Tag: Venezuela

  • Niet Maduro maar het leger heeft de macht in Venezuela

    Niet Maduro maar het leger heeft de macht in Venezuela

    De massale demonstraties tegen het socialistische regime van president Nicolás Maduro houden aan in de almaar erger wordende crisis in Venezuela. Maduro klampt zich vast aan het leger, zijn voornaamste steunpilaar. Het controleert de voedselimport, beheert de mijnen en slaat de protesten neer, terwijl de regering met de armen over elkaar toekijkt.

    Carlos Soublette, een Venezolaans militair, politicus en staatsman, deed in 1837 een historische uitspraak over dit land, die nu toepasselijker is dan ooit: ‘Venezuela is nooit ten onder gegaan en zal ook nooit ten onder gaan omdat een burger met de president spot. Venezuela zal ten onder gaan wanneer de president met de burgers spot.’

    Na vier jaar aan de macht heeft president Nicolás Maduro door zijn lukrake beleid het land in een van de ergste economische en sociale crises van zijn geschiedenis gestort. De opvolger van Hugo Chávez is, met zijn melodramatische stijl, niet in staat gebleken tegemoet te komen aan de meest urgente behoeften van de Venezolanen. De burgers van het land moeten nu toezien hoe hij de vloer aanveegt met de staatsinstellingen, zijn politieke tegenstanders, het parlement, de rechterlijke macht, de internationale gemeenschap en met hen het volk, dat de buik vol heeft van schaarste, inflatie en geweld.

    Met aantijgingen (niet één gestaafd) van internationale complotten, economische oorlogen en buitenlandse invasies (naast een wanhopige cliëntelistische strategie van sociale bijstand) is Maduro erin geslaagd zich in Miraflores, het presidentiële paleis, te verschansen. Zonder steun van de Venezolaanse strijdkrachten, die op dit moment het machtigste staatsorgaan zijn, zou hem dat nooit gelukt zijn. Er wordt sowieso getwijfeld aan zijn politieke leiderskwaliteiten.

    Privileges

    ‘De Nationale Bolivariaanse Strijdkrachten hebben hun onvoorwaardelijke steun aan de president bevestigd,’ zei de minister van Defensie, Vladimir Padrino López, op een militaire plechtigheid bij het presidentieel paleis. Padrino López beschreef Maduro als een ‘authentieke chavistische president die door de strijdkrachten hogelijk wordt bewonderd’. De strijdkrachten noemde hij ‘radicaal anti-imperialistisch en trouw aan de socialistische leider Hugo Chávez’.

    Vóór zijn dood had el comandante Chávez er door middel van allerlei privileges voor gezorgd dat het presidentschap tot in lengte van dagen verzekerd zou zijn van militaire steun. Maar het was Maduro die na zijn installatie als president letterlijk alles aan de militairen weggaf. Tegenwoordig zijn het de strijdkrachten die de import van levensmiddelen controleren, ze bezitten de ateliers waar hun uniformen worden gemaakt, ze hebben een eigen tv-zender, een bank, een autofabriek en een bouwonderneming. Dit jaar wisten ze de hand te leggen op een bedrijfstak waar ze altijd al een oogje op hadden: de olie- en mijnindustrie. Twee maanden geleden werd Camimpeg (Compañía Anónima Militar de Industrias Mineras, Petrolíferas y de Gas) een soort alternatief voor of concurrent van het staatsoliebedrijf Petróleos de Venezuela. De militairen beschikken tegenwoordig over hun eigen oliebronnen en hebben de verkoop en distributie in handen van alle producten uit hun mijnen en aardgasvelden, alsmede hun aardolieproducten. Alles gaat buiten de toezichthouders om, zoals is afgesproken met de regering.

    Zes dagen na zijn beëdiging tot president gaf Maduro een impuls aan de ondernemingsdrift van de militairen. Volgens dagblad El Nacional heeft de minister van Defensie tussen juli 2013 en februari 2016 elf ondernemingen opgericht ten behoeve van de economische ontwikkeling van de strijdkrachten. ‘Acht van de in totaal elf bedrijven openden hun deuren na de afkondiging van de zogenaamde Militaire Economische Zone: de Banco de la FANB (Fuerza Armada Nacional Bolivariana), een onderneming voor landbouw- en veeteeltproducten (Agrofanb), een militaire transportonderneming (Emiltra), een telecommunicatiebedrijf (Emcofanb), een digitaal tv-kanaal (TVFanb), een investeringsfonds (Fimnp), een bouwonderneming (Construfanb) en een bedrijf voor de productie en distributie van mineraalwater (onderdeel van de industriële holding Fuerte Triuna)’, aldus het dagblad.

    Daar houden de privileges nog niet op. De salarissen van de militairen worden geregeld verhoogd, ze hebben toegang tot producten en sociale voorzieningen waar maar weinig Venezolanen van kunnen profiteren, vooral niet sinds het uitbreken van de economische crisis. En de invloed van het leger gaat nog veel verder: ze hebben een militair in actieve dienst in de regering zitten, plus nog eens tien officieren buiten dienst in elf van de 32 ministeries. Volgens politiek analist Luis Vicente León was Chávez begonnen met het opnemen van militairen in de regering en is die lijn onder Maduro verder doorgezet. ‘Nu hebben we in plaats van een civiel-militaire regering eerder een militair-civiele regering,’ aldus Vicente León.

    Met gigantische katapulten schieten demonstranten flessen met fecaliën naar de strijdkrachten die de weg naar het (pro-Maduro) Hooggerechtshof blokkeren. – © Ariana Cubillos / HH
    Met gigantische katapulten schieten demonstranten flessen met fecaliën naar de strijdkrachten die de weg naar het (pro-Maduro) Hooggerechtshof blokkeren. – © Ariana Cubillos / HH

    De strijdkrachten hebben 165.000 manschappen in actieve dienst en 25.000 reservisten. Ook voeren zij het bevel over de nationale Venezolaanse militie, het militair getrainde burgerkorps dat de strijdkrachten moet ondersteunen – 500.000 man en ‘iedereen gegarandeerd met zijn eigen geweer’. Toen Chávez in 2002 voorstelde burgers te bewapenen, waren de strijdkrachten eerst nog tegen, maar gaven ze uiteindelijk toe en verzorgden ze zelf militaire training. Nu de zaken complexer liggen, zijn de tegenstemmen nagenoeg verstomd.

    Naarmate de regering de steun van de bevolking begon te verliezen besloot ze, volgens politiek analist Benigno Alarcón, ‘met geweld aan de macht te blijven en de loyaliteit van de militairen te kopen’. Zijn mening wordt door andere analisten gedeeld. ‘De regering heeft zich verschanst en steunt op de militairen, de staatsinstellingen die ze in de hand heeft en op groepen paramilitairen die burgers aanvallen,’ zegt politicologe Francine Jácome. Lokale commentatoren bevestigen dan ook dat het de militairen waren die het Hooggerechtshof dwongen het omstreden decreet te herroepen. In het decreet werd het parlement buiten werking gesteld en de huidige crisis veroorzaakt, misschien wel de ernstigste ooit in Venezuela.

    Vladimir Padrino López zorgde ervoor dat Luisa Ortega Díaz, hoofdofficier van justitie en radicaal chavist, de maatregel ‘ongrondwettig’ verklaarde om zodoende de regering-Maduro van de ondergang te redden. En hij was het ook die in 2015 de verkiezingsuitslag erkende waarmee de gezamenlijke oppositie de meerderheid in het parlement won. Pas nadat hij dat had gedaan, legde ook Maduro zich bij de overwinning van zijn tegenstanders neer.

    Julio Borges, de voorzitter van het parlement, verzocht de militairen alleen “loyaal” te zijn aan de grondwet, en voor die uitspraak werd hij bedreigd met een proces wegens “oproepen tot een staatsgreep”

    Het gaat erom dat Vladimir Padrino López niet zomaar een minister is. Als militair bleef hij in 2002 Chávez trouw toen hij zich als commandant van een van de legereenheden tegen de staatsgreep keerde, die na 48 uur mislukte. Hij klom vervolgens op in de hiërarchie, tot hij in opdracht van Chávez de vertrouwensman van Maduro werd. Sebastiana Barráez, een journaliste uit de deelstaat Táchira die al tientallen jaren verslag doet van de militairen, zei tegen de BBC dat er ‘in de Venezolaanse strijdkrachten’ twee belangrijke machtsgroepen zijn: die van Maduro en Padrino, en die van Diosdado Cabello, parlementslid en ex-vicepresident onder Chávez’.

    Padrino López is een van de weinige militairen die niet door de Verenigde Staten zijn aangeklaagd wegens drugshandel en witwassen, en dat geeft hem aanzien bij de troepen. Onder zijn bevel is het Venezolaans militair budget voor wapens en materiaal met 4 miljard dollar gestegen. Volgens rapporten zijn de totale militaire uitgaven tussen 2004 en 2006 met 46 procent gestegen.

    Zowel de Venezolaanse ambassadeur bij de OAS [de Organisatie van Amerikaanse Staten] als de voormalig minister van Buitenlandse Zaken Roy Chadertos zegt dat Venezuela de sterkste militaire macht in de regio is, ‘qua vernietigingskracht’.

    En dit machtige leger is nu bezig de demonstraties te onderdrukken. Drie weken geleden zijn de manifestaties van de oppositie begonnen en al die tijd heeft het leger geprobeerd de protesten neer te slaan. Volgen officiële cijfers zijn er negen mensen in de demonstraties omgekomen en elf gesneuveld tijdens de plunderingen.

    ‘Sommige slachtoffers werden tijdens de plunderingen geëlektrocuteerd en andere bezweken aan kogelwonden,’ verklaart het OM. Getuigen geven de schuld aan de ‘collectieven’ (gewapende groepen chavisten) die op de demonstranten zouden hebben geschoten. Die gewapende burgermilities, vroeger ‘bolivariaanse kringen’ genoemd, zijn verworden tot ware criminele organisaties zonder enige loyaliteit aan Maduro.

    De regering en de oppositie geven elkaar de schuld van het uit de hand gelopen geweld en de golf van protesten. Volgens de ngo Foro Penal zijn er tijdens de protesten niet alleen doden gevallen, maar is ook nog eens een recordaantal mensen gearresteerd – zevenhonderd – en vielen er tientallen gewonden. Julio Borges, de voorzitter van het parlement, verzocht de militairen alleen ‘loyaal’ te zijn aan de grondwet, en voor die uitspraak werd hij bedreigd met een proces wegens ‘oproepen tot een staatsgreep’.

    De oppositie is, ondanks alle dreigementen en repressie, vastbesloten door te gaan met demonstreren tot de regering instemt met nieuwe verkiezingen. Een precaire aangelegenheid aangezien volgens de peilingen steeds meer mensen tegen de huidige regering zijn. Zeven op de tien Venezolanen willen een wisseling van de macht.

    Volksraadpleging

    Vanaf zijn eigen verkiezing in 2013 tot aan de laatste parlementsverkiezingen in december 2015 heeft Maduro er blijk van gegeven niet over de electorale vaardigheden te beschikken van zijn ‘politieke peetvader’. Hij heeft de grootste nederlaag in de zeventien jaar van chavistische hegemonie op zijn naam staan. Daarom vermijdt hij verkiezingen. Maar er is voor hem bijna geen uitweg meer, en de roep om een oplossing van de crisis middels een volksraadpleging wordt steeds luider. ‘Als de politieke leiding opdracht geeft op het eigen volk te schieten, dan is dat een teken van grote lafheid en zwakte van het huidige regime in Venezuela,’ verklaart Luis Almagro, secretaris-generaal van de OAS.

    Heeft Chávez zich in zijn opvolger 
vergist of is de bolivariaanse revolutie mislukt, zoals de Colombiaanse president Juan Manuel Santos zei? Volgens Almagro en andere stemmen uit binnen- en buitenland ‘zijn verkiezingen hét redmiddel tegen dictaturen’. We zullen zien hoe de Venezolaanse strijdkrachten hierover denken. Ze hebben onlangs hun kazernes verlaten om de politieke toekomst van het land te bepalen – en dat is spotten met de volkswil, zoals Soublette meer dan een eeuw geleden opmerkte.

    Auteur: Angélica Lagos Camargo
    Vertaler: Jos den Bekker

    El Espectador
    Colombia | dagblad | oplage 80.000

    Opgericht in 1887 en tot 2000 een van de meest dynamische kranten van het land. De stellingname tegen de drugskartels bezorgde de krant een internationale reputatie. Financiële problemen dwongen El Espectador ertoe zich om te vormen tot weekblad, maar sinds 2008 verschijnt de krant opnieuw als dagblad.

    b62ba5b7fa60433b8bdea5de1bd11d4a 0

    CHRONOLOGIE

    2013, 5 maart Hugo Chávez, president sinds 1999 en ‘vader van de socialistische Bolivariaanse revolutie’ sterft op 58-jarige leeftijd. Hij had Nicolás Maduro aangewezen als zijn opvolger. Maduro wint de presidentsverkiezingen in dat jaar met een nipte meerderheid (50,66 procent van de stemmen).

    2014 De prijs van ruwe olie keldert, waar- door de Venezolaanse economie hard wordt geraakt. Het land beschikt over de belangrijkste oliereserves in de wereld, waaruit het 96 procent van het nationale inkomen put.

    2015, 6 december De oppositie behaalt de meerderheid bij de verkiezingen voor het parlement.

    2016, 8 maart De Nationale Kiesraad blokkeert een referendum over de vraag of Maduro kan aanblijven. De ene betoging volgt op de andere.

    2016, juli Lege schappen in de super- markten. Het ontbreekt de bevolking aan alles. Volgens het Internationaal Monetair Fonds zal de inflatie in Venezuela in 2017 liefst 1660 procent bedragen.

    2017, 29 maart Het Hooggerechtshof, waarin de aanhangers van Maduro de overhand hebben, eigent zich de macht van het parlement toe, maar ziet daar vanwege de diplomatieke verontwaardiging weer van af. De oppositie probeert de straat in beweging te krijgen, met (sinds begin april) ten minste 31 doden tot gevolg.
    Zoho CRM – Affordable On-demand CRM

  • Venezuela: land van paradoxen

    Venezuela: land van paradoxen

    De situatie in Venezuela is onhoudbaar geworden: huizenhoge inflatie, droogte en een gebrek aan basisproducten zoals melk en medicijnen. Volgens de Venezolaanse hoogleraar Nahon-Serfaty hebben Hugo Chávez en zijn opvolger Maduro er een grote tv-show van gemaakt en zijn ze vergeten te regeren.

    Keuze uit het archief

    Afgelopen week stemde Venezuela over de inlijving van het olierijke gebied Essequibo, dat maar liefst twee derde van buurland Guyana beslaat. Hoewel slechts 50 procent van de stemgerechtigden kwam opdagen, stemde zeker 95 procent vóór inlijving. Het referendum betekent een nieuw hoofdstuk in het al langer lopende conflict tussen de twee landen, dat vooral wordt aangewakkerd door Venezuela.
    Heeft Venezuela wel meer olie nodig? In dit artikel legt de Venezolaanse hoogleraar Nahon-Serfaty uit dat dé bron van alle problemen in Venezuela niet een gebrek aan natuurlijke hulpbronnen is, maar het wanbeleid dat Hugo Chávez de afgelopen jaren in het land gevoerd heeft. ‘De olie is zowel een hefboom voor de economische ontwikkeling geweest als een bron van corruptie’, stelt hij in dit artikel van El País uit 2016.

    De vraag die mensen me vaak stellen als ze horen dat ik Venezolaan ben luidt: ‘Hoe is het mogelijk dat een land dat zo rijk is aan olie, dat zo’n gunstige geografische ligging heeft, dat zo betrekkelijk dunbevolkt is, dat zo veel jonge mensen telt, dat zo’n heldhaftige geschiedenis heeft en dat ooit een redelijk functionerende democratie was – hoe komt het dat het nu zo’n ramp is? Daar is geen simpel antwoord op. Venezuela is een land van paradoxen. Het is waar dat het land heeft kunnen profiteren van enorme olie-inkomsten, vooral in de laatste jaren voordat de oliemarkt instortte. Het is zeker zo dat de natuurlijke omstandigheden van het land begerenswaardig zijn, met een Amazoneregenwoud, schitterende Caribische stranden, een indrukwekkend Andesgebergte en uitgestrekte vlakten tot zover het oog reikt. En het lijdt geen twijfel dat de bevolking jong is en de middenklasse tot de best opgeleide van heel Latijns-Amerika hoort.

    Maar het is heel goed mogelijk dat diezelfde gunstige eigenschappen de kiem van alle kwalen vormden waaraan Venezuela lijdt, kwalen die nog verergerd zijn in de jaren dat het land geregeerd werd door Hugo Chávez. De olie (door Juan Pablo Pérez Alfonzo – de Venezolaanse oprichter van de OPEC – ‘het excrement van de duivel’ genoemd) is zowel een hefboom voor de economische ontwikkeling geweest als een bron van corruptie voor een maatschappij die parasitaire trekjes heeft. De natuurlijke gesteldheid van het land, die een bron zou moeten zijn van lokale voedselproductie, van een verantwoord en duurzaam toerisme, van hulpbronnen zoals waterkrachtcentrales, om maar eens een paar zegeningen te noemen, biedt heden ten dage de droeve aanblik van braakliggende landen, ingestorte stuwdammen en wegblijvende toeristen die zijn afgeschrikt door het geweld en het gebrek aan basisgoederen en -diensten.

    Aquarium

    Wat is er met Venezuela gebeurd? Het antwoord is niet eenvoudig. Misschien dat een vergelijking – die ongetwijfeld mank gaat – deze paradox enigszins kan verklaren.

    Stel je een aquarium voor en verplaats je in de toeschouwers die van buitenaf naar dit aquarium kijken. De regeringsvorm die Venezuela de afgelopen zeventien jaar heeft gehad is door de onderzoeksjournalist Andrés Cañizález omschreven als een ‘mediarepubliek’. Chávez regeerde via de televisie. Zijn lange uitzendingen op zondag en zijn zogenaamde cadenas (waarbij zijn performance verplicht door alle radio- en tv-stations moest worden uitgezonden) waren het exclusieve toneel van El Comandante, waarop hij confiscaties afkondigde, prijzen vaststelde, subsidies toekende, rechters veroordeelde als hun vonnis hem niet beviel (dat deed hij met de vrouwelijke rechter Afuini), leden van de oppositie gevangen zette, ambtenaren ontsloeg en nationale en internationale bestuurders beledigde. Chávez maakte van zijn tv-regering ook een podium om maar een eind weg te kletsen met zijn pies- en poepgrappen (iedereen zal zich de uitzending nog herinneren waarin hij ‘zo nodig moest’), zijn goedpraten van misdaden (hij gebruikte het woord ‘goeddadigers’ voor de misdadigers die het Venezolaanse volk terroriseren) en zijn met een magisch-religieus sausje overgoten rituelen, zoals de profanatie van het graf van Bolívar.

    Het aquarium dat de Venezolaanse regering de afgelopen jaren is geweest, heeft alle trekken van een horrorshow

    Maduro gaat op dezelfde mediavoet verder, maar met minder succes dan zijn leermeester Chávez. De huidige president van Venezuela danste in 2014 met zijn vrouw op het eerste tv-net terwijl zijn trawanten en paramilitairen, beter bekend als de 
‘collectieven’, demonstrerende jongeren vermoordden. Ook Maduro heeft zich live in directe uitzendingen beledigend uitgelaten en alle revolutionaire barbaarsheden goedgepraat.

    Het aquarium dat de Venezolaanse regering de afgelopen jaren is geweest, heeft alle trekken van een horrorshow. Het land is getuige geweest van een spektakelbewind waarbij alle instellingen verloederden, de wet met voeten werd getreden en misdaden goedgepraat, waarin leden van de regering zichzelf tegenspraken, liederlijke taal uitsloegen en bijwijlen een verbijsterende onwetendheid en onkunde aan de dag legden. Wat gebeurt er buiten het aquarium? Er is natuurlijk een relatie tussen binnen en buiten. Zoals de mystici en de alchemisten zouden zeggen met betrekkingen tot het ‘hogere’ en het ‘lagere’: wat we in het aquarium zien – zichtbare ontaarding – correspondeert met wat de Venezolanen buiten het aquarium ervaren: een razendsnelle maatschappelijke ontaarding die zich uit in lynchpartijen, plunderingen, massale criminaliteit, ontvreemding van publieke gelden, smokkel, zwarte markten, gebrek aan medicijnen en voedingswaren, kilometerslange rijen voor basisgoederen – de lijst van calamiteiten is eindeloos.

    Het aquarium van Venezuela is een tweerichtingsverkeer. Om te ontsnappen uit die nachtmerrie waarin de hele tragedie zichtbaar is voor degenen die eronder lijden (met uitzondering van de geprivilegieerden die het land naar de knoppen helpen en een handvol chavistische fanatici), is het nodig om van binnenuit, dat wil zeggen vanuit de maatschappelijke instellingen en vooral vanuit de uitvoerende macht, een andere regeringsvorm te projecteren die waardigheid verleent aan het openbaar ambt en aan het taalgebruik, maar die vooral respect betoont voor de Venezolanen als burgers die het recht hebben in vrijheid over hun toekomst te beschikken.

    Muurschildering van Nicolas Maduro 
en Hugo Chavez in Caracas, Venezuela. – © Gregorio Marrero / Getty
    Muurschildering van Nicolas Maduro 
en Hugo Chavez in Caracas, Venezuela. – © Gregorio Marrero / Getty

    CONTEXT: 700 procent inflatie

    Het IMF verwacht voor het land van president Nicolás Maduro een inflatie van 700 procent – het meest in het oog springende cijfer in het halfjaarlijkse rapport Regional Economic Outlook: Western Hemisphere.

    ‘De economie van Venezuela is verder achteruitgegaan, met slepende binnenlandse politieke onlusten en een aanhoudend begrotingstekort (…) De deviezenreserve is voornamelijk gebruikt voor de import van primaire levensbehoeften ten koste van de import van halffabricaten en kapitaalgoederen. De productiviteit is sterk afgenomen (…)

    Het IMF, dat stelselmatig onder vuur genomen wordt door president Maduro, stelt dat Venezuela hervormingen moet doorvoeren om de monetaire financiering van het begrotingstekort te verminderen. Wil Venezuela macro-economische stabiliteit verkrijgen, dan zal het land volgens het internationaal orgaan ook een einde moeten maken aan de prijscontrole en de veelheid van wisselkoersen, en zal het de regelgeving op alle niveaus moeten hervormen. ‘Vooral zal een inspanning moeten worden geleverd voor een solide sociale zekerheid ter bescherming van de allerzwaksten.’

  • Leopoldo López: martelaar of samenzweerder?

    Leopoldo López: martelaar of samenzweerder?

    De Venezolaanse oppositieleider Leopoldo López werd op 11 september jl. veroordeeld tot dertien jaar cel voor zijn rol tijdens antiregeringsprotesten in 2014. In het Westen geldt hij als een verdediger van de vrijheid, maar in eigen land is zijn positie omstreden.

    Na de demonstraties die Caracas in februari 2014 op zijn kop zetten, oordeelde de Amerikaanse pers vooral gunstig over Leopoldo López, de Venezolaanse oppositieleider die sinds 18 februari 2014 gevangenzit. Het blad Newsweek noemde hem ‘een revolutionair die alles mee heeft’ en refereerde daarbij aan ‘zijn fonkelende chocoladebruine ogen en zijn hoge jukbeenderen’. The New York Times publiceerde een foto van de leider terwijl hij met opgeheven vuist tegenover een uitzinnige menigte stond en bood hem een forum in de krant. Op zijn vierenveertigste is Leopoldo López overal ter wereld de personificatie van vrijheid en democratie geworden.

    Maar in Venezuela is dit beeld complexer. Leopoldo López is gevangengenomen wegens brandstichting, ordeverstoring en samenzwering. Zijn gevangenneming volgde op de eerste grote betoging tegen de regering op 12 februari 2014, die drie mensen het leven kostte en tot wekenlange manifestaties, barricades en geweldsuitbarstingen leidde. De aanklachten tegen hem – volgens Amnesty International ‘ingegeven door politieke overwegingen’ – hebben hem ruim dertien jaar gevangenisstraf opgeleverd. Maar er blijft een felle discussie woeden tussen degenen die Leopoldo López als een verdediger van de vrijheid zien die het slachtoffer is geworden van verzonnen beschuldigingen, en degenen die in hem een gewelddadige fascist zien die zich tegen de regering van Nicolas Maduro keert.

    Vergeleken bij het geweld van de betogingen – waarbij 43 doden vielen, zowel onder de betogers van beide kanten als bij de nationale politie – is het proces tegen Leopoldo López betrekkelijk rustig verlopen.

    Sinds zijn arrestatie wordt López op handen gedragen door de jonge militanten
    Lilian Tintori (tweede van links), de echtgenote van Leopoldo López, met een afbeelding van haar gevangen gehouden man in 2014. © Manuel Hernandez / Xinhua
    Lilian Tintori (tweede van links), de echtgenote van Leopoldo López, met een afbeelding van haar gevangen gehouden man in 2014. © Manuel Hernandez / Xinhua

    Voorbeeld voor de jeugd

    Meestal werd het publiek in de rechtszaal gevormd door kleine groepjes sympathisanten onder aanvoering 
van Lilian Tintori, de vrouw van López. Andere leden van de oppositie pleitten weliswaar regelmatig voor zijn vrijlating, maar hielden zich verder op de vlakte. Toen de partij van Leopoldo López, Voluntad Popular, onlangs campagne voerde om de grondwet te herschrijven en de regering te reorganiseren, drong de leider van een rivaliserende oppositiepartij erop aan dat hij ‘zijn verantwoordelijkheid’ nam en zich ‘volwassen’ gedroeg. Een andere oppositieleider eiste ‘een eind aan de anarchie en de guarimbas’, de barricades die door de betogers waren opgeworpen.

    Sinds zijn arrestatie wordt López op handen gedragen door de jonge militanten. ‘Leopoldo is een man die zeer sterk aan democratische en katholieke waarden hecht,’ bevestigt Alejandro Aguirre, lid van Javu (Juventud Activa Venezuela Unida), een van de belangrijkste studentengroeperingen die 
de aanzet gaven tot de betogingen in februari 2014. ‘Hij is een voorbeeld voor de jeugd.’

    In mei 2014 nam Lilian Tintori, een voormalige mannequin, kitesurfkampioene en reality-tv-ster, deel aan een sympathiebetoging voor politieke gevangenen in Chacao in het district Caracas, waar haar man burgemeester en leider van de oppositie tegen de 
regering was. Chacao is ook een van 
de rijkste gemeenten van Venezuela.

    Deze dag bood een inkijkje in het 
mediapopulisme waardoor Leopoldo López en zijn partij aan invloed wonnen terwijl de traditionele oppositie, geleid door de coalitie MUD (Mesa de 
la Unidad Democrática) het onderspit moest delven. De diepe kloof tussen MUD, geleid door Henrique Capriles, 
en de jongere en radicalere gelederen van de oppositie, geleid door Leopoldo López, is hartstochtelijk uit de doeken gedaan door de Venezolaanse media. ‘Alleen Hugo Chávez wordt door de oppositie nog meer veracht dan Leopoldo López,’ verklaarde Mary Ponte van de centrum-rechtse partij Primero Justicia in 2009 volgens een Amerikaans diplomatiek kabeltelegram. ‘Het enige verschil tussen de twee is dat Leopoldo López veel knapper is.’ In ditzelfde document, ‘Het probleem-López’ getiteld, wordt de leider beschreven als ‘bron van de verdeeldheid binnen de oppositie’ en een man die ‘vaak als arrogant, wraakzuchtig en machtsbelust wordt omschreven, ook al erkent de partij zijn blijvende populariteit, zijn charisma 
en zijn organisatietalent’.

    Leopoldo López tijdens de protesten in 2014. – © Corbis
    Leopoldo López tijdens de protesten in 2014. – © Corbis

    Progressief

    Geen enkele Venezolaanse oppositieleider was er tot dan toe in geslaagd zich zo op het internationale podium te manifesteren als Leopoldo López. Zijn opkomst is met name te danken aan de afstand die hij heeft genomen van de bijzonder impopulaire staatsgreep van april 2002, toen militairen en grote zakenlieden Hugo Chávez voor 47 uur uit zijn functie onthieven. De twee advocaten die López en zijn familie vertegenwoordigen bevestigen dat ‘Leopoldo López de staatsgreep niet heeft gesteund en [dat] hij niet zijn handtekening heeft gezet onder het Carmona-decreet dat de vorming van een democratische overgangsregering van nationale eenheid, het afzetten van de president en het ontbinden van het parlement en het hooggerechtshof beoogde. Hij had evenmin banden met degenen die de staatsgreep pleegden.’
    De waarheid lijkt echter complexer, te oordelen naar gesprekken met belangrijke hoofdrolspelers in de staatsgreep van 2002, het profiel dat intimi van 
Leopoldo López schetsen, de artikelen in de Venezolaanse pers en de beelden en documenten uit Amerika.

    Leopoldo López werd geboren in 1971 als telg van een familie die tot de Venezolaanse elite behoort. Zijn moeder, Antonieta Mendoza, bekleedt een hoge functie in de groep Cisernos, een mondiaal mediaconglomeraat. Zijn vader, Leopoldo López Gil, is zakenman en lid van de redactieraad van het grote dagblad El Nacional.

    ‘Het enige verschil tussen Hugo Chávez en Leopoldo López is dat López veel knapper is’

    Op de Hun School van de Amerikaanse Princeton University, die onder zijn oud-leerlingen Saoedische prinsen, de zoon van een Amerikaanse president en die van een grote zakenman uit de Fortune 500 telt, zegt Leopoldo López zich bewust te zijn geworden van zijn verantwoordelijkheid tegenover het volk van zijn vaderland. Hij studeerde vervolgens aan Kenyon College in Ohio, waar hij in contact kwam met mensen die belangrijk zouden worden voor zijn toekomst, zoals Rob Gluck, politiek consultant en een van de oprichters van Friends of a Free Venezuela, een groepering die in de Verenigde Staten een felle mediacampagne voert voor de vrijlating van de oppositieleider.

    Volgens Rob Gluck, die ook zijn steentje heeft bijgedragen aan de verkiezing van Arnold Schwarzenegger tot Republikeins gouverneur van Californië in 2003, is Leopoldo López ‘altijd progressief geweest’ en zou hij zich in de Verenigde Staten op het centrum-linkse politieke vlak bevinden. Rob Gluck 
leidt de Friends of a Free Venezuela 
op vrijwillige basis, maar wel stuurt zijn kantoor rekeningen aan de familie van de oppositieleider voor, zoals hij het noemt, ‘het geven van ruchtbaarheid aan de situatie van Leopoldo’.

    Na Kenyon College ontmoette López op de Harvard Kennedy School een andere invloedrijke figuur die een van zijn belangrijkste medestanders is geworden: de Venezolaanse staatsburger Pedro Burelli, voormalig bestuurslid van de 
JP Morgan Bank en lid van de raad van bestuur van PDVSA, de nationale oliemaatschappij van Venezuela, totdat in 1999 Hugo Chávez aan de macht kwam.

    Een mislukte coup

    Pedro Burelli noemt zichzelf een ‘zeer goede vriend’ van Leopoldo López die, legt hij uit, medeoprichter van Primero Justicia was toen hij van 1996 tot 1999 bij PDVSA werkte. Primero Justicia zou in 2000 een oppositiepartij worden.
    In 1998 bleek uit onderzoek van het 
Venezolaanse ministerie van Financiën dat de moeder van Leopoldo López een bedrag van 120.000 dollar van 
de rekening van PDVSA naar die van Primero Justicia had overgemaakt, 
in de tijd dat Leopoldo en zijzelf bij 
de oliemaatschappij werkten – een transactie die in strijd was met de 
anticorruptiewet. De advocaten van López voerden aan dat Primero Justicia op dat moment een organisatie zonder winstoogmerk was, en hij is nooit voor deze aanklacht veroordeeld. Desondanks verklaarde Financiën hem onverkiesbaar voor enige publieke functie tussen 2008 en 2014.

    López verliet Primero Justicia in 2007 en zwalkte van de ene partij naar de andere tot aan zijn onrealistische kandidatuur voor de presidentsverkiezingen van 2012 namens zijn huidige partij Voluntad Popular. Hij speelde in die jaren een belangrijke rol bij de opkomst van de studentenbeweging binnen de Venezolaanse oppositie.

    López stelde zijn basis veilig maar bleef in de schaduw van zijn oude bondgenoot Henrique Capriles, leider van Primero Justicia en tweemaal kandidaat bij de presidentsverkiezingen. Maar Capriles leed een verpletterende nederlaag tijdens de presidentsverkiezingen van 2012, wat mede leidde tot het debacle van de oppositie tijdens de gouverneursverkiezingen van datzelfde jaar. In 2013, toen er nieuwe verkiezingen werden gehouden na de dood van 
Hugo Chávez, verloor Henrique Capriles opnieuw, ditmaal van Nicolas Maduro. Deze nederlagen brachten Leopoldo López en de met hem sympathiseren-
de studentenbeweging ertoe om in 
februari 2014 de straat op te gaan en het aftreden van Nicolas Maduro 
te eisen onder het scanderen van 
‘¡Libertad!’ en ‘¡Democracia!’

    Deze eis zou onmogelijk zijn geweest als de charismatische leider niet behendig afstand had genomen van een open wond van de Venezolaanse politiek: de korte poging tot een staatsgreep in 2002.

    Half april 2002, tijdens een algemene staking tegen PDVSA die werd gesteund door de oppositie en massale betogingen tegen (maar ook voor) Hugo Chávez, arresteerde een groep militairen en toplieden uit het bedrijfsleven de president. Pedro Carmona, de toenmalige voorzitter van de Federatie van Kamers van Koophandel van het land, werd als tijdelijke plaatsvervanger benoemd. Een door de samenzweerders opgesteld document werd ondertekend in Miraflores, het presidentieel paleis, op 12 april 2012, de dag waarop Hugo Chávez werd gearresteerd. Dit document, bekend onder de naam ‘Carmona-decreet’, ontbond het parlement en het hooggerechtshof en blies de verkiezingen van 1999 af.
    Hoge militairen hadden er al enkele dagen bij Hugo Chávez op aangedrongen om af te treden. De coupplegers hadden vervolgens – ten onrechte – bevestigd dat hij dat had gedaan. 
De krachten die Chávez gunstig gezind waren organiseerden op hun beurt massale betogingen en dreigden Pedro Carmona af te zetten, die daar onder 
de grote druk gehoor aan gaf. Hugo Chávez werd teruggebracht naar het presidentieel paleis.

    Deze poging tot een staatsgreep is 
nog altijd erg impopulair in Venezuela, vooral vanwege het besluit van Carmona om de grondwet ongeldig te verklaren, die door een verpletterende meerderheid van de Venezolanen was aangenomen, met inbegrip van talrijke sympathisanten met de oppositie. De impopulariteit van deze listige zet werd bevestigd door de opzienbarende overwinning van Chávez toen er later over gestemd werd.

    Leopoldo López heeft er voortdurend aan herinnerd dat hij het Carmona-decreet nooit heeft ondertekend – en niets wijst erop dat hij dat wel heeft gedaan – en dat hij op geen enkele manier betrokken was bij de organisatie van de staatsgreep. Toch stond hij niet zo ver van de coup en de samenzweerders af als hij wilde doen geloven. Onder de verantwoordelijken daarvoor en de ondertekenaars van het Carmona-decreet treffen we diverse intimi van López aan. Zoals Leopoldo Martínez, die samen met hem Primero Justicia leidde en korte tijd minister van Financiën was van de ‘regering’-Carmona, en María Corina Machado, zijn nauwste bondgenoot, die het 
decreet wel ondertekende, evenals 
Manuel Rosales, de voormalige leider van Un Nuevo Tiempo, de partij die López in 2007 had helpen opbouwen tot hij er in 2009 werd uitgezet. En 
tot de vierhonderd toplieden uit het bedrijfsleven en vertegenwoordigers van het leger, de media en de politiek die het decreet in Miraflores ondertekenden bevond zich ten slotte ook de vader van Leopoldo López.
    ‘Ik heb niets ondertekend,’ verzekerde deze me in mei 2015, ‘niemand onder de aanwezigen heeft ook maar iets ondertekend wat op een “decreet” leek. 
Er ging een presentielijst rond die vervolgens voor andere doelen is aangewend. Hoe zouden we iets hebben 
zkunnen ondertekenen wat we niet eens hadden gezien?’

    Videobeelden van de ondertekening van het Carmona-decreet op 12 april 2002 die pas kortgeleden zijn opgedoken geven echter een ander idee van wat er gebeurd is: een zaal vol mannen in pak applaudisseert verwoed tijdens de voorlezing van delen van het decreet waarin alle regeringsinstanties worden afgeschaft.

    In die tijd was Leopoldo López dertig en burgemeester van Chacao. Hij had de algemene staking en de grote mars van de oppositie gesteund die in april 2002 onmiddellijk aan de arrestatie van Hugo Chávez waren voorafgegaan. Twee gebeurtenissen die een beslissende bijdrage leverden aan het kortstondige succes van de coup.

    De politie zet een waterkanon in tijdens de protesten in 2014. – © Cristian Hernandez / Getty
    De politie zet een waterkanon in tijdens de protesten in 2014. – © Cristian Hernandez / Getty

    Misbruik

    Een opname van het televisieprogramma 24 Horas laat een Leopoldo López zien die, tijdens de parlementaire enquête die enkele maanden na de staatsgreep werd gehouden, duidelijk verheugd was over het afzetten van Chávez. ‘Die dag is voor mij altijd het begin van een onomkeerbare ontwikkeling geweest,’ verklaarde hij, ‘de dag waarop we aankondigden dat het masker van de dictatuur zou vallen en waarop we ons daarvoor uit alle macht hebben ingezet.’

    In een andere uitzending zien we Leopoldo López op 9 april de tribune beklimmen om tienduizenden op te zwepen door te roepen: ‘We blijven hier de hele nacht en morgen de hele dag, net zo lang tot de president vertrekt!’ (Volgens zijn advocaat ‘waren de betogingen geen poging tot een staatsgreep’.)

    Leopoldo López gebruikt herhaaldelijk de woorden renuncia (aftreden) en salida (vertrek) tijdens een interview op 11 april in Napoleon Bravo, het populaire ochtendprogramma van de zender Venevision. Hij geeft een korte beschrijving van hoe een ‘overgangsregering’ eruit zou kunnen zien en ziet slechts twee manieren om uit de crisis te geraken: een staatsgreep of de ontbinding van de regering.

    Natuurlijk is Hugo Chávez nooit afgetreden. Hij is gearresteerd. In zijn boek over de gebeurtenissen, Mi testimonio ante la Historia [Mijn getuigenis tegenover de geschiedenis] getiteld, merkt Pedro Carmona op dat de mars van 11 april zich in de richting van het hoofdkantoor van PDVSA begaf, maar dat hij werd omgeleid naar het presidentieel paleis, waar zich de pro-Chávez-betogers hadden verzameld. De confrontatie tussen de twee kampen liep uit de hand en negentien betogers (van beide kanten) werden gedood door kogels. Voor de fatale omleiding van de mars was ‘toestemming gegeven door burgemeester Leopoldo López’, schrijft Carmona.

    De meest controversiële affaire rond Leopoldo López blijft de arrestatie en gevangenzetting, op 12 april 2002, van Ramón Rodríguez Chacín, de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken.

    Leopoldo López en Henrique Capriles, die toen burgemeester was van Baruta (een andere gemeente in het district Caracas), hadden zich, zogenaamd 
gewaarschuwd door de buren, naar 
de op geen enkele manier beveiligde woning van de minister begeven om hem persoonlijk de dood van de negentien betogers ten laste te leggen en hem te arresteren. Waarom deze mensen zijn omgekomen is nooit opgehelderd.

    Er zijn ook beelden van López die tegen een journalist zegt dat ‘president Carmona op de hoogte is van deze arrestatie’, nog een aanwijzing dat hij mogelijk heeft samengewerkt met de verantwoordelijke voor de staatsgreep. (Toen Chávez weer aan de macht was, kwam er een aanklacht tegen Henrique Capriles en Leopoldo López wegens vrijheidsberoving, maar ze werden vrijgesproken in het kader van een algehele amnestie die heel wat stof heeft doen opwaaien. In een programma van een regeringsgezinde zender uit 2012 gaf López desgevraagd toe dat deze arrestatie een vergissing was.)
    In maart 2014 had ik een gesprek met Ramón Rodríguez Chacín, tegenwoordig gouverneur van de deelstaat Guárico, over de gebeurtenissen in 
april 2002. ‘Leopoldo is begonnen met de buren op te trommelen via zijn megafoon om bekend te maken dat ik een moordenaar was, dat ik verantwoordelijk was voor de doden van de vorige dag,’ aldus de voormalige minister. 
Een video toont hoe Ramón Rodríguez Chacín werd afgetuigd door de menigte.

    Hersenschimmen of waarheid? López is nooit officieel beschuldigd van het aanzetten tot een coup. Maar in zijn land is algemeen bekend dat hij een rol heeft gespeeld bij de ongeregeldheden van 2002, en deze zekerheid is ongetwijfeld van invloed geweest op de meningsvorming over zijn betrokkenheid bij de betogingen in Caracas in februari 2014.
In mei 2014 werd in een officieel regeringsrapport over de staatsgreep onthuld dat de ambassadeur van de Verenigde Staten in Colombia, Kevin Whitaker, en twee bondgenoten van Leopoldo López, María Corina Machado, tegenwoordig leider van de partij Vente Venezuela, en Pedro Burelli, zijn vriend van Harvard, betrokken waren bij een complot om Nicolas Maduro ‘uit te schakelen’ en de regering omver te werpen. Om deze beweringen te staven heeft de Venezolaanse regering onderlinge e-mails van de vermoedelijke samenzweerders gepubliceerd, evenals opgenomen gesprekken met Pedro Burelli, die tegenwoordig in McLean in Virginia woont. Deze laatste werpt alle beschuldigingen van zich af en verzekert dat de e-mails gefabriceerd zijn en dat er geen spoor van is terug te vinden op Google. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft de verwijten aan het adres van zijn ambassadeur afgedaan als ‘leugenachtige aantijgingen die deel uitmaken van een stortvloed van ongefundeerde aanvallen door de Venezolaanse regering op diplomaten van de Verenigde Staten’. María Corina Machado bestempelt de beweringen als ‘hersenschimmen’.


    Vreedzame overgang

    In september 2014 werd ook Lorent Saleh, medeoprichter van Javu, gearresteerd op verdenking van terroristische handelingen. Justitie heeft video’s gepubliceerd waarin hij sprak over het laten ontploffen van bommen in discotheken en drankwinkels, het in brand steken van gebouwen en het inschakelen van scherpschutters om de leiders van de bewegingen die Nicolas Maduro gunstig gezind waren te elimineren. Tijdens de betogingen van februari 2014 was dit soort incidenten niet van de lucht: diverse leden van de veiligheidstroepen en sympathisanten met het regime kwamen door kogels om het leven.

    Ten slotte werd in februari 2015 Antonio Ledezma, de burgemeester van Caracas en naast Leopoldo López en María 
Cornia Machado een van de hoofdfiguren tijdens de rellen van februari 2014, gearresteerd wegens rebellie en samenzwering in het kader van een nieuwe vermoedelijke couppoging. Lorent Saleh en Antonia Ledezma wijzen alle beschuldigingen van de hand. De advocaat van de laatste verklaart dat de aanklachten tegen zijn cliënt zijn ‘gebaseerd op falsificaties en verdraaiing van bewijslast’.

    De arrestatie van Antonio Ledezma vond plaats nadat hij precies een week eerder, ter gelegenheid van de verjaardag van de gebeurtenissen van 2014, samen met Machado en López een Oproep tot de Venezolanen voor een nationaal overgangsakkoord had gepubliceerd. Dit document beijvert zich voor een ‘vreedzame overgang’ van de regering van Nicolas Maduro, die volgens hen ‘in haar terminale fase’ zou verkeren.

    De Venezolaanse president heeft teruggeslagen door op 4 maart 2015 een ander document te publiceren dat aan de oppositie wordt toegeschreven, waarin een gedetailleerd overgangsplan van honderd dagen is uitgewerkt dat geheel strookt met het Carmona-decreet van 2002. Nicolas Maduro liet er geen twijfel over bestaan dat dit document was opgesteld door ‘gewelddadige individuen die in de gevangenis zitten’.

    Complotten en andere intriges zijn misschien wel een constante factor 
in de huidige Venezolaanse politiek, maar ze worden inmiddels overschaduwd door de economische crisis die het land doormaakt.

    Deze context lijkt de oppositie in de kaart te spelen: volgens recente peilingen moet Nicolas Maduro het zwaarst boeten voor de huidige crisis. Zijn populariteitsscore is in januari 2015 gedaald tot 23 procent, zijn laagste tot nu toe, terwijl die van Leopoldo López en Henrique Capriles in maart 40 procent steeg. (Het populariteitscijfer van de president is inmiddels weer gestegen tot 28 procent.) De Verenigde Socialistische Partij van Venezuela, die aan de macht is, blijft het best georganiseerd en behoudt grote steun onder de achtergestelde delen van de bevolking, wier stem doorslaggevend is voor de parlementsverkiezingen die zijn voorzien voor 6 december 2015.

    Volgens Luís Vicente León van het Venezolaanse studiecentrum Datanálisis heeft Leopoldo López het meest geprofiteerd van het oproer van 2014. De gevangenis heeft zijn imago verbeterd, aldus de analist, en sommigen zien in hem ‘een moedige martelaar die onterecht is opgesloten, een politieke gevangene die tot zeldzame solidariteit inspireert’.

    Zijn rijzende ster zou de ‘breuk’ binnen de oppositie best eens kunnen verdiepen, denkt León. Rest de vraag of de publieke opinie in hem een nieuwe stem zal zien voor democratische verandering of voor een radicaal getinte beweging.

    Roberto Lovato

    Biografie

    1971 Geboren in Caracas.
    1989 Gaat studeren in de Verenigde Staten.
    2000 Treedt toe tot de Venezolaanse oppositie. Wordt verkozen tot burgemeester van Chacao, een gemeente in het district Caracas.
    2002 Neemt actief deel aan de betogingen die voorafgaan aan de mislukte staatsgreep tegen Hugo Chávez.
    2014 Wordt gearresteerd na gewelddadige betogingen in het hele land.

  • Niet bang voor de tijd

    Niet bang voor de tijd

    Terwijl de Venezolaanse machthebbers proberen de oppositionele pers te muilkorven, strijdt een van de moedigste hoofdredacteuren onvermoeibaar voor een links-liberaal midden dat zich niet laat tiranniseren.

    Teodoro Petkoff is niet het soort hoofdredacteur dat reorganiseert en gratuite veranderingen in de lay-out doorvoert. Hij zorgde ervoor dat een generatie van jonge onderzoeksjournalisten nu op eigen kracht schittert in het verzet van de onafhankelijke pers tegen de aanslagen van het Maduro-bewind.

    Toen Petkoff begin 2000 zijn eerste hoofdartikel voor het ochtendblad Tal Cual schreef, aarzelde hij niet om er als kop ‘Dag Hugo!’ boven te zetten. Dat was niet de groet van een sympathisant, een meeloper of een strooplikker, maar de schalkse aankondiging dat een van de meest gezaghebbende en moedige figuren uit de Venezolaanse oppositie weer terug was op de barricaden.

    Een paar maanden eerder had Hugo Chávez, die destijds aan het begin van zijn lange en luidruchtige mandaat stond, zich nog op de borst kunnen kloppen dat hij een van de gezaghebbendste stemmen van de oppositie tot zwijgen had gebracht. Teodoro Petkoff was krap een jaar eerder directeur van El Mundo geworden, een uitgave van Cadena Capriles, de machtigste perscombinatie van Venezuela, die tegenwoordig in handen is van regeringsgezinde investeerders.

    Petkoff, die toen al over de zestig was en in de jaren zestig lid was geweest van de guerrillabeweging, is een rasecht politicus en een polemist van internationale allure. Maar hij was nog nooit hoofdredacteur van een krant geweest. ‘Ik ben erachter gekomen dat ik hiervoor, en voor niks anders, in de wieg ben gelegd’, zei hij een keer trots lachend tegen me.

    Het was waar: de oplage van de krant, destijds een traditioneel avondblad, was op een dieptepunt gekomen toen de directie van Cadena Capriles bedacht dat de krant misschien nieuw leven zou kunnen worden ingeblazen als ze iemand van de politieke oppositie tot hoofdredacteur benoemden die zowel controversieel als gerenommeerd was. Maar ze hadden nooit kunnen vermoeden welk een vlucht El Mundo onder leiding van de catire, zoals ze iemand met blond haar in Venezuela noemen, zou nemen.

    Petkoff was evenwel niet het soort hoofdredacteur dat met mannetjes gaat schuiven en gratuite veranderingen in de lay-out doorvoert. Met zijn onverwoestbaar provocerende, vernieuwende geest kreeg hij niet alleen voor elkaar dat de oplage van de zieltogende krant als een speer omhoog schoot, maar ook nog dat ze de kweekvijver werd voor een generatie van jonge onderzoeksjournalisten, die nu op eigen kracht schittert in het verzet van de onafhankelijke pers tegen de aanslagen van het Maduro-bewind.

    Hugo Chavez
    Hugo Chavez

    Reclame

    De beste reclame voor El Mundo was Hugo Chávez zelf. Meermalen toonde hij, woedend en donderend, de vlammende koppen boven de artikelen van Petkoff, of hij las een paar voor hem bijtende fragmenten uit zijn hoofdartikelen voor. Het was maar een kwestie van tijd eer Cadena Capriles onder de druk van Chávez zou bezwijken en Petkoff geen andere keus had dan het veld te ruimen. Maar de catire liet het er niet bij zitten.
    Samen met zijn vele vrienden bewoog hij hemel en aarde, en na korte tijd verscheen Tal Cual [‘Zo is het’], het invloedrijke opiniërende ochtendblad dat nu getuige is van de meest gewelddadige aanvallen op de vrijheid van meningsuiting in Venezuela in de afgelopen vijftig jaar.

    Vijftien jaar lang is er geen dag voorbijgegaan zonder dat de krant zich ferm heeft gekeerd tegen het streven van Chávez en zijn politieke erfgenamen om de vrijheid van meningsuiting in Venezuela rücksichtslos en met alle ter beschikking staande middelen de nek om te draaien.

    Dat streven begon al toen Chávez nog leefde, met de onteigening en het willekeurig sluiten van televisiestations, het vrijwel volledig monddood maken van de radio en het invoeren van draconische wetten die, tezamen met absurde gerechtelijke vonnissen, de zelfcensuur in de media aanwakkerden. Daar is recentelijk nog de financiële intimidatie bijgekomen van de afgeknepen papierleverantie en de censuur die ‘gekocht’ werd doordat met hulp van regeringsgezinde investeerders publiciteitsmedia en toeleveringsbedrijven werden opgekocht. Daarnaast ontbrak het niet aan direct lijfelijk geweld tegen individuele journalisten, van wie er enkele de gevangenis in gingen.

    Sinds het begin van de demonstraties, ruim twee maanden geleden, waarbij al meer dan veertig doden zijn gevallen, hebben verschillende Venezolaanse organisaties, zoals de vakbond van journalisten en de nationale ombudsman, 111 journalisten geteld die tijdens onlusten gewond raakten of werden beroofd van hun apparatuur, die vervolgens in veel gevallen door de oproerpolitie werd vernietigd. Het kon niet uitblijven dat ook Tal Cual schade opliep van een dergelijke aanslag op de vrijheid van meningsuiting.

    Deze keer kwam de aanslag in de gedaante van een juridische aanklacht die vaak gebruikt wordt door autoritaire Latijns-Amerikaanse neopopulisten, van Rafael Correa in Ecuador tot Cristina Kirchner in Argentinië: belediging van een hoge ambtenaar in functie.

    Teodoro Petkoff
    Teodoro Petkoff

    Rolmodel

    El País deed op 18 maart jl. verslag van een rechtszaak tegen de tabloid, die was aangespannen door Diosdado Cabello, voorzitter van de Nationale Assemblee, die wordt beschouwd als de tweede sterke man van het regime. ‘Een rechtbank in Caracas nam twee weken geleden een aanklacht in behandeling van Cabello, die de krant beschuldigde van “grove smaad” jegens zijn persoon. Naast financiële genoegdoening eist de hoogwaardigheidsbekleder gevangenisstraf voor Petkoff, voor de directie van de krant en voor de auteur van het stuk waarin Cabello in diskrediet zou zijn gebracht, te weten Carlos Genatios, een ex-minister van Chávez en dissident van het bolivarionisme.’

    Petkoff aarzelde niet om de tegenaanval in te zetten en diende een aanklacht in bij het OM, waarin hij stelde dat Cabello 23 dagen vóór de publicatie van het gewraakte artikel in Tal Cual zijn juridisch vertegenwoordiger een volmacht had gegeven; dit rechtvaardigt het vermoeden dat de messen al van tevoren geslepen waren om van elke aanleiding, hoe klein ook, gebruik te maken. In 2007 had Tal Cual al een boete moeten betalen van 20.000 dollar voor een satirisch stukje waarin de naam van de dochter van wijlen Chávez werd genoemd.

    Petkoff, die van Bulgaarse afkomst is, werd algauw een icoon en een rolmodel voor het Latijns-Amerikaans marxistisch revisionisme toen hij in 1971, samen met een groepje vooraanstaande oud-kameraden, uit de Communistische Partij stapte en een nieuwe, gematigder partij oprichtte. Gabriel García Márquez doneerde destijds al het geld van de literaire prijs Rómulo Gallego, die hij voor Honderd jaar eenzaamheid had gekregen, aan de jonge partij, voor de aankoop van een rotatiepers. Petkoff kreeg het volle pond van de banvloek van het internationaal stalinisme over zich heen, onder anderen van premier Leonid Brezjnev en de Franse filosoof Jean-Paul Sartre.

    Dertig jaar later zegde hij het lidmaatschap van zijn eigen partij op, toen het bestuur besloot Hugo Chávez in de presidentsverkiezingen van 1998 te steunen. Als verklaard bewonderaar van Clint Eastwood en zijn vermogen om zichzelf steeds weer opnieuw uit te vinden begon Petkoff vervolgens aan een tweede carrière als hoofdredacteur. Inmiddels heeft hij, geconfronteerd met de papierschaarste die met opzet door de regering is veroorzaakt, besloten _Tal Cual _volledig naar het internet te verhuizen. ‘Ze zullen ons niet de mond snoeren’, zei hij bits in een hoofdartikel.

    In de tijd dat wij van mijn generatie jong waren, was Teodoro Petkoff voor ons een rolmodel en een mentor, die onze aandacht niet vestigde op ‘mei ’68’ maar op de ‘Praagse lente’, waarmee hij de stoot gaf tot een links-liberaal platform dat we sindsdien niet meer hebben verlaten.

    ©  Gabriel S. Delgado C.
    © Gabriel S. Delgado C.

    Tirannie van de 21e eeuw

    ‘Hij is een van die mensen die samenvallen met hun legende’, schreef onlangs de Venezolaan Jean Maninat, een vooraanstaand ex-functionaris van de Internationale Arbeidsorganisatie. ‘Iemand die vecht voor zijn overtuigingen en die het vermogen en de moed bezit om te erkennen dat hij zich vergist heeft. Zijn eenvoudige levensstijl staat in schril contrast met de schandalige protserigheid van de machthebbers die hem de mond proberen te snoeren uit naam van een “socialisme van de eenentwintigste eeuw”, dat niet meer is dan een hersenloze vogelverschrikker vol oliedollars.’

    In het tv-programma dat hij voor de nieuwszender Globovisión maakte – tot ook die werd aangekocht door regeringsgezinde financiers – zei Petkoff onlangs: ‘Elke keer als een buitenlandse journalist me vraagt naar het socialisme van de eenentwintigste eeuw, antwoord ik dat ik niet heb gebroken met het totalitarisme van de twintigste eeuw om vervolgens vrede te hebben met welke vorm van tirannie dan ook in deze eeuw.’

    Gabriel García Márquez, met wie hij bevriend was, zei in 1983 naar aanleiding van zijn kandidatuur voor het presidentschap: ‘Teodoro is niet bang voor de tijd, en dat is misschien wel het meest karakteristieke van zijn leven: hij heeft tijd te over om alles te doen wat hij wil.’

    Tal cual: zo is het.

    Auteur: Ibsen Martínez
    Vertaler: Jos den Bekker

    El País
    Spanje, dagblad, oplage 397.000
    Zes maanden na de dood van Franco opgericht. Prachtige tabloidkrant met exquise journalisten en bijdragen van grote Spaanse schrijvers.