Tag: terreur

  • IS-strijder in huis

    IS-strijder in huis

    Halverwege het maken van dit nummer werd bekend dat 
er in het Amsterdamse debatcentrum De Balie, waar 360 kantoor houdt, een IS-strijder was gesignaleerd. De man hield zich op tussen het publiek bij een lezing van de Syrische actiegroep Raqqa is Being Slaughtered Silently. Nadat hij werd herkend door leden van de groep, rende hij naar buiten en wist hij op de fiets te vluchten.

    Hoe beangstigend ook, verbazend is het natuurlijk niet dat 
er IS-strijders door de mazen van het net glippen en Europa weten te bereiken. Hoe makkelijk zoiets kan gaan, blijkt uit het verhaal waarmee we deze editie openen. Een goedwillend Zweeds gezin neemt op het hoogtepunt van de vluchtelingencrisis een Syrische jongen in huis. Hij is zestien, noemt zich Paul, is naar eigen zeggen christen en beweert dat hij in Syrië is vastgehouden door jihadisten. Maar na verloop van tijd blijkt het verhaal van de jongen niet helemaal te kloppen. 
Hij heet geen Paul maar Ammar, en vertelt verontrustende verhalen over de horror waarvan hij in Syrië getuige is geweest – en waaraan hij misschien ook heeft meegedaan.

    Toevallig blijkt ook Ammar in hetzelfde Syrische cellencomplex te hebben verbleven, en Padnos was ervan overtuigd dat hij een jihadist was

    Intussen is ook de Amerikaanse journalist Theo Padnos ten tonele verschenen, een oude bekende over wie 360 eerder twee verhalen publiceerde. In het eerste beschreef Padnos zelf hoe hij in Syrië twee jaar werd gegijzeld door terreurgroep Jabhat al-Nusra. In het tweede werd hij door het Duitse weekblad Die Zeit geïnterviewd, samen met zijn medegevangene van destijds, oorlogsfotograaf Matt Schrier. Toevallig blijkt ook Ammar in hetzelfde Syrische cellencomplex te hebben verbleven, en Padnos was ervan overtuigd dat hij een jihadist was.

    Toen Ammar door Jabhat al-Nusra werd vrijgelaten, gaf Padnos hem een briefje mee waarin hij om hulp vroeg. De jongen leverde het briefje nooit af, maar nam het wel mee naar Zweden, waarop zijn pleegmoeder contact opnam met de inmiddels vrijgelaten Padnos. Uiteindelijk komt het tot 
een confrontatie tussen Ammar en Padnos.

    Hoe het afloopt moet u zelf maar lezen. Maar we kunnen alvast verklappen dat Padnos er niet van overtuigd is dat de getrainde en getraumatiseerde Ammar geen bedreiging vormt. Reden temeer om je zorgen te maken over een mogelijk nieuw gewapend conflict in het Midden-Oosten. Hoe dat precies zit, leest u in het minidossier.

    Goed nieuws is er gelukkig ook: Big Pharma gaat Afrika helpen met goedkope kankermedicijnen, en we zijn trots op onze nieuwe cultuuragenda die sinds de vorige editie de VPRO-pagina vervangt.

    Auteur: Han Ceelen
    ceelen@360international.nl

    Beeld: Dit ongedateerde videobeeld in het bezit van The Associated Press, bevestigden destijds de gijzeling van Peter Theo Curtis. – © AP

  • Voetballen 
voor Assad?

    Voetballen 
voor Assad?

    Sport als propaganda

    Het Syrische voetbalelftal plaatste zich onlangs voor de play-offs voor het WK 2018. Een geweldige prestatie, maar ook één met een wrange bijsmaak, schrijft sportjournalist Steve Fainaru: ‘De harde waarheid is dat het voetbal door president Assad is ingelijfd in zijn campagne van onderdrukking en terreur.’ Sterspeler Firas al-Khatib worstelt met de vraag: stel ik me wel of niet beschikbaar? 

    Op een koele middag in februari zit een van de beste voetballers van Syrië in een winkelcentrum in Koeweit te dubben over een beslissing die hem, zo vreest hij, het leven kan kosten. Vijf jaar lang heeft Firas al-Khatib het nationale elftal geboycot uit protest tegen Assad, die zijn stad heeft uitgehongerd en gebombardeerd. Maar nu lijkt hij ineens van gedachten te zijn veranderd. Hij overweegt zich toch weer beschikbaar te stellen voor de beslissende slotfase van de WK-kwalificatie. Zijn motieven zijn complex en hij praat er niet graag over.

    ‘Ik ben bang, bang,’ zegt hij in ietwat plechtstatig Engels. ‘Zodra je in Syrië nu je mond opendoet, is er iemand die je vermoordt – om wat je zegt, om wat je denkt. Niet om wat je dóét. Ze doden je om wat je denkt.’

    Khatib is een man met een tenger postuur, een baardje, bruine krullen en zachte ogen. Bij zijn profclub in Koeweit verdient hij miljoenen. Het chique winkelcentrum waar wij hem spreken, met uitzicht op een jachthaven waar mannen op terrassen aan een waterpijp lurken, geeft een indruk van zijn luxe leventje hier. Maar hij worstelt zichtbaar met zijn grote dilemma. ‘Elke dag lig ik hier een paar uur over te malen voordat ik in slaap kom.’

    Hij pakt zijn telefoon en laat zijn Facebookpagina zien, waarop dagelijks honderden berichten binnenkomen. Zelfs sommige van zijn beste vrienden dreigen nu met hem te breken. Nihad Saadeddine, een speler met wie hij is opgegroeid, zegt dat Khatib ‘samen met iedereen die de misdadige Assad heeft gesteund op de schroothoop van de geschiedenis’ zal belanden, als hij toch weer voor Syrië speelt. En dat hij hem dan nooit meer wil spreken.

    Keuze tussen twee kwaden

    Over 36 dagen speelt Syrië zijn volgende kwalificatieduel. Voor die tijd moet Khatib een keuze maken tussen twee kwaden. Als hij meespeelt, wordt hij de aanvoerder en spil van het team dat zijn land voor het eerst naar een WK kan brengen. Maar dan speelt hij wel voor een bloedig regime dat niet alleen zenuwgas, marteling, uithongering en bombardementen als wapens hanteert, maar ook voetbal als propagandamiddel inzet. Blijft hij het nationale elftal boycotten, dan kiest hij partij voor een met vreedzame demonstraties begonnen oppositie die inmiddels uiteen is gevallen in een baaierd van splintergroeperingen, waaronder IS en Al-Qaida. En voetbal is voor IS al vaker een doelwit van bloedige aanslagen geweest, zoals die bij het Stade de France in 2016, en de zelfmoordaanslag op een jeugdwedstrijd in Irak die aan 29 kinderen het leven kostte.

    ‘Er zijn nu zo veel moordenaars in Syrië, het zijn er niet meer een of twee,’ zegt Khatib. ‘En ik heb aan allemaal een hekel.’ Hij weet zich geen raad. ‘Wat ik ook doe,’ zegt hij, ‘twaalf miljoen Syriërs zullen me toejuichen en de andere twaalf miljoen zullen mijn bloed willen drinken.’

    Het is alsof de Syriërs in het hart van hun echte burgeroorlog nog een miniatuuroorlog uitvechten: een felle en soms ook bloedige strijd om de ziel van hun nationale sport. Nu het land tegen alle verwachtingen in kans maakt op een WK-plaats, komen ook sommige spelers (en coaches) tegenover elkaar te staan. De Syrische regering roemt het voetbalveld als een plek waar Syriërs van alle gezindten nog vreedzaam kunnen samenkomen. Voetbal is ‘een droom die mensen samenbrengt,’ zegt Bashar Mohammad, woordvoerder van het nationale elftal. ‘Het tovert een lach op hun gezicht en helpt ze de geur van dood en verwoesting even te vergeten.’ Maar de harde realiteit is dat het voetbal door Assad is ingelijfd in zijn campagne van onderdrukking en terreur – en dat de FIFA het toelaat.

    Minstens 38 spelers uit de hoogste twee competities en nog eens tientallen uit lagere divisies zijn al door de Syrische regering doodgeschoten, omgekomen bij bombardementen of doodgemarteld. Dat soort cijfers worden verzameld door Anas Ammo, een voormalig sportjournalist uit Aleppo die nu onderzoek doet naar mensenrechtenschendingen tegen Syrische sporters. Minstens dertien voetballers worden vermist. Op kleinere schaal hebben ook de oppositiestrijdkrachten sporters gedood: Ammo telt vier slachtoffers van IS. Maar volgens het Syrische Netwerk voor Mensenrechten is het vooral de regering die ‘sporters en sportfaciliteiten inzet voor haar gewelddadige bewind’. Voetbalstadions zijn gebruikt als uitvalsbasis voor aanvallen op burgers, en vanaf het begin van de oorlog werden teams gedwongen voor het regime te demonstreren met spandoeken of shirts met afbeeldingen van Assad. ‘Assad was erop gebrand dat sporters en kunstenaars hem zouden steunen, want zij hebben invloed op de mensen,’ zegt Ammo. ‘Als speler moest je aan die demonstraties meedoen.’

    In 2015 ontving de FIFA een dossier vol bewijzen dat Syrië het verbod op politieke inmenging in het voetbal overtreedt. De afgelopen tien jaar heeft de FIFA op basis van dat verbod al twintig keer een land uitgesloten van internationaal voetbal. Maar op het rapport ‘Oorlogsmisdaden tegen Syrische voetballers’ reageerde de FIFA alleen met de mededeling dat ‘de tragische omstandigheden ver buiten het bereik van de sport vallen’.

    Spelen voor het nationale elftal ervoer hij als “een schandvlek”. “Ik kon het gewoon niet meer. Het voelde als verraad aan iedereen die door de dictatuur was vermoord”

    Mark Afeeva, een in sportzaken gespecialiseerde advocaat in Londen, vindt Syrië ‘een duidelijk geval van systematische staatsinmenging in de sport’ en zegt: ‘De wereldvoetbalbond heeft simpelweg de ballen niet om op te treden tegen wat overduidelijk een zeer kwalijke zaak is.’

    Fadi Dabbas, vicevoorzitter van de Syrische voetbalbond en teamchef van het nationale elftal, wijst alle beschuldigingen van de hand. Volgens hem zijn ze afkomstig van spelers in ballingschap die tegen het regime zijn: ‘De regering beschermt het Syrische volk, en hun probleem is dat zij Syrië verlaten hebben en alleen voor zichzelf spreken.’

    De mogelijke WK-deelname van Syrië stelt niet alleen de FIFA, maar ook spelers en supporters voor een moreel dilemma. Honderden Syrische spelers zijn het land ontvlucht. Daaronder ook voormalige leden van de nationale selectie, zoals verdediger Firas al-Ali. Kort nadat zijn nichtje van dertien bij een regeringsaanval was omgekomen, is hij Syrië halsoverkop ontvlucht. Nu zit hij in een tentenkamp bij Karkamis, aan de Turkse grens. Spelen voor het nationale elftal ervoer hij als ‘een schandvlek’, zegt hij. ‘Ik kon het gewoon niet meer. Het voelde als verraad aan iedereen die door de dictatuur was vermoord. Die spelers voeren de vlag des doods.’

    Seremban, Maleisië. Een klamme middag in september 2016. In de lobby van The Royale Bintang Resort & Spa zitten de spelers van het Syrische nationale elftal te wachten op de bus die hen naar het trainingsveld moet brengen. Hun thuiswedstrijd in de derde kwalificatieronde spelen ze hier in Maleisië, want het Syrische team is als een weeskind dat van pleeggezin naar pleeggezin zwerft. Normaal werkt het zijn thuiswedstrijden af in het stadion van Damascus of Aleppo, maar dat mag niet meer van de FIFA, omdat de veiligheid van spelers en supporters daar niet gegarandeerd is. In de tweede speelronde kon Syrië zijn thuiswedstrijden nog afwerken in Oman, maar ditmaal kon het team nergens in het Midden-Oosten terecht. Enkele dagen voor de eerste wedstrijd deed Macau een aanbod, dat al snel weer werd ingetrokken. In arren moede heeft de Syrische bond nu zijn toevlucht genomen tot Seremban, een industriestad aan de andere kant van de Indische Oceaan, meer dan 7500 kilometer van Syrië vandaan.

    De spelers hebben een afmattende reis achter de rug. ‘Eerst hoorden we dat we zouden spelen in Qatar, toen in Libanon of Macau,’ zegt aanvoerder Abdulrazak al-Hussein. ‘Ik weet niet hoe het precies gegaan is. Je zou toch niet steeds overal geweigerd moeten worden.’ Drie dagen eerder hebben ze uit met 1-0 verloren van Oezbekistan. Na de lange reis hierheen moeten ze over twee dagen aantreden tegen Zuid-Korea. Tien jaar geleden speelden ze al eens in eigen land tegen dat team, voor 35.000 man publiek. Terwijl ze zitten te wachten, vragen de spelers zich af hoeveel supporters er ditmaal zullen opdagen. ‘Hopelijk toch wel drie,’ zegt er een lachend.

    Met al deze problemen is het helemaal een wonder dat het team nog niet is uitgeschakeld. Naast de logistieke problemen en het ontbreken van belangrijke spelers zit de nationale ploeg ook op zwart zaad. Sancties van de EU en de VS hebben de FIFA gedwongen om de ontwikkelingsgelden voor het Syrische voetbal te bevriezen. Hier in Seremban trainen ze op een armetierig veldje om geen 3500 dollar veldhuur aan het stadion te hoeven betalen, zegt Kouteiba al-Refai, de gekweld kijkende secretaris-generaal van de bond, die zelf ook geen salaris ontvangt.

    Na de tweede speelronde staat Syrië tweede in de groep, achter Japan. Het land is in 31 jaar niet zo dicht bij kwalificatie voor een WK geweest. Door de FIFA is het zwakke team op het schild geheven als de ultieme underdog. Op de website fifa.com staan verhalen over hoe het kleine land tegen de klippen op een WK-ticket in de wacht lijkt te slepen. ‘De prestatie van Syrië lijkt welhaast een wonder’, stond er in februari nog te lezen. Maar in al die verhalen blijft één detail steeds onvermeld: dat het elftal een regime vertegenwoordigt dat wordt beschuldigd van oorlogsmisdaden tegen de eigen bevolking. Impliciet onderschrijft de FIFA zo het standpunt van het regime dat het nationale elftal politiek neutraal is. Volgens Dabbas, de zakenman die optreedt als teamchef, willen ze ‘alle Syriërs verenigen’ en ‘de wereld laten zien dat Syrië nog leeft’. Tegelijkertijd laat hij er geen twijfel over bestaan dat ze ‘voor onze president’ spelen: ‘Elke Syriër in Syrië vertegenwoordigt president Assad, en zijne excellentie president Bashar al-Assad vertegenwoordigt ons. Wij zijn trots op onze president. We zijn trots op wat hij heeft bereikt. Wij willen hem bedanken voor wat hij voor ons land heeft gedaan, we staan achter hem en volgen zijn leiding.’ Volgens Dabbas volgt Assad de verrichtingen van het team op de voet.

    Er zijn genoeg tekenen dat de nationale ploeg niet het hele Syrische volk vertegenwoordigt, maar vooral een wrede dictatuur die hiermee zijn menselijke gezicht wil tonen. In november 2015 verscheen toenmalig bondscoach Fajer Ebrahim op een persconferentie in een T-shirt met een foto van Assad. Het is Syrische vluchtelingen niet ontgaan dat hij het podium van het WK toen aangreep om Assad te prijzen als ‘de beste man ter wereld’. Ook toen hij in Kuala Lumpur door ESPN werd geïnterviewd, begon hij spontaan Assad te prijzen. ‘Zonder onze president zou Syrië worden vernietigd,’ zei hij. Op de vraag of een voetbalcompetitie de geëigende plek was voor politieke uitspraken, was zijn antwoord: ‘Alles heeft nu met alles te maken.’

    Omdat het regime al duizenden critici heeft gemarteld en vermoord, is het soms moeilijk in te schatten hoe oprecht de uitlatingen van spelers en leden van de technische staf zijn. Volgens Anas Ammo zijn familieleden van sommige spelers opgepakt of gedood. ‘Ze moeten in feite wel spelen om hun familieleden in leven te houden,’ zegt Ammo, die ons verzoekt geen namen te noemen, om spelers en hun familie niet in gevaar te brengen. Andere spelers zijn oprecht trouw aan Assad. Maar Ammo zegt ook van twee spelers te weten dat ze bang zijn dat de overheid hun paspoort intrekt, zodat ze niet meer in het buitenland kunnen spelen. Volgens hem zou een groot deel van het team ervandoor gaan als hun paspoort niet kon worden ingetrokken.

    ‘Wat ik ook doe, twaalf miljoen Syriërs zullen 
me toejuichen 
en de andere twaalf miljoen zullen mijn bloed willen drinken’

    Nauwelijks bekomen van de lange vliegreis treden de Syriërs op een benauwde avond in september aan in het Tuanku Abdul Rahman-stadion in Seremban. Dat heeft een capaciteit van 45.000 man, maar ondanks de gratis toegang zitten er nog geen vijfduizend toeschouwers. Ter hoogte van de middenlijn zit een honderdtal Syriërs hun team aan te moedigen, vooral studenten die zijn overgekomen uit Kuala Lumpur. Het altijd sterke Zuid-Korea speelt dreigend maar komt niet tot scoren, en al snel is Syrië alleen nog bezig om er een 0-0 uit te slepen, en daarmee zijn eerste wedstrijdpunt in deze speelronde. Om de zoveel minuten gaat er weer een Syriër naar de grond om tijd te rekken. De supporters rollen een spandoek uit: een enorme foto van Assad. ‘Syrië, Syrië,’ scanderen ze. Beveiligers snellen toe en laten het spandoek weghalen. Dan klinkt het eindsignaal: 0-0. Iemand van de technische staf maakt een radslag en de reservespelers stormen het veld op. ‘Dit is geen prestatie, dit is een wonder,’ zegt aanvoerder Hussein na afloop. ‘Vandaag hebben we bewezen dat we niet gewoon spelers zijn, maar helden.’

    Dan Berlijn. Een ijskoude, regenachtige middag in februari. Een andere werkelijkheid. Twee dozijn Syrische vluchtelingen dicht opeengepakt in de kleedkamer van de SV Buchholz, een amateurclub die uitkomt op het achtste niveau. Een grijze keet met een sportveldje, midden in een woonwijk. Een voor een trekken de Syriërs een groen voetbalshirt uit een papieren zak. Voor het raam hebben ze de vlag van de Syrische revolutie gehangen – groen-wit-zwart met drie rode sterren. Ten minste twee teams, een in Turkije en een in Duitsland, voetballen namens het Vrije Syrië. Alle spelers hier in Berlijn maken deel uit van de Syrische vluchtelingenpopulatie, inmiddels al bijna zes miljoen mensen groot. Er zitten veteranen bij uit de Syrische competitie; volgens hun coach Nihad Saadeddine vertegenwoordigen ze ‘de mensen die zijn onderdrukt door het regime’ en ‘de sporters die hun leven hebben gegeven voor hun land’.

    Dan druppelen ook de spelers van SV Buchholz binnen. Opgewekt en zorgeloos, blond en kerngezond, als modellen uit een Duitse reisbrochure. De Syriërs vormen zelfs in hun nieuwe tenues nog een verfomfaaid groepje, een verzameling mannen die met de moed der wanhoop strijden voor de goede zaak. ‘Veel van onze spelers hier hebben gevangengezeten of zijn gewond geraakt,’ zegt Saadeddine. Hij is 35 maar ziet er tien jaar ouder uit, met dun haar en holle ogen. Hij was middenvelder, maar zegt tijdens het beleg van Homs in zijn knie te zijn geraakt door een sluipschutter; daarna raakte hij praktisch bedolven onder een muur waarachter een mortiergranaat insloeg toen hij vrouwen en kinderen uit een woning probeerde te halen. Eenmaal in Oostenrijk, waar hij nu woont, stelden artsen drie wervelbreuken bij hem vast. Hij geeft zijn spelers een peptalk: ‘Wij vechten ergens voor, jongens: wij willen de misdadigheid van dit regime aan de kaak stellen en laten zien wat ze met sporters en andere gevangenen doen. In het team van het Vrije Syrië vertegenwoordig je miljoenen mensen.’

    Een van de spelers is Jaber al-Kurdi. Hij werd in 2013 door het regime opgepakt in Hama, waar hij bij de club Taliya speelde. Kurdi zegt dat hij achter de oppositie stond maar nooit een wapen heeft opgenomen. ‘Hoe zouden deze handen een geweer moeten vasthouden?’ zegt hij. ‘Meisjeshanden zijn nog groter.’ Het enige wat hij gedaan heeft, zegt hij, was in demonstraties meelopen en vluchtelingen helpen met kleding en onderdak. ‘Ik kan niet tegen bloed. Maar toen ik mensen in mijn stad zag die in parken en op straat sliepen, kon ik niet werkloos toezien.’

    De gevangenissen van Assad worden door Human Rights Watch ‘een martelarchipel’ genoemd. Kurdi werd zonder vorm van proces vastgehouden in verschillende detentiecentra in Hama, Homs en Damascus. Op de ‘Palestijnse’ afdeling van de militaire inlichtingendienst in Damascus werden zijn voetzolen met een rubberslang bewerkt en kreeg hij elektrische schokken op zijn hoofd. Hij werd een week lang opgesloten in een klein hok waarin hij zich nauwelijks kon verroeren en niet eens ruimte had om te gaan zitten. ‘Het was daar koud, en af en toe kwamen ze even langs om me nat te gooien met water en gingen dan weer weg,’ zegt Kurdi. Na negen maanden werd hij voorgeleid bij een militaire rechter, die zijn vrijlating gelastte. De bewaker van wie hij zijn bezittingen terugkreeg – een lege portemonnee – maakte met een mes ook nog snel een jaap in zijn wijsvinger. ‘Als aandenken,’ zei hij erbij. Kurdi laat het kleine litteken zien.

    Hier in Duitsland is hij in therapie voor zijn terugkerende nachtmerries, waarin Syrische veiligheidsagenten hem achterna zitten in de platgebombardeerde straten van Hama. ‘Ik ben hier niet gelukkig,’ zegt hij, als hij tijdens een gesprek in tranen uitbarst. ‘Duitsland heeft ons opgenomen en biedt ons veiligheid, daar zijn we dankbaar voor. Maar geestelijk zijn we niet gelukkig. Ons volk wordt afgeslacht.’


    Er is één naam die in bijna elk gesprek met de voetballers valt: die van Jihad Qassab, een veertiger die vroeger de ster was van Karama in Homs. Het is niet duidelijk waarom deze oud-middenvelder op 19 augustus 2014 is opgepakt. Hij is nooit berecht. Zijn familie en vrienden denken dat hij in de militaire gevangenis in Saydnaya is beland, het duistere hart van Assads martelarchipel. Volgens Amnesty International, dat zich baseert op getuigenverklaringen, worden de sterkere gevangenen daar door bewakers gedwongen om de zwakkere te verkrachten. Er worden continu mensen afgetuigd. In een ondergrondse executieruimte kunnen tientallen gevangenen tegelijkertijd worden opgehangen. Amnesty noemt Saydnaya ‘een slachthuis’ en schat dat er in vier jaar tijd bijna 13.000 gevangenen zijn geëxecuteerd.

    Vorig jaar september, twee jaar na zijn verdwijning, werd bekendgemaakt dat Qassab is overleden. Dat nieuws kwam naar buiten via moskeeën in Homs en werd opgepikt door sociale media, het Syrisch Netwerk voor Mensenrechten en reguliere media. Nadere details zijn niet bekendgemaakt. ‘In elk ander land zou Jihad zijn geëerd om zijn verdiensten voor de sport,’ zegt Mohamed Hameed, oud-speler van Karama en een goede vriend van Qassab. ‘In Syrië, onder Assad, wordt hij opgepakt en gemarteld.’

    Qassabs stoffelijke resten zijn volgens zijn vrienden nooit vrijgegeven, en sommigen zijn ervan overtuigd dat hij nog leeft. Rashad Shamma, die hem goed kende, zegt dat hij bij zijn snoepwinkeltje in Saoedi-Arabië een kleine herdenkingsdienst voor Qassab heeft gehouden. Het is tekenend voor de onwerkelijke sfeer van geweld in Syrië dat een ster als Qassab zomaar kan verdwijnen, dood worden verklaard en worden herdacht in een ceremonie, en dat Shamma vervolgens rustig kan zeggen: ‘Misschien leeft hij nog. Wie zal het zeggen?’

    Fadi Dabbas van de Syrische voetbalbond zegt desgevraagd dat hij nog nooit van de man heeft gehoord. Als hij erop wordt gewezen dat Qassab meer dan tien jaar in de Syrische competitie heeft gespeeld, zegt hij: ‘Ik weet niet wat er met hem is gebeurd nadat hij bij zijn club is gestopt. Ik heb daar geen informatie over.’

    In Berlijn mogen de gevluchte Syriërs dan een symbolische strijd voor hun land voeren, voor het handjevol Duitse toeschouwers dat op die kille zondagmiddag in de gestage regen staat te kijken verliezen ze met 5-2 van SV Buchholz. De wedstrijd heeft iets heroïsch en tegelijkertijd iets ongemakkelijks. De Syriërs maken het eerste doelpunt, uit een prachtige voorzet van de zijkant, maar in de tweede helft worden ze weggespeeld door de Duitsers. Die zijn veel beter in conditie en kunnen regelmatig trainen: de Syriërs zijn de vorige dag pas voor het eerst bij elkaar gekomen. Een Syrische verdediger krijgt bij een van de vele Duitse schoten op doel de bal keihard in zijn gezicht. Hij blijft minutenlang uitgeteld op de grond liggen voordat hij weer opstaat en wankel wegloopt.

    ‘Ik kan hier niet meer over praten. Sorry, het spijt me enorm. Het is beter voor mij, beter voor mijn land, beter voor mijn familie, beter voor iedereen als ik daar niet meer over spreek’

    De Vrije Syriërs willen een alternatief vormen voor het nationale elftal van Assad. Maar dat blijkt deze middag een ijle droom. Syrië heeft maar één echt nationaal elftal, en de spelers die goed genoeg zijn om daarvoor geselecteerd te worden, moeten zelf beslissen wat dat team volgens hen vertegenwoordigt.

    Toen Firas al-Khatib in juli 2012 besloot het nationale elftal de rug toe te keren, stond zijn stad Homs in brand. Khatib is een van de bekendste inwoners van Homs en een van de beroemdste Syrische sporters – al sinds zijn tienerjaren is hij een ster. Begin deze eeuw verliet hij zijn land voor een voetbalcarrière die hem van België via China uiteindelijk naar Koeweit voerde, waar hij nu al meer dan tien jaar in de competitie speelt en topscorer aller tijden is. Met de miljoenen die hij verdient, heeft hij meebetaald aan een straat in zijn stad Homs, de Al Khatib-straat, met een voetbalveld en een moskee die ook zijn familienaam draagt. Maar al verdiende hij zijn geld in het buitenland, hij kwam altijd terug naar Syrië om voor zijn land uit te komen. ‘In het nationale elftal heb je 24 miljoen mensen achter je, 24 miljoen Syriërs die hopen dat je wint,’ zegt hij.

    Toen hij bij een demonstratie in Koeweit aankondigde geen interlands meer te willen spelen, was dat een tegenslag voor Assad. Gehuld in een sjerp in de kleuren van de revolutie zei Khatib tegen de uitzinnige menigte: ‘Ik wil hier in het bijzijn van de media zeggen dat ik niet meer voor het Syrische elftal zal spelen zolang er in Syrië bommen vallen.’ Khatib werd op de schouders gehesen en toegejuicht.

    Als we hem in februari spreken, kost het hem moeite om uit te leggen waarom hij nu misschien toch weer voor zijn land wil uitkomen. Aan de misdaden tegen de burgerbevolking is immers nog geen eind gekomen. ‘Het is heel ingewikkeld wat er allemaal is gebeurd,’ zegt hij. ‘Ik kan hier niet meer over praten. Sorry, het spijt me enorm. Het is beter voor mij, beter voor mijn land, beter voor mijn familie, beter voor iedereen als ik daar niet meer over spreek.’

    Maar er valt wel iets af te leiden uit de dingen hij zegt. Bijvoorbeeld dat hij al zes jaar niet meer in de Al Khatib-straat is geweest. En zijn vader niet meer ziet, die vanwege zijn gezondheid niet kan reizen. ‘Dit is de moeilijkste tijd in mijn leven,’ zegt hij. ‘Ik wil niet terugkeren om voor het nationale elftal te spelen of voor of tegen de regering te kiezen. Ik wil naar Syrië als burger die terugkeert naar zijn land. Ik wil mijn ouders eindelijk weer zien, en mijn broers.’ Khatib zegt dat hij nog steeds droomt van een carrière in Homs als voorzitter van de lokale club Karama.

    Toen Khatib zijn boycot aankondigde, heerste alom het idee dat het regime van Assad op omvallen stond. ‘Dat was een goede revolutie,’ zegt hij. ‘Mensen wilden vooruitgang, een sterker land, een beter leven.’ Nu zit Assad weer vast in het zadel. Zijn regering heeft niet alleen Homs, maar sinds december ook Aleppo weer in handen, ooit de dichtstbevolkte stad van het land. De Syrische profcompetitie, lange tijd beperkt tot de steden Damascus en Latakia, kan nu ook weer in andere delen van het land worden gehouden. Eind januari speelden Ittihad en Hurriya, de twee aartsrivalen uit Aleppo, hun eerste stadsderby sinds 2012. De regering buitte het meteen uit als een symbool van de teruggekeerde rust.

    ‘Ik heb gezegd dat ik niet wilde spelen zolang er geen eind kwam aan dat moorden, al die doden,’ zegt Khatib. ‘Nu vraag je waarom ik van standpunt ben veranderd. Het is een voetbalbeslissing, geen politieke beslissing. We willen gelukkig zijn, we willen iets waar we blij van worden. In Syrië zijn nu alleen dingen die ons verdrietig maken.’

    Hij heeft op dat moment nog vijf weken de tijd om te beslissen of hij meespeelt met de volgende wedstrijd. Na de 0-0 tegen Zuid-Korea heeft Syrië gewonnen van China en gelijkgespeeld tegen Iran, de nummer één van de groep. Syriës WK-debuut is binnen bereik.

    Maar hoe kan Khatib meespelen in de ploeg van een regering die burgers blijft bombarderen en zich schuldig maakt aan moord en marteling op ‘mensen van wie je houdt, op ploeggenoten’? ‘Een heel, heel, heel moeilijke vraag,’ zegt Khatib met een klaaglijke glimlach. ‘Ik kan er niet over praten, echt. Ik wil wel. Maar het gaat niet.’

    Paradijs op aarde

    Andere spelers piekeren er niet over om ooit nog voor Assad te spelen. Firas al-Ali bijvoorbeeld. ‘Voor mij was Syrië een paradijs op aarde,’ zegt de voormalige verdediger van het nationale elftal. Maar hij zit niet meer in Syrië en al helemaal niet in een paradijs. Het vluchtelingenkamp bij het Turkse Karkamis heeft meer weg van een open gevangenis. De bijna zevenduizend bewoners van dit tentenkamp (waaronder bijna tweeduizend kinderen) zijn vrij om te gaan – maar ze kunnen nergens heen.

    Vroeger had Ali drie huizen. Nu passen al zijn bezittingen in een van de honderden strak in het gelid opgestelde tenten op de zongeblakerde droge grond. Zijn tent is precies even groot als alle andere, binnen is alles keurig netjes ingericht. Witte glasgordijnen langs de wand, een oosters tapijt op de houten vloer. Een U-vormige zithoek van fleurige kussens. Op een kookplaatje staat een klein zilveren theepotje te pruttelen en er staan zelfs een kleine tv en een koelkastje. Hier woont Ali (31) nu al drie jaar met zijn vrouw en drie kinderen. Zijn jongste dochter Aysha is hier geboren. Voor Syrische voetballiefhebbers moet het onvoorstelbaar zijn: hun ster in zulke primitieve omstandigheden. Bij Shorta, een van de Syrische topclubs, verdiende hij meer dan een ton per jaar, een fortuin in Syrië. En hij zat in de nationale selectie. ‘Uit de 23 miljoen inwoners werd ik gekozen als een van de beste twintig van mijn land,’ zegt hij. ‘Ik was beroemd en werd overal herkend. Financieel had ik niets te klagen. Het kwam nooit in me op om naar het buitenland te gaan.’

    Nu is Ali een vluchteling. En hij zegt liever hier te blijven dan ooit nog voor Syrië uit te komen. In 2011 werd zijn geboortestad Hama aangevallen door regeringstroepen. Zijn negentienjarige neef Adbullah, een student aardrijkskunde, werd doodgeschoten bij protesten. Later kwam een nicht van hem om toen haar huis werd geraakt door een van de vatenbommen die de regeringstroepen over woonwijken uitstrooien. Ali was kort na de inslag ter plekke. ‘Het is een nachtmerrie als iemand zo aan stukken gereten wordt,’ zegt hij. ‘Ze was vrij fors, maar we hebben niets meer van haar teruggevonden.’ Ali begon mee te lopen in demonstraties, met gezichtsbedekking omdat hij zo herkenbaar was. Hij had het gevoel dat hij een dubbelleven leidde: tegen Assad protesteren op straat en voor hem spelen op het voetbalveld.

    Op een ochtend kwam hij in het Abbasiyyin-stadion in Damascus voor de training en zag dat er een legerbasis van was gemaakt. ‘Wij hadden de helft van het stadion om te trainen, de andere helft was voor de Vierde Divisie. Ik zag het met mijn eigen ogen! Artillerie op een sportveld. Vanuit het stadion waar ik aan het trainen was, rukten zij uit om demonstraties neer te slaan. Soms hoorde ik geweervuur buiten het stadion. En de demonstranten hadden toen nog geen wapens. De enige wapens waren in handen van de regeringstroepen.’

    Fajer Ebrahim, de man met een foto van Assad op zijn T-shirt, was toen nog bondscoach. Hij zei openlijk dat de regering de opstand moest neerslaan. Door wedstrijden te winnen, hield hij zijn spelers voor, zouden ze de wereld laten zien dat de protesten weinig uithaalden. De meningen van de spelers waren verdeeld. Ali raakte gedemotiveerd, zijn prestaties gingen achteruit: ‘Ik was er niet bij met mijn hoofd. Al die vrienden en familieleden die stierven.’

    Op trainingskamp voor een toernooi in India kreeg Ali bericht dat Alaa, zijn nichtje van dertien, was omgekomen bij een regeringsaanval op een dorp buiten Hama. Een halfuur later schoof hij met het nationale elftal aan voor het avondeten. Toen een van zijn ploeggenoten de demonstranten bespotte, gooide Ali een lepel naar zijn hoofd. De andere spelers moesten hen uit elkaar houden. Ali ging naar zijn kamer en belde zijn familie.

    ‘Ik stop ermee,’ zei hij tegen zijn zus.

    ‘Hoe bedoel je?’ vroeg ze.

    ’Ik wil nooit meer voor ze spelen,’ antwoordde hij.

    Hij liet zich de volgende ochtend om half zes ophalen door twee van zijn broers, met wie hij in één ruk doorreed naar gebied dat in handen was van rebellen. Als bekend voetballer kon hij bij controleposten meteen doorrijden, de militairen wisten nog niet dat hij op de vlucht was. Zo belandde hij met zijn jonge gezin uiteindelijk in Turkije. Vrij, maar niet vrij van problemen. ‘Mijn banktegoeden werden door het regime in beslag genomen,’ zegt hij. ‘Ik had drie huizen, die zijn vernietigd. Een stukje grond, dat ben ik ook kwijt. Ik heb niets meer.’

    Een Syrische jongen houdt een speelgoedpistool vast tijdens een partijtje voetbal in de kapotgeschoten oude stad van Holms. – © Hassan Ammar / HH
    Een Syrische jongen houdt een speelgoedpistool vast tijdens een partijtje voetbal in de kapotgeschoten oude stad van Holms. – © Hassan Ammar / HH

    We spreken hem bij het ‘winkelcentrum’ van het tentenkamp: een verzameling stalletjes waar van alles te koop is, van voedsel in blik tot kookgerei en stroomaggregaten. Een van de verkopers brengt Ali een schotel gegrild vlees, waarmee hij snel een stalletje induikt om te ontkomen aan de vele vliegen. Hij slijt zijn dagen vooral met het geven van voetballes aan de kinderen, voor wie hij hier een beroemdheid is. ‘Het is zwaar, maar ik heb nergens spijt van,’ zegt hij. ‘Hoe moet je je voelen als je speelt voor de vlag en het portret van de man die als enige verantwoordelijk is voor de dood en verdrijving van meer dan zeven miljoen Syriërs?’

    Is Syriës nationale elftal niet meer dan een propagandawapen voor Assad, een middel om te doen alsof er niets aan de hand is? Anas Ammo’s antwoord op die vraag was het aanleggen van een mensenrechtendossier tegen de Syrische regering. Zo wil hij zijn steentje bijdragen aan de oppositie. Vroeger werkte hij als sportjournalist voor de Syrische krant Al-Watan en was hij onbezoldigd woordvoerder voor Ittihad, de grootste club van Aleppo. Nu houdt hij kantoor in Mersin, een kuststadje in Turkije. Vijf jaar geleden kwam hij tot het inzicht dat veel voetballers slachtoffer werden van Assads wrede onderdrukking en dat het regime zijn geliefde sport als propagandamiddel misbruikte. Tientallen spelers zijn gedood en duizenden op de vlucht gejaagd; volgens Ammo ‘is een complete generatie voetballers weggevaagd’. In de loop van de oorlog heeft het regeringsleger stadions in alle grote steden gebruikt als uitvalsbases of detentiecentra. Zo blijkt uit filmopnamen van activisten dat vanuit het Abbasiyyin-stadion in Damascus raketten werden afgevuurd. Maar volgens Fadi Dabbas van de voetbalbond zijn er nooit stadions voor militaire doeleinden gebruikt. Hij verwijt de westerse media partijdigheid.

    Volgens de statuten van de FIFA moeten de aangesloten voetbalbonden ‘onafhankelijk en zonder inmenging van derden’ kunnen opereren. Op die clausule is de afgelopen tien jaar al 24 keer een beroep gedaan bij aanklachten tegen nationale bonden, resulterend in twintig schorsingen als gevolg van duidelijke overheidsbemoeienis. Zo werd Irak in 2009 geschorst omdat de regering het bestuur van de voetbalbond naar huis had gestuurd en vervangen door mensen van de veiligheidsdienst. In 2014 werd Nigeria geschorst omdat de regering het bondsbestuur had ontslagen na de teleurstellende resultaten op het WK in Brazilië. Volgens Ammo vormen ook het gebruik van het Syrische nationaal elftal als propagandamiddel en het gebruik van stadions voor militaire doeleinden een inbreuk op de FIFA-statuten. Door daar niet tegen op te treden maakt de FIFA zich volgens hem ‘medeplichtig aan alle tegen voetballers gepleegde misdaden en alle schade die is toegebracht aan stadions en sportfaciliteiten’.

    Ammo mailde zijn informatie door aan Ayman Kasheet, een voormalige profvoetballer die asiel heeft gekregen in Zweden. In augustus 2014 reisde Kasheet naar Zürich om de FIFA hierop aan te spreken, maar hij kwam niet voorbij de receptie. Om iets te bereiken, begreep hij, moest hij een gedegen rapport opstellen. Hij volgde een cursus van Amnesty International over het documenteren van mensenrechtenschendingen. Dat resulteerde in een twintig pagina’s tellende ‘aanklacht’ namens ‘meer dan tweeduizend sporters die zijn afgesneden van de Syrische voetbalbond’. Het rapport bevat een lijst van tien spelers (waarvan negen met foto) die vermoedelijk gevangen worden gehouden door het regime, plus elf minderjarige en twintig meerderjarige spelers die door de regeringstroepen zouden zijn gedood. Ook bevat het rapport foto’s en filmpjes van stadions die door de strijdkrachten zijn bezet.

    Als Kasheet de informatie eerst naar de FIFA mailt en het rapport vervolgens ook persoonlijk komt afgeven bij de receptie op het hoofdkantoor, hoort hij niets terug. Dan gaat hij in augustus 2015 weer naar het hoofdkantoor in Zürich, nu samen met een tolk die alles filmt. Na veel gesoebat krijgt hij Alexander Koch te spreken, het hoofd Communicatie. ‘Hij zegt dat het fijn zou zijn als de FIFA iets met dit rapport zou doen, want de enige manier om druk uit te oefenen is via de FIFA, omdat de voetbalbond daaronder valt,’ zegt de tolk tegen Koch. Koch lijkt wat van zijn stuk gebracht. ‘Het probleem is dat dit allemaal niet over het voetbal gaat,’ zegt hij. Volgens Koch moet Kasheet zijn klacht indienen bij de Syrische bond, zodat die weer een klacht kan indienen bij de FIFA. Kasheet probeert duidelijk te maken dat zijn aanklacht juist gericht is tégen de Syrische bond, die aan de leiband van Assad loopt.

    Een maand later bevestigt de FIFA bij monde van vicesecretaris-generaal Markus Kattner dat deze zaak buiten de competentie van de bond ligt. ‘De FIFA steunt alle pogingen om te zorgen dat iedereen kan voetballen in omstandigheden die vrij zijn van geweld, en we danken u voor initiatief’, mailt Kattner, die korte tijd later ontslagen zal worden wegens financiële onregelmatigheden. Hij voegt er nog aan toe dat de in het rapport beschreven zaken de sport ‘overstijgen’.

    De Syrische coach Fajer Ebrahim (m.) draagt een T-shirt met de a eelding van Assad voor de match tegen Singapore in november 2015. – © Roslan Rahman / AFP /Getty Images
    De Syrische coach Fajer Ebrahim (m.) draagt een T-shirt met de a eelding van Assad voor de match tegen Singapore in november 2015. – © Roslan Rahman / AFP /Getty Images
    ‘Ik zal niet zeggen dat het nationale elftal de volle breedte van het Syrische volk vertegenwoordigt, maar het vertegenwoordigt wel een mooi verleden. Sport moet gescheiden blijven van het conflict’

    ‘De FIFA moest zich schamen,’ zegt een aangeslagen Kasheet als hij erop terugkijkt. Hij was er kapot van. ‘Ik vroeg de FIFA niet om meteen een beslissing te nemen, ik vroeg ze alleen om een onderzoek in te stellen. Als de informatie niet blijkt te kloppen, kunnen ze het altijd nog terzijde leggen.’

    Op vragen van ons wil de FIFA niet ingaan. De woordvoerder stuurt alleen een algemene verklaring: ‘De FIFA heeft de afgelopen jaren van verschillende kanten – vaak tegenstrijdige – signalen gekregen over geweld met betrekking tot het voetbal in dat land. We begrijpen de tragische omstandigheden waarin dit plaatsvindt, maar als sportfederatie moeten wij ook beseffen dat deze zaken het domein van de sport ontstijgen, in een land dat verwikkeld is in een burgeroorlog.’ Volgens de woordvoerder kan de FIFA niets doen omdat er grenzen zijn ‘aan onze competentie en ons vermogen om de waarheid van de beschuldigingen in die complexe situatie te beoordelen’. Volgens advocaat Mark Afeeva wil de FIFA zich gewoon niet branden aan een politieke crisis waarin grote mogendheden een rol spelen, met name de VS en Rusland, gastland van het komende WK.

    Op een koude avond in maart treden de teams van Zuid-Korea en Syrië aan in het World Cup Stadium in Seoul. De opzienbarendste verandering is dat Firas al-Khatib er sinds de wedstrijd tegen Oezbekistan van vorige week weer bij is. Khatib en de Syrische bond doen allebei alsof het niets bijzonders is. ‘De vorige keer was ik niet eens geselecteerd,’ zegt Khatib. Volgens de teamchef ‘was Khatib altijd welkom in het team’, maar was hij de vorige keer ‘door zijn situatie verhinderd’.

    Khatib interviewen lukt nu pas na veel gesteggel met de persvoorlichter, die eerst nog eist dat we geen vragen stellen over politiek. Die garantie krijgt hij niet, maar Khatib wekt de indruk dat hij er zelf ook niet over wil praten. ‘We laten de politiek erbuiten en gaan het alleen over voetbal hebben,’ zegt hij. Het nationale elftal speelt volgens hem ‘voor het hele volk, voor heel Syrië’, niet alleen voor de regering. Niets doen is geen optie meer. ‘We kunnen niet zitten afwachten en doodgaan. We moeten iets doen voor onze familie, ons land, onze vrienden, onszelf.’

    Dat pikt niet iedereen. Op sociale media zijn de reacties gemengd. Volgens Khatib staat 80 tot 90 procent van de voetballiefhebbers achter zijn terugkeer, maar uit de berichten op zijn Facebookpagina blijkt dat velen het als verraad beschouwen:

    ‘Het minste wat je over jou kunt zeggen, is dat je een verrader bent.’

    ‘Mensen als jij zijn nog geen ouwe schoen waard. Ik spuug op jullie eer, stelletje honden.’

    ‘Schaam je, Firas. Je woord is net zo weinig waard als dat van een kind. Ik spuug op je, vuile leugenaar.’

    Anderen zijn milder. Mohammed al-Homsi, een media-activist in de door de regeringstroepen belegerde wijk Al Waer in Homs, zegt dat hij de verrichtingen van het nationale elftal nog wel volgt, omdat ‘sport het enige is wat ons met vroeger verbindt. Ik zal niet zeggen dat het nationale elftal de volle breedte van het Syrische volk vertegenwoordigt, maar het vertegenwoordigt wel een mooi verleden. Sport moet gescheiden blijven van het conflict.’

    Khatib, die nog moet wennen in het team waarvan hij al vijf jaar geen captain meer is, begint op de bank. Zuid-Korea maakt al na vier minuten de 1-0. De rest van de avond hollen de Syriërs achter de feiten aan. Als Khatib er in de tweede helft in komt, wordt hun spel wel meteen aanvallender. Het stadion, ongeveer voor de helft gevuld met Koreanen, valt stil als de Syriërs herhaaldelijk dreigend voor de goal komen. Ineens staat Khatib links voor het doel, oog in oog met doelman Sun-Tae Kwoun. Zijn schot gaat vanaf een meter of drie recht op het hoofd van de keeper af. Die weet de bal weg te boksen en behoedt zo zijn hoofd en zijn doel voor verder leed.

    In blessuretijd krijgt Khatib nog één kans die het publiek luid gegil ontlokt. Weer alleen voor de keeper lanceert hij vanaf bijna dezelfde plek opnieuw zo’n pegel, nu iets hoger. De bal knalt zo hard op de lat dat het tot op de tribune te horen is. Weer geen doelpunt. Khatib zegt teruggekeerd te zijn omdat hij Syrië – al is het maar even – uit zijn hel wil verlossen. ‘Hier doe ik goed aan,’ zegt hij. ‘Ik hoop dat ik het Syrische volk wat blijheid kan schenken.’ Vanavond nog niet. Na de 1-0 nederlaag komt Syrië met slechts drie wedstrijden te gaan nog vier punten te kort voor de derde plek en lijkt de kans op een WK-ticket verkeken.

    Een week later is er weer nieuws uit Syrië. Khatib had gezegd dat hij geen interlands meer zou spelen zolang Assad nog burgers doodt. Nu heeft het regeringsleger een aanval met sarin gepleegd op een rebellendorp bij Khan Shaykhun. De beelden zijn gruwelijk: stuiptrekkende en schuimbekkende slachtoffers met pupillen zo klein als speldenknopjes. Halfblote kinderen die in een plas water naar adem liggen te happen.

    Het totale dodenaantal bedraagt minstens 85.

    Auteur: Steve Fainaru

    Steve Fainaru is senior writer voor sportplatform ESPN. Hij won in 2008 een Pulitzerprijs voor internationale verslaggeving en is co-auteur van het boek League of Denial, over hersenletsel in het American Football.

    Openingsbeeld: Syrische voetbalfans met een spandoek van president Assad bij de WK-kwalificatiewedstrijd tegen Zuid-Korea. – © Lai Seng Sin / Reuters

    ESPN
    Verenigde Staten | tweemaandelijks tijdschrift | oplage 1.536.346

    In 1998 opgericht als aanvulling op het gelijknamige televisienetwerk dat 24 uur per dag sportgerelateerde programma’s uitzendt. Het blad is eigendom van de Disney-groep en wist een plek op de markt te veroveren naast Sports Illustrated, waarvan wekelijks 3 miljoen exemplaren over de toonbank gaan. De luchtige lay-out en rijk geïllustreerde verhalen wonnen veel prijzen.

    CONTEXT

    24 miljoen mensen telde de bevolking van Syrië in 2011

    11,4 miljoen mensen bleven waar ze waren

    6,6 miljoen mensen zijn op de vlucht in Syrië

    470.000 Syriërs kwamen om het leven

    5 miljoen Syriërs zijn gevlucht naar het Midden-Oosten en Afrika

    900.000 Syriërs zijn gevlucht naar Europa

    38 voetballers uit de eerste en tweede divisie zijn door het regime van Assad om het leven gebracht.

    © ESPN, mei 2017

    CONTEXT: Play-off tegen Australië

    Dankzij een gelijkspel in de uitwedstrijd tegen Iran, op 5 september jl. in Teheran, heeft Syrië zijn kansen behouden om zich voor de eerste keer in de geschiedenis te plaatsen voor het eindtoernooi van een WK voetbal. De gelijkmaker viel diep in blessuretijd. Iran is een van de twee landen die de Syrische president Bashar al-Assad met hun steun in staat hebben gesteld zich staande te houden in de burgeroorlog die nu al zes jaar woedt. Het Syrische elftal moet nu in oktober twee play-offwedstrijden spelen tegen Australië voor een plek in de allerlaatste kwalificatieronde, in november, tegen de nummer vier van Noord- en Midden-Amerika. Het team speelt zijn ‘thuiswedstrijden’ in Maleisië. Deze beslissing van de wereldvoetbalbond FIFA was een tegenslag voor Assad, die de indruk probeert te wekken dat het leven in de gebieden in Syrië die onder controle van het regeringsleger staan, weer normaal verloopt. Het WK voetbal 2018 wordt gespeeld in Rusland, naast Iran eveneens een bondgenoot van Assad in de burgeroorlog.

    (Bloomberg 
Businessweek, New York)

    CONTEXT: Syriës weg naar het WK

    2016

    1 september
    Oezbekistan – Syrië
    1-0

    6 september
    Syrië – Zuid-Korea
    0-0

    6 oktober
    China – Syrië
    0-1

    11 oktober
    Qatar – Syrië
    1-0

    15 november
    Syrië – Iran
    0-0

    2017
    23 maart
    Syrië – Oezbekistan
    1-0

    28 maart
    Zuid-Korea – Syrië1-0

    13 juni
    Syrië – China
    2-2

    31 augustus
    Syrië – Qatar
    3-1

    5 september
    Iran – Syrië
    2-2

    5 oktober
    Syrië – Australië
    _ – _

    10 oktober
    Australië – Syrië
    _ – _

    Vrouwelijke Syrische supporters bij de wedstrijd Iran-Syrië. – © Amin Mohammad Jamali / Getty Images
    Vrouwelijke Syrische supporters bij de wedstrijd Iran-Syrië. – © Amin Mohammad Jamali / Getty Images

    CONTEXT: Iraanse vrouwen niet welkom

    De voetbalwedstrijd Iran-Syrië op 5 september jl. in Teheran heeft beroering gewekt, omdat Syrische vrouwen wel en Iraanse vrouwen niet werden toegelaten tot het Azadistadion. Iraanse vrouwen waren echter wel, voor het eerst in de geschiedenis, in staat gesteld in de voorverkoop kaartjes te kopen. Maar toen enkele vrouwen op de dag van de wedstrijd naar binnen wilden, werden zij tegengehouden. Syrische vrouwen daarentegen mochten doorlopen naar de tribunes.

    De controle bij de ingang was streng. Iraanse vrouwen die zich voordeden als vrouwen uit Syrië en als ‘bewijs’ daarvan een Syrische vlag meevoerden, kwamen ook niet door de controle.

    De populaire voetbalcommentator Peyman Yousefi beklaagde zich er een paar minuten voor aanvang van de wedstrijd openlijk op de televisie over dat er geen Iraanse vrouwen op de tribunes aanwezig mochten zijn. Een groepje vrouwelijke Iraanse parlementariërs had het ministerie van Jeugd- en Sportzaken toestemming gevraagd de wedstrijd te bezoeken, en de drie vrouwelijke afgevaardigden die zich bij het stadion meldden, werden inderdaad toegelaten. Maar de vrouwelijke afgevaardigde Parvane Salahshouri weigerde van dit voorrecht gebruikt te maken. ‘Ik protesteer tegen het feit dat maar een handjevol vrouwelijke parlementariërs wordt toegelaten, en niet willekeurig welke Iraanse vrouw.’

    Shahindokht Mowlaverdi, de (vrouwelijke) woordvoerder van de gematigde Iraanse president Hassan Rohani, liet weten: ‘Volgens onze Wet op de Burgerrechten hebben alle burgers, en vrouwen in het bijzonder, het recht om alle nationale en internationale sportwedstrijden bij te wonen, zolang zij de Iraanse en islamitische cultuur daarbij in acht nemen.’

    Hervormingsgezinde kranten leverden eveneens commentaar. Vaghaye Etefaghie publiceerde op de voorpagina een foto van een Syrische vrouw in het stadion met als bijschrift ‘De enige winnaar van de wedstrijd’, terwijl de krant Bahar tegen het niet toelaten van Iraanse vrouwen protesteerde onder de kop ‘De Iraanse Paradox’.

    (Al-Monitor, Washington D.C.)

  • Trouwen en dan de Eiffeltoren opblazen. De droom van twee verliefde jihadisten

    Trouwen en dan de Eiffeltoren opblazen. De droom van twee verliefde jihadisten

    Thomas S. en Angela, allebei bekeerd tot de islam, wilden een aanslag plegen op Frankrijks beroemdste bouwwerk. Le Monde reconstrueerde hun tragische verhaal.

    Keuze uit het 360-archief

    Afgelopen woensdag (8 september) is in de rechtbank van Parijs het proces begonnen tegen de daders van de aanslagen op 13 november 2015 in Parijs, die plaatsvonden in concertzaal Bataclan, op verschillende caféterrassen in de stad en in het voetbalstadion in Saint-Denis. IS eiste de aanslag, waarbij 130 mensen om het leven kwamen, op. Van de tien aanslagplegers overleefde alleen Salah Abdeslam. Hij staat terecht in het strafproces, samen met negentien anderen die geholpen hebben bij het voorbereiden van de aanslag.

    Anderhalf jaar na ‘Bataclan’ wilden Thomas S. en zijn vriendin Angela, beiden bekeerlingen, een aanslag plegen op de Eiffeltoren. De veiligheidsdiensten verijdelde de aanslag. De Franse krant Le Monde vertelt het verhaal van hun ‘gemankeerde liefde’.

    Het moest een ‘feest’ worden. Een dodelijke bruiloft. Zij zou de weduwe worden van een man ‘die geschiedenis ging maken’. Hij de heroïsche pleger van een ‘symbolische’ aanslag die ‘de hele economie overhoop zou gooien’. Hij had hem nog nooit in het echt gezien, de Eiffeltoren. Maar hij vond hem ‘lelijk’, dat ‘ijzeren ding’.

    Hij deed veel onderzoek op internet, met zijn PlayStation 3. Zo hoopte hij minder op te vallen. Sites over metaalconstructies, architectuur. Hoe je die kon laten ontploffen met thermiet. Zij droomde dat ze ‘hem zou zien vallen’. Hij wist niet zeker of dat zou lukken. Maar ze hoopten dat ze hem in elk geval ‘konden verbuigen’.

    De twintigjarige Thomas S. en de zestienjarige Angela (een pseudoniem, omdat ze minderjarig is) hebben een puberliefde voor elkaar opgevat die een krankzinnige wending zal nemen. Hun aanhouding op 10 februari 2017 maakt een eind aan hun ‘magnifieke’ plan, zoals zij het noemde. Angela wordt van haar bed gelicht in het huis van haar moeder, in Montpellier. Hij in een appartementje van vrienden, in Clapiers in de Hérault, niet ver daarvandaan.

    Cyberinfiltratie

    Tijdens hun voorlopige hechtenis waren Thomas S. en Angela zeldzaam spraakzaam over hun plan. Le Monde kreeg inzage in de onderzoeksgegevens van de Franse antiterrorismeafdeling SDAT, die werden verzameld via cyberinfiltratie. Op kalme toon gaf Angela haar versie van de gebeurtenissen, met een ontwapenende mengeling van oprechtheid en zelfverzekerdheid.

    Om de Eiffeltoren op te blazen moesten ze minstens met zijn tienen zijn, hadden ze berekend. ‘Iemand moest tegen de voet opklimmen, een ander moest een rookgordijn leggen om het zicht te benemen en de aandacht af te leiden. Een derde moest op de militairen schieten die op dat moment zouden willen ingrijpen,’ zo legde ze uit. Ze zouden allemaal bomgordels om hebben. Thomas S. begreep al snel dat het ‘te moeilijk’ zou worden. Maar hij wilde ook wel genoegen nemen met het stationsplein of de Place de la Comédie in Montpellier.

    Het stel verzweeg tegenover de politiemensen niets over de stappen die ze hadden ondernomen. Ze waren op zoek gegaan naar wapens en hadden chemische producten gekocht: een liter aceton, waterstofperoxide, zwavelzuur. De onderzoekers troffen 70 gram van het explosief TATP aan dat Thomas S. al in zijn appartementje had gefabriceerd. Hij had daar al het materiaal voor een perfecte werkplaats: kolven, injectiespuiten, beschermende handschoenen. Niets wat anderen dan zijzelf had kunnen verwonden, gezien de kleine hoeveelheden, maar het mengsel was instabiel en ze hadden op elk moment hun handen kunnen verliezen voordat ze overgingen tot hun daad.

    Los van hun jihadistische ambities gaat het verhaal van Thomas S. en Angela vooral over een gemankeerde liefde. Een ontmoeting op internet in de zomer van 2016 op muslima.com, waar hij onmiddellijk wordt verleid door haar pseudoniem. Zij is ‘Salafiya’, hij ‘Salafi’.

    Op de datingsite kun je het hokje “bekeerd” of “geboren moslim” aankruisen, de lengte van de baard kiezen

    Op deze datingsite kunnen de profielen naar hartenlust worden aangepast. Je kunt het hokje ‘bekeerd’ of ‘geboren moslim’ aankruisen, de lengte van de baard kiezen, ‘polygamie accepteren’ of alleen maar ‘misschien’ zeggen. De twee jongelui, aanhangers van een orthodoxe stroming van de islam, vinden elkaar snel.

    Uit voorzorg, om conventioneel over te komen, tooide Angela zich aanvankelijk met haar nikab. Ze loog over haar leeftijd. Met haar halflange haar, haar amandelbruine ogen en haar engelachtige gezicht viel ze al snel in de smaak bij Thomas S. Hij liet gemakkelijker zien wie hij was: cool atletisch type, paardenstaart, doffe blik door te veel cannabis. Een ‘vermoeide gelovige’, in zijn eigen woorden, een galeislaaf van het gebed. Op PS3 was zijn pseudoniem ‘Weedweed War’. Angela bezweek ondanks alles voor zijn charme.

    In het begin is er weinig kans dat hun liefde buiten het web een succes zal worden. Hij woont in Charleville-Mézières, in de Franse Ardennen, zij in de Hérault, 900 kilometer zuidelijker. Ze hebben geen rijbewijs, geen geld en wonen nog bij hun ouders. Thomas S. bij zijn vader, een werkloze dakwerker, gestrand in een dorpje van 1900 zielen aan de oever van de Semois bij de Frans-Belgische grens. Angela bij haar moeder, peuterleidster, in een onbestemde buitenwijk van Montpellier.

    Hun respectievelijke zwakten worden hun cement. Hij ‘is altijd naar zichzelf op zoek geweest’. De ene dag ‘begeesterd’, de volgende bereid om ‘met alles te stoppen’. Vóór de islam was hij in de ban van krachttraining, hij had zelfs een tijdje de pest gehad aan ‘Maghrebijnen’. Angela was lange tijd gothic. Ze heeft erg geleden onder de scheiding van haar ouders.

    Liefdessloten op een brug in Parijs. – © Getty Images/Lonely Planet Images
    Liefdessloten op een brug in Parijs. – © Getty Images/Lonely Planet Images

    Daarna bekeerde ze zich langzaam maar zeker tot de islam. Ongeveer tegelijk met haar moeder, die van oorsprong Kroatisch is en katholiek. Op haar drieënveertigste besloot die te hertrouwen met een zestien jaar jongere Marokkaan. Als de bekering van Angela doorzet, ziet haar moeder haar liever met een sluier dan als gothic. Als het gezin in de zomer van 2016 in Marokko is, koopt ze op de markt van Fez een djilbab voor Angela, die zowel gezicht als lichaam bedekt.

    Zich een gemeenschappelijke toekomst voorstellen is moeilijk voor de virtuele verloofden. Thomas S. is in de vijfde klas van de middelbare school van school gegaan en is een opleiding tot dakwerker gaan volgen in Poix-Terron in de Ardennen. In juni 2015 krijgt hij zijn diploma. Hij heeft wat tijdelijke baantjes. Maar al heel gauw gaat het mis. Hij wordt werkloos, zoals zovelen in zijn regio. Angela heeft altijd veel problemen met school gehad. Haar moeder heeft haar gespijbel gecompenseerd door haar thuis les te geven. Als Angela Thomas S. ontmoet, staat ze op het punt de derde klas over te doen.

    De geliefden voeren langeafstandsgesprekken. Hij in zijn kamertje onder de hanenbalken, zij in het hare met alleen een bed en een wandrekje. Ze surfen op sites waar complottheorieën worden verkondigd. Ze raken in vervoering door de anasheed, de strijdlustige propagandaliederen van Islamitische Staat. Angela houdt veel van Par amour, waarin de lof van de jihad wordt gezongen uit hartstocht voor Allah. Ze heeft schrijftalent en heeft in 2015 al een novelle gepubliceerd, Âme (Ziel), een dialoog tussen een jong meisje en haar dubbelgangster, een dode puber.

    Twee weken lang overweegt ze hem aan te geven op het platform Stop-Djihadisme

    De fatale samenloop vindt plaats in augustus 2016, als Thomas S. besluit zich bij zijn geliefde te voegen. De smoes is snel gevonden: hij is begonnen aan een opleiding tot lasser in Alès, in de Gard, op ongeveer een uur van Montpellier. Die lente had hij ook al willen ‘trouwen’, met een meisje uit Yvelines. Maar zij gaf hem op het laatste moment de bons. Dit keer zou het lukken. Diverse keren brengt hij stiekem een bezoek aan Angela: zoenen in het trappenhuis, hartstochtelijke omhelzingen in de gangen van de ondergrondse garage.

    Thomas S. houdt de opleiding nog geen twee maanden vol. Half december 2016 wordt hij weggestuurd wegens geweldpleging en spijbelen. Bij gebrek aan onderdak neemt hij zijn intrek in een technische ruimte in de kelder van het flatgebouw van Angela. De buren houden hem voor een dakloze, bieden hem dekens aan, een elektrisch kacheltje. Het meisje sluipt regelmatig stiekem het appartement van haar moeder op de eerste etage uit. Twee weken lang overweegt ze het uit te maken, hem aan te geven op het platform Stop-Djihadisme. Maar hij zegt dat hij haar zal ‘vermoorden’ als ze hem verlaat.>

    Op een matras op de vloer beramen ze uiteindelijk hun plan: een huwelijk vergezeld van een aanslag. Zo zal Thomas S. zich wreken voor zijn mislukking. ‘Jullie hebben verhinderd dat ik naar Syrië ging, dus doe ik dit,’ zou hij bij zijn aanhouding zeggen. Om later, tijdens zijn voorlopige hechtenis, te bekennen: ‘Ik baalde van Frankrijk, ik had geen toekomst.’ Zij stelt zich voor dat ze op die manier haar verloren maagdelijkheid kan compenseren.

    Het idee van de Eiffeltoren komt van haar. Hij zou sterven als kamikazestrijder. Zij zou vervolgens naar Syrië vluchten en de ‘hidjra’ volbrengen, de pelgrimstocht van Mekka naar Medina. De politiemensen vroegen hem of ze Hayat Boumeddiene en Amedy Coulibaly wilden imiteren, die in januari 2015 een aanslag pleegden op de koosjere supermarkt Hyper Cacher in Parijs. Maar ze hadden net zo goed over de prehistorie kunnen beginnen. De jaloerse Thomas S. had in elk geval een bomgordel voor haar voorzien. Zodat ze zich zou kunnen opblazen als mannen aan de Turks-Syrische grens haar probeerden ‘aan te randen’. Zij zag daar niets abnormaals in.

    Dringend gezocht: een broeder met een goed tawhid (een goed geloof). We hebben vervoer, geen zorgen’

    Maar om te kunnen trouwen heeft het jonge paar een ‘voogd’ nodig. Dat vereisen de geloofsconventies. Ze proberen met de imam te spreken. Maar die raadt hun vriendelijk aan geduld te hebben.

    Op kerstavond, aan tafel, durft Thomas S. uiteindelijk om de hand van Angela te vragen. Maar haar moeder wimpelt hem beleefd af, ervan overtuigd dat hun verhouding ‘niet serieus’ is. Dan verzint het jonge paar een list. Het huwelijk zal ‘geheim’ zijn. Als er een ‘voogd’ nodig is, zullen ze die zoeken op de plek waar alles mogelijk is: het internet. En omdat de man dat moet doen, en Thomas S. te veel zal opvallen, zal Angela zich vermommen.

    Zij zal ‘de man’ zijn. Internetmagie, de klassieke truc van beginnende jihadisten. Als Facebookpseudoniem kiest ze ‘Ansar al-Haqq Ghuraba’, de verdediger van ‘de vreemde waarheid’. Exit haar gebruikelijke ‘maman1295’ op Skype. Als profielfoto gebruikt ze een leeuw, ‘om eruit te zien als een strijder’. Op de achtergrond zet ze een zwart-witte vlag met de sjahada, de geloofsbelijdenis. Op zelfverzekerde en gehaaste toon plaatst ze een oproep: ‘Dringend gezocht: een broeder met een goed tawhid (een goed geloof). We hebben vervoer, geen zorgen.’

    ‘Leunstoeljihadist’

    Thomas S. en Angela hebben zich voorgenomen de aanslag vóór maart te plegen. Op 13 februari 2017, op zijn laatst om negen uur. Op die dag moet Thomas S. voor de rechter verschijnen wegens geweldpleging tegen een klasgenoot in Alès. Het paar is bang dat hij een flinke gevangenisstraf zal krijgen. Angela is er bovendien van overtuigd dat haar vader haar ‘doorheeft’. Haar radicalisering is geen geheim meer, denkt ze. Ze is bang dat ze elk moment ontmaskerd kunnen worden.

    De rechercheurs verdenken hem ervan een bemiddelaar in jihadkringen te zijn, een ‘beroepskoppelaar’ haast. Onderzoek naar zijn relaties wijst uit dat hij in nauw contact staat met talrijke geradicaliseerde, zelfs veroordeelde personen. Eind januari wordt hij gesignaleerd vanwege zijn activisme, en de lijst verdenkingen is lang: geweldpleging, smaad, import van verdovende middelen…

    Toch legt Angela contact met hem in haar hoedanigheid van man. Er wordt een ontmoeting geregeld voor de kunstacademie van Montpellier. Deze officiële presentatie van de ‘aanstaande echtelieden’ vindt plaats op 4 februari, in aanwezigheid van drie vrienden van Malik H. Maar het huwelijk wordt niet voltrokken.

    Angela richt zich voortaan op het zoeken naar onlinehandleidingen voor het vervaardigen van explosieven

    De versies lopen uiteen. Volgens Angela zoekt Malik H. liever iemand anders. Hijzelf zegt twijfels te hebben gehad over de betrouwbaarheid van het stel. Hij zou desondanks hebben gedaan alsof hij hun ‘huwelijksreis’ kon betalen.

    Ondertussen is Angela van school gegaan, enkele dagen na haar zestiende verjaardag op 24 januari. Dat was voorzien, haar moeder had het idee om haar een opleiding tot naaister te laten volgen. Een sprong in het duister voor het jonge meisje: ze richt zich voortaan op het zoeken naar onlinehandleidingen voor het vervaardigen van explosieven.

    Dankzij een vriendin uit de moskee heeft ze ook een leegstaand appartement voor Thomas S. geregeld, waar hij later gearresteerd zal worden. Als op 2 februari het vooronderzoek begint, komt uit de afgeluisterde telefoongesprekken een jong stel naar voren dat geobsedeerd is door hun plan. ‘We hebben elkaar wederzijds beïnvloed,’ zal een berouwvolle Angela later zeggen.

    In de bodemloze put van het internet komt het meisje ook in contact met een jihadist die zich tussen Syrië en Turkije ophoudt. Zonder er helemaal zeker van te zijn, verdenkt de politie een 26-jarige man uit Grenoble, Nidhal H., ervan haar vlucht naar voren te hebben aangemoedigd. Als oud-strijder van Al-Nusra was hij Facebookvriend van Rachid Kassim, die ervan wordt beschuldigd diverse aanslagen in Frankrijk te hebben gefinancierd.

    Trouw zweren aan IS

    Het net sluit zich. De jihadist is alleen bereid Angela bij haar ‘hidjra’ te helpen als ze ‘trouw zweert’. Daarna kan hij haar papieren bezorgen via een in Frankrijk gevestigde tussenpersoon. Ze krijgt de suggestie een imitatie te maken van de video van de plegers van de aanslag op een priester in Saint-Étienne-du-Rouvray op 26 juli 2016.

    In dit filmpje, dat nauwelijks zeven seconden duurt, is Angela alleen, omhuld door haar nikab. Voor zich heeft ze haar laptop. De hele achtergrond van het scherm wordt in beslag genomen door de vlag van IS. Daarna declameert ze in één adem: ‘Salam aleikum, ik zweer trouw aan kalief Ibrahim van Islamitische Staat.’ Een ‘simpele eed’, in haar ogen, alleen bedoeld om ‘te mogen trouwen’.

    Het is 6 februari. De video is verzonden. Thomas S. heeft Malik H. minstens één keer teruggezien en hem zijn plan ontvouwd. Hij en Angela wilden wapens, kalasjnikovs. Malik H. zegt dat hij bang werd. Het hem uit zijn hoofd wilde praten. Hij was daar alleen maar vanwege ‘de voogdij’, verdedigt hij zich. Zij verzekeren op hun beurt dat hij bereid was hun ‘materieel’ te leveren, lees: mee te doen. Malik doet dat af als ‘een grapje’.

    Op 9 februari vindt een laatste ontmoeting plaats. Het huwelijk wordt opnieuw uitgesteld. Maar de tijd dringt. De opname van de video van de eed van trouw van Thomas S. is voorzien voor 11 februari. De jongeman reist een laatste keer per bus op en neer naar Charleville-Mézières. Hij wil afscheid nemen van zijn familie en zijn identiteitskaart ophalen.

    De vader van Angela krijgt op 8 februari, de dag van haar video, een sms in het Kroatisch van een onbekend nummer: ‘Tata’ (papa). ‘Wie bent u?’ vraagt hij. ‘Tatina’ (je dochtertje), antwoordt de afzender. Daar blijft het bij.

    De gealarmeerde SDAT komt op 10 februari in actie. Tijdens het doorzoeken van het appartement van Thomas S. vinden ze behalve explosieven ook een in het Arabisch gesteld document, geschreven door Angela. Op de voorkant een ‘huwelijksprotocol’. Dat had Angela op internet gevonden. Een mengeling van doua (gebeden) en verwijzingen naar soera’s uit de Koran, vergezeld van een to-dolijst: walima (feestmaal), duff (een kleine trommel die geoorloofd is tijdens islamitische huwelijken waar muziek verder streng verboden is), ‘lied’, ‘zeven dagen bruiloft’. Op de achterkant staat een woord dat iets heel anders voorspelt: ‘dodenwassing’.

    In Het bruidspaar van de Eiffeltoren, een surrealistisch toneelstuk uit 1921 waarin het verhaal wordt verteld van een tragisch-grotesk huwelijk op de eerste etage van de ‘ijzeren dame’, heeft Jean Cocteau een dialoog opgenomen tussen twee denkbeeldige personages. Aan het slot van het stuk zegt de een tegen de ander: ‘Ik neem u mee (naar de Eiffeltoren) om u, eerder dan iedereen, iets unieks te laten zien.’ Het aanvankelijke enthousiasme van de ander bekoelt al snel als die ziet wat het is: ‘Het lijkt wel een begrafenis.’ Het recht kent toevalligheden waar de literatuur geen weet van heeft.

    made in france poster p 2015

    Fictie en werkelijkheid

    De link tussen de Eiffeltoren en terrorisme is niet nieuw. Begin 2015 zou de Franse thriller Made in France in première gaan, geregisseerd door Nicolas Boukhrief, met in de hoofdrol Malik Zidi. Die laatste speelt een journalist die zijn moslimachtergrond gebruikt om te infiltreren in een moskee in de buitenwijken van Parijs, en in contact komt met een groep would-beterroristen die dood en verderf willen zaaien in de Franse hoofdstad.

    De filmposter liet de Eiffeltoren zien in de vorm van een machinegeweer. Maar na de aanslag in januari 2015 op Charlie Hebdo werd de release van de film uitgesteld tot 18 november. Op 13 november werd Parijs echter opnieuw opgeschrikt door aanslagen, op de Bataclan en het Stade de France, waardoor opnieuw uitstel volgde.

    Uiteindelijk verscheen de film op 29 januari 2016 op video-on-demand.

  • 5. Een buitengewoon gevaarlijk artikel

    5. Een buitengewoon gevaarlijk artikel

    Niet de ontneming van de Franse nationaliteit is het meest heikele punt in de nieuwe grondwet, stelt website Numerama. Het gaat vooral om het eerste artikel, dat het Franse parlement de macht geeft de controleurs van de naleving van de grondwet monddood te maken.

    Er moet nog eens grondig worden gekeken naar het eerste artikel van het grondwetsvoorstel voor ‘de bescherming van de natie’, dat niet alleen over ontneming van de nationaliteit gaat, maar in de allereerste plaats over de noodtoestand. De aangenomen tekst is buitengewoon gevaarlijk, omdat hij de Grondwettelijke Raad [Conseil constitutionnel, de waakhond die dit soort uitzonderingswetgeving aan de grondwet moet toetsen.] van een groot deel van zijn controlerende macht berooft.

    Het gaat om een politieke communicatietruc die helaas maar al te goed werkt

    Het betreft een politieke communicatietruc, die helaas maar al te goed werkt. Tijdens een televisie-interview met de Franse president op 11 februari sprak presentator David Pujadas over ‘de wet op de ontneming van de nationaliteit’ alvorens met François Hollande het zeer belangrijke wetsvoorstel voor ‘de bescherming van de natie’ aan te snijden. De interviewer was zo in de war door het groteske artikel 2 van het wetsvoorstel, dat de waarden van de Parti Socialiste gevaarlijk dicht in de buurt brengt van die van het Front National, dat hij vergat dat het vooral om het éérste artikel ging; over de noodtoestand.

    Lees maar na!

    De week die daaraan voorafging had al een deel van de pers, bijgestaan door een spontaan koor van antiparlementair gezinde internetgebruikers, met verontwaardiging gereageerd op het grote aantal parlementsleden dat ontbrak tijdens de behandeling van en de stemming over dit eerste grondwetsartikel. Het parlement werd opgeroepen zijn excuses aan te bieden en de kiezers werden aangespoord om rekenschap te eisen. Terwijl er die dag in werkelijkheid heel wat meer leden in het parlement aanwezig waren dan gebruikelijk is bij de behandeling van een wetsvoorstel.

    Maar over de grondslag van het eerste artikel, waarbij de noodtoestand wordt opgenomen in de grondwet, hebben we uiteindelijk maar weinig te lezen gekregen. Veel minder in elk geval dan over de ontneming van de nationaliteit. Terwijl het een essentieel en ongelooflijk gevaarlijk artikel is. Lees maar na!


    Om te begrijpen waarom dat eerste artikel gevaarlijk is en in strijd met ‘de bescherming van de natie’, moeten we ons er eerst rekenschap van geven dat de Grondwettelijke Raad tot taak heeft te controleren of de wetten die door het parlement worden aangenomen verenigbaar zijn met de grondwet. 
Wie de grondwet verandert, verandert de grondslagen van de grondwettelijke controle.

    Tot nu toe kon met de wet in de hand tot het uitroepen van een noodtoestand worden besloten, binnen het gebruikelijke kader van de grondwet. Desgewenst kon de Grondwettelijke Raad bepalen of de door de wetgever voorgestelde maatregelen verenigbaar waren met deze grondtekst van de Vijfde Republiek, en bezwaar maken tegen wetten die disproportioneel werden geacht.

    Premier Manuel Valls heeft zich natuurlijk juist verzet tegen het raadplegen van de Grondwettelijke Raad over de noodtoestand van november 2015, omdat hij een dergelijk bezwaar vreesde. Maar verontruste leden van 
de Nationale Vergadering of van de Senaat hadden wél een beroep op de wijze mannen en vrouwen kunnen doen. Dat is wezenlijk voor de bescherming van de democratie.


    Wat doet dat eerste artikel van de grondwet nu precies, waarop maar zo weinig commentaar is geleverd? Het voegt een nieuw artikel, 36-1, aan de grondwet toe waarin wordt gesteld dat ‘de wet de administratieve politiemaatregelen bepaalt die de burgerlijke autoriteiten kunnen nemen’ wanneer de regering besluit dat er sprake is van een noodtoestand. De parlementaire meerderheid kan dus min of meer zelf bepalen wat voor uitzonderlijke politiemaatregelen er moeten worden genomen, en als hij geraadpleegd wordt door 
verontruste parlementariërs van de oppositie, zal de Grondwettelijke Raad zich moeten beperken tot de constatering dat de grondwet het parlement de macht geeft om te besluiten wat het goeddunkt.

    Monddood

    Omdat het nieuwe artikel 36-1 dezelfde juridische waarde heeft als alle andere artikelen van de grondwet, en dezelfde waarde als de Verklaring van de Rechten van de Mens, is de Raad niet of nauwelijks in staat om de onverenigbaarheid van de wetten betreffende de noodtoestand aan andere grondwettelijke normen te toetsen. Temeer omdat het juridische principe ‘lex specialis derogat legi generali’ (de speciale wet wijkt af van de algemene wet) van toepassing zou kunnen zijn.

    De Grondwettelijke Raad zou zelfs niet op zoek kunnen gaan naar bepalingen uit het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens, of andere internationale verdragen die voorrang hebben boven de nationale wet, omdat hij van mening is dat zijn rol zich beperkt tot het controleren van de verenigbaarheid van wetten met de grondwet, en niet met de internationale afspraken van Frankrijk. Dat is de rol van de rechter.

    ‘Wat wij in het leven roepen, zijn zeer strenge controlemechanismen op zowel politiek als juridisch gebied,’ had premier Valls de parlementariërs beloofd tijdens de behandeling van het grondwetsvoorstel. Maar het is de vraag wat er met de strenge controle op de ‘bescherming van de natie’ gebeurt als de grondwet wordt geamendeerd om de Grondwettelijke Raad monddood te maken..

    Auteur: Guillaume Champeau
    Vertaler: Peter Bergsma

    Numerama 
    Frankrijk | numerama.com
    Numerama is een website over de digitale wereld en techniek. De site trekt maandelijks twee miljoen bezoekers.