Zowel de Tories als Labour hebben iemand ontslagen
Een Brits Conservatief parlementslid is maandag ontslagen als assistent van een minister nadat hij had opgeroepen tot een staakt-het-vuren in Israël en Gaza. Dat schrijft de BBC. Paul Bristow werd ontslagen als secretaris bij het ministerie van Wetenschap, Innovatie en Technologie nadat hij premier Rishi Sunak publiekelijk had opgeroepen om een gevechtspauze te steunen.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Onschuldige Palestijnen ‘mogen niet lijden onder collectieve straffen voor de misdaden van Hamas,’ zei Bristow in zijn brief, die hij ook op Facebook zette. Op dezelfde dag schorste de Labourpartij Andy McDonald, het linkse parlementslid voor Middlesbrough, vanwege opmerkingen die hij in het weekend maakte bij een protestmars, waaronder de controversiële zin ‘from the river to the sea’.
In zijn toespraak zei McDonald: ‘We zullen niet rusten tot we gerechtigheid hebben. Totdat alle mensen, Israëli’s en Palestijnen, tussen de rivier en de zee in vreedzame vrijheid kunnen leven.’ Een woordvoerder van de partij noemt de opmerkingen ‘zeer beledigend’ en zegt dat McDonald geschorst is lopende een onderzoek.
Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Vandaag kijken we naar het Verenigd Koninkrijk. De machtige Conservative Party, oftewel de Tories, zit in een zware crisis. Interne problemen, verloren verkiezingen, leiderschapsdrama’s: het houdt niet over voor de politieke partij. Hoe is het zover gekomen?
Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €5 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.
Wat is er met de Tories aan de hand?
Tamworth en Mid-Bedfordshire, twee Britse kiesdistricten die de gemiddelde 360-lezer weinig zullen zeggen. Toch staan ze sinds deze week symbool voor de diepe crisis waar de Britse Tories doorheen gaan – met mogelijk verstrekkende gevolgen.
‘De regerende Conservatieve Partij van de Britse premier Rishi Sunak heeft twee veilige parlementszetels verloren bij tussentijdse verkiezingen, in aanloop naar de volgende algemene verkiezingen’, schrijftPolitico. ‘De centrumlinkse Labourpartij won met gemak de twee zetels in Midden-Engeland (…), wat een onheilspellend teken is voor de vooruitzichten van de Conservatieven in de nationale verkiezingen die volgend jaar worden gehouden.’
‘Dit zijn fenomenale resultaten. Winnen in deze Tory-bolwerken laat zien dat een overweldigende meerderheid van de mensen verandering wil en dat ze bereid zijn hun vertrouwen te stellen in onze Labourpartij, zei Starmer, de leider van de Labourpartij, volgensAl Jazeeranadat de verkiezingsresultaten bekend werden. In binnen- en buitenland werd met de resultaten van deze tussentijdse verkiezingen bevestigd wat al langer werd gedacht over de Tories: het gaat niet goed met de partij.
‘Winnen in deze Tory-bolwerken laat zien dat een overweldigende meerderheid van de mensen verandering wil’
‘De resultaten in Mid-Bedfordshire, dat sinds 1931 onafgebroken Conservatief had gestemd, en in Tamworth, zullen het beeld versterken dat Labour een langdurige voorsprong in nationale opiniepeilingen omzet in stemmen. Hierdoor ligt de partij op koers om voor het eerst sinds 2010 de macht terug te winnen van de Conservatieven’, schrijftBloomberg.
Peter Kyle, die de campagne in Mid-Bedfordshire voor de Labour-partij leidde, zei tegenThe Telegraph: ‘Laat er geen misverstand over bestaan, dit is een politieke aardbeving die zich hier heeft voltrokken. Dit is de grootste schok in de geschiedenis van de tussentijdse verkiezingen.’
Hoe is het zover gekomen?
De Conservatieve partij stevent dus af op een historisch verlies bij de aankomende verkiezingen, en volgens Britse media zijn daar twee mensen debet aan: de Conservatieve oud-premiers Boris Johnson en Liz Truss.
‘Het is het verhaal van twee Tories die de partij die de laatste vier verkiezingen won opbliezen – Boris Johnson, die uiteindelijk aftrad na Partygate en een leven vol leugens, en zijn economisch roekeloze opvolger Liz Truss.’ Samen, schrijft Andrew Grice inThe Independent, ‘zetten ze koers naar een vernedering bij tussentijdse verkiezingen’.
Partygate is een schandaal dat teruggaat naar de coronapandemie, toen Boris Johnson premier was. Terwijl de rest van het VK in quarantaine zat en niet eens hun familieleden mocht begraven, werden in zijn ambtswoning feestjes gevierd. Naast dat Johnson hiermee de zelfontworpen regels overtrad, loog hij er later ook over in parlementaire onderzoeken. Zijn opvolger was Lizz Truss, een Johnson-loyalist die het nog geen twee maanden volhield als premier.
John Curtice, een professor aan de Universiteit van Strathclyde, onderschrijft tegenThe New York Times dat de Britse publieke opinie zich tegen de Conservatieven keerde sinds 2021. ‘Eerst na onthullingen over feestjes in Downing Street, en daarna opnieuw vorig jaar tijdens het korte leiderschap van zijn opvolger, Liz Truss. Haar economische plannen, die financiële onrust en blijvende schade aan de huizenmarkt veroorzaakten, maakten van haar de kortst dienende premier in de geschiedenis van het land.’
‘Haar economische plannen maakten van haar de kortst dienende premier in de geschiedenis van het land’
De reden dat Lizz Truss slechts 45 dagen premier was van het VK, had te maken met de economische plannen die ze presenteerde. Ze wilde de belasting op hogere inkomens verlagen, wilde schadelijke industrieën meer ruimte geven, maar weigerde – ondanks de hoge inflatie – pensioenen te verhogen.
Onder opvolger Rishi Sunak, de huidige premier, gaat het niet veel beter, constateert deHuffington Post. ‘Ondanks alle beloften, herlanceringen en beleidsaankondigingen bevinden de Tories zich ongeveer op hetzelfde punt waar ze zich twaalf maanden geleden bevonden, toen Sunak het stokje overnam van Truss – mijlenver achter Labour in de peilingen en zonder een duidelijke, samenhangende strategie om de zaken voor de volgende verkiezingen te veranderen.’
Maar dat het slecht gaat met de Torieskomt niet uitsluitend door interne schandalen: het land zelf kampt met veel problemen, zoals de hoge inflatie, energieprijzen, migratie en werkeloosheid, waar de Conservatieve Partij in de afgelopen vier regeringen geen antwoord op heeft gevonden. Sterker nog, ze hebben sommige problemen alleen maar erger gemaakt, schrijftThe Economist, met name door te bezuinigen. Bezuinigen op sociale diensten, op de zorg, op het onderwijs.
‘De Tories zijn allergisch voor de hoge belastingen die nodig zijn voor een staat van Europese omvang’
‘De Tories zijn allergisch voor de hoge belastingen die nodig zijn voor een staat van Europese omvang, maar hebben niet de ballen om marktgebaseerde oplossingen te steunen. Bezuinigen is het armzalige compromis. Britten dwingen om in de rij te staan is geen manier om een land te besturen’, schrijft de van oorsprong Conservatieve krant. ‘De duurzame oplossing voor de ellende ligt in het hervormen van de productie, niet in de distributie. (…) De Britse openbare diensten moeten efficiënter worden. Dat zal niet goedkoop zijn, maar het is beter dan de alternatieven.’
The Guardian zegt dat ook de explosieve stijging van armoede in het VK is toe te schrijven aan het beleid van de Tories. ‘De afgelopen tien jaar hebben de door miljardairs gesteunde pers en rijke ministers de mythe verspreid dat de armoede niets te maken heeft met het beleid van de Conservatieven, door de structurele ongelijkheid te wijten aan de ogenschijnlijke luiheid en overbesteding van de arbeidersklasse.’ Diezelfde arbeidersklasse dreigt nu massaal op de linksere Labourpartij te stemmen.
Hoe ziet de toekomst van de Tories eruit?
De algemene verkiezingen in het VK staan gepland voor 2025. Ver weg dus. Toch komen er volgens deBBC mogelijk eerder verkiezingen. Premier Sunak kan deze uitschrijven, maar hij kan ook worden weggestemd door een motie van wantrouwen. Dat zou dan betekenen dat parlementsleden uit de eigen partij van Sunak hem weg willen hebben. Een onwaarschijnlijk scenario, zeker nu de partij er zo beroerd voorstaat.
Een meerderheid van de Britten zou wel graag begin volgend jaar al naar de stembus gaan, schrijftThe Standard.‘Uit cijfers van More in Common (een Britse peiling, red.) die dinsdag zijn vrijgegeven, blijkt dat bijna driekwart van de respondenten de verkiezingen vóór mei wil houden.’ Een vervroegde verkiezing zou rampzalig kunnen uitpakken voor de Tories. Volgens peilingen zou de regeringspartij als de verkiezingen nu werden gehouden zo’n 24 procent van de stemmen krijgen, tegenover zo’n 45 procent voor Labour.
Binnen de Conservatieve Partij is er weinig vertrouwen, schrijftSky News op basis van gesprekken van hooggeplaatste partijleden. ‘Een voormalige kabinetsminister zei dat dit de ‘nadagen van een afbrokkelende partij’ zijn. Onder het huidige leiderschap of kabinet verandert er niets, er is nul reden om op ons te stemmen. Dat wordt weerspiegeld in de peilingen, er is geen weg naar verbetering.’
‘Elke hoop op een verkiezingsoverwinning van de Conservatieven berust nu op een wonder’
Met dat geluid komt ookThe Guardian. De krant sprak met twee backbenchers – of algemene parlementsleden – uit de Conservatieve Partij, die in niet mis te verstane bewoordingen de toekomst van de partij schetsten. ‘Elke hoop op een verkiezingsoverwinning van de Conservatieven berust nu op een wonder’, zegt een anonieme Tory, die benadrukt dat geen enkel conservatief bolwerk in het VK nog zeker is van verkiezingswinst. ‘Rishi kan nu niets anders doen dan competent overkomen en er het beste van te hopen. In alle eerlijkheid gaat het nu alleen nog om het minimaliseren van verliezen.’
James Frayne, directeur van opiniepeilingsbureau PublicFirst en voormalig adviseur van de Conservatieven, zegt tegenPoliticodat trouwe conservatieve stemmers, bijvoorbeeld zij die in 2016 vóór Brexit stemden, hetzelfde zeggen. ‘Ze praten al over de Conservatieven in de verleden tijd. […]. Er is geen gevoel van “we gaan ze een kans geven” – Volgens hen is het gewoon afgelopen.’
Theresa May heeft nog vier maanden om een deal uit de Brexit-onderhandelingen te slepen waar de Britten achter staan. Dat lijkt een schier onmogelijke taak te worden. De Leave-stemmers willen iets wat niet kan, en de oppositie weigert met alternatieven te komen.
Dus eindelijk hebben de onderhandelingen over de Brexit tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie een overeenkomst opgeleverd [die op 25 november is getekend door de 27 resterende Europese lidstaten]. Het is een compromis dat in de verste verte niet tegemoetkomt aan de hoge verwachtingen van juni 2016, toen de Britten ervoor kozen uit de EU te stappen. Het zal Groot-Brittannië lange tijd binden aan de douane-unie en de interne markt van de EU. Niks roemrijke vlucht naar de onafhankelijkheid: Groot-Brittannië wordt een satelliet die rondjes draait om de planeet Europa en moet gehoorzamen aan wetten waarover het niets te zeggen heeft.
Het is een oefening in schadebeperking, geen moedige breuk met het recente verleden. Maar de vraag is of het Britse politieke stelsel met deze minst kwade uitkomst kan leven. Theresa May heeft de overeenkomst aan haar kabinet voorgelegd en zal er in Westminster een parlementaire meerderheid voor moeten zien te vinden. Zal het verdeelde politieke establishment een manier vinden om dit complexe, ambigue en teleurstellende noodzakelijke kwaad te slikken? Tot nu toe wijst niets erop dat het gemakkelijk zal worden.
Achtbaanrit
Lady Bracknell uit The Importance of Being Ernest van Oscar Wilde ging nog net niet zover om te zeggen dat het een kwestie van pech is wanneer een regering haar verstand verliest, maar dat het op slordigheid begint te lijken wanneer dat ook voor de oppositie geldt. Ze zou daar echter rotsvast van overtuigd zijn geweest als ze de Brexit zou hebben meegemaakt. De Brexit-route die de Britse regering tot nu toe heeft afgelegd, doet denken aan een achtbaanrit: op elke uitzinnige vlaag van optimisme volgt een ijzingwekkend steile afdaling naar de wanhoop.
Het is gemakkelijk om May en haar bitter verdeelde Conservative Party er de schuld van te geven dat met nog maar vier maanden te gaan een deal is gesloten waarvan nog lang niet zeker is of die doorgaat. Gemakkelijk omdat het volledig terecht is: de Tories hebben hun land in de grootste crisis na de Tweede Wereldoorlog gestort en lijken niet in staat tot geloofwaardig, coherent en collectief leiderschap.
Maar wat de crisis nog erger maakt, is dat het ontbreekt aan wat je normaal gesproken in een parlementaire democratie zou verwachten: dat de belangrijkste oppositiepartij een helder alternatief biedt voor de falende, zwabberende regering. De leden van Labour zijn in overgrote meerderheid tegen de Brexit: in september wees een peiling uit dat 86 procent een tweede referendum wil.
In een recent, groot onderzoek van Channel 4 News zei 75 procent van de Labour-achterban de nauwe banden van het Koninkrijk met de EU te willen behouden. Uit onderzoek blijkt dat in het oude, industriële thuisland van de partij, waar arbeiders zich in 2016 krachtig uitspraken vóór de Brexit, de opinie verschuift in de richting van een nieuw referendum.
Maar Labour-leider Jeremy Corbyn zei vorige week tegen de Duitse krant Der Spiegel dat Artikel 50 (de in maart 2017 door May aangehaalde bepaling in het Europese Verdrag op grond waarvan een lidstaat de Unie mag verlaten) onherroepelijk is en dat zijn partij ‘moet proberen te begrijpen waarom mensen voor een vertrek hebben gestemd’.
Hij werd bijna onmiddellijk tegengesproken door zijn woordvoerder Buitenland, Emily Thornberry, en zijn woordvoerder Brexit, Keir Starmer, die allebei volhielden dat een tweede referendum nog steeds mogelijk is. De breuklijn binnen de partij is intussen even duidelijk zichtbaar als die binnen de Tories.
Welk lid wil de verantwoordelijkheden en de kosten van een lidmaatschap voor zijn rekening nemen als de faciliteiten gratis toegankelijk zijn voor niet-leden?
Labour wordt net als de Tories bijeengehouden door niet veel meer dan een fantasie. Officieel luidt het standpunt van de partij dat ze de Brexit steunt, maar zich zal verzetten tegen elke deal met de EU die niet ‘precies dezelfde voordelen oplevert als we op dit moment als lid van de interne markt en de douane-unie hebben’. Dat is óf zeer misleidend óf – en waarschijnlijker – een leugen. De EU kan een niet-lidstaat niet ‘precies dezelfde voordelen’ geven als de leden.
In dat geval zou ze ophouden te bestaan. Welk lid wil de verantwoordelijkheden en de kosten van een lidmaatschap voor zijn rekening nemen als de faciliteiten gratis toegankelijk zijn voor niet-leden? De Labour-leiding weet dat ongetwijfeld ook, maar houdt de illusie in stand om met twee monden te kunnen spreken: de Brexit steunen, maar May veroordelen omdat ze er niet in is geslaagd een resultaat uit de onderhandeling te slepen dat praktisch onmogelijk is.
Dus wat is hier aan de hand? Uit het recente onderzoek van Channel 4, het grootste in zijn soort sinds het Brexit-referendum, blijkt dat het Verenigd Koninkrijk er op dit moment met een meerderheid van 54 tegen 46 procent voor zou hebben gestemd om binnen de EU te blijven. Daaruit blijkt op zijn minst dat een groot aantal kiezers tegen de Brexit is, gezien de eis dat elke deal die de onderhandelingen (al dan niet) opleveren aan het volk moet worden voorgelegd. Hoe is het mogelijk dat het Britse politieke stelsel niet in staat lijkt de burgers in tijden van een nationale crisis duidelijke alternatieven te bieden?
Je zou dat aan slecht leiderschap kunnen wijten, en daarvan is er meer dan genoeg. Maar er is veel meer aan de hand. Het grote probleem is openheid. Om twee belangrijke kwesties – allebei pijlers onder de Brexit – wordt met een grote boog heen gelopen. Ze blijven onbesproken omdat het dé grote tegenstellingen binnen de crisis zijn. De EU heeft bij herhaling haar frustratie laten blijken over het onvermogen van de Britten om precies te verwoorden wat ze willen.
Maar het gaat hier niet om een kwestie van slecht onderhandelen. De technocraten van de Britse regering kunnen niet precies zeggen wat ze willen, omdat ze niet het achterste van hun tong willen laten zien. Achter de Brexit gaan twee kwesties schuil die niet bij naam mogen worden genoemd.
De Brexit wordt treffend samengevat in de briljante slogan van de Leave-campagne van 2016, Take back control [‘Pak de zeggenschap terug’]. Die ís zo briljant omdat hij soepel langs twee bijzonder ongemakkelijke vragen manoeuvreert: wat houdt ‘zeggenschap’ eigenlijk in? En wie zou die moeten krijgen?
Een ander woord voor ‘zeggenschap’ is ‘wetgeving’. De fundamentele aantrekkingskracht van de Brexit is dat de Britten zich daarmee bevrijden van de vele wetten die hun door Brussel zouden zijn opgelegd en voortaan zichzelf mogen besturen. Ze willen graag eigen baas zijn over milieu, voedselveiligheid, mededinging en monopolies. Inderdaad gaat de EU over veel van die kwesties, en dat de Britten er zelf over willen beslissen is heel goed verdedigbaar. Om die reden hebben de meeste mensen voor de Brexit gestemd en verwachten ze autonomie.
Maar daar draait de Brexit helemaal niet om. De ware agenda van de harde brexiteers gaat niet over eigen wetgeving, maar over minder wetgeving. Dominic Raab, de inmiddels afgetreden Brexit-minister, droomt niet van zelfregulering, maar van de voltooiing van het deregulerende, neoliberale project dat in 1979 in gang werd gezet door Margaret Thatcher.
De fantasie achter de Brexit is een ‘open’ en ‘geglobaliseerd’ Groot-Brittannië, bevrijd van de ketenen van EU-wetgeving, met ruimere milieu-, gezondheids- en arbeidsregels, waarmee de weg wordt geplaveid voor een nieuw, gouden tijdperk van roofzuchtig hyperkapitalisme. Ook dat is heel goed verdedigbaar, hoewel abject. Alleen vinden de meesten Leave-stemmers niet dat de Brexit daarover zou moeten gaan. En die kloof maakt het onmogelijk om te zeggen wat ‘de Britten’ willen: ze willen verschillende dingen.
Daar komt het tweede onderwerp waarover niet mag worden gesproken om de hoek kijken: het Engelse nationalisme
Vraag twee is wie die ‘zeggenschap’ zou moeten krijgen. Waaruit bestaat, met andere woorden, ‘het volk’ dat de macht zou moeten terugkrijgen? En daar komt het tweede onderwerp waarover niet mag worden gesproken om de hoek kijken: het Engelse nationalisme. De Brexit is deels een reactie op een ontwikkeling die al sinds de millenniumwisseling speelt. Met het Goedevrijdagakkoord uit 1998 zette Noord-Ierland een stap in de richting van bestuurlijke zelfstandigheid, terwijl Schotland hetzelfde deed met de instelling van een eigen parlement in 1999. Als gevolg daarvan zijn de Engelsen in korte tijd heel anders tegen hun nationale identiteit gaan aankijken.
Ze voelen zich niet zozeer Brits als wel Engels. Geen enkele grote politieke partij laat zich daarover uit, terwijl onderzoek aantoont dat de Engelsen steeds meer vervreemd raken van de overheid in Londen. De Brexit, vooral een Engels verschijnsel, is voor een deel een uiting van die frustratie. Om het (bot) met Anthony Barnett te zeggen, in zijn boek T_he Lure of Greatness: England’s Brexit and America’s Trump_ uit 2017: ‘Omdat ze Groot-Brittannië niet konden verlaten, kozen de Engelsen voor het op één na beste en zeiden ze tegen de EU dat ze kon oprotten.’
Niet de ‘onzen’
Er is overtuigend bewijs voorhanden dat de Engelsen die voor de Brexit stemden over het algemeen niets om het Verenigd Koninkrijk geven en vooral niet om Noord-Ierland. Toen Leave-stemmers en Conservatieven onlangs in een enquête over de toekomst van Engeland werd gevraagd of ‘mislukking van het vredesproces in Noord-Ierland’ als prijs ‘de moeite van het betalen waard is’ om met de Brexit ‘de zeggenschap terug te krijgen’, was maar liefst 83 procent van de Leave-stemmers en 73 procent van de Conservatieve kiezers in Engeland het daarmee eens.
Dat is geen hersenloze wreedheid, er spreekt een diepe overtuiging uit dat de Noord-Ieren niet ‘de onzen’ zijn, dat wat ‘daar’ gebeurt niet ‘onze’ verantwoordelijkheid is. Uit het onderzoek van Channel 4 blijkt iets vergelijkbaars. Toen Leave-stemmers werd gevraagd wat ze ervan zouden vinden als Noord-Ierland als gevolg van de Brexit ‘het Verenigd Koninkrijk zou verlaten en zich aansluit bij Ierland’, antwoordde 61 procent dat ze daar ‘niet erg bezorgd’ of ‘helemaal niet bezorgd’ over waren.
Dat mag onthutsend zijn, het is ook een duidelijke boodschap. Het probleem is alleen dat geen van beide grote partijen die onder ogen wil zien. Een van de plaagstootjes van de geschiedenis is dat deze Engelse nationale revolutie, want dat is de Brexit, ertoe heeft geleid dat de Noord-Ierse Democratic Unionist Party, een ultra-unionistische splinterpartij, voor het machtsevenwicht in Westminster zorgt en Theresa May – nog – in het zadel houdt.
En zo komt het dat de Leave-stemmers al afscheid van het Verenigd Koninkrijk hebben genomen terwijl May het (in dit geval met steun van Labour) in alle toonaarden de liefde verklaart: ‘Ik zal er altijd voor vechten onze kwetsbare, dierbare unie in stand te houden en te versterken.’ De toekomst van het Verenigd Koninkrijk is nu zelfs een belangrijk onderdeel geworden van de onderhandelingen met de EU. Elke einddeal wordt uiterst complex.
Dat komt vooral doordat de Britten geen afspraken willen over een harde grens in Ierland waardoor Noord-Ierland zal afwijken van de rest van het Verenigd Koninkrijk. Er valt geen heldere Brexit te formuleren zolang het gevecht voor een kwestie waar de Leave-stemmers niets om geven tot heilig doel is verklaard. Zoals Lady Bracknell al zei: ‘De draaikonterij over de kwestie is absurd.’
Het lijfblad van de New Yorkse intelligentsia bestaat sinds 1963 en dankt zijn reputatie aan doorwrochte bijdragen van grote schrijvers en journalisten als J.M. Coetzee, Orhan Pamuk en eerder Tony Judt, Hannah Arendt en Saul Bellow.
De politieke chaos rond de Brexit houdt aan in Groot-Brittannië. De huiskrant van de Tories is van mening dat parlementariërs met een oplossing moeten komen – en als ze dat niet kunnen, is het tijd voor nieuwe verkiezingen.
We verkeren in een uitzichtloze constitutionele crisis. Het referendum van 2016 heeft krachten losgemaakt die lastig te bedwingen zijn. De wil van het volk heeft die van de volksvertegenwoordiging overstemd en het parlement weet nu niet goed hoe het daarmee om moet gaan. Dat dilemma is verscherpt door verkiezingen waarin de regeringspartij haar meerderheid verloor, zodat premier May de Brexit die zij zelf voor ogen had, niet meer door het Lagerhuis kan krijgen. De vraag is nu hoe we uit deze janboel kunnen komen, zonder ons staatsbestel helemaal op de helling te zetten.
Sommige staatsrechtgeleerden menen dat het antwoord een nieuw referendum is. Volgens hen kan deze impasse alleen worden doorbroken door het volk opnieuw te raadplegen. Zo schreef hoogleraar Vernon Bogdanor van de Universiteit van Oxford onlangs dat ‘het dilemma dat het volk heeft opgeworpen met de uitkomst van het referendum in 2016 en de verkiezingen van 2017, alleen door het volk kan worden opgelost met een nieuw referendum’. De People’s Vote-campagne voor zo’n referendum heeft deze zomer aan kracht gewonnen, terwijl tegelijkertijd de angst groeit dat Mays Brexit-plan, hoe dat er ook uit zal zien, dit najaar nooit een parlementaire meerderheid zal krijgen. Voor een ‘no deal’ is ook geen steun, en in dat geval zou May zich genoopt zien af te treden, omdat ze dan de centrale taak van haar regering niet heeft weten te volbrengen.
Is een tweede referendum dan de enige uitweg? Velen zijn er fel op tegen: het volk heeft zich toch al uitgesproken? Moeten we de Britse stemmers naar de stembus blijven sturen totdat de ‘juiste’ uitslag er een keer uitrolt, zoals in Ierland en Denemarken? Ja, zeggen de voorstanders van een nieuw referendum: nu we aan den lijve hebben ondervonden hoe gruwelijk het allemaal is, en aan de rand van de afgrond hebben gestaan, laat het volk nu nog maar een keer zeggen wat het wil. Hierbij moet worden aangetekend dat Nigel Farage en andere Leave-aanhangers vooraf een tweede referendum eisten als het eerste met een kleine marge zou worden beslist – omdat zij toen nog dachten dat ze zouden verliezen. Juist het Remain-kamp zei destijds heel stellig ‘eruit is eruit’, omdat het overtuigd was van zijn overwinning. Die rollen zijn nu omgedraaid.
Is een tweede referendum dan de enige uitweg? Velen zijn er fel op tegen: het volk heeft zich toch al uitgesproken? Moeten we de Britse stemmers naar de stembus blijven sturen totdat de ‘juiste’ uitslag er een keer uitrolt, zoals in Ierland en Denemarken? Ja, zeggen de voorstanders van een nieuw referendum: nu we aan den lijve hebben ondervonden hoe gruwelijk het allemaal is, en aan de rand van de afgrond hebben gestaan, laat het volk nu nog maar een keer zeggen wat het wil. Hierbij moet worden aangetekend dat Nigel Farage en andere Leave-aanhangers vooraf een tweede referendum eisten als het eerste met een kleine marge zou worden beslist – omdat zij toen nog dachten dat ze zouden verliezen. Juist het Remain-kamp zei destijds heel stellig ‘eruit is eruit’, omdat het overtuigd was van zijn overwinning. Die rollen zijn nu omgedraaid.
Het referendum van 1975
Veel voorstanders van een nieuw referendum waren bovendien blij toen [ondernemer] Gina Miller via de rechter afdwong dat de premier toestemming moest vragen aan het parlement om artikel 50 in gang te zetten. Toch willen zij die beslissingsbevoegdheid nu weer afnemen van het parlement en teruggeven aan het volk. Als het eerste referendum democratisch was, zeggen ze, zou een tweede referendum dat ook zijn.
Al is het natuurlijk geen tweede referendum dat ze willen, maar een derde. Het is verbazingwekkend hoeveel mensen het referendum van 1975 al zijn vergeten of denken dat het ging over de vraag of we tot de gemeenschappelijke markt moesten toetreden: het ging over de vraag of we erin moesten blijven. Het parlement had twee jaar daarvoor al bij wet tot toetreding besloten. Het referendum van 1975 was de eerste landelijke volksraadpleging in het Verenigd Koninkrijk en daarmee een belangrijke breuk met de geschiedenis en soevereiniteit van het parlement. Dat is ook de reden waarom de Conservatieven er destijds tegen waren. In een toespraak in het Lagerhuis in april 1975 stelde Margaret Thatcher de vraag wat er precies werd bedoeld met ‘overtuigende steun van het volk’.
1. Voorstanders in 1975 van wat de Brexit is gaan heten. 2. Het referendum van 1975 was de eerste landelijke volksraadpleging in het VK en daarmee een belangrijke breuk met de geschiedenis en soevereiniteit van het parlement. 3. Premier Harold Wilson in g
En ze vroeg zich af wat men wilde: ‘Referenda voor elke belangrijke nieuwe wet? Dan hadden we nu geen antidiscriminatiewet, was alle immigratie stopgezet, was abortus nog steeds verboden en zou de doodstraf nog worden uitgevoerd. Ik verwacht dat we die kant opgaan als we dit eerste referendum houden zonder stil te staan bij de betekenis van de eis dat elke wet overtuigende steun vergt, wat normaliter wordt opgevat als de steun van het Huis.’
Het was de bedoeling dat het referendum van 1975 eenmalig zou zijn. Als we referenda blijven houden, wordt het moeilijk om niet af te glijden naar directe democratie. Zoals Thatcher zei: waarom dan geen referenda voor andere kwesties waarbij de mening van het parlement niet in de pas loopt met die van de meerderheid van het volk? Moeten politieke kwesties voortaan worden beslist met een telefoonstemming, zoals bij Strictly Come Dancing? Sommige mensen vinden dat misschien een aantrekkelijk idee. Ik niet.
Parlementaire machteloosheid later dit jaar zal de roep om een nieuw referendum versterken. Bij Labour ligt het idee sinds het laatste partijcongres op tafel, al blijft de partij er tegenstrijdige signalen over afgeven. Brexit-woordvoerder Keir Starmer week af van de officiële partijlijn door met zoveel woorden te zeggen dat de keuze om in de EU te blijven aan het volk moet worden voorgelegd.
Voorstanders van een referendum die beweren dat ze het Brexit-besluit respecteren, dat ze alleen maar willen dat het volk over de inhoud van de Brexit-deal mag stemmen, moeten erkennen dat ze eigenlijk de uitkomst van het eerste referendum willen terugdraaien. Ze willen het debat over EU-lidmaatschap heropenen. De gedachte dat dit een eind zal maken aan de ontstane verdeeldheid, slaat natuurlijk nergens op.
Dit behoort een parlementaire democratie te zijn, geen veredelde spelshow
Een nieuw referendum biedt geen enkel soelaas voor onze staatsrechtelijke crisis, integendeel: als het de uitkomst van het eerste referendum terugdraait, zou dat een ramp zijn voor ons staatsbestel, onze representatieve democratie en het gezag van ons parlement. Het zou grote woede wekken bij miljoenen Leave-kiezers. En we hoeven maar naar het gehakketak op Labours partijcongres te kijken om te beseffen hoe moeilijk het alleen al zou worden om overeenstemming te bereiken over welke vraag nu precies aan het volk moet worden voorgelegd.
Zelden is er in de Britse geschiedenis zo veel onzekerheid geweest over hoe de nabije politiek toekomst eruitziet. Maar het zou van slappe knieën getuigen om het besluit daarover nu weer aan het volk te laten. De parlementariërs moeten dit oplossen. En als het huidige parlement daartoe niet in staat is, moeten er nieuwe verkiezingen worden uitgeschreven. Mensen die zeggen dat dit de EU-kwestie niet zal oplossen, bedoelen eigenlijk dat het de Brexit niet zal terugdraaien. Maar dat besluit is nu eenmaal genomen en ook een nieuwe regering zal zich verplicht zien de EU te verlaten. Labours woordvoerder van Financiën John McDonnell en vakbondsleider Len McCluskey zeiden dat ook op het partijcongres. Als Labour de Brexit echt wil terugdraaien, moet de partij dat expliciet in haar verkiezingsprogramma zetten en proberen daarmee een meerderheid in het parlement te winnen om dat te bereiken. Veel succes daarmee. Maar zo hoort het in dit land wel te gaan. Dit behoort een parlementaire democratie te zijn, geen veredelde spelshow. Onze flirt met het referendum is uitgelopen op een regelrechte ramp. Laten we nooit meer een referendum houden.
Anti-Europees tot op het bot, strijdlustig en imagobewust, kortom: het conservatieve dagblad van Engeland op broadsheet.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.