Tag: terminologie

  • Islamofobie, een godsgeschenk voor fundamentalisten

    Islamofobie, een godsgeschenk voor fundamentalisten

    De term, gemunt door liberale westerlingen, beantwoordt aan de aspiraties van de islamisten en smoort ieder debat, benadrukt een Jemenitische jurist.

    Keuze uit het archief

    Zoals de term antisemitisme niet zelden klinkt als er sprake is van kritiek op Israël, zo valt het begrip islamofobie vaak wanneer moslims bekritiseerd worden. De Jemenitische jurist Hussein Al-Wadeï laat in dit artikel uit 2019 zien dat aan dit begrip een foutieve en fundamentalistische kijk op de islam ten grondslag ligt. Bovendien wekt de term de indruk dat discriminatie van moslims erger is dan de ongelijke behandeling van andere bevolkingsgroepen.

    De term ‘islamofobie’ deed in 1997 zijn intrede in het medialandschap en wordt sindsdien voortdurend gebruikt. De moslimwereld, die meestal wantrouwig staat tegenover alle westerse terminologie, heeft hem algauw overgenomen. Het eerste wat daarbij opvalt, is de volstrekt overeenkomstige kijk die westers rechts en moslimfundamentalisten op de islam hebben. We kunnen zonder overdrijving stellen dat de extreem-rechtse westerse islamofoob en de extreem-rechtse islamist op dit punt eender zijn.

    Volgens de definitie van de Bond van Britse Moslims wordt islamofobie bepaald door de gedachte dat de islam een verzameling onveranderlijke ideeën is, wars van iedere evolutie, volstrekt anders dan andere culturen en waardesystemen en inferieur aan de westerse cultuur. De islam is volgens die gedachte barbaars, irrationeel, machistisch, gewelddadig en agressief, werkt terrorisme in de hand en is uit op een botsing van beschavingen. Ook denkt een islamofoob dat de islam eerder een politieke ideologie is dan een religie, en dat het een instrument voor politieke overheersing is en een drijfveer voor militaire interventies.

    Wonderlijk genoeg denkt de overgrote meerderheid van de moslimfundamentalisten er precies zo over. Zij zijn van mening dat de islam een geheel van onveranderlijke ideeën vormt omdat ze graag herhalen dat hij ‘geldig is in alle tijden en op elke plek’, en dat iedere culturele invloed van buitenaf moet worden verworpen. Ze zijn uiteraard van mening dat niet de islam inferieur, barbaars, decadent en irrationeel is, maar dat dat juist voor de andere beschavingen geldt. Daarentegen zijn ze het eens met de islamofoben over de rol van de jihad, over het feit dat de islam ernaar streeft de wereld te overheersen en over de stelling dat het in de eerste plaats een politieke ideologie is. Dit laatste vormt zelfs de basis van hun kijk op de islam, omdat ze stellen dat ‘religie politiek is, dat politiek een religieuze plicht is en dat iedere letter van de Koran van een politieke orde is’.

    Dat alles is behoorlijk precair en toont aan hoe ongeschikt de term islamofobie is om de discussie te verhelderen. Bovendien is de notie koren op de molen van fascistische islamisten.

    Islamofoben en islamisten geloven dat de islam de wereld wil overheersen. – © Unsplash
    Islamofoben en islamisten geloven dat de islam de wereld wil overheersen. – © Unsplash

    De islamisten schermen niet alleen met de beschuldiging van islamofobie, maar kunnen daar nog ‘vijand van de islam’ aan toevoegen. Voor hen is dat een heel makkelijke manier om iedere roep om hervorming en alle verlichte ideeën van linkse en liberale moslims een halt toe te roepen.

    Maar voor sommige westerlingen zijn dergelijke oproepen tot hervorming eveneens uit den boze, omdat ze islamofobie in de hand zouden werken. Zij gaan iedere kritiek, iedere discussie over de situatie van vrouwen uit de weg. Maar dan zouden veel grote hervormers uit de moslimwereld ook als islamofoob moeten worden bestempeld, van Sayed Jamalludin Afghani, Mohammed Abdoe en Mohammed al-Tahir ibn Ashour tot Ali Abderraziq, Khaled Mohamed Khaled, Taha Hussein en Nasr Abu Zayd. Deze moslimhervormers van islamofobie betichten is even absurd als iedere Jood die kritiek heeft op het zionisme of het religieuze Joodse dogma als antisemiet beschouwen. De Britse intellectueel Fred Halliday heeft voorgesteld het woord ‘moslimfobie’ te gebruiken in plaats van ‘islamofobie’, omdat de haat tegen moslims is gericht en niet tegen de islam. Maar ook omdat het oproepen van haat jegens personen bij wet verboden is, terwijl kritiek op religies onder de door de wet gegarandeerde vrijheid van meningsuiting valt – ook al beschouwen de islamisten elke kritische of humoristische uiting als ‘heiligschennis’.

    Het voorstel van Halliday moet serieus worden genomen, maar gaat het daarbij niet om een vorm van xenofobie ten opzichte van buitenlanders?

    Waarom zou er een speciale categorie voor moslims moeten bestaan, een definitie naast andere vormen van racisme die zorgen voor opschudding in de Europese samenlevingen? Bestaat er geen solide wetgeving om iedere vorm van racisme te bestrijden?

    Deze term is bovendien problematisch omdat hij de moslims alleen maar vanuit het oogpunt van een onveranderlijke religieuze identiteit beschouwt en ervan uitgaat dat een moslim, of hij nu de Franse of de Britse nationaliteit bezit, alleen maar een moslim kan zijn. Een dergelijke excessieve en permanente nadruk op de religieuze identiteit maakt integratie nog moeilijker. Daar komt nog bij dat moslimgemeenschappen geneigd zijn zichzelf als slachtoffers te beschouwen, terwijl ze zich juist dubbel zo hard zouden moeten inspannen om te integreren.

    Islamofobie is een giftig cadeau van het liberale en progressieve Westen aan het islamistische fascisme. Het is een aan twee kanten snijdend mes om de moslims op te sluiten in hun exclusieve religieuze identiteit.

    In de Oxford Dictionary staat een merkwaardige definitie van islamofobie. Het zou gaan om een ‘obsessieve angst voor de islam, vooral als politieke kracht’. Maar de groeperingen die de politieke islam uitdragen, maken ook miljoenen moslims bang met hun totalitaire en gewelddadige boodschap. Moeten deze moslims dan ook als islamofoob worden beschouwd? De beschuldiging van islamofobie kan op zichzelf al een bedreiging van de vrijheid van meningsuiting vormen. Men heeft het recht om iedere religie te bekritiseren, ook de islam, en des te meer als het gaat om religies die in het teken staan van autoritaire bedoelingen.

    Het discours over de islam neemt momenteel bijna dezelfde plaats in als vroeger het discours over het antisemitisme. Mensen die pro-Israël waren grepen toen dit discours aan om alle kritiek op het beleid van de Hebreeuwse staat ten opzichte van de Palestijnen te smoren. Op dezelfde manier probeert de politieke islam nu ieder kritisch discours te smoren over de islam versus de moderniteit. Maar als islamkritiek een blijk is van islamofobie, is kritiek op het christendom dan een blijk van ‘christianofobie’?

  • 7. Stop met de term nepnieuws

    7. Stop met de term nepnieuws

    De term nepnieuws bestaat pas kort, maar heeft nu al zijn betekenis verloren. Weg ermee, vindt Margaret Sullivan.

    Om zich af te zetten tegen een tv-interviewer die zei dat Obamacare toch ook goede kanten heeft, greep de Republikeinse ex-senator en Tea Party’er Jim DeMint naar een makkelijke sneer: ‘Dat valt allemaal in de categorie nepnieuws.’

    Om het CNN-bericht te ontkrachten dat Ivanka Trump haar intrek nam in de kantoren in de East Wing van het Witte Huis, die traditioneel het domein van de first lady zijn, gebruikte radiopresentator en complotdenker Alex Jones dezelfde term. En om de belangrijkste Witte Huis-correspondent van ABC, Jonathan Karl, af te serveren koos een aartsconservatieve website het voor de hand liggende ‘nepnieuwsbrenger’.

    ‘Nepnieuws’ heeft wel degelijk een eigen betekenis: opzettelijk bedachte leugens in de vorm van nieuwsartikelen, bedoeld om het publiek te misleiden. Bijvoorbeeld: het onjuiste verhaal dat paus Franciscus zijn steun voor Donald Trump had uitgesproken, of het ongegronde bericht dat Hillary Clinton vlak voor de verkiezingen aangeklaagd zou worden.

    Maar al bestaat de term nog niet zo lang, hij heeft zijn betekenis nu al verloren. Sneller dan je ‘pizzagate’ kunt uitspreken heeft hij allerlei totaal verschillende betekenissen gekregen: liberale prietpraat. Linkse ideeën. Of gewoon alles uit de wereld van het nieuws dat de toehoorder niet wil horen.

    Noem een leugen gewoon een leugen. Noem een broodje aap een broodje aap. Noem een complottheorie bij zijn naam

    ‘De snelheid waarmee deze term gepolariseerd raakte en zelfs een retorisch wapen werd, laat zien hoe efficiënt de conservatieve media zijn geworden,’ zegt Nikki Usher, hoogleraar aan de George Washington-universiteit. En journalist Jeremy Peters schreef in The New York Times: ‘Conservatieve tv- en radiopersoonlijkheden, top-Republikeinen en zelfs Trump zelf hebben zich van dit begrip meester gemaakt en het ingezet tegen elk nieuws dat niet in hun kraam te pas kwam.’

    Dus ik wil een eenvoudig voorstel doen aan de wereld die zich met de waarheid bezighoudt. Laten we een lijn uitgooien en dat arme kind van het podium trekken. Inderdaad: gebruik het gewoon niet meer.

    Noem een leugen gewoon een leugen. Noem een broodje aap een broodje aap. Noem een complottheorie bij zijn naam. ‘Nepnieuws’ is per slot van rekening een diffuse uitdrukking.

    Kwartiertje roem

    Begrijp me niet verkeerd. Leugens in de vorm van nieuwsverhalen zijn een echt probleem en moeten echte aandacht krijgen. Dat werd maar al te duidelijk toen een man uit North Carolina met zijn automatisch geweerd in de aanslag een pizzeria in Washington binnenliep om ‘zelf eens uit te checken’ wat hij op internet had gelezen: verzonnen onzin over een niet-bestaand kinderprostitutienetwerk waar Hillary Clinton bij betrokken zou zijn.

    We moeten een manier vinden om erover te praten. Hoogleraar Usher, om maar iemand te noemen, vindt de tijd nog niet rijp om het begrip nepnieuws uit te bannen, omdat het volgens haar nog nut heeft voor ‘de politiek onafhankelijke, gemiddeld geïnformeerde, gewone kiezer, die nog niet bij uiterst rechtse of uiterst linkse media is beland’ – voor hem is het een manier om in één woord zijn zorg te uiten over fouten, desinformatie en complotdenken.

    En ja, al deze problemen bestaan echt, en het is belangrijk om erover te discussiëren. Maar het helpt niet om ze allemaal bij elkaar in een blender stoppen en dan op te kloppen tot één schuimige naam. ‘Nepnieuws’ heeft zijn kwartiertje roem gehad. Laten we dit besmette begrip nu uit zijn lijden verlossen.

    Auteur: Margaret Sullivan
    Vertaler: Annemie de Vries

    The Washington Post
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 700.000

    Een van de meest invloedrijke kranten ter wereld. Centrum-rechts georiënteerd met een grote focus op de Amerikaanse politiek.