Tag: Tokio

  • Gary Shteyngart: De kleren maken de man

    Gary Shteyngart: De kleren maken de man

    De New Yorkse schrijver Gary Shteyngart heeft zich altijd wat onzeker gevoeld over zijn verschijning. Om hier verandering in te brengen besluit Gary dat hij een fenomenaal maatpak nodig heeft. Hij reist de wereld rond op zoek naar de mooiste stoffen en de beste kleermakers. Maar zal zijn persoon echt veranderen door het dragen van een zesdraads nachtblauw herenpak?

    Een mooi pak dat speciaal voor mij is gemaakt, van de beste stof, door de beste kleermaker. Een pak waarmee ik me op mijn gemak voel en waarmee ik ook laat zien: ‘Deze man voelt zich op zijn gemak.’ Een pak waarmee ik in de chicste restaurants op mijn wenken bediend zou worden. Een pak waarmee ik rustig langs de lastigste douanes zou wandelen. Een pak dat uitstraalt dat de auteur een betere smaak heeft dan al die blokjeshemden uit Brooklyn.

    Zo’n pak zou de perfect uitdossing kunnen zijn voor mijn persoonlijkheid, die zich te zeer verlaat op nerveuze humor en cynische gevatheid, de persoonlijkheid die ik al probeer te cultiveren sinds mijn puberteit, toen ik mijn vlassnorrige porem in de spiegel zag en dacht: Hoe word ik ooit gelukkig in de liefde? Zo’n pak zou mijn vorm ontstijgen en direct mijn persoonlijkheid kleden. Het zou me vergezellen naar ’s werelds grootste salons, interviews op televisie en, niet te vergeten, goedbetaalde lezingen op universiteiten in het hele land. Het pak zou een verlengde van mijzelf zijn, een bediende die mij voorgaat en deftig aankondigt: ‘Meneer Gary en zijn pak zijn gearriveerd.’ Als ik zo’n pak weet te bemachtigen, een pak van de beste stof, gemaakt door de beste kleermaker, zou ik een metamorfose ondergaan.

    Wat er aan het pak voorafging

    Ik ben in 1972 in de Sovjet-Unie geboren en kwam als zevenjarig jongetje in New York met slechts de kleren die ik aan had. De Hebreeuwse school waartoe ik acht jaar lang veroordeeld was, zamelde kleding voor me in, waardoor ik er, gehuld in oude Batman & Robin-shirts, uitzag als de typische Sovjetvluchteling. Ik moet hierbij opmerken dat ik nooit dacht: Ze mogen me niet vanwege mijn kleren, mijn armoede of mijn gebrekkige Engels. Dat zou ik pas veel later inzien. Lange tijd dacht ik dat ze me puur en alleen niet mochten omdat ik was wie ik was. Mijn school mocht dan joods zijn, ik kampte met een gevoel van calvinistische voorbeschikking: zolang ik mezelf was, verdiende ik deze kleren. Daarmee kwam ook voor het eerst het idee bij me op dat ik iemand anders kon worden – Hoe word ik ooit gelukkig in de liefde? Zo! –, een idee dat veertig jaar lang groeide, met als eindpunt: Het Pak.

    GettyImages 2116292048
    © Getty Images

    Op de middelbare school probeerde ik erbij te horen en droeg de standaardkleding die ons inmiddels tot de middenklasse opgeklommen gezin eindelijk kon betalen, vooral surfer-T-shirts van Ocean Pacific en andere merken die je je zult herinneren als je in de jaren tachtig in suburbia bent opgegroeid: Generra, Aéropostale, Unionbay. Helaas ging ik niet naar school in suburbia maar in Manhattan, waar ik met mijn shirts meteen voor lul stond. (Dit is sindsdien vaker voorgekomen. Tegen de tijd dat ik de mode ontdek, is die alweer uit de mode.)

    Na de universiteit kreeg ik een vriendengroep die bestond uit semikunstzinnige, ketamineverslaafde hipsters met wie ik eind jaren negentig flink heb bijgedragen aan de gentrificatie van enkele wijken in Brooklyn. Een modebewuste vriendin begon zich over mijn garderobe te ontfermen in de dure tweedehandswinkel Screaming Mimis. De kleren die ik van haar moest kopen, jeukten, maar ze gaven me het gevoel dat ik een rol speelde op het grotere toneel. 

    En later, als schrijver, was mijn bed mijn kantoor dus had ik geen pak nodig. Ik ben heel zuinig en dure dingen kopen is slecht voor mijn bloeddruk.

    De droom

    Op mijn vijftigste – ik was inmiddels getrouwd, had een gezin en was in redelijk goeden doen – ontmoette ik een man genaamd Mark Cho. We hadden elkaar gevonden via een gedeelde voorliefde voor horloges en ik wist dat hij de eigenaar was van de Armoury, een zaak voor klassieke herenmode, met filialen in New York en Hongkong. We gingen uit eten in het Union Square Café, en ik was meteen gecharmeerd door hem en zijn kleding. Mark droeg bijna altijd jasje-dasje, en vaak een vest en een bril van een of ander bijzonder metaal. Ik vond het mooi om te zien dat hij zich zo comfortabel voelde in zijn klassieke outfits, die hij vast en zeker zorgvuldig had uitgekozen. Toch zag het eruit alsof hij nauwelijks aandacht had besteed aan de vraag in welke ademende stoffen hij zijn afgetrainde lichaam zou hullen. 

    Voor deze quasiachteloze stijl gebruiken de Italianen het woord sprezzatura, ontdekte ik. En het waren de Japanners die deze Italiaanse nonchalance hadden bestudeerd en geperfectioneerd met hun versie van de Amerikaanse Ivy League-stijl. Als dertiger had ik in Italië gewoond, waar ik veel aristocraten ontmoette die een en al sprezzatura waren, maar mij grijnzend aankeken als ik ze vroeg waar ze hun kleding vandaan haalden. Het was vaak het werk van één specifieke kleermaker in Napels of Milaan. Aha, zit het zo, dacht ik bij mezelf. Een maatpak was duidelijk niet voor mij weggelegd.

    Met genoeg geld, de sterkste stoffen en de beste kleermakers kon er een fantastisch pak gemaakt worden voor iedereen, zelfs voor mij

    Maar onder het genot van martini’s en onglets au poivre begon ik in gesprek met Mark te begrijpen wat er allemaal bij zo’n pak komt kijken, inclusief op maat gemaakte overhemden en schoenen. Voorzichtig informeerde ik naar het financiële plaatje en kreeg te horen dat zoiets met alles erop en eraan makkelijk 10.000 dollar of meer kon kosten. Dat vond ik iets te prijzig. Een kort maar productief gesprek met de redacteuren van The Atlantic beloofde mijn droom waar te zullen maken. Het zou veel werk, onderzoek en enkele intercontinentale vluchten vereisen, maar het was mogelijk. Met genoeg geld, de mooiste, sterkste Italiaanse stoffen en de beste Japanse kleermakers kon er een fantastisch pak gemaakt worden voor iedereen, zelfs voor mij.

    De aankomst van Yamamoto-San

    Op 24 mei 2024 landde er in New York een vliegtuig uit Tokio met daarin een van de best geklede mannen op aarde. Zijn naam is Yuhei Yamamoto en hij is het gezicht van de Ivy League-stijl, een kledingstijl die de Amerikanen waarderen maar alleen de Japanners echt begrijpen. 

    Het Britse pak, met zijn serieuze uitstraling, heeft overal op de wereld verschillende vormen aangenomen. Vooral de Italianen hebben er iets bijzonders van gemaakt. In Amerika groeide het pak ondertussen uit tot een soort uniform zonder verdere opsmuk, dat het gemeenschappelijke en rechtschapene van het protestantse leven benadrukte. Dit model werd bekend onder de naam sack suit. In de jaren vijftig werkte Brooks Brothers dit concept uit en gaf er een bijna rebels nonchalante uitstraling aan: een recht vallend jasje met een natuurlijke schouderlijn en een pantalon zonder vouw.

    Ik ontmoette Yamamoto-san in Mark Cho’s zaak aan de Upper East Side, en ik schrok toen ik hem zag. Niemand kon zo goed gekleed gaan. Niemand kon zo zelfverzekerd overkomen in een driedelig crèmekleurig streepjespak dat bijna verwachtingsvol om zijn brede schouders leek te zweven. En dan nog die bruine zijden stropdas die zo goed combineerde met zijn bruine, gestippelde pochet en de stevige, ietwat grijzende haardos boven zijn perfect gebeitelde gezicht. Ging deze man een pak voor mij maken? Dat was beneden zijn waardigheid. 

    Na me even te hebben bestudeerd, zei Yamamoto-san: ‘Sack suit.’ 

    Die diagnose deed aanvankelijk pijn.

    ‘Sack suit,’ herhaalde Yamamoto. Via een tolk legde hij me vervolgens uit dat ik volgens hem ‘veel karakter’ had. Dat had ik eerder gehoord, en niet altijd als compliment, dus vroeg ik wat hij precies bedoelde. ‘U heeft karakter,’ zei hij. ‘U bent een echte New Yorker. Met de mode meegaan is niets voor u. Een echte New Yorker draagt een sack suit.’

    Hij en Mark begonnen een masterplan uit te denken. Yamamoto-san zou een drape-snit maken die mijn slanke figuur accentueerde en waarin mijn borst mooi uitkwam. De broek zou ervoor zorgen dat ik langer oogde dan mijn 1,69 meter.

    GettyImages 2116292563
    © Getty Images

    ‘Het beste lichaam voor een pak is niet heel atletisch en ietwat krom, dan valt het beter.’ Dat ben ik! dacht ik. Kennelijk waren mijn tekortkomingen juist een pluspunt. 

    ‘Ik ga een pak voor je maken uit de gouden eeuw van de Amerikaanse mode,’ zei de kleermaker. We bekeken indrukwekkende staalboeken met stoffen. Ik had aangegeven dat ik een pak wilde voor de lusten én de lasten; voor dronken avonden in restaurants maar ook voor lezingen en interviews. Daarmee kwamen we uit op donkere kleuren, en de keuze viel uiteindelijk op nachtblauw. ‘Zesdraads gaat langer mee, en je kan ermee reizen zonder dat het kreukt,’ zei Mark. 

    Dat klonk allemaal heel mooi, maar ik zat met een heleboel vragen. Wat betekende ‘zesdraads’ nou weer? Hoe werd garen überhaupt gemaakt? Mark stelde voor dat we naar de stoffenbeurs in Milaan zouden gaan. Daarna zouden we naar Hongkong vliegen voor op maat gemaakte overhemden en vervolgens naar Tokio voor de tweede sessie met Yamamoto-san. 

    ‘Prima,’ zei ik.

    Milaan

    De Milano Unica-beurs vond plaats in een mistroostig congrescentrum aan de rand van de stad. We liepen naar de kraam van Vitale Barberis Canonico, de fabriek die de nobele taak had de stof voor mijn pak te produceren. Daar kreeg ik een staal te zien van de beoogde stof voor mijn pak: de 21 Micron. 

    ‘21 Micron is een exclusieve stof,’ zei de vertegenwoordiger. ‘Het is strak gesponnen wol die goed ademt; hij kreukt niet.’ In tegenstelling tot de meeste pakken werd het mijne dus van zesdraadse wol gemaakt.  

    ‘Zesdraads is voor de dapperen,’ zei de goedgeklede man. Ik begreep niet helemaal wat hij bedoelde, maar waardeerde de opmerking toch.

    ‘Het wordt een superieur pak,’ zei Mark. ‘Je kunt het tot in de kist dragen.’

    Ik staarde naar de stof, diepblauw als de eeuwigheid waarin ik bij mijn verscheiden hoop te verzinken, vele vadems dieper dan de Baltische Zee waaraan mijn geboortestad ligt. Binnenkort, dacht ik, zal deze betoverende stof mij van mijn nek tot aan mijn enkels bedekken. En misschien word ik dan een ander mens.

    Hongkong

    Maar we waren nog maar net begonnen, en we zetten de reis voort naar Azië.

    Mark en ik wandelden door de benauwde hitte van Hongkong naar een winkelcentrum waar zich een van de zaken van de beroemde kleermaker Ascot Chang bevindt. Justin Chang, de kleinzoon van de oprichter – de familie maakt al sinds 1953 overhemden in Hongkong – heette ons welkom en trok balen stof tevoorschijn (de winkel heeft ruim 7000 soorten op voorraad). 

    We waren daar om mijn pak van vier bijpassende overhemden te voorzien. Justin en Mark waren druk in gesprek terwijl ik aan de knisperende stoffen voelde.

    Ik keek naar mezelf in de spiegel en daar stond ik: een goedgeklede man van middelbare leeftijd

    We kozen stoffen uit voor de verschillende hemden: een net overhemd met wijde boord van piquékatoen, een traditioneel wit Oxford-overhemd, een katoenen overhemd met blauwe streepjes in jarenzeventigstijl  en – mijn favoriet – een overhemd van chambray met een boord met knoopjes, die vanwege de gespikkelde stof een informelere uitstraling had. Aangezien ik een horlogeliefhebber ben, vroeg Mark of de linkermanchet iets wijder kon, zodat het klokje af en toe uit mijn mouw kon kijken. Een van de overhemden zou met spoed moeten worden gemaakt om op tijd klaar te zijn voor mijn tweede pasbeurt bij Yamamoto-san in Tokio.

    De volgende dag was het chambray overhemd klaar. Gespannen paste ik mijn allereerste op maat gemaakte kledingstuk. In het warme, houten interieur van de Ascot Chang-winkel onderging ik mijn eerste metamorfose. Voor het eerst zat iets goed. Zat iets mooi. Zat iets perfect. Ik keek naar mezelf in de spiegel en daar stond ik: een goedgeklede man van middelbare leeftijd.

    De terugkeer van Yamamoto-san

    Met één Ascot Chang-overhemd in mijn koffer – en drie in de maak – vlogen we van Hongkong naar Tokio voor de laatste stap in het maatwerkproces: de tweede pasbeurt bij Yamamoto-san. Ik liep de trap op naar de eerste verdieping van zijn atelier in de hippe buurt Shibuya. 

    In het atelier schitterde Yamamoto-san wederom in een streepjespak, deze keer een lichtblauwe met een donkerblauw pochet voor het contrast. Op de platenspeler draaide Ella Fitzgerald, een van haar zeldzame Japanse albums getiteld Ella and Nice Guys. En ten slotte hing daar aan een houten kleerhanger het werk in uitvoering: mijn nachtblauwe pak, dat met rijggaren in elkaar was gezet. 

    GettyImages 2116291013
    © Getty Images

    Met trillende handen trok ik het pak aan. In dit stadium werd het nog ontsierd door het rijggaren en de knoopjes waren met stickers aangegeven, maar ik kon al een glimp opvangen van het uiteindelijke wonder. 

    ‘De schouder is wat breder, maar zonder opvulling,’ legde Yamamoto-san via zijn tolk uit, waarmee hij erin was geslaagd om mijn afhangende rechterschouder te compenseren en tegelijkertijd die verschrikking uit de jaren tachtig te vermijden. ‘Uw borstkas is enigszins ingevallen,’ zei Yamamoto-san. Omdat ik zo’n kromme houding heb, had hij de drape-techniek gebruikt, waardoor, zoals Mark het verwoordde, ‘je borst iets meer volume krijgt’. 

    ‘Shit, man, dit ziet er verdomd goed uit,’ zei Mark, die normaal gesproken heel ingehouden reageert. 

    ‘U ziet eruit als een Fransman in de jaren vijftig,’ zei Yamamoto-san, ‘of Alain Delon in de jaren zestig.’

    We bespraken wat er nog verbeterd moest worden. Ik tilde mijn armen op en draaide me om. ‘Wat gaan we doen met Gary’s achterste?’ vroeg Mark terwijl de twee mannen op zoek gingen naar mijn kont. ‘Blijkbaar ben je wat derrière kwijtgeraakt sinds de laatste pasbeurt.’

    ‘Hij moet de broek zo strak mogelijk dragen,’ zei Yamamoto-san. ‘Als de broekband boven de navel zit, is alles goed.’

    ‘Hij zou wat squats kunnen doen,’ zei Mark, waarop ik me niet verwaardigde te antwoorden.

    Voor een mooi contrast met de sobere buitenkant kozen we een schitterende, turquoise voering, en marineblauwe knoopjes gemaakt van noten. Into each life, some rain must fall,’ zong Ella op de langspeelplaat, maar ik luisterde nauwelijks.

    De metamorfose

    Twee maanden later kwam Yamamoto-san terug naar New York met mijn pak. Op de avond van de onthulling organiseerde Mark een feestje in zijn winkel aan de Upper East Side. Het was een warme avond, bijna zomerachtig. Voordat ik het pak aantrok, liet Yamamoto-san me met zijn eigen Panasonic reisstrijkijzer zien hoe ik het moest strijken. 

    Ik kwam uit het pashokje en keek in de spiegel. Ik werd omhuld door nachtblauw, op mijn schouders het plezierige gewicht van zesdraads Italiaans garen. 

    Yokatta!’ riep Yamamoto-san, wat zoiets betekent als ‘Godzijdank!’

    Yokatta,’ zei Mark glimlachend.

    Terwijl ik woorden van dank stamelde, merkte ik dat mijn broek ondanks de inspanningen van de kleermaker nog steeds van mijn non-existente billen gleed. Om daar iets aan te doen werd ik in bretels gehesen, en Mark knoopte liefdevol een gestippelde das om mijn nek. 

    Ik kwam de paskamer uit en onderwierp me aan het oordeel van het deskundige gezelschap uit de herenmodewereld. Er werd gevoeld aan de stof. Er werd gevoeld aan mijn schouders. Aan mijn armen en mijn boord. 

    ‘Het lijkt wel op je lichaam te zijn geschilderd,’ zei een man.

    ‘De rug is zo elegant!’

    ‘Je schouders hangen een beetje en toch zit het perfect.’

    ‘De boord zit glad tegen de nek.’

    ‘Het stiksel is een visueel extraatje.’

    ‘Door de zware stof valt het mooi.’

    ‘Goede lengte voor de revers.’

    ‘Vanavond stel je ons allemaal in de schaduw.’ 

    Yamamoto-san nam me apart en zei dat ik mijn pak vaak moest dragen, niet alleen bij speciale gelegenheden. ‘Als het alleen iets wordt voor speciale gelegenheden, dan heb ik gefaald,’ zei hij. Ik beloofde dat ik het pak niet in de kast zou laten hangen. Elke week zou ik een gelegenheid vinden om het te dragen. 

    En ik ben mijn belofte nagekomen. Ik draag het pak vaak en graag. De overhemden van Ascot Chang kunnen gecombineerd worden met de gestippelde das of een minder formele zijden das met een patroontje, en dat schept verschillende karakters. ‘Je ziet eruit als een smartlappenzanger uit de jaren vijftig,’ zei mijn vrouw Esther over een van de combinaties. Bij een andere was ik meer een Engelse pastoor, vond ze. 

    GettyImages 2116291514
    © Getty Images

    ‘Je loopt opeens heel anders,’ zei Sara, een vriendin van me. ‘Je schrijdt bijna.’

    Alleen mijn elfjarige zoon Johnny was niet onder de indruk. ‘Zoiets draag ik elke dag naar school, maar dan zit het minder lekker,’ zei hij, terwijl hij aan de kraag van zijn schooluniform trok.

    Nu deed ik steeds mijn pak aan als ik buiten de deur ging eten, en ik hield bij het bestellen rekening met zijn voorkeuren. Wat zou mijn pak willen eten? vroeg ik me dan af. Het pak wilde een garnalencocktail. Ik reisde samen met mijn pak naar de Universiteit van Pennsylvania om een lezing te geven. Het was uitstekend gezelschap. Als een golden retriever sprong het mijn koffer uit, met niet het minste kreukeltje erin.

    Ik ben altijd tevreden geweest over mijn geest, maar nu hou ik ook van mijn lichaam. Het roept niet langer ongemak en spot op. Ik hou van de kleine trillende spieren in mijn borst. Ik hou van mijn gebogen houding, mijn uitgekristalliseerde vorm. Zoals een personage uit een roman van James Salter hou ik van mijn figuur, mijn lichamelijkheid. Ik hou van mezelf.

  • De Olympische Spelen zetten in op mentale gezondheid

    De Olympische Spelen zetten in op mentale gezondheid

    Sinds de Olympische Spelen van Tokio in 2021 is er meer erkenning voor het belang van de mentale gezondheid van topsporters. ‘Als er alleen naar het aantal behaalde medailles wordt gekeken boeten de Olympische Spelen aan intrinsieke waarde in.’

    KEUZE UIT HET ARCHIEF

    Op vrijdag zijn de Olympische winterspelen in Milaan en Cortina begonnen. Sporters zullen perfectie moeten leveren om de recordboeken in te gaan, wat resulteert in hoge prestatiedruk. Bij de laatste Olympische zomerspelen in Tokio probeerde het Japanse Olympische Comité een cultuurverandering teweeg te brengen, zoals beschreven in dit archiefstuk.

    Tijdens de Aziatische Spelen van afgelopen oktober in het Chinese Hangzhou, die als een aanloop naar de Olympische Spelen in Parijs werden beschouwd, heeft het Japanse Olympisch Comité (JOC) met geen woord gerept van het beoogde aantal medailles, wat tot 2021 gebruikelijk was. ‘De context is aanzienlijk veranderd sinds de Spelen in Tokio, ook al blijven medailles natuurlijk belangrijk. We willen meer nadruk leggen op de persoonlijke uitdaging voor de atleten dan op medailles,’ bevestigt Mitsugi Ogata, bestuursvoorzitter van het Comité. 

    Hisashi Mizutori, belast met de strategie voor de middellange en lange termijn van het Comité, erkent dat zijn land hiermee het voorbeeld volgt van andere landen. Een van die landen, Australië, heeft al aangekondigd voor de Spelen van Parijs niet naar een bepaald aantal medailles te streven. Wielrenner Anna Meares, de vlaggendrager van de Australische delegatie, zegt hierover in de lokale pers: ‘Ik denk dat de druk op de sporters hierdoor zal afnemen.’

    Geestelijke gezondheid

    Takeshi Kukidome, directeur van het Japan Institute of Sports Sciences, volgt nauwgezet de voorbereidingsstrategieën van de verschillende landen. ‘Voor zover ik weet hebben alleen het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Nederland een beoogd aantal medailles genoemd voor de Spelen van Parijs. Sinds de Spelen in Tokio is er een wereldwijde tendens om meer rekening te houden met de geestelijke gezondheid van de sporters en hen beter te beschermen tijdens hun sportbeoefening [met name tegen ongewenste intimiteiten].’

    De geestelijke gezondheid van sporters is een van de kwesties die door de Olympische Spelen in Tokio in 2021 aan de orde is gekomen. De Amerikaanse Simone Biles, de absolute koningin van het vrouwenturnen, schokte de wereld door haar wedstrijddeelname te staken vanwege psychische problemen. Ook andere sporters van hoog niveau bekenden dat ze te maken hadden met psychische spanningen, wat leidde tot meer oog voor het geestelijk welzijn van sporters.

    Een rapport over dit onderwerp van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) spreekt boekdelen: 33,6 procent van de nog actieve sporters op hoog niveau en 26,4 procent van de gestopte sporters in dezelfde categorie vertoonde symptomen van angst en depressie, 49 procent van de Olympische sporters kampte met slaapproblemen en bij 25,8 procent was sprake van een gevaarlijk hoog alcoholgebruik. De onderlinge concurrentie wordt als een van de drie grote stressfactoren genoemd, naast de persoonlijke situatie, met name het privéleven, en de spanningen binnen het team.

    ‘Als je het geld in aanmerking neemt dat aan de voorbereiding wordt besteed, staan zowel organisaties als sporters natuurlijk onder druk’

    Naast de sporters strijden ook hun landen – niet alleen die van het oude communistische blok, zoals Rusland en China, maar ook westerse landen – met elkaar om de medailles en geven ze aanzienlijke bedragen uit aan de Olympische voorbereiding. De afgelopen jaren hebben organiserende landen als het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Australië hun sportbudget in aanzienlijke mate zien groeien.

    Ook in Japan heeft de staat de afgelopen twee decennia veel meer geld in sport gestoken. Met name in de organisatie van de Olympische Spelen in Tokio, de oprichting van het Japan Sports Agency en de opening van een nationaal trainingscentrum, waar sporters van hoog niveau het hele jaar door kunnen trainen. De organisatie van de Olympische Spelen heeft meer dan tien miljard yen gekost, wat neerkomt op zo’n zestig miljoen euro. Het aantal gewonnen medailles wordt over het algemeen als rendement op de investering beschouwd en meegenomen bij het vaststellen van de volgende begroting.

    Kaori Yamaguchi, hoogleraar aan de Universiteit van Tsukuba en voormalig lid van het JOC-bestuur, zegt het zo: ‘Als je het geld in aanmerking neemt dat aan de voorbereiding wordt besteed, staan zowel organisaties als sporters natuurlijk onder druk. Men heeft ongetwijfeld het recht iets terug te verlangen voor de voorbereiding en het geïnvesteerde geld, maar als er alleen maar naar het aantal behaalde medailles wordt gekeken boeten de Olympische Spelen en de sport in het algemeen aan intrinsieke waarde in.’

    Smet

    Corruptieaffaires hebben een smet geworpen op de organisatie en het imago van de Olympische Spelen in Tokio, die in 2020 werden uitgesteld en uiteindelijk in 2021 doorgang vonden, nog midden tijdens de pandemie en ondanks grote bezwaren van veel Japanners. Het proces tegen Haruyuki Takahashi, voormalig bestuurslid van het organisatiecomité van de Spelen in Tokio en hoofdrolspeler in de affaire, loopt nog. Volgens de Japanse publieke zender NHK wordt hij ervan beschuldigd 198 miljoen yen (1,2 miljoen euro) aan steekpenningen te hebben opgestreken van grote Japanse bedrijven in ruil voor het aanwenden van zijn invloed bij aanbestedingen. Om nog maar te zwijgen van het Franse gerechtelijk onderzoek naar de steekpenningenaffaire inzake de toekenning van de Spelen aan Tokio, die in 2019 leidde tot een strafrechtelijke procedure tegen Tsunekazu Takeda, de voormalige voorzitter van het JOC.

    In Japan hebben deze corruptieaffaires zoals gezegd een ernstige smet geworpen op het imago van de Olympische Spelen. Zo ernstig zelfs dat de stad Sapporo, in het noorden van de archipel, afgelopen oktober heeft moeten afzien van het idee om in 2030 de Olympische Winterspelen te organiseren, hoewel die als favoriet gold. ‘De belangrijkste reden is het gebrek aan steun bij de bewoners van Sapporo en bij de Japanners in het algemeen,’ erkent Katsuhiro Akimoto, de burgemeester van de stad. In een hoofdartikel van 9 maart jongstleden verwijt het Japanse dagblad Asahi Shimbun het JOC dat de schandalen en de organisatorische chaos het wantrouwen bij de Japanners hebben aangewakkerd: ‘Japan zal de Olympische Spelen voorlopig niet meer organiseren. Eerst zal de prioriteit van de onderlinge concurrentie ter discussie moeten worden gesteld en zal een manier moeten worden gevonden waarop sport zonder die prioriteit een bijdrage kan leveren aan de maatschappij. […] Pas als dat alles op de schop is gegooid zullen we ons een beeld kunnen vormen van de toekomstige sportwereld.’

    De sport heeft in Japan sinds het begin van deze eeuw in het teken gestaan van de honger naar medailles

    Dat de prioriteit van medailles momenteel ter discussie staat, wordt niet alleen ingegeven door zorgen over de geestelijke gezondheid van sporters. Tijdens de Olympische Spelen in Tokio won Japan 58 medailles, waaronder 27 maal goud, een record. Toch hebben de nationale sportbonden in Japan niet echt het idee dat ze vruchten hebben geplukt van dit succes. Een onderzoek heeft uitgewezen dat de inkomsten van deze organisaties, die in 2020 al begonnen te dalen, in 2022 nog verder zijn gedaald. De Japanse sportbonden worden voornamelijk gefinancierd door overheidssubsidies, lidmaatschapsgelden en commerciële inkomsten, met name sponsorgelden en uitzendrechten. Maar die laatste, die goed zijn voor meer dan zestig procent van hun totale inkomsten, zijn dalende, wat de bonden in een kritieke situatie brengt.

    Het merendeel van de Olympische disciplines zonder profcompetitie probeert zo veel mogelijk medailles in de wacht te slepen om aandacht te krijgen en sponsors en beoefenaars aan te trekken. Desondanks worden medailles minder belangrijk, als gevolg van het dalende geboortecijfer in Japan en de concurrentie van andere vormen van vrijetijdsbesteding. Bij judo behaalde Japan in Tokio een recordaantal gouden plakken, maar er zijn steeds minder mensen die de sport beoefenen; hun aantal is de afgelopen twintig jaar met zo’n veertig procent gedaald. Na het vertrek van zijn sponsors verwacht de Japanse turnbond het seizoen voor het tweede achtereenvolgende jaar met rode cijfers te moeten afsluiten. 

    De sport heeft in Japan sinds het begin van deze eeuw in het teken gestaan van de honger naar medailles en de kandidatuur van Tokio voor de Olympische Spelen. Maar de relatie tussen maatschappij en sport evolueert en nodigt ons uit om nieuwe waarden te creëren, die niet alleen zijn af te meten aan het aantal medailles. 

  • Japanse steden leven op door streetart: ‘Zo kan iedereen met kunst in aanraking komen’

    Japanse steden leven op door streetart: ‘Zo kan iedereen met kunst in aanraking komen’

    In Tokio en andere delen van Japan werken straatkunstenaars in samenwerking met bewoners aan muurschilderingen om buurten te verlevendigen. Via de kunst ontstaat een gesprek over wat voor gemeenschap ze eigenlijk willen zijn.

    In een straatje niet ver van het grote overdekte winkelcentrum in Koenji, een woonwijk ten westen van het centrum van Tokio, spreidt een reusachtige adelaar zijn vleugels boven bladerrijke bomen en een klaterend beekje.

    De meer dan levensgrote, zachtroze adelaar prijkt op een immense muurschildering die de zijkant bedekt van een zes verdiepingen hoog gebouw, dat particulier eigendom is. De muurschildering, gemaakt door WHOLE9, een kunstenaarsduo uit Osaka, is getiteld SYNC. De inwoners van Koenji staan erop afgebeeld in de vorm van een adelaar, omgeven door abstracte vormen die de diversiteit van het leven symboliseren.

    220523 DJI 0001
    – © Yoshi Travel Films

    ‘Het is een muurschildering met vele kleuren, wat symbool staat voor de grote variëteit die Koenji kenmerkt,’ aldus Simo, een van de twee WHOLE9-kunstenaars.

    Koenji Mural City Project

    SYNC is in opdracht gemaakt, als onderdeel van het Koenji Mural City Project, een collectief van kunstenaars, inwoners en anderen, onder leiding van kunstproducent Kenji Daikoku. Dit project past binnen een opkomende trend in Tokio en andere delen van Japan om straatkunst – en dan met name muurschilderingen – te stimuleren om buurtgemeenschappen te verlevendigen.

    In de afgelopen jaren zijn er muurschilderingen opgedoken in heel Tokio, zowel in woonwijken als Koenji en Nakano, als in meer commerciële buurten zoals Nihonbashi in het centrum van Tokio. De trend beperkt zich niet tot de hoofdstad: er verschijnen ook muurschilderingen in andere stedelijke gebieden, waaronder Yokohama, Kawasaki en Osaka.

    Anders dan commerciële muurschilderingen, waarmee bedrijven proberen hun diensten of waren aan de man te brengen, zijn deze schilderingen, die prijken op de buitenkant van treinstations, winkels, openbare gebouwen en gebouwen die particulier bezit zijn, voor het merendeel gemaakt door bewoners die zich verbonden voelen met hun omgeving en die menen dat kunst positieve ontwikkelingen in gang kan zetten.

    ‘We wilden de creativiteit van kunstenaars gebruiken om de maatschappij te verbeteren’

    ‘We wilden de creativiteit van kunstenaars op een positieve manier gebruiken om de maatschappij te verbeteren,’ aldus Daikoku, die zegt te hopen dat de muurschilderingen in Koenji de plaatselijke gemeenschap vreugde zullen brengen door enerzijds te zorgen dat de bewoners trots zijn op hun buurt en anderzijds de buurt zelf te profileren als een artistieke hub die in de belangstelling staat en bezoekers trekt.

    Tot nu toe zijn er in Koenji elf muurschilderingen gemaakt – onder meer op de muur van een badhuis, op de rolluiken van winkels en op een muur die langs de rivier de Momozono loopt. ‘Dit is meer dan zomaar een klus, ik doe dit omdat het iets toevoegt aan de culturele rijkdom van mijn leefomgeving,’ zegt Daikoku.

    248222461 954496588481733 1607571338159415841 n
    – © Yoshi Travel Films

    Ten oosten van Koenji, in Nakano, worden ook muurschilderingen gebruikt om de culturele waarde van de buurt te vergroten en de buurt aantrekkelijker te maken voor zowel bewoners als mensen van buiten. Nakano gaat prat op veel culturele evenementen, zoals taiko-concerten en het traditionele no-spel.

    Daarnaast is het een centrum van manga en anime. Maar volgens de lokale overheden hebben de inwoners al langere tijd het gevoel dat het niet echt lukt om duidelijk te maken dat dit een aantrekkelijke buurt is om te wonen en te werken, of om te bezoeken.

    In 2021 zette Nakano het Nakano Mural Project op, dat tot nog toe opdracht heeft gegeven voor vijf muurschilderingen op een verscheidenheid aan plekken, zoals onder meer een school. ‘Muurschilderingen spelen een belangrijke rol in ons streven om de lokale cultuur uit te dragen,’ zegt Tomoya Takahashi in het districtskantoor.

    Dat streven wordt gedeeld door vele voorstanders van muurschilderingen in de openbare ruimte; het zijn kunstwerken die doorgaans geworteld zijn in de geschiedenis en de cultuur van de buurt, en die vaak worden gezien als een mooie manier om de lokale cultuur uit te dragen en de gemeenschapszin te versterken.

    Renovatie van de wijk

    In de wijk Tennozu, vooral bekend om de warenhuizen en de nabijheid van het vliegveld Haneda, zijn zeventien reusachtige muurschilderingen gemaakt in het kader van de renovatie van de wijk en het streven om uit te groeien tot hét kunstcentrum van Tokio.

    In veel gevallen is het ontwerp van muurschilderingen erop gericht de door de bewoners gewaardeerde kenmerken van de buurt te treffen en tegelijk de ambities van de buurt uit te dragen. Zo zijn op muurschilderingen in Ningyocho, in de wijk Nihonbashi in het centrum van Tokio, afbeeldingen te zien die refereren aan het traditionele karakter van de buurt, die al sinds het Edo-tijdperk (1603-1867) centrum is van zowel handel als traditionele ambachten. In Ningyocho zijn nog altijd veel bedrijven gevestigd uit het Edo-tijdperk, en de geest van het oude Tokio is dan ook nog voelbaar.

    ‘Er treden van tijd tot tijd nog geisha’s op,’ zegt Koichiro Kato, die aan het hoofd staat van het Mural Art Project @ Ningyocho, dat Kato samen met een zakenpartner heeft opgezet. Op een van de werken, gemaakt door Kensuke Takahashi, is een geisha te zien, op de muur van Hiding Bar Zoro, een bar in een gerenoveerd oud Japans huis. De geishacultuur in Japan is al langere tijd op haar retour.

    Deze gemeenschappelijke aanpak vergroot de belangstelling voor kunst

    Een ander kenmerk van de muurschilderingen is dat ze vaak voortkomen uit een samenwerking tussen kunstenaars en bewoners. Deze gemeenschappelijke aanpak vergroot de belangstelling voor kunst en versterkt de gemeenschapszin.

    Het aanbrengen van muurschilderingen op plaatsen waar iedereen ze kan zien is meer dan alleen een manier om bezoekers te trekken, kunstenaars een kans te bieden om zich te uiten, en de kunst zelf toegankelijk te maken voor de gemeenschap. Het brengt ook een discussie op gang tussen de inwoners onderling over wat voor gemeenschap ze eigenlijk willen zijn, zegt Daikoku.

    Een maand in de wijk

    De kunstenaars die zijn gevraagd voor het Koenji-project hebben allemaal op de een of andere manier een band met Koenji. De twee leden van WHOLE9 hebben een maand in de wijk doorgebracht, om met de inwoners te praten en om een beeld te krijgen van wat de inwoners van Koenji beweegt. In Nakano zijn workshops georganiseerd voor de bewoners, onder wie kinderen, die een inbreng hebben gehad bij de keuze van het ontwerp en die ook hebben geholpen bij het maken van de muurschildering.

    256069802 952219282366091 3555952645446932415 n
    – © Yoshi Travel Films

    Doordat de muurschilderingen zich in de openbare ruimte bevinden en voor iedereen toegankelijk zijn, weten ze de kunst dichter naar de mensen te brengen. ‘Binnen de mondiale kunstmarkt (met een totale waarde van 63,3 miljard dollar) bedraagt het aandeel van Japan slechts 1 tot 3 procent,’ zegt Takanobu Kawazoe, de CEO van het in Osaka gevestigde Wall Share, dat tot nog toe meer dan 100 muurschilderingen heeft geleverd.

    Het interessante aan muurschilderingen is dat mensen kunnen zien hoe kunst tot stand komt

    Dit gebrek aan belangstelling om kunst te kopen is deels het gevolg van het feit dat men over het algemeen niet zo vertrouwd is met kunst. ‘Als er kunst in de stad is, kan iedereen ermee in aanraking komen,’ zegt Kawazoe. ‘Het interessante aan muurschilderingen is dat mensen kunnen zien hoe kunst tot stand komt. Voor zowel oude mensen als kinderen geldt dat ze het leerzaam en spannend vinden om te zien hoe een muurschildering wordt gemaakt en dat het daarmee iets wordt waar ze trots op kunnen zijn.’ Toch waren er nog zorgen over de reacties van de bewoners op de muurschilderingen. Anders dan in het Westen, waar het werk van straatkunstenaars als Banksy in brede kring wordt gewaardeerd en miljoenen dollars kan opleveren, maakten muurschilderingen tot nu toe geen deel uit van het openbare leven in Japan.

    Maar voorlopig lijken de reacties zeer positief. ‘Aanvankelijk maakten we ons zorgen, omdat niet iedereen in Ningyocho het meteen een goed idee vond. Maar toen de mensen de kunstwerken zagen, waren ze om,’ zegt Kato. Het bestuur van Nakano heeft veel verzoeken binnengekregen van bewoners die meer muurschilderingen in de buurt willen, vertelt Tomoya Takahashi.

    Schenking van 10 miljoen yen

    De grootste uitdaging voor de initiatiefnemers is vaak om aan voldoende middelen te komen om de kunstenaars en hun materiaal te kunnen betalen. De vijf muurschilderingen die in opdracht van het Nakano Mural Project zijn gemaakt, zijn gefinancierd door de Shinkin Central Bank die een schenking heeft gedaan van 10 miljoen yen. De schildering op de muur van de gymzaal van basisschool Saginomiya is betaald door de school zelf en de oudercommissie. De muurschilderingen in Ningyocho zijn gefinancierd door het bureau voor culturele zaken, dat onderdeel is van het Japanse ministerie van Onderwijs, Cultuur, Sport, Wetenschap en Technologie.

    260287399 885362718839923 2150929051668631732 n
    © Yoshi Travel Films

    Hoewel het een uitdaging blijft om fondsen te werven, zal het enthousiasme voor muurschilderingen naar verwachting alleen maar toenemen door het groeiende besef dat muurschilderingen in de openbare ruimte een positief effect kunnen hebben op lokale gemeenschappen.

    ‘Ik ben ervan overtuigd dat we steeds meer muurschilderingen zullen gaan zien omdat ze bijdragen aan het stimuleren en ontwikkelen van gemeenschappen, en dat is waar we behoefte aan hebben,’ zegt Daikoku. ‘Zodra de vooroordelen tegen muurschilderingen zijn weggenomen en de regelgeving is versoepeld – de twee belangrijkste hindernissen – verwacht ik dat deze trend snel om zich heen zal grijpen,’ zegt hij.

  • In de Japanse literatuur komt de maatschappijkritiek van vrouwen

    In de Japanse literatuur komt de maatschappijkritiek van vrouwen

    Lange tijd vonden vooral apolitieke romans uit Japan een internationaal publiek, maar dat is nu aan het veranderen. En wel door drie vrouwen die de literaire wereld veroveren en niet schromen de misstanden in hun thuisland aan de kaak te stellen. Een portret.

    ’s Nachts verandert de stad. Mensen roken op straat, drinken hun biertje voor de gemakswinkels en praten luidruchtig met elkaar. Hier in Shinjuku Ni-Chome, de uitgaanswijk in het westen van Tokio, stralen de neonreclames. De hoge gebouwen zitten van de kelder tot de tiende verdieping vol met partylocaties. Van de lesbobar tot de queer theesalon en de fetishclub. Op sommige straathoeken staan hier en daar groepen toeristen voor de cafés; op andere plekken krijgen ze geen toegang.

    Ook al krijg je in Shinjuku Ni-Chome een andere indruk, de drie steunpilaren van Japan zijn nog altijd kinderen, huwelijk en werk. Progressieve bewegingen hebben het moeilijk. De conservatieve regering van Fumio Kishida ruziet over de gelijkberechtiging van de queer gemeenschap. Een hoge ambtenaar heeft enkele maanden geleden nog openlijk gezegd dat hij niet naast homoseksuele of transparen wil wonen. In de koseki, het familieregister, moet iedereen opgenomen worden, maar bij gehuwde personen mag er slechts één achternaam staan – meestal die van de man. In het laatste rapport over de genderkloof van het World Economic Forum, dat onder andere analyseert hoe vrouwen betaald worden in vergelijking met mannen, stond Japan op de lijst van 145 landen op de 125ste plaats.

    De laatste jaren is er veel internationale aandacht voor het feit dat de clichés over het supermoderne Japan als een land dat cultuur, geschiedenis en vooruitgang soepeler combineert dan enig ander land, inderdaad niet meer dan clichés zijn: de sociale druk op vrouwen omdat de geboortecijfers al jaren dalen, de vele zelfmoorden, de kloof tussen arm en rijk, die in de op twee na grootste economie van de wereld steeds groter wordt.

    Vrouwen houden op een nieuwe, literaire manier vinger aan de pols van Japan

    Maar deze thema’s werden tot op heden weinig weerspiegeld in vertaalde literatuur uit Japan; de focus lag bij vertalingen op auteurs als Haruki Murakami, die zich in hun boeken vooral richten op mannelijke personages met hun innerlijke persoonlijke conflicten.

    Zo bleven er lange tijd veel blinde vlekken in de beeldvorming over de Japanse samenleving. Maar dat lijkt nu langzaam te veranderen. Op dit moment beleeft Osamu Dazai op het jonge socialmediaplatform TikTok een wedergeboorte met zijn roman Ningen Shikkaku. Daarin vertelt de auteur het levensverhaal van iemand die geen empathie kan voelen en die daardoor geen sociale relaties kan opbouwen. Het boek is een meesterwerk uit de naoorlogse tijd. Sinds enkele jaren lijken bovendien steeds meer politiek denkende schrijfsters hun weg te vinden naar een internationaal publiek; vrouwen die maatschappijkritiek in hun werk vlechten. Vrouwen die op een nieuwe, literaire manier de vinger aan de pols van Japan houden. Kunnen zij een waarachtiger, completer beeld van het huidige Japan schetsen? Een reis door Tokio – naar drie succesvolle schrijfsters.

    Internationale ster

    Een van hen is Mieko Kawakami. De 46-jarige heeft de literaire wereld op slag veranderd toen in 2008 de novelle Borsten en eitjes in Japan uitkwam, een zinderend verhaal over vrouw zijn, kinderen krijgen en familie. The New York Times bejubelde het boek en inmiddels wordt er ook een Duitse theaterversie van gemaakt.

    Sindsdien is Kawakami een internationale ster met een reclamecontract voor haarproducten en een entourage van woordvoerders en assistenten. Haar carrière is verbazingwekkend omdat ze maar weinig mogelijkheden had om zich een plek te veroveren in de literaire wereld. Kawakami werd in Osaka geboren in een gezin dat het niet breed had, en begon al op jonge leeftijd te werken. Op haar veertiende had ze een baantje in een fabriek, daarna in een bar, om haar alleenstaande moeder en haar broer te ondersteunen. Later probeerde ze het als popzangeres, maar met weinig succes. Op het internet begon ze gedichten te publiceren en ontdekte ze het schrijven. Nu woont ze in Tokio, is getrouwd met een schrijver en heeft een kind.

    Kawakami is zo populair dat haar fans haar overal opwachten, ze proberen haar posts op Instagram te decoderen om haar op te sporen

    De ontmoeting met de schrijfster vindt plaats op een plek die niet genoemd mag worden. Kawakami is zo populair dat haar fans haar overal opwachten, ze proberen haar posts op Instagram te decoderen om haar op te sporen. Kawakami zit in haar eentje te wachten in een speciaal gehuurde, afgeschermde ruimte in een café: een goedgeklede vrouw met een design handtas en een perfecte huid. ‘Ik kom van de straten van Osaka’, schrijft ze ergens, omdat ze in armoede is opgegroeid. Haar gouden polshorloge schittert.

    Ze benadrukt meer dan eens dat er moed voor nodig is om succes te hebben. Dat is een van haar grote thema’s. Moed om je eerste verhalen op te sturen naar literaire tijdschriften. Moed om te schrijven over de problemen in de Japanse maatschappij, over wat het kapitalisme kan aanrichten. Moed om de schaamte te overwinnen om te spreken over haar eigen leven. ‘Ik kan erover praten omdat ik eruit ben gekomen.’ Moed om de dingen zo op te schrijven als ze zelf voor juist houdt. ‘Dankzij het succes kan ik dat,’ zegt ze.

    Bewondering én haar kritiek

    Kawakami is inderdaad een uitzondering in de Japanse literaire wereld, omdat ze openlijk spreekt over haar verleden in onzekere omstandigheden, zonder omwegen voor haar mening uitkomt en opiniestukken publiceert. Haar gesprek uit 2017 met Haruki Murakami is intussen beroemd. Daarin uitte Kawakami heel openhartig haar bewondering én haar kritiek; ze bekritiseerde onder andere de manier waarop Murakami omging met zijn vrouwelijke personages. ‘Ik heb het over het grote aantal vrouwelijke personages dat alleen maar bestaat om een seksuele functie te vervullen,’ zei ze.

    In het café gebruikt ze begrippen als kapitalisme, lgbtq, gender en klasse met grote vanzelfsprekendheid. Ze slaagt erin daarmee een jong en vrouwelijk publiek te bereiken dat in de afgelopen jaren door #MeToo en de nieuwe feministische golf in Japan in beweging werd gebracht. Tegelijkertijd denkt ze ook altijd na over andere thema’s. Een paar dagen geleden, vertelt ze, hebben vier tieners een horlogewinkel overvallen in Ginza, een van de belangrijkste winkelwijken van de stad. Over de armoede onder de jeugd – sindsdien weer gespreksonderwerp in Japan – kan Kawakami hele betogen afsteken.

    Intussen zijn er drie romans van haar in het Duits verschenen, die thematisch en stilistisch niet méér van elkaar zouden kunnen verschillen. In Brüste und Eier [het eerder genoemde Borsten en eitjes] onderzoekt ze de waarde van de vrouw in de Japanse maatschappij en wat het betekent om als dertigjarige ongehuwde en aseksuele vrouw moeder noch dochter te zijn. In Heaven [in het Nederlands verschenen als Hemel] volgen de lezers een naamloze veertienjarige ik-verteller die door zijn medescholieren gepest wordt; en in het pas verschenen All die Liebenden in der Nacht [oorspronkelijke titel Subete mayonaka no koibito tachi, nog niet verschenen in het Nederlands] beschrijft ze het leven van een vrouwelijke freelancecorrector en kluizenares die begint te drinken. Haar zojuist in Japan verschenen roman Kiiroi Ie [zal in 2025 in het Engels verschijnen als Sisters in Yellow] vertelt over een groep vrouwen die herinneringen ophaalt aan de jaren waarin ze gewerkt hebben in een sunakku, de goedkope versie van een nachtclub. 

    Kawakami geldt voor velen als een icoon van de feministische literatuur, als iemand die kwesties van arbeid en gender in samenhang behandelt. Enige tijd geleden zei ze in een interview echter ook dat ze het beu is als feministisch schrijfster te worden aangeduid. Ze voelt zich verkeerd begrepen, zegt ze nu. Ze doelt op dat etiket, dat kan aanvoelen als een corset. Natuurlijk is het feminisme belangrijk. Maar Kawakami zegt dat ze bang is dat dat begrip verwatert tot een marketingtool en uiteindelijk nergens meer voor staat. Ze wil ook altijd opkomen voor de mensen die niet gezien worden.

    Grande dame

    Iemand die zich al lang bezighoudt met degenen die in de Japanse samenleving vergeten worden, is Banana Yoshimoto [pseudoniem van Mahoko Yoshimoto], de coole grande dame van de Japanse literatuur. Mijn afspraak met haar vindt plaats in een woonwijk op ongeveer een kwartier lopen van Shimokitazawa, een populaire, jonge wijk, waar je de ene na de andere vintagewinkel tegenkomt. Yoshimoto heeft haar kantoor in de buurt, in een oud Japans huis van twee verdiepingen, aan de gevel waarvan een dikke gele banaan prijkt. De 58-jarige ontvangt me met koude thee en koekjes. Ze zit aan haar schrijftafel naast een vitrine met haar verzameling onderscheidingen en literaire prijzen. Aan haar voeten slaapt haar geliefde Franse bulldog.

    Schermafbeelding 2023 07 26 om 13.14.32
    Mahoko Yoshimoto – © ANP

    Eind jaren tachtig verscheen Yoshimoto’s debuutroman Kitchen [in het Nederlands verschenen onder dezelfde titel], die een bestseller werd en wereldwijd een hype veroorzaakte: de ‘Bananamania’, een diepe verering door fans die haar binnen de kortste keren bijna de status van een popster bezorgde. Kitchen gaat over de vriendschap tussen de jonge Japanse vrouw Mikage, die geen familie meer heeft, en de man Yuichi. Samen met Yuichi’s moeder, een transpersoon, leven ze in een woongemeenschap. Kitchen valt stilistisch en inhoudelijk op door de onverbloemde toon en het experimentele karakter. Veel critici waren er indertijd nog niet aan toe, maar het publiek viel voor Yoshimoto.

    Is er nu, meer dan dertig jaar later, iets veranderd in de literatuur en de Japanse samenleving? ‘Indertijd zeiden ze tegen mij dat er in Japan geen queer mensen bestonden. Zoals je nu – en eigenlijk ook toen al – kunt zien, zijn die er natuurlijk wel,’ zegt ze.

    Volgens opiniepeilingen is 64 procent van de bevolking nu positief over gelijkgeslachtelijke stellen

    Volgens opiniepeilingen is 64 procent van de bevolking nu positief over gelijkgeslachtelijke stellen. Nog maar enkele weken geleden liepen tienduizend mensen in optocht door Tokio. Een paar eisen van de Pride Parade: een antidiscriminatiewet en de openstelling van het huwelijk voor queer paren. Maar de regering werkt dat tot op heden tegen, en de problemen van queer mensen verdwijnen niet van de ene op de andere dag. ‘Ik weet niet zeker of de literaire wereld zich werkelijk openstelt, maar de samenleving doet dat langzaamaan wel,’ zegt Yoshimoto.

    Haar leven buiten de boeken houdt Yoshimoto privé. Ze is getrouwd en heeft een kind. Maar op haar website geeft ze prijs op welk deel van haar lichaam ze twee tatoeages heeft – op haar rechterdijbeen een banaan en op haar linkerschouder de manga-afbeelding van de geest Obake no Q-taro, die graag kattenkwaad uithaalt.

    Mythen

    Over haar persoonlijke leven praat ze nu ook liever niet, maar er circuleren veel mythen. Op haar vijfde besloot ze schrijfster te worden, zo wil de legende, die ze nu bevestigt. Ze koos het beroep indertijd ­geïnspireerd door haar oudere zus, die tegenwoordig werkt als manga-artiest. Yoshimoto groeide op in een huishouden waar creatief werk werd aange­moedigd. Haar vader, Takaaki Yoshimoto, was ­dichter en literair criticus. Hij gold als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van nieuw links in Japan.

    Tijdens haar studie literatuurwetenschap begint Mahoko zich Banana te noemen, omdat de naam androgyn en schattig zou klinken en vanwege haar voorliefde voor de bloesems van de bananenboom, zo wil een andere legende. Wat geen legende is: ze schreef Kitchen toen ze als serveerster in het restaurant van een golfclub werkte. Dat was toen; tegenwoordig leeft ze van het schrijven en kan ze bogen op een meer dan drie decennia lange carrière, meer dan zestig in Japan gepubliceerde boeken, romans en essays en wereldwijd miljoenen verkochte boeken. De indruk dat ook in Japan op dit moment vooral schrijfsters veel meer publiceren dan een paar jaar geleden, onderschrijft ze niet. ‘De verhouding tussen het aantal mannelijke en vrouwelijke auteurs is hier in Japan in de afgelopen decennia gelijk gebleven. Ze worden alleen eindelijk meer vertaald.’

    In de meer dan dertig jaar dat ze nu boeken publiceert, is Yoshimoto’s manier van schrijven veranderd; ze schrijft nu milder, zegt ze zelf. Haar stijl is dromerig, alsof ze zo onbewuste dingen aan het licht wil brengen. Yoshimoto heeft een grote voorliefde voor horrorfilms, vooral voor de Italiaanse meester Dario Argento of Don Coscarelli, met Phantasm. Haar laatste in het Duits verschenen roman, Ein seltsamer Ort [oorspronkelijke titel Mimi to Kodachi], is een hommage aan deze film uit het jaar 1979. In het boek vertrekken de tweelingzussen Mimi en Kodachi naar Tokio, nadat hun moeder na een zwaar ongeluk in coma is geraakt. Als Kodachi niet meer terugkeert van een bezoek aan haar moeder in het ziekenhuis, gaat Mimi op zoek naar haar zus. Net als in een goede horrorfilm neemt de roman dan een bovennatuurlijke wending; tegelijkertijd komen in de vertelling louter onderdrukte, akelige gevoelens naar boven.

    In het nawoord van het boek kondigt Yoshimoto min of meer haar pensionering aan: ‘Ik ben serieus van plan geleidelijk plaats te maken voor de jonge generatie die in deze moeilijke tijden verder moet.’

    Nieuwe generatie

    Een gezicht van deze nieuwe generatie is Rin Usami, die weliswaar nog aan het begin staat van haar carrière, maar toch al onder andere de Yukio Mishima-prijs heeft gewonnen, die geldt als een van de belangrijkste omdat hij wordt toegekend aan boeken die nieuwe wegen inslaan. Usami is de jongste prijswinnaar in de geschiedenis van de prijs. In een buurt niet ver van de universiteit waaraan Usami studeert, zit de 24-jarige nu in een café, begeleid door haar redacteur, een vertegenwoordiger van haar literair agentschap en iemand van de uitgeverij. Usami heeft nog niet zo veel ervaring met de pers, daarom zijn ze erbij om haar te assisteren.

    Het eerste wat Usami zegt is: ‘Ik heb speciaal een donkerroze trui aangetrokken, dezelfde kleur als het omslag van mijn boek Idol in Flammen [de Duitse vertaling van Oshi, moyu]. Een grapje dat waarschijnlijk bedoeld is om de strak geregisseerde sfeer wat losser te maken. In de roman vertelt Usami over een schoolmeisje dat bezeten is van een lid van een Japanse band. Maar dan duiken er geruchten op dat haar idool een vrouwelijke fan zou hebben aangevallen.

    De fancultus in de samenleving groeide de afgelopen jaren sterk

    Vooral door de isolatie en de beperkingen van sociale contacten tijdens de pandemie groeide de fancultus in de Japanse samenleving de afgelopen jaren sterk. Het object van verlangen kan een acteur, zanger of sporter zijn. ‘Bij de fancultuur draait het om empowerment,’ zegt Usami, ‘het lijkt controleerbaar en is daardoor vooral aantrekkelijk voor jonge mensen.’

    Schermafbeelding 2023 07 26 om 13.14.42
    Rin Usami – © Masumi Ishida

    Vaak lijken echte relaties te spannend, en veel jonge Japanners voelen zich eenzaam, zoals onderzoeken uitwijzen. Volgens een recente overheidsenquête hebben 1,5 miljoen mensen zich zelfs volledig uit de maatschappij teruggetrokken; ze leiden een leven dat zich grotendeels alleen in de eigen woning afspeelt en dat hikikomori wordt genoemd. De politiek benoemde daarom twee jaar geleden een minister van Eenzaamheid. De sterrencultus biedt een vlucht uit een vaak trieste realiteit.

    Usami zelf achtervolgde ongeveer acht jaar lang intensief een acteur, vertelt ze openhartig; het is blijkbaar niet iets waarvoor ze zich schaamt. Maar wat ze intussen wel begrepen heeft, zegt ze, is dat betrekkingen tussen fans en idolen niet altijd eenvoudig zijn, want ze zijn verticaal. ‘Er zit een duidelijke hiërarchie in,’ zegt Usami, ‘terwijl het schrijven daarover op internet, de uitwisseling met andere fans, horizontaal is.’ Over dit verschil wilde ze in haar roman schrijven. Terwijl haar hoofdfiguur zich steeds dieper verstrikt in deze betrekkingen, voelt ze zich steeds eenzamer worden.

    Dat Usami’s roman een bestseller werd, laat zien dat ze bij veel Japanners een snaar heeft geraakt. Al in haar debuut Kaka stelt Usami maatschappelijke problemen onverbiddelijk aan de kaak; in die roman gaat het om een tienermeisje dat na de scheiding van haar ouders haar moeder niet meer kan verdragen. Ze begint te drinken en wordt gewelddadig.

    Romans die de ziel in al haar tragiek belichten, worden als literatuur gezien

    Alcoholmisbruik, eenzaamheid, horror – waarom zijn veel van de thema’s die in de romans van Usami en andere hedendaagse schrijfsters behandeld worden, zo somber? Maatschappijkritiek kan tenslotte ook op een lichte manier worden gebracht. Wanneer het woord ‘somber’ in het café valt, lijkt de sfeer in de ruimte te bevriezen. Usami zelf, de redacteur, de agent en de medewerker van de uitgeverij zijn zichtbaar geïrriteerd. Usami’s roman is serieus, niet somber, heet het na een paar seconden. Dan verklaart de medewerkster van de uitgeverij dat hoge literatuur nu eenmaal een zekere zwaarte verlangt. Net als in Duitsland verschilt lectuur in Japan niet alleen stilistisch maar ook thematisch veel van literatuur. Alleen wordt daar nog strenger op het onderscheid gelet. Liefdesgeschiedenissen met een happy end en detectiveverhalen worden automatisch tot de massacultuur gerekend; romans die de ziel in al haar tragiek belichten, worden als hoge literatuur gezien. En het begrip ‘somber’ zou eerder bij lectuur passen.

    Yukio Mishima

    Usami beschrijft het zo: ‘Als scholier heb ik vooral lectuur verslonden; later las ik de Japanse klassieken en merkte ik dat je ook over intieme gevoelens en gedachtewerelden kunt schrijven.’ Haar literaire voorbeeld is Yukio Mishima. Deze beroemde auteur werd aan het eind van zijn leven een nationalist, in 1970 probeerde hij een staatsgreep te plegen in het militaire hoofdkwartier van het land om de Japanse grondwet af te schaffen en de macht van de Japanse keizer te herstellen. Toen de putsch mislukte, pleegde Mishima, die ook een groot bewonderaar van de samoeraicultuur was, op rituele wijze zelfmoord. Hij heeft een omvangrijk oeuvre nagelaten, waarin thema’s als zelfmoord, homoseksualiteit en overspel worden behandeld.

    In het café vertelt Usami nog over andere literaire klassiekers, iets over haar studie en over haar broer, tot het langzaam donker wordt en de avond valt.

    Ook in Shinjuku Ni-Chome, de luidruchtige uitgaanswijk, zal morgen de zon weer opgaan. De vuilcontainers zullen geleegd worden. Misschien verruilen de mensen hun bezwete kleding voor hemden en sokken die ze in de plaatselijke minimarkt aanschaffen. Ze zullen naar hun werk gaan en de sporen van de nacht achter zich laten. En dan? Dan beginnen ze weer van voren af aan. 

    Van Mieko Kawakami zijn in Nederland Borsten en eitjes en Hemel verschenen bij uitgeverij Podium, in vertaling van Maarten Liebregts.

    Kitchen van Babana Yoshimoto verscheen bij Das Mag, eveneens in vertaling van Maarten Liebregts.

    Rin Usami is nog niet uitgegeven in Nederland, haar roman Idol, Burning verscheen in het Engels bij HarperCollins, in vertaling van Asa Yoneda.

  • Turkije ratificeert akkoord van Parijs | Pastoor in ongenade na seks- en drugsfeest

    Turkije ratificeert akkoord van Parijs | Pastoor in ongenade na seks- en drugsfeest

    Turkije ratificeert het klimaatakkoord van Parijs

    Het heeft zes jaar geduurd, maar Ankara heeft eindelijk het klimaatakkoord van Parijs geratificeerd. Met één beperking, schrijft Climate Change News: ondanks zijn status als ontwikkeld land heeft Turkije eenzijdig besloten de overeenkomst uit te voeren als ontwikkelingsland, waardoor het in theorie toegang zou krijgen tot financiële steun.

    Climate Change News meldt ook dat de regering tegelijkertijd de doelstelling om de CO2-uitstoot te beperken tot nul in 2053 heeft goedgekeurd. Nu moeten alleen Iran, Irak, Eritrea, Libië en Jemen het verdrag nog ratificeren.

    Lees ook:


    Meer ziekenhuisopnames tijdens Spelen

    Tijdens de Olympische Spelen van Tokio werden in totaal vijfentwintig mensen in het ziekenhuis opgenomen vanwege covid-19, in plaats van de aanvankelijk gemelde vijf, aldus de organisatoren vorige week, bericht AsiaOne. ‘De eerste vijf die we rapporteerden, betrof uitsluitend het aantal overzeese gasten dat in het ziekenhuis werd opgenomen’, verklaarde Toshiro Muto, directeur van de Spelen.

    Tijdens de Spelen zag Tokio het aantal gevallen stijgen tot 25.000 dagelijkse besmettingen

    Het evenement werd grotendeels zonder toeschouwers gehouden. Tijdens de Spelen zag gaststad Tokio het aantal gevallen stijgen tot een recordhoogte van 25.000 dagelijkse besmettingen, maar binnen de hermetisch gesloten bubbel van ruim 50.000 Olympische bezoekers en deelnemers bleef het aantal besmettingen laag met 863 bevestigde positieve gevallen.

    Lees ook:


    Italiaanse pastoor in ongenade na seks- en drugsfeesten

    De veertigjarige Italiaanse geestelijke Don Francesco Spagnesi, die halverwege september zijn post als pastoor van de Annunciatie-parochie in Prato in handboeien moest verlaten omdat hij ervan wordt beschuldigd cocaïne en de ‘verkrachtingsdrug’ GBL (de grondstof voor GHB) te hebben ingevoerd en verhandeld, wordt inmiddels verdacht van nog meer kwalijke zaken. Hij zou niet alleen zeker 200.000 euro hebben verduisterd door een greep te doen in de offergaven van zijn gelovigen en in de kas van de Curie, dit alles om zijn drugshandel te financieren, maar het Openbaar Ministerie van Prato onderzoekt nu ook of de priester het toebrengen van zwaar fysiek leed dan wel verwijtbaar onzorgvuldig handelen ten laste kan worden gelegd, bericht Corriere della Sera.

    Don Francesco is namelijk hiv-positief en hij zou seks- en drugsfeesten hebben georganiseerd waaraan hij zelf ook deelnam, zonder dat de andere feestvierders van zijn besmetting op de hoogte waren. Zijn ‘verloofde’ Alessio Regina, die eveneens is gearresteerd voor drugshandel, heeft dit het OM laten weten.

    De van cocaïne en GLB vergeven feesten van Don Francesco en Alessio werden bezocht door artsen, managers, ondernemers en bankiers die online werden geronseld, ook al beweert het tweetal dat het slechts om ‘intimi’ ging. De feesten vonden frequent plaats en telden soms meer dan tweehonderd deelnemers.

    Don Francesco zou, ondanks dat hij hiv-positief is, aan onbeschermde seks hebben gedaan

    Op de vraag aan Don Francesco of hij, ondanks dat hij hiv-positief is, aan onbeschermde seks had gedaan, zou hij ja hebben gezegd tegen het OM. Het is nog niet bekend of Spagnesi daadwerkelijk iemand heeft besmet, maar het lijkt erop dat enkele van de deelnemers aan de feesten positief hebben getest op hiv. Onderzocht wordt nu of die besmettingen te traceren zijn naar Spagnesi.

    Federico Fabbo, de advocaat van de in ongenade gevallen pastoor, ziet vooralsnog alleen maar ‘hypothesen’ over de handel en wandel van zijn cliënt en wijst erop dat de hiv-status van Don Francesco een bekend feit was.

    Lees ook:

  • Toeschouwerloze Spelen in Tokio | Spanje opgeschrikt door dodelijk homogeweld

    Toeschouwerloze Spelen in Tokio | Spanje opgeschrikt door dodelijk homogeweld

    Noodtoestand in Tokio zorgt voor toeschouwerloze Spelen

    Geconfronteerd met de oplopende coronabesmettingen in Tokio, heeft de Japanse premier opnieuw de noodtoestand afgekondigd in de hoofdstad. De evenementen van de Olympische Spelen in en rond Tokio zullen daarom zonder toeschouwers plaatsvinden.

    Met nog maar twee weken te gaan voor de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Tokio op 23 juli, heeft zich weer een ommekeer voorgedaan. Tegen de achtergrond van de opleving van de coronaepidemie in de hoofdstad als gevolg van de ontwikkeling van de Delta-variant is door de Japanse regering op 8 juli voor de vierde keer de noodtoestand afgekondigd in Tokio, meldt het dagblad Nikkei Shimbun. De maatregel treedt in werking op 12 juli en blijft van kracht tot 22 augustus.

    De noodtoestand betekent met name een beperking van de verkoop van alcohol en dwingt bars en restaurants te sluiten om 20.00 uur. Voor openbare evenementen gaat een maximum van vijfduizend toeschouwers, of 50 procent van de capaciteit van een locatie tellen.

    ‘Het is uiterst betreurenswaardig dat de Spelen op zeer beperkte schaal zullen plaatsvinden’

    Regeringswoordvoerder Katsunobu Kato gaf op donderdag 8 juli al toe dat hij met het Internationaal Olympisch Comité (IOC) overlegt over een ‘toeschouwerloze Spelen’, aldus Nikkei Shimbun. Kort daarna werd op donderdagavond het officiële besluit genomen om alle evenementen in de prefectuur Tokio en de drie aangrenzende prefecturen (Chiba, Saitama, Kanagawa) zonder toeschouwers te laten plaatsvinden, meldt The Japan Times.

    ‘Het is uiterst betreurenswaardig dat de Spelen op zeer beperkte schaal zullen plaatsvinden in het licht van de verspreiding van nieuwe coronabesmettingen’, zei Seiko Hashimoto, voorzitter van het organisatiecomité. ‘Ik betreur het ten zeerste voor de tickethouders en de lokale bewoners die uitkeken naar de Spelen.’

    De minister voor de Olympische Spelen, Tamayo Marukawa, zei echter dat op sommige locaties buiten Tokio nog steeds fans zullen worden toegelaten, tot 50 procent van de capaciteit. Het gaat onder meer om Fukushima, waar honkbal en softbal zullen worden gespeeld, Miyagi, waar sommige voetbalwedstrijden zullen worden gehouden, en Shizuoka, waar het wielrennen zal plaatsvinden, bericht The Guardian.

    De situatie binnen het organisatiecomité lijkt steeds chaotischer te worden. De Japanse krant Asahi publiceerde een artikel over de zorgen binnen het comité voor de bekendmaking van het definitieve besluit.

    Lees ook:

    ‘Als de Japanse autoriteiten kiezen voor de optie van nul toeschouwers, zal dat de 90 miljard yen (70 miljoen euro) aan ticketinkomsten waarop het comité hoopte, in rook doen opgaan’, aldus krant. ‘Japanse ambtenaren zullen het gat moeten dichten met overheidsgeld.’

    ‘Ik weet niet of we deze Spelen wel kunnen houden. De zorgen wordt alleen maar groter’

    Ook de onderhandelingen over de eet- en drinkkraampjes rond de stadions lijken ingewikkeld te verlopen. ‘Ik weet niet of we deze Spelen wel kunnen houden. Het lijkt haast onwerkelijk. De zorgen worden alleen maar groter’, bekende een commissielid aan Asahi.

    Kritiek op de regering, die de noodtoestand eind juni in allerijl heeft opgeheven ondanks het risico van een nieuwe uitbraak, zaait zelfs binnen de regerende Liberaal-Democratische Partij verdeeldheid. ‘De premier was te optimistisch, we hadden ons moeten voorbereiden op het ergste scenario’, zei een lid van de partij, geciteerd door het nieuwsagentschap Jiji Tsushin. Bij de laatste verkiezingen voor de districtsraad van Tokio, begin juli, behaalde de partij de op een na slechtste score in haar geschiedenis.

    Lees ook:


    Biden verdedigt definitieve terugtrekking uit Afghanistan

    De Amerikaanse president Joe Biden heeft donderdag ‘met hand en tand’ zijn besluit verdedigd om de Amerikaanse militaire inzet in Afghanistan te beëindigen, schrijft The Wall Street Journal, ‘ondanks de snelle opmars van de taliban, tekenen van spanning in het Afghaanse leger en grimmige prognoses van Amerikaanse militaire en inlichtingenfunctionarissen’.

    Biden gaf deze verklaring ‘enkele dagen’ na terugtrekking van de Amerikaanse troepen van luchtmachtbasis Bagram, het centrum van de Amerikaanse operaties sinds het begin van de oorlog twee decennia geleden, schrijft The New York Times. De Democratische president zei dat het vertrek van de troepen ‘tegen 31 augustus voltooid’ zou zijn. En hij verzekerde dat de overname van het land door de taliban ‘niet onvermijdelijk’ was.

    Het staatshoofd betoogde dat de Amerikanen ‘de doelen hebben bereikt’ die zij zich twintig jaar geleden hadden gesteld, namelijk het bestrijden van de terroristische dreiging. Biden zei dat hij niet verklaarde dat de missie was volbracht – een verwijzing naar een toespraak in 2003 van toenmalig president George W. Bush, die de VS als overwinnaar in Irak beschouwde, ook al duurde het tot 2011 voordat de troepen het land verlieten. ‘De missie is echter volbracht in die zin dat we Osama bin Laden te pakken hebben gekregen en het terrorisme niet langer uit dat deel van de wereld komt’, aldus de Amerikaanse president.

    ‘Het is hoogst onwaarschijnlijk dat er één regering in Afghanistan zal zijn die het hele land zal controleren’

    Hij stelde dat het nu aan de Afghanen zelf is om over zijn eigen toekomst te beslissen. ‘Het is het recht en de verantwoordelijkheid van het Afghaanse volk om te beslissen over zijn toekomst en hoe het zijn land wil besturen’, zei hij, en hij verzekerde dat hij ‘vertrouwen had in de capaciteiten van het Afghaanse leger’. Maar hij erkende dat ‘het hoogst onwaarschijnlijk is dat er één regering in Afghanistan zal zijn die het hele land zal controleren’.

    ‘Ik zal niet nog een generatie Amerikanen naar de oorlog in Afghanistan sturen zonder hoop op een ander resultaat’, voegde Biden eraan toe. Er zijn al meer dan tweeduizend Amerikanen omgekomen in de oorlog, aldus The Wall Street Journal.

    Vanaf maart 2006 zijn er vijfentwintig Nederlandse militairen omgekomen in tijdens de missies in Afghanistan. Eind juni keerden de laatste Nederlandse militairen terug.

    Burgeroorlog

    In de afgelopen weken hebben de taliban tientallen districten heroverd en ‘controleren zij ongeveer een derde van het land’, aldus The Wall Street Journal. ‘In een recente evaluatie van de Amerikaanse inlichtingendiensten wordt geconcludeerd dat Kaboel binnen zes maanden na de volledige terugtrekking van de Amerikaanse troepen deze zomer in handen van de taliban zou kunnen vallen’, aldus de krant. Bovendien heeft generaal Scott Miller, de hoogste Amerikaanse bevelhebber in Afghanistan, ‘gewaarschuwd voor het risico van een burgeroorlog’ na het vertrek.

    Terwijl de taliban oprukken, ‘neemt de kritiek toe over wat sommigen zien als een te haastig vertrek’, aldus CNN. Maar volgens The New York Times lijkt de aankondiging van het Amerikaanse vertrek niet echt iets teweeg te brengen in de Verenigde Staten. Het land concentreert zich vooral op zijn eigen problemen. ‘Er is vrijwel geen debat tussen Democraten en Republikeinen over de vraag of terugtrekking verstandig is. En peilingen tonen aan dat een groot aantal Amerikanen van beide partijen terugtrekking uit Afghanistan steunen,’ aldus de krant.

    Lees ook:


    Doodgeslagen homoseksuele man brengt Spanje in beroering

    Op maandag 5 juli werden in veel Spaanse steden demonstraties gehouden ter nagedachtenis aan Samuel Luiz, een vierentwintigjarige homoseksuele man uit Galicië die zaterdag in A Coruña werd doodgeslagen. Volgens de Spaanse pers nemen de aanvallen op de lhbt-gemeenschap in het land toe.

    ‘Applaus, ontroering en de slogan ‘Justicia para Samuel’ (‘Gerechtigheid voor Samuel’): op maandag verzamelden duizenden mensen zich in A Coruña, Galicië, in het noordwesten van Spanje, en in andere steden van het land om Samuel Luiz, die door homogeweld om het leven kwam, te eren’, zo meldt El País.

    Lhbt-organisaties hadden opgeroepen tot de demonstratie, terwijl de dood van de 24-jarige Galiciër – ‘het slachtoffer van een aanval met homofobe inslag, waarvan het precieze motief nog wordt onderzocht’ – in het hele land voor opschudding zorgt. Dinsdagavond zijn drie mannen opgepakt voor de moord op Luiz, meldt The Guardian.

    Op maandag sprak het plaatselijke dagblad La Voz de Galicia met Lina, ‘een van Samuels beste vrienden’, die getuige was van de tragedie. Zij en Samuel verlieten zaterdag kort voor drie uur ’s nachts een nachtclub in A Coruña om een sigaret te roken en een videogesprek te voeren.

    ‘Of je stopt met opnemen, of ik vermoord je, flikker’

    Volgens Lina liep er een stel langs. De jongeman, die ten onrechte dacht dat hij gefilmd werd, vroeg hen daarmee te stoppen. Ondanks diens uitleg ging hij op Samuel af en bedreigde hem: ‘Of je stopt met opnemen, of ik vermoord je, flikker.’

    Woedend sloeg hij hem verschillende keren voordat hij vluchtte. ‘Samuel was enigszins versuft door het pak slaag dat hij had gekregen en vroeg Lina om terug de nachtclub in te gaan om haar mobiele telefoon te halen. Toen zij terugkeerde op straat, was haar vriend niet meer waar zij hem had achtergelaten’, aldus La Voz de Galicia.

    Ondertussen, een paar meter verder, ‘werd Samuel omsingeld door een groep van een tiental mensen’, volgens verschillende getuigen. ‘Ze schopten en sloegen hem overal en noemde hem een vieze flikker’, vervolgt het dagblad. De jongeman was bewusteloos en lag op de grond.

    De dood van Samuel Luiz vond plaats aan het einde van de Pride Week in Spanje, een belangrijke viering voor de Spaanse lhbt-gemeenschap

    De dood van Samuel Luiz vond plaats aan het einde van de Pride Week in Spanje, een belangrijke viering voor de Spaanse lhbt-gemeenschap, en ‘na een jaar vol symbolische gebeurtenissen, zoals de recente goedkeuring van de transgenderwet’, aldus InfoLibre.

    Volgens de linkse website ‘blijkt uit officiële gegevens dat het geweld tegen de lhbt-gemeenschap toeneemt’.

    In het meest recente rapport uit 2019 telde het Spaanse ministerie van Binnenlandse Zaken 278 haatmisdrijven op basis van seksuele geaardheid en genderidentiteit, tegenover 182 geregistreerde gevallen een jaar eerder.

    ‘Deze cijfers betreffen echter alleen gemelde misdrijven, en laten alle misdrijven die de autoriteiten nooit bereiken buiten beschouwing’, concludeert de website.

    Lees ook:

  • Wereldbeeld. Het animo voor de Olympische Spelen is ver te zoeken in Japan

    Wereldbeeld. Het animo voor de Olympische Spelen is ver te zoeken in Japan

    De Olympische Spelen beginnen pas op 23 juli, maar deze steeplelopers mochten op 9 mei al even proeven van de sfeer in het Nieuw Olympisch Stadion in Tokio, waar ook de openings- en sluitingsceremonie plaats zullen vinden. Of niet?

    Vier vijfde van de Japanners wil dat de Spelen niet doorgaan

    Vier vijfde van de Japanners wil dat de Spelen niet doorgaan, zo blijkt uit een recente opiniepeiling. In veel steden, waaronder Tokio, is door het hoge aantal besmettingen een noodtoestand van kracht. Volgens het overgrote deel van de bevolking zou het sportevenement alleen maar afleiden van de bestrijding van het virus. Maar de regering peinst er niet over de langverwachte Spelen af te gelasten, en de Japanners zullen met tegenzin de bijna 80.000 verwachte bezoekers moeten ontvangen.

    ANP 431172561 1 2 1
    © Charly Triballeau / AFP
  • Aanbevolen door de redactie. Iedereen wordt vrolijk van ballonkunst & Meer

    Aanbevolen door de redactie. Iedereen wordt vrolijk van ballonkunst & Meer

    De ballonnen van kunstinstallatie Weightless Forest of Resonating Life maken je zo blij als een kind. Verder: De schoonheidstrend BBL (Brazilian Butt Lift) leidt tot gevaarlijke operaties, soms zelfs met de dood tot gevolg & meer aanraders van de 360-redactie.

    Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, ziet en hoort, tippen wij voor u enkele interessante artikelen, documentaires, fotoreportages en podcasts die wij deze week tijdens het speuren naar mooie journalistiek zijn tegengekomen.

    Het Europa van 1914 versus 2021

    Caroline de Gruyter schrijft columns over Europa en internationale politiek. Niet alleen voor NRC Handelsblad, maar ook voor de site euobserverVanwege haar kraakheldere schrijfstijl, internationale blik, bewonderenswaardige kennis en vaak verrassende invalshoeken is het zeer de moeite waard om ook die in de gaten houden, tipt redacteur IJsbrand van Veelen

    Haar meest recente bijdrage voor euobserver begint zo: ‘De Hongaarse schilder Béla Zombory-Moldován was 29 toen zijn leven voor altijd veranderde. In 1914 brak de oorlog uit terwijl hij met vrienden op vakantie was aan de Adriatische kust. Binnen een week was de zorgeloze, zachtaardige kunstenaar uit een rijke familie op weg naar het front, in uniform. Zoals hij schreef in The Burning of the World, zijn memoires van het eerste jaar van de oorlog die in 2014 door zijn kleinzoon werden gepubliceerd, had hij geen idee van wat hem te wachten stond. “Sinds mijn grootvader was niemand in mijn familie in oorlog geweest. Totdat we ermee werden geconfronteerd, had iedereen oorlog als een absurditeit beschouwd. Nu was het realiteit. Een schrale troost: de vijand moet hetzelfde probleem hebben.”

    In een Europa waar al meer dan zeventig jaar vrede is, roepen deze woorden onwillekeurig parallellen op’, vervolgt De Gruyter. ‘Niemand zegt dat er in 2021 oorlog zal uitbreken in Europa. 1914 is zeker geen 2021. Maar…’ Het vervolg lees je hier

    Deze column is een voorproefje uit haar nieuwe boek Beter wordt het niet – Een reis door het Habsburgse Rijk en de Europese Unie, dat op 2 maart verschijnt.


    Braziliaanse billen

    De afkorting alleen al: BBL, geen sandwich, maar een brazilian butt lift. In Zuid-Amerika is de butt een ontzettend belangrijk onderdeel van het vrouwelijk lichaam. En sinds een aantal jaren voor iedereen zelf naar ideaalbeeld te boetseren, Zoals Melissa – niet haar echte naam – in dit artikel van The Guardian – getipt door editor at large Katrien Gottlieb – zegt: ‘Je ziet iets wat je leuk vindt, en dan wil je het hebben.’ Logisch toch?

    Cosmetische chirurgie heeft er groots aan bijgedragen dat het uiterlijk niet langer een ‘gradually decaying biological event’ is maar een project dat voortdurend kan worden bijgeschaafd. Maar wat gebeurt er als de BBL uit het modebeeld verdwijnt, en iedereen opeens de voorkeur geeft aan een AB, een Aspirine Butt? Zoals het Britse model Twiggy de trend zette met haar cup AA en vrouwen met een voluptueuze boezem frustreerde.

    In de afgelopen drie jaar zijn drie Britse vrouwen, Abimbola Ajoke Bamgbose, Leah Cambridge en Melissa Kerr, overleden als gevolg van complicaties die zich voordeden bij BBL’s in Turkije, schrijft The Guardian. Wat mensen bezielt om zichzelf zoiets aan te doen om hun zelfbeeld kunstmatig op te pimpen, soms tot de dood erop volgt, blijft een interessant fenomeen.


    Ambassadeur van een sombere generatie

    Arlo Parks verwoordt de eeuwige problemen van de adolescentie, en in het bijzonder de problemen die ze in de huidige tijd ervaren, schrijft The Times in een portret. Zo schreef ze het nummer ‘Black Dog’ (‘It’s so cruel what your mind can do for no reason’) voor een vriendin. ‘Ik zag iemand zonder aanwijsbare reden vreselijke pijn lijden. (…) er was geen duidelijke oorzaak en ik voelde me machteloos.’ Een aanrader van hoofdredacteur Laura Weeda.

    Haar muziek richt zich in het bijzonder op de eerste generatie ‘digitale autochtonen’, waar ze zelf als twintigjarige deel van uitmaakt: jongeren die zijn opgegroeid met internet. Volgens een rapport dat in oktober 2020 is vrijgegeven door de American Psychological Association, leed meer dan 70 procent van de jongvolwassenen het afgelopen jaar aan een vorm van depressie.

    We snappen waarom, schrijft de Londense krant. De jongeren van Generatie Z zitten vastgeschroefd aan hun mobiele telefoon, worden belaagd met sombere berichten en steeds meer overweldigd door wanhoop. Parks is ook ambassadeur voor CALM: Campaign Against Living Miserably – een organisatie die zich inzet voor een goede geestelijke gezondheid.

    ‘Gedurende het jaar dat voor de meesten van ons gekenmerkt werd door algehele verlamming, veranderde ze van een volslagen onbekende in een openbaring’

    Zelf lijkt de artiest een gelukkige jeugd te hebben gehad. Ze is de dochter van een Nigeriaanse vader en een Franse moeder en bezocht een privéschool in Hammersmith in Londen. Ze begon op zevenjarige schrijver met het schrijven van gedichten, op haar veertiende met gitaar spelen. Op de middelbare school werd ze nadat ze voor haar biseksualiteit was uitgekomen zelfverzekerder, vertelt ze zelf, en begon ze ook te zingen.

    Ze laat zich inspireren door bijvoorbeeld de Amerikaanse R&B-ster Frank Ocean, King Krule, een cultzanger uit Zuid-Londen, The Cure, maar bijvoorbeeld ook door de meanderende taal uit Virginia Woolfs Mrs Dalloway (‘Ze neemt je mee in een zin en laat je er bijna in verdwalen tot je er aan het einde weer uit komt’) en Just Kids van Patti Smith (‘Een bundeling van alles wat vreemd, romantisch en destructief was in het leven van een kunstenaar in het New York van de jaren zeventig’). Haar album Collapsed in Sunbeams, dat deze maand verscheen, ontleent zijn titel aan Zadie Smiths essaybundel On Beauty (2005).

    ‘Gedurende het jaar dat voor de meesten van ons gekenmerkt werd door algehele verlamming, veranderde ze van een volslagen onbekende in een openbaring, die onder andere Michelle Obama en Billie Eilish wordt bewonderd’, schrijft The Times.

    Het artikel van The Times zit achter een betaalmuur maar haar muziek spreekt voor zichzelf en is online te beluisteren.


    Ballonkunst

    Tijdens deze donkere coronaperiode snakt menig mens naar een feestje, en wat schreeuwt nou meer feest dan de ballon. In Tokio kunt u nu de ultieme ballonervaring ondergaan door te stuiteren door de kunstinstallatie Weightless Forest of Resonating Life van het internationale collectief teamLab, te zien in het MORI Building Digital Art Museum. Nu reizen naar Japan lastig is, zijn er gelukkig videobeelden van de installatie om je aan te vergapen.

    Een tip van onze art director Majel van der Meulen: ‘Licht, beweeglijk, kleurrijk, vrolijk, feestelijk: de ballon. Meer dan een feestje, in de beeldende kunst kom ik ze regelmatig en graag tegen. Door de jaren heen heb ik een flinke verzameling gezien. In 2017 genoot ik van Martin Creeds installatie SAY CHEESE! in Museum Voorlinden, met onder andere een zaal gevuld met ballonnen. Al eerder zag ik in Tate Modern Andy Warhols Silver Clouds en in 2013 in De Pont in Tilburg Two Younger Women Come In and Pull Out A Table van Katharina Grosse. Ook bijzonder vrolijk makend is Jeff Koons Balloon Dog (Magenta), die te zien was op de Biënnale van Venetië in 2015. En een nu dus deze ballonkunstinstallatie in Tokyo.’


    Mentor van de beat-dichters

    Lawrence Ferlinghetti, dichter, uitgever en politiek iconoclast, die generaties kunstenaars en schrijvers uit San Francisco inspireerde en ondersteunde, is maandag in zijn huis in San Francisco overleden aan een longziekte. Hij werd 101 jaar.

    The New York Times publiceerde een prachtig portret van de ‘spirituele godfather van de beat-beweging’, die in 1953 de boekhandel, uitgeverij en ‘literaire ontmoetingsplaats’ City Lights in San Francisco oprichtte. Een elf minuten durende documentaire over het leven van de Ferlinghetti, die grote beat-dichters als Allen Ginsberg, Gregory Corso en Michael McClure uitgaf, begeleidt het artikel.

    Een aanrader van redacteur Joep Harmsen. ‘In 2018 bracht ik een bezoek aan City Lights Bookstore en werd overvallen door de historische sensatie van het zijn op een plek waar grootheden als Allen Ginsberg, Jack Kerouac en Ferlenghetti himself elkaar hun energieke en taboedoorbrekende poëzie voordroegen.’

    Zijn meest succesvolle bundel, A Coney Island of the Mind (1958) trok de aandacht toen een van de gedichten als godslastering werd bestempeld door een congreslid uit New York, Steven B. Derounian, die beweerde dat het de kruisiging van Christus belachelijk maakt. Het gedicht, ‘Sometime During Eternity …’ begint als volgt:

    Sometime during eternity

    some guys show up

    and one of them

    who shows up real late

    is a kind of carpenter

    from some square-type place

    like Galilee

    and he starts wailing

    and claiming he is hip

    En dan nog, om de levenslust van de 101 jaar oud geworden Ferlinghetti te vieren, het begin van zijn gedicht ‘The World is a Beautiful Place’:

    The world is a beautiful place

    to be born into

    if you don’t mind happiness

    not always being

    so very much fun

    if you don’t mind a touch of hell

    now and then

    just when everything is fine

    because even in heaven

    they don’t sing

    all the time

  • Waar kunnen we ons dit jaar op verheugen?

    Waar kunnen we ons dit jaar op verheugen?

    Het Amerikaanse weekblad Newsweek verzamelde 21 gebeurtenissen om naar uit te kijken in 2021. 360 selecteerde er 10 voor u.

    Kleur van het jaar: zonovergoten geel

    De kleurexperts van Pantone, het bedrijf dat kleurcoderingen publiceert, hebben de afgelopen tweeëntwintig jaar een kleur van het jaar gekozen, die grote invloed had op textiel- en grafisch ontwerp, de mode, woninginrichting en andere producten.

    https hypebeast.com wp content blogs.dir 6 files 2020 12 pantone color of the year illuminate ultimate gray shoes nike bottega veneta prada 0
    Fashion shoe in de juiste kleuren.

    Symbolisch genoeg was Pantones kleur van het jaar van 2020 ‘Classic Blue’. Maar het komende jaar zij dit ‘Illuminating’ en ‘Ultimate Grey’, zodat je alles – ‘van koffiebekers en hondenschalen tot paraplu’s en T-shirts’ – zult tegenkomen in zonovergoten geel in rotsvast grijs.


    Beelden van de Hubble Space Telescope, 24 april 2020.

    James Webb kijkt verder in de ruimte dan ooit

    De meesten onder de veertig hebben de collectieve sensatie van de vroege foto’s van de Hubble Space Telescope niet meegemaakt. De beelden toonden onder andere spectaculaire golvende stof- en gaswolken waaruit sterren worden geboren.

    Op 31 oktober 2021, na decennia van vertragingen, kostenoverschrijdingen en politiek gekibbel, zal de James Webb Space Telescope, opvolger van Hubble, eindelijk op een Ariane 5-raket de ruimte in gaan.

    De Webb zal ons een glimp bieden van de gouden eeuw van het universum, slechts een miljard jaar na de oerknal

    Als alles goed gaat, zal hij zichzelf parkeren op een zwaartekrachtvrije plek in de schaduw van de aarde, afgeschermd van de schittering van de zon, en met zijn krachtige infraroodtelescoop door de kosmische mist heen snijden, waardoor de telescoop verder de ruimte in kan kijken dan al zijn voorgangers. Melkwegstelsels, sterren en nevels zullen worden onthuld.

    Waar de Hubble vooral zichtbaar en ultraviolet licht zag, wordt verwacht dat de infraroodsensoren van de Webb ons een glimp bieden van de gouden eeuw van het universum, slechts een miljard jaar na de oerknal, toen veel van de sterren en sterrenstelsels die we vandaag zien de leegte begonnen te vullen. Een welkome afleiding van onze aardse zorgen, aldus Newsweek.


    Een jaar met grote films

    Na het gebrekkige aanbod van 2020, waarin veel filmmakers afzagen van een première in bijna lege bioscopen – als de filmtheaters al open waren – zullen fans in 2021 profiteren van al dat uitgestelde filmgeweld. De grootste releases, allemaal in december: Dune, een bewerking van de sci-fi klassieker; Steven Spielbergs West Side Story; en The Matrix 4, de eerste nieuwe release in de franchise in zeventien jaar. Plus, voor actiefans is er in april de negende Fast and Furious-film en No Time to Die, de vijfentwintigste Bondfilm, met Daniel Craig in de hoofdrol, die vermoedelijk voor het laatst 007 speelt.

    Andere langverwachte titels zijn Marvels Black Widow in mei; In the Heights, de verfilmde versie van Lin-Manuel Miranda’s eerste grote Broadway-hit, in juni; en Elvis in november, geregisseerd door Baz Luhrmann en met Tom Hanks als Presley’s manager Kolonel Tom Parker en een relatieve onbekende (Austin Butler) als ‘The King’ himself.


    Weer een bloedmaan dit jaar

    Een totale maansverduistering, ofwel bloedmaan, waarbij de maan in de schaduw van de aarde valt, staat gepland op 26 mei 2021, boven de lucht van Japan, Australië, Nieuw-Zeeland, Hawaï en het westen van de VS. Als het weer het toelaat, wordt de maan gedurende 14 minuten diep oranje.


    Eurovisie Songfestival en de terugkeer van livemuziek

    Zoals zoveel andere livemuziek-evenementen in 2020 werd het Eurovisie Songfestival, waar wereldwijd zo’n 182 miljoen mensen naar kijken, vorig jaar afgelast. Maar de organisatoren zeggen dat ze voor 2021 vastbesloten zijn om het evenement te laten plaatsvinden. En ze hebben verschillende alternatieven achter de hand om die belofte in te kunnen lossen, afhankelijk van in welk stadium de pandemie in Europa zich bevindt tegen de wedstrijddatum van 18-22 mei.

    Amerikaanse eigenaren van concertzalen denken aan coronasneltests voor bezoekers en een digitaal vaccinatiepaspoort

    Elders zijn er ook voorzichtige tekenen van heropleving in de live-muziekindustrie. Volgend jaar wordt een aantal tournees hervat, waaronder Shawn Colvin (maart), Chris Stapleton (april), Queen, met Adam Lambert op zang (mei) en Justin Bieber (zomer). En juni is de nieuwe datum voor de 50e verjaardag van het Glastonbury Music Festival, dat vorig jaar werd uitgesteld, hoewel dat tijdstip nog steeds onzeker is vanwege de pandemie.

    Natuurlijk hangt veel ervan af of locaties voor livemuziek weer veilig open kunnen. Zo denken Amerikaanse eigenaren van concertzalen aan coronasneltests voor bezoekers en een digitaal vaccinatiepaspoort om ‘een tweede laag van veiligheid’ te creëren.


    De Olympische Zomerspelen in Tokio

    Nog een op lange beter-laat-dan-nooit-lijst van 2021; de Olympische Zomerspelen in Tokio zijn nu gepland voor de periode van 23 juli tot 8 augustus, een jaar nadat ze oorspronkelijk hadden moeten plaatsvinden.

    Een van de hoogtepunten: vier nieuwe sporten – karate, skateboarden, sportklimmen en surfen – zullen hun debuut maken en honkbal en softbal, beide populaire sporten in Japan, zullen voor het eerst sinds 2008 weer te zien zijn.


    Landing op Mars

    Op 18 februari 2021 zal een klein ruimtevaartuig boven Mars een parachute opzetten, vaart minderen tot 3200 kilometer per uur om dan een kleiner, doosachtig apparaat los te laten dat de reis naar beneden zal voortzetten op acht remraketten.

    Voordat het de grond bereikt, springt er weer een ander apparaat uit, eraan vastgemaakt met nylon snaren, dat voor een zachte landing zorgt. En dit is allemaal live te bekijken op het YouTube-kanaal van NASA.

    Wetenschappers hebben goede hoop dat de rover zichtbare fossielen van oude microben zal vinden

    Wat overblijft na de landing zal NASA’s Perseverance-rover zijn, die zal rondneuzen in de 50 kilometer brede Jezero-krater – een riviervallei die miljarden jaren geleden is opgedroogd – en daar de chemische samenstelling van rotsen zal meten, foto’s maken en op zoek zal gaan naar overgebleven organisch materiaal.

    Wetenschappers hebben goede hoop dat de rover zichtbare fossielen van oude microben zal vinden.


    Ban van plastic in de EU

    In juli treedt het verbod van de Europese Unie op plastic artikelen voor eenmalig gebruik in werking. (Hoewel het Verenigd Koninkrijk de EU verlaat, is het van plan in oktober een soortgelijk verbod in te voeren.) Hoewel branchegroepen om uitstel hebben gevraagd, verklaart de EU tot nu toe dat het zich aan de deadline zal houden.

    Het idee is om het gebruik van veel van de wegwerpgoederen die uiteindelijk in de oceanen van de wereld terechtkomen te stoppen, waaronder: wegwerp plastic bestek, borden, rietjes en roerstaafjes, polystyreen bekers en voedselcontainers en wattenstaafjes gemaakt van plastic.

    Het verbod geldt niet voor plastic flessen, maar de EU heeft hiervoor afzonderlijk strenge inzamelings- en recyclingvereisten vastgesteld.


    Eerste wereldtentoonstelling in het Midden-Oosten

    De eerste wereldtentoonstelling die in het Midden-Oosten wordt gehouden, Expo 2020 Dubai, werd uitgesteld vanwege de pandemie. Nu staat het event gepland voor 1 oktober 2021 tot maart 2022. De Expo zal exposities uit meer dan 190 landen bevatten in wat bedoeld is als een showcase voor wereldwijde innovatie, technologie en samenwerking en een viering van menselijke prestaties en vooruitgang.

    De organisatoren besloten de oorspronkelijke naam van het event aan te houden.


    Miljarden luid parende krekels

    Een zwerm insecten klinkt niet per se verleidelijk, maar Brood X, een enorme wolk krekels die eens in de zeventien jaar tevoorschijn komt in het Oosten van de VS om te paren en eieren te leggen, is niet zomaar een insect. Deze krekels, die naar verwachting in mei voor het eerst sinds 2004 met miljarden tegelijk uit hun winterslaap komen, paren zo luid dat het geluid wel 100 decibel kan bereiken en van een kilometer afstand te horen is.

    Na het leggen van de eieren sterven de insecten – die niet bijten, geen ziekten verspreiden of gewassen schaden. Bij het composteren helpen ze het milieu door de bovengrond aan te vullen met stikstof.


    Lees hier alle gebeurtenissen om naar uit te kijken volgens Newsweek.

  • 5. Een stad zonder parkeerplaatsen

    5. Een stad zonder parkeerplaatsen

    Zelfrijdende auto’s zouden de behoefte aan parkeerplaatsen drastisch kunnen verminderen. Zelfs in Detroit, de autohoofdstad van Amerika, wordt er al over nagedacht.

    Stedenbouwkundigen leren altijd dat je nooit genoeg parkeerplaatsen kunt hebben. Dat is een van de redenen waarom Amerikaanse steden, ook Detroit, ontsierd worden door al die lelijke betonnen parkeergarages. En waarom historische gebouwen vaak aan de slopershamer ten prooi vallen zodra een parkeerterrein meer geld belooft op te brengen. Maar de komst van de zelfrijdende auto kan misschien korte metten maken met de behoefte aan parkeerruimte die steden als Detroit in een wurggreep heeft. De meeste voorstanders van zelfrijdende auto’s voorspellen dat die behoefte zal dalen, omdat zelfrijdende auto’s praktisch nooit geparkeerd hoeven te worden, hooguit ’s nachts. In plaats van de hele dag werkloos te wachten op een parkeerterrein of in een parkeergarage, kunnen ze de hele dag rondrijden om andere passagiers of spullen rond te brengen.

    Revolutie in stedenbouw

    Samen met de groeiende populariteit van diensten als Uber en Lyft, nieuwe fietsverhuurprogramma’s als MoGo, nieuwe vervoersmiddelen zoals de tram van Qline en de trend om in het centrum te gaan wonen, kan dat leiden tot een drastische daling van de behoefte aan parkeergelegenheid in de stad. En dat zou een revolutie in het ontwerp van steden kunnen betekenen. Amerikaanse stedenbouwkundigen werken al lang met voorschriften voor de minimale hoeveelheid parkeerplaatsen bij gebouwen. Die voorschriften verhogen de prijs van nieuwbouw en leiden tot een stadslandschap dat ontsierd wordt door lelijke parkeerkolossen en grote parkeerterreinen. Uit het oogpunt van stedenbouw zou het een zegen zijn als daar minder behoefte aan komt.

    Maar reken er niet op dat dit heel snel gaat gebeuren. De laatste trend wijst eerder op een stijging dan een daling van de behoefte aan parkeerruimte in Detroit en voorsteden als Birmingham en Ferndale. Eén oorzaak daarvan is dat werkgevers als gevolg van de grote recessie in hun vastgoedkosten snijden. Dat doen ze door meer werknemers in dezelfde of kleinere ruimtes te proppen, wat in de praktijk neerkomt op meer benodigde parkeerruimte voor dezelfde oude gebouwen. En de recente populariteit van wonen in het centrum drijft die behoefte nog verder op. Medewerkers van hypotheekverstrekker Dan Gilbert schatten dat ze met Quicken Loans en zijn dochterbedrijven sinds 2010 zo’n 17.000 werknemers aan huisvesting in het centrum van Detroit hebben geholpen. Sommigen van hen, merendeels twintigers, gaan lopend of op de fiets naar hun werk. Maar er zijn er ook genoeg die een plekje voor hun auto willen. Dat is een van de redenen waarom ook verder afgelegen parkeerterreinen en de straten rondom het centrum tegenwoordig vol staan met auto’s.

    Dat tij kan worden gekeerd door de opkomst van zelfrijdende voertuigen en openbaar vervoer. Dus beginnen sommige architecten en stedenbouwkundigen na te denken over de mogelijke gevolgen. Eén intrigerende mogelijkheid: bij het ontwerp van parkeergarages voortaan rekening houden met de mogelijkheid dat het gebouw later zal worden gebruikt voor bewoning, kantoorruimte of andere doeleinden, al naargelang de behoefte. Zo’n vreemd idee is dat niet: in steden worden oude fabrieken en pakhuizen al heel lang tot loftwoningen verbouwd, in oude kerkgebouwen komen brouwerijcafés en in de kantoorgebouwen van begin twintigste eeuw aan Woodward Avenue zitten nu appartementen, winkels, restaurants en een verdwaalde nachtclub.

    Een Japanse Hikimi-puzzel met als thema ‘parkeren’.
    Een Japanse Hikimi-puzzel met als thema ‘parkeren’.

    Maar om parkeergarages daarvoor geschikt te maken, moeten ze anders worden gebouwd. De licht hellende vloeren die ze meestal hebben (zodat regen- en smeltwater goed wegloopt), moeten waterpas worden gemaakt om geschikt te zijn voor ander gebruik. Ook de plafonds moeten hoger als er mensen komen wonen. En woningen en kantoorruimte zijn meestal zwaarder dan geparkeerde auto’s, dus de constructie zal steviger moeten worden. Ook moeten architecten alvast ruimte uitsparen voor ramen en leidingwerk, ook als de garage in de voorzienbare toekomst niet zal worden omgebouwd. Dit is niet louter fantasie. In Seattle, Boston, Denver, Miami en Atlanta denken stedenbouwkundigen hier al over na. Al blijft het voorlopig bij denken.

    Ook het beeld van winkelcentra die baden in een zee van asfalt zal verdwijnen. Ze kampen nu al met de concurrentie van onlinewinkels en zullen in de toekomst lang niet zoveel parkeerruimte nodig hebben als vroeger. Het idee is dat zelfrijdende auto’s de klant daar afzetten en vervolgens niet naar een parkeerplekje gaan zoeken, maar doorrijden om iemand anders te vervoeren. Michael Osment, vicevoorzitter van Taubman Co., een ontwikkelaar van chique winkelcentra uit Bloomfield Hills, zei onlangs op een vervoerscongres in Southfield dat er een andere bestemming moet worden gevonden voor tientallen hectaren grond rondom winkelcentra, omdat online winkelen en zelfrijdende auto’s de vraag naar parkeerruimte doen kelderen.

    De gemeente Sterling Heights heeft het architectenbureau Archive DS al gevraagd een plan uit te werken om de Lakeside Mall in deze geest te renoveren. Mark Nickita, een van de architecten, toonde een voorlopig ontwerp waarin de huidige parkeerterreinen worden opgevuld met nieuwe gebouwen en een uitbreiding van de vijver, zodat alles beter beloopbaar wordt. ‘We laten de grote blokkendozen staan, halen het binnenwerk eruit en creëren een omgeving voor gemengd gebruik,’ zegt Nickita.

    Laten we niet vergeten dat weinig dingen een mens zo hebberig kunnen maken als een parkeerplekje

    Het zijn nog maar plannen. Maar dat geldt voor zoveel waar het de toekomst van het parkeren betreft. Veel voorspellingen van pleitbezorgers van zelfrijdende voertuigen blijven hoogst speculatief. Op een recente vervoersconferentie in Southfield voorspelde Richard Wallace, hoofd Vervoersanalyse bij het Center for Automotive Research van de Universiteit van Michigan, dat de meeste zelfrijdende auto’s privébezit zullen zijn, net zoals gewone auto’s nu. Maar Robert Feldmaier, hoofd van het Center for Advanced Automotive Technology van Macomb Community College, voorspelde juist het tegenovergestelde. Hij zei dat zelfrijdende voertuigen vooral terecht zullen komen in wagenparken van verhuurdiensten, en niet in handen van particulieren.

    Gaan zelfrijdende auto’s straks meer of minder kilometers maken dan auto’s waarin we zelf achter het stuur zitten? Beide voorspellingen worden gedaan. Gaan zelfrijdende auto’s over twee of over twintig jaar de weg op? Analisten bieden argumenten voor beide mogelijkheden. Dus laten we nog maar niet juichen over het einde van de behoefte aan parkeerruimte in steden. Parkeren mag dan een enorme verspilling zijn – volgens sommige schattingen staan de meeste auto’s 95 procent van de tijd stil – maar laten we niet vergeten dat weinig dingen een mens zo hebberig kunnen maken als een parkeerplekje. Zoals de grote twintigste-eeuwse architectuurcriticus Lewis Mumford ooit zei: ‘De huidige Amerikaanse manier van leven berust niet alleen op gemotoriseerd vervoer, maar op de religie van de auto; en de offers die mensen voor die religie willen brengen, vallen buiten het domein van de rationele kritiek.’

    Auteur: John Gallagher
    Vertaler: Frank Lekens

    Detroit Free Press
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 235.000

    Grootste krant van Detroit. Besteedt behalve aan het gewone stadsnieuws veel aandacht aan de auto-industrie. Won tien Pulitzerprijzen en vier Emmy Awards. Motto: On Guard For 187 Years.

  • Een Japanse architect in Buenos Aires

    Een Japanse architect in Buenos Aires

    De heldere lijnen van architect Taku Sakaushi doen het ook goed in Argentinië. De Japanner is nu gevraagd het maximale uit een voormalige vuilnisbelt te halen.

    Aan de randen van de vuilnisbelt La Montañita in Buenos Aires wemelt het van de luiers, plastic zakken, glazen potten, stapels papier en etensresten. Aangewakkerd door een harde wind verspreiden hopen smeulend afval hun rook tot in 
de onverharde straten van de krottenwijk, als de tengere Taku Sakaushi even later de heuvel afdaalt. Op zijn lichte pantalon en schoenen is geen spatje vuil te zien.

    Sakaushi speelde als kind virtuoos viool. Daarom spoorde zijn moeder hem aan om musicus te worden. Maar zijn vader, economiedocent met sympathie voor Karl Marx, wist het zo net nog niet. Zijn twijfel nam toe toen Taku, inmiddels oud genoeg om te gaan studeren, hem een paar aardewerken potten liet zien die hij had gemaakt. ‘Kunst is prachtig, maar je kunt er niet van leven,’ zei zijn vader. ‘Je kunt beter iets gaan studeren dat geld oplevert.’ Inmiddels is Sakaushi architect en beroemd om zijn verfijnde stijl.

    Volgens Sakaushi gaat architectuur in de westerse wereld over esthetiek en kunst. In Japan ligt de nadruk op filosofie

    Het gesprek tussen vader en zoon had plaats in een buitenwijk van Tokio, waar Taku naar hartelust kon honkballen. Inmiddels is de bebouwing opgerukt en zijn de honkbalvelden verdwenen. Japan heeft 126 miljoen inwoners die op 378.000 vierkante kilometer leven. Ter vergelijking: in Argentinië leven 40 miljoen inwoners op bijna 3 miljoen vierkante kilometer land. Huisvesting en ruimtelijke ordening vormen in Japan een chronisch probleem.

    Sakaushi staat boven op een acht meter hoge vuilnisbelt in een krottenwijk in het district San Martín, in het noordelijke deel van Buenos Aires. Twintig jaar geleden dumpte een aannemersbedrijf er tonnen puin en liet zich daarna niet meer zien. Er begon onkruid te groeien op de harde puinlaag. Nu wonen in dat deel van de wijk zo’n tweeduizend mensen, 
en zoals dat gaat in arme wijken wordt het vuilnis niet altijd opgehaald. La Montañita [Het Heuveltje], zoals de buurtbewoners de plek noemen, dijde steeds verder uit.

    Wat heeft een Japanse architect te zoeken op een vuilnisbelt in Buenos Aires? Voor het antwoord op die vraag moeten we bij het Instituut voor Architectuur en Ruimtelijke Ordening van de Universiteit van San Martín (UNSAM) zijn. Jaarlijks organiseert het instituut uitwisselingen met deskundigen uit de hele wereld. Sakaushi was een van de gasten van de Werkgroep Architectuur en Ruimtelijke Ordening die de UNSAM sinds 2013 bij elkaar roept. Een weeklang komen architecten en studenten, maar ook deskundigen uit andere disciplines – wiskundigen, sociologen, economen, wetenschappers – samen. Zo moest de vuilstortplaats La Montañita een recreatieplek worden, een project waarvoor Sakaushi – met in zijn kielzog twintig studenten, onder wie een aantal Japanners – en een handvol aan het instituut gelieerde docenten naar La Montañita waren gekomen.

    taku

    Sakaushi is vaker in Argentinië geweest. De eerste keer was in 2010, toen zijn werk werd geëxposeerd in het Museum voor Architectuur en Design van de Sociedad Central de Arquitectos [de Architectenvakvereniging]. Ook toen werd hij uitgenodigd door Roberto Busnelli, uitvoerend secretaris van het Instituut voor Architectuur en Ruimtelijke Ordening van de UNSAM, die op zijn beurt Japan bezocht om het werk van zijn collega te bekijken.

    Sakaushi is een publiek geheim. Masterstudenten noemen hem om te laten zien hoeveel ze weten. Zijn prestige dankt hij vooral aan het eenvoudige en heldere lijnenspel van zijn ontwerpen, die het maximale halen uit kleine ruimtes en de dialoog aangaan met hun omgeving – ook als de omgeving niet betrouwbaar is, zoals in 2011 bleek toen Japan werd getroffen door een aardbeving en een tsunami, en overheidsgebouwen hun deuren sloten en in bunkers veranderden.

    Sakaushi studeerde in 1983 af als architect aan de Technische Universiteit van Tokio, waarna hij een tweede master deed aan de Universiteit van Californië in Los Angeles. Op zijn indrukwekkende cv prijken een zestal boeken en een aantal prijzen. 
Hij doceert zowel aan de Universiteit van Tokio als aan de Shinshu-universiteit in Nagano.

    Volgens Sakaushi gaat architectuur in de westerse wereld over esthetiek en kunst. In Japan ligt de nadruk op filosofie. Oude Japanse dichters wandelden alleen in de natuur; de indrukken die ze opdeden legden ze vast in ultrakorte haiku’s. Sakaushi wandelt ook om zijn gedachten te vormen. Zijn wandelingen resulteren niet in haiku’s maar in boeken, waarin hij de principes uitlegt van zijn zogeheten ‘woning met drie gangen’ of ‘woning met drie ramen’, die inmiddels de status van archetype hebben bereikt en zowel in Japan als daarbuiten worden nagebouwd. Nog een van Sakaushi’s specialismen is het recyclen van gebouwen. Een oude ijsfabriek in het gehucht Fujiyoshida werd 
een kinderdagverblijf. In de stad Ibaraki maakte 
hij van een oude lagere school een hotel en een buurthuis.

    Pinne Gallery. – © Hiroshi Ueda
    Pinne Gallery. – © Hiroshi Ueda

    Sakaushi’s eerste baan was bij Japans grootste constructiebedrijf Nikken Sekkei, een enorme onderneming met honderden professionals. Toch vertrok hij in 1998 om een van de meest prestigieuze architectenkantoren van Japan te gaan leiden, het Office for Diverse Architecture (OFDA). Het kantoor omschrijft zichzelf als een plek voor architecten met diverse stijlen waar jonge en briljante geesten samenwerken.

    ‘Er komt een moment dat je lichaam een wordt met je omgeving, alsof de muren om je heen oplossen. Daarom ben ik woningen gaan ontwerpen waarvan je je zo lang mogelijk bewust blijft,’ zegt Sakaushi. Dat zit hem in de muren, die hij ook wel structuren noemt. ‘Een gebouw is een kader dat open is en verschillende elementen omvat die op elkaar reageren. Binnen dat grote kader is nog een belangrijk kader dat van elke kamer een zelfstandige ruimte maakt. Tegelijk is er dynamiek rondom een gebouw of een woning: de bomen, de lucht, de mensen en zelfs de omliggende gebouwen. Dat brengt je op de gedachte dat een woning evenmin statisch is en zijn omgeving wel degelijk beïnvloedt.’ Uitgaand van het architecture is a frame-concept, een idee dat hem al jaren bezighoudt, is er nog iets dat voortdurend verandert, namelijk het leven van de mensen die er wonen.

    Om deze concepten te verduidelijken haalde de Japanse architect tijdens een lezing die hij in 2015 in Barcelona gaf de literatuur erbij: De Aleph van Jorge Luis Borges, De opwindvogelkronieken van Haruki Murakami en_ Sneeuwland_ van Yasunari Kawabata. 
‘De overeenkomsten? Dat zijn de tunnels,’ lacht Sakaushi. De tunnels bij Borges dienen om de tijd te verbinden, Murakami linkt met tunnels verschillende werkelijkheden aan elkaar en Kawabata graaft tunnels in 
een vier meter diepe sneeuwlaag om de overkant te bereiken. ‘Kawabata is inderdaad een verwijzing naar de Japanse schoonheid en tradities,’ zegt Sakaushi. ‘Iedereen is het erover eens dat de tradities van een immer in zichzelf gekeerd land bewaard moeten blijven. Maar we moeten tevens blijven denken aan het nu, de geglobaliseerde wereld. Ik bouw in dat spanningsveld.’

    Auteur: Ivana Romero
    Vertaler: Henriëtte Arons

    Anfibia
    Argentinië | revistaanfibia.com

    Gloednieuw webzine met eenvoudige lay-out, uitstekende illustraties en voor het internet ongebruikelijk lange reportages. Begonnen op initiatief van de nationale San Martín Universiteit, opgericht door de Colombiaanse Nobelprijswinnaar voor de Literatuur Gabriel García Márquez.