Voorzichtige versoepeling van sancties tegen Maduro
De regering-Biden heeft besloten een gebaar te maken en versoepelt enkele sancties tegen Venezuela om zo te proberen de dialoog tussen het regime van Nicolás Maduro en de oppositie aan te moedigen, zei een hoge Amerikaanse ambtenaar dinsdag, aldus El País. Het besluit lijkt zijn vruchten te hebben afgeworpen: kort na de aankondiging kwamen de socialistische regering en de oppositie bijeen om de besprekingen te hervatten. De onderhandelingen, die vorig jaar in Mexico waren begonnen, werden in oktober onderbroken.
Na de Russische inval in Oekraïne zijn de regeringen van de VS en Venezuela nader tot elkaar gekomen
De veranderingen zijn niet materieel ingrijpend, maar geven wel degelijk een signaal af. Bovendien zei een hoge regeringsambtenaar dat bijkomende stappen kunnen worden ondernomen indien de dialoog gunstig verloopt, en de versoepelingen teruggedraaid kunnen worden wanneer dit niet het geval is. Met haar nieuwe besluit zal de regering de Amerikaanse oliemaatschappij Chevron toestaan te onderhandelen over een vergunning met de staatsoliemaatschappij PDVSA. Chevron mag nog steeds niet boren op Venezolaans grondgebied of olie uit het land exporteren.
Na de Russische inval in Oekraïne zijn de regeringen van de VS en Venezuela nader tot elkaar gekomen. Venezolaanse olie wordt vanwege de sancties tegen Rusland van grotere strategische waarde.
‘Het jaar 2022 begon met veel geweld in drie dorpen in het Colombiaanse departement Arauca’, schrijft de Colombiaanse krant El Espectador. De dissidenten van de FARC en het Nationale Bevrijdingsleger (ELN) voeren strijd om het grensgebied met Venezuela, ondanks de aanwezigheid van de burgerbevolking in Tame, Fortul en Saravena. Arauca is een strategisch gebied voor de drugshandel waarmee de guerrilllabewegingen hun strijd financieren.
Volgens Etelivar Torres, burgemeester van Arauquita, ligt het aantal doden in het departement rond de zeventien. De autoriteiten in de regio spreken van een risico op ontheemding van tweeduizend mensen.
Sinds het vredesakkoord van 2016 heeft de leiding van de FARC, een communistische, revolutionaire guerrillagroep, de gewapende tak opgeheven. Echter, er zijn verschillende fracties van de rebellengroep die de strijd hebben voortgezet. De marxistisch-leninischtische fractie ELN heeft zich niet aangesloten bij het vredesakkoord. In 2017 ontvoerde zij de Nederlandse programmamaker Derk Bolt en zijn cameraman. De groepen voeren onderling strijd om strategische posities.
De regering van Venezuela kondigde maandag aan dat het de grens met Colombia gaat openstellen, meldt de Colombiaanse krant El Universal. Venezuela had in februari 2019 de landgrenzen gesloten tijdens de impasse tussen president Nicolás Maduro en oppositieleider Juan Guaidó, die door zo’n vijftig landen, waaronder de VS en Colombia, als interim-president wordt erkend. Caracas had ook de diplomatieke betrekkingen met Bogotá verbroken nadat Colombia Juan Guaidó als interim-president had erkend.
De twee landen delen een grens van 2200 kilometer
De grens was al sinds 2015 bijna volledig gesloten wegens spanningen tussen de twee buurlanden. De twee landen, die in ideologisch opzicht tegenover elkaar staan, delen een grens van 2200 kilometer.
Thailand wil met een economisch stimulerings- en investeringspakket rijke wereldburgers, gepensioneerden en hoogopgeleide professionals uit het buitenland aantrekken om de economie na de pandemie nieuw leven in te blazen. Lokkertjes zijn onder meer een tienjarig Thais visum voor het hele gezin. Daarnaast hoopt Thailand buitenlanders over de streep te trekken met automatische werkvergunningen, dezelfde inkomstenbelasting als Thaise burgers en belastingvrijstelling voor elders verworven inkomsten en eigendommen, meldt The Bangkok Post.
De regering hoopt in de komende vijf jaar meer dan een miljoen professionals naar Thailand te trekken
De regering hoopt zo in de komende vijf jaar meer dan een miljoen gekwalificeerde mensen naar Thailand te trekken, aldus regeringswoordvoerder Thanakorn Wangboonkongchana. ‘De regering verwacht dat deze buitenlanders gemiddeld een miljoen baht, circa 25.520 euro, per persoon per jaar uitgeven gedurende hun verblijf in Thailand, oftewel ongeveer een biljoen baht in de komende vijf jaar.’ Daarnaast rekent de regering erop dat de bezoekers met langetermijnvisa zeker zo’n 540 miljard baht aan belastingen zullen afdragen.
De terugloop van toerisme door corona heeft het levensonderhoud gedecimeerd van duizenden toerisme- en horecamedewerkers in Kenia. Zo verdient een alleenstaande moeder met twee kinderen in Nairobi, die elke maand zo’n 850 euro ontving als gids voor een safaribedrijf, nu nog slechts tussen de 85 en 127 euro per maand door vis te koken en te verpakken voor buren, vrienden en klanten die ze via Facebook vindt, schrijft The New York Times.
Vóór de pandemie was Kenia de op twee na grootste toeristische bestemming in Afrika
Vóór de pandemie was Kenia de op twee na grootste toeristische bestemming in Afrika. Toerisme droeg jaarlijks met 1,37 miljard euro bij aan de nationale economie en zorgde voor 1,1 miljoen banen, oftewel ruim 8 procent van de werkgelegenheid in het land. Het coronavirus was desastreus: tijdens het hoogseizoen tussen juli en oktober vorig jaar werden de meeste boekingen geannuleerd, met ontslagen en salarisverlagingen tot gevolg. Veel reisorganisaties moesten de deuren sluiten. De toerismesector in Kenia en andere Oost-Afrikaanse landen krijgt amper hulp van de overheid.
Onder voormalig leider Hugo Chávez zijn de eerste stappen gezet op weg naar het gewelddadige pact tussen politiek en misdaad in Venezuela en in de rest van Latijns-Amerika, aldus dit heldere betoog. Hoe kan de rest van de wereld leren van zijn fouten?
Met de conflicten tussen rechtsstaat en criminaliteit beleeft Venezuela wellicht de ernstigste veiligheidscrisis in de geschiedenis van het continent. Uit de Venezolaanse situatie zijn belangrijke lessen te trekken voor heel Latijns-Amerika in de strijd van regeringen om het gezag over hun grondgebied. Venezuela is een extreem voorbeeld van de ene fout na de andere en in die zin een volmaakt handboek voor wat je niet moet doen.
Veiligheid is mensenrecht nummer één. Aan gezondheid, onderwijs of andere grondrechten heb je niets als je wordt bedreigd of in angst leeft. Criminelen gedogen, formeel of daadwerkelijk een pact met hen sluiten, betekent burgers hun rust ontnemen en misdadigers ruim baan geven.
De veiligheidspolitiek van het huidige Venezuela gaat terug op 1999, toen Hugo Chávez de volgende publieke verklaring aflegde: ‘Als ik arm was, zou ik stelen.’ Hij zag delinquenten als slachtoffers van sociaal onrecht. Chávez hervormde de openbare veiligheid door haar te politiseren, ontmantelen en militariseren. Politieke tegenstanders werden gevaarlijker geacht dan criminelen. De oppositie werd vervolgd, misdaad werd getolereerd en de rechtsstaat verzwakte. Als gevolg groeide de misdaad exponentieel en inmiddels vecht de regering tegen honderden criminele bendes in het hele land.
Vóór Chávez gold Venezuela als een relatief veilig land, waar jarenlang miljoenen Colombianen hun toevlucht zochten om te ontsnappen aan de gewelddadigheden in eigen land. In 1990 stond het aantal moorden in Venezuela op 10 per 100.000 inwoners, rond 2002 steeg dat aantal naar 45 en in 2018 naar 81,4; het hoogste cijfer op het continent en wereldwijd een van de hoogste.
Vier regeringsbesluiten
Samenvattend zijn het vier regeringsbesluiten geweest die deze ontwikkeling in de hand hebben gewerkt: de ontmanteling van de politie, de afspraken met de stedelijke gangs, het gevangenisbeheer door delinquenten en het beleid om guerrillastrijders uit Colombia onderdak te bieden. Hierover zei een linkse Braziliaanse vriend die werkzaam was bij de beveiliging van zijn land: ‘Het duurde even voor we doorhadden dat het kwaad bestaat en universeel is, en dat je misdadigers, preventieprogramma’s of niet, altijd moet vervolgen.’
De oorspronkelijke partij van Chávez heette Movimiento Quinta República (Beweging van de Vijfde Republiek). De eerste drie republieken eindigden met de dood van Bolívar. De vierde werd door Chávez getypeerd als oligarchisch, neoliberaal, et cetera. Net als alle andere populisten ontkende hij het recente verleden en bepaalde hij dat de nieuwe geschiedenis begon met hem en zijn Vijfde Republiek, gebaseerd op een ‘revolutionair, links nationalisme’ dat de ‘bolivariaanse revolutie’ met zich meebracht. Chávez’ politieke hervorming hield onder andere de ontbinding in van alle bestaande politiecapaciteit. Dit leidde tot een afbraak van de veiligheid, evenals een afbraak van expertise, middelen, kennis en operationele capaciteit.
Het veiligheidssysteem werd ontmanteld en omgebogen om de regering te beschermen, niet de burgers
Chávez pleitte voor een civiele hervorming van de politie om schending van mensenrechten te voorkomen, maar in de praktijk droeg hij de beveiliging over aan loyale militairen. Tweeduizend officieren werden bevorderd tot generaal. Deze politisering ging ten koste van de grondwettelijke basis, de discipline, de kwaliteit van de evaluaties, het promotiestelsel en alle denkbare professionele daadkracht. Het eind van het liedje was dat het veiligheidssysteem werd ontmanteld, van z’n professionaliteit ontdaan, gecorrumpeerd en omgebogen om de regering te beschermen, en niet de burgers. De delinquenten verdwenen naar het tweede plan, de prioriteit lag voortaan bij het bespioneren, controleren, vervolgen, gevangennemen en dagvaarden van tegenstanders, ook binnen het leger zelf. Ondertussen werden er concessies gedaan aan de delinquenten, die werden gedoogd en ongecontroleerd in aantal toenamen.
Om sociaal en politiek nader te komen tot de arme wijken waar misdaad voorkwam, werden in eerste instantie de zogenaamde círculos bolivarianos opgericht, sociale verbanden met een culturele en ideologische grondslag, daarna de beruchte colectivos, die een heel belangrijke rol hebben gespeeld bij de onderdrukking van tegengeluiden, en tot slot, toen de onveiligheid toenam, werd geprobeerd de buurten te pacificeren door zogenaamde ‘vredeszones’ te creëren. De connectie tussen sociale politiek en misdaad ontstond doordat Chávez zijn beleid voorstelde als een gewapende revolutie die verdedigd moest worden door middel van volksmilities. Maar zijn regering had een electorale basis, er was nooit sprake van een echte revolutie geweest. Het chavismo kon rekenen op stemmers, volgers en sympathisanten, maar er had geen strijd plaatsgevonden die voldoende ideologische activisten opleverde, er bestond geen revolutionaire mystiek, maar geld en cliëntelisme op grote schaal. Vandaar dat het chavismo, toen het erop aankwam de verdediging van de revolutie te organiseren, uiteindelijk gewelddadige figuren in de volkswijken ging rekruteren, onder wie de zwaarste delinquenten, die uiteraard eindigden als leiders die hun gemeenschappen controleerden uit naam van de bolivariaanse revolutie. Bij gebrek aan een revolutionair leger kocht Chávez de militairen om en bij gebrek aan volksmilities bewapende hij delinquenten.
Politiek en misdaad
Alles wat het chavismo op sociaal en politiek vlak in de gemeenschappen wilde doen, ging via de colectivos, die bovendien werden bewapend door de regering zelf. Op een gegeven moment stonden tienduizenden inwoners onder toezicht van beruchte delinquenten, aanvankelijk vrienden maar inmiddels vijanden van de regering. Uiteindelijk verloor het chavismo de controle over haar eigen monster en vond een late repressieve reactie plaats die uitliep op een bloedige oorlog, die de veiligheidsdiensten nu aan het verliezen zijn. In een poging het geweld een halt toe te roepen zag de regering zich genoodzaakt om een pact met de delinquenten te sluiten door middelen, diensten en toezicht aan hen over te dragen in gebieden waar de staat zich niet langer waagt.
De vermenging van politiek en misdaad is niet voorbehouden aan Venezuela. Het paramilitairisme in Colombia liep uit op criminaliteit en drugshandel, denk aan de FARC en de ELN. In Nicaragua doken na de contrarevolutionaire oorlog bandieten op die de benaming recompas, recontras en revueltos kregen. In Mexico had je de Zetas, die voortkwamen uit de Fuerzas Especiales del Alto Mando, de hoogste speciale militaire eenheid in het Mexicaanse leger. In Argentinië ontpopten militairen uit de dictatuur zich als ontvoerders. In Guatemala werden de kaibiles, die de guerrilla’s in de jungle hadden verslagen, geronseld door Mexicaanse drugsdealers. In de jaren negentig gebruikten Zuid-Amerikaanse guerrillastrijders ontvoeringen als inkomstenbron in Brazilië en Mexico. Maar wat in Venezuela opvalt, is de massale schaal waarop met de criminelen wordt samengewerkt en de mate van macht die ze van de regering hebben gekregen.
Vanwege de overbevolkte gevangenissen en de veelvuldige opstanden bedacht het chavismo een reclasseringsprogramma dat stoelde op het idee van de delinquent als slachtoffer. Ze creëerden een soort zelfbestuur in de gevangenissen, gevormd door de gevangenen zelf. Al met al kwamen de gevangenissen in handen van de zwaarste en gewelddadigste bajesklanten, want die waren het geschiktst om hun gezag te doen gelden en de onderlinge orde te handhaven. Maar het geweld en de opstanden hielden aan en de gevangenissen veranderden op den duur in domeinen onder crimineel toezicht. De gevangenen zijn gewapend, ze plannen delicten, organiseren feesten, beschikken over zwembaden en een pinautomaat om het geld van afpersingen en ontvoeringen te innen. De regering van Venezuela heeft op grotere schaal herhaald wat in Colombia in 1991 met Pablo Escobar gebeurde, die zijn eigen gevangenis mocht ontwerpen, die bekendstond als La Catedral [De Kathedraal].
De vraag was niet langer of je criminelen moest verslaan, maar of je ertoe in staat was of niet
Uiteraard vond niet iedereen dit de juiste weg. Er waren chavistische leiders die verklaarden dat je niet moest samenwerken met de maffia, maar het was te laat. De vraag was niet langer of je criminelen moest verslaan, maar of je ertoe in staat was of niet. Er zijn honderden bulletins, essays en al dan niet officiële video’s die getuigen van de grote misdaadexplosie en de oorlog waaronder Venezuela gebukt gaat. Laten we proberen een paar van de meest dramatische feiten samen te vatten.
Naar de precieze hoeveelheid bestaande bendes kan je natuurlijk slechts gissen. Bovendien splitsen ze zich vaak op, hergroeperen zich en wisselen constant van leider, zoals altijd en overal gebeurt met criminele groeperingen. Maar er is overweldigend bewijs dat het er honderden zijn. Ze zijn, zoals de Venezolaanse politie zelf erkent, in 18 van de 24 staten van het land werkzaam en operationeel verbonden met de zogeheten pranes die de gevangenissen controleren. De bendes hebben tienduizenden jongeren van gemiddeld 25 jaar en zelfs kinderen in hun gelederen. Ze beschikken over automatische geweren, handgranaten, pistolen, de nieuwste communicatiemiddelen, drones en soms nog zwaarder geschut, zoals raketwerpers en zware mitrailleurs.
De meeste bendes gebruiken namen die passen bij een criminele groepering, bijvoorbeeld Cara de Perro (Hondekop), Culón (Dikke Reet), Los Morochos (De Bruinen), Cara de Hulk (Hulkenkop), et cetera. Andere groepen zijn een duidelijk mengsel van misdaad en politiek; zo was er één die een politieke partij werd met de naam Tupamaros, die Maduro begon te bekritiseren. Maduro ontnam ze hun legaliteit, maar de Tupamaros belegden een gewapende bijeenkomst en kregen prompt hun legaliteit terug, met posities in het Nationaal Congres en al. In één geval creëerden de delinquenten hun eigen geldmiddel, de panal, met het gezicht van Chávez erop. De criminelen organiseren kinderfeesten, houden toezicht, vermoorden dieven die zich op hun terrein wagen, delen voedselpakketten uit die ze van de regering krijgen of stelen, organiseren begrafenissen, sportevenementen en concerten voor de bewoners, maar doen tegelijkertijd aan ontvoeringen, overvallen en afpersing. Ze handelen in drugs en voeren oorlog met andere bendes en met de politie als die hun territorium betreedt.
Precaire vrede
In een artikel in The New York Times heet het dat ‘Maduro in zijn redevoeringen stabiliteit wil uitdragen terwijl het land ineenstort’. De gangs heersen in de wijk 23 januari, op maar vijftien minuten van het Palacio de Miraflores, de presidentiële residentie. Daar doet Maduro alle mogelijke concessies om een precaire vrede te handhaven. Vanaf 2015 heeft de politie pogingen gedaan om de belangrijke leider Carlos Luis Revete, alias el Koki, te pakken te krijgen. Zijn machtsgebied ligt in de zogenaamde Cota 905, op maar drie kilometer van het presidentiële paleis, maar el Koki sluit bondgenootschappen met andere bendes om zijn gezag uit te breiden naar andere wijken van Caracas. Acties om hem te stoppen zijn op niets uitgelopen. Er zijn veel doden gevallen, inclusief politiemannen en burgers. In juli dit jaar viel el Koki een kazerne van de nationale garde aan, waarna er drie dagen lang confrontaties plaatsvonden die zich uitstrekten tot belangrijke verkeersaders in de hoofdstad. Aan eerdere onderhandelingen met deze bende nam vicepresident Delcy Rodríguez deel, hierbij werd afgesproken dat de politie zich niet op het terrein van el Koki zou begeven.
De grens tussen Venezuela en Colombia – in de deelstaten Táchira, Apure en Amazonas – is aan het veranderen in een soort derde land, beheerst door diverse Colombiaanse criminele groeperingen die dik geld verdienen aan de handel in drugs en goud en andere misdadige activiteiten. Deze groeperingen hebben zich ook uitgebreid naar de deelstaat Bolívar, op de grens met Brazilië. Net als in de stedelijke gebieden hebben de bendeleiders het op deze plekken voor het zeggen. Maar zoals te verwachten was, begonnen de FARC-dissidenten uiteen te vallen en raakten ze met elkaar in conflict over grondgebied en geld. Maduro besloot partij te kiezen, de controle te herwinnen en het geweld dat door zijn vrienden werd veroorzaakt te stoppen. Hij stuurde mei dit jaar het leger met geblindeerde voertuigen en zwaar geschut naar de deelstaat Apure, maar Maduro’s troepen leden een verpletterende nederlaag. De soldaten stapten op landmijnen, de geblindeerde voertuigen werden in hinderlagen gelokt en vernietigd; de teller stond op zestien doden, talrijke gewonden en acht militaire gevangenen. Uiteindelijk liep het uit op een onderhandeling met de Colombiaanse criminelen: ze lieten de gevangenen vrij en het leger trok zich terug en liet het gebied in handen van de FARC-dissidenten, die daar hun eigen republiek aan het stichten zijn onder de naam Segunda Marquetalia, naar de voormalige communistische boerenenclave.
Al met al is duidelijk dat het moreel bij de cipiers in de gevangenissen, de politiemensen en de militairen in Venezuela ernstig is aangetast. Van een strijdbare houding kan geen sprake zijn, want het heeft geen zin je leven te wagen om criminelen te bestrijden wie de regering zelf de hand heeft gereikt en gesteund. Anderzijds willen de corrupte en rijk geworden leiders een goed leven zonder gedoe, met als gevolg duizenden deserties. Maduro’s oplossing was het opzetten van een nieuw politiekorps onder de naam Fuerza de Acciones Especiales de la Policía Nacional Bolivariana, algemeen bekend als FAES, bedoeld voor speciale acties. Deze politie-‘elite’ houdt het gezicht bedekt, draagt geen legitimatie behalve een doodshoofd op het uniform, en vormt in feite een doodseskader. Volgens de cijfers die de regering overhandigde aan het team van de hoge commissaris voor de rechten van de mens van de Verenigde Naties, Michelle Bachelet, stierven alleen al in 2018 omstreeks 5300 mensen wegens ‘verzet tegen het gezag’. Deze agenten verdienen meer en hebben toestemming om zonder represailles te plunderen en te moorden.
Als de regering qua gezag gaten laat vallen, vullen criminelen die vanzelf op
Hun slachtoffers zijn inwoners van de arme wijken die voorheen het chavismo onvoorwaardelijk steunden. De FAES bestaat in feite uit moordenaars, en dat was de enige oplossing die Maduro kon bedenken om te proberen een halt toe te roepen aan de criminele explosie waarvoor het chavistische beleid verantwoordelijk was. De FAES is er echter niet ter bescherming van de burgers maar van de regering, want de delinquenten ontvoeren graag familieleden van militairen of leden van de chavistische elite. Het uiteindelijke gevolg van Chávez’ politiehervorming is dat de politie en de bendes inmiddels moreel quitte staan. Ze bestaan beide uit gewelddadige, meedogenloze sujetten. Op 20 november 2020, tijdens een interview dat door de officiële televisie werd uitgezonden, gaf de hoofdaanklager van Venezuela, Tarek William Saab, toe dat de politiemensen van de FAES met behulp van delinquenten roofovervallen, autodiefstallen en ontvoeringen plegen. Het bewijst hoe een veiligheidspolitiek gebaseerd op toegeeflijkheid jegens de misdaad niet alleen het moreel van politiemensen aantast, maar hen uiteindelijk zelfs in delinquenten verandert.
Dat de concentratie van rijkdom onveiligheid met zich meebrengt mag vanzelfsprekend lijken, maar het feit dat de onveiligheid toeneemt bij herverdeling van de rijkdom, zoals in Venezuela gebeurde, maakt een einde aan de hardnekkige mythe dat armoede zou samenhangen met onveiligheid. India telt meer armen dan de Verenigde Staten, toch zijn er in de Verenigde Staten meer moorden per inwonersaantal. Armoede genereert niet automatisch onveiligheid; wat wel onveiligheid genereert is moreel verval, een zwakke staat, een cultuur van corruptie en politiek-sociale polarisatie. Een lange periode van politieke instabiliteit, van interne verdeeldheid of de vervorming of verkwanseling van de burgerlijke waarden kunnen een veel negatiever effect op de veiligheid hebben dan ernstige ongelijkheid. Het klassieke, emblematische voorbeeld is Sicilië, waar een direct verband bestaat tussen de geschiedenis van oorlogen, instabiliteit en geweld enerzijds en een afkeer van staatsbemoeienis en de macht van de maffia anderzijds.
Privatisering van geweld
Het is gebruikelijk dat er in het politieke debat zorgen worden geuit over de privatisering van de gezondheid, het water, het onderwijs, et cetera, maar er is maar heel weinig aandacht voor de privatisering van het geweld, dat een monopolie van het landsbestuur hoort te zijn. Als de regering qua gezag gaten laat vallen, vullen criminelen die vanzelf op. Wanneer de misdaad floreert, ontneemt ze de staat drie essentiële monopolies: geweld via gewapende groepen, rechtspraak via executie en belastingheffing via afpersing. De georganiseerde misdaad bereikt haar hoogste ontwikkelingsniveau als ze kan bogen op financiële armslag, gewapende macht, gecoöpteerde of geïnfiltreerde autoriteiten, grondgebied, een sociale basis, globale connecties en een expanderende criminele cultuur. Die criminele cultuur uit zich wanneer er een hoge graad van territoriale controle en maatschappelijke worteling hebben plaatsgevonden; als het eenmaal zover is, geldt de crimineel als een succesvol iemand en wordt zijn relatie met de gemeenschap normaal. De drugsballades, de spreektaal en de lichaamstaal van de Midden-Amerikaanse gangs, de indrukwekkende graven van de drugsbaronnen in Culiacán, de verheerlijking van Pablo Escobar, de bandiet Malverde die een volksheilige werd of de beeldjes van de bendeleden van el Koki die in Caracas worden verkocht zijn voorbeelden van een criminele cultuur.
Territoriale controle geeft misdaad de kans om zich te versterken, te reproduceren en te vermenigvuldigen. Als de staat accepteert dat de criminaliteit een gebied controleert, duldt ze dat de burgers die in zulke gebieden wonen ongestraft worden vermoord en afgeperst, dat de jongens worden geronseld en de meisjes verkracht en dat de criminelen zich de bedrijven van de werkende bevolking toe-eigenen. In zo’n situatie gaat het niet meer over openbare veiligheid ja of nee, maar is de weg ingeslagen naar een failliete rechtsstaat.
Onverschilligheid of handjeklap met de misdaad lijken de snelste weg naar resultaat
Dat is op dit moment gaande in Haïti, en daarom was de moord op president Jovenel Moïse in feite een aangekondigde dood. Volgens gegevens van de Nationale Commissie voor Ontwapening in Haïti bestaan in dit kleine land minstens 77 gewapende misdadige groeperingen, en het Nationale Net van Mensenrechten heeft het over een ‘vergangstering’ van de politiek. Gabriel Gaspar, de voormalige staatssecretaris van Buitenlandse Zaken in de regering van de ex-president van Chili, Ricardo Lagos, wijst erop dat ‘de gangs in Haïti zwaar bewapend zijn, hun macht tentoonspreiden en hele gebieden controleren, met name in de hoofdstad. De bendes zijn gegroepeerd in een criminele federatie die bekendstaat als de G9, met aan het hoofd Jimmy Barbecue Cherizier, een ex-politieman die populistische taal uitslaat om de “oligarchen” te kritiseren. Alleen al in juni waren deze gangs verantwoordelijk voor tweehonderd ontvoeringen en de moord op dertig politiemannen. Veel armoede, een zwakke rechtsstaat en een politie die verzuimt het grondgebied te controleren hebben geleid tot een sterke criminele macht.’ In die context is het onvermijdelijk dat de criminelen een instrument worden binnen de economische en politieke macht, en dat de economische en politieke macht op haar beurt uiteindelijk verandert in een instrument van de criminelen. Op sommige plaatsen in Latijns-Amerika is de macht van de misdaad al onlosmakelijk met die van de politiek verbonden.
Zulke pacten met delinquenten, formeel of de facto,komen voort uit een zwakke rechtsstaat of uit publieke electorale pressie om het aantal moorden en het geweld terug te dringen. Onverschilligheid of handjeklap met de misdaad lijken de snelste weg naar resultaat, maar dit gaat ten koste van een nog grotere misdaadexplosie in de toekomst. De staat blijft zwak en de misdaad heeft steeds meer middelen om zich te versterken. Misdaad is geen statisch maar een expansief fenomeen, of het nu gaat om grote kartels of kleinere bendes; de criminaliteit neemt toe als ze niet wordt bestreden. Er zijn geen objectieve redenen om te veronderstellen dat criminelen vrijwillig hun activiteit zullen inperken. Alleen een sterke staat kan hen stoppen.
De naïeve visie van het chavismo op misdaad doet denken aan de fabel over de schorpioen die de kikker om hulp vraagt bij het oversteken van de rivier. De kikker gaat akkoord op voorwaarde dat hij niet wordt geprikt. Midden in de rivier prikt de schorpioen toch, waarop de kikker verbaasd vraagt: ‘Waarom deed je dat? Nu gaan we allebei dood.’ De schorpioen antwoordt: ‘Sorry, het is mijn natuur.’
Joaquín Villalobos is ex-guerrillaleider in El Salvador en adviseur inzake veiligheid en conflictbeheersing. Hij adviseert de Colombiaanse regering bij het vredesproces.
Venezuela: regering en oppositie streven naar ‘deelakkoorden’
De tweede onderhandelingsronde tussen het regime van Nicolás Maduro en de Venezolaanse oppositie, met het oog op de regionale verkiezingen van 21 november, was gericht op het bereiken van ‘deelakkoorden’, schrijft het Spaanse agentschap Europa Press. Volgens de regeringsdelegatie zijn er al akkoorden gesloten, maar de oppositie heeft verklaard dat er nog geen overeenstemming is bereikt.
De oppositie wil ingrijpende politieke veranderingen
De vertegenwoordiger van Nicolás Maduro zei dat de onderhandelingen in een ‘hartelijke sfeer’ verlopen en dat het opheffen van de economische sancties zijn voornaamste doelstelling is. De oppositie, die ermee heeft ingestemd deel te nemen aan de verkiezingen in november, benadrukt de noodzaak van humanitaire akkoorden en ingrijpende politieke veranderingen. De onderhandelingen vinden plaats in Mexico, onder auspiciën van Noorwegen. Ook Nederland en Rusland spelen een bemiddelende rol.
Bangkok Airways gehackt
Bangkok Airways, de op een na oudste en op twee na grootste luchtvaartmaatschappij van Thailand, maakte op donderdag 26 augustus bekend dat hackers passagiersinformatie hebben gestolen bij een ransomware-aanval. De luchtvaartmaatschappij bevestigde de hack, een dag nadat een ransomware-bende, bekend als LockBit, een bericht op het darkweb plaatste waarin werd gedreigd gegevens te lekken als een fors bedrag aan losgeld niet zou worden betaald. De LockBit-bende gaf de luchtvaartmaatschappij vijf dagen de tijd om het losgeld te betalen, maar publiceerde zaterdag de ruim 200 GB aan gestolen gegevens nadat duidelijk werd dat Bangkok Air niet wilde onderhandelen, schrijft The Record.
Er zijn ook bestanden bestolen die persoonlijke gegevens van passagiers bevatten
Hoewel de meeste gestolen informatie zakelijke documenten lijkt te betreffen, zei Bangkok Airways dat de hackers er ook in geslaagd zijn bestanden te stelen die persoonlijke gegevens van sommige van haar passagiers bevatten. Het is onduidelijk om hoeveel passagiers het gaat.
Eerder deze maand waarschuwde het Australian Cyber Security Center Australische bedrijven al voor een toename van aanvallen van de Lockbit-bende.
Argentinië haalt banden aan met Cuba
Jorge Neme, de Argentijnse minister van Internationale Economische Betrekkingen, heeft vorige week maandag in Havana een ontmoeting gehad met de Cubaanse minister van Buitenlandse Zaken Bruno Rodríguez, waarbij beide landen hun intentie onderstreepten om de bilaterale banden te versterken, bericht MercoPress. Rodríguez maakte van de gelegenheid gebruik om Neme te bedanken voor de steun van Argentinië in het veroordelen van de economische, commerciële en financiële blokkade van de Verenigde Staten tegen het eiland.
Neme had ook een ontmoeting met de Cubaanse minister van Landbouw om technische samenwerking en gezamenlijke zakelijke projecten te bespreken. Daarna bezocht hij verschillende bedrijven in de westelijke provincie Matanzas in Cuba.
De uittocht van Venezolanen die het regime van president Nicolás Maduro ontvluchten gaat onverminderd voort. Naar verwachting zal de hoeveelheid vluchtelingen uit Venezuela dit jaar het aantal Syriërs overstijgen dat is gevlucht vanwege de burgeroorlog, bericht El Mundo. Uit cijfers van vorige maand blijkt dat tot nu toe al 5,6 miljoen Venezolanen hun land zijn ontvlucht. Dat is een stijging van ruim 1100 procent vergeleken met 2010 en het aantal vertegenwoordigt ongeveer 17,1 procent van de totale bevolking die in Venezuela is geboren. Ongeveer 1,7 miljoen van de Venezolaanse migranten bevindt zich in Colombia.
De exodus wordt niet afgeremd door de coronapandemie; noch door de druk die het regime uitoefent om de uittocht te stoppen; noch door smeergelden die betaald moeten worden aan guerrilleros om de gesloten grenzen clandestien te kunnen oversteken. Honderden en honderden mensen steken elke dag de grenzen over om een nieuw leven te zoeken in Colombia, Ecuador, Peru, Chili, Argentinië en zelfs de Verenigde Staten.
‘In Venezuela is geen eten, veel mensen zijn ondervoed, er zijn geen middelen om te overleven’
‘We hebben een maand en zeven dagen gelopen’, vertelde de 66-jarige Hortensia López aan een journalist van de Spaanse krant, die een reportage maakte over de situatie aan de grens tussen Venezuela en Colombia. ‘Ik ga met mijn kleinkinderen naar Cali. Ik heb ze meegenomen uit Venezuela omdat de situatie daar kritiek is: er is geen eten, veel mensen zijn ondervoed, er zijn geen middelen om te overleven. We moesten wel vertrekken. De mensen hier in Colombia zijn barmhartig en verlenen veel hulp aan Venezolanen.’
Een andere vrouw, die net met haar vier kleinkinderen van elf, acht, zeven en drie jaar de grens met Colombia is overgestoken, heeft geen geld en zegt van San Juan de los Morros naar Cali te zullen gaan lopen. De twee steden liggen ruim 1700 kilometer uit elkaar.
De Golden Gate Bridge maakt te veel lawaai
Canadese aerodynamicadeskundigen zijn hard bezig met een missie die van het grootste belang is voor de oren van inwoners van San Francisco, zo schrijft The San Francisco Chronicle. Hun doel is om de Golden Gate Bridge het zwijgen op te leggen.
Tot grote ergernis van omwonenden begon de brug een jaar geleden lawaai te maken na aanpassing van de veiligheidsreling aan de westkant van de brug. Om de brug een slanker profiel te geven en veiliger te maken bij harde wind, werden de originele spijlen vervangen door twaalfduizend smallere exemplaren. Die blijken nu luid gebrom te produceren bij stevige wind. Het geluid is soms tot op zo’n vijf kilometer afstand te horen.
Mogelijk is er tegen de zomer een oplossing. ‘Het is een lastige zaak’, aldus een woordvoerder. ‘We willen er absoluut zeker van zijn dat we het goed doen. De veiligheid van de brug mag niet in het geding komend, maar we moeten ook luisteren naar de inwoners.’
Europa dumpt plastic in Turkije
Volgens een rapport dat Greenpeace in mei publiceerde, dumpt Europa op grote schaal plastic afval in Turkije. Alleen al de export van plastic afval van Groot-Brittannië naar Turkije groeide tussen 2016 en 2020 met factor 18, van 12.000 ton naar 210.000 ton. Dat betekent dat Turkije de eindbestemming was voor bijna 40 procent van het plastic afval uit Groot-Brittannië, schrijft BBC. Volgens het rapport dumpten lidstaten van de Europese Unie vorig jaar twintig keer meer plastic afval in Turkije dan in 2016. Deskundigen en internationale milieugroeperingen waarschuwen dat plastic en ander afval zich opstapelt in Turkije en dat het illegaal wordt verbrand of geloosd zonder acht te slaan op het milieu.
Er komen dagelijks vanuit Europa zo’n 240 vrachtwagenladingen met plastic afval in Turkije aan
Volgens Nihan Temiz Atas, hoofd biodiversiteitsprojecten van Greenpeace Turkije, komen er dagelijks vanuit Europa zo’n 240 vrachtwagenladingen met plastic afval in Turkije aan. ‘Het overweldigt ons. Aan de hand van gegevens zijn we Europa’s grootste stortplaats.’
Het Britse ministerie van Milieu, Voedsel en Plattelandszaken zegt in een reactie: ‘Het is duidelijk dat het VK meer van zijn afval zelf moet verwerken. We zijn vastbesloten om de export van plastic afval naar niet-OESO-landen te verbieden en de illegale uitvoer van afval naar landen als Turkije, strenger te controleren.’
Vorig jaar stuurde Maleisië 150 zeecontainers met illegaal geïmporteerd plastic afval terug naar de landen van herkomst. Milieuminister Yeo Bee Yin zei toen dat die stap bedoeld was om ervoor te zorgen dat haar land niet ‘de vuilnisbelt van de wereld’ zou worden.
Wes Anderson draait in Spanje
The French Dispatch van Wes Anderson gaat in juli in première op het filmfestival van Cannes, maar de 52-jarige Amerikaanse filmregisseur is alweer druk bezig met de voorbereidingen voor zijn volgende film. Volgens de Spaanse krant El Paísdraait hij zijn nieuwe project in juli, augustus en september in het Spaanse Chinchón ten zuidoosten van Madrid. Volgens de krant doen de sets die er worden opgebouwd denken aan een western-achtige woestijn, ook al wordt de film volgens bronnen geen western.
De burgemeester van Chinchón is blij, vertelde hij tegen El País: ‘Het is heel belangrijk voor ons. Er zijn al talloze shoots hier opgenomen, maar dat een grote Amerikaanse productie hier enkele maanden komt filmen, betekent levendigheid, prestige en publiciteit.’ In het stadje werden in het verleden films gedraaid onder regisseurs als Nicholas Ray, Orson Welles, Carlos Saura en Pedro Almodovár. Anderson, die in Frankrijk woont, draaide al zijn films de afgelopen tien jaar in Europa.
Groene oase in New York
Mediamagnaat Barry Diller en zijn vrouw, modeontwerpster Diane von Furstenberg, bedachten in 2013 een plan ter vervanging van Pier 54 in New York, die door orkaan Sandy was verwoest. Ze wilden ‘iets bouwen (…) dat meteen op het eerste gezicht oogverblindend was en iedereen die het bezoekt gelukkig maakt’, schrijft architectuurblog Dezeen. Acht jaar later was daar Little Island.
Dit park op palen van ongeveer één vierkante kilometer ligt aan Hudson River Park aan de westkant van Manhattan, nabij de wijk Chelsea, en steunt op 132 paddestoelvormige kolommen van beton die op verschillende hoogtes zijn geplaatst voor een golvend effect. De groene oase is te bereiken via de loopbruggen North Bridge en South Bridge, beide gelegen aan de Hudson River Greenway. Er zijn verschillende openbare locaties, waaronder een amfitheater, een kleiner theater en een spokenwordpodium. Sinds mei is Little Island open voor publiek.
Beurzen van Mary Beard
Mary Beard, de Britse Hoogleraar Geschiedenis aan Cambridge en populaire presentator van BBC-series over de oudheid, gaat na veertig jaar met pensioen. Om dat te vieren stelt ze twee studiebeurzen in van elk 45.000 euro, die kansarme studenten de mogelijkheid geven Klassieke Oudheid te studeren aan Cambridge.
‘Het is een manier om te laten zien dat we het bieden van gelijke kansen serieus nemen’, aldus Dame Mary tegen The Guardian. ‘Ik ben me zeer bewust van wat ik heb geleerd van de Klassieken. Niemand in mijn familie had een universitair diploma.’ Volgens Beard bieden de Klassieken een manier om ‘anders over de wereld te denken’, met inzichten over filosofie, cultuur, geslacht en ras.
De beurzen heeft ze vernoemd naar Joyce Reynolds (102), haar voormalige docent in Cambridge: een ‘fantastische strijder voor de rechten van vrouwen in wat toen een mannenwereld was’.
De Russische president heeft maandag (5 april) een wet ondertekend die hem toestaat zich kandidaat te stellen voor twee nieuwe presidentiële termijnen en hem levenslange immuniteit garandeert. De wet werd in 2020 middels een referendum goedgekeurd en in maart definitief door het parlement aangenomen.
Poetin, die sinds 2000 in Rusland aan de macht is, had in theorie aan het einde van zijn huidige ambtstermijn in 2024 moeten aftreden, aangezien de Russische wet niet toestaat dat een president meer dan twee opeenvolgende ambtstermijnen dient. Maar volgens de nieuwe wet is ‘deze beperking niet van toepassing op degenen die de functie van staatshoofd bekleedden vóór de inwerkingtreding van de grondwetswijzigingen’. Vladimir Poetin en voormalig president Dmitri Medvedev kunnen dus nog twee keer aan de verkiezingen meedoen, concludeert de onafhankelijke Russische site Meduza.
Record sinds Stalin
‘Als hij steeds wordt gekozen, zal hij tot 2036 president kunnen blijven en daarmee het record van het langdurige ambtstermijn van Joseph Stalin verbreken’, merkt Moscow Timesop. Het kamp van Poetins gevangengenomen tegenstander Aleksej Navalny reageerde door een video uit begin 2000 te verspreiden waarin Poetin verklaart ertegen te zijn dat een president langer dan twee termijnen aan de macht kan blijven.
‘Volgens sommige analisten betekent deze wet niet noodzakelijk dat Poetin president wil blijven’, merkt de Russische correspondent van The Guardian op. Het is ook mogelijk dat hij ‘gewoon probeert te voorkomen dat hij vertrekkend president zal worden’.
‘Sommigen geloven dat hij een manier heeft gevonden om zijn macht over te dragen en er tegelijkertijd voor te zorgen dat hij en zijn gezin veilig blijven als hij met pensioen gaat’, aldus The Guardian, aangezien de nieuwe wet Poetin en Medvedev aldus eveneens ‘levenslange immuniteit tegen mogelijke gerechtelijke procedures’ verschaft.
Nieuwe humanitaire crisis tussen Venezuela en Colombia
Terwijl het Venezolaanse leger een offensief op zijn grondgebied is begonnen tegen dissidenten van de voormalige Colombiaanse guerrillagroep FARC, zoeken al bijna vijfduizend mensen hun toevlucht aan Colombiaanse zijde van de grens, onder andere vanwege vermeend geweld van het Venezolaanse leger tegen burgers. Het aantal vluchtelingen zou volgens verschillende bronnen ook een stuk hoger kunnen liggen.
Volgens dagblad El Espectador uit Bogota ‘verzekerde de directeur van Migración Colombia, Juan Francisco Espinosa, die het gebied aan de grens bezocht, dat het niet de bedoeling was dat deze Venezolaanse emigranten in Colombia zouden blijven, en dat de algemene wens was dat ze zo snel mogelijk naar huis terug kunnen keren, zodra de veiligheid is gegarandeerd’.
Met andere woorden, ze moeten worden onderscheiden van de honderdduizenden Venezolaanse immigranten die de ernstige economische en politieke crisis in hun land zijn ontvlucht en aan wie Bogota in maart een verblijfsvergunning voor tien jaar heeft verleend.
Ongeveer tien dagen geleden lanceerde het Venezolaanse leger (FANB) een offensief in de staat Apure, met name in het gebied nabij de grens waar dissidenten van de FARC, de revolutionaire strijdkrachten van Colombia, hun toevlucht zoeken. Na een eindeloos conflict tekende FARC een vredesakkoord met de Colombiaanse regering, maar een deel van de groep weigerde en zette hun ‘strijd’ voort.
Caracas noemt de beschuldigingen ‘mediamanipulatie door de Colombiaanse regering’
Getuigenissen van geweld door de FANB tegen burgers stapelen zich ondertussen op. Zo schrijft dagblad El Tiempo: ‘De vluchtelingen die zich in Arauquita bevinden – en moesten vluchten met niets anders dan wat ze bij zich hadden, verdreven door de bombardementen en geweerschoten van soldaten uit hun eigen land – geven aan dat de FANB-soldaten moorden, huizen in brand steken, woningen en bedrijven plunderen en de bevolking bedreigen.’
El Tiempo noemt het geval van een echtpaar en hun twintigjarige zoon die ‘uit hun huis in La Victoria [zouden] zijn meegenomen en vervolgens dood teruggevonden in een kazerne, gekleed in camouflage-uniformen en zelfs voorzien van wapens.’ Het was duidelijk dat ze moesten doorgaan voor leden van de FARC.
Caracas noemt deze beschuldigingen echter ‘mediamanipulatie door de Colombiaanse regering’. Het Venezolaanse dagblad Diario 2001 meldde bijvoorbeeld dat vluchtelingen alweer terugkeren naar huis omdat de situatie veilig is en Freddy Ñáñez, minister van Communicatie en Informatie, twitterde: ‘De inwoners van La Victoria [tegenover Arauquita], in de staat Apure, keren geleidelijk naar huis terug. Kalmte en rust zijn wedergekeerd.’
Verschillende ngo’s spreken deze informatie echter tegen en beweren juist dat de vluchtelingenstroom blijft toenemen.
Geen diplomatieke betrekkingen meer
De situatie is des te complexer omdat de twee landen, die samen meer dan 2200 kilometer grens delen, geen diplomatieke betrekkingen meer hebben sinds februari 2019, toen Venezuela Colombiaanse diplomaten het land uit zette. Bogota weigerde na een zeer controversiële verkiezing Nicolás Maduro te erkennen als legitieme president van Venezuela en steunde daarentegen zijn tegenstander Juan Guaidó.
El Espectador publiceert een verklaring van de procureur-generaal die de Colombiaanse regering oproept een beroep te doen op de internationale gemeenschap, zodat die kan garanderen dat ‘in het buurland de regels van het internationaal humanitair recht worden gerespecteerd, met name dat de grondrechten van de burgerbevolking voorrang hebben op ieder conflict’.
Peperdure sneakers die niet bestaan
Het kostte slechts zeven minuten om de limited-editionsneakers van designmerk RTFKT Studio’s, in samenwerking met de jonge ontwerper Fewocious, uit te verkopen.
‘In totaal zijn er 621 paar verkocht, voor een nettowinst van 3,1 miljoen dollar [2,6 miljoen euro]’, meldt TheWall Street Journal. ‘Maar nog bijzonderder is dat niemand de schoenen van RTFKT kan dragen. Ze kunnen zelfs niet worden aangeraakt. Voorlopig althans.’
Het ontwerp (kleurrijk, cartoonachtig) wordt namelijk op de markt gebracht in de vorm van NFT (non-fungible token), een blockchaintechnologie waarmee digitale limited editions kunnen worden vervaardigd.
Gezien de waanzin rondom NFT en de bedragen die erin omgaan, ligt het in de lijn der verwachtingen dat ‘grote namen als Gucci, Yves Saint Laurent en Prada zich in de strijd zullen werpen’, aldus het zakenblad. Mode-experts verwachten dat de techniek eveneens zal worden toegepast op andere, al even verrassende gebieden, of het nu gaat om Instagram-foto’s van modellen die een outfit passen, videoclips van catwalks of de NBA Top Shots-stijl.
Van de tokenized sneakers zou in april een fysieke versie het daglicht moeten zien. Maar, zo schrijft WSJ, volgens ‘Pagotto [zijn] echte schoenen voor zijn klanten uiteindelijk een stuk minder spannend (…) dan hun digitale tegenhanger’.
Waar een groot deel van de wereld stil ligt, is het succes van het videoplatform YouTube sinds het begin van de pandemie vertienvoudigd, meldt CNN. Voor het nieuwe jaar koos het platform de slogan: ‘Geef iedereen een stem en toon die aan de rest van wereld.’ Dit is hoe Alex Okosi, directeur van YouTube voor opkomende landen, het gevoel van het initiatief #YouTubeBlackVoicessamenvatte in Okay Africa.
Het platform heeft besloten om YouTubers van het Afrikaanse continent te steunen door een fonds van honderd miljoen dollar op te richten waarmee ze twintig kanalen met creatieve en originele content kunnen belonen. Het platform ziet Afrika als een veelbelovende markt en is van plan om de komende jaren meer dan 500 YouTubers financieel te ondersteunen.
#YouTubeBlackVoices zou vooral zijn bedoeld om de inhoud die door Afrikaanse YouTubers is gemaakt, te democratiseren. Het aanbod is daarom breed en bevat ook politieke onderwerpen. Zo reflecteert Akah Bants, een acteur in opleiding, op de Nigeriaanse samenleving, en biedt hij aan zijn 42.000 abonnees bijvoorbeeld de ruimte voor een debat over vaccinatie tegen Covid-19 in Nigeria.
Het nucleaire programma van Pyongyang
Volgens een jaarverslag van VN-experts, dat maandag aan de Veiligheidsraad is voorgelegd, heeft Noord-Korea vorig jaar ‘splijtstof geproduceerd, kerncentrales onderhouden en zijn ballistische raketinfrastructuur verbeterd’, terwijl het op zoek was naar materialen en technologieën om uit het buitenland aan te schaffen. Volgens dit document zouden Pyongyang en Teheran in 2020 ook de samenwerking hebben hervat bij de ontwikkeling van langeafstandsraketten.
‘Noord-Korea en Iran, vaak aan de rand van de internationale diplomatie, onderhouden al lang geheime en wederzijds voordelige betrekkingen’, schrijft Bloomberg. Het rapport werd enkele weken nadat Joe Biden aantrad als president van de VS doorgestuurd naar de VN-commissie die toezicht hield op de sancties die aan Noord-Korea werden opgelegd.
Een woordvoerster van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken zei maandag dat de regering-Biden voornemens is een nieuwe aanpak met Pyongyang te bepalen, en ook met bondgenoten opnieuw zal kijken naar manieren om druk uit te oefenen.
Colombia biedt bescherming aan Venezolaanse migranten
Bogota zal een ‘tijdelijke beschermingsstatus’ creëren voor migranten zonder papieren die het land binnenkomen om de crisis in het naburige Venezuela te ontvluchten, kondigde de Colombiaanse president Iván Duque maandag aan. Colombia is de belangrijkste bestemming voor Venezolaanse vluchtelingen: ongeveer 1,7 miljoen Venezolanen trokken erheen, van wie meer dan de helft (56 procent) zonder papieren.
Venezolanen krijgen gedurende tien jaar een tijdelijke beschermingsstatus, waarin ze een verblijfsvisum kunnen aanvragen, licht het Colombiaanse dagblad El Tiempotoe. De aankondiging komt nadat president Duque in december zware kritiek kreeg te verduren vanwege zijn voornemen om migranten zonder papieren uit te sluiten van de massale vaccinatiecampagne tegen het coronavirus, die in Colombia op 20 februari van start gaat. De president heeft zich sindsdien teruggetrokken en besloten internationale hulp te vragen voor het vaccineren van deze illegale migranten.
Chinese popster zingt over huiselijk geweld
Het nieuwste nummer van de Chinese popster Tan Weiwei gaat niet over liefde of relaties, maar richt zich op vrouwelijke slachtoffers van huiselijk geweld, schrijft The New York Times in een portret. ‘Ken mijn naam en onthoud hem. Wanneer kunnen we een einde maken aan de tragedie?’ zingt ze zingt in haar nummer Xiao Juan, de Chinese equivalent van Jane Doe, gegeven aan onbekende of niet-geïdentificeerde vrouwelijke slachtoffers van misdrijven.
Still van Bilibili.
Sinds het in december uitkwam, heeft het nummer weerklank gevonden bij miljoenen vrouwen in China. Op een videowebsite die populair is bij jonge Chinese internetgebruikers, Bilibili, is de video van het lied meer dan 1,1 miljoen keer bekeken.
Hoewel China in 2015 een wet tegen huiselijk geweld heeft aangenomen, wordt deze niet goed gehandhaafd. Dat geldt vooral voor kleinere steden en landelijke gebieden. Volgens Beijing Equality, een vrouwenrechtengroep, berichtten Chinese media sinds de wet in 2016 werd aangenomen over de dood van meer dan 900 vrouwen die door hun partners zijn vermoord, maar ligt werkelijke aantal waarschijnlijk veel hoger.
Tan Weiwei, ook wel bekend als Sitar Tan, is een van de weinige muzikanten die het taboe-onderwerp in China aansnijdt – en geen enkele andere Chinese muzikant doet dat zo direct en met zo veel weerklank. De autoriteiten in China hebben hard opgetreden tegen het feminisme en de #MeToo-beweging, en cultureel gezien wordt het niet gepast geacht om openlijk over deze kwesties te spreken, die door Chinezen worden beschouwd als ‘gezinsaangelegenheid’. Het is in de Chinese popcultuur niet gebruikelijk dat musici kritiek uiten op sociale kwesties.
De New Yorkse humor van Fran Lebowitz dient als remedie tegen moedeloosheid. Verder: Russische luis in de pels Navalny onthult Poetins corruptie in docu & meer aanraders van de 360-redactie.
Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, ziet en hoort, tippen wij voor u enkele interessante artikelen, documentaires, boeken en podcasts die wij deze week tijdens het speuren naar mooie journalistiek zijn tegengekomen.
Nieuws uit Navajo
De Amerikaanse Navajo-natie, die zich uitstrekt over bijna achttien miljoen hectare, is hard getroffen door de pandemie. De journalisten van dagblad The Navajo Times nemen hun taak om nieuws te brengen en een stem aan de inwoners te geven serieus. Vele Navajo zijn verstoken van internet, zodat de krant de enige bron van informatie is. Verslaggevers rijden het uitgestrekte gebied door om de bevolking naar hun ervaringen te vragen. Soms zijn ze achttien uur onderweg voor één opdracht.
‘We zijn gezegend met de gave van het verhalen vertellen’, zegt een van hen, ‘maar die moet je op de juiste manier gebruiken. Je moet nederig zijn, je moet oprecht zijn in wat je doet, en je moet respectvol zijn naar de mensen aan en over wie je je verhalen vertelt. Je moet zorgvuldig omgaan met je geschenk’ in dit minivideoportret dat The New Yorker maakte.
‘Een inspirerend verhaal voor ieder die doordrongen is van het belang van journalistiek’, tipt hoofdredacteur Laura Weeda.
Navalny komt met documentaire over Poetins paleis
‘Hallo, Navalny hier. We begonnen met deze productie toen ik op de intensive care lag, maar we waren het er meteen over eens dat we hem zouden vrijgeven op het moment dat ik naar huis terugkeerde, naar Rusland, naar Moskou, omdat we niet willen dat de hoofdpersoon van deze film denkt dat we bang voor hem zijn en dat ik daarom alleen vanuit het buitenland zijn grootste geheimen zou durven te openbaren. Een van onze kijkers is de meest toegewijde bewonderaar van ons werk, op wiens bevel ik werd vergiftigd: Vladimir Poetin.’
Zo begint Aleksej Navalny Poetins Paleis, een twee uur durende film waarin hij de geschiedenis van Vladimir Poetin en diens verbijsterende corruptie uit de doeken doet.
Het feit dat Navalny wachtte met het uitbrengen van de film totdat hij was teruggekeerd op Russische bodem, is een extra plaagstoot naar Poetin: je kunt me arresteren, maar als ik in de gevangenis zit doet dit verhaal al wereldwijd de ronde. Daar heeft Navalny overigens gelijk in, want volgens de BBC is Poetins Paleis al miljoenen keren bekeken.
Een aanrader van redacteur IJsbrand van Veelen.
De documentaire van Navalny met Engelse ondertiteling.
‘Na The American Nightmare weer ruimte voor The American Dream? Zeker met The Great Gatsby, een graphic novel, prachtig geïllustreerd door Adam Simpson,’ tipt art director Majel van der Meulen.
F. Scott Fitzgeralds The Great Gatsby uit 1925 is dit jaar toegetreden tot het publieke domein, dus staat het illustratoren vrij om met de Amerikaanse klassieker aan de slag te gaan.
The Great Gatsby wordt algemeen beschouwd als de grootste Amerikaanse roman aller tijden en is het verhaal van de rijke, Don Quichot-achtige Jay Gatsby en zijn obsessieve liefde voor rijkeluisdochter Daisy Buchanan. Het is ook een waarschuwend verhaal over de Amerikaanse droom in al zijn uitbundigheid, decadentie, hedonisme en passie.
Illustrater Adam Simpson studeerde aan het Edinburgh College of Art, de Rhode Island School of Design en het Royal College of Art in Londen. Simpson heeft onder andere bijgedragen aan The New Yorker en The New York Times, en ontwierp een postzegelreeks voor de Olympische Spelen in Londen in 2012.
The Great Gatsby van F. Scott Fitzgerald met illustraties van Adam Simpson is te bestellen via uw lokale boekhandel.
Zwarte markt van Venezolaanse olie
Het mag niet van de VS, Venezolaanse olie kopen, maar niet elk land houdt zich aan de internationale sancties die het regime van Nicolás Maduro zijn opgelegd. Sterker nog: Venezolaanse olie blijkt de hele wereld over te gaan.
Dat ontdekte de onderzoeksjournalisten van ArmandoInfo, een collectief van Venezolaanse journalisten in ballingschap. In samenwerking met EL País, publiceerden ze een uitgebreid en goed gedocumenteerd Follow The Money-achtig onderzoek, tipt redacteur Joep Harmsen.
Via een Colombiaanse ‘trader’, een Mexicaanse zakenman en een Italiaanse ex-polospeler worden via Russische contacten de sancties op grote schaal ontweken om ruwe Venezolaanse olie te verkopen aan landen als Turkije, Maleisië en Singapore, en zelfs aan de Palestijnse autoriteiten. Ook het Mexicaanse staatsoliebedrijf PEMEX, dat eerder al op de vingers werd getikt omdat het voedsel en drinkwater had geruild voor ruwe Venezolaanse olie, blijkt een grote vinger in de pap te hebben.
Is dat erg? Nicolás Maduro organiseerde vorig jaar nieuwe parlementsverkiezingen, nadat het oude parlement – onder leiding van Juan Guaidó – al jaren buitenspel was gezet. Venezuela is daarmee de facto een dictatuur geworden. Bij de nieuwe verkiezingen sloot Maduro vrijwel alle oppositiepartijen uit van deelname. De EU oordeelt daarom dat de verkiezingen niet eerlijk zijn verlopen en erkent de uitslag niet.
New Yorkse humor
Om niet moedeloos te worden van de fantasieloze politiek in eigen land en elders, waar een ellenlang debat over een avondklok de toeslagenaffaire en andere belangrijke kwesties opzij drukt, is er maar één remedie: humor. En dan vooral die van Fran Lebowitz, te zien op Netflix in Pretend it’s a city, geïnterviewd door vriend en maestro Martin Scorcese, die overigens zelf meer lacht dan vragen stelt.
Lebowitz sneert, spot erop los en keurt vrijwel alles af. Maar bovenal is het een portret van haar en Scorsese (Marty) met hun herinneringen aan de stad van hun jeugd, New York. waar beiden een liefdesrelatie mee onderhouden.
De titel, Pretend it’s a city, is wat Lebowitz tegen (voormalige) toeristen roept als ze haar voor de voeten lopen. Oergeestig en melancholisch, altijd een mooie combinatie.
Venezuela handelt in illegaal goud, beschermt actieve Hezbollah-cellen en staat onder directe invloed van Cuba – om maar wat te noemen. Generaal Manuel Ricardo Cristopher Figuera, voormalig hoofd van de Venezolaanse inlichtingendienst en Maduro-getrouwe, klapt uit de school.
Keuze uit het archief
Afgelopen maand werd er een akkoord gesloten tussen de VS en Venezuela. Daarin tekende laatstgenoemde een overeenkomst met oppositieleiders om te komen tot vrije en eerlijke presidentsverkiezingen in 2024. De VS hieven als reactie daarop enkele economische sancties tegen Venezuela’s olie-industrie op. Er lijkt dus meer toenadering te komen tot Venezuela van de kant van onder andere de VS.
Is toenadering tot een land met Nicolás Maduro aan het roer echter wel mogelijk? Het ziet er namelijk niet naar uit dat zijn regering een einde zal maken aan de schendingen van mensenrechten. Dat Maduro jarenlange ervaring heeft met corruptie, schendingen van mensenrechten en zelfverrijking, blijkt wel uit dit artikel van The Washington Post, waarin het voormalig hoofd van Maduro’s inlichtingendienst uit de school klapt. ‘Tijdens mijn laatste zes maanden kreeg ik een scherper beeld dan ooit van de situatie waarin het land verkeerde en van de corruptie binnen de overheid,’ zegt hij.
In een paleis dat naar verluidt is vergeven van de intriganten, overlopers en dieven, was er één iemand op wiens loyaliteit de Venezolaanse president Nicolás Maduro kon blindvaren: generaal Manuel Ricardo Cristopher Figuera. De gespierde 55-jarige geloofde met hart en ziel in de revolutie. Hij stond meer dan tien jaar aan het hoofd van de veiligheidsdienst onder Hugo Chávez, grondlegger van de Venezolaanse socialistische staat en leidsman van Maduro. Van hem leerde hij het vak.
Vorig jaar oktober bereikte de generaal het toppunt van zijn macht, toen hij werd benoemd tot hoofd van Maduro’s inlichtingendienst, de gevreesde Sebin.En toch: toen de door de Amerikanen gesteunde oppositieleider Juan Guaidó op 30 april zijn oproep deed tot een revolte, met de bedoeling Maduro buiten spel te zetten, bleek Figuera tot veler verbazing een van de samenzweerders. Toen de staatsgreep mislukte, zag hij zich ineens genoodzaakt te vluchten naar buurland Colombia, waar hij zijn lot in handen legde van de Amerikaanse geheime dienst.
In Bogota hield hij zich bijna twee maanden schuil en werd dag en nacht bewaakt. Onlangs arriveerde Figuera in de Verenigde Staten, gewapend met verschillende beschuldigingen aan het adres van Maduro en zijn regering, zoals illegale goudhandel, Hezbollah-cellen die in Venezuela actief zijn, de verstrekkende invloed van Cuba binnen Maduro’s paleis Miraflores.
De couppoging mislukte en Maduro bleef aan de macht. Maar Figuera heeft er geen spijt van dat hij zich tegen zijn baas heeft gekeerd. ‘Ik ben trots op wat ik heb gedaan,’ liet hij vorige week weten vanuit een hotelkamer in het centrum van Bogotá. ‘Nu is het regime ons te slim af geweest. Maar dat kan elk moment veranderen.’Voor de oppositie en de Amerikanen is het in zekere zin een overwinning dat Figuera is overgelopen – het bewijs, zeggen ze, dat hun beleid effect sorteert en dat hun inspanningen lonen, zelfs na het mislukken van de opstand.
Als hoofd van de sebin leidde Figuera een organisatie die is beschuldigd van willekeurige opsluiting en marteling. Figuera was een van de vijf hoge Venezolaanse ambtenaren aan wie in februari door de regering-Trump sancties zijn opgelegd. Dat men hem zover heeft weten te krijgen over te lopen, zegt iets over de morele knieval die Maduro’s tegenstanders bereid waren te doen.
Figuera verdedigt wat hij heeft gedaan om het chavismo vooruit te helpen. Maar de uitwassen zegt hij te betreuren. ‘Ik sta zwaar in het krijt bij de mensen die nog in de gevangenis zitten,’ zegt hij, vechtend tegen zijn tranen. ‘De mensen van wie familieleden zijn gestorven, zonder dat ze zelfs maar afscheid hebben kunnen nemen – daar ben ik kapot van.’ En hij vervolgt: ‘Er zitten veel mensen tussen die onschuldig zijn, bij hen sta ik in het krijt. Ik heb niet genoeg gedaan. Ik dacht dat ik Maduro tot rede zou kunnen brengen, maar dat was niet het geval.’
Op de zwoele avond van 28 maart zetten de samenzweerders tegen Maduro in Caracas een van hun grootste waagstukken in gang. Cesar Omaña, een 39-jarige Venezolaanse arts, zakenman en avonturier, loopt gespannen het torenhoge hoofdkwartier van de Sebin binnen, met de bedoeling het hoofd van de dienst te laten overlopen naar de oppositie.
Omaña, die officieel in Miami woont, leeft in twee werelden. Hij is goed bevriend met een van Chávez’ dochters en met enkele hooggeplaatste medewerkers van Maduro, maar ook met leden van de antiregeringsgezinde oppositie. In tegenstelling tot andere Venezolaanse zakenlieden die in het complot zitten, is hij niet beschuldigd van misdaden en valt hij niet onder Amerikaanse sancties. Maar hij is diep geraakt door de teloorgang van zijn land onder Maduro.
“Nu is het regime ons te slim af geweest. Maar dat kan elk moment veranderen”
In november stond Omaña in nauw contact met Amerikaanse functionarissen, zeggen zowel Omaña zelf als de betreffende functionarissen. Hij had inmiddels ook een goed contact, om niet te zeggen een ontluikende vriendschap, opgebouwd met oppositieleider Leopoldo López, op dat moment de beroemdste politieke gevangene van Venezuela, en de raadsman van Guaidó.
Omaña was gespannen voor de ontmoeting met Figuera. ‘De op twee na machtigste man van het land,’ zei hij, toen hij vorige week in Bogotá naast Figuera zat, met een zwart Top Gun-petje en Yohji Yamamoto-sneakers. ‘Hij had me zo kunnen laten oppakken.’De Amerikanen hadden Figuera al in de peiling. Door de sancties waren al zijn Amerikaanse tegoeden bevroren – hoewel hij die naar eigen zeggen niet had – en mochten Amerikanen geen zaken meer met hem doen. Amerikaanse functionarissen hebben in het openbaar gezegd dat voor Maduro-getrouwen die zich tegen hem keren, de sancties wellicht worden opgeheven.
Tussen Omaña en Figuera ontspon zich een kat-en-muisspel, waarbij ze allebei de ander uit de tent probeerden te lokken.
“‘Vertel me eens iets wat ik nog niet weet,” zei ik tegen hem,’ aldus Figuera. Omaña begon over de plannen van de oppositie, die op dat moment nog uitgewerkt moesten worden.‘We hadden het over Zuid-Afrika en Mandela,’ zegt Omaña. ‘En uiteindelijk kwamen we te spreken over het aanvankelijke plan, een verzoeningswet, Maduro overhalen op te stappen.’
‘Ik zei dat ik Maduro inmiddels het liefst zag vertrekken,’ zegt Figuera.‘En ik zei: “Ja, jij kijkt hoe de wedstrijd verloopt, maar zonder zelf mee te spelen,”’ zegt Omaña. ‘Toen was het ijs gebroken…’‘Dat was het moment waarop de samenzwering vorm kreeg.’
Laten overlopen
Ondertussen was een andere groep samenzweerders al tot actie overgegaan. In februari had een groep Venezolaanse zakenmannen, onder wie mediabons Raúl Gorrín, aan wie ook sancties waren opgelegd door Washington en die op grond van de Amerikaanse wet was aangeklaagd wegens witwassen, de Amerikanen benaderd met een plan. De kern van dat plan, volgens enkele ingewijden: enkele belangrijke Maduro-getrouwen laten overlopen, onder wie de opperrechter van het Venezolaanse hooggerechtshof, Maikel Moreno.
Deze mannen hadden eerder opgetreden als bemiddelaars tussen de regering-Trump en leden van het regime, volgens mensen die op de hoogte waren van de plannen, en ze wilden niets liever dan hun eigen banden aanhalen met de Verenigde Staten, waar hun kinderen naar school gingen en waar hun echtgenotes in het weekend konden winkelen.Volgens een hooggeplaatste regeringsfunctionaris werd de zakenmannen te verstaan gegeven dat wanneer ze niet in hun missie zouden slagen, het reisverbod weer zou worden ingesteld en de tegoeden weer zouden worden bevroren. De regering zou zich niet mengen in aangelegenheden van het ministerie van Justitie, dat ging over het intrekken van de aanklachten, maar men zou wel een goed woordje doen voor diegenen die werkelijk hadden geholpen.
‘Het enige wat we kunnen doen, is hun zaak voorleggen aan het ministerie,’ aldus de betreffende functionaris, die net als alle anderen alleen met ons over deze gevoelige politieke kwesties wilde praten als zijn anonimiteit zou zijn gewaarborgd. Gorrín heeft nooit gereageerd op ons verzoek om commentaar.
De zakenmannen probeerden de opperrechter zover te krijgen dat hij zich tegen Maduro zou keren. Hun plan, volgens verschillende mensen die ervan op de hoogte waren: Moreno zou een uitspraak doen die de macht zou herstellen van het Lagerhuis, dat in handen was van de oppositie. Het Lagerhuis had Guaidó al erkend als interim-president. Maduro zou naar de zijlijn worden gedwongen.
Volgens enkele ingewijden zouden overheidsfunctionarissen in Washington op de hoogte worden gehouden van de voortgang van het plan en met enige regelmaat adviseren over de volgende stap. Maar het plan zelf, zeggen zowel Venezolaanse samenzweerders als Amerikaanse functionarissen, was uitgedacht in Venezuela. Moreno zou mogen aanblijven als opperrechter in een overgangsregering. Maar volgens mensen die bij de gesprekken betrokken waren, zou Moreno ook tientallen miljoenen dollars hebben geëist om bepaalde stemmen binnen de rechterlijke macht te kopen en om een vangnet voor zichzelf te installeren. Figuera zegt dat hij WhatsAppgesprekken heeft onderschept waaruit blijkt dat het totale bedrag dat Moreno eiste de honderd miljoen overschreed.
Een van de zakenlieden die betrokken waren bij dit vermeende bod, zegt dat de Amerikaanse functionarissen ervan op de hoogte waren. Volgens hem stonden de Amerikanen er niet echt achter, maar maakten ze ook geen bezwaar. Twee hooggeplaatste Amerikaanse ambtenaren hebben ontkend vóór 30 april van het aanbod te hebben geweten. Pas na het mislukken van de revolte zou Washington te horen hebben gekregen dat Moreno om geld had gevraagd, zegt een van hen.
Na zijn ontmoeting met Omaña, zegt Figuera, had hij een sprankje hoop. Hij had al vele jaren bij de militaire inlichtingendienst gewerkt. Maar in zijn nieuwe baan, als hoofd van de Sebin, was hem pas goed duidelijk geworden hoe door en door verrot Maduro’s regering was. ‘Tijdens mijn laatste zes maanden kreeg ik een scherper beeld dan ooit van de situatie waarin het land verkeerde en van de corruptie binnen de overheid,’ zegt hij. ‘Het werd me al snel duidelijk dat Maduro aan het hoofd staat van een criminele organisatie, waarin ook zijn familie een rol speelt.’
Figuera onderzocht enkele aanklachten over een bedrijf dat was opgezet door een assistent van Maduro’s 29-jarige zoon, Nicolás Maduro Guerra. Hij zegt dat het bedrijf een monopolie had verworven op het kopen van goud van kleine goudwinners in het zuiden van het land. Het goud werd met hoge kortingen aangekocht en voor veel meer verkocht aan de centrale bank van Venezuela. Hij was van plan om met die informatie naar Maduro te gaan, zegt hij, maar dat werd hem afgeraden door een van Maduro’s naaste medewerkers.
Figuera zegt dat hij witwaspraktijken aan het licht had gebracht waarbij de toenmalige vicepresident Tareck El Aissami was betrokken, die inmiddels is benoemd tot minister van Industrie en Nationale Productie. Tegen El Aissami zijn sancties opgelegd en in de Verenigde Staten lopen aanklachten tegen hem wegens drugshandel.
El Aissami heeft in het openbaar verklaard niets te hebben misdaan. Noch El Aissami noch een van de andere functionarissen die door Figuera zijn genoemd hebben gereageerd op het verzoek dat wij hebben neergelegd bij het Venezolaanse ministerie van Communicatie om een reactie op de aantijgingen in dit artikel. The Washington Post heeft geen onafhankelijke bronnen kunnen vinden die Figuera’s aantijgingen bevestigen.
Figuera zegt dat hij over informatie beschikte die erop wees dat bepaalde illegale groeperingen die in Venezuela actief waren, werden beschermd door de regering. Dat ging onder meer om leden van de Colombiaanse guerrillagroepering ELN, die actief is in goudwingebieden in het zuiden van de staat Bolívar en die een eerste verdedigingslinie zou kunnen vormen, mocht een buitenlandse macht Venezuela binnenvallen. Hij zegt ook over informatie te beschikken dat Hezbollah actief is in Maracay, Nueva Esparta en Caracas, kennelijk met de bedoeling via illegale activiteiten geld bij elkaar te krijgen om operaties in het Midden-Oosten te financieren. ‘Het werd me duidelijk dat ik de drugshandel en de guerrilla’s met rust moest laten,’ zegt Figuera.
Raúl Castro
Maar wat hem vooral moedeloos stemde, waren de machinaties binnen een disfunctionele regering met verschillende koninkrijkjes van functionarissen die onderling strijd leverden. Hij herinnert zich een bijeenkomst met Iris Varela, Maduro’s felle minister van het Gevangeniswezen, en Vladimir Padrino López, Maduro’s minister van Defensie. Hij zegt dat Varela dertigduizend geweren wilde om haar eigen privéleger op te zetten. ‘Ze zei dat ze getrainde mannelijke gevangenen had,’ aldus Figuera. ‘Ze zei dat zij hun aanvoerder was.’
Ondertussen verliet Maduro zich op zo’n vijftien tot twintig Cubanen om over zijn veiligheid te waken. Sommige waren militaire bewakers, aldus Figuera. Maar drie Cubanen, ook wel ‘de psychologen’ genoemd, deden dienst als speciaal adviseurs en analyseerden Maduro’s toespraken om in te schatten in hoeverre ze het publiek zouden weten te raken.
Figuera zag Maduro een paar keer per week, tijdens kabinetsvergaderingen. Toen hij op zeker moment om een privéonderhoud verzocht, werd hem te verstaan gegeven dat hij dat moest regelen met ‘Aldo’ – een Cubaan. ‘Ik dacht: wat zullen we nou krijgen? Ik ben het hoofd van zijn geheime dienst en ik moet aan een Cubaan vragen of ik hem te spreken kan krijgen?’
In maart dit jaar kwam heel Venezuela plat te liggen door een stroomstoring. Figuera en andere hooggeplaatste ambtenaren zaten in een bespreking met Maduro, toen Raúl Castro belde, vertelt Figuera. Maduro ging naar een hoekje van de kamer om het gesprek met de voormalige president van Cuba te voeren.
Na afloop van het telefoontje leek Maduro opgelucht, herinnert Figuera zich. Castro had beloofd een team Cubaanse technici te sturen om te helpen het probleem op te lossen. ‘Raúl Castro was een soort adviseur voor Maduro,’ zegt Figuera. ‘Het maakte niet uit in wat voor bespreking hij zat, als Castro belde, moest alles wijken.’
In april, zegt Figuera, moest hij Maduro een boodschap brengen in een gesloten koffertje. Alleen hij en Maduro beschikten over de code. Figuera noemde de situatie van het land deerniswekkend en opperde om nieuwe verkiezingen uit te schrijven. De volgende dag stuurde Maduro hem een berichtje. ‘Hij noemde me een lafaard, een defaitist,’ zegt Figuera. ‘Op dat moment begreep ik dat ik in actie moest komen.’
Revolte
In de dagen na het bezoek van Omaña, aldus Figuera, sprak hij enkele keren met Omaña’s voornaamste bondgenoot binnen de oppositie, Leopoldo López. Die zat al sinds 2014 gevangen, afwisselend in een cel of thuis met huisarrest. Figuera kon moeiteloos toegang tot hem krijgen; als hoofd van de Sebin was hij degene die López gevangenhield. Figuera zegt dat hij tijdens die gesprekken hoorde van de plannen voor de revolte die was gepland voor 1 mei. Moreno zou de wet bekendmaken die het Lagerhuis weer macht zou geven. Padrino, de minister van Defensie, zou zich achter de wet scharen en Maduro dwingen afstand te doen van de macht.
Volgens Figuera hadden de samenzweerders allemaal een codenaam. Figuera, een Afro-Venezolaan, was Black Panther. Omaña was Superman. Mauricio Claver-Carone, het hoofd van de Amerikaanse National Security Council voor het Latijns-Amerikabeleid, was Comeniños – de Kindereter.
Maar naarmate 1 mei naderde, sloegen de zenuwen toe, zegt Figuera. Tijdens een bijeenkomst op 23 april in Moreno’s huis in Caracas leek de opperrechter bedenkingen te hebben. Volgens enkele van de mensen die bij die bespreking aanwezig waren, stelde Moreno voor dat híj president zou worden, in plaats van Guaidó.
Op 27 april had Figuera een ontmoeting met Moreno en Padrino, bij Padrino thuis. ‘Het was een kort gesprek,’ zegt Figuera. ‘Ze wierpen elkaar nerveuze blikken toe.’ De volgende dag belde Figuera Padrino om zich ervan te verzekeren dat de minister van Defensie nog aan boord was. Maar Padrino zat naar Avengers: Endgame te kijken, zegt Figuera, en wilde hem niet te woord staan. Moreno noch Padrino hebben gereageerd op een verzoek om een reactie.
Leden van de oppositie hebben gezegd dat ze de datum van de hele operatie een dag hebben vervroegd omdat ze geruchten hadden opgevangen dat Guaidó gearresteerd zou worden. Volgens Figuera is hij degene geweest die meer vaart achter het plan heeft gezet.
Op 29 april werd duidelijk, aldus Figuera, dat Maduro’s gevreesde colectivos [linkse organisaties vanuit de gemeenschap] een grootschalige aanval voorbereidden, op 1 mei, de Dag van de Arbeid, die zou kunnen uitmonden in een ‘bloedbad’. Hij stelde Padrino zelf op de hoogte van het nieuwe tijdpad.
‘Ben je niet goed snik?’ reageerde die, als we Figuera mogen geloven. ‘En die wet dan? Hoe wou je dat klaarspelen?’
‘Het moet gebeuren,’ zou Figuera naar eigen zeggen hebben geantwoord. ‘Anders loopt 1 mei uit op een bloedbad. We moeten snel handelen.’Figuera en enkele andere samenzweerders zeggen dat ze over informatie beschikten dat Moreno bereid was op 30 april zijn uitspraak bekend te maken. Maar na de sceptische reactie van Padrino besloot Figuera nog enkele andere militaire figuren te benaderen.
Hij erkent Guaidó als leider van Venezuela, maar diep in zijn hart blijft hij chavista
Het plan, zo hield hij vol, moest eerder in gang worden gezet. Maar toen dat uiteindelijk gebeurde, in de vroege uurtjes van 30 april, ging er van alles mis.
Guaidó verleende López gratie en hief zijn huisarrest op. Guaidó en López maakten triomfantelijk hun opwachting op de militaire basis La Carlota in Caracas en riepen het leger en het volk op om in opstand te komen.
Figuera reed rond in Caracas om te kijken wie zich bij hen aansloot. Zijn telefoon ging. Het was zijn baas. ‘Maduro was heel gespannen,’ zegt Figuera. ‘Hij vroeg steeds maar: “Wat gebeurt er allemaal?”’ Maduro bleef maar bellen. Uiteindelijk, zo rond 6:30 uur, zei Maduro dat Figuera zich moest melden bij de beruchte gevangenis El Helicoide. ‘Ik heb mijn vrouw gebeld en gezegd dat ik mezelf moest aangeven.’
Barbara Reinefeld, Figuera’s vrouw, was bij familie in Miami toen haar mobiele telefoon ging. Haar man praatte haar snel bij over de mislukte coup en de laatste order van Maduro. Zij drong erop aan dat hij zichzelf niet zou aangeven, maar zou proberen de grens over te steken.
Twee maanden eerder, tijdens een uitstapje naar San Juan, in Puerto Rico, was Reinefeld benaderd door twee mannen die zichzelf hadden bekendgemaakt als fbi-agenten. Ze hadden met haar gepraat, vertelt ze, en een systeem opgezet om in het geheim contact met haar te onderhouden. Figuera zegt dat hij dolgelukkig was met deze achterdeur, maar dat hij zelf geen contact had onderhouden met de Amerikanen.
Niet lang na het telefoontje van haar man, op 30 april, namen Venezolanen in Miami contact op met Reinefeld. Een van hen was een familielid van Guaidó. Een hooggeplaatste functionaris binnen de regering-Trump was zich bewust van haar penibele situatie, zo kreeg ze te horen, en men bood aan in Washington met haar te praten.
Op 1 mei vloog ze naar Washington en kreeg daar de verzekering dat haar man niets zou overkomen als hij naar Colombia zou vluchten. Figuera wist het land te ontvluchten door gebruik te maken van militaire contacten op de grond. Op 2 mei kwam hij aan in de grensstad Cúcuta, waar hij werd opgevangen door agenten van de Colombiaanse geheime dienst. De dag daarna zat hij in Bogotá, waar hij met Amerikaanse functionarissen sprak.
Moreno, Padrino en andere Maduro-getrouwen hebben publiekelijk verklaard geen aandeel te hebben gehad in de samenzwering. Twee dagen na de mislukte couppoging verscheen Padrino samen met Maduro in het openbaar en impliceerde dat hij de avances van de oppositie had afgeslagen. ‘Probeer ons niet in te palmen met valse voorstellen, wij hebben ook onze waardigheid,’ zei hij.
Spijt
Binnen een week nadat Figuera in Colombia was aangekomen, trok de regering-Trump alle sancties tegen hem in. Figuera zegt dat hij het zwaar te verduren heeft gehad tijdens zijn eerste debriefings met de Amerikanen. Hij heeft Guaidó erkend als de rechtmatige leider van Venezuela, maar diep in zijn hart blijft hij een chavista. Hij en anderen zijn ervan overtuigd dat hij gevaar loopt te worden vermoord door Colombiaanse guerrilla’s die banden hebben met de Venezolaanse overheid. Omaña is vorige week in Bogotá aangekomen om te onderhandelen over een veilige overtocht van Figuera naar de Verenigde Staten.
Figuera is gevormd door de socialistische regering die hij jaren heeft gediend. Hij zegt spijt te hebben van veel, maar niet van alles wat hij in hun naam heeft gedaan. ‘Als ik zou zeggen dat ik Moeder Theresa was, zouden jullie me niet serieus nemen,’ zegt hij.
Als de olieproductie in Venezuela verder verslechtert, zal de regering-Maduro vroeg of laat vallen, schrijft de Nicaraguaanse politiek analist Adolfo Miranda Sáenz. ‘De olie-industrie is de ruggengraat van de Venezolaanse economie.’
Keuze uit het archief
De Verenigde Staten vielen afgelopen week opnieuw een schip uit Venezuela aan, omdat het vaartuig drugs zou vervoeren. Zes mensen kwamen om het leven. Een dag later verklaarde Trump grondoperaties tegen drugskartels in Venezuela te overwegen. De Venezolaanse president Nicolás Maduro beschuldigde Trump ervan zijn regime omver te willen werpen. Uit het feit dat de Venezolaanse oppositieleider María Corina Machado de Nobelprijs voor de Vrede aan Trump opdroeg, blijkt dat ze de Amerikaanse president als een belangrijke medestander ziet in haar strijd tegen het dictatoriale regime van Maduro.
In dit artikel van El Nuevo Diario uit 2018 legt de politiek commentator Adolfo Miranda Sáenz, die dit jaar overleed, uit hoe de VS het snelst een machtswissel in Venezuela tot stand kunnen brengen: de olie-import stopzetten. Maar dat kunnen de VS zich om economische redenen niet veroorloven, aldus Sáenz.
In oliestaat Venezuela heeft het beleid van Hugo Chávez en zijn opvolger Nicolás Maduro voor een braindrain gezorgd. Hooggekwalificeerde werknemers en techneuten hebben het land verlaten omdat de Venezolaanse regering hun geen waardig bestaan kan bieden waarin ze hun gerechtvaardigde ambities kunnen verwezenlijken. De weggelopen vakmensen en technici van de olieboorputten en olieraffinaderijen zijn vervangen door personeel dat niet goed genoeg is opgeleid om de machines te bedienen en te onderhouden. Op de stoel van de vroegere managers zitten nu inefficiënte functionarissen. Een groot deel van de infrastructuur van de Venezolaanse olie-industrie blijft onbenut.
Onlangs constateerde het Internationaal Energie Agentschap dat de olieproductie in Venezuela is gedaald van 3,4 miljoen vaten per dag in 1998 naar 1,5 miljoen vaten per dag in juni 2018. Met andere woorden, er worden 1,9 miljoen vaten minder per dag geproduceerd.
Aangezien de olie-industrie de ruggengraat is van de Venezolaanse economie, is de terugloop in de olieproductie de belangrijkste oorzaak van de grote armoede, schaarste en ellende waar het Venezolaanse volk onder zucht. Bronnen bij Unopetrol (Honduras) en Puma (Zwitserland), oliemaatschappijen die in Nicaragua actief zijn, melden dat Venezuela nauwelijks meer profiteert van de speciale handelsvoorwaarden van de ALBA (Bolivariaanse Alliantie voor de Volkeren van Ons Amerika). De afspraak om 50 procent van de rekening binnen zestig dagen te voldoen en de resterende 50 procent uit te smeren over vijfentwintig jaar heeft geen enkel nut voor Venezuela. Nicaragua importeert nauwelijks meer ruwe olie uit Venezuela en koopt vooral brandstoffen in de Verenigde Staten. Het samenwerkingsverband tussen Venezuela en een aantal landen in het Caribisch gebied, Petrocaribe genaamd, waarbij tot 40 procent van de olielevering voor één tot twee jaar wordt voorgefinancierd en een deel in natura kan worden betaald, blijft evenwel bestaan.
Contant afrekenen
Venezuela is het land met de grootste olievoorraden ter wereld, maar gezien de drastische daling in de olie-export doet het liever zaken met landen die contant afrekenen: de Verenigde Staten, India en China (die de rekening vooraf voldoen). Volgens gegevens van de EIA kopen de VS gemiddeld 790 miljoen vaten olie per dag van Venezuela, meer dan de helft van de totale productie. Venezuela is op twee na de grootste leverancier van olie aan de VS. Vanwege het disfunctioneren van de Venezolaanse raffinaderijen betrekt het land tegenwoordig een deel van zijn brandstof bij Amerikaanse raffinaderijen, en net als Nicaragua exporteert het land mais naar Costa Rica, dat het vervolgens weer terugkoopt in de vorm van Corn Flakes. Het Venezolaanse staatsoliebedrijf PDVSA is eigenaar van CITGO, een belangrijke Amerikaanse oliemaatschappij met zetel in Houston, Texas, dat beschikt over drie raffinaderijen, achtenveertig outlets, zesduizend servicestations, met een totale jaaromzet van 400 miljoen dollar (www.citgo.com).
Al produceert Venezuela dus weinig ruwe olie, toch ontvangt Maduro nog genoeg Amerikaanse oliedollars om in dit failliete land aan de macht te blijven. Met het oliegeld kan hij samen met zijn familie en zijn functionarissen een luxeleventje leiden en bovendien de militairen tevreden houden. Stel dat de Amerikaanse regering besluit om gedurende enkele maanden de olie-import uit Venezuela stil te leggen en de verkoop van petrochemische producten en de activa van CITGO te bevriezen. Dat zou de economische doodsteek zijn voor de regering-Maduro, die dan zou moeten aftreden. Maar dat zou de Verenigde Staten vele miljoenen dollars kosten omdat olie importeren uit bijvoorbeeld Saudi-Arabië een gigantische verhoging van de transportkosten zou betekenen en er inflatie zou optreden. Olie in Mexico kopen zou kwaliteitsvermindering en hogere kosten betekenen omdat er in Mexicaanse olie veel zwavel zit, waardoor het octaangehalte in de benzine daalt. Daarbij komt dat CITGO 3700 vaste arbeidsplaatsen en ontelbare indirecte banen oplevert, en miljoenen aan belasting betaalt. Bovendien zou het veroorzaken van een substantiële daling in het Venezolaanse olieaanbod de olieprijs internationaal opdrijven en dat zou zijn weerslag hebben op de Amerikaanse economie. Door de miljoenenstroom Amerikaanse oliedollars naar Venezuela is de politieke situatie van Maduro in de ogen van de Amerikanen niet te vergelijken met die van dictators die geen oliebronnen of iets vergelijkbaar bezitten.
Dit zijn de redenen waarom beide landen, in weerwil van de politieke veroordelingen en sancties tegen de Venezolaanse dictatuur, belangrijke handelspartners blijven. Sommige analisten zeggen dat de Amerikanen dit doen om het particulier bedrijfsleven te ontzien, maar die overweging is in het verleden voor de VS nooit een hinderpaal geweest om andere landen economische sancties en andere belemmeringen op te leggen als ze dat nodig achtten.
De Verenigde Staten – zoals alle landen – begrijpen dat zij de belangen van het eigen volk voorop dienen te stellen. En zowel Obama als Trump hebben de moed getoond om in het geval van Venezuela eerst te kijken naar de effecten van bepaalde maatregelen op hun binnenlandse economie. Er moeten immers banen komen en op inflatie zit niemand te wachten. Ik probeer alleen maar uit te leggen hoe de vork in de steel zit, zodat we kunnen begrijpen dat dictators als Maduro zich vergissen als ze denken dat ze weerstand kunnen bieden aan de druk van de VS en kunnen blijven zitten waar ze zitten. Als de olieproductie in Venezuela verder verslechtert zal Maduro’s regering vroeg of laat vallen, ook al maakt de geldstroom van de VS naar Venezuela de positie van Maduro in de ogen van de VS onvergelijkbaar met welke andere dictatuur ook.
In het door hyperinflatie geteisterde Venezuela kunnen vrouwen nauwelijks nog verzorgingsproducten kopen, laat staan make-up. ‘Dit is ondermijnend voor het zelfbeeld.’
Met een wantrouwende blik loopt Maria een filiaal van de Farmatodo binnen, een in Caracas gevestigde drogisterijketen, waar sinds een aantal weken de schappen geen prijskaartjes meer hebben voor de uitgestalde producten. Als Maria naar de eerste gang loopt, waar de bodylotions staan, wacht haar een dubbele verrassing: de prijzen zijn weer zichtbaar en er zijn een paar nullen bijgekomen. Ze zucht en spert haar ogen open alsof ze zojuist een spook heeft gezien. ‘Heb je gezien hoeveel dit kost?’ roept ze.
Door de hyperinflatie is het aanschaffen van schoonheidsproducten een enorme klus geworden, een wens die vaak niet in vervulling gaat. In een land waar op elke straathoek een kapper of een parfumerie te vinden was, en een groot deel van het salaris opging aan ‘er goed uitzien’, is dat nu een uitzondering geworden.
Ayerim Valera is altijd een bescheiden, goedverzorgde en charmante vrouw geweest. Vroeger spendeerde ze een aanzienlijk deel van haar maandloon – zo’n 80 procent – aan schoonheidsproducten en make-up. Altijd zag ze er tiptop uit. Nu is alles anders. Haar huidige salaris van 13 miljoen bolívar [15 euro op de zwarte markt, 221 tegen de officiële koers], meer dan tien keer het minimummaandloon, is niet toereikend om de maandlasten te betalen, eten te kopen en de kosten te dekken van haar zeven maanden oude baby, hoewel haar vriend financieel bijdraagt. Niet haar jonge moederschap maar de hyperinflatie gooide roet in het eten. ‘Ik verdiende meer dan genoeg om alles te bekostigen. Kleding, schoenen, haarverf, nagellak, make-up. Nu koop ik alleen nog basisproducten voor mijn persoonlijke hygiëne, dat is zo’n 10 procent van wat ik vroeger kocht, aan al het andere geef ik al heel lang geen cent meer uit,’ klaagt Valera.
70 procent van het minimumloon
Ediana Verdú is vijfentwintig jaar. Ze is oorarts en heeft twee banen. ‘Ik behandel kinderen met gehoorafwijkingen en geef ook les aan de universiteit.’ Haar inkomsten bedragen rond de 3 miljoen bolívar. Dat lijkt veel, maar ze kan de producten die ze de afgelopen jaren gewend was te kopen niet meer aanschaffen. ‘Thuis zijn we met veel vrouwen en we kregen altijd te horen dat we vrouwelijk, goedverzorgd en schoon moesten zijn. Nu is alles anders.’
Voor deze arts zijn speciale crèmes, bodysprays, make-upartikelen en parfums verleden tijd. Haar salaris gaat op aan wat volgens haar het belangrijkste is voor haarzelf en haar gezin, zoals zeep, maandverband en een eenvoudige lichaamscrėme.
Negen van de tien Venezolanen vindt voedsel het allerbelangrijkste, blijkt uit een onderzoek van enquêtebureau Datos, dat in maart werd gepresenteerd. Volgens het rapport korten de Venezolanen als eerste op kleding, uitgaan, en uit eten gaan. Voedsel is belangrijker geworden, want in 2016 gaf nog 85 procent van de Venezolanen aan niet op voedsel te willen besparen, gevolgd door gezondheid (34 procent) en toiletartikelen (23 procent).
De prijzen in de winkels worden voortdurend bijgesteld en kunnen in een paar dagen tijd verdriedubbelen. Bij ketens als Farmatodo en Locatel telde je in de laatste week van april tussen de 300.000 en 500.000 bolívar neer voor de goedkoopste bodylotions. De wat specialere crèmes begonnen bij 700.000 bolívar en liepen op naar een miljoen of meer [37 euro volgens de officiële koers, 1,16 euro op de zwarte markt].
Maandverband – althans de nieuwe merken, de traditionele merken zijn niet meer te verkrijgen – kost tussen de 200.000 en 500.000 bolívar. Voor scheermesjes met drie mesjes betaal je 700.000 bolívar of meer. En de prijs van make-up hangt af van het merk. Voor vertrouwde en voordelige merken zoals Valmy en Mon Rève betaal je 70 procent van het minimumloon.
Het Centro de Documentación y Análisis Social van de Federación de Maestros (Cendas-FVM) heeft berekend dat de prijzen voor de producten voor persoonlijke hygiëne – en daar vallen crèmes en make-up niet onder – in de maand april gemiddeld 30,2 procent hoger zijn dan een maand eerder. Alles bij elkaar opgeteld zijn de prijzen in het eerste kwartaal van het jaar met 310,9 procent gestegen.
Lisbeth Amundaray is coördinator dienstverlening bij de banco Bancaribe. Haar maandsalaris is 1.7770.000 bolívar. Daarbovenop komen de voedselbonnen, waar ze wettelijk recht op heeft, en andere, extra toelagen. Soms verdient ze meer dan 3 miljoen bolívar– althans voordat president Maduro aankondigde de salarissen aan te gaan passen. De vele nullen van haar salaris stellen niet veel meer voor. En de voorraadkast ermee vullen is al helemaal een illusie. ‘Vroeger besteedde ik ongeveer de helft van mijn salaris aan dingen voor mezelf. Tegenwoordig doe ik dat niet meer, ik moet het doen met basisproducten zoals zeep en shampoo en schaf alleen iets aan wat ik dringend nodig heb.’
Andreina de Ponte, als psycholoog verbonden aan de Universidad Católica Andrés Bello, is van mening dat de huidige situatie ondermijnend is voor het zelfbeeld. En hoewel beide seksen het vervelend vinden dat bepaalde producten lastig te verkrijgen zijn, blijkt dit vooral zijn weerslag te hebben op vrouwen. Zij kunnen niet alleen bepaalde producten niet meer gebruiken, maar moeten ook hun levensstijl en dagelijkse routine aanpassen. ‘Uiterlijk is belangrijk en als je niet tevreden bent met hoe je eruitziet en bepaalde producten niet te koop zijn of te duur, maakt dat je op de lange duur onzeker. Het gaat om je goed voelen, en dat heeft niet alleen te maken met je make-up, maar ook met je persoonlijke hygiëne.’
De Ponte voegt eraan toe dat vrouwen in Venezuela de sociale druk voelen om er ‘tiptop uit te zien: netjes, opgemaakt, gestylde haren, de juiste kleren, altijd stralen’. Maar er is meer aan de hand, zegt de psycholoog. ‘Deze situatie heeft verderstrekkende gevolgen. Als je geen producten kunt kopen voor je persoonlijke hygiëne heeft dat gevolgen voor je lichamelijke gezondheid. Geen maandverband kunnen kopen bijvoorbeeld kan infecties veroorzaken. Uiteraard heeft deze crisissituatie effect op iemands zelfvertrouwen, maar nog ernstiger is het als de persoonlijke hygiëne in het geding is, want dat heeft negatieve gevolgen voor je fysieke, emotionele en psychische gesteldheid.’
Ze was zelfs genoodzaakt om bepaalde producten te mengen met water, waardoor de werking afneemt
Carmen werkt zes jaar als kapster. Van haar baan kon ze goed leven. Nu is alles anders. ‘Mijn salaris fluctueert. Per maand komst er tussen de vijf en tien miljoen bolívar binnen, afhankelijk van het aantal klanten.’ Wat ze verdient moet ze uitsmeren over de huur van de zaak en de inkoop van producten die ze nodig heeft voor haar klanten. Wat overblijft gaat op aan eten.
De vijfendertigjarige kapster doet haar best om te werken zoals ze gewend was, maar dat wordt onmogelijk vanwege de steeds nijpender situatie. Aparte producten voor verschillende haartypen en conditioner en haarserum gebruikt ze niet meer. Ze was zelfs genoodzaakt om ‘bepaalde producten te mengen met water, waardoor de werking afneemt.’ Zo probeert ze een product dat vroeger niet veel kostte en nu peperduur is maximaal te benutten. De kapster is zelfs van leverancier gewisseld: ze schaft haar spullen niet meer aan bij een professionele kappersdetailhandel maar koopt ampullen, haarcrème, shampoo en conditioner voor een lagere prijs in bij particuliere handelaren. ‘Twee weken geleden betaalde ik 600.000 bolívar voor een haarmasker dat nu een miljoen kost. Voor hydraterende producten die twee jaar geleden nog 6000 kostten, tel je nu 1 of 2 miljoen neer. Het haar laten ontkrullen kost nu minimaal 750.00 bolívar.’
De materiaalkosten beïnvloeden haar tarieven. Een neerwaartse spiraal van prijsstijgingen en inflatie die de markt ingrijpend verandert. ‘Vroeger kapte ik veertig vrouwen per week. Nu haal ik de vijftien niet eens.’
Een van de belangrijkste newsportals in Venezuela, die de laatste jaren de rol van de beknotte traditionele pers hebben overgenomen. Ook voor deze portals is het moeilijk kritisch te berichten. Ze worden vaak gehackt of geblokkeerd door de overheid.
CONTEXT: Inflatie van 13.799 %
De inflatie in Venezuela bedroeg in april op jaarbasis 13.799 procent volgens cijfers gepubliceerd door de Nationale Vergadering in Caracas, het parlement waarin de oppositie weliswaar een meerderheid heeft, maar die van alle macht is ontdaan. In een interview met de Miami Herald schat de Amerikaanse hoogleraar Steve Hanke, verbonden aan de Johns Hopkins-universiteit in Baltimore en specialist in hyperinflatie, die inflatie echter aanmerkelijk hoger: op 17.968 procent.
De centrale bank van Venezuela heeft sinds december 2015 geen enkele statistiek meer gepubliceerd. Het Internationaal Monetair Fonds stelt het inflatiepercentage in Venezuela voor het hele jaar 2018 voorlopig op 13.800 procent.
CONTEXT: VS verbieden handel in Venezolaanse aandelen
Na de omstreden herverkiezing van de socialistische president Nicolás Maduro, op 20 mei van dit jaar, ondertekende de Amerikaanse president Donald Trump een verordening waarin het Amerikaanse burgers wordt verboden te handelen in aandelen waarbij de Venezolaanse staatsschuld in het geding is, of in aandelen van een onderneming die in handen is van de Venezolaanse staat.
Zijn minister van Buitenlandse Zaken, Mike Pompeo, kondigde daarnaast aan dat de Verenigde Staten ‘snel economische en diplomatieke maatregelen zullen nemen’ om bij te dragen aan het herstel van de democratie in Venezuela. Maar hij gaf geen nadere bijzonderheden.
Columnist Herbert Hudde van de Venezolaanse krant El Universal is er duidelijk over. Wat Venezuela nodig heeft, zijn dollars.
In een tv-uitzending over luchtvaartmaatschappijen werd gezegd dat hun situatie hopeloos is: de internationale maatschappijen verlaten het land omdat ze niet betaald worden en de binnenlandse functioneren niet omdat ze geen onderdelen kunnen kopen en hun toestellen niet kunnen onderhouden. Waarom niet? Gebrek aan dollars.
De fabrieken van auto’s en auto-onderdelen liggen stil en het land zit zonder auto’s. Waarom? Gebrek aan dollars.
De industrie functioneert niet door een gebrek aan grondstoffen, machines en onderdelen, want er zijn geen dollars.
De landbouw: van hetzelfde laken een pak. Er is geen zaaigoed, er is geen kunstmest, er zijn geen bestrijdingsmiddelen, niets. De machines staan stil en dat blijft zo, want er zijn geen dollars.
Wat betreft medicijnen en andere hulpmiddelen in de gezondheidszorg – zo dringend nodig voor onze bevolking – is het absolute dieptepunt bereikt. Waarom? Gebrek aan dollars.
Heeft Maduro’s Economisch Raad wel door dat al onze ontberingen te maken hebben met het feit dat we een gebrek hebben aan dollars? Het enige wat ze gedaan hebben is ervoor zorgen dat Goldman Sachs weer enkele vette bonussen kan uitdelen door een paar miserabele dollars te lenen die ze meer dan viervoudig moeten terugbetalen en die ze naar verluidt gebruikt hebben om traangas en ander wapentuig te kopen, waarmee ze de demonstraties van de oppositie neerslaan. Verder niets.
Het is duidelijk dat er dringend dollars nodig zijn, en wel in voldoende hoeveelheden, om deze ramp af te wenden, want anders blijft de productie in ons land stagneren en blijven er mensen doodgaan van de honger en het gebrek aan medicijnen en blijven we duizend-en-een ontberingen lijden. Ik ga niet zeggen wie er schuld aan heeft dat er geen dollars zijn, helemaal niet, want ik heb al uitgelegd dat alle verantwoordelijkheid voor deze schaarste bij onze rampzalige regering ligt, die door en door corrupt en incompetent is. Maar ik wil wel uitleggen wat ze zou moeten doen om dit tenenkrommende drama, dat ze tot nog toe koppig is blijven ontkennen, enigszins te verhelpen. Landen kunnen op twee manieren aan deviezen komen: 1) door de export van goederen en diensten, en 2) door middel van externe financiering, dat wil zeggen door buitenlandse leningen.
Maduro is al komen aandragen met zijn gebruikelijke grootspraak dat wij voor niemand op de knieën gaan, en al helemaal niet voor die uitbuiters van landen die het IMF en trawanten vormen
Tot nog toe heeft Venezuela haar deviezen voornamelijk binnengehaald met de export van aardolie en in veel mindere mate door middel van externe financiering. Daar zijn de presidenten Carlos Andres Perez en Hugo Chavez onverantwoordelijk mee omgesprongen, maar nu de olieprijzen zijn gedaald – en het ziet ernaar uit dat daar voorlopig geen verandering in komt – is het uit met de pret. Aangezien Chavez ons op een absurde manier tot over de oren in de schulden heeft gestoken toen de olieprijs hoog was, kunnen we nu niet meer lenen op de internationale kapitaalmarkt, en daar komt nog bij dat we de dollars die we toen hebben binnengehaald ook nog eens moeten terugbetalen. Geconfronteerd met deze situatie heeft onze regering, samen met de chavistische leiders, in haar eindeloze wijsheid het lumineuze idee gekregen dat de oorzaak van alle problemen is dat we de aardolie hebben opgemaakt; met haar spreekwoordelijke efficiëntie heeft ze dat varkentje razendsnel gewassen door dit economische model per decreet te vervangen door een productief model, waardoor we niet alleen meer gaan produceren maar ook zo veel exporteren dat het probleem van het dollartekort snel voorbij zal zijn. Ten overstaan van de Nationale Raad voor Productieve Economie verklaarde Maduro het volgende (let op!): ‘Vergeet niet (…), wij Venezolanen zullen de wereld versteld doen staan met dit nieuwe economische model, dat we na de instelling van de Grondwetgevende Vergadering gaan invoeren.’
Maar wie zullen we in hemelsnaam versteld doen staan? Het enige wat er dan op zit, is naar het IMF of een soortgelijke instelling stappen, die speciaal bedoeld is voor het soort problemen waar ons land mee worstelt. Maar die deur zit ook potdicht. Omdat de chavisten niet naar het IMF willen stappen. En waarom willen ze dat niet? Omdat ze dan een doortimmerd economisch programma moeten uitwerken en presenteren – precies wat we nodig hebben – en dat botst met de rimram die wijlen El Comandante ze heeft ingeprent. Bovendien is Maduro al komen aandragen met zijn gebruikelijke grootspraak dat wij voor niemand op de knieën gaan, en al helemaal niet voor die uitbuiters van landen die het IMF en trawanten vormen.
Dus wat de regering moet doen is het volgende: naar het IMF en aanverwanten stappen, zodat we wat meer financiële armslag krijgen, weer een beetje kunnen ademhalen en niet doodgaan van honger en ontbering, zodat we weer meer gaan produceren en met behoud van een zekere waardigheid kunnen overleven. Maduro en co: het is jullie schuld dat we lijden onder een gebrek aan dollars. Ga ze zoeken!
Opgericht in 1909 door Andrés Mata, dichter, journalist, diplomaat en politicus. Het anti-Chavez (en anti-Maduro) gezinde El Universal staat op de bres voor onderzoeksjournalistiek en persvrijheid.
Volgens ex-guerrillero Joaquín Villalobos graaft het Maduro-regime een graf voor de Bolivariaanse Revolutie. Het politieke model is op sterven na dood; niets maar dan ook niets zal het nieuw leven kunnen inblazen.
Er zijn in Latijns-Amerika drie veranderingen gaande die extreem-links een zware slag toedienen: het einde van de gewapende strijd in Colombia, de geleidelijke maar onomkeerbare terugkeer van Cuba naar het kapitalisme en het einde van de Bolivariaanse Revolutie. Venezuela vormt de spil van deze veranderingen. Met meer dan vierhonderd politieke gevangenen en de weigering om via vrije verkiezingen de mogelijkheid te scheppen voor een alternatief, heeft het chavistische regime zijn ware dictatoriale gezicht laten zien. Na Fujimori’s poging in Peru is het continent gevrijwaard gebleven van extreem-rechtse dictaturen, en een kleine veertig jaar democratie later zijn er nog maar twee extreem-linkse dictaturen over: Cuba en Venezuela. Dat is de context waarbinnen de honderd protestdagen tegen Maduro zijn uitgegroeid tot de langstdurende en omvangrijkste vreedzame protestactie in de geschiedenis van Latijns-Amerika. Geen enkele dictatuur zag zich ooit geconfronteerd met zo’n stellige afwijzing.
Als Maduro in 2016 het oppositiereferendum had erkend, dan had hij met 40 procent van de stemmen zo goed als zeker verloren. Nu verliest hij elke dag meer steun en graaft hij langzaam maar zeker een graf voor de Bolivariaanse Revolutie. Dat er in Venezuela een strijd gaande zou zijn tussen revolutionair links en extreem-rechts is totale quatsch; het regime ziet zich geconfronteerd met een voornamelijk op het politieke midden georiënteerde coalitie waarbij zich partijen, leiders, sociale organisaties en linkse intellectuelen hebben aangesloten die in de markt en de democratie geloven. Wat in Venezuela op het spel staat, is de toekomst van het politieke midden in heel Latijns-Amerika, want nu sympathiseren de democratische krachten niet met rechts of links extremisme. Het failliet van het extremisme biedt perspectief op een volwassener vorm van democratie in Latijns-Amerika.
Oliesocialisme
Chavez mag dan het leven van het Cubaanse regime met een aantal jaren hebben verlengd, nu probeert Cuba zich letterlijk los te rukken van de Venezolaanse oliekraan en zich vast te klampen aan de Amerikaanse geldkraan. Achttien jaar geleden wist ieder weldenkend mens dat de Bolivariaanse Revolutie beperkt houdbaar was. Door de schommelende olieprijzen en de technologische ontwikkelingen was het absurd te veronderstellen dat het oliesocialisme voor altijd zou blijven voortbestaan, dat de bomen tot in de hemel zouden blijven groeien zonder dat er geïnvesteerd werd in de economie. Toch zagen linkse groeperingen in heel Latijns-Amerika, Spanje, Frankrijk, Groot-Brittannië, de Verenigde Staten en de rest van de wereld in Hugo Chavez de wederopstanding van de Messias, en in Venezuela de wedergeboorte van de utopie die in Oost-Europa niet langer bestond en in Cuba op zijn laatste benen liep.
Maar zoals te verwachten viel, implodeerde het socialisme van de eenentwintigste eeuw, met een enorme humanitaire crisis als gevolg; het feestje van de revolutionaire spilzucht en het opportunistische zakkenvullen is voorbij. Van alle zogeheten Bolivariaanse regimes was dat van Venezuela het enige dat met zijn onteigeningsbeleid openlijk de oorlog verklaarde aan de markt en daarmee de eigen economie de nek omdraaide. Wat het regime nu nog rest is de brute, militaire kracht die het altijd al had. De denkbeelden die Chavez omarmde waren eerder een uitgelezen kans voor de militaristische traditie van Venezuela dan dat ze een bepaalde ideologie vertegenwoordigden. De bindende factor van de Bolivariaanse Revolutie was niet het politieke ideeëngoed maar het geld. De biljoenen oliedollars verklaren waarom de militairen zich zo gemakkelijk tot links bekeerden.
Het Venezolaanse leger heeft meer generaals dan de Verenigde Staten, ze bekleden duizenden functies bij de overheid en in de regering, ze bewapenen paramilitaire groeperingen, ze zitten in de drugshandel, ze mengen zich in het bedrijfsleven, ze onteigenen bedrijven, ze profiteren van de corruptie, ze beheersen de zwarte markt, ze onderdrukken en arresteren leden van de oppositie, gooien hen in de gevangenis en martelen en berechten hen. In zeventien jaar tijd hebben de militairen bijna driehonderd Venezolanen vermoord omdat ze op straat protesteerden. In de geschiedenis van de Latijns-Amerikaanse dictaturen is er geen enkele militaire elite geweest die zich zo heeft kunnen verrijken, en de links-extremisten praatten dat overal op de wereld goed onder het mom van de ‘revolutie van het volk’. Het Venezolaanse oliegeld heeft ervoor gezorgd dat intellectuelen uit de westerse wereld en de Derde Wereld de voormalige extreem-rechtse kopstukken als revolutionairen zien. Vroeger joegen de Amerikanen op de Latijns-Amerikaanse revolutionairen; nu hebben de Bolivariaanse revolutionairen bezittingen en bankrekeningen in Florida. Het is niet nodig om Venezuela binnen te vallen en evenmin hoef je contrarevolutionairen van wapens te voorzien, zoals destijds in Nicaragua. De Bolivariaanse Revolutie is niet afhankelijk van Rusland of van China, maar van zijn vijand, de ‘imperialistische yankee’, die olie bij hem moet blijven kopen. Venezuela bedient maar 8 procent van Amerikaanse markt. Zouden de Verenigde Staten besluiten de olieafname te staken, dan is dat geen uiting van agressie maar een door de markt gedicteerde beslissing. Al lijkt het te gek voor woorden, Maduro zit dus nog op zijn plek dankzij de welwillendheid van Donald Trump. Anti-imperialistische argumenten gaan hier dus niet op. De Verenigde Staten hebben zich niet ingelaten met de politieke situatie in Venezuela, terwijl ze dat eerder wel deden in Chili, de Dominicaanse Republiek, Panama en El Salvador.
Net als velen vóór hem heeft Chavez de verkeerde afslag genomen door de strijd aan te gaan met de markt, en zijn erfgenamen begaan nu precies dezelfde fout met de democratie
De sociale en economische catastrofe in Venezuela en Cuba vormt een schril contrast met de enorm toegenomen welvaart in Costa Rica, Chili, Spanje en natuurlijk ook Zweden, Noorwegen en Denemarken, die tot stand is gekomen dankzij centrum-linkse regeringen die niet tornden aan de democratie en de markt. De koppigheid van de utopisten die het onmogelijke mogelijk willen maken is niet te bevatten. Chavez heeft geen nieuw eenentwintigste-eeuws socialistisch model bedacht; net als velen vóór hem heeft hij de verkeerde afslag genomen door de strijd aan te gaan met de markt, en zijn erfgenamen begaan nu precies dezelfde fout met de democratie.
Met de marxistische leer in gedachten ging men ervan uit dat de Bolivariaanse Revolutie de ontwikkeling van productiekrachten zou stimuleren, maar wat er gebeurde was dat de productiekrachten, net als in Cuba, naar de filistijnen werden geholpen. De bolivarianos lieten de olieproductie teruglopen en gooiden de hoogste inkomsten uit de hele geschiedenis van Venezuela over de balk. Maar niet alleen Karl Marx trok aan het kortste eind. De bovenlaag wordt het regeren onmogelijk gemaakt, de mensen zakken steeds dieper weg in hun armoede en de volksopstanden worden steeds heftiger. Het zijn de drie omstandigheden waaraan je volgens Vladimir Lenin een revolutie herkent. Hoe droevig moet het zijn om met oliegeld een neprevolutie te financieren en te worden ingehaald door een echte revolutie: die van het volk.
Auteur: Joaquín Villalobos
Joaquín Villalobos (te zien op openingsbeeld) is een voormalig guerrillaleider in El Salvador. Tegenwoordig is hij consultant bij het oplossen van internationale conflicten.
Prachtige tabloidkrant met exquise journalisten en bijdragen van grote Spaanse schrijvers. Opgericht na de dood van Franco en politiek links georiënteerd, maar kritisch ten opzichte van de Spaanse socialisten.
De dagen van het chavisme zijn geteld – dat vindt althans de (uitgetelde) oppositie. Ze eist vrije verkiezingen en respect voor het parlement. Druk van buitenaf en het forceren van een interne breuk zou een oplossing kunnen zijn.
De lont in het kruitvat van de protesten in Venezuela was een ongrondwettelijke beslissing van het (door de chavisten gecontroleerde) Hooggerechtshof om het parlement, waarin de oppositie de meerderheid heeft, buiten werking te stellen. Na felle reacties uit binnen- en buitenland zag de regering zich gedwongen de beslissing terug te draaien. Maar de maatregel pookte het vuur op van de ontevreden bevolking die de buik vol heeft van het incompetente en steeds autoritairdere regime, dat het land in de ergste economische en sociale crisis van zijn bestaan heeft gestort.
Het is niet duidelijk wat er nu gaat gebeuren. Maar de angst voor de regering is niet ongefundeerd; op sociale media was te zien hoe ongenadig demonstranten worden afgestraft en opgepakt. De demonstraties kunnen op zichzelf geen verandering afdwingen, maar ze creëren wel explosieve spanningen. Er wordt gewacht op een kans om binnen de dictatuur een breuk te forceren die tot een regimewisseling leidt. En nu zijn er verschillende factoren bijgekomen die dit scenario aannemelijker maken.
In de eerste plaats is er de ernst van de crisis: een economisch debacle dat tot een ongekende humanitaire ramp heeft geleid, waarbij mensen in vuilnishopen op zoek gaan naar etensresten. Drie op de vier Venezolanen willen dat president Maduro aftreedt. Die weerzin betreft alle lagen van de bevolking, inclusief soldaten en politieagenten die de regering inzet om de protesten de kop in te drukken. Vrijwel niemand is bepaald gelukkig met het feit dat ze een corrupte elite moeten verdedigen die ervoor verantwoordelijk is dat hun kinderen honger lijden.
Boven op die interne druk komt de druk van buitenaf. Nog nooit heeft het chavisme er internationaal zo slecht voor gestaan. Er zijn nog maar weinig landen in de regio die zich kunnen verenigen met de autoritaire excessen van de Venezolaanse regering. Begin deze maand ondertekenden negentien leden van de OAS (de Organisatie van Amerikaanse Staten) en alle landen van Mercosur [het Zuid-Amerikaanse handelsblok], resoluties en verklaringen die de ontbinding van het parlement veroordeelden.
Maduro wordt verder verzwakt doordat de oppositie de rijen heeft gesloten en een eendrachtige strategie volgt: door middel van demonstraties druk uitoefenen op de regering tot ze op een aantal belangrijke punten toegeeft, waaronder het uitschrijven van verkiezingen en de restauratie van het parlement in al zijn bevoegdheden.
Die eensgezindheid dankt de oppositie deels aan de lering die ze uit haar fouten heeft getrokken. Maar een andere reden is dat afzien van verdere demonstraties op dit moment nadelig is. Vorig jaar oktober schortte de regering illegaal de procedure op voor een referendum waarmee de president kon worden afgezet. De coalitie van oppositiepartijen, de zogeheten Mesa de la Unidad Democrática (MUD), reageerde met een oproep tot demonstraties, maar trok die kort daarna weer in om een ‘dialoog’ met de regering aan te gaan.
Dat besluit werd van alle kanten bekritiseerd, ook door bepaalde partijen binnen de coalitie die vervolgens niet wilden meedoen aan de onderhandelingen. Velen vermoedden dat de regering volstrekt niet van plan was om concessies te doen en dat de ‘dialoog’ alleen maar bedoeld was om de zaak te traineren. De regering had immers al verscheidene keren op kritieke momenten de ‘dialoog’ gebruikt om de druk te verminderen, waarna ze snel weer verder ging met het ontmantelen van het democratisch bestel.
De sceptici hadden zich niet vergist. Maduro gaf op geen enkel punt toe, sterker nog: hij maakte van de onderhandelingen gebruik om zijn tegenstanders nog verder onder de duim te krijgen. Omdat veel mensen dat hadden zien aankomen, verloor de MUD aan geloofwaardigheid bij de publieke opinie, en daarom zullen partijen binnen de coalitie er niet gauw meer voor pleiten te stoppen met demonstreren, want ze weten welke politieke prijs ze daarvoor moeten betalen.
Drastisch veranderd
Maduro heeft dus redenen om zenuwachtig te zijn. Hij heeft een bevolking tegenover zich die uitgeput is en uitgehongerd door een steeds erger wordende crisis, die zich bewust is van het grote gevaar van demonstreren maar er ook van overtuigd is dat de prijs van niets doen hoger is, omdat het een verlenging betekent van de humanitaire ramp. De internationale druk, die trouwens wel wat krachtiger zou mogen zijn, heeft het chavisme in een groter isolement gebracht dan ooit tevoren. Bovendien kampt de president met een oppositie die zich, door ervaring wijzer geworden en uit vrees voor herhaling van eerder gemaakte fouten, tijdelijk tegen tweespalt heeft gepantserd.
Zijn Maduro’s dagen geteld? Niet noodzakelijk. Als er geen breuk in het regime komt, heeft de oppositie niet de macht om haar wil op te leggen. En als er geen greintje vooruitzicht is op verandering, zouden de mensen het protesteren wel eens moe kunnen worden. Daarom is het belangrijk om niet alleen de druk van buitenaf op te voeren, maar ook een interne breuk te forceren door belangrijke steunpilaren van de dictatuur te benaderen en overlopers aan te trekken, gebruikmakend van de haarden van onvrede en de toenemende angst voor een plotselinge ommekeer.
Maar het lijdt geen twijfel dat het politieke landschap in Venezuela over een paar maanden drastisch veranderd zal zijn. Een regering die meende stevig in het zadel te zitten, staat nu met de rug tegen de muur en moet het initiatief overlaten aan een verjongde oppositie en honderdduizenden Venezolanen die bereid zijn alles in het werk te stellen om hun vrijheid terug te winnen.
Zes maanden na de dood van Franco opgericht. Prachtige tabloidkrant met exquise journalisten en bijdragen van grote Spaanse schrijvers.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.