Tag: tabak

  • Is de Britse tabakswet een inbreuk op de individuele vrijheid?

    Is de Britse tabakswet een inbreuk op de individuele vrijheid?

    Volgens de nieuwe Britse wet kan niemand die geboren is na 2008 meer legaal tabak kopen. Voorstanders zien een slimme, geleidelijke aanpak die jongeren beschermt tegen levenslange verslaving; critici vrezen de inperking van individuele vrijheid. Hoe ver mag de staat gaan om haar burgers te beschermen?

    Nee: ‘Vrijheid betekent opgroeien zonder het doelwit te zijn van verslavende industrieën’

    Vorige week werd in het Verenigd Koninkrijk een nieuwe wet aangenomen die een rookvrije generatie moet creëren en tabak uiteindelijk volledig moet uitbannen. Niemand die op of na 1 januari 2009 is geboren, zal ooit legaal tabak kunnen kopen. Vanaf 2027 gaat de wettelijke minimumleeftijd – nu nog achttien jaar – jaarlijks met één jaar omhoog. ‘Het is een behoorlijk slim stuk wetgeving. Na verloop van tijd zal het aandeel mensen dat sigaretten kan kopen steeds kleiner worden – totdat op een dag niemand in het Verenigd Koninkrijk nog zal roken,’ legt Devi Sridhar, hoogleraar mondiale volksgezondheid aan de Universiteit van Edinburgh, uit in The Guardian

    Ondanks een politiek gepolariseerd klimaat kan de nieuwe wet rekenen op de steun van partijen over het hele politieke spectrum. Bovendien merkt Sridhar op dat rokers zelf een van de sterkste pleitbezorgers van de wet zijn. Uit YouGov-onderzoek uit 2024 bleek dat 52 procent van de rokers de jaarlijkse leeftijdsverhoging steunde, en dat 78 procent van het publiek voorstander is van een rookvrije generatie

    ‘Misschien hadden rokers gewild dat deze wetgeving al van kracht was geweest toen zij zelf jong waren’

    Waarom zouden rokers dit beleid steunen? ‘Misschien omdat ze hadden gewild dat deze wetgeving al van kracht was geweest toen zij zelf jong waren. De meeste rokers raakten al op jonge leeftijd verslaafd, velen nog voordat ze de gezondheidsrisico’s of de gevolgen voor de kwaliteit van hun dagelijks leven volledig begrepen.’ Uit verschillende enquêtes blijkt dat de overgrote meerderheid van de rokers spijt heeft dat ze ooit zijn begonnen en naar schatting heeft zo’n 80 procent weleens geprobeerd te stoppen.

    Tegenstanders van de wet vinden dat het generatieverbod een inbreuk vormt op de individuele vrijheid, maar volgens Sridhar hangt dat af van de interpretatie. ‘Vrijheid is niet alleen het vermogen om schadelijke producten te kopen – het kan ook de vrijheid betekenen om op te groeien zonder systematisch het doelwit te zijn van verslavende industrieën.’ Bovendien kosten rookgerelateerde aandoeningen de Britten naar schatting 2,6 miljard pond per jaar en de samenleving in bredere zin ongeveer 11 miljard pond per jaar. ‘De zorg is overbelast. Vrijheid kan dus ook betekenen dat mensen toegang krijgen tot tijdige, hoogwaardige gezondheidszorg’, schrijft ze.

    Andere landen zullen nauwlettend in de gaten houden hoe dit Britse experiment verloopt.  ‘Tot nu toe lijkt het een groot succes,  bij zowel niet-rokers als rokers.’

    Professor Devi Sridhar is hoogleraar mondiale volksgezondheid aan de Universiteit van Edinburgh en auteur van How Not to Die (Too Soon).


    Ja: ‘Dit is een autoritaire oplossing op zoek naar een probleem’

    ‘Winston Churchill draait zich om in zijn graf nu het Verenigd Koninkrijk iedereen die na 2008 is geboren voorgoed verbiedt tabaksproducten te kopen’, schrijft The Washington Post in een redactioneel commentaar. Volgens de krant ‘omarmt premier Keir Starmer deze bemoeizuchtige maatregel om te laten zien dat hij iets kan doorvoeren, nu zijn Labour-regering wankelt’.

    De krant voorziet bovendien vreemde situaties. ‘In 2055 zal het legaal zijn voor een 47-jarige om een pakje sigaretten te kopen, maar niet voor een 46-jarige. Tientallen jaren later zal een 92-jarige zijn identiteitsbewijs moeten laten zien bij het afrekenen van een sigaar, zodat de kassamedewerker zeker weet dat hij niet eenennegentig is.’ 

    Ook de noodzaak van de wet wordt betwijfeld. ‘Dit is een autoritaire oplossing op zoek naar een probleem’, schrijft de redactie. Het percentage rokers in Groot-Brittannië staat namelijk op een historisch dieptepunt. In de jaren zeventig rookte bijna de helft van de volwassenen; nu is dat ongeveer een op de tien. Het aantal kinderen van 11 tot 15 jaar dat ooit een peuk heeft aangeraakt is op het laagste niveau ooit, gedaald van 49 procent in 1996 naar 12 procent nu. Slechts 1 procent geeft aan regelmatig sigaretten te roken. ‘Het lijkt er bijna op dat de regering juist de aandacht op sigaretten probeert te vestigen.’

    ‘In plaats van fundamentele kwesties aan te pakken, gedragen politici zich als betweters en spelbrekers’

    Groot-Brittannië staat voor talloze beleidsuitdagingen, van chronisch stagnerende groei tot torenhoge kosten voor schuldaflossing. ‘In plaats van deze fundamentele kwesties aan te pakken, gedragen politici zich liever als betweters en spelbrekers. Ze verplichten calorievermeldingen op menu’s, treden hard op tegen twee-voor-de-prijs-van-éénaanbiedingen in supermarkten en voeren nu voor een hele generatie een rookverbod in.’

    Volgens de krant betwist niemand dat roken ongezond is, maar hebben mensen het recht om te kiezen of ze een sigaret willen opsteken. ‘Hier begint de uitholling van onze vrijheid – en daar houdt het vast niet op.’

    The Washington Post heeft een lange reputatie op het gebied van scherpe berichtgeving en diepgravende analyses van het Amerikaanse politieke leven. Sinds eind 2024 ligt de krant onder vuur wegens vermeende inmenging van eigenaar Jeff Bezos in de redactionele koers van de opiniepagina. Sindsdien neemt zowel het aantal abonnees als het personeelsbestand af.

  • Sigaretten, alcohol en benzine financieren de Europese verzorgingsstaat

    Sigaretten, alcohol en benzine financieren de Europese verzorgingsstaat

    Belastingen op alcohol, tabak en brandstof leveren Europese overheden jaarlijks miljarden op. Maar nu er steeds minder mensen roken en alcohol drinken en de verbrandingsmotor verdwijnt, zoekt de EU naar nieuwe zonden om te belasten.

    Kun je nog gebukt gaan onder zondebesef op een continent dat zo goed als goddeloos is, zoals Europa vandaag de dag? Van prostitutie kijkt niemand meer op in België, waar prostituees inmiddels arbeidsbescherming genieten. Blowen is nota bene in Duitsland al toegestaan. Gokken in een loterij of met mobiele apps is praktisch nergens omstreden. Maar als je graag de druk van maatschappelijke afkeuring wilt ervaren, probeer dan eens een fles wijn te kopen in Zweden. Al sinds 1955 berust het monopolie op de verkoop van drank daar bij een staatsbedrijf dat met tegenzin alcohol verkoopt aan wie het dan koste wat kost wil hebben. Dat Systembolaget, zoals het heet (‘Systeembedrijf’), straalt aan alle kanten afkeuring uit. De filialen zijn schaars en op zondag gesloten. En als je dan een vestiging vindt, moet je er geen affiches van aantrekkelijke wijngaarden verwachten: het interieur houdt het midden tussen een Albanees overheidsloket en een apotheek. Nooit is er iets afgeprijsd en klantenkaarten kun je ook vergeten. De wijn wordt er niet gekoeld, want een klant mocht eens in de verleiding komen de fles ter plekke aan de mond te zetten. In de rij bij de kassa kom je als klant altijd langs een ‘spijtmand’, een stille wenk om alsnog iets van je voorgenomen aanschaf in de winkel te laten. In Zweden lijkt de weg naar de hel geplaveid met lauwe flessen sauvignon blanc.

    Rokers zijn allang gewend aan een prijsinflatie van sigaretten die doet denken aan de dagen van de Weimarrepubliek

    Dure flessen ook nog. Want niet alleen de winst van dit Systembolaget vloeit naar de schatkist, ook de forse accijnzen op alles wat er wordt verkocht. Zowel in winkels als in de horeca is drank hier schreeuwend duur: van alcohol word je in Zweden niet alleen lichter in het hoofd maar ook in je portemonnee. Vormen van zulke ‘gedragsbelasting’ zijn overal in Europa gemeengoed geworden, en het zijn fijne extraatjes voor de schatkist in elke verzorgingsstaat die tegen zijn grenzen aanloopt. Rokers zijn allang gewend aan een prijsinflatie van sigaretten die doet denken aan de dagen van de Weimarrepubliek. Een tiental Europese landen, waaronder Frankrijk en Polen, heft belasting op suikerhoudende dranken. Automobilisten met een voertuig dat rijdt op vervuilende benzine worden met energieheffingen om de oren geslagen. Met zulke ‘belastingen op zondig gedrag’ kunnen Europese politici twee van hun grootste hobby’s botvieren: de burgers betuttelen én de schatkist vullen. Helaas staan die twee doelstellingen wel op gespannen voet met elkaar, want hoe duurder de zonde, hoe minder zondaars.

    Europa heeft een bijzondere (en aanvechtbare) rechtvaardiging voor het heffen van belasting op de onzalige drie-eenheid drank, sigaretten en benzine: de door de overheid gefinancierde gezondheidszorg betaalt uiteindelijk de rekening voor de slechte leefgewoonten van de burgers, en de samenleving als geheel zal uiteindelijk de prijs betalen voor de benodigde aanpassing aan de opwarming van de aarde.

    Een harde schop

    Het terugdringen van dergelijke ‘externe kosten’ door middel van belastingheffing heeft een lange verleden, dat op zijn minst teruggaat tot de Britse heffingen op tabak in de zeventiende eeuw. In plaats van een zacht duwtje in de goede richting geven die heffingen de consument inmiddels een harde schop onder de kont. Ierse rokers tellen tegenwoordig 18 euro neer voor een pakje sigaretten, en tachtig procent daarvan gaat naar de staat. Op een fles wodka van Absolut wordt in Zweden 14 euro accijns geheven, meer dan de helft van de prijs in het Systembolaget. In Nederland heft de staat 0,79 eurocent accijns op elke liter benzine, meer dan het hele bedrag dat je in Amerika voor die liter bij de pomp betaalt. Drank en sigaretten leveren de verschillende Europese schatkisten jaarlijks ruim honderd miljard euro op, en de brandstofaccijnzen nog eens ruim twee keer zoveel: toch een paar procentpunten van het bbp die weer mooi meegenomen zijn. Voor sommige landen zijn die inkomsten onmisbaar: milieuheffingen en accijnzen zijn in Bulgarije goed voor ongeveer een tiende van de totale overheidsbegroting.

    Het nadeel van een belasting op zondig gedrag is dat de overheidsfinanciën eronder lijden als mensen hun leven beteren.

    Het aantal rokers en drinkers vertoont de afgelopen decennia een sterke daling. Het is maar de vraag of dat te wijten is aan de hoge heffingen of aan andere factoren. Jonge Europeanen blijven meer op het rechte pad dan hun ouders, ook wat betreft onbelaste zaken als seks en drugs. Maar het resultaat is dat de schatkistopbrengst uit roken en drinken als aandeel van het bbp de afgelopen tien jaar ongeveer met een vijfde is gedaald. De milieuheffingen zullen een nog groter gat in de overheidsbegrotingen achterlaten. Vanaf 2035 worden er in de Europese Unie geen auto’s met verbrandingsmotor meer verkocht. De EU heeft zich voorgenomen in 2050 tot netto nul CO2-uitstoot te komen. Dat zal de ministers van Financiën zorgen baren. De baten van de dalende verkoop van deze zondige middelen laten zich pas na vele jaren voelen, de begrotingspijn van de dalende inkomsten slaat meteen toe. 

    Heffingen op niet-gerecycled plastic vloeien nu al direct naar de schatkist van de EU

    En er kleven nog andere problemen aan het belasten van zondig gedrag. Zo worden de armen er onevenredig zwaar door getroffen, aangezien een groter aandeel van hun inkomen naar roken, drinken en gokken gaat en ze in oudere, benzineslurpende auto’s rijden. Verder zijn belastingen die maar door één land worden geheven gemakkelijk te omzeilen, zeker in de EU, waar burgers gewoon in een buurland met lagere accijnzen kunnen gaan winkelen om hun Marlboro’s, cognac en diesel in te slaan. En belastingen zijn nooit populair, maar de accijns op benzine strijkt burgers wel heel erg tegen de haren in. Het was een verhoging van de Franse brandstofaccijnzen die in 2018 tot de protesten van de gele hesjes leidde.

    En hoe zit het trouwens met het argument dat ongezonde gewoontes zoals roken juist goed zijn voor de schatkist? De Tsjechische tak van sigarettenboer Philip Morris stelde in 2001 zelfs dat rokers de staat geld bespáren: ze sterven immers jonger, en iedereen die vroegtijdig overlijdt kost de overheid geen geld meer aan pensioenen, zorg of huisvesting.

    Nu de inkomsten van bestaande belastingen op zondig gedrag teruglopen, zijn ministers van Financiën naarstig op zoek naar nieuwe accijnzen om dat gat mee te vullen. Na suikerhoudende dranken is straks misschien vlees aan de beurt voor een speciale belasting: methaan uitstotende koeien zijn de volgende slag in de strijd tegen de klimaatverandering. De EU barst van de ideeën over nieuwe zonden die kunnen worden belast, niet in de laatste plaats in de hoop daarmee zelf een deel van de eigen begroting te kunnen financieren. Heffingen op niet-gerecycled plastic vloeien nu al direct naar de schatkist van de EU. Op 16 juli heeft de Europese Commissie voorgesteld de accijnzen op tabak uit te breiden naar vapes, en ook een deel van de opbrengst van de verkoop van emissierechten direct ten goede te laten komen aan de EU.

    Verslaafd

    Waarom zou je het daarbij laten? Roken, drinken en de planeet laten overkoken zijn zonder meer slechte dingen. Maar beleidsmakers kunnen nog meer zonden op de lijst zetten die voor een belasting in aanmerking komen. Is er ook maar één Europeaan bij zijn volle verstand die erop tegen zou zijn om de inkomstenbelasting te verdriedubbelen van mensen die in het openbaar vervoer doodgemoedereerd naar filmpjes zitten te kijken zonder oordopjes in? Karel de Grote zou geen moeite hebben met een toeristenheffing voor influencers die een puik Parijs cafeetje ineens bombarderen tot het decor voor een Instagram-post. 

    En elektrische steps dan, ook bloedirritant. Het probleem met belasting heffen op verslavingen is dat politici er zelf maar al te makkelijk verslaafd aan raken.

  • Brits Lagerhuis stemt in met unieke antirookwet

    Brits Lagerhuis stemt in met unieke antirookwet

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Aung San Suu Kyi overgeplaatst van gevangenis naar huisarrest

    » Zware overstromingen zorgen voor tientallen doden in Afghanistan

    Wie jonger is dan 15 jaar zal nooit tabak kunnen kopen

    Het plan van de Britse premier Rishi Sunak om iedereen van 15 jaar en jonger te verbieden ooit sigaretten te kopen, is dinsdag aangenomen door het Lagerhuis. Dat schrijft de BBC. Tientallen van zijn eigen partijleden stemden tegen, waaronder de voormalige premiers Liz Truss en Boris Johnson, die zeiden dat de staat zich niet moet bemoeien met hoe mensen hun leven leiden.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Met de Tobacco and Vapes Bill wil men voorkomen dat kinderen die na 2009 geboren zijn ooit legaal tabak kunnen kopen. Sunak heeft gezegd dat het “de grootste, volledig te voorkomen oorzaak van slechte gezondheid, invaliditeit en een vroegtijdige dood” zal aanpakken.

    Het wetsvoorstel werd in het Britse parlement aangenomen met 383 stemmen voor en 67 tegen. Het wetsvoorstel gaat nu door naar de volgende fase in het parlement, waar het kan worden aangepast. De wet is een van de paradepaardjes van Sunak voor de verkiezingen later dit jaar, die volgens opiniepeilingen gewonnen zullen worden door de oppositiepartij Labour.

  • Wordt Zweden het eerste rookvrije land van Europa?

    Wordt Zweden het eerste rookvrije land van Europa?

    Zweden is met een rokerspercentage van 5,6 procent het Europese land waar het minst gerookt wordt en hard op weg om het eerste rookvrije land van Europa te worden. Maar het lijkt erop dat met die cijfers enigszins wordt gesmokkeld.

    De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) vierde op 31 mei de Werelddag zonder tabak. Op dat moment was Zweden – dat het laagste percentage rokers in de Europese Unie telt – dicht bij de status ‘rookvrij’, een definitie die geldt voor een bevolking met minder dan 5 procent dagelijkse rokers. 

    Veel deskundigen schrijven het lage percentage van Zweden toe aan tientallen jaren van antirookcampagnes en -wetgeving. Anderen wijzen op de prevalentie van snus, een rookloos tabaksproduct dat elders in de EU verboden is maar dat in Zweden verkrijgbaar is als alternatief voor sigaretten. Wat de reden ook is, de mijlpaal van 5 procent is binnen bereik. 

    Slechts 6,4 procent van de Zweden boven de vijftien jaar rookte dagelijks in 2019. Dat is het laagste percentage in de EU en ligt volgens statistiekbureau Eurostat ver onder het gemiddelde van 18,5 procent in het blok van 27 landen. Uit cijfers van het Zweedse Bureau voor de Volksgezondheid blijkt dat het percentage rokers sindsdien is blijven dalen, tot 5,6 procent vorig jaar.

    ‘We houden van een gezonde manier van leven, ik denk dat dat de reden is,’ zegt Carina Astorsson, die in Stockholm woont. Roken heeft haar nooit geïnteresseerd, voegt ze eraan toe. ‘Ik houd niet van de geur en ik ben zuinig op mijn lichaam.’

    Gezondheidsvoordelen

    De gezondheidsbewuste Zweden lijken de risico’s van roken goed te begrijpen, en dat geldt ook voor de jongere generaties. Twintig jaar geleden rookte bijna 20 procent van de bevolking, wat toen wereldwijd een laag percentage was. Sindsdien hebben maatregelen om roken te ontmoedigen – zoals een rookverbod in restaurants – het aantal rokers in heel Europa omlaaggebracht.

    Frankrijk zag tussen 2014 en 2019 een recorddaling van het aantal rokers, maar dat succes bereikte een plateau op het hoogtepunt van de pandemie, die wordt aangewezen als een van de oorzaken van de stress die mensen ertoe aanzette om te gaan roken. Ongeveer een derde van de mensen in de leeftijdscategorie van 18 tot 75 jaar in Frankrijk verklaarde in 2021 te hebben gerookt – een lichte stijging ten opzichte van 2019. Ongeveer een kwart rookt dagelijks.

    Zweden is verder gegaan dan de meeste andere landen met het uitbannen van sigaretten en zegt dat dit heeft geresulteerd in een reeks gezondheidsvoordelen, waaronder een relatief laag aantal gevallen van longkanker. ‘We waren vroeg met het beperken van roken in openbare ruimtes – eerst op schoolpleinen en naschoolse opvang, en later in restaurants, openluchtcafés en openbare gelegenheden zoals busstations,’ zegt Ulrika Årehed, secretaris-generaal van de Zweedse Kankerbestrijding. ‘Tegelijkertijd hebben belastingen op sigaretten en strenge beperkingen op de marketing van deze producten een belangrijke rol gespeeld.’ Ze voegt eraan toe dat ‘Zweden er nog niet is’, en dat het percentage rokers in achtergestelde sociaaleconomische groepen hoger is.

    Het is steeds zeldzamer om mensen te zien roken in dit land van 10,5 miljoen inwoners. Roken is verboden bij bushaltes, op treinperrons en bij de ingangen van ziekenhuizen en andere openbare gebouwen. Net als in het grootste deel van Europa is roken in cafés en restaurants niet toegestaan, maar sinds 2019 geldt het rookverbod in Zweden ook voor zitgedeeltes buiten.

    Op de avond van 30 mei zaten de terrassen van Stockholm vol met mensen die genoten van eten en drinken in de laat ondergaande zon. Van sigaretten was geen spoor te bekennen, maar op sommige tafels stonden wel blikjes snus. Tussen de biertjes door drukten sommige gasten kleine zakjes met de vochtige tabak onder hun bovenlip.

    De WHO merkt wel op dat meer dan 20 procent van de volwassen bevolking in Zweden tabak gebruikt

    Zweedse producenten van snus hebben hun product lange tijd aangeprezen als een minder schadelijk alternatief voor roken en eisen de eer op voor het dalende aantal rokers in het land. Maar Zweedse gezondheidsautoriteiten zijn huiverig om rokers te adviseren over te stappen op snus, dat een ander zeer verslavend nicotineproduct is. ‘Ik zie geen reden om twee schadelijke producten tegenover elkaar te zetten,’ zegt Årehed. ‘Het is waar dat roken schadelijker is dan de meeste andere producten, inclusief snus. Maar ook met snus zijn er veel gezondheidsrisico’s.’ Sommige onderzoeken brengen snus in verband met een verhoogd risico op hartaandoeningen, diabetes en met vroeggeboorten bij gebruik tijdens de zwangerschap.

    Zweden zijn zo dol op hun snus – een verre neef van Amerikaanse diptabak – dat ze een uitzondering eisten op het EU-verbod op rookloze tabak toen ze in 1995 toetraden tot de Unie. ‘Het is een deel van de Zweedse cultuur en het Zweedse equivalent van Italiaanse parmaham of andere culturele gewoonten,’ zegt Patrik Hildingsson. Hij is woordvoerder van Swedish Match, de belangrijkste Zweedse producent van snus, die vorig jaar werd overgenomen door tabakgigant Philip Morris. Volgens hem zouden beleidsmakers de tabaksindustrie moeten aanmoedigen om minder schadelijke alternatieven voor roken te ontwikkelen, zoals snus en e-sigaretten. ‘Er zijn nog steeds 1,2 miljard rokers in de wereld. Zo’n honderd miljoen mensen in de EU roken dagelijks. Ik denk dat er een grens is aan hoever we kunnen gaan met beleidsregels,’ zegt hij. ‘Je zult de rokers een reeks andere, minder schadelijke alternatieven moeten bieden.’

    De WHO zegt dat Turkmenistan, met een tabaksgebruik van minder dan 5 procent, voorligt op Zweden als het gaat om het uitbannen van roken. Maar de WHO voegt eraan toe dat dit grotendeels komt door het feit dat daar bijna niet gerookt wordt door vrouwen. Van de mannen rookt 7 procent.

    De WHO schrijft het dalende percentage rokers in Zweden toe aan een combinatie van ontmoedigingsmaatregelen – zoals voorlichtingscampagnes en een verbod op reclame – en ondersteuning voor mensen die willen stoppen met roken. De WHO merkt wel op dat meer dan 20 procent van de volwassen bevolking in Zweden tabak gebruikt, als je snus en soortgelijke producten meetelt. Dat komt neer op het wereldwijde gemiddelde.

    Wie weet morgen

    ‘Overschakelen van het ene schadelijke product op het andere is geen oplossing,’ schrijft de WHO in een e-mail. ‘Door een zogenaamd minder schadelijke variant van het roken te promoten, probeert de tabaksindustrie mensen te misleiden wat betreft de inherent gevaarlijke aard van deze producten.’

    Tove Marina Sohlberg, onderzoeker aan het departement Volksgezondheid van de Universiteit van Stockholm, zegt dat het antirookbeleid in Zweden heeft geleid tot de stigmatisering van roken en rokers die uit openbare ruimten zijn verjaagd naar achtertuinen en speciale rookzones. ‘We geven aan rokers signalen af dat het niet wordt geaccepteerd door de samenleving,’ zegt ze.

    Paul Monja, een van de weinige overgebleven rokers in Stockholm, zegt, terwijl hij op het punt staat om een sigaret op te steken, na te denken over zijn gewoonte. ‘Het is een verslaving waar ik op een gegeven moment mee wil stoppen,’ zegt hij. ‘Vandaag nog niet, wie weet morgen.’

  • China rookt massaal – en dat wil de regering graag zo houden

    China rookt massaal – en dat wil de regering graag zo houden

    Meer dan driehonderd miljoen Chinezen roken. De regering moedigt verslaving aan in plaats van die te bestrijden, omdat roken een hoop geld in het laatje brengt. Ondanks de toezeggingen van de overheid en de bewustwording van de gezondheidsrisico’s bestaat het tabaksimperium nog steeds.

    Weer een nieuwe lichting studenten aan de Bachelor Tabakwetenschap rookt binnenkort de eerste sigaretten in de collegezaal. Docenten van de Landbouwuniversiteit in Kunming, in het zuidwesten van China, zorgen voor asbakken en aanstekers.

    Een jaar geleden begon de eenentwintigjarige Min Li hier met haar studie. ‘In het eerste semester bezochten we de velden, oogstten we tabak en plantten we nieuwe tabaksplanten op de heuvel achter de universiteit,’ vertelt ze, terwijl ze over de campus loopt. Haar echte naam geeft ze liever niet. Het gaat hier immers over sigaretten, oftewel: over het echt grote geld.

    Deze universiteit in de provincie Yunnan neemt elk jaar circa honderdveertig nieuwe studenten aan en leidt de nieuwe lichting op voor de sigarettenindustrie in de Volksrepubliek. Hier leren ze om sigaretten machinaal te produceren en hoe ze tabak moeten planten en verwerken.

    Terwijl roken in West-Europa en in de VS nagenoeg taboe is, zijn sigaretten in China nog alomtegenwoordig. Men lijkt zich er nauwelijks van bewust dat ze dodelijke ziekten kunnen veroorzaken. Het is normaal om een topmerk als Chunghwa of Panda cadeau te doen aan de gastheer van een feestje, een leraar na de examens of als nieuwjaarsgeschenk voor een portier. Op bruiloften worden pakjes van het merk ‘Dubbel Geluk’ uitgedeeld. Bruid en bruidegom gaan van tafel tot tafel om de sigaretten aan te bieden. Longen vol rook voor een lang, gelukkig huwelijk.

    Op de derde verdieping van het Tabaksinstituut is een museum ingericht. Achter een met ijzer beslagen deur liggen honderden pakjes sigaretten in vitrines. In een hoek staat een waterpijp, op de vergadertafel staat een enorme kristallen asbak en aan de muren hangen foto’s van staatsoprichter Mao Zedong met een sigaret in zijn hand en natuurlijk van Deng Xiaoping, de patriarch van de hervorming – een kettingroker die er graag een opstak tijdens het eten.

    Oorlogsschepen

    Aan het begin van de jaren tachtig richtte Deng het staatsbedrijf China National Tobacco Corporation op, een monopolist die 96 procent van alle sigaretten in het land verkoopt. Op de wereldmarkt heeft het bedrijf een aandeel van ongeveer 46 procent: China Tobacco is veruit het grootste tabaksbedrijf ter wereld. Het verkoopt ook farmaceutische producten en mineraalwater, doet autoreparaties en heeft een eigen reclamebureau. Maar bovenal controleert dit wijdvertakte conglomeraat de teelt, inkoop, productie en distributie van tabak. Het is een staat in een staat, een organisatie die onderzoek aan de universiteit in Yunnan ondersteunt, boeren op het land betaalt en geld inzamelt voor het bewind in Beijing. De regering van de op een na grootste economie ter wereld financiert zichzelf met de verslaving van haar bevolking. Aan de kosten die daaruit voortvloeien wordt geen aandacht besteed.

    ROKEN IN ZWEDEN

    Zweden telt het laagste percentage rokers in de EU en is dicht bij de status ‘rookvrij’: een definitie die geldt voor een bevolking met minder dan 5 procent dagelijkse rokers, schrijft de Britse online krant The Independent. Slechts 6,4 procent van de Zweden boven de 15 rookte dagelijks in 2019. Dat is het laagste percentage in de EU en ligt ver onder het gemiddelde van 18,5 procent in het EU-blok van 27 landen. Het percentage rokers is sindsdien blijven dalen, tot 5,6 procent vorig jaar.

    Vooral de jongere generaties lijken doordrongen van de risico’s van roken en het is inmiddels zeldzaam om een van de 10,5 miljoen inwoners te zien roken. Maatregelen om roken te ontmoedigen hebben het aantal rokers in heel Europa omlaaggebracht, maar Zweden is verder gegaan. Zo is roken verboden bij bushaltes, op treinperrons en bij ingangen van ziekenhuizen en andere openbare gebouwen. Net als in het grootste deel van Europa is roken in cafés en restaurants niet toegestaan, maar sinds 2019 geldt er ook een rookverbod voor zitgedeeltes buiten. Het aantal gevallen van longkanker in Zweden is inmiddels dan ook relatief laag. Overigens zijn Zweden wel dol op hun snus – een verre neef van Amerikaanse diptabak.

    De handel in rook levert meer op dan de inkomstenbelasting, blijkt uit een gezamenlijk onderzoek van Der Spiegel, het onderzoeksplatform The Examination en het Chineestalige nieuwsportaal Initium Media. Bij elkaar opgeteld brachten winst en belastingen van het bedrijf ongeveer 213 miljard dollar in het laatje van de staat. Dat is ongeveer 7 procent van alle overheidsinkomsten en bijna evenveel als het defensiebudget van de Volksrepubliek – vanwege deze vergelijking grappen sommige Chinezen als ze een sigaret opsteken dat ze ‘de overheid helpen oorlogsschepen te bouwen’.

    Via Tabaksmonopolie Beheer – zijn regelgevende pendant, met kantoren in elke uithoek van China – controleert China Tobacco de complete toeleveringsketen van tabak. Op papier lijken de twee organisaties afzonderlijke entiteiten, maar de regelgevende instantie en het tabaksbedrijf zijn in praktijk één en dezelfde onderneming. Ze hebben dezelfde leiding, hetzelfde personeel en hetzelfde hoofdkantoor in Beijing.

    De bureaucraten van Tabaksmonopolie Beheer stellen quota vast voor boeren, geven vergunningen af aan honderdduizenden sigarettenverkopers en bepalen welke truckers tabaksproducten mogen vervoeren. Ambtenaren vervolgen sigarettenvervalsers en leggen regels op aan de groeiende e-sigarettenindustrie in het land, die wordt gedomineerd door de particuliere sector.

    In Beijing en Shanghai is de afgelopen jaren een rookverbod ingesteld in openbare gebouwen en restaurants om de indruk te wekken dat er iets wordt gedaan voor de volksgezondheid. Maar buiten de grote steden wordt er nog steeds volop gerookt. Neem Chongqing: deze metropool aan de Yangtze wilde zich aansluiten bij het bescheiden rijtje Chinese steden die roken in het openbaar hebben verboden. In augustus 2020 bracht Zhang Jianmin, hoofd Tabaksmonopolie Beheer, een bezoek aan de burgemeester en de lokale voorzitter van de Communistische Partij.

    In een lobbyhandboek van China Tobacco, dat gewoon te koop is in de boekhandel, staat dat roken een ‘mensenrecht’ is

    Toen de nieuwe antirookwet van Chongqing een maand later werd aangenomen, bevatte deze een belangrijke uitzondering waar het bedrijf om had gevraagd: roken werd in aangewezen gebieden toegestaan in restaurants, hotels en ‘uitgaansgelegenheden’ zoals bars en karaokeclubs. In een memo die het bedrijf in juni verstuurde, stond dat ‘controle op roken’ een acceptabel doel is, maar een ‘rookverbod’ niet. In een lobbyhandboek van China Tobacco, dat gewoon te koop is in de boekhandel, staat dat roken een ‘mensenrecht’ is.

    Studenten aan het Tabaksinstituut in Kunming horen iets soortgelijks. Maar praten ze in de seminars ook over de schadelijke aspecten van roken? Komen verslaving, hartaanvallen of kanker aan de orde? Student Min Li zegt: ‘Sommigen van ons maakten zich er zorgen over, maar we hebben begrepen dat de tabaksproductie een belangrijke bijdrage levert aan de lokale economie en belastinginkomsten. Onze professoren praten over de sociale impact van de tabaksindustrie en benadrukken de voordelen ervan. De tabaksteelt is een belangrijke bron van inkomsten en heeft gezinnen uit de armoede geholpen.’ Haar eigen familie verbouwde vroeger tabak. Overal in China is roken normaal, zegt ze.

    ‘De meesten van mijn mannelijke medestudenten roken. Ze beginnen doorgaans op de middelbare school, zo rond hun veertiende of vijftiende.’ Vrouwen roken zelden; ook Min Li is een niet-roker. De Wereldbank schat dat bijna de helft van alle volwassen mannen in de Volksrepubliek rookt, tegenover minder dan twee procent van de vrouwen. ‘De meeste mensen zijn zich bewust van de schadelijke gezondheidseffecten van tabak, maar ze zijn vrij om te beslissen of ze willen roken of niet,’ meent Min Li. ‘Uiteindelijk is het een persoonlijke keuze.’

    Elk jaar sterven er in China meer dan een miljoen mensen aan tabakgerelateerde oorzaken. Noch de regering in Beijing, noch China Tobacco hebben schriftelijke vragen hierover beantwoord.

    DE TABAKSLOBBY RICHT ZICH OP AFRIKA

    Sigarettenfabrikanten zien vooral Afrika als dé afzetmarkt voor de toekomst. De bevolking van het continent groeit jaarlijks met 2,4 procent, en zal naar verwachting in 2050 zijn verdubbeld. Terwijl de afzetmarkt voor tabak in geïndustrialiseerde landen krimpt, worden in Afrika aanzienlijke groeicijfers verwacht, schrijft o.a. Neue Zürcher Zeitung. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) daalde het aantal rokers in de laatste twintig jaar wereldwijd tot ongeveer 1,3 miljard, maar in Afrika steeg het aantal rokers van 64 tot 73 miljoen.

    Er is dus al sprake van een opwaartse trend. Veel tabaksfabrikanten springen daarop in en doen dat lang niet altijd netjes. De BBC zond in 2015 een programma uit over de Brit Paul Hopkins, die – na dertien jaar in Kenia te hebben gewerkt voor tabaksconcern British American Tobacco (BAT) – klokkenluider was geworden. ‘BAT koopt mensen
    om, en ik organiseerde dat,’ ver- telde hij. ‘Als de regels overtreden moeten worden, dan doen ze dat.’ Hopkins toonde documenten die bewijzen dat het concern via hem illegale betalingen deed aan ver- tegenwoordigers van een antitabakscampagne van de WHO. Vorig jaar maakte de BBC documenten openbaar die aannemelijk maken dat er door medewerkers van Bri- tish American Tobacco smeergeld is betaald aan de Zimbabwaanse regeringspartij ZANU-PF.

    Het bedrijf zwijgt ook over zijn uitbreidingsplannen. Sinds de jaren negentig heeft China Tobacco wereldwijd dochterondernemingen opgericht: in Zuid-Amerika, Afrika en Europa. In Zwitserland is het een onopvallend bedrijf dat ooit tabaksmerken registreerde maar dat verder alleen in het handelsregister lijkt te bestaan. Ook in Duitsland was het een tijdlang geregistreerd.

    In Roemenië krijgt de groep wel voet aan de grond; ongeveer honderdveertig kilometer ten zuiden van Boekarest heeft een dochteronderneming een eigen fabriek geopend. De sigaretten die daar geproduceerd worden, worden legaal verkocht en je ziet ze nu steeds vaker in belastingvrije winkels op luchthavens. Soms worden ze ook gesmokkeld, naar Italië bijvoorbeeld. Uit documenten en verhoren van het Openbaar Ministerie blijkt dat gangsters maandenlang met een werknemer van China Tobacco overlegden hoe ze de tabaksaccijns zouden kunnen ontduiken.

    Gewend

    Het is zes uur ’s ochtends, maar de zon staat nog niet boven de velden van Yuxi, ongeveer honderd kilometer ten zuiden van de provinciehoofdstad Kunming. Boerin Zheng Guicun, 55, is al vroeg op, zoals elke zomerdag van juli tot september.

    De kachel bepaalt haar tempo. Naast een stapel kolen heeft ze een veldbed staan. Om de paar uur pookt ze de kachel op zodat de temperatuur niet daalt in dit drooghuis, waar ze rij na rij tabaksbladeren heeft opgehangen, als overhemden aan een waslijn. Tabak heeft een temperatuur van 49 graden nodig om goed te kunnen drogen: het vocht verdampt en de groene plant verandert in een bundel sterk ruikende en rimpelige geelbruine bladeren. Het goud van Zheng Guicun.

    Tabak domineert het leven van haar familie. Haar man werkt in een door de staat gerund inkoopstation voor tabaksbladeren, haar oudste zoon verkoopt kunstmest voor de tabaksplanten in de stad. Een jongere zoon droogt ook tabak namens China Tobacco.

    De provincie Yunnan in het zuidwesten van China aan de grens met Vietnam is voor tabak wat Beieren is voor bier. In 2021 werd hier bijna 850.000 ton tabak geproduceerd: ruim 14 procent van de wereldwijde teelt. Zheng Guicun oogst al dertig jaar; ze bezit 8000 planten op een perceel in de bergen, op drie kilometer van het dorp. In de zomer rijdt ze om de paar dagen naar haar veld en laadt dan de tractor vol. Dan begint het opnieuw: drogen, 49 graden, kolen scheppen en die tabaksgeur. ‘Ik hou er niet van. Maar ik ben eraan gewend geraakt.’

    Tegen de herfst zal ze ongeveer anderhalve ton tabak gefermenteerd hebben. ‘Voor elke kilo krijg ik ongeveer 30 yuan.’ Ze verdient 45.000 yuan per jaar, het equivalent van 5700 euro. ‘Als je arbeidskosten, huur en transport ervan aftrekt, blijft er niet veel over.’ Zelf rookt ze niet. ‘Ik verdien mijn inkomen met de tabaksteelt, het is mijn levensonderhoud,’ zegt ze. ‘Maar roken is slecht voor je gezondheid. Bovendien weet ik hoeveel kunstmest we gebruiken, chemisch en organisch, alles wat voorhanden is. En dan zijn er nog de pesticiden. Je moet er niet aan beginnen.’

    Nadat ze haar verschrompelde bladeren aan China Tobacco heeft geleverd, worden die een tweede keer gedroogd, fijngehakt en dan in sigarettenhulzen gestopt. Het is heel goed mogelijk dat er ooit ‘Hongtashan’ op zo’n pakje sigaretten komt te staan, een merk uit Yuxi. Bijna iedereen in China kent Hongtashan, de berg met de rode pagode.

    SIGARETTEN UIT ZWITSERLAND

    Naast chocolade, horloges en kaas maakt Zwitserland nog een ander succesvol exportproduct: sigaretten. In 2016 produceerde Zwitserland 34,6 miljard sigaretten, waarvan driekwart bestemd was voor de export. Sigaretten vormen dus een stabiele inkomstenbron voor de Zwitserse economie, vergelijkbaar met de export van kaas (578 miljoen Zwitserse frank) of chocolade (785 miljoen Zwitserse frank). De voornaamste exportbestemmingen zijn Japan, Marokko en Zuid-Afrika. Onderzoek van de actiegroep Public Eye toont aan dat vrijwel alle Zwitserse sigaretten voor Marokko zwaarder, verslavender en giftiger zijn dan die in eigen land of Frankrijk worden verkocht.

    Zo is er een groot verschil tussen de nicotinewaarden van Zwitserse sigaretten die in Marokko of in Zwitserland worden verkocht: uit testen blijkt dat er 1,28 mg nicotine zit in een Camel van Zwitserse makelij die wordt verkocht in Marokko, tegenover 0,75 mg in Camels voor de Zwitserse markt. Ook koolmonoxide, dat de hoeveelheid zuurstof in het bloed doet afnemen, verschilt sterk: Winston Blues voor Marokko bevatten 9,62 mg per sigaret tegenover 5,45 mg in de voor Zwitserland bestemde sigaretten van hetzelfde merk. Een Camel Light in Casablanca blijkt – ondanks de geruststellende toevoeging ‘light’ – ronduit schadelijker dan het roken van een ‘gewone’ Camel in Lausanne. Is dit alles kwade opzet om rokers in Marokko verslaafd te maken? Nee hoor, zegt de tabaksindustrie, ‘consumenten over de hele wereld hebben nu eenmaal andere voorkeuren’.

    Eind jaren vijftig werd een sigarettenfabriek van China Tobacco aan de voet van de pagode uit de Yuan-dynastie geopend. Alleen was de pagode toen nog niet rood, maar wit. Als blijk van trouw aan de Communistische Partij gaf een kaderlid in de fabriek toen opdracht om het eeuwenoude gebouw de kleur van het socialisme te geven. De kleur van de overwinning.

    Vanaf de berg heb je goed uitzicht op de sigarettenfabriek, die bestaat uit moderne gebouwen met staal en glas. Je ziet heftrucks rondrijden, vrachtwagens worden geladen. Voor de hoofdingang rijzen acht slanke, metalen pilaren op van tien, twaalf meter hoog: het zijn gigantische sigaretten. Op de heuvel vlak naast de pagode bevindt zich het bedrijfsmuseum. Een bezoek voelt als een reis terug in de tijd naar de jaren vijftig: fraai uitgelichte sigarettenpakjes liggen in de vitrines en aan de muren hangen foto’s. Audrey Hepburn, met een sigarettenpijpje. Winston Churchill met een sigaar.

    ‘De enorme inkomsten uit tabaksaccijnzen maken het moeilijk voor de regering om ervan los te komen’

    In de collectie van de fabriek ontbreekt Xi Jinping. Er is geen enkele foto van hem, hoewel hij elders voortdurend overal zichtbaar is, op televisie, in de kranten. Er zijn ook geen citaten of aforismen van hem te zien. Een ruimte zonder Xi is een zeldzaamheid in China. Maar Xi rookt niet. 

    In 2012, toen hij nog vicepresident was, kreeg hij Microsoft-oprichter Bill Gates op bezoek. ‘Tijdens die ontmoeting zei Gates tegen Xi dat China het ontmoedigen van tabak serieuzer zou moeten nemen,’ vertelt Ray Yip, destijds hoofd van de Gates Foundation in Beijing. Xi antwoordde destijds aan Gates: ‘Ik ben het met je eens – het is niet goed voor het land.’ Zelf had hij ook gerookt, maar ‘was er twintig jaar geleden mee gestopt’.

    Xi vertelde aan Gates dat de economische kosten en de schade voor de volksgezondheid door roken in China aanzienlijk waren, zo herinnert Yip zich. Tijdens een bijeenkomst liet Gates zich fotograferen met Peng Liyuan, de vrouw van Xi. Beiden droegen een felrood sweatshirt met daarop in witte Chinese karakters: ‘Passief roken? Ik zeg nee.’ Toen de twee afscheid van elkaar namen, deed Xi een belofte: ‘Wat het roken betreft, zal ik op het juiste moment ingrijpen.’ Het was zijn afscheidsboodschap, aldus Yip. Maar hij hield zich niet aan zijn woord.

    Voordat Xi in 2013 president werd, had hij de leiding over de Centrale Partij Universiteit in Beijing. Met zijn goedkeuring schreef een team onderzoekers van die universiteit destijds een rapport van 239 pagina’s over de strategie van China om het roken van sigaretten te beteugelen. In krachtige bewoordingen, die ongebruikelijk zijn voor de hoogste gezondheidsfunctionarissen van China, noemden de auteurs tabak ‘een giftig product’. Maar ze gaven ook eerlijk toe: ‘De enorme inkomsten uit tabaksaccijnzen maken het moeilijk voor de regering om ervan los te komen.’ En dat, zeiden ze, is ‘de belangrijkste reden waarom de overheid niet veel vooruitgang boekt op het gebied van tabaksontmoediging’.

    Experts van de Hogeschool van de Partij riepen destijds op tot ingrijpende hervormingen, waaronder het scheiden van de commerciële tak van het bedrijf van de regulerende tak en het beëindigen van het staatsmonopolie. Ontmanteling van het systeem, kortom.

    Maar het imperium bestaat nog steeds, en het is nog net zo machtig als voorheen.

    Lees ook:

  • Oekraïne als wereldwijde doorvoerhaven voor sigarettensmokkel

    Oekraïne als wereldwijde doorvoerhaven voor sigarettensmokkel

    Volgens politie en justitie maken Oekraïense bedrijven deel uit van een netwerk waarin grote hoeveelheden tabak vanuit Roemenië, Belarus en de Verenigde Arabische Emiraten via Oekraïne naar EU-landen worden gesmokkeld. ‘Zo werkt die smokkel overal ter wereld.’

    Vier jaar geleden reed een vrachtwagen met 12,5 miljoen sigaretten de Oekraïense havenstad Odessa binnen. Het leek een doodgewone lading tabak die vanuit Europa werd ingevoerd in Oekraïne, een van de landen met de hoogste aantallen rokers ter wereld. Maar een aantal dingen klopte niet. De sigaretten, van de merken Regina Blue en Regina Red waren niet voorzien van een accijnszegel. De waarschuwende teksten op de pakjes waren niet in het Oekraïens. En op de zijkant stond in kleine lettertjes: ‘For Duty Free Sale Only’. De autoriteiten vermoedden dat deze sigaretten voor de smokkel waren bedoeld.

    In het kort

    • Regina is de afgelopen jaren een van de meest gesmokkelde sigarettenmerken in Europa geworden.

    • China heeft het Protocol tot uitbanning van illegale handel in tabaksproducten van de WHO ondertekend, maar houdt zich daar niet aan.

    • ‘Oekraïne is allang een van de voornaamste herkomstlanden van sigaretten die de EU in worden gesmokkeld.’

    • Het overgrote deel van de geïmporteerde sigaretten is gekocht in de chaotische eerste maanden na de Russische annexatie van de Krim: alleen al in 2014 tweehonderd miljoen.

    Regina, herkenbaar aan de grote witte R met een gouden of zilveren kroontje, is lang niet zo’n bekend merk als Marlboro of Lucky Strike, maar het is de afgelopen jaren een van de meest gesmokkelde sigarettenmerken in Europa geworden. Het is een product van de China National Tobacco Corporation, kortweg China Tobacco of CNTC genoemd, een Chinees staatsbedrijf dat bijna de helft van alle sigaretten ter wereld produceert. Het heeft zich jarenlang alleen op de binnenlandse markt gericht, maar is de laatste tijd begonnen zijn sigaretten ook elders in de wereld nadrukkelijk aan de man te brengen. En die nieuwe markten zijn niet altijd legale markten, zo blijkt uit onderzoek van het Organized Crime and Corruption Reporting Project (OCCRP) en de Kyiv Post.

    Vanuit de enige Europese fabriek van China Tobacco, op een paar uur rijden ten noorden van Boekarest, is Oekraïne de afgelopen zeven jaar overspoeld met minstens een half miljard sigaretten. Volgens de fiscus en de vakvereniging van de grootste tabaksproducenten van Oekraïne worden de Chinese merken nergens legaal aangeboden. Uit aan het OCCRP gelekte Roemeense overheidsgegevens blijkt dat de fabriek beweerde de tabak legaal te exporteren naar veertien verschillende bedrijven in Oekraïne. Maar naar ten minste drie van deze bedrijven loopt een onderzoek wegens grootschalige sigarettensmokkel, zo werd door journalisten geconstateerd. Volgens politie en justitie maken ze deel uit van een netwerk waarin grote hoeveelheden tabak vanuit Roemenië, Belarus en de Verenigde Arabische Emiraten via Oekraïne naar EU-landen worden gesmokkeld. ‘Zo werkt die smokkel overal ter wereld,’ zegt Luk Joossens, deskundige op het gebied van tabaksontmoediging. ‘Internationale bedrijven die exporteren naar plaatsen waar de markt niet lijkt aan te sluiten op de vraag.’ 

    Oekraïne als doorvoerhaven voor de smokkel naar Europa

    Oekraïne heeft al langer een slechte naam als doorvoerhaven voor illegale sigaretten, en het is nog steeds een van de grootste bronnen van sigarettensmokkel naar de EU.

    Door zijn ligging aan de oostelijke rand van het handelsblok en zijn tabaksprijzen, die veel lager zijn dan in de EU, is het land een paradijs voor smokkelaars.

    Daar komt bij dat de smokkel van tabak in Oekraïne wel verboden is, maar geen zwaar misdrijf. Onder jarenlange druk van de EU om de straffen te verhogen heeft president Volodymyr Zelensky in april eindelijk een wetsvoorstel ingediend om smokkel te bestraffen met maximaal twaalf jaar cel en een fikse boete.

    Het International Consortium of Investigative Journalists onthulde in 2009 dat grote sigarettenfabrikanten het jaar daarvoor bijna 130 miljard sigaretten hadden geproduceerd en ingevoerd: dertig procent meer dan in Oekraïne zelf kan worden geconsumeerd. Al die miljarden sigaretten zijn verdwenen op de markt, en dus mogelijk via illegale handel in de EU terechtgekomen.

    Protocol

    China heeft het Protocol tot uitbanning van illegale handel in tabaksproducten van de WHO ondertekend, waarin is vastgelegd wat overheden moeten doen om de smokkel en namaak van tabak tegen te gaan. Volgens dat protocol mogen tabaksproducenten bijvoorbeeld pas exporteren als ze hebben bewezen dat er op een bepaalde markt werkelijk vraag naar hun product bestaat. Verder moeten ze hun afnemers aan een achtergrondcheck onderwerpen en controleren of ze over de nodige registraties en vergunningen beschikken. China Tobacco lijkt dit allemaal niet te doen. Het heeft niet gereageerd op vragen. Maar de Roemeense dochteronderneming China Tobacco International Europe Company zegt zich wel aan alle relevante Roemeense en Europese wetgeving te houden en ‘onze risicobeheersingsmaatregelen te verbeteren’, bijvoorbeeld met een in 2019 ingevoerd track-and-tracesysteem om smokkel tegen te gaan. Het bedrijf gaat niet in op vragen over zijn Oekraïense afnemers en de aantijgingen daartegen.

    Het Oekraïense justitieonderzoek tegen de tabakssmokkel liep van 2017 tot eind december 2020, toen het werd afgesloten omdat fiscus en justitie geen verdachten hadden die ze konden vervolgen. Het onderzoek werd op 29 april [2021] heropend, een week nadat journalisten er vragen over hadden gesteld aan het OM. Hoewel de opsporingsdiensten vier jaar lang hebben geprobeerd klaarheid in de zaak te brengen, lijkt het erop dat ze belangrijke verbanden over het hoofd hebben gezien. Het is ook nooit gelukt hun onderzoek te coördineren met dat van de Roemeense politie, die aan haar kant van de grens de smokkel van sigaretten uit deze fabriek onderzocht.

    Volgens de gegevens van het OCCRP geeft de overheid vaker blijk van zo’n blinde vlek als het om China Tobacco gaat

    Na de vondst in Odessa in mei 2017 bezwoer een directeur van Duty Free Odessa, het bedrijf dat de lading illegale Regina’s had gekocht, dat zij nog nooit eerder Chinese sigaretten had ingevoerd. Dat is niet waar. Uit Roemeense exportgegevens blijkt dat Duty Free Odessa een maand eerder, in april 2017, 12,5 miljoen Regina-sigaretten in Oekraïne had ingevoerd – een lading die blijkbaar aan de aandacht van de autoriteiten was ontsnapt. En een bedrijf met dezelfde eigenaar en directeur, Travel Retail Ukraine, importeerde in juli 2015 bijna 15,5 miljoen Chinese sigaretten. Maar justitie lijkt naar dat bedrijf helemaal geen onderzoek te hebben ingesteld, of zelfs maar te hebben opgemerkt dat een en dezelfde persoon eigenaar is van twee bedrijven die allebei grote hoeveelheden Chinese sigaretten hebben ingevoerd zonder daarvoor een importvergunning te hebben.

    Volgens de gegevens van het OCCRP geeft de overheid vaker blijk van zo’n blinde vlek als het om China Tobacco gaat. Opsporingsdiensten noemen Chinese sigaretten vaak ‘cheap whites’ (een aanduiding voor illegaal in kleinere fabrieken gemaakte en voor de illegale export bedoelde sigaretten), zonder te erkennen dat ze geproduceerd worden door de grootste sigarettenfabrikant ter wereld, in een periode waarin die zijn internationale afzet probeert te vergroten.

    ‘Oekraïne is allang een van de voornaamste herkomstlanden van sigaretten die de EU in worden gesmokkeld’

    ‘Oekraïne is allang een van de voornaamste herkomstlanden van sigaretten die de EU in worden gesmokkeld,’ zegt Allen Gallagher van de Tobacco Control Research Group aan de universiteit van Bath. ‘Uit onderzoek blijkt dat dit mede komt doordat grote internationale tabaksbedrijven het land overspoelen met een overmaat aan producten, die dan doorsijpelen naar de EU. Door de verfijnde methoden waarmee de smokkelaars illegale producten verbergen, kan het voor de autoriteiten lastig zijn om daar paal en perk aan te stellen.’

    Zowel Duty Free Odessa als Travel Retail Ukraine is ten dele eigendom van Vadym Sljoesarjev, een invloedrijke oud-medewerker van de grenswacht die nauwe banden onderhoudt met de huidige president van het land. Daarnaast heeft hij ook een naam opgebouwd met minder frisse praktijken. In april werd hij door de voormalige Georgische president Micheil Saakasjvili betiteld als ‘de grootste smokkelaar van de regio Charkiv’ – de noordoostelijke grensregio die een van de belangrijkste smokkelroutes van het land is. ‘Waarom staat hij niet op de lijst?’ vroeg hij zich op de Oekraïense tv af. (Sinds 2015 is Saakasjvili Oekraïens staatsburger en hij is korte tijd gouverneur van Odessa geweest.) Daarmee doelde hij op de aankondiging van sancties tegen vermeende smokkelaars. Wellicht, opperde hij, genoot Sljoesarjev ‘een zekere mate van immuniteit vanwege zijn politieke sympathieën’.

    Vadym Sljoesarjev, dienaar van het volk?

    Sljoesarjev werd in 2019 campagnemedewerker voor Zelensky, de voormalige tv-ster die eerst een president speelde in een tv-serie, om vervolgens echt president te worden.

    Om onduidelijke redenen werd Sljoesarjevs betrokkenheid bij de partij aanvankelijk stilgehouden. Lokale media kwamen erachter en noemden hem een ‘schaduworganisator’ van Zelenky’s team in de regio Charkiv, waar hij stemmen ronselde voor de verkiezingen van 2019. Het Oekraïense programma Schemes van Radio Free Europe/Radio Liberty (RFE/RL) legde verbanden bloot tussen zijn bedrijven en vier parlementskandidaten van Zelensky’s partij. De website Censor.Net onthulde verder dat Sljoesarjev twee hotels zou bezitten op de Krim en daar via Rusland naartoe zou zijn gevlogen, ondanks het Oekraïense verbod.

    Dit lijkt zijn politieke carrière allemaal niet te hebben gehinderd. Zelensky bevestigde uiteindelijk aan journalisten van RFE/RL dat Sljoesarjev had samengewerkt met Pavlo Soesjko, het hoofd van zijn campagneteam in Charkiv. Sljoesarjev en Soesjko hebben allebei gewerkt bij het Oekraïense grenswachtagentschap. Na de verkiezingen trad Sljoesarjev uit de schaduw. Eerst werd hij freelance-adviseur voor Serhi Trofimov, adjunct-hoofd van Zelensky’s staf. Momenteel werkt Sljoesarjev niet meer voor Zelensky, aldus de voorlichters van de president. Sinds maart zit hij wel in een nieuwe politieke raad die de politieke strategie voor Zelensky’s partij Dienaar van het Volk moet uitstippelen. De partij heeft niet gereageerd op vragen.

    Nauwe banden met Zelensky

    Sljoesarjev heeft nauwe banden met president Zelensky, voor wie hij werkt sinds hij in 2015 opstapte als hoofd van de afdeling binnenlandse veiligheid van het Oekraïense grenswachtagentschap. Tot die tijd had hij voor verschillende afdelingen van dat agentschap in de regio Charkiv gewerkt. Bij navraag door een journalist benadrukten opsporingsambtenaren dat ze geen bewijs hebben dat Sljoesarjev persoonlijk weet heeft van de smokkel, ook al zijn er bedrijven van hem bij betrokken. Hij is in 2017-2018 mede-eigenaar geworden van beide bedrijven, en hun betrokkenheid bij sigarettensmokkel dateert van voor die tijd. De andere mede-eigenaar, Ksenia Jabloekovska, verwierf al aandelen in beide bedrijven in 2015 of 2016, toen ze Chinese sigaretten in Oekraïne importeerden. Sljoesarjevs bedrijven hebben niet op vragen gereageerd. Ook pogingen om contact met hem te krijgen via de regeringspartij Dienaar van het Volk zijn op niets uitgelopen.

    Cig2
    De enige fabriek van China Tobacco in Europa bevindt zich op enkele uren rijden van de Roemeense hoofdstad Boekarest.

    Sljoesarjev werd officieel pas mede-eigenaar van de bedrijven nadat ze zich met smokkel hadden ingelaten, maar hun opkomst in de sigarettensmokkel valt wel samen met zijn loopbaan bij de Oekraïense grenswacht. Travel Retail Ukraine opende in 2012 een taxfreewinkel bij de douanepost in Hoptivka, aan de grens met Rusland. Sljoesarjev was destijds hoofd van de afdeling binnenlandse veiligheid van de regio oost in het grenswachtagentschap, dat meer dan veertig van zulke grensovergangen naar Rusland beheert. In 2017, na zijn ontslag bij de grenswacht, werd hij mede-eigenaar van Travel Retail Ukraine. Datzelfde jaar kocht hij ook het bedrijf Frontera, eigenaar van het gebouw bij de grensovergang dat door de grenswacht van Charkiv wordt geleased, zo bleek uit onderzoek van het radioprogramma Schemes van de radiozender Radio Free Europe/Radio Liberty. Volgens de verslaggevers bezit dit bedrijf van Sljoesarjev ook panden bij de grensovergang van Hoptivka, waarin nu supermarkten en verzekeringsloketten zijn gevestigd. 

    ‘Het is veel interessanter om deze sigaretten, die veel goedkoper zijn, tegen contanten aan smokkelaars te verkopen’

    Het OCCRP en de Kyiv Post hebben geen bewijs gevonden dat Sljoesarjev deze winkels voor smokkelpraktijken gebruikt, maar de sigaretten die bij de inval in Odessa in beslag zijn genomen, waren wel aangemerkt als bestemd voor taxfreeverkoop. Dat is een veelgebruikte list om verboden sigaretten het land in te smokkelen, volgens een rapport uit 2020 van consultancybureau Kantar. Volgens een rechercheur die de lading heeft onderzocht, waren die sigaretten duidelijk niet voor de verkoop in taxfreewinkels bedoeld. Hij sprak met de Kyiv Post en het OCCRP op voorwaarde van anonimiteit, omdat hij de media eigenlijk niet te woord mag staan. ‘Taxfreewinkels verkopen zulke sigaretten niet,’ legt hij uit, want de klanten van zulke winkels willen duurdere merken. ‘Waarom taxfree? Omdat je dan geen invoerheffing betaalt. Zo van: we slaan dit in voor onszelf. Maar ze verkopen die sigaretten niet zelf.’

    Kostjantyn Krasovsky, hoofd van de afdeling tabakscontrole van het Instituut voor Strategische Studies van het Oekraïense ministerie van Volksgezondheid, zegt dat het officiële toezicht op taxfreewinkels in Oekraïne ‘heel, heel zwak is’. Ze zijn daarom een ideaal kanaal voor de tabakssmokkel. ‘Op papier worden die sigaretten wel verkocht, zo komen ze in de boeken,’ legt hij uit. ‘Maar in werkelijkheid is het veel interessanter om deze sigaretten, die veel goedkoper zijn, tegen contanten aan smokkelaars te verkopen. Die rijden er dan mee naar Polen, Hongarije, Roemenië enzovoort.’ 

    Rivera Grand en Motor Sich

    Een van de aandeelhouders van Rivera Grand, Oleh Polisjtsjoek, is betrokken bij een bedrijf dat verwikkeld is in een van de grootste Oekraïense controverses rond de invloed van China in het land.

    Hij is mede-eigenaar van Motor Sich Trade, een dochter van Motor Sich, een van de grootste strategischedefensiebedrijven van Oekraïne. In 2015 sloot een Chinees luchtvaartbedrijf met Motor Sich een samenwerkingsovereenkomst die onder meer de overdracht van Oekraïense technologie aan China behelsde. Dat werd een hele rel. Pogingen om een meerderheidsbelang in het bedrijf aan de Chinezen te verkopen zijn uiteindelijk verhinderd door de Oekraïense staatsveiligheidsdienst. In maart is de leiding van Motor Sich overgenomen door de regering, die zegt het bedrijf te willen nationaliseren. Motor Sich heeft niet gereageerd op vragen naar eventuele banden met Polisjtsjoek.

    Zwarte markt

    Of ze worden in Oekraïne op de zwarte markt verkocht. Verslaggevers hebben online en bij tabakshandelaren in Oekraïne tal van pakjes Regina-sigaretten kunnen kopen waarop stond dat ze ‘For Duty Free Sale Only’ waren. Ze leken allemaal te zijn geïmporteerd door een man die al in mei 2017 samenwerkte met Duty Free Odessa, de in Odessa woonachtige Georgische zakenman Turki Khalaf. 

    Khalafs bedrijf Global Tobac Co was de leverancier van de in 2017 in Odessa onderschepte lading. Ene Maksym Khalaf, die hetzelfde adres gebruikt als Turki, is eigenaar van weer een ander bedrijf dat tabak importeert, Empire Tobacco, dat in 2019 en 2020 meer dan 66 ton ruwe tabak kocht van China Tobacco’s Roemeense dochter. Op sommige illegale sigaretten troffen verslaggevers het logo van Empire Tobacco aan, met op de zijkant van het pakje een klein etiket met de tekst: ‘Made under authority of Global Tobac Co., Ltd Hong Kong.’ Khalaf wilde geen vragen beantwoorden.

    Cig4
    Hoptivka-checkpoint aan de grens van Oekraïne en Rusland. © dutyfreeunite.com

    Het is niet duidelijk wat Duty Free Odessa met de in 2017 onderschepte Regina’s van plan was, maar het bedrijf lijkt over de douane-inval te zijn getipt. Toen de agenten van de fiscale opsporingsdienst in mei met hun huiszoekingsbevel bij de grenspost aankwamen, had de directeur van het bedrijf, Joelja Tymosjenko, op het nippertje een manier gevonden om zelf de dans te ontspringen. Ze had per mail een brief verstuurd waarin ze de sigaretten weigerde aan te nemen en de lading doorverwees naar een Canadees bedrijf. Dat bedrijf zou de sigaretten naar de Georgische havenstad Batoemi hebben willen importeren, zo blijkt uit gerechtelijke stukken. Zo stuurde ze de opsporingsdiensten met een kluitje in het riet. Het Canadese bedrijf zei van niets te weten. En zonder duidelijke ontvanger kon er niemand voor deze contrabande worden vervolgd. ‘We hadden geen verdachten,’ zegt de betrokken rechercheur Jan Streljoek. 

    De fiscale rechercheurs werden ook gehinderd door collega’s van de staatsveiligheidsdienst. Op het moment dat ze de vrachtwagen wilden openmaken, kwamen zij vragen waar ze mee bezig waren, aldus een rechercheur die niet wil worden genoemd. Vervolgens weigerde de douane in Odessa de voor het onderzoek benodigde documenten af te staan, zodat de rechercheurs daarvoor eerst een gerechtelijk bevel moesten aanvragen. (De rechter stelde ze in het gelijk en beval de douane de documenten te overhandigen.) De staatsveiligheidsdienst ontkent deze aantijgingen.

    Toen de rechercheurs de documenten dan eindelijk in handen hadden, bleek Tymosjenko’s handtekening op de brief waarin ze de lading afwijst te zijn vervalst. Tymosjenko ‘zou een overeenkomst hebben gesloten met een directeur van China Tobacco, hun contract met de Chinezen. Maar de handtekening op de afwijzingsbrief verschilde van die op dat contract,’ zegt de rechercheur die anoniem wil blijven.

    Verslaggevers zijn afgereisd naar Dnipro, de Oekraïense stad op de centrale steppen waar zowel Duty Free Odessa als Travel Retail Ukraine geregistreerd staat. Bij het flatgebouw waar ze officieel staan ingeschreven, was van enige bedrijfsactiviteiten niets te bespeuren – nog geen naambordje. De man die de deur opendeed, wilde de journalisten niet te woord te staan. Joelja Tymosjenko en mede-eigenaar Ksenia Jabloekovska waren allebei niet thuis toen journalisten van de Kyiv Post bij hen langsgingen. Op herhaalde vragen hebben ze niet gereageerd. Ook de staatsveiligheidsdienst wilde geen commentaar geven.

    Geneeskunde is androcentrisch

    ‘In Spanje zijn hart- en vaatziekten de belangrijkste doodsoorzaak bij vrouwen, vóór borstkanker. Vrouwen hebben twee keer zoveel kans om aan een hartaanval te overlijden: het sterftecijfer aan hartinfarcten is 9% bij mannen en 18% bij vrouwen. Daar zijn verschillende redenen voor. Vrouwen wachten langer voordat ze naar het ziekenhuis gaan en hun symptomen worden vaak verward met angsten.’ 

    Dit schrijven Lara Bonilla, Ricard Marfà en Idoia Longan in Woman’s body, man’s medicine, het opmerkelijke artikel waarmee ze dit jaar The Special Award van The European Press Prize wonnen.

    Geneeskunde is androcentrisch, ofwel: de man staat centraal. Dat betekent dat de resultaten van onderzoek naar verschijnselen bij mannen, worden geëxtrapoleerd naar vrouwen. Gaandeweg wordt echter steeds meer duidelijk dat dat op z’n zachtst gezegd een rare gang van zaken is, want symptomen, behandelingen en genezing voor eenzelfde ziekte zijn voor mannen en vrouwen misschien niet hetzelfde. Niet alleen hart- en vaatziekten en voortplantingsorganen verschillen, maar bijvoorbeeld ook mentale gezondheid, luchtwegaandoeningen, gewrichten en auto-immuunziekten.

    Het is een artikel dat je met stijgende verbazing leest: Huh? Was dit niet al veel langer bekend? Of, zoals een vroedvrouw stelt: ‘De mate van onwetendheid over het lichaam van de vrouw is ontstellend, zelfs bij sommige praktiserend artsen.’

    Honderden miljoenen sigaretten

    De onderschepte lading Regina’s is uiteindelijk vernietigd. Maar dat was maar een druppel in de zee aan Chinese sigaretten die Oekraïne voortdurend overspoelt. Van 2014 tot 2020 zijn honderden miljoenen sigaretten van de merken Regina, D&B en Dubao, afkomstig uit de Europese fabriek van China Tobacco, verscheept naar twee Oekraïense bedrijven die geen vergunning voor de import of distributie van tabak hebben. Naar beide bedrijven werd onderzoek gedaan in het kader van dezelfde grote smokkelzaak waarvoor Duty Free Odessa werd onderzocht. De onderzoekers verdenken ze ervan te worden ‘gebruikt als kopers of vervoerders’ van Chinese sigaretten voor andere landen.

    Oekraïne was al een broeinest van de sigarettensmokkel voordat in 2014 de vijandelijkheden met Rusland uitbraken

    Het is moeilijk na te gaan wat er met deze sigaretten na de invoer in Oekraïne is gebeurd, omdat ze niet via legale kanalen zijn verkocht. Maar sinds 2016 is het aantal inbeslagnames van sigaretten van merken van China Tobacco in Italië explosief gestegen – en veel van die sigaretten waren afkomstig uit Oekraïne. Volgens aan het OCCRP verstrekte gegevens van de Italiaanse opsporingsdiensten werd in Italië tussen 2017 en 2019 zo’n 41 ton aan gesmokkelde sigaretten van de merken Regina, D&B en Dubao in beslag genomen, waarvan 17 procent afkomstig uit Oekraïne. Oekraïne was al een broeinest van de sigarettensmokkel voordat in 2014 de vijandelijkheden met Rusland uitbraken, maar daarna is de situatie verder verslechterd, met name in de bezette gebieden, waar beide verdachte afnemers van China Tobacco gevestigd waren.

    Cig7
    De grenswacht bij de doorlaatpost Novotroitsk, zo’n 45 kilometer ten zuiden van het door Rusland bezette Donetsk. – © Yevgen Honcharenko

    De grootste afnemer, het bedrijf Rivera Grand Ltd., is gevestigd op de Krim. Het overgrote deel van de door Rivera Grand geïmporteerde sigaretten is gekocht in de chaotische eerste maanden na de Russische annexatie van de Krim: alleen al in 2014 tweehonderd miljoen. Sommige waren voorzien van het etiket ‘For Duty Free Sale Only’. De andere afnemer, Doninvest-99, is gevestigd in Donetsk, de grootste stad in de opstandige Donbas, waar al sinds maart 2014 een gewapend conflict woedt tussen door Rusland gesteunde separatisten en Kyiv-gezinde loyalisten. Bedrijven die op de Krim of in de Donbas waren geregistreerd werden het jaar daarna door Oekraïne verplicht te verhuizen naar gebied dat in handen was van de regering, om hun activiteiten daar wettelijk voort te zetten en belasting te betalen. Dat hebben Rivera Grand en Doninvest-99 niet gedaan. Beide bedrijven waren niet bereikbaar voor commentaar.

  • Tabakslobby richt zich op Afrika. ‘We koersen af op een dodelijke pandemie van rokers’

    Tabakslobby richt zich op Afrika. ‘We koersen af op een dodelijke pandemie van rokers’

    Wereldwijd slinkt het aantal rokers, maar in Afrika neemt het juist toe. De tabaksindustrie ziet groeikansen en deinst er niet voor terug om politici om te kopen.

    Mahooana Khati, de belangrijkste politicus op economisch gebied in Lesotho, zit in de tuin van een hotel en maakt zich zorgen over zijn herverkiezing. Nerveus schuift hij heen en weer op een witte plastic stoel.  De hele ochtend heeft de parlementariër in het gebouw ernaast met andere parlementariërs gedebatteerd over een wet die hij eigenlijk niet wilde. De accijns op tabak moet ingevoerd worden. Eindelijk – Lesotho is een van de laatste landen in Afrika waar sigaretten verkocht worden zonder tabaksaccijns, waardoor ze ongekend goedkoop zijn.

    In zijn land bestaat een eenvoudige regel, zegt Kathi, voorzitter van de economiecommissie in het parlement. ‘Wie de sigaretten duur maakt, wordt niet herkozen.’ Op dit moment kost een pakje omgerekend 1 euro 50. Via criminele kanalen worden ze op straat zelfs vaak voor de helft van de prijs aangeboden.  Maar ten slotte hadden de wetgevers van Lesotho geen andere keuze. Het land heeft tijdens de pandemie het IMF om financiële steun verzocht. Het viel de experts van het IMF op dat Lesotho vrijwel geen gebruik maakt van de accijns op tabak als instrument om de overheidskas te vullen, waarna een snelle invoering als voorwaarde voor steun werd gesteld.

    Vijf ontmoetingen met lobbyisten

    In een eerste wetsontwerp van de regering was een accijns van 30 procent voorzien. Ten slotte bedroeg hij slechts 6 procent. Waarom? Kathi geeft toe dat er in de laatste maanden vijf ontmoetingen zijn geweest tussen de economiecommissie en vertegenwoordigers van de tabakslobby. Hij wil niet op details ingaan. Maar overleg met vertegenwoordigers van gezondheidsorganisaties zijn er niet geweest, hoewel die er sterk op aangedrongen hebben. Blijkbaar hebben grote tabaksconcerns er zelfs in kleine Afrikaanse landen als Lesotho met zijn 2 miljoen inwoners veel voor over om te groeien.

    Het aantal rokers in Afrika nam de laatste 20 jaar van 64 miljoen tot 73 miljoen toe

    Afrika geldt voor sigarettenfabrikanten als een belangrijke markt voor de toekomst. De bevolking van het continent groeit jaarlijks met 2,4 procent, ze zal zich naar verwachting in 2050 hebben verdubbeld. Terwijl de afzetmarkt in geïndustrialiseerde landen krimpt, lokken in Afrika aanzienlijke groeicijfers. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is het aantal rokers in de laatste twintig jaar wereldwijd gedaald tot nu nog ongeveer 1,3 miljard. In Afrika nam het ondertussen toe van 64 miljoen tot 73 miljoen. Weliswaar wordt op het continent nog altijd minder gerookt dan in andere werelddelen, maar er is sprake van een opwaartse trend – en veel tabaksfabrikanten zien hierin een kans.

    Activiste vindt geen gehoor

    In een vervallen gebouw in Lesotho’s hoofdstad Maseru heeft Mphonyane Mofokeng haar kantoor. Toen haar vader, een kettingroker, aan kanker overleed, richtte ze een ngo op die de bevolking onder andere wil waarschuwen voor de risico’s van het gebruik van tabak. De zestigjarige wil daarmee vooral bij jongeren bereiken wat haar bij haar vader niet is gelukt: dat ze de gevaren van het roken gaan inzien.

    Maar de laatste dagen begint ze te betwijfelen dat dit een haalbaar doel is. Tevergeefs verzocht ze de economiecommissie om een gesprek. Ze hoopte op hogere prijzen, grotere hindernissen voor de toegang tot sigaretten. Ze wilde vertellen over de jongen die op achtjarige leeftijd in het ziekenhuis belandde – met longkanker. Zijn ouders hadden in huis gerookt. Ze wilde vertellen over de ontelbare herdersjongens voor wie het roken op de velden nog altijd dagelijkse praktijk is. Tevergeefs.

    ‘Wij koersen af op een dodelijke pandemie als de tabak niet duurder wordt’

    Op een bepaald moment nodigde ze zichzelf maar uit en ging naar een vergadering van de commissie. Die werd geschorst. ‘Wij koersen af op een dodelijke pandemie van rokers als de tabak niet duurder wordt,’ aldus de activiste. Bovendien zou men de bestaande wetten, zoals de rookverboden in openbare gebouwen of verkoopverboden in de buurt van scholen, ook eens moeten gaan handhaven. Dat gebeurt nauwelijks.

    Een insider die de andere kant koos

    Toen ze er ten slotte achter kwam dat de politici maar een vijfde van de oorspronkelijk geplande accijns op tabak wilden invoeren, dacht ze meteen aan corruptie. ‘Altijd als er zoiets gebeurt, zit daar iets achter,’ zegt ze. Er zou in Lesotho een bepaalde manier bestaan waarop de tabakslobby dat aanpakt. Daarbij wordt ook wel eens een stuk land gekocht voor een politicus. Bewijzen heeft ze niet. Maar het zijn geen nieuwe beschuldigingen tegen de tabaksindustrie in Afrika. In 2015 zond de BBC een programma uit over Paul Hopkins. De Brit had in Kenia dertien jaar gewerkt voor het tabaksconcern British American Tobacco (BAT) – en werd daarna klokkenluider. ‘BAT koopt mensen om, en ik organiseerde dat,’ zei hij in een interview. ‘Als ze daarvoor de regels moeten overtreden, dan overtreden ze de regels.’

    Hopkins liet documenten zien die volgens de BBC bewijzen dat het concern via hem illegale betalingen deed aan volksvertegenwoordigers van een antitabakscampagne van de WHO. In Burundi zou een hoge ambtenaar zijn omgekocht van wie men blijkbaar hoopte dat hij een antirookwet zou afzwakken. De zender maakte bovendien een stiekem gemaakte geluidsopname openbaar waarop te horen zou zijn hoe een BAT-advocaat smeergeldbetalingen goedkeurt. BAT sprak de beschuldigingen tegen en het afgelopen jaar oordeelde het Britse Openbaar Ministerie na langdurig onderzoek dat er niet genoeg bewijs was voor een aanklacht. 

    De gezondheidseffecten van het toegenomen tabaksgebruik in Lesotho zijn te zien in het ziekenhuis van Mafeteng, een provinciestadje 80 kilometer ten zuiden van Maseru. Hier heeft de vrouwelijke arts Waheeba Madani weer eens te maken met patiënten met longproblemen. Ze heeft zojuist de 71-jarige Moshao Setlaba behandeld, die bijna vijftig jaar lang dagelijks rookte. Niet veel, zoals hij zegt; vijf tot tien sigaretten. Ook toen de mijnwerker tweemaal tbc kreeg, hield hij niet op. In de mijnen hoort tabak er gewoon bij. Een poosje geleden was hij toch maar gestopt met roken. ‘Ik hoest de hele nacht en heb pijn in de borst,’ klaagt de vermagerde gepensioneerde.

    80 procent van dokter Madani’s mannelijke patiënten zijn actieve of voormalige rokers. Onder de vrouwen zijn het er, zoals in de meeste landen, duidelijk minder. Alles bij elkaar schat de regering van Lesotho het aantal rokers nu op wel 47,9 procent van de volwassenen. Ter vergelijking: in Duitsland rookt 23,8 procent, in Zwitserland 27 procent. ‘We hebben steeds meer patiënten met zware luchtwegaandoeningen,’ zegt Madani. De mensen beginnen als kind al te roken en vaak verergert dat andere aandoeningen, zoals tuberculose en hiv, of de gevolgen van ondervoeding.’

    Nama Woman Smoking Kalahari Desert Namibia Luca Galuzzi 2004 kopie.JPG
    © Luca Galuzzi / Wikimedia

    Precieze diagnose is niet mogelijk

    Vroeger zouden de artsen in Lesotho luchtwegaandoeningen bij mijnwerkers als Setlaba automatisch geweten hebben aan de zware omstandigheden onder de grond. ‘Intussen is het duidelijk dat roken bij de meeste patiënten de belangrijkste factor is,’ zegt Madani. Dat is een van de grootste gezondheidsrisico’s voor de bevolking – veel meer dan de hart- en vaatziekten die in geïndustrialiseerde landen de belangrijkste doodsoorzaak zijn.

    In het ziekenhuis van Mafeteng ontbreken de middelen en de apparaten voor een nauwkeurige diagnose. De arts zal Setlaba daarom naar de hoofdstad Maseru sturen. Maar ook daar zijn de mogelijkheden beperkt. Uiteindelijk moet de patiënt zijn hoop vestigen op een afspraak in een overheidsziekenhuis in het buurland Zuid-Afrika, waar af en toe patiënten uit Lesotho opgenomen worden. Voordat een precieze diagnose is gesteld, zullen er dus weken voorbijgaan. Op z’n minst.

    Zuidelijk Afrika ontwikkelt zich maar langzaam tot een relevante afzetmarkt voor tabak. Maar zijn geschiedenis als regio van tabaksteelt gaat eeuwen terug. Ook op dit terrein is de reputatie van de branche op z’n zachtst gezegd dubieus. Een paar maanden geleden maakte de BBC documenten openbaar die aannemelijk maken dat er door medewerkers van British American Tobacco smeergeld is betaald aan de Zimbabwaanse regeringspartij ZANU-PF. Het gaat om betalingen van 300.000 dollar, bedoeld om de sluiting van concurrerende sigarettenfabrieken te bewerkstelligen. Bovendien heeft het Britse bedrijf andere fabrikanten laten bespioneren.

    Ingecalculeerde schandalen

    Johann van Loggerenberg is niet verbaasd over deze praktijken. Hij deed lang onderzoek voor de Zuid-Afrikaanse belastingdienst naar smokkelaars en tabaksconcerns die belasting ontduiken. ‘Dat zal geen consequenties hebben, dat kan ik u verzekeren,’ zegt de 52-jarige Loggerenberg als we hem in Johannesburg spreken. ‘Zulke schandalen en de negatieve pr zijn in het businessmodel van deze bedrijven ingecalculeerd. Gewoon even een slechte werkdag, en dan weer door.’

    In geïndustrialiseerde landen worden topmanagers volgens Van Loggerenberg al evenmin persoonlijk ter verantwoording geroepen. In het ergste geval krijgt het bedrijf een boete – ‘en dan weer over tot de orde van de dag’. Als dit in geïndustrialiseerde landen al normaal is, dan kun je je wel voorstellen hoe het er in ontwikkelingslanden aan toegaat. ‘Ze zijn te machtig, te groot, hebben te goede relaties.’

    Dit onderzoek werd gefinancierd door het European Journalism Centre, via het ‘Global Health Journalism Grant Program for Germany’.

  • Politiek en lobbyisme: de draaideur van Brussel

    Politiek en lobbyisme: de draaideur van Brussel

    De afstand tussen EU-ambtenaren en 35.000 lobbyisten in Brussel is schrikbarend klein. Sterker nog, na een functie voor de EU te hebben vervuld, stapt een fors aantal ambtenaren over naar de lucratieve lobbywereld. De EU prijst zichzelf vanwege ‘transparante’ regelgeving op dit gebied, maar ophef rond voormalig EU-commissaris Günther Oettinger roept de vraag op of die tevredenheid terecht is. 

    ‘De EU heeft een autoriteit voor ethiek nodig!’, is de kop boven een artikel dat financieel redacteur Harald Schumann eind januari voor de Duitse krant Der Tagesspiegel schreef.

    Volgens Schumann zijn EU-politici te zelfgenoegzaam over het feit dat de activiteiten van lobbyisten in Brussel geregistreerd dienen te worden en daardoor dus redelijk controleerbaar zouden moeten zijn. Hij verwijst in dit verband naar een uitspraak van Katharina Barley, vicevoorzitter van het EU-parlement: ‘Wat transparantie omtrent lobbyen betreft, gaat de EU resoluut voorwaarts.’

    In eerste instantie begrijpt Schumann die uitspraak. ‘Commissarissen en hoge parlementariërs volgen inderdaad een mooi principe. Iedereen die met hen over een project wil praten, moet met naam en budget worden vermeld in het officiële lobbyregister. Zonder inschrijving kan er geen afspraak volgen, althans niet officieel. Bovendien moeten vergaderingen in toegankelijke databases worden ingevoerd. Wie zich te eenzijdig informeert, kan onder druk komen te staan‘, aldus Schumann. De procedure klinkt prima, maar, zegt Schumann, er is sprake van schone schijn.

    35.000 lobbyisten

    ‘Deze zogenaamd schone omgang met het leger van ongeveer 35.000 lobbyisten heeft een vuile keerzijde’, schrijft de Duitse journalist. ‘Voor honderden EU-functionarissen, commissarissen en parlementariërs is de afstand die ze tot lobbyisten houden slechts show. In werkelijkheid staan ze zo dicht bij elkaar dat ze na het vertrek uit hun ambt maar al te graag overstappen om hun kennis te gelde te maken.’ 

    Volgens Schumann zijn na 2014 maar liefst 185 EU-parlementsleden overgestapt van het parlement naar een baan bij lobbykantoren. Van de 27 commissarissen die in 2014 aftraden, zijn er 13 ingehuurd door lobbyagentschappen en bedrijven.

    Veel verontwaardiging was er over de nieuwe functie van voormalig Commissievoorzitter José Manuel Barroso. Na zijn vertrek trad hij aan als directeur bij de Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs. Al tijdens zijn voorzitterschap bleek hij ‘buitengewoon vruchtbare ontmoetingen’ met Goldmans topmanager Blankfein te hebben gehad, zonder die te melden.

    ‘Wat echt verwerpelijk is, is de schade aan de democratie’

    De Europese Commissie eist een wachttijd van twee jaar, zodat topfunctionarissen kunnen ‘afkoelen’ om belangenconflicten te vermijden. Maar ook die maatregel is niet serieus te nemen, volgens Schumann, zoals blijkt uit de activiteiten van voormalig EU-commissaris Günther Oettinger. 

    Oettinger, een Duitse CDU-politicus, was van 2010 tot 2019 EU-commissaris en tekende na zijn vertrek arbeidscontracten met niet minder dan dertien bedrijven en verenigingen. Daarvoor ontving hij speciale toestemming van de zittende Commissie onder leiding van partijvriendin Ursula von der Leyen, op voorwaarde dat hij niet zou lobbyen.

    Maar de groene Europarlementariër Daniel Freund vindt de gang van zaken ongeloofwaardig. Volgens hem staan slechts ‘zeven van de nieuwe werkgevers van Oettinger vermeld in het lobbyregister’.

    Schumann concludeert dat het probleem van de nauwe band tussen de hoogste ambtenaren met de ‘geldmachtigen’ niet alleen de mogelijke manipulatie van wetgeving betreft. ‘Wat echt verwerpelijk is, is de schade aan de democratie.’ Want de overstap van politiek naar lobbyisme wekt volgens hem de verkeerde indruk dat politiek kan worden gekocht, ‘en daardoor worden kiezers naar de antidemocraten van rechts gedreven’.

    Oettinger

    Drie weken na het artikel van Schumann bevestigt de Oostenrijkse krant Die Presse hoe schimmig de lobbywegen van oud-Commissaris Günther Oettinger zijn. Afgelopen weekend publiceerde de krant een artikel met als kop ‘Kritik an Oettinger-Job für Tabaklobby’ (‘Kritiek op Oettingers baan voor de tabakslobby’). Kern van de zaak is dat Oettinger sinds begin van dit jaar voor een lobbybureau werkt waarvan de grootste klant het tabaksbedrijf Philip Morris is.

    ‘De wisselwerking tussen tabaksregulering en lobbywerk levert opnieuw problemen op voor de Europese Commissie’, zo schrijft Die Presse. ‘Emily O’Reilly, de EU-ombudsman, roept Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, op om zorgvuldig te controleren of Günther Oettinger, de Duitse EU-commissaris tot 2019, zich aan de afspraken houdt en niet lobbyt voor het tabaksbedrijf Philip Morris.’

    Volgens de krant zullen binnenkort drie belangrijke EU-wetten die de tabaksmarkt reguleren door de Commissie worden herzien. De eerste richtlijn betreft de grensoverschrijdende verkoop van tabaksproducten aan particulieren. De tweede is gericht op de minimumaccijnzen op sigaretten. Naar verwachting zal de derde richtlijn de productie, presentatie en verkoop van tabaksproducten betreffen, te denken valt aan afschrikwekkende afbeeldingen op verpakkingen en het verbod op gearomatiseerde sigaretten. De herzieningen zullen volgens O’Reilly met argusogen worden gevolgd door de tabakslobby.

    Problematisch

    Precies daarom zijn de dertien recent goedgekeurde banen van Oettinger volgens de Ombudsman zo problematisch. De voormalige minister-president van de deelstaat Baden-Württemberg, die in 2010 EU-commissaris voor energiebeleid werd, daarna voor de digitale economie en als laatste voor begroting en personeel, kreeg op 11 november vorig jaar toestemming van de Commissie om aan de slag te gaan bij communicatie- en lobbybureau Kekst CNC als ‘global consultant’. 

    Hij aanvaardde deze functie op 1 januari van dit jaar. O’Reilly waarschuwt Von der Leyen in een brief: ‘Aangezien Philip Morris International de grootste klant is van dit adviesbureau, dat is opgenomen in het EU-transparantieregister, kunt u begrijpen dat het publiek er zeker van moet kunnen zijn dat de Commissie alle noodzakelijke maatregelen neemt om ervoor te zorgen dat de verplichtingen worden nagekomen om toe te zien op de naleving van de voorwaarden die de voormalige commissaris zijn opgelegd.’

    Oettinger maakte bekend dat de nieuwe functie hem ‘de kans zal geven om ervaring en kennis door te geven aan adviseurs en klanten’

    In de praktijk is dit echter onmogelijk, volgens Die Presse, zeker als Oettinger ervoor zorgt dat hij geen schriftelijke sporen nalaat die op een schending van zijn niet-lobbyplicht zouden kunnen wijzen. Het is volgens de krant overigens duidelijk dat Kekst CNC hem vooral heeft ingehuurd vanwege zijn specifieke ervaring. Oettinger windt daar ook geen doekjes om, want hij maakte zelf op de website van het bureau bekend dat de nieuwe functie hem ‘de kans zal geven om ervaring en kennis door te geven aan adviseurs en klanten’.

    Als antwoord op vragen van Die Presse verwees een woordvoerder van de EU-commissie naar de restricties waaronder Oettinger de baan heeft mogen aannemen. ‘De Commissie zal de Ombudsman antwoorden, net als in alle andere gevallen’, voegde de woordvoerder eraan toe.

    Geen roker

    Ook de politieke website Politico besteedde dit weekeinde aandacht aan het geval-Oettinger, en voegt nog meer informatie toe aan het verhaal. Volgens Politico vermeldde het EU Transparantie Register dat Kekst CNC in 2019 tussen de € 200.000 en € 299.999 aan inkomsten ontving van tabaksgigant Philip Morris.

    De site wijst op informatie die Oettinger aan de Commissie heeft verstrekt om deel te mogen uitmaken van de adviesraad van Kekst CNC. Volgens Oettinger helpt de adviesraad ‘de wereldwijde reputatie en zichtbaarheid van Kekst CNC te verbreden en te verbeteren bij opinieleiders en besluitvormers’. Daarnaast ondersteunt de raad ‘activiteiten voor bedrijfsontwikkeling’, volgens Oettinger.

    ‘In haar brief van 11 februari aan de voorzitter van de Commissie Ursula von der Leyen’, zo schrijft Politico, ‘herinnert Ombudsman Emily O’Reilly eraan dat de EU als deelnemer aan het Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging van de Wereldgezondheidsorganisatie “zich heeft verbonden het volksgezondheidsbeleid te beschermen tegen de tabaksindustrie”.’ 

    Oettinger vertelde Politico desgevraagd dat zijn werkzaamheden ‘niets met tabak te maken zullen hebben’. ‘Ik ben geen roker’, zo liet de Duitse politicus weten, eraan toevoegend dat hij geen contact heeft gehad met Philip Morris en ook ‘geen ambitie’ heeft om in de toekomst in contact met het bedrijf te treden. ‘Ik ben perfect op de hoogte van mijn beperkingen en mijn verplichtingen.’

    Thomas Empt, algemeen directeur van Kekst CNC, valt hem daarin bij: ‘We willen geen commentaar geven op de brief van de Ombudsman, maar we willen wel benadrukken dat het voor ons bedrijf van het grootste belang is om de Gedragscoderegels voor voormalige leden van de Europese Commissie strikt te volgen.’

    Hongarije

    Hoe zuiver op de graat Oettinger zal blijken, valt nog te bezien, maar enige waakzaamheid lijkt op z’n plaats, gezien zijn eerdere activiteiten. Volgens Politico liet het Staatsblad van Hongarije een jaar geleden weten dat de Hongaarse premier Viktor Orbán Oettinger heeft aangewezen als covoorzitter van een nieuw op te richten Nationale Raad voor Wetenschapsbeleid, die de Hongaarse regering adviseert over innovatie en onderzoek. Deze controversiële wetenschapsraad is opgericht door de premier zelf.

    Als covoorzitter zou Oettinger samenwerken met de Hongaarse minister van Innovatie en Technologie László Palkovics, die de instelling leidt. Oettinger zou het enige niet-Hongaarse lid in de raad zijn.

    Volgens critici is de raad onderdeel van de inspanningen van de Hongaarse regering om strengere controle uit te oefenen op de academische sector, bijvoorbeeld door financiering in te houden voor onderzoekers die tegen het beleid van Orbán zijn.

    ‘Het is vreselijk dat een voormalig EU-commissaris geloofwaardigheid verleent aan een regime dat de onafhankelijkheid van de wetenschap aanvalt’

    Met name linkse en groene leden van het Europees Parlement beschuldigen Oettinger ervan de ambities van Orbán te legitimeren om wetenschap onder controle van de regering te krijgen. De Hongaarse regering weerspreekt dat en stelt dat het doel is de wetenschapssector van het land innovatiever te maken.

    Dat Hongaarse verweer is niet bijster geloofwaardig. De beschuldigingen van gebrek aan academische vrijheid in Hongarije zijn de afgelopen jaren toegenomen, vooral sinds de gerenommeerde Centraal-Europese Universiteit, gefinancierd door de Hongaars-Amerikaanse miljardair George Soros, naar Wenen moest verhuizen vanwege beperkingen die werden opgelegd door de Hongaarse autoriteiten.

    Oettinger is zich ondertussen van geen kwaad bewust. Aan Politico liet hij weten dat hem niet was verteld hij een vergoeding zou krijgen voor de baan en dat hij ‘de agenda van bijeenkomsten wil vormgeven en bijdragen aan discussies’, om de wetenschap in Hongarije een impuls te geven.

    ‘Wetenschap, innovatie en onderzoek moeten een zorg zijn voor heel Europa en moeten daarom ook beter worden gepromoot in de afzonderlijke landen’, aldus Oettinger. ‘De afgelopen jaren heb ik Europa altijd bekritiseerd omdat het niet genoeg aan onderzoek doet. We moeten 3 procent van ons bruto nationaal product in onderzoek steken, in plaats daarvan zitten we constant op 2 procent.’

    ‘Erg vergezocht’

    De groene Europarlementariër Daniel Freund kijkt er anders tegenaan. ‘Het is vreselijk dat een voormalig EU-commissaris geloofwaardigheid verleent aan een regime dat de onafhankelijkheid van de wetenschap aanvalt’, zei Freund vorig jaar. ‘En dat in een situatie waarin ngo’s en journalisten zwaar onder druk staan, er schaamteloze corruptie is in het land, er een artikel 7-procedure tegen Hongarije loopt en Orbáns regeringspartij Fidesz is geschorst uit zijn partijfamilie, de Europese Volkspartij’ – nota bene de Europese partij waar Oettingers CDU deel van uitmaakt.

    Oettinger wijst die kritiek af. ‘De naam zegt het al: de Nationale Raad voor Wetenschapsbeleid heeft een adviserende rol, maar neemt geen beslissingen’, was zijn commentaar. ‘Vrijheid van wetenschap en onderwijs is altijd erg belangrijk voor me geweest. Daarom accepteer ik deze kritiek niet. Het is erg vergezocht.’

    Volgens Kontext: Wochenzeitung was de EU er twee maanden geleden nog niet uit of Oettinger de klus in Hongarije mag aannemen: ‘De Europese Commissie is nog steeds aan het piekeren of ex-commissaris Günther Oettinger de controversiële premier van Hongarije, Viktor Orbán, kan bijstaan als hoofd van zijn nieuwe Innovatieraad.’

    Wellicht speelt bij het geaarzel mee dat Oettinger eerder ook al onder vuur is komen te liggen vanwege zijn nauwe banden met Orbán. In 2016, toen hij commissaris voor digitale economie was, gebruikte hij de privéjet van een pro-Russische Duitse zakenman die voor de Hongaarse regering werkte om naar een diner met Orbán te vliegen. Volgens Oettinger gebeurde dat omdat er op dat moment geen commerciële vlucht was om hem op tijd naar het diner in Boedapest te brengen. De Europese Commissie accepteerde zijn uitleg destijds.

    Of de Commissie in Oettingers onschuld blijft geloven bij de beslissing over zijn Hongaarse baan, valt nog te bezien. Margarida Silva van Corporate Europe Observatory, een nonprofitorganisatie die de connectie tussen EU-beleid en lobbyisten in de gaten houdt, zei vorig jaar: ‘Er zijn zorgen dat deze nieuwe baan op de een of andere manier het resultaat zou kunnen zijn van de betrokkenheid van Oettinger, als Europees commissaris, bij beslissingen die van invloed waren op de Hongaarse regering. Mocht dit het geval blijken te zijn, dan zou dit een onderzoek vereisen door OLAF’, het fraudebestrijdingsbureau van de EU.

  • Doelwit

    Doelwit

    Dankzij advocate Bénédicte Ficq weten we dat tabaksfabrikanten nergens voor terugdeinzen om hun product aan zoveel mogelijk consumenten te kunnen verkopen.

    Dat er ingrediënten in sigaretten zitten die ervoor zorgen dat je het hele pakje oprookt en dan nog een en nog een en nog een… mag zo langzamerhand als bekend worden verondersteld. Maar dat fabrikanten willens en wetens zoeken naar manieren om die giftige bestanddelen te verdoezelen, is volgens haar klinkklare valsheid in geschrifte.

    Ficq begon precies een jaar geleden een artikel 12-procedure bij het gerechtshof in Den Haag, waarmee ze het Openbaar Ministerie wilde 
dwingen tot vervolging van de vier grote producenten Philip Morris, British American Tobacco, Imperial Tobacco en Japan Tobacco, wegens het opzettelijk ziek en verslaafd maken van rokers, soms met de dood tot gevolg. De rechter en het hof zagen geen heil in het aanpakken van de grote vier omdat 
het volgens hen geen kwestie is voor het strafrecht maar voor de wetgever, de overheid dus.

    Laat dat grote verderf nou precies zijn waar de tabaksindustrie naar op zoek is, omdat in Europa de verkoop aanzienlijk is gedaald

    En omdat tabak een legaal product is, kan de overheid slechts ontmoedigen. Onbegonnen werk bij een fanatieke roker, dus staan longarts Wanda de Kanter en longkankerpatiënt Anne Marie van Veen, die samen met Ficq een klaagschrift opstelden, nu 
voor lagere-schoolklassen om al die maagdelijke longen tegen het grote verderf te waarschuwen. Laat dat grote verderf nou precies zijn waar de tabaksindustrie naar op zoek is, omdat in Europa de verkoop aanzienlijk is gedaald. En, hé dat komt goed uit, er zit vast nog veel muziek in de export naar opkomende markten waar regeringen de middelen niet 
hebben om een proactief gezondheidsbeleid te voeren.

    Journaliste Marie Maurisse dook erin en kwam met een allesomvattend onderzoek weer boven, met als meest cynische onthulling dat rokers in armere landen (80 procent steekt er regelmatig eentje op) nog ongezondere sigaretten roken dan rokers in rijkere landen. Uit de resultaten van een door haar geïnitieerd onderzoek blijkt een 
gewetenloze dubbele standaard. Vrijwel alle sigaretten die Zwitserland naar Marokko exporteert zijn zwaarder, verslavender en giftiger. Het schijnt ten goede te komen aan de Zwitserse economie, en wees nou eerlijk, wat is belangrijker?

    Auteur: Katrien Gottlieb
    gottlieb@360international.nl

  • De scheermessenmaffia

    De scheermessenmaffia

    In de Spaanse regio Galicië verdienen visstropers goud geld aan mosselen, scheermessen en coquilles. Hun buit vindt zijn weg naar restaurants, visafslagen en visverwerkingsbedrijven. ‘Ze zijn erger dan de drugshandelaren,’ zegt een kustwachter.

    ‘Mijn strandvilla heb ik betaald van de opbrengst van de verkoop van scheermessen.’ Aan het woord is Ramón (pseudoniem), een van de grote jongens van de illegale visvangst aan de kust van Galicië. Ooit heeft hij in één nacht wel 140 kilo scheermessen buitgemaakt, aldus Ramón, geboren en getogen in Rías Baixas, waar hij nog steeds woont. We zitten te praten op het terras van een bar waar de regen hard op de overkapping klettert. ‘Op mijn achtste ben ik begonnen. Mijn vader is zeeman, als kind werd ik op zee aan het werk gezet.’ Het verschil is dat Ramón besloot te vissen zonder vergunning: hij vist illegaal en verkoopt zijn vangsten in het zwarte circuit. Ramón is zeevruchtenstroper.

    Behalve op scheermessen vist hij op coquilles en zwemkrabben. Hij duikt met en zonder zuurstoffles. ‘Terwijl ik naar de bodem zwem houdt een auto de omgeving in de gaten en post er iemand bij het water. In vier à vijf uur halen we gemiddeld zo’n zestig kilo op. Mijn record is zes uur achter elkaar duiken zonder zuurstoffles.’

    Halverwege de jaren negentig heeft Ramón miljoenen verdiend met illegale visserij. Hij kocht er een villa, een appartement in la Coruña en een in Santiago de Compostela van. ‘Alert zijn, dát is de truc. Ik kijk voortdurend in mijn achteruitkijkspiegel. Als ik drie keer achter elkaar dezelfde auto zie, smeer ik hem. En ik duik bijna altijd ’s nachts om een uur of drie. We zijn standaard met vier of vijf man. We hebben de boel strak georganiseerd.’

    Dat de zeevruchtenstropers hun zaakjes goed geregeld hebben blijkt uit het feit dat de Guardia Civil en de Servizo de la Xunta de Galicia, de kustwacht van Galicië, de laatste jaren strijd voeren (soms al te letterlijk) tegen wat steeds meer gaat lijken op georganiseerde misdaad: de nieuwe maffia van de Galicische kust.

    © Pxhere
    © Pxhere

    Gegevens van de Consellería do Mar de la Xunta de Galicia, het Departement Visserij Galicië, laten zien dat er in 2016 73.140 kilo illegale visvangst werd onderschept. Vorig jaar liep dat cijfer op naar 175.074 kilo.

    ‘Dat we in Galicië een probleem hebben kunnen we niet ontkennen, maar de situatie is niet dramatisch,’ zegt Lino Sexto, onderdirecteur van de kustwacht van Galicië. ‘We hebben vooruitgang geboekt in de strijd tegen een oud probleem waartegen het moeilijk optreden is. Visstroperij is pas sinds de wetsherziening van 2015 een misdaad waar gevangenisstraf op staat. Tot nu toe is nog geen enkele stroper achter de tralies beland. Ze betalen liever een boete. Sommigen voelen zich onaantastbaar,’ aldus Lino.

    In Muxía, een vissersdorpje aan de Costa da Morte, vertelt de gepensioneerde eendenmosselvisser Moncho do Pesco dat de stropers in speedboten met zware motoren aan komen varen. ‘Ze duiken naar de rotsen die onder het wateroppervlak liggen en plukken ze kaal. In één nacht kunnen ze zesduizend euro verdienen en ze gaan een derde van het jaar op pad. Tel uit je winst!’

    Moncho legt uit dat ze over land en over zee komen. Ze posten, soms zelfs gewapend met stokken en knuppels, op strategische plekken, waarna ze weer vertrekken met kratten vol eendenmossels. ‘Net als die lui die smokkelen.’

    ‘Ze zitten overal, maar hoeven dit niet te doen. De georganiseerde visstroperij levert veel meer geld op dan de tabaks- en drugssmokkel’

    Suso is controleur van de vissersgilde San Telmo de Pontevedra. De vissersgildes in Galicië zijn verplicht om om de beurt de kust te inspecteren op illegale vispraktijken. Op veel kustplekken wordt die afspraak niet nageleefd, en waar men dat wel doet maken de controleurs geen schijn van kans tegen de stropers. ‘Maffiosi zijn het, schrijf dat maar op: maffiosi!’ schreeuwt Suso boos, terwijl hij in de haven van Campelo een touw van zijn vissersboot losgooit. ‘Vorige maand hebben ze mijn auto in de fik gestoken en vorige week moesten de koplampen van mijn andere auto het ontgelden. Gisteren werd ik aangevallen en zijn mijn brillenglazen gebroken. Ze zijn nog erger dan drugshandelaren!’ schreeuwt Suso, ons gesprek afkappend.

    In Galicië heb je zeevruchtenstropers die illegaal een paar kilo eendenmosselen en zwemkrabben vangen om te overleven. Het is kruimelwerk vergeleken met de tonnen zeevruchten die de grote jongens zwart verkopen en de duizenden euro’s die ze ermee omzetten. Ze verkopen vooral venusschelpen, coquilles en scheermessen, want die worden het hele jaar door gegeten en leveren het meeste geld op.

    ‘Ze zijn goed georganiseerd, verdienen tonnen en lopen er gewoon mee te koop. Ze rijden in dikke auto’s, varen in zware boten en schaffen appartementen aan. Ze gedragen zich als drugshandelaren,’ vertelt een lid van een vissersgilde. ‘En een paar zijn dat ook. Ze houden zich bezig met drugshandel, tabaksmokkel en visstroperij. De Os Fanchos-clan, bijvoorbeeld, van die kerel die Diana Quer heeft vermoord. Ze zitten overal, maar hoeven dit niet te doen. De georganiseerde visstroperij levert veel meer geld op dan de tabaks- en drugssmokkel.’

    ‘Het probleem is dat bijna iedereen weet wie ze zijn,’ zegt Lino Sexto. ‘Stropen is de normaalste zaak van de wereld, het wordt in Galicië geaccepteerd. Die lui werken niet in de luwte, integendeel, ze houden van machtsvertoon. Door de storm lag een paar dagen geleden het hele strand bezaaid met coquilles. De mensen wisten er wel raad mee. Maar zelfs de burgemeester beweerde dat zoiets normaal was. En hij is nog wel bioloog! De mensen beseffen niet hoeveel schade illegale visvangst aanricht,’ aldus Lino.

    Ook in Muxia zegt Moncho heel goed te weten wie zich bezighoudt met de illegale vangst van eendenmosselen. ‘Wat kan ik doen? Ruziemaken met die lui? Dat is mijn werk niet.’ In de stad la Coruña hoort de clandestiene verkoop van coquilles tot het straatbeeld. In een halve ochtend hebben de stropers hun buit op straat verkocht.

    Onder controle

    ‘Een paar jaar geleden hadden we veel problemen op de O Burgo, de riviermond die vlak bij la Coruña ligt,’ vertelt kustwachter Enrique Rodríguez. Verschillende families jatten daar venusschelpen en gebruikten hun kinderen als schild tegen ons. Ik kreeg klappen en hield er een kapotte wenkbrauw aan over. Een tijdje geleden was er zelfs een vuurgevecht met de Guardia Civil.’

    Ook Javier – hij wil evenmin met zijn echte naam in de krant – stroopt zeevruchten. Maar hij maakt geen grote omzet, zoals Ramón. ‘Ik doe dit om een boterham te verdienen. Wat doe ik verkeerd? Ik werk alleen maar. Wat heeft de kustwacht met mij te schaften? Een paar van ons zijn gewelddadig, voor het overgrote deel zijn we eerlijke mensen die de kost willen verdienen voor onze gezinnen.’

    In de haven van Marín, vlakbij Pontevedra, nodigt Enrique ons uit voor een tochtje op de Irmáns García Nodal, een van de vaartuigen die de kustwacht inzet op zijn kruistocht tegen de illegale visserij. Stuiterend over de golven van de rivier legt Enrique uit dat de kustwacht acht uitvalbases heeft langs de hele kust. ‘Ze verlinken elkaar om de haverklap. We krijgen aan één stuk door informatie doorgespeeld. Dat gaat van: hé, die gaan vanavond op stap, en die hebben geen vergunning. We hebben onze informanten.’

    Volgens Ramón gaat de informatie beide kanten op. ‘Ik weet precies op welke dagen en om hoe laat de kustwacht uitvaart. Wij hebben daar onze mannetjes zitten. De boel is onder controle,’ vertelt Ramón glimlachend. En als de kustwacht toch onverwacht komt, dan krijgen ze hen nooit te pakken. De stropers hebben de krachtigste motoren van de hele riviermond.

    Een vissershaven in Galicië. – © Flickr
    Een vissershaven in Galicië. – © Flickr

    ‘We moeten ons richten op de handelsstromen, daar draait het om,’ verzekert Lino Sexto me. De stropers raken hun handel probleemloos kwijt. ‘Ik verkoop mijn visvangst aan de beste restaurants in la Coruña en Santiago. Als ik namen noem dan val je van je stoel,’ vertelt Ramón. ‘Ik lever wat ze bestellen, de rekening gaat op naam van een collega beroepsvisser en klaar is Kees.’

    Onderdeel van het probleem is dat de illegale vangst wordt afgezet bij kwekerijen, visverwerkingsbedrijven en visafslagen. Veel zeevruchtenstropers hebben een vergunning, en anders heeft iemand anders uit de groep er wel een. De vangst zit overal en nergens. ‘Wee de dag dat er serieus onderzoek wordt gedaan naar de visverwerkingsbedrijven in Galicië,’ zegt Ramón.

    Hij doet zijn verhaal in een restaurant in Rías Baixas. Als ons gesprek is afgelopen staat hij op en wijst naar een leeg aquarium waar zeevruchten in horen te zwemmen. ‘Weet je waarom dat ding leeg is?’ Niet Ramón zelf maar de ober van het restaurant geeft uitleg: ‘Je hebt ons al een maand niets gebracht!’ Iedereen schiet in de lach.

    ‘Niemand geeft elkaar aan en iedereen laat het gebeuren, omdat iedereen boter op zijn hoofd heeft’

    Niemand van de vele leden van de vissersgilde Costa da Morte is bereid te praten. Een voor een weigeren ze een interview als ze horen dat het over de illegale visvangst gaat. Nadat meer dan een dozijn mannen heeft bedankt, komt er een die ook anoniem wil blijven. Hij fluistert: ‘Weet je waarom niemand wil praten? Omdat de meeste vissers zich niet aan de regels houden, ze hebben allemaal boter op hun hoofd. Zij stropen net zo goed.’

    ‘De meeste, zeg je?’ vraagt Ramón, de zeevruchtenstroper uit Rías Baixas. ‘Het is honderd procent, dat weet ik zeker. Zij zijn de echte maffia.’

    ‘Vijfennegentig procent van de overtredingen en van het probleem komt daar vandaan,’ zegt Lino Sexto. ‘De vangst, het volume, de quota vormen een groot probleem.’ De visser van de Costa de Morte gaat verder waar hij gebleven was: ‘Iedereen belazert hier de boel en trekt zijn eigen plan. Er is geen commitment, geen eensgezindheid. Zo gaat dat in Galicië. Niemand geeft elkaar aan en iedereen laat het gebeuren, omdat iedereen boter op zijn hoofd heeft.’

    ‘Er is geen werkelijk besef van wat het probleem behelst,’ vult Lino aan. Ramón de stroper maakt het fijntjes af: ‘Nooit heeft men een serieuze poging gedaan om zich daar bewust van te zijn. Als men het echt goed zou doen, als de zeevruchtenvissers een goede opleiding zouden krijgen, dan was dit probleem in twee dagen opgelost.’

    Auteur: Nacho Carretero
    Vertaler: Henriëtte Aronds

    Openingsbeeld: © Flickr

    El País
    Spanje | dagblad | oplage 397.000

    Zes maanden na de dood van Franco opgericht. Prachtige tabloidkrant met exquise journalisten en bijdragen van grote Spaanse schrijvers.