Tag: Steenkool

  • Spanje wil alle kolencentrales sluiten in 2025

    Spanje wil alle kolencentrales sluiten in 2025

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VK: Elon Musk is van plan om aan partij Nigel Farage doneren

    » Mexico gebruikt een AI-app om zelfdoding te voorkomen

    Steenkoolcentrales zijn niet meer rendabel

    In de energieplannen voor 2025 van de Spaanse regering is de sluiting voorzien van de laatste vier kolencentrales van het land. Dat meldt El País. Hiermee wordt de Spaanse energievoorziening steenkoolvrij, hoewel het niet uitgesloten is dat de een kolencentrale op Mallorca – die in heel 2024 nauwelijks het equivalent van tien dagen heeft gedraaid – ook na 2025 aangesloten blijft op het elektriciteitsnet voor het geval zich een noodsituatie voordoet, totdat de tweede elektriciteitskabel om de Balearen met het vasteland te verbinden klaar is.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    In 2024 leverde steenkool nog maar 1,1 procent van de elektriciteit in Spanje, het laagste percentage sinds het begin van de metingen. Zes jaar geleden, in 2018, was steenkool nog een belangrijk onderdeel van het systeem: het aandeel lag net boven de 14 procent. De snelle afbouw vond plaats vanwege economische redenen – steenkoolcentrales kunnen niet langer concurreren met hernieuwbare energiebronnen – en Europese regelgeving die landen verbood om steenkolencentrales open te houden met subsidie. In 2018 was 38,6 procent van de Spaanse elektriciteitsproductie afkomstig uit hernieuwbare bronnen, in 2024 56,1 procent.

    De sluiting van de laatste kolencentrales stond eerst pas gepland voor 2030, maar de Spaanse regering, die geleid wordt door de sociaaldemocraten, besloot dit in september naar voren te halen naar 2025. Er is wel een kleine slag om de arm: de Spaanse stroomnetautoriteit moet nog beoordelen of volledige ontmanteling van de kolencentrales veilig is.

  • Qatar promoot aardgas als ‘groener’ alternatief voor steenkool

    Qatar promoot aardgas als ‘groener’ alternatief voor steenkool

    Qatar probeert van de energietransitie te profiteren door de productie van ‘transitiebrandstof’ aardgas op te voeren. ‘Elk brokje steenkool dat door gasmoleculen wordt vervangen is winst voor het klimaat’, aldus columnist Javier Blas.

    De energietransitie is een wedstrijd met winnaars en verliezers, dus tegenover elke energiebron die wint zal er uiteindelijk ook een zijn die verliest. De belangrijkste strijd is die tussen hernieuwbare energie en fossiele brandstoffen. Maar binnen het kamp van de fossiele brandstoffen woedt tussen aardgas en steenkool ook een strijd om de eerste plaats. En één land probeert die strijd in het voordeel van aardgas te beslissen. 

    Voorstanders van aardgas noemen het een ‘transitiebrandstof’, een stapsteen waarmee de wereld de stroomproductie kan vergroenen door steenkoolcentrales te verruilen voor aardgascentrales. 

    Nog afgezien van het probleem van methaanlekken zijn er twee obstakels die het moeilijk maken om koning steenkool van de troon te stoten: de prijs en de verkrijgbaarheid. Steenkool is spotgoedkoop en in veel ontwikkelingslanden in overvloed aanwezig. Gas moet in vloeibare vorm geïmporteerd worden en is de afgelopen twee jaar, sinds de Russische inval in Oekraïne, schrikbarend duur geworden. Het is dan ook geen verrassing dat Aziatische landen zoals Bangladesh, Pakistan en Thailand, die in lng (liquefied natural gas, oftewel vloeibaar aardgas) ooit een niet al te moeilijke en niet al te dure manier zagen om te vergroenen, daar nu twijfels over beginnen te krijgen. China en India, samen goed voor ongeveer een derde van de wereldbevolking, hebben de laatste jaren weer zwaarder ingezet op steenkool en hechten vooral aan de energiezekerheid die dat biedt. Het steenkoolverbruik blijft dus hoog en bereikte vorig jaar zelfs een recordhoogte.

    Overschot

    Maar dan komt Qatar, dat kleine emiraatje in het Midden-Oosten met een van de grootste fossiele brandstofschatten ter wereld in zijn bodem: voor biljoenen dollar aan aardgasreserves. Al is het nog zo rijk aan fossiele brandstoffen, Qatar heeft paradoxaal genoeg belang bij een succesvolle energietransitie – afhankelijk van hoe je ‘succes’ definieert. Voor Qatar, en voor veel andere spelers van Team Realpolitik in het energie- en klimaatdebat, betekent succes eerst en vooral dat steenkool verruild wordt voor aardgas. Vanuit dat oogpunt is het niet moeilijk te begrijpen waarom Qatar, als de op twee na grootste lng-exporteur ter wereld, haast maakt met een enorme uitbreiding van zijn productiecapaciteit, ook al zal daarmee volgens velen de productie straks de vraag overtreffen. De Qatarese minister van Energie Saad Al-Kaabi heeft een simpele verklaring voor die snelle uitbreiding. ‘Het enige wat ons van nieuwe projecten kan weerhouden, is de gedachte dat er geen markt voor is,’ zei hij op 25 februari.

    Al is het nog zo rijk aan fossiele brandstoffen, Qatar heeft paradoxaal genoeg belang bij een succesvolle energietransitie

    De aankondiging van Qatar kwam net een maand nadat het Witte Huis had besloten voorlopig geen toestemming meer te geven voor nieuwe lng-projecten in eigen land – wat door sommige complotdenkers werd opgevat als een teken dat Doha van Washington wil profiteren. Maar dat denk ik niet. De werkelijkheid is dat Qatar goed let op wat er in Azië gebeurt en daarop inspringt. Wat het emiraat niet openlijk zegt, maar wat elke gasconsument zelf kan bedenken, is dat het land de markt met aanbod overspoelt in de hoop dat aardgas dan zo goedkoop en makkelijk verkrijgbaar wordt dat het de vraag zal aanjagen. Simpel gezegd: Qatar probeert Aziatische landen gerust te stellen dat gas een betrouwbare transitiebrandstof is, waarmee ze van steenkool kunnen afstappen zonder hun financiën of energiezekerheid in gevaar te brengen. 

    Momenteel kan Qatar ongeveer 77 miljoen ton lng per jaar exporteren, waarmee het land na de VS en Australië de grootste mondiale leverancier is. Tot een paar dagen geleden streefde het naar een uitbreiding van zijn productiecapaciteit met 60 procent tot 126 miljoen ton. Samen met de verwachte aanboduitbreiding van de VS was dat al genoeg om tot een overschot op de lng-markt te leiden. Maar op 25 februari kwam Qatar met plannen voor een nog agressievere uitbreiding: een verhoging met 85 procent naar 142 miljoen ton vóór 2030. ‘Dat is een enorme hoop’, is mijn eufemistische samenvatting van de reactie van andere marktpartijen.

    Belang

    Niet alleen wil Qatar de markt overspoelen, het trekt zich ook niets aan van de gebruikelijke manier waarop exportfaciliteiten voor lng worden gebouwd. Normaliter laten de exporterende landen hun afnemers eerst langetermijncontracten tekenen en gebruiken ze die toezeggingen dan om het project te financieren en te bouwen. Qatar gaat gewoon aan de slag nog voor het afnemers heeft, het betaalt de faciliteiten uit eigen zak en zoekt er later wel kopers bij. Het helpt dat Qatar van alle gasproducerende landen waarschijnlijk de laagste kosten heeft. En voor een soeverein land is het makkelijker dan voor een commercieel bedrijf om voor zo’n langetermijnstrategie te kiezen.

    Qatar overspoelt de markt met aardgas in de hoop dat het dan zo goedkoop en makkelijk verkrijgbaar wordt dat het de vraag zal aanjagen

    Gaat het Qatar lukken? Voor de mate van succes zullen niet de gasprijzen maar de volumes bepalend zijn. Qatar is in 2019 uit de OPEC gestapt en is er duidelijk op gebrand de gasmarkt te vergroten, ook al leidt dat tot lagere prijzen. In Azië zijn de lng-prijzen al tot onder de tien dollar per miljoen BTU [BTU is een Amerikaanse eenheid voor energie. 1 BTU is de hoeveelheid energie die er nodig is om de temperatuur van een pond water te verhogen met 1 graad Fahrenheit en staat ongeveer gelijk aan 1060 joule] gezakt, van de recordprijs van ruim zeventig dollar in 2022. Het ergste wat een gasrijk land kan overkomen, is dat de herinnering aan de schaarste en de hoge prijzen van de afgelopen jaren de groei van het lng-gebruik van twee kanten afknijpt: doordat landen steenkool blijven gebruiken als primaire fossiele brandstof voor stroomproductie, terwijl ze bovendien werken aan de uitbouw van hun zonne- en windenergiecapaciteit. 

    Niet iedereen ziet in lng een ideale transitiebrandstof in de strijd tegen de klimaatcrisis. Maar elk brokje steenkool dat door gasmoleculen wordt vervangen is winst voor het klimaat, dus hebben we er allemaal belang bij dat het plan van Qatar slaagt.

  • Steenkoolverbruik wereldwijd op recordhoogte in 2023

    Steenkoolverbruik wereldwijd op recordhoogte in 2023

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » EU zet Orbán buitenspel om onderhandelingen over toetreding Oekraïne te starten

    » Finland sluit opnieuw de grens met Rusland

    Voor 2024 wordt een daling verwacht

    Er is nog nooit zo veel steenkool verbruikt als in 2023, dat maakte het Internationaal Energieagentschap (IEA) bekend in een vandaag verschenen rapport. De wereldwijde vraag naar de brandstof bereikte dit jaar de 8,53 miljard ton, ‘een ongekend niveau’, aldus Le Monde.

    Het Franse dagblad merkt op dat 2023 ook het warmste jaar ooit gemeten is. ‘Het verbranden van steenkool om energie te produceren is verantwoordelijk voor een groot deel van de CO₂ in de atmosfeer, wat leidt tot opwarming van de aarde.’

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    In Azië is de vraag naar steenkool het grootst: volgens het IEA is het verbruik in China dit jaar met 220 miljoen ton (4,9 procent) gestegen ten opzichte van 2022, in India met 98 miljoen ton (8 procent) en in Indonesië met 23 miljoen ton (11 procent). Daarentegen is het steenkoolverbruik sterk gedaald in Europa (met 107 miljoen ton, oftewel 23 proecnt) en in de Verenigde Staten (met 95 miljoen ton, of 21 procent). De daling in Europa en de VS is voornamelijk als gevolg van het uitfaseren van steenkool in elektriciteitscentrales en de dalende industriële activiteit, aldus Le Monde.

    Vanaf 2024 zal het wereldwijde verbruik dalen, verwacht het IEA. Vooral een aanzienlijke toename van wind- en zonne-energie zal het steenkoolverbruik voor elektriciteitsopwekking doen afnemen. Het agentschap denkt niet dat het verbruik van steenkool voor industriële doeleinden, zoals cementproductie zal verminderen.

    Lees ook:

  • Afscheid van steenkool gaat onaangenaam lang duren

    Afscheid van steenkool gaat onaangenaam lang duren

    Het bonte gezelschap van financiers dat ‘de tandwielen’ van de steenkoolindustrie smeert, zal er waarschijnlijk voor zorgen dat deze lucratieve handel standhoudt, ook al is dat ten nadele van de planeet.

    Opgestapeld onder de azuurblauwe lucht in de haven van het Australische Newcastle liggen bergen steenkool waar gigantische shovels hapjes uit nemen. Ze scheppen het spul op transportbanden, die naar vrachtschepen leiden van soms wel drie voetbalvelden lang. Jaarlijks verwerken deze terminals 200 miljoen ton van de brandstof, wat Newcastle de grootste kolenhaven ter wereld maakt. De doorvoer beleeft een indrukwekkende comeback, nadat overstromingen vorig jaar de toelevering een zware slag hadden toegebracht. 

    Aaron Johansen, die toezicht houdt op de nieuwste, volledig geautomatiseerde terminal, verwacht voor de komende zeven jaar in ieder geval geen kleinere cijfers. Rijke Aziatische landen, zoals Japan en Zuid-Korea, snakken naar de hoogwaardige steenkool die de terminal passeert. En dat geldt ook steeds meer voor opkomende landen als Maleisië en Vietnam.

    Dossier2
     Kolen worden gelost uit een vrachtschip in de kolenterminal van de haven van Lianyungang, in de provincie Jiangsu, om te worden vervoerd.– © Getty Images

    Aan de andere kant van de wereld is de stemming wel anders. De afgelopen weken verstoorden activisten meermaals de jaarlijkse algemene vergadering van Europese banken en energiebedrijven, waarbij zij grote schrijvers citeerden, onder wie Shakespeare (Don’t shuffle off this mortal coil) en de Spice Girls (Stop right now), in hun oproep een einde te maken aan de steenkoolwinning. Ze geven een stem aan de breed gevoelde angst voor wat steenkool voor het klimaat kan aanrichten als grootste bron van broeikasgassen. De brandstof was goed voor ruim 40 procent van energiegerelateerde koolstofemissies in 2022. De Verenigde Naties zeggen dat de productie met 11 procent per jaar moet dalen om de opwarming van de aarde ten opzichte van pre-industriële tijden onder de 1,5 graad Celsius te houden. Het Internationaal Energieagentschap (IEA), een officiële voorspellende instantie, wil niet dat er nieuwe mijnen worden geopend, noch dat er bestaande worden uitgebreid. Klimaatexperts denken dat 80 procent van de reserves ongebruikt moet blijven.

    Toch lijkt koning Steenkool steviger op zijn troon te zitten dan ooit

    Dit moet dan voornamelijk gebeuren door de financiële toeleveringsketen af te knijpen. Ruim tweehonderd van ’s werelds grootste financiers, waaronder 87 banken, hebben aangekondigd dat ze investeringen in kolenmijnbouw of kolencentrales aan banden zullen leggen. Kredietverstrekkers die goed zijn voor 41 procent van de wereldwijde bankactiva hebben zich aangesloten bij de Net-Zero Banking Alliance en toegezegd hun portefeuilles tegen 2050 af te stemmen op CO2-neutrale emissies. Op de COP26-top in 2021 voorspelden de VN dat de steenkoolproductie door deze campagne verleden tijd zou worden. In 2020 meende het IEA nog dat de consumptie tien jaar geleden al een hoogtepunt had bereikt.

    Toch lijkt koning Steenkool steviger op zijn troon te zitten dan ooit. In 2022 bedroeg de vraag ernaar voor het eerst meer dan 8 miljard ton. In dit artikel beschrijven we wie de tandwielen van deze ooit tot ondergang gedoemd lijkende handelsmachine smeert. Onze bevinding is dat de markt levendig, goed gefinancierd en winstgevend is. Nog opvallender is dat het bonte gezelschap van financiers er waarschijnlijk voor zal zorgen dat de handel tot ver in de jaren dertig van deze eeuw standhoudt, en dat die handel nog een aantal zakken flink zal vullen, ten nadele van de planeet.

    Uitzonderlijk jaar

    Het is verleidelijk om 2022 als een uitzonderlijk jaar te beschouwen. Rusland sneed de gasleidingen naar Europa af en Europa verbood de invoer van steenkool uit Rusland. Het continent verliet zich op vloeibaar aardgas (lng) dat bestemd was voor Azië en thermische steenkool uit Colombia, Zuid-Afrika en het verre Australië. Ook Aziatische landen die afhankelijk zijn van hoogwaardige Russische steenkool gingen diversifiëren. De prijzen voor topkwaliteit stegen. De armere buren van Europa werden uit de gasmarkt geprijsd en stortten zich op brandstof van mindere kwaliteit.

    Nu is de storm gaan liggen. Na een zachte winter hebben Europese nutsbedrijven weer behoorlijke voorraden aan gas en kolen. Maar naarmate de vraag naar stroom voor verkoelingsapparatuur in steeds warmere zomers toeneemt, zal de invoer van steenkool versnellen. De Chinese economie is het tijdperk van zerocovidbeleid te boven gekomen, India gaat als een speer. Handelaren verwachten dat het wereldwijde verbruik dit jaar met nog eens 3 tot 4 procent zal groeien.

    China wil de komende twee jaar 270 gigawatt aan nieuwe kolencentrales bouwen

    Steenkool blijft waarschijnlijk ook na 2023 in trek. Het klopt dat de vraag in Europa zal afnemen naarmate het aanbod van hernieuwbare energiebronnen stijgt. In de VS, met hun goedkopere schaliegas, ís de vraag al laag. Maar de crisis van vorig jaar heeft de importafhankelijke Aziatische landen eraan herinnerd dat wanneer energie schaars is, steenkool uitkomst biedt. Kolen zijn goedkoper en ruimer voorradig dan andere brandstoffen, en – eenmaal op eenvoudige schepen geladen – overal naartoe te vervoeren. Dit in tegenstelling tot lng, waarvoor je speciale schepen en terminals voor hervergassing moet bouwen, wat jaren duurt. China wil de komende twee jaar 270 gigawatt aan nieuwe kolencentrales bouwen, meer dan welk land dan ook ter wereld vandaag de dag aan capaciteit heeft. India en een groot deel van Zuidoost-Azië volgen hetzelfde pad.

    Zelfs als het Westen steenkool snel afzweert, zal de vraag naar thermische steenkool tussen nu en 2030 met slechts 10 tot 18 procent dalen, verwacht de Boston Consulting Group. Een groot deel van de vraag komt voor rekening van de binnenlandse productie in China en India, de grootste verbruikers ter wereld. Import blijft echter cruciaal. Investeringsbanken verwachten niet dat de verhandelde volumes dit decennium snel onder de 900 miljoen ton komen, ten opzichte van 1 miljard ton vorig jaar. Eén investeringsbank, Liberum Capital, verwacht de komende vijf jaar een stijgende invoer.

    Hardnekkige vraag

    Blijft de wereldwijde kolenmarkt aan die hardnekkige vraag voldoen? Ons onderzoek lijkt te zeggen van wel. Er is genoeg geld voor drie vitale schakels in de toeleveringsketen: handel en scheepvaart, meer graven in bestaande mijnen, en nieuwe projecten.

    Handelsfinanciering is nog het eenvoudigst. Consultant Oliver Wyman berekende voor The Economist dat hoge prijzen, samen met de langere reizen als gevolg van omgeleide export, de behoefte aan werkkapitaal van kolenhandelaren in 2022 opdreven tot 20 miljard dollar, vier keer het historische gemiddelde. Ervan uitgaande dat de gemiddelde kolenprijs boven de 100 dollar per ton blijft, wat veel analisten verwachten, blijft die behoefte tot ten minste 2030 boven de 7 miljard dollar.

    Afrika als wingewest

    Investeringen in nieuwe projecten voor fossiele brandstoffen zouden moeten worden stopgezet om te helpen de opwarming van de aarde onder de 1,5°C te houden, maar westerse oliebedrijven richten zich doodleuk met volle kracht op Afrika.

    Dat bleek vorig jaar november in het Egyptische Sharm-el-Sheikh tijdens COP27, de VN-conferentie over klimaatverandering. Daar werd het rapport Who Is Financing Fossil Fuel Expansion in Africa? van de Duitse ngo Urgewald en een dertigtal Afrikaanse organisaties gepresenteerd. En wat blijkt? In 48 van de 54 Afrikaanse landen vinden exploratie- en exploitatieprojecten van recent ontdekte reserves plaats.

    ‘Twee derde van deze projecten wordt uitgevoerd door multinationals met hoofdkantoren buiten Afrika en de meerderheid is gericht op export om te kunnen voldoen aan westerse behoeften,’ aldus Heffa Schücking, de directeur van Urgewald. De verwachting is dat er tegen 2030 ongeveer 16 miljard extra vaten olie zullen worden geproduceerd, wat overeenkomt met twee jaar uitstoot in de Europese Unie. Het Franse TotalEnergies is met activiteiten in vijftien landen de grootste speler, en zal 14 procent van de toekomstige productie voor zijn rekening nemen, schrijft Le Monde.

    Ondertussen leiden deze miljardenprojecten Afrikaanse landen af van een transitie naar duurzame energie, aldus Amos Wemanya van de denktank Power Shift Africa. ‘En dat is slecht voor het klimaat en slecht voor de ontwikkeling van Afrika.’

    Handelaren in grondstoffen blijven liquide genoeg om de aankoop van kolen te financieren. Een van hun geldbronnen bestaat uit bedrijfsleningen via meerjarige bankleningen of obligaties, waardoor bedrijven een vastgesteld bedrag naar eigen goeddunken kunnen gebruiken. Handelaren kunnen ook gebruikmaken van doorlopend krediet op korte termijn, verstrekt door groepen banken. Veel van dit soort financieringen zijn sinds begin 2022 uitgebreid – en belopen vaak enkele miljarden dollars – om handelaren te helpen sterke prijsschommelingen op te vangen. Banken die restricties opleggen en bepalen dat het geld niet mag worden gebruikt om steenkool te kopen, lopen het grote risico dat handelaren hun toevlucht zoeken tot concurrenten die wat minder strikt in de leer zijn. Dat zijn dus maar weinig banken.

    Financieel directeuren bij handelsfirma’s zeggen dat banken in landen waar handel de voornaamste bron van inkomsten is, waaronder DBS in Singapore en UBS in Zwitserland, nog steeds steenkoolaankopen financieren. Zwitserse regionale geldschieters helpen graag. Hetzelfde geldt voor banken in consumerende landen, zoals China en Japan, evenals voor de Britse bankengroep Standard Chartered, die zich richt op Aziatische bedrijven (DBS en Standard Chartered melden allebei dat ze hun belang in thermische steenkool aan het verminderen zijn.) Alleen Europese kredietverstrekkers, vooral Franse, hebben zich teruggetrokken. De opengevallen plaatsen zijn ingenomen door banken uit producerende landen, zoals Australië, Indonesië en Zuid-Afrika. 

    Kleinere, uitsluitend op kolenhandel gerichte bedrijven (de zogeheten ‘pure players’) voelen wel een grotere druk

    Kleinere, uitsluitend op kolenhandel gerichte bedrijven (de zogeheten ‘pure players’) voelen wel een grotere druk. Banken die toch al nooit veel geld aan hen hebben verdiend, kunnen nauwelijks volhouden dat ze niet weten hoe het geleende geld wordt gebruikt. Vorig jaar werden sommige handelaren gedwongen geld te lenen van private fondsen, vaak gedekt door vermogende individuen, tegen jaarlijkse tarieven van bijna 25 procent – ongeveer vijf keer de standaardkosten. Maar na maanden van bloeiende handel hebben velen geen externe financiering meer nodig. Eén bankier zegt dat sommige van zijn in kolen handelende klanten de winst in 2022 hebben zien vertienvoudigen. Een van hen, gevestigd in Londen, zag zijn totale vermogen stijgen van 50 miljoen pond in 2021 naar 700 miljoen in 2023.

    Kredietbrieven 

    Om het product vervolgens naar kopers te verschepen, hebben handelaren vaak een door een gerenommeerde bank afgegeven garantie nodig dat ze op tijd worden betaald. Steeds minder leners willen dergelijke ‘kredietbrieven’ verstrekken, maar er zijn ook manieren om dit te omzeilen. Sommige handelaren brengen hun klanten meer in rekening om het tegenpartijrisico te dekken. Het helpt dat de investering beperkt is. Met de huidige prijzen kan een vracht steenkool niet meer dan 4 tot 5 miljoen dollar waard zijn. Een olietanker daarentegen kan voor 200 miljoen dollar aan ruwe olie vervoeren. Anderen maken gebruik van vertrouwde tussenpersonen, of vragen grotere garanties op andere goederen die de klant koopt. Sommige overheden in ontvangende landen geven de garantie zelf af of betalen zelfs vooruit.

    Buiten Zuid-Afrika, waar spoorwegstakingen het transport hebben lamgelegd, biedt het vasteland voldoende infrastructuur om steenkool te vervoeren. Die infrastructuur zal zich alleen maar uitbreiden. Global Energy Monitor, een Amerikaanse ngo, verwacht dat India van plan is zijn kolenterminals meer dan te verdubbelen tot 1400 (momenteel zijn er wereldwijd 6300). De logistiek over zee is beperkter: onder druk van groene aandeelhouders mijden sommige verladers steenkool inmiddels. Maar kleinere transporteurs, vaak Chinezen of Grieken, hebben het stokje overgenomen. Handelaren melden geen problemen bij het verzekeren van de vracht. Zelfs het door sancties getroffen Rusland exporteert het grootste deel van zijn steenkool en gebruikt dezelfde mix van obscure handelaren en scheepvaartmaatschappijen, uit Hongkong of de Golf, die het gebruikt om zijn olie naar Azië te verschepen.

    Vorig jaar steeg de steenkoolproductie tot een record van 8 miljard ton

    Financiering van meer graafwerkzaamheden in bestaande mijnen – de tweede schakel in de toeleveringsketen – is ook geen probleem. Vorig jaar steeg de steenkoolproductie tot een record van 8 miljard ton. Maar helemaal business as usual is het niet. Sinds 2018 hebben veel ‘majors’ in de mijnbouw (gediversifieerde conglomeraten die op openbare markten opereren) hun steenkoolactiva geheel of gedeeltelijk verkocht. Maar in plaats van te worden ontmanteld, zijn afgestoten activa opgepikt door particuliere mijnbouwers, concurrenten in opkomende markten en investeringsfirma’s. Nieuwe eigenaren hebben er geen moeite mee om mijnen volledig te benutten. In 2021 verzelfstandigde Anglo American, een in Londen gevestigde major, zijn Zuid-Afrikaanse mijnen in een nieuw bedrijf dat onmiddellijk beloofde de productie op te voeren.

    Net als handelaren zitten de mijnbouwondernemingen op dit moment goed in de slappe was. De drie grootste ‘pure-play’-steenkoolproducenten van Australië gingen van een nettoschuld van 1 miljard dollar in 2021 naar 6 miljard dollar aan nettocontanten vorig jaar. Ze hebben het grootste deel van hun langlopende leningen afgelost, dus op dat gebied zijn er geen belangrijke deadlines. ‘Tegenwoordig gaat het niet meer om de vraag “Hoe herfinancier ik mijn schuld?” maar om “Wat doe ik met mijn extra geld?”,’ zegt een financieel directeur van een van hen.

    Dossier3
    In de rij om kolen te vervoeren van de China Energy Investment Corporation. – © Getty Images

    Steenkoolmijnbouwondernemingen kunnen nog steeds geld lenen wanneer dat nodig is. Uit gegevens die de ngo Urgewald verzamelde, blijkt dat ze in de periode 2019-2021 in totaal 62 miljard dollar aan bankleningen hebben verkregen. Japanse bedrijven (SMBC, Sumitomo, Mitsubishi) waren de grootste geldschieters, gevolgd door Bank of China, en JP Morgan Chase en Citigroup uit de Verenigde Staten. Europese banken stonden ook in de top-15. In deze periode slaagden mijnbouwbedrijven, voornamelijk uit China, er ook in om voor 150 miljard dollar aan obligaties en aandelen te verkopen, waarvoor Chinese banken vaak borg stonden. En de liquiditeit houdt aan. Urgewald heeft berekend dat in 2022 zestig grote banken in totaal 13 miljard dollar naar de dertig grootste steenkoolproducenten ter wereld hebben gesluisd.

    Verre van consequent

    Dit is mogelijk doordat het beleid van financiële ondernemingen dat steenkool uitsluit verre van consequent is. Vaak treedt dat beleid pas in 2025 in werking. In sommige gevallen geldt het alleen voor nieuwe klanten. In andere is financiering van projecten wel verboden, maar geldt dat niet voor algemene bedrijfsleningen die mijnbouwers kunnen gebruiken om naar steenkool te graven. Beleid dat dergelijke leningen beperkt, geldt vaak alleen voor mijnbouwers die veel van hun inkomsten uit steenkool halen, meestal 25 of 50 procent. Veel grote bedrijven, waaronder Glencore, een Zwitserse grondstoffengigant die 110 miljoen ton per jaar produceert, zitten onder deze percentages.

    Sommige beleidsregels zijn bewust vaag geformuleerd om vrijstellingen mogelijk te maken. Hoewel Goldman Sachs heeft beloofd ‘binnen een redelijk tijdsbestek’ te zullen stoppen met het financieren van thermische steenkoolmijnbouwbedrijven zonder diversificatiestrategie, schijnt de bank leningen te blijven verstrekken aan Peabody, een gigantisch Australisch mijnbouwbedrijf dat vorig jaar 78 procent van zijn inkomsten betrok uit de verkoop van steenkool (wellicht hielp het dat het bedrijf onlangs een bescheiden dochteronderneming op het gebied van zonne-energie heeft opgericht). Van de 426 grote banken, investeerders en verzekeraars die werden beoordeeld door Reclaim Finance, een andere ngo, kan van slechts 26 worden vastgesteld dat ze een beleid voeren dat overeenstemt met een nettonulscenario in 2050. Nog minder van die bedrijven hebben gezegd steenkool volledig te zullen afzweren. De meeste Chinese en Indiase staatsbanken hullen zich op dat gebied in stilzwijgen.

    Kortom, weinig banken zijn bereid om hun omzet of de voorraden van hun land te schaden

    Kortom, weinig banken zijn bereid om hun omzet of de voorraden van hun land te schaden. Volgens analisten helpt dit de bestaande mijnen om tot begin 2030 aan de vraag te voldoen. Pas dan kan er sprake zijn van een crisis in de steenkoolsector. Westerse banken, die hun beleid vaak om de zoveel tijd evalueren, zullen de duimschroeven langzaam maar zeker aandraaien. Het huidige gebrek aan nieuwe projecten – de derde schakel in de keten – betekent dat er mogelijk niet genoeg nieuwe voorraad is wanneer oude mijnen stoppen met produceren.

    Hoewel het steeds moeilijker is om nieuwe projecten gefinancierd te krijgen, is er nog altijd geld beschikbaar. Westerse banken trekken zich terug, maar andere spelers dringen zich op de voorgrond. Westerse mijnbouwers zijn al jaren zuinig met kapitaalinvesteringen. Nadat ze in het eerste decennium van deze eeuw een hoop hadden uitgegeven, leden velen onder de prijsdalingen halverwege de jaren tien. En al boeken ze nu weer flinke winsten, dan nog kopen de grote jongens liever concurrenten op, heropenen ze oude mijnen of geven ze kapitaal terug aan aandeelhouders dan dat ze nieuwe ondernemingen in het leven roepen. Het investeringsklimaat is het schraalst in de steenkoolsector. Een mijn vanaf de grond opbouwen kan meer dan tien jaar duren. En ook het verkrijgen van vergunningen, die in het Westen steeds vaker worden geweigerd, is een uiterst tijdrovende zaak.

    Energiedichtheid

    Maak alles elektrisch en je bent van het probleem van fossiele brandstoffen af. Klinkt eenvoudig, maar de werkelijkheid is weerbarstiger, volgens denktank Brookings. Al was het alleen maar omdat lang niet alles zich zomaar laat elektrificeren. Neem elektrische voertuigen: die worden aangeprezen als vervanging van voertuigen op diesel en benzine, maar zijn lang niet geschikt voor alle toepassingen; bijvoorbeeld omdat bepaalde kwaliteiten van fossiele brandstoffen – zoals hun energiedichtheid– moeilijk zijn na te bootsen.

    Omdat elk voertuig zijn eigen brandstof moet vervoeren, spelen het gewicht en het volume ervan een belangrijke rol. Vooral in de transportsector is dat cruciaal. Ga maar na: per 450 gram bevatten fossiele brandstoffen ongeveer veertig keer zo veel energie als een geavanceerde batterij. De nadelen van het gewicht van batterijen worden enigszins gecompenseerd doordat elektromotoren veel efficiënter zijn dan verbrandingsmotoren en doordat ze mechanisch eenvoudiger zijn, omdat ze veel minder bewegende onderdelen bevatten. Maar een elektrisch voertuig is altijd nog zwaarder dan een vergelijkbaar voertuig op fossiele brandstof.

    Voor voertuigen die lichte ladingen vervoeren en vaak kunnen tanken, zoals personenauto’s, is dat niet problematisch. Maar voor de luchtvaart, de zeevaart of voor vrachtwagens die zware ladingen moet vervoeren over lange afstanden zonder te kunnen bijtanken, is het verschil in energiedichtheid tussen fossiele brandstoffen en batterijen – in elk geval voorlopig – nog een onoverkomelijk probleem.

    Het financieren van nieuwe projecten in rijke landen stuit op nogal wat obstakels. Vorig jaar moest Adani Group, een Indiaas bedrijf dat het beheer voert over Carmichael, een enorme kolenmijn in aanbouw in Queensland, uit eigen zak 500 miljoen dollar aan obligaties herfinancieren die het voor het project had uitgegeven. Sommige opportunistische fondsen zullen blijven mikken op sappige winsten, vooral in geval van prijsstijgingen. De eerste diepe steenkoolmijn die in decennia in Groot-Brittannië is gegraven, is uiteindelijk eigendom van EMR Capital, een investeringsfirma die is opgericht op de Kaaimaneilanden. Peter Ryan van Goba Capital, een soortgelijk bedrijf in Miami, verwacht dat de kolenactiva van zijn bedrijf tegen 2030 verachtvoudigd zullen zijn.

    In Azië is de situatie anders. Banken blijven behulpzaam. Beleggers zijn begonnen nieuwe mijnen in eigen land te steunen. Familiefondsen, die zijn opgericht om het fortuin van de rijken te beleggen, zijn geïnteresseerd. Elke zakelijke dynastie in Indonesië, waar mijnbouw de ruggegraat van de economie vormt, moet steenkool bezitten, zegt een handelaar. In India doen obscure vastgoedfirma’s biedingen op land waar steenkool valt te winnen. Uiteindelijk zouden bedrijven uit deze landen mijnen kunnen aanleggen in het buitenland, gevolgd door banken, maar Chinese uitstapjes in het Westen zullen zeldzaam blijven; Indiase en Indonesische bedrijven, die al een samenstel van steenkoolactiva in Australië bezitten, zullen hun voetafdruk echter ongetwijfeld vergroten.

    Minder export, hogere prijzen

    En dus zal de steenkolenmarkt er in de jaren dertig heel anders uitzien. ‘Van eigendom en exploitatie tot financiering en consumptie: steenkool wordt een grondstof voor opkomende markten,’ zegt een mijnbouwondernemer. De prijzen blijven hoog door aanvoerbeperkingen, maar de groep exporteurs die hieraan goud geld verdient, zal krimpen. Colombia en Zuid-Afrika, die Europa bedienen, verliezen hun afzetmarkt. Rusland zal het moeilijker krijgen om naar China te verschepen. Alle drie zullen ze minder steenkool exporteren voor minder geld. Australië zal critici sussen door zich te concentreren op de efficiëntste steenkool; dan kan het land minder exporteren maar hogere prijzen berekenen. Indonesië zou de toonaangevende exporteur kunnen worden, zoals Saoedi-Arabië dat nu is voor olie. Het zal meer van zijn basissteenkool verkopen, vaak voor meer geld.

    Hoewel steenkool zich in een neerwaartse spiraal bevindt, zal het afscheid onaangenaam lang duren. Rond de jaren veertig kan de vraag voorgoed uitdoven, ten gunste van hernieuwbare energiebronnen. Maar zelfs dan houden sommige landen hun opties open. Stel dat er nog eens een energiecrisis komt. ‘Dan zal steenkool, die grondstof die niemand wil, de grondstof zijn die we wel weer moeten gebruiken,’ zegt een grote handelaar die Azië bedient. ‘Dat zou weleens een eeuwigdurend kenmerk van steenkool kunnen zijn.’  

  • Waarom het zo moeilijk is om afscheid te nemen van steenkool

    Waarom het zo moeilijk is om afscheid te nemen van steenkool

    Het bonte gezelschap van financiers dat ‘de tandwielen’ van de steenkoolindustrie smeert, zal er waarschijnlijk voor zorgen dat deze lucratieve handel stand houdt, ook al is dat schadelijk voor planeet. De markt wil maar geen afscheid van de de vervuilende brandstof nemen.

    Opgestapeld onder de azuurblauwe lucht in de haven van het Australische Newcastle liggen bergen steenkool waar gigantische shovels hapjes uit nemen. Ze scheppen het spul op transportbanden, die naar vrachtschepen leiden van soms wel drie voetbalvelden lang. Jaarlijks verwerken deze terminals 200 miljoen ton van de brandstof, wat Newcastle de grootste kolenhaven ter wereld maakt. De doorvoer beleeft een indrukwekkende comeback, nadat overstromingen vorig jaar de toelevering een zware slag hadden toegebracht. 

    Aaron Johansen, die toezicht houdt op de nieuwste, volledig geautomatiseerde terminal, verwacht voor de komende zeven jaar in ieder geval geen kleinere cijfers. Rijke Aziatische landen, zoals Japan en Zuid-Korea, snakken naar de hoogwaardige steenkool die de terminal passeert. En dat geldt ook steeds meer voor opkomende landen als Maleisië en Vietnam.

    Aan de andere kant van de wereld is de stemming wel anders. De afgelopen weken verstoorden activisten meermaals de jaarlijkse algemene vergadering van Europese banken en energiebedrijven, waarbij zij grote schrijvers citeerden, onder wie Shakespeare (Don’t shuffle off this mortal coil) en de Spice Girls (Stop right now), in hun oproep een einde te maken aan de steenkoolwinning. Ze geven een stem aan de breed gevoelde angst voor wat steenkool voor het klimaat kan aanrichten als grootste bron van broeikasgassen. De brandstof was goed voor ruim 40 procent van energiegerelateerde koolstofemissies in 2022. De Verenigde Naties zeggen dat de productie met 11 procent per jaar moet dalen om de opwarming van de aarde ten opzichte van pre-industriële tijden onder de 1,5 graad Celsius te houden. Het Internationaal Energieagentschap (IEA), een officiële voorspellende instantie, wil niet dat er nieuwe mijnen worden geopend, noch dat er bestaande worden uitgebreid. Klimaatexperts denken dat 80 procent van de reserves ongebruikt moet blijven.

    In 2020 meende het IEA nog dat de steenkoolconsumptie tien jaar geleden al een hoogtepunt had bereikt

    Dit moet dan voornamelijk gebeuren door de financiële toeleveringsketen af te knijpen. Ruim tweehonderd van ’s werelds grootste financiers, waaronder 87 banken, hebben aangekondigd dat ze investeringen in kolenmijnbouw of kolencentrales aan banden zullen leggen. Kredietverstrekkers die goed zijn voor 41 procent van de wereldwijde bankactiva hebben zich aangesloten bij de Net-Zero Banking Alliance en toegezegd hun portefeuilles tegen 2050 af te stemmen op CO2-neutrale emissies. Op de COP26-top in 2021 voorspelden de VN dat de steenkoolproductie door deze campagne verleden tijd zou worden. In 2020 meende het IEA nog dat de consumptie tien jaar geleden al een hoogtepunt had bereikt.

    Geoliede handelsmachine

    Toch lijkt koning Steenkool steviger op zijn troon te zitten dan ooit. In 2022 bedroeg de vraag ernaar voor het eerst meer dan 8 miljard ton. In dit artikel beschrijven we wie de tandwielen van deze ooit tot ondergang gedoemd lijkende handelsmachine smeert. Onze bevinding is dat de markt levendig, goed gefinancierd en winstgevend is. Nog opvallender is dat het bonte gezelschap van financiers er waarschijnlijk voor zal zorgen dat de handel tot ver in de jaren dertig van deze eeuw standhoudt, en dat die handel nog een aantal zakken flink zal vullen, ten nadele van de planeet.

    Het is verleidelijk om 2022 als een uitzonderlijk jaar te beschouwen. Rusland sneed de gasleidingen naar Europa af en Europa verbood de invoer van steenkool uit Rusland. Het continent verliet zich op vloeibaar aardgas (lng) dat bestemd was voor Azië en thermische steenkool uit Colombia, Zuid-Afrika en het verre Australië. Ook Aziatische landen die afhankelijk zijn van hoogwaardige Russische steenkool gingen diversifiëren. De prijzen voor topkwaliteit stegen. De armere buren van Europa werden uit de gasmarkt geprijsd en stortten zich op brandstof van mindere kwaliteit.

    De crisis van vorig jaar heeft de importafhankelijke Aziatische landen eraan herinnerd dat wanneer energie schaars is, steenkool uitkomst biedt

    Nu is de storm gaan liggen. Na een zachte winter hebben Europese nutsbedrijven weer behoorlijke voorraden aan gas en kolen. Maar naarmate de vraag naar stroom voor verkoelingsapparatuur in steeds warmere zomers toeneemt, zal de invoer van steenkool versnellen. De Chinese economie is het tijdperk van zerocovidbeleid te boven gekomen, India gaat als een speer. Handelaren verwachten dat het wereldwijde verbruik dit jaar met nog eens 3 tot 4 procent zal groeien.

    Steenkool blijft waarschijnlijk ook na 2023 in trek. Het klopt dat de vraag in Europa zal afnemen naarmate het aanbod van hernieuwbare energiebronnen stijgt. In de VS, met hun goedkopere schaliegas, ís de vraag al laag. Maar de crisis van vorig jaar heeft de importafhankelijke Aziatische landen eraan herinnerd dat wanneer energie schaars is, steenkool uitkomst biedt. Kolen zijn goedkoper en ruimer voorradig dan andere brandstoffen en – eenmaal op eenvoudige schepen geladen – overal naartoe te vervoeren. Dit in tegenstelling tot lng, waarvoor je speciale schepen en terminals voor hervergassing moet bouwen, wat jaren duurt. China wil de komende twee jaar 270 gigawatt aan nieuwe kolencentrales bouwen, meer dan welk land dan ook ter wereld vandaag de dag aan capaciteit heeft. India en een groot deel van Zuidoost-Azië volgen hetzelfde pad.

    Blijvende vraag naar steenkool

    Zelfs als het Westen steenkool snel afzweert, zal de vraag naar thermische steenkool tussen nu en 2030 met slechts 10 tot 18 procent dalen, verwacht de Boston Consulting Group. Een groot deel van de vraag komt voor rekening van de binnenlandse productie in China en India, de grootste verbruikers ter wereld. Import blijft echter cruciaal. Investeringsbanken verwachten niet dat de verhandelde volumes dit decennium snel onder de 900 miljoen ton komen, ten opzichte van 1 miljard ton vorig jaar. Eén investeringsbank, Liberum Capital, verwacht de komende vijf jaar een stijgende invoer.

    Blijft de wereldwijde kolenmarkt aan die hardnekkige vraag voldoen? Ons onderzoek lijkt te zeggen van wel. Er is genoeg geld voor drie vitale schakels in de toeleveringsketen: handel en scheepvaart, meer graven in bestaande mijnen, en nieuwe projecten.

    Handelsfinanciering is nog het eenvoudigst. Consultant Oliver Wyman berekende voor The Economist dat hoge prijzen, samen met de langere reizen als gevolg van omgeleide export, de behoefte aan werkkapitaal van kolenhandelaren in 2022 opdreven tot 20 miljard dollar, vier keer het historische gemiddelde. Ervan uitgaande dat de gemiddelde kolenprijs boven de 100 dollar per ton blijft, wat veel analisten verwachten, blijft die behoefte tot ten minste 2030 boven de 7 miljard dollar.

    Handelaren in grondstoffen blijven liquide genoeg om de aankoop van kolen te financieren. Een van hun geldbronnen bestaat uit bedrijfsleningen via meerjarige bankleningen of obligaties, waardoor bedrijven een vastgesteld bedrag naar eigen goeddunken kunnen gebruiken. Handelaren kunnen ook gebruikmaken van doorlopend krediet op korte termijn, verstrekt door groepen banken. Veel van dit soort financieringen zijn sinds begin 2022 uitgebreid – en belopen vaak enkele miljarden dollars – om handelaren te helpen sterke prijsschommelingen op te vangen. Banken die restricties opleggen en bepalen dat het geld niet mag worden gebruikt om steenkool te kopen, lopen het grote risico dat handelaren hun toevlucht zoeken tot concurrenten die wat minder strikt in de leer zijn. Dat zijn dus maar weinig banken.

    Financieel directeuren bij handelsfirma’s zeggen dat banken in landen waar handel de voornaamste bron van inkomsten is, waaronder DBS in Singapore en UBS in Zwitserland, nog steeds steenkoolaankopen financieren. Zwitserse regionale geldschieters helpen graag. Hetzelfde geldt voor banken in consumerende landen, zoals China en Japan, evenals voor de Britse bankengroep Standard Chartered, die zich richt op Aziatische bedrijven (DBS en Standard Chartered melden allebei dat ze hun belang in thermische steenkool aan het verminderen zijn). Alleen Europese kredietverstrekkers, vooral Franse, hebben zich teruggetrokken. De opengevallen plaatsen zijn ingenomen door banken uit producerende landen, zoals Australië, Indonesië en Zuid-Afrika. 

    Zelfs het door sancties getroffen Rusland exporteert het grootste deel van zijn steenkool

    Kleinere, uitsluitend op kolenhandel gerichte bedrijven (de zogeheten ‘pure players’) voelen wel een grotere druk. Banken die toch al nooit veel geld aan hen hebben verdiend, kunnen nauwelijks volhouden dat ze niet weten hoe het geleende geld wordt gebruikt. Vorig jaar werden sommige handelaren gedwongen geld te lenen van private fondsen, vaak gedekt door vermogende individuen, tegen jaarlijkse tarieven van bijna 25 procent – ongeveer vijf keer de standaardkosten. Maar na maanden van bloeiende handel hebben velen geen externe financiering meer nodig. Eén bankier zegt dat sommige van zijn in kolen handelende klanten de winst in 2022 hebben zien vertienvoudigen. Een van hen, gevestigd in Londen, zag zijn totale vermogen stijgen van 50 miljoen pond in 2021 naar 700 miljoen in 2023.

    Om het product vervolgens naar kopers te verschepen, hebben handelaren vaak een door een gerenommeerde bank afgegeven garantie nodig dat ze op tijd worden betaald. Steeds minder leners willen dergelijke ‘kredietbrieven’ verstrekken, maar er zijn ook manieren om dit te omzeilen. Sommige handelaren brengen hun klanten meer in rekening om het tegenpartijrisico te dekken. Het helpt dat de investering beperkt is. Met de huidige prijzen kan een vracht steenkool niet meer dan 4 tot 5 miljoen dollar waard zijn. Een olietanker daarentegen kan voor 200 miljoen dollar aan ruwe olie vervoeren. Anderen maken gebruik van vertrouwde tussenpersonen, of vragen grotere garanties op andere goederen die de klant koopt. Sommige overheden in ontvangende landen geven de garantie zelf af of betalen zelfs vooruit.

    Transport

    Buiten Zuid-Afrika, waar spoorwegstakingen het transport hebben lamgelegd, biedt het vasteland voldoende infrastructuur om steenkool te vervoeren. Die infrastructuur zal zich alleen maar uitbreiden. Global Energy Monitor, een Amerikaanse ngo, verwacht dat India van plan is zijn kolenterminals meer dan te verdubbelen tot 1400 (momenteel zijn er wereldwijd 6300). De logistiek over zee is beperkter: onder druk van groene aandeelhouders mijden sommige verladers steenkool inmiddels. Maar kleinere transporteurs, vaak Chinezen of Grieken, hebben het stokje overgenomen. Handelaren melden geen problemen bij het verzekeren van de vracht. Zelfs het door sancties getroffen Rusland exporteert het grootste deel van zijn steenkool en gebruikt dezelfde mix van obscure handelaren en scheepvaartmaatschappijen, uit Hongkong of de Golf, die het gebruikt om zijn olie naar Azië te verschepen.

    Financiering van meer graafwerkzaamheden in bestaande mijnen – de tweede schakel in de toeleveringsketen – is ook geen probleem. Vorig jaar steeg de steenkoolproductie tot een record van 8 miljard ton. Maar helemaal business as usual is het niet. Sinds 2018 hebben veel ‘majors’ in de mijnbouw (gediversifieerde conglomeraten die op openbare markten opereren) hun steenkoolactiva geheel of gedeeltelijk verkocht. Maar in plaats van te worden ontmanteld, zijn afgestoten activa opgepikt door particuliere mijnbouwers, concurrenten in opkomende markten en investeringsfirma’s. Nieuwe eigenaren hebben er geen moeite mee om mijnen volledig te benutten. In 2021 verzelfstandigde Anglo American, een in Londen gevestigde major, zijn Zuid-Afrikaanse mijnen in een nieuw bedrijf dat onmiddellijk beloofde de productie op te voeren.

    Net als handelaren zitten de mijnbouwondernemingen op dit moment goed in de slappe was. De drie grootste ‘pure-play’-steenkoolproducenten van Australië gingen van een nettoschuld van 1 miljard dollar in 2021 naar 6 miljard dollar aan nettocontanten vorig jaar. Ze hebben het grootste deel van hun langlopende leningen afgelost, dus op dat gebied zijn er geen belangrijke deadlines. ‘Tegenwoordig gaat het niet meer om de vraag “Hoe herfinancier ik mijn schuld?” maar om “Wat doe ik met mijn extra geld?”,’ zegt een financieel directeur van een van hen.

    Inconsequent beleid

    Steenkoolmijnbouwondernemingen kunnen nog steeds geld lenen wanneer dat nodig is. Uit gegevens die de ngo Urgewald verzamelde, blijkt dat ze in de periode 2019-2021 in totaal 62 miljard dollar aan bankleningen hebben verkregen. Japanse bedrijven (SMBC, Sumitomo, Mitsubishi) waren de grootste geldschieters, gevolgd door Bank of China en JP Morgan Chase en Citigroup uit de Verenigde Staten. Europese banken stonden ook in de top-15. In deze periode slaagden mijnbouwbedrijven, voornamelijk uit China, er ook in om voor 150 miljard dollar aan obligaties en aandelen te verkopen, waarvoor Chinese banken vaak borg stonden. En de liquiditeit houdt aan. Urgewald heeft berekend dat in 2022 zestig grote banken in totaal 13 miljard dollar naar de dertig grootste steenkoolproducenten ter wereld hebben gesluisd.

    Dit is mogelijk doordat het beleid van financiële ondernemingen dat steenkool uitsluit verre van consequent is. Vaak treedt dat beleid pas in 2025 in werking. In sommige gevallen geldt het alleen voor nieuwe klanten. In andere is financiering van projecten wel verboden, maar geldt dat niet voor algemene bedrijfsleningen die mijnbouwers kunnen gebruiken om naar steenkool te graven. Beleid dat dergelijke leningen beperkt, geldt vaak alleen voor mijnbouwers die veel van hun inkomsten uit steenkool halen, meestal 25 of 50 procent. Veel grote bedrijven, waaronder Glencore, een Zwitserse grondstoffengigant die 110 miljoen ton per jaar produceert, zitten onder deze percentages.

    Sommige beleidsregels zijn bewust vaag geformuleerd om vrijstellingen mogelijk te maken. Hoewel Goldman Sachs heeft beloofd ‘binnen een redelijk tijdsbestek’ te zullen stoppen met het financieren van thermische steenkoolmijnbouwbedrijven zonder diversificatiestrategie, schijnt de bank leningen te blijven verstrekken aan Peabody, een gigantisch Australisch mijnbouwbedrijf dat vorig jaar 78 procent van zijn inkomsten betrok uit de verkoop van steenkool (wellicht hielp het dat het bedrijf onlangs een bescheiden dochteronderneming op het gebied van zonne-energie heeft opgericht). Van de 426 grote banken, investeerders en verzekeraars die werden beoordeeld door Reclaim Finance, een andere ngo, kan van slechts 26 worden vastgesteld dat ze een beleid voeren dat overeenstemt met een nettonulscenario in 2050. Nog minder van die bedrijven hebben gezegd steenkool volledig te zullen afzweren. De meeste Chinese en Indiase staatsbanken hullen zich op dat gebied in stilzwijgen.

    Het financieren van nieuwe projecten in rijke landen stuit op nogal wat obstakels

    Kortom, weinig banken zijn bereid om hun omzet of de voorraden van hun land te schaden. Volgens analisten helpt dit de bestaande mijnen om tot begin 2030 aan de vraag te voldoen. Pas dan kan er sprake zijn van een crisis in de steenkoolsector. Westerse banken, die hun beleid vaak om de zoveel tijd evalueren, zullen de duimschroeven langzaam maar zeker aandraaien. Het huidige gebrek aan nieuwe projecten – de derde schakel in de keten – betekent dat er mogelijk niet genoeg nieuwe voorraad is wanneer oude mijnen stoppen met produceren.

    Hoewel het steeds moeilijker is om nieuwe projecten gefinancierd te krijgen, is er nog altijd geld beschikbaar. Westerse banken trekken zich terug, maar andere spelers dringen zich op de voorgrond. Westerse mijnbouwers zijn al jaren zuinig met kapitaalinvesteringen. Nadat ze in het eerste decennium van deze eeuw een hoop hadden uitgegeven, leden velen onder de prijsdalingen halverwege de jaren tien. En al boeken ze nu weer flinke winsten, dan nog kopen de grote jongens liever concurrenten op, heropenen ze oude mijnen of geven ze kapitaal terug aan aandeelhouders dan dat ze nieuwe ondernemingen in het leven roepen. Het investeringsklimaat is het schraalst in de steenkoolsector. Een mijn vanaf de grond opbouwen kan meer dan tien jaar duren. En ook het verkrijgen van vergunningen, die in het Westen steeds vaker worden geweigerd, is een uiterst tijdrovende zaak.

    Het financieren van nieuwe projecten in rijke landen stuit op nogal wat obstakels. Vorig jaar moest Adani Group, een Indiaas bedrijf dat het beheer voert over Carmichael, een enorme kolenmijn in aanbouw in Queensland, uit eigen zak 500 miljoen dollar aan obligaties herfinancieren die het voor het project had uitgegeven. Sommige opportunistische fondsen zullen blijven mikken op sappige winsten, vooral in geval van prijsstijgingen. De eerste diepe steenkoolmijn die in decennia in Groot-Brittannië is gegraven, is uiteindelijk eigendom van EMR Capital, een investeringsfirma die is opgericht op de Kaaimaneilanden. Peter Ryan van Goba Capital, een soortgelijk bedrijf in Miami, verwacht dat de kolenactiva van zijn bedrijf tegen 2030 verachtvoudigd zullen zijn.

    Hardnekkige grondstof

    In Azië is de situatie anders. Banken blijven behulpzaam. Beleggers zijn begonnen nieuwe mijnen in eigen land te steunen. Familiefondsen, die zijn opgericht om het fortuin van de rijken te beleggen, zijn geïnteresseerd. Elke zakelijke dynastie in Indonesië, waar mijnbouw de ruggegraat van de economie vormt, moet steenkool bezitten, zegt een handelaar. In India doen obscure vastgoedfirma’s biedingen op land waar steenkool valt te winnen. Uiteindelijk zouden bedrijven uit deze landen mijnen kunnen aanleggen in het buitenland, gevolgd door banken, maar Chinese uitstapjes in het Westen zullen zeldzaam blijven; Indiase en Indonesische bedrijven, die al een samenstel van steenkoolactiva in Australië bezitten, zullen hun voetafdruk echter ongetwijfeld vergroten.

    Hoewel steenkool zich in een neerwaartse spiraal bevindt, zal het afscheid onaangenaam lang duren

    En dus zal de steenkolenmarkt er in de jaren dertig heel anders uitzien. ‘Van eigendom en exploitatie tot financiering en consumptie: steenkool wordt een grondstof voor opkomende markten,’ zegt een mijnbouwondernemer. De prijzen blijven hoog door aanvoerbeperkingen, maar de groep exporteurs die hieraan goud geld verdient, zal krimpen. Colombia en Zuid-Afrika, die Europa bedienen, verliezen hun afzetmarkt. Rusland zal het moeilijker krijgen om naar China te verschepen. Alle drie zullen ze minder steenkool exporteren voor minder geld. Australië zal critici sussen door zich te concentreren op de efficiëntste steenkool; dan kan het land minder exporteren maar hogere prijzen berekenen. Indonesië zou de toonaangevende exporteur kunnen worden, zoals Saoedi-Arabië dat nu is voor olie. Het zal meer van zijn basissteenkool verkopen, vaak voor meer geld.

    Hoewel steenkool zich in een neerwaartse spiraal bevindt, zal het afscheid onaangenaam lang duren. Rond de jaren veertig kan de vraag voorgoed uitdoven, ten gunste van hernieuwbare energiebronnen. Maar zelfs dan houden sommige landen hun opties open. Stel dat er nog eens een energiecrisis komt. ‘Dan zal steenkool, die grondstof die niemand wil, de grondstof zijn die we wel weer moeten gebruiken,’ zegt een grote handelaar die Azië bedient. ‘Dat zou weleens een eeuwigdurend kenmerk van steenkool kunnen zijn.’

    Lees ook:

  • Australië: Softwaremiljardair bindt de strijd aan met grootste uitstoter

    Australië: Softwaremiljardair bindt de strijd aan met grootste uitstoter

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Meer Chinezen willen emigreren vanwege lockdowns

    » Qatar: huurprijzen schieten omhoog door WK-voetbal

    Mike Cannon-Brookes doet een beroep op aandeelhouders

    In Australië neemt miljardair Mike Cannon-Brookes het op tegen energiegigant AGL in de strijd tegen klimaatverandering, zo meldt Nikkei Asian Review. AGL is het grootste bedrijf in Australië dat elektriciteit levert door middel van steenkoolcentrales. Nu wil AGL, dat in Sydney is gevestigd, een splitsing doorvoeren, wat volgens Cannon-Brookes het proces om af te stappen van vervuilende steenkool enorm zal vertragen.  

    Onlangs zagen de Australiërs een paginagrote open brief in hun nationale kranten, waarin Cannon-Brookes hen smeekt om ‘tegen de splitsing te stemmen’. Hoewel de brief specifiek gericht was aan de 148.000 aandeelhouders van energiebedrijf AGL, had de advertentie alle kenmerken van een partijpolitiek bericht, midden in de nationale verkiezingscampagne, waarin klimaatbeleid een van de bepalende thema’s is.

    Cannon-Brookes kocht 11,3 procent van AGL en werd de grootste aandeelhouder

    Met zijn oproep plaatst de tweeënveertigjarige miljardair Mike Cannon-Brooks, die zijn fortuin met software verdiende, zich tegenover de energiegigant, die al 185 jaar bestaat en de grootste CO2-uitstoter van de Australische industrie is. ‘De strijd staat bekend als een van de grotere en wellicht invloedrijkste milieugerichte aandeelhouderscampagnes van de afgelopen jaren’, schrijft Nikkei Asian Review, ‘en is een voorbeeld van de veranderende relatie tussen ondernemingen en hun aandeelhouders op het gebied van klimaat. De uitkomst ervan wordt dan ook met grote belangstelling gevolgd, niet alleen in Australië maar ook daarbuiten.’

    Cannon-Brookes deed eerder dit jaar twee pogingen om AGL rechtstreeks te kopen, maar beide biedingen werden afgewezen. Hij verwierf vervolgens met zijn investeringsbedrijf Grok Ventures 11,3 procent van AGL en werd de grootste aandeelhouder. Op 15 juni zullen de aandeelhouders stemmen over de splitsing.

    Lees ook:

  • Indiase miljardair wordt rijkste persoon van Azië met steenkoolimperium

    Indiase miljardair wordt rijkste persoon van Azië met steenkoolimperium

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Olaf Scholz brengt bezoek aan Moskou om Poetin te ‘waarschuwen’

    » Ex-president Bolivia wordt niet onderzocht voor misdaden tegen de menselijkheid

    Gautam Adani heeft vermogen van 88,5 miljard dollar

    Gautam Adani, de Indiase miljardair die een klein handelsbedrijf veranderde in een conglomeraat van havens, (steenkool)mijnen en groene energie, is de rijkste persoon van Azië. Zijn vermogen is met 88,5 miljard dollar, circa 77,5 miljard euro, groter dan de 87,9 miljard dollar van zijn landgenoot Mukesh Ambani. Met een toename van bijna 12 miljard dollar maakte Adani dit jaar ’s werelds grootste vermogenssprong, schrijft Al Jazeera.

    Lees ook:

  • VS: uitstoot van broeikasgassen is in 2021 sneller gestegen dan verwacht

    VS: uitstoot van broeikasgassen is in 2021 sneller gestegen dan verwacht

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zygna Games, bekend van FarmVille, verkocht voor 12,7 miljard dollar

    » VS leggen sancties op aan Nicaragua vanwege staatsgeweld en desinformatie

    VS gebruiken meer steenkool

    De uitstoot van broeikasgassen in de VS is in 2021 sneller op het oude niveau teruggekeerd dan de algemene economie. Dit blijkt uit een voorlopige analyse door de onafhankelijke Rhodium Group. Energieanalisten hadden weliswaar verwacht dat de uitstoot in 2021 zou stijgen, maar de groei overtrof de verwachtingen, aldus Kate Larsen van Rhodium en coauteur van het rapport. Voorlopige gegevens van 2021 wijzen uit dat de uitstoot van broeikasgassen steeg met 6,2 procent ten opzichte van het jaar ervoor, toen de uitstoot sterk daalde als gevolg van lockdowns, schrijft CNN.

    Volgens het Rhodium-rapport is het gebruik van steenkool de grote aanjager van de toename van de uitstoot. Het aantal kolen dat werd verbrand voor elektriciteit steeg met 17 procent in 2021, dat daarmee het eerste jaar sinds 2014 is waarin energieopwekking door kolen in de VS toenam in plaats van afnam. De omschakeling naar steenkool wordt grotendeels geweten aan de stijgende aardgasprijzen.

    Lees meer:

  • Heimwee naar de kolenmijn

    Heimwee naar de kolenmijn

    Amerika draait niet meer op steenkool. 
Maar de nalatenschap is onuitwisbaar in Boone County, West Virginia. Het was zwaar. Je werd er hard van. En het verdiende lekker.

    Boone County beweert de bakermat van de Amerikaanse steenkoolindustrie te zijn vanwege het vette, overvloedige zwarte gesteente dat bijna driehonderd jaar geleden 
in de groene heuvels van West Virginia werd ontdekt. Steenkool komt hier in bijna alle namen terug: de rivieren Big en Little Coal, het weekblad Coal Valley News, het wonderbaarlijke Bituminous Coal Heritage Foundation Museum en het West Virginia Coal Festival, dat dit jaar voor de vierentwintigste keer werd gehouden.

    Het festival is meer een jaarmarkt dan een viering van steenkool. Er is een kermis en een talentenjacht, en er zijn zeven missverkiezingen (variërend van Little Miss Coal Festival tot Forever West Virginia Coal Queen). Bij het standbeeld van een mijnwerker wordt ieder jaar een kleine herdenkingsbijeenkomst gehouden. Er zijn in totaal vijf slachtoffers, minder dan het aantal Miss Coals op de trap van het neoklassieke provinciehuis, die met hun koolzwarte sjerpen langzaam verpieteren in de hitte. Geen van de directieleden, noch vertegenwoordigers van de eens zo sterke vakbond, hebben de moeite genomen aanwezig te zijn.

    In plaats van de bloeiende bedrijfstak die het ooit was, en die nog altijd gevierd wordt met nepdiamanten en praalvertoningen, is de mijnbouw inmiddels eerder een blijvende erfenis. Dat is meteen ook het probleem van het kolengebied en vormt de uitdaging voor de promotors. Want de mijnbouw lijkt niet meer op de indringende beelden van fotograaf Walker Evans; een groot deel van de wereld heeft zich verder ontwikkeld. Maar Boone County niet. Nog niet.

    ‘We willen ons erfgoed levend houden. We willen niet dat het een stervende bedrijfstak is,’ zegt Delores W. Cook, algemeen directeur van het festival, maar eigenlijk de vorstin van het geheel. ‘Dit is voor de mensen in West Virginia hun leven geweest; jaar in, jaar uit hebben zij voor dit hele land het licht laten branden.’

    Cook schikt haar hoge meringuekapsel. Ze is een mijnwerkersdochter, en dat 
is een ‘onderscheiding’ die bij kennismaking wordt vermeld. Haar overleden echtgenoot Dennis ‘De’ Cook (iedere mijnwerker heeft wel een verkleinwoord) heeft ‘42 en een half jaar’ in de mijnen gewerkt, vertelt zijn weduwe.

    Voor- en tegenspoed

    Boone County kende voor- en tegenspoed dankzij de mijnen. De regio is nog altijd afhankelijk van deze industrie, omdat er weinig zicht is op een alternatieve inkomstenbron. Afgelopen jaar werkten slechts zevenhonderd inwoners van Boone County in de mijnen. Het schooldistrict is de grootste werkgever. Maar omdat de belastinginkomsten uit steenkoolwinning vorig jaar zo drastisch daalden – 
minder dan eenvijfde van de inkomsten in 2007 – moesten er honderdvijftig medewerkers worden ontslagen.

    Decennia na de hoogtijdagen en ondanks de beschikbaarheid van schonere en meer gebruikte energiebronnen, staat steenkool momenteel weer volop in de belangstelling. In het nationale debat speelt de mijnbouw een grotere rol dan gerechtvaardigd zou zijn als 
je kijkt naar de consumptie: met 15 procent van Amerika’s energiebronnen produceert het ongeveer 
eenderde van alle elektriciteit. Het is alsof een discussie over locomotieven opnieuw is aangezwengeld. Fracking, onlangs nog een constante in het nieuws, is naar de achtergrond verschoven. Net als olie.

    Omarmd door Donald Trump en als achterhaald weggewuifd door Hillary Clinton domineerde steenkool het energiedebat tijdens de presidentscampagne. ‘We moeten af van steenkool en alle andere fossiele brandstoffen,’ zei de Democratische kandidaat, waarmee ze voor de mensen in dit 
district meteen een paria werd.

    Amerikanen kunnen de mijnbouw moeilijk uit hun hoofd zetten, ook 
al vonden in 2015 nog geen 66.000 man werk onder de grond. Warenhuisketen Kohl’s heeft meer dan 
twee keer zoveel mensen in dienst. Maar retail werkt niet in dezelfde mate op de Amerikaanse verbeeldingskracht en levert geen verhalen op, inspireert niet tot muziek en is niet bepalend voor de identiteit. ‘Er werden hele gemeenschappen gesticht om steenkool te winnen,’ zegt Barbara Freese, auteur van Coal: A Human History. ‘Steenkool heeft zijn eigen geografische gebied en cultuur geschapen.’

    Een muurschildering van drie mijnwerkers in de lobby van een mijnbouwbedrijf in Kittanning, Pennsylvania. – © Michael S. Williamson / The Washington Post / Getty
    Een muurschildering van drie mijnwerkers in de lobby van een mijnbouwbedrijf in Kittanning, Pennsylvania. – © Michael S. Williamson / The Washington Post / Getty

    Het bergdecor van de Appalachen kwam in de schijnwerpers te staan en werd geëxploiteerd door goudzoekende journalisten die zich hadden vergist in Trumps populariteit en de cruciale rol die deze regio in deze verkiezingen zou gaan spelen. J.D. Vances autobiografie Hillbilly Elegy, die werd gezien als een decoder van de cultuur van de Appalachen, heeft bijna een jaar lang de bestsellerlijst aangevoerd.

    ‘Ik hou nou eenmaal van mijnwerkers,’ zei president Trump in juni, toen hij de Amerikaanse terugtrekking uit het klimaatakkoord van Parijs aankondigde. Trump heeft mijnwerkers en directeuren van kolenmijnen uitgenodigd om, voor het eerst in lange tijd, op de foto te gaan in het Witte Huis, en verklaarde ‘een eind te maken aan de strijd tegen steenkool’, een kreet die door een brancheorganisatie is bedacht in een tijd waarin zelfs het Kentucky Coal Museum overgaat op zonne-energie.

    Het zuiden van West Virginia is een plek waar wonderschone natuur en verwoesting naast elkaar bestaan. Dit werd maar al te duidelijk toen bedrijven bergtoppen begonnen op te blazen om met minder mensen brandstof te kunnen delven. ‘We leren nu dat we niet op één paard moeten wedden. We moeten groeien en diversifiëren,’ zegt de Democratische senator Ron Stollings bij de opening van het festival.

    Mijnbouw is een traditie die maar blijft rondspoken. ‘Het gaat niet alleen om een industrie die verloren is gegaan, maar ook om een manier van leven, een leven vol verschrikkelijke ontberingen,’ zegt componist Julia Wolfe, die ter herdenking van de mijnwerkers in Pennsylvania het oratorium Anthracite Fields schreef en daarmee de Pulitzer Prize won. ‘De truc is om het leven niet te romantiseren. Er zitten prachtige elementen in de onderlinge afhankelijkheid binnen de gemeenschap, maar is ook afschuwelijk misbruik en verwaarlozing.’ De industrie werd lange tijd gekenmerkt door overmatige wispelturigheid: vol gas tijdens een hausse, en dan weer verwaarlozing: bedrijven die ervandoor gaan onder het mom van faillissement, waardoor pensioenen werden bedreigd en de zekerheid van trotse mannen werd gesloopt. Banen verdampten, maar de heuvels bleven.

    ‘Er zit nog steeds een hoop steenkool in deze heuvels,’ zegt Cook, voormalig staatsvertegenwoordiger en curator van het eeuwige optimisme. De brandstof raakte niet op, maar de levensvatbaarheid was wel eindig en dat heeft de gemeenschap enorm beïnvloed. De bedrijven waren vaak minder begaan met de mannen dan met hun product, zoals subtiel, zonder wrok of subjectiviteit, duidelijk wordt gemaakt door de voorwerpen in het museum. Mijnwerkers werden geacht gereedschap aan te schaffen bij de bedrijfswinkel. Veiligheid was van ondergeschikt belang. ‘We hadden geen reflecterende uitrusting toen ik in de mijn werkte,’ zegt voormalig mijnwerker (vierde generatie) Tim Spratt, wijzend naar een vitrine, als hij met zijn kleinzoon het museum bezoekt. ‘Dat hadden alleen de opzichters.’

    Vroeger waren er geen arme mensen in McDowell County. Nu is dat zo’n beetje het enige wat McDowell wel heeft

    Spratt, die zong bij de herdenkingsdienst, moest ooit kolen bikken in een gang van nog geen meter hoog. ‘Dat is heel lastig voor een dikkerd,’ zegt hij. ‘Ik vond de onderlinge camaraderie met mijn ploeggenoten fijn,’ zegt inwoner Rickey Woodrum, die tien jaar ondergronds werkte voordat hij een baan kreeg in een autowerkplaats. ‘Het verdiende lekker. Het was zwaar. Je wordt er hard van. Maar je kinderen kunnen wel studeren.’ Die hoefden de mijn nooit in.

    Het werken in een mijn was de zeldzame baan waarmee een man – altijd mannen – met hoogstens middelbare school in een goed jaar een salaris van 80.000 of 90.000 dollar verdiende, en zo kon opklimmen door af te dalen. Door de inzakkende inkomsten konden veel mannen slecht voor hun gezin zorgen, geen kostwinner meer zijn; nog zo’n hedendaags discours.

    ‘Het is al sinds de Tweede Wereldoorlog bergafwaarts gegaan met steenkool,’ zegt voormalig mijnwerker Jim Chaney. ‘In Boone County dolf of vervoerde je steenkool, een van de twee.’ Hij gelooft dat ‘het terugkomt, maar het wordt nooit zoals het was’. Dezelfde slotzin weerklinkt overal in het kolengebied.

    Opiatenverslaving

    West Virginia, dat zich in 1863 van het geconfedereerde Virginia afscheidde, 
is de enige staat die uit de Burgeroorlog is voortgekomen. (Desalniettemin zijn er nogal wat Confederatievlaggen te zien, waaronder meerdere exemplaren die aan een kermisattractie zijn vastgehecht.) In plaats van slagvelden bracht de staat een palet van mijnwerkersconflicten en rampen voort: Matewan, de Battle of Blair Mountain (van het stadje is nu niet veel meer over dan een gedenkplaat) en Upper Big Branch.

    De smerige, dramatische en gewelddadige geschiedenis van de industrie werd gedomineerd door bovenmaatse vakbondsleiders en roofondernemingen die de steenkool en daarmee de welvaart inpikten en stadjes achterlieten die veel weg hebben van filmsets voor films over de Grote Depressie, visueel aantrekkelijk voor documentairemakers en fotografen.

    Zestig jaar geleden was McDowell 
een county met 100.000 inwoners. Vandaag de dag is daar nog maar eenvijfde van over en is de county de armste van West Virginia. In 2015 kreeg het nationale aandacht dankzij de zeer twijfelachtige eer ’s lands hoogste aantal sterfgevallen voort te brengen als gevolg van opiatenverslaving.

    Net buiten Welch, een van vele arme stadjes van McDowell, zit Johnny Bishop, 65, gelooide huid, opgevouwen in een wit busje op een lege weg kleding te verkopen, inclusief mijnwerkersuitrustingen met reflecterende strepen. 
Bishop werkte zestien jaar lang in de mijnen, waarvan twee jaar op zijn knieën in gangen van iets meer dan 70 centimeter hoog. De ergste dag was toen hij een stroomstoot van 480 volt kreeg van een draad die onder spanning stond. Twee dagen later ging deze mijnwerker van de vierde generatie weer aan de slag. ‘Voor een mijnwerker zijn de ploeggenoten als broers,’ zegt hij. Maar het ging niet goed met de mijnen en Bishops gezondheid verslechterde. Hij kreeg pijnstillers voorgeschreven. Hij zegt er nooit aan verslaafd te zijn geraakt en er in één keer mee te zijn gestopt.

    Uiteindelijk heeft hij de schachten vaarwel gezegd en is in Virginia in 
de bouw gaan werken. De steenkoolbedrijven en de leiders van dit land ‘besteedden geen aandacht aan ons’, zegt hij. ‘We hadden hier vroeger zo veel. We hadden steenkool. We hadden aardgas. We hadden hout. Er waren geen arme mensen in McDowell County.’

    Nu is dat zo’n beetje het enige wat McDowell wel heeft.

    Auteur: Karen Heller

    The Washington Post
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 700.000

    Bewees zich met het publiceren van de Pentagon Papers. Eerste krant die zeven dagen per week verscheen (sinds 1980). Een van de meest invloedrijke kranten ter wereld. Centrum-rechts georiënteerd met een grote focus op de Amerikaanse politiek.