Onlangs vloog een verdachte ballon boven de Verenigde Staten en recenter werden unidentified flying objects waargenomen. Is er te veel verkeer in de stratosfeer? Spionage? Verhoogde buitenaardse belangstelling? De waarheid ligt niet ergens daarbuiten, maar diep in onszelf.
De terechte vraag hoe buitenaardse wezens zullen reageren als ze als eerste mens uitgerekend Kurt Waldheim gaan horen, die hun in een enigszins Oostenrijks Engels (‘Greedings!’) de hartelijke groeten van de aarde overbrengt, werd door Tim Burton in 1996 al beantwoord in zijn film Mars Attacks!: het zal ze vermoedelijk veel hoofdbrekens kosten.
Ruim vijfenveertig jaar geleden, op 5 september 1977, werd de ruimtesonde Voyager I het heelal in geschoten. De nummer 1 in de Amerikaanse hitlijsten was die herfst de discoversie van Star Wars Theme. Dit stuk muziek stond helaas niet op de gouden plaat waarmee de Voyager op zijn verre reis werd gestuurd; wel bevatte die een boodschap van de toenmalige secretaris-generaal van de Verenigde Naties, evenals vijfenvijftig begroetingen in evenveel talen (met interessante variaties: in het Duits klinkt een eenvoudig ‘Hartelijke groeten aan iedereen’, maar in het Mandarijn een al bijna joviaal ‘We hopen dat het jullie allemaal goed gaat. We denken aan jullie allemaal. Kom alsjeblieft hierheen en bezoek ons, als jullie tijd hebben.’)
Men achtte het anno 1977 dus niet volkomen uitgesloten dat de Voyager ooit eens op intelligente levende wezens met platenspelers zou stuiten. Een andere wereld werd voor mogelijk gehouden. Maar het gouden tijdperk van de ufologie was op dat moment allang voorbij.
Het onderscheid tussen feit en fictie is moeilijk te maken; maar dat is juist de lol ervan
Dit klassieke tijdperk was op 24 juni 1947 begonnen met een rondvlucht van hobbypiloot Kenneth Arnold boven Mount Rainier in de Amerikaanse staat Washington. Arnold zag toen negen ongeïdentificeerde vliegende objecten in de vorm van boemerangs, die zich voortbewogen als ‘schotels die over het water ketsen’. Dat werd journalistiek ingekort tot ‘vliegende schotels’ – een beeld dat zich in het collectieve geheugen grifte als een pick-upnaald in de groef van een plaat. Alleen al in de tweede helft van 1947 registreerden de autoriteiten in de VS nog 850 andere ufomeldingen, evenals een vermoedelijk ongeval van een buitenaards ruimteschip ten noorden van het stadje Roswell in New Mexico.
De US Air Force richtte daarop de ufowerkgroep ‘Project Blue Book’ op, misschien ook onder invloed van de Koude Oorlog en de bijbehorende, ietwat paranoïde veiligheidspolitiek – tot het gewoon te veel werd. Tegen het eind van de jaren zestig zorgden ufomeldingen en waarnemingen van aliens – als onderdeel van de populaire mediacultuur intussen alom aanwezig – steeds weer voor hysterische taferelen. Dus werd er iets tegen ondernomen: in 1969 stelde een commissie onder leiding van natuurkundige Edward Condon een laatste bericht op voor het ‘Blue Book’-project, waarin men tot de conclusie kwam dat verder onderzoek naar ufo’s niet in het belang was van de wetenschappelijke vooruitgang. Basta.
Pseudowetenschap
Het bericht van Condon werd het worstcasescenario van de ufologie en verwees de bloeiende pseudowetenschap linea recta naar het rijk der complottheorieën. Niet dat ze daar niet prachtig verder bloeide. Het menselijk verlangen naar aandacht is groot, en als die aandacht ook nog buitenaards is: des te opwindender. Daarbij kwamen in de loop der jaren een verhoogde sensibiliteit voor onverklaarbare fenomenen en een steeds betere waarnemingstechnologie (alleen de camera’s van mobieltjes laten het bijna altijd afweten als het erop aankomt). In de afgelopen weken was deze fundamentele bereidheid om onverklaarbare dingen als buitenaards te interpreteren weer eens heel duidelijk waarneembaar. Uiteindelijk achtten ook serieuze instanties het mogelijk dat weggewaaide weerballonnen en verroeste metalen boeien sporen van buitenaardse intelligentie bevatten. Zelfs in Oostenrijk werden in het voorjaar dertig ufowaarnemingen gemeld, onlangs bijvoorbeeld in de omgeving van Knittelfeld.
Florian Freistetter, astronoom en ‘science buster’, maakt over dit onderwerp een nuchtere rekensom: ‘We weten helaas niet hoe groot de waarschijnlijkheid is voor het ontstaan van intelligent leven. Als dat bij een op de miljoen planeten het geval was, dan zou het in het heelal heel vaak voorkomen. Ligt de waarschijnlijkheid bij een op een triljard, dan zou het ook kunnen dat wij het enige geval zijn. Dat zouden we dan ook weer raar en saai vinden.’
Omdat hij een prominent astronoom is, krijgt Freistetter steeds weer meldingen van ufowaarnemingen. ‘Er is aan de hemel inderdaad heel erg veel te zien: er zijn sterren, er zijn planeten, vallende sterren, satellieten, en je hebt het ruimtestation ISS. Het probleem is dat verreweg de meeste mensen niet weten wat er allemaal aan de hemel te zien is. Veel mensen komen dus in situaties waarin ze iets waarnemen wat ze niet kunnen plaatsen. In de late herfst, als het weer vroeg donker wordt, is Venus vaak in de avondschemering al heel goed te zien. En die planeet kan extreem helder zijn. Maar de meeste mensen weten dat niet en zien een heel helder licht. Dan krijg je een hoop meldingen.’ En teleurstellingen.
‘We weten helaas niet hoe groot de waarschijnlijkheid is voor het ontstaan van intelligent leven’
Want niets is zo deprimerend als een geheim dat er helemaal geen blijkt te zijn. We willen zo graag geloven. In 1980 publiceerden de pseudowetenschappelijke auteurs Charles Berlitz (De Bermudadriehoek) en William L. Moore (Het Philadelphia-experiment) het boek The Roswell Incident, over die allang vergeten gebeurtenis in de woestijn van New Mexico. Vermeende ooggetuigen en insiders vertellen in het boek over de vondst van een buitenaards ruimtevaartuig met bemanning, en de daaropvolgende doofpot op last van hoogst geheime kringen. Roswell werd het codewoord, en het boek een brontekst voor de nieuwere ufologie, tot en met de mysterieserie The X-Files. In de slipstream daarvan werd het nachtprogramma van commerciële tv-zenders volgestopt met autopsieën van aliens en complotdocu’s. De waarheid is ergens daarbuiten.
Zou het? Waarom gelooft men in aliens, waarom hoopt men op ufo’s? Wellicht speelt eenzaamheid een rol: die van de mensheid in het oneindige universum, maar ook die van de lichtjarenlang reizende buitenaardse wezens op weg naar ons. Dat denkbeeld maakt een oeroud gevoel wakker dat ons ontvankelijk maakt voor mythen. Uit ufologie ontstaat gemakkelijk religie. De centrale geloofsbelijdenis uit het boek van [de Zwitserse schrijver] Erich von Däniken was: buitenaardse wezens hebben de menselijke beschaving gesticht. Dat is zo ongeveer ook wat de Raëlianen geloven, de volgelingen van de Fransman Claude Vorilhon, alias Raël, die ervan uitgaan dat de buitenaardse ‘Elohim’ iets meer dan twintigduizend jaar geleden de mens geschapen hebben naar hun beeld.
Uitstekende biotoop
George Knapp op zijn beurt, een onderzoeksjournalist uit Las Vegas, ziet de zaak duidelijk pragmatischer: wij zijn misschien een soort landbouwproject van een buitenaardse intelligentie – onwetenden in de Hof des Heren. Het internet heeft zich bewezen als een uitstekende biotoop voor bloeiende theorieën van het griezelige soort. Het onderscheid tussen feit en fictie is daarbij in principe moeilijk te maken; maar dat is geen probleem, het is juist de lol ervan. ‘Toen je nog complottheoreticus moest zijn om erin te geloven, was alles mooi en goed,’ schreef de in ufo’s geïnteresseerde Oostenrijkse auteur Clemens J. Setz in een essay voor het Hamburgse weekblad Die Zeit. Hij zinspeelde daarmee op een opmerkelijke ontwikkeling: ufo’s worden de laatste tijd weer serieus genomen, bijna té serieus zelfs.
UFO-meldingen
Het zijn niet de minsten die ufo’s zien. Op een formulier van het International UFO Bureau in de Jimmy Carter Presidential Library beschrijft de oud-president hoe hij in het stadje Leary in Georgia een lichtbal zag ‘die gedurende 10 tot 12 minuten veranderde van grootte, helderheid en kleur’. Vorig jaar werden in Engeland 411 en in Schotland 52 meldingen van ufo’s gedaan volgens de Britse krant The Mail.
Serieuze Amerikaanse kranten en bladen als The New Yorker en het beroemde actualiteitenprogramma 60 Minutes hebben uitgebreid aandacht geschonken aan het fenomeen. Het Amerikaanse leger heeft vorig jaar zelfs bevestigd dat soldaten onverklaarbare dingen zien.
In december 2017 berichtte The New York Times dat het Pentagon al sinds jaren een ufo-onderzoeksteam heeft. Prominente senatoren zoals de Republikein Marco Rubio en de Democraat Harry Reid speculeerden daarop in het openbaar over de mogelijkheid van buitenaardse bezoeken, er werden vage opnames gepubliceerd van geheimzinnige vliegende objecten, gefilmd door gevechtsvliegtuigen van de VS. In een persbericht van het Pentagon uit juni 2021 werden 144 meldingen van ufowaarnemingen geanalyseerd en in verschillende categorieën ondergebracht: geheime vliegende objecten van eigen of buitenlandse makelij, weersverschijnselen, atmosferische troep en ‘overigen’ – zeg: aliens?
De ufologie beleeft op dit moment haar scientific turn, ze wordt ‘mainstream’ en bevrijd van het gefantaseer – en daarmee verliest ze helaas ook iets van haar romantische aura. Waar eerst vliegende schotels waren, dwarrelen nu spionageballonnen. De lucht boven ons hoofd is weer een beetje dunner geworden. Maar niettemin: hartelijke groeten aan iedereen!
Schrijver Sebastian Hofer griezelde in zijn jeugd bij The X-Files en heeft, mogelijk daardoor aangestoken, ook echt een keer een ufo gezien. Die kon overigens snel worden geïdentificeerd: de plaatselijke disco had een nieuwe skybeamer aangeschaft.
Magic Leap in Florida gold jarenlang als de geheimzinnigste start-up van de planeet. Niemand wist wat eigenaar Rony Abovitz precies uitspookte, maar hij harkte wel 1,4 miljard dollar durfkapitaal binnen. In een zeldzaam interview licht Abovitz nu een tipje van de sluier op. Binnen anderhalf jaar wil hij een ‘mixed-reality’-bril op de markt brengen die je elke mogelijke virtuele illusie kan voorschotelen: van de nieuwe bank die je wilt bestellen tot pijlen op de weg die je naar je afspraak loodsen. ‘Gooi je pc, laptop en telefoon maar weg.’
In de hightechwereld doet iedereen een moord om te worden uitgenodigd op een anoniem bedrijventerrein in het zuiden van Florida, in wat aan de buitenkant een onopvallend kantoorgebouw lijkt. Maar binnen is het een heel ander verhaal. Daar stap je letterlijk een andere werkelijkheid in. Door de gangen lopen humanoïde robots, in de ontvangsthal zitten groene reptielmonsters te chillen. De verlichting wordt bediend door elfjes die zo uit een tekenfilm komen. Het parkeerterrein bewaakt door 25 meter hoge vechtmachines. Zelfs de kantoorapparatuur is niet van deze wereld. De hd-tv aan de muur lijkt doodnormaal – tot hij ineens verdwijnt. Even later verschijnt hij weer, maar nu midden in de kamer. Raar maar waar: hij zweeft daar gewoon in de lucht. Loop er maar naartoe, bekijk hem van alle kanten: een enorme breedbeeld-tv, afgestemd op ESPN, die vrij in de ruimte zweeft.
Die tv lijkt echt, maar is het niet. Al deze wonderlijke taferelen zijn illusies die je worden voorgetoverd door een ‘mixed reality’-headset, de met veel geheimzinnigheid omgeven uitvinding van start-up Magic Leap. En zoals elke goede goochelaar legt oprichter Rony Abovitz (45) liever niet uit hoe zijn trucs precies werken. Sinds de oprichting in 2011 heeft Magic Leap zijn product in het grootste geheim ontwikkeld. Slechts een klein aantal mensen heeft het in werking gezien, nog veel minder mensen weten hoe het werkt, en allemaal hebben ze zulke strenge geheimhoudingsclausules moeten tekenen dat ze bijna niet eens mochten toegeven dat het bedrijf bestond.
Toch stroomden er massa’s geld naar Dania Beach, een klein stadje ten zuiden van Fort Lauderdale. Magic Leap heeft al bijna 1,4 miljard dollar aan durfkapitaal bijeengeharkt – afgelopen februari haalde het weer 794 miljoen op, een recordbedrag voor een bedrijf in deze fase. Bijna elke grote investeerder heeft er geld in zitten, waaronder Andreessen Horowitz, Kleiner Perkins, Google, JPMorgan, Fidelity en Alibaba, naast minder conventionele investeerders als Warner Bros. en Legendary Entertainment, verantwoordelijk voor films als Godzilla en Jurassic World. In de laatste financieringsronde werd de waarde van Magic Leap geschat op 4,5 miljard dollar. Als Abovitz nog steeds 22 procent van het bedrijf in handen heeft (wat hij ontkent) is hij nu miljardair.
Die dollarlawine heeft in het vak vreemde geruchten losgemaakt: Magic Leaps zou iets doen met hologrammen, of met lasers, of had een machine ontworpen die de werkelijkheid kan vervormen maar zo groot is als een gebouw en dus nooit, maar dan ook nooit commercieel uitgebaat zou kunnen worden. Het gebrek aan harde informatie gaf nog meer voeding aan de geruchtenmachine. Per slot van rekening heeft Magic Leap nog steeds geen product op de markt gebracht. Het heeft nog nooit een openbare demonstratie van een product gegeven, nooit een product aangekondigd en nooit enige uitleg willen geven over de zelf ontworpen ‘lightfield’-technologie waar zijn product op gebaseerd is.
‘Je moet het zien als de volgende fase in de evolutie van de computer, waarbij de hele wereld je bureaublad wordt’
Maar nu treedt het bedrijf dan toch uit de schaduw. In een zeldzaam interview zegt Abovitz dat Magic Leap een miljard dollar in de perfectionering van een prototype heeft gestoken en bezig is in Florida een productielijn op te tuigen, ter voorbereiding op de lancering van een consumentenversie van zijn technologie. Als die er eenmaal is – ergens binnen nu en anderhalf jaar – kan het een heel nieuw tijdperk inluiden, een totaal nieuwe generatie computerinterface voor de komende decennia. ‘We bouwen een nieuw soort contextuele computer,’ zegt Abovitz. ‘We maken echt iets totaal nieuws.’
De innovatie van Magic Leap is meer dan alleen een geavanceerde nieuwe display – dit apparaat zet alles op zijn kop. Deze technologie kan grote gevolgen krijgen voor elke sector waar computers en beeldschermen worden gebruikt en veel sectoren waar dat niet het geval is. Het kan de doodssteek zijn voor de hele flatscreenmarkt (waar 120 miljard dollar in omgaat) en kan de wereldwijde markt voor consumentenelektronica (1 biljoen dollar) op zijn grondvesten doen schudden. De mogelijkheden gaan heel ver: gooi je pc, laptop en mobiele telefoon maar weg. Alle rekenkracht die je nodig hebt, zit straks in een bril die jou een display voorschotelt waar en wanneer je maar wil, zo groot of klein als je wil.
Zo’n bril kan je álles voorschotelen. Kan je bijvoorbeeld met grote gele pijlen op de weg naar je volgende afspraak loodsen. Kan je laten zien hoe een nieuwe bank in je woonkamer zou staan – vanuit elke denkbare hoek, met elke denkbare lichtval, en allemaal zonder dat je de deur uit hoeft. Zelfs iemand met twee linkerhanden kan straks zelf zijn auto repareren met een interactief programma dat precies aangeeft welk onderdeel moet worden vervangen en waarschuwt als je iets fout doet. En Magic Leap moet aan al die interacties geld kunnen verdienen: niet alleen aan de verkoop van hardware en software maar ook, zou je denken, aan de enorme hoeveelheid data die het kan verzamelen, analyseren en doorverkopen. ‘Er is bijna geen sector te bedenken die hierdoor niet totaal zal veranderen,’ zegt Abovitz.
Je hebt vast al eens een virtualrealityproduct uitgeprobeerd. Sony, Google, Samsung en Facebook hebben de afgelopen maanden allemaal VR-producten uitgebracht. Virtual reality is een vorm van computersimulatie die nu vooral wordt gebruikt voor videogames. Een headset schermt je daarbij af van de echte wereld en vervangt die door een virtual reality. Misschien heb je ook al eens gespeeld met augmented reality (AR): digitale beelden die op je fysieke omgeving geprojecteerd worden. AR is inmiddels mainstream dankzij een van de grootste digitale hypes van het jaar: het in juli gelanceerde Pokémon Go van spellenmaker Niantic. Een app voor je smartphone waarin tekenfilmmonsters in de echte wereld rondlopen, althans op het schermpje van je mobiel. Maar VR-games en Pokémon Go verbleken bij de mixed reality van Magic Leap. Virtual reality voert je mee naar een andere wereld, augmented reality laat een Pikachu in je woonkamer verschijnen. Bij Mixed reality blijf je waar je bent én komt die Pikachu ook echt tot leven.
Hoe dat kan? Het kroonjuweel van Magic Leap is nu nog een grote headset, maar uiteindelijk moet hun technologie in een simpele bril passen. Eentje die je het zicht op de werkelijkheid niet ontneemt. In plaats daarvan projecteert de hardware, verwerkt in een stukje halfdoorzichtig glas, een beeld regelrecht op je netvlies. (Het beschadigt je ogen niet en je kunt gewoon om je heen kijken in plaats van dat je naar een schermpje moet staren.) De hardware verzamelt ook continu informatie: het apparaat scant de omgeving op obstakels, luistert naar stemmen en volgt de bewegingen van je ogen en handen. Daardoor zijn de mixedrealityobjecten zich bewust van hun omgeving en kunnen ze erop reageren. Met de technologie van Magic Leap kan een Pokémon dus wegduiken achter de bank of – als je in een smart home woont – het licht uitschakelen zodat je hem niet meer ziet.
In een van de demo’s van Magic Leap zie je een ‘interactieve virtuele mens’ die levensgroot en verrassend realistisch is. Abovitz willen zulke virtuele personen (of dieren of wat je maar wil) gebruiken als digitale assistent – een soort opgevoerde versie van Siri [de personal assistent van Apple], met een menselijke gedaante die haar makkelijker te gebruiken en moeilijker te negeren maakt. Als je een collega iets wilt mededelen, kan de virtuele assistent je kamer uit lopen, via de MR-headset van die collega naast zijn of haar bureau verschijnen en de boodschap persoonlijk overbrengen. In de wereld van mixed reality is de output van computers niet gebonden aan één apparaatje op je bureau. Ieder willekeurig object, echt of virtueel, kan een drager worden en is zich bewust van zijn locatie, zijn doel en wat jij ermee wilt. ‘Je moet het zien als de volgende fase in de evolutie van de computer,’ zegt Abovitz, ‘waarbij de hele wereld je bureaublad wordt.’
Dromen over een hightech toekomst
Rony Abovitz’ leven staat al vanaf het begin in het teken van dromen over een hightech toekomst. De in 1971 in Cleveland geboren zoon van Israëlische immigranten was als kind al gefascineerd door computers en sciencefiction. ‘De mensen van mijn generatie zijn de kinderen van Steve Jobs en George Lucas,’ zegt hij. ‘Daar zijn wij mee opgegroeid en dat heeft ons een klap van de molenwiek gegeven. Mijn vriendjes en ik wilden allemaal Luke Skywalker zijn en de Death Star vernietigen en C-3PO bouwen.’ Toen hij elf was, verkaste het gezin naar het zuiden van Florida. Abovitz sloeg een klas over en ging al op zijn dertiende naar high school. Daarna werd hij toegelaten tot MIT, maar hij bleef liever dicht bij huis en ging aan de University of Miami studeren. In 1993 haalde hij er een bachelor in werktuigbouwkunde en twee jaar later een master in biomedische technologie. En toen begon hij weer aan Star Wars te denken.
In 1997 richtte Abovitz zijn eerste bedrijf op, Z-KAT. ‘Na mijn afstuderen wilde ik de medische droid uit Star Wars bouwen, omdat ik dacht, echt letterlijk: een X-Wing Fighter kan ik niet bouwen, want dat kan ik niet uitleggen aan mijn ouders,’ zegt hij. Met een paar van zijn medeoprichters bouwde hij de robotica-afdeling van Z-KAT in 2004 uit tot een nieuw bedrijf, Mako Surgical. Dat maakt robotarmen voor gebruik bij chirurgische ingrepen. Er was grote vraag naar dat product: toen het bedrijf in 2008 naar de beurs ging, bracht dat 51 miljoen dollar op.
Abovitz, inmiddels getrouwd en met een jonge dochter, werkte fulltime bij Mako en had daarnaast een project waarin hij zijn creativiteit kwijt kon: Hour Blue. Dat is een fictieve wereld, een buitenaardse planeet met allerlei fantasiefiguren zoals pratende robots en vliegende walvissen. In 2010 richtte hij Magic Leap Studios op om zijn fantasie uit te bouwen tot een reeks stripverhalen en films. ‘Ik was de enige werknemer en het bedrijf zat letterlijk in mijn eigen garage,’ zegt Abovitz. ‘Mijn moeder maakte een spandoek met de tekst Magic Leap Studios in letters in allerlei kleuren.’
Van het geld dat hij met Mako had verdiend huurde hij Weta Workshop in, de specialeffectstudio uit Nieuw Zeeland die vooral beroemd is vanwege zijn werk aan de _Lord of the Rings_-trilogie. Samen ontwikkelden ze graphics voor zijn verhaalideeën en diepten ze de fantasiewereld verder uit. Ondertussen raakte Abovitz gefrustreerd dat de augmented en virtualrealitytechnologie die hij kende van SF-romans als William Gibsons Neuromancer en Vernor Vinge’s Rainbows End nog steeds niet bestond. Hij begon na te denken over hoe hij dat zelf kon maken.
‘Het was een uniek moment. Werkelijkheid en sciencefiction begonnen in elkaar over te lopen,’ zegt Richard Taylor, CEO van Weta Workshop en bestuurslid van Magic Leap. ‘De fictieve technologieën die we bedachten voor Hour Blue gingen gelijk op met de echte augmented reality-applicaties waar Rony mee bezig was.’
In 2011 verlegde Magic Leap Studios de koers en veranderde de naam in Magic Leap Inc. Abovitz stelde een klein team samen om te helpen met de ontwikkeling van zijn ideeën over mixed reality. Al snel hadden ze een stel werkende prototypes. ‘Toen we voor het eerst één enkele pixel in de ruimte konden laten zweven en door de kamer laten bewegen, waren we door het dolle heen,’ zegt Abovitz. ‘Ander mensen hadden iets van: Wat is dat nou helemaal? Gewoon een stipje. Maar wij wisten beter. Vanaf toen wist ik dat dit iets zou worden.’
Hij wist ook dat hij veel meer geld nodig had. Abovitz had het bedrijf aanvankelijk gefinancierd uit de opbrengst van de beursgang van Mako. Toen Mako in 2013 voor 1,7 miljard werd overgenomen door Stryker Corp., een fabrikant van medische apparatuur, stak hij ook een deel van die opbrengst in Magic Leap. Abovitz wil niet zeggen hoeveel geld hij erin heeft gestopt (alleen dat het ‘miljoenen’ zijn), maar hij wist dat het bij lange na niet genoeg was. Gelukkig verkocht deze technologie zichzelf. ‘Als we mensen vertelden waar we mee bezig waren, geloofden ze ons eerst niet,’ zegt Abovitz. ‘En dan vlogen ze naar Florida om te komen kijken en was het: O, het is jullie echt gelukt. Zo ging het bij iedereen die erin geïnvesteerd heeft: van “dat bestaat niet” tot “wij willen meedoen”.’ In februari 2014 maakte Magic Leap bekend dat het meer dan 50 miljoen dollar van particuliere investeerders had gekregen. Acht maanden later volgde een door Google aangevoerde tweede kapitaalronde van 542 miljoen dollar.
Weer eens wat anders dan Pokémon: een virtueel olifantje in je handpalm.
Rony Abovitz doet niet denken aan een typische captain of industry – tenzij je aan Willy Wonka denkt. Hij straalt hetzelfde enthousiasme als Roald Dahls briljante snoepgoedmagnaat uit als hij je rondleidt op zijn nieuwe bedrijfsterrein in Plantation (waar ze naartoe verhuizen omdat deze locatie beter bij Abovitz’ visie past dan de kleurloze kantoren in Dania Beach, een kwartiertje verderop). Hij wijst enthousiast op machines die hij cool vindt, bewondert apparatuur en spoort je aan even de ladder op te klimmen om de geavanceerde luchtfilters van dichtbij te bekijken. Hij is vriendelijk en opgewekt, heel informeel in de omgang en in zijn kleding (meestal een sweatshirt en een spijkerbroek). Je hoort mensen net zo vaak zeggen dat hij heel aardig is als dat hij heel slim is. En hij gaat vaak helemaal op in zijn werk. Onlangs was hij op vrijdagmiddag nergens te bekennen terwijl hij een half uur later gasten moest rondleiden op het nieuwe hoofdkantoor. Hij is wel vaker te laat, maar nu dreigde een probleem: Abovitz komt uit een orthodox-joods gezin en wil vrijdag ook op tijd naar huis voor de sjabbes. Uiteindelijk werd hij door een van zijn managers gevonden op het parkeerterrein, waar hij de hele tijd in zijn auto had zitten bellen. Straal vergeten dat hij die afspraak had.
Magic Leap heeft deze campus van bijna tweeënhalve hectare in oktober 2015 betrokken en voor het eind van dit jaar moeten alle 850 werknemers van de oude locatie verkast zijn. Het bedrijf heeft ook nog werknemers in negen kantoren elders ter wereld. Niet alleen in hightech-hotspots als Silicon Valley en Austin, maar ook in verre oorden als Tel Aviv en het Nieuw-Zeelandse Wellington. Op de nieuwe locatie zijn sommige afdelingen al operationeel, waaronder een machinewerkplaats en verschillende ontwerpteams. Abovitz wil de belangrijkste ontwikkelingsteams per se dicht bij elkaar houden vanwege zijn ‘flexibel hardware-model’. Daardoor heeft het bedrijf nu al ‘letterlijk honderden versies’ van het prototype van de headset kunnen produceren. ‘Een van de redenen waarom we zo snel prototypes kunnen produceren is omdat we de juiste mensen bij elkaar hebben,’ zegt Abovitz. Op de campus in Plantation worden ook echte productiefaciliteiten ingericht. ‘Dit deel van Magic Leap doet nog het meest aan een ruimteschip denken,’ zegt Abovitz bij de productielijn: een reeks lange, zelfstandige modulaire compartimenten, als duikboten in een haven. Die kunnen ieder naar behoefte worden ingeschakeld, om de productie van enkele duizenden stuks per jaar op te schroeven tot meer dan een miljoen.
Abovitz wil met Magic Leap in Florida blijven. Een van de voordelen daarvan is dat het bedrijf zijn geheimen beter kan bewaken. In Californië zou dat bijna onmogelijk zijn, vanwege de cultuur van jobhoppen en de geoliede geruchtenmachine in Silicon Valley. Hij zou daar natuurlijk wel makkelijker aan mensen kunnen komen, maar ook hier oefent de technologie van Magic Leap al vanaf het begin grote aantrekkingskracht uit op mensen uit Silicon Valley en andere hotspots. ‘We trekken een waanzinnige hoeveelheid talent op het gebied van ontwerp en productie naar Florida,’ zegt Abovitz.
Hij is natuurlijk niet de enige ondernemer die hier brood in ziet. Alleen al in de afgelopen twaalf maanden is er volgens Digi-Capital 2,3 miljard dollar geïnvesteerd in virtual en augmented reality door durfkapitalisten die elkaar met argusogen volgen. International Data Corp voorziet dat de wereldwijde opbrengst van de markt voor VR en AR zal groeien van 5,2 miljard dit jaar tot 162 miljard in 2020. Met zulke groeiprognoses willen alle grote spelers graag een graantje meepikken. Google heeft in 2013 al een uitstapje naar augmented reality gemaakt met Google Glass, een bril die je een virtueel computerscherm voor ogen toverde. Die is de bètafase nooit ontgroeid vanwege kritiek op de privacy- en veiligheidsaspecten. Maar uit Googles investering in Magic Leap blijkt dat het bedrijf zijn interesse niet verloren heeft. ‘Al vanaf de eerste gesprekken die we met Rony en zijn team hadden, wisten we dat we ze wilden helpen hun visie te verwezenlijken,’ zegt Don Harrison, plaatsvervangend directeur Corporate Development bij Google.
Magic Leap-CEO Rony Abovitz.
Magic Leap heeft deze campus van bijna tweeënhalve hectare in oktober 2015 betrokken en voor het eind van dit jaar moeten alle 850 werknemers van de oude locatie verkast zijn. Het bedrijf heeft ook nog werknemers in negen kantoren elders ter wereld. Niet alleen in hightech-hotspots als Silicon Valley en Austin, maar ook in verre oorden als Tel Aviv en het Nieuw-Zeelandse Wellington. Op de nieuwe locatie zijn sommige afdelingen al operationeel, waaronder een machinewerkplaats en verschillende ontwerpteams. Abovitz wil de belangrijkste ontwikkelingsteams per se dicht bij elkaar houden vanwege zijn ‘flexibel hardware-model’. Daardoor heeft het bedrijf nu al ‘letterlijk honderden versies’ van het prototype van de headset kunnen produceren. ‘Een van de redenen waarom we zo snel prototypes kunnen produceren is omdat we de juiste mensen bij elkaar hebben,’ zegt Abovitz. Op de campus in Plantation worden ook echte productiefaciliteiten ingericht. ‘Dit deel van Magic Leap doet nog het meest aan een ruimteschip denken,’ zegt Abovitz bij de productielijn: een reeks lange, zelfstandige modulaire compartimenten, als duikboten in een haven. Die kunnen ieder naar behoefte worden ingeschakeld, om de productie van enkele duizenden stuks per jaar op te schroeven tot meer dan een miljoen.
Abovitz wil met Magic Leap in Florida blijven. Een van de voordelen daarvan is dat het bedrijf zijn geheimen beter kan bewaken. In Californië zou dat bijna onmogelijk zijn, vanwege de cultuur van jobhoppen en de geoliede geruchtenmachine in Silicon Valley. Hij zou daar natuurlijk wel makkelijker aan mensen kunnen komen, maar ook hier oefent de technologie van Magic Leap al vanaf het begin grote aantrekkingskracht uit op mensen uit Silicon Valley en andere hotspots. ‘We trekken een waanzinnige hoeveelheid talent op het gebied van ontwerp en productie naar Florida,’ zegt Abovitz.
Hij is natuurlijk niet de enige ondernemer die hier brood in ziet. Alleen al in de afgelopen twaalf maanden is er volgens Digi-Capital 2,3 miljard dollar geïnvesteerd in virtual en augmented reality door durfkapitalisten die elkaar met argusogen volgen. International Data Corp voorziet dat de wereldwijde opbrengst van de markt voor VR en AR zal groeien van 5,2 miljard dit jaar tot 162 miljard in 2020. Met zulke groeiprognoses willen alle grote spelers graag een graantje meepikken. Google heeft in 2013 al een uitstapje naar augmented reality gemaakt met Google Glass, een bril die je een virtueel computerscherm voor ogen toverde. Die is de bètafase nooit ontgroeid vanwege kritiek op de privacy- en veiligheidsaspecten. Maar uit Googles investering in Magic Leap blijkt dat het bedrijf zijn interesse niet verloren heeft. ‘Al vanaf de eerste gesprekken die we met Rony en zijn team hadden, wisten we dat we ze wilden helpen hun visie te verwezenlijken,’ zegt Don Harrison, plaatsvervangend directeur Corporate Development bij Google.
Ook Apple werkt aan AR, maar het is nog niet duidelijk of het een eigen headset wil ontwikkelen of vooral de functionaliteit van de iPhone wil uitbreiden. Silicon Valley-start-ups als Meta (heeft al 73 miljoen aan kapitaal binnen) en Atheer (23 miljoen) werken aan een eigen headset en zouden logische kandidaten voor een overname zijn als ze succes hebben. Maar de grootste rivaal van Magic Leap is voorlopig Microsoft, dat in 2014 de augmented-realityheadset HoloLens aankondigde. Een preproductieversie, de HoloLens Development Edition, is in maart van dit jaar naar een onbekend aantal hardware- en software-ontwikkelaars gestuurd en in 2017 zou er een consumentenversie op de markt kunnen komen. ‘Microsoft heeft een grote voorsprong met zijn zakelijke relaties,’ zegt Brian Blau, analist bij onderzoeksbureau Gartner. ‘Ze zitten diep in de zakelijke markt en daar willen ze zich met de HoloLens op richten.’
Dus wat is de planning van Magic Leap? Ze hebben nu een productielijn, wanneer willen ze de markt op gaan? ‘Vrij snel,’ zegt Abovitz vaag. Hij laat ook weinig los over wat de headset moet gaan kosten. ‘Geen luxe-item,’ zegt hij uiteindelijk. Maar als Microsoft zijn HoloLens volgend jaar op de markt brengt, kan Magic Leap niet te lang achterblijven, wil het niet meteen terrein verliezen aan zijn grootste rivaal. En de headset van Meta kun je nu al voorbestellen voor zo’n 1000 dollar: ga er dus maar vanuit dat de prijs van de kijkbril van Magic Leap ook ergens in die buurt zal liggen.
Begindagen van de film
Uiteindelijk ziet Magic Leap vooral kansen in zakelijke toepassingen, met name in de medische sector en de detailhandel (stel je voor dat je kleding bijvoorbeeld thuis virtueel kunt ‘passen’). Maar zoals bij veel technologie moet entertainment de weg banen. Veel van de content voor de headset van Magic Leap wordt door het bedrijf zelf ontwikkeld. Het heeft al verschillende bekende videogame-ontwerpers, striptekenaars en schrijvers in dienst genomen. Neal Stephenson, de schrijver van Snow Crash, een belangrijke roman over virtual reality uit 1992, is de belangrijkste ‘futurist’ van Magic Leap. Op een kantoor in Seattle werkt hij aan een geheime game. Verder wordt er content geleverd door Abovitz’ partner Weta Workshop, waarmee Magic Leap een 25 man groot lab in Nieuw Zeeland heeft opgezet. Hun eerste project, Dr. Grordbort’s Invaders, is een actiegame in het steampunkgenre. Als speler vecht je dan met een laserpistool tegen boze robots die je in je eigen huis aanvallen.
In juni kondigde Magic Leap ook een strategisch partnerschap aan met ILMxLAB, de virtualrealityafdeling van Lucasfilm. Ze hebben samen een onderzoekslab geopend op het terrein van Lucasfilm in San Francisco. ‘Het voelt alsof we in de begindagen van de film zitten,’ zegt Vicki Dobbs Beck, hoofd van ILMxLAB. De samenwerking heeft al geleid tot verschillende mixed-realityervaringen in het Star Wars-universum. Een daarvan, met C-3PO en R2-D2, is al onthuld bij de bekendmaking van de samenwerking. De andere is een nog geheime sequentie die plaatsvindt tijdens de fameuze slag om Hoth in The Empire Strikes Back. En zo is Rony Abovitz weer terug bij af. De man die ondernemer werd omdat hij eigenlijk X-Wing Fighters wilde bouwen, mag dat nu echt gaan doen.
Technologiewebsite The Information zet vraagtekens bij Abovitz’ verhaal.
Volgens een bericht op The Information van begin december gaat het niet zo goed met de ontwikkeling van de bril van Magic Leap. Het bedrijf zou kampen met technische problemen, en voorlopig nog achterlopen op concurrent Microsoft. Tevens werd onthuld dat een van de spectaculaire video’s die Magic Leap gebruikt om investeerders te lokken, nep is. Het filmpje werd geproduceerd door Weta Workshops, een bedrijf dat visuele effecten maakt voor de filmindustrie. Het grootste technische struikelblok voor Magic Leap is blijkbaar om de techniek die mixed reality mogelijk maakt, tot een handzaam formaat terug te brengen. Oprichter Rony Abovitz onderkende de problemen.
Forbes
Verenigde Staten | tweewekelijks tijdschrift | oplage 925.051
Forbes Magazine is een Amerikaans zakenblad dat opgericht is door B.C. Forbes en momenteel wordt geleid door zijn kleinzoon, Steve Forbes. Het tijdschrift is vooral bekend door de jaarlijkse lijstjes: de rijkste mensen, de grootste bedrijven, de machtigste vrouwen en de Celebrity Top 100.
Om het aloude schimmenspel nieuw leven in te blazen, maken Maleisische poppenspelers gebruik van personages uit Star Wars en andere Hollywoodfilms.
Luke Skywalker mag dan misschien naar een melkwegstelsel ver van ons vandaan zijn gereisd, en Superman kwam misschien van Krypton, maar de merkwaardigste reis die deze moderne superhelden hebben ondernomen is wel die naar Kampong Morak, een boerendorpje in Kelantan, de noordelijkste en tevens meest afgelegen en conservatieve deelstaat van Maleisië.
Muhammad Dain bin Othman heeft naast zijn huis met golfplaten dak een werkplaats waar een klein team van poppenmakers patronen in stukken waterbuffelhuid staat te stansen. Pak Dain – ofwel Oom Dain – is een van Maleisiës laatste nog levende dalang (poppenspelers) die de kunst van wayang kulit (wajang of schimmenspel) beheersen. Behalve angstaanjagende poppen van Rama, Sita en andere personages uit het klassieke epos Ramayana, maakt het team van Pak Dain gestileerde versies van de hedendaagse Star Wars-helden, Superman, Batman, Wonder Woman, en zelfs Bruce Lee en de Kerstman. Deze zogenaamde ‘fusion wayang kulit’ – het geesteskind van Tintoy Chuo, een bedenker van personages voor multimediagames – heeft tot doel Maleisiës oudste vorm van verhalen vertellen voor een nieuw publiek te doen herleven. ‘Er kwamen hier geleerden bezwaar maken tegen het feit dat het schimmenspel aan Hollywood werd aangepast,’ zegt Dain. ‘Maar ik heb alle sceptici gevraagd of ze een betere manier wisten om een verpieterende kunstvorm nieuw leven in te blazen.’
Wajangpersonages geïnspireerd op Star Wars, onder wie (vlnr) Si-P Long (C-3PO), Ah Tuh (R2D2) en Puteri Lwia (Prinses Leia).
Hoewel Dain de belichaming is van de Kelantanese traditie die naar verluidt dertien generaties lang is overgeleverd, komt hij moeilijk aan werk. Ooit was het spel een essentieel onderdeel van oogstfeesten en trouwerijen, en werd het geacht geluk te brengen. Tegenwoordig is het al moeilijk om twaalf musici te verzamelen die capabel genoeg zijn om de vereiste trommels en gongs te bespelen voor een voorstelling.
Een ander probleem is het verbod op schimmenspelen dat in de jaren negentig van kracht werd, toen de Pan-Maleisische Islamitische Partij in Kelantan aan de macht kwam. Het poppenspel gaat over hindoestaanse goden en kent Indiase en animistische invloeden uit de tijd voordat de Arabische handelaren de Maleisiërs tot de islam bekeerden. Daarom is de traditie, samen met vele andere, gebrandmerkt als onislamitisch en bedreigend. Dain vertelt: ‘Er zijn ook rituelen aan het begin en eind waarbij geprobeerd wordt met onzichtbare geesten te communiceren, niet zozeer om ze te vereren, maar meer om ze te vragen de voorstelling niet te verstoren. Misschien is wayang kulit niet goed voor moslims, maar op zich is er niet zoveel verkeerd aan.’
Vorig jaar werd er een festival georganiseerd, met poppenspelers uit Indonesië en Thailand, waar de shows vaak “actueler en satirischer” zijn
Tintoy Chuo is een wat zonderlinge 43-jarige stedeling, die zijn voornaam van Yuan Ping in Tintoy veranderde als hommage aan de retro-opwindfiguurtjes waar hij als kind zo weg van was. In het kader van een kunsttentoonstelling werd hem gevraagd om nieuwe culturele iconen voor Maleisië te bedenken. Hoewel hij meer gewend was aan het tekenen van mascottes voor klanten zoals KFC, Astro TV en een lokaal pretpark, wilde hij helpen de cultuur van het land te behouden. ‘Chinese leeuwendansen en batik waren niet helemaal mijn ding,’ vertelt hij. ‘En ineens viel het kwartje, en besloot ik schimmenspel te combineren met Star Wars. Iedereen kent Star Wars, zelfs mijn moeder.’
Zijn bewerking van Star Wars (Peperangan Bintang in het Maleisisch) kostte hem uiteindelijk meer dan een jaar en 10.000 dollar van zijn eigen geld. In plaats van op een filmscherm werden de personages geprojecteerd op een wit laken. Toch wist Chuo – net als de meeste inwoners van Kuala Lumpur, de moderne Maleisische hoofdstad met al zijn wolkenkrabbers – maar weinig van wayan kulit en hoezeer deze vorm van volkstheater in zijn bestaan werd bedreigd. ‘Hoe meer ik te weten kwam, des te meer ik de verantwoordelijkheid voelde om iets te doen waardoor het schimmenspel populairder zou worden bij de jongere generatie,’ zegt Chuo.
Randverhaal
Dain kwam Chuo op het spoor door een post op diens Facebookpagina. ‘Het feit dat deze Chinese jongen op een nieuwe manier wilde helpen wayang kulit te behouden, intrigeerde me,’ zo herinnert Dain, een kleine man met een potloodsnorretje, zich. ‘Maar ik moest er wel achter zien te komen of hij de dingen wel op de juiste manier wilde doen.’ De poppenspeler had nog nooit van Star Wars gehoord, maar Chuo gaf hem een dvd zodat hij de kaskraker kon bekijken. Dain concludeerde dat de strijd tussen mythische kosmische imperia wel geschikt was als ‘randverhaal’ dat niets te maken had met het kernverhaal over de hindoegod Rama. ‘Bovendien,’ zegt Chuo, ‘zei ik tegen hem dat ik de schuld wel op me zou nemen als we zouden worden aangevallen.’ Het personage van Darth Vader werd geënt op dat van de gemene Ravana [de aartsvijand van Rama], tot en met de klauwachtige lange nagels en de gerimpelde zomen van zijn uniform, hoewel zijn lichtzwaard langer is dan het traditionele zwaard. De naam Luke Skywalker werd vertaald als Perantau Langit. De gestileerde poppen werden net zo lang opnieuw getekend tot ze voldeden aan de standaard van Pak Dain. De voordrachten van Pak Dain werden met een stemvervormer bewerkt, zodat ze zwaarder en schraperiger klonken.
De productie is nu zo’n twintig keer opgevoerd, vaak voor verklede Star Wars-fanaten. Voor Chuo was de lof die ze kregen van de vertegenwoordigers van Lucasfilm, de makers van Star Wars, het allermooiste. Toch moeten we nog maar afwachten of de Star Wars-productie nieuwe dalang kan inspireren. ‘Ik vond het altijd geweldig om naar schimmenspel te kijken, maar ik stond in eerste instantie niet te springen om op te treden,’ herinnert Pak Dain zich. Rond 1980 begon deze ambtenaar, die zijn hele leven al voor het ministerie van Onderwijs werkte, pas serieus zijn artistieke interesse na te jagen. Nadat hij bij de drie grootste schimmenspelspelers een plek als leerjongen had geregeld, werd hij in 1982 erkend als volleerd tok dalang (meester-poppenspeler). ‘Het brengt ongeluk om te spelen zonder erkend te zijn,’ vertelt hij. ‘Voor ieder personage is er een speciaal lied en een speciale manier om je vinger, polsen en ellebogen te bewegen.’ Hoewel hij af en toe wel een leerling heeft gehad, zegt hij dat hij zich daar niet volledig aan kan wijden zolang er zo weinig geld valt te verdienen: ‘Ik ben er een paar kwijtgeraakt die er geen brood in zagen en naar de universiteit zijn gegaan.’
Nu het bestuur van Kelantan doorheeft dat deze kunstvorm wel eens toeristen zou kunnen trekken, wordt er iets soepeler met het verbod omgegaan en worden er regelmatig voorstellingen gehouden in het belangrijkste toeristische centrum van Kota Bharu, de hoofdstad van de deelstaat. Vorig jaar werd er ook een internationaal schimmenspelfestival georganiseerd, met poppenspelers uit Indonesië en Thailand, waar de shows volgens Dain vaak ‘actueler en satirischer’ zijn. En het lokale ministerie van Cultuur leidt buitenlandse bezoekers zelfs naar Dains huis en werkplaats om het ambacht van poppenmaken te kunnen bekijken en tevens bij een dorpeling thuis te logeren.
Steun van overheid
De huiden die voor de poppen worden gebruikt kwamen vroeger van de slager, maar Dain betrekt ze nu van boeren. Voor kleinere poppen werkt hij met geitenhuid of doorschijnend plastic. De meeste poppen worden uiteindelijk ingekleurd met magic ink-stiften. Nadat hij in 2008 met pensioen ging, heeft Dain zich meer dan ooit toegelegd op zijn kunst. ‘Ik weet niet wat het is, maar het is iets binnen in mij: als ik niet minstens één keer per maand optreed, voel ik me niet lekker. Dan heb ik geen uitlaatklep.’ Volgens zijn schatting zijn er maar zo’n acht andere schimmenspelgezelschappen die af en toe optreden. ‘De overheid zegt dat het er veertien zijn, maar sommige staan dubbel geregistreerd,’ zegt hij schimpend.
Maar er is nog steeds geen officiële steun van de overheid. Toen Pusaka, een onafhankelijke organisatie die zich toelegt op het behouden van traditionele Maleisische kunsten, grote hoeveelheden toeschouwers binnenhaalde voor een ander schimmenspelgezelschap, reageerden de lokale bestuurders van Kuala Lumpur volgens de organisatoren verbaasd dat er überhaupt belangstelling voor was. En hoewel Dain zegt dat toekomstige samenwerkingsprojecten met Chuo hem de moed geven door te gaan, denkt hij nog steeds dat het Maleisische schimmenspel over tien jaar wellicht verdwenen zal zijn.
Chuo, ook al gehinderd door te weinig geld, houdt zich voornamelijk bezig met het organiseren van tentoonstellingen in het luxe winkelcentrum Bangsar Village. Daar exposeert hij nieuwe poppen die zijn afgeleid van de bekende Amerikaanse uitgever DC Comics, die hem eveneens toestemming heeft gegeven superhelden te gebruiken om het schimmenspel te redden. Binnenkort kunnen we wellicht zien hoe ook de Hulk een plekje opeist in de typisch Zuidoost-Aziatische iconografie.
Japanse zakenwebsite. Heeft naar eigen zeggen meer medewerkers in Azië dan welk ander businessplatform dan ook. Tot de medewerkers behoren vooraanstaande politici, academici en captains of industry.
Voor iedereen die opgroeide in de jaren zeventig was de eerste Star Wars-film een culturele mijlpaal. En dus houdt New York Times-criticus A. O. Scott ondanks alles nog steeds van Luke, lichtzwaarden en de Force.
Halverwege 1977 vonden er kort na elkaar drie belangrijke gebeurtenissen plaats. Star Wars ging in roulatie, ik werd elf en Elvis Presley ging dood. Een van die gebeurtenissen is van een volkomen andere orde, ik weet het; en strikt genomen was er – en ís er – weinig meer onderlinge samenhang dan het gegeven dat die data zo dicht bij elkaar liggen. Maar toch zijn die willekeurige gebeurtenissen bepalend geweest voor mijn relatie met de populaire cultuur.
En dat geldt natuurlijk niet alleen voor mij. Het moderne leven is een aaneenschakeling van mijlpalen, gekoppeld aan een bepaalde generatie. We ontlenen onze collectieve identiteit aan de gedeelde ervaringen van allerlei publieke gebeurtenissen, waar ook kaskrakers en hits onder vallen. Of we ze nou mooi vinden of niet, ze gaan als vanzelf deel uitmaken van de architectuur van onze persoonlijke identiteit, en ze vormen een soort ruilmiddel tussen leeftijdsgenoten. Elvis, die halverwege de veertig was toen hij overleed, hoorde voor kinderen zoals ik onmiskenbaar bij de ouderen, hij stond symbool voor het moment in de jeugd van onze ouders waarop alles veranderde. De Beatles vertegenwoordigden een soortgelijke aardverschuiving, zij het van iets recentere datum. Ook zij maakten deel uit van het verleden. Op de kleuterschool hadden we hun liedjes gezongen, en we hadden ze gehoord bij Sesamstraat. Ze behoorden tot het domein van de nostalgie. Bij Star Wars lag dat anders. Star Wars was van óns – het was onze eigen tektonische plaat die begon te schuiven, waarmee het landschap voorgoed zou veranderen.
Althans, zo gaat het verhaal – zowel de heroïsche als tragische versie. Het ongekende succes van de film die tegenwoordig bekend staat als Episode IV – A New Hope _wordt verantwoordelijk gehouden voor veel van wat volgde, zowel in positieve als in negatieve zin. _Stars Wars zou een einde hebben gemaakt aan de nieuwe artistieke ambities in het Hollywood van de jaren zeventig, waar grote risico’s werden genomen, en het begin hebben gevormd van een tijdperk waarin kaskrakers de dienst uitmaken, een tijdperk waaraan nog altijd geen einde is gekomen. Volwassenen in de eenentwintigste eeuw die zich beklagen over de hegemonie van franchisefilms met een fantasyconcept – wij bijna allemaal dus, op enig moment – moeten de schuld zoeken bij ons eigen jeugdige enthousiasme. Maar de eerste Star Wars-trilogie zou ook verantwoordelijk zijn voor de duizelingwekkende wereld van de fancultuur. Ook zou de trilogie bevrijdend hebben gewerkt voor nerds en geeks die voorheen konden rekenen op de minachting van ouderen en de hoon van leeftijdsgenoten, terwijl hun passie nu ineens in het centrum van het universum was beland. Zoals het eerder de rock-’n-roll was gegaan, zo werd ook dit nieuwe culturele model niet direct breed gedragen, maar wel was het vanaf het allereerste moment winstgevend, en het kon keer op keer vernieuwd worden.
Maar hoe vernieuwend was het nou eigenlijk? De geschiedenis heeft er een handje van nieuwe dingen te doen voorkomen alsof ze niet echt nieuw zijn. Elvis drukte zijn onmiskenbare stempel op het bewustzijn van de babyboomer door de zwarte muziek uit het zuiden, die al veel langer bestond, te voorzien van een wit gezicht en de lippen van een pruilende tiener. De Beatlemania borduurde goeddeels voort op de echo van Elvis en Chuck Berry. Star Wars greep nog bewuster terug op het verleden, het was haast een caleidoscopische hommage van een student filmkunde, een allegaartje van stijlen en verwijzingen.
In zijn gunstige, maar ook enigszins neerbuigende recensie in The New York Times maakte Vincent Canby gewag van verwijzingen naar de Flash Gordon-serie en een hele verzameling literatuur die zonder meer eclectisch valt te noemen: Quo Vadis, Buck Rogers,Ivanhoe,Superman,De tovenaar van Oz, het evangelie volgens Mattheüs, de legende van koning Arthur en de Ridders van de Ronde Tafel. De collega-cinefielen van George Lucas wezen erop dat hij schatplichtig was aan John Ford en Akira Kurosawa. Stars Wars mocht dan ogen als een sciencefictionfilm met de bijbehorende ruimtegevechten, het was óók een western, een epische samoeraifilm en, zeker wanneer Carrie Fisher en Harrison Ford in een en dezelfde scène speelden, een screwball comedy. Een schoolvoorbeeld van wat sommigen van ons jaren later tijdens de studie zouden leren herkennen als de typisch postmoderne esthetiek van de pastiche.
Demografische en sociale krachten
Maar wat wisten we daar in die tijd nou van? Voor wie in 1977 elf was, was Stars Wars iets volkomen nieuws. Wat niet wilde zeggen dat we dachten dat het zomaar uit het niets was gekomen. Er waren al actie-avonturenfilms, sciencefictionallegorieën met steeds weer nieuwe delen en stripboeken die de fan hadden voorbereid op de geneugten van verhalende series. We kenden The Lord of the Rings (zowel de boeken als de animatiefilm van Ralph Bakshi), Planet of the Apes (zowel de film als de spin-offs, de animatiefilms op zondagochtend), Star Trek, het tijdschrift Mad. Meer dan voldoende brandstof voor de ontluikende fantasie van een liefhebber.
Dit alles had het vuur in gang gezet, en ik sluit niet uit dat dat ook tot ontbranding was gekomen als George Lucas niet de lucifer had afgestreken. De vonk in de zomer van 1977 was misschien niet alleen – of niet voornamelijk – de liefde voor een bepaalde film. Achteraf gezien leek het bredere fenomeen Star Wars symbool te staan voor wat het onvermijdelijke resultaat lijkt te zijn van demografische en sociale krachten.
De ‘helden’-theorie binnen de geschiedkunde staat altijd op gespannen voet met een meer deterministische visie. De opkomende generatie – die pas later ‘generatie x’ genoemd zou worden – hunkerde naar nieuwe dingen, afleiding, comfort, orde, mythologie, heroïek, kortom alles wat onze post-jarenzestigtijd van recessie niet te bieden had. We hadden alleen nog een babyboomer nodig die daarin zou voorzien, die ondertussen steenrijk zou worden en zou zorgen dat wij ons de rest van ons leven konden koesteren in aanbidding en afgunst. Hij zou de bedenker zijn, maar wij de eindgebruikers, en we zouden ons het product toe-eigenen. Wat gold voor Star Wars, gold een paar jaar later ook voor de personal computer. Beide zouden de generatiekloof verdiepen tussen de inmiddels grijzende generatie X en de millenniumgeneratie in opkomst.
Maar daarover straks meer. Ik ben Coleridges ancient mariner, en dit is nog altijd mijn verhaal. Ik weet niet precies hoe vaak ik Star Wars heb gezien in het jaar dat de film uitkwam, maar wat ik wel weet is dat er niet één andere film ik is die ik zó kort achter elkaar zó vaak heb gezien – totdat mijn kinderen werden geboren en er een dvd-speler in huis kwam en een dvd van Toy Story 2.
De schrijver Jonathan Lethem, die twee jaar ouder is dan ik, heeft in een indringend stuk (getiteld ‘13, 21, 1977’) geschreven dat hij de film 21 keer heeft gezien, waarvan de meeste keren in zijn eentje, tijdens een uitzonderlijk zware periode van zijn leven. Aan dat aantal kom ik niet, en er zat ook geen patroon in mijn kijkgedrag. Volgens mij ben ik er de eerste keer met mijn ouders naartoe geweest. Later ben ik er met mijn zusje naartoe gegaan. Nog weer later ging ik met een meisje uit de klas, in wat een soort onhandige voorloper van een afspraakje was. Ik herinner me ten minste één partijtje van een vriendje waarbij we naar Star Wars gingen. Zoals ik het me herinner was het gewoon iets wat je om de zoveel tijd deed. Je was bij een vriendje thuis aan het spelen, of je probeerde wheelies te maken op je fiets, en als het je begon te vervelen en je had nog zakgeld over, dan ging je naar de bioscoop, waar de film sinds het einde van het voorgaande schooljaar niet meer weg was geweest. Het was gewoon een van de dingen die je deed in je vrije tijd.
Voor sommigen, onder wie Lethem, was het tevens een opstapje naar meer kwalitatief hoogstaande cinematografische geneugten, en een eerste stap op het pad terug door de filmgeschiedenis. In zijn geval maakte Star Wars eerst plaats voor 2001: A Space Odyssey en vervolgens voor The Searchers – twee films die niet geheel toevallig worden gerekend tot de voorlopers van A New Hope. Anderen klampten zich vast aan kinderachtige dingen en vormden een Rebellenalliantie tegen het rijk der volwassenen. Het is nauwelijks toeval te noemen dat J. J. Abrams, regisseur van Star Wars: The Force Awakens, een van ons is. Hij werd twee weken voor mij elf.
De legende van Star Wars is pas later ontstaan. In 1977 wisten we nog niets van Joseph Campbell [de Amerikaanse hoogleraar Mythologie wiens boek The Hero with a Thousand Faces – over archetypische helden – een inspiratiebron was voor George Lucas] en de overige associaties die Lucas en anderen in het leven zouden roepen. De allegorische betekenissen – de strijd tussen goed en kwaad, het mysterie van de Force – kleven ook enigszins aan het gladde oppervlak van A New Hope. De verwijzingen naar diepte en duisternis waren veel sterker in The Empire Strikes Back en Return of the Jedi – hoewel het natuurlijk ook kan zijn dat wij ze makkelijker oppikten omdat we weer een paar jaartjes ouder waren.
En toen ging het leven gewoon verder, in ieder geval tot 1999, toen George Lucas terugkwam met The Phantom Menace, en de hele generatie X-nalatenschap van ambivalentie en verwarring weer opnieuw tot wasdom kwam. Wat een verschrikkelijke film! Net als Attack of the Clones. Maar dat maakte niets uit. Iedereen ging er evengoed heen, en het feit dat die films zo slecht waren verleende die eerste trilogie een zekere, wellicht niet geheel terechte glans. Zo goed waren die films nou ook weer niet geweest. Ook dát leek niets uit te maken. Die films – de hele kosmos, de gestalt, of wat het ook is – het bestaat in een universum waarin dergelijke oordelen geen geldigheid meer hebben, een universum dat zich onttrekt aan de gebruikelijke wetten der nostalgie. Star Wars is inmiddels een oude film, ouder dan de eerste Elvisplaten waren in 1977. De film is traag en je ziet de predigitale lassen. Het is eerder ontroerend dan subliem, een vermakelijk voortbrengsel van de populaire cultuur, vol grappige personages, tenenkrommende dialogen en hijgerig acteerwerk. Het is precies zoals in mijn herinnering en als ik er nu weer naar kijk, vraag ik me af wat ik er destijds in zag. Ik schrik van mijn gebrek aan loyaliteit. Maar ik zal altijd een believer blijven.
De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Ook wel de grijze oude dame van de journalistiek genoemd, maar nog alijd up en running.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.