360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.
Japans rollenspel over het verlangen naar nabijheid
Acteur worstelt met alter ego’s
SPEELFILM – In Rental Family van de Japanse filmmaker Hikari wordt Philip Vanderploeg, een Amerikaanse acteur van middelbare leeftijd die al een paar jaar in Japan werkt, zo vaak geassocieerd met zijn verschijning in een tandpastacommercial dat hij nauwelijks tv- of filmrollen meer krijgt. Een bedrijf waar je mensen kunt inhuren om de rol van familieleden, vrienden of zelfs liefdespartners over te nemen, biedt uitkomst. Het wordt ingewikkeld wanneer Philip zich verbonden begint te voelen met zijn alter ego’s. Voor Asian Movie Pulse, een intercontinentaal platform voor Aziatische cinema, schrijft Adriana Rosati dat regisseur en scenarist Hikari haar talent etaleert ‘om verhalen over sociale ongemakkelijkheid te vertellen met een lichtheid en gevoel voor humor die nooit oppervlakkig aanvoelen’. Ze observeert de in Japan gangbare sociale service om tijdelijk (familie)problemen op te lossen maar ‘stelt ook de emotionele gevolgen aan de kaak door voor het narratief een westerse mol te gebruiken’.
Dat betekent niet dat de filmmaker ‘commentaar levert op een cultureel verschijnsel, maar juist de emotionele universaliteit ervan’ blootlegt, meent Mia Pflüger in KinoZeit. Hikari laat zien dat de personages ‘zich ervan bewust zijn dat alles wat ze delen geleend is, maar zich er niettemin oprecht in verliezen’. Hier bereikt de film volgens de recensent een ‘magische zone waarin enscenering en authenticiteit niet van elkaar zijn te onderscheiden’. Zo ontstaat ‘een stille, ontroerende film over de paradox van onze tijd: we verlangen naar nabijheid, maar deinzen er tegelijkertijd voor terug’.
‘Zoet en ontroerend, maar nooit overdreven sentimenteel. Hikari weet hoe ze humor en ontroering moet doseren’, stelt Katie Walsh voor LA Times. Volgens haar is Brendan Fraser, die in 2023 een Oscar won voor zijn rol in The Whale, geknipt voor de hoofdrol, ‘vanwege de inherente goedheid die van hem afstraalt’.
Los van de lichte ‘overmaat aan sentimentaliteit’ werd Giulio Zoppello, criticus van het Italiaanse Today, aan het denken gezet over ‘deze pirandelliaanse weergave van het moderne bestaan. In hoeverre zien we anderen steeds meer als onze projectie, waardoor elke mogelijkheid wordt weggenomen om te zijn wie we willen zijn?’
Rental Family met Brendan Fraser van Hikari draait vanaf 8 januari in de bioscoop.
De grappen van SouthPark bedenken nuzichzelf
Hoe het Witte Huis tot satire werd
COMEDY – Met het 27e seizoen heeft South Park meer controverse opgeroepen dan in jaren (misschien wel ooit), maar ook enkele van de hoogste kijkcijfers ooit behaald, schrijft The Guardian over de Amerikaanse satirische animatieserie.
Een groot verschil is dat waar de makers Trump eerst liever via een stand-in (Mr. Garrison) lieten rondlopen, in de recente seizoenen is gekozen voor een explicietere, groteskere Trump, die ook exact diens beeltenis heeft. Niet alleen wordt zijn persoonlijkheid belachelijk gemaakt, ook functioneert hij als machtsmachine: hij klaagt, dreigt, procedeert en trekt iedereen daarin mee, aldus The New Yorker. Trump is niet langer een clown aan de zijlijn, maar een allesbepalend gegeven.
South Park, in 1997 door Trey Parker en Matt Stone bedacht voor Comedy Central, bespot hiermee niet alleen Trump zelf, maar ook het ecosysteem dat hem mogelijk maakt, duidt ook de Britse krant; van mediabedrijven die terugdeinzen tot politici en types rond het Witte Huis die meebewegen uit opportunisme of angst.
Ook El País bejubelt van een van de meest controversiële afleveringen in de bijna dertigjarige geschiedenis van de serie. Zo vraagt de Amerikaanse president Lucifer om seks en heeft hij een affaire met J.D. Vance, die zich niet stoort aan zijn teeny tiny penis. Eerder werd Saddam Hoessein in een vergelijk- bare situatie met de duivel getoond, zoals ook Satan zich in de aflevering herinnert: ‘Je doet me erg denken aan een andere kerel met wie ik vroeger omging. Jullie zijn precies hetzelfde,’ zegt hij tegen Trump.
Ook verontwaardigde reacties, zoals die uit het Witte Huis, worden onderdeel gemaakt van de grap, signaleert Le Monde. Zo zei woordvoerder Taylor Rogers naar aanleiding van de nieuwe reeks dat ‘De hypocrisie van links’ geen grenzen kent; ‘Jarenlang hebben ze South Park (…) bestempeld als aanstootgevend, maar plotseling prijzen ze de show’ en: ‘Deze show is al twintig jaar irrelevant en hangt aan een zijden draadje met inspiratieloze ideeën in een wanhopige poging om aandacht te trekken.’
Maar hoeveel inspiratie het Witte Huis in werkelijkheid ook biedt, de makers zijn er niet per se blij mee. ‘Het lastige is dat satire werkelijkheid is geworden,’ zei Parker tegen het Australische ABC. Stone beaamt dit: ‘Het voelt alsof ze hun eigen grappen en satire bedenken. En omdat ze dat openlijk doen, kun je ze er niet echt meer mee bespotten.’
Yumna Al-Arashi’s geweldloze beelden
Geportretteerden als medemakers
FOTOGRAFIE – De Jemenitisch-Egyptisch- Amerikaanse kunstenaar Yumna Al-Arashi (1988) begon haar carrière als autodidact documentair fotograaf en publiceerde onder meer in National Geographic, The New York Times en The Guardian, maar liep daarbij aan tegen de machtspositie van de beeldmaker. Deze is in staat zijn of haar onderwerp (onbedoeld) eenzijdig neer te zetten; ‘Fotografie draagt een vorm van geweld in zich die tot uiting komt in de woorden die we ervoor gebruiken, denk aan “vangen”, “schieten”, “nemen”,’ aldus de kunstenaar in een interview met WePresent.
Haar werk werd politieker en conceptueler van aard, waarbij ze bewust wil ontsnappen aan de ‘westerse antropologische’ blik; haar foto’s zijn er niet op uit te bewijzen of te ontmaskeren. De vrouwen die ze fotografeert zijn geen voorbeelden of symbolen, maar simpelweg medemakers van het beeld. ‘Het is een correctie op hoe het Westen al decennialang naar vrouwelijke lichamen uit de MENA-regio kijkt [Midden-Oosten en Noord-Afrika]’, schrijft fotografietijdschrift Aperture, dat haar werk kadert als dekoloniaal.
De weigering tot duiding – geen uitleg, geen contextbordjes ter verduidelijking maar lichamen die simpelweg aanwezig zijn ‘als een archief van ervaring, pijn en verzet’ – is precies wat het werk spannend maakt, meent British Journal of Photography, dat in dit verband spreekt van een verschuiving van klassieke documentaire fotografie naar wat het ‘relationele fotografie’ noemt: beelden ontstaan uit vertrouwen, nabijheid en een tijdsinvestering in plaats van observatie op afstand.
Deze benadering gebruikte Al-Arashi ook voor haar boek Aisha, uit 2023, over vrouwelijke aanwezigheid, lichamelijkheid en zelfbeschikking in de Arabische wereld en haar diaspora. Volgens Conscientious Photography Magazine wordt de kijker hierin uitgenodigd tijd door te brengen met de geportretteerde vrouwen; het gaat niet om één ‘beste’ foto of een snelle boodschap, maar om nabijheid en duur. En de kijker heeft niet langer het laatste woord.
Spirituele bulldozering
Gekwelde artiest die opnieuw het leven omarmt
POPMUZIEK – Maakte de Australische songwriter, popster en auteur Nick Cave met zijn vorige album Wild God in 2024 een ‘fraaie comeback’ nadat hij in 2022 voor de tweede keer een zoon verloor, met het nieuwe Live God ‘omarmt hij opnieuw het leven’, schrijft Jordi Bianciotto in El Periódico. Met achttien tracks – recente nummers en klassiekers uit zijn veertigjarige carrière – brengt Cave zijn publiek ‘naar een ongemakkelijke maar troostende plek, waar rouw en het lawaai van de wereld worden omgezet in een soort kosmische viering, misschien wel als offer aan de Allerhoogste’.
‘Een bewijs van artistiek vakmanschap en voortdurende innovatie’, vindt Chris Connor van Clash Magazine. Volgens hem valt er ‘geen zwakke schakel te ontdekken tussen de pulserende nummers die zoals altijd bij Cave ergens tussen licht en duisternis zweven’.
De liveopname van Caves concert in Parijs in 2024 maakte op Dennis Rieger van Plattentests daarentegen een ‘vreemde, ambivalente indruk’. Hij mist de ‘vooraf opgenomen vocalen, het gospelkoor en de real time toonhoogtecorrectie’ die Caves laatste studioalbum ‘zo goed maakten’. Ook vraagt hij zich af waarom evergreens als Weeping Song, Jubilee Street en The Mercy Seat ontbreken.
Ed Power van The Irish Times was getuige van twee van Caves laatste concerten en spreekt van ‘spirituele bulldozering in die doorgaans zielloze “enormodomes”’. Het nieuwe dubbelalbum noemt hij ‘verbluffend’, met een ‘glorieuze gospel-make-over van de knoestige hoogtepunten uit zijn oeuvre en het meditatieve verlangen’ waar zijn vorige plaat van getuigt.
In het gesprek blikt hij terug op de verkiezingscampagne
De voormalige Amerikaanse president Joe Biden gaf een zeldzaam televisieoptreden in de talkshow The View. ‘Een mislukte poging om zijn nalatenschap te herstellen’, aldus Variety. Het weekblad merkt op dat hij werd gevraagd naar zijn late beslissing om uit de race voor het Witte Huis te stappen en de rol die dit kan hebben gespeeld in de grote verkiezingsnederlaag van de Democraten. Biden wekte niet de indruk dat hij zichzelf hierover vragen stelde, klaagt Variety, dat een aantal onbeholpen uitspraken noemt die hij tijdens het tv-interview deed.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Zo zei hij dat hij ‘niet verbaasd’ was dat Kamala Harris had verloren, vanwege de seksistische houding van het Trump-team. Volgens het tijdschrift was de oud-senator tijdens het interview echter ‘scherper’ dan tijdens het debat in juni 2024, dat het einde van zijn verkiezingscampagne inluidde. Variety geeft toe dat nog geen enkele Democraat een manier heeft gevonden om ‘de kracht’ van Donald Trump, een man die al zijn hele leven een ‘televisiemens’ is, tegen te gaan, maar het weekblad is er in ieder geval zeker van dat ‘Bidens sarcasme en passief-agressieve aanpak daarbij niet hebben geholpen’.
Het zou een buitenlands tv-station apparatuur hebben geleverd
De Afghaanse autoriteiten hebben dinsdag het bekende station Radio Begum in Kaboel doorzocht en twee medewerkers gearresteerd. Het ministerie van Informatie rechtvaardigde de ontmanteling van het radiostation door op X te verklaren dat ‘het niet alleen meerdere overtredingen heeft begaan, maar ook apparatuur en programma’s heeft geleverd aan een televisiestation in het buitenland’.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Volgens de nieuwswebsite KabulNow werd Radio Begum opgericht in maart 2021, enkele maanden voordat de taliban de controle over Kaboel overnamen. De medewerkers van het station zenden programma’s uit voor en door vrouwen, waaronder educatieve programma’s, boeklezingen en telefonisch advies. Afghanistan is het enige land waar meisjes en vrouwen niet naar de middelbare school of universiteit mogen.
Als intimiteit in films pas achteraf met de computer wordt toegevoegd, krijgen we cynische, halfalgoritmische stellen zonder chemie voorgeschoteld. Terwijl we juist échte liefdesverhalen nodig hebben, schrijft cultuurcriticus Sophie Gilbert.
Check deze theorie: vergeet seks, vergeet naaktheid, vergeet het jazzy soft-focus neuken in Red Shoe Diaries en de slierten speeksel in Top Gun. Want zoals de geschiedenis van film en televisie laat zien, is gewoon naar elkaar kijken soms het meest sexy wat twee mensen op het scherm kunnen doen. Kijken, langere tijd, net zolang tot de lucht om hen heen begint te knetteren: begeerte en begeerd worden ineen. Het maakt niet uit dat wij toekijken en onze eigen gedachten en ervaringen projecteren op de geladen negatieve ruimte tussen de personages.
Als we het hebben over de ‘chemie’ tussen twee acteurs op het scherm, doelen we meestal op hun vermogen om elkaar aan te kijken en ons te laten geloven in wat zij zien. Maar het valt op hoe weinig de twee hoofdpersonen elkaar überhaupt lijken te zien in de recente Netflix-film You People. Ezra (gespeeld door Jonah Hill) en Amira (Lauren London) hebben aan het begin van de film een vertederende ontmoeting die is geladen met micro-agressie: hij springt achter in haar Mini in de veronderstelling dat zij zijn Uber-chauffeur is. Hij charmeert haar, om geen andere reden dan dat het in het script staat. Het is niet geheel correct om te stellen dat Hill voortdurend uitstraalt dat hij zich gedwongen voelt, maar we kunnen ook niet naar waarheid beweren dat het niet zo is. Ezra en Amira kijken tijdens hun lunchdate en uitstapjes naar van alles en nog wat, behalve naar elkaar: sneakers, een kunsttentoonstelling, iets grappigs op iemands telefoon. Vanwege een shot van zijn in sokken gehulde voeten die de hare raken, vermoeden kijkers dat de twee seks hebben. De volgende ochtend zegt Amira tegen Ezra dat ze vanaf nu exclusief daten. Dat doet ze tijdens het flossen van haar tanden – waarschijnlijk het minst sexy wat iemand kan doen in het bijzijn van een ander.
Ongemakkelijk gevoel
De twee personages hebben een nagenoeg negatieve chemie. Het maakt de recente bewering van een van de acteurs aannemelijk dat de enige kus van het stel, helemaal aan het einde van de film, in de postproductie is gegenereerd met de computer, kennelijk vanwege coronavoorschriften. Dat lijkt logisch. We leven immers al in een tijd van deepfake porno, dus waarom dan ook geen deepfake zoenscènes, als alle betrokkenen daarmee instemmen? Sterker nog, waarom schrappen we gefilmde liefdesscènes niet helemaal? Acteur Penn Badgley, die in de Netflix-serie You speelt, zei onlangs in een interview met Variety dat het vierde seizoen van de serie op zijn verzoek minder seksscènes bevat, omdat die hem een ongemakkelijk gevoel gaven. Acteurs hebben doorgaans een hekel aan intieme scènes; regisseurs gebruikten ze van oudsher om hun macht te misbruiken. Als ze zouden verdwijnen, wat verliezen we daar dan eigenlijk mee?
Misschien alles. Vroeger was de opwindende intimiteit van de wederzijdse blik overal aanwezig in films en op televisie. Cecilia en Robbie zijn in Atonement gevangen in elkaars blik, nadat Cecilia drijfnat uit een fontein is geklommen. Monica ontmoet in Love & Basketball eindelijk de ogen van Quincy en kan niet wegkijken als hij de riem van haar jurk grijpt. Die interactie is trouwens bijna identiek aan een van de beste televisiescènes aller tijden: het moment waarop Connell en Marianne in Normal People onderhandelen over hoe ze voor het eerst de liefde zullen bedrijven. Ze kijken elkaar aan met een intrigerende erotische intensiteit die niet onderbroken wordt door gelach of ongemakkelijkheid. Vrijwel de hele film Portrait of a Lady on Fire is een experiment met beladen kijken, poseren en gezien worden. Zelfs sitcoms doen het soms goed – denk aan Nick in New Girl, die met een duidelijk oprecht verlangen naar Jess staart nadat hij haar onverwacht voor het eerst heeft gekust.
Seks op tv doet te vaak nep, abstract of verdorven aan
Zonder gefilmde verkenningen van romantische liefde en erotisch verlangen wordt hedendaagse seks grotendeels bepaald door porno. En porno verhoudt zich tot echte menselijke ervaringen als de Londense dakscène in Mission: Impossible-Fallout zich verhoudt tot mijn dagelijkse woon-werkverkeer. Porno doet alsof seks slechts simpele mechanica is: een gechoreografeerde uitstalling van lichaamsdelen in strikte volgorde – vreugdeloos en algoritmisch. De invloed ervan is doorgedrongen tot vrijwel elk aspect van het menselijk leven, inclusief de televisie, die de laatste tijd meer aandacht besteedt aan schreeuwerige sekspositieve docuseries dan aan fantasierijke portretteringen van wederzijds verlangen.
Seks op tv doet te vaak nep, abstract of verdorven aan. Denk aan de gigantische prothetische penissen in The White Lotus en Pam & Tommy, de pornografische hoorn des overvloeds vol genotloze, afstandelijke seksuele ervaringen in Euphoria; de inhalige, disfunctionele seks in Succession en Industry. Love Life, een van de weinige series die retro genoeg was om romantische relaties tussen volwassenen te ontleden, werd geannuleerd; over een andere serie, Modern Love, verkeren we momenteel in het ongewisse. Alleen Heartstopper en Never Have I Ever – beide verkenningen van liefde en identiteit onder opgroeiende tieners – blijven dan over voor het serieuze, volwassen werk, waaruit ook kan blijken wat mensen voor elkaar betekenen.
De liefdeloosheid van de hedendaagse popcultuur is vooral opmerkelijk als je bedenkt wat er ondertussen op TikTok is te zien: een eindeloze, gretige viering van romantiek in al haar verschijningsvormen, en dan vooral in literaire fictie. BookTok hielp Colleen Hoover, auteur van ongegeneerd expliciete en oprechte verhalen over liefde en relaties, naar de top van de bestsellerlijsten. Een publiciteitsmedewerker van Hoover vertelde aan NPR dat GenZ ‘een enorm publiek voor romantiek’ is, deels omdat ‘hun jeugd werd gekenmerkt door wereldwijde sociale verwarring en onrust’ die hen ‘op zoek heeft doen gaan naar een “ze leefden nog lang en gelukkig”’. Maar Hoovers succes gaat niet alleen over escapisme. Ze onthult in haar meest besproken boek tot nu toe, It Ends With Us, ook langzaam dat haar stereotype alfamannetje een misbruiker is.
Amper 1 procent
Dat is volgens mij precies de reden waarom we meer verkenningen van liefde, seks en verlangen in de kunst nodig hebben. Het zijn fundamentele elementen van wat het betekent om mens te zijn, om intimiteit te hebben, om kwetsbaarheid te accepteren, om risico’s te lopen. Maar de televisie presenteert seks momenteel eerder op dezelfde manier als porno: als iets wat behaald is, iemand die veroverd is. Romantische fictie oppert op haar best dat seks kan gaan over verbinding en bevestiging, waarbij ook de complicaties, het gedoe en de problemen worden erkend. Deze fictie laat zien dat mensen elkaars leven kunnen verrijken, in plaats van zichzelf te kwellen met affaires die ze liever vergeten. Romantische fictie biedt vooral voor jonge vrouwen die opgroeien met pornografie een wereld waarin hun plezier vooropstaat, in plaats van dat hun seksualiteit wordt voorgesteld als onderdanig, vernederend of pijnlijk.
De lusten die fictie biedt, worden in bioscopen grotendeels verwaarloosd. Volgens Kate Hagen van The Black List bevat minder dan 1 procent van de in 2022 uitgebrachte films een seksscène, en vlaggendrager Magic Mike’s Last Dance – met vlammend wederzijds geflirt tussen Salma Hayek Pinault en Channing Tatum – stelde teleur, hoewel nog niet zo erg als de zwaar gepromote gay rom-com Bros. Waarom zou je het risico nemen voor publiek dat alleen nog seksloze Marvel-films, volledig geklede heldenverhalen van Christopher Nolan, kuise actiethrillers en cocaïneberen voorgespiegeld krijgt? (Niet voor niets wordt het Bennifer-epos [de perikelen tussen Ben Affleck en Jennifer Lopez] momenteel beschouwd als het meest allesverslindende liefdesverhaal van onze tijd.)
En toch hebben we liefdesverhalen nodig – liefdesscènes, beelden van mensen die om elkaar geven, die elkaar willen en elkaar veranderen. Geen cynische, bijna-algoritmische stellen zonder chemie, maar verkenningen van diepe intimiteit en onuitsprekelijke menselijke verbondenheid. Daarvoor zijn niet per se niets-verhullende, prikkelende seksscènes nodig die tepelbeschermers en intimiteitscoördinatoren vereisen. (De ‘Atonement bibliotheekzoenscène’ heeft 5,1 miljoen views op TikTok, verwijzend naar dit historische moment in Atonement, zonder naakt.) Het gaat om scènes waarin personages zo’n intense interesse in elkaar tonen, zo elementair, dat we niet kunnen stoppen met kijken, uit angst voor wat we zouden kunnen missen.
Door de constante behoefte aan ontsnapping en vermaak is de grens tussen fictie en werkelijkheid vervaagd, op televisie, in de politiek en in ons dagelijks leven. ‘Het wordt stilaan moeilijk om de harde realiteit nog anders dan als entertainment tot je te nemen.’
De trend begon op TikTok, zoals zo vaak. Klanten van Amazon die op hun videodeurbel een bezorger voor de deur zagen staan, vroegen die bezorger om een dansje te maken. Die pakketbezorgers, werkzaam bij ‘het meest klantgerichte bedrijf op aarde’ en dus sterk afhankelijk van de waardering van de klant, deden wat hen gevraagd werd. De klanten plaatsten de videobeelden op TikTok. ‘Ik zei doe eens een dansje voor de camera en hij deed het!’ luidde de tekst bij beelden van een anonieme werknemer die wat lusteloze pasjes uitvoert. Een andere klant schreef het verzoek met krijt op het pad naar de voordeur. Doe een dansje, stond er, met een smiley en het woord ‘smile’ erbij. Wat de bezorger braaf deed. Zijn huppeldansje kreeg meer dan 1,3 miljoen likes.
Toen ik dat filmpje zag, reageerde ik zoals ik bij het nieuws tegenwoordig wel vaker reageer: ik keek vol ongeloof toe, dacht even na over het verschil tussen wat louter bizar en wat werkelijk dystopisch is, en ging weer over tot de orde van de dag. Maar ze lieten me niet los, die filmpjes die op internet waren gezet door klanten die zichzelf als regisseur beschouwen, met beelden van mensen die tijdens het uitvoeren van hun werk ineens in een heel andere rol worden geduwd.
In het metaversum, zo luidt de belofte, kunnen we straks eindelijk doen wat in sciencefiction is voorspeld: in onze illusies leven
Veel dystopieën hebben één kenmerk gemeen: dat entertainment de bewoners van die naargeestige werelden vaak geen vlucht uit de werkelijkheid biedt, maar ze er juist in gevangen houdt. In Orwells 1984 heb je het telescherm, een apparaat dat wel iets weg heeft van de videodeurbel: beeldscherm en camera in één. In Fahrenheit 451 van Ray Bradbury worden alle boeken door het totalitaire regime verbrand, maar wordt tv-kijken gestimuleerd. In Brave New World van Aldous Huxley gaan mensen naar de bioscoop voor ‘feelies’ (‘voelms’): films die ook de tastzin aanspreken, ‘veel echter dan de werkelijkheid’. In de sciencefictionroman Snow Crash beschreef Neal Stephenson in 1992 een vorm van virtueel entertainment waar mensen zo volledig in opgaan dat ze er praktisch in kunnen wonen. Hij doopte dat het Metaverse.
Inmiddels is dat metaversum vanuit de sciencefiction overgesprongen naar ons dagelijks leven. Microsoft, Alibaba en ByteDance (het moederbedrijf van TikTok) hebben allemaal zwaar geïnvesteerd in virtual en augmented reality. Ze hebben ieder zo hun eigen aanpak, maar hun doel is hetzelfde: van entertainment iets maken waarvoor we niet kiezen, per kanaal, stream of feed, maar iets waar we in wonen. In het metaversum, zo luidt de belofte, kunnen we straks eindelijk doen wat in sciencefiction is voorspeld: in onze illusies leven.
Eindeloosheid
Er is geen bedrijf dat hier zwaarder op inzet dan dat van Mark Zuckerberg. In oktober 2021 doopte hij Facebook om tot Meta om in dit ideële landschap alvast zijn vlag te planten. Het nieuwe bedrijfslogo was het wiskundige symbool voor oneindigheid, een kronkel zonder begin of eind. Heel toepasselijk: het herdoopte bedrijf wil zijn gebruikers een soort eindeloosheid bieden. Waarom zou je genoegen nemen met gewone gebruikers als je er bewoners van kunt maken?
Meta’s belofte van een virtuele werkelijkheid om helemaal in op te gaan lijkt nu nog net zo onbeholpen als de headset die je nodig hebt om dat grenzeloze entertainment te beleven. Maar de belofte is ook overbodig: Zuckerberg werpt zich op als grote vernieuwer, maar de virtuele omgeving die hij in de markt wil zetten, bestaat in feite al. Die Amazon-bezorgers die een dansje deden, waar bevonden die zich anders dan in het metaversum?
De Finse strijd tegen nepnieuws
Zijn we gedoemd om langzaam weg te zinken in het metaversum en er nooit meer uit te geraken, zoals de lotuseters in de Odyssee van Homeros?
Niet als het aan de Finnen ligt. Wat betreft weerbaarheid tegen desinformatie stond Finland in oktober voor de vijfde keer op rij bovenaan de Media Literacy Index: een lijst van 41 Europese landen die sinds 2017 wordt samengesteld door Open Society Institute Sofia (OSIS). Het Finse succes is het resultaat van het gedegen gratis onderwijs – alom beschouwd als het beste ter wereld – en van daadwerkelijke inspanningen om studenten te onderwijzen over nepnieuws. Mediageletterdheid is er onderdeel van het curriculum vanaf de kleuterschool. De gedachte is: tieners van nu zijn opgegroeid met sociale media, maar dat betekent nog niet dat ze gemanipuleerde nieuwsartikelen of video’s van politici kunnen herkennen en zich ertegen kunnen wapenen.
Uit een studie in het British Journal of Developmental Psychology blijkt dat juist adolescenten zeer gevoelig zouden zijn voor samenzweringstheorieën. Dat is een belangrijke reden waarom Finland focust op jongeren. Maar behalve onderwijsprogramma’s heeft de regering ook bibliotheken aangewezen als plek om volwassenen te onderwijzen over misleidende informatie online. Niet onverstandig, gezien het feit dat mediamanipulatie door buurstaat Rusland sinds de oorlog in Oekraïne nog weliger tiert dan voorheen.
Romanschrijvers waarschuwden dat we ons in de toekomst helemaal aan ons entertainment zullen uitleveren. Dat zal ons zo afleiden en afstompen dat we alle gevoel voor realiteit verliezen. Het ontsnappen aan de alledaagse sleur zal zo’n alomvattende onderneming worden dat we dááraan niet meer kunnen ontsnappen. Het zal resulteren in een bevolking die niet meer nadenkt, zich niet meer in een ander kan verplaatsen, en zelfs niet meer weet hoe ze kan regeren en geregeerd kan worden.
Die toekomst is al aangebroken. Of we het nou willen of niet, we leven al in het metaversum.
Wetenschappers die waarschuwen dat de VS zich ontwikkelen tot een ‘post-truth’-samenleving, hebben het daarbij meestal over de kwalijke zaken die onze politiek verzieken: de desinformatie, de argwaan, de president die blijkbaar dacht dat hij de loop van een orkaan kon bepalen met een viltstift. Maar de opkomst van een waarheidsvrije wereld raakt ook de cultuur.
In 1961 hield Newton Minow, die toen net door John Kennedy was aangesteld als hoofd van de Amerikaanse toezichthouder op de media, een toespraak voor tv-bonzen. En hij wond er geen doekjes om. De zenderbazen, zei hij, vulden de ether met ‘een optocht van spelshows, afgezaagde sitcoms over volstrekt ongeloofwaardige gezinnen, moord en doodslag, sensatie, geweld, sadisme, bloedvergieten, boeven en schurken in het Wilde Westen, privédetectives, gangsters, nog meer geweld en tekenfilms’. Onder hun handen veranderde het tv-landschap in ‘een onafzienbaar braakland’.
Dat etiket bleef hangen. Zijn toespraak wordt meestal aangehaald vanwege zijn kritiek op de kwaliteit van de tv-programma’s, maar getuigde ook van een vooruitziende blik wat betreft de macht van het medium. Avond aan avond straalde de tv zijn illusies de huizen en hoofden van de mensen in. Dat vormde hun wereldbeeld terwijl het hen afleidde van de werkelijkheid.
Toen Minow zijn toespraak hield, bestond het tv-landschap in Amerika nog maar uit drie zenders die nog geen 24 uur per dag uitzonden en stonden tv’s alleen in de woonkamer. Nu stikt het overal van de schermen. De entertainmentomgeving is zo onafzienbaar dat je jezelf erin kunt verliezen. Zodra we een serie hebben uitgekeken, krijgen we van de streamingdienst al suggesties voor andere die misschien bij ons in de smaak vallen. Als het algoritme klopt, gaan we bingen, kunnen we uren- of zelfs dagenlang opgaan in een fictieve wereld – zijn we niet alleen bankhangers, maar lotuseters.
‘Voelms’
En ondertussen lonken op dezelfde apparaten de sociale media met hun eigen belofte van amusement zonder end. Instagram-gebruikers staren naar de levens van vrienden en beroemdheden en zetten ondertussen hun eigen geretoucheerde levensverhaal online voor andermans vermaak. De eindeloze talentenshow van TikTok is zo fascinerend dat binnen inlichtingendiensten wel gevreesd wordt dat die door China wordt gebruikt om Amerikanen te bespioneren en propaganda te verspreiden: ‘voelms’ als oorlogswapen. Zelfs op het minder door foto’s geobsedeerde Twitter betreden gebruikers een alternatieve werkelijkheid. In de woorden van New York Times-columnist Ross Douthat: ‘Het is een plek waar mensen gemeenschappen vormen en bondgenootschappen smeden, vriendschappen en seksuele betrekkingen aanknopen, schreeuwen en flirten, juichen en bidden.’ Het is ‘een plek die mensen niet alleen bezoeken, maar waar ze wonen’.
Ik heb ook op die manier op Twitter gewoond – en op Instagram en Hulu en Netflix. Ik wil niets afdoen aan de waarde van het entertainment zelf – dat zou onzinnig zijn en in mijn geval ook enorm hypocriet. Maar ik wil wel wat vraagtekens zetten bij de greep die dit alomvattende entertainment begint te krijgen op mijn leven, en misschien ook op dat van u.
Als je lang genoeg in die omgeving verblijft, wordt het stilaan moeilijk om de harde realiteit nog anders dan als entertainment tot je te nemen. We raken zo gewend aan die uitvergrote werkelijkheid dat de saaie oude échte versie van de wereld erbij begint te verbleken. Een app met weersvoorspellingen stuurde me laatst een pushbericht over ‘interessante stormen’. Ik wist niet dat mijn stormen ook al interessant moesten zijn. Of neem de e-mail die ik kreeg van TurboTax met de vrolijke boodschap: ‘We hebben de mooiste belastingmomenten van dit jaar verzameld en daarmee je eigen persoonlijke belastingverhaal samengesteld.’ De absurditeit van het amusementsdictaat ten top: dat zelfs mijn aangiftebiljet nu al vergezeld gaat van een trailer met hoogtepunten.
Het lijken misschien maar banale, onschuldige voorbeelden. Bedrijven die het van gekkigheid niet meer weten. Maar elke nieuwe mogelijkheid tot vermaak versterkt ook onze zucht ernaar: de neiging om altijd maar op verstrooiing uit te zijn, koste wat kost te voorkomen dat we ons gaan vervelen, altijd voorrang te geven aan de gedramatiseerde versie van gebeurtenissen boven de feitelijke. Wie in het metaversum leeft, gaat verwachten dat het echte leven zich op dezelfde manier ontrolt als op ons beeldscherm. En wat hierbij op het spel staat, is niet niks. In het metaversum is het helemaal niet schokkend maar volkomen vanzelfsprekend dat iemand die vooral bekendstaat als Twitter-orakel en presentator van een spelshow gekozen wordt tot president.
Er kan zich geen grote gebeurtenis voordoen of een productiemaatschappij maakt er wel pseudofictie van
In de jaren sinds Minow de zenderbazen toesprak, is het tv-jargon doorgesijpeld in de manier waarop wij in Amerika praten over de wereld om ons heen. Als we vinden dat iemands ideeën nergens op slaan, zeggen we dat die de draad kwijt is (‘they lost the plot’). Paria’s worden ‘gecanceld’, alsof ze een tv-serie zijn die van de zender wordt gehaald. Vroeger schreven mensen hun levensomstandigheden toe aan de grillen van het lot of de wil van goden. Wij mopperen op de artistieke keuze van ‘de scenaristen’ en jammeren dat Amerika weleens aan zijn laatste seizoen bezig kan zijn. Dat is natuurlijk maar scherts, maar het is humor met een ongemakkelijk randje. Zulke uitdrukkingen lijken tekenen van een sluipend besef dat we werkelijk in ons entertainment zijn gaan wonen.
In mei 2022 werden in Texas op de Robb Elementary School in Uvalde negentien kinderen en twee van hun leraren doodgeschoten. Quinta Brunson, bedenker en hoofdrolspeler van de sitcom Abbott Elementary, deelde op Twitter een dag later een van de vele berichten die ze naar aanleiding van die schietpartij had gekregen: een fan van de serie had haar gevraagd om een verhaallijn over een schietpartij op een school toe te voegen. ‘Mensen bij wie het niet opkomt om meer te eisen van de politici die ze hebben gekozen, maar in plaats daarvan om “entertainment” vragen’, schreef ze op Twitter. ‘Ik kan niet langer vragen “gaat alles wel goed met jullie”, want het antwoord is “nee”.’
Haar ergernis was begrijpelijk. Toch kun je het moeilijk haar fans verwijten, die uit verdriet om een echte schietpartij troost zochten in een fictieve. Zij zijn inmiddels geconditioneerd om te verwachten dat alles in het nieuws onmiddellijk tot entertainment wordt verwerkt.
Want er kan zich geen grote gebeurtenis voordoen of een productiemaatschappij maakt er wel pseudofictie van. In 2019 kwamen 346 mensen om toen twee vliegtuigen van het type Boeing 737 Max neerstortten. Begin 2020 kopte Variety al: ‘Serie over ramp met Boeing 737 Max in de maak’. In juli 2020 berichtte The Hollywood Reporter dat het volgende grote project van Adam McKay zou gaan ‘over een hyperactueel thema: de wedloop naar een coronavaccin’. In januari 2021 lukte het Reddit-gebruikers om met een gezamenlijke actie de aandelenkoers van de winkelketen GameStop op te drijven. Een week later kondigde MGM aan dat het de filmrechten had verworven op een boekvoorstel over dit verhaal – dus geen boek, maar een voorstel voor een boek. In het metaversum herhaalt de geschiedenis zichzelf, eerst als tragedie en daarna als wrange dramedy op HBO Max.
Producenten jatten natuurlijk al verhaalideeën van de voorpagina’s van kranten zolang er voorpagina’s bestaan. Het verschil met vroeger is de snelheid en de schaal waarop het tegenwoordig plaatsvindt. Er zijn commerciële redenen voor die manische run op filmrechten. Het is over het algemeen makkelijker om goede ideeën uit de werkelijkheid te halen dan om iets nieuws te verzinnen. Maar de streamingdiensten zouden die series niet blijven maken als er geen mensen naar keken. En het kan verwarrend zijn om ernaar te kijken.
‘Dit verhaal is helemaal waar. Behalve de delen die volledig verzonnen zijn’
Een goede illustratie van de gebruikelijke aanpak in dit nieuwe ‘vers van de pers’-genre is het terugkerende zinnetje aan het begin van elke aflevering van de Netflix-serie Inventing Anna uit 2022: ‘Dit verhaal is helemaal waar. Behalve de delen die volledig verzonnen zijn.’ Inventing Anna is het sterk gefictionaliseerde verhaal van Anna Sorokin (beter bekend onder haar valse naam Anna Delvey), een Russische vrouw die zich als Duitse erfgename voordeed om rijke New Yorkers in te palmen en hun geld af te troggelen. Het is een verhaal over het succes van leugens die zo brutaal waren dat ze ook iets zeggen over sommige vaak verbloemde waarheden: het wensdenken in de financiële wereld en Amerika’s eeuwige kwetsbaarheid voor doortrapte oplichters.
Het metaversum droeg altijd al de belofte in zich dat het ons naar werelden kan brengen die anders voor ons gesloten blijven
Inventing Anna is gebaseerd op een reportage uit 2018 van Jessica Pressler in New York Magazine. Van dat artikel, meeslepend geschreven maar trouw aan de waarheid, wordt in de serie een eigen versie gemaakt. Inventing Anna is zowel flitsend als provocerend en scherpzinnig. Het speelt zich af in wat postmodernisten een hyperrealiteit noemen: in verzadigde kleuren, met een razend hoog verteltempo, soms meer videoclip dan drama. En waar de serie je vooral van wil overtuigen, is de gedachte dat een wankele verhouding tussen feit en fictie op zichzelf al leuk is om mee te spelen.
Dat maakt deze serie representatief. Ook in WeCrashed, Super Pumped: The Battle for Uber, The Dropout en tal van andere series worden nieuwsverhalen omgekat tot mooi verpakt amusement. In Gaslit, Winning Time, A Friend of the Family, Pam & Tommy en American Crime Story gebeurt dat met waargebeurde verhalen uit een verleden dat zo kort geleden is dat je het nog niet echt geschiedenis kunt noemen. Het zijn vaak heel bewuste staaltjes ‘kwaliteits-tv’ en ze zijn vaak ook heel goed: slim script, mooie productie en goede acteurs.
Voyeurisme
Die tv-series hebben ook iets aangenaam voyeuristisch dat zelfs de meest gedetailleerde en best geschreven journalistiek moeilijk kan evenaren. Het metaversum droeg altijd al de belofte in zich dat het ons naar werelden kan brengen die anders voor ons gesloten blijven. In een recent reclamespotje belandt één jonge vrouw via de Quest 2-headset van Meta midden in een kluwen footballspelers op het veld, en een andere in het pak van Iron Man. Een serie als The Crown biedt een vergelijkbare ervaring. Daar zitten we ineens bij de koninklijke familie in de slaapkamer. We zien ze ruziën. We zien ze huilen. Het is een biopic over mensen die nog leven.
Dat voyeurisme kan natuurlijk alleen bestaan bij de gratie van het feit dat deze series niet gebonden zijn aan de regels van non-fictie. Zoals in zoveel series in dit genre gaat een ver doorgevoerd fotorealisme in The Crown gepaard met onbekommerde artistieke vrijheden. Enerzijds is er een tot op de naad nauwkeurige kopie te zien van het weinig verhullende zwarte jurkje, de ‘revenge dress’, waarmee Diana zich in het openbaar vertoonde nadat het overspel van prins Charles aan het licht was gekomen. Anderzijds bevat de serie dialogen, gebeurtenissen en zelfs complete personages die volledig verzonnen zijn. In 2020 kreeg Netflix van de Britse minister van Cultuur het verzoek een disclaimer bij het programma op te nemen dat het in wezen om fictie gaat. Netflix weigerde dat met het argument dat de kijkers dat ongetwijfeld al weten. Maar de directie zal toch ook wel beseffen dat de aantrekkingskracht van de serie er juist in schuilt dat de verzinsels worden opgedist met het aplomb van waargebeurde feiten.
Afgelopen najaar zat ik met mijn partner naar een aflevering te kijken van Gaslit, over het leven van de door het Watergate-schandaal beroemd geworden Martha Mitchell. We waren onder het kijken allebei ook met onze telefoon in de weer, en op een gegeven moment beseften we dat we allebei hetzelfde aan het doen waren: op Wikipedia kijken of de scène die we net hadden gezien echt gebeurd was. Daar is die serie niet voor bedoeld. Als je naar een programma als Gaslit of The Crown kijkt, word je geacht te weten dat het verhaal wel in grote trekken waar is, maar niet tot in elk detail. Het is niet de bedoeling dat je je gaat afvragen waar het verschil zit tussen non-fictie en een ‘licht’ gefictionaliseerd verhaal. En al helemaal niet dat je op Wikipedia de serie die je op Starz ziet aan de historische feiten gaat toetsen.
Nu protesteert de tv-liefhebber in mij en zegt vergoelijkend: het is ook maar tv. Het is maar voor de lol. En dat is ook zo. Ik heb van Gaslit genoten. En toen Uma Thurman in Super Pumped als Arianna Huffington werd gecast en blijkbaar maar één regieaanwijzing kreeg (‘hoe theatraler, hoe beter’), kon ik mijn ogen niet van het scherm houden. Maar per saldo beginnen zulke series toch ons gevoel te ondermijnen voor wat echt waar is en wat erbij werd verzonnen, of juist weggelaten, om er een smeuïg verhaal van te maken.
Neem het Theranos-schandaal. Journalisten deden nauwgezet verslag van het bedrijf van Elizabeth Holmes terwijl de gebeurtenissen zich ontvouwden, vooral in The Wall Street Journal, en de hele opkomst en ondergang van haar leugens werd door een verslaggever van die krant, John Carreyrou, meesterlijk beschreven in zijn boek Bad Blood. Maar al dat bedrog blijkt zo fascinerend te zijn dat het nu ook onderwerp is van een documentaire, van de true-crimepodcast The Dropout, van een miniserie op Hulu die ook The Dropout heet, en binnenkort van een op Carreyrous boek gebaseerde bioscoopfilm van Adam McKay die ook Bad Blood heet. Je kunt het de consument van al dit nieuws en entertainment niet kwalijk nemen als die niet meer precies weet waar ze haar kennis nu vandaan heeft – en of die kennis op feiten of slechts op fictie berust.
En bizar genoeg is deze hele fictionalisering van het Theranos-debacle nu ook al een rol gaan spelen in de niet-fictieve verhaallijn. In de rechtszaak tegen voormalig Theranos-directeur Sunny Balwani moesten in maart 2022 twee juryleden worden vervangen omdat ze afleveringen van The Dropout hadden gezien, wat hun mening over de in de rechtszaak behandelde feiten kon beïnvloeden.
Nieuws en entertainment
In de jaren negentig maakten mediacritici zich – terecht – zorgen dat het nieuws te veel entertainment werd, of het nu ging om de schreeuwpartijen in het praatprogramma Crossfire, de sensatiezucht van nieuwsprogramma’s als Dateline of de overspannen aandacht voor de berechting van O.J. Simpson. Toen kwam de opkomst van entertainment dat zich voordeed als nieuwsprogramma en daar voor veel kijkers ook mee samenviel: Jon Stewart, Stephen Colbert, Samantha Bee. De kritiek dat nieuwszenders zich blindstaren op kijkcijfers of dat te veel kijkers het journaal hebben verruild voor The Daily Show klinkt inmiddels achterhaald. Het onderscheid is praktisch verdwenen: het nieuws is entertainment geworden en entertainment is het nieuws geworden.
In januari 2021 kondigde het Britse televisienetwerk Sky aan dat Kenneth Branagh de rol van Boris Johnson zou spelen in een miniserie over de pandemie. Toen Branagh in september 2022 de vraag kreeg of het niet onlogisch was, zo’n tv-serie over een historische crisis die nog niet voorbij was, ging hij daartegen in. ‘Volgens mij zijn dit bijzondere gebeurtenissen,’ zei hij, ‘en het behoort ook tot onze taak om daar aandacht aan te geven.’
De pandemie die al meer dan tweehonderdduizend Britten het leven heeft gekost en de premier die zich stuntelend een weg door de catastrofe baande, hebben aan aandacht van de BBC en The Times bepaald geen gebrek gehad. Maar Branaghs opmerking was veelzeggend. De opkomst van deze hyperrealistische tv-series valt samen met de neergang van de instellingen die van oudsher verslag doen van de wereld zoals die is. De journalistiek moet machteloos toezien hoe deze semifictie nu terrein verovert. We zijn stilaan gewend geraakt aan de gedachte dat iets niet echt gebeurd is zolang er geen tv-serie of film over is gemaakt. We halen de schouders op als er groot nieuws is: we wachten wel op de miniserie. En we gaan er klakkeloos van uit dat de daarin gepresenteerde versie van de werkelijkheid waar is – behalve de delen die volledig verzonnen zijn.
Waardenstelsel
Halverwege de vorige eeuw voltrok zich volgens historicus Warren Susman een grote verandering. Het Amerikaanse normen- en waardenstelsel had tot die tijd altijd de nadruk gelegd op een verzameling eigenschappen die je kunt samenvatten onder de noemer ‘karakter’: eerlijkheid, vlijt en plichtsgevoel. Met de opkomst van de massamedia veranderde dat, schrijft Susman. In de mediabewuste en op consumptie gerichte maatschappij die Amerikanen toen opbouwden, werd steeds meer waarde gehecht aan – en kwam dus ook meer vraag naar – wat Susman ‘persoonlijkheid’ noemt: charme, innemendheid, het vermogen om mensen te vermaken. ‘De sociale rol die iedereen in de nieuwe persoonlijkheidscultuur geacht werd te spelen was die van de performer’, schrijft Susman. ‘Elke Amerikaan moest leren zichzelf te spelen.’
Die behoefte is er nog steeds. Maar inmiddels gaat het niet meer alleen om charme in onderling contact, maar om het vermogen die charme op een groot publiek over te brengen. De sociale media hebben van ons allemaal echte podiumkunstenaars gemaakt. ‘De wereld is een schouwtoneel’ was ooit beeldspraak. Tegenwoordig is het een feitelijke beschrijving van het leven in het metaversum. Zoals journalist Neal Gabler al voorzag in zijn boek Life: The Movie is performen – als taal maar ook als norm – tot praktisch alle facetten van ons dagelijks leven doorgedrongen.
Geen betere manier om klanten aan je te binden dan door ze te vertellen dat hun leven een film waard is
H&M beloofde zijn klanten in een reclamecampagne onlangs dat ‘jij in elke dag de hoofdrol speelt’. Mijn partner boekte laatst een hotelkamer voor een weekendje weg. De e-mail waarin de boeking werd bevestigd bevatte de mededeling dat zijn verblijf hem zou helpen ‘je verhaal verder vorm te geven’. Mijn iPhone heeft inmiddels de gewoonte om door mij gemaakte foto’s en video’s samen te voegen tot kleine films. De software voegt er zelfs automatisch een soundtrack aan toe. En die filmpjes dienen zich spontaan aan. Laatst werd ik getrakteerd op een diapresentatie van foto’s die ik van mijn hond had genomen, met vioolmuziek die zo uit een geschiedenisdocumentaire leek te komen. De reden is natuurlijk puur commercieel. Geen betere manier om klanten aan je te binden dan door ze te vertellen dat hun leven een film waard is. Een leven zo rijk dat de filmrechten worden opgekocht: de nieuwe Amerikaanse droom.
Of de nieuwe Amerikaanse nachtmerrie. Op Twitter is ‘hoofdpersoon’ al een aanduiding voor wie daar de pispaal van de dag is. De mensen die naar zo iemand uithalen, vaak in felle bewoordingen, reageren soms op echte maar soms ook alleen op vermeende misstappen van die persoon, die ze zelf niet kennen. Hoe dan ook geven ze blijk van wat de psycholoog John Suler het online-ontremmingseffect noemt: de neiging van mensen om in de digitale ruimte gedrag te vertonen waaraan ze zich offline nooit zouden bezondigen. Wellicht komt die ontremming voort uit de gedachte dat de digitale wereld anders is dan de ‘echte’, of uit een gevoel dat er bij online-uitwisselingen niet zo veel op het spel staat. Maar het resultaat is soms dat de mensen aan de andere kant van het scherm worden bejegend alsof het helemaal geen mensen zijn – alsof ze niet echt zijn.
Op een dag in juli 2022 zat Lilly Simon in de New Yorkse metro toen iemand haar zonder dat ze het wist begon te filmen. Het apenpokkenvirus was in die tijd door de WHO net tot wereldwijd gevaar uitgeroepen en waarde rond in de stad. Simon heeft een genetische aandoening waardoor er tumoren groeien aan haar zenuwuiteinden, die soms zichtbaar zijn op haar huid. Ze zijn meestal goedaardig, maar kunnen pijnlijke complicaties opleveren. En ze zijn niet besmettelijk. De persoon die haar filmde wist dat allemaal niet. Die zoomde gewoon in op haar benen en armen, trok daar conclusies uit en plaatste de uitkomst van dat ‘onderzoek’ op TikTok. Toen Simon daarvan hoorde, plaatste ze zelf een filmpje met een reactie. ‘Ik laat jullie de jaren van therapie en behandelingen niet ongedaan maken die ik heb doorstaan om hiermee te leren leven,’ zei ze. Al snel ging haar filmpje viraal, werd het andere filmpje verwijderd en kon Simon The New York Times een interview geven over die hele ervaring.
Min of meer een happy end dus, van wat toch een akelig verhaal is over hoe het leven in het metaversum eruit kan zien: iemand die nietsvermoedend op weg is naar haar werk wordt tegen haar zin tot hoofdpersoon gebombardeerd van een film waarvan ze niet eens wist dat ze erin zat. De dynamiek is doodsimpel en ontluisterend. De mensen op ons scherm zien eruit als personages, dus beginnen we ze ook als personage te bejegenen. En personages zijn uiteindelijk toch vervangbaar. Ze dienen slechts het verhaal. Zodra we ze niet meer nodig hebben, kunnen we ze eruit schrijven.
De ontremming mag dan in de onlinewereld beginnen, maar blijft daar niet toe beperkt. De dystopische kanten van het metaversum hebben ook politieke implicaties, zij het niet precies op de manier die de profetische romanschrijvers uit de vorige eeuw voor ogen hadden. Zij stelden zich een bevolking voor die met oppervlakkig entertainment werd zoet gehouden. Ze hielden geen rekening met de mogelijkheid dat het telescherm mensen juist zou aanzetten tot politiek geweld.
Mijn collega Tom Nichols heeft betoogd dat de deelnemers aan de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 in grote mate gedreven werden door verveling – en door het gevoel dat ze er recht op hadden de held te worden in hun eigen Amerikaanse Revolutie. Wie de gebeurtenissen die dag live op tv heeft gevolgd, moet zijn opgevallen hoeveel plezier de bestormers hadden in hun plundering. Ze poseerden voor (belastende) foto’s. Ze maakten livestreams van de vernielingen voor hun volgers. Ze speelden opstandje voor Insta. Een opvallend groot aantal oproerkraaiers ging gekleed als superheld. Sommigen hadden een campagnevlag van Trump om de hals gebonden, die als een cape achter ze aan fladderde terwijl ze plunderend door het gebouw trokken.
Een van de redenen dat QAnon zo welig tiert is dat het goed past bij het metaversum
Sommige oproerkraaiers hadden zich verkleed als helden uit een ander fictief universum: niet dat van Marvel of DC, maar QAnon. De oorsprong van die complottheorie is ingewikkeld en er zijn verschillende verklaringen voor de blijvende aantrekkingskracht ervan. Maar een van de redenen dat QAnon zo welig tiert is dat het zo goed past bij het metaversum. De QAnon-aanhangers hebben zich zo diep teruggetrokken in hun eigen bubbel dat ze in een universum van fictie leven. Ze geloven vooral in de anonieme serieproducent die de werkelijkheid schrijft, regisseert en produceert en af en toe een intrigerende hint laat vallen over wat er in de volgende aflevering te gebeuren staat. De held van deze serie is Donald Trump, de man die misschien wel als geen ander in onze geschiedenis een meester is in de kunst van manipulatie via televisie. De schurken in dit verhaal zijn de vertegenwoordigers van de ‘deep state’, duizenden pedofiele onmensen die het met elkaar gemunt hebben op de kinderen van Amerika.
Ook de pogingen om de aanstichters van de bestorming ter verantwoording te roepen zijn ons als entertainment voorgeschoteld. ‘Hoorzittingen 6 januari kunnen realityblockbuster van de zomer worden’ luidde de kop van een opiniestuk bij CNN in mei 2022. De impliciete boodschap was dat de hoorzittingen een flop zouden zijn als ze niet genoeg kijkers trokken. ‘LOL niemand kijkt hiernaar’ zette een van de Republikeinse commissieleden tijdens de uitzending van de hoorzittingen op Twitter, om de indruk te wekken dat het zo’n kijkcijferflop was.
Manipulatie van verkiezingen
Dat de strijd tegen nepnieuws belangrijk is bewijst de ontmaskering half februari van ‘Jorge’.
Dankzij samenwerking van dertig media, waaronder The Guardian, Le Monde, Der Spiegel en El País, werd ‘Jorge’ min of meer op heterdaad betrapt door een team van drie undercoverjournalisten die zeiden gebruik te willen maken van zijn diensten: de duistere kunst van politieke manipulatie. Gespecialiseerd in geheime politieke operaties, bereidde ‘Jorge’ vier weken voor de Nigeriaanse presidentsverkiezingen in 2015 een reis naar het Afrikaanse land voor. Op 17 januari dat jaar vroeg hij per mail om informatie aan Cambridge Analytica: het beruchte politieke adviesbureau dat meewerkte aan illegale manipulatie van de gegevens van miljoenen Facebook-gebruikers ten behoeve van de Trump-campagne in 2016.
‘Jorge’ werkte met Cambridge Analytica aan een geheim plan om Afrika’s grootste democratie te manipuleren en om de zittende Nigeriaanse president Goodluck Jonathan herkozen te krijgen. Dat mislukte, maar het lukte ‘Jorge’ aanvankelijk wel om door media-manipulatie de Nigeriaanse verkiezingen uitgesteld te krijgen. ‘Jorge’ werd door The Guardian en mediapartners ontmaskerd als Tal Hanan, een hacker- en desinformatiespecialist die opereert vanuit Israël. Hij noemt zijn groep ‘Team Jorge’ en beweert ‘namens klanten’ in het geheim te hebben gewerkt aan meer dan 33 verkiezingscampagnes op ‘presidentieel niveau’.
Maar de hoorzittingen flopten niet. Integendeel, de eerste trok zo’n twintig miljoen kijkers – vergelijkbaar met die van een uitzending van Sunday Night Football. En dat kijkcijfersucces was deels te danken aan het feit dat de commissie er zulke boeiende tv van wist te maken. Er werden welbespraakte en in veel gevallen telegenieke getuigen opgeroepen. Uit de wanordelijke hoeveelheid informatie van elke dag werd steeds een begrijpelijke verhaallijn gedestilleerd. De hele productie was zo’n succes dat The New York Times de hoorzittingen op de lijst van de beste tv-programma’s van 2022 zette.
De commissie begreep dat de mensen alleen interesse zouden hebben in de gebeurtenissen van 6 januari 2021 – interesse in de meest grootschalige poging tot een staatsgreep in de Amerikaanse geschiedenis – als het geweld en landverraad van die dag vertaald werden in die universele Amerikaanse taal: een goeie show.
In september 2022 zette Ron DeSantis, gouverneur van Florida, een groep asielzoekers op het vliegtuig. Ze kregen te horen dat ze naar een plek werden gevlogen waar ze onderdak, financiële ondersteuning en werk zouden krijgen. In werkelijkheid vlogen de toestellen naar Martha’s Vineyard, het rijke vakantie-eiland boven New York, waar de verblufte migranten niets anders wachtte dan de al even verblufte lokale bewoners. Maar die bewoners gaven hun wel voedsel en onderdak. Asieladvocaten schoten te hulp. Journalisten bemachtigden de brochure die aan de asielzoekers was uitgedeeld en maakten bekend met welke valse beloften deze mensen hier als zetstuk waren gebruikt.
Opgestookt door tv
Het hele ‘stuur ze naar Martha’s Vineyard’-plan was opgestookt door de tv. Toen de Texaanse gouverneur Greg Abbott migranten begon af te voeren naar plekken waar ze naar zijn idee ten laste zouden komen van Democratische kiezers, werd ‘migranten verkassen’ een terugkerend gespreksthema op Fox News, met name in de ontbijtshow Fox & Friends. De presentatoren bleven maar grappen maken over de vervoermiddelen waarmee mensen naar Martha’s Vineyard gebracht konden worden. Die grap werd zo vaak herhaald dat, zoals je wel vaker ziet, de grap een plan werd en dat plan vervolgens werkelijkheid, zodat wanhopige en misleide asielzoekers als een Amazon Prime-pakketje werden verstuurd naar een eiland dat was uitgekozen omdat Barack Obama er zijn vakanties doorbrengt.
En al resulteerde die hele show alleen maar in beelden van een plaatselijke bevolking die zijn best deed om mensen in nood te helpen, het leidde bij de producenten niet tot zelfkritiek, maar tot de aankondiging van nog meer theater. Senator Ted Cruz, wiens vader toevallig als vluchteling naar de VS was gekomen, kondigde aan dat een groep asielzoekers naar de plek zou worden gebracht waar Joe Biden zijn vakanties doorbrengt. (‘Volgende keer naar Rehoboth Beach, Delaware,’ zei hij.) Ook Abbott voerde weer migranten af uit Texas: ditmaal liet hij ze afzetten voor de woning van vicepresident Kamala Harris in Washington. En de commissie van Republikeinse senatoren deed er nog een schepje bovenop met het toevoegen van publieksparticipatie aan de show: in een e-mail om fondsen te werven werd kiezers gevraagd wat de volgende bestemming moest zijn waar Republikeinse gouverneurs migranten naartoe moesten ‘verkassen’.
‘Het doel van de propagandist’, schrijft Aldous Huxley, ‘is om een groep mensen te laten vergeten dat andere groepen mensen ook mensen zijn.’ Donald Trump had de neiging zijn tegenstanders collectief als ‘kwaadaardige, afschuwelijke’ mensen weg te zetten. De beeldspraak is er sindsdien alleen maar hallucinanter op geworden. In september 2022 hield het Congreslid Marjorie Taylor Greene een zaal vol jongeren voor dat haar Democratische collega’s ‘een soort schepsels van de nacht zijn, zoals heksen, vampiers en grafrovers’.
Het lijkt misschien bespottelijk, maar het dient een doel. Dit taalgebruik is bedoeld om te ontmenselijken. En het heeft effect. Het Public Religion Research Institute publiceerde vorig jaar een onderzoek naar de invloed van QAnon op het denken van Amerikanen. Bijna twintigduizend geënquêteerden werd de vraag voorgelegd of ze het eens waren met de QAnon-gedachte dat ‘overheid, media en de financiële wereld in handen zijn van pedofiele Satan-aanbidders’. Zestien procent, bijna een zesde, antwoordde ja.
In 1985 schetste cultuurcriticus Neil Postman in zijn boek Amusing Ourselves to Death een land dat zich verliest in entertainment. Wat Newton Minow in 1961 ‘een onafzienbaar braakland’ had genoemd, was in de Reagan-tijd volgens Postman uitgemond in wat hij ‘het totale afglijden in banaliteit’ noemde. Hij zag een publiek dat gezag verwart met beroemdheid en dat politici, geestelijk leiders en docenten niet beoordeelt op hun wijsheid, maar op hun vermogen om mensen te vermaken. Hij vreesde dat die grensvervaging zou voortduren. Hij was bang dat het onderscheid dat aan alle andere ten grondslag ligt, dat tussen feit en fictie, aan die vaagheid ten onder zou gaan.
Eind 2022 onthulde The New York Times dat George Santos, die net door Long Island in het Huis van Afgevaardigden was gekozen, niet alleen zijn cv had verzonnen of aangedikt (een maar al te bekende politieke zonde), maar zijn complete levensverhaal. Hij had zich in feite als een fictief personage verkiesbaar gesteld, en gewonnen. De hele en halve leugens die hij had opgedist over zijn opleiding, zijn arbeidsverleden, zijn werk voor goede doelen en zelfs zijn geloofsovertuigingen, waren van een verbijsterende brutaliteit. En ze werden ook veelal afgedaan met een collectief schouderophalen. ‘Iedereen liegt zijn cv bij elkaar,’ zei een van zijn kiezers tegen de The New York Times. Een ander beweerde nog steeds achter hem te staan: ‘Mij heeft hij nooit voorgelogen,’ zei ze. Reacties die doen denken aan die voormalige Obama-kiezer die in 2016 in Politico uitlegde waarom hij van kamp was veranderd: ‘Trump is tenminste leuk om naar te kijken.’
Daar wordt de grootste angst van Postman bewaarheid. En die van Hannah Arendt. Uit haar analyse van samenlevingen in de greep van totalitaire dictators (de maar al te reële dystopieën van halverwege vorige eeuw) maakte Arendt op dat de ideale onderdanen van zo’n regime niet de fervente aanhangers zijn die geloven in de goede zaak, maar juist de mensen die alles en niets geloven: mensen voor wie het onderscheid tussen feit en fictie niet meer bestaat.
Een republiek heeft burgers nodig, entertainment alleen toeschouwers
Een republiek heeft burgers nodig, entertainment alleen toeschouwers. In 2020 maakte een oud-ambtenaar van Volksgezondheid zich zorgen dat ‘de kijkers het na nog een seizoen wel gehad hebben met corona’. Die zorg bleek terecht: de Amerikanen hebben grote moeite met een pandemie die zich niet wil houden aan een keurige verhaalopbouw: een overzichtelijk plot met een climax waar iedereen gelouterd uit komt.
Het leven in het metaversum brengt een schrijnende tegenstrijdigheid met zich mee. Nooit eerder konden we zo veel informatie over onszelf met zo veel anderen delen. En zoals uit het ene na het andere onderzoek blijkt: nooit hebben we ons méér alleen gevoeld. Op zijn best kan fictie ons vermogen vergroten om de wereld door andermans ogen te zien. Maar fictie kan ook vervlakkend werken. Denk bijvoorbeeld aan al die Amerikanen die in de donkerste dagen van de pandemie het dragen van een mondkapje maar bleven betitelen als ‘deugpronken’ – geen echte ziektebestrijdingsmaatregel, maar het uitdragen van een politiek standpunt. Of denk aan al die echt gebeurde drama’s – schietpartijen op scholen, gezinnen die door een hardvochtige overheid uit elkaar worden gehaald – die door commentatoren worden afgedaan als het werk van ‘acteurs’. In een normaal functionerende maatschappij staat de mededeling ‘ik ben een echt mens’ buiten kijf. In de onze moet je maar hopen dat iemand je gelooft.
Onze weelde, onze last
Dit kan weleens het punt zijn waar ons de draad van het verhaal uit handen glipt. Dit kan het sombere slot worden van America: The Limited Series. Maar misschien is het nog niet te laat om te doen waar de inwoners van de fictieve dystopieën niet in slaagden: opkijken van het scherm en elkaar en de wereld zien zoals die zijn. Ons door het entertainment laten meeslepen, maar niet opsluiten.
‘Worden jullie niet vermaakt?’ brult Maximus, de held van de film Gladiator, tegen de Romeinse menigte voor wie zijn pijn hun vertier is. Misschien kunnen we zowel in de gevangengenomen strijder als in de toeschouwers iets van onszelf zien. We voelen zijn terechte woede. We herkennen het plezier dat zij beleven. Nooit eerder werden we zo met vermaak overladen als nu. Dat is onze weelde – en onze last.
Hondervijfentachtig lesbische, homoseksuele, biseksuele, queer, non-binaire en trans acteurs komen in SZ-Magazine uit voor hun seksuele oriëntatie of genderidentiteit, ‘en eisen meer erkenning en diversiteit in theater, film en televisie’.
‘Tot nu toe konden we niet open zijn over ons privéleven zonder te vrezen voor professionele gevolgen’, schrijven de acteurs in het manifest #ActOut. Enkele bekende namen zijn Ulrich Matthes (Der Untergang), Godehard Giese (Transit) en Mark Waschke (Dark).
185 Schauspieler*innen outen sich im neuen SZ-Magazin als lesbisch, schwul, bi, queer, nicht-binär, trans*. Was sie mit #actout erreichen wollen – am Freitag im neuen Heft in der @SZ und jetzt digital unter https://t.co/GYWsgfjudBpic.twitter.com/Ej84a9W8EQ
‘Mij is altijd verteld dat ik niet publiekelijk uit de kast moet komen,’ zegt Tatort-actrice Karin Hanczewski tegen SZ-Magazin. ‘Er zijn bijvoorbeeld castingdirectors die zeggen: als je uit de kast komt, kan ik je geen rollen meer geven.’
Ook heerst er volgens Hanczewski angst onder lesbische actrices om overgeslagen te worden voor rollen waarbij ze een begeerlijke vrouw moeten spelen. ‘Dat is precies de grote angst voor lesbische actrices: dat ze niet meer als sexy gezien worden en daarom niet zullen worden gecast.’
De groep ageert hier nu tegen in hun manifest: ‘Alsof we bepaalde personages en relaties niet zouden kunnen spelen als we uitkomen voor onze seksuele oriëntatie en genderidentiteit. (…) Wij zijn acteurs. Wij hoeven niet samen te vallen met de personages die we spelen. We doen alsof – dat is de essentie van ons werk.’
De ondertekenaars van het manifest roepen de Duitse film-, televisie- en theaterwereld op eindelijk meer diversiteit te omarmen. ‘De [Duitse] maatschappij is er allang klaar voor. De kijkers zijn er klaar voor.’ Nu de industrie nog.
Bekentenis in Spaans corruptieschandaal raakt oud-premier Rajoy
Spanje is opgeschrikt door een nieuwe ontwikkeling in de al jaren voortslepende corruptiezaak rondom de rechtse Partido Popular. Volgens een bekentenis van de voormalig penningmeester van de PP, Luis Bárcenas, heeft toenmalig partijleider en oud-minister president Mariano Rajoy bewijs van illegale financiering van de partij vernietigd en was Rajoy op de hoogte van een zwarte boekhouding, bericht El País.
Bárcenas staat op 8 februari voor de rechter in een zaak over de illegale financiering van de partij van oud-premiers José María Aznar en Rajoy, die plaatsvond van 1990 tot 2009. In de verklaring die de oud-penningmeester naar de rechtbank heeft gestuurd, belooft hij met justitie samen te werken in de nog lopende onderzoeken, aldus El País.
Mogelijk leidt dit tot verdere aanklachten tegen de partijtop van de PP, waarvan al meerderen, waaronder Bárcenas zelf, veroordeeld zijn in corrupties- en fraudeschandalen met publieke aanbestedingen.
‘Dit is de erfenis van Rajoy. Bij hem moet jullie zijn’
Het Spaanse Openbaar Ministerie twijfelt alleen aan de woorden van Bárcenas, meldt het Spaanse dagblad El Mundo. Het OM is van mening dat zijn bekentenis rijkelijk laat is en eist bewijzen die zijn beweringen ondersteunen. De bekentenis van Bárcenas is ‘weinig geloofwaardig’ gezien hij al meerdere keren zijn verhaal heeft gewijzigd, aldus het OM.
Bárcenas stelt dat hij bandopnames heeft waarop een andere voormalig penningmeester, Álvaro Lapuerta, vertelt dat hij zwarte betalingen in contant geld deed aan PP-kopstukken, waaronder Rajoy, aldus El Mundo in een ander artikel.
De huidige partijleiding van de PP verklaart tegen El Mundoin een derde artikel, dat zij niets meer te maken hebben met de illegale praktijken uit het verleden. ‘Bárcenas heeft geen enkel lid van de huidige partijleiding genoemd omdat hij dat niet kan. We kennen hem niet, we weten niet wie die meneer is en we hebben niets met hem te maken. Dit is de erfenis van Rajoy. Bij hem moet jullie zijn.’
Myanmarezen protesteren online en offline tegen staatsgreep
Donderdag werden de Myanmarezen wakker zonder toegang tot Facebook. De nieuwe regering die na de staatsgreep van 1 februari door het leger is geïnstalleerd, had ’s nachts de belangrijkste internetproviders gevraagd het sociale netwerk te blokkeren. Facebook was een belangrijk kanaal voor verzet tegen de door het leger gepleegde coup, die weigerde de uitslag te erkennen van de verkiezingen die Aung San Suu Kyi in november 2020 een verpletterende overwinning opleverden, schrijft Courrier International.
Sinds maandag kleuren veel Myanmarezen hun Facebookprofielfoto zwart en rood als steunbetuiging aan de Nationale Liga voor Democratie (NLD) en haar gearresteerde leider.
Het protest tegen de militaire coup werd gecoördineerd via internet. Campagnes die opriepen tot burgerlijke ongehoorzaamheid, aanvankelijk gelanceerd door gezondheidswerkers, hebben zich als een lopend vuurtje via sociale media verspreid, meldt Frontier Myanmar.
Democratiekliniek
‘Werknemers van honderd ziekenhuizen kwamen woensdag niet opdagen op het werk,’ aldus het nieuws- en zakenblad. Studenten geneeskunde in Yangon en Mandalay volgenden hun voorbeeld. Een Facebook-pagina die was gelanceerd om hun campagne te steunen, verzamelde in de loop van de dag meer dan 170.000 volgers.
‘Om de continuïteit van de zorg te waarborgen, hebben de gezondheidswerkers een “democratiekliniek” opgezet waar online consulten worden gegeven’, aldus Frontier.
Ook professoren, studenten en ingenieurs die voor de aan het leger gelieerde mobiele operator Mytel werken, weigerden woensdag naar hun werk te gaan. Donderdag circuleerden op Twitter beelden van ambtenaren van het ministerie van Landbouw die zich bij de beweging aansloten.
Het sluiten van Facebook betekent dat de militairen niet de duizenden video’s en beelden hoeven te zien van de lawaaiprotesten die de Myanmarezen sinds dinsdag elke avond om acht uur organiseren. Op balkons en voor hun huizen komen families en buren samen, terwijl ze op potten en pannen slaan. Een gezamenlijk gebaar om nee te zeggen tegen een terugkeer naar de dictatuur, aldus CI.
De Californische technologiereus leek de streamingboot te hebben gemist, maar komt nu met een reeks eigen programma’s, van onder meer Steven Spielberg, Reese Witherspoon en Damien Chazelle .
Apple wil dit jaar een miljard dollar besteden om films en series te produceren die exclusief beschikbaar zijn op het videoplatform van de onderneming. Dat is weinig als je bedenkt dat Netflix in 2017 zes miljard dollar uitgaf, en dit jaar nog eens twee miljard. Maar ‘het geeft Apple in elk geval een kans om enigszins in te lopen op de grote spelers in de sector, zoals Netflix en Amazon’, schrijft The Wall Street Journal. ‘Om geloofwaardig te worden heeft Apple op z’n minst één groot succesnummer nodig.’
Apples streamingbegroting wordt beheerd door ‘twee Hollywood- veteranen’, Jamie Erlicht en Zack Van Amburg, die vorige zomer werden weggekocht bij de tv-productiemaatschappij Sony Pictures om een strategie uit te stippelen voor de videocontent van Apple. ‘De twee staan erom bekend dat ze in staat zijn om programma’s leven in te blazen, en beiden hebben een voorname rol gespeeld bij de ontwikkeling van de televisietak van Sony tot een van de meest indrukwekkende in Hollywood’, aldus opnieuw de WSJ.
In de loop van dit jaar worden minimaal tien nieuwe programma’s in productie genomen
Apple verdiende in 2016 ongeveer 4,1 miljard dollar met iTunes, maar het aandeel van de verkoop van video’s daalt al jaren. Het werd vorig jaar geschat op 35 procent, terwijl het in 2012 nog 50 procent was. De strategie van Apple is eenvoudig, meent de website van de tv-zender CNBC. Terwijl het bedrijf een paar jaar geleden de boot miste toen het Netflix kon kopen ‘voor een kwart van de huidige prijs’, legt het zich nu toe op het produceren van eigen content. Het is nog niet bekend of die beschikbaar komt uitsluitend op iTunes, op Apple TV of op een nieuw platform. Maar in de loop van dit jaar worden minimaal tien nieuwe programma’s in productie genomen.
Daaronder bevindt zich een serie die geheel geschreven en geregisseerd wordt door Damien Chazelle, winnaar van een Oscar voor zijn film La La Land. Volgens Variety bewijst dit jongste project van Apple ‘dat de multinational zich met volle kracht op de productie van oorspronkelijke series stort’. Een eerste aanwijzing daarvoor was de aankondiging dat men een nieuwe bewerking wilde maken van de serie Amazing Stories, die in de jaren tachtig werd geproduceerd door Steven Spielberg en waarvan nu tien afleveringen zullen worden geactualiseerd.
Een ander krachtig signaal is volgens Variety de samenwerking van Apple met het productiehuis Hello Sunshine, dat wordt geleid door Reese Witherspoon en dat zeer in trek is sinds het doorslaande succes van de serie Big Little Lies (uitgezonden door de kabelaar HBO), winnaar van acht Emmy Awards en vier Golden Globes. De actrice zal dit jaar voor Apple een comedy, een thriller en een drama produceren, waarbij ze de hoofdrollen zal delen met Jennifer Aniston, die sinds Friends niet meer in een vaste rol op de Amerikaanse televisie te zien was.
De grote streamingplatforms kapen overal talent weg. Zo stapten Shonda Rhimes (Grey’s Anatomy) en Matt Groening (The Simpsons) over naar Netflix. Tot wanhoop van de klassieke aanbieders.
‘Een schokgolf gaat door de bedrijfstak’, schreef Los Angeles Time_s vorig jaar augustus toen het nieuws bekend werd dat Shonda Rhimes en haar productiemaatschappij Shondaland voor Netflix zouden gaan werken. De ‘koningin’ van de Amerikaanse televisie, die onder meer de series _Grey’s Anatomy en Scandal op haar naam heeft staan, werkte meer dan vijftien jaar uitsluitend voor ABC, de algemene tv-zender van de Disney-groep. ‘Met het wegkapen van een van de grootste tv-producenten laat Netflix zien dat het koste wat kost grote namen wil aantrekken’, analyseerde de krant, waarin een andere filmproducent bekende: ‘Dit wordt een strijd zonder genade.’
Netflix onderstreepte zijn ambities met de bekendmaking van het programma voor 2018: een praatprogramma met David Letterman, de voormalige ster van CBS, een nieuwe serie van Matt Groening, de schepper van The Simpsons (uitgezonden door Fox), twee vooruitbestelde seizoenen voor een nieuwe horrorserie van Ryan Murphy, producent van American Horror Story (op de zender FX) en dan ook nog de allereerste serie van de gebroeders Coen. De strategie is duidelijk: proberen zo veel mogelijk groepen liefhebbers binnen te halen om het aantal abonnees, nu 117 miljoen, te verhogen en vast te houden.
Amazon Prime Video zit op dezelfde lijn en sloot een contract met Robert Kirkman, maker van The Walking Dead. De serie over zombies wordt sinds 2010 uitgezonden op het kabelnet van AMC en blijft, volgens The Verge, ‘een van de allergrootste televisiesuccessen’. De gespecialiseerde website legt uit dat Skybound Entertainment, het productiehuis van Kirkman, een meerjarig contract had gesloten met AMC, die daarmee ‘een van zijn meest rendabele producenten’ probeerde te behouden. Diens overstap naar Amazon maakt van dat nieuwe platform ‘een onvermijdelijke bestemming voor alle liefhebbers van het genre’.
De studio’s in Hollywood en de techbedrijven in Silicon Valley hebben de achtervolging ingezet op Netflix, het platform met 117,8 miljoen abonnees. Wie te laat is gestart, zal de eindstreep wellicht niet halen.
Plotseling wil iedereen Netflix zijn. Er zijn al streamingdiensten te over, denkt u misschien, zowel voor televisieprogramma’s als voor films. In de Verenigde Staten kun je jezelf vierkante ogen kijken op Amazon Prime, YouTube, HBO, starz, Showtime, Hulu, CBS en All Access. Andere landen beginnen hun eigen diensten te lanceren. Maar wie nu al van een tv-hausse (Peak TV) spreekt, heeft nog niets gezien. Want we staan nog maar aan het begin van de streamingrevolutie. In 2018 zullen alle grote spelers uit Hollywood en Silicon Valley hun best doen om u meer tv via internet te verkopen, of naar hartenlust content produceren om dat in 2019 te doen.
Disney, Warner Bros, 21st Century Fox en AMC richten zich steeds meer op de verkoop van tv via internet. Apple heeft meer dan een miljard dollar opzijgezet om nieuwe programma’s te produceren. Facebook, dat al een continue stroom tv-programma’s aanbiedt (net als Twitter en Snapchat), zal meer inzetten op video. Er wordt een miljardenoorlog gevoerd om de tv-kijker te strikken. Waar de strijd zich vroeger op het grote en (vooral) kleine scherm afspeelde, gebeurt dat nu op de smartphone en de tablet. De nieuwe technologiereuzen met hun diepe zakken tasten flink in de buidel om de aandacht van de gebruikers van deze apparaten te trekken. Voor de traditionele Hollywoodstudio’s is het een strijd op leven en dood. In de Verenigde Staten verliezen ze abonnees aan betaalkanalen, nu de tv-kijker dure kabelpakketten verruilt voor video via internet.
Vier vooraanstaande studio’s hebben al enkele miljarden dollars geïnvesteerd in Hulu, een streamingdienst waarvan ze mede-eigenaar zijn en die in 2017 zijn visitekaartje afgaf met The Handmaid’s Tale.CBS lanceerde een thuisservice en produceerde een nieuwe Star Trek om de abonnees 9,99 dollar per maand uit de zak te kloppen. HBO, eigendom van productie- en distributiemaatschappij Warner, produceert al enkele van de duurste tv-series ter wereld, zoals Game of Thrones en Westworld, die minstens tien miljoen dollar per uur kosten. Jeff Bezos van Amazon heeft de wens te kennen gegeven ook succesvolle series van het kaliber Game of Thrones te produceren. De series zullen steeds gedurfder worden… en steeds kostbaarder.
Disney
De streamingwedloop raakte in augustus 2017 in een stroomversnelling toen Bob Iger, de baas van Disney, bekendmaakte dat de groep in 2019 een streamingdienst ging lanceren, en dat hij voortaan minder films aan Netflix zou verkopen. Diezelfde week maakte John Landgraf, baas van Fox-kabelzender FX, die series als Fargo en The Americans produceert, de lancering bekend van een reclamevrije streamingdienst. Warner op zijn beurt mikt op nieuwe programma’s voor de lancering van zijn streamingdienst DC Entertainment, die voor dit jaar is voorzien. Rest de vraag wat tv-kijkers bereid zijn te betalen om dat alles te bekijken.
FX-baas John Landgraf, die de term ‘Peak TV’ heeft gemunt, vreest dat de streamingmarkt verzadigd zal raken, zoals momenteel al het geval is bij de kabelzenders. Er valt dus een enorme afroming te verwachten, en daarbij zullen de techgiganten in het voordeel zijn. Waar Netflix en Amazon er warmpjes bij zitten en een grote voorsprong hebben op de streamingmarkt, zullen de studio’s moeite hebben hun achterstand in te lopen. De ironie, verzucht Landgraf, is dat studio’s en zenders als de zijne hebben geholpen Netflix groot te maken door ze hun beste films en series te verkopen.
Even ironisch is dat Disney zich op de streaming werpt. Jaren geleden wilden sommigen bij Disney dat het bedrijf Netflix zou opkopen, wat toen heel wat betaalbaarder zou zijn geweest dan nu. Maar de grote bazen van de groep bleven in Netflix een partner en distributeur zien, en geen concurrent op het gebied van content. Momenteel is Disney een van de weinige wereldmerken die groot genoeg is om met een levensvatbaar alternatief te komen. The Mouse zou de komende schifting dus wel overleven.
Series die je in één ruk uitkijkt, zoals op Netflix, zijn niet meer te vergelijken met traditionele tv, betoogt de tv-criticus van The New York Times.
Toen ik op Netflix naar Sense8 keek – een prachtige, belachelijke serie over acht mensen van overal ter wereld die elkaar niet kennen maar wel een soort telepathische band hebben, waardoor ze elkaar kunnen bijstaan in de strijd en op een gegeven moment zelfs een virtuele orgie houden – drong zich op een gegeven moment heel sterk de vraag op waar ik nou eigenlijk naar zat te kijken. Ik bedoel daarmee niet dat ik het een serie van niks vond. Ik vroeg me alleen af welk genre het nou is: hoe moet je dit maximalistische superlange mozaïek- verhaal definiëren? Als een miniserie? Een megafilm? Anders gesteld: kun je Netflix nog tv noemen?
Enerzijds natuurlijk wel. Nu kranten ook videoproducties maken en je The Walking Dead op je telefoon kunt bekijken, is tv een veel breder begrip geworden. Anderzijds: een serie waarvan het hele seizoen in één keer online wordt gezet, zoals Netflix en Amazon doen, is toch een ander beestje dan de tv-serie zoals we die altijd kenden. Het begint een heel eigen genre te worden, waarvan we de regels en conventies nog moeten ontdekken.
De verhaalopbouw van tv-series vloeide altijd voort uit de eisen van het uitzendschema. Waarom eindigt elke aflevering met een cliffhanger? Zodat je de volgende week weer kijkt. Waarom duren programma’s precies een uur of een half uur? Om een regelmatig en voorspelbaar uitzendschema te krijgen. Waarom bevat elke aflevering een paar miniclimaxen? Zodat je daar een reclameblok kunt inlassen.
Narcos.
HBO-series zoals Deadwood, niet geplaagd door reclameblokken of de inhoudelijke censuur van het openbare net, zijn al vergeleken met de feuilletonromans van Dickens. Het kijken naar een gestreamde tv-serie lijkt nog veel meer op het lezen van een boek: je hebt in één keer het hele verhaal tot je beschikking en kunt zelf bepalen wanneer en hoeveel je kijkt. Maar het heeft ook iets van gaming: als je besluit om te gaan comakijken ga je er helemaal in op. En dat bepaal je zelf. Tijdens zo’n ‘binge’ ontstaat een dynamiek die ik ‘The Suck’ noem: dat bedwelmende gevoel dat je in een serie wordt meegezogen en het verhaal urenlang over je heen laat spoelen. ‘Volgende aflevering afspelen’ staat er steeds, en daar bezwijk je maar al te makkelijk voor. Het kan zelfs een wedstrijdje worden. Je vrienden laten op sociale media weten hoe ver zij al zijn. (‘OMG #JessicaJones afl 10!! Midden in de nacht opgestaan om te kijken!’) Zo wordt elke aflevering een nieuw level dat je wil bereiken.
Deze nieuwe dynamiek leidt ook tot een andere verhouding met het publiek. Bij traditionele tv, ‘lineaire tv’ in het jargon, gaat men ervan uit dat je weinig tijd hebt, dat ze je alleen aan de buis kunnen kluisteren in de laatste paar uurtjes voordat je naar bed gaat. Streamingdiensten gaan ervan uit dat ze kunnen beschikken over al je vrije tijd – weekends, feestdagen en vakantie – en dat jij die gaat vullen met hun vijf tot tien uur durende producties. Dus lanceren ze hun nieuwe series juist op momenten die tv-zenders mijden. Ze brengen een nieuwe serie uit op vrijdagavond (voor zendercoördinatoren een dood moment) en op feestdagen.
The Suck
Ook comakijken veronderstelt een andere band met de kijker. Een serie in wekelijkse afleveringen bouwt steeds de spanning op om je te verleiden volgende week wéér te kijken. Streaming leunt op ‘The Suck’: je wordt langzaam de serie in gezogen. Er is natuurlijk niemand die je verbiedt om zo’n serie druppelsgewijs te consumeren, maar dat levert wel een andere ervaring op. En de vraag of het beter is om een serie in wekelijkse afleveringen te zien of in één keer te verstouwen is net zoiets als de vraag of het leuker is om de Grand Canyon te voet te verkennen of vanuit een helikopter. Het is allebei prachtig, maar anders. In het eerste geval zie je allerlei mooie details van dichtbij, in het tweede hou je meer zicht op het grote geheel.
De meeste kijkers beslissen pas na drie of vier afleveringen of ze een seizoen uit kijken
Als iets op tv wordt uitgezonden, hoort ook de tijd waarin je niet kijkt bij het programma: een week lang denk je terug aan het verhaal, kijk je uit naar de volgende aflevering en word je gewoon ouder. Neem Breaking Bad, over de opkomst en ondergang van een gewone man in de zware misdaad. Het verhaal zelf beslaat ongeveer twee jaar. Toen het voor het eerst werd uitgezonden op AMC, duurde dat vijf jaar. Wie de serie later comakijkend heeft gezien, zoals een groot deel van de fans, deed er misschien een week of drie over. De kijker van het eerste uur zag Walter White dus beetje bij beetje veranderen, bijna in slow motion. Heel langzaam werd hij steeds een stukje slechter: zo benadrukte het verhaal vooral hoe je geleidelijk je ethische grenzen oprekt als je eenmaal op zo’n hellend vlak zit. Voor de comakijker voltrok de verandering zich als het ware in time-lapse, wat de suggestie versterkte dat Walter altijd al een slechte, arrogante kant had. Geen van beide conclusies is fout: beide ideeën zitten heel duidelijk in het scenario. Maar hoe je de serie tot je neemt, bepaalt in sommige opzichten dus ook welk verhaal je eigenlijk ziet.
De programmeurs van streamingdiensten weten heel goed hoe The Suck werkt. Volgens de gegevens van Netflix beslissen de meeste van hun kijkers, zowel van aangekochte tv-series als van hun eigen series, pas na drie of vier afleveringen of ze het hele seizoen uit kijken. Makers van een serie voor zo’n streamingdienst kunnen dus rekenen op meer geduld bij de kijker (‘vooruit, ik probeer nog één aflevering’) dan tv-makers voor wie de pilot meteen erop of eronder is. De ‘chief content officier’ van Netflix, Ted Sarandos, zegt zelfs dat hij niet de eerste aflevering maar het hele eerste seizoen van een serie als pilot beschouwt. Daarom grijpt de eerste aflevering van een Netflix-serie je dus niet meteen bij de kladden, maar proberen ze je kalm in de serie te laten wegzinken. De eerste aflevering van Narcos, over Colombiaanse drugskartels, is enorm uitleggerig, met zoveel voice-overteksten dat het wel een luisterboek lijkt: eerder een voorwoord dan een overdonderende pilot.
Zo’n aanpak heeft zijn voordelen. Als je een paar uur de tijd hebt om de kijker te overtuigen, hoef je de eerste aflevering niet meteen vol te proppen met gimmicks en kun je vermijden wat traditionele tv-series maar al te vaak doen: in de eerste afleveringen steeds hetzelfde verhaal vertellen om later inhakende kijkers ook mee te krijgen. Je kunt je serie volstouwen met verhaallijnen en spectaculaire gebeurtenissen zonder bang te hoeven zijn dat je kijkers de draad kwijtraken. In Orange is the New Black zijn in slechts drie seizoenen al verhaallijnen ontwikkeld over tientallen personages. Maar dit kenmerk kan ook leiden tot slome, richtingloze verhalen waar je hooguit naar blijft kijken omdat ‘het zonde is om nu nog te stoppen’.
Zoals Bloodline, dat evenveel vaart had als wrakhout dat in een moeras dobbert. Ik hield het gewoon niet meer uit. (O, wacht: vanaf aflevering zes of zeven wordt die serie zeker echt goed? Er is altijd wel íémand die zegt dat een Netflix-serie vanaf aflevering zes of zeven echt goed wordt. Maar er is een grens aan het aantal series waar ik zes of zeven uur van mijn leven in kan investeren.)
Traditionele tv-series, die nog worden opgenomen als de eerste afleveringen al worden uitgezonden, kunnen halverwege worden bijgestuurd als de kijkcijfers dalen of de kijkers een nieuw personage niet pruimen. De opkomst van internetfora en sociale media heeft die wisselwerking tussen makers en kijkers nog versterkt. (Kijk naar de uitgebreide analyses van elke nieuwe aflevering van Lost die wekelijks verschenen.) Soms wordt een serie daar beter van, soms alleen behaagziek, maar het is in ieder geval een keuze die de makers hebben. Bij streaming, waarbij de hele serie in één keer wordt uitgebracht, bestaat die mogelijkheid niet.
Wat Netflix wel heeft, is een enorme hoeveelheid data over waar mensen graag naar kijken. Houden ze van avonturenseries? Dan maak je Marco Polo. Van verhalen over drugsdealers, zoals Breaking Bad? Geef ze Narcos. Succes verzekerd, maar geen stimulans tot het nemen van artistieke risico’s. Dat kan deels verklaren waarom streamingdiensten nog geen werkelijk groot drama hebben voortgebracht. (Orange is the New Black en het magnifieke Transparent zijn op zijn minst half comedy.) Het zijn vooral hun komische series, zoals Master of None, Unbreakable Kimmy Schmidt, BoJack Horseman en Catastrophe, die tot het beste behoren wat er dit jaar voor tv is gemaakt. Dat comedy zich eerder aanpast, is overigens een terugkerend patroon bij nieuwe vormen van tv: I_ Love Lucy_ was er veel eerder dan Hill Street Blues en The Larry Sanders show was er lang voor The Sopranos.
Comedy is een flexibel genre dat ook zonder moeite de overstap van radio naar tv maakte. Veel van de betere comedy’s van de streamingdiensten verschillen bovendien niet enorm van de comedy’s op gewone tv-zenders. (Kimmy Schmidt was oorspronkelijk ook bedacht voor NBC en Catastrophe is eerst in Engeland uitgezonden door Channel 4.) Als ze al van de conventies afwijken, is dat merendeels op simpele en voor de hand liggende manieren (afgezien van het half geslaagde, non-lineaire nieuwe seizoen van Arrested Development). Master of None heeft bijvoorbeeld duidelijk afgeronde afleveringen maar is ook verslavend: zowel geschikt om af en toe een aflevering van mee te pikken als om in één ruk helemaal te kijken.
Maar het verschijnsel van comakijken betekent vooral voor serieus drama een grote verandering. De makers moeten nog leren hoe ze zo’n serie moeten maken en kijkers moeten leren hoe ze ernaar moeten kijken. Streaming werkt tot nu toe het best bij een bepaald type drama: degelijk maar niet grensverleggend, en zwaar leunend op een plot. Als je eenmaal hebt geaccepteerd dat House of Cards _niet het nieuwe _The Wire is, maar eerder een soort duistere satirische liveactionversie van de Foghorn Leghorn-tekenfilms, is het alleszins vermakelijk: een lekker potje schmieren om van te smullen terwijl je de was staat op te vouwen.
De criticus Alan Sepinwall legde onlangs de vinger op de zere plek toen hij schreef dat de makers van gestreamde series weer moeten leren om binnen de overkoepelende verhaallijn van een seizoen ook sterkere losse afleveringen te maken. ‘Je serie hoeft niet per se een roman te zijn’, schreef hij. Dat zijn de series van streamingdiensten ook niet echt. Maar het zijn ook geen traditionele series die toevallig op een andere manier worden aangeboden. En ze zullen nooit hun volle potentieel verwezenlijken als ze alleen maar blijven imiteren wat er al is. In de begindagen van televisie had je geweldige programma’s als Playhouse 90: in feite gewoon verfilmd theater. Maar het medium tv werd pas volwassen toen het leerde te doen waar het in uitblinkt: het vertellen van lopende verhalen met een open einde.
Zo moeten ook streamingdiensten leren om de specifieke kwaliteiten van hun medium beter te benutten. En misschien is streaming ook niet voor elk verhaal het beste medium. Matthew Weiner, de maker van zo’n complexe serie vol verwijzingen en dwarsverbanden, namelijk Mad Men, zei dat als hij ooit een serie voor Netflix zou maken, hij zou willen dat ze maar één aflevering per week online zetten. En ik zou een petitie tekenen om hem daarin te steunen. (Al betekent het misschien gewoon dat hij die serie dan toch beter voor een traditionele zender kan maken.)
Meer dan enige andere recente innovatie op tv-gebied kan streaming leiden tot de geboorte van een totaal nieuw genre: een genre dat elementen van film, tv en de roman combineert maar toch helemaal op zichzelf staat. Het zal alleen nog een tijd duren voordat wij dat genre allemaal meester zijn.
De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.