‘journalisten’ die zich daartoe lenen. Maar deze aanpak rent achter elke mug aan in de hoop de malaria uit te roeien. In Turkije heeft het regime van Erdogan een veel doeltreffender manier gevonden: het simpelweg laten opkopen van kranten en televisiezenders. De grote bouwbedrijven, rijk geworden in de publieke sector, hebben de onafhankelijke media in handen gekregen om ze om te vormen tot propagandainstrumenten.

    Inmiddels zijn deze media gespecialiseerd in het verspreiden van allerlei leugenachtige en tendentieuze informatie. Journalisten die zich daartegen verzetten zijn eruit gegooid. Naar schatting hebben in drie jaar tijd 2600 journalisten hun baan verloren. De media en persgroepen die niet zijn opgekocht en tot de orde geroepen, zijn onschadelijk gemaakt. Tijdens het Gezi-protest van 2013, gericht tegen de sloop van het Taksim Gezi-park, koos een bepaalde informatiezender ervoor een documentaire over pinguïns uit te zenden in plaats van verslag te doen van de gebeurtenissen. Sindsdien worden dit soort media aangeduid met de spotnaam ‘pinguïnmedia’.

    Ook al zitten onze collega’s achter de tralies, toch zullen we geen duimbreed afwijken van onze redactionele koers

    Op dit moment bestaan er simpelweg geen oppositiekranten meer, met uitzondering van Cumhuriyet en twee andere dagbladen met een relatief beperkte oplage, Birgün en Evrensel. Bij de televisie is de situatie nog beroerder. Buiten enkele slecht bekeken web-tv-zenders hebben alle televisiezenders zich aan de kant van het regime geschaard. Pro-Koerdische kranten en televisiezenders zijn verboden. Wat rest is een immense mediawoestijn. De enige die nog niet het loodje hebben gelegd zijn enkele informatiesites. Maar hoe lang nog?

    Zelfs in de nog vrije pers is het erg moeilijk geworden je vak van journalist uit te oefenen. Sinds het uitroepen van de noodtoestand is het zelfs vrijwel onmogelijk. Als gevolg van zelfcensuur zijn we ware schrijfacrobaten geworden, die elk woord wegen om niet voor de rechter gesleept en gevangengezet te worden. Sommigen van ons zijn hier inmiddels meesters in. Anderen zijn in een proces verwikkeld of zitten achter de tralies.


    Ik wil van deze gelegenheid gebruikmaken om enkele woorden over onze krant te zeggen. Cumhuriyet is de oudste krant van Turkije, even oud als de republiek waarnaar hij is vernoemd, en geldt als een belangrijke informatiebron waarvan de invloed de dagelijkse oplage ruimschoots overstijgt. Cumhuriyet heeft de democratie, de scheiding der machten en de vrijheid van geweten en vergadering altijd hoog in het vaandel gehad. Daarom willen de politieke islamisten die momenteel aan de macht zijn ons het zwijgen opleggen. Elf journalisten die onmisbaar zijn voor het administratieve en redactionele functioneren van de krant zitten op dit moment gevangen zonder dat we weten wanneer ze zullen worden vrijgelaten of zelfs maar voor de rechter gebracht. Maar ook al zitten onze collega’s achter de tralies, toch zullen we de krant dagelijks laten verschijnen zonder ook maar een duimbreed af te wijken van onze redactionele koers. Als Cumhuriyet binnenkort slachtoffer wordt van nieuwe aanvallen, zullen we daar niet van opkijken.

    Auteur: Aydan Engin
    Vertaler: Peter Bergsma

    Aydan Engin (76), commentator van Cumhuriyet, is gearresteerd en daarna in beperkte vrijheid gesteld met het verbod om het land te verlaten.

    Beeld: Na de couppoging in juli vorig jaar staan bij de Bosporusbrug mensen en aan de regering trouwe politieagenten op de door het leger verlaten tanks. In de nacht van 15 op 16 juli vielen 90 doden en raakten 1154 mensen gewond in Istanboel en Ankara. Op de coup volgden vele arrestaties en ontslagen. – © Burak Kara / Getty

  • Dossier – Cumhuriyet

    Dossier – Cumhuriyet

    De autoritaire ontsporing van Erdogan.

    Sinds de mislukte staatsgreep in Turkije in juni 2016 en het invoeren van noodtoestand, is het regime van president Erdogan aanzienlijk verhard. In zeven maanden tijd zijn er honderdduizend ambtenaren ontslagen. Door zuiveringen en arrestaties nam de druk op de burgermaatschappij en de media ongekende vormen aan. In dit dossier stelt 360 Magazine samen met licentiepartner Courrier International haar kolommen open voor Cumhuriyet, het laatste grote Turkse oppositiedagblad, waarvan elf medewerkers gevangen zijn gezet. Journalisten van de krant beschrijven de situatie voorafgaand aan het komende referendum van 16 april.

    1. Hoe moeilijk het is om geen ‘pinguïnmedia’ te worden

    2. Het einde van een utopie

    3. Stem nee bij het referendum

    4. De onstuitbare opkomst van de ideeën van Erdogan

    5. Brief uit de Silivri-gevangenis

    6. De apen die we zullen worden

    7. Er komen twee moeilijke jaren

    Beeld: © Getty

  • Kan het Turkije van na de staatsgreep nog door één deur met Europa?

    Kan het Turkije van na de staatsgreep nog door één deur met Europa?

    Volgens de Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev heeft de Turkse regering grote fouten gemaakt in de nasleep van de recente coup. Maar ook de EU reageerde verkeerd. Het is nu zaak om te zorgen dat de relatie niet volledig ontspoort.

    Toen ik een paar dagen geleden aan boord stapte van een Turkish Airlines-vlucht naar Ankara, overhandigde een stewardess me een gelikt uitziende brochure over de mislukte staatsgreep van 15 juli. Daarin werd het Turkse volk geprezen om zijn bezielde verdediging van de democratie en werd de Gülen-beweging, die voor de staatsgreep verantwoordelijk werd gesteld, afgeschilderd als een duistere religieuze samenzwering die je eerder in een roman van Dan Brown zou verwachten.

    De patriottische brochure was een voorbode van wat ik tijdens mijn bezoek aan het land veelvuldig te horen zou krijgen van Turkse ministers, onafhankelijke journalisten en oppositieleiders. Deze totaal verschillende mensen, vaak afkomstig uit tegengestelde politieke kampen, waren het over één ding roerend eens: de poging tot staatsgreep op 15 juli was totaal onverwacht (in een land dat tijdens recente decennia al vier staatsgrepen te verduren had gekregen) en om die reden zwaar traumatisch. En stuk voor stuk gaven ze de gülenisten de schuld.

    De hoop op aansluiting bij de Europese Unie lijkt voorgoed vervlogen

    Hun verbazing verklaart mede waarom een slecht voorbereide staatsgreep, die al leek te eindigen voordat hij goed en wel begonnen was, zulke schokgolven in het land teweeg kon brengen. Heel even hadden de Turken het angstige idee in een bloedige burgeroorlog te worden meegesleurd. Bovendien reageerde het Westen met een combinatie van een halfslachtige veroordeling van de coupplegers en een afwachtende realpolitik.

    Maar hoewel de Turken redenen hebben om boos te zijn vanwege de westerse reactie, is ook het officiële verhaal van Ankara niet van tendentieuze oogkleppen gespeend. Daarin wordt de schuld volledig bij de kwalijke invloed van de religieuze leider Fethullah Gülen gelegd, terwijl de steun voor de staatsgreep veel breder was. Als je de AK-partij mag geloven, zijn de gülenisten verantwoordelijk voor het politieoptreden tegen de betogers in het Taksim Gezi Park in 2013 en voor het neerschieten van een Russisch vliegtuig boven de Turks-Syrische grens, afgelopen herfst. Sommigen betichten hen er zelfs van dat ze achter het Turkse verzet tegen een gezamenlijke Amerikaans-Turkse militaire operatie tegen IS in Syrië zitten.

    Onderscheid

    Evenmin heeft de Turkse regering de moeite genomen om uit te leggen waarom ze, toen de kloof met de gülenisten ontstond, de waarschuwingen van journalisten en oppositieleiders in de wind heeft geslagen dat de Gülen-beweging in staatsinstellingen infiltreerde, de controle over een belangrijk deel van het rechtssysteem naar zich toe trok en vals bewijs fabriceerde om haar vijanden in diskrediet te brengen en gevangen te zetten.

    Dit alles heeft de regering er niet van weerhouden om een gigantische, zelfdestructieve zuivering uit te voeren, waarbij zo’n tienduizend mensen zijn gearresteerd, honderdduizend mensen zijn ontslagen en voor een kleine tien miljard euro aan bezittingen in beslag is genomen, getallen die niet alleen mensenrechtenactivisten zorgen baren maar ook buitenlandse investeerders.

    De woede van de regering is begrijpelijk, net als haar behoefte om de staat voor coupplegers te vrijwaren. Maar er zou onderscheid gemaakt moeten worden tussen degenen die deelnamen aan de staatsgreep en degenen die alleen maar tot de Gülen-beweging behoren.

    Neem het geval van de Bank Asya. In 2014 zette de regering deze bank, die eigendom was van aan de gülenisten gelieerde zakenlieden, de duimschroeven aan. Gülen ondernam een reddingspoging en vroeg zijn volgelingen hun geld op de Bank Asya te zetten, en ook om geld bij andere banken te lenen en dat bij de bank van de beweging te investeren. Veel gülenisten deden dat. Nu probeert de regering de mensen te identificeren die gehoor hebben gegeven aan de oproep van Gülen, en hen als staatsvijanden te bestempelen; in juli werd de vergunning van de bank ingetrokken.

    Zoals ik tijdens mijn reis heb kunnen constateren, heeft het onvermogen – of de weigering – van de regering om een dergelijk onderscheid te maken al diepe sporen nagelaten in de Turkse samenleving. In een normale democratie zouden rechtbanken over zulke kwesties oordelen. Maar omdat de gülenisten het rechtssysteem op veel niveaus domineerden, en omdat ze allemaal zijn weggezuiverd, ontbreekt het de nieuwe en resterende rechters aan de legitimiteit en, naar mijn mening, aan de wil om de regering het hoofd te bieden. Hetzelfde geldt voor de media: in een vergiftigde sfeer waarin alle kritiek op de zuiveringen als een verdediging van de gülenisten wordt uitgelegd, zijn maar weinig journalisten bereid het achterste van hun tong te laten zien.

    Recep Erdogan met Jean-Claude Juncker. – HH
    Recep Erdogan met Jean-Claude Juncker. – HH

    Tegelijkertijd betekent het feit dat de Europese leiders zich niet krachtig tegen de staatsgreep hebben uitgesproken, en zich niet solidair hebben verklaard met Turkije, dat de Europese Unie haar morele geloofwaardigheid in Turkije heeft verspeeld, net op het moment dat haar stem het hardste nodig is. In een land waar toch al scheef werd aangekeken tegen het idee van aansluiting bij de Europese Unie, lijkt de hoop daarop voorgoed vervlogen door de staatsgreep en de gevolgen daarvan.

    Natuurlijk moet Turkije, of het nu lid wordt of niet, blijven samenwerken met de Europese Unie en vice versa – op het gebied van vluchtelingen, van terrorisme, van veelomvattende kwesties zoals regionale vrede en stabiliteit. Zoiets zal niet eenvoudig zijn. Maar het is duidelijk dat er stappen genomen moeten worden.

    Europa moet stoppen met de valse aantijging dat Turkije alleen maar drie miljoen vluchtelingen heeft opgenomen (en hen voedt en hun kinderen onderwijs probeert te geven) om hen tegen Europa te kunnen gebruiken. Evenzo moeten de Turken stoppen met doen alsof elke kritiek vanuit Europa een teken is dat Europa anti-islam of pro-Gülen is.

    De afgelopen jaren zijn de Europees-Turkse betrekkingen in een giftige mengeling van gemeenschappelijke belangen, gemeenschappelijke frustraties en klinkklare hypocrisie verzonken. Laten we hopen dat de gemeenschappelijke belangen het zullen winnen van de gemeenschappelijke frustraties, en dat de klinkklare hypocrisie niet zal omslaan in onverbloemde rancune.

    Auteur: Ivan Krastev
    Vertaler: Peter Bergsma

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402

    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.