Tag: Tijd

  • Is een uurcontract nog realistisch in het AI-tijdperk?

    Is een uurcontract nog realistisch in het AI-tijdperk?

    De opkomst van kunstmatige intelligentie verandert de contractuele verhoudingen tussen economische actoren ingrijpend – met name hun relatie tot tijd. Landen die vasthouden aan bestaande vormen van sociale bescherming dreigen daarbij achterop te raken, waarschuwt ondernemer Sami Mahroum in een opiniestuk in Le Monde.

    Twee eeuwen lang was tijd het organiserende principe van het kapitalisme. Met de opkomst van fabrieken werd taakgericht werk vervangen door de discipline van de klok, van bellen, roosters en morele vermaningen tegen ‘tijdverspilling’. Arbeiders verkochten hun uren aan werkgevers. Arbeidswetten waren gebaseerd op de achturige werkdag en pensioenen werden berekend aan de hand van het aantal dienstjaren.

    Dit systeem staat nu op de tocht omdat kunstmatige intelligentie de onderliggende logica ondermijnt. Neem een managementconsultant die twee uur lang drie AI-agents aanstuurt. Deze agents werken vervolgens twintig uur lang autonoom door en produceren een rapport met een waarde van vijftigduizend euro. Wordt de consultant voor twee uur, voor twintig uur of voor een vast percentage van de gecreëerde waarde betaald? Het oude, op tijd gebaseerde model heeft geen coherent antwoord op deze vraag.

    Adam Smith (1723-1790), David Ricardo (1772-1823) en Karl Marx (1818-1883) stelden achtereenvolgens vast dat de waarde van een bepaald goed een weerspiegeling is van de hoeveelheid arbeid die nodig is om het te produceren. Maar alle drie begrepen ze, zij het op verschillende manieren, dat zo’n maatstaf enkel mogelijk was doordat menselijke tijd schaars was. Vanwege deze schaarste hebben degenen met zeggenschap over arbeid zeggenschap over de primaire waardebron.

    De ‘natuurlijke’ schaarste aan menselijke tijd legt geen beperkingen meer op

    Door de enorme productiviteit van AI is deze hypothese inmiddels achterhaald. De ‘natuurlijke’ schaarste aan menselijke tijd, die twee eeuwen lang de basis vormde van de economische theorie, legt geen beperkingen meer op. Met AI kan een consultant bijvoorbeeld in enkele uren analyses genereren die voorheen meerdere dagen in beslag namen.

    Als arbeidstijd geen schaars goed meer is, verschuift de waarde naar de eigenaars van deze systemen of naar degenen die zeggenschap hebben over de toegang ertoe. De waarde van de technicus wordt minder bepaald door zijn gewerkte uren dan door zijn beheersing van de benodigde infrastructuur; de waarde van de consultant is gelegen in zijn geprivilegieerde toegang tot AI-systemen. Zoals Marx al voorspelde, leidt hogere productiviteit tot kapitaalaccumulatie en een toenemende concentratie van de productiemiddelen.

    Drie vormen van tijd

    Naarmate AI de link tussen tijd en productie verder verbreekt, brokkelen moderne arbeidsovereenkomsten verder af. In plaats van één coherent systeem ontstaan drie verschillende en onverenigbare manieren om het economische leven te organiseren: kloktijd, machinetijd en persoonlijke tijd.

    Kloktijd is de meest klassieke organisatiemethode: ze is van toepassing op omgevingen die een continue en gecoördineerde aanwezigheid vereisen. Verpleegkundigen draaien bijvoorbeeld diensten van twaalf uur en worden betaald op basis van die uren, ongeacht het resultaat. In hun contract staan hun werktijden en verantwoordelijkheden gespecificeerd. Een uur op de spoedeisende hulp telt even zwaar als een uur reguliere zorg. De contractuele afspraak is duidelijk: de werknemer moet aanwezig zijn en de toegewezen taken uitvoeren tegen een overeengekomen salaris. Waardecreatie wordt niet gemeten.

    COL Prikklok compressed edited scaled
    Impressie uit het Weverijmuseum met een prikklok inclusief de daarbij horende personeelskaarten die vroeger in fabrieken zoals de voormalige ‘Wollenstoffenfabriek A. van den Heuvel en Zoon’ werden gebruikt. – © ANP

    Machinetijd is continu en ononderbroken. Neem bijvoorbeeld een specialist op het gebied van cloudinfrastructuur bij een technologisch bedrijf. Officieel werkt hij veertig uur per week, maar in de praktijk vereist het systeem 24/7 beschikbaarheid. Als om drie uur ’s nachts een storing optreedt, moet de technicus misschien achttien uur achter elkaar doorwerken. Omdat zijn werktijd zo nauw verweven is met die van de autonome machine, is zijn bijdrage niet meer afzonderlijk vast te stellen en wordt hij betaald op basis van gewerkte uren of meetbare resultaten. Hij is eigenlijk een bewaker van de waarde die elders wordt gecreëerd. Bedrijven kiezen in zulke gevallen vaak voor vaste salarissen, die de werkelijke waarde verhullen zodat ze een groot deel van de productiviteitswinst zelf op kunnen strijken. Op die manier speelt deze contractuele onduidelijkheid het kapitaal in de kaart.

    Persoonlijke tijd, daarentegen, is asynchroon en flexibel. Een consultant die ChatGPT gebruikt om zijn analytische werk in vier uur af te ronden en een rapport af te leveren ter waarde van vijftigduizend euro, behoudt zijn beslissingsbevoegdheid: hij evalueert de gegenereerde opties, selecteert de meest geschikte daarvan, interpreteert de context en lost pijnpunten op. Het contract is simpel: levering op datum X tegen prijs Y. Deze prijs weerspiegelt de expertise, de reputatie en de toegang tot AI-systemen van de consultant.

    Bij kloktijd hebben werknemers geen zeggenschap over de infrastructuur of de prijs van hun arbeid

    Elk van deze drie systemen berust op een eigen contractuele logica en verdeelt de zeggenschap over waardecreatie op een andere manier. Bij kloktijd hebben werknemers geen zeggenschap over de infrastructuur of de prijs van hun arbeid: de vergoeding blijft strikt gekoppeld aan het aantal gewerkte uren, ongeacht de gecreëerde waarde. Bij machinetijd onderhouden werknemers, die tevens toezichthouders zijn, een systeem dat niet van hen is; ze dragen een continue verantwoordelijkheid, terwijl hun vergoeding ondoorzichtig blijft.

    Persoonlijke tijd keert deze verhouding om: de werknemer controleert de output, maar blijft afhankelijk van infrastructuur die door anderen worden beheerd.

    De balans tussen deze drie systemen zal per land verschillen, afhankelijk van culturele en institutionele normen. Landen waar hiërarchische machtsverhoudingen cultureel acceptabel zijn (zoals de Verenigde Staten en Singapore) zullen waarschijnlijk sneller verschuiven naar systemen van machinetijd en persoonlijke tijd, waarin eigendom van systemen centraal staat en flexibele contracten de norm worden. In Duitsland en Frankrijk, waar arbeidsrecht en medezeggenschap de macht van het management beperken, is er meer ruimte voor menselijke handelingsvrijheid en wordt de inzet van AI in overleg met sociale partners bepaald.

    In elk land staan beleidsmakers voor een ongekende uitdaging: het ontwerpen van coherente arbeidswetgeving om deze drie onverenigbare tijdsystemen te integreren. Hoe meer de vergoeding op basis van kloktijd wordt losgelaten, des te moeilijker wordt het om uniforme arbeidswetgeving te handhaven. Contracten met een vast tarief zullen waarschijnlijk vooral voorkomen bij werknemers met inspraak, terwijl de meeste anderen het risico lopen op een volatiele vergoeding op basis van ondoorzichtige criteria. Hoogopgeleide werknemers met sterke klantrelaties en technici bij grote technologiebedrijven zullen van deze transitie profiteren, maar voor anderen geldt dat niet.

    Hoogopgeleide werknemers met sterke klantrelaties zullen van deze transitie profiteren, maar voor anderen geldt dat niet

    Het gevolg is waarschijnlijk grotere sociale ongelijkheid in plaats van gedeelde welvaart.

    Tijdsfragmentatie is bovendien niet alleen een nationaal fenomeen, maar speelt ook een rol in de wereldwijde concurrentie. Landen die snel overschakelen naar systemen op basis van machinetijd en persoonlijke tijd, zoals de Verenigde Staten en Singapore, zullen AI-intensieve goederen en diensten produceren tegen lagere kosten. Tegelijkertijd zullen landen die hun werknemers blijven beschermen op basis van kloktijd, zoals Duitsland, Frankrijk en Spanje, zich geconfronteerd zien met zware concurrentiedruk omdat hun export duurder zal worden.

    Uiteindelijk zullen werknemers niet per se profiteren van een langzame overgang. De marktdruk zal beleidsmakers tot een moeilijke keuze dwingen: de transitie naar machinetijd en persoonlijke tijd versnellen om concurrerend te blijven, of de industrie zien verdwijnen doordat AI-intensieve productie zich elders vestigt.

  • 15 vrijwilligers verlaten grot na 40 dagen | Meer ‘diversiteit’ bij de Oscars

    15 vrijwilligers verlaten grot na 40 dagen | Meer ‘diversiteit’ bij de Oscars

    15 Franse vrijwilligers verlaten grot na 40 dagen

    Vijftien mensen zijn zondag na een isolatie van veertig dagen uit een grot in het zuidwesten van Frankrijk tevoorschijn gekomen. Ze maken onderdeel uit van een experiment dat onderzoekt hoe de afwezigheid van klokken, daglicht en externe communicatie het besef van tijd beïnvloedt.

    ‘Met een grote glimlach op hun bleke gezichten verlieten ze onder luid applaus hun vrijwillige isolement in de Lombrives-grot. Om hun ogen te beschermen na zo lang in het donker droegen ze een speciale bril’, schrijft The Guardian.

    ‘Het was alsof ik even op pauze had gedrukt’, zegt Marina Lançon, een van de zeven vrouwen die aan het experiment deelnamen. Ze voelde geen haast om iets te doen en had wel een paar dagen langer in de grot willen blijven, zegt ze. Wel was ze blij om de wind te voelen en vogelgezang te horen.

    Ze is van plan om nog een paar dagen niet op haar smartphone te kijken, in de hoop zo een ‘te brute’ terugkeer naar het echte leven te voorkomen.

    Members of the team inside the cave

    Het project waaraan de groep deelnam heet Deep Time. Er was geen natuurlijk licht in de grot, de temperatuur was er 10 °C en de relatieve vochtigheid 100 procent. De proefpersonen hadden geen contact met de buitenwereld, geen updates over de pandemie, noch enige communicatie met vrienden of familie.

    De teamleden volgden hun biologische klok om te weten wanneer ze moesten wakker worden, slapen of eten

    Wetenschappers van het Human Adaption Institute, dat het project van 1,2 miljoen euro leidt, zeggen dat het experiment hen zal helpen beter te begrijpen hoe mensen zich aanpassen aan drastische veranderingen in levensomstandigheden en omgevingen, schrijft wetenschapssite Futura Santé.

    Zoals verwacht verloren de mensen in de grot hun tijdsbesef. Een van de teamleden schatte de tijd onder de grond op drieëntwintig dagen, de meesten zaten rond de dertig.

    Members of the team meet to discuss their experiences

    In samenwerking met laboratoria in Frankrijk en Zwitserland volgden wetenschappers de slaappatronen, sociale interacties en gedragsveranderingen van de vijftien teamleden via sensoren, waaronder een een kleine thermometer die in een capsule door de deelnemers werd ingeslikt. Deze sensor mat de lichaamstemperatuur en verzond gegevens naar een computer, legt The Guardian uit.

    De teamleden volgden hun biologische klok om te weten wanneer ze moesten wakker worden, slapen of eten. Ze telden hun dagen niet in uren maar in slaapcycli.

    Twee derde van de deelnemers sprak de wens uit om wat langer ondergronds te blijven om de groepsprocessen die tijdens hun verblijf waren ingezet af te ronden, zegt Benoit Mauvieux, een chronobioloog die bij het onderzoek betrokken is tegen Ouest France.

    ‘Onze toekomst als mens op deze planeet zal evolueren’, aldus een projectleider. ‘We moeten beter leren begrijpen hoe onze hersenen in staat zijn om nieuwe oplossingen te vinden, ongeacht de situatie.’


    Vermiste onderzeeër gevonden bij Bali

    De Indonesische marine maakte zondag bekend KRI Nanggala (402) op de zeebodem bij Bali te hebben gespot. Ze bevestigde ook dat alle 53 bemanningsleden dood waren. De onderzeeër werd gevonden in drie delen, meer dan 800 meter diep, wat het zoeken bijzonder moeilijk maakte, aldus de Jakarta Post

    De autoriteiten gaven geen officiële verklaring voor de crash, maar suggereren dat de onderzeeër mogelijk met een stroomstoring te maken kreeg waardoor deze niet meer boven kon komen. Volgens de krant uit Jakarta heeft de Indonesische marine verouderde uitrusting, ‘wat de afgelopen jaren tot dodelijke ongevallen kon leiden’.

    In ieder geval wordt een menselijke fout uitgesloten, schrijft de site Nasional Kontan.

    Lichten

    Stafchef van de Indonesische marine (KSAL) Yudo Margono geeft aan dat de eerste analyse van het zinken van de onderzeeër op natuurlijke factoren wees. Het zinken van de in Duitsland gemaakte KRI Nanggala-402 lijkt volgens Margono evenmin te wijten aan een stroomuitval, want alle lichten brandden nog. De exacte oorzaak kan pas worden vastgesteld als de romp kan worden opgetild.

    De Indonesische regering zal samenwerken met International Sub Marine Rescue and Liaison Office (Ismerlo) voor het optillen van het schip. De samenwerking is tot stand gekomen omdat men zich realiseerde dat het niet eenvoudig was om de stukken van het schip op een diepte van 838 meter naar de oppervlakte of aan land te brengen. Hiervoor zijn speciale gereedschappen en technologie nodig, aldus Kompas.

    Nanggala werd op 21 april als vermist opgegeven, uren nadat het contact met het oppervlaktepersoneel onder water was verloren. De onderzeeër had als missie informatie te vergaren in de Indische Oceaan en de wateren rond Oost-Timor en Noord-Kalimantan. Het schip maakte deel uit van de internationale marine-oefening Cooperation Afloat Readiness and Training, en voerde onder andere een oefening uit met USS Oklahoma City. In 2012 onderging de onderzeeër een laatste grote opknapbeurt.


    ‘Nomadland’ triomfeert tijdens de Oscars

    De film Nomadland van regisseur Chloé Zhao, die de reizen volgt van nomaden die in busjes leven in een door recessie getroffen Amerika, won drie beeldjes op de uitreikingen dit weekend: die voor beste speelfilm, beste regisseur en beste actrice.

    Chloé Zhao is de eerste vrouw van Aziatische afkomst die die laatste twee kostbare beeldjes ontvangt. ‘Haar overwinning maakt deel uit van het groeiende en welkome internationalisme van de academie: ze is de laatste in een opmerkelijke reeks recente winnaars die buiten de Verenigde Staten zijn geboren, waaronder Alfonso Cuarón, Guillermo del Toro, Alejandro González Iñárritu en Ang Lee, merkt de Los Angeles Times op. ‘Een bemoedigende bevestiging dat Hollywood een plek is waar immigrantenschrijvers uit alle lagen van de bevolking kunnen gedijen.’

    ‘De historische overwinning van Zhao is op zijn best een teken dat er betere tijden aankomen’

    In de drieënnegentig jaar dat de Academy Awards bestaat is dit evengoed pas de tweede keer dat een vrouw wordt geëerd in de categorie beste prestatie. Vóór Chloe Zhao won Kathryn Bigelow in 2010 het beeldje voor de film Minesweeper. ‘De historische overwinning van Zhao is op zijn best een teken dat er betere tijden aankomen voor deze categorie, waarin vrouwen door de jaren heen zo jammerlijk ondervertegenwoordigd zijn’, aldus CNN.

    Ongekend feit: de Academy of Oscars had dit jaar ook voor het eerst twee vrouwen genomineerd in de categorie beste uitvoering, brengt Variety in herinnering: Chloe Zhao dus, maar ook Emerald Fennell, directeur van Promising Young Woman. Haar feministische thriller, geïnspireerd op de #MeToo-beweging, ontving zondagavond de prijs voor het meest originele scenario.

    De versie van dit jaar beloonde ook meer acteurs of regisseurs van minderheden. De Zuid-Koreaanse actrice Youn Yuh-jung, genomineerd voor Minari, en de Brit Daniel Kaluuya, die een Black Panthers-frontman speelt in Judas and the Black Messiah, wonnen allebei de Academy Award voor beste mannelijke bijrol.

    Volgens NPR heeft deze betere weergave van de diversiteit van cinema bij de Oscars niet alleen te maken met de inspanningen van de Amerikaanse academie de afgelopen jaren. Volgens een rapport van de University of California in Los Angeles (UCLA) is de ontwikkeling ook deels te wijten aan het feit dat dit jaar minder kandidaten met een groot budget meededen. De release daarvan werd vertraagd ‘door de pandemie, waardoor plaats is gemaakt voor films met een gemiddeld budget, die buiten konden worden geschoten’. En daarin zijn minderheden beter vertegenwoordigd, zowel voor als achter de camera.

  • Ook genieën hebben 24 uur per etmaal. Hoe besteden ze die?

    Ook genieën hebben 24 uur per etmaal. Hoe besteden ze die?

    ‘We hebben allemaal dezelfde 24 uur als Beyoncé’ was een tweet die viral ging. Sommige mensen lijken niet alleen alles te hebben, maar slagen er op een of andere manier ook nog eens in alles te doen. Hoe dan?

    Dit artikel verscheen eerder in 360 Magazine # 57, mei 2014.

    Franz Kafka, ontevreden met zijn behuizing en het feit dat hij met overdag moest werken, schreef in 1912 in een brief aan Felice Bauer: ‘… mijn tijd is begrensd, mijn krachten zijn beperkt, het kantoor is een van verschrikking, mijn appartement is lawaaiig, en als een aangenaam, eenvoudig leven niet mogelijk is, dan moet je een manier vinden om je er subtiel tussendoor te manoeuvreren’.

    Kafka is een van de 161 geïnspireerde en inspirerende schrijvers, dichters, toneelschrijvers, schilders en filosofen, wetenschappers en wiskundigen met van wie de dagelijkse routine in het boek van Mason Currey wordt beschreven. Net als Kafka hadden ook de anderen te maken met talloze (soms zelf veroorzaakte) obstakels, wat resulteerde in een fascinerende verzameling ‘subtiele manoeuvres’ om hun werk iedere dag gedaan te krijgen; vroeg opstaan of juist laat gaan slapen, enorme hoeveelheden ’s koffie, lange wandelingen maken en ingeplande dutjes doen. Thomas Wolfe schreef als hij in de keuken stond en gebruikte de bovenkant van zijn ijskast als bureau. Jean-Paul Sartre kauwde altijd op Corydrane-tabletten (een mix van amfetamine en aspirine), waarvan hij tien keer de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid overschreed. Descartes bleef graag liggen luieren in bed, terwijl zijn gedachten in zijn slaap afdwaalden ‘naar bossen, tuinen en toverpaleizen’ waar hij ‘elk denkbaar plezier’ beleefde.

    George Balanchine, was gek op de was doen en verzette het meeste ‘werk’ als hij aan het strijken was

    En dan zijn er nog Anthony Trollope, die zichzelf elke ochtend verplichtte om voordat hij naar zijn werk op het postkantoor ging drieduizend woorden te schrijven (250 per kwartier, drie uur lang). Dat hield hij 33 jaar lang vol, waarin hij zo’n 25 boeken schreef; George Balanchine, was gek op de was doen en verzette het meeste ‘werk’ als hij aan het strijken was, George Gershwin zat twaalf uur per dag, van laat in de ochtend tot midden in de nacht, achter de piano te componeren in pyjama, badjas en slippers. James Joyce kon schrijven terwijl zijn gezin om hem heen dwarrelde, de naasten van Mark Twain bliezen op een posthoorn als ze hem écht nodig hadden – om maar niet op zijn deur te hoeven kloppen.

    Ook de routines van Jane Austen, Karl Marx, Charles Darwin, Pablo Picasso, Leo Tolstoj, Andy Warhol, John Updike, Twyla Tharp en Igor Stravinsky (die nooit een noot op papier kon zetten tenzij hij er zeker van was dat niemand hem kon horen en die, als hij zich geblokkeerd voelde, op zijn hoofd ging staan om ‘zijn hersenen ruimte te geven’) werden door Currey aan de hand van vooral (auto)biografieën, dagboeken en brieven uitgeplozen.

    Screen Shot 2021 04 09 at 6.37.36 PM
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.37.55 PM

    ‘Als een vaste routine op de juiste manier wordt toegepast, kan een nauwkeurig afgesteld mechanisme ontstaan waarbij beperkte middelen optimaal kunnen worden benut…. Op die manier kan iemand zijn mentale energie in goede banen leiden…’ – Mason Currey, auteur Daily Rituals

    Screen Shot 2021 04 09 at 6.41.12 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.41.01 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.40.51 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.40.40 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.40.20 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.40.09 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.39.57 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.39.48 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.39.37 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.39.24 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.39.15 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.39.00 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.38.47 PM 1 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.38.19 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.38.06 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.38.33 PM

    Mason Currey, Daily Routines, Knopf Doubleday Publishing Group, 2013.

    R.J. Andrews stelde aan de hand van de routines uit het boek op zijn site Info We Trust bovenstaande infographic samen.

  • Waarom zijn we zo bang om ons te vervelen?

    Waarom zijn we zo bang om ons te vervelen?

    Onze weerzin tegen verveling zit diep. 67 procent van de mannen en 25 procent van de vrouwen dient zichzelf liever een pijnlijke elektrische schok toe dan een kwartier alleen in een ruimte te moeten doorbrengen zonder iets omhanden. Joe Fassler legt uit waarom dat onterecht is.

    Dit artikel werd eerder gepubliceerd in Reader #19

    Laat even alles uit uw handen vallen en probeer te bedenken wanneer u zich voor het laatst hebt verveeld. En dan heb ik het niet over ‘telefoonverveling’ – de lusteloosheid van generatie Z als gevolg van een overdaad aan digitale input – maar over echte verveling, een gevoel van lusteloosheid door een gebrek aan prikkels. Wanneer hebt u voor het laatst toegegeven aan dat gevoel van lusteloosheid dat zich aandient na een tijdje niksen?

    Het zou me niets verbazen als u het niet meer weet. Verveling is de gesel van ons moderne bestaan en de machtige motor van het Amerikaanse consumentisme draait op volle toeren om het uit te bannen. We laten onze boodschappen en onze kleren thuis bezorgen en platforms als TaskRabbit en Seamless beloven ons te verlossen van alledaagse klusjes zoals de boodschappen, het in elkaar zetten van meubels, lekker uitgebreid koken in het weekend of zelfs het ophalen van een afhaalmaaltijd.

    Podcasts bestrijden de verveling wanneer we ’s ochtends naar ons werk rijden of wanneer we na het eten aan de afwas staan. ’s Avonds kijken we naar series die onophoudelijk doorgaan, waardoor het moment van bezinning na de aftiteling voor eeuwig uitblijft.

    En dan is er natuurlijk nog de mobiele telefoon. Op wachtkamers over de hele wereld staren mensen met gebogen hoofd naar een schermpje. De telefoon, die ons toegang biedt tot alles waar we maar in geïnteresseerd zijn, heeft voorgoed afgerekend met verveling – met ons mobieltje bestrijden we de innerlijke rusteloosheid die ooit kenmerkend was voor ons mens-zijn. Ook al zijn we gestrest, of afwezig, of overwerkt, ook al hebben we last van branderige ogen of hersenmist – we vervelen ons geen moment meer. Anno 2019 is dat nergens meer voor nodig.

    ‘Acedia gezien als een stoornis – het tragische onvermogen om de schoonheid te zien in het door God geschapen universum’

    Waarschijnlijk is dat geen goede ontwikkeling. Uit recent onderzoek is gebleken dat verveling verrassend positieve effecten heeft, die verband houden met verbeelding en creativiteit. Het blijkt dat al onze inspanningen om verveling uit te bannen ons leven er niet beter op hebben gemaakt. Sterker nog, er wordt ons iets waardevols afgenomen. 

    Voordat we het gaan hebben over de waarde van verveling, is er nog iets anders om in gedachten te houden: verveling is niet van alle tijden. Natuurlijk is er altijd wel iets vergelijkbaars geweest. Maar de manier waarop we ons verhouden tot dat gevoel is in de loop der eeuwen radicaal veranderd, net als onze opvatting over de implicaties ervan.

    In Boredom: The Literary History of a State of Mind, stelt wetenschapper Patricia Meyer Spacks dat het gevoel van verveling van vandaag de dag pas is opgekomen in de achttiende eeuw: ‘Het was een nieuw begrip’, schrijft ze, ‘of misschien zelfs wel een geheel nieuwe ervaring.’ Middeleeuwse denkers schreven over acedia, een woord dat ze hadden geleend van de oude Grieken en dat de benaming was voor een van de zeven hoofdzonden, namelijk luiheid. Net als andere begrippen uit de oudheid, zoals melancholie en lusteloosheid, werd acedia gezien als een stoornis – het tragische onvermogen om de schoonheid te zien in het door God geschapen universum.

    Onze moderne verveling verschilt op twee belangrijke punten van acedia. Ten eerste is het zeer situatiegebonden. Verveling komt meestal van buiten, niet van binnenuit; we vervelen ons wanneer de omstandigheden saai zijn. Ten tweede wordt het niet langer beschouwd als een karaktereigenschap noch als een ernstige zonde tegenover God, maar als iets relatief onbeduidends. Ja, het kan overweldigend zijn, maar verveling is ook grillig, vluchtig. Het is een gevoel dat ook weer kan verdwijnen.

    Spacks komt met verschillende verklaringen voor dit veranderende perspectief, van de afnemende invloed van het geloof tot het toegenomen individualisme – dat laatste heeft het benoemen van diverse gevoelsschakeringen in de hand gewerkt. 

    Maar ze wijst er ook op dat er een correlatie bestaat tussen de definitie van het begrip verveling en de opkomst van de roman als literair genre, een historisch gegeven dat vermoedelijk niet toevallig is: beide hangen samen met de opkomst van het fenomeen ‘vrije tijd’. Zoals Spacks het ziet waren werk en vrije tijd vóór de Industriële Revolutie meer met elkaar vervlochten, waren werk en spel één in de dagelijkse strijd om het hoofd boven water te houden. (Een voorbeeld hiervan is de worksong, het arbeidslied.) Maar naarmate de achturige werkdag zijn intrede deed, ontstond er meer en meer een scheiding tussen ‘werk’ en ‘vrije tijd’. 

    Bestrijding

    In die periode duikt ook voor het eerst het woord ‘verveling’ op. Halverwege de negentiende eeuw kwam je het ineens overal tegen, in krantenartikelen en in romans van Charles Dickens, als verklaring voor de indolentie van de armen en de lethargie van de rijken. Halverwege de twintigste eeuw werd het in brede kring gezien als een onlosmakelijk deel van het bestaan. ‘Life, friends, is boring. / We must not say so’ (Het leven is saai, vrienden. / Laten we het niet zeggen’) schreef de dichter John Berryman in zijn bundel 77 Dream Songs (1964), die hem de Pulitzer-prijs opleverde. Acedia werd gezien als een interne tekortkoming, maar verveling was iets van buitenaf – een natuurlijk fenomeen dat de maatschappij als geheel zo goed mogelijk probeerde in te dammen en te verhullen, maar dat evengoed overal op de loer lag.

    Naarmate deze opvatting van verveling terrein won, zien we een toename van middelen om verveling te bestrijden. Spacks beschrijft de ongekende variëteit aan vermaaksmogelijkheden die hun intrede deden in het Europa van de achttiende eeuw – van circussen en dierentuinen tot toneelopvoeringen – en waaruit uiteindelijk variétévoorstellingen en films voortkwamen.

    Werk was ook een remedie. In De menselijke conditie schrijft Hannah Arendt dat werk ooit werd gerechtvaardigd vanuit de gedachte dat het contemplatie mogelijk maakte. De Industriële Revolutie zette alles op zijn kop: in toenemende mate werden mensen beoordeeld op de veronderstelde waarde van hun werk. Het onvermijdelijke gevolg hiervan was een devaluatie van de tijd waarin niet werd gewerkt – waar nu smalend de term ‘niksen’ voor kon worden gebruikt.

    Vandaag de dag heeft die houding groteske vormen aangenomen, culminerend in de zogeheten hustle culture, waarin van gretige jongeren lijkt te worden verwacht dat ze bereid zijn hun slaap te offeren op het altaar van productiviteit en zich maar al te graag door hun baas laten uitbuiten. Die houding spreekt ook uit de slogans die overal opduiken op de muren bij WeWork: ‘Thank God It’s Monday’ en ‘Never stop getting better’. Wie niet bezig is, bestaat niet.

    Maar misschien is het wel een goed idee om eens wat meer te lummelen – en wie weet juichen de opperheren voor wie we werken dat zelfs toe. Want verveling speelt een cruciale en vaak onderschatte rol bij creativiteit, inspiratie en innovatie – onvervangbare waarden, waar zelfs alle ambitie van de wereld niet tegenop kan.

    Leer- en ervaringsdeskundige Cindy Foley over de voordelen van verveling.

    Verveling mag dan een universeel fenomeen zijn, toch wordt er pas sinds heel kort wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. In een artikel uit 2012 in Perspectives on Psychological Science werd aangetoond dat er zelfs geen klinische definitie is van verveling, al kwamen de auteurs wel met een voorzet: ‘Het aversie opwekkende gevoel een bevredigende activiteit te willen ontplooien, maar daar niet toe in staat te zijn.’

    Die definitie zal ongetwijfeld nog worden bijgesteld naarmate er meer onderzoek wordt gedaan naar wat verveling precies is en wat de gevolgen ervan zijn. Maar de eerste onderzoeken wijzen uit dat verveling op ingrijpende en onverwachte wijze ons gedrag én ons probleemoplossend vermogen kan sturen.

    Wetenschappers die de waarde van verveling willen onderzoeken, zullen maar al te vaak deelnemers dwingen uitzonderlijk monotone handelingen te verrichten. Hoe zou u het vinden om een half uur lang nummers uit een telefoonboek voor te lezen of eindeloos naar een repeterende screensaver te kijken, of met één hand rode en groene bonen uit een grote bak op kleur te moeten sorteren? Dit zijn de taakjes die onderzoekers hadden bedacht voor hun proefpersonen in twee studies uit 2014 en een studie uit 2019.

    Deze onderzoeken leverden alle drie dezelfde uitkomst op: de mensen die het saaie taakje hadden moeten uitvoeren gaven in vergelijking met een controlegroep blijk van een grotere inventiviteit bij een volgende oefening, die meer creativiteit vergde. De telefoonboekmensen kwamen met interessantere antwoorden toen hen werd gevraagd nieuwe toepassingen te bedenken voor plastic bekertjes. De mensen die naar de screensaver hadden gekeken kwamen met originelere antwoorden bij een woordassociatiespelletje. En de bonensorteerders blonken uit in het verzinnen van smoesjes om te verklaren waarom ze te laat waren gekomen op een vergadering. De boodschap lijkt duidelijk: verveling doet ergens binnen in ons een mentaal vuur ontbranden.

    Deze tendens is diep geworteld, zo zeer zelfs dat hij niet lijkt niet te zijn voorbehouden aan de mens. Neem bijvoorbeeld de grijze roodstaartpapegaai, een vogel die er heel goed is om kleuren en aantallen te benoemen, maar die steeds wildere en bizarre antwoorden geeft als de puzzels te makkelijk worden, of als ze te veel op elkaar gaan lijken – met andere woorden, als hij zich gaat vervelen.

    Hoewel wetenschappers nog geen duidelijk evolutionair doel hebben gevonden voor verveling, lijken de voordelen onmiskenbaar: verveling zet ons ertoe aan nieuw terrein te verkennen en te zoeken naar een nieuwe aanpak wanneer er te veel sleur in ons werk of onze situatie sluipt. Dan gaan we onderzoeken, variëren, innoveren.

    De romanschrijver

    Het is makkelijker gezegd dan gedaan om je voordeel te doen met deze kennis. Maar onze weerzin tegen verveling zit diep: uit een onderzoek in Science uit 2014 bleek dat 67 procent van de mannen en 25 procent van de vrouwen zichzelf liever een pijnlijke elektrische schok toedienen dan een kwartier alleen in een ruimte te moeten doorbrengen zonder iets omhanden. Als we de keuze hebben, geven we de voorkeur aan een prikkel, zelfs als het pijn doet, boven een moment van stille overpeinzing.

    En tegenwoordig is er aan prikkels geen gebrek. Als het leven je bestookt met eindeloze berichtjes, meldingen en alerts, dan wordt verveling – van de intense, lusteloze soort – steeds onbereikbaarder.

    We hebben zelfs zo’n weerzin ontwikkeld tegen verveling dat we bijna moeten leren hoe we het weer kunnen toelaten in ons leven – en wat we daarbij te winnen hebben. Daarvoor kunnen we goed te rade gaan bij ’s werelds voornaamste experts op het gebied van lummelen, mensen die zich meer vervelen dan wie ook: romanschrijvers.

    Sinds 2013 heb ik meer dan 150 schrijvers geïnterviewd voor mijn column ‘By Heart’ in The Atlantic, een reeks gesprekken over artistieke invloeden en creatieve uitdagingen die de basis vormden voor mijn boek Light the Dark: Writers on Creativity, Inspiration, and the Artistic Process. Wat me tijdens die vele interviews duidelijk werd, is dat schrijvers heel bewust situaties opzoeken waarin ze zich langdurig en intens vervelen. Uit die verstilling – die velen van ons uit alle macht op afstand proberen te houden, al is het met een elektrische schok – komen ideeën voort. Zonder verstilling zouden velen van hen hun werk niet kunnen doen.

    Schrijvers zijn duursporters als het om verveling gaat, en de strategieën waarover ze mij in de loop der jaren hebben verteld zijn heel verschillend en zeer persoonlijk. David Mitchell heeft de Apple-homepage geïnstalleerd als startscherm, zodat hij bij het openen van zijn browser niet wordt afgeleid door allerlei interessants. Celeste Ng schrijft voornamelijk ’s nachts en ’s ochtends vroeg, als de stroom e-mails en andere vormen van afleiding enigszins is opgedroogd. Moshin Hamid heeft de gewoonte om tot de verbeelding sprekende wandelingen te maken – een kleine tien kilometer, elke dag opnieuw, puur om ruimte in zijn hoofd te creëren en zijn gedachten te laten dwalen. En Jonathan Franzen zorgt dat hij niet te veel tijd op internet doorbrengt zodat er tijd overblijft voor introspectie.

    ‘Ik moet zorgen dat ik echt bij mezelf kan blijven,’ zei hij tegen me. ‘Bij mijn kern, waar daar ontspruit mijn werk. Als ik daar te ver vandaan raak, word ik de zoveelste die van alles verkondigt en herhaalt wat er al is. ‘Als schrijver probeer ik aandacht te besteden aan dingen waar mensen zich niet van bewust zijn.’

    Om het anders te formuleren: Verveling gaat om het ontwikkelen van de kracht om in je eentje in de kamer te blijven zitten waar niets gebeurt, om verstilling te verkiezen boven een elektrische schok. Want dan gaat de geest vanzelf op zoek naar ongewonere, wildere mogelijkheden – en dat is het moment waarop we in staat zijn tot dingen waar we zelf nog wel eens van konden opkijken. 

    ‘Als je goed kijkt, is het een illusie dat het fenomeen verveling op zijn retour zou zijn’

    Geïnspireerd door deze schrijvers heb ik mijn eigen manieren ontwikkeld om in een dergelijke toestand te geraken. Voor The Paris Review heb ik een stuk geschreven over een routine die ben gaan koesteren: elke avond voor het slapengaan zet ik de router uit, zodat ik ’s ochtends niet wordt verleid door het felle, verveling-verdrijvende licht van mailtjes, Twitter en het nieuws.

    ’s Ochtends probeer ik altijd te schrijven, maar zelfs als ik uiteindelijk niet veel verder kom dan wat op mijn gitaar spelen of in een dichtbundel bladeren, levert het me een helderheid op die de hele dag bij me blijft. Ik probeer altijd prioriteit te geven aan die productieve verstilling en ik ga het steeds meer missen als ik er geen tijd voor uittrek om de tijd te doden.

    Maar verveling zal altijd weer de kop opsteken. Als je goed kijkt, is het een illusie dat het fenomeen verveling op zijn retour zou zijn. En zodra je verveling gaat zien als iets om te koesteren, zie je overal nieuwe mogelijkheden: doe die oortjes uit als je gaat rennen en luister naar je ademhaling. Laat in de trein je telefoon gewoon in je tas zitten en laat je blik over de gezichten van je medereizigers glijden. De geest heeft een zekere verstilling nodig om zich tegen te verzetten. Het kan je veel opleveren, als je het de kans geeft.

  • Wanneer was nu? Wetenschappers snappen nog weinig van de tijd

    Wanneer was nu? Wetenschappers snappen nog weinig van de tijd

    Heden, verleden, toekomst: wie zich met het wezen van de tijd bezighoudt, raakt snel in verwarring. Tot op de dag van vandaag puzzelen fysici hoe de wereldklok tikt.

    I De controversiële tijd

    ‘Wat is tijd? Wanneer niemand het mij vraagt, weet ik het. Maar als iemand het mij vraagt en ik zou het willen verklaren, dan weet ik het niet.’ 

    Dit citaat van de filosoof Augustinus beschrijft onze verhouding tot de tijd beter danwelk ander ook. We ervaren allemaal hoe de tijd soms voorbij kruipt, en dan weer vliegt.

    ‘Ik weet dat er geen verleden tijd zou zijn als niets voorbij zou gaan, en geen toekomstige als er nu niets was. Maar hoe kunnen die beide tijden, het verleden en de toekomst, er zijn terwijl toch het verleden er niet meer is, en de toekomst er nog niet is?’ klaagt Augustinus. De tijd kan je veel hoofdbrekens bezorgen.

    In de natuurkunde leidt de jacht op het wezen van de tijd regelrecht naar de grenzen van ons begrip van de wereld. De mechanica, de thermodynamica, de relativiteitstheorie en de quantumfysica leveren steeds weer puzzelstukjes op. Bovendien beroven ze de tijd van alle eigenschappen die ons gevoel voor tijd kenmerken. Wat overblijft is een verwarrende, vreemdsoortige constructie. 

    Als we de tijd ooit werkelijk zullen begrijpen, zal hij de weg wijzen naar de toekomst van de natuurkunde: naar die felbegeerde theorie die het hele universum beschrijft.

    II 1687: de absolute tijd

    Op 5 juli 1687 publiceerde de Britse geleerde Isaac Newton een van de belangrijkste werken in de geschiedenis van de natuurwetenschap, de Philosophiae Naturalis Principia Mathematica. In zijn theorie tikt in het verborgene onafgebroken een kosmisch uurwerk, dat het ritme van de wereld bepaalt en aan alle dingen een exacte duur en volgorde verleent. Zijn begrip van tijd komt ons meteen plausibel voor. Maar Newtons vergelijkingen zeggen ook iets heel verbazingwekkends over het wezen van de tijd. Want zijn mechanica maakt geen onderscheid tussen verleden en toekomst. Als iemand een kosmische terugspoelknop zou indrukken, dan zouden Newtons bewegingswetten onveranderd geldig blijven.

    Terwijl het hemellichaam duizenden jaren lang onverstoorbaar zijn baan vervolgt, verliest de biljartbal al na enkele ogenblikken zijn vaart

    Denkt u maar aan de aarde die om de zon draait. Twee principes uit de klassieke mechanica bepalen de baan van planeten. Enerzijds dwingt de traagheid van de massa ze om in een rechte lijn het heelal in te vliegen, maar anderzijds duwt de zwaartekracht ze (vooral) in de richting van de zon. Deze tegengestelde krachten dwingen ook de aarde in haar baan. Stel nu dat we de loop van de tijd zouden kunnen omkeren, wat zou er dan aan haar omloop veranderen? Het antwoord luidt: helemaal niks. Alle wetten die haar baan bepalen, blijven gelden. De aarde zou alleen de andere kant op vliegen.

    III 1850: de stromende tijd

    Voor een hemellichaam dat door het heelal raast, speelt de richting van de tijd dus geen rol. Voor een bal die over een biljarttafel rolt, doet hij dat wel. 

    Het beslissende verschil is de wrijving. Als de biljartbal over het groene vilt rolt en door een zee van luchtdeeltjes heen moet, wordt haar bewegingsenergie door de wrijving onverbiddelijk in warmte omgezet en gaat daarbij verloren.

    Hier is de tweede hoofdwet van de thermodynamica aan het werk. Die zegt dat bepaalde processen zonder inwerking van buitenaf slechts in één richting verlopen, zo goed als nooit in de andere richting. Biljartballen worden door de wrijving afgeremd. Warmte beweegt van het hete naar het koude. Vallende theekopjes breken in scherven, maar nooit vormen de scherven weer spontaan een geheel. 

    De tweede hoofdwet van de thermodynamica, in 1850 voor het eerst geformuleerd door de Duitse natuurkundige Rudolf Clausius, is de enige wet van de klassieke natuurkunde waarin de tijd niet omkeerbaar is. 

    Deze door Clausius bedachte grootheid wordt in gewone taal graag aangeduid als de mate van wanorde. De tweede hoofdwet zegt: in het verleden waren de dingen meer geordend. In de toekomst zullen ze wanordelijker zijn. 

    Laten we een voorbeeld van entropie bekijken: als je melk in een kop koffie giet, zweeft die korte tijd als een licht gekleurde wolk in het bruine brouwsel. De bestanddelen melk en koffie zijn duidelijk gescheiden. Op dat moment is de entropie nog gering. Maar die ordening duurt niet lang: de moleculen bewegen kriskras heen en weer, ze botsen en mengen zich zienderogen met elkaar. Algauw is de melk door de koffie verdeeld. De entropie is toegenomen. 

    De entropie neemt ook toe in de scherven van het kapot gevallen kopje, ze neemt toe in een door wrijving opgewarmde biljartbal, waarin de moleculen nu sneller bewegen. Maar er zijn talrijke situaties waarin ze plaatselijk afneemt. Als de aarde ’s nachts afkoelt, neemt de entropie aan de oppervlakte af; in plaats daarvan verhogen de ontsnappende warmtestralen de wanorde in het heelal. Op het lopen van de klokken heeft dat geen invloed. 

    IV 1905: de relatieve tijd

    Misschien kunnen plaatselijke omstandigheden de loop van de tijd helemaal niet veranderen? Dat zou je kunnen denken, ware het niet dat een fysicus genaamd Albert Einstein tussen 1905 en 1915 het tegendeel heeft aangetoond. De relativiteitstheorie rekent af met iedere voorstelling die we ons intuïtief maken van de aard van de tijd. We moeten het geloof opgeven dat voor ons allemaal een en dezelfde tijd bestaat. Het tegendeel is het geval: elk punt in de ruimte heeft zijn eigen tijd. Zelfs voor je hoofd verloopt de tijd anders dan voor je voeten. In de wereld van de relativiteit hebben we steeds een referentiekader nodig.

    Zelfs voor je hoofd verloopt de tijd anders dan voor je voeten

    Einsteins eerste geniale inzicht was dat bewegende uurwerken langzamer tikken dan stilstaande. Dat wordt aanschouwelijk in de beroemde tweelingparadox: daarin blijft een van de twee op aarde (het referentiekader) terwijl de ander het heelal inreist. Omdat het ruimteschip gezien vanuit de aarde zeer snel beweegt, wordt de tijd voor de reiziger uitgerekt. Hijzelf merkt daar niets van: de klok in het ruimteschip tikt voor hem met onveranderde snelheid. Maar als hij na vele jaren op aarde terugkeert, stelt hij met verbazing vast dat zijn tweelingbroer sneller oud geworden is dan hij. Voor de thuisblijver is sinds het afscheid meer tijd verstreken dan voor de reiziger.

    Einsteins tweede geniale inzicht luidde: ook grote massa’s vertragen de tijd – en wel meer naarmate hun zwaartekracht sterker werkt. Op een berg, verder verwijderd van het middelpunt van de aarde, verstrijkt de tijd daarom sneller dan in het dal. Op aarde verstrijkt hij sneller dan op de veel massievere zon.

    De relativiteitstheorie gooit niet alleen ons beeld van een gelijkmatig stromende, voor iedereen geldige tijd overhoop. Ze berooft ons ook van de voorstelling dat er een algemeen geldig heden zou bestaan. Denk even terug aan de tweelingen. Hoe kan de thuisblijver weten wat zijn broer in het ruimteschip ‘nu’ doet? Mededelingen als ‘vijf jaar na vertrek’ hebben voor de broers een verschillende betekenis.

    En als de een nu contact maakt met de ander om te vragen wat hij op dat moment doet?

    Ook dat werkt niet: communicatie kan hooguit met de lichtsnelheid plaatsvinden. Als de ruimtevaarder in een ander melkwegstelsel onderweg is, heeft het signaal jaren nodig om heen en weer te reizen. Net als het woord ‘hier’ heeft ook het woord ‘nu’ vanaf een bepaalde afstand geen zin meer.

    Einsteins theorieën zijn bevreemdend, maar onder fysici onomstreden. Deze eenstemmigheid gaat verloren als we de kosmos verlaten en binnentreden in de wereld van het microscopische.

    V. 1926: Quantumtijd

    Quanten vertonen allerlei exotische eigenschappen. Ze kunnen schijnbaar ontstaan uit het niets en weer spoorloos verdwijnen. Ze bevinden zich op hetzelfde moment op verschillende plekken. Ze verkeren gelijktijdig in tegengestelde toestanden. Maar zodra we een meting uitvoeren, lijken ze willekeurig te kiezen voor een plek of een toestand. Wat er op dat moment gebeurt, is tot op heden onderwerp van verhitte debatten.

    De tijd gedraagt zich in deze wirwar op het eerste gezicht onopvallend. In de oorspronkelijke quantummechanica komt hij overeen met Newtons voorstellingen. Net als in de klassieke mechanica hebben processen één duur – niet meer en niet minder. 

    In plaats daarvan is er iets zo mogelijk nog vreemders aan de hand. Wat als de tijd zich even gek gedraagt als de elementaire deeltjes zelf? 

    Veel grootheden in het rijk van het allerkleinste zijn gequantiseerd – ze bestaan uit kleine, niet verder deelbare eenheden. Materie en straling zijn bijvoorbeeld samengesteld uit elementaire deeltjes. Ook de energie is gequantiseerd: deeltjes moeten haar steeds in minuscule pakketjes opnemen of afgeven. Daarbij gedragen ze zich alsof ze een onzichtbare trap opklimmen. Is de energie niet voldoende om op de eerstvolgende traptrede te springen, dan vallen ze terug op hun vorige niveau. 

    Waarom zou ook de tijd niet uit kleinste eenheden bestaan? Dan zou ze niet continu stromen, maar sijpelen, zoals de korreltjes in een zandloper. 

    VI. De toekomst van de tijd

    Met de verkorreling van de tijd verlaten we de wereld van de experimenteel vastgestelde kennis en betreden we het rijk van de speculaties. De tijd heeft in de quantumfysica andere eigenschappen dan in de relativiteitstheorie. Hij is daar niet vervlochten met de ruimte, maar verstrijkt onafhankelijk daarvan.

    Om alle stukjes in elkaar te passen, moet men bereid zijn afscheid te nemen van dierbare overtuigingen

    Daarmee markeert de tijd een van de vele tegenstrijdigheden tussen de twee theorieën die onze wereld beide voortreffelijk beschrijven – de quantumfysica op microniveau, de relativiteitstheorie op macroniveau.

    Er zijn al concrete aanzetten om quantumfysica en relativiteitstheorie te verenigen. Een daarvan postuleert het bestaan van ruimte-tijdatomen: hyperkleine, ondeelbare bouwstenen van ruimte en tijd. Als zulke structuren bestaan, gedragen ze zich vermoedelijk zoals fysici dat verwachten van kleinste deeltjes. Maar die deeltjes bestaan niet in ruimte of tijd: pas door hen worden ruimte en tijd gevormd. Onvoorstelbaar – en misschien toch reëel. 

    Om alle puzzelstukjes in elkaar te passsen, moet men bereid zijn afscheid te nemen van dierbaar geworden overtuigingen. ‘Het begrip tijd is zo fundamenteel dat het moeilijk is erover te spreken zonder het bij voorbaat te veronderstellen,’ zegt Renato Renner, professor theoretische fysica aan de ETH-universiteit in Zürich. Zijn onderzoeksteam aan de ETH in Zürich probeert met gedachte-experimenten te komen tot een begrip van tijd dat in beide werelden even geldig is. ‘Onze taal, onze logica, onze intuïtie – ze zijn er allemaal van doordrenkt. De genialiteit van de relativiteitstheorie zat in het feit dat ze afrekende met vanzelfsprekende voorstellingen. Wat we nu nodig hebben is een nog radicalere stap.’

    Renner gelooft dat de paradigmawisseling in de wetenschap die daarvoor nodig is, zich al voltrekt. De tijd, zegt hij, is rijp voor een nieuw begrip van tijd.

    Nora Saager is ervan onder de indruk hoezeer de fysici openstaan voor nieuwe ideeën. Geen theorie is ze te gek, zolang de wiskunde die erachter zit maar zinnig is.

  • In dit Noorse dorp is de tijd afgeschaft

    In dit Noorse dorp is de tijd afgeschaft

    Tijd is een kostbaar goed, waardoor we ons allemaal laten leiden. Maar wat gebeurt er als we ons ervan ontdoen? De bewoners van het Noorse eiland Sommarøy durfden het experiment aan en leven gedurende 76 dagen per jaar zonder uren en minuten.

    Het is ’s avonds laat als ik voor een wit houten huis sta op het strand van het Noorse eiland Sommarøy. Ik klop aan de deur en wacht. Niemand doet open. Achter me roept iemand: ‘Wie zoekt u?’

    ‘Kjell Ove Hveding.’ ‘Kjell Ove?’ vraagt de man. Hij spreekt de kj uit als sj. ‘Die is aan het kamperen in de bergen.’ Ik kijk hem aan, een beetje geïrriteerd, maar ook wel enigszins geamuseerd door het feit dat de man voor wie ik vanuit Berlijn 2686 kilometer heb gereisd, er niet is. ‘Hij heeft geen mobieltje bij zich,’ roept de buurman nog, ‘en een horloge al helemaal niet.’

    Kjell Ove Hveding draagt sinds zes jaar geen horloge meer. Hij leeft zonder tijd. Zo vertelt hij het tenminste op een Facebookfilmpje dat viraal ging. Hij beslist naar behoefte wanneer hij eet of slaapt. Aan dag en nacht is hij niet gebonden, want in zijn woonplaats Sommarøy, in het noorden van Noorwegen, gaat de zon ’s zomers niet onder. Bijna 76 dagen lang daalt hij om middernacht tot vlak boven de horizon, waarna hij weer omhoogklimt. Dus wordt het niet donker.

    Kjell Ove is niet de enige die in de video vertelt hoe een tijdloos leven eruitziet. Ook andere eilandbewoners vertellen hoe de kinderen ’s nachts op straat spelen, hoe ze ’s nachts hun huizen schilderen. In de clip nodigen ze uit om naar Sommarøy te komen om zonder klok te leven. Duizenden toeristen reisden erheen om de tijdloosheid op het eiland te ervaren. Maar bij aankomst moesten ze vaststellen dat de video [waarin klokken, wekkers et cetera letterlijk worden opgeborgen] een reclametruc was van de plaatselijke VVV.

    Ook ik heb de video gezien en wilde weten: kunnen ze op Sommarøy echt leven zonder tijd? Hoe voelt het leven zonder klok? Pr-stunt of niet, ik ging op weg.

    Als je de bewoners over de video aanspreekt, beginnen ze te lachen.

    ‘Natuurlijk hebben wij hier ook klokken,’ zei een van hen. ‘Maar we hebben ook meer tijd.’ Pas na vijf dagen begreep ik wat hij daarmee bedoelde.

    Gestolen tijd

    Michael Ende schreef al in 1973 in Momo en de tijdspaarders over een klein meisje dat tegen de ‘grijze heren’ vecht die mensen beroven van hun tijd. Ze vertellen hun dat ze effi ciënter moeten leven om zo veel mogelijk tijd te sparen – die ze uiteindelijk toch niet kunnen benutten. De grijze heren leven van de tijd van anderen. Als kind dacht ik: wat een geluk dat uren en minuten in het echte leven niet gejat kunnen worden, zoals fietsen of geld. Het is alsof Ende de toestand van de huidige samenleving voorvoeld heeft. Mijn hand zoekt ’s morgens meteen de smartphone. Eerste vraag: hoe laat is het? Douchen, aankleden, ontbijten, op pad. Alles tot op de minuut gepland. Mijn dagelijks leven bestaat uit tijdvensters. Valt er een venster tussenuit, dan probeer ik dat gat zo snel mogelijk op te vullen. Ik wil geen uren verspillen. Maar hoe zou het zijn als ik plotseling niet meer weet of ik om één uur of om vijf uur ’s middags eet? Zou dat bevrijdend zijn, of alleen maar verwarrend?

    ‘Wat een geluk dat uren en minuten in het echte leven niet gejat kunnen worden, zoals fietsen of geld’

    Op mijn tweede dag in Sommarøy sta ik weer voor Hvedings huis en klop aan. Niemand doet open. Dus ik stap in mijn auto. Behalve mijn hotel heb je op het eiland slechts een supermarkt en een klein café. Beide zijn nog gesloten. Ik ben te vroeg. Wat een nonsens, denk ik, dat leven zonder klok. Dan moet je er op goed geluk maar achter zien te komen wat de openingstijden zijn. Die hier overigens toch schijnen te bestaan.

    Op straat komt een jongeman me tegemoet. Misschien weet hij waar ik nu een kop koffie kan krijgen. ‘Hé!’ Hij draait zich om en neemt zijn koptelefoon af. ‘Heb je even?’ Hij heet Daniël en heeft de tijd. Als ik hem vraag hoe het leven zonder tijd werkt als je bijvoorbeeld iets wilt kopen of ergens iets wilt gaan eten, lacht hij. ‘Natuurlijk houden wij ons hier ook aan openingstijden.’ Daarvoor kijken ze dus toch op de klok. ‘Ons dagelijks leven verschilt niet zo veel van dat van jullie,’ zegt hij.

    ‘We hebben gewoon meer tijd.’

    Dit filmpje ter promotie van een gebrek aan tijd ging viral.

    En net als de eerste keer dat een bewoner dat tegen mij zei, begrijp ik niet goed wat hij daarmee bedoelt.

    Daniël is in Sommarøy geboren, en al woont hij intussen in Bergen [ruim 1800 kilometer verderop], steeds weer bezoekt hij het eiland. Het geeft hem wat geen vakantieoord ter wereld hem geven kan: tijd. En dat zonder beperkingen. ‘Ik doe waar ik zin in heb,’ zegt Daniël. ‘Dat kan ik ergens anders op vakantie ook doen, maar overal wordt het op een bepaald moment donker. Hier niet. De dagen zijn eindeloos.’

    Als Daniël niet slapen kan, gaat hij vissen. Midden in de nacht. ‘Hoe lang blijf je dan buiten?’ vraag ik hem. ‘Tot mijn hoofd leeg is.’ Dat dat soms tot ’s ochtends vroeg is, ontdekt Daniël pas wanneer hij thuis weer op zijn mobieltje kijkt.

    Gewonnen uren

    Ondanks nachtelijke uitstapjes blijft hij net als de andere eilandbewoners overdag wakker. ‘Slapen doen we in de winter. Dan betalen we voor de mooie zomer met maanden vol duisternis.’ Ze gooien het dus op een akkoordje met de tijd. Dit bijzondere levensgevoel duurt slechts enkele weken per jaar – zolang het licht is.

    Gedurende 76 dagen bevrijden de eilandbewoners zich van uren en minuten. Hoewel er nog steeds openingstijden bestaan, en mobiele telefoons en een tijdschema voor tochtjes met de kayak, zijn de inwoners niet bezig met tijd sparen. Ze leven in één eindeloze dag. Genieten van het moment.

    Pas als ze klaar zijn met wat ze aan het doen zijn, beslissen ze wat ze daarna gaan doen. Wel ontmoeten de mannen elkaar elke ochtend voor koffie bij de supermarkt. Hoe laat, wil ik weten? ‘Als de zon achter de heuvel staat en ik wakker ben. Dan is het tijd voor de koffie,’ vertelt een van hen me. Een groep jongelui trekt beladen met snacks en dekens ’s nachts de berg op. Voor een wandeling is het in Sommarøy nooit te laat.

    Het is bijna alsof de bewoners dan tijd geschonken krijgen. Tijd die ze eerder verdiend hebben. Zoals in Momo. Alleen zijn er hier geen grijze heren.

    ‘Het is niet zo dat we te weinig tijd hebben, er is te veel tijd die we niet gebruiken’

    Het zijn dus niet de klokken waarvan de mensen zich bevrijden. Het zijn de grenzen van de tijd. De exact ingeplande handelingen. Zo moeilijk kan het niet zijn, denk ik, om met maar één ding bezig te zijn, zonder meteen te plannen wat daarop volgt. Toch?

    De volgende dag nodigt een groep vissers me uit om mee te gaan vissen op hun boot. Pas nu merk ik: ik heb geen enkel gevoel voor tijd. De uren zonder klok zijn vermoeiend. ‘Varen jullie elke dag uit? Hoelang? Hoeveel vissen vangen jullie?’ De mannen werpen elkaar blikken toe. Een van hen draait zich naar me om: ‘Tijdens het vissen praten we niet.’ Ik knik. Tuur naar het water. Wacht. Tel de seconden. Stel to-dolijstjes op. Vraag me af hoeveel vissen er wel niet in de zee leven. Tot ik me ten slotte, heel geleidelijk aan, ontspan. Mijn hoofd raakt leeg. Ik kijk naar een van de mannen. Hij glimlacht. Op dat moment begrijp ik waarom Daniël gaat vissen als hij niet slapen kan.

    Op mijn laatste dag op Sommarøy doet Kjell Ove Hveding nog altijd niet open. Ik loop naar mijn auto. ‘Nog steeds niet thuis?’ vraagt zijn buurman. ‘Dan is hij waarschijnlijk de tijd vergeten.’ Ik lach en stap in.

    De Romeinse filosoof Seneca heeft gezegd: ‘Het is niet zo dat we te weinig tijd hebben, maar er is te veel tijd die we niet gebruiken.’ Weinigen zullen dat zo goed begrepen hebben als de bewoners van Sommarøy.

    Na mijn terugkeer blijf ik nog zo’n 48 uur aangestoken door mijn nieuwe inzichten. Het feit dat ik die uren geteld heb, laat zien hoe snel ik weer terugval in mijn oude gewoontes. Toch heb ik een stukje Sommarøy meegenomen: in het weekend blijft mijn agenda leeg.

  • Wat doet de Europeaan om zes uur?

    Wat doet de Europeaan om zes uur?

    Wat doet men op een willekeurige dinsdag om zes uur ’s avonds in Spanje? En wat doet de rest van Europa? Als de Italianen naar de supermarkt rennen, ruimen de Finnen de tafel af.

    Dit stuk verscheen eerder in #152

    Spanje

    Wat doen Spanjaarden om 6 uur? De meesten zitten dan nog op kantoor en daar zitten ze minstens nog anderhalf uur alvorens ze naar huis mogen. Het is een feit dat de Spanjaarden heel andere werktijden hanteren dan de Duitsers, de Fransen of de Engelsen. Oud-premier Mariano Rajoy opperde tijdens zijn verkiezingscampagne in 2016 dat een werkdag in Spanje rond 6 uur afgelopen zou moeten zijn. ‘Spanje is een volwaardig lid van de Europese Unie, maar onze werktijden en dagindeling maken dat we er in Europa een beetje bij bungelen.

    Landen die cultureel gezien op ons lijken en hetzelfde aantal uren daglicht hebben, zoals Portugal of Italië, hebben Europese werktijden.’ ‘Niemand van mijn collega-onderzoekers in Oxford snapt hoe wij kunnen leven met zo’n chaotische dagindeling,’ verzekert José María Fernández-Crehuet, internationale afgevaardigde van de lobbygroep Nationale Commissie voor het Stroomlijnen van de Spaanse Dagindeling en Aanpassing aan andere EU-landen. Gonzalo García, jurist, 30 jaar oud, verlaat het advocatenkantoor waar hij sinds vier jaar werkt niet voor half 8 ’s avonds.

    Een gebruikelijk rooster in Spanje. ‘Ik begin om 9 uur ’s ochtends en moet verplicht twee uur uittrekken voor de lunch. Persoonlijk zou ik liever een halfuur lunchen en om 6 uur naar huis gaan, maar ik merk om me heen de ingesleten gewoonte om ’s ochtends een halfuur lang je tijd te verdoen met ontbijten in de bar en met koffie- of rookpauzes van een kwartier, wat bij elkaar opgeteld weer een halfuur van je tijd is. Over het algemeen brengen wij Spanjaarden vele uren door op ons werk, maar we vermorsen veel tijd,’ aldus de jurist.

    Nederland

    Om 6 uur ’s avonds vind je de Nederlander in een sportschool of thuis, waar hij op het punt staat te gaan eten, of bijna thuis, waar hij zal blijven tot hij de volgende dag weer naar zijn werk moet. In grote steden zoals Amsterdam en Rotterdam zijn [sommige] winkels tot 9 of 10 uur ’s avonds open, maar in de rest van het land sluiten veel winkels om 6 uur. Het leven speelt zich voornamelijk binnenshuis af, vooral in de winter.

    Laura Navarro is Spaanse, ze is 26 jaar en werkt sinds twee jaar bij een in Amsterdam gevestigde multinational. Om klokslag 5 uur is ze klaar met werken, net als het overgrote deel van de werknemers in Nederland. ‘Ik kom rond 9 uur op mijn werk, al ligt de begintijd niet vast, en ik heb twintig minuten om te lunchen. Als ik denk aan de twee uur lunchtijd in Spanje gaan mijn haren recht overeind staan, het slaat nergens op.

    De werktijden in Nederland zijn flexibel, het belangrijkste is dat je presteert en zorgt dat je werk af is. Een ijverige indruk wekken bij de baas hoeft hier niet. Om 5 uur zoek je je spullen bij elkaar zonder dat iemand daar iets van vindt en de volgende dag ga je door waar je gebleven was,’ vertelt Navarro.

    Zweden

    In Zweden zit men gewoonlijk om 6 uur aan de avonddis. De Zweden beginnen om 7 uur ’s ochtends met werken, om half 1 wordt er geluncht en tussen 4 uur en half 5 zit het werk erop.

    Tom Kallene is getrouwd met een Barcelonese en woont al dertig jaar in Spanje. Kallene is de ijzeren regelmaat uit zijn kindertijd niet vergeten, gewoontes die nog steeds bestaan.

    ‘Het belangrijkste journaal van Zweden begint om half 8, ná het avondeten. Eet je buiten de deur, dan kun je de etenstijd een beetje oprekken, tot half 8, op z’n laatst, maar nooit later,’ vertelt de Zweed. Heeft Tom Kallene er ooit over gedacht om terug te keren naar zijn moederland? ‘Alleen om op bezoek te gaan. Ik ben dol op Spanje en blijf hier wonen, al zie ik er de lol niet van in om pas om 10 uur ’s avonds te gaan eten,’ aldus Kallene.

    unnamed kopie
    © Viktor Forga / Unsplash

    Finland

    Wat doen de Finnen om 6 uur? Ze zijn dan net klaar met avondeten, maar maken geen aanstalten om naar bed te gaan. In Finland is het de gewoonte om meteen na het werk te gaan eten. Om half 5 zit de werkdag erop en gaan de Finnen naar huis. Daar maken ze het avondeten klaar, eten en daarna ondernemen ze dingen met de kinderen of gaan ze naar de sportschool. Rond half 11, 11 uur is het wel mooi geweest en gaan ze naar huis om uit te rusten. De dag begint vroeg: al om 6 uur ’s ochtends gaat bij het overgrote deel van de Finnen de wekker.

    De Spaanse Beatriz Ramírez, 29 jaar, kreeg vier jaar geleden een baan op de marketingafdeling van Nissan Helsinki. ‘Ik kan mijn werkuren naar eigen inzicht indelen. Ik heb ’s ochtends een marge van drie uur – van 7 uur tot 10 uur –, de werktijden zijn erg flexibel,’ zegt ze. Wat ze het meest mist van Spanje is de Spaanse gewoonte om spontaan met elkaar af te spreken.

    Frankrijk

    Om 6 uur ’s avonds ronden de Fransen hun werkdag af (een werkdag eindigt tussen 6 uur en half 7). In Parijs wordt er meestal om 8 uur, op z’n laatst om 9 uur gegeten. De Fransen gaan rond elven slapen en staan om 7 uur ’s ochtends weer naast hun bed.

    Journalist Álex Vicente woont al dertien jaar in Parijs, waar hij correspondent is voor El País. Wat hem al die jaren is opgevallen is dat in Parijs alles een uur vroeger begint dan in Spanje. Het avondnieuws bijvoorbeeld begint om 8 uur (in Spanje is dat sinds jaar en dag 9 uur). ‘Zo tegen 7 uur, half 8 begint het apéro: samen met vrienden of collega’s drink je een aperitiefje voordat je gaat eten.’

    Duitsland

    Om 6 uur ’s avonds staan de Duitsers op het punt om naar huis te gaan of zijn ze bijna thuis. Zo tegen het weekend, donderdag of vrijdag varieert dat een beetje en komt het voor dat je om 6 uur, meteen na het werk, een pintje pakt. De Madrileen Ángel Luis de la Iglesia, 41 jaar, werkt sinds vijf jaar als informaticus in Düsseldorf, een van de belangrijkste economische centra van het land. Zijn ervaring: ‘De grootste cultuurschok was het verschil in etenstijden. Hier in Düsseldorf lunchen we om 12 uur.

    Als ik in Madrid ben, lunch ik om half 4, dat is een verschil van maar liefst drieënhalf uur. Ik denk dat de etenstijden in Duitsland logischer zijn: je luncht kort – nooit langer dan een uur – het avondeten is vroeger en daardoor heb je tijd om het eten te verteren voordat je gaat slapen.’ Maar niet alles is beter in Duitsland voor deze Madrileen. ‘Ik mis het om op je dooie akkertje om 8 uur ’s avonds boodschappen te doen. Hier moet je altijd opschieten want de winkels sluiten om 6 uur,’ zegt de Spaanse informaticus.

    Groot-Brittannië

    Om 6 uur ’s avonds begint in Engeland het belangrijkste journaal van de dag, dan zitten de Engelsen aan tafel of staan ze op het punt te gaan eten. Om een uur of 7 zit de avondmaaltijd erop. De resterende tijd voor het slapengaan wordt thuis doorgebracht met het gezin of wordt, door wie geen kinderen heeft, gebruikt om te ontspannen. Ian Powel werd 58 jaar geleden in Liverpool geboren en sinds elf jaar werkt hij in Spanje als docent Engels.

    Hij begrijpt niet waarom er in Spanje op een werkdag zo veel tijd opgaat aan pauzes en roken. ‘Zonder al die onderbrekingen zou men veel vroeger klaar zijn met werken,’ denkt Powel. Wat hij vooral mist is de tijd die je voor het slapengaan met je gezin doorbrengt. In Spanje komt daar weinig van terecht, in Groot-Brittannië is die tijd heilig. ‘In Liverpool,’ legt de Engelsman uit, ‘slaat om 6 uur ’s avonds de sfeer helemaal om. De stad is verlaten en gevaarlijk, en er zit ’s avonds weinig meer op dan thuisblijven. De winkels sluiten om 5 uur en er is niemand meer op straat. Dat zie je in Spanje niet,’ aldus Ian Powel.

    Italië

    In Italië is 6 uur ’s avonds een prima tijd om boodschappen te doen. Het is het verloren uurtje voordat de Italianen een aperitief drinken op een terras of in een bar (meestal tussen 6 en 8 uur). ‘Je bestelt een Spritz (een verfrissend typisch Italiaans alcoholisch drankje) of een ander drankje met wat lekkere borrelhapjes voordat je gaat eten,’ legt de uit Sicilië afkomstige Salvatore Valastro uit. Salvatore Valastro is architect en 34 jaar oud. Hij beaamt dat er in Italië veel verschil is tussen het noorden en het zuiden.

    ‘In het noorden lunchen ze om half 1 en beginnen ze om half 8 met het avondeten. Maar in het zuiden luncht men om half 2 en eet men pas ’s avonds om 9 uur. De mensen hier gaan tussen 10 en 11 uur ’s avonds naar bed. Als je een verschil zou moeten noemen tussen Spanje en Italië dan is het dat in Italië alles een uur eerder begint en een uur eerder eindigt. Het andere verschil is dat het in Italië net als in de rest van Europa geen gewoonte is om pauzes te nemen en ergens te gaan koffiedrinken. Je werkt aan één stuk door tot het tijd is om te eten. De mensen willen hun werk zo snel mogelijk af hebben zodat ze naar huis kunnen,’ legt Salvatore Valastro uit.

    Portugal

    Wat doen ze in Portugal om 6 uur ’s avonds? Ofschoon Portugal deel uitmaakt van het Iberisch Schiereiland, lijkt de Portugese dagindeling meer op die van Europa dan op die van Spanje. Wat de etenstijden betreft lijkt Portugal erg op Frankrijk. Ze lunchen van half 1 tot 2; lunch je later, dan word je een Spanjaard genoemd. Maar om 6 uur ’s avonds zitten ze hier, anders dan in veel andere Europese landen, nog steeds op het werk. Pas om 7 uur gaan ze weg.

    Laura Pérez, 34 jaar, woont sinds negen jaar in Lissabon. Ze werkt daar in een kunstgalerie. ‘In Portugal zijn ze laat klaar met werken als je bedenkt dat er al om 8 uur wordt gegeten. Dus die heerlijke biertjes die wij in Spanje na een dag bikkelen achteroverslaan, daar is hier geen tijd voor,’ aldus Laura Pérez. Na het werk gaan de mensen naar de supermarkt of de sportschool. Om half 9 zie je geen kip meer op straat, want dan zit iedereen met het gezin te eten. Na het avondeten hebben veel Portugezen de vreemde gewoonte om nog een kop koffie in een bar te drinken voordat ze naar bed gaan.

  • Tijd, een collectief waanidee

    Tijd, een collectief waanidee

    Tijd is een complex onderwerp, dat raakt aan onze ziel en betekenis geeft aan ons bestaan. Maar eigenlijk bestaat het niet, zegt de Italiaanse wetenschapper Carlo Rovelli. Tijd is niets anders dan een collectief waanidee.

    Dit stuk verscheen eerder in #152

    De mens ervaart tijd als een werkelijkheid. Maar volgens kwantumfysici bestaat tijd helemaal niet eens. ‘In de fundamentele vergelijkingen die de werkelijkheid beschrijven komt geen tijdvariabele voor,’ legt de theoretisch-natuurkundige Carlo Rovelli uit. Hij ‘verziekt een feestje liever niet met abstracties en wiskunde om zijn gelijk te bewijzen’. Voor ons dagelijks leven hoeven we de werking van het universum niet te begrijpen. Maar het is goed om zo nu en dan een stapje achteruit te doen.

    ‘Tijd is een fascinerend onderwerp omdat het onze diepste emoties raakt. De tijd legt het leven bloot en neemt alles mee. Nadenken over de tijd is nadenken over de zin van ons leven. Daarom besteed ik mijn leven aan het bestuderen van de tijd,’ legt Rovelli uit. Rovelli’s nieuwe boek, The Order of Time, gaat over hoe wij als mens het verstrijken van de tijd ervaren en over het feit dat de tijd ontbreekt op zowel minuscuul kleine als zeer grote schaal.

    Heel overtuigend betoogt hij dat chronologie en continuïteit niet meer zijn dan een verhaal dat we onszelf vertellen om ons bestaan te kunnen begrijpen. ‘Vanuit ons perspectief, het perspectief van wezens die een klein deel van de wereld uitmaken, zien we die wereld meestromen met de tijd,’ schrijft de fysicus. Op kwantumniveau zijn tijdsduren zo kort dat die niet onderverdeeld kunnen worden en bestaat er geen tijd.

    In de ‘elementaire grammatica van de wereld, is er geen ruimte en geen tijd, zijn er alleen processen die fysieke kwantiteiten van de ene in de andere transformeren, aan de hand waarvan we in staat zijn om mogelijkheden en relaties te berekenen’, schrijft Rovelli.

    Iemand in Londen ervaart altijd een ander moment van de dag dan iemand in New York

    De wetenschapper betoogt dat tijd alleen op een geordende manier lijkt te verstrijken omdat we toevallig op de aarde zitten, die een bepaalde unieke entropische relatie heeft met de rest van het universum. In principe creëert de manier waarop onze planeet zich beweegt naar ons gevoel een bepaalde orde, die niet noodzakelijkerwijs overal in het universum opgaat. Zoals orchideeën groeien in de moerassen van Florida, maar niet in de woestijnen van Californië, zo is tijd een product van de planeet aarde. Een toevalstreffer, niet inherent aan het universum.

    De wereld lijkt vanuit ons perspectief geordend van verleden naar heden, van oorzaak naar gevolg. We leggen daar een orde overheen, pinnen gebeurtenissen in een bijzondere, lineaire reeks vast. We linken gebeurtenissen met resultaten en dat geeft ons een gevoel van tijd.

    Volgens Rovelli is het universum veel complexer en chaotischer dan wij aankunnen. De mens vertrouwt op onvolledige beschrijvingen waarin in feite de meeste andere gebeurtenissen, relaties en mogelijkheden worden genegeerd. Onze beperkingen creëren een vals of incompleet gevoel van orde, een manier om de wereld te ‘vertroebelen’ om te kunnen focussen, te verblinden om te kunnen zien. Daarom, zo schrijft Rovelli, ‘is tijd onwetendheid’.

    22smith2 span jumbo v2

    Tijdzones

    Dit klinkt misschien verschrikkelijk abstract en dat is het ook. Maar er is een betrekkelijk eenvoudig bewijs dat het idee ondersteunt dat tijd een fluïde, menselijk concept is – een ervaring, niet zozeer inherent aan het universum. Bijvoorbeeld, stel je voor dat je op aarde door een telescoop naar een ver weg gelegen planeet kijkt, die Proxima B heet. Rovelli legt uit dat het ‘nu’ op aarde niet hetzelfde heden is als het heden op die planeet. Het licht dat je op aarde ziet als je naar Proxima B kijkt, is oud nieuws, dat vertelt wat er vier jaar eerder op die planeet was. ‘Er is geen precies moment op Proxima B dat correspondeert met het heden hier en nu,’ schrijft Rovelli.

    Dat klinkt misschien vreemd, maar denk eens aan een internationaal telefoongesprek. Je zit in New York en je praat met vrienden in Londen. Tegen de tijd dat hun woorden jouw oren hebben bereikt, zijn er milliseconden verstreken en is ‘nu’ niet meer hetzelfde ‘nu’ als toen degene aan de lijn antwoordde: ‘Ik kan je nu horen.’

    Bedenk ook dat we op verschillende plekken verschillende tijden hebben. Iemand in Londen ervaart altijd een ander moment van de dag dan iemand in New York. De ochtend in New York is de middag in Londen. De middag in New York is middernacht in Londen. We hebben maar in een beperkt gebied dezelfde tijd, en zelfs dat is een betrekkelijk nieuwe vinding.

    Tijd is een emotionele en psychologische ervaring, iets wat nu in ons hoofd gebeurt

    Pas toen in de negentiende eeuw het reizen met de trein om een zekere uniformiteit vroeg, viel bijvoorbeeld ‘de noen’ in New York en Boston op dezelfde tijd. Voordat we het eens werden over de precieze tijd, hield iedere plaats – zelfs betrekkelijk dicht bij elkaar gelegen dorpen – een ietwat andere tijd aan. ‘De noen’ was als de zon op zijn hoogste punt stond en in Europa gaven kerkklokken aan dat het zover was – ze luidden in iedere plaats op een andere tijd. In de twintigste eeuw hebben we tijdzones ingesteld. Maar het was een praktische beslissing, geen werkelijkheid van het universum.

    Al die verschillen zijn het bewijs dat er talloze tijden zijn, aldus de fysicus. En geen daarvan is helemaal nauwkeurig, geen daarvan beschrijft de tijd in zijn totaliteit. ‘Tijd is een veellagig, complex concept met diverse, uiteenlopende eigenschappen die voortkomen uit verschillende approximaties,’ schrijft Rovelli. ‘De tijdstructuur van de wereld wijkt af van het naïeve beeld dat we ervan hebben.’ Het simpele tijdsbesef dat we delen is in ons leven min of meer toereikend. Maar het is niet accuraat als je het universum wil beschrijven ‘in zijn kleinste plooien of in zijn grootste uitgebreidheid’.

    Collectieve waan

    Hoewel de fysica ons enigszins inzicht biedt in het mysterie van de tijd, slaagt ook zij volgens Rovelli niet in een omschrijving van het fenomeen te geven die ons als mensen tevreden stelt. Liever houden we vast aan het simpele idee dat de tijd verstrijkt, of stroomt, voortkomt uit toeval, naïveteit of onze beperkingen – want dat is precies wat tijd voor ons is. Rovelli betoogt dat wat we ervaren als het verstrijken van de tijd een mentaal proces is dat plaatsvindt in de ruimte tussen herinnering en verwachting. ‘Tijd is de vorm waarin wij als wezens met een brein dat in essentie bestaat uit herinnering en verwachting, omgaan met onze wereld: het is de bron van onze identiteit,’ schrijft hij.

    In principe, meent hij, is tijd een verhaal dat we onszelf vertellen in de tegenwoordige tijd, individueel en samen. Het is een collectieve daad van introspectie en narratief, dossiervorming en verwachting, die is gebaseerd op onze relatie met eerdere gebeurtenissen en het besef dat er gebeurtenissen ophanden zijn. Het is datzelfde verhaal dat ons een zelfbesef geeft, een besef waarvan veel neurowetenschappers, mystici en de fysicus betogen dat het een collectieve waan is.

    Zonder een dossier – of geheugen – en verwachtingen van continuering zouden we het verstrijken van de tijd niet ervaren of zelfs niet weten wie we zijn, beweert Rovelli. Tijd is een emotionele en psychologische ervaring. ‘Tijd is losjes verbonden met de externe werkelijkheid,’ zegt hij, ‘maar is vooral iets wat nu in ons hoofd gebeurt.’

  • Zoals het klokje in ons tikt

    Zoals het klokje in ons tikt

    Volgens onze biologische klok kunnen we het beste ’s ochtends belangrijke beslissingen nemen of een enorme prestatie leveren. Het dal kondigt zich in de middag aan met weer een piek in de namiddag, terwijl het tegen de avond behalve de dadendrang van enkelen, toch duidelijk weer afvlakt.

    Dit stuk verscheen eerder in #152

    ‘Ik werk ’s ochtends,’ schreef Thomas Mann, wiens dag meestal volgens pietluttige regeltjes verliep, inclusief middagslaapje. Franz Kafka schreef daarentegen – beperkt door zijn baan bij een verzekeringsmaatschappij – laat op de avond, soms zelfs tot vroeg in de ochtend. ‘Je hebt eigenlijk geen test nodig om vast te stellen of je een ochtend- of een avondmens bent,’ zegt Jürgen Zulley, slaaponderzoeker uit Regensburg. ‘Ik weet wanneer mijn prestatiepiek is en hoe ik mijn dag daarop moet aanpassen.’ De expert op het gebied van de inwendige klok van de mens probeert daarom ’s ochtends geen telefoongesprekken te voeren, maar zich tussen 10 en 12 op hersenarbeid te concentreren.

    Wat ons op welk moment van de dag heel eenvoudig afgaat, is afhankelijk van ritmes die het leven verbazingwekkend constant synchroniseren. Het hardnekkigst onder de metronomen is het 24-uursritme, dat zelfs na maanden in volslagen afzondering en zonder licht maar een paar minuten afwijkt, zoals tests in grotten in Italië en het Beierse Andechs hebben aangetoond. Het prestatieoptimum hangt tevens af van ritmes van vier uur of negentig minuten gedurende de dag, die voor schommelingen zorgen. ‘Ook toen dat nog niet in de wetenschap bekend was, waren veel dingen daarop afgestemd,’ zegt Zulley. ‘Na negentig minuten werken nemen mensen een pauze, het dubbeluur op school of op de universiteit duurt even lang – en een voetbalwedstrijd meestal ook.’ De grootste fout die sprekers dan ook kunnen maken, is voor hun voordracht meer dan negentig minuten inplannen.

    safety last harold2

    Prestatiepieken

    Een twaalfuursritme verdeelt de dag in tweeën en dat is de reden dat er twee prestatiepieken zijn – ’s ochtends tussen ongeveer 10 en 12 en ’s middags tussen 3 en 6. ‘Ons hormonale bioritme wordt sterk bepaald door cortisol, dat vooral vroeg in de ochtend wordt aangemaakt,’ zegt hormoonexpert Martin Reincke, hoofd interne geneeskunde aan de universiteit van München. ‘Rond 3 uur ’s nachts vindt een zeer intensieve productie van dit hormoon plaats, waarmee we worden voorbereid op de ochtend en de dag. Belangrijke beslissingen zou je daarom beter ’s ochtends kunnen nemen, en contracten per definitie niet ’s middags moeten ondertekenen.’

    De toename van de prestatie ’s ochtends en na de middagpauze onderscheidt zich echter in kwaliteit. ’s Ochtends zijn de meeste mensen heel goed in staat zich te concentreren en andere cognitieve prestaties te leveren. Daarom is het ook onzinnig om in intellectuele beroepen moeizame besprekingen om 10 uur ’s ochtends te houden. ‘Je komt vol enthousiasme en daadkracht naar kantoor en verslapt na korte tijd alweer tijdens de vergadering,’ zegt Zulley. ‘Vervolgens erger je je aan de verspilde tijd en denk je dat het toch niet meer de moeite waard is om voor de lunch iets productiefs te beginnen.’ Het zou beter zijn om bijeenkomsten om 12 uur of 2 uur ’s middags te laten plaatsvinden.

    De middagpiek vanaf 3 uur, die tot ongeveer 6 uur duurt, manifesteert zich niet zo sterk als die in de ochtend. En hij heeft meer betrekking op de snelheid en kracht waarmee een handeling wordt uitgevoerd. Wie op kantoor zit, kan in die tijd voortvarend routineklusjes afhandelen. Voor sport of lichamelijk veeleisende bezigheden is de late namiddag eveneens ideaal. Bij grote wedstrijden wordt echter niet zozeer rekening gehouden met het bioritme van de atleten, als wel met de belangen van de televisiezenders en de sponsors.

    Niet de klok aan de muur, maar de klok in ons is bepalend

    De hoogtepunten van de dag zijn ook afhankelijk van het type slaap – of je een avondmens met een ochtendhumeur bent of iemand die altijd vroeg uit de veren is. De prestatiepieken in de ochtend en in de middag kunnen zich hierdoor twee tot drie uur eerder of later voordoen. De een is om half 8 ’s ochtends al in staat tot scherpzinnige observaties, tegen een ander moet je voor tienen helemaal niet praten.

    De veronderstelling dat je ’s ochtends eerst op gang moet komen om je prestatieniveau te halen, is echter onjuist. De mens voldoet zijn dagelijkse verplichtingen volgens een bepaalde cyclus: op de opleving ’s ochtends volgt het golfdal ’s middags, vervolgens een nieuwe piek in de namiddag, terwijl het tegen de avond weer afvlakt, maar sommige mensen later op de avond weer een kortstondige dadendrang vertonen.

    Cycli en ritmes

    Dat geldt ook voor de prestatie van topsporters, die gedurende de dag tot 25 procent fluctueert en daarmee het verschil kan uitmaken tussen een overwinning en een nederlaag. In 2015 bleek uit een studie met topatleten dat hun toppunt overdag afhankelijk was van hoelang ze al wakker waren. Wie al om 7 uur was opgestaan, bereikte circa vijf uur later zijn optimum, dus tegen twaalven. Kwamen de sporters pas tegen half 9 uit bed, dan waren ze in de namiddag bijzonder fit. Wie daarentegen tot 10 uur sliep, had tien wakkere uren nodig en was pas tegen 8 uur ’s avonds in topvorm. Niet de klok aan de muur, maar de klok in ons is bepalend.

    Ook het energieverbruik is onderhevig aan dagelijkse schommelingen, zoals onderzoekers van de universiteit van Harvard onlangs hebben aangetoond. In volledige afzondering en zonder de invloed van licht en donker wordt in de namiddag en op de vroege avond in rust ongeveer tien procent meer energie verbrand dan vroeg in de ochtend – reden waarom werknemers in ploegendienst en mensen die in een vliegtuig voortdurend van tijdzone veranderen sneller aankomen. Hun stofwisseling is zo van de wijs gebracht dat de gebruikelijke energiebalans verstoord raakt.

    En zijn er voor intimiteit ook optimale tijdstippen? Jürgen Zulley wil seks niet degraderen tot hulpmiddel om in slaap te komen, maar er is veel wat pleit voor de avond en de nacht. Tenslotte zijn er dan minder prikkels van buitenaf – en de sensibiliteit voor andere prikkels neemt toe. Dat geldt tegenover een geliefde in positieve zin voor reuk en tastzin, maar in negatieve zin voor storende geluiden (snurken!) en licht.

    De cycli en ritmes die de dag bepalen zijn van buitenaf nauwelijks te beïnvloeden. Dat merken mensen die veel vliegen bij een jetlag en werknemers in ploegendienst bij de dienstwisseling, omdat de inwendige klok het dan aan de stok krijgt met de uitwendige. ‘Gewoonte maakt echter veel verschil, het lichaam maakt zich de tijd eigen,’ zegt Zulley. ‘Sporters zouden daarom op een gegeven moment moeten gaan trainen op het tijdstip dat de wedstrijd plaatsvindt.’ En desnoods kan ook een avondmens zich aanwennen om ’s ochtends om half 7 een rondje te gaan joggen – maar hij zal er waarschijnlijk nooit veel lol aan beleven.

    En je moet de omschakeling willen. Charles Bukowski heeft zich altijd afgezet tegen een burgerlijk bestaan en schreef zijn weerzin tegen de wereld mede toe aan de volslagen ongepaste tijden om op te staan: ‘Hoe kan een mens het verdomme nou fijn vinden om ’s ochtends om half 7 door een wekker uit zijn slaap te worden gerukt, uit bed te springen, zich aan te kleden, eten naar binnen te werken, zijn tanden te poetsen, te schijten, te pissen, zijn haar te kammen en zich door een verkeerschaos heen te worstelen naar een plaats waar hij een heleboel poen voor een ander verdient, en dan ook nog dankbaar zijn voor de gelegenheid dat te mogen doen?’

  • De tijd in kaart

    De tijd in kaart

    Ingenieur en geograaf Sandford Fleming uit Montreal ontwierp in 1876 het systeem van 24 tijdzones van gelijke duur, met de 180ste meridiaan als grens waarop de datum verspringt. Om politieke en economische redenen hebben deze tijdzones tal van wijzigingen ondergaan.

    Dit stuk verscheen eerder in #152

    Amerikaanse hoofdbrekens

    De Verenigde Staten zijn onderverdeeld in zes tijdzones die niet noodzakelijkerwijs samenvallen met de grenzen van de afzonderlijke staten. Daarbij komt nog het probleem van de wisseling tussen zomer- en wintertijd, waarvoor een vast tijdstip bestaat dat door de federale overheid wordt bepaald.

    Maar verder is iedere staat vrij om de klok in de lente een uur vooruit te zetten en in de herfst een uur terug. En dat doen alle staten, behalve Hawaii en Arizona, waar het hele jaar door de wintertijd geldt. Let wel: Californië en een aantal staten in het noordoosten zijn ook van plan de wisseling tussen zomer- en wintertijd af te schaffen, en het hele jaar door de zomertijd aan te houden.

    De datumgrens

    Het systeem van 12 tijdzones met één of meer uren voorsprong op de Greenwichtijd en 12 zones met één of meer uren achterstand maakte het noodzakelijk ergens een denkbeeldige lijn te trekken waar de datum tussen twee naast elkaar liggende tijdzones verspringt. Dat was aanvankelijk een rechte lijn op de 180ste meridiaan, maar die rechte lijn werd hier en daar ‘gecorrigeerd’ op aandringen van een aantal landen in de Stille Oceaan. (Zie hieronder)

    30 december 2011 bestaat niet op Samoa

    Om gemakkelijker handel te kunnen drijven met Australië – de belangrijkste handelspartner – besloten de Samoa-eilanden in 2011 rechtstreeks over te gaan van UTC-11 naar UTC+13. Dat betekende dat de klok 24 uur vooruit moest worden gezet, waardoor 29 december 2011 rechtstreeks overging naar 31 december. Daardoor moest de datumgrens ter plekke een stukje naar het oosten worden opgeschoven.

    Tijdsaanduidingen: liever UTC dan GMT

    UTC – ook wel gecoördineerde wereldtijd – geldt in de meeste landen als standaardtijd, en is gebaseerd op een internationale atoomklok. Met onregelmatige intervallen wordt er een schrikkelseconde toegevoegd om het door vertraagde aardrotatie veroorzaakte verschil te compenseren. UTC is preciezer dan GMT (Greenwich Mean Time), dat lange tijd dienstdeed als standaardtijd. Greenwichtijd is een zuiver astronomische tijd: hij geeft de gemiddelde zonnetijd aan op de meridiaan van Greenwich, een belangrijke nulmeridiaan die door het Londense stadsdeel Greenwich loopt.

    h1468 9

    Als eerste in het jaar 2000

    Om de communicatie te vergemakkelijken tussen de delen van het land die aan weerszijden van de datumgrens liggen, stelde de eilandrepubliek Kiribati in Oceanië het instellen van de tijdzones UTC+13 en UTC+14 voor. Deze correctie zorgde er tevens voor dat Kiribati de eerste staat was waar het jaar 2000 zijn intrede deed.

    Frans-Polynesië

    In Frans-Polynesië zijn maar liefst drie tijdzones: UTC-10 (op Tahiti), UTC-9½ (op de Marquesaseilanden) en UTC-9 (op de Gambiereilanden). Maar dat is ook niet vreemd gezien de oppervlakte van dit immense land, dat 2300 kilometer beslaat van oost naar west.

    Saint-Pierre en Miquelon

    Hoewel Saint-Pierre en Miquelon zich in de tijdzone UTC-4 bevindt en op slechts op een steenworp afstand ligt van Newfoundland (UTC-3 ½), heeft deze tot Frankrijk behorende rotspartij zich in de tijdzone UTC-3 gevoegd.

    Marokko

    Sinds oktober 2018 past Marokko niet langer de wisseling van zomer- naar wintertijd toe en blijft het land het hele jaar door in de tijdzone UTC+1.

    Frankrijk

    Frankrijk behoort volgens de wetten der logica thuis in de tijdzone UTC±0. Maar in 1940, toen het land (aanvankelijk deels) door Duitsland werd bezet, voegde Parijs zich naar de Berlijnse tijd, te weten UTC+1. Die ingreep is sindsdien vaak ter discussie gesteld, maar merkwaardig genoeg nooit teruggedraaid.

    De grootste tijdsprong bij grensovergang

    Een unieke ervaring: mocht u toevallig de Wachan-corridor nemen om de korte grens over te steken die Afghanistan (UTC+4 ½) scheidt van China (UTC+8), moet u de wijzers van uw horloge drie uur en dertig minuten verzetten: de grootste tijdgrenssprong.

    Europese Unie

    De Europese Commissie heeft besloten om in de loop van 2019 het gezamenlijk verzetten van de klok van wintertijd naar zomertijd (en vice versa) los te laten. De keuze voor het hanteren van zomer- en wintertijd wordt voortaan overgelaten aan elk van de lidstaten afzonderlijk.

    De Bende van 1/2 en 3/4

    Het tijdsverschil dat landen kiezen ten opzichte van de basistijd (UTC±0) is in beginsel een aantal hele uren. Maar sommige landen gebruiken verschillen van een halfuur of zelfs een kwartier. Dat is het geval met een groep landen in het zuiden van Azië: Iran (UTC+3 ½), Afghanistan (UTC+4 ½), India (UTC+5 ½), Nepal (UTC+5 ¾) en Myanmar (+UTC 6 ½).

    De Krim

    Het schiereiland de Krim, dat in maart 2014 door Rusland werd geannexeerd, heeft als gevolg daarvan de klok verzet naar Moskou-tijd, en loopt dus niet meer in de pas met Oekraïne.

    De Russische Federatie

    Het land dat zich van de enclave Kaliningrad in het westen (UTC+2) uitstrekt tot het district Tsjoekotka in het oosten (UTC+12) beschikt over het grootste aantal tijdzones, namelijk 11.
    Toch besloot de overheid in 2010 twee tijdzones af te schaffen om de Russen in de verst geleden gebieden ‘dichter bij Moskou te brengen’. Maar de mislukking van die maatregel bracht de regering ertoe de oude situatie min of meer te herstellen. 
    In 2014 besloot de Russische regering overigens definitief de ‘seizoenswisseling’ van de tijd af te schaffen en permanent over te gaan op de wintertijd.

    Noord-Korea halfuurtje dichter bij Seoel

    Op 5 mei vorig jaar besloot Noord-Korea zijn tijdzone (UTC+8 ½) te verlaten en over te gaan naar de tijdzone van de zuiderburen, UTC+9.

    China

    Hoewel het Chinese grondgebied zich uitstrekt over vijf tijdzones, is het in zijn geheel ondergebracht in één enkele, UTC+8 ofwel Beijing-tijd. De overgang naar één enkele zone voor het hele land dateert uit 1949, het jaar waarin de Communistische Partij van China 
de controle over het gehele grondgebied in handen kreeg.

    De niet-erkende tijd in Urumqi

    Officieel geldt in Beijing en in Urumqi (de hoofdstad van de autonome Oeigoerse regio Xinjiang) dezelfde tijd, maar daar is in het dagelijks leven geen sprake van. Dat is te merken aan de onduidelijke openingstijden van overheidsbureaus en winkels, die soms de officiële Beijing-tijd hanteren (UTC+8) en soms ‘Urumqi-tijd’ aanhouden (UTC+6).

    Antarctica, waar alle zones samenvloeien

    Antarctica is door zijn ligging de plek waar alle tijdzones samenkomen. Maar in de praktijk hanteren de ongeveer vijftig waarnemingsstations op de Zuidpool zowel de tijd van hun geografische zone (het meest logische) als die van hun land van herkomst, dan wel die van de plek waarvandaan zij worden bevoorraad. 

    Dat laatste is het geval bij het Amerikaanse waarnemingsstation Amundsen-Scott op de geografische Zuidpool, dat wordt bevoorraad via de Nieuw-Zeelandse basis McMurdo, die de tijd van het thuisland aanhoudt (UTC+12).

  • ‘We moeten heel anders tegen de tijd aan gaan kijken’

    ‘We moeten heel anders tegen de tijd aan gaan kijken’

    In het Westen zijn we gewend door de bril van de lineaire vooruitgang te kijken. Volgens de Britse filosoof Julian Baggini – en populaire films/series als Tenet en Dark – is het tijd voor een geheel nieuwe visie. Zo heeft het tijdsbegrip van bijvoorbeeld de oorspronkelijke Australiërs meer weg van de ruimtetijd van de moderne natuurkunde.

    Dit stuk verscheen eerder in #152

    Het is een van de wonderlijke mysteries in de geschiedenis van de mensheid dat de eerste schriftelijke wereldbeschouwingen in verschillende delen van de wereld min of meer gelijktijdig tot bloei kwamen. De eerste sporen van zowel de Indiase, Chinese en Griekse wijsbegeerte als die van het boeddhisme zijn te herleiden tot een periode van zo’n driehonderd jaar die begon in de achtste eeuw voor Christus. Die oude wereldbeschouwingen hebben hun stempel gedrukt op de manier waarop veel mensen hun leven inrichten, religie beleven en aankijken tegen de grote vragen die ons allemaal bezighouden. 

    De meeste mensen komen zelden met een expliciete formulering van de filosofische veronderstellingen die aan hun eigen denken ten grondslag liggen, ze zijn er zich vaak niet eens van bewust. Maar veronderstellingen over de aard van het ik, over goed en kwaad, wat waarheid is en wat we in het leven moeten nastreven, zijn diep verankerd in onze cultuur en vormen ons denken, zonder dat we het beseffen.

    Neem bijvoorbeeld het idee van tijd. Overal ter wereld is tijd tegenwoordig een lineair begrip, onderverdeeld in heden, verleden en toekomst. Onze dagen worden ingedeeld door de klok, onze levens door kalenders en agenda’s, en de geschiedenis door tijdlijnen die millennia bestrijken. Nu bestaat in alle culturen wel een begrip van heden, toekomst en verleden, maar in de geschiedenis van de mensheid heeft dat begrip heel lang berust op een idee van tijd als een cyclisch verschijnsel. 

    De gedachte dat het verleden ook de toekomst is en de toekomst ook het heden, dat het einde in het begin ligt besloten. De dominantie van ons lineaire tijdsbegrip gaat goed samen met een eschatologisch wereldbeeld waarin de hele geschiedenis van de mensheid toewerkt naar een laatste oordeel. Vandaar wellicht dat dit lineaire tijdsbegrip in het overwegend christelijke Westen gaandeweg de vanzelfsprekende manier van denken is geworden. Toen God de aarde schiep, begon hij daarmee een verhaal met een begin, een midden en een eind.

    ‘Nu bestaat in alle culturen wel een begrip van heden, toekomst en verleden’

    Maar er zijn ook andere manieren om naar tijd te kijken. Tal van wereldbeschouwingen gaan ervan uit dat het begin en het einde altijd een en hetzelfde zijn geweest en de tijd in wezen cyclisch is. Dat is ook de meest intuïtieve manier om je zoiets als de eeuwigheid te kunnen voorstellen. Als we de tijd visualiseren als een lijn, stelt ons dat immers voor een raadsel: wat gebeurde er dan voordat de tijd begon? Hoe kan een lijn doorlopen zonder ooit een eindpunt te bereiken? Met het beeld van een cirkel kunnen we ons voorstellen dat de tijd voor- of achteruit kan gaan zonder ooit een eind te bereiken.

    Vooral in premoderne samenlevingen lag het zeer voor de hand om de tijd als cyclisch te zien. Daarin werden zelden nieuwe uitvindingen gedaan, zodat je een leven leidde dat niet of nauwelijks verschilde van dat van je grootouders of overgrootouders en de vele generaties daarvoor. Vandaar wellicht dat een cyclische tijdsopvatting in zo’n beetje iedere beschaving de uitgangspositie lijkt te zijn geweest. Zo werd tijd beleefd door de Maya’s, de Inca’s en de Hopi. Je vindt nog steeds elementen van cyclisch denken over tijd in tal van niet-westerse tradities, misschien nog het duidelijkst in de klassieke Indiase filosofie. 

    Zoals de Indiase filosoof en staatsman Sarvepalli Radhakrishnan schreef: ‘Alle [orthodoxe] systemen accepteren de idee van het grote wereldritme. Lange perioden van schepping, behoud en ontbinding volgen elkaar op in eindeloze afwisseling.’ Een passage uit de Rig-Veda [het oudste van de vier godsdienstige hindoegeschriften die bekendstaan als de Veda’s] over Diaus en Prithvi (hemel en aarde) luidt bijvoorbeeld: ‘Welk van de twee was de eerste, welke de laatste? Hoe is het ontstaan? O wijzen, wie weet het? Zij dragen alles in zich wat bestaat. Dag en nacht wentelen om elkaar als op een rad.’

    De Oost-Aziatische wereldbeschouwing is diepgeworteld in de kringloop der seizoenen, die weer deel uitmaakt van de grotere kringloop van het bestaan. Dat is vooral goed te zien in het taoïsme en wordt mooi geïllustreerd door het verhaal over de filosoof Zhuang Zi, die leefde in de vierde eeuw voor Christus en die zich na de dood van zijn vrouw niet verdrietig maar verrassend vrolijk betoonde. Aanvankelijk was hij net zo bedroefd geweest als ieder ander, legde hij uit. 

    Toen had hij teruggedacht, niet alleen aan zijn vrouw maar aan wat daarvoor kwam, aan het begin van de tijd zelf: ‘In al die chaos en verwarring veranderde er iets en er was qi. En het qi veranderde en werd vorm. De vorm veranderde en zij werd levend. En nu is er weer iets veranderd en is ze dood. Het is als de kringloop van de vier seizoenen: lente, zomer, herfst en winter.’ In de Chinese wereldbeschouwing zijn wijsheid en waarheid eeuwige waarden en moeten we niet streven naar vooruitgang om meer te leren, maar alleen proberen te behouden wat we al hebben.

    Cyclische verjonging

    In de islamitische wereldbeschouwing zijn cyclisch en lineair denken met elkaar verknoopt. ‘De islamitische opvatting van tijd berust in wezen op de cyclische verjonging van de mensheid door de verschijning van verschillende profeten,’ zegt Seyyed Hossein Nasr, emeritus hoogleraar islamstudies aan de George Washington University. Maar elke cyclus bracht de mensheid ook een stapje verder, elke openbaring bouwde voort op de vorige, tot aan de laatste openbaring toe, de influistering van het woord Gods in de vorm van de Koran aan de profeet Mohammed. 

    Deze reeks van opeenvolgende cycli zal uiteindelijk worden afgesloten met de komst van de Mahdi, veertig jaar voor het laatste oordeel. Er is dus niet altijd een overzichtelijk onderscheid tussen lineaire en cyclische tijdsopvattingen. Vanuit de gedachte dat die twee elkaar uitsluiten, gaat men er vaak bij voorbaat van uit dat orale filosofische tradities wel een cyclisch tijdsbegrip zullen hebben. De werkelijkheid is complexer. Neem de wereldbeschouwing van de oorspronkelijke bevolking van Australië. 

    In de hitfilm Tenet en de populaire serie Dark wordt al creatief gespeeld met het begrip tijd.

    Er was daar niet één volk met één gedeelde cultuur, maar over het hele continent vertonen de verschillende inheemse culturen wel genoeg onderlinge overeenkomsten om wat voorzichtige conclusies te kunnen trekken over de ideeën die daar gemeengoed of dominant zijn. Volgens de antropoloog David Maybury-Lewis is tijd in de inheemse Australische cultuur cyclisch noch lineair, en heeft het tijdsbegrip van de inheemse volken meer weg van de ruimtetijd van de moderne natuurkunde. Tijd is voor hen nauw verbonden met plaats in wat hij de ‘droomtijd’ noemt, van ‘heden, verleden en toekomst die allemaal op deze plaats samenkomen’.

    ‘Je leeft meer in ruimte dan in tijd,’ schrijft Stephen Muecke in zijn boek Ancient and Modern: Time, Culture and Indigenous Philosophy. Belangrijker dan het onderscheid tussen lineaire en cyclische tijd is de vraag of tijd losstaat van plaats of daar nauw mee verbonden is. Neem bijvoorbeeld ons denken over de dood. In het Westen wordt de dood vooral gezien als het overlijden van het individu, waarbij het lichaam de locus van dat overlijden is en de locatie van dat lichaam er niet toe doet. 

    Muecke daarentegen schrijft: ‘Bij inheemse opvattingen over de dood van het individu gaat het vaak niet zozeer om de dood van het lichaam als om een terugkeer van de energie naar de oorsprong, naar de plek waar die energie vandaan kwam en nu naar terugkeert.’ Hij verwijst naar de opvatting van de Australische onderzoeker Tony Swain dat het idee van lineaire tijd eigenlijk verweesd is geraakt van dat van plaats. 

    ‘Ik heb zo’n idee dat de moderne natuurkunde die twee dimensies van elkaar gescheiden en verder bewerkt heeft, en door een heel proces van experimenteel en theoretisch werk is gekomen tot het tijdsbegrip zoals wij dat kennen,’ vertelt Muecke mij. ‘Als je die dimensies niet theoretisch en experimenteel van elkaar scheidt, heb je de neiging om ze als één geheel te zien.’ Zijn inheemse vrienden praten niet zozeer over tijd of plaats afzonderlijk, als wel over gebeurtenissen op specifieke locaties. De centrale tijdsvraag is bij hen niet: ‘Wanneer is dit gebeurd?’ maar: ‘Hoe verhoudt deze gebeurtenis zich tot andere gebeurtenissen?’

    still from the clock by christian marclay on exhibit at the los angeles county museum of art 4
    @ Still uit de video-installatie ‘The Clock’ van Christian Marclay

    Die ‘verhouding’ is belangrijk. Tijd en ruimte zijn in de moderne natuurkunde theoretische abstracties geworden, maar in onze cultuur zijn het concrete realiteiten. Er is niets wat alleen als een coördinaat op een kaart of een moment in de tijd bestaat: alles staat in verhouding tot al het andere. Om de tijd en ruimte van orale wereldbeschouwingen te begrijpen, moeten we die dus niet zien als abstracte concepten van metafysische theorieën, maar als levende begrippen die een onlosmakelijk deel zijn van een wereldbeeld dat is geworteld in de gedachte van verbondenheid. 

    David Mowaljarlai, een belangrijk leider van het Ngarinyin-volk in West-Australië, noemde dit principe van verbondenheid ooit ‘patroondenken’. In patroondenken vloeien natuur en samenleving in elkaar over, zijn dat geen twee aparte werelden maar delen van één groter geheel. In de woorden van Muecke: ‘Het concept van verbondenheid is natuurlijk de basis van alle verwantschapssystemen. […] Trouwen is dan niet alleen een manier om met iemand te zijn, maar ook om elkaar in zekere zin te delen.’

    Die nadruk op verbondenheid en plaats levert een manier van denken op die indruist tegen het abstracte universalisme dat tot op zekere hoogte in alle grote schriftelijke wereldbeschouwelijke tradities terug te vinden is. Een van de ‘blijvende [inheemse Australische] principes’ is volgens Muecke dat ‘iemands gedrag altijd samenhangt met de specifieke middelen en behoeften van een tijd en plaats, en zekere verantwoordelijkheden met zich brengt die eigen zijn aan die plaats.’ Dit is geen ‘anything goes’-relativisme, maar de erkenning van het feit dat rechten, plichten en waarden alleen binnen een concrete menselijke cultuur kunnen bestaan en dat de exacte vorm ervan zal afhangen van de aard van die concrete situatie.

    ‘Inheemse vrienden praten niet over tijd of plaats, maar over gebeurtenissen op specifieke locaties’

    Vooruitgang

    In het Westen wordt de dominantie van het lineaire tijdsbesef doorgaans in verband gebracht met een vooruitgangsgeloof dat zijn apotheose bereikte in de Verlichting. Zoals de filosoof Anthony Kenny het beschrijft: ‘Bij het zoeken naar idealen had men tot die tijd altijd teruggekeken: naar de vroegchristelijke kerk, de klassieke oudheid of een mythisch tijdperk voor de zondeval. Een kernpunt in de leer van de Verlichting was juist dat de mensheid niet van een eerdere hoogte gevallen was, maar een steeds betere toekomst tegemoetging.’ 

    Dat is een wijdverbreid beeld, maar anderen denken dat het geloof in vooruitgang diepgewortelder is, en wel in het eschatologische wereldbeeld van het christendom. Zo schrijft de filosoof John Gray dat seculiere denkers ‘de voorzienigheid afwijzen, maar toch blijven denken dat de mensheid op weg is naar een universeel doel’, ook al is ‘de hele idee van historische vooruitgang een mythe die is ontstaan uit de behoefte aan zingeving’. 

    Maar of de Verlichting het vooruitgangsgeloof nu zelf heeft bedacht of van het christendom heeft geleend: het beeld van humanisten als aanhangers van een naïef geloof in onstuitbare lineaire vooruitgang lijkt me een karikatuur van hun – veel bescheidener, en op historische feiten berustende – hoop dat er in het verleden daadwerkelijke vooruitgang is geweest, en er dus meer vooruitgang mogelijk is.

    Gray heeft alleen wel gelijk dat we in het Westen alles door de bril van de lineaire vooruitgang zien, en daardoor blind dreigen te raken voor valse vooruitgang en werkelijke achteruitgang. Die zienswijze bevordert bovendien een soort superioriteitsgevoel van het heden jegens vroegere, zogenaamd minder ‘ontwikkelde’ tijden. En beneemt het zicht op de mate waarin de geschiedenis zich niet herhaalt, maar wel vaak rijmt (zoals de 19e-eeuwse Amerikaanse schrijver Samuel Clemens alias Mark Twain gezegd schijnt te hebben). 

    De verschillende wijzen waarop in uiteenlopende wereldbeschouwelijke tradities over tijd wordt gedacht blijken zeker niet alleen maar metafysische curiositeiten te zijn. Ze bepalen de manier waarop wij denken over onze temporele plaats in de geschiedenis én onze verhouding tot de fysieke plaats waar we leven. Het is een van de gemakkelijkste en duidelijkste voorbeelden van hoe een ander cultureel denkraam ons een nieuwe kijk op de wereld kan bieden. Alleen al door een schilderij in een andere lijst te hangen gaat het er soms heel anders uitzien.

  • Ritme

    Ritme

    Geluk, zei Don Draper in Mad Men, is vrij zijn van angst. Om die staat van zijn te bereiken, is iedereen overal ter wereld bezig met de meest verregaande vormen van controle.

    Controle over het ongewisse, over de duisternis, controle over datgene waar we helemaal geen controle over hebben. En als we zelf niet in staat zijn vrees te beteugelen, hebben we altijd nog de technologie. Waar we dan ook weer bang voor kunnen worden, of razend en gefrustreerd als het hapert of domweg niet werkt.

    Mediafilosoof en hoogleraar Informatica Ian Bogost schreef een angstaanjagend artikel voor The Atlantic (Dossier) over de lange arm van bijvoorbeeld een simpele app die het stroomverbruik van afzonderlijke apparaten in huis bijhoudt. Het is nog niet zover dat de apparaten de regie over ons leven hebben overgenomen, en bovendien kunnen we nog steeds zelf beslissen in hoeverre we in welke database dan ook willen verschijnen – maar toch. Wil je 
toezicht over zaken die doorgaans buiten je blikveld liggen, of inzicht in dat wat met het blote oog onzichtbaar is, dan lever je vrijheid in. 
Misschien kan big data het alledaagse leven inderdaad 
vergemakkelijken, maar diezelfde informatie kan net zo goed tegen je worden gebruikt.

    Ooit.

    We hebben ons ritme leren negeren, omdat eigen ritme nooit in de pas loopt met het collectieve ritme van een samenleving

    Paradoxaal eigenlijk. We denken tijd te besparen omdat een internetverbinding ons helpt efficiënter te zijn, productiever. Ondertussen worden we overspoeld door wat er allemaal nog meer kan en raken verstrikt en verstikt in wat de Duitse tijdsonderzoeker Karlheinz Geißler in een interview met 
Die Zeit (Horizon) ‘verdichting van tijd’ noemt. In plaats van naar de vaste maat van de klok te leven, naar de uren die slaan, 
de halve uren, de kwarturen, de zestig minuten in ieder uur, zouden we weer moeten kunnen vertrouwen op het eigen ritmisch organisme.

    Nee, niet de inwendige klok. Die hebben we volgens Geißler niet. Ritme wel. Maar dat hebben we leren negeren, omdat eigen ritme nooit in de pas loopt met het collectieve ritme van een samenleving.

    Misschien is geluk dus juist wel het vrij zijn van de klok.

    Katrien Gottlieb
    gottlieb@360international.nl

  • ‘We leven in een dictatuur van de klok’

    ‘We leven in een dictatuur van de klok’

    Nog nooit hadden we zo veel tijd, en toch voelen we ons gehaaster dan ooit. Hoe kan dat? Weekblad Die Zeit vroeg het aan Karlheinz Geißler (72), Duitslands bekendste tijdonderzoeker.

    Meneer Geißler, hoeveel tijd hebben we voor dit gesprek?

    Genoeg. Ik maak nooit meer dan één afspraak per dag. Sowieso maak ik niet graag afspraken.

    We hebben een enerverend jaar achter de rug: Trump, Brexit, het zika-virus, de staatsgreep in Turkije, de strijd om Aleppo, aanslagen in Orlando, Brussel, Nice, München, Berlijn. Is het mogelijk dat alles steeds sneller gaat, dat de tijd harder loopt?

    ‘Nee, het tempo van de tijd verandert niet. De tijd is altijd gelijk. Alleen wij mensen stoppen er steeds meer in. Een paar jaar geleden was je voor nieuws aangewezen op radio en tv. Tegenwoordig worden we via onze smartphones – via Whatsapp, Facebook, Twitter – voortdurend door nieuwe feiten overspoeld. De informatiedichtheid wordt steeds groter – en dat verdicht onze tijd.’

    De moderne mens is een gejaagd wezen. Hij is constant druk, checkt e-mails wanneer hij in de bus zit, telefoneert op de fiets en werkt met deadlines. Bij enquêtes naar goede voornemens voor het nieuwe jaar scoort ‘meer tijd besteden aan familie en vrienden’ steevast hoog. Maar hoe kan het dat we veel meer tijd willen, hoewel we er al steeds meer van hebben? In Duitsland is de levensverwachting de afgelopen 130 jaar verdubbeld. Tegelijkertijd is de arbeidsduur afgenomen: tot minder dan 38 in de cao vastgelegde uren per week. Honderd jaar geleden waren dat er nog 57. Ook de reistijd wordt korter: de treinen rijden sneller dan vroeger, vliegen is normaal geworden.

    We sparen steeds meer tijd en toch hebben we er steeds minder van. Hoe kan dat?

    ‘We stoppen steeds meer in ons dagelijks leven, en dat maakt de tijd krap. We hebben niet te weinig tijd, maar te veel te doen.’

    ‘Een taalwetenschapper zal zeggen dat het een eenlettergrepig woord is. Voor een natuurkundige betekent tijd verandering. Voor een bioloog evolutie. Voor een bedrijfseconoom is tijd geld’

    Wat is dat eigenlijk, tijd?

    ‘Tijd is voor mensen wat water is voor vissen. Een element waarin ze zich voortbewegen. Vissen zwemmen erin rond zonder na te denken over wat het is waarin ze zwemmen. Zo vergaat het ook de mensen met tijd. Een eenduidige definitie van tijd bestaat niet. Iedereen zal u iets anders antwoorden. Een taalwetenschapper zal zeggen dat het een eenlettergrepig woord is. Voor een natuurkundige betekent tijd verandering. Voor een bioloog evolutie. Voor een bedrijfseconoom is tijd geld. En als u het mijn kleindochter van zes vraagt, zal ze zeggen: tijd is een kleur, nu eens groen, dan weer geel of blauw.’

    Meneer Geißler, hoe komt het dat u zich zo intensief met tijd bezighoudt? Heeft dat wellicht met uw lichamelijke gesteldheid te maken?

    ‘Mijn hele leven al ben ik gedwongen het langzaam aan te doen. Op vijfjarige leeftijd kreeg ik kinderverlamming. Een heel jaar lag ik in bed. Toen het weer beter werd, moest ik opnieuw leren lopen. Maar mijn benen hebben zich nooit helemaal hersteld, daarom hink ik nog altijd. Nu ik oud ben, wordt dat erger. Buitenshuis kan ik me alleen nog in een rolstoel verplaatsen.’

    Dat moet als kind niet gemakkelijk zijn geweest.

    ‘Als mijn klasgenoten naar de bus renden, kon ik alleen maar toekijken. Zo leerde ik voldoende tijd in te calculeren, altijd een bus of tram eerder te nemen.’

    U onderzoekt dus de tijd, omdat u er altijd erg veel van had.

    ‘Mijn leefsituatie heeft daar zeker aan bijgedragen. We leven in een samenleving die is ingericht op snelheid. Als buitenstaander besef je dat beter.’

    Is uw tijdsbewustzijn anders dan dat van de meeste mensen?

    ‘De manier waarop ik met tijd omga is anders. Door mijn ziekte ben ik in veel opzichten in het nadeel. Op zeker moment heb ik mezelf afgevraagd: wat kan ik dat andere mensen niet kunnen? Ik kan bijvoorbeeld heel goed wachten. Deze samenleving heeft dat verleerd. Maar ik laat me mijn leven niet voorschrijven door een horloge.’

    Wat hebt u tegen horloges?

    ‘Een horloge is geen kwestie van dragen, alleen van verdragen. Het is een moderne dictator.’

    Het Londense zakendistrict Canary Wharf. – © Dylan Martinez / Reuters
    Het Londense zakendistrict Canary Wharf. – © Dylan Martinez / Reuters

    Waaruit concludeert u dat we leven in een dictatuur van de tijd?

    ‘Ho, ho, nu verwart u de tijd met de klok! We leven niet in een dictatuur van de tijd, maar in een dictatuur van de klok. Voor velen is de klok synoniem met de tijd. Maar een klok is niet meer dan een mechanisch apparaat dat tijd meet. Er bestaan ook andere tijden dan de kloktijd.’

    Welke dan?

    ‘De natuurtijd. Ons lichaam kent net als alle levende wezens een ritmisch organisme. Ik laat me nooit wekken door een wekker. En toch word ik elke ochtend rond acht uur wakker. Dus niet exact om acht uur, maar de ene keer een paar minuten eerder, een andere keer een paar minuten later.’

    U bedoelt onze inwendige klok?

    ‘Nee, die bedoel ik niet. Het lichaam heeft geen eigen klok, het heeft een eigen ritme. De klok dringt de mens een ander tijdspatroon op, namelijk een vaste maat. Dat is een wezenlijk verschil.’

    Waaruit bestaat dat verschil?

    ‘Heel eenvoudig: ritme betekent herhaling met afwijking. En vaste maat betekent herhaling zonder afwijking. Een klok moet in de maat lopen en exact zestig seconden per minuut hebben. Als hij ritmisch zou zijn, had hij nu eens 65 en dan weer 55 seconden per minuut.’

    ‘Wij zijn de natuurtijd vergeten. Daarom krijgen zo veel mensen een burn-out of een hartinfarct’

    Een vaste maat is dus veel preciezer.

    ‘Ja en dat is nou net het probleem! Een vaste maat gaat in tegen onze natuur, ons lichaam is eigenlijk gemaakt voor ritme. Maar wij negeren dat. Bijvoorbeeld bij ons slaapgevoel. Onlangs heb ik een opdracht gedaan voor de firma Metro [een groothandelsketen, onder meer eigenaar van de Makro-winkels]. Iemand daar vertelde mij dat als de verkoopsters in China moe zijn, zij gewoon in een winkelschap gaan liggen slapen. Ze reageren op hun natuur. In Duitsland zou zoiets ondenkbaar zijn! Wij zijn de natuurtijd vergeten. Daarom krijgen zo veel mensen een burn-out of een hartinfarct.’

    Volgens Karlheinz Geißler richtten de mensen zich tot het einde van de middeleeuwen op het ritme van de natuur, met name op de zon en de maan. Zonsopgang en -ondergang bepaalden de lengte van de dag. Ook de lengte van de uren verschilde: al naargelang het jaargetijde soms veertig, dan weer tachtig minuten. Want de mensen namen gewoon de tijd dat de zon scheen en deelden die door twaalf. Wanneer ze met elkaar afspraken, oriënteerden ze zich op de lengte van de schaduwen. Dat veranderde pas met de komst van mechanische uurwerken.

    Meneer Geißler, wie was de uitvinder van de tijd?

    ‘Die vraag is niet eenvoudig te beantwoorden. De tijd als idee ontstond aan het einde van de middeleeuwen met de komst van het mechanische uurwerk. De uitvinder was vermoedelijk een monnik uit een klooster ten noorden van Milaan. Dat uurwerk was vooral als wekker bedoeld, het moest de monniken helpen om op de juiste momenten te bidden. Voor die tijd hadden kloosters alleen kaarsklokken.’

    Kaarsklokken?

    ‘Op een kaars werd met streepjes een tijdschaal aangebracht. Vervolgens werd er een metalen pen door de kaars gestoken. Wanneer de kaars was opgebrand, viel het metaal eruit. Daarvan werden de monniken wakker. Het nadeel was dat een aantal kloosters in vlammen opging.’

    Betekent dat dat de klok werd uitgevonden om God te eren?

    ‘De monnik had zijn uitvinding waarschijnlijk graag ongedaan gemaakt, als hij zou hebben vermoed wat hij ermee losmaakte: vóór die tijd geloofden de mensen dat God de tijd bestierde. Maar door de klok werd God de tijd ontstolen. Hij behoorde niet langer hem alleen, hij behoorde nu ook de mensen. De klok bevrijdde hen.’

    De wijk Shibuya is het shoppingwalhalla van Tokio met winkels van Miu Miu, Stella McCartney en Prada. – © Chad Ehlers / HH
    De wijk Shibuya is het shoppingwalhalla van Tokio met winkels van Miu Miu, Stella McCartney en Prada. – © Chad Ehlers / HH

    In welk opzicht?

    ‘De mensen konden zelf hun tijd vormgeven. Ze gingen zichzelf zien als zelfstandige individuen en niet langer als deel van een door God bestierde wereld. Dat gold vooral voor de kooplieden in handelssteden als Milaan, Florence, Venetië, Pisa en Genua. In de klok zagen zij een kans om hun handel met grotere precisie te organiseren. Ze verwijderden zogezegd het geloof uit de tijd tot deze kaal en leeg was en vulden hem met een nieuw criterium: geld. Dat was het begin van de moderne tijd. De moderne tijd is de moderniteit van de klok.’

    Welke effecten had dat?

    ‘Vooral economische: de eerste banken werden opgericht. Die deden in essentie niets anders dan tijd omzetten in geld. Het renteverbod werd opgeheven omdat de verstreken kloktijd voortaan omgezet kon worden in rente. De dubbele boekhouding ontstond en de eerste verzekeringen. Het uur werd opgedeeld in zestig minuten en duurde overal even lang. Aanvankelijk verzette de kerk zich, maar vanaf het moment dat het Vaticaan zelf een bank begon, gaf ze haar verzet op. Uiteindelijk creëerde de klok het kapitalisme.’

    De socioloog Lewis Mumford was van mening dat de klok – en niet de stoommachine – de ‘oermachine van het moderne industrietijdperk’ is.

    ‘Ja, dat kun je zo zeggen. De klok is de vader van alle dingen. Hij heeft in de vijftiende eeuw de moderne tijd in gang gezet. En bij een tweede fase in de achttiende eeuw heeft de stoommachine de tijd versneld. Maar de grondslag van onze welvaart ligt in het gegeven dat wij in Europa de eersten waren die tijd omzetten in geld. En dat we begrepen dat de klok een grote revolutie was.’

    Hoe zat dat in andere culturen?

    ‘In China bestonden ook klokken, maar de keizers zagen die vooral als leuk speelgoed.’

    Zoals in de nieuwe roman Cox of het verglijden van de tijd van Christoph Ransmayr. Hij vertelt het verhaal van een Engelse klokkenmaker die aan het Chinese hof wordt aangesteld om klokken te bouwen voor de tijden van geluk, van kindheid, van liefde.

    ‘Ransmayr beschrijft dat heel goed, dat was echt zo. In de zeventiende eeuw vertrokken jezuïeten vanuit Italiaanse handelssteden naar China om het land te bekeren. Als geschenk namen ze prachtige sieruurwerken mee. Toen de jezuïeten enkele jaren later weer naar China kwamen, stelden ze vast dat de keizer de klokken niet gebruikte. Ze lagen opgeslagen bij het speelgoed. Ook de Japanners hadden lange tijd geen belangstelling voor de klok: tot 1871 hadden ze niet eens een woord voor tijd en kenden ze dus ook geen tijdmeting.’

    Heel anders dan in het Westen. Benjamin Franklin, een van de stichters van de Verenigde Staten, formuleerde in 1748 al de beroemde slogan: Time is money.

    ‘Dat is een veelzeggende uitspraak. Hij beantwoordt aan ons protestantse arbeidsethos. De vraag is of we ons niet aan de klok hebben onderworpen. Of we onszelf in denken en doen niet te afhankelijk hebben gemaakt van de maat van de klok. Na de uitvinding van de klok betekende macht ook altijd: macht over de tijd. Elke wat grotere plaats voerde zijn eigen tijd in om zich te onderscheiden van een naburige plaats. Wie in 1890 per trein rond de Bodensee reisde, moest zijn horloge vijf keer bijstellen. Daaraan kwam een eind met de protesten van spoorwegpersoneel in Amerika. Ze wilden niet langer bij elk station de klok bijstellen en voerden hun eigen tijd in: de spoorwegtijd. De groeiende mobiliteit vereiste uniformering, ook in Europa.’

    ‘Leidinggevenden behandelden in de jaren zeventig duizend berichten per jaar. Met de uitvinding van de e-mail zijn dat er tegenwoordig dertigduizend!’

    Betekent de uitvinding van het internet niet een bevrijding uit het dictaat van de klok? We hebben nu immers geen vaste tijden meer nodig om met collega’s te kunnen communiceren of om iets te willen kopen.

    ‘Deze nieuwe flexibiliteit heeft zeker voordelen. Maar er zit ook een andere kant aan, die vaak wordt onderschat. Internet betekent immers dat alle grenzen radicaal worden opgeheven. Alles is ineens op elk moment maakbaar. Het is zoals u zegt: je kunt van huis uit werken, je kunt ’s nachts gaan shoppen, de winkelsluitingstijden hebben geen enkele betekenis meer. Nog even wat cijfers: leidinggevenden behandelden in de jaren zeventig duizend berichten per jaar. Met de uitvinding van de e-mail zijn dat er tegenwoordig dertigduizend! Wij onderschatten tot hoeveel overbelasting die nieuwe flexibiliteit leidt.’

    Je kunt het toch ook zo zien: nog nooit had de mens zo veel vrijheid om zelf over zijn tijd te beslissen als vandaag de dag!

    ‘En dat is nou net het probleem. Het leidt tot tijdsdruk. De staat beslist niet meer voor ons en leidinggevenden evenmin. Zo veel vrijheid kan een mens niet aan. Flexibiliteit valt alleen te verdragen bij stabiliteit. Dat wil zeggen dat ik alleen flexibel kan zijn wanneer ik rituelen heb, wanneer ik vaste tijden heb.’

    Dienen we dan weer de prikklok in te voeren? En moet Amazon openingstijden krijgen?

    ‘Natuurlijk niet. Maar het is een illusie wanneer we daar alleen vrijheid in zien en geen belasting. De economie eigent zich alles toe; ook ons privéleven en onze nachten worden een monetaire aangelegenheid.’

    De gemiddelde nachtrust van de moderne mens is sinds de negentiende eeuw met circa twee uur en sinds de jaren zeventig met circa dertig minuten afgenomen. Komt dat volgens u door het kapitalisme?

    ‘Het verschil tussen dag en nacht gaat verloren, alles is op elk moment beschikbaar. Slapen hoort bij onze natuur, maar is verfoeilijk in de ogen van het kapitalistische motto “tijd is geld”, want geld slaapt niet. In de jaren negentig hebben de banken de geldautomaat ingevoerd. En wanneer je 24 uur per dag bij je geld kunt, wordt de druk groter om ook 24 uur per dag geld uit te geven. En inmiddels zijn we voortdurend online, kunnen we constant consumeren.’

    Aangezien tegenwoordig steeds minder mensen in een hiernamaals of wedergeboorte geloven, verdwijnt ook de hoop dat we in een volgend leven dingen anders en beter kunnen doen. ‘Je leeft maar één keer’ is het motto van de moderne mens, en hij denkt dat hij alles wat hij wil doen moet persen in een levensduur van zeventig, tachtig of negentig jaar.

    Meneer Geißler, moeten we om te onthaasten dan weer allemaal gelovig worden en naar de kerk gaan?

    ‘We hoeven niet gelovig te worden, maar we zouden onszelf bijvoorbeeld kunnen zien als generatie. Vroeger zagen we ons veel meer in onze kinderen verwezenlijkt dan nu. We hoeven niet alles zelf te doen, onze kinderen kunnen het ook doen. Zo’n houding zou bevrijdend werken.’

    Aan de ene kant klagen de mensen steeds dat ze geen tijd hebben. Aan de andere kant is ‘geen tijd hebben’ in onze samenleving ook een statussymbool. Hoe belangrijker we zijn of ons maken, hoe minder tijd we hebben…

    ‘… en wie veel tijd hebben, zijn de mensen onder de brug. Daklozen, bijstandtrekkers, werkelozen hebben tijd – eigenlijk iedereen aan de rand van de samenleving. Bij hen verkeert Franklins citaat volkomen in zijn tegendeel: bij hen is tijd geen geld, omdat ze immers veel tijd hebben maar weinig geld.’

    Wanneer in deze dagen gesproken wordt over de opkomst van het rechts-populisme, worden dikwijls vergelijkingen getrokken met de jaren twintig en dertig. Is er misschien nog een andere overeenkomst? Net als toen klaagden de mensen dat het leven steeds sneller werd.

    ‘Dat klopt. Destijds heette dat neurasthenie, zenuwzwakte dus, veroorzaakt door elektriciteit. Er kwamen steeds meer auto’s, steeds meer telegrammen, telefoons en radio’s, trams en treinen werden steeds sneller. Wat we tegenwoordig burn-out noemen is enkel een ander woord voor hetzelfde dilemma: dat we ons ritme verliezen.’

    Destijds gingen mensen voor herstel naar het sanatorium voor een ligkuur…

    ‘… of ze trokken ’s zomers naar buiten. Tegenwoordig doen ze yoga, ze mediteren en gaan in het weekend naar een kuuroord. Ze komen op verhaal om de volgende dag weer te kunnen werken. Dat is een reactie op de verdichting van de tijd. De mensen proberen weer aansluiting te vinden bij hun eigen natuur.’

    Schoonmakers dalen af naar de wijzerplaat van de Big Ben in Londen. – © Shaun Curry / Getty
    Schoonmakers dalen af naar de wijzerplaat van de Big Ben in Londen. – © Shaun Curry / Getty

    Maar er gaat toch ook veel goed: er zijn nieuwe werktijdregelingen, we kennen variabele en flexibele werktijden. Veel mensen nemen een sabbatical.

    ‘Dat klopt. Maar een sabbatical wordt tegenwoordig niet echt als periode van rust opgenomen, maar om een wereldreis te maken. Zelfs in de vakanties hebben mensen een strak programma en herinvesteren ze het met arbeid verdiende kapitaal.’

    Psychoanalyticus Wolfgang Schmidbauer spreekt van een haaisyndroom. Hij zegt dat we allemaal op haaien lijken. Haaien hebben geen zwemblaas, in het water staan ze niet stil en zijn ze constant in beweging.

    ‘Dat is een interessante vergelijking. Het verschil tussen ons mensen en haaien is dat haaien niet anders kunnen. Maar wij hebben het nietsdoen verleerd. Wij kunnen wel stilstaan, maar deze samenleving accepteert nietsdoen niet. Pauze wordt gezien als verloren tijd. Daarom worden inmiddels zelfs pauzes economisch nuttig gemaakt. Op onze smartphone ontvangen we aan één stuk door reclame – of we nu in de metro zitten of in de schouwburg. Bij de spoorwegen is het niet anders: daar krijg je al een melding op je mobiel wanneer de trein vertraging heeft, en de mededeling hoe laat hij dan wel vertrekt.’

    Maar dat is toch praktisch? We sparen tijd en hoeven niet onnodig op een winderig perron te wachten.

    ‘Je spaart niks. In plaats van dat je je naar de trein begeeft, weet je: hij heeft tien minuten vertraging, ik kan nog even snel een boek kopen. Dat beantwoordt aan ons systeem van niet-genoeg. Geld kent geen genoeg. Groei ook niet. Allemaal willen we altijd meer. Daarom hebben we het gevoel dat we tijd tekortkomen.’

    In Momo en de tijdspaarders, het boek van Michael Ende, zijn het grijze heren die de tijd stelen. Wie steelt onze tijd?

    ‘Wijzelf! Wij zijn die grijze heren! Maar we doen het uit onszelf, omdat we niet bereid zijn ons te schikken. Omdat we in een maatschappij leven die zich door expansie kenmerkt. En niet door reductie.’

    Maar er is toch sprake van een grote trend naar nieuwe traagheid, naar onthaasting, downshifting, slow food en matigheid?

    ‘Laat u niet voor de gek houden! Uiteindelijk wordt ook daar tijd omgezet in geld. Dat is de manier waarop het kapitalisme omgaat met de problemen die het zelf veroorzaakt heeft: het creëert een nieuwe markt en maakt onthaasting tot handelswaar. De duurste plek om te verblijven is de burn-outkliniek. Daar kost een overnachting soms wel 1500 euro. Dat is duurder dan een vijfsterrenhotel.’

    Zelf adviseert u toch ook bedrijven?

    ‘Natuurlijk. Ik adviseer bedrijven en krijg daar geld voor. Ik ben onderdeel van het systeem.’

    U noemt dat tijdadvies. Wat is het verschil met tijdmanagement?

    ‘Tijdmanagers voeden mensen op tot kloktijd. Ze adviseren volslagen trivialiteiten, onder het mom van vrijheid richten ze dwangsystemen in. To-dolijstjes bijvoorbeeld. Altijd netjes een voor een de dingen doen.’

    Dat is toch zinnig? Het structureert de dag en is een goede remedie tegen inefficiënte multitasking.

    ‘Nee, we worden opgevoed tot de logica van de klok vanaf het moment dat we naar school gaan en klok leren kijken. Waarom gaan kinderen met zes jaar naar school?’

    Om onderwijs te krijgen?

    ‘Nee! Omdat ze dan ontwikkelingspsychologisch in staat zijn om klok te kijken. De school is uitgevonden om mensen op te voeden tot punctualiteit en te onderwerpen aan het regime van de klok. In het Pruisische schoolreglement van 1763 staat al dat men de leerlingen wil opvoeden tot plichtsgetrouwe onderdanen.’

    Neem ons niet kwalijk, meneer Geißler, maar wat wilt u dan? In uw boeken adviseert u let-it-belijstjes. Is dat dan geen trivialiteit?

    ‘Nee, dat helpt echt. Tijd is namelijk net als kaas. Daar hebt u uw metafoor! We moeten er gaten in boren en hem verluchtigen. Zoals een emmentaler. We hebben meer tussenruimtes en overgangen nodig. Meer elasticiteiten.’

    U adviseert ook om ’s middags een dutje te doen en je niet door de wekker maar door de zon te laten wekken. Ik denk dat de meeste leidinggevenden het niet zo geweldig zouden vinden als al hun medewerkers te laat komen.

    ‘Dat zou kunnen. Maar wie zegt eigenlijk dat wij allemaal stipt om acht of negen uur moeten beginnen? Kunnen we ook de niet-stiptheid niet stipt maken? Recentelijk heb ik een groot Duits technologieconcern geadviseerd. En daar zijn we tot de conclusie gekomen dat het maar bij heel weinig teams en productieprocessen echt nodig is dat iedereen op hetzelfde moment begint. De een kan rustig later beginnen dan de ander. Dat is veel productiever dan wanneer iedereen om acht uur aanwezig moet zijn.’

    Geißler is een van de oprichters van de Duitse maatschappij voor tijdpolitiek. Deze pleitte onder meer voor invoering van oudergeld [een inkomensafhankelijke bijdrage voor mensen die na de geboorte van hun kind tijdelijk stoppen met werken].

    ‘We hebben het steeds vaker over het spitsuur van het leven, tussen de dertig en de veertig, een tijd waarin de mensen hectisch en snel moeten zijn, maar eigenlijk is het hele leven een spitsuur. Alleen kinderen en bejaarden mogen langzaam zijn. Daartussenin moeten we snel zijn. Verscheidenheid van tijd zou onze samenleving goed doen. Dat je midden in het leven ook eens langzaam mag zijn, en als je oud bent snel.’

    Hoe zit het als je ouder wordt, klopt het dat de tijd dan sneller gaat? Voor een kind lijkt een jaar wel een eeuwigheid te duren, maar voor een volwassene is het geen heel lange periode.

    ‘Als je ouder wordt, is elke dag die je leeft een dag minder die je te leven hebt. Het loopt naar het einde en het lijkt alsof hetgeen nog rest steeds sneller minder wordt. Maar de eigenlijke oorzaak is een andere: hoe ouder ik word, hoe vaker ik weer taferelen beleef die ik al eerder min of meer precies zo heb beleefd. Maar wanneer je iets nieuws beleeft, laat dat sporen achter in het geheugen. Naarmate dat minder gebeurt, vergaat de tijd sneller.

    Goed, laten we ons gesprek beëindigen. Hoelang heeft ons gesprek geduurd, denkt u? Wat zegt uw inwendige klok?

    ‘Mijn ritme! Drie uur misschien?’

    Het waren er vier.

    Auteurs: Amrai Coen en Björn Stephan
    Vertaler: Marten de Vries

    Die Zeit
    Duitsland | dagblad | oplage 540.000

    De krant van de Duitse intelligentsia is tolerant en liberaal en biedt iedere donderdag grote politieke analyses. Bij controversiële thema’s worden verschillende meningen en auteurs tegenover elkaar gezet. Voormalig bondskanselier Helmut Schmidt levert regelmatig bijdragen.

    Karlheinz Geißler.
    Karlheinz Geißler.

    Zonnewijzer: Dit is vermoedelijk het oudste instrument om de tijd te meten. Vanaf de klassieke oudheid helpt de zonnewijzer de mens met het indelen van zijn dag.

    Kaarsklok: Deze werd in de middeleeuwen gebruikt door monniken voor het onderhouden van hun gebedstijden. Kaarsklokken hadden als voordeel dat ze ook ’s nachts functioneerden.

    Wierookklok: Deze kwam vooral voor in het Verre Oosten. Aan een draad hangen gewichten die door het opbranden van een wierookstaafje op een gong vallen.

    Olielampklok: Deze werd gebruikt vanaf de zestiende eeuw. In de glazen lamp is een meetschaal aangebracht, waarop met het dalen van het oliepeil de tijd afgelezen kan worden.

    Slingeruurwerk: De Hollandse natuurkundige Christiaan Huygens construeerde in 1657 het eerste slingeruurwerk, met een afwijking van slechts tien seconden per dag.

    Kwartsuurwerk: In de jaren twintig van de twintigste eeuw werd in New York de elektronische klok geïntroduceerd, met een afwijking van enkele seconden per maand.

    Smart watch: Dit ‘slimme horloge’ verdeelt de dag tot op milliseconden nauwkeurig en vertelt zijn eigenaar ook welk weer het wordt en wie er heeft gebeld.

    CONTEXT: Tijd als machtsinstrument

    In oktober 1884 kwamen vertegenwoordigers uit 25 landen in Washington D.C. bijeen voor de Internationale Meridiaanconferentie. Ze stelden een wereldtijd vast, deelden de aarde op in 24 tijdzones en bepaalden de nulmeridiaan die dwars over Greenwich (Oost-Londen) loopt. Vanaf 1 april 1893 is in Duitsland [en Nederland] bij wet de Midden-Europese Tijd van kracht. Tot op de dag van vandaag is tijd een machtsinstrument. Toen Poetin de Krim annexeerde, zette hij de klok er twee uur vooruit, gelijk aan de tijd in Moskou. In Venezuela zette Hugo Chávez de klok een half uur terug en voerde zo een eigen tijdzone in. Zo ook Kim Jong-un in Noord-Korea. Chávez wilde kennelijk niet meer in dezelfde tijdzone leven als delen van de VS. En Kim Jong-un wilde niet dat zijn land dezelfde tijd had als Zuid-Korea of Japan.

  • Gnomon

    Gnomon

    Het oevre van de gelauwerde Britse auteur Jeanette Winterson kenmerkt zich door een bezwerende manier van schrijven, vurige woorden, korte zinnen.

    De Abdij had een clocca die werd geluid om de monniken op te roepen voor hun officie van zang en gebed. De klok kon in het stadje en op de velden worden gehoord, en het was genoeg om te weten dat het Metten, Lauden, Priem of Vespers was.De clocca was een waterklok. Hij had geen wijzerplaat, geen wijzers. Hij was van raderen, ijzer, gewichten en water. Stephen, de beste smid, repareerde de klok, en soms vond hij het leuk om te proberen hem te verbeteren. De Abt moedigde hem aan, en toen hij op een ochtend zag dat Stephen een nieuw rad bevestigde, liet hij hem een tekening zien die een reiziger aan de Abdij had geschonken van een klok met een ronde wijzerplaat, zoals de zon, en een wijzer die het uur kon aanwijzen zonder dat daarvoor de zon nodig was.Zou jij, Stephen, een uurwerk kunnen maken dat de tijd beter aangeeft dan een klok die wordt geluid? Beter dan een zandloper waarin de zandkorrels verglijden? Geen brandende ingekerfde kaars. Kun je me de tijd laten zien terwijl die voorbijgaat?Stephen zei: Tijd is onregelmatig. Het ene uur heeft niet dezelfde lengte als het andere. De equinox is maar twee keer per jaar. Twee dagen waarop de donkere tijd en de lichte tijd dezelfde tijd is. Op die dag is de Metten anderhalve zandloper eerder dan op midwinter en tweeënhalve zandloper later dan op midzomer.De Abt antwoordde: We verdelen onze velden met heggen. We meten en markeren het land. We tekenen kaarten. We tellen onze dagen. We navigeren op de sterren die langs het hemelgewelf gaan. We nemen de seizoenen waar. De Benedictijnen verdelen de 24 uren van een complete dag en nacht in acht getijden – en luiden de klok voor zeven van deze getijden: de Lauden, de Priem, de Terts, de Sext, de None, de Vespers, de Completen. Maar als we elk uur konden meten en verdelen, het nogmaals konden meten in minuten en weer verdelen – met een grondtal van zestig zoals de Arabieren doen – dan zouden we God kennen. Want God is eeuwigheid, en de Tijd is wat Hij ons heeft gegeven.

    God

    Stephen ging naar huis, nam een halfverkoolde stok uit het vuur en tekende op de muur een cirkel. Hij verdeelde en onderverdeelde de cirkel tot deze op een wiel met spaken leek. De tekening beviel hem. Stel dat hij zou bewegen? Wat had de Abt gezegd over God de Primum Mobile? God is de Eerste Beweger. Alles beweegt rond God. De planeten en de sterren bewegen rond God in een trage omgang van Tijd. Laura kwam binnen met brood en kaas en bier en een in appelen gestoofd konijn. Stephen lachte. Hij kon zich geen tijd herinneren waarin hij haar niet kende. Ze keek naar zijn tekening. Hij probeerde uit te leggen wat hij deed. En later in het zachte donker lag ze op zijn borst; Stephen, waarom is het nodig om het door God gegeven uur te splitsen in helften, in kwarten, in minuten, in seconden, in tikken, in tokken, in tellers en tellen, in slagen die het hart verslaan? Geef me je hand, Stephen, hier, leg hem hier, plat tegen mijn borst aan de linkerkant.En hier is mijn hand op jouw borst, waar ik mijn hoofd leg en luister naar de regelmatige tred waarmee je door de nacht naar de morgen gaat, weer een dag. We worden levend wakker, we gaan aan het werk, we maken vuur, we koken, we rusten, jij trekt je nachthemd uit als je me wilt en je hart bonst zo snel dat we beiden ontsnappen aan de Tijd en ons laten inhalen als we slapen.Ik ben met je getrouwd voor zolang we beiden leven. Dat is genoeg tijd.
    Maar Stephen begon te werken aan de klok, en die werd in het stadje al snel het onderwerp van gesprek. En de rijke mannen en de kooplieden begrepen dat wanneer de tijd kon worden geteld, de tijd kon worden verkocht. Wees niet bang, Stephen, zei de Abt. De aarde is slechts een voorpost van de Tijd.

    Maar Stephen is wel bang. Er wordt gemopperd. De mensen in het stadje willen de klok niet. Ze weten dat het ene uur niet hetzelfde is als het andere, dat de dag variatie kent en niet in gelijke stukken kan worden verdeeld. Ze weten dat als je moe bent, of ziek, of geknakt van geest, het uur eindeloos lang duurt. Ze weten dat liefde de ploeg sneller doet gaan en dat een man op het veld zijn lichaam tegen de Tijd zal inzetten omwille van tijd met de vrouw wier gezicht voor hem als de zon is.

    Ze houden van de klokken die luiden als de dag voorbij is, van het doordringende ervan, de gretigheid ervan, en van het eenvoudige gegeven dat de tijd voorbijgaat. Maar ook de uren slaan, en de halve uren, en de kwarturen? En elk uur in zestig delen? En elke minuut in zestig? Schandalig. Krankzinnig. Mechanische tijd.
    En dus kwamen ze Stephen halen. De takel van de graanzolder van het gildehuis werd naar beneden gelaten. Ze maakten Stephen stevig vast. Hij verzette zich niet.Hijs hem omhoog. Rustig! Rustig. Hijs hem omhoog!Stephen voelde het touw onder zijn armen knellen toen zes mannen, drie aan elke kant, hand over hand aan het touw sloegen; hun spierbundels zwoegden en hun bovenbenen spanden zich door het toenemende gewicht van Stephen die ze tegen de zuidmuur van het gildehuis ophesen. Hij was duizelig en bang. Ze hadden hem eerst bier gegeven maar geen eten en hij was licht in zijn hoofd. Hij wilde urineren.Zwaai hem erin!Een houten steiger reikte tot zes meter boven de grond. De twee mannen die erop stonden te wachten grepen Stephen vast toen hij op hun hoogte kwam. Ze haakten hem vast, zetten zijn voeten op de brede metalen pinnen die diep in de muur gemetseld waren. Diep in de muur aan de onderkant van de zonnewijzer.

    Ketting

    Aan weerszijden van de vurige zon die het midden van de zonnewijzer verfraaide waren twee grote, metalen D-ringen bevestigd, met daartussen de spanwijdte van een mens. Stephen werd in de ruimte tussen de D-ringen geduwd, daarna werd de ketting om zijn borst vastgemaakt en ook aan een haak achter hem bevestigd, ongeveer ter hoogte van zijn hoofd.Al die tijd was Stephen zich bewust van de lichamen en de slechte adem van de mannen terwijl ze hem in de juiste positie manoeuvreerden. Ze waren bijna klaar. Een van de mannen, een brouwer genaamd Robert, die Stephen goed kende, haalde een doek uit zijn tuniek en drukte die in Stephens hand zodat hij zijn gezicht kon afvegen. Toen gaf Robert hem te drinken uit een leren fles.De mannen deden een stap naar achteren. Stephen werd strak rechtop gehouden. De andere man, die Stephen niet kende, maakte de bovenste ketting los. Stephen stortte naar beneden. Hij gilde, zijn handen klauwden naar de lucht. Maar de ketting hield hem tegen en werd strakgespannen door zijn gewicht. Aan het einde van de ketting hing Stephen loodrecht ten opzicht van de plaat van de zonnewijzer alsof hij het boegbeeld was van een schip dat naar zee ploegde. En het voelde alsof hij op zee was, zonder vaste grond, met alleen zijn lichaam hoog in de golvende lucht.
    Zijn lichaam wierp een schaduw waaraan de menigte die zich beneden had verzameld kon zien dat het nog geen middag was.De mannen klommen voorzichtig van de steiger en rolden die weg op de ijzeren wielen. De steiger werd gebruikt voor het onderhoud van de kerk, van het gildehuis, van de markthal, van daken en van schoorstenen, en van de zonnewijzer die de uren aanwees.Waar wil je dit hebben? vroeg de man die Robert heette. Ze hadden de gnomon verwijderd. De simpele ijzeren stut en staaf hadden goed dienst gedaan als de schaduw van de zon. Stephen had hem zelf twintig jaar geleden gemaakt. Maar nu was Stephen de gnomon, hij zweefde in de tijd, totdat het door de tijd met hem gedaan zou zijn. Stephen neemt elke ochtend de trein van 7:17. Hij komt tussen 8:10 en 8:30 aan op zijn werk. Hij verlaat zijn werk rond 18:00 uur en op de terugweg gaat hij naar de sportschool. Op de sportschool is het spitsuur en kan hij maar twintig minuten op de loopband. Hij rent, naar nergens, of fietst tien kilometer om buiten adem en zwetend aan te komen waar hij was begonnen, in een lange rij van andere mannen en vrouwen in hun eigen koptelefoonwereld.In de pub is het Happy Hour en kan hij twee glazen bier nemen voor de prijs van één. Is het de rest van de tijd Unhappy Hour? Hij vindt van wel; een lange, uitgestrekte, onveranderlijke dag met een onderverdeling die zinloos is omdat hij altijd dezelfde dingen doet. Wat maakt het uit of het 9:09 of 16:32 uur is? Hij zit altijd achter zijn scherm. Een klok die alleen ’s ochtends en ’s avonds luidt zou voldoende zijn. Hij luncht toch altijd achter zijn bureau.Stephen is gespecialiseerd in tijdmanagement. Hij helpt bedrijven efficiënter te worden, productiever. ‘Elke oplossing is anders’, staat op de website, maar Stephen weet uit ervaring dat alle oplossingen hetzelfde zijn: minder mensen die meer werk doen voor hetzelfde loon. Daar wordt een bedrijf efficiënter van. En alle anderen leven binnen die ene tijdspanne van het Unhappy Hour.

    Geduldige tijd

    Stephen stuurt zijn laatste mailtjes de avond in, zodat iemand anders langer moet doorwerken dan hij. Maar er wappert al een rode vlag in zijn inbox. Dringend. Wat is er zo dringend aan factoreren? Cashflow. Ja. Bedrijven zijn afhankelijk van de cashflow. Een ziekenauto flitst buiten op straat langs zijn raam, en dwingt het spitsverkeer de stoep op. Iemand heeft bijna geen tijd meer.Een man draait zijn autoraampje omlaag. Zijn gezicht staat boos en verslagen. Als de ziekenauto langs hem scheurt, geeft hij een ruk aan het stuur en rijdt erachteraan om een paar plaatsjes op te schuiven in de file totdat iemand vlak voor hem invoegt en zijn middelvinger opsteekt.Stephen loopt met zes kilometer per uur langs de rij auto’s. Net zoals het was toen de mensen nog overal naartoe liepen. Of toen de lange, trage aken in de lange, trage kanalen door het brede, bruine water tuften. Misschien keert alles terug naar het gemiddelde.Stephen baant zich een weg over de hem toebedeelde lichaamsgrote strook stoep. Het duurt 14,7 minuten om naar de sportschool te gaan en negen minuten om zich om te kleden. Hij is blij dat hij uit de drukte is.Spitsuur. Wanneer eindigt dat, om 21:00 uur misschien? Behalve op vrijdag, wanneer de mensen de stad uit trekken, als pelgrims op zoek naar de verlichting die nooit komt. Toen hij Laura leerde kennen, nam hij haar mee naar de Yorkshire Dales. Hij liet haar de massieve rotsen uit zijn jeugd zien. Monumentale platen van tijd. Verbeelde IJstijd. De aarde droomt in steen. En hij dacht aan de aarde die om haar as om de zon draaide, zonnejaar na zonnejaar. Immens geduldige tijd. Meteorieten. Sterrenstelsels. Het heelal haast zich van ons af. Wie kan het heelal dat kwalijk nemen?Tegenover die traagheid de snelheid van het licht, dacht Stephen; fantastisch, onmogelijk, Einstein die op een lichtstraal reist en beseft dat de tijd in theorie omkeerbaar is.Maar dat is niet zo, dacht Stephen. Wat voorbij is, is voorbij. Mijn leven is een opheffingsuitverkoop. Alles moet weg. Hij keek op zijn telefoon terwijl hij op de lift wachtte. De mensen stonden altijd op hun telefoon te kijken. Dan snelden ze naar de volgende verdieping, waar ze weer bleven staan en op hun telefoon keken.Ochtend: kakken, douchen, scheren. Telefoon checken. Naar het station lopen. Op de trein stappen. Telefoon checken. Naar kantoor lopen. Voor het scherm zitten en telefoon checken. Lunchpauze. Eten en checken. O hallo, schat, prima, en jij? Ja, ik ook, weet ik, hebben we het later nog over.
    Maar dat doen we nooit.Ik ben zo moe als ik thuiskom. Als ik laat ben, heeft Laura al gegeten, en zit ze als ik binnenkom met haar rug naar me toe achter de computer online te shoppen. Beste tijdstip, zegt ze.
    Beste tijdstip. Op tijd. Over een tijd.Maar daar is de rode vlag van DRINGEND weer. Cashflow. De rivier van tijd, en ik word meegevoerd, ik ben al bijna op zee. Avond en ochtend. Weer een dag.

    Wegtikken

    Stephen, zegt de Abt, kijk naar het hemelgewelf. De raderen van God. Dit is een hemels mechaniek. In het boek Prediker staat: Alles heeft zijn uur, alle dingen onder de hemel hebben hun tijd – er is een tijd om geboren te worden en een tijd om te sterven, een tijd om te oogsten en een tijd om te zaaien, een tijd om te lachen en een tijd om van lachen af te zien. Een tijd voor oorlog en een tijd voor vrede. Laura vraagt Stephen wat hij op zijn verjaardag wil doen. Ze gaat die dag vrij nemen. We kunnen gaan brunchen in dat zaakje in de stad. We kunnen een cadeau voor je gaan uitzoeken. We kunnen naar die nieuwe fototentoonstelling gaan. We kunnen afspreken om met Carl en Amy iets te gaan drinken als ze uit hun werk komen. We kunnen naar een voorstelling, of gaan dansen, wat je maar wilt – gewoon iets leuks doen.De dag is zo volgepland, en Stephen is uitgeput. Hij vraagt zich af welk deel van het heden de mensen besteden aan het plannen van de toekomst.Enig idee wat je voor je verjaardag wilt hebben? Zeg nu niet: sokken. (Stephen heeft zijn hele leven nog nooit sokken gevraagd.) Zo moeilijk om een cadeau voor een man te kopen. Maar het is wel je verjaardag.De dag breekt aan en Stephen wordt vroeger wakker dan op een werkdag. Dat is oneerlijk. Laura slaapt nog, dus Stephen loopt zacht naar beneden om thee te zetten. Bij de ketel ligt een cadeau met een kaart ertegenaan. Hij zet ’s ochtends altijd de thee. Hij glimlacht en pakt zijn cadeau uit. Met Kerst heeft ze hem een stappenteller gegeven. In het doosje ligt een nieuw horloge. Het is groot en mooi, met een leren bandje en een zwarte wijzerplaat. Hij heeft zijn bril nodig. Hij pakt hem erbij.De bovenmaatse uurwijzer is een miniatuur-Stephen gekleed in pak. De minutenwijzer is een miniatuur-Stephen in zwembroek. Daar is hij, hij tikt zichzelf voorbij.Ik wist wel dat je dit leuk zou vinden – Laura is wakker geworden en vleit zich als een kat tegen hem aan.Het bedrijf heet My Time. Je kunt jezelf in eindeloos veel soorten klokken en horloges opsluiten, je grijnzende gezicht op de wijzerplaat zetten. Je lichaam de tijd laten wegtikken.

    Laura gaat douchen om aan de dag te beginnen. Stephen kleedt zich snel aan, zonder zich te scheren, pakt een flesje water en stapt in de auto. Hij kijkt niet op zijn telefoon. Hij wil niet brunchen, niet naar een voorstelling, niet met vrienden afspreken, niet vijf minuten op Laura liggen pompen. Ze is altijd te moe voor seks, maar soms moet hij het gewoon doen. Dat begrijpt ze. Ze maken er nooit ruzie over. Hij gaat naar een plek die hij kent. Daar is een rivier, en de ruïne van een abdij. Toeristen komen de middeleeuwse overblijfselen bekijken. Er is een verhaal over een man die een klok maakte die werd vernield.

    Zoals de Luddieten de mechanische weefgetouwen vernielden – de meedogenloze opkomst van de machine. Maar je kunt de klok niet terugdraaien.

    Stephen gaat op een bankje zitten en drinkt wat water. Hij kijkt op zijn telefoon. Zestien gemiste oproepen van Laura. Hoog in de lucht is een gps die precies weet waar hij is. Er is geen ontkomen aan.

    Hij kijkt naar zichzelf, opgesloten in het horloge. Is dit wat het betekent om iemand te zijn?

    Tijd de vernietiger

    Er rijdt een busje voorbij met een tekst op de zijkant: Je bent niet in het verkeer, je bent het verkeer. Dat herinnert Stephen zich uit zijn tijd als waardeloze filosofiestudent. Heidegger: Je bent niet in de tijd, je bent de tijd.

    Maar als ik Tijd ben, denkt hij, waarom is er dan nooit genoeg van mij? Misschien dat andere mensen stiekem zijn tijd gebruiken, zoals je ook op iemands wifi kunt inloggen? Misschien werd hij dagelijks gedownload door onbekenden die hun tijdlimiet wilden verhogen? Of was het zoals met bloed doneren en had hij een tijdtransfusie nodig?

    Stephen wandelde naar de abdij en las het informatiebord. De andere Stephen was gestorven van de dorst en door een zonnesteek. Prometheus in zijn eigen vuur. Ze hadden zijn lichaam niet losgesneden. Het was weggerot en wierp een schaduw op de grond die elke dag rafeliger werd. Tijd de vernietiger.

    ‘Wat een barbaren, hè?’ zei iemand die naast hem het bord stond te lezen.

    Stephen keek naar zichzelf op zijn horloge, waarop zijn kleine lichaam de wijzerplaat rond rende. Ontsnappen was onmogelijk. Hij was gevangen in een leven van tijd. Zijn telefoon ging weer. Laura. U hebt zeventien gemiste oproepen. Dit bericht is van 9:27.

    Hij belde haar. Wachtte tot ze vijf minuten lang had gewat-in-godsnaamd, en vroeg toen: ‘Zullen we een eind gaan wandelen?’ ‘Ik heb de hele dag voor je georganiseerd!’ ‘Dat weet ik.’ ‘Wat is er aan de hand, Stephen? Is er iets?’

    Maar ze komt naar hem toe. En hij pakt haar bij de hand. En het verdriet in hem is zo diep dat ze denkt dat ze zal verdrinken. Ze wil tegen hem zeggen dat ze op tijd terug moeten zijn voor… maar dat doet ze niet en ze wandelen, aanvankelijk ongemakkelijk, maar dan met gelijke tred, en de zon gaat met ze mee, en deze dag is – eindelijk – weer van hen.

    Jeanette Winterson

    Jeanette Winterson werd bekend met een overrompelend debuut, Oranges Are Not the Only Fruit,dat in 1985 verscheen. Het boek won de Whitbread Prize voor Beste Debuut en de gelijknamige miniserie kreeg de BAFTA voor Beste Drama.


    Voor haar roman The Passion uit 1987 ontving Winterson de John Llewelyn Rhys Memorial Prize en voor Sexing the Cherry (1989) de E.M. Forster Award. In 2006 werd ze voor haar verdiensten voor de literatuur benoemd tot Officer of the British Empire.


    De nieuwe roman van Jeanette Winterson, Het gat in de tijd, een hervertelling van Een winteravondsprookje van Shakespeare, verschijnt binnenkort bij uitgeverij Nijgh & Van Ditmar.

    (Foto boven Keith Byers/Flickr)